LIFF 2017 – Deel 3

Leiden International Film Festival (LIFF) 2017 Deel 3:
Voor iedere bezoeker wat wils

door Cor Oliemeulen

Met nog twee dagen te gaan staat het boksdrama Jawbone verrassend bovenaan in het klassement van de LIFF Publieksprijs. In dit derde verslag een bespreking van deze film. Verder aandacht voor een aangrijpend opgroeidrama uit IJsland, twee opvallende films uit China en een Syrische vluchteling die kan vliegen.

 

Jawbone

Jawbone – sociaal-realistisch boksdrama
Een niet-Amerikaanse boksfilm met zijn eeuwige clichés van vallen, opstaan en het behalen van de victorie is bij voorbaat een verademing. De debuterende Engelse speelfilmregisseur Thomas Napper heeft goed naar het werk van zijn landgenoten Mike Leigh en Ken Loach gekeken, want ook hij kruipt in de huid van de underdog die moet opboksen tegen persoonlijke problemen, maatschappelijke omstandigheden en bureaucratie. In Jawbone draait de deprimerende geschiedenis om de oud-jeugdkampioen boksen Jimmy McCabe (Johnny Harris, die ook het script schreef), die na het overlijden van zijn moeder in de goot belandt en probeert uit de malaise te komen door zich opnieuw te melden bij de boksschool van William Carney (de gevierde Engelse acteur Ray Winstone, die weinig speeltijd krijgt).

Jawbone is een karakterstudie van een alcoholist die tegen zijn demonen vecht en zijn trots moet overwinnen. Harris, die het qua intensiteit vooral moet hebben van zijn gezichtsuitdrukkingen, speelt zijn rol geloofwaardig, hoewel zijn bokscapaciteiten niet geheel overtuigen. De film is rauw en donker, verstoken van enige humor, en heeft het hart op de goede plaats. Het slotgevecht is wel wat voorspelbaar, maar mooi claustrofobisch gefilmd met handheld camera’s, ondersteund door vertragende geluidseffecten en probeert de sfeer van Raging Bull (1980) van Martin Scorsese op te roepen. Ondanks enkele ontroerende momenten laat Jawbone uiteindelijk te weinig indruk achter en is hij minder sterk en origineel dan het Finse boksdrama The Happiest Day in the Life of Olli Mäki. Voormalig frontman van The Jam en The Style Council, Paul Weller, tekent voor de soundtrack van Jawbone.

 

Heartstone

Heartstone – sterk opgroeidrama tussen de geisers
De bioscopen worden tegenwoordig overspoeld met coming of age – met de zoektocht naar identiteit als onontkoombaar hedendaagse thema. Heel af en toe stijgt de pure dramatische variant van dit genre met kop en schouders uit boven de middelmaat, hoewel het koude klimaat van IJsland zich in eerste instantie niet lijkt te lenen als decor van hartverwarmende vriendschap en liefde.

Heartstone (Hjartasteinn) is het veelbelovende speelfilmdebuut van Guðmundur Arnar Guðmundsson dat zich afspeelt in een afgelegen vissersdorpje in IJsland. Het aangrijpende opgroeidrama centreert zich rond de twee puberjongens Thor (Baldur Einsasson) en Kristján (Blær Hinriksson) die tijdens een turbulente zomer door zowel genegenheid en ontluikende seksualiteit als door afwijzing en tragedie snel volwassen worden. Het geloofwaardige spel van de jonge spelers en de gelaagdheid van het verhaal in combinatie met de prachtige fotografie en de goed passende soundtrack zorgen voor een drama dat met 129 minuten geen seconde te lang is. Heartstone draait vanaf 16 november in de bioscoop.

 

Duckweed

Duckweed – Back to the Future uit China
Na een auto-ongeluk belandt de kersverse Chinese rallykampioen Tailang in het jaar 1998 waar zijn stoere vader leider van een viermansbende is. Terug in de tijd gaat Tailang niets liever dan op zoek naar zijn moeder, die net na zijn geboorte overleed. Als hij ziet dat zijn toekomstige vader een andere vriendin heeft, moet hij maatregelen nemen. Ondertussen wordt Tailang lid van het groepje criminelen dat constant bonje heeft met een rivaliserende bende, die een stuk minder onschuldig is. Kan zijn vader hem tijdig verwekken voordat hij zes jaar de gevangenis in moet?

Dertiger Han Han is de meest populaire blogger van China, schrijver van bestsellers, zanger, professioneel rallyrijder, uitgesproken hater van moderne poëzie én filmregisseur. Door zijn rebelse houding beschouwen velen hem als de stem van zijn generatie. Zijn tweede speelfilm, Duckweed (Cheng feng po lang), kent door zijn potpourri van stijlvormen nauwelijks raakvlakken met de traditionele Chinese cinema en heeft vooral als doel om de kijker te vermaken. Het kolderieke verhaal kent een hoog tempo, soms kinderliedjes als begeleiding en schiet alle kanten op: van komedie tot drama, met knipogen naar de sciencefiction van Hollywood, de martial arts uit Hong Kong en de Nouvelle Vague uit Frankrijk. De regisseur verrast in zijn nostalgische trip vooral met cinematografie en camerawerk. Zo zijn de razendsnelle race van de winnende rally en de raceauto die in super slow motion door een trein wordt geschept spectaculair in beeld gebracht.

 

Operation Mekong

Operation Mekong – duizelingwekkende actiefilm
Nog een opvallende film uit China is Operation Mekong (Mei Gong he xing dong) van de hand van Dante Lam, een van de grootste regisseurs van actiefilms in Hong Kong en opgeleid in de traditie van John Woo (Face/Off). Het misdaadavontuur is gebaseerd op de moord op dertien Chinese zeelieden en de vondst van 900.000 methamfetaminepillen op de Mekong, de rivier in de Gouden Driehoek nabij de grenzen van Thailand, Laos en Myanmar. De doofpotaffaire van Thailand veroorzaakte een internationale rel en China startte een operatie om de ware toedracht te achterhalen en de schuldigen te straffen.

Liefhebbers van actiefilms zitten gegarandeerd twee uur op het puntje van hun stoel door de razendsnelle beeldwisselingen, het nerveuze maar technisch knappe camerawerk en de sensationele achtervolgingen, gelardeerd met een bombastische soundtrack die je ook in een Michael Bay-film kunt aantreffen. Het duizelingwekkende tempo van Operation Mekong verhult de vele plotgaten en maakt de complexe jacht op de drugsbaronnen moeilijk te volgen. De film focust op twee politieagenten die niet terugdeinzen voor een kogelgat meer of minder. Want dat ze gemotiveerd zijn, blijkt uit de openingsscène, waarin een mooie dame een naald met drugs in haar arm zet en haar verslaving niet zal overleven.

 

Jupiter’s Moon

Jupiter’s Moon – Syrische vluchteling kan vliegen
Filmmuseum EYE in Amsterdam had eerder dit jaar een overzichtstentoonstelling van de Hongaarse meester van de verstilde cinema, Béla Tarr, die middels een opstelling met foto’s van mensen achter prikkeldraad kritiek gaf op de omgang met de Europese vluchtelingencrisis, de rol van zijn geboorteland in het bijzonder. Zijn landgenoot, Kornél Mundruczó, schenkt in Jupiter’s Moon (Jupiter holdja) ook aandacht aan het lot van Syrische vluchtelingen, die bij de grens worden opgejaagd, en in het geval van hoofdpersoon Aryan wordt neergeschoten. Wat blijkt: Aryan kan plotseling vliegen!

Wat volgt is een thrillerachtig actiedrama, voorzien van magisch-realistische en religieuze trekjes (is de jonge vluchteling een engel?), dat naar een onduidelijke finale toewerkt, maar uitblinkt door de onconventionele aanpak en de ingenieuze cinematografie. Na White God en Jupiter’s Moon mag Kornél Mundruczó binnenkort aan zijn eerste Amerikaanse project beginnen: de thriller Deeper. Volgens de beschrijving op IMDb wordt het een psychologische verkenning van een voormalige astronaut dat zich ver onder de zeespiegel afspeelt. Dat klinkt origineel en mysterieus genoeg, echter met de beoogde hoofdrollen van Hollywoodster Bradley Cooper en Gal ‘Wonder Woman’ Gadot weet je maar nooit waarop dat avontuur zal uitdraaien. Jupiter’s Moon draait sinds 2 november in de bioscoop.
 

4 november 2017

 

DEEL 1 LIFF 2017
DEEL 2 LIFF 2017
DEEL 4 LIFF 2017

 

 
MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2017 – Deel 2

Leiden International Film Festival (LIFF) 2017 Deel 2:
Ruim baan voor de American Indie

door Suzan Groothuis

In dit tweede deel van het Leiden International Film Festival staan we stil bij de American Indie Competition. Wederom heeft de organisatie verrassende, prikkelende en ontroerende films in dit programmaonderdeel weten te stoppen.

