Bacurau

**
recensie Bacurau

Camp verpakt als politiek

door Sjoerd van Wijk

Bacurau poogt van twee walletjes te eten door camp te verpakken in politieke boodschappen. De omgeving als hoofdpersonage intrigeert, maar raakt ondergesneeuwd in de eclectische genremix met cartoonesk kwaad.

Een paar jaar in de toekomst ligt ergens in een door iedereen vergeten stukje Brazilië het dorp Bacurau. Haar inwoners houden moedig stand ondanks een nijpend watertekort, veroorzaakt door een dam waaraan een op herverkiezing beluste burgemeester vals belooft iets te gaan doen. Vlak na de begrafenis van de iconische dorpsoudste beginnen zich vreemde dingen voor te doen in de omgeving ingeluid door twee flamboyant geklede motorrijders op toer door het platteland. Een of andere sinistere Amerikaanse organisatie, geleid door een ruige Udo Kier, heeft snode plannen met het dorp, getuige hun wapentuig en drone gebouwd als UFO. De dorpelingen denken daar in het nauw gedreven echter anders over.

Bacurau

Hallucinant
Het broeit in het dorpje van een voortdurende drang te overleven. Die toon zet de begrafenis als de inwoners op occulte wijze een laatste eer bewijzen aan de overleden dorpsoudste. Het regieduo Kleber Mendonça Filho en Juliano Dornelles (normaliter Mendonça Filho’s production designer) bouwt gestaag een vervreemdende dorpssfeer op, met ruimte voor de vrolijke noot getuige het afserveren van de slinkse politicus op verkiezingscampagne. Diens carnavalsmuziek wordt niet gewaardeerd. Een oudere die de motorrijders spottend toezingt op gitaar werkt aanstekelijker.

Het dorre landschap, de gloedvolle nachtval en de verlichte lege straten schetsen een verlaten plek waar iedereen op zichzelf is aangewezen. En daarmee op elkaar want samen staan ze sterk tegen de buitenwereld. De eerste tekenen van onheil voelen als een El Topo afgespeeld op halve snelheid maar met evenveel verwijzingen naar van alles en nog wat. Het broeierige blijkt zo hallucinant als de dorpelingen zelf na het nemen van psychotropische drugs in voorbereiding op de strijd.

Maatschappijkritiek
Het regieduo breekt de betovering te pas en te onpas om een flinke dosis maatschappijkritiek toe te voegen. Daar lijkt veel verborgen te zitten voor een Braziliaan met verwijzingen naar bijvoorbeeld de inheemse culturen, andere elementen drukken met de neus op de stempel – de geest van Bolsonaro waart rond. Het groepje Amerikanen als een soort doorgedraaide kolonisten kent weinig nuance op een van hun schietgrage gekken na (hij heeft principes: géén kinderen). Dat zij de tegenstand, geholpen door een teruggekeerde rebellenleider met New Kids-kapsel, onderschatten kent geen dramatische repercussies.

Bacurau

Het is de camp filmlogica van slechteriken die vanzelfsprekend een gruwelijk einde verdienen. De politieke dimensie geeft er nog iets doordachts aan, maar het naar hartenlust mixen van genres (van sciencefiction tot western en horror) getuigt van eenzelfde sadistisch plezier als Quentin Tarantino.

Conflict uit de weg
Zo is er dus lering bij het bloederige vermaak. Maar die twee elementen draaien om elkaar heen zonder raakvlak. De politieke dimensie blijft steken in een goed versus slecht-denken en daarmee een goedmakertje voor de geweldsfantasie. In de Verenigde Staten bouwt regisseur S. Craig Zahler op vergelijkbare wijze een surreële wereld op met camp verwijzingen. In bijvoorbeeld Brawl in Cell Block 99 leidt dat tot een hel passend bij het lot van kolos Vince Vaughn. Zulke eruditie en uitdieping van personages ontbreekt in Bacurau – het dorp blijft door randgebeuren onderbelicht. Een inheemse boer gaat ogenschijnlijk nietsvermoedend zijn huis binnen met twee Amerikanen op de loer, maar die spanning leidt tot een flauwe gotcha als de boer een grote shotgun blijkt te hebben. Dat is exemplarisch voor de film: conflicten uit de weg gaan voor toeters en bellen.

 

28 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Honey Boy

****
recensie Honey Boy

Shia LaBeoufs therapie

door Sjoerd van Wijk

Honey Boy is uit het hart gegrepen dankzij Shia LaBeoufs imponerende aanwezigheid. De film krijgt een therapeutische lading door het intens gebrachte autobiografische verhaal, wat het simpele scenario doet vergeten. 

“Honey boy” is namelijk het koosnaampje dat LaBeoufs eigen vader gebruikte toen de acteur zijn eerste stappen als kindfilmster zette. Hij schreef de film over de traumatische verhouding met zijn vader tijdens zijn verblijf in de verslavingszorg. In Honey Boy is de 22-jarige Otis Lort (gespeeld door Lucas Hedges) LaBeoufs alter ego: een filmster die na een auto-ongeluk in de verslavingszorg belandt. Zijn jeugd besluipt hem daar als de psycholoog een jeugdtrauma constateert.

Honey Boy

Terug naar het verleden dus, waar Noah Jupe als 12-jarige Otis te maken heeft met LaBeouf (American Honey, The Peanut Butter Falcon) als vader James die vooral van de alcohol moet wegblijven en zijn frustraties op zijn zoon botviert. James als mislukte rodeoclown kan alleen maar met Otis omgaan omdat deze hem als assistent heeft aangenomen.

Salonpsychologie
Deze getroebleerde vader-zoonrelatie is een typisch gegeven waar LaBeoufs scenario weinig van afwijkt. Na lange flashback-episodes reageert de volwassen Otis weer boos. Natuurlijk ontkent hij de manipulatie van zijn vader maar geeft uiteindelijk toch schoorvoetend toe dat zijn jeugd niet zo gelukkig was. Bij het duiden van Otis’ trauma vervalt Honey Boy regelmatig in salonpsychologie.

