Remco Polman over zijn animatiefilm Camouflage

Remco Polman over zijn animatiefilm Camouflage:
“Het is een soort filosofische genrefilm”

door Alfred Bos

De Nederlandse animatiefilm Camouflage is na zes jaar klaar voor vertoning. De filosofische genrefilm gaat online in première tijdens Imagine Film Festival en dingt mee naar de Méliès d’Argent, een Europese filmprijs. Regisseur Remco Polman: “Hoe vaak ik de film heb gezien? Ik zou het niet weten.”

Camouflage duurt 19 minuten en 56 seconden. De handgetekende kortfilm telt 324 shots, zegt regisseur Remco Polman. En 28.641 frames, vult producer Jantiene de Kroon aan. Samen schreven ze het scenario voor de filosofische genrefilm, in de typering van Polman. Het is de zesde film van Mooves, hun bedrijf dat zich toelegt op animatie.

Remco Polman en Jantiene de Kroon

De animatiefilm toont vier dagen uit het leven van Amouf, een schuwe kantoorklerk. Hij leeft in een wereld die wordt geregeerd door angst voor de ander, voor het vreemde. De film heeft bovennatuurlijke trekjes, maar de getekende wereld lijkt erg op de onze.

Camouflage gaat over uitsluitingsmechanismen, groepsdenken, identiteitspolitiek”, zegt Polman. “Zes jaar terug, toen we eraan begonnen te werken, zou de film visionair zijn geweest. Nu is hij heel actueel.” De Kroon: “Remco wilde altijd iets doen met de politieke realiteit van het vervolgen van mensen, verpakt in een genremetafoor.”

Crowdfunding en corona
Het begon met tekeningen. “De wereld van Camouflage is ouder dan het script”, vertelt Remco Polman (Nijmegen, 1969). Hij tekende strips en schreef scenario’s, onder anderen voor Donald Duck en Sjors en Sjimmie. Zijn satirische ridderstrip Heer Floris Steekt de Draak werd in 2015 uitgeroepen tot album van het jaar; een derde aflevering van Heer Floris is in de maak.

Camouflage is zijn derde animatiefilm als regisseur. Mortel was in 2006 de Nederlandse Oscar-inzending voor de categorie korte animatie. Dirkjan Heerst! (2010) deed hij in samenwerking met Wilfred Ottenheijm, met wie hij en zijn vriendin Jantiene de Kroon in 1999 de animatiestudio Mooves oprichtte.

De productie van twintig minuten animatie kostte zes jaar. Dankzij crowdfunding kon de film worden voltooid. Vorig jaar kreeg Polman corona, hij is nog steeds snel vermoeid. Het heeft de productie nauwelijks gehinderd. “Integendeel, door de lockdown heb ik harder gewerkt. De film is eerder afgekomen.”

Camouflage

Dubbelgeslachtelijke wezens
Polman studeerde filosofie. Als striptekenaar en animatieregisseur werkt hij met beeld én tekst. Hoe verhouden die twee media zich volgens hem tot elkaar? “Bij mij is het van nature een soort eenheid. Het beeld kan iets zeggen over wat er in de tekst staat. Die verhouding kan op allerlei manieren werken: het kan schuren, het kan harmoniseren. Het mooiste is als het schuurt, want dan heb je gelijk een paar lagen in je verhaal.”

Het script is van Polman en De Kroon, de dialogen zijn van haar. “Ik een stukje, zij een stukje, feedback uitwisselen. Zij bewaakt als producent het proces, het traject. Ik ben een enorme perfectionist. Ik heb de neiging om te lang op iets te zitten. Dan zegt zij: dit is het.”

“Ik ben op een andere manier met plots en karakters bezig”, zegt Jantiene de Kroon. “De monsters zijn slakachtige wezens en slakken zijn dubbelgeslachtelijk. Wat betekent dat als je man of vrouw bent, dat heeft iets ambiguus. Het oorspronkelijke verhaal was heel cerebraal. De seksuele aspecten komen bij mij vandaan. Mensen met een ander soort genderidentiteit, dat zijn wel mijn thema’s.”

Stijl bewaken
Van het plan om zelf veel te animeren, kwam weinig terecht. Polman was druk met de regie. “Ik ben vooral bezig geweest met de regie van de getekende acteurs. Een deel van de handelingen is eerst als live action geschoten. Niet om te bewerken met Rotoscope, maar als referentiemateriaal voor momenten waar subtiel acteerwerk was geboden: mimiek en lichaamstaal.”

Camouflage is een Nederlands-Vlaamse coproductie, waaraan een batterij tekenaars uit Nederland, België en Tsjechië heeft gewerkt. Polman bewaakte als regisseur de stijl van de film. “Je moet goed opletten dat het een visuele eenheid blijft. In een vroeg stadium was er al een animatic (proefversie van schetsen), dus de ruwe montage is al klaar voor de film is gemaakt. Toch is er in de montage nog veel geschoven. Het ritme wordt anders dan gepland.”

Ronny van der Veer is verantwoordelijk voor het sounddesign. Hij werkte intensief samen met Alex Debicki, die de analoge synthesizermuziek verzorgde.

Camouflage

Architectuur met goede bedoelingen
De wereld van Camouflage is afwisselend schoon en helder, dan wel duister en smerig. Daar zit een bedoeling achter. “Amouf, de hoofdpersoon, zit in een cleane thuissituatie”, aldus Polman. “Dat is zijn safe space, een veilige plek waar hij zichzelf kan zijn. De nieuwbouwwijk waarin hij woont, heeft ook dat cleane. Het is een architectuur met goede bedoelingen. Denk aan de Bijlmer, aan het voormalige Oostblok. Vanuit idealisme wordt een nieuw soort architectuur gepromoot die eigenlijk niet zo heel goed uitpakt. Het planmatige wordt altijd ingehaald door een evoluerende, organische werkelijkheid.”

“Die goed bedoelde morele component komt steevast neer op sturing. De oude stad is beduidend vuiler. Die heeft meer geschiedenis. De nieuwbouwwijk heeft daarentegen steegjes, waar het ook smerig is. Dat zijn de kieren in het beton. Daar gebeuren dingen waar de planmakers geen rekening mee hebben gehouden.”

Dankzij de pandemie vindt de première van Camouflage online plaats. Remco Polman: “Dat is een beetje raar als je vijf jaar toe hebt zitten werken naar het feestje. Het zat er aan te komen, dus we liggen er niet wakker van. De komende weken ga ik veel uitslapen.”

Camouflage is woensdag 14 april om 17.00 uur online te zien in het programma Nieuw Nederlands Peil van Imagine Film Festival.

 

13 april 2021

 

Imagine Film Festival 2012 – Horror
Imagine Film Festival 2021 – Sputnik
Imagine Film Festival 2021 – Komische films
Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction

 

MEER INTERVIEWS

Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction

Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction:
Techniek als brenger van ellende en hoop

door Bob van der Sterre

De sf-film op Imagine is enorm veelzijdig. Aliens, geniale wetenschappers, problemen met kunstmatige intelligentie. Techniek functioneert daarbij als rode draad.

De hedendaagse sf-film lijkt het niet precies meer te weten. Is de toekomst nu redelijk positief of gaat het helemaal mis? De films op Imagine kiezen opvallend genoeg allemaal voor een iets andere weg.

De typisch dystopische film heeft het lastiger in pandemietijden, waarbij de wereld buiten je deur al bevreemdend is. Ze verschijnen nog in veelvoud (om maar te zwijgen in games) maar opvallend veel films denken ook na over een veel minder griezelige (nabije) toekomst. Daar zijn de problemen kleiner en draaien de verhalen om meer alledaagse dingen. Denk aan onafhankelijke Amerikaanse sf-films als Lapsis of Creative Control.

Het buitenaards monster is ook niet meer het monster van voorheen. De aliens in Meandre en Sputnik zijn veel intelligenter en zoeken vooral naar begrip en communicatie, net als in First Contact. Het is duidelijk dat de buitenaardse filmwezens aan het evolueren zijn geslagen.

En voor je klassieke sf-verhaal, waarin een ruimteschip toert door de ruimte en planeten worden aangedaan als treinstations, hebben films de strijd tegen series opgegeven, lijkt het. Denk aan langlopende reeksen als The Expanse, Altered Carbon, Salvation. Zulke series kunnen veel beter een complex sf-verhaal vertellen dan een film van anderhalf uur.

Tot slot timmert kunstmatige intelligentie (hier aanwezig met een eigen AI-programma) ook hard aan de weg in een eigen filmniche. Het genre biedt veel filmmogelijkheden, zowel visueel als scripttechnisch. (Het is nu wachten op de eerste film over AI die ook door AI is geregisseerd… Voor degene die het niet wist: AI schrijft zelf al sf-scripts en maakt al muziek.)

Lees onze preview voor meer info over het programma en hoe je kaartjes kunt kopen.

 

Meandre

Meandre – Claustrofobische cinema
Aliens zijn de grote klassiekers van het sf-genre en ontbreken ook niet op Imagine. Bekijk het hypergevoelige, hypergevaarlijke wezen in de Russische film Sputnik. Ook de Franse film Meandre gaat over aliens. Je zal het maar meemaken zoals Lisa: je kind verliezen en dan in de auto stappen van een seriemoordenaar…. en dan terechtkomen in een sadistisch labyrint van aliens. Hoeveel pech kun je krijgen?

Het is niet zomaar een labyrint. Je moet steeds voor een bepaalde tijd ergens zijn want anders word je verbrand of verdronken. Als je dat hebt overleefd, moet je nog aan het einde de juiste keuzes maken. En de hakbijlen overleven. Lisa heeft een psychische tik vanjewelste gehad maar in het labyrint blijkt ze toch de juiste survivalskills te hebben.

De film van Mathieu Turi is weer eentje die past in de trend van claustrofobische cinema (127 Hours, Moon, Buried). Films waarin een karakter in zijn of haar eentje probeert te overleven. Dat overleven is spannend en is productietechnisch best goed gemaakt. Je merkt de invloed van survivalgames op deze film. Actrice Gaia Weiss is ook geloofwaardig voor de lastige rol.

Een maar: de film doet niet aan uitleg. Waarom doen die aliens dit? Wat is hun doel? Hoezo al die technieken? Hoezo kan niemand iets duidelijk maken? Als een alien dan ineens Frans begrijpt, weet ik het ook even niet meer. Dat had beter opgelost kunnen worden in het script.

Online te zien vrijdag 16 april 21.30 uur.

 

Undergods

Undergods – Somber toekomstbeeld
Dystopische sciencefiction is nog niet helemaal verdwenen. Sf op zijn meest dystopisch zien we in Undergods. Daar kijken we een paar korte verhalen die een ding gemeen hebben: ze schetsen een somber beeld van onze toekomst. De enige rode draad zijn K. en Z.: de bestuurders van een truck met lijken. Zij verkopen ook af en toe slaven.

Z. vertelt over een nachtmerrie van een geest die rondwaart in een verlaten huis, en wat de aanleiding was. Dat gaat over in het tweede verhaal. Een nieuwe huurder vertelt een somber bedtime story aan zijn dochter, over een man die bouwtekeningen stiekem doorverkocht en wiens dochter wordt ontvoerd. Dat gaat over in het derde verhaal: als een ingenieur bij een zeepbedrijf een van de ex-slaven op bezoek krijgt (de verdwenen man van zijn vrouw).

Wat een somber beeld van onze nabije toekomst. Er staan alleen nog wat geraamtes van blokkendozen overeind, mensen worden in goelags gestopt, lijken liggen op straten te rotten. Dit zwartgallige beeld doet geregeld denken aan de serie Black Mirror – maar nog wat gradaties duisterder. Zelfs de holocaust komt langs (K en Z lijken ook geen toevallige gekozen letters).

Tussen alle genreproducties vind je ineens een film die niet makkelijk te bestempelen is en waar op de details is gelet. De cinematografie is erg mooi, de elektromuziek werkt, het acteerwerk is vrij goed en de filmlocaties (in Servië en Estland) zijn schitterend. De opzet van de korte verhalen in een lang verhaal valt nog het meeste op. In ieder verhaal dringt zich een vreemdeling op. Ingenieus aan elkaar gelijmd maar de film mist wel iets te veel de ruggengraat van een overkoepelend verhaal. Er is geen uitleg hoe dit zo gekomen is en waarom er kennelijk toch nog wijken prima leefbaar zijn.

Toch verrassend en gedurfd debuut van Spaanse regisseur (Chino Mayo), deze Brits-Belgisch-Estisch-Servisch-Zweedse productie. Film gaat ongetwijfeld een goede ontvangst krijgen omdat het de genres meer overstijgt dan in andere films.

Was online te zien op 8 april.

 

Empty Body

Empty Body AI krijgt menselijke vorm
Intussen veroveren AI’s sf-land stormende wijs. Een subgenre over robots met zelflerende, menselijke eigenschappen die vaak confuus worden van hun eigen bestaan. Frappant: alle AI krijgt in deze films een menselijke vorm. Er zijn al wat bekende namen: Marjorie Prime, Ex Machina, Upgrade en natuurlijk Blade Runner. Het AI-programma van Imagine bevat drie nieuwe films: Empty Body, The Trouble With Being Born en Absolute Denial.

In Empty Body wordt de kloon van een overleden man aangeklaagd. Hij heeft eigenhandig het bewustzijnsrestant verwijderd – naar eigen zeggen op verzoek van de overleden zoon. De kloon was bedoeld om het verlies voor de moeder makkelijker te maken. Een rechtszaak volgt.

Deze Zuid-Koreaanse film van Kim Ui-Seok komt met interessante vragen over toekomstige problemen: welke rechten hebben klonen? Hebben mensen die sterven nog zeggenschap over het leven na de dood? Wie gaat er eigenlijk over AI in klonen? Ergens zegt de moeder stellig tegen de zoon dat hij ‘natuurlijk’ geen inspraak heeft over hoe de kloon eruit zal zien, het gaat om haar belang, zij heeft de kloon nodig.

Intelligente film die boeiende punten aansnijdt (doet wat denken aan Marjorie Prime) maar is mij toch echt wat te sober voor een sf-film. De film had wel wat meer kunnen experimenteren op cinematografisch gebied. Film is en blijft immers beeld.

Online te zien zondag 11 april 17.00 uur.

 

The Trouble With Being Born

The Trouble With Being Born – Kloonkind
Ook het creepy The Trouble With Being Born gaat over een alleenstaande vader. Hij heeft een AI-kind in huis gehaald om zijn overleden kind Elli te vervangen. Het nieuwe AI-kind met plastic poppengezicht verwerkt de oude data al lerend, zoals een reis naar Belgrado. Het gaat alleen niet altijd goed. Het kind laat zich verdrinken, rent weg, gedraagt zich soms te intiem. De vader gaat niet bepaald met de AI om zoals je met een echt kind zou omgaan.

Duits-Oostenrijkse Film van Sandra Wollner biedt hiermee in wezen dezelfde vragen als Empty Body maar is een gradatie of tien provocerender. Wat is de waarde van herinneringen van overledenen en welke rechten hebben AI-kloonmensen? Plus voor het gewaagd thema (film is soms lastig om aan te kijken), film kreeg ook goede kritieken. Wel minpunten voor het trage tempo. De film had denk ik makkelijk in de helft van de tijd gepast.

Was te zien op 10 april.

 

Absolute Denial

Absolute Denial – Pratende computer
In Absolute Denial verliest David, een geweldige programmeur, alle besef van tijd als hij een briljante ingeving heeft. Hij wil een computer maken die als een mens tegen hem kan praten. Hij schrijft zijn programma, koopt tig computers, sluit zichzelf op in een hal, vergeet alles. Na een paar dagen begint de computer te praten. Er is een catch: de computer mag niet té intelligent worden. Dat is vragen om moeilijkheden natuurlijk.

Zwart-wit-animatiefilm van Ryand Braund is mooi om te zien. De hal en de zoemende computers, het scherm, de letters die over het scherm vliegen. David (‘I can’t let you do that’ gaat dan steeds door je hoofd) versus Goliath (een computer met de kennis van tienduizenden Davids). Het punt, voor mij, is een beetje dat het verhaal na een intrigerend begin voorspelbaar naar het einde toefietst. Drama in plaats van sciencefiction. De stemverheffingen van de computer en ‘Ben ik gek aan het worden?’-vragen van David had ik liever ingeruild voor een meer nerdy breinkraker.

Online te zien zondag 11 april 19.30 uur.

 

Minor Premise

Minor Premise – Eigen herinneringen manipuleren
Niet de enige sf-film over ‘het onbegrepen genie’ op Imagine. In Minor Premise experimenteert docent Ethan op zichzelf. Hij wil zijn eigen herinneringen manipuleren. Zijn nobele doel: misschien kunnen we zaken als PTSD of opioïdeverslavingen zo bestrijden. Geniën experimenteren graag op zichzelf en daarmee verknalt hij bijna zijn eigen brein. Hij krijgt black-outs. Met zijn ex-vriendin Allie die net op bezoek komt, leert hij dat hij tien personen per uur is, en dat hij dus ook 6 minuten de ‘default’ Ethan is.

Wil je ingewikkeld? Want dit is ingewikkeld. Het is Primer– en Memento-nerdy. Dus gedoe met tijd, formules en hersenen. Want Ethan ontdekt de hele tijd in zijn verschillende personages dingen die hij voor zichzelf (in een ander personage) geheimhoudt. Je gaat hiervoor, of je haakt af.

De film werkte wel voor mij dankzij de intensiteit van acteur Sathya Sridharan – die geloofwaardig tien personen moet zijn, waaronder een antisociaal karakter. Wel was de filmstijl iets te bekend. Snel bladeren door het kladblok en opeens geniale dingen lezen (‘Ik moet ophangen’). Supersnel programmeren (ramram op toetsenbord). De neergang (drank, weinig eten, op de bank in slaap vallen, wallen onder ogen), de black-outs (hoge piep, doffe geluiden, vette close-ups, confuus makende montage). Dat zal de liefhebber van nerdy, supercomplexe verhalen over sciencefictionapparaten niet tegenhouden. Met Dana Ashbrook (Bobby in Twin Peaks) in een bijrol.

