**
recensie The Voice of Hind Rajab
De schaamte niet te beminnen
door Bert Potvliege
De suspensefilm The Voice of Hind Rajab haalt zijn kracht uit een immense morele verontwaardiging. De waanzin van de genocide in Gaza zou nooit eerder zo doeltreffend verbeeld zijn. Kaouther Ben Hania vertelt het waargebeurde verhaal van de brutale moord op het Palestijnse meisje Hind door het Israëlische leger.
Een brandend actuele politieke lading als deze is niet zelden funest voor de nuchtere evaluatie: Wat u te zien krijgt, is belangrijk! Hind Rajab brengt een activisme dat evenzeer bloeit als woekert, en doet zo zichzelf de das om. Want het onevenwicht tussen intentie en kwaliteit is groot, met een boodschap van reusachtig belang waar een vrij alledaagse formulefilm tegenover staat. Alle lof die de film te beurt valt, smaakt zodoende wrang. Dit voelt geforceerd.

Droeve ogen
Het waargebeurde kader van de film gaat een stap verder dan in soortgelijke cinema: de echte audio-opnames van het onder vuur genomen kind vormen het hart van deze thriller, die zich volledig afspeelt bij de telefooncentrale van de Palestijnse Rode Halve Maan. Terwijl de hulpverleners de noodoproep van Hind ontvangen, proberen zij te coördineren wat er moet gebeuren om haar te proberen redden van het oorlogsgeweld.
Ben Hania presenteert het geheel als een spannende genrefilm – de aandacht ligt op het verhaal en is niet al te openlijk een vingerwijzend politiek pamflet die zijn boodschap in woede brult. Die houvast aan de formules van een genre maken de film toegankelijk, wat de wijde verspreiding van de boodschap ten goede komt. Missie geslaagd, want de film is een wereldwijd succes en de boodschap krijgt de aandacht die hij verdient.
Motaz Malhees in de rol van Omar, door wiens ogen we dit drama zien ontvouwen, is een uitstekende gids in dit verhaal: de droefenis in zijn vermoeide ogen fungeert als het empathische fundament voor de kijker – even doeltreffend als de met puppy-ogen gezegende Macon Blair in de mistroostige thriller Blue Ruin.
Kopie
Het is echter zinvol om de film los van zijn eervolle intentie te bekijken. Ben Hania maakte een film volgens de regels van het vak, maar enthousiast word je daar niet van. The Voice of Hind Rajab is een huis clos-thriller in de traditie van films als Sidney Lumets 12 Angry Men of recenter werk als Locke en The Guilty. Nieuwigheden in deze genre-reconstructie vallen er niet te rapen.
De beleving van de film is evident, geconstrueerd om de spanning erin te houden tot het allerlaatste moment. Je voelt het gemakzuchtige mechanisme waarbij Ben Hania op de knoppen drukt om dit te bewerkstelligen – Florian Zeller had hetzelfde probleem bij zijn film The Son. Het cliché van de leidinggevende die Omar tegenkanting biedt, vind je in zowat elke politiefilm terug. De zenuwslopende stiltes, wanneer personages verstijfd aan de lijn wachten op een verlossende stem, zijn schering en inslag.
Hind Rajab kopieert de visuele stijl van de Jason Bourne-films (Paul Greengrass) – een ruwe, verhakkelde visuele stijl die de sensatie van journalistieke live footage behandelt als cinéma vérité. Een schoudercamera voert een opeenvolging van schichtige mini-zooms uit; de scherpte wordt bruusk verlegd van een over het voorhoofd parelende zweetdruppel naar een zoemende computermonitor.
De cinematische keuzes sluiten zo netjes aan bij de zindering van het verhaal – een beproefde formule, functioneel maar zonder frisse insteek. Het doet denken aan films als Whiplash: geslaagd in wat het doet, maar kniehoog gemikt.

Blind ontvangen
Dé fundamentele fout van The Voice of Hind Rajab is dat het de kijker in een gedwongen positie plaatst. Uiteraard zijn we verontwaardigd over de gepresenteerde gebeurtenissen, maar het is het enige mogelijke standpunt dat de kijker kan en mag innemen. Storend is het ons de vrijheid te ontnemen zelf aan de slag te gaan met het materiaal. Zeg niet wat we moeten denken, maar vraag ons wat voor ogen staat. Een kant-en-klaar gepresenteerde betekenis stimuleert enige onderzoek niet – de aard van oorlog, de zinloze wij-zij-dichotomie. Het is fout om de kijker geen eigen morele keuzes te laten, zelfs wanneer het onderwerp een gedocumenteerde oorlogsmisdaad betreft.
Voor wie is deze film dan bedoeld? Misschien voor een reeds lange tijd van dit onrecht overtuigd publiek, dat op deze wijze haar empathie tastbaar kan maken. Daar is voor alle duidelijkheid niks mis mee, maar allerminst een voorbeeld van de kracht van cinema – ook al denkt de film dit wel te zijn.
De Zilveren Leeuw op het Filmfestival van Venetië en een nobele inborst kunnen het gebrek aan filmische ambitie niet maskeren. Middelmatigheid op een troon plaatsen – omdat het van groot belang is – is niet de gewenste weg. Het is veel te weinig cinema. Het standpunt dat dit relaas een toonbeeld is van de politieke impact van film, mag er gerust zijn, maar een huis van troost kan niet worden gebouwd op wankele elementen.
20 januari 2026


















