Martin Eden

***
recensie Martin Eden

Archetypische schrijvende matroos

door Paul Rübsaam

Een ongeschoolde matroos wil koste wat kost schrijver worden om indruk te maken op een deftige jongedame. Filmregisseur Pietro Marcello verplaatst de handeling van de roman Martin Eden van Jack London naar Napels. Met goede resultaten.   

In één van de eerste scènes van de film Martin Eden van de Italiaanse regisseur Pietro Marcello (1976) komt de zeevarende titelheld (Luca Marinelli) een student te hulp die een aframmeling dreigt te krijgen van een havenmeester. Als dank nodigt de student de matroos bij hem thuis uit. Daar vergaapt de bonkige Martin zich aan de prachtige schilderijen en het dure servies, maar vooral aan de frêle literatuurstudente Elena Orsini (Jessica Cressi), de zus van de jongen die hij gered heeft. ‘Ik wil denken zoals jij, praten zoals jij, zijn zoals jij’, bekent hij het fijnzinnige en welbespraakte meisje. Hij valt niet alleen als een blok voor haar, maar tevens voor het hoge bourgeois-milieu dat zij vertegenwoordigt.

Martin Eden

Martin mag van Elena een boek van Charles Baudelaire lenen. Want lezen wil hij. En uiteindelijk zelf schrijver worden. Elena geeft hem ondertussen wat les, omdat hij veel taalfouten maakt. Zijn drieste mannelijkheid vindt ze erg aantrekkelijk, maar zijn gebrekkige algemene ontwikkeling stoort haar eerder. Dat iemand die de basisprincipes van de grammatica niet eens beheerst ooit een boek zal schrijven, kan ze zich niet voorstellen.

Nietschze, Spencer, andere vrienden
De jonge matroos die in zijn eigen woorden ‘een creatief vuur voelt branden om te getuigen van de wereld’ begint geestdriftig filosofisch getinte reis- en avonturenverhalen te schrijven. Hij stuurt zijn manuscripten naar diverse uitgeverijen en tijdschriftredacties, maar krijgt ze steeds zonder toelichting weer retour. Om toch nog iets te verdienen, moet hij keihard werken op schepen, maar ook in metaalfabrieken en op het boerenland.

Martin is niet alleen een onvermoeibare lezer van romans, maar tevens van werken van de filosoof Friedrich Nietschze en de socioloog Herbert Spencer. Gaandeweg verandert daardoor zijn kijk op het milieu van Elena. Hij wordt zich bewust van de onrechtvaardigheid van de klassenverschillen. Het socialisme wil hij echter niet omarmen, omdat dit volgens hem het individu miskent en slechts de uitdrukking is van een slavenmoraal. 

De oude, ongeneeslijk zieke schrijver en bohemien Russ Brissenden (een memorabele rol van Carlo Cecchi) met wie Martin in contact komt, is van mening dat de door de beginnende literator aanbeden Elena niet meer is dan een dom bourgeoisgansje. Bovendien heeft Brissenden zo weinig vertrouwen in het oordeel van uitgeverijen dat hij Martin voorhoudt dat voor een ware schrijver de publicatie van zijn werk een belediging is.

Martin Eden

Ook vrouwen doen Martin twijfelen aan het voetstuk waarop hij Elena plaatst. Margherita, een meisje dat werkt in een conservenfabriek, is stapelverliefd op hem. Is zij misschien degene die van hem houdt zoals hij is, in tegenstelling tot Elena, die met zoveel kunstgrepen veroverd moet worden? En dan is er nog de oudere weduwe Maria, wier kostganger hij wordt. Samen met haar twee opgroeiende kinderen geeft ze Martin een gevoel van nestwarmte waarnaar hij misschien wel meer hunkert dan naar literaire erkenning. 

Archetype
De semi-autobiografische roman Martin Eden van de Amerikaanse schrijver en avonturier Jack London (1876-1916) is een Bijbel voor zelfgemaakte mannen, voor iedereen die droomt van een schrijverscarrière en niet in de laatste plaats voor mensen met een scherp oog voor onoverbrugbare klassenverschillen. Het boek trekt aan als een magneet, maar irriteert ook omdat de schrijver zichzelf er wel erg veel complimenten in uitdeelt. De hoofdpersoon is een eerlijke jongen van de straat met een paar stevige knuisten, die onweerstaanbaar is voor vrouwen uit alle lagen van de bevolking en zich bovendien gaandeweg ontwikkelt tot een literair genie. Welke man zou niet willen zijn wat Jack London volgens Jack London was?

Anders dan het boek, dat speelt in Oakland (Californië) aan het begin van de twintigste eeuw, vormt Napels in de loop van de eerste helft van die eeuw het decor van de film van Pietro Marcello. Die Zuid-Italiaanse stad (Marcello groeide zelf op in het nabije Caserta) is een uitgelezen decor voor arm-rijkcontrasten en romantiek van de straat. Al ligt het cliché op de loer (hangt men in de nauwe Napolitaanse straatjes wasgoed te drogen? – nee toch …).

Martin Eden

De opkomst van het socialisme en het fascisme en het uitbreken van een grote oorlog spelen in Martin Eden op de achtergrond een rol. Marcello weet de irriterende factoren van de roman te neutraliseren door de protagonist te behandelen als een naar tijd en plaats verschuifbaar archetype, dat met zijn hang naar individualisme vermalen wordt door de ideologieën waarvan de romanfiguur nog slechts het voorspel aanschouwde.

Eden weet weliswaar te ontsnappen aan de kwellingen van geestdodende en zware lichamelijke arbeid, maar valt ten prooi aan de machinaties van de uitgeverswereld en de grillen van het modegevoelige literaire publiek. Ook het noeste werk van een schrijver kan uiteindelijk als waardeloos beoordeeld en zelfs vernietigd worden, zoals de film toont met behulp van archiefbeelden van door nationaalsocialisten georganiseerde boekverbrandingen.

