Imagine 2024 – Deel 1: Horror

Imagine 2024 – Deel 1: Horror
Enge bossen, terrorhuizen en verstikkende navelstrengen

door Bob van der Sterre

Aan horror geen gebrek bij Imagine. Met name de ‘haunted house’, die speelt met de mythe van het huis als veilige oase, zie je vaak terug. Is het erger geworden sinds het verplichte thuis zitten in de coronatijd? Ook het enge bos is weer terug van weggeweest. De engste film is toch een korte Koreaanse film van 10 minuten.

 

A Mother’s Embrace

A Mother’s Embrace – Verstikkende navelstreng
Als jong meisje had Ana een rare ervaring met haar moeder. Ze kreeg iets in haar melk en even later was er brand in hun appartement. Haar moeder beweegt niet meer.

Jaren later. Ana is korporaal bij de brandweer. Een van haar eerste klussen in die functie is een melding van een ‘instortend huis’ in Sao Cristobal. Ook al sijpelt overal het water naar binnen, de mensen in het huis zien er geen problemen in, en laat het helemaal koud als de brandweer wil evacueren. Ana ziet kans om zelf een moederrol uit te oefenen met het meisje Lia, dat ook weg wil uit het huis. Dan is er nog een mensen grijpende draad, kabel, streng, hoe je het noemen wilt…

Deze Braziliaanse lowbudgethorror gaat om meer dan een raar huis. Het gaat gezien de titel en wat er gebeurt ook over moederschap. Het huis is levend, een soort moeder van verloren zielen, waar Ana door het trauma met haar moeder ook een van is. Het huis trekt met z’n navelstrengen mensen naar een enorme baarmoeder – inclusief vruchtwater.

Het idee is heel aardig maar er zijn wel veel horrortrucs voor nodig om het te vertellen. Inclusief lichtval, spooky geluidjes, van onderaf filmen, gezichten in schaduwen, momentjes van bodyhorror, zeurende muziek en plotselinge actie. Soms is er de suggestie van stijl (auto ondersteboven gefilmd) maar dat is niet consequent.

En dan de clichés van de sekte met creepy rituelen, het griezelige huis en de geïsoleerde ligging (‘Sorry, Ana, alle routes zijn geblokkeerd’). Al met al een film die voldoet aan de eisen voor de Imagine-ganger, maar verder iets te weinig biedt voor de ‘gewone’ filmliefhebber.

Kijk wanneer A Mother’s Embrace draait.

 

House of Sayuri

House of Sayuri – Stoere en sterke hippie-oma
In een huis loopt een beestachtig kind. Enorm én gewelddadig. De moeder wil niet van opgeven weten en vraagt toch of zij wil eten. ‘Sayuri…’

Tien jaar later. Nieuwe bewoners. Het jochie Shun voelt zich er meteen niet thuis. Norio, de oudere broer, blijft positief. Maar Sumida, een vriendinnetje van Norio, weet ‘het’ ook: ‘Vertrek onmiddellijk, Norio.’

De anderen merken pas dat er iets niet pluis is als vader opeens kassiewijle is. De bewoners van het huis raken opeens allemaal bezeten. Tijd om de strijd aan te gaan. Dat doe je volgens oma met tai-chi en door niet bang te zijn. ‘Bring it on, Sayuri.’

Nog een terrorhuis! Nu in Japan. Veel bekende trucs. Ineens iemand zichtbaar in de spiegel (je draait je om en weg), een knisperend geluid in de badkamer (handen langs de deur), wazige schaduw van een meisje, creepy blikkerig gelach, lichten die knipperen, tv zit opeens in een loop, etc.

Het laatste deel krijgt de film een komische draai in de vorm van de een of andere reden enorm sterke grootmoeder, die en passant terugkeert in haar hippietijd. En dan nog een stevig stukje drama als dessert.

Deze variatie op een bezeten-huis-verhaal bevat genoeg fantasie om doorsnee kijkers de stuipen op het lijf te jagen. Vaardig gemaakt zoals dat heet, door Koji Shiraishi, die al sinds de jaren 90 cultfilms maakt.

Kijk wanneer House of Sayuri draait.

 

Daddy’s Head

Daddy’s Head – Uit de hand lopende jongensnachtmerrie
Jongen in een ziekenhuis. Man in bed, hoofd volledig ingepakt. ‘Je moet afscheid nemen.’ Isaac, de jongen, en zijn stiefmoeder, Laura, blijven over in het architectonisch bijzondere huis en de bossen eromheen.

De stilte die de man achterlaat, is duister. Laura die wijn drinkt, een herdershond die aldoor in paniek is, Isaac die steeds denkt zijn vader terug te zien. Enig lichtpuntje is een fijne huisvriend.

Nog een creepy, eenzaam huis… Met bos erbij. Een donkerzwarte bal in de kamer (hond gromt). Een gestreept hoofd dat ‘Isaaaaaaaac’ lispelt. Een vage nachtcamera en een gezicht? Een groen, springend monster… Wat is dit allemaal? Uit de hand lopende traumaverwerking?

Sferisch wordt er veel opgebouwd, van piek naar piek, met poosjes rust ertussen. Zacht slepende camera’s die achteruit pannen; mysterieus donkerblauw geflikker; slowmotionbeeld van wormen. Ook veel aandacht voor geluid, van gekke statische geluidjes tot spijkerharde beats. Zelfs de stem van Laura (Julia Brown, voice-actrice in de game Fort Solis) heeft iets bijzonders.

Geslaagde, griezelige film van de Britse regisseur Benjamin Barfoot. Wat alleen jammer is, is dat humor ontbreekt. En dat je er uiteindelijk ook niet veel wijzer van wordt. Dit einde, dat bespreek je achteraf met bier in de hand. En iedereen heeft gelijk.

Kijk wanneer Daddy’s Head draait.

 

Baal

Baal – Spoorloze broer in mysterieus bos
Grace Jennings haar broer, David, is al een poos spoorloos. Ze keert terug naar haar geboortedorp om hem te vinden. Via via krijgt ze een link naar een commune in een bos. Junkies en backpackers gaan daarheen. ‘Het is een Utopia, je komt niet meer terug.’

Het wordt lastiger als haar gids, ene mr. Green, ook opeens weg is. Alleen in het bos raakt ze verdwaald. Daar komt ze via een portofoon in contact met een andere hiker, Michael.

Het helpt niet dat ze dan valt en haar been breekt. En dat Michael een spelletje met haar lijkt te spelen. En dat ze opeens een lijk vindt. En dat er ook nog een geschiedenis is met een gestoorde vader. Hoeveel tegenslag kan een mens hebben?

Kennen we The Blair Witch Project nog? Wat een miljoenensucces was dat. Het vernieuwende was de schuddende digitale camera in een nachtelijk bos. Hier ook weer een film die gebruik maakt van het bos dat (altijd) eng is als het donker is. We kunnen als kijker goed Grace’s wanhoop voelen.

Sobere film van Joseph Sims-Dennett – spelend met het idee van gestoorde sektes – heeft geen verhaal waar je nog lang over napraat, maar is wel goed gemaakt. Niet helemaal chronologisch. Intens acteerwerk (hoofdrolspeelster Meg Clarke). Impressies van de ruige natuur. Geluiden van ademen, voetstappen. Het einde van de film is puur geluid. Doet het vast veel beter op een groot bioscoopscherm dan op de laptop.

Kijk wanneer Baal draait.

 

Home

Shorts:
Coléoptère
Franz Kafka in een Frans getto. Deze conciërge van een flatgebouw verandert elke nacht in een kakkerlak. Als een rottige ex-echtgenoot kabaal maakt, grijpt hij in. Mooi gemaakte short, doet denken aan de horrorfilm die vorig jaar op Imagine was: Vermine. Onderdeel van shorts 3 op 25 en 30 oktober en 2 november. 

Dinner Guests
Miguel heeft geen zin om voor de familiezaak te gaan werken. Hij wil liever podcasts maken over obscure games, vertelt hij bij het kerstdiner. De familie krijgt opeens een gedaantewisseling en voor Miguel het weet, zit hij aan de zaak vast. Aardige short over de wurggreep van je familie. Onderdeel van shorts 1 op 26 oktober en 1 november. 

Don’t Talk to Strangers
Meisje mag niet met vreemden praten maar Augustín, baas van een hobbywinkel, is geen vreemde. Ze vertelt vervolgens droog hoe de beste man mensen vermoordt, waaronder haarzelf. Deze Spaanse film laat zien dat enge films lang niet altijd echt horrorachtig hoeven te zijn. Onderdeel van shorts 1 op 26 oktober en 1 november. 

Imago
Compleet het tegenovergestelde is alweer een Spaanse short. Marta hoort van een andere vrouw hoort hoe zij iemand heeft opgegeten. ‘Wil je weten hoe ik dat deed, kom naar dit kamertje.’ Marta zal daarna niet meer dezelfde zijn, merkt haar echtgenoot. Die ook naar het kamertje gaat. Deze is wel griezelig, maar ook een beetje plotloos. Kijk wanneer Imago draait.

Home
Vrouw verzorgt haar moeder. Die heeft constant paniekaanvallen. Gekraak in het huis. Geschuifel. De dochter denkt dat ze zelf gek wordt. Oei, ik weet niet waarom, misschien omdat er relatief weinig trucs zijn, maar ik denk dat ik deze film van van Jeong Jae-Hee de griezeligste film van Imagine vind. Onderdeel van Shorts 2 op 28 en 31 oktober.

