Turtles Can Fly (2004)

REWIND: Turtles Can Fly (2004)
Koerden die de kindertijd overslaan

door Cor Oliemeulen

Het valt niet altijd mee om te kijken naar de lichamelijke en geestelijke verminkingen van oorlogskinderen in Turtles Can Fly (2004). Het drama speelt zich af in een Koerdisch vluchtelingenkamp tijdens de Amerikaanse invasie van Irak en focust op jonge kinderen tijdens het opruimen van Sadam Hoesseins mijnenvelden bij de grens tussen Turkije en de Koerdische Autonome Regio.

De dertienjarige Kak Satelliet geldt hier als een gerespecteerd man omdat hij de Engelstalige berichten op de radio begrijpt, en als hij die niet begrijpt, verzint hij zelf wel wat om de oudsten te behagen. Ondertussen leidt hij de kinderen, die niet-ontplofte munitie verzamelen om in de stad te verkopen. Als Kak een satellietontvanger heeft mogen aanschaffen, kunnen de mensen in het kamp zien hoe Amerika Irak is binnengevallen en hoe het beeld van Saddam van zijn sokkel wordt getrokken. Niet veel later strooien helikopters pamfletten uit boven het vluchtelingenkamp.

Turtles Can Fly

Tweederangs burgers
Toen Bahman Ghobadi twaalf was, brak de oorlog tussen Irak en Iran uit en verloor hij veel familieleden door Iraakse bombardementen. Ook vanwege de onderdrukking door Iran en later door Irak realiseerde hij zich de penibele situatie van zijn Koerdische volk. Hij raakte gedeprimeerd en werd boos dat de Koerden al zolang als tweederangs burgers moeten leven en geen eigen land hebben. “Mijn films zijn mijn leven, hoe ik leefde en hoe ik leef”, zegt Ghobadi. “In mijn films gebruik ik humor en satire, anders raakt het publiek misschien te geschokt.”

Nadat hij vanaf zijn zeventiende Super 8-films ging maken, de filmacademie in Teheran voltooide en assistent van zijn bekende landgenoot Abbas Kiarostami werd, kreeg Ghobadi al na zijn debuut, A Time for Drunken Horses (2000), een belangrijke rol in de globalisering van de Koerdische film. Maar zoals dat voor zijn latere films ook zou gelden, duurde het lang voordat hij toestemming van de Iraanse autoriteiten kreeg. Ghobadi verzweeg dat hij de film in de Koerdische taal wilde opnemen, terwijl de Koerden zelf de filmmaker wantrouwden, want wie anders dan de overheid maakt een film over ons? Toen de debuutfilm, die werd geschoten in zijn geboortedorp, eenmaal klaar was, probeerde Ghobadi reclametijd op tv te kopen. Ze zeiden aanvankelijk ‘nee’, maar nadat de regisseur refererend naar de filmtitel verklaarde dat er geen sprake is van dronken mensen, maar van een dronken paard, kreeg hij wel toestemming.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Geestkracht
De allereerste Koerdische speelfilm won de Gouden Camera in Cannes en was de Iraanse inzending voor de Oscars. Het verhaal gaat over Iraanse-Koerdische wezen, die proberen te overleven na de dood van hun ouders. In feite hebben bijna al Ghobadi’s films een vaak poëtische manier van filmen en een traditie in het Italiaanse neorealisme. Dat wil zeggen: low budget, filmen op locatie in documentaire-stijl en met niet-professionele acteurs. Net als in A Time for Drunken Horses spelen in Turtles Can Fly kinderen de hoofdrollen. “Jullie zien hen als kinderen, maar het zijn geen kinderen”, aldus Ghobadi. “Ik denk dat Koerden de kindertijd overslaan. De kinderen in mijn films lijden en worstelen zoals Europeanen dat pas doen in hun dertig of veertig. Mijn films gaan dus niet over kinderen, maar over mensen met kleine lichamen, maar een grote geestkracht.”

Turtles Can Fly (Koerdisch: Kûsî Jî Dikarin Bifirin) werd deels in Iran en deels in de Koerdische Autonome Regio in het noorden van Irak opgenomen. Het leven in het vluchtelingenkamp is ontdaan van enige romantiek en een enkel sprankje hoop. Ondanks de deprimerende omstandigheden en het hartverscheurende einde is het niet moeilijk te sympathiseren met de kinderen van wie de meesten minimaal een ledemaat missen. Diezelfde betrokkenheid en geloofwaardigheid zie je in alle zes speelfilms van Bahman Ghobadi, die het steeds moeilijker vond om zichzelf te censureren en direct na het voltooien van zijn undergroundfilm over een popband in Teheran, No One Knows About Persian Cats (2009), samen met de twee hoofdrolspelers Iran zou verlaten. Sinds die tijd pendelt hij tussen New York, Berlijn en Istanbul, waar hij met Rhino Season (2012) een film maakte over de Koerdisch-Iraanse dichter Sahel die wordt vrijgelaten na dertig jaar gevangenschap. Hij reist naar Istanbul om zijn vrouw te zoeken, maar zij denkt dat hij al twintig jaar dood is.

Turtles Can Fly

Van filmmaker tot activist
Sinds die tijd heeft Ghobadi nog slechts twee documentaires gemaakt. De filmmaker is nu vooral activist, die niet meer welkom is in zijn geboorteland. Zijn familieleden krijgen meestal geen toestemming om Iran te verlaten, bijvoorbeeld voor een bezoek aan Bahman vorig jaar in Ankara. Dat was een paar maanden nadat de onafhankelijke Iraanse filmmaker Mohammad Rosoulof een gevangenisstraf van een jaar kreeg vanwege de inhoud van zijn films. Ook Ghobadi’s broer Behrouz, eveneens filmmaker, verdween zeven maanden achter de tralies.

Het pionierswerk van Bahman Ghobadi heeft twintig jaar later meer dan duizend Koerdische filmmakers opgeleverd, echter volgens de regisseur worden zij nauwelijks gesteund en tellen alle gebieden in het Midden-Oosten waar de Koerden wonen samen nog geen tien bioscopen.

TURTLES CAN FLY KIJKEN: gratis op YouTube.

 

 

Update: De European Film Academy en het Internationaal Filmfestival van Berlijn roepen op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de Iraanse auteur, advocaat in mensenrechten en activist Nasrin Sotoudeh. Ze is de laatste passagier in Jafar Panahi’s film Taxi Teheran, winnaar van de Gouden Beer, waarin ze openlijk praat over haar toewijding voor politieke gevangenen. Nasrin Sotoudeh werd in juni 2018 gearresteerd op basis van dubieuze aantijgingen die betrekking hadden op haar werk als advocaat. Ze werd veroordeeld tot 30 jaar gevangenisstraf en 148 zweepslagen. Ze zit opgesloten in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran waar ze op 11 augustus aan haar tweede hongerstaking begon om te protesteren tegen het regime dat weigert om politieke gevangenen tijdens de pandemie vrij te laten. Haar gezondheid is kritiek en een onmiddellijke vrijlating is noodzakelijk om haar medische hulp te kunnen geven.
Teken hier de petitie om haar onmiddellijk uit de gevangenis te ontslaan zodat ze de nodige medische hulp kan krijgen.

 

Meer REWIND

 


Sidik en de panter

****
recensie Sidik en de panter

De bergen als enige vrienden

door Paul Rübsaam

Koerdistan is officieel geen land, maar heeft wel een eigen taal, een eigen leger en een beeldschoon berglandschap. In Sidik en de panter van Reber Dosky zoekt Sidik Barzani in dat landschap naar de uiterst zeldzame Perzische panter. De vondst van het dier zou volgens hem de redding van de geplaagde Koerdische bevolking betekenen.

Van afstand nemen we een man waar die met een lange wandelstok voortploegt over besneeuwde hellingen, waar kale bomen uit omhoog steken. Van dichtbij gezien blijkt hij ergens in de vijftig te zijn. Hij draagt een donkergroen windjack en om zijn hoofd een Koerdische sjaal.