 

15 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Miles Davis: Birth of the Cool

****
recensie Miles Davis: Birth of the Cool

Portret van een gekwelde trompetkunstenaar

door Cor Oliemeulen

Zelfs als je jazz beschouwt als een gruwelijke bak herrie of onophoudelijk zenuwachtig gefiep, is de documentaire Miles Davis: Birth of the Cool fascinerend om naar te kijken. Een nadere kennismaking met de grootste jazzvernieuwer die minder cool was dan de titel doet vermoeden.

Miles Davis kon zich muzikaal uitstekend aanpassen aan de tijdsgeest: van bebop in de jaren 40, via cooljazz, hardbop, jazzrock, fusion, acid jazz tot en met commerciële nummers in de jaren 80. Niet alleen door de omgevingsfactoren, maar ook door emoties toonde Davis zich een kameleon: net als zovele jazzmuzikanten worstelde hij met een drugsverslaving en daarbovenop had hij problematische relaties met vrouwen. Door middel van interviews en deels niet eerder gebruikte beelden ontstaat het portret van een gekwelde trompetkunstenaar.

Miles Davis: Birth of the Cool

Liever cool dan bebop
Miles Davis (1926-1991) zette in juli 1944 zijn eerste grote schreden in Club Riviera in St. Louis als invaller in een band met jazzlegendes Charlie Parker, Art Blakey en Dizzy Gillespie. De jonge Miles was zo zenuwachtig dat hij voor elk optreden moest overgeven. Zijn welgestelde ouders (vader was tandarts) drongen aan dat hij piano of viool zou gaan studeren. Het werd toch de trompet, maar dan wel aan het beroemde Juilliard-conservatorium in New York. Die studie zou hij niet afmaken, want veel liever trad hij avond na avond op in de clubs van 52nd Street, het toenmalige mekka van de jazz. Na drie jaar spelen in het kwintet van Parker had Davis genoeg van diens snelle, gecompliceerde en virtuoze bebop. Miles wilde voortaan zelf de muzikale lijnen uitzetten. Dat leidde in 1957 tot het baanbrekende album Birth of the Cool. Een nieuwe jazzstijl was voor het grote publiek geboren.

Terwijl de toenmalige CBS-anchorman Walter Cronkite jazz bestempelde als ‘muzikale herrie’, roemen velen Davis’ cooljazz als elegant, romantisch, kwetsbaar en verrassend. Met meestal een demper op zijn trompet creëerde hij zijn typische, herkenbare timbre met een ingehouden, lyrische, melodieuze speelstijl. Andere mijlpalen zijn Miles Ahead (1957) en Kind of Blue (1959), nog steeds het meest verkochte jazzalbum ooit. Ooggetuigen vertellen hoe Davis voor twee opnamesessies bij Columbia Records collega’s als John Coltrane en Bill Evans slechts wat toonladders en melodielijnen toestopte, de rest van Kind of Blue is improvisatie. Sketches of Spain (1960) is een flirt met Spaanse muziek en Bitches Brew (1970) verruilt de traditionele akoestische instrumenten voor elektrische jazzrock. Criticus Greg Tate noemde Davis een ‘hoodoo voodoo priest of music’.

Miles Davis: Birth of the Cool

Artiesten en intellectuelen
Waar talking heads (kenners, exen, kinderen, jazzgiganten als Ron Carter, Wayne Shorter, Herbie Hancock, Quincy Jones, Mike Stern en Marcus Miller) Miles Davis op muzikaal gebied de hemel in prijzen, krijgt de persoon achter de muzikant ook minder jubelende kwalificaties toebedeeld: koud, direct, excentriek, jaloers, op zichzelf, tegen het asociale aan. Karaktereigenschappen die al dan niet werden versterkt nadat hij gedesillusioneerd terugkwam van zijn verblijf in Parijs in 1949. Daar was geen rassenscheiding en werd hij opgenomen in een kring van artiesten en intellectuelen (Picasso en Sartre waren fan). De Franse zangeres Juliette Gréco vertelt hoe ze verliefd hand in hand met Miles Davis door de straten van Parijs flaneerde, maar aan het sprookje kwam een eind toen hij terug in Amerika weer direct werd geconfronteerd met racisme en zich stortte in een heroïneverslaving die de rest van zijn leven zou bepalen. Net als een aanvaring met een agent die een bloedende Davis naar het politiebureau begeleidde.

Zoals in zijn vorige documentaires neemt filmmaker Stanley Nelson (o.a. The Black Panthers: Vanguard of the Revolution, 2015) de tijd voor rassenongelijkheid. Met zijn opzichtige dure auto’s en luxe kleding was Miles Davis voor sommige blanken een doorn in het oog. Hij portretteert Davis als activist en krachtig symbool voor Afro-Amerikanen die geen blad voor zijn mond neemt. Terwijl in de jaren 60 de jazz door de opkomst van rock en funk minder populair werd, paste Davis zijn muziek aan en zocht hij inspiratie in andere culturen en kunstvormen. Dat leidde onder meer tot zijn opname van het Disney-liedje Someday My Prince Will Come (1961). Davis flipte toen hij op de albumcover een blanke vrouw zag en eiste van Columbia Records om ‘that white bitch’ te verwijderen en te vervangen door Frances Taylor, zijn eerste echtgenote, als eerbetoon aan haar en aan alle zwarte vrouwen.

Miles Davis: Birth of the Cool

Rake anekdotes
Ook in Miles Davis: Birth of the Cool heeft de populaire ex-danseres, Frances Taylor, een prominente plaats. Ze deelt persoonlijke herinneringen, en krijgt (weliswaar erg kort) de kans om ook ’s mans ellende van drugs en paranoia uit de doeken te doen. We zien de pijn in haar ogen als ze vertelt hoe ze direct vertrok nadat Davis haar tegen de grond had geslagen, maar ze zou altijd van hem blijven houden. Ook volgende exen hadden het niet gemakkelijk met de jazzlegende. Een onmiskenbare invloed had de pittige funk- en soulzangeres Betty Mabry eind jaren zestig. Davis was altijd onberispelijk gekleed in een donker pak, maar Betty ging hem hip en extravagant kleden: laag uitgesneden shirts, patchwork broeken met opzichtige riemen en grote zonnebrillen.

