Suspiria (2018)

Suspiria (2018)
Dansend door het doolhof

door Bert Potvliege

De consensus kan al eens fout zijn. De filmgeschiedenis is doorspekt met verbluffende prenten die bij hun release verkeerd begrepen of genegeerd werden. Een aantal groeiden uit tot cultfilms, waarbij de wereld gewoon wat later tot inzicht kwam. Soms voel je een toekomstige cultklassieker van mijlenver aankomen. Luca Guadagnino’s Suspiria, de uit 2018 daterende remake van de horrorklassieker van Dario Argento, is zo’n film. Ik heb geen idee hoeveel tijd de wereld nodig zal hebben om er de ogen voor te openen, maar die dag komt.

In de vele wonderlijke samenwerkingen die actrice Tilda Swinton de afgelopen decennia aanging, was haar partnerschap met een filmmaker zelden inniger dan met Guadagnino. Swinton is een hartsvriendin en een muze voor de Italiaanse arthouse-cineast. Hun horrorfilm (bovendien niet hun enige samenwerking) is niet enkel ravissante cinema, maar ook een ode aan de met raadselachtige allure gezegende Swinton. Pers en publiek hielden er aanvankelijk een andere mening op na en wisten niet goed hoe aan de slag te gaan met Suspiria.

Suspiria

Geen olijfbomen meer
Luca Guadagnino is al vijftien jaar een vaste waarde in de Europese cinema, met intussen ook een boeiende stap naar Hollywood (Challengers, Bones and All). Een sfeer van onbezonnen Italiaanse zomers was tot 2017 zijn stilistisch handelsmerk. Hij perste steevast alle mediterrane romantiek en erotiek uit zijn verhalen, waardoor de cinema van Paolo Sorrentino (La grande bellezza) nooit veraf was. Call Me by Your Name was in deze fase van zijn carrière het hoogtepunt.

Nog geen jaar later gooide Guadagnino het roer echter volledig om en waagde hij zich, tot ieders verbazing, aan een remake van de expressionistische horrorfilm Suspiria. Hij liet zijn vertrouwde stijl voor wat die was en zocht nieuwe oorden op. Niemand zag het aankomen en eerlijk gezegd zat niemand erop te wachten. Weg met de verschroeiende Italiaanse zomerzon, op naar het Berlijnse beton.

Critici struikelden over de lange speelduur en vroegen zich af waarom deze update van tweeënhalf uur een vol uur langer moest duren dan het origineel. Ook de iconische status van Dario Argento’s Suspiria werkte tegen, want het zat een warme ontvangst van de remake in de weg. Daarnaast vonden sommigen de arthouse-aanpak potsierlijk en pretentieus. Zelf ervoer ik dat helemaal anders. Guadagnino’s Suspiria hield me 150 minuten lang in de ban en liet me achter met een gevoel dat ik nog altijd koester.

Onder moeders vleugels
Berlijn, 1977. De jonge Amerikaanse Susie (Dakota Johnson) dwaalt wat verloren door de metro, op weg naar dansschool TANZ. De naam prijkt in harde letters boven een grauwe betonnen ingang, pal naast de Muur. Susie droomt van een plek in het gezelschap en hoopt tijdens haar auditie te overtuigen. Al bij haar eerste dans valt ze op bij de raadselachtige Madame Blanc (Tilda Swinton), die haar onder haar hoede neemt. Tussen beiden groeit een bijzondere band.

Maar TANZ blijkt veel meer dan een dansschool. Achter de façade schuilt een heksenkring, verscheurd door een machtsstrijd tussen Blanc en de aftakelende Moeder Markos (eveneens gespeeld door Swinton). De groep bereidt een ritueel voor dat Markos nieuw leven moet schenken en daarvoor hebben ze een jong lichaam nodig. Susie raakt steeds dieper verstrikt in hun plannen.

Ondertussen zoekt Patricia, een meisje dat uit de school is gevlucht, steun bij psychiater Dr. Klemperer (óók vertolkt door Swinton, ditmaal als oude man). De dokter besluit de waarheid achter de school te onderzoeken, maar stuit op onverschilligheid bij de autoriteiten. Zelf draagt hij een ondraaglijk oorlogstrauma met zich mee: het verdwijnen van zijn vrouw Anke, van wie hij nooit het lot heeft vernomen. Zijn verleden en zijn zoektocht zullen onverwacht een rol spelen in het duistere ritueel dat de heksen voorbereiden.

Een hoop vlees
Foto: Brigitte LacombeDe rijkdom van Suspiria schuilt in de toverdrank die Guadagnino stookt, met drie kerningrediënten: horror, erotiek en ontroering zijn in een dans verwikkeld met elkaar, met even prikkelende uitbarstingen als het door de danseressen opgevoerde spektakel Volk. Dat wringen van die ingrediënten leidt tot een bedwelmende cocktail die mismeestert. De horror krijgt een erotische lading terwijl de erotiek me de stuipen op het lijf jaagt, en doorheen dit alles spoken wonderlijke toetsen van ontroering.

Dat juist Guadagnino, een uitgesproken arthouse-regisseur en allerminst een genrefilmer, zich aan een horrorproject waagde, maakte dit experiment zo intrigerend. Het merendeel van hedendaagse horror weet me nauwelijks nog te beangstigen; wat zou een artistieke stilist als Guadagnino er dan van bakken? Heus wel wat, zo blijkt.

De vervormde spiegelwanden in de danszaal symboliseren de dreigende labyrintische aard van deze mysterieuze school. Nacht na nacht sturen de heksen Susie vergiftigde dromen, een sinistere voorbereiding op het ritueel. Die droomsequenties wemelen van de onheilspellende beelden, vaak doordrenkt met body horror. De fysieke vervormingen zijn een metaforische verbeelding van het reële lijden van dansers: lichamen tot het uiterste geduwd; jeugd en schoonheid versneld uitgehold. Onder de oppervlakte sluimert een erotische spanning, waarin verlangen en lichamelijke aftakeling samensmelten. Dat verlangen wordt ingelost bij het ritueel, waarbij het feminiene wordt verorberd. Daarmee legt de film al de thematische kiem voor Bones and All, Guadagnino’s romantisch kannibalendrama dat enkele jaren later zou volgen – het verslinden van de andere in de naam van liefde.

Wanneer danseres Olga besluit de school te verlaten, loopt het fout. De heksen laten haar niet ontsnappen. Ze verdwaalt in de vele donkere gangen en komt terecht in de afgesloten danszaal, waar haar lichaam op bovennatuurlijke wijze kraakt en breekt. Haar ledematen komen verwrongen te staan, haar lichaam uitgeperst. Ze plast in haar broek en komt als een hoopje samengevouwen vlees op de vloer te liggen. Het is een scène die evenzeer verontrust als dat ze opwindend en hypnotiserend is. Net zoals David Lynch (Lost Highway, Mulholland Drive) hanteert Guadagnino hier een fetisjistisch omgaan met zijn vrouwelijke personages. Hij brengt hen op bijna vertederende wijze een zuiverende pijn toe, als een vreemdsoortige ode aan de vrouw. De metalen sikkels die nadien nog door Olga’s vlees gestoken worden, stellen de prikkelende terreur en het ongemakkelijke vleselijke verlangen op scherp.

Een touw vastknopen aan opwinding
Suspiria is zo doordrenkt van seksualiteit dat de film vonkt. Het is een onverwachte dimensie die de prent naar een hoger niveau tilt. Seksualiteit in horror is schering en inslag, maar zelden wordt ze zo gelijkwaardig aan angst ingezet als hier. In Suspiria vervloeien horror en erotiek tot een enkele, bedwelmende ervaring. Op de meest verontrustende momenten merk ik een opwinding – gezien de terreur op het scherm is het een vreemd en zelfs ongepast gevoel. De film confronteert me met mijn eigen dierlijk instinct, dat een immorele vorm durft aan te nemen. Guadagnino laat me zo schrikken van mezelf.

