Perfect Days

****
recensie Perfect Days
Vreugde in het leven van alledag

door Jochum de Graaf

Wim Wenders heeft na jaren van creatieve stilstand een film afgeleverd die zich kan meten met zijn beste werk. Perfect Days gaat over het vinden van vreugde in het leven van alledag. De Japanse hoofdrolspeler kreeg in Cannes de prijs voor de beste acteerprestatie.

Voor Hirayama (geweldige rol van Koji Yakusho) lijken de dagen zich aaneen te rijgen. Hij staat op van zijn slaapmatje, poetst zijn tanden, punt zijn snor bij, trekt zijn blauwe overall aan met opschrift ‘The Tokyo Toilet’, steekt wat kleingeld voor automatenkoffie bij zich en stapt in zijn blauwe busje. Zijn dienst begint. Hij rijdt kriskras door ontwakend Tokyo, stopt bij openbare toiletten, gaat met emmer en een mop de vloer te lijf, wrijft de bril schoon, spoelt wat bleekwater door het toilet, leegt vuilnisbakken, hangt een nieuwe wc-rol op. Wanneer er iemand nodig moet, stapt hij even opzij, klapt het gele bord ‘toilet cleaning’ in, rookt buiten even een sigaretje of doet het belendende toilet en gaat weer verder. Hij doet zijn werk consciëntieus, vrijwel woordloos, ziet af en toe een collega. Aan het eind van de dienst gaat hij steevast naar hetzelfde rumoerige restaurant, heeft er een vaste stek aan tafel, waar hij als vaste prik een groot glas sake met een knal op tafel gezet krijgt: ‘Hier, voor een dag hard werken!’ Hij kijkt nog wat naar sport op het grote tv-scherm, leest nog wat en legt zich ter ruste, morgen weer een dag.

Perfect Days

Openbare toiletten
Hirayama is niet een doorsnee-toiletman. Hij ziet er gedistingeerd uit, heeft een luxe wit sjaaltje om, soigneert zich goed, is uiterst voorkomend tegen voorbijgangers, leest goede boeken als Wild Palms van William Faulkner en Eleven van Patricia Highsmith. En de hoogwaardige openbare toiletten van The Tokyo Toilet in de wijk Shibuya, ontworpen door wereldberoemde architecten als Tadao Ando en Shigeru Ban, zijn echt van een andere orde als de wc’s op onze treinstations.

Regisseur Wim Wenders laat in zijn eerste meesterwerk sinds jaren zijn bijzondere kijk op wereldstad Tokyo zien. Het toch relatief vele groen tussen al het glas en beton, het landmark van de Skytree, mensen in allerlei soorten en maten, onderweg naar of terug van het werk en allemaal moeten ze op gezette tijden naar het toilet.

Onderweg naar de diverse locaties stopt Hirayama telkens een cassettebandje in de recorder. Perfect Days van Lou Reed natuurlijk, Pale Blue Eyes, ook van Reed, Redondo Beach van Patti Smith, (Sitting at) The Dock of the Bay van Otis Redding, Sunny Afternoon van The Kinks. Het lijkt alsof hij in het verleden leeft. Hirayama fotografeert veel, met een ‘eitje’, de iconische kleine Canon-camera uit de jaren tachtig. Als zijn nichtje bij hem in de auto zit, stopt hij Van Morrisons Brown Eyed Girl in de recorder. ‘Staat dit ook op Spotify?’, vraagt ze.

Perfect Days

Boeken en muziek
Je denkt er moet iets zijn geweest in zijn verleden, draagt hij misschien een geheim met zich mee? Gaandeweg de film komen we meer en meer over zijn karakter te weten, zien we bijzondere voorvallen. In een van de toiletten ziet Hirayama een briefje in een gleuf met een opzet voor boter, kaas en eieren. Hij doet een zet en vindt telkens een tegenzet, totdat zoals meestal als je het slim speelt, geen van de spelers wint.

Niko, dat nichtje, staat ineens voor zijn deur, is van huis weggelopen en wil haar oom die ze al jaren niet gezien heeft beter leren kennen. Ze gaat met hem mee als hij dienst heeft. Ze maken een fietstochtje langs de rivier. ‘In welke wereld leef ik?’, vraagt ze. Ze wordt opgehaald door haar moeder, zus Keiko, in een auto met chauffeur. Ze hebben elkaar jaren niet gezien. Keiko kijkt wat misprijzend naar haar broer, ‘maak je echt toiletten schoon?’ Hirayama glimlacht onaangedaan, hij heeft er vrede mee. Voor ze wegrijden is er een innige emotionele omhelzing van broer en zus.

Pasklare antwoorden worden niet gegeven, evenmin is er sprake van een spannende plot. Maar de figuur van Hirayama blijft van begin tot eind fascineren. De serveerster in een lunchrestaurant vraagt hem wat hij het laatst gelezen heeft en als ze op zijn antwoord ‘Faulkner’ zegt ze dat hij toch wel een intellectueel is, relativeert hij dat sterk. Als een bibliothecaresse stelt dat Patricia Highsmith schrijft over beklemming, ons het verschil met angst laat zien, begint hij een heel gesprek.

Ook de keuze van de songs en de volgorde daarvan is betekenisvol. De geweldige soundtrack vindt zijn hoogtepunt in een Japanse versie van The House of the Rising Sun, gezongen in een nachtclub. Aan het slot klinkt Feeling Good uit de recorder, Nina Simone zingt over a new dawn, a new life, Hirayama lijkt een zonnige toekomst tegemoet te gaan.

Perfect Days kan zich meten met Wenders’ werk Paris, Texas (1984) en Der Himmel über Berlin (1987). Koji Yakusho is van gelijkwaardig niveau als Harry Dean Stanton en Bruno Ganz. Het zou niet verbazen als deze bijzondere film over het vinden van vreugde in het leven van alledag eenzelfde status krijgt.

 

13 december 2023

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2023 – Deel 1: Openingsfilm

IDFA 2023 – Deel 1: Openingsfilm:
A Picture to Remember

door Jochum de Graaf

Het was te verwachten dat de openingsfilm uit Oekraïne zou komen. Vanuit de IDFA-traditie om het festival met het meest actuele onderwerp te beginnen, was een film over het huidige Israëlisch-Palestijnse conflict vanzelfsprekend te kort dag. Tijdens de vorige editie, een half jaar na de Russische invasie, trok een aantal indringende documentaires sterk de aandacht, zoals Mariupolis, Mariupolis II en When Spring Came to Bucha. Zomer 2022 werd aangekondigd dat het IDFA Bertha Fonds in een veertiental films zou investeren, waaronder A Picture to Remember.

Olga Chernykh’s A Picture to Remember begint sterk. We horen haar vertellen dat ze de avond tevoren nog champagne dronk, met haar moeder en een vriendin op haar werkplek, het mortuarium in Kyiv. Ze dacht dat het nooit oorlog zou worden. Maar dan is er de herinnering van de enorme schok, waarmee ze klaarwakker werd, om half vijf in de ochtend van 24 februari 2022. Beelden van bewakingscamera’s in het centrum van Kyiv, lichtkogels boven de stad, explosies in de verte, sirenes, luchtalarm, auto’s die voorbij razen, hollende mensen die schuilplaatsen opzoeken, de Russen zijn binnengevallen, de oorlog is begonnen.

A Picture to Remember

Perspectief van dochter, moeder en grootmoeder
Olga Chernykh vraagt zich af hoe haar moeder het heeft ervaren, is vanzelfsprekend benieuwd naar de verdere familie, vrienden en bekenden. Dat nieuwslezeres Kateryna Pavlova van het tv-kanaal waaraan ze die eerste dagen gekluisterd waren net als zij uit Donetsk afkomstig is, heeft nog iets vertrouwds. Een jaar of tien geleden is ze met haar ouders vanuit de grote industriestad, in de door separatisten uitgeroepen Volksrepubliek, naar Kyiv verhuisd. Grootmoeder is daar achtergebleven, te oud om nog verplant te kunnen worden.

Het verdere verloop van de oorlog komt niet of nauwelijks aan de orde. A Picture to Remember is vooral een observatie van de oorlog vanuit het perspectief van drie vrouwen: Olga Chernykh, haar moeder en haar grootmoeder. Chernykh komt uit een elitefamilie, meest medici, haar moeder is patholoog-anatoom in het mortuarium van Kyiv. Je zou verwachten dat je dan het een en ander aan oorlogsslachtoffers te zien zou krijgen, maar pas op driekwart van de film wordt op een brancard een bodybag binnen gebracht, zonder nader commentaar.

En die grootmoeder aan de andere kant van het front houdt zich erg op de vlakte. Terwijl je de inslagen op de achtergrond hoort, praat ze luchtigjes over de tuin in bloei. Interessant is nog wel dat er een ode wordt gebracht aan het roemrijke verleden van Donetsk, de staalindustrie, de mijnbouw, de economische motor van de Sovjet-Unie. Invoelend ook hoe het leven in de Sovjet-Unie op de familie heeft ingewerkt; de grootvader van Chernykh die geen grote carrière nastreefde omdat hij bang was dat de Sovjetautoriteiten er achter zouden komen dat zijn eigen vader aan de zijde van de ‘Witten’ tegen de Bolsjewisten streed in de beginjaren na de Russische Revolutie.

A Picture to Remember

Van de hak op de tak
En dan een jeugdherinnering van Olga Chernykh, beelden van het weekend dat ze met vriendinnen ging skydiven in Marioepol, dat ze het haar vader niet verteld had omdat ze bang was dat hij erg boos op haar zou zijn en dat hij dat uiteindelijk niet werd, opgelucht omdat ze veilig was thuisgekomen.

En zo meandert de film tussen familiefoto’s en -filmpjes, archiefbeelden uit de Sovjettijd, gesprekken in de huiskamer, beeldbellen met grootmoeder, verjaardagen, bruiloften, parasieten onder de microscoop van moeder Chernykh, uitlopend op Koyaanisqatsi-achtige beelden van een trip naar Donetsk op de tonen van Vera Lynn’s ‘We’ll meet again’.

Het heet volgens de IDFA-synopsis een filmisch essay te zijn, maar is eerder een caleidoscoop van hak op de tak springende beelden, waarbij je geen idee krijgt waar Chernykh nu eigenlijk naartoe wil. Gaandeweg bekroop me het idee dat het zowel een half uur korter als ook nog een uur langer had kunnen duren. A Picture to Remember is niet echt een film die je nog lang zal heugen..

 

8 november 2023

 

IDFA 2023 – Deel 2: Menselijk leed
IDFA 2023 – Deel 3: Aparte banen
IDFA 2023 – Deel 4: Palestina
IDFA 2023 – Deel 5: Vrouwen: muziek en voetbal
IDFA 2023 – Deel 6: Risiconemers
IDFA 2023 – Deel 7: Oekraïne

 

MEER FILMFESTIVAL

Past Lives

*****
recensie Past Lives
Masterclass storytelling

door Cor Oliemeulen

Als kinderen waren ze onafscheidelijk en dol op elkaar. Totdat de een ging emigreren en ze elkaar uit het oog verloren. Ruim twintig jaar later ontmoeten ze elkaar weer. Past Lives is romantiek op zijn puurst, een liefdevolle dans tussen ontroering en verstand.

In haar filmdebuut neemt Celine Song haar eigen levenswandel en de cultuurverschillen tussen haar oude en nieuwe wereld als uitgangspunt. Ze werd geboren in Zuid-Korea, verhuisde met haar artistieke ouders naar Canada en belandde in New York waar ze schrijver van toneelstukken werd. Past Lives opent met het meisje Na Young en de jongen Hae Sung. Na het vervelende nieuws van de emigratie, neemt Na Young zich voor om later een Nobelprijs te winnen en laat Hae Sung blijken dat hij het meisje met wie hij later wil trouwen erg zal missen.

Past Lives

Wederzien
In Canada heet Na Young voortaan Nora. Ze gaat wonen en studeren in New York. In Zuid-Korea zien we hoe Hae Sung na zijn militaire dienst een opleiding voor ingenieur volgt en met zijn vrienden uitgaat. De afgelopen twaalf jaar is hij aan zijn jeugdliefde blijven denken. In New York is Nora benieuwd hoe het met Hae Sung gaat. Ze ziet dat hij op Facebook een bericht van haar vader, filmregisseur, heeft geliket. Ze stuurt hem een mail en niet veel later is er een aangenaam wederzien via Skype. Ze zeggen dat ze elkaar hebben gemist, echter door het tijdsverschil, wederzijdse verplichtingen en Nora’s verwarrende gevoel dooft hun contact weer uit.

