Bas Devos, regisseur Ghost Tropic

Bas Devos, regisseur van Ghost Tropic:
“Ik denk dat mijn films veel fragieler zijn dan soms wordt aangenomen”

door Alfred Bos

Ghost Tropic is de derde speelfilm van de Belgische regisseur Bas Devos. Hij verhaalt over een nachtelijke wandeling door Brussel, met onverwachte ontmoetingen en menselijkheid waar staal en beton domineren. Productiebudget: een ton. Draaischema: vijftien dagen. Resultaat: belangstelling van Cannes.

De reacties op de eerste films van Bas Devos waren gemengd en soms stevig. Ze gaan dan ook over heftige gevoelens. In zijn debuutfilm Violet uit 2014 zijn dat schuld en rouw van een puber wiens vriend is doodgestoken. In Hellhole (2019) steken de emoties meer onderhuids; de film is een collage van scènes uit het dagelijkse leven van een stad, Brussel, die hard is geraakt door een terroristische aanslag. Al probeert iedereen gewoon te doen, de angst regeert.

En een paar maanden na de release van Hellhole is daar de derde speelfilm van Devos, Ghost Tropic. Anders van sfeer: warmer, menselijker. Anders van toon: meer lineair, meer verhalend, minder associatief. En anders van aanpak, losser, zo blijkt wanneer we de regisseur bellen in Brussel. Maar eerst die olifant uit de kamer werken: hoe heeft de coronacrisis zijn professionele leven beïnvloed?

Bas Devos (Foto: Yann Houlberg-Andersen)

Bas Devos (Foto: Yann Houlberg-Andersen)

Devos: “Ik hoor van mensen uit mijn omgeving dat het op sommigen een verlammend effect heeft en op anderen heel bevrijdend werkt. Die hebben opeens veel tijd en weinig afleiding, ze kunnen goed doorwerken. En anderen, zoals ik, geraken helemaal nergens. Ik weet niet zo goed wat ik aanmoet met de situatie en de vragen die het oproept. Het gebrek aan menselijke interactie en de menselijke impuls maakt het voor mij moeilijk om te werken. Veel mensen kunnen schrijven vanuit hun eigen verbeelding. Ik niet, ik kan alleen maar schrijven over dingen die zijn geïnformeerd door wat ik heb meegemaakt.”

Dus maakt hij zijn tijd nuttig door veel te lezen en films te kijken. Wel heeft hij zich afgevraagd: op welke manier ga ik hierna verder? “Die metavraag heeft me meer beziggehouden dan de vraag wat mijn volgende film zou worden. Ik zit daar een beetje vast mee en die coronacrisis heeft dat wel versterkt.”

Roadmovie
Ghost Tropic is niet de eerste film met Brussel als decor, of misschien zelfs wel, als personage. Zie Devos’ voorgaande, Hellhole. Of de films van Chantal Akerman. Het is ook niet de eerste film die speelt in nachtelijk Brussel, in 1983 maakte Marc Didden Brussels by Night. Dat Brussel bestaat niet meer.

Hellhole

Hellhole

Ghost Tropic is een breuk met zijn eerdere films. Hij is eigenlijk niet af, niet gladgestreken. Of liever: hij ademt de directheid van het spontane. Toen Devos te horen kreeg dat het filmfestival van Cannes zijn roadmovie te voet had geselecteerd voor vertoning, resteerden hem welgeteld vierentwintig dagen om de film af te werken.

“De roadmovie is vaak bijna een vals-fragmentarisch verhaal”, zegt Devos. “Het geeft je de vrijheid om van ontmoeting naar ontmoeting te springen. Om een vrijheid te nemen die je binnen een klassieke plotstructuur niet krijgt. Daar moet je vertellen, je moet dóór. Dat soort narratief heeft nooit veel aantrekking gehad op mij; wel als kijker, maar niet als maker. Ik ben altijd op zoek geweest naar een andere manier van vertellen.”

“De vraag die ik me op dit moment stel is: ga ik die richting meer onderzoeken? Maak ik een geschraagde vertelling waarin de kijker weet wat er aan de hand is? Of ga ik terug naar de associatieve, meer gevoelsmatige narratieven? Dat weet ik nog niet.”

Gunt u uzelf op de set veel ruimte voor improvisatie?

“Ja en nee. Eigenlijk vind ik dat een van de spannendste vragen als je iets gaat maken. In de manier waarop film vandaag de dag wordt gemaakt, is er weinig tot geen ruimte voor improvisatie. Je werkt met een vrij grote en logge ploeg – bij ons betekent dat twintig tot 25 mensen – die, om hun werk goed te kunnen doen, zijn voorbereid op wat gaat komen.”

“Bij mijn eerste twee films heb ik een manier gevonden om het gewicht van zo’n filmset te omarmen en tegelijkertijd ook te zeggen: ‘oké, we zijn er nu met zijn allen en we weten wat we moeten doen, het scenario is helder; nu gaan we dat vergeten, we vergeten hoe we van plan waren dat te doen.’ Het wat blijft meestal hetzelfde. Dat is ook voorbereid via repetities. Maar hoe we dat doen, hoe het shot eruit zal zien, hoe de personages bewegen en zich gedragen binnen het kader—dat wil ik zoveel mogelijk laten ontstaan op de set.”

“De mensen met wie ik werk ken ik ondertussen goed; ik kan hen vertrouwen. En zij vertrouwen mij dat het geen urenlang eindeloos gezoek zal zijn naar het beste shot. Het kan gebeuren dat wat we op voorhand hadden besproken, in de vuilnisbak verdwijnt. Omdat het licht anders valt, of omdat iemand zich niet lekker voelt, ontdekken we wat het moet zijn. Het vraagt om een grote alertheid, ik moet op de set in het nu zitten.”

Laat u ook ruimte voor het toeval?

“Dat is het fijne aan Ghost Tropic en hoe die tot stand is gekomen: we moesten wel. Je bereidt een film zo goed mogelijk voor om het toeval uit te sluiten. Dat doe je om jezelf te beschermen. Stel dat er iemand op de opnamedag een gigantische oranje vrachtwagen in de straat parkeert. Dat kunnen we ons niet permitteren, dus we zorgen dat die straat onder onze controle valt. We sluiten het toeval uit en regelen dat op voorhand; al die auto’s moeten daar weg. Dat is bijna de kern van de constructie die film is: het uitsluiten van het toeval.”

“Het prettige aan de productie van Ghost Tropic is dat de omstandigheden ons dat gewoon niet toelieten. We hadden noch het geld noch de tijd noch de mankracht om op die manier onze set voor te bereiden. Dat was voor mijn een grote overgave, want ik was het gewoon om die controle te hebben. Omdat we deze film zelf gefinancierd hebben, kon ik niet zeggen: die grote oranje vrachtwagen moet weg.”

“Natuurlijk zijn er momenten dat dat frustrerend is. Of dat het toeval in je nadeel speelt. Maar je komt even vaak momenten tegen waarin het toeval in je voordeel speelt. Dat het iets oplevert wat je niet kon verwachten. Maar om het toeval echt tot een factor te maken, moet je nog kleiner gaan. Nog minder mensen, moet je wendbaarder zijn. Daar ben ik wel mee bezig: is dat een manier van produceren waar ik naar toe wil gaan?”

Ghost Tropic

Ghost Tropic

Grappig dat u dat noemt. Dit is mijn eerste interview sinds de lockdown. De laatste voor de coronacrisis was met Andreas Horvath, over zijn film Lilian. Ook een roadmovie, met een minimale ploeg gedraaid, soms zelfs alleen actrice en regisseur, en geheel improviserend tot stand gekomen. Dat is weer bijna een documentaire.

“Dat is niet mijn weg, dat weet ik wel. Ik heb de fantasie gehad: hoe zou het zijn om met twee of drie bevriende acteurs zonder script op pad te trekken en dan te kijken wat er gebeurt. Zo kan een theatervoorstelling tot stand komen. Maar dat is niet mijn weg, ik ben heel erg op zoek naar een filmische constructie, waarbij er a priori iets op tafel ligt. Ik kan de filmische toolbox alleen effectief inzetten als ik daar op voorhand over heb nagedacht. Om een voorbeeld te geven, je hebt in Ghost Tropic scènes waarin de camera door lege straten beweegt. Dat is een tempomatig en een gevoelsmatig, bijna louter visueel idee. Maar ik moet van tevoren bedenken dat ik die shots nodig heb als tegengewicht voor de scènes met personages. Die afstand heb ik nodig.”

Uw films zijn gebaseerd op eigen scenario’s. Als u werkt aan het scenario, denkt u dan in beelden of in dialogen?

“Overwegend in beelden. Mijn scripts zijn eigenlijk heel erg kort, omdat er weinig dialoog is en dialoog vult veel bladruimte. Het scenario voor Ghost Tropic was dertig pagina’s en voor mijn eerste en tweede film respectievelijk vijfentwintig en vijftig pagina’s. De gemiddelde film heeft scripts van negentig tot honderdvijftig pagina’s.”