Een ruziënd stel ontdekt in Band Aid dat hun relatie-perikelen uitstekend dienen als inspiratie voor popsongs. Een dronken, verveelde Anne Hathaway blijkt in Colossal banden te hebben met een gigantisch monster dat de boel op stelten zet in Seoul. In The Lovers volgen we een uitgeblust koppel dat weer jeu aan hun relatie weet te geven. En in Menashe zitten we dicht op de huid van een vader die vecht voor de voogdij over zijn zoontje, maar de orthodox-joodse gemeenschap waaruit hij komt maakt het hem niet gemakkelijk.

 

Band Aid

Band Aid – liedjes over ruzie
We beginnen met Band Aid, waarin Anna (Zoe Lister-Jones, tevens de regisseur en scriptschrijver) en Ben (Adam Pally) constant ruziën. Over de afwas bijvoorbeeld, die zich maar opstapelt in de zink. Tot Anna op het geniale idee komt om hun ruzies te gebruiken als inspiratie voor het schrijven van popsongs. Ze pakken gitaar en basgitaar uit de garage en vragen hun vreemde buurman Dave (Fred Armisen, Portlandia) als drummer.

Band Aid doet wat denken aan films als Humpday en Your Sister’s Sister, waarin de hoofdpersonen, vaak worstelende creatievelingen, twijfelen over hun leven en de te nemen stappen.  De film is een mooie mix van drama en komedie, met gevatte dialogen, prikkelende humor en een wijze les van Bens moeder (Susie Essman, die we kennen als Susie Greene uit Curb Your Enthusiasm) over wat mannen en vrouwen nou zo van elkaar doet verschillen. Een film die tot het eind toe geboeid blijft, mede door de goede chemie tussen de twee hoofdpersonen. Origineel, verfrissend en warm. Gaat dat zien!

 

Collossal

Collossal – van nietig naar reusachtig
Colossal, alhoewel die geen deel uitmaakt van de American Indie Competition, is ook een originele film, maar dan heel anders. Het begint met een relatie die strandt: Tim (Dan Stevens) heeft genoeg van zijn party girl vriendin Gloria (Anne Hathaway) en zet er een punt achter. Zij vertrekt naar haar geboortedorp om de draad weer op te pakken. Voor zover je daarvan kan spreken als je alleen maar alcohol drinkt en slaapt. Ze krijgt een baantje aangeboden in de kroeg van jeugdvriend Oscar (Jason Sudeikis) en dan wordt de slapende routine van werk en drinken opgeschrikt door opzienbarend nieuws. Een gigantisch monster zorgt voor ophef in Seoul en Gloria ontdekt per toeval banden met dit wezen te hebben.

Colossal is indie-sciencefiction, waarbij realisme wordt afgewisseld met de vreemde ontwikkelingen in de Zuid-Koreaanse hoofdstad. Die weer verband houden met het nietige bestaan van Gloria, die tot het besef komt tot grootse veranderingen in staat te zijn. Colossal is van de hand van de Spaanse regisseur Nacho Vigalondo, eerder verantwoordelijk voor Extraterrestrial (2011), ook een liefdesverhaal waarin sciencefiction verweven zit. Colossal is zo’n film die de kijker op het verkeerde been zet (o, zit het zo?), beschikt over een verrassend scenario, fijn acteerwerk en de nodige humor.

 

The Lovers

The Lovers – schipperen tussen huwelijk en vreemdgaan
En dan The Lovers van Azazel Jacobs, waarin Debra Winger (haar roem lag in de jaren ’80, met films als An Officer and a Gentleman) eindelijk weer in een hoofdrol te zien is. Ze speelt Mary, echtgenote van Michael (Tracy Letts, voornamelijk bekend als scriptschrijver van Killer Joe en August: Osage County). Het koppel bevindt zich op een uitgeblust punt in hun jarenlange relatie. De passie is er in alle opzichten uit. Beiden hebben een manier gevonden om nog ergens geluk uit te halen: vreemdgaan. Dat weten ze niet van elkaar, nog niet. Want hun nieuwe partners voeren de druk op en dwingen hen eerlijk te zijn over hun affaire. En dan, plots, verandert er iets en ontdekken Michael en Mary een wederzijdse affectie.

The Lovers laat zien hoe complex relaties kunnen zijn. Met elkaar is onmogelijk, maar zonder ook. En met een ander lijkt het beter, maar dat kan ook een ontsnapping zijn. De film houdt midden tussen drama en droge komedie, met mooie rollen van Debra Winger en Tracy Letts. De uitgeblustheid van hun relatie is van hun gezichten af te lezen. Vermoeid, geïrriteerd en steevast te laat op een werkplek die niet inspireert. Maar geleidelijk aan is daar een transformatie, als een bedwelmend afrodisiacum. Met een supermarktscène als hoogtepunt, waarbij Tracy Letts zijn gezicht laat spreken en de kijker eventjes kippenvel bezorgt.

 

Menashe

Menashe – strijden voor je kind
Menashe van Joshua Z. Weinstein is een film die zich afspeelt in een orthodox-joods milieu in Brooklyn. Menashe is de naam van de hoofdpersoon, een goedzak maar tevens outsider. Zijn vrouw is overleden en om die reden is er door de “Ruv”, de geestelijk leider, besloten dat haar broer voor Menashes’ zoontje zorgt. Een man hoort namelijk niet alleen te zijn en wanneer Menashe weer een vrouw aan zijn zijde heeft kan zijn zoontje bij hem wonen. Menashe zelf laat het daar niet bij zitten en strijdt om de voogdij. Maar in plaats van dat hij vertrouwen wint, gaan er dingen mis en wordt de voogdij-kwestie steeds gecompliceerder.

Menashe is volledig in het Jiddisch gesproken en geeft een goed beeld van het reilen en zeilen in een orthodox-joodse gemeenschap. Tevens laat de film zien hoe moeilijk het is als je net buiten de geijkte paden valt. Menashe heeft een goed hart, maar hij kan, hoezeer hij ook probeert, niet om de regels en waarden van de gemeenschap heen. De camera zit hem dicht op de huid, waarmee zijn onmacht voelbaar wordt voor de kijker. Regisseur Joshua Z. Weinstein houdt zijn film intiem en ingetogen. Een mooi drama, met subtiel gebruik van humor en een man die zijn strijdbaarheid en hoop gelukkig niet kwijtraakt.
 

2 november 2017

 

DEEL 1 LIFF 2017
DEEL 3 LIFF 2017
DEEL 4 LIFF 2017

 

 
MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2017 – Deel 1

Leiden International Film Festival (LIFF) 2017 Deel 1:
Kleinere films maken meeste indruk

door Cor Oliemeulen

Het eerste weekend van LIFF 2017 zit erop. De talrijke landelijke filmpremières, goed gevulde zalen, prima sfeer en hoge publiekswaarderingen bevestigen het bijzondere karakter van het jaarlijks terugkerende filmfestival in Leiden. We openen onze reeks verslagen met de nieuwe film van de makers van Intouchables, een tegenvallende boekverfilming en twee kleinere films die een groter publiek verdienen.

 

C'est la vie

C’est la vie – luchtacrobatiek voor het grote publiek
De Franse komedie Intouchables werd in 2012 een onverwacht grote hit, vooral door de briljante interactie tussen de twee hoofdpersonages: een verlamde aristocraat en een kansarme jongen die hem op onalledaagse wijze verzorgt. In C’est la vie volgen dezelfde filmmakers, Olivier Nakache en Eric Toledano, gedurende een dag en een nacht het reilen en zeilen van directie en personeel van een bedrijf dat feesten organiseert. Het duo neemt rustig de tijd om alle personages te introduceren tijdens de voorbereidingen van een bruiloftspartij in een zeventiende-eeuws Frans kasteel om tijdens het festijn alle registers open te trekken. Op het moment dat de over het paard getilde bruidegom een luchtig staaltje moderne dans opvoert, ligt de bomvolle zaal 1 van het Trianon dubbel van het lachen.

In deze ensemblekomedie gebeurt er natuurlijk van alles en gaat een groot deel mis. Discussies, ruzies, misverstanden, woordspelingen, persoonsverwisselingen, amoureuze toenaderingen en liefdesperikelen – weinig blijft zowel de personages als de kijkers bespaard. De uiteenlopende typetjes zijn prima gecast en passen goed samen, de Franse humor is universeel, maar aan de nodige voorspelbaarheid valt in een dergelijke formule niet te ontkomen. Voor veel mensen een lekker avondje spontaan lachen, wetende dat alles uiteindelijk op zijn pootjes terecht komt. Hoewel we dat van die bruidegom nog niet zo zeker weten… C’est la vie draait vanaf 16 november in de bioscoop.

 

The Snowman

The Snowman – concept van griezelige sneeuwpop faalt
The Snowman is de titel van het zevende boek in de Harry Hole-detectivereeks van de Noorse schrijver Jo Nesbø, die hiermee een grote internationale bestseller scoorde. Tijd voor het witte doek dus, maar ‘gelukkig’ gaat dat ook weleens mis. Een spannend boek hoeft niet per se een spannende film op te leveren. En het casten van acteurs en actrices met een andere taal en culturele achtergrond wil meestal ook niet helpen, ook al wordt de rol van de introverte, atletische, blonde, laconieke, maar deskundige speurneus gespeeld door Michael Fassbender. Andere bekende namen als Charlotte Gainsbourg, Rebecca Ferguson, Chloë Sevigny, Val Kilmer en J.K. Simmons kunnen niet voorkomen dat deze boekverfilming een ongeïnspireerde indruk achterlaat.

