** zu *
recensie Zwei zu eins
Ossies zijn sukkels, Wessies geldwolven
door Jochum de Graaf
Het is zomer 1990, een half jaar eerder is de Muur gevallen, maar de officiële hereniging van Oost- en West-Duitsland heeft nog niet plaatsgevonden. In de nadagen van de DDR vallen de nodige massaontslagen, de oude vertrouwde staatsbedrijven worden op grote schaal failliet verklaard. In het stadje Halberstadt, niet ver van de grens met de Bondsrepubliek, slaan de desillusie en verveling toe.
Drie vrienden – Maren (Sandra Hüller), Robert (Max Riemelt) en Volker (Ronald Zehrfeld) – besluiten een kijkje te nemen in een slecht bewaakte bunker, even buiten de stad. Buurtgenoot Markowski (Peter Kurth), ontevreden met zijn werk in de bunker, kan hen toegang verschaffen. Tot hun verrassing stuiten ze in een zijgang op een enorme berg papiergeld, miljarden zogenaamde Ostmarken, ingezameld om vernietigd te worden. Het DDR-geld is waardeloos geworden, in het herenigde Duitsland is de harde West-Duitse D-mark het enig wettig betaalmiddel. Er is een verplichte wisselkoers bepaald van twee Ostmark voor één Westmark: ‘zwei zu eins’.

Goudmijn
Het drietal neemt een aardig stapeltje Ostmarken mee naar huis. Wanneer een West-Duitse colporteur met magnetrons en andere luxe keukenapparatuur aan de deur komt en ze gewoon met hun Ostmarken kunnen betalen, worden ze gewaar dat ze nog drie dagen hebben om het ‘gevonden geld’ wit te wassen. Ze hebben een goudmijn aangeboord. Om niet al te veel aandacht en argwaan van de autoriteiten te wekken, betrekken ze de hele buurt erbij, delen het geld uit en rijden de busjes met luxe-apparatuur af en aan.
Als ze na die drie dagen nog steeds grote hoeveelheden Ostmarken over hebben, ontdekken ze nog een maas in de wet. DDR-burgers die in het buitenland wonen, hebben nog drie dagen extra om Ostmarken in te wisselen. En ons drietal boort al hun contacten, diplomaten, wetenschappers, studenten die merendeels in bevriende socialistische landen werkzaam zijn aan om mee te werken aan de geldzwendel.
Nee, voor Maren, Robert en Volker is het geen misdaad, ze geven er in hun optiek een positieve draai aan door het met de buurt verdiende geld in te zetten voor de redding van een oude fabriek, in de DDR-tijd garant voor redelijke welvaart en welzijn in de buurt. ‘We zijn geen criminelen, maar willen een beetje gerechtigheid’ is de redenering.
Ostalgie
Zwei zu eins is op ware gebeurtenissen gebaseerd. Bij Halberstadt was inderdaad een bunker met geld opgeslagen en in de DDR had men niet de beschikking over goede verbrandingsovens. De film speelt sterk in op de zogenaamde Ostalgie: heimwee en verlangen naar de DDR, de tijd dat de kapitalistische hebzucht het leven nog niet geperverteerd had. De sfeer van saamhorigheid, onderlinge solidariteit, Spreewald-augurken en Rotkäppchen-sekt is met kleding, decors en kleurgebruik goed getroffen.

Er komt bovendien met Sandra Hüller (Oscar-nominatie voor Anatomy of a Fall; briljante rol in The Zone of Interest), Max Riemelt (Netflix-serie Sense8), Ronald Zehrfeld (Phoenix) en Peter Kurth (Goodbye Lenin) een complete, van origine Oost-Duitse sterrencast aan te pas. De regie is van Natja Brunckhorst, die in 1981 wereldroem kreeg als titelvertolkster van Christiane F. – Wir Kinder vom Bahnhof Zoo.
Maar Zwei zu eins lost de grote verwachting niet in, de film lijdt onder een gebrek aan drama. De ongemakkelijke driehoeksverhouding tussen Maren, Robert en Volker wordt niet goed uitgewerkt. De tegenstellingen tussen Oost en West worden nogal karikaturaal ingevuld: de Ossies zijn sukkels, de Wessies louter op geld belust. De plotwending om het gevecht over het behoud van de fabriek is met allerlei verwarrende verwikkelingen nogal gekunsteld en duurt veel te lang.
Na de aftiteling volgt nog een heel exposé dat het ware verhaal eigenlijk nooit opgehelderd is. Waar Goodbye Lenin indertijd als bijtende satire zo goed slaagde, komt Zwei zu eins niet veel verder dan een wat absurdistische klucht die slechts een enkel moment grappig is.
23 juli 2025


