“Dat betekent dat er in mijn scripts nadruk ligt op de beschrijvingen en op sfeer. Dat vind ik voor een ploeg een grotere gids dan noodzakelijk wat er gezegd wordt. Mijn scenario’s zijn vooral bedoeld om aan te geven wat voor algemeen gevoel er in de film aanwezig moet zijn. Veel meer dan dat het een soort na te leven document is. In het script staat: de zon schijnt. Dat betekent niet dat de zon moet schijnen. Het betekent wel dat die scène licht moet geven. Dat er warmte in zit, dat het leeft. Het script is voor mij een gevoelsdocument.”

Dat betekent dat uw scripts niet makkelijk door iemand anders zouden kunnen worden verfilmd.

“Nee. Daar heb ik eigenlijk nog nooit over nagedacht. Net zoals ik nog nooit heb gedacht dat iemand iets voor mij zou kunnen schrijven. Ik vind mezelf eerder een filmmaker dan een scenarist. Ik wou dat ik die scenariofase kon overslaan en dat ik gewoon recht op de set kon gaan staan. Dus als er scenario’s zijn waarvan mensen denken: dat is echt iets voor Bas Devos, mogen ze die altijd opsturen (lacht).”

U gebruikt zelf het woord afstand. Mogen we concluderen dat u een observator bent? Een schrijver met beelden, meer dan een verteller.

“Ja. Ja. Waarschijnlijk. Dat hebt u goed geobserveerd (lacht). Ik weet het niet zo goed. Een film is beeld. Een filmbeeld is constructie. Dat is bedacht. Het kader is ook bedacht, geconstrueerd. Bij observatie denk ik eerder aan het proces dat daar aan vooraf gaat. Ik gebruik en transformeer dingen die ik om me heen zie, maar ik zou de beelden die ik maak niet als louter observaties benoemen. Ik denk dat mijn films veel emotioneler en fragieler zijn dan ze soms gepercipieerd worden. Ik moet die film helemaal doorspartelen om zelf te begrijpen wat die film is en waarover die gaat.”

U hebt Ghost Tropic gedraaid op 16 millimeterfilm. Dat is een doelbewuste keuze, neem ik aan.

“Niet vanuit nostalgische overwegingen. We zouden de hoofdpersoon, de vrouw, heel vaak in het donker moeten filmen en we hadden niet de middelen om al die passages goed uit te lichten. Op film zouden die donkere partijen tot leven komen en de nacht haar als een soort levend wezen omringen. De digitale camera ziet meer dan uw ogen en het was een doelbewuste keuze om met die beperking van film aan de slag te gaan. Als ik de actrice niet zag, wist ik dat ze ook onzichtbaar zou zijn op film en die relatie is heel prettig.”

Ghost Tropic

Ghost Tropic

Vrijheid
Net als bijvoorbeeld Ray & Liz van Richard Billingham – een film over familierelaties – gebruikt Bas Devos voor Ghost Tropic een afwijkend beeldratio, 4:3. Welke voordelen biedt dat formaat?

Devos: “Voor ons was het voordeel dat we in één cut konden gaan van beeldvullende close-ups naar medium shots waarbij de vrouw van hoofd tot voeten werd getoond en er nog steeds ruimte was links en rechts van haar. Dat ze een beeldvullende figuur zou zijn in dat kader. Het contrast van zij omgeven door nacht met een beeldvullende close-up die ons dichter tot haar brengt, is natuurlijk iets wat je in 2,35:1 niet kunt doen. Het spel tussen claustrofobische momenten en een soort van ruimtelijkheid die we niet kennen in scoopformaat. Dat was de voornaamste reden dat we hebben gekozen voor dat formaat, om dat spel te kunnen spelen.”

“Het is ook een mooi formaat. Het doet u op een andere manier kijken, zowel als kijker en als beeldenmaker. Als je een shot maakt en je kunt maar de helft van het hele filmscherm gebruiken, moet je op een andere manier gaan denken. De vrijheid op de set waar we eerder over spraken, komt daar ook een beetje uit voort. Die beperking gaf tevens vrijheid. Er zitten oneffenheden in, maar die maken integraal deel uit van wat de film is. Er zit iets heel erg geslaagds in het feit dat het niet allemaal even geslaagd is.”

 

16 juni 2020

 

MEER INTERVIEWS

Ghost Tropic

****
recensie Ghost Tropic

Brusselse pelgrim in eenzame stad

door Tim Bouwhuis

Na het meer eigengereide Hellhole mag de Vlaamse filmmaker Bas Devos de filmhuizen verwarmen met Ghost Tropic, een ingetogen drama over empathie en compassie. In het bescheiden hart van de vertelling wandelt een 58-jarige dame door nachtelijk Brussel, waar ze omkijkt naar het ongeziene.

Khadija (Saadia Bentaïeb) dommelt weg in de metro als ze na een lange dag huiswaarts reist. Wanneer ze bij de laatste halte uitstapt, blijkt de wereld al tot stilstand te zijn gekomen, en een simpel belletje naar een familielid blijkt geen oplossing. Khadija’s berustende houding spreekt boekdelen: dit is een dame die het station van eigenbelang ver gepasseerd is. Haar besluit te gaan lopen, is contra-intuïtief in een stedelijk milieu dat meermaals een pleitbezorger van angst is geweest. Sociale muren scheppen ongeschreven regels. Hier kom je niet, hier houd je je ver van, geef om je veiligheid. Khadija weigert alleen om in de eerste en laatste plaats aan zichzelf te denken.

Ghost Tropic

Het verlorene terugvinden
Als je aan de humanistische insteek van Ghost Tropic ook nog wat religieus gewicht toe zou kennen, heeft de film wel iets weg van een pelgrimsreis. Khadija ontmoet tijdens haar wandeling verschillende mensen en draagt hen een warm hart toe. Vaak is alleen het gedimde nachtlicht haar getuige. Nooit gaat het om een publiek of om haar goede daden – het is die doorleefde houding ten aanzien van de ander die de wereld zo hard nodig heeft. De film lijkt op die manier een veel grotere schreeuw van urgentie dan hij zou moeten zijn. Deze vrouw kan de wereld immers wel degelijk leren wat compassie is.

Een kraker en een zwerver mogen op haar mededogen rekenen, maar het drama speelt ook op het niveau van de familie; in een hartverscheurende scène zoekt Khadija toenadering tot haar dochter. Van deze in de credits naamloze jongvolwassene (Nora Dari) weten we weinig, behalve dat ze duidelijk van haar moeder vervreemd is, maar toch lijkt te zoeken naar dat stukje liefde en perspectief dat haar zelfverkozen leefomgeving niet kan bieden. Dat laatste blijkt vooral uit de effectief verbeelde interacties tussen de dochter en haar leeftijdsgenoten, en wordt op dromerige wijze bevestigd in de interpretatierijpe slotbeelden.

De toekomst vastgrijpen
Die slotbeelden slaan op een bijzondere manier ook weer terug op de titel van de film, die ondergetekende in eerste instantie misschien meer liet nadenken dan de pure, op gevoel rustende vertelling van haar publiek vraagt. Sleutelscène in dit kader is een schijnbaar onbetekenende woordenwisseling tussen Khadija en een plaatselijke steward, die vertelt dat er een tropisch zwembad in de buurt gebouwd zal worden, en dat alles zal veranderen.

Ghost Tropic

Een snelle blik op de afgebladderde omgeving leert anders, maar die hoop, die neemt niemand deze steward af. Zijn ‘ghost tropic’ is tekenend voor al die dromen die dreigen te vervagen als zorg en liefde uitblijven. In plaats daarvan zijn er systemen die bepalen wanneer ziekenhuizen bezoekers ontvangen en wie het volrecht hebben op dat broodnodige dak boven hun hoofd.

De nalatenschap van de pelgrim
Je kunt de sociale verloedering van de buurt zien als een vingerwijzing van Devos: bureaucratie zorgt ervoor dat we de ander ontmenselijken, en vergeten wat het is om affectie te tonen. Toch is de film mede door de extra betekenislaag in de titel absoluut geen pamflet, maar een poëtische handreiking. Khadija doolt zielsalleen door het Brusselse nachtlandschap, maar in de spaarzame contacten die ze legt, zit alle rijkdom van de wereld verborgen. Het is de stad die eenzaam is.

 

5 juni 2020

 

Binnenkort op InDeBioscoop een interview met regisseur Bas Devos.

 

ALLE RECENSIES

Barefoot Emperor, The

*
recensie The Barefoot Emperor

Negatief kijkadvies in 5 stappen

door Cor Oliemeulen

Na het vermakelijke King of the Belgians vervolgen regisseurs Peter Brosens en Jessica Woodworth de avonturen van de Belgische koning, die door niet-alledaagse omstandigheden leert voelen wat het betekent om een alledaagse burger te zijn. Helaas zit er aan The Barefoot Emperor een onaangenaam luchtje.

Nieuwkomers leren snel wat er in King of the Belgians is gebeurd en hoe koning Nicolaas III met zijn driekoppige gevolg uiteindelijk is beland in Sarajevo waar op dat moment de moordaanslag op Franz Ferdinand, de beoogde opvolger van het Oostenrijks-Hongaarse rijk, wordt nagespeeld. Hoewel deze scène in de vuilnisbak was beland, zou die volgens Peter Brosens bij nader inzien kunnen dienen als de opening van The Barefoot Emperor. Jammer genoeg blijkt dit vervolg een infantiele miskleun en zijn er genoeg redenen om de film te mijden. We beperken ons tot vijf.

