5 real life documentaires met bijzondere personages

Vijf real life documentaires met bijzondere personages

Dreams-of-a-Life

Tijdens het IDFA richt Indebioscoop zich op onderbelichte en bijzondere documentaires die je gezien moet hebben. Deze tweede lijst richt zich op real life documentaires, waarin passies, keuzes en de levens van bijzondere personages centraal staan.

Samenstelling: Suzan Groothuis en George Vermij

1. – Dreams of a Life (2011, Carol Morley)

In Dreams of a Life poogt filmmaker Carol Morley naar aanleiding van een onthutsend nieuwsbericht meer te weten te komen over het leven van Joyce Vincent. Deze jonge vrouw werd drie jaar na haar overlijden in haar flat gevonden, terwijl haar televisie nog aanstond. Wie was zij en waarom werd zij door niemand gemist?

Naar aanleiding van Morleys oproep wordt het leven van Joyce geleidelijk aan ingekleurd. Vrienden, die al een tijd uit contact waren, vertellen over haar kleurrijke, maar ook eenzame bestaan. Volgens insiders was Joyce een innemende, exotische en prachtige vrouw. Maar er ging ook een mysterie van haar uit, iets wat zij niet wilde delen met anderen. Gereconstrueerde beelden van Joyce gaan samen met interviews en zelfs een gevonden geluidsopname. Met haar film geeft Morley een vrouw die drie jaar lang niet gemist werd weer identiteit, maar wel een waar tragiek achter schuilt. Dreams of a Life toont fragmenten uit een bewogen leven dat eindigt in pure eenzaamheid. Of zoals een oude vriend het zo mooi zegt: “You’d be thinking, this got to be fiction. But this is real life.” (SG)

2. – Deep Water (2006, Louise Osmond, Jerry Rothwell)

In de zomer van 1968 varen negen mannen uit op de eerste non-stop solo zeilrace rond de wereld, uitgeroepen door de Sunday Times. Een van hen is de onervaren Brit Donald Crowhurst. De man weet alles van boten bouwen, maar varen en dan zeker een non-stop zeilrace rond de wereld is vragen om problemen. Toch is er, misschien wel door zijn enthousiasme en geloof in zichzelf, vertrouwen in hem. Maar er is ook druk, want als Donald afziet van de race moet hij het geld dat in hem geïnvesteerd is terug betalen.

Donald vertrekt op de laatst mogelijke dag, 31 oktober, zijn vrouw en kinderen achterlatend. Deep Water toont vervolgens het verloop van de wedstrijd, waarin niet alleen Crowhurst maar ook de andere zeilers (onder wie bekende namen als Robin Knox-Johnston en de Fransman Bernard Moitessier) gevolgd worden. De race krijgt echter een andere wending als Crowhurst, die met tegenslag te maken krijgt, valse positiebepalingen doorgeeft. Deep Water laat in een spanningsvol tempo, laverend tussen drama en thriller en geleid door de kalme voice-over van Tilda Swinton, zien hoe het rotsvaste vertrouwen van een man omslaat in waanzin en onmacht. Waarin de zee, maar misschien nog wel meer de menselijke geest de grootste vijand is. Meeslepend en tragisch, dit project van een “dare and do, homegrown British hero”. (SG)

3. – Marwencol (2010, Jeff Malmberg)

Nadat Mark Hogancamp in een bar heftig in elkaar wordt geslagen verandert alles drastisch. Zijn geheugen is gewist en hij heeft moeite om zijn leven weer zin te geven. Gelukkig vindt hij door zijn creativiteit een uitweg en bouwt hij Marwencol. Het fictieve dorp wordt bewoond door speelgoedsoldaten en is gesitueerd in een soort fantasiewereld tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mark geeft elke pop een karakter en een complexe achtergrond mee. Hij heeft ook veel oog voor detail en maakt indrukwekkende foto’s van de poppen om zo een verhaal te vertellen. Al snel blijkt er een link te zitten tussen Marks trauma’s en het oorlogsgeweld dat hij uitbeeldt. Zijn foto’s worden ondertussen opgepikt door een galerie in New York die een tentoonstelling voorbereidt. Regisseur Jeff Malmberg geeft met zijn film een innemend portret van Mark en zijn fantasiewereld die geleidelijk wordt opgepikt door de nieuwsgierige buitenwereld. (GV)

4. – Rain in my Heart (2006, Paul Watson)

Rain in my Heart is een eerlijke en pijnlijke documentaire over alcoholisten in Engeland. Aan de hand van portretten van heftige gebruikers die onder toezicht staan van artsen probeert regisseur Paul Watson een idee te krijgen wat mensen drijft om te blijven drinken. Wat volgt is een keiharde en confronterende film over verslaafden aan de rand van de afgrond. Watson schroomt niet om je als kijker de getuige te laten zijn van de lichamelijke aftakeling die het gevolg is van zwaar alcoholmisbruik. Met zijn oprechte en betrokken aanpak bouwt hij ook een intieme band op met de mensen waardoor de docu meer is dan een koel en objectief verslag. (GV)

5. – Crumb (1994, Terry Zwigoff)

Robert Crumb is een uniek figuur. Bekend geworden met zijn gewaagde strips in de jaren zestig werd hij al gauw een boegbeeld van de nieuwe tegencultuur. De man zelf, ouderwets gekleed en een verzamelaar van oude Blues-platen, is echter moeilijker te plaatsen wat wel blijkt uit Terry Zwigoffs prachtige portret van de tekenaar. Het toont zijn moeilijke jeugd gedomineerd door een autoritaire vader en zijn vreemde broers. Om een leven als onpopulaire nerd te ontvluchten stort Crumb zich al snel op het tekenen. Een uitweg om het hersenloze conformisme van het Amerika van de jaren vijftig te ontvluchten. Anders dan zijn broers die ook tekenden en zorgden voor sibling rivalry in huize Crumb, heeft Robert het wel gemaakt. Zijn broers zijn minder goed terecht gekomen, wat blijkt uit interviews waar Robert met hen praat over vroeger. Daarnaast biedt de docu een mooi beeld van Crumbs carrière en de controverses die zijn tekeningen hebben veroorzaakt. Vooral zijn uitbeelding van vrouwen en seks komen aan bod en worden genuanceerd en kritisch besproken door verschillende collega-striptekenaars, maar ook de invloedrijke kunstcriticus Robert Hughes. (GV)

21 november 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

12 documentaires voor de thuisblijvers

Thuis IDFA 2014

Voor wie niet naar het IDFA kan, is een eigen filmfestival tegenwoordig zo georganiseerd. Online verschijnen steeds meer films, je moet ze alleen weten te vinden. Indebioscoop maakt het je wat makkelijker en vertoont elke festivaldag een boeiende documentaire. Twaalf films tijdens twaalf dagen IDFA 2014. Elke dag een andere mooie film op onze homepage. 

Indebioscoop Thuis IDFA 2014

The Wild and Wonderful Whites of West Virginia (2009)

Schietpartijen, overvallen, drugs, pillen, moorden én tapdansen. Wat hebben al deze dingen met elkaar gemeen? Het zijn zomaar wat zaken waarmee leden van The White Family uit West-Virginia zich bezighouden. Ze zijn legendarisch vanwege hun wilde en excessieve gedrag, maar praten en handelen volgens sommigen oprecht en vanuit het hart.

Comic Book Heaven (2014)

Deze documentaire duurt slechts twaalf minuten maar die zijn welbesteed. Erg sympathiek portret van Joe Leisner, een door de vol geverfde comic-verkoper in Queens (NY). Zijn verbazing over de toegenomen waarde van comic books kent geen grenzen. ‘Er zijn zoveel rijke mensen, ze maken van junk waardevolle artikelen.’ Leisner is sowieso niet op zijn mondje gevallen: ‘De meeste mensen zijn shit, dat is de categorie waar ze onder vallen.’ Van dit fraaie ongepolijste New Yorkse karakter word je vanzelf weer vrolijk.

Journey to the Edge of the Universe (2008)

Vergeet even de fluisterende voice-over van Sean Pertwee maar geniet van de CGI-prestaties van National Geographic. We reizen als het ware alsmaar verder, van de aarde naar de maan, van de maan naar Venus, enzovoort, tot ver, ver buiten ons zonnestelsel. Het universum blijkt veel spektakel te bieden.

