Left-Handed Girl

****
recensie Left-Handed Girl
Trauma voor generaties door hand van de duivel

door Zoë van Leeuwen

Na jarenlange samenwerking met Oscarwinnende regisseur Sean Baker, komt Shih-Ching Tsou met haar intieme regiedebuut. In Left-Handed Girl geeft ze de kijker een rauwe en realistische blik op genderrollen, jeugdtrauma en Taiwanese tradities. Allemaal gefilmd met slechts een iPhone. 

Shu-Fen (Janel Tsai) heeft het maar zwaar. De alleenstaande moeder en haar twee dochters keren na jaren leven op het platteland terug naar het bruisende Taipei om een kraam te openen op een avondmarkt. Hier blijkt het nog een hele opgave om alle familiebanden bij elkaar te houden. Zeker wanneer opa de 5-jarige I-Jing (Nina Ye) wijsmaakt dat het gebruiken van haar linkerhand het werk van de duivel is, waardoor de kleuter ervan overtuigd is dat alle problemen haar fout zijn.

Die hand van de duivel is niet alleen een eigenaardigheid van de film. Het zeer reële Taiwanese bijgeloof gaat generaties terug, weet ook Tsou. Haar kindertijd in Taiwan en alle moeilijkheden die daarbij kwamen kijken inspireerden haar regiedebuut.

Left-Handed Girl

Familierollen
Het gezin loopt al snel een huurachterstand op door de schulden van de ex-man van Shu-Fen en moet gedwongen om geld smeken bij oma, die ondanks dat ze drie dochters heeft alleen maar over haar succesvolle zoon kan praten. Ondertussen doet I-Jing’s oudere zus Ik-Ann (Shih-Yuan Ma) er alles aan om al die familietradities te vermijden. Ze is het zwarte schaap van de familie en heeft gekozen om in een sigarettenwinkel te gaan werken in plaats van te gaan studeren. Moeder wordt boos omdat Ik-Ann weigert mee te helpen in de eetkraam en dochter voelt zich niet begrepen door Shu-Fen, die volgens haar vastzit in de tradities. Ondertussen wordt I-Jing geacht te gehoorzamen en geen geluid te maken als de volwassenen aan het praten zijn.

Alle onderdrukte gevoelens en geheimen zorgen ervoor dat de pot elk moment kan overkoken. Het kleine appartement, waar de vrouwen dagelijks om elkaar heen moeten manoeuvreren, illustreert perfect wat er ook in hun hoofd omgaat. Als kijker krijg je bijna het gevoel dat je deel uitmaakt van dit Taiwanese gezin. Dat realistische karakter van het verhaal wordt nog verder gevoed door het camerawerk: Tsou filmde volledig met iPhones. De camera beweegt en schudt mee met iedere beweging van de personages en doet daardoor soms denken aan een documentaire. Vaak ligt de focus in het frame op I-Jing en verdwijnen de volwassenen uit beeld.

Klein meisje, grote gevoelens
Het enige wat het jonge meisje lijkt op te vrolijken, is haar nieuwe huisdier Googoo, een stokstaartje dat Shu-Fens ‘nutteloze’ ex-man heeft achtergelaten. Maar wanneer I-Jing per ongeluk Googoo’s bal van het balkon gooit en het arme dier doodvalt, is het meisje ervan overtuigd dat dit komt omdat ze de bal met haar linkerhand heeft gegooid. Vanwege de financiële problemen van het gezin begint I-Jing te stelen en overtuigt ze haar vijfjarige brein dat niet zijzelf iets slechts doet, maar dat het de duivel is. Het escaleert tot het punt waarop I-Jing in de keuken staat, met een mes in haar rechterhand, tranen in haar ogen, klaar om haar linkerhand af te snijden, die het gezin zoveel problemen bezorgt.

Left-Handed Girl

Het tij lijkt pas te keren wanneer haar zus ontdekt dat ze steelt. Haar bitchy houding die ze de hele film had, lijkt te verdwijnen wanneer haar zusje haar huilend vertelt dat opa had gezegd dat haar linkerhand duivels is. Ze sleept I-Jing naar hun grootouders en dwingt opa haar te vertellen dat het gewoon een oud bijgeloof is en laat haar zusje alle gestolen spullen teruggeven. Voor het eerst lijkt het alsof iemand I-Jing opvoedt. Ik-Ann doet haar best om I-Jing niet bloot te stellen aan dezelfde strenge tradities waarmee ze zelf is opgegroeid.

Chaos in het dimsumrestaurant
Alle familiegeheimen en problemen leiden tot een chaotische climax in een dimsumrestaurant tijdens de viering van oma’s 60ste verjaardag. Deze twist van de film, hoewel enorm goed bedacht, komt veel te laat. Je moet eigenlijk de film opnieuw kijken om het door een andere lens te zien.

De samenwerking tussen Baker en Tsou voelt vertrouwd aan en is ook vernieuwend. De manier waarop I-Jing doelloos uren over de drukke avondmarkt slentert, doet denken aan The Florida Project waar onbezonnen kinderen door LA zwerven op zoek naar avontuur.

Left-Handed Girl introduceert het publiek in een wereld die voor menig westerse kijker onbekend is, maar laat je verlangen naar meer van de drukke markten en levendige kleuren van Taiwan. Het einde van de film roept veel vragen op, maar dat is niet erg. Eeuwenoude tradities en patriarchale opvattingen verdwijnen niet zomaar. Het leven voor dit gezin gaat gewoon door, al lijkt er wel iets positiefs te zijn veranderd voor de drie vrouwen.

 

17 december 2025

 

 

ALLE RECENSIES

Angel’s Egg (4K re-release)

****
recensie Angel’s Egg
Alsof de tijd is bevroren

door Cor Oliemeulen

Een klein meisje met droevige ogen zwerft door een verlaten, versteende stad die deels onder water staat. Onder haar jurk draagt ze een groot ei, dat ze angstvallig beschermt. Een jongen, met een wapen in de vorm van een kruisbeeld op zijn schouder, volgt haar. Hij lijkt geïnteresseerd in het ei. Soms rijden er grote machines door de stad en zien we schimmen van soldaten die op grote schaduwen van vliegende vissen jagen. We kijken naar Angel’s Egg (1985), een vergeten meesterwerk dat veertig jaar na de geboorte gerestaureerd in de bioscoop draait.

Het surrealisme van de Japanse filmmaker Mamoru Oshii doet nauwelijks denken aan dat van Salvador Dalí. Dit Spaanse boegbeeld van het surrealisme zou de beelden in Angel’s Egg fantastisch hebben gevonden, maar de pure, onafgebroken somberheid zou voor hem vast te monotoon zijn geweest. Dalí’s werk is vaak theatraal en vol (bizarre) energie, Oshii’s met de hand getekende film is stil, kil en melancholisch.

Angel's Egg

Hier steken gigantische, verlaten gebouwen willekeurig uit het water omhoog, alsof ze de restanten zijn van een lang verdwenen beschaving. De architectuur voelt onlogisch en onbewoonbaar: geen echte stad, maar een droomdecor. Er zijn slechts twee ‘levende’ mensen – het meisje en de jongen – die nauwelijks een paar zinnen met elkaar wisselen. Allebei lijken ze op een missie, een pelgrimstocht. Alles om hen heen lijkt stil te staan, alsof de tijd zelf is bevroren.

