REWIND: Gegen die Wand (2004)

REWIND: Gegen die Wand (2004)
Star-crossed lovers

door Bert Potvliege

Op het Filmfestival van Berlijn in 2004 overhandigde juryvoorzitter Frances McDormand de Gouden Beer aan cineast Fatih Akin. Zijn passionele melodrama Gegen die Wand, een romantische vertelling over een moeilijke liefde en identiteit in de Turks-Duitse gemeenschap in Hamburg, had de juryleden geraakt.

De recette van meer dan tien miljoen euro bewijst dat zij niet de enigen waren die de ontroering voelden. Het publiek werd bedwelmd door deze mistroostige figuren die liefde willen – omdat we allemaal zo zijn?

Hoe zou een festivaljury meer dan twintig jaar later terugkijken op haar keuze: blijft de lofzang overeind of heeft de film de tand des tijds niet doorstaan? Het kan dat de zinderende adoratie van het publiek ertoe leidde dat enige minpunten destijds genegeerd werden. Liefde maakt tenslotte blind – zo ook voor de star-crossed lovers in Gegen die Wand.

REWIND: Gegen die Wand (2004)

De geur van kleren
Akin schetst het verhaal van Cahit (Birol Ünel), een Duitse man met Turkse roots die na een destructieve periode van alcoholmisbruik en een mislukte zelfmoordpoging in contact komt met Sibel (Sibel Kekilli), een jonge Turkse vrouw die zich wil loskoppelen van de verstikkende controle van haar traditionele familie. Hun ontmoeting leidt tot een pragmatisch huwelijk: een afspraak die haar vrijheid moet opleveren om “te dansen en te neuken met wie ik wil”.

Waarom Cahit ingaat op het voorstel, lijkt voor eeuwig troebel te zijn. Het niet sluitend kunnen beantwoorden van die vraag spreekt over de onverklaarbaarheid van liefde. De geur van Sibels gewassen kledij in Cahits kast intoxiceert hem. Verliefdheid heeft ons sneller in de greep dan we denken.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Iedereen die ooit een film heeft gezien, weet dat deze twee verloren zielen verliefd zullen worden op elkaar. Toch laten we ons opnieuw vangen – en graag. Eens Cahit inziet dat hij van Sibel houdt, slaat hij hard op tafel en breekt in die plotse euforie enkele glazen. Hij snijdt zich aan het glas en bloed stroomt over zijn armen – een mooie visuele tegenhanger voor het oversnijden van de polsen eerder. Vervolgens gaat hij bloedend dansen op een podium. Dat is liefde, een en al gekheid, en die verandert alles. Maar een noodlottig probleem met een rivaal zal alles kapotmaken.

She give power
In 2004 drong Gegen die Wand zich op als kandidaat voor de film van het jaar: een vlot verteld en ontroerend drama, met twee uitstekende acteurs in de hoofdrollen die zich volledig inleven in hun rol en elkaar echt graag lijken te zien. Het publiek sloot hen in de armen, en mocht delen in hun liefde. Het herbekijken van de film was als het mogen herontdekken van die oude gevoelens.

Wanneer Cahit tijdens zijn zoektocht in Istanboel Sibels Turkse nicht Selma ontmoet, blijkt de greep op zijn moedertaal roestig. Hij moet overschakelen naar zijn matige kennis van het Engels, om aan Selma te kunnen uitleggen waarom ze hem moet helpen zijn geliefde terug te vinden. Het is een eenvoudig verweer, maar snijdt diep: “When I met Sibel the first time, I was dead. Then she come, drop in my life. She give me love. And she give me power.”

Cahit staat met opgeheven hoofd voor het dwarsliggende familielid, in wat een zinloze poging lijkt haar te willen overtuigen. Maar hij doet het – en toont hoe liefde hem kracht en levensrust geeft. Het publiek is, net als Selma, getuige van zijn ontroerende oprechtheid. Voor ons staat een man die, door zijn houden van, sterker is dan eender wie ter wereld. Ünel is betoverend in zijn acteerspel – alle lof voor de in 2020 aan kanker overleden acteur (een nieuwsfeit dat ons pas bij het schrijven van deze tekst bereikte, en droevig stemt).

REWIND: Gegen die Wand (2004)

Voor het hart
Veel van Gegen die Wand blijft overeind, maar het is een film voor het hart en niet voor het hoofd. Akin was twintig jaar geleden (hij was nauwelijks 30) een minder goede regisseur dan wanneer hij jaren later uitstekend werk als Der goldene Handschuh uitbracht. Maar als jonge snaak was hij wel een enorm openhartige regisseur: je voelt zijn rotsvast geloof in zijn personages, en zijn leiderschap over zijn acteurs om die tot leven te brengen.

Narratief en visueel is de film weinig uitdagend te noemen – de sterktes liggen elders. Alle elementen staan in dienst van het soepel vertellen van een romantisch verhaal, het gedegen schetsen van enkele figuren, en het enigszins aankaarten van moeilijkheden in de Turks-Duitse gemeenschap (kwesties over familie-eer en identiteit in een multiculturele setting). Gegen die Wand is een film die netjes de houvast van de publieksvriendelijke narratieve film volgt. Bovendien mist Akin als scenarioschrijver soms enige subtiliteit – Sibel die wel héél snel overgaat tot het oversnijden van de polsen, de extreem gemarginaliseerde woonsituatie van Cahit…

Liefde valt niet te distilleren
We schrijven vele jaren later, maar nog steeds staat de gemeendheid van de film als een huis. Briljante cinema wordt het nergens, maar authenticiteit kan je er in overvloed vinden. De hartstocht van Cahit en Sibel proberen definiëren, kan een mens op de grenzen van taal doen stoten: het is evenzeer passioneel, nostalgisch, gedoemd, onbezonnen, mysterieus als rock-‘n-roll. Er valt geen logica uit te distilleren – niet uit wat deze geliefden overkomt, en niet uit wat de film zelfs twintig jaar na zijn verschijnen teweegbrengt.

Enkele jaren terug liep Fatih Akin ons onverwacht voorbij op een filmfestival. We hadden jaren niet aan zijn film gedacht. We werden bij het zien van de man in een fractie terug gekatapulteerd naar die hotelkamer in Istanboel, waar twee verloren zielen de dag weg vreeën – de dialoog is er spaarzaam, de blikken verzetten het werk.

De man die in de slotscène naar de buschauffeur teken doet om achteruit te rijden, is sinds Gegen die Wand een metafoor die ons kraakt – een beeld van vaarwel. Telkens we iemand zo zien gebaren, wenden we het hoofd af – het liefdesverdriet is te groot, maar tezelfdertijd verslavend. Want als we elkaar niet kunnen hebben, mogen we dan op zijn minst het gemis aan elkaar meedragen?

 

GEGEN DIE WAND KIJKEN: o.a. hier

 

 

Meer REWIND

Two Prosecutors

****
recensie Two Prosecutors
Het ‘hoogtepunt’ van Stalins terreur

door Jochum de Graaf

Sergei Loznitsa maakte naam en faam met zeventien avondvullende documentaires over diep ingrijpende gebeurtenissen, met name de Tweede Wereldoorlog en het (post-)Sovjet-tijdperk. Met Maidan (2014), State Funeral (dood van Stalin, 2019), The Kiev Trial (2022), Babi Jar. Context (massamoord op Joden in Oekraïne, 2021) en The Invasion (Russische inval in Oekraïne, 2024) werd hij een gevierde gast op IDFA. Zijn vier uur durende Mr. Landsbergis kreeg in 2021 de Publieksprijs. Daarnaast maakte hij speelfilms, waarvan Donbass de meest succesvolle is. Nu is er Two Prosecutors, zijn vijfde speelfilm, waarin hij in zijn kenmerkende indringende stijl de Stalinterreur van de jaren dertig fileert.

Het is de Sovjet-Unie 1937: ‘het hoogtepunt van Stalins terreur’, aldus een korte, bondige aankondiging. We zijn bij de gevangenis in Brjansk, een kilometer of vierhonderd ten zuidwesten van Moskou, de grens van Belarus. Een bewaker in zwart uniform ontgrendelt de massieve hoge poort. Een groepje gevangenen, sjofel gekleed, kale koppen, sterk vermagerd, strompelt de binnenplaats op en wordt op een houten bank neergezet. Ze krijgen de opdracht om papieren te verbranden.

Two Prosecuters

Opdracht met één lucifer
De speciale gevangene Stepniak wordt intussen onder strenge bewaking in het gebouw door het trappenhuis geleid en in een cel met een klein kacheltje neergezet. Hij heeft twee grote bundels, dichtgeknoopte lakens over zijn schouder en krijgt één lucifer met de nadrukkelijke opdracht om alle papieren zonder uitzondering te verbranden. Blijft hij in gebreke dan volgt een straf van twintig maanden isoleercel. De papieren zijn voor het grootste deel verzoeken en petities van partijgetrouwen aan ‘beste kameraad Stalin’. Stepniak drukt echter een stukje karton met daarop een paar met bloed geschreven krabbels achterover en verbergt het in zijn overhemd.

Het kartonnetje wordt op slinkse wijze de gevangenis uitgesmokkeld en komt in handen van de net afgestudeerde jonge aanklager Aleksandr Kornyev (Aleksandr Kuznetsov). Kornyev kent de oude Bolsjewiek Stepniak van de rechtenfaculteit waar hij een voordracht hield over het zoeken naar waarheid en rechtvaardigheid in relatie tot het bolsjewisme. Hij gaat bij Stepniak op bezoek in de gevangenis, waar deze hem de littekens en bloederige wonden laat zien die hij over heeft gehouden aan de martelingen vanwege zijn weigering om een valse bekentenis af te leggen.

Stepniak overhandigt de jonge aanklager een brief waarin hij de veiligheidsdiensten in de Sovjet-Unie, met name de NKVD (voorloper van de KGB), in staat van beschuldiging stelt. Ze trekken zich niets aan van de rechtsstaat, de gevangenissen en het rechtssysteem worden gebruikt om een ​​hele generatie oudere partijveteranen zoals hij te martelen en te vermoorden om plaats te maken voor fanatieke incompetente partijleden die een uiterste loyaliteit aan Stalin betonen. En hij vraagt Kornyev om zijn zaak in Moskou aanhangig te maken bij het Politbureau en zo mogelijk bij Stalin zelf.

Wet is ondergeschikt aan terreur
In de trein naar Moskou wordt Kornyev de hele reis wakker gehouden door een oorlogsveteraan uit WO I met een zware handicap waaraan hij zijn bijnaam ‘Houten been’ overgehouden heeft. De oud-soldaat die nogal op Stepniak lijkt – het is inderdaad een dubbelrol van Aleksandr Fillipenko – vertelt de anekdote dat hij van Lenin in partijhoofdkwartier Smolny een aalmoes kreeg en hoopt dat hij nu ook van grote leider Stalin een dergelijke gunst te ontvangen.

Kornyev moet een aantal dagen urenlang in de wachtkamer van de beruchte procureur-generaal Vysjinski zitten voor hij belet krijgt. Vysjinski, die routineus schreeuwend en bevelend de vele wachtenden met hun verzoekschriften en smeekbeden afhandelt, is als ‘tweede’ aanklager het volkomen contrast met Kornyev. De man die alle zuiveringen zou overleven, heeft geen enkel begrip voor wie dan ook, de wet is voor hem totaal ondergeschikt aan de terreur. Kornyev wordt beleefdheidshalve aangehoord maar krijgt al snel de opdracht om nog eens terug te gaan naar Brjansk en aanvullend bewijsmateriaal te leveren.

Two Prosecutors

Meeslepend en beklemmend
Hoewel je de afloop voor Kornyev eigenlijk al van het begin af aan ziet aankomen, word je toch meegesleept in het verhaal (gebaseerd op een novelle van Georgy Demidov, een politieke gevangene die veertien jaar vastzat in een goelag). In zijn documentaires laat Lotznitza door de knappe montage archiefbeelden zonder voice-over voor zichzelf spreken, waarmee de grote gebeurtenissen secuur worden ontleed. Die strakke montage is er ook in Two Prosecutors: afzonderlijke scènes die met een take, vanuit een camerastandpunt in beeld worden gebracht.

Dat werkt nogal confronterend. De bang makende bejegening van de bewakers als Kornyev bij Stepniak op bezoek gaat. De bleke gezichten en spaarzame woorden in de zaal met wachtenden voor ze bij Vysjinsky naar binnen mogen. De zogenaamd joviale partijgenoten die Kornyev oppikken en dicht tegen hem aan gaan zitten in de auto, wanneer hij terug naar Brjansk moet. De grauwsluier die over de Sovjet-samenleving hangt, al is er geen vorst of sneeuw te bekennen. De kilte slaat om je hart.

Het is kafkaësk wat er gebeurt, beklemmend, onontkoombaar. Two Prosecutors legt het dieptepunt van het sinistere Stalinisme bloot, de totalitaire nachtmerrie waar niet aan te ontsnappen leek.

 

29 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Silent Friend

****
recensie Silent Friend
Natuurlijke behoefte aan verbinding

door Zoë van Leeuwen

In de botanische tuin van de Universiteit van Marburg staat een enorme ginkgo-boom, die al bijna twee eeuwen wordt bestudeerd en onderzocht, maar tegelijkertijd de wereld om haar heen nauwkeurig observeert. Met Silent Friend brengt de Hongaarse regisseur Ildikó Enyedi een poëtische ode aan de natuur en de primitieve drang van de mens om verbinding te maken. 

Enyedi maakt van de gigantische ginkgo de stille kracht, die de tweeënhalf uur durende film draagt en de kijker meeneemt in het trage ritme van de natuur. Na haar geflopte The Story of My Wife uit 2021, is Enyedi met Silent Friend op haar best en brengt een kleinschalige, maar indrukwekkende film die het publiek een zelden belicht perspectief biedt. Het verhaal is opgebouwd als een drieluik dat zich afspeelt op de campus van de universiteit in drie verschillende tijdperken en volgt drie mensen die in hun zoektocht naar connectie verbonden raken met de natuur, en zo ook met elkaar.

Silent Friend

Zoeken naar connectie
De film opent met professor Tony Wong, gespeeld door Tony Leung Chiu-Wai, voor wie Enyedi de rol speciaal schreef. De neurowetenschapper uit Hongkong is in 2020 gastleraar in Marburg, waar hij zich een buitenbeentje voelt tussen zijn Duitse collega’s. Die eenzaamheid wordt nog sterker wanneer de eerste COVID-lockdown wordt ingevoerd en hij als enige op de campus achterblijft.

Wat volgt is een grote stap terug in de tijd naar 1908, waar Grete (Luna Wedler) de eerste vrouw is die wordt toegelaten tot de botanische afdeling van de universiteit. Dat gaat niet zonder slag of stoot, want ondanks haar enorme hoeveelheid kennis, wordt ze in iedere stap tegengewerkt door de seksistische vooroordelen van de vrouwen hatende professoren.