Elk moment uit het verleden moet resoneren in het heden, als Otis gebroken de dialogen herhaalt. De stugge psychologen blijven graven in de slechte jeugd waarbij de bank om languit op te liggen ontbreekt. Een van hen adviseert Otis om eens lekker hard te schreeuwen in z’n eentje; een nichetherapie in het echte leven, maar in films een cliché. Gelukkig blijkt de scenariostructuur een grote MacGuffin voor de werkelijke therapie: die van LaBeouf zelf.

LaBeouf doet het
Want Honey Boy beklijft dankzij zijn krachtsinspanning. De vader is de oorzaak van het trauma en eist vanzelfsprekend alle aandacht op in beeld. De film raast door dankzij Natasha Braiers geagiteerde camerawerk, waar de als door een duivel bezeten LaBeouf een flinke schep bovenop doet. Het is zijn van het internet bekende Just Do It-bombast waar het theatrale aankomt als een gedecideerde mokerslag.

Elk handgebaar, elke oogopslag barst welhaast van de spanning met een intensiteit die doet denken aan het acteergeweld in John Cassavetes’ films. LaBeouf evenaart de iconische acteurs uit die films met spel à la Peter Falk in Husbands die uit man en macht probeert bij de groep te horen en daarbij over de schreef gaat. Het brengt de intimiderende persoonlijkheid die LaBeoufs vader moet zijn geweest tot leven.

Honey Boy

Verbazing
Ogenschijnlijk simpel opgezette films kunnen af en toe toch verbazen en daar is Honey Boy er een van. Het echte graven vindt niet plaats met Hedges maar in elke scène waar LaBeouf zijn eigen vader tracht te doorgronden. Een zoektocht die continu enerveert. LaBeouf put zo met zijn acteerprestatie waarheid uit het clichématige scenario.

De kommer en kwel krijgt een gepast nostalgische toon op selecte momenten. Regisseuse Alma Har’el, die een overstap van documentaire naar fictiefilm maakt, brengt in zachte tinten de spaarzame toenadering tussen vader en zoon die door de tederheid Otis’ herinnering compliceren. Het zijn welkome adempauzes in alle razernij, die het eindeloze conflict tussen vader en zoon benadrukken. Uiteindelijk vertelt Otis in een droom aan zijn vader dat hij een film over hem gaat maken. Dat is door LaBeoufs imposante aanwezigheid goed voor te stellen.

 

1 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Filles de joie

**
recensie Filles de joie

Geen druk op de ketel

door Sjoerd van Wijk

Filles de joie loopt met een sisser af. Het is niet gelukt om de noodgedwongen vriendschap tussen drie prostituees te duiden, want hun levens blijven hangen in stereotypering.

De dames hebben elk hun eigen problemen. Axelle (Sara Forestier) moet heftig schreeuwen tegen haar kinderen om op tijd te komen en moeder krijgt een lezing over budgetteren. Bij de guitige Conso (Annabelle Lengronne) speelt werkloosheid in plaats van gezinszorgen een rol. Ze hoopt haar droomman te hebben gevonden, een sujet dat haar zijn zwarte panter noemt. Gezinsproblematiek speelt weer wel bij de wat oudere Dominique (Noémie Lvovsky) met een heftig puberende dochter met wie het niet botert. De drie dames reizen dagelijks de Frans-Belgische grens over naar hun gezamenlijke werkplek. Het geheime beroepsleven schept een band ondanks hun verschillen.

Filles de joie

Geen alternatief
Die premisse lijkt aanleiding voor een intrigerend drama met een botsing van persoonlijkheden, maar het scenario van regieduo Anne Paulicevich en Frédéric Fonteyne (die eerder samen Tango Libre maakten) zet geen druk op de ketel. De meer heftige confrontaties vinden vooral plaats buiten de werkplek met onder andere Axelle’s dreigende ex-man Yann (Nicholas Cazalé). Onderweg of in de wachtkamer van het etablissement is het veel keuvelen, lachen om theatrale nabootsingen van de daad en soms de kleine irritatie, alles met verve op de voet gevolgd door cameravrouw Juliette van Dormael. Er lijkt geen alternatief leven voor de dames, maar echt knap lastig lijkt het gedwongen rondhangen met elkaar niet.

Er valt weinig af te dingen op Axelle’s geldzorgen en gewelddadige ex. Al het geschreeuw demonstreert die misère. Conso droomt van een beter leven en een droomman, zoals Cabiria in Le notte di Cabiria (van Federico Fellini), maar Lengronne bezit niet Giulietta Masina’s flair. Het verrast niet dat die droomman haar voor de gek houdt, wel dat dit op potsierlijke wijze aan het licht komt tijdens een decadent feestje. Als reactie grijpen naar drugs als troost voelt weer als een cliché. Het lijkt een ingepland incident om de toch al vriendschappelijke dames meer naar elkaar toe te laten trekken. Zo zijn de beslommeringen van Axelle en Conso de te verwachten problemen als je denkt aan de combinatie van prostitutie en financiële zorgen.

De uitzondering die de regel bevestigt is echter Dominique, wiens stroeve omgang met haar dochter, maar amicale verhouding met haar man, zorgt voor een ronder personage dan alleen maar het gelijkstellen van prostitutie met aanhoudende misère.

Filles de joie

Illusie van realiteit
Fellini romantiseerde in Le notte di Cabiria het straatleven zo sterk dat Cabiria’s dromen van het doek spatten met een indringende sentimentaliteit. Filles de joie geeft daarentegen een illusie van realiteit met gebeurtenissen die het echte harde leven als prostituee moeten voorstellen. Het zware leven van de drie dames lijkt eerder conceptueel dan concreet. De stereotypering van de personages symboliseert het harde leven te gemakzuchtig. Daarin staan Axelle’s ex en Conso’s charlatan voor puur kwaad, dus in het verhaal gewillig kanonnenvoer om de harde wereld vet te onderstrepen.

Naast deze cartooneske externe bedreigingen is er nog het harde schreeuwen over van alles. De botsingen hangen in het luchtledige, omdat de perspectieven slechts aarden in voor de hand liggende gemeenplaatsen over prostitutie. Dat maakt Filles de joie een povere poging om de beproevingen van de sekswereld en de onderlinge vriendschap daarin invoelbaar te krijgen.

 

25 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

Open Five 2 (2012)

REWIND: Open Five 2 (2012)
Nonchalant maar resoluut

door Sjoerd van Wijk

Openhartig kijkt Open Five 2 naar de perikelen van verantwoordelijkheid nemen, de basis van autonomie. Ogenschijnlijk draaien de hoofdpersonages om de hete brij heen. De gelijkgestemde nonchalance van de film prikkelt dankzij een resolute benadering om kritischer naar de levens te kijken. 

Daarmee overtreft dit vervolg het eerste deel Open Five (2010), waar muzikant Jake en regisseur Kentucker Audley als zichzelf een gedoemd romantisch weekend doorbrengen in Memphis met twee bezoekende jongedames. Hier is het duo een paar maanden ouder en wijzer. Een abortus van Kentuckers scharrel zet wat op het spel in die romantische verhouding. Een telefoongesprek daarover opent de film confronterend gefixeerd op haar grimas. Kentucker moet zich een houding in die relatie geven, terwijl Jake meer finesse aan de dag brengt bij zijn verschillende vrouwelijke kameraden.

Open Five 2 (2012)

Documentaire en fictie
Audley bewandelt in beide films achteloos de grens tussen documentaire en fictie. In zijn Holy Land breekt een personage met monoloog erg uitdagend de vierde muur, hier zit die metatekstuele spanning subtieler in de onderonsjes. In Open Five was zijn fictieve zelf bezig met de productie van een film zonder budget: Open Five zelf. Dit vervolg trekt de waarheid van alle gebeurtenissen in het eerste deel verder in twijfel, want de regisseur zit met Jake achter de montagetafel om die film af te maken. Open Five 2 bevat zelfs de daadwerkelijke première van Open Five, waar de personages vol trots naar het scherm kijken in een indringend shot.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Zo speelt Audley tersluiks met de werkelijkheid. Daarmee zit deze net zo in limbo als de personages zelf. In de tegenwoordige vermoeide samenleving kan alles en móet daarom alles, iets wat sluimert op de achtergrond van alle oeverloze gesprekken over koetjes en kalfjes. De personages leven niet, maar zijn een samenraapsel van vignetten. Ze brengen de dag door à la Slacker (het regiedebuut van Richard Linklater).

Rondzwerven
De film lijkt zoekende naar een houding in dat lukraak aanboren van fragmenten uit hun levens.  Open Five 2 zwerft daarbij zo mogelijk nog meer dan Jake, Kentucker en hun vriendinnen. Tal van innige momenten dobberen langs om vervolgens weer uit zicht te drijven. Het lijkt wel een compilatie van de mooiste momenten uit een making-of door de fictie versus documentaire onzekerheid. Als Jake een akoestisch duet speelt, voelt het daarom bijzonder intiem aan, met de camera op respectvolle afstand. Improvisatie en deliberatie zijn niet uit elkaar te houden.

Een vergelijkbaar moment is Kentucker die op puberale wijze grapt in de auto onderweg met Jake’s vriendin Z. De speelse gezichten komen verre van ingestudeerd over. Hun ervaringen meanderen met meditatieve inwerking, versterkt door de droogkomische humor van Audley, al present vanaf debuutfilm Team Picture. Die humor lijkt een extra verdedigingsmechanisme om een dagelijks leven waar alles uit moet worden gehaald wat er in zit te ontwapenen van haar tirannie.

Open Five 2 (2012)

Prikkelende nonchalance
De onderliggende nonchalance prikkelt wel. Uit de dialogen, knipogende humor en de obsessie met elk minuscuul detail van het leven spreekt een narcisme. Dat komt overweldigend naar voren als Jake in bed ligt met een van zijn vrouwen. De tijd vertraagt sterker dan dat zij indommelen, terwijl Jake een poging tot openhartig gesprek om zeep helpt door geraffineerd empathie voor de ander op zichzelf te betrekken. Het meditatieve van Open Five 2 is derhalve geen kwestie van mee indommelen.

In Open Five werkte alle besluiteloosheid verstikkend, versterkt door Joe Swanbergs (Hannah Takes the Stairs) zwalkende cinematografie. Maar Rob Leitzells resoluter camerawerk suggereert dat de jongvolwassenen nu wel iets voor elkaar willen krijgen. Erkenning sijpelt langzaam maar zeker binnen in Kentuckers verhouding nadat beiden wegliepen voor de verantwoordelijkheid van zwangerschap. Ironisch genoeg schenkt een levenseinde leven aan hun relatie. Audley legt hiermee de angst voor verantwoordelijkheid nemen via de tragiek van abortus op scherpe wijze bloot.

Zijn montage zat altijd al op het scherpst van de snede als in de films van Éric Rohmer. Ook Audley knipt minutieus getimed van actie naar actie. Het is exemplarisch voor de gedecideerdheid van Open Five 2 om uit de spagaat tussen vermoeide samenleving en vermoeiend navelstaren te komen. Dat gaat gepaard met spannende ironie tijdens het intiemste moment dankzij het zingen van Disney-liedjes. Open Five 2 groeit met haar personages mee. Het transformeert daarmee nonchalance tot iets resoluuts.

 

OPEN FIVE 2 KIJKEN: Open Five en Open Five 2 op Kentucker Audley’s NoBudge videokanaal.

 

Meer REWIND

Planet of the Humans

****
recensie Planet of the Humans

Met de neus op de feiten

door Sjoerd van Wijk

Planet of the Humans drukt met de neus op de feiten. Dit vlammende exposé toont hoe zonne-, wind- en biomassa-energie valse hoop bieden om een duurzame wereld te creëren. De documentaire agiteert met een oncomfortabele waarheid dat het klimaat geen probleem met oplossingen is, maar een regelrechte catastrofe. 

Een van de grote mysteries van deze tijd is dat groene bewegingen het gebruik van zonnepanelen en windmolens propageren. Daar moet een hele hoop marketing van fabrikanten achter hebben gezeten, zo doet ook Planet of the Humans vermoeden. Regisseur Jeffrey Gibbs gaat op onderzoek uit en ziet hoe zogenaamd hernieuwbare energie afhankelijk is van fossiele brandstoffen en net zo goed voor milieuvervuiling zorgt. Achter alle investeringen staan vooral megacorporaties en rijke durfkapitalisten die en passant ook aan elke relevante milieubeweging hebben gedoneerd. Zo spannen zij het potentieel revolutionaire gedachtegoed van die bewegingen voor hun eigen karretje, iets om in het achterhoofd te houden bij de hype rondom de Green New Deal.

Planet of the Humans

Klimaat concreet
Normaliter is Gibbs de producent van documentairemaker Michael Moore, dit keer zijn de rollen omgedraaid. Hij prikt recht door zijn raap door de illusie van zonne-, wind- en biomassa-energie heen met monotone voice-over. Schaapachtig lachen directeurs voordat ze weglopen nadat Gibbs vraagt waar de stroom van een elektrische auto vandaan komt. Ritjes naar een woestijn vol zonnepanelen over de houdbaarheidsdatum of een biomassacentrale waar bomen aan de lopende band in de fik gaan, zeggen waar het op staat, ‘hernieuwbaar’ is ook gewoon ecologische destructie. Boze bewakers jagen de filmploeg weg, alsof dit een geheim is.

Het debat over het klimaat verzandt vaak in een abstract verhaal over emissiereductie, maar Gibbs slaagt er in om de onoplosbaarheid van de catastrofe concreet te maken. Met het directe tonen van de schadelijke gevolgen van bijvoorbeeld zonnepaneelproductie komt dit over als een poging groenen hardhandig uit de hernieuwbare droom wakker te schudden.

Oppepper
Dat gebeurt met een dosis ironie. Gibbs hakt als een recalcitrante punker in op de illusies. Rap gaat het heen en weer tussen hoogdravende speeches van een durfkapitalist of milieugoeroe en het resultaat van hun initiatief, omvallende bomen of meren vol blubber. Nonchalante deuntjes begeleiden montages van ecocide wat extra het bloed onder de nagels vandaan haalt. Enigszins smalend predikt Gibbs tegen het einde een cliché-boodschap over minder spullen willen, om vervolgens het laatste optimisme de kop in te drukken met hartverscheurende beelden van een in chemicaliën gedrenkte orang-oetan.

Planet of the Humans

Dat agiteert. In het opruien zit een diepe teleurstelling in de groene beweging, die niet gevrijwaard blijft van Gibbs’ spot. Tegelijkertijd pept de onderliggende woede, een veelvoorkomende emotie bij klimaatangst, op. Zoveel vernietiging zien terwijl hypocriete groenen joelen op een festival gerund op zonne-energie (Gibbs vindt echter de dieselgenerator) laat kriebelen om een effectievere vuist te maken.

Open agenda
Hoe precies laat Gibbs in het midden. Over de oorzaak is het opgeroepen contingent experts in Planet of the Humans eensgezind: overconsumptie en overbevolking. Zolang men deze olifant in de kamer niet erkent, gaat het van kwaad tot erger met een Vierde Industriële Revolutie van ‘hernieuwbare’ energie in plaats van de nodige de-industrialisering. Maar zoals Ted Kaczynski al dertig jaar geleden opmerkte, zijn de consequenties van de Industriële Revolutie een ramp voor het menselijk ras gebleken.

Gibbs hamert door over de olifant en de schijnoplossing van zogenaamd hernieuwbare energie. Zijn agenda schreeuwt luid en duidelijk, waar hij af en toe drogredeneringen niet schuwt zoals schuld door associatie. Hij speelt ongelijk op de man gegeven de buitenproportionele aandacht voor activist Bill McKibben. En zijn recalcitrantie zal de factcheckers in het verkeerde keelgat schieten. De kernboodschap blijft echter overeind. Deze samenleving kan niet zonder fossiele brandstoffen en voor de klimaatcatastrofe is geen magische oplossing.

Sociale horzel
Deze agitprop voelt met haar ironische montages in de verte als een Russische film uit de jaren 1920. Maar waar een Battleship Potemkin vooral bekrompen goed en slecht scheidt door middel van vlees met maden, werkt Planet of the Humans eerder bevrijdend. Het idee aan de basis drukt met de neus op oncomfortabele feiten. Gibbs is zo bezien een sociale horzel die bubbels doorprikt. De onvermijdelijke catastrofe onder ogen komen, vergt initieel moed, maar daagt uit nieuwe betekenis aan het leven te geven. Dat dit euforisch kan werken, bewijst bijvoorbeeld Enter Shikari met hun onlangs verschenen album Nothing Is True & Everything Is Possible.

Veiligheid zoeken in randzaken die Gibbs fout zou hebben, houdt de illusie in stand. Het is ook voor groenen moeilijk toe te geven dat het huidige materieel comfortabele leven niet door kan gaan. Belangrijker nog is dat de agitatie die de film oproept, uitnodigt om het begrip duurzaamheid opnieuw vorm te geven. Planet of the Humans is een tijdige waarschuwing niet in het sprookje van een energietransitie te geloven maar een nieuw sprookje te maken.

Planet of the Human is gratis te zien op YouTube.

 

27 april 2020

 

ALLE RECENSIES

Dance Party, USA (2006)

REWIND: Dance Party, USA (2006)
Mompelend door het leven

door Sjoerd van Wijk

Dance Party, USA is een van de meesterwerken van de mumblecore, een onvolprezen beweging in de onafhankelijke Amerikaanse cinema. Het is een integer portret waar kwetsbaarheid juist krachtig blijkt.

Een stoere jongen (de koele Cole Pensinger als Gus) raakt buiten aan de praat met Jessica (Anna Kavan) tijdens een 4th of July-feestje, weg van de bonkende Jay Z-muziek. Hij dropt de casanova-façade en deelt pardoes een groot geheim: een tijdje terug heeft hij een meisje aangerand. Hier start een proces van wroeging, heling en uiteindelijk lief samenzijn in de fotoautomaat.

Dance Party, USA

Toewijding aan twijfel
De Amerikaanse cinema is net als de Amerikaanse keuken geplaagd door een onvolledig stereotype. Uiteraard is er de restauratie met overgrote porties fastfood, maar daarbuiten is een breed scala aan verfijnde smaken van Jambalaya tot Cincinatti Chili. Op eenzelfde wijze biedt de Amerikaanse cinema meer dan hap-slik-weg Hollywood of Sundance-producten. In de achterkamertjes van de Amerikaanse bioscoop waart een onafhankelijke geest rond in eigenzinnige films.

Een van de voorvechters van de onafhankelijke Amerikaanse cinema is professor Ray Carney. Het is dan ook geen toeval dat zijn naam veelvuldig voorkomt in de bedankjes van films uit de mumblecore-beweging. Deze bestaat uit een losse groep filmmakers die allen rond dezelfde periode begin 21e eeuw in de geest van scenius John Cassavetes met de handcamera karakterstudies schoten. Bij Cassavetes gebeurde dat met een expressieve geestdrift, bij mumblecore is de leidraad een toewijding aan twijfel. Het gaat steevast over jongvolwassenen die niet weten wat ze met hun leven aan moeten en derhalve er zich een weg doorheen mompelen.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Tussen schip en wal
Regisseur Aaron Katz hield zich in tweede film Quiet City aan dat stramien, maar zijn debuut Dance Party, USA past de mumblecore-techniek het sterkste toe dankzij het portretteren van tienerslevensangst. Vrij lukraak slenteren de tieners van plek naar plek, begeleid door ad hoc intermezzo’s van het desolate industriële landschap. Het beruchte feestje enerveert terwijl onbehouwen rap een stommelende cameraman in realtime begeleidt. Ongemakkelijk zit Gus daar stoer te doen met zijn maat in het bijzijn van een potentiële scharrel. De bierflesjes blokkeren houtje-touwtje gezichten telkens als die de bek opentrekken om te blaten. Zo nonchalant als Katz alle beweging stuurt, zo kwetsbaar zijn de personages.

Dance Party, USA

Dit zijn waarlijk mensen tussen schip en wal, meer nog dan het Kids-achtige scenario doet vermoeden. Het is de ongemakkelijkheid van langzaamaan mentaal ingekapseld te worden in de technische samenleving. Dat wat men volwassenen noemt. Het schip de onbevangen kindertijd en de wal het eindpunt van hersenspoeling, zo mooi bezongen op Lorde’s Pure Heroine-album van wiens teksten Gus en Jessica de personificaties lijken te zijn.

Kracht in kwetsbaarheid
In een grandioze scène banjert Gus rond op de kermis. Gevolgd gelijk een computerspel terwijl de mensen achteloos door beeld lopen alsof Dance Party, USA er niet toe doet. De ambiance van keuvelaars op een zonnige dag zindert met Life Is Strange-achtige mystiek. Gus als de mannelijke Max Caulfield op zoek naar zijn Chloë. Dit is een stilte na de storm wanneer Gus fouten probeerde recht te trekken zoals in een verward bezoek aan het slachtoffer dat beklemt in intimiteit. Juist door zijn stoere masker te laten vallen, vindt hij kracht in kwetsbaarheid. Het geeft het selfiemoment met Jessica een ontroerende schoonheid, als ze samen de onzekere toekomst tegemoet durven te gaan.

 

DANCE PARTY, USA KIJKEN: op aanvraag bij de schrijver van dit stuk.

 

Meer REWIND

Drama Girl

***
recensie Drama Girl

Eindeloos navelstaren

door Sjoerd van Wijk

Het is navelstaren geblazen in Drama Girl. De film wringt ondanks het narcisme dat de mondaine momenten zo houdt. Er zit namelijk een prikkelende bravoure aan het conceptueel gefröbel.

Tussen documentaire en drama in speelt jongedame Leyla de Muynck haarzelf in ensceneringen van belangrijke momenten uit haar leven. Pijnlijke aanvaringen zijn er met een slecht luisterende vader (Pierre Bokma) of egocentrische moeder (Elsie de Brauw). Rijzende ster Jonas Smulders doet iets meer avontuurlijk dan Niemand in de stad als ex-vriendje Frans. Tussen en tijdens de scènes praat Leyla honderduit met regisseur Vincent Boy Kars, die net zomin als haar lijkt te weten waarom zij dit conceptuele avontuur zijn aangegaan. Dan moet een scène weer over, dan weer roept Leyla vertwijfeld in de camera wat Boy Kars nou eigenlijk wil van haar. Herhaal dat ad infinitum.

Drama Girl

Gepolijst steentje
Het concept van je eigen leven naspelen heeft iets wringends à la hofnar Lars von Trier en diens kattenkwaad in bijvoorbeeld Epidemic of The Five Obstructions. De gesprekken voor en achter de camera trekken elke waarheid in twijfel, totdat elke ad hocbeweging van een langslopend crewlid de verdenking van intentie krijgt. De herbeleving van intens subjectieve momenten brengen uitdagend het rollenspel met maskers van het dagelijks leven in de spotlampen. Boy Kars laat de Muyncks persona met strakke hand sprankelen, waarin de paaldansintermezzo’s met name meeslepen. Zijn flair houdt de uitdagingen van het conceptuele gegeven levend, de soundtrack, felle kleuren en zwoele zooms smelten samen tot een prikkelend geheel met lichte vaporwave sfeer.

Aan visie en fröbeldrift ontbreekt het niet bij Boy Kars. Net zo guitig als Lars von Trier houdt hij zijn bedoelingen in het duister, maar mist de olijke strapatsen van die komiek. Daardoor is Drama Girl meer een gepolijst steentje in de schoen. Dat doet de film inboeten aan oprechtheid.

Mondaine taferelen
De speelse kijk loopt namelijk vast in de mondaine taferelen. Het is een aaneenschakeling van standaard momenten uit een Randstedelijk leven gespeend van authentieke ervaring. Boy Kars vergeet in alle poeha om het bijzondere van elk leven aan te boren zoals bijvoorbeeld Eric Rohmer. Het blijft hangen in het concept an sich, een uiting van vervreemding van het transcendentale van leven.

Zo is het eigenaardige tweede afscheid van de overleden vader in een overmatig fleurige omgeving een aanleiding voor veel gemompel, maar weinig wol. Bij Drama Girl geen doorwrochte Eric Rohmer conversaties die diepere lagen aanboren of de conclusies het werk van de verbeelding laten doen. Want conclusies zijn hier niet.

Drama Girl

Poeha zonder resolutie
Wel is er eindeloze discussie over het waarom van het concept en wie Leyla nu eigenlijk is. Het portretteert filosoof Byung-Chul Han’s punt hoe het geïsoleerde individu alles in hun omgeving alleen op henzelf betrekt. Het narcisme vloeit in Drama Girl rijkelijk, eindeloos blijven boren in gevoelens zonder spijkers met koppen te slaan. De samenleving nauwgezet reflecteren staat niet gelijk aan deze te doorgronden, iets nieuws te ontginnen. Het navelstaren bereikt het niveau van Lena Dunham, die in Tiny Furniture en Girls egocentrische personages op ludieke wijze wanstaltig neerzet.

In Drama Girl ontbreekt de zelfkennis over het vertoonde narcisme, die Dunhams spot zo aanstekelijk maakt. Het blijft praten, praten, praten over een conceptueel spelletje. Veel poeha over mondaine zaken zonder uitzicht op een resolutie. In dat opzicht is de titel goed gekozen.

 

1 maart 2020

 

ALLE RECENSIES

Papicha

****
recensie Papicha

Afglijden naar autoritair extremisme

door Sjoerd van Wijk

Papicha toont met temperament de wereld van rebelse modestudentes in een naar autoritair extremisme afglijdend Algerije. De bruuske invallen van Sunni-fundamentalisten vallen rauw op het dak, de demonstratieve agenda van de film ten spijt.

Tijdens de Algerijnse burgeroorlog in de jaren 1990 lopen de spanningen in het dagelijks leven op. Terroristische aanslagen zijn aan de orde van de dag. De fundamentalisten lijken aan terrein te winnen, een grote dreiging voor vrouwen. De geestdriftige Nedjma (Lyna Khoudri van Les bienheureux, dat zich ook afspeelde in deze tijd) is een vrijgevochten modestudente die niet van plan is zich te laten koeioneren door die intimidatie. Ze gaat nog steeds uit met vriendinnen, rommelt wat aan met een vriendje en scheurt propagandaposters van de muur. Als de terroristen haar zus Linda neerschieten, komt het dichterbij. Een innerlijk vuur wakkert aan om een modeshow met traditionele gewaden te houden, want Nedjma houdt zielsveel van haar land.

Papicha

Vluchtig studentenleven
Papicha herbergt een tomeloze energie, vol opgewekte momenten van Nedjma en haar vriendinnen die lol trappen na het uitgaan of een duik in de zee nemen. Die montere houding ontdooit ook de ingetogen Samira, die van een familie strenger in de leer komt en wel een hoofddoek moet dragen. Zo raast het vluchtige studentenleven door. Een beeldvullend gezicht hier, gelach daar, rap van ogenblik naar ogenblik. Een voortstuwende drift die steeds meer beklemt naarmate het Sunni-extremisme de tolerantie dan wel acceptatie van gematigden weet te winnen.

Regisseuse Moundia Meddour gunt in haar debuut geen tijd voor reflectie. Het tempo is meedogenloos als een steroïde Amerikaanse handcamerafilm à la mumblecore (Hannah Takes the Stairs) op anderhalve snelheid gespeeld.

Dreiging van terreur
Als Papicha al stilstaat voor een ogenblik van rust, is dat des te meer verontrustend. De dreiging van terreur is vanaf het begin aanwezig, maar komt toch uit het niets. Dat terwijl Nedjma wel degelijk de tekenen om haar heen ziet. Van een pragmatische stoffenhandelaar die langzaamaan meedoet met de extremisten tot posters in de universiteit zelf. Toch is de vrijgevochten enclave van de stad ook niet je van het, want de toxische masculiniteit regeert. Ook zonder terreur zou het leven niet over rozen gaan, met vervelende versierpogingen overtuigend afgepoeierd door Nedjma dankzij Khoudri’s vitaliteit.

Zo blijkt het vrouwen bedreigende extremisme niet een externe vijand, maar zit het diep in de samenleving vervlochten. Het extremisme komt in alle aan nervositeit grenzende drift indringender binnen dan bij het meditatieve Nasir (ook binnenkort in Nederland), die eenzelfde dreiging van gewelddadige ideologie op de dagelijkse rituelen plakt.

Papicha

Agenda van angst
Het verstikkende zit ook in een mysterieuze groep hidjab dragende vrouwen die opeens in Nedjmas kamer staan, een vrij ostentatief teken dat haar levensstijl niet wordt gewaardeerd. Het laat zien hoe Papicha hamert op de autoritaire dreiging. Het enige stille ogenblik is Nedjma vol huilend in beeld, het geluid weggevallen na het schot op Linda. Een vette streep onder de narigheid. Ze is een hoofdpersonage dat weinig blaam treft, wat de subtiliteit van haar richting fundamentalisme afglijdende omgeving soms teniet doet. Dat de preutse Samira degene is die zeker seks voor het huwelijk heeft gehad, voelt als een kunstgreep aan. Die strakke agenda van Papicha voert wel de angst op.

Papicha is tevens krachtig omdat het met levenslust de desoriënterende ervaring meegeeft van een samenleving die richting autoritaire ideeën beweegt. Nederland is gewaarschuwd. Denk bijvoorbeeld aan de intimidatie van Farmers Defence Force en het fascisme van Thierry Baudet.

 

9 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

IFFR 2020 – Deel 4

IFFR 2020 – Deel 4:
Focus op Nederlandse films

door Sjoerd van Wijk

Namens InDeBioscoop nam ik plaats in de KNF-jury op het IFFR 2020. De opdracht: samen met vier mede-juryleden de beste Nederlandse (co)productie kiezen uit een selectie van veertien films.

Dat betekent je onderdompelen in de hectiek van het professionele gedeelte van het festival en van hot naar her haasten voor vertoningen. De festivalwereld heeft de sfeer van een bijenkorf, waar iedereen overal een uurtje de tijd voor heeft tot je weer naar de zaal ‘moet’. Die intermezzo’s zijn echter vaak gevuld met diepgravende gesprekken over het geziene. Want ondanks de uiteenlopende programma’s is de grote gemene deler een passie voor cinema, waarbij iedereen eindelijk het hart kan uitstorten bij gelijkgestemden. Elke zaal in Rotterdam herbergt een nieuwe ontdekking in een eclectisch programma, wat ook bleek uit het diverse aanbod van Nederlandse (co)producties. Hier volgen vier van die producties.

 

Nasir

Nasir – Meditatief en geestig
Nasir voert mee naar het India van president Narendra Modi, die met fascistische praktijken moslims tot tweederangs burgers maakt. Nasir is zo’n Indiase moslim die in de zuidelijke staat Tamil Nadu het probeert te rooien als verkoper in een kledingzaak. Hij neemt ‘s ochtends afscheid van zijn vrouw, wat uiteindelijk profetisch blijkt voor zijn lot in een plek waar het hindoe-nationalisme welig tiert. Gedurende de dag zijn er klussen te klaren, maar op de achtergrond broeit het fanatisme weinig subtiel.

Dat fanatisme komt vrij uitdagend tot uiting in een desoriënterende climax, waar de camera heftig mee schudt met een woedende menigte. Tot die verdraaiing toont regisseur Arun Karthick zich echter bekwaam in het tonen van het dagelijks leven op meditatieve wijze. De bonte kledingzaak is het decor voor bij tijd en wijle geestige interacties tussen sjacherende handelaars en ongeduldige klanten, wat een innemende intonatie op hun overeenkomsten legt. De droge opsomming van restaurants in de buurt door de racistische baas geldt daar als komisch hoogtepunt.

 

Ghost Tropic

Ghost Tropic – Fraaiheid om het fraaie
Nachtelijk Brussel is in Ghost Tropic een oase van rust. Schoonmaakster Khadja valt in slaap in de metro en kan vanaf de laatste halte niet meer terug de stad in. Er zit niets anders op dan naar huis te lopen. Onderweg ziet zij verschillende mensen die de eenzaamheid van het stadsleven in zich hebben. In kleine of grotere momenten met Khadja drijft echter saamhorigheid met een Vittorio de Sica-achtige sentimentaliteit. Daar doorheen fietst een misplaatst verhaal over haar dochter, wat het hypnotiserende karakter van de film bijna teniet doet door onder andere een lukrake eindscène.

Regisseur Bas Devos weet samen met cameraman Grimm Vandekerckhove leven te scheppen in de verstilde beelden, een Brussel om in te verdrinken als de nacht alles sereen maakt. In gevoeligheid schiet Devos echter uit de pas, waardoor Ghost Tropic ten onder gaat in vals sentimentalisme. Het interactieve videospel Life is Strange verbeeldt eenzelfde vreemd verlangen in een ongrijpbare wereld sterker met oprechte emoties, terwijl in deze film Khadja te veel een heilige is en de muziek te veel kitsch. Het stille van de beelden lijkt een doel op zich, fraaiheid om het fraaie.

 

Farewell Paradise

Farewell Paradise – Fel pratende hoofden
In Farewell Paradise interviewt regisseuse Sonja Wyss haar vader, moeder en oudere zussen een op een over hun veelbewogen familiegeschiedenis. Moeder vluchtte op een dag weg uit de Bahama’s na de zoveelste affaire van vader en het gezin brak uiteen. Dat levert heftige gesprekken op, want iedereen spreekt elkaar tegen en er ging vooral veel mis in de opvoeding van de gezusters Wyss.

Pratende hoofden zijn vaak een cliché in documentaires, maar Wyss weet dit op zijn kop te zetten met een enerverende film. Op zwartgrijze achtergrond steken de familieleden fel af tijdens het vragenvuur van de jongste, die bijzonder kritisch durft te zijn. De nadruk op de scherp opgenomen aan hun stoel gekluisterde ondervraagden maakt Farewell Paradise tot een enerverend onderzoek van een gebroken familie. De lukrake intermezzo’s van landschappen steken daar enigszins potsierlijk bij af, terwijl de spaarzame familiekiekjes naar meer smaken. De ontwapenende openhartigheid blijft echter overeind.

 

Mother

Mother – Huiveringwekkend resort
Ook de documentaire Mother duikt in gebroken familiebanden, ditmaal met Alzheimer als leidraad. In Thailand is een Zwitsers resort voor dementerende ouderen, die daar alle zorg krijgen van Thaise verpleegkundigen. Pomm is zo’n verpleegster, die moet schipperen tussen verschillende baantjes en haar kinderen nauwelijks kan zien. Haar tragiek legt regisseur Kristof Bilsen bloot, het verzorgen van andermans ouders en daardoor zelf niet moeder kunnen zijn. De beelden spreken voor zich, net als de personages dat doen.

Aan de andere kant is er een Zwitserse familie, die na lang wikken en wegen besluit dat het voor hun 57-jarige moeder het best is als zij haar naar Thailand afschepen. Waar bij Pomm telefoonbeelden het geheel schwung geven, blijft Marko Milovanovic’ camera scherp toezien hoe deze familie afscheid neemt van moeder. Het levert in eenvoud heftige, confronterende beelden op. Een videogesprek met het warme Abba op de achtergrond is het pijnlijkst, als alle sluimerende systemische factoren van klasse en eenzaamheid samenkomen voor een huiveringwekkende toon van onvermogen bij elke partij. En dat zonder opgeheven vinger.

 

De KNF Award (uitgereikt door de Kring van Nederlandse Filmjournalisten) ging naar Kala azar van Janis Rafa. De film levert volgens de jury “op subtiele wijze commentaar op de zieke staat van de wereld en onze mogelijke ecologische ondergang”.

 

1 februari 2020

 

DEEL 1
DEEL 2
DEEL 3
DEEL 5

 


MEER FILMFESTIVAL

Muidhond

***
recensie Muidhond

Onprettig kopje onder

door Sjoerd van Wijk

Muidhond geeft de kriebels met een duik in de psyche van een jongen met pedofiele neigingen. Door begripvol zijn worstelingen te tonen, is het een oncomfortabele confrontatie, maar gaat daarbij niet verder dan voyeurisme. 

Deze verfilming van het gelijknamige boek van Inge Schilperoord neemt hier en daar vrijheden, maar blijft trouw aan hetzelfde principe van in de huid kruipen. Jonathan komt vrij wegens gebrek aan bewijs en keert terug naar huis. Wel krijgt hij het advies mee naar de psycholoog te blijven gaan en aan zichzelf te werken. Waar hij precies van beschuldigd was, blijft op de achtergrond, maar het is duidelijk dat het om seksueel misbruik van het minderjarig meisje Vera gaat. Jonathan doet zijn best met een dagboek en op zijn baantje, maar krijgt meer en meer moeite zich afzijdig te houden van zijn buurmeisje Elke. Zij zoekt hem stelselmatig op, waardoor Jonathan dreigt toe te geven aan zijn neigingen. 

Muidhond

Onheilspellend
Wat er precies is gebeurd met Vera en wat er zou kunnen gebeuren met Elke blijft onuitgesproken, maar daarmee vanzelfsprekend. Regisseur Patrice Toye bouwt zorgvuldig de spanning op, hier en daar een vluchtige blik op Jonathans verleden met een spookachtige Vera. Of even vluchtige momenten van verlangen in het heden.

De discipline aan het begin, met fluisterende voice-over die gevoelens becijfert op Likert-schaal, doet nog niet vermoeden waar het om te doen is. Jonathans duidelijke berouw en vastberadenheid zijn leven te beteren, krijgen een duistere rand zodra Elke’s nietsvermoedende pogingen tot vriendschap aanvangen. Dat maakt Muidhond een onheilspellende film die langzaam maar zeker meesleurt in Jonathans gevoelsleven. 

Ontluisterend
Tijmen Govaerts houdt als Jonathan emotionele afstand, wat de wanhopige discipline van tot tien tellen of gevoelens becijferen extra cachet geeft. Zodra de omgang met Elke begint, gaat het van voorzichtig tot telkens nieuwe grenzen over. Enigszins listig mist Elke een vaderfiguur in haar leven en dat maakt Muidhond tot een vertwijfelende ervaring.

Jonathan en Elke beleven indringende momenten samen, die beiden vrolijke ontsnapping bieden aan een verzengende industriële kustplaats. Daarin zit groei die familiaal overkomt. Jonathans afglijden maakt de film daardoor akelig. De interne strubbelingen en langzame overgave ontluisteren en trekt ook de mooie momenten tussen de twee in twijfel.

Muidhond

Psychisch voyeurisme
Jonathan noemt zichzelf een monster, maar Toye ziet dat genuanceerder. Waar in Der Goldende Handschuh regisseur Fatih Akin opzichtig dweept met weerzinwekkend gedrag of in Happiness van Todd Solondz een pedofiel middels suspense eenzelfde behandeling krijgt, is Muidhond begripvol over Jonathans innerlijke conflict en de moeite om zijn neigingen de juiste plaats te geven.

Toch voelt de film op psychisch gebied uiteindelijk voyeuristisch aan. Het oncomfortabele geeft weinig aanleiding tot reflecties op seksualiteit, sociaal isolement of de behandeling van kinderen met gezinsproblematiek. Het is vooral een nare zit, een onprettig kopje onder waarna je slechts naar adem hapt.

 

27 januari 2020

 

ALLE RECENSIES