The Chronicles of Narnia (2005)

The Chronicles of Narnia (2005)
Fantasierijke vertolking van trauma

door Zoë van Leeuwen

In een themamaand rondom Tilda Swinton mogen we naast alle drama-, horror- en zelfs actiefilms deze fantasierijke kinderfilm zeker niet vergeten. The Chronicles of Narnia: The Lion, the Witch and the Wardrobe is echter niet zomaar een sprookje, maar ook een waardevolle toevoeging aan haar rijke carrière. 

De verfilming van het eerste Narnia-boek van Britse schrijver C.S. Lewis uit 1950 draait om de broers en zussen Peter, Susan, Edmund en Lucy, die tijdens de Tweede Wereldoorlog worden geëvacueerd naar een landhuis op het Britse platteland. Om de tijd te doden spelen de kinderen verstoppertje, waardoor de jongste van het viertal, Lucy, een magische kledingkast ontdekt die hen naar Narnia brengt. Daar blijkt Jadis, beter bekend als The White Witch, een vloek uitgesproken te hebben over het fantasieland waardoor Narnia in een ijzige wereld is veranderd en zij zichzelf nu tot koningin heeft uitgeroepen. Ook blijkt dat een voorspelling vier kinderen beschrijft die Narnia redden en de vrede herstellen.

The Chronicles of Narnia The Lion, the Witch and the Wardrobe

Angst voor The White Witch
Tilda Swinton belichaamt al het kwaad in heel Narnia, met haar rol als de machtige heks Jadis, wiens volgelingen alle monsterlijke wezens uit deze sprookjeswereld zijn. Een merkwaardige rol kun je het al bijna niet meer noemen, gezien Swintons uitbundige repertoire die onder andere bestaat uit rollen als engel, spion, superheld en vampier.

Toch is dit voor velen hun eerste ontmoeting met de acteerkunsten van Swinton, zeker voor mijn generatie. Hoewel ze tegen 2005 al een behoorlijke reputatie had opgebouwd in onafhankelijke en arthousefilms, maakte haar rol als Jadis haar bekend bij een groter publiek, met name bij jongere kijkers en gezinnen. Toen de film voor het eerst op mijn netvlies verscheen, was ik weliswaar te jong om me bezig te houden met plot, scripts en acteerwerk, maar de angst voor The White Witch is me een lange tijd bijgebleven.

Nu, zo’n twintig jaar later, is Swinton al lang niet meer zo eng als ik ooit dacht, maar dat betekent niet dat bij het herkijken van deze film haar rol enigszins minder indrukwekkend is. Het duurt minstens een half uur voordat we haar voor het eerst op het scherm zien, maar haar aanwezigheid wordt al veel eerder duidelijk door het ijzige landschap van Narnia en de verhalen die de faun Tumnus (een van de eerste grote rollen voor James McAvoy) aan de jongste zus Lucy vertelt over een machtshongerige heks die Narnia helemaal voor zichzelf wil hebben.

Foto: Brigitte LacombeDe manier waarop ze Edmund manipuleert – hij voelt zich als het zwarte schaap van zijn familie – toont haar ware aard. Bij hun eerste ontmoeting wordt hij onthaald met Turks fruit en de belofte dat hij ooit koning zou kunnen worden. Maar haar façade verdwijnt snel wanneer de jongen faalt om terug te keren met zijn broers en zussen, ze hem vol in zijn gezicht slaat en opsluit in de kerker.

Swintons rol als gegoten
Swinton is niet alleen indrukwekkend in haar acteerkunsten, maar ook haar uitstraling voegt heel wat toe aan The Chronicles of Narnia. In de boeken van C.S Lewis omschrijft hij Jadis als “een vrouw met een wit gezicht, niet alleen bleek, maar wit als sneeuw of papier of poedersuiker, met uitzondering van haar zeer rode mond. Het was een mooi gezicht in andere opzichten, maar trots en koud en streng.” Swinton belichaamt deze rol volledig, en met de toevoeging van een ‘grote oude pruik’, zoals de actrice het ooit noemde, ziet ze er precies zo uit als beschreven in de boeken.

Na achternagezeten te zijn door de wolven van Jadis, ontmoeten de kinderen de pratende leeuw Aslan. Samen met zijn leger van eenhoorns, centaurs en vele andere goed-geaarde dieren, maken de kinderen zich klaar voor de strijd tegen het kwaad. Zoals gebruikelijk bij kinderfilms, leert het viertal binnen enkele uren om te gaan met paarden en wapens, maar dat mag de pret niet drukken.

Wanneer enkele scènes later Aslan zijn leven opoffert om Edmund te redden, staat de familie er alleen voor. Peter leidt het leger in de strijd, die er voor een kinderfilm behoorlijk heftig aan toe gaat en je op het bloed na, grote hoeveelheden personages ziet sterven op het slagveld. Als haar laatste ‘powermove’ in de film paradeert The White Witch het slagveld op, in een koets getrokken door ijsberen, zwaaiend met twee zwaarden en gehuld in de afgeknipte manen van Aslan. Ze bevestigt nogmaals haar positie als ware schurk voordat ze uiteindelijk in de strijd wordt gedood.

The Chronicles of Narnia The Lion, the Witch and the Wardrobe

Veel meer dan een sprookje
Voor wie denkt dat The Chronicles of Narnia gewoon maar een kinderfilm is, heeft het goed mis. Ja, het mist hier en daar wat diepgang die andere projecten van Swinton hebben, maar vergis je niet, de film is veel meer dan een Disney-sprookje. Je kunt Narnia zelfs beschouwen als een heuse oorlogsfilm en gebruikt bijna dezelfde formule als Guillermo del Toro’s Pan’s Labyrinth, die een jaar later uitkwam.

Narnia is een ontsnapping aan de zeer reële oorlog die buiten de kast woedt en het gevoel van eenzaamheid nadat ze door hun moeder voor hun veiligheid zijn weggestuurd. Hoewel nooit wordt bevestigd of Narnia echt bestaat of slechts een fantasie van de kinderen is, is het niet vreemd om te stellen dat het verhaal veel te maken heeft met de Tweede Wereldoorlog, zeker gezien C.S. Lewis zijn eerste boek in 1950 schreef en tijdens de oorlog zelf ook kinderen uit Londen opving in zijn huis in Oxford. De strijd tegen de Witte Heks is misschien wel een manier voor de kinderen om eindelijk het gevoel te krijgen dat ze aan het winnen zijn.

De film uit 2005 lijkt dus relevanter dan ooit, vindt ook Swinton, die in een interview uit 2022 zei dat Narnia “het mooiste verhaal over genezing is en het is een prachtige boodschap voor onze kinderen om nu te zien dat ze de toekomst in hun handen hebben, en dat ze moeten weten dat als ze willen dat hun toekomstige wereld anders wordt, ze de macht hebben om dat te bewerkstelligen.”

The Chronicles of Narnia is te zien in Eye.

 

30 oktober 2025

 

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Snowpiercer (2013)

Snowpiercer (2013)
Het moment dat Tilda Swinton de kijker wakker schudt

door Bob van der Sterre

Snowpiercer beschrijft de laatste mensen die na een mislukt experiment eeuwig in een razend rijdende trein over de aarde reizen. Ze zijn letterlijk ingedeeld in klassen, van arm tot elite. De stripoorsprong van de film vraagt om geloofwaardige karikaturen. En Tilda Swinton schudt die uit haar mouw alsof het niets is.

Echt heel serieus hoef je het script van Snowpiercer uit 2013 niet te nemen. Hoezo een trein die de hele wereld rondrijdt? En waarvan de rails het ondanks de vrieskou het zonder onderhoud blijft doen? En gevuld is met een coupé met gasten met maskers en hakbijlen. En oh ja, docenten kunnen even gemakkelijk omgaan met uzi’s als met krijtjes voor het schoolbord.

Snowpiercer

De film van Bong Joon-ho oogt karikaturaal en stripachtig. Dat klopt ook, want het verhaal komt uit een Frans stripboek, Le Transperceneige van Lob, Legrand en Rochette uit 1982. De Zuid-Koreaanse filmmaker las het naar eigen zeggen staande in de boekhandel in een ruk uit en bleef er op weg naar huis over dromen, waarna de gedachte van een film ontstond.

En als je goed kijkt, zitten er wel Franse thema’s in, vooral het stuk over opstand. De dystopische thema’s van de jaren tachtig zie ik er ook in terug. Lob ken ik verder vooral van het script van Superdupont, de Franse superman, uiteraard met stokbrood, wijn, alpinopet en buikje, waar opmerkelijk genoeg nog niemand in Frankrijk commercieel in gedoken is (gelukkig maar misschien).

Het perfecte symbool voor klassenmaatschappijen
Snowpiercer is een film over hoe klassenmaatschappijen kunnen leiden tot revoluties. Ik bedoel: de trein is het perfecte symbool daarvoor met zijn 1e, 2e en soms zelfs 3e klassen. “Ik behoor tot de voorkant, jullie tot de staart, weet je plaats en houd die plaats!”

Het lastige is wel dat de actiescènes daarvoor wel wat té aanwezig en bloederig zijn. Ik moest soms denken aan Equilibrium, dan weer aan de treinthriller The Cassandra Crossing, en soms aan de eveneens Koreaanse film Concrete Utopia (2023, Um Tae-hwa). Maar Joon-ho staat nu eenmaal bekend als een genre-fusionist.

Met name Bong Joon-ho’s eigen Oscarwinnende Parasite, ook over klassenverschillen, geeft een idee hoe je deze film moet opvatten. Parasite is vrij intelligent en subtiel, deze film eerder het tegenovergestelde. Joon-ho zegt het zo: “Parasite is een verticale film, terwijl Snowpiercer juist heel horizontaal is.”

Foto: Brigitte LacombeSchoen op een dienblad
Genoeg over Bong Joon-ho – we hebben het vandaag over de rol van Tilda Swinton. Swinton speelt ‘minister Mason’, een soort afgevaardigde van de elite van de voorste coupés die de status quo in de trein wil handhaven. Ze was schoonmaakster en klom op tot de naaste van treingenie Wilford.

Na een kwartier komt ze de coupé van de armen binnengelopen, in paarse jas met bontjas over de rechterschouder gedrapeerd. Andrew (Ewen Bremner) heeft met een schoen naar de crew gegooid. Als straf hangt zijn arm via een gat zeven minuten buiten in de vrieskou.

Ze krijgt een schoen op een dienblad aangereikt, neemt die in haar hand en zegt: “Dit is zo teleurstellend!” Ze doet haar mond open om verder te praten maar wordt telkens onderbroken door de vertalers. “Hier hebben we geen tijd voor, we hebben maar zeven minuten!” Als ze verder wil praten, hoort ze kleng achter zich en kijkt ze even om. Uit interviews later bleek dat dit een foutje van de crew was. Maar Swinton gaat gewoon verder met haar speech. “Dit is geen schoen, dit is wanorde, dit is maat 10 chaos!”

Haar speech heeft een symbolische rol voor een schoen: “Orde is de barrière die de bevroren dood van ons afhoudt, we moeten allen vasthouden aan onze voorbestemde rollen… Zou je een schoen op je hoofd dragen? Nee, een schoen hoort aan je voet, een hoed hoort op je hoofd. Ik ben hoed, jullie zijn schoen, ik hoor bij het hoofd, jullie bij de voet, zo is het nu eenmaal.”

Dan probeert ze contact te maken met de bestuurder van de heilige motor, Wilford, en haar blik terwijl ze wacht op zijn stem (die nooit komt) is grappig. Haar tweede speech wat later is bozer en misschien nog wel beter: “70% van jullie gaat dood. Mijn vriend, jij hebt last van het misplaatste optimisme van de gedoemden.”

