Jinpa

***
recensie Jinpa

Versmelting van droom, inbeelding en werkelijkheid

door Ries Jacobs

Tibet, het land van de Dalai Lama en boeddhistische monniken. Het land waar de spirituele bevolking zich vreedzaam verzet tegen de Chinese onderdrukker. In de laatste film van regisseur Pema Tseden zie je van dit land weinig terug.

Jinpa opent met weidse vergezichten van het Kekexiliplateau in Tibet. We zien vrachtwagenchauffeur Jinpa over de vlakte rijden. Ondanks de beelden van de Tibetaanse hoogvlakte koos Tseden om de film te schieten in een traditioneel 4:3 beeld.

Jinpa

Met zijn ruige baard, leren pak en eeuwige zonnebril heeft Jinpa meer weg van een Hollywoodheld dan van een Tibetaanse boeddhist. Dit karakter zou door Tarantino bedacht kunnen zijn. De eerste minuten van de film doen in al hun traagheid aan de Amerikaanse regisseur denken. Jinpa neemt tijdens het rijden een slok drank en steekt een sigaretje op. Verder gebeurt er niet zoveel, maar het is duidelijk dat deze ruwe bolster niet met zich laat sollen.

Gezegend schaap
Na verloop van tijd blijkt de vrachtwagenchauffeur ook een blanke pit te hebben. Hij rijdt een schaap dood, waarover hij zich schuldig voelt, en ontmoet daarna een man die hij een lift aanbiedt. De lifter heet ook Jinpa en is op weg naar het dorp Sanak, waar hij de man wil doden die tien jaar eerder zijn vader vermoordde. Hij zet de lifter af bij een splitsing en rijdt door naar zijn bestemming. Nadat de chauffeur zijn vracht heeft afgeleverd en het schaap door een monnik heeft laten zegenen, gaat hij op zoek naar de lifter.

Tseden geeft de sfeer van de Tibetaanse hoogvlakte prachtig weer. De wind lijkt bijna langs de kijker heen te suizen en de donkere beelden van het café waar Jinpa naar binnen gaat doen aan als die van een film noir. Mannen drinken er bier en dobbelen, activiteiten die niet erg passen bij ons beeld van Tibet. Toch lijkt dit Tibet een stuk authentieker en realistischer dan het land van Seven Years in Tibet (1997) en The Golden Child (1986), dat voornamelijk bevolkt lijkt door verlichte en zichzelf wegcijferende boeddhisten.

Jinpa

Een engeltje en een duiveltje
De film kwam in China uit onder de naam Zhuang si le yi zhi yang, te vertalen als ‘Doodde een schaap’. Als de eerste Tibetaanse student aan de Beijing Film Academy weet Tseden de censuur van de filmkeuring te ontwijken door geen politiek in zijn film te stoppen. Aanvankelijk vertelde hij zijn verhalen in literatuurvorm (de regisseur heeft meer dan vijftig boeken geschreven), maar inmiddels is hij toe aan zijn zesde film, na Tharlo (2015) de tweede waarin hij samenwerkt met acteur Jinpa (dit is de naam van zowel de hoofdrolspeler als de hoofdpersoon).

In het tweede deel van de film laat de regisseur, die alle filmscripts zelf schrijft, een duidelijke verhaallijn varen. De werelden van droom, inbeelding en werkelijkheid komen samen. Het is niet duidelijk wat echt is en wat niet. Zijn de beide Jinpa’s twee zijden van één persoon, als een engeltje en een duiveltje? Of creëert de coole vrachtwagenchauffeur een alter ego om dat te doen wat hij zelf niet durft? Het wordt niet duidelijk.

Nu hoeft een film natuurlijk niet de hapklare koek te zijn die Hollywood ons vaak aanbiedt. Kunst is pas kunst als je er je eigen interpretatie aan kunt geven, maar Tseden geeft ons een verhaal dat wel erg mager is. Hij geeft te weinig duiding en verwacht teveel van de kijker. De beelden van Jinpa zijn prachtig en verdienen een tien met een griffel. De film als geheel komt niet verder dan een kleine voldoende.

 

25 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Working Woman

***
recensie Working Woman

Kracht uit beklemming

door Sjoerd van Wijk

De seksuele misdragingen dringen geniepig in bij Working Woman. Tezamen met de hectiek van carrièreambities en gezin lijkt de film echter af en toe richting pamflet of triviaal af te glijden.

Nu Jeffrey Epsteins seksring voor machtige figuren en diens verdachte dood algemeen bekend is, komt het kleine leed van Working Woman op een goed moment in de bioscoop. Macht lijkt iets te doen met mensen, met misbruik tot gevolg. Hier is het slachtoffer de ambitieuze Orna, die de kans krijgt zich omhoog te werken bij een projectontwikkelaar. Dat komt haar goed uit, want man Ofer heeft een restaurant geopend waardoor de financiën van het gezin onzeker zijn. Helaas lijkt baas Benny meer te zien in Orna dan alleen een topper, wat tot vervelende avances en meer leidt. Voor Orna de vraag hoe ze haar ambitie kan verwezenlijken nu er zulke tegenwerking is.

Working Woman

Confronterend geniepig
De werkplaats beklemt al onderhuids, wat Benny’s transgressies des te akeliger maakt. Menashe Noy speelt de rol van gluiperd met verve. Zijn intonatie en positionering brengen subtiel Orna in benauwing, verder geholpen door het aimabele maar manipulatieve handelen. De chemie tussen de twee op professioneel vlak slaat daarbij geniepig om in een situatie van oppressie.

De Israëlische regisseuse Michal Aviad, die vooral documentaires maakt, weet met haar medescenaristen Sharon Azulay Eyal en Michal Vinik deze tersluikse beklemming gedegen op te bouwen. Buiten een eerste onhandige zoenpoging om spreekt de dwang uit alledaagse interacties, die als vanzelf de lading meekrijgen door Benny’s opdringerigheid. Vanaf begin tot eind confronteert het moment van aanranding op zakenreis in Parijs. Door de kalmte van deze scène tussen de hectiek door dringt de narigheid binnen.

