Martin Eden

***
recensie Martin Eden

Archetypische schrijvende matroos

door Paul Rübsaam

Een ongeschoolde matroos wil koste wat kost schrijver worden om indruk te maken op een deftige jongedame. Filmregisseur Pietro Marcello verplaatst de handeling van de roman Martin Eden van Jack London naar Napels. Met goede resultaten.   

In één van de eerste scènes van de film Martin Eden van de Italiaanse regisseur Pietro Marcello (1976) komt de zeevarende titelheld (Luca Marinelli) een student te hulp die een aframmeling dreigt te krijgen van een havenmeester. Als dank nodigt de student de matroos bij hem thuis uit. Daar vergaapt de bonkige Martin zich aan de prachtige schilderijen en het dure servies, maar vooral aan de frêle literatuurstudente Elena Orsini (Jessica Cressi), de zus van de jongen die hij gered heeft. ‘Ik wil denken zoals jij, praten zoals jij, zijn zoals jij’, bekent hij het fijnzinnige en welbespraakte meisje. Hij valt niet alleen als een blok voor haar, maar tevens voor het hoge bourgeois-milieu dat zij vertegenwoordigt.

Martin Eden

Martin mag van Elena een boek van Charles Baudelaire lenen. Want lezen wil hij. En uiteindelijk zelf schrijver worden. Elena geeft hem ondertussen wat les, omdat hij veel taalfouten maakt. Zijn drieste mannelijkheid vindt ze erg aantrekkelijk, maar zijn gebrekkige algemene ontwikkeling stoort haar eerder. Dat iemand die de basisprincipes van de grammatica niet eens beheerst ooit een boek zal schrijven, kan ze zich niet voorstellen.

Nietschze, Spencer, andere vrienden
De jonge matroos die in zijn eigen woorden ‘een creatief vuur voelt branden om te getuigen van de wereld’ begint geestdriftig filosofisch getinte reis- en avonturenverhalen te schrijven. Hij stuurt zijn manuscripten naar diverse uitgeverijen en tijdschriftredacties, maar krijgt ze steeds zonder toelichting weer retour. Om toch nog iets te verdienen, moet hij keihard werken op schepen, maar ook in metaalfabrieken en op het boerenland.

Martin is niet alleen een onvermoeibare lezer van romans, maar tevens van werken van de filosoof Friedrich Nietschze en de socioloog Herbert Spencer. Gaandeweg verandert daardoor zijn kijk op het milieu van Elena. Hij wordt zich bewust van de onrechtvaardigheid van de klassenverschillen. Het socialisme wil hij echter niet omarmen, omdat dit volgens hem het individu miskent en slechts de uitdrukking is van een slavenmoraal. 

De oude, ongeneeslijk zieke schrijver en bohemien Russ Brissenden (een memorabele rol van Carlo Cecchi) met wie Martin in contact komt, is van mening dat de door de beginnende literator aanbeden Elena niet meer is dan een dom bourgeoisgansje. Bovendien heeft Brissenden zo weinig vertrouwen in het oordeel van uitgeverijen dat hij Martin voorhoudt dat voor een ware schrijver de publicatie van zijn werk een belediging is.

Martin Eden

Ook vrouwen doen Martin twijfelen aan het voetstuk waarop hij Elena plaatst. Margherita, een meisje dat werkt in een conservenfabriek, is stapelverliefd op hem. Is zij misschien degene die van hem houdt zoals hij is, in tegenstelling tot Elena, die met zoveel kunstgrepen veroverd moet worden? En dan is er nog de oudere weduwe Maria, wier kostganger hij wordt. Samen met haar twee opgroeiende kinderen geeft ze Martin een gevoel van nestwarmte waarnaar hij misschien wel meer hunkert dan naar literaire erkenning. 

Archetype
De semi-autobiografische roman Martin Eden van de Amerikaanse schrijver en avonturier Jack London (1876-1916) is een Bijbel voor zelfgemaakte mannen, voor iedereen die droomt van een schrijverscarrière en niet in de laatste plaats voor mensen met een scherp oog voor onoverbrugbare klassenverschillen. Het boek trekt aan als een magneet, maar irriteert ook omdat de schrijver zichzelf er wel erg veel complimenten in uitdeelt. De hoofdpersoon is een eerlijke jongen van de straat met een paar stevige knuisten, die onweerstaanbaar is voor vrouwen uit alle lagen van de bevolking en zich bovendien gaandeweg ontwikkelt tot een literair genie. Welke man zou niet willen zijn wat Jack London volgens Jack London was?

Anders dan het boek, dat speelt in Oakland (Californië) aan het begin van de twintigste eeuw, vormt Napels in de loop van de eerste helft van die eeuw het decor van de film van Pietro Marcello. Die Zuid-Italiaanse stad (Marcello groeide zelf op in het nabije Caserta) is een uitgelezen decor voor arm-rijkcontrasten en romantiek van de straat. Al ligt het cliché op de loer (hangt men in de nauwe Napolitaanse straatjes wasgoed te drogen? – nee toch …).

Martin Eden

De opkomst van het socialisme en het fascisme en het uitbreken van een grote oorlog spelen in Martin Eden op de achtergrond een rol. Marcello weet de irriterende factoren van de roman te neutraliseren door de protagonist te behandelen als een naar tijd en plaats verschuifbaar archetype, dat met zijn hang naar individualisme vermalen wordt door de ideologieën waarvan de romanfiguur nog slechts het voorspel aanschouwde.

Eden weet weliswaar te ontsnappen aan de kwellingen van geestdodende en zware lichamelijke arbeid, maar valt ten prooi aan de machinaties van de uitgeverswereld en de grillen van het modegevoelige literaire publiek. Ook het noeste werk van een schrijver kan uiteindelijk als waardeloos beoordeeld en zelfs vernietigd worden, zoals de film toont met behulp van archiefbeelden van door nationaalsocialisten georganiseerde boekverbrandingen.

 

15 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Regisseur Claudio Giovannesi over Piranhas

Regisseur Claudio Giovannesi over Piranhas:
“Ik probeer de werkelijkheid rechtstreeks een gezicht te geven”

door Alfred Bos

De Italiaanse regisseur Claudio Giovannesi schetst in zijn films geen vleiend portret van zijn thuisland. Hij kijkt niet weg en ziet pubers waar anderen misdadigers zien. “Voor mij bestaan er geen goede of slechte mensen.”

“Wat men in het buitenland de maffia noemt, is in Italië een regionaal fenomeen. Elke streek heeft zijn eigen georganiseerde misdaad, met een eigen naam: de Cosa Nostra op Sicilië, de ‘Ndrangheta van Calabrië, de Camorra van Napels en de Sacra Corona Unita van Apulië en Puglia. De geschiedenis van Italië is verweven met misdaad.”

