IDFA 2019 – Deel 6

IDFA 2019 – Deel 6:
Observeren, reflecteren en doemdenken

door Suzan Groothuis

Kleine, beschouwende films over het leven van mensen staan tegenover documentaires met een politiek of maatschappelijk thema. Van dikke Scandinavische vrouwen gaan we naar blinde vrienden in Uruguay, om vervolgens te zien hoe het een kungfu vechtende sekte vergaat in Italië. In een persoonlijk essay zien we veertig jaar fotogeschiedenis van The New York Times en met de ontwikkeling van artificiële intelligentie gaan we een duistere toekomst tegemoet.

 

Fat Front

Fat Front – Ere mijn lichaam
In de openingsscène horen we een conversatie in een skilift. Een vrouw vraagt aan haar vriendin of zij haar dik vindt. Haar vriendin praat er met verzachtende woorden omheen. Maar ik ben dik, zegt de vrouw vastberaden. Een feit waar zij zich niet langer voor wil schamen. Tijd om de strijd met de moraal omtrent het gewicht aan te gaan!

Fat Front volgt vier verschillende jonge vrouwen in Scandinavië die allen kampen met overgewicht. Op dieet, het eeuwige gevecht met eten, een negatief zelfbeeld. Maar die tijd is nu voorbij. Ieder voor zich heeft besloten haar gewicht te accepteren en mooi te zijn zoals je bent. Op kanalen als YouTube presenteren de dames zich zonder gêne. Naakt, dansend, gehuld in kleding die niet camoufleert. Een medium waar vrouwen met overgewicht elkaar vinden en elkaar bemoedigen er mogen zijn.

Het accent van de film ligt in eerste instantie op hoe de vrouwen zich in het nu presenteren. Naarmate we de hoofdpersonen beter leren kennen, duiken we dieper in hun geschiedenis. Daar liggen tragische gebeurtenissen, zoals seksueel misbruik of opgroeien met een alcoholistische vader. Het (extreem) dik zijn komt ergens vandaan.

Fat Front van regisseurs Louise Detlefsen en Louise Kjeldsen stelt, dan weer op komische en dan weer op pijnlijke wijze, aan de kaak hoe groot de impact van overgewicht is in een samenleving waar dun de mode is. De vrouwen vertellen open en eerlijk hun verhaal. Maar ondanks de moraal, die dik en dun gelijk trekt, laat de film de kijker achter met een dubbel gevoel. Het is mooi om te zien hoe de vrouwen hun middelvinger opsteken naar het geldende modebeeld. Tegelijkertijd doet extreem overgewicht iets met je gezondheid. Het is alsof de vrouwen met hun provocatieve strijd zeggen, dat dit er niet toe doet. Maar er omheen kan je niet.

 

Mirador

Mirador – Op stap met blinden
Van Scandinavië gaan we naar Uruguay in Zuid-Amerika, waar drie blinde vrienden in een beschouwende stijl worden gevolgd. Regisseur Antón Terni kwam op het idee nadat hij de 34-jarige Pablo ontmoette. Samen met vrienden Valeria en Oscar doet hij dingen die mensen die niet blind zijn ook doen. Zoals likeur maken, of samen kamperen.

Terni maakt gebruik van lange, observerende shots. Zoals van Oscar die met zijn radio bezig is, de camera langdurig gericht op de apparatuur die hij gebruikt. Of Pablo in een tuinhuisje, zijn omgeving aftastend.

Mirador is een film met weinig dialoog. Ze zijn er wel, zoals wanneer de drie samen zijn en herinneringen ophalen of grapjes maken. Maar de film bestaat vooral uit verstilde shots, waarvan de mooiste dat van Pablo is, die in alle rust een schelpje met zijn vingers bevoelt. Het geeft een hypnotiserend effect, alsof de tijd er niet toe doet en je wordt bevangen door de schoonheid van iets wonderlijks.

Mirador is een haast zintuiglijke film, waarbij je meedeint op het tempo van de drie blinde vrienden. Het geluid is net iets versterkt, waardoor je de omgeving gaat ervaren zoals Pablo, Valeria en Oscar. We zien ze genieten, maar we zien ook de worsteling met hun handicap. Zoals Pablo die verdwaalt in een bos, waarbij de filmmaker bewust niet ingrijpt. Uiteindelijk redden de drie het wel, met of zonder elkaar. Waar de film het aan ontbreekt is context. Je weet maar weinig van de drie hoofdpersonen en bepaalde shots zijn wel erg lang en weinigzeggend. Dat Valeria moeder is van twee kinderen, vernemen we tijdens de Q&A. Ook zegt de film niets over de positie van blinden in Uruguay. Uiteindelijk doet Mirador wat richtingloos aan. Een greep uit de magie die drie blinden samen kunnen ervaren, maar die van de kijker een lange adem vraagt.

 

Faith

Faith – Vechten voor wat komen gaat
Het Italiaanse Faith is ook een beschouwende film. In fraai zwart-wit geschoten volgen we een bizar gezelschap dat afgelegen in Italië leeft. Aangevoerd door een kungfumeester bereidt het gezelschap – bestaande uit “krijgsmonniken” en “beschermmoeders” –  zich voor op een gevecht tegen het Kwaad. Een dag die er volgens de kungfumeester ooit gaat komen.

Regisseur Valentina Pedicini kreeg de unieke kans deze geïsoleerde sekte van dichtbij te filmen. Er waren wel voorwaarden, leren we tijdens de Q&A, want de filmploeg moest zich hullen in witte kleding. We zien de sekteleden trainen, eten, slapen. Net als in Mirador ontbreekt het in Faith aan uitleg of context. De filmmaker heeft ervoor gekozen zich observerend op te stellen, wat maakt dat we vooral het dagelijks reilen en zeilen zien. De strijd waarop de krijgsmonniken zich voorbereiden gaat gepaard met een ijzeren discipline. De meest indrukwekkende scène is die waarbij de weinig gemotiveerde Laura tot het uiterste gedreven wordt door haar kungfumeester. Haar laatste kans om te laten zien dat ze een krijger is, anders zal ze het gezelschap moeten verlaten.

De gemeenschap intrigeert, maar na het zien van Faith blijft de kijker wel met heel veel vragen zitten. Hoe het idee van de sekte (een gekke mengeling van vechtsport en geloof) is ontstaan, bijvoorbeeld. Of hoe ze elkaar hebben leren kennen. Wie familie van elkaar is, en wie niet. En wat ze ervoor op moesten geven. We zien een kort fragment waarbij twee sekteleden hun familie ontmoeten. Daarin is duidelijk dat ze niet terugkeren naar huis. Een spanningsveld is voelbaar, maar er mist verdieping.

Dat laatste is het grootste probleem met Faith. Als kijker zit je naar een eindeloos gefilmde krachttoer te kijken. Prachtig en intens gefilmd, dat wel. Maar ook moeilijk om uit te zitten. Faith vraagt geduld en uithoudingsvermogen van de kijker. Als je tot het einde bent gebleven, voel je je wel even een krijger. 

 

Letter to the Editor

Letter to the Editor – Een reis door The New York Times
Alan Berliner is een filmmaker met een geheel eigen stijl. Zijn First Cousin Once Removed won in 2012 de IDFA Award for Best Feature-Length Documentary, waarmee hij een intiem document levert over de laatste levensjaren van zijn dementerende achterneef Edwin Honig. Het is tevens een essay over het geheugen, opgesierd door geluidseffecten die een herinnering simuleren. We horen een TING!, wanneer een herinnering, of een stukje ervan, naar boven komt. Berliners kracht ligt in de manier waarop hij zijn films monteert. Een bont spel van beeld en geluid, vaak druk, met de neiging tot herhaling. Maar het werkte in First Cousin Once Removed, en het werkt ook in zijn wonderlijke nieuwste: Letter to the Editor.

Letter to the Editor is niet zomaar een documentaire. Berliner was al sinds begin jaren 80 bezig met wat toen nog een idee was. Namelijk het kopen van The New York Times, tweemaal daags, en belangrijk beeldmateriaal eruit knippen, categoriseren en opbergen. Het idee? Er uiteindelijk iets mee doen qua film. Over het belang van het medium krant en het effect dat het heeft op je eigen zijn.

Letter to the Editor is geheel opgebouwd uit nieuwsfoto’s. Duizenden zien we voorbijkomen, soms zo snel achter elkaar gemonteerd dat het lijkt alsof we meegezogen worden in een filmisch tijdsbeeld. Ondertussen verhaalt Berliners voice-over over de kracht van de papieren krant en uit hij tegelijkertijd zijn zorg dat het medium eindig is. We leven immers in het digitale tijdperk en de verkoopcijfers van een grote krant als The New York Times zijn drastisch gedaald.

Niet alleen is Letter to the Editor een persoonlijke reflectie op het papieren nieuws, maar ook een duik in de geschiedenis van de afgelopen veertig jaar. Van sport tot concerten tot de fatale instorting van het World Trade Center, The New York Times was erbij, fotografeerde en legde vast. Net als in First Cousin Once Removed is Letter to the Editor voorzien van een geluidsband, waarmee de beelden nog meer tot leven komen. Zo gebruikt Berliner daadwerkelijk de muziek van concertfoto’s. Of een schreeuw, wanneer er nieuws met emotie is. En met regelmaat hoor je een typemachine driftig tikken. Alsof de New York Times op de achtergrond aanwezig is door de foto’s te voorzien van tekst.

