House That Jack Built, The

***
recensie The House That Jack Built

De Seriemoordenaar en de Kunsten

door Suzan Groothuis

Een nieuwe Von Trier staat gegarandeerd voor controverse. Helemaal als het gaat om The House That Jack Built die verhaalt over een seriemoordenaar. Von Trier duikt in zijn binnenste en er ontvouwt zich een continu spel met de kijker, provocatief maar ook gortdroog. Helemaal geslaagd is The House That Jack Built niet, maar het lukt Von Trier wel om de kijker te ontregelen.

Half Cannes liep weg bij de vertoning van Von Triers The House That Jack Built. Daarmee belooft de film controverse en provocatie, net zoals Hereditary het predicaat “engste film ooit!” kreeg. Ok, The House That Jack Built is controversieel. Maar dat is iedere Von Trier-film. In al zijn films zoekt de Deen de grenzen op.

The House That Jack Built

Zoekende, ongelukkige mensen
Hij toont zoekende, ongelukkige mensen. In The Idiots zoeken normale mensen de idioot in zichzelf op. Ter ontsnapping aan een dwingende, eisende maatschappij. In Breaking The Waves offert een naïeve, kwetsbare vrouw zichzelf op. In Melancholia zien we het einde van de wereld naderen, waarbij de ene zus dat accepteert en de ander zich overgeeft aan angst. In Antichrist hoopt een koppel nader tot elkaar te komen, maar de natuur beslist gruwelijk anders. En in The House That Jack Built duiken we in de geest van een seriemoordenaar.

Matt Dillon speelt Jack en is met zijn strakke gelaat en dwingende ogen perfect gecast. Hij vertelt zijn verhaal in vijf hoofdstukken, ofwel incidenten. Kenmerkend voor Von Trier, die graag structuur aanbrengt in zijn films. Hoofdstukken zijn hem eigen en werken altijd toe naar een dwingende catharsis. Terwijl Jack vertelt hoe hij seriemoordenaar is geworden en hoe hij geleidelijk aan gedreven werd tot grootse werken, is hij in dialoog met Verge (Bruno Ganz). In de openingsscène horen we klotsend water, alsof de twee ergens doorheen ploegen. Later leren we waar ze zijn.

Duistere iconen
In Incident 1 zien we Jacks eerste moord. Hij ontmoet een dame (Uma Thurman) met autopech, die hem om hulp vraagt. Haar krik is kapot en moet gerepareerd worden. Met zichtbare tegenzin brengt Jack haar naar de dichtstbijzijnde monteur. Terwijl ze rijden confronteert ze hem misschien wel een seriemoordenaar te zijn. “Me getting in this car with you. You might as well be a serial killer. Sorry, but you do kind of look like one”. Een voorbode van wat komen gaat. En met een knipoog naar de krik (jack in het Engels) als moordwapen.

The House That Jack Built

Met de incidenten die volgen, worden Jacks daden intenser en gruwelijker. Hij leert om goed te wurgen. En zijn dwangmatigheden nemen af. Hij heeft niet meer de neiging om de plaats van het misdrijf tot in de puntjes te reinigen en eindeloos op bloedvlekken te controleren. In een vriezer vol pizza’s bergt hij zijn slachtoffers. Ondertussen blijft bij in dialoog met de mysterieuze Verge, die we niet zien maar horen. Ze hebben het over zijn OCD en wat hem dreef om te moorden. Maar het gaat ook over kunst, architectuur en filosofie. Volgens Verge is er zonder liefde geen kunst. Jack denkt er anders over: “The old cathedrals often have sublime artworks hidden away in the darkest corners for only God to see. The same goes for murder.”

De dialoog culmineert in een discussie over iconen, waaronder Jack ook zichzelf schaart. “As disinclined as the world is to acknowledge the beauty of decay it’s just as disinclined to give credit to those… no, credit to us, who create the real icons of this planet. We are deemed the ultimate evil. All the icons that have had and always will have an impact in the world are for me extravagant art.” Hij haalt verschillende voorbeelden aan, zoals de Stuka uit de Tweede Wereldoorlog. Een vernietigende duikbommenwerper, berucht om zijn snerende sirenes, die de bijnaam “Trumpets of Jericho” kregen.

Hoogmoedig epos
Als Verge Jack vervolgens uitmaakt voor Antichrist, schieten beelden van films van Von Trier voorbij. Hoogmoed? Misschien, maar ook een spel met de kijker. En dat is wat Von Trier met The House That Jack Built steeds lijkt te doen. Van expliciet geweld (vooral vrouwen moeten het ontgelden) tot een overdadig tableau vivant: hij duikt op extreme maar ook gortdroge wijze in de diepste krochten van de menselijke ziel. Von Trier speelt met een combinatie van ironie, zwarte humor en schokkend geweld. Zo is er een briljante scène waarbij Jack ontsnapt uit de handen van een agent. Terwijl zijn bloedrode busje wegrijdt, slingert er een lijk achteraan, een lange rode streep achterlatend. Fame van Bowie schalt uit de speakers.

The House That Jack Built

Toch wringt er iets bij The House That Jack Built. Want wat wil Von Trier nu precies zeggen? Er is een kritische blik op Trumps “Make America Great Again”, getuige de rode petjes die Jack en een gezin dragen en het lugubere gevolg dat dit familie-uitje krijgt. Vrouwen zijn Jacks voornaamste slachtoffers en worden niet bepaald vleiend neergezet: irritant, simpel en makkelijk voor te liegen. Kansloze, lege zielen in Jacks handen en totaal tegenovergesteld aan de empathische verbeelding van het lijden van vrouwelijke personages als Bess McNeill uit Breaking the Waves en Selma uit Dancer In The Dark. En dan is er het solistische betoog van Jack, dat overeenkomsten laat zien met Von Trier zelf. Beiden meesters in het manipuleren van hun publiek, perversiteiten niet schuwend.

Goddelijke Komedie
Met The House That Jack Built heeft Von Trier zijn eigen Goddelijke Komedie gemaakt, waar de megalomanie soms van af druipt. Tegelijkertijd weet je: het is Von Trier, hij speelt een spel met de kijker. En net wanneer je denkt dat hij er met het einde een potje van maakt, verrast hij weer.

Dit epos vol kunst, verderf, pijn en verdriet is uiteindelijk een zoektocht naar verlossing. Een zwart-komische zoektocht welteverstaan, waarbij Von Trier de kijker constant bespeelt. Zoals ook Jack zijn omgeving bespeelt. Dan weer briljant en dan weer potsierlijk; het is een film die verdeeldheid geeft maar wel stof tot nadenken levert. En dat kan je tegenwoordig niet van veel films zeggen.

 

8 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Good Manners

**
recensie Good Manners

Futloze fabel

door Sjoerd van Wijk

Het rommelige sprookje Good Manners propageert levenloos strijdlust in plaats van verzoening. Futloos zet het een bovennatuurlijke allegorie op die aansluit bij het huidige Braziliaanse politieke klimaat, waar de nieuwe president Jair Bolsonaro minachting voor mens en milieu uitstraalt.

