5 vergeten sportklassiekers

Vijf vergeten sportklassiekers

Vijf vergeten sportklassiekers

Channing Tatum speelt in Foxcatcher een worstelaar die de beste van de wereld wil worden. Je bereikt de top door winnen en verliezen, door vallen en weer opstaan. De filmgeschiedenis kent tal van juweeltjes met dit thema, maar sommige zijn in de vergetelheid geraakt.

Samenstelling: Cor Oliemeulen

1. – Fear Strikes Out (1957): HONKBAL

Al op 18-jarige leeftijd een contract tekenen bij de vermaarde Boston Red Soxs, is heel bijzonder. Dat overkwam James Piersall, in de jaren vijftig een grote naam in het Amerikaanse honkbal. Maar hij werd pas echt beroemd door een zenuwinzinking. Piersall moest zeven weken in een psychiatrische kliniek verblijven. Fear Strikes Out is het aangrijpende verhaal van een honkballer die vanaf zijn kindertijd de droom van zijn vader leeft: beroemd honkballer worden. Anthony Perkins is een sensatie in zijn eerste hoofdrol en Karl Malden (The Streets of San Francisco) is zijn allesbepalende vader. Zelfs door een snel huwelijk komt de jonge James Piersall niet uit onder het juk van zijn vader, die uiteindelijk de pijnlijke confrontatie met zijn zoon moet aangaan. Sterk regiedebuut van Robert Mulligan, die in 1962 zou doorbreken met de prachtige boekverfilming To Kill a Mockingbird.

2. – Requiem for a Heavyweight (1962): BOKSEN

“Weet je waarom ik zo raar praat?”, vraagt bokser Louis ‘Mountain’ Rivera aan een sociaal werkster die een nieuwe baan voor hem zoekt en op wie hij dolverliefd wordt. “Omdat ik een miljoen klappen heb gehad.” De legendarische Anthony Quinn (La Strada, Zorba the Greek) speelt een bokser op leeftijd die vanwege gezondheidsredenen moet stoppen, maar niet weet wat hij anders zou moeten doen. Requiem for a Heavyweight kent een donkere ondertoon en verbindt nog meer dan Fear Strikes Out het lot van de sporter aan de omstandigheden. Randverschijnselen zijn er in het boksen immers genoeg: geweld, uitbuiting en verkochte wedstrijden. Er zijn leuke cameo’s van boksgrootheden Jack Dempsey en Muhammed Ali (toen nog Cassius Clay). Het zou niet verbazen als Darren Aranofsky goed naar deze boksfilm heeft gekeken voordat hij The Wrestler (2008) maakte.

3. – This Sporting Life (1963): RUGBY

Rugby ontstond in 1823 tijdens een potje voetbal in de gelijknamige Engelse stad: iemand pakte plotseling de bal in zijn handen en rende ermee over de achterlijn van de tegenstander. Niet verwonderlijk dat een van de beste rugbyfilms ooit gemaakt van Engelse bodem komt. De Ier Richard Harris bewijst dat dit balspel niet voor mietjes is. Als het moet, slaat hij een zelfzuchtige teamgenoot ‘per ongeluk’ tegen de vlakte, en hij zeurt niet als een tegenstander zes tanden uit zijn mond beukt. Harris speelt fantastisch als ‘angry young man’ Frank Machin, een mijnwerker, die voor duizend pond wordt gekocht door een plaatselijke zakenman. Ondertussen ontwikkelt Frank gevoelens voor zijn hospita (Rachel Roberts), die niets van hem moet hebben, want zij rouwt om haar overleden man. Sfeervol, tikkeltje zwaarmoedig, intelligent sportdrama met mooi gefilmde wedstrijdfragmenten.

4. – Breaking Away (1979): WIELRENNEN

Veel luchtiger van toon is het met een Oscar beloonde draaiboek van Breaking Away. Onder de regie van Peter Yates speelt Dennis Christopher de zoon van een steensnijder in Bloomington, Indiana die helemaal gek van wielrennen is. Tot afschuw van zijn vader scheert hij niet alleen zijn benen, erger nog, hij gedraagt zich als een Italofiel. Want voor Dave is Italië synoniem aan wielrennen. Hij praat de halve tijd Italiaans, draait loeihard Italiaanse aria’s op zijn kamer en noemt de kat van zijn vader Fellini. Als een professioneel Italiaans wielerteam naar hun stad komt, raakt Dave in extase. Ondertussen wordt hij verliefd op een meisje dat gelooft dat hij daadwerkelijk een Italiaanse jongen is en krijgt zijn vriendenclub ‘Cutters’ ruzie met rijkeluiskinderen. Onderhoudend opgroeidrama met jonge acteurs als Dennis Quaid (astronaut in The Right Stuff), Daniel Stern (boef in Home Alone) en Jackie Earle Haley (pedo in Little Children).

5. – Fever Pitch (1997): VOETBAL

Lang voordat hij zich naar een Oscar stotterde als King George VI en hij alleen voor de tv-kijker bekend was als Mr. Darcy in de BBC-serie Pride and Prejudice, speelde Colin Firth zeer geloofwaardig een fanatieke Arsenal-fan. Gebaseerd op de autobiografische bestseller van Nick Hornby krijgt leraar Paul een relatie met zijn nieuwe collega Sarah. Echter zij kan maar niet wennen aan zijn bezetenheid, met als gevolg dat zij altijd op de tweede plaats komt. Als Sarah zwanger is, zegt Paul spontaan dat hij liever het kampioenschap van Arsenal dan een baby heeft. Sarah’s vriendin weet het zeker: ‘Ze stoppen je eerst vol met die voetbalonzin en dan taaien ze af.’ Realistisch voetbaldrama met romantiek als rode draad is nostalgisch, want het tijdsbeeld klopt en er is nauwelijks een hooligan te zien. De film eindigt met het voetbalwonder dat geschiedde op 26 mei 1989 in Liverpool.

19 februari 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

Foxcatcher

****

recensie  Foxcatcher

De kracht van eenzaamheid

door Nanda Aris

Gebaseerd op waargebeurde feiten vertelt deze film op prachtige wijze het verhaal van Olympisch kampioenen worstelen Mark en Dave Schultz, en hun relatie met de excentrieke multimiljonair John du Pont. 

Negentien jaar geleden speelde het daadwerkelijke verhaal zich af, en na Capote (2005) en Moneyball (2011) besloot Bennett Miller het naar het witte doek te vertalen. Niet zonder succes: de film ontving vijf Oscarnominaties. Zowel Steve Carell, onherkenbaar door een grote aangebrachte neus, als John du Pont en Mark Ruffalo als Dave Schultz zijn genomineerd voor een Oscar voor respectievelijk beste mannelijke hoofdrol en beste mannelijke bijrol. 

Recensie Foxcatcher

Mark Schultz (Channing Tatum) en Dave Schultz (Mark Ruffalo) zijn broers met een goede band.  Dave is de vrolijker en luchtiger in het leven staande oudere broer en heeft meer ervaring in het worstelen, maar de gefocuste en stoïcijnse Mark traint hard en mikt op Olympisch goud. 

Patriot
Hij wordt uitgenodigd door John du Pont, om op zijn landgoed te komen trainen. Het landgoed van de echte John du Pont mocht niet gebruikt worden voor de film, maar een andere rijke familie en fan van het werk van Miller, bood haar landgoed aan. De beelden van het grootse landgoed en de begeleidende muziek zijn imponerend. 

Du Pont wil graag beide broers op zijn landgoed laten trainen, maar Dave staat er wat sceptischer tegenover, omdat hij een gezin heeft en vrouw en kinderen stabiliteit wil geven. En dus vertrekt Mark alleen, met de hoop het armzalige bestaan achter zich te laten, en de worstelsport in de schijnwerpers te kunnen zetten. Hij wil als trots Amerikaan de beste worstelaar ter wereld worden, en vindt in John du Pont een metgezel en coach die hem daarin maar al te graag steunt. Onder leiding van Du Pont traint Mark samen met zijn zelf samengestelde Foxcatchers Team  voor de Olympische Spelen in Seoul van 1988. 

Leegte
John du Pont heeft weinig verstand van worstelen, dus als coach blijft hij vooral in algemeenheden praten. Zijn eigen training bestaat uit een rondje dribbelen in de zaal, en tijdens wedstrijden krijgt zijn tegenstander betaald voor het laten winnen van John du Pont. Geboren in rijkdom is hij gewend aan het ‘kopen’ van aandacht, alhoewel hij hard probeert dit gegeven te vergeten, en zich inbeeldt dat hij echt belangrijk is. 

Du Pont’s moeder keurt John’s keuze voor het worstelen af, het is een ‘lage’ tak van sport, en niet vergelijkbaar met haar elitaire paardensport. De band tussen Du Pont en Mark lijkt steviger te worden,  er wordt zelfs geïnsinueerd dat Du Pont wellicht homofiel is (misschien dat hij er daarom voor koos om de fysieke worstelsport te steunen?). Maar langzaam gaat de fysieke en vooral mentale gesteldheid van Mark achteruit, en verschijnen er scheuren in de innige band. Dave besluit toch naar het landgoed te verhuizen, wanneer hij begrijpt dat Mark hem nodig heeft. De ware coach keert terug voor Mark, en samen bouwen ze aan zijn herstel. 

Recensie Foxcatcher

Eenzaamheid
Het is werkelijk fascinerend hoe de onderliggende, niet uitgesproken emoties en motiveringen langzaam duidelijk worden. Steve Carell en Mark Ruffalo hebben beide terecht een Oscarnominatie ontvangen voor hun prestatie, maar ook Channing Tatum verrast. Carells vertolking van Du Pont als excentrieke, verknipte en verpestte miljonair is subliem, en doet denken aan Robert de Niro in Taxi Driver. Beide hebben de drang om belangrijk gevonden te worden, zijn eenzaam, onberekenbaar en geestesziek, maar eigenlijk ook om medelijden mee te hebben. Ze doen beseffen dat deze complexe mensen echt bestaan; een beangstigend idee. 

De film laat ruimte voor eigen interpretatie, bouwt niet op naar het einde zoals je misschien zou verwachten, maar maakt daarmee juist zoveel indruk. Een beter voorbeeld van ‘geld maakt niet gelukkig’ is er niet.

 

15 februari 2015

 

Vijf vergeten sportklassiekers

 

MEER RECENSIES

 

Zombie; The Resurrection of Tim Zom

***

recensie  Zombie; The Resurrection of Tim Zom

Pleurisjong wordt sportheld

door Cor Oliemeulen

Persoonlijk, evenwichtig portret van een irritant Rotterdams straatschoffie dat uitgroeit tot een gerespecteerde skateboarder.  

Lange blonde haren, petje, bleek gezicht met baardje, littekens op de handen en ellebogen. Onder op zijn skateboard prijkt de niets verhullende tekst: ‘Show me your tits’. We zien oude opnames van de jonge getalenteerde Tim op zijn skateboard. Overal waar het maar kan balanceert hij op een plankje met wieltjes. Metrotrappen, railings, leuningen, muurtjes, brievenbussen, niks is hem te gek. Hij steekt graag zijn middelvinger(s) op en laat zich niet snel wegsturen door een buurtbewoner of winkelier, want Tim moet nu eenmaal die sprong maken. Hoe heftiger hoe beter, steeds weer een nieuwe uitdaging. Hij valt regelmatig, vloekt, smijt zijn plank op de grond en maakt de volgende jump.

Recensie Zombie; The Resurrection of Tim Zom

Machteloos
Regisseur Billy Pols kwam twaalf jaar geleden in contact met Tim Zom en raakte geïntrigeerd door diens volwassen instelling van steeds vallen en weer opstaan. Hij maakte een documentaire van de in Zuid geboren en getogen Rotterdammer, die op het punt staat internationaal door te breken als professioneel skateboarder. Aan het woord komen sponsors, vrienden en familie. Er ontstaat een beeld van een jongen met een grote mond en een klein hartje. Gesloten, gefrustreerd en soms opgefokt. In de film zit een fragment van een vechtpartij waarvan de slachtoffers op last van de rechter onherkenbaar moesten worden gemaakt.

Zijn stiefvader noemt Tim een eikel en een moeilijk mannetje. Zijn moeder vertelt dat ze vroeger regelmatig werd aangesproken door andere ouders. “Ben jij de moeder van dat pleurisjong?” Ze voelde zich machteloos. “Tim vocht vier keer per dag op het schoolplein en was een lopende tijdbom.” Volgens oma is het feit dat haar kleinzoon wel eens gestolen heeft de schuld van de regering, want die moet maar voor werk zorgen. “Hij is eigenwijs, maar een hartstikke lieve jongen, je moet hem gewoon kennen.” En Tims vriendin vond hem een “mongool” toen ze hem voor het eerst ontmoette. “Ik vond zijn doen en laten leuk. Hij had al tien jaar geen verjaardagscadeau gehad en was erg blij met zijn T-shirt met een naakte vrouw erop.”

