Goldene Handschuh, Der

***
recensie Der goldene Handschuh

Een bruine borrel

door Yordan Coban

De Gouden Handschoen is de bruine kroeg in Hamburg waar één van de beruchtste seriemoordenaars van Duitsland zich graag kwam bezatten. De op Quasimodo lijkende dronkaard lokte dakloze alcoholistische vrouwen naar zijn hol waar slechts duisternis en ellendigheid botvierden. 

Fritz Honka (gespeeld door Jonas Dassler) heeft in de periode van 1970 tot 1975 vier vrouwen op gewelddadige wijze van het leven beroofd. Zoals bij vele seriemoordenaars (Ed Gein om maar een extreem voorbeeld te noemen) waren zijn parafilie en impotentie, met de daaruit voortvloeiende seksuele frustraties in combinatie met zijn overmatig drankgebruik, de oorzaken van zijn gewelddadige erupties. Toch schuilt er achter het verhaal van Fritz Honka meer dan slechts een alcoholistische man met een seksuele stoornis.

Der goldene Handschuh

Verward en beschadigd
Honka en zijn vader hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog vastgezeten in een concentratiekamp. De psychische klachten en het drankgebruik kennen dus een fundament in de Duitse duistere geschiedenis. Alle beschadigde zielen in De Gouden Handschoen lijken producten van de verloren oorlog. Mensen die allemaal balanceren op het randje van de goot.

Het verhaal is verder niet heel bijzonder, het is het typische kat-en-muisspel van een seriemoordenaar en zijn slachtoffers. De uitvoering maakt het toch de moeite waard. Met een snelle zoekopdracht naar het echte verhaal van Fritz Honka zien we dat regisseur Fatih Akin uiterst nauwkeurig te werk gegaan is in het reconstrueren van Honka’s leven. Ondanks dat is Der goldene Handschuh tot nu toe erg slecht ontvangen door recensenten.

Weerzinwekkend
De cinematografie is van de hand van Rainer Klausmann, een bekende partner van Fatih Akin. Samen werkten zij al aan films als Gegen die Wand (2004), Auf der anderen Seite (2007) en Soul Kitchen (2009). Ook werkte Klausmann aan films als Der Untergang (2004) en Das Experiment (2001). De grauwe visuele stijl in de twee laatst genoemde films sluit het beste aan op de cinematografie van Der goldene Handschuh met bruin en grijs als de dominante kleuren.

De kamer van Honka doet denken aan de kamer van Cahit uit Gegen die Wand. Het is er vies, treurig en bedorven. Veel recensenten beschreven dit als weerzinwekkend lelijk, maar het heeft ergens een eigen charme. Deze weerzinwekkendheid is ook terug te vinden in de personages van de film. De personages zijn net varkens. Ze leven in vuilnis met bloed, zweet en slijm op hun gezichten gesmeerd. Ze schelden, zijn continu dronken en stinken op een visuele manier.

Een andere vergelijking met Gegen die Wand is te vinden in het gebruik van de vrouwelijke personages door Akin. Die zijn er (net als in Auf der Anderen Seite) ter ondersteuning van de van god losgeslagen mannen. Zowel in seksuele afhankelijkheid als in het brengen van enig degelijke fatsoen en stabiliteit in hun leven.

Der goldene Handschuh

Gastarbeiders
Fatih Akin zou bovendien Fatih Akin niet zijn als hij het in zijn films niet zou hebben over immigratie. Het thema speelt ditmaal een bijzonder marginale rol. In Honka’s kleine appartement bewaart hij de lichamen van zijn slachtoffers achter een verborgen luik. De stank schuift hij op het bord van zijn Griekse onderburen. De ellendigheid van zijn appartement is te wijten aan de gastarbeiders, maar is in feite (indirect) de verslagenheid van de monsterlijke oorlog in een moreel anarchistisch post-nazi Duitsland.

Het vieze kleine appartement begint gedurende film zijn bekende thuishaven te vormen. Het is alsof de kijker daar met Honka in de ellendigheid van zijn kamer aanwezig is. Het is hetzelfde ‘cabin effect’ zoals je ziet in claustrofobische films als Night of the Living Dead (1968), The Thing (1982) en The Hateful Eight (2015).

Op een dag komt de broer van Honka op bezoek. Hij heeft een aantal dronkaardslevenslessen: ‘het leven is een draaiorgel en we dansen allemaal op het liedje dat gedraaid wordt.’ Fritz Honka danst alleen op een heel ander geluid: het geluid van geschreeuw en klinkende schnapsflessen.

 

15 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Grand Bain, Le

***
recensie Le Grand Bain

Synchroonzwemmers in midlifecrisis

door Sjoerd van Wijk

Le Grand Bain brengt energie in een klassiek underdogverhaal. De sierlijkheid waarmee de film over een olijke bende mannen in midlifecrisis verhaalt, leidt tot aanstekelijk optimisme, maar is wel een misvatting van hun problematiek. 

Bij het plaatselijke zwembad vormt een samengeraapt zooitje mannen van middelbare leeftijd een synchroonzwemteam. Tweewekelijks is het trainen van het niveau bierteam geblazen, gevolgd door diepe gesprekken over ieders problemen. Want ze hebben allen wel iets, van depressie, falende ondernemingen tot aan woede-uitbarstingen. Totdat zij besluiten mee te doen aan het wereldkampioenschap synchroonzwemmen voor heren. Het verhaal volgt vele welbekende punten, inclusief voormalige topzwemsters met een verleden die hen moeten omscholen tot kampioenen. Maar Le Grand Bain draait gelukkig niet om deze sportfilmclichés waarin een montage om progressie aan te duiden niet kan ontbreken. 

Le Grand Bain

Midlifecrisis smörgåsbord
Het gaat om de triomf van de mannen om weer iets van het leven te maken. Het koddige ensemble vertedert, wat een prestatie is gezien het feit dat het om een stel heren uit de middenklasse gaat, normaliter niet een groep die als underdog bekend staat. De groep is een waar smörgåsbord van hedendaagse problemen, of het nu refereert aan de depressie-epidemie zoals bij Bertrand (Mathieu Almaric) of iets eenvoudiger als Simons (Jean-Huges Anglade) verwoede pogingen om zijn droom van rockster waar te maken.

