Wannsee Konferenz, Die

****
recensie Die Wannsee Konferenz
Die ‘Wahnsinn’ Konferenz

door Ralph Evers

Deze docufilm over de Wannsee Conferentie, tachtig jaar geleden, toont ons een bureaucratisch maar bovenal menselijk gezicht van het onnoemelijke kwaad dat plaatshad in de Tweede Wereldoorlog. Tegelijkertijd de trieste conclusie dat de machinaties van dit kwaad nog immer voortleven. 

De Wannsee Conferentie die plaatshad op 20 januari 1942 is misschien wel de meest beruchte en cynische conferentie uit de moderne geschiedenis. Onder leiding van Reinhard Heydrich (Philipp Hochmair) komen vijftien hoge nazi-ambtenaren samen in de statige villa Marlier aan de Wannsee nabij Berlijn. Op deze bijeenkomst dient gezocht te worden naar een ‘efficiënt’ antwoord op de ‘Judenfrage’. En masse deporteren naar Madagaskar, of, zoals uiteindelijk besloten wordt, de methode van Rudolf Höss, de kampcommandant van Auschwitz, die het gebruik van blauwzuurgas, Zyklon B, introduceerde.

Die Wannsee Konferenz

Gelaagde karakters
Net geen 80 jaar later (18 januari) gaat de hier besproken film in Duitsland in première. Dit lijkt te passen in een tendens die de afgelopen jaren in Duitsland gaande is: het oorlogsverleden opnieuw onderwerp van film en literatuur, ditmaal echter met gelaagde karakters. In Der Untergang zagen we een menselijke Hitler. In Die Wannsee Konferenz zien we al even menselijke kopstukken van het naziregime, allen goedgekleed en welbespraakt.

Van dat welbespraakte wordt dankbaar gebruikgemaakt. Vanaf het eerste moment weet je dat je kijkt naar een praatfilm, die verrassend goed je aandacht weet te trekken. Zoals aan het eind van de film onthuld wordt, dient alles in verbloemende, eufemistische taal genoteerd te worden. Dat heeft als effect dat de uiterst kille, rationele logica die erop toe zag elf miljoen joden te moeten vermoorden bijna vanzelfsprekend is. De kracht van deze film zit ‘m dan ook in dat de personages niet van bordkarton zijn. Juist hun menselijke gezicht in combinatie met de stoïcijnse rechtlijnigheid van hun gelijk en de uitvoering van hun taak, maakt deze film zo akelig.

Die Wannsee Konferenz

Het grote kwaad
De gehele film ademt een plechtige soberheid te midden van het aristocratische decor. Het grote kwaad vindt niet in de lelijkheid, maar in de welgemanierdheid plaats. Het omineuze hiervan wordt effectief benadrukt door een licht blauw filter over de film te sluieren, alsmede een volledige absentie van muziek. En terecht, laten we het ongelooflijke cynisme dat de grond van deze conferentie was niet opleuken.

Het is ook aangenaam dat deze docufilm niet naar verklaringen zoekt. Deze zijn her en der wel te abstraheren, zoals in de uitspraak van Heydrich dat deze generatie opgezadeld is met het voorbestemde lot om de ‘jodenvraag’ op te lossen. Dat, hoe gruwelijk ook, deze vraag nu eenmaal bij ons is terechtgekomen en dat we geen andere optie hebben dit lot op ons te nemen. Dat sommige aanwezigen dit toch wel akelig vinden, wordt erkend, maar ‘we zullen voort moeten, anders komt er nooit een eind aan’. Hier wordt een alledaagse wijsheid – om het banaal te zeggen: eerst door het zuur, dan komt het zoet – zodanig verkracht dat de rede ten grave gedragen moet worden. Het is tevens een andere wijsheid: tegen ideologie valt niet met redelijke tegenargumenten te twisten. Een macaber actuele situatie met een oorlog in Oekraïne en de goedpraterij door aanhangers van een nagenoeg zelfde ideologie als het nazisme.

 

4 april 2022

 

ALLE RECENSIES

On Thin Ice

***
recensie On Thin Ice

Wat gebeurt in Siberië blijft daar niet

door Sjoerd van Wijk

On Thin Ice geeft een spoedcursus over de gevolgen van de klimaatcatastrofe in Siberië. De vaak nuttige informatie wringt echter zelden, waardoor de plek ver weg blijft.

De gevolgen van klimaatverandering verschillen per plaats. In Siberië kan de situatie al gerust apocalyptisch genoemd worden. On Thin Ice laat zien hoe daar de omgeving rap verandert voorbij omslagpunten. Zo kunnen rendieren en nomaden hun gebruikelijke trekroutes niet meer vertrouwen, slaan vogels op de vlucht voor uitgehongerde ijsberen en verschijnen uit het niets zinkgaten. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties zei ooit dat individuen die hun overheid vertrouwen onbezorgd blijven en henzelf niet voorbereiden op extremen. Nu haar nieuwste rapport toegeeft dat de opwarming van de aarde sowieso over de al rampzalige 1,5°C zal komen, lijkt een documentaire als On Thin Ice tijdig. Want in Siberië voltrekt zich onheil dat niet tot dat gebied beperkt zal blijven.

On Thin Ice

Geduldige uitleg
Wie zich ook maar enigszins verdiept in de klimaatcatastrofe zal weinig nieuws leren, maar de leek krijgt in korte tijd de problemen daar en de repercussies voor de rest van de wereld toegankelijk voorgeschoteld. Het spreekt voor deze Duitse documentaire (Rentiere auf dünnem Eis) dat daarbij ook de heftigere consequenties aan bod komen, zoals het vrijkomen van enorme hoeveelheden broeikasgassen (potentieel het dubbele van de huidige hoeveelheid in de atmosfeer) doordat de permafrost smelt. Enigszins ongerijmd schudden kleurenfilters beelden van bosbranden of dieren in de penarie op en introduceert een James Bond-achtige missiekaart elke plaats van bestemming in Siberië.

Dat voelt wat koddig aan als wetenschappers rustig vertellen over hun inzichten: van schattingen hoeveel van het broeikasgas methaan er onder de bodem ligt tot oude virussen die weer tot leven komen. Extra misplaatst banjert een onderzoeksteam stoer in slow motion door de wildernis, een groot contrast met het geduld waarmee de gasten allen praten voor een zwart scherm of de gebruikelijke boekenkast.

On Thin Ice

Een plek ver weg
Het regieduo van Henry Mix en Boas Schwarz (die ook veel camerawerk voor zijn rekening neemt) toont vaak de Siberische schoonheid met immense dronebeelden, waar de situatie op de grond flets bij afsteekt. Als daar wonende nomaden vertellen over hun ervaringen overstemt een Engelse voice-over hen in plaats van ondertiteling, wat een afstand tot hun verhalen geeft. Samen met de verzameling pratende hoofden blijft Siberië zo een plek ver weg. Wel wringt een moment van opschudding wanneer een team wetenschappers een rendier aan het gewei vasthoudt terwijl een van hen het beest een GPS-nekband omschroeft. Die botsing van wildheid, goedbedoelde controle, repressieve technologie en een mogelijk trauma voor het rendier prikkelt door de tegenstrijdigheden.

Continu blijft het informeren en inzichtelijk maken van een voor velen onbekend gebied hoog in het vaandel staan. Dankzij een open conclusie gaat de film welhaast stoïcijns de ongewisse toekomst tegemoet. Daarmee laat On Thin Ice zowel de fatalistische doodsangst waar bijvoorbeeld Guy McPherson op inspeelt met zijn ‘methaanbomhypothese’ als wel het vaak zo verplichte stukje hoop aan het einde achterwege, twee manieren die snel inertie kweken. Maar of dit afstandelijke relaas echt de door het IPCC genoemde onbezorgdheid kan opschudden, blijft de vraag. In een land waar een mondneusmasker opdoen voor de naaste mens al een lastig verhaal is, zal een pure documentaire over wat in het verre Siberië gebeurt waarschijnlijk weinig uithalen.

 

27 september 2021

 

ALLE RECENSIES

Undine

****
recensie Undine

Mythe en moderniteit

door Sjoerd van Wijk

In Undine verweven mythe en moderniteit zich in een ingetogen liefdestragedie. De onderhuidse spanning in het relaas komt niet in de laatste plaats door Paula Beer die het titulaire hoofdpersonage Undine fijnzinnig in de wereld zet.

In hoeverre zij nu wel of niet een undine (waternimf) wonend in Berlijn is, ze diept van deze metropool in ieder geval moeiteloos de architecturale geschiedenis op voor groepen toeristen. Tijdens een pauze deelt ze aan een terrasje haar vreemdgaande ex Johannes (Jacob Matschenz) mee hem om het leven te moeten brengen. Maar dat dreigement verdwijnt naar de achtergrond als een aquarium ontploft in het bijzijn van de vriendelijke Christoph (Franz Rogowski: Liebe in den Gängen) in een latere pauze. Undines overleven door de liefde en gelukkig dient een nieuwe romance zich aan. Gaandeweg de uitjes naar het stuwmeer waar Christoph als duiker reparaties uitvoert, lijkt ze echter niet te kunnen ontsnappen aan haar lot. Wie een undine ontrouw is, dient te sterven. Dus Johannes ook.

Udine

Mystiek
Al sinds de Griekse Oudheid spreekt de undine tot de verbeelding. In de literatuur komen deze waternimfen dan ook veelvuldig voor, van Ovidius tot de Romantiek. In een update die doet denken aan Jean Cocteau’s vermenging van mythe en moderniteit in Orphée (1950) voegt regisseur Christian Petzold (o.a. Barbara, Phoenix) zich in dat rijtje. Net als in Orphée lijkt de wereld van Undine slechts op het oog onttoverd, maar blijven de mysteries rondwaren en ligt het wonderlijke op de loer voor wie er goed naar kijkt. Petzold weet daarbij de sleutels op subtielere wijze te verstoppen dan Cocteau.

In plaats van een spiegel bevindt een aanwijzing zich op de bodem van het kalme stuwmeer, waar het kersverse stel een ruïne vindt waarop ‘Undine’ geschreven staat. Exemplarisch voor de film als geheel blijft dit raadsel onder water. Petzold laat Undine’s achtergrond in het ongewisse. Paula Beer (o.a. Frantz) komt ondanks haar nette pakken al snel feeëriek over met een enkele oogopslag. De onderhuidse mystiek die daaruit spreekt, geeft geen uitsluitsel over prangende vragen hoe een waternimf nu leeft maar ligt een tipje van de sluier op hoe dat leven zou voelen.

Udine

Zakelijkheid
Dat leven vindt plaats in een door cinematograaf Hans Fromm sober geschoten Berlijn waarin de personages onderkoeld doch dringend voorkomen. Ondanks een veelbewogen geschiedenis lijkt deze stad in Undine ontdaan van enige betovering. Van de nette kopjes cappuccino tot de verlichte zwembaden voert functionaliteit de boventoon en doet het onbekende er niet toe.

Die zakelijkheid, kenmerkend voor een generatie Berlijnse filmmakers als Maren Ade (Toni Erdmann) waarbij Petzold als een van de grondleggers geldt, komt ook terug in het geraffineerd opgezette scenario. Weliswaar op gezette tijden schematisch als in een flashforward na de climax ontvouwt zich een cyclisch gebeuren gecentreerd rondom Undine’s presentaties. Mystiek en onttovering ballen samen in de serene cameravoering over de maquette van Berlijn begeleid door haar oraties.

Als een soort eeuwige wederkering geeft dat het mysterie van Undine cachet en maakt daarmee het summiere karakter van Christoph in de finale toch invoelbaar. Daarom resoneert Petzolds zakelijkheid als een ingetogen vertelling van een klassiek gegeven.

 

7 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Schramm – Into the Mind of a Serial Killer

*
IFFR Unleashed – 1994: Schramm, Into the Mind of a Serial Killer
Fascinerende afschuwelijkheid

door Cor Oliemeulen

We kunnen deze filmbespreking beginnen met een korte opsomming van alle afschuwelijkheden in Schramm, Into the Mind of a Serial Killer, maar dan haken de meeste lezers direct af. Of juist niet?

Waarom zou iemand in de hersenen van een seriemoordenaar willen kijken? De Duitse filmmaker Jörg Buttgereit zei in een interview dat films over seriemoordenaars eigenlijk altijd gaan over politieagenten, die bijvoorbeeld problemen met hun vrouw of een verslaving hebben, en uiteindelijk de seriemoordenaar oppakken. Buttgereit haat dat soort films, want we komen volgens hem veel te weinig te weten over de seriemoordenaar. Tegelijkertijd kun je je afvragen welk nut het dient om überhaupt iets te weten over de impulsen van een zieke geest. Zeker als handelingen niet worden verklaard, zoals dat bijvoorbeeld wel gebeurt bij andere Duitse seriemoordenaars in M (1931), Der Untergang (2004) en Der goldene Handschuh (2019).

