The President’s Cake

***
recensie The President’s Cake
Avontuurlijke zoektocht naar ingrediënten

door Jochum de Graaf

Het is 26 april 1990. Over twee dagen is Saddam Hoessein, de wrede dictator van Irak, jarig en dat moet in het hele land uitbundig gevierd worden. Op een basisschool in het zuiden, de Mesopotamische moerasdelta, moeten alle leerlingen hun namen op een papiertje schrijven en dat in een koekblik doen. De meester pakt de lootjes een voor een en vertelt dan wat de opdracht voor een cadeautje wordt. De 9-jarige Lamia moet een taart voor Saddam bakken.

Het is de vooravond van de annexatie van Koeweit door Irak en de daarop volgende Tweede Golfoorlog, de inval van een internationale troepenmacht onder leiding van de VS, Operation Desert Storm. We zien straaljagers over de schitterende moerasdelta scheren. Het is een bijzonder gebied, rond de Eufraat en Tigris, de bakermat van onze beschaving, onderdeel van het werelderfgoed in het verder nogal dorre woestijnland Irak. Na de Golfoorlog werd het een toevluchtsoord voor tegenstanders van Saddam, die ze op straffe wijze probeerde uit te roken door hele moerassen droog te leggen.

The President’s Cake

Oorlogsdreiging
In The President’s Cake is de oorlogsdreiging al voelbaar. Irak heeft ernstig te leiden onder internationale sancties, er zijn grote voedseltekorten. Wanneer Lamia en grootmoeder Bibi naar de markt gaan om de ingrediënten voor de taart te kopen, zijn boter, suiker, bloem en eieren maar in beperkte mate te verkrijgen en bovendien tegen schreiend hoge prijzen. Grootmoeder Bibi bedenkt dat ze betere mogelijkheden in de grote stad zullen hebben. Ze nemen het een en ander aan huiselijke handelswaar mee, maar ook de haan Hindi. Geld voor de bus hebben ze niet. Ze krijgen een lift van de postbode uit hun dorp.

Eenmaal in Bagdad wil Bibi Lamia bij een ver familielid onderbrengen, want arm als ze is, kan ze niet meer goed voor haar zorgen. Lamia wil daar niets van weten, vlucht het huis uit en gaat zelf op zoek naar de ingrediënten, haan Hindi onder de arm. Ze komt klasgenoot Saeed tegen, die heimelijk verliefd is op Lamia, en van de meester de opdracht had gekregen om het fruit voor de cake te leveren. Saeed neemt het wat minder nauw met normen en waarden en deinst er niet voor terug Lamia te betrekken in een afleidingsmanoeuvre zodat hij in een fruitkraam zijn slag kan slaan. Ondertussen doet grootmoeder Bibi naarstige pogingen de politie in te schakelen om haar kleindochter op te sporen, maar die ondernemen weinig moeite omdat de arme plattelandsvrouw hen weinig te bieden heeft.

Komisch, soms hard realistisch
Overal in de stad is de dictatuur voelbaar, er is nauwelijks een straatbeeld zonder spandoeken of een poster waarop de lof en trouw aan de grote leider Saddam wordt betuigd. We zien een aantal keer groepjes demonstranten die luidkeels hun loyaliteit en trouw aan de grote leider schreeuwen: ‘Met ons bloed en onze ziel offeren wij ons op voor jou, Saddam’.

The President’s Cake laat vooral zien hoe gewone mensen onder het grotesk dictatoriaal regime van Saddam Hoessein toch iets van hun leven proberen te maken. In de strijd om rond te komen wil iedereen eerst en vooral het eigen hachje redden en wanneer ze iemand anders behulpzaam zijn is dat louter en alleen opportunisme.

The President’s Cake

De zoektocht naar ingrediënten levert een komisch drama op, al zijn er soms harde, realistische scènes. Er is het verhaal van de medepassagier in de auto op weg naar de grote stad, een man die blind is geworden door een Amerikaanse bom. Hij is op weg naar zijn verloofde die hij nog nooit heeft gezien, dus zegt ie: ‘Het maakt niet uit of ze niet mooi is.’ In de zijlijn zien we een kruidenier die een zwangere klant zeldzame zoetigheden aanbiedt in ruil voor een vluggertje, terwijl Saeed en Lamia de uitstalling buiten de winkel in de gaten moeten houden. En, tamelijk ernstig, een oudere man belooft Lamia wat bakpoeder als ze met hem meegaat naar zijn appartement. 

Haan Hindi
The President’s Cake is de eerste Iraakse film die geselecteerd werd voor Cannes vorig jaar en de Camera d’Or won. Regisseur Hasan Hadi kreeg voor zijn debuutfilm hulp uit Hollywood, van onder anderen scenarioschrijver Eric Roth (Ali, Forrest Gump) en producent/regisseur Chris Columbus (Home Alone en Harry Potter-films).

Extra speciaal is dat de cast uit louter niet-professionele Iraakse acteurs bestaat. Al is dat niet op alle fronten even geslaagd en had het scenario korter gekund en meer vaart mogen hebben. Baneen Ahmad Nayyef als de 9-jarig Lamia levert een heel behoorlijke acteerprestatie. Maar de meeste indruk maakt haan Hindi die bij de meeste enerverende ontwikkelingen rustig in de speciale doek onder Lamia’s arm blijft zitten, op zeker moment in alle tumult moet vluchten, maar toch weer bij zijn bazin terugkeert.

 

14 mei 2026

 

ALLE RECENSIES

CinemAsia 2026 – Deel 3: De beste film die je nooit zag

CinemAsia 2026 – Deel 3:
De beste film die je nooit zag

door Tim Bouwhuis

In Nederland vinden er op jaarbasis tientallen filmfestivals plaats en heeft bijna elke (middel)grote stad een eigen filmtheater. Het is lastig om je een situatie voor te stellen waarin vertoningsopties als sneeuw voor de zon verdwijnen – al konden we er in coronatijd aan ruiken. Twee films op deze editie van CinemAsia memoreren elk vanuit een eigen invalshoek het belang van creatieve inspiratie en een bruisende filmcultuur.

In de jaren zeventig verteerde het wrede regime van de Rode Khmer de voedingsbodem voor de productie en vertoning van nieuwe films in Cambodja. Plaatselijke filmtheaters gingen in as op, creatieve geesten moesten vluchten en de films zelf leefden alleen nog in de herinnering voort. De Cambodjaans-Franse filmmaker Davy Chou werd geboren in 1983, tien jaar nadat zijn ouders vanuit hun geboorteland naar Frankrijk waren gevlucht. In 2011 maakte Chou Golden Slumbers (Le sommeil d’or), een documentaire over de filmcultuur die door het regime werd vernietigd.

Golden Slumbers

Golden Slumbers

Regietalent
Het is geen toeval dat de eerste langspeler van Chou – die later de sfeervolle drama’s Diamond Island en Return to Seoul maakte –  vijftien jaar na dato een speciale vertoning kreeg op CinemAsia. In 2014 was de regisseur een van de oprichters van het productiebedrijf Anti-Archive, dat opkomende filmmakers in Cambodja en naburige landen ondersteunt. Polen Ly is een van de creatieve talenten die de voorbije jaren door Chou werd opgemerkt, en zijn meditatieve drama Becoming Human opende op 8 april CinemAsia.

Het raakte Ly zichtbaar dat hij na het presenteren van zijn eigen film ook Golden Slumbers aan het Amsterdamse publiek mocht voorstellen. Niet alleen zijn Chou en Anti-Archive bepalend geweest voor de (jonge) carrière van de zevenendertigjarige maker, ook thematisch is er een sterke overlap tussen Golden Slumbers en zijn Becoming Human.

De camera als geest
Becoming Human speelt zich af in een oude, verlaten bioscoop, waar een geest in een meisjeslichaam toeziet hoe het complex dreigt te worden gesloopt. “Ook al ligt het dak half in puin en hangt het vergane filmdoek nog maar aan een kant vast, de bioscoop fungeert als een spirituele ruimte waarin herinneringen blijven rondwaren”, schrijft Cor Oliemeulen in zijn bespreking. In Golden Slumbers dwaalt de camera met lome panbewegingen door een bioscoop van ooit, die nu dienstdoet als een recreatief oord. Chou’s camera beweegt als een geest die de mens is voorgegaan: waar nu pooltafels staan, waakte zij eerder over het welzijn van de filmgangers.

