10 onmisbare films over eeneiige tweelingen

Tien onmisbare films over eeneiige tweelingen

Twins

In de Oostenrijkse horrorthriller Ich Seh, Ich Seh terroriseren twee negenjarige tweelingboertjes hun moeder die onherkenbaar is na plastische chirurgie. Hier een overzicht van tien niet te missen films over eeneiige tweelingen waarin de acteur of actrice beide rollen speelt.

door Cor Oliemeulen

1. – A Stolen Life (1946, Curtis Bernhardt)

Bette Davis stond bekend als actrice die een grote variëteit aan krachtige en complexe rollen aankon. Zij was een echte Hollywood-ster: dominant op het witte doek, geen klassieke schoonheid, maar herkenbaar aan grote, sprekende ogen en een beetje hese stem. Davis was de aangewezen actrice om voor het eerst in de filmgeschiedenis een grote dubbelrol van eeneiige tweelingzusters te vertolken. In A Stolen Life ontmoeten we allereerst Kate Bosworth: een vlotte, innemende jongedame die valt voor vuurtoreninspecteur Bill Emerson (Glenn Ford). Maar Bill vindt Kate’s dominantere tweelingzus Patricia leuker en ze trouwen. Kate vindt troost in schilderen en gaat zeilen met Patricia nadat Bill met huwelijksproblemen tijdelijk naar Chili is vertrokken. Tijdens een zware storm slaat Patricia overboord en neemt Kate de plaats van haar zus in om een tweede kans bij de terugkerende Bill te maken.

2. – Les jolies choses (2001, Gilles Paquet-Brenner)

In het artistieke drama Les jolies choses steelt Marion Cotillard ook een leven. Voordat de mooie Française doorbrak als Edith Piaf in La Môme (2007) toonde ze haar talenten als tweelingzusters Marie en Lucie. Ze haten elkaar, omdat vader vroeger een duidelijke voorkeur voor een van zijn dochters had. Lucie is nu een bekend pin-up model, terwijl Marie zich sjofel en grofgebekt gedraagt als zangeres van haar eigen poëtische teksten. Marie laat zich door de manager van Lucie overhalen om liedjes in te zingen zodat Lucie een zangcarrière kan lanceren. Dit deprimeert Lucie zodanig dat ze van haar balkon springt. Marie neemt direct Lucie’s plaats in om snel geld te kunnen verdienen. Hoe meer Marie zich begeeft in de wereld van seks, drugs en roem, hoe meer ze zich metamorfoseert in Lucie. Langzaam leert ze de onbekende en donkere kanten van zowel Lucie als zichzelf kennen. Let op de aanstekelijke titelsong in de finale met een temperamentvol zingende Marion Cotillard.

3. – Dead Ringer (1964, Paul Henreid)

Achttien jaar na A Stolen Life werd Bette Davis opnieuw gevraagd om tweelingzusters neer te zetten. Een stuk minder melodramatisch en qua special effects nog beter. Het lijkt echt alsof de twee zussen naast elkaar zitten en elkaar omhelzen. Het etiket ‘dead ringer’ (exact duplicaat) gaat beslist op voor Margaret DeLorca en Edith Phillips. Het misdaaddrama begint als Edith de begrafenis van de overleden man van Margaret bezoekt. De twee hebben al twintig jaar geen contact meer en bijna niemand weet dat ze allebei een tweelingzus hebben. Edith heeft een bar, die bijna failliet is, terwijl Margaret baadt in weelde. In een opwelling doodt Edith haar rijke zus, ensceneert zelfmoord en neemt Margarets plaats in. Maar dan beginnen natuurlijk de problemen. Wie zijn al die mensen? Margaret rookte niet, Edith als een ketter. Wat is de code van de kluis? En waarom is de vrouw des huizes opeens zo aardig tegen de hond en andersom? Slimme plotwendingen voeren de spanning langzaam op tot een magnifiek, maar tragisch slot.

4. – The Dark Mirror (1946, Robert Siodmak)

In het jaar van het succes van Bette Davis in A Stolen Life was het de beurt aan een andere grote filmster om zeer overtuigend in de huid van twee eeneiige tweelingzusters te kruipen. Olivia de Havilland is de charmante Ruth Collins die door een aantal getuigen zou zijn gezien op de avond dat een dokter werd doodgestoken. Maar dan blijkt dat Ruth een tweelingzus heeft, Terry. De zussen beschermen elkaar door niet te zeggen wie wie is, zodat de politie kansloos is om iemand voor de moord aan te klagen. Een bevriende psychiater biedt uitkomst als Ruth en Terry enkele tests ondergaan. En zo ontpopt The Dark Mirror zich als karakterstudie naar beide tweelinghelften. Psychoanalyse middels inktvlekken, woordassociaties en een leugendetector. Ook deze film heeft geen moderne filmtechnieken nodig om geloofwaardig te zijn. Het feit dat Ruth en Terry in sommige scènes een halsketting met hun naam dragen, oogt wat gekunsteld, maar is functioneel.

5. – Dead Ringers (1989, David Cronenberg)

Ook Jeremy Irons levert puik acteerwerk als de identieke tweelingbroers Beverly en Elliot Mantle. Het traag opgebouwde drama Dead Ringers, dat handelt over twee beroemde gynaecologen, is de Canadese regisseur David Cronenberg op het lijf geschreven. Deze eigenzinnige vrouwenartsen gebruiken namelijk hun eigen methodes en zelf ontworpen instrumenten om cliënten vruchtbaar te maken. Al als kleine nerds hadden Beverly en Elliot diepgaande discussies over voortplanting en vele jaren en onderscheidingen later hebben ze hun eigen kliniek. Gewend om alles te delen, ook hun vriendinnen, die vaak niet weten dat er een tweelingbroer in het spel is. Ze zijn zo verbonden met elkaar dat als het slecht gaat met de een, ook de ander ten onder dreigt te gaan. Door depressies en overmatig drugsgebruik wanen ze zich uiteindelijk een Siamese tweeling, met alle dramatische en lugubere gevolgen van dien.

6. – Sisters (1973, Brian De Palma)

In films waarin tweelingen tegelijk in beeld zijn, is dankbaar gebruikgemaakt van een ´split screen´. In de romantische komedie Indiscreet (1958) werd deze techniek toegepast om de toenmalige Hollywood-censuur te omzeilen: zo konden Ingrid Bergman en Cary Grant toch samen in één bed liggen. Brian De Palma maakte vaak gebruik van ‘split screens’, om de spanning op te bouwen door het tonen van twee scènes tegelijk. Zo ook in Sisters, zijn eerste thriller. Aan de linkerkant zie je hoe een lijk en bloedsporen worden opgeruimd, rechts zie je hoe twee politiemannen zich naar het plaats delict begeven. Zet hieronder de onheilspellende klanken van filmcomponist Bernard Herrmann en succes is verzekerd. Margot Kidder (Superman, 1978) speelt de twee helften van een Canadese Siamese tweeling die pas op late leeftijd werd gescheiden. Sisters is extra speciaal door enkele hallucinerende fragmenten, waaruit langzaam blijkt wie van de twee de moorden heeft gepleegd.

7. – Start the Revolution Without Me (1970, Bud Yorkin)

Gene Wilder (The Producers) en Donald Sutherland (MASH) spelen in het melige Start the Revolution Without Me twee dubbelrollen. Orson Welles vertelt het verhaal van twee pasgeboren tweelingen die per abuis door elkaar worden gehusseld. We maken kennis met beide tweelingbroers aan de vooravond van de Franse Revolutie in 1789. Twee broers zijn opgegroeid bij een rijke adellijke familie op Sicilië, terwijl de andere overleven als armoedzaaiers op steenworp afstand van de Notre Dame. De personages van Gene Wilder lopen uiteen van rokkenjagende simulant tot verwaande schermer. De karakters van Donald Sutherland zijn een suffe boer en een nichterige dandy. Natuurlijk worden ze opnieuw verwisseld en ontmoeten ze de krankjorume Louis XVI en zijn openlijk promiscue Marie-Antoinette. Deze klucht past moeiteloos in het rijtje van de destijds ontluikende absurde humor en satire van onder anderen Mel Brooks en Monty Python.

8. – Viva la libertà (2013, Roberto Andò)

Het leukste van persoonsverwisselingen is dat je als kijker niet meer weet wie wie is. In het geval van het Italiaanse komische drama Viva la libertà is dat uiteindelijk van ondergeschikt belang. In zijn eigen boekverfilming toont Robert Andò de belevenissen van Enrico en Giovanni. Enrico is leider van de grootste politieke oppositiepartij in Italië, die de druk en de slechte peilingen niet meer aankan en anoniem vlucht naar een oude vriendin in Parijs. Enrico’s rechterhand moet het probleem oplossen en komt uit bij Enrico’s tweelingbroer Giovanni, die tijdelijk de plaats van de politicus zal innemen. In tegenstelling tot zijn broer is Giovanni goedlachs en charismatisch. Maar helaas is hij ook zo gek als een deur en schroomt hij niet zijn interessante visie op de politiek en de wereld voor de camera’s te delen. Prachtige, geloofwaardige rollen van Toni Servillo die in hetzelfde jaar La grande bellezza naar een ongekend niveau tilde.

9. – Leaves of Grass (2009, Tim Blake Nelson)

Opmerkelijk dat Leaves of Grass in de meeste landen een bioscooprelease misliep en meteen op dvd verscheen (in Nederland als Double Trouble), want dit niet-alledaagse misdaaddrama is meer dan de moeite waard. Edward Norton sprankelt moeiteloos als de eeneiige tweeling Bill en Brady. Bill is een geliefde en beroemde professor klassieke talen, lang geleden Oklahoma ontvlucht omdat hij zich niet thuis voelde in het hippiegezin met Susan Sarandon als moeder en vader onbekend. Blower Brady is er blijven hangen, runt een hypermoderne weedplantage en heeft investeringsschulden bij een Joodse maffiabaas (Richard Dreyfuss). De zeer beschaafde Bill wordt teruggeroepen omdat de dialect koutende rouwdouwer Brady zou zijn overleden, maar de werkelijke reden is dat Bill wordt geacht te fungeren als alibi zodat Brady en zijn beste vriend Bolger (Tim Blake Nelson) kunnen afrekenen met de vijand. Enerverend verhaal begint luchtig, maar eindigt wrevelig met enkele heftige ontknopingen.

