Watermelon Woman, The

***
IFFR Unleashed – 1997: The Watermelon Woman
Verstrengelde levens

door Cor Oliemeulen

Een jonge zwarte vrouw in het Philadelphia van de jaren 90 raakt gefascineerd door een jonge zwarte vrouw in het Hollywood van de jaren 30. Het verrassende van The Watermelon Woman (1996) is dat de film steeds meer raakvlakken krijgt met de film in de film.

Het beeld van de mammy in Amerikaanse films is bijna altijd stereotiep geweest. De zwarte huishoudster, vaak een gezette vrouw met een bulderende lach, toont zich zeer loyaal aan haar werkgever en heeft een dieper geloof in God dan de paus. In The Birth of a Nation (1915) van filmpionier D.W. Griffith verdedigt zij het huis van haar witte meester tegen zowel zwarte als witte soldaten, onder het mom dat zij liever vecht dan vrij is. Minder propagandistisch maar even onthutsend is de rol van de mammy in Gone with the Wind (1939) als zij het opneemt tegen zwarte soldaten van wie zij denkt dat die de woning van haar witte meesteres willen binnendringen.

The Watermelon Woman

Zwart en lesbisch
Veel minder bekend dan Hattie McDaniel, de huishoudster in laatstgenoemde filmklassieker, is de naam van Fae Richards, die door haar optredens in Amerikaanse films uit de jaren 30 de bijnaam The Watermelon Woman kreeg. Ze was mooi, ongrijpbaar en kon bovendien goed zingen. Tientallen jaren later raakt de 25-jarige Cheryl in Philadelphia gefascineerd door deze zwarte actrice en als aspirant-filmmaker besluit ze een documentaire over haar te gaan maken. Met de camera in de hand gaat ze op zoek naar de achtergronden van Fae Richards, ontmoet mensen die haar kenden en ontdekt waarom zij The Watermelon Woman werd genoemd.

In het gelijknamige speelfilmdebuut van Cheryl Dunye, die min of meer zichzelf speelt, ontdekt ze tevens dat de actrice van weleer lesbisch is, en net als zij een relatie met een witte vrouw heeft, nota bene een regisseur van een film waarin Fae speelde. In archieven vindt Cheryl foto’s en filmmateriaal van haar. Ze is geschokt dat zwarte actrices destijds vaak niet eens op de aftiteling verschenen. Hoewel Fae Richards voor Cheryl als een soort rolmodel gaat fungeren, blijkt de ‘romantiek’ van het verleden en toekomst van zwarte lesbiennes ook scherpe randjes te hebben.

The Watermelon Woman

Originele revisie
The Watermelon Woman is de eerste film die gemaakt werd door een openlijk lesbische zwarte vrouw en is niet alleen daardoor bijzonder, maar ook omdat de film gaat over het maken van een film. De 25-jarige Cheryl werkt in een videotheek. Tegelijk met het maken van een documentaire over het lot van zwarte actrices in het oude Hollywood wordt haar film langzaam een soort autobiografie, omdat haar eigen leven en haar gevoelens steeds meer gaan lijken op die van Fae Richards.

Het gegeven wordt nog interessanter als de kijker zich realiseert dat The Watermelon Woman in feite een fictief personage is. Met die kennis zijn Cheryls zoektochten en interviews, en haar gebruik van (nagemaakt) archiefmateriaal voor haar documentaire, plotseling onderdeel van een parallelle werkelijkheid.

De lowbudgetsetting en de kleurrijke personages van The Watermelon Woman geven het leven van jongeren in het Philadelphia van de jaren negentig in korte fragmenten treffend weer. De film is nu nog, ook door zijn spontaniteit en humor, zeer genietbaar en zal potentiële filmmakers inspireren om zelf de camera ter hand te nemen. Onderwerpen genoeg in deze tijd!

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

5 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Wolfwalkers

****
recensie Wolfwalkers

Lesje voor volwassenen

door Cor Oliemeulen

Liefdevol met de hand getekend animatiesprookje over het Engelse meisje Robyn dat vriendschap sluit met het Ierse meisje Mehb, dat zichzelf in een wolf kan veranderen, tegen de achtergrond van de Engelse kolonisatie van Ierland waar magie en Keltische mythes nooit ver weg zijn.

Het is 1650. Robyn Goodfellowe en haar vader Bill zijn verhuisd van Engeland naar Ierland. Als succesvolle jager is Bill ingehuurd door de Engelse grootvorst om een eind te maken aan de vermeende wolvenplaag nabij een Ierse stad. Ook de elfjarige Robyn wil jager worden, maar wordt door haar vader voortdurend binnengehouden om haar te beschermen. Maar natuurlijk gaat de kleine meid stiekem naar buiten waar ze vanwege haar afkomst door Ierse kinderen wordt uitgelachen. Het is niet meer dan logisch dat ze zal proberen om vriendschap te sluiten buiten deze gemeenschap. Op een dag ontdekt ze wolven in het bos en ontmoet ze de negenjarige Mehb Óg MacTíre die daar woont met een roedel wolven. De stoere roodharige Mehb kan niet alleen praten met wolven, maar kan zich ook in een wolf veranderen. Ze wacht op haar moeder, die een tijd geleden is vertrokken, en doet alles wat in haar vermogen ligt om de wolven in het bos te beschermen.

Wolfwalkers

Blind volgen
In tegenstelling tot Robyn en Mehb is Bill zeer gezagsgetrouw. Hij neemt zijn opdracht zeer serieus en wordt boos op zijn dochtertje als zij vertelt dat de wolven niemand kwaad willen doen. Met dit gegeven snijden de makers van Wolfwalkers het thema autoriteit aan. De grootvorst is in feite het Engelse staatshoofd Oliver Cromwell (door veel Britten tegenwoordig nog steeds op handen gedragen) die de republikeinse troepen leidde tegen de Anglicaanse troepen tijdens de Engelse burgeroorlogen, opdracht gaf koning Karel I te laten onthoofden en door een staatsgreep dictatoriale macht kreeg (en na zijn dood werd opgegraven en alsnog geëxecuteerd, waarna zijn hoofd op een staak werd gespietst en de rest van zijn lichaam in een put werd gegooid).

Bill gaat door het stof voor de staatsman en bedoelt het goed om Robyn te beschermen, maar heeft niet in de gaten hoe kwalijk het is om een leider blind te volgen, terwijl de kinderen handelen vanuit oprechtheid en (vrouwelijke) intuïtie. Bill moet duidelijk nog leren dat je vijand niet langer je vijand is als je bereid bent de ander te begrijpen.

Natuur
Wanneer het geduld van de grootvorst opraakt, gebiedt hij Bill de bossen te vernietigen, opdat de wolven zeker zullen verdwijnen. Terwijl Robyn zich in allerlei avonturen stort, onder meer de zoektocht naar Mehbs moeder, dreigt zij steeds meer vervreemd te geraken van haar vader. Zij heeft leren kijken vanuit het perspectief van Mehb en de wolven en probeert alles om Bill te overtuigen om zijn strijd tegen de wolven te staken.

