Promare

**
recensie Promare

Trailer van zichzelf

door Sjoerd van Wijk

Als een twee uur durende trailer zweept de anime Promare continu op. De actie verhit de gemoederen met een dans van figuren in abstract landschap. Wat er voor hen op het spel staat, doet er niet toe.

Na een roerige dertig jaar waarin mensen spontaan ontvlamden, krabbelt de wereld weer op dankzij totalitair beleid. Nog steeds ontbranden mensen, maar gelukkig staat een zorgvuldig gemêleerd reddingsteam met onder andere het haantje Galo Thymos paraat om te blussen. Na die mysterieuze tijd bestaan er nu de Burnish, mensen die kracht halen uit vuur en als verstotelingen door het leven gaan. Galo kan niet lang genieten van zijn heldenstatus nadat hij de leider van vermoedelijke Burnish-terroristen Lio Fotia verslaat tot blijdschap van gouverneur en mentor Kray Foresight. Er ontspint zich een sinister complot, te allen tijde geduid door expositiedialoog waarin Kray als een hedendaagse miljardair een Ark van Noach voor de ruimte bouwt. Alleen tegenpolen Galo en Lio kunnen dat door samenwerking stoppen.

Promare

Bombast
Met een been staat de film ferm in de traditie van de mecha, Japanse animatie waar robotica het hoofdthema vormt in een sciencefictionomgeving. Personages transformeren hun vaartuigen met speels gemak in de meest fantastische vormen die recht doen aan het idee dat geavanceerde technologie niet van magie is te onderscheiden. De een drukt als een gek op knopjes om te besturen, de ander lijkt weer een fusie van mens en machine, terwijl brandwonden schitteren door afwezigheid te midden van al het vuur.

Ondertussen herinneren ze elkaar brullend aan het plot zodat men deze niet vergeet in alle bombarie. Ondanks deze eindeloze expositie blijft de situatie warrig. De premisse hangt van mitsen en maren aan elkaar zoals een Your Name (2016) waarbij ad hoc uitleg te pas en te onpas vreemde wendingen rechtpraat. Daarmee schetst Promare een onuitsprekelijke wereld waar logica dikwijls plaatsmaakt voor bombast op Akira-achtige surreële wijze.

Opzwepende abstractie
Alle kort aangestipte politieke thema’s ten spijt draait de queeste van Galo en Lio vooral om vele robbertjes vechten. Er is maar weinig tijd om de wereld te redden. Het dystopische Promepolis als decor lijkt een blokkendoos waar buiten een pizzatent om weinig gezelligheid bestaat. De geometrie raast op de achtergrond als een wervelwind in de actiescènes die daardoor louter mens-machine tegen mens-machine zijn. Zulke opzwepende abstractie brengt de sensatie van het gevecht over.

Promare

Technologische foefjes en opengesperde monden knallen terwijl de basisfiguren om hen heen verder vervagen. Het is alsof Walter Ruttmann’s Lichtspiel Opus uit de jaren 1920 is afgestoft en op anderhalve snelheid wordt afgespeeld. In zo’n pure ideeënwereld slaat het rondvliegende ijs en vuur van de personages een deuk. Daarmee vat Promare treffend de urgentie om met tunnelvisie recht op het doel af te stevenen in de mist van de strijd.

Zelfpromotie
Constante hoogspanning luidt het devies. De film knippert in de montage van hot naar her om geen moment suprême te missen. Met een videogame-sequentie stevenen Galo en Lio af op het laatste eindbaasgevecht. Promare smijt ondertussen elk personage in het gezicht met een aankondiging alsof het een Yu-Gi-Oh!-kaart betreft om in je deck te stoppen. Japanse popmuziek omlijst de actie. De pakkende deuntjes maken het tot een soort demonstratie van de technologische mogelijkheden van de 3D-computergraphics.

Gepaard met de opeenvolging van extatische momenten komt de film daarom over als een grote trailer van zichzelf. Een schoolvoorbeeld van filosoof Theodor Adorno’s punt hoe de cultuurindustrie zichzelf promoot via haar producten. De unique sellingpoint van Promare is echter niet meer dan snel vervlogen extase dankzij de bijzondere animatietechniek.

 

17 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Pinocchio

***
recensie Pinocchio

Van marionet tot vrije geest

door Cor Oliemeulen

Als je braaf, eerlijk en aardig bent, word je op een dag een echte jongen. Pinocchio van Matteo Garrone is veel meer dan deze voorspelling van de blauwe fee. Het dramatische fantasieverhaal kent vele lagen en ziet er bovendien oogstrelend en verzorgd uit. Toch mist deze met liefde gemaakte film een ziel, net als de houten pop zelf.

De Italiaanse regisseur Matteo Garrone brak in 2008 door met de maffiafilm Gomorra en excelleerde tien jaar later opnieuw met een goedzak tussen crimineel gespuis in Dogman. Wat bezielt de maker van bejubelde misdaaddrama’s om een klassiek kinderverhaal te verfilmen? Een eeuwige fascinatie, aldus Garrone, die al op zijn zesde een stripverhaaltje over Pinocchio tekende en opgroeide met een tv-serie over de houten pop. Die onweerstaanbare charme leidde in 2015 tot zijn verfilming van drie fabels in Tale of Tales en mondt nu uit in een portret van zijn kinderheld. Verwacht geen deugdzame aanpak als in de animatieklassieker van Disney uit 1940, maar een fantasieavontuur met rauwe randjes.

