IDFA 2014 – Deel 6

Deel 6: Tweemaal incest, dochter zoekt moeder en alligator in New York

door Suzan Groothuis

Terwijl IDFA alweer op zijn einde loopt, volgt hier het zesde verslag waarin incest en familiegeschiedenis een grote rol spelen in twee films, een dochter haar moeders geschiedenis in de Oekraïne ten tijde van WOII onderzoekt en een tijger en een alligator de huisdieren zijn van een New Yorker.

Ghosts from the Past

Ghosts from the Past – Cinta Forger, Walther Grotenhuis (Nederland, 2014)
Nadat ex-crimineel en junk Viggo uit de gevangenis komt, is het tijd om zijn leven te veranderen. Tijd om uit te vogelen wie hij was en wie hij is.  Hiertoe besluit Viggo een cameraploeg in de arm te nemen om zijn familiegeschiedenis onder de loep te nemen. Een complexe familiegeschiedenis zo blijkt, want zijn moeder overleed toen Viggo een jaar oud was. Vervolgens maken we kennis met zijn vader, zijn twee zussen en een broer die buiten beeld blijft.

Dat er sprake was van een ontwrichte gezinssituatie, blijkt uit de incestueuze verhouding die zijn vader had met Viggo’s oudere zus. Beelden van het disfunctionele gezin worden getoond aan de hand van filmmateriaal uit familiearchieven. De vastgelegde situaties – ogenschijnlijk normaal voor de buitenwereld – krijgen een donkere lading wanneer Viggo en zijn zussen over vroeger en hun relatie met hun vader en broer vertellen. Maar Ghosts from the Past is niet alleen een inktzwart drama over een familiekroniek, het is ook een zoektocht van een man naar zichzelf. Een man die uit het criminele wereldje is gestapt en tegelijkertijd aangeeft zijn leven van vroeger veel spannender te vinden. De getoonde drama (met name de beelden van de oudere zus, die duidelijk kampt met een traumatisch verleden) is confronterend en laat goed de gevolgen zien van het opgroeien in een disfunctioneel gezin. Tegelijkertijd is er veel humor, dankzij de gevatte, harde opmerkingen van Viggo.

Voor Viggo, die kampt met een chronische alvleesklierontsteking, is het leven opnieuw een zoektocht. Zijn zussen hebben er hun eigen draai aan gegeven, maar ieder voor zich draagt het verleden met zich mee. Intiem document dat je dankzij het vele film- en geluidsmateriaal van vroeger dichtbij de wortels van een ontwricht gezin brengt.

No Lullaby

No Lullaby (Nirgendland) – Helen Simon (Duitsland, 2014)
Het Duitse No Lullaby laat ook zien wat de impact van incest is op een vrouw die jarenlang misbruikt is door haar vader. Aan haar keukentafel vertelt de vijftigjarige Tina Reuther over haar incestueuze verleden en hoe ze zich staande heeft weten te houden. In het dagelijks leven oogt ze als een stevig in het leven staande vrouw, gelukkig samenwonend met haar vriendin. Maar de verhalen aan de keukentafel tonen anders.

Geleidelijk aan wordt duidelijk dat niet alleen Tina, maar ook haar dochter Floh misbruikt is door Tina’s vader. Iets waar Tina pas achter kwam toen Floh achttien jaar was en het haar in bijzijn van haar therapeut vertelde. Vijf jaar later staat Floh voor de rechter om haar opa aan te klagen.

De gruwelijke familiegeschiedenis wordt spanningsvol, als een thriller, opgebouwd, waarbij het rechtbankproces als rode draad door het verhaal heen loopt. Terwijl de rechtbankverslagen door een monotone voice-over worden voorgelezen, wordt het leven van Floh in beeld gebracht aan de hand van interviews met betrokkenen en beeld- en geluidsmateriaal.

No Lullaby is een hartverscheurend en tragisch verhaal, maar opvallend kalm in beeld gebracht. Dankzij de rustige beelden is er volop aandacht voor Tina’s verhaal, dat zich als een getuigenis ontvouwt en in al zijn openheid en kwetsbaarheid de vernietigende gevolgen van incest op twee generaties – moeder en dochter – laat zien.

My Mother, a War and Me

My Mother, a War and Me (Meine Mutter, ein Krieg und ich) – Tamara Trampe (Duitsland, 2014)
In haar kleine, intieme documentaire onderzoekt Tamara Trampe de geschiedenis van haar moeder ten tijde van WOII. In 1944 werd Tamara nabij Charkov in de Oekraïne geboren, aan het front waar haar moeder als verpleegster het Rode Leger diende. In de ijskou, op een open veld, vond de bevalling plaats. Een onwerkelijk verhaal, want het was oorlog en die ging na de bevalling gewoon door.

Aan de hand van interviews met haar inmiddels overleden moeder en oud-collega’s in de oorlog probeert Tamara meer te weten te komen over die periode en over haar vader. Een vader die ze nooit gekend en nooit gezien heeft. Iemand met een hoge positie in de oorlog en bovendien getrouwd. Wanneer Tamara na het overlijden van haar moeder haar geboorteplaats bezoekt, poogt zij het verleden meer invulling te geven. Maar de interviews met betrokkenen uit die tijd – een oom, oud-collega’s van haar moeder – leveren maar weinig informatie op.

De inmiddels hoogbejaarden schuifelen onzeker en wat achterdochtig rond in hun armoedige woningen, waar de tijd heeft stilgestaan. Uniformen vol met medailles verwijzen naar de oorlog, maar pijnlijke constateringen maken duidelijk dat de meeste herinneringen aan de oorlog uit hun geheugen gewist zijn. Daarbij: wat maakt dat Tamara naar Duitsland vertrokken is, in hun ogen nog steeds ‘Hitlerland’? My Mother, a War and Me geeft een indringend beeld van de leegheid die een verwoestende oorlog heeft achtergelaten en een persoonlijke geschiedenis die altijd onwerkelijk zal blijven.

Ming of Harlem

Ming of Harlem: Twenty One Storeys in the Air – Phillip Warnell (Engeland/ België/ USA, 2014)
Onwerkelijk is ook het verhaal van Antoine Yates, inwoner van Harlem, New York. De man meldde zich in 2003 met een bijtwond in het ziekenhuis in New York. Die wond bleek afkomstig van zijn inwonende Bengaalse tijger Ming. En of dat gegeven nog niet bizar genoeg is, leefde er ook nog een alligator in het appartement. Na het incident kwam de politie tussenbeide en werden de dieren verwijderd.

Regisseur Phillip Warnell koos ervoor dit opmerkelijke verhaal in een aparte, poëtische vorm te gieten. Zo reconstrueerde hij het appartement van Yates en liet er daadwerkelijk een grote tijger en alligator in rondlopen. Dit leidt tot een vervreemdend beeld van twee roofdieren in een volledig andere habitat, waarbij de dieren zo’n prominente rol innemen dat het onvoorstelbaar is dat Yates een aantal jaren zo geleefd heeft.

Een gedicht, dat voor de film werd geschreven, verwoordt de onverenigbare realiteit van het samenleven tussen mens en roofdier. Wat Yates, buiten zijn grote passie voor de dieren, er precies toe zette om met ze samen te leven wordt niet duidelijk. Maar daar lijkt het Warnell ook niet om te doen- met zijn film lijkt hij de kijker een inkijkje te willen geven in hoe dieren zich aanpassen in een omgeving waar ze niet thuishoren en die omgeving toch tot hun thuis maken. Ming of Harlem is met zijn langgerekte beelden wat traag, maar spreekt met zijn bizarre thema wel tot de verbeelding. Alleen jammer dat we van de kleurrijke Yates maar weinig weten, buiten die rondsluipende tijger en trage alligator in zijn New Yorkse appartement.

 

30 november 2014

 

TIPS VOOR IDFA 2014

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 4

DEEL 5

DEEL 6

DEEL 7

 

IDFA 2014 – Deel 5

Deel 5: Kleurrijke karakters

door Bob van der Sterre

Op IDFA gaan veel films over karakters die zonder uitzondering een uitzondering op de regel zijn. Ze lopen uiteen van een 90-jarige eigenaar van een wasserij tot een kunstvervalser die geen geld wil verdienen met zijn vervalsingen.

French Laundry

French Laundry – Elisabeth Vogler (Frankrijk, 2014)
Jean-François is al negentig. Hij heeft al een jaar of dertig de kans om met pensioen te gaan. En toch, toch kan hij niet stoppen met werken. Zijn wasserette in een wijkje in Nice is hem te dierbaar. Zijn klanten willen ook niet dat hij vertrekt. Waar moeten ze anders heen?

Een halletje. Wasmachine. Man stopt er was in. Wasmachine draait. Roetsj – roetsj – roetsj. Minuten gaan voorbij. Het is bijna een rustgevende meditatievideo.

Saaiheid ligt met zo’n onderwerp op de loer maar het is een mooi lesje ‘beperking maakt de meester’ geworden. Het is de terloopsheid waardoor de film boeit. Af en toe borrelen er flarden geschiedenis op. Toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog zaken had in Tunesië. Toen hij in de jaren zestig zaken deed met talloze hotels. Voor ons een onbekend tijdperk. Voor hem als gisteren.

Het uurtje film wordt nergens saai dankzij fraaie gelaatsuitdrukkingen, droogkomische gesprekken met klanten, mooie muziek, en hier en daar een paar toevalstreffers. Het meisje dat haar jas aantrekt voor de ingang van de zaak, de twee mannen die daar net een sigaret delen: stillevens op video. Hierna meteen À propos de Nice gaan kijken, een documentaire van Jean Vigo over arbeiders in Nice in 1930.

Toots

Toots – Kristi Jacobson (USA, 2006)
Toots was zeker geen werkpaard zoals Jean-François, maar een extraverte kerel die zich met zoveel mogelijk beroemde mensen wilde omringen. In de jaren vijftig kwam zijn moment of fame toen hij zijn bar en restaurant Toot’s Shore begon. Daar kwam iedereen die iets meende te betekenen in het New York van die tijd. Geen wonder dat in de film Sweet Smell of Success (1957) Burt Lancaster in deze bar rondloopt.