Het moet gezegd: Berliner heeft knap werk geleverd. Letter to the Editor is een ode en afscheidsbrief ineen aan een groots medium dat de tand des tijds zeer waarschijnlijk niet zal doorstaan.

 

iHuman

iHuman – De wereld bepaald door robots
In het Noors/Deense iHuman gaan we niet terug in de geschiedenis, maar wordt vooruitgeblikt op het medium kunstmatige intelligentie. Tonje Hessen Schei is na Drone (2014) terug met een duister toekomstbeeld.

Strak en stilistisch gefilmd, waarbij interviews met experts op het gebied van artificiële intelligentie (AI) worden afgewisseld met geanimeerde computertekeningen, krijgen we een blik op het nu en de toekomst. Met alle ontwikkelingen die gaande zijn is de vraag in hoeverre computers het voor het zeggen gaan hebben. Zelflerend vermogen komt ter sprake, en daarmee ook het nemen van beslissingen die van grote invloed kunnen zijn op politiek of maatschappelijk vlak. Hierbij haalt Hessen Schei weer even de omstreden drones aan. Wanneer beslist een computergestuurd systeem om een drone te laten ontploffen? Ziet AI de bedreiging goed in een omgeving of in een mens?

Het meest schokkend is het gegeven in een deel van China, waar AI de bevolking “screent” en je al naargelang je persoonlijke situatie, wel of niet gebruik kan maken van diensten van de samenleving. Het doet denken aan Black Mirror-aflevering Nosedive, waarin Bryce Dallas Howard hard haar best doet om een zo hoog mogelijke social media-waardering te krijgen. Wat weer van invloed is op het krijgen van een hypotheek of je begeven in hogere kringen. Dat het al zover is, blijkt dus al in een klein deel van de wereld.

En zo gaat iHuman door met het belichten van diverse gevaren die de ontwikkeling van AI met zich meebrengt. In slechte handen is het een uiterst gevaarlijk medium, waarbij je kan denken aan vervalsing van nieuwsberichten en het gebruik van algoritmen die bepaalde vooroordelen uitvergroten. Bijgestaan door een dreigende soundtrack, voel je als kijker het zwaard van Damocles boven je hoofd hangen. Alleen doet iHuman teveel haar best om dat onheilspellende gevoel te benadrukken.

 

2 december 2019

 

IDFA 2019 – Deel 1
IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 3
IDFA 2019 – Deel 4
IDFA 2019 – Deel 5
IDFA 2019 – Deel 7
IDFA 2019 – Deel 8
IDFA 2019 – Deel 9

 
MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2019 – Deel 3

IDFA 2019 – Deel 3:
Rijzende en gevierde sterren

door Suzan Groothuis

In dit deel aandacht voor bekende mensen. Omdat ze een jonge influencer zijn, ineens als popster in de spotlight staan, een jarenlange carrière als illusionist weer oppakken en roem en liefde moeilijk samengaan. 

 

Jawline

Jawline – Ego voor de camera
We trappen af met het Amerikaanse Jawline en volgen de jonge Austyn in Tennessee, die via internet beroemd wil worden. Dagelijks zet hij zichzelf voor de webcam en brengt jonge meisjesharten op hol door hoopvolle boodschappen uit te spreken. Geloven in jezelf bijvoorbeeld, en dat je mooi bent zoals je bent. Hoewel Austyns ster rijzende is, is hij er nog lang niet. Hij moet nog bouwen aan zijn volgers en reputatie. In plaats van zich op school te richten, zet Austyn alles op alles om bekend te worden.

Behalve Austyn worden ook andere jonge influencers gevolgd. De jonge en gelikte manager Michael Weist heeft een paar mooie jongens onder zijn hoede. Naast het vertonen van video’s op kanalen als YouTube en Instagram doen ze aan performances. Ze reizen het land door, waar ze opgewacht worden door gillende meiden die na een omhelzing bijna flauwvallen.

Jawline, een documentaire van Hulu (waarop ook hitserie The Handmaid’s Tale te zien is) geeft een goed en indringend beeld van het influencer-tijdperk. Zowel de kant van de beginnende ster, zoals Austyn, als jongens die het al gemaakt hebben, wordt belicht. Het is aan de kijker om een oordeel te vellen over het medium. Jonge meisjes vertellen emotioneel hoe de influencers hun leven en kijk op zichzelf positief veranderd hebben. Maar het medium is ook oppervlakkig en leeg. Het draait om uiterlijk, charisma en geld verdienen. Zoals het aantal volgers, het touren en het uitbuiten van wat hoopvolle berichten met anderen doen. Jawline duikt in een wereld van gespeelde positiviteit en dat levert net zoveel ergernis als dat het op de lachspieren werkt. Maar ondertussen toont het wel het tijdperk van het nu en wat we toekomstig kunnen verwachten. En is er onderliggend de tragiek van de Amerikaanse droom, want hoe hard je ook je best doet, succes is niet voor ieder mens weggelegd. 

 

Once Aurora

Once Aurora – Groot zijn en jezelf blijven
Succes kan ook uit onverwachte hoek komen. Het overkwam de jonge Noorse Aurora Aksnes op 16-jarige leeftijd. Een zelfgeschreven liedje ging het internet op en popidool AURORA was geboren.

De documentaire Once Aurora volgt Aurora gedurende twee jaar. We zien hoe ze bezig is met de opnames van haar tweede studioalbum, terwijl ze de wereld rondreist om haar eerste album All My Demons Greeting Me as a Friend ten gehore te brengen. Geheel vlekkeloos verloopt het niet: Aurora ligt regelmatig in de clinch met haar manager, omdat ze verschil van mening over het nieuwe album hebben. Zij zoekt het experiment, hij wil hits. De camera volgt onderhandelingen over een middenweg. En dan is er nog de tournee, die Aurora opbreekt. Zichtbaar vermoeid geeft ze aan zoveel prikkels niet gewend te zijn. De constante aandacht van media en fans staat lijnrecht tegenover waar ze vandaan komt: de stille rust van de Noorse natuur.

Documentairemakers Benjamin Langeland en Stian Servoss volgen haar innerlijke strijd. Enerzijds is er behoefte aan een break, anderzijds zijn er de creativiteit en passie voor muziek. Middels gefragmenteerde montages, waarbij zowel Aurora’s zelfreflecties als het hectische leven van popster voorbij komen, zien we hoe zij zich in twee jaar ontwikkelt. Once Aurora levert een intiem portret, met een zichtbaar spanningsveld tussen de roem die in haar nek hijgt en de hang naar creatieve eigenheid.

 

The Amazing Johnathan Documentary

The Amazing Johnathan Documentary – Niets is wat het lijkt
Als je als documentairemaker de kans krijgt om een terminaal zieke illusionist, die zijn carrière weer nieuw leven wil inblazen, te filmen, dan zeg je natuurlijk geen nee. Zeker niet als het The Amazing Johnathan betreft, berucht om zijn trucs vol verwijzingen naar drugs, drank en de dood. Johnathan kreeg na de diagnose van een dodelijke hartziekte te horen dat hij nog maar een jaar zou leven. Inmiddels is hij drie jaar verder. Reden genoeg voor een comeback!

Terwijl regisseur Ben Berman The Amazing Johnathan in zijn comeback volgt, en je als kijker verwacht dat dit het verdere verloop van The Amazing Johnathan Documentary is, word je op het verkeerde been gezet. Want Johnathan blijkt nog een documentaireploeg gevraagd te hebben hem te filmen. En niet zomaar een: de producenten van hitdocu’s Searching for Sugar Man en Man on Wire staan aan het roer. Teveel concurrentie voor Ben, die eerder werk leverde voor tv-kanaal Adult Swim (onderdeel van Cartoon Network).

En of het niet gekker kan, komen er nog twee filmploegen om de hoek kijken. Ondanks dat het gemakkelijk is om op te geven, blijft Ben filmen. Daarbij gaat hij zichzelf ook vragen stellen en belanden we ineens in een meta-documentaire. De filmmaker vraagt zich af of hij nog wel op het goede spoor zit en welke richting hij uit moet. Ondertussen kijkt Ben met een kritisch oog naar het onderwerp van zijn documentaire, Johnathan zelf. De man is illusionist van beroep, dus hoe betrouwbaar is hij eigenlijk?

Het resulteert in een knotsgekke, humoristische, zelfreflecterende documentaire waarin Ben in dialoog blijft met zijn hoofdpersoon én zichzelf. Als kijker word je meerdere malen op het verkeerde been gezet, waarmee Ben uiteindelijk een passend geheel levert: gedesillusioneerde filmmaker maakt een desillusionerende film over een illusionist. Zien is geloven!

