IDFA 2025 – Deel 7: Punk, Funk, Jeff en Marianne

IDFA 2025 – Deel 7:
Punk, Funk, Jeff en Marianne

door Jochum de Graaf

IDFA had jarenlang een reputatie van spraakmakende muziekdocumentaires. De laatste edities liep het aanbod sterk terug. Mee zal spelen dat er tegenwoordig speciale muziekfilmfestivals worden georganiseerd en dat de rockgeschiedenis vooral in de vorm van biopics – Bob Dylan, Bruce Springsteen, Bob Marley, Amy Winehouse – wordt verteld. Uit het enorme aanbod noteren we slechts vier films die je als muziekdocumentaire kunt bestempelen.

 

Queer as Punk

Queer as Punk
Het was twintig jaar geleden dat er een Maleisische film op het IDFA vertoond werd. Queer as Punk kent een geweldig begin: de band Shh… Diam komt op en zet met straf up tempo ‘The Bathroom Song’ in: ‘Will You Shower with Me?‘

In het multi-etnische en door een strenge vorm van de islam bij elkaar gehouden land is het nummer een ernstige provocatie. Maar het publiek swingt er lekker op los en zingt besmuikt lachend de teksten woord voor woord mee.

Shh… Diam betekent ‘Hou je mond!’ in het Maleis en is een ironische verwijzing naar de pogingen om de bandleden het zwijgen op te leggen. Als queer en als punk sta je in het oerconservatieve Maleisië al met 2-0 achter. De leden van de band, volgens leadzanger Faris 75 procent queer, zijn zeer actief in de lhtbi-gemeenschap en lopen voorop in de demonstraties tegen geweld en discriminatie.

De film volgt de politieke ontwikkelingen in Maleisië rond de verkiezingen van 2018 die een keerpunt in de geschiedenis van het land betekenen. De tot dan toe al meer dan zestig jaar aan de macht zijnde conservatieve islamitische coalitie verliest de absolute meerderheid en maakt plaats voor de Alliantie van de Hoop. De bandleden horen het nieuws van de historische overwinning met gejuich aan. Eindelijk is er de hoop dat ook in Maleisië een tijdperk met meer rechten voor minderheden zal aantreden.

Maar binnen twee jaar treedt een periode van instabiliteit aan die tot op de dag van vandaag voortduurt. Voor de overgrote meerderheid van moslims is de shariawetgeving van toepassing, de lhtbi-gemeenschap staat onder zware druk. De band treedt meestal onder valse naam op en al te openlijk uitkomen voor de geaardheid is uit den boze. Echte punk kun je het niet noemen, maar in de Maleisische verhoudingen is het behoorlijk provocatief.

Hoofdpersoon, transgender Faris, is toe aan zijn laatste maandelijkse testosteroninjectie en we zien hem met de billen bloot gaan. Hij ondergaat een laatste operatie die hem van zijn ‘boobies’  bevrijdt. De band gaat op tournee naar het Verenigd Koninkrijk en Noord-Ierland waar ze met enthousiasme door de lokale lhtbi-gemeenschappen worden ontvangen. Op de bruiloft van gitarist Yon en haar geliefde Noord-Ierse Cat spelen ze het mooie emotievolle nummer ‘Lonely Lesbian’.

Queer as a Punk is een warm portret van Shh… Diam dat tegen de verdrukking vrolijk door blijft gaan.

 

We Want the Funk!

We Want the Funk!
De vraag ‘wat is funk?’ kan natuurlijk heel verschillend worden beantwoord. Voor de een zit het hem vooral in het ritme, voor de ander is het vooral het plezier maken – het zet mensen in beweging, je krijgt ze aan het dansen! Maar er is ook het eenvoudige antwoord: ‘James Brown!!!!’

In We Want the Funk! komt een stoet aan muzikanten, muziekhistorici, een mode-historica, een ‘Detroit’-historicus, dansonderzoekers, etnomusicologen, een muziekcurator, en wat al niet meer zij, aan het woord. Zij beschouwen alle aspecten van de funk, de invloed en het ontstaan, de bijbehorende mode en de politieke betekenis. En ook David Byrne, die onlangs nog het album ‘Who is the Sky’ met vooral funky dansnummers uitbracht, schaart zich in de lange rij talking heads. 

We Want the Funk! behandelt de ontwikkeling van de zwarte muziek vanaf de Tweede Wereldoorlog. De American Bandstand, het tv-programma in de jaren vijftig waarin voor het eerst zwarte artiesten waren te zien. De opkomst van de soul. En ook de invloed van de gospel met zijn christelijke achtergrond, het milieu waarin de funk met zijn energieke ritmes en ophitsende teksten als muziek van de duivel werd gezien.

Naast James Brown komen alle grootheden aan de orde: Sly and the Family Stone (met opvallend een witte drummer), Lady Labelle, Kool and the Gang, George Clinton met zijn Parliament-Funkadelic en hun extravagante optredens. Clinton die wijst op de ‘simplexity’ van de funk, het feit dat het zo op het gehoor eenvoudige muziek is maar tegelijk zo complex is om het uit te voeren. En niet te vergeten Prince, die vanaf midden jaren tachtig zijn eigen draai aan de funk geeft: ‘He was one of a kind’.

De betekenis van funk voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap. James Browns ‘Say it loud, I’m black and I’m Proud’ was het lijflied van de Black Pride-beweging; de tournees van James en anderen naar Afrika waar funk grote navolging kreeg; Nigeriaan Fela Kuti die met zijn excentrieke muziekgezelschap uitgroeide tot een wereldster; de invloed op blanke popgroothelden als Elton John en David Bowie (luister de wereldhit ‘Fame’) – het trekt allemaal aan je oog voorbij. Leuk en aantrekkelijk zijn de aanstekelijke bandopnames, de swingende muziek die je doet opveren. En je kunt weer eens de heerlijke danspasjes van The Temptations zien.

Maar het wordt allemaal nogal rechttoe rechtaan opgediend en er wordt maar weinig aan de verbeelding overgelaten. Als het gaat over de invloed van de burgerrechtenbeweging krijg je gelijk Martin Luther King met ‘I have a dream’ te zien.

Deftig gezegd is We Want the Funk! een degelijk maar nogal saai opgediend cultuurhistorisch overzicht van de ontwikkeling van deze belangrijke muziekstroming.

 

It’s Never Over, Jeff Buckley

It’s Never Over, Jeff Buckley
Zijn album ‘Grace’ uit 1977 behaalde platina. Zijn iconische uitvoering van Leonard Cohens  ‘Hallelujah’ kwam in 2008 opnieuw op nummer 1 in de Billboard Top 100.

Jeff Buckley had een kort en dramatisch leven, als zoon van de legendarische folksinger Tim Buckley wiens carrière als een slagschaduw over de zijne hing. Vader Tim liet zijn gezin al na zes maanden na de geboorte van Jeff in 1966 in de steek en zou negen jaar later op 28-jarige leeftijd aan een overdosis heroïne en alcohol overlijden. Jeff verdronk op 30-jarige leeftijd bij een ongeluk in de Wolf River, Memphis, Tennessee, naar verluidt toen hij het nummer ‘Whole Lotta Love’ van Led Zeppelin zong.

It’s Never Over, Jeff Buckley laat zijn worsteling met de roem, zijn kwetsbaarheid en zijn nalatenschap zien. Buckley wordt vooral geroemd om zijn geweldige stem, een enorm bereik van vier octaven, buitengewone controle over dynamiek en toon. Hij kon moeiteloos schakelen tussen een breekbare falsetstem en een sterke opera-achtige tenor. Hij wordt door artiesten als Thom Yorke van Radiohead en Matt Bellamy van Muse beschouwd als een van de meest invloedrijke zangers van hun generatie. Ook Chris Cornell, Rufus Wainwright, Amy Lee en Adele betuigen hun bewondering.

Jeff Buckley maakte met die geweldige stem een aantal prachtige liedjes, als ‘Lover, You Should’ve Come Over’, ‘Lilac Wine’, ‘Everybody Here Wants You’. En ‘Hallelujah’ dus, dat in zijn versie wereldwijd populair werd en het origineel overschaduwde. In een interview met Oor merkte hij op dat de tekst helemaal niets met God te maken had, maar over seks gaat.

De makke van de documentaire is dat hij gemaakt is met de mensen die ‘hem het meest dierbaar’ waren: voormalige bandleden, muzikanten als Ben Harper en Aimee Mann, zijn voormalige partners, waaronder Rebecca Moore en Joan Wasser (Joan as Police Woman), en niet te vergeten zijn moeder, Mary Guilbert. Er valt geen onvertogen woord over Jeff: hij was in alle opzichten geweldig, en zó tragisch dat hij al op zo’n jonge leeftijd aan zijn einde kwam.

De emotie en het drama van zijn leven worden daarmee nergens voelbaar, behalve in het laatste shot waarin zijn moeder zijn laatste voicemail afluistert waarin hij haar zijn onvoorwaardelijke liefde betuigt.

 

Broken English

Broken English
Broken English begint met een rondleiding door het ‘Ministerie van Niet Vergeten’, een donkere sombere ruimte met stalen meubels, uitschuifbare kasten waar kranten, boeken, lp’s zijn opgeslagen, draaischijftelefoons op de bureaus, cassettedecks en archiefdozen. Het heeft de sfeer van een sciencefictionfilm uit de jaren vijftig.

Het Ministerie heeft als doel het onderzoeken van waarheden en mythen, en de poreuze grens daartussen. De in een stijve plusfour gestoken Tilda Swinton, de geblondeerde haren strak achterover gekamd, heeft er de leiding. Ze spreekt ons streng toe en legt uit dat niet vergeten iets anders is dan herinneren. Object van onderzoek is Marianne Faithfull. ‘We moeten Mariannes rol als destabiliserende invloed eens goed onder de loep nemen”, zegt Swinton. Marianne wordt binnengereden in een rolstoel, zuurstofslangetje in de neus, zwaar ademend, en het interview met de archivaris van het archief, acteur George MacKay, gaat van start.

Dat niet bestaande nep-ministerie is een behoorlijk gekunstelde kunstgreep die doorheen de film verder wordt doorgevoerd met een groot bord met post-its, foto’s, pijlen, cirkels, strepen, data, namen zoals je ze op politiebureaus in detectiveseries ziet. Het werkt irritant en zet een sfeer neer die wat mij betreft weinig passend is voor Marianne Faithfull.

Marianne Faithfull is misschien wel het archetype van de ‘rockchick’, het meisje dat zich in de entourage van beroemde rockbands ophield. Ze werd ontdekt door manager Andrew Loog Oldham op een feestje van The Rolling Stones. Ze kreeg een relatie met Mick Jagger en had, in 1964, al op 17-jarige leeftijd een wereldhit met ‘As Tears Go By’. In 1969 schreef ze de tekst voor het roemruchte ‘Sister Morphine’, dat in haar uitvoering weinig deed, maar wel toen The Stones het op ‘Sticky Fingers’ uitbrachten.

Na de scheiding van Jagger vanwege een miskraam stopte ze een tijdje met muziek maken. Ze probeerde van haar verslaving af te komen en leefde zelfs enige tijd op straat. Eenmaal afgekickt was haar stem blijvend veranderd. Faithfull herontdekte zichzelf onder invloed van de new wave en punk met het gedurfde album waaraan de film zijn titel ontleent. ‘Broken English’ (1979) sloeg in als een bom en verschafte haar opnieuw wereldroem. Daarna volgden nog een stuk of tien albums waarin de stijl met die indringende gruizende stem werd voortgezet.

Ze begon daarnaast te acteren, speelde de op haar lijf geschreven rol van Ophelia in Hamlet. Ze speelde en zong de hoofdrol van Anna in The Seven Deadly Sins, de chanteuse opera van Kurt Weil en Berthold Brecht en groeide uit tot een van de belangrijkste hedendaagse vertolkers van hun werk. In 2018 verscheen haar laatste album ‘Negative Capability’ waarop ze onder anderen samenwerkte met Nick Cave en Warren Ellis. Ze kreeg covid, in 2020 lag een aantal weken in coma, maar overleefde. Eind januari 2025 overleed ze na een kort ziekbed.

De film volgt die levensloop met veel gevoel voor detail, focust vooral op de herinnering aan de schandalen van seks, drugs en rock-’n-roll die haar maar bleven achtervolgen. Ze kwam nooit af van het imago van de ex-vriendin van Mick Jagger. Maar Broken English belicht ook hoe waardig ze zich daartegen weerde.

Er zitten prachtige ontroerende momenten in de film, die een monument opricht voor die geweldige persoonlijkheid en vooral ook die stem. Zie hoe Marianne met zoveel liefde vertelt over producer Hal Willner die haar haar hele leven heeft bijgestaan. En hoe ze straalt bij het fragment dat haar getoond wordt, waarin Willner zegt: ’Dit is de stem van een leven. Een moeilijk leven.’

Maar die gekunstelde vorm met dat studentikoos verzonnen Ministerie van Niet Vergeten bederft het kijkgenot nogal. Marianne Faithfull had veel beter verdiend.

 

23 november 2025

 

IDFA 2025 – Deel 1: Liever de traditie in ere herstellen
IDFA 2025 – Deel 2: Rusland/Oekraïne
IDFA 2025 – Deel 3: Portretten
IDFA 2025 – Deel 4: Natuur en milieu
IDFA 2025 – Deel 5: Humor en ander leed in Palestina
IDFA 2025 – Deel 6: (Auto)biografische films
IDFA 2025 – Deel 8: Experimenteel
IDFA 2025 – Deel 9: Drie momenten van chaos


MEER FILMFESTIVAL