Berlinale 2018 – Deel 1

Verslag Filmfestival Berlijn 2018 deel 1
Drie grote favorieten

door Bert Goessen

Halverwege het 68ste Filmfestival van Berlijn lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat van de 11 films die er tot nu toe in competitie zijn vertoond, drie films met kop en schouders boven de rest uitsteken.

1. ISLE OF DOGS
Regisseur Wes Anderson, bekend van o.a. THE GRAND BUDAPEST HOTEL en MOONRISE KINGDOM, had dit jaar de eer het 68ste Film Festival van Berlijn te mogen openen met zijn stopmotion-animatiefilm ISLE OF DOGS. De film speelt in het Japan van 2038 en vertelt op liefdevolle en charmante manier het eenvoudige verhaal van een corrupte, kattenminnende burgemeester die alle honden naar een desolaat vuilniseiland verbant, waar met hulp van een 12-jarig jongetje aan een ontsnapping wordt gewerkt.

Isle of Dogs

Anderson’s film vertoont veel gelijkenis met zijn eerdere animatiefilm FANTASTIC MR. FOX. Maar de personages zijn nu nog excentrieker, de decors nog uitbundiger en de maatschappijkritische verwijzingen nog duidelijker. ISLE OF DOGS is een lieve film die je af en toe laat glimlachen en waar je met een warm en gezellig gevoel uitkomt. Een ideale film om een festival mee te openen.

Bill Murray, Greta Gerwig, Bryan Cranston, Jeff Goldblum en Tilda Swinton behoren tot de sterrencast van stemacteurs. De film speelt zich af in fictief Japan als hommage aan de films van Akira Kurosawa, de beroemde Japanse filmregisseur waar Anderson een groot bewonderaar van is.

2. LAS HEREDERAS
Een verrassend mooie debuutfilm van Marcelo Martinessi uit Paraguay. Twee vrouwen wonen al jaren samen in een groot huis en leven financieel van een grote erfenis. Als hun schulden verder toenemen, moeten ze steeds meer huisraad verkopen. Een van de twee vrouwen belandt zelfs in de gevangenis. Voor de andere vrouw gaat dan een nieuwe wereld open. Ze is in haar relatie altijd afhankelijk geweest van de andere. Nu moet ze zelf de dingen regelen. Stap voor stap kruip ze uit haar schulp. Zelfs erotische gevoelens voor een andere vrouw laat ze toe. Als haar geliefde uit gevangenis terugkeert neemt ze een verrassende en rigoureuze beslissing. Een subtiele film met veel gevoel voor detail. De sensuele sfeer en het prachtige acteerwerk maken hem tot een klein meesterwerkje.

3. UTØYA 22. JULI
De datum 22 juli 2011 zal in Noorwegen altijd herinnerd blijven als de dag waarop in Oslo en het eiland Utoya 77 slachtoffers vielen als gevolg van een aanslag door Anders Breivik. Regisseur Eric Poppe heeft de gebeurtenissen van toen gereconstrueerd vanuit het standpunt van de slachtoffers. De naam Breivik wordt niet genoemd, zelfs niet in de aftiteling. Poppe wilde deze film maken, omdat hij vond dat het drama en het verhaal van de slachtoffers in de media werden weggedrukt door de vele aandacht die er wel was voor de dader en het oprichten van een herdenkingsmonument ter nagedachtenis van de slachtoffers. De film die in één take is opgenomen, kan zeker als monument worden beschouwd.

Bert GoessenDe aanslag op Utoya duurde precies 72 minuten. De film van 90 minuten probeert de verbijstering en de doodsangst over te brengen die de betrokkenen gevoeld moeten hebben tijdens de helse 72 minuten. Het camerawerk is natuurlijk van uitzonderlijke kwaliteit, want om alles in één take te kunnen draaien moeten er helse toeren worden uitgehaald.

De overige 8 films konden helaas niet aan de hooggespannen verwachtingen voldoen.

DOVLATOV
Alexey German, de Russische regisseur van DOVLATOV staat bekend om zijn hybride, intellectualistische films. Ook nu vertelt hij het verhaal van een schrijver/dichter/journalist die in de jaren ‘70 in Leningrad moeilijk zijn literaire werk en zijn journalistieke stukken krijgt gepubliceerd. De Russische maatschappij is aan verandering onderhevig. Er ontstaat onder het bewind van Brezjnev een zekere vrijheid. De literaire elite moet haar weg zoeken in deze nieuwe situatie. Jammer dat German’s film moeilijk toegankelijk is voor het doorsnee bioscooppubliek. Ook nu verzandt zijn betoog in intellectualistische hoogdraverij. Misschien interessant voor de culturele elite, maar onverteerbaar voor het gewone publiek.

FIGLIA MIA
De Italiaanse regisseuse Laura Bispuri vertelt het verhaal van drie vrouwen op het eiland Sardinië. De 10-jarige Vittoria wordt door haar moeder Tina weggehouden van Angelica, met wie ze een geheim mee deelt en die ergens afgelegen woont met haar paarden en een happy-go-lucky leven leidt. Als Vittoria op zekere dag toch in contact komt met Angelica ontstaat er een vriendschapsband waar Tina niet blij mee is. De twee vrouwen en het meisje schreeuwen elk op hun manier om aandacht in een rauwe film die niet al te makkelijk valt te doorgronden.

THE REAL ESTATE
Een even bizarre als bijzondere film uit Zweden van het bij ons onbekende duo Axel Petersen en Mans Mansson. Het verhaal is simpel. Na de dood van haar vader erft de 68-jarige Nojet een flatgebouw van haar vader. Het beheer door haar halfbroer en zijn zoon is een chaos en het gebouw heeft behoorlijk achterstallig onderhoud. Met behulp van een bevriende advocaat probeert Nojet uiteindelijk het gebouw te verkopen. De film is vooral door zijn vormgeving bijzonder. Groezelige beelden met veel close-ups, abrupte wendingen in de montage en personages met markante koppen. De seksscène tussen een man en vrouw op leeftijd wordt zonder gêne expliciet in beeld gebracht en zou betiteld kunnen worden als WOLKE 9 / 2.0.

3 TAGE IN QUIBERON
Net als in UTØYA 22. JULI is er in de film van Emily Atef sprake van een reconstructie, maar dan van een heel andere orde. In 1981 geeft de Duitse actrice Romy Schneider op het Franse eiland Quiberon een interview aan een verslaggever van het blad Stern. Ook Robert Lebeck, de fotograaf die wereldberoemde foto’s van Romy Schneider maakte, is daarbij. De film geeft ons een beeld van de gebeurtenissen die er plaatsvonden tijdens de drie dagen die Romy op het eiland verbleef. Tegenover Stern-reporter Michael Jürgs is ze openhartiger dan ooit. Samen blikken ze terug op het leven en de carrière van de dan 42 jarige Romy Schneider. Dit tot ongenoegen van haar vriendin Hilde, die haar probeert te beschermen tegen de ‘riooljournalistiek’ van de roddelbladen.

Marie Bäumer speelt de rol van Romy Schneider met verve in een zwart-wit film die in de huid van de actrice probeert te kruipen. Haar twijfels, haar ongelukkig zijn, haar onzekerheid, haar ondergewaardeerdheid en haar gevoeligheid zijn karaktereigenschappen die tot een beter begrip van de persoon Romy Schneider moeten leiden.

DAMSEL
David en Nathan Zellner hebben met DAMSEL een komisch bedoelde western afgeleverd maar schieten helaas hun doel voorbij. Ondanks de aanwezigheid van Mia Wasikowska en Robert Pattinson weet de film niet te overtuigen. Het is vlees noch vis: geen echte western in de klassieke zin van het woord en geen echte komedie.

TRANSIT
Christian Petzold, de Duitse regisseur die eerder indruk maakte met zijn drama BARBARA, stelt enorm teleur met zijn nieuwe film waarin hij de vluchtelingenproblematiek uit de tijd van WO II probeert te vertalen naar de tegenwoordige tijd. De film is stroperig en voelt eerder aan als een theaterstuk dan een film. De personages komen niet tot leven en de verplaatsing in de tijd werkt niet. Al met al een mislukte film dus. 

BerlinaleEVA
De Franse regisseur Benoît Jacquot lijkt met EVA het succes te willen evenaren van ELLE van Paul Verhoeven. Ook nu speelt Isabelle Huppert een belangrijke rol in een soort prostitutiethriller.

Een gelegenheidsschrijver gebruikt zijn prostitutiebezoek als inspiratiebron voor een nieuw theaterstuk. Maar als zijn vrouw erachter komt loopt de boel danig uit de hand. Een typisch Franse film over list en bedrog, vreemdgaan en waarin altijd wel iemand schrijver is. Een film zonder enige meerwaarde.

LA PRIERE
Cedric Kahn’s film gaat over de 22-jarige Thomas die in een afkickcentrum voor drugs- en alcoholverslaafden terechtkomt. Het centrum in de bergen wordt geleid door een ex-priester en zijn motto is dat iedereen door gebed en geloof in God en vriendschap weer op het rechte pad komt. Dus wordt er veel gebeden in de film die ze rechtstreeks naar het Vaticaan zouden kunnen sturen. Want de boodschap is even simpel als duidelijk: het geloof als oplossing voor uw problemen. Dat een dergelijke film met zo’n naïeve boodschap in deze tijd nog gemaakt kan worden is verbazingwekkend.

COBAIN
Een bijzonder vermelding verdient de nieuwe film van onze Nederlandse cineaste Nanouk Leopold. Helaas niet in het competitieprogramma opgenomen, maar in de sectie Generation 14+. Eigenlijk jammer dat deze film niet zijn wereldpremière heeft beleefd op het afgelopen Film Festival van Rotterdam.

In de nieuwe film van Nanouk Leopold (GUERNSEY, BOVEN IS HET STIL) speelt Bas Keizer met verve de rol van een jonge teenager die veel te snel volwassen moet worden. Zijn moeder is drugsverslaafd en leeft op straat. Ze is opnieuw in verwachting van een kind. Cobain doet er alles aan opvang voor haar te regelen, maar als dat niet lukt neemt hij uiteindelijk zelf de zorg voor haar op zich. Als de moeder komt te overlijden vindt er een heftige gebeurtenis plaats die het verdere leven van Cobain indringend zal veranderen. De film van Nanouk vertoont veel overeenkomst met het werk van de Franse cineaste Claire Denis. Hybride, dicht op de huid gefilmd en een getormenteerd hoofdpersonage. De muziekscore zorgt af en toe voor enige verlichting, terwijl dat bij Denis vaak niet het geval is. Leopold’s kwaliteit als cineaste staat eigenlijk al sinds haar debuut (GUERNSEY) vast. Alleen komt die ook in COBAIN nog niet tot volle ontplooiing.
 

20 februari 2018

 

DEEL 2

 

MEER FILMFESTIVALS

Miriam van den Brink, jurylid IFFR

Miriam van den Brink – jurylid VPRO Big Screen Award

Al jarenlang ben ik vrijwilligster bij de filmkeuzecommissie van de Filmliga Oss, de laatste 10 jaar als voorzitter. Ik zie gemiddeld 130 films per jaar in de regionale filmhuizen en de behoefte om mij te verdiepen in de filmkunde neemt alleen maar toe. Dit jaar ben ik voor het IFFR uit 120 gegadigden geselecteerd om deel uit te maken van de vijfkoppige VPRO Big Screen Award-jury. In deze gastblog bespreek ik de selectie van acht films.

Miriam van den Brink
 

De acht films van de Big Screen Award
De VPRO Big Screen Award is een uitbreiding van de jarenlange samenwerking tussen IFFR (International Film Festival Rotterdam) en de VPRO. Deze competitie telt acht nieuwe films die hun première beleven tijdens het IFFR. De winnende film wordt in de Nederlandse bioscopen uitgebracht en uitgezonden op NPO2. Daarnaast is aan de award een geldprijs van € 30.000 verbonden.

