Recensie: The Square

****

recensie The Square

Vertrouwen is een kunstwerk

door Alfred Bos

Met twee en een half uur is de nieuwe film van de Zweedse regisseur Ruben Östlund tjokvol. Wellicht te vol, want zijn verhaal over de museumdirecteur die zijn telefoon kwijtraakt biedt voldoende gelegenheid om zijn punt te scoren.

Ruben Östlund is een provocateur, een beetje als Paul Verhoeven. De Zweedse regisseur doet niet aan politiek correct en laat zijn publiek ongemakkelijk in hun stoelen schuiven. In zijn vorige film, Turist, was een huisvader het middelpunt van morele vragen over zorgzaamheid en persoonlijke moed. Ook in zijn nieuwe, het met de Gouden Palm van het filmfestival in Cannes onderscheiden The Square, wordt het egoïsme van een vader getest. Het is een zwarte komedie met surrealistische trekjes.

The Square

Christian (Claes Bang) is directeur van het museum X-Royali dat het kunstwerk Mirrors & Piles of Gravel van de kunstenaar Gijoni exposeert. Hij en zijn team zijn druk met de voorbereiding van de komende tentoonstelling, The Square, van de kunstenares Lole Ariane. Dat betreft een vierkant, gemarkeerd in kasseien, waar iedereen dezelfde rechten en plichten heeft. We begrijpen: dat geldt in de moderne samenleving niet meer.

Dat gegeven grijpt Östlund aan om een reeks spottende grappen over het snobisme en de luchtfietserij van de kunstwereld te maken – zie de prietpraat over de tentoonstelling die wordt gepresenteerd als non-tentoonstelling – maar het werkelijke object van zijn venijn is de moraal van het individu in het welvarende westen. Christian denkt hoog over zichzelf, maar een mondig immigrantenjongetje zet hem op zijn plek.

Telefoon is identiteit
Voor het zover is moet de kijker door 150 minuten sociale satire laveren en tussen de geslaagde scènes – waarvan er één ronduit briljant is – zitten genoeg té lang gerekte conversaties en minder relevante zijpaden om de film met een half uur te trimmen zonder aan zeggingskracht in te boeten. Die zou in meer compacte vorm wellicht nog groter zijn.

The Square toont ons het leven van Christian. De museumdirecteur is gescheiden en deeltijdpapa voor zijn twee jonge dochters. Hij is zelfingenomen en ijdel, maar ook maatschappelijk bewogen. De belangrijkste verhaallijn draait rond zijn pogingen om zijn smartphone en portefeuille terug te krijgen, nadat die hem op ingenieuze wijze, door teamwork (!), zijn ontfutseld. Die telefoon, meer nog dan zijn portemonnee, is zijn identiteit, zijn zekerheid.

Daar doorheen weeft Östlund, die tevens tekende voor het script, de voorbereidingen van de expositie over het vierkant dat vertrouwen symboliseert. De regisseur neemt alle ruimte – en op sommige momenten helaas ook iets teveel tijd – om de blaaskakerij van de eigentijdse kunstwereld te persifleren. Als een journaliste, Anne (Elisabeth Moss), Christian vraagt zijn abstracte woorddiarree om te zetten in normale taal, valt hij stil.

Anne jaagt op Christian als seksobject en de verhaallijn over hun relatie is, hoewel goed voor een stuntelige bedscène en een geestige dialoog in het museum, in feite overbodig. Dat het Christian ontbreekt aan ruggengraat hadden we al begrepen uit de scènes waarin hij zich druk maakt om zijn verdwenen telefoon. Dat hij ook in de liefde passief-agressief is, voegt niets toe. Of heeft Östland die zijlijn nodig vanwege Anne’s huisdier, een chimpansee?

The Square

Universele moraal
Östlund neemt veel op de korrel. Mediahysterie, aangejaagd door zielloze (en feitelijk a-creatieve) marketing, veroorzaakt een schandaal dat de museumdirecteur in grotere problemen brengt dan zijn verloren telefoon. Slim weeft de regisseur de thematiek rond immigranten en zwervers als running gag door het verhaal; een zwerfvrouw bedelt met de tekst “Ik heb drie kinderen en diabetes.” Tolerantie strekt tot Tourette-patiënten die met schunnige praat openbare interviews verstoren, dat heet vrijheid van meningsuiting. Bejaarden staan te dansen op de beukende techno van Justice. Ook de muziekselectie zal geen toeval zijn.

Net als in Turist blijken Zweedse kinderen tirannieke monsters. Ook Christians tegenstrever, een jongetje met een niet-Scandinavische achtergrond, lijkt zich onuitstaanbaar te gedragen en staat haaks op de beschaving die Christian personifieert, maar hij heeft geen vierkant nodig om temidden van alle surrealistische gekte een universele moraal uit te dragen.

Dat alles is zeer vermakelijk en raakt enkele open zenuwen van het westerse consumptieparadijs. Östlunds bijtende humor staat haaks op de bloedige ernst waarmee de Fransman Bertrand Bonello in Nocturama de ontzielende werking van het kapitalisme schetst. Maar het absolute hoogtepunt van de film – en wellicht het filmjaar – is het galadiner waarop de zelfgenoegzame winnaars van de maatschappelijke rat race op onnavolgbare wijze een spiegel krijgen voorgehouden. De mens is een aap met smartphone, maar nog steeds een aap.
 

7 november 2017

 
MEER RECENSIES