Khadaffi als inspiratiebron
Swinton mocht veel input geven op het uiterlijk van de minister. Alles is extreem uitvergroot: enorm vooruitstekende tanden (het gebitje haalt ze er later uit), een kolossale bril, een kleurrijke minister-outfit met zelfgemaakte medailles, een welgevormde pruik die niet blijft zitten en een dik geprononceerd Engels accent. Ze vertelde in een interview dat ze zelfs nadacht over hoe Mason’s cabin eruit zou zien. “Wie weet wie er achter het uniform zat!”

Haar inspiratiebronnen voor de rol waren dan ook nogal weirde dictators als Khadaffi en Idi Amin, die ook zichzelf behingen met zelfgemaakte medailles. Als ze geraakt wordt, maakt ze hetzelfde handgebaar als Khadaffi toen hij aangehouden werd.

Maar kleding en verschijning betekenen weinig als de acteur ze niet tot leven kan laten komen. Tilda Swinton en haar toneelachtergrond zijn belangrijk om het karakter Minister Mason te laten overtuigen voor de kijker. Swinton: “Minister Mason is een door-en-door-corrupte politicus waar ik een clown van wilde maken.”

Snowpiercer

Elite vs. arme mensen
Het knappe is dat zij het eerste deel van de film draagt door in haar eentje de elite te vertegenwoordigen. Het moment van haar verschijning met de arme mensen in de coupé is de eerste scène waarbij dat contrast echt duidelijk wordt. Joon-ho: “Op dit moment weet je nog niet hoe de elite eruit ziet, ze geeft een indruk wat je kunt verwachten.”

Frappant is dat Joon-ho voor de rol van Mason eigenlijk de acteur John C. Reilly in gedachte had. Gelukkig pakte het anders uit. Er is sowieso veel onderling respect tussen de regisseur en de actrice. In een interview zei Bong Joon-ho dat “de film zonder Tilda Swinton niet gemaakt had kunnen worden”. De twee ontwikkelden een vriendschap en werkten weer samen met Okja (2017). Ze delen een grote liefde voor Hayao Miyazaki’s films, met name My Neighbor Totoro.

Intussen – hoe kan het ook anders – is er ook een gelijknamige tv-serie gemaakt in de periode 2020 – 2024. Ik heb er een hard hoofd in hoe je dit bizarre verhaal over 48 afleveringen kunt uitsmeren. En zonder Tilda Swinton mis je als kijker echt acteerkwaliteit.

Snowpiercer is te zien in Eye.

 

23 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Only Lovers Left Alive (2013)

Only Lovers Left Alive (2013)
Leven voor de kunst

door Zoë van Leeuwen

Regisseur Jim Jarmusch zou je kunnen doen geloven dat Only Lovers Left Alive een romantische horrorfilm is over vampieren die zichzelf door de eeuwen heen steeds opnieuw moeten uitvinden en soms liever zouden sterven. Maar in deze tragisch ogende film schuilt een klein en eenvoudig liefdesverhaal over twee mensen die gewoon hun draai in het leven proberen te vinden. En dat is helemaal niet erg.

Waar films als Dracula, Interview with the Vampire, Nosferatu en zelfs Twilight vampieren afbeelden als bloedzuigende monsters die jagen en doden, distantieert Jim Jarmusch zich duidelijk van alle stereotype vampierenfilms. In Only Lovers Left Alive (2013) kiest hij voor gesofisticeerde vampieren met enorme wereldse kennis vanwege hun lange verblijf op aarde. Liefde en andere emoties voelen zij op dezelfde manier als wij. Dat maakt de film over deze mythische wezens niet alleen origineel, maar ook herkenbaar voor de kijker. De twee hoofdpersonages beschouwen zichzelf af en toe beter dan mensen en vragen zich af of die ‘zombies’, zoals ze mensen noemen, nog steeds vechten om olie, of dat ze zijn overgestapt op water.

Only Lovers Left Alive

De twee vampieren, Adam (Tom Hiddleston) en Eve (Tilda Swinton), zijn dus geen monsters, maar gecultiveerde vampieren, die kunst belangrijker vinden dan wat dan ook. Adam woont als muzikant in een verlaten wijk in Detroit. Hij omringt zich met interessante instrumenten uit alle uithoeken van de wereld en heeft al naam voor zichzelf gemaakt in de muziekwereld, hoewel niemand weet wie hij is. Eve woont aan de andere kant van de wereld, in Tanger, Marokko, waar ze tussen de boeken leeft, haar hele appartement staat er vol mee. Onder dekking van de nacht waagt ze zich op straat om haar vriend Christopher Marlowe (John Hurt) te ontmoeten, een nog oudere vampier die haar het beste bloed geeft dat er te krijgen is. Want bloedzuigen is voor deze vampiers veel te ouderwets.

Swinton als inspiratie
Die manier van vampieren weergeven, kwam niet helemaal van Jarmusch. Hij werd geïnspireerd door het in 1906 gepubliceerde boek Diaries of Adam and Eve van Mark Twain en drong iedere acteur op om het te lezen. Zijn visie voor het verhaal? Iets tussen monsterlijke vampiers en het hemelse paradijs in. Jarmusch creëerde Adam als alter ego van zichzelf, afgeschermd van de wereld, somber en ondergedompeld in muziek.

Eve lijkt veel op Swinton. De actrice noemt zichzelf van nature optimistisch. “Geluk is een beslissing”, stelt Eve in de film, een geïmproviseerde zin en iets waar de actrice zelf heilig in gelooft.

Foto: Brigitte LacombeDat optimisme is precies wat de melancholische Adam ‘in leven’ houdt. Na een videogesprek besluit Eve haar geliefde, die in een existentiële wanhoop lijkt te verkeren, een bezoek te brengen. Beiden genieten ze van de rust van het samenzijn. Ze spenderen hun nachten met autoritjes door het vervallen Detroit, schaken en luisteren naar muziek, voordat ze terug naar bed gaan zodra de zon opkomt.

Hun rust wordt verstoord door dromen over Eve’s zus Ava (Mia Wasikowska), een jongere en chaotische vampier die in tegenstelling staat tot hun gecultiveerde bestaan. Ava staat onaangekondigd bij Adam voor de deur en komt zonder uitnodiging binnen, wat volgens Eve ongeluk brengt. En hoewel Eve veel van haar zus houdt, zijn zij en Adam niet blij met de komst van Ava. Adam heeft zelfs zo’n hekel aan zijn schoonzus dat hij vraagt: “Hoor jij niet ergens in een kist te slapen? Onder de grond?”

Terug naar dierlijke instincten
Ava zet hun leven op zijn kop door Adams kostbare instrumenten te bespelen, hun bloedvoorraad op te drinken en hen te dwingen een avondje uit te gaan. Adams assistent Ian (Anton Yelchin) voegt zich bij het gezelschap en Ava lijkt een oogje op hem te hebben. Aan het einde van de avond stuurt Adam Ian naar huis, maar wanneer het stel na het ontwaken de woonkamer binnenkomt, vinden ze Ian dood op de bank en Ava onder het bloed. “Hij was gewoon zo ontzettend schattig”, zegt ze.

Only Lovers Left Alive

Na Ava’s ‘ongeluk’ sturen ze haar weg en besluiten Adam en Eve naar Tanger te verhuizen. Bij hun aankomst raakt hun bloedvoorraad op en gaan ze op zoek naar Marlowe, die uiteindelijk sterft wanneer ze hem vinden. Verdrietig en stervend van de honger vindt het paar een plek om te rusten. Als een menselijk stel verschijnt, besluiten ze dat ze geen andere keuze hebben dan hun verfijnde levensstijl achter zich te laten en terug te keren naar hun oude gewoonten. Ze vallen het stel aan en voeden zich met hun bloed om te overleven.

In complete tegenstelling tot hun eigen moraal, keren ze terug naar hun dierlijke instincten zodra hun comfort wordt weggenomen en laten ze zien dat de gewelddadigheid waar ze zo bang voor waren zich door de eeuwen heen blijft herhalen, zelfs voor een paar ‘high class’ vampieren. 

Ook muzikaal meesterwerk
Je kunt niet schrijven over Only Lovers Left Alive zonder het over de geweldige muziek te hebben. Want, naast de memorabele acteerkunsten van Swinton en Hiddleston, speelt muziek de grootste rol in de film. De soundtrack van de Nederlandse luitspeler en componist Jozef van Wissem en Jim Jarmusch is duister, melancholisch en vooral een prachtige mix van genres uit verschillende periodes.

Only Lovers Left Alive is te zien in Eye.

 

21 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Dream Scenario

***
recensie Dream Scenario
Schaduwkant van beroemd zijn

door Cor Oliemeulen

Nicolas Cage is een van de meest productieve filmacteurs van zijn generatie. Als je zes films per jaar maakt, zit er vast wel eens een aardige tussen. Voor 2023 is dat Dream Scenario, een wonderlijk verhaal over een leraar die in de dromen van miljoenen mensen verschijnt.

In een interview met Entertainment Tonight vertelt Nicolas Cage dat tijdens de opname van Dream Scenario in Toronto zijn nicht Sofia Coppola in dezelfde stad bezig was met Priscilla en zijn oom Francis Ford Coppola in Atlanta met zijn nieuwe film Magalopolis. De drie zouden elkaar van feedback hebben voorzien. Je kunt Cage er niet van betichten dat hij in al zijn ruim honderd films meeliftte op de naam Coppola, de maker van al die onvervalste klassiekers in de jaren 70, want al na zijn eerste filmrol in Fast Times at Ridgemont High (1982) veranderde Nicolas zijn achternaam. Hij wilde zijn succes geheel op zijn eigen conto schrijven.

Dream Scenario

Uitstraling
Niet alleen Cage’s werkethos leverde door de jaren heen met enige regelmaat een voltreffer op, ook wist hij met zijn hoofdzakelijk energieke uitstraling, zelden verstoken van een portie overacting, een grote schare fans te verzamelen. Hoe anders is zijn personage in Dream Scenario, de jongste film van de Noorse filmmaker en scenarist Kristoffer Borgli (Sick of Myself). De acteur scheerde het midden van zijn hoofd kaal en liet zich een kunstneus aanmeten om schlemielig over te komen.

We hebben het over biologieleraar Paul Matthews, een onopvallende verschijning die op een dag van zijn dochter krijgt te horen dat zij over hem heeft gedroomd. Vervolgens droomt zijn ex over hem en niet veel later slaat de onrust in de collegezaal toe nadat Paul ook in de dromen van zijn meeste leerlingen is opgedoemd. Dat bleken over het algemeen geen fijne dromen, hoewel de droom van een vrouwelijke leerling erotisch van aard was. Paul voelt zich gevleid, gaat wat met het meisje drinken en stemt schoorvoetend toe om de bewuste droom als het ware na te spelen.

Dream Scenario

Nachtmerries
Plotseling is Paul Matthews populair en weet hij eindelijk de belangstelling van zijn leerlingen te trekken door tijdens de colleges met hen over hun dromen te praten. Het duurt niet lang voordat miljoenen mensen op de wereld over de leraar dromen, voor velen betreft het nachtmerries. Hun meeste dromen gaan over verschrikkelijke voorvallen die ze beleven, echter de leraar heeft daarin nooit een aandeel, hij loopt gewoon voorbij of kijkt toe.

In tegenstelling tot zijn familieleden vindt Paul al die aandacht in de (sociale) media geen ramp. Hij hapt zelfs toe om gesprekken met een reclamebureau aan te gaan, want Paul heeft een boek met een weinig aansprekend thema geschreven en wil dat graag onder de aandacht brengen.

Dream Scenario toont de trend van beroemdheden die gevaar lopen om tot de enkels toe te worden afgefakkeld. Paul is geen televisiemaker met grensoverschrijdend gedrag, maar een eenvoudige goedzak die het niet kan helpen dat hij de nachtrust van zoveel mensen verstoort. Hij raakt in een diep dal.