Pinocchio

Verleidingen
Van de talrijke filmbewerkingen blijft Garrone misschien wel het dichtst bij het originele verhaal van Carlo Collodi, Le avventure di Pinocchio uit 1883. Het gegeven is genoegzaam bekend. Ambachtsman Gepetto – gespeeld door een opvallend ingetogen, maar immer expressieve Roberto Benigni (ooit zelf Pinokkio in zijn familiefilm uit 2002) – snijdt een pop uit een stuk hout. Wanneer de pop ineens begint te bewegen en te praten, noemt Gepetto hem Pinocchio en schreeuwt hij van de daken dat hij een zoon heeft gekregen. Terwijl vader het beste met zijn zoon voorheeft en hem naar school brengt, valt Pinocchio (Federico Lelapi) ten prooi aan de ene na de andere verleiding.

Zo bezoekt hij stiekem een rondreizend poppentheater, waar hij vervolgens gevangen wordt genomen, ontmoet hij de Vos en de Kat die hem geld afhandig proberen te maken en wordt hij samen met een karrenvracht andere kinderen naar een speeleiland gelokt, waar hij in een ezel wordt betoverd. Pinocchio’s (soms wel heel lange) zoektocht naar zijn vader, die op zijn beurt Pinocchio zoekt, leidt tot het binnenste van een walvis. Maar zoals dat gaat in sprookjes komt alles gelukkig op zijn pootjes terecht.

Pinocchio

Moraal
Dat brengt ons bij de vraag of Garrone’s Pinocchio een kinderfilm is. Ja, dat klopt, hoewel deze versie een aantal grimmige en duistere elementen kent. Uiteraard krijgt het houten jochie een lange neus als hij jokt, maar het is misschien wel even schrikken als Pinocchio aan een boom wordt opgehangen. In het boek gebeurt dat omdat hij wordt gestraft voor zijn fouten, in deze film gebeurt dat vooral omdat de Vos en de Kat definitief met hun slachtoffertje willen afrekenen. Overigens zal Pinocchio later in het verhaal in figuurlijke zin een lange neus naar zijn belagers trekken.

Volwassenen hebben ongetwijfeld meer oog voor de satire, zoals in de scène als Pinocchio aan een rechter, de Aap, wordt voorgeleid. Als de verdachte zegt dat hij onschuldig is, wordt hij veroordeeld tot de gevangenis, echter nadat Pinocchio zegt dat hij heel veel slechte dingen heeft gedaan, wordt hij onmiddellijk vrijgesproken. Misdaad loont dus in de wereld waarin de originele Pinocchio opgroeit.

Zoals dat gaat in fabels, waarin elk dier een typisch menselijke eigenschap etaleert, zijn de personages in de Pinocchio van Garrone aan de vlakke kant omdat ze slechts ten dienste van de moraal staan. Ook met Pinocchio zelf valt moeilijk te vereenzelvigen, hoewel zijn sarcasme over de stijve heersende zeden als een verademing voelt. De brutale en eigenwijze houten pop fungeert nu eenmaal als een naïeve creatie die door schade en schande moet zien wijs te worden om zich, eenmaal bevrijd van zijn lichamelijke en geestelijke beperkingen, als een voorbeeldig kind in de uitnodigende armen van zijn sympathieke schepper te kunnen storten. Niet als een marionet van anderen, maar als een zelfstandige vrije geest.

 

18 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Picciridda

*****
recensie Picciridda

Italiaans meesterwerk over schokkend familierelaas

door Cor Oliemeulen

Het is wonderlijk hoe een filmdrama met een relatief onbekende cast en crew een van de hoogtepunten van het jaar oplevert. Picciridda van debuterend regisseur Paolo Licata is gemaakt in de beste Italiaanse filmtraditie en weet thema’s als het gemis van dierbaren en het onderdrukken van vrouwen te verweven in een nostalgische familiegeschiedenis met een schokkend geheim.

“Als je tante Pina nog één keer begroet, hak ik je handen eraf”, zegt oma Maria tegen Lucia. De elfjarige kleindochter begrijpt er niets van, want zowel haar tante, haar man als hun lieve, emotionele dochter Cettina lijken haar niet onaardig. Pas veel later zullen we ontdekken of het terecht is dat Lucia maar beter uit de buurt van die tak van de familie kan blijven of dat haar grootmoeder jammerlijk wegkwijnt door onnodige frustraties of misverstanden.

Picciridda

Kleindochter versus oma
Het verhaal van Picciridda (zoals kleine meisjes op Sicilië worden genoemd) is gebaseerd op de gelijknamige roman van Catena Fiorello, die ook meeschreef aan het filmscenario. Tijdens de economische depressie van eind jaren vijftig, begin jaren zestig worden veel kinderen aan hun grootouders toevertrouwd zodat hun ouders kunnen emigreren om in een ander land een beter bestaan te kunnen opbouwen. Lucia’s vader en moeder verlaten het vissersdorp en vertrekken met haar broertje naar Frankrijk en beloven voor de kerst terug te keren, maar dat gaat niet gebeuren. Pas als Lucia haar school heeft afgemaakt en haar ouders het wat ruimer hebben, mag ze ook naar Frankrijk komen, zo is het plan.

Lucia krijgt te maken met een strenge oma, die er geen geheim van maakt dat ze niet zit te wachten op de zorg voor een kleinkind, maar desalniettemin blijkt ze ook wel haar olijke en goede kanten te hebben. Zo blijkt “Donna” Maria zeer geliefd en gewild om overleden dorpsgenoten mooi op te baren. Ook op school maakt Lucia moeilijk aansluiting, omdat iedereen wel wat denkt te weten van haar familiegeheim. Ze sluit vriendschap met een zwarte kip, en later met een klasgenootje, doolt rond op het strand en wordt verdrietig als ze daar in gedachten haar gezinsleden ziet. Ingegeven door alle omstandigheden probeert Lucia de wereld van de volwassenen te begrijpen en vindt ze langzaam een kompas om haar lijden te verlichten.

