Nouvelle Vague

***
recensie Nouvelle Vague
Een vrouw en een wapen zijn voldoende

door Cor Oliemeulen

De geboorte van de Nouvelle Vague in Frankrijk is een van de belangrijkste momenten in de filmgeschiedenis. Met zijn gelijknamige biografie brengt Richard Linklater een nostalgische ode aan de revolutionaire filmbeweging met een reconstructie van de totstandkoming van À Bout de Souffle (1960), dat op een vrije, speelse manier afrekende met de stoffige tradities van de toenmalige cinema. Maar waar de nieuwe beweging durfde te schokken, blijft Linklater binnen de lijntjes kleuren.

Al vanaf de opening van het in stemmig zwart-wit 4:3 beeldformaat geschoten Nouvelle Vague druipt de liefde voor film en de filmgeschiedenis van het scherm. Het culturele leven van het Parijs van 1959 bruist. Een hele reeks figuren van de nieuwe generatie filmmakers verschijnt voor de lens: François Truffaut – verantwoordelijk voor de allereerste film van de beweging, Le Beau Serge (1958) – en Claude Chabrol, maker van de tweede film, Les Cousins (1959). Samen met Éric Rohmer en Jacques Rivette maken zij deel uit van Cahiers du Cinéma, een invloedrijk filmtijdschrift én de broedplaats van de nieuwe generatie filmmakers. Hun boodschap: de regisseur is de belangrijkste creatieve kracht achter een film.

Nouvelle Vague

“Zolang je maar niet acteert”
Jean-Luc Godard (Guillaume Marbeck) noemt zichzelf de enige redacteur van Cahiers du Cinéma die nog niets heeft gepresteerd. Op de redactie pakt hij stiekem wat geld uit een la en rijdt naar het Filmfestival van Cannes voor de première van Truffauts meesterwerk Les 400 coups (1959). Nu moet en zal hij ook een speelfilm maken! Een producent wil hem wel steunen, maar alleen als hij een scenario van Truffaut zal verfilmen. Uiteindelijk krijgt hij toch groen licht voor zijn eigen ideeën – ook al blijft lang onduidelijk waar de film over gaat.

“Voor het maken van een film is een vrouw en een wapen voldoende,” zegt Godard tegen de producent die een “realistische, sexy film noir” voor ogen heeft. Zijn beoogde hoofdrolspeelster  vindt Godard in het gezicht van Jean Seberg (Zoey Deutch), dat hij op de cover van een magazine ziet: “Haar wil ik.” De man met het wapen moet Jean-Paul Belmondo (Aubry Dullin) zijn. De acteur speelde al in een korte film van Godard en stemt meteen toe als zijn vriend hem opzoekt in een boksschool.

De eerste ontmoeting tussen Seberg en Belmondo is de opmaat voor nog meer prettig onheil. De actrice heeft zojuist de opnames van Otto Premingers Bonjour Tristesse afgerond en zegt: “Hierna valt iedere andere regisseur wel mee.” Als ze aan haar tegenspeler vraagt of Godard iets om acteurs geeft, krijgt ze te horen: “Zolang je maar niet acteert.”

Ondoorgrondelijk personage
De productie van Godards eerste speelfilm À Bout de Souffle gaat anders dan iedereen – behalve Godard zelf – zich had voorgesteld. Linklater maakt het gebrek aan script en structuur mooi zichtbaar. Godard schrijft ideeën op papiertjes, Seberg en Belmondo krijgen hun tekst vlak voor het draaien. Vaak is één take genoeg, want de stemmen worden achteraf toch gedubd. De producent wordt met de dag nerveuzer en begrijpt amper wat Godard aan het maken is.

Ook sterk is de uiterst gedetailleerde reconstructie van de filmset en filmwereld van 1959. Linklater duikt niet zozeer in Godards psyche, maar in de energie, speelsheid en chaos waarmee zijn werkwijze ontstond. Godard oogt zelfverzekerd, maar ook ondoorgrondelijk. Die keuze is bewust en begrijpelijk, omdat de figuur Godard – met die eeuwige zonnebril – altijd door een bepaalde geheimzinnigheid werd omgeven.

In Le Redoutable (2017) van Michel Hazanavicius leer je Godard veel beter kennen. Na zijn vroege successen zien we een man vol twijfel, cynisme, zelfspot en toenemend politiek radicalisme. Hij gooit stenen naar de politie tijdens demonstraties en worstelt met zijn relatie. Hier leef je veel meer mee met Godard, en waarschijnlijk komt dat ook omdat Hazanavicius zijn hoofdrolspeler een lichter getinte zonnebril laat dragen, zodat je hem in de ogen – en ziel – kunt kijken.

Nouvelle Vague

De revolutie is een attitude
Nouvelle Vague is een must voor cinefielen en mensen die een goed idee willen krijgen over het ontstaan van À Bout de Souffle (vanaf 11 december in een 4K-restauratie in de bioscoop) – of lees deze reis in de tijd. Hoewel Linklaters film zelden echt sprankelt, blijft de onvoorwaardelijke liefde voor film van begin tot eind voelbaar. En er valt regelmatig te lachen. Bijvoorbeeld tijdens een buitenopname van Godards filmdebuut als de cameraman zich in een postkarretje moet proppen zodat voorgangers niet in de gaten hebben dat er op straat wordt gefilmd. Of het bezoek van de beroemde Italiaanse filmmaker Roberto Rossellini aan de redactie van Cahiers du Cinéma die uitlegt hoe je volgens hem een film moet maken – om bij zijn afscheid nog even wat eten van een schaal te graaien en Godard te vragen of hij geld kan lenen.

Dat À Bout de Souffle vernieuwend werd en de eerste Nouvelle Vague-film met een gigantische impact, had uiteindelijk minder te maken met wat er op de set gebeurde dan met wat er in de montagekamer ontstond. Godard ging knippen binnen de scènes, door middel van ‘jump cuts’, waardoor het lijkt alsof de film ‘haast’ heeft. Richard Linklater toont dat de revolutie niet zit in de technologie, maar in de attitude.

 

27 november 2025

 

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2025 – Deel 6: (Auto)biografische films

IDFA 2025 – Deel 6:
(Auto)biografische films

door Bob van der Sterre

Met zoveel (auto)biografische films bij IDFA kunnen we niet achterblijven. We bekeken een selectie. De oogst was wisselend.

 

Letters From Wolf Street

Letters From Wolf Street – Je straat als inspiratiebron
Arjun is tien jaar geleden naar Polen gekomen. Het ontstond een beetje uit balorigheid: hij en een vriend keken oude Poolse films en dachten: waarom gaan we het daar niet proberen? De vriend is er helaas niet meer.

Voor Arjun geldt de oude wet: film of schrijf over wat dichtbij je is. Zijn eigen straat, de wolf-straat in Warschau, biedt een mooie doorsnede van de Poolse maatschappij. Een slager, kapper, kioskverkoopster, dansleraar, bezemende buurman, anarchistische schoenmaker, regisseur: ze gaan allemaal met hem in gesprek. ‘Iedere straat zou zijn eigen chroniqueur moeten hebben.’

Arjun legt deze micropolis op een luchtige manier bloot (waarbij je buren ook figuurlijk kunt opvatten). Hij vraagt voorzichtig aan de Warschauers naar de soms lastige verhouding met migranten. En vraagt migranten naar hun situatie.

Hij ontwapent mensen geregeld met wat ironie. Een goed moment voor de film is als hij Oskar ontmoet, een Poolse Roma. En met wie hij mee naar zijn dorp gaat. ‘Als Oskar en zijn familie al niet zijn geaccepteerd na eeuwen, hoe moet het mij dan lukken?’

Arjun krijgt steun van regisseuse Mo Tan, hier op IDFA aanwezig met haar eigen film (zie hieronder). De film oogt luchtig maar de buitenlandershaat die soms aan oppervlakte komt, is wel een probleem.

De film rekt het idee wel een beetje maar het is geen straf om de film uit te zitten. Fijn om te zien dat de meeste Polen gewoon vriendelijke mensen zijn.

 

Confessions of a Mole

Confessions of a Mole – Luchtig dagboek van een pukkeleigenaar
En hier zien we dan Mo Tan zelf, die vanwege een pukkel onder haar linkeroog (‘mole’ in Engels) na haar studie in Polen terugkeert in China, bij haar ouders Chen en Bauwei.

Iedereen in de familie heeft een mening over haar. ‘Je moet dit jaar stoppen met single zijn!’ Haar conclusie: de pukkel zorgt voor pech. En als ze borstkanker heeft, lijkt dat ook zo te zijn.

Dit is zoals een egodocument hoort te zijn: een genadeloos persoonlijk zelfportret. Mo Tan schetst zichzelf  niet te fraai. Ze is opdringerig, agressief soms zelfs. Maar iedereen staat er scherp op. Zoals haar neef, die terugbetalen aan ouders het belangrijkste vindt om te doen. Of vriendjes. En haar ouders die regelmatig ruziemaken. ‘Hij heeft de ogen van een predator.’

De film grijpt de aandacht met een slimme combinatie van speelsheid en ernst, met soms Jan Svankmajeriaanse momenten (de ogen, de blauwe draden, de borst op een bordje). Ze filmt alles – en iedereen laat zich filmen – dus komt elk gesprek in de film, hoe lastig ook. Schetst de film het privéleven, of is het privéleven eigenlijk een film die nog niet gemaakt is?

Zoals altijd vraag je je af wat toeval en wat een beetje té geregisseerd is. Neemt niet weg dat de film moedig was om te maken voor alle betrokkenen. Minpuntje: het duurt allemaal nét iets te lang.

