Muidhond

***
recensie Muidhond

Onprettig kopje onder

door Sjoerd van Wijk

Muidhond geeft de kriebels met een duik in de psyche van een jongen met pedofiele neigingen. Door begripvol zijn worstelingen te tonen, is het een oncomfortabele confrontatie, maar gaat daarbij niet verder dan voyeurisme. 

Deze verfilming van het gelijknamige boek van Inge Schilperoord neemt hier en daar vrijheden, maar blijft trouw aan hetzelfde principe van in de huid kruipen. Jonathan komt vrij wegens gebrek aan bewijs en keert terug naar huis. Wel krijgt hij het advies mee naar de psycholoog te blijven gaan en aan zichzelf te werken. Waar hij precies van beschuldigd was, blijft op de achtergrond, maar het is duidelijk dat het om seksueel misbruik van het minderjarig meisje Vera gaat. Jonathan doet zijn best met een dagboek en op zijn baantje, maar krijgt meer en meer moeite zich afzijdig te houden van zijn buurmeisje Elke. Zij zoekt hem stelselmatig op, waardoor Jonathan dreigt toe te geven aan zijn neigingen. 

Muidhond

Onheilspellend
Wat er precies is gebeurd met Vera en wat er zou kunnen gebeuren met Elke blijft onuitgesproken, maar daarmee vanzelfsprekend. Regisseur Patrice Toye bouwt zorgvuldig de spanning op, hier en daar een vluchtige blik op Jonathans verleden met een spookachtige Vera. Of even vluchtige momenten van verlangen in het heden.

De discipline aan het begin, met fluisterende voice-over die gevoelens becijfert op Likert-schaal, doet nog niet vermoeden waar het om te doen is. Jonathans duidelijke berouw en vastberadenheid zijn leven te beteren, krijgen een duistere rand zodra Elke’s nietsvermoedende pogingen tot vriendschap aanvangen. Dat maakt Muidhond een onheilspellende film die langzaam maar zeker meesleurt in Jonathans gevoelsleven. 

Ontluisterend
Tijmen Govaerts houdt als Jonathan emotionele afstand, wat de wanhopige discipline van tot tien tellen of gevoelens becijferen extra cachet geeft. Zodra de omgang met Elke begint, gaat het van voorzichtig tot telkens nieuwe grenzen over. Enigszins listig mist Elke een vaderfiguur in haar leven en dat maakt Muidhond tot een vertwijfelende ervaring.

Jonathan en Elke beleven indringende momenten samen, die beiden vrolijke ontsnapping bieden aan een verzengende industriële kustplaats. Daarin zit groei die familiaal overkomt. Jonathans afglijden maakt de film daardoor akelig. De interne strubbelingen en langzame overgave ontluisteren en trekt ook de mooie momenten tussen de twee in twijfel.

Muidhond

Psychisch voyeurisme
Jonathan noemt zichzelf een monster, maar Toye ziet dat genuanceerder. Waar in Der Goldende Handschuh regisseur Fatih Akin opzichtig dweept met weerzinwekkend gedrag of in Happiness van Todd Solondz een pedofiel middels suspense eenzelfde behandeling krijgt, is Muidhond begripvol over Jonathans innerlijke conflict en de moeite om zijn neigingen de juiste plaats te geven.

Toch voelt de film op psychisch gebied uiteindelijk voyeuristisch aan. Het oncomfortabele geeft weinig aanleiding tot reflecties op seksualiteit, sociaal isolement of de behandeling van kinderen met gezinsproblematiek. Het is vooral een nare zit, een onprettig kopje onder waarna je slechts naar adem hapt.

 

27 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

LFF toont potentieel filmregio Limburg

LFF toont potentieel filmregio Limburg

door Sjoerd van Wijk

Voor de vierde maal vond in Venlo het Limburg Film Festival (LFF) plaats. Het is niet alleen een terugblik op het voorgaande jaar, maar ook een vooruitblik op een nieuw filmseizoen voor de Limburgse film.

Het festival laat zien dat Limburg een regio met veel filmpotentieel is. Er hangt een amicale sfeer bij de Q&A’s, waar filmmakers eerlijk de voors en tegens van hun werk bespreken. En collega’s durven elkaar ook lastige vragen te stellen zonder harde gevoelens. Dit trekt zich ook door in het uitgebreide programma voor professionals, waar veel ruimte is voor de onafhankelijke film. In bijvoorbeeld de writers room bespreken ambitieuze makers open elkaars plannen en lijkt iedereen welkom. Zo voelt het LFF als een festival voor en door makers en zet het Limburg op de kaart als een welkom toevluchtsoord voor hen die aan de Amsterdamse dominantie binnen de Nederlandse filmwereld willen ontsnappen. Dat uit zich ook in de programmering, waar de documentaire een prominente plaats inneemt.

Basquiat in Heerlen

Braaf Basquiat
Basquiat in Heerlen volgt de voorbereidingen van het Heerlense Schunk Museum voor zijn grootste expositie ooit. Het kleine provinciale museum gaat namelijk topwerken van de straatschilder Basquait exposeren, wat gegeven de verwachtingen (bezoekersaantallen van een jaar in een maand tijd) presteren op het top van je kunnen betekent. Cameraman Wouter Nelissen maakt een sympathiserend portret waarin vooral de gekte rond moderne beeldende kunst centraal staat. Verzekeraars hebben de meest stringente eisen, maar gelukkig (of helaas) verloopt alles vlekkeloos wat de documentaire te braaf maakt. De rebelse The Velvet Underground & Nico als soundtrack is een aardige knipoog naar Basquiat maar gegeven de rustige beelden misplaatst.