Toen Ly research deed voor zijn Becoming Human ontmoette hij onder meer de projectionist die vroeger in de verlaten bioscoop had gewerkt. Op gelijkaardige wijze zien we Chou spreken met mensen die vóór de Rode Khmer hun stempel op de Cambodjaanse filmcultuur drukten, of herinneringen koesteren aan producties uit die tijd. Bijzonder is dat waar veel van de films volledig verloren zijn gegaan, de muziek in veel gevallen nog wel is te beluisteren. In de prachtige epiloog vertelt een man met passie het verhaal van The Seahorse, een onafgemaakte fantasyproductie uit die tragische zeventiger jaren. Ongetwijfeld is het de beste Cambodjaanse film die je nooit zag.

Two Seasons, Two Strangers

Two Seasons, Two Strangers

Een film in een film
Ook het Japanse drama Two Seasons, Two Strangers is een film óver film. De winnaar van het prestigieuze Gouden Luipaard op het voorbije filmfestival van Locarno draait niet om de fysieke vernietiging van film en zijn vertoningsplekken, maar om het verlies van creatieve inspiratie. Al in de eerste beelden legt regisseur Sho Miyake (een prettige terugkerende naam in het festivalcircuit; alleen Small, Slow But Steady (2023) werd in Nederland uitgebracht) een duidelijke link tussen de pennenstreken van een scenariste en de lome, zomerse ontmoeting waarin we worden meegenomen. Even later, op het hoogtepunt van de vertelling, verlaten we het kader van de film-in-de-film en bevinden we ons plots in een bioscoopzaal.

Two Seasons, Two Strangers bestaat uit twee scherp van elkaar te onderscheiden delen. Deel één maakt ons deelgenoot van de verbeelding van de scenariste. Twee volstrekte vreemden van elkaar ontmoeten elkaar op een strand en maken een wandeling. Opvallend is een extreem wijd shot van een bomenrij, die kalm meewuift op het ritme van de wind. Conflict tussen de personages blijft uit – de toevallige bekenden zijn één met hun omgeving.

Zoeken naar jezelf
Bij de vertoning in de bioscoopzaal zijn ook de regisseur en de Koreaanse scenariste Li aanwezig, en in het tweede deel blijkt laatstgenoemde de échte hoofdpersoon van een film. Leergierige studenten stellen geïnspireerde vragen over het maakproces, maar de scenariste kan niet met volle overtuiging antwoorden. Ook nu het product van haar creatieve ingevingen op het grote doek te bewonderen valt, lijkt een gebrek aan inspiratie en identiteit haar nog parten te spelen.

In winterse sferen trekt de scenariste naar een gasthuis in de bergen, waar ze een bijzondere band opbouwt met de gastheer. De toonzetting van de ontmoeting is sereen, net als bij de ontmoeting tussen de vreemdelingen eerder in Li’s film. Miyake had de identiteitscrisis van de scenariste concreter kunnen benaderen; het siert hem dat hij weinig woorden gebruikt en overmatig conflict vermijdt, maar dat maakt het in dit geval wel een uitdaging om goed tot de psyche van Li door te dringen. Wie het geduld kan opbrengen, wordt beloond met een prettig voortkabbelende meditatie over de ongrijpbare natuur van creatieve inspiratie.

De verlaten zalen van vandaag
Het is een voorrecht om onze hersenspinsels onvoorwaardelijk te kunnen delen, op welke tijd en plaats dan ook. De tragiek en hoopvolle herinneringen van Golden Slumbers zijn daar een ultieme getuige van. En als de teneur van Becoming Human zich doorzet, waken de geesten van nú over vijftig jaar misschien wel over de verlaten zalen van vandaag.

Becoming Human is op 12 april nog eenmaal te zien. Two Seasons, Two Strangers op 11 april.

 

11 april 2026

 

CinemAsia 2026 – Deel 1: Hoop versus pessimisme
CinemAsia 2026 – Deel 2: Filmmakers met perspectief

 

MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2026 – Deel 2: Filmmakers met perspectief

CinemAsia 2026 – Deel 2:
Filmmakers met perspectief

door Cor Oliemeulen

Van de twaalf debuutfilms op CinemAsia 2026 bespreken we in deze bijdrage drie voorbeelden van filmmakers met perspectief. Een Taiwanese coming of age over huiselijk geweld, een MeToo-drama uit India en een Indonesische Gen Z-komedie.

 

Girl

Girl – Huiselijk geweld in Taiwan
De Taiwanese Shu Qi is in eigen land een graag geziene actrice die prestigieuze prijzen won. Bij ons is ze vooral bekend van haar ingetogen hoofdrol als huurmoordenaar in het zwaardvechtdrama The Assassin (2015) van Hou Hsiao-hsien. Met het deels autobiografische coming-of-age-drama Girl maakte Shu Qi haar verdienstelijke regiedebuut. In de film zie je invloeden van Hou Hsiao-hsiens trage, observerende stijl.

Girl speelt zich af in het Taiwan van de late jaren tachtig en volgt Hsiao-lee, een meisje dat opgroeit in een gewelddadig gezin. Haar vader is een alcoholist die haar moeder mishandelt, terwijl diezelfde moeder haar frustraties op haar dochter botviert. Alleen het jongste zusje lijkt aan de spanningen te ontsnappen. Gaandeweg wordt gesuggereerd dat ook Hsiao-lee slachtoffer van misbruik is, wat haar angstige gedrag en terugkerende nachtmerries verklaart.

Een kantelpunt in haar leven komt als ze bevriend raakt met haar nieuwe klasgenootje Li Li-li, een rebels meisje met haar eigen problemen, die Hsiao-lee laat kennismaken met nieuwe vrijheden: hippe kleren, make-up, sigaretten en drank. Hier lacht ze voor het eerst. Zowel in dit avontuurlijke escapisme als in de harde realiteit en in de korte dromerige scènes blijft titelvertolkster Bai Xiao-Ying geloofwaardig, gesteund door de beklemmende cinematografie, die als een verstikkende deken over de film heen ligt.

Ook stilistisch sluit de film aan bij de traditie van Hou Hsiao-hsien, met een sobere, observerende stijl en een elliptische vertelstructuur waarin sommige cruciale gebeurtenissen buiten beeld blijven. Maar waar Hou Hsiao-hsien vaak op afstand observeert, zit bij Shu Qi de camera dichter op de huid, waardoor de film minder als observatie en meer als innerlijke ervaring aanvoelt. Het huiselijke geweld wordt niet expliciet getoond, de emotionele impact staat centraal.

Kijk hier waar deze film draait.

 

Pinch

Pinch – MeToo in Indiase familie
Met Pinch maakt Uttera Singh een persoonlijk debuut: ze schreef, regisseerde en speelt zelf de hoofdrol. In 83 minuten schetst ze een ongemakkelijk portret van hoe een ogenschijnlijk “klein” incident – een betasting – binnen de hechte omgeving van een appartementencomplex zowel schaamte en stilte als roddel en tumult veroorzaakt.

Het begint allemaal als de vrolijke reisblogger Maitri (Uttera Singh) in de nachtbus op weg naar een tempelfeest wordt betast door haar oom. Hij is ook de huisbaas en een gerespecteerd man die “altijd voor iedereen klaarstaat”. Haar moeder sust: “Hij is er altijd voor ons geweest. Iedereen maakt zoiets mee. Gelukkig ben je niet verkracht.” De angst voor roddel en reputatieschade weegt zwaarder dan Maitri’s vervelende ervaring. Stilte is de norm.

