Lazarro Felice

***
recensie Lazarro Felice

Merkwaardige magische parabel

door Sjoerd van Wijk

De merkwaardige parabel van Lazzaro Felice komt soms aandoenlijk uit de hoek. Maar blijft wel tot op het bot didactisch zoals dat een parabel betaamt.

Voordat de loonslavernij zijn intrede deed, was er sprake van pachtvormen, waarbij landarbeiders een deel van hun oogst afstaan aan de landbezitter in ruil voor voeding en onderdak. In Lazzaro Felice heeft de tijd op het landgoed Inviolata stilgestaan sinds een modderstroom de stad slecht bereikbaar maakte. De parmantige Markiezin zorgt ervoor dat de inwoners nog steeds bij haar in het krijt staan. En dat deze landarbeiders niet beter weten dan dat zij een handjevol gloeilampen moeten delen en tabak moeten verbouwen. De jongen Lazzaro is echter een ander slag boer. Als de goedheid zelve helpt hij iedereen onvoorwaardelijk. Zodra de oplichterij onvermijdelijk uitkomt, ontspint zich een zoektocht naar Tancredi, de flamboyante zoon van de Markiezin met wie Lazzaro net een vriendschap had gesloten.

Lazarro Felice

Vreemd giswerk
Het blijft een doorgaand giswerk wanneer Lazzaro Felice zich precies afspeelt. Alsof het een nabije toekomst is waar de middenklasse volledig door het kapitaal is verpulverd. Waar rijk en arm overblijven en het feodalisme in nieuwe vormen is teruggekeerd. Door de markante gebruiken van de landarbeiders, inclusief opmerkelijk bijgeloof, dompelt de film direct onder in een vervreemdende wereld. Een tot leven gekomen poppenkast, waar de personages onbehouwen met elkaar omgaan.

Het is extra opmerkelijk door de nuchtere stijl waarmee schrijfster-regisseuse Alice Rohrwachter (Le Meraviglie) te werk gaat. Wel veert ze dikwijls van nonchalance naar slordigheid. Het contrast met de engelachtige Lazzaro kan niet groter, waardoor het gebeuren een magisch tintje krijgt. Zijn wederopstanding in de grote stad doet ondanks de klungelige opbouw bijwijlen betoverend aan.

Wringen versus gunnen
Als vreemdste vogel van allemaal is Lazzaro niet zozeer een personage, maar een op aarde neergedaalde heilige. De non-acteur Adriano Tardiolo combineert het dromerige van Timothée Chalamet (Beautiful Boy) met de nederigheid van Padre Nazario uit Nazarín. Net als in laatstgenoemde film krijgt ook hier de hoofdpersoon het zwaar te verduren in een vervelende wereld. Maar waar Luis Buñuel zijn priester van innemende tragiek voorziet, wringt de uitbuiting van Lazzaro vooral door het tergende contrast tussen hem en zijn omgeving. De voortdurende naastenliefde werkt op de zenuwen, omdat er weinig anders is om houvast aan te hebben bij het personage. Daardoor weet de prille vriendschap met charlatan Tancredi van beide kanten niet te overtuigen.

Lazarro Felice

Ondanks de uitbuitende inborst van zijn compagnons hebben de afgeperste arbeiders wel iets aandoenlijks. Hun overgang van opgelicht op het platteland naar oplichter in de stad is geen aanleiding voor cynisme, maar een koddige overpeinzing over saamhorigheid. Rohrwachters zus Alba (Figlia Mia) vermengt hierbij verdienstelijk onschuld met ondeugd als de lieve bengel Antonia. De gunfactor voor dit rapaille stijgt des te meer als zij namens hen bedelt met hun schamele bezit bij de patisserie. Deze groep misfits zorgt voor een vrolijke noot. Iets wat door Alice Rohrwachters slodderige devotie aan de parabel welhaast letterlijk zo is.

Moraal van het verhaal
Lazzaro Felice zou dan ook geen parabel zijn zonder een moraal van het verhaal. Demonstratief maakt de film daarom het adagium uit Mattheus 5:5 met de grond gelijk. Lazzaro zal als zwakkere nooit de aarde erven. De reden daarvoor heeft de Markiezin in kunstmatige dialoog al uit de doeken gedaan. Alice Rohrwachters stijl voelt op deze wijze aan als een vriendelijke versie van Lars von Trier, mede dankzij een voice-over die een mirakel duidt. Maar waar de meester zelf is getransformeerd tot guitige predikant in The House That Jack Built en adept Brady Corbet met Vox Lux (binnenkort in de bioscoop) hedendaagse nervositeit vat, lijkt Lazzaro Felice in vergelijking minder relevant. De slordig uitgewerkte didactiek doet afbreuk aan het magische potentieel van deze door religie ingegeven vertelling.

 

17 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Posoki

***
recensie Posoki

Optimistische klaagzang in Bulgarije

door Sjoerd van Wijk

Posoki had gemakkelijk een klaagzang kunnen blijven, maar weet het optimisme te vinden. Dankzij de intense interacties betekent een achtergesteld Bulgarije niet altijd louter kommer en kwel. 

In de nacht rijden zes verschillende taxichauffeurs rond met uiteenlopende passagiers. Een man blijft giechelen met zijn maîtresse in het bijzijn van een rouwende chauffeur en heeft moeite de stilte te bewaren als de echtgenote belt. Ergens anders ontspoort een verhitte discussie over de hoge rekening. Toch zit er een rode draad in de gebeurtenissen. Terwijl de chauffeurs af en aan rijden, brabbelt de radio door over het incident waarmee Posoki opent. Een man knoopt de eindjes aan elkaar met de taxi als extra inkomsten. Als zijn aanvraag voor een nieuwe lening door de mand valt door corruptie, gaat hij door het lint. Waar is het fatsoen gebleven? Of is deze uitbarsting over onrecht begrijpelijk? Zowel de vignetten indirect als het radiodebat direct soebatten over deze vraagstukken in een Bulgarije dat de wanhoop nabij lijkt te zijn. 

Posoki

Claustrofobisch vastgepind
Het doet denken aan Taxi Teheran, maar dan zonder de Iraanse speelsheid. Hier is de taxi het vehikel bij uitstek om de precaire situaties van de ingezetenen te omlijsten. Bulgaars lidmaatschap van de Europese Unie woekert hier vooral in de vorm van terugkerende expats die het elders beter hebben. Het technocratische project lijkt niet de economische malaise af te stoppen.

Posoki is met haar vlakke beelden net zo opgesloten als de ingezetenen, die vaak lijken op leden van het precariaat. Regisseur Stephan Komandarev ketent deze personages vast in het metalen omhulsel van de taxi tot aan het claustrofobische toe. 

Sluimerende nacht
Binnen de auto’s sluimert de lange nacht monotoon voort. Zoals de filmtitel (‘richtingen’ in het Nederlands) al aangeeft, zit in het opgesloten karakter van Posoki stilletjes de hoop een nieuwe weg in te slaan. Maar ook de uitzichten uit de taxi maken de stedelijke omgeving vooral tot eentonige nocturne. De herhaling is Komandarev en co-scenarist Simeon Ventsislavov niet vreemd.

In tegenstelling tot het meditatieve van Like Someone in Love komen de autobeelden hier eerder ondubbelzinnig over. De heren hameren daarbij continue op dezelfde punten door, met de vele debatten op de radio en gemaakt toeval die een en ander in elkaar laat overlopen. Het is overduidelijk wat alle bedoelingen zijn als zelfs een priester de taxi als noodzakelijke schnabbel heeft en het lot wilt dat hij net nu een hartpatiënt vervoert. 

Intense doortastendheid
De opgesloten aard van deze lange nacht rekt Komandarev nog verder op met lange takes. Het voorkomt dat de handcamera van cameraman Vesselin Hristov al te zeer vervalt in een clichématige replica van fixatie op personages à la John Cassavetes of de gebroeders Dardenne. Komandarev gebruikt de lange take wel met wisselend succes.

Posoki

Aan de ene kant leidt het tot intense hoogtepunten, die het menselijke van de personages doortastend vatten. Met name de chauffeur die een verstoorde leraar van de brug af praat boeit in de mengeling van hardheid en begrip dankzij de voortdurende focus op hun expressie. Aan de andere kant schijnt af en toe het kunstmatige karakter van deze realiteit door. Komandarev’s inconsequente toepassing van deze techniek breekt de lange nacht op 

Geloof in goedheid
In de vignetten zit immer een opgekropt geloof in de goede afloop. Zoals een personage in de film opmerkt, zijn de realisten en pessimisten geëmigreerd en blijven de optimisten achter. Ondanks dat niet elke situatie vrolijk eindigt, schijnt deze observatie altijd door. Hoe slecht men het ook heeft, als het er op aan komt, zegeviert de vriendelijkheid. Daar doen de bruuske dialogen niet aan af.

In Posoki zijn wandaden eerder een expressie van systemische wantoestanden dan een defect in karakter. Het maakt het voorlaatste beeld van de hartpatiënt die het ziekenhuis betreedt zo innemend en gepast, dankzij de diepte die vlakke monotonie vervangt. Helaas hameren de scenaristen tot het einde toe door, wat hun beschouwing over het hedendaagse Bulgarije wranger maakt dan het had kunnen zijn.

 

4 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Bloody Marie

***
recensie Bloody Marie

Fata morgana met pit

door Sjoerd van Wijk

Naarmate de vaart er in komt, transformeren de Amsterdamse Wallen van Bloody Marie steeds meer tot een buitenaardse plek waar geen toeristen zijn, maar wel getript wordt. De wereld van Marie is een levensechte fata morgana met pit.

Op papier lijkt Bloody Marie vooral een parade van schematische figuren. Marie Wankelmut (Susanne Wolff, Styx), van wiens fictieve striproman Bloody Marie dit een verfilming zou zijn, is een stripboekenschrijfster die al jaren teert op het succes van haar debuut. Uiteraard heeft ze geen inspiratie meer maar wel flessen wodka. Deze alcoholistische malle tante kan niet anders dan op de Amsterdamse grachten gevonden worden. Woonachtig op de Wallen, steelt ze op een van de vele dronken nachten geld van het naastgelegen bordeel. Dat zet het een en ander aan avontuur in gang, met de te verwachten ongure Oost-Europeaan, onderdrukte jongedames en een enge baas die ad infinitum hoest.

Bloody Marie

Gemoedelijke gemoedstoestanden
Toch weten regisseurs Guido van Driel (De wederopstanding van een klootzak) en Lennert Hillige, zijn vaste cameraman (Retrospekt) die nu zijn regiedebuut maakt, deze opeenstapeling van clichés meer te laten zijn dan de som der delen. Zorgvuldig krijgt de van oorsprong Duitse Marie steeds meer ontwikkeling. De arena van de Amsterdamse grachten vormt welhaast een extensie van haar personage. Het neon van de Wallen versterkt het stripachtige van de film, waarbij het cartooneske er welhaast uit lijkt getrokken. Niet voor niets is Guido van Driel van origine een striptekenaar.

Susanne Wolff komt dankzij haar Duitse karakter zowel naturel Amsterdams tegen het stereotype aan als licht buitenissig over. De altijd vervreemdende Jan Bijvoet (Borgman) geeft als grote fan van haar Oscar Doki hier extra cachet aan, evenals de innemende droombeelden van Marie’s overleden moeder. Zo deint Bloody Marie gemoedelijk verder de gemoedstoestand uitdiepend.

Maar zodra de sjeu er in komt, valt alles op zijn plaats in Marie’s ineenstortende leven. De gemakzucht om de prostitutie neer te zetten als een en al misère met dito cartooneske schurken daargelaten, is Marie’s confrontatie met haar misdaad een waarlijk psychedelisch avontuur. Het is tevens een confrontatie met haarzelf in een wereld die op elk punt haar belevingswereld van tegengas voorziet. Van Driel en Hillige werken kien van flikkerende dolheid naar de spannend uitheemse ontknopingen, met duistere tekeningen uit de fictieve striproman die de bonje verheffen.

Bloody Marie

Buitenaards Amsterdam
Aart Staartjes als behulpzame buurman is als rots in de branding een schot in de roos om het buitenaardse karakter van dit Amsterdam te benadrukken. Een normaliter zo door het toerisme verdorven plek als de Wallen lijkt daarom welhaast een andere wereld. En in Bloody Marie is ondanks het uitgangspunt geen sprake van verleidelijke verheerlijking van de hoofdstad.

De onbedoelde queeste in dit onbekende terrein is voor Marie niet de financiële zekerheid, noch het hervinden van inspiratie. De tedere momenten met haar hond wijzen ook op meer dan eenzaamheid in deze vreemde plek. In een honds loyaliteit zit ook de vergeving, wat pakkend aansluit bij Marie’s vele misstappen. En in vergeving zit verlossing. Zo komen alle elementen van Bloody Marie samen tot een gevatte fata morgana.

 

23 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

The Twilight Saga en het smachten naar intimiteit

The Twilight Saga en het smachten naar intimiteit

door Sjoerd van Wijk

Op Valentijnsdag viert men de liefde middels de aanschaf van chocolaatjes of een bloemetje. Om de romantiek te verhogen is de vaak geridiculiseerde, maar stiekem onderhoudende Twilight Saga wellicht een optie. Ze leert iets over intimiteit in onze samenleving.

Voor altijd. Met deze woorden eindigt de filmreeks The Twilight Saga. Meer dan tien jaar geleden debuteerde deze epische romance tussen een tienermeisje en een 108-jarige vampier in de bioscopen om vervolgens weggehoond te worden door velen die niet tot de doelgroep behoorden. Een decennium later lijkt deze beschimping deels onterecht. The Twilight Saga reflecteert op toevallige wijze vrij adequaat het huidige gebrek aan intimiteit in menselijke interactie dankzij haar gereserveerde obsessie met liefde.

Edward en Bella in een bloemenveld

Verlangende blikken
De boekenreeks van Stephenie Meyer inspireerde kasten vol met fictie voor fans. Buitenbeentje Bella, vampier Edward en weerwolf Jacob staan voortdurend in een gelikt voetlicht. Het sombere woud van Forks, Washington vormt een verwaarloosbare achtergrond voor hun kwijnende staren. De glans van de liefdesdriehoek komt voort uit beelden van verlangende blikken of een serieuze sixpack. Als Bella en Edward in een perfect schitterend paars bloemenveld liggen, is duidelijk dat dit de ultieme escapistische tienermeisjesfantasie is.

Ondanks de openlijk flagrante verering van Bella’s liefdeskandidaten die lijkt op een fetisj, is de onthouding een groot thema van de Twilight Saga. De Cullens hebben het menselijk bloed afgezworen. Hun devotie tot het beteugelen van hun instinct is afgetekend met de macabere witte make-up. De weerwolven dienen ook hun korte lontjes te controleren. En Bella en Edward duiken pas het bed in als ze zijn gehuwd in de welhaast hypnotiserend rommelige soapfantasie van Breaking Dawn: Part 1. Het stoïcijnse verlangen dat wordt ingeperkt door ijzige onthouding is een soort Mormoonse viering van het celibaat (Meyer is dan ook Mormoons).

Naast het stokpaardje van de onthouding heeft het gedroomde escapisme een grote afkeer van geweld. In de onbedoeld hilarische conventionele eindstrijd tussen goed en kwaad onthouden de vijandige Volturi-vampieren zich van het gevecht nadat ze een toekomst vol slachtoffers hebben gezien. Deze bizarre kip-ik-heb-je van Breaking Dawn: Part 2 verhoogt weliswaar de camp-factor, maar dit maakt de mijmering des temeer compleet. Alle passie moet worden ingedamd.

Verlangen en onthouding

Tandeloze dagdroom
Tergend langzaam blijft scenarioschrijfster Melissa Rosenberg doorzagen over de sterk ingetogen verliefdheid tussen Bella en Edward. Met name in New Moon en Eclipse kan het duo niet ontsnappen aan haar voortvarendheid om de romance zo stroperig mogelijk te maken. Dit eeuwige herhalen vijf films lang heeft ongetwijfeld een commercieel motief, maar past tegelijkertijd adequaat bij de begeertes van de doelgroep. The Twilight Saga is bedoeld als een vriendelijke en tandeloze dagdroom voor hen die verlangen naar romantiek en begrip.

Incidenteel is dit een fantasie die reflecteert op het leven in een technische samenleving waarin productiviteit en menselijk verlangen strikt worden gescheiden. Intimiteit gaat ten koste van efficiency. Vriendschap en liefde zijn verbroken in de drang om processen te optimaliseren, op de manier die filosoof Theodor Adorno beschreef voor de vrije tijd. Hyperindividualisme is het resultaat, waarbij mensen als vreemden voor elkaar worden. Een relatie is niet langer een doel an sich, maar een manier om nut voor de homo economicus te verwerven.

Techniek heeft weliswaar de praktische noodzaak van menselijke interactie geëlimineerd, maar gevoelens van verlangen blijven rondspoken in de psyche. Omdat de mogelijkheden begeerte op een gepaste manier na te streven zijn afgesloten ten faveure van dehumaniserende procedures zoals de datingapp, wordt deze drift op pathologische wijze gesublimeerd. De ander wordt een middel tot intimiteit, in plaats van dat de intimiteit voortkomt uit de interactie zelf. Zoals een stalker zijn doelwit ziet. Toevalligerwijs, zoals Edward maandenlang naar de slapende Bella keek.

Het smachten naar intimiteit is niet zomaar een eigenaardigheidje van tieners. Ook tien jaar na dato is The Twilight Saga een epos met een onbedoelde culturele relevantie, omdat er in de huidige maatschappij weinig plaats voor intimiteit lijkt overgebleven.

Dit artikel van onze medewerker verscheen eerder in het Engels.

 

14 februari 2019


ALLE ESSAYS

Doubles Vies

**
recensie Doubles Vies

Veel praten, weinig verbeelding

door Sjoerd van Wijk

De gefortuneerde Parijzenaars van Doubles Vies converseren maar door tijdens hun voor de hand liggende romantische kluchten. Het grote probleem is dat de praatjes elke vorm van verbeelding ontberen.

Léonard Spiegel is een zogenaamd getormenteerde schrijver die er allerhande scharrels op nahoudt. Zijn oeuvre is niet zonder controverse, onder andere doordat de autobiografische elementen omtrent deze scharrels wel heel duidelijk tussen de regels door te lezen zijn. Zijn uitgever Alain, die het ook zwaar te verduren heeft met zijn midlifecrisis inclusief stiekempjes vozen met een jongedame van het kantoor, ziet het nieuwe boek niet zo zitten. Dit is een aanleiding voor een overdaad aan gesprekken tijdens etentjes en dergelijken over de toekomst van boeken publiceren, het internet en de vermoedens van vreemdgaan die hun eega’s hebben. De ironie wilt dat Alains vrouw (Juliette Binoche) weer een affaire heeft met Léonard, waardoor het laatste woord over diens nieuwe boek nog niet is gezegd.

Doubles Vies

Vertelling, geen vertoning
Schrijver-regisseur Olivier Assayas (Clouds of Sils Maria) lijkt het adagium ‘show, don’t tell’ om te keren getuige de niet aflatende stroom dialogen. Blijkbaar is er veel gaande in de samenleving. Dat wordt althans veelvuldig medegedeeld tijdens weer een borrel met culinaire hapjes. De onzekerheid van Alains toekomst door een potentiële overname, of nu e-books of luisterboeken de markt veroveren en de perikelen van een socialistische politicus: de ene persoon vertelt het de andere. Dankzij verdienstelijk acteerwerk komen de onderhuidse spanningen waarom het draait naar voren. Desalniettemin blijft Doubles Vies verzanden in een hoeveelheid informatie die ver van de riante woningen van de personages staan.

Geen geel hesje
Aangezien Frankrijk ondertussen al wekenlang in opstand tegen de Franse politieke elite met oppertechnocraat Macron is, lijkt deze film daarom niet op het goede moment uit te komen. De didactische dialogen daargelaten blijft een zekere zelfvoldaanheid overeind ondanks de komische tint. Dit zijn gefortuneerde stadsmensen met de te verwachten ennui die al zo vaak is behandeld. Het is als een Franstalige Woody Allen zoals Hannah and her Sisters minus de humor. Dit betekent dat de film wat speelt met de verveling, maar dat radicale kritiek op een betekenisloos leven uitblijft. Dat Juliette Binoche knipogend bij naam genoemd wordt, onderstreept de zelfvoldaanheid ten overvloede. Een gilet jaune zal Doubles Vies terecht links laten liggen.

Doubles Vies

Geen avontuur
Zo leeg als het bestaan van haar personages is ook de trukendoos van Assayas. De omlijsting komt neer op beeld en tegenbeeld van pratende mensen. Waar is het avontuur? De fantasie? Het speciale van cinema is hoe direct de ervaring overkomt bij de kijker. Men beleeft het vertoonde op een plaatsvervangende manier. De daarmee gepaard gaande emotionele reactie is hetgeen wat beklijft en doet reflecteren. Film op haar zwakst tracht dikwijls te krampachtig te lenen van andere media. Doubles Vies lijkt hier aan ook schuldig. Het is bij tijd en wijle als een veredeld toneelstuk waar toevallig een handheld camera bij aanwezig was.

Wat een verschil met een regisseur als Michelangelo Antonioni, die met ijzingwekkende precisie personages in hun omgeving wist te laten opgaan en zo de vervreemding te vangen. Dat maakte vergelijkbare liefdesperikelen als in Doubles Vies juist tot iets universeels. Hier blijven de midlifecrises en potentieel kluchtige affaires een ver-van-mij-bedshow. Doubles Vies is ondubbelzinnig oncinematisch.

 

12 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Schweigende Klassenzimmer, Das

*
recensie Das Schweigende Klassenzimmer

Episch verraad

door Sjoerd van Wijk

Das Schweigende Klassenzimmer verraadt zichzelf met valse heroïek. Het Duitse drama verloochent de intrigerende premisse met mondain tienerdrama vol schematische tegenstellingen. En stuurt opzichtig aan op een clichématige catharsis. 

In een tijd waarin scholieren zoals de Zweedse Greta Thunberg in opstand komen tegen de algehele apathie omtrent de klimaatcatastrofe lijkt Das Schweigende Klassenzimmer een welkome blik op tienerrebellie te werpen. Het jaar is 1956 in de DDR en de Sovjet-Unie is in een bloedige strijd verwikkeld tegen Hongaarse opstandelingen. De eindexamenklas in de kleine industriestad Stalinstadt (tegenwoordig Eisenhüttenstadt) besluit onder leiding van de geëngageerde Kurt twee minuten stilte te houden om de gevallenen te herdenken, na illegaal kennis te hebben genomen van de westerse verslaggeving over deze gebeurtenis. 

Das Schweigende Klassenzimmer

Schematische strijd
Maar wat begint als democratisch gekozen ludieke geste blijkt al snel bloedserieus te worden genomen door tal van autoriteiten. De schoolmeester foetert en de schooldistrictsleider is duivels manipulatief. De leerlingen probeerden weg te komen met een leugentje dat ze stil waren wegens het vermeende overlijden van voetballer Puskás. Dit is een zwart-wit strijd tussen idealisme en grote boze mensen die dat niet kunnen waarderen. Dat de kwade ouders zelf ook skeletten in de kast hebben zo vlak na de Tweede Wereldoorlog leidt tot verontwaardiging over hypocrisie. 

Het grote conflict tussen idealisme over de Hongaarse opstand versus het pragmatisme om het schooldiploma te behalen via verraad is op deze manier een wedstrijd waar de uitslag al van bekend is. De snijdende spanning in het klaslokaal is zo onecht en een tragische schooldirecteur, die ook niet op deze afgang zat te wachten, is een ondergeschoven kindje in het verhaal. Schrijver/regisseur Lars Kraume (Der Staat gegen Fritz Bauer, 2015) kiest voor de meest triviale tienerproblemen om reuring in de klas te veroorzaken. Als ieders toekomst op het spel staat, lijkt een ordinaire driehoeksverhouding niet het eerste om mee bezig te zijn. 

Sierlijk gestuurd
Al deze karikaturale tegenstellingen dienen dan ook het doel van valse ontroering. Sierlijk bewegen Kurt, nonchalante boezemvriend Theo en diens idealistische vriendin Lena zich voort in Stalinstadt terwijl de muziek eraan herinnert dat hun stilte een epische vorm van rebellie is. Dat buiten hen alleen de fragiele Erik en pientere Paul nog aandacht krijgen, geeft de actie een gezicht. Maar met deze individualisering van de problematiek blijft het onbekend hoe alle overige klasgenoten er over denken. 

Deze personages lijken bovendien meer een spil in het plot dan dat zij deze voortstuwen. Het is vanaf moment een al duidelijk dat de overtuigde communist Erik een onzekerheid is, die de grote boze mensen gemakkelijk kunnen breken. Dat Kurt hierdoor de zware keuze zich op te offeren voor de klas uit de weg kan gaan, lijkt Kraume niet als wrang op te vatten maar als een reden hem als rechtschapen te verheerlijken. 

Das Schweigende Klassenzimmer

Nepheldendom
Het stuurt allemaal aan op het groots opgezette moment van de waarheid. Maar de oppervlakkige catharsis valt niet anders te bestempelen dan als hoogverraad. De stilte blijkt puur heldendom waar niets op af te dingen valt, dankzij een tenenkrommend “I’m Spartacus”-moment. In plaats van de vrolijke anarchie van Zéro de Conduite (1933), die tienerrebellie opzwepend wist te vatten, gaat Das Schweigende Klassenzimmer voor nepsentiment van betweterige opoffering. Het is een vals heldendom vol pompeuze vroomheid. 

De collectieve vlucht naar het westen, waarvoor Theo een onbegrijpelijke honderdtachtig graden draai in karakter maakt, is daarom een verder verraad. Aangezien de film op een waargebeurd verhaal is gebaseerd (zoals opgeschreven in gelijknamige boek van Dietrich Garstka), is dit historisch accuraat. Maar het gemak wat uitstraalt van een trein vol lachende scholieren is als een trap na als zij even daarvoor hun toekomst uit overtuiging vergooiden. Greta Thunberg kan hier niets van leren. Het is daarom beter om over Das Schweigende Klassenzimmer te zwijgen.

 

11 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Top 5 en miskleun 2018

Deel 2: Sjoerd van Wijk
Top 5 en miskleun van 2018

L'Atelier

Zeven recensenten van InDeBioscoop bespreken hun vijf favoriete films die dit jaar in Nederland in première gingen. Traditioneel kiest iedereen ook de Miskleun van het Jaar én een film die een bioscooprelease had verdiend. Tot en met Oudjaarsdag lees je hier elke dag een persoonlijke terugblik op het filmjaar 2018.

Sjoerd van Wijk door Sjoerd van Wijk

Het jaar 2018 is het jaar van urgentie. Terwijl het nieuws gedomineerd werd door een zekere twittergebruiker uit de Verenigde Staten bracht de IPCC een onheilspellend rapport over de klimaatcatastrofe uit. 2018 is namelijk het jaar dat deze catastrofe voelbaar werd met onder andere recorddroogtes. En de gele hesjes tonen een diepe onvrede met het huidige economische beleid.

Dit jaar ontbreekt in de filmkunst een echt meesterwerk, omdat maar weinig films de uitdaging aankonden de onrust in beelden te vatten. Klimaat catastrofe kwam er bekaaid van af met First Reformed, waar Ethan Hawke een christelijke variant van Ted Kaczynski speelt. De film vervalt in fatalisme. En Isle of Dogs is ondanks de optimistische insteek te steriele navelstaarderij zonder Wes Andersons warmte. Toch staken er een aantal films bovenuit. Hier zijn vijf urgente films voor urgente tijden.

 

5. – NAO ‘T ZUUJE

Op het eerste gezicht is Nao ‘t Zuuje een eenvoudige documentaire over het Venlose carnaval. Maar cameraman en regisseur Rob Hodselmans raakt de gevoelige snaar. De nostalgische roes van Nao ‘t Zuuje vervat de sfeer van saamhorigheid van dit jaarlijkse hoogtepunt. De pakkende verhalen van onvervalste Venlonaren verwarmen het hart. Kon men deze sfeer maar vasthouden buiten die vier magische dagen om.

 

4. – SHOPLIFTERS

Een ode aan de buitenbeentjes van de samenleving. Een samenraapsel leden van het lompenproletariaat laten de kracht van familie zien. Door hun ontroerende samenzijn, door indringend voyeurisme in beeld gebracht, komt de vraag naar boven of niet eerder de repressieve Japanse samenleving het buitenbeentje is.

 

3. – LADY BIRD

Het veelbelovende regiedebuut van actrice Greta Gerwig imponeert met voelbare authenticiteit. In een film die sociale misstanden een eerlijke plaats geeft, schittert Saoirse Ronan als de eigenzinnige tiener Christine “Lady Bird” McPherson. Het emotioneel levensechte verhaal transformeert de specifieke opgroeiproblematiek tot iets universeels. Dichtbij de wortels maar toch overstijgend, zoals in het rake einde.

 

2. – NOVEMBER

November is het cinematische equivalent van een Burzum-albumhoes. Een wereld waar plattelanders hun schouders ophalen bij alle bovennatuurlijke verschijnselen en er zelfs een slaatje uit proberen te slaan. Maar de omgeving is niet alleen omgeven door animistische mystiek die ontzagwekkend is in haar ruigheid. Het heidendom is hier ook humoristisch, waarbij iedereen van zijn voetstuk af duvelt. In deze zeg-wat-je-denkt-tijden waar de mythe terugkeert, is deze heidense ontwaking een welkom alternatief.

 

1. – L’ATELIER

Een schot in de roos in het doorgronden van onbehagen. Regisseur Laurent Cantet weet met co-scenarist Robin Campillo een complexe jongen dwepend met fascisme neer te zetten die fascineert, mede dankzij Matthieu Lucci’s acteerprestatie. De empathische benadering, waarbij L’Atelier niemand afserveert, blijft haar personages trouw en zindert daardoor van spanning. De belangrijkste film van het jaar die tot nadenken stemt hoe de dialoog aan te gaan. Het indringende portret motiveert door de aandoenlijke epiloog, die lijkt te zeggen dat alles goed kan komen.

 

Call Me By Your Name

Miskleun van 2018:

CALL ME BY YOUR NAME

Elitair escapisme wat de zomervakantie kleingeestig tot fetisj verheft. Achter de oppervlakkige liefdesfantasie tussen puber Elio en de volwassenen Oliver gaat een grote leegheid schuil. Enige vorm van conflict is ingewisseld voor curieuze adoratie van Timothee Chalamet en Arnie Hammer, zonder kanttekeningen bij de psychologische machtspositie van laatstgenoemde. De overdreven kosmopolitische ouders druipen van onoprechtheid. Hierdoor gaat de film vragen over sociale klasse uit de weg. Call Me By Your Name lijkt brandschoon, maar is diep van binnen verrot en vulgair.

 

Gemist in de bioscoop:

VUELVEN (TIGERS ARE NOT AFRAID)

Dit Mexicaanse sprookje deed alleen een zegetocht op festivals en won in Nederland op het Imagine Film Festival de juryprijs. Regisseuse Issa López, die normaliter komedies aflevert, had met deze griezelige fabel over de verschrikkingen van de drugsoorlog ook releases buiten eigen land verdiend. Kinderlijke fantasie en de wrede realiteit vermengen zich tot een angstaanjagend geheel. Maar ondanks de misère is er veel om naar uit te kijken, van de innemende interacties tussen de kinderen tot de rooskleurige coda die vertrouwen inboezemt.
 
26 december 2018 

 

Deel 1: Cor Oliemeulen
Deel 3: Yordan Coban
Deel 4: Alfred Bos
Deel 5: Ralph Evers
Deel 6: Bob van der Sterre
Deel 7 (slot): Tim Bouwhuis

David Lynch’s nostalgietrip

The Straight Story
David Lynch’s nostalgietrip

door Sjoerd van Wijk

Omhoog kijken naar de sterren, net als vroeger. Dat is Alvin Straights doel als hij op zijn oude grasmaaier stapt om nog eenmaal zijn broer te bezoeken. Zijn tocht in The Straight Story raakt de harten van innemende zonderlingen onderweg. En het toont indirect het nostalgische hart van regisseur David Lynch.

Sinds vorige week is er een expositie over zijn werk in het Bonnefantenmuseum te Maastricht. Waar iedereen het vooral zal hebben over films als Eraserhead of Mulholland Drive, is het juist in The Straight Story (1999) waar de regisseur wellicht op zijn eerlijkst is.

The Straight Story

De nachtmerries zijn verdwenen
Ogenschijnlijk is dit ondergewaardeerde werk een Disney-versie van zijn beleving. Daadwerkelijk door deze maatschappij geproduceerd, zijn de nachtmerries verdwenen uit zijn droomwereld. Maar stilistisch is het nog steeds onmiskenbaar de regie van zijn hand. Nog steeds zijn er de associatieve beelden die soepel in elkaar overlopen, van eindeloze graanvelden naar Alvin op de grasmaaier genietend van de zon. Waar normaliter het flikkerende licht een omineuze voorbode is, accentueert het hier de angsten van Alvin (Richard Farnsworth) en dochter Rose (Sissy Spacek). Doordat de griezelige angel ontbreekt, is The Straight Story een magisch-realistisch epos over ouderdom in plaats van een surrealistisch spel met de donkere kant van de mensheid.

Zoals met al Lynch zijn betere werk, heeft hij niet alleen aan de schrijftafel gezeten. Scenaristen Mary Sweeney en John Roach weten de voor hem gebruikelijke sfeer om te buigen van waan naar ideaal. De licht eigenaardige typetjes lijken zo uit Twin Peaks (1990) weggelopen te zijn. De subtiele tik van de molen werkt puur humoristisch en daarmee ook hartverwarmend. Een vreemde tweeling met markant stereotype werkkleding gaat domweg mee met Alvins afdingen. Onderweg raakt een dame theatraal overstuur door het aanrijden van een hert, wellicht het duisterste wat The Straight Story te bieden heeft. Er is zelfs een kleine rol voor Twin Peaks-acteur Everett McGill die de vergelijking met deze serie alleen maar versterkt.