Picciridda

Onvermijdelijke wreedheid
De couleur locale, de cinematografie, de soms hartverscheurende nostalgie, de muziek, de emotionele cultuur en de standvastige regie maken van Picciridda een schaars nieuw hoogtepunt van de Italiaanse cinema waarnaar de filmliefhebber voortdurend reikhalzend uitkijkt. De relatief onbekende cast werkt uitermate geloofwaardig, met de talentvolle nieuweling Marta Castilgia als Julia en de fantastische Lucia Sardo (die herinneringen oproept aan de Italiaanse acteergrootheid Anna Magnani) als Maria die de kijker moeiteloos meenemen in het zorgvuldig opgebouwde familierelaas.

Het filmdrama wordt mooi en functioneel afgerond met een soort van epiloog waarin de hoofdpersoon terugblikt op haar jeugdjaren waarin zij was overgeleverd aan de zorg van haar grootmoeder en de tragedie die zich heeft afgespeeld. Net als bijvoorbeeld in de Italiaanse filmklassieker Nuovo Cinema Paradiso (1988) van Giuseppe Tornatore wordt het hoofdpersonage bij terugkomst geconfronteerd met het verleden en vindt Lucia antwoorden op vragen en gevoelens die altijd zijn blijven knagen. Ook de kijker begrijpt dan pas goed de relaties tussen de personages en de onvermijdelijke wreedheid van bepaalde keuzes die haar familieleden toen maakten.

 

14 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Plus belles années d’une vie, Les

****
recensie Les plus belles années d’une vie 

Romance, reünie en race

door Cor Oliemeulen

Vijftig jaar na hun romance bezoekt Anne haar toenmalige geliefde Jean-Louis in een luxueus verzorgingstehuis. De voormalige autocoureur, die licht dementerend is, herkent haar pas als zij zegt wie zij is. Het wordt een rendez-vous vol emoties en dierbare herinneringen.

Les plus belles années d’une vie (de mooiste jaren van een leven) grijpt terug op Un homme et une femme (de 4K-restauratie krijgt tegelijkertijd een Nederlandse première) dat Claude Lelouch in 1966 maakte met dezelfde hoofdrolspelers, Anouk Aimée en Jean-Louis Trintignant. Hoewel er twintig jaar later een vervolgfilm kwam, gebruikt de Franse regisseur beelden uit de eerste film, zodat we een goed idee krijgen van hoe innig het koppel toen was. Destijds was de poëtische manier van het uiten van dergelijke liefdevolle woorden, blikken en aanrakingen ongekend en werd het romantische drama een groot succes bij zowel publiek als critici. Echter de snelheidsduivel Jean-Louis bleek een womanizer, dus hun romance was geen lang leven beschoren.

Les plus belles années d'une vie

Realtime
De hernieuwde kennismaking is door Claude Lelouch vastgelegd in een realtime scène van 19 minuten, waarin voornamelijk bij Anne flarden van oude gevoelens terugkeren en waarmee Aimée en Trintignant (beiden eind tachtig) middels subtiele gezichtsuitdrukkingen en gebaren moeiteloos hun glorieuze status in de Franse cinema bevestigen. De ontmoeting is tragisch en lijkt zinloos, maar is tegelijkertijd charmant en levendig. Er zijn korte grappige en spontane momenten, hoewel Lelouch het duo zoveel mogelijk zijn script wilde laten volgen.

Deze wonderschone, ontroerende eerste rendez-vous zal uitmonden in bezoekjes aan plaatsen die ze vroeger samen bezochten. Uiteraard is Jean-Louis niet meer de grillige autocoureur die hij was, maar zijn rijgedrag is nog opvallend genoeg om door de politie aan de kant van de weg te worden gezet. De gesprekken tussen Anne en Jean-Louis verlopen moeizaam door de geestesgesteldheid van de laatste. Door flashbacks uit Un homme et une femme zien we dat het hotel en de boulevard nauwelijks zijn veranderd. Hoewel Jean-Louis voldoende genegenheid toont, is het duidelijk dat vooral Anne wat krassen op haar ziel heeft, maar desondanks voelt ze zich dankbaar en gelukkig.

Reünie
Saillant detail van Les plus belles années d’une vie is dat ook Anne’s dochter en Jean-Louis’ zoon (die Anne heeft opgezocht omdat zijn vader enkel nog zou opleven door herinneringen aan hun oude liefde) worden gespeeld door de zelfde actrice en acteur. Ook filmcomponist Francis Lai is weer van de partij om de reünie ingetogen stemmig te begeleiden. De sfeer is bijna hoopvol, vol joie de vivre en de dood is ver weg. En zo kabbelt de film wat voort tot de grandioze finale die in feite weinig met het verhaal heeft te maken.

Het betreft een flashback, niet uit Un homme et une femme maar uit C’était un Rendez-vous (1976). Lelouch had na zijn recente opnamen van Si C’était à Refaire met Catherine Deneuve een stuk filmband over en besloot spontaan om met een snelle auto ’s morgens in alle vroegte door het centrum van Parijs te scheuren. Hoewel hij iemand met een walkietalkie (die niet bleek te werken) op het eind van een tunnel had laten posteren, kruipt Lelouch meerdere malen (achttien keer door rood licht) door het oog van de naald en bereikt hij snelheden van bijna 200 kilometer per uur. De regisseur zou zich hebben laten inspireren door Steve McQueen in Bullitt (1968).

