Wild Pear Tree, The

****
recensie The Wild Pear Tree

Meester van de nuance

door Cor Oliemeulen

De net afgestudeerde Sinan keert vanuit de stad terug naar zijn geboortedorp in Anatolië en wil liever schrijver dan leraar worden. Hij beschrijft de bekrompenheid van de streek en zijn visie op het leven in zijn boek The Wild Pear Tree, waarvoor hij een sponsor zoekt om het te kunnen uitgeven. Ondertussen botst hij met zijn vader, die als gevolg van gokken zijn aanzien heeft verloren.

Ook in zijn achtste speelfilm zadelt de bejubelde Turkse regisseur Nuri Bilge Ceylan zijn hoofdrolspeler op met een existentiële zoektocht naar de zin van het leven en de rol en verantwoordelijkheid van de mens. Net als in het geniale Winter Sleep draait de plot om familierelaties en meer om het gesproken woord dan om de gebeurtenissen in de overweldigende natuur. Ook The Wild Pear Tree (Ahlat Agaci) is zo traag als het dagelijkse leven in de contreien waar het verhaal zich afspeelt, maar trekt je daardoor wel in het lot.

The Wild Pear Tree

Prikkelend
Door de vele lange scènes met zijn gebruikelijke statische shots sneed Ceylan zijn werkstuk terug naar een speeltijd van ruim drie uur die nodig is om het karakter van Sinan (Dogu Demirkol) goed te kunnen uitdiepen en zijn relatie met zijn vader Idris (Murat Cemcir) betekenisvol te kunnen afronden. Sinans verplichte legerdienst in een besneeuwd gebied (ook een handelsmerk van de regisseur) aan het eind duurt slechts enkele minuten, terwijl het gesprek van Sinan met twee jonge imams, die hij betrapt op het stelen van appels, wel een paar minuten korter had gekund. Hun discussie over de betekenis van godsdienst en de Koran in deze tijd van technologie en vooruitgang is prikkelend, maar zoals altijd gaat Ceylan – die zich vaak laat inspireren door de Russische schrijvers Tsjechov en Dostojevski – qua statements zelden over het randje. Hoewel sommige Turken daar vast anders over denken.

In zijn jeugdige, rebelse overmoed en met een air dat hij de wijsheid in pacht heeft, zien we Sinan in een aantal confronterende ontmoetingen. Dat begint al direct met zijn terugkomst uit de universiteitsstad Çanakkale (waar regisseur Ceylan opgroeide) naar zijn geboortedorp Çan waar een winkelier Sinan op straat verwelkomt om hem vervolgens fijntjes te verzoeken of hij zijn vader kan bewegen zijn gokschulden af te lossen. Hierna volgt een stijlvol gefilmde ontmoeting vol ingehouden erotiek met Hatice, een vriendinnetje uit zijn jeugdjaren die op het veld werkt. Ook zij heeft dromen, maar voelt niet net als Sinan de urgentie om de in zijn ogen kleingeestige omgeving de rug toe te keren. Ze filosoferen verder en verschuilen zich achter een boom als Hatice haar hoofddoekje heeft afgedaan. Ze kussen elkaar, de wind steekt plots op en speelt met de bladeren en haar lange haren.

Respect
Thuis vervliegt Sinans laatste restje respect voor zijn vader, die zich in bochten wringt om zijn gokverslaving te verdoezelen, maar ondertussen zijn gezin wel regelmatig zonder elektriciteit laat zitten. Als er geld van Sinan is gestolen, gaan de gedachten direct uit naar vader, hoewel er ook enkele werklieden in de woning zijn gesignaleerd. Sinan zal zijn vader echter nooit direct beschuldigen, hoe goed Idris zijn zoon ook uitdaagt om zulks te doen. Sinan kan weliswaar openhartig met zijn moeder over zijn vader praten, maar zij verdedigt Idris, die volgens haar een goed hart en inderdaad ook gebreken heeft, maar hij slaat in ieder geval niet. Bovendien verslijt het halve dorp Idris voor gek omdat hij denkt dat hij door het graven van een diepe put nabij een wilde perenboom water kan vinden.

The Wild Pear Tree

Na een moeizaam gesprek met de burgemeester over financiering van zijn boek belandt Sinan bij een plaatselijke ondernemer. Ook deze past als hij merkt dat Sinan zich weigert te conformeren aan de sociale regels en gebruiken. “Educatie is prima. Maar dit is Turkije. Als je in dit land wilt overleven, moet je je aanpassen. De straat is anders dan de school. Wat je vandaag leert, is morgen waardeloos.” De ondernemer zal Sinans boek zeker niet sponsoren, want toeristen lezen liever positieve verhalen dan alleen maar kritiek op de regio.

Gave
Nuri Bilge Ceylan heeft de prettige gave om in dialogen alle partijen genoeg ruimte te geven en door verrassende nuances en subtiele humor zoveel mogelijk kanten van een kwestie te belichten. Dat geldt uiteindelijk ook voor het klassieke vader-zoondrama in The Wild Pear Tree als blijkt dat Sinan meer op Idris lijkt dan hij altijd heeft gewenst. Ook Ceylans jongste film is niet zo zwaarmoedig als zijn protagonist, hoewel die ten onder dreigt te gaan aan valse verwachtingen. Geen meesterwerk als Winter Sleep, maar een meanderende stroom van betekenisvolle woorden.

 

25 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Shadow

****
recensie Shadow

Een kunstwerk gehuld in grijstinten

door Michel Rensen

De Chinese grootmeester Zhang Yimou is terug met een visueel overdonderende film. Shadow is een waar kunstwerk dat sterk geïnspireerd is door traditionele Chinese schilderkunst. 

Nadat Zhang Yimou in de jaren 80 en 90 furore maakte met hoofdprijzen op grote filmfestivals verschoof zijn aandacht rond de eeuwwisseling naar de genrefilm. Na de flop van zijn mainstreamspektakel The Great Wall met Matt Damon, zoekt de Chinese regisseur in Shadow een tussenweg tussen het toegankelijke spektakel en de beeldende schoonheid die hij onder andere in Raise the Red Lantern en Hero al heeft laten zien. Het is zeer terecht dat hij met dit prachtige kunstwerk twaalf nominaties verdiende voor de Golden Horse Awards, de Chinese Oscars, en met vier beeldjes naar huis ging, voor beste regie, art design, kostuumontwerp en visuele effecten.