De herkenbaarheid komt eerder oprecht dan schematisch over mede dankzij het innemende spel van acteurs als Guillame Canet (Double Vies). Dat de vele verhaallijnen vaak plotse wendingen bevatten, zoals Simons van hem vervreemde dochter die uit haarzelf de verzoening inzet, doet geen afbreuk aan de authenticiteit. 

Innemend energiek
De vaart blijft er in met een sierlijkheid die past bij het synchroonzwemmen. Regisseur Gilles Lellouche moet verschillende ballen tegelijk in de lucht houden en doet dit op dynamische wijze. Beweeglijk voert Le Grand Bain mee van hot naar her met amusante onderonsjes tussen de personages als boeg binnen alle vaarwateren. De spanningen die een strenger trainingsregime met zich meebrengen, geven Leïla Bekhti als de aan een rolstoel gekluisterde oud-topper Amanda de ruimte om te schitteren. Haar tekeergaan tegen de stukken onbenul is van een bevrijdende geestigheid. 

Tegenover deze lach staat de traan van alle individuele problematiek. In de verte doet deze versie van feelgood denken aan Little Miss Sunshine of Jean-Pierre Jeunet, maar Lellouche geeft er een eigen draai aan met vlotte overgangen en opzwepende beweeglijkheid. Zo is een onderwerp wat op het eerste gezicht had kunnen leiden tot oubolligheid juist innemend energiek. 

Le Grand Bain

Hartverwarmend maar verraderlijk
Deze vitaliteit is onlosmakelijk verbonden met de overduidelijke moraal van het verhaal. Rondjes en vierkanten passen niet in elkaar, of toch wel? Deze moraal is weliswaar vernuftig geïntroduceerd met een gesmeerde stortvloed aan beelden, maar komt erg sturend over met gevormde kadering. De plotse wendingen getuigen daarom ook van een gebrek aan echte beproevingen voor de personages die deze gedachte kenbaar maken. Alles voor elkaar boksen met het team lijkt al voldoende voor alle individuele problematiek. Aan de ene kant werkt deze energieke lofzang op het onmogelijke voor elkaar krijgen aanstekelijk. Het optimisme waarmee de personages hun problemen als sneeuw voor de zon zien verdwijnen, is hartverwarmend. 

Maar daarin zit tegelijk ook een vorm van verraad. De midlifecrisis van de teamleden komt dikwijls neer op systemische mankementen, gebaseerd op de hedendaagse ethos dat alles kan als men er maar voor werkt. Zoals filosoof Byung-Chul Han opmerkt, leven wij in de vermoeide samenleving waar niet een ander ons dwingt iets te moeten doen, maar wij onszelf dwingen alles te kunnen doen. Le Grand Bain ziet daarmee niet in dat het geloof alles te kunnen geen triomfantelijke conclusie is maar juist de oorzaak van de problemen van zijn personages.

 

8 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Green Book

***
recensie Green Book

De zwarte pianist en zijn witte chauffeur

door Cor Oliemeulen

Twee films over rassendiscriminatie dingen naar de Oscar: het enerverende BlacKkKlansman draait al in de bioscoop, het grappige Green Book beleeft komende week zijn première. De eerste film gaat over een infiltratie in de Ku Klux Klan, de tweede is een roadmovie waarin een lompe uitsmijter wordt ingehuurd om een verfijnde zwarte meesterpianist te begeleiden tijdens een tournee door het racistische zuiden van Amerika begin jaren zestig. Wie gaat het worden?

Recente Amerikaanse films over racisme kun je in drie categorieën verdelen: documentaire, drama en feelgood. Het non-fictieve I Am Not Your Negro (2016) over het leven van James Baldwin, een van de grootste Amerikaanse schrijvers na de Tweede Wereldoorlog, is een historisch document over segregatie en racisme. De naar Parijs uitgeweken Afro-Amerikaanse schrijver ventileert zijn zinnige gedachten en opvattingen over de menselijke conditie, terwijl regisseur Raoul Peck archiefbeelden, proza, poëzie, drama, scènes uit speelfilms, nieuwsflitsen, sfeerbeelden en politiegeweld tegen de zwarte burger doeltreffend aan elkaar monteert. Prachtig, en leerzaam.

Green Book

Racisme in films
Een film als Fruitvale Sation (2013) voelt als een docudrama met fictieve verhaalelementen en is een reconstructie van het laatste etmaal van de 22-jarige Oscar Grant, die overleed als gevolg van een schotwond in de rug na een fatale inschattingsfout van een blanke agent in de vroege morgen van nieuwjaarsdag 2008. In het effectieve rassendrama voor jongeren, The Hate U Give (2018), draait de plot eveneens om de nerveuze vinger van een witte agent die een zwarte jongeman doodschiet wanneer deze in zijn auto reikt naar een … haarborstel. Enige nuancering over etnisch profileren door de politie komt van een zwarte agent die zegt dat hij bij gerede twijfel eerder op een zwarte in een slechte wijk schiet dan op een blanke in een Mercedes.

Het historische drama 12 Years a Slave (2013) won drie Oscars en is net als Green Book een publiekstrekker en een verdienstelijk eerbetoon aan een geniale, maar onbekende muzikant. Violist Solomon Northup is in het New York van 1841 een van de weinige welgestelde kleurlingen die gelukkig leeft met vrouw en kinderen en zich ongehinderd en gerespecteerd beweegt in sociale en politieke kringen. Maar nadat hij in Washington na een optreden wordt ontvoerd, belandt hij als slaaf in het racistische zuiden van Amerika. Hoewel we met Green Book 120 jaar verder zijn, lijkt ook in deze film dat er elders in de natie nauwelijks rassendiscriminatie bestaat. Een enkel scheldwoord kan niet verhinderen dat de zwarte pianist (genaamd Don Shirley) alsnog mag aanschuiven aan de dis, ook al wordt die omringd door louter Italiaanse immigranten.

Opgewekt
Het zal niemand verbazen dat de bioscoopbezoeker – net als bij het gros van al die andere feelgoodfilms over racisme met een voorspelbaar verloop en een sentimentele finale – ook na Green Book opgewekt de zaal zal verlaten. Denk bijvoorbeeld aan de verfilmde keukenmeidenroman The Help (2011) die heerlijk wegkijkt ondanks, en dankzij, het stereotiepe beeld van de mammy en de blanke bazin. Hoe systematisch het racisme in deze broeierige periode van de Amerikaanse geschiedenis ook is, lijkt het enige ongemak van de huishoudster dat ze niet het familietoilet mag gebruiken, maar buiten in een hok haar behoefte moet doen.

Hetzelfde lot is het drietal zwarte rekenwonders van ruimtevaartbedrijf NASA beschoren in Hidden Figures (2016) waar de vrouwen in de stromende regen honderden meters verderop de pot op kunnen. Natuurlijk kennen deze feelgoodfilms korte fragmenten van segregatie in bussen, bibliotheken en scholen, of nieuwsflitsen van demonstraties en oproer op tv, maar van enige diepgang, karakterontwikkeling en originele invalshoeken is zelden sprake. De kijker dient de film met een fijn gevoel te verlaten en op een overmatige aanslag op het denkvermogen zit niemand te wachten.

Green Book

Geen risico’s
Green Book verwijst naar een groen boekje met adressen van etablissementen waar negroïde mensen wél welkom zijn. Dat de zwarte pianist als eregast van een grote bijeenkomst absoluut niet in hetzelfde restaurant als zijn fans mag eten, is weliswaar even tenenkrommend als ridicuul (net zoals de gevierde atleet Jesse Owens, die als viervoudig Olympisch kampioen in Race na zijn thuiskomst uit nazi-Berlijn in 1936 in een zijkamertje wordt gezet), maar tot meer dan stereotiepe beelden en situaties strekt ook deze feelgoodfilm niet. Het is niet verwonderlijk dat de overigens uitstekende actrice Octavia Spencer (The Help, Fruitvale Station, Hidden Figures) als uitvoerend producer van Green Book een flinke vinger in de pap heeft en geen onnodige risico’s neemt.

Over eten gesproken: een van de grappigste fragmenten in Green Book is het weigeren van de aanvankelijk snobistische pianist op de achterbank om zijn eetlust te stillen met een ordinaire kippenvleugel van Kentucky Fried Chicken, terwijl zijn chauffeur zich ongegeneerd aan een hele emmer vergrijpt. Een opvallend staaltje ‘product placement’ voor een bedrijf dat gigantisch kon groeien in Louisville in de periode onder de Jim Crow-wetten, waarin rassenscheiding was vastgelegd. Bovendien zijn KFC-oprichter Colonel Harland Sanders en zijn bedrijf meerdere malen in verband met racistische uitingen gebracht.

Amusement versus confrontatie
Als je Green Book beschouwt als puur amusement schiet je middenin de roos. Het ‘odd couple’ Viggo Mortenson (The Lord of the Rings, Captain Fantastic) als chauffeur/bodyguard en Maharshala Ali (Moonlight, Hidden Figures) als meesterpianist is uitstekend op elkaar ingespeeld. Natuurlijk leren de twee tegenpolen tijdens het maandenlange samenzijn on the road veel van elkaar. Zo haalt de uitsmijter de klassieke pianist uit zijn comfortzone door hem spontaan in een kroeg een ander repertoire te laten spelen en leert de welopgevoede Afro-Amerikaan de rouwdouwende Italo-Amerikaan enkele fijne kneepjes voor het schrijven van romantische brieven aan zijn achtergebleven vrouw in New York.

Green Book

Hoe anders van opzet en toon is BlacKkKlansman van Spike Lee (Malcolm X) die al in het broeierige Do the Right Thing (1989) het discrimineren van Afro-Amerikanen veel onomwondener aan de kaak stelde. Hoewel er in die film genoeg te lachen valt, culmineert hij in opstand en geweld waarbij de eettent van een Italo-Amerikaan uiteindelijk met de grond wordt gelijkgemaakt en de witte politie een einde aan de rellen maakt. Ook BlacKkKlansman, waarin een (zwarte!) politieagent begin jaren zeventig weet te infiltreren in de Ku Klux Klan, kent zijn grappige momenten, maar is veel realistischer en geloofwaardiger dan het leeuwendeel Amerikaanse films over rassendiscriminatie, Green Book incluis.

Het is de vraag of de Academy het aandurft om regisseur Spike Lee eindelijk eens met een Oscar te belonen, ondanks de onverbiddelijke toegift van BlacKkKlansman die – weliswaar een tikkeltje kort door de bocht – via de actuele geschiedenis van de rassenrellen in Charlottesville het gedachtengoed van de Ku Klux Klan en Donald Trump gewiekst en resoluut op één hoop gooit. Hierna kan Green Book-regisseur Peter Farrelly zich weer met een gerust gemoed toeleggen op het maken van ongecompliceerde flauwekulkomedies als Dumb and Dumber (1994) en There’s Something About Mary (1998).

 

26 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Genesis 2.0

**
recensie Genesis 2.0

De zoektocht naar een uitgestorven zoogdier

door Ries Jacobs

Less is more. Had de Zwitserse documentairemaker Christian Frei deze wijze les maar in zijn oren geknoopt voordat hij begon aan Genesis 2.0. De regisseur wil teveel in de zijn nieuwste film proppen, wat het resultaat onsamenhangend maakt.

De documentaire opent met het shot van een man die in een rubberboot door de ijskoude wateren boven Siberië vaart. Dit mooie beeld belooft veel. De man is op weg naar een eiland waar hij samen met anderen zoekt naar slagtanden van mammoeten die hier duizenden jaren geleden leefden. Frei legt vast hoe de mannen gedurende een permanent als herfst ogende zomer zoeken naar slagtanden van de prehistorische giganten.

Genesis 2.0

Naast de slagtandenjagers toont Frei genetici die werken in laboratoria of spreken op congressen. Zoals de titel al doet vermoeden, gaat Genesis 2.0 over gentechnologie, in het bijzonder over pogingen van verschillende wetenschappers om een mammoet te klonen. De opzet van de documentaire is al snel duidelijk. Alle hoofdrolspelers zijn op hun eigen manier op zoek naar de mammoet.