Schramm – Into the Mind of a Serial Killer

Perversiteiten
Aangezien Buttgereit – in kleine kring beroemd door zijn films over necrofilie – zelfs te weinig geld had om een politiewagen te huren, koos hij ervoor om zich volledig te concentreren op het lugubere bestaan van een psychisch gestoorde taxichauffeur (collega Travis Bickle in Taxi Driver is met hem vergeleken een zeer mild geval). Deze Lothar Schramm is een einzelgänger, komt niet onsympathiek over buitenshuis, maar in zijn eigen woning geeft hij zich over aan activiteiten die het daglicht niet kunnen verdragen. Voor Buttgereit genoeg reden om ’s mans extreme activiteiten op camera vast te leggen. Natuurlijk met een korrelige 18 mm-camera, want dan lijken alle perversiteiten nóg realistischer.

Aan acteur Florian Koerner von Gustorf (die later een aantal uitstekende films van Christian Petzold zou produceren) de dubieuze taak om te neuken met het onderlichaam van een sekspop en om vrouwen naar binnen te lokken, zodat hij die kan vermoorden, van make-up voorzien en misbruiken. De man is zo gefrustreerd door zijn seksuele stoornissen dat hij, mogelijk om zichzelf te straffen, op een gegeven moment zijn geslachtsdeel aan een tafel vastspijkert. Om aan een en ander kennelijk nog een artistieke betekenis te geven, zijn de beelden schokkerig en repetitief, soms voorzien van kleurenfilters en is de geluidsband al even verontrustend.

Associaties
Eerlijk gezegd heeft de schrijver dezes weinig ervaring met dit type van horror en wordt hij over het algemeen al snel lacherig van de voorspelbaarheid van het verhaal (als dat er al is) en rondvliegend bloed. Het moet gezegd dat Schramm, Into the Mind of a Serial Killer is doordrenkt met een zweem van onsamenhangende authenticiteit, maar dat de bloedballetten nog best meevallen en het uitlepelen van een mensenoog voor weinig extra opwinding zorgt. De montage van beeld en geluid, onverwachte weerzinwekkende handelingen en de algehele teloorgang kun je ongetwijfeld associëren met de hersenen van een krankzinnige, maar de vraag blijft waartoe dit alles dient.

Schramm – Into the Mind of a Serial Killer

Geweld als pornografie? Net zo waarschijnlijk vinden sommige mensen het leuk om te choqueren of om zich te laten choqueren. Voor andere kijkers biedt deze film mogelijk een uitstekende gelegenheid om over nimmer uitgesproken gedachten te fantaseren. Er zijn gelukkig nog geen berichten dat iemand, na het kijken van Schramm, besloot om seriemoordenaar te worden. Misschien dat deze rerelease in het IFFR Unleashed-programma nog een duit in het zakje kan doen.

Smaak
Een groot onderzoek dat in 2015 in The Lancet werd gepubliceerd, over de vraag of (jonge) mensen zich gewelddadiger gaan gedragen nadat ze gewelddadige beelden hebben gezien, wees uit dat een dergelijk kopieergedrag nauwelijks voorkomt. Dat neemt niet weg dat bijvoorbeeld het beeld van iemand op straat die zich plotseling met een pistool door het hoofd schiet een onrustige nacht kan opleveren, of simpelweg de mensenziel weer een heel klein beetje donkerder kleurt.

In 1978 verscheen de eerste Faces of Death-mockumentaire – vol fragmenten van wereldburgers die op de meest uiteenlopende manieren om het leven komen – die volgens de statistieken op IMDb voornamelijk bij mannelijke tieners in de smaak viel. We zullen de hang naar het kijken van zeer schokkende beelden maar een typisch gevalletje van intrigerende afschuwelijkheid noemen. Doe jezelf een lol en kijk liever naar de fysieke ongein in die Jackass-films – kun je tenminste nog af en toe lachen om krankzinnige types.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

1 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Chronik der Anna Magdalena Bach

*
IFFR Unleashed – 1989: Chronik der Anna Magdalena Bach
Oren open en ogen dicht

door Jochum de Graaf

Een scène ergens midden jaren tachtig voor de deur van Lantaren Venster Rotterdam: we staan in de rij voor de première van een nieuwe film van Jean-Marie Straub en Danielle Huillet, in die tijd vaste gasten op het IFFR.

Ik zeg tegen een vriend ‘benieuwd of we weer naar zo’n eindeloze reeks stilstaande beelden zonder drama of plot gaan kijken’. Terzijde staat een clubje Straubfans dat zich aangesproken voelt: ‘oh, daar heb je weer zo iemand, nou die discussie hebben we al lang gehad’. De scène is tekenend voor het sektarisme rond Straub, een kleine schare fanatieke fans die alles bejubelt wat door het Frans/Duitse duo wordt uitgebracht en aan de andere kant een grote groep filmfans die weinig op heeft met de extreem minimalistische filmstijl. Toch worden ze nog tamelijk geacht in zekere kring, getuige de retrospectieven die dit voorjaar in Tokio en Londen te zien zijn.

Chronik der Anna Magdalena Bach

Formalistische filmstijl
Na zoveel jaren was ik wel benieuwd of mijn aversie tegen Straub/Huillet nog steeds zo groot is, ben misschien wat milder geworden. Maar Chronik der Anna Magdalena Bach valt me zeker niet mee.

Natuurlijk, er zullen vast mensen die nog steeds de stramme stijve Straubstijl appreciëren, maar nog steeds ontgaat me de zin van het minutenlang een pagina bladmuziek in beeld tonen, een vogel in een kooitje, een deur met nis in een trapportaal, een bomenbos met overtrekkende wolken, een kust met aanspoelend water, een blad met gotische letters, een middeleeuwse stadsprent als illustraties bij een volstrekt onsamenhangend verhaal. En dat alles ook nog in zeer korrelig zwart-wit opgenomen, brrr.

Hoofdmoot van de film zijn muziekuitvoeringen uit het rijke oeuvre van Bach, uitgevoerd door ensembles, koren, orkestjes uitgedost met pruiken, in historisch verantwoorde kostuums, op authentieke locaties en met muziekinstrumenten uit de achttiende eeuw, de tijd dat ze gecomponeerd werden. Daar valt op zich wel wat voor te zeggen, Bach in de oorspronkelijke setting, maar ook hier wordt die straffe formalistische filmstijl op toegepast, tien minuten vanuit één onbewogen standpunt naar een koor moeten staren, waarbij alleen de dirigent beweegt.

Chronik der Anna Magdalena Bach

Monotoon geneuzel
Maar het meest ergerlijk is de Chronik zelf, het onverstaanbare commentaar waarin Anna Magdalena, Bachs tweede vrouw, verhaalt over zijn leven en werken. Uit flarden maak ik op dat het gaat over de diverse steden waar hij werkte, zijn relatie met beschermheren, allerlei rechtszaken, de dood van hun kinderen. Maar het genie van Bach wordt totaal geen recht gedaan met dat monotone geneuzel in het Engels met zwaar Duits accent. Het gaat het ene oog en oor in en het andere uit.

De muziek is op zich goed in orde, hoofdrolspeler landgenoot Gustav Leonhardt, is werelds beste klavecimbelspeler (je moet er van houden) maar zijn spel is virtuoos. Al met al zijn zo’n vijfentwintig hoogtepunten uit Bachs oeuvre, cantates en sonates, preludes, fragmenten uit de Brandenburgse Concerten, de Goldbergvariaties, te beluisteren.

Wanneer je van Bach houdt, kom je dus ruimschoots aan je trekken, maar ik raad je aan om de soundtrack op te zetten, je ogen dicht te doen en je eigen filmbeelden erbij te dromen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

23 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

New Gospel, The

**
recensie The New Gospel

Lijdensweg van een zwarte Messias

door Tim Bouwhuis

Pier Paolo Pasolini en Mel Gibson trokken allebei naar het Zuid-Italiaanse plaatsje Matera om hun films over Jezus Christus te ensceneren in een geloofwaardig verleden. In hun navolging maakt de Zwitserse documentairemaker Milo Rau The New Gospel (Das Neue Evangelium). Het Matera van de eenentwintigste eeuw is een ongastvrij toevluchtsoord voor Afrikaanse migranten.

In 2019 was Matera vanuit de Europese Unie aangewezen als een van de ‘culturele sleutelsteden’. Toen Rau (The Moscow Trials, The Congo Tribunal) een verzoek accepteerde om te participeren in dit prestigeproject, besloot hij dat hij in ieder geval iets wilde doen met de laatste dagen en de uiteindelijke kruisgang van Jezus. Ter plaatse stuitte hij op een onwerkelijke sociale situatie: talloze migranten werkten er voor een hongerloontje en leefden onder abominabele omstandigheden in afgedankte ruimtes. De castingkeuze voor de Kameroense politiek activist Yvan Sagnet (ten tijde van de opnames ‘uiteraard’ 33 jaar oud) als Jezus is tekenend voor het soort hybride uitgangspunt dat The New Gospel vanuit die sociaalpolitieke context heeft aangenomen.

The New Gospel

Een racistisch doodsoordeel
Het ‘nieuwe evangelie’ is een interpretatie van Jezus’ leven en dood als een banier voor de onderdrukten. Het universele verhaal van een geofferde rechtvaardigde spiegelt het lot van de migranten in Matera. In een sleutelscène schreeuwen de dorpsbewoners als eerste om ‘de dood van de zwarte’. Dát is wat er vertaald wordt, en dát is wat kijkers mogen begrijpen. Slachtoffer en dader zijn zo scherp geaccentueerd dat het ongemakkelijk wordt. Bijvoorbeeld als de crew van de film een niet-acteur laat improviseren dat hij Jezus geselt en bespot. De camera blijft een paar minuten draaien en de racistische uitingen zijn niet van de lucht.

Deze vertaalslag van het Midden-Oosten van de eerste eeuw naar het hedendaagse ‘witte’ racisme ten opzichte van een ‘zwarte Messias’ valt puur historisch gezien niet te verdedigen. Jezus werd geboren in dezelfde regio als veel mensen die in het heden racistisch bejegend worden. Hij was geen ‘witte’ man in de politiek platgetreden zin van het woord.

Dat laatste neemt niet weg dat racisme zonder twijfel een bepalende rol speelt in de manier waarop migranten in Italië als tweederangs ‘burgers’ worden weggezet. De vraag is alleen of de overwegend onbeholpen theaterscènes (het helpt in dit geval niet dat de crew óók het proces van het filmen en instrueren in beeld brengt) en het gemobiliseerde Jezusverhaal aan die realisatie kunnen bijdragen of er eerder iets aan afdoen.

The New Gospel

In de sleutelscène van het doodsoordeel spelen de toeschouwers (dorpsbewoners of gemobiliseerde voorbijgangers) nadrukkelijk een rol. Juist omdat die rol hen politiek zo nadrukkelijk wegzet als ‘daders’, was het waardevol geweest als Rau meer nadruk had gelegd op daadwerkelijke interacties tussen dorpsbewoners en migranten. Zijn het te allen tijde de bewoners zelf die wegkijken? Ligt de verantwoordelijkheid bij de werkgevers? Of moet de keten worden doorgetrokken naar de Italiaanse overheid? De inzichten blijven fragmentarisch, mede omdat de film die fragmentarische aanpak in zijn hybride uitgangspunt omarmt.

Niets nieuws onder de zon
De referentierijke aard van de film maakt het ten slotte schier onmogelijk zijn politieke lading volledig op zichzelf te beoordelen. Pasolini’s Jezus (Il Vangelo secondo Matteo, 1964) was ook een marxistisch icoon, een eventuele ‘eerste communist’, en de opvatting van het Christendom als een politieke strijd voor de onderdrukten staat ideologisch centraal in de bevrijdingstheologie (een belangrijke stroming in vooral Latijns-Amerika, pakweg vanaf de jaren zestig). Een belangrijke vertegenwoordiger van die stroming zit op het moment van schrijven in zijn pauselijke zetel. In die zin is er dus niets nieuws onder de zon. Het is makkelijk inzichtelijk te maken waarom Rau deze specifieke politieke interpretatie van Jezus’ verschijnen in deze tijd wéér wil delen, maar dat neemt niet weg dat hij uiteindelijk niets wezenlijks inbrengt.

The New Gospel is te zien vanaf donderdag 25 maart op picl.nl

 

21 maart 2021

 

ALLE RECENSIES

Opnieuw een bloedbad verfilmd

Ondertussen, op de redactie:

Opnieuw een bloedbad verfilmd

COR:

Op 19 februari 2020 maakte Tobias R. in het Duitse Hanau in en rond twee shishalounges negen slachtoffers met een migratieachtergrond. Na de aanslag schoot hij zijn moeder en zichzelf dood.

De Duitse ‘schandaalregisseur’ Uwe Boll maakt momenteel een film over deze tragedie. Het land is te klein nu de filmmaker in schandaalkrant Bild beweert achter de nabestaanden te staan (maar niet met hen heeft gesproken) en wil bijdragen om een antwoord te vinden op de vraag wat R. bezielde en of de aanslag had kunnen worden voorkomen. Volgens het Duitse OM was de dader racistisch, extreemrechts en schizofreen.

De film, die waarschijnlijk slechts op streamingdiensten zal verschijnen, doet hetzelfde stof opwaaien als Utøya 22. Juli, waarover wij eerder een discussie voerden. Alfred had destijds een interview met Erik Poppe, de regisseur van die film (die wel contact met nabestaanden had). “We hebben allemaal gehoord wat er die dag is gebeurd, maar het overgrote deel van de aandacht ging uit naar de dader. Over hem weten we bijna alles, van de slachtoffers weten we nauwelijks”, aldus de Noorse filmmaker.

Wat ik me nog van die film herinner, zijn vooral de doodsangsten van sommige slachtoffers (versterkt door de wetenschap dat de voorvallen echt zijn gebeurd) en een dapper meisje dat alle slachtoffers een gezicht gaf. Niet meer en niet minder.

De stad Hanau en de nabestaanden van de slachtoffers roepen Uwe Boll in een open brief op onmiddellijk te stoppen met de voorbereidingen en de film niet uit te brengen. Echter de regisseur rept over ‘waarheidsvinding’ en zegt dat nabestaanden niet verplicht zijn om te kijken.

In onze discussie over Utøya 22.Juli was een deel van onze redactie dezelfde mening toegedaan. Gaan jullie straks (ook) de verfilming van het bloedbad in Hanau kijken?

 

ALFRED:

Ik ga sowieso niet kijken. Was dat nimmer van plan en zal mijn plannen niet aanpassen, welke film er ook moge komen, zo die er komt. Zou ik gaan kijken naar een voorstelling van Gordon over James Brown?

Erik Poppe, de Noorse regisseur, was zich zeer bewust van de gevoeligheden en betrok direct getroffenen (familie van slachtoffers als ook overlevenden) bij de filmproductie en release.

Het enige wat ik weet over de voorgenomen film van Uwe Boll, weet ik uit het bericht van Cor. Daar kan ik niet uit opmaken dat Boll even kies omgaat met de emoties van de betrokkenen. Dat de inwoners van Hanau via een open brief de regisseur oproepen per ommegaande te stoppen met de preproductie, zegt wat mij betreft genoeg.

De reactie van Boll op die brief zegt nog veel meer. Het argument van ‘waarheidsvinding’ is op zijn zachts gezegd opportunistisch en gratuit: waarheidsvinding via een speelfilm? De tegenwerping ‘je hoeft niet te gaan kijken’ is ronduit onbeschoft.

Ik heb op IMDb Bolls palmares gecheckt en dat wekt bij mij de indruk dat we hier met een relzoeker hebben te maken die via een noodgreep en ongeacht het leed van anderen zich in de kijker wil werken. Niet bepaald van het kaliber Erik Poppe. Zoals de twee incidenten, al zijn ze beide schokkend, niet met elkaar zijn te vergelijken. Al is het maar omdat de dader in Hanau nooit voor de rechter heeft kunnen verschijnen.

Niet met mensen spreken en dan beweren dat ze achter je staan  ̶  ik hoop dat ze in Hanau nog een plekje op de vuilnisbelt voor deze Bolleboos hebben vrijgehouden.

Over Roel Reiné hebben we dit soort discussies nooit hoeven voeren.

 

TIM:

Ook ik zag nog geen films van regisseur Uwe Boll. Dat ik wel bekend was met diens oeuvre en de bedenkelijke reputatie die daarbij hoort, speelt onmiskenbaar mee in mijn reactie op dit nieuws. Zoek de premisse van de ‘documentaire’ Auschwitz (2011) maar eens op: daar gaat het Boll kennelijk ook om ‘waarheidsvinding’, maar ik vermoed shockgericht effectbejag en exploitatie. Kan iemand die de film gezien heeft dit bevestigen of ontkrachten?

Ik kan de beweringen van Boll niet naast het eindproduct houden, maar heb ook geen enkele behoefte dat later wel te gaan doen. Wat dat betreft is het dus niet zinvol verder op de Duitse rel in te gaan, maar ik kan wel nog eens beknopt inhaken op de andere film die Cor aanhaalt, namelijk de Utøya- film van Erik Poppe.

Een van de problemen die ik op voorhand met dat drama had, was dat het leed nog vers was en er door de Netflix-release van Paul Greengrass’ 22 July (eveneens in 2018) de indruk ontstond dat te veel partijen ‘geschikt filmmateriaal’ in de gebeurtenis zagen, zonder dat daarbij inzicht en verwerking voorop zouden (kunnen) blijven staan. Naderhand heb ik Utøya 22. Juli met name qua stijlkeuze verdedigd.

Ik was het toen bijvoorbeeld niet eens met Dana Linssen, die de film in het NRC 1* gaf en haar stuk ‘slasher’ titelde (tekenend voor de wisselende reacties die Utøya opriep, want bijvoorbeeld op de Berlinale van 2018 – het premièrefestival – klonken ook veel positieve geluiden). Een belangrijke factor was dat ik (ook) na het kijken overtuigd was van de juiste intenties van regisseur Poppe, die Alfred toen ook gesproken had.

Ik meende dat een lange take in het bijzijn van een hoofdpersonage de slachtoffers juist eer aan deed, omdat ze hun chaotische ervaring poogde te spiegelen zonder dat de dader (voor de slachtoffers hoogstens een hard geluid, of een schim in de verte) meer inhoudelijke aandacht kreeg dan de jongeren hem op dat eiland ooit hebben kunnen of ‘mogen’ geven.

Bij Uwe Boll heb ik de overtuiging van juiste intenties niet, want wie niet de moeite neemt met de nabestaanden te spreken, maar wel een jaar (!) na dato met een film wil komen, krijgt niet het (kijk)voordeel van de twijfel.

 

COR:

In dit artikel wordt gerept over het nut om aandacht te besteden aan het “gevaar van het groeiende rechtsextremisme en toenemende complotdenkers”. De foto boven het artikel onderstreept de sentimenten bij het Duitse publiek ;-)

Begrijp ik goed dat een dergelijke film volgens jullie wél kan als een gerenommeerde regisseur een dergelijk project vanuit de hierboven genoemde motivatie gestalte zou geven?

 

ALFRED:

Nee, dat begrijp je niet goed. Want daar had ik het in mijn reactie niet over. Ik had het over Boll. En niet over een ‘gerenommeerde regisseur’. Dat is een andere discussie.

Je moet me geen woorden in de mond leggen of ideeën in de pen geven ;-)

 

TIM:

Ik vind die motivatie goedkoop en ze leveren doorgaans doorzichtige werkjes op die politiek preken voor eigen parochie. Ik had het er in mijn recensie van Riders of Justice nog over. ‘Gevaar’ (vaak ‘gevaar voor de democratie’) roepen met veel toeters en bellen is één ding, echt in staat zijn iets (al dan niet via film) uit te lichten iets anders.

Zonder daar bewust op in te zetten, vergeleek ik Boll en Poppe impliciet wel een beetje met elkaar, dus ik snap je observatie en vraag in die zin wel, Cor.

Wellicht is het dan zinvol nog toe te voegen dat ik Utøya 22. Juli een stuk sterker vond als weerslag van een tragedie dan als ‘waarschuwing’ voor politiek extremisme (Poppe expliciteert dat op ietwat gemakkelijke wijze via een geschreven statement aan het eind van de film). Wil je ‘waarschuwen’, dan moet je eerst begrijpen waar je voor waarschuwt.

Een filmmaker kan dat bijvoorbeeld doen door volledig in te zetten op een (psychologisch/ideologisch) portret van een dader. Dat is een andere discussie, want dan ben je, als het goed is, niet meer zozeer met slachtofferschap bezig en veins je dat ook niet. In de Boll-discussie was van een dergelijke (zorgvuldige) afweging geen sprake, en dan loopt het gegarandeerd spaak.

 

BOB:

We hebben het hier bij die vorige Ondertussen ook over gehad. Nog steeds leuk om terug te lezen. Helemaal omdat uit dit stuk ook dat interview kwam met Erik Poppe.

Blijft een lastig en gevoelig onderwerp, maar films maken we al langer dan vandaag. Volgens dit blad zijn er vier terroristische golven sinds de twintigste eeuw geweest. In de de 70’s waren er ook al terroristen en ook al films over die terroristen. De film Blutiger Freitag is bijvoorbeeld gebaseerd op het feit dat de RAF zich in die tijd financierde met bankovervallen. Deze film was vooral een excuus voor een supersensationele actiefilm over de meest macho bankovervaller die je ooit zal zien (Heinz Klett als Raimund Harmstorf).

Was je er zelf bij in de jaren zeventig, en er een trauma vanjewelste aan hebt overgehouden, word je vermoedelijk razend op de manier hoe Rolf Olsen dit in beeld bracht. Toch kun je nu de film best bekijken als de suffe eurocrime die het eigenlijk is. Het incident is een anekdote van de film geworden, de geschiedenis is te ver weg intussen. Maar smakeloos blijft het.

Voor filmers met passie voor het onderwerp zijn er mogelijkheden genoeg om het terrorthema ook anders te benaderen, zoals bijvoorbeeld deze Noorse documentaire over een jihadronselaar die ik eens zag op IDFA… waarbij de film op een bizarre manier zelf een rol ging spelen in het plot.

Maar nu eerst weer niet naar buiten voor een avondwandelingetje.
 

20 maart 2021

 
 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Angst essen Seele auf

****
IFFR Unleashed – 1974: Angst essen Seele auf
Liefde, eenzaamheid en exotisme

door Yordan Coban

Angst essen Seele auf (1973) van Rainer Werner Fassbinder is een film over liefde en tolerantie die zich onderscheidt door af te wijken van de te verwachte boodschap, die je vaak vindt in films over xenofobie en de multiculturele samenleving.

Het romantische drama gaat over twee eenlingen, de oudere Duitse weduwe Emmi (Brigitte Mira) en de Marokkaanse arbeidsmigrant Ali (El Hedi ben Salem). Ondanks dat ze zich bevinden in een sociale omgeving met collega’s en vrienden missen ze een intiemer gezelschap in hun leven. De twee beginnen een relatie maar ondervinden voornamelijk negatieve bejegeningen. In het naoorlogse Duitsland kon men geen begrip opbrengen voor interraciale relaties, om nog maar te zwijgen van het leeftijdsverschil.

Angst essen Seele auf

Verboden begeerte
Een goed voorbeeld van een film over xenofobie die wél de te verwachten verhaallijn volgt, is The Shape of Water (2017) van Guillermo del Toro. We zien daar twee totaal verschillende personen die ondanks de buitenwereld voor de liefde kiezen, met de dood tot gevolg. Het is in wezen een variatie op het klassieke Romeo en Julia-verhaal: het noodlot van een verboden begeerte. Angst essen Seele auf vermijdt dit noodlot en gaat verder waar een film als The Graduate (1967) eindigde.

Na hard tegen iedereen gevochten te hebben in naam van de liefde blijven in deze klassieker van Mike Nichols de personages van Dustin Hoffman en Katharine Ross achter met de vraag of het punt aan de horizon werkelijk een bevredigende liefde is. Was het niet juist de controverse die ze zo verliefd maakte? Diezelfde vraag speelt een belangrijke rol in Angst essen Seele auf. Op het moment dat de omgeving de relatie geaccepteerd heeft, lijkt de verliefdheid over. Het is dan aan de personages en het publiek om bij zichzelf te rade te gaan wat de aanvankelijke aantrekkingskracht was en wat daar nu nog van over is.

Machtspositie tussen partners
De films van Fassbinder worden gekenmerkt door hun sociaal-maatschappelijk relevante onderwerpen. De Duitse regisseur maakte films over liefde en relaties maar leek daarbij vooral geïnteresseerd in de machtspositie tussen partners. Fassbinder ging zijn tijd flink vooruit. Zijn films prediken thema’s op zwierige meanderende wijze, zoals vakbroeders Jean-Luc Godard en Werner Herzog dat ook deden.

Net als laatstgenoemde was Fassbinder frontman van de Neue Deutsche Welle, een stroming die qua invloeden weer voortvloeide uit de Nouvelle Vague, waarvan Godard een van de boegbeelden was. Beide stromingen kenmerken zich als een alternatieve niet-commerciële lowbudgettegenreactie op de tot dan toe gevestigde filmindustrie. Fassbinder werkte graag met simpele filmsets en onbekendere acteurs. Zo wist hij in zijn korte leven (hij werd slechts 37) een indrukwekkend aantal films te produceren.

Fassbinders personages zijn over het algemeen filosofisch onderlegd en geven dikwijls een psychoanalytische ontleding van zichzelf voordat de kijker dat hoeft te doen. In Angst essen Seele auf gebeurt dit niet echt. Personages worstelen met hun gevoelens maar weten zich niet altijd te uiten, hun frustraties worden eerder uitgedrukt in stiltes dan in woorden. De film bevat een aantal karakteristieke lange stilstaande shots waarin de personages leeg voor zich uit staren.

Angst essen Seele auf

Aanklacht en taboe
Fassbinder was een zelfbewuste filmmaker die ook vaak expliciet in zijn eigen films verscheen. In Angst essen Seele auf speelt hij de rol van de racistische en misogyne schoonzoon van Emmi. Toch wijzen vele interpretaties op het idee dat Fassbinder zijn sentimenten juist op Emmi geprojecteerd heeft. Deze aanname is voornamelijk te rijmen met het feit dat Fassbinder in die tijd een relatie had met El Hedi ben Salem. De filmmaker werkte graag, soms obsessief, samen met zijn muzen, regelmatig homoseksuele, lesbische of transseksuele hoofdpersonages. Zijn aanklacht tegen xenofobie strekte dus niet slechts tot raciale verschillen maar betrof ook mensen met een afwijkende genderidentiteit.

Wie in de Randstad leeft, ziet bijna niet anders dan koppels met verschillende achtergronden. Gelukkig maar, de multiculturele samenleving heeft met de jaren op dit vlak een taboe doorbroken. Het heeft wat dat betreft in vergelijking met de tijdsgeest zoals geportretteerd in Angst essen Seele auf een aangenaam niveau van tolerantie bereikt. Dit geeft ons geen vrijbrief tot berusting, de Toeslagenaffaire en het politiek activisme als gevolg van raciale spanningen van het afgelopen jaar dwingen ons nog steeds tot een indringende zelfreflectie op dit gebied.

Het thema van racisme in Angst essen Seele auf blijkt dus anno 2021 nog steeds relevant ondanks dat het al vele malen verfilmd is. Toch doen we deze film van Fassbinder te kort als we hem slechts beschouwen als een film over racisme. Meer nog dan racisme is het thema de complexe pathologische werking van liefde, eenzaamheid en exotisme.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

28 februari 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Zes educatieve propagandafilms uit Nazi-Duitsland

Zes educatieve propagandafilms uit Nazi-Duitsland
In Nazi-Duitsland speelde de cinema een belangrijke rol in het omvormen van het volk. Filosoof Theodor Adorno omschreef in een recent herontdekte toespraak al hoe het fascisme meer draait om het etaleren van macht dan het uitdragen van een ideologie. Op logisch gebied valt er dan ook geen touw vast te knopen aan deze selectie. Intrigerend genoeg bevatten de expliciete propagandafilms dus innerlijke tegenstrijdigheden die onbedoeld een educatieve ervaring over de psychologie van het nazisme bieden.

door Sjoerd van Wijk

Hitlerjunge Quex: Ein Film vom Opfergeist der deutschen Jugend

1. – Hitlerjunge Quex: Ein Film vom Opfergeist der deutschen Jugend (1933)

Vanaf moment één kijkt de arme Heini ademloos naar de marcherende Hitlerjongens die hem meer fascineren dan de zuipende communistenjeugd als hij tussen die twee moet kiezen. Deze fictie over Hitlerjugend-lid Herbert Norkus, een ‘martelaar’ neergestoken door communisten, bouwt enkele maanden na de staatsgreep lustig aan het mythologiseren van de opmars van de nazi’s met de hoop op een nieuw tijdperk.

Daar hoort een frappante hervertelling van de politieke situatie bij. De aan de kermis verslingerde communisten terroriseren een paramilitaire beweging die slechts posters plakken in uniform. De nazi’s waarvoor Heini zich opoffert, eisen hier de slachtofferrol op. Toch humaniseert de film enkele tegenstanders zo vroeg in het nazitijdperk. Ster Heinrich George als de nazi hatende vader maakt (parallel aan diens persoonlijke leven) een omslag nadat een slinks argument over de superioriteit van Duits over Engels bier (“denk daar maar over na”) hem laat twijfelen over het communisme.

 

Das Mädchen Johanna (1935)

2. – Das Mädchen Johanna (1935)

Atypisch voor Jeanne d’Arc-verfilmingen focust Das Mädchen Johanna op het gekonkel achter de schermen tussen de verschillende facties die strijden om Frankrijks kroon. Dat leidt tot een boel gesnauw waarin met name Heinrich George als de graaf van Bourgogne grossiert. Op het juiste moment strijkt de vrome Jeanne neer als een engel voordat een boze meute Charles de Zevende wil lynchen.

Terwijl het volk zich verzamelt achter het Führerfiguur Jeanne smeedt Charles een plan haar te gebruiken voor zijn eigen doeleinden. Onderstreept met een coda vijfentwintig jaar later voert hij triomfantelijk een soort ‘nacht van de lange messen’ uit. Zijn manipulaties geven tezamen met Jeannes hopeloze naïviteit de film een ambigue rand. Voor wie geldt het heldendom vanuit nazi-oogpunt? De onnozele Jeanne met het volk of Charles die als Hitler dolken in ruggen steekt?

 

Ewiger Wald (1936)

3. – Ewiger Wald (1936)

Een strenge voice-over houdt een homilie over bloed en bodem van het niveau Varg Vikernes YouTube-geneuzel. Continu geeft deze documentaire vol dubieuze geschiedschrijving zich bloot in duidingen inclusief weinig suggestieve dissolves. Volk en woud vormen een organisch geheel conform Völkische ideeën en trachten zo de dreigingen van de Romeinen, het Christendom tot de industrie tegen te houden.

Maar in dit Avondland waar iedereen gezellig onder de meiboom danst blijkt desalniettemin geen ruimte voor een ecologisch bewustzijn. De spiritualiteit blijkt een façade als Ewiger Wald hamert op de wederopstanding van het bos met een crossfade van soldatenbenen in het gelid naar kaarsrecht geplante bomen. Een productiebos zo militaristisch als het volk zelf – een uiting van de zucht naar veiligheid. Waarin het volk kan genieten in de Berlijnse Lustgarten zonder last van indringers.

 

Jud Süß (1940)

4 – Jud Süß (1940)

Wonderbaarlijk genoeg etaleert de meest kwaadaardige film de grootste ambiguïteit. Op orders van Goebbels moest alles uit de kast om het antisemitisme aan te wakkeren. De nieuwe hertog van Württemberg leent voor zijn ambities geld bij de sluwe Jood Süss en zakt daarbij steeds verder weg in diens manipulaties. Volgens de gezapige burgers leidt dat tot de horror van balletvoorstellingen en het openstellen van de stad voor Joden, in andere tijden juist tekens van vooruitgang. Maar hier verdient louter de nijverheid lof. Elke afwijking van de status quo (inclusief wegenbelasting) geeft de kriebels.

Ondanks de nare streken van Jood Süss geeft Ferdinand Marian een dermate weergaloos optreden waarin diens sympathieke voorkomen beklijft. Tegenover lompe racist uithangende rechtschapen burgers zet hij een charmant figuur neer en is hij de vriendelijkheid zelve. In een van de innemendste scènes ontmoet Süss op weg naar Stuttgart de dochter van een van hen. Het amicale gesprek dat ontspint, staat in schril contrast tot de latere karaktermoord van Süss. Zo onderstreept de film tegenwoordig eerder de waanzin van haat dan dat het ophitst.

 

Ohm Krüger (1941)

5. – Ohm Krüger (1941)

In Ohm Krüger urmt Emil Jannings als de gevluchte Zuid-Afrikaanse politicus Paul Kruger uit de Tweede Boerenoorlog. In flashbacks doet hij uit de doeken hoe zijn volk de strijd verloor van de Britten, met een bijtende veroordeling van de internationale gemeenschap die de Boeren nooit te hulp kwam. De leider een met zijn volk is een hulpeloos slachtoffer en verdedigt zich tegen al het meedogenloze geweld wat regisseur Hans Steinhoff razend in beeld brengt.

Zeer vooropgezet mislukken de handreikingen aan de Britten van Krugers in Oxford opgeleide zoon. Want de anderen manipuleren en daar komt de agressie vandaan. Terwijl de Führerfiguur steeds meer rondwentelt in aan zichzelf opgelegde zieligheid raken de dapper strijdende Boeren in steeds diepere zorgen. Daarbij komt een stuk weerzinwekkende psychologische projectie kijken, als de film de Britten (weliswaar historisch accuraat) veroordeelt voor het gebruik van concentratiekampen.

 

Titanic (1943)

6. – Titanic (1943)

Het iconische schip als metafoor voor het kapitalisme ramt keihard af op de ijsberg omdat een snelle overtocht de aandelenprijzen van de rederij ten goede komt. In dat decor speelt zich een contrast af tussen het lagere dek van gezellige arbeiders en het hogere dek vol konkelende Britse kapitalisten. Slechts één officier ziet de bui al vroeg hangen, toevallig een Duitser.

Onderkoeld en zakelijk volgt regisseur Herbert Selpin (die wegens kritiek het Naziregime niet overleefde) alle handelingen als een opsomming van feiten. De camera snijdt van sentimentele Duitse romance en principiële officier naar bange kapitalisten die leren dat niet alles te koop is. Een fatalistisch doemdenken komt tot uitbarsting met een overdaad aan beelden van paniek. Alsof de film het einde van de Tweede Wereldoorlog aan zag komen noopte die fanatieke registratie Goebbels tot het verbannen van de film in Duitsland zelf.

Alle genoemde films zijn werken van fictie. Elke overeenkomst met de werkelijkheid van 2021 is puur toevallig.

 
2 februari 2021

 
Alle leuke filmlijstjes

Berlin Alexanderplatz

***
recensie Berlin Alexanderplatz

De Duitse Droom

door Cor Oliemeulen

Het is misschien niet eerlijk om de jongste boekverfilming van Berlin Alexanderplatz te vergelijken met de geniale filmadaptatie van Rainer Werner Fassbinder. Toch verveel je je geen moment bij het verhaal over de opkomst en ondergang van een Afrikaanse vluchteling in de hedendaagse Berlijnse onderwereld.

De 32-jarige Francis (Welket Bungué) is de enige overlevende van een boottocht van Afrika naar Europa en neemt zich voor om een nieuw en beter mens te zijn. Maar als illegale vluchteling zonder papieren blijkt dat kennelijk onmogelijk. Na alle desillusies tijdens het zwoegen op een bouwplaats in het Berlijnse Alexanderplatz valt Francis voor een aanbod van de charismatische drugsdealer Reinhold (Albrecht Schuch) en droomt hij al snel van de Duitse Droom met genoeg middelen voor een zeer aangenaam bestaan. Wanneer Francis de escort Mieze (Jella Haase) tegen het bevallige lijf loopt, wil hij voor hen beiden een degelijk leven. Maar daarop zit Reinhold, die Francis immers uit de goot heeft getrokken en heeft opgeleid, niet te wachten.

Berlin Alexanderplatz

Onderwereld
Regisseur Burhan Qurbani – in 1980 in Duitsland geboren als zoon van Afghaanse vluchtelingen en in het jaar dat de legendarische serie van Rainer Werner Fassbinder op televisie verscheen – vertelt het verhaal van de beroemde roman Berlin Alexanderplatz (1929) van Alfred Döblin vanuit het perspectief van de zwarte vluchteling die belandt in de marge van de Berlijnse samenleving. Waar de oorspronkelijke antiheld Franz Biberkopf acteert in een tijd van politieke instabiliteit (revolutionaire dreiging van links, opkomend fascisme van rechts) verklaart Qurbani de beweegredenen van zijn hoofdpersonage bijna een eeuw later louter tegen de achtergrond van racisme en het verwezenlijken van een droom.

Ook al had Qurbani zijn protagonist Francis (door Reinhold al snel gedoopt tot Franz) geplaatst in een wereld van het hedendaagse oprukkend nationalisme en populisme, zelfs dan zou deze Berlin Alexanderplatz de roman te weinig recht hebben gedaan. Hoewel het thema van racisme immer actueel is, ligt in deze nieuwe boekverfilming het mankement in het ontbreken van een politieke context en een indringend portret van het milieu waarin Franz zich beweegt. Waar Fassbinder in 15,5 uur uiteraard veel meer tijd kan nemen om het door Döblin beschreven Lumpenproletariat met zijn leger van vagebonden, oplichters, bordeelhouders, voddenrapers, bedelaars, zakkenrollers en allerhande ander geteisem te representeren, beperkt Qurbani de Berlijnse onderwereld tot het grootschalig drugs dealen in het park, dure nachtclubs vol schoon vrouwelijk naakt en een op seks beluste bendeleider die zijn trofeeën vanuit een ziekelijke frustratie direct na bewezen diensten het huis uit schopt.

Berlin Alexanderplatz

Kansloos maar verdienstelijk
Ook al is nieuwe Berlin Alexanderplatz drie uur lang, het blijkt een kansloze missie het oorspronkelijke verhaal op het witte doek een ziel te geven. We komen een heel eind met mooie cinematografie en sfeervolle voice-overs met filosofische overpeinzingen uit het boek. En het is ondanks het zo nu en dan rammelende scenario knap dat de kijker weinig kans krijgt om zich te vervelen, maar uiteindelijk kun je alleen maar concluderen dat deze filmadaptatie een tikkeltje te hoog gegrepen is, wat ook blijkt als bepaalde dramatische wendingen te weinig uitleg krijgen en door het wel heel obligatoire einde.

Toch is Berlin Alexanderplatz editie 2020 een verdienstelijk geproduceerd misdaaddrama met een karakterstudie van een worstelende vluchteling en een goede cast waarin met name Albrecht Schuch als de psychopathische Reingold de meeste indruk maakt. Na afloop krijgt de liefhebber echter onmiddellijk zin om Berlin Alexanderplatz van Fassbinder uit de kast te trekken. Het hypnotiserende titelmuziekje, de briljante atmosfeer en de vertolkingen van Günter Lamprecht als de eenarmige ‘draufgänger’ Franz, Gottfriend John als de gemene Reinhold, Barbara Sukowa als het hoertje Mieze en Hanna Schygulla als Franz’ andere liefje Eva zijn nu eenmaal van een ongeëvenaard kaliber.

 

3 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES