Mountain

***

recensie Mountain

Mysterieuze bergen

door Nanda Aris

Prachtige shots van bergen over de hele wereld, van sneeuw en lava en klimmers die een berg trotseren. Veelal violen begeleiden de mooie beelden. Willem Dafoe praat met zijn diepe en warme stem de film aan elkaar. Maar het tekstuele symbolische sausje dat over de film gegoten wordt, wrijft soms lichtelijk tegen de haren in. 

Jennifer Peedom werk niet voor het eerst aan een film over bergen; ze maakte eerder Miracle on Everest (2008) en Sherpa (2015). Beide films vertellen verhalen over Mount Everest, een van de meest lastig te beklimmen bergen ter wereld. Niet alleen voor Peedom is het bekend terrein, een film maken over bergen, ook cinematograaf Renan Ozturk is geen nieuwkomer op dit onderwerp. Hij en Peedom werkten samen aan Sherpa, en Ozturk deed ook de cinematografie voor Meru (2015), een film over ervaren bergbeklimmers, die de uitdaging aangaan om Mount Meru te beklimmen.

Mountain

Comfortabel
Mountain begint met prachtige shots van besneeuwde bergtoppen. Hoe komt het dat bergen zo’n grote aantrekkingskracht op de mensheid uitoefenen? Dat de mens de drang voelt om een berg te bedwingen?

Dit is niet altijd zo geweest. We worden meegenomen naar vroegere tijden, zien oude plaatjes van bewoners vlakbij bergen. Vroeger liet men het wel uit het hoofd die bergen te beklimmen, maar naarmate ons leven comfortabeler is geworden, zijn we meer en meer het avontuur op gaan zoeken. Dat het avontuur niet zonder gevaren is, zien we ook. Pijn, kou, storm; de avonturier doorstaat het allemaal. Figuurlijke bergen zijn minder zwaar dan de echte bergen, zo spreekt Dafoe. 

Industrie
De kneuterigheid van de beelden van weleer, de gezelligheid van de wintersportende vertierzoeker, maakt plaats voor beelden van het industriële van Everest. In een rij stappen mensen langzaam achter elkaar omhoog de berg op. Ondanks dat de kans dat men niet levend terug komt aanwezig is, schrikt het weinig thrillseekers af. Dafoe spreekt: ‘Danger can hold terrible joys’.

De muziek is klassiek, van de hand van Richard Tognetti en uitgevoerd door het Australian Chamber Orchestra. We horen onder andere Vivaldi en Ardo Pärt. Het is een goede, maar wat repeterende, begeleiding van de beelden.

Mountain

Vele vormen
Niet alleen bergbeklimmers (zowel gezekerd als niet-gezekerd) passeren de revue, ook moutainbikers, snowboarders, slack liners, wingsuiters en base jumpers zien we voorbij komen. Het ene beeld nog spectaculairder dan het andere. ‘Mountains humble the human instinct’, zegt Dafoe.

We zien niet alleen Everest, maar ook bergen op andere continenten. En Peedom beperkt zich niet alleen tot de besneeuwde bergtoppen, maar toont ons ook bergen die lava spuwen. Bergen zijn constant in beweging, en zijn de ‘symphony of the earth’.

De film mist soms een kleine focus, de teksten zijn ietwat cliché, de muziek had af en toe is gevarieerder gekund, en het geheel duurt net iets te lang, maar de geweldig imposante beelden maken het goed.
 

17 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Sweet Country

**

recensie Sweet Country

Het recht van de sterksten

door Sjoerd van Wijk

Een Aboriginal slaat op de vlucht nadat hij uit zelfverdediging een witte rancher doodschiet. Sweet Country komt over als een klassieke western, maar brengt uiteindelijk te weinig nieuws.

De ene bevolkingsgroep overheerst de andere en reduceert laatstgenoemde tot niets meer dan goedkope werkkracht. Zulke mensonterende omstandigheden kunnen goed aan de kaak worden gesteld in de western. In de loop der tijd is het genre geëvolueerd van een mythologisering van Amerikaanse onafhankelijkheid tot een revisionistische kritiek op sociale misstanden. Waar Rio Bravo een heldhaftige eenling volgt die de slechteriken van zich af moet houden, presenteert The Hateful Eight een nihilistisch Amerika gebouwd op racistische politiek. De revisionistische western hoeft echter niet beperkt te blijven tot Amerika. 

Sweet Country

Sweet Country verhaalt over een vrije Aboriginal in de Australische Outback van de twintiger jaren van de vorige eeuw die uit zelfverdediging een witte rancher neerschiet. Bang voor de gevolgen zit er niets anders op dan met zijn vrouw te vluchten voor de sergeant die met een groep een klopjacht begint. De Outback blijkt in deze film een meedogenloos niemandsland waar de rechtvaardigheid in eigen hand wordt genomen. Sweet Country komt over als een klassieke western, maar niets is minder waar. Kritiek op het institutionele racisme voert de boventoon in een met spanning gebracht verhaal, maar de film toont geen nieuwe inzichten over wat dit met een mens kan doen.

Het niets van de Outback
Het landschap vormt een onmiskenbaar onderdeel van de film. Zoals de Grand Canyon verbonden is aan de Amerikaanse western, zo geeft de Outback een eigen karakter aan Sweet Country. De stoffige savanne vormt een fraai decor waarin de harde werkelijkheid inkomt als een mokerslag. De weidse beelden van het dorre land krijgen extra schoonheid doordat deze dikwijls gepaard gaan met bijzondere lichtbronnen, zoals de volle maan en een zonsopgang, zorgvuldig geschoten door regisseur Warwick Thornton, die ook het camerawerk voor zijn rekening neemt. Alle karakters komen hierin over als pionnen en gaan op in het niets. Net zoals zij allen in hun gedrag pionnen van de onrechtvaardige instituties zijn. In dit landschap loert de dood, maar laat hij wel op zich wachten.

Strakke suspense
Langzaam maar zeker wordt toegewerkt naar elk doorslaggevend moment wat leidt tot de klopjacht en de nasleep. We voelen al feilloos aan wat een persoon gaat overkomen, maar toch gebeurt het maar niet. Alles lijkt een duidelijke oorzaak en gevolg te hebben, alsof de genadeloze wereld van de Outback het laatste woord heeft. Het doet hierin denken aan The Proposition, een andere Australische western over de gruwelijkheden die kunnen gebeuren als iemand het recht in eigen hand neemt.

Sweet Country

De suspense is niet in de laatste plaats te danken aan de zorgvuldige geluidloze flashbacks en flashforwards die elk karakter een eigen tragiek lijken te geven. De spanning wordt nog meer opgevoerd door de meeslepende zooms op de stoïcijnse gezichten die de hardheid van dit leven verraden. Het onderliggende determinisme wordt verder onderstreept door een breed scala aan karakters, die als een mozaïekstuk het scenario in elkaar laten vallen.

Karikaturen, geen karakters
Helaas kan de geraffineerde regie niet volledig het basale verhaal verbloemen. Het basale zit niet zozeer in het basisgegeven van de man op de vlucht noch in de enigszins voorspelbare hoofdstukken, als wel in de typering van de karakters. Het merendeel van het ensemble dat tegen elkaar wordt uitgespeeld komt al snel karikaturaal over. Elk persoon lijkt ofwel aan de goede kant te staan, ofwel aan de slechte kant van het institutionele racisme.