 

An impossible small object

1 – An impossible small object (David Verbeek)
Een Nederlandse fotograaf (gespeeld door David Verbeek zelf – ook een getalenteerde fotograaf in het echte leven) maakt een foto van een meisje op een parkeerplaats in het nachtelijke Taipei terwijl ze met haar vlieger speelt. De foto vervoert ons naar haar leven. Ze is acht jaar oud en staat op het punt haar beste vriend, een jongen uit een rijke familie die naar Amerika verhuist, te verliezen. Terug in Nederland wordt de fotograaf geconfronteerd met zijn eigen constante eenzaamheid. De foto van het meisje roept herinneringen op aan zijn eigen jeugd, toen hij zich nog ergens thuis voelde.

David Verbeek maakt graag trage films over Chinezen. Slow cinema, zoals hij het zelf noemt. Lange, serene shots en weinig tot geen narratief. David filmt beschouwelijk, ook vrij filosofisch. Hij wil de kijker een ongedwongen filmervaring bieden en niet bepalen wat de kijker moet denken of voelen door snel naar een close-up te gaan of met filmmuziek het drama door de strot te duwen.

Een mysterieuze fragmentarische bij momenten humorvolle film met bijzondere geluidseffecten en cameravoering.

 

2 – Tiempo Compartido (Sebastián Hofmann)
Een leuke vakantie, denken vakantiegangers Pedro en Eva. All inclusive vakantieparadijs Vistamar heeft prachtige zwembaden en golflinks. Het nieuwe management biedt gastvrouw Gloria ook geweldige carrièremogelijkheden. Maar terwijl ze een promotie krijgt, is haar man Andres er niet zo zeker van. Typisch Sebastián Hofmann: meer scheuren verschijnen binnenkort in het paradijs.

Helaas is het luxe appartement van Pedro en Eva dubbel geboekt. Eva besluit dat er niets anders te doen is dan haar kamers delen met de uitbundige zonverbrande familie die plotseling voor de deur staat. Maar Pedro is op zoek naar compensatie en raakt steeds meer verstrikt in de onvergelijkbare retoriek van de opgewekte staf. Op zijn oorlogspad ontmoet hij de gefrustreerde Andres. Hun gezamenlijke paranoia, gericht op de klauwen van het sinistere conglomeraat, neemt verontrustende proporties aan.

Een Mexicaanse film met veel Amerikaanse surrealistische humoristische elementen. Geeft veel informatie over timesharing.

 

Nina

3 – Nina (Olga Chajdas)
Na twintig jaar zit het huwelijk van Nina en Wojtek op een dood spoor, deels omdat ze geen kinderen kunnen krijgen. Als ze een jonge vrouw, Magda, leren kennen, proberen ze haar over te halen draagmoeder van hun kind te worden, maar de situatie wordt ingewikkeld als Nina zich plotseling tot Magda voelt aangetrokken.

Dit talentvolle debuut is een gevoelig portret van een sterke, maar verwarde vrouw die vastzit in haar rol als echtgenote en dochter – Nina’s dominante moeder is ook nog eens de directeur van de school waar zij werkt. De energieke, schijnbaar zorgeloze Magda fungeert voor haar als breekijzer. De camera zit constant dicht op de drie hoofdpersonen, vrijwel zonder establishing shots, en creëert zo een zintuiglijke, levendige sfeer. Maar er is wel één locatie die een belangrijke rol speelt: Natalia Bażowska’s kunstwerk Birth Place, dat een baarmoeder voorstelt waar je in kunt liggen en die voor de personages de enige veilige plek is waar hun liefde, vrijheid en identiteiten niet aan conventies gebonden zijn.

Een universeel verhaal over liefde, identiteit en hoop. Het behandelt het internaliseren van sociale verwachtingen en het losbreken daarvan om uiteindelijk je ware zelf te vinden. Het verhaal vermijdt makkelijke oplossingen en stereotype worstelingen en geeft ons een geïdealiseerd beeld van de wereld, waarmee het een persoonlijke ervaring wordt. Visueel sterke film met slepende en intieme shots en de hoofdrollen worden uitstekend vertolkt.

 

4 – An Evening with Beverly Luff Linn (Jim Hosking)
Lulu Dangers huwelijk met Shane is al een tijdje uitgeblust. Het gaat er niet op vooruit wanneer ze de mysterieuze man, Beverly Luff Linn, uit haar verleden tegen het lijf loopt op een evenement. Hij treedt er voor een enkele avond op in haar dorp. Een kleurrijke absurdistische humorvolle film.

 

5 – Vader van Zoon (van Pao-Te) (Hsiao Ya-chuan)
Verhalen uit het verleden verbergen zich in de toekomst. Of misschien ligt de toekomst eigenlijk in het verleden. De Taiwanese regisseur Hsiao Ya-chuan schetst een cirkel van evolutie en ontwikkeling, met Van Pao-te als het centrale personage. De geschiedenis herhaalt zich.

Op zijn 60ste verjaardag krijgt Van te horen dat hij ernstig ziek is. Maar in plaats van naar Taipei te gaan voor behandeling, leidt zijn ziekte hem naar Japan. Samen met zijn zoon gaat hij op zoek naar de vader die hem 50 jaar geleden in de steek liet. Tegelijkertijd reist een jonge man met een mysterieuze connectie met Van’s verleden van Hong Kong naar Taiwan.

Een intrigerende Chinese film. Gezien de ingewikkelde verhaallijn en de, voor mij onbekende, Chinese symbolen en soms ook nog Japans gesproken, zorgt ervoor dat deze film minder toegankelijk is voor, denk ik, een groot publiek. Voor de geïnteresseerden in verleden en heden en Chinese cultuur beslist een aanrader.

 

Pity

6 – Pity (Babis Makridis)
Het leven van een bemiddelde advocaat wordt beheerst door zijn comateuze vrouw. Mensen vragen voortdurend naar haar welbevinden, en overladen hem met troostende blikken en omhelzingen. Als zij onverwachts ontwaakt, komt daaraan een einde.

Onverdraaglijk voor deze naamloze man. Hij ontleent juist zijn identiteit aan die ellende, zonder medelijden voelt hij zich leeg. Van buiten blijft hij beschaafd, maar zijn gemanipuleer om weer zielig gevonden te worden neemt ziekelijke vormen aan. Steeds als hij medelijden krijgt, zwelt dramatische muziek aan; hij is eraan verslaafd geraakt. Interessant gegeven.

Bijzondere Griekse/Poolse productie. De muziek is in deze film is geweldig evenals het acteertalent van de hoofdrolspeler.

 

7 – The Guilty (Gustav Möller)
Een meldkamer, ergens in Denemarken. Politieofficier Asger Holm neemt vanavond de binnenkomende 112-telefoontjes aan. Zijn dienst zit er bijna op. Hij doet dit werk niet dagelijks, zo blijkt al gauw; in afwachting van een rechtszaak is hij er tot zijn chagrijn toe veroordeeld. Met hoorbare desinteresse handelt hij de meldingen af, totdat hij wordt gebeld door Iben. De jonge vrouw is in paniek. Ze wordt gekidnapt.

De thriller The Guilty staat in een goede traditie van films die zijn opgebouwd rondom een of meerdere telefoongesprekken, maar het is de vraag of een daarvan ooit zo zenuwslopend spannend was als het speelfilmdebuut van Gustav Möller, dat zich in real-time afspeelt. Een paar acteurs, één ruimte, een uitgekiend scenario: Möller springt slim en efficiënt om met schaarse middelen. Asger Holm is een man die snel conclusies trekt en daar ook naar handelt. Maar of dat zo verstandig is?

Een grootse film die op de huid gefilmd is met simpele middelen in één ruimte met een klein budget en dertien opnamedagen. De spanning blijft constant voelbaar van het begin tot het eind. De hoofdrolspeler acteert zijn rol vol verve, evenals de stemmen van Iben, Michael en Mathilde die je hoort.

Gustav Möller is uitgeroepen tot grote favoriet van het IFFR 2018. De 29-jarige debutant ontving zowel de publieksprijs als de prijs van de jongerenjury.

 

8 – Night Comes On (Jordana Spiro)
Ange LaMere is vrijgelaten uit de jeugddetentie aan de vooravond van haar 18e verjaardag. Achtervolgd door het verleden begint ze aan een reis met haar 10-jarige zus die hun toekomst zou kunnen vernietigen. Een dramatische film waarvan er velen worden gemaakt.

 

De jury heeft unaniem besloten dat Nina de winnaar van de VPRO Big Screen Award is.

 

12 februari 2018

 

Alle gastblogs

Other Futures 2018

Other Futures: toekomst op zoek naar traditie

door Alfred Bos

Niet-westerse sciencefiction was het onderwerp van Other Futures, een driedaags festival in De Melkweg en Sugarfactory in Amsterdam, met muziek, voordrachten en lezingen, mediakunst en films. Wat doen filmmakers uit Afrika, Latijns Amerika en Azië met die van oorsprong westerse cultuuruiting, sciencefiction? Is niet-westerse sciencefiction een vorm van cultureel kolonialisme of biedt het een frisse en verrassende blik op SF-clichés?

Sciencefiction is geland in het dagelijkse leven, het is mainstream geworden. Vroeger een speeltje van nerds, nu onderwerp van spraakmakende tv-series en stukken in de krant. De toekomst is ingehaald door het heden. Geautomatiseerde persoonsherkenning, kunstmatige intelligentie, virtueel vertier, hologramprojecties, gepersonaliseerde reclame—dagelijkse realiteit.

Sciencefiction is ook geland op continenten die in een andere tijd werden aangeduid als ‘de Derde wereld’. In landen die in luttele jaren door een evolutie van ‘onderontwikkeld’ tot ‘hi-tech’ zijn gejaagd, iets waar het Westen anderhalve eeuw over heeft gedaan. In culturen waarvoor sciencefiction een exotische importproduct is. En dus heel anders tegen sciencefiction aankijken. Die harde reboot – future shock bovenop culture clash – kan resulteren in chaos en verwarring. Of juist verrassend frisse ideeën opleveren.

Pumzi

Watertekort
Het beste voorbeeld dat Other Futures daarvan te bieden had was Pumzi, de kortfilm uit 2009 van de Keniase regisseur Wanuri Kahiu (onder dit artikel is de film in zijn geheel te zien). Ze slaat de ingesleten westerse kijk op Afrika aan gort met een film die handelt over water, of het gebrek daaraan. De film oogt als westerse SF, maar zet clichés op zijn kop: de wetenschappers zijn zwarte vrouwen, de mannen vooral dommekrachten en het toilet wordt schoongemaakt door een blanke sloof. Pumzi wil iets recht zetten, ziet er schitterend uit en verveelt geen seconde.

“Onze omgang met natuurlijke hulpbronnen is problematisch”, zegt Kahiu tijdens de Q&A. Zo wordt er voor de productie van plastic flessen meer water gebruikt dan de fles bevat. Pumzi, de hoofdpersoon van de film, plant een boom als politieke daad. “Ze gedraagt zich als hoeder van de natuur”; niet als uitbuiter. Watertekort is inmiddels realiteit in Kaapstad, de stad in Zuid-Afrika met drie miljoen inwoners.

Wanuri Kahiu is een vertegenwoordigster van Afrofuturisme, sciencefiction die toekomstfantasieën mengt met Afrikaanse tradities en spiritualiteit. De geestelijke vader van het genre is de Amerikaanse jazzmuzikant Sun Ra (1914-1993), die vanaf de jaren vijftig de big band swing van zijn Arkestra evolueerde tot kosmische jazz, volkomen unieke muziek die vergezeld ging van een even unieke filosofie. Het universum bestaat uit vibraties, muziek, en muziek kan de mens verheffen uit zijn benarde aardse bestaan.

Sun Ra en zijn Arkestra staan centraal in Space Is The Place, de speelfim uit 1974 van John Coney (zijn enige film). De kosmische ziener Sun Ra landt op aarde om zijn zwarte broeders te verheffen. “I come to you as a myth, because that’s what black people are, a myth.” Zwarte junkies en een zwarte pooier zitten hem dwars, evenals twee gewelddadige blanke FBI-agenten. Space Is The Place draait de boodschap van de jaren zeventig blaxploitation-film om: misdaad is niet slim of cool. Sun Ra ontleende zijn iconografie aan de Egyptische mythologie en de film sluit – geheel in de geest van A Hard Day’s Night – af met een concert. De junkies geven de dope op en Sun Ra vertrekt met zijn bizar vormgegeven ufo richting Saturnus.

