Recensie The Prince

*

recensie  The Prince

Jason zónder de Argonauten

door Cor Oliemeulen

Man zoekt dochter – STOP – man vindt dochter – STOP – schurk zoekt dochter man – STOP – schurk vindt dochter man – STOP – man zoekt opnieuw dochter – STOP – man vindt schurk – STOP – zoekende dochter vindt man schurk – STOP.

Bruce Willis zei nog niet zo lang geleden in een interview dat hij onderhand wilde stoppen met het spelen in actiefilms. De inmiddels 60-jarige Amerikaanse acteur, die een bijna legendarische status verwierf met Die Hard, hield dat voornemen maar even vol: hij zou inderdaad niet meer participeren tussen het half dozijn afgeleefde actiehelden in het derde deel van The Expendables.

Recensie The Prince

Niet omdat Bruce plotseling serieus acteur wilde worden – de eerste en enige aanzet hiertoe was eind vorige eeuw in The Sixth Sense – maar omdat hij naar verluidt één miljoen dollar had geëist voor enkele minuten deelname aan dit vehikel voor overjarig schiettuig. En aangezien ook op Huize Willis de schoorsteen moet blijven roken, draafde hij op voor The Prince van Brian A. Miller. Een regisseur met een onmiskenbaar groot talent: op miraculeuze wijze krijgt hij het voor elkaar om flutactiethrillers een onmiddellijke dvd-release te besparen.

Scheerapparaat
Hoofdpersoon van The Prince is Jason Patric, die al jaren zijn stinkende best doet om B-acteur te worden. Om er een beetje ruig uit te zien, heeft de regisseur een paar dagen Jasons scheerapparaat verstopt. Jason is niet erg groot, wel gespierd, maar voor de zekerheid schilderen we nog maar even een kolossale vogeltattoo op zijn rug. De doodskop op zijn hand betekent volgens het andere gespuis dat het kwaad kersen eten is met deze gozer. Jason mag dan wel doen alsof hij een geboren automonteur is, in werkelijkheid is hij jaren geleden gevlucht uit New Orleans. Als The Prince heerste hij in de meest duistere spelonken waar hij zich ontpopte als onaangenaam gezelschap voor agressieve opponenten, die vast meteen hun broek vervuilen zodra ze hem weer zouden tegenkomen.

Jason moet inderdaad terug, en de wasmachines beginnen al direct op volle toeren te draaien. We zullen niet veel prijsgeven, maar de rest van de film gaat over een contactarme man met een queeste die zich schietend een weg baant om het maagdenvlies van zijn dochter te redden. We zullen niet verklappen of dit lukt, maar het komt er uiteindelijk op neer dat Jason – na het enige vuistgevecht met de enige Aziaat in het vijandelijke kamp – oog in oog komt te staan met Bruce Willis, die tegenwoordig zo slecht met een vuurwapen overweg kan dat hij The Expendables 4 sowieso kan schudden.

Recensie The Prince

Stout
Wat is er dan gebeurd? Jasons dochter is stout geweest. Ze heeft stiekem de collegezaal verruild voor het drugshok van rapper 50 Cent. In de geest van Travis Bickle in Taxi Driver, probeert Jason haar te bevrijden, zij het dat Robert de Niro acteerde, Jason níet kan acteren en de regisseur geen Scorsese heet, maar wel feilloos het ene cliché op het andere weet te stapelen. Miller telefoneert eerst voordat hij iets laat gebeuren, moet werken met het meest afgezaagde script sinds Calimero gaat op Reis en verbijstert ons met John Cusack die kennelijk stijf staat van de botox. Cusack figureert nog emotielozer dan de jonge spaghettiwesternheld Clint Eastwood – van wie regisseur Sergio Leone ooit zei dat die acteur slechts twee gezichtsuitdrukkingen bezat: een mét en een zónder hoed.

Het is verspilde moeite en een aanslag op het gezonde verstand om nog meer woorden vuil te maken aan The Prince. De aftiteling vermeldt ruim tweehonderd personen waaronder ‘second second assistant director’ Sonia Torres, die niet eens stottert. Er is inmiddels een telegram onderweg naar de filmmaatschappij om af te zien van een vervolg op een van de ellendigste koningsdrama’s uit de Amerikaanse actiemythologie.

 

12 september 2014

 

MEER RECENSIES