Meditatieve ervaring
Angel’s Egg laat zich kijken als een kunstwerk, begeleid door psychedelische muziek, vaak met de etherische stemmen van een koor. De sfeer is 72 minuten lang dystopisch, donker, dromerig, raadselachtig. De achtergronden zijn rijk en gedetailleerd, alsof elk beeld een schilderij is. Tegelijk zijn de personages juist eenvoudig getekend. Dit sterke contrast benadrukt hoe klein en kwetsbaar ze zijn in deze schaduwrijke wereld, die vooral existentiële vragen oproept.

Het verhaal kent geen kop noch staart. De jongen vertelt het meisje weliswaar over een zondvloed en de Ark van Noach, waardoor er een zweem van christelijke symboliek ontstaat, maar de kijker hoeft geen nadere uitleg of conclusie te verwachten. Zelfs regisseur Oshii gaf in interviews toe dat ook hij eigenlijk geen idee had waar zijn film precies over gaat. Hij koos voor langzame en schaarse bewegingen, statische shots, symboliek en stilte. Een meditatief tempo dat uitdaagt voor je eigen interpretatie. Of voor een moment van innerlijke rust.

Angel's Egg

De symboliek van water
Mamoru Oshii zei dat hij zich sterk had laten beïnvloeden door de Russische filmmaker Andrej Tarkovski. Zo staat in diens Solaris (1972) water symbool voor herinnering, schuld en een innerlijke strijd; de oceaan is zelfs een soort levend bewustzijn. En net als in Tarkovski’s Stalker (1979) is Angel’s Egg traag, mysterieus en filosofisch, met een verlaten landschap dat bijna een eigen persoonlijkheid heeft. Bij Oshii staat water niet alleen voor vernietiging, maar ook voor stilstand, reflectie en misschien zelfs wedergeboorte – zoals de slotscène doet vermoeden.

Het is bijzonder dat Paradiso Films de filmliefhebber anno 2025 deze unieke, meditatieve kijk- en luisterervaring gunt. Angel’s Egg was destijds een enorme financiële flop. Mamoru Oshii kon hierna drie jaar lang geen werk krijgen. Hij noemde de film “een beklagenswaardige dochter die ik niet goed aan de wereld kon voorstellen”.

Ook Ghibli-regisseur Hayao Miyazaki had zo zijn bedenkingen. Hij vond de film niet slecht, maar begreep dat die zó extreem en compromisloos was, dat hij nauwelijks een publiek kon vinden. Nadat ook Oshii commerciëler ging denken, bereikte hij tien jaar na Angel’s Egg met Ghost in the Shell (1995) zijn verdiende wereldsucces. Die combinatie van filosofische diepgang, actie en een helder verhaal werd later ook door de makers van The Matrix omarmd, maar de stille oorsprong daarvan ligt in Angel’s Egg.

 

9 december 2025

 

 

ALLE RECENSIES

Snowpiercer (2013)

Snowpiercer (2013)
Het moment dat Tilda Swinton de kijker wakker schudt

door Bob van der Sterre

Snowpiercer beschrijft de laatste mensen die na een mislukt experiment eeuwig in een razend rijdende trein over de aarde reizen. Ze zijn letterlijk ingedeeld in klassen, van arm tot elite. De stripoorsprong van de film vraagt om geloofwaardige karikaturen. En Tilda Swinton schudt die uit haar mouw alsof het niets is.

Echt heel serieus hoef je het script van Snowpiercer uit 2013 niet te nemen. Hoezo een trein die de hele wereld rondrijdt? En waarvan de rails het ondanks de vrieskou het zonder onderhoud blijft doen? En gevuld is met een coupé met gasten met maskers en hakbijlen. En oh ja, docenten kunnen even gemakkelijk omgaan met uzi’s als met krijtjes voor het schoolbord.

Snowpiercer

De film van Bong Joon-ho oogt karikaturaal en stripachtig. Dat klopt ook, want het verhaal komt uit een Frans stripboek, Le Transperceneige van Lob, Legrand en Rochette uit 1982. De Zuid-Koreaanse filmmaker las het naar eigen zeggen staande in de boekhandel in een ruk uit en bleef er op weg naar huis over dromen, waarna de gedachte van een film ontstond.

En als je goed kijkt, zitten er wel Franse thema’s in, vooral het stuk over opstand. De dystopische thema’s van de jaren tachtig zie ik er ook in terug. Lob ken ik verder vooral van het script van Superdupont, de Franse superman, uiteraard met stokbrood, wijn, alpinopet en buikje, waar opmerkelijk genoeg nog niemand in Frankrijk commercieel in gedoken is (gelukkig maar misschien).

Het perfecte symbool voor klassenmaatschappijen
Snowpiercer is een film over hoe klassenmaatschappijen kunnen leiden tot revoluties. Ik bedoel: de trein is het perfecte symbool daarvoor met zijn 1e, 2e en soms zelfs 3e klassen. “Ik behoor tot de voorkant, jullie tot de staart, weet je plaats en houd die plaats!”

Het lastige is wel dat de actiescènes daarvoor wel wat té aanwezig en bloederig zijn. Ik moest soms denken aan Equilibrium, dan weer aan de treinthriller The Cassandra Crossing, en soms aan de eveneens Koreaanse film Concrete Utopia (2023, Um Tae-hwa). Maar Joon-ho staat nu eenmaal bekend als een genre-fusionist.

Met name Bong Joon-ho’s eigen Oscarwinnende Parasite, ook over klassenverschillen, geeft een idee hoe je deze film moet opvatten. Parasite is vrij intelligent en subtiel, deze film eerder het tegenovergestelde. Joon-ho zegt het zo: “Parasite is een verticale film, terwijl Snowpiercer juist heel horizontaal is.”

Foto: Brigitte LacombeSchoen op een dienblad
Genoeg over Bong Joon-ho – we hebben het vandaag over de rol van Tilda Swinton. Swinton speelt ‘minister Mason’, een soort afgevaardigde van de elite van de voorste coupés die de status quo in de trein wil handhaven. Ze was schoonmaakster en klom op tot de naaste van treingenie Wilford.

Na een kwartier komt ze de coupé van de armen binnengelopen, in paarse jas met bontjas over de rechterschouder gedrapeerd. Andrew (Ewen Bremner) heeft met een schoen naar de crew gegooid. Als straf hangt zijn arm via een gat zeven minuten buiten in de vrieskou.

Ze krijgt een schoen op een dienblad aangereikt, neemt die in haar hand en zegt: “Dit is zo teleurstellend!” Ze doet haar mond open om verder te praten maar wordt telkens onderbroken door de vertalers. “Hier hebben we geen tijd voor, we hebben maar zeven minuten!” Als ze verder wil praten, hoort ze kleng achter zich en kijkt ze even om. Uit interviews later bleek dat dit een foutje van de crew was. Maar Swinton gaat gewoon verder met haar speech. “Dit is geen schoen, dit is wanorde, dit is maat 10 chaos!”

Haar speech heeft een symbolische rol voor een schoen: “Orde is de barrière die de bevroren dood van ons afhoudt, we moeten allen vasthouden aan onze voorbestemde rollen… Zou je een schoen op je hoofd dragen? Nee, een schoen hoort aan je voet, een hoed hoort op je hoofd. Ik ben hoed, jullie zijn schoen, ik hoor bij het hoofd, jullie bij de voet, zo is het nu eenmaal.”

Dan probeert ze contact te maken met de bestuurder van de heilige motor, Wilford, en haar blik terwijl ze wacht op zijn stem (die nooit komt) is grappig. Haar tweede speech wat later is bozer en misschien nog wel beter: “70% van jullie gaat dood. Mijn vriend, jij hebt last van het misplaatste optimisme van de gedoemden.”