Wolfwalkers

Het sterke punt van Wolfwalkers is dat de stad en haar inwoners worden afgeschilderd als kil en oppervlakkig waar de bossen en de dieren symbool staan voor een betoverende wereld vol magie en mythes. De stad is neergezet in vierkante en rechthoekige vormen, terwijl de wolven en het bosleven bijna schetsmatig zijn neergezet, maar wel met veel ronde vormen en fantastisch kleurrijk. Hoewel tweedimensionaal getekend en de contouren van de personages eenvoudig zijn, laat de expressiviteit van hun gelaatstrekken weinig aan de verbeelding over. De grootvorst is met zijn hoofd als een strijkijzer het meest eendimensionaal, terwijl Robyn en Mehb als onbevooroordeelde personages van het doek afspatten. De relatie tussen mens en natuur is synoniem aan onderdrukking versus vrijheid en een les voor onze tijd waarin bossen en diersoorten in ras tempo verdwijnen.

Ziel
Net als de beroemde Japanse Ghibli-films zijn de producties van Cartoon Saloon vaak geïnspireerd op klassieke sprookjes en gedreven door passie met de hand getekend. Deze Ierse studio maakte eerder The Secret of Kells (2009), Song of the Sea (2014) en The Breadwinner (2017), waarin steeds de belevingswereld van kinderen in de onbegrijpelijke grotemensenwereld centraal staat en waarbij vooral volwassenen een lesje kunnen leren.

De 2D-animatie van deze tekenfilms lijkt zich weliswaar te beperken tot een ouderwetse stijl waarbij de personages bewegen in achtergronden van waterverf, maar juist door alle details krijgen ze in vergelijking met het gros van de door computer gegenereerde tekenfilms per definitie meer ziel en karakter. Dat maakt van elk frame van The Wolfwalkers een alleraardigst schilderij.

 

21 november 2020

 

ALLE RECENSIES

White Riot

****
recensie White Riot

De straat als podium

door Alfred Bos

In de jaren zeventig sloegen punk en de Engelse antiracisme-organisatie Rock Against Racism de handen ineen. Activisten en muzikanten van toen kijken terug op een explosieve tijd. Is er sindsdien veel veranderd?

Eric Clapton stond dronken op het toneel en mompelde in de microfoon iets over ‘roetmoppen’ en ‘wegwezen’. Het kwam in de krant en Red Saunders, freelance fotograaf en undergroundtheatermaker, krabde in zijn rosse baard. Hij startte een politiek-culturele beweging, Rock Against Racism (RAR), gekeerd tegen de extreemrechtse partij National Front en het racisme dat zich in het Engeland van de jaren zeventig steeds openlijker manifesteerde. Muziek en activisme gingen hand in hand, de straat was het podium.

White Riot

RAR werd opgericht in 1976, het jaar waarin punk zich begon te roeren. RAR en punk deelden een mentaliteit, ze stonden buiten de maatschappelijke orde en creëerden hun eigen autonome (wan)orde: do it yourself. Stencilmachines en offsetdrukpersen waren de sociale mediakanalen van het pre-internettijdperk. Sniffin’ Glue was het eerste van talloze punkblaadjes. RAR had Temporary Hoarding (met de letter RAR in de naam) als huisorgaan, het liet zich handig uitvouwen tot poster.

Vergaarbak
Punk was een vergaarbak van Britse jongeren voor wie er in de klassenmaatschappij vanwege achtergrond (arbeider), opleiding (niet-academisch) of huidskleur (gekleurd) slechts een marginale of helemaal geen plaats was. Punk was ‘rebel music’, net als reggae, de muziek van de West-Indische immigranten (zoals Don Letts eerder op InDeBioscoop heeft uitgelegd). De twee muziekgenres, zo verschillend van stijl en culturele achtergrond, stonden niettemin schouder aan schouder. Ze waren het organische tegendeel van racisme, het duidelijkst belichaamd door punkgroep The Clash. De band annexeerde het RAR-logo en gebruikte het in hun eigen iconografie.

White Riot, de eerste lange documentaire van Rubika Shah, een jonge Britse van Pakistaanse afkomst, schetst de opkomst van de beweging en het socioculturele klimaat van de late jaren zeventig. Ze spreekt met RAR-oprichters Red Saunders en Roger Huddle, en muzikanten van toen als Dennis Bovell, Pauline Black (The Selecter), Topper Headon en Paul Simenon (The Clash), Poly Styrene (X-Ray Spex) en David Hinds (Steel Pulse). Archiefbeelden illustreren hun herinneringen en observaties. De punk van 999, The Clash en Sham 69 klinkt op de geluidsband

White Riot

Van Maggy naar Boris
Rock Against Racism hield het zes jaar vol en was een krachtig geluid in een roerige tijd vol ingrijpende veranderingen, economisch, sociaal en cultureel. White Riot, vernoemd naar de debuutsingle van The Clash, culmineert in wat het meest zichtbare moment was voor RAR: de mars van 30 april 1978 dwars door het Londense East End, een wijk met veel National Front-aanhang. De optocht eindigde in het Victoria Park in de ‘zwarte’ wijk Hackney, waar X-Ray Spex (punk), Steel Pulse (reggae), Tom Robinson (openlijk homofiel) en The Clash optraden voor honderdduizend antiracisten uit heel Engeland.

Dat was ook het moment waarop punk zich splitste. Het conservatieve deel werd Oi (zo heette dat toen) en openlijk rechts. Het progressieve deel werd postpunk en ontwikkelde zich tot een baaierd van stijlen, veelal maatschappelijk geëngageerd. Maar zover rekt de film niet. Die concentreert zich op de culturele explosie van 1976-1978, waarin luttele maanden zoveel gebeurde dat er een reeks boeken en documentaires over gemaakt kan worden.

Niet dat er door RAR veel veranderde. Op 4 mei 1979 won Margaret Thatcher de Britse verkiezingen en kwam het neoliberalisme aan de macht. Op 12 en 13 oktober 1982 trad The Clash in de voetsporen van The Beatles en speelde in het Shea Stadion te New York. Veertig jaar later is racisme nog springlevend. En ligt Engeland meer dan ooit in de knoop met zichzelf.

 

14 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Working Woman

***
recensie Working Woman

Kracht uit beklemming

door Sjoerd van Wijk

De seksuele misdragingen dringen geniepig in bij Working Woman. Tezamen met de hectiek van carrièreambities en gezin lijkt de film echter af en toe richting pamflet of triviaal af te glijden.

Nu Jeffrey Epsteins seksring voor machtige figuren en diens verdachte dood algemeen bekend is, komt het kleine leed van Working Woman op een goed moment in de bioscoop. Macht lijkt iets te doen met mensen, met misbruik tot gevolg. Hier is het slachtoffer de ambitieuze Orna, die de kans krijgt zich omhoog te werken bij een projectontwikkelaar. Dat komt haar goed uit, want man Ofer heeft een restaurant geopend waardoor de financiën van het gezin onzeker zijn. Helaas lijkt baas Benny meer te zien in Orna dan alleen een topper, wat tot vervelende avances en meer leidt. Voor Orna de vraag hoe ze haar ambitie kan verwezenlijken nu er zulke tegenwerking is.

Working Woman

Confronterend geniepig
De werkplaats beklemt al onderhuids, wat Benny’s transgressies des te akeliger maakt. Menashe Noy speelt de rol van gluiperd met verve. Zijn intonatie en positionering brengen subtiel Orna in benauwing, verder geholpen door het aimabele maar manipulatieve handelen. De chemie tussen de twee op professioneel vlak slaat daarbij geniepig om in een situatie van oppressie.

De Israëlische regisseuse Michal Aviad, die vooral documentaires maakt, weet met haar medescenaristen Sharon Azulay Eyal en Michal Vinik deze tersluikse beklemming gedegen op te bouwen. Buiten een eerste onhandige zoenpoging om spreekt de dwang uit alledaagse interacties, die als vanzelf de lading meekrijgen door Benny’s opdringerigheid. Vanaf begin tot eind confronteert het moment van aanranding op zakenreis in Parijs. Door de kalmte van deze scène tussen de hectiek door dringt de narigheid binnen.

Van drukte naar moed
De energie van kansen aangrijpen, slaat tegelijk geruisloos om in afmatting. Het gezin blijft niet uit zichzelf draaien, en Orna moet diverse balletjes hoog in de lucht houden terwijl de werksfeer verslechtert. Het camerawerk van Daniel Miller gaat mee in de drukte, schuddend achter haar aan in een anoniem Jeruzalem. Net als in het eveneens dit jaar uitgekomen Ayka is dit het beeldende schema van keus om de hectiek van een onderdrukte vrouw te tonen, met het verschil dat Aviad er hier een teken van kracht van maakt.

Orna ontwikkelt zich van onderdanig naar eigengereid, iets wat actrice Liron Ben Shlush innemend brengt. Er zit een stille kracht in haar opgesloten. De begrijpelijke vertwijfeling na Parijs krijgt bij Ben Shlush een aangrijpende intensiteit, door een vertrouwen wat langzaam maar zeker naar boven komt drijven. Haar dappere gevecht tegen machteloosheid wekt daarom een zekere inspiratie op. Dat is vooral aan Ben Slush te danken, want het incident loopt met een sisser af waardoor de problematiek bijna triviaal gaat aanvoelen.

Working Woman

Conformisme
Het scenario lijkt wel met scherpte opgezet om Orna’s wens tot carrière maken te duiden als een vrouw boksend tegen een mannenwereld. Ofer toont weinig empathie, Orna’s moeder wimpelt de zorgen weg en Benny is een wel erg rechtlijnige gluiperd. Daarmee is Working Woman af en toe wat pamflettistisch, alsof er opportunistisch een standaard boodschap over mannelijk machtsmisbruik en de bijbehorende hashtag wordt omgeroepen.

Of het een goede zaak is om een ieder te integreren in de wereld van geestdodende arbeid in plaats van die wereld te transformeren blijft achterwege. Orna lijkt oprecht blij om gefortuneerde mensen aan hun droomappartement te helpen, terwijl Ofer ondertussen maar geen vergunning voor het moeizaam lopende restaurant kan krijgen. Bevrijdende kracht leidt in Working Woman tot conformisme, als zij zich als van nature vereenzelvigt met de doelen van het kapitaal.

 

19 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Woodstock: bepalend moment van de babyboomers

50 jaar Woodstock
Bepalend moment van de babyboomers

door Alfred Bos

Het begon als een idee voor een platenstudio. Het werd het meest beroemde, ophefmakende, historisch significante popfestival ooit. Op de vijftigste verjaardag van Woodstock is de documentaire van Michael Wadleigh voor één dag opnieuw te zien.

De zomer van 1969 was een waterscheiding in de westerse cultuur. Op 20 juli zette Neil Armstrong als eerste mens voet op een ander hemellichaam, het was wereldnieuws. Diezelfde week oversteeg de rekenkracht van alle computers tezamen het rekenvermogen van de mensheid, de kranten zwegen erover.

Woodstock (50th Anniversary)

Leden van Charles Mansons sekte pleegden in de nachten van 9 en 10 augustus de geruchtmakende Tate/La Bianca-moorden en verstoorden de hippiedroom. Nog geen week later, van vrijdag 15 tot en met maandagmorgen 18 augustus, vond in Bethel, New York het Woodstock-festival plaats, aangekondigd als ‘drie dagen van vrede en muziek’. Er kwam een half miljoen bezoekers op af en de gouverneur van de staat New York riep de festivallocatie uit tot rampgebied. In luttele weken werden historische grenzen overschreden.

Voor iedereen die er niet bij kon zijn, draaide in Amerika vanaf 26 maart 1970 de documentaire die de onafhankelijke cineast Michael Wadleigh over het festival – de muziek en de bezoekers – maakte. Woodstock opende op 25 juni in Nederland; ná de Verenigde Staten, Engeland en Frankrijk, maar vóór de rest van de wereld. Vanaf 11 mei van dat jaar lag de driedubbelelpee met opnamen van het festival in de winkel, een jaar later gevolgd door een dubbelaar.

Voor wie er echt geen genoeg van kan krijgen, is er ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Woodstock een speciale uitgave met 38 cd’s verschenen. Daarop staan alle 432 nummers die de 32 acts en artiesten hebben gespeeld tussen vrijdagmiddag 5 uur (Richie Havens) en maandagmorgen 11 uur (Jimi Hendrix). Eén cd verzamelt alle podiumaankondigingen: “Klim niet in de torens”. “De bruine acid die rondgaat is niet bijzonder goed, we raden aan om er weg van te blijven”. “Vanaf nu is het een gratis concert”. Woodstock is een geval apart.

Festivalkoorts
Dat er überhaupt een film was te zien, is te danken aan voormalige platenbaas en muzikant Artie Kornfeld. Samen met concertpromotor Michel Lang benaderde hij de financiële adviseur Joel Rosenman en de rijke zakenman John P. Roberts. Aanleiding was een advertentie in de Wall Street Journal waarin dat tweetal zich had geafficheerd als ‘jongemannen met ongelimiteerd kapitaal’, op zoek naar zakelijke ideeën. Het idee van Lang en Kornfeld was om een opnamestudio te openen in Woodstock, in upstate New York. Het werd een meerdaags muziekfestival; niet in Woodstock (geen locatie beschikbaar), niet in Walkill (protest van bewoners), maar in Bethel, op het terrein van boer Max Yasgur.

Woodstock (50th Anniversary)

In de zomer van 1969 had Amerika last van festivalkoorts. Vanaf het eerste weekend van april (Palm Springs, Californië) tot en met het laatste weekend van augustus (Lewisville, Texas en Prarieville, Louisiana) was de kalender van oostkust tot westkust gevuld met een reeks festivals: West Hollywood (Florida), San Jose (Californië), Detroit (Michigan), Denver (Colorado), Edwardsville (Illinois), Hampton (Georgia), Laurel (Maryland), Milwaukee (Wisconsin), Woodinville (Washington) en Atlantic City (New Jersey) waren het decor van drukbezochte rockfestivals.

