Last Male on Earth, The

***
recensie The Last Male on Earth

Een diersoort kost wat kost behouden

door Nanda Aris

The Last Male on Earth toont de laatste duizend dagen van Sudan, de enige mannelijke noordelijke witte neushoorn op aarde. Tot aan zijn dood in maart 2018 leefde hij op de Keniaanse savanne en werd daar verzorgd door bevlogen mensen, die hun leven zouden geven om hem te beschermen. 

Het team bestaat niet alleen uit rangers, verzorgers, en pr- en marketingmedewerkers, maar ook uit wetenschappers die met nieuwe technieken proberen de neushoorn te laten voortbestaan. Vele toeristen en journalisten trekken naar Ol Pejeta om de neushoorn te aanschouwen. ‘Vertel zijn verhaal’, zegt James, een van de tourleiders, ‘Wij moeten voor hem spreken, hij kan het niet meer.’ Maar is dit ware bevlogenheid, of een gecreëerde en opgetuigde kermis? 

The Last Male on Earth

Floor van der Meulen (1989) debuteerde met haar film Paradijsbestormers (2014), waarin ze Nederlandse jihadstrijders aan de Syrische grens portretteert. Haar korte film 9 Days – From My Window in Aleppo (2015, in co-regie met Thomas Vroege) toont de eerste negen dagen van de burgeroorlog in Aleppo, gefilmd door het raam van de Syrische fotograaf Issa Touma. Deze film won de European Film Award voor de beste korte film.

Mensheid
The Last Male on Earth start met de voice-over die het verhaal vertelt van God en de keuze die hij geeft aan steen, het dier en de mens. Een eeuwig leven zonder kinderen, of kinderen krijgen maar sterfelijk zijn. Ieder gaat zijns weegs en komt terug om de keuze aan God door te geven. De steen kiest voor een eeuwig leven, het dier voor de sterfelijkheid, maar de mens keert niet terug bij God. Met deze metafoor lijkt Van der Meulen ons duidelijk te willen maken dat de mens zijn weg gaat en denkt dat hij het voor het zeggen heeft.

Alle mensen rondom de neushoorn vertellen waarom Sudan zo belangrijk voor hen is, en wat hij met hen doet. Naarmate de film vordert, en ook de toeristen aan het woord zijn om te vertellen wat het aaien van de neushoorn met hen gedaan heeft, proeven we steeds meer de kritische, sarcastische toon van het verhaal. De rangers die in het veld liggen en oefenen, toegeroepen door hun baas – het heeft iets lachwekkends. De plaatsvervangende schaamte die ons soms ten deel valt, doet lichtelijk denken aan de schaamte die de kijker voelde bij het bekijken van Oeke Hoogendijks Het Nieuwe Rijksmuseum (2014).

The Last Male on Earth

Uitsterven
We volgen ook de wetenschappers, die het sperma van Sudan voor de volgende 3.000 jaar weten te bevriezen, en zo tijd winnen om met een oplossing te komen. Van der Meulen vraagt de wetenschappers waarom we de noordelijke witte neushoorn niet mogen laten uitsterven. En daar weten ze niet direct een antwoord op. Er volgen scènes waaruit we kunnen concluderen dat Van der Meulen ons aan het denken wil zetten over welk belang we aan een dier hangen; het insect dat met een vliegenmepper tijdens een persconferentie over Sudan de volle laag krijgt, het schaap dat geslacht wordt, en de vliegen die tegen het elektrische rooster verbrand worden.

Ondertussen tikken Sudans dagen weg, zich van geen kwaad bewust en niet beseffend dat hij de laatste van zijn soort is. Hij ondergaat de aaitjes van toeristen, wordt ouder met de dag, neemt zijn eten in ontvangst en krijgt naar het einde toe steeds meer wonden op zijn lijf.

Terechte vragen
Het is goed dat Van der Meulen ons aan het denken wil zetten, goed dat ze terechte vragen stelt, maar het roept ook een beetje medelijden op met iedereen die wordt geportretteerd. De film mist soms een beetje snelheid en de boodschap is niet eenduidig. Maar goed is het wel dat we nadenken over waarom we een diersoort kost wat kost willen behouden, in plaats van ons als mensheid boven alles te plaatsen en te denken dat wij een diersoort moeten redden. Hadden we ook niet beter iets eerder in actie kunnen komen? Dan had de onwetende Sudan niet beschermd hoeven worden door de mens die hem naar het randje van de afgrond bracht.

 

16 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Veearts Maaike

****
recensie Veearts Maaike

Lief en leed van een stoere Groningse

door Nanda Aris

De uit Loppersum afkomstige Maaike geeft een inkijk in haar leven als veearts. Daarnaast is ze actief als vertegenwoordiger van de Nederlandse dierenartsen in Europa. En strijdt ze voor het terugdringen van overmatig antibioticagebruik. Kalfjes worden geboren, presentaties gegeven, administratie gedaan; zeker, moedig en doortastend gaat Maaike te werk. 

Jan Musch en Tijs Tinbergen werken sinds hun afstuderen aan de filmacademie samen, zo maakten ze eerder de films Gebiologeerd (1994) en Rotvos (2009). Voor deze laatste documentaire ontvingen ze een Gouden Kalf. Gefascineerd door de natuur en de verschillende belangen daarbij, heeft het filmmakersduo ditmaal gekozen om de Nederlandse melkveehouderij – de boeren, het beleid en de veeartsen – in beeld te brengen. Drie jaar lang hebben ze hen gevolgd, de eerste anderhalf jaar zonder te filmen, daarna alles realistisch in beeld brengend.