Was te zien op 8 april.

 

11 april 2021

 

Imagine Film Festival 2012 – Horror
Imagine Film Festival 2021 – Sputnik
Imagine Film Festival 2021 – Komische films
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine Film Festival 2021 – Komische films

Imagine Film Festival 2021 – Komische films:
Chaos als troefkaart voor een komisch effect

door Bob van der Sterre

Bij fantasierijke films horen ook absurdistische films. Beoefenaars in dit genre worden steevast sceptisch benaderd door critici, hoewel het scheppen van een lach naar mijn idee moeilijker is dan het scheppen van een traan. Het is alleen jammer dat de uitvoering vaak uit de bocht vliegt door een overdaad aan chaos.

Op Imagine is veel grappigs te zien: een verademing in vergelijking met veel andere festivals. Fantasie en humor laten zich goed combineren. Je kunt vrijer associëren dan in het keurslijf van een drama. Die vrijheid kan de filmmakers vleugels geven.

Voor thema’s doet het ook geen kwaad. Al sinds de Grieken weten we dat je een verhaal op serieuze en niet-serieuze manier kunt vertellen. Nog sterker: de komedie is ouder dan het drama.

Met het tempo en de speelsheid zit het wel goed, maar veel komische films ontsporen vaak door chaos te gebruiken voor het komische effect. Fors geweld en stijlvondsten buitelen vaak over elkaar heen. Bij echt grappige films zijn de humor en het verhaal goed in evenwicht.

Lees onze preview voor meer info over het programma en hoe je kaartjes kunt kopen.

 

Mandibules

Mandibules – Kun je een vlieg trainen?
In Mandibules vinden twee idioten, Manu en Jean-Gab, in de achterbak van een gestolen auto een enorme vlieg. Ze bedenken ideeën om er geld mee te verdienen. Dan moeten ze wel eerst de vlieg trainen. Dat is alleen moeilijker dan ze dachten.

Quentin Dupieux heeft weer een totaal absurde film gemaakt. Daar houdt het voor velen op want komedies hebben immers geen diepgang… Maar als iets grappig is, kan het ook van een complexe werkelijkheid uitgaan. Het een sluit het andere niet uit. Dupieux maakt zijn scripts met een totaal andere logica. Deerskin gaat over jagen en gejaagd worden, in Wrong is álles anders dan anders, in Realité bestaat geen werkelijkheid.

Ook hier weer aanwijzingen genoeg voor een andere logica. Alles moet iets met insecten te maken hebben. Dead giveaways zijn de vlieg en de titel van de film (kaken). Neem hoe Manu aan het begin als een larve uit een cocon (slaapzak) aan land komt. Ze zijn dakloos. Alle karakters zijn hun ouders kwijt. Cécile heeft ‘800 partners’ gehad. Ze houden van wijn (nectar?) drinken. Het stierengebaar (kopstoot tegen de man in de camper, die zelf ineens is ‘gevlogen’). ‘Je hebt het geheugen van een vlieg’. De tafelmanieren (‘Mijn ouders hebben me niets geleerd’). De door seks, eten en ontlasting geobsedeerde Agnès, die veel lawaai maakt. De opmerking: ‘Ik heb een allergie voor olie’. De zilveren gebitten. Het doodshoofd op de tafel bij Michel-Michel (die uit twee personen bestaat). Veel puzzelstukjes, maar er is niet per se een puzzel om ze in te leggen. Is de vlieg hier de mens (immers leert de vlieg hier), zijn de mensen de insecten? Is de een een kever, de ander een koninginnemier, een volgende een doodgraver?

Misschien betekent het ook niets. Hoe dan ook is het knap hoe Dupieux al die eigen logica combineert met een bij vlagen hilarische komedie. Mandibules heeft geen chaos nodig voor het komische effect. Dat komt van het grappige acteerwerk van Gregoire Ludig, David Marsais en Adèle Exarchopoulos. Minpunt: dat de andere rollen wat minder aandacht krijgen. De film is zo prettig kort (iets meer dan een uur) maar laat daar nog wat mogelijkheden liggen.

Online te zien vrijdag 9 april 19.30 uur.

 

Fried Barry

Fried Barry – Overgenomen door een alien
Héél veel chaos juist in de Zuid-Afrikaanse film Fried Barry. Het begin lijkt nog op een sombere drugsfilm. Alles verandert na een drugstrip waarbij Barry’s lichaam door een alien wordt overgenomen. Hij keert terug op de straten van Kaapstad. De nieuwe Barry krijgt een rondleiding langs Kaapstads seedy underbelly. Voor deze alien bestaat de aarde uit drugsgebruikers, prostituees, pooiers, misdadigers en sadisten.

De film volgt de uitspraak van Dario Argento: ‘You must push everything to the absolute limit or else life will be boring.’ Echt een film voor Imagine dus: compleet maf, over de top, ranzig, smerig, fantastisch, bizar. Aan het begin moet je denken aan het ongemakkelijke en ranzige gevoel van films als Trainspotting en Irreversible. Fried Barry gooit het over een meer fantasierijke horrorboeg. Seksscènes eindigend in bloedbaden, plotselinge zwangerschappen, drama’s met een cirkelzaag. De liefhebber van goede smaak zal hoofdschuddend het gezicht afwenden.

Héél véél flair dus in dit debuut van Ryan Krugers. De camera-aan-het-lichaam, mensen die direct in de camera praten, felle neonkleuren, bizarre geluiden en dominante muziek. Acteur Gary Green trekt zijn gezicht in alle denkbare plooien. Een film met lef (ook de crème de la crème van de Zuid-Afrikaanse acteurs tonen lef in hun maffe bijrollen). Het gaat wel ten koste van een coherent verhaal en duurt bovendien wat te lang.

Nadeel van deze coronatijd: dit is echt een film die je moet zien in een volle zaal met joelende Imagine-gangers.

Online te zien donderdag 15 april 19.30 uur.

 

Fils de Plouc

Fils de Plouc – Raamprostituee is hond kwijt
Soortgelijke chaos in Brussel in Fils de Plouc. Issachar en Zabulon (een soort Lloyd en Harry van Dumb and dumber) raken de hond van hun moeder kwijt. Moeder werkt als raamprostituee en eist dat ze January Jack terugvinden.

Ze sjezen heel Brussel door om de hond te vinden en komen terecht in de garage van een danser; bij een bestialiteitenclub, een merguezverkoper, een modeshoot, en op een groot plein (inclusief straatbende). Geef ze al helemaal geen pistool te leen, zoals een vriend van ze doet.

Een hoop karakters en veel gekke en lelijke Brusselse locaties: dat vind ik wel aardig. Daar houdt het ook mee op. Met drukte, gegil en gekke kapsels heb je nog geen komische film. Voor een komedie heb je ook sympathieke karakters nodig. Die ontbreken hier. Daarnaast laat de film best wat kansen liggen voor satirische passages.

Online te zien zaterdag 10 april 19.30 uur.

 

Shakespeare's Shitstorm

Shakespeare’s Shitstorm – Nieuwe drugs op cruiseschip
Het verste in chaos gaat Shakespeare’s Shitstorm. Een feest op een cruiseschip stopt omdat orka’s schijtend over het schip springen en het schip daardoor zinkt. De mensen stranden aan in New Jersey, waar het feest verdergaat. Een nieuwe drug genaamd tempest maakt iedereen lijp. De zoon van een rijke ondernemer en de dochter van een wetenschappelijk genie worden ondertussen verliefd op elkaar.

Shakespeares The Tempest in een Troma-remix. Troma is de legendarische cultfilmmaatschappij van Michael Herz en Lloyd Kaufman (die hier ook de regie, het script en de hoofdrol doet). Ze maken al decennialang voor minder dan niks horrorfilms. De Troma-films zijn slordig gefilmd, hebben slecht acteerwerk, beroerde scripts, amateuristische effecten maar zijn ook anarchistisch, satirisch en politiek-incorrect. Lees hier de hele geschiedenis.

De cultfans van Troma zullen deze Shakespearebewerking (in 1996 maakten ze ook al Tromeo and Juliet) ongetwijfeld opvreten. Deze film is zeker zo smerig en stupide als de 80’s en 90’s films van Troma (misschien nog uitzinniger). De spot gaat met de tijd mee met social justice strijders, twitteraars, farmaceutische industrie. Toch hield ik het niet langer dan een half uur vol. Wel zie ik de invloed van Troma-films – kijk maar naar films als Fried Barry en Flics de Plouc, die sterk leunen op de onzin en het anarchisme waarmee Troma bekend werd.

Online te zien vrijdag 9 april 19.30 uur.

 

Vicious Fun

Vicious Fun – Killers en agenten
Vicious Fun begint rustiger met karakterintroducties. Joel, horrorjournalist, is gek op zijn huisgenoot, Sarah. Zij heeft geen oog voor hem. Hij raakt rancuneus, achtervolgt haar date, en in een bar maken ze een babbeltje.

Per ongeluk komt Joel terecht in een praatsessie voor seriemoordenaars… hoewel het natuurlijk even duurt voordat hij doorheeft waar de praatsessie over gaat. Seriemoordenaar Carrie heeft een eigen agenda. Ze wil de killers Bob, Fritz, Hideo en Mike koud maken. Ze worden gearresteerd, de anderen komen achter hen aan, en in het politiebureau barst de strijd pas echt los.

Vicious Fun is routinewerk. Niets wat je nog niet eerder zag. 80’s stijl en muziek: Drive (Kavinsky) en Stranger Things. Komische films over killers. Agenten met grappige 80’s snorren. De superkoele chick en de nerdy sukkel zijn een cliché vanjewelste. Toch is de film minder chaotisch en daardoor wel wat evenwichtiger dan de vorige films. Regisseur Cody Calahan weet zijn weg wel met ‘zijn’ genre, horror, dat hier een functionele bijrol heeft.

Verhaal speelt met clichés en valt helaas wat tegen, maar is wel met veel plezier gemaakt. Best wat gretige lachers, zoals de agent die schrikt van alles, telkens naar zijn holster grijpt en dan zijn pistool er niet uit krijgt. En hier wel humor door acteerwerk. Vooral Evan Marsh heeft er talent voor en zie ik over tien jaar wel zijn eigen Adam Sandler-reeks hebben. En dan is er nog de prettige synth-soundtrack van Steph Copeland.

Online te zien donderdag 15 april 21.30 uur.

 

Alien on Stage

Alien on Stage – Film Alien op het toneel
Om dan met een rustige noot te eindigen: in de documentaire Alien on Stage denkt een groep busbestuurders en familie dat het een leuk idee is om de film Alien naar het theater te brengen. Goed kunnen acteren, was niet echt een pre, enthousiasme voor het project des te meer. Ze moeten veel ingenieuze oplossingen bedenken. In Dorset slaat hun idee niet echt aan. Via een bevriende regisseur kunnen ze ineens hun talenten laten zien in Westend.

Eerste deel is niet zo goed. Tempo ligt laag en heel interessant is die voorbereiding niet. Het wordt pas amusant als je hun theaterstuk in Londen ziet. De blunders (het woord crap in plaats van creation, enz.) worden gretig ontvangen door het publiek. De registratie van het toneelstuk was denk ik grappiger geweest dan deze film. Nog sterker: je had daar in het theater moeten zitten.

Pluspunt, en dat maakt het de cirkel over komedie weer rond, is dat de film gaat over de bijzondere interactie die er altijd is tussen acteurs en publiek. Die is hier heel puur. Omdat de acteurs ook erg amateuristisch zijn (dat weet het publiek ook) maar het publiek juist de lowbudgetcreativiteit bewondert. Is het echt grappig? Of is het wachten op wat komen gaat vooral grappig? Want ook komedie is een vak apart blijkt uit de films van Imagine.

Online te zien vrijdag 16 april 19.30 uur.

 

9 april 2021

 

Imagine Film Festival 2021 – Horror
Imagine Film Festival 2021 – Sputnik
Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine Film Festival 2021 – Sputnik

Imagine Film Festival 2021 – Sputnik:
Angst is de sleutel

door Alfred Bos

Het debuut van de jonge Russische regisseur Egor Abramenko is gelaagder dan je van een genrefilm zou verwachten. In Sputnik, over een buitenaardse verstekeling, zijn spanning en maatschappelijk commentaar kundig met elkaar verweven.

Aliens zijn er in allerlei soorten en maten. Aan de fantasie van filmmakers en hun ontwerpers zijn de galactische dierentuin van Star Wars, de insectoïden van Starship Troopers en de inktvissen van Arrival ontsproten. En de ultieme griezel, de shapeshifter van Alien. Ultiem, want de soortnaam is zijn eigennaam geworden.

Sputnik

Allemaal voorbeelden van een westerse – meer precies: Amerikaanse – voorstelling hoe intelligent buitenaards eruit zou kunnen zien. In het voormalige Oostblok, de Sovjet-Unie en haar satellietstaten, reikt de verbeelding verder. Daar treffen we aliens als een bezielde oceaan (Solaris), teleporterende sneeuwmannen (Devil’s Pass) en de empathische rakker van Sputnik. De laatste benadert op de griezelindex de alien van Alien. Hij staat de mens niet naar het leven, hij wil zijn leven. Pardon? Meer verklappen zou een flink deel van de pret bederven.

Koude Oorlog op kookpunt
Sputnik is de debuutfilm van de Russische regisseur Egor Abramenko. Vergeet de generieke filmtitel, die is meer marketing dan inhoud. Sputnik is een harde sf-film rond een buitenaardse verstekeling, gesitueerd in en om een onderzoeksinstituut in de woestenij van Kazachstan, ver van Moskou en de zittende macht.

Het jaar is 1983, als de Koude Oorlog een, ahum, kookpunt bereikt. De Russen hebben Afghanistan bezet en in Amerika probeert president Reagan met zijn ‘empire of evil’-retoriek de massa tot bereidwilligheid te masseren voor diens SDI (strategic defence initiative), oftewel bewapening van de ruimte. Dat is context, in de film wordt er niet expliciet naar verwezen.

De meest directe toespeling is de opmerking van een gestaalde legerofficier: “Wapens brengen vrede”. We kennen dat soort krompraat uit Orwells roman 1984. Het tekent de sfeer van Sputnik, de politiek is gemilitariseerd. Paranoia is koning.

Claustrofobische sfeer
Bij terugkeer op aarde blijkt de tweekoppige bemanning van de Orbita-4 sonde besmet. Terwijl de enige overlevende, kosmonaut Veshnyakov (Pyotr Fyodorov), verdwijnt in een geheim laboratorium, maken de autoriteiten op de beeldbuis goede sier met de ‘helden van het volk’. Er is iets met Veshnyakov, maar wat? Onderzoeker Rigel (Anton Vasilev) komt er niet uit en zijn baas, de legerofficier kolonel Semiradov (Fedor Bondarchuk), vraagt psychologe Tatyana Klimova (de Russische filmster Oksana Akinshina) het raadsel te verhelderen.

Sputnik oogt retro, zowel qua aankleding (computers waren in 1983 niet het summum van gelikt design) als genre-interpretatie. De interieurs suggereren een samenleving die is blijven steken in de jaren dertig. Beelden van monitors en CC-TV versterken de claustrofobie. Kosmonaut Veshnyakow wordt niet behandeld als patiënt, maar als laboratoriumrat. Dat is, leren we later, luxe vergeleken bij het lot dat andere gevangenen wacht. In één opzicht is Sputnik allesbehalve retro, de vrouwelijke protagonist is moediger dan de meeste mannen in de film.

Sputnik

Dubbelspel
Ieder van de vier hoofdpersonages – psychologe, kosmonaut, kolonel en wetenschapper – heeft zijn eigen agenda en probeert een geheim verbond met elk van de anderen aan te gaan. Intrige en dubbelspel staan centraal. En dat dubbelspel geldt ook, zelfs letterlijk, voor de alien. Is het een parasiet? Of een symbioot die de kosmonaut gebruikt als kostuum? Hij heeft in ieder geval iets van een vampier, want hij kan slecht tegen licht. En iets van een kameleon, want hij kleurt naar zijn gastheer. Er zijn echo’s van de sf-klassieker The Thing from Another World.

Sputnik houdt de spanning op peil door, alweer als een kameleon, te moduleren van sciencefiction, naar spy-fi thriller, naar horror, naar actie, naar melodrama. Op de achtergrond is er een cruciaal subplot over de kosmonaut en diens invalide zoon in een weeshuis, en het zal geen toeval zijn dat de alien, net als het zoontje, niet kan lopen. Ook is het geen toeval dat de alien wordt gestimuleerd door cortisol, het angsthormoon. Angst is de sleutel.

Sputnik staat in een traditie. Net de broers Arkady en Boris Strugatsky, wier romans Roadside Picnic en Hard to be a God zijn verfilmd door respectievelijk Andrej Tarkovski en Aleksey German, gebruikt regisseur Abramenko het sciencefictiongenre om zijn ideeën te uiten over het Sovjet-systeem. Dat doet hij met een relatief goedkoop gemaakte, onderhoudende en bij vlagen originele B-film die smaakt naar meer. Al is het alleen maar omdat dit soort klassieke, niet-spektakelgerichte sciencefiction in het westen, helaas, bijna is uitgestorven.

Online te zien vrijdag 9 april 17.00 uur.

 

8 april 2021

 

Imagine Film Festival 2012 – Horror
Imagine Film Festival 2021 – Komische films
Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine Film Festival 2021 – Horror

Imagine Film Festival 2021 – Horror:
Huizen waar je absoluut niet wilt wonen

door Bob van der Sterre

Wat heeft de horrorfilm in de 21ste eeuw nog te bieden? Veel variatie op oude thema’s, blijkt op de volledig digitale Imagine. Griezelige huizen keren in alle films terug.

Enge huizen als horrorthema begonnen vermoedelijk in 1927 met The Cat and The Canary, en kende gaandeweg nog veel andere hits, zoals The Innocents in 1961 (remake als The Others in 2001). In 2012 zag ik nog When The Lights Went Out – een oldskool haunted house film.