 

25 oktober 2024

 

Deel 2: Mysterie en spanning
Deel 3: Sciencefiction
Deel 4: Komedie
Deel 5: Mens en dier, de dierlijke mens

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2024 – Preview: Sciencefiction, horror en erg veel mafs

Imagine 2024 – Preview:
Sciencefiction, horror en erg veel mafs

door Bob van der Sterre

Imagine is altijd een heerlijk festival: veel fantasie, weinig pretentie. En toch ook creatieve filmtechnieken, originele scripts en sterk acteren. Veel visuele ideeën beginnen bij genrefilms, besef je als je de Imagine-films ziet.

InDeBioscoop bekijkt het programma in vijf delen: horror, mysterie/spanning, sciencefiction en komedie. We nemen zowel het featureprogramma als de korte films door.

Djinn in de islamitische horrorfilm

Imagine duurt van 24 oktober tot 3 november. De kaartverkoop is al van start gegaan. De twee hoofdfilmlocaties van het festival zijn de FilmHallen en LAB111 in Amsterdam.

Het is een jubileumeditie want Imagine bestaat 40 jaar!

Deze vier thema’s komen aan bod:

Meer weten?

 

20 oktober 2024

 

MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2024 – Deel 6: Films over rouw

Film Fest Gent 2024 – Deel 6:
Films over rouw

door Bert Potvliege

Elke cinefiel die gedurende het festival een karrenvracht films onder ogen krijgt, kan zelf ontdekken hoe films thematisch samenhangen. Het werd snel duidelijk dat afscheid en omgaan met verlies onderwerpen zijn die in deze editie van Film Fest Gent veel aan bod komen. 

De dood en cinema lijken gemaakt voor elkaar. Het levenseinde komt onnoemelijk vaak aan bod in film. Een verklaring kan je vinden in dat film een speelveld is van al wat roert in een mens. De dood fascineert ons, omdat die intens en ingrijpend is. Er huist een grote narratieve kracht in het overlijden van een personage, niet in het minst wegens de impact die dat heengaan heeft op de personages die achterblijven.

Complexe bevragingen, zoals het geven van een plaats aan de dood in ons bestaan, moeten onderzocht worden in de kunsten. Onze relatie met de dood is doorheen de eeuwen scheefgegroeid, in die mate dat we collectief in angst leven voor het onafwendbare einde. Het is de weerloosheid bij het ondergaan ervan, die niet strookt met de manier waarom we onze levens vormgeven. Dat film daarin een helpende hand kan bieden, spreekt aan.

Bij sommige films neemt de maker de tijd om stil te staan bij dat wat de dood teweegbrengt. Dit is exact wat je kan vinden op dit 51ste Film Fest Gent – verhalen die de tijd nemen om te reflecteren over de diverse manieren waarop de dood een impact heeft. Hierna gaan we iets dieper in op een aantal films op het festival die dit onderwerp onderzoeken.

 

Super Happy Forever

Super Happy Forever ****
De Japanse cineast Kohei Igarashi (Takara – La nuit où j’ai nagé) maakte met Super Happy Forever een knap drama over leed, waarbij de cineast een weduwnaar in beeld brengt die de confrontatie moet aangaan met het recente verlies van zijn vrouw.

De film is netjes opgedeeld in twee delen. De eerste helft toont Sano en zijn vriend Miyata, op reis aan de Japanse kust. Ze verblijven in het hotel waar Sano zijn vrouw Nagi voor het eerst ontmoette, toen de vrienden er een handvol jaren eerder al eens logeerden. Sano is in rouw, want Nagi is recent onverwacht overleden in haar slaap. Hij onderneemt deze reis om haar overlijden wat te kunnen plaatsen. Igarashi toont met dit verhaal hoe nostalgie een component is van rouw.

De tweede helft van de film voert de kijker terug naar vijf jaar geleden, naar die eerste ontmoeting tussen Nagi en Sano. De film schetst die eerste 24 uur, waarbij de twee toekomstige geliefden elkaar aftasten. Samen noedels eten op de parking van een winkel. Een telefoonnummer op een blaadje schrijven. Blikken uitwisselen.

Die eerste helft van de film – het heden – gaat om met rouw, verbeeld in het schetsen van Sano als een apathische man. De weduwnaar heeft er allemaal geen zin meer in en laat weinig kansen onbenut om dit te tonen. In het restaurant begint hij vrijwel direct over de dood van zijn vrouw, waardoor anderen er maar onwennig bijzitten. Iemand vraagt aan de telefoon naar Nagi, wat het teken is voor Sano om de telefoon in zee te keilen. Hij is ook gemeen tegen zijn vriend, die nochtans zijn best doet er te zijn voor hem. Als karakterschets is het geinig om te zien hoe rouw van iemand een dwarsligger kan maken – gesloten, gemeen, asociaal.

Het verdriet om rouw kent ook een ontroerende structurele verwerking in de film, doordat die tweede helft springt naar een tijd toen er geen wolkje aan de lucht was. De film doet hier de ontmoeting tussen de twee geliefden uit de doeken, waardoor Igarashi een dubbel effect creëert. Als verhaal is het aandoenlijk om te aanschouwen: die initiële onwennigheid, de zenuwen die door het lichaam gieren. Maar omdat het een flashback is en wij de afloop reeds kennen, is het tegelijkertijd een pijnlijke mijmering, een confronterende variant van die eerder vermelde nostalgie – alsof die tweede helft van de film zich afspeelt in het hoofd van Sano.

Super Happy Forever biedt veel in zijn schamele duurt van 90 minuten: een boeiende karakterschets, een opvallende structuur en een pakkende blik op dat onwennig aanvoelen tussen Sano en Nagi. 

 

The Room Next Door

The Room Next Door ****
De Spaanse regisseur Pedro Almodóvar wordt al decennia beschouwd als een van de grootste Europese filmmakers. Zijn nieuwste worp, The Room Next Door, won onlangs het Filmfestival van Venetië, dus het was reikhalzend uitkijken naar de voorstelling van zijn nieuw melodrama.

The Room Next Door is Almodóvars eerste Engelstalige prent, wat hem de kans biedt samen te werken met de grootste Engelstalige actrices. Julianne Moore en Tilda Swinton lijken logische keuzes om zijn universum te bevolken en beide actrices blijken er wonderwel in te passen. Vooral Tilda Swinton maakt (alweer) indruk. De werelden die Almodóvar in het leven roept, brengen melodrama, theatraliteit, een kitscherige stijl met groteske kleurvlakken en een queer-subtekst. Zijn films zijn altijd een ode aan de vrouw.

Martha (Swinton) heeft niet lang meer te leven en besluit een zelfmoordpil te nemen om het lijden van het einde te vermijden. Ze trekt hiervoor naar een knap landhuis, samen met haar vervreemde vriendin Ingrid (Moore). De dames zullen hier de laatste weken van Martha samen spenderen. Martha wil Ingrid graag in the room next door hebben terwijl ze afscheid neemt van het leven.

Net zoals in Hable con ella, het meesterwerk van Almodóvar, fungeren beide protagonisten als twee zijden van dezelfde munt. Beide dames gaan elk op hun eigen manier met de dood om: Martha met aanvaarding, Ingrid in angst. Deze dichotomie laat de film toe om aan de hand van diepe gesprekken tussen de dames in te gaan op de rol van de dood in het leven. Want dat is de raison d’être van de film: een mijmering over afscheid, lijden, de dood, rouwen.

Op vormelijk vlak is The Room Next Door zowat de meest onberispelijke Almodóvar en de film ziet er dan ook prachtig uit. Rijke sets, uitstekend acteerwerk, een uiterst genietbare melancholische sfeer en een sterke beeldvoering. Alles samen genomen is de film ontzettend mooie cinema.

Het enige minpunt is dat Almodóvar geen nieuwe paden bewandelt. Hij voegt weinig of geen inzichten toe aan het maatschappelijk debat over omgaan met de dood. Het nut van de film is kleiner dan dat een Gouden Leeuw doet vermoeden, maar het bederft ‘de pret’ nauwelijks. The Room Next Door is uitstekende cinema van een filmmaker met een boeiende stem en stijl.

 

Poison

Poison **
Als een aantal films op Film Fest Gent over rouw gaan, dan neemt Poison de koppositie is. Die thematische lading van de film is evenwel zo nadrukkelijk aanwezig, dat er van andere inhoud geen sprake is. De wijsheden verscholen in de dialogen houden alles recht, maar de film is een magere vertaling van idee naar scherm.

De Luxemburgse Désirée Nosbusch debuteert met dit mistroostig drama, dat conceptueel niet eenvoudiger kon: twee rouwende ouders treffen elkaar voor het eerst in jaren terug op het kerkhof waar hun overleden zoontje begraven ligt, wiens dood het einde van hun relatie inluidde. Er moeten wat graven verlegd worden wegens nodige graafwerken en hun aanwezigheid is vereist. In afwachting van de arbeiders van de gemeente doden de ex-partners de tijd door de draad terug op te pikken, door zachtjes te lossen wat welig in hen tiert, maar ook door ruzie te maken en al hun opgekropte verwijten naar elkaars hoofd te slingeren.

In het willen onderzoeken van de rol die rouw speelt in het leven, getuigt Poison van een gebrekkige verbeelding in het construeren van een kwalitatief plot. De film biedt weinig maar dan twee personages die oeverloos palaveren over wat hen overkomen is. Dat de film zich integraal afspeelt op een kerkhof – en bij druilerig weer – getuigt niet echt van een creativiteit die naar de sterren reikt.

De reddende factor van Poison is dat er tussen de vele reflecties die aan bod komen over afscheid en verlies, er af en toe eentje zit die een mens doet stilstaan: lijden is verslavend, rouwende mensen haten vrolijke mensen, de dood van een kind is niet iets waaruit je iets kan leren. Het zijn inzichten die je gerust als spreuken aan de muur kan ophangen. Er een film mee maken is misschien wat overdreven, maar prikkelend zijn ze wel.

Tim Roth in de hoofdrol helpt de film het hoofd boven water houden. Hij is sterk als rouwende vader, die voorzichtig is in wat hij zegt (en hoe hij het zegt). Trine Dyrholm als rouwende moeder is iets minder toonvast, maar hou je maar eens staande naast een talent als Roth.

Poison is een kleinood, maar de film heeft net genoeg in de aanbieding voor de kijker die graag even stilstaat bij dit onderwerp. Het is mooi hoe cinema als een klankbord kan zijn, waarbij de reflecties in het verhaal in gesprek gaan met de overwegingen in je hoofd. Dat krijgt de film wel voor elkaar.

 

19 oktober 2024

 

Deel 1: Openingsfilm
Deel 2: Veerkrachtig, maar kwetsbaar
Deel 3: Competitiefilms (1)
Deel 4: Competitiefilms (2)
Deel 5: Henry Fonda for President

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2024 – Deel 5: Henry Fonda for President

Film Fest Gent 2024 – Deel 5:
Henry Fonda for President

door Tim Bouwhuis

Het gebruikelijke klassiekerprogramma van dit Film Fest Gent is onvermijdelijk geïnspireerd door de donkere wolk die boven de Verenigde Staten hangt. Oók (of misschien juist) als Kamala Harris op 5 november als winnaar uit de bus komt, is verdere verdeeldheid en tumult zo goed als gegarandeerd. Een selectie van paranoïde prenten uit het Koude tijdperk sluit wat dat betreft natuurlijk naadloos bij de tijdgeest aan. In dit verslag aandacht voor de wijze waarop Gent het vizier dit najaar op de VS richt, maar dan wel door een wat alternatieve lens.

De majestueuze essaydocumentaire Henry Fonda for President (2024) hoort officieel niet bij het Amerikaanse programma, en toch plakt dit groots opgezette project (na drie uur begint de aftiteling te lopen) als de lijm die al die oudere films bij elkaar houdt. De Oostenrijkse filmhistoricus, criticus en curator Alexander Horwath neemt het indrukwekkende acteursoeuvre van Henry Fonda (1905-1982) als uitgangspunt voor een reis door een almaar uitdijend filmlandschap.

Henry Fonda for President

Kronkelend als een termiet
Naar het straffe voorbeeld van het qua aanpak zeer vergelijkbare Los Angeles Plays Itself (2003) vermengt Horwath een duizelingwekkende hoeveelheid filmfragmenten met hedendaagse opnames van de Verenigde Staten. Als een grondige kroniek is de documentaire gestructureerd aan de hand van jaartallen en plaatsen, die telkens een intrinsieke link hebben met het (acteurs)leven van Fonda. Tegelijk laat Horwath zijn creatieve ingevingen doorheen deze hoofdstukjes continu de vrije loop. “Ik werk als een soort termiet”, onderstreept hij tijdens de afsluitende Q & A.

Veel van de hedendaagse opnames zijn gedraaid in het Amerikaanse binnenland, waar John Ford zijn befaamde westerns schoot (My Darling Clementine is de meest voor de hand liggende referentie) en de ‘Henry Fonda Memorial Highway’ de omgeving van geboorteplaats Grand Island (Nebraska) doorkruist. Toch zijn het de spaarzame scènes in de stad die het meest weten te prikkelen. Een voornaam promotiebeeld van de film (ook op de bewuste pagina van Film Fest Gent) verklapt al welk tafereel de zinnen op een gegeven ogenblik weet te prikkelen: een straatartiest die de verschijning van Donald Trump heeft aangenomen, waggelt in Henry Fonda for President als een nar over een druk verkeerskruispunt.

Van vastgoedmagnaat tot nar
“Mijn producente wilde helemaal niet dat ik dit beeld voor promotie zou vrijgeven”, glimlacht Horwath na de film. “Maar ik wist dat als ik het zou doen, iedereen hem zou gebruiken”. Toen Henry Fonda overleed, was Trump Tower nog in constructie en stond de toekomstige president nog te boek als een compromisloze vastgoedmagnaat. Het is precies de periode waar de opgeblazen satire The Apprentice (Ali Abbasi, 2024) over gaat, niet toevallig een van de vele hedendaagse titels op het festivalprogramma.

Henry Fonda for President gaat nooit expliciet over het Amerika van nu, maar in de schaduw van de jolige Trump-vertolker liggen de parallellen en associaties voor het oprapen. De titel van de documentaire is ontleend aan een sitcomaflevering uit de jaren zeventig, waarin de vrijzinnige Maude (Bea Arthur) bezeten raakt door de gedachte dat Henry Fonda president zou moeten worden. Horwath toont het moment waarop de acteur (toen al aardig op leeftijd) zelf het decor betreedt, en geeft na afloop van de vertoning de broodnodige context: Fonda zou gretig aan de sitcom hebben meegewerkt, mede omdat hij zo op speelse wijze voor eens en altijd de geruchten over zijn politieke ambities de kop in kon drukken.

Een rechtschapen president
De gedachte dat Fonda een rechtschapen president zou zijn, is niet alleen ontleend aan het feit dat hij in Fail Safe (1964) daadwerkelijk een president in crisistijd speelde. Vooral in de jaren van 12 Angry Men (1957; de enige film die hij zelf ook produceerde) liet de acteur doorschemeren hoe hij als mens in elkaar stak, en welke kwaliteiten hij van daar uit graag zou terugzien in de ambtenaren die zijn land politiek vertegenwoordigen.

Zelf had hij dergelijke ambities niét, zet Horwath overtuigend uiteen. Fonda was een idealist van de bovenste plank, maar tegelijkertijd twijfelde hij continu aan het gewicht van die opvattingen en was hij totaal niet eerzuchtig. Die laatste twee wapenfeiten droegen eraan bij dat hij zich wel politiek uitsprak, maar eerder zijn voorkeur bevestigde voor andere leiderstypes (onder meer Franklin Delano Roosevelt en John F. Kennedy) dan dat hij zichzelf ergens verkiesbaar stelde.

Henry Fonda for President

De bescheidenheid zelve
Archiefbeelden die voornamelijk afkomstig zijn uit Fonda’s laatste levensjaren zetten Horwath’s observaties over de mens achter de acteur – als de twee al te onderscheiden zijn – kracht bij. Schoorvoetend accepteert hij in 1980 een ere-Oscar voor zijn volledige oeuvre, omdat die niet iets zegt over zijn vermeende klasse als filmster (en daarmee pure persoonsverheerlijking zou zijn), maar over een bredere culturele bijdrage. Het beeldje voor zijn zwanenzang On Golden Pond (1981) wordt twee jaar later in ontvangst genomen door zijn dochter Jane Fonda.

Fonda speelde twee van zijn meest overduidelijk politieke rollen in hetzelfde jaar (1964), en precies die twee films zijn opgenomen in het ‘American Dream/American Nightmare’-programma dat curator Patrick Duynslaegher voor deze editie heeft opgesteld. Het is daarom treffend dat Film Fest Gent deze scherpe essaydocumentaire óók kon draaien. In het zog van Fail Safe en The Best Man, waarin de acteur een principiële, maar niet altijd even fatsoenlijke presidentskandidaat vertolkt, laat Henry Fonda for President de suggestie van een groot nakomend uitroepteken achterwege. Kritiek uiten op Republikeinse volksmenners (Ronald Reagan werd president in Fonda’s laatste jaren) is één ding, zelf de handschoen opnemen dus iets geheel anders.

Ultieme verbinder
Horwaths duizelingwekkende reis door de filmgeschiedenis van Fonda is dan ook bepaald geen pamflet, maar een gelaagde beschouwing over de dunne lijn tussen de politieke werkelijkheid en de kracht van geëngageerde cinema. In het bredere kader van het klassiekerprogramma ontpopt de film zich tot ultieme verbinder: een politieke en filmische kroniek die het Amerika van vroeger en nu met veel tact de maat neemt. En die Trump-vertolker, de straatartiest in zijn karikaturale maatpak? Die zou Henry Fonda dan tóch met een argwanende blik in zich hebben opgenomen.

 

18 oktober 2024

 

Deel 1: Openingsfilm
Deel 2: Veerkrachtig, maar kwetsbaar
Deel 3: Competitiefilms (1)
Deel 4: Competitiefilms (2)
Deel 6: Films over rouw

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2024 – Deel 4: Competitiefilms (2)

Film Fest Gent 2024 – Deel 4:
Competitiefilms (2)

door Bert Potvliege

Twaalf films op Film Fest Gent kruisen de degens in een competitie, waarvan zaterdag 19 oktober de winnaars worden bekendgemaakt. De jury reikt twee prijzen uit: een Grand Prix voor Beste Film en de Georges Delerue Award voor Beste Soundtrack of Sound Design. Dit jaar is director of photography Robbie Ryan (Poor Things) juryvoorzitter, geflankeerd door filmmakers als Bas Devos, Valentina Maurel en Rodrigo Moreno (die vorig jaar de Grand Prix won met Los delinquentes). Dit is het tweede deel van onze besprekingen van de competitiefilms.

 

Grand Tour

Grand Tour ***
Cineast Miguel Gomes is geen onbekende voor Film Fest Gent, aangezien hij de competitie al eerder won in 2012 met Tabu. Met zijn nieuwe film, Grand Tour, kaapte hij de prijs voor beste regisseur weg op het meest recente Filmfestival van Cannes. Vertrekkende vanuit die mindset – de best geregisseerde film – was de nieuwsgierigheid groot naar hoe Gomes zich van die taak zou kwijten.

De vorm waarin de film verschijnt, springt ogenblikkelijk in het oog. Docu en fictie lijken guitig door elkaar gemengd. Gomes combineert rijke documentaire-beelden van prachtige locaties in Zuid-Oost Azië met opzettelijk gekunstelde sets waarin fictiescènes opgevoerd worden. De film voelt alsof de regisseur eerst zes maanden lang een documentaire heeft gedraaid, om er daarna een fictiefilm rond te construeren. Deze vult hij aan met een voice-over, die de zaak aan elkaar moet praten. De geconditioneerde kijker zal er ongetwijfeld zijn neus voor ophalen, maar dat de vorm origineel is, staat buiten kijf.

Het verhaal vangt aan in Birma anno 1917, waar Edward koude voeten krijgt nadat hij hoort dat zijn verloofde onderweg is van London naar hem. De man zet het op een lopen en zijn vlucht brengt hem naar Thailand, Vietnam, Manilla, Japan, Tibet. Dit is de grand tour waar de titel naar verwijst. Het komt erop neer dat we sfeerrijke beelden krijgen van de plaatselijke couleur locale, terwijl een stem ons zegt dat Edward naar hier gevlucht is. Maar we krijgen hem niet te zien. Vandaar de gedachte dat Gomes in postproductie alles aan elkaar heeft moeten lijmen met enkele fictiescènes en die voice-over. Dit is allerminst een verwijt. Het zijn de spelregels van Gomes’ cinema.

Die culturele potpourri is een niet te negeren kwaliteit van Grand Tour, waarbij een film als Koyaanisqatsi in ons opkwam. De plot is flinterdun, maar dit laat net alle ruimte voor die andere kwaliteiten van de film om naar de voorgrond te treden – alsof de film meer bekommerd is om een portret te brengen van de mens en de wereld, dan dat we zouden moeten malen om het lot van Edward en zijn verloofde. Op filmisch vlak is die combinatie van docu en fictie fascinerend en het portret van de mens en zijn culturen is boeiend.

Of je in die wereld van Gomes wil treden, is een keuze die elke kijker voor zichzelf moet maken. Wie met de juiste ingesteldheid (overgave) de reis aanvangt, krijgt een warm bad aangereikt waarin het verwonderlijk is om rond te dobberen.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait.

 

Vermiglio

Vermiglio ****
De verwachtingen voor het Italiaanse Vermiglio waren hooggespannen, aangezien de film op het meest recente Filmfestival van Venetië de Zilveren Leeuw binnenrijfde en enkele Almodóvars The Room Next Door moest voorlaten. Regisseuse Maura Delpero is allerminst een bekende naam, dus was de verrassing groot toen haar film die prijs wegkaapte. Op Film Fest Gent werd duidelijk dat dit terecht was.

Het verhaal brengt ons naar het kleine Italiaanse bergdorp Vermiglio, in 1944. De oorlog is bezig, maar ver weg van het vredige dorpje. De mensen hier maken deel uit van een diepreligieuze geloofsgemeenschap, waarbij familie-eer hoog in het vaandel gedragen wordt. We zien een kroniek van een streng gezin met een te vrezen vader en een moeder die haar drie dochters klaarstoomt voor een vroom leven. Het leven van een van de dochters komt op zijn kop te staan wanneer ze gevoelens ontwikkelt voor een in hun dorp verblijvende gedeserteerde soldaat.

Delpero heeft in haar familiegeschiedenis gegraven om enkele van deze figuren vorm te geven. Ze presenteert een verhaal over de oorlog, maar die speelt zich af buiten beeld. Vermiglio doet op deze manier denken aan Das Weisse Band. Beide films hebben niet enkele een narratieve link, met die focus op een geloofsgemeenschap en familie in het kader van een oorlog. Er is een tevens sprake van een esthetische link: een beeldenpracht die op de voorgrond treedt.

De visuele kracht van Vermiglio is ontegensprekelijk het meest vooraanstaand element in Delpero’s film. Haar camera staat grotendeels muurvast en toont ravissante composities – talloze shots van personages bij een raam, terwijl het daglicht hen prachtig belicht. Je zou zelfs kunnen menen dat het verhaal secundair is aan de cinematografische klasse, alsof setting en plot een ideaal voertuig zijn voor sfeer en schoonheid: een film over film. De cinema van Terrence Malick kwam in ons op, niet in het minst omdat Delpero zich bedient van klassieke muziek die ook aan bod kwam in Malicks The New World.

Vermiglio speelt in een hogere klasse dan de andere competitiefilms. We hadden eerder opgemerkt dat Maldoror de Grand Prix van het festival zou mogen winnen, maar we moeten terugkomen op onze woorden. Delpero’s film is in het kader van deze competitie hors categorie, maar of dat betekent dat de film ook effectief tot winnaar gekroond zal worden, valt nog af te wachten.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait.

 

To a Land Unknown

To a Land Unknown ***
De Palestijns-Deense regisseur Mahdi Fleifel levert met To a Land Unknown, zijn eerste langspeelfictiefilm, een verhaal over twee vluchtelingen. Met een politiek geladen onderwerp als dit is het risico op opdringerige en belerende cinema reëel. Doordat Fleifel vol inzet op het maken van een genrefilm, stuurt het resultaat netjes weg van die valkuil. De prent blijft mijlenver van een (gekleurde) activistische houding, die eerder tegen dan voor de film werkt. 

Neven Chatila en Reda zijn twee Palestijnse vluchtelingen die illegaal verblijven in Athene. Hun droom is door te reizen naar Duitsland, waar ze samen een zaak willen openen en waar Chatila verenigd kan worden met vrouw en kind. Ze hebben een kennis die valse paspoorten maakt, maar ze ontbreken de centen hiervoor. Ze stelen om te kunnen sparen, maar Reda verpest het wanneer hij het geld gebruikt voor drugs. Chatila moet niet enkel op zoek gaan naar geld, hij moet ook instaan voor zijn zelfdestructieve neef.

De kleine vergrijpen om aan geld te geraken worden groter. Ze smokkelen eigenhandig een jongen naar Italië om er geld mee te verdienen voor hun eigen reis. Wat later kidnappen ze enkele Syriërs om geld los te krijgen. Geprivilegieerd als de kijker is, bestempelen we deze jongemannen als dommeriken, die foute zetten maken. Maar wat doen mensen wanneer ze geen uitweg meer zien?

De beste zet van To a Land Unknown is dat de film geen seconde verspeelt met het preken over de politieke situatie (een val waar die andere competitiefilm, hold on to her, wel intrapt). De film is een thriller en heeft andere bekommernissen dan klagen en preken. Het resultaat is een mooi voorbeeld van een film die wel vragen stelt, maar die erin slaagt deze over te brengen zonder ze letterlijk te moeten brullen (laat staan dat de antwoorden ook meegegeven zouden worden, wat typisch zou zijn voor activistische cinema). Als de thriller voldoende meeslepend is, dan zal deze onderhuids zijn boodschap overbrengen naar de kijker. Er wordt hier cinema gemaakt en geen pamflet.

Als thriller is de film niet altijd even geslaagd. Enkele set-ups zijn bij de haren getrokken en de film sputtert wat naar het einde toe. Op narratief vlak zijn sommige zetten van Reda ook ronduit frustrerend. Maar Mahmoud Bakri in de rol van Chatila verzet veel werk in het je dragen doorheen de film. Hij straalt een intensiteit uit die doet denken aan Riz Ahmed en Matthias Schoenaerts.

To a Land Unknown ging in première op het Filmfestival van Cannes en was daarna nog op vele festivals te zien, waar hij over de tongen ging. Ook bij Film Fest Gent levert de oerdegelijke film een fijne meerwaarde voor de competitie.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait.

 

17 oktober 2024

 

Deel 1: Openingsfilm
Deel 2: Veerkrachtig, maar kwetsbaar
Deel 3: Competitiefilms (1)
Deel 5: Henry Fonda for President
Deel 6: Films over rouw

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2024 – Deel 3: Competitiefilms (1)

Film Fest Gent 2024 – Deel 3:
Competitiefilms (1)

door Bert Potvliege

Twaalf films op Film Fest Gent kruisen de degens in een competitie, waarvan zaterdag 19 oktober de winnaars worden bekendgemaakt. De jury reikt twee prijzen uit: een Grand Prix voor Beste Film en de Georges Delerue Award voor Beste Soundtrack of Sound Design. Dit jaar is director of photography Robbie Ryan (Poor Things) juryvoorzitter, geflankeerd door filmmakers als Bas Devos, Valentina Maurel en Rodrigo Moreno (die vorig jaar de Grand Prix won met Los delinquentes).