Five broken camera’s (2011)

De Palestijnse boer Emad Burnat heeft elke dag te maken met de Israëlische aanwezigheid op de Westbank. Hij begon aanvankelijk de geboorte van zijn zoon te filmen maar het liep al snel uit op een documentaire over de instabiele politieke situatie, die in 2009 werd opgepikt door de Israëlische regisseur Guy Davidi. Vijf camera’s sneuvelden in de loop van het project maar leverden wel een mooie film op.

IXHXN (2013)

Volgens de makers, Graven Images, is deze documentaire een ‘interpretatie van een web van fictie’. Ster Lindsey Lohan wordt haar hele leven achtervolgd door paparazzi, en dat is door de makers geïnterpreteerd als een oorlog. We bekijken hier de twee strijdende partijen. Artistiek en interessant.

When We Were Kings (1996)

Ook al hou je niet van boksen. Leon Gast maakte met deze film een moderne klassieker, die nog steeds tot de verbeelding spreekt. Dit gaat over ‘het echte boksen’, de strijd tussen George Foreman en Muhammed Ali, maar nog meer over een onaangepast karakter – iemand die politiek en sport mengde. HBO maakte ook nog Thrilla in Manilla, over het historische gevecht tussen Ali en Joe Frazier.

The Real Goodfella (2006)

Henry Hill was een gangster in New York die werkte voor de beruchte Lucchese-familie. In 1980 werd hij informant van de FBI en getuigde hij tegen enkele maffiabazen. Martin Scorsese gebruikte het gewelddadige leven van Henry Hill voor zijn misdaadepos Goodfellas (1990) waarin Ray Liotta de rol van Hill speelt.

Necrobusiness, The Polish Ambulance Murders (2008)

De meest schandalige documentaire van onze Thuis IDFA is deze film. We gaan er niet te veel over schrijven, je moet het zien om te geloven. De context: een Poolse wet schrijft voor dat familieleden subsidie krijgen voor het begraven van een overleden persoon. In Lodz, West-Polen, heeft deze wet voor ranzige uitwassen gezorgd. Documentaire is verboden in Polen.

The Cove (2009)

Massale slachting van dolfijnen in een baai van het Japanse Taiji leverde de Oscar voor Beste Documentaire en wereldwijde verontwaardiging op. Volgens de film worden daar jaarlijks 23.000 dolfijnen en bruinvissen bijeen gedreven en met speren en messen gedood. Ontdek ook wat de zelfmoord van Flipper met The Cove heeft te maken.

Ghosts on the Underground (2010)

De London Underground is 140 jaar oud, 375 kilometer lang en gebouwd onder, door en boven begraafplaatsen en massagraven (overblijfselen van Middeleeuwse epidemieën). In de documentaire vertellen reizigers hun ervaringen met de Tube en medewerkers over onverklaarbare griezelige verschijnselen onder de grond. Onzin? Oordeel zelf!

The Next Black (2014)

De toekomst van de mode. Overal ter wereld zijn initiatieven om kleding duurzamer, milieuvriendelijker en in sommige gevallen mooier te maken. Zo nemen we een kijkje bij de ontwerpstudio van extravagante kleding voor Lady Gaga, pionier Suzanne Lee die organische kleren maakt van groene thee, suiker en bacteriën en zien we speciale kits om je kleding te repareren.

 

18 november 2014

Alle leuke filmlijstjes

6 bijzondere documentaires voor cinefielen

Zes bijzondere documentaires voor cinefielen

Zes bijzondere documentaires voor cinefielen

Met het IDFA in aantocht richt Indebioscoop zich op onderbelichte en bijzondere documentaires die je gezien moet hebben. De eerste toplijst richt zich heel toepasselijk op het onderwerp waarop iedere IDB-lezer verzot is: Cinema! 

Samenstelling: George Vermij

1. – Overnight (2003, Tony Montana & Mark Brian Smith)

Ja, hij heet echt Tony Montana die regisseur, maar dat is nog het minst bizarre feitje over de docu Overnight. Montana en Mark Brian Smith werden door hun vriend Troy Duffy gevraagd om zijn plotselinge succes als filmmaker vast te leggen. Duffy, die werkte als barman, had in de jaren negentig hoge ogen weten te gooien met zijn script voor The Boondock Saints (1999) en strikte uiteindelijk studio Miramax voor een verfilming. De zelfverzekerde en arrogante Duffy werd al door de media klaargestoomd als de volgende Tarantino, maar dan explodeert de boel als hij in conflict raakt met de keiharde Harvey Weinstein. Overnight biedt een onopgesmukte blik op de harde wereld van Hollywood, maar ook de rivaliteit die er ontstaat tussen botsende ego’s. Duffy is daarbij niet zozeer een tragische held, maar een egoïstische megalomaan die gaandeweg al zijn vrienden en medestanders verliest door zijn opgeblazen en brutale gedrag. Het levert genoeg scènes op van plaatsvervangende schaamte als we zien hoe een scheldende Duffy bezig is om de film te maken en daarnaast ook nog met zijn middelmatige rockband probeert door te breken, liftend op de hype die hij in Hollywood heeft opgebouwd.

2. – American Movie (1999, Chris Smith)

Net zo gedreven als Duffy, maar met een budget van nop en zonder de zegen van Hollywood, besluit Mark Borchardt zijn horrormeesterwerk Coven te maken met de steun van familie en vrienden. Regisseur Chris Smith volgt het proces waarbij de onwerkelijke filmdroom van een individu realiteit wordt. Dat gaat natuurlijk niet zo makkelijk, maar anders dan de schofterige Duffy is Borchardt een underdog waar je ondanks zijn tekortkomingen wel sympathie voor opbouwt. Samen met een jeugdvriend die nog steeds gevangen lijkt te zitten in een acidtrip probeert Borchardt geld in te zamelen, scènes te schieten en zijn film te verkopen. Mooie momenten zijn er met zijn weifelende, nuchtere en bejaarde oom Bill die in alles de tegenpool is van Borchardt, maar hem toch steunt. Borchardts enthousiasme blijft aandoenlijk ook al is zijn film een matige verzameling van horrorclichés. Je weet echter dat er ondanks zijn artistieke en technische manco’s een oprechte passie is voor de magie van cinema.

3. – Harlan: In the shadow of Jud Süß (2008, Felix Moeller)

Veit Harlan kan wel gezien worden als de grootste en meest ambitieuze filmmaker in het Derde rijk. Zijn bekendheid heeft hij echter vooral te danken aan de film Jud Süß uit 1940 waar melodrama werd gebruikt om antisemitisme te verkopen. In de docu van Felix Moeller wordt een beeld geschetst van zijn carrière en de moeizame productie van zijn films tijdens de oorlog zoals het epos Kolberg (1944). Kritische noot daarin vormen de woorden van Harlans familieleden die een beeld schetsen van een moeilijk man en een verscheurd gezin. Interessant contrast is de naoorlogse carrière van Harlans zoon Thomas Harlan die met zijn experimentele films zoals Wundkanal (1984) het gesmette verleden van zijn vader en zijn land probeerde te vatten. Moeller behandelt het allemaal en laat ook Harlans nicht Christiane Harlan aan het woord die uiteindelijk de echtgenote zou zijn van Stanley Kubrick.

4. – Z Channel: A magnificent obsession (2004, Xan Cassavettes)

Jerry Harvey was een cinefiel pur sang die het geluk had om de filmprogrammering te regelen van het TV-station Z Channel in Los Angeles. Dat resulteerde in een glorietijd die in de gelijknamige docu wordt teruggeroepen door de herinneringen van bekende Amerikaanse regisseurs zoals Quentin Tarantino en Jim Jarmusch. Z Channel zond veel gewaagde Europese films uit die normaal niet of moeilijk te zien waren in de States. Daaruit blijkt dat Harvey een onmisbare schakel was in de filmische opvoeding van veel mensen en beginnende of onderbelichte filmmakers een enthousiast publiek bood. Naast deze mooie cinefiele herinneringen wordt een beeld geschetst van de excentrieke en moeilijke Harvey en zijn tragische lot.

