Recensie Whiplash

****

recensie  Whiplash

Bloed, zweet en drums

door Suzan Groothuis

Om tot een van de beste jazzdrummers te horen moet je tot het uiterste gaan. Immers, saxofonist Charlie Parker werd pas Bird toen Philly Joe Jones een bekken naar zijn hoofd gooide.

Andrew (Miles Teller, Rabbit Hole, The Spectacular Now) is een jonge jazzmuzikant die de beste drummer van zijn prestigieuze conservatorium wil worden.  Wanneer hij aan het oefenen is wordt hij opgemerkt door Terence Fletcher (J.K. Simmons, Spider-Man, Juno). Fletcher is een briljante docent die er om bekend staat muzikanten tot grote hoogten te brengen. Maar zijn lesmethoden zijn ook omstreden.

Van Andrews drumsessie lijkt hij niet onder de indruk. De man is zelfs al vertrokken, voordat Andrew er erg in heeft. Maar dat zijn spel wel zeker opgemerkt is, blijkt wanneer Fletcher hem op een later moment uit een les plukt. Hij vraagt Andrew voor zijn jazzband te drummen en te laten zien wat hij in huis heeft.

Recensie Whiplash

Tot het uiterste
Vanaf dat moment ontwikkelt zich een gespannen verhouding tussen een jonge, getalenteerde jazzdrummer die de beste wil zijn en een docent die het maximale uit zijn studenten wil halen. Fletcher zoekt herhaaldelijk Andrews grenzen op door het uiterste van hem te vragen. En Andrew onderwerpt zich aan de grillen van zijn leermeester, maar balanceert daarbij op het randje van zijn fysieke en psychische kunnen.

In zijn thematiek doet Whiplash wat denken aan films als Black Swan en The Wrestler (beiden van Darren Aronofsky), waarin het lijntje tussen passie en waanzin dun is. Hoewel Whiplash lichter is van toon en uiteindelijk ook optimistischer, zijn er overeenkomsten: de lichamelijke en psychische opoffering van een passie of sport die volledige toewijding vraagt.

Aronofsky deinsde in zijn films niet terug voor het tonen van de gevolgen van de fysieke inspanningen, zoals de krakende pezen en uitputting van Natalie Portman in Black Swan. In Whiplash drumt Andrew tot bloedens toe. Overigens niet geënsceneerd: acteur Miles Teller, die al vanaf zijn vijftiende drumt, kreeg blaren op zijn handen dankzij de krachtige en onconventionele stijl van jazz drummen. Daarbij werd hij in de meest intense scènes door regisseur Damien Chazelle aangemoedigd om door te gaan totdat hij uitgeput was.

Goed is niet goed genoeg
Whiplash is echter meer dan een fysieke en psychische uitputtingsslag. De passie voor muziek en daarin willen excelleren en van betekenis willen zijn staan op de voorgrond. Hoezeer Fletcher ook brult, drilt en zijn studenten tot het uiterste drijft, zijn beweegredenen zijn helder: “I push people beyond what’s expected of them. I believe that’s an absolute necessity.”

Recensie Whiplash

Niet dat dit van Fletcher een sympathiek personage maakt, want de man is in zijn vak een omstreden, manipulerende klootzak. Maar hij is wel iemand die zichzelf ten doel heeft gesteld het beste in de ander naar boven te halen. Het vinden van een nieuwe Charlie “Bird” Parker. Daar tegenover staat de getalenteerde jonge Andrew: “I want to be one of the greats”.

Miles Teller en J.K. Simmons zijn in hun rollen volledig aan elkaar gewaagd. Twee gedreven, gepassioneerde karakters die de beste in hun vak willen zijn en het elkaar daarin niet gemakkelijk maken. In de zinderende slotscène wordt feilloos duidelijk hoe de verhoudingen liggen en bovendien een knap staaltje drummen weg gegeven. Whiplash  is een film over absolute toewijding, waarin “goed gedaan” niet goed genoeg is. Of in Fletchers treffende bewoordingen: “There are no two words in the English language more harmful than ‘good job’.”

Whiplash won op het Sundance Festival in Amerika zowel de jury- als de publieksprijs. Recent werd de film op het Leids Filmfestival vertoond, waar hij de American Indie Competition won. En dan te bedenken dat regisseur Damien Chazelle de financiering voor zijn film maar met moeite rond kreeg. Daarvoor was eerst een korte versie van Whiplash (2013) nodig.

 

11 november 2014

 

MEER RECENSIES