God Bless America

***

recensie  God Bless America

Irritante aso’s moeten dood

door Cor Oliemeulen

‘Ik wil alleen maar mensen doden die verdienen te sterven’, stelt hoofdrolspeler Frank. In de zwarte komedie God Bless America moeten mensen uit realityshows en commercials, nieuwslezers, rechtse politici en andere irritante aso’s vrezen voor hun leven.

Regisseur Bobcat Goldthwait (World’s Greatest Dad, 2009) schreef naar eigen zeggen het verhaal nadat hij ooit met stijgende verbazing een marathonuitzending van het realityprogramma My Sweet Sixteen had gekeken. Hij dacht ogenblikkelijk aan een ‘liberal with a gun’, die de verloedering om zich heen niet langer pikt.

God Bless America

Onophoudelijke stroom van vulgaire stompzinnigheid
Veertiger Frank (Joel Murray) lijdt aan slapeloosheid en migraine, wordt onterecht ontslagen en krijgt te horen dat hij een hersentumor heeft. Tijdens het nachtelijke zappen aanschouwt hij een onophoudelijke stroom van vulgaire stompzinnigheid in realityprogramma’s, reclamespotjes en het nieuws. Een varken in een cartoon laat een scheet, Obama met Hitlersnorretje in een nazipak, een show over ruziënde vrouwen van wie eentje een gebruikte tampon bij de ander in het gezicht smijt, jongens die een dakloze in brand steken en het filmpje op YouTube zetten. Niets is te gek in het door God gezegende Amerika in de 21ste eeuw.

Frank wordt er niet blij van. Aan de telefoon hoort hij de enorme boosheid van zijn achtjarige dochtertje omdat haar moeder als verjaardagsgeschenk geen iPhone maar een Blackberry heeft gekocht. Juist als hij op het punt staat zelfmoord te plegen, ziet hij op straat Chloe, het verwende nest van Super Sweet Sixteen. Hij besluit háár te doden in plaats van zichzelf. Haar klasgenote Roxy (Tara Lynne Barr), die Franks actie heeft gadegeslagen, is vol lof en bewondering. Samen besluiten ze om alle hatelijke en vervelende mensen naar de andere wereld te helpen.

God Bless America

Vette knipogen
Hun moordtocht doet denken aan Natural Born Killers (1994). Waar Mickey en Mallory zich ontwikkelen als psychopathische seriemoordenaars, doden Frank en Roxy niet zomaar voor de kik, maar uit frustratie die wordt opgewekt door gedrag van anderen. Dezelfde beweegredenen heeft Michael Douglas in Falling Down (1993), zij het dat God Bless America overloopt van de satire. Hier en daar is er een vette knipoog, bijvoorbeeld naar Taxi Driver (1976) als een handelaar uiterst zakelijk uitleg geeft over de effectiviteit van verschillende wapens.

De moordpartijen zijn gestileerd in beeld gebracht. Ze worden ondersteund door vrolijke deuntjes of klassieke muziek. Antiheld Frank, die zijn daden pleegt gekleed in een keurig vest met twee paardenhoofden, is intelligent en heeft een uitgesproken mening over de vrije val van normen en waarden. Dit blijkt uit de scène in de bioscoop, waar de enige van het luidruchtige gezelschap die niet dood wordt geschoten, beleefd krijgt te horen: ‘bedankt voor het stoppen met praten en het uitzetten van je mobieltje’.

Tea Party
In het land waarin alleen conservatieven worden geassocieerd met wapens ontstond direct een controverse nadat God Bless America was uitgebracht. Politiek links verkneukelt zich om de belachelijke liefhebberijen en verwerpelijke opvattingen van het andere kamp, rechts spreekt schande van de scène waarin Frank en Roxy enkele leden van de Tea Party doodschieten. Als kijker is het moeilijk je blijvend te identificeren met de hoofdpersonages: mensen simpelweg afknallen kan nooit de oplossing zijn. Dit neemt niet weg dat er genoeg momenten zijn dat je kunt gniffelen en uitbundig lachen in deze originele aanklacht tegen het ‘moderne’ Amerika.

 

20 augustus 2012

 

 

MEER RECENSIES