Morele vraagstukken
Met een Oscarnominatie voor War Photographer (2001), vertoningen op grote festivals en uitstekende recensies heeft regisseur Frei allang bewezen bij de groten te horen, ondanks dat hij in zijn bijna drie decennia omvattende carrière nauwelijks meer dan tien films heeft gemaakt. Ook voor Genesis 2.0 lijkt hij de tijd te hebben genomen. Met beelden geschoten in Siberië, de Verenigde Staten, Zuid-Korea en China doet de filmmaker duidelijk zijn best om van dit werk iets moois te maken. Daarom is het jammer dat het verhaal niet goed uit de verf komt.

De bijna twee uur die Frei uittrekt voor zijn film zijn niet voldoende om de verhalen van zowel de slagtandenjagers als de genetici goed in beeld te brengen. De filmmaker belicht bijvoorbeeld nauwelijks wat met de gevonden slagtanden gebeurt nadat deze het vasteland bereiken. Blijkbaar gaat het meeste ivoor naar China, maar hierover bericht de filmmaker uiterst summier.

Genesis 2.0

Ook de wetenschappers vertellen weinig interessants. Ze lopen rond in hun laboratoria en verkondigen op congressen dat biotechnologie de wetenschap van de toekomst is, maar wat de recente doorbraken op dit gebied zijn, belicht de documentaire nauwelijks. Ook toont de documentaire nauwelijks wat de wereld in de nabije toekomst kan verwachten op het gebied van genetische manipulatie. Maar de grootste tekortkoming van Genesis 2.0 is dat de onlosmakelijk met genetische vooruitgang verbonden morele vraagstukken nauwelijks aan bod komen. Dit hoort een onderdeel te zijn van een documentaire over dit onderwerp.

Verzameling beelden
Het lukt Frei niet om van de film een logisch geheel te maken. Zijn poging voor een connectie tussen de slagtandenjagers en de genetici die een mammoet willen klonen, komt niet uit de verf. Het blijven twee verhalen binnen één film. Daardoor is Genesis 2.0 is niet meer dan een verzameling beelden. Het geheel is best het aankijken waard, maar het leidt nergens heen. Een verhaallijn, een plot en een concluderend slot ontbreken. Al met al ontstijgt bijna twee uur Genesis 2.0 nauwelijks het niveau van anderhalf uur Veronica Inside.

 

5 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Good Manners

**
recensie Good Manners

Futloze fabel

door Sjoerd van Wijk

Het rommelige sprookje Good Manners propageert levenloos strijdlust in plaats van verzoening. Futloos zet het een bovennatuurlijke allegorie op die aansluit bij het huidige Braziliaanse politieke klimaat, waar de nieuwe president Jair Bolsonaro minachting voor mens en milieu uitstraalt.

Het is daarmee wel een tijdige film, die aangeeft wat een ieder die afwijkt van de destructieve norm te doen staat de komende tijd. De verschillen tussen Clara en de zwangere Ana kunnen niet groter zijn. Clara is een kinderoppas zonder opleiding en een lesbienne van Afrikaanse afkomst. Ana een verwende dame uit een welvarende familie, die door de dubieuze omstandigheden van haar zwangerschap er alleen voor staat. Er ontwikkelt zich al snel een hechte band tussen de twee, maar er lijkt iets mis met de baby. Goed, bovennatuurlijk mis. Clara’s leven neemt dan ook een onverwachte wending in dit tweeluik.

Good Manners

Afwijkende zwangerschap
Regisseurs Marco Dutra en Juliana Rojas (die vaker hebben samengewerkt) nemen uitgebreid de tijd om alle puzzelstukken op hun plaats te laten vallen. São Paolo is hier op de achtergrond een feeërieke metropolis, die geen massale drukte maar serene mystiek uitstraalt. In het claustrofobische appartement ontwikkelen de twee ondanks de tegenstellingen een aparte verstandhouding met elkaar. Het desolate maakt echter gaandeweg plaats voor het lethargische. De lichte griezel van Ana’s afwijkende zwangerschap staat snel vast, maar Dutra en Rojas blijven lang dwepen met de relatie, die overtuigingskracht mist doordat Isabél Zuna als Clara weinig passie uitstraalt.

Zij weet pas te overtuigen in het tweede deel, als de aard van de baby duidelijk is en het vreemde de wereld betreedt. Met het groeien van haar kapsel en haar unheimische adoptiezoontje Joel komt er meer vuur in haar. Het al eerder weinig subtiele motief van vlees of groente wat de pot schaft, legt er extra dik bovenop dat afwijken van de status quo het leven zelf is, met alle risico’s van dien. Clara’s pogingen Joels ware karakter te verbergen, voelen wel oprecht aan.

Dat Joel met ouder worden ook eigenwijzer bij de anderen wil horen, leidt tot de verwachte bonje, maar het lijzige tempo is hier adequaat. Good Manners verzandt echter continu in uitstapjes van bodyhorror tot musical. De eclectische mix van stijlen kent een lusteloze behandeling met stoïcijnse opnames, die gegeven het spannende materiaal niet voor de hand ligt. De druk loopt op, terwijl São Paolo immer vreedzaam doet denken dat het toverachtige in elke hoek te vinden is. 

Good Manners

Barbaarsheid tegenover domesticatie
Het barbaarse andere, wat vlees verslindt en huilt naar de volle maan, komt hiermee tegenover domesticatie te staan. Niet toevallig bevindt Clara zich in een christelijke goegemeente, een gemeenschap die de autocratische Jair Bolsonaro steunde in de Braziliaanse presidentsverkiezingen.  In het echt is het hij die anderen wil verslinden, zoals de inheemse bevolking in de Amazone. Good Manners blijkt dus een ironische titel en komt daarmee op voor de achtergestelden. In de verwachte ontknoping komt de strijdlust naar voren, als Clara en Joel hechter dan ooit tevoren worden.

