Die Abenteuer des Prinzen Achmed (1926)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de vijfde film.

 

Die Abenteuer des Prinzen Achmed (Duitsland, september 1926)
Lotte knipt het knapst

door Ralph Evers

In 1926 ziet Die Abenteuer des Prinzen Achmed van Lotte Reiniger het licht, de oudste nog bestaande lange animatiefilm. Een film die bij herziening zowel onmiskenbaar oud is, als tijdloos. Universele thematiek met archetypische personages en met een tempo dat voor vandaag er nog net door kan – ingrediënten voor een ‘klassieker’.

Denk aan een animatiefilm, beeld je die typerende stijl van de stop-motion in en combineer dit dan met knip- en silhouet-animatie. Waar menig animatiefilmliefhebber warm loopt voor stop-motion, zou Die Abenteuer des Prinzen Achmed dus zeker moeten bekoren. Onlosmakelijk verbonden met het eigene aan deze film en haar historie is de maakster, Lotte Reiniger. Zij was een pionier in de animatiefilm, niet te beroerd hard te werken, en dat in een cinema-canon waarin vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd zijn.

Die Abenteuer des Prinzen Achmed (1926)

Een kleine geschiedenis
Haar verhalen zijn grotendeels bewerkingen van sprookjes en beroemde opera’s. Zowel Europese als oriëntaalse sprookjes. Ze laten zich bedienen van een herkenbare, archetypische, zij het soms wat stereotiepe, beeldtaal.

Lotte Reiniger bewoog zich in de avant-garde kringen van Berlijn van na de Eerste Wereldoorlog. Haar toekomstige man Carl Koch hielp mee om Die Abenteuer te voltooien en Walther Ruttmann en Berthold Brecht ondersteunden haar in het schrijven van het script. Ze kreeg tamelijk wat vrijheid in het Institut für Kulturforschung, geleid door Hans Cürlis, waar commercie en kunst hand in hand gingen. Ze maakte daar ook reclamefilmpjes, zoals Das Geheimnis der Marquise (1922) voor Nivea-huidverzorging.

De kringen waarin ze zich begaf vielen niet binnen het kader van de filmpolitiek van de nazi’s. Vlak voordat de oorlog in 1939 uitbreekt, vertrekt ze naar Italië, waar haar man bezig is om samen met Jean Renoir de film Tosca te realiseren. Ze verblijven daar tot ook dat land in 1943 de oorlog verklaart aan Nazi-Duitsland. Rond Kerstmis gaan ze noodgedwongen terug naar Berlijn, mede om voor Reinigers zieke moeder te zorgen. In 1949 vertrekken ze naar Engeland, waar ze in 1962 staatsburgers zullen worden.

Hiermee verstrooit haar werk, de aandacht die ze wist te trekken van haar publiek. Ook worden enkele films opgekuist door de censuur in hun nieuwe thuisland. Haar avant-gardistische vrijheid om erotische scènes in kinderfilms te verwerken valt verkeerd in het post-Victoriaanse Engeland van na de Tweede Wereldoorlog.

Na Kochs overlijden in 1963 maakt Reiniger ongeveer tien jaar lang nauwelijks films. Ze richt zich vooral op schaduwtheater, boekillustraties, lezingen en een boek over haar befaamde techniek.

Vliegend paard
Terug naar Die Abenteuer des Prinzen Achmed, dat is gebaseerd op verschillende vertellingen uit 1001 Nachten.

Wanneer een Afrikaanse tovenaar op het feest van de kalief verschijnt met een vliegend paard, dat koning en gevolg betovert, eist hij in ruil voor dit paard de hand van prinses Dinarsade. Haar broer Achmed grijpt in, maar wordt door de tovenaar misleid. Wanneer Achmed plaatsneemt op het paard stijgt het verder en verder de lucht in. Zonder te weten hoe hij moet landen, zweeft Achmed naar het magische eiland Wak-Wak, waar hij valt voor de prachtige prinses Pari Banu.

Hun geluk is echter kortstondig: de wraakzuchtige tovenaar ontvoert Pari Banu en verkoopt haar aan de keizer van China. Om haar te redden krijgt Achmed te maken met de nodige portie ellende in de vorm van monsters, draken en ander gespuis. Met de hulp van de heks van de Vurige Berg, de magische lamp van Aladdin en een reeks epische worstelingen weet hij zijn geliefde te bevrijden en de tovenaar definitief te verslaan.

Antithese met nu
Met haar tijdrovende handwerk koos Lotte Reiniger niet voor de gemakkelijke weg. Ze startte in 1923 om in 1926 de film af te ronden. Haar stijl staat bekend als knipkunst. Iets wat al in de late zeventiende eeuw groot was door een Nederlandse kunstenares, Joanna Koerten. We zien die techniek ook terug in Japans schaduwspel en Javaans poppenspel. Reiniger zelf was sterk geïnspireerd door de Griekse poppenspeltraditie Karagiozis.

Die Abenteuer des Prinzen Achmed (1926)

Haar monnikenwerk, uhm silhouettenwerk, staat 100 jaar later diametraal tegenover onze tijd. Waar alles snel en vluchtig is, en weinig aandacht vergt, kent de productie van Die Abenteuer des Prinzen Achmed, de oudst overgebleven animatiefilm, vakmanschap, precisie, aandacht en vooral heel veel geduld. Dat is niet af te zien aan de film zelf, die met een aardig tempo aan ons voorbij trekt.

De film volgt een strak, plotgedreven script, een duidelijk narratief en is uiterst aantrekkelijk gemaakt. Ook voor ons moderne kijkers zal de film in de smaak vallen met haar aandacht voor details en een tempo dat naar de maatstaven van toen, hoog gelegen moet hebben.

Nu er een beweging merkbaar is die zich begint af te zetten tegen de ‘AI-ficering’ van media, de steeds groteskere special effects, en gedigitaliseerde eeuwige jeugd, kan er weleens weer interesse ontstaan voor films als deze. Het is bijna een tot rust komen in deze ambachtelijk gemaakte animatie. Bijna, want er gebeurt genoeg en er zit een flinke dosis energie in de jonge Achmed, om werkelijk tot rust te komen.

Verknipt door de techniek
Reinigers film is kenmerkend voor veel stomme films die in de periode na de Eerste Wereldoorlog zijn gemaakt. Ze verbeelden universele thema’s. Films als Faust, Der Golem, The Phantom of the Opera, Das Cabinet des Dr. Caligari en Metropolis helpen ons ontsnappen aan een in puin geschoten Europa.

Ofwel door terug te grijpen op oerthema’s, zoals verbeeld in sprookjes, ofwel door technologische vergezichten. De geborgenheid van het simpele goed of kwaad in een sprookjesvertelling of het verschaffen van vergezichten die een nieuwe tijd hoopt in te luiden. Een nieuwe tijd van voorspoed, met de waarschuwing nagalmend van de recente oorlog: dehumaniseert die techniek ons, of brengt ze ons naar grote hoogten?

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

14 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Metropolis (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de derde film.

 

Metropolis (Duitsland, januari 1927)
De mens als machine

door Jochum de Graaf

Metropolis, het klassieke meesterwerk van Fritz Lang, kun je als hoogtepunt én als eindpunt van de stomme film zien. Hoogtepunt alleen al vanwege het feit dat de film met 310 draaidagen, 36.000 figuranten en een budget dat explodeerde naar 5,1 miljoen reichsmark de tot dan toe duurste productie ooit was. Eindpunt omdat in hetzelfde jaar The Jazz Singer werd uitgebracht, wat de doorbraak van de geluidsfilm betekende.

De Duitse filmmaatschappij UFA stak met deze superproductie Hollywood naar de kroon. Fritz Lang greep de gelegenheid aan om gebruik te maken van de meest geavanceerde technieken en special effects van die tijd. Hij zette de revolutionaire techniek van het Schüfftan-proces in, voorloper van het tegenwoordig onmisbare green-screen. Acteurs werden via een spiegel onder een hoek van 45 graden tegen de achtergrond van maquettes gefilmd, waardoor het leek alsof ze live tussen de wolkenkrabbers liepen.

Ook het camerawerk was voor die tijd bijzonder dynamisch. Met de ‘entfesselte’, ofwel ‘ontketende’, camera bewoog het beeld vrij door de imposante decors. Het verkeer in de straten werd met behulp van stop-motion frame voor frame handmatig verplaatst.

Metropolis (1927)

‘Ongeëvenaard stompzinnige plot’
Kenmerkend voor stomme films is ook de expressie van het individu. In Metropolis lag de nadruk op mensenmassa’s die zich ritmisch, mechanisch in een expressionistische choreografie bewegen. Lang maakte fraai gebruik van clair-obscur, sterke afwisseling tussen licht en donker, om de emoties van de acteurs uit te drukken. In de bovenklasse, onder de elite, is het haast paradijselijk, ruim en licht; bij de onderklasse, de arbeiders, is het beklemmend, mechanisch, meestal diep donker.

Maar de enorme productiekosten hadden UFA bijna naar de afgrond gebracht en toen werd de film commercieel een flop. Kort na de première in januari 1927 sabelde de legendarische sf-schrijver H.G. Wells de film volledig neer. Metropolis had een ‘ongeëvenaard stompzinnige plot’ en Wells beschuldigde Lang er zelfs van ideeën te hebben ontleend aan zijn eigen toekomstroman When the Sleeper Wakes.

Langzaam werd de film compleet
Paramount, de Amerikaanse distributeur, vond de film veel te lang en te ingewikkeld en bracht deze al kort na de première terug van ruim tweeënhalf tot bijna twee uur, wat aanleiding was voor UFA om ook in Duitsland een nieuwe versie gebaseerd op de Amerikaanse montage uit te brengen. Vervolgens raakten in de jaren daarna de originele negatieven en ongebruikte scènes verspreid en verloren of werden zelfs vernietigd.

Lange tijd werd de film als een soort entertainment gezien, een aardig voorbeeld van hoe er eind jaren twintig over de toekomst gedacht werd.

Na de Tweede Wereldoorlog vatte de opvatting post dat Metropolis een wat naïef of misschien wel gevaarlijk politiek pamflet was. De bekende criticus Siegfried Kracauer schreef in zijn veel geroemde boek From Caligari to Hitler dat Metropolis met zijn totalitaire esthetiek en de mystieke boodschap dat de tegenstelling tussen geest (het brein) en lichaam (de handen) door gevoel (het hart) moet worden overbrugd, onbewust vooruitwees naar de autoritaire mentaliteit die het nationaalsocialisme mogelijk maakte.

Maar de originele ongecensureerde versie van Fritz Lang was al decennialang niet meer te zien. Vanaf de jaren zestig, met de opkomst van filmwetenschap als academische studie, gingen filmhistorici op zoek naar kopieën en nog bewaard gebleven materiaal. Het duurde nog veertig jaar voordat de Friedrich-Wilhelm-Murnau-Stiftung in 2001 een digitale restauratie realiseerde, maar nog altijd bleef een kwart van de film onvindbaar. Tot in 2008 de vondst van een vrijwel complete versie in het Museo del Cine van Buenos Aires wereldnieuws werd. In 2010 ging na drieëntachtig jaar The Complete Metropolis op Filmfestival Berlijn met begeleiding van een live-orkest in première.

Begin van een nieuwe eeuw
In de loop der tijd is een enorme hoeveelheid literatuur, essays en documentaires over Metropolis verschenen. Een groot deel gaat in op de roemruchte geschiedenis van de film. Maar het belangrijkste boek is natuurlijk de gelijknamige roman Metropolis uit 1926 van Thea von Harbou, Fritz Langs echtgenote en coscenarist, waarop de film werd gebaseerd.

Kort samengevat speelt Metropolis zich af in een grote metropool, gesitueerd in de toekomst, het toen magische jaar 2000, begin van een nieuwe eeuw. De megastad, waar een rijke bovenlaag van industriëlen de dienst uitmaakt en een armoedige onderlaag van uitgebuite arbeiders in een machinestad de boel draaiende moet houden.

We volgen Freder Fredersen, zoon van de grootste industrieel en heerser over de stad Joh Fredersen, die na een ontmoeting met spiritueel leidster Maria afdaalt naar de benedenwereld en zich opwerpt om het arme volk te redden. De kwaadaardige uitvinder Rotwang ontwerpt een sterk op Maria lijkende robot met de bedoeling om chaos te veroorzaken. Er komt een overstroming en een opstand maar uiteindelijk volgt door bemiddeling van Freder een verzoening tussen zijn vader en de leider van de arbeiders.
Centrale boodschap: ‘Mittler zwischen Hirn und Hände muss das Herz sein!’ Het brein heeft betrekking op de elite, de denkers, heersers; de handen zijn de arbeiders, de doeners; en het hart moet bemiddelen. Freder is in die opzet een soort Messias-figuur die de twee werelden verbindt en de klassenstrijd doorbreekt.

De wolkenkrabbers van Manhattan
Fritz Lang was geïnspireerd en geïntrigeerd door Manhattan waar hij in de zomer van 1924 met de SS Deutschland aanlandde, op weg naar Hollywood om de Amerikaanse filmindustrie te bestuderen. “Wolkenkrabbers rezen op uit water als een verticaal zeil, fonkelend en ongelooflijk licht, hangend aan zwarte hemel om te verblinden en te hypnotiseren”, schreef hij in zijn dagboek. Hij was gefascineerd door de vraag wie die torens gebouwd hadden en wie erin woonden.

Lang maakte in 1931 M, zijn eerste geluidsfilm met een magistrale hoofdrol voor Peter Lorre dat als zijn beste film wordt beschouwd. Twee jaar later volgde Das Testament des Dr. Mabuse dat door de nazi’s verboden werd. Lang vertelde dat ondanks dit verbod Goebbels hem aangeboden had de leiding over de Duitse filmindustrie op zich te nemen, waarop hij in 1933 Duitsland ontvluchtte. Er volgde een succesvolle carrière in de VS. Hij maakte eind jaren vijftig nog een aantal films in West-Duitsland en overleed in 1976 in Beverly Hills.