Shadow

Schaduw
In de derde eeuw is de stad Jing na een jarenlange oorlog in handen van de vijand gevallen. De koning van Pei, Zi Yu, wil het gesloten vredespact niet op het spel zetten, maar zijn generaal denkt daar anders over. Deze is echter ernstig verwond geraakt en fysiek niet in staat zijn oude rol te vervullen. Zonder weten van de koning heeft de generaal een dubbelganger (ook gespeeld door Chao Deng) zijn plaats laten innemen, terwijl hij in het geheim een plan smeedt om Jing terug te veroveren.

De film ontwikkelt zich tot een heerlijk machtsspel tussen de figuren aan het hof, maar schroomt niet ook klassenproblemen aan te stippen. De schaduw is een gewone burger die gedwongen wordt de rol van de generaal op zich te nemen, wetende dat zijn moeder gevaar loopt als hij het spel niet meespeelt.

Traditionele Chinese schilderkunst
In zijn ontwerp haalt Shadow sterke inspiratie uit traditionele Chinese schilderkunst in gewassen inkt. Met verschillende verdunningen van zwarte inkt worden vaak wonderschone landschappen in grijstinten geschilderd. Deze schilderkunst kenmerkt zich door het gebruik van suggestie. Bergen verdwijnen in het niets, enkel de omtrek van de berg wordt afgebeeld, waarna de kijker zich de rest inbeeldt. Water wordt vrijwel altijd weergeven door afwezigheid van inkt, maar voor de kijkers van het kunstwerk is het altijd duidelijk dat het water betreft. Het niet kleuren heeft net zo’n sterke expressie als het aanbrengen van de inkt.

Het vrijwel volledig in grijstinten gehulde setontwerp van Shadow heeft sterke overeenkomsten met deze traditie. De bergen die de stad Jing omringen verdwijnen in de mist, slechts de omtrek is zichtbaar. Deze techniek creëert zeer veel diepte in het landschap, hoewel je als kijker feitelijk de diepte niet kan waarnemen door de mist. Het is jammer dat de film vaak te snel wegsnijdt naar het volgende shot, waardoor je als kijker niet de kans hebt deze fenomenale shots als een schilderij te aanschouwen.

Shadow

Hangende, doorzichtige doeken creëren in het paleis op een vergelijkbare manier diepte. De personages bewegen zich tussen de verschillende lagen, waardoor in beperkte ruimtes veel diepte ontstaat. Ook in de kostuums is deze traditie op een inventieve manier doorgevoerd. De kleurloze gewaden van de personages lijken doordrenkt met inkt, een wirwar van grijstinten, enkel verstoord door het trage doorsijpelen van bloed.

Grijze moraal
Het is jammer dat de suggestiviteit niet in de vertelling van Shadow terugkomt. De motieven van en relaties tussen de personages worden meerdere keren en door verschillende karakters uitgelegd. De personages zijn geen van allen tot goed of slecht te definiëren en hebben allemaal een grijze moraal. Desalniettemin wordt alles ingekleurd en hoeft de kijker zelf de leegtes niet in te vullen.

Shadow neemt zijn tijd om alle schaakstukken op de goede plek te zetten en de regels nog eens grondig uit te leggen voor het actiespektakel losbarst. Het vereist wat geduld, maar een zeer inventief gebruik van multifunctionele metalen paraplu’s maakt het onvermijdelijke conflict tot een weergaloos spektakel. Waar het verhaal in creativiteit bij vlagen tekortschiet, maakt het visuele genot van Shadow een must see op het grootste scherm dat je kunt vinden.

 

13 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Films uit het Ottomaanse Rijk

This is film: Silent Cinema
De zieke man van Europa en de zevende kunst

door Paul Rübsaam

Films uit het Ottomaanse Rijk? Jazeker, ze bestaan. Of toch niet echt? EYE-curator Elif Rongen-Kaynakçi kon ons in aflevering 4 van de EYE-lezingenyclus This is film! Film heritage in practice in ieder geval haar compilatie Views of the Ottoman Empire presenteren. 

‘Film’ is nog altijd een relatief modern klinkend begrip. Het Ottomaanse Rijk daarentegen roept associaties op met lang vervlogen tijden. In de negentiende en het begin van de twintigste eeuw werd het eens zo glorieuze rijk, dat in de zeventiende eeuw de omvang had van een continent, ‘de zieke man van Europa’ genoemd. De grootmachten Frankrijk, Engeland en Rusland gunden elkaar geen gebiedsuitbreidingen en hielpen de opeenvolgende sultans daarom steeds weer in het zadel als machthebbers over een steeds kleiner wordend gebied. Dat duurde net lang genoeg om het medium film in het zieltogende rijk zijn intrede te laten doen.

Films uit het Ottomaanse Rijk

Waar EYE de bijna tweehonderd bezoekers op trakteerde, stond zelfs in het teken van wat je vergankelijkheid in het kwadraat zou kunnen noemen. Want zeventig procent van alle films van voor 1930 (inclusief de ‘Ottomaanse’) is verloren gegaan, zoals Giovanna Fossati (hoofdcurator van EYE en vaste gastvrouw van de lezingencyclus This is film! Film heritage in practice) nog eens benadrukte.

Het bewaren, restaureren en hervertonen van oude (vaak zwijgende) films is vanaf de jaren dertig de gezamenlijke arbeid geweest van vele filmarchieven, filmmusea en cinematheken, verspreid over de wereld. Ook voor Views of the Ottoman Empire. de compilatie van filmbeelden (van 1902 tot 1926) die Fossati’s gast Elif Rongen-Kaynakçi (curator zwijgende films bij EYE) ons presenteerde, is uit diverse bronnen geput. Naast de unieke mogelijkheden die dat biedt, brengt dat beperkingen met zich mee voor wat betreft het waarlijk Ottomaanse karakter van de beelden.

Geen oorlogsbeelden
Rongen-Kaynakçi neemt ons bij haar muzikaal door Oguz Büyükberber begeleide compilatie mee op een reis van Constantinopel (Istanbul) naar de Balkan en via Noord-Afrika (het tegenwoordige Algerije, Libië en Egypte) weer terug naar Constantinopel en andere tegenwoordig Turkse bestemmingen. Opzettelijk toont ze geen oorlogsbeelden, al waren oorlogen al vóór de Eerste Wereldoorlog in het bewuste gebied en tijdvak aan de orde van de dag.

Van al te veel zoetsappigheid is echter geen sprake. Sommige impressies zijn niet los te zien van rampen die in het getoonde gebied hebben plaatsgevonden. In Adana (tegenwoordig Turkije) filmden de Franse geestelijken Mulsant en Chevalier in 1909  niet alleen brood bakkende autochtonen, maar ook een verwoeste Armeense wijk kort nadat islamitische contrarevolutionairen daar in reactie op de hervormingsbeweging van de zogeheten ‘Jonge Turken’ een ware slachting hadden aangericht onder de Armeense (christelijke) bevolking. Voorts krijgen beelden van Smyrna (Izmir) anno 1911 een bijzondere betekenis als je je bedenkt hoezeer die stad geleden heeft onder de brand van 1922, die het einde van de Grieks-Turkse oorlog markeerde.

Films uit het Ottomaanse Rijk

Soepele tijdsgrenzen
Eveneens bewust heeft Elif Rongen de begrenzingen van het Ottomaanse Rijk in de tijd gezien ietwat ruim genomen. Zo zijn er beelden van Sarajevo uit 1912, toen die stad waar de Eerste Wereldoorlog nog moest ontbranden al niet meer deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk. De meer dan vier eeuwen durende Ottomaanse heerschappij (tot 1878) is in het straatbeeld anno 1912 echter nog goed terug te zien. We zien hoe mannen met een fez op het hoofd ezeltjes beladen met immense hooibalen voortdrijven door de steile straatjes en hoe duiven evenals in Constantinopel in diezelfde tijd als heilige vogels worden gevoerd.

Evenmin voor de volle honderd procent Ottomaans zijn beelden uit Tripoli uit 1912 en beelden van Istanbul (Constantinopel) anno 1926. Een fraai panorama van de stad Tripoli in Ottomaanse stijl zien we juist in de tijd dat de Italianen dit deel van Noord-Afrika veroverden. Het beeld van vrouwen die zich anno 1926 in Istanbul verlegen lachend van hun gezichtssluier ontdoen, is weliswaar typerend genoeg, maar de republiek Turkije was toen al drie jaar oud.

Dat soepel omgaan met die tijdsgrenzen om een nog aanwezige Ottomaanse atmosfeer te kunnen tonen, valt goed te begrijpen. Het schept niettemin een theoretisch probleem. Want waar trek je de grens dan wél? Ook in het hedendaagse Istanbul kunnen nog ‘views of the Ottoman Empire’ in de ruimere zin des woords worden vastgelegd. Maar dat valt toch buiten de context van filmgeschiedenis.

Oriëntalisme 
Een derde uitgangspunt van Rongen is het onverkort tonen van het filmmateriaal dat ze in vooral West- en Midden-Europese filmarchieven heeft gevonden. Geen uitgesneden hoogtepunten laat ze zien, maar het gehele filmpje zoals het destijds is gemaakt, om welke reden dan ook. Zo worden beelden van een buikdanseres met een (ingekleurde) gele jurk ineens gevolgd door beelden van een man in een Schotse kilt, die eveneens een dansje doet. Ook wel gek, vonden de makers kennelijk. Tevens worden beelden van de stad Smyrna op tamelijk willekeurige momenten doorsneden met impressies van westerse toeristen die een bezoek brengen aan de archeologische site van Efeze, op toch zeventig kilometer afstand van Smyrna.

Films uit het Ottomaanse Rijk

Haar principe om te tonen wat ze gevonden heeft, valt te prijzen in de curator. Maar tevens legt het de nodige beperkingen van haar materiaal bloot. Het vroeg twintigste-eeuwse grondgebied van het Ottomaanse Rijk was een populaire reisbestemming voor westerse toeristen die wat te besteden hadden, of in het beste geval voor nieuwsgierige westerse filmmakers. Het door de Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper Edward Saïd voor het eerst benoemde verschijnsel Oriëntalisme typeert veel filmmateriaal dat ten grondslag heeft gelegen aan Views of the Ottoman Empire. De ‘oosterling’ en zijn leefomgeving worden daarbij in de positieve zin des woords als exotisch ervaren. Maar ook als verschijnselen die voor een beschavingsoffensief in aanmerking komen.

Misschien kan het niet anders. Misschien deed film als medium toch net te laat van zich spreken om ons nog een gefilmd kijkje in het Ottomaanse Rijk met zijn censuurwetgeving ‘van binnenuit’ te verschaffen. Of misschien moet het project Views of the Ottoman Empire nog een vervolg krijgen. Als het om oud filmmateriaal gaat, kan er immers altijd weer iets ‘nieuws’ opduiken.

 

29 april 2019


ALLE ESSAYS

Ash is Purest White

***
recensie Ash is Purest White

Twee decennia modern China

door Bob van der Sterre

De nieuwste film van Zhangke Jia is een soort laatste hoofdstuk van zijn films. De grootmeester van de vijfde generatie, Zhang Yimou, vond zichzelf opnieuw uit als expert in wuxiafilms. Na het zien van Ash is Purest White vraag je je af of Zhangke Jia, grootmeester van de zesde generatie, ook rijp is voor zo’n radicale stap. Comedy? Horror? Want hij lijkt nu wel klaar met zijn gigantische filmproject over mensen die worstelen met de realiteit in China.

En worstelen doen ze, het stelletje Bin en Qiao. In 2001 gaat het nog de goede kant op. Bin is nog een lokale crimineel, Qiao zijn liefje. Ze lossen allerlei zaken op in de buurt van de opkomende stad Datong. Hij lost zaken liever met hersens op dan met wapens.

Ash is Purest White

Agressieve bendes
Totdat er ineens agressieve bendes opduiken en hem uitdagen. Op een kruising levert dat een heftige vechtpartij op. Qiao pakt een wapen en schiet in de lucht. Qiao komt in de gevangenis omdat ze zegt dat het haar wapen was.

In 2006 als ze weer vrij is, staat Bin er niet om haar te bedanken. Ze reist naar de plek waar de Drieklovendam wordt gebouwd. Ze moet mannen oplichten om aan geld te komen. Daar vindt ze hem uiteindelijk, uitgeleefd en depressief. Ze rent weg. In de trein ontmoet ze een vlotte vent die ‘de toerismesector van Urumqi aan het ontwikkelen is’. Maar niets is in China wat het lijkt: ‘Sorry, ik heb alleen maar een klein winkeltje in mijn geboortedorp.’

Ze keert terug naar haar kroeg van vroeger. Tot op een dag in het heden Bin arriveert… Niet zoals ze had gehoopt.

Cinematografische verwijzingen naar jezelf
Zhangke is intussen een veteraan onder de Chinese regisseurs. De beroemdste van de zesde generatie, die – in tegenstelling tot de vijfde generatie met haar historische drama’s – het rauwe, persoonlijke leven van het heden toont. Ash is Purest White pakt uit met allerlei bekende Zhangke-thema’s. Het is een soort medley van zijn eigen werk.

Je ziet in deze film de kleine misdaad van A Touch of Sin en Xiao Wu, de Drieklovendamregio van Still Life, de verstedelijking  van The World, de veranderingen van 24 City, het portret van de vrouw in Mountains May Depart. En zoals zo vaak met redelijk forse tijdverspringing en opgeknipt in verschillende episoden.

Cinematografische verwijzingen zijn er vooral naar zichzelf. Geen genres, geen voorspelbaarheid, geen stilisme, geen makkelijke thema’s. Invloeden zijn letterlijk op een vinger te tellen: zichzelf. Hoewel hij zelf Ozu, De Sica, Fellini en Bresson noemt als voorbeelden, maar dat zie je niet zo in zijn films terug.

Ash is Purest White

Actrice Zhao Tao’s scène in Still Life keert bijna letterlijk terug in Ash is Purest White (met wederom een flesje water). Ook Shenxi, de provincie waar de eerste films zich afspelen, heeft hier ook een hoofdrol. De rauwheid van zijn vroegste films (met name Xiao Wu). En de film omspant misschien niet toevallig ook Zhangke Jia’s carrière als regisseur. Daarmee zou je een van de ergste oeuvreclichés van stal kunnen halen: er is een cirkel rondgemaakt.

Een nadeel: mensen die zich zo eigenwijs werken, kunnen behoorlijke clichés opdissen als iets verheffends. Flauw is bijvoorbeeld in deze film hoe mobieltjes symbool staan voor een bepaalde periode. Misschien heeft Zhangke Jia dat nog nooit in andere films of series gezien? Hoe kun je anders niet weten dat het intussen een cliché is?

Een flow in plaats van een verhaal
Zhangke Jia wordt vaak gewaardeerd om zijn stijl maar dat is een vergissing. Tenzij je houdt van de stijl van rauwe en eerlijke cinema. Hij gelooft niet in overstilering – waarschijnlijk niet eens in stilering zelf.

Ook in het verhaal. Je kijkt eerder naar een flow dan een verhaal met een net script. Als filmkijker moet je dus wel even je visuele verlangens terugschroeven als je zijn films gaat kijken. Maar de flow breekt je verzet. Als je soms simpel camerawerk, houterig acteerwerk en kitscherige scènes ziet, dan accepteer je dat sneller dan normaal.

Zijn karakters zijn al net zo rauw. Ze zijn overlevers in een veranderende wereld en hebben een voor film karig gevoel voor romantiek. Ze zijn figuranten van het leven die een dialect-Chinees spreken. Zhangke Jia streeft naar ‘objectieve films’, dus meer antihelden met tekortkomingen dan sterke figuren.

De prijs is dat je soms wordt verbluft door momenten van prachtige eenvoud. In deze film is de scène in het hotel hartbrekend. Niet volgens een plan. Die scène duikt plotseling op. Zoals je ook de indrukwekkende vechtscène waarin Bin het alleen tegen een hele bende opneemt niet ziet aankomen. Er is weinig wat je wel ziet aankomen bij Jia’s films.

Ash is Purest White

Zhangke Jia: de regisseur
Omdat de film een soort medley van zijn werk is en hij gretig zichzelf citeert, maak er dan meteen een feestje van en bekijk ook de masterclass van afgelopen IFFR. Al die leuke weetjes! Hij leerde veel uit een boekje van Fassbinder dat gaat over hoe je het budget van je film kunt rond krijgen. Hij studeerde montage van Eisenstein maar ‘zoiets vind je niet in mijn films’. En cameraman leek hem eigenlijk leuker – maar hij was te klein om die studie te mogen volgen.

Of zijn oeuvre met deze film nu rond is of niet – en of hij zich hierna wel eens moet vernieuwen of niet – Jia blijft een van de groten van China. Zijn gewone, weinig mysterieuze houding tegenover zijn werk bewijst dat. Voor protserigheid is hij gewoon te nuchter. En dat kenmerkt de grote artiesten.

 

25 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Wajib

***
recensie Wajib

Een broos evenwicht

door Ries Jacobs

Soms moet je door de zure appel heen bijten en doen wat je omgeving van je verwacht. Soms moet je juist doen wat je zelf wilt. In de laatste film van de Palestijnse regisseuse Annemarie Jacir worstelen de hoofdrolspelers met de vraag voor welke van deze twee opties ze moeten kiezen.

Een vader met een snor en een ouderwetse pet, een zoon met een hipsterstaart en dito kleding. Al na vijf minuten is duidelijk dat dit een familiedrama is waarin traditie en moderniteit botsen. Vader Abu Shadi en zoon Shadi rijden in een oude Volvo rond om uitnodigingen voor het huwelijk van dochter en zus Amal te bezorgen. Volgens het lokale gebruik moet iedereen persoonlijk worden uitgenodigd en worden de huwelijksaankondigingen dus niet per post verstuurd.

Wajib

Vader is een Palestijn die in het tegenwoordig Israëlische Nazareth woont. Hij is gevoelig voor de plaatselijke roddel en achterklap, die zijn eer kunnen aantasten. Zoon werkt als architect in Italië. Hij is meer individualistisch ingesteld en begrijpt weinig van het eergevoel van zijn vader.

Israëlische hond
Jacir weet als geen ander hoe ze het dagelijks leven in Israël in beeld moet brengen. Ook in haar derde lange film doet ze dit vanuit het Palestijnse perspectief. Op een subtiele manier geeft ze weer hoe in het leven van Shadi en Abu Shadi plaats is voor christenen, joden en moslims. Ze gaan langs bij families waar een kerstboom het huis versiert, maar ook bij zionisten in Israëlische nederzettingen.

Het nieuws geeft ons een beeld van Israël als land dat bestaat uit twee kampen die elkaar de hersens inslaan, maar Jacir laat zien dat de verschillende geloofsgemeenschappen geen gescheiden werelden zijn. Meestal leven ze vreedzaam naast elkaar. Soms lukt dat niet, bijvoorbeeld wanneer Abu Shadi in een joodse nederzetting een hond aanrijdt en er daarna vandoor gaat. “Je weet wat er gebeurt in dit land als je een beest kwetst? En zeker een Israëlische hond!”

Wajib

Lied zonder refrein
Wajib bevat meer scènes waarin de onderhuidse spanning tussen Palestijnen en joden tot uiting komt. Zo hebben vader en zoon bijna constant ruzie over wie ze moeten uitnodigen voor de bruiloft, waarbij zoon principieel is en vader niemand voor het hoofd wil stoten teneinde het broze evenwicht met Palestijnen en joden in zijn omgeving te bewaren. Als hij nu de verwachtingen van zijn omgeving inlost, krijgt hij later geen probleem. Dit verklaart de naam van de film. Een wajib is een voor moslims noodzakelijke handeling, zoals het gebed of de ramadan. Wie deze uitvoert wordt later beloond, wie deze verwaarloost wordt gestraft.

Jacirs poging om de spagaat waarin veel Palestijnen zich bevinden weer te geven is zonder meer geslaagd. Dit geldt niet voor de film als geheel, waarin niet zoveel gebeurt. Vader en zoon rijden, bezorgen ergens een uitnodiging, rijden weer verder, gaan weer bij iemand langs en rijden weer verder. De verhaallijn van het door Jacir zelf geschreven script is flinterdun en maakt de film, ondanks de goed uitgewerkte karakters, bij vlagen vlak en spanningsloos.

Kijken naar een film zonder verhaal is als luisteren naar een lied zonder refrein. Na een tijdje gaat het vervelen omdat het meer van hetzelfde is. Dit geldt ook voor Wajib, ondanks de sfeer die Jacir weet te creëren. Als regisseuse is de Palestijnse filmmaakster deze keer beter geslaagd dan als scriptschrijfster.

 

23 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

CinemAsia: Fatale obsessies en dodelijke ambities

CinemAsia crime:
Fatale obsessies en dodelijke ambities

door Alfred Bos

Het programma van Cinemasia 2019 telt veel films over voedsel en identiteitspolitiek. Dat zijn trendy topics, maar misdaad is van alle tijden. 

De crimethrillers op het menu van CinemAsia dit jaar passen evenzeer in een trend, die van ‘gebaseerd op een waargebeurd verhaal’. Dat ze draaien rond verongelijkte mannen die het hebben voorzien op vrouwen is in MeToo-tijden mooi meegenomen. Wat ook is meegenomen: ze variëren op de bekende genreconventies en zoeken, met wisselend succes, naar een nieuwe invulling.

De debuterende regisseur Kim Tae-gyoon – hij schreef tevens het scenario – werkte naar verluidt vijf jaar aan de voorbereiding van Dark Figure of Crime (Zuid-Korea, 2018), een psychologische thriller rond een rechercheur die door een veroordeelde moordenaar op een vossenjacht wordt gestuurd. De boef (Ju Ji-Hoon) bekent in het gevang tegen de speurder (Kim Joon-Seok) dat hij meer op zijn kerfstok heeft dan de autoriteiten weten.

Dark Figure of Crime

Verborgen moorden
De film is gebaseerd op een aflevering van een populair en langlopend tv-programma over misdaad, de Zuid-Koreaanse Opsporing Verzocht, en de oorspronkelijke filmtitel laat zich vertalen als ‘verborgen moorden’. Naast de ongemakkelijke waarheid dat er meer onopgeloste moordzaken zijn dan gevallen waarin de dader achter de tralies verdwijnt, zijn er de moorden die nimmer als zodanig zijn herkend. Het is een origineel uitgangspunt.

Dark Figure of Crime draait om de confrontatie van de rechercheur en de moordenaar. Het is een psychologisch steekspel tussen een man met moreel besef die obsessief naar de waarheid graaft (dat laatste soms letterlijk), ook al kost het hem zijn reputatie en zijn baan, en een nihilistische manipulator die de waarden van zijn opponent gebruikt om zijn eigen situatie te verbeteren. Hij strooit met nepnieuws, een actueel thema.

Het onderzoek naar de restanten en identiteit van de al dan niet fictieve slachtoffers vormt het vlees van deze politieprocedurefilm rond het skelet van de clash tussen twee attitudes. Het mysterie is intrigerend, maar de film slaagt er slechts gedeeltelijk in om de kijker te engageren. Dark Figure of Crime (***) presenteert zich als karakterstudie, maar de personages blijven, ondanks uitstekende vertolkingen, vreemdelingen voor de toeschouwer. Wie ze zijn en wat hen drijft, blijft ongewis.

Het jaar van de ommekeer
The Looming Storm, het regiedebuut van de cinematograaf Dong Yue, op basis van een eigen script, gebruikt de kapstok van de misdaadfilm om sociaal drama aan op te hangen. The Looming Storm (China, 2017) plaatst scherp getekende karakters in een historische context die binnen China zelf is weggemoffeld en in de westerse media onderbelicht is gebleven: de omslag van communisme naar staatskapitalisme en de teloorgang van de zware industrie. En de sociale ellende die daaruit voortkwam.

De film is gesitueerd in de zuidelijke provincie Hunan, niet ver gelegen van Hong Kong. Het jaar is 1997: Hong Kong wordt door Engeland overgedragen aan China en de nieuwe leider Jiang Zemin, opvolger van Deng Xiaoping, sluit onrendabele staatsbedrijven. Daartoe behoort Smelt Factory Nr. Four in een naamloos provinciestadje waar het altijd regent en het leven even grauw is als de vervuilde woonomgeving.

The Looming Storm opent in 2008, wanneer Hunan een extreme winter doormaakt. De hoofdpersoon, Yo Guowei (Duan Yi-Hong), is uit de gevangenis ontslagen en vraagt een identiteitskaart aan. In zijn naam zit de thematiek van de film verscholen: ‘yu’ betekent ‘overbodige restanten’, ‘guo’ is ‘natie’ en ‘wei’ staat voor ‘roemrijk’. Waarom hij heeft vastgezeten, leert een lange flashback, de film.

The Looming Storm

Sfeervolle film noir
Guowei ontmaskert als veiligheidsmedewerker van de staalfabriek stelende arbeiders. Daarvoor wordt hij in een schitterende – en zwaar ironische – scène door de directie beloond als Werknemer van het Jaar. Tijdens zijn dankwoord voor de zaal met het braaf applaudisserende personeel begint het opeens te sneeuwen: de verouderde koelinstallatie heeft het begeven. ‘Don’t rain om my parade’ zingt een bekende Broadway-klassieker, hier is het ‘Don’t snow on my parade’.

Maar eigenlijk wil Guowei bij de politie werken. Hij dringt zich op aan de vermoeide en ongeïnteresseerde chef Zhang (Du Yuan), die een reeks moorden op jonge vrouwen onderzoekt, maar hem afwijst. Hij gaat met zijn assistent Xiao Liu (Wei Zheng) zelf op onderzoek en begint een relatie met een prostituee, Yanzi (Jiang Yiyun), die fantaseert over een kapsalon in Hong Kong. Maar de realiteit is een maatje te groot voor de dromen van de aspirant-speurder en zijn werkelijkheid desintegreert in crescendo. Hij raakt alles kwijt, inclusief zijn baan en zijn vrijheid. Zijn toekomst dus.

Lang weet de debuterende regisseur te imponeren. De psychologie is ijzersterk: ambitie maakt blind, Guowei’s obsessie kost levens. De humor is fijntjes en gitzwart. Context en plot vullen elkaar naadloos aan. Sociaal en psychologisch drama gaan hand in hand. De cinematografie is fraai en er zijn meer dan een paar ijzersterke scènes, met als hoogtepunt een achtervolging – in de stromende regen – op een verlaten rangeerterrein. Maar op driekwart glipt de film hem uit handen, de romance is te zwaar aangezet en het contrast tussen fantasie en realiteit wordt schimmig.

The Looming Storm (****) lijkt bij oppervlakkige beschouwing op de geniale Zuid-Koreaanse misdaadfilm Memories of Murder uit 2003 – de film die de tv-serie True Detective en de perfecte Spaanse genrefilm La Isla Minima inspireerde – maar doet iets heel eigens met het gegeven van een seriemoordenaar die het in de verre provincie op jonge vrouwen heeft gemunt. Het is een intense en sfeervolle film noir die, ondanks zijn gebreken, de komst van een oorspronkelijk talent verkondigt.

Dark Figure of Crime: zaterdag 9 maart, Kriterion (21:50)

The Looming Storm: zondag 10 maart, Rialto (16:30)

 

9 maart 2019


MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2019 toont diversiteit

CinemAsia 2019 toont diversiteit
De twaalfde editie van CinemAsia, dat wordt gehouden in de Amsterdamse bioscopen Kriterion en Rialto, trapt dinsdag 5 maart af met de roadmovie Aruna & Her Palate waarin een uitbraak van vogelgriep in Indonesië wordt onderzocht.

Epidemioloog Aruna wordt uitgezonden om een uitbraak van de vogelgriep in Indonesië te onderzoeken. Haar koksvriend Bono gaat mee op reis vanwege zijn culinaire zoektocht naar een nasi goreng-recept. De situatie wordt ongemakkelijk wanneer Aruna’s oude geliefde Farish zich bij hen voegt om Aruna’s werk te evalueren en ze ontdekken dat de overheid geen zuiver spel speelt.

Aruna & Her Palate

Kans
“Ik wil dat mensen andere ideeën krijgen over film uit Azië”, zei artistiek directeur Maggie Lee bij haar aantreden twee jaar geleden in een interview met InDeBioscoop. “Veel Europeanen kennen de Aziatische cinema alleen van films die draaien op festivals als Berlijn, Cannes, Venetië en IFFR. Daarbuiten zijn er veel films en regisseurs die ook een kans verdienen om gezien te worden.”

Volgens Lee zijn grote Aziatische succesfilms zelden in de Europese bioscoop te zien. “Bovendien vallen artistieke kwaliteit en arthouse lang niet altijd samen. Daarom staan er ook blockbusters uit Azië op het programma van CinemAsia.”

CinemAsia 2019 vindt plaats van dinsdag 5 maart tot en met zondag 10 maart in Kriterion en Rialto te Amsterdam.

 

3 maart 2019


MEER FILMFESTIVAL

Capharnaüm

*
recensie Capharnaüm

Ideologie van een betere wereld

door Tim Bouwhuis

Wat doe je als recensent wanneer een film je tegen wil en dank kotsmisselijk maakt? De fantasierijke kaders van je ‘neutrale’ blik worden met geweld aan stukken geslagen. De pijnlijke eer gaat naar Nadine Labaki’s Capharnaüm, een ronduit tendentieuze film die onze gevoeligheid voor sociale misère uitbuit om een politiek punt te kunnen maken.

In de Engelse taal is een ‘capharnaum’ een mengelmoes, een plaats waar wanorde heerst. De gelijknamige Israëlische nederzetting kennen we van Bijbelse wonderverhalen. Het mirakel vindt plaats als de normale orde van zaken wordt doorbroken voor een hoopvol moment van chaos. In Capharnaüm geldt het tegenovergestelde. Chaos en wanorde zijn de wetten van de wereld: het Libanon van de film is een land van verval en structureel ongeluk. Enkel in de rechtszaal heerst een vorm van hoop en orde. Het is de plaats waar de jonge protagonist het onrecht kan bevragen om zijn recht te laten zegevieren. Zijn recht – rond dat begrip zal de gehele film zich samenballen.

Capharnaüm

De macht van perspectief
In de openingsscène klaagt de twaalfjarige Zain (Zain Al Rafeaa) zijn ouders aan vanuit een dan nog surrealistisch motief: hij wil hen laten bestraffen voor het feit dat ze hem op de wereld hebben gezet. De bespreking van de zaak onthult de contouren van een onherstelbaar bezwaard verleden. Zain blijkt zelf al langdurig vast te zitten voor een steekpartij, maar die actie kwam voort uit het onvergeeflijke kwaad dat zijn ouders daarvoor begingen. Gedreven door de wanhoop van hun erbarmelijke leefomstandigheden huwelijkten ze hun elfjarige dochter Sahar (Cedra Izam) uit. De bruidsschat: een handvol kippen. De ontstellende sequentie is het begin van een lange flashback, die vertraagd toewerkt naar een typische climax – dezelfde rechtszaak die de film ook al inluidde. Het is niet toevallig dat Capharnäum in de rechtszaal begint en eindigt. Door de film te openen met de climax creëert Labaki een duidelijk kader waardoor we het leeuwendeel van het drama kunnen bekijken. Het schisma tussen goed en kwaad kweekt sympathie voor het narratief dat volgt.

In de lange flashback blijft het centrale perspectief van de jonge hoofdrolspeler leidend. We volgen hem na zijn vlucht weg van het incident, dwalend door een zee van chaos. Zain is alleen op de wereld. Hij beweegt zich tussen verwaarloosde baby’s en vervuild drinkwater. Onderweg ontfermt hij zich over het kind van een Ethiopische immigrante (Yordanos Shifera). Het zorgt voor nog meer schrijnende taferelen, die niets aan de verbeelding overlaten. Wie nu nog een tekort aan empathie heeft, moet wel heel laaghartig zijn. Op den duur blijkt dat alleen het stempel van een vluchteling Zain misschien kan helpen. Er zit één scène in de film die haast te ironisch is om waar te zijn: Al Rafeaa, zelf een Syrische vluchteling, doet zich voor als een Syrische vluchteling om de diepe put van zijn maatschappij te ontvluchten.

Sociaalrealisme en politiek
De persoonlijke achtergronden van de niet-professionele acteurs zijn krachtige spiegels voor hun rollen in de film. Zo werd de Ethiopische Shifera na haar arrestatie in Capharnaüm daadwerkelijk in hechtenis genomen; leden van het productieteam deden er twee weken over om haar weer vrij te krijgen. Het zijn dit soort omstandigheden die Labaki carte blanche geven. Iedere mogelijke politieke onderlaag kan eenvoudig van tafel geschoven worden met de lijvige claim van waarachtigheid.

Het zijn immers de personages die zich uitspreken, en die personages zijn eigenlijk geen personages: het zijn mensen van vlees en bloed. Binnen zo’n denkkader kan alleen Zain verantwoordelijk zijn voor zijn uitspraken. De façade van de werkelijkheid waart de ideologie van de regisseuse vrij.

Capharnaüm

Cinema als gevaar
De politieke boodschap van Capharnaüm is een verbijsterende schreeuw om orde uit chaos te creëren. Zain vraagt niet alleen of de zwangerschap van zijn moeder gestopt kan worden. Hij stelt ook dat ouders als die van hem (lees: ouders die onder de armoedegrens leven) geen kinderen meer zouden moeten krijgen. Dat gaat veel verder dan een algemeen argument voor abortus: de aanspraak op de mogelijkheid geboortebeperking rechtelijk, en, vooral, voor een specifieke maatschappelijke groep te organiseren riekt naar eugenetica, ofwel het idee dat de bevolkingssamenstelling van een land gericht geoptimaliseerd kan worden. Eugenetica draagt het loodzware gewicht van historische precedenten. Een directe analogie met nazi-ideologie gaat veel te ver, maar de suggestie van een vergelijkbaar gedachtegoed baart grote reden tot zorgen.

Voor ondergetekende werd zo’n suggestie van een dubbele agenda nog eens gesterkt door het feit dat de armoede in de film ontdaan is van enige context. Demografische variaties zijn zo veel mogelijk omzeild om het overkoepelende beeld van misère zo krachtig mogelijk te maken: wie de film ziet, kan haast niet meer om Zains finalepleidooi heen. ‘Poverty porn’ is een harde, maar geen onterechte term om de opgedrongen kadrering te karakteriseren. De politieke gedachte achter de chaos: stop de chaos, dan kunnen we naar een omgekeerde wereld toe. Capharnäum is geen ‘plaats waar wanorde heerst’, maar een heimelijke utopie over de ruggen van de veroordeelden.

De film verhoudt zich zo openlijk maar toch verhuld tot het soort politiek dat de grens tussen kunst en moraal op ingrijpende wijze doet vervagen. Wat een oprecht drama lijkt te zijn, is in feite een politiek pamflet, dat haar boodschap zo verpakt dat een publiek haar in potentie volledig onwetend kan omarmen. Dat soort cinema is niet langer onschadelijk – laat de zegetocht langs de festivals een alarmkreet zijn.

 

25 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Shoplifters

*****
recensie Shoplifters

Kleine vissen verweren zich tegen de tonijn

door Alfred Bos

In het sociaal bewogen Shoplifters – Gouden Palm van Cannes 2018 – toont de Japanse regisseur Hirokazu Koreeda zich wederom als de eigentijdse tegenhanger van Ozu. De film is diep ontroerend, stelt indringende vragen, maar wordt nimmer sentimenteel.

Wat is er onschuldiger dan een dagje nietsnutten aan het strand met het gezin? Weinig, maar niet in de handen van Hirokazu Koreeda, de Japanse regisseur die als een eigentijdse nazaat van Yasujirō Ozu röntgenfoto’s maakt van families die traditionele waarden proberen te handhaven in een samenleving in flux. Eerder dit jaar verscheen The Third Murder in de Nederlandse bioscoop, een meesterlijke, zij het enigszins cerebrale film. Met Shoplifters, in mei van dit jaar winnaar van de Gouden Palm van het filmfestival van Cannes, appelleert Koreeda vol aan het gevoel, zonder sentimenteel te worden.

Shoplifters

Shoplifters handelt over een pseudo-gezin dat is gecentreerd rond een oude weduwe, vertolkt door Kirin Kiki, de ster van het ook in Nederland succesvolle An; Koreeda werkte eerder met haar in After the Storm. Kiki overleed een paar maanden na de première van de film in Cannes. Dat voorziet het dagje aan het strand, onmiskenbaar een sleutelscène in de film, op onvoorziene wijze van een extra laag betekenis.

Matriarchaat
De weduwe is het hart, ook letterlijk, van een bont gezelschap dat door vage en complexe familierelaties is verbonden. Haar zoon Osamu (Lily Franky) en diens echtgenote Nobuyo (Sakura Ando, die in een ondervragingsscène werkelijk briljant onuitspreekbare emoties weet te uiten) hebben slechtbetaalde baantjes; het inwonende nichtje Aki (Mayu Matsuoka) scharrelt als animeermeisje. In het eerste half uur van Shoplifters handelen alle dialogen over geld. Het is een echo van Flowing, de film uit 1956 van Mikio Naruse, die speelt rond een pseudo-familie die los staat van de samenleving, een geisha-huis. Ook dat is een matriarchaat.

De sjoemelaars vullen het schamele pensioen van oma aan door proletarisch te winkelen. In de door vederlichte cocktailjazz begeleide opening zien we hoe Osamu en diens aangenomen zoontje Shota (Jyo Kairi) hun ambacht tot kunst hebben verheven. Onderweg naar huis vinden ze in de vrieskou een meisje, de hartendief Yuri (Miyu Sasaki), die door haar ouders buiten de deur is gezet, en nemen haar mee. Het kind heeft littekens op haar armen en plast in bed, signalen van mishandeling. Ze wordt door de pseudo-familie geadopteerd en leert de kneepjes van winkeldiefstal.

Familieloyaliteit
Shoplifters toont de sociaal bewogen Koreeda van Nobody Knows (2004) – over kinderen die in de steek worden gelaten door hun moeder – en stelt indringende vragen. Hoe moreel is het om een verwaarloosd kind te ontvoeren, ook al doen de onverschillige ouders geen aangifte? Hoe moreel is het om te stelen van kleine middenstanders die net zoveel moeite hebben om het hoofd boven water te houden als de dieven? Wat zijn de normen waard van een samenleving die mensen voor hun arbeid onvoldoende beloont om de basisbehoeften te kunnen betalen? Hoe zinvol is de oplossing van de kinderbescherming? Hoe ver gaat loyaliteit aan familie als die familie zelf niet loyaal is?

Shoplifters

De lijm die het pseudo-gezin bijeenhoudt is afwijzing, door familie, door de maatschappij. Het zijn kleine vissen die samenwerken om het op te nemen tegen een tonijn. Koreeda idealiseert de verstotenen niet, zoals Akira Kurosawa deed in diens Dodesukaden (1970). Wel heeft hij oog voor het menselijke: Yuri is zo blij met haar nieuwe zwempak dat ze het ook in bad aanhoudt; Osamu en Nobuyo vrijen tijdens een zomerse stortbui en worden gestoord door hun ‘kinderen’. De regie is loepzuiver.

Echo’s van Ozu
Het valt allemaal uit elkaar wanneer oma overlijdt. De omslag wordt aangekondigd in een scène die herinnert aan Ozu’s Early Summer (1951), het familie-uitje naar het strand. Zelf je familie kiezen is beter, zolang je er maar niet teveel van verwacht, reflecteert oma. Terwijl ze naar haar ‘familie’ in de vloedlijn kijkt, herhaalt ze voor zichzelf: “Bedankt voor alles.” Het is een magisch moment.

In rap tempo wordt de pseudo-familie ontmanteld en wachten er verrassingen die de onderlinge verhoudingen in een ander – en moreel nog twijfelachtiger – daglicht plaatsen. Bij wie ben je beter af: bij je natuurlijke familie of de familie die je zelf kiest? De kinderbescherming weet het wel en het laatste shot is, net als de film zelf, zowel wrang als poëtisch. En stelt nog een laatste vraag. Is dit wat we willen?

 

11 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Extraordinary Journey of the Fakir, The

*
recensie The Extraordinary Journey of the Fakir

Geen hoogvlieger

door Rob Comans

Neem een paar stereotiepe Indiërs, dompel ze onder in een sentimenteel verhaal, vul dit aan met zoete romcom-stroperigheid, vermeng dat met sociale relevantie en een flinke toef Bollywood-exotisme en breng alles op smaak met ingrediënten uit eerdere crowd pleasers zoals Slumdog Millionaire (2008), Life of Pi (2012) en Lion (2016). 

Zie hier het hapklare recept voor The Extraordinary Journey of the Fakir, een film die ongegeneerd het lijstje van mierzoete benodigdheden voor succesvolle publieksfilms aftikt, en ook nog het mondiale vluchtelingenprobleem wil aankaarten. Helaas vliegt deze door regisseur Ken Scott aangestuurde fakir zo laag en voorspelbaar op zijn doel af dat je hem al van mijlenver ziet aankomen.

The Extraordinary Journey of the Fakir

Omzwervingen
Ajatashatru ‘Aja’ Lavash Patel (Dhanush) groeit als straatjochie op in Mumbai, waar hij als ‘fakir’ toeristen geld uit de zak klopt. Zijn moeder (Seema Biswas) wil hem niet zeggen wie zijn vader is, behalve dat ze hem in Parijs heeft leren kennen. Dus vertrekt Aja wanneer hij eenmaal volwassen is richting de Lichtstad. Daar leert hij Marie (Erin Moriarity) kennen bij de plaatselijke Ikea, waar Aja ‘logeert’ omdat hij zelf geen onderkomen kan betalen. Voordat hij haar in zijn armen kan sluiten, volgen de vele verplichte plotwendingen en omzwervingen waaraan de film zijn titel ontleent. Tel even mee: van Parijs reist Aja naar Londen, dan naar Barcelona, Rome, Tripoli, terug naar Parijs om vervolgens weer in Mumbai te landen.

Illegalen
Op een van zijn ‘reizen’ ontmoet Aja een groep Somalische illegalen. Eén van hen, Wiraj (Barkhad Abdi), wordt Aja’s vriend. Zij hopen in Londen werk te kunnen vinden, maar worden tegengehouden door een bureaucratische immigratiebeambte (Ben Miller), die middels een misplaatst en pijnlijk niet grappig ‘musicalnummer’ het repressieve Britse immigratiebeleid uitlegt. Uiteindelijk belandt Aja in Rome, waar hij actrice Nelly Marnay (Bérénice Bejo) leert kennen. Wanneer zij hem financieel op weg helpt, brengt hij haar als dank weer samen met haar grote liefde. Cue voor het verplichte zang- en dansnummer waarin Aja en Nelly op zijn Bollywoods losgaan. Ettelijke omzwervingen later komt alles weer goed in Mumbai. Marie dumpt haar nieuwe vriend om weer met Aja samen te kunnen zijn, en Aja behoedt als wijze leraar de drie jochies die de raamvertelling van de film vormen voor een lange gevangenisstraf.

Ikea
Er is niks mis met pretentieloos vermaak, dat The Extraordinary Journey of the Fakir dan ook in grote hoeveelheden brengt. Wanneer de ontmoeting met Wiraj de aanzet blijkt voor een geforceerde poging om sociale relevantie en maatschappijkritiek in de film te stoppen, schiet regisseur Scott zijn doel echter ver voorbij. Ook de hijgende pogingen om aan te sluiten bij het referentiekader van het filmpubliek middels Ikea-referenties is stuitend. De jonge hoger opgeleide startende twintigers en dertigers waarop de film zich richt, zullen veel van hun interieurstijl in de film herkennen, en voor deze schaamteloze sluikreclame zal Ikea veel geld over hebben gehad.

The Extraordinary Journey of the Fakir

Iets soortgelijks deed regisseur David Fincher ook al in Fight Club (1999), maar daar was het bedoeld als zwart-komische kritiek op een oppervlakkige, materiële levensstijl. Niets van dit soort ironie bij The Extraordinary Journey of the Fakir: hier is een Ikea-interieur iets om oprecht naar te verlangen. Aju gebruikt zelfs een Ikea-pot als urn voor zijn moeders as (!), die hij keurig op het Parijse graf van zijn vader achterlaat. Dat Ikea de laatste jaren vaak in opspraak kwam vanwege uitbuiting en onethisch gedrag wordt keurig onder het fakir-tapijt gemoffeld.

Harteloosheid
The Extraordinary Journey of the Fakir voornaamste probleem is dat de film, onder alle felle Bollywood-kleurtjes en oppervlakkige romantiek, de ongelijkheid, uitbuiting, het onrecht en materialisme omarmt die de film pretendeert te veroordelen. Deze ‘harteloosheid’ blijkt wanneer Wiraj en Aja spreken over het verschil tussen een toerist en een illegale vluchteling. Plotseling maakt Wiraj de opmerking: “He who swallows coconuts has faith in his butthole.” Aja: “I don’t see the relevance.” Wiraj: “No relevance, I just love the proberb…”

Diegenen die gecharmeerd zijn van mierzoete, inhoudsloze, bijna cynisch gecalculeerde fluff zullen The Extraordinary Journey of the Fakir inderdaad buitengewoon vinden. Mensen die liever door films worden aangesproken op gebieden boven het middenrif zullen nauwelijks wakker kunnen blijven.

9 december 2018

 

ALLE RECENSIES