The Barefoot Emperor

1) Verhaal
Waar King of the Belgians kan worden beschouwd als een mockumentary – die losjes omgaat met de feitelijke realiteit, maar wel een licht-satirisch beeld schetst van Europa dat worstelt met haar identiteit en nationalistische gevoelens – is The Barefoot Emperor volkomen visieloos. Het vervolg begint weliswaar met een scène waarin de Belgische koning aan zijn medewerkers vraagt wat vrijheid nu eigenlijk is, maar daarmee houdt het op. Nadat de koning wel heel toevallig in de buurt van Franz Ferdinand wordt geraakt door een kogel, belandt hij in een kuuroord op het Kroatische eiland Brijuni. Net als in het eerste deel kan Nicolaas III natuurlijk geen contact met het Belgische thuisfront maken, omdat er geen communicatiemiddelen zijn. En net als toen vinden zijn drie medewerkers dat de koning maar eerst eens goed moet rusten. Er zit dus niets anders op dan het eiland te gaan verkennen en langzaam de snode plannen van de eigenaar van het kuuroord te ontdekken. Ze horen dat de Europese Unie uit elkaar is gevallen en direct ophoudt te bestaan. Ineens zijn alle landen kennelijk nationalistisch geworden en moeten migranten buiten de grenzen van Nova Europa worden gehouden. In deze uiterst kinderlijke voorstelling van zaken ontbreekt enige uitleg en visie over de politieke crisis en blijft te veel op de vlakte waarom juist de Belgische koning de nieuwe heerser moet worden.

2) Acteerprestaties
Na één film is de houten klazen-charme van Nicolaas III en zijn gevolg er wel van af. Als je al kunt spreken van Vlaamse humor is deze variant mogelijk nog droger dan Scandinavische humor. Wellicht dat sommige Belgen in eigen land (zolang dat nog bestaat) in de bioscoopzaal niet meer bijkomen van het lachen, maar de kans dat je buiten België het Coronavirus oploopt door proestende medebezoekers lijkt uitgesloten.

The Barefoot Emperor

Ook het aantrekken van actrice Geraldine Chaplin en acteur Udo Kier, om internationale belangstelling op te wekken en de financiering van de film rond te krijgen, mag niet baten. Chaplin speelt een gedegen dubbelrol – zachtaardig en aandoenlijk als criticaster van Nova Europa, gemeen en berekenend als een van de architecten van de toekomstige natie – maar dat enge hoofd van Udo Kier hebben we al veel te vaak gezien als het gaat om het spelen van megalomane griezels.

3) Humor
Een steeds terugkerende grap betreft de namen van de bezoekers van het kuuroord. De president van het toenmalige Joegoslavië, Josip Tito, ontving tijdens zijn 36-jarige regime tal van wereldleiders en filmsterren op het Kroatische eiland. In de film wordt elke gast vernoemd naar degene in wiens kamer hij logeert. Dat begint leuk met de mededeling op de speaker dat Che Guevara zich moet melden voor zijn aromatherapie, maar de running gag begint al snel op de zenuwen te werken. Bovendien gaat Nicolaas III voorlopig door het leven als Leonid Brezjnev (op zijn kamer hangt een foto van de Russische leider) terwijl bijvoorbeeld een van zijn begeleiders zich laat welgevallen dat hij Yasser Arafat is. De hele film door komen deze toespelingen terug, zonder iets wezenlijks of oorspronkelijks toe te voegen. De absurdistisch bedoelde situaties waarin de cast belandt, doet soms even denken aan Yorgos Lanthimos (The Lobster) of aan Bruno Dumont (Ma Loute), maar die creëerden daarmee wel hun eigen unieke universum. Verder is zelfs de lachtherapie van gasten in het kuuroord op het eiland niet grappig.

The Barefoot Emperor

4) Muziek
Zoals een regisseur als Martin Scorsese het innerlijke van zijn personages verklankte middels een uitgebalanceerde soundtrack, hanteren veel van diens collega’s muziek om een scène meer glans te geven. Zo kun je Wagners Walkürenritt, bij het filmpubliek bekend geworden door Apocalypse Now, met enige goede wil nog wel een parodie noemen wanneer een boot met leiders van Nova Europa opstoomt richting het eiland. Echter om Flight of the Bumblebee van Nikolaj Rimski-Korsakov te gebruiken tijdens een slapstickscène, met een frivool arrangementje van Bizets Habanera de komische misère van een situatie te accentueren en Ravels Bolero onder een groep grappig bewegende mensen te plakken, is wel heel afgezaagd en gemakzuchtig.

5) Conclusie
In een interview noemt Peter Brosens King of the Belgians ‘een roadtrip’ en The Barefoot Emperor een ‘trip without a trip’. De regisseur heeft volstrekt gelijk: de makers van het vervolg zijn volledig de weg kwijt. Tegelijkertijd wordt er gerept van een ‘urgente film’. Maar als de makers echt een statement over de ontwikkelingen in de Europese politiek hadden willen maken en zaken als het opkomende nationalisme en het falende klimaatbeleid op de hak hadden willen nemen, hadden ze zich beter eerst aan een vrijwillige intelligente lockdown kunnen wagen om vervolgens iets zinnigs te presenteren. Ledigheid is des duivels oorkussen. Met lollig bedoelde acties win je de oorlog niet, en door die slechts met wat mooi gestileerde beeldcomposities op te kloppen tot een speelfilm van ruim anderhalf uur, is een belediging van de volwassen kijker.

 

26 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

Filles de joie

**
recensie Filles de joie

Geen druk op de ketel

door Sjoerd van Wijk

Filles de joie loopt met een sisser af. Het is niet gelukt om de noodgedwongen vriendschap tussen drie prostituees te duiden, want hun levens blijven hangen in stereotypering.

De dames hebben elk hun eigen problemen. Axelle (Sara Forestier) moet heftig schreeuwen tegen haar kinderen om op tijd te komen en moeder krijgt een lezing over budgetteren. Bij de guitige Conso (Annabelle Lengronne) speelt werkloosheid in plaats van gezinszorgen een rol. Ze hoopt haar droomman te hebben gevonden, een sujet dat haar zijn zwarte panter noemt. Gezinsproblematiek speelt weer wel bij de wat oudere Dominique (Noémie Lvovsky) met een heftig puberende dochter met wie het niet botert. De drie dames reizen dagelijks de Frans-Belgische grens over naar hun gezamenlijke werkplek. Het geheime beroepsleven schept een band ondanks hun verschillen.

Filles de joie

Geen alternatief
Die premisse lijkt aanleiding voor een intrigerend drama met een botsing van persoonlijkheden, maar het scenario van regieduo Anne Paulicevich en Frédéric Fonteyne (die eerder samen Tango Libre maakten) zet geen druk op de ketel. De meer heftige confrontaties vinden vooral plaats buiten de werkplek met onder andere Axelle’s dreigende ex-man Yann (Nicholas Cazalé). Onderweg of in de wachtkamer van het etablissement is het veel keuvelen, lachen om theatrale nabootsingen van de daad en soms de kleine irritatie, alles met verve op de voet gevolgd door cameravrouw Juliette van Dormael. Er lijkt geen alternatief leven voor de dames, maar echt knap lastig lijkt het gedwongen rondhangen met elkaar niet.

Er valt weinig af te dingen op Axelle’s geldzorgen en gewelddadige ex. Al het geschreeuw demonstreert die misère. Conso droomt van een beter leven en een droomman, zoals Cabiria in Le notte di Cabiria (van Federico Fellini), maar Lengronne bezit niet Giulietta Masina’s flair. Het verrast niet dat die droomman haar voor de gek houdt, wel dat dit op potsierlijke wijze aan het licht komt tijdens een decadent feestje. Als reactie grijpen naar drugs als troost voelt weer als een cliché. Het lijkt een ingepland incident om de toch al vriendschappelijke dames meer naar elkaar toe te laten trekken. Zo zijn de beslommeringen van Axelle en Conso de te verwachten problemen als je denkt aan de combinatie van prostitutie en financiële zorgen.

De uitzondering die de regel bevestigt is echter Dominique, wiens stroeve omgang met haar dochter, maar amicale verhouding met haar man, zorgt voor een ronder personage dan alleen maar het gelijkstellen van prostitutie met aanhoudende misère.

Filles de joie

Illusie van realiteit
Fellini romantiseerde in Le notte di Cabiria het straatleven zo sterk dat Cabiria’s dromen van het doek spatten met een indringende sentimentaliteit. Filles de joie geeft daarentegen een illusie van realiteit met gebeurtenissen die het echte harde leven als prostituee moeten voorstellen. Het zware leven van de drie dames lijkt eerder conceptueel dan concreet. De stereotypering van de personages symboliseert het harde leven te gemakzuchtig. Daarin staan Axelle’s ex en Conso’s charlatan voor puur kwaad, dus in het verhaal gewillig kanonnenvoer om de harde wereld vet te onderstrepen.

