Promare

**
recensie Promare

Trailer van zichzelf

door Sjoerd van Wijk

Als een twee uur durende trailer zweept de anime Promare continu op. De actie verhit de gemoederen met een dans van figuren in abstract landschap. Wat er voor hen op het spel staat, doet er niet toe.

Na een roerige dertig jaar waarin mensen spontaan ontvlamden, krabbelt de wereld weer op dankzij totalitair beleid. Nog steeds ontbranden mensen, maar gelukkig staat een zorgvuldig gemêleerd reddingsteam met onder andere het haantje Galo Thymos paraat om te blussen. Na die mysterieuze tijd bestaan er nu de Burnish, mensen die kracht halen uit vuur en als verstotelingen door het leven gaan. Galo kan niet lang genieten van zijn heldenstatus nadat hij de leider van vermoedelijke Burnish-terroristen Lio Fotia verslaat tot blijdschap van gouverneur en mentor Kray Foresight. Er ontspint zich een sinister complot, te allen tijde geduid door expositiedialoog waarin Kray als een hedendaagse miljardair een Ark van Noach voor de ruimte bouwt. Alleen tegenpolen Galo en Lio kunnen dat door samenwerking stoppen.

Promare

Bombast
Met een been staat de film ferm in de traditie van de mecha, Japanse animatie waar robotica het hoofdthema vormt in een sciencefictionomgeving. Personages transformeren hun vaartuigen met speels gemak in de meest fantastische vormen die recht doen aan het idee dat geavanceerde technologie niet van magie is te onderscheiden. De een drukt als een gek op knopjes om te besturen, de ander lijkt weer een fusie van mens en machine, terwijl brandwonden schitteren door afwezigheid te midden van al het vuur.

Ondertussen herinneren ze elkaar brullend aan het plot zodat men deze niet vergeet in alle bombarie. Ondanks deze eindeloze expositie blijft de situatie warrig. De premisse hangt van mitsen en maren aan elkaar zoals een Your Name (2016) waarbij ad hoc uitleg te pas en te onpas vreemde wendingen rechtpraat. Daarmee schetst Promare een onuitsprekelijke wereld waar logica dikwijls plaatsmaakt voor bombast op Akira-achtige surreële wijze.

Opzwepende abstractie
Alle kort aangestipte politieke thema’s ten spijt draait de queeste van Galo en Lio vooral om vele robbertjes vechten. Er is maar weinig tijd om de wereld te redden. Het dystopische Promepolis als decor lijkt een blokkendoos waar buiten een pizzatent om weinig gezelligheid bestaat. De geometrie raast op de achtergrond als een wervelwind in de actiescènes die daardoor louter mens-machine tegen mens-machine zijn. Zulke opzwepende abstractie brengt de sensatie van het gevecht over.

Promare

Technologische foefjes en opengesperde monden knallen terwijl de basisfiguren om hen heen verder vervagen. Het is alsof Walter Ruttmann’s Lichtspiel Opus uit de jaren 1920 is afgestoft en op anderhalve snelheid wordt afgespeeld. In zo’n pure ideeënwereld slaat het rondvliegende ijs en vuur van de personages een deuk. Daarmee vat Promare treffend de urgentie om met tunnelvisie recht op het doel af te stevenen in de mist van de strijd.

Zelfpromotie
Constante hoogspanning luidt het devies. De film knippert in de montage van hot naar her om geen moment suprême te missen. Met een videogame-sequentie stevenen Galo en Lio af op het laatste eindbaasgevecht. Promare smijt ondertussen elk personage in het gezicht met een aankondiging alsof het een Yu-Gi-Oh!-kaart betreft om in je deck te stoppen. Japanse popmuziek omlijst de actie. De pakkende deuntjes maken het tot een soort demonstratie van de technologische mogelijkheden van de 3D-computergraphics.

Gepaard met de opeenvolging van extatische momenten komt de film daarom over als een grote trailer van zichzelf. Een schoolvoorbeeld van filosoof Theodor Adorno’s punt hoe de cultuurindustrie zichzelf promoot via haar producten. De unique sellingpoint van Promare is echter niet meer dan snel vervlogen extase dankzij de bijzondere animatietechniek.

 

17 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Strips en films

Strips en films

door Bob van der Sterre

Jeu de Massacre ♦ Kdo chce zabit Jessii? ♦ Condorman

 

De Marvelhausse van het afgelopen decennium heeft op gigantische filmschaal comics populair gemaakt. Van Thor tot Spiderman, van Daredevil tot Iron Man. Met strips hebben ze alleen weinig meer te maken. Anders dan deze drie obscure voorbeelden.

Strips: dan kunnen we niet zonder Frankrijk. De beste kandidaat: Jeu de Massacre (1967). Een film van de onderschatte Alain Jessua, die eerder in Camera Obscura figureerde met Traîtement de Choc.

Playboy Bob
De hoofdpersoon van dit verhaal is playboy Bob. Hij is superrijk maar heeft het brein van een kind. Dat merken striptekenaars Pierre en Jacqueline, op bezoek bij zijn moeders landhuis in Zwitserland, waar hij nog woont.

Bob is wat getroebleerd. Hij speelt spionagespelletjes met Pierre en Jacqueline. Hij heeft een aparte schietkamer. Vaart ie op een motorboot, scheert hij langs zwemmers en vissers.

Als hij dan gaat meedenken met de nieuwste strip van het duo, met in de hoofdrol een gewapende playboy, genaamd Le tueur de Neuchâtel (‘de killer van Neuchatel’), zou je op je hoede moeten zijn. Als dan de portemonnee wordt getrokken, overtuigt Pierre dat voldoende (Jacqueline haar mening doet er niet toe, dit is 1967). Maar wie A zegt, moet ook B zeggen.

Jessua maakte volle en intense films zonder compromissen. Dat maakt ze nog steeds de moeite waard om te zien. Jeu de Massacre won in 1967 de prijs voor het beste scenario in Cannes.

Een plus zijn de kleurrijke strips die af en toe langskomen. Die doen denken aan Iris, de legendarische Nederlandse strip van Lo Hartog van Banda en The Tjong Khing.

Ook sterk: de montage. Die is van het type dat iemand zegt ‘Ik ga naar hem toe’, om vervolgens meteen op een deur te kloppen. Daarmee ontstaat ook een stripeffect. En je kunt meer vertellen in je film.

Tweedimensionaal scherm
Kdo chce zabít Jessii
(of: Who Wants to Kill Jessie?) is van een jaar eerder, 1966 dus, uit Tsjechië. Om maar meteen de titel te beantwoorden: dat zijn de bad guys ‘Superman’ en ‘Pistolnik’. En dat doen ze in een strip voor een blad voor wetenschappers.

De sullige wiskundeleraar Jindrich Beránek leest die strip op een achternamiddag. Vervolgens droomt hij over de sexy Jessie. Zijn vrouw dokter Ruzenka komt net thuis met de wetenschap dat ze met een serum dromen kan manipuleren. Ze checkt Jindrich’ droom, ziet dat hij droomt over Jessie, en spuit hem in met het serum om hem beter te laten dromen.

Er gaat iets fout. Jindrich’ droom ‘ontstaat’ in het gewone leven. Heldin Jessie en ‘Superman’ en ‘Pistolnik’ lopen ineens hun appartement te slopen.

Het knappe van Who Wants to Kill Jessie? is dat de strip op grappige wijze is overgebracht naar het tweedimensionale scherm. Dat gebeurt met stripfiguren die praten via echte tekstballonnetjes (‘ploeesjj’ klinkt dan). Ze blijven ook dezelfde eendimensionale figuren als in de strip. Veel meer dan hun stripwereld snappen ze niet.

De vakkundige komedieregisseur Václav Vorlícek (vorig jaar overleden) wist wel hoe hij de grappen uit zo’n script moest uitbuiten, zoals hij ook deed met andere films (Konec Agenta 4WC en Pane, vy jste vdova!). Hoog tempo, veel geestigheid.

Maar ook subtiele geestigheid. Zoals bij de rechtszaak: ‘Ze zijn niet echt mensen. Noem ze visioenen. We kunnen de visioenen niet aanklagen maar wel hun dromers.’ Andere politieke grapjes: het omkopen van de gevangenisbewaarder, de nutteloze agent bij de rioolput, de van het overtollig bier profiterende medewerker (die het vuile werk mag opknappen).

De film begint met echte striptekeningen van striptekenaar Kája Saudek, die nog een echte strip zou maken (Muriel) op basis van de actrice die Jessie speelt (Olga Schoberová). Later kwam ze nog op de cover van de Playboy terecht.

Ja, de film is wat conventioneel maar de creativiteit in deze film (kleding, montage, sets) maakt dat goed. Een Amerikaanse filmversie met Jack Lemmon zou er nooit meer van komen toen de Sovjettanks eenmaal weer rondreden in Praag.

Spionageparodie
Wel Amerikaans is Condorman uit 1981. Woody Wilkins, de hoofdrolspeler van de film, springt van de Eiffeltoren in een poging ‘condorman’ te zijn, zijn eigen stripkarakter. Zoals het meer gekken vergaat: hij verzuipt bijna (in de Seine).

Woody mag al blij zijn dat hij wat simpel koerierswerk mag doen voor zijn CIA-vriend Harry. Hij moet iets naar Istanbul brengen. Wie zou niet een half krankzinnige dromer vertrouwen met zo’n klusje? Alleen een beste vriend, die zegt: ‘Woody, je bent een goede tekenaar, en je bent een goede striptekenaar, maar je bent waardeloos als vogel.’

Uiteraard komt Woody terecht in maffe avonturen als Sovjet-spionne Natalia wil overlopen. Ze wil ook dat Woody de overstap regelt. Daardoor krijgt Woody de CIA zo gek om hem echt zijn eigen stripheld condorman te laten zijn. Compleet met condorwagens en condorboten.

Aan de andere kant wil de Sovjet-spion Sergey Krokov juist alles voorkomen. Temeer Natalia zijn oude liefje is. ‘Heb je dit rapport over deze Condorman gezien? Deze man Wilkins? Hij is een amateur, hoor je? Hij is geen agent van de CIA! Hij is striptekenaar!’

Klinkt wel aardig, en de geanimeerde intro belooft wel wat leuks, maar de uitvoering laat veel te wensen over. Hoewel het verhaal gebaseerd is op de spionageparodie van Robert Shackley (The Game of X), hoewel Michael Crawford (erg geestig in The Knack…) condorman speelt, hoewel Barbara Carrera (Never say Never Again) zijn tegenspeelster is, en hoewel Oliver Reed Krokov is, en hoewel Disney een redelijk budget had, is het bij elkaar niet echt geslaagd en is het niet raar dat de film destijds flopte.

Een ding is wél memorabel: de achtervolgingsscène met vier zwarte Porsches. En de speedboatachtervolging met lasers gaat voor de cultprijs.

Oliver Reed liet zich tijdens de opnamen van zijn meest oliverreedsiaanse kant zien toen hij de deur van de helikopter opendeed om Barbara wat angstiger te laten kijken (dat lukte) en stomdronken zijn smoking in zee smeet (werd gered door een assistent).

Toegegeven, Condorman heeft diverse stripachtige actiescènes. Desondanks is de film niet veel strip. Laten we daarom eindigen met een uur lang hysterische Spaanse striphumor met Mortadelo y Filemón (1971). Wie weet nog hoe dit stripduo in het Nederlands heet?

 

6 juni 2020

 

Kdo chce zabit Jessii?

 


Alle Camera Obscura

J’ai perdu mon corps

***
recensie J’ai perdu mon corps

Onhandig handig

door Ralph Evers

J’ai perdu mon corps vertelt twee verhalen: de geschiedenis van Naoufel en van een hand op zoek naar diens lichaam. De verbindende factor tussen deze verhalen is een vlieg.

Bij Naoufel staat zijn zoektocht naar de liefde centraal, nadat hij een toevallige blind date heeft met Gabrielle haar intercom. Naoufel werkt als pizzabezorger, maar blinkt niet bepaald uit in bezorgtijd, zeker niet voor firma Fast Pizza. Op een regenachtige avond na de nodige tegenslag raakt hij geïntrigeerd door de stem en ad remheid van Gabrielle.

J’ai perdu mon corps

Naoufel is van het type introvert en wordt onvoldoende uitgewerkt om een verrassende, meer menselijke kant van hem te ontdekken. Gabrielle is het type millennial die haar best doet op te vallen en uniek te zijn, gemakkelijk in de omgang is, maar – zo blijkt later – vooral gezien wil worden. Ze zorgt ondertussen voor haar zieke oom en via die oom weet Naoufel met een onhandige smoes nader tot Gabrielle te komen. Ondertussen is de oudere broer van Naoufel, meer van het type player, hem en vooral zijn meisje gaandeweg op het spoor.

Door enkele ontwikkelingen en vooral een dramatische wending komen we bij het tweede verhaal van de hand. Dit is een meer avontuurlijk stuk en kent een speelsheid die dit filmpje net van de middelmaat redt. Je houdt er en passant een vergroot gewaar zijn van je eigen handen aan over ook.

Handwerker
J’ai perdu mon corps is gebaseerd op het boek Happy Hand van Guillaume Laurant en kent de medewerking van niemand minder dan Jean-Pierre Jeunet. Animatie bevrijdt de film uit zijn realistische beperkingen. Dat gold in vroegere jaren meer dan tegenwoordig, nu met digitale speciale effecten ongeveer alles mogelijk is.

