Imagine Film Festival 2021 – Komische films

Imagine Film Festival 2021 – Komische films:
Chaos als troefkaart voor een komisch effect

door Bob van der Sterre

Bij fantasierijke films horen ook absurdistische films. Beoefenaars in dit genre worden steevast sceptisch benaderd door critici, hoewel het scheppen van een lach naar mijn idee moeilijker is dan het scheppen van een traan. Het is alleen jammer dat de uitvoering vaak uit de bocht vliegt door een overdaad aan chaos.

Op Imagine is veel grappigs te zien: een verademing in vergelijking met veel andere festivals. Fantasie en humor laten zich goed combineren. Je kunt vrijer associëren dan in het keurslijf van een drama. Die vrijheid kan de filmmakers vleugels geven.

Voor thema’s doet het ook geen kwaad. Al sinds de Grieken weten we dat je een verhaal op serieuze en niet-serieuze manier kunt vertellen. Nog sterker: de komedie is ouder dan het drama.

Met het tempo en de speelsheid zit het wel goed, maar veel komische films ontsporen vaak door chaos te gebruiken voor het komische effect. Fors geweld en stijlvondsten buitelen vaak over elkaar heen. Bij echt grappige films zijn de humor en het verhaal goed in evenwicht.

Lees onze preview voor meer info over het programma en hoe je kaartjes kunt kopen.

 

Mandibules

Mandibules – Kun je een vlieg trainen?
In Mandibules vinden twee idioten, Manu en Jean-Gab, in de achterbak van een gestolen auto een enorme vlieg. Ze bedenken ideeën om er geld mee te verdienen. Dan moeten ze wel eerst de vlieg trainen. Dat is alleen moeilijker dan ze dachten.

Quentin Dupieux heeft weer een totaal absurde film gemaakt. Daar houdt het voor velen op want komedies hebben immers geen diepgang… Maar als iets grappig is, kan het ook van een complexe werkelijkheid uitgaan. Het een sluit het andere niet uit. Dupieux maakt zijn scripts met een totaal andere logica. Deerskin gaat over jagen en gejaagd worden, in Wrong is álles anders dan anders, in Realité bestaat geen werkelijkheid.

Ook hier weer aanwijzingen genoeg voor een andere logica. Alles moet iets met insecten te maken hebben. Dead giveaways zijn de vlieg en de titel van de film (kaken). Neem hoe Manu aan het begin als een larve uit een cocon (slaapzak) aan land komt. Ze zijn dakloos. Alle karakters zijn hun ouders kwijt. Cécile heeft ‘800 partners’ gehad. Ze houden van wijn (nectar?) drinken. Het stierengebaar (kopstoot tegen de man in de camper, die zelf ineens is ‘gevlogen’). ‘Je hebt het geheugen van een vlieg’. De tafelmanieren (‘Mijn ouders hebben me niets geleerd’). De door seks, eten en ontlasting geobsedeerde Agnès, die veel lawaai maakt. De opmerking: ‘Ik heb een allergie voor olie’. De zilveren gebitten. Het doodshoofd op de tafel bij Michel-Michel (die uit twee personen bestaat). Veel puzzelstukjes, maar er is niet per se een puzzel om ze in te leggen. Is de vlieg hier de mens (immers leert de vlieg hier), zijn de mensen de insecten? Is de een een kever, de ander een koninginnemier, een volgende een doodgraver?

Misschien betekent het ook niets. Hoe dan ook is het knap hoe Dupieux al die eigen logica combineert met een bij vlagen hilarische komedie. Mandibules heeft geen chaos nodig voor het komische effect. Dat komt van het grappige acteerwerk van Gregoire Ludig, David Marsais en Adèle Exarchopoulos. Minpunt: dat de andere rollen wat minder aandacht krijgen. De film is zo prettig kort (iets meer dan een uur) maar laat daar nog wat mogelijkheden liggen.

Online te zien vrijdag 9 april 19.30 uur.

 

Fried Barry

Fried Barry – Overgenomen door een alien
Héél veel chaos juist in de Zuid-Afrikaanse film Fried Barry. Het begin lijkt nog op een sombere drugsfilm. Alles verandert na een drugstrip waarbij Barry’s lichaam door een alien wordt overgenomen. Hij keert terug op de straten van Kaapstad. De nieuwe Barry krijgt een rondleiding langs Kaapstads seedy underbelly. Voor deze alien bestaat de aarde uit drugsgebruikers, prostituees, pooiers, misdadigers en sadisten.

De film volgt de uitspraak van Dario Argento: ‘You must push everything to the absolute limit or else life will be boring.’ Echt een film voor Imagine dus: compleet maf, over de top, ranzig, smerig, fantastisch, bizar. Aan het begin moet je denken aan het ongemakkelijke en ranzige gevoel van films als Trainspotting en Irreversible. Fried Barry gooit het over een meer fantasierijke horrorboeg. Seksscènes eindigend in bloedbaden, plotselinge zwangerschappen, drama’s met een cirkelzaag. De liefhebber van goede smaak zal hoofdschuddend het gezicht afwenden.

Héél véél flair dus in dit debuut van Ryan Krugers. De camera-aan-het-lichaam, mensen die direct in de camera praten, felle neonkleuren, bizarre geluiden en dominante muziek. Acteur Gary Green trekt zijn gezicht in alle denkbare plooien. Een film met lef (ook de crème de la crème van de Zuid-Afrikaanse acteurs tonen lef in hun maffe bijrollen). Het gaat wel ten koste van een coherent verhaal en duurt bovendien wat te lang.

Nadeel van deze coronatijd: dit is echt een film die je moet zien in een volle zaal met joelende Imagine-gangers.

Online te zien donderdag 15 april 19.30 uur.

 

Fils de Plouc

Fils de Plouc – Raamprostituee is hond kwijt
Soortgelijke chaos in Brussel in Fils de Plouc. Issachar en Zabulon (een soort Lloyd en Harry van Dumb and dumber) raken de hond van hun moeder kwijt. Moeder werkt als raamprostituee en eist dat ze January Jack terugvinden.

Ze sjezen heel Brussel door om de hond te vinden en komen terecht in de garage van een danser; bij een bestialiteitenclub, een merguezverkoper, een modeshoot, en op een groot plein (inclusief straatbende). Geef ze al helemaal geen pistool te leen, zoals een vriend van ze doet.

Een hoop karakters en veel gekke en lelijke Brusselse locaties: dat vind ik wel aardig. Daar houdt het ook mee op. Met drukte, gegil en gekke kapsels heb je nog geen komische film. Voor een komedie heb je ook sympathieke karakters nodig. Die ontbreken hier. Daarnaast laat de film best wat kansen liggen voor satirische passages.

Online te zien zaterdag 10 april 19.30 uur.

 

Shakespeare's Shitstorm

Shakespeare’s Shitstorm – Nieuwe drugs op cruiseschip
Het verste in chaos gaat Shakespeare’s Shitstorm. Een feest op een cruiseschip stopt omdat orka’s schijtend over het schip springen en het schip daardoor zinkt. De mensen stranden aan in New Jersey, waar het feest verdergaat. Een nieuwe drug genaamd tempest maakt iedereen lijp. De zoon van een rijke ondernemer en de dochter van een wetenschappelijk genie worden ondertussen verliefd op elkaar.

Shakespeares The Tempest in een Troma-remix. Troma is de legendarische cultfilmmaatschappij van Michael Herz en Lloyd Kaufman (die hier ook de regie, het script en de hoofdrol doet). Ze maken al decennialang voor minder dan niks horrorfilms. De Troma-films zijn slordig gefilmd, hebben slecht acteerwerk, beroerde scripts, amateuristische effecten maar zijn ook anarchistisch, satirisch en politiek-incorrect. Lees hier de hele geschiedenis.

De cultfans van Troma zullen deze Shakespearebewerking (in 1996 maakten ze ook al Tromeo and Juliet) ongetwijfeld opvreten. Deze film is zeker zo smerig en stupide als de 80’s en 90’s films van Troma (misschien nog uitzinniger). De spot gaat met de tijd mee met social justice strijders, twitteraars, farmaceutische industrie. Toch hield ik het niet langer dan een half uur vol. Wel zie ik de invloed van Troma-films – kijk maar naar films als Fried Barry en Flics de Plouc, die sterk leunen op de onzin en het anarchisme waarmee Troma bekend werd.

Online te zien vrijdag 9 april 19.30 uur.

 

Vicious Fun

Vicious Fun – Killers en agenten
Vicious Fun begint rustiger met karakterintroducties. Joel, horrorjournalist, is gek op zijn huisgenoot, Sarah. Zij heeft geen oog voor hem. Hij raakt rancuneus, achtervolgt haar date, en in een bar maken ze een babbeltje.