Aanvankelijk gingen er geruchten dat Martin Scorsese de misdaadthriller zou verfilmen, maar nu treedt hij op als executive producer, terwijl zijn vaste editor Thelma Schoonmaker verantwoordelijk is voor de montage. Regisseur van The Snowman werd de Zweed Tomas Alfredson (Tinker Tailor Soldier Spy, 2011), die de beschikking heeft over een prachtig Noors winterlandschap maar kampt met een matig scenario dat bovendien enkele storende plotgaten oplevert en voorspelbaar eindigt. Het is zeer de vraag of Jo Nesbø in zijn nopjes is met deze verfilming. Het concept van de sneeuwpop als onschuldig kindervermaak dat in een griezelige context wordt geplaatst, biedt veel meer bloedstollende kansen dan de film laat zien. Bovendien voegt het volgens een terugkerend patroon op gruwelijke wijze vermoorden van onschuldige vrouwen als gevolg van een traumatisch verleden sowieso weinig origineels toe aan het thema van de seriemoordenaar. The Snowman draait vanaf 2 november in de bioscoop.

 

Under the Tree

Under the Tree – in iedere buur schuilt een Rijdende Rechter
De IJslandse cinema van de laatste jaren valt op door zijn droogkomische karakter, denk aan Of Horses and Men, Virgin Mountain en Rams. Met zijn pas derde speelfilm Under the Tree weet de IJslandse regisseur Hafsteinn Gunnar Sigurðsson die subtiele droogheid perfect te combineren met een dramatisch plot vol zwarte humor dat uitmondt in een regelrechte tragedie. Het is een kwestie van lachen of huilen.

Moeder is zichzelf niet meer na de zelfgekozen dood van haar oudste zoon. Nadat haar andere zoon in een huwelijkscrisis geraakt en tijdelijk thuis komt wonen, neemt haar irritatie en drankgebruik alleen maar toe. Haar frustratie viert zij verbaal bot op de nieuwe buurvrouw, die in haar ogen een tikkeltje te sportief en aantrekkelijk is. Haar man is een goedzak, en zelfs hun overspelige zoon probeert het beste van het leven te maken, want hij wil zijn dochtertje niet verliezen. De tussenshots van de boom in hun tuin voorspellen een naderend onheil. Deze boom neemt namelijk de zon weg uit de tuin van hun buren. Wat begint met wat gesteggel, een pesterijtje en een verdwenen kat draait uit op een uitstekend gedoseerd opgebouwde reeks van escalaties, die wellicht kunnen dienen als inspiratie voor kijkers met een burenconflict.

 

The Young Offenders

The Young Offenders – roadmovie op de fiets
Ook bij tijd en wijle hilarisch, maar veel onschuldiger is The Young Offenders, het amusante speelfilmdebuut van de Ierse regisseur Peter Foott. Twee vijftienjarige jongens – de ene heeft een alcoholische vader en gaat niet naar school, de andere werkt samen met zijn moeder in een viskraam – hullen zich het liefst in trainingspakken, luisteren naar opzwepende muziek en dromen van het avontuur. Af en toe de wet overtreden is vast geen probleem, want onder je zestiende ben je een ‘young offender’ die toch niet gestraft kan worden. Denken ze.

Op gestolen fietsen rijden ze, gevolgd door een fanatieke politieagent, kilometers lang door het prachtige Ierse landschap op zoek naar het fortuin. Het verhaal is geïnspireerd op het door een criminele bende dumpen van zakken cocaïne ter waarde van 440 miljoen euro aan de Ierse zuidkust in 2007. Alle belevenissen en anekdotes van het geloofwaardige duo, verteld door een voice over, worden afgewisseld met plat Ierse dialogen over het leven en hun dromen. De snel gemonteerde scènes en opgewekte soundtrack doen denken aan een beter Guy Ritchie-vehikel voor tieners. Het zou mooi zijn als dit soort originele films door Nederlandse distributeurs wordt opgepakt voor een bioscooprelease in plaats van automatisch te kiezen voor films van bekende filmmakers met een zelfde soort formule, zoals Tschick, dat zeker niet beter is dan The Young Offenders.
 

30 oktober 2017

 

DEEL 2 LIFF 2017
DEEL 3 LIFF 2017
DEEL 4 LIFF 2017

 

 
MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2017 – Preview

Preview: Leiden International Film Festival 2017
LIFF ziet er veelbelovend uit

door Suzan Groothuis

Van 27 oktober tot en met 5 november staat Leiden volop in het teken van cinema. Het programma van de twaalfde editie van het Leiden International Film Festival (LIFF) belooft ook dit jaar veel goeds. InDeBioscoop doet traditioneel uitgebreid verslag.

Leiden onderscheidt zich al jaren met de American Indie Competition: films waarachter geen grote producers en geldstromen zitten. Deze onafhankelijke Amerikaanse cinema levert vaak pareltjes op, zoals Whiplash en Short Term 12 die eerdere edities te zien waren. Ook dit jaar zijn er wat veelbelovende titels, zoals Golden Exits van Alex Ross Perry. In 2015 was hij aanwezig op het LIFF met Listen Up Philip, waarin Jason Schwartzman een geagiteerde, zelfingenomen schrijver speelt.

The Lovers

Familieperikelen
In Golden Exits schept een jonge Australische (Emily Browning) wanorde in het bestaan van twee New Yorkse families. Een film die net als zijn voorganger neuroses en ongemakkelijkheid belooft. In The Lovers zien we hoe een getrouwd koppel, na het besluit te gaan scheiden, onverwacht weer passie in elkaar vindt. Met Debra Winger en Tracy Letts, die behalve acteur ook bekend is als scriptschrijver van August: Osage County en Killer Joe.

Brigsby Bear is zo’n typische American Indie, waarin creativiteit en ontroering samengaan. Het leven van de 35-jarige James komt op zijn kop te staan wanneer zijn favoriete televisieserie abrupt eindigt. Er zit maar één ding op: het verhaal zelf afmaken! En dan hebben we Band Aid, waarin een getrouwd stel dat constant ruzie maakt op het idee komt een band te beginnen en hun ruzies als inspiratie te gebruiken. Een creatieve manier om uit je huwelijkscrisis te komen.

Grote regisseurs
Het Panorama-onderdeel richt zich op de nieuwste films van de grote regisseurs. De nieuwe Michael Haneke bijvoorbeeld, de man die ons ook The Piano Teacher, Caché en The White Ribbon bracht. Hij hanteert een realistische, confronterende stijl en weet de kijker met regelmaat met zijn films te verontrusten. In Happy End siert Isabelle Huppert het doek en haar personage heeft het zwaar te verduren met haar familieleden. Verder met Jean-Louis Trintignant (Haneke castte hem eerder in het aangrijpende Amour) en Matthieu Kassovitz. Een vrolijke film zal het niet zijn, maar wellicht wel een indringende en onvergetelijke.

The Killing of a Sacred Deer

The Killing of a Sacred Deer belooft weer een bijzondere filmervaring. De film is namelijk van de hand van regisseur Yorgos Lanthimos, bekend van Dogtooth, Alps en The Lobster. Cinema die zich kenmerkt door humor, absurdisme en knotsgekke scenario’s. Lanthimos’ films beginnen vaak ijzersterk en verzanden in de tweede helft. Hopelijk is The Killing of a Sacred Deer het meesterwerk dat er in zit. Colin Farrell speelt na The Lobster opnieuw een hoofdrol, evenals Nicole Kidman, recent nog te zien in Sophia Coppola’s The Beguiled.

Het Britse The Party belooft een zwarte, levendige comedy, met een topcast bestaande uit Kristin Scott Thomas, Timothy Spall en Bruno Ganz. Je promotie vieren doe je met een etentje, niet wetende dat die volledig ontspoort. In zwart-wit geschoten en van Sally Potter, bekend van Orlando en Ginger & Rosa.

En dan is er nog Battle of the Sexes, tevens de openingsfilm. De makers van Little Miss Sunshine komen met het waargebeurde verhaal van de tennismatch tussen de vrouwelijke nummer één, Billie Jean King (Emma Stone) en ex-kampioen met groot ego Bobby Riggs (een rol die Steve Carell vast en zeker op het lijf geschreven is!).

Cinema-ervaring
Buiten de American Indie Competition en de grote premièrefilms, biedt LIFF nog veel meer. Grijp je kans om de slechtste film ooit in Trianon 1 te zien: Tommy Wiseau’s The Room uit 2003, uitgegroeid tot cultklassieker, met hilarische oneliners als: I did not hit her, it’s not true! It’s bullshit! I did not hit her!

Voorafgaand aan The Room kan je kijken naar James Franco’s The Disaster Artist, voor een kijkje achter de schermen bij… The Room! Met Franco als Tommy Wiseau.

The Shining

Nog niet voldoende lekker gemaakt? Here’s Johnny, again! ofwel een vertoning van horrormeesterwerk The Shining, inclusief een exclusieve introductie. Zou toch wat zijn als het doek zich opent en er een golf bloed tevoorschijn komt. Ook waagt LIFF zich aan de enige echte Bond-film met George Lazenby in de hoofdrol: On Her Majesty’s Secret Service. In de documentaire Becoming Bond zien we hoe de autoverkoper uit Australië de nieuwe Bond werd en vervolgens de eeuwige roem liet schieten.

LIFF zou LIFF niet zijn om de cinema-ervaring nog eens te versterken met een echt The Big Lebowski-biertje. Bewaar die fles, wordt vast nog een collectors item. Hier lees je het hele LIFF-programma.
 

23 oktober 2017

 
MEER NIEUWS EN ACHTERGROND

Filmfestivals La Notte

Filmfestivals La Notte
Twaalf filmfestivals maken samen een filmprogramma: La Notte. Tijdens La Notte worden de meest uiteenlopende films vertoond. Van documentaires tot shorts, van Latijns Amerika tot het Noordzeegebied, van dansfilms tot fantastische films. We zetten de vier La Notte-festivals die de komende maand worden gehouden, op een rijtje.

Allereerst aandacht voor La Notte dat dit jaar voor de tweede keer plaatsheeft. Een filmnacht met de beste, vreemdste en ontroerendste films van die twaalf Nederlandse filmfestivals. Plaatsen van handeling: 24 november 2017 in KINO Rotterdam van 17 tot 5 uur en 1 december 2017 in FC Hyena Amsterdam van 17 tot 5 uur. Ascenseur pour l’échafaud staat alvast, de volledige programmering wordt 1 november bekend.

Filmfestivals La Notte
Mooie natuurdocumentaires tijdens het Wildlife Filmfestival 26-29 oktober 2017 in Cinerama Rotterdam.

Samengaan van twee disciplines: Dans en Film in EYE Amsterdam. Het programma wordt 1 november bekendgemaakt.

Recente films uit Oost- en Zuidoost-Europa tijdens het Eastern Neighbours Film Festival 1-5 november in Filmhuis Den Haag.

Thelma

Films uit landen rond het Noord-en Oostzeegebied tijdens het Noordelijk Film Festival 8-12 november 2017.

Amsterdamned
Drie dagen, tien films (nieuwe die geen Nederlandse release krijgen en oudere die het verdienen weer vertoond te worden op het witte doek), creepy shorts en genre gerelateerde stands in de foyer. Dat is Amsterdamned. De openingsfilm dit jaar is de Nederhorrorklassieker De Lift van Dick Maas, in aanwezigheid van de originele cast & crew. Amsterdamned vindt plaats op 25 tot en met 27 oktober in Kriterion Amsterdam.
 

17 oktober 2017

 
MEER NIEUWS EN ACHTERGROND

AFFR 2017 – Deel 2

AFFR deel 2 (slot): Kan lelijk mooi worden?

door Bob van der Sterre

Dag 2 van AFFR. Evenwichtigere films dan op dag 1. Oost-Europese architectuur: de schoonheid in lelijkheid. Zoals hotelcomplexen aan de Kroatische kust, Poolse flats, een bizar theater in Novgorod en een Fiatfabriek in Siberië.

Wie is écht goed in geschiedenis en weet dat er in Siberië een stad is genoemd naar een Italiaanse communist? Togliattigrad (ook wel Tolyatti, vlakbij Samara). De naam klinkt als een geintje maar het was echt serieus. En wie wist dat Fiat daar in 1970 heen ging om Sovjet-Fiats te produceren? Klinkt ook als een geintje, maar ook dat was serieus. Hier het bewijs.

Togliatti(grad)

Togliattigrad: Italianen in Siberië
In de samenwerking vonden Russen en Italianen elkaar. ‘Ik werd net zo hartelijk ontvangen als in Zuid-Italië.’ En toch ook was er een cultuurverschil. ‘Overal lag rotzooi. Ik zei toen: die fabriek gaat hier nooit komen.’ En: ‘Italianen waren veel gevoeliger voor hiërarchie, merkte ik op.’

De documentaire Togliatti(grad) begint veelbelovend. Archiefbeelden en anekdotes. Maar dan, als het verhaal het over had moeten nemen, blijven we kijken naar archiefbeelden en anekdotes. Zo door tot het einde.

In de montage krijgen de persoonlijke verhalen van de geïnterviewden véél ruimte maar voor het verhaal zijn ze soms nauwelijks relevant. Een gebrek aan regie speelt de film parten. Het een weglaten en andere dingen wel vertellen, dat is de kunst. Waar gaat het heen met die fabriek? Hoe zit het met de latere misdaadgolf (eind jaren negentig) in Tolyatti? De komst van autobedrijven Renault en General Motors? We leren het niet.

De film, geproduceerd door RAI, heeft vooral oog voor het Italiaanse verhaal, zoals een lange episode over de Fiat-demonstraties in Turijn die ogenschijnlijk niets met het verhaal te maken hebben.

Ik had ook wel stiekem gehoopt op wat meer absurdisme. Koks die vertellen dat ze spaghetti gingen koken met 20 graden vorst. Russische arbeiders die herinneren hoe een collega op de kantinetafel gedichten van Lermontov voordragen (massaal applaus van de Italianen). Liefdeskoppeltjes die moesten wennen aan elkaar liefdesstijl?

Er zijn slechts twee momenten van deze categorie. Zoals de Russische tolk die Spaans sprak bij zijn examen Italiaans en tóch slaagde want zijn examinator was zelf die taal ook niet machtig. En de Russische vrouw die helemaal hoteldebotel was op een Italiaan – en zelfs veertig jaar later nog niet genoeg superlatieven kan vinden voor zijn aantrekkelijkheid.

Blokkenflats met gevoel voor mensen
Polen en zijn flats. Lelijk? Ja. Maar vol leven? Dat ook. In Bloki krijgen we een interessante blik achter de schermen van deze flats, ‘bloki’ genoemd in Polen, ‘blokkendozen’ bij ons.

Ze werden in de jaren vijftig, zestig en zeventig gebouwd, met een piek in 1978 (280.000 stuks). Er is niet een type blokkendoos. In de jaren vijftig en zestig nog met oog voor detail (stervormige flats met meer zonlicht, net iets grotere kamers), in de jaren zeventig werd het ‘een karikatuur van zichzelf’. Zo werd er bijvoorbeeld in Katowice een flat van achthonderd meter lengte gebouwd.

De architecten blikken terug in deze film. Hoewel ze zich niet echt schamen, zijn ze ook niet echt trots. Ze hebben gevochten op de punten dat ze konden vechten. Een troost is dat de regisseur achteraf vertelt dat de nieuwste generatie, geboren in de jaren negentig, de schoonheid van de ‘bloki’ begint in te zien.

Waren ze dan echt zo slecht? Klein wel ja, maar de meeste mensen zweren bij hun ‘bloki’. En ze zijn nog in relatief goede staat. Bovendien vind je er een gemeenschapszin die je niet vindt in de moderne woningen, die veelal achter hekken en toegangspoorten met camera’s en alarmknoppen zitten. Volgens de regisseur, die zelf opgroeide in een ‘bloki’, weerklonk bij hen altijd het geluid van spelende kinderen.

In andere landen (Engeland, Frankrijk, Nederland (Bijlmer)) zijn de meeste grijze modernistische flats al neergehaald. Moskou is van plan om 10% van zijn blokkenflats te bulldozeren. In Polen is het anders. Daar staat bijna alles nog en zijn er nog geen grootscheepse afbreekplannen.

Aardige film, interessant onderwerp en goed uitgewerkt. Wie eenmaal, net als ik, ooit eens in een blokkendoosflat heeft vertoefd, voelt toch meer sympathie dan haat voor zo’n gebouw. De documentaire bevat wel tamelijk veel pratende hoofden maar deze mensen hebben een interessant verhaal te vertellen, over een tijd waarvan wij West-Europeanen nog steeds maar weinig weten.

Een ruimteschip in Novgorod
Een heel eind van Polen ligt Novgorod, een van de oudste steden in Rusland. Daar staat een theatergebouw zoals geen enkele andere stad heeft. Onderwerp van de film The Novgorod Spaceship.

Ontworpen, zo lijkt het op het eerste gezicht, door iemand die te veel lsd gebruikte. Een beroemd muzikant uit die streek? Een lokaal misverstand. Het gebouw is gemaakt door architect Vladimir Somov, ook kunstenaar, en tegenwoordig levend in een piepklein huisje nabij Moskou.

Hoe kon dit gebouw in 1974 in bureaucratisch Sovjet-Unie gebouwd worden? Allereerst doordat Somov een beetje improviseerde tijdens de bouw. Ten tweede omdat men destijds daadwerkelijk geloofde in het vernieuwende karakter ervan.

Het theater, nog daadwerkelijk in gebruik voor toneelstukken, is in slechte staat. Novgorod heeft vaak veel slecht weer en de autoriteiten, hoe kan het ook anders, hebben geen geld voor renovatie. Eén pilaar is al gesloopt omdat mensen het als zelfmoordtoren gebruikten.

