Regisseur Kenneth Mercken over Coureur

Regisseur Kenneth Mercken over Coureur:
“Een wielrenner mag niet klagen”

door Alfred Bos

Coureur is het speelfilmdebuut van de Vlaamse regisseur Kenneth Mercken. Als voormalig Belgisch kampioen bij de beloftes kent hij de wielersport van binnenuit. Het is een gesloten wereld waar dingen gebeuren die het daglicht schuwen.

 “Als sporter zit je vier, vijf uur per dag op de fiets. Je maakt zóveel endorfines aan. Het is echt een verslaving. Je denkt 24 uur per dag aan trainen, eten, slapen. Aan niks anders. Dan heb je geen relativeringsvermogen. Dan heb je niet meer die afstand. De afstand die ik wel nodig had om deze film te maken.”

Kenneth Mercken (foto: Toon Aerts)

Kenneth Mercken (foto: Toon Aerts)

Kenneth Mercken (1976) werd in 2000 Belgisch kampioen bij de elite zonder contract, de amateurbeloftes. Maar tot een glanzende carrière als profwielrenner is het nooit gekomen. Hij reed in Italië voor een ploeg van semi-beroepsrenners, aanstormend talent waaruit de besten doorstromen naar de profs. Net echt, met ploegleider, teamhuis, onderlinge competitie—en doping.

“Ik merkte dat epo niet
werkte op mijn lichaam”

“Ik merkte dat epo niet werkte op mijn lichaam”, zegt Mercken. Het advies van een gerenommeerde wielerarts: groeihormonen gebruiken en wel voor de duur van zijn wielerloopbaan. De belofte is tot alles bereid. Maar, voegt de arts eraan toe, groeihormonen werken ook op kankercellen. “Toen had ik een inzicht: dit gaat echt te ver. In de autorit terug heb ik besloten om filmschool te gaan doen.”

De filmschool omdat hij “na dat opwindende leven met al die kicks iets wilde dat die rush verving. Ik wilde geen 9 tot 5 job gaan doen. Ik wilde ook een zingeving in mijn leven. Iets speciaals doen. Iets bereiken ook.”

In 2012 maakt hij een kortfilm, het op ervaring gebaseerde The Letter, over een Russische amateurrenner die prof wil worden in Vlaanderen. Spraakmakend is de scène waarin de dopingcontrole wordt geflikt. Vervuilde urine uit de blaas, schone urine teruggeplaatst in de blaas – en nu moet de lezer met een zwakke maag even de andere kant uitkijken – via een naald in de pisbuis.

Autobiografisch met fictieve elementen
De gruwelscène zit ook in Merckens speelfilmdebuut, Coureur. Hij speelt in de wereld van de beloftes, jonge renners van heinde en verre worden in Italië gedrild voor het grote werk. De film geeft een kijkje achter de schermen van de wielerwereld en is semi-autobiografisch, verbeeldt wat de regisseur als beloftevolle coureur heeft meegemaakt. De film toont tevens een complexe vader-zoonrelatie: vader projecteert zijn dromen op zijn getalenteerde zoon. Mercken is er eerlijk over, ook dat is dicht bij huis.

Coureur

Wat de vraag oproept waarom hij deze film heeft gemaakt. Om persoonlijke of artistieke redenen? Het antwoord is: beide. Mercken is na zijn wieleravontuur niet naar de filmschool gegaan met het idee, hier moet hij iets over maken. “Dat is pas veel later gekomen. Tijdens mijn studie werd wel duidelijk dat er bij mij een urgentie bestond om hier iets over te vertellen.”

“Andere regisseurs krijgen
de kans niet om dit te zien”

“De wielerwereld is een gesloten wereld. Andere regisseurs krijgen de kans niet om dit te zien. Rond dit thema bestaat een soort omerta. Als ik die wilde doorbreken, moest ik natuurlijk wel kennis van zaken hebben. Ik heb het zelf meegemaakt.”

U spreekt over omerta, zwijgplicht. Bent u bang voor reacties uit de wielerwereld?

“Ik hoop dat er veel reacties komen, negatief of positief. Ik vind dat we open moeten praten over misstanden uit het verleden die nog altijd aan de gang zijn.”

Voor alle duidelijkheid: wat de film laat zien speelt zich af net onder het professionele niveau.

“De bovenlaag was toen even verziekt en ik denk dat er nog steeds misstanden aan de gang zijn. Het is nog steeds mogelijk om epo te gebruiken en niet gepakt te worden. Om bloedtransfusies te doen. Dat gebeurt nog steeds in de sport.”

Er is misbruik op professioneel en semi-professioneel niveau. Zit het ook daaronder?

“Ik denk van wel. Misschien dat het nu wat cleaner wordt omdat er meer controles zijn dan vroeger. En betere controles. Maar wat ik heb ervaren is dat het in de amateurwereld ook gebeurt. Ik kreeg vorige week nog een vraag over een elektrische fiets, met een niet zichtbare elektrische aandrijving. Dat was een vraag van iemand die toeristentochtjes rijdt op zondag.  Het is van alle tijden, denk ik. Het zit in de mens.”

Wat me opviel aan de film: de onwaarschijnlijke competitiedrift. Ten koste van alles, zelfs van gezondheid. Je gaat twijfelen aan het verstand van mensen.

“Als je die droomt hebt, is je blik gericht op de top, ook al is het onrealistisch dat je die top zult bereiken. Je verliest jezelf daar in. Je komt terecht in een microwereld. Kranten gaan over je schrijven. Je krijgt aandacht van ploegleiders, van artsen, supporters. Dat stuurt je allemaal voorbij de limiet.”

“Als je valt, moet je binnen twee
seconden weer op je fiets zitten”

Ik begrijp uit de film dat er veel medische begeleiding is, veel aandacht voor het lichaam. Maar er is totaal geen aandacht voor de geest. Ziet u dat als ex-wielrenner als een gebrek?

“Ik zie dat als een groot probleem in de sport. Misschien kan mijn film daar ook voor waarschuwen. Er moet meer aandacht komen voor de psychologie van de sporter. Daarin heb je helemaal geen begeleiding. Het is ook eigen aan het wielrennen: men klaagt niet. Het peloton raast maar door. Als je valt, moet je binnen twee seconden weer op je fiets zitten. Je kunt niet klagen.”

“Er zijn veel zelfmoorden geweest in het wielrennen, tragische dingen gebeurd. Een wielrenner is heel gesloten ook, die mag niet klagen. Dat is eigen aan de sport. Je wordt heel individueel en gesloten. Die sport maakt je ook zo. Daardoor kun je met dat soort problemen bij niemand terecht. Dat is niet goed en zeker niet voor jonge gasten waar je tussen terecht komt. Je bent eigenlijk nog een kind.”

“Wat ik heb meegemaakt is in feite absurd. Het is ergens ook heel spannend. Maar daar ben je op dat moment eigenlijk nog niet klaar voor. Je wordt gedwongen om te snel volwassen te zijn. Daar gaat de film ook over.”

Coureur

Een van de artsen zegt over de hoofdpersoon: hij is nog niet uit zijn puberteit.

“Dat is in het echt ook gebeurd met mij. Het is ook de vader die hem klein houdt en tegen hem zegt: je bent zwak, je bent nog een kind. Dat zegt hij om zich als vader boven hem te stellen.”

Het is uw vader, dus daar ga ik niet over zeggen…

“Maar dat mag, hoor.”

Dat je dat als vader nodig hebt om te zeggen, voor je eigendunk.

“Dat is iets heel complex. Een psychologe las een interview dat ik ooit heb gegeven met een wielertijdschrift en ze zei: het is een uiting van liefde. Er ontstaat een soort persoonsverwarring en mijn vader had dat inderdaad. Als ik bijvoorbeeld bij de arts zat, begon hij altijd over zichzelf te praten, alsof hij het over mij had. Een vader denkt dat wat het beste is voor zijn droom, voor zijn aspiratie, ook het beste is voor zijn kind. Hij gaat de dingen door elkaar halen. Hij denkt: het is mijn bloed, dat ben ikzelf.”