Toot Shore (echte naam Bernard Shore) werd zelfs een nationale bekendheid. Gangsterbaas Frank Castello gaf hem klopjes op de schouders, honkballer Joe DiMaggio vroeg hem om huwelijksadvies, en de politie kwam ook graag een drankje halen. Toots kende iedereen en iedereen kende hem.

Zo naadloos als hij paste bij het New York van de jaren vijftig, zo vervreemd was hij van de jaren zestig. Het oude New York verdween. De sfeer werd harder, rebelser. Voeg daar aan toe dat hij verre van een goede zakenman was (nogal wat mensen hoefden hun rekeningen niet te betalen) en hij moest zijn zaak sluiten.

De documentaire van Kristi Jacobson (uit 2006, onderdeel van het programma The Female Gaze) zit goed in elkaar en kijkt makkelijk weg, maar je wordt er geen seconde door verrast.

Rich Hill

Rich Hill – Andrew Droz Palermo, Tracy Droz Tragos (USA,  2014)
In Rich Hill zijn kleurrijke kinderen aan de beurt: Andrew, Harley en Appache. In dit stadje in Illinois gaan ze alle drie anders om met hun tamelijk beroerde leefsituaties. We volgen ze een jaar in hun levens.

Wat je verwacht, is een sentimentele tranentrekker vol met white trash. We gaan eens laten zien wat voor ellendige levens deze jongens leiden. Maar is er geen vooringenomenheid, er is slechts respectvolle observatie. Dat maakt de inhoud heel anders, soms zelfs ontroerend, daarmee soms herinnerend aan J.D. Salingers beroemde roman The catcher in the rye.

Appache, die door allerlei drama van vroeger in de war is geraakt, maar toch intens houdt van zijn moeder die in de bajes zit. Andrew, die ondanks twintig keer te zijn verhuisd, heel positief blijft. Zijn vrolijke band met zijn zus is ontwapenend. En Harley, prototype van een ADHD’er, van wie de tragiek afstraalt. Zelfs een beetje eenvoudig skateboarden gaat hem niet goed af. Zijn skateboard zien we in het riool verdwijnen.

The Circus Dynasty

The Circus Dynasty (Cirkusdynastiet) – Anders Riis-Hansen (Denemarken, 2014)
In The Circus Dynasty draait het om het duo Patrick Berdino and Merrylu Casselly, beiden een jaar of twintig. Ze vormen binnen en buiten de circusring een stelletje. De een hoort bij het grote Berdino-circus en de ander bij het Casselly-circus, wereldberoemd om verbazingwekkende acrobatiek.

Maar deze idylle wordt bedreigd als een Amerikaanse circusbaas de Casselly-familie vraagt mee te doen in de VS. Hoe gaan de families daarmee om? Drama ligt op de loer. Wat volgt is dat regisseur Riis-Hansen zeldzaam mazzel heeft met de timing van zijn film.

Bovendien geeft deze film tamelijk nauwkeurig weer wat het is om in een circus te werken. Olifanten dresseren. Op vier paarden tegelijk rondrijden. Eeuwig oefenen voor je iets kunt. Niet alles is zo romantisch als het lijkt. Net nog in je dij getrapt door een paard? Pijnstillertje slikken en dan je zware acrobatiek gaan doen.

Beide circusfamilies deinzen niet terug van deze inbreuk in hun privacy; ze waren beide te spreken over het resultaat. Als showmensen zijn ze gewend zichzelf bloot te geven. Dat maakt dat je als kijker een openhartig inkijkje krijgt in hun intieme levens, met ruzies en liefdes.

Art and Craft

Art and Craft – Jennifer Grausman & Sam Cullman (USA, 2014)
In Art and Craft is de hoofdpersoon ook een professional: een van de beste vervalsers ter wereld. Maar hij, Mark Landis, geeft zijn vervalsingen weg en krijgt er geen cent voor. Landis loopt de musea binnen, zegt met zwaarmoedig gezicht dat zijn zus is overleden en dat ze nog een Renoirtje hebben gevonden. Die schenkt hij in al zijn goedheid aan het museum. ‘Verslaafd aan filantropie’, noemt hij zichzelf. Tientallen musea in de Verenigde Staten tuinden erin.

Het duurde een paar decennia voordat Landis werd ontmaskerd. Matthew Leiniger van het museum van Oklahoma was degene die het ontdekte. In een artikel in The Financial Times volgde de volledige ontmaskering. We horen hier ook Leinigers verhaal.

Het verhinderde Landis niet om doodleuk door te gaan met het aanbieden van stukken – die zoals we zien nog steeds gretig worden ontvangen door curatoren. Ze zien nog steeds niet dat de Picasso gewoon een bewerkte fotokopie is. De documentaire vermaakt vooral omdat Landis, ook al zit hij onder de pillen tegen schizofrenie, een aanstekelijke droge humor heeft.

De film heeft verder zo zijn humoristische momenten; is ook mooi aangekleed, met onder andere jazzmuziek. Een van de prettigste films van het festival, die ook net niet te lang duurt. De documentairewereld is weer een kleurrijk karakter rijker.

 

30 november 2014

 

TIPS VOOR IDFA 2014

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 4

DEEL 6

DEEL 7

IDFA 2014 – Deel 4

Deel 4: De race om innovatie, getallen achter de crisis, obsessie voor Kennedy en passie voor Frankrijk

door George Vermij

Het IDFA biedt een breed venster op de wereld. Zo ook in ons nieuwe verslag met verschillende startende bedrijfjes die vechten voor een plek op de markt van 3D-printers. Wij luisteren naar een handelaar die de crisis heeft voorspeld en naar een man die geobsedeerd is door de moord op Kennedy. Wij sluiten mooi af in Normandië met een portret van meesterdocumentairemaker Ricky Leacock.

Print the Legend

Print the Legend – Luiz Lopez & Clay Tweel (USA, 2014)
De nieuwste internetrevolutie zal The Internet of Things worden voorspellen experts. 3D-printen vormt daarbij een essentieel onderdeel. Er bestaan al apparaten die dat kunnen doen, maar zoals de docu Print the Legend laat zien, is er een revolutie gaande om goedkope printers te maken voor een grotere markt. We volgen de beginnende bedrijven MakerBot en Formlabs die met elkaar concurreren. Daarnaast volgen we een groter en een ouder printbedrijf die een gevestigde plek hebben op de markt, maar door de nieuwe revolutie van hackers hun business-model moeten aanpassen.

De docu geeft een goed beeld van de passie die innovatie draaiende houdt. Zo is MakerBot ontstaan vanuit idealisme van hackers en ingenieurs die mensen in staat willen stellen om van alles te kunnen printen. Het meest extreme voorbeeld daarvan is de Texaanse cryptoanarchist Cody Wilson die ontwerpen maakt van wapenonderdelen en ook de bedenker is van een printbaar pistool. Hij geeft in de docu gevat commentaar op de kritiek die hij over zich heen heeft gekregen.

Het hart van de docu vormt echter de opkomst en ondergang van MakerBot-oprichter Bre Pettis die van een innemende en charismatische woordvoerder voor 3D-printen door het succes verandert in een harde zakenman. Een interview van een ex-medewerker is daarbij veelzeggend: na het lezen van de bio van Steve Jobs hebben veel mensen het idee dat ze het kunnen maken om een klootzak te zijn en dat geldt ook voor Bre. De underdog is de verlegen nerd Max Lobovsky die geen verkoper is en door zijn ouders liefkozend een mad scientist wordt genoemd. Hij heeft echter wel het betere product, maar dat is niet genoeg om op te vallen of de markt te veroveren. Print the Legend is een spannende en onthullende docu over hoe innovatie ontstaat, maar ook over de onvermijdelijke problemen die opduiken als er geld verdiend moet worden.

The Forecaster

The Forecaster – Marcus Vetter (Duitsland, 2014)
Martin Armstrong heeft met zijn model de pieken en dalen van de wereldeconomie weten te voorspellen. Niet dat iedereen blij is met zijn accurate predicties. In The Forecaster maakt Marcus Vetter een portret van Armstrong die na een succesvolle carrière op een gegeven moment de bak in moest voor fraude. De docu toont echter dat er vieze spelletjes werden gespeeld en dat de CIA het ook gemunt heeft op Armstrongs formule die hij nog steeds geheim houdt. Het levert een spannende docu op waarin je een inkijkje krijgt in de harde wereld van het geld. Daarnaast doet de bescheiden en innemende Armstrong ook nog wat schokkende voorspellingen zoals het instorten van de euro. De reden ligt volgens hem voor de hand. Regeringen lenen maar al te makkelijk zonder het idee dat ze het ooit terug moeten betalen. Voor Armstrong een gevaarlijke behoefte die alleen tot verdere economische malaise kan leiden. Je hoeft het natuurlijk niet eens te zijn met Armstrong, maar The Forecaster houdt je wel geboeid en levert genoeg stof op om over na te denken in een tijd waarin de crisis nog steeds aanwezig is.

Plaza Man

Plaza Man – Kasper Verkaik (Nederland, 2014)
Dealey Plaza, Dallas is de plek waar John F. Kennedy vermoord werd door Lee Harvey Oswald. Maar niet volgens Robert Groden die op die bewuste dag jarig was en 18 werd. Voor hem een reden om de moord nooit meer te vergeten en om te onderzoeken wat er echt gebeurd is. Nederlander Kasper Verkaik geeft een mooi portret van de prijs van een obsessie. Groden is sympathiek, maar op momenten ook verbitterd. Ook is zijn levenslange onderzoek ten koste gegaan van een stabiele gezinssituatie en de band met zijn kinderen die in de film worden geïnterviewd over de afwezigheid van hun vader. Verkaik is vooral geïnteresseerd in de persoon Groden en behandelt de moord op Kennedy summier. Wat wel duidelijk wordt, is de manier waarop de stad Dallas met moord omgaat zoals in het museum dat aan de aanslag is gewijd. Volgens Groden een samenzwering om de leugens over de moord in stand te houden. Iets dat voor hem extra pijnlijk is omdat een voormalige vriend verbonden is aan het museum. Op momenten bereikt Verkaik ook een tragikomische noot zoals een scène waarin Groden in slaap valt bij een vertoning van Oliver Stone’s JFK, waar hij als historisch adviseur aan heeft meegewerkt.