Het is jammer dat de film wat onbevredigend eindigt, want we hadden graag iets geweten over het waarom Paul in andermans dromen verschijnt. In die zin doet deze donkere dramedy denken aan Cage’s optreden in Knowing (2009) waarin hij ook een leraar speelt en waarin het al even veelbelovende plot – over een man die aan de hand van cijfercodes de toekomst kan voorspellen – ook een beter slot had verdiend.

 

14 maart 2024

 

ALLE RECENSIES

LIFF 2022 – Deel 2: Fantasie

LIFF 2022 – Deel 2: FANTASIE
Kijken naar de wereld

door Cor Oliemeulen

Fantasie is soms nodig om de wereld beter te kunnen begrijpen. Dat lukt de ene filmmaker beter dan de andere. Vier fantasiefilms tegen alledaagse beslommeringen.

 

Three Thousand Years of Longing

Three Thousand Years of Longing – Tussen kunst en kitsch
Het moderne Aladdin-sprookje Three Thousand Years of Longing is het resultaat van een hernieuwde samenwerking van de regisseur, producer, cinematograaf, editor, productieontwerper en filmcomponist (Nederlander Tom Holkenborg aka Junkie XL) van Mad Max: Fury Road. Terwijl de Australische filmmaker George Miller werkt aan een nieuwe Mad Max moet de liefhebber het voorlopig doen met een ander visueel spektakel. Het beoogde romantische fantasieverhaal met Tilda Swinton als nerdy wetenschapper Alithea en Idris Elba als een uit de kluiten gewassen Djinn is bij vlagen overweldigend, maar schiet alle kanten op.

‘Wat doet iemand die 2,5 duizend jaar in een fles zit, behalve slapen?’, vraagt Alithea aan de geest. ‘Een Djinn slaapt niet’, antwoordt de geest droog. Soms is het genieten van de ironische ondertoon en het puike acteerwerk van Swinton, maar van werkelijke chemie met Elba is geen sprake. De film bestaat uit twee componenten: 1) de bij vlagen briljant in beeld gebrachte reis van de geest in een fles die begint op de bodem van de Rode Zee tot een paleis in Constantinopel; 2) de dialogen tussen de geest en de wetenschapper die drie wensen mag doen (behalve de ellende in de wereld oplossen, want dat ligt niet in zijn macht), maar niet weet of ze wel iets wil wensen. Hun karakterontwikkelingen verzanden in goede bedoelingen.

Hoe oogverblindend sommige scènes ook mogen zijn (er zijn tientallen beelden die je als schilderij aan de muur kunt hangen), ze kunnen de overbodigheid van sommige andere scènes niet verbloemen. Voeg daaraan toe de wat onbevredigende finale en je weet dat Three Thousand Years of Longing in de herinnering blijft als niet meer dan een aangenaam gevalletje van ‘tussen kunst en kitsch’.

Lees hier waar en wanneer deze film op LIFF is te zien (mits niet uitverkocht).
Three Thousand Years of Longing is vanaf 17 november te zien in de landelijke bioscopen.

 

Marcel the Shell with Shoes

Marcel the Shell with Shoes – Schelp met visie
Marcel is een schelp met de persoonlijkheid van een mens. Vriendelijk, relativerend, soms spottend en trots, maar met een uitstraling om van te smelten. Marcel is op zoek naar zijn familie en verschijnt op de nationale tv. De host kondigt hem als volgt aan: “In het enige interview dat hij heeft gegeven sinds hij een internetfenomeen is geworden, deelt Marcel de Schelp zijn unieke perspectief op wat wij als vanzelfsprekend beschouwen. Hij voegt nieuwe betekenissen toe aan de simpelste ideeën. Marcel, een schelp van 2,5 cm groot, herinnert ons aan de echte waarde van gemeenschap, de baanbrekende kracht van vriendschap.”

Het echtpaar Dean Fleisher-Camp en Jenny Slate bedacht Marcel. Ze maakten drie hele korte films over Marcel the Shell with Shoes en er verscheen een prentenboek. Een heuse speelfilm is het logische, en bijzonder geslaagde vervolg. Dean doet de regie en speelt de huurder van de Airbnb-woning die Marcel ontdekt en introduceert aan de wereld; Jenny voorziet Marcel van een fantastisch stemmetje, waarin tegelijkertijd jeugdigheid als een volwassen kijk op het leven doorklinken. Marcel is een hoofd (met een digitaal bewegend mondje) op een paar schattige voeten en draagt aan de ene kant zijn schelp en aan de andere kant een oog. Hij communiceert als een mens, gelukkig nog onschuldig, omdat hij de ongemakkelijkheden en gevaren van de buitenwereld nog niet kent. Marcel is bovendien inventief in het zich eigen maken van praktisch menselijk handelen. Hij kan niet alleen lezen en een mobieltje bedienen, maar ook een langspeelplaat opzetten en appels uit een boom schudden. Na het overlijden van zijn lieve oma Connie (Isabella Rossellini) verlangt Marcel meer dan ooit naar zijn andere, verdwenen familieleden.

De grappige en wijze teksten passen mooi bij de beelden. Door de korte momenten van stopmotion en de gedetailleerde close-ups van Marcels microkosmos komt de verwonderde toeschouwer langzaam dichtbij het wezen van het schelpschepseltje. Marcels nieuwsgierigheid is aandoenlijk.

Het leven van de schelp Marcel wordt in relatieve rust verteld (misschien te rustig voor menig kind) met oprechte woorden, toch wel modern belicht vanuit verschillende beeldperspectieven: Dean maakt een videoportret van Marcel, een scherm met internetpagina’s, autocamera’s, een tv-reportage en door de lens van een meisje dat zichzelf filmt terwijl ze dolenthousiast naar Marcels huis rent. Zonder twijfel is Marcel the Shell with Shoes een van de origineelste films van het jaar. Hopelijk is hij snel na het Leidse filmfestival LIFF ook in het bioscoopcircuit te bewonderen.

Lees hier waar en wanneer deze film op LIFF is te zien (mits niet uitverkocht).

 

Mona Lisa and the Blood Moon

Mona Lisa and the Blood Moon – Cool en creepy
Wat zou het toch fijn en handig zijn om zo nu en dan iemand iets te laten doen tegen zijn eigen wil. Dat ervaart stripper Bonnie (Kate Hudson) die bij toeval in aanraking komt met Mona Lisa Lee (Jeon Jong-seo). Laatstgenoemde is tijdens volle maan na maar liefst twaalf jaar op miraculeuze wijze ontsnapt uit een psychiatrische inrichting. Het uitblijven van het antwoord op de vraag waarom zij als tienjarig Koreaans meisje daar destijds terechtkwam, is een jammerlijk gemis van Mona Lisa and the Blood Moon. Voor de rest is de film een cool avonturenverhaal met bovennatuurlijke trekjes.

Mona Lisa heeft namelijk een gave: als ze zich concentreert, kan ze mensen ‘besturen’. Zo is ze ontsnapt door een cipier zichzelf met een schaar te laten toetakelen. Ze belandt in New Orleans waar een politieagent te dichtbij komt en zichzelf in een voet schiet. Grappig is dat ze ervoor zorgt dat de bully die Bonnie’s zoontje Charlie pest plotseling eieren op zijn eigen hoofd stukslaat. Aangezien Mona Lisa door haar jarenlange opsluiting wereldvreemd is, weet Bonnie haar voor het karretje te spannen door hijgerige jongemannen na een stripnummer al hun geld af te troggelen. Ook mensen bij pinautomaten worden de klos. Bonnie’s misbruik van Mona Lisa’s goedheid en naïviteit leidt onherroepelijk tot consequenties.

Mona Lisa and the Blood Moon ademt de sfeer en thematiek van A Girl Walks Home Alone at Night, de vorige en tevens eerste speelfilm van Ana Lily Amirpour, die zich tussendoor voornamelijk met tv-producties bezighield. Het decor is de zelfkant van de stad gehuld in schaduw en neon waarin een jonge vrouwelijke buitenstaander afrekent met het kwaad dat haar bedreigt, hunkert naar vriendschap en de autoriteiten probeert te ontlopen.

Lees hier waar en wanneer deze film op LIFF is te zien (mits niet uitverkocht).
Mona Lisa and the Blood Moon is al aangekocht door een Nederlandse distributeur, maar het is nog niet bekend wanneer de film in de bioscopen verschijnt.

 

Palm Springs

Palm Springs – Iedereen is alleen (vooral de kijker)
Het is altijd prettig voor filmmakers als hun onafhankelijke producties op diverse filmfestivals prijzen winnen, maar soms vraag je je af wat de criteria zijn om jurylid te mogen worden. Laten we stellen dat Palm Springs van speelfilmdebutant Max Barbakow een voorbeeld is van een film die je geinig vindt óf juist niet. Als je van romcoms houdt, is de kans reëel dat je dit fantasiemysterie genietbaar vindt, en aangezien het plot gaat over een koppel dat keer op keer dezelfde dag opnieuw beleeft… oneindig genietbaar. Voor anderen is Palm Springs onmetelijk zielloos en een toonbeeld van fantasieloze fantasie.

Inderdaad, de film gaat over een koppel dat zich in een tijdlus bevindt. Net als in bijvoorbeeld de klassieker Groundhog Day krijgt de mannelijke hoofdpersoon, in dit geval de onaangepaste Nyles (Andy Samberg), steeds weer de kans om Sarah (Cristin Milioti) het hof te maken. Het gegeven dat diezelfde dag een trouwdag is, leidt uiteraard tot veel drank, overspel en foute grappen. Elke dag opnieuw. En als er geen piemels op elkaars ruggen worden getekend, kun je altijd nog proberen elkaar een existentialistische vraag te stellen, zoals: ‘Is het leven in een tijdlus niet even zinloos als het echte leven?’

Laten we concluderen dat je in de stemming moet zijn voor een film als Palm Springs. Dan kun je in ieder geval zo nu en dan lachen om de mallotigheid van de hoofdpersonages en de knulligheid van het plot. Zelfs Oscarwinnaar J.K. Simmons (Whiplash) kan weinig inventiefs met het armoedige script.

Deze film wordt eenmalig vertoond op het LIFF, in een zwembad! Lees hier wanneer (mits niet uitverkocht).

 

5 november 2022

 

LIFF 2022 – Deel 1: Drama
LIFF 2022 – Deel 3: American Indies

 


MEER FILMFESTIVAL

Undine

****
recensie Undine

Mythe en moderniteit

door Sjoerd van Wijk

In Undine verweven mythe en moderniteit zich in een ingetogen liefdestragedie. De onderhuidse spanning in het relaas komt niet in de laatste plaats door Paula Beer die het titulaire hoofdpersonage Undine fijnzinnig in de wereld zet.

In hoeverre zij nu wel of niet een undine (waternimf) wonend in Berlijn is, ze diept van deze metropool in ieder geval moeiteloos de architecturale geschiedenis op voor groepen toeristen. Tijdens een pauze deelt ze aan een terrasje haar vreemdgaande ex Johannes (Jacob Matschenz) mee hem om het leven te moeten brengen. Maar dat dreigement verdwijnt naar de achtergrond als een aquarium ontploft in het bijzijn van de vriendelijke Christoph (Franz Rogowski: Liebe in den Gängen) in een latere pauze. Undines overleven door de liefde en gelukkig dient een nieuwe romance zich aan. Gaandeweg de uitjes naar het stuwmeer waar Christoph als duiker reparaties uitvoert, lijkt ze echter niet te kunnen ontsnappen aan haar lot. Wie een undine ontrouw is, dient te sterven. Dus Johannes ook.

