Wajib

***
recensie Wajib

Een broos evenwicht

door Ries Jacobs

Soms moet je door de zure appel heen bijten en doen wat je omgeving van je verwacht. Soms moet je juist doen wat je zelf wilt. In de laatste film van de Palestijnse regisseuse Annemarie Jacir worstelen de hoofdrolspelers met de vraag voor welke van deze twee opties ze moeten kiezen.

Een vader met een snor en een ouderwetse pet, een zoon met een hipsterstaart en dito kleding. Al na vijf minuten is duidelijk dat dit een familiedrama is waarin traditie en moderniteit botsen. Vader Abu Shadi en zoon Shadi rijden in een oude Volvo rond om uitnodigingen voor het huwelijk van dochter en zus Amal te bezorgen. Volgens het lokale gebruik moet iedereen persoonlijk worden uitgenodigd en worden de huwelijksaankondigingen dus niet per post verstuurd.

Wajib

Vader is een Palestijn die in het tegenwoordig Israëlische Nazareth woont. Hij is gevoelig voor de plaatselijke roddel en achterklap, die zijn eer kunnen aantasten. Zoon werkt als architect in Italië. Hij is meer individualistisch ingesteld en begrijpt weinig van het eergevoel van zijn vader.

Israëlische hond
Jacir weet als geen ander hoe ze het dagelijks leven in Israël in beeld moet brengen. Ook in haar derde lange film doet ze dit vanuit het Palestijnse perspectief. Op een subtiele manier geeft ze weer hoe in het leven van Shadi en Abu Shadi plaats is voor christenen, joden en moslims. Ze gaan langs bij families waar een kerstboom het huis versiert, maar ook bij zionisten in Israëlische nederzettingen.

Het nieuws geeft ons een beeld van Israël als land dat bestaat uit twee kampen die elkaar de hersens inslaan, maar Jacir laat zien dat de verschillende geloofsgemeenschappen geen gescheiden werelden zijn. Meestal leven ze vreedzaam naast elkaar. Soms lukt dat niet, bijvoorbeeld wanneer Abu Shadi in een joodse nederzetting een hond aanrijdt en er daarna vandoor gaat. “Je weet wat er gebeurt in dit land als je een beest kwetst? En zeker een Israëlische hond!”

Wajib

Lied zonder refrein
Wajib bevat meer scènes waarin de onderhuidse spanning tussen Palestijnen en joden tot uiting komt. Zo hebben vader en zoon bijna constant ruzie over wie ze moeten uitnodigen voor de bruiloft, waarbij zoon principieel is en vader niemand voor het hoofd wil stoten teneinde het broze evenwicht met Palestijnen en joden in zijn omgeving te bewaren. Als hij nu de verwachtingen van zijn omgeving inlost, krijgt hij later geen probleem. Dit verklaart de naam van de film. Een wajib is een voor moslims noodzakelijke handeling, zoals het gebed of de ramadan. Wie deze uitvoert wordt later beloond, wie deze verwaarloost wordt gestraft.

Jacirs poging om de spagaat waarin veel Palestijnen zich bevinden weer te geven is zonder meer geslaagd. Dit geldt niet voor de film als geheel, waarin niet zoveel gebeurt. Vader en zoon rijden, bezorgen ergens een uitnodiging, rijden weer verder, gaan weer bij iemand langs en rijden weer verder. De verhaallijn van het door Jacir zelf geschreven script is flinterdun en maakt de film, ondanks de goed uitgewerkte karakters, bij vlagen vlak en spanningsloos.

Kijken naar een film zonder verhaal is als luisteren naar een lied zonder refrein. Na een tijdje gaat het vervelen omdat het meer van hetzelfde is. Dit geldt ook voor Wajib, ondanks de sfeer die Jacir weet te creëren. Als regisseuse is de Palestijnse filmmaakster deze keer beter geslaagd dan als scriptschrijfster.

 

23 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

CinemAsia: Fatale obsessies en dodelijke ambities

CinemAsia crime:
Fatale obsessies en dodelijke ambities

door Alfred Bos

Het programma van Cinemasia 2019 telt veel films over voedsel en identiteitspolitiek. Dat zijn trendy topics, maar misdaad is van alle tijden. 

De crimethrillers op het menu van CinemAsia dit jaar passen evenzeer in een trend, die van ‘gebaseerd op een waargebeurd verhaal’. Dat ze draaien rond verongelijkte mannen die het hebben voorzien op vrouwen is in MeToo-tijden mooi meegenomen. Wat ook is meegenomen: ze variëren op de bekende genreconventies en zoeken, met wisselend succes, naar een nieuwe invulling.

De debuterende regisseur Kim Tae-gyoon – hij schreef tevens het scenario – werkte naar verluidt vijf jaar aan de voorbereiding van Dark Figure of Crime (Zuid-Korea, 2018), een psychologische thriller rond een rechercheur die door een veroordeelde moordenaar op een vossenjacht wordt gestuurd. De boef (Ju Ji-Hoon) bekent in het gevang tegen de speurder (Kim Joon-Seok) dat hij meer op zijn kerfstok heeft dan de autoriteiten weten.

Dark Figure of Crime

Verborgen moorden
De film is gebaseerd op een aflevering van een populair en langlopend tv-programma over misdaad, de Zuid-Koreaanse Opsporing Verzocht, en de oorspronkelijke filmtitel laat zich vertalen als ‘verborgen moorden’. Naast de ongemakkelijke waarheid dat er meer onopgeloste moordzaken zijn dan gevallen waarin de dader achter de tralies verdwijnt, zijn er de moorden die nimmer als zodanig zijn herkend. Het is een origineel uitgangspunt.

Dark Figure of Crime draait om de confrontatie van de rechercheur en de moordenaar. Het is een psychologisch steekspel tussen een man met moreel besef die obsessief naar de waarheid graaft (dat laatste soms letterlijk), ook al kost het hem zijn reputatie en zijn baan, en een nihilistische manipulator die de waarden van zijn opponent gebruikt om zijn eigen situatie te verbeteren. Hij strooit met nepnieuws, een actueel thema.

Het onderzoek naar de restanten en identiteit van de al dan niet fictieve slachtoffers vormt het vlees van deze politieprocedurefilm rond het skelet van de clash tussen twee attitudes. Het mysterie is intrigerend, maar de film slaagt er slechts gedeeltelijk in om de kijker te engageren. Dark Figure of Crime (***) presenteert zich als karakterstudie, maar de personages blijven, ondanks uitstekende vertolkingen, vreemdelingen voor de toeschouwer. Wie ze zijn en wat hen drijft, blijft ongewis.

Het jaar van de ommekeer
The Looming Storm, het regiedebuut van de cinematograaf Dong Yue, op basis van een eigen script, gebruikt de kapstok van de misdaadfilm om sociaal drama aan op te hangen. The Looming Storm (China, 2017) plaatst scherp getekende karakters in een historische context die binnen China zelf is weggemoffeld en in de westerse media onderbelicht is gebleven: de omslag van communisme naar staatskapitalisme en de teloorgang van de zware industrie. En de sociale ellende die daaruit voortkwam.

De film is gesitueerd in de zuidelijke provincie Hunan, niet ver gelegen van Hong Kong. Het jaar is 1997: Hong Kong wordt door Engeland overgedragen aan China en de nieuwe leider Jiang Zemin, opvolger van Deng Xiaoping, sluit onrendabele staatsbedrijven. Daartoe behoort Smelt Factory Nr. Four in een naamloos provinciestadje waar het altijd regent en het leven even grauw is als de vervuilde woonomgeving.

The Looming Storm opent in 2008, wanneer Hunan een extreme winter doormaakt. De hoofdpersoon, Yo Guowei (Duan Yi-Hong), is uit de gevangenis ontslagen en vraagt een identiteitskaart aan. In zijn naam zit de thematiek van de film verscholen: ‘yu’ betekent ‘overbodige restanten’, ‘guo’ is ‘natie’ en ‘wei’ staat voor ‘roemrijk’. Waarom hij heeft vastgezeten, leert een lange flashback, de film.

The Looming Storm

Sfeervolle film noir
Guowei ontmaskert als veiligheidsmedewerker van de staalfabriek stelende arbeiders. Daarvoor wordt hij in een schitterende – en zwaar ironische – scène door de directie beloond als Werknemer van het Jaar. Tijdens zijn dankwoord voor de zaal met het braaf applaudisserende personeel begint het opeens te sneeuwen: de verouderde koelinstallatie heeft het begeven. ‘Don’t rain om my parade’ zingt een bekende Broadway-klassieker, hier is het ‘Don’t snow on my parade’.

Maar eigenlijk wil Guowei bij de politie werken. Hij dringt zich op aan de vermoeide en ongeïnteresseerde chef Zhang (Du Yuan), die een reeks moorden op jonge vrouwen onderzoekt, maar hem afwijst. Hij gaat met zijn assistent Xiao Liu (Wei Zheng) zelf op onderzoek en begint een relatie met een prostituee, Yanzi (Jiang Yiyun), die fantaseert over een kapsalon in Hong Kong. Maar de realiteit is een maatje te groot voor de dromen van de aspirant-speurder en zijn werkelijkheid desintegreert in crescendo. Hij raakt alles kwijt, inclusief zijn baan en zijn vrijheid. Zijn toekomst dus.

Lang weet de debuterende regisseur te imponeren. De psychologie is ijzersterk: ambitie maakt blind, Guowei’s obsessie kost levens. De humor is fijntjes en gitzwart. Context en plot vullen elkaar naadloos aan. Sociaal en psychologisch drama gaan hand in hand. De cinematografie is fraai en er zijn meer dan een paar ijzersterke scènes, met als hoogtepunt een achtervolging – in de stromende regen – op een verlaten rangeerterrein. Maar op driekwart glipt de film hem uit handen, de romance is te zwaar aangezet en het contrast tussen fantasie en realiteit wordt schimmig.

The Looming Storm (****) lijkt bij oppervlakkige beschouwing op de geniale Zuid-Koreaanse misdaadfilm Memories of Murder uit 2003 – de film die de tv-serie True Detective en de perfecte Spaanse genrefilm La Isla Minima inspireerde – maar doet iets heel eigens met het gegeven van een seriemoordenaar die het in de verre provincie op jonge vrouwen heeft gemunt. Het is een intense en sfeervolle film noir die, ondanks zijn gebreken, de komst van een oorspronkelijk talent verkondigt.

Dark Figure of Crime: zaterdag 9 maart, Kriterion (21:50)

The Looming Storm: zondag 10 maart, Rialto (16:30)

 

9 maart 2019


MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2019 toont diversiteit

CinemAsia 2019 toont diversiteit
De twaalfde editie van CinemAsia, dat wordt gehouden in de Amsterdamse bioscopen Kriterion en Rialto, trapt dinsdag 5 maart af met de roadmovie Aruna & Her Palate waarin een uitbraak van vogelgriep in Indonesië wordt onderzocht.

Epidemioloog Aruna wordt uitgezonden om een uitbraak van de vogelgriep in Indonesië te onderzoeken. Haar koksvriend Bono gaat mee op reis vanwege zijn culinaire zoektocht naar een nasi goreng-recept. De situatie wordt ongemakkelijk wanneer Aruna’s oude geliefde Farish zich bij hen voegt om Aruna’s werk te evalueren en ze ontdekken dat de overheid geen zuiver spel speelt.

Aruna & Her Palate

Kans
“Ik wil dat mensen andere ideeën krijgen over film uit Azië”, zei artistiek directeur Maggie Lee bij haar aantreden twee jaar geleden in een interview met InDeBioscoop. “Veel Europeanen kennen de Aziatische cinema alleen van films die draaien op festivals als Berlijn, Cannes, Venetië en IFFR. Daarbuiten zijn er veel films en regisseurs die ook een kans verdienen om gezien te worden.”

Volgens Lee zijn grote Aziatische succesfilms zelden in de Europese bioscoop te zien. “Bovendien vallen artistieke kwaliteit en arthouse lang niet altijd samen. Daarom staan er ook blockbusters uit Azië op het programma van CinemAsia.”

CinemAsia 2019 vindt plaats van dinsdag 5 maart tot en met zondag 10 maart in Kriterion en Rialto te Amsterdam.

 

3 maart 2019


MEER FILMFESTIVAL

Capharnaüm

*
recensie Capharnaüm

Ideologie van een betere wereld

door Tim Bouwhuis

Wat doe je als recensent wanneer een film je tegen wil en dank kotsmisselijk maakt? De fantasierijke kaders van je ‘neutrale’ blik worden met geweld aan stukken geslagen. De pijnlijke eer gaat naar Nadine Labaki’s Capharnaüm, een ronduit tendentieuze film die onze gevoeligheid voor sociale misère uitbuit om een politiek punt te kunnen maken.

In de Engelse taal is een ‘capharnaum’ een mengelmoes, een plaats waar wanorde heerst. De gelijknamige Israëlische nederzetting kennen we van Bijbelse wonderverhalen. Het mirakel vindt plaats als de normale orde van zaken wordt doorbroken voor een hoopvol moment van chaos. In Capharnaüm geldt het tegenovergestelde. Chaos en wanorde zijn de wetten van de wereld: het Libanon van de film is een land van verval en structureel ongeluk. Enkel in de rechtszaal heerst een vorm van hoop en orde. Het is de plaats waar de jonge protagonist het onrecht kan bevragen om zijn recht te laten zegevieren. Zijn recht – rond dat begrip zal de gehele film zich samenballen.

Capharnaüm

De macht van perspectief
In de openingsscène klaagt de twaalfjarige Zain (Zain Al Rafeaa) zijn ouders aan vanuit een dan nog surrealistisch motief: hij wil hen laten bestraffen voor het feit dat ze hem op de wereld hebben gezet. De bespreking van de zaak onthult de contouren van een onherstelbaar bezwaard verleden. Zain blijkt zelf al langdurig vast te zitten voor een steekpartij, maar die actie kwam voort uit het onvergeeflijke kwaad dat zijn ouders daarvoor begingen. Gedreven door de wanhoop van hun erbarmelijke leefomstandigheden huwelijkten ze hun elfjarige dochter Sahar (Cedra Izam) uit. De bruidsschat: een handvol kippen. De ontstellende sequentie is het begin van een lange flashback, die vertraagd toewerkt naar een typische climax – dezelfde rechtszaak die de film ook al inluidde. Het is niet toevallig dat Capharnäum in de rechtszaal begint en eindigt. Door de film te openen met de climax creëert Labaki een duidelijk kader waardoor we het leeuwendeel van het drama kunnen bekijken. Het schisma tussen goed en kwaad kweekt sympathie voor het narratief dat volgt.

In de lange flashback blijft het centrale perspectief van de jonge hoofdrolspeler leidend. We volgen hem na zijn vlucht weg van het incident, dwalend door een zee van chaos. Zain is alleen op de wereld. Hij beweegt zich tussen verwaarloosde baby’s en vervuild drinkwater. Onderweg ontfermt hij zich over het kind van een Ethiopische immigrante (Yordanos Shifera). Het zorgt voor nog meer schrijnende taferelen, die niets aan de verbeelding overlaten. Wie nu nog een tekort aan empathie heeft, moet wel heel laaghartig zijn. Op den duur blijkt dat alleen het stempel van een vluchteling Zain misschien kan helpen. Er zit één scène in de film die haast te ironisch is om waar te zijn: Al Rafeaa, zelf een Syrische vluchteling, doet zich voor als een Syrische vluchteling om de diepe put van zijn maatschappij te ontvluchten.

Sociaalrealisme en politiek
De persoonlijke achtergronden van de niet-professionele acteurs zijn krachtige spiegels voor hun rollen in de film. Zo werd de Ethiopische Shifera na haar arrestatie in Capharnaüm daadwerkelijk in hechtenis genomen; leden van het productieteam deden er twee weken over om haar weer vrij te krijgen. Het zijn dit soort omstandigheden die Labaki carte blanche geven. Iedere mogelijke politieke onderlaag kan eenvoudig van tafel geschoven worden met de lijvige claim van waarachtigheid.

Het zijn immers de personages die zich uitspreken, en die personages zijn eigenlijk geen personages: het zijn mensen van vlees en bloed. Binnen zo’n denkkader kan alleen Zain verantwoordelijk zijn voor zijn uitspraken. De façade van de werkelijkheid waart de ideologie van de regisseuse vrij.

Capharnaüm

Cinema als gevaar
De politieke boodschap van Capharnaüm is een verbijsterende schreeuw om orde uit chaos te creëren. Zain vraagt niet alleen of de zwangerschap van zijn moeder gestopt kan worden. Hij stelt ook dat ouders als die van hem (lees: ouders die onder de armoedegrens leven) geen kinderen meer zouden moeten krijgen. Dat gaat veel verder dan een algemeen argument voor abortus: de aanspraak op de mogelijkheid geboortebeperking rechtelijk, en, vooral, voor een specifieke maatschappelijke groep te organiseren riekt naar eugenetica, ofwel het idee dat de bevolkingssamenstelling van een land gericht geoptimaliseerd kan worden. Eugenetica draagt het loodzware gewicht van historische precedenten. Een directe analogie met nazi-ideologie gaat veel te ver, maar de suggestie van een vergelijkbaar gedachtegoed baart grote reden tot zorgen.

Voor ondergetekende werd zo’n suggestie van een dubbele agenda nog eens gesterkt door het feit dat de armoede in de film ontdaan is van enige context. Demografische variaties zijn zo veel mogelijk omzeild om het overkoepelende beeld van misère zo krachtig mogelijk te maken: wie de film ziet, kan haast niet meer om Zains finalepleidooi heen. ‘Poverty porn’ is een harde, maar geen onterechte term om de opgedrongen kadrering te karakteriseren. De politieke gedachte achter de chaos: stop de chaos, dan kunnen we naar een omgekeerde wereld toe. Capharnäum is geen ‘plaats waar wanorde heerst’, maar een heimelijke utopie over de ruggen van de veroordeelden.

De film verhoudt zich zo openlijk maar toch verhuld tot het soort politiek dat de grens tussen kunst en moraal op ingrijpende wijze doet vervagen. Wat een oprecht drama lijkt te zijn, is in feite een politiek pamflet, dat haar boodschap zo verpakt dat een publiek haar in potentie volledig onwetend kan omarmen. Dat soort cinema is niet langer onschadelijk – laat de zegetocht langs de festivals een alarmkreet zijn.

 

25 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Shoplifters

*****
recensie Shoplifters

Kleine vissen verweren zich tegen de tonijn

door Alfred Bos

In het sociaal bewogen Shoplifters – Gouden Palm van Cannes 2018 – toont de Japanse regisseur Hirokazu Koreeda zich wederom als de eigentijdse tegenhanger van Ozu. De film is diep ontroerend, stelt indringende vragen, maar wordt nimmer sentimenteel.

Wat is er onschuldiger dan een dagje nietsnutten aan het strand met het gezin? Weinig, maar niet in de handen van Hirokazu Koreeda, de Japanse regisseur die als een eigentijdse nazaat van Yasujirō Ozu röntgenfoto’s maakt van families die traditionele waarden proberen te handhaven in een samenleving in flux. Eerder dit jaar verscheen The Third Murder in de Nederlandse bioscoop, een meesterlijke, zij het enigszins cerebrale film. Met Shoplifters, in mei van dit jaar winnaar van de Gouden Palm van het filmfestival van Cannes, appelleert Koreeda vol aan het gevoel, zonder sentimenteel te worden.

Shoplifters

Shoplifters handelt over een pseudo-gezin dat is gecentreerd rond een oude weduwe, vertolkt door Kirin Kiki, de ster van het ook in Nederland succesvolle An; Koreeda werkte eerder met haar in After the Storm. Kiki overleed een paar maanden na de première van de film in Cannes. Dat voorziet het dagje aan het strand, onmiskenbaar een sleutelscène in de film, op onvoorziene wijze van een extra laag betekenis.

Matriarchaat
De weduwe is het hart, ook letterlijk, van een bont gezelschap dat door vage en complexe familierelaties is verbonden. Haar zoon Osamu (Lily Franky) en diens echtgenote Nobuyo (Sakura Ando, die in een ondervragingsscène werkelijk briljant onuitspreekbare emoties weet te uiten) hebben slechtbetaalde baantjes; het inwonende nichtje Aki (Mayu Matsuoka) scharrelt als animeermeisje. In het eerste half uur van Shoplifters handelen alle dialogen over geld. Het is een echo van Flowing, de film uit 1956 van Mikio Naruse, die speelt rond een pseudo-familie die los staat van de samenleving, een geisha-huis. Ook dat is een matriarchaat.

De sjoemelaars vullen het schamele pensioen van oma aan door proletarisch te winkelen. In de door vederlichte cocktailjazz begeleide opening zien we hoe Osamu en diens aangenomen zoontje Shota (Jyo Kairi) hun ambacht tot kunst hebben verheven. Onderweg naar huis vinden ze in de vrieskou een meisje, de hartendief Yuri (Miyu Sasaki), die door haar ouders buiten de deur is gezet, en nemen haar mee. Het kind heeft littekens op haar armen en plast in bed, signalen van mishandeling. Ze wordt door de pseudo-familie geadopteerd en leert de kneepjes van winkeldiefstal.

Familieloyaliteit
Shoplifters toont de sociaal bewogen Koreeda van Nobody Knows (2004) – over kinderen die in de steek worden gelaten door hun moeder – en stelt indringende vragen. Hoe moreel is het om een verwaarloosd kind te ontvoeren, ook al doen de onverschillige ouders geen aangifte? Hoe moreel is het om te stelen van kleine middenstanders die net zoveel moeite hebben om het hoofd boven water te houden als de dieven? Wat zijn de normen waard van een samenleving die mensen voor hun arbeid onvoldoende beloont om de basisbehoeften te kunnen betalen? Hoe zinvol is de oplossing van de kinderbescherming? Hoe ver gaat loyaliteit aan familie als die familie zelf niet loyaal is?

Shoplifters

De lijm die het pseudo-gezin bijeenhoudt is afwijzing, door familie, door de maatschappij. Het zijn kleine vissen die samenwerken om het op te nemen tegen een tonijn. Koreeda idealiseert de verstotenen niet, zoals Akira Kurosawa deed in diens Dodesukaden (1970). Wel heeft hij oog voor het menselijke: Yuri is zo blij met haar nieuwe zwempak dat ze het ook in bad aanhoudt; Osamu en Nobuyo vrijen tijdens een zomerse stortbui en worden gestoord door hun ‘kinderen’. De regie is loepzuiver.

Echo’s van Ozu
Het valt allemaal uit elkaar wanneer oma overlijdt. De omslag wordt aangekondigd in een scène die herinnert aan Ozu’s Early Summer (1951), het familie-uitje naar het strand. Zelf je familie kiezen is beter, zolang je er maar niet teveel van verwacht, reflecteert oma. Terwijl ze naar haar ‘familie’ in de vloedlijn kijkt, herhaalt ze voor zichzelf: “Bedankt voor alles.” Het is een magisch moment.

In rap tempo wordt de pseudo-familie ontmanteld en wachten er verrassingen die de onderlinge verhoudingen in een ander – en moreel nog twijfelachtiger – daglicht plaatsen. Bij wie ben je beter af: bij je natuurlijke familie of de familie die je zelf kiest? De kinderbescherming weet het wel en het laatste shot is, net als de film zelf, zowel wrang als poëtisch. En stelt nog een laatste vraag. Is dit wat we willen?

 

11 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Extraordinary Journey of the Fakir, The

*
recensie The Extraordinary Journey of the Fakir

Geen hoogvlieger

door Rob Comans

Neem een paar stereotiepe Indiërs, dompel ze onder in een sentimenteel verhaal, vul dit aan met zoete romcom-stroperigheid, vermeng dat met sociale relevantie en een flinke toef Bollywood-exotisme en breng alles op smaak met ingrediënten uit eerdere crowd pleasers zoals Slumdog Millionaire (2008), Life of Pi (2012) en Lion (2016). 

Zie hier het hapklare recept voor The Extraordinary Journey of the Fakir, een film die ongegeneerd het lijstje van mierzoete benodigdheden voor succesvolle publieksfilms aftikt, en ook nog het mondiale vluchtelingenprobleem wil aankaarten. Helaas vliegt deze door regisseur Ken Scott aangestuurde fakir zo laag en voorspelbaar op zijn doel af dat je hem al van mijlenver ziet aankomen.

The Extraordinary Journey of the Fakir

Omzwervingen
Ajatashatru ‘Aja’ Lavash Patel (Dhanush) groeit als straatjochie op in Mumbai, waar hij als ‘fakir’ toeristen geld uit de zak klopt. Zijn moeder (Seema Biswas) wil hem niet zeggen wie zijn vader is, behalve dat ze hem in Parijs heeft leren kennen. Dus vertrekt Aja wanneer hij eenmaal volwassen is richting de Lichtstad. Daar leert hij Marie (Erin Moriarity) kennen bij de plaatselijke Ikea, waar Aja ‘logeert’ omdat hij zelf geen onderkomen kan betalen. Voordat hij haar in zijn armen kan sluiten, volgen de vele verplichte plotwendingen en omzwervingen waaraan de film zijn titel ontleent. Tel even mee: van Parijs reist Aja naar Londen, dan naar Barcelona, Rome, Tripoli, terug naar Parijs om vervolgens weer in Mumbai te landen.

Illegalen
Op een van zijn ‘reizen’ ontmoet Aja een groep Somalische illegalen. Eén van hen, Wiraj (Barkhad Abdi), wordt Aja’s vriend. Zij hopen in Londen werk te kunnen vinden, maar worden tegengehouden door een bureaucratische immigratiebeambte (Ben Miller), die middels een misplaatst en pijnlijk niet grappig ‘musicalnummer’ het repressieve Britse immigratiebeleid uitlegt. Uiteindelijk belandt Aja in Rome, waar hij actrice Nelly Marnay (Bérénice Bejo) leert kennen. Wanneer zij hem financieel op weg helpt, brengt hij haar als dank weer samen met haar grote liefde. Cue voor het verplichte zang- en dansnummer waarin Aja en Nelly op zijn Bollywoods losgaan. Ettelijke omzwervingen later komt alles weer goed in Mumbai. Marie dumpt haar nieuwe vriend om weer met Aja samen te kunnen zijn, en Aja behoedt als wijze leraar de drie jochies die de raamvertelling van de film vormen voor een lange gevangenisstraf.

Ikea
Er is niks mis met pretentieloos vermaak, dat The Extraordinary Journey of the Fakir dan ook in grote hoeveelheden brengt. Wanneer de ontmoeting met Wiraj de aanzet blijkt voor een geforceerde poging om sociale relevantie en maatschappijkritiek in de film te stoppen, schiet regisseur Scott zijn doel echter ver voorbij. Ook de hijgende pogingen om aan te sluiten bij het referentiekader van het filmpubliek middels Ikea-referenties is stuitend. De jonge hoger opgeleide startende twintigers en dertigers waarop de film zich richt, zullen veel van hun interieurstijl in de film herkennen, en voor deze schaamteloze sluikreclame zal Ikea veel geld over hebben gehad.

The Extraordinary Journey of the Fakir

Iets soortgelijks deed regisseur David Fincher ook al in Fight Club (1999), maar daar was het bedoeld als zwart-komische kritiek op een oppervlakkige, materiële levensstijl. Niets van dit soort ironie bij The Extraordinary Journey of the Fakir: hier is een Ikea-interieur iets om oprecht naar te verlangen. Aju gebruikt zelfs een Ikea-pot als urn voor zijn moeders as (!), die hij keurig op het Parijse graf van zijn vader achterlaat. Dat Ikea de laatste jaren vaak in opspraak kwam vanwege uitbuiting en onethisch gedrag wordt keurig onder het fakir-tapijt gemoffeld.

Harteloosheid
The Extraordinary Journey of the Fakir voornaamste probleem is dat de film, onder alle felle Bollywood-kleurtjes en oppervlakkige romantiek, de ongelijkheid, uitbuiting, het onrecht en materialisme omarmt die de film pretendeert te veroordelen. Deze ‘harteloosheid’ blijkt wanneer Wiraj en Aja spreken over het verschil tussen een toerist en een illegale vluchteling. Plotseling maakt Wiraj de opmerking: “He who swallows coconuts has faith in his butthole.” Aja: “I don’t see the relevance.” Wiraj: “No relevance, I just love the proberb…”

Diegenen die gecharmeerd zijn van mierzoete, inhoudsloze, bijna cynisch gecalculeerde fluff zullen The Extraordinary Journey of the Fakir inderdaad buitengewoon vinden. Mensen die liever door films worden aangesproken op gebieden boven het middenrif zullen nauwelijks wakker kunnen blijven.

9 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Palestijnse filmmaker Muayad Alayan

Muayad Alayan over The Reports on Sarah and Saleem:
“Jeruzalem heeft me als filmmaker gevormd”

door Alfred Bos

Voor een intrigerend verhaal hoefde de Palestijnse filmmaker Muayad Alayan niet ver te zoeken. Hij koppelde eigen observaties aan terugkerend nieuws in de kranten van zijn geboortestad Jeruzalem en het idee voor The Reports on Sarah and Saleem was geboren; zijn broer Rami Musa Alayan werkte het uit tot script. Hoe een affaire tussen een Israëlische vrouw en een Palestijnse man verwordt tot een spionagecomplot en zes levens vernietigt.

The Reports on Sarah and Saleem werd gemaakt met steun van het Hubert Bals Fonds en ging eerder dit jaar in wereldpremière tijdens het International Film Festival Rotterdam. Daar won de film de publieksprijs, op het filmfestival van Durban (Zuid-Afrika) kwam daar de prijs voor Beste Film bij.

Muayad Alayan

Oppervlakkig gezien is Alayans speelfilm, zijn tweede, een variant op Romeo en Julia, gesitueerd in Jeruzalem. De Montagues en Capuletten van Shakespeare zijn in dit geval de Palestijnen en Israëli’s die gescheiden leven in de heilige stad. Maar de film is meer dan een eigentijdse hervertelling, de bemoeienis van de Israëlische geheime dienst maakt van de liefdestragedie een politieke thriller.

“Seksuele relaties, niet alleen buitenechtelijke affaires,
tussen Israëli’s en Palestijnen komen veel voor”

“Seksuele relaties, niet alleen buitenechtelijke affaires, tussen Israëli’s en Palestijnen komen veel voor”, vertelt Muayad Alayan, in Nederland ter ondersteuning van de bioscooprelease van zijn film. “Het wordt in zekere zin gefaciliteerd door het feit dat Jeruzalem een verdeelde stad is, met de Israëli’s in West-Jeruzalem en de Palestijnen in Oost-Jeruzalem. Zo’n affaire speelt zich dus af buiten het oog van de eigen gemeenschap. Eén van de vragen die deze film stelt is: ‘wat zijn de consequenties wanneer zo’n relatie aan het licht komt?’”

Jeruzalem is sinds 1948 een verdeelde stad, met de Israëli’s in West-Jeruzalem. In 1967 werd Oost-Jeruzalem veroverd op Jordanië en sindsdien beschouwt Israël het als Joods territorium, een claim die internationaal niet wordt erkend. In 1980 werd Jeruzalem tot de “ondeelbare hoofdstad” uitgeroepen. Muayad Alayan is opgegroeid in Oost-Jeruzalem en beschouwt de Israëli’s als bezetters. “West-Jeruzalem is geprivilegieerd, het oogt als een Europese stad. Oost-Jeruzalem is een getto, het is verarmd. Dat is ook de bedoeling, daar heeft de politiek het op aangelegd. Als je in zo’n situatie leeft, daar iedere dag in wakker wordt, voelt het als een oorlog.”

The Reports on Sarah and Shaleem

The Reports on Sarah and Shaleem (2018)

Complexe situatie
The Reports on Sarah and Saleem handelt over twee stellen, een Israëlisch en een Palestijns echtpaar, van elkaar gescheiden door taal, cultuur en ideologie. Sarah (Sivane Kretchner) bestiert in West-Jerusalem een eetcafé. Daar levert Saleem (Adeep Safadi) dagelijks haar bestelling bij de broodbakker in Oost-Jeruzalem af. Sarah’s echtgenoot David (Ishai Golan) werkt bij de militaire tak van de Israëlische inlichtingendienst; ze hebben een jonge dochter. De vrouw van Saleem, Bisan (Maisa Abd Elhadi), heeft gestudeerd en is in verwachting van hun eerste kind.

Sarah en Saleem hebben ter ontspanning regelmatig seks in de laadruimte van Saleems bestelauto. Een banale ruzie in een bar brengt hun overspel aan het licht en vanaf dat moment gaat de fantasie met de feiten aan de haal en escaleert het incident tot een politiek drama met thrillerelementen: David weet niet dat de overspelige Joodse vrouw zijn echtgenote is. Alle partijen lijden aan blikvernauwing, alle betrokkenen voegen de feiten naar hun vermeende gelijk en maken keer op keer de verkeerde keuze. Het gaat van kwaad tot erger, aan het slot zijn er zes levens kapot: dat van de stellen en hun kinderen.

“De vraag die de film stelt, is volgens mij deze”, aldus Muayad Alayan. “In een situatie waarin onze persoonlijke privileges in gevaar zijn, doen we dan wat goed is voor de ander of zijn we egoïstisch en kiezen we voor onszelf? Dat is een grote vraag en die vraag wordt nog groter wanneer je die situeert in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Jeruzalem wordt bestuurd door een heersende klasse die de levens van mensen aan beide kanten van de grens controleert. Een deel van die mensen leeft in een situatie van bezetting; ze hebben niet dezelfde rechten als de andere groep. Zou je in zo’n situatie doen wat moreel juist is of niet?”

In de film worden drie talen gesproken: Arabisch, Hebreeuws en Engels. 

Alayan: “Dat weerspiegelt de werkelijkheid. Saleem spreekt Hebreeuws, want hij werkt in West-Jeruzalem. Zijn vrouw, Bisan, spreekt geen Hebreeuws, dus zij spreekt Engels tegen Sarah. In Oost-Jeruzalem zijn vrouwen veel vaker hoogopgeleid dan mannen en ze spreken derhalve veel beter Engels. Palestijnse mannen spreken doorgaans beter Hebreeuws, omdat ze in West-Jeruzalem werken. Israëli’s spreken geen Arabisch, behalve als ze in de beveiligings- of de inlichtingensector werken. Daarom spreekt David, de man van Sarah, op sommige momenten een beetje Arabisch. Wanneer Sarah en Saleem in het Palestijnse deel zijn, praten ze onderling in het Engels, omdat ze niet willen opvallen door Hebreeuws te spreken. Zo zie je maar, het is een complexe situatie.”

De openingstitels maken duidelijk dat de film is gebaseerd op waargebeurde voorvallen—meervoud.

Alayan: “Dit soort gevallen gebeuren vaker en de film is gebaseerd op twee specifieke incidenten die ik met mijn broer tot één verhaal heb gesmeed. Het Israëlische leger valt geregeld het Palestijnse gebied binnen en confisqueert documenten in gebouwen van de Palestijnse regering en privé-organisaties als ngo’s, ziekenhuizen en scholen. Het doel is om inlichtingen te verzamelen. Veel mensen in mijn omgeving werden op basis van dergelijk verkregen informatie gearresteerd, omdat ze betrokken waren bij organisaties die ervan werden beschuldigd de Palestijnse zaak te dienen.”

“Kijk uit, kom niet te
dichtbij een Joodse vrouw”

“Ik heb in West-Jeruzalem gewerkt in bars en restaurants, en ik weet dat affaires als die tussen Sarah en Saleem gebeuren en hoe makkelijk ze worden gepolitiseerd. Ik heb collega’s zien scharrelen met Israëli-vrouwen en mijn idee was altijd: ‘jullie spelen met vuur’. Ik ken de stad, ik wist dat er iets zou gebeuren. Er is een Israëlische organisatie die in bars en restaurants in West-Jeruzalem posters ophangt waarin Arabisch personeel ervoor wordt gewaarschuwd om niet te daten met Israëlische vrouwen. Kijk uit, kom niet te dichtbij een Joodse vrouw. Voor de Palestijnse man is zo’n relatie gevaarlijker dan voor de Joodse vrouw. Logisch, hij is deel van de onderliggende gemeenschap.”

“Die twee ervaringen heb ik gecombineerd: wat gebeurt er als de Israëlische inlichtingendienst gevoelige privé-informatie buitmaakt en een buitenechtelijke relatie aan het licht komt in de context van de bezetting?”

Wat waren de consequenties van de sociale en culturele verdeling van Jeruzalem voor jou als aspirant-filmmaker?

Alayan: “Het is goed voor de kunst. Er is een enorm reservoir aan verhalen, aan drama’s en tragedies. Melodrama ook. En zelfs dramedies, komedie en tragedie tegelijk. Situaties kunnen zich zo absurd ontwikkelen dat je tegelijkertijd moet lachen en huilen. Ik zou wensen dat de realiteit anders was, maar deze stad heeft mij als filmmaker ook gevormd. En mijn manier van verhalen vertellen. De ervaringen die ik heb opgedaan door daar op te groeien en te leven, zit in ieder aspect van mijn cinema.”

Love, Theft and other Entanglements

Love, Theft and other Entanglements (2015)

Heldhaftige daad
Muayad Alayan studeerde film in San Francisco en debuteerde in 2015 met Love, Theft and other Entanglements, dat op het filmfestival van Berlijn werd genomineerd in de categorie Beste Debuutfilm. In de film raakt een Palestijn in de problemen; niet vanwege een vrouw, maar door een gestolen auto—met een ontvoerde Israëlische soldaat in de kofferbak.

Ook Alayans komende film, opnieuw geschreven in samenwerking met zijn broer, speelt in zijn geboortestad. “Een Joods-Amerikaanse familie verhuist van New York naar Jeruzalem . Hun 12-jarige dochter ziet de geest van een 12-jarig Palestijns meisje dat eerder in het huis heeft gewoond. Samen maken ze een reeks voorvallen mee die het leven van het gezin ontregelt.”

“Soms moet je om ellende kunnen lachen
om te kunnen overleven”

Love, Theft and other Entanglements heeft gedraaid in Frankrijk, Italië en Palestina. Dat succes opende deuren voor Alayan. “Voor Sarah and Saleem kregen we steun van het Hubert Bals Fonds. Toen dat bekend werd, wilden veel mensen meer weten over het project. Dat was de duw die we nodig hadden.”

Alayan: “Ik was blij dat het Palestijnse publiek de humor inzag van Love, Theft and other Entanglements. Soms moet je om ellende kunnen lachen om te kunnen overleven. Het is je laatste verdedigingslinie. Zo’n film, tegelijk absurde komedie en tragedie, had men niet verwacht van een Palestijn.”

“Die film is gemaakt op een microbudget. Zo was hij ook bedoeld door mij en mijn broer Rami, met wie ik het scenario heb geschreven. We waren beïnvloed door de films van Jim Jarmusch en Jean-Luc Godard. Daarin vinden gewone, simpele mensen zich terug in absurde situaties en omstandigheden.”

“Het idee dat ik in mijn eerste film en ook in Sarah and Saleem onderzoek is een eenvoudig idee. Een held is voor mij geen superheldhaftige, patriottische persoon of iemand die een extreme tragedie ondergaat. Voor mij is de held degene die zijn of haar menselijkheid behoudt in weerwil van wat corrupte politici of regimes van hem of haar verwachten. De held is het personage dat aan het eind van de film een beter persoon is geworden. Daar hoef je geen heldhaftige dingen voor te doen. Je hoeft niet te vliegen of over flats te springen.”

Is dat jouw persoonlijke thema: de held is degene die zijn menselijkheid niet verliest onder fysieke en psychologische oppressie?

“Dat zou zomaar kunnen. Luister, het is voor mij als Palestijn heel makkelijk om elke hoop te verliezen dat er ooit een fatsoenlijke oplossing komt voor het conflict. Ik kom dagelijks drie, vier keer soldaten tegen die de grens tussen Oost en West bewaken. Wat doet dat met je geest? Ik was vroeger heel kwaad: hoe is zulk onrecht mogelijk? Ik ben me gaan beseffen dat sommige van de soldaten die bij de checkpoints staan prima mensen zijn, die ook maar gestuurd zijn en eigenlijk niet begrijpen, of goedkeuren, waarom ze doen wat ze moeten doen.”

The Reports on Sarah and Shaleem

The Reports on Sarah and Shaleem (2018)

“Sommigen van hen zijn fanaten, sommigen zijn goede mensen, en sommigen zitten in het midden. Die zijn ook liever bij hun vriendin of hun familie dan dat ze mij lastigvallen bij het checkpoint. Als je dat inziet, besef je dat een Palestijn die onder die omstandigheden zijn menselijkheid bewaart een heldhaftige daad verricht. Idem dito de Israëli die weigert in het leger te gaan en Palestijnen lastig te vallen.”

“Zulke mensen zijn er. Het zijn er niet heel veel en ik kan me inbeelden door welke hel ze moeten gaan. Sivane Kretchner, de Israëlische actrice die in de film Sarah speelt, deed een paar jaar geleden een toneelstuk over een Amerikaanse activiste die in de Gazastrook door een bulldozer is overreden. Sivane kreeg daar zware kritiek voor, hatemail en doodsbedreigingen. De minister van cultuur riep op tot een boycot van alle theaters die haar stuk programmeerden. Niettemin zette ze door. Daar heb ik het over.”

“Ik ben bang dat mensen zich steeds
meer terugtrekken in hun eigen kring”

De film ontstijgt het Romeo en Julia-cliché door de unieke setting, Jeruzalem en het Israëlisch-Palestijnse conflict, en ondanks die unieke setting is hij universeel, want hij vertelt iets over de menselijke natuur.

Alayan: “Zo’n buitenechtelijke affaire zou in Amsterdam of Mexico-Stad mogelijk sociale gevolgen hebben. In de context van Jeruzalem wordt alles totaal uit zijn verband geblazen. De film toont de dagelijkse realiteit in de zin dat mensen nu eenmaal zwak zijn. Ik heb daar geen oordeel over, ik constateer een gegeven. Het is menselijk om voor jezelf en je eigen groep te kiezen. Mijn angst is dat wat we in Jeruzalem zien gebeuren onder invoed van de bezetting ook buiten Jeruzalem meer en meer gaat voorkomen. De chaos in de wereld neemt toe en ik ben bang dat mensen zich steeds meer terugtrekken in hun eigen kring en meer en meer egoïstische keuzes zullen maken. Als dat zich doorzet, is er geen hoop.”

Wat hoop je dat de film zal bewerkstelligen?

“Als het publiek uit de film komt met een nieuwe gedachte of een nieuwe vraag, en hopelijk een nieuwe emotie, en als ze er vervolgens over praten met anderen en een nieuwe gedachte uitspreken, of in ieder geval iets dat hun idee over die stad weerspreekt, dan ben ik naar mijn mening geslaagd.”

 

9 september 2018

 

MEER INTERVIEWS

Reports on Sarah and Saleem, The

**

recensie The Reports on Sarah and Saleem

Gerommel op de grens

door Rob Comans

Seksuele avontuurtjes tussen Joden en Palestijnen hebben soms vervelende gevolgen – het Israëlische leger bestempelt deze mensen al snel als staatsgevaarlijk. Zo’n situatie is persoonlijk precair, maar nog geen politiek steekspel. Dit laatste is helaas wel de premisse van The Reports on Sarah and Saleem.  

Een paar keer per week, als café-eigenaar Sarah (Sivane Kretchner) haar zaak heeft gesloten en chauffeur Saleem (Adeeb Safadi) klaar is met zijn bestellingen, ontmoeten ze elkaar op een afgelegen parkeerplaats en hebben seks op de achterbank van Saleem’s bestelbusje. Verder dan dat gaat hun relatie niet. Misschien zouden ze deze stiekeme affaire er beter niet op na kunnen houden, want de in Oost-Jeruzalem wonende Saleem is getrouwd met de zwangere Bisan (Maisa Abd Elhadi), en Sarah leeft met haar echtgenoot, de militair David (Ishai Golan), in West-Jeruzalem. Niet alleen hun huiselijk geluk zetten ze er mee op het spel, het feit dat zij Joods is en hij Palestijns maakt hun avontuurtje nog gevaarlijker. Hun seksuele relatie is hier namelijk geen privézaak.

The Reports on Sarah and Saleem

Van overspel naar spionage
Nadat Sarah en Saleem samen in een club in Bethlehem zijn gesignaleerd, duurt het niet lang voordat Saleem van twee kanten de veiligheidsdiensten op zijn nek krijgt. Zijn arrestatie door de Israëli’s maakt tussenkomst van een hooggeplaatste Palestijnse functionaris noodzakelijk om Saleem weer vrij te krijgen. Deze Abu Ibrahim (Kamel El Basha) laat Saleem een aantal rapporten opstellen die suggereren dat Saleem Sarah rekruteerde als Israëlische spion voor de Palestijnen. Wanneer het Israëlische leger Ibrahim doodt en de rapporten tijdens een nachtelijke inval in beslag neemt, verandert een simpel geval van overspel in een spionagezaak. Deze krijgt een extra politieke dimensie door het feit dat Sarahs echtgenoot David een hoge functie in het Israëlische leger bekleedt.

Aldus de plot van The Reports on Sarah and Saleem (2018), de tweede speelfilm van Palestijns filmmaker en cameraman Muayad Alayan, gebaseerd op een scenario van zijn broer Rami Alayan en eerder dit jaar te zien tijdens het filmfestival van Rotterdam. De trefzekere cinematografie van Sebastian Bock, en het sterke spel van de cast pleiten voor de film. Vooral de wijze waarop de levens van Bisan en Sarah zich steeds meer gaan weerspiegelen in hun streven naar emancipatie en onafhankelijkheid is overtuigend. Helaas probeert regisseur Alayan van The Reports on Sarah and Saleem zowel een relatiedrama, spionagethriller als politiek pamflet te maken. Deze veelheid aan plotelementen maakt de film onevenwichtig, en soms zelfs ronduit rommelig.

Verbazing en ergernis
Naar eigen zeggen wilde Alayan een film maken ‘met als essentie hoe ontrouw kan escaleren in Israël en Palestina’. Als basis dienden de affaires tussen Joden en Palestijnen die hij in zijn omgeving zag ontstaan toen hij in 2002 in een café in West-Jeruzalem werkte. In zijn ogen speelden deze mensen met vuur, omdat het Israëlische leger regelmatig documenten van de Palestijnse Autoriteit confisqueert. Als gevolg, aldus de regisseur, heeft het Israëlische leger via zijn opsporingsdiensten toegang tot de levens van deze amoureuze risiconemers: arrestaties van mensen vanwege spionage of persoonsverwisselingen zijn aan de orde van de dag.

The Reports on Sarah and Saleem

Hetgeen de essentiële tekortkoming van The Reports on Sarah and Saleem aan het licht brengt. Zoals zoveel producties die handelen over het conflict in het Midden-Oosten, ontsnapt ook Alayan’s film niet aan de simplistische tendens om de Israëli’s slechts als kille, egocentrische bezetters, en de Palestijnen als lankmoedige slachtoffers af te schilderen. Zelfs een rudimentaire kennis van de situatie in Israël en Palestina leidt tot het inzicht dat zowel de geschiedenis van de regio als de huidige realiteit daar beduidend complexer zijn. Dat regisseur Alayan, ondanks het feit dat hij al jarenlang in Jeruzalem woont en werkt, een dermate eenzijdige en oppervlakkige versie van de situatie daar weergeeft, wekt verbazing en ergernis.

Hoewel het Alayan niet om objectiviteit te doen is: in interviews benadrukt de regisseur zijn intentie om ‘Palestijnse verhalen te vertellen, de verhalen van mijn volk. (…) Het is mijn taak om niet alleen films over Palestina te maken, maar tevens films uit Palestina.’ Alleen verdient een situatie die historisch zo gelaagd, en politiek, militair, sociaal en economisch zo precair is een completer en meer afgewogen benadering dan The Reports on Sarah and Saleem biedt.

Door hierin tekort te schieten blijkt de film, evenals de belastende rapporten die tegen Sarah en Saleem zijn opgesteld, een lege huls.
 

1 september 2018

 
MEER RECENSIES

3 Faces

****

recensie 3 Faces

Ludiek jongleren met maskers

door Sjoerd van Wijk

3 Faces biedt een meerduidige inkijk in de Iraanse samenleving en is geladen met speelse kritiek van de gerenommeerde Iraanse schrijver-regisseur Jafar Panahi. 

Bekende actrice Behnaz Jafari ontvangt een verontrustende video via social media waarin het meisje Marziyeh zelfmoord lijkt te plegen. Marziyeh’s wanhoop komt doordat ze op het Iraanse platteland niet haar acteerdromen kan najagen. Jafari gaat samen met regisseur Jafar Panahi op onderzoek uit, in de hoop het meisje te vinden. In een film die het midden houdt tussen fictie en werkelijkheid (iedereen speelt zichzelf) gaan ze op een roadtrip door de gastvrije dorpen, waar tradities hoog in het vaandel staan. Aan de ene kant is er een warm onthaal en zekere bewondering voor de stedelingen uit Teheran, aan de andere kant worden ‘kunstenmakers’ met argusogen bekeken.

3 Faces

Appeltjes schillen
3 Faces heeft een onmiskenbaar persoonlijk karakter, niet alleen doordat Panahi zichzelf speelt. De regisseur leverde in het verleden subtiel maatschappijkritische films af zoals Offside, wat hem in 2010 een gevangenisstraf en later huisarrest opleverde. Maar erger, hij mocht geen films meer maken, wat internationaal voor ophef zorgde. Toch is Panahi sinds 2011 (This Is Not a Film) in het geniep blijven filmen, met beschouwingen over tegenstellingen in de Iraanse samenleving. Ondanks dat Panahi een appeltje te schillen heeft met de censuur van de Iraanse overheid, voorkomt hij ook ditmaal dat 3 Faces een vendetta wordt.

Onderzoekend komen de gestes tussen stedeling en dorpeling in beeld, zonder dat iemand de boeman is. De scepsis jegens artiesten op het platteland staat in de bredere context van het reilen en zeilen in een dorp, in plaats van dat deze rancuneus als bekrompen overkomt. Met humor worden de verschillen duidelijk, als dorpelingen Jafari en Panahi initieel enthousiast begroeten en vervolgens teleurgesteld afdruipen als blijkt dat ze niets komen repareren, zoals gedacht. Toch komt door de ellipsen over Jafari’s zoektocht Panahi’s personage wat te vaak naar voren, terwijl Mariyeh’s verdriet de film juist draagt met indringende urgentie. 

Driedubbelrol
Spanningen zijn continu onderhuids onder een façade van beleefdheid. Personages lijken meerdere rollen te spelen, zowel in de film als in de samenleving. Film en werkelijkheid vloeien naadloos in elkaar over, van Marziyeh’s confronterende openingsscène tot de voormalig bekende actrice Shahrzad die als knipoog nooit in beeld komt.

Het Iran van Panahi is een ludiek jongleren met de verschillende maskers: voor de overheid, de buren en vrienden. In tegenstelling tot het al te luchtige Taxi Teheran (2015) slaagt 3 Faces er meer in uiteenlopende emoties op meditatieve wijze samen te smeden tot een indringende, menselijke inzage in het land. De continue verwijzingen naar de echte levens van de personages, het eenvoudige camerawerk, de dagelijkse beslommeringen—ze vormen een subtiel spel met de werkelijkheid, wat de Iraanse jongleer-act des te inzichtelijker maakt. 

3 Faces

Traditioneel subversief
Met dit indringende spel plaatst 3 Faces zich ferm in een Iraanse filmtraditie die de censuur eerder als uitdaging dan als beperking lijkt te zien. Dikwijls herinnert de film aan het werk van regisseur Abbas Kiarostami, die ook fictie en werkelijkheid op beschouwende wijze door elkaar haalde. In films zoals A Taste of Cherry (1997), die ook zelfmoord als thema aanhaalt, wist hij losjes maatschappijkritiek in de verhalen te verwerken.

Door subversieve thema’s te verweven met de keuze in verhalen en het tonen van de dagelijkse omgang lukt het Iraanse regisseurs, zoals ook de gevierde regisseur Asghar Farhadi (A Separation), meestal om geruisloos door de censuur te komen. In plaats van te prediken, levert die combinatie juist sluw opgebouwde dramatische spanning op, wat de Iraanse cinema zo uniek maakt. 3 Faces voelt traditioneel subversief aan en de speelse zoektocht naar wederzijds begrip werkt lang door, omdat de personages de film een eigen karakter geven.
 

28 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Tampopo

****

recensie Tampopo

Hoe opwindend is een rauwe eierdooier?

door Cor Oliemeulen

De eetfilm der eetfilms is eindelijk gerestaureerd. Ruim dertig jaar na dato kun je alle ingrediënten van de befaamde Japanse noedelsoep haarscherp zien. Nee, dit is geen documentaire, maar een komedie uit 1985 die haar tijd ver vooruit was en de kijker nog steeds verrast én verleidt.

Eten in films is zo oud als de film zelf. De Franse broers Lumière lieten al in 1895 een kort filmpje over het voeden van een baby zien. Hun landgenoot Georges Méliès trok in 1904 met Sorcellerie Culinaire de trukendoos open wanneer een bedelaar wraak neemt op een kok en duiveltjes inzet om diens soep te laten mislukken.

Tampopo

Van taartgooien tot je eigen schoen opeten
In de beginjaren van de film was de rol van eten vooral luchtig, denk aan taartgooien in slapstickfilmpjes. Met de toenemende industrialisatie kreeg voedsel een serieuzere betekenis en verschenen sociale misstanden op het witte doek. Van schrijnend drama over armoede en honger in A Corner in Wheat (1909) van D.W. Griffith tot en met de mistroostige humor in The Gold Rush (1925) waarin Charlie Chaplin als onfortuinlijke goudzoeker van pure ellende zijn schoenen opeet.

Als mensen eten in films is dat nooit toevallig. Vaak dient eten als katalysator van verzoening (Eat Drink Man Woman, 1994) of problemen (Festen, 1998). Sommige mensen bunkeren zoveel dat ze exploderen (The Meaning of Life, 1983), anderen vervelen zich te pletter en besluiten om zich dood te eten (La grande bouffe, 1973). Hoe dan ook heeft de rol van eten en voeding in elke tijd en elke cultuur een andere betekenis.

Rake observaties
Van alle eetfilms is Tampopo na al die jaren nog steeds de meest bijzondere en grappige. Met het thema voedsel als verleiding, het jongleren met stijlvormen en het laveren tussen komedie en melodrama was de Japanse regisseur Jûzô Itami met zijn tweede film zijn tijd lichtjaren vooruit. Begonnen als acteur werd hij pas op zijn vijftigste actief als scenarioschrijver en regisseur. Itami heeft zich duidelijk laten inspireren door zijn Franse collega Jacques Tati, een meester in eenvoudige, rake observaties van het dagelijkse, vaak absurdistische, menselijke gedrag. De satire van Itami is beduidend scherper en gewaagder, zeker als het gaat om de relatie tussen eten, seks en de dood – soms zelfs in dezelfde scène.

Tampopo

Tampopo (paardenbloem) is de naam van de alleenstaande eigenaresse van een beduimelde eetgelegenheid (gespeeld door Itami’s vrouw Nobuko Miyamoto). Met de hulp van een vrachtwagenchauffeur streeft zij naar een goedlopend restaurant waar de allerbeste noedelsoep zal worden geserveerd. Maar voor het zover is, zien we in een reeks uiterst smaakvol gefilmde scènes hoe je het ingenieuze gerecht maakt, presenteert en eet. De compositie en hartstochtelijke benadering van de ingrediënten is tot ware kunst verheven.

Jûzô Itami noemde Tampopo een noedel-western (die hadden we nog niet!) en leent qua sfeer, low budget en close-ups veel van de spaghettiwestern. In losstaande fragmenten zien we een etiquetteklasje met meisjes die leren hoe je spaghetti moet nuttigen, dat je soms beter geen chips in de bioscoop moet eten en ontdekken we de verleidingen van voedsel. Hilarisch zijn de scènes van de dandy-gangster die slagroom van de linkerborst van zijn vriendin opzuigt en hun techniek om tijdens het voorspel razendknap een rauwe eierdooier heel te houden. Opwindende, geestige en wellicht inspirerende situaties, die een jaar later zouden leiden tot de schaamteloze anticlimax van Kim Basinger en Mickey Rourke in Nine 1/2 Weeks van Adrian Lyne.
 

12 augustus 2018

 
MEER RECENSIES