LIFF 2026 – Deel 4

LIFF 2026 – Deel 4:
Diagnose van de maatschappij

door Tim Bouwhuis

Kan een satirische horrorkomedie net zoveel zinnigs vertellen over de uitwassen van het kapitalisme als een drama dat zijn analyse een stuk serieuzer aanpakt? Het makkelijke antwoord op die vraag is “uiteraard”, maar na het zien van Ryûsuke Hamaguchi’s meesterwerk All of a Sudden gaan de gedachten onwillekeurig terug naar een eerdere kijkbeurt op dit 21ste LIFF.

In het sardonische AnyMart gebruikt debutant Iwasaki Yusuke het vehikel van de genrefilm om zijn kritiek op de Japanse (consumptie)maatschappij kracht bij te zetten. Yusuke’s speelse en bij vlagen onbeschaamd lompe benadering staat in groot contrast tot de ernst van Hamaguchi (Drive My Car, 2021), die zichzelf met zijn eerste gedeeltelijk Franstalige film (originele titel: Soudain) overtreft en diep ontroert.

AnyMart

AnyMart

Vinger op de zere plek
Bijzonder is dat deze twee titels op het eerste oog niet verder uit elkaar hadden liggen, maar inhoudelijk wel degelijk dezelfde onderwerpen beroeren. Beide regisseurs stellen iets zorgwekkends vast als ze naar hun thuisland Japan kijken: de maatschappelijke druk om te werken, kopen en bovenal gehoorzamen heeft de mensen zielloos en mentaal kwetsbaar gemaakt. Het moge duidelijk zijn dat Yusuke en Hamaguchi niet de eerste creatieve geesten zijn die tot een dergelijke conclusie komen. Maar waar AnyMart niet verder komt dan droge, doorzichtige satire, is Hamaguchi’s film alomvattend, messcherp, verlichtend en hoopvol.

Als Nederlandse supermarktbezoeker word je geregeld geconfronteerd met het geschal van inspiratieloze afspeellijsten, maar die inwisselbare hitmuziek is niets vergeleken bij het riedeltje in AnyMart. Voor winkelbediende Sakai (acteur Shota Sometani heeft meerdere internationaal bekende anime’s ingesproken) zou een sessie aan de kassa van zijn vestiging aan moeten voelen als de eindeloze wachtrij van een themapark, zonder beloning aan het eind.

Dodelijke sleur
Elke andere werknemer zou hier gillend gek worden. Sakai niet. Die is zo lamgeslagen van verveling dat hij niet eens meer in staat is om de sleur als stoorzender te herkennen. Als een robot in bedrijfskleding dreunt hij de winkelregels op – streng overhoord door zijn baas, die nog zijn vader is ook – en geeft hij belangeloos instructies aan een nieuwe collega. Van horrorwendingen is nog geen sprake, tot de winkelmanager sneuvelt.

AnyMart laat op niet mis te verstane wijze zien hoe een monotone arbeidscultuur niet alleen zorgt voor mentale klachten, maar ook voorkomt dat mensen nog betekenisvolle relaties met elkaar kunnen aangaan. Als Sakai de opgewekte kapster Ogawa na een shift vraagt of zij tijd voor hem heeft, lijkt het er eerst op dat hij haar misschien op date zal vragen. In plaats daarvan verzoekt hij haar om reclamebedrukking voor de winkel te maken. Het is Yusuke’s manier om uit te drukken dat menselijke relaties op hun dieptepunt terug te brengen zijn tot louter commerciële transacties.

Een doorsnede van Japan
Yusuke’s maatschappijkritiek is treffend, maar niet al te uitdagend verpakt. Zeker in de tweede helft van de film, wanneer Sakai’s vader een afslag neemt naar horror, schreeuwt de regisseur zijn boodschap van de daken. Ben je als genreliefhebber snel verzadigd, dan kun je deze vorm van satire wellicht beter hebben omdat er ook iets te gruwelen valt. Prik je daar doorheen, dan is AnyMart te eendimensionaal om scherpzinnig te zijn en niet toonvast genoeg om te overtuigen als genreflick.

Het is geen toeval dat Usuke’s debuut zich uitgerekend in Japan afspeelt. Je kunt teruggaan tot snedige klassiekers als Ikiru (Akira Kurosawa, 1952) en Early Spring (Yasujirō Ozu, 1956) om te doorgronden welke sporen de naoorlogse vorming van een moderne bureaucratie in het heden heeft nagelaten. In weinig landen krijgt het begrip patriarchaat zo nadrukkelijk gestalte als hier. Wat dat betreft is het tekenend dat Sakai’s baas niet alleen zijn baas is, maar ook zijn vader. Ongehoorzaamheid is geen optie.

All of a Sudden

All of a Sudden

Zo gretig als de satire wordt uitgesmeerd in AnyMart, zo terloops dient zij zich aan in All of a Sudden. Hamaguchi’s film gaat over veel, veel meer dan alleen de houdbaarheidsdatum van het kapitalistische systeem. Tegelijk bevat het dik drie uur durende drama een van de beste kritische analyses van het onderwerp in de geschiedenis van het medium. Dat je de bewuste monoloog als kijker ademloos kunt aanhoren, heeft niet alleen te maken met de scherpte van de argumentatie, maar ook met het personage (geïnspireerd door een Japanse filosofe) dat het woord heeft.

Het einde van een leven, het einde van de wereld
Mari Morisaki is theatermaakster en stervende. De reeks voorstellingen die ze in een mooie junimaand presenteert in Parijs, raakt aan universele thema’s als zorg, menselijk contact en hoop. Door een speling van het lot ontmoet Mari de directeur van een plaatselijk verzorgingshuis voor ouderen met Alzheimer. Marie-Lou (met groot gemak de meest impactvolle rol in de carrière van Virginie Efira) kan haar drukke post verlaten om de voorstelling te bezoeken en raakt na afloop met Mari aan de praat. De twee wandelen. De middag wordt de avond, de avond wordt de nacht. Marie-Lou brengt haar nieuwe zielsverwant helemaal mee naar het verzorgingshuis, waar ze een van de gastverblijven voor de ernstig zieke vrouw kan inrichten.

Mari en Marie-Lou maken niet alleen kennis met elkaar, ze delen ook hun kennis en inzichten over de maatschappij waarin we leven. De analyses van Mari hebben veel weg van een universitair college, maar actrice Tao Okamoto en Efira spelen het naar huis als een authentiek, diep invoelbaar gesprek. Eenmaal in de vertrekken van het verzorgingshuis pakt de theatermaakster een stiftbord en begint ze woorden en begrippen met elkaar te verbinden.

Het zou zonde zijn om hier een poging te doen Mari’s uiteenzetting te herhalen. Aangrijpend is vooral hoe ze eindigt. Als ze tot haar punt is gekomen dat het kapitalistische systeem de apocalyps nadert die ze over zichzelf heeft afgeroepen, simpelweg door eindeloos mensen en middelen te blijven opslokken, beseft ze dat zijzelf deze apocalyps niet meer zal meemaken. Haar analyse die groter aanvoelt dan het leven zelf wordt plots weer klein, breekbaar en ongelooflijk persoonlijk. In het restant van de film blijft Hamaguchi voortbouwen op dat persoonlijke, empathisch meanderend tussen momenten van verdriet en troost.

Andere golflengte
Het is nog te zacht uitgedrukt dat All of a Sudden Yusuke’s AnyMart doet vergeten. De films functioneren op een andere golflengte en hebben bij lange na niet hetzelfde gewicht. Misschien is de vergelijking ook wel helemaal niet eerlijk, ware het niet dat beide regisseurs de vinger leggen op dezelfde pijnlijke plek. Dat het kapitalisme failliet kan worden verklaard, is bij Yusuke de hoofdmoot en bij Hamaguchi slechts het begin. Voor wat er verder nog in het verschiet ligt, komt All of a Sudden gelukkig al twee weken na het LIFF naar de Nederlandse zalen.

 

16 oktober 2026

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2026 – Deel 3

LIFF 2026 – Deel 3:
Buitengewone vriendschappen

door Cor Oliemeulen

In het derde deel van ons LIFF-verslag volgen we een rouwende tiener, een teruggetrokken vrouw die een jongetje toelaat in haar leven en twee Schotse rappers die ontdekken dat succes hun vriendschap op de proef stelt.

 

Mouse

Mouse – De kracht van rouwen
Filmfestivals barsten vaak uit hun voegen van coming-of-age verhalen, maar dat blijken zelden sterke drama’s zoals Mouse. Regisseurs Kelly O’Sullivan en Alex Thompson maakten tijdens het LIFF 2024 al een verpletterende indruk met Ghostlight en zetten die lijn dit jaar voort met opnieuw thema’s als familie, rouw en theater.