10. – Adaptation. (2002, Spike Jonze)

Documentaire- en videoclipregisseur Spike Jonze maakte nog maar vier speelfilms: Being John Malkovich (1999), Adaptation. (2002), Where the Wild Things Are (2009) en Her (2013). Enkele scènes van Adaptation. spelen zich grappig genoeg af op de set van de eerste film. Nicolas Cage is aangetrokken als vertolker van tweelingbroers Charlie en Donald Kaufman, die het scenario van de film schreven. Hoewel Donald in werkelijkheid een fictief persoon is, kruipt Cage in de film wel degelijk in de huid van zowel Charlie als Donald Kaufman. In dit drama met de contouren van een zwarte komedie is Charlie de onzekere scenarioschrijver, terwijl de minder talentvolle levensgenieter Donald uiteindelijk een vet contract krijgt. Charlie stoeit ondertussen volop met de filmadaptatie van The Orchid Thief van Susan Orlean (Meryl Streep) over non-conformist John Laroche (schitterende rol Chris Cooper). Adaptation. kent een prachtig scenario met mooie twists en verwijzingen naar ‘het beste scenario ooit’: Casablanca (1942), geschreven door Julius en Philip Epstein. Tweelingbroers!

Alle leuke filmlijstjes

5 vergeten sportklassiekers

Vijf vergeten sportklassiekers

Vijf vergeten sportklassiekers

Channing Tatum speelt in Foxcatcher een worstelaar die de beste van de wereld wil worden. Je bereikt de top door winnen en verliezen, door vallen en weer opstaan. De filmgeschiedenis kent tal van juweeltjes met dit thema, maar sommige zijn in de vergetelheid geraakt.

door Cor Oliemeulen

1. – Fear Strikes Out (1957): HONKBAL

Al op 18-jarige leeftijd een contract tekenen bij de vermaarde Boston Red Soxs, is heel bijzonder. Dat overkwam James Piersall, in de jaren vijftig een grote naam in het Amerikaanse honkbal. Maar hij werd pas echt beroemd door een zenuwinzinking. Piersall moest zeven weken in een psychiatrische kliniek verblijven. Fear Strikes Out is het aangrijpende verhaal van een honkballer die vanaf zijn kindertijd de droom van zijn vader leeft: beroemd honkballer worden. Anthony Perkins is een sensatie in zijn eerste hoofdrol en Karl Malden (The Streets of San Francisco) is zijn allesbepalende vader. Zelfs door een snel huwelijk komt de jonge James Piersall niet uit onder het juk van zijn vader, die uiteindelijk de pijnlijke confrontatie met zijn zoon moet aangaan. Sterk regiedebuut van Robert Mulligan, die in 1962 zou doorbreken met de prachtige boekverfilming To Kill a Mockingbird.

2. – Requiem for a Heavyweight (1962): BOKSEN

“Weet je waarom ik zo raar praat?”, vraagt bokser Louis ‘Mountain’ Rivera aan een sociaal werkster die een nieuwe baan voor hem zoekt en op wie hij dolverliefd wordt. “Omdat ik een miljoen klappen heb gehad.” De legendarische Anthony Quinn (La Strada, Zorba the Greek) speelt een bokser op leeftijd die vanwege gezondheidsredenen moet stoppen, maar niet weet wat hij anders zou moeten doen. Requiem for a Heavyweight kent een donkere ondertoon en verbindt nog meer dan Fear Strikes Out het lot van de sporter aan de omstandigheden. Randverschijnselen zijn er in het boksen immers genoeg: geweld, uitbuiting en verkochte wedstrijden. Er zijn leuke cameo’s van boksgrootheden Jack Dempsey en Muhammed Ali (toen nog Cassius Clay). Het zou niet verbazen als Darren Aranofsky goed naar deze boksfilm heeft gekeken voordat hij The Wrestler (2008) maakte.

3. – This Sporting Life (1963): RUGBY

Rugby ontstond in 1823 tijdens een potje voetbal in de gelijknamige Engelse stad: iemand pakte plotseling de bal in zijn handen en rende ermee over de achterlijn van de tegenstander. Niet verwonderlijk dat een van de beste rugbyfilms ooit gemaakt van Engelse bodem komt. De Ier Richard Harris bewijst dat dit balspel niet voor mietjes is. Als het moet, slaat hij een zelfzuchtige teamgenoot ‘per ongeluk’ tegen de vlakte, en hij zeurt niet als een tegenstander zes tanden uit zijn mond beukt. Harris speelt fantastisch als ‘angry young man’ Frank Machin, een mijnwerker, die voor duizend pond wordt gekocht door een plaatselijke zakenman. Ondertussen ontwikkelt Frank gevoelens voor zijn hospita (Rachel Roberts), die niets van hem moet hebben, want zij rouwt om haar overleden man. Sfeervol, tikkeltje zwaarmoedig, intelligent sportdrama met mooi gefilmde wedstrijdfragmenten.

4. – Breaking Away (1979): WIELRENNEN

Veel luchtiger van toon is het met een Oscar beloonde draaiboek van Breaking Away. Onder de regie van Peter Yates speelt Dennis Christopher de zoon van een steensnijder in Bloomington, Indiana die helemaal gek van wielrennen is. Tot afschuw van zijn vader scheert hij niet alleen zijn benen, erger nog, hij gedraagt zich als een Italofiel. Want voor Dave is Italië synoniem aan wielrennen. Hij praat de halve tijd Italiaans, draait loeihard Italiaanse aria’s op zijn kamer en noemt de kat van zijn vader Fellini. Als een professioneel Italiaans wielerteam naar hun stad komt, raakt Dave in extase. Ondertussen wordt hij verliefd op een meisje dat gelooft dat hij daadwerkelijk een Italiaanse jongen is en krijgt zijn vriendenclub ‘Cutters’ ruzie met rijkeluiskinderen. Onderhoudend opgroeidrama met jonge acteurs als Dennis Quaid (astronaut in The Right Stuff), Daniel Stern (boef in Home Alone) en Jackie Earle Haley (pedo in Little Children).

5. – Fever Pitch (1997): VOETBAL

Lang voordat hij zich naar een Oscar stotterde als King George VI en hij alleen voor de tv-kijker bekend was als Mr. Darcy in de BBC-serie Pride and Prejudice, speelde Colin Firth zeer geloofwaardig een fanatieke Arsenal-fan. Gebaseerd op de autobiografische bestseller van Nick Hornby krijgt leraar Paul een relatie met zijn nieuwe collega Sarah. Echter zij kan maar niet wennen aan zijn bezetenheid, met als gevolg dat zij altijd op de tweede plaats komt. Als Sarah zwanger is, zegt Paul spontaan dat hij liever het kampioenschap van Arsenal dan een baby heeft. Sarah’s vriendin weet het zeker: ‘Ze stoppen je eerst vol met die voetbalonzin en dan taaien ze af.’ Realistisch voetbaldrama met romantiek als rode draad is nostalgisch, want het tijdsbeeld klopt en er is nauwelijks een hooligan te zien. De film eindigt met het voetbalwonder dat geschiedde op 26 mei 1989 in Liverpool.

19 februari 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

5 seksfilms: tussen tam en morsig

Vijf seksfilms: tussen tam en morsig

Seksfilms Indebioscoop

Na het succès de scandale van E.L. James´ Fifty Shades of Grey bleek de filmversie al voor zijn release goede box office te draaien. Het is natuurlijk niet nieuw dat ´gewaagde´ seks opeens verkoopt en doorbreekt in de mainstream. Indebioscoop kijkt terug in de filmgeschiedenis naar momenten waar seks op het witte doek plotseling acceptabel was voor een breed publiek.

door George Vermij

1. – Deep Throat (1972, Gerard Damiano)

Er is natuurlijk al veel gezegd en geschreven over deze pornofilm die de tijdgeest met zich mee had en doorbrak bij het grote publiek. Er is de tragische carrière van Linda Lovelace die een biopic heeft opgeleverd. En dan is er de onthullende docu Inside Deep Throat die laat zien dat de winst vooral werd opgeslokt door louche criminele figuren. De ‘sterren’ kwamen er na hun fifteen minutes of fame minder goed vanaf en werden voor de rest van hun leven geassocieerd met de film. Deep Throat is achteraf gezien vooral gewaagd geweest als eerste film die hardcore seks voor een breed publiek toegankelijk maakte. Het leidde ook een korte periode in van porno chique  waarin het geaccepteerd was om echte seks te tonen. Films zoals Radley Metzgers Score en The opening of Misty Beethoven zouden het genre nog artistiek interessant maken. Hardcore seks verdween echter snel weer uit de mainstream.

2. – Blue Movie (1971, Wim Verstappen)

De film staat nog steeds in de top vijf van best bezochte Nederlandse bioscoopfilms aller tijden. Net als Deep Throat had Verstappens film de tijdgeest met zich mee. Een zedencrimineel komt na zijn gevangenisstraf in de net opgeleverde Bijlmer waar seks alles domineert. Deels maatschappijkritiek, deels seksfilm, maar op beide vlakken verouderd. Wel interessant als barometer van de seksuele moraal in Nederland en als een tijdcapsule naar de jaren zeventig, waar de Bijlmer nog symbool leek te staan voor een vrije en moderne samenleving.

3. – Emmanuelle (1974, Just Jaeckin)

Het is opmerkelijk dat na de explicietere hardcore porno van daarvoor een soft-erotische film zoals Emmanuelle opeens een wereldwijd fenomeen werd. De film begon als een rommelige productie naar een gelijknamig autobiografisch boek. Niemand had gedacht dat de film zo’n succes zou worden. Het eindproduct is vooral een respectabele en tamme seksfilm. Dat komt mede door smaakvolle, maar kitscherige cinematografie die doet denken aan een reclamespot voor een goedkoop parfum. Een rol van de serieuze acteur Alain Cuny, die bekend was geworden door zijn doortastende en dreigende rollen in Fellini’s La dolce vita en Louise Malle’s Les amants, geeft de film ook nog wat cachet. De seks is echter houterig ook al probeert regisseur Just Jaeckin er nog wat lichte sm-decadentie in te gooien. Het is in dat opzicht een soft-erotisch sjabloon waar een seksueel onervaren jonge vrouw zich seksueel laat inwijden door een scala aan zelfverzekerde bedpartners. Voor Sylvia Kristel het begin van een internationale carrière die tragisch zou eindigden.

