Somebody Up There Likes Me

**
recensie Somebody Up There Likes Me

Leve de lol en excuses voor de brokken

door Alfred Bos

Sympathieke, maar rommelige documentaire over de schilderende schelm van de Britse rockaristocratie, Stones-gitarist Ron Wood. “Waarschijnlijk vind ik dingen te lekker.”

Sommige mensen zwijnen door het leven. Neem Ron Wood, gitarist van The Rolling Stones en bon vivant par excellence. Zijn vader een onverbeterlijke pretletter, zijn beide broers alcoholist, hijzelf misbruiker van meerdere substanties. Maar ook: intiem met de Britse rockroyalty, altijd op het juiste moment op de juiste plek, heel sociaal, te aardig om boos op te worden.

En getalenteerd. Dubbel zelfs, als muzikant en beeldend kunstenaar, net als zijn tien jaar oudere broer Art. Ron Wood (1947) is van de Britse generatie arbeiderskinderen die na de oorlog via de kunstacademie aan hun milieu konden ontsnappen, evenals collega-Rolling Stone Keith Richards, Who-voorman Pete Townshend, meestergitarist Eric Clapton en vele anderen.

Somebody Up There Likes Me

En ook: het jongste broertje, letterlijk en figuurlijk. Nooit de brandhaard zelf, wel altijd dicht bij het vuur te vinden. En genoeg feestnummer om de kachel op te stoken wanneer de vlam dreigt te smeulen. Het boefje dat door iedereen wordt vergeven, omdat—wel, wat heeft hij eigenlijk kwaad gedaan? We hadden toch lol?

Ron Wood is twee keer opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame, in 1989 met The Rolling Stones en in 2012 met The Faces. Iemand daarboven had een oogje op hem.

In de sterren geschreven
In The Rolling Stones is Wood de sparringpartner van Keith Richards, samen vlechten ze het gitaartapijt waarop Mick Jagger danst. Als Stones-fan van het allereerste uur heeft hij die rol altijd geambieerd. Toen Brian Jones in 1969 uit de Stones werd geknikkerd, was hij al in beeld als vervanger. Zijn kans zou later komen.

De derde band waarmee Ron Wood had kunnen schitteren in de Rock and Roll Hall of Fame is de Jeff Beck Group, waarin hij speelde als bassist. Die groep pionierde het geluid waarmee Led Zeppelin wereldberoemd werd. Daar leerde hij Rod Stewart kennen en als The Faces zetten ze begin jaren zeventig nieuwe records op het vlak van feestelijke uitspattingen. In muzikaal opzicht waren The Faces een kloon van de Stones.

Wanneer The Faces op pauze stonden omdat Stewart druk was met zijn solocarrière, toerde Wood met Keith Richards en andere bevriende muzikanten als Woody & Friends. Richards speelde ook mee op Woods eerste soloalbums, I’ve Got My Own Album To Do (1974) en Now Look (1975), evenals Mick Jagger, de andere Stones-gitarist Mick Taylor en voormalige Beatle George Harrison.

Toen Mick Taylor in 1975 de Stones plots verliet, was zijn opvolger snel gevonden. Het stond in de sterren geschreven.

Somebody Up There Likes Me

Ons-kent-ons
De loopbaan van Ron Wood is die van insider in bevoorrechte kringen en jammer genoeg heeft de documentaire Somebody Up There Likes Me een hoog ons-kent-ons gehalte. Niks mis mee, alleen wordt er niets uitgelegd en teveel aan de kijker overgelaten. Geen context, geen achtergrond—het wordt kennelijk bekend verondersteld. Zo is het gesprek tussen Peter Grant, manager van Led Zeppelin, en Malcolm McLaren, manager van de Sex Pistols, voor niet-insiders volstrekte abracadabra en zijn hun opmerkingen over de links tussen gangsters en de Londense muziekscene van de jaren zestig interessant genoeg voor een eigen documentaire.

Er is geen duidelijke tijdlijn en geen helder verhaal. Er zijn clips van toen. We zien Wood in de weer met penseel en gitaar. Rod Stewart is Rod Stewart, ook al gaat het over Ron Wood. Diens problemen met alcohol en drugs worden eufemistisch aangestipt door Mick Jagger, Charlie Watts en Keith Richards, die erg hun best doen om in vleiende termen ’s mans schaduwkanten te schetsen. Het feestvarken zelf, charmant en de vriendelijkheid zelve, constateert dat hij altijd kiest voor avontuur, zonder nadenken. Keith Richards roemt zijn gestel: “Hij heeft een hoge tolerantie voor pijn en een geweldig afweersysteem.”

Somebody Up There Likes Me van de Engelse regisseur Mike Figgis (bekendste werk: Leaving Las Vegas, 1995) stond aanvankelijk gepland als openingsfilm van het muziekdocumentairefestival In-Edit. Veel wijzer worden we niet van deze korte, krap vijf kwartier durende documentaire. Misschien is documentaire een te groot woord voor deze film. Het is eerder een ‘Wij van Wc-eend’ portret van iemand die brokken maakt. En hem veel geluk brachten.

 

29 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Stamping Ground

**
recensie Stamping Ground

Woodstock achter de dijken

door Alfred Bos

Exact vijftig jaar na ‘Kralingen’ is de concertfilm over het eerste meerdaagse popfestival op het Europese continent een weekend lang opnieuw te zien. Maar kan Stamping Ground wedijveren met de fameuze Woodstock-concertfilm?