How to Smell a Rose: A Visit with Ricky Leacock in Normandy

How to Smell a Rose: A Visit with Ricky Leacock in Normandy – Gina Leibrecht & Les Blank (USA, 2014)
Regisseur Les Blank is een belangrijke documentairemaker die de prachtige ode aan de knoflook, Garlic Is As Good As Ten Mothers, heeft gemaakt. In How to Smell a Rose zoekt hij de oude meesterfilmer Ricky Leacock op in Normandië. Ondanks zijn leeftijd is Leacock nog steeds vol levensenergie en kookt en filmt hij met passie. Blank spreekt hem verder over zijn revolutionaire documentaires die de basis zouden vormen voor direct cinema, een Amerikaanse versie van cinema verité. De docu bevat ook veel beelden van films van Leacock zelf en films die hij met zijn jongere Franse vrouw maakt met kleine digitale camera’s. Als hoogbejaarde man laat Leacock zich echter niet beperken door de nieuwe techniek en we zien hem moderne digitale camera’s prijzen. Leacock was op het vorige IDFA al kort te zien in The Art of Observing Life en is voor Blanks camera weer even charmant en interessant als in die docu. De film is daarom een gepast eerbetoon aan twee invloedrijke en geliefde filmmakers die helaas zijn heengegaan.

 

28 november 2014

 

TIPS VOOR IDFA 2014

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 5

DEEL 6

DEEL 7

IDFA 2014 – Deel 3

Deel 3: Vrouwen met levenslang, een ranzige buurman en theatrale maffiosi

door Bob van der Sterre

De ene film gaat over Finland (Ulvila), de andere over de Verenigde Staten (Boston), maar we zien precies hetzelfde: twee vrouwen die verdacht worden van de moord op hun man. Tel daarbij op de vele moorden in Tales of the Grim Sleeper en die in The State-Mafia Pact en het bloed vloeit rijkelijk tijdens IDFA.

CAPTIVATED - the Trials of Pamela Smart

CAPTIVATED – the Trials of Pamela Smart – Jeremiah Zagar (USA, 2014) +
Emergency call – a murder mystery (Ulvilan murhamysteeri) – Pekka Lehto (Finland, 2014)
Captivated en Emergency call hebben opmerkelijk veel overeenkomsten. Twee vrouwen zijn verdacht van moord op hun man. Zowel Pamela Smart als Anneli zijn niet de meest warme persoonlijkheden. Tegelijkertijd ogen ze niet als moordenaars. Ze zijn beiden veroordeeld tot levenslang, in beide gevallen op basis van bewijslast met tapes.

De ene moord. De man van Pamela Smart komt thuis en wordt door zijn achterhoofd geschoten. Al gauw blijkt dat drie pubers het hebben gedaan. Een bekent. Maar meldt ook dat Pamela het brein is. Pamela had inderdaad een affaire met hem. Heeft ze niet aan de politie verteld, slordig. Zij (depressief en onder invloed van pillen) belt een vriendin van de dader op. Uit dat nauwelijks verstaanbare gesprek lijkt alsof zij de boel orkestreerde.

De andere moord. De Finse alarmdienst krijgt een telefoontje. ‘Er is een indringer hier! Hij valt mijn man aan!’ Een man wordt neergestoken en met een onbekend ding neergeslagen. De politie luistert de tapes goed en daaruit blijkt niet dat een indringer is te horen. Bovendien is het ingeslagen raam nogal smal. Ze concluderen: moeder moet de verdachte zijn.

Pamela Smarts rechtszaak in 1990 was de eerste live uitgezonden rechtszaak in de VS. De tranen van de dader tijdens de rechtszaak (tissues stonden voor hem klaar) en haar kille ogen deden de rest. Terwijl de daders volgend jaar vrijkomen, zit zij opgesloten tot en met 9999. Ondertussen horen wij op bandjes een jurylid van destijds erg twijfelen aan de objectiviteit van de jury.

Anneli is er niet beter aan toe met het Finse systeem. Ze werd gearresteerd, opgesloten, vrijgesproken, gearresteerd, vrijgesproken en weer gearresteerd. Meer rechters hebben haar vrijgesproken dan veroordeeld. In haar zaak zijn er zelfs satanische riten en seksueel misbruik bijgehaald, op basis van dun bewijslast. Niemand bij de politie die zich erover verwondert waarom een vriend een dag later verdronk in een meer, verscheidene getuigen een rode Volvo hebben gezien op die avond en zij nooit alle spullen van de moord had kunnen laten verdwijnen voordat de politie kwam.

Beide films gaan er met deze bizarre feiten in als koek (de een wat gelikter, de ander wat duisterder) maar in beide gevallen mis je ensceneringen om beide versies van het verhaal te laten zien.

Tales of the Grim Sleeper

Tales of the Grim Sleeper – Nick Broomfield (USA, 2014)
Minstens zo bizar is de wereld van de ‘grim sleeper’ in Los Angeles. Ooit gehoord van deze seriemoordenaar? Nee? Dat komt vermoedelijk omdat hij ‘slechts’ aan crack verslaafde prostituees in de wijk South Central vermoordde. Hoeveel? Het kunnen er 11 zijn, maar ook 80, misschien wel 300. ‘Een mini-genocide’, zegt regisseur Nick Broomfield.

Nick Broomfield zou Nick Broomfield niet zijn als hij dit niet ging uitzoeken. Zo deed hij eerder stof opwaaien met films over andere lastige te filmen onderwerpen: de zelfmoord van Kurt Cobain, de seriemoordenares Aileen Wuornos en de moorden op Biggie & Tupac. Hij loopt met camera en geluidsapparatuur op iedereen af, stelt confronterende vragen en is niet bang. Zijn cameraman voelde zich daarentegen zo angstig in South Central dat hij vertrok. Broomfields zoon Barney nam de camera op zijn schouder.

Broomfield spreekt met Lonnies zoon, Lonnies vrienden, prostituees die het bed met hem hebben gedeeld. Daarmee krijg je een behoorlijk nauwkeurig beeld van het leven van een perverse kerel die avond aan avond verslaafde vrouwen terroriseerde, omdat hij vrouwen en drugsgebruikers diep verachtte. De film doet in een paar maanden tijd beter speurwerk dan de politie van Los Angeles in bijna dertig jaar tijd.

Het is een entertainende, humane film. Ook al zijn de meeste mensen nogal toegetakeld door crackgebruik, ze zijn opmerkelijk vriendelijk en oprecht. Broomfield: ‘We kunnen van te voren natuurlijk niet uittekenen wie we gaan ontmoeten, maar we hebben het hier echt getroffen met een aantal inspirerende karakters.‘ Vooral het karakter Pam steelt de show.

The State-Mafia Pact

The State-Mafia Pact (La trattativa) – Sabina Guzzanti (Italië, 2014)
Een totaal andere benadering heeft de satirische filmmaakster Sabina Guzzanti (bekend van Viva Zapatero! en Draquila). Dit is een gewaagde combinatie van feiten en komedie, van informatie en theater.

Voorgeschiedenis: begin jaren negentig wilde de overheid de maffia aanpakken. Die reageerde met bot geweld. Nadat antimaffiarechters Falcone en Borsalino waren opgeblazen, plaatste de maffia autobommen dat het een lieve lust was. In Rome, Milaan, en Florence vlogen de ledematen in het rond.

In het diepste geheim werd een status quo afgesproken. De overheid sprak een zekere mate van ‘laksheid’ af in de aanpak van de maffia. Maffialeider Provenzano (intussen opgepakt) had bijvoorbeeld al jaren eerder opgepakt kunnen worden.

Guzzanti en acteurs spelen scènes uit deze geschiedenis. Veel lof voor de frivole aanpak (iemand die is neergeschoten helpt met sjouwen van meubels van de volgende scène; camera loopt achteruit en we zien de setting in een enorme hal; tijdens de make-up praten acteurs over hun karakters). Vernieuwend en gedurfd.

Maar ergens wringt de schoen. Echt grappig is het niet. Er is te weinig satire om het echt leuk te maken. En de feiten zijn ook te ingewikkeld om zonder voorkennis goed te begrijpen.

 

25 november 2014

 

TIPS VOOR IDFA 2014

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 4

DEEL 5

DEEL 6

DEEL 7

IDFA 2014 – Deel 2

Deel 2: Oostenrijkse kelders, jazz, filmcompilatie en de laatste platenzaak

door Suzan Groothuis

In dit tweede deel van het IDFA-verslag aandacht voor de obsessies van Oostenrijkers in hun kelder, de gedeelde passie voor jazz van de bekende jazz-trompettist Clark Terry en zijn blinde leerling, een compilatie van bekende filmbeelden en een eenzame platenzaak die standhoudt in Noord-Engeland.  

Im Keller

Im Keller (In The Basement) – Ulrich Seidl (Oostenrijk, 2014)
De Oostenrijkse regisseur Ulrich Seidl, bekend van zijn Paradies-trilogie, komt met een hybride documentaire waarin Oostenrijkers in beeld worden gebracht in hun kelder. Maar het zijn geen alledaagse kelders waarin dozen, wijn en oude fietsen staan: Im Keller toont mensen en hun ongewone, duistere hobby’s of passies verborgen in de kelder van hun woning. Zo is er een nazi wiens kelder is omgetoverd tot een ode aan Hitler. De muur gesierd door nazivlaggen en een groot schilderij van de dictator, overigens een dierbaar cadeau van vrienden. En dan is er nog een vrouw die iedere dag haar babypop bezoekt in de kelder, een man die opera zingt en schietlessen geeft en een vrouw verslaafd aan sm. Stuk voor stuk zijn hun kelders de plek waar hun duistere passies tot leven komen.