Naast deze cartooneske externe bedreigingen is er nog het harde schreeuwen over van alles. De botsingen hangen in het luchtledige, omdat de perspectieven slechts aarden in voor de hand liggende gemeenplaatsen over prostitutie. Dat maakt Filles de joie een povere poging om de beproevingen van de sekswereld en de onderlinge vriendschap daarin invoelbaar te krijgen.

 

25 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

Muidhond

***
recensie Muidhond

Onprettig kopje onder

door Sjoerd van Wijk

Muidhond geeft de kriebels met een duik in de psyche van een jongen met pedofiele neigingen. Door begripvol zijn worstelingen te tonen, is het een oncomfortabele confrontatie, maar gaat daarbij niet verder dan voyeurisme. 

Deze verfilming van het gelijknamige boek van Inge Schilperoord neemt hier en daar vrijheden, maar blijft trouw aan hetzelfde principe van in de huid kruipen. Jonathan komt vrij wegens gebrek aan bewijs en keert terug naar huis. Wel krijgt hij het advies mee naar de psycholoog te blijven gaan en aan zichzelf te werken. Waar hij precies van beschuldigd was, blijft op de achtergrond, maar het is duidelijk dat het om seksueel misbruik van het minderjarig meisje Vera gaat. Jonathan doet zijn best met een dagboek en op zijn baantje, maar krijgt meer en meer moeite zich afzijdig te houden van zijn buurmeisje Elke. Zij zoekt hem stelselmatig op, waardoor Jonathan dreigt toe te geven aan zijn neigingen. 

Muidhond

Onheilspellend
Wat er precies is gebeurd met Vera en wat er zou kunnen gebeuren met Elke blijft onuitgesproken, maar daarmee vanzelfsprekend. Regisseur Patrice Toye bouwt zorgvuldig de spanning op, hier en daar een vluchtige blik op Jonathans verleden met een spookachtige Vera. Of even vluchtige momenten van verlangen in het heden.

De discipline aan het begin, met fluisterende voice-over die gevoelens becijfert op Likert-schaal, doet nog niet vermoeden waar het om te doen is. Jonathans duidelijke berouw en vastberadenheid zijn leven te beteren, krijgen een duistere rand zodra Elke’s nietsvermoedende pogingen tot vriendschap aanvangen. Dat maakt Muidhond een onheilspellende film die langzaam maar zeker meesleurt in Jonathans gevoelsleven. 

Ontluisterend
Tijmen Govaerts houdt als Jonathan emotionele afstand, wat de wanhopige discipline van tot tien tellen of gevoelens becijferen extra cachet geeft. Zodra de omgang met Elke begint, gaat het van voorzichtig tot telkens nieuwe grenzen over. Enigszins listig mist Elke een vaderfiguur in haar leven en dat maakt Muidhond tot een vertwijfelende ervaring.

Jonathan en Elke beleven indringende momenten samen, die beiden vrolijke ontsnapping bieden aan een verzengende industriële kustplaats. Daarin zit groei die familiaal overkomt. Jonathans afglijden maakt de film daardoor akelig. De interne strubbelingen en langzame overgave ontluisteren en trekt ook de mooie momenten tussen de twee in twijfel.

Muidhond

Psychisch voyeurisme
Jonathan noemt zichzelf een monster, maar Toye ziet dat genuanceerder. Waar in Der Goldende Handschuh regisseur Fatih Akin opzichtig dweept met weerzinwekkend gedrag of in Happiness van Todd Solondz een pedofiel middels suspense eenzelfde behandeling krijgt, is Muidhond begripvol over Jonathans innerlijke conflict en de moeite om zijn neigingen de juiste plaats te geven.

Toch voelt de film op psychisch gebied uiteindelijk voyeuristisch aan. Het oncomfortabele geeft weinig aanleiding tot reflecties op seksualiteit, sociaal isolement of de behandeling van kinderen met gezinsproblematiek. Het is vooral een nare zit, een onprettig kopje onder waarna je slechts naar adem hapt.

 

27 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Hellhole

****
recensie Hellhole

Collectief bewust zijn

door Tim Bouwhuis

Op 22 maart 2016 schokte een reeks aanslagen de Belgische hoofdstad Brussel. Met Hellhole kruipt de Vlaamse filmmaker Bas Devos in het collectief bewustzijn van een maatschappij die niet weet of ze nog eens door een catastrofe getroffen zal worden.

“Spreek je ook Frans?”, vraagt een Brusselaar aan een jongeman in een stadspark. Als een duidelijk antwoord uitblijft, concludeert de Brusselaar half grappend dat zijn toehoorder dan wel van de Taliban moet zijn. Volgende scène: in een klaslokaal op een Brusselse middelbare school komen Trump en terrorisme ter sprake. Brussel zou de Jihadistische hoofdstad van Europa zijn, laat een meisje terloops vallen. Hellhole is zo nog maar net begonnen als een tweetal schijnbaar nonchalante scènes de belangen al op scherp zetten.

Hellhole

Bang voor morgen
Gelukkig is Hellhole geen doorsneefilmvariant op de thema’s die hier aangesneden worden. Devos is niet zozeer geïnteresseerd in het verwarmen van een of meerdere hete hangijzers (terrorisme, conflicten tussen bevolkingsgroepen); zijn film gaat wel over politiek, maar heeft op zichzelf geen expliciet politiek karakter. De aanpak die de regisseur van Violet (2014) verkiest is ambitieuzer. Via associatief verbonden scènes poogt hij door te dringen tot de levens van verschillende mensen die dagelijks met (emotionele) hoogspanning geconfronteerd worden, zonder te veel nadruk op dat laatste te leggen. Echte hoofdpersonen ontbreken, een afgebakende vertelling is er niet. Met zijn sfeerstuk gaat Devos voor de kracht van kleine signalen. Twee militairen die meeliften in de metro. Een beeldverbinding die wegvalt. Zelfs het avondeten brandt aan.

Brussel, zo zien we, is een meltingpot waar angst veel macht heeft. Bang zijn voor de ‘ander’ betekent hier vrijwel automatisch dat je bang bent voor elkaar. Potentieel gevaar schuilt op iedere straathoek, en niemand is nog in staat zich voor de realiteit af te schermen. “Afstand bestaat niet meer”, zegt Samira (Lubna Azabal) tegen haar goede vriend Wannes (Willy Thomas). In dezelfde fase van de film speelt een groep kinderen een schietspel op de spelcomputer.

Angst veruiterlijken
Op momenten ontneemt Devos’ stilistische voorkeur voor observatie de film iets van zijn zeggingskracht. De voortglijdende middellange takes (beheerst camerawerk van de doorgewinterde Nicolas Karakatsanis) schuren niet, ze sussen, en dat schept soms afstand tussen de angsten waar de Brusselaren over spreken en de beeldtaal die gebruikt wordt om die uit te drukken.

Hellhole

Devos’ ingetogen composities, vastgelegd op Kodak (35 en 65 mm) tegen het verzadigde Brusselse nachtlicht, zullen volledig op hun plaats vallen in opvolger Ghost Tropic (Kodak 16 mm, te zien op het IFFR en vooralsnog vanaf medio maart in de bioscoop). In Hellhole sterken ze vooral de poëtische ondertoon van een reis langs rusteloze zielen, knap uitgedrukt via een onbestemd, dynamisch sound design. Het maakt de film alleen wel minder intens dan de titel wellicht doet vermoeden – tot je letterlijk in een hellegat kijkt.

De wereld openbreken
De absolute meerwaarde van Hellhole zit hem uiteindelijk vooral in zijn aanspraak op een groter verhaal, dat vooral via subtiele verwijzingen (bijvoorbeeld naar de transcontinentale vluchtelingenstroom) verteld wordt. Niet toevallig werkt één van de mensen in de film, Alba (Alba Rohrwacher, de zus van de Italiaanse regisseuse Alice Rohrwacher), als tolk voor het Europees Parlement. Hellhole mag zich op die manier misschien in Brussel afspelen en ook wel degelijk over Brussel gaan, de onderbuik van de film gaat heel Europa aan.

Devos’ derde langspeler (die hier dus eerder wordt uitgebracht) heeft zo vast het nodige gemeen met Ghost Tropic. Ook in die film worden minimale middelen aangewend voor grote gebaren. In een double bill hebben de twee titels veel te zeggen over het Europa van nu, zonder hun kijkers daarbij op de knieën te dwingen en een betekenis op te leggen. Het is een bijzondere, kwalitatief bemoedigende tandem van een regisseur die hopelijk nog veel te verbeelden heeft.

 

18 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Film Fest Gent 2019 – Preview

Film Fest Gent 2019 – Preview
Grenzeloze cinema

door Tim Bouwhuis

Waar de ogen van filmfestivalminnaars in Nederland vaak gericht zijn op het einde van januari (IFFR), spant in België Film Fest Gent de kroon. Dit jaar ligt de rode loper uit tussen 8 en 18 oktober. Tijd voor een brede blik op de programmering, met onder meer aandacht voor nieuw talent uit Spanje en het genot van lastminuteverrassingen.