5. – Cinemania (2002, Angela Christlieb & Stephen Kijak)

Cinemania is een docu over ons soort mensen, maar dan de echte freaks. Filmmakers Angela Christlieb en Stephen Kijak volgen in New York verschillende hardcore cinefielen die verslaafd zijn aan film en per dag zo veel mogelijk films proberen te pakken in de bioscoop. Dat dat niet altijd even makkelijk gaat wordt wel duidelijk. Sommige verslaafden hebben complexe schema’s en roosters waar ook rekening wordt gehouden met reistijd. Ook zijn het alleseters die zowat elke film die uitkomt proberen te zien. Het is een excentriek en wereldvreemd gezelschap van vooral mannen die hun troost en ontsnapping zoeken op het witte doek. Op momenten erg herkenbaar, maar ook confronterend als je ziet dat een passie ten koste gaat van de realiteit en menselijk contact.

6. – Best Worst Movie (2009, Michael Stephenson)

Wat heeft de oer-Amerikaanse innemende tandarts George Hardy in het zuiden van de VS in godsnaam te maken met het misbaksel Troll 2 (1990) die ooit de eer had om de laagste user rating op IMDb te krijgen? De docu Best Worst Movie geeft het antwoord en zoekt de oude castleden op. Die werden toen door de Italiaanse B-filmer Claudio Fragasso omgepraat om mee te doen aan het project. Hardy is daarbij de spil. Hij speelde de hoofdrol en is nu verbaasd over de cultstatus die de film heeft opgebouwd. Zo zijn er speciale Troll 2-filmavonden en draait de film op festivals nog steeds voor volle zalen waar fans zich kleden als de monsters uit de film. Best Worst Movie toont hoe Hardy opgaat in het hele circus en geniet van de aandacht. De docu volgt ook andere aan lager wal geraakte castleden en dat levert tragikomische momenten op waar mensen geconfronteerd worden met wat zij bereikt hebben in hun leven. Een interview met Fragasso is hilarisch wegens zijn slechte Engels en de diepere boodschappen die hij Troll 2 nog wil meegeven. En dat maakt de tenenkrommende scènes uit de film die voorbijkomen alleen maar grappiger.

14 november 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

Catherine Deneuve in 5 mooie hoofdrollen

Een halve eeuw Catherine Deneuve in vijf mooie hoofdrollen

Fragment Indochine

Ze debuteerde op 13-jarige leeftijd in Les collégiennes (1957) en is op dit moment te zien in 3 Coeurs. Catherine Deneuve vormt met Simone Signoret en Jeanne Moreau de top 3 grandes dames van de Franse film. Vaak gecast als frigide femme fatale is ze vooral bekend van haar rollen in Repulsion (1965) en Belle de Jour (1967). De geboren Parisienne is op haar 71ste nog een prachtige verschijning en lijkt met het klimmen der jaren steeds natuurlijker te acteren.

door Cor Oliemeulen

1. – Les parapluies de Cherbourg (1964, Jacques Demy)

In deze musical zingt ze niet zelf – wel veel later o.a. naast Björk in Dancer in the Dark (2000) van Lars von Trier en in François Ozons komische whodunit 8 femmes (2002) – maar dat kon de doorbraak van Catherine Deneuve in Les parapluies de Cherbourg niet voorkomen. Onder de muzikale leiding van de later legendarische Franse filmcomponist Michel Legrand speelt ze de rol van Geneviève die samen met haar moeder paraplu’s verkoopt in de Franse havenstad Cherbourg. Ze is tot over haar oren verliefd op automonteur Guy en wil snel trouwen. Haar moeder verbiedt dit, maar gelukkig voor haar moet Guy twee jaar het leger in. Als de winkel failliet dreigt te gaan, biedt juwelenhandelaar Roland uitkomst, terwijl hij de hand van Geneviève vraagt. In deze vlotte romantische muziekfilm is Deneuve hoofdzakelijk het mooie, naïeve tienermeisje. Maar in het melodramatische slotfragment, waarin plotseling kinderen een rol spelen, blijkt ze snel volwassen geworden.

2. – Le dernier métro (1980, François Truffaut)

Onder de artistieke paraplu’s van grote regisseurs als Roman Polánski, Luis Buñuel, Claude Lelouch en François Truffaut leerde Catherine Deneuve, die overigens nooit op het toneel heeft gestaan, pas werkelijk acteren. Haar successen in de jaren zeventig waren wisselend, echter Truffauts Le dernier métro bleek een meesterwerk. Deneuve speelt Marion, echtgenote van de Joodse theaterdirecteur Lucas Steiner. Nadat de Duitsers in 1942 Parijs hebben bezet, duikt Lucas onder in zijn theater in Montmartre. Alleen Marion is op de hoogte. Het zijn barre tijden, ook boven de grond, en om faillissement te voorkomen ronselt Marion de bekende acteur Bernard Granger (Gérard Depardieu in zijn element). Terwijl Marion langzaam verliefd wordt op deze charmante rokkenjager, die meer dan eens zijn hartgrondige hekel aan de nazi’s manifesteert, hoort Lucas de oefensessies op het toneel door een ventilatiebuis. ’s Avonds geeft hij Marion aanwijzingen hoe de intieme interactie tussen haar en Bernard in het toneelstuk beter kan. In Truffauts beroemde Jules et Jim (1962) speelt Jeanne Moreau een ongeremde vrouw in haar relatie met twee geliefden, in Le dernier métro is het minstens zo veel genieten van het ingehouden spel van Deneuve in haar driehoeksverhouding in oorlogstijd.

3. – Indochine (1992, Régis Wargnier)

Ook in Indochine van Régis Wargnier probeert Catherine Deneuve het beste van een driehoeksverhouding te maken. Echter nu moet ze als ongetrouwde bezitter van een grote rubberplantage haar aandacht verdelen tussen de jonge Franse legerofficier Jean-Baptiste en haar geadopteerde Aziatische dochter Camille, die verliefd wordt op dezelfde man. In Frans-Indochina van de jaren dertig speelt Deneuve de ijzige en trotse kolonist Eliane die niet kan verhinderen dat Camille haar verlaat en op zoek gaat naar de verbannen Jean-Baptiste. Het complexe liefdesverhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de Vietnamese onafhankelijkheidsstrijd. Deneuve acteert krachtig. Met haar personage valt niet te spotten, ook niet nadat er een aanslag op de plantage is gepleegd en de arbeiders bang zijn om weer aan het werk te gaan. Indochine, dat werd bekroond met de Oscar voor beste buitenlandse film, is wat aan de lange kant, maar dit wordt gecompenseerd door de sfeervolle mise-en-scène. Het eind van de film is bijna hartverscheurend melodramatisch: Eliane kan haar diepste gevoelens niet langer onderdrukken.

 

4. – Un conte de Noël (2008, Arnaud Desplechin)

Junon Vuillard, moeder van drie kinderen die allen zijn behept met een lading onverwerkt leed, hoeft in Un conté de Noël haar diepste gevoelens niet zonodig te onderdrukken. Haar kille onverschilligheid is waarschijnlijk ontstaan nadat haar eerste kind Joseph op zesjarige leeftijd aan kanker overleed. Als ze aan het eind van dit boeiende familierelaas samen met haar zoon Henri ’s avonds op een schommelbankje achter het ouderlijke huis zit te roken, schroomt ze niet om tegen het enfant terrible te zeggen dat zij nooit van hem heeft gehouden. Moeder Junon is niet zozeer oprecht cynisch omdat onlangs bij haar leukemie is gediagnosticeerd, maar eerder vanwege het tragische verleden en de moeizame verhoudingen met en vooral tussen haar kinderen. Catherine Deneuve is perfect als de afstandelijke moeder die pas even kwetsbaar lijkt op het moment dat ze beenmerg, van nota bene Henri, zal krijgen toegediend. Un conte de Noël is een uniek en onderschat kerstverhaal dat alle kanten op schiet: snel wisselende ensceneringen, talloze lagen, wervelende montage en bonte soundtrack.

