Schweigende Klassenzimmer, Das

*
recensie Das Schweigende Klassenzimmer

Episch verraad

door Sjoerd van Wijk

Das Schweigende Klassenzimmer verraadt zichzelf met valse heroïek. Het Duitse drama verloochent de intrigerende premisse met mondain tienerdrama vol schematische tegenstellingen. En stuurt opzichtig aan op een clichématige catharsis. 

In een tijd waarin scholieren zoals de Zweedse Greta Thunberg in opstand komen tegen de algehele apathie omtrent de klimaatcatastrofe lijkt Das Schweigende Klassenzimmer een welkome blik op tienerrebellie te werpen. Het jaar is 1956 in de DDR en de Sovjet-Unie is in een bloedige strijd verwikkeld tegen Hongaarse opstandelingen. De eindexamenklas in de kleine industriestad Stalinstadt (tegenwoordig Eisenhüttenstadt) besluit onder leiding van de geëngageerde Kurt twee minuten stilte te houden om de gevallenen te herdenken, na illegaal kennis te hebben genomen van de westerse verslaggeving over deze gebeurtenis. 

Das Schweigende Klassenzimmer

Schematische strijd
Maar wat begint als democratisch gekozen ludieke geste blijkt al snel bloedserieus te worden genomen door tal van autoriteiten. De schoolmeester foetert en de schooldistrictsleider is duivels manipulatief. De leerlingen probeerden weg te komen met een leugentje dat ze stil waren wegens het vermeende overlijden van voetballer Puskás. Dit is een zwart-wit strijd tussen idealisme en grote boze mensen die dat niet kunnen waarderen. Dat de kwade ouders zelf ook skeletten in de kast hebben zo vlak na de Tweede Wereldoorlog leidt tot verontwaardiging over hypocrisie. 

Het grote conflict tussen idealisme over de Hongaarse opstand versus het pragmatisme om het schooldiploma te behalen via verraad is op deze manier een wedstrijd waar de uitslag al van bekend is. De snijdende spanning in het klaslokaal is zo onecht en een tragische schooldirecteur, die ook niet op deze afgang zat te wachten, is een ondergeschoven kindje in het verhaal. Schrijver/regisseur Lars Kraume (Der Staat gegen Fritz Bauer, 2015) kiest voor de meest triviale tienerproblemen om reuring in de klas te veroorzaken. Als ieders toekomst op het spel staat, lijkt een ordinaire driehoeksverhouding niet het eerste om mee bezig te zijn. 

Sierlijk gestuurd
Al deze karikaturale tegenstellingen dienen dan ook het doel van valse ontroering. Sierlijk bewegen Kurt, nonchalante boezemvriend Theo en diens idealistische vriendin Lena zich voort in Stalinstadt terwijl de muziek eraan herinnert dat hun stilte een epische vorm van rebellie is. Dat buiten hen alleen de fragiele Erik en pientere Paul nog aandacht krijgen, geeft de actie een gezicht. Maar met deze individualisering van de problematiek blijft het onbekend hoe alle overige klasgenoten er over denken. 

Deze personages lijken bovendien meer een spil in het plot dan dat zij deze voortstuwen. Het is vanaf moment een al duidelijk dat de overtuigde communist Erik een onzekerheid is, die de grote boze mensen gemakkelijk kunnen breken. Dat Kurt hierdoor de zware keuze zich op te offeren voor de klas uit de weg kan gaan, lijkt Kraume niet als wrang op te vatten maar als een reden hem als rechtschapen te verheerlijken. 

Das Schweigende Klassenzimmer

Nepheldendom
Het stuurt allemaal aan op het groots opgezette moment van de waarheid. Maar de oppervlakkige catharsis valt niet anders te bestempelen dan als hoogverraad. De stilte blijkt puur heldendom waar niets op af te dingen valt, dankzij een tenenkrommend “I’m Spartacus”-moment. In plaats van de vrolijke anarchie van Zéro de Conduite (1933), die tienerrebellie opzwepend wist te vatten, gaat Das Schweigende Klassenzimmer voor nepsentiment van betweterige opoffering. Het is een vals heldendom vol pompeuze vroomheid. 

De collectieve vlucht naar het westen, waarvoor Theo een onbegrijpelijke honderdtachtig graden draai in karakter maakt, is daarom een verder verraad. Aangezien de film op een waargebeurd verhaal is gebaseerd (zoals opgeschreven in gelijknamige boek van Dietrich Garstka), is dit historisch accuraat. Maar het gemak wat uitstraalt van een trein vol lachende scholieren is als een trap na als zij even daarvoor hun toekomst uit overtuiging vergooiden. Greta Thunberg kan hier niets van leren. Het is daarom beter om over Das Schweigende Klassenzimmer te zwijgen.

 

11 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Top 5 en miskleun 2018

Deel 2: Sjoerd van Wijk
Top 5 en miskleun van 2018

L'Atelier

Zeven recensenten van InDeBioscoop bespreken hun vijf favoriete films die dit jaar in Nederland in première gingen. Traditioneel kiest iedereen ook de Miskleun van het Jaar én een film die een bioscooprelease had verdiend. Tot en met Oudjaarsdag lees je hier elke dag een persoonlijke terugblik op het filmjaar 2018.

Sjoerd van Wijk door Sjoerd van Wijk

Het jaar 2018 is het jaar van urgentie. Terwijl het nieuws gedomineerd werd door een zekere twittergebruiker uit de Verenigde Staten bracht de IPCC een onheilspellend rapport over de klimaatcatastrofe uit. 2018 is namelijk het jaar dat deze catastrofe voelbaar werd met onder andere recorddroogtes. En de gele hesjes tonen een diepe onvrede met het huidige economische beleid.

Dit jaar ontbreekt in de filmkunst een echt meesterwerk, omdat maar weinig films de uitdaging aankonden de onrust in beelden te vatten. Klimaat catastrofe kwam er bekaaid van af met First Reformed, waar Ethan Hawke een christelijke variant van Ted Kaczynski speelt. De film vervalt in fatalisme. En Isle of Dogs is ondanks de optimistische insteek te steriele navelstaarderij zonder Wes Andersons warmte. Toch staken er een aantal films bovenuit. Hier zijn vijf urgente films voor urgente tijden.

 

5. – NAO ‘T ZUUJE

Op het eerste gezicht is Nao ‘t Zuuje een eenvoudige documentaire over het Venlose carnaval. Maar cameraman en regisseur Rob Hodselmans raakt de gevoelige snaar. De nostalgische roes van Nao ‘t Zuuje vervat de sfeer van saamhorigheid van dit jaarlijkse hoogtepunt. De pakkende verhalen van onvervalste Venlonaren verwarmen het hart. Kon men deze sfeer maar vasthouden buiten die vier magische dagen om.

 

4. – SHOPLIFTERS

Een ode aan de buitenbeentjes van de samenleving. Een samenraapsel leden van het lompenproletariaat laten de kracht van familie zien. Door hun ontroerende samenzijn, door indringend voyeurisme in beeld gebracht, komt de vraag naar boven of niet eerder de repressieve Japanse samenleving het buitenbeentje is.

 

3. – LADY BIRD

Het veelbelovende regiedebuut van actrice Greta Gerwig imponeert met voelbare authenticiteit. In een film die sociale misstanden een eerlijke plaats geeft, schittert Saoirse Ronan als de eigenzinnige tiener Christine “Lady Bird” McPherson. Het emotioneel levensechte verhaal transformeert de specifieke opgroeiproblematiek tot iets universeels. Dichtbij de wortels maar toch overstijgend, zoals in het rake einde.

 

2. – NOVEMBER

November is het cinematische equivalent van een Burzum-albumhoes. Een wereld waar plattelanders hun schouders ophalen bij alle bovennatuurlijke verschijnselen en er zelfs een slaatje uit proberen te slaan. Maar de omgeving is niet alleen omgeven door animistische mystiek die ontzagwekkend is in haar ruigheid. Het heidendom is hier ook humoristisch, waarbij iedereen van zijn voetstuk af duvelt. In deze zeg-wat-je-denkt-tijden waar de mythe terugkeert, is deze heidense ontwaking een welkom alternatief.

 

1. – L’ATELIER

Een schot in de roos in het doorgronden van onbehagen. Regisseur Laurent Cantet weet met co-scenarist Robin Campillo een complexe jongen dwepend met fascisme neer te zetten die fascineert, mede dankzij Matthieu Lucci’s acteerprestatie. De empathische benadering, waarbij L’Atelier niemand afserveert, blijft haar personages trouw en zindert daardoor van spanning. De belangrijkste film van het jaar die tot nadenken stemt hoe de dialoog aan te gaan. Het indringende portret motiveert door de aandoenlijke epiloog, die lijkt te zeggen dat alles goed kan komen.

 

Call Me By Your Name

Miskleun van 2018:

CALL ME BY YOUR NAME

Elitair escapisme wat de zomervakantie kleingeestig tot fetisj verheft. Achter de oppervlakkige liefdesfantasie tussen puber Elio en de volwassenen Oliver gaat een grote leegheid schuil. Enige vorm van conflict is ingewisseld voor curieuze adoratie van Timothee Chalamet en Arnie Hammer, zonder kanttekeningen bij de psychologische machtspositie van laatstgenoemde. De overdreven kosmopolitische ouders druipen van onoprechtheid. Hierdoor gaat de film vragen over sociale klasse uit de weg. Call Me By Your Name lijkt brandschoon, maar is diep van binnen verrot en vulgair.

 

Gemist in de bioscoop:

VUELVEN (TIGERS ARE NOT AFRAID)

Dit Mexicaanse sprookje deed alleen een zegetocht op festivals en won in Nederland op het Imagine Film Festival de juryprijs. Regisseuse Issa López, die normaliter komedies aflevert, had met deze griezelige fabel over de verschrikkingen van de drugsoorlog ook releases buiten eigen land verdiend. Kinderlijke fantasie en de wrede realiteit vermengen zich tot een angstaanjagend geheel. Maar ondanks de misère is er veel om naar uit te kijken, van de innemende interacties tussen de kinderen tot de rooskleurige coda die vertrouwen inboezemt.
 
26 december 2018 

 

Deel 1: Cor Oliemeulen
Deel 3: Yordan Coban
Deel 4: Alfred Bos
Deel 5: Ralph Evers
Deel 6: Bob van der Sterre
Deel 7 (slot): Tim Bouwhuis

David Lynch’s nostalgietrip

The Straight Story
David Lynch’s nostalgietrip

door Sjoerd van Wijk

Omhoog kijken naar de sterren, net als vroeger. Dat is Alvin Straights doel als hij op zijn oude grasmaaier stapt om nog eenmaal zijn broer te bezoeken. Zijn tocht in The Straight Story raakt de harten van innemende zonderlingen onderweg. En het toont indirect het nostalgische hart van regisseur David Lynch.

Sinds vorige week is er een expositie over zijn werk in het Bonnefantenmuseum te Maastricht. Waar iedereen het vooral zal hebben over films als Eraserhead of Mulholland Drive, is het juist in The Straight Story (1999) waar de regisseur wellicht op zijn eerlijkst is.

The Straight Story

De nachtmerries zijn verdwenen
Ogenschijnlijk is dit ondergewaardeerde werk een Disney-versie van zijn beleving. Daadwerkelijk door deze maatschappij geproduceerd, zijn de nachtmerries verdwenen uit zijn droomwereld. Maar stilistisch is het nog steeds onmiskenbaar de regie van zijn hand. Nog steeds zijn er de associatieve beelden die soepel in elkaar overlopen, van eindeloze graanvelden naar Alvin op de grasmaaier genietend van de zon. Waar normaliter het flikkerende licht een omineuze voorbode is, accentueert het hier de angsten van Alvin (Richard Farnsworth) en dochter Rose (Sissy Spacek). Doordat de griezelige angel ontbreekt, is The Straight Story een magisch-realistisch epos over ouderdom in plaats van een surrealistisch spel met de donkere kant van de mensheid.

Zoals met al Lynch zijn betere werk, heeft hij niet alleen aan de schrijftafel gezeten. Scenaristen Mary Sweeney en John Roach weten de voor hem gebruikelijke sfeer om te buigen van waan naar ideaal. De licht eigenaardige typetjes lijken zo uit Twin Peaks (1990) weggelopen te zijn. De subtiele tik van de molen werkt puur humoristisch en daarmee ook hartverwarmend. Een vreemde tweeling met markant stereotype werkkleding gaat domweg mee met Alvins afdingen. Onderweg raakt een dame theatraal overstuur door het aanrijden van een hert, wellicht het duisterste wat The Straight Story te bieden heeft. Er is zelfs een kleine rol voor Twin Peaks-acteur Everett McGill die de vergelijking met deze serie alleen maar versterkt.