Hoewel een documentaire, is Im Keller toch een typische Seidl-film, zoals we die kennen uit de Paradies-trilogie en Hundstage. Strak gemonteerde shots, waarin veel aandacht is voor de opstelling van (vaak symmetrische) decors en personages. Die laatsten kijken je overigens droog en verveeld aan, terwijl ze naast een centrifugerende wasmachine staan, of voor hun uitgestalde wapens plaatsnemen. De gortdroge, absurde registraties zorgen vaak voor komische en gênante momenten. Zoals de sm-meesteres die zonder enige gêne de ballen van haar seksslaaf omhoog lift en aangeeft dat hij pijn leidt, maar zij geniet.

Seidl geeft met zijn nieuwste film een bizar inkijkje in de levens van zijn landgenoten. En hoe absurd het ook lijkt, de personages zijn echt. In de Q&A die na de vertoning plaatsvindt, is de vraag wat echt is en wat in scène is gezet. Natuurlijk, de positionering van de personages en beeldregistraties zijn duidelijk van Seidls hand. De werkelijkheid is door Seidl en zijn vaste scenarioschrijver Veronika Franz opnieuw gevormd, maar houdt wel vast aan waar ieder personage voor staat. De kijker kan niet anders dan concluderen dat Oostenrijkers maar vreemde mensen zijn. En dat je beter niet in hun kelder kan kijken.

Keep On Keepin’ On

Keep On Keepin’ On – Alan Hicks (USA, 2014)
Voor wie onlangs de dominante, tirannieke docent in de jazz-film Whiplash gezien heeft, is Keep On Keepin’ On van een hele andere orde.  Regisseur Alan Hicks volgt Clark Terry, een beroemde jazztrompettist die deel uitmaakte van de Duke Ellington Orchestra en optrad met Miles Davis, Count Basie en Dizzy Gillespie. Billie Holiday en Ella Fitzgerald waren vrienden, Quincy Jones zijn ontdekking. Do we need to say more? Terry is een bescheiden legende, want de man is allesbehalve arrogant. Zijn laatste jaren wijdt hij aan het lesgeven van studenten, die hij de passie voor jazz en het creëren van een eigen gevoel voor de muziek bijbrengt.

Opmerkelijk is de band tussen de bejaarde Terry en zijn leerling, de jonge Justin Kauflin. Terry, de laatste jaren belast met een ernstige vorm van diabetes, en de blinde Justin halen zowel inspiratie als steun uit elkaar. Terwijl de camera een aftakelende Terry vastlegt, nemen zijn passie voor muziek en het lesgeven nimmer af. Zelfs in het ziekenhuis trommelen zijn vingers nog mee op de muziek en neuriet hij jazzritmes. Alles gretig opgeslokt door Justin, die geselecteerd is voor een belangrijke jazzcompetitie.

Keep On Keepin’ On is een innemend en positief portret van twee mensen die ondanks hun beperkingen gaan voor hun passie. Diverse talking heads als Quincy Jones en Herbie Hancock vertellen over het talent van Terry en de invloed die hij op hen had. Maar wat de man het meest siert is zijn onvoorstelbare optimisme, een eigenschap die Terry heeft meegenomen in zijn muziek. Zo vertelt hij dat sommige muzikanten fel en agressief spelen (“There are some guys that are vicious, uptight and evil… and they sound vicous, uptight and evil!”) en hij juist een mooie, chille sound wilde neerzetten. Omdat hij zo is. Laat de filmmaker, overigens ook een student van Terry, er nou precies in geslaagd zijn de kern van de mens Clark Terry te pakken te krijgen. Een prachtig document, waarin humor, liefde en passie samensmelten op schone jazzmelodieën.

Act and Wind

Act and Wind – Marcelo Masagão (Brazilië, 2014)
Net als de 24-urige compilatie The Clock (Christian Marclay) en het vorig jaar verschenen Final Cut: Ladies and Gentlemen (György Pálfi) is Act and Wind van de Braziliaanse regisseur Marcelo Masagão een film samengesteld uit bekende filmbeelden.

Beelden van scènes die we nooit meer vergeten, zoals de kolkende stroom van bloed in The Shining, een schone maar verwarde Catherine Deneuve in Repulsion en de gekke, schreeuwende oom hoog in de boom in Fellini’s Amarcord. Een vaststaand thema, zoals de briljante vastlegging van de tijd in The Clock, heeft Act and Wind niet. De film verspringt van het ene thema naar het andere, waarin overeenkomstige scènes – het kloppen op een deur, op de vlucht slaan – worden opgevolgd. Zo zien we na elkaar gemonteerde beelden van een rennende Franka Potente in Lola Rennt en Edward Norton in Fight Club. Stuk voor stuk iconische shots, maar na ruim 70 minuten vraag je je als kijker af wat de regisseur precies voor ogen had. Natuurlijk, je wordt weer eens met de neus op de feiten gedrukt als het gaat om de impact van cinema.

De film eindigt met beelden uit Werner Herzogs Cave of Forgotten Dreams, waarin oorspronkelijke, eeuwenoude grottekeningen door de camera worden vastgelegd. Een unicum, aangezien een filmcrew niet eerder toestemming kreeg om de grottekeningen te filmen. Vraag is wel wat Masagão er precies mee wil zeggen. De rijke geschiedenis van film? De oorsprong van beelden? Zijn film voelt vooral aan als een compilatie van wereldcinema, zonder een eigen stempel. Leuk voor een “raad de film”, wat de kijkers naast mij dan ook verwoed deden.

Sound It Out

Sound It Out – Jeanie Finley (Engeland, 2011)
Sound It Out is de laatst overgebleven platenzaak in Stockton On Tees, een postindustriële stad in Noord-Engeland. Het is niet de zoveelste documentaire over de worsteling van platenzaken om het hoofd boven water te houden, want de film richt zich meer op de liefde voor het zwarte goud dan de zakelijke cijfers hoe het ervoor staat met de platenverkoop. Sympathieke eigenaar Tom verkoopt al zo’n twee decennia platen en ziet veelal dezelfde kopers terug. Overigens alleen maar mannen, van wie een aantal in beeld komt en vertelt over de passie van het verzamelen. Sound It Out herbergt een breed publiek, van metal-tieners tot obsessieve dertigers die moeten constateren dat er nog maar weinig opbergruimte is voor hun geliefde hobby.

Buiten het vinden van net dat ene verzamelwaardige object is Sound It Out een ontmoetingsplaats voor jong en oud, waar Tom en zijn sidekick David hun muzikale kennis delen. Belangrijkste is misschien nog wel dat de platenzaak troost en afleiding biedt in een stad waar verder weinig te zoeken is en waar zowel muziekliefhebbers als buitenstaanders hun toevlucht zoeken. Met passie en op momenten hilarisch en tragisch toont regisseur Jeanie Finley, die vlakbij Sound It Out opgroeide, hoe deze kleine platenzaak dankzij een trouwe klantenkring overeind blijft staan.  De film maakt zijn tagline “High Fidelity with a Northern accent” meer dan waar.

24 november 2014

 

TIPS VOOR IDFA 2014

DEEL 1

DEEL 3

DEEL 4

DEEL 5

DEEL 6

DEEL 7

IDFA 2014 – Deel 1

Deel 1: Oudere docu’s weer even in de schijnwerpers

door George Vermij

Op het IDFA is er ook ruimte voor oudere docu’s die tijdens het festival weer even in de schijnwerpers mogen staan. In dit verslag een oude docu van een nieuwe Spaanse meester. Het spektakel achter vliegtuigkapingen. Fictie vermomd als documentaire in een Amerikaans strafkamp. En unieke beelden van de val van Ceaușescu.

En construcción

En construcción – José Luis Guerín (Spanje, 2001)
José Luis Guerín is een Spaanse cineast die meer aandacht verdient. Zijn fictiefilm En la ciudad de Sylvia eindigde in 2007 terecht op veel eindejaarslijstjes van critici. En construcción laat zien dat zijn achtergrond deels ligt in het maken van documentaires. Net als zijn gelauwerde speelfilm is de stad in En construcción een speelveld van tegenstrijdige ontwikkelingen en een labyrint van verhalen. De documentaire gaat over de arbeidersbuurt El Xino in de wijk El Raval in Barcelona die grondig wordt gerenoveerd. Guerín filmt de vervallen straatjes en appartementen van de wijk en haar bewoners: een stel junks, weemoedige bejaarden en arbeidersgezinnen. Deze worden gaandeweg vervangen door beelden van de slopers en bouwers. De verandering van het urbane landschap vormt de kern van film. Oude gebouwen maken plaats voor nieuwe dure appartementen en rijkere bewoners, waardoor de sfeer en de geschiedenis van de wijk worden aangetast.

Guerín weet met zijn camera intieme portretten te maken. Oudjes praten over de verleidelijke vrouwen die vroeger door de buurt liepen. Een verslaafd stel probeert picaresk rond te komen en een Marokkaan die werkt als metselaar praat met zijn Spaanse collega over politiek en poëzie. Anders dan het prachtige camerawerk van Gueríns  fictiefilms En la ciudad de Sylvia en Tren de sombras is deze documentaire wel vrij droog gefilmd, zonder de visuele sensualiteit die de Spaanse regisseur zo typeert. De documentaire is ook vrij lang en boeit wat minder naar het einde toe als de yuppen en rijke gezinnen zich gaan vestigen in de wijk. Zij spreken minder tot de verbeelding dan de oorspronkelijke bewoners. Als een verslag van de veranderende textuur van een stad is En construcción wel een fascinerend sociologisch en stedenbouwkundig document dat gedetailleerd en nauwgezet in twee jaar is vastgelegd.

