Training Day

Tussen goed en kwaad in Training Day
De roep van de wolf

door Tim Bouwhuis

Een themamaand rond Sidney Poitier en Denzel Washington belooft automatisch een reprise van (film)thema’s die in tijden van Black Lives Matter bij voorbaat onder hoogspanning staan. Bij het (her)kijken van Training Day (Antoine Fuqua, 2001) kun je je afvragen of Denzel Washington in zijn Oscarrol als corrupte rechercheur het absolute kwaad belichaamt.

Op de ‘training day’ van een jonge, blanke agent in opleiding zorgt de roep van een wolf direct voor extreme gewetenswroeging. Niemand had Jack Hoyt (een rol van Ethan Hawke) verteld dat de (ongeschreven) wetten van zijn vak zo mogelijk nog meedogenlozer konden zijn dan de wetten van de straat. Alonzo Harris (Washington) is een daadkrachtige sleutelfiguur in het web van dealers en afnemers dat de kansarme (migranten)wijken van Los Angeles omspant, maar zijn optredens en uitspraken verraden al snel een schimmige moraal die de kloof tussen ‘wet’ en ‘wetteloos’ moeiteloos dicht. “Als je iets tegen hen wilt uitrichten, moet je één van hen zijn”, en dus inhaleert Hoyt het fijnere spul zelf ook, en wel op zijn eerste werkdag. Alonzo’s dienstwapen geeft hem weinig keus.

Training Day

Een duivels dilemma
‘De roep van de wolf’ is een karakteristiek inwijdingsmoment: Alonzo imiteert het huilen van de roedel om het kaf (‘de schapen’) van het koren (‘de wolven’) te scheiden en spoort Hoyt aan om hetzelfde te doen. Voor een ‘rookie’ met een gerijpt rechtvaardigheidsgevoel is de roep van Alonzo een duivels dilemma. Hoyt is wat eendimensionaal geïntroduceerd, als een gehoorzame agent die zijn gezin op orde houdt en een naïef vertrouwen heeft in de handhavers van het recht. Scenarist David Ayer (later als regisseur verantwoordelijk voor films als Fury en Suicide Squad) werkt zo welbewust met de kracht van contrast. Omdat het botst tussen de pragmatische wetteloosheid van Alonzo (‘speel het spelletje mee als het je zelf goed uitkomt’) en de premature goedheid van Hoyt, kan de situatie binnen een dag volledig uit de hand lopen.

Het spanningsveld van moraliteit in Training Day heeft een onmisbare raciale component, die een extra dimensie toevoegt aan de thematiek van rechtvaardigheid versus corruptie en verval. Hypothetisch gesteld zullen (nog) meer kijkers anno 2022 vraagtekens plaatsen bij de tegenstelling tussen een ‘goede’ blanke agent in opleiding en een zwarte rechercheur die het niet zo nauw neemt met de wet. Het scenario doet bovendien niets om deze schertsende tegenstelling te bevragen of ontkrachten; de doodsbedreigingen van Russische zware jongens hinten ernaar dat Alonzo zijn ‘straf’ waarschijnlijk niet zal kunnen ontlopen, terwijl Hoyt zichzelf kan louteren door zijn leidinggevende te confronteren.

Gezicht van een generatie
Regisseur Antoine Fuqua (die met Training Day definitief doorbrak in Hollywood, en later onder meer Shooter en Olympus Has Fallen maakte) heeft het in een interview over een ‘wild personage’ dat “moest sterven omdat hij een slecht mens was, een sociopaat”. Maar toch voelde dat voor Fuqua alsof hij een kind verloor. Het ‘kwaad’, absoluut of niet, heeft een vreemde aantrekkingskracht. Denzel Washington, de acteur die ook nog eens het meest tot de verbeelding spreekt als de held van het affiche (van Malcolm X tot Man on Fire en The Equalizer), staat ook als ‘bad guy’ garant voor de beste quotes (“This sh*t is chess, it ain’t checkers!”), en niet Ethan Hawke, maar hij won de Oscar voor beste hoofdrol (voor Hawke bleef het bij een nominatie voor beste bijrol).

Na Sidney Poitier is Washington het gezicht van een generatie zwarte acteurs die wordt geprezen onder de notie van zwarte ‘agency’, ofwel de kracht om te vertegenwoordigen, naar eigen hand te zetten, met Malcolm X (Spike Lee, 1992) als meest typische voorbeeld. Een blanke regisseur was er misschien niet mee weggekomen om Washington zo duidelijk het kwaad te laten belichamen, maar Fuqua is niet blank, en zo speelt Training Day met stereotypen op een manier die onder andere omstandigheden (en later dan 2001, toen de film uitkwam) ongetwijfeld strenger veroordeeld zouden zijn.

Training Day

Ironie van een veroordeling
Als advocaat van de duivel zou je kunnen stellen dat Alonzo in Training Day niet het absolute kwaad belichaamt, maar juist duidelijk maakt dat het kwaad van de (drugs)wereld alleen met kwaad bestreden kan worden. Dat de corrupte hoofdpersoon zwart is, sterkt de geloofwaardigheid van de plot: een blanke rechercheur zou zijn voeten immers niet zo stevig aan de grond kunnen krijgen in de etnisch diverse omgeving die in de film wordt getoond. De woorden van Fuqua en Washington zelf later echter weinig te wensen over. Sterker nog, Washington stond erop dat zijn personage in het definitieve scenario gestraft zou worden (“I told the director I couldn’t justify him living in the worst way unless he died in the worst way”), en dat er dus directe consequenties aan zijn wetteloze gedrag verbonden zouden zijn.

Deze houding laat zien dat grote, haast onbegrensde thema’s als racisme en goed en kwaad zich niet zomaar laten aankaarten door de lens van ‘blank en zwart’; alsof alleen scenarist David Ayer en Ethan Hawke verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor de vooroordelen die Training Day in stand zou houden. De ironie is fascinerend: we kijken naar een acteur, Washington, die wordt geprezen om zijn heroïsche bijdrage aan de zwarte filmcultuur. En toch is het grotendeels aan hem te wijten dat je Training Day van een racistische blik op de ‘war on drugs’ kunt beschuldigen.

Kijk hier wanneer Training Day draait.

 

29 juli 2022

 

Meer Sidney Poitier & Denzel Washington

Ip Man (2008)

REWIND: Ip Man (2008)
Donnie Yen is de perfecte titelheld

door Cor Oliemeulen

In tientallen scholen van Foshuan worden jongens getraind in kungfu. De meest bekende beoefenaar van de krijgskunst in deze Zuid-Chinese stad is Ip Man, die in 1935 een vreedzaam leven met vrouw en kind verkiest boven het leiden van een vechtschool. In Ip Man (2008) maken we voor het eerst kennis met de latere leermeester van martial arts-legende Bruce Lee en opereert acteur Donnie Yen als de perfecte titelheld.

Als je Ip Man zo relaxt ziet staan in zijn prachtig gedecoreerde huis (lang gewaad, handen op de rug, vriendelijke glimlach) wijst nog niets op een persoon met wie je beter geen ruzie kunt zoeken. Toch staat er regelmatig weer eens iemand op de stoep om Ip Man uit te dagen voor een gevecht. Met ogenschijnlijk gemak en zonder noemenswaardige inspanning leert hij vervolgens zo’n branieschopper een onvergetelijk lesje in vechttechnieken, verkregen door uitzonderlijk talent en unieke vaardigheden, die hij vooral ontwikkelde door gericht te trainen met een houten dummy.

Ip Man

Wing Chun
Ip Man is specialist in de stijl Wing Chun (‘loflied voor de lente’). De nadruk ligt op korte, snelle bewegingen in gevechten op korte afstand. Het streven is een zo groot mogelijk effect met minimale inzet. Een van Ip Mans handelsmerken is zijn zogenaamde ‘chain punching’-techniek, waarbij zijn vuisten als een snelle roffel op de borst of het hoofd van zijn tegenstanders neerdalen. En als je niet groot of enorm gespierd bent, moet je te allen tijde ontspannen blijven en de kracht van je tegenstander gebruiken om die te overmeesteren.

Op een mooie dag staat een bendeleider met zijn gevolg van buiten de stad op de stoep. Deze agressieve vechtjas heeft zojuist met succes een aantal meesters van de kungfu-scholen in Foshuan hardhandig tegen de grond gewerkt en heeft gehoord dat Ip Man de beste martial arts-meester van de stad is. De bendeleider provoceert Ip Man en lacht hem uit omdat Wing Chun volgens hem is uitgevonden door twee vrouwen. Het duurt niet lang voordat de schurk vol blauwe plekken met de staart tussen de benen de stad verlaat, weggehoond door de toegestroomde menigte. Later in de film volgt een nieuwe confrontatie.

Ip Man

Er zijn verschillende legenden over de oorsprong van Wing Chun. Volgens Ip Man zelf werd deze vorm van martial arts inderdaad bedacht door twee vrouwen. De overlevering begint met het relaas van Ng Mui, een non die in 1647 als een van slechts vijf personen wist te ontsnappen uit een in brand gestoken Shaolin-tempel. De daders waren Mantsjoes die de Ming-dynastie ten val wilden brengen en heel China veroveren. Na haar vlucht uit de tempel vestigde Ng Mui zich in het Daliang-gebergte en nam zich voor de traditionele zelfverdedigingskunsten van de boeddhistische monniken te verfijnen. Ze leerde haar kungfu-stijl aan een andere vrouw, Yim Wing Chun, wier echtgenoot deze vechtkunst overbracht aan anderen. Drie eeuwen later is Ip Man de grote meester van Wing Chun.

Chinees-Japanse Oorlog
Ip Man is een typische martial arts-film met geweldige gevechtschoreografieën vol ingenieuze en komische effecten, een sfeervolle geluidsband en wijze teksten van het titelpersonage. Er zijn de nodige spannende elementen, maar de kijker weet dat alles weer snel op zijn pootjes terecht komt, zolang Ip Man maar van de partij is.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Die gemoedelijkheid slaat plotseling om in een grimmige sfeer als Japan in 1937 China binnenvalt en dood en verderf zaait. Half Foshuan ligt in puin en als gevolg van geweld en honger is het aantal inwoners gedaald van 300.000 tot slechts 70.000. Het grote huis van Ip Man fungeert nu als hoofdkwartier van het Japanse leger en ook hij en zijn gezin krijgen te maken met hongersnood. Ip Man gaat werken in een kolengroeve om rijst te kunnen betalen en krijgt te maken met de terreur van Japanse soldaten en een sadistische generaal. Tegen zoveel man – met pistolen en geweren – is ook Ip Man niet opgewassen.

Een andere generaal, een meester in de Japanse vechtkunst, heeft de beruchte status van Ip Man vernomen. Pas nadat hij hoort dat een van zijn beste vrienden is vermoord, neemt hij de uitdaging van de generaal aan om met hem te duelleren. “In de Chinese vechtkunsten gaat het om het gevecht, maar de Confuciaanse filosofie geldt eveneens. De deugd van het gevecht is de menselijkheid. Zich in een ander inleven, dat zal een Japanner nooit begrijpen”, bijt Ip Man de generaal toe. “Jullie misbruiken de militaire kracht, gebruiken puur geweld om andere volken te onderdrukken. Jullie zijn onwaardig om de Chinese vechtkunst te leren.”

Ip Man

Bruce Lee
Ip Man eindigt wanneer onze held met een kogelwond wordt afgevoerd. Na de oorlog zal hij in Hong Kong dan eindelijk een kungfu-school openen. Een vijftienjarig opgewonden standje met de naam Bruce Lee zou zich daar melden in 1953. Hij was geboren in Chinatown, San Francisco toen zijn ouders als opera-acteurs op tournee waren in Amerika. Toen Bruce drie maanden was, gingen ze terug naar Hong Kong. Als puber was hij daar regelmatig betrokken bij straatgevechten. Van Ip Man leerde hij niet alleen de technieken van Wing Chun, maar ook om zijn geest tot rust te brengen in plaats van als een dolle stier met Jan en alleman te gaan knokken. Op zijn negentiende ging Bruce Lee terug naar Amerika waar hij zijn eigen vechtkunst ontwikkelde: Jeet Kune Do, een combinatie van verschillende vechtstijlen die was bedoeld als zelfverdediging.

Door het internationale succes van Ip Man en de nieuwe martial arts-ster Donnie Yen (zijn moeder was als meester in de martial arts een pionier van Chinese vechtsporten in Amerika) zouden er nog drie films – ook allen geregisseerd door Wilson Yip – in deze franchise volgen. Zo zien we in Ip Man 2 de al even beroemde Sammo Hung zijn formidabele vechtkunsten etaleren en mag niemand minder dan Mike Tyson in Ip Man 3 proberen om Donnie Yen knock-out te slaan.

