De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de zevende film.
Sunrise: A Song of Two Humans (Verenigde Staten, september 1927)
Een wereld zonder vrouwelijke woede
door Małgorzata Zielińska
Sunrise: A Song of Two Humans is de eerste Amerikaanse film van de Duitse regisseur F.W. Murnau, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het expressionisme. Murnau kwam naar de Verenigde Staten op uitnodiging van producent William Fox, die hem ruime financiële middelen ter beschikking stelde. Daardoor kon hij indrukwekkende studiodecors bouwen en op locatie filmen. De film ging slechts twee weken vóór The Jazz Singer in première en wordt vanwege het gebruik van het Fox Movietone-systeem vaak beschouwd als een brug tussen de stomme film en de geluidsfilm.
Sunrise staat steevast hoog in ranglijsten van de beste films aller tijden. Hoewel de film nog steeds wordt geprezen om zijn artistieke kwaliteit en de vermeende universaliteit van zijn liefdesverhaal, verdient juist die universaliteit een kritische beschouwing. Dat de film bijna een eeuw na zijn première kijkers blijft fascineren, getuigt van zijn artistieke kracht. Tegelijkertijd roept de blijvende populariteit de vraag op wat dit verhaal zegt over onze samenleving en over de verwachtingen die nog altijd aan vrouwen worden gesteld.

De film won drie Oscars tijdens de eerste Academy Awards-uitreiking in 1929. Als enige film ontving hij de aparte prijs voor Unique and Artistic Picture, een categorie die daarna niet meer werd toegekend. Daarnaast won de film de prijs voor cinematografie voor het werk van Charles Rosher en Karl Struss. Janet Gaynor ontving de prijs voor Beste Actrice voor haar rollen in Sunrise, 7th Heaven en Street Angel. Bij de première in New York werd de film voorafgegaan door sprekende journaalbeelden met Benito Mussolini, bedoeld om een breder publiek aan te trekken.
Sunrise wordt vandaag nog steeds bewonderd om zijn visuele schoonheid, vernieuwende cinematografie en de acteerprestaties. De dynamische camerabewegingen, die personages en objecten door de ruimte volgen, waren voor die tijd vernieuwend.
Liefdesdriehoek
Sunrise vertelt het verhaal van een liefdesdriehoek dat de vrouwen presenteert als de heilige en de verleidster. Aan de ene kant staat de deugdzame, passieve Vrouw (Janet Gaynor), aan de andere kant de onafhankelijke, moderne en sensuele Stadsvrouw (Margaret Livingston). Toch lijken beide personages door hetzelfde verlangen te worden gedefinieerd: begeerd worden door dezelfde, grotendeels passieve Man (George O’Brien).
De Man heeft een verhouding met de Stadsvrouw. Op haar aandringen stemt hij in met een plan om zijn Vrouw te verdrinken tijdens een geënsceneerd ongeluk. Hij aarzelt wanneer hij op het beslissende moment de kerkklokken hoort. De Vrouw vlucht naar de stad, waar het echtpaar zich verzoent en hun liefde herleeft. Wanneer tijdens de terugreis vanuit de stad een storm losbarst, raakt de Man ervan overtuigd dat de Vrouw is verdronken. In wanhoop en woede probeert hij vervolgens zijn minnares te wurgen. Uiteindelijk wordt de Vrouw levend teruggevonden en eindigt de film met de hereniging van het echtpaar, terwijl de Stadsvrouw het dorp verlaat.
Binaire tegenstellingen
De film is opgebouwd rond scherpe tegenstellingen: stad en platteland, dag en nacht, kuisheid en seksualiteit, dominantie en onderwerping.
De blonde Vrouw belichaamt een ideaal van deugd, moederschap en bijna aseksuele kuisheid. Zij is passief, afhankelijk en doet denken aan een sprookjesfiguur zoals Doornroosje. Maar de Vrouw is ook financieel zelfstandig en vindingrijk.
De Vrouw verschijnt vooral in het daglicht, thuis, en draagt meestal lichte kleding, terwijl de Stadsvrouw wordt geassocieerd met de nacht, de maan, het moerassige landschap en donkere kleding. Zo ontstaat een visuele tegenstelling tussen licht en duisternis, orde en verleiding, goed en kwaad.
De donkerharige Stadsvrouw vertegenwoordigt daarentegen levendigheid, moderniteit, onafhankelijkheid en doet denken aan een vampier. Vanuit een hedendaags perspectief lijkt de film te suggereren dat vrouwelijke autonomie en seksuele vrijheid tot ontwrichting, geweld en uiteindelijk zelfs moord kunnen leiden.
De illusie van keuzevrijheid: hoer of heilige
In de film lijken slechts twee vormen van vrouwelijkheid mogelijk. De ene wordt aangemoedigd, beloond en maatschappelijk gewaardeerd, de andere veroordeeld, uitgesloten en uiteindelijk verworpen.
Beide vrouwelijke personages zijn extreme stereotypen. Daardoor voelen zij minder aan als echte mensen. Paradoxaal genoeg is het juist de Man die het meest geloofwaardig overkomt. Verteerd door verlangen, twijfel, lafheid en woede voelt hij menselijker en herkenbaarder aan dan beide vrouwen. Soms lijkt de Man een sluipende dief of zelfs een monster, zoals in de eerste scène in de boot; op andere momenten is hij een onzekere en berouwvolle echtgenoot. Juist daardoor blijft hij het meest intrigerende en geloofwaardige personage van de film.
De kerkklokken en het bezoek aan de kerk kunnen worden geïnterpreteerd als een symbolische beteugeling van de maatschappelijk onaanvaardbare impulsen en verlangens van de Man. Toch blijkt uit de scène met het mes, waarin hij een man die zijn vrouw het hof maakt gewelddadig bedreigt, dat het vernis van beschaving dun is.
Veelzeggend is ook de rol van het (vergeten) kind. Het verschijnt vrijwel uitsluitend samen met de Vrouw en slechts twee keer kort met de Man. Wanneer hij plannen maakt om zijn echtgenote te verdrinken, de boerderij te verkopen en met zijn minnares naar de stad te vertrekken, komt het lot van het kind niet ter sprake. De film lijkt het kind voornamelijk met het moederschap te associëren, terwijl het vaderschap nauwelijks deel uitmaakt van de identiteit van de Man.

Stad en platteland
Vanaf de eerste minuten wordt de Stadsvrouw voorgesteld als een verstoring van de orde. In plaats van na de zomer naar de stad terug te keren, blijft zij op het platteland. De film lijkt te suggereren dat een dergelijke vermenging van werelden slechts tijdelijk mogelijk is en alleen binnen maatschappelijk aanvaarde grenzen.
De stad wordt geportretteerd als een vreemde wereld, een bijna droomachtig pretpark bevolkt door mensen met andere kleding, kapsels en gewoonten. Toch verandert het verblijf in de stad de identiteit van het echtpaar nauwelijks. Hun gedrag, uiterlijk en maatschappelijke rollen blijven grotendeels intact. De kerk, waar de verzoening van het echtpaar plaatsvindt, en het huwelijk spelen een centrale rol in het herstel van de maatschappelijke orde. De dansscène benadrukt dat het echtpaar, ondanks het verblijf in de stad, zijn landelijke identiteit behoudt.
Misdaad zonder straf
De film is geïnspireerd op het korte verhaal De reis naar Tilsit van Hermann Sudermann, bewerkt door Carl Mayer. Murnau veranderde het einde echter ingrijpend.
In Sudermanns verhaal overleeft de Vrouw, terwijl de Man tijdens de terugreis om het leven komt. Zijn dood vormt een duidelijk patroon van misdaad en straf. In Sunrise ontsnapt de Man daarentegen niet alleen aan de gevolgen van zijn moordplan, maar ook aan zijn poging de Stadsvrouw te wurgen.
Vanuit een hedendaags perspectief kun je de film lezen als een verhaal waarin vrouwelijke meegaandheid, vergevingsgezindheid en het ontbreken van vrouwelijke verontwaardiging worden beloond met het herstel van het huwelijk en maatschappelijke erkenning. De woede van de Man wordt daarentegen verklaard, getolereerd en vergeven.
Ook na bijna een eeuw blijft Sunrise opvallend actueel: de verantwoordelijkheid voor kinderen ligt vooral bij de moeder en geweld tegen vrouwen wordt in veel landen gebagatelliseerd. Anti-emancipatoire bewegingen winnen aan invloed en opvattingen die vrouwen vooral willen beperken tot de rollen van moeder en echtgenote keren terug.
Deze film is gratis te zien op YouTube.
20 september 2026




