We gaan opnieuw twaalf jaar verder in de tijd. Nora is een succesvolle toneelschrijver en getrouwd met Arthur (John Magaro), eveneens schrijver. Het onvermijdelijke moment breekt aan dat Hae Sung op bezoek komt. Zijn bedoeling is om een weekend te blijven in een hotel. Hun wederzien na ruim twintig jaar is in Central Park en wordt beklonken met een lange, stevige omhelzing. Hierna bezoeken ze trekpleisters van de stad en maken ze een cruise. Ze praten en er vallen stiltes, maar ondertussen spreken de ogen. Ze lachen en er is ongemak. Ze blijven wat op afstand van elkaar. Een dag later is de ontmoeting met Arthur, die Hae Sung’s bezoek niet direct leuk vindt, maar wel begrip toont en Nora de gewenste ruimte geeft. Ze zegt tegen Hae Sung dat ze gelukkig is met Arthur, maar natuurlijk hebben ze weleens ruzie. “Het is alsof je twee bomen in één pot hebt geplant. Onze wortels hebben behoefte om hun plaats te vinden.”

Verbondenheid
Het tempo van Past Lives mag dan wel traag zijn, het eerste uur van de film, waarin nauwelijks actie zit, moet zich nu eenmaal vormen in het hoofd van de kijker. Nu is het hart aan de beurt, want de twee hebben, zoals duidelijk mag zijn, een bepaalde verbondenheid. In de Koreaanse cultuur heet die ‘ineyeon’. Dit verwijst naar een voorbestemde of kosmische connectie tussen mensen; elkaar ontmoeten of relaties aangaan vanwege een onzichtbare, spirituele band. Het wordt vaak geassocieerd met het idee van lot of lotsbestemming, waarbij een bepaald iemand ontmoeten in de sterren geschreven staat. ‘Ineyon’ kan ook gaan over vorige levens of reïncarnatie.

Past Lives

Sommige mensen geloven dat een connectie die ze voelen met iemand anders het gevolg kan zijn van een spirituele band die is ontstaan ​​in vorige levens. Dat kunnen er wel achtduizend zijn, zegt Nora. Of het een grapje is of ze het serieus bedoelt, blijft in het midden. Er zijn concrete voorbeelden van zo’n connectie in de Koreaanse literatuur, en ook in films. Zoals in Siworae (Il Mare, 2000) van Hyun-seung Lee dat vanwege het originele gegeven een Amerikaanse remake (The Lakehouse, 2020) kreeg. Dit mysterieuze romantische verhaal gaat over een man en een vrouw die exact twee jaar na elkaar in dezelfde woning aan zee wonen en met elkaar communiceren via brieven die ze door een tijdbarrière sturen.

Realistisch
Past Lives
heeft niets zweverigs. De film stelt oprechte, diepmenselijke emoties centraal die in alle warmte op een realistische manier worden opgediend, zonder ze van de daken te schreeuwen. De dialogen zijn lichtvoetig, de relationele complexiteit is delicaat en geloofwaardig, net als de vertolkingen van de drie personages. Deze masterclass in storytelling bewijst hoe krachtig en subtiel tegelijk een eenvoudig thema kan zijn. Alle compassie komt samen in de weergaloze slotscène in een kleurrijke straat in East Village.

Vorig jaar was Drive my Car, een Japans drama over de onverwachte connectie tussen een beroemde theaterregisseur en zijn vrouwelijke chauffeur, een van de cinematografische hoogtepunten. Dit jaar is dat Past Lives, dat de romantische ziel laat voelen dat de wereld best wat meer verbondenheid kan gebruiken.

 

2 oktober 2023

 

ALLE RECENSIES

Pacifiction

**
recensie Pacifiction
Dreigend onheil in de Stille Zuidzee

door Paul Rübsaam

Op de helft van de aardbol die bijna helemaal blauw kleurt, liggen als stipjes de Frans-Polynesische eilanden. Maar de schijnbaar paradijselijke ruimte aldaar herbergt het afvalputje van het wereldpolitieke krachtenspel. Althans, dat is wat de Catalaanse regisseur Albert Serra ons met zijn ‘arthouse blockbuster’ Pacifiction (Tourment sur les îles) wil doen geloven. Of wil hij alleen maar spelen met de genreconventies van de politieke thriller?

Volgens een hardnekkige complottheorie vormen de machtigen der Aarde gezamenlijk een pedofielennetwerk. Albert Serra, die zich na historische drama’s als La Mort de Louis XVI (2016) en Liberté (2019) met het Franstalige Pacifiction (een samentrekking van Pacific en fiction) op hedendaagse materie gestort lijkt te hebben, wekt de schijn ons te trakteren op een variant van zo’n complottheorie. Onder andere een hoge Franse marineofficier met een duistere militaire agenda en een Portugese diplomaat die zijn paspoort kwijt is, komen in zijn film bijeen rond een Tahitiaanse nachtclub om daar al dan niet als sekstoeristen schemerige conversaties te voeren en zich liederlijk te bezatten.

Pacifiction

Nachtclub
Kind aan huis in de Paradise Night geheten nachtclub met in smetteloos witte niemendalletjes gehuld personeel van beide seksen is de Franse overheidsvertegenwoordiger op het eiland. Een voornaam schijnt deze De Roller (Benoît Magimel) niet te hebben, maar ogenschijnlijk houdt hij er veel vrienden op na. Gekleed in een wit linnen pak met daaronder een Hawaii-shirt en steevast een zonnebril met blauw getinte glazen voor zijn ogen, voert hij werkbesprekingen onder het genot van een copieuze maaltijd of minstens een aperitief.

Zo onderhoudt hij zowel goede contacten met vertegenwoordigers van de internationale politiek, als met de lokale Polynesische bevolking. Van alle markten thuis als hij lijkt te zijn, geeft hij ook nog eens adviezen aangaande de choreografie van een in Paradise Night op te voeren ietwat grimmige dans.