Het is daarmee wel een tijdige film, die aangeeft wat een ieder die afwijkt van de destructieve norm te doen staat de komende tijd. De verschillen tussen Clara en de zwangere Ana kunnen niet groter zijn. Clara is een kinderoppas zonder opleiding en een lesbienne van Afrikaanse afkomst. Ana een verwende dame uit een welvarende familie, die door de dubieuze omstandigheden van haar zwangerschap er alleen voor staat. Er ontwikkelt zich al snel een hechte band tussen de twee, maar er lijkt iets mis met de baby. Goed, bovennatuurlijk mis. Clara’s leven neemt dan ook een onverwachte wending in dit tweeluik.

Good Manners

Afwijkende zwangerschap
Regisseurs Marco Dutra en Juliana Rojas (die vaker hebben samengewerkt) nemen uitgebreid de tijd om alle puzzelstukken op hun plaats te laten vallen. São Paolo is hier op de achtergrond een feeërieke metropolis, die geen massale drukte maar serene mystiek uitstraalt. In het claustrofobische appartement ontwikkelen de twee ondanks de tegenstellingen een aparte verstandhouding met elkaar. Het desolate maakt echter gaandeweg plaats voor het lethargische. De lichte griezel van Ana’s afwijkende zwangerschap staat snel vast, maar Dutra en Rojas blijven lang dwepen met de relatie, die overtuigingskracht mist doordat Isabél Zuna als Clara weinig passie uitstraalt.

Zij weet pas te overtuigen in het tweede deel, als de aard van de baby duidelijk is en het vreemde de wereld betreedt. Met het groeien van haar kapsel en haar unheimische adoptiezoontje Joel komt er meer vuur in haar. Het al eerder weinig subtiele motief van vlees of groente wat de pot schaft, legt er extra dik bovenop dat afwijken van de status quo het leven zelf is, met alle risico’s van dien. Clara’s pogingen Joels ware karakter te verbergen, voelen wel oprecht aan.

Dat Joel met ouder worden ook eigenwijzer bij de anderen wil horen, leidt tot de verwachte bonje, maar het lijzige tempo is hier adequaat. Good Manners verzandt echter continu in uitstapjes van bodyhorror tot musical. De eclectische mix van stijlen kent een lusteloze behandeling met stoïcijnse opnames, die gegeven het spannende materiaal niet voor de hand ligt. De druk loopt op, terwijl São Paolo immer vreedzaam doet denken dat het toverachtige in elke hoek te vinden is. 

Good Manners

Barbaarsheid tegenover domesticatie
Het barbaarse andere, wat vlees verslindt en huilt naar de volle maan, komt hiermee tegenover domesticatie te staan. Niet toevallig bevindt Clara zich in een christelijke goegemeente, een gemeenschap die de autocratische Jair Bolsonaro steunde in de Braziliaanse presidentsverkiezingen.  In het echt is het hij die anderen wil verslinden, zoals de inheemse bevolking in de Amazone. Good Manners blijkt dus een ironische titel en komt daarmee op voor de achtergestelden. In de verwachte ontknoping komt de strijdlust naar voren, als Clara en Joel hechter dan ooit tevoren worden.

Het doet in de verte denken aan het Mexicaanse Tigers Are Not Afraid, dat ook via een kind met bovennatuurlijke gaven de strijd met sociale misstanden aangaat. Daar is het sprookjesachtige echter vernuftiger verbonden met de omringende wereld, wat de emotionele binding ten goede komt. Tevens is daar ruimte voor verzoening, die alle narigheid doet vergeven en vergeten. Good Manners gaat voor de confrontatie in plaats van een beroep op christelijke naastenliefde te doen. Het is sociale kritiek, maar laat in haar apathische behandeling kansen op compassie liggen.

 

3 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Suspiria

**
recensie Suspiria

Zielloze nachtmerrie

door Suzan Groothuis

In deze herbewerking van regisseur Luca Guadagnino volgen we de Amerikaanse Susie die in Berlijn opgenomen wordt in een dansgezelschap. Verdwijningen van danseressen en occulte zaken vinden plaats tegen een achtergrond van politieke onrust.

Luca Guadagnino (Call Me By Your Name, Io Sono l’Amore) heeft zich gewaagd aan een herbewerking van Suspiria van horrormeester Dario Argento. Hij geeft de film een eigen interpretatie, hoewel er zeker overlappingen zijn. De personages in het verhaal zijn gebaseerd op die in het origineel en ook de setting is hetzelfde: Berlijn in de jaren ’70.

Suspiria

Het uitgangspunt van de film is ook min of meer gelijk aan Suspiria (1977): de ambitieuze Susie Bannion (Dakota Johnson, dochter van Don Johnson en Melanie Griffith en bekend van de Fifty Shades of Grey-reeks) is vanuit de VS naar Berlijn gekomen om opgenomen te worden in het befaamde dansgezelschap Markos. De eerste scène leert ons echter dat het daar niet pluis is: danseres Patricia (Chloë Grace Moretz in een korte rol) vertrouwt haar psychiater dr. Josef Klemperer (Tilda Swinton in haar vijfde Guadagnino-productie) toe dat er occulte zaken spelen. Maar hij is in de veronderstelling dat het meisje psychotisch is.

Achtergrond van politieke onrust
Dan volgt Pats plotse verdwijning, die achterdocht bij Klemperer wekt. De leiding van de dansschool reageert echter mild: Pat was bekend met politieke idealen en zou zich wellicht gevoegd hebben bij een politieke beweging. We zitten immers in het Berlijn van de jaren ’70, een periode waarin terreurgroep Rote Armee Fraktion voor grote politieke onrust zorgde. In de film flitsen af en toe nieuwsberichten over acties van RAF voorbij.

Terug naar dansgezelschap Markos, waar Madame Blanc (wederom Tilda Swinton) zich ontfermt over nieuwkomer Susie. Susie’s danskunsten imponeren haar en het meisje krijgt een plek in het gezelschap. Ze wordt kamergenoot van Sara, die na een bezoek aan dr. Klemperer vermoedt dat er meer in het spel is aangaande Pats verdwijning. Wellicht spelen er occulte zaken?

Suspiria

Bloedstollende horror en holle verwachtingen
Guadagnino windt er geen doekjes om: jazeker spelen er occulte zaken! Het dansgezelschap wordt namelijk gerund door heksen, die alles doen om hun hiërarchie en de daaraan verbonden occulte tradities in stand te houden. Danseressen die vermoedens of bewijzen hebben, worden op nietsontziende wijze uit de weg geruimd. En daarmee komt ook het horroraspect in beeld, waarvan een scène zich in het netvlies beitelt: terwijl Susie tijdens een repetitie haar danskunsten toont en tot het uiterste gaat, wordt een afvallige danseres op brute wijze gepijnigd. Gevangen in een spiegelkamer zonder uitweg brengen Susie’s agressieve bewegingen beschadigingen bij haar aan. Botten die breken, verwrongen ledematen en een lichaam dat bont en blauw kleurt, worden op intense wijze in beeld gebracht. Met deze krachtige scène, waarin choreografie en beeld de kijker – of je nu wilt of niet – op dwingende wijze meeslepen en je op het puntje van je stoel doen zitten, schept Guadagnino verwachtingen.

