MOOOV Film Festival 2026 – Het hoofd boven water houden

MOOOV Film Festival 2026 – Terugblik:
Het hoofd boven water houden

door Tim Bouwhuis

Welke wereldcinema bereikt de Benelux, en welke aanwinsten van niet-westerse makers zouden bijna aan ons blikveld zijn ontsnapt? Een bliksembezoek aan het MOOOV Film Festival 2026 leert dat er ook in het verzadigde Nederlandse festivallandschap nog voltreffers door de mazen van het net glippen. In deze terugblik richten we het vizier op Latijns-Amerika.

Meanderend door het elfdaagse programma van Turnhout, de hoofdlocatie van MOOOV, tellen we op een totaal van vierenzestig films twaalf toevoegingen uit Latijns-Amerika. Brazilië is met vier films (inclusief de warme slotfilm, het digitaal gerestaureerde Central do Brasil) hofleverancier, op de voet gevolgd door Argentinië. Ook Colombia, Chili, Ecuador en Venezuela dragen bij. Vanuit een kwaliteitsoogpunt is het geen toeval dat we Hiedra (Ana Cristina Barragán) en Un Poeta (Simón Mesa Soto) al bespraken in onze preview.

Cuerpo Celeste

Cuerpo Celeste

Krenten uit de pap
Cuerpo Celeste en Las corrientes waren voor hun Beneluxpremière op MOOOV nog niet te zien in Nederland. En dat maakt de nadere beschikbaarheid van de films meteen tot een issue, want vind maar eens een streamingdienst die vergelijkbaar functioneert als MUBI een aantal jaar terug. Het is een extra aanmoediging om als liefhebber juist de krenten uit de pap te halen op kleinere festivals; zie bijvoorbeeld ook het recent door ons gecoverde CinemAsia.

Het eerste en laatste shot van het Chileense coming-of-agedrama Cuerpo Celeste maken een cirkel rond. Het openingsbeeld, een straf trackingshot op het strand, volgt het titelpersonage terwijl ze met een energieke lach richting de zee rent. De camera is mét haar en straalt eenzelfde levenslust uit. Ruim anderhalf uur later blijft diezelfde camera in een statische positie als Celeste bij de camera vandaan rent, het niemandsland van een dor woestijngebied in. Op het moment dat het meisje alleen nog een schim in de verte is, treden de eindcredits in.

Woestijngraven
Tienerdrama’s over de zoektocht naar identiteit zijn er in overvloed, maar lang niet allemaal zijn ze zo trefzeker doordacht als deze knappe film van Nayra Ilic. De cineaste (Metro Cuadrado, 2011) ontstijgt conventies door een overtuigde visuele aanpak te combineren met een stukje politiek-historische urgentie. Vakantietaferelen en een vreugdevolle nieuwjaarsviering vertekenen de donkere achtergrond van een land dat nog steeds niet alle demonen van het tijdperk-Pinochet heeft afgeschud. Denk in de richting van een tragische familiegebeurtenis die Celestes moeder in een diepe depressie stort, en aan een stel woestijngraven die meer dan alleen walvisbotten blijken te bedekken.

Fijn aan Cuerpo Celeste is dat de camera gefixeerd blijft op de leefwereld van de hoofdpersoon, waardoor de onrust en onzekerheid die haar overvallen meteen doorwegen in de kijkervaring. Er is geen comfortabele alwetende verteller die meer vertelt dan het publiek visueel meekrijgt. Ilic schat hiermee niet alleen Celeste, maar ook haar kijkers op waarde. Wie globaal op de hoogte is van Pinochets staatsgreep (1973) en de lang doorlopende dictatuur (tot 1990, precies de periode waarin de film zich afspeelt), kan tijdens het kijken met een betrokken gemoed tussen de lijntjes kleuren.

Lichaam en geest
De onrust die in Cuerpo Celeste het opgroeien van de zeventienjarige hoofdpersoon overschaduwt, krijgt in het Zwitsers-Argentijnse Las corrientes een nog existentiëler karakter. Het psychologische drama van Milagros Mumenthaler (wiens debuut Abrir Puertas y Ventanas in 2011 werd uitgebracht in Nederland) gaat over een vrouw die onrust in haar lichaam ervaart, maar er mentaal niet in slaagt die gevoelens thuis te brengen.

Kort nadat Lina (doorleefd vertolkt door Isabel Aimé González-Sola) een prijs krijgt uitgereikt voor haar verdiensten als styliste, gooit ze het beeldje zonder pardon in een prullenbak en doolt ze door Genève, tot ze uitkomt bij een weelderige brug over het water. Lina aarzelt niet en springt in het diepe.

Het vereist geen spoileralert om te verklappen dat Lina de duik overleeft, want Las corrientes draait vooral om haar vervreemde ervaringen na haar terugkeer naar huis, in de Argentijnse grootstad Buenos Aires. In het bijzijn van haar kind en echtgenoot Pedro blijven onbestemde gevoelens en lichamelijke sensaties haar parten spelen.

Las corrientes

Las corrientes

Mumenthaler slaagt erin om Lina’s ervaring mysterieus te houden, zonder te vervallen in willekeur. Het is te makkelijk om te stellen dat de hoofdpersoon depressief of neurotisch is en de discussie daarmee af te ronden. Wie met het raadselachtige alternatief kan leven, krijgt met visuele verwijzingen naar Plato en de romantische schilderkunst genoeg mee om op te broeden. Vertaald naar een van de meest concrete vraagstukken in de filosofie draait Las corrientes om de scheiding tussen lichaam en geest; een intellectuele kwestie die vaak voorbehouden blijft aan het domein van de literatuur. Mumenthalers filmische reflectie op deze abstracte thematiek is veeleisend, maar zinnenprikkelend genoeg om er tijd voor vrij te maken.

Selecteren op herhaling
Het is jammer dat er in de festivalprogrammering van MOOOV veel ruimte wordt ingeruimd voor titels die al eerder kennismaakten met een breed filmhuispubliek. Het roept de vraag op hoeveel festivalontdekkingen nog een podium hadden kunnen krijgen als de sectie ‘Discoveries’ verder zou zijn uitgebreid. Gouden Palm-winnaar It Was Just an Accident en het voor vier Oscars genomineerde O Secreto Agento (The Secret Agent) hebben alleen meerwaarde voor de bezoekers die er toevallig nog niet aan toe waren gekomen de films te gaan zien. Beide gevierde titels gingen in België zelfs nog eerder in release dan in Nederland.

Engagement en kwaliteit
De jammerlijk lege zalen die ondergetekende tijdens zijn bezoek aantrof, doen vermoeden dat deze oriëntatiekwestie niet de grootste uitdaging is waar MOOOV de komende jaren voor staat, al leunt het festival hoe dan ook op ferme subsidiering om het hoofd boven water te houden. Hopelijk slaagt de organisatie (festivaldirecteur Marc Boonen zwaaide zondag af na drieëndertig jaar op zijn post) er de komende jaren in een balans te vinden tussen het gepredikte engagement en kwaliteitscinema.

Tussen die twee benoemingen hoeft geen contradictie te bestaan, al signaleerde collega Bert Potvliege in zijn recentste bespreking van Film Fest Gent al dat de dynamiek snel kan doorslaan. De hoogtepunten van editie 2026 onderstrepen dat cinema geen pamfletten vraagt om urgentie uit te dragen. En nu maar hopen dat die films ooit nog in Nederland te zien zullen zijn.

 

5 mei 2026

 

MOOOV Film Festival 2026 – Preview: Rijk aanbod van wereldcinema

 


MEER FILMFESTIVAL

MOOOV Film Festival 2026 – Rijk aanbod van wereldcinema

MOOOV Film Festival 2026 – Preview:
Rijk aanbod van wereldcinema

door Tim Bouwhuis

Donderdag 23 april start op vijf Belgische locaties het MOOOV Film Festival. Waar Nederlandse filmbezoekers de naam ‘MOOOV’ kunnen herkennen van de gelijknamige filmdistributeur (hun meest recente release Horizonte is zeker een bezoek waard), is het jaarlijkse festival in Vlaanderen een van de voornaamste gelegenheden om een rijk aanbod van wereldcinema op het grote doek te aanschouwen. In deze preview aandacht voor de opzet van het geëngageerde programma en een drietal gouden tips.

De dik zestig films van editie 2026 zijn onderverdeeld in vijf verschillende categorieën. Naast de gebruikelijke competitie, met acht kanshebbers op de prijs voor de beste film, de Canvas Award, is er een breedteselectie van titels die (ook) in de Vlaamse zalen draaien, en een exclusieve selectie van titels die alleen op MOOOV draaien (de zogenoemde Discoveries). Een rijtje familiefilms (met een licht overwicht van animatie) en een focusprogramma van Palestijnse cinema maken het programma compleet.

Openingsfilm A Sad and Beautiful World

Openingsfilm A Sad and Beautiful World

Overlap
Trouwe bezoekers van de Nederlandse filmtheaters en festivals zullen op MOOOV titels aantreffen die ze in een eerder stadium ook al op het IFFR in Rotterdam of via een reguliere vertoning konden afvinken. Denk aan de ongekroond gebleven Oscarkanshebber The Secret Agent, eerder door collega Jochum de Graaf omschreven als een “meesterlijke magisch realistische thriller”. De Braziliaanse film was een van de grootste publiekstitels op het voorbije IFFR. Ook kijkers die Gouden Palm-winnaar It Was Just an Accident van Jafar Panahi nog niet zagen, krijgen hier een (laatste?) kans. In het Palestijnse programma is het veelbesproken drama The Voice of Hind Rajab een logische blikvanger.

Tips
Drie films die er voor ondergetekende tussenuit springen, maken allemaal onderdeel uit van de sectie Discoveries. Het zijn tips bij uitstek omdat er waarschijnlijk geen gelegenheden meer zullen komen om de films in Nederland nog op het grote doek in te halen.