 

Endless Cookie

Endless Cookie – Animatie niet voor iedereen
Twee halfbroers met dezelfde vader. Peter, wiens moeder een native-Canadian is en die in het noorden woont. Seth, wiens moeder wit is en die in Toronto woont. We kijken naar de animatieversie over de film, die negen jaar duurde om te maken.

De twee broers praten en ondertussen zien we de gevisualiseerde beelden van hun zinnen. Het doet soms een beetje denken aan podcasts die geanimeerd worden. De film bestaat vooral uit Peter die aan de lopende band anekdotes tapt. Over zijn hand die in een dierenval terecht komt. Over geslachte kippen die in een douche hangen. Over zijn ’tequila fase’, waarin hij vaak dronken werd en zelfs in zijn oude huis inbrak om in zijn oude slaapkamer te slapen. Verder een vader die een portal zag langs zweven, een tipi die heropgebouwd wordt en een bizarre moord in het bos.

De film heeft plus- en minpunten. Eerst maar de eerste. Het had ook een hele degelijke, serieuze dramadocumentaire kunnen zijn. Dat is de film niet: het is veel creatiever.

De South-Park-achtige animatie biedt veel mogelijkheden tot kleine grapjes die je zo mist als je niet goed oplet. Van bewegende verpakkingen in een supermarkt tot autostoelen die radio gaan luisteren, van een boot die in een meer blijft hangen achter de telefoonlijn tot een bezemende persoon die in een hoofd stress opruimt. Al anekdoten tappend blijft er veel hangen uit Peter en Seths levens.

Aardig is dat de productie van de film ook een rol speelt. ‘Soms weet ik niet zeker of het verhaal van de film mij volgt, of dat ik het volg.’ Of dat de subsidiegever bij een scène over pizza’s inbreekt en zegt: ‘Te lang! Waarom duurt deze scène zo lang!’ Seth antwoordt: ‘O, dat is een cultureel ding in Toronto.’ ‘Oh, cultuur! Dat is mooi.’ Ondertussen brandt de subsidie voor de film er snel doorheen. De dochter: ‘Ik was tien toen jullie begonnen en nu ben ik negentien!’

De minpunten zijn dat een vrij drukke film is en het daardoor ook lastig te volgen is – je moet de film eigenlijk twee keer kijken om te kunnen waarderen. Afgezien van de twee broers zijn er veel karakters die in de geanimeerde versie lastig uit elkaar te houden zijn. En ze zijn lastig te verstaan.

Al met al zal de film niet voor iedereen zijn maar het is weer een nieuwe tak aan de boom van animatiedocumentaires.

 

The Stories of a Lie

The Stories of a Lie – laten we het vooral niet hebben over de ziekte
Olia Verriopoulou keert terug in Griekenland. Een vriendin heeft kanker maar niemand zegt het tegen haar. Iedereen vindt het normaal. Sommige mensen willen het juist niet weten, zegt men. Olia vindt het wel een beetje gek.

Olia wil weten waar het vandaan komt. Met haar vader, tandarts, bespreekt ze hoe hij dat doet in zijn praktijk, en vervolgens met andere artsen en professionals. ‘Het is niet wat zij weten, maar wat de dokter zegt.’

Het is blijkbaar een Griekse gewoonte om niet over ziektes te beginnen. De afdeling oncologie heet bijvoorbeeld ‘speciale afdeling’. Er is zelfs een soort zwijgafspraak over kanker. ‘In het verleden zeiden artsen niet wat er aan de hand was. Als iemand stierf, was het niet hun schuld maar die van de ziekte.’

Ook weer flink autobiografisch. Olia laat haar kies door haar vader trekken, ze knipt zijn haren en we zien haar jeugdvideo’s, op zoek naar leugens. Dan heeft haar vader (weer) kanker en komen ook oudere vrienden van hem ter sprake die overleden zijn aan kanker.

Rustige productie en aardig gevonden onderwerp. Het eigen leven is hier functioneel voor het verhaal.

 

Au Bain des Dames

Au Bain des Dames – Uitdagen op het strand
Een strandje in de buurt van Marseille. Oudere vrouwen praten over seks en mannen. ‘Ik had alleen geen condooms.’ ‘Je kon ze toch halen!’ ‘Om 11.00 ‘s ochtends?’ En oudere mannen flirten gezellig terug.

Leuk sfeerportret van een mini-ecosysteem, waarbij de jongeren op verzoek van de oudjes Johnny Hallyday gaan zingen. Maar achter de lol en plagerijtjes zit ook flink wat drama als we de biografie van Joëlle, een van de vrouwen, horen.

We hoeven geen illusies te hebben of dit gestuurd is: de korte film van Margaux Fournier oogt met deze vrij grappige montage meer als een speelfilm dan een docu. Is het erg? Dat hangt ervan af hoe puristisch je bent over wat een documentaire betekent.

 

Dreams for a Better Past

Dreams for a Better Past – Familietaboe bespreken
Grootvader van regisseur Albert Kuhn was een SS-officier in Brno. Foto’s hiervan zijn verbrand. Maar er zijn nog wel andere documenten. Albert gaat uitzoeken wat het hem leert. En ontdekt dat zijn opa meedeed aan massa-executies.

Zijn vader die jaren geleden naar Barcelona verhuisde, worstelt er enorm mee en heeft er nooit iets over aan Albert gezegd. Ook nu heeft hij geen zin om de boekjes van zijn vader (Alberts opa) te lezen. ‘Ik staak.’

Een typische film over duistere familiegeschiedenis. Hoe mee in het reine te komen? Dit is een weg. Degelijke korte film had misschien nog iets spannender gemogen in de productie.

 

22 november 2025

 

 

IDFA 2025 – Deel 1: Liever de traditie in ere herstellen
IDFA 2025 – Deel 2: Rusland/Oekraïne
IDFA 2025 – Deel 3: Portretten
IDFA 2025 – Deel 4: Natuur en milieu
IDFA 2025 – Deel 5: Humor en ander leed in Palestina
IDFA 2025 – Deel 7: Punk, Funk, Jeff en Marianne
IDFA 2025 – Deel 8: Experimenteel
IDFA 2025 – Deel 9: Drie momenten van chaos

 

MEER FILMFESTIVAL

Springsteen: Deliver me from Nowhere

***
recensie Springsteen: Deliver me from Nowhere
Kantelpunt in carrière The Boss

door Jochum de Graaf

Is Nebraska, het zesde album van Bruce Springsteen dat september 1982 werd uitgebracht, een vergeten meesterwerk of een losse flodder? De meningen lopen ook heden ten dage nog uiteen. Vast staat wel dat het album een kantelpunt in de carrière van The Boss markeert.

Najaar ’81 had hij na het succes van het album The River zijn eerste wereldtournee achter de rug. Zijn platenmaatschappij verwacht dat Springsteen nu met een knaller van een opvolger komt die voor eens en voor altijd zijn wereldroem zal vestigen.

Springsteen: Deliver me from Nowhere

E Street Band
In eerste instantie is hij uiterst productief en schrijft in korte tijd een kleine negentig nummers. Van groot belang is eind ’81 de aankoop van een Portastudio 144, een Japanse vinding in de vorm van een cassetterecorder met ingebouwd mixertje die het mogelijk maakt meersporenopnamen te maken. Tot dan was die techniek – sinds de beginjaren van The Beatles de norm in de popmuziek – alleen mogelijk in dure studio’s.

Maar Springsteen heeft door allerlei verwikkelingen rond de E Street Band met onder andere de solocarrière van gitarist Steve van Zandt last van de tol van de roem en besluit zich een tijdje terug te trekken. Hij huurt een huis in Colts Neck, de Portastudio gaat mee. Daar op het platteland van New Jersey kan hij redelijk onder de radar blijven. In de Stone Pony zingt hij spontaan mee in een coverbandje: John Lee Hookers Boom Boom en Little Richards Lucille. Hij knoopt een relatie aan met alleenstaande moeder Faye die geen weet heeft van zijn roem en zijn huwelijksaanzoek afwijst.

Gewelddadige vader
Alleen in het donkere huis leest hij verhalen van Flannery O’Connor, rijdt af en toe naar zijn vervallen en verlaten ouderlijk huis in Freehold, gaat naar de bioscoop voor Night of the Hunter (Charles Laughton, 1955) en kijkt herhaaldelijk naar Terrence Malicks Badlands (1973). Het brengt hem in  een wereld van getormenteerde individuen die soms als gevolg van maatschappelijke verwikkelingen op gruwelijke wijze ontsporen.

Regisseur Scott Cooper (o.a. Crazy Heart en Black Mass) verbindt ook de verwerking van een jeugdtrauma met een gewelddadige vader aan het verhaal. Deliver me from Nowhere begint met sterke zwart-witbeelden in Freehold, 1957. De dan achtjarige Bruce stapt in de auto van zijn moeder om zijn dranklustige vader Dutch uit het café te halen. Later die avond stormt de gewelddadige de kamer van Bruce binnen, woedend omdat hij een tik met een honkbalknuppel kreeg van Bruce die zijn moeder in bescherming wou nemen. Met wat lukrake flashbacks wordt die verhaallijn met uiteindelijke verzoening in de laatste dagen van Dutch in het verzorgingstehuis door de film gestrooid.

Springsteen: Deliver me from Nowhere

Nebraska
Terug in de bewoonde wereld gaat Springsteen weer in de weer met het vele materiaal dat hij heeft liggen. Maar hij is nog lang niet tevreden dat dat een volwaardige opvolger van The River zal opleveren. Bovendien zit hij nog helemaal in de Colts Neck-modus en besluit om met weinig promotie een soort tussenalbum uit te brengen. Met behulp van geluidstechnicus Toby Scott slaagt hij er in de Portastudio-demo’s te masteren.

