Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 3

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 3 (slot):
Verrassende winnaar van matige Berlinale

door Bert Goessen

Zaterdagavond heeft de jury van het 70e filmfestival van Berlijn onder voorzitterschap van Jeremy Irons de Iraanse film THERE IS NO EVIL bekroond met de Gouden Beer voor beste film. Een verrassende winnaar van een kwalitatief matig festival. In de film van regisseur Mohammad Rasoulof staat de doodstraf in Iran centraal. De regisseur kon niet naar Berlijn komen vanwege een reisverbod van de Iraanse autoriteiten.

THERE IS NO EVIL bestaat uit vier verhalen waarin militairen die belast zijn met executies worstelen met hun opdracht en getuige zijn van de impact die dit heeft op de mensen die het dichtst bij hen staan. Sommigen doen het, anderen weigeren, maar allemaal zitten ze met hetzelfde dilemma. De film doet een appel op het morele kompas van de kijker met de vraag: ‘Wat zou jij doen?’

There Is No Evil

There Is No Evil

Gedoodverfde winnaar
De gedoodverfde winnaar en de film die bij de critici het hoogst scoorde, NEVER RARELY SOMETIMES ALWAYS van de Amerikaanse regisseuse Eliza Hittman, werd bekroond met de Zilveren Beer. Een zeer humane film over de 17-jarige Autumn die uit een arbeidersmilieu in Pennsylvania komt en 18 weken zwanger. Ze is vastbesloten het kind weg te laten halen, maar haar ouders mogen dat niet weten. Omdat alleen een abortuskliniek in New York bij zo’n aantal weken zwangerschap nog een ingreep mag doen, reist ze samen met haar nichtje Skyat naar New York. Tijdens het intakegesprek moet ze een aantal zeer persoonlijke vragen beantwoorden met: never, rarely, sometimes of always. Vandaar de titel van de film. Hoewel er weinig valt aan te merken op de film kent deze een nog betere voorganger met ongeveer hetzelfde thema namelijk: 4 MAANDEN, 3 WEKEN EN 2 DAGEN van de Roemeense regisseur Cristian Mungìu. Maar die film is van 2007. Tijd dus voor een nieuwe wake-upcall.

Bijzondere vermeldingen
Naast de twee reeds genoemde films waren de zeven overige films in het tweede gedeelte van het festival niet al te sterk. Alleen RIZI van Tsai Ming-Liang en DAU NATASHA van Ilya Khrzhanovskiy verdienen een bijzondere vermelding vanwege het controversiële karakter van beide films. RIZI is een 127 minuten durende film zonder dialogen. Tweeënveertig stilstaande beelden uit het dagelijks leven van twee mannen, een jonge en een oude, die elkaar na een uur ontmoeten in de hotelkamer van de oudere man. De massage- en seksscène waarin de oude en de jonge huid elkaar aftasten is eerder teder dan erotisch. De enige muziek in de film komt van een klein handdraaiorgeltje dat steeds maar weer hetzelfde melodietje speelt. Tsai Ming-Liangs film is het toppunt van slow cinema. Als je ervoor openstaat is het een eenmalige belevenis. Anders slaat de verveling snel toe en kun je er niets mee.

Rizi

Rizi

DAU is een project van de Russische regisseur Ilya Khrhanovsky dat in 2005 is gestart en in 2018 resulteerde in de film DAU. De film gaat over het leven van de Russische Nobelprijswinnaar Lew Dawidowitsch Landau (1908-1968, koosnaam Dau) onder het Stalin-regime. Zijn nieuwe film DAU NATASHA is wederom een provocatief, grensoverschrijdend verhaal over de strijd tussen macht en liefde als analysemiddel van het totalitaire systeem. Natasha werkt samen met Olga in de kantine van onderzoeksinstituut. Ze komt in contact met buitenlandse gasten, deelt de lakens uit naar Olga toe, heeft seks met een Franse gast waarbij ze liefde en tederheid vindt. Maar dan komt de binnenlandse veiligheidsdienst op de proppen in de persoon van Vladimir Azhippo en wordt de sfeer naargeestig. Khrzhanovsky wil de kijker letterlijk laten voelen hoe gemeen het totalitaire systeem onder Stalin is geweest. Dat hij daar op ijzingwekkende manier in is geslaagd, is niet voor iedereen een aanbeveling de film te gaan bekijken.

Onprettige gitzwarte film
De groots opgezette film BERLIN ALEXANDERPLATZ van Burhan Qurbani, naar het beroemde boek van Alfred Döblin over de kleine crimineel Franz Biberkopf eind jaren 20, kon de hooggespannen verwachtingen niet waarmaken. Het is een heel donkere film over de vluchteling Francis die vanuit Bissau in Berlijn terechtkomt en daar in handen valt van de psychopaat annex drugshandelaar Reingold. In vijf delen zien we hoe Francis, die met zijn nieuwe naam Franz door het leven gaat, steeds verder afglijdt van eerlijke arbeider naar drugshandelaar, dief en moordenaar. Zijn levenspad is bezaaid met tegenslag terwijl hij eigenlijk alleen maar goed wil doen. Zoals gezegd een gitzwarte film over het trieste lot van een vluchteling die in een hel terecht komt. De film is zonder meer een hele krachttoer en probeert onder de huid te kruipen. Wat mij heel erg tegenstaat is de vrouwonvriendelijke sfeer. De mannen zijn allemaal potentaten of zielige pseudo-potentaten terwijl de vrouwen vooral ondergeschikt zijn, hoeren of van het stereotype zwakke geslacht. En dat maakt het nog meer tot een onprettige film.

Bert GoessenVrijblijvend en ondermaats
Tenslotte vier films die nog duidelijker ondermaats waren, met als festivaldieptepunt de nieuwe film van Sally Potters THE ROADS NOT TAKEN.

Javier Bardem speelt de rol van Leo, een oude man die op bed ligt en verward is. Zijn dochter Molly ontfermt zich liefdevol over hem. Het enige wat tijdens de film gebeurt, is dat Molly haar vader meeneemt naar een afspraak met de tandarts en hem weer terugbrengt naar zijn bed. De reis en de gesprekken met Molly zijn verder doorspekt met herinneringen van Leo aan zijn vroegere leven. Zijn huwelijk met Dolores in Mexico, zijn verblijf als schrijver op een verlaten Grieks eiland en zijn relatie met Molly. Helaas krijgt Sally Potter de film niet opgetild naar een hoger niveau dan het misschien wel persoonlijke verslag van een bijzondere relatie tussen vader en dochter. De dramatiek doet te geforceerd aan en weet niet te overtuigen waardoor de film verzandt in teveel vrijblijvendheid.

In THE WOMAN WHO RAN van Hong Sangsoo ontmoet Gamhee, terwijl haar man op zakenreis is, drie vrouwen: twee vriendinnen en een vrouw in de bioscoop. Zoals in alle films van Sangsoo praten de vrouwen over allerlei kleine, dagelijkse dingen. Maar veel wordt ook niet verteld. Bewust of onbewust. De communicatie wordt tot de essentie herleid door lange camera-instellingen en veel dialogen. De titel van de film blijft onduidelijk. Welke vrouw rent weg? En waarom? Aan de kijker om uit te maken wat de regisseur hiermee bedoelt.

Teveel Italiaans gedoe
FAVOLACCE van het Italiaanse duo Favio en Damiano D’Innocenzo is een chaotische film over een kleinburgerlijke Italiaanse familie die even buiten Rome woont. Omdat de echte burgerlijkheid voor hen onbereikbaar is, heerst er een voortdurende explosieve sfeer die elk moment tot ontploffing kan komen en dat gebeurt dan ook regelmatig. Helaas teveel Italiaans gedoe. Vermoeiend, frustrerend en vooral oninteressant.

Irradiés

Irradiés

IRRADÍES van Rithy Panh is een filmisch gedicht van de Cambodjaanse regisseur die al jaren in Frankrijk woont. In 2013 maakte hij de indrukwekkende stop motionfilm THE MISSING PICTURE over het schrikbewind van de Rode Khmer in Cambodja. In IRRADÍES wordt de kijker in drie naast elkaar geprojecteerde beelden geconfronteerd met de meest afschuwelijke beelden uit diverse oorlogen. De begeleidende teksten zijn vooral bedoeld om de kijker ervan te doordringen dat we deze beelden nooit mogen vergeten. Het bombardement van hartverscheurende beelden heeft als nadeel dat je als kijker op een gegeven moment figuurlijk bent platgebombardeerd. Het perceptievermogen is ontoereikend om de beeldenstroom te verwerken. Blijft staan dat de film op bijna poëtische wijze een appel doet op het niet wegstoppen van de pijn die veel mensen door oorlogen hebben moeten doorstaan.

Conclusie
Concluderend mag gesteld worden dat de wisseling van de wacht voor de Berlinale nog niet heeft geleid tot een veel beter festival. Eigenlijk was de 70e editie gewoon een voortzetting van de voorgaande edities. Met als kenmerk dat de twee Amerikaanse films in het hoofdprogramma – FIRST COW en NEVER RARELY SOMETIMES ALWAYS – de besten waren en dat de overige films wel heel erg arty en sommige extreem pessimistisch van toon waren.