The Straight Story

Het werkt allemaal charmerend met Lynch’s ingetogen opnames waar de focus niet alleen op Alvin, maar ook op zijn omgeving lijkt te liggen. De kleine dorpjes zijn ditmaal geen façade waarachter duisternis heerst. Zo herbergt het gelijknamige plaatsje in Twin Peaks tal van gruwelijke geheimen. Personages lopen rond in een kitscherige wereld, die door het kunstmatig theatrale karakter snel omslaat in een unheimisch gevoel. Het is niet alleen rozengeur en maneschijn in deze soap, want het vervreemdende heeft ook beklemmende effecten. Lynch lijkt te zeggen dat aan het oppervlak het artificiële misschien gelukzalig is, maar dat het ons losmaakt van onszelf. Van het perfecte witte hek met rozen in Blue Velvet gaat het bergafwaarts naar het naargeestige sadisme van schurk Frank.

Warm humanisme
De Amerikaanse suburb blijkt niet de Amerikaanse droom. In The Straight Story, een Twin Peaks in de Amerikaanse graanschuur, zijn er echter geen geheimen. Inwoners van het idyllische platteland delen liever hun beslommeringen met Alvin. Lynch’s finesse met onheilspellende geluiden werkt hier ontroerend als een veteraan oorlogsherinneringen ophaalt. Het obstakel op zijn reis is eerder de krakkemikkige technologie waar Alvin koppig aan vasthoudt. De ontdekkingen zijn hier de mensen die hij tegenkomt, met al hun eigenaardigheden en verhalen. Langzaam ontvouwt zich het verhaal over eenzaamheid en ouderdom. De kracht van familie drijft naar boven. Normaliter neigt Lynch naar donkere misantropie, maar hier juist naar warm humanisme.

The Straight Story

Daardoor toont The Straight Story dat David Lynch eigenlijk een nostalgische kijk op Amerika heeft. Niet voor niets droomde de hoofdpersoon van Lost Highway als ontsnapping aan zijn zonden weg naar een veilig jaren vijftig met mooie auto’s en lieflijke dames. En heeft Lynch in het verleden zijn waardering voor Ronald Reagan uitgesproken. De zonovergoten graanvelden van Iowa, waar steevast een truck oogst, zijn van een sentimentele fraaiheid. Alvins langzame grasmaaier is hier het mooie middel van vervoer, terwijl auto’s langs hem heen razen. Het weerzien na tien jaar met broer Lyle is voor Lynch’s doen prachtig ondergespeeld. De sterrenhemel betovert met een buitengewone ballad van Angelo Badalementi’s typerende hand.

Er spreekt een verlangen uit naar een rustiger tijd, waar mensen vriendelijk met elkaar omgaan en van de kleine dingen genieten. Lynch lijkt niet zozeer kritisch op een ouderwetse Amerikaanse levensstijl die waarschijnlijk nooit zo heeft bestaan. Net als Dale Cooper in Twin Peaks bezwijkt voor de kersentaart, zo lijkt Lynch in The Straight Story te mijmeren over simpele deugden en geneugten. Iets wat alleen verborgen blijft in zijn andere werken. Zo doet The Straight Story zijn titel eer aan. Rechtdoorzee, terug naar vroeger.

 

8 december 2018


ALLE ESSAYS

Good Manners

**
recensie Good Manners

Futloze fabel

door Sjoerd van Wijk

Het rommelige sprookje Good Manners propageert levenloos strijdlust in plaats van verzoening. Futloos zet het een bovennatuurlijke allegorie op die aansluit bij het huidige Braziliaanse politieke klimaat, waar de nieuwe president Jair Bolsonaro minachting voor mens en milieu uitstraalt.

Het is daarmee wel een tijdige film, die aangeeft wat een ieder die afwijkt van de destructieve norm te doen staat de komende tijd. De verschillen tussen Clara en de zwangere Ana kunnen niet groter zijn. Clara is een kinderoppas zonder opleiding en een lesbienne van Afrikaanse afkomst. Ana een verwende dame uit een welvarende familie, die door de dubieuze omstandigheden van haar zwangerschap er alleen voor staat. Er ontwikkelt zich al snel een hechte band tussen de twee, maar er lijkt iets mis met de baby. Goed, bovennatuurlijk mis. Clara’s leven neemt dan ook een onverwachte wending in dit tweeluik.

Good Manners

Afwijkende zwangerschap
Regisseurs Marco Dutra en Juliana Rojas (die vaker hebben samengewerkt) nemen uitgebreid de tijd om alle puzzelstukken op hun plaats te laten vallen. São Paolo is hier op de achtergrond een feeërieke metropolis, die geen massale drukte maar serene mystiek uitstraalt. In het claustrofobische appartement ontwikkelen de twee ondanks de tegenstellingen een aparte verstandhouding met elkaar. Het desolate maakt echter gaandeweg plaats voor het lethargische. De lichte griezel van Ana’s afwijkende zwangerschap staat snel vast, maar Dutra en Rojas blijven lang dwepen met de relatie, die overtuigingskracht mist doordat Isabél Zuna als Clara weinig passie uitstraalt.

Zij weet pas te overtuigen in het tweede deel, als de aard van de baby duidelijk is en het vreemde de wereld betreedt. Met het groeien van haar kapsel en haar unheimische adoptiezoontje Joel komt er meer vuur in haar. Het al eerder weinig subtiele motief van vlees of groente wat de pot schaft, legt er extra dik bovenop dat afwijken van de status quo het leven zelf is, met alle risico’s van dien. Clara’s pogingen Joels ware karakter te verbergen, voelen wel oprecht aan.

Dat Joel met ouder worden ook eigenwijzer bij de anderen wil horen, leidt tot de verwachte bonje, maar het lijzige tempo is hier adequaat. Good Manners verzandt echter continu in uitstapjes van bodyhorror tot musical. De eclectische mix van stijlen kent een lusteloze behandeling met stoïcijnse opnames, die gegeven het spannende materiaal niet voor de hand ligt. De druk loopt op, terwijl São Paolo immer vreedzaam doet denken dat het toverachtige in elke hoek te vinden is. 

Good Manners

Barbaarsheid tegenover domesticatie
Het barbaarse andere, wat vlees verslindt en huilt naar de volle maan, komt hiermee tegenover domesticatie te staan. Niet toevallig bevindt Clara zich in een christelijke goegemeente, een gemeenschap die de autocratische Jair Bolsonaro steunde in de Braziliaanse presidentsverkiezingen.  In het echt is het hij die anderen wil verslinden, zoals de inheemse bevolking in de Amazone. Good Manners blijkt dus een ironische titel en komt daarmee op voor de achtergestelden. In de verwachte ontknoping komt de strijdlust naar voren, als Clara en Joel hechter dan ooit tevoren worden.

Het doet in de verte denken aan het Mexicaanse Tigers Are Not Afraid, dat ook via een kind met bovennatuurlijke gaven de strijd met sociale misstanden aangaat. Daar is het sprookjesachtige echter vernuftiger verbonden met de omringende wereld, wat de emotionele binding ten goede komt. Tevens is daar ruimte voor verzoening, die alle narigheid doet vergeven en vergeten. Good Manners gaat voor de confrontatie in plaats van een beroep op christelijke naastenliefde te doen. Het is sociale kritiek, maar laat in haar apathische behandeling kansen op compassie liggen.

 

3 november 2018

 

ALLE RECENSIES

House With A Clock In Its Walls, The

***

recensie The House With A Clock In Its Walls

Doorsnee avontuur met durf

door Sjoerd van Wijk

Met gedurfde elementen biedt The House With A Clock In Its Walls meer dan een doorsnee familieavontuur. Toveren is hier meer dan verwondering, het is ook een beetje eng. Maar de aimabele personages zitten toch vast aan een standaardstramien in deze spookhuisattractie.

Lewis (Owen Vaccaro) trekt in bij zijn vreemde oom Jonathan (Jack Black) omdat zijn ouders zijn overleden. Jonathans huis is zo mogelijk nog vreemder, want er schuilen mysterieuze magische krachten in elke hoek. Al snel hoort Lewis een grote klok tikken in de muren. Geheimzinnige buurvrouw Zimmerman (Cate Blanchett) is ook vaak over de vloer. De twee volwassenen lijken op zoek te zijn naar de plek van deze klok, want er zijn duistere krachten met snode plannen in het spel. Uiteraard weten ze hun activiteiten niet lang voor Lewis te verbergen en wordt hij meegenomen in de wereld van magie. Samen proberen de drie de duistere krachten van de oude eigenaar Isaac Izard (Kyle MacLachlan) te stoppen. Ondertussen moet Lewis zich aanpassen aan de nieuwe school en leren omgaan met zijn verlies. 

The House With A Clock In Its Walls

Elegante betovering
Het mysterieuze huis vormt een statig decor voor de goedgebekte personages. Ondanks dat de acteurs niet uitblinken in hun spel, zijn ze allen perfect geschikt voor hun rol. Owen Vaccaro is veelbelovend als het ingetogen jongetje met onverwachte kracht. Samen met Jack Black in zijn welbekende typetje als goedgemutste excentriekeling vormt hij het hart van de film. Blanchett als strenge dame met air van mysterie en MacLachlan als innemend kwaad genie completeren het ensemble. Ze brengen de magie tot leven.

Dit is mede dankzij de elegantie waarmee het huis een eigen personage lijkt te vormen. Het zit vol merkwaardigheden, al dan niet in leven, zoals een zich als hond gedragende stoel of een glas-in-loodraam dat continu iets anders toont. Alles in een warme zweem van een lang vervlogen jaren vijftig die er nooit waren, door de toevoeging van soms subtiel anachronistisch aandoende curiosa. Zo wordt bijvoorbeeld de muffe kelder vol mechanische poppen lichtelijk unheimisch. 

Duistere durf
Ondanks dat The House With A Clock On Its Walls een familiefilm is, betekent het niet dat de personages niks lugubers overkomt. Scenarist Eric Kripke (maker van Supernatural) vult het scenario, gebaseerd op het gelijknamige boek van John Bellairs, met duistere fantasieën. Zo staat de film met een been in de dageraad en het andere in de nacht. Zaken als necromantie of deals met demonen brengen de spanning in deze magische spookhuisattractie. Ondanks dat Kripke durf toont, blijft hij juist teveel bij voorspelbare ontwikkelingen waar je de klok op gelijk kan zetten.

Zo werkt de film uiteindelijk toe naar een cartooneske ontknoping van de goeden versus de slechterik die komt na een race tegen de tijd. Daarnaast worden de geheimen van het huis te snel prijsgegeven, terwijl het langzaam ontdekken van de wondere wereld van magie juist de innemende momenten oplevert. 

The House With A Clock In Its Walls

Plastische attractie
Het is niet alleen Kripke die durf toont. De keuze om deze familiefilm te geven aan een horrorregisseur als Eli Roth is een ingenieuze zet. Roth, bekend van exploitatiehorror zoals Hostel, toont zelf uiteraard ook durf door iets buiten zijn gebruikelijke oeuvre te regisseren. Of hij de aangewezen persoon was om het avontuur niet alleen spannend maar ook griezelig te maken, is echter de vraag. Waar de wereld van magie er een van verwondering is, die van de omgeving een plek met onvermoede krachten maakt, lijkt deze voor Roth te veel een kermisattractie. Subtiel griezelige scènes gaan snel ten onder in plastische vertoning van wat er precies eng is, in plaats van dit aan de verbeelding over te laten.

Daardoor leveren bijvoorbeeld de levende Halloween-pompoenen eerder kolderiek hakwerk op dan de noodzakelijke angst voor het onbekende. Het is tevens niet het goede moment om Jack Black oneliners te laten maken. Daarom smaakt The House With A Clock In Its Walls naar meer, want er ligt onder de directe regiestijl en beproefde scenarioformules een spannend avontuur begraven.
 

25 september 2018

 
MEER RECENSIES