In de zomer van 2002 zijn de tienermeiden Minnie en Callie onafscheidelijke vriendinnen. Callie is knap en populair, Minnie is verlegen. Ook al heeft hun vriendschap een ongelijke dynamiek, ze vullen elkaar prima aan. Aan die vanzelfsprekendheid komt abrupt een einde als Callie omkomt bij een auto-ongeluk. Minnie is niet alleen haar bestie kwijt, maar ook degene bij wie ze zichzelf kon zijn.

Mouse volgt Minnie (een geweldig naturel spelende Katherine Mallen Kupferer) in haar belevingswereld die totaal op zijn kop staat. Haar relatie met haar moeder (Barbara Dunn, net als in Ghostlight ook in het echt haar moeder!) wordt er niet beter op. Minnie schaamt zich voor haar achtergrond en haar wat onbeholpen moeder, die het hart op de tong heeft en niet kan bieden wat haar dochter wenst.

Het is begrijpelijk dat Minnie meer toetrekt naar Callie’s moeder (een al even sterke rol van Sophie Okonedo). Zij was ooit concertpianiste en voor een schoolherdenking helpt ze Minnie met een lied dat Callie aan het oefenen was. Voor haar is Minnie’s gezelschap een herinnering aan haar dochter. Voor Minnie is Callie’s moeder iemand die tijd voor haar maakt en praat over wat haar bezighoudt. Hun contacten leiden tot een soort van vriendschap, die wat tricky wordt zodra Minnie probeert iets van Callie’s plaats in te nemen.

Je kunt begrijpen dat het script van Kelly O’Sullivan is geïnspireerd door Lady Bird van Greta Gerwig. Beide films spelen rond 2002 en putten uit de jeugdherinneringen van hun makers. Ze volgen meisjes uit een eenvoudig milieu op de drempel van volwassenheid met een wankel zelfbeeld en een moeizame relatie met hun moeder. Gerwigs solo-regiedebuut is vooral een komedie, Mouse is een drama waarin rouw het hoofdthema is. En waar Lady Bird soepel met korte scènes en vinnige overgangen tempo maakt, geeft Mouse ongemak en stiltes meer ruimte. Daardoor blijft de film integer en menselijk.

 

Moscas

Moscas – Indringers
Al even sterk gekozen als de titel Mouse (muis) is Moscas (vliegen), de vijfde speelfilm van de Mexicaanse regisseur Fernando Eimbcke. In de openingsscène ligt een vrouw op bed die wakker wordt van een vlieg. Ze komt moeizaam overeind en volgt de vlieg naar de woonkamer. Met een pantoffel slaat ze hem dood. Even later weer een vlieg, die ze te lijf gaat met een spuitbus. De overvloedige spray dreigt haarzelf te verdelgen in plaats van die rotvlieg.

Het tempo en het sobere interieur van het kleine appartement voorspellen een drama zonder veel actie. De bewoonster, Olga (Teresita Sánchez), lijkt niet veel om handen te hebben. Vanaf haar bank zappt ze ongeïnteresseerd en soms zien we haar zitten aan een tafeltje waar ze Sudoku op een computer speelt. Een bezoek aan een pedicure leert dat ze geopereerd moet worden aan een ingroeiende teennagel. Dat kost 3.000 peso’s, en dat geld heeft ze niet. Geheel tegen haar zin verhuurt ze een slaapkamer aan Tulio. Zijn 9-jarige zoontje Cristian is bij hem, maar Tulio houdt hem aanvankelijk buiten haar zicht. Ze verblijven in de buurt van het ziekenhuis, waar Tulio’s vrouw wordt behandeld. Ze eten buiten en Cristian moet in een fles plassen of buiten in de bosjes zijn behoefte doen.

Met zijn vader-zoonrelatie, sociale kritiek, zwart-witfotografie en een camera die vaak op kinderhoogte staat, knipoogt Eimbcke naar het Italiaans neorealistische meesterwerk Ladri di biciclette (1948). Zo laat Moscas via het kind zien hoe geld en toegang tot zorg het dagelijkse leven bepalen. Terwijl vader weg is naar het ziekenhuis of voor werk krijgen Olga en Cristian contact. Met zijn ontwapenende gedrag brengt hij haar vaste, teruggetrokken leven langzaam uit balans. Cristian staat voor een vlieg uit de filmtitel die eerst ongewenst Olga’s leven binnendringt en later een verandering bij haar op gang brengt. De korte slotscène brengt dat leuk in beeld.

Door de minimalistische aanpak met het lome tempo, de vaste kaders en veel aandacht voor omgevingsgeluid komt Moscas langzaam op gang, maar maakt het ontstaan van de vriendschap tussen Olga en Cristian veel goed. Of wel, hoe een potje Space Invaders iemands leven kan veranderen.

 

California Schemin’

California Schemin’ – Roem door bedrog
Het verhaal over twee rappers in het Schotse Dundee die de hypocrisie van de muziekindustrie willen ontmaskeren, werd al in 2013 verteld in de documentaire The Great Hip Hop Hoax. Nu is er een speelfilm, het regiedebuut van James McAvoy, die ook een muziekbaas speelt. Het autobiografische boek California Schemin’: How Two Lads from Scotland Conned the Music Industry van Gavin Bain, een van de twee rappers, vormt de basis voor de film.

Het is vooral de Engelse muziekindustrie begin jaren 2000 die het moet ontgelden: alleen Amerikaanse artiesten zijn interessant. Dat merken boezemvrienden Gavin (Séamus McLean Ross) en Billy (Samuel Bottomley) nadat ze met de bus helemaal naar Londen zijn gereisd voor een auditie en daar worden uitgelachen met “Rapping Proclaimers”.

Weer terug in hun sociale flatwijk en het saaie werk in een callcenter besluiten ze om het anders aan te pakken. Ze gaan flink oefenen om een Amerikaans accent onder de knie te krijgen en doen alsof ze een verleden hebben in de internationale hiphop-scene. Het lukt zowaar, en ze krijgen een contract voor opnames, optredens en een verschijning bij MTV. Thuis in Dundee schudt Billy’s vriendin Mary haar hoofd. Zij denkt dat de jongens na hun succes weer zichzelf zullen zijn.

Maar Gavin en Billy hebben de smaak te pakken en genieten met volle teugen van hun roem, drank, drugs en aandacht van vrouwen. Vooral Gavin weet van geen ophouden. Met zijn nieuwe identiteit lijkt zijn onzekerheid verdwenen en begint hij te geloven in zijn eigen verzinsels, zodat zijn vriendschap met Billy steeds meer onder druk komt te staan.

California Schemin’ begint als een vlotte muziekkomedie, waarin de avontuurlijke uitspattingen deels zijn vastgelegd met een camcorder. Vanaf het moment dat het bedrog hun leven heeft overgenomen, verschuift de toon langzaam naar een donker karakterdrama. Die overgang werkt goed en voorkomt dat de film verzandt in een voorspelbare tienerkomedie.

Deze drie films zijn nog te zien tijdens het LIFF 2026.

 

14 oktober 2026

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2026 – Deel 2

LIFF 2026 – Deel 2:
Jij bent zélf de film

door Tim Bouwhuis

Op filmfestivals kun je vaak met extra genoegen en een gevoel van herkenning opgaan in verhalen die de filmbeleving zelf centraal stellen. Ook op deze editie van LIFF draaien er twee titels die de schijnwerper vanaf het doek terug de zaal in draaien. In de geflipte Japanse komedie You Are the Film gebeurt dat met veel uitroeptekens, in het mijmerende The Night is Fading Away volstaat melancholie. Elk op volstrekt eigen wijze confronteren de titels hun publiek met de magie en breekbaarheid van onze cinefiele ervaringen.

“Niemand gaat kijken naar wat ze draaien”, zegt de restaurantuitbater die in You Are the Film met folders van een plaatselijk filmtheater zwaait. Bij een marketingbureau was de beste man al lang ontslagen, maar theatermaakster Madoka blijkt toch geprikkeld. Ze bewandelt de brandtrap richting een keurig verstopt achterzaaltje, koopt een kaartje en neemt plaats. Uiteraard is ze de enige bezoeker in de zaal. Snel blijkt waarom: dit is niet zomaar een film.

You Are the Film

You Are the Film

Vreemdeling in het verhaal van de ander
De theatermaakster is niet de enige die een bijzondere film te zien krijgt. Kazuma is muzikant en kreeg net als zijn voorgangster een folder in zijn handen gedrukt. Op het moment dat hij kennisneemt van de synopsis, gaat bij hem nog geen lampje branden, maar bij ons als kijkers wel: de film gaat namelijk over een theatermaakster die de cast van haar volgende stuk dreigt te verliezen. De wisselwerking die vervolgens tussen de twee personages ontstaat, is surreëel. De theatermaakster kijkt naar de film over de muzikant en de muzikant kijkt naar de film over de theatermaakster. De kers op de taart is het doorbreken van de vierde wand. Hoe is het mogelijk dat deze twee volstrekte vreemden in elkaars verhaal zijn beland?

You Are the Film begint veelbelovend raadselachtig, maar stokt als een soort klusjesman (letterlijk) de zaal instapt om het heersende metaconcept uit te leggen. Een behoorlijke anticlimax, want als kijker kun je op dit moment stoppen om zelf vragen te stellen; je kunt je hooguit nog verwonderen over de sciencefictiontwist die de regisseur in de laatste akte nog in petto heeft. Liefhebbers van de waanzin van Everything Everywhere All at Once zullen het op zijn minst glimlachend aanschouwen.

Van het doek naar de zaal
Het is niet zo dat deze metakomedie in zijn hysterie helemaal niets te zeggen heeft, maar je mag het wel met een korreltje zout nemen. You Are the Film is predestinatieleer voor dummies: liggen onze levens vooraf vast, of kunnen we de afloop van ons verhaal nog beïnvloeden? Eeuwen geleden waren er op die vraag maar twee antwoorden mogelijk, in het tijdperk van Marvel kun je altijd nog uitwijken naar een alternatief (film)universum. En daarmee dus ook naar een alternatieve versie van jezelf.

The Night is Fading Away

The Night is Fading Away

Waar de gevoelsmatige opvolger van Beyond the Infinite Two Minutes (in Nederland vertoond op Camera Japan, en geschreven door regisseur Makoto Ueda) zich concentreert op het mysterie dat te zien is op het doek, richt The Night is Fading Away zich meer op de ruimtes waarin we films te zien krijgen. Hoofdpersoon Pelu is operateur bij een ouderwets aangekleed filmtheater in Córdoba, maar dreigt zijn geliefde werk kwijt te raken vanwege bezuinigingen. Nu de ochtend- én middagvoorstellingen geschrapt worden, ziet Pelu’s baas slechts één oplossing: er is alleen nog een nachtwaker nodig.

Toevluchtsoord voor verdwaalde zielen
Met een fles Stella Artois in zijn rechterhand en een versnapering in zijn linker kijkt Pelu naar een film met de onvermijdelijke John Wayne en installeert hij een slaapplaats, recht onder het doek. Hoewel de nieuwe nachtwaker geen man van veel woorden is, gaat hij een stukje gezelschap niet uit de weg. Na wat aarzeling geeft hij de zaal zelfs in bruikleen aan een dame die een iets pikantere film op wil nemen.

The Night is Fading Away stelt de vraag of je als toegewijde filmkijker deel uitmaakt van de wereld, of er volledig los van staat. Op het eerste oog lijkt Pelu een einzelgänger, iemand die zich niet los kan maken van zijn beroep en beschermde omgeving. Tegelijk transformeert het filmtheater onder zijn nachtwake tot een toevluchtsoord voor andere verdwaalde zielen. Misschien is de zaal zo wel de enige plek waar écht iedereen welkom is. De sobere zwart-witfotografie en de spaarzame belichting weerspiegelen het duister van de plek waar Pelu zich het meest van allen thuis voelt.

Een dichte deur
Regisseurs Ramiro Sonzini en Ezequiel Salinas zijn goed in het oproepen van de juiste stemming, maar als psychologisch portret schiet de film tekort. Pelu blijft zodanig ondoordringbaar dat je na afloop meer verwantschap kunt voelen met het theater als plaats dan met hem als persoon. Tegelijk is juist dat gegeven fascinerend: net als in You Are the Film draait het hier niet alleen om de films en de mensen die ernaar kijken, maar ook om de wonderlijke werking van het medium en de plekken waar cinema gaat leven.

Het einde van The Night is Fading Away stemt wat droevig. Pelu begon als operateur, ging door als nachtwaker en eindigde voor een dichte deur. Wat dat betreft biedt Ueda’s metakomedie valse hoop: als cinema ooit ophoudt te bestaan, is er waarschijnlijk geen alternatief universum meer om naar te vluchten.

Beide films zijn nog te zien op het LIFF.

 

13 oktober 2026

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2026 – Deel 1

LIFF 2026 – Deel 1:
Drie mannen onder hoogspanning

door Cor Oliemeulen

In ons eerste verslag van het Leids filmfestival 2026 – van 8 tot en met 18 oktober – bespreken we drie thrillers: een weemoedig portret van een zakkenroller in New York, een avontuurlijke smokkeltocht tijdens de Grote Depressie en een beklemmende politieke thriller over een Chileense kapitein die van zijn luchtvaartacademie een martelcentrum moet maken.

 

The Only Living Pickpocket in New York

The Only Living Pickpocket in New York – Een uitstervend beroep
Eindelijk weer eens een onvervalste ode aan New York, waar oldskool zakkenroller Harry Lehman (een zoals altijd uitstekende John Turturro) vanuit de Bronx alle andere stadsdelen bezoekt om vooral in metro’s verkoopbaar spul te jatten. Harry is nog steeds vingervlug, maar een gestolen portemonnee heeft in het digitale tijdperk een andere inhoud. Mensen dragen nauwelijks nog contant geld en gestolen betaalpassen worden meteen geblokkeerd.

Turturro bereidde zich voor met boeken over echte zakkenrollers en leerde de basis en de psychologische kant van het vak van meesterzakkenroller Apollo Robbins, beter bekend als ‘The Gentleman Thief’. Regisseur Noah Segan toont hoe Harry voorbijgangers taxeert: een razendsnelle blik langs jaszakken, horloges en tassen, inschatten hoe een potentieel slachtoffer loopt en kijkt, en op welk moment je moet toeslaan.

We leren Harry kennen als een niet-onsympathieke vent die fouten heeft gemaakt en daarmee in het reine probeert te komen. Ondertussen zorgt hij voor zijn vrouw Rosie (Karina Arroyave), die niet meer spreekt en nergens op lijkt te reageren. Ontwapenend is de scène waarin Harry voor haar bed danst.

Het gaat mis als hij de verkeerde persoon besteelt. Tussen de buit zit een USB-stick van de jonge, rijke en arrogante Dylan Diamond (Will Price). Harry verkoopt die door zonder te weten dat er waardevolle gegevens op staan. In een race tegen de klok door New York, die soms doet denken aan Uncut Gems (2019) waarin een juwelier (Adam Sandler) steeds verder in de problemen raakt, probeert Harry de stick op te sporen.

The Only Living Pickpocket in New York laat zich meer kijken als een weemoedig portret van een ouder wordende zakkenroller dan als een zenuwslopende misdaadthriller. De jonge criminelen zijn minder geloofwaardig dan Harry en zijn jarenlange bekenden, zoals pandjesbaas Ben (Steve Buscemi). Jamie Lee Curtis duikt op als Moira, het hoofd van Dylans misdaadfamilie.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

The Weight

The Weight – Het gewicht in goud waard
The Weight is veel meer een conventionele thriller. Dit speelfilmdebuut van Padraic McKinley speelt zich af in Oregon van 1933, het vierde jaar van de Grote Depressie. We maken kennis met Samuel Murphy (Ethan Hawke) en zijn jonge dochter Penny, die uit hun appartement zijn gezet omdat ze de huur niet kunnen betalen. Op zoek naar een alternatief belandt hij in een knokpartij en in de gevangenis. Met andere gevangenen wordt hij tewerkgesteld om een weg aan te leggen. Het strafkamp wordt gerund door ijzervreter J.J. Clancy (Russell Crowe).

Murphy is een veteraan van de Eerste Wereldoorlog, een zwijgzame einzelgänger met een gehard voorkomen en een praktische bekwaamheid. Zo verzint hij een plan om een in de weg liggende rotsblok te verwijderen en fixt hij de auto van Clancy. Deze vertelt Murphy dat hij eerder kan vrijkomen om zo de adoptie van Penny te verhinderen, maar dan moet hij wel samen met drie andere gevangenen een flinke partij goudstaven smokkelen, voordat die worden geconfisqueerd door president Roosevelt.

De filmtitel verwijst naar de zware goudstaven die de gevangenen moeten dragen en natuurlijk naar de emotionele last van Murphy, die er alles aan wil doen om zijn dochter terug te krijgen. De vele kilometers lange tocht door de wildernis zit vol momenten die je in zo’n film mag verwachten. Zo sluit onderweg een inheemse vrouw zich noodgedwongen aan, vermoedt de kijker al meteen toekomstige amoureuze ontwikkelingen met Murphy, en moeten ze met al dat gewicht over een gammele hangbrug én over een wilde rivier zien te geraken. En dan natuurlijk nog onderlinge conflicten.