In deze Franse animatiefilm zijn die effecten toegepast op de hand, die aan zijn lot tracht te ontsnappen en tal van gevaren dient te trotseren. Eerst de arts en later de vele gevaren die zo’n kleine, weerloze hand temidden van ratten, honden, wind, auto’s, een baby en duiven kent. Het zijn de spannende avonturen en het verzorgde sfeergevoel – treffend ondersteund door een mooie muzikale omlijsting – die de film de moeite van je tijd waard maken.

J’ai perdu mon corps

Handvest
Maar zoals de laatste tijd vaker het geval (zoals vorig jaar de Chinese misdaadkomedie Have a nice day) blijft het de vraag waarom er zo zuinig met de magische mogelijkheden van animatie wordt omgegaan. Nu hoeft dat niet een probleem te zijn, getuige bijvoorbeeld Jean-François Laguionie’s Louise en Hiver.

Het verschil zit hem in de veel meer nadrukkelijke eigen stijl die Laguionie toont met daarbij existentieel thema’s: ouder worden, verlies, acceptatie. Dit staat in contrast tot de misschien eerste liefde van Naoufel, wat ook een belangrijke gebeurtenis is in een mensenleven, maar minder definitief dan het zoeken naar een eigen antwoord op je naderende einde. Ondanks de spaarzame mooie momenten laat J’ai perdu mon corps je een beetje met een leeg gevoel achter.

 

1 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Swallows of Kabul, The

****
recensie The Swallows of Kabul

Getekende karakters die blijven dromen

door Paul Rübsaam

Het stenigen van een vrouw kan ook in een animatiefilm een ondraaglijk schouwspel opleveren, bewijst The Swallows of Kabul. Maar tevens toont de film menselijke hartstochten in een wereld die bepaald wordt door repressie en geweld.

Nog voor de eerste scène van The Swallows of Kabul (Les Hirondelles de Kaboul) is begonnen, horen we al auto’s toeteren, straatgeluiden, de stemmen van marktkooplui, het geschreeuw van strijders, een oproep tot gebed en het schrapende geluid van een schop waarmee iemand een berg stenen aanlegt.

The Swallows of Kabul

Als het beeld verschijnt, blijken we ons in het centrum van Kaboel te bevinden. In 1998 welteverstaan, toen de Afghaanse hoofdstad volledig in handen was van de Taliban. We zien vrouwen gehuld in boerka’s met boodschappentassen in hun handen naar de markt lopen. Joelende Talibanstrijders scheuren in jeeps door de straten. Eén van de strijders schiet met zijn kalasjnikov tot vreugde van zijn kameraden een zwaluw (swallow) uit de lucht.

De kapotgeschoten straten en gebouwen van Kaboel zijn weergegeven in dromerige, soms wat vervagende aquareltinten, die de indruk versterken dat de hoofdstad van Afghanistan een mooie stad is geweest. De karakters, die praten en bewegen als echte mensen, zijn met wat stevigere lijnen neergezet. Want we kijken voor alle duidelijkheid naar een animatiefilm.

Vier zwaluwen
Als we de eerste van de vier hoofdpersonen leren kennen, wordt snel duidelijk waarom de berg stenen is verzameld. De manke cipier Atiq (stem van Simon Abkarian) geeft een vrouw in een cel een glas water. Het zal haar laatste zijn. Omdat ze overspel gepleegd zou hebben, zal ze worden gestenigd.

Dat stenigen vindt midden op straat plaats. Mannelijke passanten pakken stenen van de stapel en werpen die naar de voor een muurtje neergeknielde vrouw. We zien hun furieuze gezichten en horen de vrouw wier gelaatstrekken verborgen blijven kermen van angst en pijn, tot ze uiteindelijk levenloos voorover valt en het bloed uit haar schedel door haar boerka heen sijpelt.

The Swallows of Kabul

Eén van de mannen die een steen heeft geworpen is Mohsen (Swann Arlaud). Hij begrijpt zelf niet waarom hij het deed. Hij is toch een aardige jongen, die gek is op zijn mooie vriendin Zunaira (Zita Hanrot). Maar de misogyne wereld die hem omringt, blijkt ook op hem vat te hebben.

Thuisgekomen zou Mohsen het liefst aan Zunaira opbiechten wat hij gedaan heeft. Maar hij kan het niet. Zunaira en Mohsen zijn jong en verliefd en dromen liever over een mooie toekomst. Beiden hebben hun opleiding aan de verwoeste universiteit van Kaboel moeten afbreken en hopen dat ze spoedig ver buiten Kaboel hun talenten verder kunnen ontwikkelen. Zunaira zal er echter achter komen dat haar geliefde de steen heeft geworpen, wat niet zonder gevolgen blijft.

Cipier Atiq is ondertussen niet wat je noemt gelukkig met zijn baan. Zijn huwelijk met de ongeneeslijk zieke Mussarat is bovendien vreugdeloos. Mussarat (Hiam Abbass) vraagt zich ziek als ze is af hoe ze nog iets voor haar man kan betekenen. Het pad van dit oudere koppel zal dat van het jongere koppel Zunaira en Mohsen gaan kruisen.

Boerka’s en tralies
De internationale bestseller The Swallows of Kabul van Yasmina Khadra (pseudoniem van de Algerijnse schrijver Mohammed Moulessehoul) zou zich best lenen voor een live-action verfilming. Toch weten de Franse regisseuse Zabou (Isabelle) Breitman (1959) en haar landgenote en animatrice Eléa Gobbé-Mévellec (1984) met hun animatiefilm te overtuigen.

In animatiefilms en stripboeken is van oudsher alles mogelijk en doet niets echt pijn. De karakters kunnen platgewalst of uitgerookt worden, dan wel in een ravijn belanden, om vervolgens weer verder te lopen alsof er niets aan de hand is. Breitman en Gobbé-Mévellec zetten dat principe op zijn kop door verbijsterende, aan de realiteit ontleende schendingen van mensenrechten te tonen, maar niets dat de natuurwetten tart.

The Swallows of Kabul

Het neemt niet weg dat de typisch grafische elementen in The Swallows of Kabul indringend zijn. De tegenstelling tussen de bebaarde, vals grijnzende mannelijke Talibanstrijders met hun tulbanden en kalasjnikovs en de in hun vormeloze boerka’s tot identiteitsloze wezens gereduceerde vrouwen doet denken aan die tussen de katten (nazi’s) en muizen (joden) uit de graphic novel Maus (1980) van Art Spiegelman. Tralies vormen tevens een belangrijke scheiding in de film. We krijgen de wereld te zien vanuit het gezichtspunt van gevangenen in hun cel, maar ook vanuit dat van Zunaira die op straat verplicht is een boerka te dragen. Het gaasje voor haar ogen is als een traliewerk in het klein.

Als finishing touch bevat de film toch een ode aan de getekende wereld waarin kan wat in de echte wereld niet kan. Atiq zal een naaktportret van Zunaira aanschouwen dat zij zelf op de muur van haar woning heeft getekend. Daarmee krijgt hij iets te zien dat niet voor zijn ogen bestemd is. Of wel? De oude cipier raakt niet alleen geïmponeerd door de schoonheid van de jonge vrouw, maar ook door haar moed en kunstzinnigheid, wat hem eerder op verheven dan wellustige gedachten zal brengen.

 

24 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Ruben Brandt, Collector

****
recensie Ruben Brandt, Collector

Schilderachtige nachtmerries

door Ralph Evers

Wat krijg je wanneer je de remmen van je fantasie, gekanaliseerd door topstukken uit de westerse kunstgeschiedenis, loslaat? Eén van de betere animatiefilms van de afgelopen jaren. Een feest voor de liefhebber qua verwijzingen en ach, voor hen die nauwelijks notie hebben van de veelal Europese culturele identiteit, je hebt in ieder geval een eigenzinnig misdaadverhaal. 

Eén van de toevoegingen van Dalí aan de kunst is de methode van kritische paranoia. Het verhaal gaat dat hij met een theelepeltje in de hand dat boven een kopje zweefde zich in een siësta dutte en bij het ontwaken van het klingelende geluid de beelden die hij op het scherm van zijn derde oog geprojecteerd zag naar het canvas vertaalde. Zoiets lijkt Milorad Krstić, de Sloveense regisseur van Ruben Brandt, Collector ook gedaan te hebben. Deze animatie is niet alleen intelligent, geestig, verrassend, maar bovenal visueel overdonderend, idiosyncratisch en om in herhaling te vervallen eigenzinnig.

Ruben Brandt, Collector

Het vervallen is herhaling is overigens niet voor niets, want deze Hongaarse film slechts één keer zien is een garantie voor een groot gemis. De film zit zo boordevol verwijzingen naar kunst, popcultuur en filmverwijzingen, waar tevens een deel van de lol in zit, dat een enkele keer te weinig is. Ruben Brandt is de geanimeerde variatie op György Pálfi’s Final Cut – Hölgyeim És Uraim. Een film verteld aan de hand van iconische momenten uit de wereldcinema.

Zinnenprikkelend tuig
Animatie moet eigenlijk maar een ding doen en dat is het scheppen van niet alledaagse werelden. Nu, daarin is Ruben Brandt uitermate goed geslaagd. De film kent weliswaar een vrij gestructureerd verhaal over, verrassing, Ruben Brandt. een psychotherapeut, wiens vader werkte met subliminale boodschappen in film en deze testte op de jonge Ruben. Als volwassene wordt hij achtervolgd in zijn nachtmerries door de personages uit topstukken als Jean Moulin, de postbode van Van Gogh of een van de prinsesjes van Velazquez. Zijn oplossing? Deze werken stelen, in eigen bezit hebben en daarmee hun demonische uitwerking op hem onschadelijk maken. Het lukt hem met een viertal illustere en ongeëvenaarde criminelen. Als gezochte topcrimineel krijgt Brandt een bonte verzameling premiejagers achter zich aan.

Een eerste associatie die de stijl oproept, is die van Jean-François Laguionie, maar met de gestyleerde Man from U.N.C.L.E.-opening gaat de lieflijkheid van Laguionie overboord. Overigens doet het tempo van Ruben Brandt meer denken aan een nieuwe Guy Ritchie. Een achtbaanrit zonder veiligheidsgordels, een hallucinante trip die ook wel doet denken aan Ari Folmans The Congress, waar talloze historische figuren hun opwachting maken. Maar waar Folman een meer filosofische insteek heeft, kiest Krstić prominenter voor een esthetische pastiche. Vorm boven inhoud zou je kunnen klagen, of eendimensionale personages, maar de stijl heeft hierin ook bewust iets karikaturaals, zoals Sylvain Chomets Les Triplettes de Belleville. De film is met al deze verwijzingen nog wel het best te omschrijven als een jazzcompositie, zoiets als The Bad Plus weet te doen met zijn covers van bijvoorbeeld Nirvana’s Smells like teen spirit. Jazz ook omdat er her en der een heerlijke noir-feel opsteekt.

Ruben Brandt, Collector

Ogen te kort
Een smet op dit feest van verbeeldingskracht is dat de plot wat te rechtlijnig is. Hoewel er voldoende bizarre wendingen in de omgevingen en nachtmerries van Ruben zitten. Oh, en niet te vergeten de bijzondere, spelen-met-Picasso gezichten (meerdere ogen, neuzen, oren) en andere menselijke kenmerken, blijft het van a tot z verteld verhaaltje wat mat. Zoals gezegd, de personages zijn eendimensionaal (en in één geval tweedimensionaal) en de vaart zit er, op de slak na, aardig in. Het narratieve aspect was sterker uit de verf gekomen mocht er een spanningsboog, een tegenslag, een verwarrend Lynchiaanse component aan toegevoegd zijn. Edoch, de focus ligt hoofdzakelijk op de liefde van Krstić voor film-, pop- en kunstgeschiedenis en daarin is reeds genoeg te genieten.

 

16 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Salvador Simó over zijn geanimeerde biopic

Salvador Simó over zijn geanimeerde biopic:
Luis Buñuel in het land zonder brood

door Alfred Bos

Luis Buñuel, een van de grote regisseurs van de twintigste eeuw, is het onderwerp van Buñuel in the Labyrinth of the Turtles. De animatiefilm toont een sleutelmoment in de loopbaan van de Spaanse cineast, tevens een markant moment in de filmgeschiedenis.

In 1932 draaide Buñuel in een vergeten Spaans berggebied de documentaire Las Hurdes: Tierra Sin Pan. Het is de film waarin Buñuel zijn stem vond, aldus Labyrinth of the Turtles-regisseur Salvador Simó. “Las Hurdes is de plek die Buñuel heeft gevormd, waar hij als kunstenaar is geboren.”

Salvador Simó

Salvador Simó

Buñuel in the Labyrinth of the Turtles is een opmerkelijke film. Het is een quasi-documentaire in animatievorm die iets feitelijks verbeeldt wat nooit is vastgelegd. Onderwerp is een cineast die een documentaire maakt waarmee hij de conventies over documentaires naar zijn hand zet. Om het spiegelpaleis – of in dit geval het doolhof – compleet te maken zijn door de animatie beelden uit Buñuels oorspronkelijke film gesneden. Feit en fictie gaan naadloos in elkaar over.

