Kingmaker, The

****
recensie The Kingmaker

Manipulatieve Moeder van de Natie

door Suzan Groothuis

Ze noemt zichzelf de moeder van haar natie. De moeder van iedereen. Lauren Greenfield, die eerder in The Queen of Versailles vastlegde hoe rijkdom en overdaad zich verhouden, toont het leven van de omstreden Filipijnse voormalige first lady Imelda Marcos. Een inkijkje in een gouden, corrupte kooi.

Terwijl ze door de sloppen van Manilla rijdt, trekt voormalig Imelda Marcos een stapel bankbiljetten tevoorschijn. Met een treurig gezicht deelt ze ze uit aan een rij bedelende kinderen die almaar groter wordt. Hoe anders was het tijdens het bewind van haar man Ferdinand Marcos, merkt ze op. Toen was deze armoede er nog niet.

The Kingmaker

De Amerikaanse fotograaf en documentairemaker Lauren Greenfield duikt met haar nieuwste film in het leven van Imelda. Greenfields fascinatie voor rijkdom was eerder te zien in The Queen of Versailles, waarin ze een biljonair koppel volgt tijdens de constructie van hun eigen gouden Versailles-paleis. Maar de komst van een economische crisis maakt harde metten met hun kapitaal: hun gouden bubbel stort ineen. In haar expositie Generation Wealth borduurt Greenfield voort op het thema rijkdom, middels overdadige fotowerken waar de overvloed vanaf spat. Maar de weelde van de één procent rich and famous heeft een keerzijde: wat blijft er nog van je identiteit over, als je alles wat je hebt verliest?

Omstreden weelde
In The Kingmaker (hit op IDFA 2019 en nu eindelijk in de bioscoop) draait het om een vrouw die bewijst dat je alles kan kopen, zolang er maar geld is om uit te geven. Omstreden geld, dat wel, want het Marcos-regime was doorspekt met corruptie. The Kingmaker toont zowel beelden van het nu als de opkomst van de politieke carrière van Imelda. Ze verloor als jong meisje haar moeder. Een verlies dat een diepe impact op haar had en haar neiging om te “moederen” deed groeien. Die kans benutte ze ten volle toen ze Ferdinand Marcos in 1954 ontmoette. Zijn politieke carrière was in opmars en met Imelda aan zijn zijde veroverden ze het volk. Hij, met zijn daadkrachtige speeches en zij, met haar schoonheid en charme. In 1965 werd Marcos president en Imelda first lady. Haar moederlijke medeleven met de burgers leverde haar de titel Moeder van de Natie op.

En dan zijn er de omstreden gebeurtenissen, zoals de moord op oppositieleider Benigno Aquino in 1983. Veel mensen dachten dat de Marcossen ermee te maken hadden, maar dat is nooit bewezen. Imelda’s extravagante levensstijl en onbedwingbare koopzucht nam grote proporties aan: van haar gigantische schoenencollectie tot de aanschaf van gebouwen zoals de Crown Building in Manhattan. Meest frappant is echter het opzetten van het Calauit Safari Park in de Filipijnen. Onder meer giraffes, zebra’s en impala’s werden overgebracht vanuit Afrika en neergeplant op het eiland. De bewoners van Calauit moesten hun heil elders zoeken. Alles opzij voor de Moeder van de Natie!

The Kingmaker

Uiteindelijk kwam er tegenspoed op het pad van de Marcossen: het wantrouwen van het volk groeide en in 1986 moesten ze gedwongen aftreden. Meer en meer ontstond het idee van corruptie, want waar kwamen al die overdadige geldbestedingen vandaan? Ondanks metersdikke dossiers van aanklachten, waren er geen harde bewijzen en werd Imelda (haar Ferdinand was toen al overleden) onschuldig verklaard.

Herhaling van de geschiedenis
Die onschuld is in The Kingmaker moeilijk aan te nemen. Hoewel Imelda vol lof over de politiek van haar man spreekt en haar exuberante aankopen als iets doodnormaals ziet, zijn er getuigenissen van activisten en politieke tegenstanders die je heel anders naar haar gouden werkelijkheid doen kijken.

Anno nu zitten de Marcossen weer volop in de politiek. Zoon Bongbong met zijn hang naar het vice-presidentschap en moeder Imelda als congreslid. Duterte, de huidige, en eveneens van corruptie verdachte president van de Filipijnen, is met financiële investeringen van de Marcossen naar de politieke top geklommen. De donkere geschiedenis herhaalt zich. Greenfields documentaire laat op bijtende wijze zien hoe groot en absurd de tegenstellingen tussen arm en rijk zijn. Imelda is hierin niet de held van het verhaal, maar een weerzinwekkende koningin, steevast gepositioneerd temidden van haar overdadige luxe. Een vrouw die in haar eigen geschepte werkelijkheid gelooft, getuige haar woorden: “The poor always look for a star in the dark of the night.”

 

8 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

King of Staten Island, The

***
recensie The King of Staten Island

Overjarige onvolwassene ontwaakt

door Cor Oliemeulen

De hoofdpersonages in films van Judd Apatow nemen het leven meestal niet zo serieus. Vaak is een externe prikkel nodig om zich aan de lamlendigheid van drank en blowen te kunnen onttrekken. Zo vergaat het ook Scott in The King of Staten Island, dat in eigen land door de coronacrisis slechts online werd uitgebracht, maar bij ons gewoon in de bioscoop verschijnt.