Woodstock leek de zoveelste in een rij, de organisatie rekende op het respectabele aantal van maximaal honderdduizend betalende bezoekers. Het werden er zo’n half miljoen, waarvan het overgrote deel zonder kaartje. Opeens was de wei in Bethel onbedoeld een stad van een kleine half miljoen inwoners, een stad zonder infrastructuur. Zonder voedsel, zonder medicijnen, zonder sanitair. Onbereikbaar ook, de wegen zaten tot ver in de omtrek verstopt, alle hulp moest worden ingevlogen. Het had zomaar kunnen uitdraaien op een humanitaire ramp.

De lokale bevolking begon voedsel in te zamelen, het leger vloog met helikopters veldartsen in, de Hog Farm-commune-activisten van Wavy Gravy (Hugh Romney) bemanden een gaarkeuken en deelden gratis eten uit. Gouverneur Rockefeller verklaarde Bethel tot rampgebied. Bovendien werkte het weer niet mee. Op zondagmiddag maakte een zomerstorm van de weide een modderpoel. Maar ondanks alle ontberingen klaagde niemand, iedereen hielp elkaar. Het gevoel van eenheid onder het publiek oogt vijftig jaar na dato nog steeds utopisch.

Woodstock Nation
Elk van de half miljoen bezoekers – en de muzikanten niet uitgezonderd – had het gevoel deel van iets unieks te zijn. Woodstock werd het bepalende moment voor de generatie van de naoorlogse baby boomers. “We zochten geen antwoorden, we zochten gelijkgestemden”, zeggen bezoekers van toen vijftig jaar later. Die vonden ze op de heuvels van Bethel.

Het gaf hen een gemeenschappelijk levensgevoel, zelfbewustzijn, een identiteit en cultureel momentum. Hun belevingswereld verschilde ingrijpend van die van hun ouders en dier conservatieve ideeën, burgerlijke waarden en zielloze bestaan. Ze noemden het ‘Woodstock Nation’, waar de verbeelding aan de macht was. Dat weekend werden babyboomers de Woodstockgeneratie.

50 jaar Woodstock

Twee dingen waren cruciaal voor het gevoel van verbondenheid dat het half miljoen vreemden op de weide van zuivelboer Max Yasgur met elkaar deelden: muziek en Vietnam. Het protest tegen de oorlog in Vietnam was de motor achter het ontstaan van de tegencultuur die de psychedelische revolutie, het ecoprotest van The Whole Earth Catalog en de alternatieve media van underground comix en tijdschriften à la Rolling Stone had voortgebracht.

Boven de babyboomers hing de dreiging van militaire dienstplicht. Wie werd opgeroepen, kon naar Vietnam worden gezonden en terugkeren in een bodybag. Ze ontvluchtten die donkere werkelijkheid in muziek, en drugs. Muziek was het cement dat alle uiteenlopende interesses en belangen van de tegencultuur tot een geheel kitte. Festivalafsluiter Jimi Hendrix bracht in zijn deconstructie van het Amerikaanse volkslied Vietnam en muziek samen.

Woodstock en al die andere festivals in de zomer van 1969 hadden Montery Pop, van juni 1967, als voorbeeld. De moeder aller rockfestivals was bedoeld om rockmuziek dezelfde culturele status als jazz en folk te geven. Lou Adler, mede-organisator van Montery Pop: “Montery draaide om de muziek. Woodstock draaide om het weer en de bezoekersaantallen.” Maar tijdens Woodstock overstegen het publiek en hun tegencultuur de betekenis van de muziek. Het festival markeert het moment waarop de tegencultuur de nieuwe mainstream werd.

Chicago maakt plaats voor Santana
Meer dan een kwart van de acts die hadden gespeeld op Montery Pop stond ook op Woodstock: Jimi Hendrix, The Who, Janis Joplin, Jefferson Airplane, Country Joe & The Fish, The Grateful Dead, Paul Butterfield Blues Band, Canned Heat en Ravi Shankar. Ze waren symbolen van de tegencultuur en vormden het hart van het Woodstock-affiche. Dat werd verder gevuld met nieuwe en minder bekende namen als Joe Cocker, The Band, Mountain, Johnny Winter, Santana en Crosby, Stills, Nash & Young (het was hun tweede optreden). Sly & The Family Stone vervulde op Woodstock de rol die Otis Redding en de Stax-revue hadden op Montery, die van excuus-soulact.

Voor de hand liggende namen ontbraken om uiteenlopende redenen. Bob Dylan vertrok op de openingsdag van Woodstock naar Engeland, om daar op 31 augustus te spelen op het Isle of Wight Festival of Music. Simon & Garfunkel werkten aan een nieuw album, dat in 1970 zou verschijnen als Bridge Over Troubled Water. The Byrds hadden hun buik vol van festivals. The Doors zegden op het laatste moment af, ze vreesden ‘een tweederangs Montery’. Love was uitgenodigd, maar paste. Chicago werd door concertpromotor Bill Graham (we zien hem in de backstagebeelden) van het affiche gemanipuleerd. De reden: zo kon hij de nieuwe groep onder zijn hoede, het op dat moment volstrekt onbekende Santana, aan het Woodstock-programma toevoegen. Santana vulde de plek van Chicago.

Woodstock (50th Anniversary)

Santana was als grote onbekende dé relevatie van het festival en levert het muzikale hoogtepunt van de documentaire. Omdat de groepsleden lsd hadden geslikt, werd hun bijdrage een uur uitgesteld. Een akoestisch optreden van Country Joe McDonald vulde het gat, zijn vertolking van Fish Cheer is een van de iconisch momenten in de film. Santana’s rock met latin-elementen was in 1969 een nieuw geluid en de verbazing en opwinding onder het publiek worden in de split screenbeelden van Woodstock raak gevangen. Mede dankzij de lsd heeft de groep vleugels en stijgt boven zichzelf en het moment uit.

De registratie van Soul Sacrafice, het slotnummer van Santana’s optreden, biedt pure magie. Het is één van de beste liveperformances uit de rockhistorie en maakte de reputatie van de groep. Twee weken na Woodstock verscheen het titelloze debuutalbum, werd een hit en de rest is geschiedenis. Geen groep heeft zoveel baat gehad bij Woodstock als Santana, het festival lanceerde de carrière van de band. Het werkte wederzijds, met Santana had Woodstock een uniek en onderscheidend moment. Het complete Woodstock-concert is terug te horen op bonus-cd bij de heruitgave uit 2004 van Santana.

Martin Scorsese
Woodstock is één van de beste concertfilms ooit, misschien wel de beste. Het is de eerste en enige documentaire van regisseur Michael Wadleigh en won in 1971 een Oscar. (Wadleigh maakte daarnaast slechts de thriller Wolfen, een film die cultfaam onder liefhebbers van horror heeft.) De cameramensen hadden in 1969 ongekende vrijheid om de optredens op en rond het podium te filmen. Ze zitten de muzikanten letterlijk dicht op de huid, wat de beelden ongewoon intiem maakt. De split screen-editing is functioneel en werkt dramatisch in het voordeel van de muziek, zo maakt de montage de registratie van The Who extra krachtig.

Voor de montage waren zeven editors verantwoordelijk, waaronder Thelma Schoonmaker en Martin Scorsese. Schoonmaker werd nadien de vaste editor van Scorsese, die tevens als assistent-regisseur aan de film heeft meegewerkt. Die ervaring heeft hij nadien benut voor zijn concertfilms en muziekdocumentaires over The Band (The Last Waltz, 1978), Bob Dylan (No Direction Home, 2005), Rolling Stones (Shine a Light, 2008), George Harrison (Living in a Material World, 2011) en opnieuw Bob Dylan (Rolling Thunder Revue, 2019).

Woodstock (50th Anniversary)

Bij het vijfentwintigjarige bestaan in 1994 kwam Woodstock in Amerika opnieuw uit. De oorspronkelijk versie uit 1970 is 184 minuten (drie uur en vier minuten) lang. De director’s cut van 1994 telt 224 minuten (drie uur en drie kwartier), aan de eerste versie zijn opnamen van Canned Heat, Janis Joplin en Jefferson Airplane toegevoegd; de laatste twee waren niet in het origineel te zien. Het segment over Jimi Hendrix is uitgebreid met een verbluffende vertolking van Voodoo Child (Slight Return). Niet in de bioscoop vertoond materiaal kwam in 2009 op dvd beschikbaar via de 40th Anniversary-uitgave van de film.

Kassucces
Woodstock was een bijgedachte en kostte 600.000 dollar om te maken. Door omstandigheden werd Woodstock een gratis toegankelijk festival, wat het kwartet organisatoren in eerste instantie een miljoenenschuld opleverde. De film bleek echter een kassucces en heeft vijftig jaar later, los van plaatverkoop en merchandise, naar schatting vijftig miljoen dollar opgebracht. Ook dat typeert de babyboomers.

Waarom werd Woodstock het kantelpunt en niet een van al die andere festivals die zomer? Woodstock haalde in Amerika de nationale pers: er ging van alles fout en toch liep het, als een mirakel en met dank aan de verdraagzaamheid van de bezoekers, niet uit op een ramp. Woodstock bracht het mirakel naar de rest van de wereld.

Maar het meest fundamentele facet van de culturele waterscheiding die in de zomer van 1969 gestalte kreeg, is dit: de film van het festival, de virtuele werkelijkheid, is lucratiever dan het festival zelf, de fysieke werkelijkheid. Zo symboliseert Woodstock via Woodstock met terugwerkende kracht de door media geschapen hyperrealiteit van de eenentwintigste eeuw.

De director’s cut van Woodstock (224 minuten lang) beleeft zaterdag 17 augustus zijn ‘première’ op Lowlands en is zondag 18 augustus eenmalig te zien in meer dan honderd bioscopen.

 

10 augustus 2019


ALLE ESSAYS

Weldi

***
recensie Weldi

Kleine tragiek leidt tot groter geheel

door Sjoerd van Wijk

Weldi bouwt geconcentreerd de vertwijfeling en rouw van de teleurgestelde vader uit. Buiten de schematische cinéma vérité om weet het drama met eenvoud op eigen wijze het verdriet onderhuids te maken. 

Het lijkt beter te gaan met de jonge Sami nadat hij wordt behandeld voor migraineaanvallen. Maar de zoon van de bijna gepensioneerde havenwerker Riadh en vrouw Nazli blijkt een geval van stille wateren hebben diepe gronden. Als een donderslag bij heldere hemel verlaat hij Tunesië om zich aan te sluiten bij strijders in Syrië. Waar de gebroeders Dardenne, die hun naam leenden aan Weldi, recent een geradicaliseerde jongen volgen in Le Jeune Ahmed, kiest deze film voor het perspectief van de gedesillusioneerde vader. Riadh geeft alles om de toekomst van zijn zoon, dus start een wanhopige zoektocht die leidt naar Turkije. Ondertussen rijst de vraag of Riadh zijn leven niet teveel om zijn zoon draait.

Weldi

Geslepen dwaalspoor
Het giswerk is wat er in zoon Sami omgaat, dankzij Zakaria Ben Ayeds ondoorgrondelijk stoïcisme. De stress van zijn naderende eindexamen lijkt in eerste instantie een oorzaak van depressie, wat door zijn afgematte spel plausibel overkomt. Maar het gewiekste scenario van schrijver-regisseur Mohamed Ben Attia brengt op een dwaalspoor. Daarmee is Riadhs shock na Sami’s vertrek direct invoelbaar. Mohamed Dhrif weet als de wanhopige vader de escalerende zoektocht aangrijpend te maken door zijn onzekere ingetogenheid. De spaarzame uitbarstingen zoals in een confronterende ruzie met zijn vrouw tonen daarbij hoe de emotionele spanning aldoor opkropte. 

Door deze kleinschalige aanpak treedt de problematiek rondom radicaliserende jongemannen die vallen voor religieus fundamentalisme of fascisme op de achtergrond. Weliswaar komen spanningen in de Tunesische samenleving subtiel voor, maar het personage Sami dient vooral de geslepen uitgevoerde twist. Riadhs reis naar Turkije brengt echter op kiene wijze op de voorgrond hoe individuele motivaties niet kunnen opboksen tegen een systemisch fenomeen, na een laatste conversatie voor de Syrische grens die uitblinkt in tragisch cynisme.

Weldi

Eigen stempel op documentaire weergave
De invloed van de gebroeders Dardenne is bij tijd en wijle overduidelijk. Hun stijl van camerawerk uit de losse pols die op intieme wijze de personages volgt, lijkt heden ten dage een standaardschema. Alsof ook de Belgische cameraman Frédéric Noirhomme bij deze gebroeders in de schoolbanken heeft gezeten. Deze stijl veinst neutraliteit met oppervlakkige signalen van observatie. Maar onbevangen de werkelijkheid weergeven, is een illusie. Film geeft een realiteit weer, niet dé realiteit. Weldi verwart dus zakelijkheid met objectiviteit. 

Toch weet de film een eigen stempel te drukken in plaats van gemakzuchtige clichés van cinéma vérité al het werk te laten doen. Ben Attia hanteert regelmatig een beheerste afstandelijkheid, die meer interesse toont in de reacties van een personage dan het zich afspelende plotelement. Vanuit de auto Sami zien toekijken hoe Riadh buiten beeld een agent afkoopt, laat onderhuids de normale gang van zaken in het land voelen. En daarmee later de onbeholpenheid van Riadh als Sami het hazenpad kiest.