De tekenfilm over Buñuel is een Spaans-Duits-Nederlandse coproductie. De Amsterdamse animatiestudio Submarine leverde een belangrijke bijdrage. Als regisseur Salvador Simó over de film praat, spreekt hij steeds over ‘wij’ en niet ‘ik’. Hij noemt co-scenarist Eligio Montero, artdirector José Luis Ágreda en compositing supervisor (verantwoordelijk voor het samenvoegen van alle animaties) Jan van de Laar expliciet.

“Toen we aan de film begonnen, hebben we het benaderd alsof het een documentaire was”, aldus Simó. “We hebben gewerkt met acteurs. Veel keuzes zijn gemaakt om de animatie het gevoel van een live actionfilm te geven. De animatie voegt een extra laag toe, het geeft je meer vrijheid. We wilden een verhaal vertellen dat niet werkelijk is gebeurd, dat een zekere mate van fantasie had. Niettemin is het geworteld in de werkelijkheid.”

Schandaalregisseur
Die werkelijkheid is fascinerend. Luis Buñuel was in 1932, het jaar waarin de tekenfilm speelt, een prominente vertegenwoordiger van het surrealisme. In 1925 was hij van Madrid naar Parijs verhuisd en raakte daar betrokken bij een kring van kunstenaars en intellectuelen die de burgerlijke samenleving afwezen—de surrealisten. Ze omarmden de ideeën van Freud over het onderbewustzijn. Ze wilden de ratio ontregelen.

Un Chien Andalou (1929)

Un Chien Andalou (1929)

In 1929 maakte hij met kunstschilder Salvador Dali de kortfilm Un Chien Andalou. André Breton, de zelfverklaarde voorman van de surrealisten, roemde het als de eerste surrealistische film. Volgens de Amerikaanse filmcriticus Roger Ebert is Un Chien Andalou de beroemdste kortfilm ooit gemaakt.

In 1930 volgde een tweede film, L’Age d’Or, ditmaal zonder Dali; de vrienden waren gebrouilleerd. Die werd echter negatief, om niet te zeggen vijandig onthaald. (Zozeer zelfs dat de producenten zich genoodzaakt zagen om de première van Jean Cocteau’s Le sang d’un poète twee jaar uit te stellen.) MGM haalde de broodloze schandaalregisseur naar Amerika, maar Buñuel en Hollywoods droomfabriek waren geen gelukkige combinatie.

Terug in Spanje, aan de vooravond van een politieke revolutie die culmineerde in de Spaanse Burgeroorlog, besloot hij een etnografische documentaire te draaien in een afgelegen, geïsoleerde en onderontwikkelde bergstreek in het noordwesten van Spanje, Las Hurdes. Voltooid in 1933, verscheen Las Hurdes: Tierra Sin Pan, in gecensureerde vorm, in 1936 in de Spaanse bioscoop.

Land zonder brood
Voor Salvador Simó aan zijn geanimeerde biopic begon te werken, heeft hij het dorp van de film bezocht. Hij liep door het doolhof van nauwe straatjes tegen de berghelling, stond in de krappe huisjes van gestapelde stenen. “Je moet het zelf hebben meegemaakt, anders kun je het gevoel niet overbrengen. Het voelt echt als een labyrint. De straten zijn nauw, de bergen hoog. Het kost inspanning om de hemel te zien. Je moet letterlijk je nek strekken.”

“Ik voelde me er opgesloten, gevangen. Ik heb gesproken met de mensen die er wonen. Voor hen voelt die beklemming alsof je wordt omarmd door je moeder. Wanneer ze de streek verlaten, missen ze dat gevoel en keren terug. Ze hebben dus een andere perceptie van die omgeving.”

Na de Eerste Wereldoorlog werd Spanje in rap tempo gemoderniseerd. In 1922 werd de streek ontsloten via een verharde weg en kreeg bezoek van koning Alfonso XIII, maar de meest afgelegen dorpen bleven alleen te voet bereikbaar. De armoede was extreem; geen stromend water, geen  elektriciteit, zelfs geen brood. Simó: “Men leefde in het stenen tijdperk, ze hadden letterlijk niets. De film van Buñuel heet Tierra Sin Pan, het land zonder brood.”

“De persoon die men de bakker noemde ging naar de grotere dorpen in de omgeving om bij de lokale bakkers oud brood op te halen. Dat bracht hij terug naar de afgelegen dorpen in Las Hurdes. Ze maakten zelf geen brood. Ze hadden geen graan, ze hadden geen molens, ze hadden geen ovens.”

“In zo’n bergstreek is landbouw ook nauwelijks mogelijk, alleen op kleine terrassen. Ze aten af en toe een geit wanneer die van de berg was gevallen, zoals je in de film van Buñuel ziet. Die hoek van Spanje was vergeten, letterlijk. Het ligt driehonderd kilometer van Madrid.”

Mockumentary
In Buñuel in the Labyrinth of the Turtles zien we naast Buñuel drie historische personages die nauw betrokken waren bij de totstandkoming van Las Hurdes: Tierra Sin Pan: de anarchist Ramón Acín, die de productie financierde met geld gewonnen via een loterij, de schrijver Pierre Unik en fotograaf Eli Lotar, die de camera bediende.

Las Hurdes: Tierra Sin Pan (1933)

Las Hurdes: Tierra Sin Pan (1933)

Las Hurdes: Tierra Sin Pan (1933) is geen gewone documentaire. Meerdere voorvallen – bijen die een ezel doodsteken, een geit die te pletter valt, de haan die bruut wordt onthoofd, de dode baby – zijn in scène gezet. In 1933 was het genre van de documentaire, net als Las Hurdes, vrijwel onontgonnen gebied en perverteerde Buñuel de prille conventies. Las Hurdes: Tierra Sin Pan staat te boek als de eerste mockumentary.

Salvador Simó: “Buñuel was op zoek naar een nieuw project. Hij zag die schrijnende armoede als een manier om het publiek te provoceren, om een punt te maken. Maar hij zag de documentaire, of quasi-documentaire, ook als een vorm om zich uit te drukken. Wat hij niet kon vermoeden, was dat die plek hem zou veranderen. Las Hurdes heeft hem gevormd, daar is hij geboren als kunstenaar. Dat kun je pas achteraf vaststellen.”

“Zijn eerste film als auteur was Los Olvidados uit 1950, zijn eerste Mexicaanse film. In de zeventien jaar daartussen heeft hij veel geleerd over hoe je een film maakt. Dat zie je terug in Los Olvidados, maar daar zie je ook de emotie van Las Hurdes.”