Bloedstollende autorace
Het is waarschijnlijk de mooiste, meest bloedstollende en realistische autorace die je ooit op het witte doek hebt gezien. Het is één take van 9 minuten en Lelouch reed in een Mercedes-Benz 450SEL en gebruikte het geluid van een Ferrari 275 GTB. Hij zei aanvankelijk tegen een politieman dat een Formule 1-coureur achter het stuur had gezeten, maar nadien vertelde hij dat hij een date had en dat je een vrouw nooit moet laten wachten. Zijn actie was volstrekt onverantwoord, zoals hij volmondig zou toegeven. Wonder boven wonder vallen er geen doden of gewonden. Maar als je terugkijkt, realiseer je dat Les plus belles années d’une vie vanwege die capriolen net zo goed nooit zou zijn gemaakt.
Drie sterren voor de film, één ster extra door de krankzinnige finale.

 

30 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Proxima

***
recensie Proxima

Het aardse loslaten

door Michel Rensen

Sarah Loreau bereidt zich vol ambitie voor op haar droom: een jarenlange ruimtemissie. Tegelijk worstelt ze om het aardse, en haar dochter, los te laten. Is deze missie dat gemis wel waard?

Een vrouwelijke astronaut zien we niet al te vaak op het grote scherm. Dat is wat schrijver/regisseur Alice Winocour gedacht moest hebben toen ze met het idee voor Proxima kwam. Eva Green speelt de rol van Sarah Loreau, een alleenstaande moeder en ambitieuze astronaut die zich klaarmaakt om als voorbereidende missie naar Mars een jaar lang in de ruimte te leven. Hoewel ze haar hele leven, en dat van haar dochter Stella, voorbereid heeft op haar droommissie, blijkt de ontkoppeling met het aardse lastiger dan gedacht.

Proxima

Emotionele worsteling
Eva Green schittert in de rol van de introverte astronaut. Met een zeer indringende acteerprestatie weet zij haar gevoelens sterk naar voren te brengen ondanks een script dat aan alle kanten rammelt. De dialogen zijn zeer minimalistisch geschreven en vooral functioneel. Daarmee voelen de personages nauwelijks als mensen, maar vooral als archetypes van een mannenwereld waarin Sarah eenzaam ronddwaalt. Alleen in de relatie tussen de astronaut en haar dochter Stella is menselijkheid te vinden. De andere relaties en personages voelen klinisch en kil aan. Door de stuntelige dialogen voelt deze kilheid echter nooit als een scherpe kritiek op die wereld, maar enkel als het gevolg van de filmische constructie.

Het drama leunt volledig op het verlangen van Sarah dichtbij haar dochter te zijn terwijl haar werk dat niet toestaat. Thomas (Lars Eidinger), haar ex-man en vader van Stella, werkt in hetzelfde vakgebied en snapt Sarahs ambities volledig. Zonder morren neemt hij de voogdij over hun dochter over. Sarah reist ter voorbereiding naar het afgelegen Kazachstan (waar in een al bestaande trainingsfaciliteit is geschoten). Hier bereidt ze niet alleen de missie voor, maar wordt ze ook psychologisch geholpen om de afstand met haar dochter te accepteren. De film weet de relatie tussen de twee sterk invoelbaar te maken. Zowel de wispelturigheid van Stella en de diepe melancholie van Sarah worden in ontroerende telefoongesprekken, overdenkingen en gesprekken met haar psycholoog (Sandra Hüller) verteld.

Afwezige drijfveer
“Wat drijft jou?”, vraagt mede-astronaut Mike Shannon (Matt Dillon) vlak na hun eerste ontmoeting. Tegenover het verlangen naar haar dochter staat een enorme ambitie en verlangen voor haar vak. Die ambitie blijkt haar Sarahs enorme doorzettingsvermogen, maar haar onderliggende motivatie krijgen we helaas nauwelijks mee. Sarah beschrijft kort dat ze als kind al astronaut wilde worden, maar verder dan die altijd aanwezige drijfveer komen we niet. We moeten vooral vertrouwen op haar doorzettingsvermogen, maar krijgen nergens een moment waar de liefde voor haar vak net zo invoelbaar is als de liefde voor haar dochter. Die afwezigheid staat in scherp contrast met het intense verlangen van Sarah om bij haar dochter te zijn. Aan het eind van de film vraag je je vooral af of de ruimtemissie het gemis wel waard is.

Seksisme
Hoewel er in sciencefiction talloze voorbeelden van vrouwelijke ruimtereizigers zijn, is het aantal vrouwelijke astronauten in een meer realistische setting op een hand te tellen. Proxima steekt zijn eigen missie om hierin verandering te brengen niet onder stoelen of banken. Wanneer Sarah bij de start van de missie de menigte toespreekt over hoe haar moeder haar droom om astronaut steeds wegzette als iets dat ‘niet voor vrouwen’ was, snijdt de film naar een close-up van Stella.

Proxima

Ook legt de film sterk nadruk op het seksisme waarmee Sarah in het trainingscomplex te maken krijgt. Vooral Mike Shannon speelt daarin een prominente rol door steeds seksistische ‘grapjes’ te maken en Sarah vlak na haar aankomst direct voorstelt dat zij een lichter trainingsprogramma moet volgen. Ook de continue dreiging van de mannelijke vervanger en de vrouwen in het trainingscomplex met vooral een verzorgende rol leggen de achterstand van vrouwen in deze wereld bloot.

Rolmodel
Helaas is Mike Shannon voor het merendeel van de film niets meer dan een seksistische karikatuur, waardoor zijn woorden nooit realistisch aanvoelen. Het artificieel gestuntel van de dialogen zit in de weg van de scherpe kritiek die de film had kunnen leveren. Dat de astronautenwereld (of beter: de natuurwetenschappen in het algemeen) een mannenwereld is, zal niemand vreemd zijn, maar Proxima weet hierin weinig diepte aan te brengen. Vroeg in de film discussieert Sarah met Thomas over zijn gebrekkige rol als vader, maar in de volgende scène neemt hij zonder enige twijfel de voogdij over hun kind over zodat Sarah haar ambities kan najagen.

De feministische kritiek blijft te vaak op de oppervlakte, waarbij opzichtige observaties het drama verstoren. Het onderliggende drama en de gecreëerde wereld zouden sterk genoeg moeten zijn om Sarah als rolmodel neer te zetten, maar de afwezigheid van haar passie voor haar vak zit dit in de weg. De foto’s van echte astronauten (en moeders) in de credits doen vooral verlangen naar hún verhalen.

 

8 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Planet of the Humans

****
recensie Planet of the Humans

Met de neus op de feiten

door Sjoerd van Wijk

Planet of the Humans drukt met de neus op de feiten. Dit vlammende exposé toont hoe zonne-, wind- en biomassa-energie valse hoop bieden om een duurzame wereld te creëren. De documentaire agiteert met een oncomfortabele waarheid dat het klimaat geen probleem met oplossingen is, maar een regelrechte catastrofe. 

Een van de grote mysteries van deze tijd is dat groene bewegingen het gebruik van zonnepanelen en windmolens propageren. Daar moet een hele hoop marketing van fabrikanten achter hebben gezeten, zo doet ook Planet of the Humans vermoeden. Regisseur Jeffrey Gibbs gaat op onderzoek uit en ziet hoe zogenaamd hernieuwbare energie afhankelijk is van fossiele brandstoffen en net zo goed voor milieuvervuiling zorgt. Achter alle investeringen staan vooral megacorporaties en rijke durfkapitalisten die en passant ook aan elke relevante milieubeweging hebben gedoneerd. Zo spannen zij het potentieel revolutionaire gedachtegoed van die bewegingen voor hun eigen karretje, iets om in het achterhoofd te houden bij de hype rondom de Green New Deal.

Planet of the Humans

Klimaat concreet
Normaliter is Gibbs de producent van documentairemaker Michael Moore, dit keer zijn de rollen omgedraaid. Hij prikt recht door zijn raap door de illusie van zonne-, wind- en biomassa-energie heen met monotone voice-over. Schaapachtig lachen directeurs voordat ze weglopen nadat Gibbs vraagt waar de stroom van een elektrische auto vandaan komt. Ritjes naar een woestijn vol zonnepanelen over de houdbaarheidsdatum of een biomassacentrale waar bomen aan de lopende band in de fik gaan, zeggen waar het op staat, ‘hernieuwbaar’ is ook gewoon ecologische destructie. Boze bewakers jagen de filmploeg weg, alsof dit een geheim is.

Het debat over het klimaat verzandt vaak in een abstract verhaal over emissiereductie, maar Gibbs slaagt er in om de onoplosbaarheid van de catastrofe concreet te maken. Met het directe tonen van de schadelijke gevolgen van bijvoorbeeld zonnepaneelproductie komt dit over als een poging groenen hardhandig uit de hernieuwbare droom wakker te schudden.

Oppepper
Dat gebeurt met een dosis ironie. Gibbs hakt als een recalcitrante punker in op de illusies. Rap gaat het heen en weer tussen hoogdravende speeches van een durfkapitalist of milieugoeroe en het resultaat van hun initiatief, omvallende bomen of meren vol blubber. Nonchalante deuntjes begeleiden montages van ecocide wat extra het bloed onder de nagels vandaan haalt. Enigszins smalend predikt Gibbs tegen het einde een cliché-boodschap over minder spullen willen, om vervolgens het laatste optimisme de kop in te drukken met hartverscheurende beelden van een in chemicaliën gedrenkte orang-oetan.

Planet of the Humans

Dat agiteert. In het opruien zit een diepe teleurstelling in de groene beweging, die niet gevrijwaard blijft van Gibbs’ spot. Tegelijkertijd pept de onderliggende woede, een veelvoorkomende emotie bij klimaatangst, op. Zoveel vernietiging zien terwijl hypocriete groenen joelen op een festival gerund op zonne-energie (Gibbs vindt echter de dieselgenerator) laat kriebelen om een effectievere vuist te maken.

Open agenda
Hoe precies laat Gibbs in het midden. Over de oorzaak is het opgeroepen contingent experts in Planet of the Humans eensgezind: overconsumptie en overbevolking. Zolang men deze olifant in de kamer niet erkent, gaat het van kwaad tot erger met een Vierde Industriële Revolutie van ‘hernieuwbare’ energie in plaats van de nodige de-industrialisering. Maar zoals Ted Kaczynski al dertig jaar geleden opmerkte, zijn de consequenties van de Industriële Revolutie een ramp voor het menselijk ras gebleken.

Gibbs hamert door over de olifant en de schijnoplossing van zogenaamd hernieuwbare energie. Zijn agenda schreeuwt luid en duidelijk, waar hij af en toe drogredeneringen niet schuwt zoals schuld door associatie. Hij speelt ongelijk op de man gegeven de buitenproportionele aandacht voor activist Bill McKibben. En zijn recalcitrantie zal de factcheckers in het verkeerde keelgat schieten. De kernboodschap blijft echter overeind. Deze samenleving kan niet zonder fossiele brandstoffen en voor de klimaatcatastrofe is geen magische oplossing.

Sociale horzel
Deze agitprop voelt met haar ironische montages in de verte als een Russische film uit de jaren 1920. Maar waar een Battleship Potemkin vooral bekrompen goed en slecht scheidt door middel van vlees met maden, werkt Planet of the Humans eerder bevrijdend. Het idee aan de basis drukt met de neus op oncomfortabele feiten. Gibbs is zo bezien een sociale horzel die bubbels doorprikt. De onvermijdelijke catastrofe onder ogen komen, vergt initieel moed, maar daagt uit nieuwe betekenis aan het leven te geven. Dat dit euforisch kan werken, bewijst bijvoorbeeld Enter Shikari met hun onlangs verschenen album Nothing Is True & Everything Is Possible.

Veiligheid zoeken in randzaken die Gibbs fout zou hebben, houdt de illusie in stand. Het is ook voor groenen moeilijk toe te geven dat het huidige materieel comfortabele leven niet door kan gaan. Belangrijker nog is dat de agitatie die de film oproept, uitnodigt om het begrip duurzaamheid opnieuw vorm te geven. Planet of the Humans is een tijdige waarschuwing niet in het sprookje van een energietransitie te geloven maar een nieuw sprookje te maken.

Planet of the Human is gratis te zien op YouTube.

 

27 april 2020

 

ALLE RECENSIES

Papicha

****
recensie Papicha

Afglijden naar autoritair extremisme

door Sjoerd van Wijk

Papicha toont met temperament de wereld van rebelse modestudentes in een naar autoritair extremisme afglijdend Algerije. De bruuske invallen van Sunni-fundamentalisten vallen rauw op het dak, de demonstratieve agenda van de film ten spijt.

Tijdens de Algerijnse burgeroorlog in de jaren 1990 lopen de spanningen in het dagelijks leven op. Terroristische aanslagen zijn aan de orde van de dag. De fundamentalisten lijken aan terrein te winnen, een grote dreiging voor vrouwen. De geestdriftige Nedjma (Lyna Khoudri van Les bienheureux, dat zich ook afspeelde in deze tijd) is een vrijgevochten modestudente die niet van plan is zich te laten koeioneren door die intimidatie. Ze gaat nog steeds uit met vriendinnen, rommelt wat aan met een vriendje en scheurt propagandaposters van de muur. Als de terroristen haar zus Linda neerschieten, komt het dichterbij. Een innerlijk vuur wakkert aan om een modeshow met traditionele gewaden te houden, want Nedjma houdt zielsveel van haar land.

Papicha

Vluchtig studentenleven
Papicha herbergt een tomeloze energie, vol opgewekte momenten van Nedjma en haar vriendinnen die lol trappen na het uitgaan of een duik in de zee nemen. Die montere houding ontdooit ook de ingetogen Samira, die van een familie strenger in de leer komt en wel een hoofddoek moet dragen. Zo raast het vluchtige studentenleven door. Een beeldvullend gezicht hier, gelach daar, rap van ogenblik naar ogenblik. Een voortstuwende drift die steeds meer beklemt naarmate het Sunni-extremisme de tolerantie dan wel acceptatie van gematigden weet te winnen.

Regisseuse Moundia Meddour gunt in haar debuut geen tijd voor reflectie. Het tempo is meedogenloos als een steroïde Amerikaanse handcamerafilm à la mumblecore (Hannah Takes the Stairs) op anderhalve snelheid gespeeld.

Dreiging van terreur
Als Papicha al stilstaat voor een ogenblik van rust, is dat des te meer verontrustend. De dreiging van terreur is vanaf het begin aanwezig, maar komt toch uit het niets. Dat terwijl Nedjma wel degelijk de tekenen om haar heen ziet. Van een pragmatische stoffenhandelaar die langzaamaan meedoet met de extremisten tot posters in de universiteit zelf. Toch is de vrijgevochten enclave van de stad ook niet je van het, want de toxische masculiniteit regeert. Ook zonder terreur zou het leven niet over rozen gaan, met vervelende versierpogingen overtuigend afgepoeierd door Nedjma dankzij Khoudri’s vitaliteit.

Zo blijkt het vrouwen bedreigende extremisme niet een externe vijand, maar zit het diep in de samenleving vervlochten. Het extremisme komt in alle aan nervositeit grenzende drift indringender binnen dan bij het meditatieve Nasir (ook binnenkort in Nederland), die eenzelfde dreiging van gewelddadige ideologie op de dagelijkse rituelen plakt.

Papicha

Agenda van angst
Het verstikkende zit ook in een mysterieuze groep hidjab dragende vrouwen die opeens in Nedjmas kamer staan, een vrij ostentatief teken dat haar levensstijl niet wordt gewaardeerd. Het laat zien hoe Papicha hamert op de autoritaire dreiging. Het enige stille ogenblik is Nedjma vol huilend in beeld, het geluid weggevallen na het schot op Linda. Een vette streep onder de narigheid. Ze is een hoofdpersonage dat weinig blaam treft, wat de subtiliteit van haar richting fundamentalisme afglijdende omgeving soms teniet doet. Dat de preutse Samira degene is die zeker seks voor het huwelijk heeft gehad, voelt als een kunstgreep aan. Die strakke agenda van Papicha voert wel de angst op.

Papicha is tevens krachtig omdat het met levenslust de desoriënterende ervaring meegeeft van een samenleving die richting autoritaire ideeën beweegt. Nederland is gewaarschuwd. Denk bijvoorbeeld aan de intimidatie van Farmers Defence Force en het fascisme van Thierry Baudet.

 

9 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Peanut Butter Falcon, The

****
recensie The Peanut Butter Falcon

Aaibare bromance met gouden hart

door Sjoerd van Wijk

De opeenstapeling van clichés mag voor deze ene keer in The Peanut Butter Falcon dankzij het hart van goud. De bromance is te hartverwarmend en het optimisme te aanstekelijk om te sikkeneuren. 

Deze roadmovie kleurt netjes binnen de lijntjes. Het scenario van het debuterende regieduo Tyler Nilson en Michael Schwartz is een grote invuloefening binnen een standaardverhaalstructuur over de vluchtende brandstichter Tyler die zich noodgedwongen ontfermt over de uit het verzorgingshuis ontsnapte Zak met het syndroom van Down. Zaks droom is worstelaar worden. De vluchtende Tyler heeft uiteraard geen zin Zak mee op reis te nemen, maar doet dat toch met de belofte hem onderweg af te leveren bij de worstelschool van The Salt Water Redneck. Het moge duidelijk zijn dat zij gaandeweg een band krijgen. Ondertussen zit een stel boeven achter Tyler aan en zoekt de nette verzorgster Eleanor naar Zak. 