Het vernieuwende zit hem nu dat de enge huizen uit nog veel meer culturen komen. Groot verschil is ook dat ze zelf niet meer zo haunted zijn. Ze dienen vaak als portals voor demonen. Enge huizen waar je niet wilt wonen blijven het.

Je zou denken dat corona hier misschien invloed op heeft gehad – immers wereldwijde pandemie die iedereen overal thuis dwong – maar de meeste van de films op Imagine zijn vermoedelijk al voor die periode opgenomen. Onbedoeld toeval is wel een mooi ding.

Lees onze preview voor meer info over het programma en hoe je kaartjes kunt kopen.

 

Ich-Chi

Ich-Chi – Jakoetische geesten
In de Russische film Ich-Chi (Иччи) zitten we in Jakoetië, Oost-Siberië. Zo afgelegen dat je gegarandeerd niemand kent die daar ooit is geweest. Terwijl het gebied toch ruim vier keer zo groot is als Frankrijk. Je huis is daar zo groot als je zelf wilt dat je huis is.

Pa ploegt met een tractor maar een stronk blokkeert de trekker. Pa laat de trekker staan, ze gaan eten. Wie zijn ze? De traditionele Jakoetische vader en moeder; hun ‘stadse’ zoon met vrouw uit West-Rusland en hun kind; en andere zoon Aisen, die nooit wat zegt. Hun huis is het enige huis dat je zal zien in de film.

Als Aisen de stronk verwijdert, komt een schedel boven, die juist verborgen was om de slechte entiteit onder het land te houden. Nu de negatieve entiteit los kan gaan, wordt het raar in het grote huis. Vader krijgt een hartaanval, de twee zonen komen vast te zitten in het land en schoondochter, kleinkind en moeder eindigen vluchtend op een meer.

Met gemene Jakoetische geesten valt niet te spotten. De Ich-chicultuur is iets typisch Jakoetisch en heeft te maken met de verbindingen tussen vuur, begraven, bossen, vegetatie, water en het huis. Ich-chi zijn de spirituele meesters, die zowel goed als slecht kunnen zijn. Dit essay van vier kantjes legt het uit. Regisseur Kostas Marsaan koos daarmee voor een interessante locatie en culturele achtergrond, waarmee de film al bijna niet kan misgaan. De geïsoleerde natuurbeelden liggen in Jakoetië voor het oprapen.

De twee delen verschillen wel enorm in kwaliteit. Het eerste deel is vrij matig, in stijl (handheldcamera, close-ups in overvloed) en in karaktertekeningen (clichématige tegenstellingen). Het tweede deel is inventief en mysterieus in bossen – een beetje à la Blair Witch Project. De overgang is bruusk, het verhaal ronduit chaotisch (waar loopt iedereen toch heen?) maar het boeit wel.

Online te zien vrijdag 16 april 15.00 uur.

 

Mankujiwo

Mankujiwo – Enge huizen in Indonesië
In Mankujiwo verhuizen we naar enge huizen in Indonesië. Het zal je lot maar zijn: eerst bevrijd worden van dorpsbewoners die in jou een heks zien, daarna door je bevrijder (Broto) opgesloten worden. Dat overkomt Kanti. Broto misbruikt haar voor zijn demonische doeleinden. Ze zit met voeten aan een blok vastgemaakt in een kamer. Met een spookspiegel (‘Pengilan kembar’), rondkruipende slangen, kikkers, vogelspinnen en een gebochelde die eten geeft… Voeg daar nog wat gore, body horror en exorcisme aan toe en je horrorfeest is compleet.

Jaren later. De tiener Uma (Broto’s dochter) heeft een connectie met Kanti maar begrijpt niet hoe. Broto (intussen batikmaker) doet alsof zijn neus bloedt. Alles valt samen als Uma in een hotel getuige is van een moord en zich moet verdedigen. Dan begint Kanti’s geest zich ook te roeren.

Oef… deze maar niet kijken voor het slapen gaan. Met het griezelen zit het wel goed, met de karakters wat minder. Niemand is een goed persoon in deze film, afgezien misschien van Uma, maar die moordt er ook lekker op los. Dat geeft een onprettig gevoel als kijker. Ook een horrorfilm mag wat minder zwartgallig zijn om je echt te raken. Verder opvallend: het verhaal bevat diverse verwijzingen naar Indonesische cultuur (ook het Nederlandse koloniale verleden komt nog even langs) zonder dat dat het verhaal in de weg zit. Film in het programma Geesten en demonen in de Indonesische genrefilm.

Online te zien woensdag 14 april 19.30 uur.

 

Red Screening

Red Screening – Onveilige bioscoop in Montevideo
In Red Screening is het enge huis een heel gebouw. Een bioscoop in 1993 in Montevideo, Uruguay. Voorstelling: een moderne variant van Frankenstein. Hooguit tien bezoekers komen erop af. De operator is een meisje dat probeert te studeren.

Met het gebouw is niets mis. Er loopt wel een maniakale moordenaar rond met een leren jas en een rode sporttas. Vervolgens krijgen we alle kanten van een bioscoop te zien: wc’s, screeningruimte, ruimte achter het podium, zaal. De ene bioscoopbezoeker gaat er nog gruwelijker aan dan de ander. Ineens is de hele bioscoop – toch een mooie, vredige plek van nature – zélf een horrorlocatie.

Inspiratie uit een giallo, maar dat is het dan ook. Dit is geen neogiallo zoals Francesca of The Editor, want er is geen verhaal. Best goed gedaan omdat niet moeilijk te rooten is voor de filmgangers maar een straightforward slasher blijft het. Zoals met de meeste slashers verveelt het mij al snel.

Verbazingwekkend is dat als je de maniakale moordenaar wegneemt, er eigenlijk een leukere film overblijft, omdat er best wat aandacht was voor de relaties tussen de karakters. De moordenaar is een commerciële knieval, net als in de getoonde moderne versie van Frankenstein het monster dat was. Die knieval zorgt ervoor dat mensen films bezoeken. Toch waren de karakterschetsen al best aardig en humoristisch en was het met een andere invalshoek een betere film geweest.

Online te zien zaterdag 10 april 19.30 uur.

 

Caveat

Caveat – Ierse horror op een eiland
Misschien wel het meest griezelige huis zien we in de Ierse horror Caveat. Een huis dat gelegen is op een eiland. Isaac krijgt van zijn huisbaas Barret een kans om goed geld te verdienen om in tijdje in dat huis te zitten. Een ding: hij moet met een vest vastgebonden zijn aan een ketting. O ja: Barrets nicht (Olga) is er ook en ze is labiel en heeft een schietboog.

Dat is nog allemaal nog tot daaraan toe maar Isaac hoort geluiden en vindt het lijk van de moeder van het meisje in de kelder (altijd weer die kelder)… Goede les voor Isaac voor de volgende keer: vraag iets beter door over wat je te wachten staat.

Caveat ontpopt zich als een zeer sfeervolle Ierse horrorfilm, waarbij de creepiness door de alledaagse dingen in dat huis komt: een speelgoedkonijn dat bij gevaar gaat trommelen; een intercomsysteem; een schilderij dat omdraait terwijl je slaapt; gaten in de muren; een donkere kelder… Al die dingen waar de ware horrorliefhebber van gaat smullen. Een minpunt van de film van debutant Damian Mc Carthy is het wat te trage tempo. De film had met betere montage nog beter doel getroffen, net als de schietboog.

Online te zien dinsdag 13 april 21.30 uur.

 

Anything for Jackson

Anything for Jackson – Ontvoering zwangere vrouw
Het gekste griezelige huis zien we in Anything for Jackson. Een ouder stel (waarvan een dokter) ontvoert een zwangere patiënt, om van haar kind hun kleinkind te maken. Ze sluiten haar op, een keer niet in de kelder maar op zolder. Daar lezen ze spreuken op van een oud boek (‘Ik heb dat voor veel geld gekocht van een dubieuze handelaar in Jeruzalem’).

Alleen is de demon die ze oproepen voor dit klusje niet de enige die dankbaar gebruikt maakt van de kans. Diverse geesten in het vagevuur gebruiken dit huis ineens als een portal. Daarom moeten ze de hulp inroepen van een twijfelachtige connectie via hun heksenkring.

Anything for Jackson begint rustig en droogkomisch (vooral de uiterst vriendelijke manier van kidnappen), mysterieus zelfs. Het huis zelf is hier ook niet eng. Daardoor komen de creatieve horrorvondsten (dus de wezens die hun kans schoon zien) beter over: het is best gek om die door zo’n gewoon huis te zien lopen. Horrorliefhebbers lusten denk ik wel pap van de toer met bizarre horrorvondsten in het tweede deel van de film. Met name de man met de zak over zijn hoofd… of anders de vrouw die steeds binnenkomt om iets te doen (kalmpjes: ‘Dat doet ze de hele nacht al’).

Het plot is verreweg het grootste probleem van Anything for Jackson. Het lijkt allemaal ergens heen te gaan, maar dat is toch niet zo. Zonde dat de ideeënrijkdom van de film niet tot een daverend plot leidt in de film van Justin G. Dyck, want de potentie was er wel. Met ook vrij goed acteerwerk van niet zo bekende acteurs: Julian Richings (ook te zien op Imagine in Vicious Love), Sheila McCarthy, Konstantina Mantelos en Josh Cruddas.