In eerste instantie heet het album Starkweather naar de seriemoordenaar die de inspiratie vormde voor Badlands. In de ingetogen nummers zijn de teksten vooral geïnspireerd op de verhalen van Flannery O’Connor met begrip voor levensechte personen die soms verschrikkelijke daden begaan.

Nebraska is de opmaat voor het legendarische Born in the USA die Springsteens status als absolute superster zou vestigen. In de woorden van de helaas te vroeg overleden Oor-recensent Geert Henderickx: ‘Een tussendoortje dat de honger niet stilt maar de eetlust niet bederft.’

Vertolkingen
Als altijd bij zo’n biopic let je vooral op de vertolking van de hoofdrol. Jeremy Allen White, die een uitgebreide studie van stem en stijl van Springsteen maakte, brengt het er redelijk van af. Hij kreeg lof van The Boss zelf, maar in The Bear acteert hij veel sterker. Hetzelfde geldt voor Jeremy Strong, die als manager Jon Landau de hijgerige platenbonzen op afstand houdt. Kendall Roy in Succession en advocaat Roy Cohn in The Apprentice zijn aanmerkelijk sterkere karakterrollen. Ook bij Stephen Graham als vader Dutch dwalen de gedachten steeds af naar zijn imponerende optreden als de invoelende vader wiens leven op zijn kop wordt gezet in de successerie Adolescence. Dat doet afbreuk aan een verder redelijk geslaagde film.

Op 17 oktober verscheen een uitgebreide editie van Springsteens album Nebraska uit 1982. Nebraska ’82: Expanded Edition bevat het originele album, geremasterde versies en nieuwe tracks.

 

20 oktober 2025

 

ALLE RECENSIES

Filmmarathon: Jane Fonda

5 onbekende films van bekende Amerikaanse actrice
Filmmarathon: Jane Fonda
Twee redacteuren van InDeBioscoop dompelen zich een weekend lang onder in de goede dingen des levens en vijf relatief onbekende films van de Amerikaanse actrice Jane Fonda.

 

1. Tall Story (1960)

BOB:
Ja, een wespensteek, een stortbui, een defecte routeplanner, niets heeft me weerhouden om de jaarlijkse nazomerse filmmarathon te bezoeken! Jane Fonda! Van Barbarella tot Klute, van aerobics tot een hoog IQ, van activistisch tot favoriete Amerikaanse actrice van velen.

Tall Story? Wat is dat met deze titel? Een romcom over lange mensen? O, het is een film over basketballen. Met Anthony Perkins als basketballer? Dat klinkt als Sylvester Stallone als voetballer… o, wacht….

Jane Fonda speelt student June Ryder, die om een of andere reden twee professoren (docenten ethiek en wiskunde) helemaal zenuwachtig maakt met haar mind games. Ze bespeelt hen omdat ze met Anthony Perkins, de typisch Amerikaanse supersportheld, wil. En ze krijgt wat ze wil: Perkins wordt haar vriendje.

Dan wordt het lastig te volgen. Er is iets met oppassen, zijn taxibaan en een belangrijke wedstrijd die hij gedwongen wordt om te verliezen. Ingewikkeld! Het is een beetje als komische romcom bedoeld maar slaat al snel af richting een melodramatisch verhaal. De verfilming is statisch: het had ook een toneelstuk kunnen zijn.

Tall Story is een typisch voorbeeld van iets dat is blijven hangen in het jaar dat het werd uitgebracht, en die tijd was een overgang tussen twee perioden, het is niet zo heel braaf meer als de jaren vijftig maar toch veel te braaf voor wat erna zou komen. Jane Fonda heeft een leuke, tegendraadse rol, en dat gaat haar goed af, en dat in haar eerste film.

Beste quote uit de film: “Hoe zou jij het vinden als iemand jou onder de microscoop zou zien vrijen?”

 

COR:
Die eeuwige fascinatie en obsessie voor stoere sporthunks en smachtende cheerleaders in Amerikaanse films begint me al weer snel op de zenuwen te werken. Maar toch, als ik net als jij zojuist 70 kilometer met zware bepakking zou hebben gefietst, zou ik wel weten wie het melkzuur uit mijn vermoeide kuiten mocht masseren.

Dat klinkt misschien wat seksistisch, maar vergeleken met Jack Warner, de producent van Tall Story, val ik vast nog mee. Warner droeg regisseur Joshua Logan op om bij Jane Fonda (die een cheerleader speelt) aan te dringen om vullingen in haar beha te doen.

Tja Bob, in onze eerdere filmmarathons leerde ik dat jij altijd wel in bent voor juicy details, dus heb ik ondertussen maar even in Fonda’s autobiografie gebladerd. Zo lees ik dat de regisseur Jane’s wangen te dik vond, waardoor ze volgens hem te snoezig voor drama’s was en daarom nooit een groot actrice zou kunnen worden. Iemand anders zou zelfs hebben gesuggereerd om haar kaken te breken en enkele kiezen te laten trekken!

Leuk trouwens om ook Anthony Perkins in een van zijn eerste hoofdrollen te zien. Hij is de beste basketballer van het team en benadert scoren “op een wetenschappelijke manier”. Yeah, right! Voor Alfred Hitchcock geen bezwaar, want die castte Perkins hetzelfde jaar voor de psychopathische moteleigenaar in Psycho.

 

2. The Chase (1966)

COR:
The Chase is van een geheel andere orde. De lieflijke, naïeve romantiek van Jane Fonda’s debuut maakt plaats voor deze thriller van Arthur Penn, een van de pioniers van New Hollywood. Dan hebben we het over artistieke vrijheid voor de regisseur, een sociaal geëngageerd plot, opnames op locaties en expliciet geweld.

De film barst uit zijn voegen van (te veel) acteersterren, waardoor je je moeilijk kunt identificeren met hun personages.

Het verhaal is simpel: boef Buffer (Robert Redford) is ontsnapt uit de gevangenis en wordt onterecht beschuldigd van de dood van een politieagent. Buffer is op weg naar zijn liefje Anna (Jane Fonda) in een Texaans stadje, waar een industrieel de scepter zwaait en sheriff Calder (Marlon Brando) de opgefokte orde probeert te handhaven.

Het memorabele einde kon niet voorkomen dat de film flopte in Amerika. Arthur Penn brak een jaar later door met Bonnie and Clyde, waarin de rebellie en het anti-autoritaire karakter van de nieuwe Amerikaanse samenleving (in films) veel meer tot de verbeelding spraken.

En Jane Fonda? Die klaagde over haar bescheiden rolletje (wel met mooi accent) in The Chase. Ze had zoveel tijd tijdens de opnames dat ze bijvoorbeeld een groot strandfeest voor Hollywood-collega’s organiseerde en nodigde The Byrds uit die zojuist waren doorgebroken met Dylan’s Mr. Tambourine Man.

The Chase was met negen kwartier wel een lange zit. Tijd voor een wandeling.

 

BOB:
Ha, dat strandfeest had ik wel bij willen zijn om de sfeer van 1966 te proeven. Jij hebt toch connecties met Axel F. Jomich en zijn filmhuis van het verleden? Neemt hij ook bezoekers mee?

Ja jemig – negen kwartier die ik niet meer terugkrijg. Wat een langdradige film, met maar spaarzame hoogtepunten, terwijl ik best uitkeek naar een Arthur Penn-film. Het heet The Chase maar die duurt maar tien minuten.

Wat ik zo gek vind aan de film is dat na de ontsnapping van Buffer letterlijk iedereen het constant over hem heeft. 800 keer hoor je zijn naam vallen, terwijl nooit duidelijk wordt waarom ze nou allemaal precies die stress hebben. Het is ook nog een aardige dude.

En helemaal mee eens dat er weinig chemie is tussen karakters, acteurs en verhaal, zoals jij al zei. Brando als sheriff is bijna een mini-film in de film. Redford en Fonda zijn een leuk duo tezamen maar veel te kort in beeld. Edward Fox is verwarrend. Anderen zijn ronduit klootzakken. Voor wie de film het beste uitpakt, is Robert Duvall in zijn rol als slapjanus-bankassistent.

Btw: kaken laten breken om acteur te kunnen worden? Wtf?

 

3. Tout va bien (1972)

BOB:
Die pauze had ik hard nodig om de negen kwartier die ik nooit meer terugkrijg weg te spoelen. Uden is wel groener dan ik dacht maar een paar koffiebarretjes erbij zou wel leuk zijn.

Je hebt nu wat voor me? Godard? Godard én Fonda? Ik ben verbaasd.

We zien hoe echtpaar Yves Montand en Jane Fonda (ze spreekt vloeiend Frans) een vleesfabriek bezoeken die bezet wordt door boos personeel. Zij werkt bij CBS en mag een item maken met de min of meer gegijzelde directeur. Maar het personeel gijzelt hen ook. Veel kabaal en drukte.

Aan de ene kant heeft de film begrip voor de arbeiders. De twee krijgen een spoedcursus arbeiderscultuur en gaan zelfs hun werk doen. En aan de andere kant bespot de film ook wel de Parijse studentenrevolutie van ‘68 – vooral met de lange monoloog van de directeur. Mooie quote: “Er zijn boeren die boeren. Arbeiders die werken. En bourgeois die bourgeoisiën.”

Genoeg Godardiaanse momenten. We zien acteurs direct in de camera praten, horen dialogen buiten beeld en luisteren naar een monoloog over klassenstrijd. Het dwars doorgesneden decor van de fabriek is ingenieus en de film alleen al waard. Een soort groot poppenhuis.

Fonda en Montand ogen soms wat zoekende met hun spel. De onderschatte Vittorio Caprioli (ook erg vermakelijk in Le Magnifique) als opgesloten directeur steelt de show.

En ja, er is dus een link van Jane Fonda met de Franse cinema. Deze film met Godard was niet eens haar eerste Franse film. In 1964 speelde ze al in La Ronde, met Alain Delon, van Roger Vadim, met wie ze zou trouwen en een kind krijgen.

Wat is er toch veel moois te kiezen met Jane Fonda om en nabij de jaren zeventig. Toppers als Klute, They Shoot Horses, Don’t They?, Barefoot in the Park en China Syndrome. Ik ga dan toch voor Klute. Wat is jouw favoriet?

 

COR:
Tijdens onze vorige filmmarathon vroeg jij of ik voor het eerst in mijn leven een IPA-biertje wilde proberen. Hoewel ik die niet te zuipen vond, laat ik mij ditmaal verleiden tot mijn allereerste glas alcoholvrije wijn ooit. En ik moet bekennen: je gaat er al net zo veel door lullen als met echte wijn.

Tout va bien van Godard is natuurlijk een mooi voorbeeld van hoe hij destijds worstelde met het kapitalistische systeem en zijn hang naar het communisme. Opvallend is de casting van Jane Fonda, een Amerikaanse journalist die de werkvloer wil leren kennen en samen met Yves Montand worsten draait in een vleesfabriek. Met haar nieuwe, rebelse kapsel (een nonchalante, in laagjes geknipte pony) lijkt ze zo weggelopen van de set van Klute (1971).

Godard was in zijn nopjes dat hij Fonda had kunnen strikken. Hij kreeg de financiering rond omdat ze inmiddels een gevierde actrice was. Bovendien was ze activist.

Fonda had helemaal geen zin in Tout va bien, kreeg felle ruzie met Godard, maar besloot het beste ervan te maken. Ze zat met haar gedachten bij de Vietnamoorlog, waartegen ze fel protesteerde. Jane Fonda had met Donald Sutherland (haar tegenspeler in Klute) zojuist een reis gemaakt langs Amerikaanse legerbases om soldaten te steunen die zich tegen de oorlog keerden.

Na de opnames van Tout va bien vloog ze naar Hanoi, de hoofdstad van Noord-Vietnam. Fonda wilde met eigen ogen zien wat de Amerikaanse bombardementen daar aanrichtten en riep op de radio piloten op om te stoppen met bombarderen. Nadat ze werd gefotografeerd op een Noord-Vietnamese luchtafweerinstallatie, kreeg “Hanoi Jane” bij thuiskomst bakken kritiek en haat over zich heen. Later zou de actrice meermaals spijt betuigen over die foto.

Na Klute won Fonda haar tweede Oscar voor haar rol in Coming Home (1978) als vrouw van een marineofficier die verliefd wordt op een Vietnamveteraan in een rolstoel. Misschien wel haar beste rol, om jouw vraag te beantwoorden.

 

4. The Electric Horseman (1979)

COR:
Voordat ze zich in de eighties ging storten op aerobics-films (die bewaren we voor een andere marathon), sloot Fonda haar boeiende jaren 70-carrière af met The Electric Horseman. Na The Chase (1966) en Barefoot in the Park (1967) opnieuw een romance met Robert Redford.

Het personage van Redford was vijf keer allround wereldkampioen rodeo totdat hij aan de drank raakte en zijn dagen slijt als een in lichtjes gestoken paardrijder op de Las Vegas Strip. Aangemoedigd door een reporter (Fonda) wil hij een daad stellen en zijn arme paard onttrekken aan de publiciteit en verdere mishandeling.

Fonda en Redford vormen een goed koppel, hun onderlinge bewondering en aantrekkingskracht spatten er soms van af. Maar ja, de jaren 80 liggen op de loer, dus zien we al regelmatig afzichtelijke kleren, brillen en kapsels, en worden we bedolven onder het gemauw van Willy Nelson. Zeg Bob, vond jij ook dat Fonda met die foute broek, laarzen en lippenstift eruit ziet als Dustin Hoffman in Tootsie?

Het verhaal is voorspelbaar, maar gelukkig is onze voormalige rodeokampioen direct van zijn alcoholverslaving genezen nadat onze bemoeizuchtige reporter hem diep in zijn ogen heeft gekeken.

 

BOB:
Ik moet zeggen: deze film is inderdaad weinig vernieuwend maar het was het kijken waard. Redford is best goed, vond ik, vooral aan het begin als dronken en verlopen rodeoheld (en inderdaad verdomd snel sober is, misschien ging hij ook over op alcoholvrije wijn?).

Een man-hunt ontstaat en Fonda, de stadse mediavrouw, helpt hem in ruil voor een verhaal. Al kost het wat overtuiging. “Ik ben niemands verhaal, maar mijn eigen persoon.”

Natuurlijk leuk contrast. Grappen over Fonda’s stadse outfit (kan me niet herinneren of ze op Dustins Hoffmans Tootsie lijkt?). Haar onhandige laarzen en te zware koffers. Het is een soort roadmovie met een paard en een winnebago.

Aan cinema heeft deze film van Sydney Pollack (overigens de regisseur van Tootsie!) niet veel te bieden, het is vergelijkbaar met andere makkelijk wegkijkende Pollacks, zoals Bobby Deerfield en Three Days of the Condor, opnieuw met Redford, wiens recente overlijden we met deze marathon zo ook een beetje eren.

En voor de verandering véél Jane Fonda, en altijd weer intens, het lijkt alsof de automatische piloot niet bestaat in haar acteerwereld.

 

5. Et si on vivait tous ensemble? (2011)

BOB:
De laatste film begint hoopvol met de uiteenzetting van een aantal personages in een vriendenkring van vijf ouderen. Ze gaan samen in een commune wonen. En ze huren een etnograaf in (Daniel Brühl). Die ook moet dealen met de sekslevens van ouderen.

Gemakkelijk is het niet. Ruzie om een tuin (“Ik wil er een zwembad van maken”), een man die escortdames inhuurt, een affaire die uitkomt.

Het is een met veel waterig melodrama aangelengde komedie (arthouse). De humor zit hem in de soms zich anarchistisch gedragende ouderen. Het melodrama zit hem in het ouder worden, met een onvermijdelijk einde.

Niks tegen films over ouderen. Deze is redelijk eerlijk en er zijn er weinig van denk ik. Toch hoeven ze niet zo weinig verrassend te zijn, met als doel om maar een zo breed mogelijk arthousepubliek aan te boren. De film doet helaas verder niets, filosofisch of in stijl.

Fonda doet niet onder voor de vloeiende Fransozen maar ze kan ook niet echt uitblinken met dit scenario. De scènes met Daniel Brühl zijn wel vermakelijk (“Ik? Je grootmoeders leeftijd?”). Pierre Richard heeft echte komedietalenten, maar hier is hij vooral serieus.

Er is een stripboekserie waar ik ook aan moest denken: Les Vieux Fourneaux. De strip is vergelijkbaar maar iets geestiger dan deze film van Stéphane Robelin. Onvermijdelijk ook verfilmd in 2018 met… opnieuw Pierre Richard! Helaas is die verfilming ook niet echt geweldig.

De filmmarathon eindigt hiermee wel een beetje met een sof, maar goed, een marathon is ook 42.195 meter cinema, en na de dertig begint het altijd pijn te doen…

 

COR:
Ik moest bij deze film denken aan The Best Exotic Marigold Hotel – opvallend genoeg verschenen in hetzelfde jaar als Et si on vivait tous ensemble? – met daarin seniore grootheden van de Britse cinema. Ook al zo’n kluchtig verhaal met dramatische elementen over ouder worden.

Ondanks het aandoenlijke slot moeten we misschien onze volgende filmmarathon eindigen met een meer spectaculaire film – hoewel het altijd fijn is om te zien hoe een actrice of acteur zich ontwikkelt van jeugdig debuut tot de herfst van de carrière.

Om maar met Jane Fonda te spreken: “Dit is wat ik zeg over ouder worden: het lijkt echt beangstigend wanneer je er van buitenaf naar kijkt. Maar als je er eenmaal in zit, is het helemaal niet eng. Je voelt je zelfs beter.”

 
18 oktober 2025

 

 
Meer filmmarathons

The Session Man

**
recensie The Session Man
Nicky Hopkins verdient beter

door Jochum de Graaf

Met The Session Man wil regisseur Michael Treen de onderbelichte carrière van Nicky Hopkins, de briljante sessiepianist die een onuitwisbaar stempel drukte op het gouden tijdperk van de popmuziek, in de schijnwerper zetten. Helaas vervalt de veel te detaillistische en oppervlakkige documentaire tot een hagiografie.

In de dertig jaar van zijn carrière leverde studiomuzikant Nicky Hopkins aan ruim 250 albums een essentiële bijdrage. Hij behaalde twee keer een ‘grand slam’: de eerste keer in 1968 toen hij zowel op albums van The Rolling Stones als van The Beatles, The Kinks en The Who, de toenmalige Grote Vier van de Britse popmuziek, had meegespeeld. De tweede keer kwam in 1989, toen hij in 18 jaar tijd hij een bijdrage had geleverd aan een soloalbum van alle vier ex-Beatles.

The Session Man

Het iconische intro van She’s like a Rainbow (The Rolling Stones) is een nummer van zijn hand. In Sympathy for the Devil, misschien wel het meest karakteristieke Stones-nummer, is het niet het gitaarspel van Keith Richards, maar de straf voortstuwende piano-akkoorden van Nicky Hopkins die het nummer zijn rauwe kracht geven. Bij The Song is Over, klassieker van The Who, versterkte zijn pianospel juist de melancholische gratie van het nummer. Zonder Hopkins melodieuze bijdrage zou Joe Cockers You Are So Beautiful nooit zo’n kaskraker geworden zijn. Hij speelde mee op John Lennons beroemdste album Imagine, al is er enige discussie of Nicky Hopkins of toch John Lennon zelf de pianopartij in Jealous Guy voor zijn rekening nam.