Van drukte naar moed
De energie van kansen aangrijpen, slaat tegelijk geruisloos om in afmatting. Het gezin blijft niet uit zichzelf draaien, en Orna moet diverse balletjes hoog in de lucht houden terwijl de werksfeer verslechtert. Het camerawerk van Daniel Miller gaat mee in de drukte, schuddend achter haar aan in een anoniem Jeruzalem. Net als in het eveneens dit jaar uitgekomen Ayka is dit het beeldende schema van keus om de hectiek van een onderdrukte vrouw te tonen, met het verschil dat Aviad er hier een teken van kracht van maakt.

Orna ontwikkelt zich van onderdanig naar eigengereid, iets wat actrice Liron Ben Shlush innemend brengt. Er zit een stille kracht in haar opgesloten. De begrijpelijke vertwijfeling na Parijs krijgt bij Ben Shlush een aangrijpende intensiteit, door een vertrouwen wat langzaam maar zeker naar boven komt drijven. Haar dappere gevecht tegen machteloosheid wekt daarom een zekere inspiratie op. Dat is vooral aan Ben Slush te danken, want het incident loopt met een sisser af waardoor de problematiek bijna triviaal gaat aanvoelen.

Working Woman

Conformisme
Het scenario lijkt wel met scherpte opgezet om Orna’s wens tot carrière maken te duiden als een vrouw boksend tegen een mannenwereld. Ofer toont weinig empathie, Orna’s moeder wimpelt de zorgen weg en Benny is een wel erg rechtlijnige gluiperd. Daarmee is Working Woman af en toe wat pamflettistisch, alsof er opportunistisch een standaard boodschap over mannelijk machtsmisbruik en de bijbehorende hashtag wordt omgeroepen.

Of het een goede zaak is om een ieder te integreren in de wereld van geestdodende arbeid in plaats van die wereld te transformeren blijft achterwege. Orna lijkt oprecht blij om gefortuneerde mensen aan hun droomappartement te helpen, terwijl Ofer ondertussen maar geen vergunning voor het moeizaam lopende restaurant kan krijgen. Bevrijdende kracht leidt in Working Woman tot conformisme, als zij zich als van nature vereenzelvigt met de doelen van het kapitaal.

 

19 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

So Long, My Son

****
recensie So Long, My Son

Kroniek van verstrijkende tijd

door Tim Bouwhuis

De beste filmkronieken verweven een persoonlijk verhaal met een bredere stroom van (vaak) politiek-historische ontwikkelingen. Neem de som van de twee en je hebt het kloppende hart van So Long, My Son, een episch drama dat China vangt en verbeeldt als een kroniek van verstrijkende tijd.

De vertelling begint als de jonge, verlegen Xingxing door zijn vriend Haohao wordt uitgedaagd een duik te nemen in een waterreservoir in een noordelijk gelegen fabrieksstadje. Haohao voert de druk op door zijn kleren vast uit te trekken en zich na wat laatste aansporingen richting het water te spoeden. De camera laat hem vertrekken – we kijken mee over de schouder van Xingxing, die eenzaam achterblijft. De scène eindigt een stuk abrupter dan ze begon, en als we een minuut of tien later terugkeren bij het reservoir is er een ongeluk gebeurd.

So Long, My Son

Filmfractuur
Wat ontvouwde zich, en waarom waren wij er niet bij? Het is verleidelijk om So Long, My Son door de elliptische structuur te benaderen als een puzzelfilm. De openingsscène markeert namelijk lang niet het enige moment dat de continuïteit van de film doorbroken wordt. Regisseur Wang Xiaoshuai (Beijing Bicycle) schakelt welbewust tussen verschillende tijdvakken (rangerend van midden jaren tachtig, wanneer de film opent, tot het heden), maar laat de zo gebruikelijke tussentitels (locatie, jaartal) achterwege. In de vlekkeloze montage komen nieuwe dramatische ontwikkelingen en referenties naar een getroebleerd verleden samen.

Al die variabelen vragen, in bij uitstek positieve zin, om een actieve kijkhouding. En die houding loont, niet alleen omdat het scenario uitgekiend is en alle stukjes ook daadwerkelijk passen. Wangs uitgesproken stijl is namelijk noodzaak om daadwerkelijk te ervaren hoe het verleden tot ons komt: in half aan elkaar gelijmde brokken, en altijd gefragmenteerd. Wat rest zijn de details, de gesprekken die een breuk helen of er één teweeg brengen. Met zulke momenten zit So Long, My Son vol. Misschien is het te veel gevraagd, zoals Wang in een interview wel voorstelt, om de tijdsconstructie maar gewoon los te laten. Maar het lijdt geen twijfel dat een contra-intuïtieve mindset het kijken verrijkt.

So Long, My Son

Over levenswijsheid  
Terug bij de twee jongens uit de openingsscène. Uit de (chronologisch eerder gesitueerde) scène die volgt, blijkt dat hun ouders goed met elkaar bevriend zijn. Het ongeluk zet die verhouding alleen flink onder druk. Wang neemt schuld en verlies als vertrekpunt en concentreert zich vervolgens op de ouders van Xingxing (rollen van Wang Jingchun en Yong Mei). Hoe verwerken zij wat er gebeurd is, en beter nog, hoe doen ze dat binnen een staatsapparaat dat vaststelt waar families ophouden en misdrijven beginnen? Tegen de achtergrond van de Chinese eenkindpolitiek (1979-2015) en de culturele revolutie die daaraan vooraf ging, is de meest intieme eenheid van de privaatsfeer immers altijd een publieke aangelegenheid. Ontwikkelingen op nationale schaal worden zo keer op keer gespiegeld aan het leven van Yaojun en zijn vrouw Liyun. Wong en Yang zien zich omringd door een zweem van authenticiteit die zich niet laat creëren; het is bijna ironisch dat hun ‘spel’ hen tijdens de Berlinale (zeer terechte) bekroningen opleverde voor beste acteur respectievelijk beste actrice. Noem het oprechte levenswijsheid, en je zit er niet ver vanaf.

Terwijl de tijd de geschiedenis steeds verder opslokt, beginnen Yaojun en Liyun steeds scherper te bevragen wat het heden nog kostbaar maakt. “Als er bijna geen sporen meer over zijn van het verleden”, zegt Liyun richting het einde, “hoe komt het dan dat we toch nog bang zijn om dood te gaan?” Het verloop van de film doet een suggestie voor een mogelijk antwoord: de dood gaat nooit alleen over ons. En uiteindelijk, in de laatste scène, dat een piepklein gebaar de meest gebroken familie nog hoop kan bieden.

 

27 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Tel Aviv on Fire

**
recensie Tel Aviv on Fire

Eindeloze grenssoap

door Michel Rensen

Tel Aviv on Fire toont het Israëlisch-Palestijnse conflict als een eeuwigdurende, ongeloofwaardige grenssoap. Met louter oppervlakkige observaties dooft de film uit als een nachtkaars. 

Salam werkt als productieassistent op de set van de populaire spionagesoap van zijn oom. Hij wordt aanvankelijk ingehuurd om de Hebreeuwse dialogen te controleren en waar nodig te verbeteren. Nadat de enige vrouwelijke schrijver ontslag neemt nadat haar script ongevraagd wordt aangepast, krijgt Salam zijn gewenste promotie plots in de schoot geworpen. Het enige probleem is dat hij helemaal niet kan schrijven.

Tel Aviv on Fire

Soap
Salam steekt dagelijks de Israëlisch-Palestijnse grens over. Als hij de Israëlische commandant Assi van de grenspost om hulp vraagt over het gebruik van een specifiek woord, wil de commandant direct alles over het verloop van de soap weten. Assi is aanvankelijk enkel geïnteresseerd omdat zijn vrouw verslaafd is aan de “antisemitische propaganda” zoals hij de soap omschrijft, maar begint al snel zijn eigen ideeën voor de show aan Salam te pitchen. Aangezien Salam dus niet kan schrijven, begint hij Assi’s ideeën als zijn eigen te gebruiken, maar hierdoor raakt hij verstrikt in een soap vol politieke spelletjes waar hij niet meer uitkomt.

Het concept van Tel Aviv on Fire intrigeert, maar de film vervalt helaas snel in nodeloze herhalingen. De realiteit blijkt nog minder geloofwaardig dan een soap, inclusief een voorspelbaar, romantisch subplot. Elk gesprek lijkt enkel te bestaan om het plot voort te duwen. De politieke spelletjes zijn niets meer dan spelletjes waarna iemand vol vreugde zijn overwinning kan vieren zonder dat er enige consequenties aan verbonden zijn. Tel Aviv on Fire legt in het eerste half uur al zijn kaarten op tafel en slaagt er daarna niet meer in nog iets aan complexiteit toe te voegen.

Politiek vehikel
Salams oom wil zijn geplande klapper van een seizoensfinale schrijven, ondanks de veranderende plotontwikkeling op weg ernaartoe. Salam zelf is vooral bezig te bedenken hoe hij kan zorgen dat er een tweede seizoen komt, terwijl iedereen hem probeert te beïnvloeden om de soap zo te schrijven dat het een bevestiging van hun eigen politieke visie vormt. De Palestijnse financiers van de soap willen de Israëlische generaal in de soap zien afgebeeld als brute tiran, terwijl Assi hem als goede soldaat én romantische held wil neerzetten. Alle mannen willen simpelweg de representant van hun groep als romantische held, terwijl de vrouwen zich enkel bekommeren om de mannelijkheid van de personages. “Niet alles is politiek”, stelt Assi’s vrouw. Het politieke speelveld is in Tel Aviv on Fire enkel aan mannen vergeven.

Tel Aviv on Fire

In een film die zo politiek geladen is, is het erg vreemd dat de film reflectie op zijn eigen positie mist. Tel Aviv on Fire komt niet verder dan een wijzend vingertje naar het gebrek aan nuance of oplossingsgerichtheid in het debat, maar biedt dit zelf ook niet. Op het eerste oog lijkt het een briljante zet om het politieke conflict vanuit een eenvoudige metafoor – de romantische held – uit te bouwen, maar de blauwdruk wordt nooit gerealiseerd. Elke discussie vervalt in een nuanceloze keuze tussen de Israëlische soldaat of de Palestijnse rebel. Er lijkt geen manier om de twee vreedzaam te laten samenleven. Salam doet nog een poging tot verzoening, maar de rest van de film biedt weinig hoop.

Tel Aviv on Fire kabbelt voort van plottwist naar plottwist, maar net als een echte soap levert de film nooit een bevredigende climax. Er zijn geen consequenties verbonden aan de verschuivingen en er komt geen einde aan. Zelfs met een lengte van honderd minuten voelt de film als een eindeloze exercitie met louter oppervlakkige observaties waarbij de lach al snel verdwijnt.

 

20 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Claire’s Camera

****
recensie Claire’s Camera

Keuvelen in Cannes

door Michel Rensen

Claire’s Camera kijkt weg als een licht briesje. De film brengt ontspanning, vermaak en reflectie en voor je het weet zit je korte (bioscoop)vakantie in Cannes er weer op.

Hong Sangsoo is een zeer productieve filmmaker. In het afgelopen decennium maakte hij elk jaar minstens één nieuwe film, regelmatig zelfs drie in één jaar. Na de release van On the Beach at Night Alone eind vorig jaar bereiken zijn twee andere films uit 2017 deze zomer de bioscoop. Claire’s Camera en The Day After gingen tegelijkertijd in première in Cannes. Hongs tweede Franse productie, tevens zijn tweede film met Isabelle Huppert, speelt zich zelfs af tijdens het gerenommeerde filmfestival, waar de volledige delegatie van een nieuwe Koreaanse film Claire (Huppert) tegen het lijf loopt.

Claire's Camera

Feest van herkenbaarheid
Wie bekend is met het werk van Hong zal ook in deze film veel elementen herkennen. Zijn films zijn ogenschijnlijk simpele karakterstudies, vaak met filmmakers, actrices of andere artistieke types in de hoofdrol. Vaak bekruipt het gevoel dat Hong zijn eigen problemen via film probeert te overdenken. Hij observeert zijn personages droog, in lange takes en met zijn herkenbare, schijnbaar ongemotiveerde zoombewegingen, terwijl de personages na toevallige ontmoetingen gesprekken voeren over koffie of een maaltijd. De luchtige, licht-filosofische dialogen over de alledaagse problemen van de personages doen sterk denken aan het werk van Éric Rohmer, voor wie Hong ook vaak zijn bewondering uitspreekt, en de titel van deze film is ongetwijfeld een eerbiedige verwijzing naar Claire’s Knee.

Claire’s Camera volgt Manhee (The Handmaiden’s Kim Minhee) die net te horen heeft gekregen dat ze is ontslagen om voor haar onduidelijke redenen. Omdat het omboeken van haar vlucht te duur is, besluit ze toch in Cannes te blijven. Tijdens haar dwaaltocht door de rustige straten van Cannes, weg van de commotie van het festival, ontmoet ze Claire (Huppert), een lerares die voor de première van de film van een vriendin naar Cannes is afgereisd bewapend met een polaroidcamera. Diezelfde dag ontmoet Claire ook regisseur So en zijn producer, tevens de ex-baas van Manhee. Door de gesprekken tussen de personages kan Manhee de onuitgesproken reden van haar ontslag achterhalen.

Kunst van het alledaagse
Claire’s Camera zit vol ironie. Als Isabelle Huppert met veel vreugde roept dat dit haar eerste keer in Cannes is, zal de complete tegenstelling met de realiteit ongetwijfeld voor een lach bij de kijker zorgen. Ook de karakterschets van So als regisseur die met alle vrouwen op zijn pad probeert te flirten is een knipoog naar Hongs eigen reputatie die ontstaan is door zijn affaire met actrice Kim Minhee.

Door het herhaaldelijk gebruik van ironie laat de film in het midden of we Claire’s ietwat simplistische uitspraak over de magische kracht van haar polaroidcamera serieus moeten nemen. Ze gelooft dat ze de levens van mensen kan veranderen door foto’s van ze te nemen. Deze uitspraak sluit natuurlijk perfect aan bij het idee dat een foto een momentopname is, terwijl de wereld er omheen al veranderd is voor de foto ontwikkeld is, zelfs bij de directe afdruk van een polaroid. Met een ironische lezing levert de film kritiek op de continue zoektocht naar de diepere betekenis van kunst, alsof het alledaagse geen waarde heeft.

Claire's Camera

Beide lezingen sluiten perfect aan bij Hong Sangsoo’s manier van film maken. In Claire’s Camera laat hij weer zijn liefde voor het triviale zien. Hij toont dat een ogenschijnlijk simpele film net zo waardevol kan zijn als een film die complexe, filosofische vraagstukken voorlegt, terwijl er onder het oppervlak toch altijd meer speelt dan in de dialogen door de personages naar buiten gebracht wordt. Wanneer we de tijd nemen om het alledaagse rustig te bestuderen, blijkt er vanzelf een complexe wereld aan ten grondslag te liggen. Misschien is het niet het maken van de foto dat de wereld verandert, maar leidt het bestuderen van de foto tot een ander beeld van de realiteit.

 

14 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 

 

Kijk hier waar Claire’s Camera draait.

 
MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Elephant Sitting Still, An

*****
recensie An Elephant Sitting Still

Toen kwam er een olifant met een lange snuit…

door Cor Oliemeulen

Een zwaar melancholisch Chinees drama van bijna vier uur en een distributeur die het aandurft om de film aan te kopen en te verdelen in Nederlandse bioscopen. Dat vergt niet alleen moed, maar vooral smaak en kennis.

Voor liefhebbers van films met een rustig tempo en karakterontwikkeling duurt An Elephant Sitting Still geen minuut te lang. Het meesterlijke speelfilmdebuut van de jonge schrijver Bo Hu is tevens zijn magnum opus. Hij maakte een einde aan zijn leven nog voor de release. Kennelijk was alles gezegd.

An Elephant Sitting Still

Vuilnisvat
“Mijn leven voelt als een vuilnisvat. Er komt steeds meer rotzooi in totdat het overloopt”, zegt Yu Cheng. Hij is dan ook niet te benijden. De 17-jarige Huang Ling moet niets van hem hebben, zodat Yu Cheng zijn seksuele heil zoekt bij de vrouw van een vriend, die direct na de ontdekking voor zijn neus van de flat springt. Bovendien hangt het leven van zijn tirannieke broer aan een zijden draadje nadat deze door Wei Bu na een valse beschuldiging op school van de trap is geduwd. Wei Bu, die thuis te maken heeft met een agressieve vader, slaat op de vlucht en vraagt tevergeefs aan zijn vriendin Huang Ling of ze meegaat naar de stad Manzhouli. Volgens de verhalen leeft daar een olifant die de hele dag zit en weigert zijn ogen te openen om zich af te sluiten van alle ellende om hem heen.

Wei Bu verkoopt zijn biljartkeu aan zijn oudere buurman Wang Jin, die ook al geen gemakkelijk leven heeft. Zijn dochter wil dat hij naar een bejaardentehuis gaat, wat gemakkelijker wordt nu Wang Jins hondje door een grote hond is doodgebeten. Huang Ling heeft ondertussen een heimelijke affaire met een schooldecaan, terwijl een filmpje van een van hun onderonsjes op het internet is verschenen. Ook zij hoeft thuis geen steun te verwachten: haar stevig drinkende moeder maakt een zooitje in hun woning en is haar dochter liever kwijt dan rijk.

An Elephant Sitting Still

Het is razendknap hoe regisseur Bo Hu de levens van de vier protagonisten zonder geforceerde plotwendingen of andere kunstgrepen in elkaar vlecht. In elke episode blijft de camera dichtbij het karakter, terwijl de achtergrond (en soms de voorgrond) bewust onscherp is. We horen de ander praten, zien en horen vaag wat er verderop gebeurt, echter we zitten voortdurend in het hoofd en het hart van het immer worstelende personage. Dat gaat nooit vervelen, we kunnen nauwelijks wachten hoe de bewuste karakters zich ontwikkelen en samen met hen hopen op een iets rooskleuriger vooruitzicht.

Schuld
We zagen al eerder deprimerende Chinese films in de Nederlandse bioscoop, maar daarin was altijd minimaal een sprankje hoop. Zo gaan in het drama Winter Vacation (2011) inwoners van een troosteloos provinciestadje met grauwe gebouwen en vervuilende fabrieken gebukt onder een uitzichtloos bestaan ver van het economische wonder in grote Chinese steden. Via lange takes met statische cameraperspectieven zien we hoofdzakelijk kille mistroostigheid als gevolg van belabberde economische omstandigheden, maar droogkomische dialogen en situaties zorgen wel voor enige relativering en een glimlach. Ook in de moderne film noir Black Coal (2015) worstelen mensen met zingeving, maar hunkeren tegelijkertijd naar liefde en verlossing. Ook hier is een knipoog niet ver weg.

Dat in het hedendaagse China vooral de gewone man weinig toekomstperspectief heeft, noch een enkele reden voor optimisme en vrolijkheid, toont Bo Hu met een ongeëvenaarde feilloosheid in An Elephant Sitting Still. In Hu’s onverbiddelijke realiteit lijkt het ongelukkige lot bepaald door tekortkomingen van anderen: egoïsme, onverdraagzaamheid, geweld, overspel en leugens. Meer dan eens kruipen mensen in de slachtofferrol: de triestheid van hun bestaan ligt buiten de eigen schuld en verantwoordelijkheid. Volgens de door schade en schande wijs geworden ouderling Wang Jin is er bovendien geen enkele garantie dat je leven beter wordt als je ergens anders naartoe gaat. Desalniettemin vertrekt hij samen met twee jongeren richting Manzhouli. De zittende olifant trompettert hen al van verre tegemoet.

 

2 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Wild Pear Tree, The

****
recensie The Wild Pear Tree

Meester van de nuance

door Cor Oliemeulen

De net afgestudeerde Sinan keert vanuit de stad terug naar zijn geboortedorp in Anatolië en wil liever schrijver dan leraar worden. Hij beschrijft de bekrompenheid van de streek en zijn visie op het leven in zijn boek The Wild Pear Tree, waarvoor hij een sponsor zoekt om het te kunnen uitgeven. Ondertussen botst hij met zijn vader, die als gevolg van gokken zijn aanzien heeft verloren.

Ook in zijn achtste speelfilm zadelt de bejubelde Turkse regisseur Nuri Bilge Ceylan zijn hoofdrolspeler op met een existentiële zoektocht naar de zin van het leven en de rol en verantwoordelijkheid van de mens. Net als in het geniale Winter Sleep draait de plot om familierelaties en meer om het gesproken woord dan om de gebeurtenissen in de overweldigende natuur. Ook The Wild Pear Tree (Ahlat Agaci) is zo traag als het dagelijkse leven in de contreien waar het verhaal zich afspeelt, maar trekt je daardoor wel in het lot.

The Wild Pear Tree

Prikkelend
Door de vele lange scènes met zijn gebruikelijke statische shots sneed Ceylan zijn werkstuk terug naar een speeltijd van ruim drie uur die nodig is om het karakter van Sinan (Dogu Demirkol) goed te kunnen uitdiepen en zijn relatie met zijn vader Idris (Murat Cemcir) betekenisvol te kunnen afronden. Sinans verplichte legerdienst in een besneeuwd gebied (ook een handelsmerk van de regisseur) aan het eind duurt slechts enkele minuten, terwijl het gesprek van Sinan met twee jonge imams, die hij betrapt op het stelen van appels, wel een paar minuten korter had gekund. Hun discussie over de betekenis van godsdienst en de Koran in deze tijd van technologie en vooruitgang is prikkelend, maar zoals altijd gaat Ceylan – die zich vaak laat inspireren door de Russische schrijvers Tsjechov en Dostojevski – qua statements zelden over het randje. Hoewel niet alle Turken daarover hetzelfde zullen denken.

In zijn jeugdige, rebelse overmoed en met een air dat hij de wijsheid in pacht heeft, zien we Sinan in een aantal confronterende ontmoetingen. Dat begint al direct met zijn terugkomst uit de universiteitsstad Çanakkale (waar regisseur Ceylan opgroeide) naar zijn geboortedorp Çan waar een winkelier Sinan op straat verwelkomt om hem vervolgens fijntjes te verzoeken of hij zijn vader kan bewegen zijn gokschulden af te lossen. Hierna volgt een stijlvol gefilmde ontmoeting vol ingehouden erotiek met Hatice, een vriendinnetje uit zijn jeugdjaren die op het veld werkt. Ook zij heeft dromen, maar voelt niet net als Sinan de urgentie om de in zijn ogen kleingeestige omgeving de rug toe te keren. Ze filosoferen verder en verschuilen zich achter een boom als Hatice haar hoofddoekje heeft afgedaan. Ze kussen elkaar, de wind steekt plots op en speelt met de bladeren en haar lange haren.

Respect
Thuis vervliegt Sinans laatste restje respect voor zijn vader, die zich in bochten wringt om zijn gokverslaving te verdoezelen, maar ondertussen zijn gezin wel regelmatig zonder elektriciteit laat zitten. Als er geld van Sinan is gestolen, gaan de gedachten direct uit naar vader, hoewel er ook enkele werklieden in de woning zijn gesignaleerd. Sinan zal zijn vader echter nooit direct beschuldigen, hoe goed Idris zijn zoon ook uitdaagt om zulks te doen. Sinan kan weliswaar openhartig met zijn moeder over zijn vader praten, maar zij verdedigt Idris, die volgens haar een goed hart en inderdaad ook gebreken heeft, maar hij slaat in ieder geval niet. Bovendien verslijt het halve dorp Idris voor gek omdat hij denkt dat hij door het graven van een diepe put nabij een wilde perenboom water kan vinden.

The Wild Pear Tree

Na een moeizaam gesprek met de burgemeester over financiering van zijn boek belandt Sinan bij een plaatselijke ondernemer. Ook deze past als hij merkt dat Sinan zich weigert te conformeren aan de sociale regels en gebruiken. “Educatie is prima. Maar dit is Turkije. Als je in dit land wilt overleven, moet je je aanpassen. De straat is anders dan de school. Wat je vandaag leert, is morgen waardeloos.” De ondernemer zal Sinans boek zeker niet sponsoren, want toeristen lezen liever positieve verhalen dan alleen maar kritiek op de regio.

Gave
Nuri Bilge Ceylan heeft de prettige gave om in dialogen alle partijen genoeg ruimte te geven en door verrassende nuances en subtiele humor zoveel mogelijk kanten van een kwestie te belichten. Dat geldt uiteindelijk ook voor het klassieke vader-zoondrama in The Wild Pear Tree als blijkt dat Sinan meer op Idris lijkt dan hij altijd heeft gewenst. Ook Ceylans jongste film is niet zo zwaarmoedig als zijn protagonist, hoewel die ten onder dreigt te gaan aan valse verwachtingen. Geen meesterwerk als Winter Sleep, maar een meanderende stroom van betekenisvolle woorden.

 

25 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Shadow

****
recensie Shadow

Een kunstwerk gehuld in grijstinten

door Michel Rensen

De Chinese grootmeester Zhang Yimou is terug met een visueel overdonderende film. Shadow is een waar kunstwerk dat sterk geïnspireerd is door traditionele Chinese schilderkunst. 

Nadat Zhang Yimou in de jaren 80 en 90 furore maakte met hoofdprijzen op grote filmfestivals verschoof zijn aandacht rond de eeuwwisseling naar de genrefilm. Na de flop van zijn mainstreamspektakel The Great Wall met Matt Damon, zoekt de Chinese regisseur in Shadow een tussenweg tussen het toegankelijke spektakel en de beeldende schoonheid die hij onder andere in Raise the Red Lantern en Hero al heeft laten zien. Het is zeer terecht dat hij met dit prachtige kunstwerk twaalf nominaties verdiende voor de Golden Horse Awards, de Chinese Oscars, en met vier beeldjes naar huis ging, voor beste regie, art design, kostuumontwerp en visuele effecten.

Shadow

Schaduw
In de derde eeuw is de stad Jing na een jarenlange oorlog in handen van de vijand gevallen. De koning van Pei, Zi Yu, wil het gesloten vredespact niet op het spel zetten, maar zijn generaal denkt daar anders over. Deze is echter ernstig verwond geraakt en fysiek niet in staat zijn oude rol te vervullen. Zonder weten van de koning heeft de generaal een dubbelganger (ook gespeeld door Chao Deng) zijn plaats laten innemen, terwijl hij in het geheim een plan smeedt om Jing terug te veroveren.

De film ontwikkelt zich tot een heerlijk machtsspel tussen de figuren aan het hof, maar schroomt niet ook klassenproblemen aan te stippen. De schaduw is een gewone burger die gedwongen wordt de rol van de generaal op zich te nemen, wetende dat zijn moeder gevaar loopt als hij het spel niet meespeelt.

Traditionele Chinese schilderkunst
In zijn ontwerp haalt Shadow sterke inspiratie uit traditionele Chinese schilderkunst in gewassen inkt. Met verschillende verdunningen van zwarte inkt worden vaak wonderschone landschappen in grijstinten geschilderd. Deze schilderkunst kenmerkt zich door het gebruik van suggestie. Bergen verdwijnen in het niets, enkel de omtrek van de berg wordt afgebeeld, waarna de kijker zich de rest inbeeldt. Water wordt vrijwel altijd weergeven door afwezigheid van inkt, maar voor de kijkers van het kunstwerk is het altijd duidelijk dat het water betreft. Het niet kleuren heeft net zo’n sterke expressie als het aanbrengen van de inkt.

Het vrijwel volledig in grijstinten gehulde setontwerp van Shadow heeft sterke overeenkomsten met deze traditie. De bergen die de stad Jing omringen verdwijnen in de mist, slechts de omtrek is zichtbaar. Deze techniek creëert zeer veel diepte in het landschap, hoewel je als kijker feitelijk de diepte niet kan waarnemen door de mist. Het is jammer dat de film vaak te snel wegsnijdt naar het volgende shot, waardoor je als kijker niet de kans hebt deze fenomenale shots als een schilderij te aanschouwen.

Shadow

Hangende, doorzichtige doeken creëren in het paleis op een vergelijkbare manier diepte. De personages bewegen zich tussen de verschillende lagen, waardoor in beperkte ruimtes veel diepte ontstaat. Ook in de kostuums is deze traditie op een inventieve manier doorgevoerd. De kleurloze gewaden van de personages lijken doordrenkt met inkt, een wirwar van grijstinten, enkel verstoord door het trage doorsijpelen van bloed.

Grijze moraal
Het is jammer dat de suggestiviteit niet in de vertelling van Shadow terugkomt. De motieven van en relaties tussen de personages worden meerdere keren en door verschillende karakters uitgelegd. De personages zijn geen van allen tot goed of slecht te definiëren en hebben allemaal een grijze moraal. Desalniettemin wordt alles ingekleurd en hoeft de kijker zelf de leegtes niet in te vullen.

Shadow neemt zijn tijd om alle schaakstukken op de goede plek te zetten en de regels nog eens grondig uit te leggen voor het actiespektakel losbarst. Het vereist wat geduld, maar een zeer inventief gebruik van multifunctionele metalen paraplu’s maakt het onvermijdelijke conflict tot een weergaloos spektakel. Waar het verhaal in creativiteit bij vlagen tekortschiet, maakt het visuele genot van Shadow een must see op het grootste scherm dat je kunt vinden.

 

13 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Films uit het Ottomaanse Rijk

This is film: Silent Cinema
De zieke man van Europa en de zevende kunst

door Paul Rübsaam

Films uit het Ottomaanse Rijk? Jazeker, ze bestaan. Of toch niet echt? EYE-curator Elif Rongen-Kaynakçi kon ons in aflevering 4 van de EYE-lezingenyclus This is film! Film heritage in practice in ieder geval haar compilatie Views of the Ottoman Empire presenteren. 

‘Film’ is nog altijd een relatief modern klinkend begrip. Het Ottomaanse Rijk daarentegen roept associaties op met lang vervlogen tijden. In de negentiende en het begin van de twintigste eeuw werd het eens zo glorieuze rijk, dat in de zeventiende eeuw de omvang had van een continent, ‘de zieke man van Europa’ genoemd. De grootmachten Frankrijk, Engeland en Rusland gunden elkaar geen gebiedsuitbreidingen en hielpen de opeenvolgende sultans daarom steeds weer in het zadel als machthebbers over een steeds kleiner wordend gebied. Dat duurde net lang genoeg om het medium film in het zieltogende rijk zijn intrede te laten doen.

Films uit het Ottomaanse Rijk

Waar EYE de bijna tweehonderd bezoekers op trakteerde, stond zelfs in het teken van wat je vergankelijkheid in het kwadraat zou kunnen noemen. Want zeventig procent van alle films van voor 1930 (inclusief de ‘Ottomaanse’) is verloren gegaan, zoals Giovanna Fossati (hoofdcurator van EYE en vaste gastvrouw van de lezingencyclus This is film! Film heritage in practice) nog eens benadrukte.

Het bewaren, restaureren en hervertonen van oude (vaak zwijgende) films is vanaf de jaren dertig de gezamenlijke arbeid geweest van vele filmarchieven, filmmusea en cinematheken, verspreid over de wereld. Ook voor Views of the Ottoman Empire. de compilatie van filmbeelden (van 1902 tot 1926) die Fossati’s gast Elif Rongen-Kaynakçi (curator zwijgende films bij EYE) ons presenteerde, is uit diverse bronnen geput. Naast de unieke mogelijkheden die dat biedt, brengt dat beperkingen met zich mee voor wat betreft het waarlijk Ottomaanse karakter van de beelden.

Geen oorlogsbeelden
Rongen-Kaynakçi neemt ons bij haar muzikaal door Oguz Büyükberber begeleide compilatie mee op een reis van Constantinopel (Istanbul) naar de Balkan en via Noord-Afrika (het tegenwoordige Algerije, Libië en Egypte) weer terug naar Constantinopel en andere tegenwoordig Turkse bestemmingen. Opzettelijk toont ze geen oorlogsbeelden, al waren oorlogen al vóór de Eerste Wereldoorlog in het bewuste gebied en tijdvak aan de orde van de dag.

Van al te veel zoetsappigheid is echter geen sprake. Sommige impressies zijn niet los te zien van rampen die in het getoonde gebied hebben plaatsgevonden. In Adana (tegenwoordig Turkije) filmden de Franse geestelijken Mulsant en Chevalier in 1909  niet alleen brood bakkende autochtonen, maar ook een verwoeste Armeense wijk kort nadat islamitische contrarevolutionairen daar in reactie op de hervormingsbeweging van de zogeheten ‘Jonge Turken’ een ware slachting hadden aangericht onder de Armeense (christelijke) bevolking. Voorts krijgen beelden van Smyrna (Izmir) anno 1911 een bijzondere betekenis als je je bedenkt hoezeer die stad geleden heeft onder de brand van 1922, die het einde van de Grieks-Turkse oorlog markeerde.

Films uit het Ottomaanse Rijk

Soepele tijdsgrenzen
Eveneens bewust heeft Elif Rongen de begrenzingen van het Ottomaanse Rijk in de tijd gezien ietwat ruim genomen. Zo zijn er beelden van Sarajevo uit 1912, toen die stad waar de Eerste Wereldoorlog nog moest ontbranden al niet meer deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk. De meer dan vier eeuwen durende Ottomaanse heerschappij (tot 1878) is in het straatbeeld anno 1912 echter nog goed terug te zien. We zien hoe mannen met een fez op het hoofd ezeltjes beladen met immense hooibalen voortdrijven door de steile straatjes en hoe duiven evenals in Constantinopel in diezelfde tijd als heilige vogels worden gevoerd.

Evenmin voor de volle honderd procent Ottomaans zijn beelden uit Tripoli uit 1912 en beelden van Istanbul (Constantinopel) anno 1926. Een fraai panorama van de stad Tripoli in Ottomaanse stijl zien we juist in de tijd dat de Italianen dit deel van Noord-Afrika veroverden. Het beeld van vrouwen die zich anno 1926 in Istanbul verlegen lachend van hun gezichtssluier ontdoen, is weliswaar typerend genoeg, maar de republiek Turkije was toen al drie jaar oud.

Dat soepel omgaan met die tijdsgrenzen om een nog aanwezige Ottomaanse atmosfeer te kunnen tonen, valt goed te begrijpen. Het schept niettemin een theoretisch probleem. Want waar trek je de grens dan wél? Ook in het hedendaagse Istanbul kunnen nog ‘views of the Ottoman Empire’ in de ruimere zin des woords worden vastgelegd. Maar dat valt toch buiten de context van filmgeschiedenis.

Oriëntalisme 
Een derde uitgangspunt van Rongen is het onverkort tonen van het filmmateriaal dat ze in vooral West- en Midden-Europese filmarchieven heeft gevonden. Geen uitgesneden hoogtepunten laat ze zien, maar het gehele filmpje zoals het destijds is gemaakt, om welke reden dan ook. Zo worden beelden van een buikdanseres met een (ingekleurde) gele jurk ineens gevolgd door beelden van een man in een Schotse kilt, die eveneens een dansje doet. Ook wel gek, vonden de makers kennelijk. Tevens worden beelden van de stad Smyrna op tamelijk willekeurige momenten doorsneden met impressies van westerse toeristen die een bezoek brengen aan de archeologische site van Efeze, op toch zeventig kilometer afstand van Smyrna.

Films uit het Ottomaanse Rijk

Haar principe om te tonen wat ze gevonden heeft, valt te prijzen in de curator. Maar tevens legt het de nodige beperkingen van haar materiaal bloot. Het vroeg twintigste-eeuwse grondgebied van het Ottomaanse Rijk was een populaire reisbestemming voor westerse toeristen die wat te besteden hadden, of in het beste geval voor nieuwsgierige westerse filmmakers. Het door de Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper Edward Saïd voor het eerst benoemde verschijnsel Oriëntalisme typeert veel filmmateriaal dat ten grondslag heeft gelegen aan Views of the Ottoman Empire. De ‘oosterling’ en zijn leefomgeving worden daarbij in de positieve zin des woords als exotisch ervaren. Maar ook als verschijnselen die voor een beschavingsoffensief in aanmerking komen.

Misschien kan het niet anders. Misschien deed film als medium toch net te laat van zich spreken om ons nog een gefilmd kijkje in het Ottomaanse Rijk met zijn censuurwetgeving ‘van binnenuit’ te verschaffen. Of misschien moet het project Views of the Ottoman Empire nog een vervolg krijgen. Als het om oud filmmateriaal gaat, kan er immers altijd weer iets ‘nieuws’ opduiken.

 

29 april 2019


ALLE ESSAYS

Ash is Purest White

***
recensie Ash is Purest White

Twee decennia modern China

door Bob van der Sterre

De nieuwste film van Zhangke Jia is een soort laatste hoofdstuk van zijn films. De grootmeester van de vijfde generatie, Zhang Yimou, vond zichzelf opnieuw uit als expert in wuxiafilms. Na het zien van Ash is Purest White vraag je je af of Zhangke Jia, grootmeester van de zesde generatie, ook rijp is voor zo’n radicale stap. Comedy? Horror? Want hij lijkt nu wel klaar met zijn gigantische filmproject over mensen die worstelen met de realiteit in China.

En worstelen doen ze, het stelletje Bin en Qiao. In 2001 gaat het nog de goede kant op. Bin is nog een lokale crimineel, Qiao zijn liefje. Ze lossen allerlei zaken op in de buurt van de opkomende stad Datong. Hij lost zaken liever met hersens op dan met wapens.

Ash is Purest White

Agressieve bendes
Totdat er ineens agressieve bendes opduiken en hem uitdagen. Op een kruising levert dat een heftige vechtpartij op. Qiao pakt een wapen en schiet in de lucht. Qiao komt in de gevangenis omdat ze zegt dat het haar wapen was.

In 2006 als ze weer vrij is, staat Bin er niet om haar te bedanken. Ze reist naar de plek waar de Drieklovendam wordt gebouwd. Ze moet mannen oplichten om aan geld te komen. Daar vindt ze hem uiteindelijk, uitgeleefd en depressief. Ze rent weg. In de trein ontmoet ze een vlotte vent die ‘de toerismesector van Urumqi aan het ontwikkelen is’. Maar niets is in China wat het lijkt: ‘Sorry, ik heb alleen maar een klein winkeltje in mijn geboortedorp.’

Ze keert terug naar haar kroeg van vroeger. Tot op een dag in het heden Bin arriveert… Niet zoals ze had gehoopt.

Cinematografische verwijzingen naar jezelf
Zhangke is intussen een veteraan onder de Chinese regisseurs. De beroemdste van de zesde generatie, die – in tegenstelling tot de vijfde generatie met haar historische drama’s – het rauwe, persoonlijke leven van het heden toont. Ash is Purest White pakt uit met allerlei bekende Zhangke-thema’s. Het is een soort medley van zijn eigen werk.

Je ziet in deze film de kleine misdaad van A Touch of Sin en Xiao Wu, de Drieklovendamregio van Still Life, de verstedelijking  van The World, de veranderingen van 24 City, het portret van de vrouw in Mountains May Depart. En zoals zo vaak met redelijk forse tijdverspringing en opgeknipt in verschillende episoden.

Cinematografische verwijzingen zijn er vooral naar zichzelf. Geen genres, geen voorspelbaarheid, geen stilisme, geen makkelijke thema’s. Invloeden zijn letterlijk op een vinger te tellen: zichzelf. Hoewel hij zelf Ozu, De Sica, Fellini en Bresson noemt als voorbeelden, maar dat zie je niet zo in zijn films terug.

Ash is Purest White

Actrice Zhao Tao’s scène in Still Life keert bijna letterlijk terug in Ash is Purest White (met wederom een flesje water). Ook Shenxi, de provincie waar de eerste films zich afspelen, heeft hier ook een hoofdrol. De rauwheid van zijn vroegste films (met name Xiao Wu). En de film omspant misschien niet toevallig ook Zhangke Jia’s carrière als regisseur. Daarmee zou je een van de ergste oeuvreclichés van stal kunnen halen: er is een cirkel rondgemaakt.

Een nadeel: mensen die zich zo eigenwijs werken, kunnen behoorlijke clichés opdissen als iets verheffends. Flauw is bijvoorbeeld in deze film hoe mobieltjes symbool staan voor een bepaalde periode. Misschien heeft Zhangke Jia dat nog nooit in andere films of series gezien? Hoe kun je anders niet weten dat het intussen een cliché is?

Een flow in plaats van een verhaal
Zhangke Jia wordt vaak gewaardeerd om zijn stijl maar dat is een vergissing. Tenzij je houdt van de stijl van rauwe en eerlijke cinema. Hij gelooft niet in overstilering – waarschijnlijk niet eens in stilering zelf.

Ook in het verhaal. Je kijkt eerder naar een flow dan een verhaal met een net script. Als filmkijker moet je dus wel even je visuele verlangens terugschroeven als je zijn films gaat kijken. Maar de flow breekt je verzet. Als je soms simpel camerawerk, houterig acteerwerk en kitscherige scènes ziet, dan accepteer je dat sneller dan normaal.

Zijn karakters zijn al net zo rauw. Ze zijn overlevers in een veranderende wereld en hebben een voor film karig gevoel voor romantiek. Ze zijn figuranten van het leven die een dialect-Chinees spreken. Zhangke Jia streeft naar ‘objectieve films’, dus meer antihelden met tekortkomingen dan sterke figuren.

De prijs is dat je soms wordt verbluft door momenten van prachtige eenvoud. In deze film is de scène in het hotel hartbrekend. Niet volgens een plan. Die scène duikt plotseling op. Zoals je ook de indrukwekkende vechtscène waarin Bin het alleen tegen een hele bende opneemt niet ziet aankomen. Er is weinig wat je wel ziet aankomen bij Jia’s films.

Ash is Purest White

Zhangke Jia: de regisseur
Omdat de film een soort medley van zijn werk is en hij gretig zichzelf citeert, maak er dan meteen een feestje van en bekijk ook de masterclass van afgelopen IFFR. Al die leuke weetjes! Hij leerde veel uit een boekje van Fassbinder dat gaat over hoe je het budget van je film kunt rond krijgen. Hij studeerde montage van Eisenstein maar ‘zoiets vind je niet in mijn films’. En cameraman leek hem eigenlijk leuker – maar hij was te klein om die studie te mogen volgen.

Of zijn oeuvre met deze film nu rond is of niet – en of hij zich hierna wel eens moet vernieuwen of niet – Jia blijft een van de groten van China. Zijn gewone, weinig mysterieuze houding tegenover zijn werk bewijst dat. Voor protserigheid is hij gewoon te nuchter. En dat kenmerkt de grote artiesten.

 

25 maart 2019

 

ALLE RECENSIES