6 Amerikaanse klassiekers waarin een hittegolf voor heisa zorgt

Zes Amerikaanse klassiekers waarin een hittegolf voor opwinding zorgt

The-Hot-Spot

Als de mussen van het dak vallen, kun je beter rustig binnen blijven en een film kijken. In deze zes Amerikaanse klassiekers zorgt een hittegolf vervolgens voor een heleboel opwinding.

door Cor Oliemeulen

1. – The Seven Year Itch (Billy Wilder, 1955)

Als in Manhattan ‘s zomers de mussen van het dak vallen, gaan de vrouwen met de kinderen op vakantie en blijven de mannen achter om door te ‘werken’. Zo ook in deze onvervalste Billy Wilder-comedy, die vooral beroemd is geworden door Marilyn Monroe, die haar witte jurk laat opwaaien als ze op een luchtrooster van de metro staat. De film is veel meer dan dat iconische beeld: de sterke, grappige dialogen en leuke karakters vormen de opmaat voor nog meer onvergetelijke Wilder-klassiekers met als hoogtepunt The Apartment (1959).

In The Seven Year Itch speelt Tom Ewell de zakenman (een herhaling van zijn succesvolle rol op Broadway), die na zeven jaar huwelijk jeuk krijgt als hij ontdekt dat hij een nieuwe sexy buurvrouw heeft. Zijn amoureuze affaire speelt zich vooral af in zijn hoofd, terwijl Marilyn als zwoel dom blondje voor de nodige opwinding zorgt.

2. – Rear Window (Alfred Hitchcock, 1954)

Fotograaf Jeff (James Stewart) heeft zijn been gebroken en kijkt uit verveling naar buiten vanuit zijn appartement. Greenwich Village wordt geteisterd door een hittegolf en iedereen heeft de ramen en deuren wijd opengeslagen. Sommige mensen slapen op hun balkon, een pianist speelt een deuntje, een meisje doet balletpasjes tijdens het strijken en een man zorgt voor zijn bedlegerige vrouw. Vanuit zijn rolstoel volgt Jeff de activiteiten van zijn overburen, terwijl hij af en toe bezoek krijgt van zijn mooie vriendin Lisa (Grace Kelly).

Op een dag ontdekt Jeff dat de bedlegerige vrouw van tegenover is verdwenen en dat haar man rondloopt met een zaag, een stuk touw en een kist. We laten het graag aan ‘master of suspense’ Alfred Hitchcock over om van dit gegeven een bloedstollend avontuur te maken. Jeff lokt de overbuurman weg met een telefoontje, waarna Lisa in diens appartement poolshoogte gaat nemen. Dan ziet Jeff tot zijn grote schrik dat de man weer thuiskomt. Vanaf hier zit ook de kijker aan zijn stoel gekluisterd. Tijdloos spannend topamusement.

3. – In the Heat of the Night (Norman Jewison, 1967)

De gemoederen raken verhit in het duffe stadje Sparta, Mississippi waar de airco’s en ventilatoren overuren maken. Het met vijf Oscars bekroonde In the Heat of the Night was destijds vooral baanbrekend omdat men voor het eerst kon zien hoe een zwarte man direct een mep teruggeeft nadat een blanke hem heeft geslagen. Nog maar enkele jaren daarvoor had de blanke hem gewoon kunnen laten doodschieten.

De Afro-Amerikaan in kwestie is Virgil Tibbs (Sidney Poitier), die op het treinstation wordt opgepakt als verdachte van de moord op een zakenman uit Chicago die hier een fabriek wilde bouwen. Nadat blijkt dat Tibbs politieagent is, gespecialiseerd in moordzaken, wordt hij tegen de zin van de lokale politiechef Gillespie (een onvergetelijke Rod Steiger) belast met het onderzoek. Tibbs krijgt te maken met extreem racisme en ontsnapt een paar keer ternauwernood aan een lynchpartij van plaatselijke rednecks. Langzaam krijgt Gillespie wat respect voor zijn zwarte collega. In the Heat of the Night is een confronterende studie over vooroordelen (ook van Tibbs) en als misdaadmysterie geenszins gedateerd.

4. – Do the Right Thing (Spike Lee, 1989)

Op de warmste dag van het jaar lopen in een wijk van Brooklyn de raciale spanningen langzaam op tot een kookpunt. Sal (Danny Aiello) runt er al 25 jaar een goedlopende pizzatent en krijgt problemen met Radio Raheem die het niet kan uitstaan dat er binnen aan The Wall of Fame alleen maar Italiaans-Amerikaanse helden hangen, maar geen enkele zwarte grootheid. Het feit dat de jonge Afro-Amerikaan altijd rondloopt met een gettoblaster waaruit ‘Fight the Power’ van Public Enemy knalt, maakt de sfeer er niet beter op.

Spike Lee, die zelf ook een rol speelt, maakte met Do the Right Thing een van zijn beste en belangrijkste (cult)films. Aanvankelijk met de nodige knipogen schetst hij het straatleven – bijna choreografisch geënsceneerd, zonder belerend of drammerig te zijn – met mensen die verbaal met elkaar in de clinch liggen. Zo sneert Sals zoon Pino (John Turturro): “You gold-teeth-gold-chain-wearin’, fried-chicken-and-biscuit-eatin’, monkey, ape, baboon, big thigh, fast-runnin’, high-jumpin’, spear-chuckin’, three-hundred-sixty-degree-basketball-dunkin’ titsun spade Moulan Yan. Take your fuckin’ pizza-pizza and go the fuck back to Africa.” De vlam slaat in de pan als een zwarte jongen omkomt door politiegeweld.

5. – Barton Fink (Joel en Ethan Coen, 1991)

Een fantastische hoofdrol speelt John Turturro als de succesvolle maar bescheiden en verlegen toneelschrijver Barton Fink in de gelijknamige vierde speelfilm van Joel en Ethan Coen. Na de laaiende recensies van zijn Broadway-drama over visverkopers nodigt een Hollywood-producer hem uit om een filmscript te komen schrijven. Fink heeft zijn bedenkingen omdat hij alleen maar voor ‘de gewone man’ wil werken. Toch gaat hij de uitdaging aan en belandt in LA in een zelf gekozen eenvoudige hotelkamer waar de verstrengende hitte het behang van de muren krult. Het lukt hem maar niet een verhaal voor een tweederangs worstelfilm te schrijven.

Barton Fink is een typisch zwartkomisch Coen-drama, waarin satire en misdaad subtiel samenkomen. De sfeer wordt geleidelijk verontrustend vanaf het moment dat Fink de liefde ontdekt en kennismaakt met de huurder naast hem. Deze andere bekende Coen-acteur, John Goodman, speelt de rol die hem het best ligt: een luidruchtige, latent agressieve goedzak met een klein hartje. Hij wil Fink wel even helpen met zijn verhaal door samen wat worstelgrepen te oefenen en alcohol te nuttigen om hem uiteindelijk te inspireren tot een bloederig filmscript.

6. – The Hot Spot (Dennis Hopper, 1990)

In Texas kan het zo heet zijn dat er spontaan een gebouw in brand vliegt. Dat merkt Harry Maddox, die uit het niets in het dorp is opgedoken en een baan krijgt als autoverkoper bij George Harshaw. Als iedereen, ook de politie, naar de brand is vertrokken, wordt het ineens interessant om de plaatselijke bank te beroven. Maar voordat het zover is, stort Maddox zich in broeierige hartstocht met zowel de vrouw van Harshaw (Virginia Madsen) als diens medewerkster (Jennifer Connelly), en ontvouwt zich een romantisch misdaaddrama waarin iedereen elkaar probeert te belazeren. De lekkere soundtrack met John Lee Hooker en Miles Davis pas perfect bij het trage tempo.

Don Johnson was na zes seizoenen Miami Vice wereldberoemd geworden en gebruikte zijn zwierige zelfingenomenheid uitstekend in de rol van manipulerende mooie jongen Maddox. Het bleek zijn laatste grote wapenfeit. Dat geldt ook voor wijlen de regisseur Dennis Hopper die met The Hot Spot zijn tweede klassieker afleverde nadat hij in 1969 had gedebuteerd met het legendarische Easy Rider.

