IFFR 2018 deel 6

IFFR 2018 Deel 6 (slot):
Opzij voor de kunsten!

door Suzan Groothuis

In dit laatste deel, want het International Film Festival Rotterdam 2018 is ten einde, aandacht voor films waarin muziek, film en kunst een rol spelen.

In Nico, 1988 volgen we zangeres Nico, ooit Warhol’s muze, in de laatste twee jaren van haar leven. In Nighttown een levendige ode aan de veelzijdige club in Rotterdam. In Saving Brinton draait het om de fantastische collectie zeldzame films van een innemende verhalenverteller. En tot slot in The End of Fear de moord op Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue van Barnett Newman.

 

Nico, 1988

Nico, 1988 – Eerlijk portret van een 60’s icoon
Bij deze film stelde ik mezelf de vraag hoe Christa Päffgen, beter bekend als Nico van The Velvet Underground of als muze van Andy Warhol, geportretteerd zou worden. De van oorsprong Duitse was iemand om wie je niet heen kon. Een prachtige, indrukwekkende verschijning, waar in haar laatste jaren nauwelijks meer sprake van was dankzij een jarenlange, slopende drugsverslaving. En dan die stem: diep en doordringend. Haar karakter was er een van uitersten: introvert maar aanwezig, met een obsessie voor verval en destructie.

Susanna Nicchiarelli’s film opent dan ook met zowel dreigende als schone beelden: een jonge Christa kijkt, terwijl de hemel donker kleurt, naar fel licht in de verte. Brandend Berlijn, het einde van de Tweede Wereldoorlog. Een plaatje dat zij nooit meer vergeten zou.

Nico wordt in Nico, 1988 vertolkt door de Deense actrice Trine Dyrholm (In a Better Word, A Royal Affair). Ondanks dat zij qua uiterlijk niet lijkt op Nico, weet Dyrholm een indrukwekkend portret neer te zetten en met haar stem en karakteristieken dichtbij te komen. Dyrholm zingt alle nummers zelf en doet dat met verve. Met name een concert in voormalig Tsjechoslowakije laat de haren op de armen rijzen: kippenvel. We zien een uitzinnige Nico, die als een echte punkdiva het publiek mee krijgt en alles geeft wat ze in zich heeft.

Ook het persoonlijke portret van Nico in haar laatste twee jaren is geloofwaardig: Nicchiarrelli toont precies de grimmige persoonlijkheid die zij was. Introvert, maar bepalend aanwezig; egoïstisch, maar innemend; hard, maar kwetsbaar. Nico is niet sympathiek, maar het is onoverkomelijk dat je als kijker geen sympathie voor haar krijgt. Haar doorzettingsvermogen, ondanks de tegenslagen – een hardnekkige drugsverslaving, een muzikale carrière die maar moeilijk van de grond komt en een suïcidale zoon – is bewonderenswaardig.

Dit is geen portret van de Nico van The Velvet Underground. Dit is een eerlijke weergave van de vrouw van na The Velvets, die niet langer mooi gevonden wilde worden en zich richtte op haar levensdoel: “My life started after the experience with The Velvet Underground. I started making my own music.”

 

Nighttown

Nighttown – Terug naar de club die van iedereen was
Het IFFR zou IFFR niet zijn zonder aandacht voor de eigen stad. Een eerdere editie was er bijvoorbeeld een innemend portret over Lee Towers. Dit jaar was de documentaire Nighttown te zien, over de opkomst en ondergang van de veelzijdige, gelijknamige club aan de West-Kruiskade. Nighttown was de voortzetting van poppodium Arena en opende zijn deuren in 1988. Dat ging niet zonder slag of stoot, want het pand was nog midden in verbouwing. Terwijl de deuren over een uur opengingen waren de technici nog bezig.

Nighttown is een feest der herkenning voor wie het pand kent en bezocht heeft. We zien legendarische beelden van een optreden van Nirvana, dat voor een karig publiek van 66 man speelde. Een slecht optreden, want ze hadden er duidelijk geen zin in. Een paar maanden later braken ze door met Nevermind en schreef de band geschiedenis. Als je ieder op z’n woord mag geloven zou het legendarische concert 6600 bezoekers hebben gehad.

Ook Prince, Bootsy Collins, punkiconen Ramones en zelfs Johnny Cash (de duurste entree die Nighttown ooit vroeg!) traden er op. Maar Nighttown was meer dan een concertpodium. Dj’s Michel de Hey en Ronald Molendijk draaiden er, er waren housefeestjes, de jungle deed er z’n intrede en uiteindelijk ontstond er een mengeling van rock en dance, zoals de rave/ breakbeat van The Prodigy die bij een breder publiek aansloeg. Uiteindelijk was Nighttown van iedereen en dat maakte de club zo bijzonder.

Middels talking heads (eigenaren, dj’s, Tom Barman van dEUS) maakt de documentaire inzichtelijk wat Nighttown was en waar de club voor stond. Het lukt regisseur Marcel Haug om de poptempel, die in 2006 definitief de deuren moest sluiten, weer “leven” in te blazen. Dat er ook veel mis ging, wordt eerlijk en onverbloemd in beeld gebracht. Zo kwam de verbouwing nooit af en maakten de vele kleine bv’s en giften van particulieren de financiële administratie onoverzichtelijk. Uiteindelijk besloot de gemeente de stekker er uit te trekken. Gelukkig is er dan nog de film Nighttown, om weer eventjes te proeven van wat ooit was.

 

Saving Brinton

Saving Brinton – Weer kleur aan collectie
Van Rotterdam gaan we naar Iowa, waar we verzamelaar en verhalenverteller Michael Zahs ontmoeten. Hij neemt de kijker mee naar zijn huis en schuur met een bijzondere collectie films die hij jaren geleden van de stortplaats redde. Het blijkt om de bijzondere collectie te gaan van het echtpaar Brinton, dat het medium film begin twintigste eeuw naar Amerika bracht. De collectie bevat onder meer een zeldzame Pathé-catalogus uit Parijs, opnames van president Teddy Roosevelt en als hoogtepunt een verloren gewaande film van film magiër Georges Méliès.

Ruim 30 jaar deed Zahs er over om zijn collectie een plek te geven, maar niemand leek interesse te hebben in het erfgoed van de Brintons. Niet wetende dat er verborgen schatten tussen zaten. De Méliès (ingekleurd!) blijkt een unieke vondst en wordt door filmrestaurateur Serge Bromberg voor restauratie gebracht naar Bologna, waar de film een publieke vertoning krijgt. En de Brinton-collectie? Die doneert Zahs in 2014 aan de University of Iowa Libraries.

Saving Brinton is een bijzonder document over een man met oog voor unieke dingen, en zijn passie om zijn vondsten met anderen te delen. Bescheidenheid siert Zahs, die er niet voor terugdeinsde om zijn dromen waar te maken. Een innemende film en een must-see voor ieder met een cinefiel hart. De vertoningen van de stomme films uit de Brinton-collectie zijn prachtig en laten een waar stukje magie zien. Zo zien we Zahs gewapend met een oude projector (eveneens uit de Brinton-verzameling) om in een oud bioscooptheater zijn films met publiek te delen. Dezelfde plek waar de Brintons ooit hun baanbrekende films vertoonden. Terug naar vervlogen tijden, die Zahs in ere herstelt. Vooral als je je realiseert dat er zoveel stomme films verloren zijn gegaan.

Saving Brinton roept hetzelfde nostalgische gevoel op als het prachtige How To Build a Time Machine, dat vorig jaar op het IFFR vertoond werd.

 

The End of Fear

The End of Fear – Tweevoudige moord op omstreden doek
Ofwel: hoe het doek van Barnett Newman in het Stedelijk Museum in Amsterdam vermoord werd. Het gaat om Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue, dat in 1986 door een bezoeker met een stanleymes aan flarden werd gesneden. Onmogelijk om te restaureren, maar de Amerikaanse restaurateur Goldreyer waagde zich eraan. Hij had eerder met Newman gewerkt en beweerde het doek in oorspronkelijke staat terug te kunnen brengen.

Barbara Visser maakte in 2012 C.K., waarin ze een reconstructie neerzet van Clemens K., hoofd financiën van een Amsterdams kunstenfonds, die er met ruim 15 miljoen vandoor ging. Haar documentaire ontvouwde zich als thriller, die de kijker in verwarring achterliet. Datzelfde gebeurt in The End of Fear. Visser laat niet alleen de moord op het doek zien, maar ook hoe het doek voor de tweede keer vermoord wordt. Goldreyer maakte namelijk zijn woorden niet waar en bleek met het doek te hebben geknoeid. Terug naar de oorsprong, ammehoela!

Tegelijkertijd met de reconstructie vraagt Visser een jonge kunstenares het schilderij van Newman te reproduceren. Zoveel mogelijk naar het evenbeeld van het oorspronkelijke doek. Als het dan eindelijk af is, na een paar maanden zwoegen, dringt ook hier de vraag zich op: in hoeverre kan je spreken van een origineel en van een kopie? Welke waarde heeft het?

Met haar film laat Visser de kijker nadenken over de duurzaamheid van kunst. Hoezeer kan je een kunstwerk, als het vernield is, weer tot leven roepen? Dit alles bezien vanuit het perspectief van de filmmaker, de kunsthistoricus, de museumdirecteur en de kunstenaar. Ook de dader komt aan het woord, die zo’n hekel had aan het omstreden doek (Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue was geliefd en gehaat) dat hij het zo nog een keer zou vernielen.

Vissers documentaire heeft tempo, spanning, een kritisch oog en humor. In de zaal waar de Newman ooit hing, uiten deskundigen hun bewondering voor de kleur rood van een brandslang die aan de muur hangt. Dezelfde kobalt rood, menen zij, die het doek van Newman zo sprekend maakte. Een scène die toont hoe een alledaags voorwerp ineens de allure van een kunstwerk krijgt.
 

6 februari 2018

 
IFFR 2018 Deel 1
IFFR 2018 Deel 2
IFFR 2018 Deel 3
IFFR 2018 Deel 4
IFFR 2018 Deel 5
 
 

MEER FILMFESTIVALS