 

1 maart 2020

 

DEEL 1
DEEL 2

 

MEER FILMFESTIVAL

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 2

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 2:
Uitstekende films buiten competitie

door Bert Goessen

Na 9 van de 18 competitiefilms bespreken we in dit tweede deel vier ondermaatse films. Maar gelukkig waren er buiten competitie wel twee uitstekende films te zien.

EL PRÓFUGO van Nalalia Meta uit Argentinië is een zwaar aangezette psychologische thriller over geesten en geluiden die binnendringen in het hoofd van Ines. Droom en werkelijkheid lopen door elkaar en horrorelementen liggen voortdurend op de loer. Die mix van stijlelementen maakt de film onnodig ingewikkeld. De voortdurend aanwezige orgel- en koormuziek moeten het geheel een kunstzinnige uitstraling geven. Naar mijn mening iets teveel over de top en iets te gekunsteld.

Volevo nascondermi

Volevo nascondermi

Getraumatiseerde Italiaanse kunstenaar
VOLEVO NASCONDERMI van Giorgio Diritti uit Italië is een biopic over het leven van de Italiaanse kunstenaar Antonio Ligabue. In het eerste gedeelte van film wordt Antonio, die geestelijk zwaar gehandicapt is, na het overlijden van zijn ouders naar Zürich gebracht waar hij wordt opgevangen in een gezin. Maar door zijn woedeaanvallen wordt hij als een gevaar voor de gemeenschap beschouwd en wordt hij uitgezet naar Italië. Daar leeft hij jarenlang in bittere armoede totdat de beeldhouwer Renato Marino Mazzacurati zich over hem ontfermt en hem aanspoort te gaan schilderen. So far so good. Maar in het tweede deel zakt de film als een plumpudding in elkaar. Antonio gaat als een gek talrijke kleurige schilderijen maken die hij aan de man probeert te brengen. Hij koopt motors, auto’s en raakt geobsedeerd door een vrouw die hij niet mag huwen. Hij sterft uiteindelijk moederziel alleen in een kliniek voor psychisch gestoorden. Films over getraumatiseerde kunstenaars hebben we al eerder en veel beter gezien getuige films als FRIDA KAHLO, VINCENT, MY LEFT FOOT en talloze andere. VOLEVO NASCONDERMI haalt dit niveau helaas niet ondanks sommige prachtige opnames in het eerste gedeelte van de film.

Bert GoessenPERSIAN LESSONS van Vadim Petelman uit Oekraine is een doorsnee oorlogsdrama over een commandant die in 1942 in Frankrijk een gedeporteerde Jood van de dood redt, omdat hij zich voor Pers uitgeeft. De commandant wil graag Farsi leren omdat hij na de oorlog in Teheran een Duits restaurant wil openen. Een beetje een vergezocht thema. De Belgische Jood uit Antwerpen spreekt helemaal geen Perzisch maar verzint ter plekke niet-bestaande Perzische woorden. Hij krijgt zodoende het vertrouwen van de commandant en kan uiteindelijk het Duitse kamp ontvluchten. Hoewel gebaseerd op ware gebeurtenissen, hetgeen aan het begin van de film wordt vermeld, blijft het verhaal een beetje ongeloofwaardig. Zeker geen film die de Nederlandse bioscopen zal gaan halen.

Franse zwijmelfilm
LE SEL DES LARMES van Philippe Garrel uit Frankrijk is een klassiek Franse ‘conte d’amour’ in de traditie van Eric Rohmer. Waar Rohmer doorgaans optimisme uitstraalde in zijn films, is deze van Garrel een stuk pessimistischer. Timmerman Luc wordt eerst verliefd op Djemila, een meisje dat hij ontmoet bij de bushalte. Als dat niks wordt gaat hij in zee met zijn jeugdliefde Geneviève. Als hij naar Parijs verhuist voor zijn opleiding tot professioneel timmerman komt hij in een driehoeksverhouding met Betsy en Paco. Hij vindt het geluk in de liefde niet echt en als op het einde van de film ook nog zijn vader komt te overlijden is de misère compleet. De film is in zwart-wit en voor de liefhebbers van het Franse conte d’amour-thema valt er genoeg te genieten. Andere filmliefhebbers zullen weinig waardering kunnen opbrengen voor de zoveelste Franse zwijmelfilm.

Rituelen in Brazilië
TODOS OS MORTOS van het Braziliaanse duo Ceatano Gotardo en Marco Dutra speelt zich af in Sao Paolo van 1899 en 1900, een paar jaar na de afschaffing van de slavernij in Brazilië. Isabel woont op een koffieplantage samen met haar twee dochters: de non Maria en de gestoorde Ana, een bleke, achterdochtige jonge vrouw die graag de hele dag piano speelt en obsessief allerlei objecten in de achtertuin begraaft. Kort na de dood van Josefina, de zwarte huishoudster van het gezin die weergaloze koffie kan zetten, besluit Ana dat de slechte gezondheid van Isabel alleen kan worden genezen met traditionele Afrikaanse rituelen, uitgevoerd door de voormalige slavin Iná. In eerste instantie stemt Iná met tegenzin toe. Maar vervolgens besluit ze de authentieke Afrikaanse gebeden uit te voeren. Ondertussen wordt haar zoon João tegen haar zin liefdevol opgenomen in het huishouden. Buiten het huis beginnen zich de eerste veranderingen van de 20e eeuw te manifesteren. Een hybride film die lijdt onder het gewicht van zijn thematiek. Alles is nogal zwaar aangezet. De theatrale setting en poëtische liederen dragen op hun beurt bij tot een doorwrocht geheel.

In SIBERIA van ‘enfant terrible’ Abel Ferrara speelt Willem Dafoe het alter ego van Abel Ferrara, een man die op zoek is naar zijn eigen ik. Daarvoor reist hij af naar een verlaten oord in de sneeuw van Siberië. Hij komt in contact met mensen die hij niet kan verstaan en zijn demonen die hem kwellen. Zijn enige maatjes zijn zijn vijf huskies, maar ook die kan hij niet vertrouwen. Ferrara blinkt al jaren uit in het maken van edelkitsch en ook SIBERIA is hier weer een bewijs van. Een film om snel te vergeten.

Onward

Onward

Pinocchio
Nog vermeldenswaard zijn twee films die ik buiten competitie heb gezien: PINOCCHIO van de Italiaanse regisseur Matteo Garrone (bekend van GOMORRA en DOGMAN) waarin hij flink uitpakt met de art direction. Elke scène ziet er oogstrelend uit en de houten pop Pinocchio beweegt zich geloofwaardig door het verhaal. Het is een echte familiefilm waar je met het hele gezin naartoe kunt. Dat hebben de Italianen dan ook massaal gedaan met Kerst. Enig minpunt is dat de film met zijn 126 minuten wat aan de lange kant is en daarom voor de allerkleinsten een hele zit zal zijn.

En tenslotte ONWARD van Dan Scanlon. De nieuwe film uit de Pixar-stal, bekend van films als TOY STORY, CARS, MONSTERS en FINDING NEMO is een verrassende mix van animatie en fantasy. Duidelijk niet geschikt voor de allerkleinsten, want daar is de film iets te scary voor. Twee broers, de ene heldhaftig en de andere bangerig, willen nog graag een keer hun te vroeg overleden vader terugzien. Wat in wekelijkheid natuurlijk niet kan, kan in deze magische Disneyfilm wel met behulp van een toverstaf die doet denken aan de toverstaf van Gandalf Disney meets The Lord of the Rings is dan ook een rake typering voor deze uitzonderlijk vermakelijk film die wat minder belerend is dan andere Disney-films.

 

27 februari 2020


DEEL 1
DEEL 3


MEER FILMFESTIVAL

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 1

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 1:
De betere competitiefilms

door Bert Goessen

Halverwege het 70e filmfestival van Berlijn heeft de verandering van artistiek directeur nog niet geleid tot een kwalitatief beter competitieprogramma. Na 9 van de 18 competitiefilms bespreken we in dit eerste deel vier films van redelijk tot hoog niveau.

Het begon al met de openingsfilm MY SALINGER YEAR. Weliswaar een film buiten competitie, maar blijkbaar toch al een indicatie voor hetgeen we mochten gaan verwachten. De film van Philippe Falardeau is een vrij braaf, futloos, zich enigszins voortslepend drama over de jonge Joanna die begin jaren 90 vanuit een klein plaatsje nabij New York naar de grote stad verhuist met de ambitie schrijfster te worden. In New York komt ze bij een agentschap te werken waar ze de fanmail van de cultschrijver D.J. Salinger mag gaan beantwoorden. Maar Joanna blijft dromen van een eigen boek hetgeen haar uiteindelijk lijkt te gaan lukken. Een film die de nodige power mist en slechts blijft hangen in een liefdevol portret van een lang vervlogen tijd.

Las Mil Y Una

Las Mil Y Una

Lummelen
De openingsfilm van de Panoramasectie LAS MIL Y UNA van de Argentijnse regisseuse Clarisa Navas is ook niet van hoogstaand niveau. Een coming of agefilm over de 17-jarige Iris die in een kleine plaats ergens in Argentinië rondhangt met haar vrienden en twee neefjes. Ze verlummelen hun tijd met onzinnige bezigheden op zoek naar enige richting in hun leven. Dat verandert als Iris de zelfbewuste Renata tegenkomt. Ze flirten met elkaar en al snel hebben ze seks met elkaar. Maar Renata blijkt een duister verleden te hebben. Navas schildert een tijdsbeeld van armoede, liefde en geweld. Van een overgang tussen kind zijn en volwassen worden in zweverige bijna documentaireachtige beelden. Helaas meandert de film in een vrij traag tempo door en komt hij niet tot een dramatisch hoogtepunt.

De eerste koe
De beste film in competitie tot nu toe is zonder meer FIRST COW van Kelly Reichardt uit de USA. De eerste koe als oorzaak van alle geweld en ellende in de wereld. Dat is het originele boodschap van haar film. Twee gemeenschappen leven ergens in Amerika in de vrije natuur van de dingen die de natuur hen biedt. Champignons, kleine knaagdieren etc. Het gedonder begint als twee mannen uit de ene gemeenschap melk gaan stelen van de koe die de andere gemeenschap heeft laten overkomen uit Californië. Met de melk bakken ze koekjes die ze verkopen voor veel muntjes. Het fortuin dat ze vergaren moeten ze echter verstoppen omdat de andere gemeenschap heeft ontdekt dat ze hun melk stelen. Ze moeten vluchten voor hun achtervolgers hetgeen ze uiteindelijk moeten bekopen met de dood. Jaren later worden hun beide lichamen gevonden door een vrouw die in het bos op zoek is naar champignons. Met dat beeld opent de film. De film verdient zeker een prijs voor het origineelste scenario sinds jaren. Het geduld van de kijker wordt echter flink op de proef gesteld. Het tempo van de film is net zo traag als de champignons groeien.

Drie zielige figuren
Ook goed, maar kwalitatief een trapje lager dan FIRST COW is EFFACER L’HISTORIQUE van Benoît Delépine en Gustave Kervern. De twee Belgische regisseurs zijn min of meer gespecialiseerd in het maken van films met een milde humor, getuige films als AALTRA uit 2004, MAMMUTH uit 2012 en LE GRAND SOIR uit 2014. Ook hun nieuwe film is een vrolijke, sympathieke en niet al te scherpe satire op het telefoon- en internetgebruik van drie inwoners van een kleine provinciestad. Marie koopt alles wat los en vast zit via internet terwijl ze geen werk heeft en steeds dieper in de schulden raakt. Bertrand kan geen weerstand bieden aan allerlei aanbiedingen die hij krijgt via de telefoon en het internet terwijl zijn dochter op social media voortdurend gepest wordt. Christine is verslaafd aan series kijken en vraagt zich af waarom ze niet genoeg likes krijgt waardoor ze premium lid kan worden. Drie zielige figuren die overgeleverd zijn aan de technieken van de moderne tijd. Op komische wijze belichten de regisseurs de schaduwzijden van de verleidingen waar talloze mensen dagelijks mee geconfronteerd worden.

Overbelaste vrouw
SCHWESTERLEIN van het Zwitserse duo Stéfanie Chuat en Véronique Reymond is een gedegen melodrama over Lisa, een vrouw van middelbare leeftijd, die de zorg heeft voor haar eigenwijze moeder, haar tweelingbroer die kanker heeft, haar twee schoolgaande kinderen en een man die tegen haar wil carrière wil maken en nauwelijks rekening wil houden met haar carrière als schrijfster van toneelstukken. Al met al een druk bestaan waar menige vrouw van middelbare leeftijd zich in zal herkennen. Lisa heeft nauwelijks tijd om op adem te komen. Ze rent van hot naar her en krijgt uiteindelijk stank voor dank. Een goed gemaakte, degelijk film die de overbelasting van veel vrouwen voor het voetlicht brengt.

Undine

Undine

Spelletje
UNDINE van de Duitse regisseur Christian Petzold is een verdienstelijk liefdesdrama dat zich afspeelt in het hart van Berlijn. Logisch dus dat de film in de competitie van het filmfestival is opgenomen. Actrice Paula Beer speelt op innemende wijze de rol van de jonge vrouw Udine die in de steek wordt gelaten door haar vriend. Op de plek waar dat gebeurt, komt ze een nieuwe man tegen op wie ze smoorverliefd wordt. Na een mysterieus telefoontje van haar ex raakt Udine in totale verwarring hetgeen uiteindelijk tot een aantal opmerkelijke verwikkelingen leidt. Het eerste uur worden de personages heel nauwkeurig neergezet om tot een spannende finale te kunnen komen. In de handen van een regisseur als Michael Haneke zou de film dat ongetwijfeld doen. Bij Petzhold blijft de finale een beetje steken in een net niet spelletje ondanks de referenties naar het sprookje van de waternimf. Daar laat de regisseur de nodige kansen jammerlijk onbenut.

 

25 februari 2020

 

DEEL 2
DEEL 3



MEER FILMFESTIVAL

Filmfestival Berlijn 2020 – Preview

Preview Filmfestival Berlijn 2020:
Nadruk op Europese arthouse

door Bert Goessen

De nadruk van het 70ste filmfestival van Berlijn ligt vooral op Europese arthouse, gelardeerd met films uit Azië en Noord- en Zuid-Amerika. Gevestigde namen afgewisseld met werk van minder bekende regisseurs.

De Berlinale staat aan de vooravond van een nieuwe tijdperk. Van 2001 tot 2019 was Dieter Kosslick bijna twintig jaar lang verantwoordelijk voor het hoofdprogramma. Vanaf dit jaar is het de 49-jarige Carlo Chatrian die het competitieprogramma samenstelt. Chatrian was van 2013 tot 2018 directeur van het filmfestival van Locarno. Hij wordt bijgestaan door de uit Nederland afkomstige zakelijk leider Mariette Rissenbeek. Op het eerste gezicht wijkt het competitieprogramma van 2020 niet veel af van hetgeen Kosslick doorgaans programmeerde.

The Roads Not Taken

The Roads Not Taken

Bekende namen
Tot de bekende namen behoren de nieuwe films van Sally Potter (THE ROADS NOT TAKEN met Javier Bardem, Salma Hayek en Laura Linney in de hoofdrollen), Philippe Garrel (LE SEL DES LARMES), Christian Petzold (UNDINE), Hong Sangsoo (THE WOMAN WHO RAN), Tsai Ming-liang (RIZI), Rithy Panh (IRRADIES) en ‘enfant terrible’ Abel Ferrara (SIBERIA). Verder opvallend weinig films uit Amerika. Slecht 2 van de 18 competitiefilms komen uit de USA. Kelly Reichardts FIRST COW en Eliza Hittmans NEVER RARELY SOMETIMES ALWAYS waren al te zien in respectievelijk Telluride en Sundance.

Minder bekende namen
Tot de wat minder bekende namen behoort de film van het Belgische duo Benoit Delépine en Gustave Kervern (EFFACER L’HISTORIQUE). Zij werden in 2004 bekend met hun eerste film AALTRA. De Italiaanse broers Damiano en Fabio D’Innocenza presenteren hun familiedrama FAVOLACCE en eveneens uit Italië komt VOLEVO NASCONDERMI van regisseur Giorgio Diritti, een portret van Antonio Ligabue, de revolutionaire einzelgänger in de moderne kunst. Zwitserland is vertegenwoordigd met de film SCHWESTERLEIN van het in Zwitserland geboren vrouwelijk regisseursduo Stéphanie Chuat en Véronique Reymond. Een emotionele film over een broer en zus die samen kanker proberen te overwinnen.

Twee buitenbeentjes uit Zuid-Amerika zijn EL PROFUGO van Natalia Meta uit Argentinië en TODOS OS MORTOS van het Braziliaanse duo Caetano Gotardo en Marco Dutra. Als de slavernij in 1899 in Brazilië wordt afgeschaft, weten de drie vrouwen van een koffieplantage zich geen raad meer met het dagelijks leven. Marco Dutra maakte in 2017 samen met Juliana Rojas de film GOOD MANNERS.

Heel bijzonder is de selectie van de film THERE IS NO EVIL van de Iraanse regisseur Mohammad Rasoulof, die al sedert 2017 zijn land niet meer mag verlaten. Een film van 150 minuten waarin vier verhalen zijn verweven die over morele thema’s en de doodstraf gaan. Geen lichte kost dus.

Tenslotte is er ook nog een beetje Nederlandse inbreng met het mede door Lemming geproduceerde drama BERLIN ALEXANDERPLATZ van de Duitse regisseur Burhan Qurbani, die in 1980 is geboren uit Afghaanse ouders. In deze hedendaagse interpretatie van Alfred Döblins beroemde boek staat een vluchteling uit Guinee-Bissau centraal. Hij probeert een eerlijk leven te leiden in Berlijn, maar door zijn status als illegale vluchteling blijkt dat praktisch onmogelijk.

Berlin Alexanderplatz

Berlin Alexanderplatz

Weinig Azië
Opmerkelijk weinig films uit Azië zijn er dit jaar in het hoofdprogramma van Berlijn te zien en zelfs helemaal geen films uit China, terwijl vorig jaar de Gouden Beer nog werd gewonnen door het intens mooie drama SO LONG MY SON. Grote afwezige is ook Wes Anderson die in 2014 de Zilveren Beer won met THE GRAND BUDAPEST HOTEL en al sedert 2001 een regelmatig terugkerende gast is in Berlijn. Maar zijn nieuwe film THE FRENCH DISPATCH, die inmiddels al klaar schijnt te zijn, speelt zich af in een fictieve Franse stad met in de hoofdrollen Cecile de France en Lea Seydoux. Ongetwijfeld heeft Cannes zich dit snoepje niet laten afpakken en zien we de film in mei op het programma terug.

