Gauguin: From the National Gallery, London

***
recensie Gauguin: From the National Gallery, London

De geboorte van de schilder als kunstenaar

door Ries Jacobs

Op 8 mei 1903 stierf de schilder en beeldhouwer Paul Gauguin na een leven vol armoede en miskenning. Nu zijn de kunstwerken die hij maakte miljoenen waard. Gauguin: From the National Gallery, London toont ons het leven en werk van de kunstenaar aan de hand van de tentoonstelling die afgelopen najaar in het museum in de Engelse hoofdstad te zien was. 

Na Secret Impressionists van de serie Arts in Cinema is Paul Gaugain aan de beurt. Tot zijn bekendste werken behoren ongetwijfeld de schilderijen van Polynesische vrouwen die hij aan het einde van zijn leven tijdens zijn twee verblijven in Tahiti maakte. Zijn aankomst op het eiland in de Stille Zuidzee was echter een bittere teleurstelling. Waar hij natuurmensen verwachtte te zien die niet aangetast waren door de moderniteit, stuitte hij op keurige Fransen en verpauperde kolonialen. Pas toen hij dieper landinwaarts trok, zag hij wat hij hoopte.

Gauguin: From the National Gallery, London

Zijn leven lang was Gauguin gefascineerd door het eenvoudige (boeren)leven als beter alternatief voor de grauwe moderniteit van de stad. De documentaire laat goed zien waar de oorsprong van deze fascinatie ligt. Zijn vader Clovis Gauguin, een maatschappijkritische journalist, vluchtte in 1850 na politieke omwentelingen van Frankrijk naar Peru en nam zijn jonge kinderen mee. De vroegste jeugdherinneringen van Gauguin stammen uit Peru. In 1848 keerde hij als zesjarige terug in Frankrijk en bracht zijn jeugd door in Orléans en Parijs. De rest van zijn leven had hij een hang naar het eenvoudige (Peruviaanse) leven.

Vincent van Gogh
Beïnvloed door de impressionisten, met name Camille Pissarro, begon de huisvader en zakenman Gauguin in de jaren 1870 te schilderen om zich hier vanaf 1885 volledig op toe te leggen. Drie jaar later leefde en werkte hij samen met Vincent van Gogh in het Zuid-Franse Arles. Beiden hadden de idylle van het landleven als voornaam thema, maar waar Van Gogh het doek royaal met verf besmeerde, was Gauguin soberder en ingetogener.

In The National Gallery loopt kunstenaar Billy Childish langs de geëxposeerde schilderijen en vergelijkt het portret dat Gauguin maakte van madame Roulin met het schilderij dat Van Gogh maakte van deze dame. Dit doet hij zonder teveel in te gaan op technische details, waardoor zijn uitleg ook voor mensen zonder kunsthistorische achtergrond te volgen is. Gauguin: From the National Gallery, London is meer dan een biografie, maar toch toegankelijk voor iedereen.

Gauguin: From the National Gallery, London

Eigen invulling van de realiteit
De voice-over is van acteur Dominic West (bekend van onder andere The Wire) en de Britse documentairemaakster Patricia Wheatley neemt de regie voor haar rekening. Wat ze niet belicht is de invloed die de uitvinding van de fotografie heeft op de schilderkunst in de tweede helft van de negentiende eeuw. Daarvoor werkten schilders vaak in opdracht. De technisch meest vaardige schilders verdienden veel geld en lof. Na de intrede van de fotografie was het voor de schilder niet langer zaak om de realiteit zo goed mogelijk op het doek te kopiëren, het was de bedoeling om een eigen invulling te geven aan die realiteit. Mensen gingen voor het vastleggen van een portret of iets anders naar de fotograaf.

Gauguin: From the National Gallery, London laat wel zien hoe in die periode aan nieuw soort schilder zijn intrede deed. Gauguin en veel van tijdgenoten creëerden wat zij voelden en waren daarin compromisloos, wat vaak resulteerde in miskenning en bittere armoede. Deze tijd markeerde de geboorte van de schilder als bohemien en kunstenaar.

Kijk hier waar Gaugain: From the National Gallery, London vanaf 2 juli draait.

 

29 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Ghost Tropic

****
recensie Ghost Tropic

Brusselse pelgrim in eenzame stad

door Tim Bouwhuis

Na het meer eigengereide Hellhole mag de Vlaamse filmmaker Bas Devos de filmhuizen verwarmen met Ghost Tropic, een ingetogen drama over empathie en compassie. In het bescheiden hart van de vertelling wandelt een 58-jarige dame door nachtelijk Brussel, waar ze omkijkt naar het ongeziene.

Khadija (Saadia Bentaïeb) dommelt weg in de metro als ze na een lange dag huiswaarts reist. Wanneer ze bij de laatste halte uitstapt, blijkt de wereld al tot stilstand te zijn gekomen, en een simpel belletje naar een familielid blijkt geen oplossing. Khadija’s berustende houding spreekt boekdelen: dit is een dame die het station van eigenbelang ver gepasseerd is. Haar besluit te gaan lopen, is contra-intuïtief in een stedelijk milieu dat meermaals een pleitbezorger van angst is geweest. Sociale muren scheppen ongeschreven regels. Hier kom je niet, hier houd je je ver van, geef om je veiligheid. Khadija weigert alleen om in de eerste en laatste plaats aan zichzelf te denken.

Ghost Tropic

Het verlorene terugvinden
Als je aan de humanistische insteek van Ghost Tropic ook nog wat religieus gewicht toe zou kennen, heeft de film wel iets weg van een pelgrimsreis. Khadija ontmoet tijdens haar wandeling verschillende mensen en draagt hen een warm hart toe. Vaak is alleen het gedimde nachtlicht haar getuige. Nooit gaat het om een publiek of om haar goede daden – het is die doorleefde houding ten aanzien van de ander die de wereld zo hard nodig heeft. De film lijkt op die manier een veel grotere schreeuw van urgentie dan hij zou moeten zijn. Deze vrouw kan de wereld immers wel degelijk leren wat compassie is.

Een kraker en een zwerver mogen op haar mededogen rekenen, maar het drama speelt ook op het niveau van de familie; in een hartverscheurende scène zoekt Khadija toenadering tot haar dochter. Van deze in de credits naamloze jongvolwassene (Nora Dari) weten we weinig, behalve dat ze duidelijk van haar moeder vervreemd is, maar toch lijkt te zoeken naar dat stukje liefde en perspectief dat haar zelfverkozen leefomgeving niet kan bieden. Dat laatste blijkt vooral uit de effectief verbeelde interacties tussen de dochter en haar leeftijdsgenoten, en wordt op dromerige wijze bevestigd in de interpretatierijpe slotbeelden.

De toekomst vastgrijpen
Die slotbeelden slaan op een bijzondere manier ook weer terug op de titel van de film, die ondergetekende in eerste instantie misschien meer liet nadenken dan de pure, op gevoel rustende vertelling van haar publiek vraagt. Sleutelscène in dit kader is een schijnbaar onbetekenende woordenwisseling tussen Khadija en een plaatselijke steward, die vertelt dat er een tropisch zwembad in de buurt gebouwd zal worden, en dat alles zal veranderen.

Ghost Tropic

Een snelle blik op de afgebladderde omgeving leert anders, maar die hoop, die neemt niemand deze steward af. Zijn ‘ghost tropic’ is tekenend voor al die dromen die dreigen te vervagen als zorg en liefde uitblijven. In plaats daarvan zijn er systemen die bepalen wanneer ziekenhuizen bezoekers ontvangen en wie het volrecht hebben op dat broodnodige dak boven hun hoofd.

De nalatenschap van de pelgrim
Je kunt de sociale verloedering van de buurt zien als een vingerwijzing van Devos: bureaucratie zorgt ervoor dat we de ander ontmenselijken, en vergeten wat het is om affectie te tonen. Toch is de film mede door de extra betekenislaag in de titel absoluut geen pamflet, maar een poëtische handreiking. Khadija doolt zielsalleen door het Brusselse nachtlandschap, maar in de spaarzame contacten die ze legt, zit alle rijkdom van de wereld verborgen. Het is de stad die eenzaam is.

 

5 juni 2020

 

Binnenkort op InDeBioscoop een interview met regisseur Bas Devos.

 

ALLE RECENSIES

Goud

***
recensie Goud

Keerzijde van streven naar succes

door Cor Oliemeulen

Goud is het verdienstelijke speelfilmdebuut van commercialregisseur Rogier Hesp over de opgroeiperikelen van turner Timo die zich door keihard trainen wil kwalificeren voor de Olympische Spelen. Hij wordt vooral gedreven om de vurige wens van zijn vader te vervullen.

Scenarist Anne Hofhuis liet zich voor Goud inspireren door een oud krantenbericht met de kop: ‘Vader schiet kogelstotende zoon dood’. Zij onderzoekt waartoe een niet ingeloste belofte kan leiden en toont aan dat de lijn tussen succes en falen erg breekbaar is. Ouders die hun kind willen opstuwen naar (te) grote hoogte, vaak omdat zij hun eigen ambities niet konden waarmaken, is een universeel gegeven dat je vaak terugziet in sport. Denk bijvoorbeeld aan de nietsontziende moeder van de Amerikaanse kunstschaatsster Tonya Harding die haar dochter in I, Tonya al op driejarige leeftijd het ijs op joeg of aan de jonge Vlaamse wielerbelofte Felix in Coureur die bloed kotsend op het asfalt van zijn vader steeds weer moet doorgaan om juist diens droom te verwezenlijken.

Goud

Vader-zoonrelatie
Zulke uitwassen blijft Timo (debutant David Wristers, Nederlands kampioen op het onderdeel Sprong in 2016) in Goud bespaard, alhoewel hij onder toeziend oog van zijn vader ook na de intensieve turntrainingen oeverloos aan zijn zwakke plekken moet blijven werken. Zijn na een auto-ongeluk invalide geworden vader Ward (Marcel Hensema, hoofdrolspeler van de BNNVARA-serie Hollands Hoop) rijdt Timo naar het trainingscentrum en corrigeert ter plekke de coach omdat die volgens hem zijn zoon verkeerd aanpakt. Ward is oud-turner die in zijn jeugd het hoogste niveau niet aankon en richt zich nu helemaal op zijn zoon om diens deelname aan de Olympische Spelen af te dwingen.

Timo en Ward zijn nog meer op elkaar aangewezen doordat Timo’s moeder het gezin verliet toen hij nog jong was. De invaliditeit van zijn vader maakt het voor Timo nog moeilijker om de verstikkende relatie te verbreken. Hij geeft Ward ontbijt op bed, doet hem in bad, checkt zijn doorligplekjes en verschoont zo nodig zijn vervuilde bed. Vader bedoelt het allemaal niet slecht, maar veel warmte en liefde hoeft Timo niet van hem te verwachten. Ward is veeleisend, maar ook trots op zijn zoon. Volgens Timo is Ward uiteindelijk vooral trots op zichzelf.

Goud

Gevoelens
Na een lichte enkelblessure raakt Timo de focus op turnen kwijt door toedoen van de tedere handen van de knappe fysiotherapeut Irene (Loes Haverkort: Schneider vs. Bax, Redbad). Zij probeert de spanning uit Timo’s lijf te masseren. Het is duidelijk dat de 17-jarige uit de kluiten gewassen turner de warmte en liefkozingen van zijn moeder al een lange tijd mist, maar het zijn Irene’s aanrakingen die bij Timo ontluikende sensuele gevoelens doen opborrelen. Het is maar zeer de vraag of de alleenstaande moeder Irene aan die behoeften tegemoet kan komen.

Hoewel de camera vaak dicht op de huid van Timo zit (ook de dynamiek van zijn sprongseries is van dichtbij vastgelegd), is er bijna voortdurend een afstand tot de hoofdpersoon. Hij praat niet veel en moet het eerder hebben van zijn moeilijk te doorgronden blik dan van dramatische gezichtsuitdrukkingen. Maar juist dat maakt Timo geloofwaardig in zijn eenzaamheid, die wordt versterkt door de geluidsband waarop regelmatig omgevingsgeluiden zijn weg gefilterd en slechts Timo’s ademhaling en fysieke inspanningen zijn kleine wereldje vormgeven.

Goud is vanaf 20 mei online te zien op Picl.

 

16 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

Guns Akimbo

**
recensie Guns Akimbo

Duistere krochten van het internet

door Michel Rensen

Een onhandige nerd moet zien te overleven in een gewelddadig spel vol snoeihard geweld. Actiekomedie Guns Akimbo maakt goed gebruik van Daniel Radcliffe’s klunzige voorkomen, maar lijdt onder een clichématige opbouw en gebrek aan zelfreflectie. 

In de openingsscène klinkt Dead Or Alive’s You Spin Me Round (Like a Record) terwijl twee auto’s een ordinaire straatrace lijken te houden. Duizenden toeschouwers bekijken de livestream, bestaand uit CCTV- en dronebeelden, van dit spektakel. Terwijl het refrein klinkt, maakt één van de auto’s een zwenkende beweging, waardoor de twee auto’s als een plaat rond elkaar draaien. De straatrace verdraait zich tot een vuurgevecht tussen de twee bestuurders. Het gevecht blijkt onderdeel van Skizm, een online platform waar twee mensen in de realiteit tegen elkaar vechten tot de dood. De hevig getatoeëerde Nix (Ready or Not’s Samira Weaving) blijkt al lange tijd ongeslagen te zijn en weet ook ditmaal haar tegenstander om te brengen. 

Guns Akimbo

Onhandige held
Übernerd Miles (Daniel Radcliffe) spendeert zijn eenzame avonden in de chatboxen van Skizm, waar hij de grootste schreeuwers nog harder probeert uit te schelden. Wanneer hij het met de verkeerde trol aan de stok krijgt, raakt hij verstrikt in de duistere krochten van het internet. Maar de realiteit blijkt nog erger dan zijn grootste nachtmerries. Miles wordt na een bezoek van Skizm-baas Riktor en diens aanhangers wakker met twee pistolen vastgeschroefd aan zijn handen. Tegen zijn wil in is Miles gerekruteerd om deel te nemen aan Skizm. Zijn tegenstander is Nix.

Radcliffe lijkt de perfecte acteur om de klunzigheid van Miles tot het grootst komisch effect uit te buiten. Na een moeizaam toiletbezoek, weet hij zich uiteindelijk toch in tijgerpantoffels en een badjas te hijsen voordat Nix hem in zijn appartement opzoekt. Miles’ onhandigheid blijkt zijn superkracht als dit hem steeds weer uit penibele situaties redt. Terwijl hij op de vlucht is voor Nix probeert hij ook nog even zijn relatie met zijn ex-vriendin Nova te herstellen en uiteindelijk lijken de meeste toeschouwers op de hand van de underdog te geraken.

Guns Akimbo

Gamelogica
Guns Akimbo is opgebouwd met een zelfde soort gamelogica die we ook herkennen uit Scott Pilgrim vs The World en ook het vlotte montageritme lijkt sterk geïnspireerd door het werk van Edgar Wright. Ned Dennehy, die de rol van Riktor speelt, lijkt zelfs verdacht veel op Wright’s vaste acteur Simon Pegg. Elke scène is geschreven als een nieuw level waar Miles tegen Nix moet vechten, maar de bange nerd rent steeds weg voor de confrontatie.

Guns Akimbo laat vanaf de eerste scène zien geen enkele behoefte aan subtiliteit te hebben. De meest opzichte muzikale cues leggen met de muziekteksten uit wat er in de scènes gaande is tot zelfs in de final boss battle het nummer Never Surrender van Stan Bush instart als Miles lijkt te verliezen.

Guns Akimbo

Vol clichés
De film poogt een kritische blik te werpen op het spektakel van viral video’s en het harde, onbegrensde taalgebruik op social media, maar exploiteert tegelijk al deze elementen om een snoeiharde, gewelddadige actiekomedie te maken. Hoewel de film Miles neerzet als held op deze online fora – hij scheldt immers tegen de ergste trollen – is hij eigenlijk net zo goed onderdeel van het probleem. In ironische droomsequenties komt Miles weer met Nova samen, waarna hij in voice-over uitlegt dat dit ‘natuurlijk’ niet gebeurt. De film lijkt met deze intermezzo’s een vrij directe kritiek te leveren op ‘al die dingen die nu niet meer gezegd of verteld kunnen worden’. De film toont zich weliswaar bewust van deze clichés, maar omarmt ze met volle overgave. Wanneer Riktor Nova kidnapt, krijgt Miles de kans om op de meest traditionele wijze zijn heldenstatus te bewijzen.

Deze zeer flauwe intermezzo’s leggen het gebrek aan zelfreflectie bloot. Het kan dan ook geen verrassing zijn dat regisseur Jason Lei Howden zelf op social media de fout in ging op soortgelijke wijze als Miles. Met de gedachte een cyberpestprobleem aan te kaarten, zette hij hetzelfde gedrag in grotere mate voort. Verschillende platformen besloten hierna hun recensies van de film te boycotten. Jason Lei Howden schoot zichzelf in de voet en niemand hoefde hiervoor pistolen aan zijn handen te schroeven. Een onhandige actie, een regisseur die blind is voor zijn eigen positie of een mislukte campagnestunt?

 

29 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Goldie

***
recensie Goldie

Coming of age met kanariegele jas

door Nanda Aris

Flitsende, energieke en optimistische film over een achttienjarige die droomt van haar grote doorbraak, maar tegelijkertijd voor haar jongere zusjes moet zorgen. 

Sam de Jong studeert in 2012 af aan de filmacademie en breekt in 2015 door met zijn eerste film Prins, die opzien baart, niet alleen in eigen land. De Jong onderzoekt in zijn films wat identiteit en erkenning betekenen in een samenleving waarin popcultuur de nieuwe religie is. Er is interesse vanuit Amerika, en daarom verhuist De Jong niet veel later daarheen. Het aanbod van 21st Century Fox: een film over jongeren, budget twee miljoen dollar. Zijn idee: een film over jongeren met een instabiele thuissituatie en de hoofdrol moet gaan naar iemand die in werkelijkheid daarin verkeert.

Goldie

Hij ontmoet in 2016 Slick Woods (echte naam Simone Thompson, maar doordat ze goed jointjes kan rollen krijgt ze haar bijnaam Slick Woods), de beoogde hoofdrolspeelster van Goldie, nog voordat haar carrière als model een vlucht neemt. Ze ziet Prins, is enthousiast, en met haar aangrijpende jeugd – op haar zesde wordt haar moeder veroordeeld voor moord, haar broer komt om door geweld en ze leeft een tijd op straat – als inspiratie besluiten ze samen te werken.

Geel
Goldie woont met haar dealende moeder (Marsha Stephanie Blake), diens vriend (Danny Hoch) en haar twee zusjes Supreme (Jazmyn C Dorsey) en Sherrie (Alanna Renee Tyler-Tompkins) in een studio in New York. Ze hoopt te mogen dansen in een nieuwe videoclip van Tiny (A$AP Ferg) en denkt dat een bloeiende carrière hierna niet kan uitblijven – het grootse dromen van een achttienjarige.

We worden meegenomen is haar droom en begrijpen dat ze daarvoor die ene outfit nodig heeft. Ze steelt een minuscuul kanariegeel broekpakje en droomt van een kanariegele bontjas die ze in de etalage van een winkel ziet. Onbetaalbaar, en daarom des te meer aantrekkelijk. Hoeveel de klus eigenlijk betaalt, weten we niet. Goldie ook niet, de overtuiging dat het haar doorbraak zal betekenen is doorslaggevend.

Vluchten
Wanneer haar moeder gearresteerd wordt, vlucht Goldie met haar twee jongere zusjes. Ze vertrekken naar personen bij wie ze hopen onderdak te kunnen krijgen. Maar in plaats van onderdak krijgen ze vaak iets te eten en het advies met jeugdzorg contact op te nemen. Elke persoon bij wie ze om onderdak vragen wordt geïntroduceerd met uitgetypte en (door de zusjes) uitgesproken naam. De Jong maakt die keuze om zo de zusjes van Goldie in het verhaal te houden, als tegenpool voor de harde realiteit van de film. 

Goldie

De Jong incorporeert animaties op meerdere momenten, wat enigszins doet denken aan Lola rennt (1998) en de opening van de film Juno (2007). Sommige pakken beter uit dan andere, want alhoewel het uitspreken van de namen door de zusjes als tegenpool voor de harde realiteit geldt, hangt het luchtige karakter ervan nauw samen met het kinderlijke. De animaties werken bijvoorbeeld beter wanneer ze de muziek (van Nathan Halpern) kracht bij zetten en zo Goldie nog meer onoverwinnelijke, jeugdige fling meegeven.

Cabrio
Goldie neemt liever geen contact op met jeugdzorg, omdat ze niet wil dat haar zusjes uit elkaar gehaald worden. Ze verkoopt de pijnstillers van haar moeder en probeert het geld voor de jas bij elkaar te harken, terwijl ze haar zusjes moet onderhouden.

Zittend in een cabrio lacht Goldie haar tanden – inclusief flinke spleet tussen haar voortanden – bloot. De wind waait door haar haren, haar geel opgemaakte ogen stralen en we proeven het geluk. Zowel van Goldie, als dat van debutante Slick Woods, die de show steelt met haar markante uiterlijk en knappe acteerwerk in deze tweede speelfilm van De Jong.

 

14 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Gangster, the Cop, the Devil, The

***
recensie The Gangster, the Cop, the Devil

Hectische hindernisbaan

door Sjoerd van Wijk

In The Gangster, the Cop, the Devil is de wereld als een hindernisbaan waar hard optreden loont. Dat gaat gepaard met een hectiek, die soms geestig is en dan weer desoriënterend. 

Boeventronies en gefrustreerde politierechercheurs lijken een anonieme Koreaanse stad exclusief te bevolken. Een psychopathische seriemoordenaar teistert deze plaats met uitgekiende slachtpartijen. Er valt dermate geen land met hem te bezeilen dat het de brute gangsterbaas Jang Dong-soo (Ma Dong-seok) enigszins sympathiek maakt. Deze overleeft namelijk als enige een aanval van de moordenaar en is vastberaden wraak te nemen. Aan de andere kant wil verbitterde rechercheur Jung Tae-suk (Kim Mu-yeol) dolgraag deze moordenaar vangen omwille van de gerechtigheid. De boef en de smeris voelen zich genoodzaakt samen te werken ondanks hun verschillen. Met de deal dat wie het eerst de moordenaar pakt, die het eerst maalt.

The Gangster, the Cop, the Devil

Geestige klopjacht
Naarmate het net zich sluit stijgt de hectiek, onder andere doordat Dong-soo middenin een bendeoorlog zit. De steeds verder opvoerende klopjacht bezit daarbij af en toe iets geestigs. Met name in de opmars naar de samenwerking toe werken de frustraties komisch, als Tae-suk onderweg naar plaats van delict uit frustratie een andere arrestant meezeult op diens motorfiets. En de rivaliteit tussen boef en smeris zorgt voor de nodige kwinkslagen om elkaar te slim af te zijn.

Ondanks de sadistische trekjes bij het geweld bagatelliseert de humor de grofheden niet. En Dong-seok maakt Dong-soo zowel innemend als imposant, waardoor zijn rechtdoorzee missie net zo begrijpelijk is als die van Tae-suk. Bij tijd en wijle ontsnapt de film daarom uit het zwarte gat van Tarantino-cynisme.

Vechten tegen de bierkaai
Er zit in beide personages een vermoeidheid over de gang van zaken in hun desbetreffende instituut. Dong-soo zit duidelijk niet te wachten op gezeur met een andere maffiabaas. En Tae-suk is helemaal klaar met de interne corruptie. De licht komische klopjacht en het heftige gedonderjaag op zoek naar de moordenaar is daarom vooral vechten tegen de bierkaai. Dat opboksen transformeert de wereld in een hindernisbaan.

Dat geldt niet alleen voor de situaties waarin de personages zich bevinden. De gehele entourage geeft de boodschap mee dat een steekje zo gevallen is en dat anderen de hordes zijn. Het is een groot kat-en-muisspel, waarbij doodgewone mensen nauwelijks figureren of meteen een mes tussen de ribben krijgen. Deze hectiek past bij een tijd waar rust een verboden woord lijkt. De film maakt dit inzichtelijk.

The Gangster, the Cop, the Devil

Desoriënterende actie
Uiteraard gebeurt het opboksen met regelmaat letterlijk. Elke stap verder brengt spannende achtervolgingen of een overdaad aan naamloze handlangers met zich mee. Ondanks dat de film meer te vertellen heeft dan Guy Ritchie met een Lock, Stock and Two Smoking Barrels, laat het diens vlotheid vallen in de actiemomenten. Driftig schuddende beelden en snelle montage verhinderen een goed begrip van de situatie en verhullen daarmee wat er op het spel staat. De hectiek slaat daarbij om in desoriëntatie. Het verkwanselt Dong-seoks imponerende fysiek. En de spanning.

Het voelt tevens overbodig de psychopaat geestdriftig te werk zien gaan. Kim Sung-kyu is cartoonesk kwaadaardig, wat de ongemakkelijke alliantie van zijn twee jagers onnodig verzacht. Desalniettemin maakt The Gangster, the Cop, the Devil alledaagse drukte invoelbaar en blijkt de hindernisbaan van de stad een amusant obstakel.

 

4 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Galápagos: Hope for the Future

**
recensie Galápagos: Hope for the Future

Symptoombestrijding op eilanden

door Sjoerd van Wijk

De titel geeft het al weg. Galápagos: Hope for the Future steekt de kop in het zand voor de ecologische catastrofe. In plaats daarvan speelt deze documentaire mooi weer met een tachtig minuten durende reclame voor producent de Charles Darwin Foundation.

Nu desastreuze klimaatverandering en biodiversiteitsverlies onafwendbaar zijn, heeft de mensheid geen hoop nodig maar moed. Om dapper te aanvaarden dat velen zullen sterven en talloos niet-menselijk leven wordt meegenomen in hun kielzog. Deze realiteit zouden natuurdocumentaires niet uit de weg moeten gaan, maar zien als een kans de resulterende rouw een plaats te geven. Hoe goed de bedoelingen ook mogen zijn, door te doen alsof er oplossingen mogelijk zijn terwijl het in werkelijkheid draait om schadebeperking bewijst Galápagos: Hope for the Future de bijzondere flora en fauna aldaar geen goede dienst.

Galápagos: Hope for the Future

Kermisattractie
Allereerst is er het gebruikelijke tonen van de pracht en praal, in dit geval van de Galápagos-eilanden. Onder begeleiding van onnozele deuntjes passeren alle bijzondere diersoorten van dit gebied de revue, alsof zij een soort kermisattractie zijn. En er dus geen vuiltje aan de lucht is. De secce close-ups hebben in ieder geval niet de Instagram-kwaliteit van cameraman Emmanuel Lubezki’s werk met Terrence Malick of het sturende gehalte van Baraka. Opeens zijn daar dan de anonieme helden van de Charles Darwin Foundation die hun best doen de al sterk teruggelopen populaties weer groot te maken.

Daarbij neemt de vertelster geen adempauze om elk beeld te duiden. Waar een documentaire als Sengiré sereen handelingen toont zonder er doorheen te praten, is dat bij Galápagos: Hope for the Future tegenovergesteld. Daarbij negeert het de olifant in de kamer waarom het slecht is gesteld met de eilanden. Of wat het eiland te wachten kan staan met rijzende zeespiegels en dergelijke. Door het zo optimistisch te hebben over het goede werk van de onderzoekers praat de documentaire eigenlijk de systemische oorzaken goed. In dat opzicht is het tekenend hoe de zeehonden die vis op de markt stelen vooral koddig zijn. Als de documentaire al een probleem benoemt, is het slechts aanstippen. Het opruimen van plastic in de omgeving is zo een clandestiene operatie, om blind optimisme aan te wakkeren.

Galápagos: Hope for the Future

Antropocentrisme
Deze onkritische viering van natuurbehoud etaleert dan ook de onderliggende denkwijze van het antropocentrisme. Het begrip natuur impliceert dat de mens hier buiten zou staan, wat ook naar voren komt in het dweilen met de kraan open van de conservatiepogingen. Galápagos: Hope for the Future bejubelt de technische oplossingen die qua denkwijze tevens de oorzaak zijn van de rampspoed. Galágapos ziet reden voor vreugde dat Ecuador als eerste land natuurrechten in de grondwet vastlegde. Daarmee kiest deze documentaire ongegeneerd partij voor de separatie tussen mens en ecosysteem.

Sociaal filosoof en natuuronderzoeker Thoreau beschreef hoe ronddwalen in het wilde de geest verruimt. Bij deze documentaire mist eenzelfde soort ontzag om de Galápagos oprecht te tonen. De vertelster is er à la de homevideoprogramma’s als de kippen bij om dieren als mensen te beschouwen als dat ook maar even kan. Dat komt kleinerend over. Als een toerist ziet Galápagos: Hope for the Future de eilandenpracht vooral als iets leuks voor de mens. Daarmee vertelt de film een oneerlijk verhaal.

 

29 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Green Fog, The

*****
recensie The Green Fog

De geest van Vertigo

door Michel Rensen

Ook zo moe van remakes? Guy Maddin laat met zijn hilarische, experimentele herinterpretatie van Hitchcocks Vertigo zien dat het ook anders kan. Met rollen voor NSYNC, Nicolas Cage en Chuck Norris.

Voor wie bekend is met Hitchcocks klassieker zal vrij snel duidelijk zijn dat The Green Fog een zeer vrije herinterpretatie van Vertigo is. Iconische scènes met James Stewart en Kim Novak, evenals herkenbare stadsplaatjes van San Francisco, met als oogappel de Golden Gate Bridge, komen allemaal langs, hetzij in een ietwat andere vorm.

The Green Fog

Puzzel
Experimentele filmmaker Guy Maddin en zijn medescheppers Evan en Galen Johnson, met wie hij eerder The Forbidden Room maakte, bouwden hun nieuwe film uit shots van honderden films en televisieseries die zich afspelen in San Francisco; als een puzzel bestaand uit enkel stukjes van andere puzzels. The Green Fog is een vervreemdende, maar ook zeer komische kijkervaring. De beelden zijn niet achter elkaar geplakt om een conventioneel narratief te creëren, maar met visuele rijm en vaak komische montage geeft The Green Fog op experimentele wijze Vertigo een nieuwe vorm, tegelijkertijd een stadssymfonie van San Francisco.

Hoewel bijna alle dialoog uit de film is geknipt en een groot aantal acteurs zich in hoog tempo opvolgen om dezelfde rollen te spelen, blijft de onspecifieke plotvoortgang goed te volgen. De film veronderstelt weliswaar dat de kijker bekend is met het verhaal uit Vertigo, maar Hitchcocks invloed zal ook een onwetende kijker een flinke duw in de juiste richting geven, hoewel het maar de vraag is of er een ‘juiste’ richting is. Tijdens het kijken van The Green Fog ben je vereist actief de puzzelstukjes tot een passend geheel te maken. Met Vertigo ligt er wel een voorbeeld klaar, maar de gelijkenis tussen de twee films is beperkt en laat nog steeds veel open. Met de non-specificiteit van The Green Fog is feitelijk elke interpretatie acceptabel. Elke kijker zal immers andere associaties bij de beelden hebben.

Meer dan een remake
Wat is een remake eigenlijk? Moet de nieuwe film het plot van het origineel trouw volgen of moet de film de essentie van het origineel vangen en in een nieuwe vorm hervertellen? The Green Fog verkort en verlengt scènes, snijdt delen uit het verhaal en voegt er elementen aan toe, waaronder de groene nevel die San Francisco langzaam binnen drijft. Precies wat je van een remake zou verwachten. Tegelijkertijd bestaat er geen Scotty en geen Madeleine, maar worden de rollen van beide personages door tientallen acteurs vertolkt. The Green Fog zet vraagtekens bij alles wat je van een remake zou verwachten.

The Green Fog

De titel verwijst niet alleen naar de nevel die in The Green Fog de stad intrekt, maar natuurlijk ook naar het befaamde shot waarin Judy in een groene waas zich verkleed als Madeleine aan Scotty toont. Haar gedwongen transformatie door Scotty is in feite ook een soort remake. Hij zet alles op alles om Madeleine opnieuw te maken. The Green Fog past Scotty’s handelswijze toe op Vertigo. De film is een bijna obsessieve poging om het origineel na te maken met knipsels uit andere films. In tegenstelling tot Scotty is The Green Fog zich ervan bewust dat een een-op-een remake niet mogelijk is. Met zijn komische, vervreemdende stijl laat de film je als kijker ook geen seconde in de waan dat je een conventionele remake zult gaan zien.

Een remake die slechts gebaseerd is op gelijkenis, is gedoemd te mislukken. Met zijn unieke vorm ontkomt The Green Fog aan dit noodlottig einde. De film brengt nog meer diepgang aan een klassieker waarover alles al geschreven is en is zelf ook een onuitputtelijke bron van ideeën.

Accidence
Ook de korte film Accidence (die vooraf aan The Green Fog wordt vertoond) van hetzelfde trio is een herinterpretatie van een Hitchcock-klassieker, ditmaal Rear Window. In hun single-takefilm wordt je als kijker in de schoenen geplaatst van Jeff (ook vertolkt door James Stewart). Enkel een flat wordt vertoond, op elk balkon speelt een eigen verhaal en het is aan jou om uit deze bron van chaos een verhaal te destilleren, zoals ook Jeff dit doet in Rear Window.

 

6 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Goldene Handschuh, Der

***
recensie Der goldene Handschuh

Een bruine borrel

door Yordan Coban

De Gouden Handschoen is de bruine kroeg in Hamburg waar één van de beruchtste seriemoordenaars van Duitsland zich graag kwam bezatten. De op Quasimodo lijkende dronkaard lokte dakloze alcoholistische vrouwen naar zijn hol waar slechts duisternis en ellendigheid botvierden. 

Fritz Honka (gespeeld door Jonas Dassler) heeft in de periode van 1970 tot 1975 vier vrouwen op gewelddadige wijze van het leven beroofd. Zoals bij vele seriemoordenaars (Ed Gein om maar een extreem voorbeeld te noemen) waren zijn parafilie en impotentie, met de daaruit voortvloeiende seksuele frustraties in combinatie met zijn overmatig drankgebruik, de oorzaken van zijn gewelddadige erupties. Toch schuilt er achter het verhaal van Fritz Honka meer dan slechts een alcoholistische man met een seksuele stoornis.

Der goldene Handschuh

Verward en beschadigd
Honka en zijn vader hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog vastgezeten in een concentratiekamp. De psychische klachten en het drankgebruik kennen dus een fundament in de Duitse duistere geschiedenis. Alle beschadigde zielen in De Gouden Handschoen lijken producten van de verloren oorlog. Mensen die allemaal balanceren op het randje van de goot.

Het verhaal is verder niet heel bijzonder, het is het typische kat-en-muisspel van een seriemoordenaar en zijn slachtoffers. De uitvoering maakt het toch de moeite waard. Met een snelle zoekopdracht naar het echte verhaal van Fritz Honka zien we dat regisseur Fatih Akin uiterst nauwkeurig te werk gegaan is in het reconstrueren van Honka’s leven. Ondanks dat is Der goldene Handschuh tot nu toe erg slecht ontvangen door recensenten.

Weerzinwekkend
De cinematografie is van de hand van Rainer Klausmann, een bekende partner van Fatih Akin. Samen werkten zij al aan films als Gegen die Wand (2004), Auf der anderen Seite (2007) en Soul Kitchen (2009). Ook werkte Klausmann aan films als Der Untergang (2004) en Das Experiment (2001). De grauwe visuele stijl in de twee laatst genoemde films sluit het beste aan op de cinematografie van Der goldene Handschuh met bruin en grijs als de dominante kleuren.

De kamer van Honka doet denken aan de kamer van Cahit uit Gegen die Wand. Het is er vies, treurig en bedorven. Veel recensenten beschreven dit als weerzinwekkend lelijk, maar het heeft ergens een eigen charme. Deze weerzinwekkendheid is ook terug te vinden in de personages van de film. De personages zijn net varkens. Ze leven in vuilnis met bloed, zweet en slijm op hun gezichten gesmeerd. Ze schelden, zijn continu dronken en stinken op een visuele manier.

Een andere vergelijking met Gegen die Wand is te vinden in het gebruik van de vrouwelijke personages door Akin. Die zijn er (net als in Auf der Anderen Seite) ter ondersteuning van de van god losgeslagen mannen. Zowel in seksuele afhankelijkheid als in het brengen van enig degelijke fatsoen en stabiliteit in hun leven.

Der goldene Handschuh

Gastarbeiders
Fatih Akin zou bovendien Fatih Akin niet zijn als hij het in zijn films niet zou hebben over immigratie. Het thema speelt ditmaal een bijzonder marginale rol. In Honka’s kleine appartement bewaart hij de lichamen van zijn slachtoffers achter een verborgen luik. De stank schuift hij op het bord van zijn Griekse onderburen. De ellendigheid van zijn appartement is te wijten aan de gastarbeiders, maar is in feite (indirect) de verslagenheid van de monsterlijke oorlog in een moreel anarchistisch post-nazi Duitsland.

Het vieze kleine appartement begint gedurende film zijn bekende thuishaven te vormen. Het is alsof de kijker daar met Honka in de ellendigheid van zijn kamer aanwezig is. Het is hetzelfde ‘cabin effect’ zoals je ziet in claustrofobische films als Night of the Living Dead (1968), The Thing (1982) en The Hateful Eight (2015).

Op een dag komt de broer van Honka op bezoek. Hij heeft een aantal dronkaardslevenslessen: ‘het leven is een draaiorgel en we dansen allemaal op het liedje dat gedraaid wordt.’ Fritz Honka danst alleen op een heel ander geluid: het geluid van geschreeuw en klinkende schnapsflessen.

 

15 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Grand Bain, Le

***
recensie Le Grand Bain

Synchroonzwemmers in midlifecrisis

door Sjoerd van Wijk

Le Grand Bain brengt energie in een klassiek underdogverhaal. De sierlijkheid waarmee de film over een olijke bende mannen in midlifecrisis verhaalt, leidt tot aanstekelijk optimisme, maar is wel een misvatting van hun problematiek. 

Bij het plaatselijke zwembad vormt een samengeraapt zooitje mannen van middelbare leeftijd een synchroonzwemteam. Tweewekelijks is het trainen van het niveau bierteam geblazen, gevolgd door diepe gesprekken over ieders problemen. Want ze hebben allen wel iets, van depressie, falende ondernemingen tot aan woede-uitbarstingen. Totdat zij besluiten mee te doen aan het wereldkampioenschap synchroonzwemmen voor heren. Het verhaal volgt vele welbekende punten, inclusief voormalige topzwemsters met een verleden die hen moeten omscholen tot kampioenen. Maar Le Grand Bain draait gelukkig niet om deze sportfilmclichés waarin een montage om progressie aan te duiden niet kan ontbreken. 

Le Grand Bain

Midlifecrisis smörgåsbord
Het gaat om de triomf van de mannen om weer iets van het leven te maken. Het koddige ensemble vertedert, wat een prestatie is gezien het feit dat het om een stel heren uit de middenklasse gaat, normaliter niet een groep die als underdog bekend staat. De groep is een waar smörgåsbord van hedendaagse problemen, of het nu refereert aan de depressie-epidemie zoals bij Bertrand (Mathieu Almaric) of iets eenvoudiger als Simons (Jean-Huges Anglade) verwoede pogingen om zijn droom van rockster waar te maken.

De herkenbaarheid komt eerder oprecht dan schematisch over mede dankzij het innemende spel van acteurs als Guillame Canet (Double Vies). Dat de vele verhaallijnen vaak plotse wendingen bevatten, zoals Simons van hem vervreemde dochter die uit haarzelf de verzoening inzet, doet geen afbreuk aan de authenticiteit. 

Innemend energiek
De vaart blijft er in met een sierlijkheid die past bij het synchroonzwemmen. Regisseur Gilles Lellouche moet verschillende ballen tegelijk in de lucht houden en doet dit op dynamische wijze. Beweeglijk voert Le Grand Bain mee van hot naar her met amusante onderonsjes tussen de personages als boeg binnen alle vaarwateren. De spanningen die een strenger trainingsregime met zich meebrengen, geven Leïla Bekhti als de aan een rolstoel gekluisterde oud-topper Amanda de ruimte om te schitteren. Haar tekeergaan tegen de stukken onbenul is van een bevrijdende geestigheid. 

Tegenover deze lach staat de traan van alle individuele problematiek. In de verte doet deze versie van feelgood denken aan Little Miss Sunshine of Jean-Pierre Jeunet, maar Lellouche geeft er een eigen draai aan met vlotte overgangen en opzwepende beweeglijkheid. Zo is een onderwerp wat op het eerste gezicht had kunnen leiden tot oubolligheid juist innemend energiek. 

Le Grand Bain

Hartverwarmend maar verraderlijk
Deze vitaliteit is onlosmakelijk verbonden met de overduidelijke moraal van het verhaal. Rondjes en vierkanten passen niet in elkaar, of toch wel? Deze moraal is weliswaar vernuftig geïntroduceerd met een gesmeerde stortvloed aan beelden, maar komt erg sturend over met gevormde kadering. De plotse wendingen getuigen daarom ook van een gebrek aan echte beproevingen voor de personages die deze gedachte kenbaar maken. Alles voor elkaar boksen met het team lijkt al voldoende voor alle individuele problematiek. Aan de ene kant werkt deze energieke lofzang op het onmogelijke voor elkaar krijgen aanstekelijk. Het optimisme waarmee de personages hun problemen als sneeuw voor de zon zien verdwijnen, is hartverwarmend. 

Maar daarin zit tegelijk ook een vorm van verraad. De midlifecrisis van de teamleden komt dikwijls neer op systemische mankementen, gebaseerd op de hedendaagse ethos dat alles kan als men er maar voor werkt. Zoals filosoof Byung-Chul Han opmerkt, leven wij in de vermoeide samenleving waar niet een ander ons dwingt iets te moeten doen, maar wij onszelf dwingen alles te kunnen doen. Le Grand Bain ziet daarmee niet in dat het geloof alles te kunnen geen triomfantelijke conclusie is maar juist de oorzaak van de problemen van zijn personages.

 

8 april 2019

 

ALLE RECENSIES