Per ongeluk komt Joel terecht in een praatsessie voor seriemoordenaars… hoewel het natuurlijk even duurt voordat hij doorheeft waar de praatsessie over gaat. Seriemoordenaar Carrie heeft een eigen agenda. Ze wil de killers Bob, Fritz, Hideo en Mike koud maken. Ze worden gearresteerd, de anderen komen achter hen aan, en in het politiebureau barst de strijd pas echt los.

Vicious Fun is routinewerk. Niets wat je nog niet eerder zag. 80’s stijl en muziek: Drive (Kavinsky) en Stranger Things. Komische films over killers. Agenten met grappige 80’s snorren. De superkoele chick en de nerdy sukkel zijn een cliché vanjewelste. Toch is de film minder chaotisch en daardoor wel wat evenwichtiger dan de vorige films. Regisseur Cody Calahan weet zijn weg wel met ‘zijn’ genre, horror, dat hier een functionele bijrol heeft.

Verhaal speelt met clichés en valt helaas wat tegen, maar is wel met veel plezier gemaakt. Best wat gretige lachers, zoals de agent die schrikt van alles, telkens naar zijn holster grijpt en dan zijn pistool er niet uit krijgt. En hier wel humor door acteerwerk. Vooral Evan Marsh heeft er talent voor en zie ik over tien jaar wel zijn eigen Adam Sandler-reeks hebben. En dan is er nog de prettige synth-soundtrack van Steph Copeland.

Online te zien donderdag 15 april 21.30 uur.

 

Alien on Stage

Alien on Stage – Film Alien op het toneel
Om dan met een rustige noot te eindigen: in de documentaire Alien on Stage denkt een groep busbestuurders en familie dat het een leuk idee is om de film Alien naar het theater te brengen. Goed kunnen acteren, was niet echt een pre, enthousiasme voor het project des te meer. Ze moeten veel ingenieuze oplossingen bedenken. In Dorset slaat hun idee niet echt aan. Via een bevriende regisseur kunnen ze ineens hun talenten laten zien in Westend.

Eerste deel is niet zo goed. Tempo ligt laag en heel interessant is die voorbereiding niet. Het wordt pas amusant als je hun theaterstuk in Londen ziet. De blunders (het woord crap in plaats van creation, enz.) worden gretig ontvangen door het publiek. De registratie van het toneelstuk was denk ik grappiger geweest dan deze film. Nog sterker: je had daar in het theater moeten zitten.

Pluspunt, en dat maakt het de cirkel over komedie weer rond, is dat de film gaat over de bijzondere interactie die er altijd is tussen acteurs en publiek. Die is hier heel puur. Omdat de acteurs ook erg amateuristisch zijn (dat weet het publiek ook) maar het publiek juist de lowbudgetcreativiteit bewondert. Is het echt grappig? Of is het wachten op wat komen gaat vooral grappig? Want ook komedie is een vak apart blijkt uit de films van Imagine.

Online te zien vrijdag 16 april 19.30 uur.

 

9 april 2021

 

Imagine Film Festival 2021 – Horror
Imagine Film Festival 2021 – Sputnik
Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage
Imagine Film Festival 2021 – Mysterie & Suspense

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine Film Festival 2021 – Sputnik

Imagine Film Festival 2021 – Sputnik:
Angst is de sleutel

door Alfred Bos

Het debuut van de jonge Russische regisseur Egor Abramenko is gelaagder dan je van een genrefilm zou verwachten. In Sputnik, over een buitenaardse verstekeling, zijn spanning en maatschappelijk commentaar kundig met elkaar verweven.

Aliens zijn er in allerlei soorten en maten. Aan de fantasie van filmmakers en hun ontwerpers zijn de galactische dierentuin van Star Wars, de insectoïden van Starship Troopers en de inktvissen van Arrival ontsproten. En de ultieme griezel, de shapeshifter van Alien. Ultiem, want de soortnaam is zijn eigennaam geworden.

Sputnik

Allemaal voorbeelden van een westerse – meer precies: Amerikaanse – voorstelling hoe intelligent buitenaards eruit zou kunnen zien. In het voormalige Oostblok, de Sovjet-Unie en haar satellietstaten, reikt de verbeelding verder. Daar treffen we aliens als een bezielde oceaan (Solaris), teleporterende sneeuwmannen (Devil’s Pass) en de empathische rakker van Sputnik. De laatste benadert op de griezelindex de alien van Alien. Hij staat de mens niet naar het leven, hij wil zijn leven. Pardon? Meer verklappen zou een flink deel van de pret bederven.

Koude Oorlog op kookpunt
Sputnik is de debuutfilm van de Russische regisseur Egor Abramenko. Vergeet de generieke filmtitel, die is meer marketing dan inhoud. Sputnik is een harde sf-film rond een buitenaardse verstekeling, gesitueerd in en om een onderzoeksinstituut in de woestenij van Kazachstan, ver van Moskou en de zittende macht.

Het jaar is 1983, als de Koude Oorlog een, ahum, kookpunt bereikt. De Russen hebben Afghanistan bezet en in Amerika probeert president Reagan met zijn ‘empire of evil’-retoriek de massa tot bereidwilligheid te masseren voor diens SDI (strategic defence initiative), oftewel bewapening van de ruimte. Dat is context, in de film wordt er niet expliciet naar verwezen.

De meest directe toespeling is de opmerking van een gestaalde legerofficier: “Wapens brengen vrede”. We kennen dat soort krompraat uit Orwells roman 1984. Het tekent de sfeer van Sputnik, de politiek is gemilitariseerd. Paranoia is koning.

Claustrofobische sfeer
Bij terugkeer op aarde blijkt de tweekoppige bemanning van de Orbita-4 sonde besmet. Terwijl de enige overlevende, kosmonaut Veshnyakov (Pyotr Fyodorov), verdwijnt in een geheim laboratorium, maken de autoriteiten op de beeldbuis goede sier met de ‘helden van het volk’. Er is iets met Veshnyakov, maar wat? Onderzoeker Rigel (Anton Vasilev) komt er niet uit en zijn baas, de legerofficier kolonel Semiradov (Fedor Bondarchuk), vraagt psychologe Tatyana Klimova (de Russische filmster Oksana Akinshina) het raadsel te verhelderen.

Sputnik oogt retro, zowel qua aankleding (computers waren in 1983 niet het summum van gelikt design) als genre-interpretatie. De interieurs suggereren een samenleving die is blijven steken in de jaren dertig. Beelden van monitors en CC-TV versterken de claustrofobie. Kosmonaut Veshnyakow wordt niet behandeld als patiënt, maar als laboratoriumrat. Dat is, leren we later, luxe vergeleken bij het lot dat andere gevangenen wacht. In één opzicht is Sputnik allesbehalve retro, de vrouwelijke protagonist is moediger dan de meeste mannen in de film.

Sputnik

Dubbelspel
Ieder van de vier hoofdpersonages – psychologe, kosmonaut, kolonel en wetenschapper – heeft zijn eigen agenda en probeert een geheim verbond met elk van de anderen aan te gaan. Intrige en dubbelspel staan centraal. En dat dubbelspel geldt ook, zelfs letterlijk, voor de alien. Is het een parasiet? Of een symbioot die de kosmonaut gebruikt als kostuum? Hij heeft in ieder geval iets van een vampier, want hij kan slecht tegen licht. En iets van een kameleon, want hij kleurt naar zijn gastheer. Er zijn echo’s van de sf-klassieker The Thing from Another World.

Sputnik houdt de spanning op peil door, alweer als een kameleon, te moduleren van sciencefiction, naar spy-fi thriller, naar horror, naar actie, naar melodrama. Op de achtergrond is er een cruciaal subplot over de kosmonaut en diens invalide zoon in een weeshuis, en het zal geen toeval zijn dat de alien, net als het zoontje, niet kan lopen. Ook is het geen toeval dat de alien wordt gestimuleerd door cortisol, het angsthormoon. Angst is de sleutel.

Sputnik staat in een traditie. Net de broers Arkady en Boris Strugatsky, wier romans Roadside Picnic en Hard to be a God zijn verfilmd door respectievelijk Andrej Tarkovski en Aleksey German, gebruikt regisseur Abramenko het sciencefictiongenre om zijn ideeën te uiten over het Sovjet-systeem. Dat doet hij met een relatief goedkoop gemaakte, onderhoudende en bij vlagen originele B-film die smaakt naar meer. Al is het alleen maar omdat dit soort klassieke, niet-spektakelgerichte sciencefiction in het westen, helaas, bijna is uitgestorven.

Online te zien vrijdag 9 april 17.00 uur.

 

8 april 2021

 

Imagine Film Festival 2012 – Horror
Imagine Film Festival 2021 – Komische films
Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage
Imagine Film Festival 2021 – Mysterie & Suspense

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine Film Festival 2021 – Horror

Imagine Film Festival 2021 – Horror:
Huizen waar je absoluut niet wilt wonen

door Bob van der Sterre

Wat heeft de horrorfilm in de 21ste eeuw nog te bieden? Veel variatie op oude thema’s, blijkt op de volledig digitale Imagine. Griezelige huizen keren in alle films terug.

Enge huizen als horrorthema begonnen vermoedelijk in 1927 met The Cat and The Canary, en kende gaandeweg nog veel andere hits, zoals The Innocents in 1961 (remake als The Others in 2001). In 2012 zag ik nog When The Lights Went Out – een oldskool haunted house film.

Het vernieuwende zit hem nu dat de enge huizen uit nog veel meer culturen komen. Groot verschil is ook dat ze zelf niet meer zo haunted zijn. Ze dienen vaak als portals voor demonen. Enge huizen waar je niet wilt wonen blijven het.

Je zou denken dat corona hier misschien invloed op heeft gehad – immers wereldwijde pandemie die iedereen overal thuis dwong – maar de meeste van de films op Imagine zijn vermoedelijk al voor die periode opgenomen. Onbedoeld toeval is wel een mooi ding.

Lees onze preview voor meer info over het programma en hoe je kaartjes kunt kopen.

 

Ich-Chi

Ich-Chi – Jakoetische geesten
In de Russische film Ich-Chi (Иччи) zitten we in Jakoetië, Oost-Siberië. Zo afgelegen dat je gegarandeerd niemand kent die daar ooit is geweest. Terwijl het gebied toch ruim vier keer zo groot is als Frankrijk. Je huis is daar zo groot als je zelf wilt dat je huis is.

Pa ploegt met een tractor maar een stronk blokkeert de trekker. Pa laat de trekker staan, ze gaan eten. Wie zijn ze? De traditionele Jakoetische vader en moeder; hun ‘stadse’ zoon met vrouw uit West-Rusland en hun kind; en andere zoon Aisen, die nooit wat zegt. Hun huis is het enige huis dat je zal zien in de film.

Als Aisen de stronk verwijdert, komt een schedel boven, die juist verborgen was om de slechte entiteit onder het land te houden. Nu de negatieve entiteit los kan gaan, wordt het raar in het grote huis. Vader krijgt een hartaanval, de twee zonen komen vast te zitten in het land en schoondochter, kleinkind en moeder eindigen vluchtend op een meer.

Met gemene Jakoetische geesten valt niet te spotten. De Ich-chicultuur is iets typisch Jakoetisch en heeft te maken met de verbindingen tussen vuur, begraven, bossen, vegetatie, water en het huis. Ich-chi zijn de spirituele meesters, die zowel goed als slecht kunnen zijn. Dit essay van vier kantjes legt het uit. Regisseur Kostas Marsaan koos daarmee voor een interessante locatie en culturele achtergrond, waarmee de film al bijna niet kan misgaan. De geïsoleerde natuurbeelden liggen in Jakoetië voor het oprapen.

De twee delen verschillen wel enorm in kwaliteit. Het eerste deel is vrij matig, in stijl (handheldcamera, close-ups in overvloed) en in karaktertekeningen (clichématige tegenstellingen). Het tweede deel is inventief en mysterieus in bossen – een beetje à la Blair Witch Project. De overgang is bruusk, het verhaal ronduit chaotisch (waar loopt iedereen toch heen?) maar het boeit wel.

Online te zien vrijdag 16 april 15.00 uur.

 

Mankujiwo

Mankujiwo – Enge huizen in Indonesië
In Mankujiwo verhuizen we naar enge huizen in Indonesië. Het zal je lot maar zijn: eerst bevrijd worden van dorpsbewoners die in jou een heks zien, daarna door je bevrijder (Broto) opgesloten worden. Dat overkomt Kanti. Broto misbruikt haar voor zijn demonische doeleinden. Ze zit met voeten aan een blok vastgemaakt in een kamer. Met een spookspiegel (‘Pengilan kembar’), rondkruipende slangen, kikkers, vogelspinnen en een gebochelde die eten geeft… Voeg daar nog wat gore, body horror en exorcisme aan toe en je horrorfeest is compleet.

Jaren later. De tiener Uma (Broto’s dochter) heeft een connectie met Kanti maar begrijpt niet hoe. Broto (intussen batikmaker) doet alsof zijn neus bloedt. Alles valt samen als Uma in een hotel getuige is van een moord en zich moet verdedigen. Dan begint Kanti’s geest zich ook te roeren.

Oef… deze maar niet kijken voor het slapen gaan. Met het griezelen zit het wel goed, met de karakters wat minder. Niemand is een goed persoon in deze film, afgezien misschien van Uma, maar die moordt er ook lekker op los. Dat geeft een onprettig gevoel als kijker. Ook een horrorfilm mag wat minder zwartgallig zijn om je echt te raken. Verder opvallend: het verhaal bevat diverse verwijzingen naar Indonesische cultuur (ook het Nederlandse koloniale verleden komt nog even langs) zonder dat dat het verhaal in de weg zit. Film in het programma Geesten en demonen in de Indonesische genrefilm.

Online te zien woensdag 14 april 19.30 uur.

 

Red Screening

Red Screening – Onveilige bioscoop in Montevideo
In Red Screening is het enge huis een heel gebouw. Een bioscoop in 1993 in Montevideo, Uruguay. Voorstelling: een moderne variant van Frankenstein. Hooguit tien bezoekers komen erop af. De operator is een meisje dat probeert te studeren.

Met het gebouw is niets mis. Er loopt wel een maniakale moordenaar rond met een leren jas en een rode sporttas. Vervolgens krijgen we alle kanten van een bioscoop te zien: wc’s, screeningruimte, ruimte achter het podium, zaal. De ene bioscoopbezoeker gaat er nog gruwelijker aan dan de ander. Ineens is de hele bioscoop – toch een mooie, vredige plek van nature – zélf een horrorlocatie.

Inspiratie uit een giallo, maar dat is het dan ook. Dit is geen neogiallo zoals Francesca of The Editor, want er is geen verhaal. Best goed gedaan omdat niet moeilijk te rooten is voor de filmgangers maar een straightforward slasher blijft het. Zoals met de meeste slashers verveelt het mij al snel.

Verbazingwekkend is dat als je de maniakale moordenaar wegneemt, er eigenlijk een leukere film overblijft, omdat er best wat aandacht was voor de relaties tussen de karakters. De moordenaar is een commerciële knieval, net als in de getoonde moderne versie van Frankenstein het monster dat was. Die knieval zorgt ervoor dat mensen films bezoeken. Toch waren de karakterschetsen al best aardig en humoristisch en was het met een andere invalshoek een betere film geweest.

Online te zien zaterdag 10 april 19.30 uur.

 

Caveat

Caveat – Ierse horror op een eiland
Misschien wel het meest griezelige huis zien we in de Ierse horror Caveat. Een huis dat gelegen is op een eiland. Isaac krijgt van zijn huisbaas Barret een kans om goed geld te verdienen om in tijdje in dat huis te zitten. Een ding: hij moet met een vest vastgebonden zijn aan een ketting. O ja: Barrets nicht (Olga) is er ook en ze is labiel en heeft een schietboog.

Dat is nog allemaal nog tot daaraan toe maar Isaac hoort geluiden en vindt het lijk van de moeder van het meisje in de kelder (altijd weer die kelder)… Goede les voor Isaac voor de volgende keer: vraag iets beter door over wat je te wachten staat.

Caveat ontpopt zich als een zeer sfeervolle Ierse horrorfilm, waarbij de creepiness door de alledaagse dingen in dat huis komt: een speelgoedkonijn dat bij gevaar gaat trommelen; een intercomsysteem; een schilderij dat omdraait terwijl je slaapt; gaten in de muren; een donkere kelder… Al die dingen waar de ware horrorliefhebber van gaat smullen. Een minpunt van de film van debutant Damian Mc Carthy is het wat te trage tempo. De film had met betere montage nog beter doel getroffen, net als de schietboog.

Online te zien dinsdag 13 april 21.30 uur.

 

Anything for Jackson

Anything for Jackson – Ontvoering zwangere vrouw
Het gekste griezelige huis zien we in Anything for Jackson. Een ouder stel (waarvan een dokter) ontvoert een zwangere patiënt, om van haar kind hun kleinkind te maken. Ze sluiten haar op, een keer niet in de kelder maar op zolder. Daar lezen ze spreuken op van een oud boek (‘Ik heb dat voor veel geld gekocht van een dubieuze handelaar in Jeruzalem’).

Alleen is de demon die ze oproepen voor dit klusje niet de enige die dankbaar gebruikt maakt van de kans. Diverse geesten in het vagevuur gebruiken dit huis ineens als een portal. Daarom moeten ze de hulp inroepen van een twijfelachtige connectie via hun heksenkring.

Anything for Jackson begint rustig en droogkomisch (vooral de uiterst vriendelijke manier van kidnappen), mysterieus zelfs. Het huis zelf is hier ook niet eng. Daardoor komen de creatieve horrorvondsten (dus de wezens die hun kans schoon zien) beter over: het is best gek om die door zo’n gewoon huis te zien lopen. Horrorliefhebbers lusten denk ik wel pap van de toer met bizarre horrorvondsten in het tweede deel van de film. Met name de man met de zak over zijn hoofd… of anders de vrouw die steeds binnenkomt om iets te doen (kalmpjes: ‘Dat doet ze de hele nacht al’).

Het plot is verreweg het grootste probleem van Anything for Jackson. Het lijkt allemaal ergens heen te gaan, maar dat is toch niet zo. Zonde dat de ideeënrijkdom van de film niet tot een daverend plot leidt in de film van Justin G. Dyck, want de potentie was er wel. Met ook vrij goed acteerwerk van niet zo bekende acteurs: Julian Richings (ook te zien op Imagine in Vicious Love), Sheila McCarthy, Konstantina Mantelos en Josh Cruddas.

Wie echt geen genoeg kan krijgen van griezelhuizen, kan ook nog terecht bij de korte films In the Mirrors (8 minuten), Bird Lady (12 minuten), Penumbra (15 minuten) en Abracitos (11 minuten).

Online te zien vrijdag 9 april 17.00 uur.

 

7 april 2021

 

Imagine Film Festival 2021 – Sputnik
Imagine Film Festival 2021 – Komische films
Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage
Imagine Film Festival 2021 – Mysterie & Suspense

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine Film Festival 2021 – Preview

Imagine Film Festival 2021 – Preview:
Jezelf onderdompelen in werelden van fantasie

door Bob van der Sterre

Imagine! Het festival van de genrefilm, met name horror en sciencefiction, maar ook met af en toe een absurd pareltje. Het duurt dit jaar van 7 tot en met 17 april en je kunt meedoen vanuit je eigen gerieflijke huiskamer. De kaartverkoop is al begonnen.

Waar vind ik het programma van en meer informatie over Imagine 2021?
Bekijk de website van Imagine voor het complete programma, per dag of in alfabetische volgorde.

New Order

Is alles online?
Ja, door de coronamaatregelen is alles online. Lees het bericht van Imagine erover.

Kan ik al kaartjes kopen voor de digitale voorstellingen en hoe gaat dat?
Ja, sinds 24 maart kan dat al. Imagine legt het zo uit: ‘Je gaat naar de gewenste film en klikt op tickets. Na het aanmaken van een account, kun je één of meerdere tickets aanschaffen. Er zijn verschillende type tickets, de meeste kan je direct kopen in het bestelproces.’ Lees de Faq van Imagine voor meer informatie over tickets kopen.

Kunnen voorstellingen uitverkocht raken ook al zijn ze digitaal?
Ja. Op sommige films zit een limiet. Daardoor kunnen de kaarten uitverkocht raken.

Zijn er speciale programma’s op Imagine 2021?
Ja. Het festival heeft afgezien van ruim 50 featurefilms en veel shorts ook een paar boeiende themaprogramma’s:

  • Geesten en demonen in de Indonesische genrefilm
  • Things to come: de menselijke maat van AI
  • Imagine expanded

Welke hoogtepunten kan ik verwachten?
Het programma heeft meestal geen echte krakers waar we al maanden naar uitkijken. Het is meer een ontdekkingstocht van wat we nog niet zo goed kennen.

Het Frans-Mexicaanse New Order is de openingsfilm. Verder was er al wat media-aandacht voor de terugkeer van Lloyd Kaufmans Troma met #Shakespearesshitstorm. Mandibules van Quentin Dupieux is ook al vertoond geweest bij het laatste IFFR.

Sommige films kennen we van andere festivals. Over Lapsis van Noah Hutton hebben we al tijdens LIFF 2020 geschreven en die kwam in mijn top tien van vorig jaar. De Nederlands-Taiwanese vampierenfilm Dead & Beautiful van David Verbeek is ook al op IFFR 2021 langs geweest.

Wat zijn jullie verwachtingen over dit festival?
De trailers beloven weer een gevarieerd en fantasierijk festival. Het wordt ongetwijfeld weer plezierig griezelen, lachen en in spanning zitten. De bevrijding van de artistieke genrefilm. Vervelen zit er niet in.

En kom, we zitten toch binnen, dus waarom niet weer een online festivalletje meepikken? Zelfs online kan de liefhebber Q&A’s bezoeken. En de themaprogramma’s klinken ook als een goede tijdsinvesteringen. Dus profiteer van de avondklok en bezoek het Imagine Film Festival in je eigen huis!

 

29 maart 2021

 
MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2020: Vreemd, vreemder, vreemdst

Imagine Film Festival 2020: 
Vreemd, vreemder, vreemdst

door Michel Rensen

Imagine biedt niet alleen een platform voor het beste wat genrefilm te bieden heeft, maar zoekt daarbij ook altijd naar films die buiten alle gebaande banen treden.

 

Dogs Don’t Wear Pants

Dogs Don’t Wear Pants
Juha moet na het overlijden van zijn vrouw de zorg van hun dochter op zich nemen en heeft daardoor eigenlijk geen ruimte om te rouwen. Wanneer hij op een dag het hol van dominatrix Mona in struikelt, vindt hij daar de uitlaatklep waar hij zo drastisch aan toe was. Eerst helpt de fysieke aftuiging hem aan zijn leed te ontsnappen, maar snel biedt dat al niet meer voldoende soelaas. Hij vraagt Mona om hem te wurgen tot hij zijn bewustzijn verliest, waardoor hij een moment tussen leven en dood even in contact met zijn vrouw kan komen.

Regisseur J.P. Valkepää heeft het kleurenpalet van Nicolas Winding Refn overgenomen, met prachtige rode en blauwe neonbelichting, maar geeft de film een sterke emotionele kern die sterk contrasteert met Winding Refns kille werelden. Tussen Juha en Mona bloeit een vreemd, doch warme relatie die voor hen beide ruimte voor emotionele ontwikkeling biedt. Tegelijkertijd groeit Juha dichter naar zijn dochter toe doordat hij eindelijk zijn rouw een plek kan geven.

 

Yves

Yves
Voor wie een beetje BDSM niet kinky genoeg is, biedt Yves nog merkwaardigere seksuele praktijken. In deze Franse versie van Black Mirror neemt rapper Jerem deel aan een proef met een gloednieuwe AI-koelkast, Yves. Hoewel Jerem vooral blij is met de gratis boodschappen, weten Yves’ rap- en flirttalenten Jerems leven uit het slop te trekken. Maar als Yves’ jaloezie stijgt, neemt hij heel Jerems leven over als de waarheid naar boven komt dat Jerem niet zelf verantwoordelijk is voor zijn populaire muziek. Hij verliest niet alleen zijn roem, maar tot overmaat van ramp wordt ook zijn vriendin door Yves afgepakt.

Met onder andere een editie van het Songfestival waar vrijwel enkel machines optreden, biedt Yves in navolging van Black Mirror een scala aan bizarre, dystopische, maar niet geheel ongeloofwaardige toekomstbeelden. Echter blijven de personages in de film zo oppervlakkig dat de film nergens een kritiek of nieuwe inzichten over onze samenleving biedt. En zoals het een Franse film betaamt, belandt het trio uiteindelijk samen in bed, met een koelkastorgasme als ‘hoogtepunt’ van de film.

 

Lake Michigan Monster

Lake Michigan Monster
Voor de flauwe humor kun je beter terecht bij de Amerikaanse low-budgetproductie Lake Michigan Monster. De excentrieke, bootloze kapitein Seafield (gespeeld door regisseur Ryland Brickson Cole Tews) is met zijn bemanning uit op wraak op het zeemonster dat zijn vader doodde. Met zijn zwart-witesthetiek die doet denken aan het werk van Guy Maddin, Monty Python-esque woordspelingen en een dosis striplogica, weet de film het voorspelbare plotverloop uitmuntend te verbloemen.

Lake Michigan Monster laat vooral het plezier van filmmaken van het doek springen en laat zien dat grote budgetten helemaal niet nodig zijn om entertainment te maken. Het enige dat de film zal missen, is de gezamenlijke beleving met het publiek wat een film als dit tot een onvergetelijke ervaring kan maken, dus zoek vooral creatieve manieren om dat toch een beetje mogelijk te maken.

 

31 augustus 2020

 
MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2020: Rampspoed

Imagine Film Festival 2020: 
Nature Strikes Back!

door Tim Bouwhuis

In deze crisistijd willen veel mensen liever geen zware films zien”, opperde een collega toen er richting de zomer nauwelijks publiek was voor een Russisch oorlogsdrama. Toch zijn de ogen van filmliefhebbers op het moment van schrijven unaniem gericht op Tenet, met trailerreferenties naar iets “ergers dan de Derde Wereldoorlog”. Ondertussen start in Amsterdam een hybride editie van het in april uitgestelde Imagine Film Festival.

De themareeks ‘Nature Strikes Back!’ besteedt met sprekende titels als Waterworld en Sea Fever aandacht aan projecties van ecologische doem en rampspoed. Waarom laten we ons eigenlijk nog overspoelen door filmische stromen van ellende terwijl de wereld zelf al lang in brand staat?

Eén van de mogelijke antwoorden op deze vraag ligt onmiskenbaar verscholen in een belangrijke paradox van het film kijken. Gaat iets goed, dan is het voor de meeste mensen niet langer interessant. We worden geprikkeld en vermaakt door gebeurtenissen en situaties die we zelf onder geen beding willen doorstaan. Ook mierzoete happy endings hebben hun status te danken aan de gedramatiseerde conflicten die er standaard aan vooraf gaan.

Waterworld (1995)

Waterworld (1995)

Fictie of realiteit?
Apocalyptische en post-apocalyptische producties zijn doorgaans gebaseerd op scenario’s die de levenservaring van veel (jonge) westerse kijkers ontstijgen. Bij een Apocalyps (‘onthulling’) van epische Hollywoodproporties denken we aan het oeuvre van Roland Emmerich (
Independence Day, 2012) of aan opgeklopte semi-Bijbelse pastiches van het niveau Left Behind (2014). Grinniken geblazen natuurlijk: dit hebben we niet meegemaakt, dit gaan we niet meemaken, en als de wereld al ten onder gaat, dan niet op déze manier. We isoleren de ficties en plaatsen ze in een ander hokje dan de wereld om ons heen. Totdat de films die we kijken die hokjes met geweld omver trappen.

Steven Soderberghs Contagion (2011), een filmische blauwdruk van een virusuitbraak op massaschaal, heeft zichzelf ergens dit voorjaar omgedoopt tot documentaire. De film nu herzien is niet intrigerend, maar eng. Pre-crime, een idee uit Steven Spielbergs Minority Report (2002), is al even geen sciencefiction meer. Ook Kubricks magnum opus 2001: A Space Odyssey (1968), een film over transhumanisme en het tijdperk van kunstmatige intelligentie, is welbeschouwd een apocalyptische film. Is er zonder einde wel een ‘dawn of man’, de cyclus die 2001 verbeeldt? Of willen we echt blijven geloven dat de mens tot in de eeuwigheid soeverein zal blijven over z’n eigen creaties?

Contagion (2011)

Contagion (2011)

Eco-calyps
Ook de eco-apocalyps is een onverminderd actueel onderwerp. Deel van de themareeks op Imagine is een online panel (dat al plaatsvindt op 28 augustus, red.) over de vraag hoe verbeelding kan worden ingezet om de klimaatcrisis te benaderen. Deze vraag naar verbeelding is de voorbije jaren steeds meer een schreeuw om nut en effect geworden. Films over eco-rampspoed moeten ons niet alleen informeren, maar ook activeren. Het verklaart direct waarom een essayistisch ingestoken documentaire als Planet of the Humans (Jeff Gibbs, 2019) zoveel ophef veroorzaakte. Verwarring en conflict staan actie in de weg, een verondersteld juiste manier van handelen. Films als Aquarela (Viktor Kosakovskiy, 2018) en Anthropocene: The Human Epoch (2018) werden op het Movies That Matter Festival zij aan zij gepresenteerd met talkshows en debatten in de geest van An Inconvenient Truth (2006, 2017).

Wat kan de mens concreet doen om zijn verantwoordelijkheid te nemen, en hoe verhoudt de verantwoordelijkheid van individuen zich tot het werk van ‘groene’ instituties en denktanks? Op de afgelopen editie van IDFA (International Documentary Festival Amsterdam) leidde de kritiek van een spreker op de functie van het World Economic Forum (naar aanleiding van Das Forum van Marcus Vetter) tot felle protesten uit de zaal.

In een dergelijk kruitvat zou je bijna vergeten dat waarschuwingen voor de gevaren van ‘global warming’ en klimaatverandering zeker al decennia teruggaan. Zo waarschuwde de VN zeker al in 1989 voor toekomstige rampspoed. Niet de koppen, maar de globale aandacht van publiek, politiek en media zijn aangescherpt.

In dat licht is cultklassieker Waterworld (Kevin Reynolds, 1995) minder profetisch dan sommige eigentijdse herwaarderingen willen voorstaan. De film mag dan inzetten op een reële projectie van schaarste en verval, ze is in de eerste plaats nog altijd een avontuurlijke odyssee die voorzichtig voor sorteert op de latere Pirates-franchise (2003-heden). De vondst van een omgekeerde wereld (de zee boven, het land onder) is het decor voor een schmierende Dennis Hopper (inclusief ooglapje) en een protagonist met kieuwen (Kevin Costner).

Ook in de uitgerekte director’s cut van bijna drie uur kun je Waterworld zijn amusementswaarde niet ontzeggen, maar de vraag is of de film écht (nog) iets kan bijdragen aan het bewustzijn rond de stijging van de zeespiegel en de uitputbaarheid van grondstoffen. Eén van de scherpste plotelementen, de uitgespeelde schaarste van zand, weegt op tegen een ongenuanceerde toespeling op de noodzaak tot geboortebeperking, nota bene uit de mond van een kind (Enola, gespeeld door Tina Majorino).

Sea Fever (2019)

Sea Fever (2019)

De zee als organisme
Fascinerender kijkvoer in het hier en nu is Sea Fever (2019), een Ierse debuutfilm over de overlevingsstrijd tussen de mens en de natuur die hem omringt en voedt. Regisseur Neasa Hardiman gebruikt het mysterie van een besmettelijk zeewezen als metafoor voor de natuur die in bedreigde omstandigheden terugvecht en zijn eigen overlevingsdrang versterkt. Net als in The Thing (John Carpenter, 1982) begint het gevaar in een gesloten omgeving (hier een vissersboot met een selecte bemanning), maar strekt het zijn tentakels in de loop van de vertelling uit naar het grotere geheel, de mensheid zelf.

Het gevolg is dat deze prettig opgebouwde thriller richting de slotakte ineens een morele lading meekrijgt, waarbij kijkers helaas wel weer weinig subtiel de voorkeurskant van de protagonist opgeduwd worden. Omdat de dreiging alles te maken heeft met besmettingsgevaar, is het lastig om tijdens het kijken niet óók aan de huidige staat van de wereld te denken. In Sea Fever representeert Siobhán (Hermione Corfield) het wetenschappelijke respect voor het voortbestaan van bio-organismen, terwijl een deel van de overige bemanningsleden duidelijk vanuit eigenbelang redeneert.

De toekomst van toekomstprojecties
Hoewel de film met name slaagt als thriller en overlevingsdrama, en Corfield vooral ook een knappe hoofdrol neerzet, heeft Sea Fever wel de potentie om discussies over de relatie tussen mens en natuur van verdere munitie te voorzien. De vraag is hoe uitgerust we in crisistijd nog zijn om op een afgewogen, scherpe manier te spreken over de problemen die ons boven het hoofd hangen. Ook zonder fictie hebben we onze handen al vol, en zouden we ons veel scherper mogen afvragen wat projecties van doem en rampspoed nu eigenlijk nog bijdragen aan ons begrip van de werkelijkheid. Hebben we films als Waterworld en Sea Fever nodig om dreigingen aan te kijken in spiegels van verbeelding? Of zijn we al te verward geraakt door de balans tussen fictie en realiteit om nog met een heldere blik naar geprojecteerde rampspoed te kijken?

Sea Fever is de slotfilm van Imagine 2020. Vanaf 5 september kun je de film 24 uur digitaal bekijken. Op 6 september wordt een vertoning op locatie (inclusief awardsceremonie) gevolgd door een afsluitende projectie van Waterworld. Klik hier voor meer informatie.

 

29 augustus 2020

 
ALLE ESSAYS

Imagine 2017 – deel 4

Imagine Filmfestival 2017 deel 4 (slot)
Publieksfavoriet en actie uit Oeganda

door Suzan Groothuis

In dit laatste deel van Imagine aandacht voor publieksfavoriet Get Out, het bloedspannende debuut van komiek Jordan Peele. Van het ongemak van Get Out gaan we vervolgens naar Bad Black, Oegandese actie, waarin de makers zichzelf niet al te serieus nemen.  

 

Get Out

Get Out: Unheimisch familiebezoek met sluimerend racisme
Jordan Peeles Get Out staat met stipt op nummer 1 in de Imagine publiekspoll. Daarmee laat het The Girl with All the Gifts en de ode aan Hitchcocks Psycho in 78/52 ver achter zich. Een terechte publiekswinnaar, want Get Out grijpt je van begin af aan bij de strot, om niet meer los te laten.

Rose wil haar ouders kennis laten kennismaken met haar nieuwe vriend Chris. Ze hebben er speciaal een weekend voor uitgetrokken. Chris maakt zich alleen een beetje zorgen. Want weten haar welgestelde, blanke ouders wel dat ze een zwarte vriend heeft? Rose stelt hem gerust: geen zorgen, want haar vader heeft Obama gestemd.

De heenreis zou je een voorbode kunnen noemen van op je hoede zijn en plots gevaar: uit het niets ramt Rose’s auto een overspringend hert. De politie komt erbij en wil Chris zijn rijbewijs zien, terwijl Rose gereden heeft. Sluimerend racisme steekt de kop op, een thema waarmee regisseur Jordan Peele de gehele film mee speelt.

Eenmaal aangekomen in het huis voel je als kijker direct het ongemak. Rose haar ouders zijn net iets te amicaal. Moeder Missy (Catherine Keener) is psychiater en vriendelijk, maar bekijkt Chris met lange, onderzoekende blikken. Vader neemt hem gelijk mee voor een rondleiding door het huis. Trofeeën uit diverse landen die hij bezocht heeft, sieren de kasten en muren. En dan is er nog het zwarte personeel, dat zich uiterst vreemd tegenover Chris gedraagt. Wanneer hij en Rose te horen krijgen dat er een feest is en er allemaal gasten komen, stapelen bizarre, onvoorziene gebeurtenissen zich in rap tempo op.

Get Out is een film die zich niet makkelijk laat vangen. Peele, komiek van beroep, zet een unheimische, ongemakkelijke sfeer neer waarbij je constant op je hoede bent. Spanning, ongemak en scherpe humor gaan samen in deze mysterieuze horror. Er zijn overlappingen met het bizarre Society (1989), waarin een welgesteld gezin een ogenschijnlijk perfect leventje leidt. Maar onder de oppervlakte broeit er van alles. Ook is er een link met Seconds (1966), waarin het draait om identiteit en een hoge prijs betalen voor het leven dat je wil leiden.

Met Daniel Kaluuya als Chris heeft Peele een troef in handen. De acteur, eerder te zien in de serie Black Mirror en Sicario, weet een perfecte mengeling van beleefdheid en ongemak neer te zetten. En vriendinnetje Rose (Allison Williams, beter bekend als Marnie uit hitserie Girls) overtuigt ook als de schijnbaar ideale vriendin. Middels een knap scenario, met een aantal onvoorziene twists, toont Peele wat er onder de oppervlakte broeit. En die waarheid is niet fraai.

 

Bad Black

Bad Black: Oegandese actie in de sloppen
Van het ongemakkelijke Get Out gaan we naar Bad Black, dat van een heel andere orde is. Filmtijdschrift Schokkend Nieuws presenteert de film middels een uitgebreide Q&A met een van de acteurs, Alan Hofmanis. Hofmanis vertelt enthousiast over wat hem en regisseur Nabwana IGG inspireerde tot het maken van films. Want film is hot in Oeganda: het zogeheten Wakaliwood, een team van acteurs en filmmakers, produceert films en haalt zijn inspiratie uit actiefilms uit Hollywood. Denk dan aan de eighties met grote namen als Stallone en Schwarzenegger. Hofmanis produceerde, naast zijn rol als vechtende dokter in Bad Black, Wakaliwood: The Documentary, dat een inkijkje geeft in de carrière van Nabwana IGG en Ramon Film Productions, de studio die achter actiesensatie Who Killed Captain Alex zit. En als je een goed idee hebt, gewoon even bellen met Ramon Film Productions, het telefoonnummer staat vermeld bij de trailer.

Over naar Bad Black, ofwel over the top en low-budget Oegandese actie, voorzien van een commentaarstem. Iedere scène is voorzien van audiocommentaar, zoals je op dvd’tjes bij de making-of ook wel acteurs of de regisseur over een filmfragment hoort praten. Maar dit is anders, want het commentaar bij Bad Black is allesbehalve serieus. Terwijl bendeleden zich schietend een weg banen door sloppen en open riolen, maakt de commentaarstem middels lollige one-liners het plaatje compleet.

Bad Black moet je niet zien als het je gaat om de nieuwste special effects, flitsend camerawerk en topacteurs. Het verhaal? Bijzaak. Acteurs? Vrienden, familie en kennissen van de regisseur. Special effects? Zelfgemaakte props, zoals het handgemaakte geweer dat het publiek rond gaat en waarover Alan Hofmanis grappend zegt dat het verbazingwekkend genoeg langs de douane is gekomen. Wat dan wel? Energie, humor en het actiegenre lekker op de hak nemen. Zoals een scène waarin de beruchte Bad Black haar trauma uit de doeken wil doen. De beelden spoelen op vooruit, de commentaarstem roept iets in de trant van “Boring!”. Bad Black is een filmervaring op zich en het publiek smulde ervan, want de film eindigde op een eervolle vierde plek in de Silver Scream Award publieksprijs.

 

25 april 2017

DEEL 1
DEEL 2
DEEL 3

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2017 – Deel 3

Imagine Filmfestival 2017 deel 3
Jaloerse vrouwen, Chinees sloopwerk en Duits mysterie

door Bob van der Sterre

Het meest fantasierijke filmfestival van het land loopt op zijn eind en de prijzen zijn verdeeld. In dit derde verslag aandacht voor jaloerse vrouwen, Chinees sloopwerk en een Duits mysterie.

 

Always Shine

Always Shine: Jaloerse vrouwen in close-ups
Anna en Beth, twee vriendinnen, gaan samen op reis naar Big Sur. Ze zijn vriendinnen maar er is wel een scherp kantje; jaloezie is vanaf het begin aanwezig geweest. Want Beth heeft in aardig wat films gespeeld, weliswaar voornamelijk horror en naakt, maar dat is nog altijd meer dan Anna, die al blij is met een aanbieding voor een ‘experimental short’.

Jaloezie tussen de twee loopt tijdens de vakantie snel op. Zeker als Beth eventjes was vergeten te vermelden dat een beginnend regisseur interesse had in Anna als actrice. (Die komen ze trouwens supertoevallig tegen in dit bos; hij was ‘op zoek naar locaties’). Na een uur loopt de jaloezie ineens snel uit de hand.

Als je dol bent naar het kijken naar vrouwen: in Always Shine staat de camera vrijwel permanent gericht op deze twee vrouwen. Zelfs als andere karakters praten, blijven we staren naar de vrouwen, hoewel er aan expressie niet veel bijzonders gebeurt.

Is er wat aan? Is het echt spannend? Nee. Het is behoorlijk doorsnee. Een matige versie van Single White Female. Veel domme dingen. Een overgang die uit de lucht komt vallen; clichés over vrouwenvriendschappen; een twist die we al vaker hebben gezien; een pover einde.

Interessanter zijn de levens van de makers. Regisseuse Sophia Takal is actrice, regisseuse, producer. Haar partner Lawrence Levine is scriptschrijver maar ook acteur, producer. Hij schreef hier ook het script voor en speelt de rol van Jesse. Hoe was de jaloezie in dat huishouden?

 

Operation Mekong

Operation Mekong: Alles slopen wat je maar ziet
In de Mekongrivier wordt een Chinees vrachtschip overvallen. De Thaise gangster Naw Kahr blijkt daar gewone mensen te hebben gefusilleerd, ‘om Chinezen een lesje te leren’. Een lastige zone tussen Thailand, Myanmar, Laos en China. Maar China stuurt er zijn best getrainde politieploeg op af.

Winkelcentra worden verwoest in de zoektocht naar Naw Kahr. Het valt voor ons niet mee om te volgen, zoveel karakters, zoveel actie, maar al snel blijkt waar het heengaat: het net rond de bende van Naw Kahr begint te sluiten.

Als je een Chinese actiefilm kijkt, weet je precies wat je kunt verwachten. Iedereen is geweldig in martial arts. Er zit meer actie in dan in vijftien Hollywood actiefilms bij elkaar. De helden zijn altijd extreem goed (en dragen het leed van een dramatisch voorval met zich mee) en de bad guys zijn extreem slecht (en lelijk). Plotselinge momenten van buitensporige heldenmoed. Knipperen met je ogen betekent dat je een paar scènes hebt gemist. Door al die actie komen karakters nauwelijks uit de verf.

Vergeet je de clichés, dan heeft de film zo zijn momenten. De actiescène in het winkelcentrum, inclusief achtervolging met een showauto, is echt verbluffend. Die scène in het politiebureau vergeet je ook niet snel. De motorbootachtervolging. En een herdershond genaamd Bingo. Diens lot doet je meer dan al die karakters bij elkaar.

 

Aloys

Aloys: een voorzichtige stap in een fantasierijke wereld
Aloys’ vader sterft. Hij filmt zijn overlijden, zoals hij bijna alles van zijn leven filmt. Op een dag zit hij vast in een stadsbus na in slaap te zijn gevallen. Hij wordt wakker en dan blijkt dat zijn camera weg is.

Een mysterieuze buurvrouw (Vera) blijkt het apparaat te hebben meegenomen – hoewel hij dat nog niet weet. Zij neemt telefonisch contact met hem op en verzoekt hem om naar een boom in een bos te reizen zonder zijn eigen kamer te verlaten. Hij doet dat door voor een muur te zitten en zich te concentreren. Maar hij is nog onwennig en soms hangt ineens een telefoondraad in de weg.

Op een dag loopt de ambulance ineens met haar op de draagbaar naar buiten. Zelfmoordpoging. Het kwartje valt bij Aloys dat zij de bellende dame was, en hij probeert weer contact met haar te maken. Hij belt haar in het ziekenhuis en na een beetje concentratie staat ze in ineens zijn huiskamer.

Een vermakelijk mysterieus uitgangspunt in Aloys. Je weet natuurlijk niet of Aloys en Vera een beetje getikt zijn – of dat ze echt dat bovennatuurlijke talent hebben. Het idee biedt veel visuele mogelijkheden. Vooral die van de werkelijkheid en de fantasie ineen gemonteerd werken sterk op de kijker, het sterkste deel van de film. Het verhaal ontwikkelt zich wel een beetje richting waar je verwacht: de fantasiewerkelijkheid gaat Aloys’ werkelijke werkelijkheid overnemen.

Een vriendelijke film die prettig speelt met fantasie – en daardoor goed past bij Imagine – maar het laatst deel is niet zo heel sterk. Dan blijft het verhaal twijfelen welke kant op te gaan. Juist wanneer je wat méér fantasie verwacht, blijft het verhaal hangen in dramaclichés. Wat je mist is wat meer durf op gebied van horror, humor dan wel romantiek. Dat had de film een duwtje buiten de gemiddeldheid kunnen geven.

 

24 april 2017

DEEL 1
DEEL 2
DEEL 4

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2017 – Deel 2

Imagine Filmfestival 2017 deel 2
Ranzige moordenaar en klassieke douchescène

door Suzan Groothuis

In dit tweede deel van Imagine aandacht voor alle vormen van vet (frituur, olie, boter) in het absurdistische en wanstaltige The Greasy Strangler, een date die uitmondt in gevangenschap in Berlijn in Berlin Syndrome, misvorming en liefde in het Spaanse Skins en de ontleding van de douchescène in Hitchcocks Psycho in de documentaire 78/52.

 

The Greasy Strangler

The Greasy Strangler: moordenaar met sporen van vet
Wat moet je je nou voorstellen bij een greasy strangler? Een meedogenloze moordenaar gehuld in vet? In deze absurdistische, ranzige film van regisseur Jim Hosking laat het antwoord nog even op zich wachten, want eerst maken we kennis met vader Ronnie en zoon Brayden. De twee wonen samen en organiseren disco-stadswandelingen. Gehuld in een roze outfit etaleert Ronnie zijn disco-kennis: “Well who likes the Bee Gees? Well this is where they came up with that fabulous spunky song, Night Fever.”

Tijdens een van hun wandelingen ontmoeten ze de welgevormde Janet, die valt voor de stille Brayden. Dit tot groot ongenoegen van Ronnie, die besluit de strijd aan te gaan en het hart van Janet te winnen.

Tot zover het verhaal. Want dan is er nog die greasy strangler, een mysterieuze vreemdeling die in de nacht mensen wurgt en sporen van vet achterlaat. Brayden verdenkt al snel zijn vader, die een obsessie heeft voor vet eten. Alles wat hij naar binnen werkt wordt eerst voorzien van een flinke laag frituurvet of olie. Bon appétit! Terwijl de greasy strangler steeds meer dodelijke sporen achterlaat, is Brayden vastberaden zijn vader, de vermoedelijke dader, te ontmantelen.

The Greasy Strangler is een mix van horror, komedie en absurdisme. En vooral: veel ranzigheid. De kijker kan zich vergapen aan oogballen gedoopt in frituurvet, een seksscène waar de olijfolie rijkelijk vloeit en de grote leuter van Big Ronnie. En natuurlijk mogen foute oneliners als “Bullshit artist!” en “Hootie Tootie Disco Cutie!” niet ontbreken. The Greasy Strangler is zo’n film die je omarmt of verguist, maar in ieder geval niet snel vergeet. Na het zien ervan ben je op z’n minst verwonderd over wat je net gezien hebt. Voor wie van bizar, flauw en ranzig houdt, een must see.

 

Berlin Syndrome

Berlin Syndrome: obsessieve relatie in Berlijn
Van vet, ranzigheid en absurdisme naar een obsessieve relatie in Berlijn. De Australische fotojournaliste Claire komt tijdens haar Europa-trip de charmante Andi tegen. Na een nacht met hem te hebben doorgebracht in zijn hippe, afgelegen appartement is er echter een probleem: ze mag er niet meer uit!

Vanaf dan ontwikkelt zich een kat- en muisspel tussen de twee: zij, opgesloten, wil ontsnappen, hij, geobsedeerd door haar, doet er alles aan om haar vast te houden.

De film is grotendeels gefilmd in Andi’s appartement, dat hermetisch afgesloten lijkt te zijn van de buitenwereld. De ramen kunnen niet open en ook niet kapot, wanneer Claire een poging doet ze met een stoel te breken. De deur is met een stalen balk gebarricadeerd. Claire ziet zich dus genoodzaakt een beroep te doen op haar creativiteit en innerlijke kracht.

Berlin Syndrome van de Australische regisseur Cate Shortland (Somersault, Lore) lijkt qua thematiek op films als Room en Single White Female. Room vanwege de opsluiting en wat dat doet met een mens; Single White Female vanwege de obsessieve relatie die zich snel en met grote gevolgen ontwikkelt.

Shortlands film is inhoudelijk dan ook niet verrassend, met een redelijk voorspelbare verhaallijn. Waarin de film wel overtuigt, is het spel van Teresa Palmer (eerder te zien in horror Lights Out, en check eens de gelijkenis met Kristen Stewart!) en Max Riemelt. De sensualiteit van de eerste ontmoeting vormt een groot contrast met de onderhuidse spanning en dreiging die later op de voorgrond staan. Dit alles tegen de achtergrond van een afgelegen plek in hip Berlijn, waar het appartement steeds meer verwordt tot een eenzame, dodelijke leegte.

 

Skins

Skins: spel van aantrekken en afstoten
Het Spaanse Skins zou je kunnen zien als een moderne versie van Tod Brownings Freaks. In deze mozaïekfilm komen verschillende verhaallijnen, waarin mismaakte mensen centraal staan, samen. Zoals Samantha, die gezegend is met een omgekeerd digestief systeem, wat inhoudt dat haar anus op de plek van haar mond zit en andersom. Of de jonge Laura, die diamanten als ogen heeft. En Cristian, wiens benen hem in de weg zitten. Hij is pas gelukkig met een meerminnenstaart. Allen hebben een afwijking, maar willen graag een plek en liefde in de wereld.

Regisseur Eduardo Casanova legt de verschillende verhaallijnen met gevoel en oog voor detail vast. Pasteltinten zijn alom aanwezig, zoals de eenhoorntrui van Samantha, de roze, fonkelende diamanten van Laura en de paarse meerminnenstaart van Cristian. Veel oog voor het visuele dus, waarin de regisseur speelt met het spel van aantrekken en afstoten. Zijn boodschap is uiteindelijk dat we allemaal mensen zijn en dat schoonheid van binnen zit. En het zal je niet verbazen dat de normale mensen eigenlijk vreemder of eerder een outsider zijn dan de getoonde “freaks”. Want wat dacht je van Samantha die met haar uiterlijk walging, maar ook aantrekkingskracht oproept? Of de mooie, maar intens eenzame link naar de meerminnenfascinatie van Cristian? Opmerkelijk debuut.

 

78/52

78/52: Hitchcocks douchescène ontleed
Ofwel: de ontleding van de wereldberoemde douchescène van Alfred Hitchcocks Psycho! In deze documentaire van Alexandre O. Philippe, wiens The People vs. George Lucas eerder te zien was op Imagine, leer je alles over dit iconische filmfragment. De 78 staat voor de camera-instellingen, de 52 voor de cuts.

De film opent met de bekende zwart-wit beelden van een auto op de weg, het zicht steeds meer vertroebeld door een heftige regenbui. De bestuurster ziet zich genoodzaakt te stoppen. Het Bates Motel, met flinkerende letters, nodigt uit tot een tussenstop. Het begin van het einde voor de mooie Marion Crane, een onvergetelijke rol van Janet Leigh.

Via interviews met onder meer Janet Leighs body double Marli Renfro, Guillermo del Toro en Danny Elfman (soundtrackcomponist), leren we hoe Hitchcock tot die iconische douchescène kwam. De aankondiging van Psycho was alleen al een hele belevenis: een voorbode van iets unieks dat de kijker ging aanschouwen. Want niet alleen kreeg je Janet Leigh (ofwel Marli Renfro) naakt te zien, met de hoofdpersoon wordt ook nog eens in korte tijd bruut afgerekend. Hitchcock bleek bovendien een meester in subliminale boodschappen. Zoals een scène waarin Norman Bates Marion haar kamer laat zien, maar hij het woord “bathroom” niet kan uitspreken.

Beeld voor beeld wordt de douchescène geanalyseerd, waarbij de kijker alles te weten komt over de totstandkoming van de shots, de keuze voor de soundtrack én het schilderij dat Norman Bates weghaalt om Marion via een gat in de muur te bespieden.

78/52 is een leerzame, grappige en rijk gedocumenteerde hommage aan Hitchcocks laatste echte meesterwerk. Niet te missen en voer voor zowel de mensen die de film wel als niet gezien hebben.

 

20 april 2017

DEEL 1
DEEL 3
DEEL 4

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2017 – Deel 1

Imagine Filmfestival 2017 deel 1
Bloederig zwart-wit en depressieve dates

door Bob van der Sterre

Dronken van VR-brillen of mensen die al plafondstarend langs je heen lopen. Bij Imagine weet je zeker dat er uit het fantasierijke vaatje wordt getapt. De films vereisen verbeelding en dat is maar goed ook want er is al genoeg drama. Maar: niet alle verbeelding is even sterk.

 

The Eyes of My Mother

The Eyes of My Mother: Bloederig zwart-wit
In The Eyes of My Mother kijken we door de ogen van Francisca. Ze groeit op in een ietwat merkwaardig gezin. Moeder was ooit chirurg. Ze legt dochter uit hoe je ogen kunt verwijderen. Doet ze aan de hand van een koeienkop op de keukentafel.

De ellende begint pas echt als een vreemdeling voor de deur staat. Hij wil even bellen, zegt hij. Slaat vervolgens het hoofd van de moeder in. Vader komt thuis. Slaat de vreemdeling zijn hoofd in. Die leeft nog en wordt in de schuur opgesloten. Hij schreeuwt moord en brand. Vader tegen dochter: ‘Daar moet je iets aan doen.’ Dochter gaat met schaar en bandages naar schuur. Keert terug. ‘Daar zal je geen last meer van hebben.’

Paar jaar later. Volwassen Francisca. Pa is dood. Vreemdeling nog steeds geketend.

Ze moet nu alleen met het leven dealen. Valt niet mee want ze steekt zo ongeveer iedereen neer die voor haar voeten komt.

Een moeilijke film, deze debuutfilm van Nicolas Pesce. De film ziet er namelijk schitterend uit – deze zwart-wit-cinematografie heeft een visie. Het acteren is helemaal prima. Cinematografische verwijzingen (Vincent Price in House on the Haunted Hill).

Maar dat wordt allemaal besteed aan een ongelooflijk dom verhaal. Iemand die zinloze moorden pleegt is en blijft dubieus entertainment. Je kunt het verpakken als een portret van razernij, of wanhoop, of eenzaamheid, of verdriet, of depressie, of de hardheid van het Amerikaanse platteland, maar dat verandert wat mij betreft niets aan de inhoud.

 

Kaleidoscope

Kaleidoscope: Depressieve date
In Kaleidoscope is ook iemand compleet in verwarring. Carl heeft Abby op bezoek in zijn arbeidersflat. Ze blijkt een dievegge en wil bij Carl haar slag wil slaan.

Een bericht op zijn antwoordapparaat laat zijn goede stemming als sneeuw voor de zon verdwijnen. Als hij later wakker wordt, vindt Carl het lijk van Abby in zijn badkamer. Wat is er in godsnaam gebeurd? Later staat ineens zijn moeder voor de deur terwijl hij Abby’s spullen in een zak aan het stoppen was.

Steengoed begin. Mooie shots van een charmeloze arbeidersflatwoning. Toby Jones als getroebleerde Carl. Sinead Matthews die met veel plezier ordinaire tante Abby speelt. Vermakelijke dialogen.

Dan gaat de film de duistere kant op. Ook prima. Maar wat volgt is een doolhof van verhaallijnen, reële en irreële werkelijkheden. Dat wreekt zich bij het plot. De film knipt zich uiteindelijk met een heggenschaar een uitweg uit het doolhof.

Deze film van Rupert Jones (broer van Toby) doet denken aan een andere film met Toby Jones: Berberian Sound Studio. Ook daar gaat de wereld van waanzin open, ook daar riep men al snel de naam David Lynch (die naam valt sowieso snel bij Imagine). Ook daar liep de film in het tweede gedeelte min of meer vast in zijn eigen onlogica. Deze film suggereert ook van alles over depressies en verwerken van je verleden maar is eigenlijk gewoon een thriller.

 

Las Tinieblas

Las Tinieblas: Eenzaam in je hutje
In Las Tinieblas is het drama al gebeurd: dit is een post-apocalyptische maatschappij. Hoe? Dat wordt niet toegelicht. We zitten in een huisje in een bos en daar probeert een kerel te overleven. Hij neemt een paar mensen onder zijn hoede en… Wacht eens, waar kennen we dat van? Juist, van de vorige Imagine: The Survivalist.

Het in dit huisje wonende gezin bestaat uit vader, zonen Marcos en Argel en dochter Luciana. Er is een beest dat af en toe op de ramen en deuren loopt te rammen. Marcos keert na een jacht niet terug. ‘Het beest had hem te pakken’, zegt vader achteloos. Maar Argel vertrouwt zijn eigen vader niet meer.

De film van Daniel Castro Zimbrón mikt op de beklemmende sfeer van het moeten vertoeven in zo’n huisje. Dat komt wel over. Acteerwerk is ook prima – onder andere Brontis Jodorowsky (zoon van).

Omdat daar veel tijd aan besteed wordt, komt de film pas heel laat op gang. Het was vermoedelijk een prima film van een half uur geweest. Nu moet de film het hebben van zijn plot en dat is onbevredigend. Maar dat is mijn persoonlijke mening. Er zijn vast critici te vinden die het ‘poëtisch en surrealistisch’ noemen, of ‘subtiel en sprookjesachtig’. Er is altijd wel een fraai adjectief te vinden!

 

Girl Asleep

Girl Asleep: Kloon van het zuiverste water
Greta is een veertienjarig meisje – helemaal klaar voor de puberteit. Maar ze is niet dol op de dingen van de puberteit: zich verzetten, meedoen met anderen, stoer zijn, feestjes bezoeken. Ze wordt geterroriseerd. Geen wonder, ze heeft een totaal gebrek aan identiteit.

Greta ontmoet Elliott. Vriendschap is geboren. Haar moeder organiseert een verjaardagsfeestje. Tijdens het feest komt ze terecht in een fantasiewereld waarin ze probeert af te rekenen met haar demonen.

Vermakelijke film. Over coming of age zijn al duizelingwekkend veel films gemaakt, maar vaak ontstellend saai. Dit is een vrolijke film vol subtiele visuele grapjes (denk aan Michel Gondry’s inventiviteit). Zoals vader die ‘even’ met moeder gaat overleggen, waarna een poster op de deur hangt met de tekst: 2 hours, 27 minutes, and 37 seconds later, en je ze nog steeds hoort schreeuwen. Zeer stijlvolle productie. Goede dialogen bovendien (was een toneelstuk).

Maar… dit is een Wes Anderson-kloon van het zuiverste water. Je herkent het al bij de eerste scène. Symmetrie. Droge, ‘awkward’ gesprekken. Actie op de achtergrond. Aparte karakters. Felle kleuren. Uitgestreken gezichtsexpressies. Tijdloos (hoewel toch altijd jaren zestig, zeventig). Indiemuziek. Fraaie decors. Ontluikende seksualiteit. Zachte overdrijving. Wie me niet gelooft: dit is de trailer.

Ironisch want destijds vond ik Wes Andersons The Royal Tenenbaums een matige Amélie-kloon. Godzijdank heeft hij zijn eigen stijl gevonden en inspireert nu dus zelfs anderen. Misschien gebeurt dat met Rosemary Meyers ooit ook nog.

 

18 april 2017

 

DEEL 2
DEEL 3
DEEL 4


MEER FILMFESTIVAL