De films van de Amerikaanse regisseur worden gekenmerkt door een hoog awkward gehalte: ongemakkelijk, pijnlijk, gênant, raar, tenenkrommend. Denk maar aan The 40-Year-Old Virgin (2005), Knocked Up (2007) en Funny People (2009). Zonder al teveel fantasie zou je Judd Apatow het zwakker begaafde neefje van Woody Allen kunnen noemen. Er zijn ontegenzeggelijk overeenkomsten tussen de twee filmmakers: beide van joodse komaf, opgegroeid in New York en begonnen als schrijver voor tv-comedy’s. De verschillen zijn opmerkelijker: Allen figureert in veel van zijn films (bijna niemand anders kan immers beter zijn eigen grappen vertolken), terwijl Apatow nauwelijks in zijn eigen films acteert, maar op zijn manier ook de lach aan zijn kont heeft hangen.

The King of Staten Island

Kansloos
Bij Allen herken je snel een ‘Woody Allen’-karakter, waar je in films waarbij Apatow is betrokken diens signatuur moeiteloos ontdekt, ook in films die hij produceerde, zoals The Cable Guy (1996), de twee Anchor-films (2004 en 2013), Superbad (2007) en Forgetting Sarah Marshall (2008). Veel van die komedies zijn over de top en worden bevolkt door onconventionele types als Seth Rogen of Jason Segel en blinken uit in ongerieflijke situaties, structureel drank- en drugsgebruik en obsceniteiten. Maar uiteindelijk zit het hart op de goede plaats en belooft een happy end beterschap voor de overjarige onvolwassenen. In de films van Woody Allen zijn het vaak artistieke jongeren uit een kansrijker milieu die worstelen met hun identiteit en neuroses, maar ook daar komt alles meestal wel op zijn pootjes terecht.

De hoofdpersoon van The King of Staten Island is de 24-jarige Scott, gespeeld door stand-upcomedian Pete Davidson, wiens karakter voor een deel uit zijn eigen leven is gegrepen. Scott is depressief, blowt en drinkt met zijn al even kansloze vrienden en heeft geen idee wat hij met zijn leven aanmoet. Hij klust wat als ‘tattoo artist’ en droomt van een ‘tattoo-restaurant’, want de formule van je laten tatoeëren tijdens het eten van een kipmenu bestaat immers nog niet.

The King of Staten Island

Ontdekkingstocht
Gezien het merendeel van de afbeeldingen op zijn eigen lijf en die van zijn vrienden werkt Scotts impulsieve en naïeve gedrag niet direct bevorderlijk om als gerespecteerd kunstenaar door het leven te gaan. Toch blijkt hij wel degelijk talent te hebben, hoewel niet iedereen daar in eerste instantie oog voor heeft. Zo laat Scotts moeder Margie (Marisa Tomei) iemand haar bovenarm zien. ‘Ah, een cockerspaniël.’ ‘Nee, het is mijn dochter.’

Veel dialogen en situaties zijn levensecht en regelmatig grappig. De lamlendigheid van het bestaan als jongvolwassene die geen flauw idee heeft hoe hij onderwerp van een hoopvolle toekomst moet worden. Scott: ‘Wat is dit voor een slechte wiet, ik merk niks.’ Vriend: ‘Ik word ook niet meer high, maar blowen is wel een lifestyle.’ Margie, die na zeventien jaar weduwe zijn een nieuwe liefde krijgt, gooit Scott na een ruzie het huis uit en dwingt hem zo om zelfstandig te worden. Dat proces gaat natuurlijk met horten en stoten, maar uiteindelijk ontdekt Scott dat hij meer in zijn mars heeft dan hij dacht en krijgt hij van heel dichtbij de kans om zijn overleden vader beter te leren kennen. The King of Staten Island is wat aan de lange kant, maar soms hebben mensen nu eenmaal veel tijd nodig zichzelf te ontdekken.

 

21 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

King, The

****
recensie  The King

Van King naar Kong

door Alfred Bos

Waar is de ‘united’ in de United States of America gebleven, vraagt de Amerikaanse documentairemaker Eugene Jarecki zich af. De Amerikaanse Droom heeft hetzelfde lot ondergaan als Elvis Presley, in zijn tijd de belichaming van die droom.

Hij is al veertig jaar dood, maar leeft nog steeds—als hologram. In zijn tijd was Elvis Presley de verpersoonlijking van een droombeeld: Amerika als het land waar je van pauper kunt uitgroeien tot miljonair. De gloriejaren van Elvis – met Prince en Madonna de enige popster die we kennen bij de voornaam, anders dan Bob (Dylan/Marley), David (Bowie), Michael (Jackson) of John (Lennon) – vielen samen met de piek van Amerika als wereldmacht. Elvis leeft voort als mediabeeld en dat geldt ook voor de Amerikaanse Droom, want in werkelijkheid is die zo dood als een pier, wil Eugene Jarecki duidelijk maken in zijn documentaire The King.

Het concept is prachtig. Jarecki stapt in de zilveren Rolls Royce van Elvis en bezoekt plekken die een rol speelden in diens loopbaan: zijn geboorteplaats Tupelo; zijn thuishaven Memphis; New York waar zijn carrière in 1956 dankzij televisie een enorme boost kreeg; via Route 66 naar Hollywood waar hij in de jaren zestig een eindeloze stroom steeds beroerdere pulpfilms maakte; Las Vegas waar hij na de befaamde NBC-comebackspecial van december 1968 neerstreek als publiekstrekker extraordinaire.

The King

Met Jarecki zitten in de Rolls muzikanten (onder meer John Hiatt, Emmylou Harris, The Handsome Family en Emi Sunshine & The Rain) en acteurs (zoals Ethan Hawke, Ashton Kutcher en Alec Baldwin, hij parodieert de president in Saturday Night Live). De muzikanten maken prachtige authentieke muziek op de achterbank. De acteurs spreken over Elvis, wat hij voor hen en Amerika heeft betekend en wat er van de Droom is geworden. De Rolls Royce Silver Cloud staat met pech langs de weg, hoe treffend. Waarom de Rolls, waarom niet één van Elvis’ Cadillacs, vraagt David Simon, maker van The Wire. Het Britse statusmobiel is symbool van Amerika’s verwording, wil de film vertellen.

Verslaving
Verval is het onderliggende thema van The King. Het verval van een godenzoon tot vadsige parodie en het verval van een wereldmacht tot vulgaire plutocratie. In het geval van Elvis is zijn manager, de zelfbenoemde ‘Colonel’ Tom Parker (in werkelijkheid de illegale immigrant  Andreas van Kuijk uit Breda), de boosdoener. Die had zijn verdiensten, zelfs geniale trekjes: Parker/Van Kuijk vond de marketing, inclusief merchandise, van de popster uit; wist nationale beroemdheid uit te bouwen tot wereldfaam. Maar – en het is een enorm maar – hij bond Elvis aan Las Vegas om zijn gokverslaving te faciliteren.

De documentairemaker is niet kinderachtig. Hij trekt de parallel tussen Elvis en Amerika dóór en typeert de huidige Amerikaanse president, die man met die eekhoornstaart omgedraaid op zijn hoofd, als de belichaming van de verloederde Droom. Parker en Trump hebben veel gemeen: vulgaire, ongeletterde types; geboren verkopers, geniaal in hun mediamanipulatie; behoudzuchtig en naar binnen gericht in hun wereldbeeld; en gokverslaafd. Van onbegrensde kansen voor iedereen naar casinokapitalisme voor de rijken. Van King naar Kong. Paolo Sorrentino zou er zo Silvio Berlusconi aan toe hebben kunnen voegen. Verroest, dat is precies wat doet hij met Loro.

The King

Roem als bedrijfsziekte
Eugene Jarecki is het type intellectueel dat in het Amerika van Trump een met uitsterven bedreigde diersoort is. Hij kan abstracties vangen in termen van populaire cultuur en The King is een fraai voorbeeld. Jarecki, die een boek schreef over de buitenlandse politiek van Amerika en een actie startte voor boerenleenbanken als alternatief voor Wall Street, laat de Rolls Royce van Elvis stoppen om gewone Amerikanen aan het woord te laten. Het mozaïek van reportage en Elvis-docu is doorsneden met in de studio gedraaide interviews. Het mooiste citaat komt van Mike Myers: ‘Roem is de bedrijfsziekte van creativiteit’.

The King ontkomt niet aan de hysterie van de culturele oorlog die sedert de jaren negentig in Amerika woedt (en sindsdien naar Nederland is overgeslagen). Een zwarte intellectueel zegt dat Elvis hem niet vertegenwoordigt, want Elvis heeft de zwarte muziek gestolen en zijn roem nooit aangewend om politiek stelling te nemen. Chuck D, voorman van rapgroep Public Enemy, is genuanceerder: muziek is muziek. Deze kijker denkt: als muzikanten zich politiek moeten uitspreken, moeten politici dan muziek gaan maken? Trump doet The Chipmunk Song? I hope not.

Dat Elvis in Las Vegas ten onder ging aan vervreemding, teveel geld, een pillenverslaving en botervette banaan-met-pindakaas-cholesterolbommen symboliseert de teloorgang van de Amerikaanse Droom. Zoals Martin Scorcese verbeeldt in Casino werd Vegas in de jaren tachtig een prooi van internationaal opererende bedrijven, vastgoedbaronnen en het grootkapitaal. Krek hetzelfde is, aldus Jarecki (en niet hij alleen), de Amerikaans droom overkomen. Het enige wat je op dit filmessay kunt aanmerken is dat de regisseur niet afsluit met het slotnummer van Elvis’comeback special, If I Can Dream. Popcultuur verkoopt sprookjes.

 

6 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Kom en zie

*****

recensie Kom en zie

Oorlogsfilm aller oorlogsfilms

door Ralph Evers

Het Eye Filmmuseum kocht onlangs Idi i smotri – de gerestaureerde versie wordt in Nederland uitgebreid als Kom en zie – aan van Mosfilm. De film uit 1985 geldt als één van de meest indrukwekkende oorlogsfilms ooit gemaakt. In de typisch aardse, onopgesmukte stijl van de Russen kunnen we de oorlog in al haar rauwheid beleven op groot scherm. Of je daar zin in hebt, is een tweede.

Waar veel oorlogsfilms een zekere mate van heroïek of romantiek kennen, kenmerkt Kom en zie zich vooral door het ontbreken hiervan. De film begint nog vrij idyllisch met een scheldende boer, tegen een weids land, die de twee in het zand spelende jongens oproept het gevaar niet op te zoeken.

Kom en zie

Wanneer Florya, onze protagonist, een wapen vindt, een SVT-40, bekruipt hem wel enige heroïsche fantasie. Al gauw sluit hij zich, zeer tegen de wens van zijn moeder, aan bij de partizanen. Dit lijkt aanvankelijk stoer. Jongensbravoure. Tot de oorlog zijn gezicht laat zien, een duizendkoppig monster met een onvervulbare necrofiele honger naar de ontzieling en vernietiging van het leven. Regisseur Elim Klimov, zelf op een eigengemaakt vlot gevlucht met z’n moeder en broertje tijdens de belegering van Stalingrad, putte uit deze jeugdgeschiedenis en de naziterreur in Rusland, om tot zijn apocalyptische oorlogsfilm te komen.