UFO’s in Ethiopië
Spiritualiteit en space komen samen in twee recente films uit Ethiopië. Crumbs (2015) is na enkele kortfilms het feature debuut van de Spanjaard Miguel Miguel Llansó. De film, die in 2015 op IFFR te zien was, wordt gemarket als de eerste SF-film uit Ethiopië. In de lucht hangt een ruimteschip, in een leeg landschap met vervallen pretparken en verlaten dierentuinen scharrelt een gebochelde dwerg. Crumbs is absurdistische satire op het consumentisme, een exotische neef van Quentin Dupieux’s Réalité, IDB’s film van 2015.

Nee, niet Crumbs, maar Beti and Amare is de eerste Ethiopische sciencefictionfilm, zegt regisseur Andy Siege, als we in de rookruimte een sigaret opsteken. “Miguel Llansó werkte op de Spaanse ambassade in Addis Abeba . Daar hoorde hij over mijn film en hij heeft gewoon mijn idee gejat.”

Beti and Amara is gesitueerd in 1936, als het Italiaanse leger van Mussolini het laatste niet-gekoloniseerde land in Afrika, Ethiopië, is binnengevallen. Het is een minimalistische arthousefilm, in 2014 gedraaid voor 14.000 dollar. En dat zie je er niet aan af. Regisseur Siege speelt met kleur en zwart-wit, met droom en realiteit, met feit en fictie. En, net als in Pumzi, speelt water een hoofdrol.

De ongeletterde jonge vrouw Beti moet dagelijks water halen in een poel. Daar vindt ze op een dag een soort kosmisch ei waaruit een alien is gekropen: Amara. Die spreekt uiteraard geen woord Ethiopisch, maar er groeit een band tussen de vrouw en de wilde, ongeciviliseerde Amara. Hij beschermt haar tegen handtastelijke vrijheidsstrijders, corrupte ambtenaren en een verdwaalde Italiaanse soldaat, gespeeld door Siege zelf. Animaties, archiefbeelden en visuele effecten garneren de magische toon van de film. En de ongekunstelde blik van Beti: “That’s the rest of the world, the place that isn’t here.”

Andy Siege heeft een Duits paspoort, werd geboren in Kenia en groeide op in Tanzania. Hij scharniert tussen twee werelden en zijn film doet, ondanks het a-typische gegeven en de veelheid aan vormen, nimmer gekunsteld aan. Zijn tweede film, een SF-film gedraaid in India, is in post-productie.

Bad luck is een ziekte
Les Saignantes (‘zij die bloeden’), een film uit 2005 van regisseur Jean-Pierre Bekolo uit Kameroen, staat te boek als de eerste Afrikaanse sciencefictionfilm. Het is het verhaal van twee jonge vrouwen, Majolie en haar vriendin Chouchou, in een samenleving vol corruptie, van hoog tot laag. Majolie heeft seks met een hoge ambtenaar die tijdens de daad het leven laat. Chouchou helpt haar het lijk te laten verdwijnen, maar er zijn complicaties.

Bekolo heeft de film geplaatst in de toekomst van een imaginair Afrikaans land. De kritische boodschap is verpakt als sciencefiction, want Kameroen mag in naam een democratie zijn, president Paul Biya heeft weinig geduld met kritiek en tegengeluid. Het verhaal wordt – geheel in de stijl van Godard – becommentarieerd via spottende teksten die scènes markeren. De laatste: “How can you watch a film like this and do nothing after?”

Bekolo’s meest recente werkstuk is van een gans andere orde, zowel qua vorm als inhoud. Naked Reality is gedraaid in zwart-wit, maakt veelvuldig gebruik van filmbeelden die over elkaar zijn geplaatst (superimposition) en is meer filmessay dan speelfilm. Hij speelt 150 jaar in de toekomst, de heersende ziekte is bad luck. Er is een energietekort en mensen bidden om energie te sturen naar geliefden. Met deze Engelstalige film hoopt de regisseur een breder publiek bereiken.

Naked Reality heeft een afwijkende vorm, want we moeten andere manieren van kijken ontwikkelen, zegt de regisseur na afloop. “We zijn door Hollywood en de media-industrie in een kijk-format geduwd.” De film betoogt dat spiritualiteit en technologie elkaar niet hoeven uit te sluiten. “In de toekomst woont iedereen in steden, het platteland verdwijnt en daarmee de traditie.” Die moet behouden blijven.

Naked Reality bepleit een nieuwe vorm van voorouderverering, dat is ‘de missie die in ons DNA is geschreven’. Bekolo: “Als je ziek bent, vraag je je voorouders wat het juiste medicijn is. In Afrika is bad luck een ziekte, daar zijn behandelingen voor.” De missie is derhalve spiritualiteit in een wereld die wordt gedomineerd door technologie. Bekolo schetst een toekomst die op zoek is naar traditie. Hij heeft het natuurlijk over het heden.

Politieke satire
Tradities zijn er voor de Filipijnse regisseur Khavn de la Cruz om zijn middelvinger tegen op te steken. De 44-jarige veelfilmer uit Manilla is een geboren rebel en – volgens sommigen – de vlees geworden wansmaak. Other Futures toonde twee van zijn films die eerder hebben gedraaid op IFFR, beide met een vage SF-link. EDSA XXX: Nothing Ever Changes in the Ever-Changing Republic of Ek-Ek-Ek uit 2012 opent als Star Wars-parodie en blijkt totaal krankzinnige kolder in musicalverpakking. Alles aan deze film, van verhaal en personages tot plotwendingen en muziek, is bewust knullig. De politieke satire: door de film zijn archiefbeelden gesneden van de opstand tegen president Marcos in 1986.

Alipato: The Very Brief Life of an Ember (2016) is het vervolg op Mondomanilla uit 2010. Dat was het nihilistische en ultragewelddadige verhaal over een bende van kinderen, amputees en freaks in de sloppenwijken van de Filipijnse hoofdstad. Alipato speelt in de toekomst en overtreft zijn voorganger is grofheid, wansmaak en nihilisme. Het is het terrein van de Japanse cultregisseur Sion Sona.

Khavns vaste ploeg acteurs speelt de Kostka-bende, een bizarre verzameling van kindcriminelen rond de Boss. Wanneer een bankoverval verkeerd uitpakt, verdwijnt Boss voor achtentwintig jaar in het gevang. Als hij in 2053 vrij komt ontstaat er onenigheid over de buit. De bendeleden worden een voor een vermoord en uiteindelijk blijft de meest onzichtbare van de surrogaatfamilie over met de poet.

Alipato is een en al ontaarding. De sloppenwijken, de oneindige riolen en vuilnisbelten, de parade van freaky karakters, de brute omgangsvormen, het excessieve geweld—elke vorm van beschaving is verdwenen. Had de regisseur geen problemen met de censuur? “Censuur is handel in de Filipijnen”, vertelt Khavn – hanenkam, potsierlijke vlinderbril, panterprintbroek, groene overjas met bijenprint – na afloop van de film.

Alipato zou zelfs een gewone rating hebben kunnen krijgen als hij de seksscène met een zwangere vrouw had verwijderd, aldus Khavn. Met de verkrachting van de bejaarde huishoudster die een pistool tegen haar hoofd krijgt gedrukt, had de censuur dus geen moeite? Inderdaad.

Misverstanden over SF
Naast de genoemde films had Other Futures films uit Marokko, Brazilië, Iran en Mexico op het programma, alle in meerdere of  mindere mate met sciencefiction-elementen, maar vooral reflecties op identiteit. De keuze voor de slotfilm, de anime uit 1995 van Mamoru Oshii naar de gelijknamige Japanse jaren tachtig-strip Ghost in the Shell (vorig jaar verfilmd als live action), toont de achilleshiel van het festival. Qua concept zit Other Futures boven op de geest van de tijd: het is het eerste in zijn soort en zal ongetwijfeld elders navolging krijgen. Maar de aannames achter het idee zijn verward.

In het programmaboekje schrijft Brigitte van der Sande, initiatiefneemster, dat denkers en scheppers in politiek instabiele landen de potentie van het genre – het verbeelden van mogelijke toekomsten – eerder ontdekten dan ‘wij in het westen’. Dat is aperte onzin. Sciencefiction gaat niet over ‘macho helden’: zie Ursula Le Guin, Margaret Atwood, Octavia Butler, Connie Willis en nog een stoet aan vrouwelijke auteurs die SF rond vrouwelijke helden hebben geschreven. Bovendien, de eerste SF-roman, Frankenstein, is geschreven door een vrouw, Mary Shelley.

Sciencefiction is meer dan stoere mannen met hi-tech schiettuig die aliens bekampen of planeten aan de rand het universum koloniseren. Sinds Jefgeni Zamjatins Wij uit 1926 is sciencefiction de aangewezen vorm om politiek engagement te verwoorden. Ook westerse SF behandelt tijd als cyclisch in plaats van lineair: zie films als Alphaville en Arrival.

Als slotfilm was Neill Blomkamps SF-satire District 9 (over apartheid en kolonisatie van de geest) passender geweest, maar kennelijk ziet de organisatie Zuid-Afrika als westers. Daar zal Neill Blomkamp anders over denken. Als sciencefiction ‘geen bevestiging maar een kritiek van ons bijna failliete modernistische project is’ (citaat uit programmaboekje), is de voor de hand liggende slotfilm The Brother from Another Planet van John Sayles (blank, Amerikaan) uit 1984, over een alien die als Afro-Amerikaan in de straten van Harlem wordt achterna gezeten door buitenaardse premiejagers. Een volgende keer wellicht, want Other Futures verdient herhaling.


 
De tentoonstelling Creating Other Futures is tot en met 11 februari te zien in Melkweg Galerie te Amsterdam.
 

6 februari 2018

 

MEER NIEUWS EN ACHTERGROND

IFFR 2018 – Deel 6

IFFR 2018 Deel 6 (slot):
Opzij voor de kunsten!

door Suzan Groothuis

In dit laatste deel, want het International Film Festival Rotterdam 2018 is ten einde, aandacht voor films waarin muziek, film en kunst een rol spelen.

In Nico, 1988 volgen we zangeres Nico, ooit Warhol’s muze, in de laatste twee jaren van haar leven. In Nighttown een levendige ode aan de veelzijdige club in Rotterdam. In Saving Brinton draait het om de fantastische collectie zeldzame films van een innemende verhalenverteller. En tot slot in The End of Fear de moord op Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue van Barnett Newman.

 

Nico, 1988

Nico, 1988 – Eerlijk portret van een 60’s icoon
Bij deze film stelde ik mezelf de vraag hoe Christa Päffgen, beter bekend als Nico van The Velvet Underground of als muze van Andy Warhol, geportretteerd zou worden. De van oorsprong Duitse was iemand om wie je niet heen kon. Een prachtige, indrukwekkende verschijning, waar in haar laatste jaren nauwelijks meer sprake van was dankzij een jarenlange, slopende drugsverslaving. En dan die stem: diep en doordringend. Haar karakter was er een van uitersten: introvert maar aanwezig, met een obsessie voor verval en destructie.

Susanna Nicchiarelli’s film opent dan ook met zowel dreigende als schone beelden: een jonge Christa kijkt, terwijl de hemel donker kleurt, naar fel licht in de verte. Brandend Berlijn, het einde van de Tweede Wereldoorlog. Een plaatje dat zij nooit meer vergeten zou.

Nico wordt in Nico, 1988 vertolkt door de Deense actrice Trine Dyrholm (In a Better Word, A Royal Affair). Ondanks dat zij qua uiterlijk niet lijkt op Nico, weet Dyrholm een indrukwekkend portret neer te zetten en met haar stem en karakteristieken dichtbij te komen. Dyrholm zingt alle nummers zelf en doet dat met verve. Met name een concert in voormalig Tsjechoslowakije laat de haren op de armen rijzen: kippenvel. We zien een uitzinnige Nico, die als een echte punkdiva het publiek mee krijgt en alles geeft wat ze in zich heeft.

Ook het persoonlijke portret van Nico in haar laatste twee jaren is geloofwaardig: Nicchiarrelli toont precies de grimmige persoonlijkheid die zij was. Introvert, maar bepalend aanwezig; egoïstisch, maar innemend; hard, maar kwetsbaar. Nico is niet sympathiek, maar het is onoverkomelijk dat je als kijker geen sympathie voor haar krijgt. Haar doorzettingsvermogen, ondanks de tegenslagen – een hardnekkige drugsverslaving, een muzikale carrière die maar moeilijk van de grond komt en een suïcidale zoon – is bewonderenswaardig.