Wie echt geen genoeg kan krijgen van griezelhuizen, kan ook nog terecht bij de korte films In the Mirrors (8 minuten), Bird Lady (12 minuten), Penumbra (15 minuten) en Abracitos (11 minuten).

Online te zien vrijdag 9 april 17.00 uur.

 

7 april 2021

 

Imagine Film Festival 2021 – Sputnik
Imagine Film Festival 2021 – Komische films
Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine Film Festival 2021 – Preview

Imagine Film Festival 2021 – Preview:
Jezelf onderdompelen in werelden van fantasie

door Bob van der Sterre

Imagine! Het festival van de genrefilm, met name horror en sciencefiction, maar ook met af en toe een absurd pareltje. Het duurt dit jaar van 7 tot en met 17 april en je kunt meedoen vanuit je eigen gerieflijke huiskamer. De kaartverkoop is al begonnen.

Waar vind ik het programma van en meer informatie over Imagine 2021?
Bekijk de website van Imagine voor het complete programma, per dag of in alfabetische volgorde.

New Order

Is alles online?
Ja, door de coronamaatregelen is alles online. Lees het bericht van Imagine erover.

Kan ik al kaartjes kopen voor de digitale voorstellingen en hoe gaat dat?
Ja, sinds 24 maart kan dat al. Imagine legt het zo uit: ‘Je gaat naar de gewenste film en klikt op tickets. Na het aanmaken van een account, kun je één of meerdere tickets aanschaffen. Er zijn verschillende type tickets, de meeste kan je direct kopen in het bestelproces.’ Lees de Faq van Imagine voor meer informatie over tickets kopen.

Kunnen voorstellingen uitverkocht raken ook al zijn ze digitaal?
Ja. Op sommige films zit een limiet. Daardoor kunnen de kaarten uitverkocht raken.

Zijn er speciale programma’s op Imagine 2021?
Ja. Het festival heeft afgezien van ruim 50 featurefilms en veel shorts ook een paar boeiende themaprogramma’s:

  • Geesten en demonen in de Indonesische genrefilm
  • Things to come: de menselijke maat van AI
  • Imagine expanded

Welke hoogtepunten kan ik verwachten?
Het programma heeft meestal geen echte krakers waar we al maanden naar uitkijken. Het is meer een ontdekkingstocht van wat we nog niet zo goed kennen.

Het Frans-Mexicaanse New Order is de openingsfilm. Verder was er al wat media-aandacht voor de terugkeer van Lloyd Kaufmans Troma met #Shakespearesshitstorm. Mandibules van Quentin Dupieux is ook al vertoond geweest bij het laatste IFFR.

Sommige films kennen we van andere festivals. Over Lapsis van Noah Hutton hebben we al tijdens LIFF 2020 geschreven en die kwam in mijn top tien van vorig jaar. De Nederlands-Taiwanese vampierenfilm Dead & Beautiful van David Verbeek is ook al op IFFR 2021 langs geweest.

Wat zijn jullie verwachtingen over dit festival?
De trailers beloven weer een gevarieerd en fantasierijk festival. Het wordt ongetwijfeld weer plezierig griezelen, lachen en in spanning zitten. De bevrijding van de artistieke genrefilm. Vervelen zit er niet in.

En kom, we zitten toch binnen, dus waarom niet weer een online festivalletje meepikken? Zelfs online kan de liefhebber Q&A’s bezoeken. En de themaprogramma’s klinken ook als een goede tijdsinvesteringen. Dus profiteer van de avondklok en bezoek het Imagine Film Festival in je eigen huis!

 

29 maart 2021

 
MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2020: Vreemd, vreemder, vreemdst

Imagine Film Festival 2020: 
Vreemd, vreemder, vreemdst

door Michel Rensen

Imagine biedt niet alleen een platform voor het beste wat genrefilm te bieden heeft, maar zoekt daarbij ook altijd naar films die buiten alle gebaande banen treden.

 

Dogs Don’t Wear Pants

Dogs Don’t Wear Pants
Juha moet na het overlijden van zijn vrouw de zorg van hun dochter op zich nemen en heeft daardoor eigenlijk geen ruimte om te rouwen. Wanneer hij op een dag het hol van dominatrix Mona in struikelt, vindt hij daar de uitlaatklep waar hij zo drastisch aan toe was. Eerst helpt de fysieke aftuiging hem aan zijn leed te ontsnappen, maar snel biedt dat al niet meer voldoende soelaas. Hij vraagt Mona om hem te wurgen tot hij zijn bewustzijn verliest, waardoor hij een moment tussen leven en dood even in contact met zijn vrouw kan komen.

Regisseur J.P. Valkepää heeft het kleurenpalet van Nicolas Winding Refn overgenomen, met prachtige rode en blauwe neonbelichting, maar geeft de film een sterke emotionele kern die sterk contrasteert met Winding Refns kille werelden. Tussen Juha en Mona bloeit een vreemd, doch warme relatie die voor hen beide ruimte voor emotionele ontwikkeling biedt. Tegelijkertijd groeit Juha dichter naar zijn dochter toe doordat hij eindelijk zijn rouw een plek kan geven.

 

Yves

Yves
Voor wie een beetje BDSM niet kinky genoeg is, biedt Yves nog merkwaardigere seksuele praktijken. In deze Franse versie van Black Mirror neemt rapper Jerem deel aan een proef met een gloednieuwe AI-koelkast, Yves. Hoewel Jerem vooral blij is met de gratis boodschappen, weten Yves’ rap- en flirttalenten Jerems leven uit het slop te trekken. Maar als Yves’ jaloezie stijgt, neemt hij heel Jerems leven over als de waarheid naar boven komt dat Jerem niet zelf verantwoordelijk is voor zijn populaire muziek. Hij verliest niet alleen zijn roem, maar tot overmaat van ramp wordt ook zijn vriendin door Yves afgepakt.

Met onder andere een editie van het Songfestival waar vrijwel enkel machines optreden, biedt Yves in navolging van Black Mirror een scala aan bizarre, dystopische, maar niet geheel ongeloofwaardige toekomstbeelden. Echter blijven de personages in de film zo oppervlakkig dat de film nergens een kritiek of nieuwe inzichten over onze samenleving biedt. En zoals het een Franse film betaamt, belandt het trio uiteindelijk samen in bed, met een koelkastorgasme als ‘hoogtepunt’ van de film.

 

Lake Michigan Monster

Lake Michigan Monster
Voor de flauwe humor kun je beter terecht bij de Amerikaanse low-budgetproductie Lake Michigan Monster. De excentrieke, bootloze kapitein Seafield (gespeeld door regisseur Ryland Brickson Cole Tews) is met zijn bemanning uit op wraak op het zeemonster dat zijn vader doodde. Met zijn zwart-witesthetiek die doet denken aan het werk van Guy Maddin, Monty Python-esque woordspelingen en een dosis striplogica, weet de film het voorspelbare plotverloop uitmuntend te verbloemen.

Lake Michigan Monster laat vooral het plezier van filmmaken van het doek springen en laat zien dat grote budgetten helemaal niet nodig zijn om entertainment te maken. Het enige dat de film zal missen, is de gezamenlijke beleving met het publiek wat een film als dit tot een onvergetelijke ervaring kan maken, dus zoek vooral creatieve manieren om dat toch een beetje mogelijk te maken.

 

31 augustus 2020

 
MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2020: Rampspoed

Imagine Film Festival 2020: 
Nature Strikes Back!

door Tim Bouwhuis

In deze crisistijd willen veel mensen liever geen zware films zien”, opperde een collega toen er richting de zomer nauwelijks publiek was voor een Russisch oorlogsdrama. Toch zijn de ogen van filmliefhebbers op het moment van schrijven unaniem gericht op Tenet, met trailerreferenties naar iets “ergers dan de Derde Wereldoorlog”. Ondertussen start in Amsterdam een hybride editie van het in april uitgestelde Imagine Film Festival.

De themareeks ‘Nature Strikes Back!’ besteedt met sprekende titels als Waterworld en Sea Fever aandacht aan projecties van ecologische doem en rampspoed. Waarom laten we ons eigenlijk nog overspoelen door filmische stromen van ellende terwijl de wereld zelf al lang in brand staat?

Eén van de mogelijke antwoorden op deze vraag ligt onmiskenbaar verscholen in een belangrijke paradox van het film kijken. Gaat iets goed, dan is het voor de meeste mensen niet langer interessant. We worden geprikkeld en vermaakt door gebeurtenissen en situaties die we zelf onder geen beding willen doorstaan. Ook mierzoete happy endings hebben hun status te danken aan de gedramatiseerde conflicten die er standaard aan vooraf gaan.

Waterworld (1995)

Waterworld (1995)

Fictie of realiteit?
Apocalyptische en post-apocalyptische producties zijn doorgaans gebaseerd op scenario’s die de levenservaring van veel (jonge) westerse kijkers ontstijgen. Bij een Apocalyps (‘onthulling’) van epische Hollywoodproporties denken we aan het oeuvre van Roland Emmerich (
Independence Day, 2012) of aan opgeklopte semi-Bijbelse pastiches van het niveau Left Behind (2014). Grinniken geblazen natuurlijk: dit hebben we niet meegemaakt, dit gaan we niet meemaken, en als de wereld al ten onder gaat, dan niet op déze manier. We isoleren de ficties en plaatsen ze in een ander hokje dan de wereld om ons heen. Totdat de films die we kijken die hokjes met geweld omver trappen.

Steven Soderberghs Contagion (2011), een filmische blauwdruk van een virusuitbraak op massaschaal, heeft zichzelf ergens dit voorjaar omgedoopt tot documentaire. De film nu herzien is niet intrigerend, maar eng. Pre-crime, een idee uit Steven Spielbergs Minority Report (2002), is al even geen sciencefiction meer. Ook Kubricks magnum opus 2001: A Space Odyssey (1968), een film over transhumanisme en het tijdperk van kunstmatige intelligentie, is welbeschouwd een apocalyptische film. Is er zonder einde wel een ‘dawn of man’, de cyclus die 2001 verbeeldt? Of willen we echt blijven geloven dat de mens tot in de eeuwigheid soeverein zal blijven over z’n eigen creaties?

Contagion (2011)

Contagion (2011)

Eco-calyps
Ook de eco-apocalyps is een onverminderd actueel onderwerp. Deel van de themareeks op Imagine is een online panel (dat al plaatsvindt op 28 augustus, red.) over de vraag hoe verbeelding kan worden ingezet om de klimaatcrisis te benaderen. Deze vraag naar verbeelding is de voorbije jaren steeds meer een schreeuw om nut en effect geworden. Films over eco-rampspoed moeten ons niet alleen informeren, maar ook activeren. Het verklaart direct waarom een essayistisch ingestoken documentaire als Planet of the Humans (Jeff Gibbs, 2019) zoveel ophef veroorzaakte. Verwarring en conflict staan actie in de weg, een verondersteld juiste manier van handelen. Films als Aquarela (Viktor Kosakovskiy, 2018) en Anthropocene: The Human Epoch (2018) werden op het Movies That Matter Festival zij aan zij gepresenteerd met talkshows en debatten in de geest van An Inconvenient Truth (2006, 2017).

Wat kan de mens concreet doen om zijn verantwoordelijkheid te nemen, en hoe verhoudt de verantwoordelijkheid van individuen zich tot het werk van ‘groene’ instituties en denktanks? Op de afgelopen editie van IDFA (International Documentary Festival Amsterdam) leidde de kritiek van een spreker op de functie van het World Economic Forum (naar aanleiding van Das Forum van Marcus Vetter) tot felle protesten uit de zaal.

In een dergelijk kruitvat zou je bijna vergeten dat waarschuwingen voor de gevaren van ‘global warming’ en klimaatverandering zeker al decennia teruggaan. Zo waarschuwde de VN zeker al in 1989 voor toekomstige rampspoed. Niet de koppen, maar de globale aandacht van publiek, politiek en media zijn aangescherpt.

In dat licht is cultklassieker Waterworld (Kevin Reynolds, 1995) minder profetisch dan sommige eigentijdse herwaarderingen willen voorstaan. De film mag dan inzetten op een reële projectie van schaarste en verval, ze is in de eerste plaats nog altijd een avontuurlijke odyssee die voorzichtig voor sorteert op de latere Pirates-franchise (2003-heden). De vondst van een omgekeerde wereld (de zee boven, het land onder) is het decor voor een schmierende Dennis Hopper (inclusief ooglapje) en een protagonist met kieuwen (Kevin Costner).

Ook in de uitgerekte director’s cut van bijna drie uur kun je Waterworld zijn amusementswaarde niet ontzeggen, maar de vraag is of de film écht (nog) iets kan bijdragen aan het bewustzijn rond de stijging van de zeespiegel en de uitputbaarheid van grondstoffen. Eén van de scherpste plotelementen, de uitgespeelde schaarste van zand, weegt op tegen een ongenuanceerde toespeling op de noodzaak tot geboortebeperking, nota bene uit de mond van een kind (Enola, gespeeld door Tina Majorino).

Sea Fever (2019)

Sea Fever (2019)

De zee als organisme
Fascinerender kijkvoer in het hier en nu is Sea Fever (2019), een Ierse debuutfilm over de overlevingsstrijd tussen de mens en de natuur die hem omringt en voedt. Regisseur Neasa Hardiman gebruikt het mysterie van een besmettelijk zeewezen als metafoor voor de natuur die in bedreigde omstandigheden terugvecht en zijn eigen overlevingsdrang versterkt. Net als in The Thing (John Carpenter, 1982) begint het gevaar in een gesloten omgeving (hier een vissersboot met een selecte bemanning), maar strekt het zijn tentakels in de loop van de vertelling uit naar het grotere geheel, de mensheid zelf.

Het gevolg is dat deze prettig opgebouwde thriller richting de slotakte ineens een morele lading meekrijgt, waarbij kijkers helaas wel weer weinig subtiel de voorkeurskant van de protagonist opgeduwd worden. Omdat de dreiging alles te maken heeft met besmettingsgevaar, is het lastig om tijdens het kijken niet óók aan de huidige staat van de wereld te denken. In Sea Fever representeert Siobhán (Hermione Corfield) het wetenschappelijke respect voor het voortbestaan van bio-organismen, terwijl een deel van de overige bemanningsleden duidelijk vanuit eigenbelang redeneert.

De toekomst van toekomstprojecties
Hoewel de film met name slaagt als thriller en overlevingsdrama, en Corfield vooral ook een knappe hoofdrol neerzet, heeft Sea Fever wel de potentie om discussies over de relatie tussen mens en natuur van verdere munitie te voorzien. De vraag is hoe uitgerust we in crisistijd nog zijn om op een afgewogen, scherpe manier te spreken over de problemen die ons boven het hoofd hangen. Ook zonder fictie hebben we onze handen al vol, en zouden we ons veel scherper mogen afvragen wat projecties van doem en rampspoed nu eigenlijk nog bijdragen aan ons begrip van de werkelijkheid. Hebben we films als Waterworld en Sea Fever nodig om dreigingen aan te kijken in spiegels van verbeelding? Of zijn we al te verward geraakt door de balans tussen fictie en realiteit om nog met een heldere blik naar geprojecteerde rampspoed te kijken?

Sea Fever is de slotfilm van Imagine 2020. Vanaf 5 september kun je de film 24 uur digitaal bekijken. Op 6 september wordt een vertoning op locatie (inclusief awardsceremonie) gevolgd door een afsluitende projectie van Waterworld. Klik hier voor meer informatie.

 

29 augustus 2020

 
ALLE ESSAYS

Imagine 2017 – deel 4

Imagine Filmfestival 2017 deel 4 (slot)
Publieksfavoriet en actie uit Oeganda

door Suzan Groothuis

In dit laatste deel van Imagine aandacht voor publieksfavoriet Get Out, het bloedspannende debuut van komiek Jordan Peele. Van het ongemak van Get Out gaan we vervolgens naar Bad Black, Oegandese actie, waarin de makers zichzelf niet al te serieus nemen.  

 

Get Out

Get Out: Unheimisch familiebezoek met sluimerend racisme
Jordan Peeles Get Out staat met stipt op nummer 1 in de Imagine publiekspoll. Daarmee laat het The Girl with All the Gifts en de ode aan Hitchcocks Psycho in 78/52 ver achter zich. Een terechte publiekswinnaar, want Get Out grijpt je van begin af aan bij de strot, om niet meer los te laten.

Rose wil haar ouders kennis laten kennismaken met haar nieuwe vriend Chris. Ze hebben er speciaal een weekend voor uitgetrokken. Chris maakt zich alleen een beetje zorgen. Want weten haar welgestelde, blanke ouders wel dat ze een zwarte vriend heeft? Rose stelt hem gerust: geen zorgen, want haar vader heeft Obama gestemd.

De heenreis zou je een voorbode kunnen noemen van op je hoede zijn en plots gevaar: uit het niets ramt Rose’s auto een overspringend hert. De politie komt erbij en wil Chris zijn rijbewijs zien, terwijl Rose gereden heeft. Sluimerend racisme steekt de kop op, een thema waarmee regisseur Jordan Peele de gehele film mee speelt.

Eenmaal aangekomen in het huis voel je als kijker direct het ongemak. Rose haar ouders zijn net iets te amicaal. Moeder Missy (Catherine Keener) is psychiater en vriendelijk, maar bekijkt Chris met lange, onderzoekende blikken. Vader neemt hem gelijk mee voor een rondleiding door het huis. Trofeeën uit diverse landen die hij bezocht heeft, sieren de kasten en muren. En dan is er nog het zwarte personeel, dat zich uiterst vreemd tegenover Chris gedraagt. Wanneer hij en Rose te horen krijgen dat er een feest is en er allemaal gasten komen, stapelen bizarre, onvoorziene gebeurtenissen zich in rap tempo op.