Breed repertoire van stijlen
In The Session Man komt Nicky zelf in een interview uit 1993 aan het woord, een jaar voor zijn dood. Hij vertelt dat hij op zijn derde onder een vleugel stond en dat zijn moeder hem optilde zodat hij bij de toetsen kon. Hij groeide op in de Londense voorstad Perivale en won een studiebeurs voor de Londense Royal Academy of Music. Op zijn zestiende studeerde hij overdag klassieke muziek en ’s avonds trad hij op met een band onder leiding van de excentrieke Britse Screaming Lord Sutch.

Al gauw ging Hopkins’ naam door het clubcircuit en werd hij een veelgevraagd muzikant. Met zijn klassieke opleiding, gecombineerd met zijn rock-’n-roll-ervaring kon hij putten uit een breed repertoire van stijlen die hij moeiteloos met elkaar verbond. ‘De meeste bands bestonden uit gitaren en drums, ze beseften dat de piano harmonische rijkdom en melodieuze flair toevoegde’, klinkt het in het commentaar.

Behalve bij de reeds genoemde bands en artiesten trad Nicky Hopkins ook op als sessiemuzikant bij uiteenlopende muzikanten als The Hollies, Rod Stewart, Donovan, Cat Stevens, P.P. Arnold, Graham Parker & The Rumour. Hij werd uitgenodigd lid te worden van Led Zeppelin, maar koos voor The Jeff Beck Group, in wie hij meer muzikaal potentieel zag.

Midden jaren zeventig en in de jaren tachtig verbleef hij langere tijd in de VS. Hij ging de studio in met de Steve Miller Band, stond met Jefferson Airplane op het podium op het legendarische Woodstockfestival. Hij leverde aan 9 van de 11 nummers op Schmilsson, het legendarische album van Harry Nilsson, een bijdrage. Raakte bevriend met Jerry Garcia, voorman van super undergroundband The Grateful Dead, woonde langere tijd bij John Cipollina, leider van Quicksilver Messenger Service, de band waar Hopkins deel van uit ging maken. Art Garfunkel vroeg hem om mee op tournee te gaan en David Soul, steracteur van de jaren tachtig hitserie Miami Vice, huurde hem in om zijn muzikale aspiraties vorm te geven.

‘Het is ongelooflijk om te bedenken dat Nicky niet alleen een belangrijk onderdeel was van de meest inventieve periode in de Londense muziekscene van de jaren 60, maar ook iedereen in de Amerikaanse scene aan de westkust heeft beïnvloed’, stelt Peter Frampton.

Ziekte van Crohn
Nicky Hopkins had een zwakke gezondheid. Hij stierf september 1994, was nog maar 50. Op zijn negentiende belandde hij in het ziekenhuis met een mysterieuze ziekte. In een urenlange operatie sneden de artsen, zoals dat plastisch wordt uitgedrukt, ‘delen van zijn darmen weg’. Hopkins bleek aan de ziekte van Crohn te lijden. In de film legt Sara Sleet CEO van de liefdadigheidsinstelling Crohn’s & Solitis UK uit dat het daarbij gaat om een ongeneeslijke ingewandsstoornis doordat het immuunsysteem niet werkt.

The Session Man

De jonge muzikant Tom Speight vertelt dat leven met Crohn geen pretje is. Optreden is zwaar en vermoeiende tournees zijn niet eigenlijk niet te doen. De ziekte was voor Nicky Hopkins de belangrijkste reden om zich op zijn sessiewerk te concentreren. Zijn ziekte verhinderde overigens niet dat Nicky grote hoeveelheden drank en drugs tot zich nam, hij hele periodes van de kaart was en dat zijn vroege dood niet onverwacht kwam. Zijn tweede vrouw, Moira, vertelt over de laatste moeizame, maar toch ook gelukkige jaren in een tweekamerappartement in Nashville.

Hagiografie
Voorwaar, het zijn wapenfeiten die een indrukwekkend eerbetoon aan de man, die algemeen wordt beschouwd als de beste studiomuzikant uit de geschiedenis van de rockmuziek, had kunnen opleveren. Maar wat valt The Session Man in dat opzicht tegen. We krijgen een niet aflatende stroom aan muzikanten, producers, platendirecteuren, concertorganisatoren en Crohn-deskundigen te zien, keurig chronologisch ingedeeld naar alle episodes, de platensessies, de optredens, de vele ontmoetingen met al die popgrootheden, het verloop van zijn ziekte. Allemaal talking heads die het een na het andere cliché debiteren, en een litanie aan loftuitingen: ‘fantastisch’, ‘geweldig’, ‘legende’, ‘geniaal’, ‘ongelooflijk talent’, ‘bijzonder sympathiek’, ‘met hem erbij werd het nummer zoveel beter’, ‘hij had een instinct voor de juiste toon op het juiste moment’. The Session Man verwordt daarmee tot een hagiografie.

Illustratief is het interview met Moira die vertelt hoe ze hem na een concert ontmoette. ‘Hij was zo aardig’, had ze tegen haar vriendin gezegd, ‘met zo iemand zou ik wel willen trouwen.’ En verdomd, een half jaar later was ze met hem getrouwd. Volgens haar spiegelde Nicky zich aan Chopin, wat op zich een mooie invalshoek had kunnen opleveren. Moira houdt het bij de opmerking ‘Nicky geloofde in reïncarnatie’. Nicky Hopkins verdient oneindig veel beter.

 

27 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Quisling – The Final Days

****
recensie Quisling – The Final Days
Erik Poppe’s nieuwe drama over de Noorse geschiedenis

door Jochum de Graaf

De meeste Tweede Wereldoorlog-films gaan over helden, bevrijders, verzetsstrijders en slachtoffers. Met The Zone of Interest, Führer und Verführten en Riefenstahl lijkt er zich, rond tachtig jaar herdenking van de WOII, een verschuiving naar films over daders af te tekenen. Quisling – The Final Days is een nieuw hoogtepunt in deze trend. Erik Poppe maakte dit indrukwekkende biografische drama over de Noorse fascist en premier van 1942-1945, de man die synoniem werd met verraad en collaboratie.

Er zijn maar weinig mensen wiens naam een soortnaam geworden is. Vidkun Quisling, leider van de Nasjonal Samling, de Noorse nazipartij, probeerde al direct na de Duitse inval in Noorwegen door middel van een coup aan de macht te komen, maar  Hitler benoemde in eerste instantie net als in Nederland een Reichskommissar. Pas twee jaar later werd Quisling, onder strenge controle van de Duitse bezetter, benoemd tot minister-president en installeerde een marionettenregime dat verantwoordelijk was voor de Jodenvervolging en onderdrukking van het Noorse verzet. De naam ‘quisling’ werd in veel talen, waaronder het Nederlands, synoniem voor de absolute collaborateur en verrader.

Quisling – The Final Days

Dagboek van een pastor
Quisling – The Final Days begint met de overgave 9 mei 1945 van Vidkun Quisling en de overbrenging naar het hoofdbureau van politie in Oslo. Het proces tegen hem begon augustus datzelfde jaar en leidde tot het doodvonnis; de executie werd in oktober voltrokken.

De laatste maanden van zijn leven in een krap bemeten cel kreeg Quisling vanuit de evangelisch-lutherse Kerk van Noorwegen bijstand toegewezen door pastor Peder Olsen. Olsens dagboek, dat volgens de kerkregels vertrouwelijk had moeten blijven, werd in 2015 gevonden door diens kleinzoon en is nu het uitgangspunt van de indrukwekkende verfilming van Quislings laatste dagen door regisseur Erik Poppe.

Poppe zoomt in op de gecompliceerde persoonlijkheid van Quisling. Begin jaren twintig was hij als lid van een hulpmissie van de Volkerenbond, voorganger van de VN, assistent van de beroemde ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen, in het kader van een hongersnood in de Wolga-regio. Daar werd de kiem gelegd voor zijn grote afkeer van het bolsjewisme, en zeker na de Stalinterreur in de jaren dertig zag hij vervolgens in het fascisme van Hitler de enige macht die dat zou kunnen stoppen.

Vergeving vragen?
Hoofdrolspeler Gard B. Eidsvold, zelf kind van Noorse verzetsstrijders, zet sterk inlevend de man neer die het ene moment grote woede-uitbarstingen heeft en het andere moment kalm, rationeel en met overtuiging zijn onschuld wil aantonen. Hij heeft wel enige deemoed met zijn slachtoffers maar wordt anderzijds gehinderd door een enorm messiascomplex.

Quisling beweert in de rechtszaal dat als er iemand is die weet hoeveel de Joden geleden hebben, hij dat is. In Oekraïne heeft hij de lijken opeengestapeld tot manshoogte gezien. Hij had geen weet dat zijn medewerking aan het op transport stellen van een groep Joden naar Polen neerkwam op deportatie en een wisse dood in de concentratiekampen. Hij heeft altijd het belang van het Noorse volk voor ogen gehad. Zijn advocaat beveelt hem aan zich psychisch te laten onderzoeken, maar hij wil daar niets van weten. Hij is zich niet van enig kwaad bewust.

Tegenspeler Anders Danielsen Lie (The Worst Person in the World), in de rol van predikant Peder Olsen, is daarentegen een man van twijfel, over zijn roeping als pastor, over zijn geloofsovertuiging, zijn eigen positie en daden tijdens de bezetting.

