LIFF 2020 – Deel 4: Zoektocht naar liefde

LIFF 2020 – Deel 4 (slot):
De zoektocht naar liefde

door Suzan Groothuis

Ga er maar aan staan: een filmfestival organiseren, terwijl corona met een woeste tweede golf over ons land waart. Het Leiden International Film Festival (LIFF), dat zijn 14,5 editie (‘no half measures!’) vierde, deed het en bood een variatie van online en bioscoopprogramma. Om online toch het idee van een festival te hebben, waren er vaste tijden waarop de films te zien waren. Met als resultaat lekker films bingen vanaf de bank. In dit laatste deel aandacht voor de zoektocht naar liefde.

 

Rent-a-Pall-

Rent-a-Pal – Vriendschap met een gevaarlijk randje
Rent-a-Pal van regisseur Jon Stevenson maakt deel uit van het Bonkers!-programma. En wat kan je verwachten van een Bonkers!-film? Die zijn altijd een beetje “weird”. Zo ook Rent-a-Pal. We gaan terug naar de jaren 90, waar vrijgezel David zijn best doet om via een datingsite een match te vinden. Dat is een lastige opgave, want wie zit op David te wachten? Hij zorgt voor zijn demente moeder en woont beneden in haar kelder. Zijn videoboodschap is onhandig en klungelig ingesproken. David geeft de hoop al op, maar dan valt zijn oog ineens op een videoband met de titel Rent-a-pal. Maker Andy belooft ware vriendschap. De liefde vinden is misschien een stap te ver, maar een vriend kan David in zijn eenzame leven best gebruiken.

Vanaf dat moment krijgt de film een gevaarlijk randje. In eerste instantie neemt David de kletspraatjes van Andy niet zo serieus. Maar ieder mens heeft aandacht nodig en Andy lijkt die toch op een of andere manier te geven. Al snel raakt David geobsedeerd en lijkt Andy vanuit de VHS tot leven te komen. Ondertussen gaat ook het echte leven door, en blijkt het datingbureau ineens de geschikte kandidaat voor David gevonden te hebben. Die is in tweestrijd: kiezen voor de echte liefde, of voor zijn nieuwe beste vriend?

Veel films van nu grijpen terug op de charme van VHS. Zoals de leukste film van afgelopen International Film Festival Rotterdam (IFFR), VHYes, een retrocomedy volledig geschoten op VHS. Rent-a-Pal verwijst licht naar Cronenbergs Videodrome, waarin een videoband werkelijkheid en hallucinaties door elkaar laat lopen. Ook in Rent-a-Pal word je als kijker in verwarring gebracht: is Andy ‘echt’, of gaat David met zijn eigen (grimmige) fantasie op de loop? Rent-a-Pal is aardig, maar stevent af op een voorspelbare en geforceerde afloop.

 

A l’Abordage

A l’Abordage + De l’or pour les chiens – Warme en kille vakantieliefde
De Franse films A l’Abordage en De l’or pour les chiens gaan over vakantieliefdes. In A l’Abordage besluit Félix zijn Alma achterna te reizen. Of het een goed idee is weet hij niet. Maar als je het niet probeert, is het sowieso kansloos. Samen met zijn goede vriend Chérif reist hij carpoolend naar het zuiden van Frankrijk. En alles loopt anders dan verwacht. In De l’or pour les chiens reist tiener Esther haar vakantieliefde achterna. Niet naar het zinderende zuiden, maar naar Parijs, waar haar komst niet welkom blijkt. Waar A l’Abordage een warme, losse sfeer ademt, is De l’or pour les chiens kil en afstandelijk.

A l’Abordage doet met zijn improviserende stijl denken aan films van Eric Rohmer of de Spaanse regisseur Jonás Trueba (La Reconquista). Een greep uit het echte leven, zonder te forceren. Het levert grappige, gênante en ontroerende momenten. En, zeker nu je zo aangewezen bent op zoveel mogelijk binnen blijven, de ongedwongen, vrije sfeer van een warme zomer.

De l’or pour les chiens

In De l’or pour les chiens voel je vanaf het begin een niet voorspoedige afloop. Esthers dromen vallen in Parijs, gevangen in nachtelijke, louche sferen, in duigen. We volgen haar op haar zoektocht naar bezinning. Die vindt ze tijdens haar onderkomen in een klooster, waar ze observeert en – uiteindelijk – levenslessen leert. De l’or pour les chiens doet dat in een traag tempo en met afstand tot de hoofdpersoon. Waardoor de film noch bindt, noch beklijft.

 

Dating Amber

Dating Amber – Schone schijn in Ierland
Van de Verenigde Staten en Frankrijk gaan we naar katholiek Ierland. Regisseur David Freyne brengt in Dating Amber twee buitenbeentjes samen. Amber is lesbisch en erkent dat voor zichzelf. Eddie is ontkennend homoseksueel. Terwijl hij opgejut wordt door zijn klasgenoten, bedenkt hij een plan. Namelijk Amber daten, voor de pretentie van een heteroseksuele relatie. Want homoseksueel zijn in het Ierland van de jaren 90 is geen pretje. Er gaat een rood kruis door in de les seksuele voorlichting. Dus dan maar de schone schijn ophouden, zeker met het vooruitzicht dat Eddie in het leger gaat.

Dating Amber begint wat conventioneel, maar krijgt gaandeweg meer diepgang en karakterontwikkeling. Dan weer humoristisch, dan weer snijdend en dan weer ontroerend volgen we het wel en wee van de twee, die zoeken naar het zichzelf kunnen en mogen zijn. Fijne, eigenwijze en gebalanceerde film met Pulp op de soundtrack, terwijl Oasis en Blur hun eindeloze Britpopstrijd voeren.

 

9 november 2020

 

LIFF 2020 – Deel 1
LIFF 2020 – Deel 2
LIFF 2020 – Deel 3

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2020 – Deel 3: Mafheid als leidraad

LIFF 2020 – Deel 3:
Mafheid als leidraad

door Bob van der Sterre

LIFF 2020 – Maffe films! Ze zijn zo zeldzaam tegenwoordig met al die brave arthousefilms en domme actiefilms. Op LIFF waren er toch een paar te zien. Drie producties die in mafheid tegen elkaar opbieden.

 

Why slugs have no legs

Bonkers – Acht absurde korte films

Life: film van vier seconden die zo snel voorbij was dat ik het gemist had.

Mime: Nederlandse film over uit de hand lopende ontgroening (door een mimespeler die letterlijk uit een andere wereld komt).

Where do they come from: Duitse film over een jongen die in een videotheek werkt, met een passie voor horror en gevoelens voor een meisje.

Tooth fairies: animatiefilm over een joch dat tanden uittrekt omdat hij een crush heeft op de tooth fairy.

Helena: Franse horrorfilm over een vrouw die op een verlaten strand van iemand af probeert te komen maar dat lukt alsmaar niet.

Do you like poetry: Braziliaanse film over een man die na het slikken van pillen de wereld leger ziet worden.

Peaking: Britse horror over een vrouw die audio opneemt en ineens iets vreemds hoort.

Why slugs have no legs: Zwitserse animatie over het leven van drie slakken in een insectenmensenwereld.

Live forever: Amerikaanse musicalparodie op slasherfilms

 

Leuke, gevarieerde filmsessie met veel fantasie en weinig verveling. Beste film hiervan, wat mij betreft: de Braziliaanse film Do you like poetry. Een grappige en mysterieuze film waarvan het absurde script geschreven had kunnen zijn door Charlie Kaufman. Precies goede lengte en genoeg inhoud voor een korte film.

De geestige Zwitserse animatie over slakken, Why slugs have no legs (zie foto) paste het beste bij het thema (Bonkers dus). Peak, de Britse audiohorror slaagt atmosferisch erg goed, en smaakt naar meer. De Nederlandse film Mime toont verrassend veel fantasie, iets wat ik toejuich.

De minste films: de ideeënloze Duitse film Where do they come from en de budget-Tarantino op zijn Frans, Helena.

Survival Skills

Survival Skills – Hoe gedraag ik mij als agent?
Oud-hoofdagent introduceert een video voor een cursus ‘Hoe gedraag ik mij als agent’. Jim die deze modelagent uitbeeldt, is een karikatuur. Een namaakagent. Hij is alleen bedoeld om de cursus op de tape uit te beelden. Hij past dus niet in de echte werkelijkheid van andere, professionele agenten die in de film figureren. En dat matcht natuurlijk niet. Jim is natuurlijk een rolmodel en geen echte agent. Bij een zaak van huiselijk geweld maakt hij daarom beloften die hij niet waar kan maken. Ondertussen loopt zijn al even karikaturale vrouw weg van hem. Jim begint zelf te twijfelen wat zijn levenslot is.

Fantasierijke bodem voor deze film. Een politiecursusvideo met karakters (acteurs) die niet thuishoren in de geschetste wereld. Een paar ideeën boeien. Zoals dat Jim steeds meer zijn eigen beslissingen neemt, wat de cursusleider probeert te verhinderen door de band telkens terug te spoelen. Heeft iets van de films van Quentin Dupieux, doet ook een beetje denken aan The Truman Show. Dat contrast is waar de film zijn kracht van moet hebben.

En gebruik van de VHS-band in een visuele hoofdrol. Weer een VHS-band! De VHS-band krijgt steeds meer hoofdrollen in films (zoals ook al in Rent-a-pal). Alle mogelijkheden worden er hier mee verkend, op pauze zetten, doorspoelen, terugspoelen. Bij naderend onheil komen er in Survival Skills-strepen in beeld, wordt het geluid beroerder. Beetje ‘Lynchiaans’!

Stijl en verhaal zitten elkaar hier wel in de weg. Het visuele idee is speels uitgevoerd maar volgens mij oogt het leuker dan dat het klopt. En dat merk je als kijker. Probleem 2: connectie krijgen met karikaturen (of ze nu opzettelijk zijn of niet) is erg moeilijk.

 

Effacer L'historique

Effacer L’historique – Worsteling met moderne communicatiemiddelen
Drie bevriende sukkels, twee vrouwen en een man, worstelen met moderne communicatiemiddelen. Een wordt gechanteerd door rampzalige sekstapes; een is verliefd op een droomvrouw in Mauritius; een krijgt altijd alleen maar eensterrenreviews als taxichauffeur. Ze worstelen verder met bots, websites, bestellingen online, kwijtgeraakte inlogcodes, klantenservices, verzin het maar. Door hun online domheid raken ze in de penarie in hun echte levens. Hun doel: het verwijderen van hun (online) geschiedenis. Dus ze moeten op zoek naar een server waar die geschiedenis te vinden is.

Je hebt niet zoveel nodig om een originele en zelfs enigszins filosofische film te maken, zoals Gustave Kervern en Benoit Delepine vaak bewijzen met hun in mijn ogen ondergewaardeerde films (Aaltra en Louise Michel). Een grappig script, satire, leuke acteurs en fantasie. Dan krijg je een heerlijk portret van goedgelovige technokneuzen, die alles eraan willen doen om hun geschiedenis te verwijderen.

Het eerste deel is het beste, als we zien hoe de kneuzen langzaam doordraaien door de moderne technologie, tot en met het bezoeken van een hacker (‘God’) in een windmolen (die alleen AI vreest). Ook mooie vondst: de rotonde waar ze afspreken om hun vicieuze cirkel van kneuzenellende te doorbreken.

De film is goed in zijn momenten, minder in het geheel. Soms erg geestig zoals een Indiaas callcenter dat tegen betaling op sterren zit te rammen. Of hoe de naïeve Marie (de erg grappig spelende Blanche Gardin) zich laat chanteren na een avond waarvan ze zich niets herinnert. Maar het tweede deel waarin ze gaan reizen, is iets minder, met niet zulke verrassende plots, en een iets te slordige stijl. Toch veel liever dit dan het zoveelste zouteloze maar betekenisvolle drama.

 

6 november 2020

 

LIFF 2020 – Deel 1
LIFF 2020 – Deel 2
LIFF 2020 – Deel 4

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2020 – Deel 2: Van alle genres wat

LIFF 2020 – Deel 2:
Van alle genres wat

door Bob van der Sterre

LIFF 2020 – Een festival waarbij je de grens van Leiden niet overgaat. Maar films blijven films – of je ze nu in de thuisbioscoop bekijkt of in de zaal. Tweede stuk met drie totaal uiteenlopende films.

 

Police

Police – Alibi voor saai melodrama
Police is een drama over drie agenten en hun problemen. Twee hebben (met elkaar) een affaire. De dame is er zwanger van geworden, wil abortus plegen, de man – ogenschijnlijk opgewekt – kampt met paniekaanvallen, de derde heeft ruzies thuis. Dit sombere trio wordt geronseld voor een routineklus: het naar het vliegveld vervoeren van een uitgeprocedeerde vluchteling. Hij moet terug naar Turkmenistan. Onderweg krijgen ze ruzie. Ze discussiëren over het vrijlaten van de man.

Problematische film! 1) Ongeloofwaardig verhaal. Deze drie mensen hebben niets met het vak agent te maken. Hun werk is een alibi voor een saai melodrama. 2) Matig uitgewerkte karakters die alleen maar ernstig doen. Een pak problemen meedragen is niet hetzelfde als een boeiende karakterschets. 3) De film wil zo overduidelijk maatschappijkritiek uitdragen, dat je twijfelt: was dit een jeugdfilm voor twaalfjarigen? 4) Het ergste misschien wel: wat een saaie film! Dit soort verhalen zijn al honderden keren bedacht.

Police bewijst opnieuw niet dat de Franse cinema niet is ingehaald door de tijd. Daar helpt de rol van Intouchables-ster Omar Sy ook niets tegen.

 

My Thoughts are Silent

My Thoughts are Silent – Geluiden van Oekraïense dieren
Van maatschappijkritisch drama snellen we naar een tragikomedie. Vadim is een jonge muzikant, creëert beats (‘trap’) en neemt geluiden op voor een internationaal gamebedrijf. Volgende opdracht: geluiden van echte Oekraïense dieren. Voor hem een carrièrekans. Voor die dieren keert Vadim terug naar zijn ouderlijk huis in de provincie. Met zijn moeder gaat hij op een roadtrip door het platteland. Geluiden opnemen. Zij zit intussen in een midlifecrisis. Ze ziet haar zoon nooit, heeft een Italiaanse minnaar die niet bestaat maar wel geld wil, zoekt een partner, et cetera. Alles gaat goed, op een geluid van een speciaal Oekraïens vogeltje na. Daarvoor moet hij nog dieper de provincie in. Tot een moeras aan toe.

Geslaagde film over een paar prettig gestoorde mensen in de Oekraïne. Sterk moeder-zoonverhaal. Tragikomisch script heeft een goed evenwicht (en boort extra lagen aan met subtiele symboliek). Acteurs (Iryna Verenych-Ostrovska en Andriy Lidagovskiy) hebben komische talenten. Hier en daar geslaagde cinematografie. Terwijl dit slechts een debuut was (van Antonio Lukich).

Het slot is denk ik het beste deel als we een paar hilarische portretten van Oekraïners zien (een Labellostift speelt daarbij een belangrijke rol). Met het talent is niets mis. Het jammerlijke is alleen dat het allemaal net iets te timide is. Het had wat scherper mogen zijn. Met meer flair in stijl zou de humor beter uit de verf komen.

 

Lapsis

Lapsis – Kabelen in het bos
En van tragikomedie steken we over naar sciencefiction. Ray heeft een broer die lijdt aan een mysterieuze ziekte genaamd omnia. Hij wil hem een speciale kuur laten ondergaan. Die kuur kost geld. Gelukkig kent hij Felix, een ietwat schimmig figuur. Die heeft nog wel een klusje voor hem: kabelen in een bos. Je hoeft er niets voor te kunnen. Kabels op een wagentje en routes lopen. ‘s Nachts slaap je in tenten in het bos. De kabelaars pluggen de kabels in metalen kubussen die her en der in het bos staan. Dat hoort bij de handel in het nieuwe superproduct ‘quantum’.

Ray leert diverse kabelaars kennen. Medekabelaars blijken hem niet te mogen. Later blijkt waarom: zijn alias ‘Lapsis Beeftech’ heeft een programma geschreven dat de vrijheden van deze kabelaars ernstig inperkt. Ray, die goed verdient met deze illegale pas, komt voor een lastige keuze te staan: helpt hij de kabelaars of kiest hij eieren voor zijn geld.

Het script is eerder op mensen gericht en sciencefiction heeft een amusante bijrol – zoals ik het zelf graag zie. De satire op de commercie achter een nieuw hosannaproduct is heel herkenbaar. Het gesjouw met de kabels in het bos is een grappig gegeven (wie zegt ons dat dit nooit zal gebeuren? je hebt immers ook mensen die denkbeeldige pokemons zoeken op straat). De acteurs geven deze sciencefiction de juiste menselijke sjeu mee. Ook opvallend: de film maakt slim gebruik van een laag budget.

Erg aardige film. Lijkt alsof er een indiegenre voor nabije, lichtvoetige sf aan het ontstaan is en ik ben daar alleen maar blij mee (ik denk bijvoorbeeld ook aan een film als Creative Control). Deze film van schrijver/regisseur/documentairemaker/zoon van actrice Debra Winger, Noah Hutton, is alvast een goede afgevaardigde voor dat genre.

 

5 november 2020

 

LIFF 2020 – Deel 1
LIFF 2020 – Deel 3
LIFF 2020 – Deel 4

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2020 – Deel 1: Filmfestival in tijden van corona

LIFF 2020 – Deel 1:
Filmfestival in tijden van corona

door Cor Oliemeulen

Het Leiden International Film Festival (LIFF) van 2020 gaat de boeken in als een hybride editie waarbij je veel films gelijktijdig in de zaal en online kunt kijken. De organisatie nam geen halve maatregelen om het coronavirus buiten de deur te houden, echter van het goede oude festivalgevoel kan geen sprake zijn, zeker niet nadat de bioscoopdeuren opnieuw dicht moeten. Toch is er voldoende interessant aanbod in de vertrouwde LIFF-categorieën en doet InDeBioscoop gewoon weer verslag. We trappen af met twee lowbudgetfilms die vooralsnog geen reguliere bioscooprelease hebben bemachtigd.

 

Save Yourselves!

Save Yourselves! – Spiegel voor millennials
Wie het coronavirus als uiterst irritant en angstaanjagend ervaart, kan in Save Yourselves! zijn hart ophalen aan buitenaardse wezentjes in de vorm van kleine, lieflijk ogende pluizenbollen, die weliswaar over dodelijke tentakels beschikken. Het regisseursduo Alex Huston Fisher en Eleanor Wilson vond het kennelijk hoog tijd voor een sciencefictionkomedie in deze barre tijden waar bittere ernst de boventoon voert. Ook het LIFF-publiek is kennelijk toe aan een leuk verzetje, getuige het feit dat drie van de vier zaalvoorstellingen van deze met minimale middelen gedraaide productie in een mum van tijd waren uitverkocht.

Het plot van Save Yourselves! draait om de dertigers Su (Sunita Mani) en Jack (John Reynolds) die net als hun meeste generatiegenoten hebben te kampen met een telefoonverslaving. Tijdens een feestje met andere hipsters in Brooklyn krijgen ze het aanbod om een week in een huis in de wildernis door te brengen. Su en Jack beloven elkaar dat ze al die tijd offline zullen zijn en dat ze hun best zullen doen om te genieten van de natuur en van elkaar. Ze proberen om betere mensen te worden en doen hun best om open te staan voor de ander. Zo bekent Jack dat hij in tegenstelling tot zijn vader en broers geen ‘mannetjesdingen’ kan doen (houthakken geeft hij al snel op en van vuurwapens wil hij niets weten), terwijl Su vertelt dat ze weer vegetariër wil worden en altijd haar oude contactlenzen opeet (omdat ze daar nu eenmaal een keer mee is begonnen). Het duurt niet lang voordat ze naar hun telefoons grijpen en ontdekken dat de wereld wordt bedreigd door die grappig kirrende pluizenbollen, die zich blijken te voeden met ethanol.

De confrontaties met de aliens vormen de aanleiding voor de nodige hilarische momenten die uitmonden in een wonderlijke hemelvaart, waarin geen ruimte voor digitale communicatie is. Save Yourselves! mag dan wel minimalistisch en een tikkeltje absurd zijn, de film slaagt vooral als een spiegel voor millennials, aanstekelijk vertolkt door beide protagonisten.

 

The Wolf of Snow Hollow

The Wolf of Snow Hollow – Maniak versus mafkees
Jim Cummings is een bevlogen Amerikaanse producer, regisseur en acteur. Nadat hij met wisselend succes volop experimenteerde in een tiental korte films kwam hij een paar jaar geleden op de proppen met een heuse speelfilm, Thunder Road. De talentvolle Cummings speelde zelf de hoofdrol als de bipolaire politieagent Jim Arnaud in een Texaans stadje en liet de kijkers kennismaken met een groot arsenaal aan emoties en maffe voorvallen. In zijn jongste film, The Wolf of Snow Hollow, speelt hij opnieuw een politieagent, maar ditmaal in een klein ondergesneeuwd bergdorpje. Nu luistert hij naar de naam John Marshall, maar zijn personage lijkt verdacht veel op dat van zijn collega in Thunder Road. Ook ditmaal is hij gescheiden, dreigt hij zijn dochter kwijt te raken en moet hij een reeks misdaden op zijn geheel onberekenbare wijze zien op te lossen. Bovendien wil hij zich bewijzen naar zijn vader, sheriff Hadley (laatste rol van oudgediende Robert Forster), die te ziek is om enige bijstand te leveren.

Ansich is The Wolf of Snow Hollow een onderhoudende, en op momenten spannende, horrorkomedie over een maniak die zijn vrouwelijke slachtoffers vermoordt tijdens volle maan. Op het plaats delict wordt de pootafdruk van een wolf gevonden, echter John is ervan overtuigd dat de dader een man moet zijn. Dat bij het eerste slachtoffer tijdens het geweldsmisdrijf de vagina is verwijderd en bij het volgende slachtoffer het hoofd, brengt John al snel op de rand van een zenuwinzinking. Zeker nadat zijn tienerdochter stiekem het huis heeft verlaten en tijdens volle maan met een jongen in een auto ligt te vozen.

Wie beide speelfilms van Jim Cummings heeft gezien, kan bijna niet anders concluderen dat hij een uitvergrote versie van zijn eigen persoon speelt. Het wordt tijd dat hij in zijn volgende film uit zijn comfortzone treedt en uit een minder voorspelbaar vaatje gaat tappen.

 

3 november 2020

 

LIFF 2020 – Deel 2
LIFF 2020 – Deel 3
LIFF 2020 – Deel 4

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2019 – Deel 3

LIFF 2019 – Deel 3 (slot):
Van absurde humor tot tranentrekker

door Suzan Groothuis

Het Leiden International Film Festival (LIFF) bood elf dagen lang een breed scala aan films. Een vooruitblik op films die we binnenkort in de bioscoop kunnen verwachten.

 

Deerskin

Deerskin – Het enige jasje ter wereld
Na Reality en het vorig jaar op LIFF vertoonde Au Poste! is de Franse regisseur Quentin Dupieux terug met Deerskin. Net als zijn voorgangers gestoken in een droge, absurdistische stijl.

De film verhaalt over Georges, een man die geobsedeerd is door zijn net aangeschafte 100% hertenleren jasje. Zijn relatie is gestrand en Georges besluit zich samen met zijn jasje terug te trekken in een rustige omgeving. Op zijn hotelkamer heeft het jasje – compleet met franjes –  een prominente plek en praat Georges ertegen. Hij doet een belofte: hij zal de enige persoon zijn op de wereld die een jack draagt.

Dupieux volgt Georges in het streven naar dit bizarre doel. Steevast gestoken in zijn hertenleren jasje doet hij zich voor als filmmaker en vraagt mensen hun jas in de kofferbak van zijn auto te doen. Daarbij moeten ze zweren nooit meer een jas te dragen. Onderwijl bewerkt de jonge barvrouw Denise (Adèle Haenel: Portrait de la jeune fille en feu), die het liefst in de montagekamer zou willen werken, Georges’ filmpjes. Hij bedenkt ondertussen van alles om aan geld te komen, om zijn hertenleren outfit te perfectioneren.

Met Deerskin slaagt Dupieux opnieuw in het creëren van een maffe wereld in een realistische setting. Hij hoeft daarvoor niet veel uit de kast te trekken, behalve een origineel scenario en acteurs die in zijn vreemde wereld passen. Jean Dujardin, die we kennen uit The Artist, is perfect gecast als de arrogante Georges, die letterlijk over lijken gaat om zijn doel te bereiken. Verder zijn er vervreemdende shots, zoals de camera die lang en ongemakkelijk inzoomt op het  hertenleren jasje dat stoer over een dressboy hangt. Het wekt de suggestie dat het jasje een duistere ziel heeft. Met Deerskin flikt Dupieux het opnieuw: een wonderlijke kijkervaring, die zich laat omschrijven als een absurdistische komedie met een bloederig randje.

 

The Peanut Butter Falcon

The Peanut Butter Falcon Avontuurlijke queeste
Van Frankrijk gaan we naar Alabama in de Verenigde Staten. Daar maakt krabvisser Tyler (Shia LaBeouf: American Honey) het zich moeilijk door fuiken van anderen te stelen. Na een confrontatie is hij genoodzaakt te vluchten, niet wetende dat iemand zich schuilhoudt op zijn boot. Zak (Zack Gottsagen), een jonge man met het Syndroom van Down, is net ontsnapt uit het verzorgingshuis waar hij verblijft. Hij jaagt zijn grote droom na: in de voetsporen treden van zijn idool, worstelaar The Salt Water Redneck.

Ondertussen doet Eleanor (Dakota Johnson: Suspiria), de begeleidster van Zak, verwoede pogingen hem terug te vinden. Wanneer ze Tyler toevallig tegenkomt bij een benzinestation, houdt ze hem een foto van Zak voor. Op dat moment besluit Tyler Zak op sleeptouw te nemen en hem te helpen met het verwezenlijken van zijn droom.

Wat dan volgt is een onwaarschijnlijke buddy-movie, waarbij Tyler en Zak steeds dichter naar elkaar toe groeien. De avontuurlijke Tyler leert Zak dat niets onmogelijk is. Eleanor blijft in de tussentijd haar zoektocht naar Zak voortzetten, niet wetende dat Tyler hem onder zijn hoede neemt.

The Peanut Butter Falcon is een typische publiekslieveling: tussen twee outsiders, die allebei een geschiedenis hebben, ontstaat een wonderlijke vriendschap. Regisseurs Tyler Nilson en Michael Schwartz zorgen voor een goede balans tussen tragiek en komedie, waarbij ze het rauwe randje en de spreekwoordelijke middelvinger niet schuwen. De avonturen die Tyler en Zak meemaken, zijn uitdagend en wild, maar zeggen tegelijkertijd iets over jezelf kunnen en mogen zijn. Onconventionele feelgood met een overtuigende, hartverwarmende cast. 

 

Brittany Runs a Marathon

Brittany Runs a Marathon Afvalrace
Van Alabama gaan we naar New York, waar we de zwaarlijvige Brittany (Jillian Bell) volgen in haar strijd om af te vallen. Brittany leidt een leven van uitgaan en lol maken, waarbij ze zelf altijd de grappigste is. Maar ondertussen krijgt ze maar weinig grip op haar leven en vliegen de kilo’s eraan.

Omdat de sportschool te duur is, besluit Brittany te gaan hardlopen. Ze improviseert een outfit en begeeft zich op de drukke New Yorkse straten, waar hardlopen op nauwe trottoirs met veel mensen nog een heel ding is. De discipline neemt gaandeweg toe, maar Brittany krijgt weinig support van haar arrogante huisgenoot en vriendin Gretchen, wiens leven bestaat uit haar likes op Facebook bijhouden. Hoe beter Brittany eruit ziet, hoe groter de spanning in hun vriendschap wordt. Gretchen ziet Brittany liever dik.

Support is er wel van Brittany’s buurvrouw Catherine, die ogenschijnlijk succesvol is maar moet dealen met een vechtscheiding. Zij motiveert Brittany voor deelname aan een hardloopgroep en na een weifelende start besluit Brittany zich zelfs op te geven voor de New York City Marathon. De aanloop hier naartoe gaat gepaard met allerlei omstandigheden waarbij de motivatie dan weer groeit en dan weer afneemt. 

Brittany Runs a Marathon is een gevatte komedie over een vrouw die op zoek gaat naar zichzelf. Ze komt flink wat struikelblokken tegen, waarbij het grootste haar zelfbeeld blijkt. Paul Downs Colaizzo’s debuut geeft een blik op zwaarlijvig zijn in een maatschappij die draait om uiterlijk. Hoewel de moraal niet ontbreekt, ligt die er gelukkig nergens te dik bovenop en blijft de film goed in balans. Dan weer grappig, dan weer pijnlijk en dan weer bijtend, volgen we het wel en wee van Brittany (gebaseerd op een waargebeurd verhaal), die bewijst dat doorzettingsvermogen tot grootse prestaties leidt.

 

The Friend

The Friend – Vriendschap door dik en dun
Ook gebaseerd op een waargebeurd verhaal is The Friend van Gabriela Cowperthwaite. Nicole Teague (weer een rol van Dakota Johnson) is gediagnosticeerd met terminale kanker. Een schrijnende situatie, want Nicole is veel te jong om het leven te verlaten. Nog zes maanden heeft ze, en samen met haar man Matt (Casey Affleck: Light of my Life) en beste vriend Dane (Jason Segel) maakt ze een bucketlist hoe die laatste periode in te gaan.