Het doet in de verte denken aan het Mexicaanse Tigers Are Not Afraid, dat ook via een kind met bovennatuurlijke gaven de strijd met sociale misstanden aangaat. Daar is het sprookjesachtige echter vernuftiger verbonden met de omringende wereld, wat de emotionele binding ten goede komt. Tevens is daar ruimte voor verzoening, die alle narigheid doet vergeven en vergeten. Good Manners gaat voor de confrontatie in plaats van een beroep op christelijke naastenliefde te doen. Het is sociale kritiek, maar laat in haar apathische behandeling kansen op compassie liggen.

 

3 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Gräns

***
recensie Gräns

Mens of monster

door Yordan Coban

Waar de meeste pogingen toch vaak te kinderlijk uitvallen, is Gräns een sprookje voor volwassenen. Het behandelt een fantasievol verhaal op een duistere manier zonder zijn elegantie te verliezen. Gräns is een zoektocht naar liefde en identiteit in een harde mensenwereld.

Tina (Eva Melander) is een vrouw wiens gezicht bijzonder onaantrekkelijk is. Ooit is haar verteld dat ze met een chromosoom te weinig geboren is, echter er schuilt meer achter haar misvorming. Een geheim dat alle eigenaardigheden in haar leven verklaart. Ze woont met haar vriend Roland (Jorgen Thorsson) die niet van haar houdt maar haar gebruikt als bezit. Tina werkt bij de ambassade vanwege haar unieke reukvermogen, want ze kan emoties van andere mensen ruiken. Als een speurhond ruikt ze of mensen zich schamen, zenuwachtig of angstig zijn.

Gräns

Op een dag stopt er een verdachte gedaante met een eigenaardige geur voor haar neus. Zijn naam is Vore (Eero Milonoff). Vore intrigeert Tina. Langzaam bloeien er romantische gevoelens tussen de twee. Vore deelt Tina’s dierlijke, onmenselijke trekjes en onthult een nieuwe kant van haar. Haar ware monsterlijke aard.

Bijzondere romantiek
De romantische relatie van Tina en Vore omvat voornamelijk de zelfacceptatie van Tina. Ze leert van Vore wie en wat zij is maar leert vooral van haarzelf te houden. Tina omarmt haar monsterlijke zelf niet zonder kanttekening, omdat zij altijd als mens geleefd heeft. Iets wat zij niet snel kan vergeten.

Romantiek met niet-menselijke wezens is geen nieuw fenomeen in de cinema. In The Shape of Water (2017) draait het om een romantische relatie tussen een vrouw en een visachtige mutant. In Thirst (2009) en Let the Right One In (2008) is er een liefdesrelatie met vampiers. En dan heb je nog het liefdesverhaal over een vrouw en een vervloekt harig monster in Belle en het Beest (1991).

Dit soort verhalen is er al sinds mensenheugenis. De liefde met vampiers, mutanten en andere mensachtige monsters spiegelen ons wat de mens zoekt in liefde, of juist mist. In The Shape of Water bijvoorbeeld symboliseert het de angst voor het vreemde. De angst om te houden van iets dat anders is dan jijzelf en het demoniseren wat daarmee gepaard gaat. In Gräns gaat het om het accepteren en houden van jezelf. Ook al val je buiten de boot.

Het verhaal is gebaseerd op een kort verhaal van John Ajvide Lindqvis, die ook meeschreef aan het script (net als zowel het boek als het script van Let the Right One In. De Zweedse regisseur van Gräns, Ali Abbasi (Shelley, 2016) won hij deze zomer op het Cannes Filmfestival Un Certain Regard, waarmee hij zich schaart in een rijtje grote namen als Yorgos Lanthimos, Apichatpong Weerasethakul en Cristi Puiu.

Grenzen vervagen
Dat Gräns van dezelfde schrijver is als van Let the Right One In is terug te zien aan de personages. Het personage van Tina is net als Eli een enigma en zit complex in elkaar. Haar intelligentie wordt niet expliciet naar voren gebracht maar valt af te leiden uit het feit dat zij als monsterlijk wezen kan functioneren in een menselijke samenleving. Ze heeft zich goed aangepast en trekt zich niks meer aan van wat mensen over haar uiterlijk zeggen na een leven vol pesterijen.

Eva Melander is op vakkundige wijze onherkenbaar gemaakt met een dikke laag make-up. Ze speelt haar rol genuanceerd. Ze acteert in het begin met een emotieloze berusting van haar liefdeloze bestaan. Naarmate de film vordert, vertoont ze steeds meer emotie. Hoe onmenselijker Tina in letterlijke zin wordt, hoe kwetsbaarder zij zich opstelt.

Als justitie haar gave ontdekt, wordt Tina gevraagd mee te werken aan de opsporing van kinderporno. Ook hier vertoont zich een cynische tegenstrijdigheid en blijkt hoe Gräns in zijn personages de grenzen tussen het monsterlijke en het menselijke opzoekt.

 

3 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Grace Jones: Bloodlight and Bami

**

recensie Grace Jones: Bloodlight and Bami

De waarheid achter Grace Jones blijft uit beeld

door Alfred Bos

Documentairemaker Sophie Fiennes volgde popicoon Grace Jones een aantal jaren tijdens en buiten haar werk. Het resultaat is een lukrake registratie zonder context. Met fraaie concertbeelden, dat wel.

De donkere diva is inmiddels zeventig, maar staat nog immer springlevend op het toneel. Oma of niet, ze slingert al zingend de hoepel rond haar heupen alsof ze een stoute tiener is. Grace Jones is een geboren rebel, dochter van een strenge Jamaicaanse dominee, icoon van ongetemde expressie, voormalig fotomodel en discodiva, de eerste zwarte androgyne popster. Wie is geen fan van Grace Jones?

Grace Jones: Bloodlight and Bami

Onafhankelijke vrouwen waren in de popmuziek van eind jaren zeventig met een lantaarntje te zoeken. En onafhankelijke popsterren van niet-westerse afkomst, bovendien androgyn en extravagant, stoer en openlijk spelend met hun seksualiteit, kwamen van een andere planeet. Toen Grace Jones na drie weinig opmerkelijke discoplaten in 1980 met het new wave-album Warm Leatherette op aarde landde, doorbrak ze muren tussen sekses, genres en disciplines. Muziek, mode, theater, nachtclub, rockpodium, mainstream, avant-garde—voor Grace Jones bestonden die categorieën simpelweg niet. Het was allemáál haar terrein. Leve de zelfexpressie.

Lukraak opgeknipt
Grace Jones kwam als eerste met het popconcert als modeshow en dansrevue, een spektakelstuk waarin de choreografie en verkleedpartijen net zo belangrijk waren en net zoveel indruk maakten als de muziek. Alle vrouwelijke popsterren die na haar uitgroeiden tot stadionact, van Madonna en Britney Spears en Christina Aguilera tot Beyoncé, Lady Gaga en Taylor Swift, zijn schatplichtig aan Grace Jones.

Over haar persoonlijke geschiedenis en impact op de populaire cultuur leren we in de documentaire Grace Jones: Bloodlight and Bami hoegenaamd niets. Het zijn in feite twee op zichzelf staande films: Grace Jones de performer in een reeks concertopnames en Grace Jones achter de schermen – ogenschijnlijk lukraak opgeknipt en zonder context of uitleg door elkaar geplakt.

Grace Jones: Bloodlight and Bami

Boos, maar waarom?
Daarmee lijkt regisseur Sophie Fiennes (zus van acteurs Ralph en Joseph), die eerder eigenzinnige documentaires maakte rond de Sloveense anti-filosoof Slavoj Zizek, te focussen op de mens achter de mythe en een meer naturel portret te schetsen van de vrouw die de provocatie tot kunstvorm heeft verheven. Maar wat zien we eigenlijk? Jones is ook maar een mens – zoals ze zelf in een telefonisch twistgesprek onomwonden toegeeft – die steunt op creatieve partners als muzikanten, kledingontwerpers en producers. Een uur en 55 minuten is wel heel veel tijd om die open deur uit zijn hengels te trappen.

Fiennes volgt haar onderwerp en stelt nergens vragen, ze registreert en de kijker is de omstander die meekijkt. De beelden van Grace in kleed- of hotelkamer – of onder douche – worden afgewisseld met een bezoek aan haar familie in Jamaica. En daar slaat het gebrek aan context geeuwverwekkend toe, want dat de familieverhoudingen nog immer niet vrij zijn van wrijvingen is duidelijk, maar naar het hoe en waarom is het gissen. Waarom is Grace Jones na al die jaren nog steeds zo boos? Daar blijft Bloodlight and Bami (Jamaicaans patois voor ‘rood studiolicht’ en ‘brood’) net zo raadselachtig over als de titel van de documentaire. Werk en familie? De definitieve film over Grace Jones moet nog gemaakt worden.
 

7 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Gringo

**

recensie The Gringo

In volle vaart op een gammele achtbaan

door Sjoerd van Wijk

The Gringo is een duizelingwekkende achtbaanrit waarbij het wagentje aan alle kanten rammelt. 

Harold (David Oyelowo) is een doorsnee kantoorklerk met een solide baan en leuke vrouw. Althans, dat is wat Harold denkt. Zijn wereld is echter van het kaliber man bijt hond, maar dan waar de mensen ook honden zijn. Zijn lompe baas Richard (Joel Edgerton) houdt een aanstaande fusie waarbij Harold zijn baan zal verliezen geheim. Zijn vrouw heeft ook geheimen, waar de oplopende credit card schuld nog de minste van is. Alles raakt in stroomversnelling als Harold met Richard en de andere gemene bazin Elaine (met verve gespeeld door Charlize Theron) op zakenreis gaat naar Mexico. Gefrustreerd en in geldnood probeert Harold te doen alsof hij is ontvoerd, met alle bizarre gevolgen van dien. Niet in de laatste plaats omdat het bedrijf er louche praktijken met de “Black Panther” op nahield. 

The Gringo

Over de top
Van de grauwe kille kantoorwereld naar het kleurrijke warme Mexico. En weer terug. En weer een andere plek. En weer een nieuw karakter. The Gringo springt van de hak op de tak en gaat van hot naar her. Met de vlugge montage worden kogels afgevuurd die naar alle kanten terugkaatsen. Alles in de film is erop gericht de voortgang van het verhaal permanent op elf te hebben. Het wagentje in de achtbaan is duidelijk over de top en raast in vogelvaart naar beneden.

De vele verschillende spelers met elk hun eigen agenda tonen een complexe wereld waar de homo economicus hoogtij viert. Alles is een transactie waar maximaal rendement op moet worden gehaald. De te aardige Harold en naïeve toerist Sunny (Amanda Seyfried) die hij toevallig tegen blijft komen, steken hier schril bij af. Dit scherpe contrast geeft de film zijn spanning, wat verder versterkt wordt doordat alle karakters tot werkelijk alles in staat zijn. De onvoorspelbaarheid houdt ons gissende. 

Scatter plot
Toch is deze onvoorspelbaarheid ook een zwakte van de film. Scenaristen Matthew Stone (vooral bekend van de Coen Brothers-film Intolerable Cruelty) en Anthony Tambakis (die Suicide Squad 2 en The Karate Kid 2 zal meeschrijven) halen dermate veel uit de trukendoos dat de goochelshow iets te ongeloofwaardig wordt. Het plot is bij vlagen onaannemelijk omdat het van een enorme hoeveelheid toevalligheden aan elkaar hangt. 

Met name de manier waarop de karakters worden neergezet verdient de aandacht. Vaak nemen zij beslissingen die onbegrijpelijk zijn. Zo is er Mitch, de broer van Richard die als humanitair werker nog eenmaal zijn voormalig beroep van criminele huurling oppakt voor het geld. Waarom gaat zo’n professional in het openbaar bier drinken met Harold die veilig thuis moet komen, ondanks dat hij Harold net heeft gered van een stel drugdealers die achter hem aan zaten? Nu is The Gringo weliswaar een actiecomedy, wat de cartooneske karakters verklaart, maar dit betekent niet dat je elke vorm van logica overboord moet gooien als het plot daar om vraagt. 