 

6 augustus 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

5 motieven om iemand te kidnappen

Vijf motieven om iemand te ontvoeren

The-King-of-Comedy

Mag je een regisseur ontvoeren zodat hij geen slechte films meer kan maken? Je zou het kunnen denken na het zien van Kidnapping Freddie Heineken. Meestal is losgeld de reden om iemand te ontvoeren, maar er zijn natuurlijk genoeg andere motieven om iemand te kidnappen. Vijf voorbeelden.

door Cor Oliemeulen

1. – Suna no onna (1964)
Motief: ARBEID

Natuurlijk, je kunt iemand ontvoeren om voor je te laten werken, maar in Suna no onna (De vrouw in het zand) lijkt er meer aan de hand. De Japanse regisseur Hiroshi Teshigahara verfilmde het boek van Kôbô Abe dat gaat over een entomoloog die in een afgelegen duinengebied buiten Tokio op zoek gaat naar insecten, wordt uitgenodigd te overnachten bij een weduwe die in een zandkuil woont en de volgende ochtend ontdekt dat de touwladder is verdwenen. Net als de vrouw moet hij emmers zand scheppen zodat de dorpelingen het kunnen verkopen. Tevens moeten ze voorkomen dat het huisje niet door het zand zal worden opgeslokt. Vluchten kan niet meer en langzaam ontstaat er een innige band tussen de weduwe en de gijzelaar. Of is onze entomoloog ontvoerd om voor nageslacht van de geïsoleerde dorpsbewoners te zorgen?

Zeer bijzondere film met goed spel, stijlvolle cinematografie, zoals close-ups van bezwete, met zandkorrels bedekte lichamen en gezichten, en adequate experimentele muziek. De film gaat over overleven en aanpassen in een uitzichtloze omgeving en terugkeren naar de menselijke basis.

2. – Die fetten Jahre sind vorbei (2004)
Motief: NOODZAAK

Twee activistische vrienden breken graag in bij rijke mensen. Niet om de buit te houden of om onder de armen te verdelen, maar om de bewoners te laten zien dat hun weelde hen niet onaantastbaar maakt. In dit krachtige drama van de Oostenrijkse regisseur Hans Weingarter gaat Jan (Daniel Brühl) in de fout door verliefd te worden op het meisje van zijn vriend en haar in te wijden in de praktijken van de Edukators, zoals de idealistische inbrekers zich noemen. Tijdens een inbraak worden ze betrapt en zien ze geen andere keus dan de eigenaar te ontvoeren.

De twee vrienden, het meisje en de rijkaard trekken zich terug in een berghut, alwaar langzaam een band tussen slachtoffer en daders ontstaat. Ook de rijkaard blijkt vroeger idealen te hebben gehad. Eten, drinken, blowen en spelletjes worden afgewisseld met politieke meningsverschillen en een lastige driehoeksverhouding. Die fetten Jahre sind vorbei doet hunkeren naar een tijd waarin mensen nog ergens voor stonden en blijft onvoorspelbaar tot het eind.

3. – Rabbit-Proof Fence (2002)
Motief: RASSENZUIVERING

Wie denkt dat de nazi’s het systematisch uitroeien van een ras hebben uitgevonden, zal zich verwonderen over het feit dat dit in Australië gebeurde voor de rassenwetten van Neurenberg en nog vele jaren na de val van het Derde Rijk. In het waargebeurde drama Rabbit-Proof Fence van Phillip Noyce zien we hoe drie meisjes van een Aboriginal-familie door de autoriteiten worden ontvoerd en aan de andere kant van Australië in een heropvoedingskamp onder leiding van nonnen belanden. De kinderen mogen hun eigen taal niet meer spreken en krijgen les in Engelse waarden en cultuur.

De Aussies pakten het minder drastisch aan dan de nazi’s: Aboriginals werden geforceerd om kinderen van blanken te krijgen zodat het zwarte bloed op den duur zou verdwijnen. Of zoals de christelijke ‘chief protector of Aborigines’ (Kenneth Brannagh) het verwoordt: “The native must be helped.” Gelukkig weten de drie meisjes te ontsnappen en beginnen ze aan hun 1200 mijl lange terugtocht, gevolgd door een spoorzoeker (Aboriginal-acteur David Gulpilil die in hetzelfde jaar in Tracker dezelfde rol had).

4. – Ugly (2013)
Motief: KINDERHANDEL

Eindelijk weer eens een spannende Indiase film, die geheel vrij is van Bollywood-ingrediënten. Ugly is de succesvolle opvolger van Anurag Kashyaps schitterende maffiafilm Gangs of Wasseypur. Ook ditmaal weet hij al het geweld verantwoord te compenseren door de vakkundige en inventieve manier van scriptschrijven en regisseren. We volgen de lotgevallen van een onbekende filmacteur wiens dochtertje is ontvoerd. Het hoofd van de politie, getrouwd met de ex van de acteur, verdenkt de vader.

Politiegeweld, afluisterpraktijken en intimidatie vormen de opmaat van de rollercoaster waarin de kijker continu op het verkeerde been wordt gezet. De ontknoping is absoluut verrassend en plaatst het laatste puzzelstukje naadloos in het originele misdaadmysterie van een onmiskenbaar filmtalent.

5. – The King of Comedy (1982)
Motief: 15 MINUTES OF FAME

Beter één avond koning, dan je hele leven een schlemiel. Dat is de overweging van Rupert Pupkin (Robert De Niro), om zijn grote voorbeeld, de beroemde talkshow host Jerry Langford (een verre van grappige Jerry Lewis) te ontvoeren. Rupert wil obsessief graag stand-up komiek worden, maar het lukt hem niet Langford ook maar enigszins te enthousiasmeren voor zijn repertoire. Echter Rupert is geenszins van plan de handdoek in de ring te gooien. Hij waant zich zelfs Langfords vriend en neemt een vriendin onuitgenodigd mee naar het huis van de tv-ster, waar de pijnlijke ervaring leidt tot een fantastische confronterende scène.

The King of Comedy is een essentieel zwart komisch drama van Martin Scorsese dat gaat over de intense drang naar roem en de keerzijde ervan. De Niro speelt een van zijn beste rollen als de authentieke antiheld die het eindelijk lukt om als stand-up komiek voor een groot publiek op te treden. Soms is het dus goed om iemand te ontvoeren, zeker als het een chagrijnige, arrogante hufter is.

 

23 juni 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

5 Iraanse filmjuweeltjes

Vijf Iraanse filmjuweeltjes

baran-

Films uit Iran schrikken vaak af als je niet weet wat voor wonderschone producties er in dit streng islamitische land worden vervaardigd. Misschien juist wel door de restricties lukt het cineasten artistieke films met grote zeggingskracht te maken. Dat geldt dus zeker niet alleen voor Taxi Teheran (Gouden Beer in Berlijn) dat deze week in première gaat.

door Cor Oliemeulen

1. – Baran (Majid Majidi, 2001)

Met weinig middelen gedraaid romantisch drama van een regisseur die alleen maar fenomenale speelfilms maakt (o.a. Children of Heaven, 1997 en The Song of Sparrows, 2008) speelt zich grotendeels af op een bouwterrein in Teheran. De 17-jarige Turkse jongen Lateef fungeert er als jolige boodschappenjongen die de arbeiders voorziet van thee en regelmatig in de clinch met hen ligt. Wanneer een illegale Afghaanse arbeider zich meldt met zijn kind Rahmat, blijkt laatstgenoemde niet geschikt voor zwaar werk. Lateef moet zijn baantje afstaan aan Rahmat en ontdekt na een aantal pesterijen dat zijn nieuwe collega een meisje met de naam Baran is. Het duurt niet lang voordat hij verliefd op haar wordt en alles voor haar zal doen. Na een onaangekondigde arbeidsinspectie moeten alle illegalen spoorslags vertrekken en besluit Lateef het meisje te zoeken.

Deze innemende film met komische en poëtische noten mondt uit in een trieste bestemming. De regen spoelt de laatste voetstap van Baran weg.

2. – Gaav (Dariush Mehrjui, 1969)

Dit op een toneelstuk gebaseerd drama over een man die zijn koe adoreert wordt beschouwd als het begin van de Iraanse New Wave. Dat regisseur Dariush Mehrjui zich liet inspireren door de Italiaanse neorealisten (o.a. Luchino Visconti en Roberto Rossellini) zie je aan de sfeervolle zwart-wit kaders gevuld met gewone mensen (inclusief door kinderen geplaagde dorpsgek), levend en werkend in hun eigen natuurlijke omgeving en worstelend met crisis en moraal.

De koe van Hassan is het enige rund van het dorp. Als haar baasje even naar de stad is, overlijdt het zwangere dier plotseling. De dorpsbewoners durven Hassan niet te confronteren met dit grote verlies, begraven de koe en vertellen Hassan bij terugkomst dat zij is weggelopen. Hassan wordt krankzinnig en gaat zich gedragen als zijn koe: loeiend liggend in de stal met zijn hoofd in de voederbak. De dorpsbewoners stellen alles in het werk om tot hem door te dringen.

Gaav is een gaaf en amusant verteld dorpsverhaal dat wel tragisch eindigt. Verplichte kost voor cinefielen en volgens bronnen de favoriete film van ayatollah Khomeini.