Deze simplistische goed-kwaadverhouding doet echter afbreuk aan het kritische gehalte van de film. Het zou interessanter zijn geweest om te zien hoe een ieder omgaat met een onrechtvaardig systeem, in plaats van hen elk stellig partij te laten kiezen. De interne strubbelingen van de racistische rancher Kennedy, die worstelt met vaderlijke gevoelens voor zijn halfbloed slavenzoon Philomac en de jongen zelf, die een keuze moet maken tussen beide bevolkingsgroepen, lijken meer te bieden. Toch is dit een gemiste kans, omdat deze verhaallijnen summier worden aangestipt.

De prachtige setting, het karakteristieke fraaie landschap en de meeslepende suspense van Sweet Country vallen in het niet omdat het onderliggende verhaal te bekend aanvoelt en weinig nuance kent.
 

11 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Down Under in de 70’s

Down Under in de 70’s

door Bob van der Sterre

The Cars That Ate Paris ♦ The Adventures of Barry McKenzie ♦ The Sex Therapist

 

Australië. Er is nauwelijks een stoerder land te vinden. De jaren zeventig. Er is nauwelijks een stoerder decennium te vinden. Voeg die twee samen, dan krijg je een Camera Obscura die uit zijn voegen knalt van het testosteron. Zou je zeggen.

Een titel die meteen veelbelovend klinkt voor een ruig, testosteronrijk verhaal is The Cars That Ate Paris (1974). Heldhaftige autoraces? Monsterfilm in de Franse hoofdstad? Mad Max-achtige toestanden?

Dorp leeft van auto-onderdelen
Het zit anders. Paris is een dorpje ergens in de outback van Australië. Daar hebben ze een eigen manier om de dorpsfinanciën op orde te krijgen. Dat is: autorijders laten verongelukken door boobytraps. Ze ontmantelen vervolgens de auto’s. En van die onderdelen leeft het dorp. De verongelukten leven in het lokale ziekenhuis verder als kasplantjes. Gezellige boel!

Arthur heeft pech: hij mankeert niets na een ongeluk. Althans: een ding: hij durft niet meer in een auto te stappen. En het stadje verlaten gaat ook niet zo makkelijk want het dorp wordt ook nog eens geterroriseerd door een soort leger van punkauto’s. De burgemeester neemt hem op in zijn familie en probeert hem zo in de licht gestoorde gemeenschap te loodsen.

Een bijzondere film. Alleen al het verhaal. Het is 1974 en iemand komt op het idee om dit te verfilmen! Waarom? Waarom niet? Die iemand is Peter Weir. Ook maker van films als The Truman Show, Witness en Dead Poets Society.

Een link in het bijzonder valt op. The Cars That Ate Paris lijkt wel een schets voor The Truman Show. Hetzelfde cynisme, dezelfde sociale beklemming, dezelfde satirische speldenprikken. Ging The Truman Show over invloed van media, deze film prikt richting de fatale invloed van automobiliteit op dorpsgemeenschappen. Het begin dat bedoeld is om kijkers op het verkeerde been te zetten, doet bijna letterlijk denken aan de The Truman Show.

Stoer is het niet met een opmerkelijk angstig persoon in de hoofdrol. Australië grossierde hierna trouwens een poos in autofilms. De twee Mad Maxen natuurlijk maar ook minder bekende films vol auto’s als The F.J. Holden, In Search of Anna, Backroads.

Onnozele ozzie in Londen
Komt er dan meer testosteron en stoerheid voor in The Adventures of Barry McKenzie? Australiër Barry ‘Bazza’ McKenzie moet naar Engeland reizen. Dat heeft te maken met een laatste wens in het testament van zijn vader. Hij die nooit zijn hoed af doet in deze film moet ook maar meteen aan de vrouw.

Niets verloopt soepel. Zijn ‘Australiëheid’ zit een normaal bestaan in Engeland in de weg. Hij krijgt gelukkig hulp van tante Edna. Over een succesvolle spin-off gesproken! Dame Edna zou wereldfaam krijgen met talkshows. Barry Humphries had sowieso de smaak te pakken met drie rollen in deze film. En hij stond bovendien aan de wieg van de film want de film was gebaseerd op zijn satirische stukjes in Private Eye.

Het type cultuurschokverhaal. Critici noemen de film ook wel ‘ozploitation’. Een bezoek aan de pub. Smerige straten van Londen. Afpersende taxichauffeurs. Seksuele vrijheid. Kosmopolitische winkels. Hippies.

De Ozzie is zo onnozel, hij snapt er niets van! Zoals wanneer iemand tegen hem zegt: ‘Ik stel me voor dat je een hele groep Aboriginals als bediende hebt.’

McKenzie biedt entertainment voor liefhebbers van taalkunde. ‘Now listen mate, I need to splash the boots. You know, strain the potatoes.’ ‘Water the horses. You know, go where the big knobs hang out.’ ‘Shake hands with the wife’s best friend? Drain the dragon? Siphon the python? Ring the rattlesnake?’ ‘You know, unbutton the mutton? Like, point Percy at the porcelain?’ ‘Eh, I think he wants to go to the loo.’

The Guardian trekt een interessante vergelijking met Borat van Sacha Baron-Cohen. Net zo beledigend, net zo oversekst, net zo ‘muzikaal’. De film geeft een aardig beeld van Londen in 1972 en heeft nog iets puurs, naïefs. In 1974 kwam er (uiteraard) een overbodig vervolg.

Sociaal werker voor vrouwen
Een film met de titel The Sex Therapist, daar vinden we beslist de epische stoerheid die we zoeken. In Australië heette de film Alvin Purple. Een wat minder van de daken schreeuwende titel.

Het is 1973. Een man genaamd Alvin Purple (‘A ridiculous name. But it is colourful.’) heeft een probleem. Buurvrouwen die alsmaar suiker komen lenen. Medestudentes die achter hem aan fietsen. De vrouw van zijn leraar die hem op bezoek vraagt. Al die vrouwen die zijn beroep als vertegenwoordiger van waterbedden anders opvatten. ‘I can’t avoid sex’, bekent hij aan een vriendin.

Hij is simpelweg niet in staat om avances van vrouwen te weigeren want dat maakt hen verdrietig. Therapie dan maar. Zijn psycholoog heeft een onconventionele oplossing: hem inzetten als ‘sociaal werker’ voor vrouwen die in seks tekort komen.

Het eerste gedeelte van de film is echt vreselijk flauw. Niveau Tiroler film. Maar hij ontwikkelt zich halverwege als mediasatire en dan volgt meer volwassen humor. Seks is dan een thema (niet het doel) van de film. De relatie tussen Alvin en de begripvolle vriendin Tina heeft zelfs iets Annie Hall-achtigs. Dan begrijp je wel dat dit de best lopende film in Australië in decennia was. Helaas kwam er een onvermijdelijke vervolg een jaar later (Alvin Rides Again), en helazer nog zelfs een tv-serie. En in Pacific Banana speelt Graeme Blundell juist iemand die maar geen seks kan hebben (want hij moet aldoor niezen…).

Kortom: met stoerheid in jaren zeventig Down Under-films valt het wel mee. De hoofdrolspelers zijn vooral onnozel. Je ziet dat trouwens ook vaak terug in moderne Australische films. Idiot Box, Silent Partner, Animal Kingdom, Results. Die alsmaar terugkerende fixatie op onnozele types. Waarom zou dat zijn in juist een van de stoerste landen van de planeet? Leuk om over na te denken.

 

5 mei 2017

 

The Adventures of Barry McKenzie

 

 

Alle Camera Obscura

Australische regisseur Simon Stone

Simon Stone, regisseur van The Daughter:

“Internet is als het Manhattan van de jaren zestig”

door Alfred Bos

Simon Stone is in Amsterdam, waar in de Stadsschouwburg onder zijn regie het klassieke treurspel Medea (Euripides, uit het jaar 431 voor Christus) wordt opgevoerd. Stone is gastregisseur van Toneelgroep Amsterdam, dat volgende maand zijn toneelbewerking van Woody Allens Husbands and Wives opnieuw op de planken brengt.

Maar deze zondagmiddag praat Simon over zijn eerste speelfilm, The Daughter. Het is de filmische bewerking van een toneelstuk van de Noorse auteur Henrik Ibsen, De wilde eend (1884). Stone regisseerde het theaterstuk in Sydney (hij is de huisregisseur van het gezelschap Belvoir), Londen (The Barbican) en Amsterdam. Volgend voorjaar regisseert hij voor Toneelgroep Amsterdam Ibsenhouse, een collage van Ibsen-toneelwerk.

Simon Stone

Stone (1984) begon zijn loopbaan als acteur en maakte zijn filmdebuut in 2006, in het Australisch oorlogsdrama Kokoda van Alister Grierson. The Daughter speelt in de Australische provincie en handelt over een industrieel, diens huidige en voormalige personeel en een familiegeheim.

Filmregisseurs hebben uiteenlopende achtergronden: cinematograaf, acteur, fotograaf, technicus voor computereffecten, scenarioschrijver. U komt uit het theater. Op welke manier beïnvloedt dat uw manier van regisseren?

“Dat is een hele goeie vraag. Ik heb als acteur één professionele theaterproductie gedaan voordat ik ging regisseren en de meeste tijd die ik heb doorgebracht op filmsets was in de hoedanigheid van acteur, omgeven door behoorlijk opzienbarende mensen. Dat is een belangrijk deel van mijn identiteit. En zeker het introductie-deel van mijn identiteit als kunstenaar. Vervolgens ging ik theaterproducties regisseren. Ik meende dat dat een goede oefening zou zijn om een film te regisseren.”

“Ik voel me in het theater als een
vreemdeling in een vreemd land”

“Ik bleef steken in die vreemde wereld, het theater, die naar mijn idee niet mijn bestemming was. Maar soms gebeuren die dingen, zoals met Odysseus op weg naar huis: je hebt het uitstekend naar je zin met andere zaken. Wat me heel erg bevalt aan het theater is dat het voor mij niet voelt alsof het mijn thuis is. Ik voel me in het theater als een vreemdeling in een vreemd land. En ik probeer me aan te passen en de taal te leren. Ik probeer uit te vissen hoe het in elkaar zit.”

The Daughter

The Daughter

In het theater bent u dus een buitenstaander.

“Ik ben een buitenstaander. Mijn hersens werken… niet als een filmmaker, maar als een film, gek genoeg. Dat komt ook omdat cinema de kunstvorm is die de abstracte en animistische manier waarop ons brein werkt het dichtst benadert wanneer we denken en ons voorstellingsvermogen gebruiken. Dat is een deel van het verhaal.”

“Het andere deel is dat wanneer ik niet werk – en dat gebeurt steeds minder – ik naar films kijk. Of tv-series. Dat is het enige wat ik doe. De wereld van het bewegende beeld is een wereld waar ik nooit genoeg van krijg en die me nooit verveeld of eenzaam doet voelen. Sommige mensen zeggen: boeken zijn mijn beste vrienden. Voor mij zijn dat films. Die verheffen mijn ziel op een manier die ik niet kan vinden in enige andere vorm van kunst.”

“Maar om het antwoord op je vraag af te ronden: wat zo goed is aan theater als oefening voor film – wat overigens niet de enige functie van theater in mijn leven is, want ik maak theater om het theater – is dat je op die manier vertrouwd raakt met het vertellen van verhalen en aldus gewoon wordt om spontane keuzes te maken hoe je het verhaal vertelt en leert om tegen acteurs te spreken.”

“Wat je in het theater niet leert is te kiezen waar de camera moet staan, wat het perspectief moet zijn. Het theater is één groot totaalshot. Film draait om perspectief, het gaat om het kader. Met dat aspect had ik weinig ervaring. Wat is het kader? Wat is de relatie van de acteur tot het kader? En hoe passen een reeks van die kaders bij elkaar in de montage?”

“Dat heb ik nu één keer kunnen doen en dat was een opwindende ervaring. Het was één grote leerschool. Ik kijk ernaar uit om het nog eens te doen, nu ik heb geleerd van de fouten die ik niet meer zal maken. En van de fouten die mooie fouten bleken te zijn. Ik ga proberen de volgende keer nog een paar mooie fouten te maken.”

Wat heeft u geleerd van deze eerste film?

“Dat je niet bang moet zijn om in een scène direct te zeggen wat je wilt zeggen. Je hebt twee uur om de scène op te nemen, niet meer. Dat wordt wat je met die scène vertelt in de film. Je moet besluiten wat interessant is aan de scène. Dat moet je uitvinden en het heeft niets te maken met wat je vooraf dacht dat het zou zijn. Want je verschijnt op de locatie, de acteurs doen iets wat je totaal niet had verwacht, het licht heeft een bepaalde kwaliteit, het regent in plaats van zon, en je stelt jezelf de vraag: wat is het meest interessant aan wat hier gebeurt?”

“Als je een film maakt, ben je
bezig met een jacht naar de schat”

Dus je moet denken in je schoenen, improviseren?

“Ja, in het theater ben je doorlopend de voorstelling aan het voorbereiden. Je hebt honderd procent controle over de omstandigheden. En langzaam kom je dichter bij wat je wilt dat het moet zijn. Bij film is het wat het is en dat moet je zien te vangen. Jij maakt geen film, de film maakt zichzelf en jij loopt rond als een vlindervanger. Je verzamelt materiaal. Als je een film maakt, ben je bezig met een jacht naar de schat.”

Andrei Tarkovsky

Andrei Tarkovsky

Je initieert een proces en je legt het proces vast, om daaruit de film te monteren.

“De functie van regisseur heeft vele aspecten. De eerste is dat je een omgeving moet creëren, een eigen universum. Tarkovsky zegt dat de beste regisseurs een universum met zijn eigen regels scheppen. Dat hoeven niet noodzakelijk de regels van het ons bekende universum te zijn.”

“Op de filmset realiseer je dat universum en vervolgens stap je als documentairemaker dat universum binnen en leg je het universum vast dat je zelf hebt geschapen. Dat laatste moet je snel vergeten, je moet vooral observeren. Je bent door dat zelf gecreëerde universum net zo gefascineerd als een documentairemaker die een voor hem nieuwe wereld filmt.”

“Daarnaast heb je nog een derde baan als regisseur: via montage moet je logica aanbrengen. Wat je hebt vastgelegd zit vol abstracties en hopelijk ook schoonheid, dat moet je leesbaar maken. Iets wat de kijker kan bevatten.”

“Ik wilde een film maken over hoe de
wereld er voor iedereen anders uitziet”

U noemde perspectief als kern van cinema. Film is ook montage en de montage van The Daughter is net even anders dan gebruikelijk. Beeld en geluid worden niet tegelijk gesneden en een enkele keer draait de montage de richting van de tijd om. Wat is daar de reden voor?