In Hiedra raakt een eenzame dertigjarige vrouw gefascineerd door een weesjongen met wie ze een speciale band blijkt te hebben. De Ecuadoraanse maakster, Ana Cristina Barragán, werd in 2016 als een belofte onthaald op het IFFR, waar haar bedeesde coming-of-agedebuut Alba in de Tigercompetitie draaide. Exact tien jaar later zou haar nieuwste film eveneens een aanwinst zijn geweest in Rotterdam, maar helaas ontbrak van dit schurende drama elk spoor. De film is niet perfect, maar Barragán onderscheidt zich door niet voor makkelijk sentiment te gaan en haar hoofdrolspeelster (Simone Bucio) het voelbare vertrouwen te geven dat nodig is om kwetsbaar te acteren. De poëtische climax nabij een rommelende vulkaan is van bovengemiddelde schoonheid.

In de razende tragikomedie Un Poeta heeft een man – laten we hem veertig schatten – grote moeite om een volgende stap te zetten in het leven. Oscar woont nog bij zijn moeder, kan niet van de alcohol afblijven en draagt poëzieteksten voor met de pathos van een gekweld genie. Het is knap hoe deze Colombiaanse film mededogen voor zijn hoofdpersoon oproept zonder zijn leed uit te buiten of zijn zelfmedelijden te veroordelen. Waarschijnlijk zou dat niet gelukt zijn zonder de goede dosis zwarte humor, die Oscars lot onwillekeurig toch wat verzacht. Voor Film Fest Gent tipten we deze film ook al, maar de kans dat je hem als lezer al gezien hebt blijft betrekkelijk klein.

Un Poeta

Un Poeta

My Father’s Shadow werd afgelopen najaar al besproken door collega Cor Oliemeulen in onze verslaggeving van LIFF. In dit kernachtige en intens geregisseerde Brits-Nigeriaanse drama trekt een vader met zijn zoontjes naar grootstad Lagos om achterstallig loon te innen. Debutant Akinola Davis verplaatst zich in het verantwoordelijkheidsgevoel van de noodlijdende Folarin, die graag een goede vader voor zijn kinderen wil zijn maar gevoelsmatig tekortschiet. Zijn beschermde instincten worden verder getest als de anticipatie van een belangrijke verkiezingsuitslag de dreiging van geweld met zich meebrengt. Een dicht op de huid gefilmde zwemscène halverwege de film haalt een vergelijkbaar tafereel in het even sensitieve Moonlight boven.

Vijf bezoekopties
Wie in Nederland woont en het leuk vindt om MOOOV te bezoeken, komt waarschijnlijk het snelst in Turnhout terecht. Ook een stedentripje naar Brugge behoort tot de mogelijkheden. De drie overige locaties van het festival zijn Beringen, Lier en Zuid-West-Vlaanderen (meerdere plaatsen).

Bezoek de website van het MOOOV Film Festival om meer te lezen over de films en om tickets te bestellen.

 

23 april 2026

 

MOOOV Film Festival 2026 – Terugblik: Het hoofd boven water houden

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2025: Competitiefilms (2)

Film Fest Gent 2025:
Competitiefilms (2)

door Bert Potvliege

De jury van de 52e editie van Film Fest Gent, onder voorzitterschap van de Amerikaanse actrice Theresa Russell, staat voor een uitdagende opdracht. Het programma is sterk, met nieuw werk van enkele grote namen. Op zaterdag 18 oktober reikt de jury twee onderscheidingen uit: de Grand Prix voor Beste Film en de Georges Delerue Award voor Beste Soundtrack of Sound Design. In dit verslag bespreken we enkele competitiefilms. 

 

The Mastermind

The Mastermind ***
Er bestaat een filmgenre dat te weinig erkenning krijgt: de zondagmiddagfilm. Niet spannend, niet revolutionair, maar wél behaaglijk. Met koffie en cake op tafel en de voeten omhoog glijdt zo’n film langs je heen als een warme deken, wat netjes aansluit bij de welverdiende zondagsrust. Cineaste Kelly Reichardt bewijst met The Mastermind dat ook zij dat genre beheerst. 

In het politiek verscheurde Amerika van de jaren zeventig – hippies tegen patriotten, Vietnam op de achtergrond – volgen we James (een uitstekende Josh O’Connor), een wat verloren huisvader die zich om onduidelijke redenen inlaat met een niet al te professioneel uitgevoerde kunstroof. Niemand begrijpt echt waarom hij zo onbezonnen te werk gaat, en vermoedelijk hijzelf ook niet. Uiteraard loopt het mis, en wat volgt is een even tragikomisch als weemoedig portret van een man die steeds verder vastloopt in zijn eigen halfslachtige daden. 

Reichardt, bekend van trage en contemplatieve films als First Cow en Meek’s Cutoff, brengt steevast verhalen op manieren die allesbehalve evident zijn voor de kijker om mee aan de slag te gaan – telkens een uitdaging maar altijd boeiend. Hier kiest de cineaste voor een opvallend toegankelijke toon. The Mastermind is stukken lichter van sfeer, met een energieke, jazzy score die doet denken aan Birdman. De eerste akte vliegt voorbij – vermakelijk en gemakkelijk om te ondergaan.

Uiteraard zou Reichardt Reichardt niet zijn zonder een aantal voor haar typerende kenmerken in de film te smokkelen. Sommige kijkers zullen afhaken wanneer de cineaste minuten uitrekt om James op een ladder te zien kruipen om de gestolen werken te verbergen op zolder – een keuze die wringt. Tegen het einde raakt de film zelfs wat stuurloos en lijkt de cineaste het geheel niet goed te kunnen afronden. Maar de charme verdwijnt nooit volledig.

The Mastermind is een geslaagde en verzorgde film, maar ook een vluchtige ervaring. Aangenaam om te zien, maar niet gemaakt om potten te breken. Perfect voor de zondagmiddag dus.

Kijk hier waar deze film is te zien (mits niet uitverkocht). 

 

Resurrection

Resurrection ***
Cinema als een doolhof boeit, waarbij het succes van een film afhangt van de bereidheid van de kijker zich eraan over te geven. Bij Resurrection, de vierde langspeler van de veelbelovende Chinese filmmaker Bi Gan, wordt die overgave zwaar op de proef gesteld.

Hoewel het een sciencefictionfilm genoemd kan worden, raakt dat slechts het oppervlak. In de toekomst is er nog maar één wezen dat kan dromen: de Fantasmen. Mevrouw Shu bevindt zich in een halfbewuste toestand, stuit op het levenloze lichaam van zo’n wezen en besluit het de geschiedenis van China te vertellen. Nacht na nacht keren langzaam de zintuigen van het Fantasme terug. De film is verdeeld in hoofdstukken: vijf gewijd aan de zintuigen, en een zesde aan de geest. Mocht er nog twijfel bestaan: Resurrection is géén zondagmiddagfilm.

Met zijn 160 ongrijpbare minuten heeft Bi Gan een indrukwekkend monster gecreëerd dat barst van de verbeelding. Maar een aanzienlijk deel van het publiek zal weinig bakken van de empathische inleving. Resurrection is een uitdaging om mee aan de slag te gaan. Of dat problematisch is, hangt af van die bereidheid om de teugels los te laten. Wanneer twee uur ver in de film een personage een glas laat vollopen met het stromende bloed langs een kogelwonde in de hand, mag je gerust in de haren krabben. Verdwalen in doolhoven is fijn, maar de opluchting is groot wanneer je na lange tijd het exit-bordje ziet hangen – terug naar een werkelijkheid die nog enigszins te begrijpen valt.

De verbeelding in Resurrection is indrukwekkend; Terry Gilliam (Brazil) zou jaloers zijn op de atmosferische worldbuilding en het eerste stuk van de film is een ode aan pionier-dromer Georges Méliès. De bevreemdende vertelling doet denken aan het werk van Leos Carax (Holy Motors), maar het grootste verwantschap ligt bij Miguel Gomes (Grand Tour): beide filmmakers creëren ongrijpbare werelden op het scherm, zonder duidelijke narratieve houvast.

Resurrection is een film om te bewonderen, niet om van te houden. Daarvoor bevindt de prent zich té ver weg van het centrum, gekatapulteerd in de duistere krochten van cinema. Boeiend en indrukwekkend, maar tegelijk frustrerend en hermetisch.

Kijk hier waar deze film is te zien (mits niet uitverkocht).  

 

Nuestra Tierra

Nuestra Tierra ****
Argentijnse regisseuse Lucrecia Martel wordt in filmkringen gezien als een van de meest prominente Zuid-Amerikaanse filmmakers. Haar eerdere werk werd genomineerd voor de Gouden Beer in Berlijn en de Gouden Palm in Cannes, en met het in 2017 verschenen Zama leverde ze een indrukwekkend meesterwerk af. Met haar nieuwe project kiest ze een andere koers: dit is haar eerste volledige langspeeldocumentaire.

Nuestra Tierra onderzoekt de moord op Javier Chocobar, een gewaardeerd lid van de Argentijnse inheemse gemeenschap, in de context van een langdurig conflict over land. Chocobar en zijn gemeenschap verdedigden hun territoriale rechten tegen een landeigenaar, wat leidde tot een confrontatie met fatale gevolgen. Het duurde geruime tijd voordat gerechtelijke stappen werden ondernomen.

Martel richt zich aanvankelijk op de rechtszaak zelf: de autoritaire landeigenaar en de betrokken agenten leggen hun kant van het verhaal uit, terwijl de kijker geconfronteerd wordt met trefzekere en weemoedige close-ups van de inheemse bevolking in de zaal. Daarna breidt Martel de thematische reikwijdte van de film uit en verlaat ze de rechtbank. De film ontvouwt zich als een vrijelijk maar weldoordacht gestructureerd portret van de Argentijnse bevolking en toont hoe een geschiedschrijving vol leugens hen hun rechtmatige plek in het land heeft ontnomen.

Je zou dit kunnen bestempelen als activistische cinema, maar dankzij Martels formidabele regie overstijgt Nuestra Tierra de grenzen van dat genre. Met een speelduur van twee uur kan de film wat zwaar aanvoelen, maar haar poëtische en intellectuele benadering is bewonderenswaardig: het omgekeerde beeld van de paarden, de drone die wordt aangevallen door een vogel. Je voelt hoe ze met volle overtuiging en controle dit relaas presenteert.

De keuze om na Zama een documentaire met enige politieke lading te maken, is misschien niet de meest sensationele manier om een meesterwerk op te volgen. Sommige fans zullen moeite hebben met deze richting, omdat het tegen de verwachtingen in gaat. Tegelijkertijd is het interessant om de twee films naast elkaar te zien: Zama en Nuestra Tierra zijn als dag en nacht, maar beiden laten zien hoe Martel betoverd wordt door de natuurlijke wereld van Argentinië. 

Kijk hier waar deze film is te zien (mits niet uitverkocht). 

 

17 oktober 2025

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2025: Competitiefilms (1)

Film Fest Gent 2025:
Competitiefilms (1)

door Bert Potvliege

De jury van de 52e editie van Film Fest Gent, onder voorzitterschap van de Amerikaanse actrice Theresa Russell, staat voor een uitdagende opdracht. Het programma is sterk, met nieuw werk van enkele grote namen. Op zaterdag 18 oktober reikt de jury twee onderscheidingen uit: de Grand Prix voor Beste Film en de Georges Delerue Award voor Beste Soundtrack of Sound Design. In dit verslag bespreken we enkele competitiefilms.

 

The Love That Remains

The Love That Remains ****
De naam van de IJslandse filmmaker Hlynur Pálmason circuleert al enkele jaren terecht in cinefiele kringen. Hij maakte indruk met A White, White Day (2019) en overdonderde het publiek met Godland (2022). Het is altijd intrigerend om te zien hoe een cineast een bejubeld werk opvolgt: welke richting kies je na zo’n overweldigend succes? Met zijn nieuwe film The Love That Remains zoekt Pálmason een lichtere, speelsere toon op. 

Door niet opnieuw naar de sterren te reiken, haalt hij de druk van de ketel om er wederom een meesterwerk te moeten uitpersen – alsof het een plicht zou zijn gezien de torenhoge verwachtingen. Voor sommigen zal deze kleinschalige, lichtere Pálmason een teleurstelling zijn. Ook bij ondergetekende was het enthousiasme aanvankelijk wat matiger, gezien de bescheiden inhoud van de film. Maar al snel blijkt dat de cineast opnieuw weet te verrassen, met een visuele daadkracht en een thematische verderzetting van zijn onderzoek naar ons omgaan met de natuurlijke wereld. 

The Love That Remains vertoont ondanks de andere toon een duidelijke verwantschap met zijn eerdere werk. We volgen een gescheiden gezin – een kunstenares, haar ex-man die op een vissersboot werkt, en hun drie kinderen die vol verwondering naar de wereld kijken. Tegen de majestueuze IJslandse achtergrond verweeft Pálmason opnieuw zorg voor elkaar met zorg voor de aarde. 

De filmmaker versterkt de poëtische kracht van zijn film op ogenschijnlijk eenvoudige wijze, door te spelen met visuele sensaties en prikkels die aanvoelen als een warm bad – denk aan de glijdende visvangst door het schip, het ritmische tikken van een pop die pijlen incasseert, en de overvloed aan indrukwekkende natuurfotografie. De toon ademt verwondering over het leven en de wereld. Eenvoudig en lieflijk, maar tegelijk doeltreffend en ontzettend filmisch. 

Misschien wordt zijn volgende film opnieuw een splinterbom, maar met dit intiemere en luchtigere werk hoeft Pálmason zijn status als een van de belangrijkste Europese cineasten van vandaag geenszins te herzien.

Kijk hier waar deze film is te zien (mits niet uitverkocht). 

 

The Voice of Hind Rajab

The Voice of Hind Rajab ***
Zal de controverse die The Voice of Hind Rajab veroorzaakte op het filmfestival van Venetië zich herhalen in Gent? Daar dreigde de jury uit elkaar te vallen over de vraag of de film de Gouden Leeuw verdiende. In haar nieuwste werk vertelt cineaste Kaouther Ben Hania het waargebeurde verhaal van het Palestijnse meisje Hind Rajab, vermoord door het Israëlische leger. De film bleek een precair geval: een bekroning zou haast onvermijdelijk gelezen worden als een politiek statement tegen het onrecht in de regio. Uiteindelijk ging Jim Jarmusch met zijn iets te bleke Father Mother Sister Brother met de hoofdprijs lopen, terwijl The Voice of Hind Rajab genoegen moest nemen met de tweede prijs.

Interessanter is echter de vraag of je iemand kan wijsmaken dat de film de hoofdprijs zou gewonnen hebben, zónder dat die overwinning een politiek statement was? Dan moet gekeken worden naar de kwaliteiten van de film an sich, wat uiteraard het enige is dat echt telt. 

The Voice of Hind Rajab is zonder twijfel een geslaagde film: een snedige, goed gemaakte thriller met een belangrijke boodschap. Toch mikt Ben Hania niet al te hoog, en haalt de film niet het niveau van sommige andere competitietitels. De prent past netjes binnen het huis clos-subgenre – verhalen die zich afspelen op één locatie, met beperkte personages en nadruk op dialoog en psychologische spanning (Locke, The Guilty, Phone Booth). We volgen enkele medewerkers van de Palestijnse Rode Halve Maan, een noodhulplijn voor slachtoffers van het geweld in Gaza, terwijl ze de paniekerige oproepen van het meisje Hind proberen te beantwoorden.

De tijd dringt om haar te redden, en het meest aangrijpende detail is dat die oproepen geen fictie zijn, maar echte opnames van de dag waarop het kind stierf. Als Film Fest Gent inzet op de politieke kracht van cinema, dan is dit het perfecte voorbeeld daarvan.

Dat de film wat beperkt blijft, ligt vooral aan de vorm. The Voice of Hind Rajab borduurt voort op de reeds twintig jaar oude nerveuze, schokkerige camerastijl die Paul Greengrass perfectioneerde in de Bourne-films: een rusteloze schoudercamera die constant beweegt, vaak zonder duidelijke motivatie, en van zoemende computerschermen naar paniekerige gezichten springt. Die visuele tactiek werkt nog steeds, maar voelt inmiddels wat versleten – Ben Hania volgt het genrehandboek iets te netjes en zonder frisse ideeën.

Toch laat de film niemand onberoerd. Het rauwe realisme, gekoppeld aan het uitzichtloze leed, treft onvermijdelijk. En via de gebroken, wanhopige blik van de jonge operator (uitstekend vertolkt door Motaz Malhees) laat Ben Hania de kijker achter met een brok in de keel.

Kijk hier waar deze film is te zien (mits niet uitverkocht).

 

Sound of Falling

Sound of Falling *****
Niets kon ons voorbereiden op de ervaring van Sound of Falling: een film die zo krachtig is dat het hele filmjaar in een ander licht komt te staan. Mascha Schilinski veroorzaakte met haar meesterlijke film al de nodige beroering op het festival van Cannes, waar ze de juryprijs won (gedeeld met Oliver Laxe voor Sirât). We schrijven halfweg Film Fest Gent, maar een nóg betere film tegenkomen lijkt schier onmogelijk. 

De film verweeft vier verhaallijnen, verspreid over een eeuw op een Duitse boerderij, telkens verteld vanuit een vrouwelijk perspectief in een mannelijke wereld. Het is geen film die zich laat vatten na één kijkbeurt, maar dat hoeft ook niet: de film te zien krijgen was een zeldzaam moment van beseffen dat ontcijferen niet noodzakelijk de essentie is. Sound of Falling nodigt uit om te ervaren in plaats van te verklaren: een sensorische, bijna tranceachtige beleving die uitblinkt in poëtische kracht en filmisch meesterschap.

Schilinski roept het verleden tot leven als een bewegend fotoalbum. Zelden werd nostalgie met zulke technische finesse en emotionele intensiteit verbeeld, waarbij de kracht van het beeld de hoofdrol speelt. De film is ernstig en donker van toon, maar tegelijk zinderend van gevoel. Plot en intentie verdwijnen naar de achtergrond: wat telt is de sfeer, de textuur, de beweging van tijd. Ondoorgrondelijk en gelaagd als een verfijnd gedicht, ontvouwt Sound of Falling zich als een doolhof én een viering van pure filmkunst. 

Wie probeert houvast te vinden in de vier verhalen raakt onvermijdelijk de weg kwijt in dit labyrint van herinneringen. De kijker staat voor een keuze: loslaten en vallen door de konijnenpijp óf weerstand bieden en buitengesloten blijven. Als je loslaat, verdwijn je in Schilinski’s poëtische duisternis, om na de schitterende slotscène met tegenzin terug te keren naar het daglicht.

Kijk hier waar deze film is te zien (mits niet uitverkocht).

 

13 oktober 2025

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2025 – Openingsavond met Julian

Film Fest Gent 2025:
Openingsavond met Julian

door Bert Potvliege

Met de komst van herfstbladeren en gure wind ziet de Gentse binnenstad zichzelf jaarlijks omgetoverd tot een filmpaleis dat elke cinefiel in een warme deken wikkelt. Voor haar 52e editie pakt Film Fest Gent uit met een indrukwekkende competitieselectie, met nieuw werk van Hlynur Pálmason, Lucrecia Martel en Kelly Reichardt. Wie het internationale festivalcircuit volgt, herkent bij de Gentse line-up veel van wat de afgelopen maanden elders de toon zette. 

De programmeurs mogen jaarlijks met opgeheven hoofd over de rode loper flaneren, want kwaliteit is hier het handelsmerk. Niet het spektakel of het zich vergapen aan sterren staan centraal, maar de curatie van betekenisvolle cinema. De aandacht ligt op het bieden van een uitgekiende staalkaart van film anno 2025. Wat zouden we graag tien dagen lang onafgebroken aan de filmtoog hangen en alles meepikken, maar zoals elk festival herinnert ook Film Fest Gent ons eraan: kiezen is verliezen – een filmfestival zalft en straft tegelijk. 

Film Fest Gent 2025 – Openingsavond met Julian

Het risico op activisme
Film Fest Gent zet graag in op de activistische cinema, waarmee men (terecht) de politieke kracht van film wil belichten – al blijft de uitkomst wisselvallig. Tijdens de vorige editie werden we ontiegelijk vaak geconfronteerd met activisme op het grote scherm (Animale, hold on to her, Les femmes au balcon). Die films waren doorgaans onbezonnen, gebrekkig in zelfkritische reflectie en bij vlagen vreselijk gemeen. 

Misschien lag het aan het feit dat cineasten van dergelijke prenten vaak vanuit een jeugdigheid alles inzetten op urgentie, woede en verontwaardiging – een slechte basis om constructief in dialoog te gaan. Waren we te oud om ingepakt te kunnen worden door de ziedende vorm waarin deze films gebracht werden? Activistische cinema blijft een fascinerende tak in het filmlandschap, maar evenzeer precair: we zijn steevast benieuwd hoe een filmmaker ermee omgaat, zij het altijd met enige voorzichtigheid.

Die spanning maakte dat we uitkeken naar de openingsfilm van Film Fest Gent – Julian, het langspeeldebuut van de nog maar 26-jarige Cato Kusters. 

 Julian ***
Julian vertelt het waargebeurde verhaal (gebaseerd op het boek van Fleur Pierets) van Fleur en Julian, een smoorverliefd lesbisch koppel dat van plan is in alle landen te trouwen waar het homohuwelijk wettelijk erkend is – een statement van jewelste over de gebrekkige rechten van holebi’s (LGBT). De uitvoering hiervan is nog maar net begonnen wanneer Julian kanker blijkt te hebben en de dames hun plannen moeten opbergen.

Deze historie lijkt voorbestemd om als verhaal te presenteren: de komst van de ziekte is een thematische verderzetting en verbreding van de droefenis over het onrecht dat deze twee vrouwen aankaarten  – een narratief godsgeschenk voor de empathie van de kijker. Maar het vergt geen vooruitziend mens om in te zien waar de mogelijke valkuilen liggen, want deze plot is als koren op de molen voor moraliserende cinema die het publiek de les wil spellen over onrechtvaardigheid. Zoals altijd wensen we dat kunst vragen opwerpt en niet antwoorden brult. 

Tedere liefde
Het mooiste compliment voor de film is dat Kusters niet in die val trapt. De kijker wordt niet over het hoofd geslagen met kommer en kwel en een Grote Boodschap. De cineaste heeft er geen ellendige bedoening van gemaakt, wat we alleen maar kunnen toejuichen. Julian oogt op het eerste gezicht niet als een activistische prent – de tedere aard van de relatie primeert – maar het is er wel eentje, zoals Kusters ook toegaf op de rode loper. De aandacht ligt op het zacht portretteren van twee geliefden, die het leven en haar noodlot noodgedwongen ondergaan. De kijker deelt in de onmacht, want tonaal verplaatst de cineaste ons in de verliefde hoofden van Julian en Fleur – enkel de liefde lijkt ons recht te houden in tijden van waanzinnig onrecht.

De film overtuigt met de casting van de twee hoofdrolspeelsters – Nina Meurisse en Laurence Roothooft brengen Fleur en Julian tot leven met een ontwapenende echtheid. Beide belichamen hun personage met stevige overgave. Je voelt hoe de actrices close geworden zijn tijdens het maken van de film. Kusters slaat in haar acteursregie een innemende toon. Dit weerspiegelt in de zorgzame houding van Fleurs ouders en in het warme acteerspel van de vrienden van het koppel. 

Het eindresultaat toont een betrokkenheid, waarbij de voltallige cast en crew zich achter hetzelfde doel leek te scharen. We denken graag dat elk naar de set kwam met de overtuiging bezig te zijn met iets belangrijks. Misschien blijkt het een self-fulfilling prophecy. 

Julian

Het pikken van het melodrama
Dit waargebeurde relaas verstikt in de narratieve wending als Julian ziek blijkt. Je krijgt een verhaal over hoe onrechtvaardig iemand behandeld wordt, om vervolgens die persoon ook nog eens dodelijk ziek te zien worden. Dit is een verhaaltechnische bocht met een thematische evidentie die zo voor de hand ligt, dat het doet afhaken. 

Het scenario is de grootste boosdoener. Het siert Kusters en coscenarist Angelo Tijssens (Girl, Close) dat ze de zin hadden af te stappen van een klassieke, rechtlijnige vertelling, maar de slinger slaat ver door. De tijdsprongen gebeuren té vaak (om niet te zeggen: voortdurend), waardoor opbouw en structuur – met hoogtes en laagtes, opwinding en rust – uitblinken in afwezigheid. De film kwam binnen als een langgerekte vlakke curve die zich afkeert van klassieke verhalende structuur. Dat kan, maar er wordt niets wezenlijks nieuws voor in de plaats geboden. Het geheel voelt schetsmatig; therapeutisch en te weinig verhalend. Julian komt onvoldoende van de grond. 

Queer contradictie
Na de voorstelling volgde een Q&A met de makers. Scenarist Tijssens (zelf homoseksueel) kreeg de vraag of het belangrijk was dat het koppel in Julian queer was. Zijn antwoord was tweedelig en veelzeggend:
a) “Nee, het is gewoon een verhaal over liefde – niet over hetero- of holebi-liefde. Liefde is liefde.” (Een zucht van vertedering ging door de zaal.)
b) “Ja, het is belangrijk dat het een holebi-koppel is, want deze verhalen zijn nodig, en ik wilde dat ik ze had toen ik tien jaar oud was.”

Het eerste deel van dat antwoord is uiteraard een beleefde, politiek correcte leugen. De geaardheid van de personages is relevant, want anders had men deze film niet gemaakt. Er zou letterlijk geen te vertellen verhaal zijn indien het niet zo was. Declameren ‘liefde is liefde’, is een maker die een gemakzuchtige neutraliteit uitstraalt maar zodoende zijn of haar verantwoordelijkheid als verhalenverteller miskent. Iedere creatieveling draagt bij aan beeldvorming, al is het maar door zichtbaarheid te geven aan een personage. En als de film activistisch van aard is, dan is er met dit antwoord sprake van het zich verschuilen achter diplomatie. 

De conclusie is dat Kusters en haar team de maturiteit bezaten om met het materiaal aan de slag te gaan, zonder de platgetreden paden van dit soort cinema te bewandelen. Het zichzelf overschattende scenario verzandt in een te zacht, therapeutisch portret van een lieflijke bubbel, terwijl we juist snakten naar narratieve kracht en scherpte. Als openingsfilm van een festival dat betekenisvolle cinema wil tonen, is Julian een tedere maar half geslaagde keuze.

 

11 oktober 2025

 


MEER FILMFESTIVAL

10 Tips voor Film Fest Gent 2025

Van 8 tot en met 19 oktober in het Belgische Gent:
10 Tips voor Film Fest Gent 2025, en één dwarsdoener

door Tim Bouwhuis

Het is even wennen om Film Fest Gent voor het eerst in zes jaar niet te bezoeken, maar wel op het festival voor te beschouwen. De voorbije maanden zag deze recensent in het festivalcircuit meerdere hoogvliegers die tussen 8 en 19 oktober ook op de 52e editie van het Film Fest te bewonderen zijn.

In deze preview aandacht voor tien tips, met daarbij ook nog een dwarsdoener: een film die ik juist niet te pruimen vond, maar tóch graag voor wil leggen. Welke dat is, wordt ongetwijfeld vanzelf duidelijk: de aanbevelingen zijn op alfabetische volgorde gesorteerd.

Ariel - 10 Tips voor Film Fest Gent 2025

Ariel

Ariel (Lois Patiño, 2024)
Wie zich vorig jaar in een filmtheater heeft vergaapt aan Samsara, weet al dat de Spanjaard Lois Patiño garant kan staan voor zintuiglijke en grensverleggende cinema. Wie het buitengewone intermezzo halverwege deze droomtrip (spoileren zou zonde zijn) niét kon waarderen, hoeft niet te vrezen dat Ariel eenzelfde kant op beweegt. Wat de films wel gemeen hebben, is een poëtische, kleurrijke cinematografie die in een huiskamer maar half tot zijn recht zou komen. Waar Samsara zich tot boeddhistische denkbeelden verhoudt, maakt Ariel zich op speelse wijze schatplichtig aan de Shakespeareaanse traditie.

Barrio Triste (Stillz, 2025)
Als de beroemde found footage-film The Blair Witch Project (1999) zich in de verloederde grootstad had afgespeeld, dan had ze vermoedelijk Barrio Triste geheten. Deze hoogst ongemakkelijke trip door het wetteloze Medellín (Colombia) zet de toon met een duivelse soundtrack en taferelen die het einde van de beschaving oproepen. Denk aan een radio-interview met een seriemoordenaar, onverbloemd geweld en een mysterieuze, bovennatuurlijke apotheose. De ‘protagonisten’ die we volgen zijn nog kinderen. Toch zien we de doodsangst in de ogen staan bij de voorbijgangers die op hun gevoelige plaat worden vastgelegd.

Below the Clouds (Sotto Le Nuvole) (Gianfranco Rosi, 2025)
Zou je als burger slechter slapen als er een vulkaan in je achtertuin staat? In de gelaagde documentaire Below the Clouds schetst de geëngageerde routinier Gianfranco Rosi (Sacro GRA, Fuocammare) een knap terloops beeld van Napels, een prachtig oord in de schaduw van de dood. Rosi is er een meester in om aan de hand van ogenschijnlijk simpele taferelen en locaties (een privé-onderwijzer die lesgeeft, een archeologische opgraving net buiten de stad, een callcenter voor aardschokken) op grote thema’s als (schijn)veiligheid te reflecteren. En passant is de film ook nog eens onverwacht grappig.

Christy (Brendan Canty, 2025)
Ierse coming-of-agefilm over een rebelse tiener die bij gebrek aan een liefdevol pleeggezin tussen wal en schip dreigt te belanden. De noodoplossing is dat hij bij zijn halfbroer intrekt, maar die zit daar eigenlijk niet op te wachten. Het is knap dat Brendan Canty in zijn langspeeldebuut meteen een passende balans weet te vinden tussen een eigengereide rauwheid (denk aan het typerende taalgebruik – de ondertiteling is welkom) en een deels muzikale luchtigheid. Met een shout-out naar het kind dat vanuit zijn rolstoel als sterrapper optreedt.

My Father’s Shadow (Akinola Davies, 2025)
Aangrijpend drama over een vader die in een politiek gespannen Lagos (1993) alles in het werk stelt om zijn twee zoontjes te beschermen. In het laatste halfuur doet de Brits-Nigeriaanse regisseur Akinola Davies er qua intensiteit nog een schepje bovenop, maar gelukkig wordt dit kernachtige familieverhaal daarmee nog geen ordinaire tranentrekker. Een zwemscène met de drie hoofdpersonen doet sterk aan Barry Jenkins’ Moonlight denken.

Nouvelle Vague (Richard Linklater, 2025)
Er draaien dit jaar maar liefst twee films van Boyhood-regisseur Richard Linklater in Gent. De betere van de twee is kammerspiel Blue Moon, de interessantere dan toch Nouvelle Vague. Ondergetekende belandde na het kijken van de ‘making-of’ van pioniersfilm À bout de souffle in een verhitte discussie over de vraag of Linklater Jean-Luc Godard met zijn film (bedoeld of onbedoeld) niet eerder ridiculiseert dan bewierookt. Aan welke kant staat u?

Resurrection (Bi Gan, 2025)
Na de cinematische droomervaring die Long Day’s Journey Into Night heet (Previously Unreleased 2019), lag de lat haast onnoemelijk hoog voor de nu nog altijd maar zesendertigjarige Bi Gan. Resurrection komt moeilijk op gang en mist het vloeiende van zijn betoverende voorganger, maar in het laatste uur legt de camera toch weer een ongekend meeslepende reis af. Vertellend gaat het daarbij alle kanten op (van karaoke tot vampirisme), maar als zelfs de gebroeders Lumière voorbij komen, is het duidelijk waar de film echt over gaat: over het eeuwige(?) leven van cinema.

Romería (Carla Simón, 2025)
Na drie voltreffers op rij wordt het nú al interessant om het hoogstpersoonlijke oeuvre van de Spaanse regisseuse Carla Simón op waarde te schatten. In Romería onderzoekt een achttienjarig meisje (een overtuigende debuutrol van Llúcia Garcia, die later misschien wel in Simóns voetsporen kan treden) de geschiedenis van haar ouders, die uit haar leven verdwenen toen zij nog erg jong was. Net als in Estiu 1993 en Alcarràs (Gouden Beer Berlijn, 2022) blinkt Simón uit in het regisseren van interacties tussen familieleden.

Romería - 10 Tips voor Film Fest Gent 2025

Romería

Short Summer (Nastia Korkia, 2025)
Tegen de achtergrond van sluimerend geweld brengt een achtjarig meisje een zomer door op het Russische platteland. De afwisselend in Duitsland en Frankrijk woonachtige Nastia Korkia onderscheidde zich op het voorbije Filmfestival van Venetië niet alleen met dit beheerste coming-of-agedrama, maar ook door de wijze waarop ze na de première haar visie articuleerde. Enkele dagen later nam Korkia in de grootste premièrezaal de prijs voor beste debuutfilm in ontvangst, wat best bijzonder was voor een titel uit zijcompetitie Giornate Degli Autori.

Un Poeta (Simón Mesa Soto, 2025)
Even hilarische als tragische emotietrip over een man die moeite heeft om verder te komen in het leven. Hoofdpersoon Oscar stopt zijn ziel en zaligheid in het schrijven en poëzie die een minimaal publiek bekoort. Ander werk heeft hij niet en hij woont nog bij zijn moeder. Als hij de kans krijgt om iets te betekenen voor een talentvol meisje uit een arm gezin gaan dingen buiten zijn wil om van kwaad tot erger. Knap hoe de regisseur Oscar in penibele situaties brengt maar hem tegelijk een hart onder de riem steekt.

Videoheaven (Alex Ross Perry, 2025)
Ook al op het IFFR dit voorjaar, en zeker niet te missen: deze monumentale essayfilm over de verbeelding van videotheken in (dat wel) vooral Amerikaanse cinema. Videoheaven is niet alleen voer voor cinefielen die het gros van de fragmenten herkennen (en de rest thuis meteen willen opzoeken), het drie uur durende tijdsdocument doorkruist ook nog eens met scherpe observaties de Amerikaanse media-en cultuurgeschiedenis. Leuk detail: de voice-over is van Maya Hawke, die we ook nog even voorbij zien komen in een scène uit hitserie Stranger Things. Uiteraard opent de film met een fragment waarin vader Ethan te zien is.

Bert Potvliege doet dit jaar verslag van Film Fest Gent. Houd de site en onze nieuwsbrief in de gaten om zijn bijdrages te lezen. Tickets en rittenkaarten voor de 52e editie zijn verkrijgbaar via de website.

 

6 oktober 2025

 

 

Film Fest Gent 2024 – Deel 6: Films over rouw

Film Fest Gent 2024 – Deel 6:
Films over rouw

door Bert Potvliege

Elke cinefiel die gedurende het festival een karrenvracht films onder ogen krijgt, kan zelf ontdekken hoe films thematisch samenhangen. Het werd snel duidelijk dat afscheid en omgaan met verlies onderwerpen zijn die in deze editie van Film Fest Gent veel aan bod komen. 

De dood en cinema lijken gemaakt voor elkaar. Het levenseinde komt onnoemelijk vaak aan bod in film. Een verklaring kan je vinden in dat film een speelveld is van al wat roert in een mens. De dood fascineert ons, omdat die intens en ingrijpend is. Er huist een grote narratieve kracht in het overlijden van een personage, niet in het minst wegens de impact die dat heengaan heeft op de personages die achterblijven.

Complexe bevragingen, zoals het geven van een plaats aan de dood in ons bestaan, moeten onderzocht worden in de kunsten. Onze relatie met de dood is doorheen de eeuwen scheefgegroeid, in die mate dat we collectief in angst leven voor het onafwendbare einde. Het is de weerloosheid bij het ondergaan ervan, die niet strookt met de manier waarom we onze levens vormgeven. Dat film daarin een helpende hand kan bieden, spreekt aan.

Bij sommige films neemt de maker de tijd om stil te staan bij dat wat de dood teweegbrengt. Dit is exact wat je kan vinden op dit 51ste Film Fest Gent – verhalen die de tijd nemen om te reflecteren over de diverse manieren waarop de dood een impact heeft. Hierna gaan we iets dieper in op een aantal films op het festival die dit onderwerp onderzoeken.

 

Super Happy Forever

Super Happy Forever ****
De Japanse cineast Kohei Igarashi (Takara – La nuit où j’ai nagé) maakte met Super Happy Forever een knap drama over leed, waarbij de cineast een weduwnaar in beeld brengt die de confrontatie moet aangaan met het recente verlies van zijn vrouw.

De film is netjes opgedeeld in twee delen. De eerste helft toont Sano en zijn vriend Miyata, op reis aan de Japanse kust. Ze verblijven in het hotel waar Sano zijn vrouw Nagi voor het eerst ontmoette, toen de vrienden er een handvol jaren eerder al eens logeerden. Sano is in rouw, want Nagi is recent onverwacht overleden in haar slaap. Hij onderneemt deze reis om haar overlijden wat te kunnen plaatsen. Igarashi toont met dit verhaal hoe nostalgie een component is van rouw.

De tweede helft van de film voert de kijker terug naar vijf jaar geleden, naar die eerste ontmoeting tussen Nagi en Sano. De film schetst die eerste 24 uur, waarbij de twee toekomstige geliefden elkaar aftasten. Samen noedels eten op de parking van een winkel. Een telefoonnummer op een blaadje schrijven. Blikken uitwisselen.

Die eerste helft van de film – het heden – gaat om met rouw, verbeeld in het schetsen van Sano als een apathische man. De weduwnaar heeft er allemaal geen zin meer in en laat weinig kansen onbenut om dit te tonen. In het restaurant begint hij vrijwel direct over de dood van zijn vrouw, waardoor anderen er maar onwennig bijzitten. Iemand vraagt aan de telefoon naar Nagi, wat het teken is voor Sano om de telefoon in zee te keilen. Hij is ook gemeen tegen zijn vriend, die nochtans zijn best doet er te zijn voor hem. Als karakterschets is het geinig om te zien hoe rouw van iemand een dwarsligger kan maken – gesloten, gemeen, asociaal.

Het verdriet om rouw kent ook een ontroerende structurele verwerking in de film, doordat die tweede helft springt naar een tijd toen er geen wolkje aan de lucht was. De film doet hier de ontmoeting tussen de twee geliefden uit de doeken, waardoor Igarashi een dubbel effect creëert. Als verhaal is het aandoenlijk om te aanschouwen: die initiële onwennigheid, de zenuwen die door het lichaam gieren. Maar omdat het een flashback is en wij de afloop reeds kennen, is het tegelijkertijd een pijnlijke mijmering, een confronterende variant van die eerder vermelde nostalgie – alsof die tweede helft van de film zich afspeelt in het hoofd van Sano.

Super Happy Forever biedt veel in zijn schamele duurt van 90 minuten: een boeiende karakterschets, een opvallende structuur en een pakkende blik op dat onwennig aanvoelen tussen Sano en Nagi. 

 

The Room Next Door

The Room Next Door ****
De Spaanse regisseur Pedro Almodóvar wordt al decennia beschouwd als een van de grootste Europese filmmakers. Zijn nieuwste worp, The Room Next Door, won onlangs het Filmfestival van Venetië, dus het was reikhalzend uitkijken naar de voorstelling van zijn nieuw melodrama.

The Room Next Door is Almodóvars eerste Engelstalige prent, wat hem de kans biedt samen te werken met de grootste Engelstalige actrices. Julianne Moore en Tilda Swinton lijken logische keuzes om zijn universum te bevolken en beide actrices blijken er wonderwel in te passen. Vooral Tilda Swinton maakt (alweer) indruk. De werelden die Almodóvar in het leven roept, brengen melodrama, theatraliteit, een kitscherige stijl met groteske kleurvlakken en een queer-subtekst. Zijn films zijn altijd een ode aan de vrouw.

Martha (Swinton) heeft niet lang meer te leven en besluit een zelfmoordpil te nemen om het lijden van het einde te vermijden. Ze trekt hiervoor naar een knap landhuis, samen met haar vervreemde vriendin Ingrid (Moore). De dames zullen hier de laatste weken van Martha samen spenderen. Martha wil Ingrid graag in the room next door hebben terwijl ze afscheid neemt van het leven.

Net zoals in Hable con ella, het meesterwerk van Almodóvar, fungeren beide protagonisten als twee zijden van dezelfde munt. Beide dames gaan elk op hun eigen manier met de dood om: Martha met aanvaarding, Ingrid in angst. Deze dichotomie laat de film toe om aan de hand van diepe gesprekken tussen de dames in te gaan op de rol van de dood in het leven. Want dat is de raison d’être van de film: een mijmering over afscheid, lijden, de dood, rouwen.

Op vormelijk vlak is The Room Next Door zowat de meest onberispelijke Almodóvar en de film ziet er dan ook prachtig uit. Rijke sets, uitstekend acteerwerk, een uiterst genietbare melancholische sfeer en een sterke beeldvoering. Alles samen genomen is de film ontzettend mooie cinema.

Het enige minpunt is dat Almodóvar geen nieuwe paden bewandelt. Hij voegt weinig of geen inzichten toe aan het maatschappelijk debat over omgaan met de dood. Het nut van de film is kleiner dan dat een Gouden Leeuw doet vermoeden, maar het bederft ‘de pret’ nauwelijks. The Room Next Door is uitstekende cinema van een filmmaker met een boeiende stem en stijl.

 

Poison

Poison **
Als een aantal films op Film Fest Gent over rouw gaan, dan neemt Poison de koppositie is. Die thematische lading van de film is evenwel zo nadrukkelijk aanwezig, dat er van andere inhoud geen sprake is. De wijsheden verscholen in de dialogen houden alles recht, maar de film is een magere vertaling van idee naar scherm.

De Luxemburgse Désirée Nosbusch debuteert met dit mistroostig drama, dat conceptueel niet eenvoudiger kon: twee rouwende ouders treffen elkaar voor het eerst in jaren terug op het kerkhof waar hun overleden zoontje begraven ligt, wiens dood het einde van hun relatie inluidde. Er moeten wat graven verlegd worden wegens nodige graafwerken en hun aanwezigheid is vereist. In afwachting van de arbeiders van de gemeente doden de ex-partners de tijd door de draad terug op te pikken, door zachtjes te lossen wat welig in hen tiert, maar ook door ruzie te maken en al hun opgekropte verwijten naar elkaars hoofd te slingeren.

In het willen onderzoeken van de rol die rouw speelt in het leven, getuigt Poison van een gebrekkige verbeelding in het construeren van een kwalitatief plot. De film biedt weinig maar dan twee personages die oeverloos palaveren over wat hen overkomen is. Dat de film zich integraal afspeelt op een kerkhof – en bij druilerig weer – getuigt niet echt van een creativiteit die naar de sterren reikt.

De reddende factor van Poison is dat er tussen de vele reflecties die aan bod komen over afscheid en verlies, er af en toe eentje zit die een mens doet stilstaan: lijden is verslavend, rouwende mensen haten vrolijke mensen, de dood van een kind is niet iets waaruit je iets kan leren. Het zijn inzichten die je gerust als spreuken aan de muur kan ophangen. Er een film mee maken is misschien wat overdreven, maar prikkelend zijn ze wel.

Tim Roth in de hoofdrol helpt de film het hoofd boven water houden. Hij is sterk als rouwende vader, die voorzichtig is in wat hij zegt (en hoe hij het zegt). Trine Dyrholm als rouwende moeder is iets minder toonvast, maar hou je maar eens staande naast een talent als Roth.

Poison is een kleinood, maar de film heeft net genoeg in de aanbieding voor de kijker die graag even stilstaat bij dit onderwerp. Het is mooi hoe cinema als een klankbord kan zijn, waarbij de reflecties in het verhaal in gesprek gaan met de overwegingen in je hoofd. Dat krijgt de film wel voor elkaar.

 

19 oktober 2024

 

Deel 1: Openingsfilm
Deel 2: Veerkrachtig, maar kwetsbaar
Deel 3: Competitiefilms (1)
Deel 4: Competitiefilms (2)
Deel 5: Henry Fonda for President

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2024 – Deel 5: Henry Fonda for President

Film Fest Gent 2024 – Deel 5:
Henry Fonda for President

door Tim Bouwhuis

Het gebruikelijke klassiekerprogramma van dit Film Fest Gent is onvermijdelijk geïnspireerd door de donkere wolk die boven de Verenigde Staten hangt. Oók (of misschien juist) als Kamala Harris op 5 november als winnaar uit de bus komt, is verdere verdeeldheid en tumult zo goed als gegarandeerd. Een selectie van paranoïde prenten uit het Koude tijdperk sluit wat dat betreft natuurlijk naadloos bij de tijdgeest aan. In dit verslag aandacht voor de wijze waarop Gent het vizier dit najaar op de VS richt, maar dan wel door een wat alternatieve lens.

De majestueuze essaydocumentaire Henry Fonda for President (2024) hoort officieel niet bij het Amerikaanse programma, en toch plakt dit groots opgezette project (na drie uur begint de aftiteling te lopen) als de lijm die al die oudere films bij elkaar houdt. De Oostenrijkse filmhistoricus, criticus en curator Alexander Horwath neemt het indrukwekkende acteursoeuvre van Henry Fonda (1905-1982) als uitgangspunt voor een reis door een almaar uitdijend filmlandschap.

Henry Fonda for President

Kronkelend als een termiet
Naar het straffe voorbeeld van het qua aanpak zeer vergelijkbare Los Angeles Plays Itself (2003) vermengt Horwath een duizelingwekkende hoeveelheid filmfragmenten met hedendaagse opnames van de Verenigde Staten. Als een grondige kroniek is de documentaire gestructureerd aan de hand van jaartallen en plaatsen, die telkens een intrinsieke link hebben met het (acteurs)leven van Fonda. Tegelijk laat Horwath zijn creatieve ingevingen doorheen deze hoofdstukjes continu de vrije loop. “Ik werk als een soort termiet”, onderstreept hij tijdens de afsluitende Q & A.

Veel van de hedendaagse opnames zijn gedraaid in het Amerikaanse binnenland, waar John Ford zijn befaamde westerns schoot (My Darling Clementine is de meest voor de hand liggende referentie) en de ‘Henry Fonda Memorial Highway’ de omgeving van geboorteplaats Grand Island (Nebraska) doorkruist. Toch zijn het de spaarzame scènes in de stad die het meest weten te prikkelen. Een voornaam promotiebeeld van de film (ook op de bewuste pagina van Film Fest Gent) verklapt al welk tafereel de zinnen op een gegeven ogenblik weet te prikkelen: een straatartiest die de verschijning van Donald Trump heeft aangenomen, waggelt in Henry Fonda for President als een nar over een druk verkeerskruispunt.

Van vastgoedmagnaat tot nar
“Mijn producente wilde helemaal niet dat ik dit beeld voor promotie zou vrijgeven”, glimlacht Horwath na de film. “Maar ik wist dat als ik het zou doen, iedereen hem zou gebruiken”. Toen Henry Fonda overleed, was Trump Tower nog in constructie en stond de toekomstige president nog te boek als een compromisloze vastgoedmagnaat. Het is precies de periode waar de opgeblazen satire The Apprentice (Ali Abbasi, 2024) over gaat, niet toevallig een van de vele hedendaagse titels op het festivalprogramma.

Henry Fonda for President gaat nooit expliciet over het Amerika van nu, maar in de schaduw van de jolige Trump-vertolker liggen de parallellen en associaties voor het oprapen. De titel van de documentaire is ontleend aan een sitcomaflevering uit de jaren zeventig, waarin de vrijzinnige Maude (Bea Arthur) bezeten raakt door de gedachte dat Henry Fonda president zou moeten worden. Horwath toont het moment waarop de acteur (toen al aardig op leeftijd) zelf het decor betreedt, en geeft na afloop van de vertoning de broodnodige context: Fonda zou gretig aan de sitcom hebben meegewerkt, mede omdat hij zo op speelse wijze voor eens en altijd de geruchten over zijn politieke ambities de kop in kon drukken.

Een rechtschapen president
De gedachte dat Fonda een rechtschapen president zou zijn, is niet alleen ontleend aan het feit dat hij in Fail Safe (1964) daadwerkelijk een president in crisistijd speelde. Vooral in de jaren van 12 Angry Men (1957; de enige film die hij zelf ook produceerde) liet de acteur doorschemeren hoe hij als mens in elkaar stak, en welke kwaliteiten hij van daar uit graag zou terugzien in de ambtenaren die zijn land politiek vertegenwoordigen.

Zelf had hij dergelijke ambities niét, zet Horwath overtuigend uiteen. Fonda was een idealist van de bovenste plank, maar tegelijkertijd twijfelde hij continu aan het gewicht van die opvattingen en was hij totaal niet eerzuchtig. Die laatste twee wapenfeiten droegen eraan bij dat hij zich wel politiek uitsprak, maar eerder zijn voorkeur bevestigde voor andere leiderstypes (onder meer Franklin Delano Roosevelt en John F. Kennedy) dan dat hij zichzelf ergens verkiesbaar stelde.

Henry Fonda for President

De bescheidenheid zelve
Archiefbeelden die voornamelijk afkomstig zijn uit Fonda’s laatste levensjaren zetten Horwath’s observaties over de mens achter de acteur – als de twee al te onderscheiden zijn – kracht bij. Schoorvoetend accepteert hij in 1980 een ere-Oscar voor zijn volledige oeuvre, omdat die niet iets zegt over zijn vermeende klasse als filmster (en daarmee pure persoonsverheerlijking zou zijn), maar over een bredere culturele bijdrage. Het beeldje voor zijn zwanenzang On Golden Pond (1981) wordt twee jaar later in ontvangst genomen door zijn dochter Jane Fonda.

Fonda speelde twee van zijn meest overduidelijk politieke rollen in hetzelfde jaar (1964), en precies die twee films zijn opgenomen in het ‘American Dream/American Nightmare’-programma dat curator Patrick Duynslaegher voor deze editie heeft opgesteld. Het is daarom treffend dat Film Fest Gent deze scherpe essaydocumentaire óók kon draaien. In het zog van Fail Safe en The Best Man, waarin de acteur een principiële, maar niet altijd even fatsoenlijke presidentskandidaat vertolkt, laat Henry Fonda for President de suggestie van een groot nakomend uitroepteken achterwege. Kritiek uiten op Republikeinse volksmenners (Ronald Reagan werd president in Fonda’s laatste jaren) is één ding, zelf de handschoen opnemen dus iets geheel anders.

Ultieme verbinder
Horwaths duizelingwekkende reis door de filmgeschiedenis van Fonda is dan ook bepaald geen pamflet, maar een gelaagde beschouwing over de dunne lijn tussen de politieke werkelijkheid en de kracht van geëngageerde cinema. In het bredere kader van het klassiekerprogramma ontpopt de film zich tot ultieme verbinder: een politieke en filmische kroniek die het Amerika van vroeger en nu met veel tact de maat neemt. En die Trump-vertolker, de straatartiest in zijn karikaturale maatpak? Die zou Henry Fonda dan tóch met een argwanende blik in zich hebben opgenomen.

 

18 oktober 2024

 

Deel 1: Openingsfilm
Deel 2: Veerkrachtig, maar kwetsbaar
Deel 3: Competitiefilms (1)
Deel 4: Competitiefilms (2)
Deel 6: Films over rouw

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2024 – Deel 4: Competitiefilms (2)

Film Fest Gent 2024 – Deel 4:
Competitiefilms (2)

door Bert Potvliege

Twaalf films op Film Fest Gent kruisen de degens in een competitie, waarvan zaterdag 19 oktober de winnaars worden bekendgemaakt. De jury reikt twee prijzen uit: een Grand Prix voor Beste Film en de Georges Delerue Award voor Beste Soundtrack of Sound Design. Dit jaar is director of photography Robbie Ryan (Poor Things) juryvoorzitter, geflankeerd door filmmakers als Bas Devos, Valentina Maurel en Rodrigo Moreno (die vorig jaar de Grand Prix won met Los delinquentes). Dit is het tweede deel van onze besprekingen van de competitiefilms.

 

Grand Tour

Grand Tour ***
Cineast Miguel Gomes is geen onbekende voor Film Fest Gent, aangezien hij de competitie al eerder won in 2012 met Tabu. Met zijn nieuwe film, Grand Tour, kaapte hij de prijs voor beste regisseur weg op het meest recente Filmfestival van Cannes. Vertrekkende vanuit die mindset – de best geregisseerde film – was de nieuwsgierigheid groot naar hoe Gomes zich van die taak zou kwijten.

De vorm waarin de film verschijnt, springt ogenblikkelijk in het oog. Docu en fictie lijken guitig door elkaar gemengd. Gomes combineert rijke documentaire-beelden van prachtige locaties in Zuid-Oost Azië met opzettelijk gekunstelde sets waarin fictiescènes opgevoerd worden. De film voelt alsof de regisseur eerst zes maanden lang een documentaire heeft gedraaid, om er daarna een fictiefilm rond te construeren. Deze vult hij aan met een voice-over, die de zaak aan elkaar moet praten. De geconditioneerde kijker zal er ongetwijfeld zijn neus voor ophalen, maar dat de vorm origineel is, staat buiten kijf.

Het verhaal vangt aan in Birma anno 1917, waar Edward koude voeten krijgt nadat hij hoort dat zijn verloofde onderweg is van London naar hem. De man zet het op een lopen en zijn vlucht brengt hem naar Thailand, Vietnam, Manilla, Japan, Tibet. Dit is de grand tour waar de titel naar verwijst. Het komt erop neer dat we sfeerrijke beelden krijgen van de plaatselijke couleur locale, terwijl een stem ons zegt dat Edward naar hier gevlucht is. Maar we krijgen hem niet te zien. Vandaar de gedachte dat Gomes in postproductie alles aan elkaar heeft moeten lijmen met enkele fictiescènes en die voice-over. Dit is allerminst een verwijt. Het zijn de spelregels van Gomes’ cinema.

Die culturele potpourri is een niet te negeren kwaliteit van Grand Tour, waarbij een film als Koyaanisqatsi in ons opkwam. De plot is flinterdun, maar dit laat net alle ruimte voor die andere kwaliteiten van de film om naar de voorgrond te treden – alsof de film meer bekommerd is om een portret te brengen van de mens en de wereld, dan dat we zouden moeten malen om het lot van Edward en zijn verloofde. Op filmisch vlak is die combinatie van docu en fictie fascinerend en het portret van de mens en zijn culturen is boeiend.

Of je in die wereld van Gomes wil treden, is een keuze die elke kijker voor zichzelf moet maken. Wie met de juiste ingesteldheid (overgave) de reis aanvangt, krijgt een warm bad aangereikt waarin het verwonderlijk is om rond te dobberen.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait.

 

Vermiglio

Vermiglio ****
De verwachtingen voor het Italiaanse Vermiglio waren hooggespannen, aangezien de film op het meest recente Filmfestival van Venetië de Zilveren Leeuw binnenrijfde en enkele Almodóvars The Room Next Door moest voorlaten. Regisseuse Maura Delpero is allerminst een bekende naam, dus was de verrassing groot toen haar film die prijs wegkaapte. Op Film Fest Gent werd duidelijk dat dit terecht was.

Het verhaal brengt ons naar het kleine Italiaanse bergdorp Vermiglio, in 1944. De oorlog is bezig, maar ver weg van het vredige dorpje. De mensen hier maken deel uit van een diepreligieuze geloofsgemeenschap, waarbij familie-eer hoog in het vaandel gedragen wordt. We zien een kroniek van een streng gezin met een te vrezen vader en een moeder die haar drie dochters klaarstoomt voor een vroom leven. Het leven van een van de dochters komt op zijn kop te staan wanneer ze gevoelens ontwikkelt voor een in hun dorp verblijvende gedeserteerde soldaat.

Delpero heeft in haar familiegeschiedenis gegraven om enkele van deze figuren vorm te geven. Ze presenteert een verhaal over de oorlog, maar die speelt zich af buiten beeld. Vermiglio doet op deze manier denken aan Das Weisse Band. Beide films hebben niet enkele een narratieve link, met die focus op een geloofsgemeenschap en familie in het kader van een oorlog. Er is een tevens sprake van een esthetische link: een beeldenpracht die op de voorgrond treedt.

De visuele kracht van Vermiglio is ontegensprekelijk het meest vooraanstaand element in Delpero’s film. Haar camera staat grotendeels muurvast en toont ravissante composities – talloze shots van personages bij een raam, terwijl het daglicht hen prachtig belicht. Je zou zelfs kunnen menen dat het verhaal secundair is aan de cinematografische klasse, alsof setting en plot een ideaal voertuig zijn voor sfeer en schoonheid: een film over film. De cinema van Terrence Malick kwam in ons op, niet in het minst omdat Delpero zich bedient van klassieke muziek die ook aan bod kwam in Malicks The New World.

Vermiglio speelt in een hogere klasse dan de andere competitiefilms. We hadden eerder opgemerkt dat Maldoror de Grand Prix van het festival zou mogen winnen, maar we moeten terugkomen op onze woorden. Delpero’s film is in het kader van deze competitie hors categorie, maar of dat betekent dat de film ook effectief tot winnaar gekroond zal worden, valt nog af te wachten.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait.

 

To a Land Unknown

To a Land Unknown ***
De Palestijns-Deense regisseur Mahdi Fleifel levert met To a Land Unknown, zijn eerste langspeelfictiefilm, een verhaal over twee vluchtelingen. Met een politiek geladen onderwerp als dit is het risico op opdringerige en belerende cinema reëel. Doordat Fleifel vol inzet op het maken van een genrefilm, stuurt het resultaat netjes weg van die valkuil. De prent blijft mijlenver van een (gekleurde) activistische houding, die eerder tegen dan voor de film werkt. 

Neven Chatila en Reda zijn twee Palestijnse vluchtelingen die illegaal verblijven in Athene. Hun droom is door te reizen naar Duitsland, waar ze samen een zaak willen openen en waar Chatila verenigd kan worden met vrouw en kind. Ze hebben een kennis die valse paspoorten maakt, maar ze ontbreken de centen hiervoor. Ze stelen om te kunnen sparen, maar Reda verpest het wanneer hij het geld gebruikt voor drugs. Chatila moet niet enkel op zoek gaan naar geld, hij moet ook instaan voor zijn zelfdestructieve neef.

De kleine vergrijpen om aan geld te geraken worden groter. Ze smokkelen eigenhandig een jongen naar Italië om er geld mee te verdienen voor hun eigen reis. Wat later kidnappen ze enkele Syriërs om geld los te krijgen. Geprivilegieerd als de kijker is, bestempelen we deze jongemannen als dommeriken, die foute zetten maken. Maar wat doen mensen wanneer ze geen uitweg meer zien?

De beste zet van To a Land Unknown is dat de film geen seconde verspeelt met het preken over de politieke situatie (een val waar die andere competitiefilm, hold on to her, wel intrapt). De film is een thriller en heeft andere bekommernissen dan klagen en preken. Het resultaat is een mooi voorbeeld van een film die wel vragen stelt, maar die erin slaagt deze over te brengen zonder ze letterlijk te moeten brullen (laat staan dat de antwoorden ook meegegeven zouden worden, wat typisch zou zijn voor activistische cinema). Als de thriller voldoende meeslepend is, dan zal deze onderhuids zijn boodschap overbrengen naar de kijker. Er wordt hier cinema gemaakt en geen pamflet.

Als thriller is de film niet altijd even geslaagd. Enkele set-ups zijn bij de haren getrokken en de film sputtert wat naar het einde toe. Op narratief vlak zijn sommige zetten van Reda ook ronduit frustrerend. Maar Mahmoud Bakri in de rol van Chatila verzet veel werk in het je dragen doorheen de film. Hij straalt een intensiteit uit die doet denken aan Riz Ahmed en Matthias Schoenaerts.

To a Land Unknown ging in première op het Filmfestival van Cannes en was daarna nog op vele festivals te zien, waar hij over de tongen ging. Ook bij Film Fest Gent levert de oerdegelijke film een fijne meerwaarde voor de competitie.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait.

 

17 oktober 2024

 

Deel 1: Openingsfilm
Deel 2: Veerkrachtig, maar kwetsbaar
Deel 3: Competitiefilms (1)
Deel 5: Henry Fonda for President
Deel 6: Films over rouw

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2024 – Deel 3: Competitiefilms (1)

Film Fest Gent 2024 – Deel 3:
Competitiefilms (1)

door Bert Potvliege

Twaalf films op Film Fest Gent kruisen de degens in een competitie, waarvan zaterdag 19 oktober de winnaars worden bekendgemaakt. De jury reikt twee prijzen uit: een Grand Prix voor Beste Film en de Georges Delerue Award voor Beste Soundtrack of Sound Design. Dit jaar is director of photography Robbie Ryan (Poor Things) juryvoorzitter, geflankeerd door filmmakers als Bas Devos, Valentina Maurel en Rodrigo Moreno (die vorig jaar de Grand Prix won met Los delinquentes).

Met goede moed en gezonde nieuwsgierigheid namen we een diepe duik in de competitieselectie. Zowel in dit verslag als in een binnenkort nog te verschijnen deel, zullen we een aantal van deze competitiefilms onder de loep nemen.

 

September Says

September Says **
Het regiedebuut van Franse actrice Ariane Labed, September Says, is een verfilming van de bekroonde roman Zussen van Daisy Johnson. De plot, die over thema’s als zusterliefde en rouw handelt, heeft een fijne narratieve insteek. De cineaste vangt uiteindelijk te weinig aan met die invalshoek, waardoor de film onvoldoende boven de middelmaat uitsteekt en de plot sputtert.

De zusjes September en July zijn onafscheidelijk. Beide jongedames zijn nog tieners, maar September is tien maand ouder dan haar zus (wat hun namen verklaart) en duidelijk de baas. De oudste zus voert het woord en July voert uit. Niet enkel dat, July leeft volledig in de schaduw van haar dominante zus. Moeder heeft weinig vat op de verregaande verstrengeling tussen beide meisjes en moet met lede ogen aanzien hoe het met hen van kwaad naar erger gaat.

Een pestkop op school geeft July een duw, waardoor September besluit de jongeman in kwestie een oplawaai te verkopen. July snijdt zich wanneer ze de benen scheert, een teken voor haar bazige zus om het scheermes in haar eigen vinger te zetten. September is van mening dat zij moet opkomen voor hen beide en dat zij en haar zus alle leed van het leven samen moeten delen.

Het mysterie dat schuilt in die té hechte band is er geen die zich geleidelijk aan blootgeeft. Op het eind komen we de waarheid wel te weten, maar de plot had zich stukken beter kunnen bedienen van het narratief opbouwen naar die conclusie. We komen met die afronding (opgelet: spoiler!) in het vaarwater van The Sixth Sense en daar zat meer in.

De uiteindelijke toedracht van deze innig verstrengelde zussen spreekt over de mogelijke impact van rouw. De film stemt tot nadenken over het effect dat een afscheid kan hebben op een mens. Een sterker plot had deze boodschap duidelijker kunnen vormgeven en overbrengen. Hier had een suspenserijke film of zelfs een horrorprent ingezeten. De cineaste blijft wat haperen bij independent cinema die stijfkoppig de meeste sporen van genrecinema uit de weg lijkt te gaan, waardoor de film nodeloos aanmoddert.

Pascale Kann en Mia Tharia charmeren in de twee hoofdrollen en de film heeft waarde in zijn spreken over de pracht van een zusterband, maar het levert geen boeiende cinema op.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait.

 

Das Teufels Bad

Des Teufels Bad ****
Aangezien de Kerk zelfdoding beschouwt als de ergste zonde, werd het lichaam van een zelfmoordenaar vroeger niet begraven, noch kwam zijn of haar ziel in de hemel terecht. De unheimische horrorfilm Des Teufels Bad gaat in op het van de pot gerukte maar waargebeurde fenomeen van hoe mensen vroeger een moord begingen, met als doel ter dood veroordeeld te worden. Dit als een manier om de kerkelijke banvloek bij een zelfmoord te omzeilen. Snugger het graf induiken, heet dit dan.

Anno 1750 in Oostenrijk wordt Anges opgenomen in een kleine geloofsgemeenschap wanneer ze in het huwelijksbootje stapt met Wolf, haar noeste arbeider van een man. Iedereen in de kleine commune – met op kop de veeleisende moeder van Wolf – verwacht dat Anges zich snel settelt in haar nieuwe woning en haar steentje bijdraagt in het vele werk waarvoor de groep zich inzet.

De jonge vrouw voelt zich algauw niet langer comfortabel bij de leefgroep. Haar religieuze overtuiging is nog stukken groter dan die van haar man en nieuwe buren, tot ongenoegen van iedereen. Agnes zal zich geleidelijk steeds meer afzonderen van de gemeenschap, haar werk in de steek latend en hopend op een nageslacht dat er maar niet komt. Ze verzandt in een depressie, die stukje bij beetje haar hele leven zal overheersen.

Des Teufels Bad presenteert een heerlijk uitgangspunt voor een beklemmend plot. Regisseursduo Severin Fiala en Veronika Franz (The Lodge) zijn met hun nieuwe worp duidelijk in goed gezelschap, want de film doet denken aan prenten als The Witch (Robert Eggers) en Godland (Hlynur Pálmason). De plot is duidelijk, rechtlijnig en vergt geen voortdurende aandacht, waardoor de film alle tijd kan nemen om het gevoel van onbehagen naar een kookpunt te brengen.

De grootste troef van de film is de visuele uitstraling. Cameraman Martin Gschlacht (Club Zero) giet het vervlogen religieuze Oostenrijk in poëtische beelden met een natuurlijke pracht, die het ongemak en de duisternis treffend visualiseren. Hoofdrolspeelster Anja Plaschg, die onder de naam Soap&Skin ook de muziek voor de film verzorgde, neemt ons bij de hand mee in haar ondergang. De waarachtigheid van het in het leven geroepen bestaan van 1750 is knap om je in onder te dompelen

Des Teufels Bad is een film die oplet geen platgetreden paden van het horrorgenre te bewandelen, maar de elementen van dat genre die er wel zijn, sluiten wonderwel aan bij het geheel. Het resultaat is een zinnenprikkelende cocktail die je sluw binnenhaalt en stelselmatig meer verontrust.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait.

 

Maldoror

Maldoror ****
Exact twintig jaar geleden ging Calvaire, het regiedebuut van Fabrice du Welz, met de nodige furore in première op het Gentse filmfestival. Dat debuut was een vreemdsoortige horrorfilm die zich afspeelde in de Ardennen. Dit was een succesvolle genreoefening die het Belgische filmlandschap niet gewend was.

Anno 2024 brengt Welz zijn nieuwe prent, Maldoror, opnieuw naar de Arteveldestad. De film blijkt een even grote genreoefening als zijn debuut dat was, maar Welz focust zich deze keer op het misdaadepos in de traditie van Martin Scorsese. Net zoals Rundskop dat deed, neemt Maldoror een stukje Belgische geschiedenis onder de loep om er een meesterlijke verhaal uit te puren: het losbarsten van de pedofielenzaak Dutroux halfweg de jaren negentig.

Agent Paul Chantier (Anthony Bajon) staat aan het begin van zijn loopbaan en de zin voor rechtvaardigheid is groot. Het is een man die zijn moreel kompas volgt en het op zijn heupen krijgt van het vele gebikkel tussen de verschillende politiediensten. Een tikje onbezonnen en eigengereid bijt hij zich vast in de ontvoeringszaak van twee jongen meisjes, met het vermoeden dat een plaatselijke schroothandelaar iets te maken heeft met de verdwijning.

Dit lijvig verhaal van tweeëneenhalf uur speelt zich af over de periode van een paar jaar, waarin we niet enkels Pauls jacht op de pedofielen te zien krijgen, maar ook zijn huwelijk met zijn geliefde en de geboorte van zijn kind. De film spendeert evenzeer aandacht aan de plot, als aan dat persoonlijke verhaal van Paul op de achtergrond. Het is de filmische flair van dit expansieve verhaal, dat regelmatig doet denken aan het werk van Scorsese. Het is merkwaardig hoe dit op een Belgische leest geschoeid is en hoe vlot het werkt, want in dit land is het misdaadepos een zo goed als onontgonnen genre.

Wat helpt in het succesvol vertellen van het verhaal van Paul, is dat hoofdrolspeler Bajon een enorme sympathie voor de man in het leven roept. Enkele jaren geleden viel de acteur al op als ex-verslaafde in het drama La prière. Met wat hij hier neerzet, loopt hij nogmaals in de kijker. We zijn benieuwd naar wat volgt voor de nog maar dertigjarige acteur.

Walz’ nieuwe film is een succes: een uitstekend vertelde, verfilmde en vertolkte misdaadfilm over een van de zwartste bladzijden uit de Belgische geschiedenis. Maldoror mag gerust de competitie van dit 51ste Film Fest Gent winnen.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait.

 

15 oktober 2024

 

Deel 1: Openingsfilm
Deel 2: Veerkrachtig, maar kwetsbaar
Deel 4: Competitiefilms (2)
Deel 5: Henry Fonda for President
Deel 6: Films over rouw


MEER FILMFESTIVAL