 

Marianne & Leonard: Words of Love

Marianne & Leonard: Words of Love – Oprechte, maar pijnlijke liefde
Gevierd documentairemaker Nick Broomfield (Kurt & Courtney, Aileen Wuornos: The Selling of a Serial Killer) is terug met Marianne & Leonard: Words of Love. In deze film staat de liefde tussen zanger Leonard Cohen en zijn muze Marianne Ihlen centraal. Cohen ontmoette de Noorse schone op het Griekse eiland Hydra, waar hij zich in 1960 terugtrok om zich te richten op het schrijven. Hydra was een plek waar veel kunstenaars zich vestigden. Het zonovergoten eiland straalt een bepaalde sensualiteit en mystiek uit. Seks, drugs en het beoefenen van de kunsten was een dagelijkse bezigheid. Cohen en Ihlen brachten er, samen met haar zoon Axel uit haar eerste huwelijk, gelukkige jaren door.

Maar na zijn doorbraak als liedjesschrijver verhuist Cohen naar New York en leven hij en Ihlen gescheiden van elkaar. Een leven samen blijkt niet langer mogelijk, in ieder geval niet zoals de tijd op Hydra. Ihlen en haar zoon bezoeken Cohen wel en de verblijven wisselen van kort tot lang. Cohen tourt veel, wordt steeds succesvoller en heeft oog voor andere vrouwen en drugs. Een goede vriendin vertelt dat een relatie met Cohen onmogelijk was. Hij kon je het gevoel geven van je te houden, maar hij was een echte kunstenaar en dus ontembaar.

Ondanks dat de jaren na Hydra geen sprookje meer waren, zag Cohen Ihlen altijd als zijn muze. Aan haar droeg hij het nummer So Long, Marianne op. Voor concerten kreeg ze steevast een uitnodiging op de eerste rij. Broomfield, die Ihlen na haar tijd met Cohen leerde kennen op Hydra, had zelf een kortstondige relatie met haar. Zijn documentaire schetst haar tragische liefdesrelatie met Cohen aan de hand van persoonlijk filmmateriaal, talking heads, liveopnames van Cohens concerten en interviews. Alles wat fragmentarisch aan elkaar geweven en voorzien van de dromerige voice-overs van Ihlen en Cohen.

Terug naar hun pijnlijke liefdesgeschiedenis. Ihlen had haar hart aan Cohen gegeven, maar hij kon zich niet langdurig binden. Toch wás er liefde. Het immens ontroerende einde toont die zo warm, poëtisch en puur, dat je alle vragen of Cohen wel van zijn Marianne gehouden heeft, overboord kan gooien. Tot de dood ons scheidt, zullen we maar zeggen.

 

29 november 2019

 

IDFA 2019 – Deel 1
IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 4
IDFA 2019 – Deel 5
IDFA 2019 – Deel 6
IDFA 2019 – Deel 7
IDFA 2019 – Deel 8
IDFA 2019 – Deel 9

 

MEER FILMFESTIVAL

Parasite

****
recensie Parasite

Breuk met armoede

door Suzan Groothuis

Met Parasite laat regisseur Bong Joon Ho opnieuw vakmanschap zien. Niet alleen laveert hij behendig tussen filmgenres, ook fileert hij de sociale lagen van de Zuid-Koreaanse maatschappij. Een film die verrast en, uiteindelijk, ook ontroert.

In Parasite draait het om het arme gezin Kim. Ouders, zoon en dochter leven in een soort kelder, waar ze profiteren van de internetverbinding van omringende restaurants. In de openingsscène valt het wifi-signaal weg. Paniek. Moeder verwacht een bericht van haar werk op de app en haar kinderen doen hun uiterste best om signaal te vinden. Een voorbode dat deze mensen, waar het eventjes kan, profiteren van anderen. Dat ze bovendien goede onderhandelaars zijn, blijkt wanneer er klachten zijn van het pizzabedrijf waar moeder werkt. Een bruikbare eigenschap voor wat later komen gaat.

Parasite

Als zoon Ki-woo via een vriend het aanbod krijgt om tijdelijk zijn plek in te nemen als bijlesleraar Engels, is er in eerste instantie twijfel. Hij is geen student en wat als het rijke gezin, waar hij komt te werken, daarachter komt? Volgens de vriend is een goede aanbeveling voldoende. En Ki-woo’s zus blijkt verdomd handig in het vervalsen van documenten, dus de benodigde certificaten zijn ook geregeld. 

Geleidelijke infiltratie
Wanneer Ki-woo onder de naam Kevin zijn intrede doet is hij overweldigd door de luxe die op hem afkomt. De gestileerde woning van de rijke Park en zijn aardige, naïeve vrouw Yeon-kyo vormt een groot contrast met zijn eigen woning waar kakkerlakken domineren. Hij weet Yeon-kyo voor zich te winnen en krijgt een aanstelling voor bijles aan haar tienerdochter. En van het een komt het ander: Ki-woo onderzoekt op slinkse wijze hoe hij zijn familie kan laten infiltreren als werknemers voor het rijke gezin. Dat gegeven voltrekt zich op humoristische en sardonische wijze. Vaste werknemers worden vakkundig uit de weg geruimd om plaats te maken voor Ki-woo’s gezinsleden. Het gezin Kim heeft bovendien oog voor stijl en klasse: ze bieden niet zomaar diensten aan, maar richten zich op een exclusief aanbod geschikt voor een goed gevulde portemonnee.

Wanneer Park met zijn vrouw en kinderen gaat kamperen, heeft het gezin Kim het huis voor zich alleen. Ze genieten van de zon in de tuin en doen zich tegoed aan dure whiskey, terwijl ze een discussie voeren over rijkdom. En dan krijgen ze ineens te maken met een situatie die alles op z’n kop zet. Vanaf dat moment is er een spel met filmgenres: het komische aspect, dat vanaf het begin voorop staat, krijgt een donker randje, waarbij Bong Joon Ho zelfs onvervalst bloedvergieten niet schuwt en afsluit met bezinnend drama.

Parasite

Doordacht en gelaagd
Pretentieus? Niet in de handen van Bong Joon Ho. De regisseur heeft inmiddels een indrukwekkend oeuvre opgebouwd: het indringende en verontrustende Memories of Murder, het psychologisch ontrafelende Mother, zijn eerste internationale treinthriller Snowpiercer en duistere kinderfilm Okja. Experimenteren met verschillende genres én daarin slagen mag je een prestatie noemen. En nu is daar Parasite, waarin de kijker verrast en op het verkeerde been gezet wordt. Niet alleen door de mengeling van filmgenres, maar vooral door hoe doordacht en gelaagd de film is opgebouwd.

Bovendien is er een boodschap, want nietsontziend fileert Bong Joon Ho de sociale klassen van Zuid-Korea. Met scherp oog geeft hij een inkijkje in de morele codes van arm en rijk. Dan weer lachwekkend, dan weer ironisch en dan weer met gevoel. De film sluit af als een droom waarin niets en alles mogelijk is. Of, in de woorden van vader Kim (Bong Joon Ho’s vaste acteur Kang-ho Song): “Het leven verloopt nooit volgens plan.”

 

26 november 2019

 

ALLE RECENSIES

LIFF 2019 – Deel 3

LIFF 2019 – Deel 3 (slot):
Van absurde humor tot tranentrekker

door Suzan Groothuis

Het Leiden International Film Festival (LIFF) bood elf dagen lang een breed scala aan films. Een vooruitblik op films die we binnenkort in de bioscoop kunnen verwachten.

 

Deerskin

Deerskin – Het enige jasje ter wereld
Na Reality en het vorig jaar op LIFF vertoonde Au Poste! is de Franse regisseur Quentin Dupieux terug met Deerskin. Net als zijn voorgangers gestoken in een droge, absurdistische stijl.

De film verhaalt over Georges, een man die geobsedeerd is door zijn net aangeschafte 100% hertenleren jasje. Zijn relatie is gestrand en Georges besluit zich samen met zijn jasje terug te trekken in een rustige omgeving. Op zijn hotelkamer heeft het jasje – compleet met franjes –  een prominente plek en praat Georges ertegen. Hij doet een belofte: hij zal de enige persoon zijn op de wereld die een jack draagt.

Dupieux volgt Georges in het streven naar dit bizarre doel. Steevast gestoken in zijn hertenleren jasje doet hij zich voor als filmmaker en vraagt mensen hun jas in de kofferbak van zijn auto te doen. Daarbij moeten ze zweren nooit meer een jas te dragen. Onderwijl bewerkt de jonge barvrouw Denise (Adèle Haenel: Portrait de la jeune fille en feu), die het liefst in de montagekamer zou willen werken, Georges’ filmpjes. Hij bedenkt ondertussen van alles om aan geld te komen, om zijn hertenleren outfit te perfectioneren.

Met Deerskin slaagt Dupieux opnieuw in het creëren van een maffe wereld in een realistische setting. Hij hoeft daarvoor niet veel uit de kast te trekken, behalve een origineel scenario en acteurs die in zijn vreemde wereld passen. Jean Dujardin, die we kennen uit The Artist, is perfect gecast als de arrogante Georges, die letterlijk over lijken gaat om zijn doel te bereiken. Verder zijn er vervreemdende shots, zoals de camera die lang en ongemakkelijk inzoomt op het  hertenleren jasje dat stoer over een dressboy hangt. Het wekt de suggestie dat het jasje een duistere ziel heeft. Met Deerskin flikt Dupieux het opnieuw: een wonderlijke kijkervaring, die zich laat omschrijven als een absurdistische komedie met een bloederig randje.

 

The Peanut Butter Falcon

The Peanut Butter Falcon Avontuurlijke queeste
Van Frankrijk gaan we naar Alabama in de Verenigde Staten. Daar maakt krabvisser Tyler (Shia LaBeouf: American Honey) het zich moeilijk door fuiken van anderen te stelen. Na een confrontatie is hij genoodzaakt te vluchten, niet wetende dat iemand zich schuilhoudt op zijn boot. Zak (Zack Gottsagen), een jonge man met het Syndroom van Down, is net ontsnapt uit het verzorgingshuis waar hij verblijft. Hij jaagt zijn grote droom na: in de voetsporen treden van zijn idool, worstelaar The Salt Water Redneck.

Ondertussen doet Eleanor (Dakota Johnson: Suspiria), de begeleidster van Zak, verwoede pogingen hem terug te vinden. Wanneer ze Tyler toevallig tegenkomt bij een benzinestation, houdt ze hem een foto van Zak voor. Op dat moment besluit Tyler Zak op sleeptouw te nemen en hem te helpen met het verwezenlijken van zijn droom.

Wat dan volgt is een onwaarschijnlijke buddy-movie, waarbij Tyler en Zak steeds dichter naar elkaar toe groeien. De avontuurlijke Tyler leert Zak dat niets onmogelijk is. Eleanor blijft in de tussentijd haar zoektocht naar Zak voortzetten, niet wetende dat Tyler hem onder zijn hoede neemt.

The Peanut Butter Falcon is een typische publiekslieveling: tussen twee outsiders, die allebei een geschiedenis hebben, ontstaat een wonderlijke vriendschap. Regisseurs Tyler Nilson en Michael Schwartz zorgen voor een goede balans tussen tragiek en komedie, waarbij ze het rauwe randje en de spreekwoordelijke middelvinger niet schuwen. De avonturen die Tyler en Zak meemaken, zijn uitdagend en wild, maar zeggen tegelijkertijd iets over jezelf kunnen en mogen zijn. Onconventionele feelgood met een overtuigende, hartverwarmende cast. 

 

Brittany Runs a Marathon

Brittany Runs a Marathon Afvalrace
Van Alabama gaan we naar New York, waar we de zwaarlijvige Brittany (Jillian Bell) volgen in haar strijd om af te vallen. Brittany leidt een leven van uitgaan en lol maken, waarbij ze zelf altijd de grappigste is. Maar ondertussen krijgt ze maar weinig grip op haar leven en vliegen de kilo’s eraan.

Omdat de sportschool te duur is, besluit Brittany te gaan hardlopen. Ze improviseert een outfit en begeeft zich op de drukke New Yorkse straten, waar hardlopen op nauwe trottoirs met veel mensen nog een heel ding is. De discipline neemt gaandeweg toe, maar Brittany krijgt weinig support van haar arrogante huisgenoot en vriendin Gretchen, wiens leven bestaat uit haar likes op Facebook bijhouden. Hoe beter Brittany eruit ziet, hoe groter de spanning in hun vriendschap wordt. Gretchen ziet Brittany liever dik.

Support is er wel van Brittany’s buurvrouw Catherine, die ogenschijnlijk succesvol is maar moet dealen met een vechtscheiding. Zij motiveert Brittany voor deelname aan een hardloopgroep en na een weifelende start besluit Brittany zich zelfs op te geven voor de New York City Marathon. De aanloop hier naartoe gaat gepaard met allerlei omstandigheden waarbij de motivatie dan weer groeit en dan weer afneemt. 

Brittany Runs a Marathon is een gevatte komedie over een vrouw die op zoek gaat naar zichzelf. Ze komt flink wat struikelblokken tegen, waarbij het grootste haar zelfbeeld blijkt. Paul Downs Colaizzo’s debuut geeft een blik op zwaarlijvig zijn in een maatschappij die draait om uiterlijk. Hoewel de moraal niet ontbreekt, ligt die er gelukkig nergens te dik bovenop en blijft de film goed in balans. Dan weer grappig, dan weer pijnlijk en dan weer bijtend, volgen we het wel en wee van Brittany (gebaseerd op een waargebeurd verhaal), die bewijst dat doorzettingsvermogen tot grootse prestaties leidt.

 

The Friend

The Friend – Vriendschap door dik en dun
Ook gebaseerd op een waargebeurd verhaal is The Friend van Gabriela Cowperthwaite. Nicole Teague (weer een rol van Dakota Johnson) is gediagnosticeerd met terminale kanker. Een schrijnende situatie, want Nicole is veel te jong om het leven te verlaten. Nog zes maanden heeft ze, en samen met haar man Matt (Casey Affleck: Light of my Life) en beste vriend Dane (Jason Segel) maakt ze een bucketlist hoe die laatste periode in te gaan.

Om Nicole in haar laatste levensfase te ondersteunen, besluit Dane bij het stel en hun twee opgroeiende dochters in te trekken. Hij zet daarvoor zijn eigen leven op pauze. Middels sprongen in tijd (dan weer voor, dan weer na de diagnose) laat Cowperthwaite, bekend als regisseur van de documentaire Blackfish, zien hoe de drie zich tot elkaar verhouden.

Natuurlijk stevent de film af op de onvermijdelijke afloop (zakdoekjes mee!), zonder dat het melodrama er teveel bovenop ligt. Jason Segel (Forgetting Sarah Marshall) breekt als sullige “bro” letterlijk het ijs. Hij is de lieve, zorgzame vriend die het als vanzelfsprekend neemt om er voor zijn beste vriendin te zijn. Ondertussen zien we genoeg vrienden, die beweren er voor Nicole te zijn, in de moeilijkste fase uit haar leven wegglippen.

The Friend ontroert met die zorgzaamheid uit onverwachte hoek. Tegelijkertijd toont Cowperthwaite ook hoezeer een jong leven, dat eindig is, alles en iedereen ontregelt en sloopt. Een oprechte “cancer weepy”, waarbij het een prestatie is als je de ogen drooghoudt.

 

12 november 2019

 

LIFF 2019 – Deel 1
LIFF 2019 – Deel 2

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2019 – Deel 2

LIFF 2019 – Deel 2:
Van knotsgek tot raadselachtig

door Suzan Groothuis

Elf dagen lang is het Leids International Film Festival dit jaar. Van premièrefilms tot de knotsgekke vertoningen in het programmaonderdeel Bonkers. Er is genoeg te halen, want volop keuze. We gingen er eens goed voor zitten en deden ons tegoed aan vervreemde suburbia, Hitler als imaginair vriendje, een scrabble-fanaat met issues en een uiterst discutabele doodsoorzaak. 

 

Vivarium

Vivarium – Nieuwbouw in de loop
Jong stel Gemma en Tom (Imogen Poots en Jesse Eisenberg, ook samen te zien in het geprogrammeerde en minder sterke The Art Of Self-Defense) stappen in Vivarium een makelaarskantoor in. Zomaar, om even rond te neuzen, nieuwsgierig naar wat hun droomhuis zou kunnen zijn. De ontvangst door de dienstdoende makelaar is op z’n zachtst gezegd vreemd. Hij geeft hen een nare kriebel in de buik, maar het woningproject is interessant. Een kijkje nemen kan geen kwaad, toch?

Het unheimische gevoel in het contact met de makelaar wordt versterkt wanneer de drie de labyrint-achtige nieuwbouwwijk ter bezichtiging in rijden. Alle huizen zijn identiek, perfect gevormde wolkjes hangen in de strakblauwe lucht, die niet lijkt te ademen. Een voorteken dat wat je ziet, niet is wat het lijkt.

Binnen in woning nummer 9 is alles ook perfect op orde, met een compleet ingerichte kinderkamer. Het is er vooral steriel, zonder sfeer of charme. En wanneer de makelaar plots is verdwenen, zijn Gemma en Tom aan zichzelf overgeleverd. Ze besluiten de woning en de nieuwbouwwijk te laten voor wat het is en vertrekken. Maar dat laatste is juist wat niet lukt: hoe ze ook rijden, ze komen steeds weer uit bij nummer 9. Alle pogingen die daarna volgen om de wijk uit te raken, lopen op niets uit. Tom en Gemma lijken de enige bewoners en krijgen, of alles niet al vreemd genoeg is, ook nog eens een baby in een doos cadeau. 

Vivarium is van de hand van regisseur Lorcan Finnegan, die debuteerde met horrordrama Without Name. Vivarium is zijn trefzekere tweede. De film schippert tussen thriller, horror en drama en doet met zijn thematiek van herhaling (gevangen in een loop) denken aan films als Triangle of The Endless. Daarbij ontbreekt ook het absurdistische en duistere randje, zoals in films van grootmeester David Lynch, niet. Stilistisch strak vormgegeven imponeert de film met een raadselachtige verhaallijn, waarin onderliggend kritiek is op de perfecte samenleving in de vorm van onpersoonlijke suburbs en technologie die alles overneemt. Af en toe zakt het tempo wat in, maar Finnegan levert een film die op zijn minst intrigeert.