Sidik en de panter

Samen met hem kan de kijker het landschap van de autonome Koerdische regio in Noord-Irak verkennen. Dat blijkt afwisselend: hoge bergen met steile wanden, grillige rotsformaties en groene valleien. Steenbokken, eekhoorns, wolven uilen en gieren vallen er te spotten, maar ook fraaie kleine vogels.

Indrukken
De natuurvorser en pelgrim Sidik Barzani, het centrale personage in de geëngageerde natuurdocumentaire
Sidik en de panter, bedient zich hoofdzakelijk van een verrekijker die nog van zijn grootvader is geweest, een kleine aantekenboekje en een ballpoint. Met behulp van dat laatste instrument schat hij tevens de afmetingen van een pootafdruk in de sneeuw, die naar hij hoopt afkomstig is van de Perzische panter waarnaar hij al vijfentwintig jaar op zoek is.

Sidik noteert niet alleen zijn feitelijke bevindingen, ook zijn gedachten over de natuur, de mens en Koerdistan schrijft hij op. Voorts legt hij zijn indrukken vast van de ontmoetingen die hij onderweg met anderen heeft: ouderen, jongeren, oorlogsweduwen, boeren en gelukszoekers. De gesprekken gaan over de lang verbeide panter, maar ook over de bewogen geschiedenis van de mensen die in het gebied wonen. Ondanks het huidige zelfbestuur van de Koerden ligt de terreur van de voormalige dictator Saddam Hoessein bij velen, waaronder Sidik zelf, nog vers in het geheugen.

Sidik en de panter

Gedenkteken
Ook Reber Dosky, de regisseur van de documentaire, meldt zich om aan Sidik zijn verhaal te vertellen. Hij doet dat als de natuurvorser is aangekomen bij de plaats waar Dosky’s grootvader als Peshmergastrijder in 1975 (het jaar van Dosky’s geboorte) in een hinderlaag liep, waarna hij door Saddams mannen wreed werd vermoord. Onder de vaderlijke leiding van Barzani zien we een geëmotioneerde Dosky met keien en veldbloemen een gedenkteken voor zijn grootvader maken.

Een niet te strikte scheiding tussen de mensen achter de camera of andere verslaggevers en de direct betrokkenen bij het verhaal dat verteld wordt, zou je een handelsmerk kunnen noemen van de Koerdisch-Nederlandse documentairemaker Reber Dosky. In zijn eerdere documentaire Radio Kobanî (2016) kreeg de jonge Koerdische radioverslaggeefster Dilovan Kîko door een van haar studiogasten bijvoorbeeld de vraag voorgelegd hoe ze zelf de bezetting door IS en de latere bevrijding van de Koerdische stad Kobanî in Noord-Syrië had beleefd.

Evenals Dilovan Kîko was de protagonist van Sidik en de Panter al eerder een bekende van de regisseur. Deze had zich tot hem gewend nadat hij Dosky’s documentaire De Lokroep (2013) had gezien. Afgaande op een poster van die film (over de mislukte hereniging van een vader en zijn zoon in Koerdisch Oost-Turkije) dacht Barzani dat de Koerdische natuur daarin centraal zou staan. Tot zijn teleurstelling bleek dat niet het geval te zijn. Met Sidik en de Panter heeft Dosky dit op zijn eigen manier rechtgezet.

Sidik en de panter

Vertwijfeling en hoop
Het contrast tussen Sidik en de Panter en met name Radio Kobanî lijkt op het eerste gezicht immens. De beelden van het opgraven van half vergane lijken onder het puin van Kobanî in laatstgenoemde documentaire zijn verbijsterend. In Sidik en de Panter daarentegen zien we zelfs niets van de jacht die de alom aanwezige dieren op andere dieren maken. Maar terwijl Radio Kobanî hoopvol eindigt, vormen in Sidik en de Panter de vertelde verhalen een virtuele wond in het ogenschijnlijk zo fraaie landschap.

‘De bergen zijn de enige vrienden van de Koerden’, luidt een door Peshmergastrijders ondertekende tekst die Sidik ergens in de wand van een grot gekrast ziet staan. Het is niet direct een boodschap waarvan je vrolijk wordt. Toch is Sidik ervan overtuigd dat in die bergen de verlossing zich zal aandienen. Als het vrede blijft en de natuur zich verder herstelt, keert de panter hoe dan ook terug. Koerdistan zou dan de status van nationaal park kunnen krijgen en nooit meer gebombardeerd worden.

Wie scherp wil slijpen, ontwaart in Sidik en de panter wellicht een zweem van naïviteit. ‘Koerdistan’ is een lappendeken verspreid over vijf verschillende landen, de Koerden zelf zijn onderling verdeeld en in de Koerdische gebieden wonen tal van mensen met een andere etniciteit. Het neemt niet weg dat Reber Dosky er zonder meer in is geslaagd de barrière te slechten tussen de vaak voor escapistisch versleten liefde voor ongerepte natuur en de soms al te verstedelijkte atmosfeer van gangbaar politiek engagement.

 

5 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Promare

**
recensie Promare

Trailer van zichzelf

door Sjoerd van Wijk

Als een twee uur durende trailer zweept de anime Promare continu op. De actie verhit de gemoederen met een dans van figuren in abstract landschap. Wat er voor hen op het spel staat, doet er niet toe.

Na een roerige dertig jaar waarin mensen spontaan ontvlamden, krabbelt de wereld weer op dankzij totalitair beleid. Nog steeds ontbranden mensen, maar gelukkig staat een zorgvuldig gemêleerd reddingsteam met onder andere het haantje Galo Thymos paraat om te blussen. Na die mysterieuze tijd bestaan er nu de Burnish, mensen die kracht halen uit vuur en als verstotelingen door het leven gaan. Galo kan niet lang genieten van zijn heldenstatus nadat hij de leider van vermoedelijke Burnish-terroristen Lio Fotia verslaat tot blijdschap van gouverneur en mentor Kray Foresight. Er ontspint zich een sinister complot, te allen tijde geduid door expositiedialoog waarin Kray als een hedendaagse miljardair een Ark van Noach voor de ruimte bouwt. Alleen tegenpolen Galo en Lio kunnen dat door samenwerking stoppen.

Promare

Bombast
Met een been staat de film ferm in de traditie van de mecha, Japanse animatie waar robotica het hoofdthema vormt in een sciencefictionomgeving. Personages transformeren hun vaartuigen met speels gemak in de meest fantastische vormen die recht doen aan het idee dat geavanceerde technologie niet van magie is te onderscheiden. De een drukt als een gek op knopjes om te besturen, de ander lijkt weer een fusie van mens en machine, terwijl brandwonden schitteren door afwezigheid te midden van al het vuur.

Ondertussen herinneren ze elkaar brullend aan het plot zodat men deze niet vergeet in alle bombarie. Ondanks deze eindeloze expositie blijft de situatie warrig. De premisse hangt van mitsen en maren aan elkaar zoals een Your Name (2016) waarbij ad hoc uitleg te pas en te onpas vreemde wendingen rechtpraat. Daarmee schetst Promare een onuitsprekelijke wereld waar logica dikwijls plaatsmaakt voor bombast op Akira-achtige surreële wijze.

Opzwepende abstractie
Alle kort aangestipte politieke thema’s ten spijt draait de queeste van Galo en Lio vooral om vele robbertjes vechten. Er is maar weinig tijd om de wereld te redden. Het dystopische Promepolis als decor lijkt een blokkendoos waar buiten een pizzatent om weinig gezelligheid bestaat. De geometrie raast op de achtergrond als een wervelwind in de actiescènes die daardoor louter mens-machine tegen mens-machine zijn. Zulke opzwepende abstractie brengt de sensatie van het gevecht over.

Promare

Technologische foefjes en opengesperde monden knallen terwijl de basisfiguren om hen heen verder vervagen. Het is alsof Walter Ruttmann’s Lichtspiel Opus uit de jaren 1920 is afgestoft en op anderhalve snelheid wordt afgespeeld. In zo’n pure ideeënwereld slaat het rondvliegende ijs en vuur van de personages een deuk. Daarmee vat Promare treffend de urgentie om met tunnelvisie recht op het doel af te stevenen in de mist van de strijd.

Zelfpromotie
Constante hoogspanning luidt het devies. De film knippert in de montage van hot naar her om geen moment suprême te missen. Met een videogame-sequentie stevenen Galo en Lio af op het laatste eindbaasgevecht. Promare smijt ondertussen elk personage in het gezicht met een aankondiging alsof het een Yu-Gi-Oh!-kaart betreft om in je deck te stoppen. Japanse popmuziek omlijst de actie. De pakkende deuntjes maken het tot een soort demonstratie van de technologische mogelijkheden van de 3D-computergraphics.

Gepaard met de opeenvolging van extatische momenten komt de film daarom over als een grote trailer van zichzelf. Een schoolvoorbeeld van filosoof Theodor Adorno’s punt hoe de cultuurindustrie zichzelf promoot via haar producten. De unique sellingpoint van Promare is echter niet meer dan snel vervlogen extase dankzij de bijzondere animatietechniek.

 

17 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Sing me a Song

***
recensie Sing me a Song

De verlokkingen van Bhutan

door Paul Rübsaam

Tot eind vorige eeuw nog was er in het Himalayastaatje Bhutan geen elektriciteit en geen televisie. De ontwikkelingen daar zijn echter razendsnel gegaan. In de documentaire Sing me a Song is de jonge boeddhistische monnik Peyangki non-stop in de weer met zijn smartphone en droomt hij van de meisjes in het hoofdstadje Thimphu.

‘Heer der Heren, u overwint al het kwaad. U straalt de zoete levensgeur uit en onderwerpt de schaduwen der onwetendheid…’ Een groep jonge monniken in kleermakerszit, waaronder de zeventienjarige hoofdpersoon Peyangki, brengt zingend deze en andere gebedsstrofen ten gehore. Ondertussen zitten de jongens, niet één uitgezonderd, met een smartphone te chatten of een videogame te spelen. Het is één van de opmerkelijke scènes uit de geromantiseerde documentaire Sing me a Song van de Franse regisseur Thomas Balmès.

Sing me a Song

Monnikenbestaan
Eerder kreeg de samenwerking tussen Balmès en zijn protagonist gestalte in de documentaire Happiness (2013). Daarin zien we Peyangki als onbevangen klein jongetje dat met hart en ziel voor het monnikenbestaan heeft gekozen, maar wel blij is als er eindelijk in het dorpje Laya, waar hij vandaan komt en waar ook de tempel is gevestigd, een elektriciteitsnet en een asfaltweg worden aangelegd. Verschillende fragmenten uit Happiness keren in Sing me a Song terug als flashbacks.

Eigenlijk begon de voorgeschiedenis van Sing me a Song nog eerder. In 1998 al, toen de toenmalige koning van Bhutan, Jigme Singye Wangchuck, het groene licht gaf voor de komst van elektriciteit, televisie en internet in het traditionele boeddhistische koninkrijk. Of zelfs daarvoor nog, toen Balmès zonder aan Bhutan en de nog niet geboren Peyangki te denken al rondliep met plannen voor een film over de ingrijpende gevolgen van de ontwikkelingen in de communicatietechnologie.

Liefdesliedjes
In Sing me a Song zien we Peyangki nog altijd braaf de ontelbare kaarsjes in de gebedsruimte van de tempel aansteken. Ook probeert hij de teksten van de belangrijkste gebeden op te schrijven en uit zijn hoofd te leren. Maar van dat laatste brengt hij weinig terecht, tot ergernis van zijn leermeester en zijn moeder, die af en toe op bezoek komt.

Sing me a Song

Hij verkeert namelijk in andere sferen. Met de verkoop van de medische paddenstoelen die hij in het hooggebergte plukt, hoopt hij een eigen bestaan op te kunnen bouwen. Maar vooral is hij in de ban van Ugyen, een meisje dat hij via de chatbox WeChat heeft leren kennen. Ze treedt op als zangeres in Thimphu en zingt op zijn verzoek liefdesliedjes voor Peyangki.

Als de jonge monnik op een gegeven moment een lift krijgt naar Thimphu, het hoofdstadje waar het inwonertal de afgelopen twintig jaar bijna is verdrievoudigd naar 115.000, ontmoet hij daar Ugyen in levende lijve. Ze blijkt wat ouder dan hij. Haar carrière als zangeres is niet datgene wat hij zich ervan voor had gesteld. Bovendien draagt ze van een eerdere relatie nog de sporen met zich mee en koestert ze plannen om Bhutan te verlaten. Voor Peyangki dreigt zich een desillusie af te tekenen.

Steriel
De beelden van de hoogvlaktes in de Himalaya, het klooster in het op vierduizend meter hoogte gelegen Laya en het rap moderniserende Thimphu zijn indrukwekkend. Tevens valt het niet moeilijk sympathie op te vatten voor de introverte Peyangki met zijn melancholieke, grote bruine ogen. Een gevoel van verbijstering is voorts onontkoombaar als het de snelheid betreft waarmee het traditionele, ongerepte Bhutan en zijn inwoners veranderen.

Toch maakt Sing me a Song een ietwat steriele indruk. Mogelijk heeft dat te maken met de achter de schermen te aanwezige regisseur, die zelf het televisiekijken geheel heeft afgezworen en niet alleen met Happiness, maar ook met eerdere documentaires als Maharadjah Burger (1997) en Christ comes to the Papuans (2001) al de twijfelachtige invloed van de westerse wereld wilde schetsen op verre landen met een rijke culturele en religieuze traditie.

Sing me a Song

Neem de eerder beschreven scène met de biddende en chattende monniken. Zou er in werkelijkheid niet één zijn geweest die tijdens het gebed niet met zijn smartphone zat te spelen? Een bepaalde mate van enscenering moet een rol hebben gespeeld. En dat gevoel heb je vaker. Kijken we werkelijk naar het leven van Peyangki, of eerder naar diens uitbeeldingen van Balmès’ beweringen over de teloorgang van traditionele beschavingen?

Ook als Sing me a Song de ontwikkelingen in Peyangki’s leven getrouw weergeeft, kun je je afvragen of die ontwikkelingen zo dramatisch zijn. Wordt het zuivere joch door de moderne communicatietechnologie ten gronde gericht? Of maakt hij op zijn manier mee wat opgroeiende jongens overal en altijd meemaken en komt het wel weer goed met hem? Het zijn vermoedelijk niet de vragen die Balmès ons mee wilde geven.

 

27 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

In the Mood for Love (2000)

REWIND: In the Mood for Love (2000)
Verlangen geeft liefde kleur

door Yordan Coban

De beste film van deze eeuw is afkomstig uit Hong Kong, van de hand en visioenen van regisseur Wong Kar-Wai. Freud stelde dat elke relatie een verhouding tussen vier personen is: de twee daadwerkelijke mensen én hun fantasieën. In In the Mood For Love speelt Wong Kar-Wai met dit idee en conceptualiseert dit tot een wals van onbeantwoorde verlangens.

De stijl van Wong Kar-Wai is onmiskenbaar elegant. De muziek en de kleuren zijn een lust voor de zintuigen en dansen op een virtuoos ritme aan de kijker voorbij. De camera staat altijd verborgen achter een gordijn of ‘afluisterend’ vanuit een hoek, alsof de kijker de betreffende affaire op geheimzinnige voet volgt. Wong Kar-Wai gebruikt originele cameraposities, spiegelreflecties en langzaam bewegende shots, zijn vakmanschap is terug te vinden in elke camera-instructie.

In the Mood for Love (2000)

In het bijzonder dient de kijker te letten op de muziek. Daaraan valt in feite niet te ontkomen, want die past perfect bij de sentimenten van de film en genereert direct een melancholische gemoedstoestand. Elk aangezicht krijgt een emotionele ontlading bij het horen van de snijdende viool in Yumeji’s Theme van Michael Galasso.

Vergankelijkheid van tijd
Mevrouw Chan (gespeeld door Maggie Cheung) en meneer Chow (gespeeld door Tony Chiu-Wai Leung) zijn buren die door omstandigheden naar elkaar geduwd worden. Ze raken verstrengeld in een affaire doordat ze ondervinden dat hun partners opvallend frequent en langdurig op zakenreis gaan. Als de twee, alhoewel hun ogen elkaar al geruime tijd volgen, besluiten om de achtergelaten leegte op te vullen met elkaars gezelschap, begint er een tragisch liefdesspel. Beide acteurs spelen ingetogen, de emotie wordt gedragen door de brandende kleuren rondom.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 

Tijd is een terugkerend thema in het werk van de Hongkongse regisseur. Close-ups van klokken en slow motionshots reflecteren op de gedocumenteerde emotie van het moment. Tijd houdt nergens rekening mee. Tijd neemt ons bij de hand, verandert ons geleidelijk en laat een spoor van geleefde emotie na. Emotie die niet herbeleefd kan worden, slechts herinnerd.

Twee gezichten
Wong Kar-Wai kent twee gezichten. Meneer Chow geeft dit, als verlengde van de regisseur, uitgesproken weer. Wong Kar-Wai vertelt namelijk twee soorten verhalen: verhalen met strijd en verhalen met romantiek. In Fallen Angels (1995) probeert Wong Kar-Wai de twee verhaalsoorten te combineren, enigszins met succes. Dat zelfde hinken op twee gedachten vind je al terug in zijn debuutfilm As Tears Goes By (1988), een wat manke visueel opvallende verfilming van Mean Streets (1973) van Martin Scorsese, en in de internationale hit Chungking Express (1990).

In the Mood for Love (2000)

Maar in In the Mood for Love (Faa yeung nin wa) bekent Wong Kar-Wai eindelijk kleur en toont de regisseur dat hij ontegenzeglijk is geboren voor melancholie en romantiek. In die stijl van bedwelmende driften is Wong Kar-Wai onloochenbaar. Geen regisseur kan wat hij kan: de lichten van de nacht doemen aan zijn eenzame personages voorbij, diens personages schreeuwen om beminning.

Onmogelijke zomerliefde
In the Mood for Love is als een onmogelijke zomerliefde. Is het ware verliefdheid die de twee tot elkaar brengt of slechts een brandend verlangen geboren uit een impulsieve fantasie? En wat maakt het eigenlijk uit? Geen verliefdheid doorstaat de vergankelijkheid van tijd.

Toch is misschien nu juist de herinnering aan een onbeantwoorde liefde, er één die zich het meest potent in ons geheugen wortelt. De zoektocht naar liefde lijkt voor velen moeizaam of onmogelijk in dit coronatijdperk. Een film over een tragische herinnering van liefde kan de kijker mogelijk berusting geven. Het verlangen maakt het liefhebben de moeite waard. Nog even melancholisch smachten dus.

 

IN THE MOOD FOR LOVE KIJKEN: te koop op Bol en Amazon. NB: Check ook regelmatig MUBI, Netflix, CineMember en andere VOD-diensten voor REWIND-films.

 

Meer REWIND

 

CinemAsia 2020 – Deel 2

CinemAsia 2020 – Deel 2:
Iedereen is op de vlucht

door Cor Oliemeulen

Zuid-Korea vervult een voortrekkersrol in de Aziatische cinema. In ons tweede en laatste verslag van CinemAsia 2020 aandacht voor een broeierige misdaadfilm, een romantisch drama, een documentaire over een scheepsramp en een uiterst onderhoudende rampenfilm, vermomd als actiekomedie. Gemeenschappelijk thema van deze vier Koreaanse films: iedereen is op de vlucht. Maar niet iedereen zal het overleven.

 

The Wild Goose Lake

The Wild Goose Lake – Klopjacht in neon
Na zijn bejubelde Black Coal, Thin Ice (2015) keert de Chinese filmmaker Yi-nan Diao terug met een broeierige neo-noir, waarmee hij opnieuw mikt op een groot publiek in binnen- en buitenland. Plaats van handeling is Wuhan (dat inmiddels het epicentrum van het Coronavirus is). In deze stad woedt een gewelddadig conflict tussen twee bendes. Na de dood van enkele criminelen en een politieagent ontstaat een klopjacht op antiheld Zhou, die zich samen met een mysterieuze dame verbergt in de wetteloze contreien rond het Wilde Ganzenmeer.

Liet hij zich in zijn vorige misdaadfilm al inspireren door de donkere atmosfeer van The Third Man (1949) van Carol Reed en het werk van Orson Welles, met The Wild Goose Lake steekt Diao ook zijn voorliefde voor het Duitse Expressionisme (jaren twintig vorige eeuw) niet onder stoelen of banken. Het gebruik van schaduwen en uitvergrote stijlmiddelen wordt aangevuld met het originele kleurgebruik van Diao’s vaste cinematograaf Jingsong Dong (ook Long Day’s Journey Into Night, 2018).

De klopjacht op een moordenaar door zowel onderwereld als politie mag dan wel een modern eerbetoon aan M (1931) van Fritz Lang zijn, desondanks wordt het plot overvleugeld door de atmosfeer van kunstzinnige arthouse. De korte scènes in de dierentuin en de circustent lijken wat gekunsteld, de fellatioscène in de roeiboot is gewaagder. Echt enerverend wordt The Wild Goose Lake pas als de meute jagers de locatie van Zhou heeft ontdekt. De film draait vanaf 12 maart in een aantal landelijke bioscopen.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.45 uur in Studio/K.

 

Moonlit Winter

Moonlit Winter – Verboden liefde
De Koreaanse middelbare scholiere Sae-bom opent een mysterieuze brief die is bestemd voor haar zojuist gescheiden moeder Yoon-hee. De brief is gepost door een oudere vrouw in het Noord-Japanse stadje Otaru die haar inwonende nicht een plezier denkt te doen. Sae-bom verzwijgt de inhoud van de brief aan haar moeder (en aan de kijker) en lokt die mee op een trip naar Japan. In het geheim gaat ook Sae-boms vriendje mee. Moonlit Winter (Yunhui-ege) is een verhaal over een verboden liefde dat sfeervol is gefilmd, maar dat laat op gang komt.

In de tweede speelfilm van Lim Dae-hyung is de eeuwige sneeuw van Otaru een metafoor voor gevoelens die zich moeilijk laten ontdooien. Zowel fysieke als emotionele afstand tussen mensen houden de personages in hun greep. Het verlangen naar liefde en aanraking neemt de toeschouwer mee naar een moeizame ontknoping, die begrijpelijkerwijs afstandelijk aanvoelt, maar warmte ontbeert. Vooral voor niet-Aziaten staan de culturele achtergronden een goed begrip over de menselijke verhoudingen in de weg: Japan-Korea, moeder-dochter en in dit geval de verboden liefde. Aanvankelijk is het moeilijk te begrijpen wie wie is en welke rol zij in het geheel hebben. Op die manier ontwikkelt het drama zich teveel als een puzzel die de kijker moet zien op te lossen en mis je enige uitleg of achtergrond, waardoor de emotionele betrokkenheid met de karakters laat op gang komt. Ondertussen zorgen de perikelen tussen Sae-bom en haar vriendje voor een vrolijke noot.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.20 uur in Studio/K en zondag 8 maart 19.30 uur in Studio/K.

 

Yellow Ribbon

Yellow Ribbon – De waarheid zinkt niet
De yellow ribbon geldt als een symbool van bewustzijn. Canadese moeders en vrouwen droegen het toen hun zonen en mannen in de oorlog moesten vechten en inwoners van Brazilië en Nieuw-Zeeland dragen het om de aandacht te vestigen op de vele suïcides. In de meeste landen staat het gele lintje symbool voor hoop en solidariteit. In Zuid-Korea zie je ruim vijf jaar na het zinken van de veerboot Sewol de afbeelding nog op vele plaatsen prijken ter nagedachtenis aan de slachtoffers en hun families van de ramp waarbij 304 van de 476 passagiers en bemanningsleden pal voor de kust de dood vonden.

De documentaire Yellow Ribbon van Yu Hyun-sook volgt vijf personen die op de een of andere manier waren betrokken bij de ramp op 16 april 2014 en de nasleep daarvan. Met name het feit dat de kapitein en een aantal bemanningsleden de passagiers aan hun lot overlieten, de te late reddingspogingen en de verdrinkingsdood van 250 middelbare scholieren hebben diepe indruk achtergelaten. De documentairemaakster kiest niet voor sensationele beelden, zoals de vele mensen aan de oever die de Sewol hebben zien zinken – het latere shot van de gehavende veerboot op een werf is al indrukwekkend genoeg.

Yellow Ribbon laat vooral zien hoe in Zuid-Korea na het falen van de autoriteiten een protestbeweging uitgroeit tot ongekende proporties. Dat niet iedereen de vele uitingen van burgerlijk ongenoegen steunt, blijkt uit het fragment dat tijdens een hongerstaking demonstratief gratis pizza’s worden uitgedeeld. Veel mensen kunnen zich niet identificeren met de nabestaanden en vergeten de ramp het liefst. Echter het merendeel van de bevolking kan niet wachten totdat de ware oorzaak eindelijk boven tafel komt en alle schuldigen ter verantwoording worden geroepen.

Nog te zien vrijdag 6 maart 17.00 uur in Rialto en zondag 8 maart 17.20 uur in Studio/K.

 

Exit

Exit – Game of drones
Exit (Ekisiteu) is zonder twijfel de grappigste film van CinemAsia 2020. Het debuut van Lee Sang-geun was met negen miljoen bezoekers een grote kaskraker in Zuid-Korea en is ook voor de westerse kijker uiterst onderhoudend. Yong-Nam (Jo Jung-suk) heeft na zijn studie geen zin om te gaan werken en houdt zich het liefst bezig met rotsklimmen. Hij dringt erop aan dat het zeventigste verjaardagsfeest van zijn moeder wordt gevierd in Dream Garden, omdat daar zijn oude vlam Eui-ju (Im Yoon-ah) werkt. Nadat de stad wordt overspoeld met wit gifgas dat ook de etage van Dream Garden dreigt te bereiken, moet Yong-Nam alles op alles zetten om zijn familie en zijn liefje te redden.

In deze als actiekomedie vermomde rampenfilm worden halsbrekende toeren afgewisseld met heerlijk hysterisch sentiment waarbij Yong-Nams vader (Park In-hwan) de kroon spant door in alle opzichten en op alle momenten fanatiek mee te leven met het lot van zijn zoon. Net als in de meeste andere (Amerikaanse) rampenfilms stapelen de genreclichés zich langzaam op, echter Exit blinkt uit door originele vondsten, subtiele humor en het gemis van (bloederig) geweld, terwijl de bovengemiddelde realiteitszin ook de kijker klamme handen garandeert. De capriolen in Safety Last! (1923) waarin filmkomiek Harold Lloyd aan de wijzers van een torenklok bungelt, zijn kinderspel met het soms bloedstollende klimwerk van onze Koreaanse held in wording. Steeds verder en steeds hoger leidt de weg naar redding, totdat er uiteindelijk hulp uit onverwachte hoek komt. Het inlevingsvermogen en het sentiment, soms compleet over de top, van Exit zijn zo meeslepend dat menig kijker het niet droog zal houden.

Nog te zien vrijdag 6 maart 19.15 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 21.45 uur in Studio/K.

 

6 maart 2020

 

Deel 1

 

MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2020 – Deel 1

CinemAsia 2020 – Deel 1:
Anderen helpen, maar ook jezelf

door Cor Oliemeulen

De Aziatische cinema is bezig aan een onstuitbare opmars. Daar kan geen virusje wat aan veranderen. In ons eerste verslag van CinemAsia 2020 twee opvallende drama’s uit India, het Indonesische antwoord op de Amerikaanse superheldenfilm en een nachtmerrieachtige thriller over de Chinese onderdrukking in Taiwan. Gemeenschappelijk thema: soms moet je anderen helpen om jezelf te kunnen helpen.

 

The Wayfarers

The Wayfarers – Humaan geploeter in de modder
Dat de Indiase cinema veel meer is dan Bollywood bewijst Goutam Ghose, die in de jaren zeventig begon als documentairemaker en fotojournalist. Zijn sociaal-realistische stijl komt tot uitdrukking in zijn jongste speelfilm The Wayfarers (Raahgir), waarin hij zich andermaal focust op het leven van de onderklasse in de Indiase samenleving.

De moedige Nathuni (Tillotama Shome: Moonsoon Wedding, 2001) woont met haar verlamde man en hun zoontje en dochter in een geïsoleerde omgeving. Ze hebben weinig te eten, maar proberen het beste van het leven te maken. We volgen Nathuni de dag nadat ze door twee mannen dreigt te worden verkracht. Ze moet vele kilometers lopen over ongeplaveide wegen en paadjes om werk in de stad te zoeken. Onderweg ontmoet ze de opgewekte Lakpathi (Adil Hussain: Life of Pi, 2012). In korte flashbacks vertellen ze over hun levens. Zo leren we dat Nathuni’s man tijdens een betoging een politiekogel in zijn rug kreeg en dat Lakpathi vroeger een begenadigde danser was die door zijn grootste concurrent uit de gemeenschap werd verjaagd. Op weg naar de stad ziet het koppel hoe een marskramer met zijn motor en karretje met twee doodzieke bejaarde zwervers vastzit in de modder. Niemand wil hem helpen, maar Nathuni en Lakpathi steken de handen uit de mouwen om hun voetreis vol ontberingen te voltooien.

The Wayfarers is een klein drama met een heel groot hart. We zien hier mensen, niet gehinderd door enige luxe, die niet zeuren wanneer ze iemand in nood moeten helpen. De dankbaarheid die volgt is al even ontroerend.

Nog te zien zaterdag 7 maart 21.30 uur in Rialto.

 

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars – Liever leven dan overleven
Ook verstoken van de obligate Bollywood-liedjes en -dansjes is Dolly Kitty and Those Twinkling Stars van de Indiase scenarist en regisseur Alankrita Shrivastava. Op CinemAsia 2016 won zij de publieksprijs met Lipstick Under My Burkha, dat vanwege de opzwepende verbeelding van rebelse vrouwen in eigen land verboden was. Ook in haar derde speelfilm worden taboes doorbroken en staat het verzet van vrouwen in een door mannen gedomineerde samenleving centraal.

De jonge Kajaal vertrekt naar een voorstad van New Delhi om werk te zoeken. Zij gaat logeren bij naar nicht Dolly, die naar buiten toe pretendeert een voorbeeldig en onbezorgd leven te leiden met haar man en twee zoontjes. Tijdens haar eerste baantje in een schoenenfabriek wenst Kajaal zich niet als een slaaf te laten behandelen. Nadat Dolly’s man zich aan haar probeert op te dringen, verkast Kajaal naar een hostel en vindt een baan in een callcenter waar ze, als Kitty, romantische gesprekken met telefonerende mannen moet voeren. Hoewel Dolly er aanvankelijk schande van spreekt, zeker nadat Kajaal verliefd wordt op een beller, laat ook zij zich niet langer ringeloren door haar directe (mannelijke) omgeving. Ook zij vindt een nieuwe liefde.

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars past goed in de huidige trend van vrouwen in India die voor hun eigen belangen en (seksuele) gevoelens opkomen. Een oprechte, sympathieke film met een lach en een traan die nergens vergeet onderhoudend te zijn.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.30 uur in Rialto en zaterdag 7 maart 14.00 uur in Rialto.

 

Gundala

Gundala – De eerste Indonesische superheld
Het grootste entertainmentbedrijf van Indonesië, Bumi Langit, publiceerde de afgelopen 60 jaar meer dan 500 karakters in stripverhalen. Als antwoord op de superheldenfilms van Marvel en DC Comics is Gundala het eerste populaire personage dat in een nieuwe reeks op het witte doek verschijnt. De ambities zijn er, maar om echt te concurreren is er qua originaliteit en uitvoering nog wel wat werk aan de winkel.

Het jochie Sancaka verliest zijn vader tijdens een gewelddadige arbeidersopstand en een jaar later verdwijnt zijn moeder spoorloos. Hij leert van zich af te bijten en gaat als hij volwassen is werken als beveiliger en monteur van een drukkerij. Net zoals Batman verliest Sancaka zijn ouders op jonge leeftijd en heeft hij één angst: geen vleermuizen, maar bliksem. Maar op het moment dat Sancaka wordt getroffen door de bliksem krijgt hij superkrachten en verandert hij in de superheld Gundala. Hij zal het opnemen tegen allerlei gespuis van de straat en de corrupte overheid die moordlustige wezen traint en hypnotiseert om de duistere samenleving verder te ontwrichten.

Gundala van Joko Anwar begint veelbelovend met een aardige premisse, mooie beelden en een jongetje dat wat doet denken aan zijn collegaatje in Lion (2016) dat aan zijn lot is overgelaten. Maar later wordt de film steeds rommeliger en stapelen de clichés en ongeloofwaardigheden zich op. Zo is de schurk een deels verbrande Two-Face, lijkt het muziekthema verdacht veel op dat van Marvel en begint het ook buiten het regenseizoen spontaan te bliksemen zodra Gundala superkrachten nodig heeft. Verder zien veel vechtscènes er even onbeholpen uit als de outfit van onze sympathieke superheld.

Gundala verdient een betere sequel. Ondertussen staat de volgende superheld van Bumi Langit aan de zijlijn te trappelen: de blinde zwaardvechter Mata Malaikat. Deze titelheld zal worden vertolkt door Iko Uwais (bekend van de The Raid-films), dus dan zijn spectaculaire martial arts in ieder geval gewaarborgd.

Nog te zien zaterdag 7 maart 19.15 uur in Studio/K.

 

Detention

Detention – Doden tot leven brengen
Een zenuwslopende, deprimerende film met een hoopvolle boodschap. Dat is Detention (Fanxiao) van John Hsu, die zijn debuut baseerde op een populair videospel. Plaats van handeling is een bijna uitgestorven school in Taiwan tijdens de Chinese staat van beleg in de jaren zestig. Hsu mengt intelligent een politiek drama met romantiek en horror. Stijlvol gefilmd, ingenieus gemonteerd en bij vlagen ontroerend.

Tijdens het totalitaire regime zijn de meeste boeken verboden. In de kelder van een school komen de leden van een geheim boekenclubje samen. Maar dan blijkt dat iemand het clubje heeft verraden, waardoor de andere leden worden gemarteld en vermoord. In een nachtmerrieachtige sfeer gaat een meisje op zoek naar antwoorden. En zoals dat gaat in nachtmerries weet je niet altijd wat en waarom iets gebeurt en bevind je je plots weer in een andere dimensie en situatie. De geluidsband is sinister, de beelden zijn afwisselend onheilspellend, luguber, angstaanjagend, maar op andere momenten poëtisch. De horrorelementen illustreren de verschrikkingen die de Taiwanese bevolking tijdens de Chinese onderdrukking moest ondergaan.

Het hoopvolle van Detention is dat het verbod van boeken ‘het woord’ nooit zal kunnen uitbannen. Dat blijkt onder meer wanneer een jongen en een meisje, die weten dat ze binnen worden afgeluisterd, liefdevolle zinnen voor elkaar op een papiertje schrijven. Buiten praten ze over de schoonheid van bloemen en tekenen ze de toetsen van een piano, zodat ze samen in hun gedachten muziek kunnen maken. Er is dus hoop na alle onderdrukking en verderf. Alles wat dood is, kun je weer tot leven brengen.

Nog te zien donderdag 5 maart 21.45 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 21.40 uur in Studio/K.

 

5 maart 2020

 

Deel 2

 

MEER FILMFESTIVAL

Vijf tips voor CinemAsia 2020

Vijf tips voor CinemAsia 2020
Stemmige film noir en hartverwarmend familiedrama

door Alfred Bos

In 2009 scheurde hij als vrijwilliger kaartjes bij de deur, sinds vorig jaar is Shiko Boxman de baas van het festival voor de film uit Azië. Hij geeft zijn tips voor CinemAsia 2020.

Als Koreaans adoptiekind van Nederlandse pleegouders is Yoon-shik (‘Shiko’) Boxman vloeiend in de cultuur van het westen én het oosten. Dat blijkt uit zijn filmsmaak. “Oldboy (Chan-wook Park, 2003) is voor mij de meest iconische film ooit. Die film had op mij zo’n impact omdat hij van een Koreaanse regisseur was. Dat zijn we hier in Nederland niet gewend. Er is geen regisseur die wraakgevoelens zo goed kan vertalen naar het witte doek.”

The Wild Goose Lake

The Wild Goose Lake

“Voor mij was Crouching Tiger, Hidden Dragon (2000) van Ang Lee een hele belangrijke film. Voor het eerst in mijn leven zag ik Aziatische acteurs in een volwaardige rol. Ik kan ook ontzettend genieten van Europese arthouse, de Dogma-films bijvoorbeeld. Alex van Warmerdam vind ik een fantastische regisseur, voor mij is Borgman (2013) de laatste echt goeie Nederlandse film geweest. Tarantino is ook bepalend geweest voor mijn jeugd en mij als filmliefhebber.”

Voor de 2020 editie van CinemAsia tipt hij de volgende films.

Gundala (Joko Anwar, 2019, Indonesië)
Joko Anwar is een van de meest zichtbare representanten van de opkomende cinema uit Indonesië. Twee jaar terug vertoonde CinemAsia zijn horrorfilm Satan’s Slave, een kassucces in zijn thuisland en verkocht aan meer dan veertig landen, en was de regisseur te gast op het festival als lid van de jury van de CinemAsia Jury Award. Anwar, begonnen als filmciticus van de Jakarta Post en scenarist, is goed thuis in het fantasy/horrorgenre. Gundala (‘bliksemschicht’) is de verfilming van een Indonesische strip uit de jaren zeventig over de wetenschapper Santaca die als superheld met bliksemkrachten het opneemt tegen duivels geboefte. Gundala, zoon van de bliksem, is de Aziatische tegenhanger van de Amerikaanse superhelden The Flash en Black Lightning.

Te zien woensdag 4 maart 21.30 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 19.15 uur in Studio/K.

Fagara (Heiward Mak, 2019, Hong Kong)
Fagara
markeert de comeback van Heiward Man, na haar veelbelovende speelfilmdebuut, het tienerdrama High Noon (2008), gemaakt toen ze 23 was, en enkele minder geslaagde commerciële projecten. Tijdens de begrafenis van haar vader ontmoet een jonge vrouw uit Hong Kong twee halfzussen van andere moeders. De een, een androgyne snookerprofessional uit Taiwan, kan niet overweg met haar moeder. De ander, een modebewuste vlogger uit China, verweert zich tegen oma die haar graag ziet trouwen. Gezamenlijk moeten ze het familierestaurant draaiende houden. Fagara is vergeleken met het werk van de Japanse meester van het gezinsdrama, Hirokazu Kore-eda.

Te zien donderdag 5 maart 21.30 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 19.00 uur in Rialto,

The Wayfarers (Goutam Ghose, 2019, India)
Deze onafhankelijke productie van de Bengaalse veteraan Goutam Ghose heeft twee heuse filmsterren (Adil Hussein, Life of Pi, en Tillotama Shome, Monsoon Wedding) in de hoofdrollen. De Indiase titel Raahgit verwijst naar een Indiase actiegroep die verstopte wegen op aangewezen dagen wil afsluiten voor verkeer; in de film zijn de wegen verlaten. Een vrouw op zoek naar werk en voedsel voor haar straatarme gezin ontmoet een rondreizende acrobaat. Gezamenlijk helpen ze een andere vreemdeling, een marskramer die met zijn brakke machine twee halfdode bedelaars naar het ziekenhuis brengt. De omstandigheden zijn bruut, het landschap leeg en het leven hard. The Wayfarers heeft de eenvoud van een fabel en ontroert door zijn empathie met verschoppelingen.

Te zien woensdag 4 maart 17.15 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 21.30 uur in Rialto.

Suk Suk (Ray Yeung, Hong Kong, 2019)
Twee mannen op leeftijd, de een getrouwd en de ander weduwnaar die inwoont bij het christelijke gezin van zijn zoon, ontmoeten elkaar bij toeval en worden een stel. Suk Suk, de derde film van regisseur Ray Yeung, is genomineerd voor de publieksprijs van het recente filmfestival van Berlijn en werd onderscheiden met de Hong Kong Film Critics Society Award. In 2016 vertoonde CinemAsia Yeungs tweede speelfilm, Front Cover, eveneens rond LGBT-thematiek. Acteur Chun-yip Lo, hij speelt de zoon, zal tijdens het festival aanwezig zijn.

Te zien donderdag 5 maart 19.05 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 16.40 uur in Studio/K.

The Wild Goose Lake (Yi’nan Diao, China, 2019)
Stemmige film noir van de regisseur die vijf jaar terug verraste met de donkere thriller Black Coal, Thin Ice, destijds goed voor de Gouden Beer van het filmfestival in Berlijn. In The Wild Goose Lake zijn het niet ijs, vrieskou en zielloze provinciesteden die de sfeer bepalen, maar regen, broei en neon. Tijdens een gangsteroorlog doodt de baas van een misdaadfamilie een agent en wordt gezocht door autoriteiten en criminelen. Ook in China is de film ondertiteld, want de taal is het dialect van Wuhan. Deze arthouse-misdaadthriller was te zien tijdens het recente filmfestival van Rotterdam en krijgt vanaf 12 maart een landelijke release.

Te zien vrijdag 6 maart 21.15 uur in Studio/K.

 

Kaarten voor deze en andere films die draaien tijdens CinemAsia 2020 zijn te bestellen via de website.

 

4 maart 2020

 

Lees hier ons lange interview met Shiko Boxman.

 


MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia na de Oscar voor Parasite

Erkenning voor ondertitelde films
CinemAsia na de Oscar voor Parasite

door Alfred Bos

Op CinemAsia staan films uit Azië centraal. Het festival wil een brug slaan tussen oost en west, aldus de nieuwe directeur Shiko Boxman. “Wat wij al zestien jaar propageren, wordt nu door de mainstream opgepakt.”

“Het succes van Parasite komt niet uit de lucht vallen”, zegt Shiko Boxman wanneer we de trap oplopen. CinemAsia houdt kantoor in Studio/K, de door studenten bestierde bioscoop in de Indische buurt in Amsterdam-Oost, de hipste en meest pluriforme wijk van Neerlands hoofdstad. “We zagen het aankomen en we zijn verheugd over de erkenning.”

Boxman heeft recht van spreken. Een paar maanden eerder, kort voor de Nederlandse release van Parasite, vertoonde CinemAsia een drietal Zuid-Koreaanse films die regisseur Bong Joon-ho hadden geïnspireerd. De cineast leidde ze zelf in, via Skype.

Gundala

Gundala

“Het is in zekere zin ook erkenning voor CinemAsia”, zegt de festivaldirecteur naar aanleiding van de Oscar voor Parasite als Beste Film. Het is de eerste maal dat een niet-Engelstalige film met die eer strijkt, een historisch moment. In 2014 opende CinemAsia met Snowpiercer van Bong Joon-ho. “Voor ons is het nu zaak om de pracht en de kracht van de filmindustrieën uit landen als Indonesië, Thailand en de Filipijnen te laten zien.”

De belangrijkste Oscar voor een film met ondertitels uit een ver en – in sommige opzichten – exotisch land, wat betekent dat voor de cinema uit Azië? “Heel veel”, meent Boxman. “Niet alleen voor filmmakers uit Azië, maar voor filmmakers uit Zuid-Amerika en Afrika. Er is erkenning voor films met ondertitels. Je kent vast deze grap. Iemand die twee talen spreekt is tweetalig. Iemand die zeven talen spreekt is een polyglot. En iemand die één taal spreekt is een Amerikaan.”

Shiko Boxman

Shiko Boxman

Talentontwikkeling
Film, en cultuur in het algemeen, zijn een subtiele manier om invloed, aanzien en macht te verwerven: soft power. Boxman: “Zuid-Korea heeft miljoenen geïnvesteerd in de filmindustrie. De halyu, de Koreaanse wave van K-pop, K-anima en K-cinema, heeft de afgelopen tien jaar de culturele invloed van Zuid-Korea wereldwijd versterkt. Als het Zuid-Korea kan lukken om strategisch beleid te voeren waarin economische belangen worden ondersteund door culturele invloed, kan dat gelden voor Indonesië, Thailand en de Filipijnen, maar ook voor landen als Brazilië en Colombia.”

Boxman nam vorig jaar het stokje over van algemeen directeur Hui Hui Pan en artistiek directeur Maggie Lee. Hij ziet voor CinemAsia een rol in de ontwikkeling van talent. “De discussie over cultuurbeleid gaat momenteel over diversiteit en inclusiviteit. Dat wordt vaak uitgelegd als ‘we moeten meer mensen van kleur in onze organisatie hebben’. Mijn kijk daarop is: er moet in het bestaande aanbod van programmering ruimte gemaakt worden voor narratieven in andere talen en uit andere culturen”.

“Dat begint bij ons team. Maar waar vindt je een programmeur met een Nederlands-Indonesisch perspectief? Die zijn er niet zoveel, wat betekent dat we ze zelf moeten opleiden. Bij mijn aantreden heb ik ervoor gekozen om dat tot speerpunt te maken. Dat heeft geleid tot de oprichting van CinemAsia Academy, een opleidingsprogramma. We vinden dat er te weinig Nederlanders met een Aziatische achtergrond werkzaam zijn in de Nederlandse filmindustrie.”

De filmvoorstellingen krijgen tijdens CinemAsia een introductie waarin achtergrond en context van de film wordt geschetst. Boxman profileert het filmfestival CinemAsia ook als kennisinstituut. “Dat zien we breder dan film alleen, als cultuur in het algemeen. In de aankomende jaren wil ik de aangewezen organisatie worden als het gaat over Aziatische popcultuur en filmcultuur. We krijgen steeds vaker telefoontjes van distributeurs die een Aziatische film hebben aangekocht: wat is jullie idee? Dan geven we een ongezouten mening.”

Parasite

Parasite

Superheld uit Indonesië
Van de 492 films die er in 2019 in Nederland in omloop gingen, kwamen er 108 niet uit Nederland (76), Europa (163) of Amerika (145). ‘De rest van de wereld’ is dus goed voor ruwweg een vijfde van het filmaanbod in de Nederlandse bioscoop. Terwijl zestig procent van de filmproductie uit Azië komt.

Boxman: “Ik denk dat Afrika ook een voorbeeld is van verschrikkelijk veel onontdekt filmtalent. CinemAsia heeft bestaansrecht omdat het iets toevoegt aan het filmaanbod. Als cinema uit Azië hier meer populariteit zou genieten, dan zouden we niet nodig zijn. We proberen al zestien jaar een lans te breken voor de Aziatische film.  Gelukkig komt daar mondjesmaat verandering in. Er zijn distributeurs die ons bellen en een vorm van samenwerking zoeken.”

Hij tipt Indonesië als filmland om in de gaten te houden. Tijdens de openingsavond vertoont CinemAsia de superheldenfilm Gundala van Joko Anwar, naar een populaire Indonesische strip uit de jaren tachtig. Het is de eerste film in een geplande reeks, waarmee de Aziatische cinema weerwoord geeft aan de razend populaire franchise van Marvel.

Ook de zien is het interculturele drama Bumi Manusia van Hanung Bramantyo. “Een fantastische film met een confronterend beeld over de raciale tegenstellingen tijdens het koloniale bewind van Nederland in Indonesië. We hoopten stiekem dat De Oost van Jim Taihuttu op tijd klaar zou zijn voor het festival, maar die wordt verwacht voor september.”

Nieuw voor CinemAsia zijn films uit India: Dolly Kitty and Those Twinkling Stars en The Wayfarers. Boxman: “In Nederland en de rest van de wereld wordt alleen aandacht besteed aan Bollywood. De films die we uit India hebben geprogrammeerd zijn juist géén Bollywood, maar maatschappijkritisch. Daarmee willen we de verscheidenheid van het subcontinent India laten zien. Opmerkelijk is dat er een coproductie is opgezet van Bollywood en Noord-Korea, daar houden ze heel erg van dat theatrale song and dance. Dat zul je steeds meer gaan zien: coproducties binnen Azië die de pluriformiteit van het continent tonen.”

Coming Home Again

Coming Home Again

Diaspora
Gastcurator Léo Soesanto, programmeur van filmfestivals in Cannes, Bordeaux en Rotterdam, heeft een focusprogramma samengesteld rond het thema diaspora, met films die niet zijn geproduceerd in het land waaruit de regisseur komt. Boxman: “Met die films willen we duidelijk maken dat regisseurs met een diaspora-achtergrond de wereld door een hele andere lens bekijken. Waar voel ik me thuis? Aan het diasporathema besteden we al dertien jaar aandacht via ons Filmlab.”

Ontworteling, het ontheemd-zijn, is bij uitstek een eenentwintigste-eeuws thema, beaamt hij. “Een mooi voorbeeld is Coming Home Again van Wayne Wang, een regisseur uit Hong Kong die op basis van een Koreaans script in Amerika een film heeft gemaakt over een Koreaanse immigrantenfamilie in Amerika.”

CinemAsia biedt meer dertig films, allemaal nieuw voor Nederland  en in een aantal gevallen nieuw voor Europa. A Man Called Ahok (Putrama Tuta, Indonesië), Yellow Ribbon (Hyun-sook Ju, Zuid-Korea) en Moonlit Winter (Dae-hyung Lim, Zuid-Korea) zijn voor het eerst buiten hun land van herkomst te zien. In het LBGTQ+ programma, vast onderdeel van CinemAsia, valt Suk Suk (Ray Yeung, Hong Kong) op. De film over een homopaar op leeftijd kreeg negen nominaties voor de Hong Kong Film Awards en is uitgeroepen tot de beste Hong Kong-productie van het jaar.

De opvallendste film in de programmering is wellicht Lulana: A Yak in the Classroom van Pawo Choying Dorji uit Himalaya-land Bhutan. Shiko Boxman stelt dat CinemAsia ook films wil tonen uit regio’s in Azië waar de filmindustrie in opkomst is, zoals Bhutan en Nepal. “We willen aandacht vragen voor jonge filmmakers uit landen waar nog geen levendige filmindustrie is, dat is een van onze verantwoordelijkheden. Een screeningmogelijkheid in het buitenland werkt enorm motiverend.”

CinemAsia Film Festival: van woensdag 4 tot en met zondag 8 maart in Studio/K en Rialto te Amsterdam.

 

2 maart 2020

 

Shiko Boxmans tips voor CinemAsia 2020.

 

MEER INTERVIEWS

Sibel

****
recensie Sibel

Ode aan de underdog

door Cor Oliemeulen

Sibel kan sinds een ziekte in haar kindertijd niet meer spreken en bedient zich van een fluittaal. Wegens haar handicap wordt ze niet geaccepteerd door de kleine gemeenschap in de bergachtige Zwarte Zee-regio van Noordoost-Turkije. Sibel mag dan wel refereren naar klassieke sprookjes, maar is vooral een parabel over vrijheid.

Met haar grote vurige ogen en haar onafhankelijke geest is de 25-jarige Sibel (Damla Sönmez) een opvallende verschijning. Als ze met de andere vrouwen op het land werkt, moet ze bij hen uit de buurt blijven, want misschien is haar stomheid wel besmettelijk. Ook haar zusje Fatma (Elit Iscan) moet niets van haar hebben; ze stuurt Sibel onverbiddelijk weg als zij onaangekondigd op een traditionele bruiloft verschijnt.

Sibel

Jacht
Sinds de dood van zijn vrouw is Sibel het oogappeltje van hun vader (Emin Gürsoy), het hoofd van het dorp. Hij leert Sibel jagen en geeft haar een geweer, waarmee zij op jacht gaat naar een boze wolf in de bossen die de dorpelingen zou bedreigen. Sibel hoopt dat ze eindelijk zal worden geaccepteerd wanneer ze de wolf heeft gedood. De enige buiten haar vader met wie ze menselijk contact heeft, is de oudere vrouw Narin (Meral Çetinkaya) die in een huisje in de bossen woont en haar verstand lijkt te hebben verloren nadat haar man verdween.

In plaats van een wolf treft Sibel op een dag ene Ali (Erkan Kolçak Köstendil) aan in een kuil met puntige stokken. Hij is op de vlucht, maar dat weerhoudt Sibel er niet van om zijn wonden met plantenextracten te verzorgen en langzaam een band met hem op te bouwen. Zij geeft hem te eten en wat praktische zaken en leert hem zelfs wat kneepjes van de lokale fluittaal. Maar als Sibel in de bossen wordt gesignaleerd met deze gevaarlijk geachte man, neemt de weerstand tegen haar, maar ook haar vader en zusje toe. Met dramatische gevolgen.

Sibel

Fluittaal
Waar de recente Roemeense neo-noir The Whistlers een fluittaal in al zijn meligheid laat dienen als codetaal, is de ‘vogeltaal’ (Kuş dili) in Sibel zeer realistisch. Onderzoekers ontdekten weliswaar soortelijke fluittalen in Frankrijk, Spanje, China en Mexico, echter de Turkse variant draagt het verst. Door een zeer hoge frequentie van 4.000 Herz kan door de diepe valleien een afstand van vijf kilometer worden overbrugd. Niet zomaar simpele mededelingen, maar ook ingewikkelde zinnen. Tussen de geluiden van de natuur en het oproepgebed hoor je in deze contreien dus regelmatig schel fluitende autochtonen.

Guillaume Giovanetti en Çagla Zencirci maakten kennis met de fluittaal in Kusköy, dat bekendstaat als ‘Dorp van de vogels’, en besloten er de film Sibel te maken. Het titelpersonage leerde ter plekke de vertalingen uit het Turks, alsook de speciale fluittechnieken met en zonder het gebruik van vingers. Nog zo’n tienduizend mensen in deze regio communiceren als zodanig en de fluittaal wordt zowaar sinds kort aangeboden op de universiteit van Giresun in Noordoost-Turkije. Hoewel de verspreiding van mobieltjes toeneemt, probeert ook een jaarlijks festival de 500 jaar oude traditie levend te houden.

Sibel

Universeel
Traditie is ook de rode draad in Sibel, dat qua thema en locatie sterk verwant is aan Mustang (2015) waarin Turkse zusjes zich trachten te ontdoen van hun beklemmende bestemming in een patriarchale, star religieuze omgeving. Sibel kent in dat opzicht minder nuance en diepgang dan Mustang en beperkt zich tot vrij stereotiepe beelden van wel of geen hoofddoekje, het voorkomen van schande, en het redden van eer en aanzien.

Ook de verhouding tussen man en vrouw ligt er wat dik bovenop, hoewel zowel Ali als Sibels vader zich door de omstandigheden enigszins weten aan te passen. Wat we niet in de film zien is dat in deze traditionele regio een fanatieke vrouwenactiegroep strijdt om de natuur te beschermen tegen de oprukkende mijnbouwbedrijven. Volgens sommigen zijn hier de mannen sowieso minder strijdbaar dan vrouwen.

In Sibel is het enige strijdbare personage de titelheldin, die teleurstellingen en vernederingen moet trotseren. Ze is veel strijdbaarder dan de enige mannen in het verhaal – Ali en haar vader – die op hun manier dapper proberen te zijn. Maar in feite is de gemeenschap met haar traditionele waarden en normen waarin Sibel leeft helemaal niet zo relevant. De makers vertellen een universele boodschap, die wat doet denken aan Roodkapje en De Wolf of Assepoester. Eenvoudig, begrijpelijk voor kinderen, is Sibel hoofdzakelijk een ode aan de onafhankelijke geest en het streven naar acceptatie.

 

28 februari 2020

 

ALLE RECENSIES