De intro van de film is wel warrig maar daarna begint het te lopen. De film is geestig op momenten (het echte toneelstukje van een dronken klusser) en schetst een eerlijk beeld van Novgorod en zijn bewoners. De autoriteiten van Novgorod waren niet echt gelukkig met het resultaat. Dat is misschien de beste manier om te weten dat de film wel deugt.

The Novgorod Spaceship heeft regisseur Andrei Rozen maar liefst vijf jaar gekost om te maken. Hij worstelde lang met het materiaal, geen enkele edit deugde. Toen koos hij voor de vorm van een script, een persoonlijk en subjectief verhaal en een voice-over. Het is plezierig dat een regisseur kritisch is op zijn materiaal en een vorm kiest die het beste bij hem of haar past. Zo zou het altijd moeten gaan en zo krijg je ook de beste films. De documentaire heeft trouwens ook zijn eigen website.

Beton verweven in de natuur
Beton was er ook voldoende in Kroatië. Daar werden in de jaren zeventig megahotels gebouwd. Hoe kan dat nou interessant zijn, denk je?

Slumbering Concrete laat zien hoe mooi sommige gebouwen wél zijn. Nóg een reden om een keer Kroatië te bezoeken. Bijvoorbeeld hotel Marina Lucica in Primosten. In de jaren zeventig een drukte van jewelste, nu een ruïne. Toen en nu. In beide gevallen mooi! Een health resort in Krvavica. Of hotel Haludovo en hotel Belvedere in Dubrovnik.

Brutalistische, utopische gebouwen op krankzinnige schaal. Gebouwd door een architect (Boris Magas) die van de megastructuren interessante en intelligente complexen maakte, bijna natuurlijk opgaand in het landschap. Sinds de oorlog staan ze leeg en worden ze aan hun lot overgelaten. Ze zijn veelal in buitenlandse handen en die handen doen nagenoeg niets aan de gebouwen.

Wat de documentaire vooral weet te bewerkstelligen, is een groot verlangen om daarheen te gaan en ook door de intussen afbrokkelende megahotels te lopen. Sommige mensen doen dat en maken er blogs over. De film doet het met een gids die de dingen ziet die je normaal niet ziet, gewoon omdat je geen getraind oog hebt. (Die gids heeft trouwens een hindernis die veel gidsen hebben: hij heeft de monotone stem van iemand die al zeshonderd keer dezelfde tekst heeft opgedreund en de zinnen niet meer kan laten klinken als normale mensentaal.)

Het is een boeiend hoekje van de modernistische architectuur. Het blad The Balkanist gaat dieper op de materie in met dit artikel: The Dark Side of Croatia’s Tourism Boom. Weer een voorbeeld dat het vooroordeel (ook van mezelf) dat betonnen kolossen uit die tijd altijd lelijk zijn.

Concrete Utopia

Vrijplaats voor experimenten
Lelijk, zoals zo vaak, is een zaak van perspectief. Dat zien we ook in de korte film Concrete Utopia. In 1963 had de Macedonische stad Skopje te maken met een aardbeving. Daarna werd de stad onder andere herbouwd door het modernistische werk van de Japanse architect Kenzo Tange. En toen werd het een vrijplaats voor een paar van de meest experimentele, brutalistische gebouwen die je je maar kunt indenken.

In 2014 heeft de Macedonische overheid voor een ongewone oplossing gekozen. Het land wilde meer een klassieke barokke uitstraling hebben. De in hun ogen akelige modernistische gebouwen hebben ze bedekt met een laag barok, die ze zien als ware vertegenwoordigers van Macedonië. Wat ruimdenkendere personen zeggen dan: ja maar is brutalisme ook niet minstens net zo Macedonisch? Zie hier het verhaal.

Als je maar lang genoeg wacht, komt alles wel weer in de mode, is vooral de boodschap van het AFFR. Niet te vroeg afbreken dus, zoals wij hier wel doen. Wereldwijd is er een renaissance gaande voor liefde voor het beton dat decennialang afgrijselijk werd gevonden. Brutalisme is ineens interessant.

Kan lelijk mooi worden? Taal heeft in elk geval genoeg opties om zulke gevoelens uit te drukken, zoals afgrijselijk, afgrijselijk mooi en mooi afgrijselijk. Voor het modernisme zijn ze denk ik alle drie even passend.

 

9 oktober 2017

 
 
PREVIEW: FILMS OVER GEBOUWEN

DEEL 1: ZWENDEL, MACHINES EN FASCISTISCHE ARCHITECTUUR

 
 
MEER FILMFESTIVALS

AFFR 2017 – Deel 1

AFFR deel 1: Zwendel, machines en fascistische architectuur

door Bob van der Sterre

De eerste dag van het AFFR bracht de drie typische reacties die je kunt hebben na het zien van een film: een film die niet buitengewoon goed of slecht is, een film die de verwachting oversteeg en een film die erg tegenviel.

Laten we met de laatste beginnen: Dispossession: The Great Social Housing Swindle. Met zo’n titel verwacht je een smeuïg, spannend verhaal over een schandaal. Een reconstructie waarbij hoogmoed voor de val komt. Aftredende politici, vluchtende criminelen. Zoiets.

Dispossession: The Great Social Housing Swindle

Huizencrisis: klaagzang na klaagzang
Helaas niet. De film beschrijft de huizencrisis in Engeland (Londen) en Schotland (Glasgow). Het probleem voor sociale woningbouw daar is nog veel erger dan in Nederland. De autoriteiten laten de boel vervallen, zeggen dan in de media dat er alleen maar gespuis leeft, halen de gebouwen neer en geven vervolgens de ruimte over aan ‘de markt’, dat wil zeggen ongeduldige projectontwikkelaars.

De overheid kijkt sinds Thatcher de andere kant op. De woorden ‘social cleansing’ worden in de mond genomen. Gelukkig stappen rechters soms nog op de rem om te voorkomen dat alle unieke architectuur vervangen wordt door eenheidsworst.

Het gebeurt niet vaak dat een voorfilm van zeven minuten veel meer weet te vertellen dan de hoofdfilm van 82 minuten. Want dit is een immens langdradige film die niet of nauwelijks het niveau van een aflevering van Gewest tot Gewest overstijgt. De voorfilm, Streets in the Sky, ging over een van die bedreigde gebouwen en is sowieso veel mooier om te zien.

Het probleem: veel  te veel interviews. En álles willen vertellen. Gebouw na gebouw, bewoner na bewoner, klaagzang na klaagzang. Dat trek je maar een uur lang. En dan gaat het nog een tijdje door.

De docu stroopt zich voort naar het einde met vreselijke montage, irritante voice-over en onduidelijke tabellen. Op het laatst voel je niet alleen medelijden met de bewoners, maar ook met iedereen die deze film moet uitzitten. Elk greintje sympathie voor ‘de zaak’ is dan wel weggeëbd.

Machines

Textielfabriek in India: mooie ellende
De meevaller is Machines. Een textielfabriek in India. De film observeert de werkers en hun machines. Waar in Nederland vermoedelijk maar een persoon nog nodig is om de knoppen aan en uit te zetten, werken hier honderden arbeiders aan een stuk textiel. De een ruimt de chemicaliën op, een ander houdt het textiel in bedwang, een derde verbrandt de restanten, een volgende mengt de verf.

Niemand lacht. Het werk is ook niet bepaald om te lachen. Zwaar fysieke arbeid (twaalf uur per dag) in een muffe textielfabriek met veel herrie. De negentiende eeuw bij ons is in India nog steeds levend. En dan moet je soms zelfs 36 uur reizen in een trein waar je als sardientjes op elkaar bent gestapeld. Veel arbeiders komen namelijk uit het boerse Uttar-Pradesh, waar de oogsten mislukken, en de mannen wel gedwongen zijn om naar de fabrieken in de grote stad te komen. Een onuitputtelijke voorraad goedkope arbeiders voor eigenaren van zulke fabrieken.

Gelukkig is het commentaar spaarzaam in Machines. Het klinkt pijnlijk maar esthetisch is deze ellende erg mooi om te zien. Een paar voorbeelden die me bij blijven: de man met doek die aan de oranje lakens trekt; het jongetje dat de hele tijd in slaap valt; de ‘roerders’ (wat ze roeren, geen idee); het openingsshot; het beeld als we achter een sjouwer aanlopen; de bedieners van de machine die lijkt op het bekende arcade air-hockeyspel.

De film doet soms denken aan Michael Glawoggers Megacities uit 1998, een bijbel voor documentairemakers. Een verschil met Megacities: hier wordt niet alleen geobserveerd maar ook een sociaal thema verteld, over de desorganisatie van de arbeiders. De film had uiteindelijk zo door Oxfam-Novib gemaakt kunnen zijn.

Dat haalt wel wat kracht uit de visueel sterke film. Maakt het weer zo moralistisch, Europees. Want ik zie wel aan alle beelden dat de mannen het niet echt leuk hebben. De omgeving is ook bijzonder naargeestig. Licht is er bijna niet. Wie goedkope textiel haalt uit India, weet welke industrie hij of zij in stand houdt. Maar, zoals een arbeider cynisch zegt over zijn eigen situatie: ‘Ik werk hier wel uit vrije wil.’

