Recensie: The Wailing

****

recensie The Wailing

Sul buiten zijn comfortzone

door Alfred Bos

Alles is net even anders in deze Zuid-Koreaanse genrefilm die speelt met conventies en verwachtingen. Zijn het giftige paddestoelen die van de dorpsbewoners moordende woestelingen maken of waart er een geest rond?

Horror is een kwestie van doseren. In The Wailing speelt de Zuid-Koreaanse regisseur Hong-jin Na een spel met genreconventies en de kijker. Zijn film opent als een thriller, lijkt zich te ontwikkelen tot horror en ontplooit zich uiteindelijk als fantasy van het donkere soort. Voor de consument van popcorn-blockbusters is het wellicht een tikje te grillig, maar de meer avontuurlijk ingestelde kijker – en de horrorfijnproever, uiteraard – wordt met verve bespeeld, 157 minuten lang. En dat is lang.

The Wailing

In een dorpje op het platteland van Zuid-Korea wordt een politieman (Do Wo Kwak, in Zuid-Korea voornamelijk bekend van bijrollen, in Nederland te zien geweest in The Berlin File uit 2013) ’s ochtends wakker gebeld. Hij moet direct langskomen, er is een lijk gevonden. Half wakker draaft hij de deur uit, pas na aandringen van zijn vrouw schrokt hij een ontbijt naar binnen. We leren Jong-Goo, zo heet hij, kennen als volgzaam en aards. Een sul buiten zijn comfortzone.

Zijn collega Il-Gwang (Jeong-min Hwang, de meer bekende acteur in Zuid-Korea, vorig jaar op het Imagine Festival te zien geweest als hoofdrolspeler van de actiekomedie Beterang) is al op de plaats delict aanwezig. Op de veranda van een schamele woning hangt een nauwelijks als mens herkenbare man in zwijm. Rond hem scharrelen agenten in de stromende regen door de modder. Binnen ligt het gruwelijk toegetakelde lijk van zijn vrouw.

Hitchcock-adept
The Wailing (Het Geklaag) is de vertaling van Goksung, de naam van het dorp en tevens de Koreaanse titel. Het is de derde film van regisseur Hong-jin Na, ook verantwoordelijk voor het draaiboek. Die dubbelrol vervulde hij bij zijn eerdere films, de actiethrillers Chaser (Chugyeogja, 2008) en The Yellow Sea (Hwanghae, 2010), die beide de twee uur speelduur ruim overschrijden. Dat doet ook The Wailing, de officiële Zuid-Koreaanse inzending voor het Film Festival in Cannes. Op verschillende fantasy festivals won de film al de publieksprijs.

Daar kan deze nuchtere, niet bijzonder van horror gecharmeerde kijker goed inkomen, want Hong-jin Na zet conventies naar zijn hand. Niet alleen laat hij de hoofdrol vervullen door een bijrolacteur – en diens collega spelen door een steracteur – hij geeft hints en aanwijzingen als een volleerde Hitcock-adept en bespeelt zijn publiek als een marionettist. Dat wordt met zwier door een reeks emoties gejonast, van nieuwsgierigheid via beklemming naar totale verbijstering.

The Wailing

Botsing van ratio en magisch denken
Het motto van de film is ontleend aan een tekst uit het Nieuwe Testament, het evangelie van Lucas. Geloof en bijgeloof spelen de hoofdrollen in The Wailing. In de geciteerde Bijbeltekst presenteert Jezus zich als geest; de film toont het ultieme kwaad, de duivel, in mensengedaante. Het verhaal is een botsing van ratio en magisch denken, van goed en kwaad. De moordende echtgenoot heeft verkeerde paddestoelen gegeten, oppert protagonist Jong-Goo. Welnee, het is die rare Japanner die onlangs in het dorp is komen wonen, meent zijn collega Il-Gwang.

Wanneer de moordpartij uit de openingsscène geen incident blijkt en er meer slachtoffers vallen, waaronder Jong-Goo’s allerschattigste dochtertje, worden er een priester en een sjamaan bijgeroepen. Maar The Wailing is zombiefilm noch The Omen op zijn orientaals, en ook geen rampenfilm à la Outbreak of een dorp-keert-zich-tegen-buitenstaander verhaal op zijn Salems.

In deze bovennatuurlijke thriller betoont de regisseur zich een Aziatische tegenhanger van Guillermo del Toro. The Wailing is sterk van suggestie en neemt ruim de tijd om de kijker te kapselen in een sfeer van groeiende verontrusting. Ook sterk: de regisseur weigert om alles klip en klaar te maken. In de voor de hand liggende Hollywood-makeover zal het inktzwarte – of in dit geval bloedrode – slot ongetwijfeld een paar tandjes worden opgeleukt. En alles worden uitgelegd. Want buiten de comfortzone zijn geest en vlees niet van elkaar te onderscheiden.
 

2 oktober 2016

 
MEER RECENSIES