“Het heeft een specifiek doel. Ik wilde een film maken over hoe de wereld er voor iedereen anders uitziet. De tragedie die in de film plaats vindt, gebeurt omdat iedereen niet in staat is de wereld te zien vanuit het perspectief van de ander. En uiteindelijk is de persoon die het minst toegang heeft tot het perspectief van de anderen vanwege het feit dat ze een tiener is, het onschuldige slachtoffer. Ze wordt het slachtoffer van mensen die in staat zouden moeten zijn om zich in de positie van de ander in te leven.”

“In de roman The Unbearable Lightness of Being van Milan Kundera zit de Sectie van Verkeerd Begrepen Woorden. Daarin geeft hij een lijst van woorden die mensen allemaal op een andere manier begrijpen. Als taal al zo ambigu is en de betekenis van woorden nauwelijks door ons kan worden gedeeld, dan zijn complete ervaringen voor ons nog veel moeilijker te communiceren.”

“Het idee van perspectief is het hart van deze film en de montage maakt dat de film nog steeds een ensemble-drama is. In een film die de point of view van een of twee personages toont, kun je voice-over gebruiken om van perspectief te wisselen. Dat kan niet in een ensemble-drama, dat zou de verwarring alleen maar vergroten. In dat geval gebruik je de montage om van perspectief te wisselen: we kijken nog naar personage A, maar zijn inmiddels in de geest van personage B.”

The Daughter

The Daughter

“De personages hebben allen hun eigen subjectiviteit en die zijn allemaal met elkaar verbonden, maar ze zitten vast in hun eigen geest.Toen we de opnamen draaiden, was ik me ervan bewust dat ik op die manier wilde monteren. Dat vertel je de acteurs natuurlijk niet. Je zegt niet: terwijl je deze tekst uitspreekt, laten we je gezicht niet zien.”

“Een documentairemaker vertelt zijn onderwerp niet dat je niet bent geïnteresseerd in wat hij zegt. Het is dat effect uit de kwantummechanica, dat je een uitkomst beïnvloedt door het feit dat je observeert. De film is gedraaid op de conventionele manier, maar ik wist hoe ik het materiaal ging gebruiken.”

“Voor mij was de beste manier om te leren
schrijven en te leren regisseren via het theater”

Theater was niet uw bestemming, zei u. Had u al die tijd het idee een film te willen maken?

“Absoluut! Toen ik 16, 17 was ben ik begonnen om kortfilms te schrijven en ik heb altijd een film willen maken. Ik wilde naar de filmschool, ik zou stoppen met acteren en vervolgens werd ik afgeleid omdat ik als acteur een beetje succes kreeg. Ik wilde niet meer terug naar school en besloot om te leren via de praktijk. Film is nogal duur om het te leren via de praktijk, terwijl je een theaterstuk kunt opzetten voor bijna geen geld. Dus voor mij was de beste manier om te leren schrijven en te leren regisseren via het theater.”

“Het heeft langer geduurd om een film te maken dan ik op voorhand dacht. Maar dat is uiteindelijk ook weer een voordeel gebleken. Ik had ondertussen een schat aan ervaring opgedaan met het vertellen van verhalen. Aan veel van mijn favoriete films, films van Antonioni of Tarkovsky, zag ik niet af dat het idee van een verhaal vertellen centraal staat. Daar gaan die films natuurlijk wel over. Je gaat zo op in de wereld die hun films creëren dat het verhaal bijna op de tweede plaats komt. Picasso zei: je leert heel erg goed te tekenen zodat je daar verder niet meer over hoeft na te denken en je kunt doen wat je wilt doen. Dat was voor mij de manier om te leren hoe je verhalen vertelt. De andere manier is dat je je volledig concentreert op stylering.”

Simon Stone

Dat is de ziekte van de 21ste-eeuwse cinema…

“Zeker. Stijl is heel erg belangrijk, maar je moet ook iets zeggen nadat je hebt geleerd te spreken. En het moeilijkste voor kunstenaars is om erachter te komen wat ze willen zeggen. En hoe dat te communiceren. Dat moest ik in het theater doen en bovendien op regelmatige basis, vijf stukken per jaar. Je leert hoe je je instinct als verteller en je instinct als stylist moet gebruiken om iets naar het publiek toe te communiceren. Je doet ervaring op en die moet je vervolgens weer vergeten.”

“Veel mensen maken aan het begin van
hun loopbaan hun interessantste werk”

“Daarom maken veel mensen aan het begin van hun loopbaan hun interessantste werk. Ze zijn nog naïef en al doende kristalliseert hun aanpak gaandeweg uit in routine. Van dogma moet je ver vandaan blijven. Bergman heeft in zijn lange loopbaan vele prachtige films gemaakt en aan het einde maakte hij compleet andere films dan aan het begin. Daar zit iets heel nederigs in. Tegenwoordig is het makkelijker om zo’n niet-dogmatische attitude aan te nemen, want de wereld is meer dynamisch dan ooit en de mensen weten meer van kunst dan ooit.”

Weet u dat zeker?

“Absoluut. Er zijn tegenwoordig minder specialisten dan vroeger. Er zijn nu minder professoren die alles afweten van romantische Franse poëzie uit de veertiende eeuw. Maar er zijn nu meer mensen die weten wie Pasolini is. Veel meer mensen. Want die informatie is tegenwoordig veel toegankelijker. Je kunt tegenwoordig heel makkelijk in een risicovrije omgeving kennis maken met iemands werk, werk dat haaks staat op ander materiaal waarmee je eenvoudig kunt kennismaken.”

“Metropolissen waren de plekken waar kunst kon floreren en soms zelfs exploderen, omdat daar zoveel verschillende invloeden samen kwamen en botsten. Internet is als het Manhattan van de jaren zestig. Er gebeurt zoveel op hetzelfde moment. De gemiddelde mens is intellectueel meer capabel dan voorheen. Ik kom tieners tegen die zoveel meer weten dan ik op die leeftijd, terwijl ik toen al mijn tijd besteedde aan kunst en het zoeken naar informatie over kunst.”

“Dat is tegenwoordig allemaal zoveel beter beschikbaar en meer toegankelijk. Wat niet betekent dat we de specialisten moeten afschrijven, want anders krijg je uitsluitend mensen die iets van alles weten maar niet alles van iets. Dat is het gevaar van de wereld van nu, het Wikipedia-alfabetisme. Daar moeten we voor waken.”

“Acteurs vormen de kern van
de filmcultuur in Australië”

De Australische cinema van, pak ‘m beet, de afgelopen twintig jaar herinnert aan de Italiaanse en Franse film van de jaren zestig en zeventig. Waarom is de Australische cinema anders dan de films die uit andere Engelstalige gebieden komen?

“De Australische cinema is veel kleiner dan de cinema van Engeland en de Verenigde Staten. Acteurs vormen de kern van de filmcultuur in Australië. Dat komt omdat ze in Australië werken in een kleine industrie en daar in korte tijd hun vak moeten leren. Om geld te verdienen moeten ze spelen in slechte tv-series, ze moeten toneelrollen doen, ze doen musicals, ze doen tv-reclame, opeens staan ze in een film van een beroemde regisseur en moeten ze hun aanpak compleet herzien. Daar die variatie in werk en de eisen die dat werk stelt, zijn ze in staat om snel van register te wisselen. Omdat een flink aantal van hen, juist vanwege die kwaliteit, uitgroeit tot wereldbekende filmster, lijkt het alsof Australië een enorm reservoir aan talent heeft, terwijl er slechts 20 miljoen mensen wonen.”

“We hebben toegang tot het wereldpubliek omdat Hollywood-sterren terugkeren naar Australië om daar te werken. En ook natuurlijk omdat Engels de internationale taal is, wat niet geldt voor de cinema van Nederland en Vlaanderen. En omdat we toegang hebben tot het wereldpubliek worden we eerder en vaker gezien dan voor andere kleine filmculturen het geval is.”

Mad Max: Fury Road

Mad Max: Fury Road

“Dat maakt het mogelijk om een niveau van ambitie na te streven dat anders niet haalbaar is. Als je George Miller bent en je wilt Mad Max maken, dan kan het gebeuren dat je film een groot succes wordt. Want als je het goed doet, kan je film een wereldhit worden. De ambities kunnen dus verder reiken dan de grenzen van het land. En er is het talent om die ambities te realiseren.”

“Dat alles speelt binnen een filmcultuur die diepgaand is beïnvloed door de Amerikaanse cinema en de Europese cinema, waardoor je een melange krijgt van mainstream en arthouse. Dat is heel interessant. Australië is een filmschool. Je kunt er iets leren omdat het niet-dogmatisch is, want het kan zich niet veroorloven om dogmatisch te zijn. Maar op hetzelfde moment fluctueert het tussen arthouse en mainstream. En het heeft acteurs die zich in beide soorten films thuis voelen.”

“En Australië is geografisch geïsoleerd, wat eigenlijk heel prettig is want het biedt bescherming.”
 

3 september 2016

 

Alle interviews

Daughter, The

***

recensie The Daughter

Drank maakt meer kapot dan je lief is

door Cor Oliemeulen

Soms kun je het verkondigen van de waarheid beter in overleg doen (en zeker niet als je stomdronken bent), vooral wanneer het gaat om een kwetsbaar pubermeisje in haar ontdekkingstocht naar identiteit, liefde, vriendschap en seks.

In de bossen klinken twee geweerschoten. Even later zien we een man met een gewonde wilde eend voor zich op de grond. Hij legt aan voor het genadeschot, maar kan het niet. De man heet Henry Neilson (Geoffrey Rush), telg van een familie van industriëlen die vermogend is geworden met de houtkap. Het kost hem beduidend minder moeite zijn arbeiders op straat te zetten; na meer dan honderd jaar heeft de economische crisis toegeslagen. Henry’s vrouw is ruim vijftien jaar geleden op tragische wijze overleden en nu wil hij trouwen met de veel jongere Anna (Anna Torv) die hij destijds had aangenomen als huishoudster.

The Daughter

Verhoudingen
Plaats van handeling is New South Wales aan de Australische zuidkust in een gebied met verlaten fabrieksterreinen en gekapte bossen, een sfeervol gefilmd decor van het eenvoudige leven in deze kleine gemeenschap. Dat komt spoedig onder druk te staan met de terugkomst van Henry’s zoon Christian (Paul Schneider), die na de dood van zijn moeder jarenlang in Amerika heeft gewoond en met tegenzin binnenkort de geplande bruiloft zal bijwonen. De hernieuwde ontmoeting met zijn oude jeugdvriend Oliver Finch (Ewen Leslie) is ronduit hartelijk. Christian maakt kennis met Olivers innemende echtgenote, de lerares Charlotte (Miranda Otto), puberdochter Hedvig (Odessa Young in haar speelfilmdebuut) en grootvader Walter Finch (Sam Neill).

Het duurt niet lang voordat Christian ontdekt hoe de verhoudingen tussen zijn familie en de familie Finch liggen. De Neilsons genieten een luxe bestaan in hun statige, chique domicilie, terwijl De Finches in alle bescheidenheid leven in een oud, gemoedelijk houten huis. Walter woont in een klein onderkomen naast hun gezin. Hij heeft in de gevangenis gezeten omdat hij de schuld op zich had genomen na een mislukte zwendel met Henry en leeft nu van diens giften. Voordat Anna in beeld was, werkte Charlotte als huishoudster voor Henry, maar zij was om onverklaarbare redenen vertrokken. En aan Hedvig, die samen met Walter gewonde dieren opvangt, maar vooral stoeit met haar hormonen, kleeft een duister familiegeheim, dat op schokkende wijze zal worden onthuld.

The Daughter

Onschuld
De Australische theaterregisseur Simon Stone bracht enkele jaren geleden zijn bewerking van The Wild Duck van Henrik Ibsen op de planken (ook bij Toneelgroep Amsterdam, waar hij sindsdien een graag geziene gastregisseur is). Hij wijzigde de plot op sommige punten, schreef compleet nieuwe dialogen en noemde zijn eerste rolprent heel toepasselijk The Daughter. De wilde eend staat weliswaar ook op het menu in de film, echter de rol van de dochterfiguur staat centraal, als symbool voor het verlies van onschuld.

De opbouw van Stone’s adaptatie is om je vingers bij af te likken en de vertolkingen zijn zeer geloofwaardig. Maar op het cruciale moment – de snelle reeks van dramatische gebeurtenissen en keur van emoties na de openbaring – heeft de regisseur moeite om de intrige qua verteltrant en stijlvorm goed op de rails te houden. Net als je het gevoel hebt in een soap te zijn beland, spoort The Daughter doelgericht naar een onbestemd eindstation.
 

26 augustus 2016

 

Interview met regisseur Simon Stone.

MEER RECENSIES

In memoriam: Paul Cox

Bij de dood van de Nederlandse filmregisseur Paul Cox

door Cor Oliemeulen

Paul Cox (Venlo, 1940) belandde in het kader van een studentenuitwisseling als fotograaf in 1965 in Australië en ontpopte zich als ‘de vader van de onafhankelijke Australische cinema’. Hij laat negentien speelfilms en twaalf documentaires na – volgens kenners gaan ze allemaal over ‘het echte leven’.

Paul Cox

Zijn eigenzinnige aanpak en uitgesproken mening vond waardering vanaf het moment dat Cox in 1981 de prijs van de beste Australische film won met Lonely Hearts, het portret van een oudere, verlegen pianostemmer die zich aanmeldt bij een datingbureau en op zoek gaat naar romantiek. Veel van Cox’ films zijn erg persoonlijk en gaan over eenzaamheid (in relaties), liefde en de dood. Vaak met subtiele humor, soms satirisch, met een afkeer van hypocrisie, de nepwereld van Hollywood en exploitatie van religie. En vaak met een voorliefde voor kunst, zoals in zijn documentaire Vincent (1987) over de gelijknamige Nederlandse schilder.

Vorig jaar schreef en regisseerde Paul Cox zijn laatste film: Force of Destiny. We volgen een man die, wachtend op een levertransplantatie, liefde vindt bij een lotgenoot. Het romantische drama is losjes gebaseerd op Cox’ eigen strijd tegen kanker. De filmmaker kreeg in 2009 zelf een nieuwe lever, echter vorig jaar kwam de kanker terug, in zijn nieuwe lever.

Ziekte is ook het thema van het filmessay The Remarkable Mr. Kay (2005), een portret van zijn zieke vriend Norman Kaye die acteert in maar liefst zestien films van Paul Cox, zoals Lonely Hearts en Man of Flowers, waarmee hij voor het eerst internationale bekendheid verwierf.

Man of Flowers
Man of Flowers (1983) is misschien wel de mooiste erfenis van Paul Cox. Charles Bremer (Norman Kaye) is een excentrieke, gevoelige man van middelbare leeftijd die leeft in een groot huis vol kunst. Hij raakt opgewonden van naakte bronzen standbeelden en de geur van bloemen, die hij in grote getale laat aanslepen. Iedere woensdag laat hij het volkse meisje Lisa strippen voor geld, maar direct nadat zij al haar kleren heeft uitgetrokken, spoedt hij zich naar de overkant van de straat om in de kerk vol extase het orgel te bespelen.

Man of Flowers

In sfeervol opgenomen flashbacks met een Super 8-camera ontdekken we langzaam de oorzaak van Charles’ seksuele incompetentie. Als klein jongetje raakt hij gefascineerd door het evakostuum van zijn moeder, het decolleté van zijn welgevormde tante en de geur van vrouwenlichamen. Telkens zien we zijn strenge vader (Werner Herzog) afkeurend reageren en de kleine Charles straffen. Nu, tientallen jaren later, schrijft Charles zijn inmiddels overleden moeder brieven, die hij laat retourneren, zodat contact met de postbode hem wat uit zijn isolement haalt.

Hoewel Paul Cox sensualiteit en het incidenteel praten over seksualiteit niet schuwt, wordt Man of Flowers nergens plat of ongemakkelijk, maar kan de kijker zich laten meeslepen in de bijzondere wereld van de fijnzinnige, maar gefrustreerde Charles. Hij wekt uiteindelijk compassie op bij Lisa, die samenwoont met een aan cocaïne verslaafde wannabe-Karel Appel, waarmee het contrast tussen de twee belevingswerelden en het benaderen van kunst knap is neergezet.

Liefhebbers van intense opera komen uitstekend aan hun trekken met prachtige aria’s en cantates van Montserrat Caballé en José Carréras uit Donizetti’s ‘Lucia Di Lammermoor’, terwijl de slotscène van de film – vier naar de zee gekeerde statische gestaltes met tientallen rondvliegende vogels in mooi licht gevangen – Cox’ fotografische achtergrond verraadt.

Molokai: The Story of Father Damien
In interviews vertelde Paul Cox hoe moeilijk het soms was om als onafhankelijk cineast financiers voor zijn films te vinden. Een jaar voor zijn veel bejubelde Innocence wist hij eindelijk een aardig budget van ruim zeven miljoen bij elkaar te sprokkelen voor zijn verfilming van het leven van de Belgische Pater Damiaan. In Molokai: The Story of Father Damien (1999) zien we dan ook een keur van internationaal bekende acteurs (Peter O’Toole, Sam Neill, Derek Jacobi, Jan Decleir), maar jammer genoeg werd het inspirerende verhaal over de katholieke priester die zich eind negentiende eeuw op het Hawaiiaanse eiland Molokai ontfermt over honderden afgeschreven leprapatiënten, ondanks de mooie fotografie en het gedegen acteerwerk, geen commercieel succes.

Molokai: The Story of Father Damien

Wanneer de priester na aankomst op het eiland heeft geconstateerd hoe veel van de honderden leprapatiënten zich staande proberen te houden met drank en ontucht en het vervallen kerkje betreedt, zegt hij vol toewijding tegen Jezus aan het kruis: “U ging dood op uw drieëndertigste, mijn leven begint op mijn drieëndertigste.”

De bisschop had hem nog gezegd om elk lichamelijk contact met de patiënten te vermijden, maar het duurt niet lang voordat de goedgelovige Damiaan handen schudt, knuffelt en uit dezelfde fles drinkt als iemand die is besmet. Hoewel hij “zijn gezondheid in de handen van God en de Maagd Maria” legt, krijgt hij jaren later zelf ook lepra, sterft en zou Pater Damiaan een eeuw later worden heiligverklaard (en uitgroeien tot meest populaire Belg).

Molokai is beduidend minder onconventioneel dan veel van Cox’ andere werken en lijkt vooral een eerbetoon aan Pater Damiaan, die aanvankelijk vecht tegen de hypocrisie van de kerk en de politiek, en kiest voor totale zelfopoffering. Het is een humanistische film over lijdende mensen in moeilijke omstandigheden, een thema dat als een rode draad loopt door het oeuvre van de geboren Nederlander Paul Cox.
 

21 juni 2016

 
MEER NIEUWS EN ACHTERGROND

Charlie’s Country

****

recensie  Charlie’s Country

Vasthouden aan eigen roots

door Suzan Groothuis

In Rolf de Heers veertiende speelfilm ziet Aboriginal Charlie zijn toekomst met zorgen tegemoet. Hij neemt het heft in eigen handen en trekt de Australische outback in. Een charismatisch portret van een man die koppig vasthoudt aan zijn roots en net niet ten onder gaat.

In Charlie’s Country wordt het gebied waar de tegendraadse Aboriginal Charlie woont, ingeperkt met nieuwe regels en wetten. Een beleid waar het politiebureau, dat gebouwd is op het land van de Aboriginal-gemeenschap, streng op toeziet. Charlie ligt dan ook geregeld overhoop met de politie, die hem aanspreekt op de regels maar hem tegelijkertijd gebruikt om zijn kennis van het gebied in te schakelen.

Recensie Charlie’s Country

Wanneer Charlie’s geweer en speer worden ingenomen, essentieel om te jagen en te overleven, besluit hij zich terug te trekken in de bush en zijn leven op zijn manier – gepaard gaande met oude tradities (“To live the old way”) – in te vullen. Wat volgt is een pijnlijke constatering dat vroeger en nu niet meer samengaan. Een gegeven dat Charlie dwingt anders naar de situatie te kijken, vooral wanneer zijn gezondheid zienderogen achteruit gaat.

De outback als uitweg
Charlie’s Country is het verhaal van een man die vasthoudt aan zijn roots en zich weigert te conformeren aan nieuwe geldende wetten, uitgevoerd door blanke “Aussies”.  Het begin van de film start nog mild, met veel humor, maar hoe meer Charlie afgenomen wordt, des te opstandiger hij wordt. David Gulpilil, de meest gecaste Aboriginal-acteur in films (The Tracker (eveneens van Rolf de Heer) Walkabout, The Proposition en Rabbit-Proof Fence) zet Charlie neer als een krachtige persoonlijkheid die zich niet laat kennen. Maar hoe lastiger het hem gemaakt wordt en hij het zichzelf maakt, des te tragischer zijn lot.

Rolf de Heer (Alexandra’s Project, Bad Boy Bubby) schreef het script samen met Gulpilil. Tijdens de vertoning van de film het afgelopen IFFR vertelde De Heer tijdens de Q&A dat Charlie’s  Country veel overeenkomsten met een fase uit Gulpilils leven heeft. Een gegeven dat zeker bijdraagt aan zijn intense vertolking van Charlie. Voor zijn rol werd Gulpilil in Cannes bekroond met de Un Certain Regard Best Actor-prijs.

Recensie Charlie’s Country

Krachtige overlevingstocht
Charlie’s Country is een mooi invoelend verhaal, waarin een man zijn identiteit en waarden niet opgeeft en vecht voor zijn land en zijn bestaan (“I’m born in the bush”). Daarbij is Charlie niet een typische held, want met zijn destructieve karakter ligt hij herhaaldelijk in de clinch – met de autoriteiten, de Aboriginal-gemeenschap en zichzelf.

Het afgelegen Northern Territory dompelt de kijker onder in een krachtige overlevingstocht: de schone beelden van de omgeving en geluiden van kwetterende vogels en insecten gaan samen met de zoektocht naar eten en slechte weersomstandigheden. De camera neemt de tijd om Charlie, zoekend naar harmonie en vrijheid, waar te nemen in zijn vertrouwde omgeving. De film doet langer aan dan zijn speelduur, wat het haast tot een meditatieve ervaring maakt tussen mens en natuur.