Oorlogshorror
Veel van de Vietnamfilms gelden als een kritiek op die oorlog en oorlog in het algemeen. Het oorlogsmonster consumeert niet alleen de huidige generatie, maar ook een of meerdere generaties daaropvolgend. Westerse WO II-films willen nogal eens heldhaftig zijn en slechts beperkt de gruweldaden tonen. Kom en zie daarentegen is zeldzaam gruwelijk. In het partizanenkamp leert Florya Rosa kennen en trekt er met haar op uit. Ze hebben wat lolletjes onderweg, leren elkaar wat beter kennen en misschien zelfs biedt die ontluikende vriendschap een medicijn tegen de aanstaande gruwelijkheden. Het is echter als onze uiterwaarden, doorgaans voldoende, doch bij werkelijk hoogwater een lachertje. Zo ook wanneer de oorlog met een eerste bombardement de film binnenrolt. Een sterke troef die Klimov hier speelt is dat de oorlog beleefd wordt door de ogen (en oren) van Florya. Een oorverdovende piep, die door hart en ziel snijdt is de eerste getuige van de komende oorlogshorror. Hierin is Kom en zie meedogenloos.

Het lot van Wit-Rusland, waar de film zich afspeelt, is de nazi-tactiek van de ‘verschroeide aarde’. In totaal werden 638 dorpen op die manier vernietigd. De titel is een verwijzing naar het zesde hoofdstuk van de Openbaring van Johannes, waarin de vier ruiters van de Apocalyps ten tonele verschijnen. Hierin worden verwijzingen gemaakt naar de dood en de hel.

Kom en zie

Kom en zie
Aan dood, verderf en een hel op aarde geen gebrek. Wanneer de realiteit Florya’s bewustzijn binnengeploft is, dwingt zijn ontreddering hem tot de primitieve overlevingsmechanismen van de mens. Wanneer hij terugkeert naar zijn ouderlijke dorp krijgen we de afgrijselijke wreedheid van de oorlog in alle registers te zien. Niet alleen in de psychische neergang van Florya, maar ook in de letterlijke kadavers van menselijke resten en de technocratische executies later in de film.

De film zal lang blijven napiepen. De traumatisch realistische beelden en de confrontatie met de zielloosheid van de oorlog, het gevangen raken in haar web en de heimelijke fascinatie, waardoor je blijft kijken. Het is een vreemde mix waar Russen een alleenrecht op lijken te hebben. Die gerichtheid op het aardse, de liefde voor modder en smerigheid, de zoektocht naar het menselijke in het lelijke en de traagheid van het lijden. Niet zozeer transcendent, maar immanent is het religieuze en het existentiële in de beeldtaal aanwezig.

Kom en zie, dit is de mens, dit hier, in haar lelijkheid en laagheid. Ook dit stuk verwoeste mens, eens een jongen genaamd Florya, die nu met een lege blik duizend meter in de verte tuurt naar het niets. Een verloren generatie, de tanden van de oorlog knaagden nog decennia door, het geweld stopte niet. De menselijke natuur kent een wreedheid die we liever niet zien. Kom en zie… dat eens onder ogen!
 

12 oktober 2018

 
MEER RECENSIES

Klanken van Oorsprong

*

recensie Klanken van Oorsprong 

Fantastische klanken, vage oorsprong

door Alfred Bos

Nederlanders met een Indische achtergrond leverden een spraakmakende en unieke bijdrage aan de muziekcultuur van Nederland. Daar zit meer dan één verhaal in. Klanken van Oorsprong wil ze allemaal tegelijk vertellen en faalt dramatisch.

Nederland sprak in de jaren zestig en begin jaren zeventig een aardig woordje mee in de internationale popmuziek van die dagen. De basis daarvoor werd midden jaren vijftig gelegd in Den Haag, waar zogeheten Indo’s (Nederlanders met een Indische achtergrond) als eersten op het continent van Europa de nieuwe popmuziek uit Amerika, rock-’n-roll, begonnen te spelen. Althans, het leek er erg op, maar het was net even anders. Een uniek geluid, blijkt achteraf.

Klanken van Oorsprong

De indorockbands speelden voornamelijk ruige instrumentale rock-’n-roll en hadden er veel succes mee in Duitsland, want aan het land van bierfeesten en Schlagers was de muzikale revolte geheel voorbij gegaan. Daar lag een markt voor de driehonderd (!) indorockbands die er begin jaren zestig Duitse tieners vermaakten (naast bands uit Engeland als The Beatles). Klapstuk van de indorock waren de Tielman Brothers: podiumbeesten met een unieke sologitarist, Andy Tielman, de Jimi Hendrix van zijn tijd.

Indorock wijkt subtiel af van de Amerikaanse rock ’n roll, het is niet geworteld in rhythm & blues. Er zijn invloeden uit krontjong, achterbuurtmuziek uit Jakarta met Portugees/Indonesische wortels. En krontjong is “reggae zonder drums”, aldus Doe Maar-pianist en Indische Nederlander Ernst Jansz. Anneke Grönloh: “Reggae is krontjong.” Razend boeiend allemaal, daar zit een knaller van een documentaire in, rijp voor de internationale markt. Maar Klanken van Oorsprong is die documentaire niet.

Geen Molukkers
Het probleem van Klanken van Oorsprong is het gebrek aan focus. Het verhaal van de Indische Nederlanders en mensen uit Indonesië, inclusief de Molukken, die na de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring naar Nederland kwamen is een complex verhaal. Nederlanders keken raar naar Indo’s en Indo’s keken raar naar Molukkers. De term Indo staat voor een heterogene groep, de documentaire brengt geen helderheid. Erger, ze vertroebelt het beeld door alles op één hoop te vegen.

Maar de Ambonezen (of in ruimere zin: Molukkers, zo subtiel liggen de verschillen en zo complex is het verhaal) schitteren in Klanken van Oorsprong door afwezigheid. Geen Massada, geen Daniel Sahuleka, geen Erwin Java. Waarom is volstrekt onduidelijk.

De film toont daarentegen wel Nederlandse muzikanten die in voormalig Nederlands-Indië, tegenwoordig Indonesië, zijn geboren. Boudewijn de Groot bezoekt nog steeds pasar malams, Indische markten, en weet zelf eigenlijk ook niet waarom. Liesbeth List vertelt, opnieuw, het verhaal over haar moeder die in een Jappenkamp werd misbruikt en zelfmoord pleegde. Met Indorock heeft het allemaal niets van doen. En als De Groot en List aan het woord komen, waar is Jan Rot dan? En wat doet Kaz Lux in deze docu? De man heeft nota bene Poolse wortels!

Klanken van Oorsprong

Van Halen
Helemaal krankzinnig wordt het in het laatste deel van Klanken van Oorsprong. Zitten we opeens te luisteren naar een Amerikaanse muzikant die in Eindhoven rockliedjes staat te spelen. Pardon? Oh, zijn ouders waren Indo en zijn naar Amerika geremigreerd. Dan kunnen de broertjes Alex en Eddie van Halen, die van die rockband met hun achternaam, er ook nog wel bij. Eddie en Alex verschijnen echter niet voor de camera, wel een nicht en een tante. Waarom de buurvrouw eigenlijk niet? En wat doet Leo Blokhuis daar opeens?

Met meer focus en wat competente redactie had Klanken van Oorsprong iets moois kunnen opleveren, want het verhaal van de muziek die Nederlanders met een Indische achtergrond de afgelopen zestig jaar hebben gemaakt is het vertellen ruimschoots waard. Wie er meer over wil weten (en horen) leest de boeken van Lut Mutsaers, Rockin’ Ramona, over indorock, en Roep der verten, over krontjong. En zoekt op YouTube naar clips, met de onovertroffen Tielman Brothers voorop.
 

15 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Killing of a Sacred Deer, The

****

recensie The Killing of a Sacred Deer

De ontleding van een perfect gezin

door Suzan Groothuis

Oei, een nieuwe Yorgos Lanthimos. De Griekse regisseur, bekend van The Lobster, Alps en Dogtooth, heeft de gave met de eerste helft van zijn films te overrompelen (briljant! absurd! origineel!) maar met de tweede helft te verzanden. Zijn nieuwste, A Killing of a Sacred Deer, is zijn meest evenwichtige. Een film met een broeierige spanning, maar ook met het nodige absurdisme. Waarin de hoofdpersoon voor een onmogelijke keuze gesteld wordt.

Lanthimos brak door met Dogtooth, een claustrofobische, absurdistische film over drie jongvolwassenen die het ouderlijk huis niet mogen verlaten. Daarna kwam Alps, waarin er business zit in het verpersoonlijken van overledenen om de nabestaanden door hun rouwproces heen te helpen. En daarna het in 2015 verschenen The Lobster, waarin mensen in een dystopische toekomst een partner moeten vinden. Als dit niet lukt in 45 dagen, veranderen ze in dieren en worden ze verbannen naar de bossen.

The Killing of a Sacred Deer

Dogtooth staat nog steeds op het lijstje films om te gaan zien. Alps en The Lobster beschikken over een geweldige eerste helft, waarin de regisseur uitblinkt in een origineel script, met een mengeling van droge humor, absurdisme en de nodige gruwelijkheid en controverses. Helaas verzanden die films in hun tweede helft. Te vreemd, te rommelig. Een half meesterwerk. Nu is er The Killing of a Sacred Deer, die de vraag oproept of de regisseur ditmaal een evenwichtige film levert.

Evenwichtig met het kenmerkende absurdisme
Het antwoord is ja. The Killing of a Sacred Deer is Lanthimos’ meest evenwichtige film tot dusver, met nog een vleugje absurdisme dat zo kenmerkend is in zijn vorige films. Er is een broeierige spanning van begin tot eind. En een gevoel, dat er iets niet klopt en er iets vreselijk uit de hand gaat lopen.

We volgen het gezin Murphy. Steven (Colin Farrell, eerder ook in The Lobster te zien) oogt als een stille, hardwerkende chirurg. Een moeilijk te doorgronden man. Een discussie met een anesthesist over horlogebandjes leert de kijker dat Steven metalen bandjes verkiest boven leren. En wanneer hij de liefde met zijn vrouw Anna (Nicole Kidman) bedrijft, doet hij dat het liefst als zij zich voordoet als lijk. Een op het eerste gezicht gedreven man, maar met duistere randjes.

Tussen de bedrijven door – werk en gezin – zien we hem samen met tiener Martin (Barry Keoghan, dit jaar ook te zien in Christopher Nolans Dunkirk). Je vraagt je af wat de twee precies bindt. Wanneer Martin een luxe cadeau krijgt van Steven (een horloge met een metalen bandje) doet dit het ergste vermoeden. Martin accepteert het cadeau, maar wil het bandje laten vervangen door leer. Een subtiel teken, dat hij de controle heeft.

En dan infiltreert de beheerste, vreemde Martin steeds meer de levens van het gezin Murphy. En wordt duidelijk hoe het zit, die band tussen hem en Steven. Terwijl Martin het hart van dochter Kim voor zich wint, maken Steven en Anna zich zorgen. Gaat het contact met Martin niet te ver? Moet er niet wat afstand worden genomen?