Onsamenhangend potsierlijk
Bij De dans van Tislit lijkt de aanname dat het maken van een zogenaamde kunstfilm een vrijbrief voor onsamenhangende potsierlijkheid inhoudt. Geboekstaafd door een Marokkaanse mythe over een watergodin verhaalt deze documentaire over van alles en nog wat, waarbij een uitwisseling tussen Marokkaanse en Nederlandse kunstenaars de rode draad zou moeten zijn. Het enige wat van die reis bijblijft zijn wat platitudes over hoe anders het leven in Marokko is. De mythe zelf steekt comeback Terrence Malick de loef af qua pseudo-spiritualiteit. Daar fietsen vervolgens nog verhandelingen over de klimaat catastrofe, dijkwerkers, de watersnoodramp en meer doorheen.

Sentimentele voltreffer
Het winnen van het Oud Limburgs Schuttersfeest is niet alleen een grote eer, maar ook een grote verantwoordelijkheid. Want de winnaar organiseert de volgende editie. Documentairemaker Ruud Lenssen, met drie films goed vertegenwoordigd op het LFF, volgt in De zes van Zaerum de schutterij van Sevenum bij de organisatie en weet innemend de drijfveren van de zes schutters te tonen. Zij vertellen uit het hart gegrepen verhalen over de betekenis van deze Limburgse traditie. Op lyrische wijze prikt deze documentaire door tot de kern van de hechte gemeenschap rond het schieten. Net als Nao ‘t zuuje over Limburgs carnaval schuurt deze ode aan de Limburgse cultuur soms wel tegen het sentimentele aan.

De Mythe van het Meer

Duik aan de oppervlakte
Ruud Lenssen tracht ingetogen in de huid van zijn subjecten te kruipen met levendig camerawerk. In De Mythe van het Meer (gekozen tot beste korte documentaire) probeert hij dat bij een duiker die in het Oostvoornse meer op zoek is naar de wrakstukken van een in 1940 neergestort Engels vliegtuig. Voor de duiker zelf heeft dit grote persoonlijke significatie wegens zijn hechte band met zijn opa, van wie hij het gerucht had opgepikt. De zoektocht naar het wrak verloopt moeizaam en loopt met een sisser af als hij de familie van de piloot op het spoor komt. De documentaire voelt anti-climactisch aan, omdat deze niet tot de kern van de duikers drijfveren weet te komen. Door de geslotenheid blijft alles aan de oppervlakte.

Venlose fröbelaar
De Venlonaar Bernard Martens stort zich met overgave in vele soorten media, van striptekeningen tot poppen en korte films. Dat doet hij als zijn alter ego Maberi. In Maberi, Myself & Me toont Martens het maffe oeuvre van Maberi en hoe deze zich gaandeweg ontwikkelt van een artistiek kluizenaar tot frontman van diverse bands. Zijn cinema heeft de ad hoc benadering van Tommy Wiseau of Neil Breen, met abrupte montage van archiefbeelden en fragmenten van zijn werk. Bij Martens spreekt daar een aandoenlijke authenticiteit van uit, die van de bij vlagen hilarisch droge opsomming van artistieke avonturen een plezante ervaring maken. Dit soort oprecht fröbelen brengt het plezier in creatie terug.

 

13 januari 2020


MEER FILMFESTIVAL

Top 10 van het Millennium – Deel 6: Sjoerd van Wijk

Deel 6: Sjoerd van Wijk
Top 10 van het Millennium

Spring Breakers (2012)

Spring Breakers (2012)

Liever dat het licht in de bioscoop dooft dan het leven in de wereld. Maar dat is de stand na twintig jaar 21ste eeuw. Ecologische ontrafeling in accelererend tempo. Kunst kan ons weer verbinden met de omgeving. Geeft ons de durf te blijven dromen van vergezichten. Cinema op zijn best herinnert aan het sublieme van het leven. Hier zijn tien favorieten van de afgelopen twintig jaar die dat sublieme elk op eigen wijze vinden.

   door Sjoerd van Wijk

10. Keane (2004)
Een verwarde vader op zoek naar zijn dochter in een enerverend kammerspiel, waar de kamer de drukke samenleving is. Keane confronteert, onthutst en zet dankzij de spanning een meeslepende karakterstudie neer.

9. The Darjeeling Limited (2007)
Diep binnen al het verfijnde en minutieuze maniërisme zit een melancholische kern die deze trektocht van drie broers in de ziel laat snijden. Een verbluffend rauw portret van een familie in crisis.

8. Laurence Anyways (2012)
Deze film ontwapent met een flitsende herdefiniëring van het begrip stoer. Het komt daarmee tot de kern van het wezen voorbij alle stereotypen. Wars van mode maar wel modieus is dit een adembenemende bevrijding.

7. Like Someone in Love (2012)
In Like Someone in Love is het leven een somber carnaval en dragen wij allen doodmaskers. Eenzaam in de taxi door de stad rijden is hier en sublieme reflectie op het verlies van contact. Een meditatieve overpeinzing over de liefde.

6. El abrazo de la serpiente (2015)
Een bedachtzame verhandeling over het failliet van technisch denken en de onmogelijkheid terug te keren naar het ecologische denken van onze verre voorouders. De enige weg is sierlijk voorwaarts, hier innemend ingeslagen door de oude wijsheden hun rechtmatige plaats te geven.

El abrazo de la serpiente (2015)

El abrazo de la serpiente (2015)

5. Ghost World (2001)
Twee vileine meiden en een incel avant la lettre leggen een saaie dystopie bloot. Deze duistere komedie slaat sardonisch om richting het unheimische. In de hilarische gemeenheid zit een welgemeend verlangen naar geestelijke autonomie die zich niet murw laat slaan.

4. An (2015)
An heeft ontzag voor de eenvoud door zich te verrukken om verrukkelijke versnaperingen. De zoetigheid geeft blijk van een transcendentaal respect voor de verbondenheid van al wat leeft. Het tranentrekkende einde verandert levens.

3. In the Mood for Love (2000)
Elk fraai beeld spreekt boekdelen over de tragische liefde. In the Mood for Love mijmert op prangende wijze over wat kan zijn of niet. Tussen de mazen van het eigenzinnige web door leeft de suggestie en daarmee de verbeelding.

2. Paterson (2016)
Meditatief eert deze film de kleine momenten en is daarmee het grootse waard. Eenvoudige werkdagen en gedichten komen samen voor een fraai visioen van tevredenheid die uitdaagt. Men kan niet spreken over de Tao, maar wellicht kan men deze wel filmen.

1. Spring Breakers (2012)
Een magistrale dans op brokstukken cultuurpuin. Spring Breakers viert het leven met spirituele onbevangenheid. Of toch niet? Dit gaat voorbij schoon of lelijk of enig andere tegenstelling. Wie open is, vindt transcendentie overal. En daarmee zichzelf. Spring break forever!

 

18 december 2019

 

Deel 1: Cor Oliemeulen
Deel 2: Tim Bouwhuis
Deel 3: Michel Rensen
Deel 4: Bob van der Sterre
Deel 5: Ries Jacobs
Deel 7: Yordan Coban
Deel 8: Ralph Evers
Deel 9: Alfred Bos

Peanut Butter Falcon, The

****
recensie The Peanut Butter Falcon

Aaibare bromance met gouden hart

door Sjoerd van Wijk

De opeenstapeling van clichés mag voor deze ene keer in The Peanut Butter Falcon dankzij het hart van goud. De bromance is te hartverwarmend en het optimisme te aanstekelijk om te sikkeneuren. 

Deze roadmovie kleurt netjes binnen de lijntjes. Het scenario van het debuterende regieduo Tyler Nilson en Michael Schwartz is een grote invuloefening binnen een standaardverhaalstructuur over de vluchtende brandstichter Tyler die zich noodgedwongen ontfermt over de uit het verzorgingshuis ontsnapte Zak met het syndroom van Down. Zaks droom is worstelaar worden. De vluchtende Tyler heeft uiteraard geen zin Zak mee op reis te nemen, maar doet dat toch met de belofte hem onderweg af te leveren bij de worstelschool van The Salt Water Redneck. Het moge duidelijk zijn dat zij gaandeweg een band krijgen. Ondertussen zit een stel boeven achter Tyler aan en zoekt de nette verzorgster Eleanor naar Zak. 

The Peanut Butter Falcon

Vertedering
Hun hechte band is van een integere schoonheid die vertedert. Net als in het hautaine American Honey speelt Shia LaBeouf een vrijgevochten vagebond en doet dat deze keer op ingetogen wijze. Zijn tegenspeler Zack Gottsagen, een acteur met syndroom van Down, heeft een ontwapenende oprechtheid. De ontluikende bromance is daarmee hartverwarmend in hoe naturel deze overkomt.

Zodra de initiële weifeling van Tyler verdwijnt, is hun reis een aaneenschakeling van joviale momenten. Een geheime vriendengroet vergroot de aaibaarheidsfactor van dit olijke duo. Dat er vanaf dan op een hachelijke oversteek van een rivier na geen spanning is, kan niet deren, want LaBeouf en Gottsagen brengen de innige band met verve.

Romantiserend avontuur
Deze bromance was eigenlijk al voldoende voor The Peanut Butter Falcon, maar een overbodige romance voor Tyler verstoort de idylle. Dakota Johnson (van de Fifty Shades-reeks) als de deftige Eleanor valt niet alleen voor het leven als vagebond maar tevens voor Tyler als zij de twee eindelijk op het spoor komt. Zaks queeste komt er zo enigszins bekaaid van af, wat tevens zonde is van Thomas Haden Church’s komische bijrol als de theatrale Salt Water Redneck. 

Buiten de expliciete romance om is The Peanut Butter Falcon sowieso een romantiserende film. Het kat-en-muisspel kabbelt te allen tijde lieflijk op de achtergrond. Zwerven door de wildernis lijkt vooral erg leuk, inclusief vlotten bouwen bij een vrome excentriekeling. Nilson en Schwartz weten de hoogtepunten van de tocht snedig in elkaar over te laten vloeien, waardoor deze aanvoelt als een jongensboekavontuur.

The Peanut Butter Falcon

Amerikaans optimisme
Het zuiden van de Verenigde Staten vormt een prettige arena voor een typisch Amerikaanse invalshoek. Waar in Willy 1er de hoofdpersoon met verstandelijke beperking vooral een slachtoffer is gefilmd met exploitatieve insteek, vertelt The Peanut Butter Falcon een verhaal van emancipatie. Zak put kracht uit zijn vriendschap met Tyler en vindt daardoor autonomie. Ook Eleanor leert dat zelfstandigheid beter is dan alles maar te willen regelen en controleren. The Peanut Butter Falcon lijkt zo filosoof Ralph Waldo Emersons klassieke essay Self-Reliance ter harte te hebben genomen. Hierin schetst Emerson een blauwdruk van het Amerikaanse libertaire individualisme en neemt hij stelling tegen conformisme. 

Dit gedachtegoed zit in de film met een onbevangen idealisme wat dit Amerikaanse optimisme zo aantrekkelijk maakt. Zak brengt het tegen het einde in de praktijk door een zogenaamd volgens The Salt Water Redneck onmogelijke worstelbeweging te maken, een stuk voorspelbare bombast inclusief slow motion, wat snel vergeven is. Want tegen de bromance van The Peanut Butter Falcon is maar weinig opgewassen.

 

14 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Sorry We Missed You

***
recensie Sorry We Missed You

Cinema op de zeepkist

door Sjoerd van Wijk

De subtiliteit ontbreekt in Sorry We Missed You. Dat levert bijtende systeemkritiek op, waarbij de film weinig aan de verbeelding overlaat. Desalniettemin zit er een persoonlijk gezicht aan dit pamflet.