Recensie Zombie; The Resurrection of Tim Zom

Stunts
De interviews worden afgewisseld door sfeervolle opnames van straten, bruggen en industrieel Rotterdam bij avond. Het geluid van een skateboard, een flits en op de achtergrond de lichtjes van de flats. Er zijn prachtig gefilmde actiescènes waarbij skaters met camera’s de skills en stunts feilloos vastleggen. Tom kickt op de actie. “Ik voel de adrenaline. Je hart bonkt in je keel, je lichaam zegt: fuck it! Als je twijfelt ben je de lul, gaan je benen rare dingen doen.”

Het aardige van de documentaire is dat Zombie, zoals zijn fans hem noemen, zich langzaam ontwikkelt van vervelend mannetje tot een gepassioneerde sportheld. Als Tim praat over zijn overleden vader is hij voor de afwisseling niet stoer, maar aandoenlijk en aardig. De toon van het portret gaat van rauw en grimmig naar vrolijk en hoopgevend. In het eindshot geeft Tim zijn vriendin grimassend een hele lange zoen onder de zoetgevooisde klanken van Sugar Baby Love. De wederopstanding van Zombie lijkt een feit.

 

8 mei 2014

 

MEER RECENSIES

Grudge Match

**

recensie  Grudge Match

Opa zint op revanche

door Cor Oliemeulen

Als je je halve leven met Razzie-verzamelaar Adam Sandler hebt gewerkt, loop je het risico dat je betere acteurs niet meer goed kunt regisseren. Peter Segal ondergaat dit lot met een komische boksfilm die beter verdient.  

Sylvester Stallone kan het boksen niet laten. Doorgebroken als Rocky in de gelijknamige film uit 1976, maakte hij na een aantal vervolgfilms dertig jaar later in Rocky Balboa zijn comeback. In Grudge Match mag hij opnieuw aan de bak. Tegen Robert De Niro, die in 1980 de legendarische Jake LaMotta neerzette in Raging Bull, de beste boksfilm ooit.

Recensie Grudge Match

Touwtje springen
Beide acteurs – de een belichaamt de domme kracht die het best tot zijn recht komt met weinig tekst, de ander is een begenadigd method actor – zijn ondertussen opa’s. Stallone was nog redelijk in conditie vanwege zijn optreden in zijn eeuwige actiefilms, De Niro moest op dieet en werkte zich maandenlang in het zweet. Verbluffend om te zien hoe de 70-jarige acteur touwtje springt en grappig hoe de 67-jarige Stallone in een slachthuis nog even op een vleeshomp wil beuken.

Stallone speelt Henry ‘Razor’ Sharp, De Niro is Billy ‘The Kid’ McDonnen. Twee rivaliserende bokskampioenen uit Pittsburgh die begin jaren tachtig elkaar ieder een keer versloegen. Van een beslissende partij kwam het niet, want Razor ging plotseling met pensioen. Als ze elkaar dertig jaar later onverhoopt treffen tijdens de productie van een videogame, krijgen ze een hilarische slaande ruzie en wordt de opname hiervan een populaire viral op het internet. Het opgewonden standje The Kid daagt de bedeesde Razor andermaal uit voor een beslissende bokspartij. Komiek Kevin Hart, in de rol van bokspromotor, heeft dollartekens in de ogen en wil de match graag regelen.

Niet grumpy genoeg
Vanaf dit moment voel je dat Grudge Match, niet gehinderd door een afgezaagd scenario, platgetreden paden gaat volgen. Hart portretteert de stereotiepe Afro-Amerikaan met een aanstekelijke babbel en een voorliefde voor geld, mooie babes en snelle auto’s. The Kid blijkt een zoon te hebben van de ex-vriendin (Kim Basinger) van Razor. En zo ontvouwt zich een verhaal dat doet denken aan Grumpy Old Men, maar dan ontdaan van de heerlijke bijtende kantjes waar het duo Jack Lemmon-Walter Matthau patent op had. Echte chemie tussen Stallone en De Niro komt pas uit de verf als ze elkaar uiteindelijk treffen in de ring. Het boksen ziet er verrassend goed uit.

Recensie Grudge Match

De Niro doet met het materiaal wat hij kan, Stallone is – bewust of onbewust, je weet het nooit met deze spierbundel – een houten klaas, Kim Basinger is nog steeds aangename beeldvulling en Alan Arkin (Razors oude bokstrainer) kan zich te weinig profileren. Grudge Match is leuk voor boksliefhebbers (blijf zitten tot de aftiteling!) en was misschien een aardige kerstfilm geweest, maar als aansprekende mix van comedy en drama is hij onder de maat.

14 maart 2014

 

MEER RECENSIES

Koning van de Mont Ventoux, De

***

recensie  De Koning van de Mont Ventoux

De Kannibaal of De Piraat of …?

door Cor Oliemeulen

Vijf winnaars van een vermaarde Touretappe gaan in een virtuele wedstrijd met elkaar in de clinch om te bepalen wie de Koning van de Mont Ventoux wordt. De documentaire draait in de bioscoop. Uitzenden op tv tijdens de Tour de France zou natuurlijk veel succesvoller zijn. 

Bij de naam Mont Ventoux spitst de wielerliefhebber direct de oren. Tijdens de honderdste editie van de Tour de France dit jaar staat voor de negende keer de beklimming van de 1915 meter hoge Reus van de Provence op het programma. Op de legendarische berg staat soms felle wind, het kan er ijskoud óf verschrikkelijk heet zijn. Het laatste stuk onder de top oogt als een onherbergzaam maanlandschap waar weinig zuurstof in de lucht zit. De Brit Tom Simpson moest in 1967 door een combinatie van hitte, uitputting en (vermeend) amfetaminegebruik zijn inspanningen op de flanken van de Mont Ventoux met de dood bekopen. 

Knappe illusie
Van de vorige acht beklimmingen werden er vijf uitgezonden op televisie. De winnaars waren Eddy Merckx (1970), Jean-François Bernard (1987), Marco Pantani (2000), Richard Virenque (2002) en Juan Manuel Gárate (2009). De Belg Fons Feyaerts kwam op het idee om de beeldbanden van die vijf jaren samen te voegen tot één wedstrijd om te bepalen wie de Mont Ventoux het snelst heeft beklommen. In de documentaire wordt op knappe wijze de illusie gewekt dat de vijf winnaars tegen elkaar racen. Een interessant gegeven, omdat je wilt weten in hoeverre de geschiedenis een rol speelt. 

Recensie De Koning van de Mont Ventoux

Ook de betrokkenen zijn benieuwd. Bernard, Virenque en Gárate proberen de winnaar te voorspellen en geven in de studio commentaar bij de beelden. Pantani, vier jaar na zijn overwinning op de Mont Ventoux gedesillusioneerd overleden na een overdosis cocaïne, wordt vertegenwoordigd door Davide Boifava, zijn toenmalige manager. Merckx had geen zin om aan de film mee te werken. Een groot gemis, aangezien De Kannibaal wordt aangemerkt als één van de grootste wielercoureurs ooit. Iedereen denkt dat Merckx of Pantani (De Piraat) uiteindelijk als Koning van de Mont Ventoux zal worden gekroond. 

Veertig jaar wielrennen
Veertig jaar Tour-geschiedenis geeft een grote evolutie te zien. Materiaal, medische begeleiding, sponsorbelangen, concurrentie en media hebben hun weerslag op de prestaties. Ook de lengte van de etappes blijkt enorm te verschillen: Virenque moest eerst ruim tweehonderd kilometer fietsen voordat hij zijn favoriete berg mocht aanvallen, terwijl Bernard het voordeel van een ultrakorte etappe kende. Vooral die omstandigheid maakt de uitverkiezing van beste klimmer onzinnig. Toch is de virtuele wedstrijd, mede door de opbouw en het commentaar, spannend om naar te kijken. De historische context en de persoonlijke verhalen met voorzichtige emoties geven De Koning van de Mont Ventoux  meerwaarde.

 

5 juli 2013

 

MEER RECENSIES

Fighter, The

****

recensie  The Fighter

Gevechten buiten de ring

door Cor Oliemeulen

Profbokser ‘Irish’ Micky Ward groeit tijdens de jaren tachtig op in een achterstandswijk in Lowell, Massachusetts, een stadje bij Boston. Halfbroer Dicky, vroeger ook talentvol bokser, probeert na vijf jaar gevangenis te fungeren als zijn manager. Volgens Micky’s vriendin Charlene hebben de criminele crackverslaafde Dicky en de rest van het gezin een verkeerde invloed. Micky staat voor de moeilijke keuze hoe zich klaar te stomen voor de strijd om de wereldtitel in het weltergewicht.

Acteur Mark Wahlberg liep al vele jaren met het script van The Fighter onder zijn arm om het te laten verfilmen. Net als de echte Micky Ward groeide hij op met weinig perspectief in een armoedige buurt in Boston te midden van werkloosheid en criminaliteit. Wahlberg zag nog meer parallellen met zijn eigen leven: ook hij was de jongste van negen kinderen, en ook hij had een succesvolle oudere broer.

The Fighter

Canvas
Het werd ook tijd voor positieve aandacht voor Lowell, temeer nadat deze voorstad slechte publiciteit had gekregen na de tv-vertoning van de documentaire High on Crack Street (1995), die als een rode draad door The Fighter loopt. Dicky wordt hierin geportretteerd als drugsverslaafde, hoewel hij zelf denkt dat de cameraploeg hem volgt omdat hij ooit bokslegende Sugar Ray Leonard tegen het canvas heeft geslagen. (Sommigen beweren dat Leonard was uitgegleden.)

Regisseur David O. Russell, die met Three Kings en I Heart Huckabees al samenwerkte met Mark Wahlberg, brengt een zeer onderhoudende film. De casting en de acteerprestaties zijn voortreffelijk. Aanvankelijk zou Matt Damon de rol van Dicky op zich nemen en Darren Aronofsky tekenen voor de regie. Damon haakte af; Brad Pitt kwam vervolgens in beeld, maar die wilde niet meer toen Aronofsky besloot liever een andere sportfilm (The Wrestler) te maken. De uiteindelijke keuze voor Christian Bale is een fantastische. Terwijl Wahlberg ter voorbereiding een boksring in zijn achtertuin liet bouwen, twee trainers inhuurde en vijf jaar lang pasjes en bewegingen oefende, moest Bale voor zijn personage de nodige kilo’s afvallen – een kunstje dat hij eerder tot in het extreme flikte voor The Machinist.

Lichaamstaal
Met zijn hele mimiek en lichaamstaal leerde Bale zeer overtuigend de drugsverslaafde te spelen. Als praatgrage grote broer geeft hij Micky dwangmatig goedbedoelde tips om zijn opponenten te lijf te gaan. Zo levensecht zou een andere acteur de rol van Dicky niet neer weten te zetten. Op die Oscar en Golden Globe voor beste bijrol valt dus weinig af te dingen. Hetzelfde geldt voor Melissa Leo, die dezelfde prijzen won en eerder prachtig acteerde in Frozen River, als alleenstaande moeder die mensen over de grens smokkelt. Zij is de dominante moeder van het gezin Ward en ziet zichzelf als Micky’s zakelijk manager.

The Fighter

De boksfragmenten zijn gefilmd door een team van HBO, de zender die verantwoordelijk is voor het World Championship Boxing, met als doel de scènes in de boksring een authentieke uitstraling te geven. Er vallen wel de nodige klappen, maar toch zit je te weinig op het puntje van je stoel.

Model
Of dit ook te maken heeft met de uitstraling van Mark Wahlberg, moet ieder voor zich beoordelen. Als boybandzanger leerde hij de allereerste kneepjes van het acteervak als onderbroekenmodel van Calvin Klein. Hij ontwikkelde zich als een altijd gedegen, maar ook wat tweedimensionale acteur. Verrassend goed kwam hij voor de dag in The Departed en als fors geschapen pornoacteur in Boogie Nights, waarin hij bewees dat hij definitief de onderbroek was ontgroeid.

Naast een boksfilm is The Fighter vooral een sociaal familiedrama met gevechten buiten de ring – net als Raging Bull, waarin ook de verhouding tussen twee broers op scherp komt te staan. Die klassieker is superieur, maar The Fighter is een indrukwekkende film, die zonder Wahlbergs inspanningen wellicht nooit was geproduceerd.

 

31 maart 2011

 

 

MEER RECENSIES