Spin in het web?
Maar is De Roller werkelijk een spin in het web? Of is hij een machteloze stroman die geen flauw idee heeft van wat er om hem heen gebeurt? In de loop van de film begint hij zich langzaam maar zeker te ontpoppen als de volmaakte anti-protagonist. Hij heeft geen greep op zijn omgeving, ontdekt weinig dat de kijker niet al wist en zijn karakter maakt nauwelijks een ontwikkeling door.

Als een klein insect zit hij gevangen in het web dat door de regisseur is gesponnen. Serra’s specifieke werkwijze doet zich hier gelden. De nog altijd honderdzestig minuten die de film beslaat zijn het resultaat van het terugsnijden van vele honderden uren opnames vervaardigd met steeds drie draaiende digitale camera’s en een minimum aan acteursregie. Bijna als zichzelf moesten Magimel en de andere acteurs (waaronder veel lokale niet-professionelen) een weg weten te vinden in het universum dat Serra voor hen heeft geschapen.

Die wereld waarin Serra’s personages zich begeven moeten, is ondertussen een stuk minder realistisch. Het brede palet van blauwtinten van oceaan en lagunes, het intense groen van tropische vegetatie, het rood van de lucht bij ondergaande zon en de donkere silhouetten van de vulkanen zijn opzettelijk opvallend met kleurfilters aangedikt. Dit ‘paradijs’ gaat over zijn eigen top, lijkt Serra’s cinematografie te suggereren. De door de computer gegenereerde onheilspellende geluiden van de soundtrack verlenen die suggestie een dreigend accent. Ze roepen associaties met walvissengezang uit de diepte en onderzeeërs.

Geruchten
Voor zover er sprake is van een plotontwikkeling in Pacifiction gaan er inderdaad geruchten dat er zich een onderzeeër van de Franse marine in de buurt van het eiland bevindt en dat de Franse regering in het geheim nieuwe kernproeven in het gebied voorbereidt. De Roller, die het gesprek probeert aan te gaan met plaatselijke actievoerders tegen deze plannen, vindt dat alles nog eens rustig uitgezocht moet worden. Hijzelf kan daarbij een sleutelrol vervullen, denkt hij.

Hij schakelt de hulp in van een assistent(e): de in Paradise Light werkzame transgender Shannah (Pahoa Mahagafanau), met wie hij een onduidelijke, maar in ieder geval intieme relatie mee krijgt. In opdracht van De Roller begint Shannah tevens een strategische amourette met de aanvankelijk laveloze Portugese diplomaat Ferreira. Wat het nut is van die liaison blijft mysterieus.

Pacifiction

Voorts besluit De Roller met een verrekijker de zee in de gaten te houden. Daar bespeurt hij iets dat veel weg heeft van een boven het water uitstekende golfbreker van een onderzeeër. Samen met een handlanger registreert hij voorts hoe Tahitiaanse meisjes, vermoedelijk prostituees, tegen het invallen van de avond naar een bestemming op zee worden gevaren. Vermoedelijk om daar de bemanning van de onderzeeër te vermaken.

Luxe behang
Maar wat levert het allemaal op? Het lijkt er toch op dat de anti-protagonist De Roller rond blijft lopen in de geopolitieke schemerzone van Polynesië als Lemmy Caution in Jean-Luc Godard’s Alphaville (1965), krampachtig suggererend dat hij als enige de weg weet in dat universum, terwijl hij er meer dan wie ook in verdwaalt.

En wat levert Serra’s af en toe kolderieke web van dwaalwegen, ongerijmdheden en suggesties de kijker op? Minstens moet de regisseur toch beoogd hebben ons te verontrusten of tot nadenken te prikkelen. Dat doet zijn bij momenten intrigerende, maar dikwijls irritatie en verveling opwekkende, over een raamwerk van genrekenmerken van een politieke thriller uitgespannen cinematografisch luxe behang echter weinig.

 

29 mei 2023

 

ALLE RECENSIES

Plan 75

***
recensie Plan 75
Ouderen zijn duur en nutteloos

door Cor Oliemeulen

Japan vergrijst in sneltreinvaart. Om de kosten beheersbaar te houden, lanceert de overheid Plan 75, een programma waarin senioren worden aangemoedigd euthanasie te plegen. We volgen een bejaarde vrouw en twee jonge zorgverleners die ieder op hun eigen manier een afweging moeten maken.

Op 26 juli 2016 doodde een 26-jarige man in een verzorgingstehuis in de Japanse stad Sagamihara negentien gehandicapten met een mes om hen naar eigen zeggen te verlossen van een ongelukkig bestaan. De Japanse filmmaakster Chie Hayakawa gebruikte die tragedie als trigger voor haar speelfilmdebuut Plan 75. Hoewel dit programma nog niet bestaat, lijkt het niet ondenkbaar dat het in de toekomst zal worden ingevoerd. “Er heerst een atmosfeer om ouderen onder druk te zetten waardoor ze zich nutteloos voelen”, zegt Hayakawa.

Plan 75

Relatie tussen jongeren en ouderen
Klassieke Japanse films gaan juist vaak over de nauwe band tussen jongeren en ouderen. Een bekend voorbeeld is Tokyo Story (1953) van Yasujirō Ozu. Ouders verlangen naar genegenheid, gezelschap en waardering van hun kinderen, terwijl die kinderen bezig zijn met de drukte van het moderne leven en hun eigen verlangens en verplichtingen. Ozu benadrukt de afstand tussen ouderen en jongeren door de fysieke ruimte tussen hen in beeld te brengen; vaak worden ouderen in een andere kamer geplaatst of in de achtergrond van het frame, terwijl de jongeren dichter bij de camera staan. Stiltes en non-verbale communicatie benadrukken de emotionele afstand. De uiteindelijke boodschap: ondanks de onvermijdelijke spanningen en veranderingen in de samenleving zou de band tussen ouderen en jongeren gebaseerd moeten zijn op liefde, respect, begrip en waardering.