Het huwelijk met Thea von Harbou was in 1933 al stukgelopen. Zij bleef in Duitsland, werd lid van de NSDAP en was succesvol als scenarioschrijfster onder het nazi-regime. Na de oorlog werd ze enige tijd geïnterneerd en kreeg ze een beroepsverbod.

Metropolis (1927)

Monumentaal ijkpunt in de filmgeschiedenis
Het is verleidelijk om met de ogen van nu te kijken wat uitgekomen is van de voorspellingen in Metropolis. Er is veel gefilosofeerd over de centrale boodschap van het brein, de handen en het hart en de onderliggende aanname dat klassenverzoening mogelijk is door mensen zoals Freder, die, met ellende geconfronteerd, een sterke drang hebben haar te willen beëindigen. Het is een eendimensionale boodschap die wat naïef is gebleken.

Maar Metropolis is afgezien daarvan met de imposante decors, de fraaie enscenering en de overtuigende manier waarop het verhaal in beeld wordt gebracht een monumentaal ijkpunt in de filmgeschiedenis. Kijk nog eens goed naar de scène waarin Freder afdaalt in de ondergrondse wereld en de massa arbeiders ziet die in moordend tempo de gigantische machine M bedienen. M raakt oververhit en ontploft, Freder gaat hallucineren en ziet de poorten van de machine transformeren tot een enorme, opengesperde muil. Bewakers drijven de arbeiders nu in eenzelfde letterlijk moordend tempo de machine Moloch binnen, naar de oudtestamentische god die kinderslachtoffers eiste. De ultieme verbeelding van de mens tot slaaf gemaakt van de machine.

De beroemdste scène is de transformatie van de Maschinenmensch door de perfide uitvinder Rotwang. De mechanische robot met het uiterlijk van Maria, Freders inspirator, moet de arbeiders in opstand laten komen. Maria ligt buiten bewustzijn opgebaard in een glazen capsule in een onderaards laboratorium omringd door allerlei installaties, reageerbuizen, uit het plafond komen bliksemschichten. Rotwang paradeert om haar heen, maakt woeste gebaren, prevelt formules. De robot is ingesnoerd op een stoel, ringen van neonlicht cirkelen op en neer in steeds straffer tempo en langzaam verandert het metaal van de robot in een Maria van vlees en bloed.

Dé blauwdruk voor sciencefiction
Naast het hoogtepunt van de stomme film geldt Metropolis vooral ook als dé blauwdruk voor sciencefiction, robot C-3PO in Star Wars is duidelijk gemodelleerd naar de Maschinenmensch, en ook het laboratorium in Frankenstein (1931) vertoont behoorlijke gelijkenis met Rotwangs lab. In The Matrix is hoofdpersoon Neo als The One net als Freder een soort Messias die de mensheid moet ontwaken en in zijn geval de breuk tussen de mensheid en de kunstmatige intelligentie moet herstellen. En Blade Runner: Rutger Hauer die doolt door een stad met gigantische wolkenkrabbers, is natuurlijk schatplichtig aan de door Fritz Lang gecreëerde megastad van een eeuw geleden.

Metropolis is de meesterlijkste van alle klassieke meesterwerken.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

9 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Sehnsucht in Sangerhausen

****
recensie  Sehnsucht in Sangerhausen
Verlangen naar een ander leven

door Zoë van Leeuwen

Er gebeurt weinig in het Oost-Duitse Sangerhausen, een stadje dat bekendstaat om de grootste collectie rozen ter wereld en een honderd meter hoge berg gemaakt van afval uit de mijnen. Een perfect decor voor Julian Radlmaiers absurdistische komediedrama Sehnsucht in Sangerhausen, over het verlangen naar een ander leven.

De titel vat de film bijna perfect samen. ‘Sehnsucht’ is het Duitse woord voor een diep, melancholisch verlangen, een drang naar een onbereikbare situatie. Radlmaier voegt hier een hoop Duitse sprookjes en een lading ‘Volksmusik’ aan toe. Het resultaat is een fabel die even romantisch als komisch is, over vier buitenstaanders die dromen van verandering op een plek waar de tijd stil lijkt te staan. In vier hoofdstukken komen deze thema’s tot leven. Samen tonen ze Sangerhausen vanuit unieke perspectieven en verschillende momenten in de tijd.

Sehnsucht in Sangerhausen

De film opent in de 18e eeuw, waar we kennismaken met Lotte (Paula Schindler), een dienstmeisje van de beroemde dichter Novalis in zijn landhuis in de stad. Haar saaie werk doet haar verlangen naar meer en wanneer ze een jonge reiziger ontmoet, besluiten ze samen naar Frankrijk te vluchten. Later komen we er achter dat ze de grens nooit heeft gehaald.

Mysterieuze steen
In het hedendaagse Oost-Duitsland verschuift de focus naar Lottes achterkleinkind Ursula (Clara Schwinning), een jonge moeder die vastzit in een gemakzuchtig huwelijk. Parallel aan Ursula is er Neda (Maral Keshavarz), een YouTuber uit Iran die wordt gekweld door de geest van haar vriendin die ze in Teheran heeft achtergelaten.

Een mysterieuze steen verbindt de personages met elkaar. De felle blauwe steen is een knipoog naar de Blaue Blume, een symbool van de Duitse Romantiek dat staat voor een diep verlangen naar het oneindige. Als talisman wordt de steen keer op keer gevonden en overgedragen, en lijkt hij de personages op bijna magische wijze wakker te schudden uit hun emotionele verdoving.

Dat deze menging van innerlijke worstelingen en absurdistische magie zo goed werkt, heeft alles te maken met Radlmaiers regie. Hij staat voornamelijk bekend om zijn maatschappijkritische films als Self-Criticism of a Bourgeois Dog (2017) en Bloodsuckers (2021) en weet ook dit keer weer serieuze thema’s met heel wat droge humor te combineren.

Hedendaags sprookje
Wanneer ze op een dag een Berlijns muzikantengezelschap ontmoet, spijbelt Ursula van haar werk voor de innemende violiste Zulima (Henriette Confurius). Hun romance duurt niet langer dan een vluchtig moment, maar het wakkert iets in Ursula aan wat ze niet meer kan loslaten. Iets dat Schwinning zonder enig woord voelbaar maakt.

Behoefte aan verandering was ook de reden waarom Neda naar Duitsland kwam. Nu ze reisvideo’s maakt over de bezienswaardigheden van de deelstaat, verlangt ze ernaar om een echte filmmaker te worden, terwijl ze blijft vasthouden aan de spijt die ze voelt over het achterlaten van haar vriendin. Dat gevoel volgt haar letterlijk als een schim door de stad.

Visueel draagt de film nog meer bij aan het sprookjesachtige gevoel. De korrelige beelden blijven vaak op afstand en tonen statische landschappen en lege straten, als een ode aan de eenvoud en rust van de streek. Meerdere keren beweegt de camera langzaam terwijl een persoon het beeld abrupt verlaat; het wordt bijna komisch hoe de lens de personages niet kan bijhouden.

Sehnsucht in Sangerhausen

Ook de muziekkeuze doet meteen denken aan een verfilming van een verhaal van de gebroeders Grimm. De vioolklanken binden de hoofdstukken aan elkaar en geven Sangerhausen een nog sterkere fabelachtige sfeer.

Op zoek naar geesten uit het verleden
Wanneer in het laatste hoofdstuk ook de Koreaanse gids Sung-Nam zijn entree maakt, laat Radlmaier pas echt zijn talent zien. Sung-Nam wordt door de andere bewoners regelmatig weggezet als ‘de Chinees’, een alledaagse vorm van racisme waar ook Neda mee te maken krijgt. Radlmaier weet hier maatschappelijke problemen naadloos te verwerken. Juist dit gevoel van anders zijn, brengt de groep bij elkaar. Wanneer het drietal met een gammel busje op weg gaat naar het Kyffhäusergebergte, op zoek naar geesten uit het verleden, komen ze uiteindelijk oog in oog te staan met zichzelf.

De vier hoofdstukken komen op poëtische wijze samen met een magische ontmoeting in een grot, waarin het vooral duidelijk wordt dat hopen op een beter leven geen passieve droom hoeft te zijn. Soms hoef je alleen maar even uit je eigen bubbel te stappen.

 

19 augustus 2026

 

ALLE RECENSIES

Camera Obscura Special: Berlijn

Camera Obscura Special:
Berlijnse cinema

door Bob van der Sterre

Berlijn is de stad waar de geschiedenis van afspat. De Berlijnse films weerspiegelen dan ook vaak de geschiedenis van de stad. Dit is de zevende Camera Obscura Special over films in wereldsteden.

Berlijn is met Parijs en Londen een van de meest gefilmde Europese steden. De Muur, het Olympiastadion, de Brandenburger Tor, Checkpoint Charlie, Alexanderplatz, Kurfürstendamm, de Siegessäule, Tempelhof. Die plaatsen met politieke geschiedenissen komen in menig film voor.

De beste films over en in Berlijn: Good Bye Lenin! (2003)

Berlijn is daardoor een unieke filmstad. De stad is getekend door de moderne geschiedenis en dat kwam ook terecht in films. Hierdoor besef je pas goed dat de Berlijnse geschiedenis verder gaat dan het zijn van een mooie filmsetting: het heeft tot op vandaag de dag invloed op de stad.

Het leven was er niet eenvoudig. Goede Duitse films over het Berlijnse leven van na de jaren zestig zijn spaarzamer dan je zou mogen verwachten. Pas na de Wende begint het een beetje te stromen en beseffen de Berlijners in wat voor rare stad ze hebben geleefd. De Oost-Berlijnse cinema, jarenlang grotendeels genegeerd, kreeg ook opeens weer wat meer belangstelling.

Tegenwoordig is de stad vooral een hip decor in blockbusters. The Bourne Supremacy, Spiderman, The Man from U.N.C.L.E., Valkyrie, Captain America: Civil War; allemaal hebben ze scènes in Berlijn opgenomen. Maar met het Berlijnse leven heeft het niet veel te maken.

Wat je daarin mist, zijn de wijken (de kiez). Er is bijna geen Europese hoofdstad te vinden waar de bewoners zo aan hun eigen wijken gehecht zijn: Kreuzberg, Friedrichshain, Prenzlauer Berg, Spandau, Mitte, Neukölln, Pankow, Schöneberg. Berlijners komen vaak amper hun eigen wijken uit – het zijn kleine steden binnen een grote stad.

Let op: dit zijn geen recensies of analyses van films. Ook geen top tien. Ik wil alleen een verhaal vertellen over de samenhang tussen film en stad en kies daarvoor per decennium een passende film. Ik heb niet alle films ter wereld gezien, dus hier en daar zal ik een uitstekende film gemist hebben.

Dit artikel is gratis. Graag hoop ik dat de lezer zich als tegenprestatie wil opgeven voor de nieuwsbrief, of zich verdiept in culturele longreads.

Bekijk ook de vorige episodes: Parijs, Amsterdam, New York, Londen, Rio de Janeiro en Tokio.

 

Berlin. Hallesches Thor (1896)

Berlin. Hallesches Thor (1896): Berlijn in de Pruisische tijd
In dit filmpje van Auguste en Louis Lumière rijden trammetjes langs. De een naar Nollendorfplatz, de ander naar Alexanderplatz. Je ziet mensen in en uit de rijdende tram springen, want trams reden nog niet zo snel. Ze werden ook nog regelmatig door paarden voortgetrokken.

Wat Berlijn allemaal te wachten stond in de komende eeuw!

Wil je meer zien van Berlijn in de Pruisische keizertijd? Er zit anderhalf uur documentaire op je te wachten, op het Berlin Channel op YouTube. Weinig bronvermelding maar wel context over het Berlijnse leven van ruim een eeuw geleden.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=2U8D-2cux6Y

 

Erste U-Bahn in Berlin (1902)

Erste U-Bahn in Berlin (1902): hoe je een metrotunnel bouwt
De Hochbahngesellschaft opende de eerste U-Bahn-lijn voor het publiek op 18 februari 1902. Dat is het traject tussen Stralauer Thor en Potsdamer Platz (wat nu de U1 is).

We zien een metro vertrekken bij een station en iemand die wil instappen, is net te laat en draait een pirouette. Dan zien we nog wat losse beelden van de bouwers die onder de grond de tunnel bouwen en een station.

Wie deze video heeft gemaakt en of die echt van 1902 is, kan ik nergens bevestigd vinden, maar het is wel interessant hoe herkenbaar het is; het is alsof deze metro er gisteren nog reed.

Ook aardig is dat de ‘geboorte’ van de beroemde S-Bahn van Berlijn ook in cinema is vastgelegd. In de film Die Verrufenen uit 1925, over arme Berlijners, zien de karakters die eerste S-Bahn rijden.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=6d_t3ZSR_dw
Meer lezen: https://www.morgenpost.de/berlin/article401495498/u-bahn-berlin-bahnhoefe-historisch-geschichte-fotos-postkarten.html

 

Schuhpalast Pinkus

Schuhpalast Pinkus (1916): even lachen tijdens de Eerste Wereldoorlog
Sally Pinkus, een flierefluiter, moet naar school, flirt met een meisje, komt te laat, faalt met gymnastiek en draagt alle boeken van meisjes mee naar huis tot zijn vader hem ziet en hem een draai om zijn oren geeft.

Zijn rapport staat vol termen als mangelhaft (slecht) en unbefriedigend (onbevredigend). Hij krijgt alleen een ‘goed’ voor zingen.

Ook in de schoenenzaak lapswanst hij de meeste tijd. Ontslag volgt. Krijgt een nieuwe baan in een schoenenwarenhuis. Hij heeft weer alleen interesse in vrouwelijke klanten en kietelt hun voeten als hij de kans krijgt. En hij faalt opwaarts want via een rijke vrouw wordt hij zelf een grote schoenenverkoper. Hij innoveert zelfs met een catwalk voor schoenen.

Deze tiende film van Ernst Lubitsch (toen pas vierentwintig) is een leuke curiositeit. Een mooi voorbeeld van de mild-satirische stijl die je later ook in de films van Lubitsch zal terugzien. Mooi om te zien hoe deze slapstick zou leiden tot een paar prachtige komedies, zoals bijvoorbeeld To Be or Not to Be en Ninotchka. Aardig: Lubitsch speelt Pinkus zelf.