Allengs ontstaat een soort vertrouwensband tussen beide mannen. Hun gesprekken gaan niet zozeer over goed en kwaad, maar spitsen zich toe op spijt, vergiffenis, boetedoening. Peder Olsen houdt Quisling de Bijbelse gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar uit het Nieuwe Testament voor. Essentie van deze parabel is dat wie nederig is, vergeving van God krijgt.

Quisling bijt Olsen toe: ‘Ik ben zeker de hautaine farizeeër, die er slecht vanaf komt.’ Olsens bekentenis dat hij zich geplaagd voelt door wroeging omdat hij de arrestatie van een ouder Joods echtpaar dat bij hem en zijn vrouw ondergedoken zat niet heeft weten te verhinderen, doet hem uitroepen dat hij misschien zelf de farizeeër is. Het brengt Quisling, telg uit een predikantenmilieu en erudiet Bijbelkenner, al is het voor even, aan het twijfelen. Zal hij boete doen en vergeving voor zijn zonden vragen?

Quisling – The Final Days

De echtgenotes
Het scenario schakelt fascinerend tussen de gevangenis, de rechtszaal, Olsens huis en dat van Quislings Oekraïense vrouw Maria (Lisa Carlehed). Het maakt dat je, ondanks de bekendheid met de afloop, geboeid blijft kijken. Dat Olsen in eerste aanleg in Quislings onschuld ten aanzien van de Jodenvervolging gelooft, levert hem thuis problemen met zijn  vrouw Heidi op. Net als een groot deel van het Noorse volk minacht ze Quisling. Ze gelooft dat hij wist wat hij deed en wil dat hij op zijn knieën om vergeving smeekt voordat hij wordt neergeschoten. Hoewel ze aanvankelijk uiterst kritisch is op de meegaande taakopvatting van haar man, betuigt ze hem uiteindelijk haar steun.

Maria Quisling daarentegen moedigt de donkerste opvattingen en het verwrongen wereldbeeld van haar man aan en raadt hem aan nooit zijn fouten toe te geven of zijn overtuigingen op te geven. Het geeft de tegenstelling tussen Quisling en Olsen een imposant reliëf. Begrip is niet het juiste woord, maar een voorstelling hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen, komt toch zeer dichtbij.

Met The King’s Choice (2016) over de oude Noorse koning Haakon VII die zich manhaftig verzet tegen de nazi’s en met Utøya: July 22, (2018) over de massamoord van neonazi Anders Breivik op 69 sociaaldemocratische jongeren verfilmde regisseur Erik Poppe al eerder de meest dramatische gebeurtenissen uit de Noorse geschiedenis. Met Quisling – The Final Days  voegt hij daar een nieuw magistraal hoofdstuk aan toe.

 

1 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

A Complete Unknown

****
recensie A Complete Unknown
Bob Dylan veranderde de muziek voorgoed

door Jochum de Graaf

Met acht Oscarnominaties is A Complete Unknown rijkelijk bedeeld. Een ouderwets goed gemaakte Hollywoodfilm over de ontwikkeling van het fenomeen Dylan in de jaren zestig van zijn aankomst in New York 1961 tot het baanbrekende optreden op Newport Folk Festival 1965.

Het is januari 1961 als de 20-jarige Robert Zimmerman, artiestennaam Bob Dylan, met zijn gitaar in de hand uit de bus stapt in Greenwich Village, waar ‘het’ allemaal gebeurt op muzikaal gebied. Hij wil op bezoek bij zijn grote held, folkzanger Woody Guthrie, maar die ligt in een ziekenhuis in New Yersey, heeft de ziekte van Huntington, kan niet praten, laat staan zingen. Pete Seeger, die andere grote folklegende van begin jaren zestig, is op bezoek. Ze zijn diep onder de indruk als de jonge Bob zijn speciaal geschreven Song for Woody speelt.

A Complete Unknown

Folkscene
Seeger ontfermt zich over Dylan en introduceert hem in de levendige folkscene van New York. Het is de enerverende tijd van de opkomende burgerrechtenbeweging, waarin Seeger actief is: van de Cuba-crisis, de moord op Kennedy, de jeugdrevolutie. In het kielzog van Seeger groeit Dylan uit tot een icoon van de jaren zestig, de wereldberoemde protestzanger met zijn nog steeds relevante songs als Blowin’ in the Wind en The Times They Are a-Changin’.

Aan het eind van de film is er het generatieconflict wanneer Dylan op het Newport Folk Festival 20 juli 1965 aangeeft een aantal nummers met elektrisch versterkte gitaren te gaan spelen. Voor puristen als de oude Pete is er op het belangrijkste folkfestival van Amerika geen plaats voor moderne gitaarherrie. Het conflict loopt zo hoog op dat Seeger gewapend met een bijl de mengtafel bestormt en dreigt de kabels door te snijden. 

Artistieke sfinx
De filmtitel, A Complete Unknown, komt uit Like a Rolling Stone, de song waarmee Dylan op Newport zijn luidruchtige breuk met de dogmatische wereld van folkmuziek en overjarige wereldverbeteraars aangaf. Maar het geeft ook voeding aan de mythologisering van Dylan zelf, de sfinx die zich graag in nevelen hult.

Naast een schitterend tijdsbeeld over een van de meest belangrijke veranderingen in de moderne popgeschiedenis biedt de film een goed inzicht in Dylans artistieke brille, zijn worsteling met de wereldroem en vooral ook zijn moeizame omgang met vrouwen, en hoe hij überhaupt in het leven staat.

Hij heeft een aan-uit-verhouding met de liefdevolle Sylvie Russo (gebaseerd op Dylans eerste grote liefde Suze Rotolo) met wie hij een goede intellectuele klik heeft, maar zijn wispelturigheid, rusteloosheid, continue experimenteerdrift biedt weinig zicht op een standvastige relatie. Op tournee onderhoudt hij een vrijage met de veel oudere Joan Baez, net als hij jarenzestigicoon. Maar eigenlijk zou hij het liefst een ongebonden artistiek vrijgezellenbestaan leven.

Wanneer Sylvie alleen op vakantie gaat en het onzeker is wanneer ze elkaar weer zullen zien, zegt ze: ‘Ik besef dat ik je eigenlijk niet ken.’ Veelbetekenend is de scène wanneer Dylan met Sylvie naar de film Now Voyager (1942) zit te kijken. Bette Davis kreeg een Oscar voor haar vertolking van de oude vrijster die zich ontworstelt aan haar strenge dominante moeder en zich ontwikkelt tot een extroverte, aimabele vrouw. ‘Kijk’, zegt hij over haar, ‘Ze maakte iets anders van zichzelf, een persoon die ze op dat moment wilde zijn.’

Motorongeluk
Todd Haynes’ I’m Not There (2007) probeerde grip op het fenomeen te krijgen en toonde Dylan in liefst zes verschillende fictieve variaties met even zovele acteurs. De Coen-broers creëerden in Inside Llewyn Davis (2013) een muzikant die op Dylan leek. Martin Scorsese maakte in 2019 een fantasievolle documentaire Rolling Thunder Revue: A Bob Dylan Story over de gelijknamige legendarische tournee in 1975, nadat hij in 2005 met No Direction Home al een vingeroefening had gemaakt. Het zijn films die reflecteren op de raadselachtige, sfinxachtige persoon die Dylan is.

Het sterke van A Complete Unknown is dat we juist in een conventionele Hollywood-opzet de ontwikkeling van het enigma Dylan te zien krijgen. Dylan die zich om god weet wat voor reden tegen zijn eigen fans afzet en weigert om een ​​aantal van zijn grootste hits te spelen als hij met Baez op tournee is. Waarom hield hij zo hardnekkig vast aan het plan om elektrisch te gaan in Newport, was dat recalcitrantie of voelde hij juist de veranderende tijdgeest zo goed aan?

A Complete Unknown

En dan is er de motor. Dylan die bij emotionele gebeurtenissen op zijn motor stapt en zonder helm of motorpak met wapperende haren door de stad rijdt of over een lange door bomen omzoomde landweg. Waar denkt hij aan, wat gaat er door zijn hoofd? Het is een motief dat doet denken aan de Wet van Tsjechov: als je een revolver in een stuk te zien krijgt, is dat een aankondiging dat er op zeker moment een schot mee gelost zal worden. In het geval van Dylan verwacht je het motorongeluk in juli ’66 te zien. Het was een jaar na Newport en zou de tweede cesuur in zijn carrière inleiden. Pas acht jaar later ging hij weer op tournee.

Geloofwaardige interpretaties
A Complete Unknown kent een sterk scenario en een uitstekende cast. Dylan gaf zijn zegen aan tieneridool Timothée Chalamet, die een zeer geloofwaardige interpretatie van hem neerzet. Monica Barbaro lijkt ook fysiek erg op Joan Baez. Edward Norton zet een zeer solide Pete Seeger (inclusief banjo) neer. Boyd Holbrook speelt overtuigend Johnny Cash, die al vroeg het genie in Dylan zag.

Regisseur James Mangold – die ook tekende voor Walk the Line, de biopic van Johnny Cash en vrouw June Carter – had veel overleg over de historische juistheid met Dylan, die tegelijkertijd bedong dat er ook fictieve elementen zouden worden toegevoegd. Natuurlijk is niet bekendgemaakt welke dat zijn.

Maar waarheidsgetrouwheid is helemaal niet zo interessant. Veel boeiender is die kennismaking met het ongelooflijk creatieve genie van Dylan, de man die de popmuziek voorgoed zou veranderen en nog steeds actief is. Dat toont zich in de indrukwekkende soundtrack en de enerverende optredens in de film waarbij je ook in de bioscoop uit je stoel opveert. A Hard Rain’s A‐Gonna Fall, Highway 61 Revisited, Mr. Tambourine Man, Maggie‘s Farm, Like a Rolling Stone en It‘s All Over Now, Baby Blue.

Let vooral eens op het publiek in Newport wanneer Bob voor het eerst The Times They Are a-Changin’ speelt, het nummer dat we ook nu nog vrijwel geheel uit het hoofd kennen. Die blikken die het onmiddellijk lijken te herkennen als meesterwerk. Geweldige scène.

 

20 februari 2025

 

ALLE RECENSIES

Maria

***
recensie Maria
Ondergang van een opera-diva

door Jochum de Graaf

Angelina Jolie speelt een sterke hoofdrol. Maar Pablo Larraíns Maria over de laatste dagen van Maria Callas, de grootste operadiva aller tijden, overtuigt niet echt door de onsamenhangende verhaallijnen.

Het is september 1977, twaalf jaar nadat ze in de Covent Garden in Londen voor de laatste keer op een podium stond. Operadiva Maria Callas was 41 toen haar stem haar in de steek liet en haar carrière zo goed als over was. Ze zegde steeds vaker op het laatste moment concerten af, verbond van de weeromstuit exorbitante eisen aan haar optredens, waardoor het publiek haar misplaatste sterallures begon te verwijten.

Maria

Haar deconfiture betekende niet dat ze in de anonimiteit verdween. Callas was eind jaren zestig, begin jaren zeventig een wereldberoemde stijl-icoon, deed een aantal afscheidstournees, speelde een imposante titelrol in Pasolini’s Medea (1969). Maar vooral vanwege haar melodramatische liefdesrelatie met de puissant rijke Griekse reder Aristoteles Onassis was ze niet uit de schandaalpers weg te slaan.

In de tweede helft van de jaren zeventig trok ze zich terug in een luxueus appartement in Parijs. 16 september 1977 stierf ze aan een hartaanval. Ze was pas 53.

Verval
Maria
begint met de laatste weken die ze in dat grote appartement doorbrengt, omringd door haar trouwe bedienden Bruna en Ferruccio en haar hondjes. Ze komt zelden het huis uit, draait rond in haar herinneringen, de triomfen, de neergang. Ze is verslaafd aan drank en pillen, een leven in groteske eenzaamheid en pijn.

Af en toe heeft ze een opleving. ‘Ik ben in de stemming voor adoratie’, zegt ze op een zonnige dag tegen haar bedienden. Het is een even grappige als meelijwekkende opmerking van de grote diva, gevangen in de schaduw van haar eigen iconische status.

Belangrijk thema in de film is de achteruitgang van haar stem. Met een autoritaire, nogal pedante stemcoach probeert ze aan een comeback te werken. Op een gegeven moment dwingt ze haar butler Ferruccio om een bandrecorder aan te schaffen zodat ze haar vroegere met de huidige opnamen kan vergelijken. Maar de recitals laten vooral zien dat het verval onmiskenbaar is ingezet.

Callas is bijzonder eigengereid, slaat alle goed bedoelde adviezen van de weinige naasten, zoals zus Yanika die nog in de buurt zijn, in de wind en krijgt steeds meer last van een vervagend geheugen. Obsessief probeert ze vast te houden aan haar sterrenstatus.

Ferruccio krijgt vrijwel dagelijks de opdracht om de piano net weer in een andere hoek van de kamer te zetten, zodat de zoninval haar gezicht beter laat uitkomen, mocht er iemand komen om haar te fotograferen of te filmen.

Mandrax
Het verhaal wordt vooral verteld aan de hand van een in scène gezet tv-interview met een zekere Mandrax, een jonge journalist die verliefd op haar is. Mandrax is de naam van het slaapmiddel waaraan Callas verslaafd raakte en dat hallucinaties en waandenkbeelden veroorzaakt.

Het interview is een kunstgreep die de gelegenheid biedt tot vage flashbacks met de suggestie van opgelopen jeugdtrauma’s in het door de nazi’s bezette Griekenland. Callas raakt in trance van haar meest fameuze optredens in La Scala in Milaan, de New Yorkse Met, Covent Garden in Londen. Het is een ratjetoe van aan elkaar geplakte gebeurtenissen die niet verder gaan dan wat je al weet en niet bijdragen tot een nieuw of dieper inzicht in de psyche van Callas.

Maria

Mandrax gaat met Callas uitgebreid in op de ontmoeting met en de onstuimige verwikkelingen in haar gepassioneerde maar ook giftige verhouding met grote liefde, Onassis. En de brute verbreking daarvan die volgens menigeen haar vroege dood inluidde.

We zien de brisante scène in een restaurant. John F Kennedy verschijnt aan haar tafel en Callas beweert dat hij een opzichtige toenaderingspoging deed onder het voorwendsel dat hun wederzijdse echtgenoten Onassis en Jackie er ook een publiek geheime relatie op nahielden. Maar het ontstijgt niet het niveau van een verzonnen pikante anekdote.

‘Diva-trilogie’
Het is wel een omineuze scène omdat regisseur Pablo Larraín ook het leven van Jackie Kennedy verfilmde. Na Jackie (2015) en Spencer (2021), over Lady Di, is Maria het slot van zijn ‘diva-trilogie’, de verfilming van drie iconische vrouwenlevens: over glorie, ondergang en de zware tol van de roem. Maria is van die drie de minst geslaagde aflevering.

En dat ligt niet aan Angelina Jolie, die uit eigen ervaring met het turbulente leven in de schijnwerpers kan putten. Ze heeft maandenlang haar zangtechniek geoefend en benadert mede door AI-techniek het origineel van Callas zeer dicht. Het diva-gedrag – zowel de glamourkant als de paranoiakant – gaat haar goed af. Ze oogt alleen wat minder kwetsbaar dan de echte Maria Callas, die we zoals in alle biopics van tegenwoordig in slotbeelden te zien krijgen.

Maar het is vooral de kunstgreep met ‘Mandrax’ die de film parten speelt. Op zich creatief bedacht maar in zijn uitwerking wordt het langdradig en weinig samenhangend.

 

12 februari 2025

 

ALLE RECENSIES

Midas Man

**
recensie Midas Man
Halfslachtig muziekdrama over Brian Epstein

door Jochum de Graaf

Zijn overlijden in 1967, op 32-jarige leeftijd aan een ‘onbedoelde’ overdosis, droeg bij aan de legendevorming rond Brian Epstein. Hij groeide op in de upperclass, had een moeilijke jeugd en was homoseksueel in een tijd dat in Engeland seks met hetzelfde geslacht strafbaar was. Hij was ook de man die de rol van manager herdefinieerde en The Beatles tot de belangrijkste en meest succesvolle popgroep aller tijden wist te maken. Allemaal elementen waar een groots en meeslepend drama van te maken is. Helaas maakt Midas Man de verwachtingen niet waar.

Brian Epstein kreeg begin jaren zestig na een turbulente schoolcarrière en een mislukt dienstverband in het leger de leiding over een nieuwe afdeling in zijn vaders platenzaak. Het werd de plaats waar van heinde en ver liefhebbers op af kwamen om de nieuwste rock-‘n-roll en beatmuziek uit Amerika en Groot-Brittannië te beluisteren, ondersteund door het blad Merseybeat van hoofdredacteur Epstein. Toen hij veel aanvragen kreeg voor een singletje van de onbekende Liverpoolse band The Beatles, die in Hamburg tourde, besloot hij een kijkje te nemen in The Cavern Club, waar ze elke avond optraden. De rest is geschiedenis.

Midas Man

De vorming van The Beatles
Het muziekdrama Midas Man volgt vooral die eerste jaren. Epstein vormde The Beatles om van een wanordelijk groepje rock-’n-rollers tot een goed gestileerde energieke beatgroep, trendsettend in mode en muziek. De vetleren jacks en bluejeans werden vervangen door de nu beroemde Beatlesjasjes met ronde hals. Er gold een verbod op eten, drinken of roken op het podium, het haar mocht een klein beetje over de oren en ook de publieksbuiging met de armen om elkaar na ieder optreden was een idee van Brian Epstein.

We volgen hem op zijn zoektocht naar een platencontract in Londen, de afwijzing bij het toen grootste label Decca, de uitkomst bij het onbekende Parlophone, de ontmoeting met George Martin die de legendarische producer van The Beatles zou worden. De moeizame vervanging van Pete Best door Ringo Starr, het verhaal over de onderhandelingen met The Ed Sullivan Show, de grote doorbraak in de VS, het is allemaal wel bekend. Op zijn hoogtepunt had Epstein de meest vooraanstaande Merseybeat-artiesten onder contract: Billy J. Kramer with the Dakotas, Gerry & the Pacemakers, Cilla Black, The Fourmost, Tommy Quickly.

Verborgen gay-bestaan
Zijn verborgen gay-bestaan, de heimelijke avontuurtjes op duistere plekken, de afpersing, de celstraf nadat hij door een undercover-agent werd opgepakt en de problematische verhouding met zijn grote liefde acteur John “Tex” Ellington blijven natuurlijk niet onderbelicht.

Epstein leefde intens, met een tomeloze energie, voortgestuwd door de veelvuldige inname van alcohol en barbituraten, die uiteindelijk zijn vroegtijdig einde betekenden.

De film wil echter maar niet het grootse meeslepend drama worden dat het in werkelijkheid wel was. Vader en moeder Epstein, de strenge Harry en de zorgzame Queenie zijn nog wel aardige karakterrollen. En Darci Shaw als Cilla Black, de zingende vestiaire uit The Cavern Club die deel uitmaakte van Epsteins Merseybeat-stal, is ook nog wel een lichtpuntje.

Maar hoofdrolspeler Jacob Fortune-Lloyd (aardige bijrol in The Queens Gambit) is een afstandelijke stramme lange man die op geen enkel ogenblik de warme persoonlijkheid die Epstein was benadert.

Midas Man

Hemeltergend zwak
De scène dat hij in november 1961 voor het eerst de trappen van The Cavern Club afliep en volkomen van zijn sokken geblazen werd door het optreden van The Beatles, de gebeurtenis die zoals de filmreclame ronkend aankondigt ‘de wereld zou veranderen’ wordt hemeltergend zwak in beeld gebracht. En de B-acteurs die The Beatles spelen, maken helemaal een karikatuur van de Fab Four. Nog het dichtst in de buurt komt de ondermaatse acteur die de stem van John Lennon perfect imiteert.

Er zijn een stuk of wat regisseurs versleten voordat de jonge en relatief onbekende Joe Stephenson de klus kreeg, maar het grootste probleem met Midas Man is dat de producenten de rechten voor belangrijke beelden uit de Beatles-geschiedenis niet geregeld kregen. Apple Corps en Sony Music hadden domweg geen vertrouwen in de film.

Het is dus behelpen met over elkaar buitelende krantenkoppen die verslag doen van de enerverende tournees door Japan, de Filippijnen, Duitsland, de VS en de boycot in de VS na de roemruchte uitspraak van John Lennon dat The Beatles populairder zijn dan Jezus. Nog grotere makke is dat in een film die over de opgang van The Beatles gaat er geen enkel origineel Beatles-nummer te zien of te horen is, maar slechts covernummers als Please Mr. Postman en Money.

Bij de aftiteling klinkt You Never Walk Alone van Gerry & the Pacemakers, misschien wel het meest iconische Merseybeat-nummer. Het zou Brian Epstein natuurlijk wel toekomen, maar zijn tragiek was vooral het tegendeel, dat hij tamelijk alleen door het leven ging.

 

30 januari 2025

 

ALLE RECENSIES

Monsieur Aznavour

***
recensie Monsieur Aznavour

‘Als ik stop, ben ik dood’

door Jochum de Graaf

Hij zat meer dan 70 jaar in het vak, verkocht 180 miljoen albums, gaf 17.000 optredens over de hele wereld en nam 1200 songs op (waarvan ongeveer duizend zelf geschreven), uitgevoerd in 9 talen. In het jaar waarin Charles Aznavour honderd zou zijn geworden, wordt Monsieur Aznavour uitgebracht. Een boeiende biopic die toch een beetje last heeft van de veelheid aan informatie over dat lange leven van de grootste chansonnier die de wereld gekend heeft.

Bij de aftiteling zien we in een reeks flitsen het leven van de echte Charles Aznavour voorbij trekken. Bijzonder opvallend in die beelden van concerten, prijsuitreikingen, publieke optredens en wat al niet meer is het enorme charisma dat hij had.

Hoofdrolspeler Tahar Rahim (Un Prophète) heeft dat charisma een stuk minder, al doet hij erg goed zijn best in het imiteren van de gebaartjes. Maar die stem, die blijft onbereikbaar. Hij laat goed de welbespraakte, brutale, eerzuchtige kant van Aznavour zien. Maar zijn andere kant – de grote onzekerheid, het minderwaardigheidscomplex van die ‘kleine man, 1 meter 60, met die hese stem’ zoals Charles zelf zei – blijft onderbelicht. Naar verluidt gaf de meester zelf kort voor zijn dood zijn zegen aan het project en hielden zijn zonen Mischa en Nicolas toezicht op het scenario. Aznavour wordt braver en charmanter afgeschilderd dan hij in werkelijkheid was.

Monsieur Aznavour

Opvallende details
Toch is Monsieur Aznavour geen beroerde film. Dat ligt met name aan de sterke enscenering en de montage met aandacht voor opvallende details bij de belangrijke gebeurtenissen uit het leven van Charles Aznavour die min of meer chronologisch aan het oog voorbij trekken. Beelden van de Armeense genocide (1917), de grote groepen vluchtelingen, scènes uit het migrantenbestaan van de familie Aznavourian in Parijs leveren een indringende achtergrond voor zijn levensverhaal. Het opgroeien in armoede, vader Micha die op zeker moment zijn gouden tand verkocht om een uitgewoonde kamer voor het hele gezin te kunnen huren. Het restaurant waar Charles, gespijbeld van school, al op zijn negende tussen de bedrijven door optreedt. Het broeinest van verzet van datzelfde restaurant, schuilplaats voor Joden, die aan papieren voor hun verdere vlucht worden geholpen. Later in de film de emotionele scène van Charles met zus Aida wanneer ze, in 2017, het bericht ontvangen dat de Israëlische regering hen de Raoul Wallenberg Award daarvoor toekent.

Er is genoeg persoonlijk drama in Aznavours leven. Hij trouwde drie keer; de film belicht met name zijn relatie met de twintig jaar jongere Zweedse Ulla Thorsell, zijn nog steeds levende weduwe. Eind jaren vijftig wanneer hij al redelijk beroemd is in Frankrijk wordt hij geconfronteerd met een buitenechtelijke zoon van acht, Patrick. Aznavour weigert in eerste aanleg mee te betalen aan de opvoeding, maar bouwt later een goede band met hem op. De zelfmoord van Patrick na overmatig drugsgebruik veroorzaakt een levenslang trauma.

De muzikale carrière die aanvankelijk met ups en downs gepaard ging. Weliswaar speelt hij op zijn negende al in een film en een toneelstuk, rond zijn twintigste als hij met zijn vriend en pianist Pierre Roche engagementen in de provincie probeert binnen te slepen, is het hard sappelen. Het publiek in de nachtclubs waar ze als entr’acte optreden dat begrijpelijk meer aandacht heeft voor de schaars geklede danseressen. Aznavour die in recensies op zijn Armeense afkomst wordt afgerekend, opmerkingen over zijn neus, kwalificaties als ‘zigeuner’ en ‘Quasimodo’.

Doorbraak
Aznavours eerste grote doorbraak is eind jaren veertig wanneer Edith Piaf, dan al een grote ster, hem en Roche vraagt als voorprogramma en hen meeneemt op tournee door Frankrijk en de VS. Piaf, die net als hij van ver moest komen en zijn toegang is tot de opbloeiende chansoncultuur in het Parijs van de jaren vijftig en zestig, met artiesten als Charles Trennet, Gilbert Becaud; later ontmoet Aznavour de jonge Johnny Halliday. Aznavour schrijft dan al grotendeels zijn eigen repertoire, bestudeert Franse klassiekers om zijn teksten te verbeteren. Hij wil elke dag een chanson schrijven en zingen ‘tot mijn strot scheurt’. Hij wil een solocarrière starten en breekt op instigatie van Piaf met Roche. ‘Om te zingen heb je een zuivere stem nodig’, zegt ze ‘en de jouwe is onzuiver’. Aznavour zet door en mede door haar adviezen ontwikkelt hij dat onderscheidende unieke hese stemgeluid dat hem wereldfaam verschaft.

Na de breuk met Piaf neemt hij zijn carrière in eigen hand, daarbij soms grote risico’s nemend zoals het boeken van de Carnegie Hall in ‘63, ondanks het feit dat hij geen grote nummer 1 in Amerika had. Bij de onderhandelingen stelt hij dat hij net zo lang doorgaat tot hij minstens eenzelfde gage krijgt als Frank Sinatra, wat hem jaren later lukt.

Nog weer jaren later wanneer hij al op hoge leeftijd is en alle grote podia ter wereld van binnen en van buiten gezien heeft, geeft hij zijn levenslange vriend en manager Levon Sayan de opdracht om in alle grote hoofdsteden nog eens de grootste en mooiste concertzaal af te huren. Er volgen nog vele lange soms door ziekte onderbroken maar steevast stijf uitverkochte afscheidstournees. ‘Als ik stop, ben ik dood’, is zijn credo. Dat was op 1 oktober 2018 het geval, Aznavour werd 94.

Monsieur Aznavour

Soundtrack
Regisseurs Mehdi Idir en Grand Corps Malade (alias van slam-zanger Fabian Marsaud), zelf afkomstig uit de muziekwereld, kozen voor een filmische bloemlezing uit het lange, rijke leven van Aznavour. Met de soundtrack, een verfijnde keuze van grote hits als She, La Bohème, Les Deux Guitares, Hier Encore, Idiote, Je t’aime, The Old Fashioned Way, La Mamma, uit het immense repertoire zit het wel goed. Mooi detail nog, de beelden van Aznavour in de weer met de toen hypermoderne 16 mm-camera die hij eind jaren veertig van Edith Piaf kreeg, die hij op al zijn reizen met zich mee sleepte. Marc di Domenico maakte er in 2021 nog een film over: Aznavour, le Regard de Charles.

Maar dat Aznavour ook nog in pakweg tachtig films speelde wordt nauwelijks aandacht aan besteed. Zijn activisme voor de Armeense zaak, zijn steun aan de lhtbi-gemeenschap en zijn uitspraken tegen de opkomst van het Front National van Le Pen blijven goeddeels buiten beschouwing. En dat is misschien maar goed ook, want afgezien hiervan hebben de regisseurs met veel details al heel veel willen vertellen, waar je allengs een beetje moe van wordt.

Uitkomst is dat Monsieur Aznavour een mooi gefilmd maar door de vele gedetailleerde verwikkelingen een wat vlak eerbetoon is aan een van de grootste iconen uit de moderne muziekgeschiedenis.

 

11 december 2024

 

ALLE RECENSIES