Helaas maakt het 2,5 uur durende Suspiria die niet waar. De regisseur neemt teveel tijd om naar de gran finale toe te werken – een uitzinnige, hysterische en over de top ontknoping die leeg aanvoelt. Daarbij speelt nog de overbodige verhaallijn van dr. Josef Klemperer, die zijn liefde jaren geleden is kwijtgeraakt.

Over deze mysterieuze acteur ontstond enige tijd twijfel. Er is wel of niet een dubbelrol van Swinton? Hoewel IMDb duidelijk vermeldt dat ze drie rollen heeft in Suspiria – Madame Blanc, dr. Klemperer en de duivelse Markos – liet Guadagnino de pers in verwarring dat ene Lutz Ebersdorf de rol van de oude man op zich nam. Het komt pretentieus over en misschien is dat wel het grootste probleem van Suspiria anno nu: Guadagnino wil teveel met zijn film, waardoor die juist aan kracht inboet. De Koude Oorlog en terreurbewegingen, een verwijzing naar de wonden uit de Tweede Wereldoorlog, hekserij, psychiatrische zienswijzen, feminisme, het komt allemaal voorbij. 

Suspiria

Overbodige hommage
Wat wel beklijft, zijn de dansscènes, strak en gestileerd in beeld gebracht. Zo is er naast Susie’s agressieve repetitie de demonische dansuitvoering Volk, die de danseressen voor publiek vertonen. Erotiek, gevaar en uitputting gaan samen, ondersteund door de onderkoelde, dreigende soundtrack van Radiohead’s Thom Yorke (die zich door Krautrock liet inspireren). Met deze scènes schept Guadagnino een beklemmende sfeer, die de kijker grijpt en niet loslaat. Maar alles eromheen is zielloos en exuberant, gevangen in grauwe kleuren waarin de Koude Oorlog weerspiegelt.

Guadagnino omschrijft zijn film als hommage aan het origineel, hoewel Argento afwijzend tegenover een remake stond. In Argento’s woorden: “Either you do it exactly the same way—in which case, it’s not a remake, it’s a copy, which is pointless—or, you change things and make another movie. In that case, why call it Suspiria?” Die vraag is precies waar het knelt, als je Argento’s kleurrijke, sprookjesachtige nachtmerrie tegenover Guadagnino’s overbodige versie zet. Conclusie: haal Argento’s versie uit de kast en zet de soundtrack van Thom Yorke op. Dan heb je een leuke blend, hoewel de oorspronkelijke soundtrack van Goblin niet te evenaren is.

 

14 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Predator, The

***

recensie The Predator

Suspense verliest van actie

door Alfred Bos

Met actieveteraan Shane Black aan het roer krijgt de Predator-franchise voor de tweede maal nieuw leven ingeblazen. Dat lukt, al zitten nostalgie en eigentijdse blockbuster elkaar nodeloos in de weg.

Homo sapiens heeft zich opgewerkt tot de top van de voedselketen op planeet Aarde; menseneters zijn verbannen naar de dierentuin of de laatste restjes wildernis. Dan is er alle gelegenheid om de fantasie los te laten op één van de zeven klassieke verhaaltypes—versla het monster. In dat geval kun je twee kanten op: dino’s of ander uitgestorven spul (in Meg, de popcornhit van deze zomer, staat een voorhistorische haai centraal) dan wel griezels van buitenaardse oorsprong.

In die categorie is de ultieme moordmachine alien gruwelijk eng, want sluw. Maar het is geen soort die vuurtjes stookt, computers bedenkt en ruimteschepen bouwt. De kosmische killer doet niet aan technologie of cultuur en daarin is hij de mindere van de mens. Zo niet predator, de topjager in het universum. Qua intelligentie en organisatietalent doet hij niet onder voor Homo sapiens; zijn fysieke kracht, atletisch vermogen én technologie zijn superieur. Predator, de ster van drie speelfilms en twee alien-crossovers, is het roofdier dat de mens voorbij is gestreefd.

The Predator

Goed gedoseerde gorigheid
The Predator, de vierde speelfilm rond de kosmische jager, komt uit de koker van de man die het genre van de actiefilm in de jaren tachtig nieuw leven inblies. Shane Black (Kiss Kiss Bang Bang, Iron Man 3, The Nice Guys) bedacht de succesvolle reeks Leathal Weapon-films (met Mel Gibson en Danny Glover als ongemakkelijk politieduo) en schreef daarnaast een paar filmavonturen voor actie-icoon Arnold Schwarzenegger. Die speelde het haantje in Predator (1987), het debuut van de lelijkerd from outer space. Black blaast de franchise nieuw leven in, nadat de vorige poging (Predators uit 2010) een natte vuurpijl bleek.

En Black levert. The Predator zal nimmer prijzen winnen voor fijnzinnigheid of vernuft, maar vermaken doet de film. Als bonus is de regisseur niet vies van een portie goed gedoseerde gorigheid, vaak met humor of (hoe kan het?) finesse gebracht, wat in deze tijden van politieke hypercorrectie en alles stuk calculerende marketing bepaald een plus is. Bloed druipt uit een gekliefd lijk en tovert onbedoeld een onzichtbare predator tevoorschijn? Ja! Predator trekt de ruggengraat uit een verslagen predator? Ja!

Stoere vrouwen
Dat laatste zet de Predator-liefhebber wellicht aan het denken – predator vecht tegen predator? – en dat raakt de kern van Blacks adaptatie. The Predator is geen herhaling van zetten, zoals Predators, noch een variatie op het origineel, zoals Predator 2 (1990), maar denkt verder langs het spoor dat in de eerste Predator-film is uitgezet. Kort gezegd, de buitenaardse jagers evolueren en wel in recordtempo. Daartoe gebruiken ze genetisch materiaal van dat andere alfa-organisme, de mens. Bovendien is klimaatverandering op een originele manier in de plot verwerkt. Het tilt de film boven de doorsnee genrefilm uit.

Waar de knullige interactie van het groepje stoere mannen dat de buitenaardse geweldenaar(s) moet bestrijden deze vermakelijke actiefilm juist terugduwt in de middelmaat. In dat opzicht zijn Black en co-scenarist Fred Dekker (de man van The Monster Squad en Robocop 3) géénTarantino. Onderwerp van de buitenaardse belangstelling is het hoogbegaafde zoontje Rory (Jacob Tremblay) van special forces-sluipschutter Quinn McKenna (Boyd Holbrook), die kan rekenen op een team van getraumatiseerde of ronduit gestoorde oorlogsveteranen.

Stoere vrouwen zijn er ook, want niet alleen de predator is geëvolueerd: Rory’s moeder (Yvonne Strahovski) en exobioloog Casey Bracket (Olivia Munn). De laatste eet predators als ontbijt, maar moet in het heetst van de strijd toch weer voor het kind zorgen.

The Predator

Storm in suburbia
Qua setting alterneert de Predator-serie tussen jungle (domein van predator) en stad (domein van mens) en regisseur Black voegt zich naar dat ritme. Hij doet à la Spielberg een Jurassic-je en verplaatst het monster van het eiland/oerwoud naar de voorstad. Daar wordt toevallig net het griezelfeest Halloween gevierd, wat bij de liefhebber van genrefilms ogenblikkelijk een gevoel van nostalgie wekt. Dat doet ook de rol van de overheid en haar geheime diensten; die houden er dubbele agenda’s op na en martelen dan wel vermoorden onschuldige burgers. Typisch jaren tachtig, want anno nu zijn het multinationals die kwaad spel spelen.

Heel onderhoudend allemaal, maar The Predator is net geen klassieker. Nog even los van de al te opzichtige sluikreclame is het een eenentwintigste-eeuwse makke die de film beentje licht. De eigentijdse kijker is overprikkeld en kan dus geen drie seconden zonder tromgeroffel of knaleffect. De film scoort hoog op enerverende actie, maar laag, zeg maar gerust nul, op suspense. Een paar scènes van nagelbijtende spanning hadden de film een niveau hoger getild en de finale biedt daartoe alle ruimte, maar het is holdedebolder naar het volgende klapstuk. En ja, alles staat klaar voor een vervolg. Dat is nu net het punt van de film.

Zo koppelt The Predator het spektakelgehalte van de eigentijdse blockbuster aan ouderwets actievermaak van de betere B-film. Het voelt bijna nostalgisch aan. Met de nadruk op bijna.
 

11 september 2018

 
MEER RECENSIES

Mandy

****

recensie Mandy

Trippende wraakqueeste

door Suzan Groothuis

Ben je in voor een bizarre, psychedelische helletocht waar lsd, woeste bikers, de hang naar het occulte en een uitzinnige Nicolas Cage de dienst uitmaken? Dan is Mandy niet te missen!

Red (Nicolas Cage) en Mandy (Andrea Riseborough) leven afgelegen in de bossen. De serene rust waar ze voor hebben gekozen is echter niet voor lang: wanneer een vreemd uitziende bende (zijn het hippies?) Mandy toevallig passeert besluit leider Jeremiah haar te laten ontvoeren. Hij sist zijn onderdanen toe: “I need you to get me that girl I saw. You know what to do”.

Mandy

En zo gebeurt het dat Red en Mandy’s idyllische leventje overhoop gegooid wordt. ’s Nachts wordt zij op brute wijze van hem gescheiden, Red vastgeketend met prikkeldraad achterlatend.

Vreemde bikers en verheven status
Jeremiah heeft plannen met Mandy. Er is iets met lsd, devote liefde en een wrede bikerbende. De bikers, die plots opdoemen in de nacht, doen qua uiterlijk niet onder voor de Cenobites uit Hellraiser. Met hun afschrikwekkende verschijning lijken ze regelrecht uit de hel te komen. Verklarend is regisseur Panos Cosmatos niet, maar het doel van Mandy’s ontvoering is duidelijk: Jeremiah wil een verheven status en daarvoor heeft hij haar (“You’re a special one, Mandy. I too am a special one. Let us be so very special together”) en de bikers nodig.

Maar Mandy is niet zo’n onderdanig kind als Jeremiah’s bendeleden. Zelfs onder invloed van een heftige trip (gif van een insect in je nek, lekker!) neemt ze hem allesbehalve serieus. Wat wil je ook, als je als metalfan (steevast gekleed in een shirt van Mötley Crüe) naar zijn zoete, bezwerende melodietjes moet zitten luisteren! Haar sardonische lach wordt haar echter niet in dank afgenomen.

Waanzinnige helletrip
Mandy’s idyllische begin, dat opent met het prachtige Starless van King Crimson, ontvouwt zich als helletrip, waarbij Red wraak zweert op wat zijn Mandy is aangedaan. En dan gaan ook alle remmen los: een uitzinnige Cage (“It’s crazy evil!”), zelf gesmede wapens, bloedvergieten, ronkende kettingzagen, drugstrips en vervreemdende shots in rood, paars en blauw. Zelfs animatie komt voorbij. Cosmatos hanteert een zelfverzekerde, visueel verbluffende stijl, waarop de pulserende muziek van de dit jaar overleden componist Jóhann Jóhannson (Arrival, Sicario) perfect aansluit.

Daarbij zit Mandy vol verwijzingen: naar de 80’s, waarin de film zich afspeelt, maar dan eens niet à la It (2017),  Stranger Things of Ready Player One. Geen crossfietsen en old school video-spelletjes dus, maar vroege metal van Slayer en Mötley Crüe, cultmagazine Heavy Metal, roleplayinggames, cheddar etende goblins en demonen geïnspireerd op Clive Barkers creaties.

Mandy

De visuele stijl doet denken aan die van Fabrice du Welz (Calvaire, Alléluia), met de kleur rood prominent in beeld. Rood kloppend als een hart, als liefde, maar ook als teken van vernietiging, met expliciet bloedvergieten. Cage, niet voor niets gedoopt tot Red, moest iedere avond het nepbloed van zich afspoelen.

Overdonderende zelfverzekerdheid
Met zijn debuutfilm Beyond The Black Rainbow liet Cosmatos al opvallend vakmanschap zien. Een film die het, evenals Mandy, moet hebben van sferische, trippende beelden en dito soundtrack. En ook daar is de vrouwelijke hoofdpersoon onderworpen, zij het aan de utopische doctrine van een instituut.

En nu is daar Mandy, zelfverzekerd, ambitieus en, jawel, in alle opzichten over de top. Nicolas Cage gaat wederom los, zoals het snuiven van een enorme lijn cocaïne vanaf een stuk gebroken glas, of zichzelf letterlijk met een fles sterke drank moed indrinken om op wraak-queeste te kunnen. Maar het werkt in deze hallucinerende, bloederige wraakfilm, waar hemel en hel zich samenvoegen tot een nieuwe dimensie. Zien is geloven.
 

10 september 2018

 
MEER RECENSIES

Hereditary

***

recensie Hereditary

Pionnen in een transcendent schaakspel

door Tim Bouwhuis

In het openingsshot van Hereditary zien we een verfijnde miniatuur van een groot landhuis. Het interieur beheerst de bewoners; levenloze vormpjes die verdwijnen in een groter geheel. Tot de camera langzaam inzoomt. We onze blik verleggen naar één van die vele kamers. En het levenloze tot leven komt.

Miniaturen als replica’s van de werkelijkheid, angstbeelden waarin je verdwalen kunt. Voorafschaduwingen van (of terugblikken op?) een nare familiegeschiedenis. Al snel schijnt één waarheid door: de bewoners zijn pionnen in een transcendent schaakspel. Veel keuze hebben ze ook niet. Zoals de filmtitel al insinueert liggen de wortels van het kwaad in het verleden. Zoveel wordt al zichtbaar op de katalyserende begrafenis van de mater familias. In de hoek van de rouwkamer kijkt een ongenode gast breed grijnzend toe. Het einde is slechts het begin.

Hereditary

Een valse tong
Hereditary is een ijzingwekkend effectieve genreflick, maar de echte spanningen van de film zitten niet in geestverschijningen of schrikeffecten (of hooguit die klikkende tong?). Full feature-debutant Ari Aster (zie voor zijn meest spraakmakende short The Strange Thing About the Johnsons) gebruikt de aanzienlijke speelduur om de conflicten binnen de familie Graham langzaam uit de hand te laten lopen. Hoogtepunt is een emotionele uitbarsting van Annie (Toni Collette), die zelfs haar rebellerende zoon Peter (Alex Wolff) verbijsterd achterlaat.

De vraag is wie hier wie imponeert – even lijkt Wolff vooral onder de indruk van de vurige Collette. En zo kruipen de acteurs wel vaker uit hun keurslijf. De hysterische reacties van Wolff, hoe ernstig de situatie ook is, laten zich nauwelijks meten met de angstaanjagende kalmte van Gabriel Byrne. Als bron van rust blijft zijn vaderpersonage vanzelfsprekend wat op de achtergrond.

Aster laat de kans liggen om meer met die dynamiek te doen: naarmate de film vordert, wordt de focus redelijk plichtmatig verlegd naar de toenemende bezetenheid van Peter.

Hereditary

Over de grens
Die bezetenheid komt uit de vroeg geopende doos van Pandora. Als de spiritueel gevorderde Joan (Ann Dowd) Annie een bloedlink voorstel doet, moet de modelscepticus daar in eerste instantie niets van weten. De moderne mens gelooft niet meer in contact met de doden. Tot er contact gemaakt wordt natuurlijk. De rigide distincties tussen geloof en ongeloof vervagen als de wereld van Hereditary steeds echter wordt. Angstaanjagender. En er geen priesters (The Exorcist) of markante demon hunters (de Warrens in de Conjuring-films) meer zijn om het kwaad te verdrijven.

Af en toe vergeet componist Colin Stetson in dat kader ook dat Hereditary vooral ook een heel subtiele slowburner mocht zijn. De drammerige geluidsband (denk Insidious) bij groteske taferelen zorgt ervoor dat Aster qua toon en opbouw soms iets te veel in de valkuilen van een James Wan trapt: sfeer wint altijd van bombast.

Zo bewijst ook de slotsequentie, waarin de beelden een bedriegende kalmte ademen, de wereld van Hereditary niet langer de wereld lijkt. Het is het werk van een regisseur die zijn filmgeschiedenis kent. Subversieve psychologie onder de mantel van het (on)bekende; ook voor Aster is het einde waarschijnlijk alleen maar het begin.
 

10 juni 2018

 
MEER RECENSIES

November

****

recensie November

Wonderlijk overwinteren

door Suzan Groothuis

Eén van de opmerkelijkste films van het afgelopen Imagine Film Festival in Amsterdam: November uit Estland, waarin magie, kwaad en liefde samenkomen in prachtig gefilmd zwart-wit. De Estische cultuur van bijgeloof en het leven na de dood er duidelijk in doorschemerend, waan je je in een donker, wonderlijk sprookje waarin ook de nodige humor niet ontbreekt.

Een wolf rent door een fraai winterlandschap, gefilmd in contrasterend diepzwart en helderwit. Hij wentelt zich door de sneeuw, om vervolgens zijn pad te vervolgen. Maar in het Estische November is niets wat het lijkt. Dat blijkt wel uit de volgende absurdistische scène, waarin een koe ontvoerd wordt door aan elkaar gebundelde stokken met een dierenschedel erop. Wanneer het beest bij zijn onrechtmatige eigenaar is beland, spreekt het bizarre stokkenschepsel met zijn baas. Het wil meer werk en krijgt vervolgens de opdracht om van brood een ladder te maken. Een eigenzinnige kennismaking met een wonderlijke wereld, waarin kratts (krakkemikkige constructies van gereedschappen en andere gebruiksvoorwerpen) werk verrichten voor de arme, luie boerengemeenschap.

November

Leven en dood vermengen zich in Novembers wereld. Zo zijn kratts schepsels met een ziel, verkocht door de duivel in ruil voor mensenbloed. Ze nemen werk uit handen, maar kunnen zich ook tegen hun eigenaar keren als ze te weinig werk krijgen. En op Allerzielen zoeken de doden hun dierbaren op, om zich tegoed te doen aan een lekkere maaltijd en een goed bed. Een wrang gegeven, want de boerenbevolking moet het zelf doen met bomenschors en vleermuizen. De doden hebben het beter dan de levenden, zo blijkt.

Donker liefdessprookje
Hoewel November in eerste instantie wat gefragmenteerd oogt, zit er wel degelijk een lijn in het verhaal. Het draait namelijk om de jonge Liina en Hans. Zij is verliefd op hem, maar hij valt als een blok voor de dochter van de baron, die iets verderop in een groot, maar vervallen landhuis woont. Een onbeantwoorde liefde dus, van beide kanten. Maar dan is er nog magie, waarmee de twee hopen te krijgen waarnaar ze verlangen. Liina doet een beroep op een heks om Hans’ liefde voor zich te winnen. En Hans koopt bij de duivel een ziel voor zijn kratt, een gefabriceerde sneeuwpop. Zijn kratt draagt de wijsheid van alle wateren in zich en legt in poëtische bewoordingen uit hoe de liefde werkt.

November is een donker liefdesverhaal in een middeleeuwse wereld, doordrenkt van Estische mythologie en volksgeloven. Thema’s als bijgeloof, magie, kwaad, zonden en liefde komen allen voorbij. En er is ook kritiek, dan weer onverbloemd en dan weer subtiel: op de rol van religie, op landbezit en eigendomsrecht en op de Letten (wier mond met een kont vergeleken wordt). Alles en iedereen is te misleiden. Zoals de pest die zich als schone blonde dame het water over laat dragen en als geit haar intrede doet in het dorp om haar virus te verspreiden.

Maar zoals de pest kan misleiden kunnen de dorpelingen dat ook: trek een broek over je hoofd en de pest denkt dat je twee konten hebt en zal weer weg gaan. Zelfs de duivel is om de tuin te leiden door hem sap van fijngeknepen bessen te geven in plaats van bloed. En de dorpelingen zijn ook niet vrij van verdorvenheid, door van elkaar te stelen en elkaar te bedriegen. Een van hen zegt het dan ook treffend: “Ik heb geen ziel”. 

November

Een surreëel spel van contrasten
Regisseur Rainer Sarnet weet een fraai, fantasierijk decor neer te zetten dat filmisch een lust voor het oog is. Onberispelijk wit gaat samen met diepzwart en levert adembenemende plaatjes. Zoals de doden die in smetteloze witte kleding vanuit het bos hun dierbaren opzoeken. Of het rustieke sneeuwlandschap waar wolven – of weerwolven, schijn bedriegt – de dienst uitmaken. De contrasterende zwart-wit kleuren spelen met de tegenstellingen die de film rijk is: smerigheid tegenover schoonheid, armoede tegenover rijkdom en kwaad versus goedheid.

Als deze onnavolgbaar originele film dan toch vergeleken moet worden, denk dan aan werk van stop-motion animator Jan Švankmajer, of aan Oost-Europese cinema als het sprookjesachtige Valerie and her Week of Wonders en het eveneens in zwart-wit geschoten, grimmige Marketa Lazarová. November weet de kijker bijna twee uur lang onder te dompelen in een surreële wereld die niet de onze is, maar die toch herkenbaar is met al het menselijk gekonkel dat wij rijk zijn. Immers, geluk en liefde wil iedereen en met magie in het spel kan dat op zijn minst tot bijzondere taferelen leiden.
 

21 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Unsane

***

recensie Unsane

Een paranoïde film voor paranoïde tijden

door Alfred Bos

Stephen Soderbergh draait op zijn iPhone een psychologische thriller met een psychiatrische inrichting als het afgelegen kasteel uit de klassieke griezelfilm. Wie is er gek, de patiënt of de directeur? Of het systeem?

Wie is gestoord? De jonge vrouw die zegt te worden belaagd door een afgewezen aanbidder? De man in kwestie die weigert in te zien dat de vrouw hem niet lust? De directie van de psychiatrische inrichting die in iedereen een patiënt ziet? Of de samenleving die de zorg voor labiele mensen heeft uitbesteed aan bedrijven met winstoogmerk?

Unsane

Steven Soderbergh speelt een spel met de kijker in Unsane, een atypische genrefilm: horror met engagement. Het zijn immers de tijden van identiteitspolitiek met #vulmaarin-mediastormen en groeiende weerstand tegen neoliberale sprookjes over succes als keuze en het zelfregulerend vermogen van de markt. De regisseur verpakt zijn boodschap over paranoïde tijden in een film over paranoia, een allegorie over seksuele intimidatie op de werkvloer en vrouwen die niet worden geloofd. Over nep en echt.

Unsane speelt grotendeels in een gesloten inrichting, het eigentijdse equivalent van het geïsoleerde kasteel uit de traditionele griezelfilm en tevens metafoor voor de filmindustrie. De film heeft niets van de zwier van Behind the Candelabra uit 2013, indertijd aangekondigd als zijn afscheid, en mist de kluchtige bruis die zijn comebackfilm Logan Lucky tot een onverdeeld kijkgenoegen maakt. De heist-film was een omkering van zijn grootste publiekssucces, Ocean’s Eleven, met boerenkinkels in plaats van gesoigneerde oplichters.

Haaibaai
Ook met Unsane tweekt Soderbergh een van zijn eerdere films tot tegenpool. Dat is in dit geval Sex, Lies, and Videotape, de film waarmee hij in 1989 op slag het nieuwe wonderkind van de Amerikaanse cinema werd. Die film was, net als Unsane, gedraaid voor een mager budget en had video als belangrijk plotpunt. Ditmaal is dat de iPhone en beeldtechnologie mag dan in de tussenliggende jaren zijn gedemocratiseerd, de samenleving is juist conformistischer geworden. En meer neurotisch.

In het jaar dat Sex, Lies, and Videotape uitkwam, 1989, zou Sawyer Valentini, de getraumatiseerde jonge vrouw (gespeeld door Claire Foy) waar Unsane rond draait, als haaibaai wellicht een man aan de haak hebben kunnen slaan in de yuppiebars van toen. In 2018 gaat ze als vrijgezel door het leven en wordt tegen haar wil voor een week opgenomen in een gesticht. Ter observatie, heet het.

Sawyer is niet de enige die onder valse voorwendsels in de inrichting verblijft. Maar lijdt ze aan wanen of is die mannelijke zuster (rol van David Strine) in werkelijkheid de stalker voor wie ze naar een andere stad is gevlucht? Ze maakt ruzie met een gestoorde zaalgenote, niet toevallig Violet (naar violence) geheten, gespeeld door Juno Temple. En ze heeft een lotgenoot in Nate Hoffman (Jay Pharaoh), die als undercoverjournalist in het gesticht vertoeft.

Unsane

iPhone
Unsane is geheel gedraaid met de camera van de iPhone en dat is in dit geval geen gimmick. De beperking van de lens verbeeldt het vernauwde bewustzijn van de geplaagde protagonist. Soderbergh heeft de film geschoten met natuurlijk licht wat – zeker in combinatie met de iPhone-lens – de claustrofobische atmosfeer van de gesloten inrichting onderstreept. Horror speelt wel vaker met de vorm, denk aan de found footage van Troll Hunter, en The Blair Witch Project, en het is de vraag of Unsane met normale lenzen een betere film zou zijn geweest. Waarschijnlijk niet.

Hoe diep de ironie reikt toont de scène waarin Matt Damon – zijn bijrol staat niet op de aftiteling – een beveiligingsconsultant speelt. “Beschouw je smartphone als je vijand”, luidt zijn advies aan Sawyer, data-analist van beroep. Het is de meest speelse steek van Soderbergh in deze met een smartphone gerealiseerde film.

Soderbergh is ook een te intelligente regisseur om zijn kijkers een rechttoe-rechtaan-griezelverhaal voor te schotelen over de nachtmerrie van een ongewenst verblijf tussen gekken en mensen in witte jassen. Gaandeweg blijkt dat er meer aan de hand is dan de wanen van een bitse vrouw en Soderbergh gebruikt de clichés van het genre – onze filmische vooroordelen – om naast de #metoo-boodschap nog een maatschappelijk punt te maken. Zorg en op winst gerichte bedrijfsvoering gaan niet samen. We zijn niet gek.
 

29 april 2018

 
MEER RECENSIES

Frankenstein vraagt: wie ben ik?

De roman van Mary Shelley heeft het eeuwige leven
Frankenstein vraagt: wie ben ik?

door Alfred Bos

Met Frankenstein schreef Mary Shelley de eerste moderne sciencefictionroman. Het boek stelt fundamentele vragen over wetenschap en vooruitgang; en over identiteit. Dankzij talloze films is haar schepping niet meer weg te denken uit het collectieve bewustzijn.

Frankenstein is een verwarrend woord. Daarvoor verantwoordelijk is de klassieke horrorfilm van James Whale uit 1931. Boris Karloffs vertolking van Frankensteins creatie, met dat lange rechthoekige hoofd en bouten die uit zijn nek steken, is iconisch geworden. Daar denkt iedereen aan bij ‘Frankenstein’; niet aan Victor Frankenstein, de wetenschapper, maar aan het naamloze monster. De schepper is zijn schepping geworden. En dat is in het geval van Frankenstein, het boek en de boodschap van het verhaal, heel toepasselijk.

Tussen boek en film liggen meer dan honderd jaar. Toen Mary Wollstonecraft Shelley op 1 januari 1818 haar debuutroman publiceerde – in drie delen, oplage 500 exemplaren – was ze twintig jaar oud. Het boek verscheen niet onder haar naam, die stond pas op het schutblad van de tweede editie (in twee delen), van 1822. De roman wordt nog steeds gelezen en dat is doorgaans in de tekst van de derde, flink herschreven editie van 1831; tevens de eerste die in een handzaam formaat werd uitgebracht.

Radicaal boek
Frankenstein; or, The Modern Prometheus
is een spectaculair boek en Mary Shelley was een spectaculaire vrouw. Als dochter van politiek filosoof William Godwin en de oerfeministe Mary Wollstonecraft groeide ze op in een erudiet en liberaal milieu. Na de plotselinge dood in 1822 van haar echtgenoot, de dichter Percy Bysshe Shelley, heeft ze tot haar overlijden in 1851 zelfstandig in haar levensonderhoud voorzien. Ze schreef een reeks biografieën en essays, reisverslagen, korte verhalen en zeven romans. Ze moet de eerste vrouw zijn geweest die van haar pen kon leven.

Haar debuutroman was, en is tweehonderd jaar later nog steeds, een radicaal boek. Het is de eerste moderne sciencefictionroman, de ground zero van een genre dat lange tijd als pulp werd weggezet maar inmiddels mainstream is geworden. Het boek maakt duidelijk dat wetenschap niet zonder moreel besef kan. Wetenschapper Victor Frankenstein maakt leven uit dode materie en schrikt van zijn schepping. Moraal: mensen kunnen niet ongestraft voor god spelen. Sleutelen aan de natuur heeft consequenties.