 

Jojo Rabbit

Jojo Rabbit – Heil Imaginair Vriendje!
Hiernaar was het uitkijken, de nieuwe film van knotsgekke Nieuw-Zeelander Taika Waititi. Waititi kennen we van serie Flight of the Conchords, vampierfilm What We Do in the Shadows en superheldenfilm Thor: Ragnarok. In 2016 sierde zijn Hunt for the Wilderpeople nog het LIFF-doek waarin een rebelse jongen en zijn pleegvader de Nieuw-Zeelandse wildernis intrekken, met allerlei onvoorziene avonturen tot gevolg. Waititi’s kracht ligt in het versmelten van melige, gevatte humor (schurend tegen het controversiële) en een moraal. Zo ook weer in Jojo Rabbit. 

In de film volgen we de jonge Jojo, die overtuigd Hitlerjugend is. Zijn beste vriend is Hitler zelf (een rol van Waititi), maar dan in Jojo’s verbeelding. Na een ongeluk met een granaat is Jojo voor zijn leven gekerfd en moet hij klusjes doen voor de gedegradeerde Captain Klenzendorf (Sam Rockwell). Toch blijft Jojo trouw aan het Hitler-ideaal en moet hij van Joden niets hebben. En dan komt hij plots tot de ontdekking dat zijn moeder (een charmante Scarlett Johansson) de jonge Joodse vrouw Elsa laat onderduiken in hun huis.

Vanaf dan komt het dramatische aspect meer op de voorgrond te staan. Eerst haat en nijd, ontstaat er vervolgens iets dat laveert tussen vriendschap en verliefdheid. Jojo raakt meer en meer bevangen door Elsa en zij probeert, net zoals zijn moeder, het goede in hem te zoeken. Jojo Rabbit bevat een aantal uiterst komische scènes, zeker wanneer de Australische Rebel Wilson als de sadistische Fraulein Rahm haar intrede doet. Ook zien we de Britse komiek Stephen Merchant als Gestapo-officier en Alfie Allen (Theon Greyjoy uit Game of Thrones) terug in de cast. Jojo Rabbit is een geslaagde komische satire, waarin het uiteindelijk draait om de zoektocht naar menselijkheid in een door haat gedragen maatschappij.

 

Sometimes Always Never

Sometimes Always Never – Leed van een scrabble-koning
Ook komisch met een moraal, maar dan in een droge stijl gegoten, is het Britse Sometimes Always Never. Bill Nighy (Love Actually) speelt Alan, die er met zijn zoon Peter (Sam Riley, Control) op uit gaat. Echt boteren wil het niet tussen de twee. Wanneer ze aankomen in hun mistroostig ogende B&B, wordt Alan door een ander stel uitgenodigd voor een spelletje scrabble. Hoewel hij zich wat dommig voordoet, blijkt Alan een meester met woorden.

Achteraf blijken Alan en het koppel voor hetzelfde doel te zijn gekomen: de identificatie van hun vermiste zoon. Die van Alan is lang geleden van huis gegaan, om nooit meer terug te komen. Iets dat Alan nooit verwerkt heeft. Peter moet het met lede ogen aanzien, want in de ogen van zijn vader haalt hij het niet bij de verloren zoon. Ze bekvechten zonder dat de echte pijnpunten benoemd worden. Terwijl de spanning tussen vader en zoon oploopt, probeert schoondochter Sue (Alice Lowe, Sightseers) de boel te lijmen door Alan welkom te heten in hun huis. Daar stort hij zich weer op zijn oude hobby scrabble.

Sometimes Always Never is het speelfilmdebuut van Carl Hunter. De decors ogen knullig, alsof ze zo uit vroeger tijden geplukt zijn. Neem de retro-ijswagen op de boulevard of het oubollige interieur van de B&B. Het scrabblespel ligt er te verstoffen, zeker in tijden waarin je spelletjes online op je mobiel of pc speelt. Alan voelt nog een binding met het ouderwetse speelbord, maar springt net zo makkelijk achter de computer van zijn kleinzoon. Het levert een grappige scène, waarin Alans kleinzoon moedeloos moet toezien dat zijn opa niet van zijn game-pc weg te trekken is.

Het verhaal, waarin we het wel en wee volgen van een vader en zoon die uit elkaar zijn gegroeid na een traumatische gebeurtenis, voltrekt zich op tragikomische wijze. Het scrabble-spel vormt hierin de rode draad, als zijnde een detective waarbij de wat voorspelbare clue zich geleidelijk aan ontvouwt. Een fijne, kleine film met Bill Nighy die als vaker droog en gevat is, maar ook onderliggend somber. En Riley de gefrustreerde zoon die niet van zijn vader krijgt wat hij zo hard nodig heeft: liefde en erkenning. 

 

The Death of Dick Long

The Death of Dick Long – Een raadselachtige dood
Over naar Alabama in de VS, waar vrienden Zeke en Earl hun vriend na een ongeluk achterlaten bij de eerste hulp. Dat alles gebeurt uiterst mysterieus: Zeke en Earl willen vooral niet gezien worden en leggen hun hevig bloedende vriend bij de entree neer. Hopen dat hij snel gevonden wordt. Als kijker vraag je je af, wat er in hemelsnaam gebeurd is.

In The Death of Dick Long werkt regisseur Daniel Scheinert, die we kennen van het bizarre Swiss Army Man (met Daniel Radcliffe als schetend lijk), op rustig tempo toe naar de ontknoping van een verrassende maar ook schokkende doodsoorzaak. Dick redt het namelijk niet en de politie tast met deze John Doe in het duister. Wie is hij, en wat is hem overkomen?

The Death of Dick Long ademt de sfeer van een film als Fargo, waarin een onhandige misdaad leidt tot verdere escalatie. We zien vooral Zeke worstelen met wat er gebeurd is en steeds dieper in de ellende zakken. Earl ziet het onverschillig toe. Net als in Fargo bijt een vrouwelijke agent zich vast in de moordzaak en komt steeds dichter bij de bizarre waarheid.

Tot het moment dat de ware doodsoorzaak van Dick zich openbaart, houdt Scheinerts film de aandacht van de kijker vast. Maar daarna rommelt het: met een onvast scenario, waarin het vooral draait om een weinig overtuigend kat-en-muisspel tussen de politie en de schimmige Zeke en Earl, kabbelt The Death of Dick Long af op zijn onbestemde afloop. De spanning en suspense zijn er dan allang uit, en daarmee ook de interesse in het lot van de karig uitgediepte personages.

 

8 november 2019


LIFF 2019 – Deel 1
LIFF 2019 – Deel 3

MEER FILMFESTIVAL

Beats

****
recensie Beats

Rave en Revolutie

door Suzan Groothuis

Met Beats grijpt regisseur Brian Welsh terug op de jaren 90, waarin rave hoogtij vierde. Hij weet het tijdsbeeld goed te vangen en levert een energieke, rauwe maar ook hartverwarmende film, waarin we twee vrienden volgen in hun laatste nacht samen.

Beats speelt in het Schotland van 1994. In zwart-wit geschoten beelden volgen we beste vrienden Spanner en Johnno. Ze hebben een verschillende achtergrond, maar delen hun passie voor muziek. Het is de tijd van de rave, een stijl die zich kenmerkt door zijn anarchistische karakter. Rave was verbonden aan illegale feesten, waar de jeugd massaal op afkwam. Met de intrede van de Criminal Justice Bill in 1994 werd het “samenscholen rond repetitieve beats” strafbaar.

Beats

Aan wat hun laatste nacht samen moet worden, gaan wat strubbelingen vooraf. Zo hebben de moeder en stiefvader van Johnno het niet op Spanner. Aan zijn kop alleen al zie je dat het uitschot is, aldus Johnno’s stiefvader, die bij de politie werkt. Helemaal onterecht zijn zijn zorgen niet: Spanner woont in bij zijn criminele broer en brengt zijn dagen lanterfantend door. Hij zoekt Johnno op voor ritjes op zijn gammele brommer en om samen naar muziek te luisteren. En dan niet zomaar muziek: nee, knallende, suizende en stuiterende beats, illegaal te beluisteren via de radio, waar DJ D-Man aanzet tot revolutie en oppositie. Een grote middelvinger naar de maatschappij, waarop de ravebeats perfect aansluiten. Maar Groot-Brittannië zou Groot-Brittannië niet zijn om daar korte metten mee te maken. Om de boel weer in het gareel te krijgen, is er de Criminal Justice Bill en zijn raveliefhebbers genoodzaakt te zoeken naar nieuwe, creatieve manieren om samen te komen en onder het genot van drugs en drank uit hun dak te gaan.

Rave als ontsnapping
Terwijl er een illegale rave op komst is, wordt het Spanner en Johnno moeilijk gemaakt om met elkaar om te gaan. Johnno heeft huisarrest, omdat Spanner stiekem bij hem was. En tussen Spanner en zijn  broer lopen de spanningen ook op. De twee jongens besluiten te ontsnappen aan hun problemen thuis en te doen wat ze al zo lang wilden: een rave bezoeken!

Beats is gebaseerd op Kieran Hurley’s toneelstuk uit 2012. Regisseur Brian Welsh, die al langer iets met film en 90’s-rave wilde doen, werd getipt door een vriend om erheen te gaan. Het toneelstuk leverde hem wat hij zocht: het maken van een “party”-film waarin de sociale en culturele context niet ontbreekt. Maar Beats is ook een persoonlijke film: Welsh groeide op in de jaren van de raves. Hij weet de tijdgeest dan ook goed te vangen. Beats is in zwart-wit geschoten, wat de rauwe, morsige sfeer van toen ten goede komt. Zoals het krakerspand besmeurd met graffiti, waar DJ D-Man zijn plaatjes draait en raves aankondigt. Of de rave zelf, waar de pillen slikkende menigte uit zijn dak gaat op imponerende visuals en duistere breakbeats.

