*****
recensie Ran
Kurosawa’s duistere meesterwerk
door Cor Oliemeulen
Als iemand Akira Kurosawa vroeg wat zijn beste film was, antwoordde hij steevast: “de volgende”. Totdat hij op 75-jarige leeftijd Ran (1985) voltooide: een episch oorlogsdrama over een oude krijgsheer die zijn rijk verdeelt onder zijn drie zoons en ten onder gaat aan verraad en geweld. Gebaseerd op Shakespeare’s King Lear en Japanse samoeraiverhalen, toont dit meesterwerk een wereld in fysiek en moreel verval. Vier decennia later keert Ran terug op het witte doek in een oogstrelende 4K-restauratie.
Akira Kurosawa, een van Japans grootste filmmakers, werd in het buitenland vaker geprezen dan in eigen land. Hij bekritiseerde de Japanse filmindustrie om haar rigide studiosysteem, dat regisseurs beperkte in hun vrijheid en vasthield aan veilige, traditionele verhalen in plaats van films met risicovolle, meer menselijke thema’s.
Tegelijk kreeg Kurosawa in Japan ook zelf kritiek: zijn films zouden te westers zijn en te veel nadruk leggen op individuele helden, in tegenstelling tot de collectieve waarden van de Japanse cultuur, zoals groepsharmonie, loyaliteit en plichtsbesef. Zijn collega Yasujirō Ozu voldeed juist wél aan deze normen, met verstilde familiedrama’s die de traditionele Japanse levensvisie weerspiegelden. Door Kurosawa’s kritische en onafhankelijke houding werd Ran niet door Japan voorgedragen voor de Oscars, maar uiteindelijk wel door een onafhankelijke groep en alsnog genomineerd voor Beste Buitenlandse Film.

Van Shakespeare tot Leone
Ruim 25 jaar voor Ran gebruikte de regisseur Shakespeare’s Macbeth als basis voor een herinterpretatie in Throne of Blood (1957). Ook in die film spelen de schermutselingen zich af in het feodale Japan van de zestiende eeuw en ligt de nadruk meer op vorm dan op dialoog. Kurosawa liet zich in zijn films ook inspireren door andere Westerse literatuur, zoals de morele en psychologische diepgang van Dostojewski die je terugziet in Rashomon (1950) met existentiële vragen over waarheid en perspectief, en Ikiru (1952) over een man die worstelt met de zin van het leven.
Tegelijk lieten Westerse filmmakers zich inspireren door het werk van Kurosawa, zoals John Sturges die met The Magnificent Seven (1960) een remake maakte van Seven Samurai (1954) en Sergio Leone die met A Fistful of Dollars (1964) een remake maakte van Yojimbo (1961).
Wind, regen en vuur
Wat vooral opvalt in die remakes is het gebruik van de dynamische cameravoering die Kurosawa hanteerde. Denk aan lange takes waarbij de camera meebeweegt met de actie, bijvoorbeeld lopende, rennende en vechtende personages. Of het gebruik van meerdere camera’s om verschillende hoeken vast te leggen, een spel tussen voorgrond en achtergrond, en het afwisselen van rustige en chaotische shots.
Maar het meest karakteristieke van Kurosawa’s cameravoering is wel het gebruik van de natuur en de weersomstandigheden. Zo opent Rashomon (1950) met beelden van een bos na een zware regenbui en de glinstering van de zon door de bomen, en in Seven Samurai (1954) trotseren de boeren, bandieten en samoerai wind, opstuivend zand, regen en modder. In Ran leeft het landschap: wind, rook en vuur brengen de scènes in beweging, terwijl de lucht langzaam steeds donkerder wordt naarmate het drama zich ontwikkelt.
In de huidige tijd worden de meeste actiescènes met computers gemaakt en kopieer je de poppetjes om een indrukwekkend legertje strijders te krijgen. In Ran zie je zo’n 1400 figuranten die werden gehuld in even zoveel vechtkostuums die allemaal met de hand werden gemaakt.
Kleuren als symboliek
Maar liefst tien jaar werkte de regisseur aan zijn storyboard: van elk shot maakte hij een schilderij in kleur. En toen hij de film uiteindelijk kon draaien, bleken die prenten onmisbaar voor zijn assistenten omdat hij zelf bijna blind was geworden.
De kleuren in Ran zijn symbolisch en essentieel. In King Lear verdeelt de koning zijn erfenis onder drie dochters, in Kurosawa’s herinterpretatie verdeelt krijgsheer Hidetora Ichimonji (Tatsuya Nakadai) de erfenis onder zijn zonen. Die zonen worden vanaf de openingsscène opgevoerd in het dragen van een eigen kleur. De oudste, Taro, draagt gele kleren (waarin keizers in Oost-Azië zich vaak hulden), de middelste zoon, Jiro, is gestoken in rood (dat staat voor ambitie en geweld), terwijl de jongste, Saburo, gehuld is in blauw (dat staat voor helderheid en eerlijkheid).
Deze kleuren versterken niet alleen het gevoel dat de kijker bij de verschillende personages heeft, ze dienen ook als herkenbaarheid (in harnassen en vlaggen) van de legers op het slagveld. Immers, het verdelen van de erfenis leidt tot oorlog tussen de broers. Taro en Jiro smeren hun vader honing om de mond, maar Saburo is kritisch op Hidetora’s besluit en voorspelt dat de erfenis tot een hoop ellende gaat leiden. Hidetora is woedend en verbant Saburo. Maar zodra de oorlog tussen de twee oudste broers uitbreekt, zwerft Hidetora als een waanzinnige over de vlaktes.

De schoonheid van de tragedie
Net als in King Lear gebruikt Kurosawa in Ran een hofnar, in dit geval in de persoon van de androgyne Kyōami, die niet alleen dient als trouwe dienaar van Hidetora, maar met diens scherpzinnige en ironische commentaar op de gebeurtenissen bijdraagt aan de tragikomische toon van de film. Want tragisch is Ran zeker. Bijna alle hoofdpersonages sterven, een handje geholpen door Taro’s vrouw Kaede (Mieko Harada). Nadat Taro het kasteel van zijn vader heeft overgenomen, wordt zij koningin van het domein dat ooit was van haar eigen familie, die eerder door Hidetora was uitgemoord. Langzaam ontvouwt zich haar uitgekiende, dodelijke wraakplan. De kijker is opgelucht als haar eigen bloed tegen de muren spat.
Waar Shakespeare’s King Lear nog momenten van liefde, vergeving en verzoening kent (zoals de hereniging met de jongste dochter Cordelia), ontbreekt dat in Kurosawa’s Ran vrijwel volledig. King Lear is tragisch, maar eindigt met een sprankje hoop en menselijkheid. Ran is tragisch in de zuiverste zin: een wereld zonder troost. De schoonheid van de tragedie zit in de poëtische vormgeving van verval en vergankelijkheid, de filosofische diepgang en de morele reflectie. Geen goddelijke gerechtigheid, geen redding. Alleen de leegte die mensen zelf veroorzaken.
30 juli 2025




Het spanningsveld van moraliteit in Training Day heeft een onmisbare raciale component, die een extra dimensie toevoegt aan de thematiek van rechtvaardigheid versus corruptie en verval. Hypothetisch gesteld zullen (nog) meer kijkers anno 2022 vraagtekens plaatsen bij de tegenstelling tussen een ‘goede’ blanke agent in opleiding en een zwarte rechercheur die het niet zo nauw neemt met de wet. Het scenario doet bovendien niets om deze schertsende tegenstelling te bevragen of ontkrachten; de doodsbedreigingen van Russische zware jongens hinten ernaar dat Alonzo zijn ‘straf’ waarschijnlijk niet zal kunnen ontlopen, terwijl Hoyt zichzelf kan louteren door zijn leidinggevende te confronteren.















