Martin Scorsese-maand: Logische weg naar de perfecte film

Romantische drama’s van Martin Scorsese onderbelicht
Logische weg naar de perfecte film

door Cor Oliemeulen

Martin Scorsese is vooral bekend van zijn misdaadfilms en biografieën. Met mannen in de hoofdrol. De vijf romantische drama’s, die hij maakte in de eerste helft van zijn carrière, zijn nagenoeg onderbelicht gebleven, maar blijken essentieel voor zijn ontwikkeling als filmmaker.

We zien Martin Scorsese’s onvoorwaardelijke liefde voor film al in zijn experimentele debuut Who’s That Knocking At My Door (1967), elk kwartier seks en geweld in Boxcar Bertha (1972), de originele flair van Alice Doesn’t Live Here Anymore (1974), het geflopte, maar artistiek sterke New York, New York (1977) en de ultieme verboden liefde in The Age of Innocence (1993).

Onvoorwaardelijke liefde voor film in experimenteel debuut
Het speelfilmdebuut van de toen 25-jarige Martin Scorsese is het product van enkele korte studentenfilms, de belangeloze medewerking van vrienden en familie (inclusief zijn moeder, die we nog terugzien in Goodfellas en Casino), zijn katholieke achtergrond en de drang om te experimenteren met vorm en beeldtaal.

Who’s That Knocking At My Door

Net als in het debuut van zijn vriend en mentor John Cassavetes, Shadows (1959), wordt in Who’s That Knocking At My Door (1967, alternatieve titel I Call First) een realistische, authentieke sfeer gecreëerd door middel van improvisatie, muziek en handheld camera’s. Net als John Cassavetes zou Martin Scorsese met zijn eersteling een stempel op de filmgeschiedenis zetten, maar de naam van laatstgenoemde beklijft meer door vooral diens technische vernuft en scenariokeuze.

Beide filmdebuten zijn romantische drama’s waarin de liefde tussen man en vrouw is gedoemd te mislukken. In Shadows betreft het een interraciale relatie die stuit op bezwaren van de directe omgeving, terwijl in Who’s That Knocking At My Door vooral afkomst en milieu problemen opleveren. J.R. (debutant Harvey Keitel, later nog te zien in Scorsese’s Mean Streets, Alice Doesn’t Live Here Anymore en Taxi Driver) is opgegroeid in de New Yorkse wijk Little Italy (net als Martin Scorsese) en verdeelt zijn tijd tussen zijn criminele vriendjes en onstuimige vrijpartijen met zijn geliefde, die uit een beter nest komt. De bom barst nadat hij verneemt dat zijn kersverse echtgenote voor hun huwelijk blijkt te zijn verkracht (door een van zijn vrienden).

Martin Scorsese’s liefde voor film druipt af van zijn debuut. J.R. versiert zijn vriendin met zijn uitgebreide filmkennis en tijdens een schietpartij zien we stills en foto’s van beroemde westerns. Net als veel grote regisseurs uit de filmgeschiedenis experimenteert Scorsese raak met cameraperspectieven, close-ups, overvloeiers, slow motion en montage. Zo worden er twee liedjes door elkaar heen gemixt en zien we hoe een deur tweemaal achter elkaar dichtslaat. Who’s That Knocking At My Door eindigt met een snel gemonteerde compilatie van overvloedige katholieke symboliek om J.R.’s schuldgevoelens te onderstrepen.

Seks en geweld in B-film
Die katholieke symboliek komt in Scorsese’s tweede film in volle glorie terug. Zo zien we in de finale van Boxcar Bertha (1972) iemand die, in navolging van Jezus, wordt gekruisigd. En buiten de set overhandigde Barbara Hershey, die de titelrol voor haar rekening neemt, aan Martin Scorsese een exemplaar van de roman The Last Temptation of Christ van Nikos Kazantzakis. Het werd een obsessie voor de regisseur, die het boek veertien jaar later zou verfilmen. Hershey, de enige vrouw die twee hoofdrollen in films van Scorsese speelt, kreeg de rol van Maria Magdalena.

Hoewel de New Yorker zijn vrouwelijke protagonisten vaak neerzet als heilige boontjes, meestal in maagdelijk wit, maken we met Boxcar Bertha al snel kennis met een vrijgevochten jonge vrouw. De film deinde mee op de golven van het immense succes van Bonnie and Clyde (1967), dat zowel het gangstergenre als Hollywood nieuw leven had ingeblazen, en losjes is gebaseerd op het leven van de Amerikaanse criminele activiste Bertha Thompson.

De legendarische B-filmproducent Roger Corman (die de carrières van veel beroemde regisseurs en acteurs lanceerde) gaf Martin Scorsese het script en eiste dat er elk kwartier seks en geweld te zien moest zijn. De regisseur stemde toe omdat hij wel wat zag in deze coming of age over twee mensen die zich aanvankelijk gedragen als pubers, maar door de omstandigheden van geweld en dood volwassen worden.

Boxcar Bertha

De liefdesgeschiedenis speelt zich af tijdens de Grote Depressie in Arkansas. Nadat haar vader is neergestort met zijn vliegtuigje springt Bertha (Barbara Hershey) in een treinwagon (boxcar) en ontmoet vakbondsactivist ‘Big’ Bill Shelly (David Carradine). Hij is een beetje te fanatiek in de ogen van de werkgevers, wordt in elkaar geslagen en belandt een paar keer in de gevangenis. Bertha schiet een rijkaard neer bij een gokruzie en vlucht samen met Bill. Ze vormen een bende en beroven de spoorwegeigenaar en zijn gasten.

In dit niet altijd even geslaagd gemonteerde verhaal zijn de thema’s vooral rechtvaardigheid en vrijheid. Zowel Hershey als Carradine zeiden in een interview dat alle seksscènes echt waren. Hoe dan ook lijkt de chemie tussen de twee in de film niet overdreven sprankelend, maar ze kregen wel snel hierna een zoontje. Leermeester John Cassavetes noemde de film ‘a piece of shit’ en een verspilling van Scorsese’s talent.

Originele flair
Door het nodige geëxperimenteer in zijn beginjaren kwam de regisseur vervolgens wel toe aan zijn eerste studiofilm, het baanbrekende Mean Streets (1973). Ook Alice Doesn’t Live Here Anymore (1974) plukt de vruchten van Scorsese’s ervaringen met zijn eerste twee speelfilms. Dit romantische drama is een vaak onterecht ondergeschoven kind in zijn oeuvre. Laat je niet afschrikken door de naam van Kris Kristofferson (hij gaat ook niet zingen), maar je overweldigen door het voortreffelijke scala van emoties van Ellen Burstyn, die voor haar titelrol zowel een Oscar als een Bafta mocht ontvangen.

Alice Doesn’t Live Here Anymore

De film begint met originele visuele flair: we zien de jonge Alice in Monterey, geheel gehuld in een vuurrode gloed. Gevolgd door de openingsscène 27 jaar later in New Mexico, prachtig opgenomen met een kraanshot over een diorama dat eindigt bij de volwassen Alice die in haar keuken zit. Ze doet haar best als echtgenote, maar echt fijn contact met haar wat onbeholpen man Donald is er niet. Ze doet ook haar best als moeder van hun elfjarige zoon Tommy, maar die is iets te vaak brutaal en grof in de mond. Dat laatste levert gedurende de film grappige dialogen op, want in hun gevatheid en streken zijn moeder en puberzoon erg aan elkaar gewaagd. Hun levens veranderen van de ene op de andere dag nadat Donald dodelijk verongelukt.

Alice Doesn’t Live Here Anymore weet de tijdgeest op een geweldige manier te vangen. De maatschappij is aan het veranderen, net als de rol van de vrouw. Welk een genot moet het zijn geweest om als filmmaker in die jaren te kunnen spelen met tradities en moderniteiten, met aanpassen aan of loslaten van normen, en het opkomen voor je onafhankelijkheid. In het geval van Alice gaat het in eerste instantie om de kost te kunnen verdienen: het liefst als zangeres, en als dat niet mocht lukken dan maar als serveerster.

Geleid door een goed scenario, waarvan het eind een paar keer werd aangepast omdat Burstyn liever geen happy end wilde, meeslepende regie en uitstekend spel van bijna iedereen (let ook op Harvey Keitel als opgewonden standje en de piepjonge Jody Foster als wijsneuzerige tomboy). Ook memorabel van deze enigszins feministische roadmovie is de chaotische en uiteindelijk pakkende finale in een vol restaurant.

Financiële flop, maar artistiek sterk
De finale van het romantische drama New York, New York (1977) – Scorsese’s eerbetoon aan de grote musicals (en jazzorkesten) van de jaren 40 en 50 – mondt uit in een Broadway-show waarmee de beroemde musicalster Liza Minnelli wel raad wist. Het overambitieuze project was de eerste (en samen met het recente Silence voorlopig enige) financiële strop voor Martin Scorsese die tijdens de opnames kampte met een amoureuze verhouding met de hoofdrolspeelster, een cocaïneverslaving en een haperende productiemachine.

New York, New York

Het scenario moest keer op keer worden herschreven (ook hier was een happy end uit den boze) en het bleek een hele toer om de oorspronkelijke tijdsduur van ruim vier uur tot een voor studio en publiek aanvaardbaar niveau terug te snijden. Desalniettemin is de sfeer authentiek, gesteund door een betoverend production design en geloofwaardige hoofdrolspelers.

Vanaf de festiviteiten om het einde van de Tweede Wereldoorlog te vieren, ontvouwt zich een moeizame liefdesrelatie tussen de ambitieuze saxofonist Jimmy (Robert De Niro) en de zangeres Francine (Liza Minnelli) die het zowaar schoppen tot een huwelijk en het lanceren van hun muzikale carrières.

Zowel Minnelli als De Niro zijn uitstekend op dreef en op hun plaats in New York, New York. Zij als aandoenlijk, maar zichzelf respecterend muurbloempje met haar grote ogen en rode lippen; hij als de irritante, sjacherende en obsessieve veroveraar die het allemaal niet zo slecht bedoelt. Hoewel de film soms wat in zijn breedvoerigheid uit de bocht vliegt, spat de romantiek – regelmatig improviserend – er wel degelijk van af.

De ultieme verboden liefde
Ook met het productieontwerp en de mise-en-scène van The Age of Innocence is niets mis. Het duurde echter jaren voordat Martin Scorsese kwam tot een kansrijke verfilming van het gelijknamige boek van Edith Wharton, omdat er andere projecten op zijn plank lagen en het beoogde budget van dertig miljoen dollar pas na veel geharrewar uiteindelijk door Colombia Pictures werd opgehoest. Het kostuumdrama, dat in 1993 werd uitgebracht, vertelt het verhaal van de ultieme verboden liefde en is opgedragen aan Scorsese’s vader Charlie, die een week voor de première overleed.

The Age of Innocence

Het geheel speelt zich af in de upperclass van New York in de jaren 70 van de negentiende eeuw. Een aristocratische advocaat (Daniel Day-Lewis) is voorbestemd om te gaan trouwen met een jong meisje, maar wordt verliefd op haar nicht, een exotische gravin (Michelle Pfeiffer), die van haar man wil scheiden. Maar in dit tijdperk van onschuld zit niemand op schandalen te wachten, dus is de kans op een daadwerkelijke romance ondenkbaar, ondanks alle hunkering en hartstocht.

De regisseur gebruikt veel kleuren om de emoties van de personages te benadrukken en licht bepaalde gebeurtenissen uit met zogenaamde iris shots. Bijvoorbeeld op het moment dat de advocaat en de gravin zich op een druk theaterbalkon bevinden, vervaagt langzaam het beeld om hen heen, terwijl nog slechts hun stemmen in het geroezemoes zijn waar te nemen, totdat ook dat verdwijnt en de twee totaal alleen in de drukte zijn.

Na zijn experimentele debuut in 1967 definieert Martin Scorsese een kwart eeuw later zijn onberispelijke visuele stijl en de kunst om met de camera intrigerende verhalen te schrijven. Je moet natuurlijk van het genre houden, maar The Age of Innocence is in feite de perfecte film. En dus ook het perfecte romantische drama. Want de weg naar de liefde is vaak nog mooier dan de liefde zelf – ook al word je van binnen verteerd door lot of spijt.

 

12 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE