Seules les bêtes

****
recensie Seules les bêtes

Een kleine wereld

door Cor Oliemeulen

Een vrouw verdwijnt op mysterieuze wijze in een sneeuwstorm. In vijf hoofdstukken ontdekken we de dader en het motief, als blijkt dat de levens van alle personages op ingenieuze wijze met elkaar zijn verweven.

In deze whodunit van de Franse regisseur Dominik Moll wil iedereen ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Vijf personen met vijf liefdesverhalen, vol geheimen, onbegrip, fantasieën en teleurstellingen. Vijf perspectieven op een tragische geschiedenis waarin vaak niets is wat het lijkt.

Seules les bêtes

Perspectiefwisselingen
In Seules les bêtes, gebaseerd op de gelijknamige roman van de Franse noir-schrijver Colin Niel, maken we allereerst kennis met Alice Farange (Laure Calamy), een sociaal werkster die wordt verwaarloosd door haar man Michel (Denis Ménochet: Inglourious Basterds), een veeboer. Hij vermoedt dat Alice vreemdgaat met een andere veeboer, Joseph Bonnefille (Damien Bonnard), wat inderdaad het geval is. Joseph leeft teruggetrokken na het overlijden van zijn moeder en ziet op een dag dat zijn hond is doodgeschoten. Alice verdenkt Michel daarvan, zeker nadat hij met een bebloed gezicht thuiskomt. Langzaam bespeuren we dat er meer aan de hand is. Veel meer.

In het tweede hoofdstuk verschuift het perspectief naar Joseph, die op zijn erf een verrassende ontdekking doet. We leren dat hij niet langer wil doorgaan met zijn affaire met Alice zodat hij zijn geheim en zijn onverwerkte verdriet een plaats kan geven. In het derde hoofdstuk verschijnt Marion (Nadia Tereszkiewicz) ten tonele. Zij werkt als serveerster en heeft een stormachtige liefdesaffaire met de twintig jaar oudere Evelyne Ducat (Valeria Bruni Tedeschi: Il capitale umano, Ma Loute, La pazza gioia), de vrouw die later op mysterieuze wijze in een sneeuwstorm zal verdwijnen.

Grenzeloos
Die eerste drie hoofdstukken van deze mozaïekfilm spelen zich af in de Causse Méjean, een uitgestrekt, geïsoleerd kalksteenplateau in Zuid-Frankrijk. Omsloten door nauwe valleien tussen rotsachtige heuvels en slechts toegankelijk via smalle wegen weerspiegelt deze omgeving de eenzaamheid en geheimzinnigheid van de personages. Het onherbergzame besneeuwde panorama roept herinneringen op aan films van Nuri Bilge Ceylan (Winter Sleep) waarin het rauwe en pure landschap de karakters versterkt.

Seules les bêtes

Dan plots verschuift het verhaal van het Franse platteland naar een arme wijk in de miljoenenstad Abidjan in Ivoorkust waar Armand (Guy Roger N’Drin) ervan droomt rijk te worden. Geld voor eten is er nauwelijks, maar net als veel van zijn vrienden zien we hem wel achter een laptop, de toegangspoort tot de moderne wereld zonder grenzen. Het toverwoord is internet en de weg naar het fortuin heet oplichting. Het zal niet lang duren voordat we weten wie de dupe is van deze praktijken en hoe de levens van alle personages uiteindelijk elkaar beïnvloeden.

Gelaagd
De kracht van deze whodunit is de knap opgebouwde spanningsboog. Ieder nieuw hoofdstuk voegt extra lagen toe en verduidelijkt hoe situaties en personen nauw met elkaar zijn verweven, zonder dat (meestal) van elkaar te weten. En zo kan het gebeuren dat een vrouw van de aardbodem verdwijnt door toedoen van een tragisch misverstand, nadat zij elders is opgedoken om troost te brengen.

Seules les bêtes wordt soms wel heel achteloos vergeleken met de perspectiefwisselingen op een misdaad in Rashomon (1950) en de vervlochten verhalen in Babel (2006), maar dit uiterst onderhoudende misdaaddrama biedt meer dan voldoende kwaliteiten om op zichzelf te staan.

Seules les bêtes is vanaf 1 april te zien op VOD-kanalen Pathé Thuis, Ziggo, KPN, Cinetree en Cinemember.

 

28 maart 2020

 

ALLE RECENSIES

Lighthouse, The

****
recensie The Lighthouse

Misère op de vierkante meter

door Cor Oliemeulen

Een oudere en een jonge man onderhouden een vuurtoren in New England laat negentiende eeuw en worden langzaam krankzinnig. The Lighthouse is een bijzondere combinatie van drama, zwarte humor, fantasie en thriller.

We maken kennis met betweter Thomas Wake (Willem Dafoe) die al jaren een vuurtoren en bijbehorende woning op een bijna onbereikbare rots onderhoudt en aanvankelijk wel raad weet met groentje Thomas Howard (Robert Pattinson) die hij graag als een hond behandelt. Alle noeste werkzaamheden die de nieuweling op het mini-eilandje verricht, worden met een kritisch oog bekeken. Zelfs de zeemeeuwen zijn Howard niet welgezind.

The Lighthouse

Isolement
Door het voortdurende isolement en het gebrek aan fijne menselijke verhoudingen zoekt Howard ’s avonds zijn toevlucht tot een klein stenen beeldje van een mooie zeemeermin, die hij later in het verhaal ook buiten tijdens hallucinaties zal ontmoeten. Hij merkt dat ook Wake zich soms overgeeft aan lust, nadat die zich heeft opgesloten bij het licht van de vuurtoren, een ruimte waar Howard beslist niet mag komen. Terwijl Wake overdag pseudo-Shakespeareaanse teksten oplepelt en verhaalt over oude zeemansmythen, kruipt Howard langzaam onder het juk van zijn meerdere uit. Hij zal immers binnenkort vertrekken van deze godvergeten plek.