Dit is geen portret van de Nico van The Velvet Underground. Dit is een eerlijke weergave van de vrouw van na The Velvets, die niet langer mooi gevonden wilde worden en zich richtte op haar levensdoel: “My life started after the experience with The Velvet Underground. I started making my own music.”

 

Nighttown

Nighttown – Terug naar de club die van iedereen was
Het IFFR zou IFFR niet zijn zonder aandacht voor de eigen stad. Een eerdere editie was er bijvoorbeeld een innemend portret over Lee Towers. Dit jaar was de documentaire Nighttown te zien, over de opkomst en ondergang van de veelzijdige, gelijknamige club aan de West-Kruiskade. Nighttown was de voortzetting van poppodium Arena en opende zijn deuren in 1988. Dat ging niet zonder slag of stoot, want het pand was nog midden in verbouwing. Terwijl de deuren over een uur opengingen waren de technici nog bezig.

Nighttown is een feest der herkenning voor wie het pand kent en bezocht heeft. We zien legendarische beelden van een optreden van Nirvana, dat voor een karig publiek van 66 man speelde. Een slecht optreden, want ze hadden er duidelijk geen zin in. Een paar maanden later braken ze door met Nevermind en schreef de band geschiedenis. Als je ieder op z’n woord mag geloven zou het legendarische concert 6600 bezoekers hebben gehad.

Ook Prince, Bootsy Collins, punkiconen Ramones en zelfs Johnny Cash (de duurste entree die Nighttown ooit vroeg!) traden er op. Maar Nighttown was meer dan een concertpodium. Dj’s Michel de Hey en Ronald Molendijk draaiden er, er waren housefeestjes, de jungle deed er z’n intrede en uiteindelijk ontstond er een mengeling van rock en dance, zoals de rave/ breakbeat van The Prodigy die bij een breder publiek aansloeg. Uiteindelijk was Nighttown van iedereen en dat maakte de club zo bijzonder.

Middels talking heads (eigenaren, dj’s, Tom Barman van dEUS) maakt de documentaire inzichtelijk wat Nighttown was en waar de club voor stond. Het lukt regisseur Marcel Haug om de poptempel, die in 2006 definitief de deuren moest sluiten, weer “leven” in te blazen. Dat er ook veel mis ging, wordt eerlijk en onverbloemd in beeld gebracht. Zo kwam de verbouwing nooit af en maakten de vele kleine bv’s en giften van particulieren de financiële administratie onoverzichtelijk. Uiteindelijk besloot de gemeente de stekker er uit te trekken. Gelukkig is er dan nog de film Nighttown, om weer eventjes te proeven van wat ooit was.

 

Saving Brinton

Saving Brinton – Weer kleur aan collectie
Van Rotterdam gaan we naar Iowa, waar we verzamelaar en verhalenverteller Michael Zahs ontmoeten. Hij neemt de kijker mee naar zijn huis en schuur met een bijzondere collectie films die hij jaren geleden van de stortplaats redde. Het blijkt om de bijzondere collectie te gaan van het echtpaar Brinton, dat het medium film begin twintigste eeuw naar Amerika bracht. De collectie bevat onder meer een zeldzame Pathé-catalogus uit Parijs, opnames van president Teddy Roosevelt en als hoogtepunt een verloren gewaande film van film magiër Georges Méliès.

Ruim 30 jaar deed Zahs er over om zijn collectie een plek te geven, maar niemand leek interesse te hebben in het erfgoed van de Brintons. Niet wetende dat er verborgen schatten tussen zaten. De Méliès (ingekleurd!) blijkt een unieke vondst en wordt door filmrestaurateur Serge Bromberg voor restauratie gebracht naar Bologna, waar de film een publieke vertoning krijgt. En de Brinton-collectie? Die doneert Zahs in 2014 aan de University of Iowa Libraries.

Saving Brinton is een bijzonder document over een man met oog voor unieke dingen, en zijn passie om zijn vondsten met anderen te delen. Bescheidenheid siert Zahs, die er niet voor terugdeinsde om zijn dromen waar te maken. Een innemende film en een must-see voor ieder met een cinefiel hart. De vertoningen van de stomme films uit de Brinton-collectie zijn prachtig en laten een waar stukje magie zien. Zo zien we Zahs gewapend met een oude projector (eveneens uit de Brinton-verzameling) om in een oud bioscooptheater zijn films met publiek te delen. Dezelfde plek waar de Brintons ooit hun baanbrekende films vertoonden. Terug naar vervlogen tijden, die Zahs in ere herstelt. Vooral als je je realiseert dat er zoveel stomme films verloren zijn gegaan.

Saving Brinton roept hetzelfde nostalgische gevoel op als het prachtige How To Build a Time Machine, dat vorig jaar op het IFFR vertoond werd.

 

The End of Fear

The End of Fear – Tweevoudige moord op omstreden doek
Ofwel: hoe het doek van Barnett Newman in het Stedelijk Museum in Amsterdam vermoord werd. Het gaat om Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue, dat in 1986 door een bezoeker met een stanleymes aan flarden werd gesneden. Onmogelijk om te restaureren, maar de Amerikaanse restaurateur Goldreyer waagde zich eraan. Hij had eerder met Newman gewerkt en beweerde het doek in oorspronkelijke staat terug te kunnen brengen.

Barbara Visser maakte in 2012 C.K., waarin ze een reconstructie neerzet van Clemens K., hoofd financiën van een Amsterdams kunstenfonds, die er met ruim 15 miljoen vandoor ging. Haar documentaire ontvouwde zich als thriller, die de kijker in verwarring achterliet. Datzelfde gebeurt in The End of Fear. Visser laat niet alleen de moord op het doek zien, maar ook hoe het doek voor de tweede keer vermoord wordt. Goldreyer maakte namelijk zijn woorden niet waar en bleek met het doek te hebben geknoeid. Terug naar de oorsprong, ammehoela!

Tegelijkertijd met de reconstructie vraagt Visser een jonge kunstenares het schilderij van Newman te reproduceren. Zoveel mogelijk naar het evenbeeld van het oorspronkelijke doek. Als het dan eindelijk af is, na een paar maanden zwoegen, dringt ook hier de vraag zich op: in hoeverre kan je spreken van een origineel en van een kopie? Welke waarde heeft het?

Met haar film laat Visser de kijker nadenken over de duurzaamheid van kunst. Hoezeer kan je een kunstwerk, als het vernield is, weer tot leven roepen? Dit alles bezien vanuit het perspectief van de filmmaker, de kunsthistoricus, de museumdirecteur en de kunstenaar. Ook de dader komt aan het woord, die zo’n hekel had aan het omstreden doek (Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue was geliefd en gehaat) dat hij het zo nog een keer zou vernielen.

Vissers documentaire heeft tempo, spanning, een kritisch oog en humor. In de zaal waar de Newman ooit hing, uiten deskundigen hun bewondering voor de kleur rood van een brandslang die aan de muur hangt. Dezelfde kobalt rood, menen zij, die het doek van Newman zo sprekend maakte. Een scène die toont hoe een alledaags voorwerp ineens de allure van een kunstwerk krijgt.
 

6 februari 2018

 
IFFR 2018 Deel 1
IFFR 2018 Deel 2
IFFR 2018 Deel 3
IFFR 2018 Deel 4
IFFR 2018 Deel 5
 
 

MEER FILMFESTIVALS

IFFR 2018 – Deel 5

IFFR 2018 Deel 5:
Genoeg geweld

door Bob van der Sterre

Onnozele yakuza neemt wraak, Indonesische vrouw neemt wraak, man doodt callgirl, totale anarchie in Bogota en overval geldtransport op Frans eilandje. Genoeg geweld op het IFFR 2018.

 

Outrage Coda 
Outrage Coda
Otomo zat op een Koreaans eiland. Maar nadat een onnozele yakuza een incident veroorzaakt, keert hij terug om de rekening te vereffenen. Dat veroorzaakt een schokgolf binnen de Hanabashi-yakuzafamilie. En dat vindt zijn eigen baas, mister Chang, niet zo aangenaam.

Er zullen weinig andere films zijn die de politiek achter de yakuzamisdaad zo feilloos blootleggen. In de clan van de Hanabashi bijvoorbeeld moet de ene onderbaas de andere onderbaas omleggen. Die baas krijgt weinig respect want ‘jij hebt niet in de gevangenis gezeten en je zit niet onder de tattoos’.

Elke Outrage beschrijft hoe een incident, een vicieuze cirkel van geweld onder de yakuza kan veroorzaken. Verwarring, verraad, opportunisme, lafheid, loyaliteit: die spelen allemaal een belangrijke rol. Een onvervalste mannenfilm – er is amper een vrouw te zien.

Daarbij krijg je de bekende Kitano-show van coole gangsters en plotseling geweld. De moorden zijn weer niet te tellen. Hoe ze dat restaurant inlopen en ijskoud een paar gasten vol lood pompen – dat is wat je verwacht bij Kitano en dat hij misschien niet meer kan ombuigen naar iets nieuws. Vakwerk, dat is duidelijk, maar een lichte teleurstelling overheerst uiteindelijk.

 

Marlina the Murderer in Four Acts

Marlina the Murderer in Four Acts
Ook in Azië speelt Marlina the Murderer in Four Acts zich af. Op het Indonesische eilandje Sumba woont Marlina, een jaar geleden weduwe geworden. In plaats van haar man te begraven, houdt ze hem thuis en laat ze hem mummificeren. Dan komen er vijf mannen langs. Ze willen haar vee meenemen en haar verkrachten maar Marlina vergiftigt er vier en onthoofdt de vijfde tijdens de verkrachting. Ze wil aangifte doen bij de politie maar die heeft geen zin om er werk van te maken.

Wat moet je met deze film van Mouly Surya? Best aardige passages zijn er te zien (de moordscène, het politiebureau, de bus). De long shots zijn verrassend mooi. Maar al met al is het veel te mager om iets te doen met de kijker.

Het verhaal is ook best dubieus in zijn simplisme. Er is één man die hier iets goeds doet, dat is de chauffeur van de bus. De rest is rotzak, verkrachter en vrouwenmepper. Je vindt het als kijker terecht dat de vrouwen de mannenhoofden eraf houwen als een soort doe-het-zelf-guillotine.

Als je dat overduidelijk feministisch bedoelde verhaal nou omgekeerd zou verfilmen, zou de hele wereld vermoedelijk vallen over zo’n film. Het IFFR zou er niet aan denken om die film te programmeren. Nu is het artistiek en ‘logisch’ en er zijn vast ook wel recensenten die de film goed noemen ‘voor vrouwen in Indonesië’. Je vraagt je af hoe die vrouwen hier dan wat aan hebben.

 

Piercing

Piercing
Man staat met ijspriem boven zijn baby. Later heeft ie de baby in zijn hand en die zegt plotseling: ‘You know what to do.’ Wat hem te doen staat, is in een hotel een callgirl ontvangen en vervolgens vermoorden. Hij plant het allemaal perfect maar het gaat anders dan verwacht. Via het ziekenhuis komen ze bij haar thuis uit.

Een Murakami-boek. Dan weet je al genoeg (schreef immers ook Audition). Dus raar, ranzig en bloederig. Piercing heeft veel verwantschap met Audition – hoewel deze film minder luguber is.

Het punt is hier niet, zoals vaak in dergelijke films, de stijl. Want die is best mooi, met splitscreen, goudkleurige gloed en fraai nagemaakte stadsdecors. Regisseur Nicolas Pesce heeft oog voor detail. Het punt is dat je als kijker geen idee hebt wat je nou moet met een film als deze. Angst, mysterie, humor, ontroering: geen van die diepere emoties wordt hier aangeboord. En voor het verhaal hoef je het ook niet te doen want het plot slaat deze film al helemaal over.

 

Cartucho

Cartucho
Hoe verschrikkelijk Veghel, Nieuwegein of Lelystad misschien ook zijn, er zijn van die plaatsen waarvan je écht blij mag zijn dat je daar niet woonde. Neem El Cartucho, een wijk in Bogota, gedurende de crackepidemie van de jaren tachtig.