Met goede moed en gezonde nieuwsgierigheid namen we een diepe duik in de competitieselectie. Zowel in dit verslag als in een binnenkort nog te verschijnen deel, zullen we een aantal van deze competitiefilms onder de loep nemen.

 

September Says

September Says **
Het regiedebuut van Franse actrice Ariane Labed, September Says, is een verfilming van de bekroonde roman Zussen van Daisy Johnson. De plot, die over thema’s als zusterliefde en rouw handelt, heeft een fijne narratieve insteek. De cineaste vangt uiteindelijk te weinig aan met die invalshoek, waardoor de film onvoldoende boven de middelmaat uitsteekt en de plot sputtert.

De zusjes September en July zijn onafscheidelijk. Beide jongedames zijn nog tieners, maar September is tien maand ouder dan haar zus (wat hun namen verklaart) en duidelijk de baas. De oudste zus voert het woord en July voert uit. Niet enkel dat, July leeft volledig in de schaduw van haar dominante zus. Moeder heeft weinig vat op de verregaande verstrengeling tussen beide meisjes en moet met lede ogen aanzien hoe het met hen van kwaad naar erger gaat.

Een pestkop op school geeft July een duw, waardoor September besluit de jongeman in kwestie een oplawaai te verkopen. July snijdt zich wanneer ze de benen scheert, een teken voor haar bazige zus om het scheermes in haar eigen vinger te zetten. September is van mening dat zij moet opkomen voor hen beide en dat zij en haar zus alle leed van het leven samen moeten delen.

Het mysterie dat schuilt in die té hechte band is er geen die zich geleidelijk aan blootgeeft. Op het eind komen we de waarheid wel te weten, maar de plot had zich stukken beter kunnen bedienen van het narratief opbouwen naar die conclusie. We komen met die afronding (opgelet: spoiler!) in het vaarwater van The Sixth Sense en daar zat meer in.

De uiteindelijke toedracht van deze innig verstrengelde zussen spreekt over de mogelijke impact van rouw. De film stemt tot nadenken over het effect dat een afscheid kan hebben op een mens. Een sterker plot had deze boodschap duidelijker kunnen vormgeven en overbrengen. Hier had een suspenserijke film of zelfs een horrorprent ingezeten. De cineaste blijft wat haperen bij independent cinema die stijfkoppig de meeste sporen van genrecinema uit de weg lijkt te gaan, waardoor de film nodeloos aanmoddert.

Pascale Kann en Mia Tharia charmeren in de twee hoofdrollen en de film heeft waarde in zijn spreken over de pracht van een zusterband, maar het levert geen boeiende cinema op.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait.

 

Das Teufels Bad

Des Teufels Bad ****
Aangezien de Kerk zelfdoding beschouwt als de ergste zonde, werd het lichaam van een zelfmoordenaar vroeger niet begraven, noch kwam zijn of haar ziel in de hemel terecht. De unheimische horrorfilm Des Teufels Bad gaat in op het van de pot gerukte maar waargebeurde fenomeen van hoe mensen vroeger een moord begingen, met als doel ter dood veroordeeld te worden. Dit als een manier om de kerkelijke banvloek bij een zelfmoord te omzeilen. Snugger het graf induiken, heet dit dan.

Anno 1750 in Oostenrijk wordt Anges opgenomen in een kleine geloofsgemeenschap wanneer ze in het huwelijksbootje stapt met Wolf, haar noeste arbeider van een man. Iedereen in de kleine commune – met op kop de veeleisende moeder van Wolf – verwacht dat Anges zich snel settelt in haar nieuwe woning en haar steentje bijdraagt in het vele werk waarvoor de groep zich inzet.

De jonge vrouw voelt zich algauw niet langer comfortabel bij de leefgroep. Haar religieuze overtuiging is nog stukken groter dan die van haar man en nieuwe buren, tot ongenoegen van iedereen. Agnes zal zich geleidelijk steeds meer afzonderen van de gemeenschap, haar werk in de steek latend en hopend op een nageslacht dat er maar niet komt. Ze verzandt in een depressie, die stukje bij beetje haar hele leven zal overheersen.

Des Teufels Bad presenteert een heerlijk uitgangspunt voor een beklemmend plot. Regisseursduo Severin Fiala en Veronika Franz (The Lodge) zijn met hun nieuwe worp duidelijk in goed gezelschap, want de film doet denken aan prenten als The Witch (Robert Eggers) en Godland (Hlynur Pálmason). De plot is duidelijk, rechtlijnig en vergt geen voortdurende aandacht, waardoor de film alle tijd kan nemen om het gevoel van onbehagen naar een kookpunt te brengen.

De grootste troef van de film is de visuele uitstraling. Cameraman Martin Gschlacht (Club Zero) giet het vervlogen religieuze Oostenrijk in poëtische beelden met een natuurlijke pracht, die het ongemak en de duisternis treffend visualiseren. Hoofdrolspeelster Anja Plaschg, die onder de naam Soap&Skin ook de muziek voor de film verzorgde, neemt ons bij de hand mee in haar ondergang. De waarachtigheid van het in het leven geroepen bestaan van 1750 is knap om je in onder te dompelen

Des Teufels Bad is een film die oplet geen platgetreden paden van het horrorgenre te bewandelen, maar de elementen van dat genre die er wel zijn, sluiten wonderwel aan bij het geheel. Het resultaat is een zinnenprikkelende cocktail die je sluw binnenhaalt en stelselmatig meer verontrust.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait.

 

Maldoror

Maldoror ****
Exact twintig jaar geleden ging Calvaire, het regiedebuut van Fabrice du Welz, met de nodige furore in première op het Gentse filmfestival. Dat debuut was een vreemdsoortige horrorfilm die zich afspeelde in de Ardennen. Dit was een succesvolle genreoefening die het Belgische filmlandschap niet gewend was.

Anno 2024 brengt Welz zijn nieuwe prent, Maldoror, opnieuw naar de Arteveldestad. De film blijkt een even grote genreoefening als zijn debuut dat was, maar Welz focust zich deze keer op het misdaadepos in de traditie van Martin Scorsese. Net zoals Rundskop dat deed, neemt Maldoror een stukje Belgische geschiedenis onder de loep om er een meesterlijke verhaal uit te puren: het losbarsten van de pedofielenzaak Dutroux halfweg de jaren negentig.

Agent Paul Chantier (Anthony Bajon) staat aan het begin van zijn loopbaan en de zin voor rechtvaardigheid is groot. Het is een man die zijn moreel kompas volgt en het op zijn heupen krijgt van het vele gebikkel tussen de verschillende politiediensten. Een tikje onbezonnen en eigengereid bijt hij zich vast in de ontvoeringszaak van twee jongen meisjes, met het vermoeden dat een plaatselijke schroothandelaar iets te maken heeft met de verdwijning.

Dit lijvig verhaal van tweeëneenhalf uur speelt zich af over de periode van een paar jaar, waarin we niet enkels Pauls jacht op de pedofielen te zien krijgen, maar ook zijn huwelijk met zijn geliefde en de geboorte van zijn kind. De film spendeert evenzeer aandacht aan de plot, als aan dat persoonlijke verhaal van Paul op de achtergrond. Het is de filmische flair van dit expansieve verhaal, dat regelmatig doet denken aan het werk van Scorsese. Het is merkwaardig hoe dit op een Belgische leest geschoeid is en hoe vlot het werkt, want in dit land is het misdaadepos een zo goed als onontgonnen genre.

Wat helpt in het succesvol vertellen van het verhaal van Paul, is dat hoofdrolspeler Bajon een enorme sympathie voor de man in het leven roept. Enkele jaren geleden viel de acteur al op als ex-verslaafde in het drama La prière. Met wat hij hier neerzet, loopt hij nogmaals in de kijker. We zijn benieuwd naar wat volgt voor de nog maar dertigjarige acteur.

Walz’ nieuwe film is een succes: een uitstekend vertelde, verfilmde en vertolkte misdaadfilm over een van de zwartste bladzijden uit de Belgische geschiedenis. Maldoror mag gerust de competitie van dit 51ste Film Fest Gent winnen.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait.

 

15 oktober 2024

 

Deel 1: Openingsfilm
Deel 2: Veerkrachtig, maar kwetsbaar
Deel 4: Competitiefilms (2)
Deel 5: Henry Fonda for President
Deel 6: Films over rouw


MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2024 – Deel 2: Maffe thrillers

LIFF 2024 – Deel 2:
Maffe thrillers

door Cor Oliemeulen

De bioscopen worden al jaren overspoeld met thrillers die verdacht veel op elkaar lijken. Gelukkig weten filmmakers een spannend plot steeds vaker te combineren met een maffe ondertoon. Hiervan draaien op het LIFF drie in het oog springende debuutfilms.

 

Sew Torn

Sew Torn – Toveren met naald en garen
‘Home of the talking portraits’ heet het winkeltje in het huis van Barbara (Eve Connoly). Overal hangen geborduurde kussentjes met touwtjes. Als je aan zo’n touwtje trekt, hoor je iemand die iets zegt of een liedje zingt. Barbara is een naaister tegen wil en dank na het overlijden van haar moeder. Ze heeft nauwelijks klandizie en staat op het punt om het winkeltje te sluiten. Eerst krijgt ze nog een telefoontje van een vrouw die een knoop aan haar trouwjurk mist. Barbara pakt haar naaikoffertje en tuft in haar Fiatje naar het huis van de vrouw.

Onderweg ziet ze dat er een ongeluk is gebeurd. Er liggen twee serieus gewonde mannen op de weg. Ze ziet bloed, handboeien, twee pistolen, wit poeder en een koffer met geld. ‘Choices, choices, choices’, horen we Barbara zeggen. Terwijl de mannen onbeweeglijk toekijken, opent Barbara haar naaikoffertje en gaat aan de slag met naalden en draden. Een paar minuten later stapt ze met de koffer met geld in haar autootje, waarmee ze haar ingenieuze web van draden in werking zet. Het ene pistool glijdt naar de ene man, het andere pistool naar de andere man, en precies tegelijk schieten ze op elkaar.

Deze creatieve scène is slechts de opmaat van nog veel meer spitsvondigheid die Barbara zal tentoonspreiden in Sew Torn van de Amerikaanse debutant Freddy Macdonald, die het script samen met zijn vader schreef. De film bestaat uit drie scenario’s met drie keuzes die Barbara kan maken als ze het ongeluk en de koffer met geld ziet.

De bijna desolate, kneuterige omgeving in de Zwitserse Alpen is sfeervol in beeld gebracht door Sebastian Klinger, vooral Barbara’s ritjes over een prachtige brug midden in de natuur. Ook de personages passen goed in deze ambiance. Van de gewelddadige maffiabaas en zijn bangige zoon tot en met de oude politievrouw annex trouwambtenaar en de naïeve dorpelingen.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

The Last Stop in Yuma County

The Last Stop in Yuma County – Neo-western met een twist
Minder origineel, maar al even amusant is The Last Stop in Yuma County van de volgende Amerikaanse speelfilmdebutant, Francis Galluppi. Hij schreef en regisseerde een misdaadverhaal dat zich afspeelt in de jaren 70 en is beïnvloed door de Coen-broers, Quentin Tarantino en Sam Peckinpah. Galluppi maakt dankbaar gebruik van de droogkomische, bipolaire uitstraling van Jim Cummings (vier jaar geleden op het LIFF te zien met en in The Wolf of Snow Hollow). Cummings speelt een vertegenwoordiger van keukenmessen die op een weg door de woestijn van Arizona arriveert bij een tankstation waar de benzine op is. De tankwagen zou onderweg zijn. Het is snikheet en hij besluit te wachten in het aangrenzende restaurant, waar de airco kapot is.

Op het moment dat iemand het liedje Crying van Roy Orbison op de jukebox aanzet, maken we kennis met alle personages die na loop van tijd het restaurant zijn binnengedruppeld. Het beeld is vertraagd en kondigt een onheilspellend vervolg aan. We zien de serveerster, de vertegenwoordiger van messen, een ouder stel, een man met een jeep waarin wel benzine zit, de eigenaar van het tankstation, een jong koppel dat is gefascineerd door Bonnie en Clyde én de twee mannen (een dommige krachtpatser en zijn slimmere, maar onberekenbare broer) die na een bankoverval op weg zijn naar Mexico. En jawel, we zitten in Amerika, dus bijna iedereen heeft een gun op zak.

Net als in Sew Torn mag je ook nu concluderen dat hebzucht de bron van veel ellende is. Hier is het aan de messenvertegenwoordiger om een keuze te maken. Vervolgens staat een sullige politieagent met een baby op de arm voor de onmogelijke taak om de meest ingewikkelde misdaad uit zijn carrière op te lossen.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

Tummy Monster

Tummy Monster – Alles voor een selfie
Stel je voor. Je bent een tattoo-artiest die in zijn zaak in Glasgow moet wonen omdat je vriendin je uit huis heeft gezet. Rond middernacht meldt zich een beroemde popster die een tatoeage wil. Je maakt een van je beste kunstwerken en vraagt na afloop een selfie. Maar de popster is een tikkeltje verwaand en weigert dit. Jij blijft aandringen, omdat je met een selfie met een beroemdheid vooral indruk op je vriendin wilt maken. Vervolgens ontstaat een psychologisch machtsspel tussen de popster Tummy (Orlando Norman) en de tatoeëerder Tales (Lorn Macdonald), waaraan geen einde lijkt te komen.

De Schots-Ierse filmmaker Ciaran Lyons scheept de kijker op met het mantra ‘Rub your tummy, or I’ll think you’re an asshole’. Tales moet tegelijkertijd tot in den treure over zijn buik wrijven om alsnog kans te maken op een selfie. Dat werkt niet alleen op de zenuwen van Tales, maar waarschijnlijk ook op die van de gemiddelde kijker.

De verdienste van Tummy Monster is de claustrofobische atmosfeer in de tattooshop, waar de hele film zich afspeelt. Half gehuld in duisternis met scherpe blauwe en rode neonverlichting en soms vreemde camerahoeken. In al die uren die verstrijken, ondergaat met name het personage van Tales een geloofwaardige karakterontwikkeling. Frustratie, humor, angst, wanhoop en ingehouden woede wisselen elkaar af. En ook in deze thriller moet het hoofdpersonage uiteindelijk een drastische keuze maken: blijven toegeven aan manipulatie en vernedering of het afzien van het maken van zijn felbegeerde selfie.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

14 oktober 2024

 

Deel 1: Vrouwelijke worstelingen

 

MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2024 – Deel 2: Veerkrachtig, maar kwetsbaar

Film Fest Gent 2024 – Deel 2:
Veerkrachtig, maar kwetsbaar

door Tim Bouwhuis

Tijdens de eerste dagen van Film Fest Gent 2024 maken twee gevoelsrijke coming-of-agefilms hun publiek deelgenoot van het stormachtige pad naar jongvolwassenheid. Julie Zwijgt en Good One volgen en doorgronden de belevingswereld van Julie en Sam, twee compleet verschillende tienermeisjes die in hun vroeg volwassen veerkracht tóch met elkaar zijn verbonden. In beide films gaat die veerkracht door toedoen van volwassenen een wrede balans aan met een nog altijd jeugdige kwetsbaarheid.

In de Belgische Oscarinzending Julie Zwijgt draagt een talentvolle tennisster op een eliteacademie een waarheid van lood met zich mee. Het ontslag van een geroutineerde coach heeft een onrustige stroom van geruchten op gang gebracht, en Julie is een van de speelsters die na zijn vertrek apart wordt genomen voor verkapte verhoorgesprekken. De titel verklapt hoe schuchter het meisje op de vragen naar haar ervaringen reageert.

Julie Zwijgt

Julie Zwijgt

Trip met tentstokken
Als de Amerikaanse indie Good One zich in gang zet, is er eigenlijk nog niets dat aan het zwijgen van Julie doet denken. De goedlachse Sam pakt haar laatste spullen voor een uitdagende roadtrip, die haar in het gezelschap van haar vader en zijn beste vriend ver van de bewoonde wereld vandaan zal leiden. Speels en gevat gaat ze al snel de confrontatie met het bonte stel aan. Van de drie reizigers is Sam ironisch genoeg de best uitgeruste hiker: vooral de vriend van haar vader lijkt nog nooit tentstokken te hebben aangeraakt.

Als het drietal een tijdje in de natuur heeft doorgebracht, gebeurt er iets (verbeeldingsruimte is kostbaar) dat Sam compleet anders naar haar hiketocht laat kijken. Het is geen ‘worst case scenario’, zoals die waarheid van lood die Julie doet zwijgen. En toch zet het Sams denken behoorlijk op de kop, en verandert het Good One (als in: ‘goede grap’, vraagteken?) in één omslag van toon en richting.

Daders en slachtoffers
In Julie Zwijgt is vanaf het begin duidelijk dat we te maken hebben met een meer complexe en ambigue verwerking van een #MeToo-verhaal. Good One definieert zichzelf nooit op zo’n geëngageerde manier, maar de debuterende filmmakers achter de twee titels (Leonardo van Dijl, India Donaldson) onderscheiden zich nog altijd als creatieve en empathische verwanten. Hun aandacht voor de gevoelens en lichaamstaal van de meisjes is een verademing in een zee van films die zich blindstaren op ‘waarom’-vragen en tegenstellingen tussen daders en slachtoffers.

Dat laatste gaat vooral op voor Julie Zwijgt, dat niet in de valkuil valt om de gebeurtenissen van eerder tot in detail terug te willen halen. Van Dijl heeft een geslepen cameraman aan Nicolas Karakatsanis (Rundskop), die haar regelmatig isoleert tegen de wanden van kale (trainings)ruimtes en haar verschijning met subtiele wisselingen van lensfocus afzet tegen haar benauwende omgeving. Veel scènes zijn bovendien ongewoon donker belicht, nog maar eens een manier waarop we dichterbij Julies geestestoestand komen en voorzichtig kunnen proberen haar te gaan begrijpen.

Sprekende stiltes
Zowel in Julie Zwijgt als in Good One maken bedachtzame stiltes de spreekmomenten krachtiger. De actrices die Julie en Sam spelen, blinken uit in lichaamstaal: wat ze niét zeggen, schijnt regelmatig door in hun gelaatstrekken, en wat ze wel zeggen telt. De Vlaamse Tessa van den Broeck mag dan mede in Julie Zwijgt zijn beland omdat ze daadwerkelijk straf kan tennissen, ze blijkt een natuurtalent in het uitdrukken van verscholen ongemak.

Knap subtiel is een gesprek met haar nieuwe coach in de coulissen van de trainingshal, kort nadat hij haar publiekelijk geprezen heeft om haar slagtechniek. Als Julie hem vraagt om dat de volgende keer minder nadrukkelijk te doen, is op zichzelf overduidelijk waar haar geprikkelde gevoel vandaan komt. Wat de scène gelaagd maakt, is de manier waarop ze haar woorden kiest en die van haar coach weegt. Met elke waarheid die ze nog maar eens inslikt, navigeert ze zich langs de bezorgde mensen uit haar omgeving. Een omgeving die nog altijd een stempel van dreiging en ongemak draagt.

Good One

Good One

Over de Muur
Good One oogt lange tijd een stuk onschuldiger, en zoals het een aandoenlijke roadmovie past is het spel van de doorbrekende Lily Collias (die als verschijning doet denken aan Thomasin McKenzie, uit het met Good One vergelijkbare Leave No Trace) in eerste instantie ook een stuk speelser. Schalks lachend hoort Sam de sterke verhalen van haar reisgenoten aan, van haar vader die haar de les probeert te lezen over haar autorijkunsten tot de goede vriend die na deze natuurtrip het liefst heel China zou doorkruisen (althans, dat laat ‘ie zichzelf geloven).

Na de donderslag bij donkere hemel – die bij ondergetekende zodanig insloeg dat de bespreking ervan net dat beetje geheimtaal verdient – vervolgt Sam de tocht die ze al voor vertrek had ingezet. Haar pad naar volwassenheid leidt haar naar een wonderschoon kabbelende rivier, die in zijn close-ups van planten en dieren doet terugdenken aan de klassieker The Night of the Hunter (1955). Dichterbij de natuurlijke verbeelding van een overgangsritueel kun je als filmmaker haast niet komen.

Te jong volwassen
Night of the Hunter ontpopte zich in zijn christelijke symboliek als een donker en moralistisch sprookje over het verlies van onschuld. Julie Zwijgt en Good One houden zich ver van zo’n groter geheel: de gevoelens en inzichten van Julie en Sam zijn leidend, want dit is hún verhaal. En met hun scherpe blikken tonen ze een wereld die veel te jong volwassen is geworden.

Julie Zwijgt is op maandag 14 oktober nog eenmaal te zien in Gent, Good One op donderdag 17 oktober. Good One draait ook op het LIFF. Beide films verschijnen in 2025 in de Nederlandse filmtheaters.

 

13 oktober 2024

 

Deel 1: Openingsfilm
Deel 3: Competitiefilms (1)
Deel 4: Competitiefilms (2)
Deel 5: Henry Fonda for President
Deel 6: Films over rouw

 


MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2024 – Deel 1: Vrouwelijke worstelingen

LIFF 2024 – Deel 1: 
Vrouwelijke worstelingen

door Cor Oliemeulen

We openen ons verslag van het Leiden International Film Festival 2024 met drie geslaagde drama’s over vrouwelijke worstelingen. Een kunststudente in IJsland krijgt geen kans om te rouwen, een vrouw in Spanje wordt gedwongen om te herinneren en twee tienermeisjes in Litouwen willen model worden om de uitzichtloosheid te ontvluchten.

 

When the Light Breaks

When the Light Breaks – Als je jouw verdriet niet kunt tonen
De kunststudenten Una (Elín Hall) en Diddi (Baldur Einarsson) hebben in het geheim afgesproken op de rotsachtige kust van IJsland. Ze zijn gek op elkaar, maar Diddi heeft al een relatie met Klara (Katla Njálsdóttir). Diddi belooft Una dat hij het morgen met Klara zal uitmaken. In een auto op weg naar Klara raakt Diddi betrokken bij een groot verkeersongeluk in een tunnel waarbij een enorme explosie ontstaat.

In IJsland hangen de vlaggen halfstok. Op de universiteit lopen veel huilende studenten rond. Het lot van Diddi is nog niet bekend. Una leeft tussen hoop en vrees. Totdat het verlossende woord komt: Diddi heeft het niet overleefd. Omdat haar prille liefdesrelatie met het slachtoffer geheim was, durft Una haar verdriet niet in gezelschap te tonen. Gevoelens en emoties worden nog ingewikkelder als Klara zich meldt, en troost zoekt bij Una.

Regisseur Rúnar Rúnarsson maakt graag menselijke drama’s tegen de achtergrond van de stilte en ruwe schoonheid van het IJslandse landschap, zoals in Volcano (2011) en Echo (2019). When the Light Breaks (IJslandse titel: Ljósbrot) onderzoekt Una’s plaats in de dynamiek van een groepje jongvolwassenen. Van het afscheid van Diddi in een opvallende kerk tot en met een feestje ter nagedachtenis aan hun populaire vriend. Symbolisch vallen de spiegelingen van Una en Klara in een raam samen tot één persoon.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht). 

 

Glimmers

Glimmers – Schoonheid zit in blikken en stiltes
Ook in Glimmers (Spaanse titel: Los destellos) gaat het om een onverwachte confrontatie die veel gevoelens losmaakt. Madalen (Marina Guerola) vertelt haar moeder Isabel (Patricia López Arnaiz) dat haar vader Ramón (Antonio de la Torre) terminaal ziek is. Haar ouders zijn 15 jaar geleden gescheiden en Isabel heeft al die tijd geen contact met Ramón gehad. Madalen studeert in Valencia en zorgt in de weekends voor haar vader. Nu vraagt ze of haar moeder een paar keer per week naar hem wil gaan.

Het rustige drama van Pilar Polomero biedt ruimte voor diepgaande overpeinzingen. Vroeger hadden ze het goed met z’n drieën. Het is gissen waarom ze destijds uit elkaar zijn gegaan. Nu is er een grote afstand. Isabels eerste bezoekjes in het huis van Ramón zijn korte gesprekjes achter gesloten deuren. Een tijdje later zien ze elkaar, maar kijken ze elkaar nauwelijks aan. Isabel ziet foto’s en voorwerpen, die herinneringen oproepen.

Isabel ziet lijdzaam toe hoe Ramón van wie ze ooit hield, langzaam sterft. Met de twee mooie hoofdrollen van Antonio de la Torre en Patricia López Arnaiz ligt de weg wijd open voor een subtiel humanistisch drama. De schoonheid van de film zit hem in de kunst van het afstand houden en in de blikken en de stiltes.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

Toxic

Toxic – Authentiek tot op het bot
De schoonheid van het Litouwse drama Toxic zit hem vooral in het verval. Omzoomd door fabrieken en autowegen ontwaren we een kleine gemeenschap met kleine, aftandse huisjes die zo lijken weggeplukt uit de favela’s van Rio de Janeiro. Hier schijnt nauwelijks de zon, maar begeven de bewoners zich door de modder tussen vervallen gebouwen vol graffiti, autowrakken en openbare toiletruimtes. Met regelmatig lange shots op afstand volgt filmmaakster Saule Bliuvaite twee tienermeisjes die dromen om model te worden zodat ze hun ellendige leventje vaarwel kunnen zeggen.

Het is schoolvakantie en Marija (Vesta Matulyte) en Kristina (Ieva Rupeikaite) sluiten zich aan bij een rij andere tienermeisjes voor een nieuwe modellenschool. De meeste meisjes zijn goedkoop gekleed, kauwen kauwgom, roken sigaretten, dragen piercings en lijken bij voorbaat kansloos om een succesvol model te worden.

Marija is lang voor haar leeftijd en heeft grote ogen, maar ze sleept met een been, waardoor ze flink moet oefenen om als een model op de catwalk te lopen. Kristina blijkt net even te dik naar de smaak van de modellenschool en zal er alles aan doen om af te vallen. Thuis gooit ze haar eten stiekem door het raam en als haar vader wil dat ze haar bord leeg eet, steekt ze later een vinger in haar keel. Op het internet vindt ze een onorthodox middeltje om nog sneller de juiste buikomvang te krijgen. En dan moeten de meiden ook nog manieren zien te vinden om aan geld voor fotoshoots te komen.

Ondanks de deprimerende atmosfeer krijg je steeds meer empathie voor Marija en Kristina. Door hun vriendschap en onderlinge solidariteit in deze rauwe omgeving schijnt er zo nu en dan een glimp van menselijkheid door de uitzichtloosheid heen. Toxic voelt van begin tot eind authentiek tot op het bot. Alsof je naar het echte leven kijkt, met al zijn onvolkomenheden, tegenstrijdigheden en stille momenten van kwetsbaarheid.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

11 oktober 2024

 

Deel 2: Maffe thrillers

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2024 – Deel 1: Openingsfilm

Film Fest Gent 2024 – Deel 1:
Openingsfilm: Small Things Like These

door Bert Potvliege

Film Fest Gent blaast dit jaar 51 kaarsjes uit. De jubileumeditie van vorig jaar was een feestelijke, met een uitstekende line-up. Toch begon elke cinefiel bij de bekendmaking van het programma met een even indrukwekkend arsenaal nieuwe toppers te watertanden, de dagen aftellend tot de Gentse binnenstad omgedoopt wordt tot haar jaarlijks filmfeest. De openingsavond van het festival is het startsignaal voor elke filmliefhebber om een diepe duik te nemen in wat cinema te bieden heeft anno 2024.

Het programmatieteam kweet zich uitstekend van haar taak en presenteert ook dit jaar films die de afgelopen maanden over de tongen gingen. Van de nu al beruchte fictiefilm over Donald Trump, The Apprentice, tot films die al maanden furore maken in het festivalcircuit, zoals Grand Tour van Miguel Gomes.

Een drukte van jewelste op de rode loper tijdens de openingsavond met centraal de equipe van Small Things Like These (foto: Bert Potvliege)

Een drukte van jewelste op de rode loper tijdens de openingsavond met centraal de equipe van Small Things Like These (foto: Bert Potvliege)

Gezond chauvinisme
Dat het festival graag talent van eigen bodem in de kijker zet (vooral bij de opening- of slotfilm) was de afgelopen jaren duidelijk. Een paar jaar geleden opende prijzenbeest Close van Lukas Dhont het festival, vorig jaar kregen we Holly van Fien Troch en het uitmuntende Here van Bas Devos. Dit jaar is de openingsfilm Small Things Like These van de Belg Tim Mielants, een film die de kwaliteit van het nationaal filmlandschap nogmaals bewijst. Benieuwd of slotfilm Waarom Wettelen, regiedebuut van Vlaamse auteur Dimitri Verhulst, dit ook zal doen.

De rode loper is altijd een gedoe, met een in het pak gehesen programmadirecteur Wim De Witte die een wereldrecord ‘handen schudden’ zet. Links en rechts staan journalisten van de televisie, radio en printmedia klaar om een acteur of regisseur te strikken voor een interview. De hostessen van het festival staan met een million dollar smile verspreid opgesteld. Een batterij fotografen – netjes achter een balie gehouden – vraagt aan de beroemdheden om eens hun kant op te kijken. Het aantal fotoflitsen is niet bij te houden. Een colonne wagens schuift aan richting de grootse rode loper op de trappen van de bioscoop. Het is een drukte van jewelste en tegelijkertijd een mierennest waarin het leuk wentelen is. De vele lachende gezichten getuigen ervan.

Er wordt gelukkig niet geroepen
Uiteraard was nationale trots Tim Mielants aanwezig, met in zijn zog zijn hele team, met daarbij de actrices uit de film: Zara Devlin, Eileen Walsh en Emily Watson (Punch-Drunk Love, Gosford Park). Het mooiste moment van de avond was toen je Watson, tijdens het gefotografeerd worden, kon horen zeggen hoe ze onder de indruk was van de fotografen: “They’re so polite. There’s no shouting.” Een wereldberoemde actrice met een decennialange loopbaan heeft ongetwijfeld al alles meegemaakt op filmfestivals wereldwijd.

Doordat het festival altijd halfweg oktober plaatsvindt, is er het ene jaar sprake van een fijne nazomer terwijl er op andere jaren enkel guur weer te beleven valt. Dit jaar kregen we bij de openingsavond druilerige herfstbuien over de stad. Je kan dat een domper vinden, maar het sloot wel mooi aan bij de teneur van de openingsfilm.

Small Things Like These
Kersverse Oscarwinnaar Cillian Murphy volgt het prijzenbeest Oppenheimer op met deze Small Things Like These. De film is een karakterstudie over een introverte man die op zijn eigen manier omgaat met het onrecht in zijn kleine dorp. Mielants regisseert Murphy naar opnieuw een uitstekende prestatie, in een oerdegelijke prent.

Scène uit Small Things Like These

Scène uit Small Things Like These

Hij is nog maar vierenveertig, maar Mielants heeft er al een aardige carrière opzitten. Hij blikte een aantal afleveringen van televisieserie Peaky Blinders in, wat verklaart waarom hij Murphy kon strikken voor zijn nieuwe prent. Met zijn langspeeldebuut De Patrick viel hij op. Opvolger Wil bleek een solide oorlogsfilm te zijn, waar intussen meer dan 10 miljoen mensen naar keken op Netflix. Met Small Things Like These, zijn eerste Engelstalige film, presenteert hij zijn derde langspeler.

De cineast bewijst opnieuw een vakman te zijn. Zijn resultaten zijn toegankelijk, volgen netjes de regels van de filmkunst en blinken uit in hun doeltreffend voorkomen. De publieksvriendelijkheid van zijn werk is de logica zelve. Was Wil een efficiënt tot leven geroepen genrefilm, dan is Small Things Like These dat voor de karakterstudie. Hoe de plot zich ontvouwt, volgt zijn eigen interne logica, terwijl de zin voor risico beperkt is en verrassingen uitblijven.

Kerkelijk onrecht
Murphy speelt kolenhandelaar Billy in een klein Iers arbeidersdorpje rond de Kerstperiode van 1985. Samen met vrouw en vijf dochters leidt hij een rustig bestaan. Dit wordt verstoord wanneer hij argwaan krijgt voor het plaatselijke klooster, onder leiding van zuster Mary (de heerlijke Emily Watson met helaas beperkte schermtijd). Tienermeisjes die op het foute pad terechtkwamen, worden hier nogal hardhandig aangepakt (The Magdalene Sisters van Peter Mullan behandelde hetzelfde waargebeurde onderwerp).

Zijn eigen moeilijkheden tijdens het opgroeien beletten Billy zich afzijdig te houden bij dit onrecht. De angst voor de Kerk en haar invloed was anno 1985 groot, dus de brave man is voorzichtig in zijn opkomen tegen de kloosterorde.

Een man in elkaar puzzelen
De film is een mooi voorbeeld van een puzzel: we krijgen een hoofdfiguur te zien die littekens meedraagt uit eigen jeugd, terwijl hij een onrecht onder ogen wil komen. Stukje bij beetje krijgt de kijker puzzelstukjes aangereikt en die mag deze lekker zelf in elkaar leggen. Het is als een narratief spelletje, dat vlotjes werkt. Elke scène levert zo een kleine bijdrage in het schetsen van Billy, opdat we zouden begrijpen waarom hij doet wat hij doet. Dat niet alle puzzelstukjes aangereikt worden, waardoor sommige vragen onbeantwoord blijven, siert de film. Zo toont Mielants een mooie terughoudendheid en weet hij wanneer zijn film te eindigen.

Visueel heeft Small Things Like These een rauwer voorkomen dan de nadrukkelijk geromantiseerde look van Wil. Dit Ierse drama schurkt bij vlagen dicht aan bij de cinema van Ken Loach, met een waarachtigheid in het schetsen van verpaupering in de arbeidersklasse van een kleine gemeenschap. Waar Loach vooral sociaal-realistische prenten draait met een politieke lading, houdt Mielants de aandacht stevig bij het schetsen van een gesloten man.

Acteur Cillian Murphy en regisseur Tim Mielants op de set van Small Things Like These

Acteur Cillian Murphy en regisseur Tim Mielants op de set van Small Things Like These

Tranen bij de kapper
Cillian Murphy is uitstekend in zijn rol als hardwerkende maar getroebleerde huisvader. Hij speelt de rol ingetogen, waardoor hij maar met mondjesmaat lost wat roert in hem. Daarom houdt hij vrijwel de hele film de ogen strak op de grond gericht. Wanneer die emoties toch eens aan de oppervlakte komen, dan komen ze hard binnen – zelfs al is het zoiets klein als een traan laten terwijl hij wacht op een knipbeurt bij de kapper. De droefenis die hij ontwaart in de ogen van een van de meisjes in het klooster belet hem uiteindelijk stilzwijgend aan de zijlijn te blijven staan.

De enkele steken die Mielants laat vallen, worden toegedekt door de geslaagde uitstraling van de film. Zo doet de authenticiteit van deze verbeelde wereld en de kwaliteit van het acteerspel je over het hoofd zien dat de ambient-score te nadrukkelijk benut wordt. De vele flashbacks naar de jonge Billy zijn ook een minpunt, waarbij Mielants die scènes nodig heeft om enkele van die puzzelstukken aan te reiken. Die momenten zijn bij de haren getrokken, te gekunsteld. De motivatie van Mielants om als Vlaming een Iers arbeidersdrama te willen verfilmen, blijft ook in het midden.

Films met zin voor risico, met experimenteerdrang, met een persoonlijke dimensie en met een esthetische poëzie zullen altijd meer fascineren dan de efficiënte en vrij toegankelijke cinema van Tim Mielants. Twijfel is geen motor van vooruitgang in de carrière van deze vakman. Hij weet wat hij kan en voert het kwalitatief uit. Soms is dat genoeg voor oerdegelijke cinema. Hij bewijst dit nogmaals met zijn geslaagde nieuwe film.

Kijk hier waar en wanneer deze film nog draait (mits niet uitverkocht).

 

10 oktober 2024

 

Deel 2: Veerkrachtig, maar kwetsbaar
Deel 3: Competitiefilms (1)
Deel 4: Competitiefilms (2)
Deel 5: Henry Fonda for President
Deel 6: Films over rouw

 


MEER FILMFESTIVAL