Veearts Maaike

Meisjesdroom
Maaike besloot als klein meisje dat ze graag veearts wilde worden nadat ze een vrouwelijke veearts aan het werk zag. ‘Dat is leuk, dat is gezellig, dat is stoer’, en zo werd ook zij veearts. Ze is als een vis in het water bij de boeren, binnen het Van Stad tot Wad, het team van veeartsen waar ze werkt, maar ook als bestuurder van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) wanneer ze in een presentatie haar visie geeft op het antibioticabeleid.  Ook tijdens de internationale vergadering van de Federatie van Europese veeartsenorganisaties, waar ze verkozen wordt door collega’s als vertegenwoordiger, staat ze haar mannetje.

De film start met beelden van een lange besneeuwde weg in een uitgestrekt landschap in Noord-Groningen. De camera draait en in de auto zien we het gezicht van veearts Maaike, een diepe frons tussen haar wenkbrauwen laat haar nog steeds geen veertig lijken. Ze oogt jong en lieflijk, maar een volgend beeld laat zien dat ze van wanten weet, wanneer we haar met haar arm in het achterwerk van een koe zien, op zoek naar een kalf, dat doodgeboren zal worden. Dit soort plaatje zien we nog vaker voorbij komen, want naast de geboortes is dit de manier om te ondervinden of een koe drachtig is of kan worden geïnsemineerd. Het is werken, met drie man sterk, de poten aan een ketting, trekken ze het kalfje uit de moederkoe.

Leven en dood
Een dood kalf betekent geen inkomsten, maar zo zien we later in de film, met een stier is de boer ook niet zo blij. ‘Klote, een stier’, zegt de boer wanneer hij het geslacht van een net geboren kalf bekijkt. ‘We mogen niet meer koeien houden, maar toch wil je altijd een vaarskalf’. De boer legt uit dat hij door wet- en regelgeving nooit weet waaraan hij toe is. Het zou zo kunnen zijn dat de vaarskalveren die hij groot brengt – want om de melkproductie in stand te houden zullen er nieuwe kalveren geboren moeten worden – en dus kosten met zich meebrengen, niet mogen blijven. Een economische tegenslag en zonde dat er dan koeien onnodig naar de slacht zullen gaan.

Veearts Maaike

Dat de melkveehouderij geen gezellige keuterboerderijtjes zijn, maar boerenbedrijven, wordt niet alleen hierdoor duidelijk, maar ook wanneer jonge kalfjes gescheiden van hun moeder gezet worden, en we ze verkocht zien worden. Wanneer we een noodslachting zien van een koe die lelijk uitgegleden is en niet weer overeind komt. Door de koe bewusteloos te schieten en daarna leeg te laten bloeden, net zoals dat in een slachthuis gebeurt, kan het vlees nog gegeten worden. Of van een andere koe met letsel die geëuthanaseerd wordt. ‘Het is goed meisje, bedankt voor de melk die je gegeven hebt hoor’, zegt de boer terwijl hij haar kop aait. Begaan met zijn koeien, leven en dood gaan hand in hand op een boerderij.

De zorgvuldig gekozen beelden, het eerlijke beeld en de puurheid van veearts Maaike maken deze film meer dan de moeite waard. Het beroep van veearts blijkt hard werken, voor Maaike is het allemaal misschien net iets teveel bij elkaar. Daarom denkt ze, soms geëmotioneerd, na over het maken van moeilijke keuzes die zijn gericht op een volgende fase binnen de melkveehouderij.

 

24 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Five Feet Apart

***
recensie Five Feet Apart

Niet aanraken a.u.b.

door Nanda Aris

Een weinig originele film vol clichés over jeugdige patiënten die voor hun taaislijmziekte onder behandeling zijn in het ziekenhuis. De kwaal belet hen elkaar aan te raken, en dat kan op zeventienjarige leeftijd een lastige opgave zijn. 

Five Feet Apart, geregisseerd door Justin Baldoni (bekend als regisseur van de tv-documentaires My Last Days en als acteur van de tv-serie Jane the Virgin), vertelt het verhaal van Stella Grant (Haley Lu Richardson, The Edge of Seventeen) een – ondanks haar ziekte – vrolijk meisje, dat een online videodagboek bijhoudt van haar ontwikkelingen in het ziekenhuis. Ze verblijft daar met vriend en medepatiënt Poe (Moises Arias, Ender’s Game) en onbekende maar interessante Will (Cole Sprouse, tv-serie Riverdale). Stella en Will worden verliefd, maar de liefde blijft door hun ziekte op afstand.

Five Feet Apart

Videodagboeken
Stella is een optimistisch meisje, doet aan yoga en heeft haar medicatie graag ordelijk gerangschikt. Ze belt en spreekt graag af (de ene aan de ene kant van de bank, de ander aan de andere kant) met haar vriend Poe. Samen bespreken ze het leven, de liefde en de voortgang. Ze maakt videodagboeken om over haar ziekte en het leven in het ziekenhuis te vertellen – een handige manier om de ziekte ook aan de kijker uit te leggen.