‘Er was bloed op elke vierkante meter van deze straten’, zegt er een. Een ander heeft het over plaatsen waar criminelen het vak leerden. Een volgende vertelt hoe hij elke ochtend lijken in vuilnisbakken dumpte (‘Dan kwamen de medische studenten ze ‘s middags kopen’). Helemaal huiveringwekkend is de getuigenis over het bestaan van ‘the hole’, wat echt hel op aarde geweest moest zijn.

Hier zien we via de spaarzame archiefbeelden hoe de wijk er in de jaren tachtig uitzag. Die beelden zijn schokkend. Totale anarchie. Vuilnis op straat. Ploeterende verslaafden. Die beelden zijn gelukkig niet al te extreem want op díe momenten waren er gegarandeerd geen camera’s aanwezig. Veel is weggebuldozerd en nu ziet Cartucho er wat opgeruimder uit.

Het gekke is dat de Cartucho-bewoners op een bepaalde manier ook heel modern waren. Ze verzamelden veel afval van Bogota om te hergebruiken.

 

Laissez Bronzer les Cadavres

Laissez Bronzer les Cadavres
Een Franstalig eilandje. Een ruïne. Apart stel heeft gasten op bezoek. Die hebben het plan opgevat om een geldtransport te overvallen. Gaat goed tot twee politieagenten opduiken. Een shoot-out leidt al snel tot een impasse. De klok tikt intussen door. Wie haalt de volgende ochtend nog?

Vergeet het verhaal, vergeet de karakters. Laisser Bronzer les Cadavres is stijl, stijl, stijl! En wat voor stijl. De flair die je ziet is ongelooflijk. Hoe beschrijf je dat in woorden? Je denkt aan de stijl van poliziotteschi, Russ Meyer, Sergio Leone, Sam Peckinpah en een vleug Tarantino. En dan maal tien?

De creativiteit, de vaardigheid, de originaliteit van deze film, die is buitengewoon. Zonlicht, schaduw, gouden verf, close-ups, mieren, 70’s muziek; het hoort er allemaal bij. Het is alsof Hélène Cattet en Bruno Forzani naar het pulpgenre keken en besloten dat ze daar de meest extreme, meest artistieke versie van wilden maken. Dus niet alleen echte shoot-outs maar ook nog eens denkbeeldige shoot-outs, die nóg extremer zijn.

Wat je wel node mist, is humor. Die had goed gepast bij deze filmstijl. Maar humor komt meestal uit karakters en die zijn meestal ballast in de films van dit Belgische duo. Wat je dan krijgt is een soort eerste-klasse-pulp. Het Concertgebouworkest dat Willy Alberti speelt.
 

5 februari 2018

 
IFFR 2018 Deel 1
IFFR 2018 Deel 2
IFFR 2018 Deel 3
IFFR 2018 Deel 4
IFFR 2018 Deel 6
 
 

MEER FILMFESTIVALS

IFFR 2018 – Deel 4

IFFR 2018 Deel 4:
Meer identiteit en transformatie

door Suzan Groothuis

In dit vierde deel opnieuw aandacht voor films waarin identiteit een overkoepelend thema is. In het Zwitserse coming of age-horrordrama Blue My Mind ondergaat de hoofdpersoon een lichamelijke transformatie. In het Britse Pin Cushion zijn een tienermeisje en haar moeder op zoek naar acceptatie en vriendschap. En in het grimmige Der Hauptmann steelt een Duitse soldaat de identiteit van een nazi-officier.

 

Blue My Mind

Blue My Mind – Transformatie van een tienermeisje
Was er vorig jaar het Franse Raw, over een jonge studente die na het eten van konijnenniertjes ineens vreselijke trek krijgt in vlees en zich uiteindelijk laat verleiden tot kannibalisme, is er nu Blue My Mind van de Zwitserse filmmaker Lisa Brühlmann. Mia is een tienermeisje en net verhuisd. Ze moet haar plek nog vinden en besluit dat ze tot het “coole” groepje wil horen. De stoere meiden uit haar klas die roken in de pauze en jongens uitchecken. Gekleed in korte rokjes en weinig verhullende shirtjes, hun gezichten strak opgemaakt. Haar onbevreesde houding maakt dat Mia uiteindelijk door hen mee op stap wordt gevraagd.

Opvallend is de kille omgeving van de tieners. Welgestelde families, afstandelijk contact, een formulier voor school wordt zonder er naar te kijken ondertekend. Ook tussen Mia en haar ouders wringt er iets. Diep van binnen heeft Mia het gevoel dat haar ouders niet haar ouders zijn. Een vermoeden dat versterkt wordt wanneer Mia’s lichaam begint te veranderen.

De transformatie die Mia ondergaat gaat samen met het toegeven aan lust en verleiding. Samen met haar nieuwe vriendinnen gaat ze feestjes af en experimenteert ze met daten en seks. Ondertussen is het contact tussen Mia en haar ouders steeds grimmiger. En is er een onbedwingbare trek in de visjes uit het aquarium van haar moeder.

Brühlmann werkt toe naar een climax waarin Mia tot volle transformatie komt en levert met haar debuut een coming of age drama met summiere horror. Toch overtuigt Blue My Mind niet. Dat ligt niet aan hoofdpersoon Luna Wedler, die haar rol van Mia overtuigend neerzet. Waar het Blue My Mind aan ontbeert is verdieping en context. Wat maakt dat Mia zo’n moeilijk contact heeft met haar ouders, buiten het gevoel geadopteerd te zijn? Het is vooral een afstandelijk portret van een meisje dat zich afzet tegen alles en iedereen, en misschien wel het meest tegen zichzelf. Om te worden waarvoor ze voorbestemd is, maar wat niet als een verrassing komt.
Onder je huid kruipen doet Blue My Mind niet, in tegenstelling tot het Franse Raw dat in vergelijking prikkelender is en bovenal, meer oog heeft voor de persoonlijke worstelingen en onderlinge verhoudingen.

 

Pin Cushion

Pin Cushion – Duister sprookje over de zoektocht naar identiteit
Het Britse Pin Cushion stelt ook een tienermeisje centraal dat haar weg naar de volwassen wereld probeert te vinden. Evenals Mia in Blue My Mind is de roodharige Iona net verhuisd. Ze woont samen met haar moeder, haar vader is een naamloze afwezige. En haar moeder is er niet een waar een tienermeisje trots op is: gezet, gebocheld en met een grote, pluizige poezenmuts op het hoofd. De eerste scène toont al pijnlijk hoezeer moeder Lyn een outsider is: terwijl ze met haar dochter over straat loopt wordt ze uitgescholden door twee jochies. Het contact tussen haar en Iona is in eerste instantie warm en liefdevol, maar hun band komt onder druk te staan wanneer Iona vrienden wil zijn met de populaire meisjes uit haar klas.

Pin Cushion zit vol kleur en fantasie. Het huis van Lyn en Iona zou zo afkomstig kunnen zijn uit een sprookje, met een prominente rol voor de kleuren groen en roze. De vele porseleinen dierenbeeldjes sieren het huis, alsmede de kooi van hun parkiet die door Lyn liefdevol omgedoopt is tot zoon en broer. En er zijn meer visuele verrassingen, zoals de keuze voor kleding (check de poezenwantjes van Iona!).

Ondanks zijn licht komische toon is Pin Cushion een duister, hartverscheurend sprookje over identiteit. Zowel de kwetsbare Iona als haar moeder zijn op zoek naar vriendschap, maar bewandelen beiden het pad van tegenslag en teleurstelling. Een origineel, moedig en ontroerend debuut van Deborah Haywood, met mooie en innemende rollen van Lily Newmark als Iona en Joanna Scanlan als Lyn. Een film met verrassende, zij het donkere wendingen, maar met uiteindelijk een hoopvolle boodschap.

 

Der Hauptmann

Der Hauptmann – Sadistische laatste oorlogsdagen
Een film van een hele andere orde, maar tevens handelend over identiteit, is Der Hauptmann van Robert Schwentke. We gaan terug naar het Duitsland ten tijde van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Deserteur Willi Herold (Max Hubacher) vindt in een verlaten voertuig het uniform van een nazi-officier. De vele onderscheidingen maken duidelijk dat dit een man van betekenis is geweest. Herold trekt het uniform aan en besluit zijn identiteit aan te nemen.

De film laat vervolgens zien hoezeer een mens kan veranderen in een bepaalde machtspositie. Zijn nieuwe identiteit als “Hauptmann” bevalt Herold wel en wanneer hij met wat verdwaalde soldaten die hij onder zijn hoede heeft genomen aankomt in een werkkamp, besluit hij rigoureuze maatregelen te nemen. De vluchtelingen in het kamp voor wie een krijgsraad ingesteld moest worden om hen te veroordelen, worden door Herold en zijn mannen persoonlijk onder handen  genomen. Een indringende scène toont hoe de gevangenen in een kuil door een luchtafweergeschut worden afgemaakt.

Der Hauptmann, in zwart-wit geschoten, is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Fallschirmjäger Willi Herold. Regisseur Robert Schwentke heeft zich goed gedocumenteerd en zich aan de feiten gehouden, want alles wat in zijn film te zien is, is waar (op het symbolische einde na). Hij weet een goed, confronterend beeld te geven van het Duitsland in de chaos van de laatste oorlogsdagen. Ook rekent hij af met de mythe van de Wehrmacht, die zich niet bezig zou houden met oorlogsmisdaden. Indringend, sadistisch en ongelofelijk, dit verhaal van een jonge soldaat die oog in oog kwam met het beest in zichzelf.
 

3 februari 2018

 
IFFR 2018 Deel 1
IFFR 2018 Deel 2
IFFR 2018 Deel 3
IFFR 2018 Deel 5
IFFR 2018 Deel 6
 
 

MEER FILMFESTIVALS

IFFR 2018 – Deel 3

IFFR 2018 Deel 3:
IFFR en experimenten

door Bob van der Sterre

Het experiment is altijd alomtegenwoordig op het IFFR. Soms geslaagd, soms minder geslaagd, maar altijd op zoek naar het randje van wat we gewend zijn.

 

Charlie en Hannah gaan uit

Charlie en Hannah gaan uit
Meet Charlie en Hannah: twee Vlaamse dames van in de twintig die uitgaan, samen met Fons. Ze slikken een soort magische bonbon en die heeft niet alleen effect op hen, maar ook op anderen en de wereld om hen heen. Zo ontmoeten ze Catherine de Grote in de achtertuin van een bar. Of ze bezoeken een bordeel met een waarzegster die zegt dat ze ‘de ananas moeten blijven volgen’ (en dat doen ze dan ook).

Charlie en Hannah gaan uit is een dappere poging om eens totaal wat anders te maken dan de grauwe middelmaat van arthouse of commerciële films. De keuze hier is ‘origineel’. Scènes vol creatieve vondsten en grappige dialogen.

‘Ik moet echt gaan anders gaat mijn cavia raar doen.’
‘Hij is echt oké. Hij leest boeken.’
‘Ik haat zoogdieren. Denk ik.’
‘Ik vond voor u een mummy in ontkenningsfase.’
(Komt een mummy aanlopen.) ‘Smoothie?’

In een bordeel zien ze de geliefden van F. Scott Fitzgerald. ‘Ze voelen zich meestal superieur omdat ze betere adjectieven hebben.’

Fons is meer een decoratief element voor het vermakelijke portret van Charlie en Hannah; vrouwen van in de twintig die zichzelf heel wijs vinden. Jij denkt iets te hebben meegemaakt? Zij hebben al het tienvoudige daarvan meegemaakt en laten het ook niet na daarover te praten.

Er is zoveel aandacht voor originaliteit dat de film regelmatig vergeet of er nu een verhaal verteld moest worden. Echt erg is dat niet. Bert Scholiers was scenarist van films waar ik niet snel heen zou gaan (Smoorverliefd en Sprakeloos) maar knalt er nu goed in met zijn fantasierijke debuut, ook nog eens netjes na 1 uur 15 minuten afgelopen.

 

A Mosca  Cieca

A Mosca  Cieca
Man loopt over straat. Close-up hand. Dan klimt ie een huis in. Dan loopt ie weer op straat. Een lijk onder een auto.

Dan weet je al: moeilijke, expressionistische cinema die nog het meest doet denken aan de parodie die Arjan Ederveen en Tosca Niterink ooit maakten van de Franse nouvelle vague.

Romano Scavolini maakte in 1967 deze extreem ontoegankelijke Godardachtige film van een man die een moord wil plegen maar een slachtoffer zoekt. De film is fragmentarisch – werkelijk alle tijden, momenten en scènes lopen door elkaar heen. Alles oogt geïmproviseerd. Dat heeft te maken met het verlangen van de cineast om de waarheid te ‘deconstrueren’.

Scavolini is misschien bekend als maker van Nightmare (het voorbeeld van Wes Cravens A Nightmare on Elm Street). Deze film was een voorbeeld van niemand want het lag tot vorig jaar op de plank. A Mosca Cieca kwam niet door de censuur, die zogenaamd heel veel moeite had met de naaktheid van actrice Laura Troschel (maar vermoedelijk nog meer met cineasten die niet willen meedoen aan de grauwe middelmaat).

Ik had het graag gewild maar het is lastig om er nu een meesterwerk in te ontdekken. De shots worden artistieker naar het einde toe maar tegelijk oogt het meer als een schets voor een film dan de film zelf. Of de film daarmee nu gelukt is of juist niet gelukt, is lastig te zeggen.

 

‘77 No Commercial Use

‘77 No Commercial Use
Stel, je bent minister van Italië en het is 31 december 1977. Wat je dan allemaal hebt zien langskomen! Rode Brigade; maffia; rellen. En dan de linkse golf die het land overspoelt. Studenten, arbeiders en communisten zijn bijna het hele jaar aan het demonstreren. Wat ze willen? Vaag links geouwehoer, blijkt. De overheid weet ook niet wat ermee te doen. Dus rellen in Rome, Milaan, Bologna, Turijn. Dagelijks schietpartijen op straat.

‘77 No Commercial Use presenteert het jaar 1977 in Italië in een stroom van krantenkoppen, strips, foto’s en natuurlijk archiefbeelden. De grillige montage brengt je in een flow. Je krijgt een goede indruk van een rommelig, energiek tijdperk. Een ontspoorde versie van 1967. De tijd van Ramones, punk, Dario Fo. We zien ook een jeugdige Roberto Benigni en Nanni Moretti, nog voor hun grote successen.

Een jaar met bizarre gebeurtenissen. Concert van Carlos Santana dat in de fik werd gestoken met molotovcocktails (want: ze vonden de kaartjes te duur). Juwelier schiet een beroemde voetballer dood (want: hij haalde een diefstalgrap uit). Een nazi die ontsnapt uit een ziekenhuis (zijn vrouw nam hem mee in een koffer, hij was zwaar vermagerd).

Veel respect voor dit monnikenwerk van Fulvio Baglivi, die zelf in 1977 geboren is. Het heeft iets ontroerends om te zien, al die verloren geschiedenissen die eens voor veel mensen realiteit waren.

 

Guarda in Alto

Guarda in Alto
Jongen rookt een sigaretje tijdens een pauze. Een namaakmeeuw valt naar beneden. Hij vindt er een hand in. Van een mummie.  Plotseling opduikende nonnen zorgen ervoor dat hij over de daken vlucht. Hij komt een groep kinderen tegen. Die hebben plannen voor het lanceren van een ruimteschip.

Even verderop ontmoet hij een vrouw die een parachutesprong heeft gemaakt en is blijven hangen.

Deze film is er zo een waarvan je eigenlijk niet begrijpt hoe en vooral waarom ie gemaakt wordt. Het is geen echt pretentieuze film, geen echt onaangename film. Die daken van Rome zijn best leuk om te zien. Maar het is onmogelijk om er kaas van te maken. Nonnen, halvegare dialogen in het Engels met een Franse vrouw, een raket, namaakmeeuwen, een slakkenrace.

Met een symbolisch uitlegwoordenboek kun je er vermoedelijk wel wat van maken (‘Een protest tegen de technoficering van de maatschappij’) maar de kijker die zonder zoiets doet blijft verbluft achter.

 

Dragonfly Eyes

Dragonfly Eyes
Het meisje Qing Ting ziet het niet meer zitten in een klooster en vertrekt naar de grote stad. Ze ontwikkelt een vriendschap met Fe Kan.

Dit klinkt als een redelijk gewoon drama. Maar vergis je niet. Het regiedebuut van kunstenaar Xu Bing is gemaakt met 10.000 uur filmmateriaal van security camera’s en dashcams. Allemaal onbewuste acteurs dus en in de beelden gaan vermoedelijk wel tachtig meisjes door voor Qing Ting.

Er dan nog een redelijk coherent verhaal over te verzinnen, dat is knap.

Een verrassend goed gelukt project. Ten eerste zie je het ‘echte China’ (met bijvoorbeeld een onvergetelijke scène van een man die op een kruising zijn auto keert en een andere auto gaat rammen). Wat je je ook realiseert is dat de cinema ook is veranderd door de beelden van beveiligingscamera’s en dashcams. Dat vliegtuig. Die daken. Die weg. Die tornado.

Die meestal schokkende beelden imiteert de cinema dan weer, met bijvoorbeeld het tegenwoordig overbekende beeld in films en series van een auto die plotseling wordt aangereden door een andere auto.

 

Nazidanie

Nazidanie
Een van de mafste concepten voor een film die je kunt vinden op IFFR is de ruim twee uur durende film over de kopstoot die Zinedine Zidane gaf aan Marco Materazzi tijdens de finale van het WK-voetbal in 2006.

Nee, het mysterie wordt niet opgelost. Dat is ook niet het doel geweest van de Russische makers van Nazidanie.

We krijgen een reeks beelden en een voice-over die ons de context van het moment toont. En die context gaat héél ver. Fresco’s, Michelangelo’s en sjamanen worden erbij gehaald.

Het is dan ook wel een dankbaar gegeven. De heiligverklaarde in het wit (de held van 1998, Real Madrid, Frankrijk) versus de duivelverklaarde in het donker (‘de slager van Lecce’, Inter, Italië). Materazzi en Zidane scoorden beiden in de finale. Materazzi heeft 23, omdat het zijn geluksgetal is. Ook de geboortedag van Zidane. De verliezende penalty van Frankrijk is een mislukte kopie van Zidane’s penalty.

De film leert ons dat er drie Materazzi’s zijn (de slager, de familieman, en de middenman). En dat er een soort portal van haat was tijdens dat WK (wat je toch even aan Twin Peaks doet denken). Neem De Rossi, die in de eerste wedstrijd een rode kaart kreeg, niet snapte wat hem bezielde, zelfs openlijke boetedoening deed. Mocht toch aan de finale meedoen. En als hij invalt, rara wie een tel later door de waanzin wordt getroffen. (Verrassend genoeg noemen ze niet eens ‘the battle of Nuremberg’, de meest beruchte wedstrijd die Nederland ooit speelde, ook tijdens dit WK.)

Dit gaat over voetbal maar ís geen sportdocumentaire. Dit komt eerder in de buurt van een surrealistische film. Of een voetbalversie van een toneelstuk van Shakespeare. Duurt twee uur maar verveelt niet.

Een aangenaam voorafje voor het komende WK.

 

Tot slot: The Eyeslicer
The Eyeslicer bestaat uit 360 minuten aan korte films. Korte films van jonge Amerikaanse regisseurs. Een hoop gekke, experimentele en gepassioneerd gemaakte films; waarvan het meeste best aardig is om aan te zien. De ‘echte’ regisseurs zouden er nog best wat van kunnen opsteken. Gratis te zien in de ‘90’s hangout’ in het Nieuwe Instituut, vandaag (2 februari) en morgen (3 februari).

 

2 februari 2018

 
IFFR 2018 Deel 1
IFFR 2018 Deel 2
IFFR 2018 Deel 4
IFFR 2018 Deel 5
IFFR 2018 Deel 6
 
 

MEER FILMFESTIVALS

IFFR 2018 – Deel 2

IFFR 2018 Deel 2:
Transformatie en identiteit

door Suzan Groothuis

Dit jaar heeft het programma een opvallende selectie films met overlappende thematiek, namelijk die van transformatie en identiteit.

Transformatie van binnenuit, zoals het grimmige Beast waarin een jonge vrouw zoekt naar haar duistere kern. Of het film-noir sprookje The Shape of Water, waar we een ambigu wezen treffen en liefde geen grenzen kent, ondanks wat anderen denken of vinden. En de zichtbare verandering van een jonge advocate in Sultry, die vreemde schimmelplekken op haar lichaam krijgt tijdens een bloedhete zomer in Rio. Films over mensen die zich anders voelen, anders willen zijn of zichzelf zelfs overstijgen of opofferen.

 

The Shape of Water

The Shape of Water – In de ban van het monster
Een film over transformatie en identiteit kan je gerust over laten aan de Mexicaanse regisseur Guillermo del Toro. In Pan’s Labyrinth (2006) creëert een meisje haar eigen, duistere fantasierijke wereld in een donkere realiteit: het Spanje van 1944, na de machtsovername door Franco. In Crimson Peak (2015) ademt en bloedt een statig huis en houden de eigenaren er duistere geheimen op na. En in zijn nieuwste, The Shape of Water, zijn er verwijzingen naar horrorsprookje Creature from the Black Lagoon (1954).

Hoewel het in Del Toro’s gelaagde, rijke en visueel verbluffende film duizelt van de referenties: van de stomme film tot musical Mardi Gras en van geïllustreerde reclames tot art deco en art nouveau decors, zoals de prachtige inrichting van een oude bioscoop.

De film speelt tijdens de Koude Oorlog, maar ademt oudere, vervlogen tijden. De stomme Elisa (Sally Hawkins) leeft een geïsoleerd leven; haar tijd spendeert ze met haar beste vriend en buurman Giles (Richard Jenkins) en op haar werk als schoonmaakster in een onderzoeksinstituut van de overheid. Beiden lijken te leven in het verleden, met hun voorliefde voor oude films en muziek. Tapdansend zitten ze samen op de bank.

Maar dan is er een vondst, geheimgehouden in het instituut waar Elisa werkt: een wezen dat gevonden is in de wateren van Zuid-Amerika en dat voor wetenschappelijke doeleinden interessant is als wapen tegen de Russen. Elisa, net zoveel buitenstaander als het wezen, raakt geïntrigeerd en er ontstaat een band.

The Shape of Water laat Del Toro op zijn best zien: een donker, magisch sprookje, waarin monsters, buitenstaanders, spionnen en nietsontziende liefde een rol hebben. Maar het is vooral een ode aan de cinema, wat een wonderlijke visuele kijkervaring levert. En Hawkins en Jenkins zijn prachtig als hun integere menselijke zelf, met een voet in het verleden en een vooruitstrevende blik op het heden.

 

Beast

Beast – Rauwe dierlijkheid
Ook het Britse Beast gaat over identiteit en transformatie. Het is het debuut van regisseur Michael Pierce en een dat indruk achterlaat. Beast speelt op het afgelegen eiland Jersey, waar de jonge Moll is opgegroeid en haar volwassenheid tegemoet treedt. Onder streng, toeziend oog van haar welgestelde familie, want Moll heeft in het verleden een misstap begaan. Een verleden dat kleur krijgt dankzij de komst van vreemdeling Pascal. Moll voelt zich als een wild dier tot hem aangetrokken. Het is zijn geur die haar verleidt, wild en ongeremd. Haar familie ziet hun liefde argwanend toe en waarschuwt Moll. Ze kan beter bij deze jongen uit de buurt blijven. Temeer omdat er op het eiland lichamen van jonge meisjes zijn gevonden en Pascal door de autoriteiten verdacht wordt van moord.

Beast speelt met het vraagstuk van identiteit: wat doe je, als je merkt dat er duisternis in je zit? De achtergrond van de ongereptheid van de natuur draagt bij aan Molls zoektocht naar haar dierlijke zelf. Zo zijn er beelden van Moll en Pascal jagend op konijnen, en van Moll die zich begraaft in aarde. De film is in vloeiende beelden geschoten, dan weer dicht op de huid en in slow motion, dan weer met wide shots van het landschap en Molls burgerlijke thuis.

Van begin af aan sleept Beast je mee in Molls honger naar beestachtigheid. Acteurs Johnny Flynn en Jessie Buckley overtuigen in hun spel van duister duo, hun eigen pad kiezend tegen de verwachtingen van anderen in. Dit zorgt soms voor hilarische momenten, zoals tijdens een etentje van Molls familie waar zij afrekent met hun geldende normen en waarden.

Beast behoudt een spanningsvolle discrepantie tussen goed en kwaad en onschuld en zonde en doet met zijn thematiek wat denken aan films als Alléluia (2014) en Hounds of Love (2016). Sterk en donker debuut.

 

Sultry

Sultry – De verzieking van Rio
En dan over naar Rio de Janeiro in Brazilië ten tijde van de voorbereidingen op de Olympische Spelen in 2016. Jonge advocate Ana komt op voor de belangen van bewoners van sloppenwijk Vila Autódromo, maar moet ook vechten voor het behoud van haar eigen appartementencomplex. Moedeloos zien zij en inwoners van Rio toe dat steeds meer gebouwen moeten wijken voor stadions, hotels en appartementen voor de Spelen.

Ondertussen is het de heetste zomer ooit en beginnen de spanning en onrust hun tol te eisen. Ana ontdekt een vreemde uitslag op haar lichaam die zich geleidelijk aan, met het dichterbij komen van de Spelen, uitbreidt. Een bezoek aan de huisarts lost weinig op. Van sociaal-realistisch drama, dat met de strijd tegen projectontwikkelaars en corruptie doet denken aan landgenoot Aquarius (2016), verandert Sultry in magisch-realisme met body horrorrandjes.

De film overtuigt het meest in de eerste helft, waarin zinderende hitte, strijdlust en toenemende wanhoop samengaan. Het symbolische einde voelt wat vergezocht en overbodig aan, want het statement van filmmaakster Marina Meliande is duidelijk: morele grenzen vervagen wanneer de geldmachine draait. Haar solo-speelfilmdebuut slaagt er wel in de verzieking van de stad vast te leggen, het meest overtuigend in schrijnende beelden van inwoners die hun thuis moeten achterlaten. Stadsvernieuwing is niet voor iedereen en de aarde is niet onuitputtelijk. Een plaatje dat tot nadenken stemt.

 

1 februari 2018

 
IFFR 2018 Deel 1
IFFR 2018 Deel 3
IFFR 2018 Deel 4
IFFR 2018 Deel 5
IFFR 2018 Deel 6
 
 

MEER FILMFESTIVALS

IFFR 2018 – Deel 1

IFFR 2018 Deel 1:
Lichtvoetige films

door Bob van der Sterre

IFFR 2018 in Rotterdam is een halve week onderweg. Van de meest bizarre experimenten tot soms redelijk gewone genrefilms. Van films uit Zimbabwe tot films uit Chili. We beginnen met de wat meer lichtvoetige films. Later volgen de meer experimentele films.

 

All You Can Eat Buddah

All You Can Eat Buddah
Mike is een zwaarlijvige toerist. Vandaar zijn bezoek aan een ‘all you can eat’-toeristenoord op Cuba. Daar zitten verder alleen maar Franstalige Canadezen. Op een dag redt hij een octopus uit een net. Vanaf dat moment is niets meer hetzelfde. Hij laat een kind met eetproblemen weer normaal eten en brengt iemand die gevallen is met een helende hand terug in het leven.

Het resort krijgt te maken met stormen. Alles raakt in verval. Ook Mike zijn been (hij gebruikt geen insulinespuitjes meer) gaat langzaam kapot.

Intrigerende film. Goed script, goed geacteerd en met gevoel voor stijl. Vooral dat laatste is aardig. Dat zie je bijvoorbeeld terug aan de manier hoe scènes vloeiend in elkaar overlopen, hoe er gespeeld wordt met mysterieuze beelden en hoe acteurs functioneel zijn voor de stijl in plaats van andersom. Een van de sterkste punten van deze film is de aandacht voor geluid. Liefhebbers daarvan komen zelden aan hun trekken in cinema. Hier dus wel.

 

Insect

Insect
Een amateurtoneelgezelschap repeteert het stuk ‘Insect’. Dat is een al bijna honderd jaar oud satirisch toneelstuk van de gebroeders Capek uit 1922. Het geeft kritiek op de politieke situatie van de jaren twintig aan de hand van het gedrag van insecten.

Tijdens het stuk maken de acteurs wonderlijke dingen mee. Dat niet alleen, we zien ook hoe de regisseur (Jan Svankmajer) de acteurs en crew begeleidt bij het maken van deze film. Svankmajer mag al de tachtig zijn gepasseerd (zijn eerste film is van 1964) maar aan scherpte is hij niets verloren. Veel regisseurs verliezen magie op leeftijd – Svankmajer heeft daar geen last van. Want er is nog steeds dat tempo, dat oog voor komisch detail en de vermakelijke karakteriseringen. De geestige gewelddadige relatie tussen de hoofdrolspelers. En dat, zoals Svankmajer zelf zegt, met ‘een film zonder psychologie.’

En wie zegt dat komedies geen diepgang hebben? Insect heeft maar liefst vijf lagen. De eerste laag is Svankmajer die we regieaanwijzingen zien geven. De tweede is de repetitie van het toneelstuk. De derde laag is de betekenis van het originele stuk. De vierde zijn de acteurs die als mens vertellen over hun nachtmerries. De vijfde, zou je kunnen zeggen, is deze film zelf, een optelsom van al die dingen.

Het kijkje in de keuken van een van de meest creatieve en eigenzinnige regisseurs heeft iets wonderlijks. Alsof hij graag zijn talent en inzichten wil doorgeven aan de volgende generatie. Hoe krijg je een raam vol insecten? Hoe film je een bal mest die alsmaar groter wordt. Hoe maak je kots (‘Als ze maar niet gaat overgeven van het overgeven’, grinnikt Svankmajer). Let maar eens op de geluiden, die bij Svankmajer bijna allemaal bijdragen aan het komische effect. Het lijkt alsof Svankmajer de extra’s van een dvd in de film zelf heeft gemonteerd. Veel genietbare scènes. Enige minpunt dat ik kan bedenken is dat het einde wat te gehaast overkomt.

 

Insect

Gutland
Luxemburg. Een dorp. Een Duitser. Of hij daar vakantie-arbeid kan doen. Een vrouw die met hem naar bed gaat. Hij wordt opgenomen in de gemeenschap. En speelt trompet in het lokale orkestje. Jens is (uiteraard) niet zo onschuldig als hij lijkt. Hij heeft te maken met iets wat vlak over de grens is gebeurd en is bang om ontdekt te worden.

Gutland is goed opgebouwd. In het begin zoek je naar houvast: gaat dit een drama worden, een thriller, misschien wel een tragikomedie, want het Luxemburgse platteland is soms best koddig. Er komen dan steeds meer mysterieuze zaken bovendrijven, zoals naaktfoto’s, een verdwenen kerel en een raar huis. Je wordt als kijker op een prettige manier in verwarring gebracht.

Het goede is het portret van het Luxemburgse landschap. Dat is fraai mysterieus in beeld gebracht – met achtervolging in een maïsveld als hoogtepunt. De hoofdrollen zijn ook van niveau. Wat er is misgaat, is het einde. Onafgemaakte verhaallijntjes zoals je zelden zag. Zeker drie dingen blijven onverklaard. Dat is jammer.

 

Top Knot Detective

Top Knot Detective
Sutaffu was ooit een bedrijf à la Sony. Producent in 1991 van de show ‘Ronin Suiri Tentai’ met Takashi Takamoto. Superslecht en low-budget. Nu een cultreputatie. Takamoto was een talentloos acteur met een abonnement op schandalen. Waar hij ging, waren er problemen. Vooral met zijn tegenspeler, de zoon van de baas van Sutaffu. Ze vervangen zelfs zijn serie door de SF-serie Timestrycker.

Klinkt realistisch? Dat is de grap van een mockumentary. Top Knot Detective is best aardig gelukt als mockumentary, hoewel het lang niet het niveau haalt van bijvoorbeeld Garth Marengi en Kung Fury. Die namen de foute 80’s, early 90’s al eerder op de satirische korrel. Of nog veel verder terug: Fear of a Black Hat en Spinal Tap. Dat is het probleem van bijna alles: er is al zoveel gemaakt.

Het verhaal van Dominic Pearce en Aaron McCann is daarvoor ook wat te voorspelbaar (bad boy acteur waar iedereen wel een anekdote over heeft). Aan de andere kant zijn er ook wel wat grappige passages, zoals de parodie op een raar Japans tv-programma (Nika Tako) en de dertien-in-dozijn SF-serie Timestrycker. Resultaat dus gemiddeld vermakelijk.

 

Madame Hyde

Madame Hyde
Mevrouw Géquil is lerares natuurkunde in Lyon. Ze is waardeloos in haar vak. Geen overwicht, leerlingen lachen haar uit. Een blikseminslag. Vanaf dat moment verandert er iets. Op een nacht verandert ze in ‘energie’. En op school heeft ze succes als juf. Maar ieder succes heeft een prijs.

Op momenten geestig. Huisman José Garcia, een softie die aan minimalistisch pianospelen doet: ‘Je bent de vrouw van mijn leven, van mijn dromen, van mijn nachtmerries.’ Romain Duris als fluisterende directeur in kleurrijke pakken en een onwillige haarlok.

Een sympathieke productie – maar echt goed is het niet. Het begin is dan nog wel aardig maar halverwege wordt het steeds minder om tegen het nergens op slaande einde compleet stil te staan. Zo hoog als het voltage was voor juf Géquil, zo laag is tegen het einde de energie van de film.

Het grote probleem van Madame Hyde is dat de film van acteur/regisseur Serge Bozon (Tip Top, La France) niet stijlvast is. Het gegeven past bij een komedie. Het karakter van Romain Duris is ook wel geestig. Ook José Garcia is best aardig als gevoelige huisman. Maar de leerlingen zelf hebben uiteraard die skills nog niet als acteur. En ook Isabelle Huppert zelf lijkt zich niet op haar gemak te voelen met de vereiste comedy.

Dat ligt ook aan het verhaal. Dat is warrig en wil nadrukkelijk géén komedie zijn maar iets sociaals en bovennatuurlijks. Gebeurtenissen ‘s avonds in een gettoparkje, en een fysiek gehandicapte jongen genaamd Malik, zijn de sleutel. Maar nergens wordt duidelijk welke interessante deuren dat dan moet openen. De komische – als dat al het doel was – blijven in elk geval op slot.

Dit is dan ook een minder werk in het oeuvre van Huppert. Ze is intussen vijf films verder dus zal het mislukte tussendoortje allang weer vergeten zijn.

 

29 januari 2018

 
IFFR 2018 Deel 2
IFFR 2018 Deel 3
IFFR 2018 Deel 4
IFFR 2018 Deel 5
IFFR 2018 Deel 6
 
 
MEER FILMFESTIVALS

IFFR 2018 – Preview 3

Preview IFFR 2018 deel 3
Van misdaad tot vrouwenfilms

door Bob van der Sterre

Hoe raken we wijs uit alle films, alle specials en alle programma’s? Welke films zijn echt de moeite waard? InDeBioscoop biedt hulp. Kortom: wat zijn de beste filmtips voor het IFFR 2018?

Das Kongo Tribunal

 

Misdaad
Aviyal. Wie wil zich niet af en toe eens laten onderdompelen door een lowbudgetmisdaadkomedie uit India (Tamil), met veel seks en geweld?

The Bold, the Corrupt and the Beautiful. Prijs voor minst geïnspireerde titel? Toch lijkt deze Taiwanese film best een smakelijke schets van oplichterij en corruptie in Taiwan.

La Fleurière. Belgische heistfilm. Amateurs graven zich een weg naar een bank. Dat doen ze ad hoc, met een schop en zonder plattegrond. Tragikomisch verhaal van Ruben Desiere heeft misschien Robert Bresson-kwaliteit maar kan ook gaan vervelen.

Laissez Bronzer les Cadavres. Het duo Cattet / Forzani is weer terug met een obscure misdaadfilm die zich ergens bij de Middellandse Zee afspeelt. Ongetwijfeld veel hyperstilering zoals met Amer en L’etrange couleur des larmes – waarvan vooral de laatste veel meer style over substance was. Benieuwd wat deze film kan bieden. Zo op het eerste gezicht veel geweldskitsch.

Marlina the Murderer in Four Acts. Kill Bill op zijn Indonesisch. Voor de liefhebber. Afgaand op de trailer vermoedelijk best goed in zijn genre.

Outrage Coda. Wie net als ondergetekende niet op de hoogte was van een vervolg van de Outrage-serie van Takeshi Kitano, zal ook niet hebben geweten dat deel 3 intussen ook al gemaakt is. Outrage was een cool misdaaddrama zoals we het kennen van Kitano, op een niveau waar maar weinig westerse filmmakers komen. Kan bijna niet tegenvallen.

 

Muziek
Azougue Nazaré. Film over het Braziliaanse carnavalsfeest Maracatu. Het dans- en muziekevenement heeft net zoveel fans als haters.

The Ballad of Shirley Collins. Dysfonie. Wat? Folkzangeres Shirley Collins moest eind jaren zeventig haar loopbaan staken omdat ze er last van kreeg. Een portret van de zangeres.

Bruk Out! A Dancehall Queen Documentary. Dancehall seksistisch, ja of nee? De danseressen hebben er zelf geen moeite mee. We volgen een aantal dames in de voorbereiding van de International Dancehall Queen in Jamaica.

Here To Be Heard: The Story Of The Slits. Portret van Britse vrouwenpunkreggaeband The Slits, die geen furore maakte in de jaren zeventig, maar nu wel furore maakt als band die destijds geen furore maakte.

It Must Make Peace. Malinezen behoren tot de beste muzikanten van Afrika – en dat zegt wat, want Afrika herbergt veel muzikale talenten. Malinese muzikanten blikken in deze film terug en vooruit op het verleden en de toekomst van hun muziek. Hopelijk komen Oumou Sangaré en Toumani Diabaté ook nog langs.

Nico, 1988. Portret van de laatste twee jaar van het leven van deze legendarische zangeres van The Velvet Underground. Er zijn best wat mensen die een tic hebben met deze zangeres en de jaren tachtig dus deze film kan best aanslaan. Italiaanse film van Susanna Nicchiarelli.

 

Natuur
Marquis de Wavrin, Du Manoir à la Jungle. Vermoedelijk boeiend verhaal op basis van archiefbeelden van een Belgische markies die een eeuw geleden celstraf ontliep door te vluchten naar Zuid-Amerika. Van nood maakte hij een deugd en legde het bestaan van onbekende stammen vast die soms nu niet meer bestaan. Verplichte kost voor fans van antropologie.

Western. Duitse arbeiders krijgen het aan de stok met de lokale Bulgaren midden in de Bulgaarse natuur. Van deze film wordt wat verwacht omdat de scriptadviseur van Toni Erdmann deze film regisseerde. Toch heb ik mijn twijfels. Een western (voor als je het niet wist, zie titel) tussen indianen (Bulgaren) en cowboys (Duitse arbeiders) klinkt heel doorzichtig. Maar goed, wie weet toch zo goed als menigeen verwacht.

 

Ontroering
The Florida Project. Willem Dafoe in indiefilm als baas van een hotel. De film draait vooral om een van de huurders en haar kind, Moonee. Af en toe wellicht geestig en ontroerend. Verhaal lijkt verder niet echt heel bijzonder.

Don’t Forget Me. Israëlische film. Aparte man (speelt tuba in een band) en een jonge vrouw met eetstoornis zijn één dag bij elkaar. Ontroering ligt op de loer.

 

Relaties en seksualiteit
Anchor and Hope. Het verhaal oogt flinterdun (lesbisch stel, woonboot, zaaddonor, lach en een traan) maar wel ‘realistisch en invoelend’ voor de liefhebber. Britse indiefilm over dertigersdilemma’s.

Arrhythmia. Oleg is ambulancebroeder die nóg sneller moet werken van zijn baas. Dat heeft effect op zijn privéleven met vrouw Katja. Russische feelgood / feelbad kan wel eens een publiekslieveling worden.

The Day After. Zuid-Koreaanse film over een huichelaar, die ergens van verdacht wordt, maar ironisch genoeg niet dát heeft gedaan (wel iets anders). De trailer kan een gooi doen naar de prijs voor de allersaaiste trailer aller trailers – toch zou deze film nog wel een verrassend verhaal kunnen hebben.

An Evening With Beverly Luff Linn. Indiefilm van Brits regisseur Jim Hosking. Fans van Aubrey Plaza (als die er zijn?) kunnen hun hart ophalen met deze vermoedelijk schattige romantische komedie over een dorpje en een bar.

Hit the Night. Koreaanse Film van Jeong Gayoung, die ook al de hoofdrol speelt in deze film. Ze praat als regisseuse met een jongen die ze allerlei vragen stelt over zijn liefdesleven (voor research). Oogt losjes, dat wel, maar leuk? Ook in dit genre, Koreaans en misschien wel beter: A Tiger in Winter.

Taramani. Tamil-relatiefilm van Ram. Van hem draaien nog twee films op dit festival: Resurrection, een politieke thriller met een transgenderacteur, en Tamil M.A., zijn debuut uit 2007.

 

Roadmovies
Butterflies. Astronaut, stemacteur en lerares doen een nostalgische autorit in Turkije. Wanneer hebben we hier eerder van gehoord? Al die andere keren dat er al zo’n roadmoviefilm werd gemaakt. Vooruit, misschien is de film echt zo geestig en absurdistisch als het programma belooft, dat kan zomaar.

Gabriel and the Mountain. Gabriel Buchman maakte in 2009 een wereldreis voordat hij op de universiteit zou gaan. Hij verongelukte in Malawi. Deze film van jeugdvriend Felipe Barbosa doet Gabriels reis nog eens over in fictievorm.

Der Hauptmann. Een deserteur vlucht tijdens de Tweede Wereldoorlog maar krijgt ineens de wind mee als hij een pak als Wehrmacht-korporaal vindt. Een provocerend verhaal van Robert Schwenkte (onder andere regisseur van Hollywoodblockbusters Red en Insurgent). Vermoedelijk vaardige, gepassioneerd gemaakte film.

Lean On Pete. Film over jongen die genoeg heeft van thuis en met paard en al vertrekt. Hij komt erachter dat het niet makkelijk is om te reizen met paard. Bijrollen Chloë Sevigny, Steve Buscemi en een heel schattig paard.

The Widowed Witch. ‘Uplifting’ Chinees drama over een vrouw die niets bespaard blijft: drie keer weduwe en slachtoffer van een verkrachting. Als rondreizende sjamaan begint ze een nieuw leven. Drama, roadmovie en vrouwenfilm ineen. Voor de liefhebber.

 

Thrillers
Ajji. Ranzig verhaal (verkrachting) mondt uit in spannende thriller waarbij oma gerechtigheid zoekt. Indiase productie.

Beast. Lief meisje krijgt relatie met stroper, die ook nog eens verdacht wordt van diverse moorden. Conflict met familie gegarandeerd. Gesitueerd op het Britse eiland Jersey, dus vast veel weidse gezichten, wind die de haren alle kanten op laat wapperen, auto’s die je op afstand ziet aan komen rijden. Mogelijk interessant.

Fenix. Brabants tv-drama. Acht afleveringen zijn in een marathonsessie te zien. De serie oogt zo op het eerste gezicht niet zo beroerd als de meeste Nederlandse producties maar of je er nou meteen kaartjes voor gaat kopen voor een complete werkdag serie kijken?

The Guilty. Man werkt bij 112. Vrouw belt op: ze is gekidnapt. Spannende film in real-time met schaarse middelen. Ik vermoed dat de film van Gustav Möller niet zo geweldig origineel is maar wel entertainend blijft.

Gutland. Een Luxemburgse speelfilm! Schijnbaar volop mooie vrouwen, een spannend verhaal en Luxemburgs platteland. Wat willen we nog meer! Debuut van Govinda van Maele.

Piercing. Hier zien we hoe een man zijn innerlijke demonen te lijf wil gaan… door een moord te plegen. Hij regelt een callgirl om dat erbij te gaan doen. Alles gaat anders dan verwacht. Psychologische thriller van Nicolas Pesce (ook van het ranzige horrorverhaal The Eyes of My Mother) blinkt zo te zien niet uit in originaliteit maar zal wel spannend zijn.

 

Vrouwenfilms
Café Com Canela. Violeta (uit Bahia) bezoekt Margarida (uit een dorp). Band ontstaat. Film die ‘op intieme wijze gevoelige onderwerpen verbeeldt’. Dus veel emoties, verdriet en drama. Wees niet verbaasd als deze hoog gaat eindigen in de populariteitspolls.

Cook Off. Jonge alleenstaande moeder doet mee aan kookwedstrijd. Ogenschijnlijk een redelijk standaard romantische komedie, maar dan uit Zimbabwe. Klinkt ook als een kandidaat voor beste publieksfilm.

Dorst. Moeder met kanker krijgt wildebrasdochter te logeren. Diepe emotionele band tussen de uiteenlopende karakters. Zo voorspelbaar als wat maar gegarandeerd dat het Nederlandse publiek hier plat voor gaat (inclusief positieve recensies die vinden dat Simone Kleinsma de rol van haar leven speelt als moeder).

Drift. Twee vrouwen in een vakantieoord die met elkaar praten. Eerlijk gezegd begrijp ik niets van de beschrijving van deze Duitse film. De trailer maakt evenmin iets duidelijk. In dezelfde vage categorie: Elle und Nell (twee vrouwen die wandelen in Duitsland) en Fátima (acht vrouwen die wandelen in Portugal).

Jeune Femme. Paula is de weg kwijt nu haar relatie erop zit. Wat voor vrouw is ze nu? Wat wil ze met haar leven? En hoe rond te komen in Parijs zonder knaken? Geen film voor ondergetekende maar won in Cannes de Camera d’Or voor beste debuut.

Nina. Pools vrouwendrama. Als je als man toch op een of andere manier verzeild raakt in deze film krijg je dit voor je kiezen: knappe maar verwarde jonge vrouw (de Nina uit de titel), moederschap, een hoop seks inclusief lesbische momenten en meer dan een paar kilo ‘gevoeligheid’. Emoties, emoties, emoties! Prachtige film voor vrouwelijke filmkijkers die films tjokvol emoties hooglijk waarderen. Voor de man zou ik toch adviseren om van te voren even te spieken of The Fast and Furious 8 niet op hetzelfde moment draait in Pathé.

 

Documentaires
AlphaGo. Over de strijd tussen computer en mens. Natuurlijk gaan we dat niet winnen. De eerste verliezen werden genoteerd toen professionele go-spelers spelletjes verloren van een computer. Die weer gebouwd is door mensen. Daar gaat deze documentaire over.

Angkar. De bloedige Cambodjaanse geschiedenis krijgt hiermee een gezicht. Dramatisch verhaal van een overlevende.

Cartucho. Ooit de ergste wijk van Bogota (jaren tachtig en negentig). Wie Narcos heeft gezien, heeft wel een idee wat dat kan voorstellen. Deze documentaire schetst een beeld van deze problematische wijk.

Una Ciudad de Provincia. Een documentaire over niks, die zijn er te weinig. Deze is een mooie tegenhanger want er gebeurt vrij weinig. Hier zien we het leven van alledag (in Uruguay), ontdaan van alle meningen, principes en maatschappijkritiek.

Das Kongo Tribunal. De laatste twee decennia ook een genocide op zes miljoen mensen gemist? U zal niet de enige zijn. Wie wist wél dat er in de tussentijd zoveel mensen zijn omgekomen in de Democratische Republiek Congo? Filmmaker Rau was dermate geschokt, en ook van de onbekendheid ervan in de wereld, dat hij zijn eigen Congo-tribunaal oprichtte. Hij is van mening dat de mijnen deze ellende hebben veroorzaakt. Deze film verdient meer aandacht dan het vermoedelijk zal krijgen.

Saving Brinton. Portret van de man die diverse zwijgende films heeft gered, waaronder een voorheen onbekende film van Georges Méliès.
 

23 januari 2018

 

Preview IFFR 2018 Deel 1
Preview IFFR 2018 Deel 2

 

 
MEER FILMFESTIVAL