The Straight Story

Het werkt allemaal charmerend met Lynch’s ingetogen opnames waar de focus niet alleen op Alvin, maar ook op zijn omgeving lijkt te liggen. De kleine dorpjes zijn ditmaal geen façade waarachter duisternis heerst. Zo herbergt het gelijknamige plaatsje in Twin Peaks tal van gruwelijke geheimen. Personages lopen rond in een kitscherige wereld, die door het kunstmatig theatrale karakter snel omslaat in een unheimisch gevoel. Het is niet alleen rozengeur en maneschijn in deze soap, want het vervreemdende heeft ook beklemmende effecten. Lynch lijkt te zeggen dat aan het oppervlak het artificiële misschien gelukzalig is, maar dat het ons losmaakt van onszelf. Van het perfecte witte hek met rozen in Blue Velvet gaat het bergafwaarts naar het naargeestige sadisme van schurk Frank.

Warm humanisme
De Amerikaanse suburb blijkt niet de Amerikaanse droom. In The Straight Story, een Twin Peaks in de Amerikaanse graanschuur, zijn er echter geen geheimen. Inwoners van het idyllische platteland delen liever hun beslommeringen met Alvin. Lynch’s finesse met onheilspellende geluiden werkt hier ontroerend als een veteraan oorlogsherinneringen ophaalt. Het obstakel op zijn reis is eerder de krakkemikkige technologie waar Alvin koppig aan vasthoudt. De ontdekkingen zijn hier de mensen die hij tegenkomt, met al hun eigenaardigheden en verhalen. Langzaam ontvouwt zich het verhaal over eenzaamheid en ouderdom. De kracht van familie drijft naar boven. Normaliter neigt Lynch naar donkere misantropie, maar hier juist naar warm humanisme.

The Straight Story

Daardoor toont The Straight Story dat David Lynch eigenlijk een nostalgische kijk op Amerika heeft. Niet voor niets droomde de hoofdpersoon van Lost Highway als ontsnapping aan zijn zonden weg naar een veilig jaren vijftig met mooie auto’s en lieflijke dames. En heeft Lynch in het verleden zijn waardering voor Ronald Reagan uitgesproken. De zonovergoten graanvelden van Iowa, waar steevast een truck oogst, zijn van een sentimentele fraaiheid. Alvins langzame grasmaaier is hier het mooie middel van vervoer, terwijl auto’s langs hem heen razen. Het weerzien na tien jaar met broer Lyle is voor Lynch’s doen prachtig ondergespeeld. De sterrenhemel betovert met een buitengewone ballad van Angelo Badalementi’s typerende hand.

Er spreekt een verlangen uit naar een rustiger tijd, waar mensen vriendelijk met elkaar omgaan en van de kleine dingen genieten. Lynch lijkt niet zozeer kritisch op een ouderwetse Amerikaanse levensstijl die waarschijnlijk nooit zo heeft bestaan. Net als Dale Cooper in Twin Peaks bezwijkt voor de kersentaart, zo lijkt Lynch in The Straight Story te mijmeren over simpele deugden en geneugten. Iets wat alleen verborgen blijft in zijn andere werken. Zo doet The Straight Story zijn titel eer aan. Rechtdoorzee, terug naar vroeger.

 

8 december 2018


ALLE ESSAYS

Good Manners

**
recensie Good Manners

Futloze fabel

door Sjoerd van Wijk

Het rommelige sprookje Good Manners propageert levenloos strijdlust in plaats van verzoening. Futloos zet het een bovennatuurlijke allegorie op die aansluit bij het huidige Braziliaanse politieke klimaat, waar de nieuwe president Jair Bolsonaro minachting voor mens en milieu uitstraalt.

Het is daarmee wel een tijdige film, die aangeeft wat een ieder die afwijkt van de destructieve norm te doen staat de komende tijd. De verschillen tussen Clara en de zwangere Ana kunnen niet groter zijn. Clara is een kinderoppas zonder opleiding en een lesbienne van Afrikaanse afkomst. Ana een verwende dame uit een welvarende familie, die door de dubieuze omstandigheden van haar zwangerschap er alleen voor staat. Er ontwikkelt zich al snel een hechte band tussen de twee, maar er lijkt iets mis met de baby. Goed, bovennatuurlijk mis. Clara’s leven neemt dan ook een onverwachte wending in dit tweeluik.

Good Manners

Afwijkende zwangerschap
Regisseurs Marco Dutra en Juliana Rojas (die vaker hebben samengewerkt) nemen uitgebreid de tijd om alle puzzelstukken op hun plaats te laten vallen. São Paolo is hier op de achtergrond een feeërieke metropolis, die geen massale drukte maar serene mystiek uitstraalt. In het claustrofobische appartement ontwikkelen de twee ondanks de tegenstellingen een aparte verstandhouding met elkaar. Het desolate maakt echter gaandeweg plaats voor het lethargische. De lichte griezel van Ana’s afwijkende zwangerschap staat snel vast, maar Dutra en Rojas blijven lang dwepen met de relatie, die overtuigingskracht mist doordat Isabél Zuna als Clara weinig passie uitstraalt.

Zij weet pas te overtuigen in het tweede deel, als de aard van de baby duidelijk is en het vreemde de wereld betreedt. Met het groeien van haar kapsel en haar unheimische adoptiezoontje Joel komt er meer vuur in haar. Het al eerder weinig subtiele motief van vlees of groente wat de pot schaft, legt er extra dik bovenop dat afwijken van de status quo het leven zelf is, met alle risico’s van dien. Clara’s pogingen Joels ware karakter te verbergen, voelen wel oprecht aan.

Dat Joel met ouder worden ook eigenwijzer bij de anderen wil horen, leidt tot de verwachte bonje, maar het lijzige tempo is hier adequaat. Good Manners verzandt echter continu in uitstapjes van bodyhorror tot musical. De eclectische mix van stijlen kent een lusteloze behandeling met stoïcijnse opnames, die gegeven het spannende materiaal niet voor de hand ligt. De druk loopt op, terwijl São Paolo immer vreedzaam doet denken dat het toverachtige in elke hoek te vinden is. 

Good Manners

Barbaarsheid tegenover domesticatie
Het barbaarse andere, wat vlees verslindt en huilt naar de volle maan, komt hiermee tegenover domesticatie te staan. Niet toevallig bevindt Clara zich in een christelijke goegemeente, een gemeenschap die de autocratische Jair Bolsonaro steunde in de Braziliaanse presidentsverkiezingen.  In het echt is het hij die anderen wil verslinden, zoals de inheemse bevolking in de Amazone. Good Manners blijkt dus een ironische titel en komt daarmee op voor de achtergestelden. In de verwachte ontknoping komt de strijdlust naar voren, als Clara en Joel hechter dan ooit tevoren worden.

Het doet in de verte denken aan het Mexicaanse Tigers Are Not Afraid, dat ook via een kind met bovennatuurlijke gaven de strijd met sociale misstanden aangaat. Daar is het sprookjesachtige echter vernuftiger verbonden met de omringende wereld, wat de emotionele binding ten goede komt. Tevens is daar ruimte voor verzoening, die alle narigheid doet vergeven en vergeten. Good Manners gaat voor de confrontatie in plaats van een beroep op christelijke naastenliefde te doen. Het is sociale kritiek, maar laat in haar apathische behandeling kansen op compassie liggen.

 

3 november 2018

 

ALLE RECENSIES

House With A Clock In Its Walls, The

***

recensie The House With A Clock In Its Walls

Doorsnee avontuur met durf

door Sjoerd van Wijk

Met gedurfde elementen biedt The House With A Clock In Its Walls meer dan een doorsnee familieavontuur. Toveren is hier meer dan verwondering, het is ook een beetje eng. Maar de aimabele personages zitten toch vast aan een standaardstramien in deze spookhuisattractie.

Lewis (Owen Vaccaro) trekt in bij zijn vreemde oom Jonathan (Jack Black) omdat zijn ouders zijn overleden. Jonathans huis is zo mogelijk nog vreemder, want er schuilen mysterieuze magische krachten in elke hoek. Al snel hoort Lewis een grote klok tikken in de muren. Geheimzinnige buurvrouw Zimmerman (Cate Blanchett) is ook vaak over de vloer. De twee volwassenen lijken op zoek te zijn naar de plek van deze klok, want er zijn duistere krachten met snode plannen in het spel. Uiteraard weten ze hun activiteiten niet lang voor Lewis te verbergen en wordt hij meegenomen in de wereld van magie. Samen proberen de drie de duistere krachten van de oude eigenaar Isaac Izard (Kyle MacLachlan) te stoppen. Ondertussen moet Lewis zich aanpassen aan de nieuwe school en leren omgaan met zijn verlies. 

The House With A Clock In Its Walls

Elegante betovering
Het mysterieuze huis vormt een statig decor voor de goedgebekte personages. Ondanks dat de acteurs niet uitblinken in hun spel, zijn ze allen perfect geschikt voor hun rol. Owen Vaccaro is veelbelovend als het ingetogen jongetje met onverwachte kracht. Samen met Jack Black in zijn welbekende typetje als goedgemutste excentriekeling vormt hij het hart van de film. Blanchett als strenge dame met air van mysterie en MacLachlan als innemend kwaad genie completeren het ensemble. Ze brengen de magie tot leven.

Dit is mede dankzij de elegantie waarmee het huis een eigen personage lijkt te vormen. Het zit vol merkwaardigheden, al dan niet in leven, zoals een zich als hond gedragende stoel of een glas-in-loodraam dat continu iets anders toont. Alles in een warme zweem van een lang vervlogen jaren vijftig die er nooit waren, door de toevoeging van soms subtiel anachronistisch aandoende curiosa. Zo wordt bijvoorbeeld de muffe kelder vol mechanische poppen lichtelijk unheimisch. 

Duistere durf
Ondanks dat The House With A Clock On Its Walls een familiefilm is, betekent het niet dat de personages niks lugubers overkomt. Scenarist Eric Kripke (maker van Supernatural) vult het scenario, gebaseerd op het gelijknamige boek van John Bellairs, met duistere fantasieën. Zo staat de film met een been in de dageraad en het andere in de nacht. Zaken als necromantie of deals met demonen brengen de spanning in deze magische spookhuisattractie. Ondanks dat Kripke durf toont, blijft hij juist teveel bij voorspelbare ontwikkelingen waar je de klok op gelijk kan zetten.

Zo werkt de film uiteindelijk toe naar een cartooneske ontknoping van de goeden versus de slechterik die komt na een race tegen de tijd. Daarnaast worden de geheimen van het huis te snel prijsgegeven, terwijl het langzaam ontdekken van de wondere wereld van magie juist de innemende momenten oplevert. 

The House With A Clock In Its Walls

Plastische attractie
Het is niet alleen Kripke die durf toont. De keuze om deze familiefilm te geven aan een horrorregisseur als Eli Roth is een ingenieuze zet. Roth, bekend van exploitatiehorror zoals Hostel, toont zelf uiteraard ook durf door iets buiten zijn gebruikelijke oeuvre te regisseren. Of hij de aangewezen persoon was om het avontuur niet alleen spannend maar ook griezelig te maken, is echter de vraag. Waar de wereld van magie er een van verwondering is, die van de omgeving een plek met onvermoede krachten maakt, lijkt deze voor Roth te veel een kermisattractie. Subtiel griezelige scènes gaan snel ten onder in plastische vertoning van wat er precies eng is, in plaats van dit aan de verbeelding over te laten.

Daardoor leveren bijvoorbeeld de levende Halloween-pompoenen eerder kolderiek hakwerk op dan de noodzakelijke angst voor het onbekende. Het is tevens niet het goede moment om Jack Black oneliners te laten maken. Daarom smaakt The House With A Clock In Its Walls naar meer, want er ligt onder de directe regiestijl en beproefde scenarioformules een spannend avontuur begraven.
 

25 september 2018

 
MEER RECENSIES

3 Faces

****

recensie 3 Faces

Ludiek jongleren met maskers

door Sjoerd van Wijk

3 Faces biedt een meerduidige inkijk in de Iraanse samenleving en is geladen met speelse kritiek van de gerenommeerde Iraanse schrijver-regisseur Jafar Panahi. 

Bekende actrice Behnaz Jafari ontvangt een verontrustende video via social media waarin het meisje Marziyeh zelfmoord lijkt te plegen. Marziyeh’s wanhoop komt doordat ze op het Iraanse platteland niet haar acteerdromen kan najagen. Jafari gaat samen met regisseur Jafar Panahi op onderzoek uit, in de hoop het meisje te vinden. In een film die het midden houdt tussen fictie en werkelijkheid (iedereen speelt zichzelf) gaan ze op een roadtrip door de gastvrije dorpen, waar tradities hoog in het vaandel staan. Aan de ene kant is er een warm onthaal en zekere bewondering voor de stedelingen uit Teheran, aan de andere kant worden ‘kunstenmakers’ met argusogen bekeken.

3 Faces

Appeltjes schillen
3 Faces heeft een onmiskenbaar persoonlijk karakter, niet alleen doordat Panahi zichzelf speelt. De regisseur leverde in het verleden subtiel maatschappijkritische films af zoals Offside, wat hem in 2010 een gevangenisstraf en later huisarrest opleverde. Maar erger, hij mocht geen films meer maken, wat internationaal voor ophef zorgde. Toch is Panahi sinds 2011 (This Is Not a Film) in het geniep blijven filmen, met beschouwingen over tegenstellingen in de Iraanse samenleving. Ondanks dat Panahi een appeltje te schillen heeft met de censuur van de Iraanse overheid, voorkomt hij ook ditmaal dat 3 Faces een vendetta wordt.

Onderzoekend komen de gestes tussen stedeling en dorpeling in beeld, zonder dat iemand de boeman is. De scepsis jegens artiesten op het platteland staat in de bredere context van het reilen en zeilen in een dorp, in plaats van dat deze rancuneus als bekrompen overkomt. Met humor worden de verschillen duidelijk, als dorpelingen Jafari en Panahi initieel enthousiast begroeten en vervolgens teleurgesteld afdruipen als blijkt dat ze niets komen repareren, zoals gedacht. Toch komt door de ellipsen over Jafari’s zoektocht Panahi’s personage wat te vaak naar voren, terwijl Mariyeh’s verdriet de film juist draagt met indringende urgentie. 

Driedubbelrol
Spanningen zijn continu onderhuids onder een façade van beleefdheid. Personages lijken meerdere rollen te spelen, zowel in de film als in de samenleving. Film en werkelijkheid vloeien naadloos in elkaar over, van Marziyeh’s confronterende openingsscène tot de voormalig bekende actrice Shahrzad die als knipoog nooit in beeld komt.

Het Iran van Panahi is een ludiek jongleren met de verschillende maskers: voor de overheid, de buren en vrienden. In tegenstelling tot het al te luchtige Taxi Teheran (2015) slaagt 3 Faces er meer in uiteenlopende emoties op meditatieve wijze samen te smeden tot een indringende, menselijke inzage in het land. De continue verwijzingen naar de echte levens van de personages, het eenvoudige camerawerk, de dagelijkse beslommeringen—ze vormen een subtiel spel met de werkelijkheid, wat de Iraanse jongleer-act des te inzichtelijker maakt. 

3 Faces

Traditioneel subversief
Met dit indringende spel plaatst 3 Faces zich ferm in een Iraanse filmtraditie die de censuur eerder als uitdaging dan als beperking lijkt te zien. Dikwijls herinnert de film aan het werk van regisseur Abbas Kiarostami, die ook fictie en werkelijkheid op beschouwende wijze door elkaar haalde. In films zoals A Taste of Cherry (1997), die ook zelfmoord als thema aanhaalt, wist hij losjes maatschappijkritiek in de verhalen te verwerken.

Door subversieve thema’s te verweven met de keuze in verhalen en het tonen van de dagelijkse omgang lukt het Iraanse regisseurs, zoals ook de gevierde regisseur Asghar Farhadi (A Separation), meestal om geruisloos door de censuur te komen. In plaats van te prediken, levert die combinatie juist sluw opgebouwde dramatische spanning op, wat de Iraanse cinema zo uniek maakt. 3 Faces voelt traditioneel subversief aan en de speelse zoektocht naar wederzijds begrip werkt lang door, omdat de personages de film een eigen karakter geven.
 

28 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Dog Days

***

recensie Dog Days

Lieflijk aan de lijn

door Sjoerd van Wijk

Dog Days blijft aan het lijntje van de Amerikaanse feelgoodfilm, maar weet te sympathiseren met warm humanisme. 

Het is een bekend fenomeen in het park. Mensen laten de hond uit en komen met andere baasjes in contact als de viervoeters elkaar besnuffelen. Dog Days is het cinematische equivalent. Tijdens de warme zomerdagen in Los Angeles volgen we meerdere verhalen met de hond als leidraad. Zo is er de eenzame oude man die samen met zijn jonge pizzabezorger op zoek naar zijn vermiste hond gaat, en de lanterfantende gitarist die op de hond van zijn zwangere zus moet passen.

Volgens beproefd Hollywood-recept is het bij de opzet van elk verhaal al duidelijk waar het eindigen zal. Zo is er geen twijfel over mogelijk wat er gebeurt met de gespannen presentatrice en de ontwapenende co-presentator als hun honden het met elkaar kunnen vinden terwijl ze zelf elkaars tegenpolen zijn. Het ensemble van karakters wordt via de honden op verscheidene manieren met elkaar verbonden, onder andere in een voor de hand liggende finale waar iedereen toevalligerwijze rondloopt. 

Dog Days

Fluwelen handschoenen
De verhalen gaan over verbondenheid, iets waar elk karakter naar op zoek lijkt te zijn. Zoals een echte feelgoodfilm krijgt iedereen wat hij of zij wil en blijkt de kleine buurt in downtown Hollywood een grote gezellige familie. De weg ernaartoe is geplaveid met amusante, licht komische situaties die zorgen voor een aangename verpozing. Toch wringt er iets in deze zegetocht naar ontroering. Schrijvers Elissa Matsueda en Erica Oyama beroeren de karakters met fluwelen handschoenen, alsof ze bang zijn dat hen iets vervelends zal overkomen. De ontknopingen voelen daarom niet verdiend aan, want er is nauwelijks conflict geweest voor de karakters om de verbondenheid met anderen te vinden.

Zo kunnen de oudere man en de jonge snotneus van de pizza’s het wel erg snel met elkaar vinden. Tara (Vanessa Hudgens, Spring Breakers), een jongedame met een uitzichtloos baantje in een koffiezaak, kan vrij soepel haar carrière opstarten zonder dat er obstakels op de weg komen en krijgt een gratis soulmate op de koop toe. Het comfort van de karakters brengt problemen in het tempo van de film, want er gebeurt weinig significants wat de voorspelbare eindes nog in de weg kan liggen. Qua emotionele impact staat Dog Days daardoor in schril contrast tot een klassieke Amerikaanse feelgoodfilm als Mr. Deeds Goes to Town (1936), waar de ontroering ligt in bombastische pech voor de hoofdpersoon, zoals alleen regisseur Frank Capra die kon uitbeelden. 

Slapende honden
Deze voorzichtigheid met de karakters werkt ook op andere manieren door. Het missende venijn in de verhaallijnen laat Dog Days komische buitenkansen missen. De levens en de omgeving van de karakters zijn van een dermate Amerikaanse overdrevenheid, dat het nep begint aan te voelen. Met name het gelukkig getrouwde koppel dat een kind adopteert en moeite heeft om een band met het nieuwe dochtertje op te bouwen lijkt een valse idylle. Maar helaas worden slapende honden niet wakker gemaakt in Dog Days. Op meerdere momenten is er kans om de draak te steken met sociale situaties, maar wordt er vluchtig van weg gedanst.

De twee tegenpolen delen het gros van hun romance live op televisie, zonder dat hier grappen mee worden gemaakt. Hun honden komen elkaar tegen op een honden verjaardagsfeestje (inclusief cupcake met kaarsje), maar de aanzet voor een grap blijft slechts dat. De geestige scène waarin Tara in paranoïde paniek pepperspray spuit op haarzelf en de flierefluitende broer die een hond naar binnen smokkelt, laat zien hoeveel meer humor er uit de omgeving gehaald had kunnen worden. 

Dog Days

Sympathiek optimisme
Toch lijkt het unfair om Dog Days af te doen als een verkeerd gemixte formule. Er zit namelijk een groot hart verstopt in dit Amerikaanse massaproduct. Regisseur Ken Marino, normaliter acteur, zorgt voor een warme menselijke benadering van de karakters. Zijn humanisme bleek al eerder uit zijn bijdrage aan het scenario van Role Models, een ietwat grove komedie met verbazingwekkend veel hart. Elegant wisselen de beelden van de ene optimistische persoon zich af met de volgende. De acteurs, die voorrang krijgen van de camera, lijken net zoveel van de karakters te houden als de scenarioschrijvers. Er zit bezieling in hun inlevingsvermogen, waardoor het plezier afspat van de film. De lieflijke inborst werkt aanstekelijk met de talloze schattige honden, die door dit optimisme tot vrolijkheid stemmen.

Marino maakt hierdoor het gloedvolle temperament van een zomers Los Angeles welhaast een warm bad van goede intenties. Doordat de film excelleert in het brengen van vriendelijke figuren die niets anders dan sympathie verdienen, wordt het zelf ook een sympathieke vriend. Ondanks (of wellicht dankzij) de te lieve aanpak van de karakters en de onwil om zich te branden aan netelige kwesties, blijft het menselijke overeind in Dog Days, waardoor het moeilijk wordt de film te veroordelen voor de missers.
 

19 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Atelier, L’

****

recensie L’Atelier

Een confronterend document

door Sjoerd van Wijk

L’Atelier is een beklemmende documentatie van modern onbehagen. Ze fascineert door met een begripvolle onbevangenheid diep in de karakters te graven. 

In de aan lager wal geraakte Zuid-Franse havenstad La Ciotat houdt schrijfster Olivia een workshop met zeven jongeren. Ze schrijven gezamenlijk een roman die zich afspeelt in La Ciotat zelf. Terwijl de groep gaandeweg overeenstemming bereikt over het onderwerp, een criminele thriller, valt Antoine op. Hij zet zich tegen alles en iedereen af, wat regelmatig tot ruzie leidt. En zijn proeftekst voor de roman lijkt iets te veel te sympathiseren met een koelbloedige massamoordenaar. In zijn vrije tijd dweept hij dan ook met fascistische ideeën en geweld. Olivia raakt geïntrigeerd en wilt zijn drijfveren weten. Op zijn beurt koestert Antoine een fascinatie voor zijn lerares. Er ontstaat een spanningsveld dat bol staat van de onverwachte wendingen. 

L’Atelier

Zware brainstorm
De workshopsessies worden zorgvuldig opgeladen. Deze intieme scènes blijven dicht op de huid de  discussies volgen, waardoor de omslag in spanning als Antoine provoceert heftig overkomt. Regisseur Laurent Cantet geeft de acteurs volledig de ruimte om hun karakters uit te bouwen. Een groot aantal momenten komt dan ook voort uit improvisatie met de acteurs.

Dit vertrouwen betaalt zich uit, aangezien de gehele groep vol overgave de brainstorm naar windkracht tien weet op te voeren. Gecombineerd met de naturalistische dialogen voelt de workshop als echt, met de kijker als getuige. Dikwijls snijdt de film abrupt af in overgangen. Deze kiene montage zorgt ervoor dat de impact van de verbale (en soms fysieke) intensiteit lang na blijft zinderen. 

Politieke urgentie
Het plotsklaps veranderen van onderwerp voorziet de interacties bij de workshop van een sociale context. Zo zijn er amateurbeelden van de oude haven en fragmenten van Antoine’s favoriete videogames, waaronder het desolate The Witcher 3: Wild Hunt. Regisseur Cantet weet zo met zijn coscenarist Robin Campillo (120 BPM) de confronterende interacties breder te trekken zonder expliciet stelling te nemen. Dit sociale engagement komt ook terug in hun eerdere werk, zoals het heftige schoolklasdrama Entre les murs (2008). Ze tonen Antoine’s leven in alle facetten zonder opgeheven vinger. Het uitgangspunt is te begrijpen wat hem drijft. Dit geeft L’Atelier een uitermate belangrijke politieke urgentie. 

Antoine’s gevoelswereld doet namelijk sterk denken aan de Alt-right, een fascistische internetsubcultuur ontstaan op het forum 4chan. Deze stroming propageert een masculien recht van de sterkste. Net als Antoine zijn het jonge mannen die geen plaats in de wereld kunnen vinden en dit op het internet omzetten in een nihilistisch dedain.

De onderliggende destructieve houding heeft figuren als Donald Trump aan de macht geholpen. Trump is niet door hen gekozen ondanks zijn incompetentie, maar dankzij. Om de wereld te zien branden. De oplossing, zoals L’Atelier wil zeggen met een hoopvolle epiloog, is begrip te tonen zonder belerend te zijn. Een relevante boodschap nu er grote stappen naar een rechtvaardigere en milieuvriendelijkere wereld moeten worden genomen. 

L’Atelier

Vergeven gebreken
Het begrip tussen de uitzichtloze jongere Antoine en de verheven schrijfster Olivia komt niet zonder slag of stoot. Matthieu Lucci (Antoine) en Marina Foïs (Olivia) zetten met overtuiging een complexe wisselwerking tussen de twee tegenpolen neer. Elke scène tussen de twee broeit met tal van subtiele onderlagen.

Waar Cantet en Campillo meerdere keren met het scenario voor de bekende weg kunnen gaan om beiden nader tot elkaar te laten komen, kiezen zij steevast voor een onverwachte, maar achteraf begrijpelijke wending. Dit maakt L’Atelier tot een diep humane film met een beklemmende confrontatie die lang rond blijft spoken. De drijfveren van zowel Antoine als Olivia liggen verscholen en zullen zich alleen prijsgeven door kritische introspectie van de kijker. Hierbij fascineert met name Lucci als Antoine. Het is lovenswaardig om een karakter met meerdere weerzinwekkende trekjes zo sympathiek over te laten komen. Zijn gebreken zijn te vergeven doordat bij Antoine altijd de menselijkheid op de loer ligt. L’Atelier start daarom een belangrijke dialoog met frisse onbevangen blik.
 

29 juli 2018

 
MEER RECENSIES

Man Who Killed Don Quixote, The

***

recensie The Man Who Killed Don Quixote

Dol en dwaas in La Mancha

door Sjoerd van Wijk

In deze kille tijden is de doldwaze koortsdroom van The Man Who Killed Don Quixote een welkome remedie. Het passieproject van 25 jaar in de maak doet echter te veel aan navelstaarderij en mist de warmte van Cervantes’ opus Don Quixote, waarop het is gebaseerd.

Toen Don Quixote leefde was het ridderschap al uitgestorven, laat staan in onze tijd. Hoffelijkheid is ver te zoeken in het publieke discours. Zo ook op de filmset van Toby (Adam Driver), een regisseur van advertenties. Gepokt en gemazeld door de marketingwereld lijkt elke vorm van fantasierijke geestdrift uit hem gewrongen. Hij snauwt bevelen in het rond en is alleen nog maar met zichzelf bezig.

Tijdens de moeizame productie van een reclamespot in Spanje ontdekt hij dat hij in de buurt is waar hij ooit zijn afstudeerfilm over Don Quixote opnam. Bij terugkeer naar dit dorp waar hij als nog jonge maker durfde te dromen, ontmoet hij zijn oude hoofdrolspeler (Jonathan Pryce), die is doorgedraaid en denkt dat hij Don Quixote is. Toby wordt door hem aangezien voor zijn schildknaap Sancho Panza. De twee beleven burleske avonturen zoals het boek van Cervantes, waarbij Toby steeds meer het verschil tussen droom en realiteit uit het oog verliest.

The Man Who Killed Don Quixote

Avontuurlijk absurdisme
The Man Who Killed Don Quixote volgt de persoonlijke ontwikkeling van Toby nauwgezet in zijn stijl. Hoe langer de film doorgaat, hoe grootser en fantastischer de avonturen worden. Waar in het begin de gekte vooral van ‘Don Quixote’ afstamt, wordt de film zelf een waanvoorstelling naarmate Toby meer gaat fantaseren. Dit surrealistische karakter, waar droom en werkelijkheid samensmelten, komt voort uit het verheven absurdisme van regisseur Terry Gilliam. De vliegende, ronddolende camera vangt beelden van dermate overdaad dat de realiteit vanzelf een hallucinatie wordt.

Het doet sterk denken aan Gilliam’s eerdere werk Fear and Loathing in Las Vegas, waar de vreemde taferelen ook door elkaar zweven in een waas. Niet geheel verrassend schreef Gilliam met frequente coscenarist Tony Grisoni dan ook het scenario voor beide films. En de ijlende beeldtaal, gecreëerd door cinematograaf Nicola Pecorini en editor Lesley Walker, is ook in die film te bewonderen.

Hedendaagse herinterpretatie
Het verhaal rond de productie van de film is berucht (en deels naverteld in de documentaire Lost in La Mancha). Terry Gilliam kon het financieel niet bolwerken begin jaren ‘90. Een tweede poging ging in 2000 in productie, maar werd geplaagd door tegenslagen, van een stortvloed die apparatuur verwoestte tot hoofdrolspeler Jean Rochefort die met een hernia afgevoerd moest worden. Een aantal jaar later overleed acteur John Hurt, die was gecast bij weer een poging. Zelfs tot aan de uiteindelijke release dit jaar waren er nog gerechtelijke problemen met een rancuneuze producent. Dat Gilliam het al die tijd heeft weten vol te houden, verdient dan ook bewondering. Zelf vergelijkt hij zijn trouw aan de film met Sancho Panza’s trouw aan Don Quixote. De passie voor dit project is dan ook voelbaar.

De liefde van Gilliam voor Don Quixote’s avonturen spreekt daarbij juist door het boek te laten voor wat het is. Toby’s hallucinaties zijn tactvolle citaten uit Cervantes’ meesterwerk, die door deze te plaatsen in onze huidige tijd een nieuwe dimensie krijgen. De windmolens kunnen hierbij niet ontbreken, maar orden wonderlijk subtiel afgezet tegen Toby’s filmset, waar windturbines op de achtergrond de heuveltop bevolken. Romantische hoffelijkheid versus cynische moderniteit.

The Man Who Killed Don Quixote

Toch had The Man Who Killed Don Quixote enige mate van terughoudendheid kunnen gebruiken. Gilliam weet wellicht zijn stokpaardjes in het gareel te houden wat betreft het boek, maar dit geldt niet voor alle andere zaken. De absurde taferelen zijn dermate hoogdravend dat de film erg in zichzelf gekeerd wordt. En de focus ligt sterk op Toby’s artistieke ontwikkeling, wat een te grote breuk met het bronmateriaal vormt. Met het accent op de veelal nare Toby treedt de excellerende Jonathan Pryce als de tragikomische, romantische Don Quixote op de achtergrond, wat voelt als een gemis.

Koude karakters
De breuk blijkt ook uit de verschillende karakters die deze hedendaagse herinterpretatie van het oude maar springlevende epos bevolken. Een aantal van hen weet niet te overtuigen. Zo is er het jonge meisje Angelica (Joana Ribeiro) die geïnspireerd door de jonge Toby een mislukte acteercarrière achterna joeg. Haar motivaties rondom Toby en haar escort werkzaamheden zijn dubieus. Maar belangrijker is dat de extravagante branie van de avonturen vermindert door de cynische kilheid die uit de meeste figuren spreekt. Ondanks dat Adam Driver voor deze rol zijn volledige reikwijdte als acteur kan gebruiken, van vreemde hufter (zoals in de serie Girls) tot aandoenlijke dromer (zoals in Paterson), blijven de andere acteurs achter.

Waar in Cervantes’ boek de emotionele diepgang komt door de warmte waarmee de karakters met elkaar omgaan, heeft iedereen in The Man Who Killed Don Quixote een koude uitstraling en berekenende houding. Met name de kwaadaardige Russische maffiabaas valt uit de toon. Het had de film gesierd om de gloedvolle menselijkheid van Cervantes te behouden en te vertalen naar onze tijd. Nu valt niet aan een gevoel van teleurstelling te ontsnappen, als je bedenkt dat Gilliam er 25 jaar over heeft gedaan.
 

23 juli 2018

 
MEER RECENSIES

Mektoub, My Love: Canto Uno

**

recensie Mektoub, My Love: Canto Uno

Het achterste uit de kan

door Sjoerd van Wijk

Mektoub, My Love: Canto Uno haalt het achterste uit de lege kan qua levenslust. Gratuite billenshots verstoren echter de zomerse idylle. 

De film is het eerste deel van een tweeluik over de jonge scenarist Amin op zoek naar de liefde en zichzelf. Na een jaar oeverloos studeren in Parijs keert hij voor de zomer terug naar de Zuid-Franse badplaats Sète, waar hij vandaan komt. Het is een groot weerzien met zijn uitgesproken Tunesische familie en vrienden. Dankzij neef Toni, een ervaren rokkenjager, zijn er ook nieuwe gezichten bij. Amin dompelt zich onder in het vakantieleven zoals iedereen. De zorgeloze zomer kabbelt voort terwijl hij zijn fotografie ontwikkelt en omgaat met verschillende dames, waaronder zijn losbandige jeugdvriendin Ophélie. Het is een tijd van strand, drank en discotheken. 

Mektoub, My Love: Canto Uno

Zonovergoten zwoel
De zonovergoten beelden voeren mee diep de zwoele zomer van Sète in. De camera zweeft sensueel van de ene feestende jongere naar de volgende, terwijl Amin vooral toekijkt. Iedereen lijkt op zoek naar verbondenheid, of het nu gaat om liefde of seks. Hij houdt zich als introvert staande in de extraverte wereld van zijn uitgebreide Tunesische familie en aanhang.

Het zinderende gehalte van het hedonistische strandleven krijgt extra statuur door de energieke dialogen. Vol leven wordt alles, maar dan ook alles, besproken door en met iedereen. Mektoub raakt zo in een wulpse flow, die meeslepend is. Het leven spat in al haar excessen van het scherm dankzij het temperamentvolle acteerwerk van Amins omgeving, waar zijn stoïcijnse blik schril bij afsteekt. De excessen lopen met regelmaat zelfs over, doordat de scènes telkens langer doorgaan dan noodzakelijk is. Een misstap die snel kan worden vergeven door de warme menselijke touch van regisseur Abdellatif Kechiche. 

Vrouwenlichaam
Bij tijd en wijle dringen zich echter verstorende elementen op die het zwoele vakantiegevoel teniet doen. Zo wordt het aandoenlijke bacchanaal af en toe begeleid door majestueuze klassieke muziek en start de film met twee soortgelijke quotes uit de bijbel en de koran. In combinatie met dames in bikini die elkaar het water in duwen komen dergelijke pretenties voornamelijk potsierlijk over.

Maar waar Mektoub echt uit de pas schiet, is in de behandeling van het vrouwenlichaam. De sensuele beelden zweven dikwijls over de schaars geklede dames en blijven met name hangen op de billen. Het stuitendste voorbeeld is een twerkende Ophélie, waar minutenlang het schuddende achterwerk bewonderd kan worden. Deze grotesk erotische benadering staat in schril contrast tot de anders zo menselijke behandeling van de karakters. Hetzelfde element speelt ook in Kechiche’s vorige film La vie d’Adèle, waarin een al te rauwe tien minuten durende seksscène bijna de indrukwekkend opgebouwde romance vergalt. Je kunt van geluk spreken dat de enige seksscène van Mektoub slechts vijf minuten duurt, maar daar staan eeuwen beeldmateriaal van billen tegenover. 

Plat en vlak
De objectiverende shots van het vrouwenlichaam tonen op platte wijze het gebrek aan diepgang van de karakters. De mannen zijn niet veel meer dan sluwe versierders, zoals de manipulatieve neef Toni en de dronken oom, die met verbazingwekkend veel wangedrag weet weg te komen. Amin, die de film hoort te dragen, heeft weinig te doen. De vlakheid van zijn karakter is niet zozeer te wijten aan acteur Shaïn Boumedine, maar meer aan het scenario van Kechiche en vaste coscenarist Ghalia Lacroix. Het materiaal waar Boumedine mee moet werken is summier. Zijn passies voor fotografie en film blijven onderbelicht en in zijn interacties met vrouwen wordt nooit duidelijk wat zijn doel is, waardoor zijn lot (‘mektoub’ in het Arabisch) niet pakkend is.

De vakantiegangers Céline en Charlotte zijn de enige karakters met ontwikkeling, ondanks de vleeskeuring die ook zij moeten ondergaan. Nachtscène na nachtscène toont subtiel hun vergane vriendschap op de achtergrond. Met name Charlotte’s verhaallijn is aangrijpend in zijn eenvoud. Als Mektoub Charlotte als voorbeeld had genomen voor alle andere belangrijke karakters en niet in de laatste plaats Amin, was het wellicht te vergeven geweest dat de film overboord gaat in wellust. De film is nu vooral een plezierige vakantie die in september is vergeten.
 

17 juli 2018

 
MEER RECENSIES