De Patrick

***
recensie De Patrick

De man en zijn hamer

door Suzan Groothuis

Op een nudistencamping lopen de gemoederen hoog op wanneer de eigenaar overlijdt en de vraag rijst wie de camping gaat overnemen. Maar, erger nog, er is een hamer zoek. De film ontvouwt zich vervolgens tot een detective-achtige tragikomedie, waarin Patrick, een wat simpele jongen, er op gebrand is zijn hamer terug te vinden.

Het Vlaamse De Patrick is een film die direct in het oog springt. De hoofdpersonen, een enkeling daargelaten, zijn namelijk allen naakt of zeer spaarzaam gekleed. De film speelt op een nudistencamping in de Ardennen, al maakt het niet uit of je er naakt of in kleding rondloopt. Alles kan, alles mag. Wat ge zelf wilt.

De Patrick

De film draait om hoofdpersoon Patrick (Kevin Janssens, D’Ardennen), een introverte jongen die samen met zijn ouders de camping runt. Maar er is onvrede over de gang van zaken. Patricks vader moet tegenover het bestuur het beleid verklaren, want niet alles verloopt vlekkeloos. Grootste probleem: het kasgeld is op. 

Verdwenen hamer
En dan ontstaat er drama: Patricks vader overlijdt. Het lijkt logisch dat Patrick de camping gaat overnemen, maar de Nederlandse aasgieren Herman (Pierre Bokma, jawel, naakt!) en zijn vrouw Liliane zien er ook iets in. Er woedt een stiekeme strijd om de leiding over de camping. De sluwe Liliane zet daarbij haar charmes in en verleidt Patrick met seks en potjes zelfgemaakte jam.

Edoch, Patrick heeft wel iets anders aan zijn hoofd. Het overlijden van zijn vader lijkt hem niet echt te raken. Zijn focus is gericht op zijn favoriete hamer, die hij kwijt is. Terwijl hij seks heeft met Liliane kan hij maar naar een ding kijken. Die lege plek op zijn muur waar ooit de hamer hing.

Wat dan volgt is een bizarre zoektocht naar zijn geliefde gereedschap, waarbij Patrick dwangmatig de camping afgaat. Maar hij wordt door de campinggasten van het kastje naar de muur gestuurd. Verschillende bekende gezichten komen voorbij: Bouli Lanners (regisseur van Les Géants en Ultranova) als Bon, een betrokken politieagent, en zelfs de Nieuw-Zeelander Jemaine Clement (Flight of the Conchords), die in De Patrick de arrogante zanger Dustin speelt. 

Hoewel de gasten met Patrick te doen hebben, kan niemand hem echt helpen. Ondertussen vangt hij de aandacht van de mooie Nathalie (Hannah Hoekstra), die eigenlijk voor Dustin naar de camping is gekomen. Een desillusie, want de man is alleen maar met zichzelf en andere vrouwen bezig. Nathalie ziet iets in Patrick wat anderen niet zien: ondanks dat hij geen ambities lijkt te hebben, maakt hij prachtige houten meubelen. 

De Patrick

Droogkomisch met een gevoelige ondertoon
De Patrick is een film die qua stijl doet denken aan Alex van Warmerdarm (Abel, Borgman). Droogkomisch en licht bizar. Regisseur Tim Mielants, die verantwoordelijk was voor het derde seizoen van Peaky Blinders en wat afleveringen van Legion en The Terror, vermengt het geheel tot een komisch drama met een hoog mystery gehalte. Je hoort het Patrick vele malen zeggen: “Waar is mijn hamer?” 

De Patrick is in zijn eerste helft, waarin ongemak en humor knap versmelten, het sterkst. Dat is vooral te danken aan Kevin Janssens in zijn rol van Patrick. De acteur, die we eerder nog als gespierde, arrogante zakenman zagen in wraakfilm Revenge, is bijna onherkenbaar. Hij kwam flink wat kilo’s aan voor zijn rol en zet Patrick overtuigend neer. Patrick, steevast gekleed in alleen een rommelig overhemd, is in zichzelf gekeerd, sullig maar ook kwetsbaar en lief. En weet de kijker, al is het een vreemde vogel met die obsessie voor zijn hamer, voor zich te winnen.

Als film is De Patrick echter wat onevenwichtig, zeker richting einde. De whodunit rondom de verdwenen hamer is zwak uitgewerkt en sommige scènes, zoals het bezoek van Patrick aan de caravan van Herman, leunen tegen het kolderieke aan. Maar de film is interessant als je hem bekijkt vanuit het oogpunt van de outsider. De Patrick handelt over iemand die geen torenhoge ambities heeft of in de spotlights hoeft te staan. Ondanks zijn stille en simpele karakter is Patrick wel puur en het lukt Janssens dat met minimale mimiek over te brengen. Onderliggend borrelen er emoties en dat maakt De Patrick complexer dan je op het eerste gezicht zou zeggen.

 

26 september 2019

 

Lees hier het interview met regisseur Tim Mielants.

 

ALLE RECENSIES

Film by the Sea 2019 – Deel 3 (slot)

Film by the Sea 2019 – Deel 3 (slot)
Sociaal-realisme en een ontsnapte hand

door Suzan Groothuis

Wie wilde kon zich de hele week opsluiten in het gigantische CineCity-complex waar de meeste films draaiden. En als je behoefte had aan wat frisse lucht boden de boulevard en het strand een uitkomst. In dit laatste deel aandacht voor de nieuwe Ken Loach, ontroerende en vervreemdende Franse animatie, psychiatrie in Litouwen en een boerin die zich losmaakt van een grote, allesbepalende coöperatie. 

 

Sorry We Missed You

Sorry We Missed You – Werken tot je er bij neer valt
Sorry We Missed You is een typische Ken Loach (I, Daniel Blake, The Wind that Shakes the Barley). Wie het oeuvre van de man niet kent: Loach richt zich op de Britse working class. Hij toont het harde, werkende leven en dat gaat niet van een leien dakje. Meestal vormt een gezin het uitgangspunt, met hardwerkende ouders die moeten opboksen tegen werkgevers die alleen maar naar productie en winst kijken. Onrecht en sociale ongelijkheid zijn terugkerende thema’s, gefilmd in een naturalistische stijl.

In Sorry We Missed You draait het om Ricky en zijn gezin. Na de kredietcrisis van 2008 besluit hij om te investeren in een bestelbusje en als pakketchauffeur aan de slag te gaan. Om die bus te bekostigen, moet hij wel de auto van zijn vrouw verkopen. Aangezien zij werkt als ambulant verzorgster is het voor haar ondoenlijk iom alles met het openbaar vervoer te doen, maar Ricky ziet een gouden toekomst en ze zwicht. Als kijker voel je aankomen dat het goud er niet gaat komen.

Die vermoedens worden algauw bevestigd met de start van Ricky’s werk bij de pakkettendistributeur. Een blaffende boom van een kerel geeft orders. Een hoge productie levert geld. En de scanner om de pakketten te traceren, moet je bewaken met je leven. Wat dan volgt is een ware race tegen de klok om de pakketjes op tijd te leveren. Ricky en zijn gezin komen steeds meer onder druk te staan, spanningen nemen toe en dan is er ook nog zijn puberende zoon die Ricky en zijn vrouw tot het uiterste drijft. 

Sorry We Missed You is een film met een hoog gevoel van sentiment, maar dan gestoken in een sociaal-realistisch jasje en voorzien van de nodige pittige dialogen. Een van de beste is die waarin Ricky’s werkgever hem vertelt wat hem drijft. De man – zo’n typische testosteronbuldog van een manager – was in dat opzicht een interessanter uitgangspunt geweest voor Loach’ film. Want natuurlijk ligt de sympathie bij Ricky en zijn gezin, die je – Loach eigen – steeds meer de afgrond in ziet zakken. Er zijn sprankjes hoop, maar tegenover zoveel tegenslag dat daar amper tegenop te vechten is. Een ware tearjerker voor de Britse werkende klasse. 

 

Mjölk

Mjölk – IJslandse Ken Loach
Van Britse ellende gaan we naar IJsland, waar filmmaker Grímur Hákonarson (Rams) zijn inspiratie wellicht bij Ken Loach zocht. Want Mjölk gaat ook over de werkende klasse en het onrecht van grote corporaties, eveneens gefilmd in een droge sociaal-realistische stijl.

Inga is de protagonist in het verhaal. Samen met haar man runt ze een klein melkveebedrijf, maar de twee zijn volkomen afhankelijk van de corrupte zuivelcoöperatie die alles bepaalt. Een voorbeeld: als je je producten elders goedkoper inkoopt, zorgt de coöperatie ervoor dat je je als kleine boer maar moeilijk staande kan houden. Met een coöperatie die in je nek hijgt en hardwerkende boeren afhankelijk maakt, is het vechten tegen de bierkaai.

Vechten is een thema dat centraal staat in Hákonarsons film. Net als in Sorry We Missed You lijkt er alleen maar sprake van tegenslag. Wanneer Inga’s man plotseling in een auto-ongeluk overlijdt, komt ze oog in oog met de coöperatie te staan. Inga besluit het heft in eigen handen te nemen en voor zichzelf te starten. En zo woedt er een strijd tussen de stugge boerin en de hoge meneren van de coöperatie die allesbehalve zuiver zijn. Die strijd is met momenten droogkomisch gevangen, zoals Inga die haar rauwe koeienmelk zo tegen het coöperatiegebouw laat spuiten.

De film werkt echter plichtsgetrouw toe naar een voorspelbare afloop: de voorvechter wint en krijgt weer een stukje sympathie en respect terug van een gemeenschap die de vechtlust verloren was. Die ontwikkeling voltrekt zich in rap tempo, waarbij iedere spanningsboog ontbreekt. Wellicht, met meer droogkomische momenten, was Mjölk meer in het oog springend geweest.

 

J’ai Perdu Mon Corps

J’ai Perdu Mon Corps – Betoverende animatie
In het oog springend gaat wel op voor de Franse animatiefilm J’ai Perdu Mon Corps. Regisseur Jérémy Clapin doet iets heel knaps: met zijn magische, wat donkere vertelling weet hij de kijker te beroeren. Overkoepelend thema zijn de zintuigen. We volgen de jonge Naoufel, een gevoelige, kwetsbare jongen die zijn ouders op jonge leeftijd verliest. Hij heeft van hen liefde voor de schone dingen in het leven meegekregen, zoals muziek en kunst. Zijn moeder was pianiste en zijn vader kon iets wat bijna niemand kan: een vlieg vangen.

Het verfijnde van zijn ouders zit ook in Naoufel, in hoe hij de wereld om zich heen ziet en ervaart. Zijn zintuiglijke waarneming speelt een grote rol. Zoals het opnemen van  omgevingsgeluiden met een taperecorder. Of zijn handen die in contact zijn met al het moois en tastbare dat de aarde voortbrengt – water, sneeuw, planten, insecten.

Tegelijkertijd volgen we – jawel – een ontsnapte hand uit een laboratorium. Geleidelijk aan smelten de twee verhalen – Naoufels zoektocht naar stabiliteit en schoonheid in zijn leven en de hand die ook zoekende is – samen. Het moet gezegd: J’ai Perdu Mon Corps doet dat prachtig. De film speelt in de jaren negentig, getuige de cassettebandjes die toen populair waren en de patch van de alternatieve band The Pixies, dat het meisje op wie Naoufel zijn oog heeft laten vallen, op haar tas heeft genaaid.

Getekend in een donkere stijl, verhaalt J’ai Perdu Mon Corps over liefde, verlangen en durf. De sociaal-realistische achtergrond van de arme Naoufel is magisch gevangen. Een donker sprookje, waarbij je, als je je er helemaal voor openstelt, geraakt wordt door de puurheid ervan.

 

Summer Survivors

Summer Survivors – Ongewone trip door Litouwen
Op een filmfestival mag een roadmovie natuurlijk ook niet ontbreken. Summer Survivors is wel een vrij ongewone. Het zijn namelijk geen vrienden of een stel die samen een trip maken. Psychologe Indre, net afgestudeerd, moet twee jonge mensen die opgenomen zijn in een psychiatrische kliniek begeleiden naar de andere kant van het land. De psychiater vindt dat ze beter af zijn bij een andere kliniek. Een wat ongewone keuze om Indre mee te laten gaan, want ze heeft iets sociaal onhandigs en is helemaal niet geïnteresseerd in contact met cliënten.

Toch gaat ze, onder druk van de volhardende psychiater. Bijgestaan door een zuster die de pillen verstrekt starten ze hun reis, die vol ongemak begint. De bipolaire Paulius begint namelijk ineens te praten – iets wat hij dagen niet gedaan heeft. En dan is er de suïcidale Juste, haar polsen nog in het verband, die vindt dat ze niet ziek is maar wel geteisterd wordt door donkere gedachten.

Geleidelijk aan, zoals dat vaker gaat met een roadtrip, komen de drie (de pillenzuster wordt letterlijk vergeten en bij een tankstation achtergelaten) nader tot elkaar. Regisseur Marija Kavtaradze blijft met haar personages dicht bij de realiteit, mede dankzij hun naturelle spel. Haar film heeft een tragikomisch karakter en toont de gebeurtenissen van de drie met een lach en een traan. Daarbij: de psychiatrische stoornis waarmee Paulius en Juste te kampen hebben, wordt nergens uitvergroot. De boodschap van de film is dat we allemaal mensen zijn en ondanks een psychiatrische diagnose meer met elkaar delen dan we denken. Kavtaradze is realistisch genoeg om in te laten zien hoe bepalend lijden kan zijn. Geluk is niet voor ieder mens weggelegd, getuige de bitterzoete afloop van de film.

 

24 september 2019

 

Film by the Sea 2019 – Deel 1

Film by the Sea 2019 – Deel 2

 


MEER FILMFESTIVAL

Film by the Sea 2019 – Deel 2

Film by the Sea 2019 – Deel 2
Verwoestende, ontzaglijke en wonderschone natuur

door Suzan Groothuis

De favoriete film van directeur “Mr. Horror” Jan Doense, Jaws, kreeg een passende vertoning op het strand. Terwijl de haai in vol ornaat in beeld was, hoorde je de golven op de achtergrond. Ook het oorlogsgeweld van Apocalypse Now – Redux was op het grootste filmdoek van het tot Film by the Sea gebombardeerde Cinecity te bewonderen. In dit tweede deel aandacht voor films waarin natuur een rol speelt. Verwoestend, ontzaglijk en wonderschoon. 

 

Maiden

Maiden – Heldhaftige dames op zee
Het is 1989 en de droom van de jonge Britse Tracy Edwards komt uit. Ze doet mee aan de Whitbread Round The World Race, een prestigieuze zeiltocht rond de wereld. Edwards trommelde louter dames – ervaren en kundige zeilsters – op en doopte hun boot Maiden. De film Maiden, van documentairemaker Alex Holmes, toont waar Tracy haar inspiratie vandaan haalde en hoe de tocht van de grond kwam. Tracy, getormenteerd door moeilijke puberjaren, voelde zich aangetrokken tot de vrijheid van de zee. Maar meedoen aan een race was een stap te ver – althans, volgens mannelijke zeilers en geldschieters. Het vraagt lef en doorzettingsvermogen om haar droom te realiseren en Maiden laat met uniek beeldmateriaal zien hoe Tracy’s zeilboot de strijd aangaat met de mannelijke concurrentie.

De tocht gaat gepaard met vooroordelen. Terwijl journalisten van mannelijke zeilers willen weten wat de technische aspecten van hun boot zijn, worden de dames amper serieus genomen. Er is meer interesse of ze elkaar niet in de haren vliegen. Tracy en co anno nu blikken terug op hun ervaringen en vertellen, dan weer gevat, dan weer emotioneel, wat er allemaal bij de race kwam kijken.

En zo word je als kijker meegetrokken in een uniek, bevlogen verhaal, waarbij je op het puntje van je stoel zit. Het is niet zozeer een film over vrouwen die zeilen. Het is een film over mensen die ergens in geloven en zo gepassioneerd zijn dat ze er vol voor gaan. De vrouwen blijken de reis rondom de wereld niet anders te ervaren dan de mannen – de belevenis van een verwoestende, maar ook wonderschone zee bestieren is hetzelfde. En zo leef je mee met een tocht waarvan iedereen dacht dat die niet gemaakt kon worden. De beelden van agressieve golven die tegen en over de boot slaan en de onuitputtelijke crew die ze controleert, staan op het netvlies gebrand. Een film die qua impact lijkt op het prachtige Deep Water, waarin solozeiler Donald Crowhurst in zijn tocht rond de wereld gevolgd wordt en waar de afloop helaas wat minder fraai was.

 

Monos

Monos – Jong strijdgeweld
Van een reis rond de wereld gaan we naar de chaotische oerwouden van Columbia. In Monos, dat inmiddels in de bioscoop draait, volgen we jonge guerrillastrijders. Het zijn nog maar kinderen, die als taak hebben een gijzelaar te bewaken en voor een koe te zorgen. Af en toe worden ze bezocht door hun trainer van de Organization, die de jonge groep bevelen geeft en drilt. Maar overwegend moeten ze het zelf zien te rooien, bijgestaan door hun wapens en gierende hormonen. Je raadt het al: dat loopt uit de hand. 

Monos is een bijzonder krachtige film. De beelden van een woest, chaotisch landschap en een idem gezelschap, zijn door de Nederlandse cameraman Jasper Wolf op indrukwekkende wijze vastgelegd. Realistisch maar ook niet, met oog voor het schone en het verwoestende. Deze oorlogssituatie voelt onwerkelijk aan, als een ongrijpbare, nare droom, waarin kinderen gedwongen worden stelling te nemen tegen de heersende maatschappij. Je vraagt je af of ze zich bewust zijn waarvoor ze strijden. Maar filmmaker Alejandro Landes diept dat niet uit: zijn monos (wat zoveel betekent als aapjes) zijn kinderen die in een strijdbare, ongewone situatie zitten, en we volgen hen daarin.

Monos heeft weinig dialoog en is vooral een fysieke film. De driloefeningen, waarbij de jonge lichamen tegen elkaar aandrukken en opbotsen, worden ondersteund door de hypnotiserende soundtrack van Mica Levi. Zij was eerder verantwoordelijk voor de prachtige composities van Jackie en Under the Skin. In Monos smelt haar dreigende en bezwerende soundtrack samen met de beelden, wat leidt tot een overrompelende filmervaring.

Misschien is dat de strekking van Monos: een film die je moet ervaren. Jagen en opgejaagd worden, temidden van een nietsontziende, woeste natuur. De film voelt als een oerkracht waartussen je goed en kwaad bespeurt: er is zachtheid en tederheid, maar ook een meedogenloze hardheid en beestachtigheid. Een van de hoogtepunten van het festival. 

 

Apocalypse Now Redux

Apocalypse Now Redux – In afwachting van The Final Cut
Monos heeft met zijn onwerkelijke sfeer wel wat weg van Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now, een film die de Vietnamoorlog niet toont, maar is. Vlissingen leek een primeur te hebben met een vertoning van zijn Final Cut – een tweede, en wellicht laatste bewerking van Coppola’s meesterwerk uit 1979. Helaas kregen de programmeurs die versie toch niet in handen en besloot men tot een vertoning van Apocalypse Now Redux. Alsnog een kans om zo’n klassieker op het grootste doek dat het CineCity-complex rijk is te vertonen. Waar de opkomst mager was (oorlogsgeweld weegt niet op tegen een zonovergoten dag) blijkt de film anno nu nog even indrukwekkend.

De film start met chaos: we zien Captain Benjamin L. Willard (Martin Sheen) in zijn slaapvertrek, terwijl hij doordraait. Helikoptergeluiden zijn prominent aanwezig, drank en bloed vloeien rijkelijk. In Hearts of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse, een documentaire over de totstandkoming van de film, zien we dat dit niet gespeeld was. Sheen bevond zich op het randje en bezweek bijna aan een hartaanval.

Willard krijgt de onmogelijke opdracht Colonel Walter E. Kurtz (Marlon Brando) op te sporen en te elimineren. Kurtz – briljant, met vele onderscheidingen – is gek geworden en voert zijn eigen oorlog in de dichte jungle van Vietnam. Wat volgt is een surreële tocht over de Nung-rivier, waarbij Coppola je meevoert van de ene onwerkelijke situatie naar de andere. Apocalypse Now

slaagt vooral in het neerzetten van een onwerkelijke, nachtmerrie-achtige sfeer in een chaotische, zinloze strijd. Neem Robert Duvall als gevreesde Lieutenant Colonel Bill Kilgore, die geniet van oorlog: “I love the smell of napalm in het morning”. Of Playboy Bunny’s die de soldaten trakteren op een sexy optreden, dat natuurlijk uit de hand loopt. En niet te vergeten het bizarre koninkrijk waar Kurtz heer en meester is.

De Redux-versie is 49 minuten langer dan het origineel en bevat een paar scènes die Coppola er zo weer uit mag snijden. De conversatie met Playboy Bunny’s in de helikopter is totaal overbodig, evenals het bezoek aan Franse kolonisten waar Willard op zoete wijze verleid wordt. Het zijn misplaatste scènes in een film die het zo van vervreemdende wanorde (zowel in de mens als in de natuur) moet hebben. Je vraagt je af wat de meerwaarde is van een bewerking van het eigenlijk al sterke origineel.

 

20 september 2019

 

Film by the Sea 2019 – Deel 1

Film by the Sea 2019 – Deel 3

 


MEER FILMFESTIVAL

Preview Film by the Sea 2019

Preview Film by the Sea 2019
Toegankelijke arthouse, documentaires en toppers

door Suzan Groothuis

Komende vrijdag begint Film by the Sea. Het filmfestival in Vlissingen, dat inmiddels z’n 21ste editie viert, vertoont allerlei soorten toegankelijke arthouse-films en documentaires. InDeBioscoop vist alvast in het programma.

De grote vangst van deze editie is Parasite, de nieuwe film van Bong Joon-ho. Deze Zuid-Koreaanse regisseur heeft al een reeks meesterwerken en opvallende films op zijn naam staan zoals Memories of Murder, Mother, Snowpiercer en Okja. Met Parasite, een pakkende venijnige satire over klassenverschillen in het eigentijdse Zuid-Korea, is hij nog steeds in vorm. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor acteur Song Kang-ho, die gezien kan worden als een van de meest veelzijdige acteurs uit het land. Parasite won in Cannes de Gouden Palm voor beste film, wat het een aanlokkelijke film voor het festivalpubliek maakt.

Parasite (Joon-ho Bong, 2019)

Parasite (Joon-ho Bong, 2019)

Engelse maatschappijkritiek
Een andere film die het in Cannes goed gedaan heeft, is Sorry We Missed You. Niet vreemd als je weet dat de Britse regisseur Ken Loach al jaren een festival-lieveling is. Loach’ films kenmerken zich door een maatschappijkritische blik op Engeland. Sorry We Missed You, die gaat over de uitbuiting van freelancers die door allerlei sluwe regels bedonderd worden door hun opdrachtgevers, belooft een ware working-class tearjerker te zijn. Gaat dat zien in Vlissingen!

En nu we toch bezig zijn met prominente filmmakers kunnen we de nieuwe Pedro Almodóvar ook niet vergeten. Zijn Dolor y Gloria ziet hij als een van zijn meest persoonlijke films en belooft weer een mooie combinatie van melodrama en fijnzinnigheid.

Wie het programma van Vlissingen doorneemt, ziet ook een aantal titels die eerder te zien waren op het IFFR en Imagine. Neem Wilkolak, Monos, Tigers Are Not Afraid, Manta Ray, The Best of Dorien B. en Beats. Daarnaast ontkomt het festival niet aan het meesnoepen van films die tijdens Film by the Sea hun Nederlandse release hebben, zoals de documentaire Miles Davis: Birth of the Cool en de gelijknamige filmbewerking van de populaire Britse-serie Downton Abbey. 

Un homme et une femme (Claude Lelouche, 1966)

Un homme et une femme (Claude Lelouche, 1966)

Franse cinema
Een van de constanten van het festival is de Franse cinema. Dit jaar is er een verrassende regisseur te gast, namelijk Claude Lelouch. Een man die de grote gebaren niet schuwt, want zijn films met thema’s als familie, de holocaust en de waarde van kunst doen bombastisch aan. Zijn bekendste film is waarschijnlijk Les uns et les autres over het wel en wee van vier muzikale families in de twintigste eeuw. Ook is er een screening van zijn eerste hit Un homme et une femme samen met het vervolg uit 1986.

Tot slot zijn er nog wat opmerkelijke vertoningen van klassiekers die de fanatieke cinefielen moeten aanspreken. Neem de final cut van Apocalypse Now. Het is de vraag hoe de ultieme visie van Francis Ford Coppola heeft geleid tot aanpassingen na de langere redux-versie. In die lijn is ook de final cut van Blade Runner te zien, die hoogstwaarschijnlijk is geprogrammeerd als eerbetoon aan de recentelijk overleden Rutger Hauer. De zwijgende film wordt geëerd door een speciaal filmconcert bij Nosferatu, Eine Symphonie des Grauens. Een geliefde expressionistische horrorklassieker van F.W. Murnau.

 

 11 september 2019


MEER FILMFESTIVAL

In Fabric

****
recensie In Fabric

Duivelse jurk

door Suzan Groothuis

Een kledingstuk moordzuchtig? Het klinkt vergezocht, maar in Peter Stricklands In Fabric zien we hoe een rode, wulpse jurk slachtoffers maakt. De film overtuigt vooral qua sfeer, waarin beeld en soundtrack de kijker bedwelmen.

Horrorfilms kennen vele monsters, maar een kledingstuk dat moordt is vrij uniek. Net zoals de moordende autoband in Quentin Dupieux’ Rubber. In Peters Stricklands horrorkomedie In Fabric maakt een opvallende rode jurk de dienst uit. Verkocht in het luxe warenhuis Thames Valley Dentley & Soper, waar speciale prijzen de massa lokken en mysterieuze zwart gekapselde dames achter de toonbank staan. Miss Luckmoore (Fatma Mohamed) zwaait er de scepter en doet met haar uiterlijk nog het meest aan een kille vampier uit vroeger tijden denken.

In Fabric

Sheila (Marianne Jean-Baptiste, Oscar-genomineerd voor haar rol in Mike Leighs Secrets & Lies), zoekend naar een mooie outfit voor een date, laat haar oog vallen op de jurk. Er is er maar één van, laat ze zich door de autoritaire, deftig sprekende Miss Luckmoore vertellen. Hoewel maatje 36 wat smal lijkt voor Sheila, past ze er opvallend goed in. De jurk gaat mee, niet wetend dat ze daarmee het kwaad in huis haalt.

Thuis heeft de gescheiden Sheila het te stellen met haar zelfzuchtige zoon Vince en zijn masochistische vriendin Gwen. In die laatste herkennen we actrice Gwendoline Christie, die hitserie Game of Thrones opsierde als stoere vrouw Brienne of Tarth. Dat Sheila onderliggend eenzaam is en hunkert naar wat liefde en aandacht, merken de twee niet op. Sterker nog, ze eigenen zich het huis toe, alsof Sheila er niet is.

Dominant en bloeddorstig pronkstuk
Je raadt het al: de entree van de rode jurk doet alles veranderen. Eerst de lichamelijke sensatie, want na het dragen ervan heeft Sheila een vreemde uitslag op haar borst. Ook zijn er ‘s nachts vreemde geluiden te horen van iets dat tegen metaal schraapt. Een scène die doet denken aan BBC-serie Ghost Watch, waarin vreemde, spookachtige geluiden in de nachtelijke uren een heel huishouden domineren. De gebeurtenissen krijgen een steeds heftiger karakter, waarin de jurk als dominant pronkstuk overeind blijft. Kapotgebeten door een woeste hond? De volgende dag is de jurk weer back in business – schoon, bloedrood en dreigend.

Stricklands handelsmerk is, net als in zijn vorige films Berberian Sound Studio en The Duke of Burgundy, onmiskenbaar aanwezig: stilistisch verwijzend naar Italiaanse giallo, met de kleur rood prominent in beeld, een occulte en fetisjistische sfeer ademend. Ook zien we zijn acteurs terug: Fatma Mohamed en Sidse Babett Knudsen, eerder verwikkeld in een dominatrix-intrige in The Duke of Burgundy, staan nu in dienst van een duivelse rode jurk.

In Fabric

Hoewel de film naar het einde toe wat repetitief is – jurk gaat van drager naar drager en richt geweld en verwoesting aan – zijn er diepere lagen te ontdekken. Kritiek op de consumptiemaatschappij bijvoorbeeld, waarin uitverkoop in een duur warenhuis leidt tot waanzin onder kopers. En dan is er nog het perfecte maatje 36, waarin modellen zich hullen in  modieuze tijdschriften en ons iets zeggen over de geldende schoonheidsnorm. Ondertussen stelt Strickland ook op satirische wijze normen en waarden op de werkvloer aan de kaak. Personeelszakenmedewerkers Stash & Clive (komieken Julian Barratt en Steve Oram) onderwerpen Sheila aan een onmogelijk vragenvuur wat wel en niet kan tijdens werkuren. Zoals haar vermeende, veelvuldige toiletbezoeken vlak voor lunchtijd. Maar uiteindelijk willen ze het alleen over haar dromen hebben.

Spelen met genres
In Fabric ademt een eigen, vervreemdende sfeer, zoals Stricklands voorgangers dat ook deden. Zijn film is qua genre moeilijk te duiden en is wat kort door de bocht met de benaming horrorkomedie: er sluipen ook sociaal-realisme, ironie, fetisjisme en occulte magie doorheen. Het verhaal speelt in een tijdloos universum, maar refereert onmiskenbaar aan de stijl van de seventies, een tijd waarin luxe-consumptie voor de meeste Britten toegankelijk werd. Het warenhuis is als een exclusieve façade, dat het volk en masse lokt met uitverkoop. Maar achter de schone schijn wankelt het en heersen kwaadaardige intenties.

In de wondere wereld die In Fabric rijk is – zie het als een duister, surrealistisch sprookje – zijn het vooral beeld en soundtrack die imponeren. Cavern of Anti-Matter (met twee leden van Stereolab) verzorgt ditmaal de soundtrack, waarvan de spookachtige, melancholische sound perfect aansluit op de droomachtige, stilistische beelden. Een vreemde, maar bedwelmende kijkervaring, zoveel is zeker.

 

2 september 2019

 

Lees hier ons interview met regisseur Peter Strickland.

 

ALLE RECENSIES

Midsommar

****
recensie Midsommar

Onheilspellende verlossing

door Suzan Groothuis

Na ​Hereditary​ is regisseur Ari Aster terug met ​Midsommar. Een film die duidelijk de sfeer van zijn voorganger ademt, met terugkerende thematiek: hoe verwerk je trauma? Ditmaal speelt zijn film in een zonovergoten Zweden, in een gemeenschap die aan midzomerse tradities doet. Maar onder het kleurrijke palet dat ​Midsommar​ rijk is, gaat een duistere nachtmerrie schuil.

Er ging flink wat buzz vooraf aan Asters speelfilmdebuut ​Hereditary: ​“Engste film ooit!”, kopten de media. Of dat waar is, valt te betwisten, maar Asters horror maakte indruk. Een langzame, trefzekere stijl, met veel oog voor beeld en detail. Als je goed oplette, kon je in decors prospecties zien – duistere aanwijzingen van wat komen ging. En bovenal maakte een etterende naarheid zich meester van de kijker. Want hoeveel trauma kan een mens aan?

Nu is er ​Midsommar, een zogeheten breakup movie. Persoonlijke omstandigheden inspireerden Aster tot het maken van een relatiedrama. Maar​ Midsommar​ is meer dan dat; onderliggend trauma vormt, net als in ​Hereditary,​ het uitgangspunt. Met de opening zet Aster direct de toon. De jonge Dani (een uitstekende Florence Pugh, die eerder overtuigde in haar manipulerende rol in ​Lady Macbeth) leest verontrustende berichten van haar bipolaire zusje op Facebook. Haar alertheid is gewekt. Haar zusje wil er niet meer zijn. Haar vriend Christian doet het af als aandacht zoeken. En zijn vrienden vinden duidelijk iets van de claimende Dani. Maak het uit, is hun advies.

Midsommar

Groot trauma
Zover komt het niet. Want, en daar is het een Aster-film voor, er dient zich groot trauma aan. Een uiterst beklemmende en hartverscheurende scène toont hoe Dani’s wereld in een klap verandert. Ze zoekt houvast bij haar wankele relatie, met een vriend die er maar half voor haar is. Wanneer uitkomt dat hij plannen heeft om met zijn studievrienden naar Zweden te gaan, lijkt de breakup nabij. Maar Christian kan niet de relatie beëindigen. Niet onder de omstandigheden die zijn voorgevallen. Dus hij ziet maar één uitweg: Dani meevragen.

En zo geschiedde: het koppel gaat met Christians vrienden naar een afgelegen gemeenschap in Zweden die aan midzomerse tradities doet. Vriend Pelle is er opgegroeid en wil zijn Amerikaanse vrienden iets unieks laten zien. Precies tijdens hun komst viert de gemeenschap feest, een spektakel dat zich eens in de negentig jaar voordoet.

Wat begint als een idyllische zomertrip, mondt uit – uiterst beheerst in beeld gebracht – in een ware nachtmerrie. Het landschap is verleidelijk, met gras groener dan groen en de zon die immer schijnt. Bij aankomst krijgen de Amerikanen paddo’s voorgeschoteld. Het maakt de schoonheid van het landschap nog intenser, maar er is ook een onderliggende, onverklaarbare dreiging. Dani voelt die. En met die dreiging ontstaan er scheuren in een relatie die al gebroken is.

Midsommar

Indringende spanning
Aster is een meester in het opbouwen en vasthouden van spanning. Het gevoel dat er iets niet klopt, is constant aanwezig en wordt gevoed door vreemde gebeurtenissen, zoals verdwijningen, verlokkingen en rituelen. Maar het zijn vooral beeld en geluid die overtuigen: het camerawerk van Pawel Pogorzelski, die ook de cinematografie van ​Hereditary deed, is indringend en claustrofobisch, versterkt door een onheilspellende soundtrack (de twee gaan briljant samen in de openingsscène, kippenvel gegarandeerd!). Een knappe prestatie kijkend naar de sprookjesachtige setting waarin ​Midsommar​ speelt. Ondanks al het licht is onderliggende duisternis voelbaar. Neem de ongemakkelijke tafelmomenten, de gereserveerde gastvrijheid van de commune en een aantal onverwacht bloedige scènes, waarbij je je ogen toch echt even wegdraait.

De link naar een folk-horrorklassieker als ​The Wicker Man​ is snel gelegd. Toch is ​Midsommar complexer, want de emotioneel beladen hoofdpersoon is net als in ​Hereditary​ zoekende naar catharsis. Hoewel de gemeenschap haar angst aanwakkert, is ze er ook door gegrepen. Tijdens een paddotrip zien we hoe het gras zich in haar voeten hecht, als zijnde een teken van eenwording.

Aster wordt wel verweten dat​ Midsommar qua thematiek, sfeer, opbouw en duur (een lange zit van 2,5 uur) teveel lijkt op ​Hereditary. Eerlijkheid gebiedt te zeggen: je kan duidelijk zien dat Midsommar van zijn hand is. Het heeft wat meer komische elementen (Aster omschrijft zijn film als een donkere komedie), maar is minstens zo indringend als zijn voorganger. Belangrijker is: het werkt. Zo intens, onderhuids en aangrijpend heeft de schrijver dezes de laatste jaren geen horrorfilms gezien. Aster sleept je van begin af aan mee in een woekerende naarheid, gevoed door trauma, op weg naar een donkere verlossing. Laat de zomerse festiviteiten maar komen.

 

23 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Dentellière, La

****
recensie La Dentellière

Stille anonimiteit

door Suzan Groothuis

Het is de zomer van Isabelle Huppert. Filminstituut Eye in Amsterdam zet de Franse actrice in de spotlights middels een retrospectief, waaronder landelijke vertoningen van ​Les Valseuses, La Cérémonie, La Pianiste en ​La Dentellière​ van de Zwitserse regisseur Claude Goretta, met een nog jonge Huppert, onbevangen en kwetsbaar. De titel verwijst naar het schilderij De Kantwerkster van Vermeer.  

Huppert is gewend om niet de gemakkelijkste rollen op zich te nemen. Ze speelt vaak dualistische personages. Afstandelijk, kil en hard tegenover emotioneel en kwetsbaar. In Goretta’s ​La Dentellière, naar de bewerking van de gelijknamige roman van ​Pascal Lainé​, is zij de jonge en zwijgzame Beatrice. ​Het was Hupperts eerste hoofdrol en betekende haar doorbraak op het grote doek. Voor haar subtiele vertolking ontving ze de BAFTA Award voor beste nieuwkomer. Anno nu maakt de film nog steeds indruk door Hupperts naturelle spel, waarbij ze Beatrices kwetsbaarheid pijnlijk invoelbaar maakt.

La Dentellière

Teruggetrokken bestaan
La Dentellière speelt in Parijs, waar Beatrice bij haar moeder woont en we van haar vader weten dat hij al vroeg uit haar leven is verdwenen. Haar enige vriendin is de oudere en levenslustige Marylène, met wie ze samen in een kapsalon werkt. Het wereldje van Beatrice, door Marylène liefkozend Pomme genoemd, is klein: haar dagen bestaan uit naar werk gaan en naar huis gaan. Wanneer Marylène’s relatie strandt, besluit ze samen met Beatrice voor een paar dagen naar de badplaats Cabourg in Normandië te gaan.

Terwijl de extraverte Marylène zich stort op het uitgaansleven, zet Beatrice haar teruggetrokken bestaan voort. Stilletjes op een verlaten terras een ijsje eten. Of als een muurbloempje in de discotheek toekijken hoe haar vriendin losgaat op de dansvloer. Wanneer een jonge man haar benadert om te dansen, wijst ze hem beleefd af. Echt interesse in mannen lijkt ze niet te hebben. Dat verandert echter wanneer Beatrice de eveneens verlegen Letteren-student François (Yves Beneyton) ontmoet. Hij is onder de indruk van haar teruggetrokken karakter en zij van zijn kennis. Ze worden verliefd en François confronteert Beatrice met nieuwe uitdagingen.

Pijnlijke verwijdering
Zo leidt hij haar, haar ogen gesloten, naar de rand van een klif. Wanneer Beatrice haar ogen opent, schrikt ze van de diepte. François stelt haar gerust: hij zou haar nooit laten vallen. De scène heeft iets romantisch, maar toont ook hoe gemakkelijk Beatrice zich laat dirigeren. Weer terug in Parijs trekt zij bij François in en vermengen hun levens zich met elkaar. Maar hoe meer ze samenzijn, des te meer de verschillen opvallen: hij intellectueel en diepzinnig, zij eenvoudig en onwetend. Tot die onvermijdelijke breuk, pijnlijk vastgelegd tijdens een bezoek aan zijn ouders: een scène die laat zien dat hun liefde niet tegen de sociale kloof is opgewassen.

Goretta brengt de groeiende verwijdering bijzonder subtiel en natuurlijk in beeld, waarbij de camera veel aandacht voor lichaamstaal heeft. Er is een samenzijn met vrienden van François, met Beatrice als zwijgzame toeschouwer. Terwijl er diepgaand gesproken wordt, neemt ze geen deel aan het gesprek – ze weet gewoonweg niet waarover het gaat. We zien hoe ze er is, en niet is, als zijnde een stille anonimiteit. Of een scène waarbij François uit het raam staart en Beatrice naakt naast hem komt te staan. Ze vraagt niets, maar lijkt te verlangen naar intimiteit, naar liefde. Hij negeert haar, en hoewel Beatrice onwetend is in het leven, moet ze het voelen: ze is niet meer gewild.

La Dentellière

La Dentellière doet qua thematiek wat denken aan ​Pygmalion​ van George Bernard Shaw: meisje van eenvoudig komaf ontwikkelt zich. Althans, dat is wat François van haar vraagt. Maar Beatrice is tevreden met het rustige leven dat ze leidt en heeft geen ambities. En dat is misschien wel het grootste pijnpunt van de film: Beatrice, puur en gevoelig, is zichzelf, maar niet goed genoeg in de ogen van haar partner. Met zijn afwijzing valt ze terug op al wat ze in zich heeft: haar ​geïsoleerde​ zwijgzaamheid. Met een laatste indringend shot zien we Beatrice lang de camera inkijken – niet meer van en niet meer in de wereld, maar teruggetrokken in haar eigen verstilde universum.