Maar als op de bewuste dag de boot door slecht weer de rots niet kan bereiken, blijft Howard geconfronteerd met de dominantie en onhygiënische gewoonten van Wake, die op zijn beurt het gezelschap van Howard niet wil missen. Verhoudingen beginnen te veranderen, grenzen en normen vervagen. Als hun woning na een heftige storm zwaar is geteisterd en de voorraden opraken, dreigen beide mannen af te stevenen op een onstuitbare teloorgang en zijn ze – versterkt door overmatig drankgebruik – aan elkaars gezelschap, menselijke warmte en machismo overgeleverd.

Claustrofobisch
De claustrofobische atmosfeer van The Lighthouse wordt bepaald door de technische keuzes van regisseur Robert Eggers (The VVitch: A New-England Folktake, 2015) en cinematograaf Jarin Blaschke. Het duo koos voor de beeldverhouding van 1,19:1, zoals je die veel ziet in de gotische stijl van de zwijgende cinema en die Fritz Lang bijvoorbeeld in 1939 had ingezet om de opgejaagde stemming in zijn misdaadfilm M te versterken. Dit oude formaat blijkt zeer geschikt voor verticale structuren, zoals de vuurtoren, en maakt bovendien de ruimten waarin de personages verkeren nog enger. Tijdens de talrijke veelzeggende close-ups van Dafoe en Pattinson is de ruimte om hen heen niet relevant.

The Lighthouse

De contrastrijke, soms korrelige, look-and-feel van de vroege cinema (denk ook aan de latere film noir) kwam tot stand door lenzen met een op maat ontwikkeld orthochromatische filter. De belichting is schamel en het materiaal waarop The Lighthouse is geschoten, is Kodak Double-X, een weinig gebruikte zwart-witfilm die bijvoorbeeld ook Martin Scorsese aanwendde voor zijn boksfilm Raging Bull (1980). Dat alles, aangevuld met de minimalistische soundtrack, maakt de weergave grimmig en sinister.

Symboliek
The Lighthouse heeft geen noemenswaardig plot, maar kent wel interessante metaforen en symboliek (zien we daar plots een bovennatuurlijk wezen?), waarmee de kijker zelf naar hartenlust mag interpreteren. De focus op de verhouding tussen twee zeer verschillende mannen die zowel de omstandigheden als de ander dienen te trotseren en uiteindelijk moeten zien te overleven, wordt steeds spannender en blijft tot het eind toe overeind door de goede chemie en het ijzersterke spel van Dafoe en Pattinson. Door de opeenstapeling van huiveringwekkende gebeurtenissen, valt ook een lach in deze macabere wereld nauwelijks te onderdrukken.

 

22 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Sons of Denmark

*
recensie Sons of Denmark

Nichts of Denmark

door Yordan Coban

Nog zeldzamer dan een terroristische aanval is het vinden van een goede film over de multiculturele samenleving. Sons of Denmark wil graag een boodschap overbrengen, maar vergeet een film te zijn.

De film opent met een bomaanslag die gevolgd wordt door een interview van een rechtse politicus die de oorlog verklaart aan migranten en de multiculturele samenleving. Vervolgens ontmoeten we Zakaria (gespeeld door Mohammed Ismael Mohammed) die samen met zijn moeder en zijn broertje uit Irak naar Denemarken gevlucht zijn. De aanslag beweegt een golf van xenofobe stuiptrekkingen, althans zo wordt beweerd. Zakaria besluit van zich af te bijten en zich aan te sluiten bij een terroristische groepering.

Sons of Denmark

Het gaat niet om Allah
Vol frustratie kijkt Zakaria ‘s nachts naar beelden van bombardementen in Irak en voedt zo zijn afkeer tegen het westen. De film heeft een duidelijke visie: terrorisme is vooral een geopolitiek gevolg en niet slechts een op zichzelf staand religieus fenomeen.

Dit is iets wat ook in de Nederlandse media te vaak onbelicht blijft. Geweld lokt altijd meer geweld uit. “Het gaat niet om Allah”, zegt Zakaria op een gegeven moment tegen zijn vriend. Eén van de weinige stukken dialoog in Sons of Denmark die enigszins tot hersenactiviteit beweegt.

Infantiel straatschoffie
Zakaria is het typische cliché-straatschoffie met een hart van goud. Zijn moeder en broer betekenen alles voor hem, dat wordt de kijker goed duidelijk gemaakt. De band tussen moeder en zoons bestaat uit samen eten en elkaar lachend aanstaren. Het script van de film is, ondanks het zware onderwerp, op kinderlijke wijze geschreven. Er wordt dromerig gepredikt in abstracto op een Terrence Malick-achtige wijze.

Toch profileren scènes zich meer mechanisch en onnatuurlijk, gelijke een Christopher Nolan-script of een generieke Netflix-serie. Gewelddadige scènes worden tegen een zielige uit het raam starende moeder gezet; zij compenseert de afwezigheid van haar zoon met het neuriën van de kinderliedjes uit zijn jeugd. Tenenkrommende zorgverzekeraarreclames zijn subtieler en geloofwaardiger in het mimicken van menselijke emotie.

Sons of Denmark

Dulden
Zakaria wordt verraden door zijn “vriend” Ali (gespeeld door Zaki Youssef) en opgepakt. De rechtse beweging Sons of Denmark begint vervolgens op de maat van Mozarts Lacrimosa minderheden aan te vallen. En de kijker heeft het maar te dulden. Maar gelukkig eindigen we in de grote finale met nog zo’n prachtig kinderliedje, om het af te leren.

Regisseur Ulaa Salim keek naar Aus dem Nichts (2017) en dacht: dat kan ik ook. Zonder cinematisch raffinement kan dat echter niet. Aus dem Nichts was dan nog niet eens één van de memorabele films van Fatih Akin. Er valt nog genoeg interessants te zeggen over de Europese multiculturele samenleving, de vluchtelingencrisis en integratie, maar er zijn zo weinig serieuze auteurs.

 

19 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Parasite

****
recensie Parasite

Breuk met armoede

door Suzan Groothuis

Met Parasite laat regisseur Bong Joon Ho opnieuw vakmanschap zien. Niet alleen laveert hij behendig tussen filmgenres, ook fileert hij de sociale lagen van de Zuid-Koreaanse maatschappij. Een film die verrast en, uiteindelijk, ook ontroert.

In Parasite draait het om het arme gezin Kim. Ouders, zoon en dochter leven in een soort kelder, waar ze profiteren van de internetverbinding van omringende restaurants. In de openingsscène valt het wifi-signaal weg. Paniek. Moeder verwacht een bericht van haar werk op de app en haar kinderen doen hun uiterste best om signaal te vinden. Een voorbode dat deze mensen, waar het eventjes kan, profiteren van anderen. Dat ze bovendien goede onderhandelaars zijn, blijkt wanneer er klachten zijn van het pizzabedrijf waar moeder werkt. Een bruikbare eigenschap voor wat later komen gaat.

Parasite

Als zoon Ki-woo via een vriend het aanbod krijgt om tijdelijk zijn plek in te nemen als bijlesleraar Engels, is er in eerste instantie twijfel. Hij is geen student en wat als het rijke gezin, waar hij komt te werken, daarachter komt? Volgens de vriend is een goede aanbeveling voldoende. En Ki-woo’s zus blijkt verdomd handig in het vervalsen van documenten, dus de benodigde certificaten zijn ook geregeld. 

Geleidelijke infiltratie
Wanneer Ki-woo onder de naam Kevin zijn intrede doet is hij overweldigd door de luxe die op hem afkomt. De gestileerde woning van de rijke Park en zijn aardige, naïeve vrouw Yeon-kyo vormt een groot contrast met zijn eigen woning waar kakkerlakken domineren. Hij weet Yeon-kyo voor zich te winnen en krijgt een aanstelling voor bijles aan haar tienerdochter. En van het een komt het ander: Ki-woo onderzoekt op slinkse wijze hoe hij zijn familie kan laten infiltreren als werknemers voor het rijke gezin. Dat gegeven voltrekt zich op humoristische en sardonische wijze. Vaste werknemers worden vakkundig uit de weg geruimd om plaats te maken voor Ki-woo’s gezinsleden. Het gezin Kim heeft bovendien oog voor stijl en klasse: ze bieden niet zomaar diensten aan, maar richten zich op een exclusief aanbod geschikt voor een goed gevulde portemonnee.

Wanneer Park met zijn vrouw en kinderen gaat kamperen, heeft het gezin Kim het huis voor zich alleen. Ze genieten van de zon in de tuin en doen zich tegoed aan dure whiskey, terwijl ze een discussie voeren over rijkdom. En dan krijgen ze ineens te maken met een situatie die alles op z’n kop zet. Vanaf dat moment is er een spel met filmgenres: het komische aspect, dat vanaf het begin voorop staat, krijgt een donker randje, waarbij Bong Joon Ho zelfs onvervalst bloedvergieten niet schuwt en afsluit met bezinnend drama.

Parasite

Doordacht en gelaagd
Pretentieus? Niet in de handen van Bong Joon Ho. De regisseur heeft inmiddels een indrukwekkend oeuvre opgebouwd: het indringende en verontrustende Memories of Murder, het psychologisch ontrafelende Mother, zijn eerste internationale treinthriller Snowpiercer en duistere kinderfilm Okja. Experimenteren met verschillende genres én daarin slagen mag je een prestatie noemen. En nu is daar Parasite, waarin de kijker verrast en op het verkeerde been gezet wordt. Niet alleen door de mengeling van filmgenres, maar vooral door hoe doordacht en gelaagd de film is opgebouwd.

Bovendien is er een boodschap, want nietsontziend fileert Bong Joon Ho de sociale klassen van Zuid-Korea. Met scherp oog geeft hij een inkijkje in de morele codes van arm en rijk. Dan weer lachwekkend, dan weer ironisch en dan weer met gevoel. De film sluit af als een droom waarin niets en alles mogelijk is. Of, in de woorden van vader Kim (Bong Joon Ho’s vaste acteur Kang-ho Song): “Het leven verloopt nooit volgens plan.”

 

26 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Report, The

*
recensie The Report

De held die de deur sluit

door Tim Bouwhuis

In The Report resulteren de inspanningen van onderzoeksjournalist Daniel J. Jones in een monumentaal verslag van de martelpraktijken die de CIA na 9/11 dichterbij vermeende Al Qaida-terroristen bracht. De wanstaltig eenzijdige film roept in een veel breder kader vragen op over propaganda en politieke invloed.

The Report is een perfect voorbeeld van een film die door zijn complexe politieke context tot veel meer discussie en reflectie oproept dan de uiterst simpele plot doet vermoeden. Regisseur Scott Z. Burns debuteerde in 2006 met het fascinerende door HBO voor televisie geproduceerde PU-239 (ook wel The Half Life of Timofey Berezin). Hierna werkte hij met name als scenarist, onder meer voor The Bourne Ultimatum (2007), meerdere films van Steven Soderbergh en volgend jaar ook voor de nieuwe titel in de James Bond-franchise, No Time To Die. Voor zijn tweede regieklus in twaalf jaar strikte hij als hoofdrolspeler Hollywoodacteur in de lift Adam Driver (Star Wars: The Last Jedi, BlacKkKlansman).

The Report

Film en overheid
Het is nagenoeg onmogelijk in het wegen en beoordelen van The Report te ontsnappen aan politieke en morele vragen over het Amerikaanse beleid in contra-terrorisme en de publieke communicatie daarvan. Hierbij gaat het niet alleen om je blik op het politieke handelen van de Verenigde Staten in de nasleep van 9/11, maar ook om de manier waarop films die blik kunnen beïnvloeden. De oeuvres van regisseurs als Michael Bay en Peter Berg laten zich niet loskoppelen van de vraag wanneer film niet langer propaganda lijkt maar propaganda is, om op dat punt nog maar te zwijgen over de daadwerkelijke invloed van instanties als de CIA en het Pentagon in dit soort projecten. In dat laatste verband is het al geen publiek geheim dat Michael Bay in zijn films maar wat graag de nieuwste snufjes van het vaderlandse militaire bastion uitprobeert. Sinds er voor het eerst een Amerikaanse oorlogsfilm logistiek ondersteund werd door, in dit geval, de Amerikaanse luchtmacht (Wings, 1927), kent de Hollywoodgeschiedenis voorbeelden te over van dit soort zichtbare verbintenissen, waarvan wervingscampagne Top Gun (1986) in afwachting van de sequel (juni 2020) waarschijnlijk het meest tot de verbeelding spreekt.

De traditioneel clandestiene operaties van de CIA en aanverwante instanties laten zich zonder passend onderzoek moeilijker met concrete films in verband brengen. Het is één ding om te analyseren hoe de CIA in Hollywoodcinema gerepresenteerd wordt, maar wanneer gaat die representatie over in (bewijzen van) concrete betrokkenheid? Zeker sinds het advent van de Koude Oorlog en het bijbehorende hoogtij van films vol politieke paranoia vinden we genoeg prikkelende titels die de vraag naar de grenzen tussen fictie en werkelijkheid tot het uiterste oprekken, van The Manchurian Candidate (1962) tot The Parallax View (1974) en Three Days of the Condor (1975). Van die laatste twee films geeft Burns al gretig toe dat ze door hun visuele stijl inspiratiebronnen voor The Report waren (en van Sydney Pollacks Three Days of the Condor weten we ook dat toenmalige CIA-directeur Richard Helms destijds de set heeft bezocht en hoofdrolspeler Robert Redford van advies heeft voorzien). Dat The Report de vergelijking door de fletse, inspiratieloze cinematografie nauwelijks doorstaat, onderschrijft vast hoeveel sterker laatstgenoemde film uiteindelijk inzet op de communicatie van zijn (politieke) inhoud.

The Report

De olifant in de industrie
Of en in welke mate die politieke inhoud ingegeven en/of gecontroleerd is door hogere overheidsinstanties kan ondergetekende in het specifieke geval van The Report (een productie van Amazon Studios) niet bewijzen, hooguit vermoeden. Vast staat wel dat Hollywood en de CIA vanaf de vroege jaren negentig nauwer en intenser zijn gaan samenwerken. Tony Shaw en Tricia Jenkins (tevens de auteur van het boek The CIA in Hollywood, uit 2012), twee Amerikaanse academici, schreven in 2017 dat Chase Brandon (een neef van acteur Tommy Lee Jones) vanaf deze periode Hollywoodfilmmakers en producers onderwees over de rol van de CIA en hen actief stimuleerde CIA-successen in hun films op te nemen. Dit proces loopt tot de dag van vandaag en anderen hebben Brandons rol overgenomen; in veel gevallen worden scriptschrijvers, producenten en regisseurs concreet in contact gebracht met CIA-functionarissen, die vervolgens een grote invloed uitoefenen op het definitieve film- of serieproduct en daarbij een (overwegend) positief beeld van de instantie propageren. Alhoewel hier verbluffend weinig (en kritisch) over geschreven is, zijn deze samenwerkingen wel degelijk een stuk beter gedocumenteerd dan verstrengelingen van vóór de jaren negentig, die explicieter in een zweem van geheimhouding gehuld bleven en zich daardoor een stuk lastiger laten traceren. Bekende voorbeelden van relatief recente samenwerkingen zijn Showtime-serie Homeland (2011-), Ben Afflecks Oscarwinnaar Argo (2012) en Kathryn Bigelows veelbesproken politieke thriller Zero Dark Thirty (2012).

Fascinerend genoeg speelt er in de verhaalwereld van The Report op een gegeven moment een kort trailerfragment uit de film van Bigelow. Beide titels tonen de gewelddadige martelpraktijken van de CIA in de jacht op kopstukken van Al Qaida, en laten het niet na te tonen welke fouten in dat proces begaan zijn. Zero Dark Thirty verdeelde critici tot op het bot. Hier zijn vooral de negatieve kanttekeningen interessant: werden de martelpraktijken van de CIA hier impliciet gerechtvaardigd of zelfs verheerlijkt, omdat ze uiteindelijk leidden tot de eliminatie van Osama Bin Laden? En kan een film als deze eigenlijk wel een ‘onthullend’ boekje opendoen over de martelpraktijken van de CIA als deze in die periode gewoon al publiek belicht waren? Het uiten van zelfkritiek is zo in verhouding al een stuk ‘veiliger’. De eerder aangehaalde Shaw en Jenkins bevestigen dit als ze schrijven dat de CIA op een pragmatische manier met Zero Dark Thirty omgingen, en er vooral op inzetten een ‘zo positief mogelijk beeld’ van de CIA te schetsen. Dat een film op een aantal vlakken ambigu en kritisch is, wil dus nog lang niet zeggen dat de overkoepelende intentie van de makers niet propagandistisch kan zijn. Sterker nog: propaganda werkt het best als ze niet direct als zodanig door haar publiek herkend wordt.

Waar komt de nood van de industrie vandaan om films te maken met een politiek onthullend en kritisch karakter, als we weten dat diezelfde industrie onmogelijk politieke onafhankelijkheid kan claimen? Kunnen deze films de beloftes van heroïsche klokkenluiders (Snowden, 2016) eigenlijk wel nakomen, of zitten ze in feite vast in een verreikend web van invloed dat de grenzen van kritische representatie bepaalt en échte artistieke en politieke vrijheid zo onmogelijk maakt?

The Report

Het probleem van de held
The Report
presenteert in de persoon van Daniel Jones een held die de feitelijke waarheid, inclusief morele rechtvaardiging, koste wat het kost op tafel wil brengen en daar – spoilers onvermijdelijk inbegrepen – glorieus in slaagt. Hierdoor is er nauwelijks ruimte voor nuance en sleept de film zich nogal plichtmatig voort – het “hoe” is al vanaf het begin ondergeschikt aan het “wat”. Burns doet zo sterk zijn best om de CIA tegen de inspanningen van Jones af te zetten dat iedere vorm van ambiguïteit ontbreekt. Dit roept ook de vraag op waarom deze film gemaakt moest worden en, dat vooral, waarom nu.

“Democratie is rommelig”, zegt de stafchef van Barack Obama (een rol van Jon Hamm) in de loop van de rechtszaak rond het martelrapport. Welke rommel moet er in The Report opgeruimd worden? In de meest extreme interpretatie van deze film wekt Burns de indruk dat hij de ernstige en systematische insteek van de martelpraktijken in de periode post-9/11 van tafel wil vegen; (wederom) niet omdat daar enig bewijs voor is, maar omdat de film het juist doet voorkomen alsof een deel van de kopstukken geen idee hadden waar ze nu echt mee bezig waren en de ernst van hun praktijken bagatelliseerden – alles voor de veiligheid van het vaderland.

Dat The Report een kritische toon handhaaft, mag duidelijk zijn, maar de filmische schets van de CIA in verhouding tot Jones, een sympathieke goedzak die zichzelf verliest in zijn werk, is schematisch, opzichtig en dramatisch ongeloofwaardig. Door in de slotakte in te zoomen op het zegevierende recht, mogelijk gemaakt door het morele plichtsbesef van een enkeling, stuurt Burns maar wat eenvoudig aan op een patriottistische conclusie. De wandaden van de CIA zijn in dat kader relatief gemakkelijk vergeten, ook omdat de falende instantie door de weergave van haar wanbeleid nauwelijks serieus genomen is: de film sluit nadrukkelijk een hoofdstuk af. Net als Zero Dark Thirty buigt hij negatieve representatie om naar een overwinning; in de film van Bigelow is dat een overwinning voor de CIA, in The Report ligt de nadruk op mentaliteit en op het schild geheven waarheidsdrang. Dat is niet alleen curieus in het licht van de manier waarop Hollywood in dit stuk eerder gelinkt werd aan propaganda en (concrete) politieke invloed. Het onderstreept ook dat een integere hoofdpersoon nog niet automatisch een integere film oplevert.

 

2 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Instinct

***
recensie Instinct

Dierlijk verlangen

door Michel Rensen

Sterk machtsspel tussen grootse acteurs. Halina Reijns regiedebuut is een genuanceerde erotische thriller, maar vooral een echte acteursfilm waarin Carice van Houten en Marwan Kenzari gloriëren. 

Al voor de Nederlandse première heeft Instinct een mooi festivaltoer achter de rug met een wereldpremière op het filmfestival van Locarno, waar de film de Variety Piazza Grande Award won, en was de film geselecteerd voor het filmfestival van Toronto. In Nederland zal de film zijn première beleven als opening van het Nederlands Film Festival en de film is ook geselecteerd als Nederlandse Oscarinzending.

Instinct

Acteursfilm
Nicoline (Carice van Houten), een ervaren psychologe, begint aan haar nieuwe baan in een TBS-kliniek, waar ze onder andere Idris (Marwan Kenzari) onder haar hoede heeft. Idris is een serieverkrachter wiens behandeltraject er bijna op zit. De rest van het team is ervan overtuigd dat Idris klaar is om met onbegeleid verlof weer terug de samenleving in te gaan, maar Nicoline is daar niet zo van overtuigd. Zijn manipulatieve karakter maakt het voor haar moeilijk om te achterhalen of zijn positieve ontwikkeling echt of gespeeld is. Als ze ook seksuele verlangens naar de aantrekkelijke Idris krijgt, raakt Nicoline ondanks haar professionele ervaring verstrikt in een machtsspel.

Zoals misschien wel te verwachten als een actrice in de regiestoel kruipt, is Instinct een echte acteursfilm. Het lijkt geschreven voor ‘s Neerlands grootste acteertalenten. Met complexe en onuitgesproken verlangens biedt het script van Esther Gerritsen en Halina Reijn een ideaal speelveld waarin Van Houten en Kenzari hun capaciteiten in de volle glorie laten zien. Hun performances laten de nuance van de moreel complexe situatie optimaal naar buiten komen. Nicoline weet niet wat met haar gevoelens te doen en we krijgen als kijker ook geen grip op Idris’ ware aard.

Instinct

Machtsspel
Tussen de twee ontstaat een venijnig machtsspel. Idris wil niets liever dan weer de vrijheid ruiken en Nicoline is de enige die daar nog een stokje voor kan steken. Aangezien Nicoline niet overtuigd is van Idris’ voortgang, probeert hij haar van zijn goedheid te overtuigen, maar in hoeverre zijn woorden te vertrouwen zijn, blijft onduidelijk. Kenzari weet de grens tussen charmante verleider en manipulatieve crimineel perfect te bespelen, waardoor zijn personage niet een eenzijdig figuur is, maar een complex personage dat niet simpel weggezet kan worden als één van de twee. Daar zit voor Nicoline het morele vraagstuk. In hoeverre kan ze Idris’ vertrouwen? En in hoeverre kan ze haar eigen waarnemingen nog vertrouwen als haar verlangens deze beïnvloeden?

