Shoplifters

*****
recensie Shoplifters

Kleine vissen verweren zich tegen de tonijn

door Alfred Bos

In het sociaal bewogen Shoplifters – Gouden Palm van Cannes 2018 – toont de Japanse regisseur Hirokazu Koreeda zich wederom als de eigentijdse tegenhanger van Ozu. De film is diep ontroerend, stelt indringende vragen, maar wordt nimmer sentimenteel.

Wat is er onschuldiger dan een dagje nietsnutten aan het strand met het gezin? Weinig, maar niet in de handen van Hirokazu Koreeda, de Japanse regisseur die als een eigentijdse nazaat van Yasujirō Ozu röntgenfoto’s maakt van families die traditionele waarden proberen te handhaven in een samenleving in flux. Eerder dit jaar verscheen The Third Murder in de Nederlandse bioscoop, een meesterlijke, zij het enigszins cerebrale film. Met Shoplifters, in mei van dit jaar winnaar van de Gouden Palm van het filmfestival van Cannes, appelleert Koreeda vol aan het gevoel, zonder sentimenteel te worden.

Shoplifters

Shoplifters handelt over een pseudo-gezin dat is gecentreerd rond een oude weduwe, vertolkt door Kirin Kiki, de ster van het ook in Nederland succesvolle An; Koreeda werkte eerder met haar in After the Storm. Kiki overleed een paar maanden na de première van de film in Cannes. Dat voorziet het dagje aan het strand, onmiskenbaar een sleutelscène in de film, op onvoorziene wijze van een extra laag betekenis.

Matriarchaat
De weduwe is het hart, ook letterlijk, van een bont gezelschap dat door vage en complexe familierelaties is verbonden. Haar zoon Osamu (Lily Franky) en diens echtgenote Nobuyo (Sakura Ando, die in een ondervragingsscène werkelijk briljant onuitspreekbare emoties weet te uiten) hebben slechtbetaalde baantjes; het inwonende nichtje Aki (Mayu Matsuoka) scharrelt als animeermeisje. In het eerste half uur van Shoplifters handelen alle dialogen over geld. Het is een echo van Flowing, de film uit 1956 van Mikio Naruse, die speelt rond een pseudo-familie die los staat van de samenleving, een geisha-huis. Ook dat is een matriarchaat.

De sjoemelaars vullen het schamele pensioen van oma aan door proletarisch te winkelen. In de door vederlichte cocktailjazz begeleide opening zien we hoe Osamu en diens aangenomen zoontje Shota (Jyo Kairi) hun ambacht tot kunst hebben verheven. Onderweg naar huis vinden ze in de vrieskou een meisje, de hartendief Yuri (Miyu Sasaki), die door haar ouders buiten de deur is gezet, en nemen haar mee. Het kind heeft littekens op haar armen en plast in bed, signalen van mishandeling. Ze wordt door de pseudo-familie geadopteerd en leert de kneepjes van winkeldiefstal.

Familieloyaliteit
Shoplifters toont de sociaal bewogen Koreeda van Nobody Knows (2004) – over kinderen die in de steek worden gelaten door hun moeder – en stelt indringende vragen. Hoe moreel is het om een verwaarloosd kind te ontvoeren, ook al doen de onverschillige ouders geen aangifte? Hoe moreel is het om te stelen van kleine middenstanders die net zoveel moeite hebben om het hoofd boven water te houden als de dieven? Wat zijn de normen waard van een samenleving die mensen voor hun arbeid onvoldoende beloont om de basisbehoeften te kunnen betalen? Hoe zinvol is de oplossing van de kinderbescherming? Hoe ver gaat loyaliteit aan familie als die familie zelf niet loyaal is?

Shoplifters

De lijm die het pseudo-gezin bijeenhoudt is afwijzing, door familie, door de maatschappij. Het zijn kleine vissen die samenwerken om het op te nemen tegen een tonijn. Koreeda idealiseert de verstotenen niet, zoals Akira Kurosawa deed in diens Dodesukaden (1970). Wel heeft hij oog voor het menselijke: Yuri is zo blij met haar nieuwe zwempak dat ze het ook in bad aanhoudt; Osamu en Nobuyo vrijen tijdens een zomerse stortbui en worden gestoord door hun ‘kinderen’. De regie is loepzuiver.

Echo’s van Ozu
Het valt allemaal uit elkaar wanneer oma overlijdt. De omslag wordt aangekondigd in een scène die herinnert aan Ozu’s Early Summer (1951), het familie-uitje naar het strand. Zelf je familie kiezen is beter, zolang je er maar niet teveel van verwacht, reflecteert oma. Terwijl ze naar haar ‘familie’ in de vloedlijn kijkt, herhaalt ze voor zichzelf: “Bedankt voor alles.” Het is een magisch moment.

In rap tempo wordt de pseudo-familie ontmanteld en wachten er verrassingen die de onderlinge verhoudingen in een ander – en moreel nog twijfelachtiger – daglicht plaatsen. Bij wie ben je beter af: bij je natuurlijke familie of de familie die je zelf kiest? De kinderbescherming weet het wel en het laatste shot is, net als de film zelf, zowel wrang als poëtisch. En stelt nog een laatste vraag. Is dit wat we willen?

 

11 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Extraordinary Journey of the Fakir, The

*
recensie The Extraordinary Journey of the Fakir

Geen hoogvlieger

door Rob Comans

Neem een paar stereotiepe Indiërs, dompel ze onder in een sentimenteel verhaal, vul dit aan met zoete romcom-stroperigheid, vermeng dat met sociale relevantie en een flinke toef Bollywood-exotisme en breng alles op smaak met ingrediënten uit eerdere crowd pleasers zoals Slumdog Millionaire (2008), Life of Pi (2012) en Lion (2016). 

Zie hier het hapklare recept voor The Extraordinary Journey of the Fakir, een film die ongegeneerd het lijstje van mierzoete benodigdheden voor succesvolle publieksfilms aftikt, en ook nog het mondiale vluchtelingenprobleem wil aankaarten. Helaas vliegt deze door regisseur Ken Scott aangestuurde fakir zo laag en voorspelbaar op zijn doel af dat je hem al van mijlenver ziet aankomen.

The Extraordinary Journey of the Fakir

Omzwervingen
Ajatashatru ‘Aja’ Lavash Patel (Dhanush) groeit als straatjochie op in Mumbai, waar hij als ‘fakir’ toeristen geld uit de zak klopt. Zijn moeder (Seema Biswas) wil hem niet zeggen wie zijn vader is, behalve dat ze hem in Parijs heeft leren kennen. Dus vertrekt Aja wanneer hij eenmaal volwassen is richting de Lichtstad. Daar leert hij Marie (Erin Moriarity) kennen bij de plaatselijke Ikea, waar Aja ‘logeert’ omdat hij zelf geen onderkomen kan betalen. Voordat hij haar in zijn armen kan sluiten, volgen de vele verplichte plotwendingen en omzwervingen waaraan de film zijn titel ontleent. Tel even mee: van Parijs reist Aja naar Londen, dan naar Barcelona, Rome, Tripoli, terug naar Parijs om vervolgens weer in Mumbai te landen.

