Christo: Walking on Water

**
recensie Christo: Walking on Water

Ronddobberen in het ondiepe

door Sjoerd van Wijk

Het ontbreekt Christo: Walking on Water aan de visie die de kunstenaar in de filmtitel wel etaleert. Er is weliswaar humor en een ontwapenende eerlijkheid, maar geen thematische keuze. Christo blijft zo enigmatisch door gebrekkig inzicht.

De documentaire volgt Christo in 2016 als hij in het Iseomeer (Italië) een nieuw project onderneemt. The Floating Piers is een wandelpad van vlotten op het wateroppervlak van de wal naar het kleine eilandje San Paolo. Wereldberoemd geworden met zijn wijlen vrouw Jeanne-Claude, met wie hij diverse gebouwen zoals de Rijksdag in Berlijn heeft ingepakt, grijpt dit project voor Christo terug naar de herinnering aan zijn vrouw. Het idee stamt uit begin jaren 70, maar het koppel lukte het nooit dit van de grond te krijgen. The Floating Piers is niet alleen een artistiek project, maar in documentaire blijkt dat er ook menig logistieke uitdaging aan zit. Het levert spannende momenten op als de bezoekersaantallen veel groter zijn dan verwacht.

Christo: Walking on Water

Ontwapenend eerlijk
In Christo: Walking on Water zit een eerlijkheid die ontwapent. Waar documentaires als Ants on a Shrimp zich vooral bezighouden met het bewieroken van de artiest, toont regisseur Andrey Paounov meer interesse in reacties op technische mankementen en de onvermijdelijke stress als de hordes toeristen onhoudbaar blijken. Geen hosanna over Christo of een of ander verheven verhaal van de man over zijn drijfveren, maar gezever over printjes draaien en een microfoon die niet meteen werkt. Terwijl de buitenwereld wel volop aan het bewieroken is, zit Christo moeilijk te doen over welk type kettingen ze moeten gebruiken voor het bevestigen van doek aan de vlotten. Dit is gewoon een artiest die iets moois wilt maken en alles bloedserieus neemt.

Dat betekent niet dat er geen komische factor aan het geheel zit. Dikwijls vindt de documentaire de humor in dit megalomane project. Een goed idee hebben, blijkt niet te betekenen dat de uitvoering als vanzelf goed gaat. Het kibbelen van en met Christo over mondaine zaken tot aan gewichtige problemen laat hem met beide benen op de grond staan. Het heeft een anticlimactische kwaliteit terwijl er toch sprake is van een uiterst gedreven artiest. De vermoeide blikken en intonatie van zijn naaste verantwoordelijken maken het geheel af.

Geen prangende vraag
Toch laat Paounov ondanks de rücksichtslose observaties na om prangende vragen te stellen. Buiten een idee van hoe het is om met Christo samen te werken (lastig met voldoening aan het eind) is er weinig om dieper inzicht in zijn drijfveren te krijgen. De franke waarnemingen betekenen niet dat er automatisch sprake van een kritische blik is. Er is uitgebreid aandacht voor de knappe logistieke prestatie van The Floating Piers en de chaos achter de schermen, waarbij Christo een beetje uit het oog wordt verloren. In een zeldzaam moment van adoratie valt Paounov eenmalig in de valkuil van bewieroken met banale beelden van God in de Sixtijnse kapel. En in plaats van te zien wat het einde van dit persoonlijk significante project met Christo doet, kiest Walking on Water voor een zinloze epiloog.

Christo: Walking on Water

Stuurloos dobberen
De oppervlakkige houding komt ook tot uiting in het ontbreken van een gerichte thematische keuze. Elk te verwachten aspect van een artistieke onderneming als deze komt aan bod, zonder ooit de diepte in te gaan. Zo is er een intrigerend intermezzo over de commercialisering van kunst, als Christo op het kleine eiland omgetoverd tot vipruimte de elitaire bezoekers moet inpakken. Dit gaat weer overboord voor lichte politieke spelletjes om de autoriteiten verantwoordelijkheid voor de uit de hand lopende bezoekersaantallen te laten nemen. En zo verder. Het geheel dobbert voort en stipt thema’s aan om deze vervolgens weer te laten varen. Het maakt Christo: Walking on Water tot een stuurloze documentaire die ontzag brengt voor het project maar wat betreft de uitvoerders aan de oppervlakte blijft.

 

19 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Grand Bain, Le

***
recensie Le Grand Bain

Synchroonzwemmers in midlifecrisis

door Sjoerd van Wijk

Le Grand Bain brengt energie in een klassiek underdogverhaal. De sierlijkheid waarmee de film over een olijke bende mannen in midlifecrisis verhaalt, leidt tot aanstekelijk optimisme, maar is wel een misvatting van hun problematiek. 

Bij het plaatselijke zwembad vormt een samengeraapt zooitje mannen van middelbare leeftijd een synchroonzwemteam. Tweewekelijks is het trainen van het niveau bierteam geblazen, gevolgd door diepe gesprekken over ieders problemen. Want ze hebben allen wel iets, van depressie, falende ondernemingen tot aan woede-uitbarstingen. Totdat zij besluiten mee te doen aan het wereldkampioenschap synchroonzwemmen voor heren. Het verhaal volgt vele welbekende punten, inclusief voormalige topzwemsters met een verleden die hen moeten omscholen tot kampioenen. Maar Le Grand Bain draait gelukkig niet om deze sportfilmclichés waarin een montage om progressie aan te duiden niet kan ontbreken. 

Le Grand Bain

Midlifecrisis smörgåsbord
Het gaat om de triomf van de mannen om weer iets van het leven te maken. Het koddige ensemble vertedert, wat een prestatie is gezien het feit dat het om een stel heren uit de middenklasse gaat, normaliter niet een groep die als underdog bekend staat. De groep is een waar smörgåsbord van hedendaagse problemen, of het nu refereert aan de depressie-epidemie zoals bij Bertrand (Mathieu Almaric) of iets eenvoudiger als Simons (Jean-Huges Anglade) verwoede pogingen om zijn droom van rockster waar te maken.

De herkenbaarheid komt eerder oprecht dan schematisch over mede dankzij het innemende spel van acteurs als Guillame Canet (Double Vies). Dat de vele verhaallijnen vaak plotse wendingen bevatten, zoals Simons van hem vervreemde dochter die uit haarzelf de verzoening inzet, doet geen afbreuk aan de authenticiteit. 

Innemend energiek
De vaart blijft er in met een sierlijkheid die past bij het synchroonzwemmen. Regisseur Gilles Lellouche moet verschillende ballen tegelijk in de lucht houden en doet dit op dynamische wijze. Beweeglijk voert Le Grand Bain mee van hot naar her met amusante onderonsjes tussen de personages als boeg binnen alle vaarwateren. De spanningen die een strenger trainingsregime met zich meebrengen, geven Leïla Bekhti als de aan een rolstoel gekluisterde oud-topper Amanda de ruimte om te schitteren. Haar tekeergaan tegen de stukken onbenul is van een bevrijdende geestigheid. 

Tegenover deze lach staat de traan van alle individuele problematiek. In de verte doet deze versie van feelgood denken aan Little Miss Sunshine of Jean-Pierre Jeunet, maar Lellouche geeft er een eigen draai aan met vlotte overgangen en opzwepende beweeglijkheid. Zo is een onderwerp wat op het eerste gezicht had kunnen leiden tot oubolligheid juist innemend energiek. 

Le Grand Bain

Hartverwarmend maar verraderlijk
Deze vitaliteit is onlosmakelijk verbonden met de overduidelijke moraal van het verhaal. Rondjes en vierkanten passen niet in elkaar, of toch wel? Deze moraal is weliswaar vernuftig geïntroduceerd met een gesmeerde stortvloed aan beelden, maar komt erg sturend over met gevormde kadering. De plotse wendingen getuigen daarom ook van een gebrek aan echte beproevingen voor de personages die deze gedachte kenbaar maken. Alles voor elkaar boksen met het team lijkt al voldoende voor alle individuele problematiek. Aan de ene kant werkt deze energieke lofzang op het onmogelijke voor elkaar krijgen aanstekelijk. Het optimisme waarmee de personages hun problemen als sneeuw voor de zon zien verdwijnen, is hartverwarmend. 

Maar daarin zit tegelijk ook een vorm van verraad. De midlifecrisis van de teamleden komt dikwijls neer op systemische mankementen, gebaseerd op de hedendaagse ethos dat alles kan als men er maar voor werkt. Zoals filosoof Byung-Chul Han opmerkt, leven wij in de vermoeide samenleving waar niet een ander ons dwingt iets te moeten doen, maar wij onszelf dwingen alles te kunnen doen. Le Grand Bain ziet daarmee niet in dat het geloof alles te kunnen geen triomfantelijke conclusie is maar juist de oorzaak van de problemen van zijn personages.

 

8 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Movies that Matter Festival 2019 deel 2

Movies that Matter Festival 2019 deel 2:
De menselijke maat in overweldigende tijden

door Sjoerd van Wijk

In een tijd waarin de klimaatspijbelaars er achter komen dat volwassenen geenszins van plan zijn de klimaatcatastrofe in te perken, is de geëngageerde film urgent. Transitie betekent niet de valse profetie van zonnepanelen, maar een drastische vermindering van de huidige levensstandaard. 

Business as usual is namelijk failliet. Voor kunst de uitdaging de te verwachten spanningen die het verval met zich meebrengt te duiden en verbroedering te vinden in de puinhoop. Zo bezien is het Movies that Matter Festival een geschikt podium hier de dialoog over te starten.

Een programmakeuze als BlacKkKlansman lijkt meer begaan met een discussie wie de boot op de ijsberg mag laten botsen in plaats van met zijn allen het roer te keren. Er is voldoende ruimte voor films als Anthropocene: The Human Epoch en The Miseducation of Cameron Post die de menselijke maat in overweldigende tijden weten te vinden.

 

Anthropocene: The Human Epoch

Anthropocene: The Human Epoch – de invloed van de mens op het klimaat
De menselijke maat in overweldigende tijden vinden, geldt met name voor Anthropocene: The Human Epoch. Op bedachtzame wijze deelt deze essayfilm de gruwelen van de hedendaagse ecocide mee.

Actrice Alicia Vikander (Ex Machina) vertelt in thematisch los met elkaar verbonden hoofdstukken over de impact van de mens op de aarde. Een onder geologen aan populariteit winnend begrip is dat van het Anthropoceen: een nieuw geologisch tijdperk dat zich kenmerkt door de buitensporige invloed van de mens. De redenen daarvoor doet Anthropocene: The Human Epoch uit de doeken. Van afvalhopen tot ijzerwinning weten de regisseurs de taferelen te abstraheren tot imposante totaalbeelden. In combinatie met Vikanders stoïcijnse uiteenzetting van feiten is de destructie een ontnuchterende ervaring. De zakelijkheid is hier een passende emotie bij de efficiënte exploitatie.

Het trekt de hedendaagse mythe van vooruitgang en neutraliteit van technologie in twijfel. Het is welhaast een kalme versie van Koyaanisqatsi, een essayfilm die expliciet de invloed van technologiecritici als Jacques Ellul benoemde. In tegenstelling tot de opzwepende ritmiek van laatstgenoemde blijft deze film immer bedaard en brengt daarmee de menselijke maat terug. De abstractie wordt concreet dankzij de onderzoekende houding, die leidt tot innemende verhalen van Kenianen strijdend tegen stropers tot en met Duitsers die hun huis uit moeten door de kolenindustrie. Zo is Anthropocene: The Human Epoch een doordringende illustratie van mensen die zich staande proberen te houden in een wereld die de productiviteit tot het hoogste goed heeft verheven.

Anthropocene: The Human Epoch is nog te zien woensdag 27 maart 17.15 uur in Theater aan het Spui en zaterdag 30 maart 16.45 uur in Filmhuis Den Haag.