 

Kijk hier het landelijke draaischema van La Dentellière.

 

9 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT

 

ALLE RECENSIES

Clovehitch Killer, The

***
recensie The Clovehitch Killer

De schone schijn

door Suzan Groothuis

Een klein stadje in de VS is na tien jaar nog steeds in de ban van de ‘Clovehitch Killer’, een seriemoordenaar die minstens tien moorden op zijn naam heeft staan. Wanneer tiener Tyler vermoedt dat zijn eigen vader wel eens de moordenaar kan zijn, komt zijn wereld op zijn kop te staan. 

Het begin van de film doet anders vermoeden. Tyler komt uit een typisch picture perfect gezin: christelijk opgevoed en geliefd in de gemeenschap. Zijn vader Don leidt met devotie een groep scouts, van wie Tyler er één is. En noemt zijn zoon steevast bud. Jawel, een vader en zoon met een goede band.

The Clovehitch Killer

Wanneer Tyler de truck van zijn vader leent om met een meisje op stap te gaan, ontdekt zij – net als ze een beetje willen gaan rommelen met elkaar – een verfrommelde foto. Het lijkt een knipsel uit een bondagetijdschrift. Voor het meisje een reden om de date onmiddellijk te beëindigen. De volgende dag krijgt Tyler het zwaar te verduren, want hij wordt er van beticht een viezerik te zijn. Zijn onschuld bewijzen, heeft weinig zin. Hij krijgt louter vuile blikken toegeworpen, zelfs van een goede scoutvriend. Maar wat nog schokkender is dan een pervert genoemd worden, is de gedachte dat de foto van zijn vader is.

Kinky seks
Terwijl zijn vrienden Tyler links laten liggen, zoekt hij contact met outsider Kassi. Zij blijkt zich gespecialiseerd te hebben in de ‘Clovehitch’-zaak. Getriggerd door feitjes uit het politieonderzoek gaat Tyler anders tegen zijn vader aankijken. Zo brengt Don wel heel veel tijd door in zijn schuur (Tyler’s moeder: “Your father has his own hobbies”) en is hij een expert in knopen leggen. De ‘Clovehitch’-moordenaar heeft ook iets met knopen, want hij dankt zijn naam aan de manier waarop hij zijn slachtoffers vastbond. Tyler besluit op onderzoek te gaan en vanaf dat moment gaat het hard met de verwikkelingen. Van tijdschriften over kinky seks tot een vondst die wel heel direct lieert aan een seriemoordenaar: zijn vader blijkt complexer dan Tyler dacht.

The Clovehitch Killer is niet zozeer een whodunit, maar toont de misleiding van de schone schijn. Want wat doe je als een vertrouwd iemand in je omgeving anders is dan je dacht? Dit gegeven werkt in de start van de film, waarin de relatie tussen Tyler en zijn vader goed lijkt, maar je er ook iets ongemakkelijks in bespeurt. De twee acteurs spelen overtuigend: Charlie Plummer als Tyler timide en introvert, en Dylan McDermott als Don amicaal met een voelbare onderliggende dreiging. Zo is er een sterke scène in Dons schuur, waar hij een lastig gesprek met Tyler voert over seks. Als kijker voel je dat er meer aan de hand is: Don wéét dat Tyler heeft lopen snuffelen. In zijn monoloog sijpelt het geloof in alle facetten door: aan seks denken mag, maar doen is een ander ding. Zijn woorden vormen een groot contrast met de daden van ‘The Clovehitch’-moordenaar. Na afloop van het gesprek spreekt pa de opgeluchte woorden uit: “Awkward talk with dad, over!”

The Clovehitch Killer

Monster in de mens
Meer van zulke scènes had de opbouwende spanning tussen vader en zoon goed gedaan, maar regisseur Duncan Skiles kiest voor een andere weg. Tyler en Kassie komen door hun eigen geknutselde onderzoek in situaties die de geloofwaardigheid niet ten goede komen, zoals het pijlsnel vinden van belastend bewijsmateriaal. Het grootste probleem ligt echter in Tylers loyaliteit naar zijn vader. Hoe meer tekenen er zijn dat Don ‘Clovehitch’ is, hoe makkelijker Tyler zich door hem laat manipuleren. Waar er allang politie in het spel had moeten zijn, modderen de twee tieners aan met iemand die hoogstwaarschijnlijk een meedogenloos beest is.

Tylers loyaliteitsconflict brengt ons uiteindelijk naar het einde, waar nog wat geforceerde wendingen aan vooraf gaan. The Clovehitch Killer is zeker niet zonder haken en ogen, maar beklijft door het sterke acteren en het achterliggende idee dat in ieder mens een monster kan schuilen. Het gegeven van slechtheid in de mens is niet nieuw, maar de film roept de vraag op wát we ermee doen als zoiets uitkomt. Blijven we de schone schijn ten bate van onszelf of onze gemeenschap ophouden, of doorbreken we die? Dat is iets dat in deze roerige tijden, waarin mensen met zoveel dingen wegkomen, tot nadenken stemt.

 

27 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Sunset

****
recensie Sunset

Duistere geheimen in Boedapest

door Suzan Groothuis

Na het claustrofobische en beklemmende Son of Saul is László Nemes terug met het stemmingsvolle Sunset. Een kostuumdrama met een duistere laag, waarin een jonge vrouw op zoek gaat naar haar mysterieuze broer. 

Sunset speelt in 1913 in Boedapest, toen de stad nog deel uitmaakte van het Oostenrijks-Hongaarse rijk en het hart van Europa vormde. De twintigjarige Irisz Leiter (Juli Jakab) is naar de Hongaarse hoofdstad getrokken om te werken bij het vooraanstaande hoedenmagazijn Leiter. De naam is geen toeval: Irisz is de dochter van de oprichters, maar haar ouders zijn op duistere wijze overleden. Wanneer Irisz haar intrede doet, is gelijk merkbaar dat ze niet welkom is.

Eigenaar Brill vertelt Irisz dat er geen werk is en raadt haar aan weer uit Boedapest te vertrekken. De nacht kan ze er nog blijven, een morsige plek in het pand waar ze is geboren. Dan komt er een indringer haar kamer binnen, die haar vertelt dat Irisz een broer heeft. Vanaf dat moment ontstaat er voor Irisz een persoonlijke queeste: haar broer, als hij al bestaat, vinden.

Sunset

Geschoten op prachtig celluloid
Die zoektocht is bijzonder fraai in beeld gebracht. Net als het intense Holocaust-drama Son of Saul is de film analoog geschoten, met de focus op de vastberaden en opgejaagde Irisz. De camera volgt haar in haar onverschrokken tocht, terwijl ze heen en weer geslingerd wordt door vertwijfeling. Wat klopt van wat ze over haar broer heeft gehoord? Wie is te vertrouwen? En vooral: wie niet? Terwijl de politieke onrust toeneemt en de chaos in de stad verergert, geeft Irisz – meestal gefilmd vanuit haar rug, haar witte kanten kraagje omhoog stekend – haar onderneming niet op.

Nemes laat twee kanten van Boedapest zien: de weelderige, met prachtige decors en kostuums, en de grimmige, met donkere achteraf steegjes waar geruchten rommelen dat Irisz’ broer voor een bloedbad zal zorgen. Die omgevingen zijn echter ondergeschikt aan de hoofdpersoon, op wie de camera – vaak in lange shots – steevast gericht is. In haar fixatie om haar broer te vinden, dringt de omringende realiteit slechts af en toe binnen. Je hoort geroezemoes over de hittegolf in de stad, over het bezoek van de Weense prinses en een eindfeest bij Leiter. Flarden van nieuwsberichten zeggen iets over politieke spanningen.

Dwingende meeslependheid
Sunset
dwingt de kijker mee te gaan op Irisz’ reis. Nemes hanteert een claustrofobische, jachtige stijl. Telkens afgeleid – een hoedenkamer versieren voor het bezoek van de Weense prinses, terwijl je je broer wil vinden – volgen we Irisz die in plaats van antwoorden steeds meer vragen op haar pad tegenkomt. Waarom kiest haar broer voor extreem geweld? Wat is Brills agenda? En waarom wordt een van de meisjes die bij Leiter werkt uitverkoren om aan het Weense hof te gaan werken?

Sunset

Nemes geeft geen antwoorden, maar maakt Irisz’ realiteit steeds grimmiger en verwarrender. Aan de hand van wat er om haar heen gebeurt, of wat ze meent te zien gebeuren, trekt ze conclusies. Tegelijkertijd ondergaat haar personage wel een verandering, want ze wordt onbevreesd en strijdbaar. Uiteindelijk lijken Irisz en haar broer één. Waarmee je als kijker weer een vraag rijker bent: bestaat haar broer wel?

Eerlijk gezegd doet het er niet toe, want Sunset is vooral een film om te beleven, te voelen. Laat de dromerige, rijke beelden zoals van het feest in het park of het statige hoedenmagazijn je niet misleiden. Eronder gaat een broeierige duisternis schuil, nietsontziend afstevenend op het begin van de Eerste Wereldoorlog. Een film laverend tussen schoonheid en vernietiging, zijnde een duistere trip die iets wil ontrafelen maar alleen maar meer verwarring schept. Binnen die chaos moet je je staande zien te houden. En dat is precies wat Irisz doet, getuige dat laatste shot waar ze krachtig de camera in kijkt. Sunset laat zich niet vangen, maar absorbeert je van begin tot eind.

 

13 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Eighth Grade

****
recensie Eighth Grade

Memoires van een tiener

door Suzan Groothuis

Wat heb je er voor nodig om jezelf te zijn? Hoe ga je confrontaties aan? En hoe bereid je je voor op die moeilijke stap naar high school? Tiener Kayla etaleert deze kwesties op haar YouTube-kanaal, steevast afsluitend met: Gucci!

De kracht van internet: ook puber Kayla heeft hem gevonden. Op YouTube laat ze filmpjes van zichzelf zien en heeft ze het over de worstelingen van het opgroeien. Jezelf zijn is lastig. Zeker als je verlegen bent en door iedereen gezien wordt als het stille meisje. Sterker nog, wanneer er op school een superlatievenwedstrijd is, is Kayla “the most quiet girl”. Maar als je naar haar YouTube-video kijkt, leer je een andere Kayla kennen. Ze is niet verlegen, ze wil gewoon niet praten.

Eighth Grade

YouTube is voor Kayla een middel om zichzelf te uiten. Op aandoenlijke en eerlijke wijze heeft ze het voor de camera over je angsten overwinnen en wat daarvoor nodig is. Of hoe je jezelf meer kan laten zien. De echte jij, welteverstaan. Maar in het dagelijks leven is het tonen van die echte ik een worsteling. In de klas is Kayla een eenling. Als ze iets zegt, wordt ze nauwelijks opgemerkt. En als ze al contact probeert te maken met de populaire meiden uit haar klas, staan ze ongeïnteresseerd met hun blik op hun telefoon gericht. Thuis is het tegenovergesteld: daar probeert vader Mark (Josh Hamilton, 13 Reasons Why, American Horror Story) contact met Kayla te maken. En zit zij letterlijk in haar telefoon. Hoe meer de betrokken Mark toenadering zoekt, hoe meer Kayla afstand houdt.

Platform om jezelf te zijn
Eighth Grade is het debuut van Bo Burnham en laat op integere wijze de worsteling van een meisje met zichzelf en de wereld om haar heen zien. Burnham, die als tiener ook YouTube inzette om zijn onzekerheden van zich af te praten, geeft Kayla een platform om zichzelf te kunnen zijn en haar hoop en wensen vorm te kunnen geven. Hoewel er genoeg momenten zijn die Kayla’s zelfvertrouwen doen wankelen, zoals een ongemakkelijk verjaardagsfeest van het populairste meisje uit de klas, blijft zij als persoon overeind. Anders dan bijvoorbeeld een film als Todd Solondz’, Welcome to the Doll House, waarin de onaantrekkelijke Dawn Wiener (een seventh grader) in een neerwaartse spiraal terechtkomt. En Kayla schopt het ook weer niet van grijze muis tot een van de populaire meiden, zoals de dikke Patty uit de serie Insatiable die kilo’s lichter ineens razend gewild is.

Hoewel er een hang is naar erbij willen horen, of gezien willen worden, is Eighth Grade vooral een zoektocht naar je eigen identiteit. Burnham balanceert kundig tussen komisch, ongemakkelijk en realistisch en heeft met Elsie Fisher als Kayla een ongelofelijk sterke troef in handen. Volstrekt natuurlijk zet ze Kayla neer. Als kijker voel je haar onzekerheden, angsten en hoop – gevoelens die voor iedereen die tiener is of tiener is geweest (pijnlijk) herkenbaar zullen zijn.

Eighth Grade

Tienerdagboek tot leven
Het is knap hoe authentiek de film aanvoelt, alsof een tienerdagboek tot leven komt. Terwijl Burnham ook speelt met de herkenbare elementen van een (pre) high school comedy: de hunk uit de klas die jou niet ziet zitten, maar je wel doet zweven; een overbezorgde vader voor wie je je schaamt en de nerd die later toch wel leuk blijkt te zijn. Dit alles gekoppeld aan de tijd van nu, waarin social media een bepalende rol hebben.

Die huidige tijdgeest weet Burnham perfect te vangen. Tieners die opstaan en naar bed gaan met hun telefoon, waaraan hun hele zijn is gelieerd. Ook in het geval van Kayla, die liever filmpjes kijkt of muziek luistert dan haar vader aanhoren. Maar ondertussen is ze, dan weer kwetsbaar, dan weer krachtig, temidden van al die likes en snapchats, op zoek naar haar echte ik en verbondenheid.

 

19 februari 2019

 

ALLE RECENSIES