Illegalen
Op een van zijn ‘reizen’ ontmoet Aja een groep Somalische illegalen. Eén van hen, Wiraj (Barkhad Abdi), wordt Aja’s vriend. Zij hopen in Londen werk te kunnen vinden, maar worden tegengehouden door een bureaucratische immigratiebeambte (Ben Miller), die middels een misplaatst en pijnlijk niet grappig ‘musicalnummer’ het repressieve Britse immigratiebeleid uitlegt. Uiteindelijk belandt Aja in Rome, waar hij actrice Nelly Marnay (Bérénice Bejo) leert kennen. Wanneer zij hem financieel op weg helpt, brengt hij haar als dank weer samen met haar grote liefde. Cue voor het verplichte zang- en dansnummer waarin Aja en Nelly op zijn Bollywoods losgaan. Ettelijke omzwervingen later komt alles weer goed in Mumbai. Marie dumpt haar nieuwe vriend om weer met Aja samen te kunnen zijn, en Aja behoedt als wijze leraar de drie jochies die de raamvertelling van de film vormen voor een lange gevangenisstraf.

Ikea
Er is niks mis met pretentieloos vermaak, dat The Extraordinary Journey of the Fakir dan ook in grote hoeveelheden brengt. Wanneer de ontmoeting met Wiraj de aanzet blijkt voor een geforceerde poging om sociale relevantie en maatschappijkritiek in de film te stoppen, schiet regisseur Scott zijn doel echter ver voorbij. Ook de hijgende pogingen om aan te sluiten bij het referentiekader van het filmpubliek middels Ikea-referenties is stuitend. De jonge hoger opgeleide startende twintigers en dertigers waarop de film zich richt, zullen veel van hun interieurstijl in de film herkennen, en voor deze schaamteloze sluikreclame zal Ikea veel geld over hebben gehad.

The Extraordinary Journey of the Fakir

Iets soortgelijks deed regisseur David Fincher ook al in Fight Club (1999), maar daar was het bedoeld als zwart-komische kritiek op een oppervlakkige, materiële levensstijl. Niets van dit soort ironie bij The Extraordinary Journey of the Fakir: hier is een Ikea-interieur iets om oprecht naar te verlangen. Aju gebruikt zelfs een Ikea-pot als urn voor zijn moeders as (!), die hij keurig op het Parijse graf van zijn vader achterlaat. Dat Ikea de laatste jaren vaak in opspraak kwam vanwege uitbuiting en onethisch gedrag wordt keurig onder het fakir-tapijt gemoffeld.

Harteloosheid
The Extraordinary Journey of the Fakir voornaamste probleem is dat de film, onder alle felle Bollywood-kleurtjes en oppervlakkige romantiek, de ongelijkheid, uitbuiting, het onrecht en materialisme omarmt die de film pretendeert te veroordelen. Deze ‘harteloosheid’ blijkt wanneer Wiraj en Aja spreken over het verschil tussen een toerist en een illegale vluchteling. Plotseling maakt Wiraj de opmerking: “He who swallows coconuts has faith in his butthole.” Aja: “I don’t see the relevance.” Wiraj: “No relevance, I just love the proberb…”

Diegenen die gecharmeerd zijn van mierzoete, inhoudsloze, bijna cynisch gecalculeerde fluff zullen The Extraordinary Journey of the Fakir inderdaad buitengewoon vinden. Mensen die liever door films worden aangesproken op gebieden boven het middenrif zullen nauwelijks wakker kunnen blijven.

9 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Palestijnse filmmaker Muayad Alayan

Muayad Alayan over The Reports on Sarah and Saleem:
“Jeruzalem heeft me als filmmaker gevormd”

door Alfred Bos

Voor een intrigerend verhaal hoefde de Palestijnse filmmaker Muayad Alayan niet ver te zoeken. Hij koppelde eigen observaties aan terugkerend nieuws in de kranten van zijn geboortestad Jeruzalem en het idee voor The Reports on Sarah and Saleem was geboren; zijn broer Rami Musa Alayan werkte het uit tot script. Hoe een affaire tussen een Israëlische vrouw en een Palestijnse man verwordt tot een spionagecomplot en zes levens vernietigt.

The Reports on Sarah and Saleem werd gemaakt met steun van het Hubert Bals Fonds en ging eerder dit jaar in wereldpremière tijdens het International Film Festival Rotterdam. Daar won de film de publieksprijs, op het filmfestival van Durban (Zuid-Afrika) kwam daar de prijs voor Beste Film bij.

Muayad Alayan

Oppervlakkig gezien is Alayans speelfilm, zijn tweede, een variant op Romeo en Julia, gesitueerd in Jeruzalem. De Montagues en Capuletten van Shakespeare zijn in dit geval de Palestijnen en Israëli’s die gescheiden leven in de heilige stad. Maar de film is meer dan een eigentijdse hervertelling, de bemoeienis van de Israëlische geheime dienst maakt van de liefdestragedie een politieke thriller.

“Seksuele relaties, niet alleen buitenechtelijke affaires,
tussen Israëli’s en Palestijnen komen veel voor”

“Seksuele relaties, niet alleen buitenechtelijke affaires, tussen Israëli’s en Palestijnen komen veel voor”, vertelt Muayad Alayan, in Nederland ter ondersteuning van de bioscooprelease van zijn film. “Het wordt in zekere zin gefaciliteerd door het feit dat Jeruzalem een verdeelde stad is, met de Israëli’s in West-Jeruzalem en de Palestijnen in Oost-Jeruzalem. Zo’n affaire speelt zich dus af buiten het oog van de eigen gemeenschap. Eén van de vragen die deze film stelt is: ‘wat zijn de consequenties wanneer zo’n relatie aan het licht komt?’”

Jeruzalem is sinds 1948 een verdeelde stad, met de Israëli’s in West-Jeruzalem. In 1967 werd Oost-Jeruzalem veroverd op Jordanië en sindsdien beschouwt Israël het als Joods territorium, een claim die internationaal niet wordt erkend. In 1980 werd Jeruzalem tot de “ondeelbare hoofdstad” uitgeroepen. Muayad Alayan is opgegroeid in Oost-Jeruzalem en beschouwt de Israëli’s als bezetters. “West-Jeruzalem is geprivilegieerd, het oogt als een Europese stad. Oost-Jeruzalem is een getto, het is verarmd. Dat is ook de bedoeling, daar heeft de politiek het op aangelegd. Als je in zo’n situatie leeft, daar iedere dag in wakker wordt, voelt het als een oorlog.”

The Reports on Sarah and Shaleem

The Reports on Sarah and Shaleem (2018)

Complexe situatie
The Reports on Sarah and Saleem handelt over twee stellen, een Israëlisch en een Palestijns echtpaar, van elkaar gescheiden door taal, cultuur en ideologie. Sarah (Sivane Kretchner) bestiert in West-Jerusalem een eetcafé. Daar levert Saleem (Adeep Safadi) dagelijks haar bestelling bij de broodbakker in Oost-Jeruzalem af. Sarah’s echtgenoot David (Ishai Golan) werkt bij de militaire tak van de Israëlische inlichtingendienst; ze hebben een jonge dochter. De vrouw van Saleem, Bisan (Maisa Abd Elhadi), heeft gestudeerd en is in verwachting van hun eerste kind.

Sarah en Saleem hebben ter ontspanning regelmatig seks in de laadruimte van Saleems bestelauto. Een banale ruzie in een bar brengt hun overspel aan het licht en vanaf dat moment gaat de fantasie met de feiten aan de haal en escaleert het incident tot een politiek drama met thrillerelementen: David weet niet dat de overspelige Joodse vrouw zijn echtgenote is. Alle partijen lijden aan blikvernauwing, alle betrokkenen voegen de feiten naar hun vermeende gelijk en maken keer op keer de verkeerde keuze. Het gaat van kwaad tot erger, aan het slot zijn er zes levens kapot: dat van de stellen en hun kinderen.

“De vraag die de film stelt, is volgens mij deze”, aldus Muayad Alayan. “In een situatie waarin onze persoonlijke privileges in gevaar zijn, doen we dan wat goed is voor de ander of zijn we egoïstisch en kiezen we voor onszelf? Dat is een grote vraag en die vraag wordt nog groter wanneer je die situeert in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Jeruzalem wordt bestuurd door een heersende klasse die de levens van mensen aan beide kanten van de grens controleert. Een deel van die mensen leeft in een situatie van bezetting; ze hebben niet dezelfde rechten als de andere groep. Zou je in zo’n situatie doen wat moreel juist is of niet?”

In de film worden drie talen gesproken: Arabisch, Hebreeuws en Engels. 

Alayan: “Dat weerspiegelt de werkelijkheid. Saleem spreekt Hebreeuws, want hij werkt in West-Jeruzalem. Zijn vrouw, Bisan, spreekt geen Hebreeuws, dus zij spreekt Engels tegen Sarah. In Oost-Jeruzalem zijn vrouwen veel vaker hoogopgeleid dan mannen en ze spreken derhalve veel beter Engels. Palestijnse mannen spreken doorgaans beter Hebreeuws, omdat ze in West-Jeruzalem werken. Israëli’s spreken geen Arabisch, behalve als ze in de beveiligings- of de inlichtingensector werken. Daarom spreekt David, de man van Sarah, op sommige momenten een beetje Arabisch. Wanneer Sarah en Saleem in het Palestijnse deel zijn, praten ze onderling in het Engels, omdat ze niet willen opvallen door Hebreeuws te spreken. Zo zie je maar, het is een complexe situatie.”

De openingstitels maken duidelijk dat de film is gebaseerd op waargebeurde voorvallen—meervoud.

Alayan: “Dit soort gevallen gebeuren vaker en de film is gebaseerd op twee specifieke incidenten die ik met mijn broer tot één verhaal heb gesmeed. Het Israëlische leger valt geregeld het Palestijnse gebied binnen en confisqueert documenten in gebouwen van de Palestijnse regering en privé-organisaties als ngo’s, ziekenhuizen en scholen. Het doel is om inlichtingen te verzamelen. Veel mensen in mijn omgeving werden op basis van dergelijk verkregen informatie gearresteerd, omdat ze betrokken waren bij organisaties die ervan werden beschuldigd de Palestijnse zaak te dienen.”

“Kijk uit, kom niet te
dichtbij een Joodse vrouw”

“Ik heb in West-Jeruzalem gewerkt in bars en restaurants, en ik weet dat affaires als die tussen Sarah en Saleem gebeuren en hoe makkelijk ze worden gepolitiseerd. Ik heb collega’s zien scharrelen met Israëli-vrouwen en mijn idee was altijd: ‘jullie spelen met vuur’. Ik ken de stad, ik wist dat er iets zou gebeuren. Er is een Israëlische organisatie die in bars en restaurants in West-Jeruzalem posters ophangt waarin Arabisch personeel ervoor wordt gewaarschuwd om niet te daten met Israëlische vrouwen. Kijk uit, kom niet te dichtbij een Joodse vrouw. Voor de Palestijnse man is zo’n relatie gevaarlijker dan voor de Joodse vrouw. Logisch, hij is deel van de onderliggende gemeenschap.”

“Die twee ervaringen heb ik gecombineerd: wat gebeurt er als de Israëlische inlichtingendienst gevoelige privé-informatie buitmaakt en een buitenechtelijke relatie aan het licht komt in de context van de bezetting?”

Wat waren de consequenties van de sociale en culturele verdeling van Jeruzalem voor jou als aspirant-filmmaker?

Alayan: “Het is goed voor de kunst. Er is een enorm reservoir aan verhalen, aan drama’s en tragedies. Melodrama ook. En zelfs dramedies, komedie en tragedie tegelijk. Situaties kunnen zich zo absurd ontwikkelen dat je tegelijkertijd moet lachen en huilen. Ik zou wensen dat de realiteit anders was, maar deze stad heeft mij als filmmaker ook gevormd. En mijn manier van verhalen vertellen. De ervaringen die ik heb opgedaan door daar op te groeien en te leven, zit in ieder aspect van mijn cinema.”

Love, Theft and other Entanglements

Love, Theft and other Entanglements (2015)

Heldhaftige daad
Muayad Alayan studeerde film in San Francisco en debuteerde in 2015 met Love, Theft and other Entanglements, dat op het filmfestival van Berlijn werd genomineerd in de categorie Beste Debuutfilm. In de film raakt een Palestijn in de problemen; niet vanwege een vrouw, maar door een gestolen auto—met een ontvoerde Israëlische soldaat in de kofferbak.

Ook Alayans komende film, opnieuw geschreven in samenwerking met zijn broer, speelt in zijn geboortestad. “Een Joods-Amerikaanse familie verhuist van New York naar Jeruzalem . Hun 12-jarige dochter ziet de geest van een 12-jarig Palestijns meisje dat eerder in het huis heeft gewoond. Samen maken ze een reeks voorvallen mee die het leven van het gezin ontregelt.”

“Soms moet je om ellende kunnen lachen
om te kunnen overleven”

Love, Theft and other Entanglements heeft gedraaid in Frankrijk, Italië en Palestina. Dat succes opende deuren voor Alayan. “Voor Sarah and Saleem kregen we steun van het Hubert Bals Fonds. Toen dat bekend werd, wilden veel mensen meer weten over het project. Dat was de duw die we nodig hadden.”

Alayan: “Ik was blij dat het Palestijnse publiek de humor inzag van Love, Theft and other Entanglements. Soms moet je om ellende kunnen lachen om te kunnen overleven. Het is je laatste verdedigingslinie. Zo’n film, tegelijk absurde komedie en tragedie, had men niet verwacht van een Palestijn.”

“Die film is gemaakt op een microbudget. Zo was hij ook bedoeld door mij en mijn broer Rami, met wie ik het scenario heb geschreven. We waren beïnvloed door de films van Jim Jarmusch en Jean-Luc Godard. Daarin vinden gewone, simpele mensen zich terug in absurde situaties en omstandigheden.”

“Het idee dat ik in mijn eerste film en ook in Sarah and Saleem onderzoek is een eenvoudig idee. Een held is voor mij geen superheldhaftige, patriottische persoon of iemand die een extreme tragedie ondergaat. Voor mij is de held degene die zijn of haar menselijkheid behoudt in weerwil van wat corrupte politici of regimes van hem of haar verwachten. De held is het personage dat aan het eind van de film een beter persoon is geworden. Daar hoef je geen heldhaftige dingen voor te doen. Je hoeft niet te vliegen of over flats te springen.”

Is dat jouw persoonlijke thema: de held is degene die zijn menselijkheid niet verliest onder fysieke en psychologische oppressie?

“Dat zou zomaar kunnen. Luister, het is voor mij als Palestijn heel makkelijk om elke hoop te verliezen dat er ooit een fatsoenlijke oplossing komt voor het conflict. Ik kom dagelijks drie, vier keer soldaten tegen die de grens tussen Oost en West bewaken. Wat doet dat met je geest? Ik was vroeger heel kwaad: hoe is zulk onrecht mogelijk? Ik ben me gaan beseffen dat sommige van de soldaten die bij de checkpoints staan prima mensen zijn, die ook maar gestuurd zijn en eigenlijk niet begrijpen, of goedkeuren, waarom ze doen wat ze moeten doen.”

The Reports on Sarah and Shaleem

The Reports on Sarah and Shaleem (2018)

“Sommigen van hen zijn fanaten, sommigen zijn goede mensen, en sommigen zitten in het midden. Die zijn ook liever bij hun vriendin of hun familie dan dat ze mij lastigvallen bij het checkpoint. Als je dat inziet, besef je dat een Palestijn die onder die omstandigheden zijn menselijkheid bewaart een heldhaftige daad verricht. Idem dito de Israëli die weigert in het leger te gaan en Palestijnen lastig te vallen.”

“Zulke mensen zijn er. Het zijn er niet heel veel en ik kan me inbeelden door welke hel ze moeten gaan. Sivane Kretchner, de Israëlische actrice die in de film Sarah speelt, deed een paar jaar geleden een toneelstuk over een Amerikaanse activiste die in de Gazastrook door een bulldozer is overreden. Sivane kreeg daar zware kritiek voor, hatemail en doodsbedreigingen. De minister van cultuur riep op tot een boycot van alle theaters die haar stuk programmeerden. Niettemin zette ze door. Daar heb ik het over.”

“Ik ben bang dat mensen zich steeds
meer terugtrekken in hun eigen kring”

De film ontstijgt het Romeo en Julia-cliché door de unieke setting, Jeruzalem en het Israëlisch-Palestijnse conflict, en ondanks die unieke setting is hij universeel, want hij vertelt iets over de menselijke natuur.

Alayan: “Zo’n buitenechtelijke affaire zou in Amsterdam of Mexico-Stad mogelijk sociale gevolgen hebben. In de context van Jeruzalem wordt alles totaal uit zijn verband geblazen. De film toont de dagelijkse realiteit in de zin dat mensen nu eenmaal zwak zijn. Ik heb daar geen oordeel over, ik constateer een gegeven. Het is menselijk om voor jezelf en je eigen groep te kiezen. Mijn angst is dat wat we in Jeruzalem zien gebeuren onder invoed van de bezetting ook buiten Jeruzalem meer en meer gaat voorkomen. De chaos in de wereld neemt toe en ik ben bang dat mensen zich steeds meer terugtrekken in hun eigen kring en meer en meer egoïstische keuzes zullen maken. Als dat zich doorzet, is er geen hoop.”

Wat hoop je dat de film zal bewerkstelligen?

“Als het publiek uit de film komt met een nieuwe gedachte of een nieuwe vraag, en hopelijk een nieuwe emotie, en als ze er vervolgens over praten met anderen en een nieuwe gedachte uitspreken, of in ieder geval iets dat hun idee over die stad weerspreekt, dan ben ik naar mijn mening geslaagd.”

 

9 september 2018

 

MEER INTERVIEWS

Reports on Sarah and Saleem, The

**

recensie The Reports on Sarah and Saleem

Gerommel op de grens

door Rob Comans

Seksuele avontuurtjes tussen Joden en Palestijnen hebben soms vervelende gevolgen – het Israëlische leger bestempelt deze mensen al snel als staatsgevaarlijk. Zo’n situatie is persoonlijk precair, maar nog geen politiek steekspel. Dit laatste is helaas wel de premisse van The Reports on Sarah and Saleem.  

Een paar keer per week, als café-eigenaar Sarah (Sivane Kretchner) haar zaak heeft gesloten en chauffeur Saleem (Adeeb Safadi) klaar is met zijn bestellingen, ontmoeten ze elkaar op een afgelegen parkeerplaats en hebben seks op de achterbank van Saleem’s bestelbusje. Verder dan dat gaat hun relatie niet. Misschien zouden ze deze stiekeme affaire er beter niet op na kunnen houden, want de in Oost-Jeruzalem wonende Saleem is getrouwd met de zwangere Bisan (Maisa Abd Elhadi), en Sarah leeft met haar echtgenoot, de militair David (Ishai Golan), in West-Jeruzalem. Niet alleen hun huiselijk geluk zetten ze er mee op het spel, het feit dat zij Joods is en hij Palestijns maakt hun avontuurtje nog gevaarlijker. Hun seksuele relatie is hier namelijk geen privézaak.

The Reports on Sarah and Saleem

Van overspel naar spionage
Nadat Sarah en Saleem samen in een club in Bethlehem zijn gesignaleerd, duurt het niet lang voordat Saleem van twee kanten de veiligheidsdiensten op zijn nek krijgt. Zijn arrestatie door de Israëli’s maakt tussenkomst van een hooggeplaatste Palestijnse functionaris noodzakelijk om Saleem weer vrij te krijgen. Deze Abu Ibrahim (Kamel El Basha) laat Saleem een aantal rapporten opstellen die suggereren dat Saleem Sarah rekruteerde als Israëlische spion voor de Palestijnen. Wanneer het Israëlische leger Ibrahim doodt en de rapporten tijdens een nachtelijke inval in beslag neemt, verandert een simpel geval van overspel in een spionagezaak. Deze krijgt een extra politieke dimensie door het feit dat Sarahs echtgenoot David een hoge functie in het Israëlische leger bekleedt.

Aldus de plot van The Reports on Sarah and Saleem (2018), de tweede speelfilm van Palestijns filmmaker en cameraman Muayad Alayan, gebaseerd op een scenario van zijn broer Rami Alayan en eerder dit jaar te zien tijdens het filmfestival van Rotterdam. De trefzekere cinematografie van Sebastian Bock, en het sterke spel van de cast pleiten voor de film. Vooral de wijze waarop de levens van Bisan en Sarah zich steeds meer gaan weerspiegelen in hun streven naar emancipatie en onafhankelijkheid is overtuigend. Helaas probeert regisseur Alayan van The Reports on Sarah and Saleem zowel een relatiedrama, spionagethriller als politiek pamflet te maken. Deze veelheid aan plotelementen maakt de film onevenwichtig, en soms zelfs ronduit rommelig.

Verbazing en ergernis
Naar eigen zeggen wilde Alayan een film maken ‘met als essentie hoe ontrouw kan escaleren in Israël en Palestina’. Als basis dienden de affaires tussen Joden en Palestijnen die hij in zijn omgeving zag ontstaan toen hij in 2002 in een café in West-Jeruzalem werkte. In zijn ogen speelden deze mensen met vuur, omdat het Israëlische leger regelmatig documenten van de Palestijnse Autoriteit confisqueert. Als gevolg, aldus de regisseur, heeft het Israëlische leger via zijn opsporingsdiensten toegang tot de levens van deze amoureuze risiconemers: arrestaties van mensen vanwege spionage of persoonsverwisselingen zijn aan de orde van de dag.

The Reports on Sarah and Saleem

Hetgeen de essentiële tekortkoming van The Reports on Sarah and Saleem aan het licht brengt. Zoals zoveel producties die handelen over het conflict in het Midden-Oosten, ontsnapt ook Alayan’s film niet aan de simplistische tendens om de Israëli’s slechts als kille, egocentrische bezetters, en de Palestijnen als lankmoedige slachtoffers af te schilderen. Zelfs een rudimentaire kennis van de situatie in Israël en Palestina leidt tot het inzicht dat zowel de geschiedenis van de regio als de huidige realiteit daar beduidend complexer zijn. Dat regisseur Alayan, ondanks het feit dat hij al jarenlang in Jeruzalem woont en werkt, een dermate eenzijdige en oppervlakkige versie van de situatie daar weergeeft, wekt verbazing en ergernis.

Hoewel het Alayan niet om objectiviteit te doen is: in interviews benadrukt de regisseur zijn intentie om ‘Palestijnse verhalen te vertellen, de verhalen van mijn volk. (…) Het is mijn taak om niet alleen films over Palestina te maken, maar tevens films uit Palestina.’ Alleen verdient een situatie die historisch zo gelaagd, en politiek, militair, sociaal en economisch zo precair is een completer en meer afgewogen benadering dan The Reports on Sarah and Saleem biedt.

Door hierin tekort te schieten blijkt de film, evenals de belastende rapporten die tegen Sarah en Saleem zijn opgesteld, een lege huls.
 

1 september 2018

 
MEER RECENSIES

3 Faces

****

recensie 3 Faces

Ludiek jongleren met maskers

door Sjoerd van Wijk

3 Faces biedt een meerduidige inkijk in de Iraanse samenleving en is geladen met speelse kritiek van de gerenommeerde Iraanse schrijver-regisseur Jafar Panahi. 

Bekende actrice Behnaz Jafari ontvangt een verontrustende video via social media waarin het meisje Marziyeh zelfmoord lijkt te plegen. Marziyeh’s wanhoop komt doordat ze op het Iraanse platteland niet haar acteerdromen kan najagen. Jafari gaat samen met regisseur Jafar Panahi op onderzoek uit, in de hoop het meisje te vinden. In een film die het midden houdt tussen fictie en werkelijkheid (iedereen speelt zichzelf) gaan ze op een roadtrip door de gastvrije dorpen, waar tradities hoog in het vaandel staan. Aan de ene kant is er een warm onthaal en zekere bewondering voor de stedelingen uit Teheran, aan de andere kant worden ‘kunstenmakers’ met argusogen bekeken.

3 Faces

Appeltjes schillen
3 Faces heeft een onmiskenbaar persoonlijk karakter, niet alleen doordat Panahi zichzelf speelt. De regisseur leverde in het verleden subtiel maatschappijkritische films af zoals Offside, wat hem in 2010 een gevangenisstraf en later huisarrest opleverde. Maar erger, hij mocht geen films meer maken, wat internationaal voor ophef zorgde. Toch is Panahi sinds 2011 (This Is Not a Film) in het geniep blijven filmen, met beschouwingen over tegenstellingen in de Iraanse samenleving. Ondanks dat Panahi een appeltje te schillen heeft met de censuur van de Iraanse overheid, voorkomt hij ook ditmaal dat 3 Faces een vendetta wordt.

Onderzoekend komen de gestes tussen stedeling en dorpeling in beeld, zonder dat iemand de boeman is. De scepsis jegens artiesten op het platteland staat in de bredere context van het reilen en zeilen in een dorp, in plaats van dat deze rancuneus als bekrompen overkomt. Met humor worden de verschillen duidelijk, als dorpelingen Jafari en Panahi initieel enthousiast begroeten en vervolgens teleurgesteld afdruipen als blijkt dat ze niets komen repareren, zoals gedacht. Toch komt door de ellipsen over Jafari’s zoektocht Panahi’s personage wat te vaak naar voren, terwijl Mariyeh’s verdriet de film juist draagt met indringende urgentie. 

Driedubbelrol
Spanningen zijn continu onderhuids onder een façade van beleefdheid. Personages lijken meerdere rollen te spelen, zowel in de film als in de samenleving. Film en werkelijkheid vloeien naadloos in elkaar over, van Marziyeh’s confronterende openingsscène tot de voormalig bekende actrice Shahrzad die als knipoog nooit in beeld komt.

Het Iran van Panahi is een ludiek jongleren met de verschillende maskers: voor de overheid, de buren en vrienden. In tegenstelling tot het al te luchtige Taxi Teheran (2015) slaagt 3 Faces er meer in uiteenlopende emoties op meditatieve wijze samen te smeden tot een indringende, menselijke inzage in het land. De continue verwijzingen naar de echte levens van de personages, het eenvoudige camerawerk, de dagelijkse beslommeringen—ze vormen een subtiel spel met de werkelijkheid, wat de Iraanse jongleer-act des te inzichtelijker maakt. 

3 Faces

Traditioneel subversief
Met dit indringende spel plaatst 3 Faces zich ferm in een Iraanse filmtraditie die de censuur eerder als uitdaging dan als beperking lijkt te zien. Dikwijls herinnert de film aan het werk van regisseur Abbas Kiarostami, die ook fictie en werkelijkheid op beschouwende wijze door elkaar haalde. In films zoals A Taste of Cherry (1997), die ook zelfmoord als thema aanhaalt, wist hij losjes maatschappijkritiek in de verhalen te verwerken.

Door subversieve thema’s te verweven met de keuze in verhalen en het tonen van de dagelijkse omgang lukt het Iraanse regisseurs, zoals ook de gevierde regisseur Asghar Farhadi (A Separation), meestal om geruisloos door de censuur te komen. In plaats van te prediken, levert die combinatie juist sluw opgebouwde dramatische spanning op, wat de Iraanse cinema zo uniek maakt. 3 Faces voelt traditioneel subversief aan en de speelse zoektocht naar wederzijds begrip werkt lang door, omdat de personages de film een eigen karakter geven.
 

28 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Tampopo

****

recensie Tampopo

Hoe opwindend is een rauwe eierdooier?

door Cor Oliemeulen

De eetfilm der eetfilms is eindelijk gerestaureerd. Ruim dertig jaar na dato kun je alle ingrediënten van de befaamde Japanse noedelsoep haarscherp zien. Nee, dit is geen documentaire, maar een komedie uit 1985 die haar tijd ver vooruit was en de kijker nog steeds verrast én verleidt.

Eten in films is zo oud als de film zelf. De Franse broers Lumière lieten al in 1895 een kort filmpje over het voeden van een baby zien. Hun landgenoot Georges Méliès trok in 1904 met Sorcellerie Culinaire de trukendoos open wanneer een bedelaar wraak neemt op een kok en duiveltjes inzet om diens soep te laten mislukken.

Tampopo

Van taartgooien tot je eigen schoen opeten
In de beginjaren van de film was de rol van eten vooral luchtig, denk aan taartgooien in slapstickfilmpjes. Met de toenemende industrialisatie kreeg voedsel een serieuzere betekenis en verschenen sociale misstanden op het witte doek. Van schrijnend drama over armoede en honger in A Corner in Wheat (1909) van D.W. Griffith tot en met de mistroostige humor in The Gold Rush (1925) waarin Charlie Chaplin als onfortuinlijke goudzoeker van pure ellende zijn schoenen opeet.

Als mensen eten in films is dat nooit toevallig. Vaak dient eten als katalysator van verzoening (Eat Drink Man Woman, 1994) of problemen (Festen, 1998). Sommige mensen bunkeren zoveel dat ze exploderen (The Meaning of Life, 1983), anderen vervelen zich te pletter en besluiten om zich dood te eten (La grande bouffe, 1973). Hoe dan ook heeft de rol van eten en voeding in elke tijd en elke cultuur een andere betekenis.

Rake observaties
Van alle eetfilms is Tampopo na al die jaren nog steeds de meest bijzondere en grappige. Met het thema voedsel als verleiding, het jongleren met stijlvormen en het laveren tussen komedie en melodrama was de Japanse regisseur Jûzô Itami met zijn tweede film zijn tijd lichtjaren vooruit. Begonnen als acteur werd hij pas op zijn vijftigste actief als scenarioschrijver en regisseur. Itami heeft zich duidelijk laten inspireren door zijn Franse collega Jacques Tati, een meester in eenvoudige, rake observaties van het dagelijkse, vaak absurdistische, menselijke gedrag. De satire van Itami is beduidend scherper en gewaagder, zeker als het gaat om de relatie tussen eten, seks en de dood – soms zelfs in dezelfde scène.

Tampopo

Tampopo (paardenbloem) is de naam van de alleenstaande eigenaresse van een beduimelde eetgelegenheid (gespeeld door Itami’s vrouw Nobuko Miyamoto). Met de hulp van een vrachtwagenchauffeur streeft zij naar een goedlopend restaurant waar de allerbeste noedelsoep zal worden geserveerd. Maar voor het zover is, zien we in een reeks uiterst smaakvol gefilmde scènes hoe je het ingenieuze gerecht maakt, presenteert en eet. De compositie en hartstochtelijke benadering van de ingrediënten is tot ware kunst verheven.

Jûzô Itami noemde Tampopo een noedel-western (die hadden we nog niet!) en leent qua sfeer, low budget en close-ups veel van de spaghettiwestern. In losstaande fragmenten zien we een etiquetteklasje met meisjes die leren hoe je spaghetti moet nuttigen, dat je soms beter geen chips in de bioscoop moet eten en ontdekken we de verleidingen van voedsel. Hilarisch zijn de scènes van de dandy-gangster die slagroom van de linkerborst van zijn vriendin opzuigt en hun techniek om tijdens het voorspel razendknap een rauwe eierdooier heel te houden. Opwindende, geestige en wellicht inspirerende situaties, die een jaar later zouden leiden tot de schaamteloze anticlimax van Kim Basinger en Mickey Rourke in Nine 1/2 Weeks van Adrian Lyne.
 

12 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Road to Mandalay, The

***

recensie The Road to Mandalay

Leven tussen hoop en vrees

door Rob Comans

Het lot van illegale immigranten is de afgelopen jaren nauwelijks uit de media verdwenen, met de exodus als gevolg van de burgeroorlog in Syrië als voorlopig ‘hoogtepunt’. Verhalen over mensen uit Noord-Afrika, Azië, Oost-Europa en Midden-Amerika die oorlog of economische malaise in hun thuisland ontvluchten om elders een beter bestaan op te bouwen.

Zij trotseren grote gevaren en gaan een onzekere toekomst tegemoet. De dood is altijd dichtbij en de droom van een beter leven loopt steeds vaker stuk op repressief anti-immigratiebeleid. The Road to Mandalay (2016) van regisseur Midi Z sluit aan bij deze actualiteit door het tonen van de lotgevallen van twee illegale immigranten uit Myanmar (voormalig Birma) die in Thailand hun dromen willen realiseren.

The Road to Mandalay

Illegaal
Lianqing (Ke-Xi Wu) en Guo (Kai Ko) leren elkaar kennen als zij illegaal Bangkok worden binnengesmokkeld. Vanaf het begin probeert Guo Lianqing te behagen: hij biedt haar zijn dure zitplaats aan in de auto van de mensensmokkelaars, en neemt zelf genoegen met een oncomfortabele ligplaats in de achterbak. Vervolgens helpt Guo Lianqing voortdurend aan voedsel, onderdak, geld en werkcontacten. Lianqing accepteert zijn vriendelijkheid, maar blijft afstandelijk. Zonder identiteitspapieren en werkvergunning zijn beide twintigers veroordeeld tot afmattend, geestdodend en gevaarlijk werk, een lot dat de pragmatische, minder ambitieuze Guo gelaten accepteert. Lianqing daarentegen blijft werken aan het verkrijgen van de juiste documenten om kans te maken op een betere baan in Thailand, en op de lange termijn in Taiwan.

Maar corruptie, bedrog en bureaucratie blijken een frustrerende, onontkoombare realiteit, evenals het gevaar van arrestatie en deportatie. Hoezeer Jianqing ook haar best doet, ze kan maar niet ontsnappen aan de armoede en uitzichtloosheid die ze in Myanmar wilde achterlaten. Vandaar de titel van de film: Mandalay is een stad in Myanmar, waarnaar de symbolische weg voortdurend terugvoert. Desondanks volhardt de jonge vrouw in het verbeteren van haar situatie, terwijl Guo de alledaagse teleurstellingen ontvlucht met drugs. Wanneer Lianqing uiteindelijk haar ID-papieren krijgt is de broze verstandhouding tussen haar en Guo, die droomt van een leven samen met Lianqing, gedoemd te eindigen.

Kalme verteltrant
De in Birma geboren regisseur en scenarist Midi Z volgde zijn filmopleiding in Taiwan en maakt sindsdien films (o.a. Poor Folk (2012), Ice Poison (2014), City of Jade (2016)) die de situatie in zijn thuisland kritisch volgen. In The Road to Mandalay hanteert Midi Z een kalme, bedaarde verteltrant. Samen met cinematograaf Tom Fan vangt hij de belevenissen van Guo en Jianqing in lange scènes en statische shots, met slechts sporadisch gebruik van close ups. Ondanks de afstandelijkheid van de beelden (of juist daardoor?) beklijft The Road to Mandalay op emotioneel niveau, en blijft zodoende lang in het geheugen en op het netvlies hangen.

Sommige momenten springen eruit: wanneer Guo en Jianqing een slaapplaats delen en Guo’s vingers aarzelend zoeken naar een aanraking; Guo die teder een geschonken kettinkje om Jianqing’s hals drapeert; Jianqing die huilend achterop Guo’s scooter een nieuwe teleurstelling verbijt. En dan is er ook nog een vervreemdende scène waarin Jianqing, gezwicht voor de financiële verleiding van prostitutie, belaagd wordt door een varaan, een symbool van mannelijke seksuele agressie waaraan de jonge vrouw zich walgend overgeeft.

The Road to Mandalay

Inhoudelijk is The Road to Mandalay verwant aan In This World (2002), Dirty Pretty Things (2002), La promesse (1996), Le silence de Lorna (2008) en L’envahisseur (2011), films waarin de makers eveneens de marginale status en onzekere toekomst van illegale immigranten op indringende wijze onder de aandacht brengen. Niet toevallig zijn La promesse en Le silence de Lorna geregisseerd door de gebroeders Dardenne, filmmakers bij wiens oeuvre Midi Z’s tiende speelfilm zowel thematisch als stilistisch aansluit.

In de traditie van Robert Bresson, humanist en minimalist van de Nouvelle Vague, maken de Dardennes en Midi Z bedrieglijk ‘kale’ films met een grote emotionele impact, vaak handelend over maatschappelijk uitgerangeerde individuen. Zo ook The Road to Mandalay, waarin Midi Z zijn camera richt op Jianqing en Guo, jonge mensen in een harde, hebzuchtige, moreel complexe wereld. En registreert hoe zij in het bestaan van alledag overeind proberen te blijven, levend tussen hoop en vrees.   
 

22 juli 2018

 
MEER RECENSIES

 

Lees ook ‘de 10 beste immigrantendrama’s van deze eeuw’

Een magische zomer met Ghibli

Een magische zomer met Ghibli
Het wordt een magische zomer in LAB111 in Amsterdam en KINO Rotterdam. Vanaf juli kun je in die twee bioscopen respectievelijk 18 en 16 films van Ghibli zien. Deze Japanse studio is verantwoordelijk voor een groot aantal beroemde anime-films.

Al meer dan dertig jaar veroveren deze prachtig geanimeerde en vaak visionaire films de harten van kijkers over de hele wereld. Het aangekondigde pensioen van oprichter Hayao Miyazaki en het overlijden van mede-oprichter Isao Takahata afgelopen april vormen de aanleiding om hun uitgebreide oeuvre op het grote scherm te vertonen.

Howl's Moving Castle

Thema’s
In de Ghibli-films keren bepaalde thema’s vaak terug: sterke vrouwelijke hoofdrollen, magische transformatieve wezens en het immer voortdurende verlangen om de lucht in te gaan en te vliegen. Maar welke Ghibli-film je ook tegenkomt, de liefde voor het vakmanschap van de hand getekende animaties en de creatie van fantastisch meeslepende werelden schijnt door in elk frame en doet een beroep op het innerlijke kind van de kijker.

Een greep uit het programma: Grave of the Fireflies, Prinses Mononoke, Spirited Away, Howl’s Moving Castle (FOTO) en The Wind Rises. Maar ook de The Red Turtle van de Nederlandse filmmaker Michael Dudok de Wit is te zien.

Alle films worden gepresenteerd in originele Japanse taal met Engelse ondertitels.

Programma Kino Rotterdam
Programma LAB 111 Amsterdam
 

25 juni 2018

 
MEER NIEUWS EN ACHTERGROND

Third Murder, The

*****

recensie The Third Murder

De waarheid is een olifant

door Alfred Bos

Wat is de derde moord en wie is daarvan het slachtoffer? De moordenaar zelf? De waarheid? De Japanse regisseur Hirokazu Koreeda speelt een verfijnd spel met schijn en werkelijkheid in de psychologische triller The Third Murder.

De Japanse regisseur Hirokazu Koreeda (vier lettergrepen: ko-re-e-da) wordt wel de eigentijdse pendant genoemd van Yasujirō Ozu, de maker van subtiel registrerende films over familierelaties. Achter een onthechte, schijnbaar objectief observerende blik schuilt empathie met het menselijke onvermogen. Die onthechting is geen arrogantie of desinteresse, het scherpt juist de focus zodat de patronen zichtbaar worden in de ruis van het dagelijkse leven, dat in feite een burleske van misverstanden is.

The Third Murder

Koreeda’s oeuvre zit er vol mee, met mensen die zichzelf in de weg zitten omdat ze niet goed luisteren of voorbij hun neus kunnen kijken. Emoties maken de mens, maar kunnen hem ook breken. De antiheld van zijn voorlaatste film, The Third Murder – die vorig jaar in première ging tijdens het filmfestival van Venetië en nu in de Nederlandse bioscoop is te zien – weet zijn emoties te mennen met zijn intellect en volbrengt een huzarenstukje. Dat hij zijn doel, het ontkennen van zijn bestaan, bereikt door via moord het bestaan van een ander te bevestigen, zegt genoeg over de diepgang en pyschologische verfijning van de film.

Roofmoord
The Third Murder is een buitengewoon rijke film. Het is ook een fijntjes opgebouwde en in psychologisch opzicht ongekend subtiele film. Zo subtiel dat veel kijkers, en blijkens de reacties en vragen tijdens Koreeda’s persconferentie in Venetië ook veel professionele filmkijkers, de pointe missen. Ja, het is een psychologische thriller, maar dan van het Zen-filosofische soort. Nee, het is geen Rashomon-achtige boutade over de onmogelijkheid om de waarheid te kennen. De waarheid ligt voor je neus, aldus Koreeda. Maar je moet hem wel zien.

Shimiru, de held van The Third Murder (gespeeld door de Japanse popster en acteur  Masaharu Fukuyama), is jurist; hij moet voor zijn cliënt een adequate verdedigingsstrategie ontwikkelen. De cliënt is Misumi (Kôji Yakusho), de antiheld, die zal worden berecht voor roofmoord; daarop staat de doodstraf. Hij geeft grif toe zijn voormalige werkgever, de baas van een fabriek waar voedsel wordt verwerkt, vanwege gokschulden te hebben beroofd en vermoord, om vervolgens het lijk te verbranden. De advocaat gaat op onderzoek; als hij de aanklacht van beroving kan weerleggen is de doodstraf mogelijk te vermijden.

The Third Murder

Spiegelbeelden
Wat volgt is een gang door het labyrint van het leven, een warboel van suggesties, leugens, intenties en feiten; een ruis van details en trivia. In de voedselfabriek blijken alleen marginale types te werken die elders niet terecht kunnen; ze worden door hun baas onderbetaald, of uitgebuit. Misumi werkte daar na zijn ontslag uit de gevangenis. Hij heeft een straf van dertig jaar uitgezeten voor tweevoudige moord op woekeraars die hem geld hadden geleend, geld dat hij door gokschulden niet kon terugbetalen. Zijn dochter was toen zes jaar oud, sindsdien heeft hij haar niet meer gezien.

Misumi is voor die dubbele moord tot dertig jaar celstraf veroordeeld door de vader van zijn advocaat, een inmiddels gepensioneerde rechter. Die twijfelt nu openlijk of hij er niet verkeerd aan heeft gedaan om Misumi destijds niet ter dood te veroordelen; hij heeft immers opnieuw gemoord. Zijn zoon probeert precies het tegenovergestelde te bewerkstelligen: hij wil Misumi van de doodstraf redden. Het is het eerste spiegelmotief dat regisseur Koreeda opzet in een film vol gespiegelde personages en motieven.

Een tweede spiegelbeeld zijn Misumi’s dochter (die we nimmer te zien krijgen) en de dochter van de vermoorde fabriekseigenaar, Sakie (Suzu Hirose). Beiden zijn gehandicapt, hebben een mank been. Heeft Sakie iets met de moord te maken?

Schuivend perspectief
Het perspectief op de moord – wat er is gebeurd en waarom – verschuift voortdurend. Elk detail dat het onderzoek aan het licht brengt doet het beeld kantelen. Is het wel roofmoord? Is het mogelijk een liefdesmoord? Of moord in opdracht? Misumi past voortdurend zijn verhaal aan naar de nieuwe feiten waar zijn advocaat hem mee confronteert. Gaandeweg begint de filmkijker te beseffen, hier is meer aan de hand. En de kernvraag stelt Misumi zelf aan zijn verdediger: wat is mijn ware motief?

Voor de oplettende kijker wordt het allengs duidelijk wat Misumi drijft, waarom hij de moord op de fabriekseigenaar heeft gepleegd en wat hij daarmee wil bereiken. Ook dat doel is dubbel, hij vervult met de moord een diepe emotionele wens en brengt – op zijn eigen, gebrekkige maar in feite geniale manier – gerechtigheid waar het recht het laat afweten; hij slaat zelfs drie vliegen in één klap. Alle elementen die nodig zijn om antwoord te geven op de vraag, wat wil Misumi, worden in de film gegeven. Doorgaans terloops, als terzijdes, net als in het leven zelf waar de hoofdzaken verdwijnen in de ruis van triviale kwesties en de waan van het moment.

The Third Murder

(On)betrouwbare verteller
Maar voor zijn verdediger, de advocaat Shimiru, blijft de moordenaar een mysterie. In de bloedsterke slotscène kantelt Koreeda het perspectief een laatste maal. Met een techniek die direct is ontleend aan het slot van Akira Kurosawa’s politiethriller High and Low laat hij held en antiheld van plaats verwisselen. Dat gebeurt, het kan niet anders in een film vol spiegelingen, met een spiegeleffect.

The Third Murder is een klassieke Koreeda-film en wellicht een van zijn beste. Familierelaties staan centraal in de plot en motieven van de personages. De poëzie schuilt in de details en de subtiele observaties. In de film wordt de Indische gelijkenis over de zes blinden en de olifant aangehaald: ze ‘zien’ allemaal iets anders, want de een betast de slurf en de ander de staart. De waarheid is een olifant en advocaat Shimiru is door vooringenomenheid niet in staat het complete beeld – de waarheid achter Misumi’s handelen  – te zien.

Koreeda wilde aanvankelijk romanschrijver worden, maar koos voor de cinema. In Venetië gaf hij te kennen dat de film eigenlijk alleen met een alwetende verteller is te realiseren, maar dat vond hij een onelegante aanpak. Zijn oplossing voor dat verteltechnische probleem is briljant: Misumi is de ogenschijnlijk onbetrouwbare verteller die als enige in de film alwetend is en in de slotscène verschijnt hij via een spiegeleffect als betrouwbare verteller. Het zou verbazen als er dit jaar een betere film verschijnt. Op de nieuwe Koreeda na dan, verwacht in december.
 

17 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Have a nice day

***

recensie Have a nice day

Follow the money

door Ralph Evers

“Money makes the world go round”, zong Geddy Lee, de zanger van rockband Rush in 1985 al. Hoewel in dit kleine misdaadverhaal het geld zeker niet de wereld rondgaat, maakt het wel veel los in een anonieme Chinese stad. 

Have a nice day opent met strakke lijnen, een graphic novel, in een hedendaagse Chinese bouwput. De stof en het lawaai volgen op een citaat van Leo Tolstoi waarmee de film aan de kijker wordt voorgesteld. Overigens een grimmig citaat, waar een ieder voor zich en god tegen ons allen in doorklinkt. 

Have a nice day

Mozaïek
De film volgt de strapatsen van een zak met geld, in een wanhoopsdaad door loopjongen Xiao Zhang van zijn baas gestolen. Hij werkt voor een criminele organisatie en heeft geld nodig voor de mislukte plastisch chirurgische ingreep die zijn verloofde heeft ondergaan. Het nieuws van de roof verspreidt zich snel en het verhaal ontvouwt zich gedurende de nacht. De personages zijn vrij eendimensionaal neergezet, al kennen de dialogen soms een prettige soort hipheid en diepgang.

Die onverwachte mix in de personages werkt goed in dit misdaadverhaal. De regisseur is mede geïnspireerd door de Coen-broers, die eveneens uitblinken in het neerzetten van typetjes. Zo is de gangsterbaas Oom Liu treffend geportretteerd achter een wand vol lachende maskers, als een slechte kopie van een James Ensor. Sprekend over geld, dwazen en gekken, een vrij voor de hand liggende kritiek. De hele affaire leidt tot een dwaze gang van het geld, waar meer en meer mensen zich mee bemoeien.

Als een mozaïek ontwikkelt het verhaal zich. De over het algemeen kabbelende film, die qua tempo vooral te traag aanvoelt, kent plotselinge explosies van geweld en grappige wendingen. Daarnaast her en der opgeleukt met tegen het absurdisme aan schurkende fragmenten, zoals het in oud communistische stijl getekende paradijselijke visioen van Shangri-La. Een tweede manco is de vrij platte tekenstijl. Een stijl die doet denken aan de klare lijn en voldoende detail kent, maar te weinig indruk maakt, het geeft de personages te weinig karakter. Zo blijft Have a nice day over het geheel genomen flets. 

Have a nice day

Censuur
Regisseur Liu Jian wilde met zijn film een kritische noot kraken rond de snelle opkomst van het kapitalisme in China. Hij doet dit met een onderkoelde, donkere humor, die de autoriteiten toch niet zo zagen zitten. Zijn film is een tijdlang tegengehouden en moest her en der gecensureerd worden alvorens in China vertoond te mogen worden. Ook die versie is inmiddels geboycot. Kritiek geslaagd, film overleden.

Have a nice day doet op een bepaalde manier denken aan A Wonderful Night in Split. Ook een film waarin geld een hoofdrol speelt en je van de ene in de andere rare situatie terechtkomt. Waar de eerste haar charmante uitstapje heeft naar Shangri-La, komt de Kroatische film beter tot zijn recht, daar er onder meer meer aandacht besteed is aan de karakters.
 

24 april 2018

 
MEER RECENSIES