Het parcours dat films afleggen binnen het festivalcircuit is een fenomeen op zichzelf. De competitiefilms van Gent gaan meestal in première op één van de grotere Europese festivals (Berlijn, Cannes, Venetië), maar reizen ook in Noord-Amerika (Vancouver, Toronto) of Oceanië (Sydney). De ongeschreven, maar doorgaans overduidelijke hiërarchieën in het circuit dwingen (artistieke) festivaldirecteuren om scherpe keuzes te maken in het vormgeven van hun hoofdcompetitie. Waar Rotterdam met zijn Tigers inzet op internationale premières en wereldpremières met een eigen(zinnige) stempel, zijn er in Gent meer titels die elders al imponeerden. Denk bijvoorbeeld aan Monos van de Braziliaanse cineast Alejandro Landes. Deze intense verkenning van natuur en lichaam op de brug van adolescentie, geregistreerd door de Nederlandse cameraman Jasper Wolf, opende na de première in Berlijn onder andere het Imagine Film Festival in EYE.

Muidhond

Hart voor de filmmuziek
Dit jaar is er onder de dertien kanshebbers voor de Grand Prix één belangrijke Vlaamse première en één vreemde eend in de bijt. De Gentse regisseuse Patricia Toye presenteert Muidhond (in Nederland al aangekocht) en het Amerikaanse enfant terrible James Franco maakte al in 2015 Zeroville, een Hollywoodsatire die destijds in een la verdween toen de oorspronkelijke distributeur failliet ging. Onder de andere competitiefilms vinden we onder andere Atlantique van de Frans-Senegalese filmmaakster Mati Diop (de hoofdrolspeelster van Claire Denis’ 35 Rhums), Ghost Tropic van Bas Devos en La Llorona van Jayro Bustamante. Van die laatste cineast draaide Temblores onlangs nog in de Nederlandse zalen.

Dat de internationale jury naast de beste film enkel de beste score bekroont (met de Georges Delerue Award, vernoemd naar de componist van o.a. Godards Le Mépris), verraadt al enigszins hoe belangrijk filmmuziek voor het festival is. Ook dit jaar is Film Fest Gent de gastheer van de World Soundtrack Awards, een avondvullend gala-evenement dat sinds 2001 op het programma staat. Vorig jaar kleurde Carter Burwell (de vaste componist van de gebroeders Coen) het affiche, dit jaar is het de beurt aan Marco Beltrami (recente scores voor Free Solo, A Quiet Place).

Viridiana

Focus op Spanje
Film Fest Gent stelt jaarlijks een vast programma samen dat zich focust op een specifiek land. Dit keer is het de beurt aan Spanje, en een nadere kijk op de selectie stemt zeer positief. Aan klassiekers natuurlijk geen gebrek: geprogrammeerd zijn onder meer Viridiana (1961) van Luis Buñuel en een vroege film van Pedro Almodóvar (Matador, 1986). Alejandro Amenábar (Abre los Ojos, The Others) heeft zowel zijn eerste (Tesis) als zijn laatste film (While at War, over het Franco-regime) draaien. Veel interessanter in festivalverband is echter de selectie van nieuw werk.

Verfrissende ontdekkingen zijn daar te verwachten in het rijtje titels van jonge filmmakers, die in Gent hun eerste (Elena Martín met Julia Ist; Alberto Dexeux & Ànnia Gabarró met Les Perseides), tweede (Juan Palacios met Meseta) of derde (Oliver Laxe met Fire Will Come) langspeelfilm kunnen laten vertonen. Het Amerikaanse vakmagazine Variety muntte in 2017 de term ‘Catalaanse New Wave’ om – jawel – een nieuwe golf van filmtalent aan te duiden, en verwees daarmee onder andere expliciet naar Elena Martín. Als een term als deze u niets zegt zonder in het werk van de betreffende filmmakers te zijn gedoken, probeer dan in ieder geval Con el Viento te zien; dit prachtige drama over persoonlijke expressie, herinnering en rouwverwerking kreeg afgelopen zomer een release via Previously Unreleashed (EYE), en werd geregisseerd door één van de vrouwen in het rijtje van Variety (Meritxell Colell). Het is fascinerend te zien hoe direct deze nieuwe namen zich met elkaar laten verbinden: Elena Martín, die in Gent Julia Ist heeft draaien, acteert ook in Con el Viento.

A Hidden Life

De grootste verrassing voor ondergetekende was de lastminutetoevoeging van drie producties van verdeler Disney. Het was flink duimen, maar op het laatste moment is het zo mogelijk geworden om vóór het invallen van het nieuwe jaar te kijken naar de monumentale nieuwe film – A Hidden Life – van Terrence Malick, die deze lente opende in Cannes. Op het moment van schrijven staat de Nederlandse release gepland voor februari 2020. Zo lang hoeven fans van erkend cultheld Taika Waititi (What We Do in the Shadows, Hunt for the Wilderpeople) overigens niet te wachten op – controverse gegarandeerd – nazisatire Jojo Rabbit. Die film opent na de enkele vertoning in Gent het LIFF (Leiden).

Krenten in de pap
De programmering in Gent is zo breed als de hoeveelheid ademruimte die je jezelf wilt gunnen. Als bezoeker kun je je fixeren op de sectie Spaanse cinema en je daarbij bijvoorbeeld verliezen in het uitgesproken (El Mar), enigmatische (El Niño de la Luna) oeuvre van Agustí Villaronga. Maar je kunt er ook voor kiezen een aantal competitiefilms te gaan zien en de krenten uit de pap van de Global Cinema-sectie te halen. Veel films die in Gent draaien zijn al aangekocht voor distributie in Nederland, maar er zijn genoeg uitzonderingen, zoals, uit Mongolië, Öndög van Wang Quan’an, Land of Ashes van de Costa Ricaanse Sofía Querós Ubeda en Vivarium van Lorcan Finnegan (die ik alvast op Imagine verwacht). Nederlandse cinefielen die zich normaal verlustigen aan het aanbod van Rotterdam en andere binnenlandse festivals kunnen zo ook eens overwegen een blik over de grens te werpen.

InDeBioscoop zal tijdens het festival, tussen 8 en 18 oktober, in blogvorm verslag doen van de filmische hoogtepunten.

 

 7 oktober 2019


MEER FILMFESTIVAL

De Patrick

***
recensie De Patrick

De man en zijn hamer

door Suzan Groothuis

Op een nudistencamping lopen de gemoederen hoog op wanneer de eigenaar overlijdt en de vraag rijst wie de camping gaat overnemen. Maar, erger nog, er is een hamer zoek. De film ontvouwt zich vervolgens tot een detective-achtige tragikomedie, waarin Patrick, een wat simpele jongen, er op gebrand is zijn hamer terug te vinden.

Het Vlaamse De Patrick is een film die direct in het oog springt. De hoofdpersonen, een enkeling daargelaten, zijn namelijk allen naakt of zeer spaarzaam gekleed. De film speelt op een nudistencamping in de Ardennen, al maakt het niet uit of je er naakt of in kleding rondloopt. Alles kan, alles mag. Wat ge zelf wilt.

De Patrick

De film draait om hoofdpersoon Patrick (Kevin Janssens, D’Ardennen), een introverte jongen die samen met zijn ouders de camping runt. Maar er is onvrede over de gang van zaken. Patricks vader moet tegenover het bestuur het beleid verklaren, want niet alles verloopt vlekkeloos. Grootste probleem: het kasgeld is op. 

Verdwenen hamer
En dan ontstaat er drama: Patricks vader overlijdt. Het lijkt logisch dat Patrick de camping gaat overnemen, maar de Nederlandse aasgieren Herman (Pierre Bokma, jawel, naakt!) en zijn vrouw Liliane zien er ook iets in. Er woedt een stiekeme strijd om de leiding over de camping. De sluwe Liliane zet daarbij haar charmes in en verleidt Patrick met seks en potjes zelfgemaakte jam.

Edoch, Patrick heeft wel iets anders aan zijn hoofd. Het overlijden van zijn vader lijkt hem niet echt te raken. Zijn focus is gericht op zijn favoriete hamer, die hij kwijt is. Terwijl hij seks heeft met Liliane kan hij maar naar een ding kijken. Die lege plek op zijn muur waar ooit de hamer hing.

Wat dan volgt is een bizarre zoektocht naar zijn geliefde gereedschap, waarbij Patrick dwangmatig de camping afgaat. Maar hij wordt door de campinggasten van het kastje naar de muur gestuurd. Verschillende bekende gezichten komen voorbij: Bouli Lanners (regisseur van Les Géants en Ultranova) als Bon, een betrokken politieagent, en zelfs de Nieuw-Zeelander Jemaine Clement (Flight of the Conchords), die in De Patrick de arrogante zanger Dustin speelt. 

Hoewel de gasten met Patrick te doen hebben, kan niemand hem echt helpen. Ondertussen vangt hij de aandacht van de mooie Nathalie (Hannah Hoekstra), die eigenlijk voor Dustin naar de camping is gekomen. Een desillusie, want de man is alleen maar met zichzelf en andere vrouwen bezig. Nathalie ziet iets in Patrick wat anderen niet zien: ondanks dat hij geen ambities lijkt te hebben, maakt hij prachtige houten meubelen. 

De Patrick

Droogkomisch met een gevoelige ondertoon
De Patrick is een film die qua stijl doet denken aan Alex van Warmerdarm (Abel, Borgman). Droogkomisch en licht bizar. Regisseur Tim Mielants, die verantwoordelijk was voor het derde seizoen van Peaky Blinders en wat afleveringen van Legion en The Terror, vermengt het geheel tot een komisch drama met een hoog mystery gehalte. Je hoort het Patrick vele malen zeggen: “Waar is mijn hamer?” 

De Patrick is in zijn eerste helft, waarin ongemak en humor knap versmelten, het sterkst. Dat is vooral te danken aan Kevin Janssens in zijn rol van Patrick. De acteur, die we eerder nog als gespierde, arrogante zakenman zagen in wraakfilm Revenge, is bijna onherkenbaar. Hij kwam flink wat kilo’s aan voor zijn rol en zet Patrick overtuigend neer. Patrick, steevast gekleed in alleen een rommelig overhemd, is in zichzelf gekeerd, sullig maar ook kwetsbaar en lief. En weet de kijker, al is het een vreemde vogel met die obsessie voor zijn hamer, voor zich te winnen.

Als film is De Patrick echter wat onevenwichtig, zeker richting einde. De whodunit rondom de verdwenen hamer is zwak uitgewerkt en sommige scènes, zoals het bezoek van Patrick aan de caravan van Herman, leunen tegen het kolderieke aan. Maar de film is interessant als je hem bekijkt vanuit het oogpunt van de outsider. De Patrick handelt over iemand die geen torenhoge ambities heeft of in de spotlights hoeft te staan. Ondanks zijn stille en simpele karakter is Patrick wel puur en het lukt Janssens dat met minimale mimiek over te brengen. Onderliggend borrelen er emoties en dat maakt De Patrick complexer dan je op het eerste gezicht zou zeggen.

 

26 september 2019

 

Lees hier het interview met regisseur Tim Mielants.

 

ALLE RECENSIES

Regisseur Tim Mielants over De Patrick

Regisseur Tim Mielants over De Patrick:
“Ik heb het altijd gezien als een kostuumdrama”

door Alfred Bos

De Vlaamse, internationaal succesvolle tv-regisseur Tim Mielants heeft met De Patrick zijn eerste speelfilm gemaakt. Het is een existentiële zoektocht vol absurdisme in de geest van Alex van Warmerdam en Jos Stelling. “Ik heb altijd opgekeken tegen de Nederlandse cinema.”

Absurdisme gaat in vele gedaantes, ook zonder kleren. De Patrick, de eerste speelfilm van de internationaal succesvolle tv-regisseur Tim Mielants, is gesitueerd op een nudistencamping in de Ardennen. Patrick, een vrijgezelle dertiger en getalenteerd schrijnwerker, bestiert het kampeerterrein voor zijn blinde moeder. Hij zoekt een hamer—en zichzelf.

Tim Mielants

“Alles is vertrokken vanuit een jeugdherinnering”, vertelt Mielants (Antwerpen, 1980). “Mijn ouders namen me in 1986 mee naar een nudistenkamp, diep verstopt in de Pyreneeën. Die werd opengehouden door een moeder en een zoon. De moeder was blind en het kamp was een uitvalsbasis voor ETA-terroristen, wat die moeder niet wist. Dat was een hele mysterieuze zomer. Wat ik daar allemaal heb gezien als zesjarig kind, heeft me nooit losgelaten.”

“Ik wilde het mysterie van die zomer vertalen naar het filmdoek. De Patrick is iemand van 39 jaar die communiceert met zichzelf als zesjarige. Dat was het startpunt. Ik zou liegen als ik beweer dat de film zich op een gewone camping had kunnen afspelen. Ik wou naakt onderzoeken in zijn niet-seksuele context. Naakt heeft verschillende definities gehad: symbolische, religieuze; seksualiteit is daar onderdeel van. Tegenwoordig is het enkel en alleen seksueel.”

“Op de filmschool heb ik projecten gedaan waarin mannen technische uitleg gaven van een ijskast of de werking van een motor. En die puur technische uitleg deden ze naakt. Dat vond ik leuk, daar is niets seksueels aan. Wat doet het beeldmatig als we nu eens iets heel a-seksueels doen, maar dan naakt? Wat brengt dat teweeg?”

De Patrick

Gesmolten roomijs
De titelrol wordt vertolkt door Kevin Janssens, voor Vlaamse vrouwen een woest aantrekkelijk sekssymbool en in Nederland bekend van zijn rol als crimineel in D’Ardennen; vorig jaar was hij te zien in Catacombe. Janssens deed voor de film een De Niro, à la Raging Bull: hij dronk liters gesmolten roomijs en kwam 17 kilo aan. Van stoere actieheld transformeerde hij tot onzeker dikkertje. Maakt Mielants zich zorgen om de gezondheid van zijn acteurs?

“Nee, absoluut niet. Dan hadden ze maar een andere job moeten kiezen”, zegt hij lachend. “Ik wilde aanvankelijk met niet-acteurs werken. Maar de film begon te technisch te worden, de vorm werd steeds belangrijker om de essentie te communiceren. Ik had dus een echte acteur nodig, Kevin kan een film dragen. Voor mij is de mentale transformatie even belangrijk als de fysieke transformatie.”

Hoe reageerden de acteurs en actrices toen ze hoorden dat de kleren uit moesten?

“Ik dacht dat het grote problemen zou opleveren, maar dat was het niet. Iedereen zag heel duidelijk dat het een film was die daar niet over ging. Bij Pierre werkte het zelfs in het voordeel. Hij had het scenario gelezen en zei: ‘normaal doe ik dit niet, maar omdat het naakt is, doe ik het wel’. En dan hoop je dat het heel hard regent, de hele tijd.” Mielants schatert van het lachen. “Nee, het heeft niet geregend. Lang leve de hittegolven.” Opnieuw een schaterlach.

De Patrick

Was de crew misschien ook zonder kleding?

“Daar blijf ik heel mysterieus over”, reageert Mielants. Na afloop van de voorpremière in Amsterdam beantwoorden de regisseur en acteur Pierre Bokma – hij speelt de intrigant Herman – vragen van het publiek. Onbedoeld verklapt Bokma dat de filmploeg gekleed was.

Als we de seksualiteit eraf halen, heeft naakt natuurlijk veel te maken met identiteit.

Mielants: “Als mensen naakt zijn, gaan we ze beoordelen in termen van aantrekkelijk of niet aantrekkelijk en daar wou ik van weg.”

Enkele weken geleden sprak ik een regisseur, Peter Strickland, die een film heeft gemaakt over kleren. Nu praat ik met een regisseur die een film heeft gemaakt over geen-kleren. Volgens Strickland denken mensen vaak negatief over hun lichaam en verhullen dat met kleding. Dat kan in uw film niet. Heeft dat meegespeeld?

“Interessant. Ik heb gehoord dat vrouwen die een borstamputatie hebben ondergaan, wordt geadviseerd om naar een nudistencamping te gaan. Daar wordt uw lichaam niet gezien als aantrekkelijk of niet aantrekkelijk.”

“Het naakt werkt voor mij doordat het niet functioneel is. Ik heb De Patrick altijd gezien als een kostuumdrama. In die films zie je de historische kostuums na vijf minuten niet meer en ben je gegrepen door het verhaal. Zo ziet de kijker deze film ook. Ik ben het naakt niet gaan opzoeken en ik ben het niet uit de weg gegaan. Doordat ik het nudisme zelf niet belangrijk vind – intrigerend, maar niet belangrijk – voelt het als kijker ook als niet belangrijk.”

Bizarro cinema
De Patrick laat zich lastig in een hokje stoppen, de film is het post-moderne voorbij. Met zijn absurdisme sluit hij aan op het werk van de Franse regisseurs Bruno Dumont (Ma Loute) en Quentin Dupieux (Réalité). Er zijn overeenkomsten met de films van Yorgos Lanthimos (The Lobster), de Mexicaan Amat Escalante (La región salvaje) en de Argentijn Benjamín Naishat (Rojo). Het is een typisch eenentwintigste-eeuwse stijl, die flirt met absurdisme en satire, en zich weinig aantrekt van genreconventies. Je zou het bizarro cinema kunnen noemen. Daar valt bijvoorbeeld de ultragewelddadige superheldenstatire van de tv-serie The Boys ook onder.

“In mijn film zitten geen dingen die onmogelijk zijn, anders dan in bijvoorbeeld The Lobster”, reageert Mielants. “Wel is er die absurdistische touch. Ik heb dat absurdisme nooit opgezocht, ik zie dat als een vanzelfsprekendheid. Misschien is de realiteit veel krankzinniger.” Hij noemt voorbeelden als Alex van Warmerdam en Jos Stelling (De Wisselwachter). “Mensen die heel belangrijk voor mij zijn. Ik heb altijd heel opgekeken tegen Nederlandse cinema.”

De Patrick

De Patrick is Mielants eerste speelfilm. “Die moest iets persoonlijks zijn. Dat is wat me aanspreekt in films van anderen: er is niemand zoals jij. De eerste films van Bruno Dumont hebben mij heel hard aangesproken. Er waren drie pijlers. De communicatie met dat zesjarig kind. Rouw, hoe ik met rouw omga. En ambitie. Ik ben naar school gegaan in de jaren tachtig en begin jaren negentig. Daar stond gelukkig worden altijd rechtstreeks in verband met carrière maken. En presteren. Dat heb ik altijd sterk in vraag gesteld.”

“Ik vond juist figuren interessant die geen slaaf zijn van de ratrace van onze maatschappij. Dikwijls waren dat de klusjesmannen of de mannen die de lijnen trokken op het voetbalveld.  Ik voelde: die zijn hun eigen dromen aan het dromen. Ik wilde al die thema’s combineren in het universum dat mij zo hard heeft aangesproken toen ik zes jaar was. Waar het op neerkomt, is om blij te zijn met wie je bent. Dat probeert de film te communiceren.”

Rouwproces
Tijdens zijn zoektocht naar de hamer doorloopt Patrick de vijf fasen van het rouwproces: ontkenning, woede, strijd, depressie en berusting. “Iedereen heeft zijn eigen uitleg”, vertelt Mielants. “De directeur van het filmfestival in Austin feliciteerde mij met mijn film die de verrechtsing in de westerse wereld zo goed in beeld brengt”, zegt hij lachend. “Hoe abstracter de film wordt, hoe meer mensen gaan interpreteren. Dat vind ik mooi. Soms doen de mensen iets anders met de film dan je zelf voorop hebt gesteld.”

De hamer is een MacGuffin, een sturend plotelement. Het is geen metafoor?

“Dat wil ik aan de kijker overlaten. Een vriendin die filosofie gestudeerd heeft, zei: ‘de film vertelt de hamer-theorie van Nietschze’.”

Psychologen zeggen dat ze iemands creativiteit kunnen aflezen aan het aantal toepassingen dat je voor een ding, bijvoorbeeld een hamer, verzint. Wat kun je er allemaal mee doen?

“Voor mij gaat de film over het omgaan met verdriet. Als er iemand overlijdt die dicht bij u staat, komen er vragen op u af. Wat wil ik met mijn leven? Patrick heeft dat ook. Dat zijn dikwijls vragen waar mensen van weg willen vluchten. Dat is het moment waarop mensen workaholic worden. Of beginnen te drinken. Patrick verliest zich in zijn zoektocht naar zijn hamer. Een hamer die weg is, dat kan hij begrijpen. Dat kan iedereen begrijpen. De fasen van het rouwproces vormen de structuur van de film.”

Het is uw eerste film. Heeft u er lang mee rondgelopen?

“Ja, dat is ook de reden dat de film flirt met verschillende stijlen. Met komedie, met horror, met pure suspense. En surrealisme, magisch realisme. Omdat het persoonlijk was, had ik meer tijd nodig om het evenwicht te vinden. Carrièregewijs kwam ik dingen tegen waar ik geen ‘nee’ tegen kon zeggen en dan ben je weer twee jaar verder. Dat is soms wel een voordeel: afstand nemen. Er zat nooit haast bij.”

De Patrick

Kruisbestuiving
Tim Mielants kon De Patrick in alle rust voorbereiden omdat hij een succesvolle loopbaan heeft als tv-regisseur. In Vlaanderen werkte hij mee aan series als Code 37 (politie), Zingaburia (sciencefiction, absurdisme) en Cordon (drama, thriller). Sinds zijn bijdragen aan The Tunnel (2016), de Engels-Franse tegenhanger van het Deens-Zweedse The Bridge, is hij in trek bij Engelse en Amerikaanse tv-producenten. Mielants regisseerde afleveringen van The Terror (horror), Legion (superhelden, surrealisme) en de hotste serie van dit moment, Peaky Blinders (historie, misdaad).

“Ik ben heel traag in het ontwikkelen van ideeën”, zegt Mielants. “Die tv-reeksen hebben mij zelfvertrouwen gegeven. Maar ik ben daardoor ook bepaalde emoties of relaties tussen mensen beter gaan begrijpen. Een voorbeeld naar aanleiding van Peaky Blinders: de vrouw van een maffiabaas sterft, hij gaat door een rouwproces, hij kan niet ontsnappen aan de maffiawereld. De nudistencamping is voor Patrick een soort gevang waar hij niet uit geraakt. Op een heel vreemde manier heb ik Peaky Blinders opnieuw gemaakt.”

Mielants is enthousiast over de kruisbestuiving van film en tv. Hij legt uit: “Tv-series zijn minder high concept dan films, ook arthousefilms, en gaan meer over relaties tussen mensen omdat ze meer tijd hebben. Ik denk dat bij de start van de gouden eeuw van de tv-serie, met The Sopranos en The Wire, de nouvelle vague een beetje terugkwam. In een serie kon je meer doen, was je minder slaaf van het concept. Series konden dingen vertellen die film al een tijdje niet meer vertelde.”

“David Fincher zegt: ‘een film maken is een popsong, een serie als House of Cards of Mindhunter is een opera’. Hij heeft de tijd om een aria van twintig minuten te zingen. Ik denk dat series hebben gezorgd voor een heel interessante verfrissing. En voor een uitdaging, probeer nu iets anders te doen. Ik citeer David Lynch: ‘echte arthousecinema zit op kabeltelevisie’. Er wordt veel geëxperimenteerd. Televisie verkeert op een heel boeiend creatief moment.”

Met regisseur, scenarist en acteur Bouli Lammers (hij speelt in De Patrick de politieagent Mon) gaat Tim Mielants dit najaar in Schotland zijn tweede speelfilm draaien. “Bouli heeft het script geschreven en vroeg of ik wilde regisseren. Van oktober tot december zitten we op het Isle of Harris, voor de Schotse westkust. Dat wordt guur.”

 

De Patrick draait vanaf donderdag 26 september in de Nederlandse bioscoop.

 

25 september 2019

 

MEER INTERVIEWS

Regisseur Koen Mortier over Engel

Regisseur Koen Mortier over Engel:
“Het leven is niet van A naar B naar C”

door Alfred Bos

De in Vlaanderen immens populaire wielrenner Frank Vandenbroucke overleed in 2009 onder vreemde omstandigheden. Dimitri Verhulst schreef er een roman over. Koen Mortier verfilmde de roman. Engel is de titel van zijn film. “Een groot deel van je leven bestaat uit gedachten. Die zijn in film niets.”

Engel, de derde speelfilm van Koen Mortier (1965), is een film over een fietser. Of eigenlijk, een wielrenner, een coureur. Is de regisseur zelf een fietser?

“Ik heb gisteren gefietst”, vertelt hij wanneer we bellen met Brussel, waar zijn productiebedrijf CZAR – dat onder meer de wielerfilm Coureur van Kenneth Mercken en de meest recente films van Alex van Warmerdam (co)produceerde – is gehuisvest. “Maar dat was voor het eerst in drie maanden”, voegt Mortier eraan toe. Hij had een tijdje last van zijn rug.

Koen Mortier (foto: Stephan Vanfleteren)

Koen Mortier (foto: Stephan Vanfleteren)

“Zoals elke Vlaming ben ik opgevoed met wielrennen. Mijn vader was een grote fan van Eddy Merckx. Ik ook, tot hij in Parijs-Roubaix van 1974 in de sprint verslagen werd door Roger De Vlaeminck. Toen was het over, ik was verdrietig. Mijn vader nam me altijd mee naar wielrennen, dat was een onderdeel van onze relatie. We zijn altijd naar de Zesdaagse van Gent geweest. We hebben, denk ik, duizend kilometer samen gefietst.”

“Toen ik tien was, kreeg ik mijn eerste koersfiets en gingen we samen fietsen. Hij ging volle bak en ik moest aanklampen, al wenende van uitputting, maar ik was niet van plan om op te geven. Op mijn vijftiende heb ik wraak kunnen nemen door hem los te rijden. Ik mocht van hem geen wedstrijden rijden. Hij had veel vrienden in het wielrennen en het grote probleem was doping. Hij zei dat wielrennen altijd aan doping gelinkt zal worden en heeft ook een aantal vrienden slecht zien gaan vanwege doping.”

Rand van de waanzin
Engel is Mortiers verfilming van Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten, de roman van Dimitri Verhulst uit 2011, over een coureur die op 12 oktober 2009 in een Senegalees hôtel de passe dood wordt aangetroffen, na de nacht met een prostituee te hebben doorgebracht. Het is in België geen geheim dat voor de coureur Frank Vandenbroucke model stond. De populaire wielrenner raakte in opspraak door doping en vervolgens aan lager wal.

“De enige die geen stem in het
verhaal had, was de prostituee”

“Dat is in België een bekend verhaal”, aldus Koen Mortier. “Iedereen kent het. Maar niet zoals het in het boek voorkomt, namelijk de enige die geen stem had in het verhaal was de prostituee. De media hebben alle aandacht geschonken aan het fantastische leven van die fantastische wielrenner die het nooit gemaakt heeft, Frank Vandenbroucke. De volledige familie heeft kunnen meeklagen aan de zijlijn van zijn dood, maar de prostituee was niet zo belangrijk. Die werd bekeken als afval, vrees ik.”

“Toen ik het boek van Dimitri las, was ik enorm aangesproken door het gevoel van die vrouw. En ook door de puurheid van die vrouw. Iemand die moet strijden om te overleven, die het zeker niet zo gemakkelijk heeft als een topwielrenner. Die wordt verliefd en dan verliest ze hem onmiddellijk. Dat vond ik interessant. Ik vond het ook interessant om haar het vertrekpersonage van de film te laten zijn. Voor mij was het ook háár verhaal. Hij is voor haar een klant, maar ze gaat mee in zijn zogenaamde verliefdheid. Hij staat eigenlijk totaal niet open voor liefde, hij staat aan de rand van de waanzin. En toch ziet ze het beste erin en denkt, this is my ticket, ergens.”

Engel

Engel

Pompen of verzuipen
Engel is gedraaid in Senegal en toont de laatste nacht van Thierry, de coureur (vertolkt door de Franse acteur Vincent Rottiers), in het gezelschap van Fae, de prostituee (een rol van de in Senegal geboren Franse actrice Fatou N’Diaye). De film opent met een titel die duidelijk maakt dat Engel zowel feit als fictie is, dus geen biopic. Het is in feite een liefdesdrama.

“Dat was de bedoeling, ja”, reageert Mortier. “Het boek, en ook de film, is een klein verhaal dat een bombastisch liefdesdrama blijkt. De filmmuziek onderstreept dat. Ik wilde dat de muziek die overdrijving meedroeg. Dat die ontmoeting van twaalf uur veel langer wordt door het drama, de beelden en de muziek. Zodat het allemaal versmelt en het is alsof ze elkaar al jaren kennen.”

Die indruk roept u ook op door het verhaal niet-lineair te vertellen. Dat helpt om de tijd op te rekken.

“Dat was de bedoeling”, reageert de regisseur opnieuw. “Ik heb de film wel lineair gemonteerd, maar dan maak je het verhaal niet rond, omdat je als kijker maar één van de twee personages kent. Je ziet van hem droombeelden, of eigenlijk waanbeelden die alleen maar kunnen leiden tot de dood. Ik had voor haar ook waanbeelden geschreven, maar dan beelden over de schrik van wat zou kunnen komen. Die heb ik er tijdens het schrijven al uitgehaald, omdat ik van de Waalse subsidiecommissie te horen kreeg dat dat seksistisch was. Achteraf heb ik er spijt van dat ik dat eruit heb gehaald. Daardoor is de vrouw wat uitgehold.”

“Als je weet waar de personages aan toe
zijn, waarom zou je dan de film zien?”

U heeft eerder gewerkt met niet-lineair vertellen. Wat spreekt u daarin aan?

Mortier: “In veel niet-lineaire films zie ik het lineaire van het verhaal omdat het mijn manier van denken, zelfs mijn manier van zijn, is. Ik heb moeite met het lineaire verhaal omdat je daarmee veel uitschakelt van het mens-zijn. Lineaire verhalen zijn nogal vals, nogal onecht tegenover het leven. Het leven is niet lineair. Het leven is niet van A naar B naar C. Het leven duwt je terug, laat je vooruitgaan. Het is heel kneedbaar, dat leven. Film is dat voor mij ook. Pompen of verzuipen, je weet niet waar je aan toe bent. Als je weet waar de personages aan toe zijn, waarom zou je dan de film zien? Als je naar een film in het commerciële circuit kijkt, weet je al na vijf minuten hoe het zal aflopen en wie er zal overleven. Bij een niet-lineaire film blijf je toch raden naar die dingen. Een groot deel van je leven bestaat uit gedachten. Die zijn in film niets.”

Want film is beeld. U heeft die gedachten proberen te visualiseren via de droomscènes.

“Klopt, het ongeval is een angstbeeld, een manier om de dood op te roepen, om te leiden naar de dood. Er zijn als wielrenner heel veel manieren om te sterven en toch loopt het op zo’n domme manier af. Ik vind het interessant dat je als kijker weet dat de hoofdpersoon doodgaat. Want die weet het niet en ziet het niet aankomen.”

De kijker weet meer dan het personage: dat is Hitchcock.

“Dat is een interessant gegeven in film. Daar kun je mee spelen: de kijker denkt het te weten, maar hij weet het niet omdat hij denkt dat hij het weet. Ik wou ook een heel verdrietige film maken. Een verdrietige, pijnlijke film die het gebruik van drugs of doping ergens ook wel ondermijnt. Dat wilde ik ook laten zien: de daad van doping is minder erg dan het resultaat. Coureur gaat diep in op de daad.”

Ex Drummer

Ex Drummer

Alex van Warmerdam
Net als zijn debuutfilm Ex Drummer (2007), naar de roman van Herman Brusselmans uit 1994, is Engel – of Un Ange, zoals de internationale titel luidt – gebaseerd op een boek dat Mortier bewerkte tot scenario. Idee en scenario voor zijn tweede speelfilm komen uit eigen koker. 22 mei (uit 2011) gaat over terrorisme en kreeg niet de aandacht die hij verdient. Kwam die film misschien te vroeg?

“Ik weet nog goed”, reageert Mortier, “toen ik aan 22 mei begon zei een producer uit Israël tegen me: ‘Jij hebt het recht niet om die film te maken’. Zo’n reactie kreeg ik vaker: ‘Dat gebeurt niet in België, wat een onzin’. Van een filmfestival in Irak heb ik de prijs van het beste scenario gekregen. Hun reactie was: dat is wat wij dagelijks meemaken en voelen en denken. Voor Europa was het waarschijnlijk een jaar of vijf te vroeg. Onderwerping van Michel Houellebecq was wel juist van timing.”

U bent naast scenarist en regisseur ook producent. U heeft een aantal malen gewerkt met Alex van Warmerdam. Hoe bent u met hem in contact gekomen?

“Door toeval. Mijn vrouw is een producer. We waren in Rotterdam, voor het filmfestival, met Ex Drummer en daar hebben we Marc van Warmerdam ontmoet. We zijn iets gaan drinken en hadden het over art direction en production design. Mijn productiedesigner, Geert Paredis, is heel goed met materie, met verf en kleuren. Daar was Alex naar op zoek. Ik heb die twee elkaar laten ontmoeten en daar is de samenwerking uit voortgekomen. Het klikt ook heel goed. Dat is wel prettig als je met elkaar samenwerkt.”

“ Voor mij is Alex van Warmerdam
de enige cineast van Nederland”

“Ik heb veel respect voor Alex en Marc. Voor mij is Alex de enige cineast van Nederland, als ik het zo mag stellen. Hij is echt een auteur. Hij heeft zichzelf gemaakt en zijn films hebben een manier van uitdrukken die je nergens anders vindt dan bij Alex van Warmendam. En toch beantwoordt het volledig aan de Nederlandse cultuur.”

Dimitri Verhulst is de auteur van het boek waarop Engel is gebaseerd. Heeft hij commentaar of input gehad?

“Ik heb Dimitri tijdens de productie van Engel niet gezien. Ik heb hem mijn vorige films laten zien. Hij is een fan van Ex Drummer. Hij was oké met het idee dat ik zijn boek ging verfilmen. Ik heb mijn ding gedaan en ik heb hem Engel laten zien vlak voor we naar het filmfestival van Toronto gingen. Daar zijn we een week samen geweest, hebben veel gebabbeld en het resultaat is dat ik zijn eerste film ga produceren. Hij gaat een scenario van zichzelf verfilmen. Er zit een film in Dimitri, dat voel ik. Maar let op, er is nog een lange weg te gaan. We zijn pas vertrokken.”

Engel komt ook uit in het buitenland, waar men minder bekend is met Frank Vandenbroucke. Zou dat een handicap kunnen zijn?

“Wel een beetje. In België en Nederland is wielrennen een populaire sport, we kennen de romantiek van die cultuur. In Frankrijk is dat heel anders. Sportjournalisten waren wél enthousiast, omdat die het DNA van de film begrijpen. Voor Franse filmjournalisten ligt dat anders. Die hebben niks met wielrennen.”

De film gaat niet alleen over wielrennen, maar over de liefde en de druk van de roem.

“Films als Engel en Coureur zijn films voor de Benelux, België en Nederland, en vooral Vlaanderen. Dat zijn films over ons. Ik heb het gevoel dat de cultuurwereld en de sportwereld buiten België en Nederland ver uit elkaar liggen.”

Bent u al bezig met uw vierde film?

“Absoluut, die heb ik net ingediend. De titel is Skunk, gebaseerd op een boek van een kinderpsychiater die werkt met kinderen in instellingen. Kinderen die zijn mishandeld of misbruikt en daardoor misdadige feiten gepleegd hebben.”

Lachend: “Een heel luchtig verhaal.”

 

Engel draait vanaf donderdag 8 augustus in de Nederlandse bioscoop.

 

5 augustus 2019

 

MEER INTERVIEWS