Korte films: 2017, 2018 en 2020

IFFR Unleashed – Korte films: 2017, 2018 en 2020
Politieke shorts met experimentele vorm

door Michel Rensen

Net als tijdens het festival besteedt IFFR ook tijdens haar online viering van het 50-jarig bestaan aandacht aan korte films. In dit tweede deel van een tweeluik bespreken we drie politiek geëngageerde films die met de vorm experimenteren.

 

Rubber Coated Steel

2017 – Rubber Coated Steel
Nog nooit zijn grafieken zo indringend in beeld gebracht als in Lawrence Abu Hamdans Rubber Coated Steel. De film is geconstrueerd rond een transcript van het proces van de moord op twee Palestijnse tieners door Israëlische soldaten bij protesten in mei 2014. Het geluid van de kogels die opgenomen zijn tijdens het conflict vormt het enige bewijs dat de Israëlische soldaten doelgericht met dodelijke kogels geschoten hebben.

Rubber Coated Steel verkent dit proces, dat zich volledig ontvouwt rond een onderzoek naar de verschillende geluiden die kogels maken, in volledige stilte. Volledig gefilmd in een schietbaan, waar de doelwitten vervangen zijn door de bewijsmaterialen voor de rechtszaak. Beginnend met foto’s, maar snel afgewisseld met grafieken die de geluidspatronen van verschillende kogels laten zien. Tegelijkertijd is het transcript van de rechtszaak te lezen.

Je hoort enkel het piepende geluid van de bewegende doelwitten, maar je verwacht steeds dat het geluid van de schoten ook te horen zal zijn. De keuze voor deze stilte houdt je als kijker op het puntje van de stoel, maar legt ook de nadruk op hoe Palestijnse slachtoffers van het Israëlisch kolonialisme letterlijk en figuurlijk het zwijgen wordt opgelegd.

 

A passagem do cometa

2018 – A passagem do cometa
Een inkijkje in een illegale abortuskliniek in Brazilië in de jaren 80. We maken kennis met een jonge vrouw die een abortus zal ondergaan. Het klinische proces wordt met zeer strakke cameravoering vastgelegd en ook de uitleg van de dokter is zeer gedetailleerd. Maar onder de oppervlakte schuilt iets onheilspellend.

De narcose brengt plotseling een nieuw film tot leven, schijnbaar versterkt door de passerende komeet in de titel. Een deels geanimeerde, experimentele trip wordt vergezeld door Braziliaanse muziek uit de 80s. Dat is dan ook vrijwel de enige tekening van de historiciteit van het verhaal. De film biedt een tijdloos portret van een plaats die buiten de samenleving lijkt te staan. Een wereld op zichzelf. Op subtiele wijze poogt de film zo een kritische noot te plaatsen bij het gebrek aan vooruitgang rond abortuswetgeving in Brazilië.

 

Wong Ping’s Fables 2

2020 – Wong Ping’s Fables 2
Wie bekend is met het werk van Wong Ping weet dat hij op de meest ingenieuze wijze met een zeer absurdistische vorm van animatie de Hongkongse maatschappij de maat neemt. In Wong Ping’s Fables 2 vertelt hij twee sterk antikapitalistische fabels. In het eerste stuk is de hoofdrol weggelegd voor een voormalig activistische, vegetarische koe die per ongeluk de rijkste ‘persoon’ ter wereld wordt voor hij eenzaam sterft. In het tweede deel moet een Siamese konijnendrieling het alleen oplossen nadat hun ouders onder dwang van het kapitalisme gedwongen worden hun leven te offeren voor hun kinderen.

Wong Pings animatiestijl is moeilijk te beschrijven. Het heeft iets weg van flash-games van het vroege internettijdperk, inclusief de irritante geluidjes, maar heeft ook zonder twijfel een modern en geraffineerd tintje. Zoals de titel al impliceert, zitten de ‘fabels’ vol fantasierijke analogieën om sociaal-maatschappelijke kwesties aan de kaak te stellen. Met een sneltreinvaart dendert Wong Ping’s Fables door het verhaal, waardoor het vaak lastig is zowel de visuele rijkdom als het complexe verhaal tegelijk te volgen. Deze keuze past echter perfect bij zijn kritiek op het kapitalistisch systeem waarin genoeg nooit genoeg is, maar alles altijd méér en groter moet worden.

Deze films zijn bij het jarige IFFR online te zien tot en met 16 juni 2021.

3 mei 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Something Must Break

****
IFFR Unleashed – 2014: Something Must Break
Weg met hokjesdenken

door Michel Rensen

Terwijl Ellie op zoek is haar eigen identiteit te ontdekken, wordt ze op slag verliefd op Andreas. Kan de relatie standhouden, terwijl ze zichzelf nog niet kent? En kan iemand überhaupt van haar houden?

De opening van het Tiger Award winnende Something Must Break van de Zweedse regisseur Ester Martin Bergsmark doet vermoeden dat het een doorsnee coming-of-agefilm is met een feestende, rebelse jonge vrouw met geverfd rood-zwart haar en een neuspiercing. De film blijkt al snel een andere invalshoek te hebben als haar huisgenoot met de naam Sebastian verwijst naar het hoofdpersonage, gespeeld door transgenderactrice Saga Becker.

Something Must Break

Lustobject
Het ongemak van deze adressering is van haar gezicht af te lezen. “Ik wil Ellie zijn”, zucht ze even later in eenzame stilte. Een verlangen dat ze nog niet naar anderen durft uit te spreken. De zoektocht naar haar eigen (gender)identiteit is pas in de beginfase, hoewel de afkeer tegen ‘Sebastian’ groeit. Die afkeer tegen zichzelf uit zich niet alleen in haar onzekerheid, maar ook in masochistische seksuele fantasieën en (zelf)destructief gedrag. Als ze controle over de situatie verliest, slaat ze om zich heen of trekt ze zich terug in anonieme seksuele escapades met mannen die haar als niets meer dan een lustobject zien.