Susie kronkelt en beweegt tijdens het dansen op een hypnotiserend verleidelijke manier over de vloer. Voor de uitvoering van Volk dragen de dansers rode touwen als kostuum, wat sterk doet denken aan bondage. Susie die samen in bed hangt met de frêle Sara. Susie die even gaat plassen. Het vele naakt bij het ritueel. Iemand vraagt Susie hoe het is om in de opvoering te dansen. “Als geneukt worden door een dier”, antwoordt ze laconiek. Elk van deze momenten roept sensaties bij me op die moeilijk te verantwoorden zijn. Guadagnino presenteert hier een bijna bacchanaals spektakel en creëert met Suspiria misschien wel een van de meest sensueel geladen films van deze eeuw. Zijn adoratie van Swinton – al ware ze een godin – maakt de erotische uitspatting compleet.

Suspiria biedt zichzelf aan met heel wat filmisch vernuft. De montage is opvallend expressief: talrijke licht variërende beelden volgen elkaar in een snel tempo op, zonder dat ze expliciete informatie toevoegen. De intentie is onduidelijk, wat oncomfortabel voelt en een heldere interpretatie bemoeilijkt. Ook het kleurenpalet van de film draagt bij aan die verstoring: eenmaal in de dansschool heb je het gevoel in een andere wereld te stappen. De vloertegels zijn net zo verontrustend als het tapijt in The Shining. De cameravoering en beeldcompositie zijn uitstekend, maar ik verwacht niets minder van Guadagnino.

Suspiria

Entry music (for a film)
Een laatste, bepalend ingrediënt in de cocktail die Suspiria heet, is de ontroering. Ik kreeg een krop in de keel bij het acteerwerk van Tilda Swinton. Neem bijvoorbeeld de slotscène van Dr. Klemperer, wanneer hij eindelijk te horen krijgt wat er met zijn geliefde Anke is gebeurd. Verborgen achter lagen make-up weet Swinton nét genoeg expressie te tonen om me te raken. Het daaropvolgende slotbeeld, met de in de muur gekerfde letters, is buitengewoon teder. Ook de ondergang van Patricia en Sara tijdens het ritueel weet op een vergelijkbare manier te ontroeren.

De meest intense emotie komt echter van muzikant Thom Yorke. De Radiohead-frontman schreef voor deze film zijn allereerste score. Net zoals hij met zijn solodebuut Eraser uit 2006 nog zoekende was naar zijn eigen stem als soloartiest, speurt hij hier naar zijn identiteit als filmcomponist. Hoewel hij die nog niet volledig heeft gevonden, schemert de voor Yorke typerende emotionele muzikaliteit wel al sterk door. De track Suspirium, die over de openingsgeneriek ligt, is zelfs een van zijn krachtigste nummers in jaren. De generiek zelf speelt als een aangrijpende miniatuurfilm en getuigt van Guadagnino’s talent: compositie, kleur, ritme, sfeer en muziek smelten samen tot een werkelijk betoverende scène. Moeder ligt in bed met een doodsrochel, terwijl Yorke’s ijle stem weerklinkt: “All is well, as long as we keep spinning. Here and now, death still behind a wall.” 

De kracht van de vrouw
De kans bestaat dat je Suspiria vervloekt, omdat het niet evident is te achterhalen wat je ermee aan moet. Velen krijgen niet wat ze verwachten dat horror hen zou moeten geven, hoewel ik het net een zeldzaam angstaanjagende prent vind. De fans van Guadagnino zaten al helemaal met de handen in het haar, want hun idool leek zijn stijl compleet overboord te kieperen. En toch is het feminiene – zo essentieel in het oeuvre van Guadagnino – ook hier centraal aanwezig.

Guadagnino’s zin voor risico – waarbij hij onderzoekt, experimenteert en wat grenzen verlegt – kan ik enkel toejuichen. Ik voel en begrijp zijn fascinatie voor het materiaal, alsof we een geheim delen. Het is verslavend te verdwalen in het prikkelende Suspiria, waar vrouwelijkheid zowel erotiseert als afschrikt door haar verscholen krachtdadigheid en dreigende aard.

Suspiria is te zien in Eye.

 

27 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Snowpiercer (2013)

Snowpiercer (2013)
Het moment dat Tilda Swinton de kijker wakker schudt

door Bob van der Sterre

Snowpiercer beschrijft de laatste mensen die na een mislukt experiment eeuwig in een razend rijdende trein over de aarde reizen. Ze zijn letterlijk ingedeeld in klassen, van arm tot elite. De stripoorsprong van de film vraagt om geloofwaardige karikaturen. En Tilda Swinton schudt die uit haar mouw alsof het niets is.

Echt heel serieus hoef je het script van Snowpiercer uit 2013 niet te nemen. Hoezo een trein die de hele wereld rondrijdt? En waarvan de rails het ondanks de vrieskou het zonder onderhoud blijft doen? En gevuld is met een coupé met gasten met maskers en hakbijlen. En oh ja, docenten kunnen even gemakkelijk omgaan met uzi’s als met krijtjes voor het schoolbord.

Snowpiercer

De film van Bong Joon-ho oogt karikaturaal en stripachtig. Dat klopt ook, want het verhaal komt uit een Frans stripboek, Le Transperceneige van Lob, Legrand en Rochette uit 1982. De Zuid-Koreaanse filmmaker las het naar eigen zeggen staande in de boekhandel in een ruk uit en bleef er op weg naar huis over dromen, waarna de gedachte van een film ontstond.

En als je goed kijkt, zitten er wel Franse thema’s in, vooral het stuk over opstand. De dystopische thema’s van de jaren tachtig zie ik er ook in terug. Lob ken ik verder vooral van het script van Superdupont, de Franse superman, uiteraard met stokbrood, wijn, alpinopet en buikje, waar opmerkelijk genoeg nog niemand in Frankrijk commercieel in gedoken is (gelukkig maar misschien).

Het perfecte symbool voor klassenmaatschappijen
Snowpiercer is een film over hoe klassenmaatschappijen kunnen leiden tot revoluties. Ik bedoel: de trein is het perfecte symbool daarvoor met zijn 1e, 2e en soms zelfs 3e klassen. “Ik behoor tot de voorkant, jullie tot de staart, weet je plaats en houd die plaats!”

Het lastige is wel dat de actiescènes daarvoor wel wat té aanwezig en bloederig zijn. Ik moest soms denken aan Equilibrium, dan weer aan de treinthriller The Cassandra Crossing, en soms aan de eveneens Koreaanse film Concrete Utopia (2023, Um Tae-hwa). Maar Joon-ho staat nu eenmaal bekend als een genre-fusionist.

Met name Bong Joon-ho’s eigen Oscarwinnende Parasite, ook over klassenverschillen, geeft een idee hoe je deze film moet opvatten. Parasite is vrij intelligent en subtiel, deze film eerder het tegenovergestelde. Joon-ho zegt het zo: “Parasite is een verticale film, terwijl Snowpiercer juist heel horizontaal is.”

Foto: Brigitte LacombeSchoen op een dienblad
Genoeg over Bong Joon-ho – we hebben het vandaag over de rol van Tilda Swinton. Swinton speelt ‘minister Mason’, een soort afgevaardigde van de elite van de voorste coupés die de status quo in de trein wil handhaven. Ze was schoonmaakster en klom op tot de naaste van treingenie Wilford.