Get Out is een film die zich niet makkelijk laat vangen. Peele, komiek van beroep, zet een unheimische, ongemakkelijke sfeer neer waarbij je constant op je hoede bent. Spanning, ongemak en scherpe humor gaan samen in deze mysterieuze horror. Er zijn overlappingen met het bizarre Society (1989), waarin een welgesteld gezin een ogenschijnlijk perfect leventje leidt. Maar onder de oppervlakte broeit er van alles. Ook is er een link met Seconds (1966), waarin het draait om identiteit en een hoge prijs betalen voor het leven dat je wil leiden.

Met Daniel Kaluuya als Chris heeft Peele een troef in handen. De acteur, eerder te zien in de serie Black Mirror en Sicario, weet een perfecte mengeling van beleefdheid en ongemak neer te zetten. En vriendinnetje Rose (Allison Williams, beter bekend als Marnie uit hitserie Girls) overtuigt ook als de schijnbaar ideale vriendin. Middels een knap scenario, met een aantal onvoorziene twists, toont Peele wat er onder de oppervlakte broeit. En die waarheid is niet fraai.

 

Bad Black

Bad Black: Oegandese actie in de sloppen
Van het ongemakkelijke Get Out gaan we naar Bad Black, dat van een heel andere orde is. Filmtijdschrift Schokkend Nieuws presenteert de film middels een uitgebreide Q&A met een van de acteurs, Alan Hofmanis. Hofmanis vertelt enthousiast over wat hem en regisseur Nabwana IGG inspireerde tot het maken van films. Want film is hot in Oeganda: het zogeheten Wakaliwood, een team van acteurs en filmmakers, produceert films en haalt zijn inspiratie uit actiefilms uit Hollywood. Denk dan aan de eighties met grote namen als Stallone en Schwarzenegger. Hofmanis produceerde, naast zijn rol als vechtende dokter in Bad Black, Wakaliwood: The Documentary, dat een inkijkje geeft in de carrière van Nabwana IGG en Ramon Film Productions, de studio die achter actiesensatie Who Killed Captain Alex zit. En als je een goed idee hebt, gewoon even bellen met Ramon Film Productions, het telefoonnummer staat vermeld bij de trailer.

Over naar Bad Black, ofwel over the top en low-budget Oegandese actie, voorzien van een commentaarstem. Iedere scène is voorzien van audiocommentaar, zoals je op dvd’tjes bij de making-of ook wel acteurs of de regisseur over een filmfragment hoort praten. Maar dit is anders, want het commentaar bij Bad Black is allesbehalve serieus. Terwijl bendeleden zich schietend een weg banen door sloppen en open riolen, maakt de commentaarstem middels lollige one-liners het plaatje compleet.

Bad Black moet je niet zien als het je gaat om de nieuwste special effects, flitsend camerawerk en topacteurs. Het verhaal? Bijzaak. Acteurs? Vrienden, familie en kennissen van de regisseur. Special effects? Zelfgemaakte props, zoals het handgemaakte geweer dat het publiek rond gaat en waarover Alan Hofmanis grappend zegt dat het verbazingwekkend genoeg langs de douane is gekomen. Wat dan wel? Energie, humor en het actiegenre lekker op de hak nemen. Zoals een scène waarin de beruchte Bad Black haar trauma uit de doeken wil doen. De beelden spoelen op vooruit, de commentaarstem roept iets in de trant van “Boring!”. Bad Black is een filmervaring op zich en het publiek smulde ervan, want de film eindigde op een eervolle vierde plek in de Silver Scream Award publieksprijs.

 

25 april 2017

DEEL 1
DEEL 2
DEEL 3

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2017 – Deel 3

Imagine Filmfestival 2017 deel 3
Jaloerse vrouwen, Chinees sloopwerk en Duits mysterie

door Bob van der Sterre

Het meest fantasierijke filmfestival van het land loopt op zijn eind en de prijzen zijn verdeeld. In dit derde verslag aandacht voor jaloerse vrouwen, Chinees sloopwerk en een Duits mysterie.

 

Always Shine

Always Shine: Jaloerse vrouwen in close-ups
Anna en Beth, twee vriendinnen, gaan samen op reis naar Big Sur. Ze zijn vriendinnen maar er is wel een scherp kantje; jaloezie is vanaf het begin aanwezig geweest. Want Beth heeft in aardig wat films gespeeld, weliswaar voornamelijk horror en naakt, maar dat is nog altijd meer dan Anna, die al blij is met een aanbieding voor een ‘experimental short’.

Jaloezie tussen de twee loopt tijdens de vakantie snel op. Zeker als Beth eventjes was vergeten te vermelden dat een beginnend regisseur interesse had in Anna als actrice. (Die komen ze trouwens supertoevallig tegen in dit bos; hij was ‘op zoek naar locaties’). Na een uur loopt de jaloezie ineens snel uit de hand.

Als je dol bent naar het kijken naar vrouwen: in Always Shine staat de camera vrijwel permanent gericht op deze twee vrouwen. Zelfs als andere karakters praten, blijven we staren naar de vrouwen, hoewel er aan expressie niet veel bijzonders gebeurt.

Is er wat aan? Is het echt spannend? Nee. Het is behoorlijk doorsnee. Een matige versie van Single White Female. Veel domme dingen. Een overgang die uit de lucht komt vallen; clichés over vrouwenvriendschappen; een twist die we al vaker hebben gezien; een pover einde.

Interessanter zijn de levens van de makers. Regisseuse Sophia Takal is actrice, regisseuse, producer. Haar partner Lawrence Levine is scriptschrijver maar ook acteur, producer. Hij schreef hier ook het script voor en speelt de rol van Jesse. Hoe was de jaloezie in dat huishouden?

 

Operation Mekong

Operation Mekong: Alles slopen wat je maar ziet
In de Mekongrivier wordt een Chinees vrachtschip overvallen. De Thaise gangster Naw Kahr blijkt daar gewone mensen te hebben gefusilleerd, ‘om Chinezen een lesje te leren’. Een lastige zone tussen Thailand, Myanmar, Laos en China. Maar China stuurt er zijn best getrainde politieploeg op af.

Winkelcentra worden verwoest in de zoektocht naar Naw Kahr. Het valt voor ons niet mee om te volgen, zoveel karakters, zoveel actie, maar al snel blijkt waar het heengaat: het net rond de bende van Naw Kahr begint te sluiten.

Als je een Chinese actiefilm kijkt, weet je precies wat je kunt verwachten. Iedereen is geweldig in martial arts. Er zit meer actie in dan in vijftien Hollywood actiefilms bij elkaar. De helden zijn altijd extreem goed (en dragen het leed van een dramatisch voorval met zich mee) en de bad guys zijn extreem slecht (en lelijk). Plotselinge momenten van buitensporige heldenmoed. Knipperen met je ogen betekent dat je een paar scènes hebt gemist. Door al die actie komen karakters nauwelijks uit de verf.

Vergeet je de clichés, dan heeft de film zo zijn momenten. De actiescène in het winkelcentrum, inclusief achtervolging met een showauto, is echt verbluffend. Die scène in het politiebureau vergeet je ook niet snel. De motorbootachtervolging. En een herdershond genaamd Bingo. Diens lot doet je meer dan al die karakters bij elkaar.

 

Aloys

Aloys: een voorzichtige stap in een fantasierijke wereld
Aloys’ vader sterft. Hij filmt zijn overlijden, zoals hij bijna alles van zijn leven filmt. Op een dag zit hij vast in een stadsbus na in slaap te zijn gevallen. Hij wordt wakker en dan blijkt dat zijn camera weg is.

Een mysterieuze buurvrouw (Vera) blijkt het apparaat te hebben meegenomen – hoewel hij dat nog niet weet. Zij neemt telefonisch contact met hem op en verzoekt hem om naar een boom in een bos te reizen zonder zijn eigen kamer te verlaten. Hij doet dat door voor een muur te zitten en zich te concentreren. Maar hij is nog onwennig en soms hangt ineens een telefoondraad in de weg.

Op een dag loopt de ambulance ineens met haar op de draagbaar naar buiten. Zelfmoordpoging. Het kwartje valt bij Aloys dat zij de bellende dame was, en hij probeert weer contact met haar te maken. Hij belt haar in het ziekenhuis en na een beetje concentratie staat ze in ineens zijn huiskamer.

Een vermakelijk mysterieus uitgangspunt in Aloys. Je weet natuurlijk niet of Aloys en Vera een beetje getikt zijn – of dat ze echt dat bovennatuurlijke talent hebben. Het idee biedt veel visuele mogelijkheden. Vooral die van de werkelijkheid en de fantasie ineen gemonteerd werken sterk op de kijker, het sterkste deel van de film. Het verhaal ontwikkelt zich wel een beetje richting waar je verwacht: de fantasiewerkelijkheid gaat Aloys’ werkelijke werkelijkheid overnemen.

Een vriendelijke film die prettig speelt met fantasie – en daardoor goed past bij Imagine – maar het laatst deel is niet zo heel sterk. Dan blijft het verhaal twijfelen welke kant op te gaan. Juist wanneer je wat méér fantasie verwacht, blijft het verhaal hangen in dramaclichés. Wat je mist is wat meer durf op gebied van horror, humor dan wel romantiek. Dat had de film een duwtje buiten de gemiddeldheid kunnen geven.

 

24 april 2017

DEEL 1
DEEL 2
DEEL 4

MEER FILMFESTIVAL