Anime als inspiratie
De tekenfilm toont beeldmateriaal uit de documentaire van Buñuel. Salvador Simó ziet het als een manier om zijn vertelling “enig gewicht van werkelijkheid” te geven. “Buñuel in the Labyrinth of the Turtles is geen documentaire, het is fictie. Er bestaat nauwelijks documentatie over wat Buñuel in Las Hurdes precies heeft gedaan. Buñuel zelf wijdt er in zijn autobiografie misschien één pagina aan. Buñuels zoon kon zich niets herinneren. We hebben dus veel verzonnen, uitgaande van Buñuels film. De filmbeelden tonen wat hij zag door de cameralens, wat er echt is gebeurd. Die zwart-witbeelden geven diepte aan de animaties.”

Simó omschrijft zijn geanimeerde biopic als een deconstructie van Buñuels documentaire. “Hoe hebben ze het indertijd gedraaid? Wat er in het dorp gebeurt, is voor het grootste deel fictie. Onze film gaat vooral over vriendschap. En de spanning tussen de vier personages. Dat is het drama dat de film voortstuwt.”

Buñuel in the Labyrinth of the Turtles is gebaseerd op een beeldroman van Fermín Solís. “Dat was het zaadje”, zegt Simó. “De tekenaar heeft ons volledige vrijheid gegeven. Maar we moesten ons eigen verhaal en onze eigen oplossingen verzinnen, want film en beeldroman zijn verschillende media.”

Geldt dat bijvoorbeeld voor de droomscènes?

“Sommige zijn geïnspireerd door de beeldroman. De overige waren een manier om in het hoofd van Buñuel te kruipen. Tijdens het werk aan de film leerde ik meer en meer over hem. Zo schreef hij zijn filmscripts doorgaans in samenwerking. Eligio en ik voelden elkaar goed aan. Eligio heeft wellicht wat meer humor aan het script toegevoegd, mijn bijdrage is het drama. Dat was een goede combinatie, een goed evenwicht. Het heeft het verhaal verrijkt.”

Wat trok u aan in de beeldroman? Waarom zag u er een animatiefilm in?

“In de eerste plaats het verhaal. Ik realiseerde me dat de Buñuel uit het boek een andere was dan de Buñuel die ik me herinnerde. Mijn vader was een grote fan van Buñuel. Toen ik acht was vertelde hij me enthousiast over een film met mensen die niet uit een kamer konden komen [El ángel exterminador, 1962]. Daar begreep ik toen niets van.”

“Later zag ik zijn films, ik ging naar de filmacademie en leerde meer over hem. Maar het beeld dat ik van hem had, kwam niet overeen met de Buñuel die ik in de beeldroman zag. Daar is hij een klootzak. Maar waarom gedraagt hij zich zo bot? Waarom is hij zo? Ik zocht daar een verklaring voor. Ik wilde uitleggen waarom hij zich gedroeg zoals hij zich gedroeg, zonder daarvoor iets aan zijn gedrag te veranderen. Wat is de contradictie in zijn beleving?”

De getekende personages zijn zeer geslaagd. Het zijn mensen, geen karikaturen.

“Voor het artwork zijn oorspronkelijke foto’s gebruikt. Wat betreft de stemmen zijn we anders te werk gegaan dan gebruikelijk is in klassieke animatie: in een studio spreken stemacteurs de dialogen in terwijl de beelden worden geprojecteerd. We hebben gewerkt met acteurs uit film en theater. Ze spreken hun teksten niet in, ze spreken hun teksten uit. In de studio brachten we de acteurs samen en ze interpreteerden de scène alsof het live action was. Alleen namen we het op met een microfoon, niet met een camera.”

Buñuel in the Labyrinth of the Turtles (2018)

Buñuel in the Labyrinth of the Turtles (2018)

Net als Another Day of Life is Buñuel in the Labyrinth of the Turtles animatie, maar geen anime of Disney. Hoe ziet u de toekomst voor dit soort relatief nieuwe animatiefilms?

“Voor ons is animatie een techniek. Maar animatie is bovenal film, de taal is dezelfde—het is cinema. We gebruiken hetzelfde scherm, dezelfde taal, dezelfde acteurs. Alleen de techniek verschilt. Het geeft je de mogelijkheid om het verhaal op een andere manier te vertellen.”

“Films als Another Day of Life en deze film over Buñuel geven animatie meer status binnen de filmindustrie. Hij heeft op het Malaga Film Festival, dat geen categorie kent voor animatie, verschillende prijzen gewonnen, waaronder de persprijs voor beste film. Dat is een blijk van erkenning voor animatiefilms. Ik ben daar erg trots op. Het geeft ook de kans om meer van dit soort films te maken, om animatie op een meer creatieve manier in te zetten.”

Welke animatiefilms ziet u zelf graag?

“Dit is mijn eerste animatiefilm. Mijn referenties in animatie zijn voornamelijk Japanse films, anime. Niet Studio Ghibli, maar Satoshi Kon, de man van Paprika. Miyazaki heb ik ook veel gezien. Ik zie veel live actionfilms, want die gebruiken dezelfde taal als animatie. Daar vind ik meer inspiratie in dan in tekenfilms. Denk aan Sergio Leone en Godard; Godard speelt met de taal van de film. En ook Dreyer, vanwege de eenvoud. Alles in zijn films is er met een reden.”

Hoe kijkt de nieuwe generatie in Spanje tegen Buñuel aan? In Italië wordt Pasolini niet meer geapprecieerd. Is dat ook het geval met Buñuel in Spanje?

“De jonge generatie kent Buñuel nauwelijks. Veel mensen zijn zich nauwelijks van hem bewust. Hij was één van de grote regisseurs. Dat is een van onze doelstellingen, mensen te interesseren voor Buñuel. Dat men na afloop van onze film Las Hurdes: Tierra Sin Pan wil zien. Dat kan, want hij staat gratis op YouTube. En misschien wil men dan méér van hem zien. Buñuels films zijn heel modern.”

Zeker in deze tijden van neoliberaal kapitalisme en de groeiende kloof tussen rijk en arm. Zijn films zijn nog steeds actueel.

“Helemaal. Omdat Buñuel speelde met de ziel van de mensen. Die verandert nooit. Mensen hebben altijd dezelfde issues.”

 

25 april 2019

 

MEER INTERVIEWS

Bunuel in the labyrinth of the turtles

****
recensie Bunuel in the labyrinth of the turtles

Hoe de Spaanse surrealist zijn antidocumentaire Las Hurdes maakte

door Bob van der Sterre

Net na baanbrekende films Un Chien Andalou en L’Age d’Or had de jonge Luis Buñuel een moment van creatieve leegte. Hij kreeg een tip over een zeer geïsoleerde streek in West-Spanje, Las Hurdes. Het bleek de opmaat van een in alle opzichten krankzinnig project in 1933. Buñuel en el laberinto de las tortugas vertelt dit interessante stukje filmgeschiedenis in de vorm van een animatie.

