Angel’s Egg (4K re-release)

****
recensie Angel’s Egg
Alsof de tijd is bevroren

door Cor Oliemeulen

Een klein meisje met droevige ogen zwerft door een verlaten, versteende stad die deels onder water staat. Onder haar jurk draagt ze een groot ei, dat ze angstvallig beschermt. Een jongen, met een wapen in de vorm van een kruisbeeld op zijn schouder, volgt haar. Hij lijkt geïnteresseerd in het ei. Soms rijden er grote machines door de stad en zien we schimmen van soldaten die op grote schaduwen van vliegende vissen jagen. We kijken naar Angel’s Egg (1985), een vergeten meesterwerk dat veertig jaar na de geboorte gerestaureerd in de bioscoop draait.

Het surrealisme van de Japanse filmmaker Mamoru Oshii doet nauwelijks denken aan dat van Salvador Dalí. Dit Spaanse boegbeeld van het surrealisme zou de beelden in Angel’s Egg fantastisch hebben gevonden, maar de pure, onafgebroken somberheid zou voor hem vast te monotoon zijn geweest. Dalí’s werk is vaak theatraal en vol (bizarre) energie, Oshii’s met de hand getekende film is stil, kil en melancholisch.

Angel's Egg

Hier steken gigantische, verlaten gebouwen willekeurig uit het water omhoog, alsof ze de restanten zijn van een lang verdwenen beschaving. De architectuur voelt onlogisch en onbewoonbaar: geen echte stad, maar een droomdecor. Er zijn slechts twee ‘levende’ mensen – het meisje en de jongen – die nauwelijks een paar zinnen met elkaar wisselen. Allebei lijken ze op een missie, een pelgrimstocht. Alles om hen heen lijkt stil te staan, alsof de tijd zelf is bevroren.

Meditatieve ervaring
Angel’s Egg laat zich kijken als een kunstwerk, begeleid door psychedelische muziek, vaak met de etherische stemmen van een koor. De sfeer is 72 minuten lang dystopisch, donker, dromerig, raadselachtig. De achtergronden zijn rijk en gedetailleerd, alsof elk beeld een schilderij is. Tegelijk zijn de personages juist eenvoudig getekend. Dit sterke contrast benadrukt hoe klein en kwetsbaar ze zijn in deze schaduwrijke wereld, die vooral existentiële vragen oproept.

Het verhaal kent geen kop noch staart. De jongen vertelt het meisje weliswaar over een zondvloed en de Ark van Noach, waardoor er een zweem van christelijke symboliek ontstaat, maar de kijker hoeft geen nadere uitleg of conclusie te verwachten. Zelfs regisseur Oshii gaf in interviews toe dat ook hij eigenlijk geen idee had waar zijn film precies over gaat. Hij koos voor langzame en schaarse bewegingen, statische shots, symboliek en stilte. Een meditatief tempo dat uitdaagt voor je eigen interpretatie. Of voor een moment van innerlijke rust.

Angel's Egg

De symboliek van water
Mamoru Oshii zei dat hij zich sterk had laten beïnvloeden door de Russische filmmaker Andrej Tarkovski. Zo staat in diens Solaris (1972) water symbool voor herinnering, schuld en een innerlijke strijd; de oceaan is zelfs een soort levend bewustzijn. En net als in Tarkovski’s Stalker (1979) is Angel’s Egg traag, mysterieus en filosofisch, met een verlaten landschap dat bijna een eigen persoonlijkheid heeft. Bij Oshii staat water niet alleen voor vernietiging, maar ook voor stilstand, reflectie en misschien zelfs wedergeboorte – zoals de slotscène doet vermoeden.

Het is bijzonder dat Paradiso Films de filmliefhebber anno 2025 deze unieke, meditatieve kijk- en luisterervaring gunt. Angel’s Egg was destijds een enorme financiële flop. Mamoru Oshii kon hierna drie jaar lang geen werk krijgen. Hij noemde de film “een beklagenswaardige dochter die ik niet goed aan de wereld kon voorstellen”.

Ook Ghibli-regisseur Hayao Miyazaki had zo zijn bedenkingen. Hij vond de film niet slecht, maar begreep dat die zó extreem en compromisloos was, dat hij nauwelijks een publiek kon vinden. Nadat ook Oshii commerciëler ging denken, bereikte hij tien jaar na Angel’s Egg met Ghost in the Shell (1995) zijn verdiende wereldsucces. Die combinatie van filosofische diepgang, actie en een helder verhaal werd later ook door de makers van The Matrix omarmd, maar de stille oorsprong daarvan ligt in Angel’s Egg.

 

9 december 2025

 

 

ALLE RECENSIES

Grave of the Fireflies

****
recensie Grave of the Fireflies
Door brandbommen getekend

door Bert Potvliege

In de slotfase van de Tweede Wereldoorlog slaan de tiener Seita en zijn jonge zusje Setsuko op de vlucht voor de verwoestende brandbommen die hun Japanse thuisland in as leggen. Terwijl hun huis in vlammen opgaat, raakt hun moeder dodelijk gewond. Dakloos en alleen probeert Seita wanhopig te overleven en zijn zusje te beschermen, zelfs door haar de waarheid over hun moeders dood te besparen. Hun ontroerende reis, aangrijpend verbeeld in de animatiefilm Grave of the Fireflies (1988), is een tragische lijdensweg vol verdwijnende hoop. Dit Japanse meesterwerk draait vanaf 28 augustus voor het eerst in de Nederlandse bioscopen. 

Animatiestudio Studio Ghibli behoeft nauwelijks nog introductie, vooral dankzij het wereldwijde succes van grootmeester Hayao Miyazaki (Spirited Away, The Boy and the Heron, The Wind Rises). Iets minder bekend bij het grote publiek is medeoprichter Isao Takahata, maar zijn werk veroorzaakte wel de nodige deining. Hij wordt geprezen om de emotionele diepgang en volwassen thematiek van zijn films (Only Yesterday, Pom Poko, The Tale of the Princess Kaguya). Zijn hoogtepunt Grave of the Fireflies geldt als een klassieker in het genre van de anti-oorlogsfilm.

Grave of the Fireflies

Dat vlammend betoog tegen de humanitaire waanzin van oorlog wordt ontzettend schrijnend door de hopeloosheid te contrasteren met het ontwapenende portret van een onschuldig klein meisje. Het oorlogsdrama snijdt dieper wanneer je haar, temidden van de verwoesting, ziet spelen en verwonderd vuurvliegjes ziet vangen. Het zachte licht van de insecten weerspiegelt haar kinderlijke fascinatie – een moment van schoonheid in een wereld vol geweld. Verwondering en wreedheid bestaan hier pijnlijk naast elkaar.

Het vuur van pessimisme
Omdat de plot beknopt is en alles draait rond het overleven, creëert Takahata ruimte om de twee kinderen in hun gedrag te kunnen observeren. Zo maken we kennis met Setsuko als het allerschattigste meisje: hoe ze haar geldbeugel van haar hals haalt, hoe ze voorzichtig een kom water draagt zonder te morsen. Dit lijken maar details, maar ze vormen de kern van Takahata’s intentie. De ellende – en zodoende de boodschap – komt harder binnen wanneer de kijker enkel mededogen voelt voor haar. De rode kleur die vaak het scherm vult, symboliseert de dreiging die dichtbij sluimert. De vuurvliegjes die haar fascineren, worden visueel gespiegeld in de brandbommen die uit de lucht neerdalen.

Seita is een complexer personage: hij moet niet alleen voor zichzelf sterk zijn, maar ook voor zijn kleine zusje. Verzwolgen door het verdriet om het verlies van hun moeder en de verantwoordelijkheid om voor Setsuko te zorgen, zet hij een masker op om haar in het ongewisse te houden over de ellende van hun situatie: ze krijgen geen onderdak meer bij hun tante, ze zijn genoodzaakt eten te stelen, Setsuko wordt ziek door de ontbering. Ondanks zijn liefde voor haar, die hem op de been houdt, lijdt Seita zwaar onder hun situatie. Het feit dat de film begint met de dood van beide kinderen, maakt het verhaal extra aangrijpend en moeilijk te verwerken.

De film roept herinneringen op aan La vita è bella van Roberto Benigni, waarin ook alles wordt gedaan om een kind te beschermen tegen de gruwelen van oorlog. Toch is er een belangrijk verschil: terwijl Benigni als toegewijde vader vooral hoop en positiviteit uitstraalt, is Seita een diep verscheurd personage. Zusje Setsuko kan zijn innerlijke strijd niet doorgronden, maar de kijker wordt onverbiddelijk geconfronteerd met zijn pijn en worstelingen. Hoewel de ontroering die de film oproept enigszins vergelijkbaar is met die van Benigni’s werk, is de teneur daarvan geheel anders. Grave of the Fireflies is allesbehalve een optimistische film.

Grave of the Fireflies

Als een goocheltruc
Een mogelijk minpunt is dat Takahata’s regie soms te nadrukkelijk mikt op emotionele ontlading. Hij lijkt er alles aan te doen om tranen bij de kijker los te weken, waardoor zijn intentie bij momenten te transparant wordt. Hoewel zijn aanpak oprecht aanvoelt, is het mechanisme achter de emotionele sturing niet moeilijk te doorzien. Het roept associaties op met het werk van Florian Zeller, die in The Father en The Son eveneens een sterke nadruk legt op het willen ontroeren. Dat kan oprecht emotioneel zijn (de slotscène van Anthony Hopkins in The Father is hartverscheurend) maar zodra je als kijker achter de schermen begint te turen, vervaagt de magie en blijft vooral de constructie zichtbaar. Takahata laat weinig aan de verbeelding over wat zijn bedoelingen betreft.

Grave of the Fireflies is een krachtig voorbeeld van Studio Ghibli’s kunnen – een harde, oprechte en diep ontroerende film. De band tussen broer Seita en zusje Setsuko is met tederheid en nuance verfilmd, en vormt het hart van het verhaal. Zoals Takahata het bedoeld heeft, worden we nog maar eens geconfronteerd met de gruwel en zinloosheid van oorlog.

 

27 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Slocum et moi

**
recensie Slocum et moi
Te lief eerbetoon aan vergeten avonturier

door Ralph Evers

Joshua Slocum was een Canadese zeeman, avonturier en degene die als eerste persoon alleen rond de wereld is gevaren. Jean-François Laguionie brengt met zijn nieuwste film een eerbetoon aan deze vergeten avonturier. 

Slocum et moi opent met de van regisseur Laguionie bekende pasteltinten, potloodtekeningen en schetsmatige proeven van landschappen en decorsetting. Dit alles ondersteund met door Debussy geïnspireerde muziek volgen we een hap uit het leven van de dromerige jongeman François. Zijn vader Pierre, die de bijnaam Slocum krijgt, is een gesloten man, tikje nors, die wanneer diens werk als marketeer voorbij is, zich wijdt aan zijn werkelijke passie: dingen maken, waaronder eenzelfde boot als avonturier Slocum.

Moeder Geneviève komt wat flets uit de verf, daar zij de goedheid zelve is en zowel haar man als zoon in alles steunt en zich gedwee voegt naar haar rol. Het is tenslotte 1949 in Frankrijk. Dit alles geaccentueerd in een dromerigheid die kenmerkend is voor de films van Laguionie. 

Slocum et moi

Geïdealiseerd verleden
Al met al wanen we ons al gauw in een geïdealiseerd verleden, waar de Fransman z’n alpinopetje draagt, iedereen naar elkaar omziet en er een vredigheid heerst die ernstig contrasteert met de bombardementen van enkele jaren daarvoor. Vader Pierre besluit, nadat de toon van de film is gezet, met het bouwen van een boot in zijn achtertuin. Jawel, eenzelfde boot al Joshua Slocum bouwde en de wereldzeeën bevoer.

Geen onvertogen woord van de buren, geen enkel smetje op het huwelijk van ouders, een man wiens energie, tijd en geld gaat zitten in een naïef project. Deze film kent, zelfs tijdens de jazz-tonen, geen enkele dissonant (of het moet de Lovecraftiaanse Kraken zijn, die het bootje van Slocum in een van diens dagboekvertellingen aandoet). 

En die verheerlijking van die goeie ouwe tijd is in deze tijden nog kwalijk ook. Temeer wanneer je alle kleinburgerlijke bekrompenheid uit beeld houdt. Het is dan ook best ironisch dat die goede oude tijd, waar Slocum zich afspeelt, met digitale middelen is gemaakt. Hierdoor gaat evenwel het authentieke, simpele, dat deze film poogt te ademen, binnen de lijntjes verloren.

Slocum et moi

Loslaten
Slocum doet denken aan een herhaling van Louise en hiver, waarin vrijwel dezelfde nostalgie wel werkt. Het is een sfeer die opgeroepen wordt, die raakt aan verlangens die de meesten van ons wel hebben. Een kindertijd die verloren is, een paradijs verloren. Het is tegelijkertijd een beperkt venster dat Laguionie op de wereld laat, waarbij het interessant is hoe gemakkelijk je mee wilt gaan in die idealisering, dat smetteloze, dat dromerige en magisch realistische van een kind.

Edoch, als deze fata morgana al bij de aftiteling knapt, heb je als maker toch iets gemist. Al het paradijselijke morgen- en avondrood en de kinderlijke idylle ten spijt, zou je toch enige wijsheid van de inmiddels 85-jarige Laguionie verwachten.

Maar nee, de door de tijd tot zorgeloze jeugdherinneringen vervormde herinneringen van Laguionies jeugd, doen geen recht aan de kijker. Ze fungeren slechts als behoefte van een oude man die moet gaan loslaten wat nooit perfect was.

 

20 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Flow

****
recensie Flow
Vriendelijk portret van dierencommunicatie

door Bob van der Sterre

Flow is geen zoetsappige film, heeft geen dieren die propvol ironische kwinkslagen door het leven gaan, maar toont dieren zoals ze echt zijn: grappig, intelligent en speels.

Een zwarte kat. Oren in de nek. ’Mauwww…’ En dan, recht op hem af: een muur van water. Een labrador retriever wil op zijn tak meeliften. De kat blaast, maakt een slaande beweging. En de tak breekt.

Even lijkt er een redding te zijn: het favoriete huis met beelden van katten. Maar het waterpeil blijft stijgen. Uiteindelijk biedt een boot redding aan de kat, met een ringstaartmaki, een capibara en een secretarisvogel. En wat asociale honden.

Flow

Grenzen verleggen
Het is een wereld van mensen, je ziet huizen, steden, kunst, maar… zonder mensen. De film geeft er geen verklaring voor. Maar wie had die moeten geven? De dieren spreken alleen in hun eigen taal.

Deze Letse film van de maar net 30-jarige regisseur Gints Zilbalodis is een verzorgde productie. De muziek is mooi – en niet van het genre dat je emoties door de strot duwt – de animatie knap (let bijvoorbeeld alleen maar op de beweeglijke oren en ogen) en het verhaal gaat niet eens overboord met thema’s als vriendschap of familie. Het zit er wel een beetje in, dit is duidelijk een groep buitenbeentjes, maar het hinderde niet, en ook niet dat er eigenlijk niet eens echt een verhaal is, meer een reeks gebeurtenissen, met een bovennatuurlijk tintje.

Het is een type film waarvoor je als maker grenzen moet verleggen. De ontmoetingen op de boot zijn allemaal luchtig, maar toch ook vooral dierlijk én biologisch. De knorrende en nonchalante capibara; de verzamelende maki en de secretarisvogel met zijn hautaine houding. Maar ook zijn er doordachte, soepele camerabewegingen, zoals wanneer een vogel met de kat vliegt, of als de kat de mast opklimt voor uitzicht of als vogels in de lucht met elkaar duelleren.

Speels en intelligent
Technisch is het ook een interessante prestatie. Flow werd gemaakt met de open-source software Blender. De dierengeluiden zijn echt, op die van de capibara na, die te schril klinkt om een hele film naar te kunnen luisteren. Het is allemaal iets nieuws in het platgelopen dierenanimatiegenre. De moeite werd op prijs gesteld: de film kreeg de juryprijs en publieksprijs bij het animatiefilmfestival van Annecy. En trok veel Letten naar de film.

Flow

Misschien is het script (van Matīss Kaža) een van de beste dingen van de film. Er is drama, humor en avontuur, zonder dat je er een de ander in de weg zit. De film is ook komisch op een echte, dierlijke manier. De kat die een haarbal dropt (grote ogen bij de maki). De capibara die bananen plukt. De maki die per se zijn collectie bijeen wil houden. De secretarisvogel die het niet pikt als iemand anders de boot wil sturen.

Het perspectief van dieren zorgt ervoor dat je ze nog meer bewondert. Ze zijn zo speels en intelligent. Soms blijkt waarom ze dat zijn: omdat ze de brute kant van de natuur moeten kunnen overleven.

Knappe productie zal vooral een plezier zijn voor de dierenliefhebbers in de zaal.

 

23 december 2024

 

ALLE RECENSIES

Inside Out 2

***
recensie Inside Out 2
Kwalitatief uitmelken

door Bert Potvliege

Met Inside Out 2, het vervolg op de enorm succesvolle film uit 2015, bevestigt animatiestudio Pixar een zoveelste keer een boeiende Amerikaanse evenknie te zijn van de Japanse Studio Ghibli. De sequel neemt een duik in de vroege tienerjaren van hoofdfiguur Riley, waarbij de zo herkenbare angst erbij te willen horen de bovenhand neemt.

Halverwege de jaren negentig kwam Pixar via de grote deur binnen met de allereerste digitale langspeeltekenfilm, Toy Story. In de daaropvolgende jaren bleef het uitstekende kwaliteit leveren, met The Incredibles en WALL-E als hoogtepunten. Als slachtoffer van haar eigen succes zag de studio zich geneigd vervolgfilms te maken op haar grootste successen. Het is daar dat het kwaliteitslabel barsten begon te vertonen. Zo wensen we de hele Cars-franchise te willen vergeten. Inside Out 2 bevindt zich ergens in het niemandsland tussen een kwaliteitsvolle prent, die heus geslaagd te noemen valt, en het uitmelken van intellectual property.

Inside Out 2

Angst op kamp
De eerste Inside Out raakte een gevoelige snaar. Met prachtige animatie en dito verbeelding, tot lachkrampen aanzettende gags en een gezonde dosis ontroering onderzocht de film hoe verdriet en neerslachtigheid de bovenhand kunnen nemen in een kind. Dit werd origineel verpakt in een verhaal over de vijf primaire emoties die als figuurtjes in ons hoofd het lichaam en geest aansturen. Spilfiguur Sadness diende maar op een knop te drukken op het controlepaneel in Riley’s hoofd, waarna het kind het op een huilen zette.

De film zou een impact hebben op de manier waarop we kinderen leren zichzelf te leren kennen: gelukkig zijn gaat over meer dan plezier hebben, verdriet heeft zijn nut in ons welbevinden en moeilijke gevoelens hoeven niet onderdrukt te worden. Het was een wondermooi compliment voor een studio die naar onze mening te traag en te kleine stappen vooruit zet in het geven van grotere diepgang aan mainstream animatiefilms. Ghibli ligt hierin mijlen voorop, met de onlangs verschenen zwanenzang van Hayao Miyazaki, The Boy And The Heron, op kop.

In Inside Out 2 duiken enkele nieuwe emotie-personages op, met Anxiety als voornaamste dwarsboom in het leven van Riley. De ondertussen dertienjarige jongedame mag op hockeykamp en wil graag bij de oudere, populaire meisjes horen. Anxiety zet haar ertoe aan zich beter voor te doen dan ze is. Dit vertaalt zich bij Riley in het vertonen van geforceerd sociaal wenselijk gedrag, waarbij paniek en stress langzaam hun intrede doen. Ze verliest steeds meer uit het oog wie ze eigenlijk is.

Plezier en verdriet in de bioscoopzaal
Pixar heeft de middelen en het talent om een boeiend resultaat neer te zetten, wat hun filmografie aantoont. Het leidt ertoe dat de verwachtingen steevast hooggespannen zijn iedere keer dat de studio met de befaamde bureaulamp in haar logo een nieuwe film uitbrengt. In die zin is de missie geslaagd, want net zoals de oorspronkelijke Inside Out heeft dit vervolg het potentieel een kind te helpen begrijpen wat het meemaakt tijdens het opgroeien. Het voortdurend heen en weer knippen tussen wat Riley op kamp beleeft en wat zich in haar hoofd afspeelt, getuigt opnieuw van een heldere narratieve cohesie. De animatie oogt bovendien wondermooi.

Inside Out 2

Dat de sequel op enkele vlakken stokt, hangt als een donkere wolk boven de prent. De filmmakers raken niet volledig weg met hun toelichting over de werking van de feeërieke wereld in het hoofd. Hoe onze helden dienen terug te geraken naar de controlekamer van Riley’s brein, is wat bij de haren getrokken. Die queeste is bovendien ontzettend gelijkaardig aan de plot uit het eerste deel, wat nauwelijks te vergeven valt. Kan het te maken hebben met het feit dat Pixar-legende Pete Docter (regisseur van Up), die coscenarist en -regisseur was bij de eerste Inside Out, hier enkel optreedt als uitvoerend producent?

De iets gebrekkige humor is een volgend probleem. De film is heus amusant en er mag regelmatig gelachen worden, maar enkel de scène in de kluis is een echte giller – zo is het onmogelijk het niet op een gieren te zetten met het personage Pouchy. Een te snel afgehaspeld eind en het feit dat de ontroering, net als de humor, onvoldoende hoogtepunten kent, weerhouden de film ervan een topper te zijn.

Hoop voor de toekomst?
De laatste keer dat Pixar waarlijk hoge toppen scheerde, was met het in 2020 verschenen Soul. Het verschil met Inside Out 2 is opmerkelijk. Dit nieuwe avontuur is een geslaagde en zinvolle film, maar het gemis aan originaliteit en goeie vondsten is voelbaar. Gezien het enorme succes van deze sequel, twijfelen we er niet aan dat een volgende film spoedig groen licht zal krijgen. Wedden dat Riley verliefd wordt in deel drie?

 

17 juli 2024

 

ALLE RECENSIES

Verslag Kaboom Animation Festival 2024

Kaboom Animation Festival 2024:
Rijk en divers

door Ralph Evers

De vijfde editie van het Kaboom Animatie Festival (voorheen bekend als het Holland Animation Film Festival, HAFF) is afgelopen vrijdag van start gegaan in Utrecht. En hoe! Met direct een rijk en divers programma, dat de Nederlandse première van The Peasants (Chłopi) had als afsluiter van de eerste dag.

Het thema van deze editie is ‘Welcome Home’, en omdat de artistiek leider van Kaboom haar wortels in Polen heeft, zijn er enkele shorts-programma’s gewijd aan Polen. Naast haar thuisland is er speciale aandacht voor Iran, een LGBTQI+-programma en de feature film Sultana’s Dream, geïnspireerd op de Bengaalse schrijfster Rokeya Hossain, die in 1905 een verhaal schreef waarin vrouwen aan de macht zijn en niet de mannen.

Kortom, waar animatie in staat is grenzen te overschrijden, onmogelijkheden te beslechten en de verbeelding rechtstreeks en op originele wijze kan aanspreken, doet ze dat deze editie dan ook met verve op zowel aantrekkelijke als uitdagende of veeleisende wijze.

Banquet

Banquet

Polen, Polen
Waar het land cultureel homogeen is, is haar animatie verrassend pluriform. Loodzwaar, diepzinnig, poëtisch, vrolijk, grappig, lichtvoetig, ondeugend, eigenwijs, formeel zijn zo een aantal tekortschietende woorden om de diversiteit van de Poolse animatieshorts in taal proberen te vangen. Er lijkt een nadruk op zintuiglijkheid te liggen. De mens, Pool, in diens al dan niet bedreigende omgeving. De vele close-ups van neuzen, ogen, monden, oren, karakters die zich in vervreemdende omgevingen bevinden, bespied worden, op zoek zijn naar elkaar of als volstrekte vreemden in een eindeloze loop langs elkaar heen leven (Tango, 1980).

Daarnaast de vele transformaties: soms in simpele lijnen die vlakken of rondjes worden en verrassend duidelijk weten weer te geven wat er bedoeld wordt, mede dankzij een effectieve geluidsband. Soms in een strakke lijn de vele gelijkenissen tussen onze – in dit geval – vernietigingsdrang en de geordende chaos van moeder natuur in het uiterst fraai en intelligent weergegeven Airborne van Andrzej Jobczyk.

Ook het experimentele karakter van de Poolse cinema blijft niet onderbelicht. Een iconisch voorbeeld hiervan is A hard-core engaged film van Julian Antonisz, die rechtstreeks op filmtape kliederde met verf. Het resultaat is een chaotische, verfrissende, kinderlijke punk-creatie en natuurlijk een middelvinger naar het beklemmende Sovjetregime met al z’n neurotische verboden. Het even zo subtiel rebelse Banquet (Bankiet) is de moeite waard omdat de rollen tussen het diner en de elitegasten op een verrassende, Svankmajeriaanse wijze worden omgedraaid, met fatale gevolgen! Ichthys van Marek Skrobecki valt op door z’n naargeestige sfeer, prachtige soundtrack en tragische afloop.

Chłopi
Eind 19e eeuw schreef de Poolse Nobelprijswinnaar van de literatuur Władysław Reymont het boerenepos Chłopi (de boeren), waarin hij naast het hoofdverhaal veel aandacht besteedde aan de met de seizoenen samenhangende rituelen van het boerenleven. Reymont verwachtte dat de moderne tijd de rituelen en gebruiken van vroeger zou doen vergeten en dus besloot hij dit vast te leggen in dit boek. Deze gebruiken en rituelen vormen ook het kader van de gelijknamige film.

The Peasants

The Peasants

Van het duo Welchman en Welchman, dat eerder naam maakte met Loving Vincent, komt nu, wederom geheel in olieverf geschilderd, de verfilming van dit verplichte leesvoer in het Poolse onderwijs. Een film over Polen vanuit Polen boordevol prachtige details en knipogen naar de Poolse realisten van die tijd, zoals Józef Chełmoński, Leon Wyczółkowski, Stanisław Masłowski, Władysław Ślewiński, maar ook internationaal bekende schilders als Jean-François Millet, Pieter Breughel de Oudere, Edvard Munch en Johannes Vermeer, zijn een ware lust voor het oog.

Het verhaal van Reymont heeft een paar updates gekregen, waarin meer nadruk komt te liggen op het geweld vanuit het patriarchaat, de vernietigende werking van roddel en achterklap en de hang van de goegemeente, zeker wanneer die in onzekerheid verkeert, naar een vijand. Geen spiegel is meer nodig, want al het kwaad past de vijand zo goed.

In Chłopi valt deze rampspoed de knappe, maar naïeve Jagna ten deel. De mens is niet groots, kent een wankel geciviliseerd evenwicht en weet doorgaans haar kwaad middels allerlei drogredenen, valse voorstellingen van de realiteit en projecties goed te praten. Alle basale menselijke emoties, zoals afgunst, verlangen, hebzucht, haat en angst zijn rauw, onopgesmukt en invoelbaar in beeld gebracht, werkelijk verbluffend en met die heldere kleuren glanst ‘s menschens toorn des te schrijnender. Tel hierbij de traditionele Poolse folkmuziek, die met verve gespeeld wordt, en je stelt jezelf zo voor in dat landschap, met helaas, die mensen. 

Poetry in Motion
Het experimentele blok korte animatiefilms. Verwacht geen gemakkelijke kost, maar laat je geest verruimen met de mogelijkheden en de hedendaagse creaties binnen animatie. Elf films passeerden de revue, variërend van ‘daar wil ik meer van zien’, tot ‘zzz… huh, nog steeds bezig’. Hoewel er werk tussen zat dat qua lengte af voelde, bleef het idee dat we naar ‘proeven van’ kijken. Een proeve van hybride mensen in The Posthuman Hospital, onheilspellend, en smakend naar meer. Een proeve van een ironisch spel met taal, woorden en animatie in Miserable Miracle. Of een uitdaging van wat dit nu weer probeert uit te beelden: The Hour Coat? Waar een leek een oefening in herhaling ziet, zonder dat er ontwikkeling ontvouwt. Waar de ene na de andere interpretatie hout snijdt en op stukloopt. Als animatiesommelier zou ik zeggen dat dit blok goed gedecanteerd moet worden en dat ze vooralsnog te vroeg gedronken is.

Here, Queer and totally Sincere
Een blok kortfilms met een duidelijke boodschap, waarbij de hoop is dat zich ook veel cis gender hetero’s zich melden, want een aantal films heeft een educatieve rol. Voor iemand die zich herkent in de LHBTQI+-beweging is het je anders voelen, zo leren we, een belangrijk deel van je dagelijkse ervaring. Dat perspectief als uitgangspunt van de beleving van een film nemen is dan vooral educatief voor diegenen die de meerderheid en de norm uitmaken. Voor de LHBTQI+’er is dit vooral een bevestiging. De films kenmerken zich door een meer serieuze en heroïsche toon, waar veel ruimte is voor kwetsbaarheid. Gelukkig is er ook voldoende ruimte voor humor, zoals een aloud sprookje waar de prins, geheel in tegenspraak met de verhalenverteller, van de herenliefde is, och arme prinses toch!

Sultana’s Dream

Sultana’s Dream

Sultana’s Dream
De tendens die her en der dit programma al zichtbaar werd, het doorbreken van het patriarchaat, viering van seksuele diversiteit en de keur aan experimentele kortfilms, kent in Utrecht op zondag haar apotheose in de origineel getekende biopic van de Bengaalse feministische schrijfster Rokeya Hossain (1880-1932). In 1905 schrijft ze een utopische roman, Ladyland, waarin vrouwen aan de macht zijn en mannen de huishoudelijke taken op zich nemen. De wereld zou een safe space voor vrouwen zijn.

De Spaanse onderzoekster en kunstenares Inés treft dit boek per toeval en, gefascineerd door de schrijfster en het verhaal, gaat zij op onderzoek naar de oorsprong en nalatenschap van Rokeya Hossain. De kijker wordt hierbij getrakteerd op een animatiestijl die doet denken aan Lotte Reinigers Die Abenteuer des Prinzen Achmed uit 1926. Het verhaal ontvouwt zich gedeeltelijk aan de chronologie van Hossain, waar tal van thema’s aan gehangen worden. Thema’s als de rol van vrouwen in de wereld, vrijheid, machtsstructuren, persoonlijke reflecties, de rol van religie. Hierin valt op het hoge intellectuele niveau van de dialogen die Inés met verschillende vertegenwoordigers rondom deze thema’s spreekt. De manier waarop deze dialogen gevoerd worden, lijken de kijker indirect uit te nodigen mee te praten, of in ieder geval je aan het denken te zetten.

Hoewel een aangename kennismaking met een schrijfster die nauwelijks bekend is, had de film meer mogen dromen om de wereld die Hossain voor ogen had, nader uit te werken. Belangrijk is dat we blijven dromen en scheppen.

Het Kaboom Animation Festival 2024 is nog tot en met 14 april te zien in Utrecht, Amsterdam en online. Lees hier het programma.

 

9 april 2024

 


MEER FILMFESTIVAL

Robot Dreams

****
recensie Robot Dreams
Robotvriend tegen eenzaamheid

door Cor Oliemeulen

Tien jaar geleden bewees Spike Jonze met Her, waarin een man verliefd wordt op de stem van het besturingssysteem van zijn computer, dat technologie kan worden ingezet om de leegte in het menselijk bestaan op de vullen. Een decennium later toont Pablo Berger met Robot Dreams (genomineerd voor de Oscar voor beste animatiefilm) dat de introductie van een heuse robotvriend dichterbij is dan ooit.

De bioscoopbezoeker krijgt tegenwoordig het nodige voor zijn kiezen. De aanloop naar de atoombom (Oppenheimer), een man die zich te pletter valt (Anatomy of a Fall), de ondergang van een obese man (The Whale), afgeknipte vingers (The Banshees of Inisherin) en non-stop knallen en knokken (John Wick: Chapter 4) zijn slechts enkele voorbeelden. Films zonder geweld en ellende lijken al snel saai, maar dan ineens verschijnt daar een masterclass storytelling als Past Lives, dat je doet voelen wat echt belangrijk is in het leven: eenvoud, vriendschap en oprechtheid. Ook Robot Dreams voldoet aan die drie criteria.

Robot Dreams

Eenvoud
Pablo Berger kennen we vooral van Blancanieves (2012), een bewerking van het sprookje Sneeuwwitje van de gebroeders Grimm. Zijn animatiefilm Robot Dreams baseerde de Spaanse filmmaker op de gelijknamige striproman van de Amerikaanse auteur Sara Varon. Berger liet zich imponeren door de verrassende eenvoud van de vriendschap tussen een hond en een robot, maar ook door de simpele tekenstijl. Zijn film is een combinatie van analoog 2D en moderne technieken.

Al lang voordat de regisseur toestemming kreeg om Varons stripverhaal te verfilmen, had Pablo Berger het script al min of meer klaar. Het was hem duidelijk dat het een tragikomedie moest worden, bevolkt met personages die dieren zijn maar zich als mensen gedragen. Dat blijkt een goede keuze, want ‘gewone’ cartoonkarakters werken (Japanse Ghibli-films bijvoorbeeld daargelaten) doorgaans juist meer overdreven dan realistisch. Dat realisme in Robot Dreams wordt versterkt door de tijd waarin het verhaal zich afspeelt: de jaren 80 in New York. In een interview legt de regisseur uit waarom hij houdt van het idee van film als een tijdmachine. “We wilden een echte historische film maken en trouw blijven aan de geluiden, het uiterlijk, de kleding, de winkels – al die details, tot aan de geluiden van de alarmen, de ambulancegeluiden op straat.”

Die bijna chirurgische precisie staat tegenover het gegeven dat de film verstoken is van gesproken dialogen (net als Blancanieves, dat de personages als eerbetoon aan de stomme film laat praten middels schermvullende bordjes). De personages in Robot Dreams maken wel zo nu en dan piep- en fluitgeluiden om hun gemoedstoestand te versterken.

Vriendschap
Deze animatiefilm, die zijn Nederlandse première al beleefde in oktober tijdens het Imagine Film Festival, gaat vooral over vriendschap. We maken kennis met de eenzame Dog, die na het wegwerken van zijn dagelijkse magnetronmaaltijd van macaroni met kaas en het stompzinnige zappen op televisie, een kameraad wenst. Hij ziet de reclame van een zogenaamde Amica 2000 en bestelt deze robotvriend. Nadat er een groot pakket is bezorgd, gaat Dog de robot in elkaar zetten. Hoewel de fabrikant geen Ikea heet, houdt Dog wat schroeven over, maar zijn grijskleurige robotvriend doet het gelukkig. Nog wel.

Robot Dreams

Dog neemt Robot mee de metro in, ze wandelen samen in Central Park, gaan rollerskaten op de klanken van September van Earth, Wind & Fire, kijken The Wizard of Oz en gaan naar Ocean Beach. Ze zonnen, zwemmen en duiken. Maar helaas heeft Dog de gebruiksaanwijzing van Robot niet goed gelezen, want zijn mechanische metalen vriend kan niet tegen water. Sterker nog, Robot kan nog maar alleen zijn hoofd bewegen en blijkt te zwaar om te dragen. Het is de laatste dag van de zomervakantie en het strand en de boulevard gaan pas weer open op 1 juni van het volgende jaar. Wat Dog vervolgens ook probeert, hij moet al die tijd wachten om samen met zijn nieuwe vriend weer leuke dingen te kunnen ondernemen.

Oprechtheid
Tot die tijd volgen we Dog die probeert om nieuwe vriendschappen aan te gaan, maar zich geconfronteerd voelt met het verlies van zijn trouwe vriend. Ondertussen zien we Robot liggen op het strand, dromend over zijn avonturen met Dog, terwijl de seizoenen verstrijken, een vogel een nestje op hem bouwt en iemand met een metaaldetector angstvallig in de buurt komt.

De grote vraag is of de twee gezworen vrienden elkaar ooit zullen terugzien. Dog heeft weliswaar de datum van 1 juni groot omcirkeld op de kalender, maar kan hij wel zo lang wachten, of koopt hij een nieuwe robotvriend?

Pablo Berger gebruikt humor en inlevingsvermogen die ook de jonge kijker goed zal begrijpen en blijft tot en met het onverwachte einde trouw aan de oprechte gevoelens van zijn protagonisten.

 

9 februari 2024

 

ALLE RECENSIES

White Plastic Sky

****
recensie White Plastic Sky
Een vermo(l)mde dystopie

door Ralph Evers

Hoewel deze film zich op de keper beschouwd laat ontvouwen als een dystopische verhandeling, zitten er genoeg losse einden in om tot een heel andere beschouwing te komen. 

Ga er even voor zitten. Oh nee, je zit natuurlijk al, in de bioscoopstoel. Maak het jezelf gemakkelijk, niet dat de film je erg uit je comfortzone zal halen, maar meer omdat hetgeen je gaat zien, wel, grote kans dat je onder de indruk zult zijn. Deze Hongaren hebben iets unieks gemaakt met animatietechnieken. Een animatiefilm waarvan je af en toe vergeet dat het een animatiefilm is. En dan niet zoals The Congress die half animatie, half ‘echte’ film is, maar gewoon, omdat het zo’n lekker symmetrisch passend verhaal is.

White Plastic Sky

Symmetrie
White Plastic Sky (originele titel: Müanyag Égbolt) speelt zich grotendeels af in Boedapest in het jaar 2123. Al het leven op aarde is al een aantal jaren, decennia, daarvoor verwoest en ternauwernood kon een deel van de bevolking gered worden onder de beschermende koepel die over Boedapest gebouwd is. Hoe die samenleving functioneert, krijgen we niet uitgelegd, maar in de visuele details wordt al het nodige zicht- en denkbaar. De symmetrische stad, met haar strakke straten en punctuele ritme, doen denken aan de natte droom van elke autocraat. Ook leeft een ieder 50 jaar, waarna diegene afgevoerd wordt om uiteindelijk als voedsel weer terug te komen in de stad. Buiten Boedapest is een biodome waar men mensen laat transformeren tot bomen. Ja, op je vijftigste krijg je het Zaad in je hart geïnjecteerd waarna je tot boom zult verworden. 

Het verhaal cirkelt rond de bewoners Stefan en Nora. Hij is een psychiater van 28 en zij voorheen de moeder van hun zoontje, nu 32, waardoor het opnieuw starten van een gezin lastig wordt. Ze besluit zich vrijwillig te laten injecteren met het Zaad, tot ontzetting van Stefan. Wat volgt is een odyssee waarin Stefan alles op alles probeert te zetten om de daad van zijn geliefde ongedaan te maken. Het leidt tot verrassende wendingen en mooi vormgegeven sfeerimpressies van een apocalyps. 

White Plastic Sky

Effectieve tekenstijl
De film past een effectieve tekenstijl, rotoscope genaamd, waarbij echte acteurs worden gebruikt. Zij worden als tekening gereanimeerd. Dit alles wordt gecombineerd met computer gecreëerde visualisaties van apocalyptische landschappen en echte materialen, ook wel liveaction genoemd. Het maakt de film, ondanks dat ze een animatiefilm is, zoals gezegd, echt.

Wie de film afzet tegen de geschapen werelden in dystopische romans als Zamyatins Wij, Huxleys Brave New World of Orwells 1984, zal de symmetrie herkennen, hetgeen refereert naar de in autocratisch ingerichte werelden eenvormige en herkenbare esthetiek. Zo ook de gebruikelijke aandacht in dergelijke verhalen voor de enkeling die zich begint te verzetten tegen de wetten van de huidige wereld(orde). Het siert de film dat ze het verhaal klein houdt, veel in het ongewisse laat en weinig nadruk op heroïek legt. De makers kiezen voor een interessantere benadering dan een louter protest tegen een totalitair systeem wat we dan als metafoor voor onze eigen wereld kunnen houden. Door juist te kiezen voor de menselijke benadering, wordt de film niet alleen invoelbaar, er ontstaat ook ruimte voor een veelvoud aan interpretaties. De kracht van dit verhaal zit ‘m juist in het klein houden van het vertelde.

 

2 november 2023

 

ALLE RECENSIES

No Dogs or Italians Allowed

****
recensie No Dogs or Italians Allowed
De geestige wortels van regisseur Alain Ughetto

door Bob van der Sterre

Een van de revelaties bij het laatste IFFR (International Film Festival Rotterdam) was de stopmotionfilm No Dogs or Italians Allowed. “Weten waar ik vandaan kom, vind ik een geruststellende gedachte”, zegt regisseur Alain Ughetto. Een vriendelijke film die moeilijke thema’s op lichtvoetige manier aanpakt.

Ughetto bouwt de set en praat tegelijk in het geboortedorp van zijn familie, Ughetterra, met zijn oma, Cesira. Zij blikt terug op hun geschiedenissen, terwijl ze zijn enorme mensensok stopt.

Het is begin twintigste eeuw. Luigi en Cesira komen uit Italië en gaan hun geluk beproeven in Frankrijk. Luigi (de opa van de regisseur) is handig en gaat er werken. Dat is het begin van hun droomhuis.

De ontwikkelingen in de wereld doorkruisen hun plannen. Oorlogen (Abessinië, Eerste Wereldoorlog)… De Spaanse griep… Fascisten… Discriminatie… Er gebeurt ontzettend veel. En dan dient de volgende generatie zich alweer aan.

No Dogs or Italians Allowed

Een kind van migranten
Alain Ughetto, een Franse regisseur, besefte een tijd geleden dat zijn roots elders lagen. In een interview met de Filmkrant zei hij: ‘Mijn vader verliet Italië om opgeleid te worden in Frankrijk. Hij was zeventien toen hij de Franse nationaliteit kreeg. Pas toen ik me in dit verhaal verdiepte, realiseerde ik me dat ik zelf ook een kind van migranten ben.’

Ughetto ging na het overlijden van zijn vader op zoek naar ‘het dorp waar iedereen Ughetto heet’ in Italië. En het bleek te bestaan: Ughettera. ‘Iedereen heet daar Ughetto. In elk geval op de begraafplaats.’

De wortels van zijn leven waren ook de wortels van zijn film, die de IFFR-publieksprijs net niet won, maar wel de European Film Award voor beste animatie.

Ughetto verzon het meeste over de familie die hij laat zien. Dat kwam omdat hij weinig bronnen over zijn familie had. In hetzelfde interview met de Filmkrant: ‘De mensen van Italiaanse origine kennen hun eigen geschiedenis niet. Ze besloten dat ze Frans moesten worden, Franser dan de Fransen, dus Italië hebben ze uit hun geheugen gewist. Men wil het niet meer weten.’

Ughetto ziet de wrange parallel met de huidige generatie vluchtelingen die naar Italië gaan. ‘(…) terwijl de Italianen zelf jarenlang overal ter wereld hun arbeid aanboden, en overal heen vertrokken, is de situatie nu omgedraaid. Nu ontvangen ze migranten en weten ze niet wat ze met hen aan moeten.’

Mooie vondsten in een lichtvoetig verhaal
Het klinkt allemaal als een vrij pittig politiek verhaal – en dat komt ook een beetje door de misleidende titel – maar hier heb je de mooie uitdrukking ‘niets is minder waar’ voor: de film verrast met een geestige en lichtvoetige aanpak van het drama.

Neem het decor. Ughetto creëert de setting letterlijk in de film: we zien zijn handen het decor bouwen. ‘Het gaat over mijn familie en dan moeten mijn handen ook zichtbaar zijn, dat is natuurlijk.’ Het is ook een familietrekje want zijn vader was een handige man die ‘alles kon maken’, die het weer van zijn vader had. ‘Ik ben zoals hen, maar dan met films.’

Broccoli als bomen, kartonnen huisjes die voor je neus aan elkaar worden gelijmd, een speelgoedkoe die uit elkaar valt, suikerklontjes als muur.

No Dogs or Italians Allowed

Als Alains vader als kleuter huilt in de film, vraagt Cesira aan de regisseur: ‘Alain, kun jij met je vader praten?’ Dat zijn mooie vondsten en dat laat ook zien hoe goed die lichte stijl tegenwoordig past bij de animatie voor volwassenen. Zelfs ondanks de oorlog, het fascisme en de fatale ziektes weet Ughetto het allemaal vrij luchtig te houden. De kijker werkt het weg met een flinke teug droge, zwarte humor. In feite graaft zo’n film net zo diep als een roman – maar mist de pretentie die deze romans vaak onleesbaar maken.

100 jaar eenzaamheid?
Over romans gesproken, de film heeft wat weg van de beroemde roman van Gabriel García Márquez: Honderd jaar eenzaamheid. Hier ook het komen en gaan van generaties. En het is net zo meelevend als die roman. De kijker wordt erin getrokken en voor je het weet leef je met ze mee. En denk je als de Italiaanse fascisten het deel van Frankrijk binnenvallen waar zij nou net zijn gaan wonen: hoeveel pech kan een gezin hebben?

Een mooi moment in de film is als de broers voor militaire dienst worden opgeroepen, wat ze aanvankelijk als een grote grap zien, maar ze keren terug, gebroken, om vervolgens voor wéér een oorlog te worden opgeroepen… Zo vrolijk zijn ze niet meer; ze hadden nog geen idee hoe verschrikkelijk moderne oorlogen waren geworden. Die herhaling maakt het ontzettend wrange ook weer komisch, en dat is het kenmerk van verfijnde humor.

 

17 mei 2023

 

ALLE RECENSIES

Aurora’s Sunrise

**
recensie Aurora’s Sunrise
Het gewicht van de Armeense genocide

door Tim Bouwhuis

De geanimeerde documentaire Aurora’s Sunrise tekent een onvoorstelbaar dunne lijn tussen de persoonlijke beleving van een historisch trauma en de representatie daarvan. Luttele jaren na het ontvluchten van de Armeense genocide (1915) werd een getroffen tienermeisje in New York gecast als vertolker van haar eigen leed. Deze gemankeerde film over haar leven zorgt voor gemengde gevoelens: de makers onderstrepen terecht hoe belangrijk het is deze volkenmoord te erkennen en te memoreren, maar stappen daarbij te makkelijk over de schrijnende rol van de door Hollywood misbruikte Aurora heen.

“Ik was geen actrice”, zegt Aurora Mardiganian aan het begin van deze aangrijpende vertelling over haar leven. Als minderjarig weesmeisje belandde ze door de hulp van Amerikaanse missionarissen in New York, waar haar pogingen om haar eerder geëmigreerde broer te vinden de aandacht trokken van journalisten. In 1918 kreeg ze de kans haar memoires te publiceren: eerst in de krant, later in boekvorm. Het duurde niet lang voor Hollywood op de stoep stond.

Aurora's Sunrise

Archief, animatie en representatie
Aurora’s verhaal is onwaarschijnlijk, maar waar. In 1919 zat ze op de voorste rij van het filmtheater bij de première van Auction of Souls, een stille film over haar eigen trauma. Op verzoek van het meisje maakte de kostuumafdeling zelfs de kleding na die ze tijdens haar vlucht had gedragen. Aurora’s Sunrise verweeft een geanimeerde verbeelding van de veelbewogen reis met beelden van Auction of Souls (in 1994 werden er achttien minuten teruggevonden en later gerestaureerd) en fragmenten uit een archiefinterview met de (dan bejaarde) hoofdpersoon.

Animatie kan een waardevolle techniek zijn om herinneringen op een gevoelige, detailrijke manier te doen herleven, maar in Aurora’s Sunrise voelt de verbeelding van de vlucht meer als een creatieve oplossing (er zijn geen historische opnames, en de beelden van Auction of Souls zijn beperkt en vertekend) dan als een volwaardige artistieke keuze. Dat heeft er deels mee te maken dat de montage (archief, representatie en animatie) gefragmenteerd is, waardoor de animaties niet voldoende op zichzelf staan: de beelden vertellen telkens alleen een opgebroken stukje van het verhaal, en komen op die manier (en door de aanvullende voice-over) maar beperkt tot leven.

Als de animaties kwalitatief hadden overtuigd, had de bewust gefragmenteerde opzet van de film minder zwaar gewogen. Helaas is de dynamiek tussen de verbeelding van mensen en het omringende landschap niet in evenwicht: de schilderachtige decors zien er prachtig uit, maar de mensen bewegen en spreken onnatuurlijk en houterig. Op specifieke momenten stoort ook de muziek: die is tijdens Aurora’s reis soms ongepast opzwepend, alsof we naar een actiefilm in wording kijken.

Het kwaad in beeld
Het is moeilijk om met animatie tot de kern van het kwaad door te dringen. De kunstvorm is vaak een dankbaar poëtisch middel, maar als de film het wangedrag van een stel soldaten richting vrouwen en kinderen verbeeldt doet hij even denken aan Ari Folmans Waar Is Anne Frank? (2021), waarin de nazi’s schetsmatig en door kinderogen worden bekeken en neergezet. Animatie kan uitermate genuanceerd zijn, tot je iets moet animeren dat moeilijk te nuanceren is. Het ware leed wordt in Aurora’s Sunrise dan ook pas tastbaar als de geanimeerde scènes overlopen in Auction of Souls en we een slachtoffer aan een symbolisch kruis zien hangen. In werkelijkheid, vertelt Aurora, wachtte een nog veel vreselijker lot.

Regisseuse Inna Sahakyan stelt alles in het werk om het gewicht van de Armeense genocide over te brengen en invoelbaar te maken, maar vergeet om scherper te reflecteren op de rol van het meisje dat centraal staat. Hollywood kwam Aurora’s verhaal op het spoor en zag een verdienmodel: dat het meisje letterlijk gebukt ging onder het gewicht van haar eigen herinneringen, die ze alleen kon ‘spelen’ door ze opnieuw te beleven, wordt in Aurora’s Sunrise wel duidelijk gemaakt maar niet ontleed.

Aurora's Sunrise

Dubbelgangers
Toen de inmiddels (naar schatting) achttienjarige Aurora (die ook niet zo heette, maar zo wel ’toegankelijker’ was voor het publiek) al lang in een tehuis was opgevangen, en geen premières meer bijwoonde, gebruikten de makers nog steeds dubbelgangers (andere meisjes) om Auction of Souls zo optimaal mogelijk in de markt te zetten. Als de stille film op de aftiteling van Aurora’s Sunrise wordt geroemd om zijn onmisbare bijdrage aan de Amerikaanse liefdadigheidscampagne, voelt dat kortzichtig en ongepast: Auction of Souls had nooit gemaakt moeten worden met Aurora zelf in de hoofdrol.

Sahakyan gaat bovendien te eenvoudig uit van een belangeloze Amerikaanse overheid en een goedhartig cordon van weldoeners (Aurora bevindt zich op een gegeven moment in het welgestelde gezelschap van magnaat John D. Rockefeller en andere rijkelui). Er werden overzees inderdaad talloze wezen opgevangen en de bevolking doneerde massaal, maar de staatsreactie op de genocide was ook een politiek spel, waarbij de regering van Woodrow Wilson in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog een nieuwe landindeling voorstelde en intensief betrokken was bij het voortwoekerende conflict met Turkije (in de complexe overgangsfase van het Ottomaanse rijk naar onafhankelijkheid).

De tol van trauma
Noem het cynisme, maar liefdadigheid heeft in politieke en welgestelde kringen vaak meer dan één doel of betekenis, en Hollywood gaf in 1919 meer om een potentieel kassucces dan om de mentale gezondheid en het reële trauma van Aurora. Deze observaties schijnen zijdelings óók door in Aurora’s Sunrise, maar worden niet onderstreept of hard gemaakt, waardoor de film ondanks zijn goede bedoelingen (internationale erkenning voor – en herinnering van – de Armeense genocide) niet tactvol overkomt. Hoeveel mag een trauma kosten, en wat mag het opleveren? Deze geanimeerde documentaire leert in ieder geval om nog eens kritisch naar de mogelijke tol van representatie te kijken.

 

25 april 2023

 

ALLE RECENSIES