 

IP MAN KIJKEN: o.a. te zien op Pathé Thuis.

 

Meer REWIND

Burgerwachten met vuisten

Burgerwachten met vuisten

door Bob van der Sterre

Badge 373 ♦ Un Condé ♦ Vigilante

 

Wat als de wet niet werkt? Dan ben je zelf maar rechter en beul tegelijk. Puik materiaal voor films en genoeg klassiekers in dit genre (Point Blank, Get Carter, Death Wish). Uiteraard zijn er ook een paar minder bekende films.

In Badge 373 uit 1973 wordt Eddy eervol ontslagen nadat hij een man van het dak laat vallen. Hij wordt barman. Zijn oude maat komt wat drinken. En wordt die avond vermoord.

Robert Duvall neemt wraak
Dat kan Eddy niet over zich heen laten gaan. Badge of geen badge (het laatste dus), hij wil weten zitten hoe het zit. Er is iets met een Puerto Ricaanse bende, geleid door een Puerto Ricaanse onafhankelijkheidsstrijder. En ene Sweet Williams, een twijfelachtige zakenman (doet ook in wapens), ook al van Puerto Ricaanse afkomst. Eddy moet hem te grazen nemen.

Robert Duvall speelt de hoofdrol in Badge 737, maar dat maakt deze film nog niet goed. Eerder het tegenovergestelde. Robert Duvall had er duidelijk geen zin in. Af en toe schreeuwt hij ineens heel hard om zijn twijfelachtige acteerwerk te compenseren.

De film overleeft alleen dankzij zijn cultreputatie. Dialogen zijn moeizaam. De film is gemonteerd alsof de editor met vakantie was. En al die onbedoeld hilarische che?-momenten. Dat hij met zijn linkerhand leert schieten (rechts zit in het gips). Dat de badguy zijn zonnebril niet afdoet zelfs als hij ’s avonds een hijskraan beklimt. Dat Duvall uit een raam springt en meteen in de Hudson belandt (praktisch). En hij kaapt een complete stadsbus om te ontkomen aan zijn belagers.

Mr. Egan alias Popeye een bekende karakternaam? Dat klopt, dat was een echte detective uit New York die de inspiratie was voor Doyle in The French Connection (1971). Betwijfel of hij ooit een stadsbus heeft gekaapt voor een achtervolging.

Franse Dirty Harry
In Un Condé (1970) loopt het ook allemaal de spuigaten uit met een paar brutale gangsters. Die werken voor misdaadbaas Tavernier en smijten Robert Dassa van het dak van zijn nachtclub. Zus Hélène Dassa neemt de nachtclub over. Ook zij wordt lastiggevallen door dezelfde gangsters, die haar meer dood dan levend achterlaten in de nachtclub.

Hélènes vriend Dan Rover (was bevriend met Robert) gaat met zijn maat Viletti als echte burgerwachten op zoek naar wraak. De gangsters moeten eraan! Ze pompen Tavernier vol lood. Dan begint de ellende pas. Want twee detectives (Favenin en Barnero) zitten ze achterna. Een van de burgerwachten schiet inspecteur Barnero neer. Dat vindt Favenin niet leuk. Hij gaat op een wraaktocht zonder weerga. ‘Weet je wat dit is?’ ‘Een silencer?’ ‘Ja, en daarmee ga ik je neerschieten.’ ‘Ik heb kinderen!’ ‘En Barnero? Hij had ook kinderen.’

Een clusterfuck van wraakcomplexen. De burgerwachten die achterna worden gezeten door een ‘tough cop’. Favenin hangt zelfs een man op in zijn badkamer om namen uit te slaan.

Vrijwel elk artikel over deze film noemt Dirty Harry, omdat je dit nauwelijks anders kunt zien dan een Franse Dirty Harry. Bouquets emotieloze blik maakt het heel intens en geloofwaardig, misschien wel geloofwaardiger dan de overdreven stoere rol van Clint Eastwood. Thuis is hij nog steeds de brave burgerman, die tevreden knort bij de gerechten van zijn vrouw. Pas ‘s avonds, als hij op stap gaat, verandert hij in een agent-beest.

De film (naar een boek van Pierro Lesou) is grof en intens. Steeds op onverwachte momenten. Met de sobere filmstijl (Yves Boisset, fan van Melville) komen die scènes wel aan. Je moet wel een beetje in de stemming zijn voor bot geweld van een typische ‘tough cop’. Want de martelscène was zo schokkend dat ie werd gecensureerd (en de Franse censuur was toch redelijk liberaal) en is pas sinds de blu-ray-release te zien.

Fabrieksarbeider pakt tuig
In Vigilante (1982) zien we het scum van de aarde: figuren die voor de lol de akeligste dingen uithalen. Zelfs betalen voor tanken, vinden ze onder hun niveau. Ze spuiten de tankeigenaar onder de benzine. Een vrouw die ze dan een klap geeft, staat meteen op een lijst om nog eens iets tegen te ondernemen. En dat gebeurt dan ook.

Fabrieksarbeider Eddie Martino, de man van deze moedige vrouw, krijgt geen genoegdoening via het recht. Hij wil het tuig terugpakken. Dan blijkt dat collega-arbeiders een ‘vigilantengroep’ zijn begonnen. Ze staan onder leiding van ene Nick. Die heeft al lang zijn ogen gericht op de hoogste baas in het wereldje: ‘Mr. T’ Stokes. Die verdient goed aan de ellende in deze New Yorkse wijken.

Ja, deze film gaat er goed in hoewel het plot op vakantie is. Pluspunten voor de vele geweldige locaties in Brooklyn en de Bronx. De film is dan ook van Bronx-New Yorker William Lustig, die ook al in Maniac (1980) oog voor zulke locaties had. Die slasherfilm is veel bekender dan deze film (mede door de remake uit 2012). Lustig (toen pas 25) bewijst dat je ook een normale filmloopbaan kunt beginnen als pornoregisseur, want dat soort films maakte hij hiervoor.

De film heeft minpunten. Robert Forster is de binnenvetter der binnenvetters. Die emotieloze acteerstijl paste beter bij de latere rollen die hij speelde (zoals Jackie Brown en Better Call Saul). Bij dit drama verwacht je toch wat meer emotie dan wat je nu ziet. Soms neigt de film ook wel naar geweldskitsch (doorzeven van auto’s in slow motion).

Vigilante is ook weer zo’n productie vol verhalen. Neem de acteur die Eddie lastig valt in de bajes: hij werd later echt veroordeeld wegens moord. De advocaat die te laat komt, was echt veel te laat voor de opnamen (ze hadden voor hem talloze hotels afgezocht). De auto-achtervolging, geïnspireerd door The French Connection, was gefilmd zonder vergunningen. Populaire salsazanger Willie Colon (gangster Rico) deed vooral mee voor de soundtrack.

En hoewel de film het goed deed, verdiende Lustig er geen cent aan. De producent ervan vluchtte in 1985 met het geld uit de VS. Door rechtszaken verloor Lustig er zelfs geld op.

Zo zijn er vast nog honderden gevallen. Je zou er bijna filmvigilant van worden.

 

9 mei 2021

 

Un Condé (1970)

 
Alle Camera Obscura

Touch of Zen, A

****
IFFR Unleashed – 1995: A Touch of Zen
Kungfu met een spiritueel randje

door Cor Oliemeulen

Zwaardvechten, politiek drama, feminisme, boeddhisme en een spookverhaal komen samen in deze wuxia-film van King Hu. Centraal in het plot staat de relatie tussen dertiger Ku, een portretschilder, en de vrijgevochten Yang. Zij is op de vlucht voor strijders van de imperialistische eunuch Wei die haar vader, een generaal, hebben vermoord. A Touch of Zen (1971) is kungfu met een spiritueel randje.

We schrijven de veertiende eeuw ten tijde van de Ming-dynastie. De jonge vrouw Yang (Hsu Feng) neemt haar toevlucht tot een verlaten fort. Volgens de inwoners van het stadje zijn daar geesten. Yang raakt bevriend met de moeder van Ku (Shih Chun). Zij wil dat haar zoon iets nuttigs met zijn leven doet en voor meer inkomsten zorgt. Op haar ziekbed spreekt moeder haar zorgen uit over het verbreken van de bloedlijn van haar familie. Yang offert zich op en duikt met Ku de koffer in. Steeds meer opgejaagd door Wei´s strijders vinden ze uiteindelijk bescherming bij enkele boeddhistische monniken. Die leggen een sterk staaltje geweldloze martial arts aan de dag.

A Touch of Zen

Martial arts
King Hu was een Taiwanese filmmaker. Hij volgde in Beijing een kunstacademie, verliet China voor Hong Kong en trad in 1958 in dienst van de beroemde broers Shaw. Aanvankelijk als acteur en schrijver, later als regisseur. De broers Shaw hadden destijds de grootste Chinese filmstudio en waren toonaangevend in het vervaardigen van martial artsfilms. In 1967 startte Hu een filmstudio in Taiwan. Hij keerde in de jaren 70 terug naar Hong Kong, maar bleef ook films maken in Taiwan en China.

Hu ontwikkelde zich al snel tot een auteur: een filmmaker die zoveel mogelijk onafhankelijk opereert en een zeer persoonlijke stempel op zijn producties drukt. Hij bleef de wuxia-film verfijnen met meer subtiliteit en expressiviteit. Te beginnen met Come Drink With Me (1966) en gevolgd door Dragon Inn (1967). In deze films waren de acrobatische bewegingen, zwaardgevechten en rondvliegende pijlen nog dynamischer en opwindender, want Hu maakte efficiënt gebruik van breedbeeld en bijna naadloze montages (let bijvoorbeeld op het beeld en geluid van rennende personages). Bovendien introduceerde hij principes en effecten uit de Peking Opera, bijvoorbeeld de minimalistische percussieklanken.

Onderhoudend en dynamisch
A Touch of Zen (1969) is een episch hoogtepunt in King Hu’s oeuvre. De film is gebaseerd op een klassiek Chinees verhaal en verscheen aanvankelijk in twee delen in de Taiwanese bioscoop. In 1971 werden die samengevoegd tot één film. De lengte van 400 minuten werd teruggebracht tot zo’n drie uur voordat hij zijn internationale première op het Filmfestival van Cannes beleefde. Al met al geen minuut teveel voor dit onderhoudende epos.

Zoals zijn vakgenoot Akira Kurosawa in Japan de samoeraifilm op de kaart had gezet, zo ontpopte King Hu zich als bepalende regisseur van de wuxia-film, zeg maar kungfu met de nadruk op zwaardvechten. Hu had goed gekeken naar Kurosawa, getuige zijn creaties van dynamische beeldkaders, in dit geval met veel nevel en regelmatig een spel met licht, donker, kleur en zon. De cinematografie is zeker voor die tijd opzienbarend, maar doordat een aantal actiescènes zich in het halfduister afspelen, zijn die niet altijd even gemakkelijk te volgen.

A Touch of Zen

De vrouwelijke zwaardvechter
Terwijl Kurosawa louter mannen laat vechten (heel vaak huisacteur Toshiro Mifune) introduceerde Hu de vrouwelijke zwaardvechter. In Come Drink With Me glorieert actrice Cheng Pei-pei. Na een klein rolletje in Dragon Inn doet de mooie Hsu Feng in A Touch of Zen menig mannenhart sneller slaan. Toen ze samen met King Hu te gast was tijdens de vertoning in Cannes ontmoette Feng zoveel ambitie en artistieke visies dat ze besloot om meer te gaan doen dan alleen acteren. Ze zou uitgroeien tot een succesvol filmproducer. Achttien jaar later tijdens datzelfde filmfestival mocht ze als producer van Farewell My Concubine van Chen Kaige de Gouden Palm ophalen.

Tal van filmmakers hebben de choreografie van de martial arts in King Hu’s films gekopieerd. Denk daarbij vooral aan acrobatisch springende zwaardvechters en andere soms komisch werkende bewegingen. Het grote publiek zou hiermee pas kennismaken in Crouching Tiger, Hidden Dragon (2000) van Ang Lee. Naast Hu’s aandacht voor kungfu, drama, spookverhaal, oorlogstactieken en spiritualiteit, biedt A Touch of Zen in bijna elke scène een korte contemplatie over de relatie van de mens met de natuur. De sleutelscène met de fantastische clash in het bamboebos, badend in brekend zonlicht, is van een ongekende schoonheid.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

2 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Tale of Zatoichi, The

****
IFFR Unleashed – 1991: The Tale of Zatoichi
Kaskraker over blinde samoerai

door Cor Oliemeulen

Goede Japanse samoeraifilms behelzen veel meer dan een potje zwaardvechten. Het personage Zatoichi verdient een bijzondere plaats in het genre, want hij behoort tot de absolute onderklasse, houdt van gokken én is blind. The Tale of Zatoichi (1962) is de eerste film in een lange, succesvolle reeks.

De verhalen spelen zich af in een van de laatste periodes van het Edo-tijdperk (1830-1850) waarin het regerende shogunaat in het vroegere Tokio was gevestigd voordat de keizer de macht kreeg. Zatoichi werd geïntroduceerd door novellist Kan Shimozawa. Het titelpersonage verloor zijn gezichtsvermogen als kind door een ziekte, ging trainen met een zwaard nadat zijn vader hem op vijfjarige leeftijd had verlaten, werd lid van de yakuza, doodde veel mensen, kwam tot inkeer, ging rondzwerven en verzette zich tegen corruptie en onrecht. Hij ontwikkelde een uitstekend hoor- en reukvermogen, zodat hij bliksemsnel kon reageren op dreigend gevaar.

The Tale of Zatoichi

Edelmoedig maar resoluut
Eigenlijk heet hij Ichi. Zato is de benaming voor iemand die behoort tot de laagste van de vier klassen binnen het todoza, het traditionele gilde voor blinde mannen die zich voornamelijk ten dienst stellen als masseur. Zatoichi verdient liever de kost met gokken, heeft geen afgetraind lichaam en is meer antiheld dan held. Als we in The Tale of Zatoichi (Zatôichi Monogatari) voor het eerst met hem kennismaken, laat hij zich door leden van een clan ogenschijnlijk een poot uitdraaien, maar wint hij vervolgens een klein fortuin door op fantastische wijze hun oneerlijkheid af te straffen.

Zatoichi (Shintaro Katsu, die als kind les van een blinde zwaardvechter zou hebben gehad) heeft zich laten inhuren door de clanleider van die valsspelers omdat diens grote concurrent eveneens een samoerai heeft ingehuurd. Maar als die strijder ziek blijkt, wil Zatoichi niet met hem zwaardvechten. Uiteindelijk heeft hij geen keus, beslecht de strijd en vertrekt naar zijn volgende tijdelijke verblijfplaats, een smachtende weduwe achterlatend. Iemand die niet van zichzelf houdt, kan immers ook moeilijk een geliefde gelukkig maken.

The Tale of Zatoichi

Langlopende reeks
The Tale of Zatoichi is geregisseerd door Kenji Misumi, die in 1954 had gedebuteerd met Tange Sazen: Kokezaru no tsubo (1954), het verhaal over een samoerai met één arm en één oog, en werd in eigen land een kaskraker. Hij ging voortvarend door met het maken van succesvolle zwaardvechtfilms, wat zou leiden tot maar liefst 26 speelfilms (1962-1989) over Zatoichi. De zeventiende film, Zatoichi Challenged, kreeg in 1989 een Amerikaanse remake met als titel Blind Fury en Rutger Hauer als blinde zwaardvechter annex Vietnamveteraan.

In de periode 1974-1979 draaide in Japan een televisiereeks van ruim honderd afleveringen, waaraan zowel vertolker Shintaro Katsu als regisseur Kenji Misumi enkele malen hun medewerking verleenden. Misumi was tevens verantwoordelijk voor vier van zes Lone Wolf-samoeraifilms, te beginnen met Lone Wolf and Cub: Sword of Vengeance in 1972, gebaseerd op de mateloos populaire gelijknamige stripserie.

Vredelievende oplossing
Zatoichi opteert altijd voor een vredelievende oplossing van een conflict en trekt zijn zwaard pas als het echt niet anders kan. Liefhebbers van actie moeten in The Tale of Zatoichi dus lang wachten, want net als bijvoorbeeld in Seven Samurai (Shichinin no samurai, 1954) van Akira Kurosawa worden in de eerste helft de belangrijkste karakters geïntroduceerd, leren we die aardig kennen en begrijpen we beter hun motivatie waarom zij uiteindelijk tot actie overgaan. Bovendien doet Misumi’s debuut denken aan Kurosawa’s ongeëvenaarde klassieker door de mooie zwart-witbeelden, de choreografie en het gebruik van water en wind om de frames meer dynamiek te geven.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

28 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Promare

**
recensie Promare

Trailer van zichzelf

door Sjoerd van Wijk

Als een twee uur durende trailer zweept de anime Promare continu op. De actie verhit de gemoederen met een dans van figuren in abstract landschap. Wat er voor hen op het spel staat, doet er niet toe.

Na een roerige dertig jaar waarin mensen spontaan ontvlamden, krabbelt de wereld weer op dankzij totalitair beleid. Nog steeds ontbranden mensen, maar gelukkig staat een zorgvuldig gemêleerd reddingsteam met onder andere het haantje Galo Thymos paraat om te blussen. Na die mysterieuze tijd bestaan er nu de Burnish, mensen die kracht halen uit vuur en als verstotelingen door het leven gaan. Galo kan niet lang genieten van zijn heldenstatus nadat hij de leider van vermoedelijke Burnish-terroristen Lio Fotia verslaat tot blijdschap van gouverneur en mentor Kray Foresight. Er ontspint zich een sinister complot, te allen tijde geduid door expositiedialoog waarin Kray als een hedendaagse miljardair een Ark van Noach voor de ruimte bouwt. Alleen tegenpolen Galo en Lio kunnen dat door samenwerking stoppen.

Promare

Bombast
Met een been staat de film ferm in de traditie van de mecha, Japanse animatie waar robotica het hoofdthema vormt in een sciencefictionomgeving. Personages transformeren hun vaartuigen met speels gemak in de meest fantastische vormen die recht doen aan het idee dat geavanceerde technologie niet van magie is te onderscheiden. De een drukt als een gek op knopjes om te besturen, de ander lijkt weer een fusie van mens en machine, terwijl brandwonden schitteren door afwezigheid te midden van al het vuur.

Ondertussen herinneren ze elkaar brullend aan het plot zodat men deze niet vergeet in alle bombarie. Ondanks deze eindeloze expositie blijft de situatie warrig. De premisse hangt van mitsen en maren aan elkaar zoals een Your Name (2016) waarbij ad hoc uitleg te pas en te onpas vreemde wendingen rechtpraat. Daarmee schetst Promare een onuitsprekelijke wereld waar logica dikwijls plaatsmaakt voor bombast op Akira-achtige surreële wijze.

Opzwepende abstractie
Alle kort aangestipte politieke thema’s ten spijt draait de queeste van Galo en Lio vooral om vele robbertjes vechten. Er is maar weinig tijd om de wereld te redden. Het dystopische Promepolis als decor lijkt een blokkendoos waar buiten een pizzatent om weinig gezelligheid bestaat. De geometrie raast op de achtergrond als een wervelwind in de actiescènes die daardoor louter mens-machine tegen mens-machine zijn. Zulke opzwepende abstractie brengt de sensatie van het gevecht over.

Promare

Technologische foefjes en opengesperde monden knallen terwijl de basisfiguren om hen heen verder vervagen. Het is alsof Walter Ruttmann’s Lichtspiel Opus uit de jaren 1920 is afgestoft en op anderhalve snelheid wordt afgespeeld. In zo’n pure ideeënwereld slaat het rondvliegende ijs en vuur van de personages een deuk. Daarmee vat Promare treffend de urgentie om met tunnelvisie recht op het doel af te stevenen in de mist van de strijd.

Zelfpromotie
Constante hoogspanning luidt het devies. De film knippert in de montage van hot naar her om geen moment suprême te missen. Met een videogame-sequentie stevenen Galo en Lio af op het laatste eindbaasgevecht. Promare smijt ondertussen elk personage in het gezicht met een aankondiging alsof het een Yu-Gi-Oh!-kaart betreft om in je deck te stoppen. Japanse popmuziek omlijst de actie. De pakkende deuntjes maken het tot een soort demonstratie van de technologische mogelijkheden van de 3D-computergraphics.

Gepaard met de opeenvolging van extatische momenten komt de film daarom over als een grote trailer van zichzelf. Een schoolvoorbeeld van filosoof Theodor Adorno’s punt hoe de cultuurindustrie zichzelf promoot via haar producten. De unique sellingpoint van Promare is echter niet meer dan snel vervlogen extase dankzij de bijzondere animatietechniek.

 

17 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Bacurau

**
recensie Bacurau

Camp verpakt als politiek

door Sjoerd van Wijk

Bacurau poogt van twee walletjes te eten door camp te verpakken in politieke boodschappen. De omgeving als hoofdpersonage intrigeert, maar raakt ondergesneeuwd in de eclectische genremix met cartoonesk kwaad.

Een paar jaar in de toekomst ligt ergens in een door iedereen vergeten stukje Brazilië het dorp Bacurau. Haar inwoners houden moedig stand ondanks een nijpend watertekort, veroorzaakt door een dam waaraan een op herverkiezing beluste burgemeester vals belooft iets te gaan doen. Vlak na de begrafenis van de iconische dorpsoudste beginnen zich vreemde dingen voor te doen in de omgeving ingeluid door twee flamboyant geklede motorrijders op toer door het platteland. Een of andere sinistere Amerikaanse organisatie, geleid door een ruige Udo Kier, heeft snode plannen met het dorp, getuige hun wapentuig en drone gebouwd als UFO. De dorpelingen denken daar in het nauw gedreven echter anders over.

Bacurau

Hallucinant
Het broeit in het dorpje van een voortdurende drang te overleven. Die toon zet de begrafenis als de inwoners op occulte wijze een laatste eer bewijzen aan de overleden dorpsoudste. Het regieduo Kleber Mendonça Filho en Juliano Dornelles (normaliter Mendonça Filho’s production designer) bouwt gestaag een vervreemdende dorpssfeer op, met ruimte voor de vrolijke noot getuige het afserveren van de slinkse politicus op verkiezingscampagne. Diens carnavalsmuziek wordt niet gewaardeerd. Een oudere die de motorrijders spottend toezingt op gitaar werkt aanstekelijker.

Het dorre landschap, de gloedvolle nachtval en de verlichte lege straten schetsen een verlaten plek waar iedereen op zichzelf is aangewezen. En daarmee op elkaar want samen staan ze sterk tegen de buitenwereld. De eerste tekenen van onheil voelen als een El Topo afgespeeld op halve snelheid maar met evenveel verwijzingen naar van alles en nog wat. Het broeierige blijkt zo hallucinant als de dorpelingen zelf na het nemen van psychotropische drugs in voorbereiding op de strijd.

Maatschappijkritiek
Het regieduo breekt de betovering te pas en te onpas om een flinke dosis maatschappijkritiek toe te voegen. Daar lijkt veel verborgen te zitten voor een Braziliaan met verwijzingen naar bijvoorbeeld de inheemse culturen, andere elementen drukken met de neus op de stempel – de geest van Bolsonaro waart rond. Het groepje Amerikanen als een soort doorgedraaide kolonisten kent weinig nuance op een van hun schietgrage gekken na (hij heeft principes: géén kinderen). Dat zij de tegenstand, geholpen door een teruggekeerde rebellenleider met New Kids-kapsel, onderschatten kent geen dramatische repercussies.

Bacurau

Het is de camp filmlogica van slechteriken die vanzelfsprekend een gruwelijk einde verdienen. De politieke dimensie geeft er nog iets doordachts aan, maar het naar hartenlust mixen van genres (van sciencefiction tot western en horror) getuigt van eenzelfde sadistisch plezier als Quentin Tarantino.

Conflict uit de weg
Zo is er dus lering bij het bloederige vermaak. Maar die twee elementen draaien om elkaar heen zonder raakvlak. De politieke dimensie blijft steken in een goed versus slecht-denken en daarmee een goedmakertje voor de geweldsfantasie. In de Verenigde Staten bouwt regisseur S. Craig Zahler op vergelijkbare wijze een surreële wereld op met camp verwijzingen. In bijvoorbeeld Brawl in Cell Block 99 leidt dat tot een hel passend bij het lot van kolos Vince Vaughn. Zulke eruditie en uitdieping van personages ontbreekt in Bacurau – het dorp blijft door randgebeuren onderbelicht. Een inheemse boer gaat ogenschijnlijk nietsvermoedend zijn huis binnen met twee Amerikanen op de loer, maar die spanning leidt tot een flauwe gotcha als de boer een grote shotgun blijkt te hebben. Dat is exemplarisch voor de film: conflicten uit de weg gaan voor toeters en bellen.

 

28 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Guns Akimbo

**
recensie Guns Akimbo

Duistere krochten van het internet

door Michel Rensen

Een onhandige nerd moet zien te overleven in een gewelddadig spel vol snoeihard geweld. Actiekomedie Guns Akimbo maakt goed gebruik van Daniel Radcliffe’s klunzige voorkomen, maar lijdt onder een clichématige opbouw en gebrek aan zelfreflectie. 

In de openingsscène klinkt Dead Or Alive’s You Spin Me Round (Like a Record) terwijl twee auto’s een ordinaire straatrace lijken te houden. Duizenden toeschouwers bekijken de livestream, bestaand uit CCTV- en dronebeelden, van dit spektakel. Terwijl het refrein klinkt, maakt één van de auto’s een zwenkende beweging, waardoor de twee auto’s als een plaat rond elkaar draaien. De straatrace verdraait zich tot een vuurgevecht tussen de twee bestuurders. Het gevecht blijkt onderdeel van Skizm, een online platform waar twee mensen in de realiteit tegen elkaar vechten tot de dood. De hevig getatoeëerde Nix (Ready or Not’s Samira Weaving) blijkt al lange tijd ongeslagen te zijn en weet ook ditmaal haar tegenstander om te brengen. 

Guns Akimbo

Onhandige held
Übernerd Miles (Daniel Radcliffe) spendeert zijn eenzame avonden in de chatboxen van Skizm, waar hij de grootste schreeuwers nog harder probeert uit te schelden. Wanneer hij het met de verkeerde trol aan de stok krijgt, raakt hij verstrikt in de duistere krochten van het internet. Maar de realiteit blijkt nog erger dan zijn grootste nachtmerries. Miles wordt na een bezoek van Skizm-baas Riktor en diens aanhangers wakker met twee pistolen vastgeschroefd aan zijn handen. Tegen zijn wil in is Miles gerekruteerd om deel te nemen aan Skizm. Zijn tegenstander is Nix.

Radcliffe lijkt de perfecte acteur om de klunzigheid van Miles tot het grootst komisch effect uit te buiten. Na een moeizaam toiletbezoek, weet hij zich uiteindelijk toch in tijgerpantoffels en een badjas te hijsen voordat Nix hem in zijn appartement opzoekt. Miles’ onhandigheid blijkt zijn superkracht als dit hem steeds weer uit penibele situaties redt. Terwijl hij op de vlucht is voor Nix probeert hij ook nog even zijn relatie met zijn ex-vriendin Nova te herstellen en uiteindelijk lijken de meeste toeschouwers op de hand van de underdog te geraken.

Guns Akimbo

Gamelogica
Guns Akimbo is opgebouwd met een zelfde soort gamelogica die we ook herkennen uit Scott Pilgrim vs The World en ook het vlotte montageritme lijkt sterk geïnspireerd door het werk van Edgar Wright. Ned Dennehy, die de rol van Riktor speelt, lijkt zelfs verdacht veel op Wright’s vaste acteur Simon Pegg. Elke scène is geschreven als een nieuw level waar Miles tegen Nix moet vechten, maar de bange nerd rent steeds weg voor de confrontatie.

Guns Akimbo laat vanaf de eerste scène zien geen enkele behoefte aan subtiliteit te hebben. De meest opzichte muzikale cues leggen met de muziekteksten uit wat er in de scènes gaande is tot zelfs in de final boss battle het nummer Never Surrender van Stan Bush instart als Miles lijkt te verliezen.

Guns Akimbo

Vol clichés
De film poogt een kritische blik te werpen op het spektakel van viral video’s en het harde, onbegrensde taalgebruik op social media, maar exploiteert tegelijk al deze elementen om een snoeiharde, gewelddadige actiekomedie te maken. Hoewel de film Miles neerzet als held op deze online fora – hij scheldt immers tegen de ergste trollen – is hij eigenlijk net zo goed onderdeel van het probleem. In ironische droomsequenties komt Miles weer met Nova samen, waarna hij in voice-over uitlegt dat dit ‘natuurlijk’ niet gebeurt. De film lijkt met deze intermezzo’s een vrij directe kritiek te leveren op ‘al die dingen die nu niet meer gezegd of verteld kunnen worden’. De film toont zich weliswaar bewust van deze clichés, maar omarmt ze met volle overgave. Wanneer Riktor Nova kidnapt, krijgt Miles de kans om op de meest traditionele wijze zijn heldenstatus te bewijzen.

Deze zeer flauwe intermezzo’s leggen het gebrek aan zelfreflectie bloot. Het kan dan ook geen verrassing zijn dat regisseur Jason Lei Howden zelf op social media de fout in ging op soortgelijke wijze als Miles. Met de gedachte een cyberpestprobleem aan te kaarten, zette hij hetzelfde gedrag in grotere mate voort. Verschillende platformen besloten hierna hun recensies van de film te boycotten. Jason Lei Howden schoot zichzelf in de voet en niemand hoefde hiervoor pistolen aan zijn handen te schroeven. Een onhandige actie, een regisseur die blind is voor zijn eigen positie of een mislukte campagnestunt?

 

29 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Whistlers, The

****
recensie The Whistlers

Fluiten naar je geld

door Michel Rensen

Corneliu Porumboiu slaat met The Whistlers een compleet andere weg in. Na droogkomisch realisme maakt de Roemeen een spannende, komische neo-noir. The Whistlers heeft niet dezelfde intellectuele dichtheid als zijn eerdere films, maar dat maakt de film niet minder leuk.

30 miljoen euro, een corrupte agent, een femme fatale en een gevangene die als enige de locatie van het geld weet. Wat heeft een goede neo-noir nog meer nodig? Porumboiu gebruikt een simpel narratief om het spel van verhulling en misleiding in gang te zetten.

The Whistlers

(On)betrouwbare femme fatale
Cristi reist in de openingsscène verhuld in schaduwen af naar het Canarisch eiland La Gomera om de eeuwenoude fluittaal El Silbo te leren om een criminele organisatie te infiltreren. Snel wordt duidelijk dat Cristi niet de goede politieagent is die hij lijkt, maar vooral zijn eigen agenda heeft. Met hulp van Gilda en de Spaanse criminelen kan hij Zsolt bevrijden en het geld vinden. Althans, dat is het plan.

De filmische puzzel is in associatief geordende hoofdstukken opgeknipt die langzaam de motivaties van zijn verknipte personages onthullen. Niemand is te vertrouwen, want iedereen heeft een dubbele agenda en de Roemeense samenleving is doorspekt met corruptie. Gilda’s rol als femme fatale is daarin opvallend. Waar de femme fatale in de film noir traditioneel de onbetrouwbare verleidster is, is Gilda voor Cristi de enige persoon die hij wel kan vertrouwen. Gilda speelt continu een spel met de mannen om haar heen, wetende hoe zij naar haar kijken.

Zelfbewuste thriller
Met Police, Adjective maakte Corneliu Porumboiu al eerder een film over een politieagent genaamd Cristi, wiens geweten niet in lijn is met de wet. Ook de achtergrond van Zsolt heeft sterke overeenkomsten met het plot uit Police, Adjective. Cristi lijkt in deze film een oudere versie van zijn gelijknamige evenbeeld die door ontgoocheling met het politiebestel tot corruptie gedreven is. Ook ditmaal neemt Cristi afstand tot de keuzes die zijn baas maakt, hoewel die in The Whistlers de wet aan haar laars lapt wanneer het haar zo uitkomt.

The Whistlers

Stilistisch is The Whistlers bijna het tegenovergestelde van al Porumboiu’s eerdere werk. Zijn droge gevoel voor humor heeft hij gelukkig niet verloren. Grauw realisme maakt plaats voor een kleurrijke, gestileerde neo-noir vol filmische referenties. Een overdaad aan referenties kan snel vermoeiend worden, maar Porumboiu zet onder andere de badkamerscène uit Psycho en Gilda’s rol als femme fatale zeer zelfbewust in om met de verwachtingen van de kijker te spelen en houdt het daardoor aldoor spannend. Ook de originele titel La Gomera is natuurlijk een knipoog naar gangsterfilm/-serie Gomorrah. 

Fluittaal
Net als in al Porumboiu’s films speelt ook in The Whistlers taal een prominente rol. Cristi kan de Spaanse criminele groep infiltreren door de fluittaal te leren die voor buitenstaanders klinkt als vogelzang. Omstanders herkennen de criminele communicatie daardoor niet. Taal creëert groepen. Wie de taal kent, is onderdeel van een groep en wie de taal niet kent, heeft geen toegang.

Dat Cristi geen Spaans spreekt, vormt direct een barrière tussen hem en de Spaanse criminelen als hij op La Gomera arriveert. Door het leren van de fluittaal kan hij toch onderdeel van de criminele groep worden. Omdat de fluittaal een verklanking van ‘gewone’ taal is, blijft er dus een verschil tussen de Roemeense en Spaanse versie van de fluittaal. De taalbarrière tussen Cristi en de Spanjaarden blijft dus bestaan. Gilda is het enige personage dat alle talen beheerst en dus eenvoudig tussen de groepen kan bewegen.

 

25 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Star Wars: The Rise of Skywalker

**
recensie Star Wars: The Rise of Skywalker

Geest van het verleden

door Michel Rensen

Na het wisselend ontvangen The Last Jedi keert JJ Abrams terug in de regiestoel. Net als The Force Awakens bouwt ook de laatste film in de reeks sterk op herkenbare elementen uit de franchise. Een risicoloze nostalgierace door de ruimte. 

Na het overlijden van Luke Skywalker en het verlies van de held waar het verzet zo naar verlangde, is het aan Rey om zijn rol in te gaan vullen. Eindelijk herenigd met Finn en Poe is het trio weer samen om voor eens en altijd af te rekenen met Kylo Ren en de First Order. Een bericht met de stem van Palpatine leidt Rey en haar mede-rebellen naar de verborgen planeet Exegol om de onbekende, duistere macht te confronteren. Aangezien Kylo Ren geen macht boven zich duldt, is ook hij op weg naar Exegol om zijn concurrent uit te schakelen. De wegen van Rey en Kylo lijken onvermijdelijk weer samen te komen.

Star Wars: The Rise of Skywalker

Op zoek naar de route die hen naar de verborgen planeet zal leiden, rolt het trio van mini-plot naar mini-plot waarin doorlopende elementen nauwelijks een rol spelen. De plotselinge introductie van nieuwe en bekende personages en het gebruik van Reys Force-krachten duwen het verhaal zeer kunstmatig voort. Van spanning valt nauwelijks te spreken, de personages zijn vooral een hoop aan het rennen.

Net als de personages staat ook de camera vrijwel nooit stil. De film neemt helaas niet de tijd om een dramatisch element in te laten werken. Waar het ontvluchten van hun situatie in The Force Awakens een cruciaal onderdeel van het verhaal is, voelt het hier vooral als het uitstellen van het onoverkomelijke eindgevecht.

Star Wars: The Rise of Skywalker

Nostalgische fanservice
JJ Abrams gooit de toekomstgerichte visie van The Last Jedi met het badwater weg. De film is doordrenkt met nostalgische fanservice. George Lucas is waarschijnlijk de enige nog levende medewerker van de originele trilogie die niet zijn steentje aan deze film heeft mogen bijdragen. Zelfs Luke’s X-Wing wordt voor een laatste erevlucht uit het water gevist. Ongeacht wat je favoriete Star Wars-moment is, zal er een moment in deze film zijn die er naar verwijst. Niet alleen Rey krijgt advies van de geesten van haar overleden mentoren, maar ook JJ Abrams lijkt het verleden niet los te kunnen laten.

Reys verleden is weer een centraal thema in The Rise of Skywalker. In The Last Jedi bleken haar ouders onbelangrijke figuren, maar zoals het een Star Wars-film betaamt, gooien verdorven familierelaties toch roet in het eten. Rey kan alleen de uitverkorene zijn door uit een Force-familie te komen. De rebellen pleiten wel steeds voor samenwerking als enige middel om de Sith te kunnen verslaan, maar uiteindelijk hangt alles af van de ene heldin.

Star Wars: The Rise of Skywalker

Overtreffende trap
Nieuw is het allemaal niet. De conflicten zijn steeds een stap groter en meer dan in voorgaande episodes. De First Order maakt plaats voor de Final Order. De Death Star uit de originele trilogie werd in The Force Awakens al overschaduwd door een veel grotere Death Star, maar nu hebben de Sith zelfs een hele vloot aan ruimteschepen tot hun beschikking die stuk voor stuk een planeetvernietigend wapen aan boord hebben.

Door de hoge plotvoortgang kijkt de film lekker weg, maar je vraagt je wel steeds af wat The Rise of Skywalker aan het Star Wars-universum heeft toe te voegen. Misschien is het verstandiger die stoffige dvd’s of videobanden met de originele films deze Kerst maar weer eens uit de kast te pakken.

 

18 december 2019

 

ALLE RECENSIES