4. – Nine ½ Weeks (1986, Adrian Lyne)

Een flop in de VS en neergesabeld door de critici, maar een onverwachte hit daarbuiten. Het matige Nine ½ Weeks kan vooral worden gezien als het begin van de carrière van Zalman King die de film schreef en produceerde. Hij maakte later een heel scala aan soft-erotische films zoals Wild Orchid en Wild Orchid 2: Two Shades of Blue (uh, waar hebben wij dat vaker gehoord?). Wat Nine ½ Weeks verder interessant maakt zijn de verrassende gelijkenissen met Fifty Shades of Grey. Kim Basinger is als Elizabeth misschien iets meer ervaren dan de onschuldige en maagdelijke protagonist uit James’ roman, toch valt ze als een blok voor de mysterieuze, rijke en succesvolle Wall Street-yup Mickey Rourke. O ja, en dan heet hij ook nog eens John Gray en houdt hij van decadente seksspelletjes.

5. – 9 Songs (2004, Michael Winterbottom)

Vanaf 2000 leken veel regisseurs weer geïnteresseerd om seks realistisch in beeld te brengen ook al waren de bedoelingen niet altijd om de zinnen te prikkelen. In Frankrijk gebruikten regisseurs Patrice Chéreau en Catherine Breillat seks als middel om intimiteit en macht ter discussie te stellen. Extremer was Baise-Moi waar expliciete seks en geweld in de mix werden gegooid. Uit deze periode stamt ook Michael Winterbottoms 9 Songs waar hij ongegeneerd de geilheid van een koppel toont en daartussen optredens monteert van toonaangevende bands zoals Primal Scream en Elbow. Geen succes en een wat leeg experiment in het expliciet tonen van echte seks.

13 februari 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

De 10 beste drugsfilms

Tien drugsfilms: populaire narcotica door de tijd heen

Fear and Loathing in Las Vegas

In Inherent Vice van Paul Thomas Anderson volgen we een heftig drugs gebruikende privédetective in het jaar 1970. Iedere tijd kent zijn eigen populaire drug. Of het nu gaat om LSD, heroïne, marihuana, morfine, mescaline, cocaïne, xtc of speed. Tien films waarin de hoofdpersonen zich graag mogen bedwelmen.

door Cor Oliemeulen

1. – The Tingler (1959): LSD

Het gebruik van de psychoactieve, hallucinogene drug LSD verscheen in 1959 voor het eerst op het witte doek in The Tingler. Wie anders dan Vincent Price vertolkt de rol van de patholoog die ontdekt dat je in een staat van doodsangst letterlijk een monstertje in je lijf creëert? Als je schreeuwt verdwijnt deze zogenoemde Tingler. De dokter wil aan den lijve ondervinden of hij een Tingler kan opwekken tijdens een ‘bad trip’ na een flinke LSD-injectie. Het experiment mislukt, want hij kan een angstschreeuw niet onderdrukken. Gelukkig komt de dokter in contact met een doofstomme vrouw, die niet kan schreeuwen én niet tegen bloed kan. Fantastische B-film van horrorregisseur William Castle die bioscoopstoelen liet uitrusten met vibrerende zittingen en armleuningen die gingen trillen zodra de Tingler in beeld kwam. Het publiek werd verzocht massaal te schreeuwen om de Tingler te verjagen.

 

2. – The Panic in Needle Park (1971): HEROÏNE

In de jaren zeventig stond het gebied tussen Broadway en 72nd Street in New York bekend als Needle Park. Op straat en op bankjes vertoefden jonge mensen die door hun verslaving aan de zelfkant van de samenleving waren beland. In zijn eerste hoofdrol zien we Al Pacino aanvankelijk als de drukke, charmante gelegenheidsgebruiker Bobby, echter het duurt niet lang voordat de heroïnespuit dagelijks in zijn arm verdwijnt. Ook zijn vriendin Helen (Kitty Winn) kan de verleiding uiteindelijk niet weerstaan. Oud-modefotograaf Jerry Schatzberg maakte een boeiend en realistisch portret van een verliefd koppel dat capriolen moet uithalen om hun verslaving te kunnen bekostigen. Twaalf jaar later speelde Al Pacino in Scarface de drugsbaas Tony Montana die zijn hoofd begraaft in een berg cocaïne.

 

3. – Up in Smoke (1978): MARIHUANA

In die tijd had je nog bioscoopzalen waar je mocht roken. Van een blowtje keek niemand vreemd op. Zeker niet bij de eerste film van stand-up komedianten Cheech and Chong. In Up in Smoke stopt Pedro (Cheech Marin) voor de lifter ‘Man’ (Tommy Chong) en het duurt niet lang voordat ze een gigantische joint delen. Het duo rookt alles – in dit geval gedroogde ontlasting van Chongs labrador die zijn complete weedvoorraad had opgegeten – zolang je maar stoned wordt. Absurde ontmoetingen en dialogen, alsook acute vreetkicks en meligheid leiden naar een optreden tijdens een muziekfestival. Ondertussen hebben Cheech en Chong geen idee dat ze rijden in een busje dat compleet van weed is geconstrueerd. Er volgden vijf minder sterke stoner-films waaronder Still Smokin (1983) dat zich afspeelt in Amsterdam.

 

4. – Die Sehnsucht der Veronika Voss (1982): MORFINE

De controversiële Duitse filmregisseur Rainer Werner Fassbinder overleed in 1982 aan een overdosis cocaïne met slaappillen. In zijn laatste meesterwerk behandelt hij de morfineverslaving van Veronika Voss (Rosel Zech), een actrice die grote successen kende in Duitse films ten tijde van het naziregime, maar na de oorlog niet meer aan de bak komt. Haar frustraties en paranoia zijn vergelijkbaar met de uitgerangeerde Norma Desmond (Gloria Swanson) in de klassieker Sunset Boulevard (1950), echter Veronika Voss heeft zich laten opnemen in een privékliniek waar de verslaving bewust in stand wordt gehouden. Een sportjournalist valt voor Veronika en ontdekt de harde waarheid. Die Sehnsucht der Veronika Voss is typisch Fassbinder (zelf nog even in de film te zien): een intelligent sociaal melodrama over een vrouwelijk buitenbeentje.

 

5. – Naked Lunch (1991): INSECTICIDE

Schrijver William S. Burroughs (Beat Generation) brak in 1959 door met Naked Lunch. Het duurde ruim dertig jaar voordat iemand zijn innovatieve roman met de onnavolgbare verhaalstructuur vol maatschappijkritiek, metaforen en onsmakelijkheden durfde te verfilmen. De Canadese regisseur David Cronenberg, die al de nodige ervaring had opgebouwd met eigenzinnige horrorfilms als Shivers, Scanners en Videodrome, combineert Burroughs’ literaire bespiegelingen met een biografie in een film noir. Hoofdpersoon is insectenbestrijder Bill (Peter Weller) die ontdekt dat zijn vrouw Joan (Judy Davis) verslaafd is geraakt aan zijn verdelgingsmiddel. Bill krijgt zelf ook hallucinaties, wat resulteert in interacties met pratende kakkerlakachtige typemachines. Eén ding staat vast: de vaak onbegrepen Burroughs schreef Naked Lunch niet in nuchtere staat. Let op de jazzy soundtrack met saxofoonlegende Ornette Coleman.

 

6. – Fear and Loathing in Las Vegas (1998): MESCALINE

De twee uur durende hallucinerende trip van Terry Gilliam begint met de inname van mescaline. Dit uit cactussen (peyote) gewonnen psychedelisch goedje werd al tienduizend jaar geleden gebruikt door Indianen in Mexico. De blanke praat in zijn kerk óver Jezus, de indiaan praat in zijn wigwam tégen Jezus. De twee hoofdrolspelers van Fear and Loathing in Las Vegas praten vooral tegen zichzelf. Met hun kofferbak vol talloze soorten drugs racen een reporter (Johnny Depp) en zijn advocaat (Benicio del Toro) door de Nevada-woestijn op weg naar de gokstad. De filmadaptatie van het gelijknamige boek van Hunter S. Thompson laat zich moeilijk in een paar zinnen samenvatten, het is vooral een unieke kijkervaring. Toepasselijke soundtrack met onder meer Jefferson Airplane, The Dead Kennedys en Buffalo Springfield.

 

7. – Human Traffic (1999): XTC

Deze Britse muzikale komedie is het XTC-antwoord op het superieure Trainspotting dat drie jaar eerder insloeg als een bom. Ook Human Traffic handelt over een groep vrienden die elkaar vinden in drugsgebruik. De duizelingwekkende hoeveelheden geestverruimende varianten zijn vervangen door XTC, de destijds in zwang geraakte populaire MDMA-pil van de naar liefde hunkerende club scene. In een 99 minuten durende videoclip zien we hoe de vrienden zich voorbereiden op een wild weekend van drinken, slikken, dansen en maar doorgaan. Mooi gefilmd, snel gemonteerd, prima muziek en regelmatig grappig met als hoogtepunt een afgeladen pub vol jongeren die hun eigen variant van God Save the Queen zingen. Human Traffic is waarschijnlijk de beste speelfilm over XTC: ook de keerzijde komt aan bod, hoewel het allemaal wel erg luchtig blijft.


 

8. – The Salton Sea (2002): CRYSTAL METH

Na de moord op zijn vrouw belandt een man (Val Kilmer) in de drugsscene van Los Angeles. The Salton Sea begint met een flitsende inleiding over de geschiedenis van drugs (‘logisch dat Japanse kamikazepiloten in de oorlog speed kregen toegediend’) en een grappig inkijkje in de wereld van crystal meth-gebruikers. Ook regisseur D.J. Caruso heeft goed gekeken naar Trainspotting. Hij kiest echter niet voor de beleving en lotgevallen van de personages, maar schetst het verhaal van een man die in de drugsscene zit omdat hij uit is op wraak. En zo ontpopt The Salton Sea zich vrij abrupt van veelbelovende drugsfilm tot doorsnee actiethriller. Wel bijzonder om te zien dat een grote dealer in het verhaal veroordeeld is tot een kunststofneus omdat zijn oorspronkelijke reukorgaan na overmatig speedsnuifgedrag van zijn gezicht was gevallen.