Bride of Frankenstein

Frankenstein is ook een psychologische roman. Het boek handelt niet alleen over hybris, de menselijke hoogmoed die wedijvert met de goden, maar ook over afwijzing en vervreemding. Frankensteins creatie neemt gruwelijk wraak op zijn schepper, want Victor weigert een vrouwelijke metgezel voor hem te maken. Hij ziet in zijn kunstmens een monster en monsters moeten geen kinderen baren, zich niet vermenigvuldigen. Hij ervaart zijn schepping als een bedreiging voor de mensheid.

Het is nog steeds een actueel boek. Victors creatie, kunstmatig leven in de vorm van een mens, keert zich tegen hem. De parallellen met kunstmatige intelligentie zijn evident. Onder meer Elon Musk en Stephen Hawking hebben gewaarschuwd voor de risico’s van AI (kunstmatige intelligentie) en die opvatting wordt breed gedeeld, zelfs verzekeringsmaatschappijen publiceren er rapporten over. Ze zeggen, in navolging van Victor aan het slot van de roman: “avoid ambition”, wees niet te ambitieus, want de schepping kan zijn schepper overvleugelen. De boodschap van Frankenstein is van alle tijden.

Toneel en filmbewerkingen
Mary Shelley’s boek sprak direct tot de verbeelding. De tweede uitgave verscheen naar aanleiding van de succesvolle toneelbewerking Presumption; or, the Fate of Frankenstein door Richard Brinsley Peake; in gezelschap van haar vader William Godwin zag Shelley de voorstelling in de English Opera House. Vier jaar later, in 1826, opende in Londen het toneelstuk The Man and The Monster; or The Fate of Frankenstein van Henry M. Milner. In 1887 werd het bewerkt tot de muzikale parodie Frankenstein, or The Vampire’s Victim, populair in de Victoriaanse revues van Londen.

Ook in het filmtijdperk is de schepping van Mary Shelley tot de verbeelding blijven spreken. Victor Frankenstein en/of diens monsterlijke creatie figureren in meer dan vijftig films. De speelfilm van James Whale uit 1931 was niet de eerste adaptatie voor het witte doek. In 1910 regisseerde J. Searle Dawley voor de filmstudio van uitvinder Edison de eerste boekverfilming, de ‘kinetogram’ Frankenstein. De tweede, Life Without Soul uit 1915 door Joseph W. Smiley, is verloren gegaan. Il mostro di Frankenstein (1920) van Eugenio Testa is een vroeg voorbeeld van giallo, de Italiaanse horrorfilm.

Frankenstein van James Whale was een hit en zette een reeks vervolgfilms in gang, allemaal variaties op het thema dat was gezet met het boek van Shelley. Whale zelf regisseerde Bride of Frankenstein (1935) en daarna daalde het niveau snel. Son of Frankenstein (1939), de laatste film met Boris Karloff als monster, introduceerde Dracula-acteur Bela Lugosi als Igor, de sinistere assistent van de professor. Dit trio films van de Universal Studio vormde het bronmateriaal van Mel Brooks’ hilarische parodie Young Frankenstein (1974), met de Britse komiek Marty Feldman als Igor (“Where wolf? There wolf!”).

Universal zette de reeks in 1942 voort met The Ghost of Frankenstein, waarin Bela Lugosi’s Igor als enige is overgebleven van het oorspronkelijke team acteurs. gevolgd door exploitatiefilms als Frankenstein Meets the Wolf Man (1943), House of Frankenstein (1944) en de komedie Abbott and Costello Meet Frankenstein (1948). Toen was de koek wel op. Het is aan Universal te danken dat het publiek bij het woord Frankenstein niet denkt aan Victor Frankenstein, maar aan het monster.

Opiumtinctuur
De Britse Hammer Studio deed het kunstje van Universal vanaf 1957 nog eens over. The Curse of Frankenstein, met Peter Cushing als Victor Frankenstein en Christopher Lee als het monster, was Hammers eerste film in kleur en een groot succes. Het vormde de basis voor wat uitgroeide tot het fenomeen Hammer Horror, goed voor maar liefst zes in kwaliteit aflopende vervolgfilms tussen 1958 en 1974. De meest authentieke boekverfilming is van acteur en regisseur Kenneth Branagh; in Mary Shelley’s Frankenstein (1994) speelt Robert De Niro het wezen. We noemen het ‘wezen’, want ‘monster’ is voor de pulpverfilmingen.

De personages van Mary Shelley’s debuutroman zijn in het nieuwe millennium net zo populair als tijdens de Universal-reeks uit de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Victor Frankenstein en zijn creatie figureren prominent in de Victoriaanse horror tv-serie Penny Dreadful. De Amerikaanse speelfilm Frankenstein (Bernard Rose, 2015) – FRANKƐN5TƐ1N volgens het affiche – vertelt het verhaal vanuit het gezichtspunt van het monster. Victor Frankenstein (2016) van regisseur Paul McGuigan daarentegen kiest voor de optiek van Igor, een personage dat niet voorkomt in de roman van Mary Shelley.

De professor en diens creatie zijn niet weg te branden uit het collectieve bewustzijn van de westerse cultuur en Frankenstein de roman is zo beroemd dat zelfs de ontstaansgeschiedenis algemeen bekend is: gezelschap zit door slecht weer opgesloten in villa aan het meer van Genève en vermaakt zich door elkaar zelf verzonnen griezelverhalen te vertellen. Verbeelding, bliksem en laudanum (opiumtinctuur) doen de rest. Zo leidde een mislukte vakantie tot een nieuw literair genre, zijn tijd ver vooruit.

Mary Shelley kneedde de gothic novel, de romantische griezelroman die rond 1800 populair was, om tot sciencefiction en al is Frankenstein met afstand haar bekendste boek, het is niet de enige toekomstroman die ze schreef. In 1826 publiceerde ze The Last Man, een dystopische roman die speelt aan het eind van de eenentwintigste eeuw op een aarde die door een besmettelijke ziekte nagenoeg is ontvolkt. Het boek werd bij verschijning afgekraakt als ‘ziek’ en raakte in vergetelheid, tot Mary Shelley in de jaren zestig werd herontdekt als voorloopster van het feminisme. Het werd in 1924 in Amerika losjes verfilmd als The Last Man of Earth en de tijd lijkt rijp voor een remake door Ridley Scott of Christopher Nolan.

Existentiële vragen
Voor de lezer en de filmkijker heeft die mislukte vakantie in de sombere zomer van 1816 meer opgeleverd dan het startpunt van het sciencefictiongenre en en een iconisch filmpersonage. Mary Shelley reageerde op de uitdaging van gastheer Lord Byron (‘laten we zelf een griezelverhaal schrijven’) met Frankenstein; or, The Modern Prometheus. John Polidori, Byrons lijfarts (en dealer annex minnaar, wordt gefluisterd), liet zich door volksverhalen over een bloedzuigende ondode inspireren tot The Vampyre, een verhaal dat in 1819 werd gepubliceerd.