Het derde en laatste verhaal speelt zich af in de zomer van 1972. Hannes (Enzo Brumm) heeft niks met planten, maar is wel helemaal weg van hippie Gundula (Marlene Burow), die met haar geraniumexperiment probeert te bewijzen dat planten wel degelijk kunnen reageren op menselijke aanwezigheid.

Audiovisuele parel
Toch voelen de drie verhalen niet overweldigend en worden ze op schijnbaar moeiteloze wijze van elkaar gescheiden door het prachtige camerawerk van Gergely Pálos, die bijvoorbeeld een 35mm-camera gebruikt voor de contrasterende zwart-wittinten van 1908. De zonovergoten, korrelige uitstraling van 1972 wordt bereikt met een 16mm-camera, terwijl 2020 wordt weerspiegeld door ultrascherpe digitale beelden.

De bladeren en takken van verschillende planten en bomen in de botanische tuin verbinden deze verhalen met elkaar. Alle flora is in Silent Friend net zo belangrijk als de menselijke personages. In de meeste shots staan de planten prominent in beeld, als een stille vriend die meekijkt, waarbij de mens wordt omringd door bladeren of zelfs verdwijnt achter een dikke boomstam. Deze manier van filmen laat zien waar meerdere personages het over hebben: de natuur om ons heen is constant aanwezig en observeert ons net zo veel als wij haar observeren. Het geluid in de film draagt hier nog meer aan bij. Je hoort dingen die je normaal nooit opmerkt, zoals het sap dat door de boom stroomt, ritselende blaadjes of wortels die heel langzaam door de aarde duwen.

Silent Friend

Natuur als vriend
Het onderzoek van professor Wong op mensen is stopgezet vanwege de pandemie. Hij besteedt zijn vrije tijd op campus aan het bekijken van video’s van de Franse botanicus Alice Sauvage (Léa Seydoux), die hem inspireert om neurologisch onderzoek te gebruiken om planten beter te begrijpen. Ondertussen ontwikkelt Grete een liefde voor fotografie wanneer de academische wereld haar buitensluit. Ze leert de camera te gebruiken om de fijne details van planten vast te leggen en herontdekt haar liefde voor de plantkunde.

Vooral in 1972 lijkt er liefde te bloeien. Wanneer Gundula vraagt of Hannes een aantal weken op haar geranium wil passen, doet hij dat in eerste instantie uit liefde voor haar. Maar wanneer hij de ware mogelijkheden van de plant ontdekt, begint hij juist datgene te waarderen waarvan hij aanvankelijk had gezworen dat hij het nooit zou begrijpen.

Spektakel voor de zintuigen
Hoewel het uitgangspunt van de film misschien wat zweverig klinkt, vindt Silent Friend haar houvast niet alleen in de wortels van de bomen, maar ook in haar fenomenale cast. Als hoofdrolspeler weet Tony Leung melancholische gevoelens over te brengen zonder ook maar een woord te zeggen en Luna Wedler speelt met een moedige vastberadenheid dat je bijna zou vergeten dat dit haar eerste grote internationale speelfilm is. Haar vertolking van Grete werd erkend met een Marcello Mastroianni Award voor Beste Jonge Acteur op het Filmfestival van Venetië.

Silent Friend zal niet bij iedereen in de smaak vallen, maar wie de lange speelduur van de film volhoudt, wordt beloond. Niet met een grootse climax, maar met een spektakel voor alle zintuigen en een nuchtere boodschap: dat we pas echt mens worden als we beseffen dat we deel uitmaken van een groter, levend netwerk.

 

20 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Sound of Falling

*****
recensie Sound of Falling
Echo van een eeuw

door Bert Potvliege

Er huist zodanig veel cinema in Sound of Falling dat de film uit zijn voegen dreigt te barsten. Cineaste Mascha Schilinski levert met haar tweede langspeler een verpletterende film – een uitdaging én een loutering, voor zij die zich openstellen. De film moest het stellen met een gedeelde Juryprijs in Cannes (samen met het uitstekende Sirât), wat een gemiste kans lijkt. Het zou een ontzettend mooie en terechte Gouden Palm geweest zijn.

In de beginjaren van de 20ste eeuw jaagt een speelse keukenhulp op enkele plagende kinderen, tot ze verdwijnen in het niets. In de jaren 1940 likt een jonge vrouw een druppel zweet uit de navel van een man met geamputeerd been. Het keukenschort van een ouder wordende huisvrouw – haar jeugd diep begraven in de blik – toont haar plaats in het bestaan van de jaren 1980. Decennia later delen twee tienermeisjes AirPods terwijl ze bij de beek naar muziek luisteren.

Dit zijn de verhalen van Anna, Erika, Angelika en Lenka – verspreid over een honderdtal jaren, verbonden door de Duitse boerderij waar dit alles zich afspeelt. Deze vrouwen staren het leven in de ogen. Ze hunkeren naar een verlossing. De dood is altijd vlakbij.

Sound of Falling

Mistige flarden
Sfeer staat centraal in Sound of Falling, vertaald in beelden die spreken over het potentieel van poëzie in cinema – een geconcentreerde, ritmische en uiteraard verbeeldende manier om gevoelens, gedachten of ervaringen uit te drukken. Schilinski gebruikt haar camera als de blik van een onzichtbare observator, een door de tijd glijdende geest, voor eeuwig gebonden aan die boerderij. Weemoed en nostalgie zijn de kenmerken van die schim.

Cinematograaf Fabian Gamper (echtgenoot van de cineaste) merkte op dat de visuele stijl het gevoel van een wazige herinnering wou oproepen. Onscherpe beelden, vage randen, tonale nevel, een camera in vrijelijke en ongemotiveerde bewegingen – de beeldenpracht is van wereldschokkende schoonheid.

Er is een link met het werk van Terrence Malick (The Thin Red Line, The Tree of Life), in de zin dat beide filmmakers de camera benaderen als een op zichzelf staande figuur, in observatie van alle andere personages. Bij Malick ligt de nadruk op de goddelijke blik van de camera: zalvend, ongenaakbaar en in een vitale relatie met dat wat zich voor de camera afspeelt. Vervang het sublieme door het nostalgische, en je hebt een idee van Schilinski’s esthetiek.

Een camera glijdt langzaam over een zandbank, naar een moeder die ligt te zonnebaden bij de beek – een zomerse luiheid, een welgekomen ontkoppeling van al wat moet. Langzaam schuifelend langs haar huid beweegt het beeld terug verder, naar iets verderop bij het water en haar kinderen in de buurt. Geen boodschap, geen opbouw, geen betekenistoekenning, enkel het stralende zijn. Het brak ons in twee, maar vraag niet waarom. Het antwoord hebben we niet.

De onverklaarbare vlammen
De nadruk bij film ligt doorgaans op de dramaturgische laag, waarbij plot en personages de essentie zijn. De intentie van een werk schuilt in die laag en een publiek wil dit ontcijferen; die drang te willen begrijpen zit ingebakken in onze kunstbeleving. Maar sommige filmmakers wijken af van dit pad en dagen de kijker uit, op manieren die niet noodzakelijk aangenaam zijn. Een onduidelijke intentie ontneemt het publiek kansen op enige houvast. Sound of Falling is hier radicaal in, en lijkt gemaakt om niet te doorgronden.

Schilinski nodigt je uit voor een ervaring, als een lied bij het kampvuur dat een moment van introspectie in het leven roept. Beleef! Meer wordt niet van je verwacht.