Dial-H-I-S-T-O-R-Y

Dial H-I-S-T-O-R-Y – Johan Grimonprez (België, 1997)
De Belg Johan Grimonprez maakt bijzondere films die bestaan uit montages van bestaande archiefbeelden. In Dial H-I-S-T-O-R-Y vormen vliegtuigkapingen het uitgangspunt en gebruikt hij bijzondere beelden uit de jaren zestig en zeventig om de rol en de wisselwerking tussen media en terreur te onderzoeken. Hij vult het aan met monologen afgeleid uit het werk van de Amerikaanse schrijver Don DeLillo die gefascineerd is door het spektakel van geweld. Het eindresultaat is een op momenten bizarre film. Zo zien we kapingen die worden uitgevoerd door de RAF en het Japanse Rode leger en interviews met gijzelaars. Grimonprez gebruikt ook beelden uit de Koude Oorlog om meer verbanden te leggen. Het eindresultaat is een intrigerende essayfilm die vooral veel vragen oproept. Iets dat nog eens wordt versterkt door de schaduw van 11 september die over de documentaire  hangt.

Punishment Park

Punishment Park – Peter Watkins (USA, 1971)
De Brit Peter Watkins zorgde al met zijn TV-film The War Game uit 1965 voor veel ophef. Bedoeld als een informatiefilm over de gevolgen van een mogelijke atoomoorlog, bleek de film te gruwelijk en realistisch voor het publiek en werd daarom niet uitgezonden. De film zou het begin zijn van een geëngageerde carrière als filmmaker waarin hij vooral geïnteresseerd was in machtsrelaties en politiek geweld. Watkins hanteerde daarbij een unieke combinatie van documentaire en fictie.

Zo is het intense en meesterlijke Punishment Park opgebouwd als een documentaire over Amerikaanse strafkampen in de VS in de jaren zeventig. De gevangenen zijn vooral politieke dissidenten en activisten die tegen de Vietnam-oorlog zijn. Zij krijgen de keuze om de gevangenis in te gaan of drie dagen te overleven in Punishment Park. Opgezet als een trainingsgebied voor militairen die worden ingezet bij rellen, maken de gevangenen geen kans. Watkins filmt het allemaal nauwgezet en beklemmend. Van een spoedtribunaal waarin discussies ontstaan tussen mondige activisten en de conservatieve jury tot aan gevangen die moeten overleven onder extreme omstandigheden. Als tijdsbeeld van de paranoia die de regering van Nixon zou typeren is het ondanks zijn fictieve elementen ijzersterk.De film toont de interne strijd die in de VS woedde naar aanleiding van de Vietnamoorlog en de burgerrechtenbeweging.

De film is daarnaast nog steeds actueel als je denkt aan de illegale en gewelddadige praktijken die worden gehanteerd om vrijheid en democratie schijnbaar te beschermen. Daarmee is Punishment Park een belangrijke en onvergetelijke film van een filmmaker die terecht als moderne meester wordt gezien.

Videogramm einer Revolution

Videogramme einer Revolution – Harun Farocki & Andrei Ujica (Duitsland, 1992)
De Duitse kunstenaar Harun Farocki maakte eerder interessante essayfilms die handelen over macht, repressie en technologie zoals het boeiende Images of the World and the Inscription of War. Samen met de Roemeen Andrei Ujica stelde hij van een ongelofelijk archief van tv-beelden een film samen die van minuut tot minuut toont hoe Ceausescu’s regime in Roemenië in elkaar stort. Je ziet de verwarring en de chaos die het resultaat is van de machtswisseling en hoe geschiedenis van momenten tot moment gemaakt wordt. Spannend en verslavend hoe je als kijker in de positie wordt gesteld om een gebeurtenis vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Ujica zou zich later nog richten op het leven van Ceausescu in zijn monumentale essayfilm The Autobiography of Nicolae Ceausescu die is samengesteld uit propagandistische archiefbeelden en een idee geeft hoe een dictatuur omgaat met de kracht van beelden.

 

23 november 2014

 

TIPS VOOR IDFA 2014

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 4

DEEL 5

DEEL 6

DEEL 7

IDFA 2014 – Preview

Tips voor IDFA 2014

door Bob van der Sterre

Helemaal in de documentairestemming én van plan om naar Amsterdam te gaan? Dan volgt de kluif van het doorspitten van het IDFA-programma met ruim driehonderd films. Je kunt altijd at random  een keuze maken, maar Indebioscoop maakt het iets makkelijker. Achttien tips op de komende IDFA die passen bij een bepaalde stemming. Hier staat het hele programma.

HIP-HOP-ERATION IDFA 2014 Indebioscoop

Feel good
Meer feel good dan de Nieuw-Zeelandse film Hip hop-eration kan het nauwelijks worden. In deze film gaan bejaarden leren dansen op hiphopmuziek. Waarom? Omdat het leuk en gek is natuurlijk nietwaar, als oudjes van tachtig proberen Eminem na te doen. ‘Ik wilde altijd al dansend sterven.’ Gegarandeerd positieve film, behalve voor mensen die snel last hebben van plaatsvervangende schaamte. Waar en hoe laat?

Regisseur Alex de la Iglesia, bekend van El dia de la Bestia, maakt een documentaire over voetballer Lionel Messi? Dat moeten we zien. Interviews, fictie, non-fictie: alles swingt zoals de beroemde voetballer op het veld mannetjes passeert. Waar en hoe laat?

Niet zo luchtig maar wel flink op het gemoed inwerkend: Virunga. We zijn getuige van vier dappere personen die er alles aan doen om het Congolese natuurpark Virunga, en zijn gorilla’s, te beschermen tegen oliemultinationals en een burgeroorlog. Typisch voorbeeld van wat ze ‘motivational stories’ noemen. Waar en hoe laat?

Spannend
In The Green Prince zien we in een reconstructie hoe een Palestijn door de Israëlische geheime dienst in een spion werd veranderd. Het doel: infiltreren bij Al Qaida. Een moeilijk leven van schaamte en overleven volgt voor hem. ‘Ik besefte opeens dat er mensen stierven door dit leven van mij.’ Waar en hoe laat?

Hoe is het leven op acht kilometer hoogte op de berg Cho Oyu? Het stormt, sneeuwt, hagelt. Uit nota bene het laagst gelegen land ter wereld (dus ons land) komt het bergsportdrama Killer Slope. In de film volgen we Nederlandse bergsportfanaten die antwoord geven waarom je als mens met gezond verstand zoveel ontberingen opzoekt. Waar en hoe laat?

In 1990 wordt een man neergeschoten. Zijn vrouw, Pamela Smart, staat terecht voor de moord. Haar rechtszaak wordt live op televisie uitgezonden (als eerste rechtszaak ooit). In Captivated: the trials of Pamela Smart zien we een terugblik op deze mediahype van toen en een interview met Pamela Smart, in het heden. Waar en hoe laat?

Tranentrekkend
Charlotte, een Australische, wordt in Kenia verkracht door een groep mannen. Maar haar motto is I Will Not Be Silenced. Ze doet iets wat in Kenia erg ongewoon is: ze begint een rechtszaak tegen de verkrachters. Ook gaat ze voorlichting en zelfverdedigingslessen aan Keniaanse vrouwen geven. ‘Ik heb nog nooit zo hard voor iets geknokt in mijn leven.’ Waar en hoe laat?

The look of Silence is het vervolg op de veelgeroemde documentaire The Act of Killing. Wederom de regie van Oppenheimer, wederom de genocide in Indonesië als onderwerp. ‘Wat zou je hebben gedaan als ik toentertijd met dit verhaal naar je toe kwam?’ ‘Je hebt er geen idee van wat je zou zijn overkomen.’ Waar en hoe laat?

Bij Nathan – free as a bird kan men vermoedelijk de ogen ook niet drooghouden. Hoe zielig is het wel als je niet gelukkig kunt worden als vrouw, vervolgens ook niet als man, en dan maar besluit een einde aan je leven te maken? In dit geval met afscheid vooraf. Waar en hoe laat?

Auteurs
In India heb je een toelatingskans van 0,1 % om op een bepaalde medische school te komen. In Placebo zien we een portret van deze 0,1 % Indiase studenten. Ze zijn vaak in de war en soms gewelddadig. Geen standaard drama-aanpak maar een mysterieuze film. Waar en hoe laat?

Nick Broomfield heeft zo zijn eigen stijl van filmen. Hij zoekt taboerijke onderwerpen op, neemt zijn camera op de schouder en stelt iedereen bijdehante vragen. Een beetje zoals Frans Bromet dat deed bij de Vpro. Broomfield gaat in Tales of the Grim Sleeper naar South Central (Los Angeles) om uit te zoeken hoe een seriemoordenaar zo lang zijn gang kon gaan. Waar en hoe laat?

In Vast kijken we naar de close-up van een vacht. Is het een varken? Aha, nee dus, een paard. Zo gaat Vast  de hele film door: geen commentaar, geen mening, geen journalistiek. Dit is natuur van La Pampa, prachtig esthetisch gefilmd. Waar en hoe laat?

Maatschappijkritisch
Het thema komt vaker langs in documentaires (Taste the waste  bijvoorbeeld), maar in Just eat it, a food waste story is het onderwerp grondiger aangepakt. Veertig procent van het geproduceerde eten van het land belandt in de afvalbakken, voor de productie, dan wel na een bezoek aan de koelkast. Maar dat is nog best eetbaar.  Waar en hoe laat?

Schaliegas, ook zo’n thema dat regelmatig langskomt in moderne documentaires. In Unearthed gaat Jolynn Minnaar naar aanleiding van boringen in de Karoo, Zuid-Afrika, op onderzoek uit. Is het nu goed zoals de overheid zegt of slecht zoals de demonstranten roepen. Ze wil argumenten horen van beide partijen. Maar haar project loopt snel uit de hand. De wereld van schaliegas is geheimzinniger dan je denkt. Waar en hoe laat?

Wie echt houdt van het menselijke verhaal achter de feiten, mag Citizenfour niet missen. Hierin beschrijft Laura Poitras hoe ze Edward Snowden ontmoette. Zij was degene die hem in contact bracht met journalist Glenn Greenwald. Wie wil niet weten hoe hij zijn vlucht van de Amerikaanse overheid regelde? Verwant aan het onderwerp is Killswitch. Diverse vrijheidsgoeroes leggen uit waarom de overheden niet krampachtig zouden moeten zijn als het om internet gaat. En ook kun je Silenced: the war on whistleblowers eigenlijk niet missen. In plaats van te luisteren naar deze klokkenluiders worden ze aangevallen met dure rechtszaken. Waar en hoe laat Citizenfour?