Udine

Mystiek
Al sinds de Griekse Oudheid spreekt de undine tot de verbeelding. In de literatuur komen deze waternimfen dan ook veelvuldig voor, van Ovidius tot de Romantiek. In een update die doet denken aan Jean Cocteau’s vermenging van mythe en moderniteit in Orphée (1950) voegt regisseur Christian Petzold (o.a. Barbara, Phoenix) zich in dat rijtje. Net als in Orphée lijkt de wereld van Undine slechts op het oog onttoverd, maar blijven de mysteries rondwaren en ligt het wonderlijke op de loer voor wie er goed naar kijkt. Petzold weet daarbij de sleutels op subtielere wijze te verstoppen dan Cocteau.

In plaats van een spiegel bevindt een aanwijzing zich op de bodem van het kalme stuwmeer, waar het kersverse stel een ruïne vindt waarop ‘Undine’ geschreven staat. Exemplarisch voor de film als geheel blijft dit raadsel onder water. Petzold laat Undine’s achtergrond in het ongewisse. Paula Beer (o.a. Frantz) komt ondanks haar nette pakken al snel feeëriek over met een enkele oogopslag. De onderhuidse mystiek die daaruit spreekt, geeft geen uitsluitsel over prangende vragen hoe een waternimf nu leeft maar ligt een tipje van de sluier op hoe dat leven zou voelen.

Udine

Zakelijkheid
Dat leven vindt plaats in een door cinematograaf Hans Fromm sober geschoten Berlijn waarin de personages onderkoeld doch dringend voorkomen. Ondanks een veelbewogen geschiedenis lijkt deze stad in Undine ontdaan van enige betovering. Van de nette kopjes cappuccino tot de verlichte zwembaden voert functionaliteit de boventoon en doet het onbekende er niet toe.

Die zakelijkheid, kenmerkend voor een generatie Berlijnse filmmakers als Maren Ade (Toni Erdmann) waarbij Petzold als een van de grondleggers geldt, komt ook terug in het geraffineerd opgezette scenario. Weliswaar op gezette tijden schematisch als in een flashforward na de climax ontvouwt zich een cyclisch gebeuren gecentreerd rondom Undine’s presentaties. Mystiek en onttovering ballen samen in de serene cameravoering over de maquette van Berlijn begeleid door haar oraties.

Als een soort eeuwige wederkering geeft dat het mysterie van Undine cachet en maakt daarmee het summiere karakter van Christoph in de finale toch invoelbaar. Daarom resoneert Petzolds zakelijkheid als een ingetogen vertelling van een klassiek gegeven.

 

7 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Sleepwalk

**
IFFR Unleashed – 1987: Sleepwalk
Slaapwandelen door Manhattan

door Cor Oliemeulen

Onafhankelijk filmmaakster Sara Driver brengt in haar speelfilmdebuut Sleepwalk (1986) een ode aan Lower East Side, New York waar ze opgroeide. Denk niet aan een luchtig, hilarisch eerbetoon als Manhattan (1979) van Woody Allen, maar aan in het halfduister verscholen personages en een mysterieus Chinees manuscript in een fantasieverhaaltje.

Sleepwalk mag worden gerekend tot de zogenaamde New Cinema, die medio jaren 70 ontstond. Onafhankelijke filmmakers in Lower East Side, New York spraken liever van ‘no wave’, een stroming die min of meer parallel liep met de opkomst van de (art)punk en new wave in de muziek. Zo zie je in de eerste undergroundfilm van die beweging, The Blank Generation (1976), optredens van Blondie, The Ramones, Iggy Pop, Television en Talking Heads.

Sleepwalk

Blauwdruk Jim Jarmusch
Een van de bekendste filmmakers aldaar, Jim Jarmusch, die in 1980 debuteerde met Permanent Vacation (zijn afstudeerfilm), voelde zich als een vis in het water in het New York van de late jaren 70. “Alles leek mogelijk. Je kon een film of een plaat maken, parttime werken en een appartement voor 160 dollar per maand huren. Gesprekken gingen over ideeën. Niemand sprak over geld. Het was fantastisch en ik ben blij dat ik daar was.”

Ondertussen had Jim Jarmusch een relatie gekregen met Sara Driver (met wie hij 20 jaar zou samenwonen), die Permanent Vacation (en een aantal andere van zijn films) produceerde. Op zijn beurt deed Jarmusch het camerawerk van Drivers korte filmdebuut You Are Not I (dat draaide op het IFFR van 1982) en ook deels voor Sleepwalk. Je kunt er gif op innemen dat hij de beelden schoot van de uitgestorven straten vol rommel, oude panden vol graffiti en glimpen van een brug en een rivier bij nacht. De zon lijkt er letterlijk en figuurlijk nooit te schijnen. Zo vormen Drivers eerste films qua atmosfeer een blauwdruk van die van Jarmusch.

Maar in diezelfde films gebeurt er ook verdomd weinig en hangen de personages ogenschijnlijk maar een beetje rond. Jarmusch verkent de contouren van existentialisme en nihilisme (op een droogkomische manier), terwijl Driver haar karakters laat ronddwalen in een spookachtige droomwereld. Hoofdrolspeelster Nicki (Suzanne Fletcher) van Sleepwalk werkt op een schimmig, slecht verlicht kantoor. Ze verwerkt medische data in een bakbeest van een computer, haar zweterige baas heeft drie telefoons op zijn bureau en eet tussen de gesprekken door een zak chips leeg en een collega scheurt met een liniaal repen van een rol computerpapier (let ook op een van de eerste rolletjes van Steve Buscemi). Alles is ogenschijnlijk doelloos, met de nadruk op mysterieus.

Sleepwalk

Stijloefening
De geheimzinnigheid neemt toe nadat een Chinese man en zijn lange, donkere assistent (met een paar afgehakte vingers in een bebloed verband) plotseling voor Nicki staan met een Chinees manuscript, dat zij tegen betaling mag vertalen in het Engels. Nicki heeft een Chinees zoontje, dus dat moet vast wel gaan lukken. Hoewel. Vanaf het moment dat ze ’s avonds na haar werk op het verlaten kantoor aan de klus begint, gaat een vinger spontaan bloeden en worden haar pupillen af en toe groen. In haar omgeving ruikt men een amandellucht. Een geslaagd magisch-realistisch ritje in een goederenlift en de nachtelijke gang naar haar al even miserabele appartementje versterken de onheilspellende, droomachtige sfeer.

Films kunnen in beginsel zonder plot, echter Sleepwalk blijft hangen in die sfeer zonder maar een enkele van de schaarse handelingen of gebeurtenissen te verklaren. Dat mag de kijker natuurlijk doen. Als vriendin en flatgenootje Isabelle na een bezoek aan de manuscript vertalende Nicki al haar haren verliest, gaat ze niet naar de dokter (ze is een illegaal) om de oorzaak te achterhalen, maar wil ze zich gewoon een tijdje terugtrekken in de hoop dat haar haren gaan aangroeien. En als in de tussentijd ook nog eens Nicki’s zoontje per ongeluk wordt ontvoerd, denkt niemand aan de politie. Het abrupte open einde past prima in deze bescheiden stijloefening van suspense, die blijft steken in de experimentele fase.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

20 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Bovennatuurlijke wezens in IJslandse films – Deel 2: Trollen, spoken, dwergen en zeemeerminnen

Bovennatuurlijke wezens in IJslandse films – Deel 2:
Trollen, spoken, dwergen en zeemeerminnen

door Maaike Mulder

In het eerste deel van dit tweeluik besprak ik de elfen in de IJslandse cinema. In dit tweede deel komen andere bovennatuurlijke wezens aan de orde: trollen, dwergen, spoken en zeemeerminnen.

De verhalen waarin de bovennatuurlijke wezens voorkomen, zijn heel oud. Hun geboortegrond lijkt Scandinavië te zijn. Het geloof in trollen was zelfs zo sterk dat er in Noorwegen wetgeving tegen bestond. Mensen die trollen uitlokten tot het plegen van een misdrijf, werden streng veroordeeld. Zij moesten de gemeenschap verlaten en in de wildernis zien te overleven.

Als IJsland in de negende eeuw door de Noren wordt gekoloniseerd, komen de mythologische verhalen in hun kielzog mee. In de Edda van Snorri Sturluson, geschreven in de dertiende eeuw, maar gebaseerd op oudere verhalen, komen niet alleen de Germaanse goden voor, maar zijn ook deze bovennatuurlijke wezens al volop van de partij.

Tröllaskagi: het schiereiland waar trollen leven

Tröllaskagi: het schiereiland waar trollen leven.

Mensen die door de omgeving als trol of heks gezien worden, zijn geen bovennatuurlijke wezens. Dus Grendel in de film Beowulf & Grendel (2005) valt buiten de boot, ondanks dat hij door de Deense koning als een trol-achtig wezen wordt gezien.

Dan zijn er nog de films waarin de hoofdpersoon een dreiging ervaart die vooral te maken lijkt te hebben met de eigen psychische labiliteit. De bedreigende monsters of geesten van gestorvenen bestaan alleen in de eigen verbeelding en komen dan in de film meestal ook niet tot leven. Hierbij kun je denken aan films als Blóðrautt sólarlag (The Crimson Sunset, 1977) en Skammdegi (Deep Winter, 1985).

Ook de tilberi, een specifiek IJslands monster, laat ik buiten beschouwing, omdat deze ‘koerier’ een product is van menselijke activiteit en niet een bewoner van ‘de andere wereld’. Viðar Vikingsson heeft een film gemaakt over een dergelijk monster: Tilbury (1987), te bekijken op YouTube. (Wel de naam van de regisseur ook invoeren, want er zijn meerdere films met die naam.)

Wat houden we dan over? Trollen, dwergen, spoken en zeemeerminnen.

Trollen
Trollen (tröll) zijn in de Scandinavische mythologie reusachtige, kwaadaardige wezens. Ze worden beschreven als oud en heel sterk, maar ook traag en dom. Ze kunnen het geluid van kerkklokken niet verdragen en moeten daarom ver van de beschaving leven. Ze ontvoeren soms eenzame reizigers om ze daarna op te eten. Vaak worden ze beschreven als nachtwezens die geen zonnestraaltje kunnen verdragen. Als ze zich ´s morgens niet op tijd hebben teruggetrokken in hun holen, verstenen ze. Zowel Tolkien (The Lord of the Rings) als Rowling (Harry Potter) hebben zich gebaseerd op deze oude beschrijvingen van de trollen: wezens die het goede bestrijden en voor het kwade kiezen.

Ieder kind in IJsland krijgt al op jonge leeftijd het verhaal te horen van Grýla, een vrouwelijk monster dat in de IJslandse bergen leeft. Haar naam wordt al in de Edda genoemd. Ze is een vreselijk wezen, deels trol en deels dier, en sinds de zeventiende eeuw ook de moeder van de dertien trollen of jólasveinar (kerstmannetjes). Met kerst komen Grýla en haar zonen uit de bergen: ze gaan op zoek naar stoute kinderen om die mee te lokken en op te eten. Tegenwoordig zijn de jólasveinar gelukkig getransformeerd tot vriendelijke trollen die weliswaar kattenkwaad uithalen, maar ook lekkers in de schoen van de kinderen stoppen.

Trollen zijn oersterk, dom en vraatzuchtig.

Trollen zijn oersterk, dom en vraatzuchtig.

Zij mogen hun boosaardige karakter in de loop der eeuwen dan wel zijn kwijtgeraakt, dat geldt niet voor de trollen die we in verhalen en films tegenkomen. Daar blijven ze de afzichtelijke wezens die ze van oorsprong zijn. Soms nemen ze de vorm aan van een vriendelijke man of vrouw, maar dat gebeurt dan enkel en alleen om op die wijze de mensen in hun macht te krijgen. Een oplettend iemand kan ze herkennen aan hun kracht en hun enorme eetlust.

Dwergen
In de oude verhalen komen dwergen (dvergar) wel regelmatig voor, maar in de films treffen we ze nauwelijks aan. Ik ken maar één film waarin een dwerg voorkomt, en dat is Síðasti bærinn í dalnum (The Last Farm in the Valley, 1950). Deze dwerg is een vriendelijk mannetje dat contact onderhoudt met de elfen en dat de mensen behulpzaam is. Deze karakterisering geldt ook voor de dwergen in de verhalen. Ze zijn een soort kabouters die de mensen soms plagen, maar in wezen niet boosaardig zijn.

Elfen
In de hierboven genoemde film komen naast dwergen ook trollen en elfen voor. Het voorkomen van elfen in de IJslandse films is in het voorgaande artikel besproken. Hier nog even een korte karakterisering. Elfen zijn in de IJslandse verhalen vrijwel altijd vrouwelijke wezens die een bijzondere uitstraling hebben en over bovennatuurlijke krachten beschikken. Ze leven in heuvels, rotsen of steenpartijen, maar kunnen ook als mens onder de mensen leven. Ze zijn in het algemeen behulpzaam tegenover de mensen. Er zijn ook verhalen waarin elfen demonische wezens zijn, die de mensen ellende brengen, maar dit type elf komt in de IJslandse films niet voor.

Síðasti bærinn í dalnum
De eerste en tevens belangrijkste film waarin trollen en bovendien ook elfen en dwergen een rol spelen, is de in 1950 verschenen familiefilm Síðasti bærinn í dalnum (The Last Farm in the Valley) van Óskar Gíslason, met daarbij speciale filmmuziek, gecomponeerd door Jórunn Viðar.

Het is Óskars eerste film en het is pas de tweede speelfilm die in IJsland is gemaakt. Het is enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog en IJsland is pas sinds zes jaar onafhankelijk. Het leven op het platteland is hard voor de boeren en dat blijkt ook uit de filmbeelden. We zien vervallen boerderijen die geen eigenaar meer hebben, verwilderd land en met gras overwoekerde paden.

The Last Farm in the Valley (1950)

Síðasti bærinn í dalnum (1950)

Toch heeft Óskar een sprookjesachtige film weten te maken waaruit vooral hoop spreekt. In de strijd van het goede tegen het kwade zal het goede uiteindelijk winnen. De film is een groot succes, zowel in binnen- als buitenland. De regisseur heeft zijn naam hiermee voorgoed gevestigd. De film, waarvan slechts één exemplaar bestond, is als gevolg van de vele vertoningen verschillende keren gebroken en weer aan elkaar gelijmd. Daardoor liep de muziek na een aantal jaren niet meer synchroon met het beeld. In 2010 is de film gerestaureerd en gedigitaliseerd en het IJslands symfonieorkest heeft toen de muziek van Jórunn Viðar opnieuw uitgevoerd, passend bij de gerestaureerde versie.

De inhoud van de film is een raamvertelling: een grootmoeder vertelt aan haar kleindochter het volgende verhaal:

Alle boeren uit een dal met vruchtbare grond zijn door een trollenechtpaar verjaagd, behalve eentje, Björn. Zijn moeder heeft namelijk een ring van de elfenkoningin gekregen die de familie beschermt tegen alle kwaad. De trollen proberen natuurlijk de ring te stelen. Eerst verandert de mannelijke trol zich in een arbeider die Björn op de boerderij komt helpen. Hij blijkt heel sterk en kan enorme hoeveelheden eten en drinken. Als het hem niet lukt de ring te stelen, komt ook zijn vrouw in de vorm van een dienstmeisje naar de boerderij. Dankzij de oplettendheid van de kinderen van Björn lukt het ook haar niet de ring te pakken te krijgen. Deze twee kinderen hebben vriendschap gesloten met een dwerg, die zichzelf onzichtbaar kan maken, en met de elfenkoningin, die kan toveren. Met behulp van deze vrienden weet de familie de twee trollen voorgoed uit het dal te verjagen. Nu zullen ook andere boeren zich weer in het dal kunnen vestigen.

Naast de bijzondere muziek is ook de elfendans die opgevoerd wordt in de elfengrot het vermelden waard. Óskar heeft gekozen voor een dans die in het begin van de twintigste eeuw door Isadora Duncan, de pionier van de moderne dans, is bedacht. Zij hield niet van de stijve techniek van het ballet en liet haar acteurs op blote voeten dansen (in Griekse gewaden) waarbij de bewegingen gebaseerd waren op de natuurlijke ritmes van het lichaam.

Síðasti bærinn í dalnum (1950)

De film is een klassieker en een van de meest geliefde films in IJsland. Toen de gerestaureerde film in 2010 opnieuw werd vertoond, stonden de mensen rijen dik voor de kassa om kaartjes te bemachtigen.

Ik noem nog twee andere films waarin trollen voorkomen. Árni Thor Jónsson maakte een korte film over de kersttrollen in hun oorspronkelijke boosaardige gedaante, Örstutt jól (Unholy Night, 2007). En in Gilitrutt (1957), een bewerking van het sprookje Repelsteeltje door Jónas Jónasson, ontmoeten we een vrouwelijke trol als vervangster van de dwerg in het sprookje.

Zeemeerminnen
Zeemeerminnen (hafmeyjur) zijn misschien wel de beroemdste mythische wezens ter wereld. Ze zijn een soort watergeesten, half vrouw en half vis. Het zijn onsterfelijke, jonge, aantrekkelijke vrouwen die de mannen naar zich toe lokken. Ze zijn niet afkomstig uit Scandinavië, maar uit het Midden-Oosten. De kerk gebruikte afbeeldingen van de zeemeermin om de mensen te waarschuwen voor de verleidingen van het kwaad. Zeemeerminnen zouden volgens de kerk geen ziel hebben en deze alleen maar kunnen verkrijgen door een man te trouwen en een kind te krijgen. Daarna zouden ze echter hun onsterfelijkheid hebben verloren.

Hoewel IJsland omringd wordt door de zee, komen zeemeerminnen niet veel voor in verhalen en films, in tegenstelling tot elfen en trollen. De enige film waarin een zeemeermin een hoofdrol speelt is Í faðmi hafsins (In the Arm of the Sea, 2001) van Jóskim Reynisson. Het verhaal is losjes gebaseerd op het bekende sprookje De Kleine Zeemeermin van Andersen. In deze film, die bol staat van de symboliek, lijkt de zeemeermin er inderdaad op uit om een kind te krijgen. Of ze daarna ook haar onsterfelijkheid verliest, vermeldt de historie niet.

Vlakbij het stadhuis van Reykjavik staat dit standbeeld van een zeemeermin.

Vlakbij het stadhuis van Reykjavik staat dit standbeeld van een zeemeermin.

Í faðmi hafsins
Deze film begint met de voorbereidingen voor de bruiloft van Valdimar (Hinrik Ólafsson) en Unnur (Margrét Vilhjálmsdóttir). Enige tijd geleden is Unnur zomaar op een dag in het dorp verschenen en Valdimar, de kapitein van een vissersschip, is van plan met deze mooie vrouw te trouwen. Unnur krijgt op de ochtend van het huwelijk haar trouwjurk cadeau van de oude Ægir (Sigurður Kristjánsson), een witte jurk versierd met schelpen. Weet Ægir soms wie Unnar werkelijk is? (Ægir is de naam van de zeegod in de Noorse mythologie.)

In de huwelijksnacht verdwijnt Unnur om nooit meer terug te keren. Valdimar is ontroostbaar. Met zijn zaken gaat het evenwel voorspoedig. Niemand vangt vanaf dat moment zoveel vis als Valdimar. Na ruim een jaar vindt hij een baby op het strand. Hij weet dat dit het kind van hem en Unnur is. Hij voedt het zoontje, dat hij Mar noemt, op.

In de nacht vóór Mar’s zevende verjaardag zien we Unnur wadend door het water op weg naar haar zoon. Als Mar wakker wordt, ligt er zeewier op zijn bureautje. Een cadeautje van zijn moeder. Als het jongetje na het verjaardagsfeest naar bed wil gaan, kan hij niet meer lopen. Valdimar realiseert zich wat dit betekent. Hij zal het kind aan zijn moeder moeten overdragen. Hij haalt Ægir op en brengt hem en Mar naar een roeiboot. Hij legt zijn zoon naast de oude man in de boot en samen varen de twee de zee op.

Spoken
Spoken (draugar) of geesten zijn wezens die gestorven zijn maar in hun dood nog geen rust kunnen vinden omdat ze nog iets moeten afronden. Zij kunnen zich vrijelijk bewegen en worden niet tegengehouden door deuren of muren. Een ontmoeting van een mens met een spook betekent meestal een spoedige dood voor de mens en dus is een spook een ideale figuur voor een horrorfilm.

Het mooiste voorbeeld van een film waarin een spook met een ‘unfinished business’ figureert, is mijns inziens de jeugdfilm Duggholufólkið (No Network, Geen bereik, 2007) van Ari Kristinsson die ook in Nederland is vertoond, zowel in de bioscoop als op de televisie.

Duggholufólkið (2007)

Duggholufólkið (2007)

Duggholufólkið
Kalli (Bergþor Þorvaldsson) is een twaalfjarige computerfreak, die met zijn moeder in Reykjavik woont. Omdat hij een foto van zijn leraar in de schoolkrant heeft bewerkt, wordt hij van school gestuurd. Hij moet van zijn moeder enkele weken bij zijn vader en diens nieuwe gezin in de Westfjorden gaan logeren. Hij heeft het daar helemaal niet naar zijn zin, vooral niet omdat hij het grootste deel van de dag ‘geen bereik’ heeft en dus niets kan met zijn mobieltje. Bovendien botert het niet tussen hem en zijn paranormaal begaafde stiefzus Ellen (Þordis Hulda Árnadóttir).

Op een ochtend als Kalli en Ellen alleen thuis zijn, breekt er een sneeuwstorm los. Het huis is volledig van de buitenwereld afgesloten. Kalli is het verblijf in de Westfjorden inmiddels al helemaal zat. Hij loopt weg en probeert het netwerk in de zendmast te repareren zodat hij een taxi kan bellen om hem naar de stad te brengen. Zijn stiefzus is hem gevolgd. Tijdens de hevige sneeuwstorm belanden ze in een onbewoond huis dat heeft toebehoord aan de familie van ene Lárus. Ellen weet te vertellen dat deze Lárus zijn familie tijdens een sneeuwstorm naar de Dugg-klif (Dugghola) heeft geleid, waarop zij allemaal naar beneden zijn gestort en zijn omgekomen.

Ze krijgen in het huis te maken met de geest van deze Lárus. De geest (een jongen met een doorzichtig lichaam) volgt Kalli overal in het huis, tot op de wc. Hij wordt immers niet door muren tegengehouden. Hij weerspreekt het verhaal van Ellen: hij heeft juist geprobeerd zijn familie ervan te weerhouden om over de klif te gaan, maar ze wilden niet luisteren. Hij is als enige achtergebleven en in een kloof terechtgekomen (en daar doodgevroren). Hij vraagt Kalli nu zijn botten te zoeken op de plaats waar hij is gestorven en die op het graf van zijn verwanten te leggen zodat hij bij hen begraven kan worden. Het feit dat zijn botten in de kloof zullen zijn gevonden, zal meteen duidelijk maken dat hij onschuldig is aan de tragedie. Als Kalli en Ellen zijn opdracht uitvoeren, zal hij hen niet doden.

Aanvankelijk heeft Kalli weinig zin in dit avontuur, maar de geest plaagt hem zozeer (kaarsen uit laten gaan, mobieltje in een glas water stoppen, etc.) dat Kalli uiteindelijk belooft het te doen. Samen met Ellen gaat Kalli naar de kloof. Ze vinden de botten inderdaad, graven ze uit en brengen ze naar het kerkhof in Isafjörður. Daar leggen ze de botten op het graf van Lárus’ familie.

Enkele andere films met spoken zijn Drauga Saga (Ghost Story, 1985), de komedie Ófeigur gengur aftur (Spooks and Spirits, 2013) en Ég man þig (I Remember You, 2017). De laatste film is een bewerking van het gelijknamige boek van de populaire thrillerschrijfster Yrsa Sigurðardóttir, dat in het Nederlands is vertaald als Ik vergeet je niet.

Rotsen
Rotsen met hun grillige vormen hebben altijd sterk tot de verbeelding gesproken. Ze worden vaak beschouwd als de woonplaats van de bovennatuurlijke wezens. In de film Síðasti bærinn í dalnum wonen zowel de trollen als de elfen in een rots, respectievelijk in de Tröllaborg en de Fögrubjörg.

Daarnaast worden alleenstaande rotsen in de verhalen vaak beschouwd als versteende trollen. In de detective-serie Hamarinn (The Cliff, 2009-2010) lijkt de rotspartij echter een zelfstandig bovennatuurlijk wezen.

In 1992 wordt er in IJsland een verhalenwedstrijd uitgeschreven. Het verhaal moet geschikt zijn als leesmateriaal voor de schoolkinderen. Guðrún Kristín Magnúsdóttir, die veel kinderboeken en televisieseries op haar naam heeft staan, wint de wedstrijd met Tröllabarn (Het kind van de trollen).

In dit verhaal vertelt een grootvader aan zijn kleinzoon het verhaal van een kleine trol die de tijd vergeten was toen hij schelpen aan het zoeken was. Vader, moeder en zusje gingen hem zoeken, maar de zoektocht duurde te lang en ze werden door het daglicht verrast. Alle vier versteenden ze tot rotsen. Vlak voor het noodlot toesloeg schreeuwde de grote trol nog: Als iemand ons kwaad doet, laat ik uit de berg stenen naar beneden storten, grote en kleine brokken steen, die hem zullen vernietigen die ons schade toebrengt.

Leven rotsen?

Leven rotsen?

Hamarinn
In de detective-serie Hamarinn heeft regisseur Reynier Lyngal een verhaal als dat van Guðrún als basis gebruikt. Hierin komt het oude IJsland met zijn geloof in bovennatuurlijke wezens in botsing met het nieuwe IJsland, dat net zo modern wil zijn als alle andere landen in de westerse wereld.

Midden in de nacht raakt Snorri (Thorir Sæmundsson) zwaargewond als hij met zijn graafmachine over de rand van een klif naar beneden stort. Het lijkt in eerste instantie te gaan om een bizar ongeluk, maar al gauw blijkt dat er meer aan de hand is.

De rots waar de graafmachine vóór staat, zal namelijk opgeblazen worden omdat daar een mast voor een elektriciteitscentrale moet komen. Daar zitten de meeste dorpsbewoners niet op te wachten. Zij zijn bang dat de mooie natuur rond hun dorp vernietigd zal worden. Een groep milieuactivisten strijdt voor het behoud van de rots. Zij beschouwen, net als vele bewoners, de rots als een heilige plaats, waarvan je de rust niet mag verstoren. En ook de rots zelf lijkt het niet eens te zijn met de bouwplannen. Kan hij het ongeluk veroorzaakt hebben?

De rots lijkt veel op zijn geweten te hebben. Het werk was nog maar nauwelijks gestart toen er een bekroonde merrie van Snorri’s ouders dood ging. Vervolgens kreeg zijn vader een splinter in zijn hand en die wond wil maar niet genezen. Bovendien zijn er allerlei machines stuk gegaan. En nu is het maar de vraag of Snorri dit ernstige ongeluk overleeft. En om het nog erger te maken komt er de dag na het ongeluk ook nog een rotsblok naar beneden gevallen waardoor een auto van een van de werkmannen verpletterd wordt, terwijl de chauffeur erin zit. Nee, er rust beslist geen zegen op dit project.

Inga (Dóra Jóhannsdóttir), die de plaatselijke politie vertegenwoordigt, krijgt hulp van Helgi (Björn Hlynur Haraldsson), een inspecteur van politie uit Reykjavik. Helgi is vertrouwd met de omgeving, waar hij een deel van zijn jeugd heeft doorgebracht, en hij weet dat veel dorpsbewoners de rots als een heilige plaats beschouwen. Toch gaat hij niet zover dat hij de rots de schuld wil geven van Snorri’s ongeluk.

Inga lacht om al die verhalen over een zogenaamde heilige plaats. Ze schopt zelfs tegen de rots en als er een stuk steen afbreekt, legt ze dat op de passagiersstoel van haar auto om het mee naar huis te nemen. Zoiets kan natuurlijk niet onbestraft blijven. Eerst wil de auto niet starten en vervolgens, als ze uiteindelijk rijdt, verschijnt er ineens een man vóór haar op de weg. Ze moet hard remmen. Als ze hevig geschrokken uit de auto stapt, is er evenwel niets te zien. Ze gooit nu toch de steen maar uit de auto.

Er komt een inspraakavond in het dorp waar een medium contact legt met de bewoners van de andere wereld om aan hen te vragen of de rots opgeblazen mag worden. Het antwoord is duidelijk: Nee. Het gemeentebestuur dat het dorp zo graag een nieuwe tijd in wilde loodsen, moet zijn plan terugtrekken. Er komt geen mast, er zal niets worden opgeblazen. De rots is, met behulp van de milieuactivisten, als overwinnaar uit de bus gekomen.

Deze populaire detective-serie – die in Nederland op televisie is geweest en daarna enkele jaren op Netflix – heet niet voor niets Hamarinn. De rots is de ‘hoofdpersoon’. De natuur, waar de bewoners van ‘de andere wereld’ hun woonplaats hebben, moet gerespecteerd worden. En wat de mensen verder allemaal verzinnen, en welke menselijke drama´s zich voltrekken, dat is voor de rots niet van belang. Voor de politie zijn evenwel de menselijke relaties en de drijfveren die de handelingen sturen, hoogst interessant en alleen als ze die weten te ontrafelen, zullen ze het mysterie kunnen oplossen.

Conclusie
Elfen en trollen vertegenwoordigen het goed en het kwaad, verbeeld als krachten buiten de mens. Trollen bezorgen de mens alleen maar ellende. De elfen daarentegen zijn de mensen gunstig gezind, ook al treden ze soms streng op als er sprake is van onrechtvaardigheid. Soms worden ze geholpen door dwergen. Een zeemeermin zou je een elf van de zee kunnen noemen, die de mens ertoe verleidt om voor een droomwereld te kiezen.

Trollen, dwergen, elfen en zeemeerminnen vallen óf mensen lastig, óf helpen mensen. Bij de spoken ligt dat anders. Zij hebben de mensen juist nodig om onrecht dat hen in het verleden is aangedaan, recht te zetten.

In IJsland zetten meerdere films en boeken van de laatste decennia het geloof in de andere wereld in als wapen in de strijd tegen de verwoesting van de natuur. Gebeurt dat alleen in IJsland?

In De Vierklank, een regionale krant in Bilthoven en omgeving, las ik op 6 januari 2021 het volgende ingezonden stuk:

Mijn naam is Olly, ik ben een boskabouter van 317 jaar oud. Ik woon in het bos tussen Hollandsche Rading en de Lage Vuursche, op een geheime plek. Ik hoop dat jullie begrijpen dat ik mijn adres niet kan geven. […] en daarom schrijf ik een brief, want ik zie de bewoners verdrietig, er gebeuren dingen die ik niet zo goed begrijp en het is onrustig in een van de laantjes… er komt een nieuwe woning, een soort resort, gigantisch zo (te) groot! Niemand begrijpt waarom de gemeente zo een vergunning heeft kunnen geven, in het bos! […] ik zag hoe tientallen bomen werden gekapt … zonder toestemming of nut!

En nadat de kabouter ook nog heeft aangekaart dat er misschien een windmolenpark bij zijn huis komt, besluit hij met:

Gemeente, dit is een natuurgebied!! Hier zouden jullie trots op moeten zijn, stop alsjeblieft met het brengen van de stad naar het bosleven, ons meest kwetsbare gebied. Olly, de boskabouter.

Ik hoop van harte dat Olly’s noodkreet wordt gehoord. Of lukt zoiets alleen in IJslandse films?

 

Maaike Mulder was docent taalkunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na haar pensioen heeft zich toegelegd op de studie van de IJslandse taal en cultuur. Geïnteresseerden in de IJslandse filmgeschiedenis kunnen terecht op haar website www.talengek.nl.

 

24 januari 2021

 

Deel 1: Elfen streven naar rechtvaardige wereld

 

ALLE ESSAYS

Bovennatuurlijke wezens in IJslandse films

Bovennatuurlijke wezens in IJslandse films (deel 1):
Elfen streven naar rechtvaardige wereld

door Maaike Mulder

In oude verhalen lees je regelmatig over elfen, trollen, dwergen en spoken. De IJslandse cinema staat bol van verwijzingen naar bovennatuurlijke wezens. In het eerste deel van dit tweeluik aandacht voor elfen. Elfen streven naar een rechtvaardige wereld en bieden ontsnapping naar een droomwereld. Maar dat is nog lang niet alles!

Het geloof in elfen, trollen, dwergen en spoken was vroeger meer algemeen dan vandaag de dag. De oude saga’s, mythen en sprookjes kennen deze bovennatuurlijke wezens al eeuwenlang. Toch komen we ze ook in de jongere literatuur nog regelmatig tegen. Niet alleen in IJsland en de Scandinavische landen, maar in heel de (westerse) wereld. Een schrijver als Tolkien (The Hobbit en The Lord of the Rings) heeft zijn elfen, dwergen en trollen voornamelijk aan de oude Scandinavische verhalen ontleend. En veel van de magische wezens bij J.K. Rowling (Harry Potter) zijn óf uit de Griekse mythologie óf uit de Britse en Scandinavische folklore voortgekomen.

Aangezien films hun motieven en verhaallijnen vaak ontlenen aan oude verhalen, of directe verfilmingen zijn van boeken, zullen we deze bovennatuurlijke wezens dus ook in films aantreffen. Wie de films van Harry Potter of van The Lord of the Rings heeft gezien, is al min of meer vertrouwd met de aanwezigheid van zulke wezens in de film.

Huldufólk 102

Huldufólk 102: Verhalen over ‘de parallelle wereld’.

Het verborgen volk
In IJsland gelooft volgens recent onderzoek nog steeds het overgrote deel van de bevolking in het bestaan van bovennatuurlijke wezens of houdt het in ieder geval voor mogelijk dat ze bestaan. Slechts 10% van de mensen geeft aan er beslist niet in te geloven.

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat er juist in IJsland een documentaire over ‘het verborgen volk’ is gemaakt, genaamd Huldufólk 102. Deze begint met:There is no doubt in my mind anymore that there are two nations living in this country: the Icelandic nation and this invisible nation.” En iets later wordt deze ‘invisible nation’ aangeduid als the parallel world.

In deze documentaire uit 2006 vertellen mensen hoe de bewoners van ‘de parallelle wereld’ in de afgelopen jaren van zich hebben laten horen.

Een mooi voorbeeld is een voorval dat zich in Kópavogur heeft afgespeeld. Er was een weg gepland waarlangs huizen zouden worden gebouwd. Maar een groep stenen stond in de weg: volgens sommigen woonden daarin elfen. Er werd een petitie aan de gemeenteraad aangeboden met het verzoek een bocht in de weg te leggen en de stenen niet te verwijderen, zodat de elfen niet gestoord zouden worden. Dat verzoek werd ingewilligd. Tussen de huisnummers 100 en 104 maakt de weg nu een bocht en de hoop stenen die daar ligt, heeft als adres Álfhólsvegur nr. 102.

Een ander voorbeeld: In 2013 heeft het IJslandse Hooggerechtshof de plannen voor de aanleg van een weg afgekeurd, omdat door deze weg een elfenkerk verwoest zou worden. Na overleg is de weg op die plaats versmald en de elfenkerk iets verplaatst. Zowel mensen als elfen waren tevreden.

Elfen (álfar of huldufólk) zijn de meest voorkomende wezens van de andere wereld. Zij wonen in stapels stenen of rotsen, die dan elfenstenen worden genoemd. Deze stenen geven toegang tot een andere dimensie, die slechts weinig mensen kunnen waarnemen en waar slechts een enkeling toegang toe heeft. De elfen kunnen heel oud worden en zijn over het algemeen hulpvaardig tegenover mensen. Als ze echter worden dwarsgezeten of van hun woningen worden beroofd, kunnen ze ook boosaardig zijn. Ze kunnen dan schade toebrengen aan gebruiksvoorwerpen (aan een ploeg bijvoorbeeld), ze kunnen dieren en mensen ziek maken of zelfs hun dood veroorzaken. En soms stelen ze een pasgeboren kind, waarvoor dan een eigen kind in de plaats gelegd wordt (een zogenaamd wisselkind).

Ik bespreek vier films waarin elfen een min of meer prominente rol spelen.

Sóley
De arthousefilm Sóley (The Hidden People of the Shadowy Rocks, 1982) is geschreven en geregisseerd door de avantgardistische kunstenaar Róska, samen met haar man, de Italiaan Manrico Pavelottino. Het is de eerste speelfilm van een vrouw in IJsland. Róska (1940-1996) was niet alleen kunstenaar, maar ook politiek actief, streed voor een rechtvaardiger samenleving en was een overtuigd communist. Ze streed in haar werk voor de positie van de vrouw en voor een rechtvaardige behandeling van de sociaal minder bedeelden. Haar ideeën waren destijds controversieel in IJsland.

Sóley

Sóley: De elfen staan symbool voor een vrije en rechtvaardige wereld.

Róska’s film speelt in de 18e eeuw op het IJslandse platteland. De (Deense) kerk eist veel belasting van de arme keuterboertjes en als die beweren dat ze geen geld hebben, stuurt de dominee zijn mannen naar de boerderijtjes en die nemen mee wat ze aan kostbaarheden kunnen vinden. En als er geen kostbaarheden zijn, nemen ze de paarden mee. Ondertussen houdt de dominee in de kerk donderpreken: dienstmeisjes die zich net zo willen kleden als hun mevrouw, knechten die denken zich te kunnen gedragen als hun heer, mensen die in het bestaan van elfen geloven – allen wacht de eeuwige verdoemenis.

Thor (Rúnar Guðbrandsson), een boerenzoon, is vier van zijn paarden kwijt. Paarden staan voor vrijheid. Thor gaat op zoek naar de dieren en passeert de rotsen, waarna hij in het land komt waar de elfen wonen. Men heeft hem geleerd dat deze elfen, die altijd een dolk in hun hand hebben, wreed zijn en dat zij de mensen bestelen. Maar dan ontmoet hij Sóley (Tina Hagedorn Olsen), een jonge elfenvrouw, die helemaal niet wreed is, maar vriendelijk, en die hem helpt bij zijn zoektocht naar de paarden.

Hij raakt in de ban van deze geweldige jonge vrouw en brengt enkele maanden met haar door in de elfengemeenschap. Sóley heeft een directe band met de natuur: haar geloof is gevestigd in de aarde en de rotsen, zij spreekt met het water als een vriend en ze beheerst de kracht van het vuur. Van haar leert Thor de gewoonten van haar volk en zij legt hem uit waarom de elfen altijd in het donker opereren: net als de trollen zullen ze verstenen als er licht op hen schijnt. Ze vertelt hem ook dat de elfen alleen stelen van de rijken en niet van de armen, omdat de menselijke samenleving zo onrechtvaardig is.

De film eindigt tijdens de langste nacht van het jaar, de midwinternacht. Dan komen de elfen op paarden en met brandende toortsen in hun handen de nachtkerkdienst verstoren. Niemand luistert meer naar de dominee, iedereen is in de ban van de elfen die symbool staan voor een vrije en rechtvaardiger wereld. Sóley neemt afscheid van Thor, die zijn paarden inmiddels terug heeft, en belooft hem dat ze hun zoon waarvan ze zwanger is, op zesjarige leeftijd naar hem toe zal sturen.

Helaas is het negatief van Sóley verloren gegaan. In 2019 hebben twee IJslandse kunstenaars de film ‘gerestaureerd’ en gedigitaliseerd op basis van enkele slechte kopieën.

Kristnihald undir jökli
Kristnihald undir jökli (Under the Glacier, 1982) is een verfilming door Guðny Halldórsdóttir van de gelijknamige roman van haar vader, Halldór Laxness, die in het Nederlands is vertaald als Aan de voet van de gletsjer. Het boek – geschreven in 1968, de tijd van de flowerpower – vertelt een kostelijk absurdistisch verhaal dat je kunt zien als een satire op elk soort geloof: christendom, boeddhisme, geloof in de bovennatuurlijke krachten van de vulkaan, de gletsjer en bovennatuurlijke wezens. Of dat laatste misschien toch niet?

Kristnihald undir jökli

Kristnihald undir jökli: De elfen scheppen een droomwereld, die een ontsnapping uit de alledaagse werkelijkheid biedt.

Het verhaal speelt zich af in een klein dorpje aan de voet van de vulkaan en de gletsjer op het uiterst westelijke puntje van het schiereiland Snæfellsnes. De dochter volgt het boek van haar vader heel trouw; veel van zijn dialogen kan zij zo in de film gebruiken. De hoofdpersoon is de jonge, pas afgestudeerde theoloog Umbi, de afkorting van umboðsmaður biskups (afgevaardigde van de bisschop). Hij doet namens de bisschop onderzoek naar de kerkelijke gemeenschap in dit dorp waar de kerk is dichtgetimmerd, de dominee zijn brood verdient met paarden beslaan en primussen repareren, waar kinderen niet gedoopt worden, waar lijken niet worden begraven en waar men aan de gletsjer bovennatuurlijke krachten toekent.

Umbi (Sigurður Sigurjónsson: Hrútur (Rams, 2015), Undir trénu (Under the Tree, 2017)) maakt kennis met een bijzondere verzameling mensen waaronder de dominee (Baldvin Halldsórsson) die zijn eigen utopische versie van het geloof uitdraagt, zijn huishoudster (Kristbjörg Kjeld), die Umbi op een dieet van koffie en taarten zet, de ouderling met zijn eigen gezonde boerenlogica en de mysterieuze vriend en zakenman, professor Góðman Sýngmann, die na jarenlange afwezigheid net nu terugkeert om enkele mysterieuze experimenten in de gletsjer te doen. In opdracht van de bisschop neemt Umbi alle gesprekken op een bandrecorder op. Die kan de bisschop dan later afluisteren.

De dominee is dertig jaar geleden getrouwd geweest met Úa, die kort na haar huwelijk is ‘overgenomen’ door zijn vriend Góðman. Úa (Margrét Helga Jóhannsdóttir) heeft de professor trouwens ook weer verlaten en heeft een turbulent leven geleid, zoals Umbi later hoort, waarin ze onder meer bordeelhoudster in Zuid-Amerika en non in een Spaans klooster is geweest. De dominee beschrijft haar als een van die mysterieuze vrouwen uit het zuiden van wie je niet kunt zeggen of ze luchtgeesten of aardbewoners zijn. Deze vrouwen worden nooit oud, ze blijken een soort koninginnen die de mensen volledig in hun ban hebben; ze wassen zich nooit want zijn altijd rein, ze lezen nooit een boek want weten alles wat er te weten valt, ze eten nooit want zijn altijd verzadigd, en bovendien hebben ze geen slaap nodig.

Tijdens Umbi´s verblijf in het dorp arriveert Úa en hij raakt onmiddellijk volledig in de ban van deze bijzondere vrouw. Hoewel hij eigenlijk terug zou moeten om de bisschop verslag uit te brengen, blijft hij in het dorp. Alle besef van tijd is verdwenen. Door Úa leert Umbi het mysterie van de liefde kennen. Hij is bereid met deze ‘godin’ naar het einde van de wereld te trekken! Aan het einde van de film vertrekken ze inderdaad samen, maar of ze het einde van de wereld halen?

Zowel boek als film zijn bestemd voor de fijnproever, die er van het eerste tot het laatste moment van zal genieten.

Mávahlátur
Mávahlátur (The Seagull´s Laughter, 2001) is een verfilming door Ágúst Guðmundsson van de gelijknamige roman van Kristín Marja Baldursdóttir die in het Nederlands is vertaald als De lach van de meeuw (1995). Het boek, en dus ook de film, geeft een beeld van de jaren ’50 in Hafnarfjörður, toen nog een vissersdorp, nu inmiddels een voorstad van Reykjavik. Het is de periode vlak na de oorlog waarin het land een enorme omwenteling doormaakt. Door de aanwezigheid van de Amerikanen tijdens en na de oorlog, maken de IJslanders kennis met de ‘moderne’ wereld van cola, kauwgum, lippenstift, nylons en rock-‘n-roll.

Mávahlátur

Mávahlátur: De elfen bestraffen onrecht dat hen is aangedaan.

Deze moderne wereld doet in het dorp zijn intrede via Freyja (Margrét Vilhjálmsdóttir), een mondaine jonge vrouw die getrouwd is geweest met een Amerikaanse officier. Na de oorlog is zij met hem naar Amerika vertrokken, maar nu keert ze terug naar IJsland omdat hij is overleden. Maakt ze een grapje als ze zegt dat ze hem vermoord heeft? Ze trekt in bij haar oudtante Juliana (Kristbjörg Kjeld). De man van Juliana is visser en bijna nooit thuis. Alle gebeurtenissen spelen zich dan ook af rond de vrouwen in het huis: Juliana, haar twee dochters, een schoonzuster, kleindochter Agga, en nu dan ook nog deze nicht Freyja.

Het hele verhaal wordt verteld door de ogen van Agga (Ugla Egilsdóttir: maakt later deel uit van comedygroep Mid-Iceland) die uiterst nieuwsgierig is, iedereen afluistert, kasten en laden doorzoekt en brieven van anderen open maakt. Agga vertrouwt Freyja niet. Is ze een incarnatie van de godin Freya? Is ze een lid van de elfenfamilie die in de rotsen buiten het dorp woont? Of is ze alleen maar een vrouw met boze ogen, een soort wraakgodin, een moordenares wellicht?

Freyja voelt zich niet thuis in het bekrompen, koude en donkere IJsland. En op de momenten dat het haar allemaal teveel is, gaat ze naar de rotsen om daar de elfen te bezoeken. Al in het begin van de film zien we haar via een spleet bij een groep rotsen naar binnen gaan en als ze binnen is, bewegen de rotsen alsof ze haar welkom heten. Agga volgt haar tot vlakbij de rotsen, maar is niet in staat haar naar binnen te volgen. Als ze haar oma vertelt dat Freyja de elfen bezoekt, blijkt deze dat de gewoonste zaak van de wereld te vinden.

Als er in het dorp een toneelstuk over elfen opgevoerd zal worden, lijkt Freyja de aangewezen persoon voor de rol van de elfenkoningin, maar door de intriges van een jaloerse mededingster wordt deze rol haar niet gegund. Dat is niet erg, zegt Freyja: zij speelt dan wel niet de elfenkoningin, zij is de elfenkoningin.

Op een gegeven moment hoort Freyja dat haar vriendin door haar man wordt mishandeld. Ze haalt haar en de kinderen uit het huis. Die nacht, als de man alleen thuis is, brandt het huis op raadselachtige wijze af. Haar vriendin is weduwe geworden. Agga vermoedt, nee, weet zeker, dat Freyja hier de hand in heeft gehad. Zij vertelt aan Magnus, een bevriende agent, wat ze weet, namelijk dat Freyja die nacht een fles spiritus en lucifers heeft meegenomen toen ze een wandeling ging maken. Magnus (Hilmir Snær Guðnason) gelooft haar niet en lacht haar uit.

Freyja brengt het hart van alle mannen op hol, ook dat van Magnus. Maar een agent is Freyja te min. Ze laat haar oog vallen op Björn, de knapste (en rijkste) man van het dorp, en deze vraagt haar dan ook ten huwelijk. Als het huwelijk na enige tijd spaak loopt omdat de man vreemdgaat, keert Freyja weer terug naar het huis van Juliana. Als een dronken Björn daar aanbelt en zijn vrouw opeist, nemen de vrouwen wraak. Freyja slaat haar man met de bronzen vlaggenstandaard van de IJslandse tafelvlag op zijn hoofd. Dat overleeft hij niet. Haar tweede (of derde?) moord, volgens Agga.

De politie doet onderzoek naar de toedracht van deze plotselinge dood, maar de vrouwen staan als één man achter Freyja en ze beweren dat Björn van de trap is gevallen. Als Agga aan Magnus het ware verhaal vertelt, wordt ze aanvankelijk weer niet geloofd. Maar als Magnus na enige tijd dan toch de mogelijkheid van moord overweegt en haar duidelijk maakt dat in dat geval alle vrouwen naar de gevangenis zullen gaan, krabbelt ze terug en zegt dat ze alleen maar wat heeft verzonnen, omdat ze zo´n hekel aan Freyja heeft. En dus komt de ‘elfenkoningin’ Freyja ook met deze moord weg.

Sumarlandið
De komische film Sumarlandið (Summerland, 2010), geschreven en geregisseerd door Grímur Hákonarson, is uitsluitend in IJsland vertoond. Het verhaal speelt in Kópavogur, een buitenwijk van Reykjavik, die sterk geassocieerd wordt met de verhalen over elfen. Het is de plaats waar, zoals we boven gezien hebben, een weg moest worden omgelegd vanwege een elfensteen. De naam Sumarlandið verwijst naar de wereld waar de geesten na hun dood zullen vertoeven (een soort hemel dus).

Sumarlandið

Sumarlandið: De elfen maken ons duidelijk dat de waarde van de ‘natuurlijke’ wereld en haar bewoners niet in geld is uit te drukken.

In de tuin van Óskar (Kjartan Guðjónsson) staat een elfensteen die door Lára elke dag wordt verzorgd en waarbij ze kaarsjes brandt en bloemen neerlegt. Lára is een medium: ze heeft contact met geesten van overledenen en met de elfen die in de steen wonen. Óskar, die volstrekt niet in geesten en elven gelooft, is werkzaam in de toeristenindustrie. Hij heeft een busje waarmee hij toeristen een sightseeing-tour biedt en ondertussen ter vermaak mooie verhalen over elfen en trollen vertelt. Het echtpaar heeft twee kinderen: een zoon die net als zijn moeder in het bestaan van de elfen gelooft en een dochter die er net als haar vader volstrekt niets van moet hebben.

De toeristenbusiness gaat slecht en het gezin dreigt failliet te gaan. Op een dag arriveert een Duitse handelaar die Óskar 50.000 euro voor de elfensteen biedt. Óskar accepteert het bod en de dreiging van een faillissement is afgewend. Hij kan nu zelfs een breedbeeld-tv kopen! De steen wordt weggetakeld en verhuist naar Duitsland. Lára is woedend omdat Óskar haar en haar contact met de elfen blijkbaar niet serieus neemt. De elfen zijn inmiddels naar een andere steen verhuisd, maar ze nemen wraak: de zoon van Lára en Óskar is verdwenen en Lára raakt in coma. Óskar krijgt enorme spijt van zijn daad.

Als de gemeente enige tijd later de ‘nieuwe’ elfensteen voor een flink bedrag wil verkopen, is er een breed protest van de bevolking. Ook Óskar protesteert en hij gaat voor de steen staan die door een bulldozer zal worden weggetild. De remmen van de bulldozer weigeren en Óskar wordt verpletterd. Tijdens de begrafenis van Óskar zegt de priester: “Deze vreselijke gebeurtenis zal de IJslanders lang heugen. We moeten erkennen dat we niet alleen leven in dit land. We moeten de wereld van de natuur met liefde en respect behandelen en deze niet verkwanselen voor geldelijk gewin. Óskar die zijn idealen met zijn leven heeft betaald, moet een voorbeeld zijn voor ons allen.

Dit lijkt inderdaad de serieuze boodschap van deze film uit 2010 (twee jaar na de bankencrisis!): IJsland, blijf jezelf en verkoop je niet aan wie dan ook. Niet aan de toeristen die de natuur en de natuurwezens niet het vereiste respect betonen en ook niet aan grote ondernemingen die gretig azen op de delfstoffen die in je bodem te vinden zijn.

Conclusies
De elfengemeenschap streeft naar een rechtvaardige wereld waarin ieder wezen wordt gerespecteerd (Sóley en Sumarlandið), en ze neemt op hardvochtige wijze wraak als er iemand of iets onrecht wordt aangedaan (Mávahlátur en Sumarlandið).

De elfenvrouwen zijn heel bijzondere wezens. Soms leven ze gewoon in de mensenwereld zonder dat men weet dat zij elf zijn (Mávahlátur en Kristnihald). Zij oefenen een grote aantrekkingskracht uit op mannen (Sóley, Mávahlátur en Kristnihald) en ze beschikken over bijzondere eigenschappen: ze kunnen spelen met tijd en ruimte, ze hebben macht over de elementen en ze verouderen niet (Sóley en Kristnihald).

Er zit 30 jaar tussen de eerste en de laatste van de films. Zowel in de eerste film (Sóley) als in de laatste (Sumarlandið) strijden de elfen voor een rechtvaardiger wereld. In de eerste film is de vijand die bestreden moet worden de sociale ongelijkheid, die door de kerk in stand wordt gehouden. In de laatste film is het de hebzucht van de mens die geen waarde hecht aan de natuur en de eigenheid van het land.

En de andere twee films? In Mávahlátur strijdt de elfenkoningin Freyja op haar manier (door haar wraakacties) ook voor een rechtvaardiger samenleving. En in Kristnihald tenslotte schept Úa, net als Sóley in de gelijknamige film, een droomwereld die toegankelijk is voor ieder die aan de grauwe werkelijkheid van alledag wil ontsnappen.

‘Streven naar een rechtvaardige wereld’ en ‘ontsnapping bieden naar een droomwereld’ lijken tot de kerntaken van de elfen te behoren. In onze tijd heeft de milieuproblematiek het streven naar een rechtvaardige wereld uitgebreid met: ‘bescherming van de natuur en al wat daarin leeft’.

 

Maaike Mulder was docent taalkunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na haar pensioen heeft ze zich toegelegd op de studie van de IJslandse taal en cultuur. Geïnteresseerden in de IJslandse filmgeschiedenis kunnen terecht op haar website www.talengek.nl.

 

10 januari 2021

 

Deel 2: Trollen, spoken, dwergen en zeemeerminnen

 
ALLE ESSAYS

Pinocchio

***
recensie Pinocchio

Van marionet tot vrije geest

door Cor Oliemeulen

Als je braaf, eerlijk en aardig bent, word je op een dag een echte jongen. Pinocchio van Matteo Garrone is veel meer dan deze voorspelling van de blauwe fee. Het dramatische fantasieverhaal kent vele lagen en ziet er bovendien oogstrelend en verzorgd uit. Toch mist deze met liefde gemaakte film een ziel, net als de houten pop zelf.

De Italiaanse regisseur Matteo Garrone brak in 2008 door met de maffiafilm Gomorra en excelleerde tien jaar later opnieuw met een goedzak tussen crimineel gespuis in Dogman. Wat bezielt de maker van bejubelde misdaaddrama’s om een klassiek kinderverhaal te verfilmen? Een eeuwige fascinatie, aldus Garrone, die al op zijn zesde een stripverhaaltje over Pinocchio tekende en opgroeide met een tv-serie over de houten pop. Die onweerstaanbare charme leidde in 2015 tot zijn verfilming van drie fabels in Tale of Tales en mondt nu uit in een portret van zijn kinderheld. Verwacht geen deugdzame aanpak als in de animatieklassieker van Disney uit 1940, maar een fantasieavontuur met rauwe randjes.

Pinocchio

Verleidingen
Van de talrijke filmbewerkingen blijft Garrone misschien wel het dichtst bij het originele verhaal van Carlo Collodi, Le avventure di Pinocchio uit 1883. Het gegeven is genoegzaam bekend. Ambachtsman Gepetto – gespeeld door een opvallend ingetogen, maar immer expressieve Roberto Benigni (ooit zelf Pinokkio in zijn familiefilm uit 2002) – snijdt een pop uit een stuk hout. Wanneer de pop ineens begint te bewegen en te praten, noemt Gepetto hem Pinocchio en schreeuwt hij van de daken dat hij een zoon heeft gekregen. Terwijl vader het beste met zijn zoon voorheeft en hem naar school brengt, valt Pinocchio (Federico Lelapi) ten prooi aan de ene na de andere verleiding.

Zo bezoekt hij stiekem een rondreizend poppentheater, waar hij vervolgens gevangen wordt genomen, ontmoet hij de Vos en de Kat die hem geld afhandig proberen te maken en wordt hij samen met een karrenvracht andere kinderen naar een speeleiland gelokt, waar hij in een ezel wordt betoverd. Pinocchio’s (soms wel heel lange) zoektocht naar zijn vader, die op zijn beurt Pinocchio zoekt, leidt tot het binnenste van een walvis. Maar zoals dat gaat in sprookjes komt alles gelukkig op zijn pootjes terecht.

Pinocchio

Moraal
Dat brengt ons bij de vraag of Garrone’s Pinocchio een kinderfilm is. Ja, dat klopt, hoewel deze versie een aantal grimmige en duistere elementen kent. Uiteraard krijgt het houten jochie een lange neus als hij jokt, maar het is misschien wel even schrikken als Pinocchio aan een boom wordt opgehangen. In het boek gebeurt dat omdat hij wordt gestraft voor zijn fouten, in deze film gebeurt dat vooral omdat de Vos en de Kat definitief met hun slachtoffertje willen afrekenen. Overigens zal Pinocchio later in het verhaal in figuurlijke zin een lange neus naar zijn belagers trekken.

Volwassenen hebben ongetwijfeld meer oog voor de satire, zoals in de scène als Pinocchio aan een rechter, de Aap, wordt voorgeleid. Als de verdachte zegt dat hij onschuldig is, wordt hij veroordeeld tot de gevangenis, echter nadat Pinocchio zegt dat hij heel veel slechte dingen heeft gedaan, wordt hij onmiddellijk vrijgesproken. Misdaad loont dus in de wereld waarin de originele Pinocchio opgroeit.

Zoals dat gaat in fabels, waarin elk dier een typisch menselijke eigenschap etaleert, zijn de personages in de Pinocchio van Garrone aan de vlakke kant omdat ze slechts ten dienste van de moraal staan. Ook met Pinocchio zelf valt moeilijk te vereenzelvigen, hoewel zijn sarcasme over de stijve heersende zeden als een verademing voelt. De brutale en eigenwijze houten pop fungeert nu eenmaal als een naïeve creatie die door schade en schande moet zien wijs te worden om zich, eenmaal bevrijd van zijn lichamelijke en geestelijke beperkingen, als een voorbeeldig kind in de uitnodigende armen van zijn sympathieke schepper te kunnen storten. Niet als een marionet van anderen, maar als een zelfstandige vrije geest.

 

18 juli 2020

 

ALLE RECENSIES