In het laatste weekend van juni 1970 vond het Holland Pop Festival plaats, het eerste meerdaagse muziekfestival van Nederland. Het is bekend geworden als ‘Kralingen’, naar de locatie van het evenement: het park aan de oever van de Kralingse Plas bij Rotterdam. Kaarten kostten 35 gulden in de voorverkoop (veertig aan de deur) en er kwamen volgens de organisatoren, Georges Knap en Mojo-oprichter Berry Visser, zo’n honderdduizend mensen op af. Kralingen is de geschiedenis ingegaan als ‘het Nederlandse Woodstock’.

Stamping Ground

Het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk stond garant voor 25.000 gulden en het gebruik van (soft)drugs werd door de politie gedoogd; alcohol was verboden. Op donderdag 25 juni, daags voor de aanvang van het driedaagse festival, was in de Nederlandse bioscopen de concertfilm Woodstock in première gegaan. Die hadden de hippies die zich dat weekend verzamelden op de zonnewei van Kralingen, nog niet gezien. Maar ze gedroegen zich opmerkelijk identiek aan hun Amerikaanse tegenhangers: zorgeloos, vredelievend en non-conformistisch. Menigeen stapte uit de kleren en dook in de plas.

Chaotisch allegaartje
Kralingen had betere faciliteiten dan het festival in Bethel, New York. Het programma telde enkele prominente acts van het Woodstock-affiche: Santana, Canned Heat, Jefferson Airplane, Country Joe. Er was ook noodweer, net als tijdens Woodstock. En, de overeenkomsten houden niet op, een jaar later draaide er in de cinema een filmverslag van het gebeuren. Stamping Ground (de Amerikaanse titel, in Europa kwam de film uit als Love and Music) was een Duits-Nederlandse productie, geregisseerd door Hans Jürgen Pohland en George Sluizer. Jan De Bont en Theo van de Sande, die nadien carrière maakten in Hollywood, deden – met anderen – het camerawerk. George Sluizer, overleden in 2014, maakte in 1993 Spoorloos (The Vanishing), gewaardeerd door Stanley Kubrick. Van Pohland is weinig meer vernomen.

Vreemd is dat niet. Stamping Ground was in zijn originele versie een tamelijk chaotisch allegaartje van concertbeelden, nietszeggende interviews, shots van festivalpubliek in diverse stadia van ontkleding en—toeristische beelden van molens en bollenvelden? Over dat beeld werden teksten geprojecteerd die de lof zongen van het vreedzame publiek: ‘de helft is tussen de 17 en 22 jaar oud of jonger’, ‘41% van de bezoekers is vrouw’. Tussen de concertfilms van begin jaren zeventig, naast Woodstock onder meer Gimme Shelter (Altamont, met de Stones, te zien op YouTube) en Wattstaxx (het ‘zwarte Woodstock’, te zien op YouTube), is de film van Pohland een losse flodder; het camerawerk niet zelden beroerd, de montage een hutspot, het resultaat – hoe is het mogelijk? – ronduit saai.

Stamping Ground

Amerikaans georiënteerde muziekselectie
De director’s cut, toegeschreven aan George Sluizer en gerestaureerd door EYE Filmmusuem, zet de voornaamste bezwaren recht. De toeristische liflafjes en wervende teksten over het beeld zijn verdwenen. Wat is gebleven zijn de impressionistische montage (van de latere James Bond-regisseur Roger Spottiswoode), de nutteloze interviews (van creatief bloemenkind Laurie Langenbach) en het bij vlagen flodderige camerawerk.

Ook gebleven is de Amerikaans georiënteerde muziekselectie. The Byrds zijn – in de film althans – het muzikale hoogtepunt van het festival. Daar staan terecht vergeten Amerikaanse acts als It’s A Beautiful Day (een soort Jefferson Airplane light) en The Flock (een mislukte poging tot progrock) tegenover. Er is een contingent interessante bands uit Engeland, maar men kiest voor de hippiekarikatuur van Quintessence, terwijl artistieke zwaargewichten als Pentangle, Fairport Convention en Fotheringay worden genegeerd. Van de Nederlandse bijdragen van C.C.C. Inc., Focus en Ekseption geen glimp.

Het missen van Mungo Jerry op zondag is een regelrechte blunder. In the Summertime was dé zomerhit van 1970, het nummer bleek tijdens het weekend van Kralingen de grootste steiger in de Top 40 van Radio Veronica: van 22 naar 5 (twee weken later stond het op de eerste plaats). Zie het voor je: een zonnige festivalwei met freewheelende hippies die meedeinen op de muziek van Ray Dorset en zijn mannen. Maar niemand van het filmteam lette op, er was kennelijk geen redactie. Het had de Stamping Ground-tegenhanger kunnen zijn van het beroemde Fish Cheer-moment met Country Joe uit de Woodstock-film.

Stamping Ground

Culturele revolutie
Nog geen kwart van de bezoekers betaalde voor toegang en de Stichting Holland Pop Festival ging failliet. In 1971 verscheen – naast de film – het boek Kralingen ’70 ’n Grote Blijde Bende. Mojo Concerts groeide uit tot de grootste concertpromotor van Nederland, verantwoordelijk voor een reeks festivals. C.C.C. Inc.-leden Huib Schreurs en Jaap van Beusekom werden directeur van respectievelijk Paradiso en het Nederlands Pop Instituut; Ernst Jansz richtte Doe Maar op. Focus werd wereldberoemd. Interviewster Laurie Langenbach overleed in 1984 aan kanker. In 2013 verscheen aan de oever van de Kralingse Plas een monument ter herinnering aan het eerste meerdaagse festival op het Europese continent.

In de eenentwintigste eeuw werd Kralingen een studieobject van cultuursociologen. Het festival markeert in Nederland het begin van ontzuiling en gedoogbeleid. Het begon met Radio Veronica en Provo en eindigde op een grasveld bij een Rotterdamse plas: de culturele omwenteling van de jaren zestig was voltooid. Holland Pop Festival alias Kralingen is inderdaad ‘het Nederlandse Woodstock’. In 1970 al was Nederland het ijverigste jongetje van de klas als het gaat om Amerika nadoen.