 

9. – Love Liza (2002): BENZINEDAMPEN

Ironisch dat een van de grootste acteurs van deze eeuw afgelopen jaar overleed aan een overdosis drugs. Philip Seymour Hoffman speelt in Love Liza een van zijn beste rollen als de depressieve Wilson die na de zelfmoord van zijn vrouw Liza zijn pijn probeert te verzachten met het inhaleren van benzinedampen. Wilson zegt dat hij de jerrycans brandstof nodig heeft voor zijn modelvliegtuig, en voor hij het weet zit hij als een bezetene midden in het wereldje van radiografisch bestuurde bootjes en vliegtuigjes. Ondertussen krijgt hij het aan de stok met zijn schoonmoeder (Kathy Bates) die wil dat Wilson de afscheidsbrief van haar dochter opent. In het door zijn broer Gordy geschreven scenario is Philip Seymour Hoffman benauwend geloofwaardig. Het mysterie schetst niet zozeer waarom Liza uit het leven stapte, maar waarom zij voor Wilson viel.

 

10. – Half Nelson (2006): COCAÏNE/CRACK

Ook Ryan Gosling steeg in een drugsfilm tot grote hoogte. Als de idealistische leraar Dan op een middelbare school in kansarm Brooklyn is hij erg populair bij de leerlingen. Zijn combinatie van opgewektheid en suf lachje lijkt hij te ontlenen aan het roken van cocaïne. Op een dag wordt hij door een van zijn leerlingen, Drey, in laveloze staat met een crackpijpje betrapt op het toilet. Deze ontdekking is het begin van een mooie vriendschap tussen leraar en leerling. Dan getroost zich alle moeite om Drey ver van de lonkende drugswereld te houden, Drey redt Dan van de ondergang. Half Nelson is een realistische, maar brave film, schokkerig gefilmd met veel close-ups en op de huid. Ryan Gosling zou vijf jaar later doorbreken in Drive als nuchtere geheelonthouder. Maar wel eentje met moorddadige neigingen.

 

2 februari 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

5 beroemde winnaars van het IFFR

Vijf beroemde publiekswinnaars van het IFFR

Slumdog Millionaire

Een goede smaak kan de gemiddelde bezoeker van het International Film Festival Rotterdam (IFFR) niet worden ontzegd. Terwijl we afwachten welke film tijdens deze editie de Publieksprijs wint, blikken we terug op vijf eerdere winnaars.

door Cor Oliemeulen

1. – Festen (1998, Thomas Vinterberg)

Om tegenwicht te bieden aan de formulefilms van de droomfabriek in Hollywood besloot een aantal Deense filmregisseurs Dogma 95 op te richten. De filmer moest totaal ondergeschikt zijn aan zijn film, zijn naam zou niet op de aftiteling komen en hij moest zelfs een ‘eed van zuiverheid’ afleggen. Alles moest zo kaal mogelijk zijn: geen extra licht, filters, optische nabewerking, rekwisieten etc.. Opnames waren op bestaande locaties en werden gemaakt met een hand-held camera. Thomas Vinterberg had de eer om de eerste Dogma-film te maken. Festen registreert het grote familiefeest van Helge Klingenfeldt die zijn zestigste verjaardag viert. Alle tumult en feestvreugde mondt uit in het inmiddels beroemde diner als zoon Christian plotseling het woord neemt en een gruwelijk familiegeheim onthult. Vinterberg maakte in 2012 het indrukwekkende Jagten, waarbij zijn naam wél op de aftiteling stond. Nadat Lars von Trier de tweede Dogma-film, het controversiële The Idiots, had gemaakt en er nog enkele interessante films verschenen, bloedde de ambitieuze filmstroming langzaam dood.

2. – Das Leben der Anderen (2007, Florian Henckel von Donnersmarck)

Voor het eerst kon het grote internationale publiek op het witte doek kennismaken met de duistere praktijken van de Stasi, de geheime dienst in de voormalige DDR. De angst van de communistische machthebbers voor kritiek was zo groot dat alle typemachines in Oost-Duitsland werden geregistreerd. We volgen een bekende schrijver en een populaire actrice, die een verliefd koppel vormen en niet direct als dissidenten te boek staan. De cultuurminister laat de schrijver afluisteren om hem in diskrediet te brengen aangezien hij gevoelens heeft voor de actrice. Een ambtenaar krijgt de opdracht het stel af te luisteren, maar langzaam realiseert hij zich wat er aan de hand is en gaat de ambtenaar twijfelen aan het regime en zijn eigen saaie leven. Verraad en misverstand leiden tot een tragisch voorval. Na het vallen van De Muur worden de kilometerslange Stasi-dossiers openbaar en ontdekt de schrijver hoe de vork destijds precies in de steel zat. Mooi drama met thrillertrekjes won de Oscar voor beste buitenlandse film.

3. – Persepolis (2008, Marjane Satrapi)

Zoals de Amerikaanse komedie The Interview momenteel aanleiding is voor de ene dictatuur om dreigementen te uiten, zo protesteerde een ander totalitair regime in 2007 tegen het vertonen van een Frans-Iraanse animatiefilm. Persepolis is het autobiografische verhaal van de Iraanse tekenaar en kinderboekenschrijfster Marjane Sapatri, die de op haar eigen stripboek gebaseerde film (mede)regisseerde. Het is een veelbewogen en veel besproken opgroeidrama met grappige, maar ook dramatische en tragische gebeurtenissen. Marjane groeit op in Teheran en heeft al snel een uitgesproken smaak en mening. Ze wil zowel leerling van Bruce Lee als profeet worden. Net als haar ouders heeft ze een hekel aan de heersende sjah, maar als deze wordt vervangen door islamitische fundamentalisten onder leiding van ayatollah Khomeini besluit de familie haar in het vrije westen te laten studeren. Marjane weet zich in Wenen geconfronteerd met nonnen, discriminatie, homoseksualiteit en zelfmoord met een depressie voor haar tot gevolg. Uiteindelijk zal ze terugkeren naar Iran. Deze prachtige zwart-wit animatiefilm is een boeiende geschiedenisles vol sociale kwesties en laat hersenen en gevoel na afloop doorwerken.

4. – Slumdog Millionaire (2009, Danny Boyle)

Deze Hollywood-film (op zijn Bollywoods) van Danny Boyle (Trainspotting) was voor veel filmliefhebbers de eerste uitgebreide kennismaking met het leven in de sloppenwijken van India en een van de grootste Oscarwinnaars uit de filmgeschiedenis. Begrijpelijk, want de talentvolle Engelse regisseur vertelt in prachtige beelden een intrigerend, aangrijpend en meeslepend verhaal met een lach en een traan, gelardeerd met de populaire soundtrack van A. R. Rahman. De straatarme jongen Jamal doet mee aan de populaire tv-show Who Wants to Be a Millionaire en staat op het punt om twintig miljoen roepies te winnen. Echter een politie-inspecteur krijgt argwaan en onderwerpt Jamal de dag voor de finale aan een stevig verhoor. Het is immers onmogelijk dat zo’n ongeletterde sloeber zoveel kennis bezit, dus neemt de inspecteur alle eerdere vragen met Jamal door. Ieder antwoord ontdekken we in flashbacks waar Jamal iets relevants meemaakt. Overzichtelijk opgebouwd drama werkt toe naar een vrij eenvoudige kennisvraag waarvoor Jamal een hulplijn moet inzetten. Of hij het fortuin wint, is minder belangrijk dan de wens om zijn verdwenen vriendin weer in de armen te kunnen sluiten.

5. – Nebraska (2014, Alexander Payne)

Echte mensen in realistische situaties. Dat is het sterke punt van filmmaker Alexander Payne die na Sideways met Nebraska opnieuw een prachtige, authentieke roadmovie afleverde – qua tempo het tegenovergestelde van Slumdog Millionaire. Ook de protagonist van Nebraska denkt een hoop geld te hebben gewonnen. Zijn door een reclamebureau toegestuurde ‘lot met uniek nummer’ moet nog wel even geverifieerd worden, maar de ontvanger maakt zich wijs dat hij een miljoen dollar kan ophalen. Zijn zoon laat zijn verwarde, alcoholistische en vooral eigenwijze vader in de waan en onderneemt met hem een lange tocht die voert door zijn geboortedorp. Het troosteloze Amerikaanse achterland dient als decor van het herstel van de vader-zoonrelatie en een confrontatie met het verleden. Bruce Dern is levensecht en kostelijk als de ouwe knorrepot Woody. Ook de andere karakters en karikaturen schitteren in de stemmige zwart-wit fotografie van Phedon Papamichael. Liefhebbers van Bruce Dern (onsterfelijk sterfelijk als gedesillusioneerde Vietnamveteraan in Coming Home, 1978) kunnen de acteur dit jaar ook aan het werk zien in Tarantino’s western The Hateful Eight.

25 januari 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

10 immigrantendrama’s

Tien immigrantendrama’s

La-jaula-de-oro

Tien mooie immigrantendrama’s die verschenen tussen 2000 en 2015. Is er wat veranderd?

door Cor Oliemeulen

1. – La jaula de oro (Guatemala/Spanje/Mexico 2013, Diego Quemada-Díez)

Bijna overal ter wereld hebben mensen dromen om elders een beter en kansrijker bestaan op te bouwen. Dat geldt ook voor Juan en Sara (zij verkleed als jongen) die vanuit Guatemala vertrekken met als bestemming Los Angeles. Intrigerende, poëtische roadmovie is het regiedebuut van de gelouterde cameraman Diego Quemada-Díez (Gone in Sixty Seconds, 21 Grams) die veel vanaf de schouder filmt om het realistische karakter van het hachelijke avontuur te benadrukken. Onderweg sluit een Indiaanse jongen zich aan bij het duo. Argwaan, vriendschap, solidariteit en volharding moeten hen op de been zien te houden totdat de laatste grens naar hoop opdoemt. Prima educatief materiaal over het lot van arme migranten.

 

2. – Sin Nombre (Mexico/USA 2009, Cary Jôji Fukunaga)

Ook in Sin Nombre zien we grote groepen naamlozen op goederentreinen die vanuit het zuiden de Verenigde Staten proberen te bereiken, terwijl berovingen, arrestaties, ongelukken en ander leed voortdurend op de loer liggen. Een enkel troostend shot van mensen langs de spoorrails die de vluchtelingen op de trein fruit toewerpen toont dat de menselijkheid nog niet ten dode is opgeschreven. Beide films zijn meer vluchtelingen- dan immigrantendrama, omdat alles draait om de ingewikkelde weg richting het nieuwe land. Sin Nombre is even naturel gefilmd als La jaula de oro maar is veel harder. El Casper is lid van de transnationale bende MS-13, die bekend staat om uitbundige gezichtstatoeages en extreme ontgroeningspraktijken. Na een conflict met de bendeleider slaat El Casper op de vlucht en ontmoet bovenop de trein het Hondurese meisje Sayra.

 

3. – Frozen River (USA 2008, Courtney Hunt)

Amerikaanse immigrantendrama’s zonder vals sentiment zijn dun bezaaid. Frozen River is een mooi voorbeeld van een naturalistische film met een uitstekend script zonder stereotiepe karakters. Onder de uitstekende regie van Courtney Hunt (die tot dusver slechts deze speelfilm maakte) excelleert Melissa Leo als Ray, met haar twee kinderen woonachtig in een huisje dat binnenkort moet worden afgebroken. Haar gokverslaafde man is er vandoor met al hun geld. Om het hoofd boven water te houden, gaat Ray vanuit Canada illegale Aziatische arbeiders naar een Mohawk-reservaat in de Verenigde Staten smokkelen. Een zeer riskante onderneming: er is een strenge grenspatrouille en de tocht gaat kilometers lang over een bevroren rivier. Het wordt echt bloedstollend als Ray in een vluchtpoging een tas met kostbare inhoud op het ijs moet achterlaten.

 

4. – Welcome (Frankrijk 2009, Philippe Lioret)

Dit terecht veel bejubelde sociaalpolitieke pamflet speelt zich af in en rond Calais. Deze zogenoemde Jungle aan de Noord-Franse kust is een verzamelplaats van vluchtelingen uit vooral het Midden-Oosten die op de een of andere manier de oversteek naar Engeland willen maken. Marion Calmat werkt er namens een hulporganisatie om de illegalen van eten te voorzien, terwijl de politie regelmatig razzia’s uitvoert. Marion vindt dat haar man Simon (Vincent Lindon) ook wel mag opkomen voor de vluchtelingen, zeker nadat er een paar hardhandig uit een supermarkt zijn gewerkt. Als de Koerdische jongen Bilal zich meldt bij Simon om te leren zwemmen, raakt ook hij betrokken. Bilal wil kost wat kost het Kanaal oversteken voor het weerzien met zijn vriendin in Engeland. Het emotionele slot werpt de vraag op of je een altruïstische daad strafbaar kunt stellen.

 

5. – Le Havre (Finland/Frankrijk 2011, Aki Kaurismäki)

De Finse regisseur Aki Kaurismäki staat bekend om zijn eenvoudige droogkomische filmstijl waarin de personages zonder grote gebaren acteren. Dat geldt ook voor Le Havre, thematisch verwant aan Welcome. Ook hier ontfermt de hoofdpersoon zich over een jonge vluchteling. De barmhartige man is ditmaal geen zwemleraar, maar schoenpoetser, die luistert naar de naam Marcel Marx (prachtig naïef en ingetogen gespeeld door André Wilms). Terwijl op tv een politiemacht de Jungle schoonveegt, bereidt Marcel in zijn simpele huisje de vluchteling voor op de oversteek naar Engeland. Hij wordt in het geheim geholpen door enkele middenstanders en krijgt te maken met een vasthoudende politie-inspecteur. Marcel gaat zo op in zijn nieuwe bestemming dat hij niet doorheeft dat zijn vrouw in het ziekenhuis niet meer lang te leven heeft. Minder intens dan Welcome, wel aangrijpend.

 

6. – In This World (UK 2002, Michael Winterbottom)

De langste trip in deze top 10 maakt de Afghaanse tiener Jamal die in 2002 vertrekt vanuit een overbevolkt vluchtelingenkamp in Pakistan. Jamals familie heeft voorbereidingen getroffen zodat hij samen met zijn neef Enayat op reis kan naar een beter leven in Londen. De camera van de veelzijdige Engelse regisseur Michael Winterbottom volgt het duo dat de handelswijzen van autoriteiten en mensensmokkelaars aan den lijve ondervindt. Unieke opnames in Pakistan en vooral Iran waren mogelijk omdat de filmmakers toestemming kregen om een documentaire over de historische zijderoute te maken, terwijl zij in werkelijkheid het lot van vluchtelingen vastlegden. In This World begint als een documentaire met voice-over, maar ontwikkelt zich geleidelijk tot een indrukwekkend realistisch drama. Een barre tocht in containers, op boten en onder vrachtwagens, met alle gevolgen van dien.

 

7. – Lilja 4-ever (Zweden 2002, Lukas Moodysson)

Vele duizenden meisjes uit Oost-Europa belanden elders in de gedwongen prostitutie. De derde speelfilm van de Zweedse regisseur Lukas Moodysson is een sociaal-realistisch meesterwerk omdat hij op een uiterst geslaagde wijze een leeg en uitzichtloos bestaan invoelbaar maakt. We volgen de zestienjarige Lilja in een stad in Estland. Ze valt voor de mooie praatjes van een jongen die haar meeneemt naar Zweden. Eenmaal aangekomen nemen criminelen haar paspoort af en sluiten Lilja op in een kamertje. Steeds als er een ‘feestje’ is, wordt ze opgehaald. De deprimerende geschiedenis wordt in bijna documentaire stijl verteld vanuit het perspectief van het slachtoffer en is geïnspireerd op een Litouws meisje dat van een brug sprong nadat ze maandenlang was misbruikt. Lilja’s vlucht onder de woeste klanken van Rammstein is onvergetelijk triest.

 

8. – Maria Full of Grace (Columbia/USA 2004, Joshua Marston)

Debuterend regisseur Joshua Marston schreef en toont de lotgevallen van het zwangere Columbiaanse meisje Maria dat het geld goed kan gebruiken. Ze heeft ontslag genomen in een bloemenfabriek omdat de chef haar het leven zuur maakte, maar ze  moest sowieso haar salaris afgeven omdat het zoontje van haar zus medicijnen nodig heeft. Zoals de hoofdpersoon in Lilja 4-ever wordt verleid door een loverboy, zo krijgt Maria dollartekens in haar ogen als ze hoort hoeveel ze kan verdienen als drugskoerier. Na enige aarzeling maakt troosteloosheid plaats voor avontuur. We zien dat je er heel veel voor moet doen om zeventig bolletjes te kunnen slikken, met als risico dat je pardoes overlijdt als er een bolletje in je maag scheurt. Spannend en sympathiek verhaal over een onverstoorbaar meisje dat voor de keuze staat: in Amerika blijven of teruggaan.

 

9. – Ae Fond Kiss… (UK 2004, Ken Loach)

De combinatie immigratie en romantiek is bij de Britse regisseur Ken Loach en zijn vaste scenarioschrijver Paul Laverty in uitstekende handen. De Pakistaanse familie Khan lijkt haar draai aardig te hebben gevonden in de samenleving van Glasgow. Echter traditionele waarden en normen voeren de boventoon, wat blijkt als zoon Casim verliefd wordt op de blanke muzieklerares Roisin, terwijl hij is voorbestemd te trouwen met een Pakistaans meisje. Terwijl de tortelduifjes elkaar in het geheim ontmoeten, wordt de druk op Casim steeds groter. Maar ook Roisin ontmoet in haar omgeving onbegrip en afkeuring. Evenwichtig sociaal-realistisch drama met goed spel legt subtiel en zonder grote gebaren de vinger op de zere plekken.

 

10. – La graine et le mulet (Frankrijk 2007, Abdellatif Kechiche)

De Tunesische immigrant Slimane krijgt na 35 jaar ontslag op een scheepswerf. Ondanks dat hij geen financiering kan lospeuteren, lukt het hem een restaurantboot te openen. Maar de openingsavond loopt niet van een leien dakje: een sensuele buikdans moet de stemming erin houden. Regisseur Abdellatif Kechiche schetst in lange takes en close-ups een uitgebreid portret van een grote immigrantenfamilie. La graine et le mulet kent een neorealistische inslag, zie bijvoorbeeld de tragikomische zoektocht naar het gestolen brommertje van de hoofdpersoon die knipoogt naar Ladri di biciclette (1948, Vittorio De Sica). Bijna alle acteurs zijn amateurs die bijna voortdurend lijken te improviseren. Kechiche maakte later nog twee lange in het oog springende drama’s: Vénus noire (2010) en La vie d’Adèle (2013).

 

12 januari 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

10 fantastische kerstfilms

Tien fantastische kerstfilms

Tien fantastische kerstfilms

Geen White Christmas, Home Alone, Scrooge of voor de zoveelste keer It´s a Wonderful Life deze kerst. Hier volgt een overzicht van tien minder voor de hand liggende kerstfilms waarin de kerstballen niet zozeer om je oren vliegen, maar die wel een inspirerende of troostende boodschap hebben.

door Cor Oliemeulen

1. – The Thin Man (1934, W. S. Van Dyke)

Kerstmis betekent niet altijd vrede op aarde. De klassieke misdaadkomedie The Thin Man bewijst dat het oplossen van een verdwijning annex moordzaak zeker ook een aangenaam tijdverdrijf kan zijn. William Powell en Myrna Loy vormen een onweerstaanbaar koppel in de filmgeschiedenis. Als beroemde detective en welgestelde echtgenote storten ze zich vol overgave in een gecompliceerde whodunit, waarbij de ontmaskering geschiedt aan een volle dinertafel met alle potentiële daders. De naam van Maureen O’Sullivan (Jane in Tarzan) staat groot op het affiche, echter Powell en Loy stelen de show. Hun charme, humor en verliefdheid spatten van het scherm, terwijl hij zich staande probeert te houden met alle alcoholische versnaperingen binnen handbereik en zij zich hult in prachtige outfits. Er verschenen nog twee mooie vervolgfilms over het detectivepaar. Tijdloos vermaak.

2. – Remember the Night (1940, Mitchell Leisen)

Preston Sturges is een belangrijke regisseur van de vroegere romantische komedie. Sullivan’s Travels (1941), The Lady Eve (1941) en The Palm Beach Story (1942) zijn klassiekers waarin de ‘battle of the sexes’ geldt als luchtig antwoord op de Grote Depressie. Net zoveel gewaardeerd werd Sturges als toonaangevende schrijver van vrolijke filmscenario’s, vaak met een boodschap. Remember the Night is niet zozeer een screwball comedy, maar eerder een romantisch kerstdrama over de relatie tussen openbaar aanklager John (Fred MacMurray) en winkeldievegge Lee (Barbara Stanwyck). Het is kerstavond en John krijgt medelijden omdat Lee waarschijnlijk de cel in moet. Hij verzint een smoes bij de rechter, krijgt uitstel, betaalt Lee’s borg en neemt haar mee naar zijn ouderlijke huis om kerst en nieuwjaar te vieren. De twee worden verliefd en staan voor een moeilijke keuze: boeten of trouwen?

3. – The Miracle of Morgan’s Creek (1944, Preston Sturges)

Voor The Miracle of Morgan’s Creek nam Preston Sturges weer zelf de regie op zich. Het werd een onvervalste komedie van eigen hand met in de hoofdrol Betty Hutton, die hierna ook nog zou schitteren als revolverheldin in Annie Get Your Gun (1950). Hutton speelt de vrolijke en naïeve Trudy Kockenlocker, die na een uitzwaaifeest voor Amerikaanse militairen ’s morgens constateert dat ze is getrouwd en maanden later ontdekt dat ze zwanger is. Ze heeft geen idee wie de vader is. Aldus wordt haar zenuwachtige vriendje Noval Jones (Eddie “Owl Face” Bracken) verzocht de rol van wettige echtgenoot op zich te nemen. Veel geharrewar en misverstanden leiden tot een fantastische finale met een opzienbarend wereldwonder, waardoor zelfs Adolf Hitler van slag raakt.

4. – The Shop Around the Corner (1940, Ernst Lubitsch)

Anders dan in de kerstfilm der kerstfilms It’s a Wonderful Life (Frank Capra, 1946) is de sympathieke James Stewart in The Shop Around the Corner geen suïcidale gezinsman maar topverkoper in een cadeauwinkel. Het verhaal van de Hongaarse schrijver Miklós László speelt zich af in Budapest. Stewart vertolkt de rol van Alfred Kralik die correspondeert met iemand die hij binnenkort zal ontmoeten. Ook zijn nieuwe vrouwelijke collega, Klara Novak (Margaret Sullavan), correspondeert met iemand op wie ze verliefd is geworden. Al snel blijkt dat ze met elkáár corresponderen. Klara behandelt Alfred als een hond, maar in plaats van dat hij haar hand likt, blaft hij naar haar. De vraag is of ze op kerstavond de hond in de pot vinden. De aanloop naar de apotheose is bijzonder geestig. In 1998 verscheen de beduidend minder sterke remake You’ve Got Mail met Tom Hanks en Meg Ryan.

5. – We’re No Angels (1955, Michael Curtiz)

Een jaar nadat Michael Curtiz White Christmas maakte, kwam hij met een verrassende kerstfilm op de proppen. We’re No Angels is een bewerking van het toneelstuk La Cuisine de Anges van Albert Husson dat een groot succes op Broadway was. In de bonte Technicolor-film spelen Peter Ustinov, Aldo Ray en Humphrey Bogart drie gevangenen die in 1895 ontsnappen van Duivelseiland en zich op kerstavond mengen onder de bevolking van een kuststadje in Frans-Guyana. Ze zijn van plan om een winkel te beroven, maar ontdekken dat de eigenaar moeilijk de eindjes aan elkaar kan knopen en een lieve vrouw en dochter heeft. Het trio nodigt zichzelf uit voor het kerstdiner en toont pas criminele streken als een tirannieke rijke neef op bezoek komt. Kostelijke komedie met een uitmuntende Bogart die dertien jaar na Casablanca  (ook van Michael Curtiz) bewijst veel meer te kunnen dan romantische en avontuurlijke rollen.

6. – The Hudsucker Proxy (1994, Joel & Ethan Coen)

In de trant van Frank Capra brengen de filmbroers Coen het verhaal van een simpele ziel die wordt uitgelachen, maar toch tot grote hoogte weet te stijgen. Norville Barnes (Tim Robbins) werkt als postbesteller in de kelder van het succesvolle Hudsucker Industries en belandt als directeur op de bovenste verdieping waar zijn voorganger een ‘fusie met het oneindige is aangegaan’. De naïeve Norville is daar neergezet door tweede topman Sidney Mussberger (Paul Newman) omdat die denkt dat wanneer een sukkel het bedrijf leidt de aandelen zullen dalen en hij en zijn vrienden Hudsucker goedkoop in handen zullen krijgen. Niets is minder waar: Norville ontketent een hype met zijn zelf ontworpen cirkel. Absurde humor en vormgeving doen soms denken aan het vroege werk van Terry Gilliam (Brazil). Jennifer Jason Leigh speelt de journaliste die Norville in haar krant als een idioot afschildert en spijt krijgt, Charles Durning speelt de sigaar rokende kerstengel.

7. – Tokyo Godfathers (2003, Satoshi Kon)

Japanse anime  centreert zich rond drie daklozen in Tokio die op kerstavond een vondeling tussen het afval vinden. Het jonge meisje Miyuki dat haar mannetje staat, de alcoholistische veertiger Gin en de onknappe homoseksuele travestiet Hana, die zijn/haar moederinstinct direct voelt aanwakkeren als hij/zij de baby tegen de borst drukt. In hun zoektocht naar de biologische moeder beleeft het niet-alledaagse trio tal van avonturen: ze redden een maffiabaas die bijna door zijn eigen auto wordt overreden, Miyuki wordt ontvoerd door een schone Latino, Hana hoest bloed op en Gin wordt bijna dood geslagen door een groepje jongens. Zowaar geen kerstfilm voor de hele familie dus. Wel een mooie animatiestijl met sprekende karakters en soms stekelige humor. Tijdens de zoektocht leren we hoe de drie Tokyo Godfathers op straat zijn beland. Door toevallige ontmoetingen moeten ze zien af te rekenen met hun verleden om door hun naasten liefdevol in de armen gesloten te kunnen worden.

8. – Joyeux Noël (2005, Christian Carion)

Op kerstavond precies honderd jaar geleden gebeurde er op het slagveld van de Eerste Wereldoorlog iets wonderbaarlijks. Schotse, Franse en Duitse soldaten staan elkaar naar het leven in hun loopgraven op zo’n honderd meter van elkaar, totdat de Schotten met doedelzakken kerstliedjes ten gehore brengen. Op afstand zingen Duitse en Franse soldaten mee. De drie strijdende partijen – Duitsland aan de ene kant, de Fransen en de Schotten aan de andere kant – besluiten tot een spontane wapenstilstand. Het optreden van de beroemde Duitse tenor en sopraan in niemandsland ziet er absurd en ongelooflijk uit. Een Schotse priester verzorgt een kerkdienst op het terrein waar nog tientallen gesneuvelden liggen. Er worden zelfs schoorvoetend adressen uitgewisseld. Het bizarre is dat dit tijdelijke staakt-het-vuren in de bloedigste oorlog ooit werkelijk is gebeurd. Soldaten, van welke nationaliteit dan ook, zijn uiteindelijk ook mensen met een familie die thuis op hen wacht. Een kerstfilm die je moet zien om het te geloven.

9. – Un conte de Noël (2008, Arnaud Desplechin)

Joyeux Noël is een Europese coproductie, Un conte de Noël is een echte Franse film. Hoofdpersoon is Junon Vuillard (Catherine Deneuve), de cynische, afstandelijke en kettingrokende moeder van drie kinderen die door omstandigheden uit het verleden niet zo lekker in hun vel zitten. Haar dochter heeft het voor elkaar gekregen dat één van haar broers jaren geleden uit de familie is verbannen, maar nu op kerstavond keert hij terug, met een vriendin die zich zichtbaar amuseert door alle familieperikelen. Confrontaties leiden tot een onvervalst kerstdiner waar de vonken vanaf vliegen, ook omdat is gebleken dat Junon leukemie heeft en een beenmergdonor in de familie nodig heeft. Heerlijk psychologisch gezinsdrama met scherpe humor en dubbele lagen. Goed spel van alle acteurs in een onderschat kerstverhaal dat is verstoken van enig vals sentiment.

10. – Rare Exports (2010, Jalmari Helander)

Tot besluit een wel heel aparte kerstfilm. Onder een berg in het noorden van Finland huist de Kerstman. Althans volgens deze komische horrorfilm, die zich minder bloederig ontwikkelt als het aanvankelijk lijkt. Kleine Onni leest in een oud boek met enge plaatjes dat de Kerstman helemaal niet zo aardig is als iedereen denkt. Het is een vreselijke naarling die kinderen levend kookt in een grote pot. Wanneer er inderdaad kinderen verdwijnen en een kudde rendieren op vreselijke wijze wordt afgeslacht, begrijpt ook Onni’s vader dat er iets serieus aan de hand is. Ze vangen een engerd, waarvan ze denken dat hij de boze Kerstman is, maar niets is minder waar. Kijk en huiver hoe ze afrekenen met de Kerstman, hoe geestig zijn elfjes manieren wordt bijgebracht en hoe de redders van Kerstmis zichzelf rijkelijk belonen.

22 december 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

5 unieke films uit Nieuw-Zeeland

Vijf unieke films uit Nieuw-Zeeland

Vijf unieke films uit Nieuw-Zeeland

Met What We Do in the Shadows zien we momenteel weer eens een film die zich afspeelt in die geïsoleerde eilandengroep die ons Peter Jackson heeft gebracht. Het afgelegen Nieuw-Zeeland heeft echter meer unieke films te bieden.

door George Vermij

1. – An Angel at My Table (1990, Jane Campion)

Regisseur Jane Campion werd een arthouse-lieveling met haar The Piano. Daarvoor maakte zij het speelsere Sweetie en het ambitieuze An Angel at My Table. Deze film is een uitgebreide biografische schets van de schrijfster Janet Frame, gespeeld door een kwetsbare Kerry Fox. Verlegen en geïsoleerd groeit zij op als buitenstaander om vervolgens in een gesticht te belanden. Schrijven vormt echter een ontsnapping waarmee Frame op een gegeven moment doorbreekt, toch blijft haar depressie de kop opsteken. Campion weet het levensverhaal van Frame mooi te verfilmen en wordt daarbij perfect bijgestaan door een intense Fox die je doet meeleven met Frame’s pieken en dalen.

2. – Heavenly Creatures (1994, Peter Jackson)

Een verrassing als je Jacksons horrorfilms van daarvoor kent zoals Bad Taste en Braindead. Het op feiten gebaseerde Heavenly Creatures heeft op het eerste gezicht weinig overeenkomsten met de komische gruwelen die in die eerdere films lekker goor verbeeld worden. We volgen de bijzondere vriendschap tussen twee meisjes die dagdromen over Orson Welles en zanger Mario Lanza. Pauline, mooi dromerig gespeeld door Melanie Lynskey, komt uit een arbeidersgezin, terwijl Juliet, een piepjonge Kate Winslet in haar filmdebuut, welgestelde en kosmopoliete ouders heeft. Ondanks de klassenverschillen is de vriendschap intens tot grote ergernis van hun ouders die bang zijn dat de meisje hun contact met de realiteit aan het verliezen zijn en geobsedeerd raken door elkaar. Als de bezorgde ouders dreigen om de meisjes van elkaar te scheiden besluiten ze terug te slaan wat eindigt in een gruwelijke moord. Jackson weet die mooi op te bouwen en subtiliteit mee te geven. Een teken van zijn talent dat verder gaat dan alleen bloederig spektakel en met deze film ook een gevoelige kant blootgeeft.

3. – The Navigator: a Medieval Odyssey (1988, Vincent Ward)

Vincent Ward is een opmerkelijke regisseur met een klein oeuvre. Zijn debuut Vigil is een poëtisch en ruwe film over een eenzaam meisje dat geïsoleerd woont in de Nieuw-Zeelandse wildernis. The Navigator  is vreemder en ambitieuzer. Zo begint de film in de duistere middeleeuwen, mooi gefilmd in zwart-wit dat je doet denken aan Bergmans Het Zevende Zegel en Tarkovsky’s Andrei Rublev. In The Navigator  heeft de jongen Griffin in die tijd visioenen terwijl verhalen over de zwarte dood zijn dorp bereiken. Om de dodelijke ziekte te bezweren leidt Griffin een groep avonturiers in een queeste die verrassend genoeg begint in het moderne Nieuw-Zeeland. De film ruilt vervolgens zwart-wit in voor kleur, waarna het middeleeuwse gezelschap bang en verwonderd de toekomst ervaart. Ward weet ondanks deze ongeloofwaardige sprong in de tijd je wel als kijker te betrekken. Dat komt door zijn mix van rauwheid, visuele poëzie en surrealisme, wat nog eens versterkt wordt door een onverwachts einde.

4. – Eagle vs Shark (2007, Taika Waititi)

Van de regisseur van What We Do in the Shadows en net zo leuk. In Eagle vs Shark volgen wij komische outsiders in het moderne Nieuw-Zeeland. Lily is een verlegen muurbloempje en valt op de wereldvreemde nerd Jarrod. Hij nodigt haar uit voor een verkleedfeestje waarna een heerlijke ongemakkelijke en komische relatie begint tussen de twee. Waititi’s film werd vergeleken met Napoleon Dynamite en raakt een universele snaar als portret van buitenbeentjes die elkaar vinden. Ook speelt Jemaine Clement een lekkere gekke geek die geobsedeerd is door wraak op zijn oude pestkoppen en op momenten iets autistisch heeft.

5. – Topless Women Talk About Their Lives (1997, Harry Sinclair)

Gebaseerd op een gelijknamige tv-serie volgt de film een groep twintigers die vast zitten in hun leven. Zo komt Liz te laat voor haar afspraak om een abortus te laten uitvoeren. Ze schippert ook nog tussen partners met wie ze het bed heeft gedeeld. De film volgt ook haar vreemde vriend Ant die net een script heeft geschreven over topless vrouwen die praten over hun leven. Harry Sinclairs film heeft een relaxte alto nineties vibe, maar is nog steeds grappig als verslag van een generatie die nog niet helemaal zijn balans in het leven heeft gevonden. Dat wordt nog eens benadrukt door een soundtrack samengesteld door het label Flying Nun. Daarmee scoort de film ook hoog op de hipstermeter.

20 december 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

5 slechte remakes

Vijf remakes die je beter kunt mijden

The Day the Earth Stood Still

Annie, de film over het vrolijke weesmeisje dat al zingend in een nieuwe familie wordt opgenomen, is in een nieuw jasje gestoken. Heel soms overtreft een remake het origineel, maar meestal gaat het mis. Goed mis!

door Cor Oliemeulen

1. – Mr. Deeds (2002, Steven Brill)

Mr. Deeds Goes to Town is misschien wel de beste film van Frank Capra. Opgenomen in 1936 toen Amerika uit het economische dal klom, is de boodschap van dit komische drama immer actueel: eerlijkheid duurt het langst. De rol van erfgenaam Longfellow Deeds, schrijver van teksten voor wenskaarten in het gehucht Mandrake Falls, is op het lijf geschreven van Gary Cooper. Als eenzaam strijder voor het recht schitterde hij zestien jaar later nog eens in de westernklassieker High Noon. Deeds erft twintig miljoen van zijn oom die met zijn auto in de afgrond is gereden, wordt ongevraagd bijgestaan door louche types die wel weten wat ze met zoveel geld moeten doen, maar beslist zelf uiteindelijk in de rechtszaal het doel. Maar niet voordat hij in de kranten van New York is afgeschilderd als naïeve dorpsgek. Roddeljournaliste Babe (Jean Arthur) krijgt spijt van haar misbruik en wordt even verliefd op hem als Deeds op haar.

Mr. Deeds Goes to Town

Het grote probleem van de remake Mr. Deeds is het feit dat de scenarioschrijvers het verhaal geforceerd in de huidige tijd willen plaatsen. Zo erft Deeds nu zomaar 40 miljard van een oom die als eentje de top van de Himalaya beklimt en ter plekke doodvriest. Het begin van een reeks ongepaste variaties op de originele plot, waarbij uiteindelijk een DNA-test aantoont dat nota bene de butler de wettige erfgenaam is. Van het sprankelende spel, de aandoenlijke charme en de oprechte idealen van Capra blijft totaal niets over. De keuze voor Adam Sandler van solistische goedzak lijkt voor de hand te liggen, echter al snel blijkt hij ongeschikt in zijn rol. Na zijn publieke wenskaartrijm over hangtieten, weet je definitief dat de makers van Mr. Deeds  geen respect hebben voor het tijdloze, monumentale origineel. De schaamteloze reclame voor een cola- en cornflakesmerk onderstreept dit.

Mr. Deeds

2. – 13 (2010, Géla Babluani)

Géla Babluani zwichtte voor een grote zak dollars en regisseerde zelf de nieuwe versie van zijn 13 Tzameti, waarmee hij in 2005 aangenaam verraste. George, de broer van de van oorsprong Georgische regisseur, speelt hierin de hoofdrol van Sébastien. Hij is een klusjesman die ontdekt dat zijn opdrachtgever een mysterieuze envelop heeft gekregen. Er zit een uitnodiging in en er valt veel geld te verdienen, maar hóe weet Sébastien nog niet. Hij meldt zich op een rotonde waar hij geblinddoekt in een auto wordt gestopt. Op een geheime locatie moet hij gedwongen meedoen aan Russische roulette waarbij rijkaards wedden op degene die niet door het hoofd wordt geschoten.

13 Tzameti

Sam Riley (Control) doet het zeker niet slecht als deelnemer nummer 13 in de remake. Echter de aangetrokken grote namen als Jason Statham en Mickey Rourke maken een zo ongeïnspireerde indruk dat het lijkt alsof iemand buiten beeld deze goed betaalde acteurs onder schot houdt. De trage, gedoseerde opbouw van het mysterieuze, in sfeervol zwart-wit geschoten origineel heeft plaatsgemaakt voor ongegeneerd effectbejag. De remake 13 is er typisch eentje van dertien in een fout dozijn en bewijst eens temeer dat het altijd lastig is het origineel te overtreffen; het streven naar kassucces gaat per definitie ten koste van de artisticiteit. Toeval of niet, regisseur Géla Babluani heeft sinds zijn remake geen film meer gemaakt.

13

3. – The Day the Earth Stood Still (2008, Scott Derrickson)

In 1951 kon je voor een schamele miljoen dollar een uitstekende film maken, ruim een halve eeuw later kun je een oorspronkelijk sciencefictionverhaal met het tachtigvoudige kinderlijk eenvoudig om zeep helpen. De Amerikaanse regisseur Robert Wise (The Body Snatcher, The Sound of Music, West Side Story) maakte destijds een mooie verontrustende alien-film, niet gehinderd door de gebrekkige technische mogelijkheden van die tijd. Waar veel filmmakers hun producties over buitenaardse invasies zagen stranden in de B-categorie lukte het Wise om de betrokken kijker serieus te laten nadenken over de toekomst van de aarde. Hij werd hierbij gesteund door filmcomponist Bernard Hermann die een typische en bepalende sfeer neerzette, zoals hij dat ook deed in Citizen Kane (1941) en Psycho (1960). Ook de casting van de Britse acteur Michael Rennie als de wat stijve, maar sympathieke als mens verklede alien Klaatu was perfect.

The Day the Earth Stood Still (1951)

Scott Derrickson blijkt beter thuis in het regisseren van horrorfilms (The Exorcism of Emily Rose, Sinister) dan in sciencefiction. De keuze van Keanu Reeves lijkt logisch, echter de in Libanon geboren acteur weet geen geloofwaardige Klaatu te vertolken. Hij oogt eerder chagrijnig dan sympathiek en wil veel explicieter niet de mensheid maar juist de aarde redden. Ook zijn metgezel uit de ruimte, een gigantische en onverwoestbare robot, is veel te grimmig en overdreven groot. Echt onbegrijpelijk is dat de remake een loopje met de filmtitel neemt. In het origineel wordt het leven op aarde een half uur stilgezet zodat de wereldbevolking zich kan beraden hoe het naderende onheil af te wenden, in de remake is er een zwarte wolk die alles opslurpt. Het open einde had een mooie filosofische boodschap, maar nu is er de obligatoire sentimentele finale.

The Day the Earth Stood Still (2008)

4. – Oldboy (2013, Spike Lee)

De Zuid-Koreaanse regisseur Chan-wook Park heeft een neus voor bizarre verhalen. Voorbeelden zijn de grensschermutselingen tussen beide Korea’s in Joint Security Area (2000) en de fabrieksarbeider die de werkgeversdochter kidnapt om de niertransplantatie van zijn zuster te kunnen betalen in Sympathy for Mr. Vengeance (2002). Oldeuboi (2003) is de beste film van zijn wraaktrilogie en het voorlopige hoogtepunt in Parks kleine, maar indrukwekkende oeuvre. Oh Dae-su wordt opgesloten in een kamer waarin hij zich bijna twintig jaar lang afvraagt wie hem dat kunstje heeft geflikt, terwijl hij probeert om niet gek te worden. Hij traint en traint en ontwikkelt zich als menselijke vechtmachine. Uiteindelijk neemt hij op een bloederige manier wraak op degene die hem vasthield, nadat hij de reden van zijn gevangenschap heeft vernomen.

Oldeuboi

De hoofdrolspeler van Oldeuboi is Choi Min-shik, een grote naam in Azië. In de remake van de ervaren en talentvolle regisseur Spike Lee heet de hoofdrolspeler Joe Doucet, gespeeld door Josh Brolin (No Country for Old Men). Ook hier is de protagonist een onaardig heerschap dat een lesje moet leren en ook hier neemt hij na jaren eenzame opsluiting (gelukkig) intens wraak op een paar dozijn opponenten met behulp van een flinke hamer. Echter de totale sfeer, culturele achtergronden en herinterpretatie van de remake verbleken bij de acteerprestaties en de aandacht voor details in het origineel. Geweld en seks zijn in het origineel artistieker, functioneler en betekenisvoller. Bekende namen als Samuel L. Jackson en Elizabeth Olsen kunnen niet voorkomen dat Oldboy van Spike Lee verwordt tot een doorsnee actiefilm, waarin de climax belachelijk vergezocht lijkt.

Oldboy

5. – Point of No Return (1993, John Badham)

Vaak gaan remakes al mis bij het kiezen van de filmtitel, alsof de kijker al direct moet weten wat hem en het personage te wachten staat. Dan klinkt de originele titel van Point of No Return toch een stuk spannender: La Femme Nikita. Luc Besson schreef en regisseerde in 1990 deze klassieke actiethriller, die zou worden gevolgd door een aantal tv-series, gebaseerd op het titelkarakter. Een terdoodveroordeelde jonge vrouw wordt in het geheim klaargestoomd als highclass huurmoordenares. Nikita wordt gespeeld door Anne Pirallaud, Bessons toenmalige echtgenote. Pirallaud is onvergetelijk en verscheen ondanks haar frêle gestalte nooit meer zo krachtig en prominent op het witte doek. Zoals zij is verweven met Nikita, blijft Sissy Spacek altijd Carrie, Natalie Portman altijd het kleine meisje uit Léon (ook van Besson) en is Inger Nilsson voor eeuwig Pippi Långstrump gebleven.

La Femme Nikita

Point of No Return probeert krampachtig de oorspronkelijke film shot voor shot te kopiëren, terwijl je achter je oren krabt waarom sommige dingen zijn gewijzigd. Een voorbeeld: Als Nikita (Maggie in de remake) tijdens haar huurmoordenaarsopleiding een taart krijgt, staan hierop vier kaarsjes, terwijl er in het origineel twintig zijn. Alsof Bridget Fonda, die totaal niet geloofwaardig is als de onvoorspelbare en temperamentvolle hoofdpersoon, niet bij machte is ze allemaal tegelijk uit te blazen. De onderlinge chemie ontbreekt volledig tussen de karakters die beduidend minder sterk opereren dan in het origineel. Anne Bancroft is nog het minst slecht als etiquettelerares (in het origineel is dat de legendarische Jeanne Moreau) die het ongeleide projectiel manieren moet zien bij te brengen. Echter nadat Bridget Fonda van het ene op het andere moment een slecht verzorgd gebit heeft omgeruild voor twee oogverblindende rijen witte tanden weet je dat er geen weg terug is.

Point of No Return

10 december 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

5 onmisbare muziekdocu’s

Vijf onmisbare muziekdocumentaires

The-Burger-and-the-king

IDFA 2014 is bijna voorbij. Daarom nog een keer een lijstje bijzondere documentaires die je gezien moet hebben. Dit keer als thema muziek.

door George Vermij

1. – Dig! (2004, Ondi Timoner)

Als een inkijkje in de competitieve wereld van de alternatieve Amerikaanse rockmuziek is Dig! een essentieel document. Regisseuse Ondi Timoner volgde de bands The Brian Jonestown Massacre en The Dandy Warhols toen ze op het moment stonden om door te breken. Aan het begin zijn de bands nog bevriend en halen hun inspiratie en de nodige drugs van elkaar. Maar als The Dandy Warhols groter worden en voor een groot platenlabel tekenen wordt de rivaliteit tussen de bands grimmig. Het wordt een strijd tussen de charismatische, maar egocentrische Anton Newcombe van The Brian Jonestown Massacre en de koele Courtney Taylor-Taylor van The Dandy Warhols. Newcombe komt daarbij over als een creatieve duizendpoot die leeft voor zijn muziek ook al gaat dat ten koste van zijn relaties met zijn overige bandleden. Hij gedraagt zich als een bazig heerschap en heeft altijd het laatste woord. Het succes blijft echter beperkt tot een kleine kring bewonderaars. De Dandy’s zijn gewiekster en weten zich beter aan te passen aan de wetten die een groot succes voorschrijven, zoals concessies doen aan hun sound en de wensen van hun label. Dig! toont die harde werkelijkheid van moderne rock & roll waar de ego’s botsen ondanks de passie voor het muziek maken.

2. – Nico Icon (1995, Susanne Ofteringer)

Zangeres, model en actrice Nico was een echt underground icoon. De Duitse flitste voorbij in wat scènes van Federico Fellini’s La Dolce Vita en had een affaire met Alain Delon. Toen ze in New York terecht kwam begon ze met hulp van Andy Warhol een muziekcarrière. Tegen de zin van Lou Reed en John Cale werd ze toegevoegd aan The Velvet Underground en zou zij bekend worden door haar unieke vertolkingen van de liedjes ‘All tomorrow’s parties’ en ‘I’ll be your mirror’. Susanne Ofteringer maakt in Nico Icon een mooi en eerlijk portret van een moeilijke en duistere vrouw die ondanks haar onwerkelijke schoonheid zich van binnen lelijk voelde. Ze raakte al snel verslaafd aan zware drugs en als je de interviews in de docu moet geloven hielp zij ook haar zoon aan de heroïne. Die zoon, het onwettige kind van Delon, is ook aan het woord over zijn excentrieke en destructieve moeder. De film bewijst daarnaast op overtuigende wijze dat Nico niet alleen een stem was, maar een zangeres die een uniek geluid nastreefde, zoals op haar prachtige en ijzige soloplaat The Marble Index.

3. – The Nomi Song (2004, Andrew Horn)

Een andere Duitser, net zo excentriek als Nico en gezegend met een ongelofelijke zangstem, was Klaus Nomi. Andrew Horns mooie portret van de aan aids overleden zanger begint met scènes van sci-fictionfilms over buitenaardse wezens uit de jaren vijftig. Het is een mooie vergelijking met de onwerkelijke impact die Klaus Nomi op mensen had in New York met zijn vreemde uitstraling, beleefde voorkomen en een bovenmenselijk hoog stembereik waarmee hij Maria Callas probeerde te imiteren. Al gauw kwam Nomi terecht in de punk scene  waar hij experimenteerde met zijn geluid en look, wat resulteerde in een bijzondere mix van cabaret, opera, pop en sci-fi symboliek. David Bowie was al snel onder de indruk en liet hem meezingen tijdens een liveoptreden. Nomi probeerde daarna zelf door te breken, wat helaas te snel werd onderbroken door zijn ongeneeslijke ziekte. The Nomi Song geeft een mooi portret van een geliefd man die zijn gave wilde delen en voor een kort moment een onuitwisbare indruk achterliet.

4. – Vinyl (2000, Alan Zweig)

Met de nieuwe interesse in vinyl die weer een boost geeft aan de platenindustrie is het interessant om Alan Zweigs zeer persoonlijke filmportret Vinyl  uit 2000 te zien. In de documentaire probeert hij door interviews met andere verzamelaars zijn eigen obsessieve verzamelwoede te vatten. Hij ontmoet zo wereldvreemde types die nog excentrieker zijn dan hij. De vraag die blijft opkomen is waarom je zoveel tijd steekt in dingen in plaats van mensen. Een inzicht dat Zweig ook zelf ontdekt en kenbaar maakt in confronterende monologen die hij tegen de camera houdt. Pijnlijk herkenbaar voor verzamelaars en op momenten tragikomisch als je ziet hoe verwijderd van de werkelijkheid mensen kunnen zijn. Vinyl  is ook het eerste deel in een serie films waarin Zweig zichzelf analyseert zoals in het grappige I, Curmudgeon over hoe het is om een oude zuurpruim te zijn.

5. – The Burger and the King: The Life & Cuisine of Elvis Presley (1996, James Marsh)

Deze bizarre voor de BBC gemaakte docu richt zich op droge en komische wijze op de overdadige eetgewoonten van The King of Rock & Roll. Daaruit blijkt dat eten voor Presley de ultieme luxe was. Van de magere maaltijden die hij at als arme jongen in het zuiden van de VS, zoals gefrituurde eekhoorn, tot aan de vette overdaad van zijn latere jaren. Voor Elvis was de hamburger als snel het symbool van rijkdom en succes en hij kon er geen genoeg van krijgen. In de docu komt onder meer de kok van The King aan het woord en zij geeft wat geheimen prijs zoals het recept van zijn geliefde peanut butter & banana sandwiches die met veel boter in de pan worden gebakken als een vettig wentelteefje. Regisseur James Marsh heeft een goed oog voor surrealistische Americana, net als zijn mooie en duistere docu van het dorpje Black River Falls in Wisconsin Death Trip. Hij is vooral bekend geworden van het spannende Man on Wire.

29 november 2014

 

Alle leuke filmlijstjes