Beats

Energiek en hartverwarmend
Beats zou je kunnen zien als Trainspotting-light. Niet zo trendsettend en adrenaline-verhogend als Danny Boyles film, maar er zit vaart, humor, een opgestoken middelvinger en vooral, veel dancemuziek uit de jaren 90 in. Welsh’ film heeft het hart op de goede plek en roept een nostalgisch gevoel op naar wat dance in de jaren 90 teweeg bracht. Orbital, Human Resource en Liquid Liquid komen voorbij en doen je mee trippen in je stoel. Welsh neemt dat laatste letterlijk door je tijdens een rave psychedelische beelden voor te schotelen, die je als kijker in een soort drugstrip doen belanden. Het doet herinneren aan MTV’s Chillout Zone, waar baanbrekende acts als Aphex Twin of The Future Sound Of London hypnotiseerden met hun clips.

Maar Beats draait, ondanks het thema van rave, vooral om de gedoemde vriendschap tussen twee jongens uit een verschillend milieu. Dan weer humoristisch, dan weer gevat en dan weer teder zien we hoe de twee (mooie rollen van Lorn Macdonald als Spanner en Cristian Ortega als Johnno) dichtbij elkaar staan en er toch afstand is. De film werkt toe naar een bitterzoete afloop, waarna we nog even zien hoe het de fictieve personages verder vergaan is. Dat laatste voelt wat gekunsteld aan, maar doet niet onder aan het feit dat Beats een aangename kijkervaring is die eventjes terugverlangt naar vervlogen tijden, en ondertussen iets zegt over hoe bepalend klassenverschillen zijn in een vriendschap die door dik en dun gaat.

 

5 november 2019

 

ALLE RECENSIES

De Patrick

***
recensie De Patrick

De man en zijn hamer

door Suzan Groothuis

Op een nudistencamping lopen de gemoederen hoog op wanneer de eigenaar overlijdt en de vraag rijst wie de camping gaat overnemen. Maar, erger nog, er is een hamer zoek. De film ontvouwt zich vervolgens tot een detective-achtige tragikomedie, waarin Patrick, een wat simpele jongen, er op gebrand is zijn hamer terug te vinden.

Het Vlaamse De Patrick is een film die direct in het oog springt. De hoofdpersonen, een enkeling daargelaten, zijn namelijk allen naakt of zeer spaarzaam gekleed. De film speelt op een nudistencamping in de Ardennen, al maakt het niet uit of je er naakt of in kleding rondloopt. Alles kan, alles mag. Wat ge zelf wilt.

De Patrick

De film draait om hoofdpersoon Patrick (Kevin Janssens, D’Ardennen), een introverte jongen die samen met zijn ouders de camping runt. Maar er is onvrede over de gang van zaken. Patricks vader moet tegenover het bestuur het beleid verklaren, want niet alles verloopt vlekkeloos. Grootste probleem: het kasgeld is op. 

Verdwenen hamer
En dan ontstaat er drama: Patricks vader overlijdt. Het lijkt logisch dat Patrick de camping gaat overnemen, maar de Nederlandse aasgieren Herman (Pierre Bokma, jawel, naakt!) en zijn vrouw Liliane zien er ook iets in. Er woedt een stiekeme strijd om de leiding over de camping. De sluwe Liliane zet daarbij haar charmes in en verleidt Patrick met seks en potjes zelfgemaakte jam.

Edoch, Patrick heeft wel iets anders aan zijn hoofd. Het overlijden van zijn vader lijkt hem niet echt te raken. Zijn focus is gericht op zijn favoriete hamer, die hij kwijt is. Terwijl hij seks heeft met Liliane kan hij maar naar een ding kijken. Die lege plek op zijn muur waar ooit de hamer hing.

Wat dan volgt is een bizarre zoektocht naar zijn geliefde gereedschap, waarbij Patrick dwangmatig de camping afgaat. Maar hij wordt door de campinggasten van het kastje naar de muur gestuurd. Verschillende bekende gezichten komen voorbij: Bouli Lanners (regisseur van Les Géants en Ultranova) als Bon, een betrokken politieagent, en zelfs de Nieuw-Zeelander Jemaine Clement (Flight of the Conchords), die in De Patrick de arrogante zanger Dustin speelt. 

Hoewel de gasten met Patrick te doen hebben, kan niemand hem echt helpen. Ondertussen vangt hij de aandacht van de mooie Nathalie (Hannah Hoekstra), die eigenlijk voor Dustin naar de camping is gekomen. Een desillusie, want de man is alleen maar met zichzelf en andere vrouwen bezig. Nathalie ziet iets in Patrick wat anderen niet zien: ondanks dat hij geen ambities lijkt te hebben, maakt hij prachtige houten meubelen. 

De Patrick

Droogkomisch met een gevoelige ondertoon
De Patrick is een film die qua stijl doet denken aan Alex van Warmerdarm (Abel, Borgman). Droogkomisch en licht bizar. Regisseur Tim Mielants, die verantwoordelijk was voor het derde seizoen van Peaky Blinders en wat afleveringen van Legion en The Terror, vermengt het geheel tot een komisch drama met een hoog mystery gehalte. Je hoort het Patrick vele malen zeggen: “Waar is mijn hamer?” 

De Patrick is in zijn eerste helft, waarin ongemak en humor knap versmelten, het sterkst. Dat is vooral te danken aan Kevin Janssens in zijn rol van Patrick. De acteur, die we eerder nog als gespierde, arrogante zakenman zagen in wraakfilm Revenge, is bijna onherkenbaar. Hij kwam flink wat kilo’s aan voor zijn rol en zet Patrick overtuigend neer. Patrick, steevast gekleed in alleen een rommelig overhemd, is in zichzelf gekeerd, sullig maar ook kwetsbaar en lief. En weet de kijker, al is het een vreemde vogel met die obsessie voor zijn hamer, voor zich te winnen.

Als film is De Patrick echter wat onevenwichtig, zeker richting einde. De whodunit rondom de verdwenen hamer is zwak uitgewerkt en sommige scènes, zoals het bezoek van Patrick aan de caravan van Herman, leunen tegen het kolderieke aan. Maar de film is interessant als je hem bekijkt vanuit het oogpunt van de outsider. De Patrick handelt over iemand die geen torenhoge ambities heeft of in de spotlights hoeft te staan. Ondanks zijn stille en simpele karakter is Patrick wel puur en het lukt Janssens dat met minimale mimiek over te brengen. Onderliggend borrelen er emoties en dat maakt De Patrick complexer dan je op het eerste gezicht zou zeggen.

 

26 september 2019

 

Lees hier het interview met regisseur Tim Mielants.

 

ALLE RECENSIES

Film by the Sea 2019 – Deel 3 (slot)

Film by the Sea 2019 – Deel 3 (slot)
Sociaal-realisme en een ontsnapte hand

door Suzan Groothuis

Wie wilde kon zich de hele week opsluiten in het gigantische CineCity-complex waar de meeste films draaiden. En als je behoefte had aan wat frisse lucht boden de boulevard en het strand een uitkomst. In dit laatste deel aandacht voor de nieuwe Ken Loach, ontroerende en vervreemdende Franse animatie, psychiatrie in Litouwen en een boerin die zich losmaakt van een grote, allesbepalende coöperatie. 

 

Sorry We Missed You

Sorry We Missed You – Werken tot je er bij neer valt
Sorry We Missed You is een typische Ken Loach (I, Daniel Blake, The Wind that Shakes the Barley). Wie het oeuvre van de man niet kent: Loach richt zich op de Britse working class. Hij toont het harde, werkende leven en dat gaat niet van een leien dakje. Meestal vormt een gezin het uitgangspunt, met hardwerkende ouders die moeten opboksen tegen werkgevers die alleen maar naar productie en winst kijken. Onrecht en sociale ongelijkheid zijn terugkerende thema’s, gefilmd in een naturalistische stijl.

In Sorry We Missed You draait het om Ricky en zijn gezin. Na de kredietcrisis van 2008 besluit hij om te investeren in een bestelbusje en als pakketchauffeur aan de slag te gaan. Om die bus te bekostigen, moet hij wel de auto van zijn vrouw verkopen. Aangezien zij werkt als ambulant verzorgster is het voor haar ondoenlijk iom alles met het openbaar vervoer te doen, maar Ricky ziet een gouden toekomst en ze zwicht. Als kijker voel je aankomen dat het goud er niet gaat komen.

Die vermoedens worden algauw bevestigd met de start van Ricky’s werk bij de pakkettendistributeur. Een blaffende boom van een kerel geeft orders. Een hoge productie levert geld. En de scanner om de pakketten te traceren, moet je bewaken met je leven. Wat dan volgt is een ware race tegen de klok om de pakketjes op tijd te leveren. Ricky en zijn gezin komen steeds meer onder druk te staan, spanningen nemen toe en dan is er ook nog zijn puberende zoon die Ricky en zijn vrouw tot het uiterste drijft. 

Sorry We Missed You is een film met een hoog gevoel van sentiment, maar dan gestoken in een sociaal-realistisch jasje en voorzien van de nodige pittige dialogen. Een van de beste is die waarin Ricky’s werkgever hem vertelt wat hem drijft. De man – zo’n typische testosteronbuldog van een manager – was in dat opzicht een interessanter uitgangspunt geweest voor Loach’ film. Want natuurlijk ligt de sympathie bij Ricky en zijn gezin, die je – Loach eigen – steeds meer de afgrond in ziet zakken. Er zijn sprankjes hoop, maar tegenover zoveel tegenslag dat daar amper tegenop te vechten is. Een ware tearjerker voor de Britse werkende klasse. 

 

Mjölk

Mjölk – IJslandse Ken Loach
Van Britse ellende gaan we naar IJsland, waar filmmaker Grímur Hákonarson (Rams) zijn inspiratie wellicht bij Ken Loach zocht. Want Mjölk gaat ook over de werkende klasse en het onrecht van grote corporaties, eveneens gefilmd in een droge sociaal-realistische stijl.

Inga is de protagonist in het verhaal. Samen met haar man runt ze een klein melkveebedrijf, maar de twee zijn volkomen afhankelijk van de corrupte zuivelcoöperatie die alles bepaalt. Een voorbeeld: als je je producten elders goedkoper inkoopt, zorgt de coöperatie ervoor dat je je als kleine boer maar moeilijk staande kan houden. Met een coöperatie die in je nek hijgt en hardwerkende boeren afhankelijk maakt, is het vechten tegen de bierkaai.

Vechten is een thema dat centraal staat in Hákonarsons film. Net als in Sorry We Missed You lijkt er alleen maar sprake van tegenslag. Wanneer Inga’s man plotseling in een auto-ongeluk overlijdt, komt ze oog in oog met de coöperatie te staan. Inga besluit het heft in eigen handen te nemen en voor zichzelf te starten. En zo woedt er een strijd tussen de stugge boerin en de hoge meneren van de coöperatie die allesbehalve zuiver zijn. Die strijd is met momenten droogkomisch gevangen, zoals Inga die haar rauwe koeienmelk zo tegen het coöperatiegebouw laat spuiten.

De film werkt echter plichtsgetrouw toe naar een voorspelbare afloop: de voorvechter wint en krijgt weer een stukje sympathie en respect terug van een gemeenschap die de vechtlust verloren was. Die ontwikkeling voltrekt zich in rap tempo, waarbij iedere spanningsboog ontbreekt. Wellicht, met meer droogkomische momenten, was Mjölk meer in het oog springend geweest.

 

J’ai Perdu Mon Corps

J’ai Perdu Mon Corps – Betoverende animatie
In het oog springend gaat wel op voor de Franse animatiefilm J’ai Perdu Mon Corps. Regisseur Jérémy Clapin doet iets heel knaps: met zijn magische, wat donkere vertelling weet hij de kijker te beroeren. Overkoepelend thema zijn de zintuigen. We volgen de jonge Naoufel, een gevoelige, kwetsbare jongen die zijn ouders op jonge leeftijd verliest. Hij heeft van hen liefde voor de schone dingen in het leven meegekregen, zoals muziek en kunst. Zijn moeder was pianiste en zijn vader kon iets wat bijna niemand kan: een vlieg vangen.

Het verfijnde van zijn ouders zit ook in Naoufel, in hoe hij de wereld om zich heen ziet en ervaart. Zijn zintuiglijke waarneming speelt een grote rol. Zoals het opnemen van  omgevingsgeluiden met een taperecorder. Of zijn handen die in contact zijn met al het moois en tastbare dat de aarde voortbrengt – water, sneeuw, planten, insecten.

Tegelijkertijd volgen we – jawel – een ontsnapte hand uit een laboratorium. Geleidelijk aan smelten de twee verhalen – Naoufels zoektocht naar stabiliteit en schoonheid in zijn leven en de hand die ook zoekende is – samen. Het moet gezegd: J’ai Perdu Mon Corps doet dat prachtig. De film speelt in de jaren negentig, getuige de cassettebandjes die toen populair waren en de patch van de alternatieve band The Pixies, dat het meisje op wie Naoufel zijn oog heeft laten vallen, op haar tas heeft genaaid.

Getekend in een donkere stijl, verhaalt J’ai Perdu Mon Corps over liefde, verlangen en durf. De sociaal-realistische achtergrond van de arme Naoufel is magisch gevangen. Een donker sprookje, waarbij je, als je je er helemaal voor openstelt, geraakt wordt door de puurheid ervan.

 

Summer Survivors

Summer Survivors – Ongewone trip door Litouwen
Op een filmfestival mag een roadmovie natuurlijk ook niet ontbreken. Summer Survivors is wel een vrij ongewone. Het zijn namelijk geen vrienden of een stel die samen een trip maken. Psychologe Indre, net afgestudeerd, moet twee jonge mensen die opgenomen zijn in een psychiatrische kliniek begeleiden naar de andere kant van het land. De psychiater vindt dat ze beter af zijn bij een andere kliniek. Een wat ongewone keuze om Indre mee te laten gaan, want ze heeft iets sociaal onhandigs en is helemaal niet geïnteresseerd in contact met cliënten.

Toch gaat ze, onder druk van de volhardende psychiater. Bijgestaan door een zuster die de pillen verstrekt starten ze hun reis, die vol ongemak begint. De bipolaire Paulius begint namelijk ineens te praten – iets wat hij dagen niet gedaan heeft. En dan is er de suïcidale Juste, haar polsen nog in het verband, die vindt dat ze niet ziek is maar wel geteisterd wordt door donkere gedachten.

Geleidelijk aan, zoals dat vaker gaat met een roadtrip, komen de drie (de pillenzuster wordt letterlijk vergeten en bij een tankstation achtergelaten) nader tot elkaar. Regisseur Marija Kavtaradze blijft met haar personages dicht bij de realiteit, mede dankzij hun naturelle spel. Haar film heeft een tragikomisch karakter en toont de gebeurtenissen van de drie met een lach en een traan. Daarbij: de psychiatrische stoornis waarmee Paulius en Juste te kampen hebben, wordt nergens uitvergroot. De boodschap van de film is dat we allemaal mensen zijn en ondanks een psychiatrische diagnose meer met elkaar delen dan we denken. Kavtaradze is realistisch genoeg om in te laten zien hoe bepalend lijden kan zijn. Geluk is niet voor ieder mens weggelegd, getuige de bitterzoete afloop van de film.

 

24 september 2019

 

Film by the Sea 2019 – Deel 1

Film by the Sea 2019 – Deel 2

 


MEER FILMFESTIVAL

Film by the Sea 2019 – Deel 2

Film by the Sea 2019 – Deel 2
Verwoestende, ontzaglijke en wonderschone natuur

door Suzan Groothuis

De favoriete film van directeur “Mr. Horror” Jan Doense, Jaws, kreeg een passende vertoning op het strand. Terwijl de haai in vol ornaat in beeld was, hoorde je de golven op de achtergrond. Ook het oorlogsgeweld van Apocalypse Now – Redux was op het grootste filmdoek van het tot Film by the Sea gebombardeerde Cinecity te bewonderen. In dit tweede deel aandacht voor films waarin natuur een rol speelt. Verwoestend, ontzaglijk en wonderschoon. 

 

Maiden

Maiden – Heldhaftige dames op zee
Het is 1989 en de droom van de jonge Britse Tracy Edwards komt uit. Ze doet mee aan de Whitbread Round The World Race, een prestigieuze zeiltocht rond de wereld. Edwards trommelde louter dames – ervaren en kundige zeilsters – op en doopte hun boot Maiden. De film Maiden, van documentairemaker Alex Holmes, toont waar Tracy haar inspiratie vandaan haalde en hoe de tocht van de grond kwam. Tracy, getormenteerd door moeilijke puberjaren, voelde zich aangetrokken tot de vrijheid van de zee. Maar meedoen aan een race was een stap te ver – althans, volgens mannelijke zeilers en geldschieters. Het vraagt lef en doorzettingsvermogen om haar droom te realiseren en Maiden laat met uniek beeldmateriaal zien hoe Tracy’s zeilboot de strijd aangaat met de mannelijke concurrentie.

De tocht gaat gepaard met vooroordelen. Terwijl journalisten van mannelijke zeilers willen weten wat de technische aspecten van hun boot zijn, worden de dames amper serieus genomen. Er is meer interesse of ze elkaar niet in de haren vliegen. Tracy en co anno nu blikken terug op hun ervaringen en vertellen, dan weer gevat, dan weer emotioneel, wat er allemaal bij de race kwam kijken.