Dat de hedendaagse gig economy vooral een intensere vorm van uitbuiting is, maakt Sorry We Missed You maar al te duidelijk. Ricky Turner (Kris Hitchen) is exemplarisch voor het precariaat als voormalig klusjesman kampend met financiële problemen. Hij wil graag voor zichzelf beginnen en meldt zich aan als pakketbezorger. Officieel als zzp’er, maar dat komt in de praktijk neer op lange uren waarin hij zich aan strak uitgedokterde schema’s moet houden. En fikse boetes als hij zich er niet aan houdt, overmacht of niet. Ondertussen ruziet hij vaak met zijn zoon Seb, die de dagen slijt met spijbelen en graffiti. En vrouwlief Abbie gaat ook gebukt onder draconische schema’s als thuiszorgster.

Sorry We Missed You

Verstikkend realisme
Niet de bikkelharde baas maar Ricky’s scanner is de werkelijke machthebber. Vaak noemt men Orwell of Huxley als degenen die onze saaie dystopie het best omschrijft, Kafka komt wellicht dichter in de buurt. Dat vermoeden roept regisseur Ken Loach op door het schetsen van een verstikkende wereld waar het algoritme regeert. De scanner meet Ricky’s gedrag nauwkeurig en gaat volgens eigen wereldvreemde logica te werk. Die strakke controle brengt de precaire financiële situatie tot een kookpunt. Beheerst toont Loach hoe de drukkende onzekerheid leidt tot een cynisch afreageren op elkaar. Niet alleen vader op zoon of vice versa, maar ook Ricky en de vervelende klanten. Sorry We Missed You is een kille variant op het sociaal realisme van regisseurs als Vittorio de Sica (De Fietsendieven).

Persoonlijk, niet gepersonifieerd
Het is prijzenswaardig hoe Loach zijn systeemkritiek persoonlijk maakt. Ricky is een mens van vlees en bloed, met geloofwaardige gezinsproblematiek. De weinige warme momenten met bijvoorbeeld zijn dochtertje Lisa Jane geven de voorheen anonieme bezorger een gezicht. In het gezin houdt een ieder zich zo goed en kwaad als het kan staande. De heftige aanvaring tussen Ricky en Seb zorgt vervolgens voor een tragische climax.

Veel uitgesproken politieke films personifiëren de kritiek en behandelen hun personages als archetypes van goed en kwaad, zoals het eveneens recent uitgekomen Mjólk. Het hangt systemische misstanden op aan individuele tekortkomingen en verhult deze daarmee. Sorry We Missed You maakt daarentegen de benauwende repressie van doorgedraaide berekening invoelbaar zonder te wijzen naar een individu.

Sorry We Missed You

Geagiteerd pamflet
Toch blijft het scenario van vaste scenarist Paul Laverty te veel een pamflet. De film levert voornamelijk kritiek, in plaats van kritisch te zijn. Veel zaken lijken opgezet om de misère te optimaliseren en de geagiteerde frustratie over te brengen op de toeschouwer. Dat de scanner de film niet zal overleven, is al duidelijk als de baas zegt hoe duur dat ding is. Ricky’s overval is al erg genoeg zonder de laatste overbodige vernedering. Net als in I, Daniel Blake is er een grandioze speech die alle frustraties nog even vet onderstreept terwijl de dialogen frequent de realiteit van de nep-zzp-constructies omschrijven.

Juist door onbenoemd op de achtergrond van een film rond te zingen, wordt systeemkritiek subversief. Radicaal anders naar de wereld kijken gaat dan gepaard met reflectie. Sorry We Missed You steekt de kritiek niet onder stoelen of banken. Op een zeepkist staan agiteert, maar daarmee gaat de reflectie op het leven verloren.

 

11 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Gangster, the Cop, the Devil, The

***
recensie The Gangster, the Cop, the Devil

Hectische hindernisbaan

door Sjoerd van Wijk

In The Gangster, the Cop, the Devil is de wereld als een hindernisbaan waar hard optreden loont. Dat gaat gepaard met een hectiek, die soms geestig is en dan weer desoriënterend. 

Boeventronies en gefrustreerde politierechercheurs lijken een anonieme Koreaanse stad exclusief te bevolken. Een psychopathische seriemoordenaar teistert deze plaats met uitgekiende slachtpartijen. Er valt dermate geen land met hem te bezeilen dat het de brute gangsterbaas Jang Dong-soo (Ma Dong-seok) enigszins sympathiek maakt. Deze overleeft namelijk als enige een aanval van de moordenaar en is vastberaden wraak te nemen. Aan de andere kant wil verbitterde rechercheur Jung Tae-suk (Kim Mu-yeol) dolgraag deze moordenaar vangen omwille van de gerechtigheid. De boef en de smeris voelen zich genoodzaakt samen te werken ondanks hun verschillen. Met de deal dat wie het eerst de moordenaar pakt, die het eerst maalt.

The Gangster, the Cop, the Devil

Geestige klopjacht
Naarmate het net zich sluit stijgt de hectiek, onder andere doordat Dong-soo middenin een bendeoorlog zit. De steeds verder opvoerende klopjacht bezit daarbij af en toe iets geestigs. Met name in de opmars naar de samenwerking toe werken de frustraties komisch, als Tae-suk onderweg naar plaats van delict uit frustratie een andere arrestant meezeult op diens motorfiets. En de rivaliteit tussen boef en smeris zorgt voor de nodige kwinkslagen om elkaar te slim af te zijn.

Ondanks de sadistische trekjes bij het geweld bagatelliseert de humor de grofheden niet. En Dong-seok maakt Dong-soo zowel innemend als imposant, waardoor zijn rechtdoorzee missie net zo begrijpelijk is als die van Tae-suk. Bij tijd en wijle ontsnapt de film daarom uit het zwarte gat van Tarantino-cynisme.

Vechten tegen de bierkaai
Er zit in beide personages een vermoeidheid over de gang van zaken in hun desbetreffende instituut. Dong-soo zit duidelijk niet te wachten op gezeur met een andere maffiabaas. En Tae-suk is helemaal klaar met de interne corruptie. De licht komische klopjacht en het heftige gedonderjaag op zoek naar de moordenaar is daarom vooral vechten tegen de bierkaai. Dat opboksen transformeert de wereld in een hindernisbaan.

Dat geldt niet alleen voor de situaties waarin de personages zich bevinden. De gehele entourage geeft de boodschap mee dat een steekje zo gevallen is en dat anderen de hordes zijn. Het is een groot kat-en-muisspel, waarbij doodgewone mensen nauwelijks figureren of meteen een mes tussen de ribben krijgen. Deze hectiek past bij een tijd waar rust een verboden woord lijkt. De film maakt dit inzichtelijk.

The Gangster, the Cop, the Devil

Desoriënterende actie
Uiteraard gebeurt het opboksen met regelmaat letterlijk. Elke stap verder brengt spannende achtervolgingen of een overdaad aan naamloze handlangers met zich mee. Ondanks dat de film meer te vertellen heeft dan Guy Ritchie met een Lock, Stock and Two Smoking Barrels, laat het diens vlotheid vallen in de actiemomenten. Driftig schuddende beelden en snelle montage verhinderen een goed begrip van de situatie en verhullen daarmee wat er op het spel staat. De hectiek slaat daarbij om in desoriëntatie. Het verkwanselt Dong-seoks imponerende fysiek. En de spanning.

Het voelt tevens overbodig de psychopaat geestdriftig te werk zien gaan. Kim Sung-kyu is cartoonesk kwaadaardig, wat de ongemakkelijke alliantie van zijn twee jagers onnodig verzacht. Desalniettemin maakt The Gangster, the Cop, the Devil alledaagse drukte invoelbaar en blijkt de hindernisbaan van de stad een amusant obstakel.

 

4 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Galápagos: Hope for the Future

**
recensie Galápagos: Hope for the Future

Symptoombestrijding op eilanden

door Sjoerd van Wijk

De titel geeft het al weg. Galápagos: Hope for the Future steekt de kop in het zand voor de ecologische catastrofe. In plaats daarvan speelt deze documentaire mooi weer met een tachtig minuten durende reclame voor producent de Charles Darwin Foundation.

Nu desastreuze klimaatverandering en biodiversiteitsverlies onafwendbaar zijn, heeft de mensheid geen hoop nodig maar moed. Om dapper te aanvaarden dat velen zullen sterven en talloos niet-menselijk leven wordt meegenomen in hun kielzog. Deze realiteit zouden natuurdocumentaires niet uit de weg moeten gaan, maar zien als een kans de resulterende rouw een plaats te geven. Hoe goed de bedoelingen ook mogen zijn, door te doen alsof er oplossingen mogelijk zijn terwijl het in werkelijkheid draait om schadebeperking bewijst Galápagos: Hope for the Future de bijzondere flora en fauna aldaar geen goede dienst.

Galápagos: Hope for the Future

Kermisattractie
Allereerst is er het gebruikelijke tonen van de pracht en praal, in dit geval van de Galápagos-eilanden. Onder begeleiding van onnozele deuntjes passeren alle bijzondere diersoorten van dit gebied de revue, alsof zij een soort kermisattractie zijn. En er dus geen vuiltje aan de lucht is. De secce close-ups hebben in ieder geval niet de Instagram-kwaliteit van cameraman Emmanuel Lubezki’s werk met Terrence Malick of het sturende gehalte van Baraka. Opeens zijn daar dan de anonieme helden van de Charles Darwin Foundation die hun best doen de al sterk teruggelopen populaties weer groot te maken.

Daarbij neemt de vertelster geen adempauze om elk beeld te duiden. Waar een documentaire als Sengiré sereen handelingen toont zonder er doorheen te praten, is dat bij Galápagos: Hope for the Future tegenovergesteld. Daarbij negeert het de olifant in de kamer waarom het slecht is gesteld met de eilanden. Of wat het eiland te wachten kan staan met rijzende zeespiegels en dergelijke. Door het zo optimistisch te hebben over het goede werk van de onderzoekers praat de documentaire eigenlijk de systemische oorzaken goed. In dat opzicht is het tekenend hoe de zeehonden die vis op de markt stelen vooral koddig zijn. Als de documentaire al een probleem benoemt, is het slechts aanstippen. Het opruimen van plastic in de omgeving is zo een clandestiene operatie, om blind optimisme aan te wakkeren.

Galápagos: Hope for the Future

Antropocentrisme
Deze onkritische viering van natuurbehoud etaleert dan ook de onderliggende denkwijze van het antropocentrisme. Het begrip natuur impliceert dat de mens hier buiten zou staan, wat ook naar voren komt in het dweilen met de kraan open van de conservatiepogingen. Galápagos: Hope for the Future bejubelt de technische oplossingen die qua denkwijze tevens de oorzaak zijn van de rampspoed. Galágapos ziet reden voor vreugde dat Ecuador als eerste land natuurrechten in de grondwet vastlegde. Daarmee kiest deze documentaire ongegeneerd partij voor de separatie tussen mens en ecosysteem.

Sociaal filosoof en natuuronderzoeker Thoreau beschreef hoe ronddwalen in het wilde de geest verruimt. Bij deze documentaire mist eenzelfde soort ontzag om de Galápagos oprecht te tonen. De vertelster is er à la de homevideoprogramma’s als de kippen bij om dieren als mensen te beschouwen als dat ook maar even kan. Dat komt kleinerend over. Als een toerist ziet Galápagos: Hope for the Future de eilandenpracht vooral als iets leuks voor de mens. Daarmee vertelt de film een oneerlijk verhaal.

 

29 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Eerste 013CIFF ademt puur film

Eerste 013CIFF ademt puur film

door Sjoerd van Wijk

Voor de eerste maal vond het Cinecitta International Film Festival (013CIFF) plaats in Tilburg met films die eerder beperkt of niet te zien waren in Nederland. Filmtheater Cinecitta stond vol met 013CIFF-materiaal, maar de entourage bleef als een drukke reguliere dag. Weinig randgebeuren betekent dat dit festival puur film ademt. Wellicht dankzij de Brabantse gastvrijheid heerste een verwelkomende sfeer.

Voor professionals was er wel een randprogramma in de vorm van een masterclass over filmfinanciering. Ondanks de internationale allure van 013CIFF was de masterclass Nederlandstalig, maar daarom niet minder informatief. Rudi Brekelmans (die met Medulla genomineerd was voor beste debuut op het Nederlands Film Festival) en Hetty Naaijkens-Retel Helmrich (Klanken van oorsprong) deelden hun ervaringen om hun films van de grond te krijgen. En twee filmcommissionairs (van Nederland en Limburg) zetten het perspectief van de filmfondsen uiteen.

Filmfinanciering
Ondanks wat clichés over passie voor je project hebben, inspireerden de verhalen. Vinden van geld voor een film is weliswaar lastig, maar ook buiten de gebaande paden van het Nederlands subsidietraject blijkt er wat te halen zijn. Een filmmaker kan de zaal verlaten met zin om de vele hordes te nemen. Extra stimulerend is de getoonde ambitie om een Nederlandse filmgemeenschap op te bouwen buiten Amsterdam. Brabant wil in dat opzicht graag Limburg achterna. Dat klinkt veelbelovend voor de Nederlandse film onder de rivieren.

De wens om in Nederland onbekende films te tonen, kwam goed naar voren in de programmering. De eigenzinnige selectie toont dat 013CIFF iets toevoegt aan het Nederlandse filmfestivalaanbod. Ondanks de wisselende kwaliteit komt bij elke film de vraag naar boven waarom deze geen Nederlandse bioscoopuitgave heeft gekend.

Holy Air

Droogkomisch Nazareth
Holy Air toont droogkomisch de absurditeiten van leven in Nazareth, de geboorteplaats van Jezus Christus. De Arabische christen Adam is buiten zijn vervelende kantoorbaan een ondernemer met een overdosis optimisme. Als zijn vader in het ziekenhuis komt te liggen en zijn vrouw zwanger blijkt, heeft hij weer een nieuw gek idee. Zijn vaders werkplaats bevat massa’s lege flesjes die Adam besluit te vullen met lucht van Mount Kedumim, waar Jezus ooit zou hebben gestaan. Potentieel lucratief, nu de Paus naar Israël komt met massa’s toeristen in zijn kielzog. 

In de Q&A vertelt ster, schrijver en regisseur Shady Srour dat de film zijn leven voor 99% beschrijft. Dat is aan Holy Air af te zien. Een overdaad aan verhaallijnen moeten vechten om aandacht, zonder ooit een geheel te vormen. Soms is het een satire over commercie en religie, dan weer een aanklacht tegen Israëlisch racisme. Srours droge observaties komen wel openhartig over. De strakke kaders waarbinnen alles plaatsvindt, toveren Nazareth om tot een vervreemdende plaats, waar de lach soms in een klein hoekje zit. Daarbij schittert Samuel Calderon als cynisch cashende monnik Roberto.

Willy 1er

Buitenbeentje in Caudebec
Het kleine leed van de verstandelijk beperkte Willy komt bij tijd en wijle als emotionele uitbuiting over. De non-acteur Daniel Vannett speelt de hoofdpersoon in Willy 1er, wat deels op zijn eigen leven is gebaseerd (hij was analfabeet tot zijn 45ste). Nadat zijn tweelingbroer Michel zelfmoord pleegt, is voor deze vijftigjarige man de maat vol. Hij verlaat zijn ouderlijk huis om de droom die hij met Michel had te verwezenlijken. Deze bestaat uit een eigen huis, een scooter en vrienden. Het slaperige Caudebec in Normandië is het decor voor een maf portret. 

Vannett speelt Willy met een aimabele onbevangenheid, die soms overslaat in begrijpelijke frustraties. Zijn moeizaam ontwikkelende vriendschap met een andere Willy, zijn homoseksuele collega van de supermarkt, lijkt een al te vooropgezet plan om de bekrompenheid van de dorpsbewoners te tonen. De uitbuiting van Willy die culmineert in een kapotte scooter lijkt een onoprecht opwekken van medelijden. Dat doet afbreuk aan het innemende relaas van een buitenbeentje dat zijn plaats in de wereld stukje bij beetje probeert te vinden.

Sicilian Ghost Story

Siciliaanse vaagheid
De gruweldaad van de kidnapping en moord op de zoon van een maffia-informant weet Sicilian Ghost Story onvoldoende in te laten dringen. De film volgt voornamelijk het perspectief van de eigengereide Luna. Na de verdwijning van haar kersverse vriendje Guiseppe is zij de enige die blijft geloven in zijn terugkeer. Terwijl Guiseppe langzaam wegkwijnt in gevangenschap ontsnapt Luna steeds meer in dromen over hun hereniging. Deze lijken soms profetische details te bevatten, die Luna een stapje dichter bij Guiseppes verblijfplaats brengen. 

De titel slaat expliciet op het gemis van een geliefde, die voort blijft leven in de gedachte. Regisseurs Fabio Grassadonia en Antionio Piazza maken van Sicilië een mysterieuze plaats, waar in de wouden de herinnering rondspookt. In hoeverre Luna ook echt dichter bij de waarheid komt of maar wat roept, blijft dermate in het midden dat de mystiek eerder vaagheid is. Dat Guiseppe nog zo vaak in beeld komt na zijn verdwijning doet afbreuk aan alle mysterie. Wat Luna precies moet met de dromen blijft in de herhaling vallen. Een schetsmatig vervelende moeder moet de misère compleet maken.

Genèse

De pijn en schoonheid van opgroeien
In Genèse is opgroeien pijnlijk, maar tegelijk een grootse ervaring. Schrijver-regisseur Philippe Lesage laat zien dat Xavier Dolan niet de enige uit Quebec is die indringend melodrama weet te maken. De deugniet Guillaume en oudere zus Charlotte hebben elk hun eigen strubbelingen in de liefde. Eerstgenoemde heeft weinig aansluiting met vrouwen aangezien hij kampt met gevoelens voor zijn beste vriend. Dat maakt zijn verblijf aan de middelbare kostschool tot een zware tijd. En Charlotte schippert in haar eerste jaar studie heen en weer tussen twee onbevredigende relaties. Als coda is daar de jonge Félix die tijdens het zomerkamp een oogje heeft op Béatrice. 

Dat zorgt voor een zoet sluitstuk bij een bittere pil over volwassenen worden. In de verstilde straten en de minutieus sobere kamers loert de tragiek. Verloren onschuld en bij jezelf blijven is geen pad over rozen, maar toch lonkt de maneschijn. Lesage vangt alle pijn met ijzeren discipline, die in combinatie met zorgvuldig ingezette popmuziek hypnotiserend werkt. In een strak gecontroleerde wereld vol narigheid blijft de schoonheid van het leven overeind. Dat Charlotte en Guillaume een laatste portie ellende krijgen die buitenproportioneel aanvoelt doet niet af aan de aangrijpende melancholie van Genèse.

 

22 oktober 2019


MEER FILMFESTIVAL

Fisherman’s Friends

**
recensie Fisherman’s Friends

Brexit-escapisme

door Sjoerd van Wijk

Fisherman’s Friends is Oost-Indisch doof voor geluiden uit de echte wereld. Hier bestaan tegenstellingen louter uit ruwe bolsters, blanke pitten en doetjes met een gouden hart. Alsof alles goed komt met een welgemeend zeemanslied. 

Dat dit een feelgoodfilm is, blijkt uit de olifantenpaadjes van het verhaal. De verwaande muziekproducent Jim doet met drie collega’s een dorpje in Cornwall aan voor een vrijgezellenfeest. Zijn vrienden bakken hem een poets dat hij het plaatselijke zangkoor van vissers moet binnenhalen voor een platencontract. Hun zeeliederen raken echter een gevoelige snaar bij Jim en een vervelende klus verandert in een missie. Natuurlijk komt Jim daarbij een dame tegen direct na zijn verklaring van ongeloof in monogamie. Natuurlijk zijn er wat tegenslagen hier en daar. Natuurlijk groeien de kustmensen en stadsmensen nader tot elkaar. Natuurlijk gelooft niemand er in dat een stel zeebonken een hit kunnen maken. Maar het moge duidelijk zijn wie er het laatst lacht. 

Fisherman’s Friends

De gunfactor
En dat alles is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Gelukkig waren de zwart-wit foto’s uit 2011 er nog voor de aftiteling. De film is echter niet zo cynisch als dat klinkt en heeft juist een grote gunfactor. Cameraman Simon Tindall brengt het plaatsje op dynamische wijze tot leven, de zee zit niet alleen in het bloed van de bewoners. De ruige Cornish-kust is in wezen een knusse plek als je tegen een windstootje kan. Het scenaristentrio vult de film met kattige dialogen, die alle strubbelingen tussen stadsmens en kustmens in lieflijke plaagstootjes samenvatten. 

James Purefoy maakt van Jim een blaag met het hart op de goede plaats. Er zit een overdreven onbevangenheid in zijn doen, waarmee het vinden van verlossing in Cornwall een innemende kant krijgt. Ook bij de vissers zit deze onbevangenheid en blijkt hun potige voorkomen eenvoudig plaats te maken voor sympathie. Fisherman’s Friends is daardoor een genoeglijk relaas over de onwaarschijnlijke hit. 

Onbekend Verenig Koninkrijk
Dit werkt wel oubollig en is daarmee te voorzichtig. Het Verenigd Koninkrijk van deze film bestaat niet buiten de bioscoop. In de werkelijkheid is de Britse samenleving een absurde sitcom met wekelijks een jump the shark moment, in tegenstelling tot het stramien van deze vertelling. Brexit ontregelt met een groeiende hysterie nu mensen steeds verbetener in de eigen positie stelling nemen. Niks hiervan in Fisherman’s Friends, waar Cornish-zeebonken en Londense hipsters gezellig samen de Drunken Sailor ten gehore brengen. Alsof alles wel goed komt. Er zijn geen wezenlijke verschillen tussen de personages, hun gedrag is slechts een laagje vernis.

Door de timing van de uitgave lijkt de film te willen ontsnappen in een nostalgisch wereldje waar politieke crises non-existent zijn. Om voor twee uur de puinhoop even te vergeten. Feelgood is wellicht slechts fantasie, maar de “Capra-corn” (It’s a Wonderful Life) bewees al dat dit niet betekent dat het leven buiten de bioscoopzaal hoeft te blijven. 

Fisherman’s Friends

Ansichtkaartenmoraal
In plaats van verdeeldheid emotioneel uit te diepen gaat Fisherman’s Friends voor een ansichtkaartenmoraal van het verhaal. De genoeglijke kust van Cornwall is een toeristische droom van authenticiteit. Nu identiteit geen vaste grond heeft, grijpt men terug op een imaginair verleden waar alles nog heel gewoon was. De film hamert hier op door een letterlijk zakenpraatje over de aantrekkingskracht van de vissers te verwarren met een scherp inzicht over de samenleving. Het gaat hier louter om een consumptie van authenticiteit in plaats van oprechtheid.

Het geld en de commercie krijgen ook een gemakzuchtige behandeling. Een zakenman die de plaatselijke kroeg overneemt is slecht, want hij tast de authentieke beleving aan. Het devies luidt dat aardig doen de oplossing is. Doe als Jim en koop de kroeg zelf. Met zulke impliciete stellingname stopt de film systemische oorzaken zoals een parasitair financieel systeem in de doofpot. Hoe hoog de gunfactor ook is, Fisherman’s Friends blijft uiteindelijk Brexit-escapisme.

 

8 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Hoop en vertrouwen in Het Offer

Hoop en vertrouwen in Het Offer

door Sjoerd van Wijk

“Het moet mooi geweest zijn toen de mens dacht dat de wereld er zo uitzag!”, verzucht de jarige Alexander kijkend naar een oude landkaart van Europa. Deze verjaardagsgift van postbode Otto noopt hem tot mijmeren, zich realiserende dat het afgebeelde Europa niks van doen heeft met de waarheid.

Op dat moment weet hij nog niet hoe anders het leven luttele uren later is, als vliegtuigen oversjezen en een kernoorlog begint. Hij schudt zijn vervreemding van zich af en vindt de naastenliefde na een afspraak met God om alles op te geven als deze de tijd terugdraait naar hoe het was.

Het Offer

In Het Offer, de laatste film van regisseur Andrej Tarkovski, uit zich een toewijding die de mens mist in de huidige ecologische crisis. Alexander, een voormalige acteur die het praktiseren opgaf voor de studie, kampt met een spirituele leegte. Zijn filosofische monologen tonen een visie van technologiekritiek die doet denken aan Tarkovski’s eigen denkbeelden. Technologie transformeert de wereld tot te exploiteren materie, wat leidt tot vervreemding. Beschaving beschouwt de kaart als echter dan het territorium. Ted Kaczynski schreef in zijn manifest dat de Industriële Revolutie en haar gevolgen rampzalig zijn geweest voor de mensheid. Dit realiseert Alexander zich ook.

Spirituele crisis
Zijn gemis spreekt echter sterker uit de entourage dan de monologen. Sven Nykvists camera blijft plechtig op afstand, en het desolate landschap van schiereiland Närsholmen krijgt de overhand. Het gras wuift de stemmen weg, de tijd verstilt. Vogels klinken. Het transcendentale sluimert op de achtergrond, als het beeld kalm Alexander en zijn zwijgende zoontje Gossen volgt in gesprek met Otto. De tijdsbeleving in Offret is een majestueuze uitdaging. Het serene voortstromen is radicaal anders dan de tijdsbeleving binnen het technisch denken, waar de tijd in naam van functionaliteit een opeenstapeling van afzonderlijke momenten is.

Voordat Otto ten prooi valt aan Gossens kattenkwaad, had Gossen met zijn vader een dode boom geplant. Volgens een oude legende gaf een monnik dagelijks water aan de plant, totdat deze na drie jaar opbloeide. Deze door Alexander vertelde anekdote is exemplarisch voor zijn spirituele crisis. Hij lijkt de toewijding te bewonderen, maar mist het geloof. Zijn huis is welhaast een gevangenis, gevuld met gekeuvel van mensen met wie hij de connectie mist. Door grauw en grijs omhuld lijken zijn gasten en familie bijna onderdeel van het pand, waar de wind in de gordijnen herinnert aan de diepere waarheid die zij allen missen.

De grondslag van Kaczynski’s technologiekritiek is een ruig individualisme dat leidde tot diepe woede. Alexanders weemoed is van doortastender aard. Zodra het onheil daar is met vreselijk kabaal, schudt hij wakker uit zijn verdoving om een groot offer te brengen ten behoeve van hen waar hij zo-even nog vermoeid van was. Tarkovski’s laatste meesterwerk blijkt daarmee een parabel. Boodschapper Otto sommeert hem te gaan naar de mysterieuze bediende Maria, die de sleutel tot verlossing houdt.

Nederig handelen
Geloof is in Het Offer niet een kwestie van de juiste geschriften leren, maar een houding van nederigheid. Maria’s gift van liefde aan Alexander komt na een klein moment waaruit een zinderende bezieling spreekt. Het wassen van vieze handen start de opmars tot spirituele herleving. Tarkovski vindt schoonheid in elk moment op meditatieve wijze. Alsof hij de Tao toont zonder erover te spreken. Het maakt elke handeling discreet. Tegenwoordig is het individu niet meer nederig, maar een project wat zichzelf dient te optimaliseren. Het Offer raakt, doordat het dit beperkende wereldbeeld doorbreekt.

De oncomfortabele waarheid van de klimaatcatastrofe is dat er op het moment van schrijven nog 15 maanden zijn voor plannen om emissies te reduceren voor een 67% kans om onder 2,0ºC te blijven. Aangezien dit alleen kan door een gigantische reductie van productie en consumptie, betekent dit volwassenen nu een offer moeten brengen om hun kinderen te sparen voor grotere rampspoed. Dit maakt Alexanders nederigheid en gelofte aan God tot een bijzonder actueel en nijpend moment.

Het Offer

Moed en vertrouwen
Andrej Tarkosvki draagt de film op aan zijn zoon, met “hoop en vertrouwen”. Uit Alexanders offer spreekt echter eerder moed dan hoop. In een ontzagwekkende scène legt Nykvist de grootsheid van Alexanders daad vast met bescheiden precisie. Paradoxaal genoeg spreekt uit Alexanders offer, onderdeel van zijn afspraak met God, een autonomie die de moderne mens niet kent. Het individu als project verwart autonomie namelijk met het verzamelen van ervaringen en spullen, terwijl deze juist zit in het opgeven. Het is maar de vraag of volwassenen dit tijdig zullen beseffen en de noodzakelijke offers brengen zodat hun kinderen niet met de gebakken ecoperen zitten.

Alexander denkt voorbij de kaart, die onwerkelijk beperkt met grenzen. In het wegcijferen zit de autonomie opgesloten, mogelijk gemaakt door een geloof wat niet verdween maar slechts woekerde. Gossens eerste woorden, gesproken na Alexanders vertrekt, dringen daardoor in. Met vertrouwen en moed gloort de hoop aan de horizon. En daar is Het Offer getuige van.

Kijk hier waar Het Offer nog is te zien.

 

7 oktober 2019



MEER ANDREJ TARKOVSKI
 

ALLE ESSAYS