Zeg dat maar eens tegen de twintiger Hiromu (Hayato Isomura) die Plan 75 aan de man moet zien te brengen. Met een vriendelijke glimlach en zonder druk uit te oefenen, overhandigt hij brochures aan belangstellenden, legt uit dat je tot het moment van afscheid desgewenst wordt begeleid door een buddy en nog wat geld krijgt, voor wat aangename laatste dagen of bijvoorbeeld voor je kleinkinderen. Hiromu denkt dat hij het goede doet, want veel 75-plussers hebben een mooi leven gehad en waarschijnlijk speelt ook bij hem de gedachte mee dat hij als jongere steeds meer moet gaan bijdragen aan het pensioen van ouderen.

Zijn kijk op de overheidscampagne begint langzaam te veranderen vanaf het moment dat Hiromu een oom voor zich krijgt tijdens een intakegesprek. Anders dan in het Japanse filmdrama The Ballad of Narayama (1958, en de al even indrukwekkende remake uit 1983) waarin een 70-jarige vrouw door haar oudste zoon naar de top van een berg wordt gedragen om daar te overlijden, wordt in Plan 75 een familielid van een potentiële euthanasiepleger vervangen door iemand anders. Desondanks raakt Hiromu emotioneel betrokken bij het lot dat zijn oom te wachten staat en denkt hij terug aan het overlijden van zijn vader.

Plan 75

Eenzaamheid
Een andere jongere die we volgen, is Maria (Stefanie Arianne). Zij werkt als verpleegster in een bejaardentehuis, maar gaat werken voor Plan 75 omdat ze daar een beter salaris krijgt, zodat ze de hartoperatie van haar dochtertje eerder kan betalen. Zij heeft onder meer als taak om de bezittingen van de euthanasieplegers te verzamelen, maar wat doet zij als zij daartussen waardevolle spullen aantreft?

De hoofdpersoon van Plan 75 is echter de 78-jarige weduwe Michi (Chieko Baishô), die met een al even oude dame werkt als kamermeisje in een hotel. Echter wanneer laatstgenoemde op de werkplek overlijdt, besluit het hotel Michi te ontslaan omdat dood personeel op de werkplek geen goede reclame is. Als ook later haar beste vriendin plotseling sterft, moet Michi belangrijke keuzes maken. Ze komt in aanmerking voor bijstand, maar dan moet ze wel verkassen naar een bejaardentehuis. Een gevoel van eenzaamheid en nutteloosheid leidt haar naar Plan 75.

Regisseur Chie Hayakawa brengt Michi’s gemoedstoestand geloofwaardig in beeld, bijvoorbeeld als zij tijdens het ondergaan van de zon haar handen op een reling plaatst of met een masker op een bed ligt, op het punt het aardse leven achter zich te laten. Al even aandoenlijk is de poging van Hiromu om zijn oom te redden.

Zeventig jaar na Ozu’s Tokyo Story is de boodschap van Hayakawa ongetwijfeld om de kijker, mits überhaupt nodig, te wijzen op het inhumane karakter van een overheidscampagne waarin euthanasie vanaf een bepaalde leeftijd wordt gefaciliteerd. De consequentie is dan wel een film die de hoop en voldoende compassie mist om je aan de teneur van neerslachtigheid te kunnen onttrekken.

 

22 mei 2023

 

ALLE RECENSIES

Paved Paradise

****
recensie Paved Paradise
Alle landbouwministers verplicht op vakantie in Costa Rica

door Cor Oliemeulen

We worden om de oren geslagen met doemscenario’s over klimaatverandering en het verdwijnen van natuur. Door de toenemende wereldbevolking neemt de biodiversiteit door voedselproductie in rap tempo af. Maar er is hoop, aldus filmmaker Karsten de Vreugd en bioloog Hidde Boersma in Paved Paradise. “Dit is geen depressieve film om de mensen een kutgevoel te geven.”

De Europese Unie wil dat in 2030 een kwart van de totale landbouwgrond wordt gebruikt voor biologische landbouw. Een begrijpelijke gedachte, want niet-natuurlijke bestrijdingsmiddelen zijn slecht voor je gezondheid. De documentaire Paved Paradise maakt echter duidelijk dat voor biologische landbouw bijna een derde meer grond nodig is voor dezelfde opbrengst als bij de traditionele, intensieve landbouw. Terwijl Europese subsidies de huidige landbouw in stand houden, staan we voor de urgente uitdaging om meer voedsel te produceren op een kleiner oppervlakte, zodat we tegelijkertijd land aan de natuur kunnen teruggeven. En dat is weer goed voor de biodiversiteit en ook voor het klimaat.

Paved Paradise

Alleen maar biologische landbouw is niet het antwoord
Hidde Boersma vertelt dat hij vroeger op The Rainbow Warrior van Greenpeace walvisjagers wilde gaan torpederen. Zijn kijk op een betere wereld veranderde toen hij biologie ging studeren, want bepaalde zaken bleken toch net even anders in elkaar te steken. Zo ook de misvatting dat biologische landbouw de wereld zou moeten redden. De conclusie van Paved Paradise is dat de belangrijkste oorzaak van het uitsterven van dier- en plantensoorten niet de klimaatverandering is, maar ons voedselsysteem. Voor de begrijpelijke en logische onderbouwing komen onder meer een Britse schrijver, twee Cambridge-wetenschappers, een hoogleraar landschapsplanning, een lid van het Europees Parlement en een voormalige minister van Costa Rica aan het woord. Over laatstgenoemde straks meer.

Filmmaker Karsten de Vreugd en bioloog Hidde Boersma brengen hun boodschap op een verhelderende en amusante manier. Hun film onderscheidt zich van de standaard-documentaires over heikele kwesties door hun leuke interacties met elkaar en hun gasten, humoristische voice-overs, jolige muziekjes en verrassende montages. Zo springt een teler van een Westlandse kas tussendoor een keer of vijf tevergeefs tussen de planten vandaan voordat hij dan eindelijk zijn zegje mag doen. Zijn opmerking dat hij tien keer zo weinig grond nodig heeft voor dezelfde opbrengst zet je opnieuw aan het denken.