Van Berlijn zien we niet veel meer dan wat anonieme straten. De schoenenwinkelscènes waren in een echt Berlijnse winkel: Emil Jacobi, op de hoek van de Friedrichstrasse en Taubenstrasse. Deze winkel van een joodse ondernemer zou de nazi’s niet overleven. Lubitsch zou dan zelf al lang in de VS zitten, gevlucht, zoals vele anderen.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=AGN4ZmOhS4w
Meer lezen: https://www.jstor.org/stable/j.ctv173f0pn

 

Berlin – Die Sinfonie der Großstadt (1927)

Berlin – Die Sinfonie der Großstadt (1927): het ritme van de stad
Eén Berlijnse dag in vijf akten. Rustig wakker worden. Al snel ontwaakt de stad, reist men naar een bestemming, gaat men werken. Daarna de lunch. Dan meer werk. Avond: tijd om uit te gaan. De broodbakkers, verkeersregelaars, arbeiders, horecaklanten, daklozen, krantenverkopers, kinderen: ze gaan mee in het ritme van de stad.

Berlin – Die Sinfonie der Großstadt loopt iets te lekker in de montage om allemaal echt te zijn. Mensen doen het echte leven na. De montage is wel van een hoog niveau. Zo zie je hoe beelden soms reageren op elkaar, zoals hoe de copieuze maaltijd overgaat naar een leeuw die op bot loopt te kluiven. En ja, regisseur Walter Ruttmann had het geluk dat allerlei partijen meewerkten aan deze artistieke vorm van stadsmarketing. Toch werden ook diverse beelden in het geniep gefilmd.

Ruttmann begon ooit als kunstenaar, maakte animaties (de eerste in de Duitse cinema) en de oudste abstracte film ooit: Opus I (1921). Hij stapte over op cinema. In Duitsland was die al jaren op een hoog niveau. Films als Metropolis van Fritz Lang en Der Letzte Mann van F.W. Murnau verlegden grenzen en zouden lang impact hebben.

Ruttmann hield ervan om snelheid weer te geven. Het was ook de tijd van de kunststroming genaamd het ‘futurisme’, dat ook draaide om dynamiek en snelheid. Deze film doet denken aan Dziga Vertovs Man with a Movie Camera van twee jaar later – een nog briljanter montagefeest – terwijl Ruttmann ironisch genoeg juist door hem beïnvloed was.

De film bevat veel beelden van rijdende auto’s in het donker, neonlichten, snelheid en machines. Die beeldtaal werd later vaak nagedaan in films. Op een gegeven moment zie je flitsende kranten in beeld en je denkt: hé, Citizen Kane. Zo invloedrijk is Ruttmanns film. In de Camera Obscura Special over Amsterdam kun je lezen hoe Regen van Joris Ivens door deze film was geïnspireerd.

Dit is vooroorlogs Berlijn: niet minder dan een derde van deze stad bestond niet meer na de oorlog. Hier zie je nog het Anhalter Bahnhof (komen we later nog tegen met acteur Peter Falk) of het beroemde hotel Excelsior. De algehele vibe, zoals je dat ervaart in deze film, was ook veel meer mondain, klassiek, meer Parijs-achtig. Dat is voor eeuwig verdwenen – behalve in deze film.

Ruttmann hield van het onderwerp, volgens het boek Berlin Replayed: “Berlijn, de interessantste stad van allemaal, omdat het de jongste is van alle metropolen ter wereld, omdat de stad nog steeds in wording is en niet al verstikt is geraakt achter de gevels, gebukt onder haar eigen monumentaliteit; Berlijn, een stad vol alomtegenwoordige ambitie, is het middelpunt, thema en de enige hoofdrolspeler van mijn symfonisch werk.”

Later maakte Ruttmann nog speelfilms én commerciële films. Hij begon ook aan Triumph des Willens, maar Hitler zette hem opzij omdat zijn versie te veel ging over de geschiedenis van de partij, en niet hemzelf (Hitler dus). De opdracht ging vervolgens naar Leni Riefenstahl, die aanvankelijk niet zoveel interesse had omdat ze al bezig was met een film.

Deze film, die je gerust een paar keer kunt zien, paste bij de glorietijd van de Duitse cinema. Het was de tijd van de chaotische Weimar-republiek, met grote problemen in de economie (hyperinflatie) en hoog niveau van kunst, die nog jaren de wereld zou beïnvloeden.

Houd je niet van oude films? Dan kun je ook terecht bij de 2001-versie van deze film, van Thomas Schadt, die Berlin: Sinfonie einer Großstadt heet. Ook al maakte Schadt duidelijk dat zijn film los stond van het origineel, lukte hem dat toch niet echt goed volgens het boek Berlin Replayed: “Schadts nadruk op de uiteenlopende stadsgezichten benadrukte het onherstelbare verlies van de metropool uit de jaren twintig alleen maar nog meer.”

Wie 4,5 uur de tijd heeft, kan terecht bij het cynische – en ook briljante – portret van deze tijd:Dr. Mabuse der Spieler (1922) van Fritz Lang. Speelt zich af in Berlijn maar je ziet vooral studio. Bekijk de film op YouTube. Als het je bevalt, kun je meteen Das Testament der Dr. Mabuse erachteraan kijken (werd in 1933 direct verboden door de nazi’s).

De Weimarrepubliek was een geweldige filmtijd. Maar het was niet alleen groots; sommige films gingen juist over het kleine:

• Der Letzte Mann (1924): de laatste hotelportier ziet zijn baan overbodig worden; vernieuwende klassieker van F. W. Murnau, met veel studio maar ook een paar straatscènes
• Varieté (1925): over een variététheater in het Wintergarten-Theater aan de Potsdamer Straße in Mitte (bestaat nog steeds)
• Zuflucht (1928): schetst het ondergrondse leven van de U-Bahn
• Asphalt (1929): een film noir-klassieker over misdaad in Berlijn van Joe May

Film: https://www.youtube.com/watch?v=MBCGTp3egbc
Meer lezen: https://difarchiv.deutsches-filminstitut.de/dt2tp0051.htm

 

Menschen am Sonntag (1930)

Menschen am Sonntag (1930): versieren in Berlijn

Locaties: Zehlendorff, Mitte

Vijf jonge, zorgeloze mensen op een vrije zondag. Een platenverkoopster, een extra in films, een wijnverkoper, een taxichauffeur en een model. Ze dollen met elkaar rondom het strand bij Wannsee – Nikolassee – minus het model dat in bed blijft liggen. En gaan weer naar huis.

Deze luchtige film is als het ware een vervolgstap na Berlin – Die Sinfonie der Großstadt. Dit is ook één dag in het bestaan van de levendige stad Berlijn. Maar luchtiger. Het schetst een zomerzondag, als de zorgen weg zijn en het flirten begint. Vier mensen genieten van een zonnige dag in een grote stad.

Van Berlijn zien we stations (Bahnhof Hausvogteiplatz, Zoo), kledingzaken (Julius Sachs Junior op de gevel), bushaltes, appartementen (boven en achter), begraafplaatsen, parken, musea (Museumsinsel), terrasjes, boten, fabrieken. Maar ook topattracties als de Siegessäule en de Brandenburger Tor. Uiteindelijk hebben ze lol bij een meer.

Een vriendelijke en ontspannen film met hier en daar wat onverwachte beelden. Na 44 minuten zien we bijvoorbeeld een prachtige reeks close-ups van badbezoekers. Glimlachende jochies. Een stuurs kijkende volwassen vrouw. Baby. Man met camera. Een vrouw die haar haar doet. Man die bierpul drinkt. Overgang naar foto’s. Overgang naar mannen en vrouwen in badpakken.

Wat een beetje frivoliteit al kan doen voor je carrière! Menschen am Sonntag trampolineerde de vijf betrokken filmmakers naar Hollywood. Regisseur Robert Siodmak had succes met Phantom Lady en The Killers; zijn broer en schrijver-regisseur Curt Siodmak met I Walked with a Zombie; Fred Zinnemann met High Noon en The Day of the Jackal; Billy Wilder met te veel films om op te noemen (zie de special op InDeBioscoop) en Edgar G. Ulmer met B-films met horrorlegende Bella Lugosi.

Zo opgewekt als deze film zou het niet lang blijven. De opkomst van de nazi’s in 1933 betekende een schok voor iedereen die iets met cultuur had. De bekendste Berlijnse film uit de jaren dertig is hierdoor Triumph des Willens: het portret van Leni Riefenstahl van de Olympische Spelen van 1936 met veel wapperende swastikavlaggen.

De meest interessante films zitten aan de vroegere kant van de jaren dertig, die samen met eind jaren twintig een bijzondere filmperiode vormen. Denk bijvoorbeeld aan: Emil und die Detektive (1931). Een veelgeroemde avonturenfilm voor kinderen van Gerhard Lamprecht. Of Kuhle Wampe (1932) waarbij een arbeidersgezin het moeilijk heeft met de crisis tijdens de Weimarrepubliek en hun Berlijnse appartement moet verlaten. Script van Bertolt Brecht. Werd in 1933 verboden door de nazi’s.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=1hg_vL6lQ6I
Meer lezen: https://canary.weimarcinema.org/essay/Isenberg

 

A Foreign Affair (1948)

A Foreign Affair (1948): lachen tussen de puinhopen van Berlijn
Een congreslid uit Iowa landt met andere congresleden in Berlijn. Haar doel: controleren of alles volgens de regels verloopt. Maar Amerikaanse soldaten hebben links en rechts illegale handeltjes en Duitse vriendinnetjes.

Ze wil één soldaat die een relatie heeft met een nachtclubzangeres ontmaskeren. Daarvoor vraagt ze kapitein John Pringle. Die heeft dan het probleem dat hij zichzelf moet ontmaskeren. Zijn oplossing: het congreslid kussen. Haar gedachte: romantiek.

Een romantische komedie à la de screwball comedy, die toen heel populair was. Ik heb me diverse keren rotgelachen om de scherpe en komische dialogen. “Kom mee naar naar mijn huis, het is maar een paar ruïnes verder.” “Waarom zakt die jurk niet af? Komt zeker door de Duitse wilskracht.” Er zitten ook heel wat satirische schimpscheuten in naar de Amerikaanse politiek.

De actrices stelen de show. Jean Arthur is ontzettend grappig als puriteins Republikeins congreslid. En ook Marlène Dietrich is erg vermakelijk als cabaretzangeres en ex-minnares van een hoge nazi. (Madeline Kahn zou er veel inspiratie uithalen voor haar rol als Lili von Shtüpp in Blazing Saddles (1974)). Voor beide actrices heeft Wilder zijn uiterste best moeten doen om over te halen – Jean Arthur was bijvoorbeeld al met acteerpensioen – en er zat ook wel wat competitie tussen de twee, maar het leverde heel veel moois op.

Het was iets na de oorlog en Berlijn was nog steeds een ruïne met 500.000 kapotte huizen en een serieuze zwarte markt. Deze passage uit de film met luchtopnamen laat zien hoeveel er kapot was. Regisseur Wilder en zijn crew maakten een maand lang opnamen op straat en veel daarvan kwam in de film terecht. De film is nu een slimme montage van studio-opnames en beelden op locatie.

In alles bevat de film de handtekening van de maker: Billy Wilder, wiens naam bijna synoniem is met de Berlijnse cinema. Wilder (geboren Samuel Wilder) werd geboren in een Pools stadje (Sucha Beskidzka), verhuisde later met zijn familie naar Wenen en ging daarna werken in Berlijn. Dat duurde tot de nazi’s het onmogelijk maakten en hij in 1934 naar de VS ging. Hij werkte in Berlijn dus voor de oorlog (Menschen am Sonntag), na de oorlog (A Foreign Affair) en tijdens de Koude Oorlog (One, Two, Three).

Wilder was de perfecte man voor de film. Iemand die de humor tegenover de ellende kon laten werken. Berlijn was maar liefst 26% van de bevolking verloren in WO II. Een op de vier bewoners was er dus niet meer. Verre van lollig, maar dat is nu juist de kern van komedies: je moet ze over ieder onderwerp kunnen maken.

De ruïnes van Berlijn inspireerden veel filmmakers:

• Die Mörder sind under uns (1946): wederom ruïnes van Berlijn (en studio) in wraakfilm over de oorlog
• Und über uns der Himmel (1947): drama van Josef von Báky, geeft een beeld van het overleven in naoorlogs Berlijn, met Hans Alders in de hoofdrol. Bekijk de indrukwekkende ruïnes op YouTube
• Germania anno zero (1948): beroemde maar ook wel hard aankomende film van Roberto Rossellini die het zware leven van Berlijners ná de oorlog schetst, met veel buitenscènes en ruïnes. De film staat op YouTube
• Berliner Ballade (1948): vermakelijke en soms satirische film over wat een veteraan die terugkeert in Berlijn allemaal meemaakt, van Robert A. Stemmie. Bekijk deze passage om een idee te krijgen

Meer lezen: https://offscreen.com/view/billy-wilders-a-foreign-affair

 

Berlin - Ecke Schönhauser (1958)

Berlin – Ecke Schönhauser (1958): rock-‘n’-roll in pré-Muur Berlijn

Locaties: Mitte (DDR) en Mitte (WDR)

De Schönhauser Allee verbindt het Rosa-Luxemburg-Platz in Mitte met Pankow in het noorden. Daar kwam de lokale ‘rebelse’ DDR-jeugd bijeen (in Nederland werden ze nozems genoemd). Beetje uitdagend rock-‘n-rolldansen op straat.

Een weddenschap over het kapotgooien van een straatlamp zet een keten van gebeurtenissen in actie. De Oost-Berlijnse volkspolitie (“vopo”) is er als de kippen bij. De hele groep wordt meegenomen naar het bureau. Wat is hun beroep, wat zijn hun plannen?

Twee van hen, Kohle en Angela, vinden elkaar interessant. Ze gaan uit. Dan steelt Karl-Heinz een Ausweis en Kohle krijgt de schuld. Wat te doen? Vluchten naar het westen. Daar is alleen maar ellende te vinden in de opvangplek waar ze in stapelbedden zitten. Mensen zijn ook nog onvriendelijk. En vrijheid is niet fijn als zijn vriendinnetje achterblijft…

In pré-Muur Berlijn woonden mensen in zones. De Franse, Amerikaanse, Britse en Russische zone. Met een beetje handigheid kon je wel naar de meeste zones maar van en naar de Russische zone hadden mensen een speciale ‘Ausweis’ nodig, wat in deze film een belangrijke rol speelt.

De film bevat subtiele propaganda. Het westen is hier vooral een onprettige zone, met misdaad en drukte. Karl-Heinz wil ook wel weer terug. Als we het Westen zien, begint dat met een druk winkelgebied rondom het station. En dan de ruïnes van de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche. Propaganda of niet, het was een populaire film waar bijna twee miljoen Oost-Duitsers heengingen in vier maanden tijd.

De opening rondom de Schönhauser Allee is sterk, later wordt het meer een indoorfilm, met veel kamertjes en deuren en mensen die naar elkaar op zoek zijn.

Zoals met meer Oost-Duitse films gingen er pittige discussies aan vooraf of het niet ‘té’ was. Filmmaken in Oost-Duitsland moet echt gevoeld hebben als een roulette. In dit geval won Gerhard Klein met zijn gok om de jeugd wat afstotend, rebels af te schilderen. Een paar maanden later waren er al meer dan een miljoen mensen heen gegaan. Het hielp dat er nog een film over jongeren werd gemaakt: Eine Berliner Romanze (1956), een romantische film uit Oost-Duitsland.

Overigens betekende dat niet dat Klein voor altijd de roulette had gewonnen: in 1965 kwam de film alsnog op de lijst van verboden films en na 1967 zou Klein nooit meer een film maken. Hij werd ziek en overleed in 1970.

Ook in de West-Duitse cinema zaten opstandige jongeren. In Die Halbstarken (1956) zien we een portret van een jeugdbende. Horst Buchholz, later beroemd acteur, brak hiermee door. Buchholz zien we in 1958 terug in Berlijn in de romantische film Endstation Liebe – ook over jongeren. En hij speelt ook de hoofdrol in Nasser Asphalt, een spannend journalistenverhaal in Berlijn. Typisch Berlijns is dit terloopse bezoekje aan ruïnes in die film, terwijl het al jaren na het einde van WO II is.

Veel meer Berlijn zien we in het merkwaardige Frühling in Berlin (1957). Een vaag verhaal over bankovervallers is een excuus voor een film boordevol mooie en kleurrijke straatbeelden van West- én Oost-Berlijn. Neem deze toeristische rondrit door West-Berlijn; elders rent een man over de Stalinallee in Oost-Berlijn. Eindelijk een film die alles laat zien: de Funkturm, Potsdam, Alexanderplatz, Zoologischer Garten, Olympisch stadion, Tempelhof, etc. Met metro’s, treinen, straten, woningen. Veel nog beschadigd door de oorlog (de Brandenburger Tor in de steigers). Aardig om te zien maar wat een stom verhaal! Der Spiegel zei het treffend: “Regisseur Arthur Maria Rabenalt produceerde een Berlijnse brochure in mooie kleuren.”

De completist mag ook de Berlijnse buitenscènes in The Man Between (1953) niet missen. Carol Reed en James Mason in een sfeervolle thriller met diverse scènes op locatie.

Meer lezen: https://germanhistorydocs.org/en/occupation-and-the-emergence-of-two-states-1945-1961/berlin-ecke-schoenhauser-a-defa-film-about-young-people-1957

 

Jahrgang 45 (1965/1990)

Jahrgang 45 (1965/1990) – scheiden in de DDR

Locaties: Prenzlauer Berg, Mitte

Het loopt niet meer tussen het getrouwde stel Alfred (Al) en Lisa (Li). Beiden zijn geboren in 1945. Hij is een monteur met vakantie (‘die nietsnut van boven’), zij verloskundige. Alfred vertelt tijdens een metrorit nonchalant dat hij op zichzelf gaat wonen. Vervolgens leest bijna iedereen hem de les, zijn vrienden, zijn moeder. Zelfs zijn vakbond.

Jahrgang 45 is een soort arthouse avant la lettre. Zij ligt op bed, hij nodigt haar uit om samen film te kijken, ze draait zich om. Hij rookt een sigaartje en verveelt zich. Hij leeft in het moment, daar gaat de film over. Een soort reclame voor De Kracht van het Nu van Eckhart Tolle.

Een mooie scène is de (illegale) opname als hij met twee vrienden op de trappen van de Gendarmenmarkt zit. Ze bekijken de toeristen, die hen weer observeren. Werelden apart.

Was deze film in 1965 in West-Duitsland gemaakt, dan had geen hond hem gezien en was het nu vermoedelijk vergeten. Maar dit is een film over Oost-Duitsers. Je ziet DDR-straten, DDR-metro’s, DDR-supermarkten, DDR-winkels, DDR-auto’s, DDR-huiskamers, DDR-motorjeugd, DDR-feestjes, DDR-milkshakes. Veel werd in guerrillastijl en zonder toestemming gefilmd.

Jürgen Böttcher was documentairemaker (eigenlijk schilder, maar daar viel helemaal geen eer aan te behalen) en je ziet die ervaringen terug in zijn enige speelfilm. Böttcher, jaren later in een interview: “Wij filmden die straatscènes heimelijk vanuit een bouwkeet, vandaar ook dat er bij die scène geen geluid is. Het is voor mij een erg dierbare passage want het geeft heel sterk het opgesloten gevoel in de DDR weer.”

Politiek komt er niet in voor, maar die ongecontroleerde stijl van filmen was een gruwel voor DDR-bureaucraten en de film kwam niet verder dan de planken van het filmarchief.

De communisten misten volgens mij een kans. Ze hadden dit verhaal kunnen gebruiken als propaganda hoe rustig het leven in de DDR was. Waar genieten mensen nog zo van het draaien van een plaat? Waar ter wereld wil je werkgever rustig praten over je privéleven? Zingen ze een liedje op een flat in aanbouw? Slow voor het een hype was.

In 1990 werd op het Berlijnse filmfestival Berlinale voor het eerst een werkkopie van deze film vertoond. Nu geldt de film als een buitenkansje om het leven in de DDR ‘te ervaren’. Diverse acteurs hebben de film helaas nooit zelf gezien. Acteur Rolf Römer die Alfred speelt (was eigenlijk generatie ‘35) overleed in 2000 en heeft nauwelijks iets met zijn passie voor acteren kunnen doen.

Dit lot gold voor meer Oost-Berlijnse films. Zoals Das Kaninchen bin ich (1965), een licht-kritische film over het Oost-Duitse rechtssysteem. Ook deze film kon je pas in 1990 in de bioscoop zien.

De jaren zestig boden uiteenlopende cinema over Berlijn. One, Two, Three (1961) is verreweg de meest komische Berlijn-film ooit gemaakt. Wie anders dan wederom Billy Wilder filmde dit verhaal over een manager van Coca Cola in Berlijn die de dochter van de baas, Wendell Hazeltine, op bezoek krijgt. Ze keert terug van een trip met Otto Ludwig Piffl, een communist (opnieuw Horst Buchholz). Dat levert hilariteit op in een tempo dat je geregeld naar adem doet happen.

Iets heel anders was Zwei unter Millionen (1961), een romantisch verhaal over twee Oost-Berlijners die naar het Westen vluchten pal voor de Muur wordt gebouwd. Zie hier hoe simpel dat ging. De film van Wieland Liebske en Victor Vicas legt ook uit dat hun leven ná de vlucht niet eenvoudig was.

Der Geteilte Himmel (1964) van Konrad Wolff was een DDR-film met invloeden uit de nouvelle vague. Kwam moeizaam tot stand maar was toch te zien in de DDR-bioscoop.

Noemenswaardig vind ik ook Der Kerl liebt mich – und das soll ich glauben? (1969). Een West-Duitse film over een jonge vrouw (Uschi Glas) die met een crimineel omgaat. Ze gaat van Berlijn naar München en weer terug. Met een mooie openingsscène in een kleurrijke 60’s flatwijk die ik niet kon identificeren.

Aan de andere kant had je Ein Lord am Alexanderplatz (1967): een Oost-Duitse film over een oplichter, met onder andere de Häckischer Höfe in de DDR-tijd.

En het was ook dé tijd voor… spionage.

Meer lezen: https://www.berliner-zeitung.de/archiv/interview-mit-juergen-boettcher-ein-zensierter-ddr-film-birgt-jede-menge-aktualitaet-li.576188 en https://www.youtube.com/watch?v=GrMkBfeDRW8

 

Special in een special: spionage in Berlijn
Met de verdeling van Berlijn in vier sectoren kwamen ook vier geheime diensten mee – en diverse andere. Een vaak spannende situatie. Vervolgens dachten schrijvers en filmmakers: dat is interessant. Het levert spannende cinema op met tunnels, grensovergangen, verboden bezoeken aan ‘de andere kant’, enzovoort. De stress van de verdeelde stad.

De beste spionagefilms over Berlijn verschenen allemaal in een tijdsbestek van drie jaar, toen de Koude Oorlog (al twintig jaar gaande op dat punt) vlak na de Cuba-crisis bijna bevroren was:

• The Spy Who Came in from the Cold (1965): is letterlijk wat er de eerste drie minuten gebeurt. Richard Burton is zo gedesillusioneerd als hij wordt ontslagen vanwege een mislukte operatie, dat hij voor veel geld een boekje open wil doen voor de vijand. “Ik geloof niet in de kerstman, God of Karl Marx.” Een stukje Scheveningen en Berlijnse Muur in de studio. Plotwendingen alom in het eerste boek van de beroemde spionageschrijver John Le Carré. Hij laat Burton zeggen: “Spionnen zijn ambtenaren die hun rottige levens willen opfleuren.”
• Funeral in Berlin (1966): Len Deighton was schrijver van talloze boeken over spionage. Harry Palmer was zijn Britse MI5-held. Michael Caine brengt Palmers eendimensionale stoere karakter tot leven: dit is de meerwaarde die acteurs kunnen hebben. Hij is de hoofdpersoon van vijf films (allemaal gespeeld door Michael Caine). Van die films zijn vooral Ipcress File en Funeral in Berlin interessant. In Funeral in Berlin zien we hem van het ene in het andere subplot terechtkomen rondom een Rus die wil overlopen. Warrig scenario, mooie Berlijnse decors. Ipcress File is ook prachtig voor de liefhebber van spionagefilms en nog vrij recent in een serie omgezet.
• The Quiller Memorandum (1966): mijn favoriet onder de Berlijnse spionagefilms komt wat traag op gang maar heeft sterke dialogen van Harold Pinter, oog voor sfeer en acteurs die wat kunnen, zoals George Segal, Alec Guinness, Senta Berger en Max von Sydow (excellente rol als spion October). Filmische Berlijnse locaties: Hausvogteiplatz, Kurfürstendamm en het fraaie U-Bahnstation Schlesisches Tor.
• Torn Curtain (1966): Hitchcocks spionagefilm in Berlijn is een van de mindere uit zijn oeuvre. Toch de moeite waard, al vind je niet veel van Berlijn zelf.
• Casino Royale (1967): spionageparodie, waar Billy Wilder, Ben Hecht én Woody Allen nog aan meeschreven. Bonds dochter moet naar Oost-Berlijn om te infiltreren. Ondanks alle schrijverspower is het niet echt een gelukte film.
• A Dandy in Aspic (1968): Kraznevin (Laurence Harvey) moet zichzelf omleggen in Berlijn. Mia Farrow komt hem als toerist vervolgens overal in Berlijn tegen. De film heeft onverwacht luchtige momenten: “Dit is een oud-Russisch spreekwoord, dat ik vanochtend heb verzonnen.” “Je was dood toen je geboren was, je dood zal alleen maar een formaliteit zijn.” We zien de Berliner Funkturm, de Kaiser-Wilhelm Gedächtniskirche aan de Kurfürstendamm, het oude AVUS-circuit en S-Bahnhalte Friedrichstraße (in werkelijkheid station Gleisdreieck). Reelstreets geeft alle locaties.

Belangrijk onderdeel in deze wereld was een spionnenbrug, waar spionnen werden uitgeruild, de Glienickebrug. Onderwerp van Bridge of Spies (2015) van Steven Spielberg. En natuurlijk moeten we dan ook de James Bond noemen die in Berlijn is opgenomen: Octopussy (1983). Wie een spionageverhaal van de andere kant wil ervaren, kan terecht bij de DDR-film Streng Geheim (1963).

 

Bildnis einer Trinkerin (1979)

Bildnis einer Trinkerin (1979) – drinkend de dag doorkomen

Locaties: Tiergarten, Zehlendorff

Een vrouw, knalrood gekleed, stapt het vliegtuig uit. Ze drinkt wijn in een casino. Cognac in een bar/bakkerij. Witte wijn in de hotelkamer. Champagne in het theater. Cognac en Jägermeister in een bar. Wijn op haar werk. Bier in een Berlijnse ‘Stube’.

Daarna ‘adopteert’ ze een dakloze vrouw als haar (drink)partner. Ondertussen komt ze overal drie moralistische vrouwen tegen die wél hun monden open doen. “Het loslaten van sluitingstijden opent de deur naar misdaad.” “De homoseksuele subcultuur is eigenlijk een recreatief tijdverdrijf.”

Deze extreem eigenzinnige film van Ulrike Ottinger (deed ook de cameravoering) is er eentje waarvoor je rustig moet zitten want er is weinig gids van een verhaal. Je moet dat loslaten en genieten van dingen als het gortdroge spel van actrice (en partner van Ottinger in die tijd) Tabea Blumenschein; de soms aan Jacques Tati herinnerende momenten (het begin met de onwillige deur); de vele surrealistische ideeën (de man met de broodjas, dromen met de kleine man). Ottinger heeft een geschiedenis als pop-art-kunstenares en dat zie je ook af aan het design.

Noemenswaardig zijn ook bijrolletjes van culthelden als Nina Hagen, Eddie Constantine, Günter Meisner en Magdalena Montezuma.

Van Berlijn zien we veel terloopse locaties, bars, tunnels, bruggen, winkels. Herkenbaar is alleen de Siegessäule. Wel is er een interessant stuk met de Wannsee en de Glienicker Brücke (de eerder genoemde spionnenbrug). De enorme sanering van die omgeving is vastgelegd in deze film. Ook filmisch is het stuk op het verlaten spoorwegemplacement.

Liefhebbers van queer- en feministische cinema kwamen sowieso in de jaren zeventig aan hun trekken in de Berlijnse cinema. Want regisseur Rosa von Praunheim maakte in de jaren zeventig een vergelijkbare film over de West-Berlijnse queergemeenschap. Die is al briljant vanwege de titel: Nicht der Homosexuelle ist pervers, sondern die Situation, in der er lebt (1971).

Dit decennium was verder mager vergeleken met de golf artistieke films in andere delen van de wereld; er verschenen vooral stapels seksfilms en misdaadfilms. En dan ook nog uit andere steden: Hamburg (Blutiger Freitag, Supermarkt, Rocker), Düsseldorf (Die Katze) en München (de tv-serie Derrick). Berlijn had de misdaadfilm Die Knacker (1974), waarbij een goedkope bankovervalfilm wordt onderbroken door klagende producers. De regisseur neemt de benen en wil een echte overval plannen. “Ik dacht dat ik met een misdaadfilm de tv’s kon laten springen! Wat wij maken, is eigenlijk slaapmiddel, kauwgom.” Véél Berlijn. Bahnhof Zoologischer Garten, hotels, bars, straten, taxi’s, auto’s, rondvaartboten. Het is zoals zo vaak in misdaadfilms allemaal vrij anoniem, kleurloos en onherkenbaar – met af en toe casual de Muur op de achtergrond.

Een uitzondering was Fassbinders Die Dritte Generation uit 1973. Maar weinig Berlijn. We kijken de hele tijd vanuit een flatgebouw uit op de Gedächtniskirche (lijkt op hetzelfde gebouw als in The Quiller Memorandum).

En de Oost-Berlijnse cinema? Die probeerde via menselijke films over het Berlijnse leven de communistische boodschap uit te dragen. Denk aan titels als He, du! (1970), Solo Sunny (1980), Liebeserklärung an Berlin (1977), Das Versteck (1978) en de opmerkelijke DDR-hippiefilm Die Legende von Paul und Paula (1973).

 

Der Himmel über Berlin (1987)

Der Himmel über Berlin (1987): het trauma van Berlijners

Locaties: Tiergarten, Mitte, Prenzlauer Berg

Engelen luisteren onze gedachten af. In dit Berlijn lopen twee engelen dat te doen. Hebben we nog hoop of zitten we in zak en as en moet de engel ingrijpen met een snufje optimisme? Er zijn nogal wat getroebleerde geesten om naar uit te kijken. Dat lukt vaak, maar niet altijd.

Ze hangen rond bij een circus, een bibliotheek en bij opnamen van een oorlogsfilm, waar de Amerikaanse acteur Peter Falk aan meedoet, die soms ook rondloopt (“Hé is dat Columbo?”). Of de engelen geloven in hun ‘werk’ leren we niet echt, maar het willen helpen is sterker dan henzelf.

Marion is als trapeze-artieste verkleed als engel. In zichzelf zegt ze: “Berlijn, ik ben een buitenstaander, en toch is het allemaal herkenbaar. Je kunt niet verdwalen want je loopt altijd tegen de Muur aan.” De engel krijgt gevoelens voor haar en zou graag weer ontengeld zijn.

Bijzondere film van Wim Wenders. De film mixt archiefbeelden, monologen en improvisatie zonder dat het ergens irriteert. En verweeft net zo knap de eigenzinnige met meer gewone, herkenbare scènes. Het script kwam van de schrijver Peter Handke, en dat geeft de film – door de zorgvuldig geformuleerde monologen – geregeld een literair gevoel. Zoals wanneer de twee elkaar bij de bar tegenkomen en zij eerst een immense monoloog houdt voor hij haar mag kussen.

Der Himmel über Berlin is met het gewandel door Berlijn een van de beste films met een cinematografische blik op de gebroken stad van toen. Een prachtpassage waarbij een oude man het oude gapende gat dat Potsdamer Platz heet bezoekt, inclusief Muur. Fascinerend is de weg die doodloopt op de Muur. Een blik op het verlaten Ostbahnhof. Peter Falk die bij de leftovers van het Anhalter Bahnhof loopt. De engel die onder de U-Bahn doorloopt. De bunker waar filmopnamen zijn (nu al jaren een galerie).

Het leven langs de Muur – dat is de route van de film – ging zijn gang. We zien mensen joggen, een Berlijnse nachtclub, een wasserette, een stadsbus, een metrostation, een concert van Nick Cave. Als romance is het even diep als romances gaan, maar het geeft wel energie aan de film.

De inventiviteit van Wenders’ cinema blijkt als de camera over de westerse kant van de Muur (met de iconische hoofden van Muurschilder Thierry Noir) naar de oosterse kant glijdt. Nette witte muren en Oost-Duitse grenssoldaten. Het duurt even voor je beseft dat dit niet kon in 1987. Een stukje Oost-Duitse muur werd nagebouwd in een studio. Maar er zitten wel echte clandestiene beelden in van Oost-Berlijnse straten van Prenzlauer Berg, gemaakt door cinematograaf Thomas Plenert. Je herkent ze aan de Trabantjes.

De film was een groot succes in 1987. Een Gouden Beer in Berlijn en een nog grotere status voor Wim Wenders, die toch niet misselijk was na Paris, Texas. Het is een verhaal over trauma, schrijft The Guardian in een analyse, met die naar verdriet luisterende engelen. En dat is ook wel logisch – gezien het feit wat Berlijners allemaal hebben moeten doormaken, dat leren we al uit alle voorgaande Berlijnse cinema.

Geschiedenis is volgens mij opzettelijk de rode draad in de film. Een grote rol voor de bibliotheek (een van mijn favoriete passages). “Iedere straat heeft zijn eigen grens”, hoor je op gegeven moment iemand zeggen. Er zijn archiefbeelden en de film switcht een paar keer van zwart-wit naar kleur.

Daarom vermoedelijk ook beelden van plaatsen die in Ruttmanns film Berlin – Die Sinfonie der Großstadt nog heel waren: Anhalter Bahnhof en Potsdamer Platz. “Ik kan Potsdamer Platz niet vinden”, zegt iemand. In 1993 verscheen een veel minder bekend vervolg van Wim Wenders: In weiter Ferne, so nah!. Met onder andere Willem Dafoe en… Horst Buchholz.

Films over Berlijn in de jaren tachtig waren pover in kwaliteit maar er kwamen wel wijken aan bod die zelden eerder in films te zien waren. De topproductie van het decennium was Berlin Alexanderplatz (1980), de serie van Fassbinder naar het boek van Doblin. Verder vind ik Cycling the Frame (1988) een aardige curiositeit. Actrice Tilda Swinton fietst langs de muur en uit gedachten. Film van Cynthia Beatt staat op YouTube. In 2009 deden ze de route opnieuw in The Invisible Frame.

 

Special in een special 2: Berlijn in crisis
De jaren tachtig waren zoals voor veel Europese steden ook een bleek decennium voor Berlijn. West-Duitsland wordt eind jaren zeventig getroffen door een heroïnegolf. Junkies worden onderdeel van het stadsbeeld. Ze bevinden zich in Berlijn vooral rondom het station Zoologischer Garten.

Christiane F.: Wir Kinder vom Bahnhof Zoo van Uli Edel was gebaseerd op memoires van de gelijknamige vrouw, die ze met journalisten had geschreven. Boek en film beschrijven hoe een generatie tieners verslaafd raakt aan harddrugs en zich prostitueerden rondom station Zoologischer Garten. De film ging voor realisme en de scènes met naalden in armen zijn bijna niet te tellen.

De echte Christiane F. en Detlev vind je op Wikipedia of in documentaires op YouTube. In 2021 is er ook een tv-serie over gemaakt, Wir Kinder vom Bahnhof Zoo.

Er waren meer typische 80’s-films over Berlijn zoals Neonstadt (1982) van Wolfgang Büld, Dominik Graf en Hans Schmid en Decoder (1983) van Muscha. Ze gaan alle drie over de muziek van die tijd. Opmerkelijk is dat Christiane F. bij alle drie de films betrokken was. In zekere zin past Possession (1981), een duistere monsterfilm van de Poolse regisseur Andrzej Żuławski over een huis bij de Muur, daar ook bij.

Niet letterlijk (want het was een Oost-Duitse film) maar de crisis zie je ook een beetje terug in Insel der Schwäne (1982). Een jongen verhuist van een klein stadje naar de Oost-Berlijnse flatwijk Marzahn en moet daar zien te overleven. Kanakerbraut (1983) schetst de sombere kant aan de andere kant van de Muur. De film van Uwe Schrader gaat over de Kreuzbergmicropolis van werkloze, arme en geregeld bezopen mensen. Enigszins vergelijkbaar is Wedding (1989): jongeren met schulden en gebroken families ontmoeten elkaar weer in de wijk waar ze opgroeiden: Wedding.

Eind jaren tachtig was Oost-Duitsland vrijwel failliet en stond er opeens alleen voor. Na een paar bizarre ontwikkelingen viel in november 1989 opeens de Muur – het symbool van de verdeelde stad die Berlijn was. In 1990 werd het land, en dus Berlijn ook, weer een.

 

Sonnenallee (1999)

Sonnenallee (1999): een Oost-Duitse straat vol spot

Locatie: Neukölln (studio)

Bij de uitkijk van de Sonnenallee staan de West-Berlijners te kijken naar de jonge Oost-Berlijners achter de muur. “Hé kijk, Ossi’s! Mag ik je voeren?” Op hun beurt rennen de Oost-Berlijners achter een toeristenbus aan met West-Duitse toeristen, om hen de stuipen op het lijf te jagen: “Honger! Honger!”

De Sonnenallee is een lange weg achter Tempelhof in de wijk Neukölln. Daar was in de DDR-tijd ook een checkpoint, zie deze kaart op Wikipedia. We volgen Micha en zijn vrienden. Hij is scholier, opstandig, verliefd op Miriam, voor wie hij alles over heeft.

Sonnenallee is een van die energieke jarennegentigfilms met jonge acteurs, geestige scripts en onvervalste satire. DDR-controle bij de grens: “Lychees! Moeten jullie dat eten in het Westen?” Een pijnlijke stilte als de wachtmeester op bezoek komt. DDR-drugs: pillen van de drogist fijnstampen en dan mengen met cola. Rudi Carrell op West-Duitse tv kijken: “Die dingen op de band moeten de mensen onthouden, en dan mogen ze die mee naar huis nemen.” (Totaal verbaasd:) “Mee naar huis nemen?” Een Stasibuurman die elke opmerking verdacht vindt.

Details krijgen veel aandacht. Posters, kleding, de ‘minetta’-radio, een onuitklapbare tafel, vreemde T-shirts, zelfkritiek op een FDJ-jongerendag (in outfit), Krönung-koffie, telefooncellen, auto’s, westerse muziek die jaren na dato publiek bereikt, etc..

Het kan bijna niet anders dan dat het een feest van herkenning was voor iedere Ossi. Negen jaar na de Wende zal het nog fris in het geheugen zijn geweest.

Het tempo ligt goed hoog, zoals het hoort bij een komedie. Deze zin is bijvoorbeeld erg humoristisch (in een discussie hoe vrij de Oost-Duitsers zijn): “In Thüringen mogen we overal gaan en staan waar we willen!” Het Oost-Duitse feest waarbij iedereen binnenloopt, is een van de grappigste passages. De acteurs werden goed geregisseerd in hun komische werk, de moeder, de oom, de illegale platenverkoper, etc.. De regie was van Leander Haußmann, ook bekend van Herr Lehmann en Stasikomödie.

Minder is dat de hoofdpersoon een naïeve jongen is die de hele tijd achter één populair meisje aanrent, wat vaak vaak heel wat minder grappig is dan de schrijvers zelf denken.

Sonnenallee (allemaal studio-Berlijn trouwens) is een van de vroegere films van de Ostalgie-golf in de Duitse cinema. Lang niet zo succesvol als de wat meer gelikte arthousekraker Good Bye Lenin! vier jaar later maar wel een stuk grappiger. Dat is ook niet in het minst te danken aan de hoofdrolspeler, Alexander Scheer. Bij ons vrijwel onbekend maar hij heeft een komisch talent. Nu speelt hij vooral beroemdheden, zoals David Bowie in de serie Wir Kinder vom Bahnhof Zoo (2021) en Andy Warhol in Fassbinders biopic Enfant Terrible (2020). De perfecte persoon voor de hoofdrol in Sonnenallee want hij was zelf ook achter de Muur in Oost-Berlijn geboren. “Het was niet beter, slechter, maar compleet iets anders”, zegt hij in dit interview.

De jaren negentig was de tijd van grote verandering in Berlijn. Zo kreeg de wijk Mitte opeens weer kleur op het gelaat want het kon na de val van de Muur weer aan elkaar geplakt worden. Dat betekende een heleboel bouw- en saneringsprojecten. Berlijn stond bekend als de grootste bouwput van Europa. Je krijgt een idee via de korte film (twee minuten) Neues Berlin op YouTube.