“Ik vond het mooi om te zien dat dat eigenlijk een uiting van liefde is. Die band tussen vader en zoon is heel hecht. Maar het is ook dubbel, hè. Het gaat over zijn eigen trots. Maar op hetzelfde moment beseft hij: nu overstijgt hij mij. Er is ook jaloezie en nijd. Die jongen zoekt zijn eigen identiteit, zijn leven los van zijn vader. Maar hij kan het niet.”

Is dat een van de redenen waarom hij naar Italië gaat?

“Absoluut, om letterlijk die afstand te vinden. Maar in Italië ontdekt hij dat hij daar ook geinfecteerd wordt door het geweld van zijn vader. Dat hij ook wordt zoals zijn vader. Hij kan niet van hem loskomen. Maar het is niet zo dat hij in de film ook filmschool gaat studeren”, voegt de regisseur er lachend aan toe. “Dat had ook nog gekund, als enige manier om los te komen. Maar dan was het een ander soort film geworden.”

Aan het slot van de film komt een authentiek filmbeeld langs van iets wat kort daarvoor in de film is nagespeeld. Dat suggereert dat de film autobiografisch is. Wilt u dat daarmee benadrukken?

“Ja, ik denk van wel. Het is een intuïtieve keuze geweest. Ik wilde dat graag doen, het voelde goed. Ik ben me gaan afvragen: als je dit doet, zeg je dat alles wat daarvoor te zien was, echt is. Het is dicht bij wat ik heb meegemaakt, maar er zitten wel fictionele elementen in.”

Kunt u er enkele noemen?

“De bloedtransfusie bijvoorbeeld, die is niet echt gebeurd. Die scène is heel symbolisch: vader en zoon zijn intiem, ze wisselen hun bloed uit. De vader is te trots om mee te gaan naar Italië en zijn zoon daar kampioen te zien worden. Maar hij wil ook een stukje van zichzelf meegeven.”

“Je weet, ik ben een grens over
gegaan en ik kan niet meer terug”

Er zitten scènes in Coureur die ook in een horrorfilm hadden gepast. Dat gebeurt ook in het echt?

“Ik heb zelf nooit een urinewissel gedaan, maar ik heb er veel over gehoord. Ik ben wel heel vertrouwd met naalden. Het werd op een geven moment zelfs banaal. Je gaat een grens over. Het begon met magnesium inspuiten in de ader. Een arts legde uit hoe ik dat moest doen. Dat is eng, de eerste keer. Maar het geeft zo’n macht. Je weet, ik ben een grens over gegaan en ik kan niet meer terug.”

Het klinkt als heroïne.

“Het is ook psychologisch verslavend. Magnesium gaat geen wonderen doen, maar je voelt: nu heb ik een stap gezet. Nu ben ik dichter bij die droom. Het gaat altijd maar verder. Op den duur wordt epo zo ook niks. Wordt het iets banaals zelfs.”

Dat is dus gevaarlijk, dat het gewoon wordt.

“Zeker als je van alles op eigen houtje gaat doen. Ik was begaan en secuur, ik wist waar ik mee bezig was. Maar ik heb andere jongens gezien die geen idee hadden wat ze aan het doen waren. Ik ben wel eens binnengelopen bij een ploegmaat en daar lagen allemaal ampullen op zijn bed. Er was een soigneur bij die dat klaarmaakte. Ik zei: ‘En, wat gaat hij inspuiten?’ ‘Dat weet ik niet’, zei de ploegmaat. Ik heb er met mijn verstand nooit bij gekund hoe dat mogelijk is.”

“In Italië kwam er een jongen naar me toe die wist dat ik er meer van afwist. Hij liet me een pilletje zien. ‘Mag ik je vragen, wat is dit? Dit geven ze me al een half jaar en ik raak geen poot vooruit.’ Dat was testosteron, oraal. Als je testosteron oraal inneemt, dan gaat je hypofyse ook plat liggen. Dus je eigen aanmaak ligt dan plat. Je kunt het wel doen, om te herstellen na een zware koers. Het helpt een paar uur.”

“Maar hij kreeg dat elke dag. Die jongen was waarschijnlijk nog in zijn groei, hij zal zeventien zijn geweest. Het pilletje werkt een paar uur, maar legt wel je eigen aanmaaksysteem plat. Waarschijnlijk was zijn testosteronniveau met pil lager dan zijn natuurlijke aanmaak, met als gevolg hij eigenlijk helemaal niets meer kon. En dat voor iemand die nog in de groei is. Toen dacht ik: wow, dat is heftig.”

“Dat de wielerwereld gesloten blijft, dat we het een taboe houden—dat is niet goed. Bepaalde dingen zouden met controle toegelaten moeten worden. Omdat het dan veiliger wordt.”

Coureur

Dus net als met recreatieve drugs: legaliseren, want dan heb je er meer greep op?

“Voilà, Nederland is daar een goed voorbeeld van. Dan wordt het wel gezonder, denk ik.”

Denkt u dat het mogelijk is om de gesloten wielerwereld open te breken en doping uit de taboesfeer te halen?

“Ik hoop het. Ik denk dat de mensen die er belang bij hebben, de teams die nu bezig zijn, zullen zeggen – zoals altijd gebeurt – ‘hij spreekt over het verleden, dit gebeurt niet meer’. Ik hoop dat de film er aan kan bijdragen dat het debat wordt opengebroken.”

“Anitdopingsfederaties zijn bedrijven met belangen. Ze sporen middelen op waarmee ze publiciteit kunnen halen, dat speelt ook allemaal mee. Er wordt zoveel in de doofpot gestoken. Ik denk dat het goed is als er een open debat over komt.”

“Ik ben altijd bezig
met verhalen en schrijven”

Waar komt uw belangstelling voor film vandaan? Was dat al vanaf jongs?

“Absoluut, misschien dat mijn broer wel die microbe op mij heeft overgedragen. Ik was een jaar of zeven toen hij mij Eraserhead van David Lynch liet zien. We keken heel veel films op de Duitse tv, op Arte. Het heeft me altijd gefascineerd.” Lachend: “Ik heb dat zeker niet van mijn vader gekregen.”

Voelt u zich een verhalenverteller?

“Dat heb ik dan wél meegekregen van mijn vader. Ik ben altijd bezig met verhalen en schrijven. Ik heb ook wel eens kortverhalen geschreven en gepubliceerd zelfs. Ik heb geen conventionele, klassieke manier van vertellen. Dat vond ik ook belangrijk aan de film, dat het een ervaring is en dat het nonlineair verloopt. Een a tot z-verhaal vind ik niet de realiteit weergeven.”

Dat geeft me de kans om iets over de film te zeggen: ik heb geen enkele scène gezien met een begin, een midden en een einde. Het is erg impressionistisch, bijna een videoclip.

“Ik wilde dat je als kijker die rush ervaart. Dat je als een soort voyeur ziet wat er achter die gesloten deuren gebeurt. Als je dat heel lineair in scènes gaat uitwerken krijg je een verhaal. En dat wilde ik niet. Ik wilde een ervaring overbrengen.”

 

7 mei 2019

 

MEER INTERVIEWS

Coureur

***
recensie Coureur

Alles nemen wat verboden is

door Cor Oliemeulen

Het drama Coureur over de jonge Vlaamse wielerbelofte Felix is nooit prettig om naar te kijken, maar biedt wel een aangrijpend relaas vanuit het perspectief van een hulpeloze dopingzondaar die zich vooral voor zijn vader wil bewijzen.

“De Amstel Gold Race van vandaag was veruit de beste wielerwedstrijd die ik ooit heb gezien. Absoluut ongelooflijk!”, twitterde Lance Armstrong nadat multitalent Mathieu van der Poel op sensationele wijze de enige Nederlandse wielerklassieker op zijn naam had geschreven. “Wat doe je hier, ga alsjeblieft weg”, sneerde iemand naar de Amerikaan die in zijn profiel nog vrolijk meldt dat hij zeven keer de Tour de France heeft gewonnen, ondanks het feit dat die titels hem al lang en breed zijn afgenomen. Met ruim drie miljoen volgers op Twitter geniet Armstrong nog steeds veel populariteit en aanzien, ondanks dat hij zijn grootste successen behaalde met structureel dopinggebruik, leugens en intimidatie.

Coureur

Onthutsend
In The Program (2015) toont regisseur Stephen Frears hoe Lance Armstrong bijna de hele wielerwereld in een ijzeren greep hield (inclusief het betalen van zwijggeld aan de internationale wielerunie) totdat een vasthoudende Ierse sportjournalist de ongekende dopingaffaire met overtuigend bewijs aan het licht bracht. De ongenaakbare Amerikaan werd al in 1999 bij zijn eerste Tourzege positief getest, een periode waarin bijna elke professionele wielrenner epo tot zich nam. Door het inspuiten van een hormoon dat extra rode bloedcellen produceert, zouden de spieren minder snel verzuren en zou het uithoudingsvermogen verbeteren.

Richt The Program zich op de ontmaskering van een beroemde frauderende wielrenner, het Belgische drama Coureur geeft een even onthutsend inkijkje in de wereld van een jonge, talentvolle wielrenner eind jaren negentig, echter eenzijdig vanuit het benauwende perspectief van de dopinggebruiker c.q. het dopingslachtoffer. Nationaal beloftekampioen Felix Vereecke (Niels Willaerts) sluit zich geheel tegen de zin van zijn dominante vader Mathieu (Koen De Graeve) aan bij een Italiaanse semiprofessionele wielerploeg en spuit, drinkt en slikt alles wat verboden is. Deels stiekem, deels onder toezicht van de ploegleider, die hem uiteraard laat vallen zodra zijn pupil wordt betrapt.

Vader-zoonconflict
De tragische geschiedenis is ontstaan door de ingewikkelde, maar klassieke verhouding tussen vader Mathieu en zoon Felix. De vader, die zich nog dagelijks thuis op de rollerbank in het zweet werkt, is mislukt als wielrenner en wil dat zijn zoon diens droom kan verwezenlijken. De zoon, die weinig aandacht en liefde van zijn vader heeft ontvangen, wil zich bewijzen, terwijl jaloezie en rivaliteit leidt tot ruzies en soms een knokpartij. Moeder Gerda (Karlijn Sileghem) kijkt liever de andere kant op, zelfs als zij ziet hoe haar man zijn bloed geeft aan hun zoon. Felix is bang dat hij daardoor kanker krijgt, voor Mathieu telt slechts de glorie.

Coureur

Coureur is geïnspireerd op de korte wielercarrière van Kenneth Mercken, die tijdig besloot dat hij zijn gezondheid niet langer op het spel wilde zetten en films wilde maken. Ook hij werd op jonge leeftijd nationaal kampioen en conflicteerde met een vader die wilde dat zijn zoon wel die geweldige racer wordt. Als ervaringsdeskundige wilde Merkcen laten zien hoe de wielrenner de wedstrijd ziet, voelt en beleeft. Uiteindelijk met het verstand op nul, bloed kotsend op het asfalt, maar altijd weer doorgaan omdat je bent wijsgemaakt dat je bent geboren om te winnen.

De verslaving aan zowel de sport als de doping, de naïviteit van de zoon en de rivaliteit met de vader in Coureur geven een aardig, subjectief beeld van de jonge belofte die wordt geleefd door zijn drijfveren en gemanipuleerd door zijn omgeving (de met een pistool zwaaiende Russische collega is eerder uitzondering dan regel). Naturalistisch, bij vlagen claustrofobisch gefilmd, waarmee de kijker vooral krijgt ingepeperd hoe je je eigen dromen moet volgen en in godsnaam moet afblijven van verboden middelen die je lichamelijk en geestelijk kunnen ruïneren. Twintig jaar na Armstrong, Vereecke en co lijken de dopingexcessen voorgoed uit de wielerwereld verbannen.

 

3 mei 2019

 

Lees hier het interview met regisseur Kenneth Mercken.

 

ALLE RECENSIES

Grand Bain, Le

***
recensie Le Grand Bain

Synchroonzwemmers in midlifecrisis

door Sjoerd van Wijk

Le Grand Bain brengt energie in een klassiek underdogverhaal. De sierlijkheid waarmee de film over een olijke bende mannen in midlifecrisis verhaalt, leidt tot aanstekelijk optimisme, maar is wel een misvatting van hun problematiek. 

Bij het plaatselijke zwembad vormt een samengeraapt zooitje mannen van middelbare leeftijd een synchroonzwemteam. Tweewekelijks is het trainen van het niveau bierteam geblazen, gevolgd door diepe gesprekken over ieders problemen. Want ze hebben allen wel iets, van depressie, falende ondernemingen tot aan woede-uitbarstingen. Totdat zij besluiten mee te doen aan het wereldkampioenschap synchroonzwemmen voor heren. Het verhaal volgt vele welbekende punten, inclusief voormalige topzwemsters met een verleden die hen moeten omscholen tot kampioenen. Maar Le Grand Bain draait gelukkig niet om deze sportfilmclichés waarin een montage om progressie aan te duiden niet kan ontbreken. 

Le Grand Bain

Midlifecrisis smörgåsbord
Het gaat om de triomf van de mannen om weer iets van het leven te maken. Het koddige ensemble vertedert, wat een prestatie is gezien het feit dat het om een stel heren uit de middenklasse gaat, normaliter niet een groep die als underdog bekend staat. De groep is een waar smörgåsbord van hedendaagse problemen, of het nu refereert aan de depressie-epidemie zoals bij Bertrand (Mathieu Almaric) of iets eenvoudiger als Simons (Jean-Huges Anglade) verwoede pogingen om zijn droom van rockster waar te maken.

De herkenbaarheid komt eerder oprecht dan schematisch over mede dankzij het innemende spel van acteurs als Guillame Canet (Double Vies). Dat de vele verhaallijnen vaak plotse wendingen bevatten, zoals Simons van hem vervreemde dochter die uit haarzelf de verzoening inzet, doet geen afbreuk aan de authenticiteit. 

Innemend energiek
De vaart blijft er in met een sierlijkheid die past bij het synchroonzwemmen. Regisseur Gilles Lellouche moet verschillende ballen tegelijk in de lucht houden en doet dit op dynamische wijze. Beweeglijk voert Le Grand Bain mee van hot naar her met amusante onderonsjes tussen de personages als boeg binnen alle vaarwateren. De spanningen die een strenger trainingsregime met zich meebrengen, geven Leïla Bekhti als de aan een rolstoel gekluisterde oud-topper Amanda de ruimte om te schitteren. Haar tekeergaan tegen de stukken onbenul is van een bevrijdende geestigheid. 

Tegenover deze lach staat de traan van alle individuele problematiek. In de verte doet deze versie van feelgood denken aan Little Miss Sunshine of Jean-Pierre Jeunet, maar Lellouche geeft er een eigen draai aan met vlotte overgangen en opzwepende beweeglijkheid. Zo is een onderwerp wat op het eerste gezicht had kunnen leiden tot oubolligheid juist innemend energiek. 

Le Grand Bain

Hartverwarmend maar verraderlijk
Deze vitaliteit is onlosmakelijk verbonden met de overduidelijke moraal van het verhaal. Rondjes en vierkanten passen niet in elkaar, of toch wel? Deze moraal is weliswaar vernuftig geïntroduceerd met een gesmeerde stortvloed aan beelden, maar komt erg sturend over met gevormde kadering. De plotse wendingen getuigen daarom ook van een gebrek aan echte beproevingen voor de personages die deze gedachte kenbaar maken. Alles voor elkaar boksen met het team lijkt al voldoende voor alle individuele problematiek. Aan de ene kant werkt deze energieke lofzang op het onmogelijke voor elkaar krijgen aanstekelijk. Het optimisme waarmee de personages hun problemen als sneeuw voor de zon zien verdwijnen, is hartverwarmend. 

Maar daarin zit tegelijk ook een vorm van verraad. De midlifecrisis van de teamleden komt dikwijls neer op systemische mankementen, gebaseerd op de hedendaagse ethos dat alles kan als men er maar voor werkt. Zoals filosoof Byung-Chul Han opmerkt, leven wij in de vermoeide samenleving waar niet een ander ons dwingt iets te moeten doen, maar wij onszelf dwingen alles te kunnen doen. Le Grand Bain ziet daarmee niet in dat het geloof alles te kunnen geen triomfantelijke conclusie is maar juist de oorzaak van de problemen van zijn personages.

 

8 april 2019

 

ALLE RECENSIES

C’est ça l’amour

***
recensie C’est ça l’amour

Intiem familieportret

door Nanda Aris

Wanneer een vader er alleen voor komt te staan, doet ie er alles aan om zijn vrouw terug te winnen en het gezin te herenigen. De toneelles waarvoor hij zich opgeeft, is een excuus om zijn vrouw te kunnen zien. Maar onverwachts biedt het hem meer dan gedacht. 

C’est ça l’amour is de eerste film die Claire Burger alleen regisseert. Voorgaande films – Party Girl (2014) en Forbach (2008) – schreef en maakte ze samen met Marie Amachoukeli-Barsacq. Ook deze film speelt in Forbach, een plaats dichtbij de Frans-Duitse grens. Ditmaal zelfs in het huis van Burgers vader, waarin zij opgroeide en dat eigenlijk te klein was om goed te kunnen bewegen voor cast en crew. Maar Burger wilde de film losjes baseren op haar eigen jeugd (haar ouders scheidden toen ze jong was) en kon zich uiteindelijk niet voorstellen ergens anders op te nemen dan in het ouderlijk huis. 

C’est ça l'amour

Dochters
Mario (Bouli Lanners, de enige professionele acteur in de film) is een lieve, zachtaardige vader en echtgenoot, die kapot is van het feit dat zijn vrouw hem en de kinderen verlaat. ‘Als je terugkomt, ben ik veranderd.’ Het is aandoenlijk en een beetje zielig tegelijk hoezeer Mario zijn vrouw mist en stalkt. Met zijn baard en buikje is het een teddybeer en een goedzak. De meeste vrouwen sollen een beetje met Mario, tot je als kijker hoopt dat hij een grens trekt en voor zichzelf opkomt.

Mario heeft een zeventienjarige dochter Niki (Sarah Henochsberg) en een veertienjarige dochter Frida (Justine Lacroix), een androgyn meisje dat haar seksuele voorkeur ontdekt. Vooral Frida maakt het Mario niet makkelijk, omdat zij het hem kwalijk neemt dat moeder Armelle (Cécile Rémy-Boutang, tevens productiemanager van de film) vertrokken is.

Wanneer Mario voorstelt dat Frida haar vriendinnetje van school uitnodigt voor een slaappartijtje, heeft hij daar andere ideeën bij dan Frida. Wanneer hij Frida ziet zoenen met haar vriendin, besluit hij dat het beter is als de meisjes niet in dezelfde kamer slapen. Het lijkt niet zozeer onwil, maar vooral onmacht, en schrik voor het feit dat zijn dochter opgroeit. Frida is echter woest en besluit haar vader terug te pakken door zijn kruidenthee extra spice te geven en MDMA toe te voegen. Er volgt een grappige, aandoenlijke, maar licht overdreven scène waarin de hele familie bij elkaar is, ook al bevindt Mario zich in een andere wereld door de drugs.

C’est ça l'amour

Atlas
Het theaterstuk waarvoor Mario zich heeft opgegeven, is in eerste instantie alleen een middel om dichtbij zijn vrouw te zijn, maar wanneer hij zich overgeeft aan de groep en de opdrachten die ze uitvoeren, blijkt het een therapeutische werking te hebben op hem. Het theaterstuk, waarin niet-professionele acteurs een korte tekst uitspreken die typerend is voor henzelf – wie ze zijn, of zouden willen zijn – is een werkelijk gespeeld stuk.

Antonia, de regisseuse van dit stuk in de film, is ook in werkelijkheid betrokken bij dit bestaande project, Atlas, dat wordt opgevoerd met lokale mensen. Op die manier kon Burger op een authentieke wijze de omgeving in haar film verwerken; een beeld van een snel veranderende regio, onder andere door sluiting van een mijn en de opkomst van het rechts-nationalistische Front National.

Zo krijgen we in C’est ça l’amour een beeld van de regio, niet door het tonen van industriële landschappen, maar door deze burgers een stem te geven. Tegelijkertijd krijgt Mario meer zelfvertrouwen, want hij vindt steun in zijn toneelspel, zijn medespelers en in Antonia. En zo zoekt en vindt ieder gezinslid liefde en geluk, ieder op een eigen manier, op een eigen pad.

 

24 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Continuer

****
recensie Continuer

Verder zonder pc’s en wc’s

door Paul Rübsaam

Kirgizië in hartje Azië is een mooi, ruig en af en toe gevaarlijk land. In Continuer trekken een Franse moeder en haar jonge, volwassen zoon er te paard doorheen. Voor het avontuur, maar wat de moeder betreft vooral om te werken aan hun onderlinge betrekking, die evenals het landschap verre van rimpelloos is.

Toen de Brusselse regisseur Joachim Lafosse het boek van Laurent Mauvignier waar hij zijn film op baseerde maar nauwelijks uit had, kreeg hij naar eigen zeggen de neiging om zijn eigen moeder uit te nodigen voor een reis als die waarover het boek verhaalt. Een drang die hij nog nooit eerder gevoeld had.

Continuer

We geloven Lafosse (43) op zijn woord. Toch heeft hij zich als filmmaker al eerder over moeder-zoonrelaties gebogen. Zo komt in Nue Propriété (Private Property, 2006) een moeder (Isabelle Huppert) in conflict met haar volwassen, maar kinderlijke tweelingzoons (Jérémy Renier en Yannick Renier), met als inzet de verkoop van het huis dat aan de overleden vader toebehoorde.

In Continuer is er geen sprake van benauwende Franse of Belgische interieurs. Wel van binnenvetterij. Moeder Sybille (gesteund door haar dagboek) en zoon Samuel (met walkman) maken zich daaraan uitsluitend schuldig in de volle, ongerepte Kirgizische ruimte. Ondertussen leiden hun verschillende competenties regelmatig tot gekibbel, dat eigenlijk een strijd om de macht is. Samuel (Kacey Mottet Klein) kan beter met paarden overweg en als het echt moet met een pistool. Sybille (Virginie Efira) is vastberadener, minder teerhartig en minder bang voor hagedissen en Kirgiezen. Bovendien kan ze zich, Russisch sprekend, beter verstaanbaar maken.

iPod?
Er broeide natuurlijk al iets tussen moeder en zoon voor de reis begon. Wat dat is, ontvouwt zich even geleidelijk als het Kirgizische landschap. Samuel kan stevig drinken, zo blijkt. Bovendien heeft hij zich misdragen als student. Maar Sybille, lust die niet ook wel een slokje? En dan de vader van Samuel, van wie Sybille allang gescheiden is. Was hij wel degene van wie ze het liefst een kind had willen hebben?

Die hele door zijn moeder bedachte en op twijfelachtige wijze gefinancierde trektocht om nader tot elkaar te komen, vond Samuel ook al niet zo’n goed idee. Esoterisch gedweep met ongerepte natuur en verre volkeren is zijn ding niet. De overwegend beminnelijke en gastvrije Kirgiezen (het tweetal slaapt meestal in kleine tentjes, maar een enkele keer in een herberg in een dorp) noemt hij ‘klootzakken zonder pc’s en wc’s’. Als hij zijn iPod maar niet kwijtraakt. Al moet hij toegeven dat hij daar voortsjokkend op zijn paard tussen de bergen en de meren niet veel aan heeft. 

Continuer

Mooi meegenomen
Lafosse is als filmmaker wijs genoeg om de hoge bergen, weidse vlakten, grote meren en sterk wisselende seizoenen van de voormalige Sovjetrepubliek Kirgistan (Kirgizië) mooi mee te nemen (camerawerk van Jean-François Hensgens). Maar hij overdrijft dit niet en dat siert hem. Het landschap blijft voornamelijk decor voor een vertelling over twee verwante, getormenteerde individuen. Het doet zijn werk in sterke scènes zonder dialoog en met een minimum aan handeling. Als moeder en zoon ijsberend, naar muziek luisterend of schrijvend in een dagboek zich samen in de onmetelijke ruimte bevinden, maar ieder in hun eigen hoofd wonen.

Evenmin scheutig is Lafosse met het gebruik van cliffhangers, die (niet zelden in hun letterlijke betekenis) een traditioneel opgezette avonturenfilm op temperatuur moeten houden. Helemaal zonder tegenslag is de ruitertocht niet. Er zijn ongelukjes, kleinere en ook wat grotere. En niet iedereen die ze op hun weg tegenkomen is helemaal te vertrouwen. Maar voor de grootste aanslagen op het emotionele systeem van Sybille blijft Samuel verantwoordelijk en omgekeerd.

Toch nog schoonheidsfoutjes? Een enkel. Het leeftijdsverschil tussen de protagonisten oogt nogal klein (de acteurs schelen toch 21 jaar, dus je kunt erover twisten). En moeten moeder en zoon (wat ze zijn in de film) per se bij een mooi meer tweestemmig een slaapliedje voor kinderen zingen? Liever niet. Dit laatste is slechts een klein tenenkrommertje. Continuer is zeker geen feelgoodmovie. Eerder feel comme ci comme ça. De twee moeten door. Te paard en met elkaar. Of ze dat willen of niet.

 

10 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

This Magnificent Cake!

***
recensie This Magnificent Cake!

Vilten poppen in koloniaal Afrika

door Bob van der Sterre

Een animatiefilm over kolonialisme met vilten poppen? En er grapjes mee maken? Onze zuiderburen weten zoals gebruikelijk wel raad met experimenten, wat ook weer blijkt uit This Magnificent Cake!.

Een koning zit verveeld bij een optreden. Hij fluistert tegen zijn hulp midden in het optreden dat hij de klarinettist moet vragen om te stoppen met spelen. Die staat er vervolgens als een zoutzak bij – alleen de pianist speelt nog. De koning is tevreden hoewel het stuk nergens meer op slaat.

This Magnificent Cake!

Spot
In een hotel met kolonialisten werkt een pygmee als portier. Hij haat het hotel en de westerlingen maar het levert wel eten en geld op. Hij geeft zijn broer een stokbrood – die heeft dat nog nooit gezien. ‘Dat eten ze hier allemaal.’ Vervolgens is er een verwend kind nodig om de pygmee spijt te laten krijgen van zijn baantje.

De animatiefilm This Magnificent Cake! geeft een spottende kijk op kolonialisme. Het slimme van de film is dat hij het onderwerp kolonialisme niet frontaal aanvalt. Het is algemeen bekend hoe de Belgische koning Leopold II flink heeft huisgehouden in de Congo. Daar gaat deze film dus niet over.

We gaan hier van persoon op persoon. Een koning, een pygmee, een deserteur, een bakker die op de vlucht is en een klarinettist. In dit verhaal zijn ze allemaal op een of andere manier betrokken bij de koloniale staat.

Neem de bakker (Van Molle) die voor schulden vluchtte naar Afrika om daar als een koning te gaan leven. Als een rits pygmeeën uitglijden op een hangbrug en te pletter vallen met zijn spullen, voelt hij zich in de steek gelaten. Dat de pygmeeën een akelige verdrinkingsdood sterven, kan hem aan zijn reet roesten. Liever zet ie het op een zuipen in zijn eigen, eenzame paleis.

De eerste helft van de film is zodoende leuk opgezet in verschillende hoofdstukken met verschillende verhalen. Geen hoofdpersoon, geen dramatische verhaallijnen om je aan te houden, wel spot. Dat smaakt naar meer.

This Magnificent Cake!

Mystiek
Je hoopt dan toch wel op een soort opleving aan het einde – een plot dat zaken samenbrengt – maar dat doet de film niet. This Magnificent Cake! neemt een soort mystieke afslag met een grot, een reusachtige slak en hallucinatie. Voor de kijker is het niet meer duidelijk wat droom en wat realiteit is. Levert fraaie surrealistische beelden op maar daarmee verdwijnt de satirische humor wel een beetje naar de achtergrond.

Afgezien hiervan is de technische vaardigheid bijzonder. De animatie met vilten poppen is prachtig gedaan – en weer een vernieuwing in het genre. De hikkende koning met een kliek bezorgde figuren om zich heen is lachwekkend, ook al zijn het slechts poppen.

Wie een voorproefje wil: het duo Emma Swaef en Marc James Roels maakte zes jaar geleden de film Oh Willy, die in zijn geheel (twaalf minuten) op Vimeo te zien is. In beide gevallen gaan de films over de natuur en hebben ze ook een hoofdrol voor geluiden.

 

18 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Zagros

****

recensie Zagros

Oude tradities in een moderne wereld

door Ries Jacobs

Een man wordt door zijn familie gedwongen zijn vrouw te vermoorden en zo de eer van de familie te redden. Hij houdt tegelijkertijd zielsveel van zijn vrouw. Zagros is een film over een wereld waarin eer belangrijker is dan liefde.

Zagros is gelukkig als vader van de negenjarige Rayhan en echtgenoot van Havin. In de bergen van Turkije hoedt de Koerdische herder zijn schapen. Niet alleen het landschap doet denken aan de bergen waarheen Michael Corleone vluchtte in het eerste deel van The Godfather, ook de dorpsbewoners vertonen gelijkenissen. Familie, trots en eer zijn kernwaarden in hun leven.

Zagros

De dorpelingen roddelen over Havin. Ze zou Zagros bedriegen met een andere man. Haar in de eer aangetaste schoonfamilie haalt verhaal bij Havin, die het benauwd krijgt en naar Brussel vlucht. Zagros reist haar achterna en probeert met zijn gezin een nieuw leven op te bouwen. Nog steeds opgehitst door zijn familie, de haar eer wil wreken met het leven van Havin, wantrouwt Zagros zijn vrouw meer en meer.

Persoonlijk drama
Zagros is de eerste lange speelfilm van regisseur Sahim Omar Kalifa. Het script schreef hij zelf, samen met Jean-Claude van Rijckeghem. Zij hebben ervoor gekozen om het verhaal door middel van korte scènes snel te vertellen. Al na tien minuten ziet de kijker dat Havin wordt beschuldigd van overspel en Turkije verlaat. Het lukt de regisseur om de vaart in de film te houden en het verhaal begrijpelijk te maken.

De hoofdpersoon in de film volgt het pad dat Kalifa  eerder als vluchteling volgde, zij het dat de regisseur uit Irak kwam. Zijn politiek actieve vader werd het daar te heet onder de voeten, waarna de familie besloot te vluchten. Ook Kalifa is Koerdisch, ook Kalifa moest in zijn geboortedorp keuzes maken onder druk van zijn omgeving, ook Kalifa stak illegaal de grens over.

Ook in eerdere korte films blijft de regisseur dicht bij zijn Koerdische wortels. Een opvallend voorbeeld hiervan is zijn voorlaatste film Bad Hunter (2013), die ook gaat over eerwraak. De filmmaker snijdt hiermee een maatschappelijk beladen thema aan. Ook in Nederland vinden er jaarlijks honderden aan gewraakte eer gerelateerde geweldsincidenten plaats, waarvan de meeste gelukkig zonder dodelijke afloop. Kalifa neemt subtiel een maatschappelijke stelling in. Nooit legt hij zijn mening er te dik bovenop.  Mede hierdoor weten alle acteurs hun karakter geloofwaardig neer te zetten. Dit geeft de film een constante spanning die pas aan het einde tot uitbarsting komt.

Zagros

Sombere wereld
Het speelfilmdebuut van Kalifa is meer dan een verhaal over de gespannen verhouding tussen oude tradities en de moderne wereld. Hij laat ook de illegale reis naar het westen en de sombere wereld van migranten zien. De beelden van Turkije zijn groen en zonnig, die van Brussel zijn grijs en donker.

De Koerdisch-Belgische regisseur laat zien dat hij een verhaal kan vertellen, oog heeft voor sfeer zonder overdadig te worden en het beste uit acteurs weet te halen. Als hij dit niveau kan vasthouden in volgende films kan hij uitgroeien tot een van de betere regisseurs van onze zuiderburen.
 

24 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Charlie & Hannah gaan uit

**

recensie Charlie & Hannah gaan uit

De willekeur regeert

door Sjoerd van Wijk

Charlie & Hannah gaan uit wil zich op alle fronten bewijzen met een overdadige mix van stijlen. Deze aanpak werkt averechts, want de bewijsdrang gaat ten koste van een onderhoudend verhaal. 

Op een avond gaan hartsvriendinnen Charlie en Hannah op stap in de stad met een stel vrienden. Uit voorzorg hebben ze een mysterieus snoepje met hallucinerende werking genomen. De beide dames splitsen op, als Charlie vroeg naar huis gaat. Ze wordt vergezeld door Hannah’s eenmalige scharrel Fons, die een onderhoudende nachtelijke conversatie beginnen. Hannah legt wat aan met nieuwe scharrel Vincent. Al snel volgen de knotsgekke belevenissen elkaar in rap tempo op. Of het nu door de snoepjes komt of niet, de gebeurtenissen zijn bij vlagen bizar. Van rondwandelen in een zwart gat tot het volgen van een ananas naar een spookhuis. De rode draad van het verhaal is de liefdeslevens van beide dames. 

Charlie & Hannah gaan uit

Kleurrijke pastiche
De film is het debuut van schrijver-regisseur Bert Scholiers en dit blijkt wel uit de speelsheid waarmee de fantasierijke taferelen elkaar in rap tempo opvolgen. Zo ongeveer elke stijl passeert de revue met een geestdrift die doet denken aan de Franse Nouvelle Vague (bijvoorbeeld Pierrot le Fou, 1965). Van een bedrieglijke slice of life-opening tot geanimeerde totaalbeelden van de stad.

Ook het zwart-wit van de beelden is niet heilig, zoals voor een spookhuis sequentie in kitscherige neonkleuren zoals bij een Italiaanse giallo. De enige consequente factor is de camera, die op naturalistische wijze de karakters rond laat lopen in de maffe situaties. Dit draagt bij aan de surrealistische atmosfeer, alsof alle gebeurtenissen droomscènes zijn die voor de dromers zelf echt aanvoelen. Het geheel doet denken aan een frivole versie van Holy Motors, niet in de laatste plaats omdat er nu pratende gebouwen in plaats van pratende auto’s zijn. 

Pronken met plaatjes
Ook de karakters weten te voorkomen dat de carrousel niet volledig op hol slaat. Nuchter als ze zijn, laten ze zich niet uit het veld slaan door weer een rare wending. Met natuurlijk spel en dialoog geven de hoofdspelers een inkijkje in de psyche van met name Charlie en Hannah. De mindset van deze karakters lijkt de intentie achter de hele beeldparade te verraden.

De invloed van Woody Allen is duidelijk te zien in het algehele verhaal over liefdesperikelen en de dagelijkse praktijken van de gegoede middenklasse. De twee dames hadden met hun neurotische ideeën over het leven zo uit een van zijn scenario’s kunnen zijn gekopieerd. In plaats van welgestelde mensen in een midlifecrisis gaat het nu over jonge mensen met een quarterlife-crisis. De kleurrijke pastiche komt daardoor voornamelijk over als een manier om te pronken, net zoals jonge mensen spitsvondige plaatjes op sociale media posten. Dit wordt verder versterkt doordat de karakters meerdere malen het publiek toespreken, om de nonchalante ironie extra vet te onderstrepen. 

Charlie & Hannah gaan uit

Op veilig spelen
Op deze manier heeft de film dezelfde zwakte die Woody Allen ook vaak heeft. De bizarre droomscènes lijken een poging om lol te trappen met de gezapige levens van de karakters. Maar het weet niet te ontsnappen aan hetgeen het de draak mee steekt. Charlie & Hannah gaan uit komt daarom gewaagder over dan de film werkelijk is. Het spervuur aan ideeën heeft geen onderliggende visie. De scènes gaan alle kanten op en de willekeur ligt op de loer.

Omdat alles kan in de film, is er geen reden aan te wijzen waarom voor deze specifieke uitvoeringen gekozen is. Het geheel komt daarom gekunsteld over, met onhandige overgangen van de ene naar de andere situatie. Aangezien de karakters weinig diepgang hebben naast het neuroticisme, zijn hun perikelen nogal triviaal. Paradoxaal genoeg speelt de film ondanks de ogenschijnlijke risico’s die het neemt met de stijlenblender daardoor op veilig. Het is niets meer en minder dan een verzameling maffe clips, waar weinig subversieve geluiden uit voortkomen.
 

9 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Marquis de Wavrin, Le

***

recensie Le Marquis de Wavrin

Eendimensionale avonturier

door Ries Jacobs

De Engelse ontdekkingsreiziger Robert Scott vond in Antarctica de dood, werd postuum gebombardeerd tot held en kreeg een plaats in de wereldgeschiedenis. De Belg Robert de Wavrin legde inheemse volkeren vast op film en in boeken, leverde een bijdrage aan de wetenschap en werd nagenoeg vergeten. Le Marquis de Wavrin is een eerbetoon aan deze ontdekkingsreiziger.

In 1913 betrapt Robert Marquis de Wavrin de Villers-au-Tertre twee kinderen die op zijn landgoed noten stelen. Hij schiet zijn geweer leeg op de kinderen, die het maar net overleven. Om een celstraf te ontlopen vlucht hij naar Nederland, om daar op de boot naar Buenos Aires te stappen. Dit is het begin van het Zuid-Amerikaanse avontuur van de jonge Belgische edelman.

Le Marquis de Wavrin

Zijn drie reizen naar Zuid-Amerika, tussen 1913 en 1937, leveren vier films op. De bekendste verschijnt in 1931 in de bioscoop. Au pays du scalp (In het land van de scalp) brengt onder andere Amazone-indianen en de toen net ontdekte Incastad Machu Pichu naar de Europese bioscopen. Daarnaast schrijft hij boeken en artikelen en verzamelt hij waardevolle objecten die nu nog in musea te zien zijn.

‘Eerlijk, ongewapend en kwetsbaar’
Archivaris Grace Winter heeft uit het filmmateriaal van het Koninklijk Belgisch Filmarchief de documentaire Le Marquis de Wavrin, du manoir à la jungle samengesteld. Hierbij kreeg ze hulp van editor Luc Plantier. Stiekem hoopt ze dat deze film de nalatenschap van De Wavrin uit de vergetelheid zal halen.

De documentaire toont ons dat de markies zijn tijd ver vooruit was. ‘Mijn echte huis was de jungle. De indianen werden mijn broeders. Ik benaderde ze altijd als een vriend. Eerlijk, ongewapend en kwetsbaar.’ Zijn oprechte interesse in andere culturen was in die tijd een uitzondering. Veel van zijn tijdgenoten zagen de overzeese gebieden als commerciële wingewesten en hun inwoners als wilden.

Koppensnellers
Een reis van het landhuis (le manoir) naar de jungle, dat is wat de titel van de film suggereert. Winter en Plantier blijven oppervlakkig over de markies en zijn reizen. Wat voor persoon was hij? Wat voedde zijn hang naar avontuur? Is het zaadje hiervoor al in zijn jeugd geplant of is de avonturier De Wavrin bij toeval geboren nadat hij in 1913 besloot de boot naar Argentinië te nemen? Verder dan een zijdelingse opmerking dat de markies er al in zijn jeugd van droomde om Europa te verlaten komen de documentairemakers niet.

Le Marquis de Wavrin

Ook op de plaats van De Wavrin in de geschiedenis gaan de documentairemakers nauwelijks in. Wat heeft hij bijgedragen aan de westerse bekendheid met en acceptatie van andere culturen? Hoe werden zijn films ontvangen in Europa? De documentaire zegt hier niets over, behalve dat de bioscoopgangers voor het eerst beelden van Zuid-Amerikaanse indianen en koppensnellers zagen.

Robert Marquis de Wavrin heeft een grote bijdrage geleverd aan de wetenschap en de Belgische cinema. Hij verdient het om niet vergeten te worden. De documentaire haalt de markies uit de vergetelheid, maar is tegelijkertijd niets meer dan een chronologische weergave van zijn leven, doorspekt met beelden uit zijn films. Mooie beelden, maar de avontuurlijke markies blijft toch een eendimensionaal figuur..
 

27 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Jan Matthys over Vele Hemels

Jan Matthys, regisseur van Vele hemels boven de zevende:
“Ik werk graag met kwetsbare mensen. Ik moet geen macho’s, geen roepers”

door Alfred Bos

Vele hemels boven de zevende is de eerste speelfilm van Jan Matthys, de gelauwerde televisieregisseur uit België. De film naar de debuutroman van Griet Op De Beeck – in Nederland meer dan een kwart miljoen maal verkocht – is een initiatief van Matthys, die na jaren van werk in opdracht de stap van beeldscherm naar het witte doek zet.

Matthys las het boek kort na verschijning in 2013 en wist op pagina vijf reeds: dit is een film en die moet ík maken. Hij benaderde de auteur, die in samenspraak met hem het scenario schreef, en zocht een producent. Vele Hemels is een Belgisch-Nederlandse productie, met een Belgische rolbezetting en een Nederlandse soundtrack, gecomponeerd door Spinvis (Erik de Jong). Al is de film in Nederland welwillend tot jubelend ontvangen – zo won hij de Publieksprijs van het Leiden International Film Festival (LIFF) – Jan Matthys blijft de bescheidenheid zelve. Hoewel?

Jan Matthys

Matthys herkende zich in Eva, de jonge vrouw met de bazige moeder die het centrale personage van de film is geworden. “Dat bewaken van grenzen”, zegt de regisseur. “Ik werk al 25 jaar met dezelfde ploeg en de mensen die mij het meest geliefd zijn, zeiden tegen mij: we moeten weten welke ja’s bij jou eigenlijk nee betekenen. Ik laat veel inbreng toe, ik heb moeite om nee te zeggen. Maar ze hoorden aan mijn ja’s wanneer ze nee waren. Dat heeft mij doen inzien: waarom zeg je dan niet gewoon nee.”

Dit is uw eerste speelfilm, na jarenlang tv-drama te hebben geregisseerd. Hoe is het bevallen?

Matthys: “Spinvis, Erik de Jong, zei tijdens onze eerste ontmoeting: jij bent de man van de lange aanloop. Ik ga niet zeggen dat alles wat ik tot nu toe heb gedaan vingeroefeningen waren. Ik heb altijd auteur willen worden, ook bij de televisie. Om je vraag te beantwoorden: het is een openbaring geweest. Veel meer eigenheid. Ik heb zoveel ontdekt.”

“Ik lees dat boek en kon niet
meer anders: dit moest ik verfilmen”

“Het begint met voor de eerste keer in mijn leven mijn nek uitsteken. Tot nu toe was al mijn werk in opdracht. Maar ik lees dat boek en kon niet meer anders: dit moest ik verfilmen. Op de een of andere manier moest ik zo lang wachten eer ik daar klaar voor was. En bovendien, het formaat van het filmbeeld valt veel meer samen met de natuurlijke manier van kijken. Je kadreert ook veel intuïtiever, veel juister. Het was alsof ik plots een doos kreeg met vijftig kleurpotloden in plaats van twintig.”

“Maar de grootste ontdekking voor mij was: ik snij naar zwart en kan dat vijf volle seconden laten staan. Bij televisie had de producer direct geroepen: doe dat niet, want de mensen zappen weg. Ik debuteer, maar wel met een volle rugzak. Ik heb dat eerste keer-gevoel gekoesterd, want dat heb je maar één keer. Met zo’n gevulde gereedschapskist eindelijk eens persoonlijk zijn, eindelijk eens je nek uitsteken, ook klaar voor de meppen die je dan kunt krijgen. Het proces van een film maken heeft in dit geval vier jaar geduurd. Voor mij is het vier jaar groei geweest.”

Heeft u zo lang gewacht met uw eerste speelfilm omdat u dacht: ik moet vlieguren maken?

“Zeer juist. En de metafoor van de luchtvaart gaat nog meer op. In een cockpit heb ik eens de spreuk zien hangen: routine is aviation’s biggest enemy.”

Dat geldt ook voor scheppen.

“Daar moet je op gespitst zijn als je steeds werkt met dezelfde ploeg. We moeten elkaar wel blijven bevragen, hè. Deze film was een co-productie met Nederland. De ganse geluidsploeg was Nederlands, die bevroegen mij ook.”

“Wat bleek daarnaast? Toen ik na de casting alle foto’s ophing, besefte ik me dat ik in die 26 jaar tv-werk met nog geen enkele van die acteurs had gewerkt. Ik ben wel naar hun theaterstukken wezen kijken, nadien samen een pintje gedronken dus we kennen elkaar, maar nog nooit samengewerkt. Dat maakt het ook oorspronkelijk. Geen routine.”

“We zijn met zijn allen ondertussen in staat
om complexe verhalen te begrijpen”

Ik begrijp dat u verloren bent voor de televisiewereld.

“In de televisiewereld, zeker in Vlaanderen en ook in Scandinavië, zijn jonge mensen bezig om tv te pushen, om er meer auteurswerk van te maken. Ik zal graag beide blijven doen, film en tv, maar als ik weer tv ga maken ben ik minder compromis-bereid. Niet door te vechten, maar door dingen te stellen. Neem de kijker au serieux. We zijn met zijn allen ondertussen in staat om complexe verhalen te begrijpen. We groeien als kijker. In België spreekt men van de professionalisering van de sector en dat vind ik weer zo’n gevaarlijk woord, professionalisering. Ik pionier graag.”

Vele Hemels

Wat boeide u in het boek? Wat trok u aan in de psychologie van het personage Eva?

“Dat is de basisvraag en die heb ik gaandeweg leren beantwoorden. Daar begin ik nu pas achter te komen. Een Europese studie toont aan dat één op vier in Europa niet helemaal tevreden is met het leven waarin ze zitten. Iedereen heeft de mond vol over burn-out en depressie en dat soort dingen, maar Griet heeft de moed gehad om te kijken wat daar nog onder zit. Dan kom je bij jezelf terecht.”

“Ik denk dat Griet ons uitnodigt om naar onszelf te kijken
en de vraag te stellen: houden wij wel van onszelf?”

“Als ik nu terugkijk heb ik iets willen maken met een maatschappelijke relevantie en de problematiek niet willen oppoken door het alleen maar over de symptomen te hebben. Maar over de oorzaken. Ik denk dat Griet ons uitnodigt om naar onszelf te kijken en de vraag te stellen: houden wij wel van onszelf? Daar zit toch iets in de weg, zoals ik met mijn  ja’s die eigenlijk nee betekenden. Als iedereen zijn eigen opkuis zou doen waardoor je jezelf graag ziet, dan maakt dat de verbindingen met anderen ook evidenter.”

Het is ook confronterend, hè. Mensen kijken graag in de spiegel, maar dan om de positieve kanten van zichzelf te zien.

“Maar ook al duw je dingen weg, ze zijn er nog steeds. Soms vragen ze mij: weet je wel wat je aanricht, hoe mensen de bioscoop verlaten? Wel, wat er uit moet, moet er blijkbaar uit. Mensen blijven de ganse aftiteling zitten, Spinvis mag dan nog een heel nummer uitspelen. Mensen huilen, mensen schokken, maar men schaamt zich niet voor elkaar. Alsof ze iets collectief hebben meegemaakt.”

Dat is het mooie van film: je kijkt met een groep.

“Dat is een nieuwe bevinding. Het is een groepservaring. Gôh, daar had ik nog niet aan gedacht.”

Ik moet wel bekennen dat ik na afloop van de film behoefte had aan een ballon met lachgas.

“Bij voorstellingen merk ik dat mensen wel nood hebben aan ontlading. Spinvis heb ik hard nodig gehad om een dekentje troost te spreiden. Kom Terug, dat nummer onder de aftiteling, zou mijn lijflied kunnen zijn. Het is een aansporing: mensen, leef!”

De muziek van Spinvis is belangrijk voor de film. Hoe bent u op hem uitgekomen?

“Ook dat stond in de sterren geschreven, omdat op de derde bladzijde van haar roman Griet de tekst ‘Kom terug’ gebruikt als motto. Het moest zo zijn. Los daarvan was ik ook al lang fan van Erik. Hij schrijft prachtige teksten, het is poëzie. Iedereen kan er zijn eigen verhaal in lezen. En dan blijkt die man ook nog eens zo toegankelijk. Hij heeft me zo hard toegelaten in zijn proces. Dat was ook weer een verrijking voor mij.”

Heeft u het script geschreven of Griet Op De Beeck?

“Ik heb samen met Griet de beginkeuzes gemaakt. Ik wou dat Griet het script schreef omdat ik van haar taal hou. Die kleur wilde ik niet verliezen. Griet heeft ook een opleiding gehad als dramaturg en een tijdje in het theater gewerkt.”

Vele Hemels

De structuur van de roman leent zich totaal niet voor verfilming. Het zijn vijf monologen.

“Klopt. Mijn keuze om dit boek te verfilmen was impulsief. Maar ik wilde geen monologue interieur of iets artistiekerigs waarin iedereen vertelt vanuit de ik-persoon. Eva bood de oplossing. Zij is het centrale personage geworden. Van nature is ze een geefster. Ze ziet de problemen bij anderen en lost die problemen van anderen op. Zij bracht ons bij iedereen. Griet bevroeg me steeds: Jan, wat wil jij?”

“Innerlijke monologen omzetten
in dialoog is niet eenvoudig”

Dus u heeft in feite ook nog een stoomcursus scenarioschrijven gekregen?

“Haha, eigenlijk wel. Innerlijke monologen omzetten in dialoog is niet eenvoudig. Voor Griet is het ook een worsteling geweest. We hebben veertien versies nodig gehad eer het draaiscript erop stond.”

Familie
De film Vele Hemels past naadloos in het oeuvre van Jan Matthys. Als de regisseur een thema heeft dat als een rode draad door zijn werk loopt, dan is het familie. Vlaanderen zat in het tv-seizoen 2007-2008 aan de beeldbuis gekluisterdvoor de serie Katarakt, over een jonge vrouw en de relatie met haar vader en broers. Het internationaal onderscheiden De Smaak van De Keyser, naar een scenario van Marc Didden, draait rond familiegeheimen die het leven van drie generaties beïnvloeden en Matthys deed het eerste seizoen van het meer op humor gerichte De Zonen van Van As, waar komend jaar de vierde reeks van wordt uitgezonden.

De BBC vroeg hem een aantal afleveringen van veelbekeken series te regisseren. Tijdens de voorbereiding van Vele Hemels draaide hij in Engeland episodes van de detectivereeks Shetland en het oorlogsdrama Our Girl. Jan Matthys: “Door die BBC-reeksen heb ik in den vreemde als een soort experimenteerplek kunnen oefenen. Ik ga het gewoon eens proberen met no. Geen enkel probleem.”

De regisseur zegt altijd te zijn aangetrokken tot personages, meer dan plot. “Iedereen heeft een biologische vader en een biologische moeder. Soms heb je de pech van ze nooit te zien. Of je ziet ze juist teveel. Dat is volgens mij het meest universele thema: familie.”

Bedoelt u met familie geborgenheid?

“Ja, ja. Een nest, een geborgenheid. Die liefdevolle aandacht. Ikzelf kom uit een eenvoudig milieu en mijn vader was van de generatie die niet sprak over gevoelens. En toch wist ik het. Als wij ’s avonds laat van een feestje thuiskwamen, sliep ik in de auto. Ik werd wakker en dan deed ik alsof ik sliep. Ik was zo’n vijf, zes jaar en mijn vader droeg mij naar mijn bed. Volgens mij wist hij dat ik me slapende hield. Hij legde me op mijn bed en gaf me een kus op mijn voorhoofd. Slaap wel, manneke. Voor mij was dat een bewijs van liefde. Daar moet ik het mee doen.”

“En dan nog één keer op mijn veertiende. Ik speelde in een bandje en we vroegen: pa, mogen wij optreden in onze tuin? Toen mompelde hij iets en de dag daarop begon hij met stellingen een podium te bouwen. Dat was dan mijn tweede bewijs. Maar soms is dat genoeg hè, twee momenten. Er werd niet over gevoelens gepraat.”

En ze werden ook niet getoond, met als consequentie dat mensen niet veilig zijn gehecht, wat tot gevolg heeft dat ze doorlopend in de fight or flight-modus staan. Ze staan altijd strak.

“Wat een vermoeiend leven. En dan kom je uit bij drank, zoals de pa in de film. Om te verdoven.”

Vele Hemels

Ouders kunnen meer kapot maken dan je lief is…

“Mijn vader was into voetbal. Ik heb een foto teruggevonden van mij als peuter op een bal en mijn vader staat er zo achter als: Jantje wordt later ook beslist voetballer. Ik had totaal geen talent voor voetbal. Op zondagavond werden in België de voetbaluitslagen omgeroepen en dan moest het stil zijn. ZWIJG! Ik kroop dan onder tafel en het geluid van die opgedreunde uitslagen—traumatisch bijna.”

“Dan spoelen we door. Dertig jaar later sta ik op een set in Gent van een reeks over de Eerste Wereldoorlog, In Vlaamse Velden. Iemand kruipt over de hekken en komt naar mij en zegt: meneer, ik wil u niet storen, maar ik durf er alles op te verwedden dat u de zoon bent van Frans Matthys. Ik ben verbaasd en vraag: hoe weet u dat? Ik kom namelijk niet in de media. Ja, zegt die man, ik heb u naar uw acteurs horen roepen, GOED GESPEELD! Dat was dus een ex-voetballer van mijn vader. Ik wil maar zeggen: het kruipt waar het niet gaan kan. Het is er alleen anders uitgekomen.”

“Ik hou van wat de Coen Brothers doen. Ze hebben
fantastische verhalen en ze durven heel origineel te casten”

Wat voor films ziet u zelf graag, welke regisseurs zijn uw voorbeelden?

“Ik hou van wat de Coen Brothers doen. Ze hebben fantastische verhalen en ze durven heel origineel te casten. En, ze zijn oerklassiek en daar bewonder ik ze om. Ze verstoppen zich nooit achter experiment. Ze werken met portretten, mooie evenwichtige portretten. Hun films zijn bijna een handleiding voor het ambacht van mijn vak. Hun beeldtaal is heel rijk, maar hun vorm primeert niet. Ik hou van hun precisie. Daar zie ik voor mij nog groei.”

“Ik vergeet hun diepgang nog te noemen. Ik ga nog vaak over-shoulder, maar zij zitten doorgaans dichter op de acteurs waardoor ze meer met groothoek moeten werken. Vroeger, voor de televisie, was ik een beetje bang van groothoek, omdat het scherpte-diepteveld kleiner wordt. Ze dagen me uit om met de camera dichterbij te komen. Minder observator te zijn, maar er meer deel van uit te maken.”

Bij film heeft u meer lenzen tot uw beschikking, de cinematograaf wordt belangrijker.

“Ik heb voor Vele Hemels gewerkt met een zeer ervaren cinematograaf, Stijn Van Der Veken, en het ontroert mij hoe genereus mensen kunnen zijn die echt goed zijn en de top hebben bereikt in hun vak.”

Het zijn de B-talenten die met hun ellebogen werken.

“Die B-mannen zeiden tegen mij, toen ze hoorden dat ik een film ging maken: if you can’t stand the heat, stay out of the kitchen. En als ik nu graag kook? Als het te heet wordt, zet ik een raam open. Ik had moeten antwoorden: if you can’t stand the heat, please join my kitchen. Ik werk graag met kwetsbare mensen. Ik moet geen macho’s, geen roepers. Het zijn vier boeiende jaren geweest en u zou een ander mens hebben geïnterviewd hebben als u me vier jaar eerder had gesproken.”
 

5 december 2017

 

MEER INTERVIEWS