Alle genreclichés ten spijt draagt Ethan Hawke met zijn sterke spel ook het gewicht van de film. Begin dit jaar schitterde hij scherp van geest en woord, maar ook onberekenbaar in Blue Moon als de invloedrijke songwriter Lorenz Hart. In The Weight overtuigt hij als kwetsbare, vastberaden en nuchtere vader. In een interview noemde Hawke de zware opnamen in de Beierse bossen een van de moeilijkste zomers van zijn leven.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

The Red Hangar

The Red Hangar – Gewetensnood
Deze politieke thriller is met zijn 81 minuten precies lang genoeg om het verhaal van een man in gewetensnood te vertellen. Op 11 september 1973, tijdens de staatsgreep in Chili, krijgt luchtmachtkapitein Jorge Silva (Nicolás Zárate) het bevel om de luchtvaartacademie waar hij de scepter zwaait in te richten als detentie- en martelcentrum. Het wordt snel gevuld met aanhangers van de gevallen president Allende.

Silva, in militaire kringen beroemd als parachutespringer, verijdelde ooit een moordaanslag op Allende. Zijn vroegere rivaal, kolonel Jahn, krijgt steeds meer macht en dwingt Silva om te beginnen enkele “communisten” scherp te ondervragen. Om zelf niet als slachtoffer in zijn hangar te verdwijnen, kiest hij (voorlopig?) voor militaire gehoorzaamheid. Om hem heen, maar buiten beeld, worden mensen gemarteld en geëxecuteerd, ook collega’s. Silva probeert contact met zijn vrouw Rosa te krijgen. Die werkt als geschiedenislerares, dus is potentieel slachtoffer van de rechtse coupplegers.

Regisseur Juan Pablo Sallato, die eerder documentaires en series maakte, bouwt in zijn eerste speelfilm de spanning langzaam op. Functioneel geschoten in zwart-wit, volgt de camera steeds weer de gang van Silva waarbij de achtergrond vervaagt. Je vraagt je af wat er allemaal in hem om gaat. In close-ups van zijn gezicht vertrekt hij geen spier. In zijn ogen groeit vertwijfeling en wanhoop.

The Red Hangar is geïnspireerd op het boek Disparen a la bandada van Fernando Villagrán, die zelf in het detentiecentrum werd vastgehouden. De echte Jorge Silva werkte mee aan het scenario. Hij overleed in 2024, twee maanden voor de opnamen begonnen. De film werd in drie weken gedraaid in het Argentijnse Mendoza, nadat de Chileense luchtmacht weigerde om de beruchte academie te laten gebruiken.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

9 oktober 2026

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2025 – Deel 4: De krochten van Amerika

LIFF 2025 – Deel 4:
De krochten van Amerika

door Tim Bouwhuis

De culturele en politieke uitwassen van de verdeelde Verenigde Staten zijn de voorbije jaren een bovengemiddeld dankbaar onderwerp voor filmmakers. Mainstream releases als Civil War en One Battle After Another zetten een duidelijke toon en ook op LIFF 2025 laat het tijdperk-Trump sporen na. Het is logisch te denken dat we voor een diepere duik aangewezen zijn op de vooraanstaande American Indie Competitie, al jaren een blikvanger op het festival. Toch halen we onze inspiratie voor dit vierde verslag juist uit de selectie Bonkers!.

In de American Indie Competitie van dit jaar draaien met het eerder besproken Omaha, het terloopse vaderschapsdrama Mad Bills to Pay (or Destiny, dile que no soy malo) en het scherpzinnige Lurker (een eigentijdse update van Almost Famous) meerdere films die iets te zeggen hebben over de sociaal-culturele staat van Amerika. Tegelijk wordt vooral het medialandschap zodanig door waanzin geregeerd dat we een luchtig ingestoken sectie als Bonkers! (‘what’s in a name’) eigenlijk bloedserieus mogen nemen.

Waar de energieke ‘beeldschermenfilm’ LifeHack (een potpourri van Discordchats en zoekopdrachten) de krochten van het internet verkent, bewegen losgeslagen types zich in The Python Hunt door de krochten van een uitgestrekt moeras. Beide Bonkers!-titels vertellen een verhaal dat op het eerste oog te bizar is om waar te zijn. Toch komen juist deze films dichtbij een diagnose van het hedendaagse Amerika.

 

LifeHack

LifeHack – Slapend rijk(?)
In een wereld die steeds sterker gedomineerd wordt door virtuele communicatievormen zijn films die van scherm naar scherm hoppen (Profile, Searching, Missing) al even geen nieuwigheid meer. De vier vrienden die centraal staan in de eigentijdse heistthriller LifeHack zitten haast van begin tot eind achter een toetsenbord in hun slaapkamer, en als ze zich wel verplaatsen (of hebben verplaatst) dan zijn daar beeldopnames van – die de vrienden vervolgens weer op hun eigen monitors afspelen.

Bij het voorstellen van LifeHack in Leiden geeft debuterend regisseur Ronan Corrigan grif toe waar de inspiratie voor zijn beeldschermenfilm vandaan komt. Toen hij de leeftijd van de hoofdpersonen (hoofdrolspeler Georgie Farmer is momenteel drieëntwintig) had, was hij zelf een betrekkelijke schermjunkie, die meer tijd dan nodig spendeerde aan het verkennen van donkere internethoekjes. Aan het begin van de film maken niet-ingewijde kijkers kennis met de term ‘scriptkiddie’. Dit is een hacker in spe die bestaande technieken en hulpmiddelen gebruikt om tot de computersystemen van andere mensen of bedrijven door te dringen.

Dollend op Discord sparren de cybervrienden in LifeHack over jolige hackerstrucks en manieren om slapend rijk te worden. In het echt hebben de vier elkaar nog nooit ontmoet, maar in de beschermende marge van hun slaapkamer brengen ze meer tijd samen door dan een gemiddeld gezin. Een onschuldig gedachte-experiment transformeert rap in een serieuze scam als de vrienden in het dossier van een welgestelde tech-entrepreneur duiken. Hoe moeilijk zou het eigenlijk zijn om de cryptoportemonnee van deze steenrijke figuur te hacken? De Instagrampagina van dochterlief biedt uitkomst: die dropt wel héél veel privacygevoelige informatie op haar socials.

Het is even vermakelijk als angstaanjagend om te zien in wat voor tempo de Discordvrienden toegang weten te krijgen tot de apparaten en privéaccounts van hun nietsvermoedende slachtoffer. Niet voor niets licht Corrigan achteraf toe dat het rondkrijgen van juridische afspraken een van de grootste uitdagingen was bij het maken van LifeHack; zo heet Gmail in de film Qmail en mag je als kijker zelf gissen aan welke miljonair het bedachte slachtoffer zich wellicht zou kunnen meten (beter dat dan een bestaand bedrijf hacken).

Als thriller overtuigt LifeHack lang niet op elk moment. Corrigan bouwt te veel (voorspelbare) wendingen in en rekt de geloofwaardigheid van de heist daarmee tot het uiterste. Anderzijds gaat de regisseur slim om met de duistere kanten van het hedendaagse rijkeluismilieu. De Discordvrienden dringen niet alleen door tot de portemonnee van hun slachtoffer, maar ook tot zijn donkerste geheimen.

Wie goed oplet tijdens de hack van Don Heards mailbox ziet de naam ‘Epstein’ voorbij flitsen. En een onschuldig ogend Instagramfilmpje van Don Heards dochter blijkt later ontnuchterend bewijs van een plaats delict. Zonder de nieuwskoppen over Epsteins eiland was LifeHack wellicht een vergezochte satire geweest. Nu rommelt Corrigan met zijn Gen Z-thriller in de vetlaagjes van de Amerikaanse onderbuik; een opslagplaats van mapjes waar weinigen het bestaan van kennen.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

The Python Hunt

The Python Hunt – Moordlustige slangensafari
In 1992 richtte de cycloon Andrew een ravage aan in de staat Florida. De impact van de natuurramp wordt in The Python Hunt aangehaald als waarschijnlijkste verklaring voor de alomtegenwoordigheid van pythons in de Everglades, een moerassig natuurgebied in het uiterste zuiden. Je zal maar net te maken hebben met een importeur die door toedoen van de ramp meer dan negenhonderd kronkelige wezens uit zijn veilige opslag ziet verdwijnen.

Anno nu zorgen de volgevreten pythons voor verregaande eco-overlast. De dieren eten veel en vaak en hebben daarmee de biodiversiteit in de Everglades aangetast. Reden genoeg voor de overheid om een rigoureus bestrijdingsplan te handhaven en burgers zelfs aan te moedigen op de slangen te jagen. Deze bizarre documentaire begint in aanloop naar een heuse ‘python hunting’-competitie, die eenmaal per jaar door de staat wordt georganiseerd en mensen van heinde en verre trekt. Ondergetekende ziet het met de wolf nog niet gebeuren.

Op de slangenjacht in de Everglades komen types af die in een geflipte Hollywoodkomedie niet zouden misstaan. De tweeëntachtigjarige Anne komt oorspronkelijk uit Tucson, Arizona maar is in Florida om haar droom in vervulling te brengen: het doorboren van een slangenkop met een ijspriem. Zelf jagen wordt op haar leeftijd lastig, en dus omarmt ze de hulp van andere fanatici. Tussendoor werkt ze in haar motel de ene na de andere gin tonic weg. Een andere pythonjager manoeuvreert zich op zijn slippers door het moeraswater. De zoektocht motiveert hem omdat het zo’n gevaarlijke bezigheid is. De adrenalinekick helpt hem om van de drugs af te blijven.

The Python Hunt toont een verontrustende Amerikaanse mentaliteit. Wat niet in een bepaald gebied thuishoort, moet opgespoord en vernietigd worden. Schokkend is niet zozeer de impuls om op de pythons te jagen – het hoofdargument daarvoor heeft zelfs ethische draagkracht – maar de manier waarop dat gebeurt. De documentaire biedt geen aanleiding om te geloven dat het sadisme van de stokoude Anne in scène is gezet. Een tafereel waarbij enthousiaste buurtbewoners touwtrekken (ja, letterlijk) met de ingewanden van een gevilde python doet de wenkbrauwen al helemaal fronsen.

Is het moreel verantwoord om te lachen om deze kolderiek aandoende toestanden? Comfortabel voelt dat zeker niet, maar de toestanden die regisseur Xander Robin vastlegt zijn zodanig absurd dat je je ongeloof als kijker érgens kwijtmoet. De kracht van The Python Hunt zit hem niet per se in de opzet, inhoudelijke kadering en montage van de documentaire: die is net te fragmentarisch, en had gedijt bij een scherpere bestudering van de bredere context en van een aantal sleutelfiguren. De kracht zit hem in de ontregelende weergave van de primitieve pythonjacht en het besef dat daarbij hoort. Ook dít is Amerika.

 

17 oktober 2024

 


MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2025 – Deel 3: Het verliezen van je kind

LIFF 2025 – Deel 3:
Het verliezen van je kind

door Tim Bouwhuis

Wie elk jaar trouw het filmfestivalcircuit doorkruist, kan zich aanwennen om trends af te zetten tegen meer universele thema’s. Films over familiebanden zijn van alle tijden en hebben een niet aflatende aantrekkingskracht. Tegelijk kan het zwaar op het gemoed vallen om er al te veel te kijken. Ook op LIFF 2025 gaat het verlangen naar een harmonieus samenzijn telkens weer gepaard met situaties van angst en verlies.

De angst om je kind(eren) te verliezen, kan voor een liefhebbende ouder groter zijn dan de angst voor de ondergang van de wereld. De apocalyps (ook twee jaar terug al een thema op LIFF) is dreigend, maar niet altijd even tastbaar. De vrees voor het verlies van je meest dierbare komt dan een stuk dichterbij, zeker als je als filmmaker of kijker ook kinderen hebt. Omaha, L’Intérêt d’Adam en Hallow Road zijn ondergebracht in verschillende secties van deze festivaleditie, maar hebben hetzelfde kernthema gemeen.

 

Omaha

Omaha – Reizen tussen hoop en verdriet
Het aangrijpende Omaha werd in Leiden voorgesteld door een debuterend regisseur die in de eerste plaats al zo’n twintig jaar vader is. De sympathieke Cole Webley deelde dit stukje persoonlijke achtergrond pas tijdens de Q & A, maar als aandachtige kijker kun je als het goed is ook zonder: Webleys tactvolle regie van de twee kinderen in de film (negen en zes jaar oud) verraadt veel.

In nog geen negentig minuten verbeeldt Omaha het verhaal van een vader die na het verlies van zijn vrouw een roadtrip met zijn kinderen plant. Snel wordt duidelijk dat het idee niet uit weelde is geboren. Bij het verlaten van hun huis in Utah (de staat waar Webley vandaan komt) komt een begripvolle, maar gezagsgetrouwe agente de navolging van een uitzettingsbevel controleren. Dochter Ella (een verbluffende rol van kindactrice Molly Belle Wright) helpt haar vader de auto op gang te krijgen, want die start niet meer uit zichzelf.

De ogen van John Magaro (bekend van Past Lives) staan droevig. Hij is praktisch en financieel niet meer in staat om voor zijn kinderen te zorgen, maar het verscheurt zijn hart om hen daarover te moeten inlichten. Liever gunt hij Ella en Charlie een reis vol plezier en goede herinneringen, ook als dat betekent dat hij zijn laatste zakcenten moet uitgeven aan een vlieger. Een vriendelijke vrouw vertelt Ella bij een benzinestation over een dierentuin in Omaha, de stad waar de drie naartoe trekken. Even daarvoor heeft vader de hond van het gezin bij een dierenarts moeten achterlaten.

Verdriet – niet alleen over het verlies van moeder en hond, maar ook over een naderend noodlot – gaat hand in hand met een laatste beetje hoop. Dat er iets vervelends staat te gebeuren, voelt de pientere Ella al beter aan dan haar ontwapenend naïeve broertje. Toch beleven de drie bloedverwanten in die krakkemikkige auto de tijd van hun leven. De prachtige beelden van het uitgestrekte Amerikaanse landschap worden bedekt door een deken van zonlicht.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

L'Intérêt d'Adam

L’Intérêt d’Adam – Begrip voor de moederrol
In de tweede langspeler van de Brusselse Laura Wandel (Playground) is het niet een vader, maar een moeder die voor het grootst denkbare verlies vreest. L’Intérêt d’Adam speelt zich bijna volledig af in de beklemmende gangen en ruimtes van een ziekenhuis, waar verpleegkundige Lucy (Léa Drucker) zorgt draagt voor een ondervoed jongetje. Lucy probeert de slechts vierjarige Adam van zijn sondevoeding af te helpen, maar moeder Rebecca (de productieve Frans-Roemeense actrice Anamaria Vartolomei) ziet dat die overgang haar kind moeilijk afgaat. Haar aanwezigheid op de afdeling zorgt voor spanning, mede omdat Rebecca van een rechter niet op elk moment aanwezig mag zijn.

Lucy ziet dat Rebecca’s grote bekommernis om de gezondheid van haar zoontje zijn herstel niet per se bespoedigt; zo besluit Adams moeder zonder overleg om haar kind te wassen (met hygiënische risico’s van dien) en gooit ze zijn vaste voedsel weg omdat dat leidde tot buikkrampen. Tegelijk kan de verpleegkundige het niet over haar hart verkrijgen Rebecca bij Adam weg te houden. Als Rebecca haar vraagt of ze zelf weet hoe het is om voor een kind te zorgen, antwoordt ze bevestigend.

Hoewel de dramatiek in L’Intérêt d’Adam uiterst tastbaar is, onderscheidt de film zich vooral door zijn stilistische benadering. Wandel had zich kunnen blindstaren op de compassie van Rebecca, maar kiest er in plaats daarvan voor om juist Lucy door de gangen van het ziekenhuis te volgen. De benauwende tracking shots, waarbij de camera haast in de nek van het personage rust, krijgen extra kracht door de op zichzelf al krappe locatie en de nerveuze pacing. In Playground, waarin we een kind volgen dat gepest wordt op school, ging Wandel precies zo te werk.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

Hallow Road

Hallow Road – Telefoontje met een twist
Waar het plotse einde van L’Intérêt d’Adam sommige kijkers tot wanhoop zal drijven, eindigt het curieuze Hallow Road juist een minuut te laat. In deze grotendeels uit telefoongesprekken opgebouwde thriller – denk The Guilty – wordt het leven van twee ouders op stelten gezet door een nachtelijke noodoproep van hun dochter. Met terugwerkende kracht is dat behapbare uitgangspunt waarschijnlijk het meest conventionele aspect van deze film, dat ontaardt in een trauma met sadistische logica.

In een staat van paniek en verwarring staat de jongvolwassen Alice (ingesproken door Megan McDonnell) in een dicht bos, ergens in het midden van niets. Mulholland Drive liep tenminste nog in de schaduw van de grootstad, Hallow Road is alleen een eenzame stip op de tomtom. Toch is het de plek waar Maddie en Frank (Matthew Rhys en Gone Girl-ster Rosamund Pike) in het holst van de nacht hun dochter op gaan pikken. Als ze horen van de toedracht breekt het angstzweet de twee uit: Alice bekent dat ze een botsing heeft veroorzaakt en dat het slachtoffer buiten bewustzijn is.

Terwijl vader en moederlief ruziën over de correcte afhandeling van de situatie (moeten ze de autoriteiten bellen of het ongeval verdoezelen?) neemt het verhaal een sinistere wending, waarbij Hallow Road door de bewuste timing van de nachtelijke trip (de nacht van Halloween) in een saus van folk-horror wordt gedoopt. De wending maakt de film zonder meer ontregelend en extra ongemakkelijk, maar komt de overtuigingskracht niet per se ten goede. Als drama wankelde Hallow Road al een beetje door het grotesk uitgespeelde geruzie tussen de twee ouders (Pike is wel uitstekend). Door vervolgens ook nog eens een horrorafslag in te slaan, nemen regisseur Babak Anvari (bekend van de psychologische thriller Under the Shadow) en zijn scenarist extra hooi op hun vork.

In zijn dramatische kern (twee ouders die alles overhebben voor hun dochter) raakt Hallow Road aan de materie waarmee Omaha en L’Intérêt d’Adam ontroeren. Helaas stapelt de thriller de ontwrichtende ontwikkelingen zo snel op dat je als kijker drukker bent met puzzelen dan met het blootleggen van die diepere laag. Een sterk mysterie had dat kunnen rechtvaardigen, maar Hallow Road eindigt met een lullige slotscène die de gespannen aanloop behoorlijk doodslaat. Een overweldigend trauma in het midden van niets, op een schimmige kruising in een dichtbegroeid bos. Ongetwijfeld had wijlen David Lynch beter raad geweten.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

15 oktober 2024

 


MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2025 – Deel 2: Angst voor een naderend einde

LIFF 2025 – Deel 2:
Angst voor een naderend einde

door Cor Oliemeulen

Twee films op het LIFF 2025 onderzoeken hoe mensen omgaan met de dreigende ondergang van de wereld. Peak Everything combineert de angst voor de gevolgen van de ecologische crisis met melancholische romantiek, terwijl de psychologische horror-roadmovie It Ends de existentiële twijfel pas echt voelbaar maakt.

 

Peak Everything

Peak Everything – Liefde in de tijd van ecologische crisis
Bij het kijken van Peak Everything dringt al snel de vergelijking op met Her (2013). Beide romantische drama’s draaien om eenzame mannen die via technologie onverwachte liefde vinden. Waar Spike Jonze’s Her de blik richt op de relatie tussen mens en kunstmatige intelligentie in een hypertechnologische toekomst, richt Peak Everything van de Canadese filmmaakster Anne Émond zich op menselijke nabijheid in een wereld die zucht onder ecologische en existentiële druk.

Adam (Patrick Hivon) is de zachtaardige en kwetsbare eigenaar van een hondenkennel, maar zijn omgang met mensen verloopt moeizaam door zijn depressie. Adam heeft angst voor de klimaatcrisis en het einde van de wereld, zoals wij die nu kennen. Hij probeert fit te blijven, doet aan meditatie en heeft een pyramidelamp voor lichttherapie. Als het ding sneuvelt, neemt hij contact op met de telefooncentrale van het bewuste bedrijf en krijgt hij Tina (Piper Perabo) aan de lijn. Haar stem, haar betrokkenheid en haar begrip hebben dezelfde invloed op Adam als de (computer)stem van Samantha op Theodore in Her. Eindelijk een vrouw die hem begrijpt en hem lijkt te mogen voor wie hij is. Als Adam op een dag geen contact meer met Tina kan krijgen, stapt hij in de auto en gaat op zoek naar haar. Dan blijkt dat het ‘echte leven’ er anders uitziet dan intieme gesprekjes via de telefoon.

Peak Everything (Franse titel: Amour Apocalypse) is een ambitieuze film. Het koppelen van serieuze thema’s als de klimaatcrisis, mentale gezondheid en eenzaamheid aan een lichtvoetige romkom zie je zelden. Wat meteen te binnen schiet, is Silver Lining Playbooks (2012), maar ook daar is het afwisselen van zwaarmoedige momenten met humor en romantiek soms een uitdaging. Toch slaagt ook Peak Everything erin deze balans te behouden, wat duidelijk wordt als Adam weer contact krijgt met Tina en hun gesprekken hem hoop en menselijke nabijheid bieden.

Echter Tina blijkt getrouwd en heeft twee dochtertjes, van wie er een in haar arm snijdt omdat ook zij bang is voor het eind van de wereld, zo vertrouwt het meisje Adam toe. Tina probeert een knoop door te hakken en zegt tegen Adam: “Je bent te verdrietig voor ons.” Adam vertrekt met pijn in zijn hart en wacht op wat komen gaat. We kunnen alleen maar hopen dat hij niet in paniek raakt op het moment dat een naderende storm zijn kennel treft, en dat hij leert omgaan met de storm in zijn hoofd.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht). 

 

It Ends

It Ends – Existentiële horror op de eindeloze weg
Waar Peak Everything laat zien dat zowel de planeet als de menselijke emotie hun grenzen bereiken, confronteert It Ends zijn personages met een eindeloze weg vol existentiële onzekerheid.

Vier zojuist afgestudeerde jongeren in een auto willen een hapje gaan eten, maar raken zo met elkaar aan de praat dat ze de afslag hebben gemist. Maar was er wel een afslag? Ze rijden door, want misschien volgt er nog een afslag. Maar nee, de weg waarop ze rijden, is eindeloos. Ze zetten de auto aan de kant en kijken rond. Plots wat tumult en geschreeuw. Een groepje opgefokte mensen rent richting de jongeren, die angstig in hun auto springen en wegrijden. Waren het zombies? Ze leken vastberaden, maar ook angstig, en een van de jongens heeft flinke krassen op zijn arm.

De vier zijn in een nachtmerrie beland. Ze blijven rijden – nacht wordt dag, dag weer nacht – maar het einde van de weg komt niet in zicht. De geluidsband jaagt zo nu en dan de kijker de stuipen op het lijf, zeker nadat de jongeren weer eens uitstappen en steeds na zo’n anderhalve minuut door aanstormende mensen uit de bossen worden belaagd. En zo gaat de autorit maar door: duizenden en duizenden kilometers. De benzinetank raakt niet leeg, en de inzittenden hebben nooit honger en dorst.

De jongeren vragen zich af wat er aan de hand is. Zitten ze in een wormgat? Is dit de hel, een straf van God, omdat een van hen iets slechts heeft gedaan? En zo krijgt de horror langzaam een existentieel karakter. De dreiging komt niet van een monster of van een moordenaar, maar door angst, onzekerheid en keuzes. In It Ends zijn het de worstelingen van de huidige Generatie Z, waarmee ook de doelgroep van de film wordt aangesproken.

Generatie Z is de jongste volwassen generatie, opgegroeid met internet, smartphones en sociale media, maar ook bewust van hedendaagse uitdagingen, zoals klimaatverandering en mentale gezondheid. De Amerikaanse regisseur Alexander Ullom is maar iets ouder dan zijn acteurs en legt met een al even jonge generatie filmmakers de thema’s van de hedendaagse jonge volwassenen realistisch bloot. De eindeloze weg wordt een indringende metafoor voor de onzekerheid over het bestaan. De vraag is uiteindelijk wie zich neerlegt bij het onvermijdelijke, en wie blijft vechten tot het einde.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

14 oktober 2025

 


MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2025 – Deel 1: Vaders en zonen

LIFF 2025 – Deel 1:
Vaders en zonen

door Cor Oliemeulen

De banden tussen vaders en zonen zijn soms gespannen, maar vaak betekenisvol. In dit eerste deel van ons verslag van het Leiden International Film Festival (LIFF) 2025 zien we hoe die relatie zich op drie manieren ontvouwt. Van een tiener die voor zijn zieke Mexicaanse vader moet zorgen, via twee Nigeriaanse jongens die hun vader nauwelijks kennen, tot een eenzame tennisleraar die op een Spaans eiland onverwacht een jongen onder zijn hoede krijgt. 

 

Olmo

Olmo – Dude, Where’s My Stereo?
Kleine scènes, grote emoties. Zo laten de films van Fernando Eimbcke zich kort samenvatten. In twee decennia maakte de Mexicaanse regisseur slechts vier speelfilms, die allemaal gaan over opgroeien en gezinsdynamiek. “We kunnen veertig of vijftig jaar oud zijn, maar we keren steeds terug naar dat moment in de kindertijd, naar die adolescentie waarin we ons vormden, fouten maakten en veel twijfels hadden, maar ook ontdekkingen en successen”, vertelde hij na het verschijnen van zijn vorige film, Club Sandwich (2013). Hierin verliest een moeder het contact met haar 14-jarige zoon die alleen aandacht heeft voor zijn vakantieliefde.

In Olmo volgen we de gelijknamige puberjongen (Aivan Uttapa) van een Mexicaans-Amerikaans gezin. Op een dag moet hij geheel tegen zijn zin in zijn eentje zorgen voor zijn bedlegerige vader, die lijdt aan multiple sclerose. Liever gaat Olmo met zijn beste vriend Miguel naar een feest van zijn aantrekkelijke buurmeisje, maar dan moet hij wel het stereoapparaat (van zijn ouders) meebrengen. De worsteling tussen de verlangens van een tiener en de verantwoordelijkheid voor zijn familie is geloofwaardig.

De nostalgie voor de late jaren 70 – zonder mobiele telefoons of moderne technologie – schept een sfeer waarin alledaagse dingen, zoals de stereo, maar ook kleding en auto’s, meer betekenis krijgen. De film kent een traag tempo en een minimalistische stijl, met een statische camera die dicht bij de personages blijft. Zo ligt de focus voortdurend op kleine, menselijke details: een blik, een aanraking, een handeling, een glimlach.

Fernando Eimbcke vindt met Olmo een goede balans tussen ernst en humor. De film blijft licht, want de onderliggende thema’s als ziekte, familieverplichtingen en immigratie zijn al zwaar genoeg.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

My Father’s Shadow

My Father’s Shadow – Cultuur snuiven in onrustig Lagos
Waar een puberjongen als Olmo zijn zieke vader kan missen als kiespijn, hebben de twee zoontjes van acht en elf in My Father’s Shadow verdriet dat ze hun vader bijna nooit zien. Deze Folarin (Sopé Dìrísù) is in tegenstelling tot hun moeder ongeschoold en moet naar de grote stad Lagos voor werk. Maar er is een politieke en economische crisis in Nigeria en Folarin heeft nog een half jaar salaris tegoed. Er zit niks anders op dan met zijn zoontjes naar Lagos te gaan om het geld te innen.

My Father’s Shadow, het speelfilmdebuut van Akinola Davis, is de eerste Nigeriaanse (deels Engelse) productie die werd geselecteerd voor de officiële competitie van het Filmfestival van Cannes. Op weg naar Lagos zijn er momenten van visuele poëzie – shots van de natuur, insecten, wind – gecombineerd met korte scènes waarin realiteit en herinnering in elkaar overvloeien. Langzaam ontstaat er voor de twee zoontjes ruimte voor gesprekjes met hun vader, een fatsoenlijke, emotionele man, die zich kwetsbaar toont over zijn leven en over de maatschappij, maar tegelijk een schijn ophoudt. Daarnaast geeft de film een sfeerbeeld van het leven in de grote Afrikaanse metropool door de ogen van de jongens. Close-ups van gezichten, grote drukte, brandstofschaarste en vooral veel militairen op straat. De spanning rond de Nigeriaanse presidentsverkiezing wordt langzaam voelbaar.

De film, die vooral opvalt vanwege de bijzondere beeldvoering en de suggestieve montage, speelt zich af op één dag (12 juni 1993). Terwijl mannen in een vol café wachten op de verkiezingsuitslag, volgen de zoontjes de politieke discussies over hoop en vrees voor de terugkeer van het militaire gezag. Uiteindelijk neemt de dreiging steeds meer toe. Plots beïnvloedt een beslissing van de overheid het lot van eenvoudige families, ook die van Folarin, die samen met zijn kroost het geweld probeert te ontvluchten.

“Ik zie je in mijn dromen”, klinkt een jongensstem als een leidmotief door de film heen. Het roept de vraag op of vaders en zonen ooit echt aan elkaar kunnen ontsnappen – of dat de personages van My Father’s Shadow, net als hun land, voor altijd met elkaars schaduw verstrengeld blijven.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

Islands

Islands – Eenling wordt vaderfiguur
Islands van de Duitse regisseur Jan-Ole Gerster wordt aangekondigd als een psychologische thriller, maar veel meer is zijn jongste film een drama over een eenling die de zin en de uitdaging van het leven heeft verloren. Hij is een ex-tennisprof die nu lesgeeft aan vakantiegangers in een all-inclusive resort op het Spaanse eiland Fuerteventura.

De openingsscène toont al direct hoe deze Tom (Sam Riley, die nog teert op zijn glansrol in Anton Corbijns Control uit 2007) de neiging heeft om zich te isoleren. Met een kater wordt hij wakker in het zand van een grote, open vlakte. Hij sjokt naar zijn jeep, want hij moet weer tennisles geven. Grote kans dat hij vanavond weer in de kroeg en in het bed van een wildvreemde vrouw belandt. Toch lijkt Tom een heel schappelijke vent, die zijn leven leeft als een oneindige vakantie.

Zijn dagelijkse routine verandert met de komst van Anne (Stacy Martin) en Dave (Jack Farthing) die hun 7-jarig zoontje Anton aanmelden voor privé-tennisles. Tom raakt gecharmeerd van Anne, en voordat hij het weet, trekt hij op met het gezinnetje en raakt hij betrokken bij het persoonlijke drama van het koppel. Nadat Tom en Dave ’s avonds een kroeg induiken, komt laatstgenoemde niet thuis. Later wordt een zwerver die Dave’s schoenen draagt, aangehouden. En terwijl Anne zich vreemd gaat gedragen, ontfermt Tom zich over Anton.

Islands draait vooral om de interactie tussen de volwassen hoofdpersonages. Gesteund door de mooie cinematografie die het gevoel van isolatie versterkt, maakt Jan-Ole Gerster invoelbaar dat ze alle drie op hun eigen eiland leven, vervreemd van hun dromen en van elkaar. Drank, vluchtige relaties of vakantie werken slechts als een kortdurend escapisme. Ondanks dat de verdwijning van Dave een gevoel van spanning en mysterie oplevert, roept de regisseur uiteindelijk meer vragen op dan hij beantwoordt.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

10 oktober 2025

 


MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2024 – Deel 2: Maffe thrillers

LIFF 2024 – Deel 2:
Maffe thrillers

door Cor Oliemeulen

De bioscopen worden al jaren overspoeld met thrillers die verdacht veel op elkaar lijken. Gelukkig weten filmmakers een spannend plot steeds vaker te combineren met een maffe ondertoon. Hiervan draaien op het LIFF drie in het oog springende debuutfilms.

 

Sew Torn

Sew Torn – Toveren met naald en garen
‘Home of the talking portraits’ heet het winkeltje in het huis van Barbara (Eve Connoly). Overal hangen geborduurde kussentjes met touwtjes. Als je aan zo’n touwtje trekt, hoor je iemand die iets zegt of een liedje zingt. Barbara is een naaister tegen wil en dank na het overlijden van haar moeder. Ze heeft nauwelijks klandizie en staat op het punt om het winkeltje te sluiten. Eerst krijgt ze nog een telefoontje van een vrouw die een knoop aan haar trouwjurk mist. Barbara pakt haar naaikoffertje en tuft in haar Fiatje naar het huis van de vrouw.

Onderweg ziet ze dat er een ongeluk is gebeurd. Er liggen twee serieus gewonde mannen op de weg. Ze ziet bloed, handboeien, twee pistolen, wit poeder en een koffer met geld. ‘Choices, choices, choices’, horen we Barbara zeggen. Terwijl de mannen onbeweeglijk toekijken, opent Barbara haar naaikoffertje en gaat aan de slag met naalden en draden. Een paar minuten later stapt ze met de koffer met geld in haar autootje, waarmee ze haar ingenieuze web van draden in werking zet. Het ene pistool glijdt naar de ene man, het andere pistool naar de andere man, en precies tegelijk schieten ze op elkaar.

Deze creatieve scène is slechts de opmaat van nog veel meer spitsvondigheid die Barbara zal tentoonspreiden in Sew Torn van de Amerikaanse debutant Freddy Macdonald, die het script samen met zijn vader schreef. De film bestaat uit drie scenario’s met drie keuzes die Barbara kan maken als ze het ongeluk en de koffer met geld ziet.

De bijna desolate, kneuterige omgeving in de Zwitserse Alpen is sfeervol in beeld gebracht door Sebastian Klinger, vooral Barbara’s ritjes over een prachtige brug midden in de natuur. Ook de personages passen goed in deze ambiance. Van de gewelddadige maffiabaas en zijn bangige zoon tot en met de oude politievrouw annex trouwambtenaar en de naïeve dorpelingen.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

The Last Stop in Yuma County

The Last Stop in Yuma County – Neo-western met een twist
Minder origineel, maar al even amusant is The Last Stop in Yuma County van de volgende Amerikaanse speelfilmdebutant, Francis Galluppi. Hij schreef en regisseerde een misdaadverhaal dat zich afspeelt in de jaren 70 en is beïnvloed door de Coen-broers, Quentin Tarantino en Sam Peckinpah. Galluppi maakt dankbaar gebruik van de droogkomische, bipolaire uitstraling van Jim Cummings (vier jaar geleden op het LIFF te zien met en in The Wolf of Snow Hollow). Cummings speelt een vertegenwoordiger van keukenmessen die op een weg door de woestijn van Arizona arriveert bij een tankstation waar de benzine op is. De tankwagen zou onderweg zijn. Het is snikheet en hij besluit te wachten in het aangrenzende restaurant, waar de airco kapot is.

Op het moment dat iemand het liedje Crying van Roy Orbison op de jukebox aanzet, maken we kennis met alle personages die na loop van tijd het restaurant zijn binnengedruppeld. Het beeld is vertraagd en kondigt een onheilspellend vervolg aan. We zien de serveerster, de vertegenwoordiger van messen, een ouder stel, een man met een jeep waarin wel benzine zit, de eigenaar van het tankstation, een jong koppel dat is gefascineerd door Bonnie en Clyde én de twee mannen (een dommige krachtpatser en zijn slimmere, maar onberekenbare broer) die na een bankoverval op weg zijn naar Mexico. En jawel, we zitten in Amerika, dus bijna iedereen heeft een gun op zak.

Net als in Sew Torn mag je ook nu concluderen dat hebzucht de bron van veel ellende is. Hier is het aan de messenvertegenwoordiger om een keuze te maken. Vervolgens staat een sullige politieagent met een baby op de arm voor de onmogelijke taak om de meest ingewikkelde misdaad uit zijn carrière op te lossen.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

Tummy Monster

Tummy Monster – Alles voor een selfie
Stel je voor. Je bent een tattoo-artiest die in zijn zaak in Glasgow moet wonen omdat je vriendin je uit huis heeft gezet. Rond middernacht meldt zich een beroemde popster die een tatoeage wil. Je maakt een van je beste kunstwerken en vraagt na afloop een selfie. Maar de popster is een tikkeltje verwaand en weigert dit. Jij blijft aandringen, omdat je met een selfie met een beroemdheid vooral indruk op je vriendin wilt maken. Vervolgens ontstaat een psychologisch machtsspel tussen de popster Tummy (Orlando Norman) en de tatoeëerder Tales (Lorn Macdonald), waaraan geen einde lijkt te komen.

De Schots-Ierse filmmaker Ciaran Lyons scheept de kijker op met het mantra ‘Rub your tummy, or I’ll think you’re an asshole’. Tales moet tegelijkertijd tot in den treure over zijn buik wrijven om alsnog kans te maken op een selfie. Dat werkt niet alleen op de zenuwen van Tales, maar waarschijnlijk ook op die van de gemiddelde kijker.

De verdienste van Tummy Monster is de claustrofobische atmosfeer in de tattooshop, waar de hele film zich afspeelt. Half gehuld in duisternis met scherpe blauwe en rode neonverlichting en soms vreemde camerahoeken. In al die uren die verstrijken, ondergaat met name het personage van Tales een geloofwaardige karakterontwikkeling. Frustratie, humor, angst, wanhoop en ingehouden woede wisselen elkaar af. En ook in deze thriller moet het hoofdpersonage uiteindelijk een drastische keuze maken: blijven toegeven aan manipulatie en vernedering of het afzien van het maken van zijn felbegeerde selfie.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

14 oktober 2024

 

Deel 1: Vrouwelijke worstelingen

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2024 – Deel 1: Vrouwelijke worstelingen

LIFF 2024 – Deel 1: 
Vrouwelijke worstelingen

door Cor Oliemeulen

We openen ons verslag van het Leiden International Film Festival 2024 met drie geslaagde drama’s over vrouwelijke worstelingen. Een kunststudente in IJsland krijgt geen kans om te rouwen, een vrouw in Spanje wordt gedwongen om te herinneren en twee tienermeisjes in Litouwen willen model worden om de uitzichtloosheid te ontvluchten.

 

When the Light Breaks

When the Light Breaks – Als je jouw verdriet niet kunt tonen
De kunststudenten Una (Elín Hall) en Diddi (Baldur Einarsson) hebben in het geheim afgesproken op de rotsachtige kust van IJsland. Ze zijn gek op elkaar, maar Diddi heeft al een relatie met Klara (Katla Njálsdóttir). Diddi belooft Una dat hij het morgen met Klara zal uitmaken. In een auto op weg naar Klara raakt Diddi betrokken bij een groot verkeersongeluk in een tunnel waarbij een enorme explosie ontstaat.

In IJsland hangen de vlaggen halfstok. Op de universiteit lopen veel huilende studenten rond. Het lot van Diddi is nog niet bekend. Una leeft tussen hoop en vrees. Totdat het verlossende woord komt: Diddi heeft het niet overleefd. Omdat haar prille liefdesrelatie met het slachtoffer geheim was, durft Una haar verdriet niet in gezelschap te tonen. Gevoelens en emoties worden nog ingewikkelder als Klara zich meldt, en troost zoekt bij Una.

Regisseur Rúnar Rúnarsson maakt graag menselijke drama’s tegen de achtergrond van de stilte en ruwe schoonheid van het IJslandse landschap, zoals in Volcano (2011) en Echo (2019). When the Light Breaks (IJslandse titel: Ljósbrot) onderzoekt Una’s plaats in de dynamiek van een groepje jongvolwassenen. Van het afscheid van Diddi in een opvallende kerk tot en met een feestje ter nagedachtenis aan hun populaire vriend. Symbolisch vallen de spiegelingen van Una en Klara in een raam samen tot één persoon.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht). 

 

Glimmers

Glimmers – Schoonheid zit in blikken en stiltes
Ook in Glimmers (Spaanse titel: Los destellos) gaat het om een onverwachte confrontatie die veel gevoelens losmaakt. Madalen (Marina Guerola) vertelt haar moeder Isabel (Patricia López Arnaiz) dat haar vader Ramón (Antonio de la Torre) terminaal ziek is. Haar ouders zijn 15 jaar geleden gescheiden en Isabel heeft al die tijd geen contact met Ramón gehad. Madalen studeert in Valencia en zorgt in de weekends voor haar vader. Nu vraagt ze of haar moeder een paar keer per week naar hem wil gaan.

Het rustige drama van Pilar Polomero biedt ruimte voor diepgaande overpeinzingen. Vroeger hadden ze het goed met z’n drieën. Het is gissen waarom ze destijds uit elkaar zijn gegaan. Nu is er een grote afstand. Isabels eerste bezoekjes in het huis van Ramón zijn korte gesprekjes achter gesloten deuren. Een tijdje later zien ze elkaar, maar kijken ze elkaar nauwelijks aan. Isabel ziet foto’s en voorwerpen, die herinneringen oproepen.

Isabel ziet lijdzaam toe hoe Ramón van wie ze ooit hield, langzaam sterft. Met de twee mooie hoofdrollen van Antonio de la Torre en Patricia López Arnaiz ligt de weg wijd open voor een subtiel humanistisch drama. De schoonheid van de film zit hem in de kunst van het afstand houden en in de blikken en de stiltes.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

Toxic

Toxic – Authentiek tot op het bot
De schoonheid van het Litouwse drama Toxic zit hem vooral in het verval. Omzoomd door fabrieken en autowegen ontwaren we een kleine gemeenschap met kleine, aftandse huisjes die zo lijken weggeplukt uit de favela’s van Rio de Janeiro. Hier schijnt nauwelijks de zon, maar begeven de bewoners zich door de modder tussen vervallen gebouwen vol graffiti, autowrakken en openbare toiletruimtes. Met regelmatig lange shots op afstand volgt filmmaakster Saule Bliuvaite twee tienermeisjes die dromen om model te worden zodat ze hun ellendige leventje vaarwel kunnen zeggen.

Het is schoolvakantie en Marija (Vesta Matulyte) en Kristina (Ieva Rupeikaite) sluiten zich aan bij een rij andere tienermeisjes voor een nieuwe modellenschool. De meeste meisjes zijn goedkoop gekleed, kauwen kauwgom, roken sigaretten, dragen piercings en lijken bij voorbaat kansloos om een succesvol model te worden.

Marija is lang voor haar leeftijd en heeft grote ogen, maar ze sleept met een been, waardoor ze flink moet oefenen om als een model op de catwalk te lopen. Kristina blijkt net even te dik naar de smaak van de modellenschool en zal er alles aan doen om af te vallen. Thuis gooit ze haar eten stiekem door het raam en als haar vader wil dat ze haar bord leeg eet, steekt ze later een vinger in haar keel. Op het internet vindt ze een onorthodox middeltje om nog sneller de juiste buikomvang te krijgen. En dan moeten de meiden ook nog manieren zien te vinden om aan geld voor fotoshoots te komen.

Ondanks de deprimerende atmosfeer krijg je steeds meer empathie voor Marija en Kristina. Door hun vriendschap en onderlinge solidariteit in deze rauwe omgeving schijnt er zo nu en dan een glimp van menselijkheid door de uitzichtloosheid heen. Toxic voelt van begin tot eind authentiek tot op het bot. Alsof je naar het echte leven kijkt, met al zijn onvolkomenheden, tegenstrijdigheden en stille momenten van kwetsbaarheid.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

11 oktober 2024

 

Deel 2: Maffe thrillers

 


MEER FILMFESTIVAL