Film Fest Gent 2021 – Deel 2: De dood van de filmmaker

Film Fest Gent 2021 – Deel 2:
De dood van de filmmaker

door Tim Bouwhuis

Wie films maakt, vindt een weg om iets van zichzelf op deze wereld achter te laten. Cinema overwint zo de tijdelijkheid van het menselijk bestaan. Met Vortex (van Gaspar Noé) en Bergman Island (van Mia Hansen-Løve) draaien er dit jaar twee titels op Film Fest Gent die op metaniveau reflecteren op de onvermijdelijke dood van de filmmaker en het (eeuwige?) leven van diens werk.

De poreuze grens tussen leven en dood is de rode draad in het werk van het Franse enfant terrible Gaspar Noé. Irréversible (2002) legt een reis af van de hemel naar de hel (maar dan omgekeerd) en in Enter the Void (2009) is de dood van het hoofdpersonage slechts het begin. Noé’s nieuwste film is in het licht van deze eerdere titels bijzonder aards, en toch toont de dood juist in Vortex zijn ware gezicht.

Vortex

Vortex

Het aardse van de dood
In mijn vooruitblik op deze festivaleditie schreef ik dat Vortex zich naar verluidt fundamenteel zou onderscheiden van vroeger werk. Die verwachting werd maar ten dele ingelost. Enerzijds is de film voor Noé’s doen inderdaad betrekkelijk toegankelijk en niet controversieel. Expliciete seks en overdadig geweld ontbreken, de toon is ingetogen en stilistische excessen, zoals de heftige stroboscoopeffecten in Enter the Void, blijven eveneens grotendeels achterwege (al storen de vele jump cuts die continuïteit binnen scènes suggereren). Tegelijkertijd is Vortex een ronduit kernachtige film binnen het oeuvre van de regisseur. Noé brengt zijn fascinatie voor de dood terug tot een aardse essentie door een bejaard stel te volgen waarvan de vrouw aan dementie lijdt.

Twee parallelle filmkaders tonen hoe de vader (de aftiteling toont geen namen) en de moeder (rollen van horrorregisseur Dario Argento en Françoise Lebrun) tegelijk samen en gescheiden leven. Het consistente splitscreen staat kijkers niet toe de twee hoofdpersonages verenigd te zien, ook al speelt de film zich alsnog grotendeels in een claustrofobisch ingericht woonhuis af. In de onbereikbare geesteswereld van de moeder wisselen flarden van helderheid en hersenschimmen elkaar af. De vader kampt met hartklachten en de zoon van het stel (Alex Lutz) heeft zelf net zo goed met problemen te kampen. Door de verslechterende toestand is het stilaan eigenlijk al onmogelijk om nog zelfstandig te wonen, maar een huis vol herinneringen is voor een dementerend mens een laatste veilige haven.

De dood van je levenswerk
Vortex is in zijn dramatische uitwerking van een naderend levenseinde al door meerdere critici vergeleken met Michael Haneke’s Amour (2012), maar Noé zou zichzelf niet zijn als hij via de mise-en-scène (zie bijvoorbeeld de filmcollectie in het openingsshot van Climax), en specifiek via de talloze objecten in het huis niet een compleet eigengereid kader van referenties zou bouwen. De belangrijkste metaverwijzing van Vortex staat op een mapje met uitgeschreven scriptnotities dat de vader op zijn bureau heeft liggen. De titel van het script, “Psyche”, werd ook door Noé zelf gebruikt voor de film die uiteindelijk Climax kwam te heten. Niemand heeft het dus meer over Psyché, en een dergelijk pijnlijk lot is het laatste werk van de vader ook beschoren: in een gedachteloze opruimbui versnippert de moeder de notities en verdwijnen de resten in de kolkende stroom van het toilet (“vortex” wijst op een draaiende energie).

Voltooide filmprojecten overwinnen de tijdelijkheid van het menselijk bestaan, maar er zijn zoveel notities, scripts en titels (om over daadwerkelijk filmmateriaal nog te zwijgen) die het levenslicht uiteindelijk nooit zien en dus in meer figuurlijke zin in het toilet verdwijnen. De filmmaker doet zijn uiterste best om zijn werk te vereeuwigen, maar hij komt altijd jaren tekort om zichzelf van de dood te kunnen redden. In die zin valt het op zijn plaats dat Noé Argento castte als de vader; ook de regisseur van onder meer Suspiria (1977) heeft de eeuwigheid niet voor het oprapen, en ook in zijn carrière zal er sprake zijn (of misschien zelfs al zijn geweest?) van een laatste film.

Toerisme voor filmherinneringen
Cineasten kunnen film ademen en hun leven lang op de set staan, maar uiteindelijk is het altijd aan volgende generaties om de herinnering aan hen en hun werk in ere te houden. In de meest fervente gevallen blijven we niet alleen kijken naar de films, maar bezoeken we ook oude setlocaties en andere plaatsen van herkenning uit de carrière van de filmmaker. Leven en werk houden zo de schijn van tastbaarheid en de filmliefhebber wordt een toerist tussen zijn of haar eigen filmherinneringen. Een intrigerend voorbeeld is het Zweedse eiland Fårö, waar de Zweedse filmmaker Ingmar Bergman (1918-2007) woonde en werkte voordat hij er overleed en werd begraven.

“Bergman Island” trekt niet alleen filmliefhebbers en toeristen, maar ook filmmakers en scenaristen die inspiratie hopen te vinden op het landgoed van de familie Bergman. Er is een heuse Bergman-toer, die onder meer langs de centrale filmlocatie van Through a Glass Darkly (1961) leidt (ironisch genoeg is het huis afgebroken, waardoor de toeristen praktisch nergens naar kijken). In een bescheiden filmzaaltje worden oude 35 mm-prints van Bergmans klassiekers vertoond (de stoel van Bergman wordt nog altijd vrijgehouden) en het woonhuis van Bergman wordt verhuurd aan bezoekers die langer blijven. Twee van die bezoekers zijn de regisseurs Mia Hansen-Løve en Olivier Assayas (vertolkt door Vicky Krieps uit Phantom Thread, en Tim Roth), die in de meta-film Bergman Island op zoek zijn naar nieuwe ingevingen en een gezonde balans in hun getroebleerde huwelijk.

Bergman Island

Bergman Island

Een blik in de spiegel
Aan verwijzingen naar het werk en leven van Bergman geen gebrek, maar Bergman Island gaat uiteindelijk vooral over het leven en werk van Hansen-Løve zelf. In een klassiek verhaal-in-het-verhaal laat de regisseuse zich door een tweede actrice (Mia Wasikowska) vertolken, die met het uitspelen van haar gedoemde liefde voor Joseph (Anders Danielsen Lie, een terugkerende acteur in de films van Joachim Trier) een epiloog breit aan Hansen-Løve’s Un amour de jeunesse (2011). Het is eenvoudig om de film niet volledig te begrijpen indien je niet bekend bent met het werk van Hansen-Løve en/of Assayas (die in Bergman Island zelf bezig is met het script van Personal Shopper).

Bergman Island is prachtig op locatie geschoten, maar de verwerking van de verschillende metalagen rieken naar navelstaarderij. Uiteindelijk gaat een regisseursoeuvre leven door stilistische klasse en dramatische diepgang. Deze scènes van een huwelijk doen in dat licht helaas eerder terugverlangen naar het vroegste werk van Hansen-Løve (Tout est pardonné, 2007; Le père de mes enfants, 2009), dat de regisseuse met recht lanceerde in de filmwereld.

Het kunstenaarsbestaan en het privéleven
De gebreken van Bergman Island onderstrepen dat introspectie misschien niet altijd de beste methode is om een carrière (zelf) glans te geven. Bergman maakte in zijn leven zoveel films (en als hij niet filmde, stond hij wel op het toneel) dat hij waarschijnlijk niet eens tijd had om grondig op zijn groeiende oeuvre te reflecteren. De relatieperikelen tussen Hansen-Løve en Assayas spiegelen Bergmans moeilijke verhouding tot het huwelijk en het familieleven, en in de film wordt de vraag gesteld of het überhaupt wel mogelijk is het kunstenaarsbestaan met een privéleven te verenigen. Toch loopt er aan het eind van Bergman Island een man voor de camera langs die op de eindcredits staat vermeld als Bergman junior. De filmmaker is dood, maar zijn naam en werk blijven voortbestaan.

 

22 oktober 2021

 

Film Fest Gent – Deel 1: Waarom vechten we?

 

 
MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2021 – Deel 1: Waarom vechten we?

Film Fest Gent 2021 – Deel 1:
Waarom vechten we?

door Tim Bouwhuis

Why we fight” is een van de gethematiseerde secties in het programma van Film Fest Gent 2021. La Civil en Cool Abdoul, twee Vlaamse (co-)producties, laten elk op hun eigen wijze zien waarom en onder welke omstandigheden het belangrijk kan zijn om strijdlust te tonen. Maar op de eerste avond draaide er, naast openingsfilm La Civil, nóg een film die de insteek van de sectie eer aandoet: The Last Duel van Ridley Scott.