The Peanut Butter Falcon

Vertedering
Hun hechte band is van een integere schoonheid die vertedert. Net als in het hautaine American Honey speelt Shia LaBeouf een vrijgevochten vagebond en doet dat deze keer op ingetogen wijze. Zijn tegenspeler Zack Gottsagen, een acteur met syndroom van Down, heeft een ontwapenende oprechtheid. De ontluikende bromance is daarmee hartverwarmend in hoe naturel deze overkomt.

Zodra de initiële weifeling van Tyler verdwijnt, is hun reis een aaneenschakeling van joviale momenten. Een geheime vriendengroet vergroot de aaibaarheidsfactor van dit olijke duo. Dat er vanaf dan op een hachelijke oversteek van een rivier na geen spanning is, kan niet deren, want LaBeouf en Gottsagen brengen de innige band met verve.

Romantiserend avontuur
Deze bromance was eigenlijk al voldoende voor The Peanut Butter Falcon, maar een overbodige romance voor Tyler verstoort de idylle. Dakota Johnson (van de Fifty Shades-reeks) als de deftige Eleanor valt niet alleen voor het leven als vagebond maar tevens voor Tyler als zij de twee eindelijk op het spoor komt. Zaks queeste komt er zo enigszins bekaaid van af, wat tevens zonde is van Thomas Haden Church’s komische bijrol als de theatrale Salt Water Redneck. 

Buiten de expliciete romance om is The Peanut Butter Falcon sowieso een romantiserende film. Het kat-en-muisspel kabbelt te allen tijde lieflijk op de achtergrond. Zwerven door de wildernis lijkt vooral erg leuk, inclusief vlotten bouwen bij een vrome excentriekeling. Nilson en Schwartz weten de hoogtepunten van de tocht snedig in elkaar over te laten vloeien, waardoor deze aanvoelt als een jongensboekavontuur.

The Peanut Butter Falcon

Amerikaans optimisme
Het zuiden van de Verenigde Staten vormt een prettige arena voor een typisch Amerikaanse invalshoek. Waar in Willy 1er de hoofdpersoon met verstandelijke beperking vooral een slachtoffer is gefilmd met exploitatieve insteek, vertelt The Peanut Butter Falcon een verhaal van emancipatie. Zak put kracht uit zijn vriendschap met Tyler en vindt daardoor autonomie. Ook Eleanor leert dat zelfstandigheid beter is dan alles maar te willen regelen en controleren. The Peanut Butter Falcon lijkt zo filosoof Ralph Waldo Emersons klassieke essay Self-Reliance ter harte te hebben genomen. Hierin schetst Emerson een blauwdruk van het Amerikaanse libertaire individualisme en neemt hij stelling tegen conformisme. 

Dit gedachtegoed zit in de film met een onbevangen idealisme wat dit Amerikaanse optimisme zo aantrekkelijk maakt. Zak brengt het tegen het einde in de praktijk door een zogenaamd volgens The Salt Water Redneck onmogelijke worstelbeweging te maken, een stuk voorspelbare bombast inclusief slow motion, wat snel vergeven is. Want tegen de bromance van The Peanut Butter Falcon is maar weinig opgewassen.

 

14 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Parasite

****
recensie Parasite

Breuk met armoede

door Suzan Groothuis

Met Parasite laat regisseur Bong Joon Ho opnieuw vakmanschap zien. Niet alleen laveert hij behendig tussen filmgenres, ook fileert hij de sociale lagen van de Zuid-Koreaanse maatschappij. Een film die verrast en, uiteindelijk, ook ontroert.

In Parasite draait het om het arme gezin Kim. Ouders, zoon en dochter leven in een soort kelder, waar ze profiteren van de internetverbinding van omringende restaurants. In de openingsscène valt het wifi-signaal weg. Paniek. Moeder verwacht een bericht van haar werk op de app en haar kinderen doen hun uiterste best om signaal te vinden. Een voorbode dat deze mensen, waar het eventjes kan, profiteren van anderen. Dat ze bovendien goede onderhandelaars zijn, blijkt wanneer er klachten zijn van het pizzabedrijf waar moeder werkt. Een bruikbare eigenschap voor wat later komen gaat.

Parasite

Als zoon Ki-woo via een vriend het aanbod krijgt om tijdelijk zijn plek in te nemen als bijlesleraar Engels, is er in eerste instantie twijfel. Hij is geen student en wat als het rijke gezin, waar hij komt te werken, daarachter komt? Volgens de vriend is een goede aanbeveling voldoende. En Ki-woo’s zus blijkt verdomd handig in het vervalsen van documenten, dus de benodigde certificaten zijn ook geregeld. 

Geleidelijke infiltratie
Wanneer Ki-woo onder de naam Kevin zijn intrede doet is hij overweldigd door de luxe die op hem afkomt. De gestileerde woning van de rijke Park en zijn aardige, naïeve vrouw Yeon-kyo vormt een groot contrast met zijn eigen woning waar kakkerlakken domineren. Hij weet Yeon-kyo voor zich te winnen en krijgt een aanstelling voor bijles aan haar tienerdochter. En van het een komt het ander: Ki-woo onderzoekt op slinkse wijze hoe hij zijn familie kan laten infiltreren als werknemers voor het rijke gezin. Dat gegeven voltrekt zich op humoristische en sardonische wijze. Vaste werknemers worden vakkundig uit de weg geruimd om plaats te maken voor Ki-woo’s gezinsleden. Het gezin Kim heeft bovendien oog voor stijl en klasse: ze bieden niet zomaar diensten aan, maar richten zich op een exclusief aanbod geschikt voor een goed gevulde portemonnee.