Naast de 18 competitiefilms vertoont Berlijn ook nog 20 Gala Premières van films die een breder publiek aanspreken. De openingsfilm MY SALINGER YEAR van de Canadese regisseur Philippe Falardeau behoort tot deze sectie. Falardeau werd internationaal bekend in 2011 met zijn film MONSIEUR LAHZAR. Zijn nieuwe film, met Sigourney Weaver, speelt zich af in de literaire kringen van het New York in de jaren 90.

Minamata

Minamata

Verder interessant
De overige films in deze sectie om naar uit te kijken zijn: PINOCCHIO van Matteo Garrone, met Roberto Begnini in de hoofdrol; POLICE van Anne Fontaine, met Omar Sy in de hoofdrol; ONWARD, de nieuwe Pixar-animatiefilm, MINAMATA van Andrew Levita, met Johnny Depp in de hoofdrol en SWIMMING OUT TILL THE SEA TURNS BLUE van de Chinese regisseur Jia Zhang-ke waarin drie schrijvers uit verschillende generaties vertellen over de invloed van de Culturele Revolutie, de Heropvoedingspolitiek en de modernisering van het hedendaags China op hun werk.

Lees hier het programma van de Berlinale 2020.

 

18 februari 2020


MEER FILMFESTIVAL

Parasite Black & White had nooit IFFR-publieksprijs mogen winnen

Ondertussen, op de redactie:

Parasite Black & White had nooit IFFR-publieksprijs mogen winnen

 

COR:

Beste collega’s,

Parasite is de eerste Koreaanse film die in Cannes een Gouden Palm won. Deze genres overschrijdende rolprent gooit internationaal hoge ogen en zal ook wel een paar Oscars winnen.

In Nederland draaide de film al op de filmfestivals van Vlissingen en Leiden. Het IFFR in Rotterdam heeft de wereldpremière van de zwart-wit versie van Parasite – nadat regisseur Bong Joon-ho eerder Mother in zwart-wit had gelanceerd.

“Ik ben er zeker van dat iedereen een andere opvatting zal hebben over deze versie”, meldt de Koreaanse filmmaker. “Zelf vind ik dat alle personages er nog pathetischer uitzien, en dat het onderscheid tussen de drie verschillende ruimtes waar de families verblijven in al zijn grijstinten nog tragischer is.”

Volgens onze vrouw in Rotterdam, Suzan, zat de zaal bomvol Parasite-fans en maakt de film grote kans ook hier de publieksprijs te winnen.

Gaan we nu elke succesfilm in zwart-wit uitbrengen? Was het wel verstandig om de kleurloze versie van Parasite te laten meedingen in de polls? Moet Alfonso Cuarón van Roma nu maar een kleurenversie maken?

Parasite Black & White

 

ALFRED:

Persoonlijk ben ik blij met alle ophef rond Parasite: fantastische film (mijn nummer 2 van vorig jaar, als we aan jaarlijstjes hadden gedaan) en bovendien draag ik de cinema van Zuid-Korea een warm hart toe. Hopelijk zet het succes van Parasite de deur voor Zuid-Koreaanse films nog wat verder open; er is genoeg fraais dat het westen niet haalt en dat is ons gemis.

Parasite dreigt een regelrechte wereldhit te worden en dat is bepaald opmerkelijk voor een niet-Engelstalige film, die het afgelopen jaar op festivals wereldwijd met applaus is ontvangen en het krankzinnige aantal van 170 (!) onderscheidingen is toebedeeld. Regisseur Bong Joon-ho vliegt van talkshow naar interview en heeft nauwelijks tijd om zijn nieuwe film voor te bereiden. Tussen al het promotiewerk door werkt hij in hotel en vliegtuig aan een nieuw script. De regisseur is op dit moment meer verkoper dan filmer.

En dat verklaart mogelijk waarom Parasite nu opeens in een zwart-witversie opduikt. Het is marketing, uitmelken van manifest succes.

Is dit een idee van de regisseur? In dat geval, wat is zijn motivatie? Waarmee verkoopt hij deze zet? Wat voegt de zwart-witvariant toe? Is de oorspronkelijk versie dan niet goed genoeg? Waarom niet direct in zwart-wit gedraaid? Vragen en nog meer vragen.

Of is dit een idee van het marketingteam? Dat zou me niet verbazen, want ik heb marketeers slechts bij hoge uitzondering op een origineel en goed idee kunnen betrappen. Doorgaans ‘leent’ men van meer begaafde types, de creatieven, en hangt vervolgens de gebraden haan uit.

Wat me wel verbaast is dat IFFR een bewezen hitfilm in een gefilterde versie – want zwart-wit betekent in dit geval simpelweg een ander filter voor de lens – laat meedraaien in het circus rond de publieksprijs. Wederom, wellicht een marketingdingetje.

Het is armoede, een schrijnend gebrek aan creatieve ideeën. Hitfilm opnieuw uit in andere kleur? Non-idee.

Maar let op, men vreet het. De observatie van Suzan tijdens IFFR bevestigt het. Ik zou in dit verband Aristoteles willen citeren, of parafraseren: waarom zou je de ezel sla voeren als hij ook distels eet?

Parasite Black & White

 

TIM:

Suzans intuïtie heeft haar niet in de steek gelaten: op het moment van schrijven is enkele uren bekend dat Parasite Black & White (de versie rijmt nog ook) de BankGiro Loterij (!)-publieksprijs heeft gewonnen. Ik vind het, ik ben eerlijk plat, een vrij grote schande. Aan de prijs is een bedrag van 10.000 euro verbonden – dat gun je een film die maar één keer bestaat en zijn sporen nog niet elders heeft verdiend. De kwaliteit van Parasite an sich en het vermeende onderscheidingsvermogen van deze versie (die ik zelf niet ben gaan zien) doen in dit verband voor mij totaal niet ter zake. Als organisatie hoor je er in mijn ogen gewoonweg voor te kiezen de versie als een special treat te draaien en de scheurkaarten in de zak te houden. In dit geval kon je er donder op zeggen dat alle lyrische bezoekers de film naar de winst zouden stemmen.

Nu was ik eerder al sceptisch over de keuze om zó snel met een zwart-witversie te komen. De Black & Chrome-edition van Mad Max: Fury Road bleek een groot succes (en terecht), maar daar zat tenminste een langere periode tussen. Ook is het in de huidige situatie veel duidelijker dat er een een-tweetje is gescoord met de komst & masterclass van de filmmaker. Tijdens die sessie grapte Bong naar aanleiding van de onvermijdelijke ‘waarom’-vraag overigens dat hij zichzelf wijs wilde maken dat ‘ie een klassieker had gemaakt. Zelfspot kun je hem niet ontzeggen, maar de nasmaak blijft. Het commerciële plaatje tekent zich te scherp af – Alfred heeft er al genoeg over gezegd en voldoende vraagtekens geplaatst. Ik voeg er enkel aan toe dat geïnteresseerden op YouTube kunnen terugzien hoe de Portugese regisseur Pedro Costa (ter plaatse met zijn Vitalina Varela) op hetzelfde IFFR cynisch-kritisch oreerde over de rol van producers en marketeers in de filmwereld.

Parasite

 

COR:

Op de site van het IFFR laat Bong Joon-ho weten dat in zwart-wit de ‘personages pathetischer’ en de ‘locaties tragischer’ overkomen. In een interview met NRC voegt hij eraan toe dat de kijker nu “meer nuances ziet in het spel en op de gezichten van de acteurs”. De uitspraken van de regisseur neigen naar een wel heel simplistische manier om een doorzichtige marketingtruc artistiek te rechtvaardigen.

De Koreaan had beter iets kunnen zeggen in de trant van zijn Duitse collega Edgar Reitz die voor zijn bejubelde Heimat-kroniek wél een overdachte artistieke keuze maakte. “Zwart-witscènes werken om een of andere reden op het gemoed. Het is alsof men dieper in de ziel van de personen kan binnendringen. Zwart-witbeelden mobiliseren de onbewuste inhoud, zorgen voor een grotere nabijheid met de personen op het witte doek en worden makkelijker herinnerd. Kleurenbeelden zijn decoratiever en daardoor ook vaak moeilijker op te slaan in het geheugen.”

Het door Alfred geformuleerde begrip “uitmelken” lijkt in het geval van Parasite geheel op zijn plaats. Voor je het weet valt zo’n kwaliteitsfilm jammerlijk van zijn voetstuk. Ook ben ik het geheel eens met Tim die uitlegt waarom hij het “een vrij grote schande” vindt dat de zwart-witversie mocht meedingen naar de IFFR-publieksprijs. Juist door deze armoedige keuze slaat het IFFR de plank mis! Naast alle (gegunde) extra publiciteit en marketingopties, wilde het Rotterdamse filmfestival mogelijk het gebrek aan andere ‘grote’ filmtitels tijdens deze editie verhullen.

Parasite Black & White krijgt vanaf 13 februari zowaar een officiële bioscooprelease.

 

SJOERD:

Ik kijk uit naar de Parasite 1,5x snelheid versie.

 

6 februari 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

IFFR 2020 – Deel 5

IFFR 2020 – Deel 5 (slot):
Arthouse verkent grenzen van genrefilm

door Suzan Groothuis

Het IFFR – met 573 vertoningen – toonde opnieuw groei: 13.000 bezoekers meer dan vorig jaar. Ook scholieren bezochten het festival, dankzij het educatieprogramma. Hierbij een laatste terugblik op enerverende filmdagen.

Er waren de toppers (veelgehoord: Corpus Christi, Les Misérables), onverwachte verrassingen (VHYes met hoog eighties-gehalte, het verstilde maar veelzeggende Moving On, de Iraanse politiethriller Just 6.5) en de dompers (met als dieptepunt Dreamlife, over een droom-experiment met de lelijkste cgi-muis ooit).

Daartussen heel veel redelijks, maar waarvan je je wel afvraagt of het uiteindelijk zal beklijven. Wie de publiekspoll volgde, werd eind vorige week ineens verrast door een nummer 1-notering voor Parasite B&W Version, met vlak daarachter Les Misérables en Corpus Christi. De winnaar riep vooral vragen op en bracht een terechte discussie teweeg. Waarom deed Parasite, al is het in de nieuwe zwart-wituitvoering, mee met de poll? De film heeft al een release gehad en is dermate gepromoot en in de prijzen gevallen dat deze notering overbodig aanvoelt en vooral een hulde van fans lijkt. Verder krijgen opvallend veel titels een bioscooprelease, maar echt grote namen bleven uit. Ook opmerkelijk waren de films waarin arthouse en genrefilm zijn vermengd, wellicht met het doel een breder publiek aan te spreken. Hieronder een selectie.

 

Little Joe

Little Joe – Verraderlijke bloemen
Jessica Hausners Little Joe is daar één van. Geïnspireerd door Invasion of the Body Snatchers, een persoonlijke favoriet van Hausner. Wat haar het meest triggert in die film is de vraag wat normaal is en wat niet. Zodra de peulen bezit nemen van mensen, zijn zij zichzelf niet meer. Maar wat is dat eigenlijk, jezelf zijn? Die vraag komt ook terug in Little Joe, haar eerste productie met een internationale cast.

In Little Joe draait het om de devote plantenkweker Alice (Emily Beecham, voor haar rol gelauwerd in Cannes). Zij is bezig met het ontwikkelen van een nieuwe plantensoort. Een oogstrelende bloem, waarvan de pollen een gelukmakend stuifmeel afgeven. Stiekem neemt ze er één mee naar huis voor haar zoon, die zichtbaar worstelt met de scheiding tussen zijn ouders. En het werkt: Joe wordt gelukkiger. Maar Joe is ook niet langer zichzelf. Een soort gemaaktheid maakt zich van hem meester. En hij keert zich steeds meer tegen zijn moeder.

Ook op de kwekerij gebeuren er gekke dingen. De planten, vernoemd naar Alice’s zoon, lijken ook bezit te nemen van Alice’s collega’s. Bella (Kerry Fox), die er al een tijd werkt, heeft het gelijk door. Ze vertrouwt Alice haar theorie over de plant toe. Maar Alice moet daar in eerste instantie niets van weten. Kom niet aan haar Little Joe!

De film, in fraaie steriele beelden geschoten, speelt vervolgens met het idee wat normaal is en wat niet. Mensen veranderen, maar komt dat door de pollen? Klopt Bella’s theorie? En in hoeverre is Alice zelf al door de pollen besmet? Die laatste vraag is het meest interessant, want Emily Beecham heeft als Alice iets onwerkelijks; altijd onberispelijk, maar wat oubollig gekleed, en met haar afstandelijke houding zowel zeker als kwetsbaar. Met andere woorden, je krijgt weinig grip op haar persona.

Toch is er ook veel aan Little Joe op te merken. De theorie dat de pollen kwaadaardig zijn, komt zo snel dat dit een groot deel van de spanning wegneemt. Daarbij ademt de film een klinische, afstandelijke sfeer, wat maakt dat er geen binding met de personages ontstaat. Er volgt een voorspelbaar en wat mager verhaal, waarin het draait om de dubieuze kracht van de pollen en wat die met mensen doet. Zo schipperen de rode bloemen tussen briljant medicijn en kwade voortplanters. Ergens, onderliggend, is er kritiek op de rol van de farmaceutische industrie. De bloemen leveren geld vanwege hun medicinale werking; en wanneer iets geld opbrengt, heeft de mens de neiging datgene te beschermen. Uiteindelijk kan je je van het kille Little Joe afvragen, wie wie in zijn greep houdt: de pollen of de mens?

 

Bacurau

Bacurau – Bloederige taferelen in slapend stadje
Na Hausners ijzige arthousethriller gaan we naar Brazilië, waar regisseurs Kleber Mendonça Filho (Aquarius, Neighbouring Sounds) en Juliano Dornelles de handen ineen slaan. Bacurau is een mengeling van genres tegen een sociaal-realistische achtergrond, waarbij dorpelingen moeite moeten doen om het hoofd boven water te houden.

Het kleine dorpje Bacurau, in het noordoosten van Brazilië, heeft het namelijk niet makkelijk. Teresa, die ernaar onderweg is vanwege het overlijden van haar oma, merkt dat er vreemde dingen gaande zijn op de route. Zo versperren kapot gereden doodskisten de weg en zien we een bloederig lijk. En ook in Bacurau, waar ze niet bepaald warm onthaald wordt, wacht de dood op haar. Terwijl er afscheid wordt genomen van haar oma verstoort de plaatselijke dokter Domingas (Sônia Braga, ook te zien in Aquarius) de dienst.

Er is onrust onder de dorpelingen, zoveel is zeker. De dam is namelijk afgesloten, wat maakt dat ze voor water naar naburige steden moeten reizen. Maar ook wegen zijn versperd, wat het verkrijgen van water weer moeilijk maakt. En dan is er de vreselijke burgemeester Tony jr., die beterschap belooft in de vorm van boeken die niemand meer wil lezen, omstreden medicatie en voedsel dat over de datum is.

En dan gebeuren er steeds gekkere dingen. Een vliegende schotel die over het landschap zoemt en Bacurau in de gaten houdt. Twee motorrijders in felle pakken. En Udo Kier als Amerikaanse Duitser die er met zijn team genoegen in schept om Bacurau, letterlijk, van de kaart te vegen.

Met de komst van Kier en zijn Amerikanen wordt Bacurau steeds gewelddadiger. En verandert de film in een genremix waarin het Wilde Westen, scifi en bloedige horror samensmelten. Het dorp, dat in eerste instantie ingeslapen leek, moet de oude moed van vroeger bijeenrapen om zich te wapenen tegen deze extremistische vreemdelingen. De vraag is, werkt het? De film begint met zijn bizarre sfeer veelbelovend, maar verzandt in ‘teveel van het goede’: zeker wanneer Kier met zijn maten op de proppen komt. Over de top, zonder achtergrondinformatie, zien we hoe leeg geweld zich meester maakt van de film. De effecten, waaronder een exploderend hoofd, zijn knap gedaan, en het strijdbare van de dorpelingen is voelbaar. Maar uiteindelijk voelt Bacurau als een gekke exploitatie van genres om een politiek statement te maken.

 

VHYes

VHYes – Voorliefde voor eighties
Een van de verrassingen op het IFFR was VHYes. Het is de eerste lange film van Henry Jack Robbins, zoon van beroemd acteursduo Tim Robbins en Susan Sarandon. In zijn speelfilmdebuut volgen we de twaalfjarige Ralph in 1986. Ralph en zijn videocamera zijn onafscheidelijk. Hij filmt alles wat hij interessant vindt, zoals de avonturen van hem en zijn vriendje Josh, maar hij neemt ook op van televisie. En wat is dan interessant voor een jongen van zijn leeftijd? Foute Tel Sell-reclames, gecensureerde B-porno en Painting With Joan, een erotische variant van Bob Ross.

Niet wetende dat hij over de huwelijksband van zijn ouders filmt, zien we een bonte mix van beelden voorbij komen. Ondanks dat het pastiche is, is het bijzonder knap gedaan: met gevoel van nostalgie en humor beleven we de eighties vanuit de ogen van een twaalfjarige. Meest in het oog springend zijn het droge Painting With Joan met actrice Kerri Kenney, en een grimmige Amerikaanse variant op Tussen Kunst en Kitsch. Eigenlijk is alles leuk in VHYes. Over de top, en toch zo eighties als het maar kan. Bovendien: gefilmd met echte, oldskool videocamera’s, wat volgens Robbins nog een hele beproeving was.

Hoewel fragmentarisch van opzet – we vliegen van beeld naar beeld – komt alles samen in een origineel einde dat aan found footage à la The Blair Witch Project doet denken. En ja, er zit zelfs een waarschuwende, vooruitziende blik in deze retrokomedie. In een van de programma’s wordt gewaarschuwd voor VHS-recorders. Ooit zullen we allemaal drager zijn van een mini-VHS-recorder, en zal de wereld er zijn om gefilmd te worden. Illustratief voor het nu, waarin mens en telefoon één zijn. En, niet gelogen, het was zelfs merkbaar op het IFFR. In een aantal voorstellingen waren mensen foto’s aan het maken van de films die ze keken. Alles moet vastgelegd worden, een gegeven waar VHYes met bijtende ironie mee speelt.

 

L’extraordinaire voyage de Marona

L’extraordinaire voyage de Marona – Door de ogen van een hond
Voor liefhebbers van animatie is er ook wat te halen. Anca Damians L’extraordinaire voyage de Marona bijvoorbeeld, dat verhaalt over een hondje dat afscheid van het leven neemt. De openingsscène toont hoe Marona op een drukke autoweg wordt aangereden. In grove getekende lijnen zien we hoe ze één wordt met het grijze asfalt.

Wat doe je, als je daar hulpeloos ligt en weet dat je gaat sterven? Je blikt terug. En zo worden we als kijker meegenomen in Marona’s wereld, die zowel pijnlijk als mooi is.

Ze is het product van een edele rashond en een parmantig vuilnisbakkie. Met haar krullende staart, sprieterige oortjes en hartvormige neusje is het een schattig beestje om te zien, maar de eerste eigenaar zet haar al snel op straat. Hij is niet de eerste die afstand doet van Marona. We zien hoe ze bij een acrobaat belandt, een mens met een geur om van te houden. En hoewel Marona gek op hem is, besluit ze zelf weg te gaan – haar mens is ongelukkig, en dat is voor een hond moeilijk aan te zien.

Vervolgens zien we hoe Marona van eigenaar naar eigenaar gaat. De een teder en liefdevol, de ander hatelijk en egoïstisch – hondeneigenaren zijn er in alle soorten en maten. Desondanks past Marona zich aan en neemt verantwoordelijkheid. Een mens zorgt voor een hond, maar dat geldt andersom ook.

Het meest opvallend aan L’extraordinaire voyage de Marona is hoe de film geanimeerd is. Grof, simpel, kleurrijk, organisch. De acrobaat is bijvoorbeeld vormgegeven in vloeiende lijnen, die zich speels door het beeld bewegen. En Parijs is opgetrokken uit bordkarton, waar ondertussen van alles gebeurt: zelfs planeten trekken voorbij.

Met L’extraordinaire voyage de Marona beland je in een wonderlijke omgeving, die je bekijkt vanuit de ogen en wijsheid van een hond. Een expressieve verrassing met een mooi verhaal, waarin thema’s als identiteit, verantwoordelijkheid en grenzeloze liefde besloten liggen.

 

3 februari 2020

 

DEEL 1
DEEL 2
DEEL 3
DEEL 4

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2020 – Deel 4

IFFR 2020 – Deel 4:
Focus op Nederlandse films

door Sjoerd van Wijk

Namens InDeBioscoop nam ik plaats in de KNF-jury op het IFFR 2020. De opdracht: samen met vier mede-juryleden de beste Nederlandse (co)productie kiezen uit een selectie van veertien films.

Dat betekent je onderdompelen in de hectiek van het professionele gedeelte van het festival en van hot naar her haasten voor vertoningen. De festivalwereld heeft de sfeer van een bijenkorf, waar iedereen overal een uurtje de tijd voor heeft tot je weer naar de zaal ‘moet’. Die intermezzo’s zijn echter vaak gevuld met diepgravende gesprekken over het geziene. Want ondanks de uiteenlopende programma’s is de grote gemene deler een passie voor cinema, waarbij iedereen eindelijk het hart kan uitstorten bij gelijkgestemden. Elke zaal in Rotterdam herbergt een nieuwe ontdekking in een eclectisch programma, wat ook bleek uit het diverse aanbod van Nederlandse (co)producties. Hier volgen vier van die producties.

 

Nasir

Nasir – Meditatief en geestig
Nasir voert mee naar het India van president Narendra Modi, die met fascistische praktijken moslims tot tweederangs burgers maakt. Nasir is zo’n Indiase moslim die in de zuidelijke staat Tamil Nadu het probeert te rooien als verkoper in een kledingzaak. Hij neemt ‘s ochtends afscheid van zijn vrouw, wat uiteindelijk profetisch blijkt voor zijn lot in een plek waar het hindoe-nationalisme welig tiert. Gedurende de dag zijn er klussen te klaren, maar op de achtergrond broeit het fanatisme weinig subtiel.

Dat fanatisme komt vrij uitdagend tot uiting in een desoriënterende climax, waar de camera heftig mee schudt met een woedende menigte. Tot die verdraaiing toont regisseur Arun Karthick zich echter bekwaam in het tonen van het dagelijks leven op meditatieve wijze. De bonte kledingzaak is het decor voor bij tijd en wijle geestige interacties tussen sjacherende handelaars en ongeduldige klanten, wat een innemende intonatie op hun overeenkomsten legt. De droge opsomming van restaurants in de buurt door de racistische baas geldt daar als komisch hoogtepunt.

 

Ghost Tropic

Ghost Tropic – Fraaiheid om het fraaie
Nachtelijk Brussel is in Ghost Tropic een oase van rust. Schoonmaakster Khadja valt in slaap in de metro en kan vanaf de laatste halte niet meer terug de stad in. Er zit niets anders op dan naar huis te lopen. Onderweg ziet zij verschillende mensen die de eenzaamheid van het stadsleven in zich hebben. In kleine of grotere momenten met Khadja drijft echter saamhorigheid met een Vittorio de Sica-achtige sentimentaliteit. Daar doorheen fietst een misplaatst verhaal over haar dochter, wat het hypnotiserende karakter van de film bijna teniet doet door onder andere een lukrake eindscène.

Regisseur Bas Devos weet samen met cameraman Grimm Vandekerckhove leven te scheppen in de verstilde beelden, een Brussel om in te verdrinken als de nacht alles sereen maakt. In gevoeligheid schiet Devos echter uit de pas, waardoor Ghost Tropic ten onder gaat in vals sentimentalisme. Het interactieve videospel Life is Strange verbeeldt eenzelfde vreemd verlangen in een ongrijpbare wereld sterker met oprechte emoties, terwijl in deze film Khadja te veel een heilige is en de muziek te veel kitsch. Het stille van de beelden lijkt een doel op zich, fraaiheid om het fraaie.

 

Farewell Paradise

Farewell Paradise – Fel pratende hoofden
In Farewell Paradise interviewt regisseuse Sonja Wyss haar vader, moeder en oudere zussen een op een over hun veelbewogen familiegeschiedenis. Moeder vluchtte op een dag weg uit de Bahama’s na de zoveelste affaire van vader en het gezin brak uiteen. Dat levert heftige gesprekken op, want iedereen spreekt elkaar tegen en er ging vooral veel mis in de opvoeding van de gezusters Wyss.

Pratende hoofden zijn vaak een cliché in documentaires, maar Wyss weet dit op zijn kop te zetten met een enerverende film. Op zwartgrijze achtergrond steken de familieleden fel af tijdens het vragenvuur van de jongste, die bijzonder kritisch durft te zijn. De nadruk op de scherp opgenomen aan hun stoel gekluisterde ondervraagden maakt Farewell Paradise tot een enerverend onderzoek van een gebroken familie. De lukrake intermezzo’s van landschappen steken daar enigszins potsierlijk bij af, terwijl de spaarzame familiekiekjes naar meer smaken. De ontwapenende openhartigheid blijft echter overeind.

 

Mother

Mother – Huiveringwekkend resort
Ook de documentaire Mother duikt in gebroken familiebanden, ditmaal met Alzheimer als leidraad. In Thailand is een Zwitsers resort voor dementerende ouderen, die daar alle zorg krijgen van Thaise verpleegkundigen. Pomm is zo’n verpleegster, die moet schipperen tussen verschillende baantjes en haar kinderen nauwelijks kan zien. Haar tragiek legt regisseur Kristof Bilsen bloot, het verzorgen van andermans ouders en daardoor zelf niet moeder kunnen zijn. De beelden spreken voor zich, net als de personages dat doen.

Aan de andere kant is er een Zwitserse familie, die na lang wikken en wegen besluit dat het voor hun 57-jarige moeder het best is als zij haar naar Thailand afschepen. Waar bij Pomm telefoonbeelden het geheel schwung geven, blijft Marko Milovanovic’ camera scherp toezien hoe deze familie afscheid neemt van moeder. Het levert in eenvoud heftige, confronterende beelden op. Een videogesprek met het warme Abba op de achtergrond is het pijnlijkst, als alle sluimerende systemische factoren van klasse en eenzaamheid samenkomen voor een huiveringwekkende toon van onvermogen bij elke partij. En dat zonder opgeheven vinger.

 

De KNF Award (uitgereikt door de Kring van Nederlandse Filmjournalisten) ging naar Kala azar van Janis Rafa. De film levert volgens de jury “op subtiele wijze commentaar op de zieke staat van de wereld en onze mogelijke ecologische ondergang”.

 

1 februari 2020

 

DEEL 1
DEEL 2
DEEL 3
DEEL 5

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2020 – Deel 3

IFFR 2020 – Deel 3:
Doorzetters, twijfelaars en dromers

door Suzan Groothuis

Veel films handelen over verandering. Een gebeurtenis waardoor je leven ineens op z’n kop staat, je besluiten moet nemen, het roer om moet gooien. Ruim baan voor dromers, vernieuwers of mensen die het gevoel hebben vast te zitten. Hieronder een selectie van films waarin de personages, fictief of echt, cruciale veranderingen doormaken.

 

Sound of Metal

Sound of Metal – Wennen aan stilte
Drummer Ruben speelt in een noiseband en muziek is zijn leven. Samen met zijn vriendinnetje Lou touren ze met hun camper, die omgebouwd is tot een paradijs voor muziekfanaten. Vol apparatuur en ook de draaitafel met Marantz-versterker ontbreken niet. Zo kunnen ze ‘s ochtends van een jazzmuziekje genieten, terwijl Ruben er ‘s avonds een snoeiharde drumset uit knalt.

Maar dan, plots, valt zijn gehoor weg. Eerst is er een indringende piep, om over te gaan in een verdovend, afstompend geluid. Ruben hoort nog wel, maar slechts 20% van wat normaal is. Hopend op iets tijdelijks krijgt hij van de arts slecht nieuws voorgeschoteld. Zijn gehoor is onherstelbaar beschadigd. De enige manier om het niet te verergeren, is rust nemen en niet meer optreden. En de enige manier om zijn gehoor weer terug te krijgen, is via implantaten. Een dure grap, en niet verzekerd.

Met het wegvallen van zijn gehoor valt ook Rubens wereld weg. In Darius Marders debuut volgen we hem in zijn zoektocht, hoe zich aan te passen aan deze nieuwe manier van leven. Zichtbaar gespannen onder de situatie wordt Ruben door Lou onder druk gezet zijn intrede te nemen in een doveninstituut. Zij gaat haar eigen muzikale weg. Weer moet Ruben, in eerste instantie vol weerstand, zich aanpassen.

Net wanneer je denkt dat de film de zoete kant op gaat – Ruben begint binding te krijgen met de dove wereld – zorgt Marder voor een spanningsveld. Want Ruben wil niets liever dan zijn muziekcarrière weer oppakken. Tegen het advies van zijn begeleider in besluit hij tot implantaten en daarmee begint het interessantste deel van de film. De keuze die Ruben maakt, blijft een discutabele. Want met implantaten hoort hij anders: scherp, snijdend, blikkerig. Als kijker hoor je letterlijk wat hij hoort. Van het verdoofde, verstomde geluid in het begin van de film tot het ervaren van geluid met implantaten – beiden zijn hels voor iemand voor wie geluid cruciaal is. En dat weten Marder, die mee schreef aan Derek Cianfrances The Place Beyond the Pines, en acteur Riz Ahmed perfect over te brengen. Een auditieve, ontluisterende ervaring.

 

My Morning Laughter

My Morning Laughter – In beweging komen
In het Servische My Morning Laughter volgen we de 28-jarige Dejan. Hij woont nog bij zijn moeder en buiten het feit dat hij lesgeeft, weten we weinig over hem. Wel zien we dat zijn bejaarde buurman het bloed onder zijn nagels vandaan haalt. En dat Dejan het thuis niet meer zo goed trekt. Het is tijd om op jezelf te wonen, zegt zijn moeder. Tegelijkertijd houdt ze dat ook tegen, want ze is gewend om voor haar zoon te zorgen. En Dejan zelf? Die zien we uitgezakt op de bank zitten, apathisch en besluiteloos. Als kijker geeft het je het gevoel dat de muren, waarop de camera geregeld focust, op je afkomen.

My Morning Laughter, het debuut van Marko Djordjevic, belooft een tragikomedie. De film is droog, maar het komische aspect is ver te zoeken. Djordjevic neemt de tijd. Lange shots, met veel aandacht voor ruimte – deuren en muren die afkaderen en benauwen. Ook is er weinig dialoog. De hoofdpersoon in kwestie is zwijgzaam en niet van de actie. Toch komt er, zij het op minimale wijze, verandering in zijn leven.

Een vrouwelijke collega ziet hem wel zitten en de stap om op zichzelf te gaan wonen komt dichterbij. Maar in plaats van dat je Dejan ziet opbloeien, of tot leven ziet komen, blijft hij uitgeblust. Alsof al zijn energie uit hem gerukt is. Je zou My Morning Laughter als een karakterstudie kunnen zien van een man die vastzit. Kaal en droog, zonder een duidelijk narratief. Dat klinkt saai, en dat is het helaas ook.

 

Moving On

Moving On – Snede uit een familie
Gelukkig laat de Zuid-Koreaanse filmmaakster Yoon Dan-bi met haar fraaie debuut Moving On zien dat verstildheid wel kan werken. Niet dat er in haar film weinig gebeurt – integendeel. Maar Dan-bi neemt rustig en ingetogen de tijd voor dit familiedrama, waarin een vader met zijn twee kinderen bij opa intrekt.

Niet alleen omdat opa ziek is, vader zit ook financieel aan de grond. Er is net genoeg ruimte in opa’s appartement om het gezin op te vangen. En dan komt tante, die kampt met een relatiecrisis, er ook nog eens bij. Op subtiele wijze toont Dan-bi hoe de familieverhoudingen liggen.

In eerste instantie hebben kleinkinderen Okju en Dongju helemaal geen zin om naar opa te gaan. Er lijkt ook geen sprake van een band. Maar geleidelijk aan hechten ze zich aan de zwijgzame man, aan wiens blik we kunnen zien dat hij blij is dat zijn familie er is. Ondertussen speelt er genoeg – de worsteling van Okju en Dongju met hun ouders scheiding, Okju die droomt van een oogoperatie, vader die met zijn handel in nepsneakers en zijn optimisme het hoofd boven water probeert te houden en de vraag wat er met opa en het huis moet gebeuren nu zijn gezondheid zo slecht is.

Moving On is in observerende stijl gefilmd, waarbij Dan-bi laat zien dat er niet altijd woorden nodig zijn om te duiden wat er speelt. Een van de mooiste scènes is die waarin opa naar muziek luistert. Het nummer gaat over het verlies van een dierbare en de herinneringen aan diegene. Okju neemt vanaf de trap haar opa, met een melancholieke glimlach op zijn gezicht, waar. Zij is in twijfel – opa wel of niet vergezellen – maar ze besluit hem met zijn herinneringen alleen te laten.

En zo is er wel meer moois te halen in deze beschouwende, maar veelzeggende film. Moving On wordt wel vergeleken met werk van de Japanse cineast Hirokazu Koreeda (After the Storm, Shoplifters). Thema’s van verlies, herinneringen en rouw sijpelen door, maar altijd met gedoseerd sentiment. Een snee uit het leven van drie generaties.

 

An Impossible Project

An Impossible Project – Analoge dromer
Het IFFR heeft naast het grote aantal speelfilms een behoorlijk aantal documentaires op de agenda. Een ervan is An Impossible Project van regisseur Jens Meurer waarin hij Dr. Florian “Doc” Kaps volgt. Een Oostenrijker met passie voor al wat analoog is.

Terwijl de wereld is overgegaan op digitaal, probeert Doc de analoge moraal hoog te houden. Zo heeft hij de voormalige Polaroid-fabriek in Enschede overgenomen om nieuw leven in Polaroid-camera’s te blazen. Oude camera’s worden gereviseerd en onder een nieuwe naam, Impossible, verkocht. Het merk dankt zijn naam aan het feit dat iedereen Doc voor gek verklaarde. Zo’n product in dit digitale tijdperk weer aan de man brengen, is onmogelijk. Maar Doc is een dromer die van het onmogelijke houdt. Dus kwam hij met Impossible.

Doc is een goede dromer, maar geen goede zakenman. An Impossible Project toont hoe hij van project naar project gaat, waarbij hij zijn passie voor analoog hoog blijft houden. Doc schroomt niet voor verandering. Zo heeft hij Supersense opgericht in zijn thuisstad Wenen, een analoog koffieparadijs waar onder meer ongecomprimeerde analoge opnamen worden geproduceerd. Maar Doc heeft ook zijn oog laten vallen op een Grand Hotel, dat ruim twintig jaar leeg staat. Het is oud, maar alles werkt nog. Docs visie? Maak het schoon, en laat het zo!

Uiteindelijk krijgt Doc steun vanuit het medium Facebook, dat ook de charme en noodzaak van de analoge wereld ziet. The Impossible Project loodst de kijker op vermakelijke wijze door de avonturen van Doc en zijn bevlogen medestanders. Een film over iemand die durft te dromen, bij zichzelf blijft én aanzet tot verandering. In hoeverre bepaalde analoge producten, zoals de Polaroid-camera in nieuwe vorm, zullen beklijven is wel de vraag. Hype of geen hype, de terugkeer naar analoog wordt in The Impossible Project wel bijzonder aanlokkelijk gemaakt.

 

31 januari 2020

 

DEEL 1
DEEL 2
DEEL 4
DEEL 5


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2020 – Deel 2

IFFR 2020 – Deel 2:
Enorme variatie korte films

door Michel Rensen

Met ongeveer 250 korte films is het kortfilmprogramma van IFFR net zo omvangrijk als het reguliere programma. Met tal van voorfilms, thematische voorstellingen en een 21-koppige Tiger Short-competitie. 

Tiger Shorts-competitie
De Ammodo Tiger Short-competitie vormt een zeer gevarieerde mengelmoes van films die nieuwe vormen van verhalen vertellen onderzoeken. Een veelvoud aan experimenteel werk, waar concepten en ideeën vaak voorrang krijgen boven een narratief. De films zijn zelfs voor een doorgewinterde kijker vaak moeilijk te volgen, maar als je je overgeeft aan het experiment, heeft elke film in competitie iets eigens te bieden.

Aquí y allá

Aquí y allá

Melisa Liebenthals Aquí y allá begint een zoektocht naar de betekenis van het concept ‘thuis’ vanuit Google Earth. Vanaf haar eigen positie als Argentijnse immigrant in Frankrijk duikt Liebenthal in de geschiedenis van haar eigen familie, die na het vluchten voor het opkomend nazisme de wereld rondzwierf voor ze in Argentinië neerstreek.

Michael Portenoy mengt in Progressive Touch dans, absurdisme en porno. Met overdreven bewegingen voeren de personages een paringsdans uit. Op minimalistische sets worden hun lichaamsdelen als muziekinstrumenten gebruikt om vervolgens ritmisch tot een hoogtepunt te komen.

Narratieve korte film
Naast de experimentele korte films, zijn er in het Voices Short-programma tal van meer narratieve films te zien. Veel van deze films draaien als voorfilm bij een speelfilm, terwijl ook een selectie in compilatieprogramma’s te zien is.

Bait-regisseur Mark Jenkin slaagt er met Hard, Cracked the Wind in om poëzie op beeld te maken. Niet met trage en ambigue shots, maar door ritmische montage en het creëren van nieuw beelden door verrassende shot-combinaties. De film is een wervelende zwart-witvertelling over een behekste aktetas.

Baba

Baba

Sarah Blok en Lisa Konno maken met Baba het tweede deel uit een reeks van komische portretten van immigrantenvaders. Nadat Konno de camera op haar eigen Japanse vader richtte in Nobu, is in Baba de hoofdrol voor een Turkse muzikant die met zijn eigen dochter in gesprek gaat. Met een goede dosis humor reflecteert de film op de complexe en vaak onbesproken gevoelens die met de immigratie gepaard gaan en de rol van vaderschap in een veranderende culturele context. Hopelijk komt het regisseursduo snel met het volgende deel in de reeks.

Drie keer prijs
Al vroeg in het festival worden de korte filmprijzen uitgereikt. In de Tiger Shorts-competitie ontvangen drie films de gelijkwaardige hoofdprijs. In Sun Dog (Dorian Jespers) dwaalt de camera tijdens een nachtelijke sneeuwstorm door een bijna verlaten Russische stad. Als buitenstaander krijgt de hoofdpersoon geen toegang tot de stad en doolt daardoor als een soort geest van de ene naar de volgende inwoner tot een dubbele zon aan de horizon verschijnt.

Communicating Vessels

Communicating Vessels

Communicating Vessels van Maïder Fortuné en Annie MacDonell vertelt een vervreemdende relatie tussen een kunstdocent en haar geniale doch wereldvreemde student. Gebaseerd op hun eigen ervaringen in kunstinstituten, als docent en student, lijkt de film toch vooral gemaakt voor een in-crowd.

Ismaïl Bahri’s Apparition laat zien dat complexe thema’s geen ingewikkelde opzet nodig hebben om te raken. Met enkel een oude foto en een lamp maakt Bahri de fysieke relatie tussen mens, geheugen en geschiedenis. Vanuit de schaduw brengt hij het verleden weer aan het licht.

 

30 januari 2020

 

DEEL 1
DEEL 3
DEEL 4
DEEL 5

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2020 – Deel 1

IFFR 2020 – Deel 1:
Zoeken naar moraal

door Suzan Groothuis

Het International Film Festival Rotterdam (IFFR) is in volle gang. In de publiekspoll zijn er flinke verschuivingen, maar drie films houden zich staande in de top tien. Toevalligerwijs films die zich buigen over hetzelfde thema: het zoeken of vinden van moraal in een wereld die op z’n kop staat.

 

Les misérables

Les misérables – Ontembare woede
Het Franse Les misérables speelt zich af in de Parijse voorstad Montfermeil, waar rellen aan de orde van de dag zijn. De filmtitel is een verwijzing naar de klassieker van Victor Hugo – een deel van zijn boek speelde zich in Montfermeil af.

Anno nu is het een wijk die aan Baltimore in politieserie The Wire doet denken: er is voortdurend onrust. De werkloosheid ligt hoog, jeugdbendes halen rottigheid uit en de autoriteiten moeten opboksen tegen woede en onvrede. Binnen al die chaos heerst het leiderschap van een drugsbaas die zich De Burgemeester noemt.

De jonge politieagent Stéphane is overgeplaatst naar Montfermeil om dichter bij zijn zoontje te kunnen zijn. Samen met twee collega’s moet hij optreden als handhaver in het onrustige gebied. In Les misérables volgen we hem op zijn eerste werkdag, die een ware vuurdoop is. Niet alleen omdat zijn collega’s er onorthodoxe methoden op nahouden, maar ook omdat de al aanwezige onrust door een aantal gebeurtenissen in rap tempo escaleert.

Les misérables is het debuut van Ladj Ly, die als kind van Malinese ouders opgroeide in Montfermeil en waar hij de rellen in 2005 filmde. Er is onmiskenbaar een link met La Haine, Mathieu Kassovitz’ film uit 1995. Rauw en ongecompliceerd toont Ly hoe de onvrede in een rumoerig district broeit en groeit en de ontstane woede niet of nauwelijks te temmen is. Van meet af aan wordt je als kijker meegezogen in een wereld waar de moraal ver te zoeken is, en waar Stéphane zoekt naar wat juist is. Een tour de force die je op het puntje van je stoel houdt. 

 

Corpus Christi

Corpus Christi – Priester uit de bajes
Van een onrustig Frankrijk gaan we naar de bajes in Polen, waar de twintigjarige jeugddelinquent Daniel droomt van een carrière als priester. Maar hij heeft een strafblad en al wordt hij vergeven voor zijn zonden, priester kan hij niet worden.

Wanneer Daniel met ontslag gaat, wordt hij te werk gesteld bij een houtzagerij. Maar dan krijgt zijn lot plots een andere wending, wanneer hij zich tijdens een bezoek aan de dorpskerk voordoet als priester.

Gebaseerd op ware gebeurtenissen volgen we Daniel in zijn goddelijke roeping. Terwijl hij waarneemt voor de echte priester, die wegens dubieuze gezondheidsredenen is uitgevallen, weet hij als onorthodoxe nieuweling de conservatieve dorpsharten voor zich te winnen.

En hoewel Daniel een oprechte intentie heeft om de dorpelingen, die kampen met een recent trauma, te helpen, is er ook een innerlijke worsteling: zijn donkere, criminele verleden dat hem achtervolgt en misschien wel in komt halen. 

Corpus Christi van regisseur Jan Komasa slaagt als gelaagd drama, waarin hij de geldende normen en waarden binnen het geloof laat schuren. Wat maakt je een goed mens, en is er onderscheid tussen een burgemeester met een verborgen agenda en een crimineel? In hoeverre krijg je echt nieuwe kansen, als je misstappen hebt begaan? Bartosz Bielenia overtuigt als de charismatische Daniel, die zowel innemend als intens is en net zo makkelijk met luide hardcoremuziek aan zijn scooter sleutelt als een rede houdt die tot nadenken stemt. Aangrijpend, maar ook komisch en het ruwe randje niet schuwend, zou Corpus Christi met zijn huidige nummer 1-notering in de poll een terechte publiekswinnaar zijn.

 

Antigone

Antigone – Griekse draak
Met Antigone – met een tweede plaats in de poll hijgend in de nek van Corpus Christi – vertaalt regisseur Sophie Deraspe de Griekse mythologie naar het nu. Antigone is samen met haar twee broers Eteocles en Polynices en zus Ismene vanuit Algerije naar Canada gevlucht. Voor de klas vertelt Antigone – met haar felle blauwe ogen een krachtige verschijning – over haar lotsbestemming. Haar ouders verloren en nu onder de hoede van haar oma. Ze krijgt haar onoplettende klasgenoten wakker en geroerd.

Volgende de Griekse vertelling sterven Eteocles en Polynices na hun nalatigheid het koninkrijk te regeren – een vloek van vader Oedipus. Koning Creon verbood dat Polynices begraven zou worden, zus Antigone strijdt ervoor dat dit wel gebeurt. In het Canadese Antigone zijn de personages letterlijk overgenomen, maar de gebeurtenissen aangepast naar het huidige tijdsbeeld. Na een rel met de politie wordt er een kogel op Eteocles afgevuurd en vindt hij de dood. Polynices, in rouw, gaat in verzet en wordt door de politie opgepakt. Antigone besluit voor haar familie op te komen en bedenkt een vrijzinnig plan om Polynices te laten ontsnappen.

Dat plan is zelfopoffering: Antigone en Polynices wisselen van identiteit. Hij gaat als Antigone de bak uit, zij blijft er als Polynices in. Wat dan volgt is een verhaal van rechtvaardigheid, waarbij Antigone ondanks alle moeilijkheden die op haar pad komen strijdbaar blijft en de moraal hoog houdt. Alles voor familie!

Het uitgangspunt van Deraspes films is origineel, maar de uitwerking – o jee. Allereerst is er de vorm – zoals flitsende social mediabeelden van broers Eteocles en Polynices na hun omstreden lot. Volgens de politie crimineel tuig, maar selfies, Facebook en Instagram tonen lachende, jonge knullen die hun toekomst nog voor zich hadden liggen. Daarbij wordt het sentiment in Antigone breed uitgesponnen. Het drama loopt maar op en de camera zoomt steeds meer in op Antigone’s strijdbare, blauwe ogen. De moralistische boodschap – familie voor alles, doen wat juist voelt – ligt er duimendik bovenop. Deraspe wil zo graag warme solidariteit en menselijkheid verbeelden, dat het glazuur van je tanden springt.

 

29 januari 2020

 

DEEL 2
DEEL 3
DEEL 4
DEEL 5


MEER FILMFESTIVAL