The Killing of a Sacred Deer

Beheerste wraakthriller
Zonder teveel te verraden, ontwikkelt The Killing of a Sacred Deer zich tot wraakthriller. Lanthimos werkt hier uiterst beheerst naar toe, met lange, statische shots die precisie en symmetrie behelzen en ondertussen onheil voorspellen. Een van de mooiste shots is die waarin Anna met haar zoon het ziekenhuis verlaat. Een overkoepelend shot van bovenaf volgt de twee, terwijl ze de roltrap afdalen. Tegelijkertijd broeit er iets. Je weet: er gaat iets mis.

Lanthimos slaagt er in het ogenschijnlijk perfecte gezin af te pellen. De gezinsleden worden uitgedaagd en tegen elkaar uitgespeeld. Thema’s als schuld en boetedoening, wraak en opoffering doorspekken het verhaal. Want opoffering komt er: Steven moet een onmogelijke keuze maken die zijn leven en dat van zijn gezin voor eens en altijd zal veranderen.

Een mooie kruising van arthouse tegenover wraakthriller, met een naargeestigheid die wel doet denken aan films van Michael Haneke. De beheerstheid en afstand – in shots, in scenario – werken uiteindelijk toe naar chaos. Want wat doe je, als je voor een onmogelijke keuze staat? Met sterke rollen van Nicole Kidman, Colin Farrell en Barry Keoghan als onheilspellende tiener. Van die laatste gaan we nog wel meer horen, let maar op.
 

28 november 2017

 
MEER RECENSIES

Knife in the Clear Water

***

recensie Knife in the Clear Water

Melancholie in de Chinese bergen

door Cor Oliemeulen

Knife in the Clear Water is een mooi voorbeeld van verstilde cinema. Een eenvoudig levensverhaal met de dood als thema dat zich afspeelt in een troosteloos berglandschap in Noord-China waar een oude geitenhoeder treurt om het verlies van zijn vrouw.

We maken kennis met een kleine moslimgemeenschap van Hui-Chinezen hoog in de bergen, waar alles grauw en grijs lijkt en het bijna nooit lijkt te regenen. Voor debuterend regisseur Wang Xuebo voldoende reden om de dagelijkse kommer en kwel te tonen, veelal in documentairestijl. Ondanks het weidse landschap gebruikt hij een gedateerde beeldverhouding van 4:3, met lange statische shots, waarin de weinige actie zich voornamelijk op afstand afspeelt. Een bewust zeer minimalistische aanpak, zonder ook maar een noot muziek, want de soundtrack bestaat louter uit schaarse dialogen en omgevingsgeluiden.

Knife in the Clear Water

Veertig dagen rouw
De film opent met een stoet mensen die zich langzaam begeeft naar een begraafplaats waar honderden heuveltjes verraden dat hier al vele generaties lang mensen wonen. Helemaal achteraan loopt de oude geitenhoeder Ma Zishan die zojuist zijn vrouw heeft verloren. Vervolgens leren we dat de weduwnaar nog maar weinig heeft om voor te leven. Hij regelt nog enkele zaken en vraagt zijn zoon om alvast een graf voor hemzelf te zoeken. Maar die is al bezig met de voorbereiding van het heilige ritueel na de periode van veertig dagen rouw. Hij stelt voor om dan hun stier te offeren.

Terwijl Ma Zishan elke dag de stier verzorgt, leren we het verhaal van de stier die het mes in het water heeft gezien omdat hij weet dat zijn einde is aangebroken. Het rund wil niet meer eten en drinken. Volgens een imam gebeurt dat om jezelf te reinigen en om je voor te bereiden op de dood. Voor Ma Zishan is de stier een nobel wezen, terwijl de mens blind en onwetend is. Maar volgens de imam kunnen ook mensen nobel zijn. Ondertussen houdt de oude man zijn eigen ritueel: hij wast zijn handen en armen. De douche in zijn huisje is niet meer dan een pot water met een gat erin die met een touw aan het plafond hangt.

Knife in the Clear Water

Mooie binnenopnames
De buitenscènes van Knife in the Clear Water benadrukken de nietigheid van de mens in de overweldigende natuur, maar vooral de binnenopnames zijn vaak van een ongekende schoonheid. Door de natuurlijke lichtinval krijgen de armoedige, sobere interieurs een warme tijdloze gloed. Kaders vol bruingele tinten doen onmiddellijk denken aan schilderijen uit de Gouden Eeuw. Ma Zishans verweerde hoofd vol rimpels bij het schijnsel van een olielamp is pure poëzie. Het is een van de sporadische close-ups in de film.

Bijna alles is op afstand geschoten, zodat we voortdurend de relatie tussen deze mensen en hun land kunnen observeren. Conversaties spelen zich soms op de achtergrond af, bijvoorbeeld een gesprek bij een waterput terwijl we rennende kinderen op de voorgrond zien. Hiermee noemen we dan meteen de meest enerverende actie in deze contemplatieve film. De liefhebber van trage arthouse vol verstilde beelden kan zich dus geheel overgeven aan de indrukken, waar een andere bioscoopbezoeker zich langzaam in een toestand van diepe rust zal laten brengen.
 

3 september 2017

 
MEER RECENSIES

Kidnap

*

recensie Kidnap

Mama is boos!

door Cor Oliemeulen

Meestal zijn het vaders die hun ontvoerde kind proberen te bevrijden, maar in Kidnap opent een moeder een klopjacht op de ontvoerders. Onbegrijpelijk. De zesjarige Frankie kijkt tv in de auto en zeurt steeds om een ijsje, dus zo’n kind ben je toch liever kwijt dan rijk?

Mama is een gescheiden moeder en een chagrijnige serveerster. Ze weet niet wie wat heeft besteld en laat haar klanten wachten om haar zoontje aandacht te geven. In het park hoort ze via de telefoon dat ze haar voogdijschap gaat verliezen aan haar ex-man die gaat hertrouwen. Wie geeft hem ongelijk? Tijdens het gesprek kijkt mama weliswaar regelmatig naar het bankje waarop Frankie moest blijven zitten, maar dan is hij natuurlijk plotseling weg. Dombo’s! Mama ziet nog net dat het jochie door een dik tokkievrouwtje in een auto wordt gesleurd.

Kidnap

Het bloed stolt niet
Gelukkig heeft hij zijn speelgoed op het bankje laten liggen, want hierin zit stomtoevallig een opnameapparaatje dat later natuurlijk zeer van pas komt, omdat hierop de stem van het dikke tokkievrouwtje staat. Na haar carrière als serveerster kan mama nog altijd detective worden, maar niet heus. Tijdens haar achtervolging verliest mama haar telefoon en is er in geen velden of wegen een telefooncel te bekennen, dus is mama geheel op zichzelf aangewezen. Met haar moederlijke instinct zal ze vervolgens ontzettend veel ondernemen om haar kind te bevrijden. Nou, ontzettend.

Dat betekent dat je de helft van de tijd twee auto’s met de duizelingwekkende snelheid van een invalidenwagentje achter elkaar ziet tuffen. Er zijn maar liefst twee verschillende cameraperspectieven: áchter de auto’s en bóven de auto’s. Meestal is er niemand op de weg en hebben de kidnappers (er is ook een mannetjestokkie met een geweer die soms dreigt maar weinig durft) kennelijk niet in de gaten dat mama hen nog steeds achtervolgt. En als ze dan een keer op een drukke weg belanden, dan rijden alle andere auto’s nog geen dertig kilometer per uur zodat de kidnappers en hun achtervolger er soepel doorheen kunnen slingeren – zoals je dat vaak in belabberde actiefilms ziet.

Kidnap

Prutsende politie
Van de politie moet mama het niet hebben. Ze maakt kort kennis met een sukkel van een motoragent die niet kan sturen en later in een klein politiebureau naast de highway treft mama een vrouwelijk hulpje dat tergend langzaam praat en vooral rust wil uitstralen. Ondertussen ziet mama dat het politieprikbord volhangt met posters van vermiste kinderen, zodat we direct mogen concluderen dat ook de wouten in deze contreien prutsers zijn en mama er helemaal alleen voorstaat. Net als de bioscoopbezoeker.

Pas na een uur dreigt de film zowaar heel even spannend, dreigend en grimmig te worden, maar dan is het al te laat om de prijs van het kaartje bij de kassa terug te vragen. Door een heftige aanrijding en een directe confrontatie met de mannetjestokkie is mama’s uitstraling veranderd van ongerust en paniekerig in meedogenloos en angstaanjagend. Door het vele bloed zien we gelukkig nog de parelwitte tanden van actrice Halle Berry schitteren. De hele auto zit in de prak, maar de tomtom doet het gelukkig nog en brengt mama weer op het spoor. De tocht leidt naar het hol van de leeuw met een gevaarlijke hond die op onverklaarbare wijze verdwijnt en een laatste twist die je van verre ziet aankomen.

Kidnap zou al in 2015 worden uitgebracht, dus er was genoeg tijd om de film de ontvoeren.
 

26 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Kedi

***

recensie Kedi

Istanbul door de ogen van de kat

door Suzan Groothuis

Istanbul kennen we van De Blauwe Moskee en de Aya Sofia. Maar Istanbul is ook onlosmakelijk verbonden met katten. Eén van Istanbuls inwoners in Ceyda Toruns documentaire zegt het mooi: “Zonder de kat zou Istanbul een deel van zijn ziel verliezen.”

Kedi gaat over de vele straatkatten die Istanbul rijk is. Er zijn er duizenden en als je goed oplet zie je ze overal: bij marktkraampjes, de vissershaven, in magazijnen (heerlijke plek voor een nestje) en bij restaurants of bij mensen thuis.

Kedi

Sterke persoonlijkheid
De camera volgt verschillende katten met een sterke persoonlijkheid. Katten die onmiskenbaar verbonden zijn met Istanbul en zijn inwoners. Sari, Bengü, Psikopat, Deniz, Aslan Parçasi, Duman en Gamsiz heten ze. Allen met een eigen karakter: de één een verleider, de ander een ware psychopaat die zelfs pitbulls verjaagt.

Met de oortjes gespitst sluipen ze door de stad. Op zoek naar eten, naar aandacht en naar liefde. Ondertussen vertellen inwoners van Istanbul over hun band met katten, of met een specifieke kat in het bijzonder. Al zijn het straatkatten, de beestjes die in beeld zijn gebracht, hebben toch een soort van thuis. Psikopat bijvoorbeeld, die “harde” liefde ontvangt van de man die zich over haar ontfermt. Geknuffeld worden vindt ze maar niks, maar ruwe streken over haar vacht doen haar genieten. Ondertussen laten beelden zien dat zij de baas is en zich niets laat vertellen. Ze heeft een partner, maar als ze gevoerd worden wijkt hij opzij en eet zij als eerste. Vrouwelijke concurrentie blaast ze weg. En als visdief is zij iedereen te slim en te snel af.

Katten als zingeving
Veel geïnterviewden hebben een moeilijke tijd doorgemaakt en zijn voor de straatkatten gaan zorgen uit zingeving en troost. Een man die dagelijks met hen in de weer is zegt dat als je kan genieten van een kat, de wereld aan je voeten ligt. Een ander heeft het weer over een magisch moment waarin een straatkat een grote rol speelde. Zo staat de kat symbool voor mysterie, geluk en troost.

In Kedi zijn stad en dier verbonden met elkaar, waarbij de kat selectief is in het kiezen van plek en mens. Een mooi voorbeeld is de adellijke Duman, die al twee jaar bij een delicatessenzaak “woont”. Duman is een kat met manieren, maar weet heel goed wat hij wil en hoe hij het kan krijgen. Hij komt de zaak niet binnen, maar krabbelt als hij honger heeft met zijn pootjes tegen het raam. Nog enthousiaster wordt hij als het personeel naar zijn favoriete hapjes loopt: manchego en kalkoen. Achter zijn verzorgde en charmante uiterlijk schuilt nog steeds een straatkat.

Kedi

Vermakelijk met een boodschap
De verhalen van de inwoners over de katten komen grotendeels op hetzelfde neer, waarmee Kedi naar het einde toe in herhaling valt. De liefde voor de dieren leidt tot hoge rekeningen bij de dierenarts, bij wie menigeen inmiddels een schuld open heeft staan. Maar de katten zorgen ook voor verrijking. Ze worden als probleem gezien, maar Kedi toont een andere blik op de straatkat: namelijk die van cultureel symbool.

Zo hartverwarmend als de prachtige documentaire The Wild Parrots of Telegraph Hill, waarin een man zorg draagt voor wilde parkieten in San Francisco, wordt het niet in Kedi. Omdat gekozen is voor een fragmentarisch karakter, blijft de film wat vrijblijvend. Het is vooral een blik op stad, mens en dier en hoe die in verhouding staan tot elkaar. Vermakelijk met een boodschap: mens en dier moeten leren samenleven, in plaats van de conclusie stellen dat er voor de straatkat in de stad geen plek meer is.
 

20 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Koza

***

recensie Koza

Terneergeslagen boksgeschiedenis

door Ralph Evers

Koza biedt een inkijkje in een arm gezin dat geconfronteerd wordt met een ongewenste zwangerschap en de wens tot abortus. Het geld dat hiervoor nodig is, leidt tot een destructieve odyssee van voormalig bokser Peter Baláž, bijnaam Koza. 

Het Eye brengt deze zomer een aantal niet eerder uitgebrachte films, veelal van Oost Europese makelij, uit. De eerste in deze reeks is de Slowaakse film Koza, die reeds in 2015 in Slowakije uitkwam en de Slowaakse Oscar-inzending van 2016 was. 

Koza

Koza speelt zich af aan de onderkant van de Slowaakse samenleving. Een voormalige bokser houdt zijn leven en gezin net staande met tal van slecht betaalde baantjes. Wanneer zijn vriendin zwanger blijkt oppert ze dan ook een abortus. Een kind erbij kunnen ze niet onderhouden. Daarnaast heeft ze weinig fiducie in de opvoedkwaliteiten van Koza. Bij zijn werkgever probeert hij de benodigde 400 euro te regelen, maar deze weigert. Zijn werkgever is overigens niet bepaald een behulpzaam iemand, al neemt hij Koza wel mee op toer door Europa voor een aantal illegale bokswedstrijden. Dat is namelijk wat Koza bedenkt om aan het benodigde geld te komen; opnieuw de ring in. Dat zijn conditie het al tijden laat afweten wordt voor de urgentie maar even vergeten. 

Ondergangsparabel
De eerste wedstrijd loopt direct al verkeerd af en de aanwezige dokter raadt Koza af ooit weer de ring in te stappen. Dit weerhoudt Koza echter niet. We volgen hem langs een aantal mislukkingen, waarop een trainer wordt ingehuurd. Passend bij de reeds ingezette neergaande spiraal is dit het type trainer dat je liever kwijt dan rijk bent.

In veelzeggende zwijgende beelden (de film had wel in de jaren 20 gemaakt kunnen zijn, zo weinig wordt er gesproken) zien we de wanhoop en uitzichtloosheid enerzijds en de koppigheid door te gaan anderzijds. Acteur Peter Baláž weet de tegenstrijdige belangen van Koza invoelbaar neer te zetten. Het ene moment heb je medelijden met zijn lot, om hem vervolgens voor zijn stommiteiten en eigenwijsheid te verafschuwen.

Zijn coach Zvonka roept vooral antipathie op. Al lijkt hij de enige, in de kleine kosmos waarin de film zich afspeelt, die zich bekommert om Koza. Als twee tegenpolen interacteren ze op elkaar. Als de een zich laat uitbuiten, buit de ander hem uit. Da’s allemaal niet zo fraai, maar wel reëel. 

Koza

Fictie is realiteit
Over reëel gesproken. Realiteit en fictie liggen soms dichtbij elkaar. Peter Baláž speelt namelijk zichzelf. Hij ís Koza, met een nagenoeg gelijke geschiedenis. De vriendschap tussen Peter en regisseur Ivan Ostrochovskí en het lot van Peter dat Ivan aanging, heeft geleid tot deze film. 

Naast de veelal zwijgende personen, zien we veel lege landschappen. Achteraf dorpjes, besneeuwde in uni-colour gehulde heuvelgebieden en grauwe cafés. Plots afgewisseld met moderne monorail en een tamelijk kleurrijk eindshot aan het strand. Alsof na die hele lijdensweg er enige hoop gloort aan de horizon. Fictie wordt realiteit.
 

11 juli 2017

 
MEER RECENSIES