De documentaire zoomt echter vooral in op Davis’ hoogtijdagen daarvoor, de decennia waarin geschiedenis werd geschreven, zoals de totstandkoming van zijn geïmproviseerde soundtrack van Ascenseur pour l’échafaud (1958) van Louis Malle. We zien nog wel een kort optreden op het podium met Prince in 1987, maar toen was Davis al erg fragiel als gevolg van jarenlang drugsgebruik. De kijker blijft met een triest gevoel achter, wetende dat er nooit meer iemand van dit muzikale kaliber zal opstaan, maar dat maakt deze biografie niet minder mooi en leerzaam. Misschien is de enige kleine tegenvaller dat je op de aftiteling leest dat het niet de rasperige voice-over van Miles Davis is die je hoorde, maar van Carl Lumbly die voorleest uit de in 1990 verschenen autobiografie Miles. Dat karakteristieke gekraste stemgeluid van Davis (veroorzaakt door een keeloperatie) wordt ook voorbeeldig, en soms gekscherend, geïmiteerd in de talrijke rake anekdotes.

 

7 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Midsommar

****
recensie Midsommar

Onheilspellende verlossing

door Suzan Groothuis

Na ​Hereditary​ is regisseur Ari Aster terug met ​Midsommar. Een film die duidelijk de sfeer van zijn voorganger ademt, met terugkerende thematiek: hoe verwerk je trauma? Ditmaal speelt zijn film in een zonovergoten Zweden, in een gemeenschap die aan midzomerse tradities doet. Maar onder het kleurrijke palet dat ​Midsommar​ rijk is, gaat een duistere nachtmerrie schuil.

Er ging flink wat buzz vooraf aan Asters speelfilmdebuut ​Hereditary: ​“Engste film ooit!”, kopten de media. Of dat waar is, valt te betwisten, maar Asters horror maakte indruk. Een langzame, trefzekere stijl, met veel oog voor beeld en detail. Als je goed oplette, kon je in decors prospecties zien – duistere aanwijzingen van wat komen ging. En bovenal maakte een etterende naarheid zich meester van de kijker. Want hoeveel trauma kan een mens aan?

Nu is er ​Midsommar, een zogeheten breakup movie. Persoonlijke omstandigheden inspireerden Aster tot het maken van een relatiedrama. Maar​ Midsommar​ is meer dan dat; onderliggend trauma vormt, net als in ​Hereditary,​ het uitgangspunt. Met de opening zet Aster direct de toon. De jonge Dani (een uitstekende Florence Pugh, die eerder overtuigde in haar manipulerende rol in ​Lady Macbeth) leest verontrustende berichten van haar bipolaire zusje op Facebook. Haar alertheid is gewekt. Haar zusje wil er niet meer zijn. Haar vriend Christian doet het af als aandacht zoeken. En zijn vrienden vinden duidelijk iets van de claimende Dani. Maak het uit, is hun advies.

Midsommar

Groot trauma
Zover komt het niet. Want, en daar is het een Aster-film voor, er dient zich groot trauma aan. Een uiterst beklemmende en hartverscheurende scène toont hoe Dani’s wereld in een klap verandert. Ze zoekt houvast bij haar wankele relatie, met een vriend die er maar half voor haar is. Wanneer uitkomt dat hij plannen heeft om met zijn studievrienden naar Zweden te gaan, lijkt de breakup nabij. Maar Christian kan niet de relatie beëindigen. Niet onder de omstandigheden die zijn voorgevallen. Dus hij ziet maar één uitweg: Dani meevragen.

En zo geschiedde: het koppel gaat met Christians vrienden naar een afgelegen gemeenschap in Zweden die aan midzomerse tradities doet. Vriend Pelle is er opgegroeid en wil zijn Amerikaanse vrienden iets unieks laten zien. Precies tijdens hun komst viert de gemeenschap feest, een spektakel dat zich eens in de negentig jaar voordoet.

Wat begint als een idyllische zomertrip, mondt uit – uiterst beheerst in beeld gebracht – in een ware nachtmerrie. Het landschap is verleidelijk, met gras groener dan groen en de zon die immer schijnt. Bij aankomst krijgen de Amerikanen paddo’s voorgeschoteld. Het maakt de schoonheid van het landschap nog intenser, maar er is ook een onderliggende, onverklaarbare dreiging. Dani voelt die. En met die dreiging ontstaan er scheuren in een relatie die al gebroken is.

Midsommar

Indringende spanning
Aster is een meester in het opbouwen en vasthouden van spanning. Het gevoel dat er iets niet klopt, is constant aanwezig en wordt gevoed door vreemde gebeurtenissen, zoals verdwijningen, verlokkingen en rituelen. Maar het zijn vooral beeld en geluid die overtuigen: het camerawerk van Pawel Pogorzelski, die ook de cinematografie van ​Hereditary deed, is indringend en claustrofobisch, versterkt door een onheilspellende soundtrack (de twee gaan briljant samen in de openingsscène, kippenvel gegarandeerd!). Een knappe prestatie kijkend naar de sprookjesachtige setting waarin ​Midsommar​ speelt. Ondanks al het licht is onderliggende duisternis voelbaar. Neem de ongemakkelijke tafelmomenten, de gereserveerde gastvrijheid van de commune en een aantal onverwacht bloedige scènes, waarbij je je ogen toch echt even wegdraait.

De link naar een folk-horrorklassieker als ​The Wicker Man​ is snel gelegd. Toch is ​Midsommar complexer, want de emotioneel beladen hoofdpersoon is net als in ​Hereditary​ zoekende naar catharsis. Hoewel de gemeenschap haar angst aanwakkert, is ze er ook door gegrepen. Tijdens een paddotrip zien we hoe het gras zich in haar voeten hecht, als zijnde een teken van eenwording.

Aster wordt wel verweten dat​ Midsommar qua thematiek, sfeer, opbouw en duur (een lange zit van 2,5 uur) teveel lijkt op ​Hereditary. Eerlijkheid gebiedt te zeggen: je kan duidelijk zien dat Midsommar van zijn hand is. Het heeft wat meer komische elementen (Aster omschrijft zijn film als een donkere komedie), maar is minstens zo indringend als zijn voorganger. Belangrijker is: het werkt. Zo intens, onderhuids en aangrijpend heeft de schrijver dezes de laatste jaren geen horrorfilms gezien. Aster sleept je van begin af aan mee in een woekerende naarheid, gevoed door trauma, op weg naar een donkere verlossing. Laat de zomerse festiviteiten maar komen.

 

23 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Mug (Twarz)

***
recensie Mug

Van buitenstaander naar banneling

door Michel Rensen

Na een levensreddende gezichtstransplantatie moet Jacek zijn plek in de gemeenschap van een afgelegen Pools dorp terugvinden. De kortzichtige dorpsbewoners willen hem niet meer aankijken, terwijl een almaar groeiend Jezusbeeld boven het dorp uitrijst. 

Net als in haar eerdere films onderzoekt Malgorzata Szumowska (Body, In The Name Of) in Mug de relatie tussen lichamen en hun sociale omgeving. Voor haar is de relatie tot ons lichaam geen natuurlijk gegeven, maar een sociaal gecreëerd fenomeen. Ook in haar nieuwe film speelt het fysieke voorkomen een cruciale rol. Jacek woont in een afgelegen Pools dorp, waar katholieke tradities en waarden met een vleugje nationalisme de sociale cohesie in het dorp bepalen. Nabij het dorp wordt het grootste Jezusbeeld ter wereld gebouwd en de aanwezigheid van buitenlandse arbeiders leidt tot spanning tussen hen en de dorpsbewoners.

Mug

Buitenstaander
Jacek plaatst zichzelf als outsider buiten de lokale gemeenschap. Met zijn lange haar, tatoeages en alternatieve kledingstijl onderscheidt hij zich sterk van de andere dorpsbewoners. Hij rijdt door de grauwe, stille bergen in zijn knalrode auto terwijl hij naar heavy metal luistert en geld bijeen spaart om het dorp te verlaten. Tegelijkertijd doet hij mee met alle kerkelijke rituelen en lacht hij net zo hard om de racistische en seksistische grappen van zijn familieleden. Hij is zowel een buitenstaander als onderdeel van de gemeenschap. Ze tolereren zijn andersheid, omdat hij één van hen is en zijn gedrag als tijdelijke jeugdige rebellie gezien kan worden.

Jacek lijkt zijn leven redelijk op orde te hebben en vraagt zijn vriendin ten huwelijk. Niet veel later slaat het noodlot toe en raakt hij tijdens een arbeidsongeval zwaargewond. Na de benodigde gezichtstransplantatie is zijn leven niet meer hetzelfde. Na de maandenlange revalidatie wordt hij bij zijn terugkeer als nationale held ontvangen door de dorpelingen en de media. Als eerste patiënt bij wie een succesvolle gezichtstransplantatie heeft plaatsgevonden, is hij een lokale beroemdheid met wie iedereen op de foto wil. Deze omarming blijkt van korte duur. Al snel wenden alle dorpsbewoners hun blik af.

Hoewel de transplantatie Jaceks leven gered heeft, was de operatie geen esthetisch succes. “Het Monster” roepen kinderen, terwijl ze gillend voor Jacek wegrennen in een simpele, maar effectieve verwijzing naar Frankenstein. De afwijzende reacties van de rest van het dorp plaatsen hem in een positie buiten de gemeenschap. Zijn zus en opa zijn de enige personen in het dorp die hem aan durven te kijken. Zijn verloofde wil niets meer met hem te maken hebben en zelfs zijn moeder raakt vervreemd van Jaceks nieuwe gelaat. Hoewel Jacek zich comfortabel voelde als zelfgekozen buitenstaander, doet de geforceerde uitdrijving pijn. De enige manier om zijn eigenwaarde te behouden is met een flinke dosis humor.

Mug

Kortzichtig
In haar eerdere films weet Szumowska met sterke visuele parallellen haar thematiek kracht bij te zetten. In Mug verbeeldt ze de kortzichtigheid van de traditionele gemeenschap door specifieke scènes in ondiepe focus te tonen. Onder andere tijdens de kerkdiensten is slechts een klein deel van het beeld scherp. We zien de priester prediken, terwijl de kerkgangers onscherp in beeld zijn. Als de camera haar aandacht naar de dorpsbewoners verschuift, zien we slechts één van hen tegelijk scherp in beeld en zijn de anderen in onscherpte gehuld. De dorpelingen zitten vast in hun eigen, beperkte wereldbeeld en hebben moeite om hun blik te verruimen.

Met de groei van het Jezusbeeld voelt Jacek de beklemming van de alom aanwezige tradities groeien. Hoewel de visuele symboliek de subtiliteit uit Szumowska’s eerdere werk mist, legt Mug op een affectieve manier de beperkingen van de kortzichtige, traditionele gemeenschap bloot door de persoonlijke gevolgen voor Jacek te bestuderen. Als het beeld af is, wendt zelfs Jezus zijn blik af.

 

4 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Mademoiselle de Joncquières

***
recensie Mademoiselle de Joncquières

Filosoferen over de liefde

door Yordan Coban

Er zijn weinig dingen leuker dan filosoferen over de liefde. Film lijkt het perfecte platvorm hiervoor. Mademoiselle de Joncquières toont ons de vele perspectieven van liefde die haar karakters uitdragen in woord en actie.

De liefde van Madame de La Pommeraye (Cécile de France) en Le marquis des Arcis (Edouard Baer) is idealistisch en zelfzuchtig. Madame de La Pommeraye is een welgestelde weduwe in het achttiende-eeuwse Frankrijk en Le marquis de Arcis is de edelman die haar aanhoudend en uiterst galant probeert te verleiden. Madame speelt graag het spel der verleiding en geeft, na lang het hof gemaakt te zijn, toe aan de avances van de markies.

Mademoiselle de Joncquières

Verlangen
Le marquis des Arcis is een man van hunkering en verlangen die snel verveeld raakt met Madame. Psychoanalyticus Jacques Lacan beschreef dit als de eeuwige leegte die niet gevuld kan worden. De relatie tussen fantasie en op te vullen leegte is een bekend fenomeen dat je ook ziet in grote meesterwerken als Citizen Kane (1941), Vertigo (1958) en La Dolce Vita (1960).

Sigmund Freud stelde dat de liefde van de man het verlangen om te verlangen betreft, en dat de liefde van de vrouw meer gaat over het verlangen begeerd te worden. Deze rolverdeling heeft Denis Didot (filosoof en schrijver van het boek waarop het kostuumdrama is gebaseerd) toebedeeld aan Marquis en Madame.

Marquis stelt aan de met liefdesverdriet gepijnigde Madame voor om vrienden te blijven en raakt verliefd op de mysterieuze Mademoiselle de Joncquières (Alice Isaaz), een kennis van Madame de La Pommeraye. Wat volgt is een spel van jaloezie en afgunst.

Eerder dit jaar liet The Favourite van Yorgos Lanthimos op een bijzonder effectieve en ludieke manier zien hoe de onderdrukte driften van de achttiende-eeuwse adellijke stand tot uiting komen in een spel van hoffelijkheid.

Ook in Barry Lyndon (1974) van Stanley Kubrick zien we goed hoe in de statische etiquette vurige hartstocht zich subtiel aan de oppervlakte toont. Kostuumdrama’s hebben in deze zin dezelfde kuisheid en intrige als die van een highschoolromance. Een ingetogen liefde met de onderdrukking van excessieve uitingen van lust die het sterkst terug te vinden is in The Remains of the Day (1993).

Mademoiselle de Joncquières

Confronterend sprookje
Er zijn vele goede films met expliciete gesprekken over de liefde. De meest tot de verbeelding sprekend zijn Annie Hall (1977) van Woody Allen, de Before-trilogie (1995, 2004 en 2013) van Richard Linklater en Jean-Luc Godards À bout de souffle (1960). Films waarin de karakters zelf reflecteren op hun verliefdheid en relaties in een directe, eerlijke en kwetsbare manier. In Mademoiselle de Joncquières analyseren de karakters hun lust en hartstochten maar missen ze ware zelfkennis om dat wat ze zeggen te eleveren tot iets intiem herkenbaars en betekenisvols. Wel vertelt het de kijker veel over hoe de personages in het leven staan en helpt het ze te begrijpen.

Het verval van hartstochtelijke verliefdheid is een van de moeilijkste dingen aan liefde. De langzaam insluipende afstand tussen twee geliefden moet je volgens Lacan bestrijden met een berusting in een bepaalde mate van eenzaamheid, niet met jaloezie en ontkenning. Liefde is dus een confronterend sprookje, ook in Mademoiselle de Joncquière.

 

18 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Man Who Stole Banksy, The

****
recensie The Man Who Stole Banksy

Een collage van tegenstrijdige idealen

door Ries Jacobs

In 2007 verschenen enkele politiek gemotiveerde kunstwerken op gebouwen in Bethlehem. Ze bleken gemaakt te zijn door graffitikunstenaar Banksy. Enkele inwoners van de heilige stad hebben een kunstwerk verwijderd, niet door het over te schilderen, maar door het kunstwerk met muur en al uit te zagen met behulp van een slijpmachine. Wat was hun motivatie? En wie is Banksy?

De identiteit van Banksy is een van de grootste mysteries binnen de hedendaagse kunstwereld. Het is na decennia nog steeds niet bekend wat zijn echte naam is. Geruchten gaan dat achter de graffitikunstenaar ene Robin Gunningham schuilgaat. Anderen zeggen dat Banksy het pseudoniem is van Robert del Naja, één van de leden van muziektrio Massive Attack. Wat weten we dan wel over Banksy? Hij maakt straatkunst en is daarmee succesvol. En hij schuwt de controverse niet.

The Man Who Stole Banksy

Original gangster
Het kunstwerk in Bethlehem is hiervan een voorbeeld. Het toont een Israëlische soldaat die het paspoort van een ezel controleert. Provocerend? Absoluut, zeker in de Arabische wereld. Daar wordt het scheldwoord ezel, meer dan hier, als beledigend ervaren. Regisseur Marco Proserpio wilde weten of dit de reden was om het kunstwerk weg te halen.

Hij spoorde de mensen op die het kunstwerk weggehaald hebben. Een van de verantwoordelijken is Walid. Met zijn ringbaardje, gemillimeterde coupe en sportschoolpostuur heeft de Palestijnse taxichauffeur nog het meest weg van een gangster. Maar schijn bedriegt, politiek idealisme was zijn grootste drijfveer. Hij vindt dat de Palestijnen in Israël onderdrukt worden. Banksy’s kunstwerken in Bethlehem zijn in zijn ogen provocerend en misplaatst. Daarom hebben Walid en zijn kompanen op een dag met een slijptol gepakt en daarmee het kunstwerk verwijderd.

Graffiti in museumzalen
Was deze daad dan alleen idealistisch gemotiveerd? Ook hebzucht speelde wellicht een rol, een Banksy is immers wat waard. Maar Proserpio brengt ook mensen voor de camera die om een andere reden straatkunst te verwijderen, een reden die Walid niet heeft. Sommige idealisten zagen straatkunst uit de muren om voor het nageslacht te bewaren. Door weersinvloeden en uitlaatgassen vergaat straatkunst nu eenmaal in enkele jaren. Graffitikunst gaat nu van de straat naar de museumzalen.

The Man Who Stole Banksy

Meerdere Banksy’s zijn zo van de ondergang gered. Zijn de hiervoor verantwoordelijken dieven of idealisten? Van wie is straatkunst? Proserpio belicht dit vraagstuk van alle kanten. Hij laat graffitispuiters, museumdirecteuren en andere mensen uit de kunstwereld aan het woord, maar geeft geen oordeel. Dit objectieve standpunt maakt van The Man Who Stole Banksy een sterke documentaire, ondanks het soms wat rommelige karakter van de film. De regisseur heeft de neiging om snel van onderwerp te veranderen en springt daardoor meer dan eens van de hak op de tak.

Bataclan
Anderzijds past het snelle en rommelige karakter van The Man Who Stole Banksy wel bij het tegendraadse straatleven waaruit de graffitikunst voortkomt. Het is daarom toepasselijk dat Proserpio voor de voice-over de eeuwig springerige Iggy Pop heeft gevraagd. Hij is de vertolking van de rebellie die ten grondslag ligt aan straatkunst. Straatkunstenaars, ‘kunstdieven’ en de museumcuratoren die straatkunst tentoonstellen, allen vertegenwoordigen eenzelfde soort rebellerend idealisme. Hun idealen zijn alleen niet met elkaar te verenigen.

Op 26 januari van dit jaar, nadat de documentaire al in meerdere landen uitgebracht was, werd in Parijs een Banksy ontvreemd. Dit kunstwerk was aangebracht op een nooddeur van het Bataclan om de slachtoffers van de terroristische aanslag van 2015 te herdenken. Lag hieraan ook idealisme ten grondslag?

 

28 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Minding the Gap

****
recensie Minding the Gap 

Skateboarden geneest hartzeer

door Alfred Bos

Drie vrienden groeien op in Rockford, Illinios, en delen een passie voor skateboarden. Bing Liu is een van hen, en filmt alles, twaalf jaar lang. De problemen die ze thuis hebben, vervagen wanneer ze op hun boards door de straten zoeven. 

Bing Liu maakt al op jonge leeftijd filmpjes van het skateboarden en van zijn vrienden. Waarschijnlijk toen nog niet wetende dat hij dit materiaal later zou verwerken in een documentaire.  En zeker niet dromende van een Oscarnominatie voor zijn documentaire Minding the Gap.

Minding the Gap

Skateboarden
De film focust in het prille begin vooral op het skateboarden, waardoor je als kijker denkt dat je werkelijk naar een film over skateboarden gaat kijken. Aangezien Liu zelf ook goed skateboardt, kan hij zijn vrienden perfect volgen en hun acties in heerlijke beelden vastleggen. We voelen de vrijheid, de snelheid en de energie die het boarden geeft.

Maar de film gaat over veel meer dan skateboarden: opgroeien, volwassen worden, vriendschap, en gescheiden families. Daardoor doet de film denken aan Boyhood (2014), waar ook over een tijdspannen van twaalf jaar is gefilmd.

Gelukkig
Liu volgt het leven en de perikelen van twee van zijn vrienden, Zack Mulligan en Kiere Johnson. Net als hijzelf komen ook zij niet uit gelukkige gezinnen waar vader en moeder nog samen zijn. De film is nog niet vergevorderd als we erachter komen dat Zack met zijn vriendin Nina een kindje verwacht.

Waar het even lijkt alsof ze de komst van de kleine goed samen oppakken, blijkt dat al snel een illusie en worden de ruzies steeds akeliger. Liu probeert beide kanten van het verhaal te achterhalen, en niet alleen de kant van zijn vriend te belichten. Het levert wel een klein scheurtje in de vriendschap op. Het verleden lijkt zich te herhalen.

Minding the Gap

Kindermishandeling
Zijn andere vriend Kiere Johnson is iets jonger en heeft bij z’n vader gewoond totdat deze overleed. Wanneer Kiere zijn kamer uit glipte om te skateboarden en hij daarvan thuis kwam, werd hij door zijn vader ‘gedisciplineerd’. Tegenwoordig zou dat kindermishandeling heten, zo zegt hij. Kiere’s lach is aanstekelijk, zijn tranen echt.

Hij heeft door zijn vader geen makkelijke jeugd gehad, maar hij mist hem ook. Met zijn baantje als afwasser en later in de bediening weet hij geld voor zichzelf en voor z’n moeder te verdienen. Kiere heeft veel blanke vrienden, maar is dat zelf niet, en dat is niet altijd makkelijk. Maar, zo zei zijn vader: ‘zwart zijn is cool, want elke dag kun je mensen hun ongelijk bewijzen’.

Open
Liu komt zelf ook aan bod. Hij interviewt zijn moeder over de mishandeling bij hen thuis, want zijn stiefvader sloeg Liu en zijn halfbroer. Het is dapper en confronterend dat hij dit gesprek knap met zijn moeder aangaat. Hij is gegroeid als filmmaker en na al die jaren, en naar het einde van de film, is het goed om ook zijn verhaal te horen.

Dat doen niet alleen Liu en zijn moeder, ook zijn vrienden stellen zich open. Ze zijn gewend aan de camera en storen zich niet aan het feit dat Liu vaak en veel gefilmd zal hebben, noch aan de persoonlijke vragen die hij soms stelt. Dat maakt Minding the Gap een persoonlijke film, die een inkijk geeft in een aantal gebroken gezinnen, waarin de kinderen moeite hebben om zich staande te houden, een draai te vinden in het leven. En daarvoor staat het skateboarden symbool: het leven met vallen en opstaan.

 

1 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Mid90s

**
recensie Mid90s

Onschuldige skaters in LA

door Cor Oliemeulen

Dat kids ook in de jaren negentig hadden te maken met opgroeiperikelen en graag bij een groep hoorden, wilde acteur Jonah Hill graag laten zien in zijn regiedebuut.

In een aantal episoden volgen we vijf tieners in Los Angeles die hun zomerdagen slijten met skateboarden, rondhangen en stoere taal. Het magere plot draait om de hiërarchie in de groep met als middelpunt de dertienjarige Stevie (Sunny Suljic), die door leergierigheid en lef langzaam zijn plekje en enig aanzien verkrijgt. Stevie’s oudere broer Ian (Lucas Hedges) slaat hem regelmatig, vooral omdat het hemzelf niet lukt in een groepje te belanden, terwijl zijn alleenstaande moeder Dabney (Katherine Waterston) lange tijd niet weet met wie haar zoontje optrekt en wat hij allemaal uitvreet. Steeds als Stevie thuiskomt, spuit hij luchtverfrisser op zijn kleren en spoelt hij zijn mond met zeep om de rooklucht te camoufleren.

Mid90’s

Authentieke look-and-feel
Het lijkt soms alsof je een documentaire zit te kijken. Dat komt omdat Mid90s is geschoten op Super 16mm met een ouderwetse beeldratio van 4:3, er heel natuurlijk wordt geacteerd en de aankleding en het taalgebruik authentiek overkomen, zonder te overdrijven. In de huidige MeToo-periode is het even wennen aan tijden waarin racistische en homofobe opmerkingen veel meer tot een stoer gesprek behoorden. Maar die waren veel onschuldiger dan het lijkt, zeker uit de mond van puisterige tieners die hun eigen identiteit zoeken en een veilig plekje in een groep proberen te bemachtigen.

Volgens Jonah Hill (vooral bekend van een reeks Judd Apatow-komedies en als de mollige jongen die in The Wolf of Wall Street tijdens een stout feestje opgewonden zijn lul uit zijn broek laat hangen) is zijn zelfgeschreven regiedebuut niet autobiografisch. Hij groeide weliswaar op in het Los Angeles van de jaren negentig, echter lag zelf meer naast het skateboard dan dat hij erop stond. Maar ook hij herinnert zich zijn gevoelens over hoe te overleven in een groep: de onzekerheid om je als jonkie te bewijzen en de machtspositie van het oudere groepslid dat de groentjes met plezier laat worstelen. Dat idee komt in Mid90s aardig uit de verf.

Mid90’s

Onderhoudend maar oppervlakkig
De film is met zijn 85 minuten aan de korte kant, maar precies lang genoeg om onderhoudend te blijven. Het louter registreren van Stevie’s opgroeibelevenissen en zijn snelle ontwikkeling ten opzichte van zowel de skategroep als van zijn broer en moeder, is te weinig om Mid90s op te hemelen. De karakters, hoe goed gekozen dan ook, blijven oppervlakkig en het verhaal houdt in feite op waar betere films met dezelfde thematiek beginnen. Hill liet de jonge acteurs verplicht kijken naar de groepsdynamiek in This Is England (2006), waarin een jochie aansluiting zoekt bij een groep skinheads, maar zijn eigen film blijft in alle opzichten inferieur daaraan en verstoken van een enkele overrompeling. Misschien komt dat omdat de meeste skaters lief en onbedorven zijn.

Wat is dat toch dat acteurs en actrices zo graag zelf een film willen maken? Natuurlijk zijn er aardige recente voorbeelden: Greta Gerwig met Lady Bird, John Krasinski met A Quiet Place en Bradley Cooper met A Star Is Born, maar je ziet ook minder geslaagde pogingen, zoals Brie Larson met Unicorn Store en Ryan Gosling met Lost River. Het imiteren van regisseurs onder wie je acteerde ligt al snel op de loer. Het siert Jonah Hill dat hij zich met zijn eerste regiefilm niet heeft laten verleiden om een voorspelbare komedie te maken. Maar we zijn benieuwd of we hem in de toekomst mogen betrappen op een origineel wereldbeeld of een pakkende visie.

 

15 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Mary Shelley

***
recensie Mary Shelley 

Feministe en vrijdenker avant la lettre

door Alfred Bos

Speelfilm over de tienerjaren van Mary Shelley (geboren Godwin), haar relatie met de dichter Percy Bysshe Shelley en diens vriend Lord Byron, en de wording van haar wereldberoemde roman, Frankenstein.

Het minste wat je van een biopic mag vragen is dat de film zich aan de elementaire feiten houdt. Dat zit wel snor met Mary Shelley, de speelfilm van de Saudi-Arabische regisseur Haifaa Al-Mansour over de schrijfster van een van de beroemdste romans uit de wereldliteratuur, Frankenstein; or, The Modern Prometheus. De beslissende jaren uit het nog jonge leven van de auteur – Shelley was 18 toen ze Frankenstein schreef – en haar omgang met de literaire kopstukken in het Engeland van haar tijd, de vroege negentiende eeuw, worden als kostuumdrama op het filmdoek gebracht.

Mary Shelley

En aan drama geen gebrek in het leven van Mary Shelley. Moeder, filosofe en eerste feministe Mary Wollstonecraft, overleden in het kraambed. Opgevoed door haar vader, de politiek filosoof, uitgever en boekhandelaar William Godwin, in de film vertolkt door Stephen Dillane. Eerste kind, gebaard op haar zeventiende, kort na de geboorte overleden. (Ook haar twee volgende kinderen overleden op zeer jeugdige leeftijd, maar dat valt buiten het kader van de film die stopt na de publicatie van Frankenstein in 1818.)

Daar bleef het niet bij. Affaire met de getrouwde dichter Percy Bysshe Shelley (verdronken in 1822), die tevens haar zus Claire Claremont bezwangerde. Financiële nood. Tegengewerkt door het literaire establishment. Maar ondanks al die tegenslag en misère: succes. Opgevoed als intellectueel en belichaming van de Verlichting, was Mary Shelley de eerste vrouwelijke auteur die via haar pen een onafhankelijk bestaan kon opbouwen.

Verlatingsangst
Als een biopic meer wil zijn van een verfilmde Wikipedia-pagina is het mooi als de film ook iets van een visie op zijn onderwerp heeft, of een andere (nieuwe?) kijk op dat leven biedt. Al-Mansour suggereert dat Shelley’s vrees om emotioneel in de steek te worden gelaten – in haar geval door naaste dierbaren die overlijden – een rol in de schepping van haar wereldberoemde roman heeft gespeeld. Aldus valt Frankenstein niet te lezen als het verhaal van de mens die voor god speelt en leven maakt uit dode materie, maar als de zielsklacht van een schepsel in existentiële nood, bang om afgewezen te worden. Die uitleg is zo gek nog niet; het maakt duidelijk hoeveel diepgang Shelley’s roman heeft en hoe rijk het boek is aan (nog steeds actuele en prangende) ideeën.

Tegenwoordig is Mary Shelley een rolmodel voor jonge vrouwen – ze werd door Percy Shelley ontmaagd op het graf van haar moeder, hoe cool is dat? Dat toont de film dan weer niet – en ze kan worden gezien als een van de eerste moderne denkers, ze was als onafhankelijke geest haar tijd ver vooruit. De kring rond de Engelse dichters uit de periode die in de literatuurgeschiedenis bekend staat als de Romantiek (eind achttiende, begin negentiende eeuw) legde de basis voor de levensvisie en levensstijl van de latere bohemiens in Frankrijk, en, in de twintigste eeuw, de Amerikaanse beatniks. Daar gaat deze film uiteraard niet over, maar iedere hippie, punk of vrijdenker kan zich in Mary Shelley herkennen.

Mary Shelley

Hypocriete vrijdenkers
Deze biopic past dus perfect in het #metoo-tijdperk. De film besteedt relatief weinig aandacht aan de beroemde ontstaansgeschiedenis van Frankenstein: in 1816 geschreven tijdens een verregende vakantie in een villa aan het meer van Genève, waar Mary (Elle Fanning) en Percy (Douglas Booth) te gast waren bij Lord Byron (Tom Sturridge) en diens lijfarts John William Polidori (Ben Hardy); de laatste schreef tijdens die gelegenheid het klassiek geworden vampierverhaal The Vampyre, gepubliceerd op naam van – godbetert – Lord Byron.

Meer aandacht is er voor de emotionele en amoureuze relaties tussen Mary en Percy, en Lord Byron en Mary’s zus Claire Claremont (Bel Powley). Byon wordt neergezet als seksistische narcist (‘vrouwen hebben minder verbeelding dan mannen’) en abjecte philanderer die vrouwen beschouwt als seksspeeltjes. De Romantische dichters mochten zich dan wel vrijdenkers wanen, als het op de vrije liefde aankwam, waren ze traditioneel hypocriet. Laat je niet foppen door de prachtige kostuums. Zoveel is er in tweehonderd jaar ook weer niet veranderd.

 

20 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Mandy

****

recensie Mandy

Trippende wraakqueeste

door Suzan Groothuis

Ben je in voor een bizarre, psychedelische helletocht waar lsd, woeste bikers, de hang naar het occulte en een uitzinnige Nicolas Cage de dienst uitmaken? Dan is Mandy niet te missen!

Red (Nicolas Cage) en Mandy (Andrea Riseborough) leven afgelegen in de bossen. De serene rust waar ze voor hebben gekozen is echter niet voor lang: wanneer een vreemd uitziende bende (zijn het hippies?) Mandy toevallig passeert besluit leider Jeremiah haar te laten ontvoeren. Hij sist zijn onderdanen toe: “I need you to get me that girl I saw. You know what to do”.

Mandy

En zo gebeurt het dat Red en Mandy’s idyllische leventje overhoop gegooid wordt. ’s Nachts wordt zij op brute wijze van hem gescheiden, Red vastgeketend met prikkeldraad achterlatend.

Vreemde bikers en verheven status
Jeremiah heeft plannen met Mandy. Er is iets met lsd, devote liefde en een wrede bikerbende. De bikers, die plots opdoemen in de nacht, doen qua uiterlijk niet onder voor de Cenobites uit Hellraiser. Met hun afschrikwekkende verschijning lijken ze regelrecht uit de hel te komen. Verklarend is regisseur Panos Cosmatos niet, maar het doel van Mandy’s ontvoering is duidelijk: Jeremiah wil een verheven status en daarvoor heeft hij haar (“You’re a special one, Mandy. I too am a special one. Let us be so very special together”) en de bikers nodig.

Maar Mandy is niet zo’n onderdanig kind als Jeremiah’s bendeleden. Zelfs onder invloed van een heftige trip (gif van een insect in je nek, lekker!) neemt ze hem allesbehalve serieus. Wat wil je ook, als je als metalfan (steevast gekleed in een shirt van Mötley Crüe) naar zijn zoete, bezwerende melodietjes moet zitten luisteren! Haar sardonische lach wordt haar echter niet in dank afgenomen.

Waanzinnige helletrip
Mandy’s idyllische begin, dat opent met het prachtige Starless van King Crimson, ontvouwt zich als helletrip, waarbij Red wraak zweert op wat zijn Mandy is aangedaan. En dan gaan ook alle remmen los: een uitzinnige Cage (“It’s crazy evil!”), zelf gesmede wapens, bloedvergieten, ronkende kettingzagen, drugstrips en vervreemdende shots in rood, paars en blauw. Zelfs animatie komt voorbij. Cosmatos hanteert een zelfverzekerde, visueel verbluffende stijl, waarop de pulserende muziek van de dit jaar overleden componist Jóhann Jóhannson (Arrival, Sicario) perfect aansluit.

Daarbij zit Mandy vol verwijzingen: naar de 80’s, waarin de film zich afspeelt, maar dan eens niet à la It (2017),  Stranger Things of Ready Player One. Geen crossfietsen en old school video-spelletjes dus, maar vroege metal van Slayer en Mötley Crüe, cultmagazine Heavy Metal, roleplayinggames, cheddar etende goblins en demonen geïnspireerd op Clive Barkers creaties.

Mandy

De visuele stijl doet denken aan die van Fabrice du Welz (Calvaire, Alléluia), met de kleur rood prominent in beeld. Rood kloppend als een hart, als liefde, maar ook als teken van vernietiging, met expliciet bloedvergieten. Cage, niet voor niets gedoopt tot Red, moest iedere avond het nepbloed van zich afspoelen.

Overdonderende zelfverzekerdheid
Met zijn debuutfilm Beyond The Black Rainbow liet Cosmatos al opvallend vakmanschap zien. Een film die het, evenals Mandy, moet hebben van sferische, trippende beelden en dito soundtrack. En ook daar is de vrouwelijke hoofdpersoon onderworpen, zij het aan de utopische doctrine van een instituut.

En nu is daar Mandy, zelfverzekerd, ambitieus en, jawel, in alle opzichten over de top. Nicolas Cage gaat wederom los, zoals het snuiven van een enorme lijn cocaïne vanaf een stuk gebroken glas, of zichzelf letterlijk met een fles sterke drank moed indrinken om op wraak-queeste te kunnen. Maar het werkt in deze hallucinerende, bloederige wraakfilm, waar hemel en hel zich samenvoegen tot een nieuwe dimensie. Zien is geloven.
 

10 september 2018

 
MEER RECENSIES