Na een kwartier komt ze de coupé van de armen binnengelopen, in paarse jas met bontjas over de rechterschouder gedrapeerd. Andrew (Ewen Bremner) heeft met een schoen naar de crew gegooid. Als straf hangt zijn arm via een gat zeven minuten buiten in de vrieskou.

Ze krijgt een schoen op een dienblad aangereikt, neemt die in haar hand en zegt: “Dit is zo teleurstellend!” Ze doet haar mond open om verder te praten maar wordt telkens onderbroken door de vertalers. “Hier hebben we geen tijd voor, we hebben maar zeven minuten!” Als ze verder wil praten, hoort ze kleng achter zich en kijkt ze even om. Uit interviews later bleek dat dit een foutje van de crew was. Maar Swinton gaat gewoon verder met haar speech. “Dit is geen schoen, dit is wanorde, dit is maat 10 chaos!”

Haar speech heeft een symbolische rol voor een schoen: “Orde is de barrière die de bevroren dood van ons afhoudt, we moeten allen vasthouden aan onze voorbestemde rollen… Zou je een schoen op je hoofd dragen? Nee, een schoen hoort aan je voet, een hoed hoort op je hoofd. Ik ben hoed, jullie zijn schoen, ik hoor bij het hoofd, jullie bij de voet, zo is het nu eenmaal.”

Dan probeert ze contact te maken met de bestuurder van de heilige motor, Wilford, en haar blik terwijl ze wacht op zijn stem (die nooit komt) is grappig. Haar tweede speech wat later is bozer en misschien nog wel beter: “70% van jullie gaat dood. Mijn vriend, jij hebt last van het misplaatste optimisme van de gedoemden.”

Khadaffi als inspiratiebron
Swinton mocht veel input geven op het uiterlijk van de minister. Alles is extreem uitvergroot: enorm vooruitstekende tanden (het gebitje haalt ze er later uit), een kolossale bril, een kleurrijke minister-outfit met zelfgemaakte medailles, een welgevormde pruik die niet blijft zitten en een dik geprononceerd Engels accent. Ze vertelde in een interview dat ze zelfs nadacht over hoe Mason’s cabin eruit zou zien. “Wie weet wie er achter het uniform zat!”

Haar inspiratiebronnen voor de rol waren dan ook nogal weirde dictators als Khadaffi en Idi Amin, die ook zichzelf behingen met zelfgemaakte medailles. Als ze geraakt wordt, maakt ze hetzelfde handgebaar als Khadaffi toen hij aangehouden werd.

Maar kleding en verschijning betekenen weinig als de acteur ze niet tot leven kan laten komen. Tilda Swinton en haar toneelachtergrond zijn belangrijk om het karakter Minister Mason te laten overtuigen voor de kijker. Swinton: “Minister Mason is een door-en-door-corrupte politicus waar ik een clown van wilde maken.”

Snowpiercer

Elite vs. arme mensen
Het knappe is dat zij het eerste deel van de film draagt door in haar eentje de elite te vertegenwoordigen. Het moment van haar verschijning met de arme mensen in de coupé is de eerste scène waarbij dat contrast echt duidelijk wordt. Joon-ho: “Op dit moment weet je nog niet hoe de elite eruit ziet, ze geeft een indruk wat je kunt verwachten.”

Frappant is dat Joon-ho voor de rol van Mason eigenlijk de acteur John C. Reilly in gedachte had. Gelukkig pakte het anders uit. Er is sowieso veel onderling respect tussen de regisseur en de actrice. In een interview zei Bong Joon-ho dat “de film zonder Tilda Swinton niet gemaakt had kunnen worden”. De twee ontwikkelden een vriendschap en werkten weer samen met Okja (2017). Ze delen een grote liefde voor Hayao Miyazaki’s films, met name My Neighbor Totoro.

Intussen – hoe kan het ook anders – is er ook een gelijknamige tv-serie gemaakt in de periode 2020 – 2024. Ik heb er een hard hoofd in hoe je dit bizarre verhaal over 48 afleveringen kunt uitsmeren. En zonder Tilda Swinton mis je als kijker echt acteerkwaliteit.

Snowpiercer is te zien in Eye.

 

23 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Springsteen: Deliver me from Nowhere

***
recensie Springsteen: Deliver me from Nowhere
Kantelpunt in carrière The Boss

door Jochum de Graaf

Is Nebraska, het zesde album van Bruce Springsteen dat september 1982 werd uitgebracht, een vergeten meesterwerk of een losse flodder? De meningen lopen ook heden ten dage nog uiteen. Vast staat wel dat het album een kantelpunt in de carrière van The Boss markeert.

Najaar ’81 had hij na het succes van het album The River zijn eerste wereldtournee achter de rug. Zijn platenmaatschappij verwacht dat Springsteen nu met een knaller van een opvolger komt die voor eens en voor altijd zijn wereldroem zal vestigen.

Springsteen: Deliver me from Nowhere

E Street Band
In eerste instantie is hij uiterst productief en schrijft in korte tijd een kleine negentig nummers. Van groot belang is eind ’81 de aankoop van een Portastudio 144, een Japanse vinding in de vorm van een cassetterecorder met ingebouwd mixertje die het mogelijk maakt meersporenopnamen te maken. Tot dan was die techniek – sinds de beginjaren van The Beatles de norm in de popmuziek – alleen mogelijk in dure studio’s.

Maar Springsteen heeft door allerlei verwikkelingen rond de E Street Band met onder andere de solocarrière van gitarist Steve van Zandt last van de tol van de roem en besluit zich een tijdje terug te trekken. Hij huurt een huis in Colts Neck, de Portastudio gaat mee. Daar op het platteland van New Jersey kan hij redelijk onder de radar blijven. In de Stone Pony zingt hij spontaan mee in een coverbandje: John Lee Hookers Boom Boom en Little Richards Lucille. Hij knoopt een relatie aan met alleenstaande moeder Faye die geen weet heeft van zijn roem en zijn huwelijksaanzoek afwijst.

Gewelddadige vader
Alleen in het donkere huis leest hij verhalen van Flannery O’Connor, rijdt af en toe naar zijn vervallen en verlaten ouderlijk huis in Freehold, gaat naar de bioscoop voor Night of the Hunter (Charles Laughton, 1955) en kijkt herhaaldelijk naar Terrence Malicks Badlands (1973). Het brengt hem in  een wereld van getormenteerde individuen die soms als gevolg van maatschappelijke verwikkelingen op gruwelijke wijze ontsporen.

Regisseur Scott Cooper (o.a. Crazy Heart en Black Mass) verbindt ook de verwerking van een jeugdtrauma met een gewelddadige vader aan het verhaal. Deliver me from Nowhere begint met sterke zwart-witbeelden in Freehold, 1957. De dan achtjarige Bruce stapt in de auto van zijn moeder om zijn dranklustige vader Dutch uit het café te halen. Later die avond stormt de gewelddadige de kamer van Bruce binnen, woedend omdat hij een tik met een honkbalknuppel kreeg van Bruce die zijn moeder in bescherming wou nemen. Met wat lukrake flashbacks wordt die verhaallijn met uiteindelijke verzoening in de laatste dagen van Dutch in het verzorgingstehuis door de film gestrooid.

Springsteen: Deliver me from Nowhere

Nebraska
Terug in de bewoonde wereld gaat Springsteen weer in de weer met het vele materiaal dat hij heeft liggen. Maar hij is nog lang niet tevreden dat dat een volwaardige opvolger van The River zal opleveren. Bovendien zit hij nog helemaal in de Colts Neck-modus en besluit om met weinig promotie een soort tussenalbum uit te brengen. Met behulp van geluidstechnicus Toby Scott slaagt hij er in de Portastudio-demo’s te masteren.