Paved Paradise

De romantisering van het traditionele plattelandsleven
De huidige oeverloze discussies over ons stikstofprobleem zijn onderdeel van de manier waarop er naar de landbouw wordt gekeken. De Britse schrijver George Monbiot zegt dat de meeste milieuactivisten blind zijn voor de olifant in de kamer: het gebruik van land. De culturele kracht om dingen te veranderen is groter dan de economische macht. Als eenling kun je niks, maar grote groepen burgers kunnen wel regeringen pushen. Hij noemt ‘poetry’ de grootste vijand voor verandering. Al zodra mensen beginnen met lezen, worden zij geconfronteerd met de romantisering van het traditionele plattelandsleven.

De Vreugd en Boersma bezoeken Portugal waar ruimte wordt gegeven aan de natuur zodat ecosystemen kunnen herstellen. Maar vooral hun trip naar Costa Rica laat zien dat er nog hoop is als ze zich laten rondleiden door ex-minister Alvaro Umaño. Hij was in de jaren 80 medeverantwoordelijk voor het opgeven van landbouwgrond aan de natuur, die inmiddels meer dan de helft van het Centraal-Amerikaanse land bestrijkt. Natuurlijk is niet ieder land hetzelfde en zijn overal de natuurlijke omstandigheden anders. Maar wat zou er ook in ons eigen land op tegen zijn dat boeren landbouwgrond opofferen aan het cultuurlandschap en hiervoor betaald krijgen?

In Costa Rica ligt de blauwdruk voor een goed plan voor de toekomst van voedselproductie in combinatie met het herstel van natuur en biodiversiteit. Boeren hebben hier niet meer dan vijf hectare land, maar dan wel op de meest vruchtbare plekken met de hoogste opbrengsten. “Alle landbouwministers moeten verplicht op vakantie in Costa Rica”, aldus de filmmakers. Alvaro Umaño is zichtbaar geroerd door hun enthousiasme.

 

5 april 2023

 

ALLE RECENSIES

Painter and the Thief, The

****
recensie The Painter and the Thief

Hoe de kunstrover zelf een kunstwerk werd

door Ries Jacobs

In 2015 stalen inbrekers twee schilderijen van de Tsjechische kunstenares Barbora Kysilkova. De dieven pikten er de duurste doeken uit waardoor het in eerste instantie leek te gaan om een professionele kunstroof. Maar niets bleek minder waar.

De diefstal leek een vooraf zorgvuldig geplande actie te zijn. In plaats van het canvas snel en slordig uit de lijst te snijden, maakten de inbrekers het nietje voor nietje los van het houten frame. Maar de kunstdieven bleken twee junks die nauwelijks wisten waar ze mee bezig waren. Op basis van camerabeelden werden ze snel gevonden.

The Painter and the Thief

Met Karl Bertil-Nordland, een van de dieven, neemt de al jaren in Noorwegen woonachtige Kysilkova contact op in de hoop erachter te komen waar de gestolen schilderijen zijn. De met tatoeages bedekte inbreker heeft zichtbaar spijt van zijn daad. Hij wil alle medewerking verlenen, maar kan zich, met zijn hoofd vol drugs, niets van de diefstal herinneren. Kysilkova vraagt hem te poseren voor een kunstwerk. Dit is het begin van een reeks schilderijen en een vriendschap tussen de kunstenares en de dief.

Een prachtig sprookje?
Regisseur Benjamin Ree vertelt zijn verhaal niet altijd chronologisch, iets wat niet vaak gebeurt in documentaires en deze relatief lange film spannend houdt. Hij licht een belangrijke gebeurtenis uit en vertelt daarna uitvoerig welke ontwikkelingen tot deze gebeurtenis leidden. Het verhaal leent zich hier prima voor want de levens van de kunstenares en de drugsverslaafde nemen nog wel eens een onverwachte wending.

Maar hoe kwam Ree juist bij deze twee personen uit? De regisseur zegt ‘altijd gefascineerd te zijn geweest door kunstroof’. Het zijn de contrasten tussen de elitaire kunstwereld en de veelal van de straat afkomstige criminelen die hem intrigeren. ‘Wie zijn deze dieven? Hoe kiezen ze hun schilderijen?’ De regisseur begon zoals iedereen tegenwoordig start met zijn research, hij zocht op Google. Daarna had hij gesprekken met meerdere kunstdieven, maar geen van hen vond hij interessant genoeg voor een documentaire.

Dit veranderde toen hij las over een kunstroof bij de in Oslo gevestigde galerie Nobel, waar twee schilderijen van een relatief onbekende, in realistische schilderijen gespecialiseerde kunstenares gestolen waren. Hij begon te filmen en zag de band tussen de kunstenares en de drugsverslaafde uitgroeien tot een prachtig sprookje over oprechte spijt en vergeving. Of toch niet?

The Painter and the Thief

Spelend kind
Gelukkig is The Painter and the Thief niet zo eendimensionaal. Ja, spijt en vergeving zijn wel degelijk aspecten die centraal staan in de documentaire, maar er is meer. Zo zien we hoe de kunstenares zich als een moeder ontfermt over de stuurloze drugsgebruiker, maar haar leven zelf ook niet zo goed op de rails heeft. Ze heeft een huurschuld van drie maanden en haar aanvragen voor tentoonstellingen worden afgewezen. Toch vertikt ze het om een parttime baan te zoeken. Ze wil alleen maar schilderen, zoals een kind alleen maar wil spelen.

Beide hoofdrolspelers hebben hun eigen sores, beiden vinden het moeilijk om hun leven zin en richting te geven. In dat opzicht lijken ze op elkaar, deze twee mensen die in compleet verschillende werelden leven en elkaar onder normale omstandigheden nooit hadden leren kennen. Dit is het mooiste aspect van The Painter and the Thief. De film toont te kijker hoe de schilders en de dief, net als alle mensen – arm of rijk, hoog- of laagopgeleid, snobistisch of van de straat – beiden met vallen en opstaan proberen hun leven vorm te geven.

 

26 juli 2021

 

ALLE RECENSIES

Parabellum

**
IFFR Unleashed – 2015: Parabellum
De oorlog in je hoofd

door Ries Jacobs

De filmtitel verwijst naar het Latijnse spreekwoord Si vis pacem, para bellum: als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog. Regisseur Lukas Valenta Rinner liet zich bij het maken van Parabellum inspireren door de Doomsday Preppers die zich voorbereiden op het einde van de beschaving. Klinkt onheilspellend, maar levert het ook een interessante film op?