Wanneer Park met zijn vrouw en kinderen gaat kamperen, heeft het gezin Kim het huis voor zich alleen. Ze genieten van de zon in de tuin en doen zich tegoed aan dure whiskey, terwijl ze een discussie voeren over rijkdom. En dan krijgen ze ineens te maken met een situatie die alles op z’n kop zet. Vanaf dat moment is er een spel met filmgenres: het komische aspect, dat vanaf het begin voorop staat, krijgt een donker randje, waarbij Bong Joon Ho zelfs onvervalst bloedvergieten niet schuwt en afsluit met bezinnend drama.

Parasite

Doordacht en gelaagd
Pretentieus? Niet in de handen van Bong Joon Ho. De regisseur heeft inmiddels een indrukwekkend oeuvre opgebouwd: het indringende en verontrustende Memories of Murder, het psychologisch ontrafelende Mother, zijn eerste internationale treinthriller Snowpiercer en duistere kinderfilm Okja. Experimenteren met verschillende genres én daarin slagen mag je een prestatie noemen. En nu is daar Parasite, waarin de kijker verrast en op het verkeerde been gezet wordt. Niet alleen door de mengeling van filmgenres, maar vooral door hoe doordacht en gelaagd de film is opgebouwd.

Bovendien is er een boodschap, want nietsontziend fileert Bong Joon Ho de sociale klassen van Zuid-Korea. Met scherp oog geeft hij een inkijkje in de morele codes van arm en rijk. Dan weer lachwekkend, dan weer ironisch en dan weer met gevoel. De film sluit af als een droom waarin niets en alles mogelijk is. Of, in de woorden van vader Kim (Bong Joon Ho’s vaste acteur Kang-ho Song): “Het leven verloopt nooit volgens plan.”

 

26 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Portrait de la jeune fille en feu

***
recensie Portrait de la jeune fille en feu

Feminisme verkleed in romantiek

door Yordan Coban

Céline Sciamma maakt indruk met haar vierde speelfilm: een typische moderne Franse film over een ontvonkende vlam tussen twee jonge vrouwen. Een teder achttiende-eeuws kostuumdrama dat kalm en talmend de liefde benadert, maar geen moment saai is.

Portrait de la jeune fille en feu manifesteert zich als de melancholische anekdote van portretschilder Marianne (Noémie Merlant). Haar nieuwe opdrachtgeefster blijkt een lastige jonge dame die zich niet zomaar laat portretteren. De geheimzinnige Héloïse (Adèle Haenel: o.a. La fille inconnue, Les combattans) blijft ook lang op de achtergrond, terwijl haar personeel Marianne voorbereid op haar verschijning. De entree van Héloïse doet enigszins denken aan de onthulling van Hannibal Lecter (Anthony Hopkins) in Silence of the Lambs (1991) of Ava (Alicia Vikander) in Ex Machina (2014).

Portrait de la jeune fille en feu

Geheimzinnige muze
Héloïse is een vrouw voor wie het huwelijk spoedig nadert. Desondanks, of beter gezegd: mede daardoor, wordt haar vreugde bedrukt door een overweldigend gevoel van zwaarmoedigheid. Adèle Haenel, met wie Sciamma al samenwerkte in Naissance de Pieuvres (2007), speelt Héloïse met een ondoorgrondelijke afwezigheid die incidenteel plaatsmaakt voor een ondeugende directheid. Samen met Marianne, die zich als een neutrale observator aandient, raakt de kijker gefascineerd door de blonde muze.

De romance tussen de twee vrouwen is er één die zich niet vanaf het eerste moment aankondigt. Aanvankelijk lijkt haar nieuwe klant een duister lot voor de portretschilderes in petto te hebben. Gedurende de film groeien de twee echter naar elkaar toe en ontvouwt zich een tedere liefde die doet denken aan Todd Haynes’ Carol (2016).

Sciamma is een talentvolle vrouwelijke regisseur wier films bijna tot geen mannen bevatten. De aanwezigheid van mannen zijn in haar films vaak de grondslag voor ellende voor haar vrouwelijke personages. In Bande de Filles (2014) weerklinkt dit evident door het verhaal, maar in Portrait de la jeune fille en feu speelt dit emancipatiebegrip een sturende rol op de achtergrond. Zelfs zonder zelf aanwezig te zijn, hangt het mannelijk voorkomen boven het hoofd van het vrouwelijk geluk.

Portrait de la jeune fille en feu

Verkleedpartij
Er lijkt een revival van kostuumdrama’s gaande. Normaal gesproken duikt er om de zoveel tijd altijd wel ééntje op. Logisch ook nu dit een populair genre onder het gepensioneerde filmhuispubliek is. Maar sinds het midden van dit decennium is toch er een opmerkelijke toename te constateren. Vorig jaar alleen al verschenen Mademoiselle de Joncquières (2018), The Favourite (2018), Mary Queen of Scots (2018) en Phantom Thread (2018). Deze opleving kent echter een vroegere aanvang in films als Amour fou (2014), Lady Macbeth (2016), The Death of Louis XIV (2016), A Quiet Passion (2016), Love & Friendship (2016) en The Beguiled (2017). Portrait de la jeune fille en feu behoort tot één van de betere en meest gedenkwaardige van deze reeks van titels.

Naar eigen zeggen heeft Céline Sciamma haar inspiratie voor deze film opgedaan tijdens haar speurtocht van vergeten vrouwelijke portretschilders uit de achttiende eeuw. In haar ondervinding van deze roemloze vakvrouwen vond ze het fundament. Haar aangewakkerde passie loopt parallel met de zwoel geschetste liefde.

 

13 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES