Painter and the Thief, The

****
recensie The Painter and the Thief

Hoe de kunstrover zelf een kunstwerk werd

door Ries Jacobs

In 2015 stalen inbrekers twee schilderijen van de Tsjechische kunstenares Barbora Kysilkova. De dieven pikten er de duurste doeken uit waardoor het in eerste instantie leek te gaan om een professionele kunstroof. Maar niets bleek minder waar.

De diefstal leek een vooraf zorgvuldig geplande actie te zijn. In plaats van het canvas snel en slordig uit de lijst te snijden, maakten de inbrekers het nietje voor nietje los van het houten frame. Maar de kunstdieven bleken twee junks die nauwelijks wisten waar ze mee bezig waren. Op basis van camerabeelden werden ze snel gevonden.

The Painter and the Thief

Met Karl Bertil-Nordland, een van de dieven, neemt de al jaren in Noorwegen woonachtige Kysilkova contact op in de hoop erachter te komen waar de gestolen schilderijen zijn. De met tatoeages bedekte inbreker heeft zichtbaar spijt van zijn daad. Hij wil alle medewerking verlenen, maar kan zich, met zijn hoofd vol drugs, niets van de diefstal herinneren. Kysilkova vraagt hem te poseren voor een kunstwerk. Dit is het begin van een reeks schilderijen en een vriendschap tussen de kunstenares en de dief.

Een prachtig sprookje?
Regisseur Benjamin Ree vertelt zijn verhaal niet altijd chronologisch, iets wat niet vaak gebeurt in documentaires en deze relatief lange film spannend houdt. Hij licht een belangrijke gebeurtenis uit en vertelt daarna uitvoerig welke ontwikkelingen tot deze gebeurtenis leidden. Het verhaal leent zich hier prima voor want de levens van de kunstenares en de drugsverslaafde nemen nog wel eens een onverwachte wending.

Maar hoe kwam Ree juist bij deze twee personen uit? De regisseur zegt ‘altijd gefascineerd te zijn geweest door kunstroof’. Het zijn de contrasten tussen de elitaire kunstwereld en de veelal van de straat afkomstige criminelen die hem intrigeren. ‘Wie zijn deze dieven? Hoe kiezen ze hun schilderijen?’ De regisseur begon zoals iedereen tegenwoordig start met zijn research, hij zocht op Google. Daarna had hij gesprekken met meerdere kunstdieven, maar geen van hen vond hij interessant genoeg voor een documentaire.

Dit veranderde toen hij las over een kunstroof bij de in Oslo gevestigde galerie Nobel, waar twee schilderijen van een relatief onbekende, in realistische schilderijen gespecialiseerde kunstenares gestolen waren. Hij begon te filmen en zag de band tussen de kunstenares en de drugsverslaafde uitgroeien tot een prachtig sprookje over oprechte spijt en vergeving. Of toch niet?

The Painter and the Thief

Spelend kind
Gelukkig is The Painter and the Thief niet zo eendimensionaal. Ja, spijt en vergeving zijn wel degelijk aspecten die centraal staan in de documentaire, maar er is meer. Zo zien we hoe de kunstenares zich als een moeder ontfermt over de stuurloze drugsgebruiker, maar haar leven zelf ook niet zo goed op de rails heeft. Ze heeft een huurschuld van drie maanden en haar aanvragen voor tentoonstellingen worden afgewezen. Toch vertikt ze het om een parttime baan te zoeken. Ze wil alleen maar schilderen, zoals een kind alleen maar wil spelen.

Beide hoofdrolspelers hebben hun eigen sores, beiden vinden het moeilijk om hun leven zin en richting te geven. In dat opzicht lijken ze op elkaar, deze twee mensen die in compleet verschillende werelden leven en elkaar onder normale omstandigheden nooit hadden leren kennen. Dit is het mooiste aspect van The Painter and the Thief. De film toont te kijker hoe de schilders en de dief, net als alle mensen – arm of rijk, hoog- of laagopgeleid, snobistisch of van de straat – beiden met vallen en opstaan proberen hun leven vorm te geven.

 

26 juli 2021

 

ALLE RECENSIES

Parabellum

**
IFFR Unleashed – 2015: Parabellum
De oorlog in je hoofd

door Ries Jacobs

De filmtitel verwijst naar het Latijnse spreekwoord Si vis pacem, para bellum: als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog. Regisseur Lukas Valenta Rinner liet zich bij het maken van Parabellum inspireren door de Doomsday Preppers die zich voorbereiden op het einde van de beschaving. Klinkt onheilspellend, maar levert het ook een interessante film op?

Het leven van de Argentijn Hernan is even grijs als de grauwe straten om hem heen. Daarom besluit hij op vakantie te gaan. Niet zomaar een vakantie, maar een survivalbootcamp. Met een aantal lotgenoten die stuk voor stuk even onopvallend en zwijgzaam zijn, verblijft hij in een paradijselijk resort, alwaar ze volgens de IFFR-website “onder dreiging van het einde van de wereld afstand nemen van hun humanistische ideeën en een transformatie ondergaan van burger tot roofdier”.

Parabellum

Weinig woorden
In plaats van uitslapen in de houten blokhutten, luieren bij het zwembad of genieten van het hen omringende regenwoud, zijn de deelnemers de hele dag actief. Ze krijgen les in zelfverdediging, pistoolschieten en overlevingsmethoden. Zonder werkelijk met elkaar te communiceren, komen de leden steeds meer in een gevechtsmodus te staan. Je kunt Parabellum dan ook bekijken als het realistische alternatief voor de hausse aan doomsday-films die Hollywood ons de afgelopen decennia in de maag splitste. Weinig actie, veel psychologie.

Het (geschatte) budget van Parabellum bedroeg slechts 400.000 dollar en dat is te zien. De beelden zijn sober en soms over- of onderbelicht (het lijkt bij vlagen of je naar een Dogma-film kijkt) en het camerawerk is oninteressant. Spannende dialogen en goed acteerwerk zouden dit kunnen compenseren, maar ook hieraan ontbreekt het. Gaandeweg rijst de vraag waarom Valenta Rinner niet meer gebruikmaakt van zijn acteurs. De Oostenrijkse regisseur geeft de acteurs zo weinig tekst dat de meeste scènes voorbijgaan zonder dat er meer dan enkele woorden gesproken worden.

Parabellum

Transformatie
In een interview met het Britse Eye for Film vertelt de regisseur dat hij een observerende film wilde maken ‘met weinig focus op woorden en dialoog’. Hiermee nam Valenta Rinner een gok. Het uitgangspunt van de film – geïnspireerd door Amerikaanse Doomsday Preppers maakt een groep mensen een transformatie van burger tot roofdier door – heeft juist veel woorden nodig. Dialoog is de sleutel die toegang geeft tot het transformatieproces in de hoofden van de personages. Omdat de ontwikkeling van de karakters het uitgangspunt van het verhaal is, komt Parabellum nauwelijks op gang. Het wordt gedurende de film steeds onduidelijker waar de regisseur nu eigenlijk heen wil.

Bij het uitkomen van zijn prijswinnende film Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives (2010) zei de Thaise filmmaker Apichatpong Weerasethakul in een interview met The Guardian dat ‘je niet alles hoeft te begrijpen’. Zijn films zijn nooit helemaal af zodat de kijker het verhaal zelf kan aanvullen. Ditzelfde lijkt Valenta Rinner te willen doen, alleen werkt het dit keer niet. Een avondje Parabellum is als een bezoek aan een restaurant waar je de karbonade rauw op je bord krijgt.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

28 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Perfumed Nightmare

**
IFFR Unleashed – 1978: Perfumed Nightmare
Van de derde naar de eerste wereld

door Tim Bouwhuis

Een Filipijnse taxichauffeur droomt van een sprookjesbestaan als astronaut. Geïnspireerd door Amerikaanse radio-uitzendingen richt hij halverwege de jaren zeventig een fanclub op voor raketarchitect Wernher von Braun. Wat blijft er van zijn dromen over als hij de derde wereld daadwerkelijk verlaat voor een reis naar het westen?

Perfumed Nightmare (Mababangong Bangungot) is bij uitstek geboren op de montagetafel: het ritme van de film wordt bepaald door de associatieve wijze waarop 16mm-beelden uit de Filipijnen, Parijs (het ‘tussenstation’ richting een gehoopte eindbestemming in de VS) en Zuid-Duitsland (de wieg van Von Braun) aaneen gemonteerd zijn. De som van beeld en voice-over is als een reislogboek waarin regisseur annex hoofdpersoon Kidlat Tahimik zijn lokale, en deels autobiografische perspectief probeert toe te passen op de plaatsen die hij bezoekt.

Perfumed Nightmare

Krasje wordt breuk
Zo doen de roltrappen in Frankrijk hem denken aan de brug die de film opent en toegang tot zijn afgelegen woonplaats mogelijk maakt. Waarom kunnen mensen in zijn land niet fabriceren wat hier de standaard is, vraagt hij zich in eerste instantie nog af. Het duurt echter niet lang voor Kidlats ideaalbeeld van westerse voorspoed krasjes begint te vertonen.

Sowieso was er al de koloniale geschiedenis van de Filipijnen, in het politiek-culturele geheugen van zijn familie gegrift door de (spoorslags benoemde) ervaringen van zijn vader. Op reis ontdekt hij meer: wat klein en bescheiden kán, wordt door westerlingen nog altijd groot gemaakt, ook als er dan sprake is van verspilling. En natuurlijk laat alles zich uitdrukken in geld. Het begint bij spijkerbroeken en eindigt bij wapens, dicht een Parijse handelaar hem toe. Marktkapitalisme faciliteert het militair-industriële complex.

Kroniek of droombeeld
Kidlats oorspronkelijke naïviteit en zijn reis naar inzicht worden zo opzichtig via de voice-over uitgespeeld dat de film aan geloofwaardigheid inboet. De hoofdpersoon omarmt de radio-uitzendingen over de Apollo-landing en de rol van Von Braun als een tiener die van zijn ouders een NASA-sweater in zijn handen krijgt gedrukt. Een dergelijk dromerig uitgangspunt valt echter moeilijk te rijmen met de politiek en sociaal-cultureel bewuste manier waarop Tahimik al vanaf het begin van Perfumed Nightmare als volleerd onderzoeker de koloniale geschiedenis van de Filipijnen verweeft met antropologisch georiënteerde registraties van lokale rituelen.

De film had baat gehad bij een scherpe keuze tussen laatstgenoemde vorm van cinema of een vertelling over het lot van Kadlits didactisch geladen droombeeld, dat natuurlijk gedoemd is om als een nachtkaars uit te gaan. Het eerste alternatief is gelaagd, het tweede niet. Wat ook niet meehelpt, is dat de reis naar zelfinzicht in Perfumed Nightmare nauwelijks dramatische zeggingskracht meekrijgt. De regisseur en hoofdpersoon komt zelf immers weinig in beeld, en de voice-over, die duidelijk maakt hoe zijn blik verandert, is te eendimensionaal en repetitief van toon.

Perfumed Nightmare

Cinema Novo
Deze film is aan te dragen als een goede erfgenaam van de stroom onafhankelijk geproduceerde derde wereldcinema die in de jaren zestig onder de naam Cinema Novo ontsprong in Brazilië. Zo zou je Perfumed Nightmare bijvoorbeeld zij aan zij kunnen bekijken met een titel als Memorias del Subdesarrollo (Memories of Underdevelopment, Tomás Gutiérrez Alea, 1968), waarin de (ditmaal rijke en geschoolde) hoofdpersoon op Cuba in voice-over reflecteert op de transformatie van de maatschappij onder Amerikaanse invloed. De paradox van filmmakers als Glauber Rocha (doorgaans genoemd als de belangrijkste filmmaker in de Cinema Novo), Alea en ook Tahimik is dat hun werk juist in het door hen zo bekritiseerde westen is vertoond, gezien en geprezen.

Perfumed Nightmare ging in 1977 in première op het filmfestival van Berlijn en maakte vervolgens in 1978 deel uit van het IFFR-programma (in die tijd kon dat nog). Tahimik weigerde financieel te profiteren van het succes van zijn debuutfilm, die naar eigen zeggen was gemaakt voor een tiende van wat een Filipijnse langspeler toentertijd gemiddeld kostte. Hij spitste zich verder toe op niet-commerciële producties en maakte in eigen land onder andere een aantal documentaires. Perfumed Nightmare is in het westen nog altijd zijn meest bekende film.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

22 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Pays qui se tient sage, Un

***
recensie Un pays qui se tient sage

Wie heeft het recht om geweld te gebruiken?

door Ries Jacobs

De gele hesjes domineren het nieuws allang niet meer, maar nog wel de levens van hen die tijdens demonstraties blijvend verminkt raakten. Regisseur David Dufresne stelt voormalige gele hesjes, politiemedewerkers, sociologen en andere deskundigen de vraag: was het politiegeweld destijds buitensporig?

Hoe zat het ook alweer? De beweging die de geschiedenis in zou gaan als de Gele Hesjes ontstond al in 2018 op Facebook, maar werd pas in 2019 wereldnieuws toen ontevreden Franse burgers massaal de straat opgingen. De beelden van gewelddadige gele hesjes en een bij vlagen nog gewelddadiger leger van ME’ers schokten de wereld.

Un pays qui se tient sage

Nu de rust is wedergekeerd, confronteert Dufresne voor- en tegenstanders van het politieoptreden met de beelden hiervan. We zien ME’ers die inhakken op demonstranten, mensen uit auto’s sleuren en individuen meppen die weerloos op de grond liggen. Een demonstrant provoceert de aanwezige politiemacht in de hoop hen uit de tent lokken. Natuurlijk trapt één ME’er, woest om zich heen slaand met zijn gummiknuppel, in de door de demonstrant gezette val.

Het meest confronterende beeld is een groep arrestanten, knielend met de handen op het achterhoofd. Dienders van de staat staan er smalend omheen volgens een van hen is het ‘une classe qui se tient sage’ (een klas die zich goed gedraagt).

Filosofische zwaargewichten
Tussen deze beelden door zien we slachtoffers, ooggetuigen en deskundigen die hun visie geven over wat ze zien. Dufresne plaatst alle gezichten die de kijker ziet tegen een zwarte achtergrond, stilistisch fraai en bovendien is iedereen zo gelijk. Ook geeft de regisseur de mensen in beeld geen namen of titels. We zien dus niet dat we kijken naar een geel hesje, een deskundige of een woordvoerder van de politie. Dit moet het publiek zelf uit de woorden opmaken.

Ze bediscussiëren de rol van de politie binnen de samenleving. De agent is de enige in de samenleving die geweld mag gebruik en dit recht geeft hem een grote verantwoordelijkheid. Hierbij vliegen de uitspraken van filosofen de kijker om de oren. De filosofische zwaargewichten Weber, Rousseau, Arendt en Foucault komen voorbij. De overpeinzingen over de rol van de politiemacht, hoewel soms moeilijk te volgen, vormen een goed tegenwicht tegenover het nogal masculiene geweld in de straten van Parijs en andere Franse steden.

Un pays qui se tient sage

Geen toekomst
Dufresne, als filmmaker het meest bekend van de experimentele roadmovie Prison Valley (2010), is in de rol van journalist en schrijver al even maatschappijkritisch. Volgens zijn zus is hij ‘trouw aan de idealen uit zijn jeugd’. Un pays qui se tient sage ademt dit idealisme, maar toch bekruipt het gevoel dat in deze documentaire meer had gezeten.

Een documentaire heeft, evenals een fictief verhaal, een plot nodig waarin een verhaal of een hoofdpersoon zich ontwikkelt. Deze ontwikkeling is bij Un pays qui se tient sage nauwelijks zichtbaar. De film bestaat enkel uit een orgie van politiegeweld, doorspekt met (quasi)filosofische uitspraken over de rol van de politie in een democratie. Wie de film na een uur voor lief neemt, mist inhoudelijk niets.

Waarom gaat regisseur Dufresne niet dieper in op de achtergrond van de gele hesjes? Ze worden tot bloedens toe in elkaar gemept door dienders van een staat die hen niet lijkt te representeren, een staat die meer en meer een vertegenwoordiger lijkt van de aan tradities en sociale verworven vasthoudende Franse middenklasse. De in gele hesjes gestoken marginalen, veelal laaggeschoold en zonder vast contract, worden door de staat en de middenklasse met de rug aangekeken en aan hun lot overgelaten. Het is jammer dat Dufresne deze maatschappelijk tweedeling, die zich in Frankrijk nadrukkelijker manifesteert dan in de omringende landen, nauwelijks belicht.

Deze film is vanaf 4 maart te zien op Picl en Vitamine Cineville.

 

2 maart 2021

 

ALLE RECENSIES

Perfect Candidate, The

***
recensie The Perfect Candidate

Eén zwaluw maakt geen zomer

door Cor Oliemeulen

Een vrouwelijke arts in Saudi-Arabië heeft genoeg van alle beperkingen voor vrouwen in haar islamitische land. The Perfect Candidate laat zien dat de recent verworven vrijheden nog lang niet ver genoeg gaan.

Hoewel Amnesty International zich terecht onverdroten blijft inzetten voor de hachelijke positie van vrouwenactivisten en criticasters van het koningshuis, zijn de recente veranderingen voor talrijke vrouwen in Saudi-Arabië een verademing vergeleken met de vele jaren van onderdrukking en vrijheidsbeperkingen. Sinds kort mogen vrouwen in dit islamitische land – mits respectvol en niet te progressief – ongesluierd over straat, werken in het openbaar, fietsen en zelfs autorijden. Dat laatste was voorheen verboden, want volgens religieuze geleerden zou autorijden slecht zijn voor de eierstokken.

The Perfect Candidate

Kleine vrijheden
Het is dan ook niet voor niets dat we in de openingsscène van The Perfect Candidate het hoofdpersonage, Maryam Alsafan (Mila Al-Zahrani), zien autorijden op weg naar haar werk, het ziekenhuis van een plattelandsstadje waar ze als dokter werkt. Misschien komt het juist omdat ze dokter is, wanneer ze gehuld in een traditionele zwarte nikab voor de ingang hartelijk wordt begroet door enkele werklieden. Eenmaal binnen, als de gezichtsbedekkende sluier af gaat, blijkt al snel dat niet iedereen met de tijd meegaat, getuige een oude mannelijke patiënt die absoluut niet door een vrouwelijke arts behandeld wil worden, laat staan door haar aangeraakt wil worden. Aanvankelijk lijkt het erop dat hij liever sterft.

Toen Haifaa Al-Mansour in 2012 haar debuut Wadjda, de eerste speelfilm die in zijn geheel in Saudi-Arabië was opgenomen, het levenslicht liet zien en vervolgens internationaal tientallen prijzen in ontvangst mocht nemen, waren in dat conservatieve land al heel voorzichtig wat tekenen van meer vrijheid te zien. De film gaat over het gelijknamige pubermeisje dat alles in het werk stelt om een fiets te bemachtigen, zodat ze kan meedoen aan een straatrace (met jongens). Hoewel Wadjda al een heel klein beetje ontwikkelingsperspectief voor opgroeiende meisjes leek te bieden (en de censuur over haar schouder meekeek), gingen de verworvenheden velen destijds nog lang niet ver genoeg.

Binnen onverhuld
Nu, acht jaar verder, kunnen vrouwen in Saudi-Arabië weliswaar langzaam meer vrijheden tegemoet zien, maar Al-Mansour lijkt in The Perfect Candidate tussen de regels door te benadrukken dat één zwaluw nog geen zomer maakt. Er is nog heel wat werk aan de winkel, maar misschien zijn steeds meer kleine veranderingen kansrijker dan een revolutie en kan iedereen geleidelijk aan het idee wennen dat vrouwen uiteindelijk (bijna) dezelfde rechten als mannen hebben. Zoals ook The Perfect Candidate toont, zijn veel Saudische vrouwen binnenshuis of onder elkaar heel vrij, getuige gesprekken en (vaak westerse) kledingkeuze. Zodra de alles verhullende gewaden en gezichtsbedekkingen zijn verdwenen, zien we pas hoe mooi de (meeste) vrouwen zijn.

The Perfect Candidate

Dat geldt ook voor dokter Maryam en haar twee zussen die tijdelijk alleen in het ouderlijke huis wonen nu hun moeder is overleden en hun vader, een zanger op huwelijksfeesten, met een band op tournee is. Als Maryam naar een groot dokterscongres wil reizen, blijkt dat ze niet mag vliegen omdat ze geen schriftelijke toestemming van een man kan tonen (tijdens de opname van de film moest dit nog, onlangs is deze wet afgeschaft). Haar motivatie om voor zichzelf op te komen, wordt versterkt door het feit dat de onverharde weg naar het ziekenhuis na regenval in een bijna onbegaanbare modderpoel verandert, waardoor sommige patiënten te laat op de eerste hulp arriveren.

Politieke ambities
Maryam besluit, met hulp van haar zussen, de plaatselijke politiek in te gaan, want die verharde weg moet en zal er komen. Het mag duidelijk zijn dat Maryams ambitie op de gebruikelijke weerstand stuit. Ondertussen zien we hoe haar sympathieke vader, die als artistieke man maatschappelijke progressie lijkt toe te juichen – maar zich hierover naar zijn mannelijke collega’s niet uitlaat – onderweg krijgt te maken met conservatieve krachten, zoals radicalen die dreigen hun tourbusje op te blazen omdat muziek maken volgens het geloof niet zou mogen.

In de slotscène van The Perfect Candidate mag eenieder voor zichzelf concluderen of die kleine vrijheidsstip aan de horizon voor vrouwen in Saudi-Arabië voldoende perspectief voor de toekomst biedt.

 

30 november 2020

 

ALLE RECENSIES

Phil Lynott: Songs for while I’m away

**
recensie Phil Lynott: Songs for while I’m away

Half boef, half dromer

door Alfred Bos

Documentaire die het tragisch geëindigde leven van Thin Lizzy-voorman Phil Lynott retoucheert tot portret van een romantische rockheld. Collega-muzikanten en familieleden nemen het H-woord niet in de mond.

Thin Lizzy is de beste rockgroep die het nooit heeft kunnen maken in Amerika, het beloofde land voor iedere muzikant van een zekere generatie. Tijdens hun hoogtepunt, midden jaren zeventig, was het kwartet – een blanke Ier, een zwarte Ier, een Schot en een Amerikaan – de definitie van rock. Niet hardrock, niet heavy metal en zeker niet metal. Maar rock, onverdund en zonder toevoegingen. Gitaren, branie en outsiderromantiek. Met een herkenbaar eigen geluid, de dubbele, harmoniërende gitaarlijnen.

Phil Lynott: Songs for while I’m away

Phil Lynott (1949-1986), de boomlange bassist van Iers-Nigeriaanse afkomst, was het middelpunt van de band, de leider. Hij trok de aandacht, op het podium als zanger en daarbuiten als rockgod. Hij schreef de teksten, was als co-componist betrokken bij alle liedjes, bepaalde de muzikale koers en domineerde het groepsimago. Een natuurtalent met het charisma van een gulhartige piraat. Half boef, half dromer. Of de boef uiteindelijk de dromer de das om deed, of de dromer de boef, is een vraag die de documentaire Phil Lynott: Songs for while I’m away onbeantwoord laat.

Vrijbuiters en vagebonden
De wereld maakte kennis met Thin Lizzy – vernoemd naar een strip over een vrouwelijke robot, Tin Lizzy – in het vroege voorjaar van 1973 en de hit Whiskey In The Jar. Het Ierse volksliedje werd opgenomen als grap, maar bevat met de wijsheid van achteraf meerdere elementen die de groep en haar loopbaan typeren. Het gaat over een struikrover die wordt verraden door de liefde. De folktraditional is Iers tot in het merg. En de whiskey zou in het geval van Lynott en Thin Lizzy heroïne blijken. Maar ‘there’s smack in the needle’ bekt niet zo lekker.

Lynott, zoon van een Ierse moeder en een Nigeriaanse vader, werd geboren in Londen, maar groeide op bij zijn grootouders in Dublin. Hij voelde zich Iers, identificeerde zich met de Keltische cultuur – en cowboys – was trots op zijn Ierse bloed. Een zwarte Ier was in het Dublin van de jaren vijftig en zestig een exotisch unicum.

Die rol van outsider voedde Lynotts romantische inborst. In de liedjes van Thin Lizzy wemelt het van de vrijbuiters en vagebonden, macho’s buiten de maatschappelijke orde, gebonden aan god noch gebod, gemankeerd door hun ontembare natuur of het drijfzand van de liefde. De boef was de buitenkant van Lynott, achter die façade school een verlegen dromer. De twee kwamen samen in zijn songteksten, die meer persoonlijk getint waren dan het publiek destijds kon vermoeden.

Phil Lynott: Songs for while I’m away

Geretoucheerd portret
Romantiek en roem kunnen een fatale cocktail zijn, zeker wanneer ze samenkomen in een heroïnespuit. Got To Give It Up stelde Lynott in het gelijknamige nummer van het album Black Rose uit 1979. Op die plaat bezingt hij ook Sara, de eerste dochter uit de relatie met zijn latere echtgenote Caroline Crowther (Cathleen, zijn tweede dochter, kreeg haar nummer op zijn tweede soloplaat). Zijn stem werd minder; op het laatste Thin Lizzy-album, Thunder And Lightning uit 1983, met onder andere Cold Sweat, klinkt hij schor en verstopt.

De Amerikaanse doorbraak is er nooit gekomen en niet alleen door botte pech. De eerste tournee door de States werd voortijdig afgebroken omdat Lynott hepatitis had opgelopen (vervuilde naald). De tweede moest worden uitgesteld omdat gitarist Brian Robertson zijn hand had verwond in een ontaarde ruzie. Halverwege de derde Amerikaanse tournee vertrok gitarist Gary Moore (hij was het heroïnegebruik van Lynott en gitarist Scott Gorham beu) en trok de Amerikaanse platenmaatschappij zijn handen van de groep.

Het woord heroïne valt niet in Phil Lynott: Songs for while I’m away. Het is een geretoucheerd portret van een complex talent, met bijdragen van oud-collega’s (eerste Lizzy-gitarist Eric Bell, Scott Gorham, maar geen Brian Robertson), muzikanten (U2-bassist Adam Clayton, Midge Ure, Metallica’s James Hetfield, Suzy Quatro) en familie (zijn vrouw en dochters, moeder Philomena ontbreekt). Dat hij ten onder ging aan zijn imago is een romantisch cliché en een uitgekauwde smoes die de mythe rond Lynotts persoon – en persona – in stand houdt. Deze ‘definitieve’ docu is gelikt, ook qua presentatie. Op YouTube zijn oudere en betere documentaires te vinden.

Phil Lynott: Songs for while I’m away is op 27 oktober in deze bioscopen te zien. Op 23 oktober is de 6CD+DVD Rock Legends verschenen, met demo’s, liveopnames, radiosessies, single edits en de BBC-documentaire Bad Reputation uit 2015.

 

23 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Painted Bird, The

*
recensie The Painted Bird

Groteske geweldsorgie

door Michel Rensen

The Painted Bird schetst een verdorven, gewelddadige samenleving waarin de holocaust onvermijdelijk lijkt. Bij de opeenstapeling van grotesk geweld verstomt enige vorm van gevoel of reflectie.

Gehijg. Met zijn huisdier in de hand probeert het Joodse jongetje Joska aan zijn belagers te ontkomen, maar zijn leeftijdsgenoten zijn hem te slim af. Nadat hij tegen de grond gewerkt wordt, gieten zijn belagers een brandbare vloeistof over het dier heen voor ze het levend verbranden. De openingsscène zet de toon voor de rest van de film. De gruwelijke dood van het beestje zal snel overstemd worden door nog veel ergere geweldsuitbarstingen.

The Painted Bird

Joska blijkt op weg te zijn naar zijn tante, waar zijn ouders hem uit voorzorg naar toe hebben gestuurd. Wanneer zijn tante snel overlijdt en Joska per ongeluk de hele boerderij in de fik zet, staat hij er helemaal alleen voor. De weg terug naar huis zoekend, struikelt hij van de ene in de andere nare situatie. Van dorpelingen die hem met alle vooroordelen proberen te verdrijven tot religieuze fanatici en seksueel verdorven vrouwen. En dan liggen ook het Duitse en het Russische leger telkens op de loer.

Wereld vol geweld
De lang aanhoudende, zwart-witcinematografie is een wonder voor het oog, maar ook het geweld wordt met dezelfde schoonheid vastgelegd. De film is een kruisbestuiving tussen Tarkovski’s Ivan’s Childhood, waar ook een kind in zwart-wit door oorlogsgebied trekt, en de rauwe anti-oorlogsfilm Come and See, wiens hoofdrolspeler Aleksey Kravchenko in deze film een Russische officier speelt. The Painted Bird mist echter de filosofische reflecties die van deze twee voorgangers tijdloze meesterwerken maken.

Wanneer Udo Kier uit jaloezie de ogen van een man uit zijn oogkassen lepelt, omdat hij naar zijn vrouw zou hebben geloerd, begin je je af te vragen wat deze film probeert te zeggen. Is de film een kritiek op de geweld verheerlijkende samenleving waar de holocaust uit voortkwam? Of is de film net zo hard aan het genieten van zijn geweldsfantasieën als je van een slasherfilm zou verwachten? De film blijft vasthouden aan een realistische verfilming, terwijl de geweldsuitspattingen dusdanig overdreven worden dat ze niet binnen een realistisch kader te vatten zijn. De opeenstapeling van exploitatief, grotesk geweld verstomt het relatief gematigde, antisemitische geweld van de Duitse soldaten. Noch als kritiek, noch als emotioneel beladen film weet The Painted Bird te raken.

The Painted Bird

Historisch besef
Het wrange aan deze film is dat het iets oprechts lijkt te willen zeggen over de samenleving in Europa waar de holocaust kon gebeuren, maar de film presenteert een wereld die zo doorgrond is van geweld dat er geen onderscheid is tussen verschillende vormen van geweld. Het verbranden van een dier door tieners, het verblinden uit jaloezie en de moorden van nazi’s zijn allemaal het gevolg van deze verdorven samenleving.

Hierdoor trekt The Painted Bird de holocaust los van zijn context. De Tweede Wereldoorlog en al zijn uitspattingen zijn slechts het onoverkomelijke gevolg van deze gewelddadige wereld en niet een gerichte genocide opgezweept door nationalisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat. Dat The Painted Bird zo blind is voor de politieke context is niet alleen zorgwekkend, maar toont vooral een heel groot gebrek aan historisch besef.

 

13 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Promare

**
recensie Promare

Trailer van zichzelf

door Sjoerd van Wijk

Als een twee uur durende trailer zweept de anime Promare continu op. De actie verhit de gemoederen met een dans van figuren in abstract landschap. Wat er voor hen op het spel staat, doet er niet toe.

Na een roerige dertig jaar waarin mensen spontaan ontvlamden, krabbelt de wereld weer op dankzij totalitair beleid. Nog steeds ontbranden mensen, maar gelukkig staat een zorgvuldig gemêleerd reddingsteam met onder andere het haantje Galo Thymos paraat om te blussen. Na die mysterieuze tijd bestaan er nu de Burnish, mensen die kracht halen uit vuur en als verstotelingen door het leven gaan. Galo kan niet lang genieten van zijn heldenstatus nadat hij de leider van vermoedelijke Burnish-terroristen Lio Fotia verslaat tot blijdschap van gouverneur en mentor Kray Foresight. Er ontspint zich een sinister complot, te allen tijde geduid door expositiedialoog waarin Kray als een hedendaagse miljardair een Ark van Noach voor de ruimte bouwt. Alleen tegenpolen Galo en Lio kunnen dat door samenwerking stoppen.

Promare

Bombast
Met een been staat de film ferm in de traditie van de mecha, Japanse animatie waar robotica het hoofdthema vormt in een sciencefictionomgeving. Personages transformeren hun vaartuigen met speels gemak in de meest fantastische vormen die recht doen aan het idee dat geavanceerde technologie niet van magie is te onderscheiden. De een drukt als een gek op knopjes om te besturen, de ander lijkt weer een fusie van mens en machine, terwijl brandwonden schitteren door afwezigheid te midden van al het vuur.

Ondertussen herinneren ze elkaar brullend aan het plot zodat men deze niet vergeet in alle bombarie. Ondanks deze eindeloze expositie blijft de situatie warrig. De premisse hangt van mitsen en maren aan elkaar zoals een Your Name (2016) waarbij ad hoc uitleg te pas en te onpas vreemde wendingen rechtpraat. Daarmee schetst Promare een onuitsprekelijke wereld waar logica dikwijls plaatsmaakt voor bombast op Akira-achtige surreële wijze.

Opzwepende abstractie
Alle kort aangestipte politieke thema’s ten spijt draait de queeste van Galo en Lio vooral om vele robbertjes vechten. Er is maar weinig tijd om de wereld te redden. Het dystopische Promepolis als decor lijkt een blokkendoos waar buiten een pizzatent om weinig gezelligheid bestaat. De geometrie raast op de achtergrond als een wervelwind in de actiescènes die daardoor louter mens-machine tegen mens-machine zijn. Zulke opzwepende abstractie brengt de sensatie van het gevecht over.

Promare

Technologische foefjes en opengesperde monden knallen terwijl de basisfiguren om hen heen verder vervagen. Het is alsof Walter Ruttmann’s Lichtspiel Opus uit de jaren 1920 is afgestoft en op anderhalve snelheid wordt afgespeeld. In zo’n pure ideeënwereld slaat het rondvliegende ijs en vuur van de personages een deuk. Daarmee vat Promare treffend de urgentie om met tunnelvisie recht op het doel af te stevenen in de mist van de strijd.

Zelfpromotie
Constante hoogspanning luidt het devies. De film knippert in de montage van hot naar her om geen moment suprême te missen. Met een videogame-sequentie stevenen Galo en Lio af op het laatste eindbaasgevecht. Promare smijt ondertussen elk personage in het gezicht met een aankondiging alsof het een Yu-Gi-Oh!-kaart betreft om in je deck te stoppen. Japanse popmuziek omlijst de actie. De pakkende deuntjes maken het tot een soort demonstratie van de technologische mogelijkheden van de 3D-computergraphics.

Gepaard met de opeenvolging van extatische momenten komt de film daarom over als een grote trailer van zichzelf. Een schoolvoorbeeld van filosoof Theodor Adorno’s punt hoe de cultuurindustrie zichzelf promoot via haar producten. De unique sellingpoint van Promare is echter niet meer dan snel vervlogen extase dankzij de bijzondere animatietechniek.

 

17 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Pinocchio

***
recensie Pinocchio

Van marionet tot vrije geest

door Cor Oliemeulen

Als je braaf, eerlijk en aardig bent, word je op een dag een echte jongen. Pinocchio van Matteo Garrone is veel meer dan deze voorspelling van de blauwe fee. Het dramatische fantasieverhaal kent vele lagen en ziet er bovendien oogstrelend en verzorgd uit. Toch mist deze met liefde gemaakte film een ziel, net als de houten pop zelf.

De Italiaanse regisseur Matteo Garrone brak in 2008 door met de maffiafilm Gomorra en excelleerde tien jaar later opnieuw met een goedzak tussen crimineel gespuis in Dogman. Wat bezielt de maker van bejubelde misdaaddrama’s om een klassiek kinderverhaal te verfilmen? Een eeuwige fascinatie, aldus Garrone, die al op zijn zesde een stripverhaaltje over Pinocchio tekende en opgroeide met een tv-serie over de houten pop. Die onweerstaanbare charme leidde in 2015 tot zijn verfilming van drie fabels in Tale of Tales en mondt nu uit in een portret van zijn kinderheld. Verwacht geen deugdzame aanpak als in de animatieklassieker van Disney uit 1940, maar een fantasieavontuur met rauwe randjes.

Pinocchio

Verleidingen
Van de talrijke filmbewerkingen blijft Garrone misschien wel het dichtst bij het originele verhaal van Carlo Collodi, Le avventure di Pinocchio uit 1883. Het gegeven is genoegzaam bekend. Ambachtsman Gepetto – gespeeld door een opvallend ingetogen, maar immer expressieve Roberto Benigni (ooit zelf Pinokkio in zijn familiefilm uit 2002) – snijdt een pop uit een stuk hout. Wanneer de pop ineens begint te bewegen en te praten, noemt Gepetto hem Pinocchio en schreeuwt hij van de daken dat hij een zoon heeft gekregen. Terwijl vader het beste met zijn zoon voorheeft en hem naar school brengt, valt Pinocchio (Federico Lelapi) ten prooi aan de ene na de andere verleiding.

Zo bezoekt hij stiekem een rondreizend poppentheater, waar hij vervolgens gevangen wordt genomen, ontmoet hij de Vos en de Kat die hem geld afhandig proberen te maken en wordt hij samen met een karrenvracht andere kinderen naar een speeleiland gelokt, waar hij in een ezel wordt betoverd. Pinocchio’s (soms wel heel lange) zoektocht naar zijn vader, die op zijn beurt Pinocchio zoekt, leidt tot het binnenste van een walvis. Maar zoals dat gaat in sprookjes komt alles gelukkig op zijn pootjes terecht.

Pinocchio

Moraal
Dat brengt ons bij de vraag of Garrone’s Pinocchio een kinderfilm is. Ja, dat klopt, hoewel deze versie een aantal grimmige en duistere elementen kent. Uiteraard krijgt het houten jochie een lange neus als hij jokt, maar het is misschien wel even schrikken als Pinocchio aan een boom wordt opgehangen. In het boek gebeurt dat omdat hij wordt gestraft voor zijn fouten, in deze film gebeurt dat vooral omdat de Vos en de Kat definitief met hun slachtoffertje willen afrekenen. Overigens zal Pinocchio later in het verhaal in figuurlijke zin een lange neus naar zijn belagers trekken.

Volwassenen hebben ongetwijfeld meer oog voor de satire, zoals in de scène als Pinocchio aan een rechter, de Aap, wordt voorgeleid. Als de verdachte zegt dat hij onschuldig is, wordt hij veroordeeld tot de gevangenis, echter nadat Pinocchio zegt dat hij heel veel slechte dingen heeft gedaan, wordt hij onmiddellijk vrijgesproken. Misdaad loont dus in de wereld waarin de originele Pinocchio opgroeit.

Zoals dat gaat in fabels, waarin elk dier een typisch menselijke eigenschap etaleert, zijn de personages in de Pinocchio van Garrone aan de vlakke kant omdat ze slechts ten dienste van de moraal staan. Ook met Pinocchio zelf valt moeilijk te vereenzelvigen, hoewel zijn sarcasme over de stijve heersende zeden als een verademing voelt. De brutale en eigenwijze houten pop fungeert nu eenmaal als een naïeve creatie die door schade en schande moet zien wijs te worden om zich, eenmaal bevrijd van zijn lichamelijke en geestelijke beperkingen, als een voorbeeldig kind in de uitnodigende armen van zijn sympathieke schepper te kunnen storten. Niet als een marionet van anderen, maar als een zelfstandige vrije geest.

 

18 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Picciridda

****
recensie Picciridda

Italiaans meesterwerk over schokkend familierelaas

door Cor Oliemeulen

Het is wonderlijk hoe een filmdrama met een relatief onbekende cast en crew een van de hoogtepunten van het jaar oplevert. Picciridda van debuterend regisseur Paolo Licata is gemaakt in de beste Italiaanse filmtraditie en weet thema’s als het gemis van dierbaren en het onderdrukken van vrouwen te verweven in een nostalgische familiegeschiedenis met een schokkend geheim.

“Als je tante Pina nog één keer begroet, hak ik je handen eraf”, zegt oma Maria tegen Lucia. De elfjarige kleindochter begrijpt er niets van, want zowel haar tante, haar man als hun lieve, emotionele dochter Cettina lijken haar niet onaardig. Pas veel later zullen we ontdekken of het terecht is dat Lucia maar beter uit de buurt van die tak van de familie kan blijven of dat haar grootmoeder jammerlijk wegkwijnt door onnodige frustraties of misverstanden.

Picciridda

Kleindochter versus oma
Het verhaal van Picciridda (zoals kleine meisjes op Sicilië worden genoemd) is gebaseerd op de gelijknamige roman van Catena Fiorello, die ook meeschreef aan het filmscenario. Tijdens de economische depressie van eind jaren vijftig, begin jaren zestig worden veel kinderen aan hun grootouders toevertrouwd zodat hun ouders kunnen emigreren om in een ander land een beter bestaan te kunnen opbouwen. Lucia’s vader en moeder verlaten het vissersdorp en vertrekken met haar broertje naar Frankrijk en beloven voor de kerst terug te keren, maar dat gaat niet gebeuren. Pas als Lucia haar school heeft afgemaakt en haar ouders het wat ruimer hebben, mag ze ook naar Frankrijk komen, zo is het plan.

Lucia krijgt te maken met een strenge oma, die er geen geheim van maakt dat ze niet zit te wachten op de zorg voor een kleinkind, maar desalniettemin blijkt ze ook wel haar olijke en goede kanten te hebben. Zo blijkt “Donna” Maria zeer geliefd en gewild om overleden dorpsgenoten mooi op te baren. Ook op school maakt Lucia moeilijk aansluiting, omdat iedereen wel wat denkt te weten van haar familiegeheim. Ze sluit vriendschap met een zwarte kip, en later met een klasgenootje, doolt rond op het strand en wordt verdrietig als ze daar in gedachten haar gezinsleden ziet. Ingegeven door alle omstandigheden probeert Lucia de wereld van de volwassenen te begrijpen en vindt ze langzaam een kompas om haar lijden te verlichten.

Picciridda

Onvermijdelijke wreedheid
De couleur locale, de cinematografie, de soms hartverscheurende nostalgie, de muziek, de emotionele cultuur en de standvastige regie maken van Picciridda een schaars nieuw hoogtepunt van de Italiaanse cinema waarnaar de filmliefhebber voortdurend reikhalzend uitkijkt. De relatief onbekende cast werkt uitermate geloofwaardig, met de talentvolle nieuweling Marta Castilgia als Lucia en de fantastische Lucia Sardo (die herinneringen oproept aan de Italiaanse acteergrootheid Anna Magnani) als Maria die de kijker moeiteloos meenemen in het zorgvuldig opgebouwde familierelaas.

Het filmdrama wordt mooi en functioneel afgerond met een soort van epiloog waarin de hoofdpersoon terugblikt op haar jeugdjaren waarin zij was overgeleverd aan de zorg van haar grootmoeder en de tragedie die zich heeft afgespeeld. Net als bijvoorbeeld in de Italiaanse filmklassieker Nuovo Cinema Paradiso (1988) van Giuseppe Tornatore wordt het hoofdpersonage bij terugkomst geconfronteerd met het verleden en vindt Lucia antwoorden op vragen en gevoelens die altijd zijn blijven knagen. Ook de kijker begrijpt dan pas goed de relaties tussen de personages en de onvermijdelijke wreedheid van bepaalde keuzes die haar familieleden toen maakten.

 

14 juli 2020

 

ALLE RECENSIES