Vrouwen met een steekje los

Vrouwen met een steekje los

door Bob van der Sterre

Gone to Earth ♦ Possession ♦ Symptoms 

 

Gestoorde vrouwen in films zijn geruststellend. Ook het perfecte, intelligente en gevoelige deel van de mensheid blijkt niet perfect te zijn. Er zijn deze eeuw films over vrouwelijke serial killers (Monster, 2003) maar in het filmarchief zijn er interessantere vrouwenkarakters met loszittende steekjes.

Zigeunerzangeres Hazel Woodus treedt graag op bij feestjes. Dan is ze op haar gemak. Vind je het gek dat zo’n vrouw zich door muziek en stemmen laat leiden op belangrijke momenten?

Haar moeder heeft ze niet gekend en haar vader is de botheid zelve. Ze heeft een gevoelsmatige natuur. Ze is net zo naïef en zacht als ruig en ongetemd.

Geen vrouw zo puur als zij
Ze laat dan ook de harten van twee uiteenlopende mannen op hol slaan. De ene man, priester, valt op haar pure, naïeve kant, en de vlot gebekte veroveraar, de jager, houdt van haar ongetemde seksualiteit. Zelf gaat ze altijd op haar gevoel af. En dat geeft aan dat ze beide mannen leuk vindt.

De boodschap van Gone to Earth (1950) is duidelijk: de natuurlijke, gevoelsmatige aard van de vrouw wordt verpletterd door sociale codes. Een vrouw moet op een bepaalde manier zijn  en zo gedraagt ze zich ook. Is ze een keer niet zo; dan is ze een outcast. Zie Hazel. Maar tegelijk kennen deze beide mannen geen vrouw zo puur als zij en verliezen ze beiden hun hoofd.

Tjokvol symboliek. De kleur van haar kleding. De twee mannen die in contact komen met de tegenpool van zichzelf. De stoere wordt zacht; de kalme raakt woest.

Een erg mooie film – zoals je Powell & Pressburger niet op een lelijke film kunt betrappen. Maar zet je deze film voor een groep jongeren neer en ze zullen na vijf minuten al verveeld zijn. Te traag. Zo zonde! Want geef je het lage tempo toch een kans, dan zie je mooie beelden, prima acteerspel (Jennifer Jones, David Farrar, Cyril Cusack, en bijrollen) en een pure romantiek die in moderne films niet meer bestaat.

Relatiedrama ontwikkelt zich als horrorfilm
In Possession (1981) zien we hoe Mark (een piepjonge Sam Neill) problemen heeft met zijn vriendin Anna (Isabelle Adjani). Als hij terugkeert van een klus, doet ze vaag. Wil ze dat hij bij haar terugkeert? ‘Ik weet het niet.’ Waarom is ze de hele dag weg? ‘Ik heb tijd nodig om na te denken.’ Ze bevinden zich in West-Berlijn.

Het is maar het begin van het mysterie rondom Anna. Soms komt ze langs, gooit ze met spullen en vertrekt ze weer. Mark in tranen. Het blijkt niet de invloed van esoterische meester Heinrich, met wie ze een affaire heeft gehad, want die is al net zo verdrietig om haar ontsporing.

Hier is geen steekje los, maar een steek van heb ik jou daar. Anna (Isabelle Adjani in overdrive) is zo ongeveer permanent razend. In een metrotunnel loopt ze te gillend tegen de muur aan te lopen en wit spul uit te braken. Vlees door de gehaktmolen doen, verloopt bij haar uiteraard ook abnormaal. Een privédetective, ingezet door Mark, ontdekt de waarheid. In een ander huis heeft ze een bloeddorstig monster, met paranormale gaven, als huisdier.

Eigenaardige film. Een relatiedrama dat zich ontwikkelt als horrorfilm. Niet een normale, rustige scène. Een flinke portie overacting. Met name Sam Neill, gewoonlijk zo rustig, gaat hier helemaal uit zijn dak, schijnbaar op verzoek. De film had vlotter gemonteerd kunnen worden.

Tegelijk is het intrigerend. Soms beelden met Dogma-achtige natuurlichteffecten. Fraaie close-ups. Opmerkelijke symboliek (beide huizen staan naast de muur).

De film is dan ook gemaakt door Andrzej Zulawski, die opgroeide in Polen maar later in Frankrijk zijn films maakte. Hij was assistent van Andrzej Wajda en deze film kun je, naar men zegt, opvatten als cynisch commentaar op zijn communistische verleden. Dan is de locatie nabij de Berlijnse Muur (we zien de echte vopo’s met hun verrekijker) ineens een stuk begrijpelijker.

Zulawski beschreef zijn vijftien jaar durende filmloze periode (tussen 2000 en 2015) als het beste deel van zijn leven. Daar valt wel iets van te begrijpen bij het zien van deze film, die een zware bevalling moet zijn geweest voor alle betrokkenen.

Zo ziet waanzin eruit
Bloed, erotiek en horror was ook het specialisme van de Catalaanse regisseur/tekenaar José Ramón Larraz (in 2013 overleden). Black Candles (1982) is zijn bekendste werk en dat zegt wat over zijn onbekendheid. Maar in Symptoms (1974) deed hij wat anders: ook horror, maar veel subtieler.

In deze Britse film zien we hoe Ann is uitgenodigd in een Engels landhuis door een vriendin (Helen) waar vermoedelijk een flink steekje aan los zit. Maar dat weten we dan nog niet. Al merken we het snel. Helen kijkt naar een meer en zegt: ‘Iemand is hier verdronken.’ Ze kijkt in een haardvuur en zegt: ‘Denk je wel eens aan de dood?’

Je gaat even boodschappen doen en later zit ze met een pop in haar handen op de trap te kniezen. ‘Beloof je me dat je me nooit meer alleen laat?’

Helen worstelt met rare geluiden en heeft bovendien een blik in haar ogen waarvan je denkt: die spoort niet. Geweldig acteerwerk dus van Angela Pleasence, dochter van Donald Pleasence. De beste rol van haar carrière, kun je gerust zeggen. Wijd opengesperde ogen, ingevallen gezicht, haar klevend aan haar gezicht. Zo ziet waanzin eruit.

Het verhaal is niet zo origineel maar wat een sfeer krijg je te zien! Het is echt griezelen hier – anders dan met moderne griezelfilms, die vooral draaien om flauwe foefjes.

Die spanning komt door de rustige opbouw, zoals veel films uit de jaren zeventig. De griezeligheid komt van het huis, het acteerwerk en de kalme cinematografie.

Liever deze film een keer goed restaureren dan de zoveelste nieuwe horrorproductie uitbrengen. José Ramón Larraz verdient dat. Interessante vrouwenkarakters met een steekje los zijn namelijk een zeldzaamheid in de filmwereld.

 

8 februari 2016

 

Alle Camera Obscura