Het leven van de Argentijn Hernan is even grijs als de grauwe straten om hem heen. Daarom besluit hij op vakantie te gaan. Niet zomaar een vakantie, maar een survivalbootcamp. Met een aantal lotgenoten die stuk voor stuk even onopvallend en zwijgzaam zijn, verblijft hij in een paradijselijk resort, alwaar ze volgens de IFFR-website “onder dreiging van het einde van de wereld afstand nemen van hun humanistische ideeën en een transformatie ondergaan van burger tot roofdier”.

Parabellum

Weinig woorden
In plaats van uitslapen in de houten blokhutten, luieren bij het zwembad of genieten van het hen omringende regenwoud, zijn de deelnemers de hele dag actief. Ze krijgen les in zelfverdediging, pistoolschieten en overlevingsmethoden. Zonder werkelijk met elkaar te communiceren, komen de leden steeds meer in een gevechtsmodus te staan. Je kunt Parabellum dan ook bekijken als het realistische alternatief voor de hausse aan doomsday-films die Hollywood ons de afgelopen decennia in de maag splitste. Weinig actie, veel psychologie.

Het (geschatte) budget van Parabellum bedroeg slechts 400.000 dollar en dat is te zien. De beelden zijn sober en soms over- of onderbelicht (het lijkt bij vlagen of je naar een Dogma-film kijkt) en het camerawerk is oninteressant. Spannende dialogen en goed acteerwerk zouden dit kunnen compenseren, maar ook hieraan ontbreekt het. Gaandeweg rijst de vraag waarom Valenta Rinner niet meer gebruikmaakt van zijn acteurs. De Oostenrijkse regisseur geeft de acteurs zo weinig tekst dat de meeste scènes voorbijgaan zonder dat er meer dan enkele woorden gesproken worden.

Parabellum

Transformatie
In een interview met het Britse Eye for Film vertelt de regisseur dat hij een observerende film wilde maken ‘met weinig focus op woorden en dialoog’. Hiermee nam Valenta Rinner een gok. Het uitgangspunt van de film – geïnspireerd door Amerikaanse Doomsday Preppers maakt een groep mensen een transformatie van burger tot roofdier door – heeft juist veel woorden nodig. Dialoog is de sleutel die toegang geeft tot het transformatieproces in de hoofden van de personages. Omdat de ontwikkeling van de karakters het uitgangspunt van het verhaal is, komt Parabellum nauwelijks op gang. Het wordt gedurende de film steeds onduidelijker waar de regisseur nu eigenlijk heen wil.

Bij het uitkomen van zijn prijswinnende film Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives (2010) zei de Thaise filmmaker Apichatpong Weerasethakul in een interview met The Guardian dat ‘je niet alles hoeft te begrijpen’. Zijn films zijn nooit helemaal af zodat de kijker het verhaal zelf kan aanvullen. Ditzelfde lijkt Valenta Rinner te willen doen, alleen werkt het dit keer niet. Een avondje Parabellum is als een bezoek aan een restaurant waar je de karbonade rauw op je bord krijgt.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

28 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Perfumed Nightmare

**
IFFR Unleashed – 1978: Perfumed Nightmare
Van de derde naar de eerste wereld

door Tim Bouwhuis

Een Filipijnse taxichauffeur droomt van een sprookjesbestaan als astronaut. Geïnspireerd door Amerikaanse radio-uitzendingen richt hij halverwege de jaren zeventig een fanclub op voor raketarchitect Wernher von Braun. Wat blijft er van zijn dromen over als hij de derde wereld daadwerkelijk verlaat voor een reis naar het westen?

Perfumed Nightmare (Mababangong Bangungot) is bij uitstek geboren op de montagetafel: het ritme van de film wordt bepaald door de associatieve wijze waarop 16mm-beelden uit de Filipijnen, Parijs (het ‘tussenstation’ richting een gehoopte eindbestemming in de VS) en Zuid-Duitsland (de wieg van Von Braun) aaneen gemonteerd zijn. De som van beeld en voice-over is als een reislogboek waarin regisseur annex hoofdpersoon Kidlat Tahimik zijn lokale, en deels autobiografische perspectief probeert toe te passen op de plaatsen die hij bezoekt.

Perfumed Nightmare

Krasje wordt breuk
Zo doen de roltrappen in Frankrijk hem denken aan de brug die de film opent en toegang tot zijn afgelegen woonplaats mogelijk maakt. Waarom kunnen mensen in zijn land niet fabriceren wat hier de standaard is, vraagt hij zich in eerste instantie nog af. Het duurt echter niet lang voor Kidlats ideaalbeeld van westerse voorspoed krasjes begint te vertonen.

Sowieso was er al de koloniale geschiedenis van de Filipijnen, in het politiek-culturele geheugen van zijn familie gegrift door de (spoorslags benoemde) ervaringen van zijn vader. Op reis ontdekt hij meer: wat klein en bescheiden kán, wordt door westerlingen nog altijd groot gemaakt, ook als er dan sprake is van verspilling. En natuurlijk laat alles zich uitdrukken in geld. Het begint bij spijkerbroeken en eindigt bij wapens, dicht een Parijse handelaar hem toe. Marktkapitalisme faciliteert het militair-industriële complex.

Kroniek of droombeeld
Kidlats oorspronkelijke naïviteit en zijn reis naar inzicht worden zo opzichtig via de voice-over uitgespeeld dat de film aan geloofwaardigheid inboet. De hoofdpersoon omarmt de radio-uitzendingen over de Apollo-landing en de rol van Von Braun als een tiener die van zijn ouders een NASA-sweater in zijn handen krijgt gedrukt. Een dergelijk dromerig uitgangspunt valt echter moeilijk te rijmen met de politiek en sociaal-cultureel bewuste manier waarop Tahimik al vanaf het begin van Perfumed Nightmare als volleerd onderzoeker de koloniale geschiedenis van de Filipijnen verweeft met antropologisch georiënteerde registraties van lokale rituelen.

De film had baat gehad bij een scherpe keuze tussen laatstgenoemde vorm van cinema of een vertelling over het lot van Kadlits didactisch geladen droombeeld, dat natuurlijk gedoemd is om als een nachtkaars uit te gaan. Het eerste alternatief is gelaagd, het tweede niet. Wat ook niet meehelpt, is dat de reis naar zelfinzicht in Perfumed Nightmare nauwelijks dramatische zeggingskracht meekrijgt. De regisseur en hoofdpersoon komt zelf immers weinig in beeld, en de voice-over, die duidelijk maakt hoe zijn blik verandert, is te eendimensionaal en repetitief van toon.

Perfumed Nightmare

Cinema Novo
Deze film is aan te dragen als een goede erfgenaam van de stroom onafhankelijk geproduceerde derde wereldcinema die in de jaren zestig onder de naam Cinema Novo ontsprong in Brazilië. Zo zou je Perfumed Nightmare bijvoorbeeld zij aan zij kunnen bekijken met een titel als Memorias del Subdesarrollo (Memories of Underdevelopment, Tomás Gutiérrez Alea, 1968), waarin de (ditmaal rijke en geschoolde) hoofdpersoon op Cuba in voice-over reflecteert op de transformatie van de maatschappij onder Amerikaanse invloed. De paradox van filmmakers als Glauber Rocha (doorgaans genoemd als de belangrijkste filmmaker in de Cinema Novo), Alea en ook Tahimik is dat hun werk juist in het door hen zo bekritiseerde westen is vertoond, gezien en geprezen.

Perfumed Nightmare ging in 1977 in première op het filmfestival van Berlijn en maakte vervolgens in 1978 deel uit van het IFFR-programma (in die tijd kon dat nog). Tahimik weigerde financieel te profiteren van het succes van zijn debuutfilm, die naar eigen zeggen was gemaakt voor een tiende van wat een Filipijnse langspeler toentertijd gemiddeld kostte. Hij spitste zich verder toe op niet-commerciële producties en maakte in eigen land onder andere een aantal documentaires. Perfumed Nightmare is in het westen nog altijd zijn meest bekende film.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

22 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Pays qui se tient sage, Un

***
recensie Un pays qui se tient sage

Wie heeft het recht om geweld te gebruiken?

door Ries Jacobs

De gele hesjes domineren het nieuws allang niet meer, maar nog wel de levens van hen die tijdens demonstraties blijvend verminkt raakten. Regisseur David Dufresne stelt voormalige gele hesjes, politiemedewerkers, sociologen en andere deskundigen de vraag: was het politiegeweld destijds buitensporig?

Hoe zat het ook alweer? De beweging die de geschiedenis in zou gaan als de Gele Hesjes ontstond al in 2018 op Facebook, maar werd pas in 2019 wereldnieuws toen ontevreden Franse burgers massaal de straat opgingen. De beelden van gewelddadige gele hesjes en een bij vlagen nog gewelddadiger leger van ME’ers schokten de wereld.

Un pays qui se tient sage

Nu de rust is wedergekeerd, confronteert Dufresne voor- en tegenstanders van het politieoptreden met de beelden hiervan. We zien ME’ers die inhakken op demonstranten, mensen uit auto’s sleuren en individuen meppen die weerloos op de grond liggen. Een demonstrant provoceert de aanwezige politiemacht in de hoop hen uit de tent lokken. Natuurlijk trapt één ME’er, woest om zich heen slaand met zijn gummiknuppel, in de door de demonstrant gezette val.

Het meest confronterende beeld is een groep arrestanten, knielend met de handen op het achterhoofd. Dienders van de staat staan er smalend omheen volgens een van hen is het ‘une classe qui se tient sage’ (een klas die zich goed gedraagt).

Filosofische zwaargewichten
Tussen deze beelden door zien we slachtoffers, ooggetuigen en deskundigen die hun visie geven over wat ze zien. Dufresne plaatst alle gezichten die de kijker ziet tegen een zwarte achtergrond, stilistisch fraai en bovendien is iedereen zo gelijk. Ook geeft de regisseur de mensen in beeld geen namen of titels. We zien dus niet dat we kijken naar een geel hesje, een deskundige of een woordvoerder van de politie. Dit moet het publiek zelf uit de woorden opmaken.

Ze bediscussiëren de rol van de politie binnen de samenleving. De agent is de enige in de samenleving die geweld mag gebruik en dit recht geeft hem een grote verantwoordelijkheid. Hierbij vliegen de uitspraken van filosofen de kijker om de oren. De filosofische zwaargewichten Weber, Rousseau, Arendt en Foucault komen voorbij. De overpeinzingen over de rol van de politiemacht, hoewel soms moeilijk te volgen, vormen een goed tegenwicht tegenover het nogal masculiene geweld in de straten van Parijs en andere Franse steden.

Un pays qui se tient sage

Geen toekomst
Dufresne, als filmmaker het meest bekend van de experimentele roadmovie Prison Valley (2010), is in de rol van journalist en schrijver al even maatschappijkritisch. Volgens zijn zus is hij ‘trouw aan de idealen uit zijn jeugd’. Un pays qui se tient sage ademt dit idealisme, maar toch bekruipt het gevoel dat in deze documentaire meer had gezeten.

Een documentaire heeft, evenals een fictief verhaal, een plot nodig waarin een verhaal of een hoofdpersoon zich ontwikkelt. Deze ontwikkeling is bij Un pays qui se tient sage nauwelijks zichtbaar. De film bestaat enkel uit een orgie van politiegeweld, doorspekt met (quasi)filosofische uitspraken over de rol van de politie in een democratie. Wie de film na een uur voor lief neemt, mist inhoudelijk niets.

Waarom gaat regisseur Dufresne niet dieper in op de achtergrond van de gele hesjes? Ze worden tot bloedens toe in elkaar gemept door dienders van een staat die hen niet lijkt te representeren, een staat die meer en meer een vertegenwoordiger lijkt van de aan tradities en sociale verworven vasthoudende Franse middenklasse. De in gele hesjes gestoken marginalen, veelal laaggeschoold en zonder vast contract, worden door de staat en de middenklasse met de rug aangekeken en aan hun lot overgelaten. Het is jammer dat Dufresne deze maatschappelijk tweedeling, die zich in Frankrijk nadrukkelijker manifesteert dan in de omringende landen, nauwelijks belicht.

Deze film is vanaf 4 maart te zien op Picl en Vitamine Cineville.

 

2 maart 2021

 

ALLE RECENSIES