Weldi raakt daarmee op momenten de gevoelige snaar van de tragiek van deze oudere man die zijn laatste zekerheid in een ongrijpbaar systeem verliest. Zijn chatberichten aan Sami op het computerscherm lijken voor de hand te liggen, maar zijn in de eenvoud een waarachtige uiting van vertwijfeling. Dit mede dankzij een hartverscheurende droomscène waar Riadh voor het laatst Sami kan omhelzen. In Weldi leidt kleine tragiek daarmee onmerkbaar tot een groter geheel.

 

22 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

White Material

****
recensie White Material

Smeulende spanning en oprukkend zand

door Michel Rensen

Onder de dreiging van een burgeroorlog dwaalt Isabelle Huppert verdwaasd rond temidden van smeulende resten van een wereld die niet meer is. Heden en verleden versmelten onder de brandende Afrikaanse zon. 

Een zaklamp schijnt over enkele artefacten: een Afrikaans masker, een foto van een jonge Isabelle Huppert en het lijk van een soldaat. Het licht dwaalt door een mysterieus, verlaten huis, een tombe vol herinneringen. White Material (2010) suggereert een blik naar een andere tijd, een vergaan verleden, maar al snel blijkt de situatie ingewikkelder in elkaar te zitten. Vaag gemarkeerde tijdsovergangen laten heden en verleden vloeiend in elkaar overgaan. Aan het begin van de film klampt Maria Vial (Huppert) zich wanhopig vast aan een bus op weg terug naar haar koffieplantage. De film volgt haar naar haar huis, maar maakt tegelijkertijd een sprong terug in de tijd. Ook op thematisch vlak spelen de anachronistische positie van Maria en de voortzetting van machtsstructuren uit het verleden een prominente rol. Het heden en het verleden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

White Material

Maria’s familie beheert een koffieplantage in een onbenoemde, voormalige Franse kolonie – de film is net als Denis’ debuutfilm Chocolat opgenomen in Kameroen – waar een oprukkende burgeroorlog, met aan het front een leger kindsoldaten, de lokale bevolking op de vlucht jaagt. Maria weigert haar land, haar bezit te verlaten. Halsstarrig houdt ze vast aan een gevoel van normaliteit. Ze wil niet toegeven dat de wereld om haar heen veranderd is. Temidden van opwaaiend zand blijft Maria Vial halsstarrig vasthouden aan een wereldbeeld dat al decennia verleden tijd is, als het al ooit bestaan heeft.

Lichamen in de ruimte
Claire Denis is ongetwijfeld één van de meest intrigerende hedendaagse auteurs. Haar zeer subjectieve, gevoelige en vaak sensuele stijl kenmerkt zich door een diepe interesse in haar personages die vrijwel altijd buitenstaanders zijn. Zij worden door hun omgeving getekend, juist omdat zij er net niet in passen. Hierbij heeft Denis een sterke interesse voor de fysieke relaties tussen lichamen en de ruimte waarin ze zich bevinden. Hoe de personages tegen elkaar praten zegt vaak meer dan de woorden die zij spreken. De scènes volgen elkaar vaak associatief, van een helder opgebouwd plotverloop is nauwelijks sprake.

De camera bevindt zich in White Material vaak dichtbij Maria. Met schokkerige handheld-bewegingen volgt de camera haar terwijl ze schijnbaar doelloos ronddwaalt over zanderige paden. Oprukkend zand belemmert het zicht. De film geeft nauwelijks overzichtsshots en plaatst je in eenzelfde staat van verwarring als Maria. Hupperts fenomenale acteerwerk versterkt dit gevoel. Bij vlagen is de wanhoop van haar gezicht te lezen, terwijl ze in de volgende scène overtuigd lijkt dat er niets vreemds aan de hand is. Hupperts acteerwerk is zeer subtiel en houdt zo een masker van mysterie voor. De kadrering maakt één ding duidelijk. Maria is verdwaald in een wereld waarin ze niet (meer) thuis hoort.

Wit privilege
Een helikopter van het terugtrekkende Franse leger keert speciaal voor Maria en haar familie een laatste keer terug om hen uit de verwachte geweldsuitbarsting te bevrijden. De soldaten bekommeren zich niet om het leven van de arbeiders, zo merkt één van hen op. Enkel de witte bewoners krijgen hulp aangeboden. Scheve koloniale klassenverhoudingen zijn nog sterk aanwezig in het heden en de mate waarin het dreigende geweld de levens van de personages verstoord is sterk afhankelijk van hun maatschappelijke positie. Maria draagt haar witte privilege als een schild dat haar beschermt voor gevaar. Zij waant zichzelf onsterfelijk, terwijl haar arbeiders massaal besluiten de oproep van het leger te beantwoorden en het gebied te ontvluchten. Ook de burgemeester kan zijn eigen knokploeg inhuren en zo in schijnbare veiligheid in het gebied blijven.

White Material

Maria’s aanwezigheid lijkt de katalysator die onvermijdelijk een smeulende spanning tot een hete strijd doet uitbarsten. Eén van de rebellen mompelt dat er pas verandering mogelijk is als al het ‘white material’ uit het land verdreven is. Hij doelt hiermee niet specifiek op Maria en haar familie, maar vooral om de structuren en voorwerpen die een uiting van hun ongelijke positie zijn. Een gouden aansteker komt herhaaldelijk als symbool voor deze ongelijkheid terug. Pas als alle tekenen hiervan weg zijn, kan de revolutie slagen.

Net als in al Denis’ films oordeelt White Material niet over zijn personages. De film bestudeert de complexiteit van de situatie en de gevolgen voor de personages in een door geweld ontregelde samenleving. De film stelt een complexiteit tentoon waarvan bij elke nieuwe bezichtiging andere details zullen opvallen. Met haar subjectieve manier van filmen laat Denis veel open, waardoor elke kijker er zijn eigen lezing uit zal halen. Isabelle Huppert is hierin een ideale steractrice die een breed en complex scala aan emotie weet te verbeelden op zo’n subtiele wijze dat je als kijker nooit helemaal zeker bent van wat je ziet of hoe het te interpreteren.

 

Kijk hier waar en wanneer White Material draait.

 

16 juli 2019

 
MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Wild Pear Tree, The

****
recensie The Wild Pear Tree

Meester van de nuance

door Cor Oliemeulen

De net afgestudeerde Sinan keert vanuit de stad terug naar zijn geboortedorp in Anatolië en wil liever schrijver dan leraar worden. Hij beschrijft de bekrompenheid van de streek en zijn visie op het leven in zijn boek The Wild Pear Tree, waarvoor hij een sponsor zoekt om het te kunnen uitgeven. Ondertussen botst hij met zijn vader, die als gevolg van gokken zijn aanzien heeft verloren.

Ook in zijn achtste speelfilm zadelt de bejubelde Turkse regisseur Nuri Bilge Ceylan zijn hoofdrolspeler op met een existentiële zoektocht naar de zin van het leven en de rol en verantwoordelijkheid van de mens. Net als in het geniale Winter Sleep draait de plot om familierelaties en meer om het gesproken woord dan om de gebeurtenissen in de overweldigende natuur. Ook The Wild Pear Tree (Ahlat Agaci) is zo traag als het dagelijkse leven in de contreien waar het verhaal zich afspeelt, maar trekt je daardoor wel in het lot.

The Wild Pear Tree

Prikkelend
Door de vele lange scènes met zijn gebruikelijke statische shots sneed Ceylan zijn werkstuk terug naar een speeltijd van ruim drie uur die nodig is om het karakter van Sinan (Dogu Demirkol) goed te kunnen uitdiepen en zijn relatie met zijn vader Idris (Murat Cemcir) betekenisvol te kunnen afronden. Sinans verplichte legerdienst in een besneeuwd gebied (ook een handelsmerk van de regisseur) aan het eind duurt slechts enkele minuten, terwijl het gesprek van Sinan met twee jonge imams, die hij betrapt op het stelen van appels, wel een paar minuten korter had gekund. Hun discussie over de betekenis van godsdienst en de Koran in deze tijd van technologie en vooruitgang is prikkelend, maar zoals altijd gaat Ceylan – die zich vaak laat inspireren door de Russische schrijvers Tsjechov en Dostojevski – qua statements zelden over het randje. Hoewel niet alle Turken daarover hetzelfde zullen denken.

In zijn jeugdige, rebelse overmoed en met een air dat hij de wijsheid in pacht heeft, zien we Sinan in een aantal confronterende ontmoetingen. Dat begint al direct met zijn terugkomst uit de universiteitsstad Çanakkale (waar regisseur Ceylan opgroeide) naar zijn geboortedorp Çan waar een winkelier Sinan op straat verwelkomt om hem vervolgens fijntjes te verzoeken of hij zijn vader kan bewegen zijn gokschulden af te lossen. Hierna volgt een stijlvol gefilmde ontmoeting vol ingehouden erotiek met Hatice, een vriendinnetje uit zijn jeugdjaren die op het veld werkt. Ook zij heeft dromen, maar voelt niet net als Sinan de urgentie om de in zijn ogen kleingeestige omgeving de rug toe te keren. Ze filosoferen verder en verschuilen zich achter een boom als Hatice haar hoofddoekje heeft afgedaan. Ze kussen elkaar, de wind steekt plots op en speelt met de bladeren en haar lange haren.

Respect
Thuis vervliegt Sinans laatste restje respect voor zijn vader, die zich in bochten wringt om zijn gokverslaving te verdoezelen, maar ondertussen zijn gezin wel regelmatig zonder elektriciteit laat zitten. Als er geld van Sinan is gestolen, gaan de gedachten direct uit naar vader, hoewel er ook enkele werklieden in de woning zijn gesignaleerd. Sinan zal zijn vader echter nooit direct beschuldigen, hoe goed Idris zijn zoon ook uitdaagt om dat te doen. Sinan kan weliswaar openhartig met zijn moeder over zijn vader praten, maar zij verdedigt Idris, die volgens haar een goed hart en inderdaad ook gebreken heeft, maar hij slaat in ieder geval niet. Bovendien verslijt het halve dorp Idris voor gek omdat hij denkt dat hij door het graven van een diepe put nabij een wilde perenboom water kan vinden.

The Wild Pear Tree

Na een moeizaam gesprek met de burgemeester over financiering van zijn boek belandt Sinan bij een plaatselijke ondernemer. Ook deze past als hij merkt dat Sinan zich weigert te conformeren aan de sociale regels en gebruiken. “Educatie is prima. Maar dit is Turkije. Als je in dit land wilt overleven, moet je je aanpassen. De straat is anders dan de school. Wat je vandaag leert, is morgen waardeloos.” De ondernemer zal Sinans boek zeker niet sponsoren, want toeristen lezen liever positieve verhalen dan alleen maar kritiek op de regio.

Gave
Nuri Bilge Ceylan heeft de prettige gave om in dialogen alle partijen genoeg ruimte te geven en door verrassende nuances en subtiele humor zoveel mogelijk kanten van een kwestie te belichten. Dat geldt uiteindelijk ook voor het klassieke vader-zoondrama in The Wild Pear Tree als blijkt dat Sinan meer op Idris lijkt dan hij altijd heeft gewenst. Ook Ceylans jongste film is niet zo zwaarmoedig als zijn protagonist, hoewel die ten onder dreigt te gaan aan valse verwachtingen. Geen meesterwerk als Winter Sleep, maar een meanderende stroom van betekenisvolle woorden.

 

25 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Wild Rose

***
recensie Wild Rose

Drie akkoorden en de waarheid

door Paul Rübsaam

Wat is er mooier dan een muziekfilm met een jonge, veelbelovende actrice die tevens hartverwarmend kan zingen in de hoofdrol? In Wild Rose wil de Schotse ex-gedetineerde en countryzangeres Rose-Lynn Harlan per se haar geluk gaan beproeven in het legendarische Nashville.

Voor wie niet als een blok valt voor iedere countryzangeres even het volgende. Country is niet country-and-western. Denk ook niet te veel aan het gesuikerde, burgerlijke geluid van Dolly Parton of Tammy Wynette. Ook niet direct aan de wat jankerige stem van Emmylou Harris. Bezorgt Bonnie Raitt je meer kleur op de wangen? Dan zit je bij Wild Rose misschien wel goed. In ieder geval voor de muziek en de vrouwelijke performer.

Wild Rose

Evenals Raitt dat soms deed (en doet) speelt Jessie Buckley (en haar personage Harlan) met haar stem die aan schuurpapier met een laag honing erover doet denken af en toe leentjebuur bij upbeat-popgenres. Zoals in Country Girl, oorspronkelijk uitgebracht door de Schotse rockband Primal Scream, waarbij ze zelf het vrouwelijke personage gestalte kan geven waarover de heren van Primal Scream zongen.

Raitt is bij uitstek het icoon van de Ierse actrice Jessie Buckley, die zich steeds meer al zangeres begint te ontpoppen. Buckley, wier eveneens roodharige Schotse personage Rose-Lynn Harlan bier uit een flesje drinkt en haar witte cowboylaarzen onder een spijkerrok of over een spijkerbroek draagt, was dan ook als een kind zo blij toen ze de 69-jarige Raitt in het kader van de opnames van Wild Rose kon ontmoeten.

Boel op orde?
Maar in een film moet er ook nog een verhaal worden verteld. Rose-Lynn (23) heeft er net tien maanden cel op zitten vanwege haar betrokkenheid bij een heroïnetransport. Ze is voorwaardelijk vrij en voorzien van een elektronische enkelband, die haar belet deel te nemen aan het nachtleven in Glasgow. Later zal ze  voor de rechter die moet beslissen over het intrekken van die voorwaarde verklaren dat ze tijdens haar criminele activiteiten (het ergens dumpen van een of ander pakketje) te dronken was om te begrijpen wat ze deed. 

Wild Rose

Ondertussen moet ze thuis de boel op orde zien te krijgen. Als ze daar tenminste zin in heeft. Als tiener heeft ze een dochter en later ook nog een zoon gekregen, Tijdens haar detentie heeft haar in een bakkerij werkende moeder Marion (Julie Walters) voor de twee kinderen gezorgd. Ook houdt Rose-Lynn er een vriend op na (niet de vader), tot zijn ongenoegen vooral voor de seks. Eigenlijk wil ze maar één ding: carrière maken als countryzangeres in Grand Ole Opry in Glasgow, maar veel liever nog in Nashville in de Amerikaanse staat Tennessee, de bakermat van de countrymuziek. 

Klassenverschillen   
Tegen heug en meug en op aandringen van haar moeder accepteert Rose-Lynn een baantje als schoonmaakster in het riante landhuis waar de welgestelde Sussanah met haar gezin woont. De schoonmaakdiscipline van Marie-Lynn laat te wensen over, maar haar werkgeefster is meteen verkocht als ze haar een keer hoort zingen. Met haar betere connecties weet Susannah deuren voor haar hulp in de huishouding te openen, zoals die van een beroemde BBC-diskjockey, de Britse expert op het gebied van countrymuziek.

De geestdrift waarmee Susannah haar pareltje van een werkster vooruit wil helpen, heeft onbedoeld een elitair tintje. Moeder Marion moet niets van Susannah hebben. Ze wenst slechts een goed en rustig leven voor haar te wilde dochter en niet in de laatste plaats voor haar kleinkinderen. Rose-Lynn hoort en ziet ondertussen niets meer. Ze wil alleen maar zingen en ruikt Nashville. Maar wie gaat haar trip daar naartoe financieren en hoe? 

Wild Rose

Plotwendingen
Wild Rose is een muzikale feelgoodmovie. Verwacht niets dat je niet verwacht had. Of het zou moeten zijn dat de rol van Susannah, die een hogere sociale klasse vertegenwoordigt dan die van Rose-Lynn en haar moeder vertolkt wordt door een actrice met een donkere huidskleur (Sophie Okonedo). Maar echt bijzonder is dat (gelukkig) niet. Voor het overige koersen we naadloos af op een tranen trekkende slotsong, die het verhaal op aangename wijze afrondt. 

Toch heeft het geesteskind van scenarioschrijfster Nicole Taylor en regisseur Tom Harper (hij castte Buckley eerder voor de zesdelige BBC-serie War and Peace) door zijn eenheid en eenvoud een charme die de voorspelbaarheid ontstijgt. De essentie van countrymuziek, zo leren we, is: ‘Three chords and the truth’. Rose-Lynn heeft dat credo zelfs op haar arm laten tatoeëren.

De film, die door de alom aanwezigheid van de muziek korter lijkt te duren dan de honderd minuten die hij beslaat, is als een countrysong. Drie plotwendingen en de ontknoping, zou je kunnen zeggen. Mede door het multitalent van Jessie Buckley groet Wild Rose naar zichzelf toe, wordt de film ‘echt’. Zo is onder andere de slotsong gedeeltelijk door Buckley zelf geschreven. ‘I had to find my own way, make my own mistakes. But you know that I had to go. Ain’t no yellow brick road running through Glasgow…’

 

14 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Wajib

***
recensie Wajib

Een broos evenwicht

door Ries Jacobs

Soms moet je door de zure appel heen bijten en doen wat je omgeving van je verwacht. Soms moet je juist doen wat je zelf wilt. In de laatste film van de Palestijnse regisseuse Annemarie Jacir worstelen de hoofdrolspelers met de vraag voor welke van deze twee opties ze moeten kiezen.

Een vader met een snor en een ouderwetse pet, een zoon met een hipsterstaart en dito kleding. Al na vijf minuten is duidelijk dat dit een familiedrama is waarin traditie en moderniteit botsen. Vader Abu Shadi en zoon Shadi rijden in een oude Volvo rond om uitnodigingen voor het huwelijk van dochter en zus Amal te bezorgen. Volgens het lokale gebruik moet iedereen persoonlijk worden uitgenodigd en worden de huwelijksaankondigingen dus niet per post verstuurd.

Wajib

Vader is een Palestijn die in het tegenwoordig Israëlische Nazareth woont. Hij is gevoelig voor de plaatselijke roddel en achterklap, die zijn eer kunnen aantasten. Zoon werkt als architect in Italië. Hij is meer individualistisch ingesteld en begrijpt weinig van het eergevoel van zijn vader.

Israëlische hond
Jacir weet als geen ander hoe ze het dagelijks leven in Israël in beeld moet brengen. Ook in haar derde lange film doet ze dit vanuit het Palestijnse perspectief. Op een subtiele manier geeft ze weer hoe in het leven van Shadi en Abu Shadi plaats is voor christenen, joden en moslims. Ze gaan langs bij families waar een kerstboom het huis versiert, maar ook bij zionisten in Israëlische nederzettingen.

Het nieuws geeft ons een beeld van Israël als land dat bestaat uit twee kampen die elkaar de hersens inslaan, maar Jacir laat zien dat de verschillende geloofsgemeenschappen geen gescheiden werelden zijn. Meestal leven ze vreedzaam naast elkaar. Soms lukt dat niet, bijvoorbeeld wanneer Abu Shadi in een joodse nederzetting een hond aanrijdt en er daarna vandoor gaat. “Je weet wat er gebeurt in dit land als je een beest kwetst? En zeker een Israëlische hond!”

Wajib

Lied zonder refrein
Wajib bevat meer scènes waarin de onderhuidse spanning tussen Palestijnen en joden tot uiting komt. Zo hebben vader en zoon bijna constant ruzie over wie ze moeten uitnodigen voor de bruiloft, waarbij zoon principieel is en vader niemand voor het hoofd wil stoten teneinde het broze evenwicht met Palestijnen en joden in zijn omgeving te bewaren. Als hij nu de verwachtingen van zijn omgeving inlost, krijgt hij later geen probleem. Dit verklaart de naam van de film. Een wajib is een voor moslims noodzakelijke handeling, zoals het gebed of de ramadan. Wie deze uitvoert wordt later beloond, wie deze verwaarloost wordt gestraft.

Jacirs poging om de spagaat waarin veel Palestijnen zich bevinden weer te geven is zonder meer geslaagd. Dit geldt niet voor de film als geheel, waarin niet zoveel gebeurt. Vader en zoon rijden, bezorgen ergens een uitnodiging, rijden weer verder, gaan weer bij iemand langs en rijden weer verder. De verhaallijn van het door Jacir zelf geschreven script is flinterdun en maakt de film, ondanks de goed uitgewerkte karakters, bij vlagen vlak en spanningsloos.

Kijken naar een film zonder verhaal is als luisteren naar een lied zonder refrein. Na een tijdje gaat het vervelen omdat het meer van hetzelfde is. Dit geldt ook voor Wajib, ondanks de sfeer die Jacir weet te creëren. Als regisseuse is de Palestijnse filmmaakster deze keer beter geslaagd dan als scriptschrijfster.

 

23 maart 2019

 

ALLE RECENSIES