 

5. – Elle s’en va (2013, Emmanuelle Bercot)

Na ruim honderd speelfilms schittert Catherine Deneuve in het vederlichte Elle s’en va. Personages, dialogen, humor, setting en nostalgie maken van dit komische luchtige drama een typisch Franse film – een eerbetoon aan de eeuwig jonge Deneuve die voor een deel zichzelf lijkt te spelen. Parmantig en met zichtbaar plezier vertolkt ze de rol van de restauranteigenaar Bettie, die ontdekt dat haar geliefde een andere, jongere vrouw heeft bezwangerd. In haar oude Mercedes gaat ze op zoek naar sigaretten en eindigt na veel omzwervingen vijf dagen later in een alleraardigst stulpje op het pittoreske platteland waar de hele familie samenkomt. Elle s’en va is een onderhoudende roadtrip waarin we het temperament en de twijfels van de protagonist leren kennen. Zo maakt Bettie kennis met een authentieke oude boer die een sjekkie voor haar draait, belandt na een dronken avond in bed met een man die haar zoon had kunnen zijn, ontfermt zich over haar elfjarige kleinzoon Charly en gaat na veel aandringen naar de reünie van Miss Frankrijk omdat ze in 1969 als schoonste van Bretagne was gekozen. Van de drie grandes dames van de Franse film is Simone Signoret al lang overleden, echter Jeanne Moreau acteert op haar 86ste nog steeds. Catherine Deneuve heeft nog een voorspoedige weg te gaan.

 

7 november 2014

 

Catherine Deneuve in vijf hoofdrollen

 

Alle leuke filmlijstjes

Top 10 horror voor de nieuwe eeuw

Top 10 horror voor de nieuwe eeuw

The Cabin in the Wood

Op Halloween maken we even de balans op. Horrorfilms zijn er genoeg, maar er zitten meer miskleunen dan successen tussen. InDeBioscoop richt zich op films die na 2000 zijn verschenen en in het oog springen door hun rake portie geweld, extremiteit of juiste mix van clichés en verrassingen. Hieronder een selectie van films die je gezien moet hebben, mits je een sterke maag hebt.

door Suzan Groothuis

1. – Martyrs (2008, Pascal Laugier)

Over het Franse Martyrs kan één ding gezegd worden: het gaat de grenzen van de horror voorbij. In de film draait het om de wraak van een jonge vrouw, die als kind gemarteld werd maar wist te ontsnappen. Op latere leeftijd is ze vastbesloten haar martelaren te wreken. Wanneer ze de plek des onheils terugvindt, blijken er in de kelders van het huis donkere, duistere praktijken plaats te vinden die je maar beter kan vermijden. Dat de Fransen goed zijn in het maken van schokkende, realistische horrorfilms bewijst Martyrs opnieuw. Sterker nog, deze film kan als vlaggenschip van de nieuwe lichting Franse horror gezien worden. Wat begint als sterke, onvoorspelbare thriller mondt uit in een zieke, psychologische horror. Martyrs speelt met de grenzen tussen leven en dood, met lichamelijke en psychische pijn, met vechten en acceptatie van je lot. Een zware hap en een waarbij je met regelmaat weg kijkt, want zoveel ellende is slecht te verduren. Toch blijft de film met zijn diepere boodschap hangen en is Martyrs meer dan een wrede film waarin mensen tot het uiterste gaan om het pure martelaarsdom te bereiken. Intens heftig.

2. – À l’intérieur (2007, Alexandre Bustillo en Julien Maury)

À l’intérieur (Inside) is ook zo’n voorbeeld van harde, realistische Franse horror waarin je regelmatig een ‘smack in the face’ krijgt. Vier maanden na de dood van haar man wordt een zwangere vrouw lastiggevallen door een indringer in haar huis. De indringer begint steeds gevaarlijkere vormen aan te nemen. Wat begint als dreigend en unheimisch, wordt al snel bizar en gewelddadig. Ook deze film speelt met de grenzen van geweld. Ben je dierenliefhebber en zwanger? Niet kijken, tenzij je wilt zien hoe een kat fijn geknepen wordt en een baby op bizarre wijze ter wereld komt. Met Béatrice Dalle (Betty Blue, 1986) als gestoorde engel des doods.

3. – May (2002, Lucky McKee)

Van Lucky McKee mogen er twee films in dit rijtje. De Amerikaan maakte in 2002  indruk met het vervreemdende, op horror en drama leunende May. May is een jonge vrouw met trauma’s uit het verleden. Onzeker, geen vrienden en toch ook wel wat wereldvreemd. Niet gek als je beste vriend een pop is, opgesloten in een glazen kooi. Eenmaal volwassen is May nog steeds een eenling. Maar wanneer zij Adam ontmoet, wordt zij verliefd. Haar bizarre en vreemde gedrag zorgt echter voor afstand. Wanneer haar geliefde pop per ongeluk valt en kapot gaat, zijn letterlijk de poppen aan het dansen. May gaat tot het uiterste om zichzelf én haar pop gelukkig te maken en gaat daarbij over lijken. McKee’s film resulteert in een bizarre, verrassende mix van eenling zijn, hunkering naar aandacht en uh… een ietwat ziekelijke geest.

4. – The Woman (2011, Lucky McKee)

The Woman (2011) is mogelijk nog absurder dan May. Angela Bettis, die de rol van May op zich nam, is nu Belle, moeder van twee kinderen en getrouwd met een advocaat . Een doorsnee gezin, zou je kunnen zeggen, maar niets is wat het lijkt. Manlief blijkt namelijk te beschikken over een verdorven, zieke geest, evenals zoontje Brian. Dat blijkt wel als ze uit jagen gaan en plots stuiten op een wilde vrouw (Pollyanna McIntosh: Filth (2013)). Ze wordt gevangen en meegenomen naar hun huis, alwaar ze stiekem opgesloten wordt in de kelder en onderworpen wordt aan nare, seksuele spelletjes. Het duurt niet lang voordat Belle daarachter komt en algauw raakt het gezin in de ban van de vreemde, wilde vrouw uit het bos. Wat volgt? Ontwrichte gezinsverhoudingen, verachting en veel bloederig geweld! The Woman laat op zwartkomische en gruwelijke wijze zien wat er gebeurt als je zomaar iemand uit zijn habitat losrukt en foute intenties hebt.

5. – You’re Next (2011, Adam Wingard)

Een familiefeest mondt uit in een meedogenloze slachtpartij. Heel subtiel overigens, waarbij de moorden aankomen als een mokerslag in het gezicht. Denk je even naar buiten te rennen om hulp te halen, wordt je keel doorgesneden door een onzichtbaar gespannen draad! De moordenaar is overigens al in een vroeg stadium te zien, waarbij zijn hoofd gesierd wordt door een dierenmasker. Maar hé, is het wel één moordenaar of sluipen er meerdere killers met verschillende dierenmaskers rond? En wat is de reden dat dit familiefeestje zo bruut moet eindigen? Regisseur Adam Wingard (ook bekend van voorganger A Horrible Way To Die (2010)) weet horrorclichés te vermijden door de kijker steeds op het verkeerde been te zetten. Het levert een mix van spanning, naargeestigheid en vermaak op. En is een van de horrorverrassingen van de laatste jaren.

6. – The Den (2013, Zachary Donohue)

Recente horror die mikt op het gevaar van chatprogramma’s en het internet. Een jonge vrouw bestudeert via een nieuw chatprogramma, The Den, de gewoonten van webcam-gebruikers. Wat begint als onschuldig, mondt al snel uit in een gruwelijke constatering: het aanschouwen van een online moord. Waar of niet? Wanneer ze haar netwerk erbij betrekt en probeert te achterhalen of de moord daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, begint de horror pas echt. Haar computer krijgt een virus, vrienden verdwijnen. Dit alles volledig gefilmd vanuit de webcam, wat een realistisch effect op de kijker heeft en je aan het denken zet over de privacygevoeligheid van je internetgebruik. In The Den waan je je even in een ‘real life’ snuff movie en dat voelt behoorlijk beangstigend. Gelukkig is dit een film. Of toch niet?