Claudio Giovannesi

Op dinsdag spreekt InDeBioscoop – via een tolk – met de Italiaanse regisseur Claudio Giovannesi (Rome, 1978), over zijn nieuwe film La paranza dei bambini, die in Nederland draait onder de titel Piranhas. Hij gaat over een jeugdbende in Napels en is gebaseerd op de roman De kinderen in de sleepnetten van Roberto Saviano. Diens meest recente boek, Zero Zero Zero, brengt de internationale cocaïnehandel in kaart. Op woensdag wordt de advocaat van een drugscrimineel in Amsterdam op straat vermoord.

Boek en film zijn fictie, de realiteit waarop ze zijn gebaseerd is dat niet. Na de gebeurtenissen in Nederland verklaart Saviano tegen een Amsterdamse krant: “Van Italië tot Zweden en van Mexico tot Nederland zien we dat de nieuwe generatie maffiosi en drugshandelaars bestaat uit heel jonge jongens, vaak minderjarigen, die in armoedige omstandigheden leven en uit achtergestelde milieus komen.”

Claudio Giovannesi doelt op de jeugdige criminelen en de misdaad die het onderwerp zijn van zijn speelfilm, als hij stelt: “Dit soort situaties spelen zich af op plekken waar de staat er niet is. Veel schooluitval. Armoede. Geen werk. Dat vormt een voedingsbodem voor misdaad.”

Vierduizend kandidaten
Piranhas is niet de enige film uit Italië over misdaad en maffia die er dit jaar uitkomt. In december verschijnt in de Nederlandse bioscoop Il Traditore (De verrader) van de veteraan Marco Bellocchio; de film vertelt het verhaal van de eerste spijtoptant van de maffia, Tommaso Buscetta, en de processen die daarop volgden. No sono un assassino (Ik ben geen moordenaar) van Andrea Zaccariello, over een corrupte politieman, heeft de Nederlandse cinema niet gehaald. Dat lukte La terra dell’abbastanza van de D’Innocenzo-broers wél.

Wat sprak de regisseur aan in het boek van Saviano? Giovannesi: ”Het vertelt over het milieu waarin jongeren in Napels opgroeien: de misdaad, het bevriend raken met bepaalde types, de gunsten die worden verleend. Dat zijn feiten. De film is meer gebaseerd op de gevoelens van pubers. Hij gaat niet zozeer over misdaad, maar over het leven van die jongeren in een wereld van misdaad.”

Piranhas

Is het boek fictie of nonfictie?

“Dat is een interessante vraag, want de film en het boek zijn gebaseerd op een waar gebeurd verhaal van een groep jongeren in een wijk van Napels. Voor een aantal maanden hadden ze de macht in die wijk overgenomen. Het boek van Saviano is fictie, maar gebaseerd op feiten. De film haalt zijn inspiratie uit het boek, uit het waar gebeurde verhaal, maar ook uit het feitelijke leven van jongeren in Napels.”

Hoe heeft u de hoofdrolspeler gevonden, Francesco Di Napoli?

“De hele film wordt gespeeld door niet-professionele acteurs, jongeren van zestien. Om die te vinden, hebben we moeten selecteren uit vierduizend kandidaten. We wilden iets specifieks: jongeren die de feiten kenden van de gebeurtenissen die we in de film zien. Tegelijkertijd wilden we jongeren met een onschuldige blik. De film gaat over het verlies van de onschuld die je op die leeftijd nog hebt.”

“Deze jongeren zijn geen criminelen, natuurlijk. Maar omdat ze in bepaalde wijken van de stad leven, hebben ze de misdaad rechtstreeks gezien. Ze wisten precies hoe dingen gaan. Francesco, de hoofdrolspeler, werkt in een bar in een wijk van Napels waar de misdaad die de film toont, zich daadwerkelijk heeft afgespeeld. Dat is daar dagelijkse kost.”

Film en literatuur
Claudio Giovannesi studeerde literatuur, voor hij in 2009 zijn eerste speelfilm maakte, La casa sulle nuvole, over twee broers met tegengesteld temperament. Zijn belangstelling voor films ontstond eenvoudigweg door films te kijken.

Giovannesi: “Wat ik interessant vind aan films is dat je rechtstreeks contact hebt met een verhaal over de werkelijkheid, over de wereld. Literatuur werkt met woorden en het geschreven woord is eigenlijk een tussenstap tussen de schrijver en de werkelijkheid. Film is directer. Ik probeer de werkelijkheid rechtstreeks een gezicht te geven. Natuurlijk heb je de tussenstap van de acteurs, maar de verhouding tussen wat ik wil laten zien en de werkelijkheid is direct.”

Bij een boek speelt het verhaal zich af in het hoofd van de lezer. Vindt u niet dat een film de fantasie van de kijker insnoert?

“Als je een boek verfilmt, moet je de woorden, dat wat geschreven is, eigenlijk herschrijven naar een ander medium. In het boek van Saviano is er veel geweld, het telt ook veel woorden die geweld beschrijven en duiden. Omdat een film directer is, gebruik je beelden die hetzelfde beschrijven.”

Een boekverfilming is de interpretatie van de regisseur. De lezer kan een andere uitleg hebben.

“Er zijn verschillende mogelijkheden. De film kan het boek toelichten, dat zijn doorgaans slechte films. Maar er zijn ook prachtige films gemaakt naar slechte boeken. Ik verwijs naar Kubrick. Ik moet wel zeggen dat als je een boek verfilmt, je het boek ook een beetje verraadt. En dat kan ook niet anders, je kunt niet alle woorden in beelden weergeven. Ideeën en gevoelens moet je op een andere manier weergeven. Dat is een soort verraad.”

Pier Paolo Pasolini
De tweede speelfilm van Claudio Giovannesi, Alì ha gli occhi azzurri (2012), over twee straatboefjes in Rome, is net als Piranhas gedraaid met niet-professionele acteurs. Jonge mensen, misdaad, onbeproefde non-acteurs—dat doet denken aan Pier Paolo Pasolini. “Dat is een goede opmerking”, reageert de regisseur, “want hij is voor mij één van de belangrijkste schrijvers. Mijn tweede film is geïnspireerd op een gedicht van Pasolini.”

Piranhas

Wat trekt u aan in Pasoloni?

“Pasolini was niet alleen een groot regisseur. Hij was de belangrijkste Italiaanse intellectueel van de twintigste eeuw. Hij wist als geen ander de Italiaanse maatschappij en dynamiek te verwoorden. Een aantal dingen die hij toen heeft geschreven, zijn later uitgekomen. Wat voor mij belangrijk is in Pasolini, is zijn gevoel voor het heilige. Bij hem draait het om de mens.”

Het sacrale?

“Ik zou ‘t het humanistische noemen. Ik wil in mijn films de mensen als mens beschrijven. Voor mij bestaan er geen goede of slechte mensen. In mijn films maak ik geen verschil, zoals bijvoorbeeld wel gebeurt in de films uit Hollywood. Voor mij zijn de mensen belangrijk als mens, daar gaat het om. Ik hoop dat het publiek dat kan zien en voelen.”

Pasolini is door het filmestablishment in Italië een beetje onder het tapijt gestoken. Luca Guadagnino is het daar volstrekt niet mee eens. Wat is uw idee over de plek van Pasoloni binnen de Italiaanse cinema op dit moment?

“Pasolini is eigenlijk een hele moderne schrijver en intellectueel. Hij heeft in de jaren zestig al dingen voorspeld die jaren later inderdaad zijn bewaarheid, zoals de multiculturele samenleving, de omgang van uiteenlopende culturen met elkaar. Hij voorzag ook het einde van de agrarische samenleving en de wereld van de boeren. En de waarden die daar bijhoren. Pasolini is een eigentijdse auteur.”

In een interview uit 1975 met de Italiaanse staatsomroep RAI stelde Pasolini dat het kapitalisme als totalitair systeem zou slagen waar het fascisme had gefaald. Consumentisme was het middel. De wortel in plaats van de stok.

Giovannesi spreidt zijn handen. Ik bedoel maar, wil hij zeggen.

Gevoel van verbondenheid
Het script van Piranhas schreef Giovannesi in samenwerking met Roberto Saviano, auteur van het boek waarop de film is gebaseerd. Na zijn vorige film, Fiore (2016), over de liefdesrelatie tussen twee gedetineerden, regisseerde hij een aantal afleveringen van de internationaal succesvolle tv-serie Gomorra, die is gebaseerd op het gelijknamige boek van Saviano, in 2008 verfilmd door Matteo Garrone, de man van Dogman.

U schrijft uw eigen scripts. Is dat nodig voor uw manier van werken?

“Ik schrijf nooit alleen, ik schrijf liever in samenwerking met anderen. Ik zou ook een film kunnen maken die is gebaseerd op het scenario van iemand anders, maar het is heel lastig om een script te vinden dat van begin tot eind perfect is, dat je zó kunt regisseren en verfilmen. Het is me nog nooit gebeurd dat ik een script vind of krijg aangeboden dat perfect bij mij past. Het is wat dat betreft net als een pak kopen. Je zult bijna nooit een maatpak vinden dat je perfect past. Alleen als het speciaal voor jou is gemaakt.”

Ik wil nog iets vragen over het emotionele leven van de jongeren in de film. Als ik naar ze kijk, denk ik: ze kunnen niet communiceren, ze kunnen niet reflecteren, ze kunnen niet voelen.

“Het probleem van de jongeren van vandaag is naar mijn mening het gebruik van de mobiele telefoon en sociale media. Ik ging gisteren in een bar een biertje drinken en zag dat iedereen naar zijn telefoonscherm zat te staren. Ze zien geen lichaam tegenover zich, ze zien een scherm.”

“Wat we van jongeren kunnen leren, is het gevoel van broederschap. Dat is heel belangrijk voor jongeren, ergens bij horen. Dat gevoel delen alle jonge mensen op de planeet. Het gevoel van verbondenheid wordt heel intensief en hartstochtelijk beleefd. Bijna een kwestie van leven of dood.”

Piranhas

Op mij komen de jongeren in de film over alsof ze geen ziel hebben. Ik geef een voorbeeld: wanneer Letizia het uitmaakt, reageert Nicola, de hoofdpersoon, nauwelijks. Er is geen emotie.

“Er is geen emotie, want op dat moment probeert hij een man te zijn. Hij kiest voor de macht. Ze zijn als Romeo en Julia, afkomstig uit twee families of wijken die ruzie hebben. Later wil hij terug naar zijn geliefde, maar er is geen weg terug.”

Ze hebben wel emotie, maar die wordt doelbewust uitgeschakeld.

“Deze film gaat over het verlies van de onschuld, de onschuld die hoort bij die leeftijd. De hoofdpersoon doet daar afstand van ten faveure van de macht.”

De film gaat over het verlies van de onschuld en de corruptie van het vertrouwen. Is dat een metafoor voor wat er is gebeurd met het Italië van Berlusconi?

“De Italiaanse samenleving zit met de erfenis van Berlusconi. De regering van Berlusconi heeft er alles aan gedaan om het consumentisme te stimuleren. Nu zitten we met de consequenties en betalen de rekening.”

Pasolini heeft gelijk gekregen?

“Absoluut.”

 

Piranhas draait sinds donderdag 26 september in de Nederlandse bioscoop.

 

30 september 2019

 

MEER INTERVIEWS

Piranhas

****
recensie Piranhas

“Als je sterft op je twintigste, ben je een legende”

door Ries Jacobs

“Just when I thought I was out, they pull me back in.” Deze uitspraak van Michael Corleone is veelvuldig nagespeeld in The Sopranos. Ook in Piranhas zien we maffiosi die vastzitten in het criminele web, een thema dat al vaak te zien was op het witte doek. Voegt de laatste film van regisseur Claudio Giovannesi dan nog iets toe?

Nicola en zijn vrienden zijn net als de meeste tieners dol op merkkleding en andere luxe. Opgegroeid in de slechtere wijken van Napels zijn ze, in tegenstelling tot de meeste tieners, bereid om hiervoor vuile handen te handen maken. Nadat blijkt dat ze in de door de Camorra gecontroleerde stad niet wegkomen met kruimeldiefstal, besluiten ze het groter aan te pakken.

Piranhas

Opportunistisch als ze zijn, sluiten de tienerjongens deals met verschillende maffiafamilies. Geleidelijk worden ze binnen de Napolitaanse onderwereld een factor om rekening mee te houden. Het geld stroomt binnen en Nicola geniet van de luxe en de status die hem dit geeft. Als de gangsterwereld niet alleen uit glamour blijkt te bestaan, lijkt het te laat om eruit te ontsnappen.

Prijs op het hoofd
Piranhas is een bewerking van het boek La paranza dei bambini (in Nederland verkrijgbaar als De kinderen in de sleepnetten) van Roberto Saviano. De schrijver is bekend geworden door het journalistieke werk Gomarra, waarin hij de structuur en het mechanisme van de Camorra blootlegt. Dertien jaar na het verschijnen van dit debuut moet Saviano nog altijd onderduiken omdat er een prijs op zijn hoofd staat.

Giovannesi regisseerde in 2016 twee afleveringen van de mede door Saviano geschreven televisieserie Gomorra. Daarnaast maakt hij documentaires en speelfilms, waarin de hoofdpersoon vaak een crimineel, een verstotene of een andersoortige outsider is. Piranhas past prima in dit oeuvre.

Piranhas

Semiautomatisch geweer
Films over straatschoffies die uitgroeien tot gangsters hebben we al vaker gezien, maar nooit eerder waren ze te jong om auto te mogen rijden. Giovannesi brengt goed in beeld hoe naïef Nicola en zijn vrienden zijn. Ze stoeien, dagen elkaar uit en leggen alles vast op hun telefoon. Van een semiautomatisch geweer raakt hun hoofd net zo op hol als van de nieuwste Nikes. Het gangsterleven is voor hen als soldaatje spelen. Deze kinderlijke naïviteit middenin de vieze en grauwe straten van Napels geeft de film een realisme dat we vaker zien in de Italiaanse cinema.

Niet alleen doet Piranhas echt aan, het is volgens Saviano de weergave van een nieuwe realiteit. Gangsters worden steeds jonger, zowel het ‘voetvolk’ als de bazen. Deze tieners kiezen voor een kort leven vol luxe. “Als je sterft op negentigste, ben je oud nieuws. Als je sterft op je twintigste, ben je een legende.” Volgens Saviano zien we deze ontwikkeling ook in New York, Rio de Janeiro en andere steden. Zijn de schrijver en de regisseur een maatschappelijke trend op het spoor?

Waarschijnlijk wel, maar evengoed is de film een coming of ageverhaal. Nicola verruilt, aangetrokken door geld en glamour, zijn normale tienerleven voor een crimineel bestaan. Als hij eenmaal door de andere maffiosi als een volwassene wordt behandeld, blijkt terugkeer naar het tienerleven moeilijk. Dit maakt Piranhas tot een maatschappelijk realistische en originele film.

 

25 september 2019

 

Lees hier ons interview met Claudio Giovannesi over Piranhas.

 
 
ALLE RECENSIES

Ragazza nella nebbia, La

***
recensie La ragazza nella nebbia

Wachten op het laatste puzzelstukje

door Cor Oliemeulen

Een vijftienjarig meisje uit een diepreligieuze familie verdwijnt spoorloos. Een curieuze detective stort zich op de zaak en kan al vrij snel een verdachte leraar aanhouden. Maar is deze wel verantwoordelijk voor de vermissing? La ragazza nella nebbia vraagt veel geduld van de kijker.

Donato Carrisi was al een tijdje actief als producer en scenarist. Aangezien niemand zijn script van de thriller La ragazza nella nebbia (Het meisje in de mist) wilde verfilmen, maakte hij er een boek van en besloot uiteindelijk zijn misdaadverhaal zelf op het witte doek te brengen. Carrisi’s sfeervolle regiedebuut is vooral ambitieus door de vele plotwendingen, waardoor de kijker pas in de allerlaatste minuut de puzzel kan oplossen.

La ragazza nella nebbia

Suspense
In een interview zegt de Italiaan dat hij een verhaal altijd begint met een complex eind. Hij vermijdt elke vorm van geweld en toont nooit bloed, want een suspensefilm heeft dat volgens hem niet nodig. De toeschouwer weet bovendien meer dan de filmpersonages, maar bang zijn hoeft ook weer niet. Nu is Donato Carrisi geen Alfred Hitchcock, want die hield de kijker voortdurend bij de les zonder te vervallen in onnodige zijpaden, stemmingswisselingen en kunstzinnige shots om de boel wat op te leuken.

Carrisi valt in de kuil van menig debuterend filmmaker: teveel willen, uiteindelijk te weinig brengen. Het zoveelste bewijs dat boekverfilmingen (en gekunstelde puzzelverhalen) vaak niet goed uit de pixels komen. Denk bijvoorbeeld aan het vrij recente misdaadverhaal The Snowman (2017), hoewel Donato Carrisi het lang niet zo bont maakt als de Zweedse regisseur Tomas Alfredson die eveneens kon beschikken over een prachtige omgeving en een cast met grote namen.

La ragazza nella nebbia

Atmosfeer en cast redden film
Naast de verdienstelijke donkere thrilleratmosfeer zijn het de acteurs die La ragazza nella nebbia van de grijze middelmaat redden. Toni Servillo (La grande bellezza, 2013) is uitstekend op zijn plek als de mysterieuze detective Vogel die zoals zo vaak bijna geen gelaatsspier vertrekt en acteert alsof hij een dubbele agenda heeft. Ook de verdachte leraar (hij is op de dag van de verdwijning van de scholiere gewond geraakt aan zijn hand en zijn jeep is in de buurt gezien) vertolkende Alessio Boni (La meglio gioventù, 2003) blijft ondoorgrondelijk, zelfs nadat hij zijn baard heeft afgeschoren. Jean Reno (Léon, 1994) als psychiater hoeft slechts wat op afstand te brommen om geloofwaardig te zijn. Ook over de rest van de cast valt weinig te klagen.

Het zijn niet alleen de puzzelstukjes die de kijker op de goede plaats dient te leggen, enige maatschappijkritiek blijft in La ragazza nella nebbia niet achterwege. Bijna elke misdaadzaak wordt tegenwoordig tot in den treure in de media belicht en niemand kijkt meer op hoe cameraploegen zich als een zwerm bijen op verdachten en hun omgeving storten en hoe publieksgeile reporters proberen eeuwige roem te vergaren zonder welk ander belang dan ook in ogenschouw te nemen. Belangen zijn er ook bij de opsporende macht: een zondebok is snel gevonden om persoonlijke en politieke ambities te kunnen waarmaken of om je eerdere falen te verhullen. Je zou bijna vergeten dat ook verdachten en hun advocaten zich vandaag de dag uitstekend in die constellatie weten te bewegen.

 

31 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Terra dell’abbastanza, La

****
recensie La terra dell’abbastanza

M & M vermalen door misdaadmores

door Alfred Bos

Sterke debuutfilm van Italiaanse tweeling over jeugdvrienden aan de onderkant van de Romeinse samenleving. Ook daar is het leven één groot theater.

La terra dell’abbastanza is de debuutfilm van de Italiaanse tweelingbroers Daminio en Fabio D’Innocenzo, geboren in 1988; ze zijn naast de regie verantwoordelijk voor het script. Het is sociaal realisme vermomd als misdaaddrama, een soort Pasolini voor de eenentwintigste eeuw. Bij vluchtige kennismaking presenteert het relaas van de opkomst en ondergang van twee jonge krabbelaars in de buitenwijken van Rome zich als een generieke genrefilm. Maar zoals de ironische titel, het land van genoeg, al suggereert, is er meer aan de hand.

La terra dell'abbastanza

Manolo (Andrea Carpenzano) en Mirko (Matteo Olivetti) kennen elkaar vanaf de kleuterklas. In de grabbelton van het leven schurken ze tegen de bodem aan. Ze zitten op de horecavakschool en wonen nog thuis. Manola bij zijn vader (Max Tortora, Loro), die verblijft in een soort garagebox. Mirko bij zijn moeder (Milena Mancini) in het type naoorlogse woonkazerne dat de rafelranden van elke Europese grootstad, ook Rome, markeert. Het zijn enige kinderen van gebroken gezinnen, opgegroeid met geldgebrek en culturele armoede. Scharrelen om te overleven is hun tweede natuur.

Ze hebben geen voorbeelden en geen ambities. Ze zijn kansloos en hebben géén idee, ook niet hoe kansloos ze zijn. Tot zover is La terra dell’abbastanza Ken Loach op zijn Italiaans. Of eigenlijk Shane Meadows en diens This is England verplaatst van de Britse Midlands naar de eeuwige stad.

Oneindig krediet
Maar dat verandert wanneer de vrienden, met Mirko achter het stuur, op een verloren avond een voetganger doodrijden. Mirko, wiens morele besef nog niet is versteend, raakt in paniek. De meer berekenende Manolo verkiest niet te biechten bij de politie, maar bij zijn vader, een kleine knoeier. Die weet te achterhalen dat het slachtoffer een ondergedoken verklikker is, gezocht door de lokale boeven. Op slag zijn de kansloze kneuzen knapen met aanzien in de schaduweconomie, er gloort een loopbaan in de misdaad. Denken ze, en dat is het moment waarop La terra dell’abbastanza de afslag richting Pasolini neemt.

La terra dell'abbastanza

Met filmische middelen maakt de D’Innocenzo-tweeling zichtbaar wat er zich in de hoofden van de jeugdvrienden afspeelt. Telelens en close-ups tonen ogen waarin verwarring (Mirko) dan wel leegte (Manolo) schemert. Ook de aandacht voor het marginale milieu staat in dienst van de personages en hun morele keuzes, de scènes rond de kibbelende gabbers worden aangevuld met daden die hun ware ik tonen.

In de beste scène van de film weet Mirko het verjaardagsfeest van zijn halfzusje – dat hij nauwelijks kent – te verstieren door ongevraagd binnen te vallen als de kerstman met oneindig krediet. Hij heeft, net als zijn vervreemde vader, geen besef van wat hij aanricht, zijn moeder wel. Mirko is de impulsieve emotie tegenover de gewiekste list van Manolo. Hij weet Mirko – die klust als pooier en gaandeweg ook zijn vriendin Ambra (Michela De Rossi) als hoer ziet – te paaien voor een lucratieve opdracht. Er moet iemand worden omgelegd.

Distantie en betrokkenheid
Tegenover de naïeve bravoure van het tweetal staat het arglistige cynisme van de beroepscriminelen en hun capo, Angelo (Luca Zingaretti, inspecteur Montalbano uit de gelijknamige tv-serie). Milieu en karakter komen opnieuw fraai samen wanneer M & M tijdens een buurtdiner worden gerekruteerd voor de beraamde moord. Ook aan de onderkant van de samenleving is het leven één groot theater.

La terra dell'abbastanza

Met de wijze waarop de moordaanslag in beeld is gebracht, etaleren de D’Innocenzo-broers hun talent. De scène bestaat uit twee delen: een exterieur totaalshot met terloopse details, scherp gesneden naar interieur wanneer de handeling is voltooid. Resultaat: distantie van de filmmakers tegenover hun personages, betrokkenheid bij de filmkijker die aan de hand van de suggestie het verhaal zelf moet invullen. Zo wordt de toeschouwer de film ingezogen. En het typeert de psychologie van de personages: ze zijn er eigenlijk niet.

Na dat hoogtepunt verliest de ballon aan spanning en loopt langzaam leeg; het kernconflict is vervlogen, de keuzes gemaakt, het krediet op. Maar een sterke epiloog zet een uitroepteken achter dit veelbelovende speelfilmdebuut. “Wat ga je maken? Wat er is.” En zo is het. Wie in de film kanttekeningen bij het neoliberale kapitalisme wil zien, komt aan zijn trekken. Wie uit is op een röntgenfoto van de ongeletterde ziel, wordt ruim bediend. Wie Dogman kon waarderen, zal La terra dell’abbastanza ook bevallen.

 

18 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Notti magiche

***
recensie Notti magiche

De teloorgang van de Italiaanse cinema

door Ries Jacobs

In zijn nieuwste werk neemt regisseur Paolo Virzì de Italiaanse filmwereld onder de loep. Films hierover belichten vaak een wereld van glitter en glamour, bevolkt door steracteurs en weinig subtiele regisseurs. In Notti magiche zijn de hoofdpersonages origineler: scenarioschrijvers. 

Filmproducent Saponaro wordt dood aangetroffen in zijn te water geraakte auto. De jonge, ambitieuze scenarioschrijvers Antonino, Luciano en Eugenia zijn de hoofdverdachten. Als de carabinieri hen ondervragen, komt langzaam de waarheid aan het licht. Ondertussen blijkt hoe gejaagd en opportunistisch de filmwereld is.

Notti magiche

Wervelwind
Regisseur Virzì gaf de hoofdrollen in Notti magiche aan drie piepjonge acteurs die eerder nauwelijks voor de camera hadden gestaan. De onderlinge chemie is voortreffelijk. Het meest opvallende personage is Luciano, een wervelwind die handelt voordat hij nadenkt. Debuterend acteur Giovanni Toscano weet dit moeilijk te vertolken karakter – overacting ligt op de loer – geloofwaardig vorm te geven.

Notti magiche speelt zich af in de zomer van 1990. De titel is een zinsnede uit het lied Un’ estate Italiana, dat speciaal werd geschreven voor het wereldkampioenschap voetbal in Italië van dat jaar. In de film zien we regelmatig flarden van wedstrijden op tv. De sfeer en tijdsgeest weet de regisseur goed te vangen. De filmwereld met zijn afgunst en nijd, die vanonder een oppervlakkig laagje Italiaanse decadentie opborrelt. Waarschijnlijk niet geheel toevallig maakte Virzì zelf rond die tijd zijn entree als scenarioschrijver in de Italiaanse filmscene als coauteur van Time to Kill (1989) met Nicolas Cage in de hoofdrol. Dit werk gaf Virzì een voet tussen de deur. Hij bouwde naam op als scriptschrijver om vervolgens in 1994 zijn debuut als regisseur te maken met La bella vita. Na de successen van La prima cosa bella (2010) en La pazza gioia (2016) staat hij bekend als een van de grote Italiaanse regisseurs van deze tijd.

Bejaarde man
Virzì toont in Notti magiche hoe Antonino, Luciano en Eugenia gedurende die zomerse weken frivool opgaan in de Italiaanse filmscene, die door oude mannen (en een enkele oude vrouw) gedomineerd wordt. In een scène zien we een bejaarde Marcello Mastroianni huilen om een vrouw (Catherine Deneuve?) die hem verlaten heeft. De komedie staat bol van dit soort symboliek waarvan de boodschap duidelijk is: eind jaren 80 is de Italiaanse cinema een bejaarde man die zijn beste tijd achter zich heeft. Het beginnende trio scenarioschrijvers is ook nog even getuige van een opname van La voce della luna, de zwanenzang van Federico Fellini.

Notti magiche

Het is aan een jonge generatie van getalenteerde filmmakers om het stokje over te nemen. Maar het blijkt niet zo eenvoudig om in het kliekje van bijna uitgerangeerde, verwaande filmbonzen te komen. Dit gegeven brengt Virzì prachtig in beeld in de scène waarin een kantoor vol anonieme, fanatiek typende ghostwriters zo goed mogelijk probeert te voldoen aan de grillen van filmproducent Zappellini.

Beau monde van Rome
Notti magiche is een prima film, maar kan niet tippen aan Virzì’s beste werk. Dit komt doordat de drie hoofdrolspelers met horten en stoten hun weg in het wespennest van filmbonzen en steracteurs vinden, maar er verder weinig opbouw in het verhaal zit. Meer dan een uur lang bewegen de hoofdpersonages zich, alleen of gedrieën, in de beau monde van Rome en ontmoeten ze mensen die hen misbruiken en teleurstellen. Ondanks dat Virzì een unieke inkijk in de Italiaanse filmwereld van die periode geeft, moddert de plot wat aan totdat de regisseur pas op het allerlaatste moment het gaspedaal indrukt.

 

27 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Christo: Walking on Water

**
recensie Christo: Walking on Water

Ronddobberen in het ondiepe

door Sjoerd van Wijk

Het ontbreekt Christo: Walking on Water aan de visie die de kunstenaar in de filmtitel wel etaleert. Er is weliswaar humor en een ontwapenende eerlijkheid, maar geen thematische keuze. Christo blijft zo enigmatisch door gebrekkig inzicht.

De documentaire volgt Christo in 2016 als hij in het Iseomeer (Italië) een nieuw project onderneemt. The Floating Piers is een wandelpad van vlotten op het wateroppervlak van de wal naar het kleine eilandje San Paolo. Wereldberoemd geworden met zijn wijlen vrouw Jeanne-Claude, met wie hij diverse gebouwen zoals de Rijksdag in Berlijn heeft ingepakt, grijpt dit project voor Christo terug naar de herinnering aan zijn vrouw. Het idee stamt uit begin jaren 70, maar het koppel lukte het nooit dit van de grond te krijgen. The Floating Piers is niet alleen een artistiek project, maar in documentaire blijkt dat er ook menig logistieke uitdaging aan zit. Het levert spannende momenten op als de bezoekersaantallen veel groter zijn dan verwacht.

Christo: Walking on Water

Ontwapenend eerlijk
In Christo: Walking on Water zit een eerlijkheid die ontwapent. Waar documentaires als Ants on a Shrimp zich vooral bezighouden met het bewieroken van de artiest, toont regisseur Andrey Paounov meer interesse in reacties op technische mankementen en de onvermijdelijke stress als de hordes toeristen onhoudbaar blijken. Geen hosanna over Christo of een of ander verheven verhaal van de man over zijn drijfveren, maar gezever over printjes draaien en een microfoon die niet meteen werkt. Terwijl de buitenwereld wel volop aan het bewieroken is, zit Christo moeilijk te doen over welk type kettingen ze moeten gebruiken voor het bevestigen van doek aan de vlotten. Dit is gewoon een artiest die iets moois wilt maken en alles bloedserieus neemt.

Dat betekent niet dat er geen komische factor aan het geheel zit. Dikwijls vindt de documentaire de humor in dit megalomane project. Een goed idee hebben, blijkt niet te betekenen dat de uitvoering als vanzelf goed gaat. Het kibbelen van en met Christo over mondaine zaken tot aan gewichtige problemen laat hem met beide benen op de grond staan. Het heeft een anticlimactische kwaliteit terwijl er toch sprake is van een uiterst gedreven artiest. De vermoeide blikken en intonatie van zijn naaste verantwoordelijken maken het geheel af.

Geen prangende vraag
Toch laat Paounov ondanks de rücksichtslose observaties na om prangende vragen te stellen. Buiten een idee van hoe het is om met Christo samen te werken (lastig met voldoening aan het eind) is er weinig om dieper inzicht in zijn drijfveren te krijgen. De franke waarnemingen betekenen niet dat er automatisch sprake van een kritische blik is. Er is uitgebreid aandacht voor de knappe logistieke prestatie van The Floating Piers en de chaos achter de schermen, waarbij Christo een beetje uit het oog wordt verloren. In een zeldzaam moment van adoratie valt Paounov eenmalig in de valkuil van bewieroken met banale beelden van God in de Sixtijnse kapel. En in plaats van te zien wat het einde van dit persoonlijk significante project met Christo doet, kiest Walking on Water voor een zinloze epiloog.

Christo: Walking on Water

Stuurloos dobberen
De oppervlakkige houding komt ook tot uiting in het ontbreken van een gerichte thematische keuze. Elk te verwachten aspect van een artistieke onderneming als deze komt aan bod, zonder ooit de diepte in te gaan. Zo is er een intrigerend intermezzo over de commercialisering van kunst, als Christo op het kleine eiland omgetoverd tot vipruimte de elitaire bezoekers moet inpakken. Dit gaat weer overboord voor lichte politieke spelletjes om de autoriteiten verantwoordelijkheid voor de uit de hand lopende bezoekersaantallen te laten nemen. En zo verder. Het geheel dobbert voort en stipt thema’s aan om deze vervolgens weer te laten varen. Het maakt Christo: Walking on Water tot een stuurloze documentaire die ontzag brengt voor het project maar wat betreft de uitvoerders aan de oppervlakte blijft.

 

19 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Coureur

***
recensie Coureur

Alles nemen wat verboden is

door Cor Oliemeulen

Het drama Coureur over de jonge Vlaamse wielerbelofte Felix is nooit prettig om naar te kijken, maar biedt wel een aangrijpend relaas vanuit het perspectief van een hulpeloze dopingzondaar die zich vooral voor zijn vader wil bewijzen.

“De Amstel Gold Race van vandaag was veruit de beste wielerwedstrijd die ik ooit heb gezien. Absoluut ongelooflijk!”, twitterde Lance Armstrong nadat multitalent Mathieu van der Poel op sensationele wijze de enige Nederlandse wielerklassieker op zijn naam had geschreven. “Wat doe je hier, ga alsjeblieft weg”, sneerde iemand naar de Amerikaan die in zijn profiel nog vrolijk meldt dat hij zeven keer de Tour de France heeft gewonnen, ondanks het feit dat die titels hem al lang en breed zijn afgenomen. Met ruim drie miljoen volgers op Twitter geniet Armstrong nog steeds veel populariteit en aanzien, ondanks dat hij zijn grootste successen behaalde met structureel dopinggebruik, leugens en intimidatie.

Coureur

Onthutsend
In The Program (2015) toont regisseur Stephen Frears hoe Lance Armstrong bijna de hele wielerwereld in een ijzeren greep hield (inclusief het betalen van zwijggeld aan de internationale wielerunie) totdat een vasthoudende Ierse sportjournalist de ongekende dopingaffaire met overtuigend bewijs aan het licht bracht. De ongenaakbare Amerikaan werd al in 1999 bij zijn eerste Tourzege positief getest, een periode waarin bijna elke professionele wielrenner epo tot zich nam. Door het inspuiten van een hormoon dat extra rode bloedcellen produceert, zouden de spieren minder snel verzuren en zou het uithoudingsvermogen verbeteren.

Richt The Program zich op de ontmaskering van een beroemde frauderende wielrenner, het Belgische drama Coureur geeft een even onthutsend inkijkje in de wereld van een jonge, talentvolle wielrenner eind jaren negentig, echter eenzijdig vanuit het benauwende perspectief van de dopinggebruiker c.q. het dopingslachtoffer. Nationaal beloftekampioen Felix Vereecke (Niels Willaerts) sluit zich geheel tegen de zin van zijn dominante vader Mathieu (Koen De Graeve) aan bij een Italiaanse semiprofessionele wielerploeg en spuit, drinkt en slikt alles wat verboden is. Deels stiekem, deels onder toezicht van de ploegleider, die hem uiteraard laat vallen zodra zijn pupil wordt betrapt.

Vader-zoonconflict
De tragische geschiedenis is ontstaan door de ingewikkelde, maar klassieke verhouding tussen vader Mathieu en zoon Felix. De vader, die zich nog dagelijks thuis op de rollerbank in het zweet werkt, is mislukt als wielrenner en wil dat zijn zoon diens droom kan verwezenlijken. De zoon, die weinig aandacht en liefde van zijn vader heeft ontvangen, wil zich bewijzen, terwijl jaloezie en rivaliteit leidt tot ruzies en soms een knokpartij. Moeder Gerda (Karlijn Sileghem) kijkt liever de andere kant op, zelfs als zij ziet hoe haar man zijn bloed geeft aan hun zoon. Felix is bang dat hij daardoor kanker krijgt, voor Mathieu telt slechts de glorie.

Coureur

Coureur is geïnspireerd op de korte wielercarrière van Kenneth Mercken, die tijdig besloot dat hij zijn gezondheid niet langer op het spel wilde zetten en films wilde maken. Ook hij werd op jonge leeftijd nationaal kampioen en conflicteerde met een vader die wilde dat zijn zoon wel die geweldige racer wordt. Als ervaringsdeskundige wilde Merkcen laten zien hoe de wielrenner de wedstrijd ziet, voelt en beleeft. Uiteindelijk met het verstand op nul, bloed kotsend op het asfalt, maar altijd weer doorgaan omdat je bent wijsgemaakt dat je bent geboren om te winnen.

De verslaving aan zowel de sport als de doping, de naïviteit van de zoon en de rivaliteit met de vader in Coureur geven een aardig, subjectief beeld van de jonge belofte die wordt geleefd door zijn drijfveren en gemanipuleerd door zijn omgeving (de met een pistool zwaaiende Russische collega is eerder uitzondering dan regel). Naturalistisch, bij vlagen claustrofobisch gefilmd, waarmee de kijker vooral krijgt ingepeperd hoe je je eigen dromen moet volgen en in godsnaam moet afblijven van verboden middelen die je lichamelijk en geestelijk kunnen ruïneren. Twintig jaar na Armstrong, Vereecke en co lijken de dopingexcessen voorgoed uit de wielerwereld verbannen.

 

3 mei 2019

 

Lees hier het interview met regisseur Kenneth Mercken.

 

ALLE RECENSIES

Man Who Stole Banksy, The

****
recensie The Man Who Stole Banksy

Een collage van tegenstrijdige idealen

door Ries Jacobs

In 2007 verschenen enkele politiek gemotiveerde kunstwerken op gebouwen in Bethlehem. Ze bleken gemaakt te zijn door graffitikunstenaar Banksy. Enkele inwoners van de heilige stad hebben een kunstwerk verwijderd, niet door het over te schilderen, maar door het kunstwerk met muur en al uit te zagen met behulp van een slijpmachine. Wat was hun motivatie? En wie is Banksy?

De identiteit van Banksy is een van de grootste mysteries binnen de hedendaagse kunstwereld. Het is na decennia nog steeds niet bekend wat zijn echte naam is. Geruchten gaan dat achter de graffitikunstenaar ene Robin Gunningham schuilgaat. Anderen zeggen dat Banksy het pseudoniem is van Robert del Naja, één van de leden van muziektrio Massive Attack. Wat weten we dan wel over Banksy? Hij maakt straatkunst en is daarmee succesvol. En hij schuwt de controverse niet.

The Man Who Stole Banksy

Original gangster
Het kunstwerk in Bethlehem is hiervan een voorbeeld. Het toont een Israëlische soldaat die het paspoort van een ezel controleert. Provocerend? Absoluut, zeker in de Arabische wereld. Daar wordt het scheldwoord ezel, meer dan hier, als beledigend ervaren. Regisseur Marco Proserpio wilde weten of dit de reden was om het kunstwerk weg te halen.

Hij spoorde de mensen op die het kunstwerk weggehaald hebben. Een van de verantwoordelijken is Walid. Met zijn ringbaardje, gemillimeterde coupe en sportschoolpostuur heeft de Palestijnse taxichauffeur nog het meest weg van een gangster. Maar schijn bedriegt, politiek idealisme was zijn grootste drijfveer. Hij vindt dat de Palestijnen in Israël onderdrukt worden. Banksy’s kunstwerken in Bethlehem zijn in zijn ogen provocerend en misplaatst. Daarom hebben Walid en zijn kompanen op een dag met een slijptol gepakt en daarmee het kunstwerk verwijderd.

Graffiti in museumzalen
Was deze daad dan alleen idealistisch gemotiveerd? Ook hebzucht speelde wellicht een rol, een Banksy is immers wat waard. Maar Proserpio brengt ook mensen voor de camera die om een andere reden straatkunst te verwijderen, een reden die Walid niet heeft. Sommige idealisten zagen straatkunst uit de muren om voor het nageslacht te bewaren. Door weersinvloeden en uitlaatgassen vergaat straatkunst nu eenmaal in enkele jaren. Graffitikunst gaat nu van de straat naar de museumzalen.

The Man Who Stole Banksy

Meerdere Banksy’s zijn zo van de ondergang gered. Zijn de hiervoor verantwoordelijken dieven of idealisten? Van wie is straatkunst? Proserpio belicht dit vraagstuk van alle kanten. Hij laat graffitispuiters, museumdirecteuren en andere mensen uit de kunstwereld aan het woord, maar geeft geen oordeel. Dit objectieve standpunt maakt van The Man Who Stole Banksy een sterke documentaire, ondanks het soms wat rommelige karakter van de film. De regisseur heeft de neiging om snel van onderwerp te veranderen en springt daardoor meer dan eens van de hak op de tak.

Bataclan
Anderzijds past het snelle en rommelige karakter van The Man Who Stole Banksy wel bij het tegendraadse straatleven waaruit de graffitikunst voortkomt. Het is daarom toepasselijk dat Proserpio voor de voice-over de eeuwig springerige Iggy Pop heeft gevraagd. Hij is de vertolking van de rebellie die ten grondslag ligt aan straatkunst. Straatkunstenaars, ‘kunstdieven’ en de museumcuratoren die straatkunst tentoonstellen, allen vertegenwoordigen eenzelfde soort rebellerend idealisme. Hun idealen zijn alleen niet met elkaar te verenigen.

Op 26 januari van dit jaar, nadat de documentaire al in meerdere landen uitgebracht was, werd in Parijs een Banksy ontvreemd. Dit kunstwerk was aangebracht op een nooddeur van het Bataclan om de slachtoffers van de terroristische aanslag van 2015 te herdenken. Lag hieraan ook idealisme ten grondslag?

 

28 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Lazarro Felice

***
recensie Lazarro Felice

Merkwaardige magische parabel

door Sjoerd van Wijk

De merkwaardige parabel van Lazzaro Felice komt soms aandoenlijk uit de hoek. Maar blijft wel tot op het bot didactisch zoals dat een parabel betaamt.

Voordat de loonslavernij zijn intrede deed, was er sprake van pachtvormen, waarbij landarbeiders een deel van hun oogst afstaan aan de landbezitter in ruil voor voeding en onderdak. In Lazzaro Felice heeft de tijd op het landgoed Inviolata stilgestaan sinds een modderstroom de stad slecht bereikbaar maakte. De parmantige Markiezin zorgt ervoor dat de inwoners nog steeds bij haar in het krijt staan. En dat deze landarbeiders niet beter weten dan dat zij een handjevol gloeilampen moeten delen en tabak moeten verbouwen. De jongen Lazzaro is echter een ander slag boer. Als de goedheid zelve helpt hij iedereen onvoorwaardelijk. Zodra de oplichterij onvermijdelijk uitkomt, ontspint zich een zoektocht naar Tancredi, de flamboyante zoon van de Markiezin met wie Lazzaro net een vriendschap had gesloten.

Lazarro Felice

Vreemd giswerk
Het blijft een doorgaand giswerk wanneer Lazzaro Felice zich precies afspeelt. Alsof het een nabije toekomst is waar de middenklasse volledig door het kapitaal is verpulverd. Waar rijk en arm overblijven en het feodalisme in nieuwe vormen is teruggekeerd. Door de markante gebruiken van de landarbeiders, inclusief opmerkelijk bijgeloof, dompelt de film direct onder in een vervreemdende wereld. Een tot leven gekomen poppenkast, waar de personages onbehouwen met elkaar omgaan.

Het is extra opmerkelijk door de nuchtere stijl waarmee schrijfster-regisseuse Alice Rohrwachter (Le Meraviglie) te werk gaat. Wel veert ze dikwijls van nonchalance naar slordigheid. Het contrast met de engelachtige Lazzaro kan niet groter, waardoor het gebeuren een magisch tintje krijgt. Zijn wederopstanding in de grote stad doet ondanks de klungelige opbouw bijwijlen betoverend aan.

Wringen versus gunnen
Als vreemdste vogel van allemaal is Lazzaro niet zozeer een personage, maar een op aarde neergedaalde heilige. De non-acteur Adriano Tardiolo combineert het dromerige van Timothée Chalamet (Beautiful Boy) met de nederigheid van Padre Nazario uit Nazarín. Net als in laatstgenoemde film krijgt ook hier de hoofdpersoon het zwaar te verduren in een vervelende wereld. Maar waar Luis Buñuel zijn priester van innemende tragiek voorziet, wringt de uitbuiting van Lazzaro vooral door het tergende contrast tussen hem en zijn omgeving. De voortdurende naastenliefde werkt op de zenuwen, omdat er weinig anders is om houvast aan te hebben bij het personage. Daardoor weet de prille vriendschap met charlatan Tancredi van beide kanten niet te overtuigen.

Lazarro Felice

Ondanks de uitbuitende inborst van zijn compagnons hebben de afgeperste arbeiders wel iets aandoenlijks. Hun overgang van opgelicht op het platteland naar oplichter in de stad is geen aanleiding voor cynisme, maar een koddige overpeinzing over saamhorigheid. Rohrwachters zus Alba (Figlia Mia) vermengt hierbij verdienstelijk onschuld met ondeugd als de lieve bengel Antonia. De gunfactor voor dit rapaille stijgt des te meer als zij namens hen bedelt met hun schamele bezit bij de patisserie. Deze groep misfits zorgt voor een vrolijke noot. Iets wat door Alice Rohrwachters slodderige devotie aan de parabel welhaast letterlijk zo is.

Moraal van het verhaal
Lazzaro Felice zou dan ook geen parabel zijn zonder een moraal van het verhaal. Demonstratief maakt de film daarom het adagium uit Mattheus 5:5 met de grond gelijk. Lazzaro zal als zwakkere nooit de aarde erven. De reden daarvoor heeft de Markiezin in kunstmatige dialoog al uit de doeken gedaan. Alice Rohrwachters stijl voelt op deze wijze aan als een vriendelijke versie van Lars von Trier, mede dankzij een voice-over die een mirakel duidt. Maar waar de meester zelf is getransformeerd tot guitige predikant in The House That Jack Built en adept Brady Corbet met Vox Lux (binnenkort in de bioscoop) hedendaagse nervositeit vat, lijkt Lazzaro Felice in vergelijking minder relevant. De slordig uitgewerkte didactiek doet afbreuk aan het magische potentieel van deze door religie ingegeven vertelling.

 

17 maart 2019

 

ALLE RECENSIES