De titel laat al duidelijk zien dat Instinct zich voornamelijk richt op de grens tussen onze rationaliteit en ons beestachtige instinct. Dit wordt nog eens bevestigd met een knullige insert van een natuurdocumentaire vroeg in de film, waarin de relatie tussen roofdier en prooi besproken wordt. Het machtsspel vindt niet alleen tussen de twee personages plaats, maar ook in Nicolines worsteling met haar verlangen terwijl ze objectief haar werk probeert doen. Deze worsteling is fascinerend om uitgespeeld te zien worden door de twee fenomenale acteurs, maar de zoektocht naar een uitkomst van het machtsspel zit de genuanceerde vertelling in de weg. Het zwakke en misplaatste einde reduceert de complexe thematiek tot een simpele dader-slachtofferverhouding.

 

27 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Ragazza nella nebbia, La

***
recensie La ragazza nella nebbia

Wachten op het laatste puzzelstukje

door Cor Oliemeulen

Een vijftienjarig meisje uit een diepreligieuze familie verdwijnt spoorloos. Een curieuze detective stort zich op de zaak en kan al vrij snel een verdachte leraar aanhouden. Maar is deze wel verantwoordelijk voor de vermissing? La ragazza nella nebbia vraagt veel geduld van de kijker.

Donato Carrisi was al een tijdje actief als producer en scenarist. Aangezien niemand zijn script van de thriller La ragazza nella nebbia (Het meisje in de mist) wilde verfilmen, maakte hij er een boek van en besloot uiteindelijk zijn misdaadverhaal zelf op het witte doek te brengen. Carrisi’s sfeervolle regiedebuut is vooral ambitieus door de vele plotwendingen, waardoor de kijker pas in de allerlaatste minuut de puzzel kan oplossen.

La ragazza nella nebbia

Suspense
In een interview zegt de Italiaan dat hij een verhaal altijd begint met een complex eind. Hij vermijdt elke vorm van geweld en toont nooit bloed, want een suspensefilm heeft dat volgens hem niet nodig. De toeschouwer weet bovendien meer dan de filmpersonages, maar bang zijn hoeft ook weer niet. Nu is Donato Carrisi geen Alfred Hitchcock, want die hield de kijker voortdurend bij de les zonder te vervallen in onnodige zijpaden, stemmingswisselingen en kunstzinnige shots om de boel wat op te leuken.

Carrisi valt in de kuil van menig debuterend filmmaker: teveel willen, uiteindelijk te weinig brengen. Het zoveelste bewijs dat boekverfilmingen (en gekunstelde puzzelverhalen) vaak niet goed uit de pixels komen. Denk bijvoorbeeld aan het vrij recente misdaadverhaal The Snowman (2017), hoewel Donato Carrisi het lang niet zo bont maakt als de Zweedse regisseur Tomas Alfredson die eveneens kon beschikken over een prachtige omgeving en een cast met grote namen.

La ragazza nella nebbia

Atmosfeer en cast redden film
Naast de verdienstelijke donkere thrilleratmosfeer zijn het de acteurs die La ragazza nella nebbia van de grijze middelmaat redden. Toni Servillo (La grande bellezza, 2013) is uitstekend op zijn plek als de mysterieuze detective Vogel die zoals zo vaak bijna geen gelaatsspier vertrekt en acteert alsof hij een dubbele agenda heeft. Ook de verdachte leraar (hij is op de dag van de verdwijning van de scholiere gewond geraakt aan zijn hand en zijn jeep is in de buurt gezien) vertolkende Alessio Boni (La meglio gioventù, 2003) blijft ondoorgrondelijk, zelfs nadat hij zijn baard heeft afgeschoren. Jean Reno (Léon, 1994) als psychiater hoeft slechts wat op afstand te brommen om geloofwaardig te zijn. Ook over de rest van de cast valt weinig te klagen.

Het zijn niet alleen de puzzelstukjes die de kijker op de goede plaats dient te leggen, enige maatschappijkritiek blijft in La ragazza nella nebbia niet achterwege. Bijna elke misdaadzaak wordt tegenwoordig tot in den treure in de media belicht en niemand kijkt meer op hoe cameraploegen zich als een zwerm bijen op verdachten en hun omgeving storten en hoe publieksgeile reporters proberen eeuwige roem te vergaren zonder welk ander belang dan ook in ogenschouw te nemen. Belangen zijn er ook bij de opsporende macht: een zondebok is snel gevonden om persoonlijke en politieke ambities te kunnen waarmaken of om je eerdere falen te verhullen. Je zou bijna vergeten dat ook verdachten en hun advocaten zich vandaag de dag uitstekend in die constellatie weten te bewegen.

 

31 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Ruben Brandt, Collector

****
recensie Ruben Brandt, Collector

Schilderachtige nachtmerries

door Ralph Evers

Wat krijg je wanneer je de remmen van je fantasie, gekanaliseerd door topstukken uit de westerse kunstgeschiedenis, loslaat? Eén van de betere animatiefilms van de afgelopen jaren. Een feest voor de liefhebber qua verwijzingen en ach, voor hen die nauwelijks notie hebben van de veelal Europese culturele identiteit, je hebt in ieder geval een eigenzinnig misdaadverhaal. 

Eén van de toevoegingen van Dalí aan de kunst is de methode van kritische paranoia. Het verhaal gaat dat hij met een theelepeltje in de hand dat boven een kopje zweefde zich in een siësta dutte en bij het ontwaken van het klingelende geluid de beelden die hij op het scherm van zijn derde oog geprojecteerd zag naar het canvas vertaalde. Zoiets lijkt Milorad Krstić, de Sloveense regisseur van Ruben Brandt, Collector ook gedaan te hebben. Deze animatie is niet alleen intelligent, geestig, verrassend, maar bovenal visueel overdonderend, idiosyncratisch en om in herhaling te vervallen eigenzinnig.

Ruben Brandt, Collector

Het vervallen is herhaling is overigens niet voor niets, want deze Hongaarse film slechts één keer zien is een garantie voor een groot gemis. De film zit zo boordevol verwijzingen naar kunst, popcultuur en filmverwijzingen, waar tevens een deel van de lol in zit, dat een enkele keer te weinig is. Ruben Brandt is de geanimeerde variatie op György Pálfi’s Final Cut – Hölgyeim És Uraim. Een film verteld aan de hand van iconische momenten uit de wereldcinema.

Zinnenprikkelend tuig
Animatie moet eigenlijk maar een ding doen en dat is het scheppen van niet alledaagse werelden. Nu, daarin is Ruben Brandt uitermate goed geslaagd. De film kent weliswaar een vrij gestructureerd verhaal over, verrassing, Ruben Brandt. een psychotherapeut, wiens vader werkte met subliminale boodschappen in film en deze testte op de jonge Ruben. Als volwassene wordt hij achtervolgd in zijn nachtmerries door de personages uit topstukken als Jean Moulin, de postbode van Van Gogh of een van de prinsesjes van Velazquez. Zijn oplossing? Deze werken stelen, in eigen bezit hebben en daarmee hun demonische uitwerking op hem onschadelijk maken. Het lukt hem met een viertal illustere en ongeëvenaarde criminelen. Als gezochte topcrimineel krijgt Brandt een bonte verzameling premiejagers achter zich aan.

Een eerste associatie die de stijl oproept, is die van Jean-François Laguionie, maar met de gestyleerde Man from U.N.C.L.E.-opening gaat de lieflijkheid van Laguionie overboord. Overigens doet het tempo van Ruben Brandt meer denken aan een nieuwe Guy Ritchie. Een achtbaanrit zonder veiligheidsgordels, een hallucinante trip die ook wel doet denken aan Ari Folmans The Congress, waar talloze historische figuren hun opwachting maken. Maar waar Folman een meer filosofische insteek heeft, kiest Krstić prominenter voor een esthetische pastiche. Vorm boven inhoud zou je kunnen klagen, of eendimensionale personages, maar de stijl heeft hierin ook bewust iets karikaturaals, zoals Sylvain Chomets Les Triplettes de Belleville. De film is met al deze verwijzingen nog wel het best te omschrijven als een jazzcompositie, zoiets als The Bad Plus weet te doen met zijn covers van bijvoorbeeld Nirvana’s Smells like teen spirit. Jazz ook omdat er her en der een heerlijke noir-feel opsteekt.

Ruben Brandt, Collector

Ogen te kort
Een smet op dit feest van verbeeldingskracht is dat de plot wat te rechtlijnig is. Hoewel er voldoende bizarre wendingen in de omgevingen en nachtmerries van Ruben zitten. Oh, en niet te vergeten de bijzondere, spelen-met-Picasso gezichten (meerdere ogen, neuzen, oren) en andere menselijke kenmerken, blijft het van a tot z verteld verhaaltje wat mat. Zoals gezegd, de personages zijn eendimensionaal (en in één geval tweedimensionaal) en de vaart zit er, op de slak na, aardig in. Het narratieve aspect was sterker uit de verf gekomen mocht er een spanningsboog, een tegenslag, een verwarrend Lynchiaanse component aan toegevoegd zijn. Edoch, de focus ligt hoofdzakelijk op de liefde van Krstić voor film-, pop- en kunstgeschiedenis en daarin is reeds genoeg te genieten.

 

16 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Ballon

***
recensie Ballon

Niet alleen vogels vliegen van oost naar west

door Cor Oliemeulen

Als het zou lukken, zou het DDR-systeem te kakken zijn gezet. Acht Oost-Duitsers proberen in 1979 met een zelfgemaakte heteluchtballon naar het westen te vluchten. Met de onstuitbare drang naar vrijheid en de Stasi op de hielen riskeren ze hun leven. Ballon voelt als een spannende familiefilm met voorspelbare afloop.

Met het neerhalen van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 konden mensen plotseling vrij reizen tussen de DDR en de Bondsrepubliek Duitsland. Al direct vanaf de bouw van dit sluitstuk van de verdeling van Europa en Berlijn door de winnaars van de Tweede Wereldoorlog op 13 augustus 1961 probeerden inwoners van oost naar west te vluchten, vooral door het graven van tunnels. Volgens officiële bronnen vielen er in die 28 jaar ten minste 140 doden tijdens de vlucht naar de vrijheid: 101 DDR-inwoners, dertig personen die geen vluchtplannen hadden en toch werden doodgeschoten, alsook acht grenssoldaten (met name deserteurs).

Ballon

Vluchtpogingen
Minder prominent in de geschiedenis is de vlucht naar het westen buiten de stad Berlijn. Bij de talrijke pogingen werden maar liefst 75.000 Oost-Duitsers gearresteerd, terwijl zo’n 800 mensen hun leven aan de grens verloren, meer dan 250 bij grenscontroles door een hartinfarct als gevolg van stress. Na de oprichting van de DDR in 1949 verlieten zo’n 2,7 miljoen mensen het land, na de bouw van de Muur waren dat er nog maar enkele honderden per jaar. De manieren waarop varieerden van inventief tot wanhopig en dom, vaak niet ontbloot van levensgevaar.

Zo zijn er verhalen van vluchtelingen die miniduikboten voor de Oostzee construeerden, gepantserde Trabantjes om door grensovergangen te breken, met pijl-en-boog en een kabelbaan, per luchtbed over de Elbe, een tiener met een bulldozer en zelfs pogingen om een vliegtuig te kapen. Maar het kan nog origineler en gewaagder. Zoals de filmtitel al verklapt, reconstrueert de historische thriller Ballon een spraakmakende vlucht door de lucht in 1979. Acht personen van twee bevriende Oost-Duitse families proberen op 16 september van dat jaar, nadat de helft tijdens de eerste poging was neergestort, met een in elkaar geknutselde heteluchtballon West-Duitsland te bereiken.

Ballon

Bloedhond
Aan de ontsnappingspoging zijn uiteraard de nodige publicaties gewijd. Hollywood verfilmde het avontuur – waarin de vluchters bijvoorbeeld geen tijd meer hadden om de ballon te testen – in Night Crossing (1982) met John Hurt als Peter Strelzyk (Friedrich Mücke), het brein achter de actie. Ook de Duitse regisseur Michael Bully Herbig (in eigen land bekend van hitkomedies) waagde zich aan deze historische thriller. Met medewerking van beide families in kwestie, Strelzyk en Wetzel, verfilmde hij de lotgevallen van de vier volwassenen en vier kinderen zo gedetailleerd mogelijk: van het in het geheim repen aan elkaar naaien op zolder tot het experimenteren met branders. De ballonnen van respectievelijk 28 en 32 meter hoog werden exact nagebouwd, hoewel de 1.250 vierkante meter taft van destijds vanwege schaarste moest worden vervangen door zijde.

En hoe reageert een tienerjongen, die verliefd is op een meisje van een Stasi-gezin, op het verbod om zijn mond te houden en afscheid van haar te nemen? Het is aan haar vader, luitenant-kolonel Seidel (Thomas Kretschmann), om zich geen blamage van zowel de heilstaat als zichzelf te permitteren. Als een bloedhond ruikt hij zijn kansen en stort hij zich met hart en ziel op het opsporen van de landverraders en het onderscheppen van de ballon, als het moet met grof geweld.

 

12 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Goldene Handschuh, Der

***
recensie Der goldene Handschuh

Een bruine borrel

door Yordan Coban

De Gouden Handschoen is de bruine kroeg in Hamburg waar één van de beruchtste seriemoordenaars van Duitsland zich graag kwam bezatten. De op Quasimodo lijkende dronkaard lokte dakloze alcoholistische vrouwen naar zijn hol waar slechts duisternis en ellendigheid botvierden. 

Fritz Honka (gespeeld door Jonas Dassler) heeft in de periode van 1970 tot 1975 vier vrouwen op gewelddadige wijze van het leven beroofd. Zoals bij vele seriemoordenaars (Ed Gein om maar een extreem voorbeeld te noemen) waren zijn parafilie en impotentie, met de daaruit voortvloeiende seksuele frustraties in combinatie met zijn overmatig drankgebruik, de oorzaken van zijn gewelddadige erupties. Toch schuilt er achter het verhaal van Fritz Honka meer dan slechts een alcoholistische man met een seksuele stoornis.

Der goldene Handschuh

Verward en beschadigd
Honka en zijn vader hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog vastgezeten in een concentratiekamp. De psychische klachten en het drankgebruik kennen dus een fundament in de Duitse duistere geschiedenis. Alle beschadigde zielen in De Gouden Handschoen lijken producten van de verloren oorlog. Mensen die allemaal balanceren op het randje van de goot.

Het verhaal is verder niet heel bijzonder, het is het typische kat-en-muisspel van een seriemoordenaar en zijn slachtoffers. De uitvoering maakt het toch de moeite waard. Met een snelle zoekopdracht naar het echte verhaal van Fritz Honka zien we dat regisseur Fatih Akin uiterst nauwkeurig te werk gegaan is in het reconstrueren van Honka’s leven. Ondanks dat is Der goldene Handschuh tot nu toe erg slecht ontvangen door recensenten.

Weerzinwekkend
De cinematografie is van de hand van Rainer Klausmann, een bekende partner van Fatih Akin. Samen werkten zij al aan films als Gegen die Wand (2004), Auf der anderen Seite (2007) en Soul Kitchen (2009). Ook werkte Klausmann aan films als Der Untergang (2004) en Das Experiment (2001). De grauwe visuele stijl in de twee laatst genoemde films sluit het beste aan op de cinematografie van Der goldene Handschuh met bruin en grijs als de dominante kleuren.

De kamer van Honka doet denken aan de kamer van Cahit uit Gegen die Wand. Het is er vies, treurig en bedorven. Veel recensenten beschreven dit als weerzinwekkend lelijk, maar het heeft ergens een eigen charme. Deze weerzinwekkendheid is ook terug te vinden in de personages van de film. De personages zijn net varkens. Ze leven in vuilnis met bloed, zweet en slijm op hun gezichten gesmeerd. Ze schelden, zijn continu dronken en stinken op een visuele manier.

Een andere vergelijking met Gegen die Wand is te vinden in het gebruik van de vrouwelijke personages door Akin. Die zijn er (net als in Auf der Anderen Seite) ter ondersteuning van de van god losgeslagen mannen. Zowel in seksuele afhankelijkheid als in het brengen van enig degelijke fatsoen en stabiliteit in hun leven.

Der goldene Handschuh

Gastarbeiders
Fatih Akin zou bovendien Fatih Akin niet zijn als hij het in zijn films niet zou hebben over immigratie. Het thema speelt ditmaal een bijzonder marginale rol. In Honka’s kleine appartement bewaart hij de lichamen van zijn slachtoffers achter een verborgen luik. De stank schuift hij op het bord van zijn Griekse onderburen. De ellendigheid van zijn appartement is te wijten aan de gastarbeiders, maar is in feite (indirect) de verslagenheid van de monsterlijke oorlog in een moreel anarchistisch post-nazi Duitsland.

Het vieze kleine appartement begint gedurende film zijn bekende thuishaven te vormen. Het is alsof de kijker daar met Honka in de ellendigheid van zijn kamer aanwezig is. Het is hetzelfde ‘cabin effect’ zoals je ziet in claustrofobische films als Night of the Living Dead (1968), The Thing (1982) en The Hateful Eight (2015).

Op een dag komt de broer van Honka op bezoek. Hij heeft een aantal dronkaardslevenslessen: ‘het leven is een draaiorgel en we dansen allemaal op het liedje dat gedraaid wordt.’ Fritz Honka danst alleen op een heel ander geluid: het geluid van geschreeuw en klinkende schnapsflessen.

 

15 juni 2019

 

ALLE RECENSIES