En ook de Berlijnse cinema veranderde. Spionage, Muur, spanning, Oost-Duitse films: allemaal opeens weg. Er was verandering. Eind jaren negentig was er wat meer geld om in de nieuwe hoofdstad te filmen. En zoals zo vaak, maakten die Berlijnse films creatief gebruik van de achtergrond die de stad bood:

• Die Mauer (1990): Jurgen Böttcher (van Jahrgang 45) maakte deze film over de afbraak van de Muur
• Berlin – Prenzlauer Berg (1990): de veranderingen in deze Oost-Berlijnse wijk gingen snel en Petra Tschörtner legde het vast
• Nie Wieder Schlafen (1992): drie vrouwen herontdekken herenigd Berlijn in een soort lokale Sex and the City
• Das Leben ist ein Baustelle (1997): slimme romantische komedie van Wolfgang Becker met de grote bouwprojecten in Berlijn als achtergrond
• Lola Rennt (1998): bekende arthousefilm in drie varianten waarin Lola de hele stad doorrent (film van Tom Tykwer)
• Die leere Mitte (1998): obscure film van Hito Steyerl over Mitte. Kwam pas in 2022 in de bioscoop
• Ich Chef, Du Turnschuh (1998): over een Armeense vluchteling die in de bouw gaat werken

Meer lezen: https://www.epd-film.de/filmkritiken/sonnenallee

 

Berlin is in Germany (2001)

Berlin is in Germany (2001): aanpassen is niet makkelijk

Locaties: Mitte, Friedrichshain

Martin – oud-Ossi – komt na elf jaar gevangenisperiode vrij. Martin wil zijn zoon weer zien, zoekt werk en doet aan therapie (schilderen). De wereld is anders. Er is vrijheid en techno. Maar ook Plattenbau (prefab-bouw) met racistische buren.

Zijn ex-vrouw (anders dan je vaak in films ziet) wil hem helpen. Ze is intussen onderdeel geworden van de culturele elite. Als hij op bezoek komt, weten de elitaire Berlijners niet wie hij is. “Heb jij gehoord wat hij deed? Nee ik dacht dat hij misschien een schrijver is.”

Hij kan bij een oude vriend in een seksvideotheek met liveshows werken. Daar ontstaat een warme relatie met seksartiest Ludmilla. Hij gaat studeren voor een taxi-examen. Dat is lastig want diverse straten in het oosten hebben andere namen gekregen. “Fritz Heckertstrasse is Engeldamm, Ho Chi Minh-strasse is Weissenseerweg, Helmut Juststrasse is Behmstrasse, Otto Grotewohlstrasse is Wilhelmstrasse…” Na zijn examen blijkt dat Martin met zijn strafblad geen taxichauffeur mag zijn. Wat nu?

Vriendelijke, menselijke film van Hannes Stöhr, die leunt op het overtuigende acteren van de hoofdrolspelers, vooral Jörg Schüttauf als Martin. Geen stereotype arthousedrama – daarvoor is het wat te onvoorspelbaar – maar gewoon een mooie film over een man die probeert om zijn leven op te pakken. Waarbij je ook veel van Berlijn ziet, met de Fernsehturm van Alexanderplatz als een Eiffeltoren aldoor op de achtergrond (net als in Good Bye Lenin! is het een soort permanent referentiekader). Het enige wat de film mist, is een plot om het rond te maken. Dat is wel spijtig.

In deze tijd ligt de nadruk wat minder op de stad Berlijn, maar zien we meer van de rauwe kant van het bestaan in diverse buurten:

• Die Unberührbare (2000): drama van Oskar Roehler
• Planet Alex (2001): verhalen rondom Alexanderplatz, veel buitenscènes, guerrillastijl
• Alltag (2003): met de grootste gemeenschap Turken buiten Turkije in Berlijn (vooral Kreuzberg), duurde het nog een tijd voor er een echte film over verscheen. Film van Neco Çelik
• Herr Lehmann (2003): amusant portret van Kreuzberg tijdens de jaren tachtig van Leander Haussmann (regisseur van Sonnenallee)
• Die fetten Jahre sind vorbei (2004): antikapitalisten bezoeken het rijke stadsdeel Zehlendorf en gaan mensen ontvoeren en de les lezen
• Sommer vorm Balkon (2005): aardige buurtfilm van twee vrouwen in Prenzlauer Berg
• Netto (2005): man in Prenzlauer Berg krijgt zoon in huis
• Knallhart (2006): een soort La Haine maar dan in Neukölln

Meer lezen: https://www.filmportal.de/film/berlin-is-in-germany_283c6c29d554490d9dda78e106ac4d6a

 

Laatste special in een special: Berlijn en geschiedenis
Nog een special? Ja! Want het moet. Berlijn is de ideale stad om te leren kennen via films. Duitsers hebben zelf al meer dan gemiddelde interesse in hun geschiedenis. Er is zelfs een (Poolse) film gemaakt over de konijnen die leefden in het niemandsland van de twee verdeelde steden: Rabbit à la Berlin (2009). Daarom deze laatste special:

• De Spartakusopstand in 1919 eindigt in een bloedbad onder communisten: Rosa Luxemburg (1986)
• De Weimarrepubliek van de jaren twintig levert bijzondere cultuur én economische chaos op: I am a Camera (1955), Cabaret (1972), Fabian (1980) en Comedian Harmonists (1997)
• Nazi-Duitsland verliest de oorlog en Berlijn wordt kapot geschoten in april en mei 1945: The Last Ten Days (1955), Hitler: The Last Ten Days (1973), The Death of Adolf Hitler (1973), The Bunker (1981) en Der Untergang (2004)
• In 1948 blokkeren de Sovjets de aanvoer naar de geallieerde zones in Berlijn en een luchtbrug wordt opgezet: The Big Lift (1950) en The Airlift (2005)
• De stad wordt vanaf 1949 verdeeld, in 1961 wordt de Muur gebouwd, en mensen proberen met gevaar voor eigen leven te ontsnappen: Escape from East Berlin (1962), Der geteilte Himmel (1964), Berlin Tunnel 21 (1981), Night Crossing (1982), The Innocent (1993), The Tunnel (2001) en West (2013)
• Oost-Duitsland is een dictatuur waarbij iedereen elkaar bespioneert: Das Leben der Anderen (2006)
• Berlijners leven decennialang gescheiden van elkaar en dat zorgde voor persoonlijk drama: Romance in Berlin (1956), Familie Rechlin (1982), Das Versprechen (1995), Der Himmel über Berlin (1987) en Salmonberries (1991)
• De Muur gaat neer in 1989 en Duitsland is weer een. De stad verandert in een grote bouwput: Boomtown Berlin (serie 1996 – 2003), Das Leben ist eine Baustelle (1997), Lola Rennt (1997) en Berlin Babylon (2001)
• En wordt dé partystad van Europa (Szenetriffen heet dat in onvervalst Berlijns): Angel Express (1998), Berlin Calling (2008) en Victoria (2015)
• Diverse Oost-Duitsers krijgen te maken met ‘Ostalgie’, Oost-Duitse cultuur: Sonnenallee (1999), Good Bye Lenin! (2003), Meine schönsten Jahre (2004) en Liebe Mauer (2009)
• Voor ‘Ossies’ is de aanpassing aan de stijl van het westen sowieso niet simpel: Die Unberührbare (2000), Berlin is in Germany (2001) en Du bist nicht allein (2007)
• Net als veel andere grote steden zien Berlijners hun huren stijgen in de 21ste eeuw: Welcome Goodbye en Mietrebellen (beide 2014)

Deze unieke Berlijnse geschiedenissen bieden natuurlijk ook kansen voor series die personages langere tijd volgden. Met name in de 21ste eeuw verschenen ze aan de lopende band. We gaan er verder niet op in, maar de liefhebber van series bingen én Berlijnse geschiedenis heeft keuze genoeg:

• Liebling Kreuzberg (1986 – 1991)
• Dogs of Berlin (2018)
• Babylon Berlin (2017 – 2025)
• Berlin, Berlin (2002 – 2005)
• Deutschland 83 / 86 / 89 (2015, 2018, 2020)
• Ku’damm 56 / 59 / 63 / 77 (2016, 2018, 2021, 2025)

Houd je meer van gamen? Dan kun je al spelend de Berlijnse geschiedenis meemaken via de game The Berlin Apartment.

 

Kortom…
De schatkamer van de Berlijnse cinema – en de geschiedenis van de stad – is bijna onuitputtelijk. Er zijn altijd nisjes waar je nog niet eerder had gekeken. De website Filmfriend.de heeft bijvoorbeeld nog allerlei oudere films over Duitsland en Berlijn, zie de links hieronder.

Ondertussen blijft het gekke Berlijn zelf ook steeds weer veranderen van karakter. Het is een van de weinige steden die cultureel enorm veel te bieden heeft, zelfs in tijden dat de huizenprijzen stijgen. Het is bijna een blinde liefde die je tussen kijker en maker voelt: als Berlijn in een film voorkomt, dan móet het wel iets moois zijn…

 

Overige bronnen

• Filmfriend over Oost-Duitse films: https://www.filmfriend.de/en/collections/once-upon-a-time-in-east-germany
• Filmfriend over Berlijnse films: https://www.filmfriend.de/en/collections/berlin-film-ballads
• The Guardian en top 10: https://www.theguardian.com/travel/2011/aug/17/top-10-films-set-in-berlin
• Video-essay op YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=rjFf41DePhk
• Wikipedia: https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_films_set_in_Berlin
• Boek: Brigitta B. Wagner: Berlin Replayed, University of Minnesota Press

 

30 juli 2026

 

 

Deel 1: Camera Obscura Special: Parijs
Deel 2: Camera Obscura Special: New York
Deel 3: Camera Obscura Special: Londen
Deel 4: Camera Obscura Special: Tokio
Deel 5: Camera Obscura Special: Amsterdam
Deel 6: Camera Obscura Special: Rio de Janeiro

REWIND: Gegen die Wand (2004)

REWIND: Gegen die Wand (2004)
Star-crossed lovers

door Bert Potvliege

Op het Filmfestival van Berlijn in 2004 overhandigde juryvoorzitter Frances McDormand de Gouden Beer aan cineast Fatih Akin. Zijn passionele melodrama Gegen die Wand, een romantische vertelling over een moeilijke liefde en identiteit in de Turks-Duitse gemeenschap in Hamburg, had de juryleden geraakt.

De recette van meer dan tien miljoen euro bewijst dat zij niet de enigen waren die de ontroering voelden. Het publiek werd bedwelmd door deze mistroostige figuren die liefde willen – omdat we allemaal zo zijn?

Hoe zou een festivaljury meer dan twintig jaar later terugkijken op haar keuze: blijft de lofzang overeind of heeft de film de tand des tijds niet doorstaan? Het kan dat de zinderende adoratie van het publiek ertoe leidde dat enige minpunten destijds genegeerd werden. Liefde maakt tenslotte blind – zo ook voor de star-crossed lovers in Gegen die Wand.

REWIND: Gegen die Wand (2004)

De geur van kleren
Akin schetst het verhaal van Cahit (Birol Ünel), een Duitse man met Turkse roots die na een destructieve periode van alcoholmisbruik en een mislukte zelfmoordpoging in contact komt met Sibel (Sibel Kekilli), een jonge Turkse vrouw die zich wil loskoppelen van de verstikkende controle van haar traditionele familie. Hun ontmoeting leidt tot een pragmatisch huwelijk: een afspraak die haar vrijheid moet opleveren om “te dansen en te neuken met wie ik wil”.

Waarom Cahit ingaat op het voorstel, lijkt voor eeuwig troebel te zijn. Het niet sluitend kunnen beantwoorden van die vraag spreekt over de onverklaarbaarheid van liefde. De geur van Sibels gewassen kledij in Cahits kast intoxiceert hem. Verliefdheid heeft ons sneller in de greep dan we denken.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Iedereen die ooit een film heeft gezien, weet dat deze twee verloren zielen verliefd zullen worden op elkaar. Toch laten we ons opnieuw vangen – en graag. Eens Cahit inziet dat hij van Sibel houdt, slaat hij hard op tafel en breekt in die plotse euforie enkele glazen. Hij snijdt zich aan het glas en bloed stroomt over zijn armen – een mooie visuele tegenhanger voor het oversnijden van de polsen eerder. Vervolgens gaat hij bloedend dansen op een podium. Dat is liefde, een en al gekheid, en die verandert alles. Maar een noodlottig probleem met een rivaal zal alles kapotmaken.

She give power
In 2004 drong Gegen die Wand zich op als kandidaat voor de film van het jaar: een vlot verteld en ontroerend drama, met twee uitstekende acteurs in de hoofdrollen die zich volledig inleven in hun rol en elkaar echt graag lijken te zien. Het publiek sloot hen in de armen, en mocht delen in hun liefde. Het herbekijken van de film was als het mogen herontdekken van die oude gevoelens.

Wanneer Cahit tijdens zijn zoektocht in Istanboel Sibels Turkse nicht Selma ontmoet, blijkt de greep op zijn moedertaal roestig. Hij moet overschakelen naar zijn matige kennis van het Engels, om aan Selma te kunnen uitleggen waarom ze hem moet helpen zijn geliefde terug te vinden. Het is een eenvoudig verweer, maar snijdt diep: “When I met Sibel the first time, I was dead. Then she come, drop in my life. She give me love. And she give me power.”

Cahit staat met opgeheven hoofd voor het dwarsliggende familielid, in wat een zinloze poging lijkt haar te willen overtuigen. Maar hij doet het – en toont hoe liefde hem kracht en levensrust geeft. Het publiek is, net als Selma, getuige van zijn ontroerende oprechtheid. Voor ons staat een man die, door zijn houden van, sterker is dan eender wie ter wereld. Ünel is betoverend in zijn acteerspel – alle lof voor de in 2020 aan kanker overleden acteur (een nieuwsfeit dat ons pas bij het schrijven van deze tekst bereikte, en droevig stemt).

REWIND: Gegen die Wand (2004)

Voor het hart
Veel van Gegen die Wand blijft overeind, maar het is een film voor het hart en niet voor het hoofd. Akin was twintig jaar geleden (hij was nauwelijks 30) een minder goede regisseur dan wanneer hij jaren later uitstekend werk als Der goldene Handschuh uitbracht. Maar als jonge snaak was hij wel een enorm openhartige regisseur: je voelt zijn rotsvast geloof in zijn personages, en zijn leiderschap over zijn acteurs om die tot leven te brengen.

Narratief en visueel is de film weinig uitdagend te noemen – de sterktes liggen elders. Alle elementen staan in dienst van het soepel vertellen van een romantisch verhaal, het gedegen schetsen van enkele figuren, en het enigszins aankaarten van moeilijkheden in de Turks-Duitse gemeenschap (kwesties over familie-eer en identiteit in een multiculturele setting). Gegen die Wand is een film die netjes de houvast van de publieksvriendelijke narratieve film volgt. Bovendien mist Akin als scenarioschrijver soms enige subtiliteit – Sibel die wel héél snel overgaat tot het oversnijden van de polsen, de extreem gemarginaliseerde woonsituatie van Cahit…

Liefde valt niet te distilleren
We schrijven vele jaren later, maar nog steeds staat de gemeendheid van de film als een huis. Briljante cinema wordt het nergens, maar authenticiteit kan je er in overvloed vinden. De hartstocht van Cahit en Sibel proberen definiëren, kan een mens op de grenzen van taal doen stoten: het is evenzeer passioneel, nostalgisch, gedoemd, onbezonnen, mysterieus als rock-‘n-roll. Er valt geen logica uit te distilleren – niet uit wat deze geliefden overkomt, en niet uit wat de film zelfs twintig jaar na zijn verschijnen teweegbrengt.

Enkele jaren terug liep Fatih Akin ons onverwacht voorbij op een filmfestival. We hadden jaren niet aan zijn film gedacht. We werden bij het zien van de man in een fractie terug gekatapulteerd naar die hotelkamer in Istanboel, waar twee verloren zielen de dag weg vreeën – de dialoog is er spaarzaam, de blikken verzetten het werk.

De man die in de slotscène naar de buschauffeur teken doet om achteruit te rijden, is sinds Gegen die Wand een metafoor die ons kraakt – een beeld van vaarwel. Telkens we iemand zo zien gebaren, wenden we het hoofd af – het liefdesverdriet is te groot, maar tezelfdertijd verslavend. Want als we elkaar niet kunnen hebben, mogen we dan op zijn minst het gemis aan elkaar meedragen?

 

GEGEN DIE WAND KIJKEN: o.a. hier

 

 

Meer REWIND

Two Prosecutors

****
recensie Two Prosecutors
Het ‘hoogtepunt’ van Stalins terreur

door Jochum de Graaf

Sergei Loznitsa maakte naam en faam met zeventien avondvullende documentaires over diep ingrijpende gebeurtenissen, met name de Tweede Wereldoorlog en het (post-)Sovjet-tijdperk. Met Maidan (2014), State Funeral (dood van Stalin, 2019), The Kiev Trial (2022), Babi Jar. Context (massamoord op Joden in Oekraïne, 2021) en The Invasion (Russische inval in Oekraïne, 2024) werd hij een gevierde gast op IDFA. Zijn vier uur durende Mr. Landsbergis kreeg in 2021 de Publieksprijs. Daarnaast maakte hij speelfilms, waarvan Donbass de meest succesvolle is. Nu is er Two Prosecutors, zijn vijfde speelfilm, waarin hij in zijn kenmerkende indringende stijl de Stalinterreur van de jaren dertig fileert.

Het is de Sovjet-Unie 1937: ‘het hoogtepunt van Stalins terreur’, aldus een korte, bondige aankondiging. We zijn bij de gevangenis in Brjansk, een kilometer of vierhonderd ten zuidwesten van Moskou, de grens van Belarus. Een bewaker in zwart uniform ontgrendelt de massieve hoge poort. Een groepje gevangenen, sjofel gekleed, kale koppen, sterk vermagerd, strompelt de binnenplaats op en wordt op een houten bank neergezet. Ze krijgen de opdracht om papieren te verbranden.

Two Prosecuters

Opdracht met één lucifer
De speciale gevangene Stepniak wordt intussen onder strenge bewaking in het gebouw door het trappenhuis geleid en in een cel met een klein kacheltje neergezet. Hij heeft twee grote bundels, dichtgeknoopte lakens over zijn schouder en krijgt één lucifer met de nadrukkelijke opdracht om alle papieren zonder uitzondering te verbranden. Blijft hij in gebreke dan volgt een straf van twintig maanden isoleercel. De papieren zijn voor het grootste deel verzoeken en petities van partijgetrouwen aan ‘beste kameraad Stalin’. Stepniak drukt echter een stukje karton met daarop een paar met bloed geschreven krabbels achterover en verbergt het in zijn overhemd.

Het kartonnetje wordt op slinkse wijze de gevangenis uitgesmokkeld en komt in handen van de net afgestudeerde jonge aanklager Aleksandr Kornyev (Aleksandr Kuznetsov). Kornyev kent de oude Bolsjewiek Stepniak van de rechtenfaculteit waar hij een voordracht hield over het zoeken naar waarheid en rechtvaardigheid in relatie tot het bolsjewisme. Hij gaat bij Stepniak op bezoek in de gevangenis, waar deze hem de littekens en bloederige wonden laat zien die hij over heeft gehouden aan de martelingen vanwege zijn weigering om een valse bekentenis af te leggen.

Stepniak overhandigt de jonge aanklager een brief waarin hij de veiligheidsdiensten in de Sovjet-Unie, met name de NKVD (voorloper van de KGB), in staat van beschuldiging stelt. Ze trekken zich niets aan van de rechtsstaat, de gevangenissen en het rechtssysteem worden gebruikt om een ​​hele generatie oudere partijveteranen zoals hij te martelen en te vermoorden om plaats te maken voor fanatieke incompetente partijleden die een uiterste loyaliteit aan Stalin betonen. En hij vraagt Kornyev om zijn zaak in Moskou aanhangig te maken bij het Politbureau en zo mogelijk bij Stalin zelf.

Wet is ondergeschikt aan terreur
In de trein naar Moskou wordt Kornyev de hele reis wakker gehouden door een oorlogsveteraan uit WO I met een zware handicap waaraan hij zijn bijnaam ‘Houten been’ overgehouden heeft. De oud-soldaat die nogal op Stepniak lijkt – het is inderdaad een dubbelrol van Aleksandr Fillipenko – vertelt de anekdote dat hij van Lenin in partijhoofdkwartier Smolny een aalmoes kreeg en hoopt dat hij nu ook van grote leider Stalin een dergelijke gunst te ontvangen.

Kornyev moet een aantal dagen urenlang in de wachtkamer van de beruchte procureur-generaal Vysjinski zitten voor hij belet krijgt. Vysjinski, die routineus schreeuwend en bevelend de vele wachtenden met hun verzoekschriften en smeekbeden afhandelt, is als ‘tweede’ aanklager het volkomen contrast met Kornyev. De man die alle zuiveringen zou overleven, heeft geen enkel begrip voor wie dan ook, de wet is voor hem totaal ondergeschikt aan de terreur. Kornyev wordt beleefdheidshalve aangehoord maar krijgt al snel de opdracht om nog eens terug te gaan naar Brjansk en aanvullend bewijsmateriaal te leveren.

Two Prosecutors

Meeslepend en beklemmend
Hoewel je de afloop voor Kornyev eigenlijk al van het begin af aan ziet aankomen, word je toch meegesleept in het verhaal (gebaseerd op een novelle van Georgy Demidov, een politieke gevangene die veertien jaar vastzat in een goelag). In zijn documentaires laat Lotznitza door de knappe montage archiefbeelden zonder voice-over voor zichzelf spreken, waarmee de grote gebeurtenissen secuur worden ontleed. Die strakke montage is er ook in Two Prosecutors: afzonderlijke scènes die met een take, vanuit een camerastandpunt in beeld worden gebracht.

Dat werkt nogal confronterend. De bang makende bejegening van de bewakers als Kornyev bij Stepniak op bezoek gaat. De bleke gezichten en spaarzame woorden in de zaal met wachtenden voor ze bij Vysjinsky naar binnen mogen. De zogenaamd joviale partijgenoten die Kornyev oppikken en dicht tegen hem aan gaan zitten in de auto, wanneer hij terug naar Brjansk moet. De grauwsluier die over de Sovjet-samenleving hangt, al is er geen vorst of sneeuw te bekennen. De kilte slaat om je hart.

Het is kafkaësk wat er gebeurt, beklemmend, onontkoombaar. Two Prosecutors legt het dieptepunt van het sinistere Stalinisme bloot, de totalitaire nachtmerrie waar niet aan te ontsnappen leek.

 

29 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Silent Friend

****
recensie Silent Friend
Natuurlijke behoefte aan verbinding

door Zoë van Leeuwen

In de botanische tuin van de Universiteit van Marburg staat een enorme ginkgo-boom, die al bijna twee eeuwen wordt bestudeerd en onderzocht, maar tegelijkertijd de wereld om haar heen nauwkeurig observeert. Met Silent Friend brengt de Hongaarse regisseur Ildikó Enyedi een poëtische ode aan de natuur en de primitieve drang van de mens om verbinding te maken. 

Enyedi maakt van de gigantische ginkgo de stille kracht, die de tweeënhalf uur durende film draagt en de kijker meeneemt in het trage ritme van de natuur. Na haar geflopte The Story of My Wife uit 2021, is Enyedi met Silent Friend op haar best en brengt een kleinschalige, maar indrukwekkende film die het publiek een zelden belicht perspectief biedt. Het verhaal is opgebouwd als een drieluik dat zich afspeelt op de campus van de universiteit in drie verschillende tijdperken en volgt drie mensen die in hun zoektocht naar connectie verbonden raken met de natuur, en zo ook met elkaar.

Silent Friend

Zoeken naar connectie
De film opent met professor Tony Wong, gespeeld door Tony Leung Chiu-Wai, voor wie Enyedi de rol speciaal schreef. De neurowetenschapper uit Hongkong is in 2020 gastleraar in Marburg, waar hij zich een buitenbeentje voelt tussen zijn Duitse collega’s. Die eenzaamheid wordt nog sterker wanneer de eerste COVID-lockdown wordt ingevoerd en hij als enige op de campus achterblijft.

Wat volgt is een grote stap terug in de tijd naar 1908, waar Grete (Luna Wedler) de eerste vrouw is die wordt toegelaten tot de botanische afdeling van de universiteit. Dat gaat niet zonder slag of stoot, want ondanks haar enorme hoeveelheid kennis, wordt ze in iedere stap tegengewerkt door de seksistische vooroordelen van de vrouwen hatende professoren.

Het derde en laatste verhaal speelt zich af in de zomer van 1972. Hannes (Enzo Brumm) heeft niks met planten, maar is wel helemaal weg van hippie Gundula (Marlene Burow), die met haar geraniumexperiment probeert te bewijzen dat planten wel degelijk kunnen reageren op menselijke aanwezigheid.

Audiovisuele parel
Toch voelen de drie verhalen niet overweldigend en worden ze op schijnbaar moeiteloze wijze van elkaar gescheiden door het prachtige camerawerk van Gergely Pálos, die bijvoorbeeld een 35mm-camera gebruikt voor de contrasterende zwart-wittinten van 1908. De zonovergoten, korrelige uitstraling van 1972 wordt bereikt met een 16mm-camera, terwijl 2020 wordt weerspiegeld door ultrascherpe digitale beelden.

De bladeren en takken van verschillende planten en bomen in de botanische tuin verbinden deze verhalen met elkaar. Alle flora is in Silent Friend net zo belangrijk als de menselijke personages. In de meeste shots staan de planten prominent in beeld, als een stille vriend die meekijkt, waarbij de mens wordt omringd door bladeren of zelfs verdwijnt achter een dikke boomstam. Deze manier van filmen laat zien waar meerdere personages het over hebben: de natuur om ons heen is constant aanwezig en observeert ons net zo veel als wij haar observeren. Het geluid in de film draagt hier nog meer aan bij. Je hoort dingen die je normaal nooit opmerkt, zoals het sap dat door de boom stroomt, ritselende blaadjes of wortels die heel langzaam door de aarde duwen.

Silent Friend

Natuur als vriend
Het onderzoek van professor Wong op mensen is stopgezet vanwege de pandemie. Hij besteedt zijn vrije tijd op campus aan het bekijken van video’s van de Franse botanicus Alice Sauvage (Léa Seydoux), die hem inspireert om neurologisch onderzoek te gebruiken om planten beter te begrijpen. Ondertussen ontwikkelt Grete een liefde voor fotografie wanneer de academische wereld haar buitensluit. Ze leert de camera te gebruiken om de fijne details van planten vast te leggen en herontdekt haar liefde voor de plantkunde.

Vooral in 1972 lijkt er liefde te bloeien. Wanneer Gundula vraagt of Hannes een aantal weken op haar geranium wil passen, doet hij dat in eerste instantie uit liefde voor haar. Maar wanneer hij de ware mogelijkheden van de plant ontdekt, begint hij juist datgene te waarderen waarvan hij aanvankelijk had gezworen dat hij het nooit zou begrijpen.

Spektakel voor de zintuigen
Hoewel het uitgangspunt van de film misschien wat zweverig klinkt, vindt Silent Friend haar houvast niet alleen in de wortels van de bomen, maar ook in haar fenomenale cast. Als hoofdrolspeler weet Tony Leung melancholische gevoelens over te brengen zonder ook maar een woord te zeggen en Luna Wedler speelt met een moedige vastberadenheid dat je bijna zou vergeten dat dit haar eerste grote internationale speelfilm is. Haar vertolking van Grete werd erkend met een Marcello Mastroianni Award voor Beste Jonge Acteur op het Filmfestival van Venetië.

Silent Friend zal niet bij iedereen in de smaak vallen, maar wie de lange speelduur van de film volhoudt, wordt beloond. Niet met een grootse climax, maar met een spektakel voor alle zintuigen en een nuchtere boodschap: dat we pas echt mens worden als we beseffen dat we deel uitmaken van een groter, levend netwerk.

 

20 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Sound of Falling

*****
recensie Sound of Falling
Echo van een eeuw

door Bert Potvliege

Er huist zodanig veel cinema in Sound of Falling dat de film uit zijn voegen dreigt te barsten. Cineaste Mascha Schilinski levert met haar tweede langspeler een verpletterende film – een uitdaging én een loutering, voor zij die zich openstellen. De film moest het stellen met een gedeelde Juryprijs in Cannes (samen met het uitstekende Sirât), wat een gemiste kans lijkt. Het zou een ontzettend mooie en terechte Gouden Palm geweest zijn.

In de beginjaren van de 20ste eeuw jaagt een speelse keukenhulp op enkele plagende kinderen, tot ze verdwijnen in het niets. In de jaren 1940 likt een jonge vrouw een druppel zweet uit de navel van een man met geamputeerd been. Het keukenschort van een ouder wordende huisvrouw – haar jeugd diep begraven in de blik – toont haar plaats in het bestaan van de jaren 1980. Decennia later delen twee tienermeisjes AirPods terwijl ze bij de beek naar muziek luisteren.

Dit zijn de verhalen van Anna, Erika, Angelika en Lenka – verspreid over een honderdtal jaren, verbonden door de Duitse boerderij waar dit alles zich afspeelt. Deze vrouwen staren het leven in de ogen. Ze hunkeren naar een verlossing. De dood is altijd vlakbij.

Sound of Falling

Mistige flarden
Sfeer staat centraal in Sound of Falling, vertaald in beelden die spreken over het potentieel van poëzie in cinema – een geconcentreerde, ritmische en uiteraard verbeeldende manier om gevoelens, gedachten of ervaringen uit te drukken. Schilinski gebruikt haar camera als de blik van een onzichtbare observator, een door de tijd glijdende geest, voor eeuwig gebonden aan die boerderij. Weemoed en nostalgie zijn de kenmerken van die schim.

Cinematograaf Fabian Gamper (echtgenoot van de cineaste) merkte op dat de visuele stijl het gevoel van een wazige herinnering wou oproepen. Onscherpe beelden, vage randen, tonale nevel, een camera in vrijelijke en ongemotiveerde bewegingen – de beeldenpracht is van wereldschokkende schoonheid.

Er is een link met het werk van Terrence Malick (The Thin Red Line, The Tree of Life), in de zin dat beide filmmakers de camera benaderen als een op zichzelf staande figuur, in observatie van alle andere personages. Bij Malick ligt de nadruk op de goddelijke blik van de camera: zalvend, ongenaakbaar en in een vitale relatie met dat wat zich voor de camera afspeelt. Vervang het sublieme door het nostalgische, en je hebt een idee van Schilinski’s esthetiek.

Een camera glijdt langzaam over een zandbank, naar een moeder die ligt te zonnebaden bij de beek – een zomerse luiheid, een welgekomen ontkoppeling van al wat moet. Langzaam schuifelend langs haar huid beweegt het beeld terug verder, naar iets verderop bij het water en haar kinderen in de buurt. Geen boodschap, geen opbouw, geen betekenistoekenning, enkel het stralende zijn. Het brak ons in twee, maar vraag niet waarom. Het antwoord hebben we niet.

De onverklaarbare vlammen
De nadruk bij film ligt doorgaans op de dramaturgische laag, waarbij plot en personages de essentie zijn. De intentie van een werk schuilt in die laag en een publiek wil dit ontcijferen; die drang te willen begrijpen zit ingebakken in onze kunstbeleving. Maar sommige filmmakers wijken af van dit pad en dagen de kijker uit, op manieren die niet noodzakelijk aangenaam zijn. Een onduidelijke intentie ontneemt het publiek kansen op enige houvast. Sound of Falling is hier radicaal in, en lijkt gemaakt om niet te doorgronden.

Schilinski nodigt je uit voor een ervaring, als een lied bij het kampvuur dat een moment van introspectie in het leven roept. Beleef! Meer wordt niet van je verwacht.

De thema’s van het werk identificeren lukt (de impact van het verleden op het heden, de kwetsbaarheid van opgroeien, seksualiteit en vrouwelijkheid, de rol van de dood), maar veel sterker voel je Schilinski’s aandacht verschuiven naar andere en meer mysterieuze zaken, naar onderstromen. De film is hierdoor geen evidente zit. Een kijker moet zich al bewust zijn van de geplogenheden van filmtaal en narratieve structuren om te kunnen waarderen dat een cineast het creatieve recht heeft ervan weg te sturen. Cinema is zoveel meer dan een verhaal vertellen.

Sound of Falling

Zij die naar films kijken om op hun wenken bediend te worden met een goed verteld verhaal, komen hier bedrogen uit. De afwezigheid van richtlijnen en ankerpunten zal sommigen woedend maken. Vele verzuchtingen en beschuldigingen van een zinloze saaiheid zijn het gevolg. Een speelduur van 150 minuten helpt niet. Schrik niet als sommigen halfweg de film de bioscoopzaal verlaten.

Liefde is een bliksemschicht
Zelden kon je zo verliefd worden op dat wat zich niet laat kennen. Maar is dat niet net de schoonheid van een coup de foudre – overdonderde adoratie voelen maar niet begrijpen. Tegen elke prijs willen ontcijferen, kan de beleving van een werk kapotmaken. Beschouw Sound of Falling gerust als een invitatie voor onverklaarbare schoonheid.

We willen het waarom niet weten. Laat het eenvoudigweg zijn. Met de overdondering die op dat loslaten volgt, toont Schilinski de ware kracht van cinema.

 

4 maart 2026

 

 

ALLE RECENSIES

Was Marielle Weiss

***
recensie Was Marielle Weiss
Amusant sociaal experiment

door Jochum de Graaf

Wat als je dochter opeens over paranormale gaven blijkt te beschikken en al je doen en laten blijkt te kunnen horen en zien? Het overkomt Julia en Thomas, op het oog een perfect stel, allebei hoogopgeleid, goede maar veeleisende banen, redelijke welstand in een Duitse voorstad, samen met dochter Marielle vormen ze een modelgezin. Maar achter die façade broeit onrust.

Moeder Julia (Julia Jentsch: 20 jaar geleden glansrol als Sophie Scholl – The Last Days) flirt op haar werk met knappe collega Max. In de rookpauzes zoeken ze elkaar op en we zien een fijn pikante beginscène als ze in heerlijke Duitse pornotaal vertellen hoe ze hun seksuele fantasieën op elkaar willen uitleven. Vader Tobias (Felix Kramer: Irgendwann werden wir uns alles erzählen, 2023), uitgever, heeft een vervelend gesprek met zijn team over een nieuwe boekcover en wordt telkens voor lul gezet door pedante collega Sören.

Was Marielle Weiss

Harde klap in het gezicht
Tienerdochter Marielle (Laeni Geiseler) zit aan het eind van haar schooljaar vlak voor haar examens en houdt zich in het gezin wat op de vlakte. En zo zitten ze op zekere avond aan tafel en wisselen de ouders uit wat ze die dag beleefd hebben. Op de vraag waarom Marielle zo stil is, antwoordt die dat ze van klasgenote Svenja een harde klap in het gezicht heeft gekregen en nu kan ze alles zien en horen wat haar ouders doen. Verbazing, ongeloof en ontkenning bij de ouders. Julia bezweert bij hoog en bij laag dat ze niet rookt en een verhouding met een collega, zoiets zou ze nooit doen. Thomas stelt dat hij zich juist heel assertief tegen die valse collega Sören heeft opgesteld. Maar de droogkomische manier waarop Marielle hun handelingen beschrijft en letterlijk uit hun gesprekken citeert, werkt ontluisterend.

Het ongeloof slaat om in onthutsing en verbijstering. Heeft Marielle misschien microfoontjes overal in huis en op hun werk geplaatst, hun telefoons gehackt, agenda’s stiekem bekeken?  De argwaan levert een heerlijk komische scène op wanneer Julia en Tobias in de slaapkamer Frans met elkaar spreken, in de veronderstelling dat er in het paranormale pakket geen vertaalmodus zit. Het blijft toch een eng idee dat iemand je 24 uur per dag dicht op de huid kan volgen, alles weet wat je doet en zegt. Wat blijft er dan van je persoonlijke vrijheid over? 

Was Marielle Weiss

Zowel slachtoffer als dader
Was Marielle Weiss is een amusant sociaal experiment over de vraag of je in een relatie wel alles zou moeten weten van elkaar en laat de uiterste consequentie daarvan zien in ons tijdperk waarin mensen massaal elke gedachte en daad via sociale media delen. Is het niet beter dat sommige privézaken gewoon privé blijven, is de boodschap.

Regisseur Frédéric Hambalek (dit is na Model Olimpia pas zijn tweede speelfilm) wikkelt het als-wat-scenario inventief en intelligent af. Mooie vondst om sommige scènes met een bewakingscamera te filmen, waarmee de absurditeit van een situatie subtiel wordt benadrukt. En wanneer je denkt dat Julia en Tobias het enigszins onder controle hebben, loopt het net weer even anders. Na de fase van de ontkenning gedragen ze zich uiterst braaf, doen alles in het nette. Maar dan gaan ze vervolgens tot precies het tegenovergestelde over. Thomas pakt die naargeestige Sören eens stevig aan. Julia, die een tijdje doet alsof Max voor haar niet bestaat, gaat ineens vol op zijn avances in, wat een hilarisch knullige seksscène oplevert.

Alle drie de personages wisselen van rol, zijn zowel slachtoffer als dader in een ontspoorde relatie. Marielle is het minst ontwikkelde karakter. Er zijn wel wat hints naar verwaarlozing in haar jeugd, maar gedurende de film functioneert ze vooral als medium, de camera staat secondenlang op haar gezicht en je vraagt je af wat er allemaal in haar hoofd rondgaat.

Ze zit er zelf ook mee wat ze allemaal te weten komt over haar ouders. Ze wil eigenlijk wel van haar paranormaliteit af. Is ze misschien te genezen als ze opnieuw een harde klap in haar gezicht krijgt?

Het open einde doet je beseffen dat het ook wel goed is om te weten, dat je niet weet wat Marielle nu werkelijk weet.

 

7 januari 2026

 

ALLE RECENSIES

Zwei zu eins

** zu *
recensie Zwei zu eins
Ossies zijn sukkels, Wessies geldwolven

door Jochum de Graaf

Het is zomer 1990, een half jaar eerder is de Muur gevallen, maar de officiële hereniging van Oost- en West-Duitsland heeft nog niet plaatsgevonden. In de nadagen van de DDR vallen de nodige massaontslagen, de oude vertrouwde staatsbedrijven worden op grote schaal failliet verklaard. In het stadje Halberstadt, niet ver van de grens met de Bondsrepubliek, slaan de desillusie en verveling toe.

Drie vrienden – Maren (Sandra Hüller), Robert (Max Riemelt) en Volker (Ronald Zehrfeld) – besluiten een kijkje te nemen in een slecht bewaakte bunker, even buiten de stad. Buurtgenoot Markowski (Peter Kurth), ontevreden met zijn werk in de bunker, kan hen toegang verschaffen. Tot hun verrassing stuiten ze in een zijgang op een enorme berg papiergeld, miljarden zogenaamde Ostmarken, ingezameld om vernietigd te worden. Het DDR-geld is waardeloos geworden, in het herenigde Duitsland is de harde West-Duitse D-mark het enig wettig betaalmiddel. Er is een verplichte wisselkoers bepaald van twee Ostmark voor één Westmark: ‘zwei zu eins’.

Zwei zu eins

Goudmijn
Het drietal neemt een aardig stapeltje Ostmarken mee naar huis. Wanneer een West-Duitse colporteur met magnetrons en andere luxe keukenapparatuur aan de deur komt en ze gewoon met hun Ostmarken kunnen betalen, worden ze gewaar dat ze nog drie dagen hebben om het ‘gevonden geld’ wit te wassen. Ze hebben een goudmijn aangeboord. Om niet al te veel aandacht en argwaan van de autoriteiten te wekken, betrekken ze de hele buurt erbij, delen het geld uit en rijden de busjes met luxe-apparatuur af en aan.

Als ze na die drie dagen nog steeds grote hoeveelheden Ostmarken over hebben, ontdekken ze nog een maas in de wet. DDR-burgers die in het buitenland wonen, hebben nog drie dagen extra om Ostmarken in te wisselen. En ons drietal boort al hun contacten, diplomaten, wetenschappers, studenten die merendeels in bevriende socialistische landen werkzaam zijn aan om mee te werken aan de geldzwendel.

Nee, voor Maren, Robert en Volker is het geen misdaad, ze geven er in hun optiek een positieve draai aan door het met de buurt verdiende geld in te zetten voor de redding van een oude fabriek, in de DDR-tijd garant voor redelijke welvaart en welzijn in de buurt. ‘We zijn geen criminelen, maar willen een beetje gerechtigheid’ is de redenering.

Ostalgie
Zwei zu eins is op ware gebeurtenissen gebaseerd. Bij Halberstadt was inderdaad een bunker met geld opgeslagen en in de DDR had men niet de beschikking over goede verbrandingsovens. De film speelt sterk in op de zogenaamde Ostalgie: heimwee en verlangen naar de DDR, de tijd dat de kapitalistische hebzucht het leven nog niet geperverteerd had. De sfeer van saamhorigheid, onderlinge solidariteit, Spreewald-augurken en Rotkäppchen-sekt is met kleding, decors en kleurgebruik goed getroffen.

Zwei zu eins

Er komt bovendien met Sandra Hüller (Oscar-nominatie voor Anatomy of a Fall; briljante rol in The Zone of Interest), Max Riemelt (Netflix-serie Sense8), Ronald Zehrfeld (Phoenix) en Peter Kurth (Goodbye Lenin) een complete, van origine Oost-Duitse sterrencast aan te pas. De regie is van Natja Brunckhorst, die in 1981 wereldroem kreeg als titelvertolkster van Christiane F. – Wir Kinder vom Bahnhof Zoo.

Maar Zwei zu eins lost de grote verwachting niet in, de film lijdt onder een gebrek aan drama. De ongemakkelijke driehoeksverhouding tussen Maren, Robert en Volker wordt niet goed uitgewerkt. De tegenstellingen tussen Oost en West worden nogal karikaturaal ingevuld: de Ossies zijn sukkels, de Wessies louter op geld belust. De plotwending om het gevecht over het behoud van de fabriek is met allerlei verwarrende verwikkelingen nogal gekunsteld en duurt veel te lang.

Na de aftiteling volgt nog een heel exposé dat het ware verhaal eigenlijk nooit opgehelderd is. Waar Goodbye Lenin indertijd als bijtende satire zo goed slaagde, komt Zwei zu eins niet veel verder dan een wat absurdistische klucht die slechts een enkel moment grappig is.

 

23 juli 2025

 

ALLE RECENSIES