 

BlacKkKlansman

BlacKkKlansman – dansen naar broekspijpen
BlacKkKlansman danst echter braaf naar de broekspijpen van het establishment en draagt zo bij aan de polarisatie tussen ‘deplorables’ en liberalen in de Verenigde Staten. Het leverde regisseur Spike Lee voor het eerst een Oscar op. Gebaseerd op een waargebeurd verhaal vertelt de film over de jonge Ron Stallworth die als eerste zwarte agent start bij de politie van Colorado Springs. Op goed geluk belt hij de Ku Klux Klan op naar aanleiding van een advertentie voor nieuwe leden en weet zowaar deze organisatie te infiltreren door zijn overtuigende telefonische bravoure. Het leidt tot komische situaties over de stupiditeit van wit nationalisme, waarbij zelfs de bekende racist David Duke Stallworths leugens voor zoete koek slikt. 

Dat de KKK een vrij makkelijk doelwit is om racisme aan de kaak te stellen, mag de pret niet drukken. Helaas weet Spike Lee dit gegeven niet uit te buiten. Het opgezwollen relaas, inclusief irrelevant liefdesverhaal, krijgt een dito behandeling waarin de prikkelende agitatie van Do The Right Thing mist. Dat Stallworths witte collega (de populaire Adam Driver) de fysieke ontmoetingen voor zijn rekening neemt, doet verder afbreuk aan de premisse, ondanks dat die trouw is aan de werkelijkheid. 

Stuitender is echter de finale, waar Spike Lee gemakzuchtig punten wilt scoren met opzwepende beelden van de Charlottesville-rellen en Trumps verdediging van racisten als ‘very fine people’. In een tijd waarin de media van elke Trumptweet een olifant maken en oorlogscrimineel George W. Bush rehabiliteert als nobele leider is meegaan in Trumphysterie niet de weg voorwaarts. Meedoen in dit mediacircus maakt Lee niet tot een clown maar een donderpredikant. Het staat in contrast tot Clint Eastwoods aimabele boef in het recent verschenen The Mule. Die film ontwapent over racisme waar deze film bewapent. BlacKkKlansman gooit op neerbuigende wijze olie op een vuur dat gedoofd kan worden met wederzijds begrip tussen gefrustreerde Trumpstemmers van de Rust Belt en andere gemarginaliseerde groepen. 

BlacKkKlansman is nog te zien woensdag 27 maart 16.00 uur in Filmhuis Den Haag.

 

The Miseducation of Cameron Post

The Miseducation of Cameron Post – gevoelig portret van verwarring
In tegenstelling tot de grotere thema’s houdt The Miseducation of Cameron Post het bescheiden. Chloë Grace-Moretz weet als opstandige lesbienne Cameron de film te redden van aanmodderen met de gekunstelde premisse. 

Camerons vriendje betrapt haar tijdens het schoolbal terwijl ze zoent met haar beste vriendin. Aangezien het een streng Christelijke gemeenschap betreft, is dit zondig gedrag en haar pleegouders leveren haar dan ook af bij een kamp om weer hetero te worden. De vriendelijke doch verstikkende begeleiders weten echter niet een slaatje te slaan uit Camerons tienerverwarring. Tijdens haar verblijf schippert ze tussen verschillende begrijpelijke emoties, onder invloed van gemotiveerde kamergenoot Erin (Emily Skeggs) aan de ene kant en rebellen Jane (Sasha Lane, American Honey) en Adam (Forrest Goodluck) aan de andere kant. 

Vanaf het begin is het al duidelijk dat Cameron niks zondig vindt aan haar gedrag. Regisseuse Desiree Akhavan weet samen met co-scenariste Cecilia Frugiuele echter niet op andere wijze dramatisch conflict in het verhaal te brengen. De rebellen omarmen wat de gelovigen verloochenen en daarmee is de kous af. Waarom de rebellen überhaupt maanden in het kamp zijn, komt daarom gemaakt over. En waar Camerons onzekerheden vandaan komen, blijft door de raadselachtigheid aan de oppervlakte. 

Toch maakt Grace-Moretz deze mondaine beproeving tot een innemend geheel door haar ingetogen onschuld. Akhavan gaat wij-zij-geschreeuw in ieder geval uit de weg, wat de sensuele en gevoelige benadering ten goede komt. Zo is The Miseducation of Cameron Post een weliswaar vaag maar indringend portret vol begrip voor jongeren die zichzelf vinden op een onwaarschijnlijke plek.

The Miseducation of Cameron Post is nog te zien maandag 25 maart 19.15 uur en donderdag 28 maart 20.30 uur in Theater aan het Spui en zaterdag 30 maart 12.30 uur in Filmhuis Den Haag.

25 maart 2019

 

Deel 1
Deel 3
Deel 4

MEER FILMFESTIVAL

Lazarro Felice

***
recensie Lazarro Felice

Merkwaardige magische parabel

door Sjoerd van Wijk

De merkwaardige parabel van Lazzaro Felice komt soms aandoenlijk uit de hoek. Maar blijft wel tot op het bot didactisch zoals dat een parabel betaamt.

Voordat de loonslavernij zijn intrede deed, was er sprake van pachtvormen, waarbij landarbeiders een deel van hun oogst afstaan aan de landbezitter in ruil voor voeding en onderdak. In Lazzaro Felice heeft de tijd op het landgoed Inviolata stilgestaan sinds een modderstroom de stad slecht bereikbaar maakte. De parmantige Markiezin zorgt ervoor dat de inwoners nog steeds bij haar in het krijt staan. En dat deze landarbeiders niet beter weten dan dat zij een handjevol gloeilampen moeten delen en tabak moeten verbouwen. De jongen Lazzaro is echter een ander slag boer. Als de goedheid zelve helpt hij iedereen onvoorwaardelijk. Zodra de oplichterij onvermijdelijk uitkomt, ontspint zich een zoektocht naar Tancredi, de flamboyante zoon van de Markiezin met wie Lazzaro net een vriendschap had gesloten.

Lazarro Felice

Vreemd giswerk
Het blijft een doorgaand giswerk wanneer Lazzaro Felice zich precies afspeelt. Alsof het een nabije toekomst is waar de middenklasse volledig door het kapitaal is verpulverd. Waar rijk en arm overblijven en het feodalisme in nieuwe vormen is teruggekeerd. Door de markante gebruiken van de landarbeiders, inclusief opmerkelijk bijgeloof, dompelt de film direct onder in een vervreemdende wereld. Een tot leven gekomen poppenkast, waar de personages onbehouwen met elkaar omgaan.

Het is extra opmerkelijk door de nuchtere stijl waarmee schrijfster-regisseuse Alice Rohrwachter (Le Meraviglie) te werk gaat. Wel veert ze dikwijls van nonchalance naar slordigheid. Het contrast met de engelachtige Lazzaro kan niet groter, waardoor het gebeuren een magisch tintje krijgt. Zijn wederopstanding in de grote stad doet ondanks de klungelige opbouw bijwijlen betoverend aan.

Wringen versus gunnen
Als vreemdste vogel van allemaal is Lazzaro niet zozeer een personage, maar een op aarde neergedaalde heilige. De non-acteur Adriano Tardiolo combineert het dromerige van Timothée Chalamet (Beautiful Boy) met de nederigheid van Padre Nazario uit Nazarín. Net als in laatstgenoemde film krijgt ook hier de hoofdpersoon het zwaar te verduren in een vervelende wereld. Maar waar Luis Buñuel zijn priester van innemende tragiek voorziet, wringt de uitbuiting van Lazzaro vooral door het tergende contrast tussen hem en zijn omgeving. De voortdurende naastenliefde werkt op de zenuwen, omdat er weinig anders is om houvast aan te hebben bij het personage. Daardoor weet de prille vriendschap met charlatan Tancredi van beide kanten niet te overtuigen.

Lazarro Felice

Ondanks de uitbuitende inborst van zijn compagnons hebben de afgeperste arbeiders wel iets aandoenlijks. Hun overgang van opgelicht op het platteland naar oplichter in de stad is geen aanleiding voor cynisme, maar een koddige overpeinzing over saamhorigheid. Rohrwachters zus Alba (Figlia Mia) vermengt hierbij verdienstelijk onschuld met ondeugd als de lieve bengel Antonia. De gunfactor voor dit rapaille stijgt des te meer als zij namens hen bedelt met hun schamele bezit bij de patisserie. Deze groep misfits zorgt voor een vrolijke noot. Iets wat door Alice Rohrwachters slodderige devotie aan de parabel welhaast letterlijk zo is.

Moraal van het verhaal
Lazzaro Felice zou dan ook geen parabel zijn zonder een moraal van het verhaal. Demonstratief maakt de film daarom het adagium uit Mattheus 5:5 met de grond gelijk. Lazzaro zal als zwakkere nooit de aarde erven. De reden daarvoor heeft de Markiezin in kunstmatige dialoog al uit de doeken gedaan. Alice Rohrwachters stijl voelt op deze wijze aan als een vriendelijke versie van Lars von Trier, mede dankzij een voice-over die een mirakel duidt. Maar waar de meester zelf is getransformeerd tot guitige predikant in The House That Jack Built en adept Brady Corbet met Vox Lux (binnenkort in de bioscoop) hedendaagse nervositeit vat, lijkt Lazzaro Felice in vergelijking minder relevant. De slordig uitgewerkte didactiek doet afbreuk aan het magische potentieel van deze door religie ingegeven vertelling.

 

17 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Posoki

***
recensie Posoki

Optimistische klaagzang in Bulgarije

door Sjoerd van Wijk

Posoki had gemakkelijk een klaagzang kunnen blijven, maar weet het optimisme te vinden. Dankzij de intense interacties betekent een achtergesteld Bulgarije niet altijd louter kommer en kwel. 

In de nacht rijden zes verschillende taxichauffeurs rond met uiteenlopende passagiers. Een man blijft giechelen met zijn maîtresse in het bijzijn van een rouwende chauffeur en heeft moeite de stilte te bewaren als de echtgenote belt. Ergens anders ontspoort een verhitte discussie over de hoge rekening. Toch zit er een rode draad in de gebeurtenissen. Terwijl de chauffeurs af en aan rijden, brabbelt de radio door over het incident waarmee Posoki opent. Een man knoopt de eindjes aan elkaar met de taxi als extra inkomsten. Als zijn aanvraag voor een nieuwe lening door de mand valt door corruptie, gaat hij door het lint. Waar is het fatsoen gebleven? Of is deze uitbarsting over onrecht begrijpelijk? Zowel de vignetten indirect als het radiodebat direct soebatten over deze vraagstukken in een Bulgarije dat de wanhoop nabij lijkt te zijn. 

Posoki

Claustrofobisch vastgepind
Het doet denken aan Taxi Teheran, maar dan zonder de Iraanse speelsheid. Hier is de taxi het vehikel bij uitstek om de precaire situaties van de ingezetenen te omlijsten. Bulgaars lidmaatschap van de Europese Unie woekert hier vooral in de vorm van terugkerende expats die het elders beter hebben. Het technocratische project lijkt niet de economische malaise af te stoppen.

Posoki is met haar vlakke beelden net zo opgesloten als de ingezetenen, die vaak lijken op leden van het precariaat. Regisseur Stephan Komandarev ketent deze personages vast in het metalen omhulsel van de taxi tot aan het claustrofobische toe. 

Sluimerende nacht
Binnen de auto’s sluimert de lange nacht monotoon voort. Zoals de filmtitel (‘richtingen’ in het Nederlands) al aangeeft, zit in het opgesloten karakter van Posoki stilletjes de hoop een nieuwe weg in te slaan. Maar ook de uitzichten uit de taxi maken de stedelijke omgeving vooral tot eentonige nocturne. De herhaling is Komandarev en co-scenarist Simeon Ventsislavov niet vreemd.

In tegenstelling tot het meditatieve van Like Someone in Love komen de autobeelden hier eerder ondubbelzinnig over. De heren hameren daarbij continue op dezelfde punten door, met de vele debatten op de radio en gemaakt toeval die een en ander in elkaar laat overlopen. Het is overduidelijk wat alle bedoelingen zijn als zelfs een priester de taxi als noodzakelijke schnabbel heeft en het lot wilt dat hij net nu een hartpatiënt vervoert. 

Intense doortastendheid
De opgesloten aard van deze lange nacht rekt Komandarev nog verder op met lange takes. Het voorkomt dat de handcamera van cameraman Vesselin Hristov al te zeer vervalt in een clichématige replica van fixatie op personages à la John Cassavetes of de gebroeders Dardenne. Komandarev gebruikt de lange take wel met wisselend succes.

Posoki

Aan de ene kant leidt het tot intense hoogtepunten, die het menselijke van de personages doortastend vatten. Met name de chauffeur die een verstoorde leraar van de brug af praat boeit in de mengeling van hardheid en begrip dankzij de voortdurende focus op hun expressie. Aan de andere kant schijnt af en toe het kunstmatige karakter van deze realiteit door. Komandarev’s inconsequente toepassing van deze techniek breekt de lange nacht op 

Geloof in goedheid
In de vignetten zit immer een opgekropt geloof in de goede afloop. Zoals een personage in de film opmerkt, zijn de realisten en pessimisten geëmigreerd en blijven de optimisten achter. Ondanks dat niet elke situatie vrolijk eindigt, schijnt deze observatie altijd door. Hoe slecht men het ook heeft, als het er op aan komt, zegeviert de vriendelijkheid. Daar doen de bruuske dialogen niet aan af.

In Posoki zijn wandaden eerder een expressie van systemische wantoestanden dan een defect in karakter. Het maakt het voorlaatste beeld van de hartpatiënt die het ziekenhuis betreedt zo innemend en gepast, dankzij de diepte die vlakke monotonie vervangt. Helaas hameren de scenaristen tot het einde toe door, wat hun beschouwing over het hedendaagse Bulgarije wranger maakt dan het had kunnen zijn.

 

4 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Bloody Marie

***
recensie Bloody Marie

Fata morgana met pit

door Sjoerd van Wijk

Naarmate de vaart er in komt, transformeren de Amsterdamse Wallen van Bloody Marie steeds meer tot een buitenaardse plek waar geen toeristen zijn, maar wel getript wordt. De wereld van Marie is een levensechte fata morgana met pit.

Op papier lijkt Bloody Marie vooral een parade van schematische figuren. Marie Wankelmut (Susanne Wolff, Styx), van wiens fictieve striproman Bloody Marie dit een verfilming zou zijn, is een stripboekenschrijfster die al jaren teert op het succes van haar debuut. Uiteraard heeft ze geen inspiratie meer maar wel flessen wodka. Deze alcoholistische malle tante kan niet anders dan op de Amsterdamse grachten gevonden worden. Woonachtig op de Wallen, steelt ze op een van de vele dronken nachten geld van het naastgelegen bordeel. Dat zet het een en ander aan avontuur in gang, met de te verwachten ongure Oost-Europeaan, onderdrukte jongedames en een enge baas die ad infinitum hoest.

Bloody Marie

Gemoedelijke gemoedstoestanden
Toch weten regisseurs Guido van Driel (De wederopstanding van een klootzak) en Lennert Hillige, zijn vaste cameraman (Retrospekt) die nu zijn regiedebuut maakt, deze opeenstapeling van clichés meer te laten zijn dan de som der delen. Zorgvuldig krijgt de van oorsprong Duitse Marie steeds meer ontwikkeling. De arena van de Amsterdamse grachten vormt welhaast een extensie van haar personage. Het neon van de Wallen versterkt het stripachtige van de film, waarbij het cartooneske er welhaast uit lijkt getrokken. Niet voor niets is Guido van Driel van origine een striptekenaar.

Susanne Wolff komt dankzij haar Duitse karakter zowel naturel Amsterdams tegen het stereotype aan als licht buitenissig over. De altijd vervreemdende Jan Bijvoet (Borgman) geeft als grote fan van haar Oscar Doki hier extra cachet aan, evenals de innemende droombeelden van Marie’s overleden moeder. Zo deint Bloody Marie gemoedelijk verder de gemoedstoestand uitdiepend.

Maar zodra de sjeu er in komt, valt alles op zijn plaats in Marie’s ineenstortende leven. De gemakzucht om de prostitutie neer te zetten als een en al misère met dito cartooneske schurken daargelaten, is Marie’s confrontatie met haar misdaad een waarlijk psychedelisch avontuur. Het is tevens een confrontatie met haarzelf in een wereld die op elk punt haar belevingswereld van tegengas voorziet. Van Driel en Hillige werken kien van flikkerende dolheid naar de spannend uitheemse ontknopingen, met duistere tekeningen uit de fictieve striproman die de bonje verheffen.

Bloody Marie

Buitenaards Amsterdam
Aart Staartjes als behulpzame buurman is als rots in de branding een schot in de roos om het buitenaardse karakter van dit Amsterdam te benadrukken. Een normaliter zo door het toerisme verdorven plek als de Wallen lijkt daarom welhaast een andere wereld. En in Bloody Marie is ondanks het uitgangspunt geen sprake van verleidelijke verheerlijking van de hoofdstad.

De onbedoelde queeste in dit onbekende terrein is voor Marie niet de financiële zekerheid, noch het hervinden van inspiratie. De tedere momenten met haar hond wijzen ook op meer dan eenzaamheid in deze vreemde plek. In een honds loyaliteit zit ook de vergeving, wat pakkend aansluit bij Marie’s vele misstappen. En in vergeving zit verlossing. Zo komen alle elementen van Bloody Marie samen tot een gevatte fata morgana.

 

23 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

The Twilight Saga en het smachten naar intimiteit

The Twilight Saga en het smachten naar intimiteit

door Sjoerd van Wijk

Op Valentijnsdag viert men de liefde middels de aanschaf van chocolaatjes of een bloemetje. Om de romantiek te verhogen is de vaak geridiculiseerde, maar stiekem onderhoudende Twilight Saga wellicht een optie. Ze leert iets over intimiteit in onze samenleving.

Voor altijd. Met deze woorden eindigt de filmreeks The Twilight Saga. Meer dan tien jaar geleden debuteerde deze epische romance tussen een tienermeisje en een 108-jarige vampier in de bioscopen om vervolgens weggehoond te worden door velen die niet tot de doelgroep behoorden. Een decennium later lijkt deze beschimping deels onterecht. The Twilight Saga reflecteert op toevallige wijze vrij adequaat het huidige gebrek aan intimiteit in menselijke interactie dankzij haar gereserveerde obsessie met liefde.

Edward en Bella in een bloemenveld

Verlangende blikken
De boekenreeks van Stephenie Meyer inspireerde kasten vol met fictie voor fans. Buitenbeentje Bella, vampier Edward en weerwolf Jacob staan voortdurend in een gelikt voetlicht. Het sombere woud van Forks, Washington vormt een verwaarloosbare achtergrond voor hun kwijnende staren. De glans van de liefdesdriehoek komt voort uit beelden van verlangende blikken of een serieuze sixpack. Als Bella en Edward in een perfect schitterend paars bloemenveld liggen, is duidelijk dat dit de ultieme escapistische tienermeisjesfantasie is.

Ondanks de openlijk flagrante verering van Bella’s liefdeskandidaten die lijkt op een fetisj, is de onthouding een groot thema van de Twilight Saga. De Cullens hebben het menselijk bloed afgezworen. Hun devotie tot het beteugelen van hun instinct is afgetekend met de macabere witte make-up. De weerwolven dienen ook hun korte lontjes te controleren. En Bella en Edward duiken pas het bed in als ze zijn gehuwd in de welhaast hypnotiserend rommelige soapfantasie van Breaking Dawn: Part 1. Het stoïcijnse verlangen dat wordt ingeperkt door ijzige onthouding is een soort Mormoonse viering van het celibaat (Meyer is dan ook Mormoons).

Naast het stokpaardje van de onthouding heeft het gedroomde escapisme een grote afkeer van geweld. In de onbedoeld hilarische conventionele eindstrijd tussen goed en kwaad onthouden de vijandige Volturi-vampieren zich van het gevecht nadat ze een toekomst vol slachtoffers hebben gezien. Deze bizarre kip-ik-heb-je van Breaking Dawn: Part 2 verhoogt weliswaar de camp-factor, maar dit maakt de mijmering des temeer compleet. Alle passie moet worden ingedamd.

Verlangen en onthouding

Tandeloze dagdroom
Tergend langzaam blijft scenarioschrijfster Melissa Rosenberg doorzagen over de sterk ingetogen verliefdheid tussen Bella en Edward. Met name in New Moon en Eclipse kan het duo niet ontsnappen aan haar voortvarendheid om de romance zo stroperig mogelijk te maken. Dit eeuwige herhalen vijf films lang heeft ongetwijfeld een commercieel motief, maar past tegelijkertijd adequaat bij de begeertes van de doelgroep. The Twilight Saga is bedoeld als een vriendelijke en tandeloze dagdroom voor hen die verlangen naar romantiek en begrip.

Incidenteel is dit een fantasie die reflecteert op het leven in een technische samenleving waarin productiviteit en menselijk verlangen strikt worden gescheiden. Intimiteit gaat ten koste van efficiency. Vriendschap en liefde zijn verbroken in de drang om processen te optimaliseren, op de manier die filosoof Theodor Adorno beschreef voor de vrije tijd. Hyperindividualisme is het resultaat, waarbij mensen als vreemden voor elkaar worden. Een relatie is niet langer een doel an sich, maar een manier om nut voor de homo economicus te verwerven.

Techniek heeft weliswaar de praktische noodzaak van menselijke interactie geëlimineerd, maar gevoelens van verlangen blijven rondspoken in de psyche. Omdat de mogelijkheden begeerte op een gepaste manier na te streven zijn afgesloten ten faveure van dehumaniserende procedures zoals de datingapp, wordt deze drift op pathologische wijze gesublimeerd. De ander wordt een middel tot intimiteit, in plaats van dat de intimiteit voortkomt uit de interactie zelf. Zoals een stalker zijn doelwit ziet. Toevalligerwijs, zoals Edward maandenlang naar de slapende Bella keek.

Het smachten naar intimiteit is niet zomaar een eigenaardigheidje van tieners. Ook tien jaar na dato is The Twilight Saga een epos met een onbedoelde culturele relevantie, omdat er in de huidige maatschappij weinig plaats voor intimiteit lijkt overgebleven.

Dit artikel van onze medewerker verscheen eerder in het Engels.

 

14 februari 2019


ALLE ESSAYS

Doubles Vies

**
recensie Doubles Vies

Veel praten, weinig verbeelding

door Sjoerd van Wijk

De gefortuneerde Parijzenaars van Doubles Vies converseren maar door tijdens hun voor de hand liggende romantische kluchten. Het grote probleem is dat de praatjes elke vorm van verbeelding ontberen.

Léonard Spiegel is een zogenaamd getormenteerde schrijver die er allerhande scharrels op nahoudt. Zijn oeuvre is niet zonder controverse, onder andere doordat de autobiografische elementen omtrent deze scharrels wel heel duidelijk tussen de regels door te lezen zijn. Zijn uitgever Alain, die het ook zwaar te verduren heeft met zijn midlifecrisis inclusief stiekempjes vozen met een jongedame van het kantoor, ziet het nieuwe boek niet zo zitten. Dit is een aanleiding voor een overdaad aan gesprekken tijdens etentjes en dergelijken over de toekomst van boeken publiceren, het internet en de vermoedens van vreemdgaan die hun eega’s hebben. De ironie wilt dat Alains vrouw (Juliette Binoche) weer een affaire heeft met Léonard, waardoor het laatste woord over diens nieuwe boek nog niet is gezegd.

Doubles Vies

Vertelling, geen vertoning
Schrijver-regisseur Olivier Assayas (Clouds of Sils Maria) lijkt het adagium ‘show, don’t tell’ om te keren getuige de niet aflatende stroom dialogen. Blijkbaar is er veel gaande in de samenleving. Dat wordt althans veelvuldig medegedeeld tijdens weer een borrel met culinaire hapjes. De onzekerheid van Alains toekomst door een potentiële overname, of nu e-books of luisterboeken de markt veroveren en de perikelen van een socialistische politicus: de ene persoon vertelt het de andere. Dankzij verdienstelijk acteerwerk komen de onderhuidse spanningen waarom het draait naar voren. Desalniettemin blijft Doubles Vies verzanden in een hoeveelheid informatie die ver van de riante woningen van de personages staan.

Geen geel hesje
Aangezien Frankrijk ondertussen al wekenlang in opstand tegen de Franse politieke elite met oppertechnocraat Macron is, lijkt deze film daarom niet op het goede moment uit te komen. De didactische dialogen daargelaten blijft een zekere zelfvoldaanheid overeind ondanks de komische tint. Dit zijn gefortuneerde stadsmensen met de te verwachten ennui die al zo vaak is behandeld. Het is als een Franstalige Woody Allen zoals Hannah and her Sisters minus de humor. Dit betekent dat de film wat speelt met de verveling, maar dat radicale kritiek op een betekenisloos leven uitblijft. Dat Juliette Binoche knipogend bij naam genoemd wordt, onderstreept de zelfvoldaanheid ten overvloede. Een gilet jaune zal Doubles Vies terecht links laten liggen.

Doubles Vies

Geen avontuur
Zo leeg als het bestaan van haar personages is ook de trukendoos van Assayas. De omlijsting komt neer op beeld en tegenbeeld van pratende mensen. Waar is het avontuur? De fantasie? Het speciale van cinema is hoe direct de ervaring overkomt bij de kijker. Men beleeft het vertoonde op een plaatsvervangende manier. De daarmee gepaard gaande emotionele reactie is hetgeen wat beklijft en doet reflecteren. Film op haar zwakst tracht dikwijls te krampachtig te lenen van andere media. Doubles Vies lijkt hier aan ook schuldig. Het is bij tijd en wijle als een veredeld toneelstuk waar toevallig een handheld camera bij aanwezig was.

Wat een verschil met een regisseur als Michelangelo Antonioni, die met ijzingwekkende precisie personages in hun omgeving wist te laten opgaan en zo de vervreemding te vangen. Dat maakte vergelijkbare liefdesperikelen als in Doubles Vies juist tot iets universeels. Hier blijven de midlifecrises en potentieel kluchtige affaires een ver-van-mij-bedshow. Doubles Vies is ondubbelzinnig oncinematisch.

 

12 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Schweigende Klassenzimmer, Das

*
recensie Das Schweigende Klassenzimmer

Episch verraad

door Sjoerd van Wijk

Das Schweigende Klassenzimmer verraadt zichzelf met valse heroïek. Het Duitse drama verloochent de intrigerende premisse met mondain tienerdrama vol schematische tegenstellingen. En stuurt opzichtig aan op een clichématige catharsis. 

In een tijd waarin scholieren zoals de Zweedse Greta Thunberg in opstand komen tegen de algehele apathie omtrent de klimaatcatastrofe lijkt Das Schweigende Klassenzimmer een welkome blik op tienerrebellie te werpen. Het jaar is 1956 in de DDR en de Sovjet-Unie is in een bloedige strijd verwikkeld tegen Hongaarse opstandelingen. De eindexamenklas in de kleine industriestad Stalinstadt (tegenwoordig Eisenhüttenstadt) besluit onder leiding van de geëngageerde Kurt twee minuten stilte te houden om de gevallenen te herdenken, na illegaal kennis te hebben genomen van de westerse verslaggeving over deze gebeurtenis. 

Das Schweigende Klassenzimmer

Schematische strijd
Maar wat begint als democratisch gekozen ludieke geste blijkt al snel bloedserieus te worden genomen door tal van autoriteiten. De schoolmeester foetert en de schooldistrictsleider is duivels manipulatief. De leerlingen probeerden weg te komen met een leugentje dat ze stil waren wegens het vermeende overlijden van voetballer Puskás. Dit is een zwart-wit strijd tussen idealisme en grote boze mensen die dat niet kunnen waarderen. Dat de kwade ouders zelf ook skeletten in de kast hebben zo vlak na de Tweede Wereldoorlog leidt tot verontwaardiging over hypocrisie. 

Het grote conflict tussen idealisme over de Hongaarse opstand versus het pragmatisme om het schooldiploma te behalen via verraad is op deze manier een wedstrijd waar de uitslag al van bekend is. De snijdende spanning in het klaslokaal is zo onecht en een tragische schooldirecteur, die ook niet op deze afgang zat te wachten, is een ondergeschoven kindje in het verhaal. Schrijver/regisseur Lars Kraume (Der Staat gegen Fritz Bauer, 2015) kiest voor de meest triviale tienerproblemen om reuring in de klas te veroorzaken. Als ieders toekomst op het spel staat, lijkt een ordinaire driehoeksverhouding niet het eerste om mee bezig te zijn. 

Sierlijk gestuurd
Al deze karikaturale tegenstellingen dienen dan ook het doel van valse ontroering. Sierlijk bewegen Kurt, nonchalante boezemvriend Theo en diens idealistische vriendin Lena zich voort in Stalinstadt terwijl de muziek eraan herinnert dat hun stilte een epische vorm van rebellie is. Dat buiten hen alleen de fragiele Erik en pientere Paul nog aandacht krijgen, geeft de actie een gezicht. Maar met deze individualisering van de problematiek blijft het onbekend hoe alle overige klasgenoten er over denken. 

Deze personages lijken bovendien meer een spil in het plot dan dat zij deze voortstuwen. Het is vanaf moment een al duidelijk dat de overtuigde communist Erik een onzekerheid is, die de grote boze mensen gemakkelijk kunnen breken. Dat Kurt hierdoor de zware keuze zich op te offeren voor de klas uit de weg kan gaan, lijkt Kraume niet als wrang op te vatten maar als een reden hem als rechtschapen te verheerlijken. 

Das Schweigende Klassenzimmer

Nepheldendom
Het stuurt allemaal aan op het groots opgezette moment van de waarheid. Maar de oppervlakkige catharsis valt niet anders te bestempelen dan als hoogverraad. De stilte blijkt puur heldendom waar niets op af te dingen valt, dankzij een tenenkrommend “I’m Spartacus”-moment. In plaats van de vrolijke anarchie van Zéro de Conduite (1933), die tienerrebellie opzwepend wist te vatten, gaat Das Schweigende Klassenzimmer voor nepsentiment van betweterige opoffering. Het is een vals heldendom vol pompeuze vroomheid. 

De collectieve vlucht naar het westen, waarvoor Theo een onbegrijpelijke honderdtachtig graden draai in karakter maakt, is daarom een verder verraad. Aangezien de film op een waargebeurd verhaal is gebaseerd (zoals opgeschreven in gelijknamige boek van Dietrich Garstka), is dit historisch accuraat. Maar het gemak wat uitstraalt van een trein vol lachende scholieren is als een trap na als zij even daarvoor hun toekomst uit overtuiging vergooiden. Greta Thunberg kan hier niets van leren. Het is daarom beter om over Das Schweigende Klassenzimmer te zwijgen.

 

11 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Top 5 en miskleun 2018

Deel 2: Sjoerd van Wijk
Top 5 en miskleun van 2018

L'Atelier

Zeven recensenten van InDeBioscoop bespreken hun vijf favoriete films die dit jaar in Nederland in première gingen. Traditioneel kiest iedereen ook de Miskleun van het Jaar én een film die een bioscooprelease had verdiend. Tot en met Oudjaarsdag lees je hier elke dag een persoonlijke terugblik op het filmjaar 2018.

Sjoerd van Wijk door Sjoerd van Wijk

Het jaar 2018 is het jaar van urgentie. Terwijl het nieuws gedomineerd werd door een zekere twittergebruiker uit de Verenigde Staten bracht de IPCC een onheilspellend rapport over de klimaatcatastrofe uit. 2018 is namelijk het jaar dat deze catastrofe voelbaar werd met onder andere recorddroogtes. En de gele hesjes tonen een diepe onvrede met het huidige economische beleid.

Dit jaar ontbreekt in de filmkunst een echt meesterwerk, omdat maar weinig films de uitdaging aankonden de onrust in beelden te vatten. Klimaat catastrofe kwam er bekaaid van af met First Reformed, waar Ethan Hawke een christelijke variant van Ted Kaczynski speelt. De film vervalt in fatalisme. En Isle of Dogs is ondanks de optimistische insteek te steriele navelstaarderij zonder Wes Andersons warmte. Toch staken er een aantal films bovenuit. Hier zijn vijf urgente films voor urgente tijden.

 

5. – NAO ‘T ZUUJE

Op het eerste gezicht is Nao ‘t Zuuje een eenvoudige documentaire over het Venlose carnaval. Maar cameraman en regisseur Rob Hodselmans raakt de gevoelige snaar. De nostalgische roes van Nao ‘t Zuuje vervat de sfeer van saamhorigheid van dit jaarlijkse hoogtepunt. De pakkende verhalen van onvervalste Venlonaren verwarmen het hart. Kon men deze sfeer maar vasthouden buiten die vier magische dagen om.

 

4. – SHOPLIFTERS

Een ode aan de buitenbeentjes van de samenleving. Een samenraapsel leden van het lompenproletariaat laten de kracht van familie zien. Door hun ontroerende samenzijn, door indringend voyeurisme in beeld gebracht, komt de vraag naar boven of niet eerder de repressieve Japanse samenleving het buitenbeentje is.

 

3. – LADY BIRD

Het veelbelovende regiedebuut van actrice Greta Gerwig imponeert met voelbare authenticiteit. In een film die sociale misstanden een eerlijke plaats geeft, schittert Saoirse Ronan als de eigenzinnige tiener Christine “Lady Bird” McPherson. Het emotioneel levensechte verhaal transformeert de specifieke opgroeiproblematiek tot iets universeels. Dichtbij de wortels maar toch overstijgend, zoals in het rake einde.

 

2. – NOVEMBER

November is het cinematische equivalent van een Burzum-albumhoes. Een wereld waar plattelanders hun schouders ophalen bij alle bovennatuurlijke verschijnselen en er zelfs een slaatje uit proberen te slaan. Maar de omgeving is niet alleen omgeven door animistische mystiek die ontzagwekkend is in haar ruigheid. Het heidendom is hier ook humoristisch, waarbij iedereen van zijn voetstuk af duvelt. In deze zeg-wat-je-denkt-tijden waar de mythe terugkeert, is deze heidense ontwaking een welkom alternatief.

 

1. – L’ATELIER

Een schot in de roos in het doorgronden van onbehagen. Regisseur Laurent Cantet weet met co-scenarist Robin Campillo een complexe jongen dwepend met fascisme neer te zetten die fascineert, mede dankzij Matthieu Lucci’s acteerprestatie. De empathische benadering, waarbij L’Atelier niemand afserveert, blijft haar personages trouw en zindert daardoor van spanning. De belangrijkste film van het jaar die tot nadenken stemt hoe de dialoog aan te gaan. Het indringende portret motiveert door de aandoenlijke epiloog, die lijkt te zeggen dat alles goed kan komen.

 

Call Me By Your Name

Miskleun van 2018:

CALL ME BY YOUR NAME

Elitair escapisme wat de zomervakantie kleingeestig tot fetisj verheft. Achter de oppervlakkige liefdesfantasie tussen puber Elio en de volwassenen Oliver gaat een grote leegheid schuil. Enige vorm van conflict is ingewisseld voor curieuze adoratie van Timothee Chalamet en Arnie Hammer, zonder kanttekeningen bij de psychologische machtspositie van laatstgenoemde. De overdreven kosmopolitische ouders druipen van onoprechtheid. Hierdoor gaat de film vragen over sociale klasse uit de weg. Call Me By Your Name lijkt brandschoon, maar is diep van binnen verrot en vulgair.

 

Gemist in de bioscoop:

VUELVEN (TIGERS ARE NOT AFRAID)

Dit Mexicaanse sprookje deed alleen een zegetocht op festivals en won in Nederland op het Imagine Film Festival de juryprijs. Regisseuse Issa López, die normaliter komedies aflevert, had met deze griezelige fabel over de verschrikkingen van de drugsoorlog ook releases buiten eigen land verdiend. Kinderlijke fantasie en de wrede realiteit vermengen zich tot een angstaanjagend geheel. Maar ondanks de misère is er veel om naar uit te kijken, van de innemende interacties tussen de kinderen tot de rooskleurige coda die vertrouwen inboezemt.
 
26 december 2018 

 

Deel 1: Cor Oliemeulen
Deel 3: Yordan Coban
Deel 4: Alfred Bos
Deel 5: Ralph Evers
Deel 6: Bob van der Sterre
Deel 7 (slot): Tim Bouwhuis