Singh kiest niet voor een aanklacht tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar voor een klein drama dat een traumatisch voorval combineert met de absurde gevolgen. Met wrange, ongemakkelijke humor legt ze de focus op de reacties van mensen in de omgeving die de situatie bagatelliseren of ontwijken. Wanneer Maitri haar oom op een ‘gepaste’ manier confronteert met zijn daad en ontkenning, ontstaat er een kettingreactie die de verhoudingen binnen de gemeenschap verder op scherp zet.

De kracht van de film zit vooral in wat niet wordt gezegd: in stiltes, blikken en halve zinnen. Zo laat de film zien hoe een systeem niet alleen draait om een dader, maar ook uit de reacties eromheen. Al even kenmerkend is het gebruik van muzikale intermezzo’s die binnen de Indiase filmtraditie passen en het ritme en de emotie van de film sturen. In Pinch werken ze vooral als korte ademhalingen tussen de vlot gesneden scènes. Dat alles neemt niet weg dat Singhs filmdebuut behoedzaam blijft, waar een scherpere aanklacht meer impact had kunnen hebben.

Kijk hier waar deze film draait.

 

Better Off Dead

Better Off Dead – Angst om onzichtbaar te zijn
De titel en premisse van het Indonesische Better Off Dead doen in eerste instantie denken aan de gelijknamige Amerikaanse cultfilm uit 1985 waarin een depressieve jongen dood wil nadat hij door zijn vriendin is gedumpt. Omara Esteghlal, die in het filmdebuut van Kristo Immanuel een weinig geziene en gewaardeerde jongeman speelt, is geen John Cusack, maar probeert toch wat te maken van deze donkere komedie, die zich vooral richt op de huidige generatie tieners.

Hij speelt de rol van Gema, enig kind en een sociaal ongemakkelijke jongen die na de dood van zijn vader – een oplichter die allang uit beeld is verdwenen – plots warme aandacht van zijn collega’s krijgt. Het gevoel van al die lieve woordjes, troostende handen en armen probeert hij koste wat koste vast te houden. Nadat de aandacht is weggeëbd, moet Gema iets nieuws verzinnen: de dood van zijn kat. Dat werkt ook goed, maar de ontvangen warmte en liefde blijkt ook ditmaal van korte duur. Uiteindelijk vraagt hij zich af of hij niet beter zelf dood kan zijn.

Volgens regisseur Immanuel is zijn film een zwarte komedie over dood, eenzaamheid en menselijke verbinding. Die insteek voel je in bijna elke scène: de humor is niet vrijblijvend, maar wringt met onderliggende thema’s als isolatie, behoefte aan erkenning en sociale druk. Wie door de kolderieke situaties en snelle dialogen (ook met een foto van Gema als kind) heen kijkt, ziet een somber portret van een generatie die moeite heeft om verbinding te maken. Toch wint de oppervlakkigheid van de inhoud. Het hoge tempo en de vele (vaak melige) grappen bieden nauwelijks ruimte voor de emotionele kant van de personages. Wel leuk genoeg om met je vriendengroep te gaan kijken.

Kijk hier waar deze film draait.

 

9 april 2026

 

CinemAsia 2026 – Deel 1: Hoop versus pessimisme
CinemAsia 2026 – Deel 3: De beste film die je nooit zag

 


MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2026 – Deel 1: Hoop versus pessimisme

CinemAsia 2026 – Deel 1:
Hoop versus pessimisme

door Cor Oliemeulen

Het poëtisch-spirituele Cambodjaanse drama Becoming Human opent de achttiende editie van CinemAsia, dat van 8 tot en met 12 april wordt gehouden op drie locaties in Amsterdam. Waar deze film laat voelen wat het betekent om mens te zijn, toont het pessimistische Thaise drama Human Resource hoe moeilijk het is om mens te blijven. 

 

Becoming Human

Becoming Human – Eenzame geest zonder doel
De teloorgang van een bioscoop in films roept de vraag op wat er overblijft als er alleen nog de herinnering aan beelden bestaat. Misschien wel het bekendste voorbeeld is Goodbye, Dragon Inn (2003). De Taiwanese filmmaker Ming-liang Tsai bracht met die film niet alleen een eerbetoon aan de cinema, maar benadrukte ook het thema van een verdwijnende cultuur en geschiedenis. Precies dat doet ook de Cambodjaanse regisseur Polen Ly in zijn speelfilmdebuut Becoming Human: een langzame, dromerige verkenning van traditie versus moderne tijd en van verlies versus hoop. Het gebruik van een geest als hoofdpersoon geeft het verhaal niet alleen een spirituele lading, maar maakt ook tastbaar hoe het verleden blijft doorwerken in het heden.

Het verhaal draait om Thida (Savorn Serak), een geest van bijna 50 jaar oud in een meisjeslichaam. Ze waakt over een oude, vervallen bioscoop die dreigt te worden gesloopt. Ook al ligt het dak half in puin en hangt het vergane filmdoek nog maar aan een kant vast, fungeert de bioscoop als een spirituele ruimte waarin herinneringen blijven rondwaren. Maar tegelijkertijd lijkt Thida zelf gevangen in deze plek: een eenzame geest zonder duidelijk doel, die slechts kan blijven bestaan zolang het verleden nog niet is verdwenen. Voor de sloop moet Thida beslissen: opnieuw mens worden, of geest blijven?

Ze maakt zich zichtbaar voor twintiger Hai (Piseth Chhun), een journalist die hier steeds terugkomt omdat de bioscoop ook voor hem een emotionele betekenis heeft. Waar Thida het verleden belichaamt, staat Hai nog midden in het leven. Beide zielen voelen een leegte en zoeken verbinding. Pratend over hun levens en over de trauma’s van de oorlog (eind jaren 70 zaaide de Rode Khmer van Pol Pot dood en verderf in Cambodja) krijgen Thida en Hai een hechte band. Tegenover hun herinneringen van weemoed en verlies staan de modernisering en verstedelijking van hun land.

Becoming Human is traag, meditatief en soms hypnotisch, in de geest van Ming-liang Tsai, maar ook sterk verwant aan het werk van de gelauwerde Thaise filmmaker Apichatpong Weerasethakul (o.a. Memoria, 2021). In een mystieke atmosfeer leven geesten bijna vanzelfsprekend naast mensen, alsof het verleden nooit helemaal verdwijnt. Dit soort cinema moet je niet consumeren, maar ervaren.

Kijk hier waar deze film draait.

 

Human Resource

Human Resource – De mens als product
Net als Becoming Human stelt Human Resource existentiële vragen zonder antwoorden te geven. In dit Thaise drama van Nawapol Thamrongrattanarit is de vraag wat het betekent om geen geest, maar een mens te zijn. De film komt voort uit zijn eigen twijfel over ouderschap en de vraag of het verantwoord is om een kind in de huidige wereld te zetten. Tegelijkertijd wilde de regisseur graag de verstikkende realiteit van het moderne kantoorleven tonen.

Daarbij kiest hij voor de afstandelijke, moeilijk te doorgronden hoofdpersoon Fren (Prapamonton Eiamchan), zodat de kijker zelf verklaringen voor haar gedrag kan zoeken. Het trage tempo en de herhalingen zijn bewust gekozen: ze laten de eentonigheid van het werkende leven voelen. Tijdens de zoveelste scène waarin Fren met haar auto de wasserette inrijdt, wordt die betekenis duidelijk: niet alleen de auto moet worden gereinigd, maar ook haar mentale gesteldheid.

Fren werkt in een bedrijf dat beveiligingsproducten op de markt brengt. Hun jongste uitvinding is een steekvest voor de politie dat verrassend goed blijkt te werken. Het bedrijf zoekt een nieuwe medewerker en Fren is de aangewezen functionaris om sollicitatiegesprekken te houden. Het blijkt een hopeloze exercitie want bijna alle kandidaten hebben wensen en eisen die het bedrijf niet kan inwilligen. In deze wereld draait alles om succes, bijna niemand heeft de behoefte om ‘gemiddeld’ te zijn. Dat geldt ook voor de man van Fren.

Het verstikkende gevoel van Fren – die niet tegen haar man zegt dat ze zwanger is, omdat ze twijfelt of ze het kind wel op de wereld wil zetten – wordt versterkt door haar omgeving. Hartje Bangkok puilt uit van kantoorgebouwen, en ergens in het midden ligt een klein groen veldje met wat bomen. Tijdens pauzes nemen de werknemers hier plaats op een stoel en binnen mum van tijd is iedereen met zijn of haar telefoon bezig, zonder contact met elkaar te maken. En thuis horen we via radio en televisie flarden van zaken waar je ook niet vrolijk van wordt. Zo vertelt een stem over toegenomen percentages microplastic in voeding, met name in appels. Alsof hij het nieuws niet tot zich wil laten doordringen, grijpt Fren’s man een appel van de schaal en neemt een flinke hap.

Human Resource schetst een lege, kapitalistische wereld vol controle en sociale druk waarin geen plaats is voor emotionele expressie, twijfel en kwetsbaarheid. In Becoming Human leeft de mens met geesten van het verleden, terwijl in Human Resource de mens een geest in het systeem wordt. De mens als product. Een lichaam dat functioneert, maar nauwelijks nog voelt.

Kijk hier waar deze film draait.

 

6 april 2026

 

CinemAsia 2026 – Deel 2: Filmmakers met perspectief
CinemAsia 2026 – Deel 3: De beste film die je nooit zag

 


MEER FILMFESTIVAL

No Other Choice

*****
recensie No Other Choice
Wanhopig herstel van mannelijkheid

door Zoë van Leeuwen

Je baan verliezen is klote. Maar leg dat concept in handen van Oldboy-regisseur Park Chan-wook, en je krijgt No Other Choice. Een film die werkloosheid omzet in een surrealistische en absurde thriller die wederom bewijst dat Park een verdomd goede regisseur is.

Yoo Man-su (Lee Byung-hun) heeft alles. Een mooie vrouw, twee kinderen, een indrukwekkend huis met twee honden die in de tuin rondrennen, en het belangrijkste: een langdurige carrière bij een papierfabriek, waar hij zo ontzettend trots op is. Wanneer hij na vijfentwintig jaar trouwe dienst plots wordt ontslagen door bezuinigingen vanuit een Amerikaans bedrijf valt zijn leven in diggelen.

No Other Choice

Regisseur Park Chan-wook staat vooral bekend om zijn visueel verbluffende wraakverhalen, waarin morele dilemma’s en donkere humor hand in hand gaan. Waar hij in de Vengeance Trilogy (waaronder Oldboy, 2003) kijkers meenam in een wereld van gewelddadigheid, duikt hij ditmaal een meer satirische hoek in. No Other Choice is een bewerking van de roman The Ax uit 1997, geschreven door Donald Westlake. Een boek dat in 2005 al werd verfilmd door Costa-Gavras. Toch voelt het werk van Park niet repetitief en geeft de Zuid-Koreaanse regisseur zijn welbekende absurdistische draai aan het verhaal, wat No Other Choice tot een van zijn grappigste films maakt.

Existentiële crisis
‘Waarom neem je niet gewoon een andere baan?’, vraagt zijn vrouw Yoo Mi-ri (Son Ye-jin) wanneer Man-su het zoveelste sollicitatiegesprek verpest. Maar hij houdt wanhopig vast aan het verleden en weigert van de carrièreladder af te dalen, omdat hij daar nou eenmaal zo hard voor heeft gewerkt. Maar naarmate de maanden verstrijken, begint hij meer te verliezen dan alleen zijn zelfrespect. De honden worden weggehaald, Netflix wordt afgesloten en het ouderlijk huis moet misschien worden verkocht. Ook zijn vrouw moet weer aan het werk, iets wat Man-su zich nog meer als een nutteloze man laat voelen.

De film gaat hiermee dieper in op de specifieke druk van de Koreaanse mannelijkheid. Man-su’s ‘keuze’ wordt gedreven door een wanhopige behoefte om zijn rol als hoofd van het huis te behouden. Hij laat zien (al dan niet op extreme wijze) dat mannen gevangen zitten in een systeem dat hen dwingt tot geweld om hun loyaliteit en ‘mannelijkheid’ te bewijzen, omdat het anders leidt tot een sociale dood. Een thema dat Park al sinds Joint Security Area (2000) aan de orde stelt, al ruilt Park nu het leger in voor het bedrijfsleven.

De kritiek op het kapitalisme druipt van de film af. Door de harde Amerikaanse kapitalistische cultuur zit hij zonder baan, en het hiërarchisch bedrijfsleven in Zuid-Korea voorkomt dat hij een nieuwe baan van hetzelfde niveau vindt. Man-su zit in een vicieuze cirkel en het licht aan het einde van de tunnel lijkt niet bereikbaar. Na meer dan een jaar werkloosheid besluit Man-su dat er maar één logische manier is om de concurrentie uit te schakelen: door ze daadwerkelijk uit te schakelen.

Absurde wanhoop
Hij plaatst een valse vacature in de krant om zijn concurrentie te lokken, maar een einde aan hun leven maken is makkelijker gezegd dan gedaan. Bij zijn eerste kans stuntelt hij met het pistool, wat resulteert in een chaotische en absurd hilarische schreeuwpartij tussen hem en zijn slachtoffer, terwijl op de achtergrond keiharde muziek klinkt. Die absurde en donkere humor zien we keer op keer terug, zo ook wanneer Man-su op het punt staat een nieuw slachtoffer te vermoorden. Hij staat met een vaas boven zijn hoofd op een dak, wanneer de bewoonster plots de deur van haar dakterras opendoet.

No Other Choice

Toch voel je als kijker nog steeds enige sympathie voor Man-su, want hoewel zijn acties nogal dramatisch zijn, kun je als kijker begrijpen waar hij vandaan komt. Het voelt wel wat vreemd, want je hoort natuurlijk niet te lachen om een moordenaar. Het gestuntel van Man-su doet denken aan Parks Oldboy waar het hoofdpersonage in de bekende vechtscène in de gang struikelt over wapens en af en toe even op adem moet komen. Met dit soort momenten toont Park het absurde van situaties waarin personages zich bevinden.

Typisch Park Chan-wook
Met de tweede moord verandert de film weer in een klassiek Park Chan-wook-project. Man-su lijkt deze keer meer berekenend en meedogenloos. Lee Byung-hun maakt de wanhoop van zijn personage zo realistisch dat je als kijker bijna gaat geloven dat de moorden gerechtvaardigd zijn. Park creëert een wereld waarin het op brute wijze vermoorden van je concurrenten lijkt op een wanhopige laatste poging om jezelf te redden, in plaats van de gruwelijke misdaad die het in werkelijkheid is.

Ook visueel verandert er veel in de tweede helft. Terwijl Man-su en zijn familie aan het begin van de film genieten van de stralende zon, vormen zich op de achtergrond donkere wolken. Het kleurenpalet van de film wordt steeds grauwer. Verder zit No Other Choice vol dynamisch camerawerk en een enorme hoeveelheid aan gedetailleerde decors, zoals we van Park gewend zijn.

Het einde van No Other Choice laat zowel Man-su als de kijker met een dubbel gevoel achter. Het is duidelijk dat je het verleden niet terug kan halen en dat zijn acties hem zullen blijven achtervolgen. Met zijn jongste film laat Park zien dat hij kan vernieuwen en tegelijkertijd enorm zichzelf kan blijven. De vernieuwing lijkt te werken, want bij het kijken van dit moderne meesterwerk verveel je je geen minuut.

 

4 februari 2026

 

ALLE RECENSIES

Left-Handed Girl

****
recensie Left-Handed Girl
Trauma voor generaties door hand van de duivel

door Zoë van Leeuwen

Na jarenlange samenwerking met Oscarwinnende regisseur Sean Baker, komt Shih-Ching Tsou met haar intieme regiedebuut. In Left-Handed Girl geeft ze de kijker een rauwe en realistische blik op genderrollen, jeugdtrauma en Taiwanese tradities. Allemaal gefilmd met slechts een iPhone. 

Shu-Fen (Janel Tsai) heeft het maar zwaar. De alleenstaande moeder en haar twee dochters keren na jaren leven op het platteland terug naar het bruisende Taipei om een kraam te openen op een avondmarkt. Hier blijkt het nog een hele opgave om alle familiebanden bij elkaar te houden. Zeker wanneer opa de 5-jarige I-Jing (Nina Ye) wijsmaakt dat het gebruiken van haar linkerhand het werk van de duivel is, waardoor de kleuter ervan overtuigd is dat alle problemen haar fout zijn.

Die hand van de duivel is niet alleen een eigenaardigheid van de film. Het zeer reële Taiwanese bijgeloof gaat generaties terug, weet ook Tsou. Haar kindertijd in Taiwan en alle moeilijkheden die daarbij kwamen kijken inspireerden haar regiedebuut.

Left-Handed Girl

Familierollen
Het gezin loopt al snel een huurachterstand op door de schulden van de ex-man van Shu-Fen en moet gedwongen om geld smeken bij oma, die ondanks dat ze drie dochters heeft alleen maar over haar succesvolle zoon kan praten. Ondertussen doet I-Jing’s oudere zus Ik-Ann (Shih-Yuan Ma) er alles aan om al die familietradities te vermijden. Ze is het zwarte schaap van de familie en heeft gekozen om in een sigarettenwinkel te gaan werken in plaats van te gaan studeren. Moeder wordt boos omdat Ik-Ann weigert mee te helpen in de eetkraam en dochter voelt zich niet begrepen door Shu-Fen, die volgens haar vastzit in de tradities. Ondertussen wordt I-Jing geacht te gehoorzamen en geen geluid te maken als de volwassenen aan het praten zijn.

Alle onderdrukte gevoelens en geheimen zorgen ervoor dat de pot elk moment kan overkoken. Het kleine appartement, waar de vrouwen dagelijks om elkaar heen moeten manoeuvreren, illustreert perfect wat er ook in hun hoofd omgaat. Als kijker krijg je bijna het gevoel dat je deel uitmaakt van dit Taiwanese gezin. Dat realistische karakter van het verhaal wordt nog verder gevoed door het camerawerk: Tsou filmde volledig met iPhones. De camera beweegt en schudt mee met iedere beweging van de personages en doet daardoor soms denken aan een documentaire. Vaak ligt de focus in het frame op I-Jing en verdwijnen de volwassenen uit beeld.

Klein meisje, grote gevoelens
Het enige wat het jonge meisje lijkt op te vrolijken, is haar nieuwe huisdier Googoo, een stokstaartje dat Shu-Fens ‘nutteloze’ ex-man heeft achtergelaten. Maar wanneer I-Jing per ongeluk Googoo’s bal van het balkon gooit en het arme dier doodvalt, is het meisje ervan overtuigd dat dit komt omdat ze de bal met haar linkerhand heeft gegooid. Vanwege de financiële problemen van het gezin begint I-Jing te stelen en overtuigt ze haar vijfjarige brein dat niet zijzelf iets slechts doet, maar dat het de duivel is. Het escaleert tot het punt waarop I-Jing in de keuken staat, met een mes in haar rechterhand, tranen in haar ogen, klaar om haar linkerhand af te snijden, die het gezin zoveel problemen bezorgt.

Left-Handed Girl

Het tij lijkt pas te keren wanneer haar zus ontdekt dat ze steelt. Haar bitchy houding die ze de hele film had, lijkt te verdwijnen wanneer haar zusje haar huilend vertelt dat opa had gezegd dat haar linkerhand duivels is. Ze sleept I-Jing naar hun grootouders en dwingt opa haar te vertellen dat het gewoon een oud bijgeloof is en laat haar zusje alle gestolen spullen teruggeven. Voor het eerst lijkt het alsof iemand I-Jing opvoedt. Ik-Ann doet haar best om I-Jing niet bloot te stellen aan dezelfde strenge tradities waarmee ze zelf is opgegroeid.

Chaos in het dimsumrestaurant
Alle familiegeheimen en problemen leiden tot een chaotische climax in een dimsumrestaurant tijdens de viering van oma’s 60ste verjaardag. Deze twist van de film, hoewel enorm goed bedacht, komt veel te laat. Je moet eigenlijk de film opnieuw kijken om het door een andere lens te zien.

De samenwerking tussen Baker en Tsou voelt vertrouwd aan en is ook vernieuwend. De manier waarop I-Jing doelloos uren over de drukke avondmarkt slentert, doet denken aan The Florida Project waar onbezonnen kinderen door LA zwerven op zoek naar avontuur.

Left-Handed Girl introduceert het publiek in een wereld die voor menig westerse kijker onbekend is, maar laat je verlangen naar meer van de drukke markten en levendige kleuren van Taiwan. Het einde van de film roept veel vragen op, maar dat is niet erg. Eeuwenoude tradities en patriarchale opvattingen verdwijnen niet zomaar. Het leven voor dit gezin gaat gewoon door, al lijkt er wel iets positiefs te zijn veranderd voor de drie vrouwen.

 

17 december 2025

 

 

ALLE RECENSIES

Angel’s Egg (4K re-release)

****
recensie Angel’s Egg
Alsof de tijd is bevroren

door Cor Oliemeulen

Een klein meisje met droevige ogen zwerft door een verlaten, versteende stad die deels onder water staat. Onder haar jurk draagt ze een groot ei, dat ze angstvallig beschermt. Een jongen, met een wapen in de vorm van een kruisbeeld op zijn schouder, volgt haar. Hij lijkt geïnteresseerd in het ei. Soms rijden er grote machines door de stad en zien we schimmen van soldaten die op grote schaduwen van vliegende vissen jagen. We kijken naar Angel’s Egg (1985), een vergeten meesterwerk dat veertig jaar na de geboorte gerestaureerd in de bioscoop draait.

Het surrealisme van de Japanse filmmaker Mamoru Oshii doet nauwelijks denken aan dat van Salvador Dalí. Dit Spaanse boegbeeld van het surrealisme zou de beelden in Angel’s Egg fantastisch hebben gevonden, maar de pure, onafgebroken somberheid zou voor hem vast te monotoon zijn geweest. Dalí’s werk is vaak theatraal en vol (bizarre) energie, Oshii’s met de hand getekende film is stil, kil en melancholisch.

Angel's Egg

Hier steken gigantische, verlaten gebouwen willekeurig uit het water omhoog, alsof ze de restanten zijn van een lang verdwenen beschaving. De architectuur voelt onlogisch en onbewoonbaar: geen echte stad, maar een droomdecor. Er zijn slechts twee ‘levende’ mensen – het meisje en de jongen – die nauwelijks een paar zinnen met elkaar wisselen. Allebei lijken ze op een missie, een pelgrimstocht. Alles om hen heen lijkt stil te staan, alsof de tijd zelf is bevroren.

Meditatieve ervaring
Angel’s Egg laat zich kijken als een kunstwerk, begeleid door psychedelische muziek, vaak met de etherische stemmen van een koor. De sfeer is 72 minuten lang dystopisch, donker, dromerig, raadselachtig. De achtergronden zijn rijk en gedetailleerd, alsof elk beeld een schilderij is. Tegelijk zijn de personages juist eenvoudig getekend. Dit sterke contrast benadrukt hoe klein en kwetsbaar ze zijn in deze schaduwrijke wereld, die vooral existentiële vragen oproept.

Het verhaal kent geen kop noch staart. De jongen vertelt het meisje weliswaar over een zondvloed en de Ark van Noach, waardoor er een zweem van christelijke symboliek ontstaat, maar de kijker hoeft geen nadere uitleg of conclusie te verwachten. Zelfs regisseur Oshii gaf in interviews toe dat ook hij eigenlijk geen idee had waar zijn film precies over gaat. Hij koos voor langzame en schaarse bewegingen, statische shots, symboliek en stilte. Een meditatief tempo dat uitdaagt voor je eigen interpretatie. Of voor een moment van innerlijke rust.

Angel's Egg

De symboliek van water
Mamoru Oshii zei dat hij zich sterk had laten beïnvloeden door de Russische filmmaker Andrej Tarkovski. Zo staat in diens Solaris (1972) water symbool voor herinnering, schuld en een innerlijke strijd; de oceaan is zelfs een soort levend bewustzijn. En net als in Tarkovski’s Stalker (1979) is Angel’s Egg traag, mysterieus en filosofisch, met een verlaten landschap dat bijna een eigen persoonlijkheid heeft. Bij Oshii staat water niet alleen voor vernietiging, maar ook voor stilstand, reflectie en misschien zelfs wedergeboorte – zoals de slotscène doet vermoeden.

Het is bijzonder dat Paradiso Films de filmliefhebber anno 2025 deze unieke, meditatieve kijk- en luisterervaring gunt. Angel’s Egg was destijds een enorme financiële flop. Mamoru Oshii kon hierna drie jaar lang geen werk krijgen. Hij noemde de film “een beklagenswaardige dochter die ik niet goed aan de wereld kon voorstellen”.

Ook Ghibli-regisseur Hayao Miyazaki had zo zijn bedenkingen. Hij vond de film niet slecht, maar begreep dat die zó extreem en compromisloos was, dat hij nauwelijks een publiek kon vinden. Nadat ook Oshii commerciëler ging denken, bereikte hij tien jaar na Angel’s Egg met Ghost in the Shell (1995) zijn verdiende wereldsucces. Die combinatie van filosofische diepgang, actie en een helder verhaal werd later ook door de makers van The Matrix omarmd, maar de stille oorsprong daarvan ligt in Angel’s Egg.

 

9 december 2025

 

 

ALLE RECENSIES

Snowpiercer (2013)

Snowpiercer (2013)
Het moment dat Tilda Swinton de kijker wakker schudt

door Bob van der Sterre

Snowpiercer beschrijft de laatste mensen die na een mislukt experiment eeuwig in een razend rijdende trein over de aarde reizen. Ze zijn letterlijk ingedeeld in klassen, van arm tot elite. De stripoorsprong van de film vraagt om geloofwaardige karikaturen. En Tilda Swinton schudt die uit haar mouw alsof het niets is.

Echt heel serieus hoef je het script van Snowpiercer uit 2013 niet te nemen. Hoezo een trein die de hele wereld rondrijdt? En waarvan de rails het ondanks de vrieskou het zonder onderhoud blijft doen? En gevuld is met een coupé met gasten met maskers en hakbijlen. En oh ja, docenten kunnen even gemakkelijk omgaan met uzi’s als met krijtjes voor het schoolbord.

Snowpiercer

De film van Bong Joon-ho oogt karikaturaal en stripachtig. Dat klopt ook, want het verhaal komt uit een Frans stripboek, Le Transperceneige van Lob, Legrand en Rochette uit 1982. De Zuid-Koreaanse filmmaker las het naar eigen zeggen staande in de boekhandel in een ruk uit en bleef er op weg naar huis over dromen, waarna de gedachte van een film ontstond.

En als je goed kijkt, zitten er wel Franse thema’s in, vooral het stuk over opstand. De dystopische thema’s van de jaren tachtig zie ik er ook in terug. Lob ken ik verder vooral van het script van Superdupont, de Franse superman, uiteraard met stokbrood, wijn, alpinopet en buikje, waar opmerkelijk genoeg nog niemand in Frankrijk commercieel in gedoken is (gelukkig maar misschien).

Het perfecte symbool voor klassenmaatschappijen
Snowpiercer is een film over hoe klassenmaatschappijen kunnen leiden tot revoluties. Ik bedoel: de trein is het perfecte symbool daarvoor met zijn 1e, 2e en soms zelfs 3e klassen. “Ik behoor tot de voorkant, jullie tot de staart, weet je plaats en houd die plaats!”

Het lastige is wel dat de actiescènes daarvoor wel wat té aanwezig en bloederig zijn. Ik moest soms denken aan Equilibrium, dan weer aan de treinthriller The Cassandra Crossing, en soms aan de eveneens Koreaanse film Concrete Utopia (2023, Um Tae-hwa). Maar Joon-ho staat nu eenmaal bekend als een genre-fusionist.

Met name Bong Joon-ho’s eigen Oscarwinnende Parasite, ook over klassenverschillen, geeft een idee hoe je deze film moet opvatten. Parasite is vrij intelligent en subtiel, deze film eerder het tegenovergestelde. Joon-ho zegt het zo: “Parasite is een verticale film, terwijl Snowpiercer juist heel horizontaal is.”

Foto: Brigitte LacombeSchoen op een dienblad
Genoeg over Bong Joon-ho – we hebben het vandaag over de rol van Tilda Swinton. Swinton speelt ‘minister Mason’, een soort afgevaardigde van de elite van de voorste coupés die de status quo in de trein wil handhaven. Ze was schoonmaakster en klom op tot de naaste van treingenie Wilford.

Na een kwartier komt ze de coupé van de armen binnengelopen, in paarse jas met bontjas over de rechterschouder gedrapeerd. Andrew (Ewen Bremner) heeft met een schoen naar de crew gegooid. Als straf hangt zijn arm via een gat zeven minuten buiten in de vrieskou.

Ze krijgt een schoen op een dienblad aangereikt, neemt die in haar hand en zegt: “Dit is zo teleurstellend!” Ze doet haar mond open om verder te praten maar wordt telkens onderbroken door de vertalers. “Hier hebben we geen tijd voor, we hebben maar zeven minuten!” Als ze verder wil praten, hoort ze kleng achter zich en kijkt ze even om. Uit interviews later bleek dat dit een foutje van de crew was. Maar Swinton gaat gewoon verder met haar speech. “Dit is geen schoen, dit is wanorde, dit is maat 10 chaos!”

Haar speech heeft een symbolische rol voor een schoen: “Orde is de barrière die de bevroren dood van ons afhoudt, we moeten allen vasthouden aan onze voorbestemde rollen… Zou je een schoen op je hoofd dragen? Nee, een schoen hoort aan je voet, een hoed hoort op je hoofd. Ik ben hoed, jullie zijn schoen, ik hoor bij het hoofd, jullie bij de voet, zo is het nu eenmaal.”

Dan probeert ze contact te maken met de bestuurder van de heilige motor, Wilford, en haar blik terwijl ze wacht op zijn stem (die nooit komt) is grappig. Haar tweede speech wat later is bozer en misschien nog wel beter: “70% van jullie gaat dood. Mijn vriend, jij hebt last van het misplaatste optimisme van de gedoemden.”

Khadaffi als inspiratiebron
Swinton mocht veel input geven op het uiterlijk van de minister. Alles is extreem uitvergroot: enorm vooruitstekende tanden (het gebitje haalt ze er later uit), een kolossale bril, een kleurrijke minister-outfit met zelfgemaakte medailles, een welgevormde pruik die niet blijft zitten en een dik geprononceerd Engels accent. Ze vertelde in een interview dat ze zelfs nadacht over hoe Mason’s cabin eruit zou zien. “Wie weet wie er achter het uniform zat!”

Haar inspiratiebronnen voor de rol waren dan ook nogal weirde dictators als Khadaffi en Idi Amin, die ook zichzelf behingen met zelfgemaakte medailles. Als ze geraakt wordt, maakt ze hetzelfde handgebaar als Khadaffi toen hij aangehouden werd.

Maar kleding en verschijning betekenen weinig als de acteur ze niet tot leven kan laten komen. Tilda Swinton en haar toneelachtergrond zijn belangrijk om het karakter Minister Mason te laten overtuigen voor de kijker. Swinton: “Minister Mason is een door-en-door-corrupte politicus waar ik een clown van wilde maken.”

Snowpiercer

Elite vs. arme mensen
Het knappe is dat zij het eerste deel van de film draagt door in haar eentje de elite te vertegenwoordigen. Het moment van haar verschijning met de arme mensen in de coupé is de eerste scène waarbij dat contrast echt duidelijk wordt. Joon-ho: “Op dit moment weet je nog niet hoe de elite eruit ziet, ze geeft een indruk wat je kunt verwachten.”

Frappant is dat Joon-ho voor de rol van Mason eigenlijk de acteur John C. Reilly in gedachte had. Gelukkig pakte het anders uit. Er is sowieso veel onderling respect tussen de regisseur en de actrice. In een interview zei Bong Joon-ho dat “de film zonder Tilda Swinton niet gemaakt had kunnen worden”. De twee ontwikkelden een vriendschap en werkten weer samen met Okja (2017). Ze delen een grote liefde voor Hayao Miyazaki’s films, met name My Neighbor Totoro.

Intussen – hoe kan het ook anders – is er ook een gelijknamige tv-serie gemaakt in de periode 2020 – 2024. Ik heb er een hard hoofd in hoe je dit bizarre verhaal over 48 afleveringen kunt uitsmeren. En zonder Tilda Swinton mis je als kijker echt acteerkwaliteit.

Snowpiercer is te zien in Eye.

 

23 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Memoria (2021)

Memoria (2021)
De antenne van de muze

door Bert Potvliege

Een groot acteur wordt niet enkel gekenmerkt door het talent overtuigend te kunnen verdwijnen in de huid van een ander. Deze krijgt die stempel ook wegens zijn of haar neus – voor sterke scenario’s en boeiende filmmakers, graag gekoppeld aan enige zin voor risico. Ik beschouw Tilda Swinton als het toonbeeld van de hierboven beschreven karakterisering – een titaan geboetseerd door ijver, instinct en vastberadenheid. 

Mijn bewondering voor haar is niet enkel een gevolg van uitstraling en vakmanschap, maar vooral de keuzes die ze maakte deden me opveren. Ze heeft met ontzettend fascinerende lui mogen samenwerken de afgelopen decennia, die haar telkens naar een hoger niveau tilden. Het allermooiste partnerschap vond ik die met Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul, van wie Memoria verscheen in 2021.

Memoria (2021)

Memoria (2021)

Als een retraite
Op de meeste dagen beschouw ik Weerasethakul als de beste filmmaker in de wereld. Hij is verantwoordelijk voor ongewone, zalvende prenten die een bereidwilligheid en een overgave vereisen van het publiek. Uiteraard is het aan de kijker om zich een juiste mindset eigen te maken, maar eens die stap gezet, nemen zijn films je zacht mee naar een meditatieve staat. Vergis je niet over de potentiële impact van dergelijke cinema, want wat op papier klinkt als vage therapie zijn in werkelijkheid clusterbommen van prenten – een kijker die affiniteit heeft met het werk van Weerasethakul krijgt films voorgeschoteld die ontzettend indrukwekkend kunnen zijn. Ik waag me zelfs aan een vergelijking met het werk van Andrej Tarkovski (Andrei Rublev, Solaris), wat betreft de impact die cinema kan hebben.

Filmmakers als Park Chan-wook (Oldboy), David Fincher (Se7en) en Jacques Audiard (Un Prophète) ogen als regisseurs die het vak ingelepeld kregen – filmtaal zit in hun bloed. Weerasethakul is een ander soort cineast. De reden waarom ik hem de beste filmmaker noem heeft niks te maken met enige ambachtelijkheid, maar wel met zijn unieke conceptuele benadering van het medium. Hij haalt de mosterd ook niet bij andere cineasten, want tijdens een podiumgesprek vorig jaar in Brussel merkte hij doodleuk op dat hij niet naar films kijkt, maar ze enkel maakt. Dat doet me gniffelen.

Weerasethakuls werken zijn de rust zelve, een pleidooi voor de communale belevenis van cinema, spirituele ervaringen die trance-inducerend zijn. Slow cinema (of wat ik graag noem: onthaastingscinema) is niet nieuw, maar nooit relevanter dan in onze hedendaagse gejaagdheid. De cineast moedigde zelfs al aan dat mensen zouden slapen bij zijn films. Je kan er lacherig over doen, je kan het afdoen als voor een select groepje mindful people. Maar de kracht die erin schuilt – gezien de impact die zijn werk heeft op sommigen – is ontegensprekelijk. Ik heb het zelf mogen ervaren toen ik Memoria te zien kreeg.

Foto: Brigitte LacombeDe herinneringen van Hernan
Het verhaal van Memoria toelichten kan, maar of plot en personages schetsen voldoende zou zijn om lezers te overtuigen de film te bekijken, daar heb ik twijfels bij. Laat ik meegeven dat Memoria meer dan eender welke film een werk is dat beleefd moet worden. De waarde van de film schuilt in de ervaring ervan, waarbij het verslavend trage ritme door het lichaam zindert. Beschouw volgende omschrijving van de plot dan ook enkel als een aanzet, een uitnodiging om dieper te duiken naar de troostende lagen die eronder schuilen.

Tilda Swinton speelt Jessica, die in Colombia verblijft bij het gezin van haar zus. Op een dag schrikt ze wakker door een luide knal, maar algauw beseft ze dat dit zich in haar hoofd afspeelt. Regelmatig en uit het niets schrikt ze op door het donderende geluid, dat ze zelf omschrijft als een betonnen bal die valt in een metalen bron omgeven door water. Technicus Hernan helpt haar de knal recreëren in een geluidsstudio. Ze spendeert wat tijd met hem. Ze bezoeken samen een bedrijf dat koelcellen voor bloemen maakt. Wanneer ze later terugkeert naar de studio, laat men fijntjes weten dat er helemaal geen Hernan werkt.

Jessica leert ook Agnes kennen, een archeologe die menselijke resten onderzoekt die opgegraven werden tijdens de aanleg van een bergtunnel. Wat later bezoekt Jessica een klein dorpje vlakbij de site van de werken, waar ze een man ontmoet die Hernan heet. De film lijkt te impliceren dat hij een oudere versie is van de jonge geluidstechnicus.

In een diepgaand gesprek met de man over het collectief communiceren van de mensheid en over het aanvoelen van de herinneringen van de aarde, leert Jessica inzien hoe ze als een antenne signalen van anderen opvangt. Zo neemt zij de herinneringen van Hernan over. Wanneer hun gesprek aanvangt, laat het verhaal het weinige narratieve volledig los, komt de film op losse schroeven te staan en neemt deze zijn tijd om zachtjes uit te doven.

Memoria is een reis waarin de filmmaker zegt dat onze planeet met ons praat. We dienen enkel te luisteren om haar vibraties te kunnen oppikken.

Het trage zijn
Swinton lijkt zich als een vis in het water te voelen in de wereld van Weerasethakul. Ze omschreef haar deelname aan het project als een kans om te werken in het ritme en de atmosfeer van zijn beeldkaders, die hij creëert met stilte – een beetje als in een zwembad zijn. Het gaf haar eerder een gevoel te zijn dan te presenteren. Ik heb er enkel het raden naar hoe oprecht en verregaand dat aanwezig zijn in het moment ging bij de opnames. Hoe dieper in de film, hoe minder middelen Swinton lijkt te krijgen voor haar acteerspel. Toch slaagt ze erin – zelfs al is het maar door een blik in de ogen – me te doen geloven in wat lijkt op haar transcendentale ervaring in het moment. Ik veronderstel dat dit is wat ze bedoelde met zijn.

Die staat van bewustzijn waarvoor de film je uitnodigt, wordt bepaald door een vertraging waarbij de film hard op de rem gaat staan. De beeldkaders zijn ruim en statisch, alle interactie werd zacht geregisseerd, stilte is altijd vlakbij, en het ritme van dit alles wordt bewust en rigoureus afgeremd – wat nergens duidelijker is dan in de montage. Memoria heeft minder shots dan het aantal minuten dat de film duurt.

De motivatie in die montage geeft de indruk bepaald te zijn door enige willekeur, alsof de notie van vrije associatie omarmd wordt. Die assemblage getuigt van een instinctieve aard die ingaat tegen de ietwat stugge regels van filmtaal. Montage wordt doorgaans gebruikt omdat filmtaal het vereist (als twee personages in dialoog zijn, volgen shot en tegenshot elkaar op) of omdat informatie moet meegedeeld worden aan de kijker (een insert van een bom onder een stoel) of om een bepaald effect te creëren (een snellere montage in een actiescène). In Memoria stuurt montage weg van motivatie.

Een puritein zal het door die schijn van willekeur en onduidelijke intentie misschien onverantwoord noemen, maar daar ben ik het hartgrondig mee oneens. Er schemert een radicale en zelfs revolutionaire sfeer door in de wijze waarop Weerasethakul cinema tackelt. Hij lijkt zich niet te laten beknotten door regels en verwachtingen, tendensen en condities. Een bioscoopzaal is voor hem een oord van verering – het samen vieren van het samen mens-zijn, door instinctief en schaamteloos in te zetten op een spirituele ervaring. Swinton was zich ongetwijfeld bewust van – en aangetrokken door – het feit dat Weerasethakul enkel het eigen intern kompas volgt. Samen maakten ze met Memoria een van de hoogtepunten van de laatste handvol jaren.

Memoria (2021)

Memoria (2021)

Potentie
Ik moet een ogenblik stilstaan bij de eerste keer dat ik de film zag, in een afgeladen bioscoopzaal tijdens een filmfestival. Met uitzondering van Terrence Malicks The New World was de vertoning van Memoria de belangrijkste filmvoorstelling die ik deze eeuw heb mogen meemaken. Wat me overkwam in die zaal was niks minder dan een cinefiel wonder. Ik genoot aanvankelijk van de film die de werkelijkheid afremde, maar het duurde een tijd vooraleer ik op exact de juiste golflengte zat – alsof het eerste deel van de film me moest klaarstomen voor wat kwam. De ontmoeting met de oudere Hernan bleek het kantelpunt te zijn, waarbij de puzzelstukken plots in elkaar vielen.

Ik geraakte in een trance die als een hallucinatie was. Noem het gerust een natural high. Alle beelden die volgden kwamen binnen als een mokerslag, hoe ogenschijnlijk eenvoudig of betekenisloos die ook waren. Een beeld van twee soldaten op de weg. Een beeld van enkele heuvelruggen. En uiteraard dát beeld waar we niet over spreken. Weerasethakul was erin geslaagd me in de hoogste staat van nederigheid te brengen.

Het spreekt over de kracht van cinema. De waarde van onthaastingscinema is groot. De troost die ze biedt, kan allesomvattend zijn. Ik zal die voorstelling mijn leven lang meedragen. Het zachte onweer op de klankband tijdens de eindgeneriek stuurde me terug de wereld in, een ingrijpende ervaring rijker.

Memoria is te zien in Eye

 

5 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Put Your Soul on Your Hand and Walk

****
recensie Put Your Soul on Your Hand and Walk
Aangrijpend monument voor Palestijnse fotojournalist

door Jochum de Graaf

Hoe actueel kan een documentaire zijn? Een dag nadat Put Your Soul on Your Hand and Walk half april dit jaar voor Cannes geselecteerd werd, kwam hoofdpersoon, fotografe Fatma ‘Fatem’ Hassona, samen met zes familieleden om het leven bij een Israëlisch bombardement in het noordwesten van Gaza.  

Anderhalve week voordat de documentaire in de bioscoop ging draaien, verschenen de laatste foto’s van Mariam Abu Dagga, eveneens fotografe in Gaza, in de media. Ze had zich maandag 25 augustus naar het Nasserziekenhuis in Khan Younis gehaast om verslag te doen van het zoveelste Israëlische bombardement. Dagga was een van de vijf Palestijnse journalisten die toen werden gedood.

Put Your Soul on Your Hand and Walk

Journalist in Gaza is een dodelijk beroep
De aftiteling van Put Your Soul vermeldt dat er sinds het begin van de oorlog, 7 oktober 2023, 211 journalisten, waarvan 28 vrouw, zijn omgekomen, het hoogste aantal ooit in een gewapend conflict. Inmiddels zullen er weer ettelijke slachtoffers bijgekomen zijn. In een gecoördineerde actie gingen op 1 september honderden media over de hele wereld ‘op zwart’. De Volkskrant publiceerde foto’s van omgekomen journalisten rond het bericht ‘Journalist in Gaza is een dodelijk beroep’; de NRC had een compleet zwarte voorpagina met de tekst ‘Zonder verslaggevers gaat het beeld uit Gaza op zwart’.

Put Your Soul on Your Hand and Walk beslaat een periode van een klein jaar. De Iraanse filmregisseur Sepideh Farsi (The Siren, 2023) had april 2024 het misschien wat naïeve idee om naar de Gazastrook te gaan en het alledaagse leven onder het Israëlische beleg vast te leggen, maar ze wordt onder de militaire perscensuur niet toegelaten.

Videogesprekken tussen de vernietiging
Ze komt in contact met de jonge fotojournaliste Fatem Hassona in Gaza-stad en bouwt door middel van videogesprekken een warme vriendschapsband met haar op. Die vorm waarbij ze met haar smartphone filmt hoe ze Fatma op haar smartphone probeert te bereiken, werkt sterk. Farsi’s mobiel doet het altijd en overal, Fatem moet vrijwel steeds op zoek naar een nieuwe plek waar ze toevallig internet heeft. Als ze geluk hebben, kunnen ze een paar minuten met elkaar praten, maar vaak wordt de verbinding meerdere keren verbroken of hebben ze een aantal dagen geen contact.

Sepideh Farsi is veel onderweg, reist de wereld over voor de promotie van haar film en meldt zich dan vanuit Italië, Canada, Marokko, waar ze wat besmuikt over vertelt. En telkens is de vraag ‘waar ben je?’, waarop Fatem steevast antwoordt: ‘ik ben thuis’. Zij wordt een aantal keren gedwongen te verkassen maar zelfs met alle vernietiging en verwoesting om haar heen, Gaza blijft haar thuis. Al droomt ze soms weg van Gaza over een toekomst waarin alle geweld en onmenselijke ontberingen allemaal achter de rug zullen zijn. Indrukwekkend de manier waarop ze Sepideh probeert te troosten als die haar onvermogen uit om Fatem en de Gazanen te kunnen helpen. ‘Het is genoeg dat je naar me luistert’, zegt Fatem. ‘Ik ben zo blij dat ik hier ben en ik ben zo blij dat je naast me staat.’

Put Your Soul on Your Hand and Walk

‘We zullen lachen en leven’
De vele haperende videogesprekken worden afgewisseld met live tv-beelden van de heftige gebeurtenissen op het strijdtoneel die ook dagelijks bij ons in de huiskamer binnenkomen. Ze kunnen elkaar soms niet verstaan vanwege de helikopters en drones die boven Fatems hoofd vliegen, de bommen die op hoorbare afstand vallen. Fatem richt de camera van de telefoon op zeker moment op een rookkolom vlak naast de zoveelste plek waar ze tijdelijk onderdak heeft. Een minuut geleden stond daar nog een druk bewoond flatgebouw.

Belangrijk en indrukwekkend de foto’s van Fatem zelf die ze van het haast ondraaglijke leven van alledag in Gaza maakte. Palestijnen die gelaten, zorgelijk in de camera of juist naar het verre niets kijken, nog iets van waardigheid proberen hoog te houden tussen de puinhopen, het hoog opgestapelde verwrongen staal en beton, de achtergrond van de langzaam maar zeker instortende stad. Onwaarschijnlijk en surreëel hoe ze daarin slaagde tussen alle bombardementen door. ‘Taking photos in Gaza is like putting your soul on your hands and walking the streets’, zegt ze tegen Farsi.

Meest aangrijpend is die glimlach, die onweerstaanbare glimlach van de fotogenieke Fatem die je voorgoed bij blijft. Ondanks dood en verderf om haar heen, brengt ze haar nieuws en informatie met een bijna stralend gezicht over, in een poging positief te blijven, zelfs in de meest onmenselijke omstandigheden. Als ze gevraagd wordt waar ze de moed vandaan haalt, is de aangrijpende, indrukwekkende reactie: ‘Het maakt niet uit of ze ons doden, we zullen lachen en leven.’

 

3 september 2025

 

ALLE RECENSIES