 

25 mei 2015

 

Vijf leuke titelpersonages met de naam Charlie

 

MEER RECENSIES

 

5 minder bekende Australische topfilms

Vijf minder bekende Australische topfilms

Wake-in-Fright-

Met zijn regiedebuut The Water Diviner zet Russell Crowe Australië weer eens op de filmkaart. Denkend aan ‘down under’ borrelen direct wat niet te missen krakers op: Gallipoli, Shine, Lantana, Mad Max, Picnic at Hanging Rock, Rabbit Proof Fence, Muriel’s Wedding etc.. Maar Australië kent ook minder bekende topfilms.

Samenstelling: Cor Oliemeulen

1. – Romper Stomper (1992, Geoffrey Wright)

Misschien is het maar goed dat er relatief weinig speelfilms over skinheads zijn gemaakt, want het veelal extreme gedrag van deze kaalkopjes stemt niet direct tot hoop en vrolijkheid. Tien jaar na Made in Britain van Alan Clarke volgde het zeer geslaagde Australische antwoord Romper Stomper. Het betekende de doorbraak van Russell Crowe, die de charismatische skinheadleider Hando speelt. De mishandeling van een buitenlands stel vormt de opmaat van een portret over een groep neonazi’s die het heeft gemunt op immigranten in Melbourne. In hun nazihol hangt een kaart van de stad met daarop locaties van Aziatische winkels. Een clash met een grote groep Vietnamezen loopt uit de hand, waarna Hando’s bende moet onderduiken. Realistisch beeld van een asociale, zoekende subcultuur weet thema’s als incest, epilepsie en verraad prima te verweven in het verhaal dat zoals verwacht tragisch eindigt.

2. – Wake in Fright (1971, Ted Kotcheff)

Dat Aussies gastvrijheid uitmuntend met alcohol weten te mixen, zien we in het om meerdere redenen in het oog springende Wake in Fright. De film begint als een rustig drama over een leraar (overtuigende rol van de relatief onbekende acteur Gary Bond) in een woestijngehucht die op zijn reis naar Sidney strandt in een mysterieus stadje waar wordt gedronken en gegokt bij het leven. Na triomfen en verliezen belandt de leraar tussen wat rauwdouwers onder leiding van ene Doc (Donald Pleasence) die het drinken van grote hoeveelheden bier en sterke drank tot kunst hebben verheven, graag een potje knokken en de walgelijke gewoonte hebben om spontaan kangoeroes af te schieten en dood te rijden. De sfeer wordt grimmig, hallucinerend en onheilspellend, waarbij het de vraag is of onze leraar ongeschonden het stadje zal verlaten. Een film die je niet snel zult vergeten.

3. – The Castle (1997, Rob Sitch)

De droge humor is typisch Australisch, maar minder flauw en voorspelbaar dan in de succesvolste Australische film Crocodile Dundee, die na de release in 1986 wereldwijd meer dan 350 miljoen dollar opbracht. In het in eigen land enorm populaire The Castle volgen we een gezin dat pal naast een vliegveld woont. Pa is een eersteklas goedzak en een filosoof van de koude grond: nuchter, naïef en positief ingesteld. Hij zal een koopje niet snel laten schieten en is continu bezig het huis te verfraaien. Echter nadat de overheid heeft besloten dat het vliegveld zal worden uitgebreid en zijn ‘kasteel’ moet verdwijnen, zet hij zijn kont tegen de krib. Een sullige advocaat is vervolgens kansloos tijdens de rechtszaak en het gezin heeft twee weken tijd om te verkassen. Maar dan komt er hulp uit onverwachte hoek. Let op Eric Bana in zijn speelfilmdebuut als kickboksende schoonzoon.

4. – Two Hands (1999, Gregor Jordan)

Vlotte, zwartkomische misdaadthriller met een eveneens jonge Heath Ledger als de boksende portier Jimmy die zich laat verleiden tot een hachelijk klusje voor een lokale gangsterbaas. Natuurlijk loopt dit danig uit de klauwen, zodat Jimmy alle zeilen moet bijzetten om zich uit zijn penibele situatie te redden. Ondertussen valt hij voor een leuk fotograferend meisje. Two Hands doet denken aan de hippe gangsterfilms van onder meer Guy Ritchie (o.a. Lock, Stock and Two Smoking Barrels) die ook rond de millenniumwisseling op het witte doek verschenen: minder hilarisch en gewelddadig, maar ook met leuke twists. De pas 19-jarige Ledger acteert onbevangen en toont charisma, Bryan Brown is grappig als de bendeleider met een onmiskenbaar talent voor scrabble en andere bordspelletjes.

5. – The Tracker (2002, Rolf de Heer)

Vijf figuranten in de woestijnhitte van Australië: de fanatiekeling, de volger, de veteraan en de spoorzoeker zijn op jacht naar de vluchteling. We schrijven 1922, een tijd waarin Aboriginals nauwelijks waren gevrijwaard van racisme en discriminatie. Psychologisch kat-en-muisspel tussen premiejager en spoorzoeker werd in 1953 al superieur uitgewerkt door Anthony Mann in zijn western The Naked Spur, echter de van oorsprong Nederlandse regisseur Rolf de Heer weet de situatie op geslaagde wijze te verplaatsen van de Rocky Mountains naar de outback. Sterke troef van The Tracker is de titelfiguur, gespeeld door David Gulpilil, die niet alleen feilloos sporen vindt, maar ook zijn hondse behandeling met de nodige humor weet te relativeren. Rolf de Heer, die meer films over het lot van de oorspronkelijke Australische bevolking schreef en regisseerde, lardeert de soms heftige gebeurtenissen met primitieve historische schilderijen en filosofische Aboriginal-liedjes.

13 april 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

Water Diviner, The

***

recensie  The Water Diviner

Wonderbaarlijke speurtocht naar verloren zoons

door Cor Oliemeulen

Een Australische wichelroedeloper benut zijn fijngevoelige gaven tijdens een vastberaden speurtocht naar zijn gesneuvelde zoons op een Turks slagveld. Vakkundig en bevlogen regiedebuut van Russell Crowe is niet wars van sentimentele trekjes.

In 1981 maakte Peter Weir het historische drama Gallipoli dat kan worden beschouwd als een van de belangrijkste Australische films. Dertien jaar nadat de Engelse kolonie een zelf regerend deel van het Britse Rijk werd, brak in 1914 de Eerste Wereldoorlog uit en gingen Australische soldaten vrijwillig vol avontuurlijke gevoelens naar het Turkse schiereiland Gallipoli om te vechten tegen het Ottomaanse Rijk dat de kant van Duitsland had gekozen. Hoewel de Australiërs verschrikkelijk in de pan werden gehakt en ruim achtduizend soldaten het leven lieten, betekende de Slag om Gallipoli veel voor het jonge Australische zelfbewustzijn. In Gallipoli volgen we twee talentvolle atleten in de loopgraven aan het front en loopt het voor een van hen niet goed af. The Water Diviner begint in feite waar Gallipoli ophoudt.

Recensie The Water Diviner

Wichelroede
Op de droge Australische vlakte probeert Joshua Connor (Russell Crowe) met zijn wichelroede water te detecteren. Door zijn fijngevoeligheid kan hij binnen no-time een put slaan. ’s Avonds leest hij voor uit Arabische Nachten, maar de drie bedden in de slaapkamer zijn leeg. Zijn vrouw Eliza is getraumatiseerd door het verlies van hun drie zoons en verwijt Joshua dat de jongens niet zijn teruggekomen. ‘Je kunt wel water vinden, maar niet eens je eigen kinderen. Jij bent ze kwijtgeraakt.’

Vervolgens zien we een scène waarin Joshua zijn zoons zoekt, terwijl een grote, rode zandstorm nadert – indrukwekkend in beeld gebracht door Andrew Lesnie (The Lord of the Rings, The Hobbit), echter Joshua weet het drietal net op tijd te redden. Nadat Eliza plotseling is overleden, leren we dat de drie zoons niet meer zijn thuisgekomen nadat ze naar Gallipoli waren vertrokken. Omdat zijn vrouw gelovig was, neemt Joshua zich voor om op zoek te gaan naar de overblijfselen van zijn zoons zodat hij hen kan begraven in gewijde grond naast hun moeder.

Oorlogstrauma van twee kanten belicht
Het is 1919 en Joshua arriveert in Istanbul, waar hij een kamer neemt in het hotel van de mooie Ayshe (Olga Kurylenko), die aanvankelijk niets van Joshua moet hebben, omdat haar man ook op Gallipoli heeft gevochten. Met heel veel moeite lukt het Joshua het schiereiland te bereiken. Het 600 jaar oude Ottomaanse Rijk is inmiddels verslagen, maar er is chaos omdat veel landen aanspraak maken op een deel van Anatolië. Ondertussen hebben de triomferende Engelse en verslagen Turkse legerofficieren hun vijandelijkheden aan de kant gezet. Ze verzamelen menselijke resten om die met eerbied hun laatste rustplaats te kunnen geven. Joshua maakt intensief kennis met Majoor Hasan (Yilmaz Erdoğan), die medeverantwoordelijk is voor de dood van zijn zoons.

Recensie The Water Diviner

The Water Diviner slaagt erin begrip voor beide partijen te creëren en het oorlogstrauma van twee kanten te belichten. Ook is er voldoende respect voor de Turkse cultuur. De film is geïnspireerd op de ware geschiedenis van een oude man die zich vanuit Australië toegang tot dit gebied wist te verschaffen om het graf van zijn zoon te ontdekken. De scriptschrijvers voegden aan dit uitgangspunt wezenlijke elementen toe: vergeving, samenwerking en vriendschap, waarbij emotie en sentiment niet worden geschuwd.

Afgeraffeld, maar inspirerend
Russell Crowe maakt met The Water Diviner een achtenswaardig regiedebuut. Zijn spelleiding is strak en de vaart zit er prima in, maar het script is te vol gepropt en soms erg voorspelbaar. Als Connor de hoteleigenares voor het eerst ontmoet, weet je direct dat ze vroeg of laat gevoelens voor elkaar zullen ontwikkelen. Sommige gebeurtenissen zijn niet of nauwelijks uitgewerkt: waarom zijn de Engelsen karikaturaal en bot? Enkele scènes zijn overbodig en zelfs belachelijk: Joshua heeft helemaal vanuit Australië een cricketbat meegenomen zodat hij in een rijdende trein de beginselen van deze sport aan Turkse militairen kan uitleggen.

De gebeurtenissen in het laatste deel gaan zo snel dat het aanvankelijke drama wordt afgeraffeld en uitmondt in een avonturenfilm waarin Joshua’s wonderbaarlijke gave om plaatsen en mensen te lokaliseren aan geloofwaardigheid inboet. Ondanks die tekortkomingen is The Water Diviner een inspirerende film over hoop en liefde.

 

11 april 2015

 

MEER RECENSIES

 

Vijf minder bekende Australische topfilms 

Son of a Gun

**

recensie  Son of a Gun

Schaken op twee borden tegelijk

door Cor Oliemeulen

Een ervaren crimineel neemt een groentje onder zijn hoede, maar ontmoet weerstand als er een vrouw in het spel komt.

In speelfilms zie je regelmatig een schaakbord. Vaak staat het bord verkeerd (het veld rechtsonder moet wit zijn) en hebben de witte en zwarte stukken een onlogische positie. Meestal zie je wetenschappers, gepensioneerden of nerds achter het schaakbord, maar het komt ook voor dat gedetineerden het edele schaakspel beoefenen. Als kijker weet je dan direct dat zo’n boef slimmer is dan zijn collega’s die hun recreatietijd liever invullen met het tillen van gewichten, het uitwisselen van ideeën voor tatoeages, of het organiseren van een groepsverkrachting.

Recensie Son of a Gun

Complexe relatie, simpel verhaal
Als één van de beruchtste Australische criminelen Brendan Lynch (Ewan McGregor) achter een schaakbord zit na te denken over zijn volgende zet, deelt groentje JR (Brenton Thwaites) en passant mee dat Lynch zijn tegenstander in drie zetten schaakmat kan zetten. JR dwingt meteen respect af, het begin van een complexe relatie tussen Lynch en hem. In Son of a Gun geldt schaken als metafoor voor het criminele leven: een paar zetten vooruit denken en incalculeren wat je tegenstander kan doen, of iets of iemand opofferen om later voordeel te behalen. Het duurt niet lang voordat JR een pion in Lynch´s schaakspel naast het bord is. Wat volgt is geen koningsdrama, maar een overzichtelijk verhaal, dat ook voor liefhebbers van ganzenborden gemakkelijk is te volgen.

Omdat JR zich ook bemoeit met de structurele groepsverkrachting van zijn celgenoot, dreigt hij zelf het volgende zeepje van de douchevloer te moeten oprapen. Lynch en zijn mannetjesputters grijpen precies op tijd in, wat betekent dat JR na zijn zes maanden detentie Lynch een wederdienst moet bewijzen. Nadat Lynch op spectaculaire wijze uit de gevangenis is bevrijd, wordt JR het criminele circuit ingezogen. Lynch fungeert als een vaderfiguur, die JR kennelijk nooit heeft gehad. Lynch deelt niet alleen zijn idealen, levenservaring en eergevoel met JR, ook introduceert hij hem in een gewelddadige bende die vers gegoten goud wil stelen.

Recensie Son of a Gun

Verboden liefdesavontuur
De Schot Ewan McGregor speelde al vaker in Australische films (o.a. Moulin Rouge!, 2001), maar komt niet spectaculair uit de verf in Son of a Gun van Julius Avery, die naam maakte met korte films en zelf het scenario van zijn eerste speelfilm schreef. Ook zijn relatie met Brenton Thwaites (Maleficent, 2014) is te oppervlakkig, waarbij het vanaf de tweede ontmoeting al duidelijk is dat het onderling niet blijft boteren. Net als alle andere personages zijn ze te eendimensionaal en ontbreekt enige vorm van humor om het geweld te relativeren. Slechts één korte scène levert een glimlach op: iemand die niet wil praten wordt naakt in een vriezer gestopt, waarna twee criminelen er bovenop gaan zitten en een waterijsje eten.

Julius Avery probeert tevergeefs door middel van een verboden liefdesavontuur zijn misdaaddrama meer diepte te geven. Want in zijn nieuwe criminele omgeving speelt JR op twee borden tegelijk. Samen met Lynch wil hij een grote slag slaan, en ondertussen schaakt hij Tasha (Alicia Vikander, A Royal Affair, 2012), het liefje van bendeleider Sam. In deze onderhoudende, maar doorsnee actiefilm is het wachten op de slotconfrontatie tussen JR en Lynch. De finale poets die de een de ander bakt hebben we al vaker op het witte doek gezien.

 

6 april 2015

 

MEER RECENSIES