The Last Duel is het epische affiche van de nieuwe Ridley Scott (Blade Runner, Gladiator), een big budget-ridderfilm die Hollywoodacteurs als Matt Damon en Adam Driver laat verdrinken in middeleeuwse maliënkolders. Op het eerste oog is het misschien gissen waarom een film met zo’n veelbetekenende titel niet is opgenomen in de “Why we fight”-sectie. De waarschijnlijke reden is vrij eenvoudig: de twee vertoningen op Film Fest Gent geven vooral extra cachet aan de reguliere release van de film, die op het moment van schrijven ook regulier wordt uitgebracht in de Benelux. Het is dan ook logisch dat deze megaproductie verder geen prominente plaats inneemt op het programma.

The Last Duel

The Last Duel

Gevecht om de waarheid
Grappig genoeg biedt juist The Last Duel verschillende uitgelijnde perspectieven op de vraag waarom “we” eigenlijk vechten. De film bestaat uit drie hoofdstukken die elk de waarheid volgens één van de drie hoofdpersonages vertellen. Denk aan de Japanse klassieker Rashomon (1950) van Akira Kurosawa: een onbetrouwbare verteller betrekt het publiek bij de zoektocht naar de (of een?) waarheid. Overigens stopt de vergelijking met Kurosawa daar ook meteen, want door een ingreep in de tussentitels is The Last Duel heel wat minder ambigu dan Scott het op momenten lijkt te willen voorstellen.

Aanleiding voor ‘het laatste duel’ is een weinig liefdevolle schaakpoging van een genotzoekende schildknaap (Driver), die zich de woede van een jonkheer (Damon) op de hals haalt als hij diens vrouw (Jodie Comer) tot een van zijn jachttrofeeën probeert te maken. Het kost weinig fantasie om in de lang uitgesponnen intrige een ruwe interpretatie van de Griekse Ilias te herkennen, door Scott en zijn co-scenaristen (onder wie Ben Affleck, die de schildknaap in een hopeloze rol de hand boven het hoofd houdt) aangelengd met een didactisch #metoo-sausje.

De Helena van het verhaal vecht om haar waardigheid te bewaren terwijl haar echtgenoot met het werpen van de handschoen vooral zijn eigen eer probeert te redden. Jonkheer de Carrouges (een vermoeiende rol van Damon) behandelt zijn vrouw op een zodanig belachelijke manier dat haar strijdlust op voorhand op de unanieme sympathie van het publiek kan rekenen. Terwijl er een laatste duel om eer en ijdelheid plaatsvindt, valt er voor de gekooide jonkvrouw hoe dan ook niets te winnen.

La Civil

La Civil

Gevecht om rechtvaardigheid
Nauw verwant aan de strijd om waardigheid is de strijd om rechtvaardigheid. Het hoofdpersonage uit La Civil, het fictiedebuut van de Vlaams-Roemeense regisseuse Teodora Mihai (die deuren in de filmwereld opende met haar documentaire Waiting for August), wordt met recht de heldin van de film wanneer zij haar dochter verliest aan de grillen van een Mexicaanse bende. Net als in Identifying Features (Fernanda Valadez, 2020, deze zomer nog in het Previously Unreleased-programma van EYE) staat de onvoorwaardelijke liefde van een moeder centraal in het machteloze gevecht tegen een gecorrumpeerde buitenwereld. Het is tekenend dat een stoer posterende tiener aan Cielo (een krachtige rol van Arcelia Ramírez) vertelt hoeveel geld zij en haar echtgenoot voor hun dochter moeten neertellen.

Regisseuse Mihai trok al jaren geleden voor het eerst naar het land waar ontvoeringen en afrekeningen in veel streken aan de orde van de dag zijn. Ze ontmoette er Miriam Rodríguez, een moeder en mensenrechtenactiviste die uiteindelijk grotendeels model zou staan voor Cielo. In 2017 werd zij thuis neergeschoten nadat zij een periode zelfstandig onderzoek had gedaan naar de ontvoering van haar dochter. Het is een kil gegeven en bepaald niet het eenvoudigste uitgangspunt voor een speelfilmdebuut.

Mihai ontziet de heftigheid van de drugsoorlog niet door de lichamen van gemartelde slachtoffers op bepaalde momenten te laten opdoemen vanuit de consistent in soft focus gehouden achtergrond. Op de voorgrond stelt de camera intussen almaar scherp op het vertrokken gezicht van Cielo. Daadkracht en een greintje hoop zijn haar enige wapens, en toch kan ook zij niet voorkomen dat ze op den duur het bloed eveneens van haar eigen handen moet wassen.

Op het scenario van La Civil valt het een en ander af te dingen (zo heeft de film een onnodige epiloog en worden de belangrijkste zijpersonages door de focus op Cielo te beperkt uitgediept), maar aan intensiteit en urgentie ontbreekt het dit project in geen geval. Films als deze maken duidelijk waarom we vechten; het zijn harde ontmoetingen met een werkelijkheid die ons eigen leven in perspectief plaatst.

Cool Abdoul

Cool Abdoul

Gevecht in de ring
Tegelijkertijd is het een misvatting dat gewelddadige contexten als de Mexicaanse te allen tijde schril afsteken tegen een ‘welvarend Westen’. Afhankelijk van je maatschappelijke status kan het leven in de Benelux net zo goed veranderen in een pertinente overlevingsstrijd.

In het boksdrama Cool Abdoul (na diverse shorts de eerste langspeler van Vlaming Jonas Baeckeland) kost de wil om hogerop te komen het titelpersonage zijn bestaanszekerheid. Ismaïl ‘Cool’ Abdoul (een rol van Nabil Mallat) was een Gentse bokser die de lokale ring eind jaren negentig verliet voor een Europese toer in het centrum van de belangstelling. De film laat zien wat daarvoor nodig was: door zijn nachtwerk als uitsmijter reguleert Abdoul impliciet het toegangsbeleid voor plaatselijke drugsdealers. In ruil voor een lijst met namen zorgt de uitbater van de club ervoor dat Abdoul zijn carrière glans kan geven. Het is een klassiek rise and fall-verhaal dat het helaas teveel van opgeklopt pathos moet hebben, en niets nieuws toevoegt aan de lange lijst met boksdrama’s die voorgingen.

Gevecht tegen onzekerheid
Cool Abdoul geeft een nogal letterlijke twist aan de vraag waarom we vechten. Een carrière is vergankelijk, zoveel blijkt, maar de liefde voor een partner is dat in gelukkige gevallen niet (de echte Abdoul is nog steeds gelukkig samen met zijn Sylvie). Abdouls wens om haar een beter leven te geven, valt in de film samen met de verwoestende spiraal van een door drugs bezeten nachtleven. De Gentse straten (je kunt er vrijwel iedere Europese stad invullen) mogen voor veel mensen dan een relatief veilig oord zijn, er is geen permanente zekerheid die ons behoedt voor een bestaan zonder strijd. Die onzekerheid is de reden waarom we vechten.

 

17 oktober 2021

 

Film Fest Gent – Deel 2: De dood van de filmmaker

 

 
MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2021 – Preview

Film Fest Gent 2021 – Preview:
Terug op volle zaalsterkte

door Tim Bouwhuis

2020 was een ander jaar voor Film Fest Gent. De speciaal voor medewerkers en geaccrediteerde bezoekers vervaardigde mondkapjes zaten strakker dan een gemiddeld maatpak en de zalen waren door de restricties telkens maar gedeeltelijk gevuld. Gelukkig kunnen de meeste maatregelen dit najaar weer overboord, en maakt ondergetekende zich op om voor de derde keer verslag te doen van het festival.

Tijdens de 48ste editie (van 12 tot en met 23 oktober 2021) zullen er traditioneel weer veel films te zien zijn die voor aanvang van het festival al door distributeurs werden aangekocht. In de meeste gevallen gaat het om hoogtepunten van de grote Europese festivals. Zo is Cannes altijd sterk vertegenwoordigd en zie je in Gent ook films die ruim een maand geleden hun première beleefden in Venetië.

The French Dispatch

The French Dispatch (2021) van Wes Anderson is de slotfilm van Film Fest Gent.

Nederland en België
Distributeurs hebben belangen bij deze films, omdat Gent de publiciteitscampagne een treffende kickstart geeft en een eerste indruk biedt van de ontvangst. De overlap met Nederland is aanzienlijk: veel Vlaamse distributeurs zijn onder dezelfde noemer in Nederland actief en delen zo dezelfde releases.

Natuurlijk, de releasedata kunnen verschillen, en het kan gebeuren dat een titel wel in België wordt gedistribueerd en niet in Nederland (al is het meestal andersom), maar de meeste aangekochte films in Gent draaien in de loop van de komende (pakweg) anderhalf jaar in de Nederlandse filmhuizen. Kijk alleen al naar de huidige Nederlandse programmering voor oktober en november: Drijfzand (Margot Schaap, ook op het NFF), Pig (Michael Sarnoski), Ballad of a White Cow (Maryam Moghadam & Behtash Sanaeeha), Pleasure (Ninja Thyberg), Apples (Christos Nikou), Spencer (Pablo Larraín), Un Monde (Laura Wandel), Herr Bachmann und Seine Klasse (Maria Speth), Annette (Leos Carax), Lamb (Valdimar Jóhansson), Cool Abdoul (Jonas Baeckeland) en slotfilm The French Dispatch (Wes Anderson) kunnen allemaal rekenen op vertoningen in Gent.