Muziek
Heaven Adores You oogt als een quasidocumentaire, eentje die bijna te gefantaseerd klinkt om waar te zijn. Maar het is waar: een jongen met gitaar en fijngevoelige stem wordt beroemd, leidt het leven van een rockster, en amper 34 jaar oud wordt hij dood aangetroffen op een mansion in Los Angeles. Het verhaal van Elliott Smith, de muzikant die beroemd werd met zijn muziek voor de film Good Will Hunting. Waar en hoe laat?

Fela Kuti mag in het westen niet al te bekend zijn, maar in Afrika is hij niet minder dan een levende legende, misschien wel de beroemdste en meest vernieuwende muzikant die het continent heeft gekend. In Finding Fela zien we alle kanten van zijn karakter, en krijgt hij respect van de allergrootste popartiesten. Waar en hoe laat?

Nas (Nas: Time is Illmatic), de man van het klassieke hiphopalbum Illmatic uit 1994, bezoekt opnieuw de wijk waar hij vandaan kwam, Queensbridge. Ooit een enorm misdadige wijk in New York. Hij was toen 21, nu 41, en blikt terug op zijn jeugd. Waar en hoe laat?

 

17 november 2014

 

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 4

DEEL 5

DEEL 6

DEEL 7

IDFA 2013 – Deel 6

Verslag IDFA Deel 6 (slot)

door Bob van der Sterre

In ons zesde en laatste verslag: pygmeeën in Centraal-Afrika, een Joegoslaaf in Zuid-Sudan, Zoutoogsters in India, blote vrouwen in de Oekraïne, kerstalbumverzamelaars in de VS en een Australische propagandafilm in Noord-Korea. 

Als Louis Sarno ’s nachts stilletjes zat te roken in zijn pygmeeëndorp midden in de Centraal-Afrikaanse jungle, hoorde hij een van de stamleden geluidjes maken. Het zijn van die momenten die hij erg koestert en waarom hij zich er in de jaren tachtig vestigde. Hij trouwde met een vrouw van de stam. Ze kregen een kind, een jongen genaamd Samedi.

Vijfentwintig jaar jungle
Zijn studie naar inheemse muziek leidde hem naar deze stam. Muziek is in het dagelijkse leven voortdurend aanwezig. Om de jacht een handje te helpen of gewoon voor de lol. En dat zonder westerse instrumenten. Hij nam het op. Zijn collectie met duizenden uren muziekopnamen is overgedragen aan een museum in Oxford.

Nu, vijfentwintig jaar later, keert hij met Samedi terug naar de VS. Zijn zoon ziet voor het eerst het grote stadsleven. Het lijkt hem weinig te doen. Slechts een opvallend detail: aldoor wil hij een raam open zetten. Hij klaagt vooral over de aankopen die zijn vader doet. ‘Speelgoed? Wat moeten we daar nu mee in de jungle?.’

Het is vooral de vader die zich verbaast. ‘Al die mensen die naar hun werk gaan, iets belangwekkends denken te doen, zijn zo ver verwijderd van een echt bestaan, waarbij hun leven er echt  toe doet.’

Louis bevindt zich in de vreemde situatie dat hij als Amerikaan nauwelijks kan rondkomen in de Afrikaanse jungle. Omdat medestamgenoten van mening zijn dat hij als westerling genoeg geld heeft, geeft hij nogal veel weg, terwijl er weinig inkomsten tegenover staan. Het baart hem grote zorgen.

Song from the Forest van Duitser Michael Obert won de prijs van de beste documentaire op het festival. De film biedt ook veel moois: antropologische knowhow, mooie cinematografie, charmante hoofdpersonen en de fraaie muziek van de pygmeeën. Bovendien een jeugdvriend die niet iedereen heeft: regisseur Jim Jarmusch. Of het de beste was van allen, lastig te zeggen, maar Sarno zal met zijn onvervalste liefde voor de pygmeeëncultuur veel kijkersharten hebben gestolen.

Onverslaanbare tijgers
Niet ver van Louis Sarno vandaan, het land grenst er zelfs aan, was een Servische coach bezig om van de voetballers van Zuid-Sudan onverslaanbare tijgers te maken. Tijgers komen weliswaar niet voor in Afrika. Dat deert coach Zoran Djordjevic niet. Het zouden onverslaanbare tijgers worden, de spelers van het nieuwe land (sinds 2011 onafhankelijk).

Je weet niet goed waar de film nu over gaat. Gaat het over de eerste schreden van een nieuw voetbalteam? Of over de koppige, temperamentvolle persoonlijkheid die Zoran is? Hij moet spelers bekijken in het zuiden van Zuid-Sudan. ‘Geef me een kaart! Hoe kan ik nou zonder kaart reizen?’ ’Een kaart? Dit is geen Europa!’ reageert de voetbalbobo verbouwereerd. Zoran lost dat op zoals alleen Zoran kan: hij rukt een paar oude kaarten van muren en vertrekt.

Coach Zoran and his African tigers is een vlotte, onderhoudende documentaire. Vooral omdat de boomlange Zuid-Sudanezen en de bolbuikige Serviër een bizar duo vormen. Maar het is als met een film met tegenpolen: je wordt er goed door vermaakt. Het moment dat Zoran de doelpalen voor het nationale team persoonlijk met een vrachtwagen komt ophalen. Het moment dat Zoran voor gesloten deuren staat bij een training en dan maar een lap grond elders in de stad confisqueert. Het moment dat hij een vermagerd geitje op de markt koopt als mascotte voor het team. Wrange humor: een van de mooiste soorten humor.

Maar dan wordt het onverwacht grimmig als Zuid-Sudan om principiële redenen geen olie meer wil verkopen aan Noord-Sudan. De tegenslagen stapelen zich op. Hoe vaak heeft het Nederlands elftal een speler verloren aan malaria? Had het geen geld voor de terugreis na een wedstrijd? En kreeg de coach niet meer uitbetaald?

Prachtig tragikomisch verhaal van regisseur Sam Benstead, midden in de roos. Hij hoefde er eigenlijk alleen maar te staan.

Schuifelen over een zoutvlakte
In een documentaire die juist verre van uitbundig is, My name is salt, bekijken we hoe Indiërs op een zoutvlakte zout maken en oogsten. Talloze families trekken ieder jaar naar dezelfde dorre woestijn. Die was een paar maanden ervoor nog een zee. Alles wat ze achter hebben gelaten, van vorig jaar, lijkt spoorloos. Maar deze Indiase families weten feilloos hun eigen plek terug te vinden.

Dan begint het echte werk: het uit de grond halen van de spullen die ze er hebben achtergelaten, het bouwen van een huisje, het aan de praat krijgen van de hulpmiddelen en het graven van grote waterreservoirs. Zeven maanden duurt het tot en met de oogst.

Voor je het weet zijn de zoutpannen af en wordt het zeezout geoogst. Een techniek die al gebruikt werd door de Romeinen. Eigenlijk is een dieselpomp het enige hulpstuk. Soms raakt ie defect en dan moet je alle onderdelen uit elkaar halen. Het tsjukk tsjukke tsjukke van de pomp wordt uiteindelijk een zeer vertrouwelijk geluid in de film.

Het fraaiste gedeelte is het met de voeten egaal maken van de zoutbodem. Het is een schuifeldansje, voetje voor voetje lopen de familieleden naast elkaar te schuifelen, dagenlang, meter voor meter, om de grond zo egaal mogelijk te krijgen. Fraai in beeld gebracht.

Aanvankelijk filmde Farida Pacha de familieleden op een te actieve manier. Interviews, interessante shots, veel beweging in beeld. Die koek was na een week al op. Het werd niets. Pacha zei dat ze zich realiseerde dat ze in het ritme van de werkers moesten komen. Ze gingen kijken. Meer niet. En die kalme aanpak werkt bevrijdend voor de kijker. Aan de hand van het werk zelf zien we hoe de mensen leven, slapen, eten, kletsen, elkaar masseren. Mooie, interessante beelden die voor ons een totaal andere wereld ontsluiten.

Zonder de improvisatie was de documentaire vermoedelijk niet zo interessant geweest. Commentaar: het is soms wel net iets te veel een documentaire uit het boekje. Trucjes met vervreemdende geluiden, verstilde beelden, out of focus, enzovoort.

Verslag IDFA 2013 Deel 6 (slot) My name is salt

Truitjes uittrekken
Victor Svatsky. Geen mens die hem kent. De naakte Oekraïense dames van Femen kent bijna iedereen. Ergens in Kiev trekken ze hun truitjes uit en tonen dan hun naaktheid, omdat ze willen dat Oekraïne niet alleen wordt gezien als een land waar prostituees vandaan komen. Elke keer hetzelfde liedje: media erbij, politie erbij, arrestaties. Soms exporteren ze hun acties, zoals een keer in Turkije, en een keer in Wit-Rusland. Dat waren niet de beste ideeën van de groep. We zien het allemaal in Ukraine is not a brothel.

Kitty Green was bezig met een documentair portret over deze groep te maken toen ze ontdekte dat zijzelf niet aan de touwtjes trokken, maar een vreemd, schimmig figuur genaamd Victor. Het is namelijk Victor die bepaalt wáár Femen de blote borstenacties houdt, wát ze zeggen en hóe het gebeurt. En hij duldt geen tegenspraak. Ze zijn bang als hij belt met weer een opdracht. ‘Wat is het verschil tussen een prostituee en een feministe?’, zegt een van de dames grijnzend.

Tijdens filosofische avondjes kun je vermoedelijk urenlange discussies voeren hoe het kan dat een wereldbekende feministische organisatie op autoritaire wijze wordt geleid door een man. Ligt het aan de man? (‘Ja, ik geef toe dat het ook wel een manier was om met mooie vrouwen in contact te komen.’) Aan de vrouwen, kennelijk niet in staat om de boel zelf goed te regelen? Zijn het de wortels van de Oekraïense samenleving waar patriarchale verhoudingen niet uit te roeien zijn, zelfs niet in een feministische organisatie? Ligt het aan zowel mannen als vrouwen en kunnen we gewoon niet zonder elkaar om iets origineels te scheppen?

Het is een sterk punt van een documentaire die verder niet veel te bieden heeft, afgezien van het feit dat je eens de mens leert kennen achter Oekraïense dames die hun truitjes overal en nergens uittrekken.

Victor laat zich uiteindelijk ook interviewen. Hij houdt wel van paradoxen, legt hij uit. ‘Marx was toch ook een beetje bourgeois’, verdedigt hij zich. Het zijn dit soort opmerkingen die je laten denken dat deze film een schertsactie is à la Banksy’s Exit Through the Gift Ghop.

Kerstliedjes met Miles Davis en Flaming Lips
Louter mannen komen voor in Jingle bell Rocks!, waarin Mitchell Kezin op zoek gaat naar verzamelaars van aparte kerstmuziek. Het doorsnee kerstgejammer à la Whams Last Christmas is niet aan hem besteed. Hij zoekt naar persoonlijke, ongewone platen die niemand kent met titels als Santa Claus was a black man en Merry Christmas someone.

De vonk die deze film deed ontstaan was het kerstnummer The little boy that Santa Claus forgot. In 1968 hoort Kezin dat sombere kerstliedje van Nat King Cole. Hij vergat het nooit meer. ‘De gedachte dat de Kerstman iedereen kon vergeten, in het bijzonder een kind als ik, was verschrikkelijk.’

Het blijkt een geweldige opzet voor mooie muzikale ontdekkingen, grappige interviews en portretten van maniakale verzamelaars. Bob Dorough die vertelt hoe het was om met Miles Davis een kerstnummer op te nemen. Bill Adler die vertelt over de Run DMC-hit Christmas in Hollis. De melodieuze kerstsongs van The Free Design. En Wayne Coyne van The Flaming Lips heeft ook een bizarre herinnering om te delen.

Kezin (debutant) verbaasde vermoedelijk zichzelf ook met het eindresultaat. Zijn persoonlijke, gepassioneerde invalshoek maakt dat de film veel interessanter is dan als het gewoon een opdracht voor een journalist zou zijn geweest. De vormgeving heeft bovendien de vlotheid die je een beetje hoopt bij dit onderwerp. Ook de liefhebbers nemen zichzelf niet zo heel serieus. Het is behoorlijk fout, weten ze zelf, die kerstmuziek. Maar ook in een woestijn groeit er hier en daar een mooi plantje.

Wie mazzel had, zag de film in de Melkweg met een optreden van Fay Lovsky als dessert.

Hoog grijpen in Noord-Korea
De laatste film van het festival die we bespreken is een vrolijke film die niet goed valt uit te leggen in een zin: Aim High in Creation van Anna Broinowski. Laten we het toch proberen. Anna ziet de plannen voor de winning van schaliegas in haar favoriete park. Ze denkt: wat kan ik hier tegen doen? En beseft: ik moet een propagandafilm maken, tégen de winning van schaliegas. En waar ter wereld maken ze de beste propagandafilms? Noord-Korea!

Anna bezoekt in twee etappes Noord-Korea. Ze ontmoet filmmakers, acteurs, scriptschrijvers, muzikanten. Ze leert aan de hand van een boekje over film van Kim Jung Il hoe je de baas moet zijn als regisseur, hoe je je acteurs moet laten geloven in de boodschap van de film, welke filmmuziek het beste past bij propaganda. Een van de tips: Aim high in creation!

Het lukt haar om de Noord-Koreanen mee te laten denken. De boodschap van een groot boosaardig bedrijfsleven is natuurlijk wel acceptabel in een land waar westers agressief gedrag via alle kanalen dagelijks naar binnen wordt gegoten.

Het is werkelijk fijn om eens andere  Noord-Koreanen te zien. Deze mensen maken grapjes en zijn vriendelijk. Geen gebrainwashte robots in mensenvorm die je keer op keer krijgt voorgeschoteld dankzij onze  massamedia. ‘Denk je dat we van een andere wereld zijn?’

Verslag IDFA 2013 Deel 6 (slot) Aim High in Creation

Natuurlijk stond het Noord-Koreaanse regime overal bovenop, keurde ze eerst alle beelden goed, en zie je in plaats van lege winkels een snackbar à la McDonald’s. Maar ook wij zijn niet gek: dat weten we heus wel, die manipulatie. Tóch is het een heerlijke film. Het had ook een saaie journalistieke film over schaliegas kunnen zijn. Wat zou ik me dan verveeld hebben. Dit is stukken beter. De overwinning van een origineel idee.

 

5 december 2013

 

IDFA 2013 – Deel 5

Verslag IDFA Deel 5

door George Vermij

In ons vijfde verslag een pijnlijke en ontroerende terugblik op de hel van Cambodja, Mexicaanse rappers die de gewelddadige drugscultuur verheerlijken en herinneringen aan de Holocaust van een controversiële overlever.

Van regisseur Rithy Panh, het onderwerp van een retrospectief, was op het IDFA zijn laatste film te zien: The Missing Picture. Zoals in zijn voorgaande films speelt de beladen en traumatische geschiedenis van Cambodja een belangrijke rol. Waar de film vooral in verschilt met zijn andere werk is de zeer persoonlijke visie die in een verrassende stijl tot uiting komt. Panh maakte voor de film namelijk gebruik van kleifiguurtjes om zijn eigen verhaal te verbeelden. Dit heeft iets kinderlijks, maar is ook een methode om pijnlijke ervaringen te herleven.

Totale terreur
Panhs film begint met goede herinneringen uit zijn kindertijd in Phnom-Penh waar hij ook een liefde ontwikkelde voor cinema. Een essentieel moment in zijn leven dat geïllustreerd wordt door oude filmbeelden afgewisseld met beelden uit het nu van verbrande filmrollen waar nog met moeite een afbeelding is terug te zien. Deze onbezorgde jeugd werd al snel verstoord door de inval van de Rode Khmer in 1975 en de massale deportaties van de stadsbevolking naar het platteland. Panhs hele familie werd het slachtoffer van een genadeloos bewind en een totale terreur. Mensen werkten totdat zij uitgeput waren en crepeerden van ondervoeding. Kinderen werden geïndoctrineerd en verraadden hun ouders om de kleinste misdaden, waarna ze geëxecuteerd werden.

Voor Panh een hel die niet eindigt en die hij door de figuren op verstilde wijze in beeld brengt terwijl hij zelf commentaar levert. Op momenten denkt hij terug aan vroeger, maar de gebeurtenissen die hij meemaakt blijven ondragelijk en niet te bevatten. The Missing Picture is een intiem filmessay dat naast een getuigenis een poging is om te zien hoe je het onvoorstelbare en het traumatische kan verwerken door middel van het medium film.

Het doet denken aan Victor Erice’s zeer persoonlijk filmessay La Morte Rouge over zijn jeugd tijdens het Franco-regime, zijn herinneringen aan de burgeroorlog en zijn eerste onvergetelijke filmervaring. De kracht van cinema als vorm van troost en bron van schoonheid schemert in wat beelden door in Panhs film maar staat in de schaduw van de onvoorstelbare misdaden die gepleegd zijn. The Missing Picture is daarmee een film die je niet snel vergeet.

Bloed over de grens
Het schokkende Narco Cultura van Shaul Schwarz geeft een onopgesmukt kijkje in een van de meest gewelddadige steden ter wereld. In Juárez op de Mexicaans-Amerikaanse grens woedt een drugsoorlog die dagelijks slachtoffers eist. Schwarz volgt een team van forensische rechercheurs terwijl zij op plaatsen van misdrijven zoeken naar sporen. Er wordt niet geschroomd om te laten zien hoe erg de situatie is. Door kogels doorzeefde lijken, verbrande lichamen en afgehakte ledematen passeren de revue. Een medewerker van het forensische team vertelt hoe hij dagelijks vreest voor zijn leven. Meerdere collega’s zijn al op brute wijze vermoord door drugskartels.

De harde werkelijkheid van Juárez wordt gecontrasteerd met een Mexicaans-Amerikaanse rapper die bekend is met zijn liedjes over het Mexicaanse gangsterbestaan. Hij is niet de enige. De film volgt wat bekende artiesten, in een genre dat te boek staat als narcocorridos, tijdens drukbezochte optredens in Amerika en Mexico. Enkele geïnterviewden hebben het over een muzikale revolutie zoals hiphop en gangsta rap, maar narcocorridos is een vreemde mix van folk, die doet denken aan de muziek van mariachi’s, gecombineerd met beats.

Het heeft iets lachwekkends ondanks dat de zangers gekleed gaan in kogelvrije vesten en clips maken die zonder gêne verwijzen naar Scarface. Schwarz’ film toont een merkwaardige tegenstelling die ontstaat als geweld wordt verheerlijkt terwijl anderen het menselijke vuil moeten opruimen. In zijn conclusie is Narco Cultura zeer pessimistisch over de toekomst: Mexico zal ongetwijfeld nog lang in de ban blijven van dood en geweld.

De zaak Murmelstein
Claude Lanzmann werd bekend met Shoah, zijn monumentale negen uur durende documentaire over de Holocaust. Voor die film interviewde hij overlevenden, maar ook daders. Van het materiaal dat hij toen had verzameld werd zijn interview met Benjamin Murmelstein niet gebruikt in de film. Op het eerste gezicht opmerkelijk omdat Murmelstein een bijzondere positie had. Hij was de enige voorzitter van een Judenrat die de oorlog had overleefd. De organisatie die door de nazi’s werd opgericht diende als schakel tussen de Duitsers en de Joodse gemeenschap. De positie van de Judenräte en de mensen verbonden aan die organen is altijd controversieel geweest. Deels omdat ze de nazi’s hielpen in hun beleid, ook omdat zij net zo goed slachtoffers waren.

Verslag IDFA 2013 The Last of the Unjust

In de proloog van zijn nieuwste documentaire The Last of the Unjust bekent Lanzmann dat het gesprek met Murmelstein hem altijd heeft achtervolgd en dat hij nu eindelijk heeft besloten om het materiaal voor een film te gebruiken. Lanzmann begint in Theresienstadt, het modelkamp dat door de nazi’s werd gepresenteerd als een humaan onderkomen voor joden. Lanzmann vertelt echter hoe hard en onrechtvaardig het regime in het kamp was.

Vervolgens gaan wij terug in de tijd en zijn we in Rome bij Murmelstein die op zijn terras met Lanzmann praat over zijn onwaarschijnlijke levensloop. Murmelstein is een merkwaardig figuur die op momenten mooie vergelijkingen gebruikt en een liefde heeft voor klassieke mythologie en verhalen. Als hij het bijvoorbeeld heeft over zijn relatie met Adolf Eichmann, die hem op elk moment had kunnen laten vermoorden, haalt hij Sherazade (de vertelster uit 1001 Nachten) aan die elke keer weer een nieuw verhaal moest vertellen om te overleven. Murmelstein is altijd realistisch maar bescheiden genoeg om aan te geven dat hij in zijn positie gedwongen was om mee te werken aan het wisselende beleid van de nazi’s. Ook vertelt hij dat hij een avontuurlijk karakter had. Het is vreemd hoe hij met een mate van enthousiasme vertelt over de zaken die hij regelde in Wenen en vervolgens in Theresienstadt.

Murmelstein begaf zich altijd dicht bij de bureaucraten van de vernietiging. In bepaalde gevallen probeerde hij mensen te helpen, maar zijn situatie was altijd moeilijk en in bepaalde gevallen onmogelijk. Voorgangers en andere functionarissen binnen de Judenräte werden wegens het minste of geringste op transport gezet of geliquideerd.

Lanzmann hanteert een licht chronologische lijn als aanvulling op het interview en toont aan hoe grillig er over het lot van de joden werd nagedacht door de nazi´s. Van gedwongen migratie, maar dan wel voor een hoge prijs en met verlies van alle bezitting, tot aan het bizarre Madagascar-plan. Uiteindelijk werd door de oorlog in het oosten de vernietiging van de joden de enige oplossing voor het probleem.

Naar het einde van de film toe probeert Lanzmann tot Murmelstein door te dringen. Dit lukt tot een bepaald punt, maar ook blijkt dat Lanzmann een mate van empathie voor Murmelstein opbouwt, ook al is het moeilijk om te bevatten hoe iemand zou handelen in zo´n positie. The last of the Unjust toont op indringende wijze dat complexe grijze gebied waar mensen soms gedwongen worden om te handelen tegen hun principes en moraal in. De film vormt ook een belangrijke aanvulling op de geschiedenis van de Holocaust van een unieke bron.

 

3 december 2013

 

PREVIEW IDFA 2013

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 4

DEEL 6

IDFA 2013 – Deel 4

Verslag IDFA Deel 4

door George Vermij

In het vierde deel van ons IDFA-verslag kijken wij naar de gevaren van het internet, zijn wij dronken en depressief in de Ardennen, herbeleven we de rock and roll excessen van een legendarische manager en blikken Hongaarse hoogbejaarde dorpsbewoners terug op hun seksleven.

InRealLife van Beeban Kindron wil een beeld geven van wat het internet met jongeren doet. De film begint onheilspellend met duistere muziek terwijl er beelden te zien zijn van glasvezelkabels die onder de grond worden gelegd en de basis vormen voor ons internetverkeer.

Pubers en seks op het web
Kindron interviewt vervolgens pubers over hoe ze met seks op het web omgaan. Een jongen laat zien wat zijn favoriete seksfilmpjes zijn en bekent dat hij verslaafd is geraakt aan porno. Ook geeft hij toe dat echte meisjes altijd moeten voldoen aan virtuele eisen. Dit portret wordt afgewisseld door experts en deskundigen die ouder zijn en vooral ingaan op de negatieve aspecten van het internet, variërend van het uiteindelijke gebrek aan privacy tot het geleidelijke verdwijnen van de aandacht en concentratievermogen van jongeren.

Verslag IDFA 2013 InRealLife

In dat opzicht is de film in zijn stijl (een onheilspellende soundtrack en desoriënterende fragmentarische montage) en inhoud negatief en dus erg eenzijdig. Het versterkt daarmee een bepaald soort doemdenken waarvan de conclusie is dat wij uiteindelijk geen macht of invloed meer kunnen uitoefenen op technologische ontwikkelingen. Een grappige scène die hiermee contrasteert is als twee homoseksuele jongens, die alleen een band met elkaar hebben op het internet, elkaar in het echt ontmoeten. Onwennig zitten ze bij elkaar tijdens de eerste keer dat zij echt contact hebben maar al snel worden de mobieltjes tevoorschijn gehaald. Het is echter de vraag wat er zich afspeelt als de camera’s er niet zijn en of de mens dan toch behoefte heeft aan echt fysiek contact met iemand van vlees en bloed.

Een lach, een traan en anderhalve liter rum
Sabine Lubbe Bakker en Niels van Koevordens Ne me quitte pas is een prachtig tragikomisch portret van een vriendschap tussen twee aan lager wal geraakte mannen. De aan alcohol verslaafde Marcel wordt aan het begin van de film verlaten door zijn vrouw die de kinderen en een deel van de huisraad meeneemt. Marcel kan het nog niet helemaal accepteren en vraagt of ze nog een keer met hem naar bed wil. In de steek gelaten denkt Marcel alleen aan drank en zelfmoord. Hij krijgt al snel gezelschap van Bob die hem steunt, maar in feite ook kampt met een alcoholprobleem. We zien ze samen drinken en als Marcel flauwvalt, gooit Bob een emmer heet water over hem heen. Dit soort scènes zijn levensecht, maar ook op het randje van tragisch en komisch.

De sfeer wordt eigenlijk al gezet door een citaat van Samuel Beckett aan het begin van de film. Marcel en Bob zouden makkelijk personages kunnen zijn in een van zijn absurdistische toneelstukken waar mensen doelloos wachten op het niets. Uiteindelijk krijgt de film een wending als Marcel besluit om van zijn verslaving af te komen terwijl Bob nog steeds per dag een fles rum consumeert. Qua camerawerk is Ne me quitte pas mooi geschoten en bevat wat poëtische scènes, zoals een segment waar Bob een van zijn nostalgische gedichten voorleest en we beelden zien van de streek. Dit contrasteert met de droge registraties waar de mannen te zien zijn in een lethargische staat. Ook maakt de film goed gebruik van muziek zoals het mooie liedje Le temps de l’amour van Françoise Hardy.

Sterke Rock & Roll verhalen
Shep Gordon is een legendarische manager die per ongeluk het vak in rolde toen hij in Los Angeles Janis Joplin en Jimi Hendrix tegenkwam. Het onvergetelijke advies van Hendrix was toen: You’re jewish, you should become a manager. En waarom ook niet, dacht Gordon die zich al snel ontfermde over Alice Cooper. Toen nog een onbekende band die door menig concertprogrammeur onterecht werd aangekondigd als folkzangeres. Gordon maakte al snel een naam voor zichzelf door met Alice Cooper de media-aandacht te trekken. Hij gebruikte daarvoor shocktactieken en de kennis dat als je succesvol wil zijn bij jongeren je hun ouders erg kwaad moet maken. Alice Cooper zou door zijn gewelddadige shows al gauw een controversiële reputatie hebben die zich vertaalde in een toename van de plaatverkoop.

Mike Myers (ja die van Wayne’s World en Austin Powers) maakt met Supermensch: The Legend of Shep Gordon een grappig en intiem portret van Gordon dat vooral bij elkaar wordt gehouden door zijn sterke verhalen. Wat korreltjes zout moet je er wel bij nemen. Zo zou Gordon ooit eens aan de Franse Rivièra hebben gedineerd in het bijzijn van Pablo Picasso. Komische correctie van Myers: Picasso was al jaren dood toen die anekdote plaatsvond.

Het enige manco van de docu is dat Gordon vooral positief wordt belicht vanuit de kant van vrienden en intimi. Hij is bovenal een goed mensch ondanks de drugs- en seksexcessen en de harde wereld van de muziekindustrie. Geen kritische noot dus, maar Gordon is ook innemend genoeg om de kijker geboeid te houden. Zoals wanneer je hem ziet golven met Alice Cooper (hilarisch) of als Gordon spreekt over zijn spirituele roeping (I am a Bujew) als hij door toedoen van Sharon Stone een volgeling wordt van de Dalai Lama. Gordon weet het uiteindelijk briljant te vertellen.

De liefde die overblijft
Een van de mooiste scènes uit Agnes Sós’ Streams of love is hoe hoogbejaarde dorpelingen oplichten als zij weer denken aan liefde en verlangen. Ondanks de vele rimpels en het onvermijdelijke verval door ouderdom is er op hun gezichten en in hun ogen nog een sprankeling die hen jong en vitaal maakt. Streams of Love volgt deze oudjes in een idyllisch Transsylvanië waar er nog dicht bij de natuur geleefd wordt en waar zij nog elke dag bezig zijn op het land.

De film is een losse verzameling interviews en observaties die prachtig zijn gefilmd en je meenemen in het rustige tempo van het plattelandsleven. Zo rijdt een oude man op zijn kar door het dorp terwijl hij kijkt naar de dames en ze gedag zegt. Hij is nog steeds een charmeur en de dames lachen als hij voorbij rijdt. In ander scènes praten vrouwen over vroeger en dat er veel veranderd is. Hun ontdekking van seksueel genot kwam vaak op latere leeftijd, maar het houdt ze niet tegen om nog steeds seks te hebben. Streams of Love laat op prachtige wijze zien dat je als mens tot op hoge leeftijd vitaal kan blijven en van het leven kan blijven genieten.

 

2 december 2013

 

PREVIEW IDFA 2013

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 5

DEEL 6