3. – No One Knows About Persian Cats (Bahman Ghobadi, 2009)

De Iraanse regisseur Bahman Ghobadi is een van de meest talentvolle Aziatische cineasten van deze eeuw. A Time for Drunken Horses (2000), Turtles Can Fly (2004) en Rhino Season (2012) zijn filmparels die bijzondere vertellingen in een weinig bekende historische context plaatsen. De semi-documentaire No One Knows About Persian Cats is misschien minder notoir, maar zeker zo interessant en realistisch.

In Iran kan Westers georiënteerde muziek alleen maar in het diepste geheim worden gepraktiseerd. We volgen het meisje Negar en de jongen Ashkan in hun zoektocht naar bandleden om een concert in Londen – en hun vertrek uit Iran – te kunnen bewerkstelligen. Verrassend goede en regelmatig aanstekelijke muziek (traditioneel, rock, blues, metal, rap en pop) wordt afgewisseld met gesprekken en beeldflitsen van het leven in dit repressieve moslimland.

4. – Nema-ye Nazdik (Abbas Kiarostami, 1990)

Vanwege zijn pure en artistieke manier van film maken staat Abbas Kiarostami hoog op het admiratielijstje van Jean-Luc Godard en Martin Scorsese. De begaafde Iraanse regisseur zelf oogt in interviews (altijd met zonnebril) bescheiden, maar eigenzinnig. Volgens hem valt de Iraanse censuur mee: ‘vrouwen zonder hoofddoek filmen mag niet, en verder maak ik gewoon wat ik leuk vind en zie ik wel of ze het goed vinden.’ Kiarostami gebruikt nooit geweld; zijn perfecte film is er eentje die moet ontspannen en waarbij je in slaap kunt vallen. Als je Nema-ye Nazdik (Close-Up) zonder enige voorkennis kijkt, onderga je mogelijk dat lot. Dus is het handig om te weten hoe dramatisch uniek deze combinatie van documentaire en fictie is.

Hossain wil iemand zijn. Hij is groot fan van Mohsen Makhmalbaf, geeft zich uit voor deze beroemde Iraanse regisseur en belooft een welgestelde familie een rol in zijn zogenaamde nieuwe film.

Het briljante van Kiarostami’s (soms wat droge) registratie is dat iedereen zichzelf (na)speelt: de misleider, de familieleden en de regisseurs. Zelfs de rechtszaak komt voorbij – die lijkt authentiek, maar zeker weten doen we het niet.

5. – Darbareye Elly (Asghar Farhadi, 2009)

Wat is er gebeurd met Elly? Dat is de hamvraag in Darbareye Elly (Zilveren Beer in Berlijn), het eerste meesterwerk van Asghar Farhadi die twee jaar later met het sensationele scheidingsdrama Jodaeiye Nader az Simin (A Seperation) een Oscar won. Een groep vrienden uit Teheran gaat voor een weekend naar de Kaspische Zee. Eén van de vrouwen heeft stiekem de schooljuf van haar dochter uitgenodigd om haar te koppelen aan een gescheiden vriend die in Duitsland woont. Maar dan dreigt een van de kinderen te verdrinken en blijkt de dromerige Elly, die toezicht zou houden, plotseling van de aardbodem verdwenen.

Dit sfeervolle, beklemmende drama met thrillertrekjes gaat vooral over menselijke verhoudingen: vriendschap, vertrouwen, vooroordelen, leugens en spijt. Geweldig geacteerd en mooi gefilmd. De kijker mag uiteindelijk zelf proberen de hamvraag te beantwoorden.

9 juni 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

5 leuke titelpersonages met de naam Charlie

Vijf leuke titelpersonages met de naam Charlie

Charlie-

Met de release van het Aboriginal-drama Charlie’s Country duiken we in de filmgeschiedenis op zoek naar leuke titelpersonages met de naam Charlie. Welkom in de wondere werelden van de heren Chan, Brown, Bartlett, Banks en Countryman.

door Cor Oliemeulen

1. – Charlie Chan

Sherlock Holmes mag dan wel als de allereerste speelfilmdetective worden beschouwd, zijn verschijning in 1921 met in de titelrol John Barrymore was niet bijster succesvol. Charlie Chan, het gelijknamige karakter uit de boekenreeks van Earl Derr Biggers, zette het detectivegenre pas echt op het witte doek. In 1931 introduceerde Fox Films deze superspeurder in de bioscoop: Charlie Chan Carries On. De besnorde, bescheiden Charlie Chan – gezegend met dertien kinderen van wie de oudste zoon pa altijd mag helpen – strooit kwistig met Oosterse wijsheden terwijl hij moordmysteries oplost zodra de politie dreigt te verzaken. Het was voor het eerst dat een Chinees in een Amerikaanse film niet als slechterik werd afgeschilderd.

Een Zweedse immigrant speelde nota bene de eerste Charlie Chan: Warner Oland, die in zestien films de titelrol vervulde. Hij was de eerste acteur in de filmgeschiedenis die schatrijk werd, maar in 1937 moest hij stoppen wegens psychische problemen en alcoholmisbruik. De filmserie ging door tot 1948 met mindere titelheldvertolkers. Bij de fans staat Charlie Chan at the Opera (1936) met stip bovenaan, niet in de laatste plaats omdat Boris Karloff de schurk speelt. Karloff was wereldberoemd geworden als het Monster van Frankenstein. Meeliftend op het immense succes van de wijze Chinese detective werd Karloff vervolgens gevraagd voor een nieuwe filmreeks als Mr. Wong. Een andere bekende acteur uit die jaren, Peter Lorre, mocht komen opdraven voor een aantal Mr. Moto-films.

2. – Charlie Brown

Een voor het grote publiek bekendere Charlie ontsproot aan het brein van Charles Schulz, die in 1950 zijn eerste comic strip publiceerde over Charlie Brown. Na 17.879 (!) cartoons borg hij zijn tekenpotloden definitief op. De strip kreeg de titel ‘Peanuts’, waar Schultz ‘Good Old Charlie Brown’ meer recht vond doen aan zijn humor. Een reeks korte tv-animatiefilms en The Charlie Brown and Snoopy Show maakten van Charlie Brown het meest populaire en commercieel succesvolle fenomeen uit de Amerikaanse popcultuur. Een bioscoopfilm kon niet uitblijven: A Boy Named Charlie Brown (1969). Drie jaar later verscheen Snoopy Come Home en in 1977 werd Race for Your Life, Charlie Brown uitgebracht. Eind 2015 verschijnt een feature film in 3D voor een nieuwe generatie fans van het eigenwijze jochie dat zijn hele leven niet ouder is geworden dan acht jaar.

Op het eerste gezicht lijkt Charlie Brown een loser. Zo is het hem al die jaren nooit gelukt om een rugbybal weg te schoppen, want meestal ritste de sadistische Lucy de bal net voor zijn voet weg. In zijn bipolaire neigingen toont Charlie Brown zich echter ook ambitieus en een leider (bijvoorbeeld van een honkbalteam). Typerend zijn Charlie’s gevoelige gedachten: ‘I think I’ve discovered the secret of life – you just hang around until you get used to it.’

3. – Charlie Bartlett

De 17-jarige Charlie Bartlett droomde altijd al om op een podium te staan. Zijn vader is verdwenen en zijn rijke moeder is een tikkeltje gestoord. Enigst kind Charlie (Anton Yelchin) is zo verwend dat hij het op geen enkele privéschool uithoudt. Dus moet hij naar een openbare school, waar hij tussen allemaal alto’s direct opvalt en flink wordt aangepakt door de schoolbully. De sympathieke Susan van de toneelclub vindt hem wel grappig en zorgt ervoor dat Charlie zich anders gaat kleden en gedragen. Het lukt Charlie vrij gemakkelijk om medicijnen van de familiepsychiater af te troggelen, zodat hij zich in no-time ontpopt als schoolpsycholoog, die zijn onzekere medescholieren op het toilet van zowel wijze raad als pillen voorziet.

Charlie wordt populair, de chaos op school groter en de langzaam doordraaiende directeur (Robert Downey Jr.) denkt dat hij de orde slechts kan handhaven met het plaatsen van observatiecamera’s op de campus. Aan alle pret komt abrupt een eind als een leerling overlijdt na een overdosis. Charlie Bartlett (2007) is een onderhoudende coming of age. Een soms komisch, romantisch drama dat toont hoe scholieren worstelen met hun identiteit en zich een plaats in de groep proberen te verwerven. Maar hoe lastig is het, zeker als tiener, om aan alle verwachtingen te moeten blijven voldoen?

4. – Charlie Banks

In hetzelfde jaar verscheen een realistischer en beter schooldrama. The Education of Charlie Banks betekende het regiedebuut van Fred Durst, leadzanger van de Amerikaanse metal/rapcore band Limp Bizkit. Bekend van de hitsingle ‘Break Stuff’ laat Durst ook in zijn film iemand het nodige slopen. We schrijven New York, jaren tachtig. Nick (Jason Ritter), de schrik van de buurt, slaat op een feestje twee scholieren met een bierflesje tegen de vlakte. Charlie (Jesse Eisenberg) doet in het geheim aangifte en Nick verdwijnt achter de tralies vanwege poging tot doodslag. Charlie is blij als hij jaren later naar de universiteit kan om het verleden achter zich te laten. Maar dan verschijnt Nick op de campus. Er ontstaat een kat-en-muisspel en Nick versiert het meisje op wie Charlie verliefd is.

Het lukt Fred Durst sociale verschillen (arbeiders versus rijken) subtiel aan te stippen en een onderhuidse spanning te creëren waarbij geweldsuitbarstingen voortdurend op de loer liggen. Jesse Eisenberg speelt – drie jaar voor zijn doorbraak als Facebook-oprichter Mark Zuckerberg in The Social Network – een rol die op zijn lijf is geschreven: een sjofele, verlegen, ironische nerd. Bovenal is Charlie een goedzak, die vanuit zijn sociale bewogenheid zijn best doet om snelkookpan Nick te enthousiasmeren voor literatuur en op het rechte pad te brengen. Tevergeefs.

5. – Charlie Countryman

Het feit dat The Necessary Death of Charlie Countryman uit 2013 niet in de Nederlandse bioscopen verscheen, komt waarschijnlijk omdat deze eigenzinnige mix van komedie, drama, romantiek en misdaad door de meeste Amerikaanse filmcritici werd afgekraakt. Toch is de film interessant en onderhoudend door het krankzinnige verhaal, de mooie cinematografie, leuke soundtrack en sterke rolbezetting, in de eerste plaats door de perfecte casting van Shia LaBeouf. Deze grillige Amerikaanse acteur wist vrij recent vooral buiten het filmdoek de aandacht op zich te vestigen. LaBeouf werd aan de schandpaal genageld omdat hij een filmtekst van een striptekenaar had gejat, waarna hij tijdens de Berlinale op de rode loper verscheen met over zijn hoofd een papieren zak met de tekst: ‘I’m not famous anymore’.

De sympathieke, grappige, maar wat onzekere Charlie Countryman ziet hoe de ziel van zijn moeder (Melissa Leo) haar mond verlaat nadat zij van de beademing wordt gehaald. Overmand door verdriet ontmoet hij haar geest op de gang van het ziekenhuis. Zij draagt Charlie op om naar Boekarest te gaan. In het vliegtuig overlijdt de Roemeense passagier naast Charlie, die na de landing vastbesloten verliefd wordt op diens dochter, de celliste Gabi (Evan Rachel Wood) en zich in de lokale party scene stort (let op Rupert Grint als uitgelaten XTC-gebruiker). Maar van een leien dakje loopt het allerminst: Charlie krijgt al snel te maken met Gabi’s jaloerse creepy ex-man Nigel (Mads Mikkelsen).

 

28 mei 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

5 andere films van Yasujirō Ozu

Vijf andere films van Yasujirō Ozu

Yasujiro-Ozu-

Van de Japanse regisseur Yasujirō Ozu (1903-1963) is diens bekendste film, Tokyo Story (1953), in een gerestaureerde versie opnieuw in omloop. Tokyo Story geldt als een van de beste films ooit gemaakt, maar het is niet het enige meesterwerk van ‘de meest Japanse aller Japanse regisseurs’. Als robotten ooit een inburgeringscursus moeten doen, zullen de films van Ozu op het lesprogramma staan. Het zijn monumenten van menselijkheid die universele thema’s op toegankelijke wijze behandelen. Films zonder helden of schurken, actie of geweld, meestal zonder noemenswaardige plot. Er gebeurt twee uur lang vrijwel niets; mensen praten over triviale zaken of over het leven. Maar de kijker raakt gehypnotiseerd en merkt na afloop dat er in zijn ziel iets is verschoven.

door Alfred Bos

1. – Late Spring (Bashun, 1949)

Wat 8½ is voor Fellini, is Late Spring voor Ozu: de film waarin hij zijn stem, zijn vorm en zijn thema vindt. De stem is die van van de Zen-meester: met empathie, maar onthecht. De vorm: het beroemde lage camerastandpunt (waardoor de toeschouwer als het ware vanuit de theaterstoel naar het toneel kijkt); de statische camera; de lange en perfect getimede shots; de tot in het detail gestyleerde mise-en-scène, waardoor interieurs als abstracte schilderijen van Mondriaan overkomen. Het thema: het gezin en de relatie tussen de generaties, vooral tussen vaders (vaak weduwnaar) en dochters (vaak ongetrouwd). Dat alles tegen de achtergrond van het na de Tweede Wereldoorlog in hoog tempo veranderende Japan: traditie versus moderniteit.

Late Spring is Ozu’s eerste meesterwerk en het begin van zijn ‘late’ periode, waarin hij eigenlijk alleen maar superieure films heeft gemaakt. Het is tevens de eerste van de ‘Noriko-trilogie’ met actrice Setsuko Hara, die de jonge, ongehuwde dochter Noriko speelt, maar telkens als een ander personage. De filmtitel verwijst naar het seizoen van Noriko’s leven: het wordt tijd dat ze trouwt.

2. – Early Summer (Bakushu, 1951)

De tweede uit de ‘Noriko-trilogie’, wederom met Setsuka Hara als Noriko (zij het een andere Noriko dan in Late Spring of Tokyo Story, het slot van de trilogie). Opnieuw is Noriko een ongetrouwde dochter, van wie een bezoekende oom meent dat ze nodig aan de man moet. Daarop begint iedereen van haar uitgebreide familie mogelijke partners te opperen, tot haar baas aan toe.

Ozu is subtiel: hij schetst niet alleen de emotionele ontwikkeling van Noriko, maar stelt de positie van de jonge, onafhankelijke vrouw in de snel moderniserende Japanse samenleving ter discussie. Er is ook een wijze levensles, een typische Ozu-boodschap. Noriko’s vader, de pater familias, beseft dat het gezin zijn laatste gouden momenten beleeft, vóór zoon en dochter uit huis gaan. “Mensen moeten niet teveel willen.”

3. – Good Morning (Ohayo, 1959)

Ozu wist dat verandering de kern van het leven vormt, maar haastte zich nimmer om de moderniteit te omarmen. Hij bleef lang in zwart-wit filmen en heeft nooit gedraaid in breedbeeld, altijd in de klassieke 1/1:37 (TV) beeldratio. En filmde elke scène met 50 millimeter lenzen. Dat maakt zijn oeuvre extreem vormvast, wat alle ruimte laat voor subtiliteit en nuance. Binnen dertig seconden weet je dat je naar een film van Ozu zit te kijken.

Good Morning is Ozu’s tweede film in kleur en heeft zowaar iets wat op een plot lijkt. In een wijkje met goedkope houten huisjes onder energiemasten ontstaat onrust over de nieuwe wasmachine van het wijkhoofd. Daarnaast rebelleren twee schooljongens tegen hun ouders. Ze weigeren te praten tot hun vader ook zo’n moderne televisie aanschaft. Als running gag zijn er de winden die de schooljongens op commando kunnen laten. Good Morning is met zijn boertige humor en kolderieke verwikkelingen het Ozu-equivalent van Jacques Tati’s Monsieur Hulot-films. Het geeft hem de kans het moderne fenomeen van de televisie te becommentariëren en Good Morning maakt nieuwsgierig naar wat Ozu met sociale media zou hebben gedaan. Onder het Japanse bioscooppubliek bleek de film een hit. Wijze les: “Juist de nutteloze dingen geven het leven glans.”

4. – The End of Summer (Kohayagawa-ke no aki, 1961)

The End of Summer is de laatste van de zes films die Ozu maakte met actrice Setsuko Hara. Ze schitterde een jaar later nog in de 47 Ronin-verfilming van regisseur Hiroshi Inagaki en trok zich vervolgens terug uit het openbare leven. In de zes films met Ozu speelt Hara de ongehuwde dochter, een rol die dicht op de werkelijkheid zat: ze is nooit getrouwd. Een enorme ster in Japan, en een icoon van de gloriejaren van de Japanse cinema, luidde haar bijnaam ‘de eeuwige maagd’. Ozu zelf woonde tot kort voor zijn dood thuis bij zijn moeder.

In The End of Summer vertolkt Hara het personage van Akiko,een van de twee ongetrouwde dochters van een biermagnaat op leeftijd. Diens familie begint aan zijn geestelijke gezondheid te twijfelen wanneer ze erachter komen dat pa er een scharrel op nahoudt, een jeugdliefde bij wie hij een dochter heeft verwekt. De bekende Ozu-thema’s komen samen: de buitenechtelijke dochter is behoorlijk materialistisch en verwesterd; Akiko en haar zus Noriko zijn traditioneel en lopen rond in kimono. Wederom wordt er voor de dochters een man gezocht. Akiko is afwachtend, Noriko verkiest romantische liefde boven een gearrangeerd huwelijk. En de bierbrouwerij wordt opgeslokt door een grotere concurrent. Wijze les: “Het leven is veranderlijk als stromend water.”

5. – An Autumn Afternoon (Sanma no aji, 1962)

Het was niet zo bedoeld, maar An Autumn Afternoon is het passende slotstuk van de ‘late’ Ozu. Op 13 december 1963, op zijn zestigste verjaardag, overleed de regisseur aan kanker, een ziekte die mogelijk het gevolg was van Ozu’s diensttijd in het Japanse keizerlijke leger; hij diende in een regiment met chemische wapens. An Autumn Afternoon is Ozu ten voeten uit, qua thematiek en qua stijl. Na twaalf films in dertien jaar is de Ozu-aanpak zo verfijnd dat hij bijna onzichtbaar is geworden. Zijn veel gebruikte stijlfiguur van de ellips (sleutelscènes niet laten zien, alleen de aanloop en de afloop) wordt meesterlijk toegepast. Met de ‘stillevens’, anonieme tussenshots om scènes te markeren, door Ozu toegepast vanaf Silent Spring, introduceerde hij een manier van monteren die tegenwoordig standaard is, maar in de jaren vijftig nieuw en gedurfd was.

An Autumn Afternoon is het spiegelbeeld van de film waarmee Ozu zijn reeks meesterwerken opende, Silent Spring. Acteur Chishû Ryû – die in bijna alle films van Ozu te zien is, vaak in de hoofdrol – speelt een weduwnaar die wordt verzorgd door zijn inwonende dochter. In Silent Spring wil de dochter niet trouwen omdat ze gelukkig is met haar vader, ditmaal wil de vader dat zijn dochter niet trouwt omdat hij tevreden is met de huidige situatie. Door een vergelijkbaar voorbeeld in zijn omgeving ziet de vader zijn egoïsme in. Laatste scène, en laatste tekst van het Ozu-oeuvre:  “Alleen, hè.” Ozu, die ongetrouwd bleef, ligt begraven met zijn moeder. Op de steen staat het Japanse karakter voor ‘Het Niets’.

Naast Tokyo Story worden in mei en juni vier andere, eveneens gerestaureerde (kleuren)films van Ozu opnieuw vertoond: Equinox Flower (Higanbana, 1958), Good Morning (Ohayô, 1959), Late Autumn (Akibiyori, 1960) en An Autumn Afternoon (Samna no aji, 1962). De gerestaureerde films worden later dit jaar als dvd-box uitgebracht. De dvd van Tokyo Story verschijnt in juni.

14 mei 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

5 goede schaakfilms

Vijf schaakfilms die staan als een toren

Joueuse

Heel veel goede speelfilms over schaken zijn er niet gemaakt. The Dark Horse en Pawn Sacrifice die in 2015 de Nederlandse filmtheaters bereikten, zullen zeker niet alleen liefhebbers van het strategische bordspel bekoren. Dat geldt ook voor de vijf volgende schaakfilms.

door Cor Oliemeulen

1. – Life of a King (2013)

‘Always Think B4 U Move’ prijkt op de gevel van de Big Chair Chess Club in een arme wijk van Washington. Schaken als metafoor voor het leven. Net als in The Dark Horse probeert een man met een niet alledaags verleden kansloos geachte jongeren te enthousiasmeren voor het schaakspel. Gebaseerd op een ware geschiedenis speelt Cuba Gooding Jr. de ex-crimineel Eugene Brown, die na zeventien jaar gevangenis een klas moeilijke kinderen voor zijn neus krijgt. School is voor de meesten verplichte kost en weer op straat houden sommigen zich bezig met drugshandel en overvallen. Natuurlijk lukt het Eugene uiteindelijk enkele jongeren perspectief en structuur met schaken te bieden, en is het meegenomen dat er een natuurtalent in de klas zit. Op privéterrein worstelt Eugene om contact met zijn dochter te krijgen. Life of a King is een typisch Amerikaanse inspiratiefilm met het hart op de goede plaats, maar kleurt soms te veel binnen de lijntjes.

2. – Searching for Bobby Fischer (1993)

De bekendste schaakfilm is niet per se de beste, maar nog steeds onmisbaar. Bobby Fisher was de eerste (en laatste) Amerikaan die de wereldtitel won. De film begint met authentieke beelden van de ongrijpbare legende, die schaken tot kunst wist te verheffen, tijdens de tweekamp met de Rus Boris Spasski in 1972. Tijdens de Koude Oorlog had Fisher de Amerikaanse hegemonie onderstreept en werd het enfant terrible een beroemdheid. Totdat hij zijn meest onverwachte zet deed: hij verdween! Searching for Bobby Fisher is het waargebeurde verhaal over de pas zevenjarige Josh Waitzkin die door sommigen wordt geacht in de voetsporen van diens grote voorbeeld te treden. De strenge schaakleraar Bruce Pandolfini (Ben Kingsley) ontfermt zich over Josh, maar dan blijkt dat het jongetje ook graag andere dingen doet, zoals honkballen en spelen met lego. Ook snelschaken met marginale figuren in het park is plotseling taboe. Gelukkig komt alles op zijn pootjes terecht en schaakt Josh zich succesvol een weg door tal van jeugdkampioenschappen.

3. – La diagonale du fou (1984)

Van alle romantiek ontdaan is deze Franse schaakfilm waarin Michel Piccoli op zeer realistische wijze de fictieve wereldkampioen schaken Akiva Liebeskind neerzet. In dit drama wordt de ideologische strijd tussen de verstokte Joodse Russische communist Liebeskind en zijn uitdager, de jonge dissident Pavis Fromm, op het scherpst van de snede gevoerd. De vermeende afluisterpraktijken op een hotelkamer en een hypnotiseur op de eerste rij van het publiek doen regelrecht denken aan de beruchte schaaktweekamp tussen de stoïcijnse Rus Karpov tegen de naar Zwitserland gevluchte grootmeester Viktor Kortsjnoj. Psychologische oorlogsvoering en paranoia vieren ook hoogtij in La diagnole de fou waarin Liebeskind bovendien kampt met een hartkwaal en Fromm in scheiding ligt met zijn vrouw Marina (Liv Ullmann). Mooi beeld van een tijd waarin schaakcomputers nog geen intrede hadden gedaan en de schaakgrootmeesters tijdens een tweekamp werden bijgestaan door een team van secondanten die tot in de nachtelijke uren openingen voorbereidden en afgebroken partijen analyseerden.

4. – Lang leve de koningin (1995)

Liefhebbers die in hun jeugd leerden schaken, zijn opgegroeid met het boekje ‘Oom Jan leert zijn neefje schaken’, in 1968 geschreven en samengesteld door Albert Loon en schaakgrootmeester Max Euwe, de enige Nederlander die wereldkampioen werd. Hiermee leer je op een verhalende en speelse manier de beginselen van het schaakspel. In feite is Lang leve de koningin van Esmé Lammers een afgeleide van dit speelse leerboekje. De kleine Sara kan zich moeilijk concentreren op school en haalt allemaal onvoldoendes. Op een dag ziet ze een schaakspel in de winkel van de vader van een klasgenootje. Sara is direct verkocht en fantaseert dat ze deel uit maakt van het gemêleerde gezelschap op het bord. De witte koningin (Monique van de Ven) neemt Sara onder haar hoede en verzint spelenderwijs de regels van het spel. De moeder van Sara wil niets van schaken weten, omdat zij vroeger heeft gebroken met schaakgrootmeester Bob Hooke (Derek de Lint) die nu de stad aandoet voor een schaaksimultaan, waarvoor Sara gaat oefenen. Mooie avontuurlijke familiefilm met veel amusante bijrollen.

5. – Joueuse (2009)

Schaken als remedie tegen een saai huwelijk. Dat is het doel van Hélène (Sandrine Bonnaire) die als kamermeisje werkt in een hotel op Corsica waar zij op een dag een koppel op het balkon een intiem potje schaak ziet spelen. Ze gaat ’s nachts oefenen en leert de kneepjes van het spel van dokter Kröger (Kevin Kline) bij wie ze wekelijks het huis poetst. Hélène ontdekt dat de dame sterker is dan de koning en probeert met haar nieuwe obsessie iets voor zichzelf te creëren, terwijl manlief Ange bang is zijn vrouw te verliezen. Hélène blijkt een natuurtalent, die zich op aanraden van Kröger aanmeldt voor een schaaktoernooi. Ze wordt door de organisator weggehoond, want wat voor intelligente vaardigheden kun je verwachten van een schoonmaakster? Prachtig spel van Bonnaire, die met een witte dame in haar hand (net als Sara in Lang leve de koningin) de mannelijke schakers van het eiland graag een poepje wil laten ruiken. Schaakverenigingen zouden Joueuse als promotiemateriaal moeten inzetten om meer dames te werven.

4 mei 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

5 acteurs die slechts één film regisseerden

Vijf acteurs die slechts één film regisseerden

One-Eyed-Jacks

Als je succesvol als acteur bent, wil je ook wel eens achter de camera staan. Zo ook Ryan Gosling, die met Lost River zijn eerste, niet bijster gelukte, film maakte. Regisserende acteurs zijn er genoeg. Je hebt veelvraten zoals Clint Eastwood, maar in sommige gevallen blijft de regie tot één film beperkt. Vijf geslaagde voorbeelden.

door Cor Oliemeulen

1. – One-Eyed Jacks (1961, Marlon Brando)

Weinig acteurs zo legendarisch als Marlon Brando. Lichtend voorbeeld voor een generatie jongeren na zijn iconische hoofdrollen in The Wild One (1952) en On the Waterfront (1955), verrassende comeback als The Godfather (1972) waarvoor hij de Oscar weigerde, method actor, politiek activist, vader van tientallen kinderen, en volgens sommigen onuitstaanbaar. Brando’s manier van acteren was destijds volstrekt nieuw: intens en invoelend. Dat zie je terug in One-Eyed Jacks, dat aanvankelijk zou worden geregisseerd door Stanley Kubrick, flopte in de bioscoop, maar uitgroeide tot cultfilm. Marlon Brando portretteert zichzelf in al zijn ijdelheid als de mooie, revolver behendige jongen Rio die na een bankoverval door zijn partner Dad (Karl Malden) in de steek wordt gelaten en na vijf jaar gevangenis wraak komt nemen. Echter Dad blijkt inmiddels sheriff, getrouwd en heeft een stiefdochter die Rio’s hart verovert. Uitstekende, goed geacteerde western, waarvan Paramount de tragische eindscène jammer genoeg veranderde in een happy end.

2. – The Dancer Upstairs (2002, John Malkovich)

De verfilming van deze politieke misdaadroman is bij acteur John Malkovich in vakkundige handen. Er breekt een revolutie uit in een Zuid-Amerikaans land, waarin het ondergrondse verzet angst zaait en terreur tegen de machthebbers pleegt. Dode honden met spreuken om de nek hangen aan lantaarnpalen, een klein jongetje blaast zichzelf en zijn omstanders op, een groep sexy schoolmeisjes opent onverwacht de aanval op hooggeplaatste militairen. Nadat een minister tijdens een mysterieus interactief theaterstuk wordt gedood, is het aan de sympathieke politiecommissaris Augustín Rejas (Javier Bardem) om het brein achter de aanslagen op te sporen. Ondertussen wordt hij gedwarsboomd door de militaire politie en krijgt hij gevoelens voor zijn dochters balletlerares, die voor het andere kamp heeft gekozen. Door de constante geweldsdreiging zorgt Malkovich in het eerste deel voor de nodige opwinding, waarna hij meer ruimte biedt voor karakterontwikkeling. Onnodige mengelmoes van Engels, Spaans en Quechua verhindert niet dat Javier Bardem zich als excellent acteur op de kaart zet.

3. – Nil by Mouth (1997, Gary Oldman)

Als je zelf graag een agressieve hufter speelt, waarom zou je dan niet een film over zo iemand maken? Gary Oldman schreef en regisseerde een deprimerend sociaal-realistisch drama over een disfunctionele familie in een Londense arbeiderswijk waar hij zelf opgroeide. Raymond (Ray Winstone), een veelgebruiker, is getrouwd met Val (Kathy Burke) die in verwachting is van hun tweede kind. Val’s inwonende broer Billy wordt door Raymond het huis uitgezet vanwege diens heroïneverslaving. Rauw portret met druk pratende hoofden, alcohol, drugs, geweld en expliciet taalgebruik: ‘fuck’ is maar liefst 428 te horen en ‘cunt’ scoort 82 keer. Oldman registreert op bijzonder geloofwaardige wijze met veel close-ups en hand held camera’s het kommerlijke leven van alledag dat uitmondt in een uiterst gewelddadige actie van Raymond. De titel slaat op Raymonds alcoholistische vader die boven zijn sterfbed een bordje met ‘Nil by Mouth’ had hangen, omdat hij kennelijk niets meer kon eten – en drinken. Sfeervolle soundtrack.

4. – The War Zone (1999, Tim Roth)

Ray Winstone speelt ook de vader des huizes in het briljante regiedebuut van Tim Roth, net als Gary Oldman opgegroeid in Londen en vaak gecast als slechterik. En net als in Nil by Mouth is het acteerwerk in dit drama van grote klasse, wat ook nodig is als je de zware beproevingen van huiselijk geweld aannemelijk wil maken. Op het eerste gezicht lijkt vader een sympathieke hardwerkende man die wel wat vol van zichzelf is, maar dan ziet zijn 15-jarige zoon Tom hem met zijn drie jaar oudere zus Jessie in bad zitten. Tom vindt zelfs naaktfoto’s van haar tussen pa’s spullen. Moeder (Tilda Swinton), die zojuist is bevallen van een meisje, lijkt van niets te weten en puber Tom is zelf zo onzeker en bang voor zijn vader dat hij nog meer in zichzelf keert. Pas nadat Tom een nieuwe schokkende ontdekking doet, confronteert hij Jessie daarmee. Maar ook Jessie is verscheurd en weet zich geen raad. Heftigere en betere incestdrama’s als The War Zone (naar het gelijknamige boek van Alexander Stuart, die ook het scenario schreef) zul je niet snel zien.

5. – Quartet (2012, Dustin Hoffman)

Hoe anders van toon en thema zijn de belevenissen in een rusthuis voor muzikale ouderen. Dustin Hoffman, die lang had gedubd of hij überhaupt wel een film wilde regisseren, wijdt niet uit over moeilijke thema’s als dementie, beroerte, scheiding en voorgenomen verhuizing, maar richt zich vooral op vrolijke zaken. We zijn getuige van de voorbereidingen van het jaarlijkse Verdi-gala, waarvan de opbrengsten hard nodig zijn om het tehuis open te kunnen houden. We maken kennis met de bazige artistiek leider Cedric (Michael Gambon), de ondeugende Wilf met prostaatproblemen (Billy Connolly), de lieve, warrige Cissy (Pauline Collins) en de charmante muziekprofessor Reginald (Tom Courtenay). De boel komt op scherp te staan na de komst van operagrootheid Jean Horton (Maggie Smith), de enigszins verwaande ex-vrouw van Reginald. De vraag is of Wilf, Cissy en Reginald haar uiteindelijk kunnen overhalen om net als in hun hoogtijdagen samen het ‘Bella figlia-kwartet’ uit Verdi’s Rigoletto op te voeren. Quartet is luchtig, mooi aangekleed en zit vol met bekende operadeuntjes.

25 april 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

5 minder bekende Australische topfilms

Vijf minder bekende Australische topfilms

Wake-in-Fright-

Met zijn regiedebuut The Water Diviner zet Russell Crowe Australië weer eens op de filmkaart. Denkend aan ‘down under’ borrelen direct wat niet te missen krakers op: Gallipoli, Shine, Lantana, Mad Max, Picnic at Hanging Rock, Rabbit Proof Fence, Muriel’s Wedding etc.. Maar Australië kent ook minder bekende topfilms.

door Cor Oliemeulen

1. – Romper Stomper (1992, Geoffrey Wright)

Misschien is het maar goed dat er relatief weinig speelfilms over skinheads zijn gemaakt, want het veelal extreme gedrag van deze kaalkopjes stemt niet direct tot hoop en vrolijkheid. Tien jaar na Made in Britain van Alan Clarke volgde het zeer geslaagde Australische antwoord Romper Stomper. Het betekende de doorbraak van Russell Crowe, die de charismatische skinheadleider Hando speelt. De mishandeling van een buitenlands stel vormt de opmaat van een portret over een groep neonazi’s die het heeft gemunt op immigranten in Melbourne. In hun nazihol hangt een kaart van de stad met daarop locaties van Aziatische winkels. Een clash met een grote groep Vietnamezen loopt uit de hand, waarna Hando’s bende moet onderduiken. Realistisch beeld van een asociale, zoekende subcultuur weet thema’s als incest, epilepsie en verraad prima te verweven in het verhaal dat zoals verwacht tragisch eindigt.

2. – Wake in Fright (1971, Ted Kotcheff)

Dat Aussies gastvrijheid uitmuntend met alcohol weten te mixen, zien we in het om meerdere redenen in het oog springende Wake in Fright. De film begint als een rustig drama over een leraar (overtuigende rol van de relatief onbekende acteur Gary Bond) in een woestijngehucht die op zijn reis naar Sidney strandt in een mysterieus stadje waar wordt gedronken en gegokt bij het leven. Na triomfen en verliezen belandt de leraar tussen wat rauwdouwers onder leiding van ene Doc (Donald Pleasence) die het drinken van grote hoeveelheden bier en sterke drank tot kunst hebben verheven, graag een potje knokken en de walgelijke gewoonte hebben om spontaan kangoeroes af te schieten en dood te rijden. De sfeer wordt grimmig, hallucinerend en onheilspellend, waarbij het de vraag is of onze leraar ongeschonden het stadje zal verlaten. Een film die je niet snel zult vergeten.

3. – The Castle (1997, Rob Sitch)

De droge humor is typisch Australisch, maar minder flauw en voorspelbaar dan in de succesvolste Australische film Crocodile Dundee, die na de release in 1986 wereldwijd meer dan 350 miljoen dollar opbracht. In het in eigen land enorm populaire The Castle volgen we een gezin dat pal naast een vliegveld woont. Pa is een eersteklas goedzak en een filosoof van de koude grond: nuchter, naïef en positief ingesteld. Hij zal een koopje niet snel laten schieten en is continu bezig het huis te verfraaien. Echter nadat de overheid heeft besloten dat het vliegveld zal worden uitgebreid en zijn ‘kasteel’ moet verdwijnen, zet hij zijn kont tegen de krib. Een sullige advocaat is vervolgens kansloos tijdens de rechtszaak en het gezin heeft twee weken tijd om te verkassen. Maar dan komt er hulp uit onverwachte hoek. Let op Eric Bana in zijn speelfilmdebuut als kickboksende schoonzoon.

4. – Two Hands (1999, Gregor Jordan)

Vlotte, zwartkomische misdaadthriller met een eveneens jonge Heath Ledger als de boksende portier Jimmy die zich laat verleiden tot een hachelijk klusje voor een lokale gangsterbaas. Natuurlijk loopt dit danig uit de klauwen, zodat Jimmy alle zeilen moet bijzetten om zich uit zijn penibele situatie te redden. Ondertussen valt hij voor een leuk fotograferend meisje. Two Hands doet denken aan de hippe gangsterfilms van onder meer Guy Ritchie (o.a. Lock, Stock and Two Smoking Barrels) die ook rond de millenniumwisseling op het witte doek verschenen: minder hilarisch en gewelddadig, maar ook met leuke twists. De pas 19-jarige Ledger acteert onbevangen en toont charisma, Bryan Brown is grappig als de bendeleider met een onmiskenbaar talent voor scrabble en andere bordspelletjes.

5. – The Tracker (2002, Rolf de Heer)

Vijf figuranten in de woestijnhitte van Australië: de fanatiekeling, de volger, de veteraan en de spoorzoeker zijn op jacht naar de vluchteling. We schrijven 1922, een tijd waarin Aboriginals nauwelijks waren gevrijwaard van racisme en discriminatie. Psychologisch kat-en-muisspel tussen premiejager en spoorzoeker werd in 1953 al superieur uitgewerkt door Anthony Mann in zijn western The Naked Spur, echter de van oorsprong Nederlandse regisseur Rolf de Heer weet de situatie op geslaagde wijze te verplaatsen van de Rocky Mountains naar de outback. Sterke troef van The Tracker is de titelfiguur, gespeeld door David Gulpilil, die niet alleen feilloos sporen vindt, maar ook zijn hondse behandeling met de nodige humor weet te relativeren. Rolf de Heer, die meer films over het lot van de oorspronkelijke Australische bevolking schreef en regisseerde, lardeert de soms heftige gebeurtenissen met primitieve historische schilderijen en filosofische Aboriginal-liedjes.

13 april 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

5 tot dusver onderbelichte Duitse films

Vijf onderbelichte Duitse films

Gespenster

Wegens de première van Christian Petzolds Phoenix gaat Indebioscoop op zoek naar onderbelichte Duitse films die weer even in de schijnwerper mogen staan. 

door George Vermij

1. – Das Kaninchen bin ich (1965, Kurt Maetzig)

Een opmerkelijke film om verschillende redenen. Das Kaninchen bin ich werd gefilmd in Oost-Berlijn net nadat De Muur de stad op wrede wijze in tweeën had gedeeld. Regisseur Kurt Maetzig had in de DDR al een reputatie opgebouwd als filmmaker die werkte binnen de sociaal-realistische lijn die door de strenge partijtop werd voorgeschreven. Maar toen maakte hij deze film die op momenten stilistisch doet denken aan de nouvelle vague. Filmische vernieuwing hing blijkbaar overal in de lucht in de jaren zestig.

Het verhaal draait om Maria, een jonge vrouw die in voice-over vertelt over haar leven in Berlijn. Als haar broer wordt opgepakt wegens subversieve activiteiten, wordt haar leven onmogelijk gemaakt door de staat die overal zijn strenge invloed op uitoefent. Een lichtpuntje is een relatie die zij opbouwt met een oudere man. Dat verandert als zij erachter komt dat hij als rechter haar broer heeft veroordeeld. Dat de film te vrij en vernieuwend was blijkt wel uit de reactie van Erich Honecker die de film, ondanks Maetzigs communistische sympathieën, een symbool van westerse decadentie vond. Das Kaninchen bin ich werd al snel met andere “subversieve” DDR-films verboden. Deze films werden toepasselijk door het systeem gebrandmerkt als Kaninchenfilme.

Das-Kaninchen-bin-ich

2. – Supermarkt (1973, Roland Klick)

Als je het rauwe Supermarkt moet geloven dan is Hamburg even rauw en vervallen als het New York van The French Connection en Taxi Driver. Door morsige straten met seksclubs en dronken hoerenlopers volgt regisseur Roland Klick met zijn vloeiende camera de jonge Willi. Iemand die voor galg en rad is geboren en tussen de dealers en criminelen probeert te overleven. Dit wordt snel en zonder veel achtergrondinfo getoond, waardoor het verhaal op momenten niet even geloofwaardig overkomt. Wat de film wel pakkend maakt is de rauwe en inventieve stijl van Klick en de haast protopunk alles-naar-de-klote houding van zijn hoofdpersoon. Supermarkt  is ook een fascinerende tijdcapsule naar de vieze Duitse jaren zeventig met Hamburg als een waar Gommora dat Klick in al zijn decadente glorie weet te vangen.

3. – Der Wald vor lauter Bäumen (2003, Maren Ade)

Alhoewel onderwijs een geliefd thema is voor filmmakers, zijn er maar weinig films die op zo’n indringende wijze tonen wat er gebeurt als het allemaal misgaat. Melanie is een jonge vrouw die na haar opleiding les gaat geven op een middelbare school. In de film komt zij over als timide persoon die steeds bevestiging nodig heeft en zichzelf te veel forceert om te presteren. Het knappe is dat regisseuse Maren Ade haar hoofdpersoon niet altijd sympathiek aan ons voorschotelt. Melanie wordt zo een echt mens van vlees en bloed met zwakke maar herkenbare kanten die genadeloos door haar leerlingen worden uitgebuit. Ondertussen raakt zij steeds meer geïsoleerd in haar nieuwe omgeving waardoor zij gaat twijfelen aan haarzelf. Der Wald vor lauter Bäumen is een meesterlijke film van een regisseuse die meer aandacht verdient. Zij volgde deze film op met het sterke Alle Anderen  waar op een net zo indringende wijze een liefdesrelatie wordt ontleed.

Der Wald vor lauter Bäumen

4. – Gespenster (2005, Christian Petzold)

Christian Petzold heeft zich bewezen als het boegbeeld van de nieuwe Duitse cinema en als productieve auteur-cineast. Zijn beste film is het mysterieuze en vervreemdende Gespenster. De film volgt de jonge en kwetsbare Nina in Berlijn die in contact komt met de zelfverzekerde en onberekenbare Toni. Ze dwalen door de stad, terwijl in een parallelle verhaallijn een Franse vrouw haar vermiste dochter denkt te herkennen in een van de meisjes. De film heeft een hypnotisch tempo en drijft op de kracht van de twee vrouwelijke hoofdrolspelers: de ingetogen Julia Hummer als Nina en de charismatische Sabine Timoteo als Toni. Met als hoogtepunt een intieme monoloog van Nina die doet denken aan vergelijkbare filmische bekentenissen uit Jean-Luc Godards Weekend en Ingmar Bergman’s Persona.

5. – Der Freie Wille (2006, Matthias Glasner)

Zeker geen makkelijke film dit. Het begint gelijk al akelig met een lange en wrede verkrachtingsscène die door bepaalde critici wordt vergeleken met Gaspar Noé’s Irréversible. Regisseur Matthias Glasner wil met deze lange film echter niet alleen choqueren, maar ook een beeld schetsen van de complexe psychologie van een verkrachter. Als Theo (een ongemakkelijke Jürgen Vogel) na een jarenlange gevangenisstraf weer vrijkomt, probeert hij een normaal leven op te bouwen. Hij komt in contact met Netti (wederom een sterke rol van Sabine Timoteo) die ook haar psychische problemen heeft. Moeizaam maar geleidelijk lijkt een normaal leven mogelijk, maar de vraag is voor hoelang.  Door middel van het beklemmende spel tussen Vogel en Timoteo weet deze film ondanks zijn lange duur en zware thematiek je geboeid te houden.

28 maart 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

10 magische animatiefilms

Tien magische animatiefilms

Le-Tableau

De dertigste editie van het Holland Animatie Film Festival (HAFF) staat voor de deur. Een duik in de geschiedenis van de animatiefilm brengt tien films die de diversiteit van het genre tonen. Eén belangrijk aspect bij de keuze is dat animatie het medium trouw blijft, ofwel, de films moeten de fantasie leven inblazen (animeren) en liefst grenzen verkennen. Hier in willekeurige volgorde.

door Ralph Evers

1. – Sen to Chihiro no Kamikakushi (Spirited Away, 2001, Hayao Miyazaki)

Spirited Away ben je wel als kijker. Flabbergasted en ontroerd. Het hoogtepunt in Hayao Miyazaki’s oeuvre is een rijke film voor jong en oud, vol prachtige thematiek en een universele moraal. Dat vind ik mooi, dat je een verhaal vanuit je hart vertelt en daarin je waarden laat doorschemeren zonder ze op te leggen of te prediken. Het verhaal is zo speels dat het me nog altijd ontroert. Een jong meisje verdwaalt na de verhuizing naar een nieuwe plek in haar nieuwe buurt en komt in een magische wereld. Een soort Japanse versie van Alice in Wonderland, vol wonderlijke mensen en dieren en ondersteund met een prachtige soundtrack van Joe Hisaishi.

2. – Les Triplettes de Belleville (2003, Sylvain Chomet)

Als Fransen ergens goed in zijn is het wel in het scheppen van sfeer. Les Triplettes blinkt uit in een vergane nostalgische sfeer en is in de karikaturen onmiskenbaar Frans. De humor is subtiel en de film glijdt in een sublieme beeldenpracht voorbij, denkend aan de jaren ‘30 met hints uit de Belle Epoque. Tegen dit decor speelt het naïeve verhaal zich af. Een jongen wordt door zijn grootmoeder (madame Souza) opgevoed. Zij ontdekt dat hij een talent voor fietsen heeft. De Tour de France lonkt, maar helaas wordt de jongen gekidnapt door een paar mysterieuze mannen. Met haar hond en een trio dames (de Triplettes de Belleville) gaat Madame Souza op zoek naar haar kleinzoon.

3. – The Congress (2013, Ari Folman)

De vierde langspeelfilm van Ari Folman (Waltz with Bashir) kenmerkt zich door een filosofisch verhaal, dat in de animatie prachtig uitgewerkt wordt. De film speelt met het real life gegeven dat actrice Robin Wright door haar ouderdom minder grote rollen krijgt. Ze biedt hierin aan om haar te digitaliseren, zodat ze voor altijd jong en aantrekkelijk is. Het ingewikkelde verhaal leent zich voor meerdere interpretaties. De animaties zijn van adembenemende schoonheid. Verwijzingen naar de jaren ‘60 en ‘70 psychedelica en de Fleischer-broers sluiten aan bij de dystopische sfeer van dit verhaal, gebaseerd op een roman van Stanislaw Lem (o.a. Tarkovsky’s Solyaris).

4. – Neco z Alenky (1988, Jan Svankmajer)

De meester van het surrealisme en de stop-motion, de Tsjech Jan Svankmajer, vertelt het populaire Alice in Wonderland  in een maniëristische stijl. Gelardeerd met naargeestige horrorelementen verkent Svankmajer een psychologische variant van dit overbekende verhaal. Aldus verdwalen we in de krochten van de psyche die liever onbekend blijven. Neco z Alenky is een belangrijke inspiratiebron voor latere stop-motionfilms. Tim Burton’s Frankenweenie bijvoorbeeld stoelt sterk op het werk van Svankmajer.

5. – Le Tableau (2011, Jean-François Laguionie)

Een film die de remmen van het mogelijke losgooit en de ongekende fantasie die de animatie biedt ten volle benut is Le Tableau. De film speelt zich af in een maatschappij waar we drie kasten kennen, van hoge tot lage status: de Al-klaren (volledig getekend en ingekleurd), de Niafs (volledig getekend, onvolledig ingekleurd) en de Ruwlijners (schetsen). Om mysterieuze redenen is een schilder er niet aan toegekomen dit doek af te ronden. Wanneer een Al-klare verliefd wordt op een Niaf, gaat hij met Niafs en Ruwlijners op zoek naar de schilder en komen zo in de ene en andere nieuwe wereld terecht. Ondertussen is de film een metafoor voor discriminatie, uitsluiting en machtswellust.

6. – La Planète Sauvage (1973, René Laloux)

De jaren ‘70 in topvorm. Een sociaal bewogen tijdperk, wat zich ook in deze film laat zien. Op een verre planeet hebben reuzen de regie en proberen enkele mensen hiertegen in opstand te komen. Deze wordt met harde hand neergeslagen. Over metaforen gesproken. Iconisch is de soundtrack en de unieke tekenstijl.

7. – Wallace and Gromit: the Curse of the Were-Rabbit (2005, Jacob Sager Weinstein)

Kleinburgerlijk absurdisme, waarbij (zoals wel vaker in de cartoon en animatiewereld) het dier slimmer is dan de mens. Wanneer een dorp geteisterd wordt door een onalledaags konijn, worden Wallace en Gromit erop uitgestuurd om dit beest te vangen. Geen groente is meer veilig en over een paar dagen wordt er een grote groentebeurs georganiseerd, reden te meer om het konijn zo snel mogelijk te vangen.

8. – Die Abenteuer des Prinzen Achmed (1926, Lotte Reiniger)

Een oudje. Lotte Reiniger experimenteerde halverwege de jaren ‘20 van de vorige eeuw met silhouetten en collages, hetgeen leidde tot deze prachtige vertelling van Prins Achmed uit de verhalen van 1001 Nachten. Had ik er niet bij verteld dat deze film al zo oud is, dan zou je dat als kijker wellicht ook niet zo gauw ontdekken. De film is uniek en tijdloos, juist door z’n unieke karakter. Reiniger is zover ik weet, de enige animator die met silhouetten werkt en ze weet je fantasie daarbij ruimschoots te prikkelen. BFI is zo vriendelijk geweest een gerestaureerde versie op dvd uit te brengen.

9. – Baron Prásil (1962, Karel Zeman)

Karel Zeman maakt veelvuldig gebruik van fantasierijke decors, blue screens en stop-motion technieken, gecombineerd met belichtingstechnieken die vooral in de stille film gebruikt worden. De film lijkt een moderne Méliès waar een flinke dosis vaudeville aan toegevoegd is. Het geheel doet aan als een prachtig vormgegeven droomwereld, waarin elke nieuwe scène een eigen sfeer weergeeft passend in het geheel. De compleet absurde avonturen en situaties waarin de Baron Munchausen en zijn op de maan ontmoette compagnon Joey keer op keer terechtkomen heeft eveneens veel overeenstemming met de coherentie binnen een droom.

10. – Mary and Max (2009, Adam Elliot)

Met een soundtrack van de Penguin Café Orchestra om direct verliefd op te worden, vertelt Mary and Max het verhaal van twee misfits. Mary, een 8 jarig meisje, die opgroeit in een gestoord gezin in Melbourne en nieuwsgierig is naar de wonderlijke buitenwereld, en Max, een 44-jarige neurotische man met overgewicht in New York, beginnen een penvriendschap.

16 maart 2015

 

Alle leuke filmlijstjes