IDFA 2014 – Deel 5

Deel 5: Kleurrijke karakters

door Bob van der Sterre

Op IDFA gaan veel films over karakters die zonder uitzondering een uitzondering op de regel zijn. Ze lopen uiteen van een 90-jarige eigenaar van een wasserij tot een kunstvervalser die geen geld wil verdienen met zijn vervalsingen.

French Laundry

French Laundry – Elisabeth Vogler (Frankrijk, 2014)
Jean-François is al negentig. Hij heeft al een jaar of dertig de kans om met pensioen te gaan. En toch, toch kan hij niet stoppen met werken. Zijn wasserette in een wijkje in Nice is hem te dierbaar. Zijn klanten willen ook niet dat hij vertrekt. Waar moeten ze anders heen?

Een halletje. Wasmachine. Man stopt er was in. Wasmachine draait. Roetsj – roetsj – roetsj. Minuten gaan voorbij. Het is bijna een rustgevende meditatievideo.

Saaiheid ligt met zo’n onderwerp op de loer maar het is een mooi lesje ‘beperking maakt de meester’ geworden. Het is de terloopsheid waardoor de film boeit. Af en toe borrelen er flarden geschiedenis op. Toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog zaken had in Tunesië. Toen hij in de jaren zestig zaken deed met talloze hotels. Voor ons een onbekend tijdperk. Voor hem als gisteren.

Het uurtje film wordt nergens saai dankzij fraaie gelaatsuitdrukkingen, droogkomische gesprekken met klanten, mooie muziek, en hier en daar een paar toevalstreffers. Het meisje dat haar jas aantrekt voor de ingang van de zaak, de twee mannen die daar net een sigaret delen: stillevens op video. Hierna meteen À propos de Nice gaan kijken, een documentaire van Jean Vigo over arbeiders in Nice in 1930.

Toots

Toots – Kristi Jacobson (USA, 2006)
Toots was zeker geen werkpaard zoals Jean-François, maar een extraverte kerel die zich met zoveel mogelijk beroemde mensen wilde omringen. In de jaren vijftig kwam zijn moment of fame toen hij zijn bar en restaurant Toot’s Shore begon. Daar kwam iedereen die iets meende te betekenen in het New York van die tijd. Geen wonder dat in de film Sweet Smell of Success (1957) Burt Lancaster in deze bar rondloopt.

Toot Shore (echte naam Bernard Shore) werd zelfs een nationale bekendheid. Gangsterbaas Frank Castello gaf hem klopjes op de schouders, honkballer Joe DiMaggio vroeg hem om huwelijksadvies, en de politie kwam ook graag een drankje halen. Toots kende iedereen en iedereen kende hem.

Zo naadloos als hij paste bij het New York van de jaren vijftig, zo vervreemd was hij van de jaren zestig. Het oude New York verdween. De sfeer werd harder, rebelser. Voeg daar aan toe dat hij verre van een goede zakenman was (nogal wat mensen hoefden hun rekeningen niet te betalen) en hij moest zijn zaak sluiten.

De documentaire van Kristi Jacobson (uit 2006, onderdeel van het programma The Female Gaze) zit goed in elkaar en kijkt makkelijk weg, maar je wordt er geen seconde door verrast.

Rich Hill

Rich Hill – Andrew Droz Palermo, Tracy Droz Tragos (USA,  2014)
In Rich Hill zijn kleurrijke kinderen aan de beurt: Andrew, Harley en Appache. In dit stadje in Illinois gaan ze alle drie anders om met hun tamelijk beroerde leefsituaties. We volgen ze een jaar in hun levens.

Wat je verwacht, is een sentimentele tranentrekker vol met white trash. We gaan eens laten zien wat voor ellendige levens deze jongens leiden. Maar is er geen vooringenomenheid, er is slechts respectvolle observatie. Dat maakt de inhoud heel anders, soms zelfs ontroerend, daarmee soms herinnerend aan J.D. Salingers beroemde roman The catcher in the rye.

Appache, die door allerlei drama van vroeger in de war is geraakt, maar toch intens houdt van zijn moeder die in de bajes zit. Andrew, die ondanks twintig keer te zijn verhuisd, heel positief blijft. Zijn vrolijke band met zijn zus is ontwapenend. En Harley, prototype van een ADHD’er, van wie de tragiek afstraalt. Zelfs een beetje eenvoudig skateboarden gaat hem niet goed af. Zijn skateboard zien we in het riool verdwijnen.

The Circus Dynasty

The Circus Dynasty (Cirkusdynastiet) – Anders Riis-Hansen (Denemarken, 2014)
In The Circus Dynasty draait het om het duo Patrick Berdino and Merrylu Casselly, beiden een jaar of twintig. Ze vormen binnen en buiten de circusring een stelletje. De een hoort bij het grote Berdino-circus en de ander bij het Casselly-circus, wereldberoemd om verbazingwekkende acrobatiek.

Maar deze idylle wordt bedreigd als een Amerikaanse circusbaas de Casselly-familie vraagt mee te doen in de VS. Hoe gaan de families daarmee om? Drama ligt op de loer. Wat volgt is dat regisseur Riis-Hansen zeldzaam mazzel heeft met de timing van zijn film.

Bovendien geeft deze film tamelijk nauwkeurig weer wat het is om in een circus te werken. Olifanten dresseren. Op vier paarden tegelijk rondrijden. Eeuwig oefenen voor je iets kunt. Niet alles is zo romantisch als het lijkt. Net nog in je dij getrapt door een paard? Pijnstillertje slikken en dan je zware acrobatiek gaan doen.

Beide circusfamilies deinzen niet terug van deze inbreuk in hun privacy; ze waren beide te spreken over het resultaat. Als showmensen zijn ze gewend zichzelf bloot te geven. Dat maakt dat je als kijker een openhartig inkijkje krijgt in hun intieme levens, met ruzies en liefdes.

Art and Craft

Art and Craft – Jennifer Grausman & Sam Cullman (USA, 2014)
In Art and Craft is de hoofdpersoon ook een professional: een van de beste vervalsers ter wereld. Maar hij, Mark Landis, geeft zijn vervalsingen weg en krijgt er geen cent voor. Landis loopt de musea binnen, zegt met zwaarmoedig gezicht dat zijn zus is overleden en dat ze nog een Renoirtje hebben gevonden. Die schenkt hij in al zijn goedheid aan het museum. ‘Verslaafd aan filantropie’, noemt hij zichzelf. Tientallen musea in de Verenigde Staten tuinden erin.

Het duurde een paar decennia voordat Landis werd ontmaskerd. Matthew Leiniger van het museum van Oklahoma was degene die het ontdekte. In een artikel in The Financial Times volgde de volledige ontmaskering. We horen hier ook Leinigers verhaal.

Het verhinderde Landis niet om doodleuk door te gaan met het aanbieden van stukken – die zoals we zien nog steeds gretig worden ontvangen door curatoren. Ze zien nog steeds niet dat de Picasso gewoon een bewerkte fotokopie is. De documentaire vermaakt vooral omdat Landis, ook al zit hij onder de pillen tegen schizofrenie, een aanstekelijke droge humor heeft.

De film heeft verder zo zijn humoristische momenten; is ook mooi aangekleed, met onder andere jazzmuziek. Een van de prettigste films van het festival, die ook net niet te lang duurt. De documentairewereld is weer een kleurrijk karakter rijker.

 

30 november 2014

 

TIPS VOOR IDFA 2014

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 4

DEEL 6

DEEL 7

5 onmisbare muziekdocu’s

Vijf onmisbare muziekdocumentaires

The-Burger-and-the-king

IDFA 2014 is bijna voorbij. Daarom nog een keer een lijstje bijzondere documentaires die je gezien moet hebben. Dit keer als thema muziek.

door George Vermij

1. – Dig! (2004, Ondi Timoner)

Als een inkijkje in de competitieve wereld van de alternatieve Amerikaanse rockmuziek is Dig! een essentieel document. Regisseuse Ondi Timoner volgde de bands The Brian Jonestown Massacre en The Dandy Warhols toen ze op het moment stonden om door te breken. Aan het begin zijn de bands nog bevriend en halen hun inspiratie en de nodige drugs van elkaar. Maar als The Dandy Warhols groter worden en voor een groot platenlabel tekenen wordt de rivaliteit tussen de bands grimmig. Het wordt een strijd tussen de charismatische, maar egocentrische Anton Newcombe van The Brian Jonestown Massacre en de koele Courtney Taylor-Taylor van The Dandy Warhols. Newcombe komt daarbij over als een creatieve duizendpoot die leeft voor zijn muziek ook al gaat dat ten koste van zijn relaties met zijn overige bandleden. Hij gedraagt zich als een bazig heerschap en heeft altijd het laatste woord. Het succes blijft echter beperkt tot een kleine kring bewonderaars. De Dandy’s zijn gewiekster en weten zich beter aan te passen aan de wetten die een groot succes voorschrijven, zoals concessies doen aan hun sound en de wensen van hun label. Dig! toont die harde werkelijkheid van moderne rock & roll waar de ego’s botsen ondanks de passie voor het muziek maken.

2. – Nico Icon (1995, Susanne Ofteringer)

Zangeres, model en actrice Nico was een echt underground icoon. De Duitse flitste voorbij in wat scènes van Federico Fellini’s La Dolce Vita en had een affaire met Alain Delon. Toen ze in New York terecht kwam begon ze met hulp van Andy Warhol een muziekcarrière. Tegen de zin van Lou Reed en John Cale werd ze toegevoegd aan The Velvet Underground en zou zij bekend worden door haar unieke vertolkingen van de liedjes ‘All tomorrow’s parties’ en ‘I’ll be your mirror’. Susanne Ofteringer maakt in Nico Icon een mooi en eerlijk portret van een moeilijke en duistere vrouw die ondanks haar onwerkelijke schoonheid zich van binnen lelijk voelde. Ze raakte al snel verslaafd aan zware drugs en als je de interviews in de docu moet geloven hielp zij ook haar zoon aan de heroïne. Die zoon, het onwettige kind van Delon, is ook aan het woord over zijn excentrieke en destructieve moeder. De film bewijst daarnaast op overtuigende wijze dat Nico niet alleen een stem was, maar een zangeres die een uniek geluid nastreefde, zoals op haar prachtige en ijzige soloplaat The Marble Index.

3. – The Nomi Song (2004, Andrew Horn)

Een andere Duitser, net zo excentriek als Nico en gezegend met een ongelofelijke zangstem, was Klaus Nomi. Andrew Horns mooie portret van de aan aids overleden zanger begint met scènes van sci-fictionfilms over buitenaardse wezens uit de jaren vijftig. Het is een mooie vergelijking met de onwerkelijke impact die Klaus Nomi op mensen had in New York met zijn vreemde uitstraling, beleefde voorkomen en een bovenmenselijk hoog stembereik waarmee hij Maria Callas probeerde te imiteren. Al gauw kwam Nomi terecht in de punk scene  waar hij experimenteerde met zijn geluid en look, wat resulteerde in een bijzondere mix van cabaret, opera, pop en sci-fi symboliek. David Bowie was al snel onder de indruk en liet hem meezingen tijdens een liveoptreden. Nomi probeerde daarna zelf door te breken, wat helaas te snel werd onderbroken door zijn ongeneeslijke ziekte. The Nomi Song geeft een mooi portret van een geliefd man die zijn gave wilde delen en voor een kort moment een onuitwisbare indruk achterliet.

4. – Vinyl (2000, Alan Zweig)

Met de nieuwe interesse in vinyl die weer een boost geeft aan de platenindustrie is het interessant om Alan Zweigs zeer persoonlijke filmportret Vinyl  uit 2000 te zien. In de documentaire probeert hij door interviews met andere verzamelaars zijn eigen obsessieve verzamelwoede te vatten. Hij ontmoet zo wereldvreemde types die nog excentrieker zijn dan hij. De vraag die blijft opkomen is waarom je zoveel tijd steekt in dingen in plaats van mensen. Een inzicht dat Zweig ook zelf ontdekt en kenbaar maakt in confronterende monologen die hij tegen de camera houdt. Pijnlijk herkenbaar voor verzamelaars en op momenten tragikomisch als je ziet hoe verwijderd van de werkelijkheid mensen kunnen zijn. Vinyl  is ook het eerste deel in een serie films waarin Zweig zichzelf analyseert zoals in het grappige I, Curmudgeon over hoe het is om een oude zuurpruim te zijn.

5. – The Burger and the King: The Life & Cuisine of Elvis Presley (1996, James Marsh)

Deze bizarre voor de BBC gemaakte docu richt zich op droge en komische wijze op de overdadige eetgewoonten van The King of Rock & Roll. Daaruit blijkt dat eten voor Presley de ultieme luxe was. Van de magere maaltijden die hij at als arme jongen in het zuiden van de VS, zoals gefrituurde eekhoorn, tot aan de vette overdaad van zijn latere jaren. Voor Elvis was de hamburger als snel het symbool van rijkdom en succes en hij kon er geen genoeg van krijgen. In de docu komt onder meer de kok van The King aan het woord en zij geeft wat geheimen prijs zoals het recept van zijn geliefde peanut butter & banana sandwiches die met veel boter in de pan worden gebakken als een vettig wentelteefje. Regisseur James Marsh heeft een goed oog voor surrealistische Americana, net als zijn mooie en duistere docu van het dorpje Black River Falls in Wisconsin Death Trip. Hij is vooral bekend geworden van het spannende Man on Wire.

29 november 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

IDFA 2014 – Deel 4

Deel 4: De race om innovatie, getallen achter de crisis, obsessie voor Kennedy en passie voor Frankrijk

door George Vermij

Het IDFA biedt een breed venster op de wereld. Zo ook in ons nieuwe verslag met verschillende startende bedrijfjes die vechten voor een plek op de markt van 3D-printers. Wij luisteren naar een handelaar die de crisis heeft voorspeld en naar een man die geobsedeerd is door de moord op Kennedy. Wij sluiten mooi af in Normandië met een portret van meesterdocumentairemaker Ricky Leacock.

Print the Legend

Print the Legend – Luiz Lopez & Clay Tweel (USA, 2014)
De nieuwste internetrevolutie zal The Internet of Things worden voorspellen experts. 3D-printen vormt daarbij een essentieel onderdeel. Er bestaan al apparaten die dat kunnen doen, maar zoals de docu Print the Legend laat zien, is er een revolutie gaande om goedkope printers te maken voor een grotere markt. We volgen de beginnende bedrijven MakerBot en Formlabs die met elkaar concurreren. Daarnaast volgen we een groter en een ouder printbedrijf die een gevestigde plek hebben op de markt, maar door de nieuwe revolutie van hackers hun business-model moeten aanpassen.

De docu geeft een goed beeld van de passie die innovatie draaiende houdt. Zo is MakerBot ontstaan vanuit idealisme van hackers en ingenieurs die mensen in staat willen stellen om van alles te kunnen printen. Het meest extreme voorbeeld daarvan is de Texaanse cryptoanarchist Cody Wilson die ontwerpen maakt van wapenonderdelen en ook de bedenker is van een printbaar pistool. Hij geeft in de docu gevat commentaar op de kritiek die hij over zich heen heeft gekregen.

Het hart van de docu vormt echter de opkomst en ondergang van MakerBot-oprichter Bre Pettis die van een innemende en charismatische woordvoerder voor 3D-printen door het succes verandert in een harde zakenman. Een interview van een ex-medewerker is daarbij veelzeggend: na het lezen van de bio van Steve Jobs hebben veel mensen het idee dat ze het kunnen maken om een klootzak te zijn en dat geldt ook voor Bre. De underdog is de verlegen nerd Max Lobovsky die geen verkoper is en door zijn ouders liefkozend een mad scientist wordt genoemd. Hij heeft echter wel het betere product, maar dat is niet genoeg om op te vallen of de markt te veroveren. Print the Legend is een spannende en onthullende docu over hoe innovatie ontstaat, maar ook over de onvermijdelijke problemen die opduiken als er geld verdiend moet worden.

The Forecaster

The Forecaster – Marcus Vetter (Duitsland, 2014)
Martin Armstrong heeft met zijn model de pieken en dalen van de wereldeconomie weten te voorspellen. Niet dat iedereen blij is met zijn accurate predicties. In The Forecaster maakt Marcus Vetter een portret van Armstrong die na een succesvolle carrière op een gegeven moment de bak in moest voor fraude. De docu toont echter dat er vieze spelletjes werden gespeeld en dat de CIA het ook gemunt heeft op Armstrongs formule die hij nog steeds geheim houdt. Het levert een spannende docu op waarin je een inkijkje krijgt in de harde wereld van het geld. Daarnaast doet de bescheiden en innemende Armstrong ook nog wat schokkende voorspellingen zoals het instorten van de euro. De reden ligt volgens hem voor de hand. Regeringen lenen maar al te makkelijk zonder het idee dat ze het ooit terug moeten betalen. Voor Armstrong een gevaarlijke behoefte die alleen tot verdere economische malaise kan leiden. Je hoeft het natuurlijk niet eens te zijn met Armstrong, maar The Forecaster houdt je wel geboeid en levert genoeg stof op om over na te denken in een tijd waarin de crisis nog steeds aanwezig is.

Plaza Man

Plaza Man – Kasper Verkaik (Nederland, 2014)
Dealey Plaza, Dallas is de plek waar John F. Kennedy vermoord werd door Lee Harvey Oswald. Maar niet volgens Robert Groden die op die bewuste dag jarig was en 18 werd. Voor hem een reden om de moord nooit meer te vergeten en om te onderzoeken wat er echt gebeurd is. Nederlander Kasper Verkaik geeft een mooi portret van de prijs van een obsessie. Groden is sympathiek, maar op momenten ook verbitterd. Ook is zijn levenslange onderzoek ten koste gegaan van een stabiele gezinssituatie en de band met zijn kinderen die in de film worden geïnterviewd over de afwezigheid van hun vader. Verkaik is vooral geïnteresseerd in de persoon Groden en behandelt de moord op Kennedy summier. Wat wel duidelijk wordt, is de manier waarop de stad Dallas met moord omgaat zoals in het museum dat aan de aanslag is gewijd. Volgens Groden een samenzwering om de leugens over de moord in stand te houden. Iets dat voor hem extra pijnlijk is omdat een voormalige vriend verbonden is aan het museum. Op momenten bereikt Verkaik ook een tragikomische noot zoals een scène waarin Groden in slaap valt bij een vertoning van Oliver Stone’s JFK, waar hij als historisch adviseur aan heeft meegewerkt.

How to Smell a Rose: A Visit with Ricky Leacock in Normandy

How to Smell a Rose: A Visit with Ricky Leacock in Normandy – Gina Leibrecht & Les Blank (USA, 2014)
Regisseur Les Blank is een belangrijke documentairemaker die de prachtige ode aan de knoflook, Garlic Is As Good As Ten Mothers, heeft gemaakt. In How to Smell a Rose zoekt hij de oude meesterfilmer Ricky Leacock op in Normandië. Ondanks zijn leeftijd is Leacock nog steeds vol levensenergie en kookt en filmt hij met passie. Blank spreekt hem verder over zijn revolutionaire documentaires die de basis zouden vormen voor direct cinema, een Amerikaanse versie van cinema verité. De docu bevat ook veel beelden van films van Leacock zelf en films die hij met zijn jongere Franse vrouw maakt met kleine digitale camera’s. Als hoogbejaarde man laat Leacock zich echter niet beperken door de nieuwe techniek en we zien hem moderne digitale camera’s prijzen. Leacock was op het vorige IDFA al kort te zien in The Art of Observing Life en is voor Blanks camera weer even charmant en interessant als in die docu. De film is daarom een gepast eerbetoon aan twee invloedrijke en geliefde filmmakers die helaas zijn heengegaan.

 

28 november 2014

 

TIPS VOOR IDFA 2014

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 5

DEEL 6

DEEL 7

IDFA 2014 – Deel 3

Deel 3: Vrouwen met levenslang, een ranzige buurman en theatrale maffiosi

door Bob van der Sterre

De ene film gaat over Finland (Ulvila), de andere over de Verenigde Staten (Boston), maar we zien precies hetzelfde: twee vrouwen die verdacht worden van de moord op hun man. Tel daarbij op de vele moorden in Tales of the Grim Sleeper en die in The State-Mafia Pact en het bloed vloeit rijkelijk tijdens IDFA.

CAPTIVATED - the Trials of Pamela Smart

CAPTIVATED – the Trials of Pamela Smart – Jeremiah Zagar (USA, 2014) +
Emergency call – a murder mystery (Ulvilan murhamysteeri) – Pekka Lehto (Finland, 2014)
Captivated en Emergency call hebben opmerkelijk veel overeenkomsten. Twee vrouwen zijn verdacht van moord op hun man. Zowel Pamela Smart als Anneli zijn niet de meest warme persoonlijkheden. Tegelijkertijd ogen ze niet als moordenaars. Ze zijn beiden veroordeeld tot levenslang, in beide gevallen op basis van bewijslast met tapes.

De ene moord. De man van Pamela Smart komt thuis en wordt door zijn achterhoofd geschoten. Al gauw blijkt dat drie pubers het hebben gedaan. Een bekent. Maar meldt ook dat Pamela het brein is. Pamela had inderdaad een affaire met hem. Heeft ze niet aan de politie verteld, slordig. Zij (depressief en onder invloed van pillen) belt een vriendin van de dader op. Uit dat nauwelijks verstaanbare gesprek lijkt alsof zij de boel orkestreerde.

De andere moord. De Finse alarmdienst krijgt een telefoontje. ‘Er is een indringer hier! Hij valt mijn man aan!’ Een man wordt neergestoken en met een onbekend ding neergeslagen. De politie luistert de tapes goed en daaruit blijkt niet dat een indringer is te horen. Bovendien is het ingeslagen raam nogal smal. Ze concluderen: moeder moet de verdachte zijn.

Pamela Smarts rechtszaak in 1990 was de eerste live uitgezonden rechtszaak in de VS. De tranen van de dader tijdens de rechtszaak (tissues stonden voor hem klaar) en haar kille ogen deden de rest. Terwijl de daders volgend jaar vrijkomen, zit zij opgesloten tot en met 9999. Ondertussen horen wij op bandjes een jurylid van destijds erg twijfelen aan de objectiviteit van de jury.

Anneli is er niet beter aan toe met het Finse systeem. Ze werd gearresteerd, opgesloten, vrijgesproken, gearresteerd, vrijgesproken en weer gearresteerd. Meer rechters hebben haar vrijgesproken dan veroordeeld. In haar zaak zijn er zelfs satanische riten en seksueel misbruik bijgehaald, op basis van dun bewijslast. Niemand bij de politie die zich erover verwondert waarom een vriend een dag later verdronk in een meer, verscheidene getuigen een rode Volvo hebben gezien op die avond en zij nooit alle spullen van de moord had kunnen laten verdwijnen voordat de politie kwam.

Beide films gaan er met deze bizarre feiten in als koek (de een wat gelikter, de ander wat duisterder) maar in beide gevallen mis je ensceneringen om beide versies van het verhaal te laten zien.

Tales of the Grim Sleeper

Tales of the Grim Sleeper – Nick Broomfield (USA, 2014)
Minstens zo bizar is de wereld van de ‘grim sleeper’ in Los Angeles. Ooit gehoord van deze seriemoordenaar? Nee? Dat komt vermoedelijk omdat hij ‘slechts’ aan crack verslaafde prostituees in de wijk South Central vermoordde. Hoeveel? Het kunnen er 11 zijn, maar ook 80, misschien wel 300. ‘Een mini-genocide’, zegt regisseur Nick Broomfield.

Nick Broomfield zou Nick Broomfield niet zijn als hij dit niet ging uitzoeken. Zo deed hij eerder stof opwaaien met films over andere lastige te filmen onderwerpen: de zelfmoord van Kurt Cobain, de seriemoordenares Aileen Wuornos en de moorden op Biggie & Tupac. Hij loopt met camera en geluidsapparatuur op iedereen af, stelt confronterende vragen en is niet bang. Zijn cameraman voelde zich daarentegen zo angstig in South Central dat hij vertrok. Broomfields zoon Barney nam de camera op zijn schouder.

Broomfield spreekt met Lonnies zoon, Lonnies vrienden, prostituees die het bed met hem hebben gedeeld. Daarmee krijg je een behoorlijk nauwkeurig beeld van het leven van een perverse kerel die avond aan avond verslaafde vrouwen terroriseerde, omdat hij vrouwen en drugsgebruikers diep verachtte. De film doet in een paar maanden tijd beter speurwerk dan de politie van Los Angeles in bijna dertig jaar tijd.

Het is een entertainende, humane film. Ook al zijn de meeste mensen nogal toegetakeld door crackgebruik, ze zijn opmerkelijk vriendelijk en oprecht. Broomfield: ‘We kunnen van te voren natuurlijk niet uittekenen wie we gaan ontmoeten, maar we hebben het hier echt getroffen met een aantal inspirerende karakters.‘ Vooral het karakter Pam steelt de show.

The State-Mafia Pact

The State-Mafia Pact (La trattativa) – Sabina Guzzanti (Italië, 2014)
Een totaal andere benadering heeft de satirische filmmaakster Sabina Guzzanti (bekend van Viva Zapatero! en Draquila). Dit is een gewaagde combinatie van feiten en komedie, van informatie en theater.

Voorgeschiedenis: begin jaren negentig wilde de overheid de maffia aanpakken. Die reageerde met bot geweld. Nadat antimaffiarechters Falcone en Borsalino waren opgeblazen, plaatste de maffia autobommen dat het een lieve lust was. In Rome, Milaan, en Florence vlogen de ledematen in het rond.

In het diepste geheim werd een status quo afgesproken. De overheid sprak een zekere mate van ‘laksheid’ af in de aanpak van de maffia. Maffialeider Provenzano (intussen opgepakt) had bijvoorbeeld al jaren eerder opgepakt kunnen worden.

Guzzanti en acteurs spelen scènes uit deze geschiedenis. Veel lof voor de frivole aanpak (iemand die is neergeschoten helpt met sjouwen van meubels van de volgende scène; camera loopt achteruit en we zien de setting in een enorme hal; tijdens de make-up praten acteurs over hun karakters). Vernieuwend en gedurfd.

Maar ergens wringt de schoen. Echt grappig is het niet. Er is te weinig satire om het echt leuk te maken. En de feiten zijn ook te ingewikkeld om zonder voorkennis goed te begrijpen.

 

25 november 2014

 

TIPS VOOR IDFA 2014

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 4

DEEL 5

DEEL 6

DEEL 7

IDFA 2014 – Deel 2

Deel 2: Oostenrijkse kelders, jazz, filmcompilatie en de laatste platenzaak

door Suzan Groothuis

In dit tweede deel van het IDFA-verslag aandacht voor de obsessies van Oostenrijkers in hun kelder, de gedeelde passie voor jazz van de bekende jazz-trompettist Clark Terry en zijn blinde leerling, een compilatie van bekende filmbeelden en een eenzame platenzaak die standhoudt in Noord-Engeland.  

Im Keller

Im Keller (In The Basement) – Ulrich Seidl (Oostenrijk, 2014)
De Oostenrijkse regisseur Ulrich Seidl, bekend van zijn Paradies-trilogie, komt met een hybride documentaire waarin Oostenrijkers in beeld worden gebracht in hun kelder. Maar het zijn geen alledaagse kelders waarin dozen, wijn en oude fietsen staan: Im Keller toont mensen en hun ongewone, duistere hobby’s of passies verborgen in de kelder van hun woning. Zo is er een nazi wiens kelder is omgetoverd tot een ode aan Hitler. De muur gesierd door nazivlaggen en een groot schilderij van de dictator, overigens een dierbaar cadeau van vrienden. En dan is er nog een vrouw die iedere dag haar babypop bezoekt in de kelder, een man die opera zingt en schietlessen geeft en een vrouw verslaafd aan sm. Stuk voor stuk zijn hun kelders de plek waar hun duistere passies tot leven komen.

Hoewel een documentaire, is Im Keller toch een typische Seidl-film, zoals we die kennen uit de Paradies-trilogie en Hundstage. Strak gemonteerde shots, waarin veel aandacht is voor de opstelling van (vaak symmetrische) decors en personages. Die laatsten kijken je overigens droog en verveeld aan, terwijl ze naast een centrifugerende wasmachine staan, of voor hun uitgestalde wapens plaatsnemen. De gortdroge, absurde registraties zorgen vaak voor komische en gênante momenten. Zoals de sm-meesteres die zonder enige gêne de ballen van haar seksslaaf omhoog lift en aangeeft dat hij pijn leidt, maar zij geniet.

Seidl geeft met zijn nieuwste film een bizar inkijkje in de levens van zijn landgenoten. En hoe absurd het ook lijkt, de personages zijn echt. In de Q&A die na de vertoning plaatsvindt, is de vraag wat echt is en wat in scène is gezet. Natuurlijk, de positionering van de personages en beeldregistraties zijn duidelijk van Seidls hand. De werkelijkheid is door Seidl en zijn vaste scenarioschrijver Veronika Franz opnieuw gevormd, maar houdt wel vast aan waar ieder personage voor staat. De kijker kan niet anders dan concluderen dat Oostenrijkers maar vreemde mensen zijn. En dat je beter niet in hun kelder kan kijken.

Keep On Keepin’ On

Keep On Keepin’ On – Alan Hicks (USA, 2014)
Voor wie onlangs de dominante, tirannieke docent in de jazz-film Whiplash gezien heeft, is Keep On Keepin’ On van een hele andere orde.  Regisseur Alan Hicks volgt Clark Terry, een beroemde jazztrompettist die deel uitmaakte van de Duke Ellington Orchestra en optrad met Miles Davis, Count Basie en Dizzy Gillespie. Billie Holiday en Ella Fitzgerald waren vrienden, Quincy Jones zijn ontdekking. Do we need to say more? Terry is een bescheiden legende, want de man is allesbehalve arrogant. Zijn laatste jaren wijdt hij aan het lesgeven van studenten, die hij de passie voor jazz en het creëren van een eigen gevoel voor de muziek bijbrengt.

Opmerkelijk is de band tussen de bejaarde Terry en zijn leerling, de jonge Justin Kauflin. Terry, de laatste jaren belast met een ernstige vorm van diabetes, en de blinde Justin halen zowel inspiratie als steun uit elkaar. Terwijl de camera een aftakelende Terry vastlegt, nemen zijn passie voor muziek en het lesgeven nimmer af. Zelfs in het ziekenhuis trommelen zijn vingers nog mee op de muziek en neuriet hij jazzritmes. Alles gretig opgeslokt door Justin, die geselecteerd is voor een belangrijke jazzcompetitie.

Keep On Keepin’ On is een innemend en positief portret van twee mensen die ondanks hun beperkingen gaan voor hun passie. Diverse talking heads als Quincy Jones en Herbie Hancock vertellen over het talent van Terry en de invloed die hij op hen had. Maar wat de man het meest siert is zijn onvoorstelbare optimisme, een eigenschap die Terry heeft meegenomen in zijn muziek. Zo vertelt hij dat sommige muzikanten fel en agressief spelen (“There are some guys that are vicious, uptight and evil… and they sound vicous, uptight and evil!”) en hij juist een mooie, chille sound wilde neerzetten. Omdat hij zo is. Laat de filmmaker, overigens ook een student van Terry, er nou precies in geslaagd zijn de kern van de mens Clark Terry te pakken te krijgen. Een prachtig document, waarin humor, liefde en passie samensmelten op schone jazzmelodieën.

Act and Wind

Act and Wind – Marcelo Masagão (Brazilië, 2014)
Net als de 24-urige compilatie The Clock (Christian Marclay) en het vorig jaar verschenen Final Cut: Ladies and Gentlemen (György Pálfi) is Act and Wind van de Braziliaanse regisseur Marcelo Masagão een film samengesteld uit bekende filmbeelden.

Beelden van scènes die we nooit meer vergeten, zoals de kolkende stroom van bloed in The Shining, een schone maar verwarde Catherine Deneuve in Repulsion en de gekke, schreeuwende oom hoog in de boom in Fellini’s Amarcord. Een vaststaand thema, zoals de briljante vastlegging van de tijd in The Clock, heeft Act and Wind niet. De film verspringt van het ene thema naar het andere, waarin overeenkomstige scènes – het kloppen op een deur, op de vlucht slaan – worden opgevolgd. Zo zien we na elkaar gemonteerde beelden van een rennende Franka Potente in Lola Rennt en Edward Norton in Fight Club. Stuk voor stuk iconische shots, maar na ruim 70 minuten vraag je je als kijker af wat de regisseur precies voor ogen had. Natuurlijk, je wordt weer eens met de neus op de feiten gedrukt als het gaat om de impact van cinema.

De film eindigt met beelden uit Werner Herzogs Cave of Forgotten Dreams, waarin oorspronkelijke, eeuwenoude grottekeningen door de camera worden vastgelegd. Een unicum, aangezien een filmcrew niet eerder toestemming kreeg om de grottekeningen te filmen. Vraag is wel wat Masagão er precies mee wil zeggen. De rijke geschiedenis van film? De oorsprong van beelden? Zijn film voelt vooral aan als een compilatie van wereldcinema, zonder een eigen stempel. Leuk voor een “raad de film”, wat de kijkers naast mij dan ook verwoed deden.

Sound It Out

Sound It Out – Jeanie Finley (Engeland, 2011)
Sound It Out is de laatst overgebleven platenzaak in Stockton On Tees, een postindustriële stad in Noord-Engeland. Het is niet de zoveelste documentaire over de worsteling van platenzaken om het hoofd boven water te houden, want de film richt zich meer op de liefde voor het zwarte goud dan de zakelijke cijfers hoe het ervoor staat met de platenverkoop. Sympathieke eigenaar Tom verkoopt al zo’n twee decennia platen en ziet veelal dezelfde kopers terug. Overigens alleen maar mannen, van wie een aantal in beeld komt en vertelt over de passie van het verzamelen. Sound It Out herbergt een breed publiek, van metal-tieners tot obsessieve dertigers die moeten constateren dat er nog maar weinig opbergruimte is voor hun geliefde hobby.

Buiten het vinden van net dat ene verzamelwaardige object is Sound It Out een ontmoetingsplaats voor jong en oud, waar Tom en zijn sidekick David hun muzikale kennis delen. Belangrijkste is misschien nog wel dat de platenzaak troost en afleiding biedt in een stad waar verder weinig te zoeken is en waar zowel muziekliefhebbers als buitenstaanders hun toevlucht zoeken. Met passie en op momenten hilarisch en tragisch toont regisseur Jeanie Finley, die vlakbij Sound It Out opgroeide, hoe deze kleine platenzaak dankzij een trouwe klantenkring overeind blijft staan.  De film maakt zijn tagline “High Fidelity with a Northern accent” meer dan waar.

24 november 2014

 

TIPS VOOR IDFA 2014

DEEL 1

DEEL 3

DEEL 4

DEEL 5

DEEL 6

DEEL 7

IDFA 2014 – Deel 1

Deel 1: Oudere docu’s weer even in de schijnwerpers

door George Vermij

Op het IDFA is er ook ruimte voor oudere docu’s die tijdens het festival weer even in de schijnwerpers mogen staan. In dit verslag een oude docu van een nieuwe Spaanse meester. Het spektakel achter vliegtuigkapingen. Fictie vermomd als documentaire in een Amerikaans strafkamp. En unieke beelden van de val van Ceaușescu.

En construcción

En construcción – José Luis Guerín (Spanje, 2001)
José Luis Guerín is een Spaanse cineast die meer aandacht verdient. Zijn fictiefilm En la ciudad de Sylvia eindigde in 2007 terecht op veel eindejaarslijstjes van critici. En construcción laat zien dat zijn achtergrond deels ligt in het maken van documentaires. Net als zijn gelauwerde speelfilm is de stad in En construcción een speelveld van tegenstrijdige ontwikkelingen en een labyrint van verhalen. De documentaire gaat over de arbeidersbuurt El Xino in de wijk El Raval in Barcelona die grondig wordt gerenoveerd. Guerín filmt de vervallen straatjes en appartementen van de wijk en haar bewoners: een stel junks, weemoedige bejaarden en arbeidersgezinnen. Deze worden gaandeweg vervangen door beelden van de slopers en bouwers. De verandering van het urbane landschap vormt de kern van film. Oude gebouwen maken plaats voor nieuwe dure appartementen en rijkere bewoners, waardoor de sfeer en de geschiedenis van de wijk worden aangetast.

Guerín weet met zijn camera intieme portretten te maken. Oudjes praten over de verleidelijke vrouwen die vroeger door de buurt liepen. Een verslaafd stel probeert picaresk rond te komen en een Marokkaan die werkt als metselaar praat met zijn Spaanse collega over politiek en poëzie. Anders dan het prachtige camerawerk van Gueríns  fictiefilms En la ciudad de Sylvia en Tren de sombras is deze documentaire wel vrij droog gefilmd, zonder de visuele sensualiteit die de Spaanse regisseur zo typeert. De documentaire is ook vrij lang en boeit wat minder naar het einde toe als de yuppen en rijke gezinnen zich gaan vestigen in de wijk. Zij spreken minder tot de verbeelding dan de oorspronkelijke bewoners. Als een verslag van de veranderende textuur van een stad is En construcción wel een fascinerend sociologisch en stedenbouwkundig document dat gedetailleerd en nauwgezet in twee jaar is vastgelegd.

Dial-H-I-S-T-O-R-Y

Dial H-I-S-T-O-R-Y – Johan Grimonprez (België, 1997)
De Belg Johan Grimonprez maakt bijzondere films die bestaan uit montages van bestaande archiefbeelden. In Dial H-I-S-T-O-R-Y vormen vliegtuigkapingen het uitgangspunt en gebruikt hij bijzondere beelden uit de jaren zestig en zeventig om de rol en de wisselwerking tussen media en terreur te onderzoeken. Hij vult het aan met monologen afgeleid uit het werk van de Amerikaanse schrijver Don DeLillo die gefascineerd is door het spektakel van geweld. Het eindresultaat is een op momenten bizarre film. Zo zien we kapingen die worden uitgevoerd door de RAF en het Japanse Rode leger en interviews met gijzelaars. Grimonprez gebruikt ook beelden uit de Koude Oorlog om meer verbanden te leggen. Het eindresultaat is een intrigerende essayfilm die vooral veel vragen oproept. Iets dat nog eens wordt versterkt door de schaduw van 11 september die over de documentaire  hangt.

Punishment Park

Punishment Park – Peter Watkins (USA, 1971)
De Brit Peter Watkins zorgde al met zijn TV-film The War Game uit 1965 voor veel ophef. Bedoeld als een informatiefilm over de gevolgen van een mogelijke atoomoorlog, bleek de film te gruwelijk en realistisch voor het publiek en werd daarom niet uitgezonden. De film zou het begin zijn van een geëngageerde carrière als filmmaker waarin hij vooral geïnteresseerd was in machtsrelaties en politiek geweld. Watkins hanteerde daarbij een unieke combinatie van documentaire en fictie.

Zo is het intense en meesterlijke Punishment Park opgebouwd als een documentaire over Amerikaanse strafkampen in de VS in de jaren zeventig. De gevangenen zijn vooral politieke dissidenten en activisten die tegen de Vietnam-oorlog zijn. Zij krijgen de keuze om de gevangenis in te gaan of drie dagen te overleven in Punishment Park. Opgezet als een trainingsgebied voor militairen die worden ingezet bij rellen, maken de gevangenen geen kans. Watkins filmt het allemaal nauwgezet en beklemmend. Van een spoedtribunaal waarin discussies ontstaan tussen mondige activisten en de conservatieve jury tot aan gevangen die moeten overleven onder extreme omstandigheden. Als tijdsbeeld van de paranoia die de regering van Nixon zou typeren is het ondanks zijn fictieve elementen ijzersterk.De film toont de interne strijd die in de VS woedde naar aanleiding van de Vietnamoorlog en de burgerrechtenbeweging.

De film is daarnaast nog steeds actueel als je denkt aan de illegale en gewelddadige praktijken die worden gehanteerd om vrijheid en democratie schijnbaar te beschermen. Daarmee is Punishment Park een belangrijke en onvergetelijke film van een filmmaker die terecht als moderne meester wordt gezien.

Videogramm einer Revolution

Videogramme einer Revolution – Harun Farocki & Andrei Ujica (Duitsland, 1992)
De Duitse kunstenaar Harun Farocki maakte eerder interessante essayfilms die handelen over macht, repressie en technologie zoals het boeiende Images of the World and the Inscription of War. Samen met de Roemeen Andrei Ujica stelde hij van een ongelofelijk archief van tv-beelden een film samen die van minuut tot minuut toont hoe Ceausescu’s regime in Roemenië in elkaar stort. Je ziet de verwarring en de chaos die het resultaat is van de machtswisseling en hoe geschiedenis van momenten tot moment gemaakt wordt. Spannend en verslavend hoe je als kijker in de positie wordt gesteld om een gebeurtenis vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Ujica zou zich later nog richten op het leven van Ceausescu in zijn monumentale essayfilm The Autobiography of Nicolae Ceausescu die is samengesteld uit propagandistische archiefbeelden en een idee geeft hoe een dictatuur omgaat met de kracht van beelden.

 

23 november 2014

 

TIPS VOOR IDFA 2014

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 4

DEEL 5

DEEL 6

DEEL 7

5 real life documentaires met bijzondere personages

Vijf real life documentaires met bijzondere personages

Dreams-of-a-Life

Tijdens het IDFA richt Indebioscoop zich op onderbelichte en bijzondere documentaires die je gezien moet hebben. Deze tweede lijst richt zich op real life documentaires, waarin passies, keuzes en de levens van bijzondere personages centraal staan.

Samenstelling: Suzan Groothuis en George Vermij

1. – Dreams of a Life (2011, Carol Morley)

In Dreams of a Life poogt filmmaker Carol Morley naar aanleiding van een onthutsend nieuwsbericht meer te weten te komen over het leven van Joyce Vincent. Deze jonge vrouw werd drie jaar na haar overlijden in haar flat gevonden, terwijl haar televisie nog aanstond. Wie was zij en waarom werd zij door niemand gemist?

Naar aanleiding van Morleys oproep wordt het leven van Joyce geleidelijk aan ingekleurd. Vrienden, die al een tijd uit contact waren, vertellen over haar kleurrijke, maar ook eenzame bestaan. Volgens insiders was Joyce een innemende, exotische en prachtige vrouw. Maar er ging ook een mysterie van haar uit, iets wat zij niet wilde delen met anderen. Gereconstrueerde beelden van Joyce gaan samen met interviews en zelfs een gevonden geluidsopname. Met haar film geeft Morley een vrouw die drie jaar lang niet gemist werd weer identiteit, maar wel een waar tragiek achter schuilt. Dreams of a Life toont fragmenten uit een bewogen leven dat eindigt in pure eenzaamheid. Of zoals een oude vriend het zo mooi zegt: “You’d be thinking, this got to be fiction. But this is real life.” (SG)

2. – Deep Water (2006, Louise Osmond, Jerry Rothwell)

In de zomer van 1968 varen negen mannen uit op de eerste non-stop solo zeilrace rond de wereld, uitgeroepen door de Sunday Times. Een van hen is de onervaren Brit Donald Crowhurst. De man weet alles van boten bouwen, maar varen en dan zeker een non-stop zeilrace rond de wereld is vragen om problemen. Toch is er, misschien wel door zijn enthousiasme en geloof in zichzelf, vertrouwen in hem. Maar er is ook druk, want als Donald afziet van de race moet hij het geld dat in hem geïnvesteerd is terug betalen.

Donald vertrekt op de laatst mogelijke dag, 31 oktober, zijn vrouw en kinderen achterlatend. Deep Water toont vervolgens het verloop van de wedstrijd, waarin niet alleen Crowhurst maar ook de andere zeilers (onder wie bekende namen als Robin Knox-Johnston en de Fransman Bernard Moitessier) gevolgd worden. De race krijgt echter een andere wending als Crowhurst, die met tegenslag te maken krijgt, valse positiebepalingen doorgeeft. Deep Water laat in een spanningsvol tempo, laverend tussen drama en thriller en geleid door de kalme voice-over van Tilda Swinton, zien hoe het rotsvaste vertrouwen van een man omslaat in waanzin en onmacht. Waarin de zee, maar misschien nog wel meer de menselijke geest de grootste vijand is. Meeslepend en tragisch, dit project van een “dare and do, homegrown British hero”. (SG)

3. – Marwencol (2010, Jeff Malmberg)

Nadat Mark Hogancamp in een bar heftig in elkaar wordt geslagen verandert alles drastisch. Zijn geheugen is gewist en hij heeft moeite om zijn leven weer zin te geven. Gelukkig vindt hij door zijn creativiteit een uitweg en bouwt hij Marwencol. Het fictieve dorp wordt bewoond door speelgoedsoldaten en is gesitueerd in een soort fantasiewereld tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mark geeft elke pop een karakter en een complexe achtergrond mee. Hij heeft ook veel oog voor detail en maakt indrukwekkende foto’s van de poppen om zo een verhaal te vertellen. Al snel blijkt er een link te zitten tussen Marks trauma’s en het oorlogsgeweld dat hij uitbeeldt. Zijn foto’s worden ondertussen opgepikt door een galerie in New York die een tentoonstelling voorbereidt. Regisseur Jeff Malmberg geeft met zijn film een innemend portret van Mark en zijn fantasiewereld die geleidelijk wordt opgepikt door de nieuwsgierige buitenwereld. (GV)

4. – Rain in my Heart (2006, Paul Watson)

Rain in my Heart is een eerlijke en pijnlijke documentaire over alcoholisten in Engeland. Aan de hand van portretten van heftige gebruikers die onder toezicht staan van artsen probeert regisseur Paul Watson een idee te krijgen wat mensen drijft om te blijven drinken. Wat volgt is een keiharde en confronterende film over verslaafden aan de rand van de afgrond. Watson schroomt niet om je als kijker de getuige te laten zijn van de lichamelijke aftakeling die het gevolg is van zwaar alcoholmisbruik. Met zijn oprechte en betrokken aanpak bouwt hij ook een intieme band op met de mensen waardoor de docu meer is dan een koel en objectief verslag. (GV)

5. – Crumb (1994, Terry Zwigoff)

Robert Crumb is een uniek figuur. Bekend geworden met zijn gewaagde strips in de jaren zestig werd hij al gauw een boegbeeld van de nieuwe tegencultuur. De man zelf, ouderwets gekleed en een verzamelaar van oude Blues-platen, is echter moeilijker te plaatsen wat wel blijkt uit Terry Zwigoffs prachtige portret van de tekenaar. Het toont zijn moeilijke jeugd gedomineerd door een autoritaire vader en zijn vreemde broers. Om een leven als onpopulaire nerd te ontvluchten stort Crumb zich al snel op het tekenen. Een uitweg om het hersenloze conformisme van het Amerika van de jaren vijftig te ontvluchten. Anders dan zijn broers die ook tekenden en zorgden voor sibling rivalry in huize Crumb, heeft Robert het wel gemaakt. Zijn broers zijn minder goed terecht gekomen, wat blijkt uit interviews waar Robert met hen praat over vroeger. Daarnaast biedt de docu een mooi beeld van Crumbs carrière en de controverses die zijn tekeningen hebben veroorzaakt. Vooral zijn uitbeelding van vrouwen en seks komen aan bod en worden genuanceerd en kritisch besproken door verschillende collega-striptekenaars, maar ook de invloedrijke kunstcriticus Robert Hughes. (GV)

21 november 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

12 documentaires voor de thuisblijvers

Thuis IDFA 2014

Voor wie niet naar het IDFA kan, is een eigen filmfestival tegenwoordig zo georganiseerd. Online verschijnen steeds meer films, je moet ze alleen weten te vinden. Indebioscoop maakt het je wat makkelijker en vertoont elke festivaldag een boeiende documentaire. Twaalf films tijdens twaalf dagen IDFA 2014. Elke dag een andere mooie film op onze homepage. 

Indebioscoop Thuis IDFA 2014

The Wild and Wonderful Whites of West Virginia (2009)

Schietpartijen, overvallen, drugs, pillen, moorden én tapdansen. Wat hebben al deze dingen met elkaar gemeen? Het zijn zomaar wat zaken waarmee leden van The White Family uit West-Virginia zich bezighouden. Ze zijn legendarisch vanwege hun wilde en excessieve gedrag, maar praten en handelen volgens sommigen oprecht en vanuit het hart.

Comic Book Heaven (2014)

Deze documentaire duurt slechts twaalf minuten maar die zijn welbesteed. Erg sympathiek portret van Joe Leisner, een door de vol geverfde comic-verkoper in Queens (NY). Zijn verbazing over de toegenomen waarde van comic books kent geen grenzen. ‘Er zijn zoveel rijke mensen, ze maken van junk waardevolle artikelen.’ Leisner is sowieso niet op zijn mondje gevallen: ‘De meeste mensen zijn shit, dat is de categorie waar ze onder vallen.’ Van dit fraaie ongepolijste New Yorkse karakter word je vanzelf weer vrolijk.

Journey to the Edge of the Universe (2008)

Vergeet even de fluisterende voice-over van Sean Pertwee maar geniet van de CGI-prestaties van National Geographic. We reizen als het ware alsmaar verder, van de aarde naar de maan, van de maan naar Venus, enzovoort, tot ver, ver buiten ons zonnestelsel. Het universum blijkt veel spektakel te bieden.

Five broken camera’s (2011)

De Palestijnse boer Emad Burnat heeft elke dag te maken met de Israëlische aanwezigheid op de Westbank. Hij begon aanvankelijk de geboorte van zijn zoon te filmen maar het liep al snel uit op een documentaire over de instabiele politieke situatie, die in 2009 werd opgepikt door de Israëlische regisseur Guy Davidi. Vijf camera’s sneuvelden in de loop van het project maar leverden wel een mooie film op.

IXHXN (2013)

Volgens de makers, Graven Images, is deze documentaire een ‘interpretatie van een web van fictie’. Ster Lindsey Lohan wordt haar hele leven achtervolgd door paparazzi, en dat is door de makers geïnterpreteerd als een oorlog. We bekijken hier de twee strijdende partijen. Artistiek en interessant.

When We Were Kings (1996)

Ook al hou je niet van boksen. Leon Gast maakte met deze film een moderne klassieker, die nog steeds tot de verbeelding spreekt. Dit gaat over ‘het echte boksen’, de strijd tussen George Foreman en Muhammed Ali, maar nog meer over een onaangepast karakter – iemand die politiek en sport mengde. HBO maakte ook nog Thrilla in Manilla, over het historische gevecht tussen Ali en Joe Frazier.

The Real Goodfella (2006)

Henry Hill was een gangster in New York die werkte voor de beruchte Lucchese-familie. In 1980 werd hij informant van de FBI en getuigde hij tegen enkele maffiabazen. Martin Scorsese gebruikte het gewelddadige leven van Henry Hill voor zijn misdaadepos Goodfellas (1990) waarin Ray Liotta de rol van Hill speelt.

Necrobusiness, The Polish Ambulance Murders (2008)

De meest schandalige documentaire van onze Thuis IDFA is deze film. We gaan er niet te veel over schrijven, je moet het zien om te geloven. De context: een Poolse wet schrijft voor dat familieleden subsidie krijgen voor het begraven van een overleden persoon. In Lodz, West-Polen, heeft deze wet voor ranzige uitwassen gezorgd. Documentaire is verboden in Polen.

The Cove (2009)

Massale slachting van dolfijnen in een baai van het Japanse Taiji leverde de Oscar voor Beste Documentaire en wereldwijde verontwaardiging op. Volgens de film worden daar jaarlijks 23.000 dolfijnen en bruinvissen bijeen gedreven en met speren en messen gedood. Ontdek ook wat de zelfmoord van Flipper met The Cove heeft te maken.

Ghosts on the Underground (2010)

De London Underground is 140 jaar oud, 375 kilometer lang en gebouwd onder, door en boven begraafplaatsen en massagraven (overblijfselen van Middeleeuwse epidemieën). In de documentaire vertellen reizigers hun ervaringen met de Tube en medewerkers over onverklaarbare griezelige verschijnselen onder de grond. Onzin? Oordeel zelf!

The Next Black (2014)

De toekomst van de mode. Overal ter wereld zijn initiatieven om kleding duurzamer, milieuvriendelijker en in sommige gevallen mooier te maken. Zo nemen we een kijkje bij de ontwerpstudio van extravagante kleding voor Lady Gaga, pionier Suzanne Lee die organische kleren maakt van groene thee, suiker en bacteriën en zien we speciale kits om je kleding te repareren.

 

18 november 2014

Alle leuke filmlijstjes

IDFA 2014 – Preview

Tips voor IDFA 2014

door Bob van der Sterre

Helemaal in de documentairestemming én van plan om naar Amsterdam te gaan? Dan volgt de kluif van het doorspitten van het IDFA-programma met ruim driehonderd films. Je kunt altijd at random  een keuze maken, maar Indebioscoop maakt het iets makkelijker. Achttien tips op de komende IDFA die passen bij een bepaalde stemming. Hier staat het hele programma.

HIP-HOP-ERATION IDFA 2014 Indebioscoop

Feel good
Meer feel good dan de Nieuw-Zeelandse film Hip hop-eration kan het nauwelijks worden. In deze film gaan bejaarden leren dansen op hiphopmuziek. Waarom? Omdat het leuk en gek is natuurlijk nietwaar, als oudjes van tachtig proberen Eminem na te doen. ‘Ik wilde altijd al dansend sterven.’ Gegarandeerd positieve film, behalve voor mensen die snel last hebben van plaatsvervangende schaamte. Waar en hoe laat?

Regisseur Alex de la Iglesia, bekend van El dia de la Bestia, maakt een documentaire over voetballer Lionel Messi? Dat moeten we zien. Interviews, fictie, non-fictie: alles swingt zoals de beroemde voetballer op het veld mannetjes passeert. Waar en hoe laat?

Niet zo luchtig maar wel flink op het gemoed inwerkend: Virunga. We zijn getuige van vier dappere personen die er alles aan doen om het Congolese natuurpark Virunga, en zijn gorilla’s, te beschermen tegen oliemultinationals en een burgeroorlog. Typisch voorbeeld van wat ze ‘motivational stories’ noemen. Waar en hoe laat?

Spannend
In The Green Prince zien we in een reconstructie hoe een Palestijn door de Israëlische geheime dienst in een spion werd veranderd. Het doel: infiltreren bij Al Qaida. Een moeilijk leven van schaamte en overleven volgt voor hem. ‘Ik besefte opeens dat er mensen stierven door dit leven van mij.’ Waar en hoe laat?

Hoe is het leven op acht kilometer hoogte op de berg Cho Oyu? Het stormt, sneeuwt, hagelt. Uit nota bene het laagst gelegen land ter wereld (dus ons land) komt het bergsportdrama Killer Slope. In de film volgen we Nederlandse bergsportfanaten die antwoord geven waarom je als mens met gezond verstand zoveel ontberingen opzoekt. Waar en hoe laat?

In 1990 wordt een man neergeschoten. Zijn vrouw, Pamela Smart, staat terecht voor de moord. Haar rechtszaak wordt live op televisie uitgezonden (als eerste rechtszaak ooit). In Captivated: the trials of Pamela Smart zien we een terugblik op deze mediahype van toen en een interview met Pamela Smart, in het heden. Waar en hoe laat?

Tranentrekkend
Charlotte, een Australische, wordt in Kenia verkracht door een groep mannen. Maar haar motto is I Will Not Be Silenced. Ze doet iets wat in Kenia erg ongewoon is: ze begint een rechtszaak tegen de verkrachters. Ook gaat ze voorlichting en zelfverdedigingslessen aan Keniaanse vrouwen geven. ‘Ik heb nog nooit zo hard voor iets geknokt in mijn leven.’ Waar en hoe laat?

The look of Silence is het vervolg op de veelgeroemde documentaire The Act of Killing. Wederom de regie van Oppenheimer, wederom de genocide in Indonesië als onderwerp. ‘Wat zou je hebben gedaan als ik toentertijd met dit verhaal naar je toe kwam?’ ‘Je hebt er geen idee van wat je zou zijn overkomen.’ Waar en hoe laat?

Bij Nathan – free as a bird kan men vermoedelijk de ogen ook niet drooghouden. Hoe zielig is het wel als je niet gelukkig kunt worden als vrouw, vervolgens ook niet als man, en dan maar besluit een einde aan je leven te maken? In dit geval met afscheid vooraf. Waar en hoe laat?

Auteurs
In India heb je een toelatingskans van 0,1 % om op een bepaalde medische school te komen. In Placebo zien we een portret van deze 0,1 % Indiase studenten. Ze zijn vaak in de war en soms gewelddadig. Geen standaard drama-aanpak maar een mysterieuze film. Waar en hoe laat?

Nick Broomfield heeft zo zijn eigen stijl van filmen. Hij zoekt taboerijke onderwerpen op, neemt zijn camera op de schouder en stelt iedereen bijdehante vragen. Een beetje zoals Frans Bromet dat deed bij de Vpro. Broomfield gaat in Tales of the Grim Sleeper naar South Central (Los Angeles) om uit te zoeken hoe een seriemoordenaar zo lang zijn gang kon gaan. Waar en hoe laat?

In Vast kijken we naar de close-up van een vacht. Is het een varken? Aha, nee dus, een paard. Zo gaat Vast  de hele film door: geen commentaar, geen mening, geen journalistiek. Dit is natuur van La Pampa, prachtig esthetisch gefilmd. Waar en hoe laat?

Maatschappijkritisch
Het thema komt vaker langs in documentaires (Taste the waste  bijvoorbeeld), maar in Just eat it, a food waste story is het onderwerp grondiger aangepakt. Veertig procent van het geproduceerde eten van het land belandt in de afvalbakken, voor de productie, dan wel na een bezoek aan de koelkast. Maar dat is nog best eetbaar.  Waar en hoe laat?

Schaliegas, ook zo’n thema dat regelmatig langskomt in moderne documentaires. In Unearthed gaat Jolynn Minnaar naar aanleiding van boringen in de Karoo, Zuid-Afrika, op onderzoek uit. Is het nu goed zoals de overheid zegt of slecht zoals de demonstranten roepen. Ze wil argumenten horen van beide partijen. Maar haar project loopt snel uit de hand. De wereld van schaliegas is geheimzinniger dan je denkt. Waar en hoe laat?

Wie echt houdt van het menselijke verhaal achter de feiten, mag Citizenfour niet missen. Hierin beschrijft Laura Poitras hoe ze Edward Snowden ontmoette. Zij was degene die hem in contact bracht met journalist Glenn Greenwald. Wie wil niet weten hoe hij zijn vlucht van de Amerikaanse overheid regelde? Verwant aan het onderwerp is Killswitch. Diverse vrijheidsgoeroes leggen uit waarom de overheden niet krampachtig zouden moeten zijn als het om internet gaat. En ook kun je Silenced: the war on whistleblowers eigenlijk niet missen. In plaats van te luisteren naar deze klokkenluiders worden ze aangevallen met dure rechtszaken. Waar en hoe laat Citizenfour?

Muziek
Heaven Adores You oogt als een quasidocumentaire, eentje die bijna te gefantaseerd klinkt om waar te zijn. Maar het is waar: een jongen met gitaar en fijngevoelige stem wordt beroemd, leidt het leven van een rockster, en amper 34 jaar oud wordt hij dood aangetroffen op een mansion in Los Angeles. Het verhaal van Elliott Smith, de muzikant die beroemd werd met zijn muziek voor de film Good Will Hunting. Waar en hoe laat?

Fela Kuti mag in het westen niet al te bekend zijn, maar in Afrika is hij niet minder dan een levende legende, misschien wel de beroemdste en meest vernieuwende muzikant die het continent heeft gekend. In Finding Fela zien we alle kanten van zijn karakter, en krijgt hij respect van de allergrootste popartiesten. Waar en hoe laat?

Nas (Nas: Time is Illmatic), de man van het klassieke hiphopalbum Illmatic uit 1994, bezoekt opnieuw de wijk waar hij vandaan kwam, Queensbridge. Ooit een enorm misdadige wijk in New York. Hij was toen 21, nu 41, en blikt terug op zijn jeugd. Waar en hoe laat?

 

17 november 2014

 

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 4

DEEL 5

DEEL 6

DEEL 7

6 bijzondere documentaires voor cinefielen

Zes bijzondere documentaires voor cinefielen

Zes bijzondere documentaires voor cinefielen

Met het IDFA in aantocht richt Indebioscoop zich op onderbelichte en bijzondere documentaires die je gezien moet hebben. De eerste toplijst richt zich heel toepasselijk op het onderwerp waarop iedere IDB-lezer verzot is: Cinema! 

Samenstelling: George Vermij

1. – Overnight (2003, Tony Montana & Mark Brian Smith)

Ja, hij heet echt Tony Montana die regisseur, maar dat is nog het minst bizarre feitje over de docu Overnight. Montana en Mark Brian Smith werden door hun vriend Troy Duffy gevraagd om zijn plotselinge succes als filmmaker vast te leggen. Duffy, die werkte als barman, had in de jaren negentig hoge ogen weten te gooien met zijn script voor The Boondock Saints (1999) en strikte uiteindelijk studio Miramax voor een verfilming. De zelfverzekerde en arrogante Duffy werd al door de media klaargestoomd als de volgende Tarantino, maar dan explodeert de boel als hij in conflict raakt met de keiharde Harvey Weinstein. Overnight biedt een onopgesmukte blik op de harde wereld van Hollywood, maar ook de rivaliteit die er ontstaat tussen botsende ego’s. Duffy is daarbij niet zozeer een tragische held, maar een egoïstische megalomaan die gaandeweg al zijn vrienden en medestanders verliest door zijn opgeblazen en brutale gedrag. Het levert genoeg scènes op van plaatsvervangende schaamte als we zien hoe een scheldende Duffy bezig is om de film te maken en daarnaast ook nog met zijn middelmatige rockband probeert door te breken, liftend op de hype die hij in Hollywood heeft opgebouwd.

2. – American Movie (1999, Chris Smith)

Net zo gedreven als Duffy, maar met een budget van nop en zonder de zegen van Hollywood, besluit Mark Borchardt zijn horrormeesterwerk Coven te maken met de steun van familie en vrienden. Regisseur Chris Smith volgt het proces waarbij de onwerkelijke filmdroom van een individu realiteit wordt. Dat gaat natuurlijk niet zo makkelijk, maar anders dan de schofterige Duffy is Borchardt een underdog waar je ondanks zijn tekortkomingen wel sympathie voor opbouwt. Samen met een jeugdvriend die nog steeds gevangen lijkt te zitten in een acidtrip probeert Borchardt geld in te zamelen, scènes te schieten en zijn film te verkopen. Mooie momenten zijn er met zijn weifelende, nuchtere en bejaarde oom Bill die in alles de tegenpool is van Borchardt, maar hem toch steunt. Borchardts enthousiasme blijft aandoenlijk ook al is zijn film een matige verzameling van horrorclichés. Je weet echter dat er ondanks zijn artistieke en technische manco’s een oprechte passie is voor de magie van cinema.

3. – Harlan: In the shadow of Jud Süß (2008, Felix Moeller)

Veit Harlan kan wel gezien worden als de grootste en meest ambitieuze filmmaker in het Derde rijk. Zijn bekendheid heeft hij echter vooral te danken aan de film Jud Süß uit 1940 waar melodrama werd gebruikt om antisemitisme te verkopen. In de docu van Felix Moeller wordt een beeld geschetst van zijn carrière en de moeizame productie van zijn films tijdens de oorlog zoals het epos Kolberg (1944). Kritische noot daarin vormen de woorden van Harlans familieleden die een beeld schetsen van een moeilijk man en een verscheurd gezin. Interessant contrast is de naoorlogse carrière van Harlans zoon Thomas Harlan die met zijn experimentele films zoals Wundkanal (1984) het gesmette verleden van zijn vader en zijn land probeerde te vatten. Moeller behandelt het allemaal en laat ook Harlans nicht Christiane Harlan aan het woord die uiteindelijk de echtgenote zou zijn van Stanley Kubrick.

4. – Z Channel: A magnificent obsession (2004, Xan Cassavettes)

Jerry Harvey was een cinefiel pur sang die het geluk had om de filmprogrammering te regelen van het TV-station Z Channel in Los Angeles. Dat resulteerde in een glorietijd die in de gelijknamige docu wordt teruggeroepen door de herinneringen van bekende Amerikaanse regisseurs zoals Quentin Tarantino en Jim Jarmusch. Z Channel zond veel gewaagde Europese films uit die normaal niet of moeilijk te zien waren in de States. Daaruit blijkt dat Harvey een onmisbare schakel was in de filmische opvoeding van veel mensen en beginnende of onderbelichte filmmakers een enthousiast publiek bood. Naast deze mooie cinefiele herinneringen wordt een beeld geschetst van de excentrieke en moeilijke Harvey en zijn tragische lot.

5. – Cinemania (2002, Angela Christlieb & Stephen Kijak)

Cinemania is een docu over ons soort mensen, maar dan de echte freaks. Filmmakers Angela Christlieb en Stephen Kijak volgen in New York verschillende hardcore cinefielen die verslaafd zijn aan film en per dag zo veel mogelijk films proberen te pakken in de bioscoop. Dat dat niet altijd even makkelijk gaat wordt wel duidelijk. Sommige verslaafden hebben complexe schema’s en roosters waar ook rekening wordt gehouden met reistijd. Ook zijn het alleseters die zowat elke film die uitkomt proberen te zien. Het is een excentriek en wereldvreemd gezelschap van vooral mannen die hun troost en ontsnapping zoeken op het witte doek. Op momenten erg herkenbaar, maar ook confronterend als je ziet dat een passie ten koste gaat van de realiteit en menselijk contact.

6. – Best Worst Movie (2009, Michael Stephenson)

Wat heeft de oer-Amerikaanse innemende tandarts George Hardy in het zuiden van de VS in godsnaam te maken met het misbaksel Troll 2 (1990) die ooit de eer had om de laagste user rating op IMDb te krijgen? De docu Best Worst Movie geeft het antwoord en zoekt de oude castleden op. Die werden toen door de Italiaanse B-filmer Claudio Fragasso omgepraat om mee te doen aan het project. Hardy is daarbij de spil. Hij speelde de hoofdrol en is nu verbaasd over de cultstatus die de film heeft opgebouwd. Zo zijn er speciale Troll 2-filmavonden en draait de film op festivals nog steeds voor volle zalen waar fans zich kleden als de monsters uit de film. Best Worst Movie toont hoe Hardy opgaat in het hele circus en geniet van de aandacht. De docu volgt ook andere aan lager wal geraakte castleden en dat levert tragikomische momenten op waar mensen geconfronteerd worden met wat zij bereikt hebben in hun leven. Een interview met Fragasso is hilarisch wegens zijn slechte Engels en de diepere boodschappen die hij Troll 2 nog wil meegeven. En dat maakt de tenenkrommende scènes uit de film die voorbijkomen alleen maar grappiger.

14 november 2014

 

Alle leuke filmlijstjes