Khadaffi als inspiratiebron
Swinton mocht veel input geven op het uiterlijk van de minister. Alles is extreem uitvergroot: enorm vooruitstekende tanden (het gebitje haalt ze er later uit), een kolossale bril, een kleurrijke minister-outfit met zelfgemaakte medailles, een welgevormde pruik die niet blijft zitten en een dik geprononceerd Engels accent. Ze vertelde in een interview dat ze zelfs nadacht over hoe Mason’s cabin eruit zou zien. “Wie weet wie er achter het uniform zat!”

Haar inspiratiebronnen voor de rol waren dan ook nogal weirde dictators als Khadaffi en Idi Amin, die ook zichzelf behingen met zelfgemaakte medailles. Als ze geraakt wordt, maakt ze hetzelfde handgebaar als Khadaffi toen hij aangehouden werd.

Maar kleding en verschijning betekenen weinig als de acteur ze niet tot leven kan laten komen. Tilda Swinton en haar toneelachtergrond zijn belangrijk om het karakter Minister Mason te laten overtuigen voor de kijker. Swinton: “Minister Mason is een door-en-door-corrupte politicus waar ik een clown van wilde maken.”

Snowpiercer

Elite vs. arme mensen
Het knappe is dat zij het eerste deel van de film draagt door in haar eentje de elite te vertegenwoordigen. Het moment van haar verschijning met de arme mensen in de coupé is de eerste scène waarbij dat contrast echt duidelijk wordt. Joon-ho: “Op dit moment weet je nog niet hoe de elite eruit ziet, ze geeft een indruk wat je kunt verwachten.”

Frappant is dat Joon-ho voor de rol van Mason eigenlijk de acteur John C. Reilly in gedachte had. Gelukkig pakte het anders uit. Er is sowieso veel onderling respect tussen de regisseur en de actrice. In een interview zei Bong Joon-ho dat “de film zonder Tilda Swinton niet gemaakt had kunnen worden”. De twee ontwikkelden een vriendschap en werkten weer samen met Okja (2017). Ze delen een grote liefde voor Hayao Miyazaki’s films, met name My Neighbor Totoro.

Intussen – hoe kan het ook anders – is er ook een gelijknamige tv-serie gemaakt in de periode 2020 – 2024. Ik heb er een hard hoofd in hoe je dit bizarre verhaal over 48 afleveringen kunt uitsmeren. En zonder Tilda Swinton mis je als kijker echt acteerkwaliteit.

Snowpiercer is te zien in Eye.

 

23 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Memoria (2021)

Memoria (2021)
De antenne van de muze

door Bert Potvliege

Een groot acteur wordt niet enkel gekenmerkt door het talent overtuigend te kunnen verdwijnen in de huid van een ander. Deze krijgt die stempel ook wegens zijn of haar neus – voor sterke scenario’s en boeiende filmmakers, graag gekoppeld aan enige zin voor risico. Ik beschouw Tilda Swinton als het toonbeeld van de hierboven beschreven karakterisering – een titaan geboetseerd door ijver, instinct en vastberadenheid. 

Mijn bewondering voor haar is niet enkel een gevolg van uitstraling en vakmanschap, maar vooral de keuzes die ze maakte deden me opveren. Ze heeft met ontzettend fascinerende lui mogen samenwerken de afgelopen decennia, die haar telkens naar een hoger niveau tilden. Het allermooiste partnerschap vond ik die met Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul, van wie Memoria verscheen in 2021.

Memoria (2021)

Memoria (2021)

Als een retraite
Op de meeste dagen beschouw ik Weerasethakul als de beste filmmaker in de wereld. Hij is verantwoordelijk voor ongewone, zalvende prenten die een bereidwilligheid en een overgave vereisen van het publiek. Uiteraard is het aan de kijker om zich een juiste mindset eigen te maken, maar eens die stap gezet, nemen zijn films je zacht mee naar een meditatieve staat. Vergis je niet over de potentiële impact van dergelijke cinema, want wat op papier klinkt als vage therapie zijn in werkelijkheid clusterbommen van prenten – een kijker die affiniteit heeft met het werk van Weerasethakul krijgt films voorgeschoteld die ontzettend indrukwekkend kunnen zijn. Ik waag me zelfs aan een vergelijking met het werk van Andrej Tarkovski (Andrei Rublev, Solaris), wat betreft de impact die cinema kan hebben.

Filmmakers als Park Chan-wook (Oldboy), David Fincher (Se7en) en Jacques Audiard (Un Prophète) ogen als regisseurs die het vak ingelepeld kregen – filmtaal zit in hun bloed. Weerasethakul is een ander soort cineast. De reden waarom ik hem de beste filmmaker noem heeft niks te maken met enige ambachtelijkheid, maar wel met zijn unieke conceptuele benadering van het medium. Hij haalt de mosterd ook niet bij andere cineasten, want tijdens een podiumgesprek vorig jaar in Brussel merkte hij doodleuk op dat hij niet naar films kijkt, maar ze enkel maakt. Dat doet me gniffelen.

Weerasethakuls werken zijn de rust zelve, een pleidooi voor de communale belevenis van cinema, spirituele ervaringen die trance-inducerend zijn. Slow cinema (of wat ik graag noem: onthaastingscinema) is niet nieuw, maar nooit relevanter dan in onze hedendaagse gejaagdheid. De cineast moedigde zelfs al aan dat mensen zouden slapen bij zijn films. Je kan er lacherig over doen, je kan het afdoen als voor een select groepje mindful people. Maar de kracht die erin schuilt – gezien de impact die zijn werk heeft op sommigen – is ontegensprekelijk. Ik heb het zelf mogen ervaren toen ik Memoria te zien kreeg.

Foto: Brigitte LacombeDe herinneringen van Hernan
Het verhaal van Memoria toelichten kan, maar of plot en personages schetsen voldoende zou zijn om lezers te overtuigen de film te bekijken, daar heb ik twijfels bij. Laat ik meegeven dat Memoria meer dan eender welke film een werk is dat beleefd moet worden. De waarde van de film schuilt in de ervaring ervan, waarbij het verslavend trage ritme door het lichaam zindert. Beschouw volgende omschrijving van de plot dan ook enkel als een aanzet, een uitnodiging om dieper te duiken naar de troostende lagen die eronder schuilen.

Tilda Swinton speelt Jessica, die in Colombia verblijft bij het gezin van haar zus. Op een dag schrikt ze wakker door een luide knal, maar algauw beseft ze dat dit zich in haar hoofd afspeelt. Regelmatig en uit het niets schrikt ze op door het donderende geluid, dat ze zelf omschrijft als een betonnen bal die valt in een metalen bron omgeven door water. Technicus Hernan helpt haar de knal recreëren in een geluidsstudio. Ze spendeert wat tijd met hem. Ze bezoeken samen een bedrijf dat koelcellen voor bloemen maakt. Wanneer ze later terugkeert naar de studio, laat men fijntjes weten dat er helemaal geen Hernan werkt.

Jessica leert ook Agnes kennen, een archeologe die menselijke resten onderzoekt die opgegraven werden tijdens de aanleg van een bergtunnel. Wat later bezoekt Jessica een klein dorpje vlakbij de site van de werken, waar ze een man ontmoet die Hernan heet. De film lijkt te impliceren dat hij een oudere versie is van de jonge geluidstechnicus.

In een diepgaand gesprek met de man over het collectief communiceren van de mensheid en over het aanvoelen van de herinneringen van de aarde, leert Jessica inzien hoe ze als een antenne signalen van anderen opvangt. Zo neemt zij de herinneringen van Hernan over. Wanneer hun gesprek aanvangt, laat het verhaal het weinige narratieve volledig los, komt de film op losse schroeven te staan en neemt deze zijn tijd om zachtjes uit te doven.

Memoria is een reis waarin de filmmaker zegt dat onze planeet met ons praat. We dienen enkel te luisteren om haar vibraties te kunnen oppikken.

Het trage zijn
Swinton lijkt zich als een vis in het water te voelen in de wereld van Weerasethakul. Ze omschreef haar deelname aan het project als een kans om te werken in het ritme en de atmosfeer van zijn beeldkaders, die hij creëert met stilte – een beetje als in een zwembad zijn. Het gaf haar eerder een gevoel te zijn dan te presenteren. Ik heb er enkel het raden naar hoe oprecht en verregaand dat aanwezig zijn in het moment ging bij de opnames. Hoe dieper in de film, hoe minder middelen Swinton lijkt te krijgen voor haar acteerspel. Toch slaagt ze erin – zelfs al is het maar door een blik in de ogen – me te doen geloven in wat lijkt op haar transcendentale ervaring in het moment. Ik veronderstel dat dit is wat ze bedoelde met zijn.

Die staat van bewustzijn waarvoor de film je uitnodigt, wordt bepaald door een vertraging waarbij de film hard op de rem gaat staan. De beeldkaders zijn ruim en statisch, alle interactie werd zacht geregisseerd, stilte is altijd vlakbij, en het ritme van dit alles wordt bewust en rigoureus afgeremd – wat nergens duidelijker is dan in de montage. Memoria heeft minder shots dan het aantal minuten dat de film duurt.

De motivatie in die montage geeft de indruk bepaald te zijn door enige willekeur, alsof de notie van vrije associatie omarmd wordt. Die assemblage getuigt van een instinctieve aard die ingaat tegen de ietwat stugge regels van filmtaal. Montage wordt doorgaans gebruikt omdat filmtaal het vereist (als twee personages in dialoog zijn, volgen shot en tegenshot elkaar op) of omdat informatie moet meegedeeld worden aan de kijker (een insert van een bom onder een stoel) of om een bepaald effect te creëren (een snellere montage in een actiescène). In Memoria stuurt montage weg van motivatie.

Een puritein zal het door die schijn van willekeur en onduidelijke intentie misschien onverantwoord noemen, maar daar ben ik het hartgrondig mee oneens. Er schemert een radicale en zelfs revolutionaire sfeer door in de wijze waarop Weerasethakul cinema tackelt. Hij lijkt zich niet te laten beknotten door regels en verwachtingen, tendensen en condities. Een bioscoopzaal is voor hem een oord van verering – het samen vieren van het samen mens-zijn, door instinctief en schaamteloos in te zetten op een spirituele ervaring. Swinton was zich ongetwijfeld bewust van – en aangetrokken door – het feit dat Weerasethakul enkel het eigen intern kompas volgt. Samen maakten ze met Memoria een van de hoogtepunten van de laatste handvol jaren.

Memoria (2021)

Memoria (2021)

Potentie
Ik moet een ogenblik stilstaan bij de eerste keer dat ik de film zag, in een afgeladen bioscoopzaal tijdens een filmfestival. Met uitzondering van Terrence Malicks The New World was de vertoning van Memoria de belangrijkste filmvoorstelling die ik deze eeuw heb mogen meemaken. Wat me overkwam in die zaal was niks minder dan een cinefiel wonder. Ik genoot aanvankelijk van de film die de werkelijkheid afremde, maar het duurde een tijd vooraleer ik op exact de juiste golflengte zat – alsof het eerste deel van de film me moest klaarstomen voor wat kwam. De ontmoeting met de oudere Hernan bleek het kantelpunt te zijn, waarbij de puzzelstukken plots in elkaar vielen.

Ik geraakte in een trance die als een hallucinatie was. Noem het gerust een natural high. Alle beelden die volgden kwamen binnen als een mokerslag, hoe ogenschijnlijk eenvoudig of betekenisloos die ook waren. Een beeld van twee soldaten op de weg. Een beeld van enkele heuvelruggen. En uiteraard dát beeld waar we niet over spreken. Weerasethakul was erin geslaagd me in de hoogste staat van nederigheid te brengen.

Het spreekt over de kracht van cinema. De waarde van onthaastingscinema is groot. De troost die ze biedt, kan allesomvattend zijn. Ik zal die voorstelling mijn leven lang meedragen. Het zachte onweer op de klankband tijdens de eindgeneriek stuurde me terug de wereld in, een ingrijpende ervaring rijker.

Memoria is te zien in Eye

 

5 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Put Your Soul on Your Hand and Walk

****
recensie Put Your Soul on Your Hand and Walk
Aangrijpend monument voor Palestijnse fotojournalist

door Jochum de Graaf

Hoe actueel kan een documentaire zijn? Een dag nadat Put Your Soul on Your Hand and Walk half april dit jaar voor Cannes geselecteerd werd, kwam hoofdpersoon, fotografe Fatma ‘Fatem’ Hassona, samen met zes familieleden om het leven bij een Israëlisch bombardement in het noordwesten van Gaza.  

Anderhalve week voordat de documentaire in de bioscoop ging draaien, verschenen de laatste foto’s van Mariam Abu Dagga, eveneens fotografe in Gaza, in de media. Ze had zich maandag 25 augustus naar het Nasserziekenhuis in Khan Younis gehaast om verslag te doen van het zoveelste Israëlische bombardement. Dagga was een van de vijf Palestijnse journalisten die toen werden gedood.

Put Your Soul on Your Hand and Walk

Journalist in Gaza is een dodelijk beroep
De aftiteling van Put Your Soul vermeldt dat er sinds het begin van de oorlog, 7 oktober 2023, 211 journalisten, waarvan 28 vrouw, zijn omgekomen, het hoogste aantal ooit in een gewapend conflict. Inmiddels zullen er weer ettelijke slachtoffers bijgekomen zijn. In een gecoördineerde actie gingen op 1 september honderden media over de hele wereld ‘op zwart’. De Volkskrant publiceerde foto’s van omgekomen journalisten rond het bericht ‘Journalist in Gaza is een dodelijk beroep’; de NRC had een compleet zwarte voorpagina met de tekst ‘Zonder verslaggevers gaat het beeld uit Gaza op zwart’.

Put Your Soul on Your Hand and Walk beslaat een periode van een klein jaar. De Iraanse filmregisseur Sepideh Farsi (The Siren, 2023) had april 2024 het misschien wat naïeve idee om naar de Gazastrook te gaan en het alledaagse leven onder het Israëlische beleg vast te leggen, maar ze wordt onder de militaire perscensuur niet toegelaten.

Videogesprekken tussen de vernietiging
Ze komt in contact met de jonge fotojournaliste Fatem Hassona in Gaza-stad en bouwt door middel van videogesprekken een warme vriendschapsband met haar op. Die vorm waarbij ze met haar smartphone filmt hoe ze Fatma op haar smartphone probeert te bereiken, werkt sterk. Farsi’s mobiel doet het altijd en overal, Fatem moet vrijwel steeds op zoek naar een nieuwe plek waar ze toevallig internet heeft. Als ze geluk hebben, kunnen ze een paar minuten met elkaar praten, maar vaak wordt de verbinding meerdere keren verbroken of hebben ze een aantal dagen geen contact.

Sepideh Farsi is veel onderweg, reist de wereld over voor de promotie van haar film en meldt zich dan vanuit Italië, Canada, Marokko, waar ze wat besmuikt over vertelt. En telkens is de vraag ‘waar ben je?’, waarop Fatem steevast antwoordt: ‘ik ben thuis’. Zij wordt een aantal keren gedwongen te verkassen maar zelfs met alle vernietiging en verwoesting om haar heen, Gaza blijft haar thuis. Al droomt ze soms weg van Gaza over een toekomst waarin alle geweld en onmenselijke ontberingen allemaal achter de rug zullen zijn. Indrukwekkend de manier waarop ze Sepideh probeert te troosten als die haar onvermogen uit om Fatem en de Gazanen te kunnen helpen. ‘Het is genoeg dat je naar me luistert’, zegt Fatem. ‘Ik ben zo blij dat ik hier ben en ik ben zo blij dat je naast me staat.’

Put Your Soul on Your Hand and Walk

‘We zullen lachen en leven’
De vele haperende videogesprekken worden afgewisseld met live tv-beelden van de heftige gebeurtenissen op het strijdtoneel die ook dagelijks bij ons in de huiskamer binnenkomen. Ze kunnen elkaar soms niet verstaan vanwege de helikopters en drones die boven Fatems hoofd vliegen, de bommen die op hoorbare afstand vallen. Fatem richt de camera van de telefoon op zeker moment op een rookkolom vlak naast de zoveelste plek waar ze tijdelijk onderdak heeft. Een minuut geleden stond daar nog een druk bewoond flatgebouw.

Belangrijk en indrukwekkend de foto’s van Fatem zelf die ze van het haast ondraaglijke leven van alledag in Gaza maakte. Palestijnen die gelaten, zorgelijk in de camera of juist naar het verre niets kijken, nog iets van waardigheid proberen hoog te houden tussen de puinhopen, het hoog opgestapelde verwrongen staal en beton, de achtergrond van de langzaam maar zeker instortende stad. Onwaarschijnlijk en surreëel hoe ze daarin slaagde tussen alle bombardementen door. ‘Taking photos in Gaza is like putting your soul on your hands and walking the streets’, zegt ze tegen Farsi.

Meest aangrijpend is die glimlach, die onweerstaanbare glimlach van de fotogenieke Fatem die je voorgoed bij blijft. Ondanks dood en verderf om haar heen, brengt ze haar nieuws en informatie met een bijna stralend gezicht over, in een poging positief te blijven, zelfs in de meest onmenselijke omstandigheden. Als ze gevraagd wordt waar ze de moed vandaan haalt, is de aangrijpende, indrukwekkende reactie: ‘Het maakt niet uit of ze ons doden, we zullen lachen en leven.’

 

3 september 2025

 

ALLE RECENSIES

Grave of the Fireflies

****
recensie Grave of the Fireflies
Door brandbommen getekend

door Bert Potvliege

In de slotfase van de Tweede Wereldoorlog slaan de tiener Seita en zijn jonge zusje Setsuko op de vlucht voor de verwoestende brandbommen die hun Japanse thuisland in as leggen. Terwijl hun huis in vlammen opgaat, raakt hun moeder dodelijk gewond. Dakloos en alleen probeert Seita wanhopig te overleven en zijn zusje te beschermen, zelfs door haar de waarheid over hun moeders dood te besparen. Hun ontroerende reis, aangrijpend verbeeld in de animatiefilm Grave of the Fireflies (1988), is een tragische lijdensweg vol verdwijnende hoop. Dit Japanse meesterwerk draait vanaf 28 augustus voor het eerst in de Nederlandse bioscopen. 

Animatiestudio Studio Ghibli behoeft nauwelijks nog introductie, vooral dankzij het wereldwijde succes van grootmeester Hayao Miyazaki (Spirited Away, The Boy and the Heron, The Wind Rises). Iets minder bekend bij het grote publiek is medeoprichter Isao Takahata, maar zijn werk veroorzaakte wel de nodige deining. Hij wordt geprezen om de emotionele diepgang en volwassen thematiek van zijn films (Only Yesterday, Pom Poko, The Tale of the Princess Kaguya). Zijn hoogtepunt Grave of the Fireflies geldt als een klassieker in het genre van de anti-oorlogsfilm.

Grave of the Fireflies

Dat vlammend betoog tegen de humanitaire waanzin van oorlog wordt ontzettend schrijnend door de hopeloosheid te contrasteren met het ontwapenende portret van een onschuldig klein meisje. Het oorlogsdrama snijdt dieper wanneer je haar, temidden van de verwoesting, ziet spelen en verwonderd vuurvliegjes ziet vangen. Het zachte licht van de insecten weerspiegelt haar kinderlijke fascinatie – een moment van schoonheid in een wereld vol geweld. Verwondering en wreedheid bestaan hier pijnlijk naast elkaar.

Het vuur van pessimisme
Omdat de plot beknopt is en alles draait rond het overleven, creëert Takahata ruimte om de twee kinderen in hun gedrag te kunnen observeren. Zo maken we kennis met Setsuko als het allerschattigste meisje: hoe ze haar geldbeugel van haar hals haalt, hoe ze voorzichtig een kom water draagt zonder te morsen. Dit lijken maar details, maar ze vormen de kern van Takahata’s intentie. De ellende – en zodoende de boodschap – komt harder binnen wanneer de kijker enkel mededogen voelt voor haar. De rode kleur die vaak het scherm vult, symboliseert de dreiging die dichtbij sluimert. De vuurvliegjes die haar fascineren, worden visueel gespiegeld in de brandbommen die uit de lucht neerdalen.

Seita is een complexer personage: hij moet niet alleen voor zichzelf sterk zijn, maar ook voor zijn kleine zusje. Verzwolgen door het verdriet om het verlies van hun moeder en de verantwoordelijkheid om voor Setsuko te zorgen, zet hij een masker op om haar in het ongewisse te houden over de ellende van hun situatie: ze krijgen geen onderdak meer bij hun tante, ze zijn genoodzaakt eten te stelen, Setsuko wordt ziek door de ontbering. Ondanks zijn liefde voor haar, die hem op de been houdt, lijdt Seita zwaar onder hun situatie. Het feit dat de film begint met de dood van beide kinderen, maakt het verhaal extra aangrijpend en moeilijk te verwerken.

De film roept herinneringen op aan La vita è bella van Roberto Benigni, waarin ook alles wordt gedaan om een kind te beschermen tegen de gruwelen van oorlog. Toch is er een belangrijk verschil: terwijl Benigni als toegewijde vader vooral hoop en positiviteit uitstraalt, is Seita een diep verscheurd personage. Zusje Setsuko kan zijn innerlijke strijd niet doorgronden, maar de kijker wordt onverbiddelijk geconfronteerd met zijn pijn en worstelingen. Hoewel de ontroering die de film oproept enigszins vergelijkbaar is met die van Benigni’s werk, is de teneur daarvan geheel anders. Grave of the Fireflies is allesbehalve een optimistische film.

Grave of the Fireflies

Als een goocheltruc
Een mogelijk minpunt is dat Takahata’s regie soms te nadrukkelijk mikt op emotionele ontlading. Hij lijkt er alles aan te doen om tranen bij de kijker los te weken, waardoor zijn intentie bij momenten te transparant wordt. Hoewel zijn aanpak oprecht aanvoelt, is het mechanisme achter de emotionele sturing niet moeilijk te doorzien. Het roept associaties op met het werk van Florian Zeller, die in The Father en The Son eveneens een sterke nadruk legt op het willen ontroeren. Dat kan oprecht emotioneel zijn (de slotscène van Anthony Hopkins in The Father is hartverscheurend) maar zodra je als kijker achter de schermen begint te turen, vervaagt de magie en blijft vooral de constructie zichtbaar. Takahata laat weinig aan de verbeelding over wat zijn bedoelingen betreft.

Grave of the Fireflies is een krachtig voorbeeld van Studio Ghibli’s kunnen – een harde, oprechte en diep ontroerende film. De band tussen broer Seita en zusje Setsuko is met tederheid en nuance verfilmd, en vormt het hart van het verhaal. Zoals Takahata het bedoeld heeft, worden we nog maar eens geconfronteerd met de gruwel en zinloosheid van oorlog.

 

27 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Ran (4K re-release)

*****
recensie Ran
Kurosawa’s duistere meesterwerk

door Cor Oliemeulen

Als iemand Akira Kurosawa vroeg wat zijn beste film was, antwoordde hij steevast: “de volgende”. Totdat hij op 75-jarige leeftijd Ran (1985) voltooide: een episch oorlogsdrama over een oude krijgsheer die zijn rijk verdeelt onder zijn drie zoons en ten onder gaat aan verraad en geweld. Gebaseerd op Shakespeare’s King Lear en Japanse samoeraiverhalen, toont dit meesterwerk een wereld in fysiek en moreel verval. Vier decennia later keert Ran terug op het witte doek in een oogstrelende 4K-restauratie.

Akira Kurosawa, een van Japans grootste filmmakers, werd in het buitenland vaker geprezen dan in eigen land. Hij bekritiseerde de Japanse filmindustrie om haar rigide studiosysteem, dat regisseurs beperkte in hun vrijheid en vasthield aan veilige, traditionele verhalen in plaats van films met risicovolle, meer menselijke thema’s.

Tegelijk kreeg Kurosawa in Japan ook zelf kritiek: zijn films zouden te westers zijn en te veel nadruk leggen op individuele helden, in tegenstelling tot de collectieve waarden van de Japanse cultuur, zoals groepsharmonie, loyaliteit en plichtsbesef. Zijn collega Yasujirō Ozu voldeed juist wél aan deze normen, met verstilde familiedrama’s die de traditionele Japanse levensvisie weerspiegelden. Door Kurosawa’s kritische en onafhankelijke houding werd Ran niet door Japan voorgedragen voor de Oscars, maar uiteindelijk wel door een onafhankelijke groep en alsnog genomineerd voor Beste Buitenlandse Film.

Ran

Van Shakespeare tot Leone
Ruim 25 jaar voor Ran gebruikte de regisseur Shakespeare’s Macbeth als basis voor een herinterpretatie in Throne of Blood (1957). Ook in die film spelen de schermutselingen zich af in het feodale Japan van de zestiende eeuw en ligt de nadruk meer op vorm dan op dialoog. Kurosawa liet zich in zijn films ook inspireren door andere Westerse literatuur, zoals de morele en psychologische diepgang van Dostojewski die je terugziet in Rashomon (1950) met existentiële vragen over waarheid en perspectief, en Ikiru (1952) over een man die worstelt met de zin van het leven.

Tegelijk lieten Westerse filmmakers zich inspireren door het werk van Kurosawa, zoals John Sturges die met The Magnificent Seven (1960) een remake maakte van Seven Samurai (1954) en Sergio Leone die met A Fistful of Dollars (1964) een remake maakte van Yojimbo (1961).

Wind, regen en vuur
Wat vooral opvalt in die remakes is het gebruik van de dynamische cameravoering die Kurosawa hanteerde. Denk aan lange takes waarbij de camera meebeweegt met de actie, bijvoorbeeld lopende, rennende en vechtende personages. Of het gebruik van meerdere camera’s om verschillende hoeken vast te leggen, een spel tussen voorgrond en achtergrond, en het afwisselen van rustige en chaotische shots.

Maar het meest karakteristieke van Kurosawa’s cameravoering is wel het gebruik van de natuur en de weersomstandigheden. Zo opent Rashomon (1950) met beelden van een bos na een zware regenbui en de glinstering van de zon door de bomen, en in Seven Samurai (1954) trotseren de boeren, bandieten en samoerai wind, opstuivend zand, regen en modder. In Ran leeft het landschap: wind, rook en vuur brengen de scènes in beweging, terwijl de lucht langzaam steeds donkerder wordt naarmate het drama zich ontwikkelt.

In de huidige tijd worden de meeste actiescènes met computers gemaakt en kopieer je de poppetjes om een indrukwekkend legertje strijders te krijgen. In Ran zie je zo’n 1400 figuranten die werden gehuld in even zoveel vechtkostuums die allemaal met de hand werden gemaakt.

Kleuren als symboliek
Maar liefst tien jaar werkte de regisseur aan zijn storyboard: van elk shot maakte hij een schilderij in kleur. En toen hij de film uiteindelijk kon draaien, bleken die prenten onmisbaar voor zijn assistenten omdat hij zelf bijna blind was geworden.

De kleuren in Ran zijn symbolisch en essentieel. In King Lear verdeelt de koning zijn erfenis onder drie dochters, in Kurosawa’s herinterpretatie verdeelt krijgsheer Hidetora Ichimonji (Tatsuya Nakadai) de erfenis onder zijn zonen. Die zonen worden vanaf de openingsscène opgevoerd in het dragen van een eigen kleur. De oudste, Taro, draagt gele kleren (waarin keizers in Oost-Azië zich vaak hulden), de middelste zoon, Jiro, is gestoken in rood (dat staat voor ambitie en geweld), terwijl de jongste, Saburo, gehuld is in blauw (dat staat voor helderheid en eerlijkheid).

Deze kleuren versterken niet alleen het gevoel dat de kijker bij de verschillende personages heeft, ze dienen ook als herkenbaarheid (in harnassen en vlaggen) van de legers op het slagveld. Immers, het verdelen van de erfenis leidt tot oorlog tussen de broers. Taro en Jiro smeren hun vader honing om de mond, maar Saburo is kritisch op Hidetora’s besluit en voorspelt dat de erfenis tot een hoop ellende gaat leiden. Hidetora is woedend en verbant Saburo. Maar zodra de oorlog tussen de twee oudste broers uitbreekt, zwerft Hidetora als een waanzinnige over de vlaktes.

Ran

De schoonheid van de tragedie
Net als in King Lear gebruikt Kurosawa in Ran een hofnar, in dit geval in de persoon van de androgyne Kyōami, die niet alleen dient als trouwe dienaar van Hidetora, maar met diens scherpzinnige en ironische commentaar op de gebeurtenissen bijdraagt aan de tragikomische toon van de film. Want tragisch is Ran zeker. Bijna alle hoofdpersonages sterven, een handje geholpen door Taro’s vrouw Kaede (Mieko Harada). Nadat Taro het kasteel van zijn vader heeft overgenomen, wordt zij koningin van het domein dat ooit was van haar eigen familie, die eerder door Hidetora was uitgemoord. Langzaam ontvouwt zich haar uitgekiende, dodelijke wraakplan. De kijker is opgelucht als haar eigen bloed tegen de muren spat.

Waar Shakespeare’s King Lear nog momenten van liefde, vergeving en verzoening kent (zoals de hereniging met de jongste dochter Cordelia), ontbreekt dat in Kurosawa’s Ran vrijwel volledig. King Lear is tragisch, maar eindigt met een sprankje hoop en menselijkheid. Ran is tragisch in de zuiverste zin: een wereld zonder troost. De schoonheid van de tragedie zit in de poëtische vormgeving van verval en vergankelijkheid, de filosofische diepgang en de morele reflectie. Geen goddelijke gerechtigheid, geen redding. Alleen de leegte die mensen zelf veroorzaken.

 

30 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

High and Low (4K re-release)

*****
recensie High and Low (4K re-release)
Je geld of een leven

door Jochum de Graaf

De klassieker High and Low (1963) van Akira Kurosawa is terug op het grote scherm in een 4K-restauratie. In de aanloop naar Spike Lee’s remake Highest 2 Lowest – die in augustus in de VS in première gaat – herontdekken we het origineel, dat destijds door The New York Times werd geprezen als “een van de beste detective-thrillers ooit verfilmd”. Uit Japan nog wel.

High and Low begint high, in de rijke bovenwereld van Yokohama. In zijn villa op een heuvel hoog boven de stad windt Kingo Gondô (glansrol van Kurosawa’s favoriete acteur Toshirô Mifune) zich op over de plannen van zijn mededirecteuren van National Shoes om met kwalitatief minder materiaal de winstmarges te vergroten. Hij is sterk voorstander van het verdergaan met de degelijke kwaliteit waar het bedrijf zijn goede naam aan ontleend heeft, al mogen de modellen van hem wel wat moderner worden. Maar belangrijker is dat hij een geheim plan heeft om door een aandelentransactie – waarbij hij gebruik maakt van de bruidsschat van zijn rijke vrouw – een meerderheid in het bedrijf te verwerven.

High and Low (4K re-release)

Ontvoering
De scène zet gelijk een sterk beeld neer van Japan begin jaren zestig, de ontwikkeling van de economie onder invloed van Amerikaanse consumptiegoederen. Het masterplan van Gondô wordt wreed verstoord wanneer hij een telefoontje krijgt: zijn geliefde zoontje Jun is ontvoerd en er wordt een fikse som losgeld geëist. Wanneer hij zal ingaan op de eis raakt hij financieel aan de grond.

Gondô lijkt opgelucht adem te kunnen halen als blijkt dat de ontvoerders niet zijn zoon, maar diens beste vriendje Shin’ichi, zoon van chauffeur Aoki, hebben meegenomen. Al snel wordt duidelijk dat het niet zo eenvoudig ligt. De ontvoerder handhaaft zijn eis en Shin’ichi is ten dode opgeschreven als het losgeld niet wordt betaald. Tegelijkertijd is er de tijdsdruk om de aandelentransactie rond te maken.

Zijn vrouw Reiko (Kyōko Kagawa: Tokyo Story) bemoeit zich er mee. De onderdanige chauffeur Aoki wil zijn baas niet tot last zijn en zegt dat hij ieder besluit zal accepteren. Gondô’s assistent zegt dat hij snel wil horen dat hij kan vertrekken om alles bij de bank in orde te maken. Ondertussen dreigt de ontvoerder met zware gevolgen als de politie wordt ingeschakeld. Hij belt regelmatig, laat merken dat hij alles ziet, en voert de spanning steeds verder op.

Moreel dilemma
Is Gondô werkelijk zo’n harde man die zijn zakelijke ambities boven alles stelt, of kiest hij voor de menselijke kant en gaat hij mee in de poging om het leven van het jongetje te redden? Een groot moreel dilemma. Kurosawa pelt het wikken en wegen – van Gondô, van zijn vrouw, van de chauffeur, van de assistent en de inmiddels ingeschakelde politie – nauwgezet af. De camera brengt de acteurs vanuit het wisselend perspectief in schitterend monochroom haast choreografisch in beeld.

Na een klein uur dalen we af naar de stad, komen we terecht in een spannende actiescène in een forensentrein voor de overhandiging van het losgeld, en vervolgens in het politiebureau waar het onderzoek wordt voortgezet. Het is er bloedheet en een team van tientallen rechercheurs zit bij elkaar, onder leiding van inspecteur Tokura (Tatsuya Nakadai). Minutieus worden alle sporen en bewijzen doorgenomen. Dan staan een paar rechercheurs op, vegen het zweet van het voorhoofd, delen hun bevindingen en gaan weer zitten. De getuigenissen van mensen die een jongetje achter in een auto gezien hebben, de beschadigde lak van de auto, hoeveel auto’s zijn er in de periode van ontvoering gestolen, en wat is het merk?

High and Low (4K re-release)

Ze zoeken uit vanuit welke telefooncellen met zicht op de villa er gebeld kan zijn. Een van de rechercheurs luistert nog eens naar de bandopname van het telefoongesprek met Gondô. ‘Hier, luister eens dat piepende en krakende geluid van een trein die een spoorwissel neemt. Er moet toch iemand zijn die dat unieke geluid  herkent?’ Er lopen drie treinlijnen in de buurt van Gondô’s huis en ze vinden een zeer van zichzelf overtuigd mannetje: ‘Ha, dit is onmiskenbaar het geluid van de Enoshima-lijn, ik heb 35 jaar aan het spoor gewerkt en kwam er dagelijks langs.’

Memorabel einde
Het net sluit zich om de ontvoerders, die door een overdosis zuivere heroïne gevonden worden in het huis waar Shin’ichi opgesloten was. We dalen nog verder af in de jungle van de heroïnescene, helemaal low, in de onderwereld. Het blijft spannend, want wie is de dader, en vooral wat was zijn motief? Wanneer hij gepakt is krijgt Gondô hem te spreken.

Bij een beetje crimi heb je het in anderhalf uur wel gezien, bij High and Low zit je ook na bijna twee-en-een-half uur nog op het puntje van je stoel. De confrontatie tussen de dader en Gondô is huiveringwekkend en hartverscheurend tegelijk en wordt door menig criticus gezien als een van de meest memorabele eindes uit de filmgeschiedenis.

 

26 juni 2025

 

ALLE RECENSIES

Son Hasat

***
recensie Son Hasat
Gevangen als geweven riet

door Tim Bouwhuis

Wie op een afgelegen plek woont, heeft zijn arbeidskansen lang niet altijd voor het uitkiezen. Verlaat in Son Hasat het onderkomen van de hardwerkende Ali, en je stuit op een labyrint van waterwegen en uitgestrekte rietvelden. De eerste aanblik van het natuurschoon is behoorlijk sereen. Dan treft de introverte arbeider de onderdrukkende types die in dit Turkse laagland de dienst uitmaken. Ineens werkt het oprijzende riet verstikkend, en staat het water hem tot aan de lippen.

De dagroutine van rietwerkers in het getoonde deel van Anatolië volgt een beproefd patroon. Ali en zijn lotgenoten gebruiken eigen bootjes om op plekken te komen waar het riet metershoog staat. Terug op het vasteland controleert een opzichter of ze voldoende oogst hebben binnengebracht. Bij deze bitsige checks regeert het wantrouwen: houden de arbeiders niets voor zichzelf? Verkopen ze niets door aan een ander?

Son Hasat

Juk van gezag
Om de krappe geldpot van het gezin wat bij te vullen, weeft de vrouw van de hardwerkende Ali rieten matten. De metafoor werkt naadloos: eens die rieten stengels met geweld gebonden zijn, kunnen ze geen kant meer op. Op gelijkaardige wijze gaan Ali en andere arbeiders gebukt onder de grillen van het opgelegde gezag. Vroeg in de film vangt de hoofdpersoon barmhartig een uitgekafferde rietplukker op. De boot van de man wordt door de opzichter lekgeslagen, zodat hij zijn heen-en-weer morgen niet kan herhalen.

Hoewel Ali duidelijk het lijdend voorwerp is van stelselmatig onrecht, blijkt het niet eenvoudig om tot zijn psyche door te dringen. In een twistgesprek met zijn vrouw Aysel laat hij duidelijk doorschijnen dat hij zich niet met zijn lot kan verzoenen, maar zijn vervolgstappen blijven door zijn ingetogen, onberekenbare karakter gespeend van diepgravende motivaties. Het zorgt ervoor dat een aantal latere plotontwikkelingen zich abrupt aankondigen, als donderslagen bij heldere hemel.

Geestverwant
Weidse opnames van het oogstlandschap contrasteren in Son Hasat op sterke wijze met de benarde situaties waar Ali in verstrikt raakt. De film blijft wel achter in de uitwerking van de verschillende nevenpersonages; die doen zonder uitzondering vlak aan. Net als de Turkse grootmeester Nuri Bilge Ceylan (die zijn beste films maakte in hetzelfde grote gebied) is regisseur Cemil Agacikoglu geïnteresseerd in de maatschappelijke kiem van onrecht en wantrouwen, en verkent hij die thematiek mede door zijn hoofdpersoon voor morele dilemma’s te stellen. Het verschil is dat bij Ceylan de menselijke en daarmee dramatische diepgang nooit verloren gaat, terwijl Son Hasat te sterk als een allegorische schets aandoet.

Son Hasat

De lome, maar toch strak getimede beeldregie is een prettige plus van een film die je het best ziet op een zo groot mogelijk doek. Het eensgezinde opstijgen van een vlucht vogels imponeert in Son Hasat meer dan de inhoudelijke kern, die kraakhelder wordt gepresenteerd (in de nachtmerrieachtige openingsscène slaat Ali overboord terwijl zijn vrouw al in het water ligt) maar in het vervolg te weinig prikkelt.

Je schepen verbranden
Sluit Son Hasat misschien te vrijblijvend aan bij andere (Turkse) films over wantrouwen en onrecht, en over de strijd tussen het individu en het ‘systeem’? Wat dat betreft geeft het te denken dat het indringende Hesitation Wound (in 2024 op het Movies That Matter Festival) en het meer lichtvoetige One of Those Days When Hemme Dies (onlangs op het MOOOV Film Festival) (nog) níet in Nederland zijn uitgebracht.

In laatstgenoemde film, schatplichtig aan het werk van Abbas Kiarostami, staat een onrechtvaardig behandelde arbeider op het punt om zijn baas om het leven te brengen. Tot hij afdwaalt tijdens een wandeling en langzaam tot bedaren komt. De wonderlijke de-escalatie zou de ultieme ‘double bill’ vormen met Son Hasat. Waar de zon in One of Those Days When Hemme Dies langzaam weer gaat schijnen, ziet Ali geen andere optie dan zijn schepen (letterlijk) achter zich te verbranden. De krachtige beeldtaal van zijn innerlijke reis maakt de zit van twee uur nog altijd het aanschouwen waard.

 

7 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Black Dog

****
recensie Black Dog
Blaffend het verval ontvluchten

door Bert Potvliege

Black Dog, de nieuwe film van de succesvolle Chinese cineast Guan Hu, staat al een tijdlang op de radar van filmfans wereldwijd. Hu won met dit portret over de vriendschap tussen mens en dier de hoofdprijs in de Cannes-nevensectie Un Certain Regard. 

Guan Hu is niet de meest klinkende naam in onze contreien – Black Dog was zijn eerste film in Cannes – maar in zijn thuisland oogst de man al 15 jaar succes. Hij kwam op de proppen met onder meer het indrukwekkende oorlogsepos The Eight Hundred en zijn films deden de kassa’s rinkelen. Hu’s nieuwe film lijkt wat gas terug te nemen en brengt in alle sereniteit en met een knappe visuele stijl een sterk verteld relaas over een naar elkaar toegroeiende ex-bajesklant en een zwerfhond. 

Black Dog

Hondsdol China
De film speelt zich af aan de rand van de Gobiwoestijn, aan de vooravond van de Olympische Spelen van 2008 in Peking. De introverte Lang (een sterke Eddie Peng heeft nauwelijks dialoog in de hoofdrol) keert na zijn gevangenschap terug naar zijn wegdeemsterende heimat, Chixia. Het is een stad in verval, terwijl het moderne China volop in ontwikkeling is – wat ook prominent aan bod kwam in het recent verschenen Caught by the Tides.

Lang sluit zich aan bij de hondenpatrouille, die met het nakende sportevenement de zwerfhonden uit de stad wil verdrijven. Hij heeft een dikke kluif aan een zwarte hond die hij probeert te vangen. De hele stad is op zoek naar het dier, dat aan hondsdolheid zou lijden. Maar Lang haalt in het geniep de hond in huis. Het duurt niet lang eer een bijzondere band ontstaat tussen beide. De vriendschap die zich vormt, vertedert.

Maar de zondes uit het verleden komen bovendrijven. Lang moet zijn vroeger gemaakte fouten met zich meezeulen in dit nieuwe bestaan. Enkele louche figuren duiken op met een openstaande rekening. Hij wenst ook de relatie met zijn vervreemde vader – nu een dronkaard die in de vervallen dierentuin verblijft – te herstellen. In het leren vrede nemen met wat hij op zijn kerfstok heeft, vindt de solitaire Lang verlossing in het zorgdragen voor zijn nieuwe huisdier. Zoals het een symbolisch verhaal als dit betaamt, zal niet enkel hij de hond redden maar de hond ook hem.

De Grote Narratieve Verlossing
Hu presenteert met Black Dog een solide portret. Vooral in de eerste helft van de film komt de verhaaltechniek best uit de hoek, met sterke scènes en een doorwrocht ritme dat de nodige ademruimte toelaat. Een eind verderop verliest het geheel wat van zijn pluimen met een te nadrukkelijke symbolische afwikkeling, onvoldoende zin voor risico en een hapklare catharsis. Dat mens en hond – twee verloren gelopen dieren – elkaar zouden verlossen, stond in de narratieve sterren geschreven.

Een verhaal aanvangen met een door het verleden getroebleerd personage dat naar zijn thuis terugkeert, is een beproefde aanzet voor een plot – het vorige jaar verschenen La Chimera deed hetzelfde (ook met een ex-gevangene als hoofdpersonage). De insteek van het scenario zal geen potten breken, maar Hu slaagt erin om het deugdelijk te vertalen naar het scherm. De openingsscène is een binnenkopper. De setting krijgt ruimschoots welverdiende aandacht. De plot wordt op heerlijk eenvoudige manier op gang getrokken met dialogen als “als we hier fabrieken willen, moeten we die honden afmaken”. De vele zwerfhonden in beeld hebben een mooie thematische lading en doen vaagweg denken aan die in Jacques Tati’s Mon Oncle, maar dan in overdrive.

Black Dog

Visuele zuurstof
De ware rijkdom van de film schuilt echter niet in het scenario, maar in de vormelijke kwaliteit van het geheel. Black Dog is een indrukwekkende breedbeeldfilm, met knappe beeldkaders die spreken over een desolaatheid en verpaupering – alsof de setting, net als de protagonist, verlossing verdient. Wat een verademing om een film te zien die het aandurft op voldoende afstand van de personages te blijven (er zit geen enkele close-up in de film) zodat de locaties alle zuurstof krijgen en alle figuren in beeld deelachtig voelen aan die achtergrond. Anders gezegd: de achtergrond is een personage op zich en wordt deel van de voorgrond.

De audiovisuele klasse van Black Dog bedekt met een kleine mantel der liefde de terechte muggenzifterij over de afwikkeling van de plot, dat iets te laag mikt. De film is inhoudelijk en thematisch zonder meer in orde, maar het is de cinematografische presentatie die Hu’s film naar een hoger niveau tilt.

Tot slot wijzen we erop dat Black Dog een zoveelste recente film is die toont dat het verbeelden van de band tussen mens en dier een geliefd filmonderwerp is. Eerder verscheen hierover een artikel bij InDeBioscoop, dat je hier kunt lezen.

 

23 april 2025

 

ALLE RECENSIES