7. – Eden Lake (2008, James Watkins)

Een romantisch weekend weg krijgt een heel andere wending, wanneer het jonge stel Jenny (Kelly Reilly) en Steve (Michael Fassbender) het aan de stok krijgt met jonge Britse schoffies. Wat eerst onschuldig gepest lijkt, mondt al snel uit in ware terreur. Er rest maar één ding en dat is vluchten voor deze nare tieners en hun hond. Hoezeer een idyllische trip kan veranderen in een hel bewijst Watkins met zijn grimmige, op randje van thriller en horror drijvende debuut. Vooral het machteloze gevoel dat zich van de kijker meester maakt imponeert. Dus zo voelt zinloos geweld! Er zijn flink wat bloederige segmenten, waarbij de grenzen van lichamelijke pijn verkend worden. Hoe goed de schoffies het bloed onder je nagels vandaan halen, bewijst onder meer de jonge acteur Jack O’Connell (inmiddels een behoorlijke staat van dienst met films als This is England (2006) en Starred Up (2013)). Eden Lake grijpt je bij de strot en laat niet meer los.

8. – The Cabin in the Woods (2012, Drew Goddard)

The Cabin in the Woods lijkt de zoveelste slasherfilm: vijf vrienden bezoeken een afgelegen huisje aan een meer. Onderweg ontmoeten ze een rare snuiter die hen waarschuwt over hun terugkeer. Natuurlijk gaan de vijf toch. De kijker raadt het al: hun onvermijdelijke ondergang nadert. Maar scriptschrijvers Joss Whedon (The Avengers, 2012 en Buffy the Vampire Slayer, 1997) en Drew Goddard hebben een ander plan: niets is namelijk wat het lijkt! The Cabin in the Woods bevat een origineel, humoristisch script en zit vol verrassende wendingen. Alle horrorclichés worden door de mangel gehaald en dat levert eens een lekker afwijkende, verfrissende film op. Die overigens goed in elkaar zit, want van begin tot eind weten Whedon en Goddard je bij de les te houden en op een verkeerd spoor te zetten! Met een eindscène waarmee de filmgeschiedenis weer een flamboyant horrorfiguur rijker is.

9. – Let the Right One In (2008, Tomas Alfredson)

Misschien een vreemde eend in de bijt, deze Zweedse vampierfilm. Want Let the Right One In (Låt den rätte komma in) is meer drama dan horror, hoewel er een fijne lijn tussen de genres te bespeuren is. De jonge Oskar is kwetsbaar. Met zijn tengere uiterlijk is hij voer voor pestkoppen. Maar zijn leven verandert wanneer hij de mysterieuze Eli ontmoet. Ze is niet alleen zijn buurmeisje, maar ook een vampier. Haar verzorger vermoordt mensen voor haar, want ze heeft bloed nodig om te kunnen blijven leven. Er ontwikkelt zich een vriendschap, waarbij Oskar naast gevoelens voor haar meer voor zichzelf op leert komen. Tegelijkertijd wordt hij met Eli’s ware zijn geconfronteerd en de onvermijdelijke horror die dat met zich meebrengt. Let the Right One In is voorzien van prachtige shots in een besneeuwde buitenwijk van Stockholm. Buiten de mooie cinematografie zetten de twee jonge acteurs indrukwekkende prestaties neer. Een grimmig maar ook schoon sprookje over de eenzame positie van buitenstaander, vriendschap en afrekenen met je kwelgeesten.

10. – In My Skin (2002, Marina de Van)

De jonge, ambitieuze Esther krijgt na een feestje een ongeluk. In eerste instantie lijkt het allemaal wel mee te vallen met de schade, maar eenmaal thuis ontdekt ze een flinke jaap in haar been. Vanaf dat moment ontstaat er een fascinatie. Waarom voelt ze niets? En waarom voelt ze zich zo aangetrokken tot de wond? In My Skin (Dans ma peau) verwordt tot een intens vleselijk drama, wanneer Esther haar eigen lichamelijke pijngrenzen onderzoekt. Balancerend tussen realistisch drama en horror toont Marina de Van, die ook de hoofdrol voor haar rekening nam, hoe Esther steeds meer opgaat in haar eigen vleselijke wereld. Met als gevolg dat je als kijker regelmatig weg moet kijken. Want de vleselijke fascinaties worden met precisie getoond. De incisies in haar lichaam. Het afpulken van haar huid. In My Skin  is een film die letterlijk onder je huid kruipt. Schokkend, maar ook pijnlijk om een vrouw die alles had, zichzelf psychisch en emotioneel te zien verliezen.

31 oktober 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

5 films met een andere kijk op de Tweede Wereldoorlog

Vijf films met een andere kijk op de Tweede Wereldoorlog

Grave of the Fireflies

Fury is de zoveelste toevoeging aan het scala van Amerikaanse films over de Tweede Wereldoorlog. In die films wordt het conflict nog altijd geportretteerd als de goede en noodzakelijke oorlog waar simpele soldaten een vuurdoop ondergaan. In werkelijkheid waren er ook andere fronten en minder heroïsche verhalen. Een selectie van films die een andere kijk bieden op het strijdgeweld van de Tweede Wereldoorlog.

Samenstelling: George Vermij

1. – Die Brücke (1959, Bernhard Wicki)

Gemaakt in 1959 met herinneringen aan de vernietiging en verliezen van Duitsland nog vers in het geheugen, richt Die Brücke zich op een groep jongens die tegen het einde van de oorlog worden gerekruteerd in het leger. De pubers, onder wie een piepjonge Fritz Wepper (de latere sidekick van Derrick), vinden het op het eerste gezicht spannend en zien het als een kans om zich te bewijzen. De illusies worden echter geleidelijk aan verbrijzeld. Regisseur Bernhard Wicki weidt lang uit over de achtergronden van de jongens die allen hun motieven en botsende karakters hebben. Je leeft met ze mee als ze een brug moeten verdedigen. De ontknoping doet verdacht veel denken aan het laatste deel van Saving Private Ryan (1998) waar een bruggenhoofd dapper verdedigd wordt. Anders dan in Spielbergs film is er in Die Brücke weinig sprake van simpele heroïek of een einde waar de verliezen nog kunnen worden goedgepraat. We zitten immers bij de verliezende kant, waardoor de bittere zinloosheid van de oorlog alleen maar tastbaarder wordt.

2. – Grave of the fireflies (1988, Isao Takahata)

Wie anime alleen kan associëren met magische wezens of robotgeweld doet er goed aan om Grave of the Fireflies (Hotaru no haka)  te zien. Destijds geproduceerd door de invloedrijke studio Ghibli en geregisseerd door Isao Takahata die recentelijk het gelauwerde The Tale of the Princess Kaguya (2014) afleverde. Sommige critici zien zijn Grave of the Fireflies als een van de krachtigste antioorlogsfilms die ooit is gemaakt. De animatiefilm begint sober met de laatste herinneringen van een jongen die langzaam crepeert aan ondervoeding terwijl Japan net heeft gecapituleerd. Hij denkt terug aan zijn tijd met zijn zusje in de stad Kobe. Aan hun idylle komt een eind als Amerikaanse bombardementen de stad tot as verbranden. Net als de strategische luchtbombardementen op Duitsland waren de verliezen in Japan enorm. Een bombardement op Tokyo in 1945 eiste zelfs meer slachtoffers dan een vergelijkbaar bombardement in Dresden of de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. De film toont de gevolgen voor jonge kinderen als hun ouderlijk huis in vlammen opgaat en hun moeder bezwijkt aan brandwonden. Ze zijn op zichzelf aangewezen wat in oorlogstijd natuurlijk niet gemakkelijk is. De gruwelijkheid wordt in de film mooi gebalanceerd met de jeugdige beleving van het paar, maar het wordt nergens sentimenteel. Grave of the Fireflies is daarmee terecht ontroerend en hartverscheurend te noemen. In onderstaand fragment toonaangevend filmcriticus Roger Ebert over Grave of the Fireflies.

3. – Un héros très discret (1996, Jacques Audiard)

Dat die scheidslijn tussen goed en fout soms moeilijk te trekken is blijkt uit Jacques Audiards meesterlijke Un héros très discret. Audiard werd bij het grote publiek vooral bekend met Un prophète (2009). Zijn vroege werk is toch echt beter en dat bewijst hij met deze opmerkelijke en ambitieuze oorlogsfilm. In Un héros très discret wordt de sullige Albert Dehousse (een sterke Mathieu Kassovitz) gevolgd terwijl hij zich tijdens de oorlog verveelt. Als hij naar het net bevrijde Parijs trekt om zijn geluk te beproeven, doet hij zich voor als verzetsheld. Een leugen die maar al te makkelijk geaccepteerd wordt in het Frankrijk dat bijkomt van de Vichy-collaboratie. Net als in het Nederland van na de oorlog had iedereen in het verzet gezeten. Audiard hanteert interessante stilistische foefjes die nog eens vragen oproepen over wat echt en wat verzonnen is. Hij interviewt mensen als in een documentaire en speelt met de schijn en echtheid van het medium film door het tonen van muzikanten die Alexandre Desplats soundtrack spelen. De film toont de behoefte van de winnende zijde om een positief en heroïsch verhaal te verkopen ten koste van de waarheid. Un héros très discret doet in zijn verhaal denken aan de wereld van list en bedrog in Hermans ‘De donkere kamer van Damokles’. In zijn behandeling van de ambigue positie van Frankrijk in de oorlog zijn er ook verbanden met de monumentale documentaire Le chagrin et la pitié (1969) en Louis Malles Lacombe Lucien (1974).

4. – Kom en zie (1985, Elem Klimov)

Anders dan de oorlog aan het westelijke front was het oostfront het meest bloedige slagveld van de Tweede Wereldoorlog. Daar werd een titanenstrijd uitgevochten tussen twee botsende ideologieën die nog eens werd versterkt door de rassentheorieën van de Nazi’s. Het gevolg was een totale vernietigingsoorlog die soldaten en burgers mee zoog in het krijgsgeweld. Kom en zie (Idi i smotri) van Elem Klimov behandelt de oorlog in Wit-Rusland door de ogen van een kind dat langzaamaan volwassen wordt. Florya is een naïeve boerenjongen die terugkeert naar zijn dorp dat door de nazi’s is uitgemoord. Hij sluit zich aan bij de partizanen, maar als het kamp wordt aangevallen raakt hij met een meisje verdwaald in de bossen. Een helse reis door het oostfront ontvouwt zich als de wreedheid van de nazi’s ziet. Een vergelijking met Andrei Tarkovsky’s Ivans Jeugd (1962) lijkt voor de hand, maar in Kom en zie  is er weinig ruimte voor meditatieve poëzie. De beelden zijn vooral onwerkelijk in hun wreedheid en je ervaart de walging door de ogen van Florya die een eindeloze hel moet doorstaan. Het is interessant om te weten dat Klimovs vrouw, Larisa Shepitko, ook een ijzingwekkende film over de oorlog in het oosten heeft gemaakt, namelijk The Ascent (1977).

5. – My way (2011, Je-kyu Kang)

Het waargebeurde verhaal achter het Zuid-Koreaanse My way (Mai wei)  is zo absurd dat je het haast niet serieus kan nemen. Regisseur Je-kyu Kang (bekend van The brotherhood of war over de Korea-oorlog) liet zich inspireren door een foto van een op D-day gevangen genomen Koreaanse soldaat in Duits uniform. Hoe was hij daar terechtgekomen? De film vertelt het verhaal van twee vrienden die door de grillen van de oorlog belanden op de vreemdste plekken. Het begint met de inval van de Japanners in het toenmalige Mantsjoerije. De Koreaanse helden moeten voor de Japanners te vechten. Zij trekken vervolgens ten strijde tegen de Russen, maar als het paar gevangen wordt genomen zijn ze gedwongen om van kant te wisselen om niet te sterven als krijgsgevangen. Nu ze soldaten van het Rode leger zijn, nemen de Duitsers het duo gevangen, waarna de vrienden opnieuw moeten kiezen tussen de dood of het meevechten in een ander uniform. De film is groots opgezet, bevat wat onwaarschijnlijke gevechtsscènes en valt soms in sentimentele valkuilen. Wat My way echter interessant maakt is de aparte kijk op de Tweede Wereldoorlog, waar individuen gevangen zijn in de maalstroom van grotere machten. Om te overleven maken zij de vreemdste keuzes die ver verwijderd zijn van enige moraal of een simpele tegenstelling tussen een goede en een slechte kant.

24 oktober 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

10 essentiële Spaanse films

Tien onvergetelijke en essentiële Spaanse films

Volver

Spanje heeft in tegenstelling tot Frankrijk en Italië een bescheiden filmcultuur. Dit komt door de Franco-dictatuur (1939 – 1975), met vooral ‘brave’ films. Luis Buñuel, de vader van het filmsurrealisme, was niet van plan zich te laten beknotten. Hij week uit naar Mexico, totdat Franco hem in 1961 graag zag terugkeren om goede sier te kunnen maken. Buñuel stemde in, trok onveranderd zijn eigen plan en groeide uit tot toonaangevend regisseur. Hij plaveide de weg voor veel talentvolle collega’s.

door Cor Oliemeulen

1. – Muerte de un ciclista (1955, Juan Antonio Bardem)

Juan Antonio Bardem (oom van acteur Javier Bardem) was een uitgesproken tegenstander van Franco, maar liet zijn kritiek veelal buiten zijn films en ontweek de censuur. Desondanks werd hij talloze malen gearresteerd. Hoogtepunt in zijn oeuvre is het sociaal-realistische drama Muerte de un ciclista (1955) dat een Hitchcockiaans moordmysterie op grandioze wijze verbindt met een verboden romance in film noir-stijl. De film begint met een koppel dat een fietser schept, maar omdat ze geheime geliefden zijn rijden ze snel door. Bardems meesterwerk boeit nog steeds door de opgebouwde spanning met plotwendingen en de soepele montages die scènes naadloos laten overlopen, bijvoorbeeld tussen de wereld van de welgestelde klasse en het arbeidersvolk. De Italiaanse Lucia Bosé (gedubd door een Spaanse actrice) speelt de steeds nerveuzer wordende femme fatale die zich uiteindelijk verplicht voelt te kiezen tussen haar rijke echtgenoot en haar geliefde Jean, een universiteitsprofessor. In het fragment neemt Jean een examen af, totdat hij zich realiseert wat ze hebben aangericht.

 

2. – El Verdugo (1963, Luis García Berlanga)

Luis García Berlanga verwierf bekendheid door een komedie die hij samen schreef met zijn goede vriend Juan Antonio Bardem. In Bienvenido Mister Marshall (1953) steekt hij de draak met Amerikaanse zakenlieden die kapitaal in een Spaanse stad willen investeren. Dat viel bij Franco, maar ook in Amerika niet bij iedereen in goede aarde. In tegenstelling tot Luis Buñuel, wiens werken verboden waren, hield Berlanga zich in zijn films nauwelijks bezig met politiek. Hij hield liever het publiek een spiegel voor. In 1961, het jaar dat Buñuel met Viridiana de Gouden Palm in Cannes won, maakte Berlanga de satire Plácido, waarin een arme drommel op kerstavond wordt uitgenodigd door een rijke familie. De film heeft een moordend tempo, is hilarisch druk en zit vol zwarte humor over hypocriet handelen. Een stuk rustiger van aard is El Verdugo (1963) dat uiteindelijk meer drama dan komedie is vanwege het pittige gegeven: een jonge goedzak gaat trouwen met de dochter van een staatsbeul. Om met zijn drieën een flat te kunnen bemachtigen, moet hij met tegenzin de functie van zijn schoonvader overnemen. Dat blijkt loodzwaar als de terdoodveroordeelde geen gratie krijgt. Mooie satirische film met hectische komische scènes eindigt wel heel triest.

 

3. – Tristana (1970, Luis Buñuel)

In Mexico maakte Luis Buñuel een groot aantal drama’s waarin hij vaak satirische kritiek levert op de realiteit. Seksuele afwijkingen, de hypocrisie van de kerk, de zelfgenoegzaamheid van de bourgeoisie – zijn hele oeuvre kent controversiële thema. Zo schokte Buñuel met Los Olvidados (1950), een neorealistisch portret van destructieve jeugdcriminelen in een Mexicaanse sloppenwijk. Nog maar net terug in Spanje maakte hij Viridiana (1961), een psychologisch drama over een jonge non die wordt verleid door haar oom. De Franse filmindustrie zag wel brood in de eigenzinnige Buñuel, wat leidde tot een aantal hoogtepunten in de filmgeschiedenis. Zoals Belle de jour (1967) met Catherine Deneuve die een dubbelleven leidt als huisvrouw en prostituee. Drie jaar later nam Buñuel met de Franse diva het Spaanse drama Tristana op. Deneuve (gedubd) speelt de titelrol van het meisje dat na de dood van haar ouders wordt opgevangen door haar oom. Deze Don Lope wordt gespeeld door acteergrootheid Fernando Rey (ook al de handtastelijke oom in Viridiana). Tristana is ogenschijnlijk eenvoudig in stijl, maar zit vol met onbewuste driften. Het meisje wil liever de jonge kunstschilder Horacio als haar geliefde, maar het noodlot, voor zowel Tristana als haar oom, blijkt onafwendbaar.

 

4. – El espíritu de la colmena (1973, Victor Erice)

Victor Erice is geen veelfilmer: dertien producties in een halve eeuw. Het zijn documentaires, korte films en slechts drie speelfilms. In 1983 verscheen El Sur, de zoektocht van een meisje naar de roots van haar vader in Zuid-Spanje, in 1992 maakte hij El sol del membrillo, de bekroonde biografie van schilder Antonio Lopez. Echter het meest overdonderend was zijn debuut El espíritu de la colmena (The Spirit of the Beehive)  in 1973. Erice maakte deze arthousefilm aan het eind van de Franco-dictatuur en vertelt over de periode net na de Spaanse Burgeroorlog in 1940. Het zevenjarige meisje Ana (Ana Torrent) is zo onder de indruk van de film Frankenstein dat ze denkt dat de geest van het monster rondwaart. De film kan worden beschouwd als een allegorie van de bevolking die gebukt gaat onder een autoritair regiem. De meeste beelden met gele, bruine en gouden tinten lijken wel schilderijen. Er is zoveel symboliek dat de censuur kansloos was en dat de kijker naar hartenlust kan interpreteren. Nadat Ana is weggelopen omdat ze onbewust een ontsnapte republikeinse gevangene heeft geholpen, ziet ze in het water haar spiegelbeeld veranderen in dat van het monster van Frankenstein. Even later lijkt het of het monster (Franco?) haar wil wurgen. Het knappe van deze film is het perspectief op een volwassen thema vanuit de onschuld van een kind.

 

5. – Cría cuervos (1976, Carlos Saura)

Carlos Saura werd pas in de jaren tachtig bij het grote publiek bekend vanwege zijn prachtige muziekfilms, zoals Carmen (1983). Al in 1966 verwierf hij faam met La Caza en tien jaar later rondde hij zijn meesterwerk af. Cría cuervos werd gedraaid toen Franco op zijn sterfbed lag. Dat zie je terug, want ook dit drama is in feite – nog duidelijker dan El espíritu de la colmena – een allegorie van het leven onder de dictatuur. En nog meer dan in het drama van Victor Erice speelt de kleine Ana Torrent in Cría cuervos een zeer indrukwekkende, volwassen hoofdrol. Ook nu heet ze Ana, ervaren we de gebeurtenissen door haar ogen en haalt ze werkelijkheid en fantasie door elkaar. Het thema is de dood. Ana’s vader bezwijkt tijdens seks met een andere vrouw, Ana’s moeder overlijdt aan kanker en soms wil Ana zelf dood. In haar momenten van rouw ziet ze haar moeder, die wordt gespeeld door Geraldine Chaplin, Saura’s toenmalige partner. Zij speelt tevens de twintig jaar oudere Ana die fragmentarisch in de camera vertelt hoe ze haar traumatische jeugd heeft beleefd. Elk karakter in Cría cuervos is een metafoor voor de Spaanse situatie: de lieve moeder wordt bedrogen door haar militaristische echtgenoot, de intolerante tante collaboreert, de zwijgzame oma verlangt terug naar de oude republiek, terwijl Ana en haar zusjes snakken naar vrijheid en liefde.

 

6. – Los santos inocentes (1984, Mario Camus)

Het lijken middeleeuwse toestanden in de boekverfilming Los santos inocentes van Mario Camus. Toch speelt de feodale verhouding tussen een steenrijke familie en armoedige boerenfamilies zich af in de jaren zestig. Het drama is terecht breed bejubeld vanwege de realistische weergave van het leven van de laagste klassen in de arme Spaanse regio Extremadura tijdens de dictatuur. Zowel het boek van Miguel Delibes als de film van Mario Camus zijn regelrechte hommages aan de miljoenen Spanjaarden die werden onderdrukt en uitgebuit door de landeigenaren die Franco steunden. In Los santos inocentes volgen we de lotgevallen van één familie: Paco, zijn echtgenote Regula, hun kinderen en zijn zwakbegaafde broer Azarías die op innemende wijze een uil en een kauw dresseert (maar er ook een aantal onhygiënische eigenschappen op nahoudt). Tijdens de competitieve jachtpartijen van hun landeigenaar met andere omhooggevallen welgestelden fungeert Paco als snuffelhond die afgeschoten duiven en patrijzen moet apporteren – ook nadat hij tot tweemaal toe zijn been heeft gebroken. De minachting van de landeigenaren is schrijnend, de wraak smaakt daarom zoet.

 

7. – Belle Époque (1992, Fernando Trueba)

Direct na de dood van Franco en het verdwijnen van de censuur begonnen de meeste Spaanse filmregisseurs aan een inhaalslag. Vroeger verboden thema’s werden uitvergroot: geweld, drugsgebruik, homoseksualiteit. Fernando Trueba trok zijn eigen plan: liever vrolijke, zorgeloze films dan zware kost. In 1992 brak hij, na het winnen van de Oscar voor beste buitenlandse film, internationaal door met de zedenschets Belle Époque. In de absurde opening van de film maken we kennis met de jonge soldaat Fernando die in 1931 deserteert en zich geconfronteerd weet met twee leden van de Guardia Civil. De twee agenten krijgen onenigheid of ze Fernando moeten laten lopen. De jongste agent schiet per ongeluk de oudste (zijn schoonvader!) dood, raakt overmand door verdriet en doodt zichzelf. Fernando kan zijn weg vervolgen en vindt onderdak bij de sympathieke Manolo. Tegen de achtergrond van de Spaanse Burgeroorlog, voltrekt zich een seksklucht (zonder bloot) waarin Fernando in korte tijd gemeenschap heeft met de vier knappe dochters van Manolo (o.a. een piepjonge Penélope Cruz). De romantische komedie van Trueba blinkt uit in hartstochtelijk spel, mooie kleuren en originele, memorabele vondsten. Zoals de broeierige scène waarin één van de dochters, een lesbienne, verkleed als man, de als vrouw verklede Fernando verleidt. Of de scène waarin de moeder terugkeert na haar tournee als operettezangeres.

 

8. – Los amantes del Círculo Polar (1998, Julio Medem)

Toeval bestaat. Die indruk krijg je al snel in het poëtisch romantische drama van Julio Medem. Als de kleine Otto op het schoolplein een bal niet kan tegenhouden en er helemaal achteraan moet lopen, ontmoet hij zijn leeftijdsgenootje Ana. Stel je voor dat hij beter had kunnen voetballen en de bal wél had gestopt? Dan had zijn leven en dat van Ana er heel anders uitgezien! De bijzondere band tussen twee zielsverwanten evolueert in alle hevigheid nadat Otto’s vader met Ana’s moeder trouwt. Otto en Ana worden broer en zus, én minnaars. In de oorspronkelijke vertelstructuur van Julio Medem liggen het toeval en de lotsbeschikking er soms dik bovenop, maar het gevoel voor drama in combinatie met de weergaloze montages en oogstrelende shots vormen een onvergetelijke liefdesgeschiedenis. In onderstaand fragment zien we Otto en Ana – die elkaar uit het oog zijn verloren nadat Otto’s moeder is overleden en hij door schuldgevoel met niemand nog iets te maken wilde hebben – samen op een plein. De regisseur maakte in 2001 nog het opvallende romantische drama Lucía y el sexo, waarin de hoofdrolspeelster zich, net als in Los amantes del Círculo Polar, terugtrekt in een isolement nadat ze haar vriend is verloren.

 

9. – Mar Adentro (2004, Alejandro Amenábar)

Net als Julio Medem schrijft regisseur Alejandro Amenábar het liefst zelf de filmscenario’s, echter laatstgenoemde componeert ook de muziek voor zijn eigen films. Amenábar debuteerde met de thriller Tesis (1995) en gooide hoge ogen met het mysterie Abre los ojos (1997) en het horrordrama The Others (2001). Drie jaar later deelde hij een cinematografische mokerslag uit met Mar adentro, een ontroerend biografisch drama dat is gebaseerd op het leven van Ramón Sampredo die na een duikongeluk vanaf zijn nek verlamd raakte en vocht voor euthanasie. Het onwaardige bestaan van bijna dertig jaar bedlegerigheid en de politieke strijd voor zelfbeschikking wordt perfect vertolkt door Javier Bardem. Mar adentro won ruim zestig prijzen op internationale filmfestivals, waaronder veertien Goya Awards, een Independent Spirit Award, een Golden Globe en de Oscar voor beste buitenlandse film. Hoogtepunt van de film is het fragment waarin de protagonist smacht te ontsnappen aan zijn hopeloze bestemming, begeleid door misschien wel de mooiste vertolking ooit van Puccini’s laatste aria ‘Nessun Dorma’ door Jose Manuel Zapata.

 

10. – Volver (2006, Pedro Almodóvar)

Pedro Almodóvar is de belangrijkste vertegenwoordiger van La Movida Madrileña, een sociaalculturele beweging die bloeide in het eerste decennium na de dood van dictator Franco. Vanuit een gevoel van sociale vrijheid en hedonisme schreef Almodóvar columns en zijn eerste filmscenario’s. Hij provoceerde, choqueerde en ontwikkelde zijn favoriete thema’s als seksuele identiteit, drugsgebruik en de misstanden in de katholieke kerk – zelden wars van symboliek en metaforen. In 1988 oogstte Pedro Almodóvar met Mujeres al borde de un ataque de nervios de eerste internationale waardering. In 1999 ontving hij voor Todo sobre mi madre de Oscar voor beste buitenlandse film en in 2002 voor Hable con ella de Oscar voor beste origineel scenario. Met Volver (2006) leverde hij een donker, maar kleurrijk portret van drie generaties vrouwen die ontsnappen aan het vuur en de dood dankzij hun beminnelijkheid en doorzettingsvermogen. Eén van Almodóvars vele muzen, Penélope Cruz, speelt de rol van haar leven als de emotionele, zinnelijke en intense moeder Raimunda. Zij raakt in de waan van bovennatuurlijke ervaringen en rekent af met haar vriend die haar dochter heeft aangerand.

 

17 oktober 2014

 

Lees ook: Boek over Spaanse films

 

Alle leuke filmlijstjes

5 minder bekende Italiaanse klassiekers

Vijf minder bekende Italiaanse filmklassiekers

Indebioscoop: Vijf minder bekende klassiekers - Il-Sorpasso

Bertolucci’s Il Conformista is weer in Nederland te bewonderen. De film wordt door veel filmmakers en critici gezien als een klassieker. Een eer die aan meer Italiaanse films ten deel is gevallen. Indebioscoop ging op zoek naar wat minder bekende Italiaanse bijdragen aan de filmgeschiedenis.

door George Vermij

1. – Il sorpasso (1962)

Regisseur Dino Rissi is vooral bekend geworden door Profumo di donna (1974). Een matige film die de inspiratie vormde voor de Amerikaanse remake, Scent of a Woman (1992). Rissi maakte eerder Il sorpasso met Vittorio Gassman en Jean-Louis Trintignant die een onwaarschijnlijk duo vormen. De film is een zonnige roadtrip, maar ook een psychologisch portret van twee verschillende karakters. Gassman speelt een impulsieve en gepassioneerde verkoper die van dag tot dag leeft. Hij komt per ongeluk een verlegen en onzekere student tegen en neemt hem op sleeptouw door Italië. De reis heeft een heerlijk ongedwongen tempo en het losse verhaal voelt aan als een onvoorspelbare vakantie. Nog niet overtuigd? Luister dan naar regisseur Alexander Payne die vertelt over hoe de film van invloed is geweest op zijn Sideways.

 

2. – Il caso Mattei (1972)

Francesco Rosi’s Il caso Mattei is een ambitieuze samenzweringsthriller opgebouwd zoals Citizen Kane. Gebaseerd op het leven en de mysterieuze dood van Enrico Mattei die een belangrijke rol zou hebben binnen de Italiaanse olie-industrie. Rosi mengt in de film fictie en documentaire en laat een journalist op onderzoek uitgaan nadat Mattei is omgekomen. Er wordt een web van buitenlandse oliebelangen en Koude Oorlog-intriges blootgelegd waarvan Mattei het slachtoffer is. De stijl van de film met zijn flashback en gebruik van documentairebeelden zou filmmakers zoals Alan J. Pakula (The Parallax View) en Oliver Stone (JFK) beïnvloeden. Il caso Mattei is daarmee een klassieker in het genre van de paranoiathriller die gemaakt is in een tijd waar Italië zelf leed onder gewelddadige terreur van de Anni di piombo.

 

3. – Indagine su un cittadino al di sopra di ogni sospetto (1970)

De titel kan vertaald worden als een onderzoek naar een burger boven verdenkingen. Elio Petri’s film is een bizarre en rake satire over de grenzen van machtsmisbruik. Gian Maria Volonté is een autoritaire rechercheur die zijn maîtresse vermoordt en vervolgens verantwoordelijk is voor het politieonderzoek. Ondertussen laat hij allerlei bewijsstukken achter. Niet om zijn daad te verhullen, maar juist om te zien of de politie hem gaat verdenken van de moord. Pakkend en spannend gefilmd met plotselinge flashbacks en tegelijk een tekenende kritiek op diegenen die verantwoordelijk zijn voor het toezien van de wet. Winnaar van de Oscar voor beste buitenlandse film van 1970 en met een soundtrack van Ennio Morricone.

 

4. – I pugni in tasca (1965)

Marco Bellocchio maakt nog steeds films en debuteerde in 1965 met het ijzersterke I pugni in tasca. Het is een pijnlijk en eerlijk portret van een labiele jongen en zijn disfunctionele gezin. Lou Castel draagt de film met zijn gewaagde vertolking waarbij hij kwetsbaarheid, jeugdige onverantwoordelijkheid en onvoorspelbare geweldsuitspattingen tot een geloofwaardig geheel weet te smeden. De film heeft een verstikkende, bijna incestueuze sfeer die voor zijn tijd zeer gewaagd was. I pugni in tasca weet nog steeds een intens en ongemakkelijk gevoel teweeg te brengen: http://www.criterion.com/films/348-fists-in-the-pocket

 

5. – Il portiere di notte (1974)

Il portiere die notte of The Night Porter is geen gemakkelijke kijkervaring. Bij de Amerikaanse release werd de film verguisd door toonaangevende critici zoals Pauline Kael (New York Magazine). Met de tijd heeft de film echter een cultstatus gekregen. Dat is vooral te danken aan het spel van Charlotte Rampling en Dirk Bogarde. Het is een understatement om hun relatie gedoemd te noemen. Hij was een SS-er in een concentratiekamp en zij de gevangene die hij misbruikte. Maar als Rampling na de oorlog de kampbeul weer terugziet is haar reactie onverwachts. Ze lijkt gevoelens voor hem te hebben en al snel ontstaat er weer een relatie tussen beiden die pijnlijk en complex is. Regisseuse Liliana Cavani baseerde het verhaal op een vrouw die zij voor een documentaire over de Tweede Wereldoorlog had geïnterviewd. Voor Rampling is de film nog steeds een hoogtepunt in haar carrière, zoals zij ook verwoordt in dit interview.

 

Alle leuke filmlijstjes