Om Nicole in haar laatste levensfase te ondersteunen, besluit Dane bij het stel en hun twee opgroeiende dochters in te trekken. Hij zet daarvoor zijn eigen leven op pauze. Middels sprongen in tijd (dan weer voor, dan weer na de diagnose) laat Cowperthwaite, bekend als regisseur van de documentaire Blackfish, zien hoe de drie zich tot elkaar verhouden.

Natuurlijk stevent de film af op de onvermijdelijke afloop (zakdoekjes mee!), zonder dat het melodrama er teveel bovenop ligt. Jason Segel (Forgetting Sarah Marshall) breekt als sullige “bro” letterlijk het ijs. Hij is de lieve, zorgzame vriend die het als vanzelfsprekend neemt om er voor zijn beste vriendin te zijn. Ondertussen zien we genoeg vrienden, die beweren er voor Nicole te zijn, in de moeilijkste fase uit haar leven wegglippen.

The Friend ontroert met die zorgzaamheid uit onverwachte hoek. Tegelijkertijd toont Cowperthwaite ook hoezeer een jong leven, dat eindig is, alles en iedereen ontregelt en sloopt. Een oprechte “cancer weepy”, waarbij het een prestatie is als je de ogen drooghoudt.

 

12 november 2019

 

LIFF 2019 – Deel 1
LIFF 2019 – Deel 2

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2019 – Deel 2

LIFF 2019 – Deel 2:
Van knotsgek tot raadselachtig

door Suzan Groothuis

Elf dagen lang is het Leids International Film Festival dit jaar. Van premièrefilms tot de knotsgekke vertoningen in het programmaonderdeel Bonkers. Er is genoeg te halen, want volop keuze. We gingen er eens goed voor zitten en deden ons tegoed aan vervreemde suburbia, Hitler als imaginair vriendje, een scrabble-fanaat met issues en een uiterst discutabele doodsoorzaak. 

 

Vivarium

Vivarium – Nieuwbouw in de loop
Jong stel Gemma en Tom (Imogen Poots en Jesse Eisenberg, ook samen te zien in het geprogrammeerde en minder sterke The Art Of Self-Defense) stappen in Vivarium een makelaarskantoor in. Zomaar, om even rond te neuzen, nieuwsgierig naar wat hun droomhuis zou kunnen zijn. De ontvangst door de dienstdoende makelaar is op z’n zachtst gezegd vreemd. Hij geeft hen een nare kriebel in de buik, maar het woningproject is interessant. Een kijkje nemen kan geen kwaad, toch?

Het unheimische gevoel in het contact met de makelaar wordt versterkt wanneer de drie de labyrint-achtige nieuwbouwwijk ter bezichtiging in rijden. Alle huizen zijn identiek, perfect gevormde wolkjes hangen in de strakblauwe lucht, die niet lijkt te ademen. Een voorteken dat wat je ziet, niet is wat het lijkt.

Binnen in woning nummer 9 is alles ook perfect op orde, met een compleet ingerichte kinderkamer. Het is er vooral steriel, zonder sfeer of charme. En wanneer de makelaar plots is verdwenen, zijn Gemma en Tom aan zichzelf overgeleverd. Ze besluiten de woning en de nieuwbouwwijk te laten voor wat het is en vertrekken. Maar dat laatste is juist wat niet lukt: hoe ze ook rijden, ze komen steeds weer uit bij nummer 9. Alle pogingen die daarna volgen om de wijk uit te raken, lopen op niets uit. Tom en Gemma lijken de enige bewoners en krijgen, of alles niet al vreemd genoeg is, ook nog eens een baby in een doos cadeau. 

Vivarium is van de hand van regisseur Lorcan Finnegan, die debuteerde met horrordrama Without Name. Vivarium is zijn trefzekere tweede. De film schippert tussen thriller, horror en drama en doet met zijn thematiek van herhaling (gevangen in een loop) denken aan films als Triangle of The Endless. Daarbij ontbreekt ook het absurdistische en duistere randje, zoals in films van grootmeester David Lynch, niet. Stilistisch strak vormgegeven imponeert de film met een raadselachtige verhaallijn, waarin onderliggend kritiek is op de perfecte samenleving in de vorm van onpersoonlijke suburbs en technologie die alles overneemt. Af en toe zakt het tempo wat in, maar Finnegan levert een film die op zijn minst intrigeert.

 

Jojo Rabbit

Jojo Rabbit – Heil Imaginair Vriendje!
Hiernaar was het uitkijken, de nieuwe film van knotsgekke Nieuw-Zeelander Taika Waititi. Waititi kennen we van serie Flight of the Conchords, vampierfilm What We Do in the Shadows en superheldenfilm Thor: Ragnarok. In 2016 sierde zijn Hunt for the Wilderpeople nog het LIFF-doek waarin een rebelse jongen en zijn pleegvader de Nieuw-Zeelandse wildernis intrekken, met allerlei onvoorziene avonturen tot gevolg. Waititi’s kracht ligt in het versmelten van melige, gevatte humor (schurend tegen het controversiële) en een moraal. Zo ook weer in Jojo Rabbit. 

In de film volgen we de jonge Jojo, die overtuigd Hitlerjugend is. Zijn beste vriend is Hitler zelf (een rol van Waititi), maar dan in Jojo’s verbeelding. Na een ongeluk met een granaat is Jojo voor zijn leven gekerfd en moet hij klusjes doen voor de gedegradeerde Captain Klenzendorf (Sam Rockwell). Toch blijft Jojo trouw aan het Hitler-ideaal en moet hij van Joden niets hebben. En dan komt hij plots tot de ontdekking dat zijn moeder (een charmante Scarlett Johansson) de jonge Joodse vrouw Elsa laat onderduiken in hun huis.

Vanaf dan komt het dramatische aspect meer op de voorgrond te staan. Eerst haat en nijd, ontstaat er vervolgens iets dat laveert tussen vriendschap en verliefdheid. Jojo raakt meer en meer bevangen door Elsa en zij probeert, net zoals zijn moeder, het goede in hem te zoeken. Jojo Rabbit bevat een aantal uiterst komische scènes, zeker wanneer de Australische Rebel Wilson als de sadistische Fraulein Rahm haar intrede doet. Ook zien we de Britse komiek Stephen Merchant als Gestapo-officier en Alfie Allen (Theon Greyjoy uit Game of Thrones) terug in de cast. Jojo Rabbit is een geslaagde komische satire, waarin het uiteindelijk draait om de zoektocht naar menselijkheid in een door haat gedragen maatschappij.

 

Sometimes Always Never

Sometimes Always Never – Leed van een scrabble-koning
Ook komisch met een moraal, maar dan in een droge stijl gegoten, is het Britse Sometimes Always Never. Bill Nighy (Love Actually) speelt Alan, die er met zijn zoon Peter (Sam Riley, Control) op uit gaat. Echt boteren wil het niet tussen de twee. Wanneer ze aankomen in hun mistroostig ogende B&B, wordt Alan door een ander stel uitgenodigd voor een spelletje scrabble. Hoewel hij zich wat dommig voordoet, blijkt Alan een meester met woorden.

Achteraf blijken Alan en het koppel voor hetzelfde doel te zijn gekomen: de identificatie van hun vermiste zoon. Die van Alan is lang geleden van huis gegaan, om nooit meer terug te komen. Iets dat Alan nooit verwerkt heeft. Peter moet het met lede ogen aanzien, want in de ogen van zijn vader haalt hij het niet bij de verloren zoon. Ze bekvechten zonder dat de echte pijnpunten benoemd worden. Terwijl de spanning tussen vader en zoon oploopt, probeert schoondochter Sue (Alice Lowe, Sightseers) de boel te lijmen door Alan welkom te heten in hun huis. Daar stort hij zich weer op zijn oude hobby scrabble.

Sometimes Always Never is het speelfilmdebuut van Carl Hunter. De decors ogen knullig, alsof ze zo uit vroeger tijden geplukt zijn. Neem de retro-ijswagen op de boulevard of het oubollige interieur van de B&B. Het scrabblespel ligt er te verstoffen, zeker in tijden waarin je spelletjes online op je mobiel of pc speelt. Alan voelt nog een binding met het ouderwetse speelbord, maar springt net zo makkelijk achter de computer van zijn kleinzoon. Het levert een grappige scène, waarin Alans kleinzoon moedeloos moet toezien dat zijn opa niet van zijn game-pc weg te trekken is.

Het verhaal, waarin we het wel en wee volgen van een vader en zoon die uit elkaar zijn gegroeid na een traumatische gebeurtenis, voltrekt zich op tragikomische wijze. Het scrabble-spel vormt hierin de rode draad, als zijnde een detective waarbij de wat voorspelbare clue zich geleidelijk aan ontvouwt. Een fijne, kleine film met Bill Nighy die als vaker droog en gevat is, maar ook onderliggend somber. En Riley de gefrustreerde zoon die niet van zijn vader krijgt wat hij zo hard nodig heeft: liefde en erkenning. 

 

The Death of Dick Long

The Death of Dick Long – Een raadselachtige dood
Over naar Alabama in de VS, waar vrienden Zeke en Earl hun vriend na een ongeluk achterlaten bij de eerste hulp. Dat alles gebeurt uiterst mysterieus: Zeke en Earl willen vooral niet gezien worden en leggen hun hevig bloedende vriend bij de entree neer. Hopen dat hij snel gevonden wordt. Als kijker vraag je je af, wat er in hemelsnaam gebeurd is.

In The Death of Dick Long werkt regisseur Daniel Scheinert, die we kennen van het bizarre Swiss Army Man (met Daniel Radcliffe als schetend lijk), op rustig tempo toe naar de ontknoping van een verrassende maar ook schokkende doodsoorzaak. Dick redt het namelijk niet en de politie tast met deze John Doe in het duister. Wie is hij, en wat is hem overkomen?

The Death of Dick Long ademt de sfeer van een film als Fargo, waarin een onhandige misdaad leidt tot verdere escalatie. We zien vooral Zeke worstelen met wat er gebeurd is en steeds dieper in de ellende zakken. Earl ziet het onverschillig toe. Net als in Fargo bijt een vrouwelijke agent zich vast in de moordzaak en komt steeds dichter bij de bizarre waarheid.

Tot het moment dat de ware doodsoorzaak van Dick zich openbaart, houdt Scheinerts film de aandacht van de kijker vast. Maar daarna rommelt het: met een onvast scenario, waarin het vooral draait om een weinig overtuigend kat-en-muisspel tussen de politie en de schimmige Zeke en Earl, kabbelt The Death of Dick Long af op zijn onbestemde afloop. De spanning en suspense zijn er dan allang uit, en daarmee ook de interesse in het lot van de karig uitgediepte personages.

 

8 november 2019


LIFF 2019 – Deel 1
LIFF 2019 – Deel 3

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2019 – Deel 1

LIFF 2019 – Deel 1:
Vier films met een dilemma

door Cor Oliemeulen

Terwijl de dagen korter en kouder worden, draait het Leids filmfestival veel hartverwarmende films. Net zoals de bezoeker keuzes moet maken uit het aanbod, kennen opvallend veel films personages die ook voor een dilemma worden geplaatst. In dit eerste deel verzwijgt een familie de dodelijke ziekte van oma in China, een uitgebuite pakketbezorger in Engeland, een twijfelende Amerikaanse soldaat in Afghanistan en wel of geen deal tussen een gangster en een politieagent in Korea.

 

The Farewell

The Farewell – Een goede leugen?
Wat doe je als je weet dat je oma volgens de arts nog maar drie maanden te leven heeft: vertellen of verzwijgen? Dat is het dilemma waarom het soms komische drama The Farewell draait. Net als regisseur Lulu Wang is de dertigjarige Billi (actrice Awkwafina: Crazy Rich Asians) geboren in China en opgegroeid in Amerika. Billi belt regelmatig vanuit New York met haar oma Nai Nai met wie ze altijd een innige band heeft gehad. Maar dan krijgt het gezin het droevige nieuws dat Nai Nai longkanker heeft en spoedig zal sterven. De familie besluit in samenspraak met de arts niets te zeggen, zodat zij nog kan genieten van de korte tijd die haar rest. En wat is er dan leuker dan het bruiloftsfeest van Nai Nai’s Japanse kleinkind Hao Hao?

Als de hele familie in China bij elkaar is, heeft de veramerikaanste Billi het meeste moeite om haar mond te houden. In haar nieuwe land is het illegaal dat een ziekte voor de patiënt wordt verzwegen (laat staan dat een doktersbrief wordt vervalst), echter in China gebeurt dat regelmatig. Sterker nog: Nai Nai liet haar man tot zijn overlijden ook in het ongewisse. Maar alleen die beide achtergronden zijn wat mager om het dilemma scherp neer te zetten. The Farewell werkt zonder noemenswaardige hobbels toe naar de door Nai Nai georganiseerde bruiloft, terwijl ze zich afvraagt waarom iedereen zo chagrijnig is, maar blij is met de ‘vitaminepillen’ tegen het hoesten. Het zijn met name de kleindochter en haar oma, alsook enkele ontroerende en grappige momenten, die The Farewell (vanaf 21 november in de Nederlandse bioscoop) behoeden voor doorsnee-sentiment. Deze met liefde gemaakte familiefilm heeft genoeg herkenbare facetten om een groot publiek te bekoren.

 

Sorry We Missed You

Sorry We Missed You – Meester van je eigen bestemming?
De nieuwe film van regisseur Ken Loach en scenarioschrijver Paul Laverty gaat opnieuw over een arbeider die slachtoffer wordt van de moderne Engelse samenleving. Ging het in het bejubelde I, Daniel Blake over een van een hartaanval herstellende timmerman die bijna ten onder gaat aan de bureaucratie, in Sorry We Missed You (vanaf 14 november in de Nederlandse bioscoop) gaat een veertiger aan de slag als pakketbezorger die op papier zelfstandig is maar in de praktijk al snel wordt uitgebuit door zijn werkgever. Om een bestelbusje te kunnen aanschaffen, moest de auto van zijn vrouw worden verkocht, zodat zij als thuishulp met de bus naar al haar patiënten moet en net als manlief dagen van meer dan twaalf uur gaat draaien. Ondertussen raakt het gezin, door toedoen van de onbegrepen puberzoon, in een aandoenlijke crisis.

Er zijn weinig regisseurs die zulke uit het leven gegrepen sociaal-realistische films maken als Loach. Zijn politieke standpunten sijpelen weliswaar door, echter de menselijke maat staat altijd voorop. Terwijl de timmerman van I, Daniel Blake uiteindelijk het niet langer pikt en opstaat tegen regelgeile instanties en een publieke daad stelt, laat de pakketbezorger zich langzaam maar zeker naar de slachtbank leiden, want tegenslagen stapelen zich op. “Hoe harder we werken hoe dieper we in het drijfzand zakken”, droomt zijn lieve en uiterst toegewijde vrouw. De kijker krijgt onherroepelijk medelijden, echter je zou de man ook een schop onder zijn achterste willen geven om de reeks van vernederingen te doen stoppen en het noodlot af te wenden. Maar wat moet zijn gezin als hij zonder werk en inkomsten komt te zitten? Hoewel Sorry We Missed You uiteindelijk wat karikaturaal wordt en de zwarte humor van I, Daniel Blake mist, is het opnieuw een onverschrokken aanklacht tegen het neoliberalisme waarin individuele vrijheid wordt gegarandeerd, maar waarin de gewone man is overgeleverd aan de markt.

 

The Kill Team

The Kill Team – Held of moordenaar?
Iemand die ook staat voor een dilemma van terugtrekken of blijven meedoen is de 21-jarige Amerikaan Andrew Brigmann die echt zin heeft om iets te betekenen en de patriot uit te hangen in Afghanistan. Zijn vader diende in het leger achter een bureau, Andrew wil infanterist zijn, zodat hij ook direct contact met de bevolking kan maken. Zijn team heeft aanvankelijk niet veel omhanden totdat de sergeant op een mijn stapt. De nieuwe sergeant Deeks (Alexander Skarsgård) is een ijzervreter pur sang die de manschappen meesleurt in een enerverende rondgang door inheemse dorpjes om de maker van de mijnen te ontmaskeren. Andrew is de softie in het team, die de hasjpijp en pornoboekjes aan zich voorbij laat gaan en minder loyaal naar Deeks is dan zijn collega’s. De ellende begint als een onschuldige Afghaanse jongen wordt doodgeschoten en het meldformulier wordt vervalst.

Filmmaker Dan Krauss maakte in 2013 de documentaire The Kill Team over de lotgevallen van Andrew Brigmann en de intimidaties en bedreigingen van sergeant Deeks en zijn teamleden. Mensen doden doe je met zijn allen, zo luidt het devies. Kennelijk moest er ook nog een speelfilm onder dezelfde titel komen, maar nu is er meer ruimte voor spanning dan voor psychologie. Vanaf het moment dat hij afscheid neemt van zijn vader rijdt Andrew al een minuut later in een tank door de woestijn en loopt hij weer een minuut later in een Afghaans dorp. Van naïeve, idealistische jongeman tot gedesillusioneerde, bange soldaat in anderhalf uur kijkt – geholpen door de aanzwellende muziek wanneer er emoties in het spel zijn – prima overzichtelijk weg, maar dan blijft er weinig ruimte over voor meer dan voor de hand liggende nuances. Deze specifieke zaak van het vermoorden van onschuldige autochtonen en het verdoezelen van de feiten door het Amerikaanse leger is destijds ruimschoots in het nieuws geweest, maar het is altijd leerzaam om te zien hoe een persoon voor een schijnbaar onmogelijk dilemma komt te staan: houd ik veilig mijn mond of breng ik mijzelf in gevaar door de klok te luiden?

 

The Gangster, the Cop, the Devil

The Gangster, the Cop, the Devil – Wraakmoord of eerlijk proces?
Het lijkt wel of er elke paar jaar een blik veelbelovende Koreaanse filmmakers wordt opengetrokken. Voormalig tv-producer Won-tae Lee is met The Gangster, the Cop, the Devil (vanaf 7 november in de Nederlandse bioscoop) toe aan zijn tweede speelfilm, die dit jaar in de prijzen viel tijdens het filmfestival van Catalonië en waarvan zowaar al een Amerikaanse remake met Sylvester Stallone in een van de drie hoofdrollen (we gokken The Gangster) is aangekondigd. De filmformule is niet verrassend: misdaad, geweld en humor.

Politieagent Kim is een typisch buitenbeentje in het korps: ongehoorzaam, vrijpostig en een tikkeltje lijp. Tegen de zin van zijn corrupte baas treedt hij zonder enkele vrees op tegen de illegale gokpraktijken van gangsterbaas Jang (Dong-seok Ma: Train to Busan). Ondertussen stort hij zich op een seriemoordenaar. De duivelse K kiest zijn slachtoffers uit door met zijn auto achterop hun auto te botsen om ze vervolgens met messteken om het leven te brengen. Wanneer de psychopaat stuit op gangsterbaas Jang, die de confrontatie ternauwernood overleeft, duurt het niet lang voordat politieagent Kim nadrukkelijk in beeld komt. Net als in de klassieker M (1931) van Fritz Lang ontstaat er een strijd tussen onderwereld en politie over wie de moordenaar als eerst in de kraag kan grijpen, maar al spoedig blijken de gangster en de politieagent tot elkaar veroordeeld, wat uiteraard ook komische momenten oplevert, maar ook de nodige verwarring. De klopjacht leidt tot tal van schermutselingen, obligatoire achtervolgingen en een finale die recht doet aan alle betrokkenen, behalve de duivel natuurlijk.

 

3 november 2019

 

LIFF 2019 – Deel 2
LIFF 2019 – Deel 3

 
MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2018 – Deel 3

LIFF 2018 deel 3 (slot):
Diversiteit is troef

door Suzan Groothuis

In dit laatste deel een blik op de diversiteit die het festival te bieden had: van een Poolse mozaïekfilm tot een bizarre en absurdistische ondervraging in het Franse Au Poste!, en twee films waarin religie een bepalende rol speelt. 

 

Panick Attack

Panick Attack mozaïekstructuur en onvermijdelijke confrontatie
In het Poolse Panick Attack spelen verschillende verhaallijnen, waarin gaandeweg de link tussen de personages zichtbaar wordt en de toon laveert tussen komisch en tragisch. In alle verhalen, die elkaar in korte scènes afwisselen, krijgen de personages te maken met een onverwachte situatie die zorgt voor paniek: zoals een koppel in een vliegtuig dat na heftige turbulentie ontdekt dat de praatgrage Oostenrijker naast hen wel heel erg stil is. Of twee ex-geliefden die elkaar weer treffen, zij in de stille hoop dat hun relatie een nieuwe kans krijgt, maar hij heeft haar iets anders te vertellen. En dan is er nog een jonge vrouw die doet alsof ze bij een bedrijf werkt, maar eigenlijk haar geld verdient door erotische diensten op een site aan te bieden. De onverwachte komst van vriendinnen vanwege de suïcide van haar ex-vriend brengen haar in een benarde situatie. De film is nog meer verhaallijnen en personages rijker, waarbij angst en ongemakkelijkheid op de voorgrond staan.

Panick Attack doet met zijn mozaïekstructuur wat denken aan het Spaanse Magical Girl, terwijl de film thematisch overeenkomsten heeft met het absurde Wild Tales, met extremen van menselijk handelen in geval van nood. Regisseur Pawel Maslona zet in eerste instantie een losse structuur neer, waarbinnen de personages geen directe link met elkaar hebben. Gaandeweg wordt duidelijk hoe de verhoudingen in elkaar steken en werkt de film toe naar een onvermijdelijke confrontatie. Die is nogal vergezocht, evenals de uitwerking van bepaalde verhaallijnen en de raakvlakken van de personages. Echt samenkomen wil het niet, wat maakt dat je als kijker met bepaalde vragen blijft zitten en de film wat onbevredigend werkt.

Toch laat Maslona zien potentie te hebben, waarbij vooral de scènes van de ex-geliefden en het koppel in het vliegtuig overtuigen. Hier zien we een geslaagde mix van ongemakkelijk, ironisch en dramatisch, waarbij de regisseur toont hoe je wereld naar aanleiding van een onverwachte situatie ineens kan ontsporen.

 

Au poste!

Au poste!vreemde wendingen in beperkte setting
Au poste! kenmerkt zich door een absurdistische toon. Niet gek als je weet dat de film van de hand is van Quentin Dupieux, die verantwoordelijk is voor Rubber (waarin een moordende autoband de hoofdrol speelt) en Realité, een film die laveert tussen dromen, absurdisme en realiteit en waarin tijd een ontregelende rol heeft. In de openingsscène van Au poste! zien we een dirigent in alleen een onderbroek op een baal hooi een orkest aansturen in een weiland. Al snel wordt hij opgejaagd door de politie. Welkom in de wondere wereld van Dupieux!

Vervolgens zijn we in het politiebureau, waar we de dirigent nog eventjes geboeid terugzien. Hij is echter niet de persoon om wie het draait, want er is een ondervraging naar aanleiding van een moord. Rechercheur Buron (Benoît Poelvoorde) zit met zijn typemachine tegenover verdachte Fugain, die het lichaam heeft gevonden. Fugain heeft de moord gemeld, niet wetende dat hij voor verdacht zou worden aangezien. En dan wordt de kijker onderworpen aan de meest bizarre ondervraging ooit, waarbij Dupieux net als in Realité speelt met tijdsprongen en absurdisme de boventoon voert. De allesbehalve bureaucratische ondervraging krijgt de ene na de andere vreemde wending.

Au poste! speelt zich voornamelijk af op het bureau en is in zijn opzet minimaler dan Realité. Maar Dupieux zoekt binnen de beperkte setting steeds de grenzen op, door gedachten, dromen en gebeurtenissen te verbeelden. Het resultaat? Minder briljant dan het moeilijk te overtreffen Realité, maar zeker maf, vermakelijk en vindingrijk. Onmiskenbaar, Dupieux!

 

Apostasy

Apostasymorele kwesties en de bepalende rol van religie
Van komisch en absurdistisch stappen we over naar serieus en gecontroleerd. Waar regisseurs Maslona en Dupieux spelen met structuur en tijd, is het kille Apostasy binnen vaste kaders uitgevoerd. Niet heel gek als je naar het thema kijkt, want in dit Britse speelfilmdebuut van Daniel Kokotajlo volgen we Jehova’s getuigen. Moeder Ivanna (Siobhan Finneran, Downton Abbey) leeft samen met haar dochters Luisa en Alex. Ze brengt hen de strenge richtlijnen van de Jehova’s getuigen bij.

Toch is er een kentering merkbaar bij de oudste, die zichzelf afvraagt hoe waar Jehova’s werkelijkheid is. Wanneer ze zwanger blijkt, wordt ze gedwongen te kiezen: leven volgens de wetten van Jehova’s getuigen of breken met haar familie en geloof. Vanaf dat moment komt er een breekbare spanning in het verhaal, waarin de strenge religie lijnrecht tegenover liefde en menselijkheid komt te staan.

Kokotajlo etaleert morele kwesties, zoals Alex’ worsteling met de bloedtransfusie die ze als kind onderging. Volgens Jehova’s getuigen een zondige daad. Het roept bij Alex de vraag op of ze wel een goede Jehova’s getuige is en of ze uiteindelijk een plek in de Nieuwe Wereld krijgt. Haar devotie is tegengesteld aan de rebellie van haar zus, die doordat zij zich niet aan de regels houdt, uit de gemeenschap wordt gezet.

Apostasy toont hoe een gezin door bepalende regels en wetten binnen religie verteerd wordt. Maar ondanks de dramatische gebeurtenissen – waaronder een onvoorziene wending in het verhaal – is het zoeken naar emotionele diepgang. Hoewel de spanning tussen moederliefde en de regels van het geloof voelbaar is, blijft de kilte overheersen. Geschoten in grauwe kleuren, de dialogen streng en devoot. Zelfs wanneer de grootste verschrikking die je als moeder kan overkomen zich aandient, klampt de ijzige Ivanna zich vast aan haar religieuze overtuigingen. Het geeft de kijker uiteindelijk een machteloos gevoel, waarbij religie het wint van het humane.

 

The Miseducation of Cameron Post

The Miseducation of Cameron Post – overtuigende coming of age
Het kille realisme van Apostasy vormt een contrast met het warmere en hoopvollere The Miseducation of Cameron Post. Overeenkomstig is de rol van religie, die bepaalt hoe mensen moeten leven. De jonge Cameron (Chloë Grace Moretz, bekend van Kick-Ass en Carrie) valt op meisjes en wanneer dit uitkomt bij haar streng religieuze tante, die de zorg voor Cameron draagt na het overlijden van haar ouders, wordt ze naar een Christelijk bekeringskamp gestuurd.

Daar moet Cameron onder de ijsberg kijken en ontdekken wat haar zondige daden veroorzaakte. Dat is lastig in een wereld waarin homoseksualiteit gelijk staat aan zonde en je moet meepraten met wat er van je verwacht wordt. Algauw vindt Cameron aansluiting bij twee tieners die proberen de regels en wetten van het kamp te omzeilen.

The Miseducation of Cameron Post is gebaseerd op het gelijknamige boek van Emily M. Danforth en is Desiree Akhavans tweede speelfilm. In 2014 verscheen haar debuut Appropriate Behaviour (2014) dat qua thematiek overlapt: de film handelt over een Iraans meisje dat worstelt met haar biseksualiteit.

Akhavan, zelf Iraans en biseksueel, laat in The Miseducation of Cameron Post op subtiele wijze zien hoe je jezelf kan zijn en blijven, ook al eist je omgeving iets anders. Chloë Grace Moretz oogt als Cameron introvert en onverschillig, maar maakt zichtbaar een verandering door. Die verkrijgt ze niet door onder de ijsberg te kijken, wat er door de leiding van het instituut zo in geramd wordt. Wanneer zich een drama heeft voltrokken, ontspoort de film niet in hysterie of een moreel opgelegde wijze les, maar zijn het de ingetogen woorden van Cameron die aan het denken zetten. Net zoals haar opmerking over hoe ze naar zichzelf en haar seksuele identiteit kijkt: “I don’t think of myself as a homosexual. I really don’t think of myself as anything.”
Laten we de stempels vergeten, en gewoon jezelf kunnen zijn. Coming of age in pure vorm.

 

13 november 2018

 

Preview LIFF 2018
Deel 1 LIFF 2018
Deel 2 LIFF 2018

 
MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2018 – Deel 2

LIFF 2018 deel 2:
Verkenning van nieuwe Amerikaanse cinema

door Suzan Groothuis

Het Leiden International Film Festival (LIFF) is volop bezig en is er ruim baan voor films uit de VS. De meeste maken deel uit van het American Indie-programma, maar voor innovatieve en grensverleggende cinema is er een apart programma: Bonkers.

 

Sorry to Bother You

Sorry to Bother You – knotsgek en maatschappijkritisch
Als je van onvoorspelbaar en bizar houdt, dan is Sorry to Bother You (onderdeel van Bonkers) van regisseur Boots Riley een must see. Cassius is een soort van loser. Hij woont in de garage van zijn oom en heeft al maanden geen huur betaald. Zijn vriendin Detroit (Tessa Thompson, Dear White People) is kunstenares en doet gekke dingen met oorbellen. Maatschappijkritische teksten bungelen in grote letters aan haar oren.

Maar dan wordt het ook tijd voor Cassius om iets uit te voeren, want zijn oom zit in geldnood. Noodgedwongen solliciteert hij bij een telemarketingbedrijf, waar de hogere regionen pas toegankelijk zijn als je “power caller” bent. Lastig als je zwart bent en vooral aan welgestelde blanken moet verkopen. Tot een oude rot in het vak Cassius leert dat hij zijn “witte” stem moet gebruiken. Wedden dat Cassius verkoopt als hij als een blanke klinkt?

Sorry to Bother You ontvouwt zich vanaf dat moment tot knotsgekke komedie, maar dan wel een die politiek en maatschappijkritisch is. De consumptiemaatschappij, de zucht naar macht, de positie van blank tegenover zwart en de hardwerkende onderlaag van de samenwerking versus de rijke top, om maar wat te noemen. De film refereert onmiskenbaar aan werk van Spike Jonze en Michel Gondry, gemixt met Jordan Peeles Get Out. De eerste helft is het sterkst, waarin realiteit en vervreemding lekker tegen elkaar aan schuren. Richting einde krijgen we een wel heel bizarre wending en is Sorry to Bother You wat langdradig. Maar, vooralsnog, een filmmaker die zijn eigen stempel drukt.

 

American Animals

American Animals overval vanuit verschillende perspectieven
Nieuwsgierig maakt American Animals van Bart Layton. De regisseur debuteerde met het fantastische The Imposter, een grote IDFA-hit in 2012. Een docuthriller die speelt met perceptie, want wat is nu waar? Interviews met betrokkenen worden gecombineerd met nagespeelde scènes door acteurs, waarin de ene na de andere bizarre wending naar voren komt. Alles gegoten in donkere, gestileerde beelden. American Animals doet qua stijl en vorm erg denken aan zijn voorganger. Ditmaal volgt Layton vier studenten, die hun oog hebben laten vallen op een vermogende boekencollectie in de Transylvania University.

American Animals is net als The Imposter deels nagespeeld, afgewisseld met commentaar van de betrokkenen. We zien hoe twee studenten verleid worden door avontuur en besluiten de speciale collectie boeken van de universiteitsbibliotheek te overvallen. De speciale collectie is alleen toegankelijk op afspraak. Beveiliging is er niet, want de verzameling wordt gerund door een bibliothecaresse op leeftijd. Er ontstaat een plan voor een overval, waarbij nog twee studenten betrokken worden. Maar hoe dichterbij de uitvoering, hoe meer het plan gedoemd is te mislukken.

American Animals sleept de kijker van meet af aan mee in een onbestemd thrillerachtig avontuur, waarbij de soundtrack met onder andere The Doors, Donovan en Leonard Cohen de donkere sfeer ondersteunt. Het spel met perceptie is evenals in The Imposter aanwezig, want naar wiens waarheid zitten we nu te kijken? Uiteindelijk weten de betrokkenen het zelf ook niet meer: was het je eigen herinnering, of was het zoals de ander het je verteld heeft? In ieder geval levert het een indringend schouwspel, waarbij de spanning steeds meer wordt opgevoerd. Evan Peters (American Horror Story) en Barry Keoghan (The Killing of a Sacred Deer) zijn perfect gecast als twee outcasts die meer uit het leven willen halen dan oersaaie burgerlijkheid. Dan weer hilarisch, dan weer schrijnend toont Layton ons hoe een wilde en brute jongensdroom ten einde kwam.

 

Eighth Grade

Eighth Grade invoelbare tienerangst
Van wilde studentenavonturen gaan we naar een onzeker meisje in de laatste klas van de lagere school. De toepasselijke titel Eighth Grade toont hoe de introverte Kayla zich voorbereidt op high school. Ze hoort niet bij de populaire meisjes van de klas en is duidelijk zoekende naar haar identiteit. Haar telefoon is haar metgezel, met wie ze opstaat en naar bed gaat. Dankzij YouTube heeft Kayla een medium gevonden om zichzelf te uiten. Ze publiceert filmpjes van zichzelf met wijze lessen over jezelf zijn. Maar op school en in het contact met haar vader sluit ze zich af en is ze de “quiet girl”.

Eighth Grade is het debuut van Bo Burnham en toont op integere wijze de worsteling van een meisje met zichzelf en de wereld om haar heen. Kayla, overtuigend gespeeld door Elsie Fisher, is zowel kwetsbaar als krachtig. In de YouTube-filmpjes heeft ze een boodschap, maar in het echte leven laat ze zichzelf niet horen. Ze is als een grijze muis, ongezien door haar omgeving. Haar vader heeft wel oog voor haar, maar dat is niet de aandacht die Kayla zoekt.

Burnham, die als tiener ook YouTube inzette om zijn onzekerheden van zich af te praten, geeft Kayla een platform om zichzelf te kunnen zijn en haar hoop en wensen vorm te kunnen geven. Hoewel er genoeg momenten zijn in Eighth Grade die Kayla’s zelfvertrouwen doen wankelen, zoals een ongemakkelijk verjaardagsfeest van een van de populaire meiden uit de klas, blijft zij als persoon overeind. Uiteindelijk werkt de film toe naar het vinden van evenwicht; vrede hebben met wie je bent en ook de ander nemen zoals die is. Een realistisch, soms pijnlijk en dan weer komisch portret van een tiener zoekend naar haar identiteit, waarbij Burnham de huidige tijdgeest met de bepalende rol die de sociale media hebben perfect weet te vangen.

 

4 november 2018

 

Preview LIFF 2018
Deel 1 LIFF 2018
Deel 3 LIFF 2018

 
MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2018 – Deel 1

LIFF 2018 deel 1:
Klinkende klassiekers

door Rob Comans

Van 2 tot en met 11 november kunnen filmliefhebbers in Leiden hun hart ophalen tijdens de jaarlijkse editie van het LIFF. Naast premières van nieuwe films is er dit jaar ruime gelegenheid om (hernieuwd) kennis te maken met filmklassiekers, oude zowel als moderne.

Het programmaonderdeel Science & Cinema stelt raakvlakken tussen de werelden van wetenschap en film centraal. Hierin zitten een aantal niet te missen klassiekers die op het witte doek (nog beter) tot hun recht komen.

 

The Bride of Frankenstein

The Bride of Frankenstein (1935) – monster wil maatje
Het gebeurt niet vaak dat een vervolgfilm het origineel overtreft, maar deze horrorfilm van regisseur James Whale, opvolger van het eveneens indrukwekkende Frankenstein (1931) behoort tot één van de meest bekende uitzonderingen op de regel. Daarnaast laat de film overtuigend zien dat de combinatie van geld en talent binnen Universal Studios, waar de film gemaakt werd, terecht leidde tot de legendarische reputatie van de filmmaatschappij op het gebied van horrorfilms.

Colin Clive kruipt wederom in de huid van de wetenschapper Henry Frankenstein, op zoek naar het geheim van het creëren van leven en Boris Karloff speelt opnieuw de rol van het door Frankenstein gecreëerde monster (in de beroemde make-up van grimeur Jack Pierce). Nieuw is de verfrissende humor die in het verhaal wordt geïntroduceerd, vooral in de persoon van Dr. Pretorius (Ernest Thesiger), een even sinistere als hilarisch campy wetenschapper die, evenals Frankenstein, zoekt naar een manier om zelf leven te scheppen.

Nieuw is ook een uitvoerige proloog, waarin gerefereerd wordt aan de stormachtige nacht aan het Meer van Genève in 1816, waarin Mary Wollstonecraft Shelley (Elsa Lanchester), Percy Bysshe Shelley (Douglas Walton) en Lord Byron (Gavin Gordon) poogden om ieder een eigen versie van het meest gruwelijke griezelverhaal te schrijven. Mary Shelley’s pennenvrucht, Frankenstein – or The Modern Prometheus (gepubliceerd in 1818) is sindsdien uitgegroeid tot een legendarisch voorbeeld van gotische horror, en wordt daarnaast door velen gezien als de eerste sciencefictionroman.

In The Bride of Frankenstein bundelen Frankenstein en Pretorius hun krachten om een vrouwelijke metgezel voor het monster te creëren, maar deze ‘bruid’ (Elsa Lanchester in een onvergetelijke dubbelrol) is minder gelukkig met haar aan elkaar genaaide aanstaande. Alles aan deze door Universal-directeur Carl Laemmle Jr. geproduceerde klassieker ademt klasse, maar uitschieters zijn de weelderige cinematografie van John Mescall, de verbeeldingsrijke decors van set-ontwerper Charles Hall, de iconisch geworden make-up van Jack Pierce en de prachtige score van Franz Waxman, laverend tussen romantiek en dreiging.

Te zien op zondag 11 november – Trianon 2 – 15.15-16.30 

 

Ghost in the Shell

Ghost in the Shell (1995) – bezielde machines in superieure anime
In 1988 introduceerde het door Katsuhiro Otomo geregisseerde Akira het Japanse anime-genre aan een westers publiek. Akira is tijdens het LIFF te zien in een speciale voorstelling, met een nieuwe remix van geluid én beeld door Londense rapper en producer GAIKA.

Anime zijn dramatische, kleurrijke animatiefilms, vaak gebaseerd op in Japan populaire stripboeken (manga). Is sinds de release van het sterk door dystopische SF beïnvloede Akira de diversiteit van anime geen geheim meer, de films die eind jaren 80 en in de jaren 90 de VS en Europa bereikten hadden overwegend een bovennatuurlijk of sciencefictionthema. Ghost in the Shell valt stevig in de laatste categorie, maar desondanks wist deze vakkundig door Mamoru Oshii geregisseerde animatiefilm de status van het anime-genre als kunstvorm stevig op de kaart te zetten.

De film draait om de activiteiten van Sectie 9: een hypermoderne elite-eenheid van de politie die zich anno 2029 bezighoudt met speciale operaties gericht tegen (bedrijfs)spionage, hacking, terrorisme en cybercriminaliteit. De afdeling wordt aangevoerd door majoor Motoko Kusanagi, een met een cybernetisch lichaam uitgeruste agente die, samen met haar collega’s Batou en Togusa en leidinggevende Nakamura, op het spoor komt van Project 2501, een geheime operatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken met als middelpunt een geheimzinnige hacker: de Puppet Master.

Gebaseerd op Masamune Shirow’s gelijknamige manga, onderzoekt Ghost in the Shell thema’s zoals kunstmatige intelligentie (KI), cyborgs, de vrijheid en schaduwzijden van het internet, politieke intriges op (inter)nationaal niveau, en de vraag of KI een zelfbewuste levensvorm is met alle daaraan verbonden rechten. Dingen die vandaag de dag cutting edge zijn, maar in 1995 nog slechts toekomstmuziek, hetgeen de profetische waarde van zowel manga als film aantoont. Ghost in the Shell vliegt soms uit de bocht met topzwaar gefilosofeer en technisch jargon, maar deze mede door Blade Runner (1982) beïnvloede film blijft fascineren door zijn oogverblindende visuals en prikkelende thematiek. Eén van de hoogtepunten is de openingsscène waarin we de constructie van een cyborg (majoor Kusanagi?) meemaken, begeleid door Kenji Kawai’s magistrale score. Niet te missen!

Te zien op dinsdag 6 november – Trianon 2 – 14.45-16.32         

 

Pi

Pi (1998) – waanzinnige wiskunde
Waanzin en genialiteit liggen dicht bij elkaar, zo blijkt in deze eerste speelfilm van regisseur Darren Aronofsky. In deze duistere psychologische thriller leidt de begaafde wiskundige Max Cohen (Sean Gullette) een kluizenaarsbestaan, waarin partijen Go met zijn voormalige docent Sol Robeson (Mark Margolis) zijn spaarzame contact met de buitenwereld vormen. Max is ervan overtuigd dat getallen ons leven beheersen, en met behulp van een door hemzelf gebouwde supercomputer zoekt hij obsessief naar een manier om deze wiskundige code te breken. Oververmoeid, geplaagd door verblindende migraineaanvallen en onder invloed van stimulerende drugs komt Max’ perceptie van de realiteit steeds meer onder druk te staan, en glijdt hij weg in paranoia en psychose.

Op een dag wordt Max benaderd door de joodse Lenny Meyer (Ben Shenkman), lid van een chassidisch genootschap dat tracht de Thora te ontcijferen aan de hand van getallen. Wiskunde is voor Lenny en de zijnen een manier om met God te communiceren. Marcy Dawson (Pamela Hart), werkzaam voor een machtige firma op Wall Street, is van mening dat wiskundige patronen de aandelenmarkt en effectenbeurzen beheersen, en om die reden geïnteresseerd in Max’ werk. Beiden oefenen steeds meer druk uit op Max, die wanhopig blijft zoeken naar getallen die het universum ontrafelen.

Matthew Libatique’s naargeestige zwart-witfotografie, de jachtige montage van editor Oren Sarch en de pulserende soundtrack met o.a. Aphex Twin, Autechre, Orbital en Massive Attack maken van Pi een fascinerende koortsdroom, die de toon zette voor Aronofsky’s latere films  zoals Requiem for a Dream (2000), Black Swan (2010) en het recente Mother! (2017).

Te zien op maandag 5 november – Trianon 2 – 16.30-17.54    

 

eXistenZ

eXistenZ (1999) – echt en onecht
‘You want to get into the bizz, but you’ve never played one of my games?’ Spelontwerper Allegra Geller (Jennifer Jason Leigh) kan zich nauwelijks voorstellen dat marketingstagiaire Ted Pikul (Jude Law) zich niet volledig aan de virtuele werkelijkheid van haar spellen durft over te geven. Ted heeft zelfs geen bio-port, een opening onderin zijn ruggengraat waarmee de spelconsoles van de toekomst direct op het centrale zenuwstelsel kunnen worden aangesloten, om zo virtual reality (VR) te ervaren zonder tussenkomst van VR-brillen, data-handschoenen e.d.. Is dat vanwege een fobische angst voor chirurgie, zoals Pikul beweert, of zit er meer achter?

In eXistenZ richt regisseur David Cronenberg zich op de wereld van VR en het feit dat moderne technologie de grens tussen wat als echt en onecht ervaren wordt steeds meer laat vervagen. Cronenberg verpakt filosofische thema’s in een spannend verhaal waarin fundamentalistische terroristen het voorzien hebben op VR-spelontwerper Allegra Geller, door hen gezien als een bedreiging vanwege de corrumperende invloed van haar werk op de ervaring van de werkelijke wereld.

eXistenZ markeert het einde in Cronenbergs oeuvre van de inzet van body horror om evolutionaire mogelijkheden van het menselijk lichaam te onderzoeken. Zijn latere films zoals Spider (2002), A History of Violence (2005) en A Dangerous Method (2011) handelen nog steeds over transformatie, maar nu op een meer psychologisch/geestelijk niveau. eXistenZ wordt gekenmerkt door dezelfde buitenissige sfeer die bijvoorbeeld Videodrome (1983), The Fly (1986) en Naked Lunch (1991) zo bijzonder en genietbaar maakten, vooral vanwege de biomechanische ontwerpen van production designer Carol Spier, die zich ook in deze film niet onbetuigd laat. Let op bijrollen van Willem Dafoe als sardonische benzinepompbediende Gas en Ian Holm als Kiri Vinokur, een VR-hardware-specialist met een Oost-Europees Koeterwaals accent dat alleen in VR te begrijpen valt. 

Te zien op donderdag 8 november – Trianon 2 – 16.30-18.07                 

 

Vertigo

Vertigo (1958) – duistere diepten van de ziel
Het programmaonderdeel Classic doet zijn naam alle eer aan met de vertoning van deze film van master of suspense Alfred Hitchcock, een film die na jaren Citizen Kane (1941) passeerde als Beste Film Aller Tijden.

De plot van Vertigo is door het noodlot getekend: politieman John ‘Scottie’ Ferguson (James Stewart) valt tijdens een achtervolging bijna van een dak, en lijdt sindsdien aan hoogtevrees (‘vertigo’), hetgeen het einde betekent van zijn politieloopbaan. Wanneer hij als privédetective werkzaam is in San Francisco wordt hij benaderd door een oude vriend, Gavin Elster (Tom Helmore), die zijn vrouw Madeleine (Kim Novak) wil laten schaduwen. Elster vreest voor de geestelijke gezondheid van zijn vrouw. Zij lijkt ervan overtuigd te zijn dat zij bezeten is door de geest van Carlotta Valdes, een Spaanse vrouw die na de dood van haar kind waanzinnig werd en zich van de klokkentoren van een Spaanse missiepost even buiten de stad wierp. Ferguson kwijt zich van zijn taak en wordt, nadat hij haar gered heeft tijdens een zelfmoordpoging, verliefd op Madeleine. Desondanks kan hij vanwege zijn hoogtevrees niet voorkomen dat ze uiteindelijk toch haar dood tegemoet springt, waarna hij radeloos achterblijft.

Als hij niet lang daarna op straat de jonge Judy Barton (Kim Novak in een dubbelrol) ziet, is hij stomverbaasd: afgezien van wat kleine uiterlijke verschillen lijkt zij sprekend op Madeleine. Wanneer hij haar leert kennen begint Scottie op obsessieve wijze Judy te veranderen in zijn overleden geliefde. Het maakt niet uit hoezeer Judy tegenstribbelt: haar haardracht, kleding, make-up en sieraden; alles moet worden aangepast om in haar de dode Madeleine tot leven te wekken. Judy, die verliefd is geworden op Scottie, gaat gelaten in op zijn morbide, bizarre eisen. Dan komt de getraumatiseerde Scottie een duister complot op het spoor, waarvan hij zelf het middelpunt is…

Het intelligente script van Alec Coppel en Samuel Taylor is gebaseerd op de roman D’Entre Les Morts (1954) van Pierre Boileau en Thomas Narcejac, en leent daarnaast elementen uit Erich Wolfgang Korngold’s opera Die tote Stadt (1920) en de film Grezy / Daydreams (1915) van de Russische regisseur Jevgeni Bauer, beide werken waarin (gekmakend) verlies, rouw en het verlangen naar een dode geliefde centraal staan. Coppel en Taylor voegen daar nog een flinke dosis obsessief gedrag en masochisme aan toe, om duidelijk te maken hoe ver mensen bereid zijn te gaan in het bezitten en behagen van hun geliefde.

Vertigo is dan ook één van Hitchcock’s meest complexe, psychologisch duistere films. Vermeldenswaard zijn de beroemde openingssequentie van Saul Bass, de oorstrelende score van Bernard Herrmann en het sublieme camerawerk van Robert Burks, waarbij de prachtig verbeelde stad San Francisco een eigen personage in het verhaal wordt.

Tot slot speelt James Stewart hier als de getraumatiseerde Scottie Ferguson één van de beste rollen uit zijn carrière, waarin echo’s doorklinken van soortgelijke neurotische personages die hij speelde zoals L.B. ‘Jeff’ Jeffries (Rear Window, 1954), Howard Kemp (The Naked Spur, 1953) en Will Lockhart (The Man from Laramie, 1955). Of Vertigo de Beste Film Aller Tijden is, is discutabel. Dat het één van de onbetwiste meesterwerken is uit Hitchcocks oeuvre, ja zelfs de Amerikaanse filmgeschiedenis, staat buiten kijf.

Nog te zien op woensdag 7 november – Trianon 1 – 11.30-13.39

 

4 november 2018

 
Preview LIFF 2018
Deel 2 LIFF 2018
Deel 3 LIFF 2018

 
MEER FILMFESTIVAL