De thema’s van het werk identificeren lukt (de impact van het verleden op het heden, de kwetsbaarheid van opgroeien, seksualiteit en vrouwelijkheid, de rol van de dood), maar veel sterker voel je Schilinski’s aandacht verschuiven naar andere en meer mysterieuze zaken, naar onderstromen. De film is hierdoor geen evidente zit. Een kijker moet zich al bewust zijn van de geplogenheden van filmtaal en narratieve structuren om te kunnen waarderen dat een cineast het creatieve recht heeft ervan weg te sturen. Cinema is zoveel meer dan een verhaal vertellen.

Sound of Falling

Zij die naar films kijken om op hun wenken bediend te worden met een goed verteld verhaal, komen hier bedrogen uit. De afwezigheid van richtlijnen en ankerpunten zal sommigen woedend maken. Vele verzuchtingen en beschuldigingen van een zinloze saaiheid zijn het gevolg. Een speelduur van 150 minuten helpt niet. Schrik niet als sommigen halfweg de film de bioscoopzaal verlaten.

Liefde is een bliksemschicht
Zelden kon je zo verliefd worden op dat wat zich niet laat kennen. Maar is dat niet net de schoonheid van een coup de foudre – overdonderde adoratie voelen maar niet begrijpen. Tegen elke prijs willen ontcijferen, kan de beleving van een werk kapotmaken. Beschouw Sound of Falling gerust als een invitatie voor onverklaarbare schoonheid.

We willen het waarom niet weten. Laat het eenvoudigweg zijn. Met de overdondering die op dat loslaten volgt, toont Schilinski de ware kracht van cinema.

 

4 maart 2026

 

 

ALLE RECENSIES

Was Marielle Weiss

***
recensie Was Marielle Weiss
Amusant sociaal experiment

door Jochum de Graaf

Wat als je dochter opeens over paranormale gaven blijkt te beschikken en al je doen en laten blijkt te kunnen horen en zien? Het overkomt Julia en Thomas, op het oog een perfect stel, allebei hoogopgeleid, goede maar veeleisende banen, redelijke welstand in een Duitse voorstad, samen met dochter Marielle vormen ze een modelgezin. Maar achter die façade broeit onrust.

Moeder Julia (Julia Jentsch: 20 jaar geleden glansrol als Sophie Scholl – The Last Days) flirt op haar werk met knappe collega Max. In de rookpauzes zoeken ze elkaar op en we zien een fijn pikante beginscène als ze in heerlijke Duitse pornotaal vertellen hoe ze hun seksuele fantasieën op elkaar willen uitleven. Vader Tobias (Felix Kramer: Irgendwann werden wir uns alles erzählen, 2023), uitgever, heeft een vervelend gesprek met zijn team over een nieuwe boekcover en wordt telkens voor lul gezet door pedante collega Sören.

Was Marielle Weiss

Harde klap in het gezicht
Tienerdochter Marielle (Laeni Geiseler) zit aan het eind van haar schooljaar vlak voor haar examens en houdt zich in het gezin wat op de vlakte. En zo zitten ze op zekere avond aan tafel en wisselen de ouders uit wat ze die dag beleefd hebben. Op de vraag waarom Marielle zo stil is, antwoordt die dat ze van klasgenote Svenja een harde klap in het gezicht heeft gekregen en nu kan ze alles zien en horen wat haar ouders doen. Verbazing, ongeloof en ontkenning bij de ouders. Julia bezweert bij hoog en bij laag dat ze niet rookt en een verhouding met een collega, zoiets zou ze nooit doen. Thomas stelt dat hij zich juist heel assertief tegen die valse collega Sören heeft opgesteld. Maar de droogkomische manier waarop Marielle hun handelingen beschrijft en letterlijk uit hun gesprekken citeert, werkt ontluisterend.

Het ongeloof slaat om in onthutsing en verbijstering. Heeft Marielle misschien microfoontjes overal in huis en op hun werk geplaatst, hun telefoons gehackt, agenda’s stiekem bekeken?  De argwaan levert een heerlijk komische scène op wanneer Julia en Tobias in de slaapkamer Frans met elkaar spreken, in de veronderstelling dat er in het paranormale pakket geen vertaalmodus zit. Het blijft toch een eng idee dat iemand je 24 uur per dag dicht op de huid kan volgen, alles weet wat je doet en zegt. Wat blijft er dan van je persoonlijke vrijheid over? 

Was Marielle Weiss

Zowel slachtoffer als dader
Was Marielle Weiss is een amusant sociaal experiment over de vraag of je in een relatie wel alles zou moeten weten van elkaar en laat de uiterste consequentie daarvan zien in ons tijdperk waarin mensen massaal elke gedachte en daad via sociale media delen. Is het niet beter dat sommige privézaken gewoon privé blijven, is de boodschap.

Regisseur Frédéric Hambalek (dit is na Model Olimpia pas zijn tweede speelfilm) wikkelt het als-wat-scenario inventief en intelligent af. Mooie vondst om sommige scènes met een bewakingscamera te filmen, waarmee de absurditeit van een situatie subtiel wordt benadrukt. En wanneer je denkt dat Julia en Tobias het enigszins onder controle hebben, loopt het net weer even anders. Na de fase van de ontkenning gedragen ze zich uiterst braaf, doen alles in het nette. Maar dan gaan ze vervolgens tot precies het tegenovergestelde over. Thomas pakt die naargeestige Sören eens stevig aan. Julia, die een tijdje doet alsof Max voor haar niet bestaat, gaat ineens vol op zijn avances in, wat een hilarisch knullige seksscène oplevert.

Alle drie de personages wisselen van rol, zijn zowel slachtoffer als dader in een ontspoorde relatie. Marielle is het minst ontwikkelde karakter. Er zijn wel wat hints naar verwaarlozing in haar jeugd, maar gedurende de film functioneert ze vooral als medium, de camera staat secondenlang op haar gezicht en je vraagt je af wat er allemaal in haar hoofd rondgaat.

Ze zit er zelf ook mee wat ze allemaal te weten komt over haar ouders. Ze wil eigenlijk wel van haar paranormaliteit af. Is ze misschien te genezen als ze opnieuw een harde klap in haar gezicht krijgt?

Het open einde doet je beseffen dat het ook wel goed is om te weten, dat je niet weet wat Marielle nu werkelijk weet.

 

7 januari 2026

 

ALLE RECENSIES

Zwei zu eins

** zu *
recensie Zwei zu eins
Ossies zijn sukkels, Wessies geldwolven

door Jochum de Graaf

Het is zomer 1990, een half jaar eerder is de Muur gevallen, maar de officiële hereniging van Oost- en West-Duitsland heeft nog niet plaatsgevonden. In de nadagen van de DDR vallen de nodige massaontslagen, de oude vertrouwde staatsbedrijven worden op grote schaal failliet verklaard. In het stadje Halberstadt, niet ver van de grens met de Bondsrepubliek, slaan de desillusie en verveling toe.

Drie vrienden – Maren (Sandra Hüller), Robert (Max Riemelt) en Volker (Ronald Zehrfeld) – besluiten een kijkje te nemen in een slecht bewaakte bunker, even buiten de stad. Buurtgenoot Markowski (Peter Kurth), ontevreden met zijn werk in de bunker, kan hen toegang verschaffen. Tot hun verrassing stuiten ze in een zijgang op een enorme berg papiergeld, miljarden zogenaamde Ostmarken, ingezameld om vernietigd te worden. Het DDR-geld is waardeloos geworden, in het herenigde Duitsland is de harde West-Duitse D-mark het enig wettig betaalmiddel. Er is een verplichte wisselkoers bepaald van twee Ostmark voor één Westmark: ‘zwei zu eins’.

Zwei zu eins

Goudmijn
Het drietal neemt een aardig stapeltje Ostmarken mee naar huis. Wanneer een West-Duitse colporteur met magnetrons en andere luxe keukenapparatuur aan de deur komt en ze gewoon met hun Ostmarken kunnen betalen, worden ze gewaar dat ze nog drie dagen hebben om het ‘gevonden geld’ wit te wassen. Ze hebben een goudmijn aangeboord. Om niet al te veel aandacht en argwaan van de autoriteiten te wekken, betrekken ze de hele buurt erbij, delen het geld uit en rijden de busjes met luxe-apparatuur af en aan.

Als ze na die drie dagen nog steeds grote hoeveelheden Ostmarken over hebben, ontdekken ze nog een maas in de wet. DDR-burgers die in het buitenland wonen, hebben nog drie dagen extra om Ostmarken in te wisselen. En ons drietal boort al hun contacten, diplomaten, wetenschappers, studenten die merendeels in bevriende socialistische landen werkzaam zijn aan om mee te werken aan de geldzwendel.

Nee, voor Maren, Robert en Volker is het geen misdaad, ze geven er in hun optiek een positieve draai aan door het met de buurt verdiende geld in te zetten voor de redding van een oude fabriek, in de DDR-tijd garant voor redelijke welvaart en welzijn in de buurt. ‘We zijn geen criminelen, maar willen een beetje gerechtigheid’ is de redenering.

Ostalgie
Zwei zu eins is op ware gebeurtenissen gebaseerd. Bij Halberstadt was inderdaad een bunker met geld opgeslagen en in de DDR had men niet de beschikking over goede verbrandingsovens. De film speelt sterk in op de zogenaamde Ostalgie: heimwee en verlangen naar de DDR, de tijd dat de kapitalistische hebzucht het leven nog niet geperverteerd had. De sfeer van saamhorigheid, onderlinge solidariteit, Spreewald-augurken en Rotkäppchen-sekt is met kleding, decors en kleurgebruik goed getroffen.

Zwei zu eins

Er komt bovendien met Sandra Hüller (Oscar-nominatie voor Anatomy of a Fall; briljante rol in The Zone of Interest), Max Riemelt (Netflix-serie Sense8), Ronald Zehrfeld (Phoenix) en Peter Kurth (Goodbye Lenin) een complete, van origine Oost-Duitse sterrencast aan te pas. De regie is van Natja Brunckhorst, die in 1981 wereldroem kreeg als titelvertolkster van Christiane F. – Wir Kinder vom Bahnhof Zoo.

Maar Zwei zu eins lost de grote verwachting niet in, de film lijdt onder een gebrek aan drama. De ongemakkelijke driehoeksverhouding tussen Maren, Robert en Volker wordt niet goed uitgewerkt. De tegenstellingen tussen Oost en West worden nogal karikaturaal ingevuld: de Ossies zijn sukkels, de Wessies louter op geld belust. De plotwending om het gevecht over het behoud van de fabriek is met allerlei verwarrende verwikkelingen nogal gekunsteld en duurt veel te lang.

Na de aftiteling volgt nog een heel exposé dat het ware verhaal eigenlijk nooit opgehelderd is. Waar Goodbye Lenin indertijd als bijtende satire zo goed slaagde, komt Zwei zu eins niet veel verder dan een wat absurdistische klucht die slechts een enkel moment grappig is.

 

23 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

Riefenstahl

****
recensie Riefenstahl
Bewonderd en verguisd

door Jochum de Graaf

Leni Riefenstahl is zo ongeveer de meest omstreden figuur uit de filmgeschiedenis. Bewonderd als esthetisch innovatieve cineaste, maar verguisd als onvervalste propagandist van het naziregime. Regisseur Andres Veiel velt met Riefenstahl het definitieve oordeel over haar in een even fascinerend als ontluisterend portret.

‘Als u uw leven over zou mogen doen, wat zou u dan doen?’ is de vraag aan Leni Riefenstahl. Na enig nadenken zegt ze: ’Ik heb een rijk leven gehad, ik zou het grotendeels hetzelfde doen.’ Heeft ze misschien fouten gemaakt, met haar vriendschap met Hitler? Nee hoor, geen fouten. Het komt er zonder blikken of blozen uit.

Intieme band met Hitler
Het was begin 1932 dat ze voor de eerste keer Adolf Hitler in levende lijve zag, hij gaf een toespraak in het Berliner Sportpalast. ‘Toen hij de eerste woorden sprak, begon ik helemaal te trillen, het zweet brak mij uit, het was alsof hij mij magnetiseerde.’ Ze schreef hem een brief met het verzoek om een persoonlijke ontmoeting. Volgens haar memoires sprak hij toen zijn bewondering uit voor haar eerste film Das Blaue Licht. ‘Zodra we aan de macht zijn, moet jij mijn films maken.’

Riefenstahl

In andere interviews ontkende ze glashard haar intieme band met Hitler en andere kopstukken van het naziregime. Joseph Goebbels met wie ze een kortstondige heftige relatie had, schildert ze nu af als een brute verkrachter om wie ze niets gaf en moeite had om hem van zich af te houden. Peter Jacob, de Gebirgsjäger-officier met wie ze in 1944 trouwde en van wie ze drie jaar later scheidde, was een fanatieke nazi.

Ze had het nooit geweten
Riefenstahl vertelt uitvoerig over haar bijzondere band met Albert Speer, Hitlers favoriete architect en minister van Bewapening die tot het eind van de oorlog het naziregime trouw bleef en er met 20 jaar gevangenisstraf genadig van af kwam. Net als Speer zou ze altijd blijven ontkennen dat ze weet had van de gruwelijkheden in de Tweede Wereldoorlog. De holocaust, de gaskamers, concentratiekampen en de vervolging van Joden – ze had er maar weinig van meegekregen.

Van Magnus Brechtken verscheen onlangs Albert Speer. Een Duitse carrière, waarin de auteur overtuigend afrekent met het beeld van de ‘goede nazi’ dat Speer van zichzelf vormde. Regisseur Andres Veiel komt tot eenzelfde oordeel over Leni Riefenstahl. Als een detective doorzocht hij de ruim 700 dozen met filmspoelen, foto’s, cassettes van telefoongesprekken, dagboeken, interviews, manuscripten, zorgvuldig door Riefenstahl gerubriceerd in zeven categorieën, variërend van steunbetuigingen (enorm veel) tot felle kritiek (beperkt) en alles daar tussenin. Zo achterhaalt hij dat Riefenstahl de passage in een interview met de Britse krant Dailey Express uit 1934, waarin ze zonder gêne vertelt dat ze Mein Kampf heeft gelezen en sindsdien een overtuigd nationaalsocialist is, buiten het archief heeft gelaten.

In het in 1943 opgenomen Tiefland liet Riefenstahl 50 Roma en Sinti uit de concentratiekampen overkomen als figuranten, waarover ze beweert dat die na de opnamen vrijgelaten zouden zijn. Geconfronteerd met het overtuigende bewijs dat ze in plaats daarvan naar Auschwitz afgevoerd werden, reageert ze unverfroren: ‘Ik zeg niet dat zigeuners altijd liegen, maar wie zou er sneller meineed plegen: ik of een zigeuner?’

Vernieuwende cineast
Nee, aan al die ‘politiek’, zoals ze dat noemt, wil ze na de oorlog niet herinnerd worden, iedereen begint er met haar steeds maar weer over. Haar ging het zuiver en alleen om de ‘kunst’. Voor haar lag het hoogtepunt eind jaren dertig toen ze roemruchte films als Triumph des Willens en Olympia al gemaakt gehad en haar reputatie als vernieuwend cineast gevestigd was. Wat daarna gebeurde, heeft ze zo veel mogelijk proberen te bagatelliseren en in eerste aanleg succesvol verdonkeremaand. Na de oorlog werd ze gezuiverd; er zijn wel dertig rechtszaken tegen haar gevoerd, meesmuilt ze. Ze komt er af met het oordeel ‘Mitläuferin’ en verbleef uiteindelijk een aantal maanden in een psychiatrische inrichting. En dat beschrijft ze ook nog veel erger dan het in werkelijkheid was.

In die eerste naoorlogse jaren kreeg ze gehinderd door het imago van nazipropagandist maar weinig opdrachten. Riefenstahl werd vooral gekend om esthetische manier van filmen. De indringende, uiterst suggestieve manier waarop ze nazisymbolen in beeld bracht – een adelaar, de swastika’s, een zee van gestrekte rechterarmen, Hitler consequent in kikvorsperspectief van onder gefilmd, speciale lichtval op zijn gezicht – het was wel baanbrekend. Ze demonstreert haar dynamische montagetechniek: een peloton soldaten die ze eerst linksom langs de massa op de Neurenbergse Parteitag laat marcheren en dan rechtsom zodat het allemaal veel massaler en indrukwekkender lijkt.

Riefenstahl

Olympia: atleten zonder enige emotie
Vol trots vertelt ze dat ze voor haar film Olympia maar liefst dertig cameramannen rond had lopen op de Olympische Spelen van Berlijn 1936 (In Race kroop Carice van Houten in de huid van Leni Riefenstahl, red.). Bijzonder om zien dat ze toen al gebruik maakte van een camera die over een rails loopt naast de atletiekbaan en de atleten van dichtbij in beeld brengt.

Nog veel meer tot de verbeelding sprekend is haar sublimatie van de Körperkultur, de verheerlijking van de schoonheid van het menselijk lichaam. De atleten in Olympia zijn ontdaan van iedere emotie, geen lach of traan op het gezicht, geen spoor van vermoeidheid. De camera zoomt in op de machtige handen van een basketballer, de welgevormde dijen van een – ook zeer bijzonder voor die tijd – naakte speerwerper, de turnster die geen spier vertrekt bij de inspannende oefening op de balk. Het is kil, afstandelijk, haarscherp zwart-wit gefilmd, maar tegelijk soms van een huiveringwekkende schoonheid.

Comeback
Dat laatste komt sterk terug in Riefenstahls reizen naar donker Afrika, haar films en fotografie van de Nuba-stam, waarmee ze in de revolutionaire jaren zeventig en tachtig opnieuw furore maakt en door de kunstelite omarmd wordt. Andy Warhol die een tentoonstelling van haar opent.

Susan Sontag kenschetste het treffend als ‘fascinerend fascisme’. De blanke vrouw die tussen de woeste ritueel dansende zwarten beweegt. Het inzoomen op de gespierde lijven, de witte kalk waarmee ze zijn ingesmeerd. Kijk eens naar de beelden dat ze vanuit haar witte Landrover snoepjes naar de grijpgrage handen van jonge zwarten gooit. Het is verbijsterend en intrigerend tegelijk, het levende bewijs dat ze nooit wezenlijk veranderd is.

 

23 april 2025

 

ALLE RECENSIES

In Liebe, Eure Hilde

****
recensie In Liebe, Eure Hilde
Gruwelijke wreedheid naziregime

door Jochum de Graaf

In aanloop naar de herdenking van 80 jaar bevrijding wordt een groot aantal films over de Tweede Wereldoorlog uitgebracht. In Liebe, Eure Hilde vermijdt de gangbare clichés van films over het nationaalsocialisme en laat met het sober ingetogen gefilmde levensverhaal van de Duitse verzetsstrijdster Hilde Coppi de gruwelijke wreedheid van het naziregime zien.

Het is 5 mei 1943, 7.25 uur. Hilde Coppi staat met twaalf andere vrouwen op de binnenplaats van de gevangenis Berlijn-Plötzensee. Voor de laatste keer schijnt nog de zon op haar gezicht. Een voor een worden de vrouwen naar binnen geroepen om hun wrede lot te ondergaan. Hilde Coppi heeft kort daarvoor haar afscheidsbrief aan de gevangenispastor gedicteerd, opgedragen aan haar moeder en aan haar in de gevangenis geboren zoon Hans. ‘Blijf moedig’, In Liebe, Eure Hilde’.

Hilde Coppi werd in september 1942 opgepakt samen met haar man Hans en nog enkele familieleden. Ze was zes maanden zwanger. Ze wordt veroordeeld wegens ‘hoogverraad, hulp aan de vijand, spionage en uitzending van misdaden’.

In Liebe, Eure Hilde

Die Rote Kapelle
Hans en Hilde maakten deel uit van Die Rote Kapelle, een internationaal netwerk van meest communistische verzetsgroepen. Legendarische spionnen, zoals Leopold Trepper in België en Richard Sorge in Japan, waren eveneens verbonden aan dit netwerk en speelden op een aantal momenten een beslissende rol in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.

In Berlijn is het een los netwerk van zo’n honderdvijftig journalisten, ambtenaren, kunstenaars, studenten, gelieerd aan de communistische partij KPD. De activiteiten in Berlijn hadden een beperkte invloed. Hans en Hilde en hun vriendengroep voeren nachtelijke acties uit, oproepen op tot verzet, kalken slogans op muren, schilderen tegenleuzen op nazipropagandaposters. Ze leren morse om de Russen op de hoogte te brengen van Duitse troepenbewegingen, maar slechts een enkel bericht bereikt Moskou. De Sovjets zijn op dat moment, in 1942, met operatie Barbarossa, de Duitse inval in de Sovjet-Unie, niet zo geïnteresseerd in het verloop van de strijd in Duitsland zelf. 

Twee verhaallijnen
In Liebe, Eure Hilde
is dan ook geen actiefilm van een onverschrokken verzetsheldin die ten strijde trekt tegen het verderfelijke naziregime. Hilde Coppi is een jonge, wat timide vrouw die met al haar onzekerheden door de liefde betrokken raakt bij het verzet. Regisseur Andreas Dresen laat de aangrijpende levensgeschiedenis van Hilde in twee verhaallijnen zien.

Het leven in de gevangenis, de geboorte van haar zoon, de procesgang, het uitspreken en voltrekken van het vonnis worden tamelijk lineair in beeld gebracht. De gevangenisbeelden zijn grauw, zelfs als Hilde hun pasgeboren baby aan Hans mag laten zien.

Daar tussendoor zien we in flashbacks de ontluikende liefde tussen Hans en Hilde. Hilde, de wat saaie secretaresse die valt voor de jonge enthousiaste, wat onbeholpen revolutionair. Het zijn mooie, lichte beelden, het is meestal zomer. De toevallige ontmoeting in een vriendengroep, picknicken, boottochtje op het meer, vrijen in het tuinhuisje, hij leert haar morse. Mooie scène als ze bij een kampvuur zitten. ‘Waar denk je aan?’, vraagt Hans. ‘Aan domme dingen’, zegt Hilde. ‘Wat voor domme dingen?’, vraagt Hans door. Hilde: ‘Niet meer bang te zijn.’ ‘Waarvoor?’ Geamuseerd glimlachend, wat verlegen antwoordt ze: ‘Voor alles. Spinnen, kevers. De nazi’s, mijn tandarts. De liefde.’

Muziek is spaarzaam in de film, een enkel vioolstuk bij idyllische beelden van een zorgeloze zwempartij. Voor het overige doet de soundtrack van geluiden zijn werk. De harde aanslag op de typemachine tijdens de verhoren, het bestek en de borden tijdens de maaltijd, vogeltjes en insecten op het platteland, de doffe harde klap bij de voltrekking van het vonnis.

In Liebe, Eure Hilde

Marcherende soldaten, massabijeenkomsten, vlaggenparade en ander nazi-vertoon, het blijft buiten beschouwing. Alleen bij het uitspreken van het vonnis horen we ‘Heil Hitler’ en zien we een enkel swastika-embleem.

‘Normale’ mensen
Het gevangenispersoneel bestaat uit min of meer ‘normale’ mensen die ook maar gewoon hun werk lijken te doen. Hildes persoonlijke bewaakster, die aanvankelijk hardvochtig en meedogenloos tegen haar optreedt, staat haar na de geboorte van haar kind enkele kleine privileges toe. Hilde wordt haast zorgzaam, maar ook zonder aarzeling omdat het nu eenmaal moet naar haar einde begeleidt. Zo werkt de dictatuur, het zijn de ‘welwillenden’, zoals Jonathan Littell beschreef in zijn roman Les Bienveillantes: de zwijgende meerderheid die door onwrikbare loyaliteit en gehoorzaamheid het regime in stand hield.

Daar tegenover staat de ontwikkeling van Hilde (geweldige rol van Liv Lisa Fries), die heel sober en ingetogen gefilmd haar onzekerheid en angsten overwint en de moed vindt tegen het regime in opstand te komen. Ze kruipt allengs onder je huid. De soms twijfelende, maar ook vastberaden manier waarop ze haar noodlot tegemoet treedt, het gruwelijke choquerende einde. Er zijn niet veel films die de wreedheid van het naziregime zo genadeloos blootleggen.

 

18 december 2024

 

ALLE RECENSIES

Führer und Verführten

***
recensie Führer und Verführten
Propaganda als kunstvorm

door Jochum de Graaf

‘Ik schiep de mythe van de Führer’ was het credo van Joseph Goebbels, de tweede man van het Derde Rijk. Führer und Verführten zoomt in op de rijksminister van Volksvoorlichting en Propaganda tijdens het naziregime.

Gelijk in een van de eerste scènes zien we hoe de propagandamachine werkte. In een filmzaaltje kijkt Goebbels met enkele getrouwen naar opnamen voor het bioscoopjournaal van Adolf Hitler die een toespraak houdt en het publiek in gaat. De camera draait om hem heen, zoomt in op zijn rug, naar zijn handen trillen lichtjes vlak voor hij een jongetje van de Hitlerjugend een hand wil geven. De mannen in het zaaltje reageren enthousiast, prachtige opnamen van de Führer. Maar Goebbels reageert furieus en laat de film stopzetten: ‘De Führer beeft niet!!‘.

Goebbels regisseerde altijd en overal
Regisseur Joachim A. Lang verfilmt Goebbels ‘werdegang’ aan de hand van de belangrijkste chronologische data van het Derde Rijk. De Anschluss van Oostenrijk (maart 1938), ‘vredesconferentie’ van München (september 1938), Kristallnacht (9-10 november 1938), annexatie Sudeten-Duitsland (maart 1939), Molotov-Ribbentroppact en niet-aanvalsverdrag nazi-Duitsland en Sovjet-Unie (augustus 1939), inval in Polen en begin Tweede Wereldoorlog (september 1939), de overwinning op Frankrijk (juni 1940), operatie Barbarossa: inval in de Sovjet-Unie (juni 1941), de overgave bij de Slag om Stalingrad (februari 1943), de aanslag op Hitler van Duitse legerofficieren onder leiding van kolonel Von Stauffenberg (juli 1944). En vanzelfsprekend ook de gebeurtenissen van eind april/begin mei 1945 toen Hitler en zijn Eva Braun in de bunker in Berlijn zelfmoord pleegden, en een dag later Goebbels en zijn Magda die eerst hun zes kinderen een dodelijke gifpil lieten toedienen om vervolgens de hand aan zichzelf te slaan.

Führer und Verführten

Goebbels regisseerde bij al die belangrijke gebeurtenissen, de openbare optredens van Hitler, schreef mee aan de toespraken, bereidde minutieus de setting voor, bepaalde waar en wanneer hij zou spreken, wie er op de eerste rij moest zitten, wie de Führer mocht begroeten. Ook bij de bijeenkomsten en conferenties van de nazitop bepaalde hij de agenda en de tafelschikking, wie van de kopstukken Speer, Bormann, Himmler, Heidrich, Ribbentropp op welke plek mocht zitten en het woord mocht voeren. Zelf zorgde hij er voor dat hij altijd direct rechts van de Führer zat, de tweede man van het Derde Rijk. Zo krijgen we een aardig inkijkje in de hofhouding, ofwel slangenkuil, van het Hitlerregime. Herman Göring was voor hem een ‘dikke mopshond’ en Heinrich Himmler een ‘benepen burgermannetje’.

Goebbels handelde vanuit een volstrekte onderhorigheid aan Hitler, volgde hem tot het bittere einde. ‘Onkel’ Hitler kwam menigmaal op bezoek en beschouwde de familie Goebbels als een modelgezin; alle zes kinderen kregen een voornaam met de beginletter H. Maar Goebbels was een verwoed rokkenjager en hield er openlijk een verhouding met de Tsjechische actrice Lína Baarová op na. Toen zijn wettige echtgenote Magda er achter kwam, hield hij keihard vol dat hij het recht had op een minnares. Maar Hitler dwong hem de relatie op te geven. Die paste niet bij het beeld van een zuiver Arisch volk, en Baarová verdween in de anonimiteit.

Hoewel Goebbels het niet eens was met de inval in Polen – hij had Hitler tot dan afgeschilderd als een redelijke man die op vreedzame wijze het belang van Duitsland voorop stelde – draait hij onmiddellijk de propaganda volledig om. Er was voor Duitsland ‘geen andere mogelijkheid om te reageren op vele provocaties van Poolse zijde’, een volledig verzonnen bewering.

De waarheid dienen als het goed uitkomt
De grootste communicatieve tournure die hij moest uithalen, was in juni 1941 toen Hitler Operatie Barbarossa startte, de inval in de Sovjet-Unie. Twee jaar eerder had hij nog een juichende berichtgeving de wereld in gestuurd bij de totstandkoming van het Molotov-Ribbentrop pact, het niet-aanvalsverdrag tussen de twee totalitaire ideologieën in Europa. En nu moest de Sovjet-Unie met Stalin ineens afgeschilderd worden als de bron van alle kwaad die vernietigd moest worden.

‘Wij dienen de waarheid slechts als het ons uitkomt’, horen we hem zeggen. Het toppunt van de verdraaiing van feiten bereikt hij met zijn beruchte toespraak in het Berlijnse Sportpalast, 18 februari 1943, wanneer hij kort na de capitulatie bij de Slag om Stalingrad het streng geselecteerde publiek tot uitzinnige hoogte weet op te zwepen: ‘Wollt ihr den totalen Krieg?  Führer Befehl, wir folgen.’

Führer und Verführten

Goebbels bediende zich van toen moderne technieken, zorgde ervoor dat de belangrijkste kranten in handen van de nazi’s kwamen en liet – in de film onderbelicht – de zogenaamde Volksempfänger produceren, voor de gewone Duitser betaalbare radiotoestellen waar evenwel slechts een paar door de nazi’s goedgekeurde zenders op te beluisteren waren.

‘Propaganda is een kunstvorm, zoals schilderkunst’ en ‘wij scheppen de beelden die blijvend zijn’. Hij bediende zich liever van speelfilms dan van documentaires, omdat je dan beter het verhaal naar je hand kunt zetten. Onder de indruk van Leni Riefenstahls Olympia gaf hij de opdracht voor de propagandistische en fel antisemitische films Jud Süsz en Der ewige Jude.

Discussie in Duitsland
In Duitsland is er de nodige discussie over Führer und Verführten. Hitler en Goebbels zouden vermenselijkt worden en daarmee hun daden vergoelijkt. Regisseur Joachim Lang bracht daar tegenin dat hij met terugwerkende kracht het ware verhaal wilde laten zien en haalt het motto van Primo Levi aan: ‘Het gebeurde, en daarom kan het weer gebeuren.’

Lang kiest voor een wat afstandelijke regie en maakt veelvuldig gebruik van een speciale vorm van re-enactment, het gedeeltelijk naspelen van gebeurtenissen. We zien dan Hitler (Fritz Karl) zich voorbereiden op een toespraak. Goebbels (Robert Stadlober) geeft hem nog wat aanwijzingen, hij loopt naar het balkon, de deuren openen zich en we staan op het balkon van stadhuis Wenen, juni 1938 wanneer de stad is uitgelopen voor hun landgenoot die de Anschluss bewerkstelligd heeft en de oprichting van het Groot-Duitse Rijk aankondigt. Op zich werkt dat wel, maar de matige acteurs (Robert Stadlober en Franziska Weisz als het echtpaar Goebbels gaat nog redelijk maar Fritz Karl kan niet in de schaduw staan van Bruno Ganz’ meestervertolking van Adof Hitler) en de soms sjablonerige dialogen doen afbreuk aan de waarde van de geschiedenisles die de film zou kunnen hebben.

 

25 september 2024

 

ALLE RECENSIES

De Middagvrouw

***
recensie De Middagvrouw
Emotioneel strompelend de oorlog door

door Jochum de Graaf

Die Mittagsfrau (2007) is een met prijzen overladen en in veertig talen vertaalde internationale bestseller van Julia Franck over het tragische leven haar grootmoeder Helene. De gelijknamige film van de Oostenrijkse Barbara Albert pakt echter wat vlak uit.

In de beginscène van De Middagvrouw zien we een vrouw van middelbare leeftijd in haar Kever naar een boerderij op het Duitse platteland rijden. Ze stapt uit. Er heerst een beklemmende stilte. Ze wordt begroet door een wat norsige boer, die zegt niet te weten waar ‘hij’ is. In een bijgebouw houdt een jongen zich verscholen, kijkt argwanend naar het tafereel, reageert niet op geroep van de boer. Later begrijpen we dat doel van het bezoek van hoofdrolspeelster Helene een ontmoeting met haar zoon ‘Peter’ is, die op de boerderij zou verblijven. Tien jaar eerder, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, heeft ze hem voor het laatst gezien. De film vertelt hoe het zo ver heeft kunnen komen.

De middagvrouw

De Middagvrouw is een mythisch wezen dat op het platteland in de grensregio Lausitz tussen Duitsland, Polen en Tsjechië voorkomt. Het volksverhaal wil dat zij, een soort heks gewapend met een sikkel, zich tijdens de oogst op het heetst van de dag aandient. Iedereen die haar tegenkomt, moet minimaal een uur lang over zichzelf praten om het noodlot te ontlopen.

Champagne, seks en charleston
Het verhaal in de film is het levensverhaal van de half-Joodse Helene die opgroeit in het dorp Bautzen, Oost-Duitsland waar het volksverhaal over de Middagvrouw van generatie op generatie wordt doorverteld. Ze brengt haar tienerjaren door in het afgelegen sombere huis met haar moeder en zus Martha. Mannen zijn afwezig, haar vader en broers zijn niet teruggekeerd van het front in de Eerste Wereldoorlog. Haar moeder wordt in het opkomend antisemitisch klimaat door andere dorpelingen geterroriseerd, is psychisch een wrak en reageert haar emoties af op haar jongste dochter. Wanneer de moeder in een psychiatrische kliniek wordt opgenomen, kunnen de zussen begin jaren twintig aan het beklemmende milieu ontsnappen en gaan ze naar Berlijn. Ze trekken in bij hun tante Fanny.

Het zijn de jaren van de roaring twenties, decadente feesten, drank- en drugsgebruik, vrije seksuele moraal. Champagne, seks en charleston. Martha dompelt zich onder en raakt verslaafd aan morfine. Helene is veel serieuzer, is van jongs af aan gefascineerd door het menselijk lichaam en wil haar ambitie als arts waarmaken. Maar haar achtergrond staat dit in de weg en ze gaat werken bij een apotheker en volgt lessen om haar toelatingsexamen te halen. Ze leert daar Karl kennen, een wat bedeesde student filosofie, die het opkomend nationaalsocialisme verafschuwt.

Ze beleven weliswaar een gepassioneerde liefde maar hebben toch een wankelmoedige verhouding. Helene raakt zwanger maar wil haar academische ambities niet opgeven en ondergaat een abortus, die ze in eerste instantie voor Karl verborgen houdt. Wanneer zij het hem vertelt, reageert hij nogal boos en niet begrijpend. Waarom heeft zij hem niet betrokken bij die beslissing? Aan de dood van Karl, die sneuvelt bij een gevecht met nazi’s, houdt ze opnieuw een groot trauma over.

De middagvrouw

Liefdes
In het ziekenhuis waar ze gaat werken, ontmoet ze een nieuwe liefde, Luftwaffe-officier Wilhelm die meer verliefd op haar is dan zij op hem. Voor ze gaan trouwen, regelt Wilhelm een nieuwe identiteit. Voortaan heet ze Alice Schulze, een goede Arische naam. Ze moet alles wat aan haar jeugd, haar Joodse achtergrond kan herinneren, verdonkeremanen. Maar het huwelijk is verre van gelukkig, Wilhelm is een stijve rechtlijnige nazi-officier die van zijn vrouw onderdanigheid verwacht. Helene kan en wil zich met haar vorming tot zelfstandige vrouw niet voegen in die rol. Aan tafel of andere momenten van samenzijn heerst een ijselijke sfeer.

Ze krijgen een kind, dat Helene in haar eentje moet grootbrengen, wat haar met haar trauma’s niet goed afgaat. Ze hebben constant strijd met elkaar en Wilhelm dreigt meermalen haar werkelijke identiteit bekend te maken, wat tijdens de oorlog haar zekere dood zou betekenen. Helene houdt hem in een tegengreep met de dreiging dat zij dan zal onthullen dat hij de valsheid in geschrifte gepleegd heeft wat voor hem ook een doodvonnis zal opleveren. En zo komen ze emotioneel strompelend de oorlog door.

De oorlog die fysiek geheel buiten beeld blijft. De opkomst en hoogtijdagen van het Derde Rijk blijven buiten schot, er is geen enkel oorlogsgeweld en zelfs geen hakenkruis te zien. Dat zou op zich kunnen werken wanneer de dreiging met subtiele andere woorden en beelden gestalte word gegeven. En dat is dus niet het geval. Zo zijn de beelden van het Berlijn van de jaren twintig een heel slap aftreksel van de opwindende tv-serie Babylon Berlin waar dezelfde periode centraal staat.

Hoofdrolspeelster Mala Emde geeft wel een mooie invulling aan het tragische leven van de zich desondanks emanciperende Helene, en met het indrukwekkende Jiddische lied Shvartz ist der Kolir is er een mooie soundtrack. Maar al met al heeft de Oostenrijkse Barbara Albert een wat vlakke verfilming van het imposante boek van Julia Franck opgeleverd.

 

24 juli 2024

 

ALLE RECENSIES