Wanneer ze recalcitrante Will in het ziekenhuis ontmoet, lijken ze niet direct met elkaar overweg te kunnen. Schijn bedriegt natuurlijk, en Stella maakt met Will de deal dat hij zijn medicijnen juist inneemt (het stoort haar mateloos dat hij dit niet doet) en hij haar mag schetsen – een minder erotische variant van Jack en Rose in Titanic.

Ziekte
Ze mogen elkaar niet aanraken, want dat zou kunnen betekenen dat ze elkaar besmetten met de variant taaislijmziekte die ze hebben, en zo nog minder lang leven. Voor de helft van de mensen met deze ziekte ligt de levensverwachting op ongeveer dertig tot veertig jaar. Met een nieuw paar longen kan Stella ongeveer vijf jaar toe.

Een longziekte en opgroeiende tieners zijn niet een nieuw verhaal voor een film, in 2011 maakte Hans van Nuffel Adem over twee broers die lijden aan taaislijmziekte. Ook doet Five Feet Apart denken aan The Fault in Our Stars over een verliefd, maar ziek (hij geopereerd aan een tumor, zij aan de zuurstof om niet te stikken) tienerstel dat samen op reis naar Amsterdam gaat.

Five Feet Apart

Optimistisch
Stella is bijna dwangmatig met haar medicatie bezig, Will is veel pessimistischer. Doordat ze elkaar leuk gaan vinden, ontwikkelen ze beide zin in het leven. Stella wordt minder krampachtig, Will wordt optimistischer. Ze besluiten te daten, en dat wordt zoet vertoond. Zoet en clichématig – de ballonnen, het jurkje, de striptease – ware het niet dat de hoofdrolspelers Richardson en Sprouse de geloofwaardigheid gedurende de hele film erin weten te houden. Vooral Richardson zet een vrolijke, maar ook gevoelige tiener neer.

Na een dramatische gebeurtenis in het ziekenhuis, wanneer Stella buiten staat en graag de lampjes in de stad wil gaan bekijken, zegt ze tegen Will: “This whole time I’ve been living for my treatments, instead of doing my treatments so that I can live.” Een mooie boodschap in een voorspelbare film die wordt gered door de hoofdrolspelers.

 

11 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

C’est ça l’amour

***
recensie C’est ça l’amour

Intiem familieportret

door Nanda Aris

Wanneer een vader er alleen voor komt te staan, doet ie er alles aan om zijn vrouw terug te winnen en het gezin te herenigen. De toneelles waarvoor hij zich opgeeft, is een excuus om zijn vrouw te kunnen zien. Maar onverwachts biedt het hem meer dan gedacht. 

C’est ça l’amour is de eerste film die Claire Burger alleen regisseert. Voorgaande films – Party Girl (2014) en Forbach (2008) – schreef en maakte ze samen met Marie Amachoukeli-Barsacq. Ook deze film speelt in Forbach, een plaats dichtbij de Frans-Duitse grens. Ditmaal zelfs in het huis van Burgers vader, waarin zij opgroeide en dat eigenlijk te klein was om goed te kunnen bewegen voor cast en crew. Maar Burger wilde de film losjes baseren op haar eigen jeugd (haar ouders scheidden toen ze jong was) en kon zich uiteindelijk niet voorstellen ergens anders op te nemen dan in het ouderlijk huis. 

C’est ça l'amour

Dochters
Mario (Bouli Lanners, de enige professionele acteur in de film) is een lieve, zachtaardige vader en echtgenoot, die kapot is van het feit dat zijn vrouw hem en de kinderen verlaat. ‘Als je terugkomt, ben ik veranderd.’ Het is aandoenlijk en een beetje zielig tegelijk hoezeer Mario zijn vrouw mist en stalkt. Met zijn baard en buikje is het een teddybeer en een goedzak. De meeste vrouwen sollen een beetje met Mario, tot je als kijker hoopt dat hij een grens trekt en voor zichzelf opkomt.

Mario heeft een zeventienjarige dochter Niki (Sarah Henochsberg) en een veertienjarige dochter Frida (Justine Lacroix), een androgyn meisje dat haar seksuele voorkeur ontdekt. Vooral Frida maakt het Mario niet makkelijk, omdat zij het hem kwalijk neemt dat moeder Armelle (Cécile Rémy-Boutang, tevens productiemanager van de film) vertrokken is.

Wanneer Mario voorstelt dat Frida haar vriendinnetje van school uitnodigt voor een slaappartijtje, heeft hij daar andere ideeën bij dan Frida. Wanneer hij Frida ziet zoenen met haar vriendin, besluit hij dat het beter is als de meisjes niet in dezelfde kamer slapen. Het lijkt niet zozeer onwil, maar vooral onmacht, en schrik voor het feit dat zijn dochter opgroeit. Frida is echter woest en besluit haar vader terug te pakken door zijn kruidenthee extra spice te geven en MDMA toe te voegen. Er volgt een grappige, aandoenlijke, maar licht overdreven scène waarin de hele familie bij elkaar is, ook al bevindt Mario zich in een andere wereld door de drugs.