The Gringo

Vergezocht vermaak
Het komische karakter delft het onderspit ten opzichte van het spannende plot en de opzwepende actie. De grappen lijken niet altijd in goede aarde te vallen. De cynische dog-eat-dog wereld van The Gringo werkt helaas door in de humor. Zo is de grote liefde van de maffiabaas voor The Beatles bedoeld als komisch element, maar hebben de scènes waar deze band besproken wordt te snel een morbide karakter door het brute geweld wat een verkeerd antwoord oplevert. In plaats van een symbiose tussen de bizarre immer veranderende situaties en de schematische spelers vervalt alles in cynisme en werkt het niet op de lachspieren. 

Het geheel is zelfs eerder nihilistisch dan dat het leven wordt omarmd. In dat kader kan ook de motivatie voor deze film in twijfel worden getrokken. In feite is de film een grote dolpartij met op de achtergrond de Mexicaanse burgeroorlog tussen drugsbendes, de overheid en geheime diensten. Waar een geslaagde comedy hoop zou kunnen putten uit deze uitzichtloze situatie lijkt The Gringo echter eerder te gaan voor het transformeren van de verschrikkingen in onschuldig vermaak.

Daarom is The Gringo voornamelijk een avond onvervalst escapisme van het kantoorleven door inleving met de brave Harold die zichzelf realiseert als de ontwaakte Harry. Als de humor en de menselijkheid niet uit het oog waren verloren had het meer kunnen doen met de Mexicaanse situatie.
 

18 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Ghost Story, A

****

recensie A Ghost Story

Een eenzaam hiernamaals

door Suzan Groothuis

A Ghost Story is een verhaal over een geest, maar anders dan je zou verwachten. Casey Affleck is een groot deel van de film gehuld onder een wit laken met twee gaten. Waarachter hij zijn geliefde, alleen achtergelaten, gadeslaat. Een subtiele, kosmische film over liefhebben, loslaten en weer opnieuw beginnen.

Voordat Casey Affleck (broer van en bekend van Manchester by the Sea en I’m Still Here) als spook te zien is, zien we hem in het echte leven als C, een wat verstrooide muzikant. Samen met zijn vrouw M (Rooney Mara, Carol) in hun huis op het platteland in Texas, waar zij graag weg wil maar hij niet. ’s Nachts worden ze opgeschrikt door de oude piano die plots geluid geeft. Een teken van andere, kosmische aanwezigheid?

Kort daarna komt C om bij een auto-ongeluk. Nadat M hem geïdentificeerd heeft, zien we hoe zijn in witte laken gehulde lichaam weer tot leven komt. Als spook keert hij terug naar zijn geliefde woning en zijn rouwende echtgenote. Rouw die niet is verbeeld als verscheurd verdriet, wat je zou verwachten als je als jonge vrouw je echtgenoot verliest. In plaats daarvan zien we minutenlang hoe M een taart, achtergelaten door een kennis, verorbert. Zittend op de grond, met een vork in de taartvorm hakkend, het leven toonbaar leeg. Ondertussen, subtiel in beeld gebracht, bekijkt het spook dat eens haar echtgenoot was M van een afstand.

A Ghost Story

Minimaal maar veelzeggend
Lowery, bekend van het broeierige Ain’t Them Body Saints (waarin Casey Affleck en Rooney Mara ook elkaars echtgenoten spelen) neemt de tijd voor zijn film. Traag van opzet, waarin de beelden leidend zijn. Gekozen is voor een beeldverhouding van 4:3 aspect ratio met ronde hoeken, wat de film een nostalgische sfeer geeft. Dialogen zijn er amper en toch zegt de regisseur veel met dit intieme drama.

De keuze voor de boeken die het jonge stel in huis heeft, bijvoorbeeld. De camera toont een kort, maar in het oog springend shot van titels als Virginia Woolfs A Haunted House And Other Stories en een boek van Nietzsche dat handelt over de eeuwige terugkeer. Terwijl de tijd geruisloos verstrijkt, ziet het spook toe op hoe M weer grip op haar leven krijgt. En wanneer er een nieuwe partner in haar leven is, laat het spook zijn aanwezigheid verraden door lampen te laten flikkeren en boeken uit de kast te laten springen. Eén valt open met de tekst “He left it, left her” vluchtig in beeld. Een zin die M een moment van bevreemding geeft.

De cirkel van het bestaan
De film zit vol met subtiele verwijzingen naar het hiernamaals en de cirkel van het leven. In één scène is een voorspeller (gespeeld door de singer-songwriter Will Oldham) aan het woord. Hij voert een monoloog over de eindigheid van het bestaan. Hoe zinvol zijn onze daden? Voor wie schrijf je een boek, of een lied? Wie herinnert zich jouw nalatenschap? Zijn uiteindelijke boodschap is dat de planeet eindig is en alles verdwijnt en verbrandt. “It’ll all go” zijn woorden die het spook echter niet wil horen. Met zoemende elektriciteit legt hij de voorziener het zwijgen op.

A Ghost Story

Poëtisch en kosmisch
Lowery durft met A Ghost Story risico te nemen. Het trage tempo, de lange shots en de minimale dialogen vragen geduld van de kijker. Wie een horror verwacht, komt bedrogen uit. Evenmin als dat Casey Affleck in spookkostuum grappig is. A Ghost Story is een film die je moet ondergaan. De beelden zijn prachtig en doen wel denken aan films van Terrence Malick (The Tree Of Life).  Verstild, poëtisch en kosmisch. De dissonante soundtrack, met als hoogtepunt het beklemmend mooie I Get Overwhelmed van Dark Rooms, vult de sfeer van de film goed aan.

Affleck verbeeldt als spook zowel dreiging, melancholie als eenzaamheid. Het is knap hoe slechts een laken met twee gaten de angst voor vergetelheid invoelbaar maakt. Prachtig is de onverstaanbare dialoog die hij met een spook aan de overkant van zijn huis voert. I’m waiting for someone. Who? I don’t remember.

Aan de hand van sprongen in tijd – verleden, heden en toekomst – zien we hoe het spook krampachtig probeert een herinnering te zijn. Niet vergeten, maar levend. Om, uiteindelijk, los te kunnen laten. Lowery’s film resoneert na het zien ervan nog lang, als flikkeringen van licht. Cinema zoals je die weinig tegenkomt en die de kijker in verwondering achterlaat.
 

15 november 2017

 
MEER RECENSIES

Goodfellas

Goodfellas: Goeie gasten

door Suzan Groothuis

Wat me van Scorseses beste en populairste gangsterfilm is bijgebleven is dat kleine opgewonden standje, al vloekend en tierend, om niets zijn pistool heffend en schietend of het een lust is. Ik heb het natuurlijk over Joe Pesci in de rol van Tommy, “the funny guy”, maar zo kan je ‘m beter niet noemen.

“No no, I don’t know, you said it. How do I know? You said I’m funny. How the fuck am I funny, what the fuck is so funny about me? Tell me, tell me what’s funny!”
Overigens was Goodfellas niet Pesci’s eerste rol in een Scorsese-film, want tien jaar eerder, in 1980, sierde hij samen met Robert de Niro het witte doek in Raging Bull.

Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gasten

Terug naar Goodfellas. Scorsese heeft aardig wat gangsterfilms in zijn oeuvre, zoals Mean Streets uit 1973 en Casino uit 1995. Maar geen is zo goed als Goodfellas. Het was de zoveelste samenwerking met acteur en goede vriend Robert De Niro, maar ook die typische koppen in gangster- en misdaadfilms komen voorbij: Paul Sorvino, Mike Starr, Frank Sivero en Frank Vincent als de gedoemde “Go home and get your shine box…” Billy Batts. De film is gebaseerd op het boek ‘Wiseguy’ van Nicholas Pileggi, een journalist gespecialiseerd in misdaadverslaggeving. Diezelfde Pileggi was ook verantwoordelijk voor het script van Casino.

Goodfellas, uit 1990, viel goed in de prijzen. Drie Oscars, waarvan één, terecht, voor Joe Pesci. Heeft ‘ie niet voor niets zo’n indruk achtergelaten. En nu, ter ere van de Scorsese-expositie in Eye (en onze maandspecial op InDeBioscoop), nemen we de film opnieuw onder de loep.

Altijd al een gangster willen zijn
Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gasten
De openingscredits schieten zoevend voorbij. Als auto’s op de snelweg. De Niro. Liotta. Pesci. En dan de eerste beelden: een auto op weg in het nachtelijk donker, drie mannen erin, en gebonk vanuit de achterbak. Prompt wordt de auto aan de kant van de weg gezet, de klep geopend en het nog levende slachtoffer (was niet helemaal de bedoeling) aanschouwd. Joe Pesci zet zonder pardon het mes erin, De Niro maakt het af met pistoolschoten. Liotta kijkt de camera in en zegt: “As far back as I can remember, I’ve always wanted to be a gangster.” Welkom in Goodfellas, de wereld van de wiseguys.

En dan gaan we terug in de tijd. De tijd dat Henri Hill (Ray Liotta) nog een puber was en bij de grote jongens wilde horen. Geleidelijk aan werkt hij zich op, beginnend bij een taxistandplaats en eindigend als, jawel, gangster onder leiding van buurtbaas Paulie (Paul Sorvino). Als tiener verdient hij al meer dan zijn ouders, die zich voor weinig centen uit de naad werken. Maar niet Henri: met zijn semi-Italiaanse afkomst krijgt hij een plek in het Italiaans-Amerikaanse misdaadsyndicaat. Zijn gangstermaatjes zijn de opvliegende, onvoorspelbare Tommy (Joe Pesci) en de gewiekste Jimmy Conway (Robert De Niro). Maar er zijn regels: “never rat on your friends and always keep your mouth shut”.

We kijken mee vanuit Henri’s perspectief. We zien hem ouder worden, trouwen, kinderen krijgen. En hoewel het Henri niet slecht afgaat (het geld stroomt binnen) zien we hem ook meer risico’s nemen. Leuk detail is dat zijn vrouw Karen (Lorraine Bracco) later te zien is in de rol van psychiater Jennifer Melfi in gangster hitserie The Sopranos.

Rauw, verhit en markant
Goodfellas zit vol rauw geweld, gevatte en verhitte dialogen en een snel tempo. Af en toe bevriest het beeld en spreekt Henri de kijker toe. Een briljante scène is die waarin Henri, Tommy en Jimmy net een afrekening achter de rug hebben en bij Tommy’s moeder langs gaan. Het bebloede mes nog in Tommy’s hand, staat de moeder er op dat de drie aanschuiven aan tafel om te genieten van een heerlijke Siciliaanse maaltijd. Ondertussen babbelt ze er op los. Zij blijkt niemand minder dan Scorseses eigen moeder.

Martin Scorsese-maand: Goodfellas - Goeie gasten

De film is rijk aan markante personages, die in een eveneens memorabele scène geïntroduceerd worden. Jimmy Two Times bijvoorbeeld, de man die alles twee keer zegt (“I’m gonna go get the papers, get the papers”). Of het korte rolletje van Samuel L. Jackson als Stacks, die een grote deal verpest en daarom een onverwacht bezoekje krijgt van Tommy. En dan is er nog de altijd om geld zeurende Morrie.

Goodfellas toont de verleidelijke en minder rooskleurige kanten van het gangsterleven. Het grote geld, dure auto’s, mooie vrouwen en de beste wijnen en prosciutto tegenover corruptie, dagelijks geweld, drugs en leven in angst. Eten heeft een prominente plek in Scorseses film, zoals de royale maaltijd die Henri maakt voor zijn broer. Niet in de minste omstandigheden, want hij wordt geschaduwd door helikopters. En dan is er nog de scène die bewijst dat je ook in de gevangenis lekkere pastasaus kan eten, met zeer dun gesneden (lang leve het  scheermesje!) plakjes knoflook.

Dankzij de Martin Scorsese-expositie is er nu opnieuw de kans om Henri’s wel en wee in Goodfellas in 4K in Eye te zien. Ofwel in de woorden van Jimmy Conway: ”It’s gonna be a good summer.”
 

1 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE