IDFA 2025 – Deel 7: Punk, Funk, Jeff en Marianne

IDFA 2025 – Deel 7:
Punk, Funk, Jeff en Marianne

door Jochum de Graaf

IDFA had jarenlang een reputatie van spraakmakende muziekdocumentaires. De laatste edities liep het aanbod sterk terug. Mee zal spelen dat er tegenwoordig speciale muziekfilmfestivals worden georganiseerd en dat de rockgeschiedenis vooral in de vorm van biopics – Bob Dylan, Bruce Springsteen, Bob Marley, Amy Winehouse – wordt verteld. Uit het enorme aanbod noteren we slechts vier films die je als muziekdocumentaire kunt bestempelen.

 

Queer as Punk

Queer as Punk
Het was twintig jaar geleden dat er een Maleisische film op het IDFA vertoond werd. Queer as Punk kent een geweldig begin: de band Shh… Diam komt op en zet met straf up tempo ‘The Bathroom Song’ in: ‘Will You Shower with Me?‘

In het multi-etnische en door een strenge vorm van de islam bij elkaar gehouden land is het nummer een ernstige provocatie. Maar het publiek swingt er lekker op los en zingt besmuikt lachend de teksten woord voor woord mee.

Shh… Diam betekent ‘Hou je mond!’ in het Maleis en is een ironische verwijzing naar de pogingen om de bandleden het zwijgen op te leggen. Als queer en als punk sta je in het oerconservatieve Maleisië al met 2-0 achter. De leden van de band, volgens leadzanger Faris 75 procent queer, zijn zeer actief in de lhtbi-gemeenschap en lopen voorop in de demonstraties tegen geweld en discriminatie.

De film volgt de politieke ontwikkelingen in Maleisië rond de verkiezingen van 2018 die een keerpunt in de geschiedenis van het land betekenen. De tot dan toe al meer dan zestig jaar aan de macht zijnde conservatieve islamitische coalitie verliest de absolute meerderheid en maakt plaats voor de Alliantie van de Hoop. De bandleden horen het nieuws van de historische overwinning met gejuich aan. Eindelijk is er de hoop dat ook in Maleisië een tijdperk met meer rechten voor minderheden zal aantreden.

Maar binnen twee jaar treedt een periode van instabiliteit aan die tot op de dag van vandaag voortduurt. Voor de overgrote meerderheid van moslims is de shariawetgeving van toepassing, de lhtbi-gemeenschap staat onder zware druk. De band treedt meestal onder valse naam op en al te openlijk uitkomen voor de geaardheid is uit den boze. Echte punk kun je het niet noemen, maar in de Maleisische verhoudingen is het behoorlijk provocatief.

Hoofdpersoon, transgender Faris, is toe aan zijn laatste maandelijkse testosteroninjectie en we zien hem met de billen bloot gaan. Hij ondergaat een laatste operatie die hem van zijn ‘boobies’  bevrijdt. De band gaat op tournee naar het Verenigd Koninkrijk en Noord-Ierland waar ze met enthousiasme door de lokale lhtbi-gemeenschappen worden ontvangen. Op de bruiloft van gitarist Yon en haar geliefde Noord-Ierse Cat spelen ze het mooie emotievolle nummer ‘Lonely Lesbian’.

Queer as a Punk is een warm portret van Shh… Diam dat tegen de verdrukking vrolijk door blijft gaan.

 

We Want the Funk!

We Want the Funk!
De vraag ‘wat is funk?’ kan natuurlijk heel verschillend worden beantwoord. Voor de een zit het hem vooral in het ritme, voor de ander is het vooral het plezier maken – het zet mensen in beweging, je krijgt ze aan het dansen! Maar er is ook het eenvoudige antwoord: ‘James Brown!!!!’

In We Want the Funk! komt een stoet aan muzikanten, muziekhistorici, een mode-historica, een ‘Detroit’-historicus, dansonderzoekers, etnomusicologen, een muziekcurator, en wat al niet meer zij, aan het woord. Zij beschouwen alle aspecten van de funk, de invloed en het ontstaan, de bijbehorende mode en de politieke betekenis. En ook David Byrne, die onlangs nog het album ‘Who is the Sky’ met vooral funky dansnummers uitbracht, schaart zich in de lange rij talking heads. 

We Want the Funk! behandelt de ontwikkeling van de zwarte muziek vanaf de Tweede Wereldoorlog. De American Bandstand, het tv-programma in de jaren vijftig waarin voor het eerst zwarte artiesten waren te zien. De opkomst van de soul. En ook de invloed van de gospel met zijn christelijke achtergrond, het milieu waarin de funk met zijn energieke ritmes en ophitsende teksten als muziek van de duivel werd gezien.

Naast James Brown komen alle grootheden aan de orde: Sly and the Family Stone (met opvallend een witte drummer), Lady Labelle, Kool and the Gang, George Clinton met zijn Parliament-Funkadelic en hun extravagante optredens. Clinton die wijst op de ‘simplexity’ van de funk, het feit dat het zo op het gehoor eenvoudige muziek is maar tegelijk zo complex is om het uit te voeren. En niet te vergeten Prince, die vanaf midden jaren tachtig zijn eigen draai aan de funk geeft: ‘He was one of a kind’.

De betekenis van funk voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap. James Browns ‘Say it loud, I’m black and I’m Proud’ was het lijflied van de Black Pride-beweging; de tournees van James en anderen naar Afrika waar funk grote navolging kreeg; Nigeriaan Fela Kuti die met zijn excentrieke muziekgezelschap uitgroeide tot een wereldster; de invloed op blanke popgroothelden als Elton John en David Bowie (luister de wereldhit ‘Fame’) – het trekt allemaal aan je oog voorbij. Leuk en aantrekkelijk zijn de aanstekelijke bandopnames, de swingende muziek die je doet opveren. En je kunt weer eens de heerlijke danspasjes van The Temptations zien.

Maar het wordt allemaal nogal rechttoe rechtaan opgediend en er wordt maar weinig aan de verbeelding overgelaten. Als het gaat over de invloed van de burgerrechtenbeweging krijg je gelijk Martin Luther King met ‘I have a dream’ te zien.

Deftig gezegd is We Want the Funk! een degelijk maar nogal saai opgediend cultuurhistorisch overzicht van de ontwikkeling van deze belangrijke muziekstroming.

 

It’s Never Over, Jeff Buckley

It’s Never Over, Jeff Buckley
Zijn album ‘Grace’ uit 1977 behaalde platina. Zijn iconische uitvoering van Leonard Cohens  ‘Hallelujah’ kwam in 2008 opnieuw op nummer 1 in de Billboard Top 100.

Jeff Buckley had een kort en dramatisch leven, als zoon van de legendarische folksinger Tim Buckley wiens carrière als een slagschaduw over de zijne hing. Vader Tim liet zijn gezin al na zes maanden na de geboorte van Jeff in 1966 in de steek en zou negen jaar later op 28-jarige leeftijd aan een overdosis heroïne en alcohol overlijden. Jeff verdronk op 30-jarige leeftijd bij een ongeluk in de Wolf River, Memphis, Tennessee, naar verluidt toen hij het nummer ‘Whole Lotta Love’ van Led Zeppelin zong.

It’s Never Over, Jeff Buckley laat zijn worsteling met de roem, zijn kwetsbaarheid en zijn nalatenschap zien. Buckley wordt vooral geroemd om zijn geweldige stem, een enorm bereik van vier octaven, buitengewone controle over dynamiek en toon. Hij kon moeiteloos schakelen tussen een breekbare falsetstem en een sterke opera-achtige tenor. Hij wordt door artiesten als Thom Yorke van Radiohead en Matt Bellamy van Muse beschouwd als een van de meest invloedrijke zangers van hun generatie. Ook Chris Cornell, Rufus Wainwright, Amy Lee en Adele betuigen hun bewondering.

Jeff Buckley maakte met die geweldige stem een aantal prachtige liedjes, als ‘Lover, You Should’ve Come Over’, ‘Lilac Wine’, ‘Everybody Here Wants You’. En ‘Hallelujah’ dus, dat in zijn versie wereldwijd populair werd en het origineel overschaduwde. In een interview met Oor merkte hij op dat de tekst helemaal niets met God te maken had, maar over seks gaat.

De makke van de documentaire is dat hij gemaakt is met de mensen die ‘hem het meest dierbaar’ waren: voormalige bandleden, muzikanten als Ben Harper en Aimee Mann, zijn voormalige partners, waaronder Rebecca Moore en Joan Wasser (Joan as Police Woman), en niet te vergeten zijn moeder, Mary Guilbert. Er valt geen onvertogen woord over Jeff: hij was in alle opzichten geweldig, en zó tragisch dat hij al op zo’n jonge leeftijd aan zijn einde kwam.

De emotie en het drama van zijn leven worden daarmee nergens voelbaar, behalve in het laatste shot waarin zijn moeder zijn laatste voicemail afluistert waarin hij haar zijn onvoorwaardelijke liefde betuigt.

 

Broken English

Broken English
Broken English begint met een rondleiding door het ‘Ministerie van Niet Vergeten’, een donkere sombere ruimte met stalen meubels, uitschuifbare kasten waar kranten, boeken, lp’s zijn opgeslagen, draaischijftelefoons op de bureaus, cassettedecks en archiefdozen. Het heeft de sfeer van een sciencefictionfilm uit de jaren vijftig.

Het Ministerie heeft als doel het onderzoeken van waarheden en mythen, en de poreuze grens daartussen. De in een stijve plusfour gestoken Tilda Swinton, de geblondeerde haren strak achterover gekamd, heeft er de leiding. Ze spreekt ons streng toe en legt uit dat niet vergeten iets anders is dan herinneren. Object van onderzoek is Marianne Faithfull. ‘We moeten Mariannes rol als destabiliserende invloed eens goed onder de loep nemen”, zegt Swinton. Marianne wordt binnengereden in een rolstoel, zuurstofslangetje in de neus, zwaar ademend, en het interview met de archivaris van het archief, acteur George MacKay, gaat van start.

Dat niet bestaande nep-ministerie is een behoorlijk gekunstelde kunstgreep die doorheen de film verder wordt doorgevoerd met een groot bord met post-its, foto’s, pijlen, cirkels, strepen, data, namen zoals je ze op politiebureaus in detectiveseries ziet. Het werkt irritant en zet een sfeer neer die wat mij betreft weinig passend is voor Marianne Faithfull.

Marianne Faithfull is misschien wel het archetype van de ‘rockchick’, het meisje dat zich in de entourage van beroemde rockbands ophield. Ze werd ontdekt door manager Andrew Loog Oldham op een feestje van The Rolling Stones. Ze kreeg een relatie met Mick Jagger en had, in 1964, al op 17-jarige leeftijd een wereldhit met ‘As Tears Go By’. In 1969 schreef ze de tekst voor het roemruchte ‘Sister Morphine’, dat in haar uitvoering weinig deed, maar wel toen The Stones het op ‘Sticky Fingers’ uitbrachten.

Na de scheiding van Jagger vanwege een miskraam stopte ze een tijdje met muziek maken. Ze probeerde van haar verslaving af te komen en leefde zelfs enige tijd op straat. Eenmaal afgekickt was haar stem blijvend veranderd. Faithfull herontdekte zichzelf onder invloed van de new wave en punk met het gedurfde album waaraan de film zijn titel ontleent. ‘Broken English’ (1979) sloeg in als een bom en verschafte haar opnieuw wereldroem. Daarna volgden nog een stuk of tien albums waarin de stijl met die indringende gruizende stem werd voortgezet.

Ze begon daarnaast te acteren, speelde de op haar lijf geschreven rol van Ophelia in Hamlet. Ze speelde en zong de hoofdrol van Anna in The Seven Deadly Sins, de chanteuse opera van Kurt Weil en Berthold Brecht en groeide uit tot een van de belangrijkste hedendaagse vertolkers van hun werk. In 2018 verscheen haar laatste album ‘Negative Capability’ waarop ze onder anderen samenwerkte met Nick Cave en Warren Ellis. Ze kreeg covid, in 2020 lag een aantal weken in coma, maar overleefde. Eind januari 2025 overleed ze na een kort ziekbed.

De film volgt die levensloop met veel gevoel voor detail, focust vooral op de herinnering aan de schandalen van seks, drugs en rock-’n-roll die haar maar bleven achtervolgen. Ze kwam nooit af van het imago van de ex-vriendin van Mick Jagger. Maar Broken English belicht ook hoe waardig ze zich daartegen weerde.

Er zitten prachtige ontroerende momenten in de film, die een monument opricht voor die geweldige persoonlijkheid en vooral ook die stem. Zie hoe Marianne met zoveel liefde vertelt over producer Hal Willner die haar haar hele leven heeft bijgestaan. En hoe ze straalt bij het fragment dat haar getoond wordt, waarin Willner zegt: ’Dit is de stem van een leven. Een moeilijk leven.’

Maar die gekunstelde vorm met dat studentikoos verzonnen Ministerie van Niet Vergeten bederft het kijkgenot nogal. Marianne Faithfull had veel beter verdiend.

 

23 november 2025

 

IDFA 2025 – Deel 1: Liever de traditie in ere herstellen
IDFA 2025 – Deel 2: Rusland/Oekraïne
IDFA 2025 – Deel 3: Portretten
IDFA 2025 – Deel 4: Natuur en milieu
IDFA 2025 – Deel 5: Humor en ander leed in Palestina
IDFA 2025 – Deel 6: (Auto)biografische films
IDFA 2025 – Deel 8: Experimenteel
IDFA 2025 – Deel 9: Drie momenten van chaos


MEER FILMFESTIVAL

Springsteen: Deliver me from Nowhere

***
recensie Springsteen: Deliver me from Nowhere
Kantelpunt in carrière The Boss

door Jochum de Graaf

Is Nebraska, het zesde album van Bruce Springsteen dat september 1982 werd uitgebracht, een vergeten meesterwerk of een losse flodder? De meningen lopen ook heden ten dage nog uiteen. Vast staat wel dat het album een kantelpunt in de carrière van The Boss markeert.

Najaar ’81 had hij na het succes van het album The River zijn eerste wereldtournee achter de rug. Zijn platenmaatschappij verwacht dat Springsteen nu met een knaller van een opvolger komt die voor eens en voor altijd zijn wereldroem zal vestigen.

Springsteen: Deliver me from Nowhere

E Street Band
In eerste instantie is hij uiterst productief en schrijft in korte tijd een kleine negentig nummers. Van groot belang is eind ’81 de aankoop van een Portastudio 144, een Japanse vinding in de vorm van een cassetterecorder met ingebouwd mixertje die het mogelijk maakt meersporenopnamen te maken. Tot dan was die techniek – sinds de beginjaren van The Beatles de norm in de popmuziek – alleen mogelijk in dure studio’s.

Maar Springsteen heeft door allerlei verwikkelingen rond de E Street Band met onder andere de solocarrière van gitarist Steve van Zandt last van de tol van de roem en besluit zich een tijdje terug te trekken. Hij huurt een huis in Colts Neck, de Portastudio gaat mee. Daar op het platteland van New Jersey kan hij redelijk onder de radar blijven. In de Stone Pony zingt hij spontaan mee in een coverbandje: John Lee Hookers Boom Boom en Little Richards Lucille. Hij knoopt een relatie aan met alleenstaande moeder Faye die geen weet heeft van zijn roem en zijn huwelijksaanzoek afwijst.

Gewelddadige vader
Alleen in het donkere huis leest hij verhalen van Flannery O’Connor, rijdt af en toe naar zijn vervallen en verlaten ouderlijk huis in Freehold, gaat naar de bioscoop voor Night of the Hunter (Charles Laughton, 1955) en kijkt herhaaldelijk naar Terrence Malicks Badlands (1973). Het brengt hem in  een wereld van getormenteerde individuen die soms als gevolg van maatschappelijke verwikkelingen op gruwelijke wijze ontsporen.

Regisseur Scott Cooper (o.a. Crazy Heart en Black Mass) verbindt ook de verwerking van een jeugdtrauma met een gewelddadige vader aan het verhaal. Deliver me from Nowhere begint met sterke zwart-witbeelden in Freehold, 1957. De dan achtjarige Bruce stapt in de auto van zijn moeder om zijn dranklustige vader Dutch uit het café te halen. Later die avond stormt de gewelddadige de kamer van Bruce binnen, woedend omdat hij een tik met een honkbalknuppel kreeg van Bruce die zijn moeder in bescherming wou nemen. Met wat lukrake flashbacks wordt die verhaallijn met uiteindelijke verzoening in de laatste dagen van Dutch in het verzorgingstehuis door de film gestrooid.

Springsteen: Deliver me from Nowhere

Nebraska
Terug in de bewoonde wereld gaat Springsteen weer in de weer met het vele materiaal dat hij heeft liggen. Maar hij is nog lang niet tevreden dat dat een volwaardige opvolger van The River zal opleveren. Bovendien zit hij nog helemaal in de Colts Neck-modus en besluit om met weinig promotie een soort tussenalbum uit te brengen. Met behulp van geluidstechnicus Toby Scott slaagt hij er in de Portastudio-demo’s te masteren.

In eerste instantie heet het album Starkweather naar de seriemoordenaar die de inspiratie vormde voor Badlands. In de ingetogen nummers zijn de teksten vooral geïnspireerd op de verhalen van Flannery O’Connor met begrip voor levensechte personen die soms verschrikkelijke daden begaan.

Nebraska is de opmaat voor het legendarische Born in the USA die Springsteens status als absolute superster zou vestigen. In de woorden van de helaas te vroeg overleden Oor-recensent Geert Henderickx: ‘Een tussendoortje dat de honger niet stilt maar de eetlust niet bederft.’

Vertolkingen
Als altijd bij zo’n biopic let je vooral op de vertolking van de hoofdrol. Jeremy Allen White, die een uitgebreide studie van stem en stijl van Springsteen maakte, brengt het er redelijk van af. Hij kreeg lof van The Boss zelf, maar in The Bear acteert hij veel sterker. Hetzelfde geldt voor Jeremy Strong, die als manager Jon Landau de hijgerige platenbonzen op afstand houdt. Kendall Roy in Succession en advocaat Roy Cohn in The Apprentice zijn aanmerkelijk sterkere karakterrollen. Ook bij Stephen Graham als vader Dutch dwalen de gedachten steeds af naar zijn imponerende optreden als de invoelende vader wiens leven op zijn kop wordt gezet in de successerie Adolescence. Dat doet afbreuk aan een verder redelijk geslaagde film.

Op 17 oktober verscheen een uitgebreide editie van Springsteens album Nebraska uit 1982. Nebraska ’82: Expanded Edition bevat het originele album, geremasterde versies en nieuwe tracks.

 

20 oktober 2025

 

ALLE RECENSIES

One to One: John & Yoko

****
recensie One to One: John & Yoko
Indringend tijdsbeeld van het Amerika van begin jaren zeventig

door Jochum de Graaf

Eind augustus 1971 vestigen John Lennon en Yoko Ono zich vanuit hun landgoed Tittenhurst bij Ascot, Berkshire in een tweekamerappartement in de New Yorkse wijk Greenwich Village. Ze leven helemaal op na de hectische periode met het uiteenvallen van The Beatles. Die Village-periode begint met veel tv kijken, volgens Lennon ‘het venster op de wereld’. Zo leren ze het Amerika van begin jaren zeventig, het eind van de flower power en de opkomst van de protestgeneratie, kennen.

We kijken mee naar actualiteitenrubrieken met veel Nixon, het bezoek aan China, de aanslag op de rechtse presidentskandidaat George Wallace, vliegtuigkapingen, optredens van John in talkshows als die van Mike Douglas, zijn ontmoetingen met vooraanstaande activisten als Jerry Rubin, dichter-filosoof Allen Ginsberg, opnamen van primal scream sessies, de terugkeer uit ballingschap van Charlie Chaplin, de dan nog nieuwe avondvullende spelshows, maar ook tv-reclames, voor Ragu en nieuwe producten als Tupperware.

One to One: John & Yoko

Politiek actief
Het is ook de periode waarin Lennon meer en meer politiek actief begint te worden. Hij speekt zich fel uit voor de opheffing van anti-homowetten en tegen de Vietnamoorlog: ‘stop the bombing’. Lennon komt op de radar van de inlichtingendiensten. Een verblijfsvergunning laat op zich wachten, Lennon wordt als staatsgevaarlijk gezien, zijn telefoon wordt afgeluisterd. Hij is zich daarvan bewust en besluit zelf ook de telefoongesprekken op te nemen. 

One to One is mooi van vorm en montage. Aan de hand van videofragmenten met die telkens in- en uitfadende spikkelbeelden ontstaat een indringend tijdsbeeld van het Amerika van begin jaren zeventig. En we zien en horen kunstig in beeld getypte fragmenten uit de opgenomen telefoongesprekken. Yoko beklaagt zich dat ze door fans en pers gezien wordt als de schuldige aan het einde van The Beatles. Ze wordt bedreigd, is een ‘kut-Jap’ en weet ik niet al wat.

John belt veel met manager Allen Klein, de gladde advocaat die hij aan de andere Beatles voorstelde om manager te worden. Het conflict daarover – Paul McCartney sprak zijn veto uit – dat niet in de film aan de orde komt, was de werkelijke oorzaak van het einde van The Beatles.

Een van de eerste acties is voor de vrijlating van John Sinclair, de manager van de Amerikaanse protopunkband MC5, die vanwege het bezit van twee joints een gevangenisstraf van tien jaar moet uitzetten. Lennon schrijft Attica Blues, zingt het op de John Sinclair Freedom Rally en ziet dat hij onder die grote publieke druk wordt vrijgelaten.

One to One: John & Yoko

John en Allen Klein overleggen over het druistige idee voor een Free the People Tour, waarmee uit de opbrengst nog meer militante activisten vrijgekocht zouden kunnen worden. Maar ze moeten dit idee al snel vanwege ernstige bedreigingen loslaten. Lennon ziet dan een tv-documentaire over de hemeltergende omstandigheden waarin geestelijk gehandicapte kinderen moeten leven in Willowbrook, Staten Island, een van de grootste inrichtingen ter wereld. Hartverwarmend is het bezoek van John en Yoko aan die New Yorkse staatsschool. Ze besluiten een benefietconcert te doen, het One To One-concert uit de filmtitel.

Eerste grote concert na The Beatles
30 Augustus 1972 staan John, Yoko en The Elephants Memory Band in Madison Square Garden. Het is het eerste grote concert voor Lennon sinds het uiteenvallen van The Beatles en zou later blijken ook het laatste te zijn. Lennon in topvorm zingt Come TogetherInstant KarmaHound DogCold Turkey en Imagine. In de grote finale Give Peace A Chance, massaal meegezongen door de zinderende zaal, komt Stevie Wonder er nog aan te pas. Maar alleen al de hartenkretende uitvoering van Mother maakt de film zeer de moeite waard. 

One to One: John & Yoko is een geweldig tijdsdocument over een wat onderbelichte periode van het leven van de grootste rockster aller tijden.

 

8 oktober 2025

 

ALLE RECENSIES

Andrea Bocelli: Because I Believe

**
recensie Andrea Bocelli: Because I Believe
Mooie beelden en geluiden, maar oppervlakkig portret

door Jochum de Graaf

Andrea Bocelli bereidt zich voor op een optreden in de Thermen van Caracalla, Rome. Het is voor hem een extra speciale locatie omdat hier in 1990 het legendarische concert van de Drie Tenoren – Luciano Pavarotti, Plácido Domingo en José Carreras – plaatsvond, een event dat een tv-publiek van 800 miljoen trok. Voor Bocelli was het een enorme inspiratie voor zijn carrière als operazanger. Op zekere dag wilde hij daar zelf staan en nu, juni 2023, is het zover.    

‘Realiseer je je’, zegt Bocelli tegen zijn collega Massimo Cavaletti ‘dat morgenavond, als ik hier sta te zingen, mijn team Inter in de finale van de Champions League staat? Dat gebeurt maar eens in de zoveel tijd. Ik denk er over om de wedstrijd te volgen via een oortje terwijl ik sta te zingen.’

Natuurlijk komt hij niet met een oortje in het podium op, maar tussen de bedrijven door volgt hij de wedstrijd op de voet, die voor Inter op een deceptie uit zal lopen, Manchester City wint met 1-0. Dat Bocelli absoluut niet tegen zijn verlies kan, laat hij het publiek niet merken. Uiterst professioneel volbrengt hij het concert.

Andrea Bocelli: Because I Believe

Levensverhaal
Because I Believe
vertelt Andrea Bocelli’s levensverhaal, zijn jeugd op het geliefde platteland van Toscane, de jaren op een kostschool. Hij werd geboren met glaucoom, een oogaandoening waardoor hij steeds minder ging zien. Toen hij 12 was, verloor hij definitief het zicht door een ongelukkige voetbal op zijn oog. Bocelli stortte zich op de muziek, leerde zichzelf pianospelen, ontwikkelde zijn geweldige stem en trad jarenlang op in pianobars waar hij zichzelf begeleidde met een repertoire van populaire rocksongs met af en toe een uitstapje naar opera.

De ontdekking door Luciano Pavarotti, die diep onder de indruk was van een demotape, leverde hem zijn eerste platencontract op. Zijn absolute doorbraak kwam met het nummer  Time to Say Goodbye (Con Te Partiro), het geweldige duet dat hij met Sarah Brightman zong. De beelden van de huilende Duitse profbokser Henry Maske bij zijn afscheid en dan Time to Say Goodbye gingen de hele wereld over en maakten van Bocelli in een klap een superster.

Van duetten naar opera
Bocelli maakt de sprong naar de meest gerenommeerde concertzalen en podia: van Madison Square Garden tot Pompeï, en treedt toe tot de jetset van de allegrootsten. Later in de film zien we even zo succesvolle duetten met zangeressen als Céline Dion, Jennifer Lopez en Dua Lipa. En de enige grote Italiaanse rockster Zucchero komt uitgebreid aan het woord over hun samenwerking in de jaren voor Bocelli naar zijn grote liefde opera overstapt.

Zoals bij veel blinden ontwikkelde Bocelli door zijn visuele handicap andere zintuigen – tast, reukzin, gehoor – en oefent zich in echolocatie: een techniek waarbij je net als vleermuizen door middel van klikgeluiden je positie kunt bepalen en je vrij van obstakels kunt bewegen. Het stelt Bocelli in staat bijna als een niet-gehandicapt mens te leven. Hij kan zijn grote passie voor paardrijden uitoefenen en we zien hem naast zijn vrouw op een kaarsrechte weg een heel eind fietsen. En hij kan behalve blindschaken ook heel goed de stukken over het bord bewegen.

Andrea Bocelli ziet er altijd goed gestileerd uit, nu en dan getrimd baardje, dan weer gladgeschoren, altijd volgens de laatste mode gekleed, steevast een zonnebril op, in alle opzichten een Italiaans stijlicoon.

Andrea Bocelli: Because I Believe

Geen diepgang of hogere betekenis
Van een film die door de hoofdpersoon zelf en zijn naasten geproduceerd is, valt geen kritische, dramatisch doorwrochte documentaire te verwachten. Pas op twee derde van de film komt er iets van spanning als de crisis in zijn leven ter sprake komt: de scheiding van zijn eerste vrouw. Zijn twee volwassen zonen verschijnen kort in een scène waarin Bocelli schitterend duetteert met Ed Sheeran. Maar het feit dat Bocelli zijn gezin in de steek heeft gelaten, wordt niet meer dan aangestipt.

Bocelli heeft zijn leven dankzij tweede vrouw Veronica, in alles zijn rechterhand en co-producer van de film, meer dan goed op de rails. Met hun vroeg oude en tamelijk over het paard getilde dochter Virginia van dertien zingt hij een fraai duet: Leonard Cohens Hallelujah.

De film is technisch knap gemaakt door regisseur Cosima Spender. Mooie beelden, mooie geluiden. Wanneer je van Bocelli’s geweldige stem houdt, kom je goed aan je trekken. Maar enige diepgang of hogere betekenis zit er verder niet achter.

 

21 september 2025

 

ALLE RECENSIES

The Session Man

**
recensie The Session Man
Nicky Hopkins verdient beter

door Jochum de Graaf

Met The Session Man wil regisseur Michael Treen de onderbelichte carrière van Nicky Hopkins, de briljante sessiepianist die een onuitwisbaar stempel drukte op het gouden tijdperk van de popmuziek, in de schijnwerper zetten. Helaas vervalt de veel te detaillistische en oppervlakkige documentaire tot een hagiografie.

In de dertig jaar van zijn carrière leverde studiomuzikant Nicky Hopkins aan ruim 250 albums een essentiële bijdrage. Hij behaalde twee keer een ‘grand slam’: de eerste keer in 1968 toen hij zowel op albums van The Rolling Stones als van The Beatles, The Kinks en The Who, de toenmalige Grote Vier van de Britse popmuziek, had meegespeeld. De tweede keer kwam in 1989, toen hij in 18 jaar tijd hij een bijdrage had geleverd aan een soloalbum van alle vier ex-Beatles.

The Session Man

Het iconische intro van She’s like a Rainbow (The Rolling Stones) is een nummer van zijn hand. In Sympathy for the Devil, misschien wel het meest karakteristieke Stones-nummer, is het niet het gitaarspel van Keith Richards, maar de straf voortstuwende piano-akkoorden van Nicky Hopkins die het nummer zijn rauwe kracht geven. Bij The Song is Over, klassieker van The Who, versterkte zijn pianospel juist de melancholische gratie van het nummer. Zonder Hopkins melodieuze bijdrage zou Joe Cockers You Are So Beautiful nooit zo’n kaskraker geworden zijn. Hij speelde mee op John Lennons beroemdste album Imagine, al is er enige discussie of Nicky Hopkins of toch John Lennon zelf de pianopartij in Jealous Guy voor zijn rekening nam.

Breed repertoire van stijlen
In The Session Man komt Nicky zelf in een interview uit 1993 aan het woord, een jaar voor zijn dood. Hij vertelt dat hij op zijn derde onder een vleugel stond en dat zijn moeder hem optilde zodat hij bij de toetsen kon. Hij groeide op in de Londense voorstad Perivale en won een studiebeurs voor de Londense Royal Academy of Music. Op zijn zestiende studeerde hij overdag klassieke muziek en ’s avonds trad hij op met een band onder leiding van de excentrieke Britse Screaming Lord Sutch.

Al gauw ging Hopkins’ naam door het clubcircuit en werd hij een veelgevraagd muzikant. Met zijn klassieke opleiding, gecombineerd met zijn rock-’n-roll-ervaring kon hij putten uit een breed repertoire van stijlen die hij moeiteloos met elkaar verbond. ‘De meeste bands bestonden uit gitaren en drums, ze beseften dat de piano harmonische rijkdom en melodieuze flair toevoegde’, klinkt het in het commentaar.

Behalve bij de reeds genoemde bands en artiesten trad Nicky Hopkins ook op als sessiemuzikant bij uiteenlopende muzikanten als The Hollies, Rod Stewart, Donovan, Cat Stevens, P.P. Arnold, Graham Parker & The Rumour. Hij werd uitgenodigd lid te worden van Led Zeppelin, maar koos voor The Jeff Beck Group, in wie hij meer muzikaal potentieel zag.

Midden jaren zeventig en in de jaren tachtig verbleef hij langere tijd in de VS. Hij ging de studio in met de Steve Miller Band, stond met Jefferson Airplane op het podium op het legendarische Woodstockfestival. Hij leverde aan 9 van de 11 nummers op Schmilsson, het legendarische album van Harry Nilsson, een bijdrage. Raakte bevriend met Jerry Garcia, voorman van super undergroundband The Grateful Dead, woonde langere tijd bij John Cipollina, leider van Quicksilver Messenger Service, de band waar Hopkins deel van uit ging maken. Art Garfunkel vroeg hem om mee op tournee te gaan en David Soul, steracteur van de jaren tachtig hitserie Miami Vice, huurde hem in om zijn muzikale aspiraties vorm te geven.

‘Het is ongelooflijk om te bedenken dat Nicky niet alleen een belangrijk onderdeel was van de meest inventieve periode in de Londense muziekscene van de jaren 60, maar ook iedereen in de Amerikaanse scene aan de westkust heeft beïnvloed’, stelt Peter Frampton.

Ziekte van Crohn
Nicky Hopkins had een zwakke gezondheid. Hij stierf september 1994, was nog maar 50. Op zijn negentiende belandde hij in het ziekenhuis met een mysterieuze ziekte. In een urenlange operatie sneden de artsen, zoals dat plastisch wordt uitgedrukt, ‘delen van zijn darmen weg’. Hopkins bleek aan de ziekte van Crohn te lijden. In de film legt Sara Sleet CEO van de liefdadigheidsinstelling Crohn’s & Solitis UK uit dat het daarbij gaat om een ongeneeslijke ingewandsstoornis doordat het immuunsysteem niet werkt.

The Session Man

De jonge muzikant Tom Speight vertelt dat leven met Crohn geen pretje is. Optreden is zwaar en vermoeiende tournees zijn niet eigenlijk niet te doen. De ziekte was voor Nicky Hopkins de belangrijkste reden om zich op zijn sessiewerk te concentreren. Zijn ziekte verhinderde overigens niet dat Nicky grote hoeveelheden drank en drugs tot zich nam, hij hele periodes van de kaart was en dat zijn vroege dood niet onverwacht kwam. Zijn tweede vrouw, Moira, vertelt over de laatste moeizame, maar toch ook gelukkige jaren in een tweekamerappartement in Nashville.

Hagiografie
Voorwaar, het zijn wapenfeiten die een indrukwekkend eerbetoon aan de man, die algemeen wordt beschouwd als de beste studiomuzikant uit de geschiedenis van de rockmuziek, had kunnen opleveren. Maar wat valt The Session Man in dat opzicht tegen. We krijgen een niet aflatende stroom aan muzikanten, producers, platendirecteuren, concertorganisatoren en Crohn-deskundigen te zien, keurig chronologisch ingedeeld naar alle episodes, de platensessies, de optredens, de vele ontmoetingen met al die popgrootheden, het verloop van zijn ziekte. Allemaal talking heads die het een na het andere cliché debiteren, en een litanie aan loftuitingen: ‘fantastisch’, ‘geweldig’, ‘legende’, ‘geniaal’, ‘ongelooflijk talent’, ‘bijzonder sympathiek’, ‘met hem erbij werd het nummer zoveel beter’, ‘hij had een instinct voor de juiste toon op het juiste moment’. The Session Man verwordt daarmee tot een hagiografie.

Illustratief is het interview met Moira die vertelt hoe ze hem na een concert ontmoette. ‘Hij was zo aardig’, had ze tegen haar vriendin gezegd, ‘met zo iemand zou ik wel willen trouwen.’ En verdomd, een half jaar later was ze met hem getrouwd. Volgens haar spiegelde Nicky zich aan Chopin, wat op zich een mooie invalshoek had kunnen opleveren. Moira houdt het bij de opmerking ‘Nicky geloofde in reïncarnatie’. Nicky Hopkins verdient oneindig veel beter.

 

27 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Becoming Led Zeppelin

***
recensie Becoming Led Zeppelin
Documentaire schreeuwt om vervolg

door Cor Oliemeulen

De documentaire Becoming Led Zeppelin over de beste rockband ooit is vooral voer voor fans. Zoals de filmtitel aangeeft beperkt regisseur Bernard MacMahon zich tot de ontstaansgeschiedenis. Dat is leuk als het gaat om de vele anekdotes, maar jammer omdat er juist ook na die eerste jaren zoveel interessants te vertellen, te horen en te zien valt.

De vier leden van Led Zeppelin worden geïntroduceerd als oorlogskinderen in Engeland, geboren in of net na de Tweede Wereldoorlog. Ze groeien op in de jaren ’50 en ’60 als er een nieuwe jeugdcultuur ontstaat, beïnvloed door de rock-‘n-roll en de blues uit Amerika.

Becoming Led Zeppelin

Jimmy, John Paul, Robert en John
Becoming Led Zeppelin wisselt anekdotische interviews af met archiefbeelden, foto’s en geluidsfragmenten. Zo speelde gitarist Jimmy Page al in een bandje op de middelbare school en luisterde veel naar Amerikaanse rock-‘n-roll. Hij ging werken als studiomuzikant in Londen. Page heeft zijn agenda van 1964 goed bewaard. De camera zoomt in op de data waar hij zijn afspraken heeft genoteerd. Sessies met The Rolling Stones, David Bowie, Petula Clark, en voor de eerste plaat van The Who.

In de studio’s liep hij bassist/toetsenist John Paul Jones tegen het lijf. Jones vertelt dat hij stamt uit een muzikale familie en op zijn veertiende speelde op het kerkorgel bij een ‘coole priester’. Jones deed naar eigen zeggen vooral ‘brave’ studiosessies, zoals voor zangeres Lulu. Hij speelde samen met Page in het orkest dat het Bond-nummer Goldfinger van Shirley Bassey in de Abbey Road Studios opnam.

Net als Jimmy Page en John Paul Jones was zanger Robert Plant actief in allerlei bandjes. Hij vertelt over de ‘shock’ die hij voelde toen hij Little Richard hoorde zingen. Dat wilde hij ook, maar dan het liefst blues en R&B. Dat schoot bij zijn ouders in het verkeerde keelgat, want die zagen liever dat hij ging werken als accountant.

En dan is er nog drummer John Bonham, bekend van zijn krachtige, ritmische stijl. We zien hem niet in interviews, maar horen zijn stem, want hij overleed in 1980. Eén ontroerende blik van Robert Plant is eigenlijk alles wat de documentaire te melden heeft over deze tragische gebeurtenis en het einde van de legendarische band. Plant zat samen met Bonham in The Band of Joy, dat voornamelijk blues- en rockcovers speelde. We horen hoe Bonham praat over zijn grote voorbeeld Gene Krupa en hoe hij al op jonge leeftijd een gezinnetje sticht.

The New Yardbirds
In Becoming Led Zeppelin wordt Jimmy Page neergezet als de oprichter en leider van de band. Hij speelde als bassist samen met gitarist Jeff Beck in The Yardbirds. Toen deze band in 1968 uiteenviel, bleef Jimmy Page als enige over met de rechten op de bandnaam. Hij had nog een contract om een paar shows te spelen, dus moest hij snel een nieuwe band samenstellen. John Paul Jones vroeg Page om auditie te doen, Robert Plant werd vanwege zijn stem en energie uit zijn toenmalige band Hobbstweedle geplukt. En Plant maakte Page opmerkzaam op de kwaliteiten van Bonham. Het kwartet speelde voor het eerst samen op 12 augustus 1968 in een kelder van een platenwinkel aan de Gerrard Street in Londen.

Het zijn mooie beelden van hun eerste optredens tijdens hun tournee in Denemarken later dat jaar, toen nog als The New Yardbirds. Hier konden muziekliefhebbers voor het eerst live genieten van hun mix van blues, hard rock en psychedelica, ondersteund door complexe ritmes, de iconische stem van Plant en de epische gitaarpartijen van Page. Tijdens zijn solo in Dazed and Confused introduceert de gitarist het gebruik van een vioolstrijkstok op zijn elektrische gitaar. Het experimentele, mystieke geluidseffect, versterkt door een wah-wah pedaal en echomachine, illustreert hoe vernieuwend het Led Zeppelin-in-wording was.

En dan het zelfverzekerde statement van Jimmy Page: ‘We willen geen singles uitbrengen, maar een albumband worden.’ De eerste elpee – Led Zeppelin – verscheen begin 1969 en werd uitgebracht door Atlantic Records en geproduceerd door Page.

Becoming Led Zeppelin

Populairder in Amerika
Dat Amerikaanse platenlabel van Led Zeppelin was geen toeval. De documentaire vertelt overzichtelijk hoe de band aanvankelijk moeite had om door te breken in eigen land, terwijl ze in de Verenigde Staten juist snel populair werden. Dit kwam omdat de Britse muziekscene eind jaren ’60 en begin jaren ’70 al verzadigd was met grote namen als The Beatles, The Rolling Stones en The Who, waardoor het moeilijk was om op te vallen. Daarnaast was hun muziek niet direct mainstream, waardoor ze als cultband werden gezien.

In de VS daarentegen sloeg hun debuutalbum direct aan en kregen ze veel radio-aandacht. De vele concerten aldaar versterkten hun populariteit. Pas met de release van Led Zeppelin II eind 1969 brak de band echt door in Engeland. En daarmee stopt de film.

De creatieve reis en de persoonlijke verhalen van de bandleden en de weergave van de populaire muziek eind jaren ’60 maken van Becoming Led Zeppelin het boeiende deel van de documentaire. Maar het is jammer dat het portret van de opkomst van de legendarische band eindigt voordat Led Zeppelin de wereld zou veroveren en de liefhebber zou trakteren op legendarische optredens, zoals in 1973 in Madison Square Garden in New York, voor het nageslacht vastgelegd in dubbelalbum en muziekfilm The Song Remains the Same (1976). Kijkende fans van de documentaire komen er bekaaid vanaf met slechts een paar live-registraties. Voor de rest hoor je Led Zeppelin-nummers, maar zie je (regelmatig dezelfde) beelden van andere optredens.

 

26 februari 2025

 

ALLE RECENSIES

A Complete Unknown

****
recensie A Complete Unknown
Bob Dylan veranderde de muziek voorgoed

door Jochum de Graaf

Met acht Oscarnominaties is A Complete Unknown rijkelijk bedeeld. Een ouderwets goed gemaakte Hollywoodfilm over de ontwikkeling van het fenomeen Dylan in de jaren zestig van zijn aankomst in New York 1961 tot het baanbrekende optreden op Newport Folk Festival 1965.

Het is januari 1961 als de 20-jarige Robert Zimmerman, artiestennaam Bob Dylan, met zijn gitaar in de hand uit de bus stapt in Greenwich Village, waar ‘het’ allemaal gebeurt op muzikaal gebied. Hij wil op bezoek bij zijn grote held, folkzanger Woody Guthrie, maar die ligt in een ziekenhuis in New Yersey, heeft de ziekte van Huntington, kan niet praten, laat staan zingen. Pete Seeger, die andere grote folklegende van begin jaren zestig, is op bezoek. Ze zijn diep onder de indruk als de jonge Bob zijn speciaal geschreven Song for Woody speelt.

A Complete Unknown

Folkscene
Seeger ontfermt zich over Dylan en introduceert hem in de levendige folkscene van New York. Het is de enerverende tijd van de opkomende burgerrechtenbeweging, waarin Seeger actief is: van de Cuba-crisis, de moord op Kennedy, de jeugdrevolutie. In het kielzog van Seeger groeit Dylan uit tot een icoon van de jaren zestig, de wereldberoemde protestzanger met zijn nog steeds relevante songs als Blowin’ in the Wind en The Times They Are a-Changin’.

Aan het eind van de film is er het generatieconflict wanneer Dylan op het Newport Folk Festival 20 juli 1965 aangeeft een aantal nummers met elektrisch versterkte gitaren te gaan spelen. Voor puristen als de oude Pete is er op het belangrijkste folkfestival van Amerika geen plaats voor moderne gitaarherrie. Het conflict loopt zo hoog op dat Seeger gewapend met een bijl de mengtafel bestormt en dreigt de kabels door te snijden. 

Artistieke sfinx
De filmtitel, A Complete Unknown, komt uit Like a Rolling Stone, de song waarmee Dylan op Newport zijn luidruchtige breuk met de dogmatische wereld van folkmuziek en overjarige wereldverbeteraars aangaf. Maar het geeft ook voeding aan de mythologisering van Dylan zelf, de sfinx die zich graag in nevelen hult.

Naast een schitterend tijdsbeeld over een van de meest belangrijke veranderingen in de moderne popgeschiedenis biedt de film een goed inzicht in Dylans artistieke brille, zijn worsteling met de wereldroem en vooral ook zijn moeizame omgang met vrouwen, en hoe hij überhaupt in het leven staat.

Hij heeft een aan-uit-verhouding met de liefdevolle Sylvie Russo (gebaseerd op Dylans eerste grote liefde Suze Rotolo) met wie hij een goede intellectuele klik heeft, maar zijn wispelturigheid, rusteloosheid, continue experimenteerdrift biedt weinig zicht op een standvastige relatie. Op tournee onderhoudt hij een vrijage met de veel oudere Joan Baez, net als hij jarenzestigicoon. Maar eigenlijk zou hij het liefst een ongebonden artistiek vrijgezellenbestaan leven.

Wanneer Sylvie alleen op vakantie gaat en het onzeker is wanneer ze elkaar weer zullen zien, zegt ze: ‘Ik besef dat ik je eigenlijk niet ken.’ Veelbetekenend is de scène wanneer Dylan met Sylvie naar de film Now Voyager (1942) zit te kijken. Bette Davis kreeg een Oscar voor haar vertolking van de oude vrijster die zich ontworstelt aan haar strenge dominante moeder en zich ontwikkelt tot een extroverte, aimabele vrouw. ‘Kijk’, zegt hij over haar, ‘Ze maakte iets anders van zichzelf, een persoon die ze op dat moment wilde zijn.’

Motorongeluk
Todd Haynes’ I’m Not There (2007) probeerde grip op het fenomeen te krijgen en toonde Dylan in liefst zes verschillende fictieve variaties met even zovele acteurs. De Coen-broers creëerden in Inside Llewyn Davis (2013) een muzikant die op Dylan leek. Martin Scorsese maakte in 2019 een fantasievolle documentaire Rolling Thunder Revue: A Bob Dylan Story over de gelijknamige legendarische tournee in 1975, nadat hij in 2005 met No Direction Home al een vingeroefening had gemaakt. Het zijn films die reflecteren op de raadselachtige, sfinxachtige persoon die Dylan is.

Het sterke van A Complete Unknown is dat we juist in een conventionele Hollywood-opzet de ontwikkeling van het enigma Dylan te zien krijgen. Dylan die zich om god weet wat voor reden tegen zijn eigen fans afzet en weigert om een ​​aantal van zijn grootste hits te spelen als hij met Baez op tournee is. Waarom hield hij zo hardnekkig vast aan het plan om elektrisch te gaan in Newport, was dat recalcitrantie of voelde hij juist de veranderende tijdgeest zo goed aan?

A Complete Unknown

En dan is er de motor. Dylan die bij emotionele gebeurtenissen op zijn motor stapt en zonder helm of motorpak met wapperende haren door de stad rijdt of over een lange door bomen omzoomde landweg. Waar denkt hij aan, wat gaat er door zijn hoofd? Het is een motief dat doet denken aan de Wet van Tsjechov: als je een revolver in een stuk te zien krijgt, is dat een aankondiging dat er op zeker moment een schot mee gelost zal worden. In het geval van Dylan verwacht je het motorongeluk in juli ’66 te zien. Het was een jaar na Newport en zou de tweede cesuur in zijn carrière inleiden. Pas acht jaar later ging hij weer op tournee.

Geloofwaardige interpretaties
A Complete Unknown kent een sterk scenario en een uitstekende cast. Dylan gaf zijn zegen aan tieneridool Timothée Chalamet, die een zeer geloofwaardige interpretatie van hem neerzet. Monica Barbaro lijkt ook fysiek erg op Joan Baez. Edward Norton zet een zeer solide Pete Seeger (inclusief banjo) neer. Boyd Holbrook speelt overtuigend Johnny Cash, die al vroeg het genie in Dylan zag.

Regisseur James Mangold – die ook tekende voor Walk the Line, de biopic van Johnny Cash en vrouw June Carter – had veel overleg over de historische juistheid met Dylan, die tegelijkertijd bedong dat er ook fictieve elementen zouden worden toegevoegd. Natuurlijk is niet bekendgemaakt welke dat zijn.

Maar waarheidsgetrouwheid is helemaal niet zo interessant. Veel boeiender is die kennismaking met het ongelooflijk creatieve genie van Dylan, de man die de popmuziek voorgoed zou veranderen en nog steeds actief is. Dat toont zich in de indrukwekkende soundtrack en de enerverende optredens in de film waarbij je ook in de bioscoop uit je stoel opveert. A Hard Rain’s A‐Gonna Fall, Highway 61 Revisited, Mr. Tambourine Man, Maggie‘s Farm, Like a Rolling Stone en It‘s All Over Now, Baby Blue.

Let vooral eens op het publiek in Newport wanneer Bob voor het eerst The Times They Are a-Changin’ speelt, het nummer dat we ook nu nog vrijwel geheel uit het hoofd kennen. Die blikken die het onmiddellijk lijken te herkennen als meesterwerk. Geweldige scène.

 

20 februari 2025

 

ALLE RECENSIES

Midas Man

**
recensie Midas Man
Halfslachtig muziekdrama over Brian Epstein

door Jochum de Graaf

Zijn overlijden in 1967, op 32-jarige leeftijd aan een ‘onbedoelde’ overdosis, droeg bij aan de legendevorming rond Brian Epstein. Hij groeide op in de upperclass, had een moeilijke jeugd en was homoseksueel in een tijd dat in Engeland seks met hetzelfde geslacht strafbaar was. Hij was ook de man die de rol van manager herdefinieerde en The Beatles tot de belangrijkste en meest succesvolle popgroep aller tijden wist te maken. Allemaal elementen waar een groots en meeslepend drama van te maken is. Helaas maakt Midas Man de verwachtingen niet waar.

Brian Epstein kreeg begin jaren zestig na een turbulente schoolcarrière en een mislukt dienstverband in het leger de leiding over een nieuwe afdeling in zijn vaders platenzaak. Het werd de plaats waar van heinde en ver liefhebbers op af kwamen om de nieuwste rock-‘n-roll en beatmuziek uit Amerika en Groot-Brittannië te beluisteren, ondersteund door het blad Merseybeat van hoofdredacteur Epstein. Toen hij veel aanvragen kreeg voor een singletje van de onbekende Liverpoolse band The Beatles, die in Hamburg tourde, besloot hij een kijkje te nemen in The Cavern Club, waar ze elke avond optraden. De rest is geschiedenis.

Midas Man

De vorming van The Beatles
Het muziekdrama Midas Man volgt vooral die eerste jaren. Epstein vormde The Beatles om van een wanordelijk groepje rock-’n-rollers tot een goed gestileerde energieke beatgroep, trendsettend in mode en muziek. De vetleren jacks en bluejeans werden vervangen door de nu beroemde Beatlesjasjes met ronde hals. Er gold een verbod op eten, drinken of roken op het podium, het haar mocht een klein beetje over de oren en ook de publieksbuiging met de armen om elkaar na ieder optreden was een idee van Brian Epstein.

We volgen hem op zijn zoektocht naar een platencontract in Londen, de afwijzing bij het toen grootste label Decca, de uitkomst bij het onbekende Parlophone, de ontmoeting met George Martin die de legendarische producer van The Beatles zou worden. De moeizame vervanging van Pete Best door Ringo Starr, het verhaal over de onderhandelingen met The Ed Sullivan Show, de grote doorbraak in de VS, het is allemaal wel bekend. Op zijn hoogtepunt had Epstein de meest vooraanstaande Merseybeat-artiesten onder contract: Billy J. Kramer with the Dakotas, Gerry & the Pacemakers, Cilla Black, The Fourmost, Tommy Quickly.

Verborgen gay-bestaan
Zijn verborgen gay-bestaan, de heimelijke avontuurtjes op duistere plekken, de afpersing, de celstraf nadat hij door een undercover-agent werd opgepakt en de problematische verhouding met zijn grote liefde acteur John “Tex” Ellington blijven natuurlijk niet onderbelicht.

Epstein leefde intens, met een tomeloze energie, voortgestuwd door de veelvuldige inname van alcohol en barbituraten, die uiteindelijk zijn vroegtijdig einde betekenden.

De film wil echter maar niet het grootse meeslepend drama worden dat het in werkelijkheid wel was. Vader en moeder Epstein, de strenge Harry en de zorgzame Queenie zijn nog wel aardige karakterrollen. En Darci Shaw als Cilla Black, de zingende vestiaire uit The Cavern Club die deel uitmaakte van Epsteins Merseybeat-stal, is ook nog wel een lichtpuntje.

Maar hoofdrolspeler Jacob Fortune-Lloyd (aardige bijrol in The Queens Gambit) is een afstandelijke stramme lange man die op geen enkel ogenblik de warme persoonlijkheid die Epstein was benadert.

Midas Man

Hemeltergend zwak
De scène dat hij in november 1961 voor het eerst de trappen van The Cavern Club afliep en volkomen van zijn sokken geblazen werd door het optreden van The Beatles, de gebeurtenis die zoals de filmreclame ronkend aankondigt ‘de wereld zou veranderen’ wordt hemeltergend zwak in beeld gebracht. En de B-acteurs die The Beatles spelen, maken helemaal een karikatuur van de Fab Four. Nog het dichtst in de buurt komt de ondermaatse acteur die de stem van John Lennon perfect imiteert.

Er zijn een stuk of wat regisseurs versleten voordat de jonge en relatief onbekende Joe Stephenson de klus kreeg, maar het grootste probleem met Midas Man is dat de producenten de rechten voor belangrijke beelden uit de Beatles-geschiedenis niet geregeld kregen. Apple Corps en Sony Music hadden domweg geen vertrouwen in de film.

Het is dus behelpen met over elkaar buitelende krantenkoppen die verslag doen van de enerverende tournees door Japan, de Filippijnen, Duitsland, de VS en de boycot in de VS na de roemruchte uitspraak van John Lennon dat The Beatles populairder zijn dan Jezus. Nog grotere makke is dat in een film die over de opgang van The Beatles gaat er geen enkel origineel Beatles-nummer te zien of te horen is, maar slechts covernummers als Please Mr. Postman en Money.

Bij de aftiteling klinkt You Never Walk Alone van Gerry & the Pacemakers, misschien wel het meest iconische Merseybeat-nummer. Het zou Brian Epstein natuurlijk wel toekomen, maar zijn tragiek was vooral het tegendeel, dat hij tamelijk alleen door het leven ging.

 

30 januari 2025

 

ALLE RECENSIES

Monsieur Aznavour

***
recensie Monsieur Aznavour

‘Als ik stop, ben ik dood’

door Jochum de Graaf

Hij zat meer dan 70 jaar in het vak, verkocht 180 miljoen albums, gaf 17.000 optredens over de hele wereld en nam 1200 songs op (waarvan ongeveer duizend zelf geschreven), uitgevoerd in 9 talen. In het jaar waarin Charles Aznavour honderd zou zijn geworden, wordt Monsieur Aznavour uitgebracht. Een boeiende biopic die toch een beetje last heeft van de veelheid aan informatie over dat lange leven van de grootste chansonnier die de wereld gekend heeft.

Bij de aftiteling zien we in een reeks flitsen het leven van de echte Charles Aznavour voorbij trekken. Bijzonder opvallend in die beelden van concerten, prijsuitreikingen, publieke optredens en wat al niet meer is het enorme charisma dat hij had.

Hoofdrolspeler Tahar Rahim (Un Prophète) heeft dat charisma een stuk minder, al doet hij erg goed zijn best in het imiteren van de gebaartjes. Maar die stem, die blijft onbereikbaar. Hij laat goed de welbespraakte, brutale, eerzuchtige kant van Aznavour zien. Maar zijn andere kant – de grote onzekerheid, het minderwaardigheidscomplex van die ‘kleine man, 1 meter 60, met die hese stem’ zoals Charles zelf zei – blijft onderbelicht. Naar verluidt gaf de meester zelf kort voor zijn dood zijn zegen aan het project en hielden zijn zonen Mischa en Nicolas toezicht op het scenario. Aznavour wordt braver en charmanter afgeschilderd dan hij in werkelijkheid was.

Monsieur Aznavour

Opvallende details
Toch is Monsieur Aznavour geen beroerde film. Dat ligt met name aan de sterke enscenering en de montage met aandacht voor opvallende details bij de belangrijke gebeurtenissen uit het leven van Charles Aznavour die min of meer chronologisch aan het oog voorbij trekken. Beelden van de Armeense genocide (1917), de grote groepen vluchtelingen, scènes uit het migrantenbestaan van de familie Aznavourian in Parijs leveren een indringende achtergrond voor zijn levensverhaal. Het opgroeien in armoede, vader Micha die op zeker moment zijn gouden tand verkocht om een uitgewoonde kamer voor het hele gezin te kunnen huren. Het restaurant waar Charles, gespijbeld van school, al op zijn negende tussen de bedrijven door optreedt. Het broeinest van verzet van datzelfde restaurant, schuilplaats voor Joden, die aan papieren voor hun verdere vlucht worden geholpen. Later in de film de emotionele scène van Charles met zus Aida wanneer ze, in 2017, het bericht ontvangen dat de Israëlische regering hen de Raoul Wallenberg Award daarvoor toekent.

Er is genoeg persoonlijk drama in Aznavours leven. Hij trouwde drie keer; de film belicht met name zijn relatie met de twintig jaar jongere Zweedse Ulla Thorsell, zijn nog steeds levende weduwe. Eind jaren vijftig wanneer hij al redelijk beroemd is in Frankrijk wordt hij geconfronteerd met een buitenechtelijke zoon van acht, Patrick. Aznavour weigert in eerste aanleg mee te betalen aan de opvoeding, maar bouwt later een goede band met hem op. De zelfmoord van Patrick na overmatig drugsgebruik veroorzaakt een levenslang trauma.

De muzikale carrière die aanvankelijk met ups en downs gepaard ging. Weliswaar speelt hij op zijn negende al in een film en een toneelstuk, rond zijn twintigste als hij met zijn vriend en pianist Pierre Roche engagementen in de provincie probeert binnen te slepen, is het hard sappelen. Het publiek in de nachtclubs waar ze als entr’acte optreden dat begrijpelijk meer aandacht heeft voor de schaars geklede danseressen. Aznavour die in recensies op zijn Armeense afkomst wordt afgerekend, opmerkingen over zijn neus, kwalificaties als ‘zigeuner’ en ‘Quasimodo’.

Doorbraak
Aznavours eerste grote doorbraak is eind jaren veertig wanneer Edith Piaf, dan al een grote ster, hem en Roche vraagt als voorprogramma en hen meeneemt op tournee door Frankrijk en de VS. Piaf, die net als hij van ver moest komen en zijn toegang is tot de opbloeiende chansoncultuur in het Parijs van de jaren vijftig en zestig, met artiesten als Charles Trennet, Gilbert Becaud; later ontmoet Aznavour de jonge Johnny Halliday. Aznavour schrijft dan al grotendeels zijn eigen repertoire, bestudeert Franse klassiekers om zijn teksten te verbeteren. Hij wil elke dag een chanson schrijven en zingen ‘tot mijn strot scheurt’. Hij wil een solocarrière starten en breekt op instigatie van Piaf met Roche. ‘Om te zingen heb je een zuivere stem nodig’, zegt ze ‘en de jouwe is onzuiver’. Aznavour zet door en mede door haar adviezen ontwikkelt hij dat onderscheidende unieke hese stemgeluid dat hem wereldfaam verschaft.

Na de breuk met Piaf neemt hij zijn carrière in eigen hand, daarbij soms grote risico’s nemend zoals het boeken van de Carnegie Hall in ‘63, ondanks het feit dat hij geen grote nummer 1 in Amerika had. Bij de onderhandelingen stelt hij dat hij net zo lang doorgaat tot hij minstens eenzelfde gage krijgt als Frank Sinatra, wat hem jaren later lukt.

Nog weer jaren later wanneer hij al op hoge leeftijd is en alle grote podia ter wereld van binnen en van buiten gezien heeft, geeft hij zijn levenslange vriend en manager Levon Sayan de opdracht om in alle grote hoofdsteden nog eens de grootste en mooiste concertzaal af te huren. Er volgen nog vele lange soms door ziekte onderbroken maar steevast stijf uitverkochte afscheidstournees. ‘Als ik stop, ben ik dood’, is zijn credo. Dat was op 1 oktober 2018 het geval, Aznavour werd 94.

Monsieur Aznavour

Soundtrack
Regisseurs Mehdi Idir en Grand Corps Malade (alias van slam-zanger Fabian Marsaud), zelf afkomstig uit de muziekwereld, kozen voor een filmische bloemlezing uit het lange, rijke leven van Aznavour. Met de soundtrack, een verfijnde keuze van grote hits als She, La Bohème, Les Deux Guitares, Hier Encore, Idiote, Je t’aime, The Old Fashioned Way, La Mamma, uit het immense repertoire zit het wel goed. Mooi detail nog, de beelden van Aznavour in de weer met de toen hypermoderne 16 mm-camera die hij eind jaren veertig van Edith Piaf kreeg, die hij op al zijn reizen met zich mee sleepte. Marc di Domenico maakte er in 2021 nog een film over: Aznavour, le Regard de Charles.

Maar dat Aznavour ook nog in pakweg tachtig films speelde wordt nauwelijks aandacht aan besteed. Zijn activisme voor de Armeense zaak, zijn steun aan de lhtbi-gemeenschap en zijn uitspraken tegen de opkomst van het Front National van Le Pen blijven goeddeels buiten beschouwing. En dat is misschien maar goed ook, want afgezien hiervan hebben de regisseurs met veel details al heel veel willen vertellen, waar je allengs een beetje moe van wordt.

Uitkomst is dat Monsieur Aznavour een mooi gefilmd maar door de vele gedetailleerde verwikkelingen een wat vlak eerbetoon is aan een van de grootste iconen uit de moderne muziekgeschiedenis.

 

11 december 2024

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2024 – Deel 5: Muziekfilms

IDFA 2024 – Deel 5:
Muziekfilms

door Jochum de Graaf

Het aanbod van muziekfilms op IDFA is wel eens beter en groter geweest. Het lijkt er op dat de meest interessante muziekdocu’s, zoals over Brian Jones en Paul Simon, nu direct in de bioscoop verschijnen. Op IDFA 2024 zie je een beperkt aantal films die je ruim genomen als muziekdocu zou kunnen aanmerken. Maar er zit wel een pareltje bij.

 

One to One: John & Yoko

One to One: John & Yoko
Eind augustus 1971 vestigden John Lennon en Yoko Ono zich in New York. Ze gingen in een klein appartement in Greenwich Village wonen. Ze leefden helemaal op na de hectische periode met het uiteenvallen van The Beatles. John voelde zich weer een student en ging helemaal op in het Amerikaanse leven, trad op in talkshows. Het was ook de periode waarin hij meer en meer politiek actief begon te worden, sprak zich fel uit voor de opheffing van anti-homowetten en tegen de Vietnamoorlog: ‘stop the bombing’. Een verblijfsvergunning liet op zich wachten, Lennon werd als staatsgevaarlijk gezien, zijn telefoon werd afgeluisterd. Hij was zich daarvan bewust en nam zelf ook de gesprekken op.

One to One is mooi van vorm en montage. Aan de hand van videofragmenten ontstaat een indringend tijdsbeeld van het Amerika van begin jaren zeventig. We zien actualiteitenrubrieken met veel Nixon, het bezoek aan China, de aanslag op de rechtse presidentskandidaat George Wallace, vliegtuigkapingen, optredens van John in talkshows als Mike Douglas, zijn ontmoetingen met vooraanstaande activisten als Jerry Rubin, dichter-filosoof Allen Ginsberg, opnamen van primal scream sessies, de terugkeer uit ballingschap van Charlie Chaplin, de dan nog nieuwe avondvullende spelshows, maar ook tv-reclames, voor Ragu en nieuwe producten als Tupperware.

En tussendoor horen en lezen we fragmenten uit de opgenomen telefoongesprekken. Yoko beklaagt zich dat ze door fans en pers gezien wordt als de schuldige aan het einde van The Beatles. Ze wordt bedreigd, is een ‘kut-Jap’ en weet ik niet al wat. John belt veel met manager Allen Klein, de gladde advocaat die hij aan de andere Beatles voorstelde om manager te worden. Het conflict daarover, Paul McCartney sprak zijn veto uit, was de werkelijke oorzaak van het einde van The Beatles.

Leidraad van de film is het geweldige One to One-concert van John, Yoko en The Elephants Memory Band in Madison Square Garden, 30 augustus 1972. Het was het eerste grote concert voor Lennon sinds het uiteenvallen van The Beatles en zou later blijken ook het laatste te zijn. Het idee was een benefietconcert. We zien en horen John met Allen Klein overleggen over een Free the People-Tour, de vrijlating van militante activisten, maar dit idee moest vanwege ernstige bedreigingen worden losgelaten. Het werd uiteindelijk een benefiet voor de ernstig verwaarloosde geestelijk gehandicapte kinderen van de Willowbrook-school. Hartverwarmend is het bezoek van John en Yoko aan die New Yorkse staatsschool, ontroerend om ze tijdens het concert in het publiek te zien.

Waanzinnig goed om New York City, Instant Karma, Come Together en Imagine live te zien, en alleen al de hartverscheurende, hese uitvoering van Mother maakt de film de moeite waard.

One to One: John & Yoko is een geweldig tijdsdocument over een wat onderbelichte periode van het leven van de grootste rockster aller tijden.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait.

 

TWST/Things We Said Today

TWST/Things We Said Today
Regisseur Andrei Ujicâ, hij had enig succes in 2010 met The Autobiography of Nicolae Ceausescu, zei het vooraf: ‘Let niet op al die dingen die in beeld komen, let vooral op het verhaal.’ Het punt is echter dat er helemaal geen verhaal in TWST/Things We Said Today zit, staat of ligt. Het is een onsamenhangende collage van archiefbeelden uit de VS, 1965. Beelden van de hevige Watts-rellen, racistisch politiegeweld in Los Angeles, mensen in een pretpark, in een nachtclub wordt uitbundig  getwist, straatbeelden in Harlem, de bevoorrading van foodhallen, een meisje vertelt dat ze een ticket heeft voor het Beatles-concert in het Shea Stadium 13 augustus. Daar begint de film mee, de aankomst van The Beatles op JFK, de rit naar het hotel, de ongekende Beatle-gekte in de straten van New York en de persconferentie van The Fab Four, met nietszeggende uitspraken en een hoop flauwekul.

Ujicâ, waarvan niet duidelijk wordt of hij in 1965 zelf ook maar in de buurt was, heeft er voor gekozen bovengenoemde archiefbeelden in te kleuren met fletserige animaties. De beroerd getekende stripfiguurtjes die hinderlijk door het beeld fladderen debiteren vage teksten uit Ujicâ’s dagboeken, dragen vage poëtische teksten voor. Iets met vlinders, waar geen touw aan vast is te knopen. En steeds denk je: nu krijgen we beelden van dat legendarische optreden In het Shea Stadium, het allereerste grote stadionconcert voor een recordpubliek. Het enthousiaste was zo groot dat The Beatles door het gekrijs hun eigen muziek niet konden horen. Maar niets van dat al. De film eindigt met een animatie waarin een zwerm vlinders het stadion uit fladdert. Wat een aanfluiting.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait.

 

Eno

Eno
Iedere filmvoorstelling van Eno is anders! Regisseurs Gary Hustwit en Brendan Dawes bouwden een software-platform dat uit honderden uren video footage, muziek en interviews telkens een film van rond de 90 minuten genereert. Er zit wel een kop en een staart aan de film: zijn jeugd, zijn werk als muzikant en producer, zijn reflecties op kunst en zijn maatschappelijke betrokkenheid, maar de fragmenten zijn telkens verschillend. Het is een werkwijze die naadloos past op leven en werk van Brian Peter George St. John le Baptiste de la Salle Eno (1948), kortweg Eno.

Vanaf begin jaren zeventig met zijn doorbraak als toetsenist van de populaire glamrockband Roxy Music en vervolgens in zijn lange solocarrière is hij altijd bezig met geluidsexperimenten, het verkennen van nieuwe vooral elektronische muziek. Eno is sterk geïnspireerd door minimal music, noemt componisten als John Cage en Terry Reily als zijn voorbeeld. Hij wordt ook gezien als de geestelijk vader van ambient music: lange uitgesponnen composities met elektronische instrumenten, omgevingsgeluiden, soundscapes. En dan heeft hij een enorme record als producer. Zijn discografie omvat ruim veertig albums. Hij heeft met David Bowie, Talking Heads, U2 en Coldplay gewerkt. Hij componeerde het zes seconden durende opstartgeluid van Windows 95, maakte een audiovisuele installatie voor het Sydney Opera House, organiseerde concerten tegen de Irakoorlog. Fascinerende man.

En van al die aspecten uit dat rijke leven krijgt iedere kijker dus andere fragmenten te zien. In de versie die ik zag, vertelde hoe hij geïnspireerd werd door de muziek uit de jukeboxen op Amerikaanse legerbases in geboortestreek Suffolk, Chuck Berry! We zagen bijzondere beelden over de samenwerking met Bowie op diens artistieke hoogtepunt in Berlijn, midden jaren 70. Hij legde uit hoe geweldig de composities en de choreografie van Talking Heads in elkaar steken.

Fijn is de anekdote dat hij door Joni Mitchell benaderd werd om met haar een ambient-album op te nemen. Maar ook dat hij zo genoeg had van het stigma van ambient-aartsvader, dat hij bijna gillend de opdracht weigerde. En nu hij wat ouder, bezadigder is, kijkt hij er milder op terug en zegt in de camera: ‘Joni, mocht je het alsnog willen, je weet me te bereiken.’

Nu in ruste op zijn landgoed vertoont hij in de studio bijzondere YouTube-filmpjes, toont zijn interesse in planten en bloemen en verwoordt zijn levensfilosofie. ‘Kunst’ zegt ie ‘gaat om gevoel’, en zijn uitgangspunt is dat hij wil begrijpen hoe de wereld van gevoelens werkt.

De regisseurs kondigden bij de nazit aan dat ze binnenkort de database nog verder gaan uitbreiden met extra interviews en archiefmateriaal. De volgende stap is natuurlijk dat je als kijker een eigen keuze kunt maken uit de beelden en je eigen nog betere portret van Eno kunt samenstellen.

 

21 november 2024

 


Deel 1: Openingsfilm – About a Hero 
Deel 2: De Storm van Rechts
Deel 3: Personen met ongewone beroepen
Deel 4: Op zoek naar rechtvaardigheid
Deel 6: Lang leve het experiment
Deel 7: Palestina
Deel 8: Méér geschiedenis


MEER FILMFESTIVAL