Mundo Salamone: The Pampa Reinvented

Mundo Salamone: pragmaticus
En de prijs voor de meest gemiddelde docu van de dag is Mundo Salamone: The Pampa Reinvented van tachtig minuten. Het onderwerp is boeiend: in de jaren dertig bouwt een geëmigreerde Siciliaan in vier jaar tijd het ene na het andere gebouw in Argentinië.

Alles ziet eruit alsof het had kunnen figureren in de klassieker Metropolis van Fritz Lang. Pleinen, begraafplaatsen, raadhuizen, slachthuizen. Ze vallen allemaal op door hun eigen, typische stijl: wit, rond, opvallende torens, fraaie letters. Kijk en oordeel zelf.

Hij, Francisco Salamone, had in die tijd goede connecties met het fascistische regime van die regio. En hij was een workaholic. Hij komt in de Pampa terecht en reist het hele gebied af. Bouwt voor allerlei gemeenten. Ongelooflijk wat hij in amper vier jaar tijd weet neer te zetten: 72 gebouwen.

Nu begint langzaam maar zeker een herwaardering van zijn werk. Tegenwoordig zijn er tours die alle architectuurwerken langsgaan. Foto-amateurs slaan hun slag.

Maar ja… hij was toch een fascist. Maar ook beroemde collega-architecten van hem deden dezelfde handeltjes, maar die zijn niet zo vergeten als hij. Hij is nooit echt een fascist geweest volgens de mensen in deze film. Een pure pragmaticus.

De film heeft goede interviews maar zit wel vol pratende hoofden. Mij bekruipt het gevoel dat de film meer met de unieke stijl van die gebouwen had kunnen doen. Veel shots nu van die gebouwen maar de documentaire zelf ziet er heel standaard uit. En de vergelijkingen met Metropolis zijn ook een beetje mager (één minuut).

Maar wel een ontdekking, die Salamone. Wie ó wie zou een nog dramatischer entree dan deze kunnen maken van een begraafplaats?

 

7 oktober 2017

 
 
PREVIEW AFFR 2017
 
DEEL 2: Kan lelijk mooi worden?
 
 
MEER FILMFESTIVALS

AFFR 2017 – Preview

AFFR Preview: Films over gebouwen

door Bob van der Sterre

Er is tegenwoordig bijna voor iedere liefhebber van iets wel een filmfestival. Dat is een geweldig gegeven van onze moderne tijd. Het Architecture Film Festival Rotterdam (AFFR) begeeft zich diep in een van de meest obscure filmniches: films over architectuur.

We zien op het AFFR vooral films die de laatste drie jaar zijn uitgekomen. Een interessant filmfestival – dat je eens laat geven om gebouwen, niet om mensen. Vroeger waren er ook diverse speelfilms geprogrammeerd, die zijn er nu bijna niet meer. Misschien jammer, wel begrijpelijk.

AFFR

Het festival duurt van 4 tot en met 8 oktober en vindt plaats in Lantaarn-Venster in Rotterdam. Naast de films zijn er nog talloze events, debatten, enz. maar in deze preview richten we ons puur op het programma. De meeste films vallen in drie categorieën te stoppen: films over steden, films over architecten (en andere beroemdheden) en films over bijzondere plaatsen.

Films over steden
Addis-Abeba – Chinese New Flower (30 min.)
Hoofdstad van Ethiopië. Een proces van verandering aldaar in dertig minuten geschetst. Dat klinkt als een uitdaging.

City for sale (82 min.)
Wie wel eens Berlijn heeft bezocht – en de gekte van de Amsterdamse huizenmarkt kent – raakt best bezorgd wanneer die gekte in de leukste stad van Europa gaat toeslaan. Kennelijk is dat moment aangebroken. Een andere Berlijn-film op dit festival is Whose City.

The Road (95 min.)
Hunan, China. Zo wordt in China een weg gebouwd. Nietsontziend. Tips & Trucs voor hoe het niet moet. Klinkt als een boeiend relaas, mooie cinema. Over modern China gaan ook de films Green Island en Dream Empire.

The Novgorod Spaceship (46 min.)
Cultuur moest er komen in de jaren zestig, in Novgorod. Toen kwam dit enorme, kolossale Dostojewski-theater. Een extreem gewaagde vorm van architectuur. De bewoners snappen er nog steeds niet veel van.

Istanbul Echoes (100 min.)
Istanbuls eigenheid staat onder druk. Wie Ekümenopolis heeft gezien, kent dit thema. Dat benadrukte de dichtslibbende aderen van de stad. Dit gaat over de traditionele straatverkopers, die nu met de grootschalige verbouwingen geen kant op kunnen.

El Cholet (64 min.)
Een film om een goed humeur van te krijgen. In Bolivia volgen we in El Alto selfmade-architect Freddy Mamani met zijn uitzinnige, naar kitsch neigende gebouwen. Toch is het ook iets nieuws en dat is altijd iets om te koesteren. El Cholet is de openingsfilms van het AFFR 2017.

Wild Plants (108 min.)
Detroit. Guerilla tuinbouwers. Aparte mensen. Dat moet een leuke, inspirerende docu opleveren.

What We Have Made (71 min.)
Frankrijk. Een film die eens gaat over de andere kant van het bouwen: de bouwvakkers en hun beroep. Stilistische film, belooft vooral veel werk.

Sea Tomorrow (82 min.)
Het Aralmeer. Dat is de plek waar ooit een meer was en dorpen en steden aan dat meer. Maar zonder meer slaan de dorpen en steden nergens meer op. Of toch wel? Schrijnende docu over de achterblijvers.

 

Films over architecten en andere beroemdheden
Eero Saarinen: The architect who saw the future (60 min.)
Architect van veel van de ‘optimistische’ architectuur uit de VS. Zijn zoon gaat op onderzoek uit.

Five seasons: the gardens of Piet Oudolf (75 min.)
Beroemd Nederlands architect legt zijn stijl en werk uit. Docu oogt enigszins traag op basis van de trailer maar goed voer voor mensen die houden van mensen die terugblikken.

Troublemakers: The story of Land Art (72 min.)
De makers van Land Art & landschapsarchitectuur werden troublemakers genoemd. Dat alleen al is voldoende om ze lief te hebben. Wie houdt van Land Art, kan deze documentaire niet overslaan.

Citizen Jane: Battle for the city (92 min.)
Deze dame ageerde tegen Robert Moses, toen hij New York ‘sloopte’. Ze vond dat de opbouw en dynamiek van de stad anders benaderd moest worden. Niet werkelijk toen, maar misschien wel toepasbaar, nu.

Life & Death of an architect (52 min.)
José Ferragut, beroemd architect in Mallorca, wordt in 1968 gedood. Was er sprake van een of ander complot? Miguel Eek zoekt het uit.

Lutah: A passion for architecture: a life in design (65 min.)
Lutah Maria Riggs was een van de weinige vrouwelijke architecten in de jaren veertig en vijftig. Ze werkte in Californië.

Roger Dastous (103 min.)
Een van de belangrijkste architecten die Quebec heeft voortgebracht. Een onvervalste biopic waar je mogelijk wel het een en ander van het mysterieuze Quebec kunt opsteken.

It’s All A Plan (74 min.)
Paolo Mendes da Rocha. Grote naam in de architectuur in Brazilië. Zijn dochter neemt hem op stap langs een aantal van zijn werken. Familie, Brazilië en kunst: klinkt als een entertainend uurtje en nog wat minuten.

Samurai Architect: Tadao Ando (74 min.)
Tadao Ando is al decennia een van de toparchitecten ter wereld. Deze documentaire beschrijft zijn leven en ideeën. Voor de mensen die graag de vedette aan het woord horen.

Mundo Salamone. The Pampa reinvented (80 min.)
Wat als je als architect samenwerkte met fascistische regimes? Lastig uit moreel oogpunt. Salamone liet wel een bijzonder erfgoed na: enigszins bombastische, maar wel unieke architectuur, waar nu steeds meer waardering voor komt.

L’Amatore (90 min.)
Film die ook al draaide op IDFA over de Italiaanse architect Piero Portaluppi, die net carrière begon te maken toen het fascisme opkwam. Belooft een mooie geschiedenisles en biopic ineen te zijn aangezien hij zelf veel films over zijn eigen leven schoot.

The Man Who Build Cambodia (38 min.)
Portret van de Cambodjaanse architect Van Molyvann, die zijn oude meesterwerken van voor 1970 bezoekt (daarna moest hij vluchten).

Films over bijzondere plaatsen
Bath People (85 min.)
Laatste badhuis van Turijn. Portret van de vaste bezoekers. Klinkt veelbelovend.

Bloki (57 min.)
Interessante Poolse docu die eens de makers van de communistische blokkenbouw aan het woord laat. Hoe ging dat er eigenlijk aan toe, in die tijd?

The Hotel (82 min.)
Interessant gegeven voor filmliefhebbers en architectuurliefhebbers ineen: deze Zweedse film schetst de hotels die diverse films inspireerden.

Relics of the future (62 min.)
Documentaire over fotograaf Toni Hafkenscheid die de bizarre architectuur van de toekomst van gisteren fotografeert.

The art of recovery (85 min.)
De stad Christchurch in Nieuw-Zeeland had zes jaar geleden te maken met een aardbeving. Nu wordt de stad zachtjes aan opgebouwd. Dat ongeluk biedt ook ruimte voor creativiteit. Een softe, uplifting docu, met uitspraken als ‘People create the community’.

The Pier (45 min.)
Er is natuurlijk maar een echte pier. Die van Scheveningen. Maar het is al jaren zieltogend. Planken liggen los, commercie is niet je van het en ja, staat het eigenlijk niet in de weg? Zo was het niet bedoeld. Wereldpremière (let op: zonder Engels ondertiteling).

Togliattigrad (96 min.)
Een van de meest mysterieuze docu’s van het festival. Een bizarre samenwerking tussen Italië en de Sovjet-Unie bracht eind jaren zestig een enorme fabriek naar Siberië. Spannend verhaal. Stad werd naar goed communistisch gebruik genoemd naar Italiaanse communistenleider Togliatti, dus Togliattigrad.

Slumbering Concrete (50 min.)
Nog zo’n raar verlaten oord. De uit de grond getrokken betonnen vakantieoorden in Kroatië, voor het toerisme van de jaren zestig en zeventig, die nu zieltogend en verlaten zijn. Boeiend filmmateriaal.

En last but not least: op dit festival is ook de klassieker Koyaanisqatsi te zien.

Voor wie meer inspiratie en meer titels wil, hier staan de vorige edities van AFFR beschreven.

 

4 oktober 2017

 
DEEL 1: Zwendel, machines en fascistische architectuur

DEEL 2: Kan lelijk mooi worden?
 
 
MEER FILMFESTIVALS

Toronto 2017 – Deel 2

Toronto International Film Festival 2017: Deel 2 (slot)
Heerlijke mix van grote commerciële films en kleinere arthouse pareltjes

door Bert Goessen

Het Toronto International Film Festival 2017 is afgelopen zondag afgesloten met de toekenning van de Grolsch People’s Choice Award, de publieksprijs, aan Three Billbords Outside Ebbing, Missouri van de Engelse regisseur Martin McDonagh. Een terechte winnaar.

In mijn vorig verslag heb ik over deze film al uitgebreid de loftrompet gestoken. Meestal betekent het winnen van de publieksprijs in Toronto dat de film ook bij de Oscaruitreiking (begin maart 2018) hoge ogen gaat gooien en vaak zelfs als winnaar uit de bus komt. Vorig jaar was dat het geval met LA LA LAND. De twee zogenaamde ‘runners-up’ waren CALL ME BY YOUR NAME, een film van Luca Guardagnino die in Cannes al te zien was en I, TONYA van Craig Gillespie.

Three Billbords Outside Ebbing, Missouri

Omstreden kunstschaatster
I, TONYA gaat over het leven van Tonya Harding, de Amerikaanse kunstschaatsster die in de jaren ‘90 furore maakte. Niet alleen met haar formidabele schaatstechniek, maar ook en vooral met haar agressieve gedrag buiten de schaatsbaan. De film begint met de introductie van de moeder van Tonya. Een vrouw die recht door zee gaat, geen medelijden kent met haar dochter en het onderste uit de kan wil halen van haar schaatscarrière. Moeder en dochter leven gescheiden van de vader.

De ‘redneck’ opvoeding van Tonya bepaalt de rest van haar leven. Ze schelt de jury uit als ze na een kür niet genoeg hoge punten krijgt, maakt ruzie met haar teamgenoten en krijgt een vriendje die haar regelmatig in elkaar slaat. Eigenlijk een doodtriest verhaal. Maar regisseur Craig Gillespie weet er een dolle, satirische komedie van te maken.

De personages worden op zodanige wijze neergezet dat je als toeschouwer uiteindelijk alleen maar medelijden met hun exorbitant gedrag kunt hebben. De film is uiterst vakkundig gemonteerd, het tempo is hoog en het drama meelijwekkend. Een film die ook zeker hoge ogen gaat gooien bij de komende Oscarnominaties.

De prijs voor beste documentaire ging naar de prachtige film VISAGES, VILLAGES van de 89-jarige Franse regisseuse Agnes Varda en kunstenaar JR. Ook deze film was al eerder in Cannes buiten competitie te zien. Het IDFA zal de film in november in Nederland groots presenteren en begin december draait hij in de Nederlandse bioscopen.

Suburbicon

Clooney en Del Toro
Twee grote films die hier zeker niet onvermeld mogen blijven zijn: SUBURBICON en THE SHAPE OF WATER. George Clooney’s SUBURBICON speelt zich af in een fictieve jaren ‘50 droomwijk waar alles volgens blanke maatstaven is georganiseerd. Als het eerste zwarte gezin in de wijk komt wonen ontstaan er spanningen die uitmonden in racistische rellen. Het maatschappijkritische verhaal wordt vergezeld van een zeer gewelddadig verhaal over een blank gezin dat een levensverzekeringsmaatschappij wil oplichten. Daardoor wordt de film een mengeling van horror en sociaal drama. Het blijft een vreemde combinatie: horror gesitueerd in een sociale context. Desondanks valt er genoeg te genieten. De dialogen zijn puntig, de humor is aanstekelijk en het acteerwerk  van Matt Damon en Julianne Moore zoals gewoonlijk ‘outstanding’. Dat de Coen Brothers de hand hebben gehad in het scenario valt niet te onderschatten. Zonder hun inbreng zou SUBURBICON zeker minder krachtig zijn geweest.

Guillermo del Toro’s fantasy-sprookje THE SHAPE OF WATER werd in Venetië al bekroond met de Gouden Leeuw. Sally Hawkins speelt de rol van het zorgzame meisje dat niet kan praten en verliefd wordt op een watermonster. Ze bevrijdt het monster uit de fabriek waar het gecreëerd is. Ze verzorgt hem thuis in de badkuip en samen springen ze op het einde van het verhaal in de zee. De inhoud van de film is eigenlijk minder belangrijk dan de vorm. De Mexicaan Del Toro heeft zich volledig kunnen uitleven in de art direction. De film deed mij een beetje denken aan het werk van de Franse cineast Jean-Pierre Jeunet. Een kruising tussen AMELIE POULAIN en MICMACS. Alleen zijn de effecten natuurlijk iets spectaculairder, omdat het hier een Hollywood- productie met een Hollywood-budget betreft.

Bert Goessen doet verslag vanuit TorontoVeel verrassende arthouse
Naast de grote commerciële films zijn er in Toronto gelukkig nog verrassende, kleine art-house films te bewonderen.  Zoals SWEET COUNTRY van de Australische regisseur Warwick Thornton. De film speelt zich af in 1929 in het noorden van Australië. De Aboriginal Sam Kelly woont met zijn gezin in redelijke harmonie op het land van dominee Fred Smith. Totdat oorlogsveteraan Harry March komt opdagen. Hij kleineert Sam zodanig dat hij uit zelfverdediging een moord begaat. Sam en zijn vrouw Lizzie slaan op de vlucht, achterna gezeten door sergeant Fletcher en Aboriginalspeurder Archie. SWEET COUNTRY is een rauwe film met puntige dialogen, indrukwekkende beelden en boeiende personages. De hitte, de rode aarde, de stof en de woestijn van zout zijn karakteristieke elementen in een film over kolonialisme, macht en uitbuiting.

LOS VERDOS DEL OLVIDO van de Iraanse regisseur Alireza Kathami is in Chili opgenomen. Het is een magisch-realistisch verhaal over een oude man die op een kerkhof annex mortuarium werkt. Samen met zijn blinde vriend heeft hij in de loop der jaren bijna 1000 lijken begraven. Elke vierde zondag van de maand komt er een vrouw langs wier dochter is gestorven. Als het kerkhof door de regering op brute wijze wordt opgeheven blijft er een lijk achter dat niet wordt opgeruimd. Met behulp van vervalste papieren uit het gigantische archief in de kelders van het kerkhof krijgt hij het lijk gelegaliseerd als zijnde zijn dochter. Tussendoor komen er walvissen voorbij die als de stem van de zee mogen worden beschouwd. Het excentrieke hoofdpersonage, de prachtige locatie en het magisch-realistisch verhaal maken de film tot een bijzondere ervaring. Geen inkoppertje, maar een film die tot nadenken stemt.

Papieren vliegers
BLACK KITE is een sympathieke Afghaanse film van Tarique Qayumi.  Een man belandt in de gevangenis omdat zijn hele huis vol ligt met papieren vliegers. Een doodzonde onder het bewind van de Taliban. De vlieger staat symbool voor totale vrijheid. Aan zijn medegevangene vertelt hij al terugkijkend zijn levensgeschiedenis. En daarin speelt de vlieger een centrale rol. De film is een geschiedenisles over de evolutie van Afghanistan van een welvarend koninkrijk naar een straatarme schurkenstaat.

Black Kite

DISAPPEARANCE is een Iraanse film van Ali Asagei over het meisje Sara dat blijft bloeden nadat ze ontmaagd is door haar vriend. Ze gaan samen op zoek naar een ziekenhuis waar ze haar kunnen helpen. Dat levert de nodige problemen op, omdat ze niet officieel zijn getrouwd en geen ID kunnen laten zien. Via vrienden proberen ze toch een arts te vinden die hen kan helpen. Dat lukt uiteindelijk tegen betaling van heel veel geld. Als ze op weg naar huis zonder benzine komen te staan verdwijnt Sara in het niets. Een degelijke conventionele Iraanse film. Het naturelle verhaal wordt zonder opsmuk verteld. De jonge acteurs spelen allen op behoorlijk niveau.

En tenslotte de aanstekelijke film SERGIO & SERGEI van Ernesto Daramas Serrano uit Cuba. Hij maakte een innemende film over de situatie in Cuba ten tijde van de omwenteling in Rusland eind jaren ‘80. De Cubaan Sergio is fervent radio-amateur met verouderde apparatuur. Hij wordt voortdurend in de gaten gehouden door de autoriteiten. Van een Amerikaanse radio-amateur krijgt hij nieuwe moderne apparatuur. Dan komt hij in contact met de Russische astronaut Sergei die in de ruimte rond vliegt. Omdat Sergio in Moskou marxistische filosofie heeft gestudeerd kunnen ze zelfs in het Russisch met elkaar praten. De situatie wordt in Cuba steeds slechter, omdat de Russische steun is weggevallen. Sergio wil niet dat zijn dochter Marianne in armoede opgroeit, maar heeft weinig andere keus. Sergei weet niet of hij wel naar de aarde kan terugkeren, omdat het geld in Rusland op is. Hilarisch en absurd stelt de film de vraag of wij niet allen het slachtoffer van een grote, kolossale grap zijn.

Bedreiging
Toronto 2017 zit er op. Het blijft een fijn filmfestival met een heerlijke mix van grote commerciële films en kleinere art-house pareltjes. De enige bedreiging voor de kwaliteit van het festival komt eigenlijk van de grote streamingdiensten als Netflix en Amazon. Zij produceren steeds meer films die naderhand geen bioscooprelease meer krijgen. Ook Cannes, Venetië en Berlijn krijgen daar steeds meer mee te kampen. In de komende jaren zal deze ontwikkeling zich verder uitkristalliseren. Vooralsnog weet niemand hoe dit gaat aflopen.

 

18 september 2017

 

PREVIEW Toronto International Film Festival

Toronto International Film Festival, deel 1

Toronto 2017 – Deel 1

Toronto International Film Festival 2017: Deel 1
Ook dit jaar voldoende kwaliteit 

door Bert Goessen

Halverwege het Toronto Filmfestival zijn er twee films die kwalitatief met kop en schouders boven de rest uitsteken: Foxtrot van Samuel Maoz en Three Billboards outside Ebbing, Missouri van Martin McDonagh.

De prachtige film FOXTROT van Amos Maoz gaat over het verlies of het vermeende verlies van een zoon als soldaat in het Israëlische leger. De film bestaat uit drie delen. In het eerste deel krijgt een ouderpaar de mededeling dat hun zoon is gesneuveld. Later blijkt dat niet het geval te zijn, maar de vader blijft wantrouwig als hem wordt verzekerd dat zijn zoon ergens op zijn post zit. In het tweede deel zien we zoon Jonathan aan het werk op een buitenpost. Na een tragisch voorval wordt hij onverwacht naar huis gestuurd. In het derde deel zit een verrassende wending die hier niet verklapt gaat worden.

Foxtrot

Naast het ingenieuze verhaal maakt FOXTROT vooral indruk door zijn camerawerk. De beelden zijn van buitengewone schoonheid waardoor de film nog meer glans krijgt. LIBANON, zijn vorige film, was al een pareltje. Met FOXTROT heeft Maoz zich zeker overtroffen.

Hilarische komedie
De Engelse regisseur Martin McDonagh debuteerde in 2008 met de aanstekelijke komedie IN BRUGES. Dat hij het komische talent nog steeds onder de knie heeft bewijst hij met zijn nieuwe film THREE BILLBOARDS OUTSIDE EBBING, MISSOURI. In deze hilarische komedie speelt Francis McDormand (Fargo) de rol van de moeder die na zeven maanden geduldig afwachten het heft in handen neemt. Zeven maanden geleden werd namelijk haar dochter verkracht en vermoord. En sindsdien heeft de plaatselijke politie nog geen spoor van de dader. Dat zint haar allerminst en dus besluit ze drie billboards vol te plakken met de vraag hoe het komt dat het hoofd van de politie (prachtige rol van Woody Harrelson) nog steeds niemand heeft gearresteerd. De billboards zorgen voor de nodige commotie in het kleine Ebbing, maar Mildred is vastbesloten haar strijd tot het einde toe vol te houden.

Bert Goessen doet verslag vanuit TorontoIn een weergaloze stijl en met bijtende, sarcastische humor schildert McDonagh ons het kleinburgerlijke, dagelijks leven in een klein ‘all American’ dorpje. De film zou zo uit de koker van de Coen Brothers kunnen komen. Maar nee, McDonagh heeft het scenario zelf geschreven, hetgeen hem een ereplaats bij de Groten der komische talenten bezorgt.

Teleurstellingen
Een aantal gerenommeerde regisseurs stellen helaas teleur met hun nieuwe films. Zo is VICTORIA AND ABDUL van Stephen Frears een flauwe komedie over de relatie tussen Queen Victoria en de Indiase bediende Abdul. Het enige positieve aan de film is de innemende rol van Judi Dench als koningin.

Ook Alexander Payne haalt met DOWNSIZING niet het niveau van zijn vorige films. Een Noorse professor heeft een middel uitgevonden waardoor mensen gereduceerd kunnen worden tot heel kleine figuurtjes. Dat levert nogal wat voordelen op. Minder afval, minder ruimtegebrek, minder energieverbruik, kleinere huizen etc. Dus de ideale oplossing voor de mensheid van de toekomst.

Matt Damon en zijn vrouw besluiten zich te laten verkleinen (downsizing) om dan in Leisureland, een soort heilstaat, te gaan wonen. Als Matt de procedure heeft ondergaan besluit zijn vrouw zich terug te trekken. Voor hem is er echter geen weg terug. Het tweede gedeelte van de film gaat over het ideale samenwonen van de ‘gedownsizede’ mensen in hun perfecte heilstaat. De film begint sterk maar zwakt naar het einde toe steeds verder af.

Darren Aronofsky maakte in 2010 veel indruk met zijn BLACK SWAN. Nu is hij terug met een soort horrorfilm MOTHER! die verwantschap vertoont met het werk van Roman Polanksi. Jennifer Lawrence en Javier Bardem spelen een gelukkig koppel dat in een groot landhuis woont en in afwachting is van de komst van hun eerste kindje. Als op zekere dag een vreemdeling aanbelt en blijft overnachten is dat het begin van een reeks gebeurtenissen die steeds vreemder worden. Het escaleert en escaleert en mondt uiteindelijk uit in totale wanorde. MOTHER! is duidelijk minder origineel dan het andere werk van Aronofsky. Het effectbejag en de horrorelementen maken het eerder tot een gemiddelde genrefilm dan een authentieke auteursfilm. Eigenlijk een beetje Aronofsky onwaardig.

La Holandesa

Aangename verrassing
Een aangename verrassing was de debuutfilm van de Nederlandse regisseuse Marleen Jonker, LA HOLANDESA. Een jong stel gaat op reis in Chili om hun relatie van nieuw bloed te voorzien. Ze zijn uit elkaar gegroeid. Als toeschouwer weet je aanvankelijk niet waarom. Maar als Maud (Rifka Lodeizen) in een hotel ongesteld wordt blijkt het al of niet krijgen van kinderen het voornaamste struikelblok te zijn. Ze krijgen ruzie en Maud besluit er alleen van door te gaan.

De film verandert dan in een roadmovie waarin Maud diverse figuren tegen het lijf loopt. Ze voelt zich met name aangetrokken tot mensen met kinderen. Messi is het zoontje van een vrachtwagenchauffeur waarover ze zich ontfermt. Na de nodige omzwervingen brengt ze hem terug naar zijn moeder. Afgezien van een paar zwakke dialogen is LA HOLANDESA een innemend filmdebuut. Jonker laat duidelijk zien dat ze kan filmen. De beelden worden regelmatig ondersteund met een prachtige muziekscore.

Met de nieuwe films van George Clooney, SUBURBICON, en Guillermo del Torro, THE SHAPE OF WATER, nog voor de boeg lijkt Toronto ook dit jaar weer voor voldoende kwaliteit te zorgen. Want naast de films van de grote regisseurs zijn er talrijke mooie films van minder bekende cineasten. Daarover in de volgende aflevering meer.

 

11 september 2017

 

PREVIEW Toronto International Film Festival

Toronto International Film Festival, deel 2 (slot)