The Vampyre was het eerste literaire werk dat alle vampierelementen uit volksverhalen samenbracht tot de vorm waarin we het nog steeds kennen. Het vormde de directe inspiratie voor Bram Stoker en diens roman Dracula (1897). Zo werden sciencefiction, fantasy en horror – hoekstenen van de populaire, sommigen zeggen subversieve, cultuur – geboren in Villa Diodati aan het meer van Genève. Waar een verregende zomer, spits gezelschap en een beetje dope niet toe kunnen leiden.

Het feminisme beleeft een nieuwe, derde golf en daarin past hernieuwde waardering voor Mary Shelley, de onafhankelijke vrouw met de messcherpe geest. Als personage was ze voor het eerst op het filmdoek te zien in James Whale’s Bride of Frankenstein, waarin Elsa Lanchaster zowel Shelley als de bruid speelde. Dit najaar verschijnt in de Nederlandse bioscoop Mary Shelley (2017) van de Saoedische filmmaakster Haifaa Al-Mansour, met Elle Fanning in de titelrol. En ook The Vampyre wordt verfilmd, door Rowan M. Ashe; de film moet najaar 2019 uitkomen.

Tweehonderd jaar na publicatie van haar debuutroman lijkt Mary Shelley actueler dan ooit. Sciencefiction is eindelijk mainstream geworden; het feminisme maakt een nieuwe opleving door; en we leven in nostalgische tijden, want de toekomst is niet meer wat zij was. Maar ook zonder die context staat Frankenstein; or, The Modern Prometheus recht overeind. Voor Guillermo Del Toro is Shelley’s roman hét puberboek par excellence. Het gaat over afwijzing en er niet bij horen; en stelt existentiële vragen van kind aan ouder: wie ben ik en waarom ben ik hier?

Frankenstein is een nieuwe fabel, de eerste uit de moderne tijd.

Het Imagine Film Festival in EYE, Amsterdam vertoont Frankenstein (James Whale, 1931) op maandag 16 april, 20:00. Met live muziek van Kevin Toma en live foley door Ronnie van der Veer.

 
7 april 2018
 
 
MEER ESSAYS

Thelma

***

recensie Thelma

Duistere verleiding

door Suzan Groothuis

Het leven verandert voor de jonge studente Thelma. Los van haar religieuze ouders, rijp voor de verlokkingen des levens. Een coming of age-drama met horrorrandjes, waar kinetische krachten samengaan met verliefd worden.

In Thelma volgen we de gelijknamige hoofdpersoon. De openingsscène verraadt al dat zij geen gewoon meisje is. We zien beelden van een jonge Thelma die met haar vader gaat jagen. Er gaat een bepaalde kracht uit van het meisje. Wat precies, weet de kijker dan nog niet, maar het feit dat haar vader plots zijn geweer op haar richt doet het ergste vermoeden.

Vervolgens een sprong in de tijd: Thelma (Eili Harboe) als jonge studente. Weg uit het ouderlijk huis, teruggeworpen op zichzelf. In rustig tempo, met een onderhuids broeierige spanning, volgt de camera haar. Thelma lijkt een net, rustig meisje. Eenzaam ook. Totdat ze medestudente Anja ontmoet en er innerlijk vuur brandt.

Thelma

Het spel van verleiding
De verlokkingen des levens nodigen Thelma uit. De mooie Anja, uitgaan, drank, roken. Verlokkingen waarvoor ze altijd gewaarschuwd is. Thelma komt namelijk uit een streng religieus gezin, waar genoemde zaken uit den boze zijn. En zo ontstaat er tweestrijd: toegeven aan de verleidingen of luisteren naar de stem van haar vader.

Met de verleidingen komen ook Thelma’s aanvallen. Epilepsie lijkt het. Trillen, zweten, vallen. Niet eenmaal, maar meerdere keren, pijnlijk realistisch in beeld gebracht. Het komt tot een onderzoek, maar Thelma wil niet dat de arts haar ouders inlicht.

En zo werkt de Noorse regisseur Joachim Trier geleidelijk naar een coming of age-drama met duistere randjes. Want Thelma lijdt niet aan epilepsie, maar vecht tegen kinetische krachten. Een beetje zoals in het Duitse Requiem. Hierin heeft een jonge vrouw aanvallen die overeenkomsten met epilepsie en duivelse bezetenheid hebben.

Wanneer duidelijk is wat er speelt, verandert de sfeer en verkent Thelma haar krachten op gevaarlijk niveau. Met als hoogtepunt een scène waar zij en Anja een balletvoorstelling bijwonen. Terwijl de seksuele spanning tussen hen stijgt, moet Thelma haar best doen haar krachten te bedwingen. Een gigantisch decorstuk begint te trillen en te schuiven. Toegeven aan verleiding staat gelijk aan destructie; het gevecht van Thelma om zichzelf onder controle te houden is sensueel, krachtig en spanningsvol in beeld gebracht.

Superieure worsteling
Je verlangt naar meer van deze momenten, maar Thelma houdt die intense mix tussen spanning en erotiek en afstand en nabijheid niet vast. Terwijl Thelma de uitdaging van de verleiding aangaat, zoomt Trier in op haar verleden en vallen de puzzelstukjes op hun plaats. Een familietragedie waarin Thelma een bepalende rol had. En religie een middel is tot vergeving en bezinning. Maar hoe bepalend Gods wetten ook zijn,  innerlijke krachten zijn sterker. Thelma voelt het en weet het. Ik ben beter dan anderen, fluistert ze haar vader toe.

In vergelijking tot Triers eerdere films (Oslo, August 31st, Reprise en Louder Than Bombs) duikt Thelma minder de diepte in. Triers films kenmerken zich door worstelende hoofdpersonen. Adolescenten die kampen met twijfel, met verlies. En zingeving zoeken in literatuur, kunst en muziek. Ook in Thelma is er sprake van worsteling (religie versus vrijheid, kuisheid versus verleiding), maar er worden minder levensvragen gesteld. Misschien wel, omdat Thelma zich diep van binnen superieur voelt ten opzichte van de mensen om zich heen.

Thelma

Opzichtige en overbodige symboliek
Symboliek speelt een opzichtige rol in de film – zoals de slang die we meerdere malen in beeld zien, verwijzend naar de rol van verleiding in de bijbel. Want verleiding is voelbaar als we kijken naar de twee jonge vrouwen die zich aangetrokken voelen tot elkaar. Evenals de dreiging die ontstaat als Thelma toegeeft aan haar verlangens. De slang is een overbodige illustratie van onheil dat komen gaat.

En zo is er wel meer overbodig in deze kruisbestuiving van Brian de Palma’s Carrie, vampierfilm Let The Right One In en de ontluikende liefde tussen twee tienermeisjes in Show Me Love. Het spelen met het begrip tijd aan de hand van verwarrende flashforwards en flashbacks, het toewerken naar een dramatische climax en bovenal, het grote gebaar.

Thelma overtuigt in zijn kille, ontluisterende eerste helft, maar wil daarna te graag imponeren. De filosofische levensvragen, die in Triers eerdere films zo prominent aanwezig waren en dwongen tot nadenken, blijven in Thelma achterwege. De film heeft pretenties, maar is uiteindelijk vlak en voorspelbaar. En doet niet wat de beelden te opzichtig willen: onder de huid kruipen.
 

5 december 2017

 
MEER RECENSIES