Allereerst: wat was Las Hurdes en wat zag Buñuel in het idee van de film? Hij kreeg het project door van regisseur Yves Allégret en schrijver Jacques Prévert. Laten we het Buñuel zelf uitleggen: “Deze streek is een van de armoedigste gebieden op de hele aardbodem, geïsoleerd van de buitenwereld door een keten hoge, onbegaanbare bergen en met in totaal zesduizend inwoners verdeeld over tweeënvijftig gehuchten.”

Bunuel in the labyrinth of the turtles

Hij gaat verder: “Landbouwwerktuigen hebben ze vrijwel niet. Vee is er niet. Er is geen folklore. De armoede, de honger en de insecten. Geografen zijn het er erover eens dat de streek onbewoonbaar is.” Problemen als inteelt, dysenterie, malaria somt hij op. “Met hun kleren aan slapen ze op bedden van rottende bladeren.” Je snapt wat Buñuel zag in deze op zichzelf haast surrealistische omgeving.

Tweede vraag: wie wil in godsnaam voor een film over dit onderwerp betalen? Ramon Acin, een vriend, zei: ‘”ls ik de loterij win, dan mag jij jouw film maken.” Hij heeft zijn belofte geweten toen hij daadwerkelijk de loterij won! De cinematograaf Eli Lotar kwam erbij, net als dichter en vriend van Buñuel, Pierre Unik. Zij bleven twee maanden in Las Hurdes. Buñuel monteerde het materiaal vervolgens op een keukentafel in Madrid en gooide in zijn onervarenheid nog wat bruikbaar celluloid weg.

Een niet-surrealistisch project dat surrealistisch aanvoelde
Buñuel zal intuïtief gevoeld hebben dat er wel wat te halen viel. Hij moest ook loskomen van het surrealisme, waar hij een jaar geleden uitgestapt was. Het harde Spaanse leven gaf hem een kader waarin hij kon experimenteren. Hij kon hier een vernieuwende antidocumentaire maken, vol armoede, dood, lelijke en zieke mensen.

Buñuel zou Buñuel niet zijn als hij ‘de documentaire’ niet zou veranderen in zijn eigen cinematografische variatie op de werkelijkheid. (Overigens deed een van de beroemdste documentaires ooit, Nanook of the North, hetzelfde.) Zelf zei hij: “Het was een ongewoon soort werkelijkheid, een werkelijkheid die de verbeelding prikkelt.” En erkende later: “Het is een tendentieuze film.”

Dus als hij las over een ezel die door bijen wordt doodgestoken, kan hij het niet nalaten om honing over een ezel te gieten en te filmen hoe het arme beest aan zijn einde komt. Als een geit volgens broodjeaapverhalen soms in een ravijn viel, moest hij de realiteit wel een handje helpen. “Daar konden we niet op wachten en dus heb ik met een revolver ervoor gezorgd dat er een naar beneden viel.” Het hanentrekken… laten we het hier maar bij houden. Het was duidelijk dat de surrealist Buñuel de mens in de weg zat. Veel meer Buñuel wordt het niet als hij zegt: “Ik geloof in oncompromisloosheid.”

En was het ook niet wat je nu noemt exploitation van de bewoners? Maar, zo schrijft publicist Francisco Aranda later terecht: “Als Buñuel liefdadigheid bedreven had in dat gebied en niet de film had gemaakt, was het lot van de bewoners nooit in deze mate verbeterd.”

Bunuel in the labyrinth of the turtles

Geamuseerde en vlotte stijl
Dankzij Buñuel en el laberinto de las tortugas van animatieregisseur Salvador Simó zien we deze interessante geschiedenis terug in een geamuseerde en vlotte animatiestijl. Geslaagd zowel in stijl als in verhaal (anekdotisch), karakteriseringen en humor. Animatie als vorm is erg bruikbaar voor deze historische films (denk aan het recente Another Day of Life).

De film heeft twee minpunten: de muziekkeuze en het sentimentele einde. Die zijn niet des Buñuels want ze zijn toegevoegd uit commercieel oogpunt – en dat was altijd zijn grote vijand. Je zou bijna vergeten dat Buñuels voor het Las Hurdes-project een soort stage had gelopen in Hollywood maar weigerde films voor zakelijke motieven te maken.

Een eigenwijze film zoals Buñuel ze maakte, is deze film dan ook niet. In dit geval is dat ook niet het doel. De film wil ons laten zien wat een echt eigenwijs artiest wel is. En in die opzet slaagt Buñuel en el laberinto de las tortugas wel.

 

17 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Another Day of Life

****
recensie Another Day of Life 

Vergeten gezicht van de hel

door Ralph Evers

Tegen de achtergrond van de onafhankelijkheidsoorlog van Angola in de jaren 70 vertelt Another Day of Life het leven en werk van de Poolse journalist Ryszard Kapuściński. 

Het leven van Ryszard Kapuściński heeft iets weg van een avonturenroman. Weliswaar met een zeer donker randje. Hij werd in 1932 geboren en maakte als kind de vernietiging van zijn geboorteland Polen mee. Zowel de nazi’s als de Sovjets wilden Polen van de landkaart vegen en het grondgebied aan het eigen rijk toevoegen. Toen de hel van de Tweede Wereldoorlog voorbij was, viel Polen het ongelukkige lot van zoveel andere Oost- en Midden-Europese landen ten deel. Kapuściński slaagde erin zijn land te ontkomen als journalist. Hij verruilde de ene hel met de andere, want hij vertrok in de jaren zeventig naar Angola. In Angola streden twee partijen voor de onafhankelijkheid, de MPLA, later gesteund door de Sovjet-Unie en de UNITA en FNLA, gesteund door de Verenigde Staten (de CIA) en Zuid-Afrika.

Another Day of Life

Menselijke daden in onmenselijke situaties
De film is gebaseerd op Kapuściński’s boek Jeszcze dzień życia, in het Engels bekend als Another Day of Life en gaat in op zijn rol en overwegingen in de roerige tijd in Angola na de Anjerrevolutie van 1974. Deze revolutie ging gepaard met een onafhankelijkheidsoorlog, waarbij zowel de Sovjets als de CIA betrokken waren. De film doet dat op een interessante, indringende, emotionele en reflecterende wijze. Interessant door de hoofdpersonen tijdens die tijd hun stem te geven. Grotendeels geanimeerd, met her en der archiefbeelden en opnames van het huidige dagelijkse leven in Angola.

We gaan mee met Ricardo, zoals Ryszard in het Portugees sprekende Angola genoemd werd, en collega Artur, die met gemengde gevoelens terugkijkt op die tijd en de oorlog. Beelden van brute slachtpartijen, waar zwangere vrouwen en jonge kinderen niet werden gespaard, draagt hij tot op de dag van vandaag met zich mee.

Artur, als Portugees vrije toegang tot andere gebieden hebbende en de mores van het land kennende, leert Ricardo de meest cruciale overlevingsregels in het onvoorspelbare land buiten hoofdstad Luanda. De helse reis naar het zuiden leidt tot ontmoetingen met illustere figuren als de 19-jarige vrouwelijke strijder Carlotta en later Farrusco, een generaal die een sleutelrol in de oorlog in het zuiden speelde. Carlotta is een guerrillero met een menselijk gezicht, verbrandt de vele lijken omdat die ziektes in zich kunnen hebben en er kinderen niet ver van de slachtvelden spelen. Een feit zo voldongen dat de gruwelijkheid als een absurde vergissing meeklinkt.

Another Day of Life

Reis van de held
De film doet denken aan Waltz with Bashir van Ari Folman, ook een animatiefilm over een oorlog. Ook daarin ruimte voor creatieve expressie en het zoeken naar een indringende taal om de kijker op een andere, doch directe wijze te raken. Het belangrijkste verschil is dat Folmans film verslag doet van de Zesdaagse Oorlog, terwijl Another Day of Life de oorlog verslaat vanuit de ervaringen van Ryszard, die zich afvraagt in hoeverre hij de oorlog beïnvloed heeft.

Hij is de onverschrokken journalist die in zijn zoektocht naar antwoorden voortdurend de dood op zijn hielen heeft. Hij komt eruit als een held, die de wereld iets kan laten zien, wat niet bekend is en bekend mocht worden. Hij staat voor een cruciale beslissing, wat te doen met die kennis? Dat is later geschiedenis geworden. Dat maakt dat deze film zo dichtbij voelt. Het perspectief van een gezicht van de hel toen met beelden van Angola nu. Het is een intelligente manier om de kijker te betrekken bij een vergeten oorlog.

 

8 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

This Magnificent Cake!

***
recensie This Magnificent Cake!

Vilten poppen in koloniaal Afrika

door Bob van der Sterre

Een animatiefilm over kolonialisme met vilten poppen? En er grapjes mee maken? Onze zuiderburen weten zoals gebruikelijk wel raad met experimenten, wat ook weer blijkt uit This Magnificent Cake!.

Een koning zit verveeld bij een optreden. Hij fluistert tegen zijn hulp midden in het optreden dat hij de klarinettist moet vragen om te stoppen met spelen. Die staat er vervolgens als een zoutzak bij – alleen de pianist speelt nog. De koning is tevreden hoewel het stuk nergens meer op slaat.

This Magnificent Cake!

Spot
In een hotel met kolonialisten werkt een pygmee als portier. Hij haat het hotel en de westerlingen maar het levert wel eten en geld op. Hij geeft zijn broer een stokbrood – die heeft dat nog nooit gezien. ‘Dat eten ze hier allemaal.’ Vervolgens is er een verwend kind nodig om de pygmee spijt te laten krijgen van zijn baantje.

De animatiefilm This Magnificent Cake! geeft een spottende kijk op kolonialisme. Het slimme van de film is dat hij het onderwerp kolonialisme niet frontaal aanvalt. Het is algemeen bekend hoe de Belgische koning Leopold II flink heeft huisgehouden in de Congo. Daar gaat deze film dus niet over.

We gaan hier van persoon op persoon. Een koning, een pygmee, een deserteur, een bakker die op de vlucht is en een klarinettist. In dit verhaal zijn ze allemaal op een of andere manier betrokken bij de koloniale staat.

Neem de bakker (Van Molle) die voor schulden vluchtte naar Afrika om daar als een koning te gaan leven. Als een rits pygmeeën uitglijden op een hangbrug en te pletter vallen met zijn spullen, voelt hij zich in de steek gelaten. Dat de pygmeeën een akelige verdrinkingsdood sterven, kan hem aan zijn reet roesten. Liever zet ie het op een zuipen in zijn eigen, eenzame paleis.

De eerste helft van de film is zodoende leuk opgezet in verschillende hoofdstukken met verschillende verhalen. Geen hoofdpersoon, geen dramatische verhaallijnen om je aan te houden, wel spot. Dat smaakt naar meer.

This Magnificent Cake!

Mystiek
Je hoopt dan toch wel op een soort opleving aan het einde – een plot dat zaken samenbrengt – maar dat doet de film niet. This Magnificent Cake! neemt een soort mystieke afslag met een grot, een reusachtige slak en hallucinatie. Voor de kijker is het niet meer duidelijk wat droom en wat realiteit is. Levert fraaie surrealistische beelden op maar daarmee verdwijnt de satirische humor wel een beetje naar de achtergrond.

Afgezien hiervan is de technische vaardigheid bijzonder. De animatie met vilten poppen is prachtig gedaan – en weer een vernieuwing in het genre. De hikkende koning met een kliek bezorgde figuren om zich heen is lachwekkend, ook al zijn het slechts poppen.

Wie een voorproefje wil: het duo Emma Swaef en Marc James Roels maakte zes jaar geleden de film Oh Willy, die in zijn geheel (twaalf minuten) op Vimeo te zien is. In beide gevallen gaan de films over de natuur en hebben ze ook een hoofdrol voor geluiden.

 

18 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Een magische zomer met Ghibli

Een magische zomer met Ghibli
Het wordt een magische zomer in LAB111 in Amsterdam en KINO Rotterdam. Vanaf juli kun je in die twee bioscopen respectievelijk 18 en 16 films van Ghibli zien. Deze Japanse studio is verantwoordelijk voor een groot aantal beroemde anime-films.

Al meer dan dertig jaar veroveren deze prachtig geanimeerde en vaak visionaire films de harten van kijkers over de hele wereld. Het aangekondigde pensioen van oprichter Hayao Miyazaki en het overlijden van mede-oprichter Isao Takahata afgelopen april vormen de aanleiding om hun uitgebreide oeuvre op het grote scherm te vertonen.

Howl's Moving Castle

Thema’s
In de Ghibli-films keren bepaalde thema’s vaak terug: sterke vrouwelijke hoofdrollen, magische transformatieve wezens en het immer voortdurende verlangen om de lucht in te gaan en te vliegen. Maar welke Ghibli-film je ook tegenkomt, de liefde voor het vakmanschap van de hand getekende animaties en de creatie van fantastisch meeslepende werelden schijnt door in elk frame en doet een beroep op het innerlijke kind van de kijker.

Een greep uit het programma: Grave of the Fireflies, Prinses Mononoke, Spirited Away, Howl’s Moving Castle (FOTO) en The Wind Rises. Maar ook de The Red Turtle van de Nederlandse filmmaker Michael Dudok de Wit is te zien.

Alle films worden gepresenteerd in originele Japanse taal met Engelse ondertitels.

Programma Kino Rotterdam
Programma LAB 111 Amsterdam
 

25 juni 2018

 
MEER NIEUWS EN ACHTERGROND