En zo word je als kijker meegetrokken in een uniek, bevlogen verhaal, waarbij je op het puntje van je stoel zit. Het is niet zozeer een film over vrouwen die zeilen. Het is een film over mensen die ergens in geloven en zo gepassioneerd zijn dat ze er vol voor gaan. De vrouwen blijken de reis rondom de wereld niet anders te ervaren dan de mannen – de belevenis van een verwoestende, maar ook wonderschone zee bestieren is hetzelfde. En zo leef je mee met een tocht waarvan iedereen dacht dat die niet gemaakt kon worden. De beelden van agressieve golven die tegen en over de boot slaan en de onuitputtelijke crew die ze controleert, staan op het netvlies gebrand. Een film die qua impact lijkt op het prachtige Deep Water, waarin solozeiler Donald Crowhurst in zijn tocht rond de wereld gevolgd wordt en waar de afloop helaas wat minder fraai was.

 

Monos

Monos – Jong strijdgeweld
Van een reis rond de wereld gaan we naar de chaotische oerwouden van Columbia. In Monos, dat inmiddels in de bioscoop draait, volgen we jonge guerrillastrijders. Het zijn nog maar kinderen, die als taak hebben een gijzelaar te bewaken en voor een koe te zorgen. Af en toe worden ze bezocht door hun trainer van de Organization, die de jonge groep bevelen geeft en drilt. Maar overwegend moeten ze het zelf zien te rooien, bijgestaan door hun wapens en gierende hormonen. Je raadt het al: dat loopt uit de hand. 

Monos is een bijzonder krachtige film. De beelden van een woest, chaotisch landschap en een idem gezelschap, zijn door de Nederlandse cameraman Jasper Wolf op indrukwekkende wijze vastgelegd. Realistisch maar ook niet, met oog voor het schone en het verwoestende. Deze oorlogssituatie voelt onwerkelijk aan, als een ongrijpbare, nare droom, waarin kinderen gedwongen worden stelling te nemen tegen de heersende maatschappij. Je vraagt je af of ze zich bewust zijn waarvoor ze strijden. Maar filmmaker Alejandro Landes diept dat niet uit: zijn monos (wat zoveel betekent als aapjes) zijn kinderen die in een strijdbare, ongewone situatie zitten, en we volgen hen daarin.

Monos heeft weinig dialoog en is vooral een fysieke film. De driloefeningen, waarbij de jonge lichamen tegen elkaar aandrukken en opbotsen, worden ondersteund door de hypnotiserende soundtrack van Mica Levi. Zij was eerder verantwoordelijk voor de prachtige composities van Jackie en Under the Skin. In Monos smelt haar dreigende en bezwerende soundtrack samen met de beelden, wat leidt tot een overrompelende filmervaring.

Misschien is dat de strekking van Monos: een film die je moet ervaren. Jagen en opgejaagd worden, temidden van een nietsontziende, woeste natuur. De film voelt als een oerkracht waartussen je goed en kwaad bespeurt: er is zachtheid en tederheid, maar ook een meedogenloze hardheid en beestachtigheid. Een van de hoogtepunten van het festival. 

 

Apocalypse Now Redux

Apocalypse Now Redux – In afwachting van The Final Cut
Monos heeft met zijn onwerkelijke sfeer wel wat weg van Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now, een film die de Vietnamoorlog niet toont, maar is. Vlissingen leek een primeur te hebben met een vertoning van zijn Final Cut – een tweede, en wellicht laatste bewerking van Coppola’s meesterwerk uit 1979. Helaas kregen de programmeurs die versie toch niet in handen en besloot men tot een vertoning van Apocalypse Now Redux. Alsnog een kans om zo’n klassieker op het grootste doek dat het CineCity-complex rijk is te vertonen. Waar de opkomst mager was (oorlogsgeweld weegt niet op tegen een zonovergoten dag) blijkt de film anno nu nog even indrukwekkend.

De film start met chaos: we zien Captain Benjamin L. Willard (Martin Sheen) in zijn slaapvertrek, terwijl hij doordraait. Helikoptergeluiden zijn prominent aanwezig, drank en bloed vloeien rijkelijk. In Hearts of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse, een documentaire over de totstandkoming van de film, zien we dat dit niet gespeeld was. Sheen bevond zich op het randje en bezweek bijna aan een hartaanval.

Willard krijgt de onmogelijke opdracht Colonel Walter E. Kurtz (Marlon Brando) op te sporen en te elimineren. Kurtz – briljant, met vele onderscheidingen – is gek geworden en voert zijn eigen oorlog in de dichte jungle van Vietnam. Wat volgt is een surreële tocht over de Nung-rivier, waarbij Coppola je meevoert van de ene onwerkelijke situatie naar de andere. Apocalypse Now

slaagt vooral in het neerzetten van een onwerkelijke, nachtmerrie-achtige sfeer in een chaotische, zinloze strijd. Neem Robert Duvall als gevreesde Lieutenant Colonel Bill Kilgore, die geniet van oorlog: “I love the smell of napalm in het morning”. Of Playboy Bunny’s die de soldaten trakteren op een sexy optreden, dat natuurlijk uit de hand loopt. En niet te vergeten het bizarre koninkrijk waar Kurtz heer en meester is.

De Redux-versie is 49 minuten langer dan het origineel en bevat een paar scènes die Coppola er zo weer uit mag snijden. De conversatie met Playboy Bunny’s in de helikopter is totaal overbodig, evenals het bezoek aan Franse kolonisten waar Willard op zoete wijze verleid wordt. Het zijn misplaatste scènes in een film die het zo van vervreemdende wanorde (zowel in de mens als in de natuur) moet hebben. Je vraagt je af wat de meerwaarde is van een bewerking van het eigenlijk al sterke origineel.

 

20 september 2019

 

Film by the Sea 2019 – Deel 1

Film by the Sea 2019 – Deel 3

 


MEER FILMFESTIVAL

Preview Film by the Sea 2019

Preview Film by the Sea 2019
Toegankelijke arthouse, documentaires en toppers

door Suzan Groothuis

Komende vrijdag begint Film by the Sea. Het filmfestival in Vlissingen, dat inmiddels z’n 21ste editie viert, vertoont allerlei soorten toegankelijke arthouse-films en documentaires. InDeBioscoop vist alvast in het programma.

De grote vangst van deze editie is Parasite, de nieuwe film van Bong Joon-ho. Deze Zuid-Koreaanse regisseur heeft al een reeks meesterwerken en opvallende films op zijn naam staan zoals Memories of Murder, Mother, Snowpiercer en Okja. Met Parasite, een pakkende venijnige satire over klassenverschillen in het eigentijdse Zuid-Korea, is hij nog steeds in vorm. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor acteur Song Kang-ho, die gezien kan worden als een van de meest veelzijdige acteurs uit het land. Parasite won in Cannes de Gouden Palm voor beste film, wat het een aanlokkelijke film voor het festivalpubliek maakt.

Parasite (Joon-ho Bong, 2019)

Parasite (Joon-ho Bong, 2019)

Engelse maatschappijkritiek
Een andere film die het in Cannes goed gedaan heeft, is Sorry We Missed You. Niet vreemd als je weet dat de Britse regisseur Ken Loach al jaren een festival-lieveling is. Loach’ films kenmerken zich door een maatschappijkritische blik op Engeland. Sorry We Missed You, die gaat over de uitbuiting van freelancers die door allerlei sluwe regels bedonderd worden door hun opdrachtgevers, belooft een ware working-class tearjerker te zijn. Gaat dat zien in Vlissingen!

En nu we toch bezig zijn met prominente filmmakers kunnen we de nieuwe Pedro Almodóvar ook niet vergeten. Zijn Dolor y Gloria ziet hij als een van zijn meest persoonlijke films en belooft weer een mooie combinatie van melodrama en fijnzinnigheid.

Wie het programma van Vlissingen doorneemt, ziet ook een aantal titels die eerder te zien waren op het IFFR en Imagine. Neem Wilkolak, Monos, Tigers Are Not Afraid, Manta Ray, The Best of Dorien B. en Beats. Daarnaast ontkomt het festival niet aan het meesnoepen van films die tijdens Film by the Sea hun Nederlandse release hebben, zoals de documentaire Miles Davis: Birth of the Cool en de gelijknamige filmbewerking van de populaire Britse-serie Downton Abbey. 

Un homme et une femme (Claude Lelouche, 1966)

Un homme et une femme (Claude Lelouche, 1966)

Franse cinema
Een van de constanten van het festival is de Franse cinema. Dit jaar is er een verrassende regisseur te gast, namelijk Claude Lelouch. Een man die de grote gebaren niet schuwt, want zijn films met thema’s als familie, de holocaust en de waarde van kunst doen bombastisch aan. Zijn bekendste film is waarschijnlijk Les uns et les autres over het wel en wee van vier muzikale families in de twintigste eeuw. Ook is er een screening van zijn eerste hit Un homme et une femme samen met het vervolg uit 1986.

Tot slot zijn er nog wat opmerkelijke vertoningen van klassiekers die de fanatieke cinefielen moeten aanspreken. Neem de final cut van Apocalypse Now. Het is de vraag hoe de ultieme visie van Francis Ford Coppola heeft geleid tot aanpassingen na de langere redux-versie. In die lijn is ook de final cut van Blade Runner te zien, die hoogstwaarschijnlijk is geprogrammeerd als eerbetoon aan de recentelijk overleden Rutger Hauer. De zwijgende film wordt geëerd door een speciaal filmconcert bij Nosferatu, Eine Symphonie des Grauens. Een geliefde expressionistische horrorklassieker van F.W. Murnau.

 

 11 september 2019


MEER FILMFESTIVAL