C’est ça l'amour

Atlas
Het theaterstuk waarvoor Mario zich heeft opgegeven, is in eerste instantie alleen een middel om dichtbij zijn vrouw te zijn, maar wanneer hij zich overgeeft aan de groep en de opdrachten die ze uitvoeren, blijkt het een therapeutische werking te hebben op hem. Het theaterstuk, waarin niet-professionele acteurs een korte tekst uitspreken die typerend is voor henzelf – wie ze zijn, of zouden willen zijn – is een werkelijk gespeeld stuk.

Antonia, de regisseuse van dit stuk in de film, is ook in werkelijkheid betrokken bij dit bestaande project, Atlas, dat wordt opgevoerd met lokale mensen. Op die manier kon Burger op een authentieke wijze de omgeving in haar film verwerken; een beeld van een snel veranderende regio, onder andere door sluiting van een mijn en de opkomst van het rechts-nationalistische Front National.

Zo krijgen we in C’est ça l’amour een beeld van de regio, niet door het tonen van industriële landschappen, maar door deze burgers een stem te geven. Tegelijkertijd krijgt Mario meer zelfvertrouwen, want hij vindt steun in zijn toneelspel, zijn medespelers en in Antonia. En zo zoekt en vindt ieder gezinslid liefde en geluk, ieder op een eigen manier, op een eigen pad.

 

24 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Minding the Gap

****
recensie Minding the Gap 

Skateboarden geneest hartzeer

door Alfred Bos

Drie vrienden groeien op in Rockford, Illinios, en delen een passie voor skateboarden. Bing Liu is een van hen, en filmt alles, twaalf jaar lang. De problemen die ze thuis hebben, vervagen wanneer ze op hun boards door de straten zoeven. 

Bing Liu maakt al op jonge leeftijd filmpjes van het skateboarden en van zijn vrienden. Waarschijnlijk toen nog niet wetende dat hij dit materiaal later zou verwerken in een documentaire.  En zeker niet dromende van een Oscarnominatie voor zijn documentaire Minding the Gap.

Minding the Gap

Skateboarden
De film focust in het prille begin vooral op het skateboarden, waardoor je als kijker denkt dat je werkelijk naar een film over skateboarden gaat kijken. Aangezien Liu zelf ook goed skateboardt, kan hij zijn vrienden perfect volgen en hun acties in heerlijke beelden vastleggen. We voelen de vrijheid, de snelheid en de energie die het boarden geeft.

Maar de film gaat over veel meer dan skateboarden: opgroeien, volwassen worden, vriendschap, en gescheiden families. Daardoor doet de film denken aan Boyhood (2014), waar ook over een tijdspannen van twaalf jaar is gefilmd.

Gelukkig
Liu volgt het leven en de perikelen van twee van zijn vrienden, Zack Mulligan en Kiere Johnson. Net als hijzelf komen ook zij niet uit gelukkige gezinnen waar vader en moeder nog samen zijn. De film is nog niet vergevorderd als we erachter komen dat Zack met zijn vriendin Nina een kindje verwacht.

Waar het even lijkt alsof ze de komst van de kleine goed samen oppakken, blijkt dat al snel een illusie en worden de ruzies steeds akeliger. Liu probeert beide kanten van het verhaal te achterhalen, en niet alleen de kant van zijn vriend te belichten. Het levert wel een klein scheurtje in de vriendschap op. Het verleden lijkt zich te herhalen.

Minding the Gap

Kindermishandeling
Zijn andere vriend Kiere Johnson is iets jonger en heeft bij z’n vader gewoond totdat deze overleed. Wanneer Kiere zijn kamer uit glipte om te skateboarden en hij daarvan thuis kwam, werd hij door zijn vader ‘gedisciplineerd’. Tegenwoordig zou dat kindermishandeling heten, zo zegt hij. Kiere’s lach is aanstekelijk, zijn tranen echt.

Hij heeft door zijn vader geen makkelijke jeugd gehad, maar hij mist hem ook. Met zijn baantje als afwasser en later in de bediening weet hij geld voor zichzelf en voor z’n moeder te verdienen. Kiere heeft veel blanke vrienden, maar is dat zelf niet, en dat is niet altijd makkelijk. Maar, zo zei zijn vader: ‘zwart zijn is cool, want elke dag kun je mensen hun ongelijk bewijzen’.

Open
Liu komt zelf ook aan bod. Hij interviewt zijn moeder over de mishandeling bij hen thuis, want zijn stiefvader sloeg Liu en zijn halfbroer. Het is dapper en confronterend dat hij dit gesprek knap met zijn moeder aangaat. Hij is gegroeid als filmmaker en na al die jaren, en naar het einde van de film, is het goed om ook zijn verhaal te horen.

Dat doen niet alleen Liu en zijn moeder, ook zijn vrienden stellen zich open. Ze zijn gewend aan de camera en storen zich niet aan het feit dat Liu vaak en veel gefilmd zal hebben, noch aan de persoonlijke vragen die hij soms stelt. Dat maakt Minding the Gap een persoonlijke film, die een inkijk geeft in een aantal gebroken gezinnen, waarin de kinderen moeite hebben om zich staande te houden, een draai te vinden in het leven. En daarvoor staat het skateboarden symbool: het leven met vallen en opstaan.

 

1 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Wonder van Le Petit Prince, Het

****
recensie Het wonder van Le Petit Prince

Vier vertalingen, vier verhalen

door Nanda Aris

Le Petit Prince, geschreven door Antoine de Saint-Exupéry in 1943, is een van de meest vertaalde boeken ter wereld. Wat betekent het verhaal voor de vertalers, voor hun cultuur en hoe gaan ze om met de vertaling? 

De avonturen van de kleine prins zijn zelfs vertaald naar vergeten en bijna uitgestorven talen als het Tamazight in Noord-Afrika, het Sami in het noorden van Finland, het Tibetaans en het Nawat in El Salvador. In Het wonder van Le Petit Prince volgen we deze vier vertalingen.

Deze documentaire van Marjoleine Boonstra die in première ging op het IDFA afgelopen jaar, ontstond door een opdracht een film over vertalen te maken – en hoe prachtig is deze uitkomst van de opdracht. De vier vertalingen die we volgen zijn in verschillende uithoeken opgenomen, als lijkt het een aflevering van Floortje naar het einde van de wereld. 

Het wonder van Le petit prince

Woestijn
De film start met de mooie warme voice over van Johan Leysen, die in het Frans een stukje uit Le Petit Prince vertelt: de kleine prins belandt op aarde en komt een slang tegen. De kleine prins vraagt zich af of er wel mensen leven op deze planeet, maar het gebrek aan mensen komt doordat ze zich in de woestijn bevinden, zo antwoordt de slang. De muziek begeleidt het verhaal sprookjesachtig.

In de woestijn start ook het eerste verhaal, bij vertaler Lahbib Fouad in Marokko. Toen Fouad zes was ging hij naar school, waar zijn leraar Arabisch sprak. Tot die tijd had hij alleen het Berberse Tamazight, officieel de tweede taal van Marokko, gekend. Fouad besloot om het verhaal van de kleine prins te vertalen naar het Tamazight, zodat kinderen tegenwoordig ook na schooltijd in die taal kunnen lezen. Er waren woorden die moeilijk te vertalen bleken, zoals waterkraan, wat waterput werd.

Elk van de vier vertalingen kent zijn eigen herkenning in het verhaal van de kleine prins. Fouad ziet herkenning in het feit dat de kleine prins met dieren praat, iets dat niet ongewoon is binnen zijn cultuur.

Sneeuw
Voor de tweede vertaling reizen we af naar het koude besneeuwde grensgebied van Noorwegen en Finland, waar Kerttu Vuolab samen met haar moeder leeft. Zij vond troost in het verhaal van de kleine prins, nadat haar zus tragisch overleed, en zij op school gepest werd. Ze sprak geen Fins, maar alleen het Sami, waardoor ze zich geïsoleerd voelde op school. Ze vond herkenning in het verhaal dat volwassenen ongevoelig konden zijn en kinderen geen mening mochten hebben. De pijn en het verdriet zijn voelbaar wanneer de tranen over haar wangen rollen en ze het boekje haar grote vriend noemt.

Het wonder van Le petit prince

Bedreigd
Het derde en vierde verhaal hebben gemeen dat de taal bedreigd raakte en er van hogerhand bepaald werd dat de taal niet gesproken mocht worden. Zoals in El Salvador, waar drie oudere dames en vertaler Jorge Lemus het verhaal van de kleine prins vertalen naar het Nawat, de taal die de oorspronkelijke bewoners van El Salvador spraken. Na de komst van de Spanjaarden was het gevaarlijk om deze taal te spreken, er stond de doodstraf op. Lemus herkent El Salvador als de roos in het verhaal de kleine prins; een veeleisende bloem die de nodige aandacht nodig heeft.

Vrij
Voor het vierde verhaal reizen we niet af naar het land van herkomst, maar naar Parijs, waar de Tibetaanse Tashi Kyi en Noyontsang Lhamokyab in ballingschap leven. Kyi zou graag zoals de kleine prins vrij kunnen zijn, vrij om doelen te bereiken, en vrij om te gaan en staan waar ze wil.

Vier uiteenlopende verhalen van vertalers die allen troost vonden door de vertaling van de kleine prins in hun eigen taal. Soms om persoonlijke redenen, soms om het grotere geheel, dat van een bevolking. Door de vertalingen wordt het culturele erfgoed gewaarborgd en een taal levend gehouden. Boonstra brengt de vertalers en hun motivaties prachtig in beeld en combineert dit met fantastische beelden van de omgeving, de natuur en de dieren, die ook zo belangrijk zijn voor het verhaal.

 

5 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

I Dream in Another Language

***
recensie I Dream in Another Language

Vastleggen van eeuwenoude uitstervende taal blijkt opgave

door Nanda Aris

Diep in het oerwoud van Mexico wordt Zikril gesproken; een taal die nog maar een paar personen kennen. Martin, een student linguïstiek, wil de taal graag vastleggen, zodat deze niet verloren gaat. Maar de twee mannen die deze taal nog spreken, hebben al jarenlang ruzie met elkaar en zijn niet van plan om deze zomaar bij te leggen. 

De gebroeders Ernesto (regisseur) en Carlos (schrijver) Contreras werkten eerder samen, onder andere voor de film Las Oscuras Primaveras (2014) en Párpados Azules (2007). In I Dream in Another Language (Sueño en otro idioma) staat het verhaal dichtbij de broers zelf. Hun grootmoeder werd geboren in het gebied Tehuantepe in het zuiden van Mexico, en sprak Zapoteco. Als kind hoorde Ernesto haar liever Spaans praten, maar toen ze overleed, vond hij het jammer dat hij de taal niet kende. Het Zikril is speciaal bedacht voor de film.