Voor bezoekers zijn dit gratis primeurtjes bij hun filmbezoek, voor journalisten zijn het welkome ‘alternatieve’ persvoorstellingen die de mogelijkheid bieden alvast vooruit te schrijven en te weten welke films rond de tijd van de release onverdeelde aandacht verdienen.

Wife of a Spy

Wife of a Spy (2020) van Kiyoshi Kurosawa.

Krenten in de pap?
Hoewel het aandeel van aangekochte films dus groot is, zijn er ook de nodige titels die alleen in Gent en/of in het festivalcircuit te zien zijn. Zo moest Joanna Hoggs intens geacteerde karakterstudie
The Souvenir (2019) in Nederland wachten op het vangnet van EYE’s Previously Unreleased-programma, maar is het nog maar de vraag of dat met het tweede deel ook zal gebeuren. In Gent zijn beide films te zien.

De Hongaarse regisseur Benedek Fliegauf (Womb, Just the Wind) komt met een laat vervolg op zijn debuut Forest (2003). Er zijn nieuwe historisch gesitueerde intriges van kleurenkoning Yimou Zhang (Cliff Walkers, naar verluid weer een onvervalste propagandafilm) en veelfilmer Kiyoshi Kurosawa (Wife of a Spy), en Gaspar Noé heeft een nieuwe, in splitscreen gepresenteerde uitputtingsslag, met dementie als hoofdonderwerp. Ik weet niet wat ik persoonlijk schokkender vind, dat horrorregisseur Dario Argento (Suspiria) de mannelijke hoofdrol speelt of dat de film grotendeels verschoond zou blijven van typische, door Noé eigengemaakte trekjes (grof geweld, expliciete seks).

Ten slotte is er nog de relatief onbekende cineaste Elisabeth Vogler, wiens meeslepende en grandioos gefilmde Paris Est à Nous (te zien op Netflix) de twijfelachtige eer heeft een van de meest onterecht beoordeelde titels op IMDb te zijn. Hopelijk is opvolger Années 20, die in een long take een blijvende indruk wil achterlaten van Parijs in tijden van Covid-19, een stuk meer waard dan de 4.6 die kijkers aan Voglers vorige film toeschrijven.

Lege plekken als raadsels
Er is zo genoeg te zien in Gent, maar het gemis van sommige andere titels laat zich eveneens voelen. De Japanse regisseur Ryusuke Hamaguchi gooide het voorbije jaar hoge ogen in het festivalcircuit met Wheel of Fortune and Fantasy (Berlijn) en Drive my Car (Cannes), maar beide films zijn nergens in de programmering te bekennen. Nowhere Special van Uberto Pasolini (zijn Still Life draaide in 2014 in Nederland) was een welkome toevoeging geweest. Hetzelfde geldt voor Compartment No. 6 (Juoh Kuosmanen, Venetië) en L’Evenement (Audrey Diwan, winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië). Wie geen insidersinformatie heeft, moet maar gissen of de titels gewoonweg niet geselecteerd zijn, of er distributeursbelangen spelen of dat er nog een andere reden is waarom bepaalde films niet worden vertoond.

The Beekeeper

The Beekeeper (1986) van Theodoros Angelopoulos.

Kijken naar Griekenland
Zeggen al die nieuwe titels u niet veel en grijpt u liever terug op klassiek werk dat opnieuw in de bioscoop te zien is? Naast een modern programma rond opkomende Griekse filmmakers blikt Gent dit jaar terug op het oeuvre van grootmeester Theodoros Angelopoulos (The Travelling Players, Landscape in the Mist, Eternity and a Day), die zich met een herkenbare stijl (langgerekte, statige shots die de protagonisten vangen in hun dwalingen) en een inhoudelijk engagement (politieke betrokkenheid bij de geschiedenis van zijn land en de emancipatie van de socialistische beweging) in de canon van de Europese cinema vestigde.

Voor liefhebbers die al bekend zijn met Angelopoulos’ werk is het jammer dat er niet meer geprogrammeerd kon worden in de Kinepolis-bioscoop, die rijk is aan grote schermen maar gespaard wordt voor het hoofdprogramma. Wie tóch zijn kans wil krijgen, moet op vrijdag 22 oktober afreizen, als The Beekeeper (1986, met Marcello Mastroianni) wordt vertoond in het bijzijn van componiste Eleni Karaindrou. Tegen de tijd dat dat zover is kunnen de meest fanatieke bezoekers alweer bijna met tollende ogen huiswaarts, en is Film Fest Gent nog maar één jaargang verwijderd van een ongetwijfeld feestelijke jubileumeditie.

 

7 oktober 2021

 
MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2020 – Deel 2: Malmkrog

Film Fest Gent 2020 – Deel 2:
Malmkrog en het einde van cinema

door Tim Bouwhuis

De prachtige buitenopnames in de trailer van Malmkrog mogen dan anders doen vermoeden, de laatste film van de Roemeense regisseur Cristi Puiu trekt het begrip ‘kammerspiel’ naar absolute extremen. Daarbij doet dit ruim drie uur durende gespreksepos iets waar op Film Fest Gent 2020 gelukkig nog niet álles van te merken was: de cinema van en voor het grote doek trekt zich steeds verder terug binnenskamers.

In een afgelegen buitenhuis spreekt een rijk bedeeld gezelschap over grote onderwerpen van leven en dood. Filosofie, religie, geschiedenis, taal en politiek versmelten in een gelaagde opvolging van stellingen en reacties. Alsof argumenten definitief niet meer uitgesproken kunnen worden zonder dat er andere meningen tegenover staan. Alleen in Malmkrog kan er na drie kwartier debat een personage opmerken dat het misschien eens tijd wordt te gaan lunchen.

Malmkrog

Film als literair theater
Regisseur Cristi Puiu (The Death of Mr. Lazarescu, Aurora, Sieranevada) werkt met zes soepel doorlopende hoofdstukken (wél met een achronologische twist) waarin telkens een ander personage centraal staat. De individuen in de kamer belichamen verschillende wereldbeelden en neigen op momenten zelfs naar archetypes. De kritiek die hier op de loer kan liggen is dat we hier geen moment kijken naar mensen van vlees en bloed, maar naar theaterspelers, die hun beste beentje moeten voortzetten om de academische monologen van Puiu’s hand (geïnspireerd door het werk War and Christianity van de Russische filosoof Vladimir Solovyov) zonder haperingen op te zeggen. Een dergelijke redenatie gaat voorbij aan het unieke resultaat dat de regisseur met zijn bewuste keuze voor kunstmatigheid weet te boeken.

Doordat Malmkrog zorgvuldig is ingebed in tradities van literatuur en theater, kijkt de film weg als een zeldzaam prikkelende serie reflecties op de menselijke conditie en de verschillende manieren waarop wij ons bestaan betekenis kunnen geven of juist ontnemen. Pragmatisme, nihilisme, humanisme en christendom omcirkelen elkaar in een niet aflatende stroom van woorden, gewichtig vastgelegd in vakkundig geënsceneerde tableaus. Bij zo’n ontmoeting van begaafde sprekers is psychologisch realisme bewust niet het uitgangspunt. Het gaat hier om de gebalanceerde combinatie van op elkaar inwerkende karakterschetsen en levensbeschouwingen, die samen boekdelen spreken over de laatnegentiende-eeuwse (en onderhuids uiteraard ook de hedendaagse) wereld.

Het kleine doek
Malmkrog bekijken op een massief doek moet een bijzondere ervaring zijn. Wellicht overkwam het bezoekers van de afgelopen Berlinale, waar de film afgelopen februari in wereldpremière ging. In Gent was bij het programmeren ongetwijfeld al rekening gehouden met de beperkte groep mensen die zijn vrije zondagmiddag zou willen vullen met discussies zonder einde. Het kleine bovenzaaltje van Studio Skoop, één van de twee filmhuizen die standaard voor het festival worden ingezet, verstrekt de huiskamerbeleving: aandachtig kijk en luister je mee, alsof je vanuit een ingezakte fauteuil in de hoek van de kamer geen close-up meer hoeft te missen. De eerder genoemde buitenopnames kunnen de film niet meer uit zijn isolement verlossen. Cinema is hier definitief naar binnen gericht, solitair en eenzaam.

Malmkrog

In zijn afgezonderde staat spiegelt Malmkrog een gevorderd eindscenario voor de gedeelde filmbeleving. Wat is het veelal verdedigde onderscheid met literatuur en theater het medium film nog waard nu de bioscopen en filmhuizen moeten worstelen om boven te blijven, en je ook titels met de monsterlengte van Malmkrog op zijn best met een mondmasker op kunt bekijken? Niet langer kunnen filmliefhebbers onbezorgd in grote groepen de zaal binnenstappen. De omstandigheden dwingen hen de verschijning van de veelal botsende individuen in Malmkrog aan te nemen: samen in een ruimte, maar eigenlijk alleen.

Een donkere spiegel
In de tijd dat Puiu zijn film schreef, opnam en afwerkte, was van bovenstaande allemaal nog geen sprake. Juist daarom voelt het eindresultaat nog sterker aan als een onheilspellende weerslag van de tijdsgeest. Het is alsof de regisseur met dit benauwende
kammerspiel voorbij de historische façade zijn diepe zorgen uit over de staat van de huidige wereld. De apocalyps die Malmkrog heet, gaat niet alleen over culturele en spirituele vervlakking, maar ook over de angst voor het slechte in de mens en de continue dreiging van vernietiging door militair conflict. Naarmate het einde van de film dichterbij komt, valt in het landhuis de avond. Hoewel Puiu in algemene zin waarschijnlijk het meest herinnerend zal blijven om een film als The Death of Mr. Lazarescu, is dit nu al half ondergesneeuwde meesterwerk allesbehalve een voetnoot in zijn oeuvre.

 

23 oktober 2020

 

Film Fest Gent 2020 – Deel 1

 

MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2020 – Deel 1

Film Fest Gent 2020 – Deel 1:
De schuld van één of de schuld van allen?

door Tim Bouwhuis

Op Film Fest Gent draaien er dit jaar meerdere titels die een perspectief bieden op het begrip ‘schuld’, specifiek in situaties van moord en doodslag. Filmgangers kunnen in dit straatje in ieder geval There is no Evil van de Iraanse regisseur Mohammad Rasoulof verwachten.

Deze gedegen vierledige mozaïekvertelling over de tol van militarisme en de doodstraf binnen een gesloten regime won op de afgelopen Berlinale de Gouden Beer voor beste film. In dit artikel aandacht voor twee titels waarvan vooralsnog geen releasedetails bekend zijn: Incitement van Yaron Zilberman en L’Ennemi van Stephan Streker.

There is no Evil

There is no Evil

Incitement is een dramatische reconstructie van de moordaanslag op Yitzhak Rabin (4-11-1995), die ten tijde van de Oslo-akkoorden dienst deed als premier van Israël. In de lange nasleep van het verdrag, dat Rabin en Yasser Arafat (toenmalig leider van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, de PLO) in 1993 tekenden in het bijzijn van de Amerikaanse president Bill Clinton, groeide de spanning tussen de publiek seculier georiënteerde staat van Israël en de openlijk religieus gemotiveerde oppositie van (vooral) orthodoxe Joden. Incitement volgt Yigal Amir, een fundamentalistisch ingestelde twintiger die de geschiedenis inging als de moordenaar van Rabin. Het levert een scenario op met een onvermijdelijke climax. Regisseur Yaron Zilberman maakt in de montage zorgvuldig gebruik van archiefbeelden, die de historische daad en schuldbekentenis van Amir steeds dichterbij brengen.

De schuldvraag beantwoord?
Schuld is tastbaar en doorgrondelijk als het moment van de waarheid onder geen beding vatbaar is voor twijfel. In Incitement staat de schuld van Amir geen moment ter discussie. De moordaanslag is het zichtbare ogenblik waarop alle gedachten en motieven van de hoofdpersoon zich samenballen tot een enkel gebaar. De aftiteling geeft kijkers mee dat Amir direct schuld bekende, maar vervolgens nooit berouw heeft getoond. Dit gegeven kanaliseert onze reflectie nog meer naar de beweegredenen van de dader en onze kijk daarop; de schuldvraag op zichzelf is al beantwoord.

De Vlaams-Waalse productie L’Ennemi gaat op een radicaal tegengestelde manier om met de vraag naar schuld. Ook in deze film hangt alles samen met een enkel sterfgeval, met één essentieel verschil: het exacte moment van moord (doodslag?, zelfmoord?) blijft verborgen voor de ogen van kijkers. In de openingsbeelden is te zien hoe de dode een lied zingt terwijl de golven van de Noordzee het strand sussen. De dode is Maeva (gespeeld door Alma Jodorowsky, de kleindochter van Alejandro), een vrouw in een bloedrode jurk die tijdens haar werk als radiopresentatrice een fataal gebleken kennismaking had met de Waalse politicus Louis Durieux (Jérémie Renier). Na een tumultueuze nacht vond Durieux Maeva uiteindelijk op de vloer van hun gedeelde hotelsuite.

In een vlecht van (helaas opzichtig vormgegeven) flashbacks en gefragmenteerde stukjes informatie ontstaat een nooit volledig beeld van een raadselachtig sterfgeval. Juist mysteries zijn vaak door de werkelijkheid ingegeven: regisseur Stephan Streker (Noces, 2016) gaat in deze postmoderne verhandeling van schuld zijn eigen weg met de nieuwsbulletins rond de dood van Véronique Pirotton, de vrouw van de Waalse politicus Bernard Wesphael (2013).

Voortgang zonder evolutie
De festivaltekst bij L’Ennemi stelt onder meer dat Streker eigenlijk niet geïnteresseerd is in de waarheid rond Maeva’s dood, en belangrijker, dat dit gegeven “de kijker zou kunnen verontrusten”. L’Ennemi laat bewust na waar Incitement in zijn intrinsiek moralistische verhandeling van schuld nooit volledig aan zou kunnen ontkomen: hij maakt van de filmzaal geen rechtbank. De film bevraagt ons begrip van schuld door de waarheid over Maeva’s dood continu tussen aanhalingstekens te plaatsen. Streker toont ons een moordzaak waarbij we nooit exact te zien krijgen hoe de dame om het leven is gekomen en door wiens toedoen.

Incitement

Incitement

Wel delen we de droomwereld van de hoofdpersoon, de “dader”, krijgen we verontrustende bewakingsbeelden te zien en stromen er steeds weer stukjes info binnen naarmate het onderzoek vordert. Die voortgang is alleen geen evolutie, en in plaats van de waarheid krijgen kijkers een gespleten beeld van een individu dat balanceert tussen een publieke façade en een getroebleerd privéleven. Durieux graaft zichzelf in door tegen politieke correctheid te ageren, maar tegelijkertijd wel een hermetisch perspectief op (Vlaamse) taal en cultuur te ontwikkelen en relationeel meermaals op het randje van masochisme te balanceren. Wie merkt dat hij of zij geen sympathie voor Durieux’ instabiele gedrag kan opbrengen, zit altijd nog met een onvermogen om hem definitief schuldig te verklaren.

De schuld en het publiek
Incitement zet daar een eenduidig beeld van schuld tegenover, waarin religieuze radicalisering op (te) goedkope wijze wordt afgezet tegen democratische bemiddeling. De film is hermetisch in die zin dat de historisch gefundeerde woede van de hoofdpersoon alleen maar kan uitmonden in de onvermijdelijke aanslag. Het is voor westerse kijkers die niet religieus zijn haast uitgesloten om mee te leven met de hoofdpersoon.

Yaron Zilberman gaat nog een stap verder door ook te tonen hoe mensen religieuze teksten kunnen misbruiken of verkeerd kunnen interpreteren; vlak voor Amir zijn daad begaat, bidt hij dat zijn god hem mag helpen zijn wraak uit te voeren terwijl hij voor een Hebreeuws plakkaat met de tekst “gij zult niet doden” staat. Een man wordt een moordenaar als hij het recht in eigen handen neemt en iedere wettelijke consequentie accepteert. Het is Amir er niet om te doen onschuldig verklaard te worden; hij heeft gedaan wat in zijn ogen goed was voor het altaar van zijn god.

Voor de meeste kijkers zal Incitement een meer comfortabele film zijn dan L’Ennemi. In die eerste titel is het publiek nergens medeplichtig aan de daad die Amir heeft begaan. L’Ennemi daarentegen gaat zo ver dat een personage op een gegeven ogenblik zelfs stelt dat “iedereen schuldig is”. Durieux geeft die stelling symbolische kracht mee als hij zijn publiek richting het einde aanstaart door een (pest)masker. Het masker anonimiseert en koppelt de drager los van zijn ware gezicht. Net als in de beladen Belgische filmparabel La Cinquième Saison (Peter Brosens en Jessica Woodworth, 2012) bedekt een debat over schuld zo ook de vraag naar identiteit.

L’Ennemi

L’Ennemi

Als wij gemaskeerde levens leiden en de waarheid daarover nooit helemaal boven tafel kan komen, wie bepaalt dan waar schuld en verantwoordelijkheid liggen? Aan het eind van de film klinkt de stelling dat de onschuld van een persoon niet bewezen hoeft te worden, alleen de schuld, en dus is hij vrij. L’Ennemi toont, misschien zonder dat dat de intentie van de regisseur is, mogelijke mazen in een (democratisch) wetsysteem dat in Incitement het tegengewicht is voor het fanatisme van de moordenaar. De geprojecteerde god van de moordenaar kan in een empirisch wetssysteem nooit worden aanvaard, maar één beoogde kwaliteit van die god zou dat wetssysteem goed van pas komen: hij is onfeilbaar. De mens en zijn wetten zijn nooit zonder fouten. L’Ennemi is dan ook geen aanklacht, maar een reflectie van het onzekere, gefragmenteerde leven zelf. Het is een film die zeggingskracht mist, maar juist dat gegeven tot een hogere boodschap lijkt te willen verheffen.

Films tussen twee vuren
Incitement en L’Ennemi bevinden zich tussen twee uiterste vuren. De ene titel laat zijn publiek te gemakkelijk wegkomen, door alle schuld onvermijdelijk op een historisch schuldig bevonden hoofdpersoon te laden. Kijkers hoeven zich nergens af te vragen aan welke zijde van het schulddebat zij zich hoeven te scharen. L’Ennemi betrekt diezelfde kijkers juist op een manipulatieve wijze bij het schulddebat, door te impliceren dat wij ergens allemaal kunnen delen in Durieux’ onzekere, opzichtig gemaskeerde bestaan. Er zit geen heil in Strekers aangezette postmodernisme, waarbij Renier in de rol van Durieux demonstratief de vierde wand doorbreekt. Beide titels missen uiteindelijk de gouden middenweg die films over dit thema naar een hoger niveau kan tillen.

 

19 oktober 2020

 

Film Fest Gent 2020 – Deel 2

 

 
MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2020 – Preview

Preview Film Fest Gent 2020
Een zeer schappelijk zaalprogramma

door Tim Bouwhuis

Een protocol voor een op Corona beproefd festival, een speciale selectie digitaal toegankelijke films en een gereduceerd, maar nog steeds zeer schappelijk zaalprogramma. Het had nogal wat voeten in de aarde, maar op 13 oktober begint dan toch de 47e editie van Film Fest Gent. Net als vorig jaar doet ondergetekende voor InDeBioscoop verslag van het festival.

Ditmaal in de preview verwachte hoogtepunten uit het aanbod van titels waarvan Nederlandse distributie nog niet bevestigd is en daaronder een overzicht van reeds aangekochte titels die al in Gent draaien.

Malmkrog

Malmkrog (Cristi Puiu, 2020)
Als je in een tijd van Twitter en TikTok nog een film van 200 minuten durft te maken, is het je in ieder geval niet om een zo groot mogelijk publiek te doen. De recensies uit Berlijn beloven statische, minutieus uitgewerkte tableaus en lange filosofische conversaties over goed en kwaad en de loop van de Europese geschiedenis. Regisseur Cristi Puiu, gelauwerd om stilistisch prikkelende en sociaalmaatschappelijk bewuste films als The Death of Mr. Lazarescu (2005) en Aurora (2010), kwam onlangs nog in opspraak nadat hij zich op het Transilvania International Film Festival (TIFF) kritisch had uitgesproken over de ingestelde coronamaatregelen. Enkele weken daarna werd bekendgemaakt dat acteur Matt Dillon hem zou vervangen als jurylid op het Filmfestival van Venetië.

Irradiés (Irradiated, Rithy Panh, 2020)
De Cambodjaanse documentairemaker Rithy Panh verdiepte zich al meerdere malen in de getroebleerde eigentijdse geschiedenis van zijn land. Noemenswaardig is hier vooral The Missing Picture (2013), waarin Panh kleianimatie gebruikt om de zoektocht naar een foto uit de tijd van het bewind van de Rode Khmer te verbeelden. De film werd in Nederland in 2014 uitgebracht door Contact Film en is voor Cineville-abonnees toegankelijk via de streamingdienst Vitamine Cineville. Irradiés brengt de zoektocht van Panh een stap verder: ditmaal beschouwt hij de geschiedenis van en de psychologie achter verschillende oorlogen om te onderzoeken wat dit leed voor de talloze slachtoffers betekent.

Last and First Men

Last and First Men (Jóhann Jóhansson, 2020)
Met zijn dood in 2018 schokte de IJslandse musicus en filmcomponist Jóhann Jóhansson de film- en muziekwereld. Filmliefhebbers die het solowerk van Jóhansson niet volgden konden zijn muziek alsnog kennen van films als The Theory of Everything (James Marsh, 2014), Sicario (Denis Villeneuve, 2015) en Arrival (eveneens Denis Villeneuve, 2016). Van die drie titels zal Jóhansson postume filmdebuut, dat in dat licht automatisch extra lading mee krijgt, het meeste gemeen hebben met het buitenaardse bezoek in Arrival. Last and First Men presenteert een mix van Jóhanssons eigen muziek en visuele vervreemding met als leidraad de stem van actrice Tilda Swinton. De stem komt uit de toekomst, voor de mens nadert het onheil. Wie zich alvast wil oriënteren op Jóhanssons stijl als filmmaker kan op streamingdienst MUBI de kortfilm End of Summer (2014) bekijken.

First Cow (Kelly Reichardt, 2019)
Óf en hoe de nieuwe film van de Amerikaanse Indie-favoriet Kelly Reichardt (Old Joy, Night Moves) in Nederland te zien gaat zijn, is op het moment van schrijven pijnlijk genoeg nog niet bekend. Reichardts films concentreren zich onder meer op de kleine gebaren in relaties tussen mensen. Ze leggen sociale constructies (arm en rijk, ideologie en privilege) bloot zonder de waardigheid van de geportretteerde mensen te indringend aan te tasten. Ze mijden de stad en mijmeren over de mens in uitgestrekte omgevingen, in heden en verleden. First Cow speelt net als Meek’s Cutoff (2010) in de negentiende eeuw en handelt over kapitalistische uitbuiting en sociale uitsluiting. De parallellen met het heden zullen ongetwijfeld niet al te ver te zoeken zijn.

Il Mio Corpo

Il Mio Corpo (Michele Pennetta, 2020)
Eén van de fijnste bezigheden tijdens een groter filmfestival is het gericht zoeken naar nieuwe namen en stemmen die hun stempel op de filmwereld kunnen gaan drukken. Eén van de geanticipeerde hoogtepunten van Film Fest Gent 2020 op dit vlak is Il Mio Corpo, een Italiaans-Zwitsers debuut dat zoals zoveel titels anno 2020 bewust speelt met de grens tussen documentaire en fictiecinema. De film gaat voorbij rooskleurige toeristische plaatjes van het eiland Sicilië om een portret te schetsen van twee jongemannen (een Nigeriaanse migrant en een jongen die op het eiland is geboren) die elk hun eigen weg in het leven moeten zien te vinden.

Bezoek voor het volledige overzicht van films en nog beschikbare tickets voor vertoningen op locatie en On Demand de festivalwebsite.

Verwacht in de Nederlandse zalen en/of On Demand (data onder voorbehoud)
Via September Film:
Druk (Drunk) van Thomas Vinterberg (2021)
Kom Hier Dat Ik U Kus van Niels van Koevorden en Sabine Lubbe Bakker (10-12-2020)
There is no Evil van Mohammad Rasoulof (07-01-2020)
Wendy van Benh Zeitlin (2021)

Via Disney:
Nomadland van Chloé Zhao (nnb)

Via Universal:
Ammonite van Francis Lee (10-12-2020)

Via Cinéart:
All the Pretty Little Horses van Michalis Konstantatos
Gagarine van Fanny Liatard en Jérémy Trouilh (11-03-2021)

Via Paradiso:
My Salinger Year van Philippe Falardeau (07-01-2021)

Via Periscoop Film:
I am Greta van Nathan Grossman (22-10-2020)

Via Imagine:
Here we Are van Nir Bergman (04-02-2021)
The Singing Club van Peter Cattaneo (05-11-2020)
Petite Fille van Sébastien Lifshitz (07-01-2021)

Via Splendid Film:
Falling van Viggo Mortensen (11-02-2021)

Via De Filmfreak:
The Assistant van Kitty Green (19-11-2020)

Via Pieces of Magic:
Bloody Nose, Empty Pockets van Bill Ross IV en Turner Ross (nnb)
Women Make Film: A New Road Movie through Cinema van Mark Cousins (nnb)

Via Gusto Entertainment:
Mandibules van Quentin Dupieux (18-02-2021)

Via ARTI Film:
Slalom van Charlène Favier (14-01-2021)

Via Cherry Pickers:
Undine van Christian Petzold (2020)

In het programma van Gent staan ook enkele titels die op het moment van schrijven al in Nederland te zien zijn of waren.

 

10 oktober 2020

 
MEER FILMFESTIVAL

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 3

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 3 (slot):
Verrassende winnaar van matige Berlinale

door Bert Goessen

Zaterdagavond heeft de jury van het 70e filmfestival van Berlijn onder voorzitterschap van Jeremy Irons de Iraanse film THERE IS NO EVIL bekroond met de Gouden Beer voor beste film. Een verrassende winnaar van een kwalitatief matig festival. In de film van regisseur Mohammad Rasoulof staat de doodstraf in Iran centraal. De regisseur kon niet naar Berlijn komen vanwege een reisverbod van de Iraanse autoriteiten.

THERE IS NO EVIL bestaat uit vier verhalen waarin militairen die belast zijn met executies worstelen met hun opdracht en getuige zijn van de impact die dit heeft op de mensen die het dichtst bij hen staan. Sommigen doen het, anderen weigeren, maar allemaal zitten ze met hetzelfde dilemma. De film doet een appel op het morele kompas van de kijker met de vraag: ‘Wat zou jij doen?’

There Is No Evil

There Is No Evil

Gedoodverfde winnaar
De gedoodverfde winnaar en de film die bij de critici het hoogst scoorde, NEVER RARELY SOMETIMES ALWAYS van de Amerikaanse regisseuse Eliza Hittman, werd bekroond met de Zilveren Beer. Een zeer humane film over de 17-jarige Autumn die uit een arbeidersmilieu in Pennsylvania komt en 18 weken zwanger. Ze is vastbesloten het kind weg te laten halen, maar haar ouders mogen dat niet weten. Omdat alleen een abortuskliniek in New York bij zo’n aantal weken zwangerschap nog een ingreep mag doen, reist ze samen met haar nichtje Skyat naar New York. Tijdens het intakegesprek moet ze een aantal zeer persoonlijke vragen beantwoorden met: never, rarely, sometimes of always. Vandaar de titel van de film. Hoewel er weinig valt aan te merken op de film kent deze een nog betere voorganger met ongeveer hetzelfde thema namelijk: 4 MAANDEN, 3 WEKEN EN 2 DAGEN van de Roemeense regisseur Cristian Mungìu. Maar die film is van 2007. Tijd dus voor een nieuwe wake-upcall.

Bijzondere vermeldingen
Naast de twee reeds genoemde films waren de zeven overige films in het tweede gedeelte van het festival niet al te sterk. Alleen RIZI van Tsai Ming-Liang en DAU NATASHA van Ilya Khrzhanovskiy verdienen een bijzondere vermelding vanwege het controversiële karakter van beide films. RIZI is een 127 minuten durende film zonder dialogen. Tweeënveertig stilstaande beelden uit het dagelijks leven van twee mannen, een jonge en een oude, die elkaar na een uur ontmoeten in de hotelkamer van de oudere man. De massage- en seksscène waarin de oude en de jonge huid elkaar aftasten is eerder teder dan erotisch. De enige muziek in de film komt van een klein handdraaiorgeltje dat steeds maar weer hetzelfde melodietje speelt. Tsai Ming-Liangs film is het toppunt van slow cinema. Als je ervoor openstaat is het een eenmalige belevenis. Anders slaat de verveling snel toe en kun je er niets mee.

Rizi

Rizi

DAU is een project van de Russische regisseur Ilya Khrhanovsky dat in 2005 is gestart en in 2018 resulteerde in de film DAU. De film gaat over het leven van de Russische Nobelprijswinnaar Lew Dawidowitsch Landau (1908-1968, koosnaam Dau) onder het Stalin-regime. Zijn nieuwe film DAU NATASHA is wederom een provocatief, grensoverschrijdend verhaal over de strijd tussen macht en liefde als analysemiddel van het totalitaire systeem. Natasha werkt samen met Olga in de kantine van onderzoeksinstituut. Ze komt in contact met buitenlandse gasten, deelt de lakens uit naar Olga toe, heeft seks met een Franse gast waarbij ze liefde en tederheid vindt. Maar dan komt de binnenlandse veiligheidsdienst op de proppen in de persoon van Vladimir Azhippo en wordt de sfeer naargeestig. Khrzhanovsky wil de kijker letterlijk laten voelen hoe gemeen het totalitaire systeem onder Stalin is geweest. Dat hij daar op ijzingwekkende manier in is geslaagd, is niet voor iedereen een aanbeveling de film te gaan bekijken.

Onprettige gitzwarte film
De groots opgezette film BERLIN ALEXANDERPLATZ van Burhan Qurbani, naar het beroemde boek van Alfred Döblin over de kleine crimineel Franz Biberkopf eind jaren 20, kon de hooggespannen verwachtingen niet waarmaken. Het is een heel donkere film over de vluchteling Francis die vanuit Bissau in Berlijn terechtkomt en daar in handen valt van de psychopaat annex drugshandelaar Reingold. In vijf delen zien we hoe Francis, die met zijn nieuwe naam Franz door het leven gaat, steeds verder afglijdt van eerlijke arbeider naar drugshandelaar, dief en moordenaar. Zijn levenspad is bezaaid met tegenslag terwijl hij eigenlijk alleen maar goed wil doen. Zoals gezegd een gitzwarte film over het trieste lot van een vluchteling die in een hel terecht komt. De film is zonder meer een hele krachttoer en probeert onder de huid te kruipen. Wat mij heel erg tegenstaat is de vrouwonvriendelijke sfeer. De mannen zijn allemaal potentaten of zielige pseudo-potentaten terwijl de vrouwen vooral ondergeschikt zijn, hoeren of van het stereotype zwakke geslacht. En dat maakt het nog meer tot een onprettige film.

Bert GoessenVrijblijvend en ondermaats
Tenslotte vier films die nog duidelijker ondermaats waren, met als festivaldieptepunt de nieuwe film van Sally Potters THE ROADS NOT TAKEN.

Javier Bardem speelt de rol van Leo, een oude man die op bed ligt en verward is. Zijn dochter Molly ontfermt zich liefdevol over hem. Het enige wat tijdens de film gebeurt, is dat Molly haar vader meeneemt naar een afspraak met de tandarts en hem weer terugbrengt naar zijn bed. De reis en de gesprekken met Molly zijn verder doorspekt met herinneringen van Leo aan zijn vroegere leven. Zijn huwelijk met Dolores in Mexico, zijn verblijf als schrijver op een verlaten Grieks eiland en zijn relatie met Molly. Helaas krijgt Sally Potter de film niet opgetild naar een hoger niveau dan het misschien wel persoonlijke verslag van een bijzondere relatie tussen vader en dochter. De dramatiek doet te geforceerd aan en weet niet te overtuigen waardoor de film verzandt in teveel vrijblijvendheid.

In THE WOMAN WHO RAN van Hong Sangsoo ontmoet Gamhee, terwijl haar man op zakenreis is, drie vrouwen: twee vriendinnen en een vrouw in de bioscoop. Zoals in alle films van Sangsoo praten de vrouwen over allerlei kleine, dagelijkse dingen. Maar veel wordt ook niet verteld. Bewust of onbewust. De communicatie wordt tot de essentie herleid door lange camera-instellingen en veel dialogen. De titel van de film blijft onduidelijk. Welke vrouw rent weg? En waarom? Aan de kijker om uit te maken wat de regisseur hiermee bedoelt.

Teveel Italiaans gedoe
FAVOLACCE van het Italiaanse duo Favio en Damiano D’Innocenzo is een chaotische film over een kleinburgerlijke Italiaanse familie die even buiten Rome woont. Omdat de echte burgerlijkheid voor hen onbereikbaar is, heerst er een voortdurende explosieve sfeer die elk moment tot ontploffing kan komen en dat gebeurt dan ook regelmatig. Helaas teveel Italiaans gedoe. Vermoeiend, frustrerend en vooral oninteressant.

Irradiés

Irradiés

IRRADÍES van Rithy Panh is een filmisch gedicht van de Cambodjaanse regisseur die al jaren in Frankrijk woont. In 2013 maakte hij de indrukwekkende stop motionfilm THE MISSING PICTURE over het schrikbewind van de Rode Khmer in Cambodja. In IRRADÍES wordt de kijker in drie naast elkaar geprojecteerde beelden geconfronteerd met de meest afschuwelijke beelden uit diverse oorlogen. De begeleidende teksten zijn vooral bedoeld om de kijker ervan te doordringen dat we deze beelden nooit mogen vergeten. Het bombardement van hartverscheurende beelden heeft als nadeel dat je als kijker op een gegeven moment figuurlijk bent platgebombardeerd. Het perceptievermogen is ontoereikend om de beeldenstroom te verwerken. Blijft staan dat de film op bijna poëtische wijze een appel doet op het niet wegstoppen van de pijn die veel mensen door oorlogen hebben moeten doorstaan.

Conclusie
Concluderend mag gesteld worden dat de wisseling van de wacht voor de Berlinale nog niet heeft geleid tot een veel beter festival. Eigenlijk was de 70e editie gewoon een voortzetting van de voorgaande edities. Met als kenmerk dat de twee Amerikaanse films in het hoofdprogramma – FIRST COW en NEVER RARELY SOMETIMES ALWAYS – de besten waren en dat de overige films wel heel erg arty en sommige extreem pessimistisch van toon waren.

 

1 maart 2020

 

DEEL 1
DEEL 2

 

MEER FILMFESTIVAL

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 2

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 2:
Uitstekende films buiten competitie

door Bert Goessen

Na 9 van de 18 competitiefilms bespreken we in dit tweede deel vier ondermaatse films. Maar gelukkig waren er buiten competitie wel twee uitstekende films te zien.

EL PRÓFUGO van Nalalia Meta uit Argentinië is een zwaar aangezette psychologische thriller over geesten en geluiden die binnendringen in het hoofd van Ines. Droom en werkelijkheid lopen door elkaar en horrorelementen liggen voortdurend op de loer. Die mix van stijlelementen maakt de film onnodig ingewikkeld. De voortdurend aanwezige orgel- en koormuziek moeten het geheel een kunstzinnige uitstraling geven. Naar mijn mening iets teveel over de top en iets te gekunsteld.

Volevo nascondermi

Volevo nascondermi

Getraumatiseerde Italiaanse kunstenaar
VOLEVO NASCONDERMI van Giorgio Diritti uit Italië is een biopic over het leven van de Italiaanse kunstenaar Antonio Ligabue. In het eerste gedeelte van film wordt Antonio, die geestelijk zwaar gehandicapt is, na het overlijden van zijn ouders naar Zürich gebracht waar hij wordt opgevangen in een gezin. Maar door zijn woedeaanvallen wordt hij als een gevaar voor de gemeenschap beschouwd en wordt hij uitgezet naar Italië. Daar leeft hij jarenlang in bittere armoede totdat de beeldhouwer Renato Marino Mazzacurati zich over hem ontfermt en hem aanspoort te gaan schilderen. So far so good. Maar in het tweede deel zakt de film als een plumpudding in elkaar. Antonio gaat als een gek talrijke kleurige schilderijen maken die hij aan de man probeert te brengen. Hij koopt motors, auto’s en raakt geobsedeerd door een vrouw die hij niet mag huwen. Hij sterft uiteindelijk moederziel alleen in een kliniek voor psychisch gestoorden. Films over getraumatiseerde kunstenaars hebben we al eerder en veel beter gezien getuige films als FRIDA KAHLO, VINCENT, MY LEFT FOOT en talloze andere. VOLEVO NASCONDERMI haalt dit niveau helaas niet ondanks sommige prachtige opnames in het eerste gedeelte van de film.

Bert GoessenPERSIAN LESSONS van Vadim Petelman uit Oekraine is een doorsnee oorlogsdrama over een commandant die in 1942 in Frankrijk een gedeporteerde Jood van de dood redt, omdat hij zich voor Pers uitgeeft. De commandant wil graag Farsi leren omdat hij na de oorlog in Teheran een Duits restaurant wil openen. Een beetje een vergezocht thema. De Belgische Jood uit Antwerpen spreekt helemaal geen Perzisch maar verzint ter plekke niet-bestaande Perzische woorden. Hij krijgt zodoende het vertrouwen van de commandant en kan uiteindelijk het Duitse kamp ontvluchten. Hoewel gebaseerd op ware gebeurtenissen, hetgeen aan het begin van de film wordt vermeld, blijft het verhaal een beetje ongeloofwaardig. Zeker geen film die de Nederlandse bioscopen zal gaan halen.

Franse zwijmelfilm
LE SEL DES LARMES van Philippe Garrel uit Frankrijk is een klassiek Franse ‘conte d’amour’ in de traditie van Eric Rohmer. Waar Rohmer doorgaans optimisme uitstraalde in zijn films, is deze van Garrel een stuk pessimistischer. Timmerman Luc wordt eerst verliefd op Djemila, een meisje dat hij ontmoet bij de bushalte. Als dat niks wordt gaat hij in zee met zijn jeugdliefde Geneviève. Als hij naar Parijs verhuist voor zijn opleiding tot professioneel timmerman komt hij in een driehoeksverhouding met Betsy en Paco. Hij vindt het geluk in de liefde niet echt en als op het einde van de film ook nog zijn vader komt te overlijden is de misère compleet. De film is in zwart-wit en voor de liefhebbers van het Franse conte d’amour-thema valt er genoeg te genieten. Andere filmliefhebbers zullen weinig waardering kunnen opbrengen voor de zoveelste Franse zwijmelfilm.

Rituelen in Brazilië
TODOS OS MORTOS van het Braziliaanse duo Ceatano Gotardo en Marco Dutra speelt zich af in Sao Paolo van 1899 en 1900, een paar jaar na de afschaffing van de slavernij in Brazilië. Isabel woont op een koffieplantage samen met haar twee dochters: de non Maria en de gestoorde Ana, een bleke, achterdochtige jonge vrouw die graag de hele dag piano speelt en obsessief allerlei objecten in de achtertuin begraaft. Kort na de dood van Josefina, de zwarte huishoudster van het gezin die weergaloze koffie kan zetten, besluit Ana dat de slechte gezondheid van Isabel alleen kan worden genezen met traditionele Afrikaanse rituelen, uitgevoerd door de voormalige slavin Iná. In eerste instantie stemt Iná met tegenzin toe. Maar vervolgens besluit ze de authentieke Afrikaanse gebeden uit te voeren. Ondertussen wordt haar zoon João tegen haar zin liefdevol opgenomen in het huishouden. Buiten het huis beginnen zich de eerste veranderingen van de 20e eeuw te manifesteren. Een hybride film die lijdt onder het gewicht van zijn thematiek. Alles is nogal zwaar aangezet. De theatrale setting en poëtische liederen dragen op hun beurt bij tot een doorwrocht geheel.

In SIBERIA van ‘enfant terrible’ Abel Ferrara speelt Willem Dafoe het alter ego van Abel Ferrara, een man die op zoek is naar zijn eigen ik. Daarvoor reist hij af naar een verlaten oord in de sneeuw van Siberië. Hij komt in contact met mensen die hij niet kan verstaan en zijn demonen die hem kwellen. Zijn enige maatjes zijn zijn vijf huskies, maar ook die kan hij niet vertrouwen. Ferrara blinkt al jaren uit in het maken van edelkitsch en ook SIBERIA is hier weer een bewijs van. Een film om snel te vergeten.

Onward

Onward

Pinocchio
Nog vermeldenswaard zijn twee films die ik buiten competitie heb gezien: PINOCCHIO van de Italiaanse regisseur Matteo Garrone (bekend van GOMORRA en DOGMAN) waarin hij flink uitpakt met de art direction. Elke scène ziet er oogstrelend uit en de houten pop Pinocchio beweegt zich geloofwaardig door het verhaal. Het is een echte familiefilm waar je met het hele gezin naartoe kunt. Dat hebben de Italianen dan ook massaal gedaan met Kerst. Enig minpunt is dat de film met zijn 126 minuten wat aan de lange kant is en daarom voor de allerkleinsten een hele zit zal zijn.

En tenslotte ONWARD van Dan Scanlon. De nieuwe film uit de Pixar-stal, bekend van films als TOY STORY, CARS, MONSTERS en FINDING NEMO is een verrassende mix van animatie en fantasy. Duidelijk niet geschikt voor de allerkleinsten, want daar is de film iets te scary voor. Twee broers, de ene heldhaftig en de andere bangerig, willen nog graag een keer hun te vroeg overleden vader terugzien. Wat in wekelijkheid natuurlijk niet kan, kan in deze magische Disneyfilm wel met behulp van een toverstaf die doet denken aan de toverstaf van Gandalf Disney meets The Lord of the Rings is dan ook een rake typering voor deze uitzonderlijk vermakelijk film die wat minder belerend is dan andere Disney-films.

 

27 februari 2020


DEEL 1
DEEL 3


MEER FILMFESTIVAL

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 1

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 1:
De betere competitiefilms

door Bert Goessen

Halverwege het 70e filmfestival van Berlijn heeft de verandering van artistiek directeur nog niet geleid tot een kwalitatief beter competitieprogramma. Na 9 van de 18 competitiefilms bespreken we in dit eerste deel vier films van redelijk tot hoog niveau.

Het begon al met de openingsfilm MY SALINGER YEAR. Weliswaar een film buiten competitie, maar blijkbaar toch al een indicatie voor hetgeen we mochten gaan verwachten. De film van Philippe Falardeau is een vrij braaf, futloos, zich enigszins voortslepend drama over de jonge Joanna die begin jaren 90 vanuit een klein plaatsje nabij New York naar de grote stad verhuist met de ambitie schrijfster te worden. In New York komt ze bij een agentschap te werken waar ze de fanmail van de cultschrijver D.J. Salinger mag gaan beantwoorden. Maar Joanna blijft dromen van een eigen boek hetgeen haar uiteindelijk lijkt te gaan lukken. Een film die de nodige power mist en slechts blijft hangen in een liefdevol portret van een lang vervlogen tijd.

Las Mil Y Una

Las Mil Y Una

Lummelen
De openingsfilm van de Panoramasectie LAS MIL Y UNA van de Argentijnse regisseuse Clarisa Navas is ook niet van hoogstaand niveau. Een coming of agefilm over de 17-jarige Iris die in een kleine plaats ergens in Argentinië rondhangt met haar vrienden en twee neefjes. Ze verlummelen hun tijd met onzinnige bezigheden op zoek naar enige richting in hun leven. Dat verandert als Iris de zelfbewuste Renata tegenkomt. Ze flirten met elkaar en al snel hebben ze seks met elkaar. Maar Renata blijkt een duister verleden te hebben. Navas schildert een tijdsbeeld van armoede, liefde en geweld. Van een overgang tussen kind zijn en volwassen worden in zweverige bijna documentaireachtige beelden. Helaas meandert de film in een vrij traag tempo door en komt hij niet tot een dramatisch hoogtepunt.

De eerste koe
De beste film in competitie tot nu toe is zonder meer FIRST COW van Kelly Reichardt uit de USA. De eerste koe als oorzaak van alle geweld en ellende in de wereld. Dat is het originele boodschap van haar film. Twee gemeenschappen leven ergens in Amerika in de vrije natuur van de dingen die de natuur hen biedt. Champignons, kleine knaagdieren etc. Het gedonder begint als twee mannen uit de ene gemeenschap melk gaan stelen van de koe die de andere gemeenschap heeft laten overkomen uit Californië. Met de melk bakken ze koekjes die ze verkopen voor veel muntjes. Het fortuin dat ze vergaren moeten ze echter verstoppen omdat de andere gemeenschap heeft ontdekt dat ze hun melk stelen. Ze moeten vluchten voor hun achtervolgers hetgeen ze uiteindelijk moeten bekopen met de dood. Jaren later worden hun beide lichamen gevonden door een vrouw die in het bos op zoek is naar champignons. Met dat beeld opent de film. De film verdient zeker een prijs voor het origineelste scenario sinds jaren. Het geduld van de kijker wordt echter flink op de proef gesteld. Het tempo van de film is net zo traag als de champignons groeien.

Drie zielige figuren
Ook goed, maar kwalitatief een trapje lager dan FIRST COW is EFFACER L’HISTORIQUE van Benoît Delépine en Gustave Kervern. De twee Belgische regisseurs zijn min of meer gespecialiseerd in het maken van films met een milde humor, getuige films als AALTRA uit 2004, MAMMUTH uit 2012 en LE GRAND SOIR uit 2014. Ook hun nieuwe film is een vrolijke, sympathieke en niet al te scherpe satire op het telefoon- en internetgebruik van drie inwoners van een kleine provinciestad. Marie koopt alles wat los en vast zit via internet terwijl ze geen werk heeft en steeds dieper in de schulden raakt. Bertrand kan geen weerstand bieden aan allerlei aanbiedingen die hij krijgt via de telefoon en het internet terwijl zijn dochter op social media voortdurend gepest wordt. Christine is verslaafd aan series kijken en vraagt zich af waarom ze niet genoeg likes krijgt waardoor ze premium lid kan worden. Drie zielige figuren die overgeleverd zijn aan de technieken van de moderne tijd. Op komische wijze belichten de regisseurs de schaduwzijden van de verleidingen waar talloze mensen dagelijks mee geconfronteerd worden.

Overbelaste vrouw
SCHWESTERLEIN van het Zwitserse duo Stéfanie Chuat en Véronique Reymond is een gedegen melodrama over Lisa, een vrouw van middelbare leeftijd, die de zorg heeft voor haar eigenwijze moeder, haar tweelingbroer die kanker heeft, haar twee schoolgaande kinderen en een man die tegen haar wil carrière wil maken en nauwelijks rekening wil houden met haar carrière als schrijfster van toneelstukken. Al met al een druk bestaan waar menige vrouw van middelbare leeftijd zich in zal herkennen. Lisa heeft nauwelijks tijd om op adem te komen. Ze rent van hot naar her en krijgt uiteindelijk stank voor dank. Een goed gemaakte, degelijk film die de overbelasting van veel vrouwen voor het voetlicht brengt.

Undine

Undine

Spelletje
UNDINE van de Duitse regisseur Christian Petzold is een verdienstelijk liefdesdrama dat zich afspeelt in het hart van Berlijn. Logisch dus dat de film in de competitie van het filmfestival is opgenomen. Actrice Paula Beer speelt op innemende wijze de rol van de jonge vrouw Udine die in de steek wordt gelaten door haar vriend. Op de plek waar dat gebeurt, komt ze een nieuwe man tegen op wie ze smoorverliefd wordt. Na een mysterieus telefoontje van haar ex raakt Udine in totale verwarring hetgeen uiteindelijk tot een aantal opmerkelijke verwikkelingen leidt. Het eerste uur worden de personages heel nauwkeurig neergezet om tot een spannende finale te kunnen komen. In de handen van een regisseur als Michael Haneke zou de film dat ongetwijfeld doen. Bij Petzhold blijft de finale een beetje steken in een net niet spelletje ondanks de referenties naar het sprookje van de waternimf. Daar laat de regisseur de nodige kansen jammerlijk onbenut.

 

25 februari 2020

 

DEEL 2
DEEL 3



MEER FILMFESTIVAL

Filmfestival Berlijn 2020 – Preview

Preview Filmfestival Berlijn 2020:
Nadruk op Europese arthouse

door Bert Goessen

De nadruk van het 70ste filmfestival van Berlijn ligt vooral op Europese arthouse, gelardeerd met films uit Azië en Noord- en Zuid-Amerika. Gevestigde namen afgewisseld met werk van minder bekende regisseurs.

De Berlinale staat aan de vooravond van een nieuwe tijdperk. Van 2001 tot 2019 was Dieter Kosslick bijna twintig jaar lang verantwoordelijk voor het hoofdprogramma. Vanaf dit jaar is het de 49-jarige Carlo Chatrian die het competitieprogramma samenstelt. Chatrian was van 2013 tot 2018 directeur van het filmfestival van Locarno. Hij wordt bijgestaan door de uit Nederland afkomstige zakelijk leider Mariette Rissenbeek. Op het eerste gezicht wijkt het competitieprogramma van 2020 niet veel af van hetgeen Kosslick doorgaans programmeerde.

The Roads Not Taken

The Roads Not Taken

Bekende namen
Tot de bekende namen behoren de nieuwe films van Sally Potter (THE ROADS NOT TAKEN met Javier Bardem, Salma Hayek en Laura Linney in de hoofdrollen), Philippe Garrel (LE SEL DES LARMES), Christian Petzold (UNDINE), Hong Sangsoo (THE WOMAN WHO RAN), Tsai Ming-liang (RIZI), Rithy Panh (IRRADIES) en ‘enfant terrible’ Abel Ferrara (SIBERIA). Verder opvallend weinig films uit Amerika. Slecht 2 van de 18 competitiefilms komen uit de USA. Kelly Reichardts FIRST COW en Eliza Hittmans NEVER RARELY SOMETIMES ALWAYS waren al te zien in respectievelijk Telluride en Sundance.

Minder bekende namen
Tot de wat minder bekende namen behoort de film van het Belgische duo Benoit Delépine en Gustave Kervern (EFFACER L’HISTORIQUE). Zij werden in 2004 bekend met hun eerste film AALTRA. De Italiaanse broers Damiano en Fabio D’Innocenza presenteren hun familiedrama FAVOLACCE en eveneens uit Italië komt VOLEVO NASCONDERMI van regisseur Giorgio Diritti, een portret van Antonio Ligabue, de revolutionaire einzelgänger in de moderne kunst. Zwitserland is vertegenwoordigd met de film SCHWESTERLEIN van het in Zwitserland geboren vrouwelijk regisseursduo Stéphanie Chuat en Véronique Reymond. Een emotionele film over een broer en zus die samen kanker proberen te overwinnen.

Twee buitenbeentjes uit Zuid-Amerika zijn EL PROFUGO van Natalia Meta uit Argentinië en TODOS OS MORTOS van het Braziliaanse duo Caetano Gotardo en Marco Dutra. Als de slavernij in 1899 in Brazilië wordt afgeschaft, weten de drie vrouwen van een koffieplantage zich geen raad meer met het dagelijks leven. Marco Dutra maakte in 2017 samen met Juliana Rojas de film GOOD MANNERS.

Heel bijzonder is de selectie van de film THERE IS NO EVIL van de Iraanse regisseur Mohammad Rasoulof, die al sedert 2017 zijn land niet meer mag verlaten. Een film van 150 minuten waarin vier verhalen zijn verweven die over morele thema’s en de doodstraf gaan. Geen lichte kost dus.

Tenslotte is er ook nog een beetje Nederlandse inbreng met het mede door Lemming geproduceerde drama BERLIN ALEXANDERPLATZ van de Duitse regisseur Burhan Qurbani, die in 1980 is geboren uit Afghaanse ouders. In deze hedendaagse interpretatie van Alfred Döblins beroemde boek staat een vluchteling uit Guinee-Bissau centraal. Hij probeert een eerlijk leven te leiden in Berlijn, maar door zijn status als illegale vluchteling blijkt dat praktisch onmogelijk.

Berlin Alexanderplatz

Berlin Alexanderplatz

Weinig Azië
Opmerkelijk weinig films uit Azië zijn er dit jaar in het hoofdprogramma van Berlijn te zien en zelfs helemaal geen films uit China, terwijl vorig jaar de Gouden Beer nog werd gewonnen door het intens mooie drama SO LONG MY SON. Grote afwezige is ook Wes Anderson die in 2014 de Zilveren Beer won met THE GRAND BUDAPEST HOTEL en al sedert 2001 een regelmatig terugkerende gast is in Berlijn. Maar zijn nieuwe film THE FRENCH DISPATCH, die inmiddels al klaar schijnt te zijn, speelt zich af in een fictieve Franse stad met in de hoofdrollen Cecile de France en Lea Seydoux. Ongetwijfeld heeft Cannes zich dit snoepje niet laten afpakken en zien we de film in mei op het programma terug.

Naast de 18 competitiefilms vertoont Berlijn ook nog 20 Gala Premières van films die een breder publiek aanspreken. De openingsfilm MY SALINGER YEAR van de Canadese regisseur Philippe Falardeau behoort tot deze sectie. Falardeau werd internationaal bekend in 2011 met zijn film MONSIEUR LAHZAR. Zijn nieuwe film, met Sigourney Weaver, speelt zich af in de literaire kringen van het New York in de jaren 90.

Minamata

Minamata

Verder interessant
De overige films in deze sectie om naar uit te kijken zijn: PINOCCHIO van Matteo Garrone, met Roberto Begnini in de hoofdrol; POLICE van Anne Fontaine, met Omar Sy in de hoofdrol; ONWARD, de nieuwe Pixar-animatiefilm, MINAMATA van Andrew Levita, met Johnny Depp in de hoofdrol en SWIMMING OUT TILL THE SEA TURNS BLUE van de Chinese regisseur Jia Zhang-ke waarin drie schrijvers uit verschillende generaties vertellen over de invloed van de Culturele Revolutie, de Heropvoedingspolitiek en de modernisering van het hedendaags China op hun werk.

Lees hier het programma van de Berlinale 2020.

 

18 februari 2020


MEER FILMFESTIVAL