Na een transfobe aanvaring in een toilet, ontmoet ze Andreas (Iggy Malmborg), haar redder in nood. De vonk slaat meteen over, maar de relatie tussen de twee blijkt moeizamer te verlopen dan Ellie hoopt. Andreas’ angst voor hoe de buitenwereld tegen hem aankijkt en Ellies eigen destructieve karakter gooien telkens roet in het eten. Een continue afwisseling van aantrekking en afstoting volgt, waarin intieme seksscènes opgevolgd worden door slaande ruzies en obsessieve stalking. Schoonheid en walging liggen steeds dicht bij elkaar.

Liefdevol portret
De film schittert het sterkst wanneer de camera op Becker gefocust is. Haar subtiele acteerwerk maakt een eeuwig gevoel van dwaling invoelbaar, alsof haar personage nergens echt op haar plaats is. Something Must Break laat die onzekerheid zien, maar gaat er slechts beperkt in mee. Hoewel Ellie sterk twijfelt of ze wel écht gezien en geliefd kan worden, laat de camera er geen twijfel over en de film brengt haar op een intieme en liefdevolle manier in beeld. De film lijkt Ellie al te kennen voor ze zichzelf kent.

Something Must Break

Kan Ellies zoektocht naar haar identiteit wel verenigd worden met de ontvlammende liefde? Het lijkt onverenigbaar en leidt steeds weer tot conflict. Andreas voelt zich vooral in het openbaar zeer ongemakkelijk met Ellies androgyne voorkomen. Hokjesdenken compliceert de relatie als Andreas na hun eerste intieme moment abrupt stelt dat hij niet homoseksueel is en Ellie alleen achterlaat. Zijn angst voor de blik van anderen blijkt telkens sterker dan zijn aantrekkingskracht tot Ellie. Haar eigen onzekerheid over haar identiteit maakt het voor de twee nog lastiger.

Enige weg naar vrijheid
Als Ellie haar wens om als Ellie door het leven te gaan aan Andreas vertelt, lijkt hij in eerste instantie haar nieuwe identiteit te omarmen, maar ook hier zitten haken en ogen aan. Binnen Andreas’ heteronormatieve wereld moet elke vorm van ambiguïteit immers verholpen worden.

Andreas liefde is afhankelijk van hoe vrouwelijk ze is, en binnen een heteronormatieve seksuele relaties spelen de geslachtsdelen daarin om de een of andere reden altijd een prominente rol. Gelukkig wordt het Ellie duidelijk dat zijn tere heteroseksuele ziel niet in staat is om haar te accepteren voor wie ze is. De enige weg naar vrijheid is door los te raken uit zijn obsessieve pogingen om haar binnen zijn beperkte kaders te begrijpen, weg van alle hokjes.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

26 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Korte films: 1993, 1999 en 2011

IFFR Unleashed – Korte films: 1993, 1999 en 2011
Portretten van een plaats

door Michel Rensen

Net als tijdens het festival besteedt IFFR ook tijdens haar online viering van het 50-jarig bestaan aandacht aan korte films. In dit eerste deel van een tweeluik bespreken we drie films waarin de locatie een belangrijk narratief element is.

 

Dichter bij de zee

1993 – Dichter bij de zee
Geschel van de meeuwen is alom aanwezig. In de schaduw van de hoogovens bij IJmuiden rijst elke zomer een klein dorp van houten vakantiehuisjes uit het zand. Dichter bij de zee schetst een portret van een vergane gemeenschap zonder een mens in beeld te tonen. Beelden van het strand en de zee worden afgewisseld met observerende beelden van de zomerhuisjes. Het eind van het vakantieseizoen nadert, de ramen worden afgedekt en de vakantiehuisjes afgebroken.

Via een voice-over horen we interviews met de tijdelijke bewoners van het ‘dorp’. De jaarlijks terugkerende vakantiegangers hebben een diepe band met zowel de zee als het tijdelijke dorp. Het bestaan van het dorp zoals het is staat echter onder druk met de nieuwbouw van grote hotels. Niet alleen wordt het dorp verplaatst om ruimte te maken voor de hotels, ook klagen de bewoners dat hun vakantiegevoel verstoord zal worden door de “consumptiezwijndieren” die naar de hotels trekken.

De melancholische toon van de film impliceert dat het einde van het vakantieseizoen wellicht een definitiever eind is dan men zou willen. Bijna twintig jaar na dato voelt de film dan ook aan als een portret van vervlogen tijden, een herinnering aan die jeugdvakantie die je nooit meer zult herbeleven.

 

La petite vendeuse de soleil

1999 La petite vendeuse de soleil
Regisseur Djibril Diop Mambéty (Touki Bouki) schetst in La petite vendeuse de soleil een portret van Dakar via een groep jongens die op straat kranten verkoopt. Sili, een arm, jong meisje op krukken dat met haar blinde grootmoeder woont, besluit dat zij net als de jongens kranten kan verkopen, want “what a boy does, a girl can do too”. En ze heeft het geld nodig om voor haar grootmoeder te zorgen.

La petite vendeuse de soleil volgt dit volhardende en eigenwijze personage in haar strijd met alle obstakels die op haar pad komen. De film legt via haar worsteling de armoede, vrouwenhaat en afkeer tegen gehandicapten bloot die in het moderniserende Dakar geen plek vindt. Uit noodzaak ontstaat onder de armen een concurrentie om dat beetje geld dat er is toe te eigenen. Tijdens de film maken we kennis met een breed scala aan personages die uitgesloten worden van de toenemende welvaart in Dakar. Met mededogen en het vechten tegen de regels weet Sili steeds weer overeind te krabbelen.

Deze korte film ging pas na het overlijden van Diop Mambéty in première in Rotterdam en was na Le Franc (1994) het tweede deel van de onafgemaakte trilogie genaamd Tales of Ordinary People.

 

Tokyo - Ebisu

2011 – Tokyo – Ebisu
In Tokyo – Ebisu filmt Tomonari Nishikawa perrons van een van de drukste metrolijnen in Tokyo. Als een soort puzzel legt hij shots van verschillende tijden van de dag over elkaar. Nishikawa gebruikt een rooster om steeds delen van de 16mm-film te bedekken en zo creëert hij een gefragmenteerd beeld waarin delen van het beeld over elkaar heen gefilmd worden. Mensen en metrostellen verschijnen uit het niets en verdwijnen een stukje verderop. Ook zijn slechts delen van mensen te zien, soms tegelijkertijd enkel hun hoofd en voeten, terwijl op de plek van hun lichaam enkel een leeg perron te zien is.

Het geheel krijgt een bijna spookachtige sfeer, waarin mensen tegelijkertijd wel en niet aanwezig zijn. Het perron is zowel druk als uitgestorven en tussen de aankomst en het vertrek van de metro is geen onderscheid meer te maken. De rust én drukte op de stations wordt gelijktijdig in beeld gebracht, terwijl op de geluidstrack de geluiden van de stationsdrukte versterkt worden met het tikken van de klok. Tokyo – Ebisu creëert op experimentele wijze een indrukwekkend portret van de gelijknamige metrolijn.

Deze films zijn bij het jarige IFFR online te zien.

18 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Mysterious Object at Noon

****
IFFR Unleashed – 2000: Mysterious Object at Noon
Collectieve verbeelding

door Michel Rensen

Veel kenmerken uit zijn latere werk zijn al terug te vinden in de eerste lange film van Apichatpong Weerasethakul. In een roadmovie door Thailand verkent hij de grenzen tussen documentaire en fictie terwijl een verhaal door zijn personages wordt doorverteld en getransformeerd.

Tien jaar voor Apichatpong Weerasethakul met Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives in 2010 de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes won, maakte hij zijn speelfilmdebuut met Mysterious Object at Noon op het IFFR in 2000. Met ondersteuning van het Hubert Bals Fonds herkende IFFR al vroeg het talent van de nu gerenommeerde filmmaker. Herkenbare thematiek uit zijn films is ook in Mysterious Objects at Noon al te vinden: het vermengen van realiteit en fictie, het hervertellen van verhalen zoals ook in Syndromes and a Century gebeurt, en ook de meanderende narratieve structuur die zich niet gemakkelijk laat grijpen.

Mysterious Object at Noon

Kettingverhaal
Op het eerste gezicht lijkt Mysterious Object at Noon af te wijken van zijn latere werk. Geschoten op 16mm in zwart-wit voelt de film aan als een lowbudget-roadmovie. De speelse wijze waarop Weerasethakul in de film met zijn subjecten spreekt, draagt daar zeker aan bij. We maken kennis met een grote verscheidenheid aan personages, van Bangkok tot diep in de jungle, van straatverkopers tot schoolkinderen.

De film creëert zo een gevarieerd portret van een land, vol verschillen – door een kettingverhaal over een jongen in een rolstoel en zijn leraar samengebracht. Terwijl steeds iemand anders het volgende stuk van het verhaal vertelt, wordt de nieuwe inbreng steeds bizarder. Een klein, simpel drama transformeert in een verhaal met dubbelgangers, aliens en tijgers. De verbeelding kent geen grenzen.

Tussen feit en fictie
Weerasethakul springt zonder enige markering tussen documentaire en fictie. De grenzen tussen de persoonlijke verhalen van deze mensen en de hervertelling zijn niet altijd even duidelijk. De interviews worden vermengd met nagespeelde scènes uit het fictieve verhaal, maar sommige scènes zouden evengoed documentair van aard kunnen zijn.

Zelfs binnen scènes vindt een verschuiving plaats die de aard van de vertelling verwart. Zo wordt een schijnbaar persoonlijk verhaal nog in hetzelfde shot opgevolgd met de vraag van een van de kinderen of het filmen klaar is en hij nu eindelijk naar huis mag. Voor hij antwoord krijgt, haalt een crewlid een script tevoorschijn en loopt Weerasethakul zelf het beeld in. De filmische illusie is doorbroken.

Mysterious Object at Noon

Folkloristische verhalen
Nadat een vishandelaar emotioneel vertelt hoe haar vader haar als kind verkocht, vraagt Weerasethakul van achter de camera vrij abrupt of ze misschien ook een ander verhaal te vertellen heeft. “Het mag echt zijn of fictief”, voegt hij daar laconiek aan toe. Met deze simpele vraag brengt hij niet alleen de rest van de film op gang, waarin het verhaal van de gehandicapte jongen doorgegeven wordt, maar legt hij ook de nadruk dat documentaire, of de realiteit, net zo goed geconstrueerd is uit verhalen. Of die echt zijn of fictief, wie zal het weten?

Net als in Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives en Cemetery of Splendour beïnvloeden de folkloristische verhalen de werkelijkheid. Tegelijkertijd vervormen de vertellers de verhalen terwijl ze opnieuw verteld worden. De realiteit krijgt vorm door de verhalen die we elkaar vertellen en die realiteit beweegt de verhalen weer in nieuwe richtingen. Hoewel Mysterious Object at Noon op het eerste gezicht als een roadmovie een portret van Thailand schetst, biedt de film vooral een reis door de collectieve verbeelding van zijn inwoners.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

7 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6:
Herwaardering collectieve ervaring

door Michel Rensen

‘Wat een raar jaar!’ En ongetwijfeld één waar onze kijkgewoonten voor altijd veranderd zijn. Ik kan hier een heel bedroevend verhaal van gaan maken over allerlei doemscenario’s, maar ik kijk liever uit naar een herwaardering van de collectieve ervaring.

Les enfants d’Isadora

Les enfants d’Isadora

Al vroeg in het jaar zijn vaak enkele van de meest interessante titels te zien op IFFR. Ook dit jaar stelde het festival niet teleur. Met nieuwe films van Lav Diaz (The Halt), Pedro Costa (Vitalina Varela) en Anocha Suwichakornpong en Ben Rivers (Krabi, 2562) liet het festival ongetwijfeld weer enkele van de beste films zien die de filmtheaters normaliter niet halen, hoewel Eye dit jaar Vitalina Varela wel oppakte in haar Previously Unreleased-programma.

Twee films staken er toch met kop en schouders boven uit. Melisa Liebenthals experimentele verkenning van het fenomeen ‘thuis’ in Aquí y allá (Here and There) was begin dit jaar al raak met haar reflectie op ons gebruik van digitale middelen om afstanden te verkleinen. Die reflecties zijn door het ‘nieuwe normaal’ alleen maar pakkender geworden.

Damien Manivels Les enfants d’Isadora vertelt het ontroerende verhaal van een viertal vrouwen die een dansstuk, dat Isadora Duncan schreef na het overlijden van haar kinderen, op hun eigen manier toe-eigenen om zo met hun rouw om te kunnen gaan. Toen was het mij al wel duidelijk dat waarschijnlijk geen enkele film dit zou overtreffen dit jaar, maar niets wees erop dat twee maanden later de hele filmwereld op zijn gat lag.

Gedeelde ervaring
Terwijl blockbusters en ook grotere arthousetitels releases maanden of zelfs een heel jaar uitgesteld werden, kozen distributeurs er ook voor hun kleine titels direct online uit te brengen. Ook een film als Bait (Mark Jenkin) vond na enkele losse vertoningen in o.a. Eye en KINO een thuis op Vitamine Cineville en kon zo toch gezien worden. Maar ondanks de pogingen om online dezelfde sfeer te creëren als bij fysieke vertoningen, lijkt het toch in geen enkel geval écht tot succes te leiden. Bezoekcijfers van online festivals steken sterk af tegen de bezoekersaantallen die onder normale omstandigheden behaald worden en over ‘Netflix Party’ heb ik al maanden niemand meer gehoord. Het verlangen naar de gedeelde ervaring blijkt groot, maar geen enkele online vertoning kan de ervaring in het filmtheater vervangen. Of zoals Anna Kopecka het tijdens Cork International Film Festival omschreef: “We need to get back to cinemas to be happy again.”

Ook voor de grote spelers blijft het bij enkel wat proefballonnetjes. Universal hield het bij een enkele online release van Trolls World Tour aan het begin van de coronacrisis, die nog niet eens de helft van zijn budget terugverdiende, en Disney pakte niet door na haar online release van Mulan. Ondanks de keuze van Warner Brothers om hun hele catalogus van 2021 gelijktijdig online en in de bioscopen uit te brengen, lijkt online distributie voor blockbusters nog geen succesvol verdienmodel. Warner Brothers’ keuze lijkt niets meer te zijn dan het verkwisten van hun films als marketingmiddel voor hun streamingplatform HBO Max.

Het beste van 2020
Maar zoals elk jaaroverzicht, moeten we het ook gewoon over dé topfilms van het jaar hebben. Ondanks het verstoorde filmlandschap en de uitgestelde releases bleef er veel over om van te genieten dit jaar. Viktor Kossakovsky’s Aquarela is waarschijnlijk één van de meest gewelddadige documentaires die er is. Een visueel overdonderende film van de oceaan die terugvecht tegen de planeet vernietigende mensheid. Een scherp contrast met zijn nieuwste film Gunda (release vooralsnog gepland in maart 2021) die op IDFA in première ging, waar hij een varkensfamilie volgt met een empathie die meestal enkel voor menselijke personages weggelegd is.

Little Women
Hoewel ik het geheel met Bong Joon-ho eens ben dat de Oscars over het algemeen een ‘lokale filmprijs’ zijn en daarmee niet erg van belang, verbaasde het mij dit jaar erg dat Little Women (Greta Gerwig) niet in elke categorie de grote kanshebber was. Geen enkele andere ‘grote’ Amerikaanse productie kwam ook maar in de buurt van dit schijnbaar simpele meesterwerk. Na de film wilde ik niets liever dan terug de filmzaal in om nog uren met de March-zussen door te brengen.

The Souvenir
Eye heeft zoals gewoonlijk plek voor de mooiste pareltjes in haar zomerprogramma Previously Unreleased. Naast het eerder genoemde Vitalina Varela zijn Joanna Hoggs The Souvenir en Joe Talbots The Last Black Man in San Francisco twee films die niet te missen zijn. Hoewel Hoggs fragmentarische en deels autobiografische vertelling van een ongezonde, intense liefde in veel aspecten ongrijpbaar blijft, maar daarmee niet minder fascinerend, verbaast het mij sterk dat The Last Black Man in San Francisco niet door een distributeur aangekocht is. De film is zowel een prachtige ode aan San Francisco als een kritische blik op hoe gentrificatie gemeenschappen verscheurt. Zonder in een politiek pamflet te vervallen creëert de film een melancholisch, persoonlijk portret dat diep ontroert. Kelly Reichardts nieuwste meesterwerkje First Cow zal hopelijk komend jaar hetzelfde lot ondergaan, want de film verdient het om meer gezien te worden dan enkel tijdens LIFF.

House of Hummingbird

House of Hummingbird

House of Hummingbird
De grootste verrassing van dit jaar was waarschijnlijk House of Hummingbird. Dit bescheiden Zuid-Koreaanse coming-of-agedrama van Bora Kim. De film schuwt op elk moment de opzichtige dramatiek, maar snijdt op de momenten dat je een close-up verwacht van een huilende acteur weg naar de volgende scène. De film is meer geïnteresseerd in pijn die voortebt in de levens van zijn personages, dan de korte pijn in het moment. Een film die juist daarom bij zal blijven.

Ik wilde het lijstje eigenlijk afmaken met Christian Petzolds romantische sprookje Undine, waarvoor Paula Beer, die weer een wonderduo vormt met Franz Rogowski, zeer terecht de European Film Award voor beste actrice won. De film zou op 24 december in première gaan, maar ook die release is onder de huidige omstandigheden uiteraard weer uitgesteld. Toch nog iets om naar uit te kijken.

 

29 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Painted Bird, The

*
recensie The Painted Bird

Groteske geweldsorgie

door Michel Rensen

The Painted Bird schetst een verdorven, gewelddadige samenleving waarin de holocaust onvermijdelijk lijkt. Bij de opeenstapeling van grotesk geweld verstomt enige vorm van gevoel of reflectie.

Gehijg. Met zijn huisdier in de hand probeert het Joodse jongetje Joska aan zijn belagers te ontkomen, maar zijn leeftijdsgenoten zijn hem te slim af. Nadat hij tegen de grond gewerkt wordt, gieten zijn belagers een brandbare vloeistof over het dier heen voor ze het levend verbranden. De openingsscène zet de toon voor de rest van de film. De gruwelijke dood van het beestje zal snel overstemd worden door nog veel ergere geweldsuitbarstingen.

The Painted Bird

Joska blijkt op weg te zijn naar zijn tante, waar zijn ouders hem uit voorzorg naar toe hebben gestuurd. Wanneer zijn tante snel overlijdt en Joska per ongeluk de hele boerderij in de fik zet, staat hij er helemaal alleen voor. De weg terug naar huis zoekend, struikelt hij van de ene in de andere nare situatie. Van dorpelingen die hem met alle vooroordelen proberen te verdrijven tot religieuze fanatici en seksueel verdorven vrouwen. En dan liggen ook het Duitse en het Russische leger telkens op de loer.

Wereld vol geweld
De lang aanhoudende, zwart-witcinematografie is een wonder voor het oog, maar ook het geweld wordt met dezelfde schoonheid vastgelegd. De film is een kruisbestuiving tussen Tarkovski’s Ivan’s Childhood, waar ook een kind in zwart-wit door oorlogsgebied trekt, en de rauwe anti-oorlogsfilm Come and See, wiens hoofdrolspeler Aleksey Kravchenko in deze film een Russische officier speelt. The Painted Bird mist echter de filosofische reflecties die van deze twee voorgangers tijdloze meesterwerken maken.

Wanneer Udo Kier uit jaloezie de ogen van een man uit zijn oogkassen lepelt, omdat hij naar zijn vrouw zou hebben geloerd, begin je je af te vragen wat deze film probeert te zeggen. Is de film een kritiek op de geweld verheerlijkende samenleving waar de holocaust uit voortkwam? Of is de film net zo hard aan het genieten van zijn geweldsfantasieën als je van een slasherfilm zou verwachten? De film blijft vasthouden aan een realistische verfilming, terwijl de geweldsuitspattingen dusdanig overdreven worden dat ze niet binnen een realistisch kader te vatten zijn. De opeenstapeling van exploitatief, grotesk geweld verstomt het relatief gematigde, antisemitische geweld van de Duitse soldaten. Noch als kritiek, noch als emotioneel beladen film weet The Painted Bird te raken.

The Painted Bird

Historisch besef
Het wrange aan deze film is dat het iets oprechts lijkt te willen zeggen over de samenleving in Europa waar de holocaust kon gebeuren, maar de film presenteert een wereld die zo doorgrond is van geweld dat er geen onderscheid is tussen verschillende vormen van geweld. Het verbranden van een dier door tieners, het verblinden uit jaloezie en de moorden van nazi’s zijn allemaal het gevolg van deze verdorven samenleving.

Hierdoor trekt The Painted Bird de holocaust los van zijn context. De Tweede Wereldoorlog en al zijn uitspattingen zijn slechts het onoverkomelijke gevolg van deze gewelddadige wereld en niet een gerichte genocide opgezweept door nationalisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat. Dat The Painted Bird zo blind is voor de politieke context is niet alleen zorgwekkend, maar toont vooral een heel groot gebrek aan historisch besef.

 

13 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Imagine 2020: Vreemd, vreemder, vreemdst

Imagine Film Festival 2020: 
Vreemd, vreemder, vreemdst

door Michel Rensen

Imagine biedt niet alleen een platform voor het beste wat genrefilm te bieden heeft, maar zoekt daarbij ook altijd naar films die buiten alle gebaande banen treden.

 

Dogs Don’t Wear Pants

Dogs Don’t Wear Pants
Juha moet na het overlijden van zijn vrouw de zorg van hun dochter op zich nemen en heeft daardoor eigenlijk geen ruimte om te rouwen. Wanneer hij op een dag het hol van dominatrix Mona in struikelt, vindt hij daar de uitlaatklep waar hij zo drastisch aan toe was. Eerst helpt de fysieke aftuiging hem aan zijn leed te ontsnappen, maar snel biedt dat al niet meer voldoende soelaas. Hij vraagt Mona om hem te wurgen tot hij zijn bewustzijn verliest, waardoor hij een moment tussen leven en dood even in contact met zijn vrouw kan komen.

Regisseur J.P. Valkepää heeft het kleurenpalet van Nicolas Winding Refn overgenomen, met prachtige rode en blauwe neonbelichting, maar geeft de film een sterke emotionele kern die sterk contrasteert met Winding Refns kille werelden. Tussen Juha en Mona bloeit een vreemd, doch warme relatie die voor hen beide ruimte voor emotionele ontwikkeling biedt. Tegelijkertijd groeit Juha dichter naar zijn dochter toe doordat hij eindelijk zijn rouw een plek kan geven.

 

Yves

Yves
Voor wie een beetje BDSM niet kinky genoeg is, biedt Yves nog merkwaardigere seksuele praktijken. In deze Franse versie van Black Mirror neemt rapper Jerem deel aan een proef met een gloednieuwe AI-koelkast, Yves. Hoewel Jerem vooral blij is met de gratis boodschappen, weten Yves’ rap- en flirttalenten Jerems leven uit het slop te trekken. Maar als Yves’ jaloezie stijgt, neemt hij heel Jerems leven over als de waarheid naar boven komt dat Jerem niet zelf verantwoordelijk is voor zijn populaire muziek. Hij verliest niet alleen zijn roem, maar tot overmaat van ramp wordt ook zijn vriendin door Yves afgepakt.

Met onder andere een editie van het Songfestival waar vrijwel enkel machines optreden, biedt Yves in navolging van Black Mirror een scala aan bizarre, dystopische, maar niet geheel ongeloofwaardige toekomstbeelden. Echter blijven de personages in de film zo oppervlakkig dat de film nergens een kritiek of nieuwe inzichten over onze samenleving biedt. En zoals het een Franse film betaamt, belandt het trio uiteindelijk samen in bed, met een koelkastorgasme als ‘hoogtepunt’ van de film.

 

Lake Michigan Monster

Lake Michigan Monster
Voor de flauwe humor kun je beter terecht bij de Amerikaanse low-budgetproductie Lake Michigan Monster. De excentrieke, bootloze kapitein Seafield (gespeeld door regisseur Ryland Brickson Cole Tews) is met zijn bemanning uit op wraak op het zeemonster dat zijn vader doodde. Met zijn zwart-witesthetiek die doet denken aan het werk van Guy Maddin, Monty Python-esque woordspelingen en een dosis striplogica, weet de film het voorspelbare plotverloop uitmuntend te verbloemen.

Lake Michigan Monster laat vooral het plezier van filmmaken van het doek springen en laat zien dat grote budgetten helemaal niet nodig zijn om entertainment te maken. Het enige dat de film zal missen, is de gezamenlijke beleving met het publiek wat een film als dit tot een onvergetelijke ervaring kan maken, dus zoek vooral creatieve manieren om dat toch een beetje mogelijk te maken.

 

31 augustus 2020

 
MEER FILMFESTIVAL

Three Summers

***
recensie Three Summers

Nevenschade in Braziliaanse samenleving

door Michel Rensen

Nadat haar baas na corruptieschandalen opgepakt is, neemt Madá de zaakjes in eigen handen. Three Summers biedt een sympathiek portret van een volhardend personage dat ondanks een opeenstapeling van tegenslagen door blijft gaan.

In drie episodes die zich afspelen over drie verschillende feestdagen, van 2015 tot en met 2017, vertelt Three Summers het verhaal van huishoudster Madá. Hoewel ze in dienst is van Edgar en zijn familie, is er duidelijk één iemand de baas in het vakantiehuis van de rijke familie. Met haar team verzorgt Madá de feestelijkheden en schept zij orde in de enorme chaos die de familiedrukte met zich meebrengt. Daarnaast neemt ze ook de zorg van Edgars vader Lira op zich en werkt ze hard aan het openen van haar eigen kiosk. De eerste episode laat vooral Madá’s ondernemende en oplossingsgerichte persoonlijkheid bloeien als zij Edgar overhaalt om voor haar de borg voor het land voor haar kiosk te betalen.

Three Summers

Met licht komische observaties legt regisseur Sandra Kogut de hedendaagse klassenproblematiek in Brazilië bloot. Madá wordt door Edgars vrouw Marta uitgefoeterd wanneer ze bijna een bijzonder dure vaas omstoot die meer waard is dan Madá´s jaarsalaris. Madá is niet op haar mondje gevallen en reageert op deze botsingen met scherpe en vooral geestige opmerkingen. De huishoudster en de familie hebben duidelijk al een lange geschiedenis waardoor ze de vrijheid heeft om op deze wijze te reageren, maar de kloof tussen de personages blijft gigantisch.

Zomerhuis
Een jaar later ziet het zomerhuis er heel anders uit. Niet alleen regent het flink, ook blijkt Edgar opgepakt te zijn op verdenking van corruptie. De politie doorzoekt de woningen en blokkeert de bouw van Madá’s kiosk vanwege de illegaal verkregen bouwvergunning. Het inkomen voor Madá en haar team is door Edgars arrestatie volledig verdwenen, terwijl Lira door werkzaamheden in zijn eigen huis nog steeds in het vakantiehuis verblijft. De arrestatie van Edgar leidt ook voor Madá en haar gelijken tot grote problemen. Ondanks dat zij binnen de lijnen van de wet werken, worden zij ook het slachtoffer van het oplossen van corruptie. De film laat zien dat corruptie zo verweven is in de structuur van de Braziliaanse samenleving, dat mensen uit lagere klassen ook zwaar geraakt worden als corruptie aangepakt wordt.

In de derde episode verliest Three Summers zijn stoom. In het vakantiehuis wordt een reclamespot opgenomen en nadat één van de actrices niet verschijnt, moet Madá haar plaats innemen. De inzichten die de film hier biedt in de klassenproblematiek zijn schrijnend opzichtig en voegen weinig toe aan wat de film eerder al had laten zien. Deze scènes lijken vooral vulling om naar een te optimistisch en gesloten einde te bouwen. Eind goed, al goed zou je zeggen, maar met de verkiezing van Bolsonaro is deze stap voorwaarts waarschijnlijk van zeer tijdelijke aard.

Three Summers

Volhardend personage
Ondanks dat Three Summers zijn vuur verliest in het derde deel, doet Madá dat nooit. Regina Casé (The Second Mother) zet met een fenomenale performance een ijzersterk personage neer dat met haar ondernemende karakter en doorzettingsvermogen blijft intrigeren. Door het verlies van hun inkomen en de onmogelijkheid haar kiosk te openen, moet Madá op zoek naar innovatieve manieren om toch rond te komen. De inboedel van het vakantiehuis wordt verkocht, in samenspraak met Lira wordt het vakantiehuis verhuurd als AirBnb en in de boot van de familie worden rondleidingen langs de nu verlaten vakantiehuizen gegeven.

De film werpt hier ook een nieuwe generatiekloof op als Lira berouw toont over de daden van zijn zoon. De vriendschap tussen Madá en de oude man laat een warmte zien die binnen Lira’s familie afwezig was in de eerste episode. Zonder de complexe dynamiek tussen de personages uit het oog te verliezen, biedt de film een alternatieve manier waarop deze ogenschijnlijk verschillende personages samen kunnen leven.

 

10 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

God Exists, Her Name is Petrunya

****
recensie God Exists, Her Name is Petrunya

De fragiliteit van het patriarchaat

door Michel Rensen

In een opwelling verslaat Petrunya alle mannen in het dorp tijdens een religieus ritueel. God Exists, Her Name is Petrunya is een bijtende, feministische satire over de rol van religie en het patriarchaat in Noord-Macedonië.

Petrunya’s leven ziet er niet rooskleurig uit. Begin 30, werkloos en ze woont nog steeds in haar ouderlijk huis. Als historicus in een klein dorp heeft ze geen uitzicht op werk en haar moeder blijft ook nog eens aandringen dat het nu toch wel echt tijd wordt om een man te gaan zoeken. Wanneer haar moeder een sollicitatiegesprek voor Petrunya regelt, blijkt de fabriekseigenaar een ouderwetse viezerik die niet alleen voor professionele werkzaamheden op zoek is naar een secretaresse. Nadat Petrunya zijn avances hardhandig afwijst, stuurt hij haar met een walgelijk seksistische tirade weg. In elk opzicht is Petrunya een buitenbeentje in haar traditionele, patriarchale omgeving in Stip, Noord-Macedonië.

God Exists, Her Name is Petrunya

Kruisbeeld
Elk jaar, midden in de winter, laat de lokale priester een kruis vanaf een brug in de rivier vallen. De mannen houden vervolgens een wedstrijd om het kruis uit het ijskoude water op te duiken. De winnaar krijgt niet alleen een jaar geluk, maar kan vooral laten zien dat hij beter is dan alle andere mannen. Wanneer Petrunya het ritueel gadeslaat, besluit ze in een opwelling achter de mannen aan de rivier in te springen. Wanneer juist zij uitgerekend met het kruisbeeld uit het water komt, ontstaat onrust onder de mannen die ervan overtuigd waren dat zij dit jaar met de hoofdprijs boven water zouden komen. Dat uitgerekend een vrouw het kruisbeeld uit het water vist, is hun ergste nachtmerrie.

Hoewel de priester Petrunya in eerste instantie feliciteert met haar overwinning, forceert de woedende menigte hem snel van mening te veranderen. Terwijl de mannen onderling hun beklag uiten, rent Petrunya er met haar prijs vandoor. Het duurt niet lang tot de politie gemobiliseerd wordt om de ‘dief’ te arresteren. Ook journaliste Slavica gaat snel op zoek naar Petrunya, aangezien ze in het voorval hét feministische breekpunt ziet waar ze al haar hele carrière op wachtte. Na Petrunya’s arrestatie blijkt het probleem echter niet zo makkelijk opgelost. Zij heeft met haar actie geen enkele wet gebroken en de kerk noch de woedende menigte heeft wettelijk een poot om op te staan. Petrunya houdt standvastig vast aan haar overwinning.

Feministische satire
Regisseur Teona Strugar Mitevska creëert met God Exists, Her Name is Petrunya een bijtende satire op patriarchale machtsstructuren in het hedendaagse Noord-Macedonië. Als de priester Petrunya aanvankelijk feliciteert, maar die woorden meteen terugtrekt, is het duidelijk dat de macht wellicht niet alleen bij de kerk ligt, maar ook bij de kerkgangers. De film bevraagt continu dit soort machtskwesties over het patriarchaat. De film legt de botsing tussen de wet en de wetteloosheid van de massa bloot, de gebrekkige scheiding tussen kerk en staat, en de machteloosheid van de kerk tegenover deze massa. Wie bepaalt de wetten en waar ligt de macht daadwerkelijk?

God Exists, Her Name is Petrunya

Petrunya heeft geen wet gebroken, maar wordt toch opgepakt en vastgehouden tot ze haar ‘gestolen’ kruis teruggeeft. De priester blijkt vergeeflijker dan zijn volgelingen. Er is geen regel die zegt dat vrouwen niet aan het ritueel mogen deelnemen, maar de fragiliteit van de mannelijkheid van de lokale bevolking staat het niet toe. Niets is erger voor deze mannen dan geconfronteerd worden met een vrouw die het beter kan. De dreiging van geweld blijft op een enkele moment na vooral off-screen, waarbij vooral het onkundige handelen van alle mannen in deze film aan het licht komt. De politieagenten weten eigenlijk ook niet wat ze met het voorval aanmoeten. Ondanks de zware thematiek blijft de toon van de film licht.

Motivatie
Ook de ambitieuze Slavica heeft geen smetteloze motivatie. Ze ziet Petrunya’s actie vooral als haar moment dat haar als lokale journalist nationaal op de kaart zal zetten. Onder valse voorwendselen praat ze zichzelf het politiekantoor binnen waar ze Petrunya ervan probeert te overtuigen alleen met haar te praten. Ze legt Petrunya herhaaldelijk activistische frasen in de mond waar Petrunya zelf weinig voor lijkt te voelen.

Petrunya’s moeder vormt als tegenhanger de sterkste voorstander van het patriarchaat. Steeds probeert ze Petrunya in een traditionele vrouwenrol te duwen. De hardnekkigheid van patriarchale machtsrelaties is alom aanwezig en daardoor ook door de vrouwen geïnternaliseerd. Wellicht leidt de opschudding van Petrunya’s acties op termijn toch tot verandering.

 

21 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Proxima

***
recensie Proxima

Het aardse loslaten

door Michel Rensen

Sarah Loreau bereidt zich vol ambitie voor op haar droom: een jarenlange ruimtemissie. Tegelijk worstelt ze om het aardse, en haar dochter, los te laten. Is deze missie dat gemis wel waard?

Een vrouwelijke astronaut zien we niet al te vaak op het grote scherm. Dat is wat schrijver/regisseur Alice Winocour gedacht moest hebben toen ze met het idee voor Proxima kwam. Eva Green speelt de rol van Sarah Loreau, een alleenstaande moeder en ambitieuze astronaut die zich klaarmaakt om als voorbereidende missie naar Mars een jaar lang in de ruimte te leven. Hoewel ze haar hele leven, en dat van haar dochter Stella, voorbereid heeft op haar droommissie, blijkt de ontkoppeling met het aardse lastiger dan gedacht.

Proxima

Emotionele worsteling
Eva Green schittert in de rol van de introverte astronaut. Met een zeer indringende acteerprestatie weet zij haar gevoelens sterk naar voren te brengen ondanks een script dat aan alle kanten rammelt. De dialogen zijn zeer minimalistisch geschreven en vooral functioneel. Daarmee voelen de personages nauwelijks als mensen, maar vooral als archetypes van een mannenwereld waarin Sarah eenzaam ronddwaalt. Alleen in de relatie tussen de astronaut en haar dochter Stella is menselijkheid te vinden. De andere relaties en personages voelen klinisch en kil aan. Door de stuntelige dialogen voelt deze kilheid echter nooit als een scherpe kritiek op die wereld, maar enkel als het gevolg van de filmische constructie.

Het drama leunt volledig op het verlangen van Sarah dichtbij haar dochter te zijn terwijl haar werk dat niet toestaat. Thomas (Lars Eidinger), haar ex-man en vader van Stella, werkt in hetzelfde vakgebied en snapt Sarahs ambities volledig. Zonder morren neemt hij de voogdij over hun dochter over. Sarah reist ter voorbereiding naar het afgelegen Kazachstan (waar in een al bestaande trainingsfaciliteit is geschoten). Hier bereidt ze niet alleen de missie voor, maar wordt ze ook psychologisch geholpen om de afstand met haar dochter te accepteren. De film weet de relatie tussen de twee sterk invoelbaar te maken. Zowel de wispelturigheid van Stella en de diepe melancholie van Sarah worden in ontroerende telefoongesprekken, overdenkingen en gesprekken met haar psycholoog (Sandra Hüller) verteld.

Afwezige drijfveer
“Wat drijft jou?”, vraagt mede-astronaut Mike Shannon (Matt Dillon) vlak na hun eerste ontmoeting. Tegenover het verlangen naar haar dochter staat een enorme ambitie en verlangen voor haar vak. Die ambitie blijkt haar Sarahs enorme doorzettingsvermogen, maar haar onderliggende motivatie krijgen we helaas nauwelijks mee. Sarah beschrijft kort dat ze als kind al astronaut wilde worden, maar verder dan die altijd aanwezige drijfveer komen we niet. We moeten vooral vertrouwen op haar doorzettingsvermogen, maar krijgen nergens een moment waar de liefde voor haar vak net zo invoelbaar is als de liefde voor haar dochter. Die afwezigheid staat in scherp contrast met het intense verlangen van Sarah om bij haar dochter te zijn. Aan het eind van de film vraag je je vooral af of de ruimtemissie het gemis wel waard is.

Seksisme
Hoewel er in sciencefiction talloze voorbeelden van vrouwelijke ruimtereizigers zijn, is het aantal vrouwelijke astronauten in een meer realistische setting op een hand te tellen. Proxima steekt zijn eigen missie om hierin verandering te brengen niet onder stoelen of banken. Wanneer Sarah bij de start van de missie de menigte toespreekt over hoe haar moeder haar droom om astronaut steeds wegzette als iets dat ‘niet voor vrouwen’ was, snijdt de film naar een close-up van Stella.

Proxima

Ook legt de film sterk nadruk op het seksisme waarmee Sarah in het trainingscomplex te maken krijgt. Vooral Mike Shannon speelt daarin een prominente rol door steeds seksistische ‘grapjes’ te maken en Sarah vlak na haar aankomst direct voorstelt dat zij een lichter trainingsprogramma moet volgen. Ook de continue dreiging van de mannelijke vervanger en de vrouwen in het trainingscomplex met vooral een verzorgende rol leggen de achterstand van vrouwen in deze wereld bloot.

Rolmodel
Helaas is Mike Shannon voor het merendeel van de film niets meer dan een seksistische karikatuur, waardoor zijn woorden nooit realistisch aanvoelen. Het artificieel gestuntel van de dialogen zit in de weg van de scherpe kritiek die de film had kunnen leveren. Dat de astronautenwereld (of beter: de natuurwetenschappen in het algemeen) een mannenwereld is, zal niemand vreemd zijn, maar Proxima weet hierin weinig diepte aan te brengen. Vroeg in de film discussieert Sarah met Thomas over zijn gebrekkige rol als vader, maar in de volgende scène neemt hij zonder enige twijfel de voogdij over hun kind over zodat Sarah haar ambities kan najagen.

De feministische kritiek blijft te vaak op de oppervlakte, waarbij opzichtige observaties het drama verstoren. Het onderliggende drama en de gecreëerde wereld zouden sterk genoeg moeten zijn om Sarah als rolmodel neer te zetten, maar de afwezigheid van haar passie voor haar vak zit dit in de weg. De foto’s van echte astronauten (en moeders) in de credits doen vooral verlangen naar hún verhalen.

 

8 juni 2020

 

ALLE RECENSIES