In eerste instantie heet het album Starkweather naar de seriemoordenaar die de inspiratie vormde voor Badlands. In de ingetogen nummers zijn de teksten vooral geïnspireerd op de verhalen van Flannery O’Connor met begrip voor levensechte personen die soms verschrikkelijke daden begaan.

Nebraska is de opmaat voor het legendarische Born in the USA die Springsteens status als absolute superster zou vestigen. In de woorden van de helaas te vroeg overleden Oor-recensent Geert Henderickx: ‘Een tussendoortje dat de honger niet stilt maar de eetlust niet bederft.’

Vertolkingen
Als altijd bij zo’n biopic let je vooral op de vertolking van de hoofdrol. Jeremy Allen White, die een uitgebreide studie van stem en stijl van Springsteen maakte, brengt het er redelijk van af. Hij kreeg lof van The Boss zelf, maar in The Bear acteert hij veel sterker. Hetzelfde geldt voor Jeremy Strong, die als manager Jon Landau de hijgerige platenbonzen op afstand houdt. Kendall Roy in Succession en advocaat Roy Cohn in The Apprentice zijn aanmerkelijk sterkere karakterrollen. Ook bij Stephen Graham als vader Dutch dwalen de gedachten steeds af naar zijn imponerende optreden als de invoelende vader wiens leven op zijn kop wordt gezet in de successerie Adolescence. Dat doet afbreuk aan een verder redelijk geslaagde film.

Op 17 oktober verscheen een uitgebreide editie van Springsteens album Nebraska uit 1982. Nebraska ’82: Expanded Edition bevat het originele album, geremasterde versies en nieuwe tracks.

 

20 oktober 2025

 

ALLE RECENSIES

Slocum et moi

**
recensie Slocum et moi
Te lief eerbetoon aan vergeten avonturier

door Ralph Evers

Joshua Slocum was een Canadese zeeman, avonturier en degene die als eerste persoon alleen rond de wereld is gevaren. Jean-François Laguionie brengt met zijn nieuwste film een eerbetoon aan deze vergeten avonturier. 

Slocum et moi opent met de van regisseur Laguionie bekende pasteltinten, potloodtekeningen en schetsmatige proeven van landschappen en decorsetting. Dit alles ondersteund met door Debussy geïnspireerde muziek volgen we een hap uit het leven van de dromerige jongeman François. Zijn vader Pierre, die de bijnaam Slocum krijgt, is een gesloten man, tikje nors, die wanneer diens werk als marketeer voorbij is, zich wijdt aan zijn werkelijke passie: dingen maken, waaronder eenzelfde boot als avonturier Slocum.

Moeder Geneviève komt wat flets uit de verf, daar zij de goedheid zelve is en zowel haar man als zoon in alles steunt en zich gedwee voegt naar haar rol. Het is tenslotte 1949 in Frankrijk. Dit alles geaccentueerd in een dromerigheid die kenmerkend is voor de films van Laguionie. 

Slocum et moi

Geïdealiseerd verleden
Al met al wanen we ons al gauw in een geïdealiseerd verleden, waar de Fransman z’n alpinopetje draagt, iedereen naar elkaar omziet en er een vredigheid heerst die ernstig contrasteert met de bombardementen van enkele jaren daarvoor. Vader Pierre besluit, nadat de toon van de film is gezet, met het bouwen van een boot in zijn achtertuin. Jawel, eenzelfde boot al Joshua Slocum bouwde en de wereldzeeën bevoer.

Geen onvertogen woord van de buren, geen enkel smetje op het huwelijk van ouders, een man wiens energie, tijd en geld gaat zitten in een naïef project. Deze film kent, zelfs tijdens de jazz-tonen, geen enkele dissonant (of het moet de Lovecraftiaanse Kraken zijn, die het bootje van Slocum in een van diens dagboekvertellingen aandoet). 

En die verheerlijking van die goeie ouwe tijd is in deze tijden nog kwalijk ook. Temeer wanneer je alle kleinburgerlijke bekrompenheid uit beeld houdt. Het is dan ook best ironisch dat die goede oude tijd, waar Slocum zich afspeelt, met digitale middelen is gemaakt. Hierdoor gaat evenwel het authentieke, simpele, dat deze film poogt te ademen, binnen de lijntjes verloren.

Slocum et moi

Loslaten
Slocum doet denken aan een herhaling van Louise en hiver, waarin vrijwel dezelfde nostalgie wel werkt. Het is een sfeer die opgeroepen wordt, die raakt aan verlangens die de meesten van ons wel hebben. Een kindertijd die verloren is, een paradijs verloren. Het is tegelijkertijd een beperkt venster dat Laguionie op de wereld laat, waarbij het interessant is hoe gemakkelijk je mee wilt gaan in die idealisering, dat smetteloze, dat dromerige en magisch realistische van een kind.

Edoch, als deze fata morgana al bij de aftiteling knapt, heb je als maker toch iets gemist. Al het paradijselijke morgen- en avondrood en de kinderlijke idylle ten spijt, zou je toch enige wijsheid van de inmiddels 85-jarige Laguionie verwachten.

Maar nee, de door de tijd tot zorgeloze jeugdherinneringen vervormde herinneringen van Laguionies jeugd, doen geen recht aan de kijker. Ze fungeren slechts als behoefte van een oude man die moet gaan loslaten wat nooit perfect was.

 

20 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

The Session Man

**
recensie The Session Man
Nicky Hopkins verdient beter

door Jochum de Graaf

Met The Session Man wil regisseur Michael Treen de onderbelichte carrière van Nicky Hopkins, de briljante sessiepianist die een onuitwisbaar stempel drukte op het gouden tijdperk van de popmuziek, in de schijnwerper zetten. Helaas vervalt de veel te detaillistische en oppervlakkige documentaire tot een hagiografie.

In de dertig jaar van zijn carrière leverde studiomuzikant Nicky Hopkins aan ruim 250 albums een essentiële bijdrage. Hij behaalde twee keer een ‘grand slam’: de eerste keer in 1968 toen hij zowel op albums van The Rolling Stones als van The Beatles, The Kinks en The Who, de toenmalige Grote Vier van de Britse popmuziek, had meegespeeld. De tweede keer kwam in 1989, toen hij in 18 jaar tijd hij een bijdrage had geleverd aan een soloalbum van alle vier ex-Beatles.

The Session Man

Het iconische intro van She’s like a Rainbow (The Rolling Stones) is een nummer van zijn hand. In Sympathy for the Devil, misschien wel het meest karakteristieke Stones-nummer, is het niet het gitaarspel van Keith Richards, maar de straf voortstuwende piano-akkoorden van Nicky Hopkins die het nummer zijn rauwe kracht geven. Bij The Song is Over, klassieker van The Who, versterkte zijn pianospel juist de melancholische gratie van het nummer. Zonder Hopkins melodieuze bijdrage zou Joe Cockers You Are So Beautiful nooit zo’n kaskraker geworden zijn. Hij speelde mee op John Lennons beroemdste album Imagine, al is er enige discussie of Nicky Hopkins of toch John Lennon zelf de pianopartij in Jealous Guy voor zijn rekening nam.

Breed repertoire van stijlen
In The Session Man komt Nicky zelf in een interview uit 1993 aan het woord, een jaar voor zijn dood. Hij vertelt dat hij op zijn derde onder een vleugel stond en dat zijn moeder hem optilde zodat hij bij de toetsen kon. Hij groeide op in de Londense voorstad Perivale en won een studiebeurs voor de Londense Royal Academy of Music. Op zijn zestiende studeerde hij overdag klassieke muziek en ’s avonds trad hij op met een band onder leiding van de excentrieke Britse Screaming Lord Sutch.

Al gauw ging Hopkins’ naam door het clubcircuit en werd hij een veelgevraagd muzikant. Met zijn klassieke opleiding, gecombineerd met zijn rock-’n-roll-ervaring kon hij putten uit een breed repertoire van stijlen die hij moeiteloos met elkaar verbond. ‘De meeste bands bestonden uit gitaren en drums, ze beseften dat de piano harmonische rijkdom en melodieuze flair toevoegde’, klinkt het in het commentaar.

Behalve bij de reeds genoemde bands en artiesten trad Nicky Hopkins ook op als sessiemuzikant bij uiteenlopende muzikanten als The Hollies, Rod Stewart, Donovan, Cat Stevens, P.P. Arnold, Graham Parker & The Rumour. Hij werd uitgenodigd lid te worden van Led Zeppelin, maar koos voor The Jeff Beck Group, in wie hij meer muzikaal potentieel zag.

Midden jaren zeventig en in de jaren tachtig verbleef hij langere tijd in de VS. Hij ging de studio in met de Steve Miller Band, stond met Jefferson Airplane op het podium op het legendarische Woodstockfestival. Hij leverde aan 9 van de 11 nummers op Schmilsson, het legendarische album van Harry Nilsson, een bijdrage. Raakte bevriend met Jerry Garcia, voorman van super undergroundband The Grateful Dead, woonde langere tijd bij John Cipollina, leider van Quicksilver Messenger Service, de band waar Hopkins deel van uit ging maken. Art Garfunkel vroeg hem om mee op tournee te gaan en David Soul, steracteur van de jaren tachtig hitserie Miami Vice, huurde hem in om zijn muzikale aspiraties vorm te geven.

‘Het is ongelooflijk om te bedenken dat Nicky niet alleen een belangrijk onderdeel was van de meest inventieve periode in de Londense muziekscene van de jaren 60, maar ook iedereen in de Amerikaanse scene aan de westkust heeft beïnvloed’, stelt Peter Frampton.

Ziekte van Crohn
Nicky Hopkins had een zwakke gezondheid. Hij stierf september 1994, was nog maar 50. Op zijn negentiende belandde hij in het ziekenhuis met een mysterieuze ziekte. In een urenlange operatie sneden de artsen, zoals dat plastisch wordt uitgedrukt, ‘delen van zijn darmen weg’. Hopkins bleek aan de ziekte van Crohn te lijden. In de film legt Sara Sleet CEO van de liefdadigheidsinstelling Crohn’s & Solitis UK uit dat het daarbij gaat om een ongeneeslijke ingewandsstoornis doordat het immuunsysteem niet werkt.

The Session Man

De jonge muzikant Tom Speight vertelt dat leven met Crohn geen pretje is. Optreden is zwaar en vermoeiende tournees zijn niet eigenlijk niet te doen. De ziekte was voor Nicky Hopkins de belangrijkste reden om zich op zijn sessiewerk te concentreren. Zijn ziekte verhinderde overigens niet dat Nicky grote hoeveelheden drank en drugs tot zich nam, hij hele periodes van de kaart was en dat zijn vroege dood niet onverwacht kwam. Zijn tweede vrouw, Moira, vertelt over de laatste moeizame, maar toch ook gelukkige jaren in een tweekamerappartement in Nashville.

Hagiografie
Voorwaar, het zijn wapenfeiten die een indrukwekkend eerbetoon aan de man, die algemeen wordt beschouwd als de beste studiomuzikant uit de geschiedenis van de rockmuziek, had kunnen opleveren. Maar wat valt The Session Man in dat opzicht tegen. We krijgen een niet aflatende stroom aan muzikanten, producers, platendirecteuren, concertorganisatoren en Crohn-deskundigen te zien, keurig chronologisch ingedeeld naar alle episodes, de platensessies, de optredens, de vele ontmoetingen met al die popgrootheden, het verloop van zijn ziekte. Allemaal talking heads die het een na het andere cliché debiteren, en een litanie aan loftuitingen: ‘fantastisch’, ‘geweldig’, ‘legende’, ‘geniaal’, ‘ongelooflijk talent’, ‘bijzonder sympathiek’, ‘met hem erbij werd het nummer zoveel beter’, ‘hij had een instinct voor de juiste toon op het juiste moment’. The Session Man verwordt daarmee tot een hagiografie.

Illustratief is het interview met Moira die vertelt hoe ze hem na een concert ontmoette. ‘Hij was zo aardig’, had ze tegen haar vriendin gezegd, ‘met zo iemand zou ik wel willen trouwen.’ En verdomd, een half jaar later was ze met hem getrouwd. Volgens haar spiegelde Nicky zich aan Chopin, wat op zich een mooie invalshoek had kunnen opleveren. Moira houdt het bij de opmerking ‘Nicky geloofde in reïncarnatie’. Nicky Hopkins verdient oneindig veel beter.

 

27 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Soft Leaves

**
recensie Soft Leaves
Van de ladder tuimelen

door Bert Potvliege

Een debutant krijgt de kans een langspeelfilm te maken en waagt zich aan een persoonlijke portretschets, een risicovolle onderneming die vaak verzandt in melodrama. Toch waagt de Belgische cineaste Miwako Van Weyenberg zich in Soft Leaves aan iets wat onbeleefd misery porn wordt genoemd. 

Het bij ons vorig jaar verschenen Milano (u ziet aan welk soort projecten het Vlaams Filmfonds middelen toekent) bracht al een uiterst grauw en troosteloos beeld van een ontwricht gezin, waarbij de tragische afloop het dieptepunt vormde. Soft Leaves gaat niet zo ver, maar bevindt zich in hetzelfde vaarwater.

Soft Leaves

Zacht gekabbel
Elfjarige Yuna heeft een Belgische vader en Japanse moeder. Ze woont gelukkig samen met haar vader in België, terwijl moeder enige jaren geleden naar Japan trok om er een nieuw leven op te bouwen. Wanneer haar vader onhandig in een coma sukkelt, staat Yuna er alleen voor. Haar broer keert terug naar huis om er te zijn voor zijn kleine zus. Ook haar moeder stapt op een vlucht terug naar België, met Yuna’s stiefzus in haar zog, om mee zorg te dragen voor haar vervreemde dochter.

Wat volgt is een portretschets die je mag omschrijven als ‘Yuna gaat op zoek naar haar eigen identiteit’. Van Weyenberg streeft ernaar op zachte en lieflijke toon kleine Yuna uit de doeken te doen. Het is een schets die een aaneenrijging van scènes brengt met spaarzame pieken en dalen: Yuna gaat naar het grootwarenhuis met haar moeder. Yuna tekent in haar schetsboek, terwijl moeder een videochat heeft met haar man in Tokio. Yuna verblijft even bij haar broer, maar verveelt er zich. Yuna en haar halfzusje zitten samen te kleuren.

De cineaste laat het aan de kijker om de intentie van die momenten zelf te achterhalen, maar dit betekent geenszins dat we met weldoordachte cinema te maken hebben.

Blik op de navel
Soft Leaves wil schrander verbeelden, maar doet wat zovele gelijkaardige films reeds duizend keer deden. Een kind verliest een ouder en ziet daarmee de grond onder de voeten verdwijnen. Wat volgt, is een zoektocht naar zichzelf in een wereld waarin hij of zij steeds meer op zichzelf wordt teruggeworpen. Elke scène onthult gaandeweg iets meer over het innerlijke van het kind en toont hoe het, met vallen en opstaan, langzaam leert om sterker in het leven te staan.

Het vorige maand verschenen Vingt Dieux deed exact hetzelfde – ook daar vormt het verlies van een ouder, tien minuten ver in de film, het startschot voor een ontvoogdingsverhaal. Het vorig jaar uitgebrachte Il pleut dans la maison bewandelde een gelijkaardig pad, maar deed dat minder expliciet en met meer bedachtzaamheid in zijn observaties. 

Van Weyenberg toont niet de maturiteit om op verantwoordelijke wijze om te gaan met haar voorrecht een langspeelfilm te maken. De cineaste is zelf een kind van een Japans-Belgisch gezin en haar film is zodoende zeer persoonlijk en te therapeutisch – een probleem dat de cinema regelmatig teistert. De navelstaarderij is vlakbij. De hier onderzochte thematiek kwam bovendien al aan bod in haar kortfilms.

We hekelen het immens gebrek aan narratieve verbeeldingskracht. Het beste voorbeeld hiervan is het ongeluk van Yuna’s vader, waarbij Van Weyenberg een manier zoekt om ervoor te zorgen dat de jongedame alleen achterblijft. Vader zet een ladder tegen de boom om er een bal uit te halen maar die tuimelt onderuit, waarbij de arme stakker een hoofdtrauma oploopt. Dit is een ongemotiveerde verbeelding die ons doet beseffen dat het blijkbaar geen zier uitmaakt wat hem overkomt, zolang hij maar scenariogewijs in die coma sukkelt. De ingreep is bij de haren getrokken.

Soft Leaves

De ontmaskering
Het acteerspel oogt regelmatig lamentabel. Geert Van Rampelberg is sterk als de vader, maar de meeste acteurs gaan de mist in. We willen die voornamelijk debuterende spelers daarvoor niet schandvlekken, want de dialoog waarmee ze aan de slag moeten is ongeloofwaardig. Let op de interactie tussen Yuna en haar broer. Geen broer en zus ter wereld spreken zo tegen elkaar. Dit alles klinkt geschreven en niet geleefd.

Soft Leaves blijft steken in zijn narratieve laag en spendeert onvoldoende aandacht aan een poëtische dimensie. De film is te weinig cinema – iets waar de openingsscène wél in slaagt. We lazen iets over zorgvuldig gekozen warme kleuren, maar dat is een schraal statement. Hier en daar speelt Van Weyenberg wel met klank om de interne onrust van Yuna te verbeelden – de poetsmachine in het ziekenhuis is een voorbeeld – maar visueel is dit alles verschroeiend mager. Dat de film stuurt naar een einde waar een traan gewrongen wordt, is als achter de schermen turen bij een halfbakken goochelaar.

Als dit het soort cinema is waar filmmakers menen dat een publiek nood aan heeft, dan laten wij het hoofd hangen. Hopelijk slaat Van Weyenberg bij haar volgende project de vleugels uit en richt ze haar blik naar buiten in plaats van naar binnen.

 

22 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Son Hasat

***
recensie Son Hasat
Gevangen als geweven riet

door Tim Bouwhuis

Wie op een afgelegen plek woont, heeft zijn arbeidskansen lang niet altijd voor het uitkiezen. Verlaat in Son Hasat het onderkomen van de hardwerkende Ali, en je stuit op een labyrint van waterwegen en uitgestrekte rietvelden. De eerste aanblik van het natuurschoon is behoorlijk sereen. Dan treft de introverte arbeider de onderdrukkende types die in dit Turkse laagland de dienst uitmaken. Ineens werkt het oprijzende riet verstikkend, en staat het water hem tot aan de lippen.

De dagroutine van rietwerkers in het getoonde deel van Anatolië volgt een beproefd patroon. Ali en zijn lotgenoten gebruiken eigen bootjes om op plekken te komen waar het riet metershoog staat. Terug op het vasteland controleert een opzichter of ze voldoende oogst hebben binnengebracht. Bij deze bitsige checks regeert het wantrouwen: houden de arbeiders niets voor zichzelf? Verkopen ze niets door aan een ander?

Son Hasat

Juk van gezag
Om de krappe geldpot van het gezin wat bij te vullen, weeft de vrouw van de hardwerkende Ali rieten matten. De metafoor werkt naadloos: eens die rieten stengels met geweld gebonden zijn, kunnen ze geen kant meer op. Op gelijkaardige wijze gaan Ali en andere arbeiders gebukt onder de grillen van het opgelegde gezag. Vroeg in de film vangt de hoofdpersoon barmhartig een uitgekafferde rietplukker op. De boot van de man wordt door de opzichter lekgeslagen, zodat hij zijn heen-en-weer morgen niet kan herhalen.

Hoewel Ali duidelijk het lijdend voorwerp is van stelselmatig onrecht, blijkt het niet eenvoudig om tot zijn psyche door te dringen. In een twistgesprek met zijn vrouw Aysel laat hij duidelijk doorschijnen dat hij zich niet met zijn lot kan verzoenen, maar zijn vervolgstappen blijven door zijn ingetogen, onberekenbare karakter gespeend van diepgravende motivaties. Het zorgt ervoor dat een aantal latere plotontwikkelingen zich abrupt aankondigen, als donderslagen bij heldere hemel.

Geestverwant
Weidse opnames van het oogstlandschap contrasteren in Son Hasat op sterke wijze met de benarde situaties waar Ali in verstrikt raakt. De film blijft wel achter in de uitwerking van de verschillende nevenpersonages; die doen zonder uitzondering vlak aan. Net als de Turkse grootmeester Nuri Bilge Ceylan (die zijn beste films maakte in hetzelfde grote gebied) is regisseur Cemil Agacikoglu geïnteresseerd in de maatschappelijke kiem van onrecht en wantrouwen, en verkent hij die thematiek mede door zijn hoofdpersoon voor morele dilemma’s te stellen. Het verschil is dat bij Ceylan de menselijke en daarmee dramatische diepgang nooit verloren gaat, terwijl Son Hasat te sterk als een allegorische schets aandoet.

Son Hasat

De lome, maar toch strak getimede beeldregie is een prettige plus van een film die je het best ziet op een zo groot mogelijk doek. Het eensgezinde opstijgen van een vlucht vogels imponeert in Son Hasat meer dan de inhoudelijke kern, die kraakhelder wordt gepresenteerd (in de nachtmerrieachtige openingsscène slaat Ali overboord terwijl zijn vrouw al in het water ligt) maar in het vervolg te weinig prikkelt.

Je schepen verbranden
Sluit Son Hasat misschien te vrijblijvend aan bij andere (Turkse) films over wantrouwen en onrecht, en over de strijd tussen het individu en het ‘systeem’? Wat dat betreft geeft het te denken dat het indringende Hesitation Wound (in 2024 op het Movies That Matter Festival) en het meer lichtvoetige One of Those Days When Hemme Dies (onlangs op het MOOOV Film Festival) (nog) níet in Nederland zijn uitgebracht.

In laatstgenoemde film, schatplichtig aan het werk van Abbas Kiarostami, staat een onrechtvaardig behandelde arbeider op het punt om zijn baas om het leven te brengen. Tot hij afdwaalt tijdens een wandeling en langzaam tot bedaren komt. De wonderlijke de-escalatie zou de ultieme ‘double bill’ vormen met Son Hasat. Waar de zon in One of Those Days When Hemme Dies langzaam weer gaat schijnen, ziet Ali geen andere optie dan zijn schepen (letterlijk) achter zich te verbranden. De krachtige beeldtaal van zijn innerlijke reis maakt de zit van twee uur nog altijd het aanschouwen waard.

 

7 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

The Seed of the Sacred Fig

****
recensie The Seed of the Sacred Fig

Opnieuw vernietigende aanklacht tegen Iraanse ayatollah-regime

door Jochum de Graaf

Met There is No Evil, een caleidoscopische verkenning van de doodstrafpraktijk in Iran, won Mohammad Rasoulof in 2020 de Gouden Beer. Het kostte hem een jaar gevangenisstraf. The Seed of the Sacred Fig, juryprijs Cannes, werd voor een Oscar genomineerd. Vlak voor de première in Cannes 2024 kon Rasoulof ontsnappen aan een veroordeling tot acht jaar gevangenis, plus lijfstraf en een hoge boete; hij leeft tegenwoordig in Duitsland. The Seed of the Sacred Fig, misschien wel Rasoulofs belangrijkste film, is opnieuw een vernietigende aanklacht tegen het Iraanse ayatollah-regime.

Vader Iman is een ambitieuze advocaat die net is gepromoveerd tot onderzoeksrechter. Dat is nog maar één stap verwijderd van rechter in het revolutionaire hof, een zeer vooraanstaande positie in de Islamitische Republiek Iran. Daar hoort een aardige salarisverhoging en betere huisvesting, misschien wel een huis met voor de dochters een eigen kamer, bij. Maar de promotie heeft ook een keerzijde: Iman wordt nu nog meer een radertje in het gewelddadige rechtssysteem van de Islamitische Republiek. Tot zijn verontrusting ontdekt hij dat hij nu doodstraffen zonder vorm van proces moet gaan afstempelen.

The Seed of the Sacred Fig

Protesten worden hard neergeslagen
Tienerdochters, studente Rezvan en schoolgaande Sana, zitten urenlang met stijgende verbijstering op hun telefoons te kijken naar de gruwelijke beelden, het niets ontziende geweld waarmee het ayatollah-regime probeert de ‘Woman Life Freedom’-beweging die vanaf september 2022 door Iran raast, neer te slaan. Het is een voor Iran ongekende felle, omvangrijke  protestbeweging, ontstaan vanwege de dood van de 22-jarige Mahsa Amini, die was opgepakt omdat ze haar hijab verkeerd droeg.

Moeder Najimeh krijgt daar ook het een en ander van mee, maar volgt het nieuws via de staatstelevisie, die een zeer negatief beeld van de demonstranten schetst. Ze leeft met een loyaliteitsconflict, schipperend tussen haar plicht en liefde voor haar man en haar instinct om haar dochters te beschermen. Het gezin kan in deze rolverdeling gezien worden als een microkosmos van het huidige Iran.

Het nieuws van Mahsa Amini’s dood komt als een schok. Iman houdt stevig vast aan de officiële lezing en zegt dat het meisje duidelijk een beroerte heeft gehad. Maar Rezvan en Sana geloven het geen seconde. Op een avond, als het gezin aan het eten is en de tv het officiële nieuws uitzendt, gromt Rezvan: ‘Leugens, allemaal leugens.’ Iman barst tegen haar uit, beschuldigt hen ervan dat ze in de propaganda van vijanden en buitenlandse elementen trappen. ‘Welke buitenlandse elementen?’, vragen zijn dochters – maar Iman weigert nors nadere uitleg. Voortaan blijft de tv uit tijdens het eten.

De verhoudingen worden ernstig beproefd wanneer Sadaf, vriendin van Rezvan, het appartement wordt binnengebracht. Ze is bij de rellen fiks mishandeld, haar gezicht is aan een kant nogal bloederig, ze zal mogelijk een oog moeten missen. Moeder Najmeh weet zich in eerste instantie niet goed raad met de situatie. Onder geen beding mag Iman hier iets van te weten komen, de mogelijke betrokkenheid van Rezvan bij de rellen kan zijn reputatie ernstig schaden. Maar ze besluit toch achter de schermen hulp te zoeken en Sadaf te verzorgen. In een breed uitgesponnen scène verwijdert ze minutieus met een pincet de hagelkogeltjes uit Sadafs gezicht. Stuk voor stuk belanden ze in de gootsteen, er komt nogal wat bloed aan te pas.

The Seed of the Sacred Fig

Van drama naar thriller
En dan is er de plot rond een pistool, dat Iman bij zijn promotie kreeg uitgereikt. Het is voor zijn bescherming, zo wordt hem verteld. Hem wordt aangeraden niet al te openlijk over zijn werk te zijn. Er zijn talloze dissidenten in de straten van Teheran die een van de belangrijkste functionarissen van de theocratie willen uitschakelen. Als hij het wapen verliest of het gestolen wordt, riskeert hij een gevangenisstraf van minimaal drie jaar en is zijn carrière over.

Wanneer het pistool op zekere dag zoekraakt, wordt de film een thriller. Het tempo gaat omhoog, de gebeurtenissen volgen elkaar sneller op, de muziek zwelt aan, er volgt een spannend spel met telkens wisselende perspectieven.

Voor Iman begint en eindigt de lijst met verdachten met zijn directe verwanten, eventjes een collega, een broer die thuis op bezoek komt, maar vooral zijn vrouw, zijn dochters. Hij denkt de zaken beter onder controle te krijgen met een vlucht naar zijn geboortedorp, honderd kilometer buiten Teheran. Hij zet zijn gezin in de auto. Rezvan en Sana kijken naar familiefilmpjes uit hun jeugd, de vakanties waar ze met hun vader nog konden lachen en spelen, gezellig praten en discussiëren, maar nu zijn de verhoudingen stevig verstoord.

Vader Iman wordt steeds meer paranoïde, zeker wanneer hij door een stel reizigers gefilmd wordt die hem menen te herkennen en bedreigen. Achtervolging, opsluiting, gijzeling, verhoren in de beste c.q. slechtste traditie van de staatsveiligheidsdienst, de dreiging van een shoot out in een adembenemend decor van rotsen en spelonken leiden tot een opera-achtige apotheose.

De filmtitel verwijst naar een soort vijg waarvan de jonge scheuten zich om een andere boom wikkelen en deze uiteindelijk wurgen, een metafoor voor het theocratische regime, die je zou kunnen opvatten als wens of hoop op een einde van de Islamitische Republiek. Maar The Seed of the Sacred Fig is vooral zo sterk als toonbeeld van hoe de tentakels van een autoritair regime woekeren en wroeten in alle geledingen van de Iraanse samenleving. Masoulof maakte er opnieuw een vernietigende aanklacht van.

 

19 maart 2025

 

ALLE RECENSIES

Sujo

****
recensie Sujo
Vechten tegen je lotsbestemming

door Zoë van Leeuwen

De Mexicaanse inzending voor de 97ste Oscars kan misschien niet opboksen tegen de theatraliteit van Emilia Pérez, maar geeft wel het verhaal achter de misdaad en de drugskartels op een manier die we nog niet eerder hebben gezien. Sujo is een tedere coming of age-film over een jongen die worstelt om zijn eigen weg te vinden, weg van het geweld en de criminaliteit waarmee hij is opgegroeid.

Sujo is zowel geschreven, geproduceerd als geregisseerd door twee Mexicaanse filmmakers, Astrid Rondero en Fernanda Valadez. Beide vrouwen zijn niet onbekend met films over de problematiek in Mexico. In 2020 werkten ze samen aan Sin señas particulares, een film over een moeder die door Mexico reist op zoek naar haar zoon, die volgens de autoriteiten stierf toen ze probeerde de grens met de Verenigde Staten over te steken. Hoewel de Mexicaanse inzending de Oscars uiteindelijk niet haalde, ging Sujo er tijdens het Sundance Filmfestival in 2024 wel met de grote juryprijs, in de categorie Beste Wereldcinema, vandoor.

Sujo

De aanzet van deze film is de alsmaar groeiende humanitaire crisis in Mexico als gevolg van het kartelgeweld. Het verhaal van drugsbazen en kogels kennen we inmiddels wel. Rondero en Valadez wilden juist met Sujo hun blik werpen op de mensen die zijn getroffen door alle criminaliteit en als gevolg daarvan op jonge leeftijd moeten leren om op eigen benen te staan. “We wilden de vraag stellen of iemand meer is dan zijn verleden. Verdient iemand die is opgegroeid omringd door geweld een beter leven? En wie neemt dat besluit?”

In het duister tasten
Zoals de titel al suggereert, draait de film om Sujo (Juan Jesús Varela), een Mexicaanse jongen die als wees opgroeit en zich zijn hele leven afvraagt of hij het geweld van zijn vader heeft geërfd. Sujo, dat letterlijk vertaalt naar ‘Wild Paard’, wordt na de dood van zijn vader, die door het kartel als verrader werd bestempeld en werd vermoord, opgevoed door zijn tante Rosalia (Karla Garrido). Ergens op het platteland in de staat Michoacán doet ze haar uiterste best om Sujo te beschermen tegen de wereld waarin zijn vader hem heeft achtergelaten.

Het acteerwerk van de jonge acteurs is verbluffend, waardoor je als kijker soms heel even vergeet dat je naar een fictief verhaal aan het kijken bent. Ook de volwassenen voelen als echte mensen, die vaker handelen dan hardop spreken. Ondanks het gebrek aan dialoog, is de film veelzeggend. Visueel is Soju op meerdere momenten erg donker, waardoor het vaak lastig is om te zien wat er precies gebeurt. Toch is dit niet alleen maar negatief, want in veel gevallen geeft het een gevoel van onzekerheid en duisternis dat goed bij het verhaal past. Het tekort aan dialoog zorgt wel, vooral in het begin van de film, voor een gebrek aan context. Hierdoor is de film, gepaard met de donkere scènes, niet altijd even goed te volgen.

Hoopvolle toekomst
Sujo is bij lange na geen typische coming of age-film, maar laat evengoed thema’s als jeugd, opgroeien en uiteindelijk volwassen worden, naar voren komen. Wanneer Sujo ouder wordt, worden hij en zijn twee neven waarmee hij opgroeide, steeds rebelser. Ze beginnen kleine klusjes te doen voor het kartel, zonder te beseffen wat voor gevolgen dit kan hebben. Pas wanneer het geweld van het kartel te dichtbij komt, wordt Sujo door zijn tante op een bus naar Mexico-Stad gezet.

Het verhaal vindt zijn houvast weer nadat Sujo in de grote stad probeert zijn leven op te pakken. Hij zoekt een baan en vindt zelfs een mentor in onderwijzeres Susan (Sandra Lorenzano), die zijn potentieel ziet en hem hulp biedt en een kans om zichzelf te bewijzen. De film bereikt zijn hoogtepunt wanneer zijn verleden hem inhaalt en Sujo zijn roots niet helemaal lijkt los te kunnen laten.

Sujo

Diepgaand en emotioneel
Sujo vergelijken met het Oscar-genomineerde Emilia Pérez lijkt misschien wat vergezocht. En hoewel beide projecten een heel ander verhaal vertellen, zijn ze allebei vernieuwend in het genre van films over drugskartels. Maar waar Emilia Pérez een theatraal verhaal laat zien over kartelgeweld in Mexico met gebrek aan diepgang, zoekt Sujo juist naar die diepere laag om de mensen die de dupe zijn van de drugs, bendes en geweld een podium te geven.

Ze schrappen de glitter en glamour uit de typische thriller vol actie over een stoere kartelbaas, en vertellen in plaats daarvan het, voor veel mensen in Mexico, realistische verhaal van de mensen die achterblijven als gevolg van deze drugsbaronnen en het geweld. Sujo geeft een iets wat optimistische kijk op deze wereld aan de hand van een emotioneel portret. De film laat zien dat je, hoe moeilijk het ook is, zelf verantwoordelijk bent voor je keuzes en je uiteindelijk zelf bepaalt hoe je je leven leeft, maar dat er geen schaamte is in het zoeken van hulp.

 

11 maart 2025

 

ALLE RECENSIES

Un Silence

***
recensie Un Silence
7.700 bezoekjes

door Cor Oliemeulen

De drama’s van de Belgische filmmaker Joachim Lafosse zijn geen gemakkelijke kost. Zijn tiende film, Un Silence, gaat over schaamte. Schaamte leidt tot ontkenning. Tot stilte. Centraal staat een bourgeoisiegezin met aan het hoofd een succesvolle advocaat. Langzaam wordt een familiegeheim blootgelegd.

Lafosse liet zich inspireren door een schandaal rondom de Belgische advocaat Victor Hissel. Die was raadsman van de ouders van slachtoffers van kindermisbruiker Dutroux, maar bleek ook zelf wat op zijn kerfstok te hebben. Met Un Silence vraagt de regisseur aandacht voor het bespreekbaar maken van zaken en omstandigheden, waarin de kinderen van advocaat François Schaar (Daniel Auteuil) een sleutelrol vervullen. Net als in À perdre la raison (2013), eveneens gebaseerd op een waargebeurde zaak (een Belgische vrouw doodde haar vijf kinderen), probeert Lafosse uit te leggen hoe iemand tot zijn daad komt. En wie is de werkelijke dader?

Un Silence

Misstap
Weinig hulp biedt Schaars echtgenote Astrid (Emmanuelle Devos), want zij heeft “een misstap van 30 jaar geleden” onder het tapijt geschoven. In de openingsscène van Un Silence zien we haar in een auto naar het politiebureau rijden. Haar 18-jarige zoon Raphaël is opgepakt nadat hij zijn vader met een mes heeft aangevallen. De close-up van Astrids gezicht toont ingehouden emoties. Haar ogen verraden een wervelwind van gedachten. Als ze wordt ondervraagd door een rechercheur zwijgt ze voornamelijk. Ze schaamt zich kennelijk. De rechercheur suggereert dat Astrid haar comfortabele leventje niet wil opgeven.

Tijdens de reconstructie van Raphaëls daad blijkt dat ook hij handelde uit schaamte. Hij zag zijn vader als een beroemde advocaat die opkwam voor de zwakkeren, totdat hij begrijpt wat er 30 jaar geleden is gebeurd. François verzwijgt nog steeds wat. In zijn maatschappelijke status kan hij het zich niet veroorloven om naar de waarheid te kijken, bang om van zijn voetstuk te vallen. Regisseur Lafosse voert schaamte en zwijgen op als een vorm van kwetsbaarheid en raadselachtigheid. De weegschaal had meer naar kwetsbaarheid mogen doorslaan.

Un Silence

Afstand
Die raadselachtige ondertoon heeft weliswaar een meeslepende werking, maar door de bijna voortdurende, discrete afstand ontstaan documentaire-achtige observaties. Dat maakt het meeleven met de personages lastig. Verder hoef je een duister geheim niet per se te benadrukken door het gebruik van duistere belichting, waardoor de afstand tot de personages mogelijk nog groter wordt. Na afloop van de film herinner je je eigenlijk alleen nog maar het gekwelde gezicht van Emmanuelle Devos. Daniel Auteuil blijft vanwege de invulling van zijn rol letterlijk en figuurlijk in de schaduw.

Respect voor Joachim Lafosse dat hij ambigue gebeurtenissen als onderwerp van zijn films neemt. Of het nu gaat om een moeder en haar zoon die op paarden door Kirgizië trekken om aan hun onderlinge relatie te werken (Continuer, 2018) of over een meubelrestaurateur met een bipolaire stoornis (Les intranquilles, 2021). Un Silence voelt qua thema al even ongemakkelijk, maar de film zakt nergens in. Stapje voor stapje, bezoekje na bezoekje, leidt de weg naar Raphaëls daad.

 

7 augustus 2024

 

ALLE RECENSIES