I Dream in Another Language

Taal
De spontane student linguïstiek Martin (Fernando Alvarez Rebeil) probeert bij aankomst in het afgelegen dorpje de enige twee mannen, Evaristo (Eligio Meléndez) en Isauro (José Manuel Poncelis) die het Zikril spreken, nader tot elkaar te brengen. De jarenlange ruzie van de ooit intens bevriende mannen heeft te maken met een voorval in hun jongere jaren.

Mooie beelden van strand, de weelderige groene bebossing, de schooltijd, kortom de onbezorgde jeugdjaren, volgen. Beide jongens waren verliefd op hetzelfde meisje, Maria (Nicolasa Ortíz Monasterio). Evaristo, de enige van de twee die naast het Zikril ook Spaans spreekt, trouwt haar en de mannen spreken elkaar nooit meer.

Teruggetrokken
Isauro trekt zich terug aan de rand van het dorp, buitengesloten door het Spaans dat hij niet spreekt. Evaristo woont na het overlijden van Maria als bittere en norse man samen met zijn mooie dochter Lluvia (Fátima Molina). Het is overduidelijk dat Martin en Lluvia een romance zullen starten. Nadat Evaristo Martin streng toespreekt en hem waarschuwt geen vinger naar zijn dochter uit te steken, treffen we de twee samen in bed aan. Daardoor voelt het alsof de romance niet heel veel toevoegt aan het verhaal.

I Dream in Another Language

Het verwezenlijken van deze film is een manier om de kijker bewust te maken van het feit dat talen uitsterven, en dat daarmee een unieke kijk op het leven verdwijnt. Het idee dat er een taal bestaat die niet alleen door mensen begrepen wordt, maar ook door andere bewoners van het oerwoud, is mooi. Maar daar had het magisch realisme beter op kunnen houden. Dat de Zikril-sprekers samenkomen in een grot na hun dood, maakt het geheel wat ongeloofwaardig.

I Dream in Another Language is een lieve film, die meer indruk had kunnen maken als het bovennatuurlijke geloofwaardiger was geweest, en de karakters, vooral van de jonge spelers, iets meer diepgang had gekregen. Maar de film is wel origineel en toont mooie beelden van Mexico, dus het bekijken waard.

 

15 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Woman at War

****
recensie Woman at War

Vrouw wil moeder aarde redden

door Nanda Aris

Woman at War is een politieke, licht absurdistische en droogkomische film over een vrouw met een dubbelleven. Het plezier van film maken straalt van het doek in deze IJslandse inzending voor de Oscars. 

Halla (Halldóra Geirharðsdóttir) is de vijftigjarige dirigente van een koor, maar in het geheim een activiste. Ze dwarsboomt de aluminiumindustrie door elektriciteitsmasten te saboteren – met pijl en boog, zaag of slijptol – met als doel om de mooie IJslandse natuur te beschermen.

Woman at War

Heldhaftig
De film van Benedikt Erlingsson (Of Horses and Men, 2013), opent met Halla die haar pijl en boog klaarmaakt om te schieten, begeleid door opzwepende drums. We zien haar in een ruig landschap, ‘gesierd’ met elektriciteitsmasten. Deze saboteert ze, om zo de aluminiumindustrie schade toe te brengen. Halla is een soloactiviste, die zich geholpen ziet door een schapenherder in de bergen en een bevriend koorlid, dat ook politiek actief is.

Ze maken zich zorgen om Halla, maar die laat zich niet zomaar afschrikken. Heldhaftig gaat ze drones te lijf, verstopt zich voor patrouillerende helikopters en houdt zich schuil tussen de schapen. Net wanneer de aandacht van politie verscherpt en Halla als de ‘Mountain Woman’ haar volgende grote actie plant, krijgt ze bericht van het adoptiebureau.

Er volgt een hele mooie scène, waarin een tai-chiënde Halla het nieuws over klimaatproblemen op tv bekijkt en gebeld wordt. De camera houdt ons beeld op de tv waarop we mensen gered zien worden van een overstroming. Halla krijgt te horen van het adoptiebureau dat er een Oekraïens meisje beschikbaar is. Op de achtergrond fluit de waterketel hard op het vuur, symbool voor Halla’s gevoel. Het is de vraag of ze de verantwoordelijkheid op zich neemt als moeder van het Oekraïense meisje of dat ze verder wil gaan met haar activistische plannen om moeder aarde te redden.

Woman at War

Vervreemding
Ondanks dat dit pas zijn tweede speelfilm is, is Erlingssons werk herkenbaar: droogkomisch, lichtvoetig, maar met serieuze thema’s. Met Woman at War geeft hij recht aan de natuur en vertelt hij een heldenverhaal. Zijn held Halla wordt, net als bij de oude Grieken, geïnspireerd door een muziekband (tegenover het Griekse koor) die Erlingsson bewust zichtbaar in de film plaatst. Dit vervreemdingseffect (een term van toneelschrijver Bertold Brecht) van de muziekband (en drie Oekraïense zangeressen) in beeld haalt de kijker uit het verhaal en herinnert ons aan de fictie van de film: achter alle schijn zit een boodschap die de kijker dient te ontdekken.

Deze stijlkeuze geeft niet alleen Halla kracht, maar ook de film. Zo is er de zachte begeleidende pianomuziek in de woonkamer wanneer zij het nieuws over de adoptie krijgt. De muzikanten begeleiden niet alleen, Halla communiceert ook met hen. Het driekoppige bandje heeft een cameo wanneer Halla de pamfletten uitstrooit en retweet de inhoud van het pamflet.

De manier waarop Hanna de natuur probeert te beschermen en de interactie met de muziekband maken van Woman at War een bijzondere Oscarinzending. Met zijn originele ideeën is Benedikt Erlingsson een regisseur om in de gaten te houden.

 

23 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Zie mij doen

****

recensie Zie mij doen

Gehandicapten en hun gevoelens

door Nanda Aris

In deze documentaire van Klara van Es volgen we mensen met een beperking, verstandelijk en vaak ook fysiek. Gehandicapten worden tegenwoordig nog steeds meewarig bekeken, maar de maakster toont dat zij een eigen leven hebben: met verlangens, gewoonten en gedachten. 

Door het volgen van Jessica, Mathias, Dominique, Nadine, Quan, Sam en Sofie, krijgen we als kijker een genuanceerde inkijk in het leven van deze mensen met een beperking. 

Zie mij doen

Met haar derde documentaire Zie mij doen won Van Es de juryprijs op het filmfestival Docville in Leuven. Haar eerste film, Verdwaald in het geheugenpaleis (2010), over drie vrouwen in een verzorgingstehuis met beginnende alzheimer, groeide uit tot de meest bekeken Vlaamse documentaire. Haar tweede documentaire, Carnotstraat 17: huis van aankomst (2015), vertelt het verhaal van een voormalig filmtheater dat nu in gebruik is als migrantenkerk. 

Vrijwilliger
Klara van Es werkte drie jaar als vrijwilliger in Monnikenheide, een zorgcentrum voor mensen met een verstandelijke en fysieke beperking. In haar laatste jaar als vrijwilliger begon ze met filmen, waardoor de hoofdrolspelers van de film bekend met haar waren, en andersom. Van Es had het idee een genuanceerd beeld te geven: geen zielig beeld van mensen met een beperking, geen onbegrijpende boze buitenwereld. Het gebruik van zwart-wit zette dit idee kracht bij, en zorgt voor een zachte en observerende blik.

Gevoelens
Nadine heeft het syndroom van Down, en krijgt last van dementie. Sofie kan niet zoveel, maar kan wel duidelijk laten merken of ze iets leuk vindt of niet. In de openingsscène wordt het haar van Sofie haar geknipt en kijkt Nadine aandachtig toe. “Nee Sofie, geen pijn”, zegt Nadine tegen Sophie, die het knippen niet erg leuk lijkt te vinden. De close-ups laten ons voelen wat zij voelen, en de rust in het filmen geeft rust in onze observatie.

De begeleider in het zorgcentrum praat met de bewoners over gevoelens: wat maakt hen boos of bedroefd. Quan, een jongen in een rolstoel met Chinese roots, zou graag met kerst teruggaan naar China en de feestdagen doorbrengen met zijn familie. Het maakt hem boos en bedroefd dat hij daar niet bij kan zijn.

Zie mij doen

Met Jessica praat een andere begeleidster over hoe mensen naar haar kijken. Even kijken of blijven staren, dat is een verschil. “Als ze blijven kijken, kijk ik meestal zo terug: ‘heb je mij gezien?’” 

Dansen
Er wordt ook gedanst in het zorgcentrum, op muziek van Sam. Sam heeft ook het syndroom van Down en de passie waarmee hij plaatjes draait is prachtig. Hij schakelt moeiteloos van een dansbare beat naar Clouseau, onze blik volgt zijn vingers die de knoppen bedienen. De muziek is zijn uitlaatklep, van André Rieu wordt hij kalm; in het nummer ‘Omdat ik van je hou’ zitten al zijn gevoelens, en door het nummer ‘Samen voor altijd’ van Marco Borsato kan hij een punt achter zich zetten, het verleden achter zich laten.

Door de nadruk op de verschillende gevoelens te leggen, zijn de bewoners van het zorgcentrum geen bekijks, maar mensen zoals jij en ik.
 

7 oktober 2018

 
MEER RECENSIES

Love in the Afternoon

Love in the Afternoon heeft de ‘Lubitsch touch’

Het mysterieuze meisje en de rokkenjager

door Nanda Aris

Billy Wilder maakte met Love in the Afternoon in 1957 zijn tweede romantische comedy met Audrey Hepburn. Ze speelt de dochter van een detective. Ze besluit de rokkenjager die neergeschoten zal worden door een jaloerse echtgenoot, te helpen. 

Love in the Afternoon is niet verworden tot een van Wilders bekendste films, maar het is interessant werk om te bekijken, vanwege de invloed van regisseur Ernst Lubitsch.

Love in the Afternoon

Lubitsch
Dat Billy Wilder een fan was van Ernst Lubitsch, was duidelijk. In het kantoor van Wilder hing een bordje met: ‘How would Lubitsch do it?’ Wanneer Wilder – zowel schrijver als regisseur – er niet uitkwam, probeerde hij zich altijd voor te stellen hoe Lubitsch het gedaan zou hebben. De ‘Lubitsch touch’ inspireerde Wilder, waarover later meer.

In 1939 werkten Lubitsch en Wilder samen aan de film Ninotchka; Wilder schreef het scenario, en Lubitsch regisseerde. Een jaar daarvoor maakte Lubitsch de film Bluebeard’s Eighth Wife, die de inspiratie voor Wilder’s Love in the Afternoon vormde. Beide regisseurs waren joods en kwamen oorspronkelijk niet uit Hollywood. Lubitsch was van Duitse komaf, en Wilder van Oostenrijkse, maar woonde een tijd in Berlijn en Parijs, totdat Hitler in 1933 aan de macht kwam, waarna hij vluchtte naar Amerika. In de films van Lubitsch en Wilder zijn vaak Europese invloeden aanwezig.

Parisienne
Zo is Love in the Afternoon gesitueerd in Parijs, en geen betere actrice dan Audrey Hepburn toentertijd om een Parisienne te spelen. Een aantal jaren ervoor speelde Hepburn in de film Sabrina (1954) van Wilder een jonge vrouw die naar Parijs vertrekt, en bij terugkomst een ontwikkelde vrouw is geworden.

Billy WilderHepburn werd geboren in België, haar vader was een Brit en haar moeder Nederlandse. Haar gracieuze verschijning en de kleding die ze droeg, zorgden ervoor dat ze niet alleen een bekend actrice zou worden, maar ook een stijlicoon. Amerika genoot van de stijlvolle, moderne en kosmopolitische Europese sfeer die zowel Lubitsch als later Wilder neer wisten te zetten. Het zijn ook kenmerken die de ‘Lubitsch touch’ typeren: elegantie en stijl. “I’ve been to Paris, France, and I’ve been to Paris, Paramount”, zo zei Lubitsch ooit. “Paris, Paramount, is better.” Paris, Paramount had hij zelf zo’n beetje uitgevonden; het bevestigt de erkenning van zijn rol als culturele vertaler.

Deuren
Love in the Afternoon vertelt het verhaal van detective Claude Chavasse (Maurice Chevalier, ook een bekende in films van Lubitsch), die zijn cliënt vertelt dat hij diens vrouw inderdaad gezien heeft met rokkenjager Frank Flannagan (Gary Cooper, o.a. Bluebeard’s Eighth Wife). Eigenlijk zou Cooper te oud zijn om Hepburns tegenspeler te zijn – hij was 56 – maar Wilder loste dat op door een film noir-schaduw op zijn gezicht te laten vallen.

De bedrogen echtgenoot kookt van woede, besluit zijn vrouw op heterdaad te betrappen en Flannagan neer te schieten. Dat zou moeten gebeuren in de Ritz. Een prachtige locatie, omdat er zowel ín de hotelkamer als op de gang gefilmd kon worden. Die suspense – iets suggereren, iets niet direct vertellen of laten zien; door het tonen of niet tonen van het één het andere suggereren – is nog zo’n kenmerk van de ‘Lubitsch touch’. De hoteldeur is gesloten, de musici die speelden in de kamer, verlaten de kamer, en we zien het beeld van een gesloten deur. We weten dat er achter die deur een stel samen is.

De deur functioneert op meerdere momenten de scheiding van wat zich binnen en buiten afspeelt. Zo ook bij de detective thuis, als scheiding tussen de woonkamer en de slaapkamer. Op die manier hoort Ariane Chavasse (Audrey Hepburn), de dochter van de detective, van de plannen van de bedrogen echtgenoot, en besluit ze mr. Flannagan te helpen. Flannagan is gecharmeerd van de mysterieuze Ariane, en valt voor haar.

Love in the Afternoon

Muziek
De ‘Lubitsch touch’ spitst zich ook toe op het gebruik van muziek. In dit geval spelen de musici die Flannagan laat optreden in zijn kamer oneindig vaak Fascination van Fermo Dante Marchetti (1905) – en als zij het niet spelen, neuriet Ariane het deuntje wel.

In de volgende scène combineert Wilder het element muziek met de laatste te benoemen ‘Lubitsch touch’: humor. We zien Flannagan in zijn hotelkamer waar hij luistert naar de opname die Ariane voor hem heeft gemaakt. Ze bespreekt welke ‘items’ ze allemaal heeft gehad: de bankier uit Brussel, de chauffeur van de bankier, enz. Flannagan drinkt flink door, hij geeft niet graag toe dat de opname hem iets doet. De orkestleden spelen in hetzelfde tempo door en krijgen van Flannagan een tafel met drankglazen toegeschoven. En na het drankgelag sommeert hij de gipsy’s zelfs om mee gaan naar de sauna waar ze vrolijk, maar zwetend, verder musiceren.

Ondanks dat Love in the Afternoon niet Wilders belangrijkste werk is, is het een interessante film. Om de vergelijking met Ernst Lubitsch te kunnen maken, maar zeker ook omdat Audrey Hepburn de show steelt als de jonge charmante, elegante en soms aandoenlijke Ariane.
 

24 juli 2018

 

Kijk hier wanneer deze film nog draait in EYE Amsterdam.

 

MEER BILLY WILDER