De gerestaureerde director’s cut van
Stamping Ground is op vrijdag 26, zaterdag 27 en zondag 28 juni, exact vijftig jaar na het evenement, als stream te zien via Pathé Thuis en in enkele bioscopen. De oorspronkelijke versie van de film is te zien op YouTube

 

22 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Secret Impressionists

***
recensie Secret Impressionists

De natuur is de artiest

door Cor Oliemeulen

De impressionistische schilders ontketenden met hun nieuwe thema’s en technieken een revolutie en openden de deur voor avant-gardistische stromingen na hen. In Secret Impressionists maken we nader kennis aan de hand van vijftig onbekende werken uit privécollecties die bijna anderhalve eeuw later niets van hun aantrekkingskracht hebben verloren.

Na Leonardo: The Works en Lucian Freud: A Self Portrait brengt Arts in Cinema dit jaar een vijftal kunstdocumentaires van ABC Film Distribution in de bioscoop. Secret Impressionists, dat vanaf 11 juni is te zien, zal worden gevolgd door Gaugain: From The National Gallery London (2 juli), Frida Kahlo (10 september), Maverick Modigliani (8 oktober) en Raphael: The Young Prodigy (12 november).

Secret Impressionists

Spiegel van de alledaagse ziel
We trappen dus af met Secret Impressionists dat misschien wel de grootste kunstrevolutie belicht: het impressionisme. Zoals de titel aangeeft, betreft het nooit eerder voor het publiek vertoonde werken van onder meer Manet, Caillebotte, Renoir, Monet, Cézanne, Signac, Sisley en Berthe Morisot. Aan het woord komen de twee curatoren van de tentoonstelling in Palazzo Bonaparte in Rome, experts, historici, kunstenaars, verzamelaars en andere kenners die vanuit hun expertise hun licht over de vijftig schilderijen laten schijnen. Zij geven een antwoord op de vragen hoe de impressionisten de wereld zagen, hoe het publiek aanvankelijk op hun werk reageerde en hoe het impressionisme andere kunststromingen zou beïnvloeden. Alles begeleid door een meditatief muziekje en soms gelardeerd met impressionistische camerabeelden.

Iemand die een beetje verstand van kunst heeft, weet dat het bij het impressionisme vooral draait om licht en kleur. En dat je bijna altijd vrolijk wordt als je een impressionistisch schilderij ziet. Ontstaan rond 1870 zette een nieuwe lichting kunstschilders in Frankrijk zich af tegen de toenmalige praktijken en thema’s. De impressionisten hadden geen gemeenschappelijke regels, maar gaven door hun focus op licht en kleur een nieuwe visie op de wereld, waarin de natuur, het dagelijkse leven en het vangen van het moment centraal stonden. Iedere vertegenwoordiger had zijn eigen thema en zijn eigen penseelstreken.

Secret Impressionists

Filmdoek is geen museum
We leren dat de impressionisten niet welkom waren in de kunstgaleries en dat ook het publiek deze moderne interpretatie van de werkelijkheid aanvankelijk niet kon waarderen. En zoals dat vroeger vaak ging met kunstschilders leefden ze vaak onder erbarmelijke omstandigheden en werd hun kunst pas gewaardeerd nadat ze er zelf niets meer aan hadden. Eén van de uitzonderingen was Claude Monet, bij de meeste mensen bekend van zijn waterlelies, die een obsessie voor het gebruik van licht ontwikkelde. Gelukkig vormden de impressionisten volgens de documentaire uiteindelijk een grote familie. Bijna alle belangrijke vertegenwoordigers komen in vogelvlucht voorbij, met een prominente rol voor de enige vrouw (die vooral vrouwen en kinderen schilderde) in het gezelschap, Berthe Morisot, die later zelfs nog model stond voor collega en vriend Édouard Manet.

Hoe leuk het ook is om je kennis van dit boeiend stukje kunstgeschiedenis bij te spijkeren, blijkt het altijd lastig om een documentaire over kunstenaars of kunststromingen samen te stellen. Je moet ervoor waken dat het geen saaie geschiedenisles van jaartallen en feitjes wordt. Na een uurtje is de eerste geeuw moeilijk te onderdrukken. Je kunt immers pas werkelijk kennismaken met een kunstwerk op een bankje in een museum. Je vergeet de tijd door helemaal op te gaan in het schilderij dat jou zo raakt en hebt de gelegenheid om allerlei details te ontdekken. Desalniettemin is het lesje kunstgeschiedenis op afstand in Secret Impressionists over het algemeen een lust voor het oog, maar tevens een reclamefilm voor de expositie in Rome.

Tenminste, dat zou je zeggen. Nadat de beoogde expositie door het coronavirus moest worden uitgesteld, is de korte heropening (van 30 mei tot en met 7 juni) ook al weer voorbij. Kennelijk konden de verzamelaars hun beschikbaar gestelde impressionistische schilderijen niet langer missen. Gelukkig hebben we de film nog.

Kijk hier waar deze film draait.

 

9 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Seules les bêtes

****
recensie Seules les bêtes

Een kleine wereld

door Cor Oliemeulen

Een vrouw verdwijnt op mysterieuze wijze in een sneeuwstorm. In vijf hoofdstukken ontdekken we de dader en het motief, als blijkt dat de levens van alle personages op ingenieuze wijze met elkaar zijn verweven.

In deze whodunit van de Franse regisseur Dominik Moll wil iedereen ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Vijf personen met vijf liefdesverhalen, vol geheimen, onbegrip, fantasieën en teleurstellingen. Vijf perspectieven op een tragische geschiedenis waarin vaak niets is wat het lijkt.

Seules les bêtes

Perspectiefwisselingen
In Seules les bêtes, gebaseerd op de gelijknamige roman van de Franse noir-schrijver Colin Niel, maken we allereerst kennis met Alice Farange (Laure Calamy), een sociaal werkster die wordt verwaarloosd door haar man Michel (Denis Ménochet: Inglourious Basterds), een veeboer. Hij vermoedt dat Alice vreemdgaat met een andere veeboer, Joseph Bonnefille (Damien Bonnard), wat inderdaad het geval is. Joseph leeft teruggetrokken na het overlijden van zijn moeder en ziet op een dag dat zijn hond is doodgeschoten. Alice verdenkt Michel daarvan, zeker nadat hij met een bebloed gezicht thuiskomt. Langzaam bespeuren we dat er meer aan de hand is. Veel meer.

In het tweede hoofdstuk verschuift het perspectief naar Joseph, die op zijn erf een verrassende ontdekking doet. We leren dat hij niet langer wil doorgaan met zijn affaire met Alice zodat hij zijn geheim en zijn onverwerkte verdriet een plaats kan geven. In het derde hoofdstuk verschijnt Marion (Nadia Tereszkiewicz) ten tonele. Zij werkt als serveerster en heeft een stormachtige liefdesaffaire met de twintig jaar oudere Evelyne Ducat (Valeria Bruni Tedeschi: Il capitale umano, Ma Loute, La pazza gioia), de vrouw die later op mysterieuze wijze in een sneeuwstorm zal verdwijnen.

Grenzeloos
Die eerste drie hoofdstukken van deze mozaïekfilm spelen zich af in de Causse Méjean, een uitgestrekt, geïsoleerd kalksteenplateau in Zuid-Frankrijk. Omsloten door nauwe valleien tussen rotsachtige heuvels en slechts toegankelijk via smalle wegen weerspiegelt deze omgeving de eenzaamheid en geheimzinnigheid van de personages. Het onherbergzame besneeuwde panorama roept herinneringen op aan films van Nuri Bilge Ceylan (Winter Sleep) waarin het rauwe en pure landschap de karakters versterkt.

Seules les bêtes

Dan plots verschuift het verhaal van het Franse platteland naar een arme wijk in de miljoenenstad Abidjan in Ivoorkust waar Armand (Guy Roger N’Drin) ervan droomt rijk te worden. Geld voor eten is er nauwelijks, maar net als veel van zijn vrienden zien we hem wel achter een laptop, de toegangspoort tot de moderne wereld zonder grenzen. Het toverwoord is internet en de weg naar het fortuin heet oplichting. Het zal niet lang duren voordat we weten wie de dupe is van deze praktijken en hoe de levens van alle personages uiteindelijk elkaar beïnvloeden.

Gelaagd
De kracht van deze whodunit is de knap opgebouwde spanningsboog. Ieder nieuw hoofdstuk voegt extra lagen toe en verduidelijkt hoe situaties en personen nauw met elkaar zijn verweven, zonder dat (meestal) van elkaar te weten. En zo kan het gebeuren dat een vrouw van de aardbodem verdwijnt door toedoen van een tragisch misverstand, nadat zij elders is opgedoken om troost te brengen.

Seules les bêtes wordt soms wel heel achteloos vergeleken met de perspectiefwisselingen op een misdaad in Rashomon (1950) en de vervlochten verhalen in Babel (2006), maar dit uiterst onderhoudende misdaaddrama biedt meer dan voldoende kwaliteiten om op zichzelf te staan.

Seules les bêtes is vanaf 1 april te zien op VOD-kanalen Pathé Thuis, Ziggo, KPN, Cinetree en Cinemember.

 

28 maart 2020

 

ALLE RECENSIES

Sibel

****
recensie Sibel

Ode aan de underdog

door Cor Oliemeulen

Sibel kan sinds een ziekte in haar kindertijd niet meer spreken en bedient zich van een fluittaal. Wegens haar handicap wordt ze niet geaccepteerd door de kleine gemeenschap in de bergachtige Zwarte Zee-regio van Noordoost-Turkije. Sibel mag dan wel refereren naar klassieke sprookjes, maar is vooral een parabel over vrijheid.

Met haar grote vurige ogen en haar onafhankelijke geest is de 25-jarige Sibel (Damla Sönmez) een opvallende verschijning. Als ze met de andere vrouwen op het land werkt, moet ze bij hen uit de buurt blijven, want misschien is haar stomheid wel besmettelijk. Ook haar zusje Fatma (Elit Iscan) moet niets van haar hebben; ze stuurt Sibel onverbiddelijk weg als zij onaangekondigd op een traditionele bruiloft verschijnt.

Sibel

Jacht
Sinds de dood van zijn vrouw is Sibel het oogappeltje van hun vader (Emin Gürsoy), het hoofd van het dorp. Hij leert Sibel jagen en geeft haar een geweer, waarmee zij op jacht gaat naar een boze wolf in de bossen die de dorpelingen zou bedreigen. Sibel hoopt dat ze eindelijk zal worden geaccepteerd wanneer ze de wolf heeft gedood. De enige buiten haar vader met wie ze menselijk contact heeft, is de oudere vrouw Narin (Meral Çetinkaya) die in een huisje in de bossen woont en haar verstand lijkt te hebben verloren nadat haar man verdween.

In plaats van een wolf treft Sibel op een dag ene Ali (Erkan Kolçak Köstendil) aan in een kuil met puntige stokken. Hij is op de vlucht, maar dat weerhoudt Sibel er niet van om zijn wonden met plantenextracten te verzorgen en langzaam een band met hem op te bouwen. Zij geeft hem te eten en wat praktische zaken en leert hem zelfs wat kneepjes van de lokale fluittaal. Maar als Sibel in de bossen wordt gesignaleerd met deze gevaarlijk geachte man, neemt de weerstand tegen haar, maar ook haar vader en zusje toe. Met dramatische gevolgen.

Sibel

Fluittaal
Waar de recente Roemeense neo-noir The Whistlers een fluittaal in al zijn meligheid laat dienen als codetaal, is de ‘vogeltaal’ (Kuş dili) in Sibel zeer realistisch. Onderzoekers ontdekten weliswaar soortelijke fluittalen in Frankrijk, Spanje, China en Mexico, echter de Turkse variant draagt het verst. Door een zeer hoge frequentie van 4.000 Herz kan door de diepe valleien een afstand van vijf kilometer worden overbrugd. Niet zomaar simpele mededelingen, maar ook ingewikkelde zinnen. Tussen de geluiden van de natuur en het oproepgebed hoor je in deze contreien dus regelmatig schel fluitende autochtonen.

Guillaume Giovanetti en Çagla Zencirci maakten kennis met de fluittaal in Kusköy, dat bekendstaat als ‘Dorp van de vogels’, en besloten er de film Sibel te maken. Het titelpersonage leerde ter plekke de vertalingen uit het Turks, alsook de speciale fluittechnieken met en zonder het gebruik van vingers. Nog zo’n tienduizend mensen in deze regio communiceren als zodanig en de fluittaal wordt zowaar sinds kort aangeboden op de universiteit van Giresun in Noordoost-Turkije. Hoewel de verspreiding van mobieltjes toeneemt, probeert ook een jaarlijks festival de 500 jaar oude traditie levend te houden.

Sibel

Universeel
Traditie is ook de rode draad in Sibel, dat qua thema en locatie sterk verwant is aan Mustang (2015) waarin Turkse zusjes zich trachten te ontdoen van hun beklemmende bestemming in een patriarchale, star religieuze omgeving. Sibel kent in dat opzicht minder nuance en diepgang dan Mustang en beperkt zich tot vrij stereotiepe beelden van wel of geen hoofddoekje, het voorkomen van schande, en het redden van eer en aanzien.

Ook de verhouding tussen man en vrouw ligt er wat dik bovenop, hoewel zowel Ali als Sibels vader zich door de omstandigheden enigszins weten aan te passen. Wat we niet in de film zien is dat in deze traditionele regio een fanatieke vrouwenactiegroep strijdt om de natuur te beschermen tegen de oprukkende mijnbouwbedrijven. Volgens sommigen zijn hier de mannen sowieso minder strijdbaar dan vrouwen.

In Sibel is het enige strijdbare personage de titelheldin, die teleurstellingen en vernederingen moet trotseren. Ze is veel strijdbaarder dan de enige mannen in het verhaal – Ali en haar vader – die op hun manier dapper proberen te zijn. Maar in feite is de gemeenschap met haar traditionele waarden en normen waarin Sibel leeft helemaal niet zo relevant. De makers vertellen een universele boodschap, die wat doet denken aan Roodkapje en De Wolf of Assepoester. Eenvoudig, begrijpelijk voor kinderen, is Sibel hoofdzakelijk een ode aan de onafhankelijke geest en het streven naar acceptatie.

 

28 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

System Crasher

****
recensie System Crasher

Verknipte roze wolk

door Suzan Groothuis

De 9-jarige Benni is een onmogelijk kind. Bij het minste geringste ontsteekt ze in woede. Vooral wanneer haar gezicht aangeraakt wordt. Een traumatische ervaring van vroeger, want als baby kreeg ze luiers in haar gezicht gedrukt. System Crasher is meeslepend, rauw en eerlijk: een onthutsend portret van een kind in haar wanhopige zoektocht naar liefde.

Nora Fingscheidt legt in haar speelfilmdebuut feilloos vast waar hulpverlenende instanties, al is de intentie nog zo goed, falen. Een onthecht, getraumatiseerd meisje wil het liefst bij haar moeder zijn. Maar moeder kan het niet aan, en zo wordt het kind van opvang naar opvang gesleept.

System Crasher

Benni is een kind waar je niet omheen kan. Met haar warrige lichtblonde haren en roze jasje schreeuwt ze om aandacht. Niet soms, maar altijd. Haar begeleiders noemt ze steevast “opvoeder”. Terwijl Benni op school hoort te zitten, loopt ze op straat en schopt ze stennis. Want waarom zou ze naar school gaan, als ze het liefst bij haar moeder wil zijn?

Ondanks het feit dat Benni al jaren van opvang naar opvang gaat (de opnames in een klinisch ziekenhuis nog niet eens meegerekend) verlangt ze nog steeds naar thuis. Maar haar thuis is geen gezonde plek: haar moeder is kwetsbaar, heeft een gewelddadige vriend en kan de zorg voor haar andere twee kinderen amper aan. Daarbij is ze bang voor haar eigen, onberekenbare dochter.

De deuren dicht
Terwijl Benni het anderen, maar vooral zichzelf, erg moeilijk maakt met haar agressieve gedrag en ondoorgrondelijke paniekaanvallen, is haar sociaal werker zoekend naar een plek. Tijdelijk kan Benni bij een opvang terecht. Maar de realiteit stemt treurig: vanwege Benni’s complexe casuïstiek willen veel woonvormen haar niet. Iedere hulpverlenende instantie doet de deur dicht, dus wat rest zijn onorthodoxe methoden om op terug te vallen.

De jonge schoolbegeleider Micha, zelf net vader geworden, lijkt een ingang te hebben bij het meisje en doet het voorstel haar mee te nemen naar een boshut. Als zijnde therapie, waar ze overgeleverd zijn aan rust en creatief overleven. Hij, in de stille hoop dat hij Benni kan redden, zij, in een prachtig, wat surreëel moment, roepend om haar moeder. Haar klanken echoën hartverscheurend na.

System Crasher

Roze verbeelding
Er zit wel meer verbeelding in System Crasher. Het dynamische kleurgebruik, bijvoorbeeld. Roze is prominent in beeld. Niet alleen in Benni’s jasje, maar ook wanneer haar gezicht – expres of per ongeluk – wordt aangeraakt. We zien een waas van roze, waarin flarden van pijnlijke herinneringen zichtbaar zijn. Maar ook die aanhoudende zucht om aangeraakt te worden door de enige die dat echt mag – haar moeder.

Ondertussen legt Nora Fingscheidt, die System Crasher regisseerde en schreef, feilloos de hulpverlening rondom Benni vast. We zien verschillende meningen en visies: betrokken medewerkers die moeten waken voor het redderssyndroom, de vermoeidheid en stress rondom het vinden van een plek, opties die uitgeput raken en vechtlust die opraakt. Wanneer er al een hoopvol moment is, wordt die even later weer teniet gedaan – door de nietsontziende bureaucratie, door een moeder die beloften doet die ze niet na kan komen.

En dan is daar Helena Zengel die in haar rol van Benni iets fenomenaals doet. Zo onthecht en beschadigd als Benni is, geeft Zengel haar ook een bepaalde kracht mee. Met spaarzame momenten kan Benni bijzonder liefdevol of invoelend zijn. Tegelijkertijd is er de argwaan, de boosheid, en het immense verdriet. System Crasher is een continu spanningsveld tussen zijn in deze wereld zonder iemand die er onvoorwaardelijk voor je is. Benni’s realiteit is als een pijnlijke roze wolk, waarin ze wanhopig zoekt naar liefde.

 

24 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Sons of Denmark

*
recensie Sons of Denmark

Nichts of Denmark

door Yordan Coban

Nog zeldzamer dan een terroristische aanval is het vinden van een goede film over de multiculturele samenleving. Sons of Denmark wil graag een boodschap overbrengen, maar vergeet een film te zijn.

De film opent met een bomaanslag die gevolgd wordt door een interview van een rechtse politicus die de oorlog verklaart aan migranten en de multiculturele samenleving. Vervolgens ontmoeten we Zakaria (gespeeld door Mohammed Ismael Mohammed) die samen met zijn moeder en zijn broertje uit Irak naar Denemarken gevlucht zijn. De aanslag beweegt een golf van xenofobe stuiptrekkingen, althans zo wordt beweerd. Zakaria besluit van zich af te bijten en zich aan te sluiten bij een terroristische groepering.

Sons of Denmark

Het gaat niet om Allah
Vol frustratie kijkt Zakaria ‘s nachts naar beelden van bombardementen in Irak en voedt zo zijn afkeer tegen het westen. De film heeft een duidelijke visie: terrorisme is vooral een geopolitiek gevolg en niet slechts een op zichzelf staand religieus fenomeen.

Dit is iets wat ook in de Nederlandse media te vaak onbelicht blijft. Geweld lokt altijd meer geweld uit. “Het gaat niet om Allah”, zegt Zakaria op een gegeven moment tegen zijn vriend. Eén van de weinige stukken dialoog in Sons of Denmark die enigszins tot hersenactiviteit beweegt.

Infantiel straatschoffie
Zakaria is het typische cliché-straatschoffie met een hart van goud. Zijn moeder en broer betekenen alles voor hem, dat wordt de kijker goed duidelijk gemaakt. De band tussen moeder en zoons bestaat uit samen eten en elkaar lachend aanstaren. Het script van de film is, ondanks het zware onderwerp, op kinderlijke wijze geschreven. Er wordt dromerig gepredikt in abstracto op een Terrence Malick-achtige wijze.

Toch profileren scènes zich meer mechanisch en onnatuurlijk, gelijke een Christopher Nolan-script of een generieke Netflix-serie. Gewelddadige scènes worden tegen een zielige uit het raam starende moeder gezet; zij compenseert de afwezigheid van haar zoon met het neuriën van de kinderliedjes uit zijn jeugd. Tenenkrommende zorgverzekeraarreclames zijn subtieler en geloofwaardiger in het mimicken van menselijke emotie.

Sons of Denmark

Dulden
Zakaria wordt verraden door zijn “vriend” Ali (gespeeld door Zaki Youssef) en opgepakt. De rechtse beweging Sons of Denmark begint vervolgens op de maat van Mozarts Lacrimosa minderheden aan te vallen. En de kijker heeft het maar te dulden. Maar gelukkig eindigen we in de grote finale met nog zo’n prachtig kinderliedje, om het af te leren.

Regisseur Ulaa Salim keek naar Aus dem Nichts (2017) en dacht: dat kan ik ook. Zonder cinematisch raffinement kan dat echter niet. Aus dem Nichts was dan nog niet eens één van de memorabele films van Fatih Akin. Er valt nog genoeg interessants te zeggen over de Europese multiculturele samenleving, de vluchtelingencrisis en integratie, maar er zijn zo weinig serieuze auteurs.

 

19 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Star Wars: The Rise of Skywalker

**
recensie Star Wars: The Rise of Skywalker

Geest van het verleden

door Michel Rensen

Na het wisselend ontvangen The Last Jedi keert JJ Abrams terug in de regiestoel. Net als The Force Awakens bouwt ook de laatste film in de reeks sterk op herkenbare elementen uit de franchise. Een risicoloze nostalgierace door de ruimte. 

Na het overlijden van Luke Skywalker en het verlies van de held waar het verzet zo naar verlangde, is het aan Rey om zijn rol in te gaan vullen. Eindelijk herenigd met Finn en Poe is het trio weer samen om voor eens en altijd af te rekenen met Kylo Ren en de First Order. Een bericht met de stem van Palpatine leidt Rey en haar mede-rebellen naar de verborgen planeet Exegol om de onbekende, duistere macht te confronteren. Aangezien Kylo Ren geen macht boven zich duldt, is ook hij op weg naar Exegol om zijn concurrent uit te schakelen. De wegen van Rey en Kylo lijken onvermijdelijk weer samen te komen.

Star Wars: The Rise of Skywalker

Op zoek naar de route die hen naar de verborgen planeet zal leiden, rolt het trio van mini-plot naar mini-plot waarin doorlopende elementen nauwelijks een rol spelen. De plotselinge introductie van nieuwe en bekende personages en het gebruik van Reys Force-krachten duwen het verhaal zeer kunstmatig voort. Van spanning valt nauwelijks te spreken, de personages zijn vooral een hoop aan het rennen.

Net als de personages staat ook de camera vrijwel nooit stil. De film neemt helaas niet de tijd om een dramatisch element in te laten werken. Waar het ontvluchten van hun situatie in The Force Awakens een cruciaal onderdeel van het verhaal is, voelt het hier vooral als het uitstellen van het onoverkomelijke eindgevecht.

Star Wars: The Rise of Skywalker

Nostalgische fanservice
JJ Abrams gooit de toekomstgerichte visie van The Last Jedi met het badwater weg. De film is doordrenkt met nostalgische fanservice. George Lucas is waarschijnlijk de enige nog levende medewerker van de originele trilogie die niet zijn steentje aan deze film heeft mogen bijdragen. Zelfs Luke’s X-Wing wordt voor een laatste erevlucht uit het water gevist. Ongeacht wat je favoriete Star Wars-moment is, zal er een moment in deze film zijn die er naar verwijst. Niet alleen Rey krijgt advies van de geesten van haar overleden mentoren, maar ook JJ Abrams lijkt het verleden niet los te kunnen laten.

Reys verleden is weer een centraal thema in The Rise of Skywalker. In The Last Jedi bleken haar ouders onbelangrijke figuren, maar zoals het een Star Wars-film betaamt, gooien verdorven familierelaties toch roet in het eten. Rey kan alleen de uitverkorene zijn door uit een Force-familie te komen. De rebellen pleiten wel steeds voor samenwerking als enige middel om de Sith te kunnen verslaan, maar uiteindelijk hangt alles af van de ene heldin.

Star Wars: The Rise of Skywalker

Overtreffende trap
Nieuw is het allemaal niet. De conflicten zijn steeds een stap groter en meer dan in voorgaande episodes. De First Order maakt plaats voor de Final Order. De Death Star uit de originele trilogie werd in The Force Awakens al overschaduwd door een veel grotere Death Star, maar nu hebben de Sith zelfs een hele vloot aan ruimteschepen tot hun beschikking die stuk voor stuk een planeetvernietigend wapen aan boord hebben.

Door de hoge plotvoortgang kijkt de film lekker weg, maar je vraagt je wel steeds af wat The Rise of Skywalker aan het Star Wars-universum heeft toe te voegen. Misschien is het verstandiger die stoffige dvd’s of videobanden met de originele films deze Kerst maar weer eens uit de kast te pakken.

 

18 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Sorry We Missed You

***
recensie Sorry We Missed You

Cinema op de zeepkist

door Sjoerd van Wijk

De subtiliteit ontbreekt in Sorry We Missed You. Dat levert bijtende systeemkritiek op, waarbij de film weinig aan de verbeelding overlaat. Desalniettemin zit er een persoonlijk gezicht aan dit pamflet.

Dat de hedendaagse gig economy vooral een intensere vorm van uitbuiting is, maakt Sorry We Missed You maar al te duidelijk. Ricky Turner (Kris Hitchen) is exemplarisch voor het precariaat als voormalig klusjesman kampend met financiële problemen. Hij wil graag voor zichzelf beginnen en meldt zich aan als pakketbezorger. Officieel als zzp’er, maar dat komt in de praktijk neer op lange uren waarin hij zich aan strak uitgedokterde schema’s moet houden. En fikse boetes als hij zich er niet aan houdt, overmacht of niet. Ondertussen ruziet hij vaak met zijn zoon Seb, die de dagen slijt met spijbelen en graffiti. En vrouwlief Abbie gaat ook gebukt onder draconische schema’s als thuiszorgster.

Sorry We Missed You

Verstikkend realisme
Niet de bikkelharde baas maar Ricky’s scanner is de werkelijke machthebber. Vaak noemt men Orwell of Huxley als degenen die onze saaie dystopie het best omschrijft, Kafka komt wellicht dichter in de buurt. Dat vermoeden roept regisseur Ken Loach op door het schetsen van een verstikkende wereld waar het algoritme regeert. De scanner meet Ricky’s gedrag nauwkeurig en gaat volgens eigen wereldvreemde logica te werk. Die strakke controle brengt de precaire financiële situatie tot een kookpunt. Beheerst toont Loach hoe de drukkende onzekerheid leidt tot een cynisch afreageren op elkaar. Niet alleen vader op zoon of vice versa, maar ook Ricky en de vervelende klanten. Sorry We Missed You is een kille variant op het sociaal realisme van regisseurs als Vittorio de Sica (De Fietsendieven).

Persoonlijk, niet gepersonifieerd
Het is prijzenswaardig hoe Loach zijn systeemkritiek persoonlijk maakt. Ricky is een mens van vlees en bloed, met geloofwaardige gezinsproblematiek. De weinige warme momenten met bijvoorbeeld zijn dochtertje Lisa Jane geven de voorheen anonieme bezorger een gezicht. In het gezin houdt een ieder zich zo goed en kwaad als het kan staande. De heftige aanvaring tussen Ricky en Seb zorgt vervolgens voor een tragische climax.

Veel uitgesproken politieke films personifiëren de kritiek en behandelen hun personages als archetypes van goed en kwaad, zoals het eveneens recent uitgekomen Mjólk. Het hangt systemische misstanden op aan individuele tekortkomingen en verhult deze daarmee. Sorry We Missed You maakt daarentegen de benauwende repressie van doorgedraaide berekening invoelbaar zonder te wijzen naar een individu.

Sorry We Missed You

Geagiteerd pamflet
Toch blijft het scenario van vaste scenarist Paul Laverty te veel een pamflet. De film levert voornamelijk kritiek, in plaats van kritisch te zijn. Veel zaken lijken opgezet om de misère te optimaliseren en de geagiteerde frustratie over te brengen op de toeschouwer. Dat de scanner de film niet zal overleven, is al duidelijk als de baas zegt hoe duur dat ding is. Ricky’s overval is al erg genoeg zonder de laatste overbodige vernedering. Net als in I, Daniel Blake is er een grandioze speech die alle frustraties nog even vet onderstreept terwijl de dialogen frequent de realiteit van de nep-zzp-constructies omschrijven.

Juist door onbenoemd op de achtergrond van een film rond te zingen, wordt systeemkritiek subversief. Radicaal anders naar de wereld kijken gaat dan gepaard met reflectie. Sorry We Missed You steekt de kritiek niet onder stoelen of banken. Op een zeepkist staan agiteert, maar daarmee gaat de reflectie op het leven verloren.

 

11 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Sonja: The White Swan

**
recensie Sonja: The White Swan

Sportheldin rijdt scheve schaats

door Cor Oliemeulen

Een zwaan staat symbool voor liefde, harmonie, kracht, wijsheid en elegantie. In Sonja: The White Swan ontdekken we vooral haar sierlijkheid en het flirten met zelfdestructie.

Sonja Henie werd al op haar tiende Noors kampioen kunstschaatsen en won de Olympische titels in 1928, 1932 en 1936. Nadat zij in Garmisch-Partenkirchen is gehuldigd en de hand van Adolf Hitler mag schudden, vertrekt ze met haar ouders en broer naar Amerika om professioneel ijsdanser te worden. Toeschouwers zijn verrukt, want zo’n show heeft men nog nooit gezien. Sonja gaat bakken met geld verdienen en wil ook filmster worden. Ze klopt aan bij de grote baas van Twentieth-Century Fox, Darryl F. Zanuck, die haar een solo-optreden van twaalf minuten in een film aanbiedt voor 75.000 dollar. Echter Sonja wil meer: een contract voor vier films, want ze gelooft heilig in zichzelf en haar succes. “Greta Garbo lijkt wel een vent en Shirley Temple is net uit de luiers.”

Sonja: The White Swan

Turbulent leven
Sonja: The White Swan is een biopic van een vergeten sportheldin, die een tijd lang de best betaalde actrice van Hollywood was en die in haar leven naast de ijsbaan en de filmset meer downs dan ups beleefde. Als tienvoudig wereldkampioen was ze vooral in eigen land een grootheid. In ons land stond zij indirect aan de wieg van het kunstschaatsen nadat ze in 1934 in Amsterdam onze eerste kunstijsbaan had geopend waar twintig jaar later onze eigen schaatsheldinnen Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel hun pirouettes zouden draaien en hun dubbele axels zouden springen.

Het is voor regisseur Anne Sewitsky (Happy, Happy) een onmogelijke taak om het turbulente leven van Sonja Henie in krap twee uur samen te vatten. Terwijl de hele familie profiteert van haar snel vergaarde rijkdom (vooral haar geliefde broer Leif maakt er een potje van) waant de ster zich aanvankelijk onaantastbaar, maar zie je haar langzaam aftakelen door de uitzinnige feesten waarop Sonja niet vies blijkt van drank, drugs en seks. Nadat ze breekt met de organisator die haar naar Amerika heeft gehaald (hij heeft een nieuwe, jongere ijsdanseres ontdekt), dreigt Sonja alles te verliezen wat ze met zoveel inzet en toewijding heeft opgebouwd.

Sonja: The White Swan

Gemiste kansen
Titelvertolkster Ine Marie Wilmann, die bijna alle dansscènes op het ijs zelf voor haar rekening neemt, speelt een krachtige persoonlijkheid, maar ontpopt zich zo nu en dan als een ijskonijn. Ze ziet er mooi uit en oogt in haar korte rokjes sexyer dan de echte Sonja Henie, maar een binding met het personage krijgen we pas helemaal aan het eind als ze op haar aandoenlijkst is. Hoe prachtig het productiedesign van de film ook is, het blijft moeilijk om ook met alle andere personages mee te leven.

De lukrake soundtrack met zo nu en dan elektronische klanken om de productie wat eigentijdser te laten aanvoelen, is ook niet zo gelukkig. De makers hadden een voorbeeld kunnen nemen aan Sofia Coppola die haar historische biografie Marie Antoinette (2006) consequent met eigentijdse muziek lardeerde, waarmee ze het ambivalente karakter van het hoofdpersonage benadrukte. Het wisselvallige niveau van Sonja: The White Swan komt vooral door de matige regie, waardoor de film uiteindelijk niet meer is dan de treurige teloorgang van een niet al te sympathieke vrouw die het moderne ijsdansen heeft uitgevonden.

 

26 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES