LIFF 2020 – Deel 1: Filmfestival in tijden van corona

LIFF 2020 – Deel 1:
Filmfestival in tijden van corona

door Cor Oliemeulen

Het Leiden International Film Festival (LIFF) van 2020 gaat de boeken in als een hybride editie waarbij je veel films gelijktijdig in de zaal en online kunt kijken. De organisatie nam geen halve maatregelen om het coronavirus buiten de deur te houden, echter van het goede oude festivalgevoel kan geen sprake zijn, zeker niet nadat de bioscoopdeuren opnieuw dicht moeten. Toch is er voldoende interessant aanbod in de vertrouwde LIFF-categorieën en doet InDeBioscoop gewoon weer verslag. We trappen af met twee lowbudgetfilms die vooralsnog geen reguliere bioscooprelease hebben bemachtigd.

 

Save Yourselves!

Save Yourselves! – Spiegel voor millennials
Wie het coronavirus als uiterst irritant en angstaanjagend ervaart, kan in Save Yourselves! zijn hart ophalen aan buitenaardse wezentjes in de vorm van kleine, lieflijk ogende pluizenbollen, die weliswaar over dodelijke tentakels beschikken. Het regisseursduo Alex Huston Fisher en Eleanor Wilson vond het kennelijk hoog tijd voor een sciencefictionkomedie in deze barre tijden waar bittere ernst de boventoon voert. Ook het LIFF-publiek is kennelijk toe aan een leuk verzetje, getuige het feit dat drie van de vier zaalvoorstellingen van deze met minimale middelen gedraaide productie in een mum van tijd waren uitverkocht.

Het plot van Save Yourselves! draait om de dertigers Su (Sunita Mani) en Jack (John Reynolds) die net als hun meeste generatiegenoten hebben te kampen met een telefoonverslaving. Tijdens een feestje met andere hipsters in Brooklyn krijgen ze het aanbod om een week in een huis in de wildernis door te brengen. Su en Jack beloven elkaar dat ze al die tijd offline zullen zijn en dat ze hun best zullen doen om te genieten van de natuur en van elkaar. Ze proberen om betere mensen te worden en doen hun best om open te staan voor de ander. Zo bekent Jack dat hij in tegenstelling tot zijn vader en broers geen ‘mannetjesdingen’ kan doen (houthakken geeft hij al snel op en van vuurwapens wil hij niets weten), terwijl Su vertelt dat ze weer vegetariër wil worden en altijd haar oude contactlenzen opeet (omdat ze daar nu eenmaal een keer mee is begonnen). Het duurt niet lang voordat ze naar hun telefoons grijpen en ontdekken dat de wereld wordt bedreigd door die grappig kirrende pluizenbollen, die zich blijken te voeden met ethanol.

De confrontaties met de aliens vormen de aanleiding voor de nodige hilarische momenten die uitmonden in een wonderlijke hemelvaart, waarin geen ruimte voor digitale communicatie is. Save Yourselves! mag dan wel minimalistisch en een tikkeltje absurd zijn, de film slaagt vooral als een spiegel voor millennials, aanstekelijk vertolkt door beide protagonisten.

 

The Wolf of Snow Hollow

The Wolf of Snow Hollow – Maniak versus mafkees
Jim Cummings is een bevlogen Amerikaanse producer, regisseur en acteur. Nadat hij met wisselend succes volop experimenteerde in een tiental korte films kwam hij een paar jaar geleden op de proppen met een heuse speelfilm, Thunder Road. De talentvolle Cummings speelde zelf de hoofdrol als de bipolaire politieagent Jim Arnaud in een Texaans stadje en liet de kijkers kennismaken met een groot arsenaal aan emoties en maffe voorvallen. In zijn jongste film, The Wolf of Snow Hollow, speelt hij opnieuw een politieagent, maar ditmaal in een klein ondergesneeuwd bergdorpje. Nu luistert hij naar de naam John Marshall, maar zijn personage lijkt verdacht veel op dat van zijn collega in Thunder Road. Ook ditmaal is hij gescheiden, dreigt hij zijn dochter kwijt te raken en moet hij een reeks misdaden op zijn geheel onberekenbare wijze zien op te lossen. Bovendien wil hij zich bewijzen naar zijn vader, sheriff Hadley (laatste rol van oudgediende Robert Forster), die te ziek is om enige bijstand te leveren.

Ansich is The Wolf of Snow Hollow een onderhoudende, en op momenten spannende, horrorkomedie over een maniak die zijn vrouwelijke slachtoffers vermoordt tijdens volle maan. Op het plaats delict wordt de pootafdruk van een wolf gevonden, echter John is ervan overtuigd dat de dader een man moet zijn. Dat bij het eerste slachtoffer tijdens het geweldsmisdrijf de vagina is verwijderd en bij het volgende slachtoffer het hoofd, brengt John al snel op de rand van een zenuwinzinking. Zeker nadat zijn tienerdochter stiekem het huis heeft verlaten en tijdens volle maan met een jongen in een auto ligt te vozen.

Wie beide speelfilms van Jim Cummings heeft gezien, kan bijna niet anders concluderen dat hij een uitvergrote versie van zijn eigen persoon speelt. Het wordt tijd dat hij in zijn volgende film uit zijn comfortzone treedt en uit een minder voorspelbaar vaatje gaat tappen.

 

3 november 2020

 

LIFF 2020 – Deel 2
LIFF 2020 – Deel 3
LIFF 2020 – Deel 4

 

MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2020 – Deel 2: Malmkrog

Film Fest Gent 2020 – Deel 2:
Malmkrog en het einde van cinema

door Tim Bouwhuis

De prachtige buitenopnames in de trailer van Malmkrog mogen dan anders doen vermoeden, de laatste film van de Roemeense regisseur Cristi Puiu trekt het begrip ‘kammerspiel’ naar absolute extremen. Daarbij doet dit ruim drie uur durende gespreksepos iets waar op Film Fest Gent 2020 gelukkig nog niet álles van te merken was: de cinema van en voor het grote doek trekt zich steeds verder terug binnenskamers.

In een afgelegen buitenhuis spreekt een rijk bedeeld gezelschap over grote onderwerpen van leven en dood. Filosofie, religie, geschiedenis, taal en politiek versmelten in een gelaagde opvolging van stellingen en reacties. Alsof argumenten definitief niet meer uitgesproken kunnen worden zonder dat er andere meningen tegenover staan. Alleen in Malmkrog kan er na drie kwartier debat een personage opmerken dat het misschien eens tijd wordt te gaan lunchen.

Malmkrog

Film als literair theater
Regisseur Cristi Puiu (The Death of Mr. Lazarescu, Aurora, Sieranevada) werkt met zes soepel doorlopende hoofdstukken (wél met een achronologische twist) waarin telkens een ander personage centraal staat. De individuen in de kamer belichamen verschillende wereldbeelden en neigen op momenten zelfs naar archetypes. De kritiek die hier op de loer kan liggen is dat we hier geen moment kijken naar mensen van vlees en bloed, maar naar theaterspelers, die hun beste beentje moeten voortzetten om de academische monologen van Puiu’s hand (geïnspireerd door het werk War and Christianity van de Russische filosoof Vladimir Solovyov) zonder haperingen op te zeggen. Een dergelijke redenatie gaat voorbij aan het unieke resultaat dat de regisseur met zijn bewuste keuze voor kunstmatigheid weet te boeken.

Doordat Malmkrog zorgvuldig is ingebed in tradities van literatuur en theater, kijkt de film weg als een zeldzaam prikkelende serie reflecties op de menselijke conditie en de verschillende manieren waarop wij ons bestaan betekenis kunnen geven of juist ontnemen. Pragmatisme, nihilisme, humanisme en christendom omcirkelen elkaar in een niet aflatende stroom van woorden, gewichtig vastgelegd in vakkundig geënsceneerde tableaus. Bij zo’n ontmoeting van begaafde sprekers is psychologisch realisme bewust niet het uitgangspunt. Het gaat hier om de gebalanceerde combinatie van op elkaar inwerkende karakterschetsen en levensbeschouwingen, die samen boekdelen spreken over de laatnegentiende-eeuwse (en onderhuids uiteraard ook de hedendaagse) wereld.

Het kleine doek
Malmkrog bekijken op een massief doek moet een bijzondere ervaring zijn. Wellicht overkwam het bezoekers van de afgelopen Berlinale, waar de film afgelopen februari in wereldpremière ging. In Gent was bij het programmeren ongetwijfeld al rekening gehouden met de beperkte groep mensen die zijn vrije zondagmiddag zou willen vullen met discussies zonder einde. Het kleine bovenzaaltje van Studio Skoop, één van de twee filmhuizen die standaard voor het festival worden ingezet, verstrekt de huiskamerbeleving: aandachtig kijk en luister je mee, alsof je vanuit een ingezakte fauteuil in de hoek van de kamer geen close-up meer hoeft te missen. De eerder genoemde buitenopnames kunnen de film niet meer uit zijn isolement verlossen. Cinema is hier definitief naar binnen gericht, solitair en eenzaam.

Malmkrog

In zijn afgezonderde staat spiegelt Malmkrog een gevorderd eindscenario voor de gedeelde filmbeleving. Wat is het veelal verdedigde onderscheid met literatuur en theater het medium film nog waard nu de bioscopen en filmhuizen moeten worstelen om boven te blijven, en je ook titels met de monsterlengte van Malmkrog op zijn best met een mondmasker op kunt bekijken? Niet langer kunnen filmliefhebbers onbezorgd in grote groepen de zaal binnenstappen. De omstandigheden dwingen hen de verschijning van de veelal botsende individuen in Malmkrog aan te nemen: samen in een ruimte, maar eigenlijk alleen.

Een donkere spiegel
In de tijd dat Puiu zijn film schreef, opnam en afwerkte, was van bovenstaande allemaal nog geen sprake. Juist daarom voelt het eindresultaat nog sterker aan als een onheilspellende weerslag van de tijdsgeest. Het is alsof de regisseur met dit benauwende
kammerspiel voorbij de historische façade zijn diepe zorgen uit over de staat van de huidige wereld. De apocalyps die Malmkrog heet, gaat niet alleen over culturele en spirituele vervlakking, maar ook over de angst voor het slechte in de mens en de continue dreiging van vernietiging door militair conflict. Naarmate het einde van de film dichterbij komt, valt in het landhuis de avond. Hoewel Puiu in algemene zin waarschijnlijk het meest herinnerend zal blijven om een film als The Death of Mr. Lazarescu, is dit nu al half ondergesneeuwde meesterwerk allesbehalve een voetnoot in zijn oeuvre.

 

23 oktober 2020

 

Film Fest Gent 2020 – Deel 1

 

MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2020 – Deel 1

Film Fest Gent 2020 – Deel 1:
De schuld van één of de schuld van allen?

door Tim Bouwhuis

Op Film Fest Gent draaien er dit jaar meerdere titels die een perspectief bieden op het begrip ‘schuld’, specifiek in situaties van moord en doodslag. Filmgangers kunnen in dit straatje in ieder geval There is no Evil van de Iraanse regisseur Mohammad Rasoulof verwachten.

Deze gedegen vierledige mozaïekvertelling over de tol van militarisme en de doodstraf binnen een gesloten regime won op de afgelopen Berlinale de Gouden Beer voor beste film. In dit artikel aandacht voor twee titels waarvan vooralsnog geen releasedetails bekend zijn: Incitement van Yaron Zilberman en L’Ennemi van Stephan Streker.

There is no Evil

There is no Evil

Incitement is een dramatische reconstructie van de moordaanslag op Yitzhak Rabin (4-11-1995), die ten tijde van de Oslo-akkoorden dienst deed als premier van Israël. In de lange nasleep van het verdrag, dat Rabin en Yasser Arafat (toenmalig leider van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, de PLO) in 1993 tekenden in het bijzijn van de Amerikaanse president Bill Clinton, groeide de spanning tussen de publiek seculier georiënteerde staat van Israël en de openlijk religieus gemotiveerde oppositie van (vooral) orthodoxe Joden. Incitement volgt Yigal Amir, een fundamentalistisch ingestelde twintiger die de geschiedenis inging als de moordenaar van Rabin. Het levert een scenario op met een onvermijdelijke climax. Regisseur Yaron Zilberman maakt in de montage zorgvuldig gebruik van archiefbeelden, die de historische daad en schuldbekentenis van Amir steeds dichterbij brengen.

De schuldvraag beantwoord?
Schuld is tastbaar en doorgrondelijk als het moment van de waarheid onder geen beding vatbaar is voor twijfel. In Incitement staat de schuld van Amir geen moment ter discussie. De moordaanslag is het zichtbare ogenblik waarop alle gedachten en motieven van de hoofdpersoon zich samenballen tot een enkel gebaar. De aftiteling geeft kijkers mee dat Amir direct schuld bekende, maar vervolgens nooit berouw heeft getoond. Dit gegeven kanaliseert onze reflectie nog meer naar de beweegredenen van de dader en onze kijk daarop; de schuldvraag op zichzelf is al beantwoord.

De Vlaams-Waalse productie L’Ennemi gaat op een radicaal tegengestelde manier om met de vraag naar schuld. Ook in deze film hangt alles samen met een enkel sterfgeval, met één essentieel verschil: het exacte moment van moord (doodslag?, zelfmoord?) blijft verborgen voor de ogen van kijkers. In de openingsbeelden is te zien hoe de dode een lied zingt terwijl de golven van de Noordzee het strand sussen. De dode is Maeva (gespeeld door Alma Jodorowsky, de kleindochter van Alejandro), een vrouw in een bloedrode jurk die tijdens haar werk als radiopresentatrice een fataal gebleken kennismaking had met de Waalse politicus Louis Durieux (Jérémie Renier). Na een tumultueuze nacht vond Durieux Maeva uiteindelijk op de vloer van hun gedeelde hotelsuite.

In een vlecht van (helaas opzichtig vormgegeven) flashbacks en gefragmenteerde stukjes informatie ontstaat een nooit volledig beeld van een raadselachtig sterfgeval. Juist mysteries zijn vaak door de werkelijkheid ingegeven: regisseur Stephan Streker (Noces, 2016) gaat in deze postmoderne verhandeling van schuld zijn eigen weg met de nieuwsbulletins rond de dood van Véronique Pirotton, de vrouw van de Waalse politicus Bernard Wesphael (2013).

Voortgang zonder evolutie
De festivaltekst bij L’Ennemi stelt onder meer dat Streker eigenlijk niet geïnteresseerd is in de waarheid rond Maeva’s dood, en belangrijker, dat dit gegeven “de kijker zou kunnen verontrusten”. L’Ennemi laat bewust na waar Incitement in zijn intrinsiek moralistische verhandeling van schuld nooit volledig aan zou kunnen ontkomen: hij maakt van de filmzaal geen rechtbank. De film bevraagt ons begrip van schuld door de waarheid over Maeva’s dood continu tussen aanhalingstekens te plaatsen. Streker toont ons een moordzaak waarbij we nooit exact te zien krijgen hoe de dame om het leven is gekomen en door wiens toedoen.

Incitement

Incitement

Wel delen we de droomwereld van de hoofdpersoon, de “dader”, krijgen we verontrustende bewakingsbeelden te zien en stromen er steeds weer stukjes info binnen naarmate het onderzoek vordert. Die voortgang is alleen geen evolutie, en in plaats van de waarheid krijgen kijkers een gespleten beeld van een individu dat balanceert tussen een publieke façade en een getroebleerd privéleven. Durieux graaft zichzelf in door tegen politieke correctheid te ageren, maar tegelijkertijd wel een hermetisch perspectief op (Vlaamse) taal en cultuur te ontwikkelen en relationeel meermaals op het randje van masochisme te balanceren. Wie merkt dat hij of zij geen sympathie voor Durieux’ instabiele gedrag kan opbrengen, zit altijd nog met een onvermogen om hem definitief schuldig te verklaren.

De schuld en het publiek
Incitement zet daar een eenduidig beeld van schuld tegenover, waarin religieuze radicalisering op (te) goedkope wijze wordt afgezet tegen democratische bemiddeling. De film is hermetisch in die zin dat de historisch gefundeerde woede van de hoofdpersoon alleen maar kan uitmonden in de onvermijdelijke aanslag. Het is voor westerse kijkers die niet religieus zijn haast uitgesloten om mee te leven met de hoofdpersoon.

Yaron Zilberman gaat nog een stap verder door ook te tonen hoe mensen religieuze teksten kunnen misbruiken of verkeerd kunnen interpreteren; vlak voor Amir zijn daad begaat, bidt hij dat zijn god hem mag helpen zijn wraak uit te voeren terwijl hij voor een Hebreeuws plakkaat met de tekst “gij zult niet doden” staat. Een man wordt een moordenaar als hij het recht in eigen handen neemt en iedere wettelijke consequentie accepteert. Het is Amir er niet om te doen onschuldig verklaard te worden; hij heeft gedaan wat in zijn ogen goed was voor het altaar van zijn god.

Voor de meeste kijkers zal Incitement een meer comfortabele film zijn dan L’Ennemi. In die eerste titel is het publiek nergens medeplichtig aan de daad die Amir heeft begaan. L’Ennemi daarentegen gaat zo ver dat een personage op een gegeven ogenblik zelfs stelt dat “iedereen schuldig is”. Durieux geeft die stelling symbolische kracht mee als hij zijn publiek richting het einde aanstaart door een (pest)masker. Het masker anonimiseert en koppelt de drager los van zijn ware gezicht. Net als in de beladen Belgische filmparabel La Cinquième Saison (Peter Brosens en Jessica Woodworth, 2012) bedekt een debat over schuld zo ook de vraag naar identiteit.

L’Ennemi

L’Ennemi

Als wij gemaskeerde levens leiden en de waarheid daarover nooit helemaal boven tafel kan komen, wie bepaalt dan waar schuld en verantwoordelijkheid liggen? Aan het eind van de film klinkt de stelling dat de onschuld van een persoon niet bewezen hoeft te worden, alleen de schuld, en dus is hij vrij. L’Ennemi toont, misschien zonder dat dat de intentie van de regisseur is, mogelijke mazen in een (democratisch) wetsysteem dat in Incitement het tegengewicht is voor het fanatisme van de moordenaar. De geprojecteerde god van de moordenaar kan in een empirisch wetssysteem nooit worden aanvaard, maar één beoogde kwaliteit van die god zou dat wetssysteem goed van pas komen: hij is onfeilbaar. De mens en zijn wetten zijn nooit zonder fouten. L’Ennemi is dan ook geen aanklacht, maar een reflectie van het onzekere, gefragmenteerde leven zelf. Het is een film die zeggingskracht mist, maar juist dat gegeven tot een hogere boodschap lijkt te willen verheffen.

Films tussen twee vuren
Incitement en L’Ennemi bevinden zich tussen twee uiterste vuren. De ene titel laat zijn publiek te gemakkelijk wegkomen, door alle schuld onvermijdelijk op een historisch schuldig bevonden hoofdpersoon te laden. Kijkers hoeven zich nergens af te vragen aan welke zijde van het schulddebat zij zich hoeven te scharen. L’Ennemi betrekt diezelfde kijkers juist op een manipulatieve wijze bij het schulddebat, door te impliceren dat wij ergens allemaal kunnen delen in Durieux’ onzekere, opzichtig gemaskeerde bestaan. Er zit geen heil in Strekers aangezette postmodernisme, waarbij Renier in de rol van Durieux demonstratief de vierde wand doorbreekt. Beide titels missen uiteindelijk de gouden middenweg die films over dit thema naar een hoger niveau kan tillen.

 

19 oktober 2020

 

Film Fest Gent 2020 – Deel 2

 

 
MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2020 – Preview

Preview Film Fest Gent 2020
Een zeer schappelijk zaalprogramma

door Tim Bouwhuis

Een protocol voor een op Corona beproefd festival, een speciale selectie digitaal toegankelijke films en een gereduceerd, maar nog steeds zeer schappelijk zaalprogramma. Het had nogal wat voeten in de aarde, maar op 13 oktober begint dan toch de 47e editie van Film Fest Gent. Net als vorig jaar doet ondergetekende voor InDeBioscoop verslag van het festival.

Ditmaal in de preview verwachte hoogtepunten uit het aanbod van titels waarvan Nederlandse distributie nog niet bevestigd is en daaronder een overzicht van reeds aangekochte titels die al in Gent draaien.

Malmkrog

Malmkrog (Cristi Puiu, 2020)
Als je in een tijd van Twitter en TikTok nog een film van 200 minuten durft te maken, is het je in ieder geval niet om een zo groot mogelijk publiek te doen. De recensies uit Berlijn beloven statische, minutieus uitgewerkte tableaus en lange filosofische conversaties over goed en kwaad en de loop van de Europese geschiedenis. Regisseur Cristi Puiu, gelauwerd om stilistisch prikkelende en sociaalmaatschappelijk bewuste films als The Death of Mr. Lazarescu (2005) en Aurora (2010), kwam onlangs nog in opspraak nadat hij zich op het Transilvania International Film Festival (TIFF) kritisch had uitgesproken over de ingestelde coronamaatregelen. Enkele weken daarna werd bekendgemaakt dat acteur Matt Dillon hem zou vervangen als jurylid op het Filmfestival van Venetië.

Irradiés (Irradiated, Rithy Panh, 2020)
De Cambodjaanse documentairemaker Rithy Panh verdiepte zich al meerdere malen in de getroebleerde eigentijdse geschiedenis van zijn land. Noemenswaardig is hier vooral The Missing Picture (2013), waarin Panh kleianimatie gebruikt om de zoektocht naar een foto uit de tijd van het bewind van de Rode Khmer te verbeelden. De film werd in Nederland in 2014 uitgebracht door Contact Film en is voor Cineville-abonnees toegankelijk via de streamingdienst Vitamine Cineville. Irradiés brengt de zoektocht van Panh een stap verder: ditmaal beschouwt hij de geschiedenis van en de psychologie achter verschillende oorlogen om te onderzoeken wat dit leed voor de talloze slachtoffers betekent.

Last and First Men

Last and First Men (Jóhann Jóhansson, 2020)
Met zijn dood in 2018 schokte de IJslandse musicus en filmcomponist Jóhann Jóhansson de film- en muziekwereld. Filmliefhebbers die het solowerk van Jóhansson niet volgden konden zijn muziek alsnog kennen van films als The Theory of Everything (James Marsh, 2014), Sicario (Denis Villeneuve, 2015) en Arrival (eveneens Denis Villeneuve, 2016). Van die drie titels zal Jóhansson postume filmdebuut, dat in dat licht automatisch extra lading mee krijgt, het meeste gemeen hebben met het buitenaardse bezoek in Arrival. Last and First Men presenteert een mix van Jóhanssons eigen muziek en visuele vervreemding met als leidraad de stem van actrice Tilda Swinton. De stem komt uit de toekomst, voor de mens nadert het onheil. Wie zich alvast wil oriënteren op Jóhanssons stijl als filmmaker kan op streamingdienst MUBI de kortfilm End of Summer (2014) bekijken.

First Cow (Kelly Reichardt, 2019)
Óf en hoe de nieuwe film van de Amerikaanse Indie-favoriet Kelly Reichardt (Old Joy, Night Moves) in Nederland te zien gaat zijn, is op het moment van schrijven pijnlijk genoeg nog niet bekend. Reichardts films concentreren zich onder meer op de kleine gebaren in relaties tussen mensen. Ze leggen sociale constructies (arm en rijk, ideologie en privilege) bloot zonder de waardigheid van de geportretteerde mensen te indringend aan te tasten. Ze mijden de stad en mijmeren over de mens in uitgestrekte omgevingen, in heden en verleden. First Cow speelt net als Meek’s Cutoff (2010) in de negentiende eeuw en handelt over kapitalistische uitbuiting en sociale uitsluiting. De parallellen met het heden zullen ongetwijfeld niet al te ver te zoeken zijn.

Il Mio Corpo

Il Mio Corpo (Michele Pennetta, 2020)
Eén van de fijnste bezigheden tijdens een groter filmfestival is het gericht zoeken naar nieuwe namen en stemmen die hun stempel op de filmwereld kunnen gaan drukken. Eén van de geanticipeerde hoogtepunten van Film Fest Gent 2020 op dit vlak is Il Mio Corpo, een Italiaans-Zwitsers debuut dat zoals zoveel titels anno 2020 bewust speelt met de grens tussen documentaire en fictiecinema. De film gaat voorbij rooskleurige toeristische plaatjes van het eiland Sicilië om een portret te schetsen van twee jongemannen (een Nigeriaanse migrant en een jongen die op het eiland is geboren) die elk hun eigen weg in het leven moeten zien te vinden.

Bezoek voor het volledige overzicht van films en nog beschikbare tickets voor vertoningen op locatie en On Demand de festivalwebsite.

Verwacht in de Nederlandse zalen en/of On Demand (data onder voorbehoud)
Via September Film:
Druk (Drunk) van Thomas Vinterberg (2021)
Kom Hier Dat Ik U Kus van Niels van Koevorden en Sabine Lubbe Bakker (10-12-2020)
There is no Evil van Mohammad Rasoulof (07-01-2020)
Wendy van Benh Zeitlin (2021)

Via Disney:
Nomadland van Chloé Zhao (nnb)

Via Universal:
Ammonite van Francis Lee (10-12-2020)

Via Cinéart:
All the Pretty Little Horses van Michalis Konstantatos
Gagarine van Fanny Liatard en Jérémy Trouilh (11-03-2021)

Via Paradiso:
My Salinger Year van Philippe Falardeau (07-01-2021)

Via Periscoop Film:
I am Greta van Nathan Grossman (22-10-2020)

Via Imagine:
Here we Are van Nir Bergman (04-02-2021)
The Singing Club van Peter Cattaneo (05-11-2020)
Petite Fille van Sébastien Lifshitz (07-01-2021)

Via Splendid Film:
Falling van Viggo Mortensen (11-02-2021)

Via De Filmfreak:
The Assistant van Kitty Green (19-11-2020)

Via Pieces of Magic:
Bloody Nose, Empty Pockets van Bill Ross IV en Turner Ross (nnb)
Women Make Film: A New Road Movie through Cinema van Mark Cousins (nnb)

Via Gusto Entertainment:
Mandibules van Quentin Dupieux (18-02-2021)

Via ARTI Film:
Slalom van Charlène Favier (14-01-2021)

Via Cherry Pickers:
Undine van Christian Petzold (2020)

In het programma van Gent staan ook enkele titels die op het moment van schrijven al in Nederland te zien zijn of waren.

 

10 oktober 2020

 
MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2020: Vreemd, vreemder, vreemdst

Imagine Film Festival 2020: 
Vreemd, vreemder, vreemdst

door Michel Rensen

Imagine biedt niet alleen een platform voor het beste wat genrefilm te bieden heeft, maar zoekt daarbij ook altijd naar films die buiten alle gebaande banen treden.

 

Dogs Don’t Wear Pants

Dogs Don’t Wear Pants
Juha moet na het overlijden van zijn vrouw de zorg van hun dochter op zich nemen en heeft daardoor eigenlijk geen ruimte om te rouwen. Wanneer hij op een dag het hol van dominatrix Mona in struikelt, vindt hij daar de uitlaatklep waar hij zo drastisch aan toe was. Eerst helpt de fysieke aftuiging hem aan zijn leed te ontsnappen, maar snel biedt dat al niet meer voldoende soelaas. Hij vraagt Mona om hem te wurgen tot hij zijn bewustzijn verliest, waardoor hij een moment tussen leven en dood even in contact met zijn vrouw kan komen.

Regisseur J.P. Valkepää heeft het kleurenpalet van Nicolas Winding Refn overgenomen, met prachtige rode en blauwe neonbelichting, maar geeft de film een sterke emotionele kern die sterk contrasteert met Winding Refns kille werelden. Tussen Juha en Mona bloeit een vreemd, doch warme relatie die voor hen beide ruimte voor emotionele ontwikkeling biedt. Tegelijkertijd groeit Juha dichter naar zijn dochter toe doordat hij eindelijk zijn rouw een plek kan geven.

 

Yves

Yves
Voor wie een beetje BDSM niet kinky genoeg is, biedt Yves nog merkwaardigere seksuele praktijken. In deze Franse versie van Black Mirror neemt rapper Jerem deel aan een proef met een gloednieuwe AI-koelkast, Yves. Hoewel Jerem vooral blij is met de gratis boodschappen, weten Yves’ rap- en flirttalenten Jerems leven uit het slop te trekken. Maar als Yves’ jaloezie stijgt, neemt hij heel Jerems leven over als de waarheid naar boven komt dat Jerem niet zelf verantwoordelijk is voor zijn populaire muziek. Hij verliest niet alleen zijn roem, maar tot overmaat van ramp wordt ook zijn vriendin door Yves afgepakt.

Met onder andere een editie van het Songfestival waar vrijwel enkel machines optreden, biedt Yves in navolging van Black Mirror een scala aan bizarre, dystopische, maar niet geheel ongeloofwaardige toekomstbeelden. Echter blijven de personages in de film zo oppervlakkig dat de film nergens een kritiek of nieuwe inzichten over onze samenleving biedt. En zoals het een Franse film betaamt, belandt het trio uiteindelijk samen in bed, met een koelkastorgasme als ‘hoogtepunt’ van de film.

 

Lake Michigan Monster

Lake Michigan Monster
Voor de flauwe humor kun je beter terecht bij de Amerikaanse low-budgetproductie Lake Michigan Monster. De excentrieke, bootloze kapitein Seafield (gespeeld door regisseur Ryland Brickson Cole Tews) is met zijn bemanning uit op wraak op het zeemonster dat zijn vader doodde. Met zijn zwart-witesthetiek die doet denken aan het werk van Guy Maddin, Monty Python-esque woordspelingen en een dosis striplogica, weet de film het voorspelbare plotverloop uitmuntend te verbloemen.

Lake Michigan Monster laat vooral het plezier van filmmaken van het doek springen en laat zien dat grote budgetten helemaal niet nodig zijn om entertainment te maken. Het enige dat de film zal missen, is de gezamenlijke beleving met het publiek wat een film als dit tot een onvergetelijke ervaring kan maken, dus zoek vooral creatieve manieren om dat toch een beetje mogelijk te maken.

 

31 augustus 2020

 
MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2020: Rampspoed

Imagine Film Festival 2020:
Nature Strikes Back!

door Tim Bouwhuis

“In deze crisistijd willen veel mensen liever geen zware films zien”, opperde een collega toen er richting de zomer nauwelijks publiek was voor een Russisch oorlogsdrama. Toch zijn de ogen van filmliefhebbers op het moment van schrijven unaniem gericht op Tenet, met trailerreferenties naar iets “ergers dan de Derde Wereldoorlog”. Ondertussen start in Amsterdam een hybride editie van het in april uitgestelde Imagine Film Festival.

De themareeks ‘Nature Strikes Back!’ besteedt met sprekende titels als Waterworld en Sea Fever aandacht aan projecties van ecologische doem en rampspoed. Waarom laten we ons eigenlijk nog overspoelen door filmische stromen van ellende terwijl de wereld zelf al lang in brand staat?

Eén van de mogelijke antwoorden op deze vraag ligt onmiskenbaar verscholen in een belangrijke paradox van het film kijken. Gaat iets goed, dan is het voor de meeste mensen niet langer interessant. We worden geprikkeld en vermaakt door gebeurtenissen en situaties die we zelf onder geen beding willen doorstaan. Ook mierzoete happy endings hebben hun status te danken aan de gedramatiseerde conflicten die er standaard aan vooraf gaan.

Waterworld (1995)

Waterworld (1995)

Fictie of realiteit?
Apocalyptische en post-apocalyptische producties zijn doorgaans gebaseerd op scenario’s die de levenservaring van veel (jonge) westerse kijkers ontstijgen. Bij een Apocalyps (‘onthulling’) van epische Hollywoodproporties denken we aan het oeuvre van Roland Emmerich (Independence Day, 2012) of aan opgeklopte semi-Bijbelse pastiches van het niveau Left Behind (2014). Grinniken geblazen natuurlijk: dit hebben we niet meegemaakt, dit gaan we niet meemaken, en als de wereld al ten onder gaat, dan niet op déze manier. We isoleren de ficties en plaatsen ze in een ander hokje dan de wereld om ons heen. Totdat de films die we kijken die hokjes met geweld omver trappen.

Steven Soderberghs Contagion (2011), een filmische blauwdruk van een virusuitbraak op massaschaal, heeft zichzelf ergens dit voorjaar omgedoopt tot documentaire. De film nu herzien is niet intrigerend, maar eng. Pre-crime, een idee uit Steven Spielbergs Minority Report (2002), is al even geen sciencefiction meer. Ook Kubricks magnum opus 2001: A Space Odyssey (1968), een film over transhumanisme en het tijdperk van kunstmatige intelligentie, is welbeschouwd een apocalyptische film. Is er zonder einde wel een ‘dawn of man’, de cyclus die 2001 verbeeldt? Of willen we echt blijven geloven dat de mens tot in de eeuwigheid soeverein zal blijven over z’n eigen creaties?

Contagion (2011)

Contagion (2011)

Eco-calyps
Ook de eco-apocalyps is een onverminderd actueel onderwerp. Deel van de themareeks op Imagine is een online panel (dat al plaatsvindt op 28 augustus, red.) over de vraag hoe verbeelding kan worden ingezet om de klimaatcrisis te benaderen. Deze vraag naar verbeelding is de voorbije jaren steeds meer een schreeuw om nut en effect geworden. Films over eco-rampspoed moeten ons niet alleen informeren, maar ook activeren. Het verklaart direct waarom een essayistisch ingestoken documentaire als Planet of the Humans (Jeff Gibbs, 2019) zoveel ophef veroorzaakte. Verwarring en conflict staan actie in de weg, een verondersteld juiste manier van handelen. Films als Aquarela (Viktor Kosakovskiy, 2018) en Anthropocene: The Human Epoch (2018) werden op het Movies That Matter Festival zij aan zij gepresenteerd met talkshows en debatten in de geest van An Inconvenient Truth (2006, 2017).

Wat kan de mens concreet doen om zijn verantwoordelijkheid te nemen, en hoe verhoudt de verantwoordelijkheid van individuen zich tot het werk van ‘groene’ instituties en denktanks? Op de afgelopen editie van IDFA (International Documentary Festival Amsterdam) leidde de kritiek van een spreker op de functie van het World Economic Forum (naar aanleiding van Das Forum van Marcus Vetter) tot felle protesten uit de zaal.

In een dergelijk kruitvat zou je bijna vergeten dat waarschuwingen voor de gevaren van ‘global warming’ en klimaatverandering zeker al decennia teruggaan. Zo waarschuwde de VN zeker al in 1989 voor toekomstige rampspoed. Niet de koppen, maar de globale aandacht van publiek, politiek en media zijn aangescherpt.

In dat licht is cultklassieker Waterworld (Kevin Reynolds, 1995) minder profetisch dan sommige eigentijdse herwaarderingen willen voorstaan. De film mag dan inzetten op een reële projectie van schaarste en verval, ze is in de eerste plaats nog altijd een avontuurlijke odyssee die voorzichtig voor sorteert op de latere Pirates-franchise (2003-heden). De vondst van een omgekeerde wereld (de zee boven, het land onder) is het decor voor een schmierende Dennis Hopper (inclusief ooglapje) en een protagonist met kieuwen (Kevin Costner).

Ook in de uitgerekte director’s cut van bijna drie uur kun je Waterworld zijn amusementswaarde niet ontzeggen, maar de vraag is of de film écht (nog) iets kan bijdragen aan het bewustzijn rond de stijging van de zeespiegel en de uitputbaarheid van grondstoffen. Eén van de scherpste plotelementen, de uitgespeelde schaarste van zand, weegt op tegen een ongenuanceerde toespeling op de noodzaak tot geboortebeperking, nota bene uit de mond van een kind (Enola, gespeeld door Tina Majorino).

Sea Fever (2019)

Sea Fever (2019)

De zee als organisme
Fascinerender kijkvoer in het hier en nu is Sea Fever (2019), een Ierse debuutfilm over de overlevingsstrijd tussen de mens en de natuur die hem omringt en voedt. Regisseur Neasa Hardiman gebruikt het mysterie van een besmettelijk zeewezen als metafoor voor de natuur die in bedreigde omstandigheden terugvecht en zijn eigen overlevingsdrang versterkt. Net als in The Thing (John Carpenter, 1982) begint het gevaar in een gesloten omgeving (hier een vissersboot met een selecte bemanning), maar strekt het zijn tentakels in de loop van de vertelling uit naar het grotere geheel, de mensheid zelf.

Het gevolg is dat deze prettig opgebouwde thriller richting de slotakte ineens een morele lading meekrijgt, waarbij kijkers helaas wel weer weinig subtiel de voorkeurskant van de protagonist opgeduwd worden. Omdat de dreiging alles te maken heeft met besmettingsgevaar, is het lastig om tijdens het kijken niet óók aan de huidige staat van de wereld te denken. In Sea Fever representeert Siobhán (Hermione Corfield) het wetenschappelijke respect voor het voortbestaan van bio-organismen, terwijl een deel van de overige bemanningsleden duidelijk vanuit eigenbelang redeneert.

De toekomst van toekomstprojecties
Hoewel de film met name slaagt als thriller en overlevingsdrama, en Corfield vooral ook een knappe hoofdrol neerzet, heeft Sea Fever wel de potentie om discussies over de relatie tussen mens en natuur van verdere munitie te voorzien. De vraag is hoe uitgerust we in crisistijd nog zijn om op een afgewogen, scherpe manier te spreken over de problemen die ons boven het hoofd hangen. Ook zonder fictie hebben we onze handen al vol, en zouden we ons veel scherper mogen afvragen wat projecties van doem en rampspoed nu eigenlijk nog bijdragen aan ons begrip van de werkelijkheid. Hebben we films als Waterworld en Sea Fever nodig om dreigingen aan te kijken in spiegels van verbeelding? Of zijn we al te verward geraakt door de balans tussen fictie en realiteit om nog met een heldere blik naar geprojecteerde rampspoed te kijken?

Sea Fever is de slotfilm van Imagine 2020. Vanaf 5 september kun je de film 24 uur digitaal bekijken. Op 6 september wordt een vertoning op locatie (inclusief awardsceremonie) gevolgd door een afsluitende projectie van Waterworld. Klik hier voor meer informatie.

 

29 augustus 2020

 

ALLE ESSAYS

 

CinemAsia 2020 – Deel 2

CinemAsia 2020 – Deel 2:
Iedereen is op de vlucht

door Cor Oliemeulen

Zuid-Korea vervult een voortrekkersrol in de Aziatische cinema. In ons tweede en laatste verslag van CinemAsia 2020 aandacht voor een broeierige misdaadfilm, een romantisch drama, een documentaire over een scheepsramp en een uiterst onderhoudende rampenfilm, vermomd als actiekomedie. Gemeenschappelijk thema van deze vier Koreaanse films: iedereen is op de vlucht. Maar niet iedereen zal het overleven.

 

The Wild Goose Lake

The Wild Goose Lake – Klopjacht in neon
Na zijn bejubelde Black Coal, Thin Ice (2015) keert de Chinese filmmaker Yi-nan Diao terug met een broeierige neo-noir, waarmee hij opnieuw mikt op een groot publiek in binnen- en buitenland. Plaats van handeling is Wuhan (dat inmiddels het epicentrum van het Coronavirus is). In deze stad woedt een gewelddadig conflict tussen twee bendes. Na de dood van enkele criminelen en een politieagent ontstaat een klopjacht op antiheld Zhou, die zich samen met een mysterieuze dame verbergt in de wetteloze contreien rond het Wilde Ganzenmeer.

Liet hij zich in zijn vorige misdaadfilm al inspireren door de donkere atmosfeer van The Third Man (1949) van Carol Reed en het werk van Orson Welles, met The Wild Goose Lake steekt Diao ook zijn voorliefde voor het Duitse Expressionisme (jaren twintig vorige eeuw) niet onder stoelen of banken. Het gebruik van schaduwen en uitvergrote stijlmiddelen wordt aangevuld met het originele kleurgebruik van Diao’s vaste cinematograaf Jingsong Dong (ook Long Day’s Journey Into Night, 2018).

De klopjacht op een moordenaar door zowel onderwereld als politie mag dan wel een modern eerbetoon aan M (1931) van Fritz Lang zijn, desondanks wordt het plot overvleugeld door de atmosfeer van kunstzinnige arthouse. De korte scènes in de dierentuin en de circustent lijken wat gekunsteld, de fellatioscène in de roeiboot is gewaagder. Echt enerverend wordt The Wild Goose Lake pas als de meute jagers de locatie van Zhou heeft ontdekt. De film draait vanaf 12 maart in een aantal landelijke bioscopen.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.45 uur in Studio/K.

 

Moonlit Winter

Moonlit Winter – Verboden liefde
De Koreaanse middelbare scholiere Sae-bom opent een mysterieuze brief die is bestemd voor haar zojuist gescheiden moeder Yoon-hee. De brief is gepost door een oudere vrouw in het Noord-Japanse stadje Otaru die haar inwonende nicht een plezier denkt te doen. Sae-bom verzwijgt de inhoud van de brief aan haar moeder (en aan de kijker) en lokt die mee op een trip naar Japan. In het geheim gaat ook Sae-boms vriendje mee. Moonlit Winter (Yunhui-ege) is een verhaal over een verboden liefde dat sfeervol is gefilmd, maar dat laat op gang komt.

In de tweede speelfilm van Lim Dae-hyung is de eeuwige sneeuw van Otaru een metafoor voor gevoelens die zich moeilijk laten ontdooien. Zowel fysieke als emotionele afstand tussen mensen houden de personages in hun greep. Het verlangen naar liefde en aanraking neemt de toeschouwer mee naar een moeizame ontknoping, die begrijpelijkerwijs afstandelijk aanvoelt, maar warmte ontbeert. Vooral voor niet-Aziaten staan de culturele achtergronden een goed begrip over de menselijke verhoudingen in de weg: Japan-Korea, moeder-dochter en in dit geval de verboden liefde. Aanvankelijk is het moeilijk te begrijpen wie wie is en welke rol zij in het geheel hebben. Op die manier ontwikkelt het drama zich teveel als een puzzel die de kijker moet zien op te lossen en mis je enige uitleg of achtergrond, waardoor de emotionele betrokkenheid met de karakters laat op gang komt. Ondertussen zorgen de perikelen tussen Sae-bom en haar vriendje voor een vrolijke noot.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.20 uur in Studio/K en zondag 8 maart 19.30 uur in Studio/K.

 

Yellow Ribbon

Yellow Ribbon – De waarheid zinkt niet
De yellow ribbon geldt als een symbool van bewustzijn. Canadese moeders en vrouwen droegen het toen hun zonen en mannen in de oorlog moesten vechten en inwoners van Brazilië en Nieuw-Zeeland dragen het om de aandacht te vestigen op de vele suïcides. In de meeste landen staat het gele lintje symbool voor hoop en solidariteit. In Zuid-Korea zie je ruim vijf jaar na het zinken van de veerboot Sewol de afbeelding nog op vele plaatsen prijken ter nagedachtenis aan de slachtoffers en hun families van de ramp waarbij 304 van de 476 passagiers en bemanningsleden pal voor de kust de dood vonden.

De documentaire Yellow Ribbon van Yu Hyun-sook volgt vijf personen die op de een of andere manier waren betrokken bij de ramp op 16 april 2014 en de nasleep daarvan. Met name het feit dat de kapitein en een aantal bemanningsleden de passagiers aan hun lot overlieten, de te late reddingspogingen en de verdrinkingsdood van 250 middelbare scholieren hebben diepe indruk achtergelaten. De documentairemaakster kiest niet voor sensationele beelden, zoals de vele mensen aan de oever die de Sewol hebben zien zinken – het latere shot van de gehavende veerboot op een werf is al indrukwekkend genoeg.

Yellow Ribbon laat vooral zien hoe in Zuid-Korea na het falen van de autoriteiten een protestbeweging uitgroeit tot ongekende proporties. Dat niet iedereen de vele uitingen van burgerlijk ongenoegen steunt, blijkt uit het fragment dat tijdens een hongerstaking demonstratief gratis pizza’s worden uitgedeeld. Veel mensen kunnen zich niet identificeren met de nabestaanden en vergeten de ramp het liefst. Echter het merendeel van de bevolking kan niet wachten totdat de ware oorzaak eindelijk boven tafel komt en alle schuldigen ter verantwoording worden geroepen.

Nog te zien vrijdag 6 maart 17.00 uur in Rialto en zondag 8 maart 17.20 uur in Studio/K.

 

Exit

Exit – Game of drones
Exit (Ekisiteu) is zonder twijfel de grappigste film van CinemAsia 2020. Het debuut van Lee Sang-geun was met negen miljoen bezoekers een grote kaskraker in Zuid-Korea en is ook voor de westerse kijker uiterst onderhoudend. Yong-Nam (Jo Jung-suk) heeft na zijn studie geen zin om te gaan werken en houdt zich het liefst bezig met rotsklimmen. Hij dringt erop aan dat het zeventigste verjaardagsfeest van zijn moeder wordt gevierd in Dream Garden, omdat daar zijn oude vlam Eui-ju (Im Yoon-ah) werkt. Nadat de stad wordt overspoeld met wit gifgas dat ook de etage van Dream Garden dreigt te bereiken, moet Yong-Nam alles op alles zetten om zijn familie en zijn liefje te redden.

In deze als actiekomedie vermomde rampenfilm worden halsbrekende toeren afgewisseld met heerlijk hysterisch sentiment waarbij Yong-Nams vader (Park In-hwan) de kroon spant door in alle opzichten en op alle momenten fanatiek mee te leven met het lot van zijn zoon. Net als in de meeste andere (Amerikaanse) rampenfilms stapelen de genreclichés zich langzaam op, echter Exit blinkt uit door originele vondsten, subtiele humor en het gemis van (bloederig) geweld, terwijl de bovengemiddelde realiteitszin ook de kijker klamme handen garandeert. De capriolen in Safety Last! (1923) waarin filmkomiek Harold Lloyd aan de wijzers van een torenklok bungelt, zijn kinderspel met het soms bloedstollende klimwerk van onze Koreaanse held in wording. Steeds verder en steeds hoger leidt de weg naar redding, totdat er uiteindelijk hulp uit onverwachte hoek komt. Het inlevingsvermogen en het sentiment, soms compleet over de top, van Exit zijn zo meeslepend dat menig kijker het niet droog zal houden.

Nog te zien vrijdag 6 maart 19.15 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 21.45 uur in Studio/K.

 

6 maart 2020

 

Deel 1

 

MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2020 – Deel 1

CinemAsia 2020 – Deel 1:
Anderen helpen, maar ook jezelf

door Cor Oliemeulen

De Aziatische cinema is bezig aan een onstuitbare opmars. Daar kan geen virus wat aan veranderen. In ons eerste verslag van CinemAsia 2020 twee opvallende drama’s uit India, het Indonesische antwoord op de Amerikaanse superheldenfilm en een nachtmerrieachtige thriller over de Chinese onderdrukking in Taiwan. Gemeenschappelijk thema: soms moet je anderen helpen om jezelf te kunnen helpen.

 

The Wayfarers

The Wayfarers – Humaan geploeter in de modder
Dat de Indiase cinema veel meer is dan Bollywood bewijst Goutam Ghose, die in de jaren zeventig begon als documentairemaker en fotojournalist. Zijn sociaal-realistische stijl komt tot uitdrukking in zijn jongste speelfilm The Wayfarers (Raahgir), waarin hij zich andermaal focust op het leven van de onderklasse in de Indiase samenleving.

De moedige Nathuni (Tillotama Shome: Moonsoon Wedding, 2001) woont met haar verlamde man en hun zoontje en dochter in een geïsoleerde omgeving. Ze hebben weinig te eten, maar proberen het beste van het leven te maken. We volgen Nathuni de dag nadat ze door twee mannen dreigt te worden verkracht. Ze moet vele kilometers lopen over ongeplaveide wegen en paadjes om werk in de stad te zoeken. Onderweg ontmoet ze de opgewekte Lakpathi (Adil Hussain: Life of Pi, 2012). In korte flashbacks vertellen ze over hun levens. Zo leren we dat Nathuni’s man tijdens een betoging een politiekogel in zijn rug kreeg en dat Lakpathi vroeger een begenadigde danser was die door zijn grootste concurrent uit de gemeenschap werd verjaagd. Op weg naar de stad ziet het koppel hoe een marskramer met zijn motor en karretje met twee doodzieke bejaarde zwervers vastzit in de modder. Niemand wil hem helpen, maar Nathuni en Lakpathi steken de handen uit de mouwen om hun voetreis vol ontberingen te voltooien.

The Wayfarers is een klein drama met een heel groot hart. We zien hier mensen, niet gehinderd door enige luxe, die niet zeuren wanneer ze iemand in nood moeten helpen. De dankbaarheid die volgt is al even ontroerend.

Nog te zien zaterdag 7 maart 21.30 uur in Rialto.

 

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars – Liever leven dan overleven
Ook verstoken van de obligate Bollywood-liedjes en -dansjes is Dolly Kitty and Those Twinkling Stars van de Indiase scenarist en regisseur Alankrita Shrivastava. Op CinemAsia 2016 won zij de publieksprijs met Lipstick Under My Burkha, dat vanwege de opzwepende verbeelding van rebelse vrouwen in eigen land verboden was. Ook in haar derde speelfilm worden taboes doorbroken en staat het verzet van vrouwen in een door mannen gedomineerde samenleving centraal.

De jonge Kajaal vertrekt naar een voorstad van New Delhi om werk te zoeken. Zij gaat logeren bij haar nicht Dolly, die naar buiten toe pretendeert een voorbeeldig en onbezorgd leven te leiden met haar man en twee zoontjes. Tijdens haar eerste baantje in een schoenenfabriek wenst Kajaal zich niet als een slaaf te laten behandelen. Nadat Dolly’s man zich aan haar probeert op te dringen, verkast Kajaal naar een hostel en vindt een baan in een callcenter waar ze, als Kitty, romantische gesprekken met telefonerende mannen moet voeren. Hoewel Dolly er aanvankelijk schande van spreekt, zeker nadat Kajaal verliefd wordt op een beller, laat ook zij zich niet langer ringeloren door haar directe (mannelijke) omgeving. Ook zij vindt een nieuwe liefde.

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars past goed in de huidige trend van vrouwen in India die voor hun eigen belangen en (seksuele) gevoelens opkomen. Een oprechte, sympathieke film met een lach en een traan die nergens vergeet onderhoudend te zijn.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.30 uur in Rialto en zaterdag 7 maart 14.00 uur in Rialto.

 

Gundala

Gundala – De eerste Indonesische superheld
Het grootste entertainmentbedrijf van Indonesië, Bumi Langit, publiceerde de afgelopen 60 jaar meer dan 500 karakters in stripverhalen. Als antwoord op de superheldenfilms van Marvel en DC Comics is Gundala het eerste populaire personage dat in een nieuwe reeks op het witte doek verschijnt. De ambities zijn er, maar om echt te concurreren is er qua originaliteit en uitvoering nog wel wat werk aan de winkel.

Het jochie Sancaka verliest zijn vader tijdens een gewelddadige arbeidersopstand en een jaar later verdwijnt zijn moeder spoorloos. Hij leert van zich af te bijten en gaat als hij volwassen is werken als beveiliger en monteur van een drukkerij. Net zoals Batman verliest Sancaka zijn ouders op jonge leeftijd en heeft hij één angst: geen vleermuizen, maar bliksem. Maar op het moment dat Sancaka wordt getroffen door de bliksem krijgt hij superkrachten en verandert hij in de superheld Gundala. Hij zal het opnemen tegen allerlei gespuis van de straat en de corrupte overheid die moordlustige wezen traint en hypnotiseert om de duistere samenleving verder te ontwrichten.

Gundala van Joko Anwar begint veelbelovend met een aardige premisse, mooie beelden en een jongetje dat wat doet denken aan zijn collegaatje in Lion (2016) dat aan zijn lot is overgelaten. Maar later wordt de film steeds rommeliger en stapelen de clichés en ongeloofwaardigheden zich op. Zo is de schurk een deels verbrande Two-Face, lijkt het muziekthema verdacht veel op dat van Marvel en begint het ook buiten het regenseizoen spontaan te bliksemen zodra Gundala superkrachten nodig heeft. Verder zien veel vechtscènes er even onbeholpen uit als de outfit van onze sympathieke superheld.

Gundala verdient een betere sequel. Ondertussen staat de volgende superheld van Bumi Langit aan de zijlijn te trappelen: de blinde zwaardvechter Mata Malaikat. Deze titelheld zal worden vertolkt door Iko Uwais (bekend van de The Raid-films), dus dan zijn spectaculaire martial arts in ieder geval gewaarborgd.

Nog te zien zaterdag 7 maart 19.15 uur in Studio/K.

 

Detention

Detention – Doden tot leven brengen
Een zenuwslopende, deprimerende film met een hoopvolle boodschap. Dat is Detention (Fanxiao) van John Hsu, die zijn debuut baseerde op een populair videospel. Plaats van handeling is een bijna uitgestorven school in Taiwan tijdens de Chinese staat van beleg in de jaren zestig. Hsu mengt intelligent een politiek drama met romantiek en horror. Stijlvol gefilmd, ingenieus gemonteerd en bij vlagen ontroerend.

Tijdens het totalitaire regime zijn de meeste boeken verboden. In de kelder van een school komen de leden van een geheim boekenclubje samen. Maar dan blijkt dat iemand het clubje heeft verraden, waardoor de andere leden worden gemarteld en vermoord. In een nachtmerrieachtige sfeer gaat een meisje op zoek naar antwoorden. En zoals dat gaat in nachtmerries weet je niet altijd wat en waarom iets gebeurt en bevind je je plots weer in een andere dimensie en situatie. De geluidsband is sinister, de beelden zijn afwisselend onheilspellend, luguber, angstaanjagend, maar op andere momenten poëtisch. De horrorelementen illustreren de verschrikkingen die de Taiwanese bevolking tijdens de Chinese onderdrukking moest ondergaan.

Het hoopvolle van Detention is dat het verbod van boeken ‘het woord’ nooit zal kunnen uitbannen. Dat blijkt onder meer wanneer een jongen en een meisje, die weten dat ze binnen worden afgeluisterd, liefdevolle zinnen voor elkaar op een papiertje schrijven. Buiten praten ze over de schoonheid van bloemen en tekenen ze de toetsen van een piano, zodat ze samen in hun gedachten muziek kunnen maken. Er is dus hoop na alle onderdrukking en verderf. Alles wat dood is, kun je weer tot leven brengen.

Nog te zien donderdag 5 maart 21.45 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 21.40 uur in Studio/K.

 

5 maart 2020

 

Deel 2

 

MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2020 – Vijf tips

Vijf tips voor CinemAsia 2020
Stemmige film noir en hartverwarmend familiedrama

door Alfred Bos

In 2009 scheurde hij als vrijwilliger kaartjes bij de deur, sinds vorig jaar is Shiko Boxman de baas van het festival voor de film uit Azië. Hij geeft zijn tips voor CinemAsia 2020.

Als Koreaans adoptiekind van Nederlandse pleegouders is Yoon-shik (‘Shiko’) Boxman vloeiend in de cultuur van het westen én het oosten. Dat blijkt uit zijn filmsmaak. “Oldboy (Chan-wook Park, 2003) is voor mij de meest iconische film ooit. Die film had op mij zo’n impact omdat hij van een Koreaanse regisseur was. Dat zijn we hier in Nederland niet gewend. Er is geen regisseur die wraakgevoelens zo goed kan vertalen naar het witte doek.”

The Wild Goose Lake

The Wild Goose Lake

“Voor mij was Crouching Tiger, Hidden Dragon (2000) van Ang Lee een hele belangrijke film. Voor het eerst in mijn leven zag ik Aziatische acteurs in een volwaardige rol. Ik kan ook ontzettend genieten van Europese arthouse, de Dogma-films bijvoorbeeld. Alex van Warmerdam vind ik een fantastische regisseur, voor mij is Borgman (2013) de laatste echt goeie Nederlandse film geweest. Tarantino is ook bepalend geweest voor mijn jeugd en mij als filmliefhebber.”

Voor de 2020 editie van CinemAsia tipt hij de volgende films.

Gundala (Joko Anwar, 2019, Indonesië)
Joko Anwar is een van de meest zichtbare representanten van de opkomende cinema uit Indonesië. Twee jaar terug vertoonde CinemAsia zijn horrorfilm Satan’s Slave, een kassucces in zijn thuisland en verkocht aan meer dan veertig landen, en was de regisseur te gast op het festival als lid van de jury van de CinemAsia Jury Award. Anwar, begonnen als filmciticus van de Jakarta Post en scenarist, is goed thuis in het fantasy/horrorgenre. Gundala (‘bliksemschicht’) is de verfilming van een Indonesische strip uit de jaren zeventig over de wetenschapper Santaca die als superheld met bliksemkrachten het opneemt tegen duivels geboefte. Gundala, zoon van de bliksem, is de Aziatische tegenhanger van de Amerikaanse superhelden The Flash en Black Lightning.

Te zien woensdag 4 maart 21.30 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 19.15 uur in Studio/K.

Fagara (Heiward Mak, 2019, Hong Kong)
Fagara
markeert de comeback van Heiward Man, na haar veelbelovende speelfilmdebuut, het tienerdrama High Noon (2008), gemaakt toen ze 23 was, en enkele minder geslaagde commerciële projecten. Tijdens de begrafenis van haar vader ontmoet een jonge vrouw uit Hong Kong twee halfzussen van andere moeders. De een, een androgyne snookerprofessional uit Taiwan, kan niet overweg met haar moeder. De ander, een modebewuste vlogger uit China, verweert zich tegen oma die haar graag ziet trouwen. Gezamenlijk moeten ze het familierestaurant draaiende houden. Fagara is vergeleken met het werk van de Japanse meester van het gezinsdrama, Hirokazu Kore-eda.

Te zien donderdag 5 maart 21.30 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 19.00 uur in Rialto,

The Wayfarers (Goutam Ghose, 2019, India)
Deze onafhankelijke productie van de Bengaalse veteraan Goutam Ghose heeft twee heuse filmsterren (Adil Hussein, Life of Pi, en Tillotama Shome, Monsoon Wedding) in de hoofdrollen. De Indiase titel Raahgit verwijst naar een Indiase actiegroep die verstopte wegen op aangewezen dagen wil afsluiten voor verkeer; in de film zijn de wegen verlaten. Een vrouw op zoek naar werk en voedsel voor haar straatarme gezin ontmoet een rondreizende acrobaat. Gezamenlijk helpen ze een andere vreemdeling, een marskramer die met zijn brakke machine twee halfdode bedelaars naar het ziekenhuis brengt. De omstandigheden zijn bruut, het landschap leeg en het leven hard. The Wayfarers heeft de eenvoud van een fabel en ontroert door zijn empathie met verschoppelingen.

Te zien woensdag 4 maart 17.15 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 21.30 uur in Rialto.

Suk Suk (Ray Yeung, Hong Kong, 2019)
Twee mannen op leeftijd, de een getrouwd en de ander weduwnaar die inwoont bij het christelijke gezin van zijn zoon, ontmoeten elkaar bij toeval en worden een stel. Suk Suk, de derde film van regisseur Ray Yeung, is genomineerd voor de publieksprijs van het recente filmfestival van Berlijn en werd onderscheiden met de Hong Kong Film Critics Society Award. In 2016 vertoonde CinemAsia Yeungs tweede speelfilm, Front Cover, eveneens rond LGBT-thematiek. Acteur Chun-yip Lo, hij speelt de zoon, zal tijdens het festival aanwezig zijn.

Te zien donderdag 5 maart 19.05 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 16.40 uur in Studio/K.

The Wild Goose Lake (Yi’nan Diao, China, 2019)
Stemmige film noir van de regisseur die vijf jaar terug verraste met de donkere thriller Black Coal, Thin Ice, destijds goed voor de Gouden Beer van het filmfestival in Berlijn. In The Wild Goose Lake zijn het niet ijs, vrieskou en zielloze provinciesteden die de sfeer bepalen, maar regen, broei en neon. Tijdens een gangsteroorlog doodt de baas van een misdaadfamilie een agent en wordt gezocht door autoriteiten en criminelen. Ook in China is de film ondertiteld, want de taal is het dialect van Wuhan. Deze arthouse-misdaadthriller was te zien tijdens het recente filmfestival van Rotterdam en krijgt vanaf 12 maart een landelijke release.

Te zien vrijdag 6 maart 21.15 uur in Studio/K.

 

Kaarten voor deze en andere films die draaien tijdens CinemAsia 2020 zijn te bestellen via de website.

 

4 maart 2020

 

Lees hier ons lange interview met Shiko Boxman.

 


MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia na de Oscar voor Parasite

Erkenning voor ondertitelde films
CinemAsia na de Oscar voor Parasite

door Alfred Bos

Op CinemAsia staan films uit Azië centraal. Het festival wil een brug slaan tussen oost en west, aldus de nieuwe directeur Shiko Boxman. “Wat wij al zestien jaar propageren, wordt nu door de mainstream opgepakt.”

“Het succes van Parasite komt niet uit de lucht vallen”, zegt Shiko Boxman wanneer we de trap oplopen. CinemAsia houdt kantoor in Studio/K, de door studenten bestierde bioscoop in de Indische buurt in Amsterdam-Oost, de hipste en meest pluriforme wijk van Neerlands hoofdstad. “We zagen het aankomen en we zijn verheugd over de erkenning.”

Boxman heeft recht van spreken. Een paar maanden eerder, kort voor de Nederlandse release van Parasite, vertoonde CinemAsia een drietal Zuid-Koreaanse films die regisseur Bong Joon-ho hadden geïnspireerd. De cineast leidde ze zelf in, via Skype.

Gundala

Gundala

“Het is in zekere zin ook erkenning voor CinemAsia”, zegt de festivaldirecteur naar aanleiding van de Oscar voor Parasite als Beste Film. Het is de eerste maal dat een niet-Engelstalige film met die eer strijkt, een historisch moment. In 2014 opende CinemAsia met Snowpiercer van Bong Joon-ho. “Voor ons is het nu zaak om de pracht en de kracht van de filmindustrieën uit landen als Indonesië, Thailand en de Filipijnen te laten zien.”

De belangrijkste Oscar voor een film met ondertitels uit een ver en – in sommige opzichten – exotisch land, wat betekent dat voor de cinema uit Azië? “Heel veel”, meent Boxman. “Niet alleen voor filmmakers uit Azië, maar voor filmmakers uit Zuid-Amerika en Afrika. Er is erkenning voor films met ondertitels. Je kent vast deze grap. Iemand die twee talen spreekt is tweetalig. Iemand die zeven talen spreekt is een polyglot. En iemand die één taal spreekt is een Amerikaan.”

Shiko Boxman

Shiko Boxman

Talentontwikkeling
Film, en cultuur in het algemeen, zijn een subtiele manier om invloed, aanzien en macht te verwerven: soft power. Boxman: “Zuid-Korea heeft miljoenen geïnvesteerd in de filmindustrie. De halyu, de Koreaanse wave van K-pop, K-anima en K-cinema, heeft de afgelopen tien jaar de culturele invloed van Zuid-Korea wereldwijd versterkt. Als het Zuid-Korea kan lukken om strategisch beleid te voeren waarin economische belangen worden ondersteund door culturele invloed, kan dat gelden voor Indonesië, Thailand en de Filipijnen, maar ook voor landen als Brazilië en Colombia.”

Boxman nam vorig jaar het stokje over van algemeen directeur Hui Hui Pan en artistiek directeur Maggie Lee. Hij ziet voor CinemAsia een rol in de ontwikkeling van talent. “De discussie over cultuurbeleid gaat momenteel over diversiteit en inclusiviteit. Dat wordt vaak uitgelegd als ‘we moeten meer mensen van kleur in onze organisatie hebben’. Mijn kijk daarop is: er moet in het bestaande aanbod van programmering ruimte gemaakt worden voor narratieven in andere talen en uit andere culturen”.

“Dat begint bij ons team. Maar waar vindt je een programmeur met een Nederlands-Indonesisch perspectief? Die zijn er niet zoveel, wat betekent dat we ze zelf moeten opleiden. Bij mijn aantreden heb ik ervoor gekozen om dat tot speerpunt te maken. Dat heeft geleid tot de oprichting van CinemAsia Academy, een opleidingsprogramma. We vinden dat er te weinig Nederlanders met een Aziatische achtergrond werkzaam zijn in de Nederlandse filmindustrie.”

De filmvoorstellingen krijgen tijdens CinemAsia een introductie waarin achtergrond en context van de film wordt geschetst. Boxman profileert het filmfestival CinemAsia ook als kennisinstituut. “Dat zien we breder dan film alleen, als cultuur in het algemeen. In de aankomende jaren wil ik de aangewezen organisatie worden als het gaat over Aziatische popcultuur en filmcultuur. We krijgen steeds vaker telefoontjes van distributeurs die een Aziatische film hebben aangekocht: wat is jullie idee? Dan geven we een ongezouten mening.”

Parasite

Parasite

Superheld uit Indonesië
Van de 492 films die er in 2019 in Nederland in omloop gingen, kwamen er 108 niet uit Nederland (76), Europa (163) of Amerika (145). ‘De rest van de wereld’ is dus goed voor ruwweg een vijfde van het filmaanbod in de Nederlandse bioscoop. Terwijl zestig procent van de filmproductie uit Azië komt.

Boxman: “Ik denk dat Afrika ook een voorbeeld is van verschrikkelijk veel onontdekt filmtalent. CinemAsia heeft bestaansrecht omdat het iets toevoegt aan het filmaanbod. Als cinema uit Azië hier meer populariteit zou genieten, dan zouden we niet nodig zijn. We proberen al zestien jaar een lans te breken voor de Aziatische film.  Gelukkig komt daar mondjesmaat verandering in. Er zijn distributeurs die ons bellen en een vorm van samenwerking zoeken.”

Hij tipt Indonesië als filmland om in de gaten te houden. Tijdens de openingsavond vertoont CinemAsia de superheldenfilm Gundala van Joko Anwar, naar een populaire Indonesische strip uit de jaren tachtig. Het is de eerste film in een geplande reeks, waarmee de Aziatische cinema weerwoord geeft aan de razend populaire franchise van Marvel.

Ook de zien is het interculturele drama Bumi Manusia van Hanung Bramantyo. “Een fantastische film met een confronterend beeld over de raciale tegenstellingen tijdens het koloniale bewind van Nederland in Indonesië. We hoopten stiekem dat De Oost van Jim Taihuttu op tijd klaar zou zijn voor het festival, maar die wordt verwacht voor september.”

Nieuw voor CinemAsia zijn films uit India: Dolly Kitty and Those Twinkling Stars en The Wayfarers. Boxman: “In Nederland en de rest van de wereld wordt alleen aandacht besteed aan Bollywood. De films die we uit India hebben geprogrammeerd zijn juist géén Bollywood, maar maatschappijkritisch. Daarmee willen we de verscheidenheid van het subcontinent India laten zien. Opmerkelijk is dat er een coproductie is opgezet van Bollywood en Noord-Korea, daar houden ze heel erg van dat theatrale song and dance. Dat zul je steeds meer gaan zien: coproducties binnen Azië die de pluriformiteit van het continent tonen.”

Coming Home Again

Coming Home Again

Diaspora
Gastcurator Léo Soesanto, programmeur van filmfestivals in Cannes, Bordeaux en Rotterdam, heeft een focusprogramma samengesteld rond het thema diaspora, met films die niet zijn geproduceerd in het land waaruit de regisseur komt. Boxman: “Met die films willen we duidelijk maken dat regisseurs met een diaspora-achtergrond de wereld door een hele andere lens bekijken. Waar voel ik me thuis? Aan het diasporathema besteden we al dertien jaar aandacht via ons Filmlab.”

Ontworteling, het ontheemd-zijn, is bij uitstek een eenentwintigste-eeuws thema, beaamt hij. “Een mooi voorbeeld is Coming Home Again van Wayne Wang, een regisseur uit Hong Kong die op basis van een Koreaans script in Amerika een film heeft gemaakt over een Koreaanse immigrantenfamilie in Amerika.”

CinemAsia biedt meer dertig films, allemaal nieuw voor Nederland  en in een aantal gevallen nieuw voor Europa. A Man Called Ahok (Putrama Tuta, Indonesië), Yellow Ribbon (Hyun-sook Ju, Zuid-Korea) en Moonlit Winter (Dae-hyung Lim, Zuid-Korea) zijn voor het eerst buiten hun land van herkomst te zien. In het LBGTQ+ programma, vast onderdeel van CinemAsia, valt Suk Suk (Ray Yeung, Hong Kong) op. De film over een homopaar op leeftijd kreeg negen nominaties voor de Hong Kong Film Awards en is uitgeroepen tot de beste Hong Kong-productie van het jaar.

De opvallendste film in de programmering is wellicht Lulana: A Yak in the Classroom van Pawo Choying Dorji uit Himalaya-land Bhutan. Shiko Boxman stelt dat CinemAsia ook films wil tonen uit regio’s in Azië waar de filmindustrie in opkomst is, zoals Bhutan en Nepal. “We willen aandacht vragen voor jonge filmmakers uit landen waar nog geen levendige filmindustrie is, dat is een van onze verantwoordelijkheden. Een screeningmogelijkheid in het buitenland werkt enorm motiverend.”

CinemAsia Film Festival: van woensdag 4 tot en met zondag 8 maart in Studio/K en Rialto te Amsterdam.

 

2 maart 2020

 

Shiko Boxmans tips voor CinemAsia 2020.

 

MEER INTERVIEWS