Varda par Agnès

****
recensie Varda par Agnès

‘Grootmoeder’ nouvelle vague toonde hoe het leven is

door Cor Oliemeulen

Ze was bescheiden, vond de dames in Cannes te chique, maar bewoog zich liever tussen de arbeiders. Ze had een instinctieve, spontane manier van werken. “In de 20ste eeuw was ik voornamelijk filmmaker en in de 21ste eeuw voornamelijk artiest”, zegt de kunstenaar die net voor haar dood de documentaire Varda par Agnès voltooide.

Het doek gaat open. Agnès Varda (geboren 30 mei 1928 in Brussel, overleden 29 maart 2019 in Parijs) zit op het podium van een goed gevuld theater. Klein, fragiel, donkerrood bloempotkapsel met de kruin wit geverfd. In vogelvlucht vertelt ze over haar loopbaan, rustig, wars van enige opsmuk en met een incidenteel grapje. Hoewel ze zegt die pretentie niet te hebben, voelt het als een masterclass, afwisselend in het theater, voor studenten, of gewoon in een tuin of op het strand, soms geflankeerd door speelse attributen en kunstvoorwerpen.

Varda par Agnès

Documentaires die ook films zijn
De documentaire Varda par Agnès is een imposant retrospectief in beelden en woorden van de ‘grootmoeder van de nouvelle vague’ (zoals ze al op haar dertigste zou zijn genoemd). Varda was een belangrijke exponent van deze filmstroming die eind jaren vijftig in Frankrijk ontstond en zich afzette tegen de klassieke filmwetten van de droomfabriek Hollywood en de eigen filmcultuur, de ‘cinéma de papa’. Maar net als Alain Resnais – net als zij behorend tot de intellectuele elite van de linkeroever van de Seine en die in 1954 haar eerste film La Pointe courte monteerde – onderscheidde Agnès Varda zich van de twee andere boegbeelden, François Truffaut en Jean-Luc Godard, door veel meer in documentaire-stijl te filmen.

Varda’s oeuvre omvat twaalf lange speelfilms, dertien korte films en twintig documentaires. “Je hebt twee soorten documentaires. De eerste is realistisch: puur en rauw. Ik maak liever documentaires die ook films zijn”, vertelt Varda, die gewone mensen van vlees en bloed altijd centraal stelde. Het liefst dichtbij huis, in de buurt, de winkelier, de bakker op de hoek, de straatartiest. Niet vlot en vluchtig, net als genoemde collega’s, maar in lange takes. Soms ging ze de landsgrenzen over om de tijdgeest te documenteren, zoals The Black Panthers in 1968 en enkele jaren later hippies in Hollywood en demonstrerende feministen tegen abortus. Ook maakte ze een film over de jeugd van haar inmiddels zieke echtgenoot, regisseur Jacques Demy, die in 1990 overleed.

Inspiratie, creatie en delen
In haar documentaire gebruikt Varda regelmatig de drie woorden die altijd zo belangrijk voor haar waren: inspiratie, creatie en delen. Inspiratie is de motivatie om een film te maken (ideeën, omstandigheden), creatie is de manier waarop je de film maakt (methode, structuur) en delen is het logische gevolg, want een lege bioscoopzaal is een nachtmerrie voor elke filmmaker. Aan de hand van scènes legt ze uit hoe ze werkte en welke keuzes ze maakte. Kleur of zwart wit? Klassieke of moderne muziek? Vloeiend of schokkend beeld?

Varda par Agnès bestaat uit twee delen. Over haar ‘klassieke’ periode van 1954 tot 2000 vertelt de filmmaakster hoe ze probeerde om cinema opnieuw uit te vinden en om in elke nieuwe film haar manier van vertellen te veranderen. De ‘moderne’ periode vanaf de eeuwwisseling, waarin bijna iedereen digitaal ging filmen, staat in het teken van haar leven als visueel artiest. Hierin komen haar installaties aan bod, opvallende drieluiken, met vaak combinaties van bewegend en stilstaand beeld.

Varda par Agnès

Ode aan de aardappel
Dat begon in 2003 tijdens de Biënnale van Venetië met een drieluik als onderdeel van een video-installatie waarin ze een ode bracht aan de aardappel, volgens haar de meest bescheiden groente. Op het middelste doek zie je een hartvormige aardappel en aan de zijkanten uitschietende aardappels. Op de vloer daaronder ligt een berg van 700 kilo aardappelen. Tussen haar tijd als cineast en haar tijd als beeldend kunstenaar zijn we getuige van haar prachtige portretten die ze maakte als toneelfotograaf van Théâtre National Populaire in Parijs in de jaren vijftig.

Maar altijd bleef Agnès Varda documentaires maken, zoals Les Plages d’Agnès (2008), waarin ze spiegels op het strand zette om mensen (ook zichzelf) en landschappen te herontdekken, en ging ze in Visages Villages (2017) op pad met beeldend fotograffitikunstenaar JR om door heel Frankrijk alledaagse mensen te ontmoeten om die vervolgens tot hun eigen verwondering op levensgrote foto’s te laten terugkeren.

Authentiek en naïef
Het karakter van Varda’s werk is geboren uit een authentieke benadering als gevolg van een bepaalde naïviteit. In tegenstelling tot haar cinefiele vrienden van het roemruchte magazine Cahiers du Cinéma, waarin Truffaut en Godard graag films met de grond gelijkmaakten, beweerde Varda dat ze op het moment dat ze haar eerste film ging maken, nog maar een stuk of tien films had gezien. Dus ook niet de neorealistische rolprenten (van Visconti, Rossellini en De Sica) die vanaf het eind van de Tweede Wereldoorlog verschenen in Italië, waarmee Varda’s filmstijl meer dan eens is vergeleken.

Varda par Agnès

Zelfs haar meest gememoreerde film Cléo de 5 à 7 (anderhalf uur uit het leven van een meisje dat denkt kanker te hebben en fladderend door de stad wacht op de diagnose van de arts) blinkt uit in eenvoud en oorspronkelijkheid. Geen jump cuts, de techniek van hele korte sprongetjes in de tijd om het tempo van de film te verhogen en de actie spannender te maken, maar gewoon alle tien de treden van de trap tonen wanneer Cléo naar buiten huppelt. Het is dan ook niet heel verwonderlijk dat Varda’s meest ingewikkelde (en laatste) speelfilm, Les Cent et Une Nuits de Simon Cinéma (1994), flopte – ondanks het komen opdraven van talloze grote internationale filmsterren.

Geen wereldverbeteraar
Agnès Varda maakte films zoals het leven is. In haar documentaire blikt ze met actrice Sandrine Bonnaire op locatie terug op de opnames van Sans Toi Ni Loi (1985, Gouden Leeuw in Venetië). Het drama bestaat hoofdzakelijk uit dertien tracking shots waarin we meelopen met de rebelse vagebond Mona die zoekt naar voedsel en een slaapplaats. Ze wordt door iedereen gemeden als de pest en dood in een plastic zak afgevoerd. Een film zonder boodschap, want Varda observeerde vooral en voelde zich geen wereldverbeteraar. Alles draaide om inspiratie, creatie en delen.

Varda par Agnès draait vanaf donderdag 28 november in een aantal bioscopen en ook nog op IDFA 2019.

 
22 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Violette Nozière

****
recensie Violette Nozière

Spiegelpaleis van leugens

door Sjoerd van Wijk

De jonge Isabelle Huppert is verleidelijk maar verraderlijk als de gelijknamige moordenares in Violette Nozière. Haar sluwheid evenaart de film met een onderhuids bouwen aan dubbele bodems, tot er een spiegelpaleis van leugens staat.

Op haar vijfentwintigste had Huppert al vele films op haar naam staan. Toch lijkt deze eerste samenwerking met regisseur Claude Chabrol een blauwdruk voor haar latere rollen. In films als La Pianiste en Elle is ze hard en berekenend, maar ook getroebleerd met naargeestige gevolgen. Iets wat terug te zien is in Violette Nozière, waar Huppert als prostituee probeert te ontsnappen aan het gezapige thuisleven en tegelijkertijd flinke bedragen verdient.

Violette Nozière

Het huisje-boompje-beestje leven van haar ouders beklemt haar dermate dat Violette nadat ze met syfilis is gediagnosticeerd drastische maatregelen neemt. Vader Baptiste en moeder Germaine krijgen gif in plaats van medicijn tegen deze zogenaamd erfelijk overgedragen ziekte, waarbij de eerste het loodje legt. In hoeverre zijn er verzachtende omstandigheden als Violette beweert seksueel misbruikt te zijn door Baptiste?

Femme fatale voor iedereen
Uit de mond van Violette komen leugens net zo overtuigend als waarheden. Huppert heeft aan een enkele oogopslag genoeg. Violette is een klassieke femme fatale, zo overredend dat ze de vermoorde onschuld speelt. Haar personage lijkt een rondwandelende verwijzing naar de film noir, elegant in zwart gehuld (door onder andere Karl Lagerfeld) tijdens haar geheime activiteiten.

Net als in latere films is ook hier sprake van een man waar Hupperts personage zich teveel aan vastklampt. Violette blijkt daarnaast een femme fatale voor haarzelf, met de onderkoelde Jean als uitlaatklep voor haar geldverkwisting. Daarmee heeft Hupperts berekende sensualiteit een zekere tragiek. Haar liegen krijgt het elan van ontsnapping, getuige haar dromen om de stad te verlaten met Jean.

Onderhuidse vervreemding
De onpeilbare Huppert zorgt al voor dubbele bodems, maar Chabrol bouwt dit verder uit. De omgeving versterkt het labyrint van leugens, alsof achter alles iets anders te zoeken valt. Het visuele motief van de spiegel is wel erg nadrukkelijk aanwezig, maar vaste cameraman Jean Rabier weet de personages hierin te vangen met gracieuze nuchterheid.

Daarmee stapelt het enigma omtrent de ongemakkelijke familiesituatie van Violette zich laag op laag op. De beheerste taferelen zorgen voor onderhuidse vervreemding over haar belevingswereld in plaats van paranoia. Het is duidelijk dat Violette niet te vertrouwen is, maar op welke punten precies blijft aanlokkelijk onder het oppervlak borrelen.

Violette Nozière

Flarden van een werkelijkheid
Het abrupte doorbreken van dit spiegelpaleis verhoogt de vervreemding. Het strakke monteren van Yves Langlois bevraagt de werkelijkheid. Of eerder, een zeer persoonlijke werkelijkheid, gevormd door flarden van Violettes herinnering. De onderlinge verhoudingen tussen de familieleden tonen al hoezeer een ieder zaken verborgen houdt. Hierbinnen verontrusten de interacties van Baptiste ( geniepig gespeeld door Jean Carmet) met zijn dochter.

Het geharrewar tussen de overdreven geaccentueerde flashbacks, nachtelijke bezigheden en het fatale moment maakt alles enigmatisch. Het geeft de vervaarlijk lieftallige Huppert extra munitie te bedwelmen over de ware toedracht van haar handelen. Door te eindigen met een zakelijke opsomming van Violettes straf (de film is gebaseerd op ware gebeurtenissen) dringt dit des te meer binnen. Was deze daad überhaupt te begrijpen? Het onbegrip daarover is de kern van het mysterie in Violette Nozière. Met dank aan Hupperts vermoorde onschuld.

Violette Nozière is te zien op de dinsdagen 6 augustus (vanaf 14.45 uur) en 20 augustus (vanaf 19.00 uur) in EYE Amsterdam.

 

26 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Veearts Maaike

****
recensie Veearts Maaike

Lief en leed van een stoere Groningse

door Nanda Aris

De uit Loppersum afkomstige Maaike geeft een inkijk in haar leven als veearts. Daarnaast is ze actief als vertegenwoordiger van de Nederlandse dierenartsen in Europa. En strijdt ze voor het terugdringen van overmatig antibioticagebruik. Kalfjes worden geboren, presentaties gegeven, administratie gedaan; zeker, moedig en doortastend gaat Maaike te werk. 

Jan Musch en Tijs Tinbergen werken sinds hun afstuderen aan de filmacademie samen, zo maakten ze eerder de films Gebiologeerd (1994) en Rotvos (2009). Voor deze laatste documentaire ontvingen ze een Gouden Kalf. Gefascineerd door de natuur en de verschillende belangen daarbij, heeft het filmmakersduo ditmaal gekozen om de Nederlandse melkveehouderij – de boeren, het beleid en de veeartsen – in beeld te brengen. Drie jaar lang hebben ze hen gevolgd, de eerste anderhalf jaar zonder te filmen, daarna alles realistisch in beeld brengend.

Veearts Maaike

Meisjesdroom
Maaike besloot als klein meisje dat ze graag veearts wilde worden nadat ze een vrouwelijke veearts aan het werk zag. ‘Dat is leuk, dat is gezellig, dat is stoer’, en zo werd ook zij veearts. Ze is als een vis in het water bij de boeren, binnen het Van Stad tot Wad, het team van veeartsen waar ze werkt, maar ook als bestuurder van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) wanneer ze in een presentatie haar visie geeft op het antibioticabeleid.  Ook tijdens de internationale vergadering van de Federatie van Europese veeartsenorganisaties, waar ze verkozen wordt door collega’s als vertegenwoordiger, staat ze haar mannetje.

De film start met beelden van een lange besneeuwde weg in een uitgestrekt landschap in Noord-Groningen. De camera draait en in de auto zien we het gezicht van veearts Maaike, een diepe frons tussen haar wenkbrauwen laat haar nog steeds geen veertig lijken. Ze oogt jong en lieflijk, maar een volgend beeld laat zien dat ze van wanten weet, wanneer we haar met haar arm in het achterwerk van een koe zien, op zoek naar een kalf, dat doodgeboren zal worden. Dit soort plaatje zien we nog vaker voorbij komen, want naast de geboortes is dit de manier om te ondervinden of een koe drachtig is of kan worden geïnsemineerd. Het is werken, met drie man sterk, de poten aan een ketting, trekken ze het kalfje uit de moederkoe.

Leven en dood
Een dood kalf betekent geen inkomsten, maar zo zien we later in de film, met een stier is de boer ook niet zo blij. ‘Klote, een stier’, zegt de boer wanneer hij het geslacht van een net geboren kalf bekijkt. ‘We mogen niet meer koeien houden, maar toch wil je altijd een vaarskalf’. De boer legt uit dat hij door wet- en regelgeving nooit weet waaraan hij toe is. Het zou zo kunnen zijn dat de vaarskalveren die hij groot brengt – want om de melkproductie in stand te houden zullen er nieuwe kalveren geboren moeten worden – en dus kosten met zich meebrengen, niet mogen blijven. Een economische tegenslag en zonde dat er dan koeien onnodig naar de slacht zullen gaan.

Veearts Maaike

Dat de melkveehouderij geen gezellige keuterboerderijtjes zijn, maar boerenbedrijven, wordt niet alleen hierdoor duidelijk, maar ook wanneer jonge kalfjes gescheiden van hun moeder gezet worden, en we ze verkocht zien worden. Wanneer we een noodslachting zien van een koe die lelijk uitgegleden is en niet weer overeind komt. Door de koe bewusteloos te schieten en daarna leeg te laten bloeden, net zoals dat in een slachthuis gebeurt, kan het vlees nog gegeten worden. Of van een andere koe met letsel die geëuthanaseerd wordt. ‘Het is goed meisje, bedankt voor de melk die je gegeven hebt hoor’, zegt de boer terwijl hij haar kop aait. Begaan met zijn koeien, leven en dood gaan hand in hand op een boerderij.

De zorgvuldig gekozen beelden, het eerlijke beeld en de puurheid van veearts Maaike maken deze film meer dan de moeite waard. Het beroep van veearts blijkt hard werken, voor Maaike is het allemaal misschien net iets teveel bij elkaar. Daarom denkt ze, soms geëmotioneerd, na over het maken van moeilijke keuzes die zijn gericht op een volgende fase binnen de melkveehouderij.

 

24 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Vox Lux

***
recensie Vox Lux

Zwarte zwaan wordt popicoon

door Tim Bouwhuis

In de traumatische nasleep van een school shooting zingt een tienermeisje een lied van verstilde wanhoop. Voor ze het weet heeft haar stem een natie verenigd. Zingen en dansen doet ze in de kooi van een studio, onder het toeziend oog van een producer in schaapskleren.

Celeste (‘hemels’) overleefde de schietpartij op miraculeuze wijze, maar het wordt snel duidelijk dat die ene gebeurtenis haar de rest van haar leven zal blijven achtervolgen. In het diep ongemakkelijke Vox Lux transformeert een jonge zangeres in een beroemd popicoon. Als de jonge actrice Raffey Cassidy halverwege de film van het toneel verdwijnt, neemt Natalie Portman een vlucht, met het advent van de eenentwintigste eeuw in haar kielzog. Als een zwaan die nooit wit is geweest.

Vox Lux

Misleid
Vox Lux
(‘stem van het licht’) draagt het stempel van een zelfbewuste maker. De dertigjarige Brady Corbet acteerde in films als Mysterious Skin, Funny Games U.S. en Martha Marcy May Marlene voordat hij in 2015 met een mateloos fascinerend regiedebuut kwam. The Childhood of a Leader, een onbehaaglijke vertelling over een onaards kind, heeft het effect van een donderslag bij heldere hemel. Desondanks sprak de film slechts een zeer beperkt publiek aan, laat staan dat hij in aanmerking voor een Nederlandse release kwam.

De strategie van Vox Lux is duidelijk anders, getuige de upgrade in naamsbekendheid (Portman, Jude Law als de producer) en de zorgvuldig gekanaliseerde promotie-inzet op Portmans rol als popzangeres. Het International Film Festival Rotterdam (IFFR) presenteerde Vox Lux als één van de toonaangevende titels in de als mainstream geafficheerde Voices-sectie. Op die manier had het er, kortom, de nodige schijn van dat Corbets tweede inhoudelijk ‘toegankelijker’ zou zijn dan zijn intrigerende debuut. Niets is minder waar.

Voorbereid
Op stilistisch vlak is Vox Lux, geheel gelijk haar voorganger, een stuk ambitieuzer dan ze zich ten aanzien van veel kijkers waarschijnlijk zal kunnen permitteren. Welbewuste interventies in de montage doorbreken de continuïteit van het scenario; beelden van een tweede schietpartij worden op een onderhuids ongemakkelijke manier met de vervreemdende realiteit van de film verweven. Deze waanzin is een stuk inzichtelijker als je bekend met Corbets eerder genoemde debuut. Ook in The Childhood of a Leader is de droom van een kind leidend voor de verdere afwikkeling van het verhaal.

Vox Lux

Een speciale vermelding moet uitgaan naar de onlangs overleden componist van Corbets werk, Scott Walker (ex-frontman van The Walker Brothers). Zijn schurende scores voor The Childhood of a Leader en Vox Lux scheppen majestueuze sleutelscènes, die zichzelf zonder uitzondering verheffen tot dreigende voorbodes van de dingen die komen gaan. Beide films maken een enigma van de toekomst; de beeldtaal houdt meer achter dan ze openbaart.

De regie kwijt
Het cruciale verschil tussen Corbets debuut en Vox Lux is dat die laatste film een voice-over bevat. De schrijvende cineast benut die om de kern van het mysterie boven de personages te verheffen. Op een paar gezette momenten in Vox Lux stopt het rad van chaos voor even met draaien, waarop de stem van Willem Dafoe de dingen vertelt die we anders niet zouden zien. Tenminste, dat lijkt de insteek: in feite ondermijnt de expliciete rol van de alwetende verteller de kracht van de suggestie. Die suggestie begint nog als een koortsdroom, maar kristalliseert in de tweede filmhelft als een opzichtig uitgelijnde reflectie van een popindustrie die werkelijk alles in zich opneemt. Ze rooft mensen en laat losse hulzen achter; in de slotakte danst een schmierende Portman op zielloze popbeats. De stem van het licht gaat uit als een nachtkaars.

 

14 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Versos del Olvido, Los

***
recensie Los Versos del Olvido

Naamloos, maar niet vergeten

door Paul Rübsaam

Los Versos del Olvido benadert de dood vanuit de schijnbaar onpersoonlijke invalshoek van het begrafeniswezen. De hoofdpersoon, een beheerder van een mortuarium ergens in Zuid-Amerika, heeft echter een verrassend goed geheugen voor feiten die anderen liever verborgen houden. Dat komt een niet geïdentificeerde dode ten goede. 

Het gat van een graf, waaruit keer op keer het blad van een schop omhoog komt en een groeiende berg aarde naast het gat. De stem van de onzichtbare man die de schop hanteert. Hij vertelt een anekdote over degene voor wie hij de kuil graaft, om vervolgens mobiel telefonerend en gestaag doorscheppend een empathische toon aan te slaan. Hij spreekt alweer met een nieuwe klant: een vrouw die zojuist haar dierbare heeft verloren.

Los Versos del Olvido

Naast het graf staat de collega van de dienstdoende doodgraver tegen een boom geleund een trosje druiven te nuttigen. Deze oude, zwijgzame man met grijs haar, een grijze baard, een doorgroefd gelaat en een zachtmoedige uitdrukking in de ogen is de beheerder van het verveloze mortuarium, dat lijken herbergt waarvan sommige nog geïdentificeerd moeten worden.

Deze impressie van een door twee man gerunde begrafenisonderneming, ergens in verlaten, heuvelachtig gebied in een niet bij name genoemd Zuid-Amerikaans land vormt het begin van Los Versos del Olvido (Oblivion Verses), het speelfilmdebuut van de uit Iran afkomstige regisseur Alireza Khatami.

De beheerder van het mortuarium (Juan Margallo) is de hoofdpersoon. Alles onthoudt hij en alles telt hij. Het aantal graven dat gegraven is, maar ook het exacte aantal dagen dat hem, maar ook anderen scheidt van belangrijke gebeurtenissen in een ver verleden. Namen willen hem niet te binnen schieten, zelfs zijn eigen naam niet.

Walvissen op het strand
Met oog voor detail en een tempo dat aansluit bij de trage motoriek van de bejaarde, maar scherpzinnige protagonist lijkt in Los Versos aanvankelijk alles zijn gangetje te gaan. Wat kan doden ook eigenlijk overkomen op een begraafplaats? Toch wel iets, zo blijkt. Het mortuarium wordt binnenkort gesloten om plaats te maken voor een nieuwe vestiging elders. Bovendien zijn sommige ongeïdentificeerde doden slachtoffers van een militaire operatie die de verantwoordelijke legerleiding absoluut geheim wil houden.

Als de militairen meedogenloos schoon schip willen maken, ontsnapt één dode aan hun aandacht: een jonge vrouw, met een met bloed besmeurd, engelachtig gezicht. De beheerder vindt haar in een lade van het mortuarium die hij aanvankelijk niet open kan krijgen. Dat zij gedumpt zal worden in een onvindbaar graf kan hij niet verdragen. De band die hij door zijn eigen verleden met haar voelt, brengt hem tenslotte op een idee. Schijnbaar niet ter zake doende, meldt de radio ondertussen dat er op een strand een groep in doodsnood verkerende walvissen is aangespoeld.

Los Versos del Olvido

Vergeten, herinneren, symbolen
Wie zou zeggen dat Los Versos del Olvido een toch al ambitieus thema als het leven en de dood bij de kop pakt, onderschat nog de beoogde reikwijdte van de film. Alles komt aan de orde dat te maken heeft met herinneren, vergeten, moeten onthouden en moeten vergeten. Aan symboliek kent de film bepaald geen gebrek. Iemand die de wrange werkelijkheid niet zien wil, heeft een groeiende barst in de voorruit van zijn auto. Een aardbeving doet een glas trillen op een tafelrand. Zal het vallen? Een klosje garen dat gebruikt wordt om de weg terug te vinden in een labyrintisch archief breekt bijna, maar net niet. Een beeld van een enorme, uitgestoken hand rijst op uit het zand van een woestijn, vermoedelijk zowel ondergang als redding die nabij is symboliserend.

Per stuk zijn al die ‘zinnetjes’ met symbolische beeldtaal niet onfraai. Maar de overdaad schaadt hier en daar. Te meer daar de eigenlijke verhaallijn overtuigingskracht tekort komt. Het duurt al lang voordat we bij de centrale gebeurtenis van de vondst van de dode jonge vrouw zijn aangekomen. Vervolgens verzandt de voor dit zwaar aangezette werk iets te lichtvoetige plot een beetje tussen opnieuw die ‘zinnetjes’ (is die jonge jongen die hem helpt bij het openen van een gesloten deur de hoofdpersoon zelf in zijn jaren van jeugdige overmoed?, vast wel). Een subplot die de zaak moet stutten ontroert weliswaar, maar neemt het gevoel dat er verhaaltechnisch gedanst wordt op een koord niet weg.

En dan de hoofdpersoon. Over zijn persoonlijke geschiedenis komen we wel iets te weten, maar niet zo veel. Datzelfde geldt voor de intriges rond het optreden van een militaire junta in heden en verleden. Of in een sfeerrijke en parabelachtige film als Los Versos alles opgehelderd moet worden, is voor discussie vatbaar. Maar als vergeten, herinneren, de doofpot en eerherstel nou juist de onderwerpen van de parabel zijn?

 

1 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Vivre sa Vie

*****

recensie Vivre sa Vie

Stille tranen, stille emoties

door Tim Bouwhuis

In een vrijwel lege bioscoopzaal kijkt Nana (Anna Karina) naar Carl Theodor Dreyers stille meesterwerk La Passion de Jeanne d’Arc (1928). De tranen op het scherm zijn een teken van de tol die betaald moest worden voor een historische roep naar vrijheid. Op symbolische wijze wisselen de (extreme) close-ups van Maria Falconetti en Anna Karina elkaar af. De tranen van Maria’s Jeanne worden de tranen van Anna’s Nana. 

Het verstillende schouwspel in de cinema is één van de (letterlijke) momentopnames die samen Vivre sa Vie vormen. De Franse cineast Jean-Luc Godard, hier op zijn absolute hoogtepunt, koos ervoor het portret van een in prostitutie vervallende dame op te bouwen uit twaalf tableaux, losse sequenties die sterk fragmentarisch aandoen.

Vivre sa Vie

Gelukkig ondermijnt deze kunstmatige opzet geen moment de geloofwaardigheid van het drama. Godard verbloemt de harde realiteit van Nana’s bestaan niet, in een prachtige film (nu in digitale restauratie heruitgebracht) die doordesemd is van sympathie en medeleven: duidelijk is dat we de actrice aan het werk zien met wie de Fransman een jaar eerder trouwde.

Twee vormen van geluk
Nana’s zoektocht naar geluk staat mijlenver af van diners bij kaarslicht en idealistische toekomstscenario’s. Aan het begin van Vivre sa Vie ligt dat geluk even voor het oprapen; in één van de meest sprekende dialogen vertelt Nana hoe ze op straat stuitte op een briefje van 1000 francs, om daarna haar voet op het door de wind beroerde fortuin te plaatsen. Direct zag ze zich geconfronteerd met de wantrouwende blik van de eigenaresse. Dat specifieke moment – de korte spanning tussen het geluk als toeval en het geluk als existentiële conditie – doet Nana beseffen dat ze moet werken om vooruit te komen in het leven.

De heiligheid van het beeld
In een later tableau zien we dan ook hoe Anna Karina’s timide personage haar verzoek om werk zelf toevertrouwt aan de grillen van de taal. Het duurt een minuut of twee voor Nana uitgeschreven is; iedere andere filmmaker had zo’n briefje beschouwd als een gegeven, maar voor Godard is deze ene scène van cruciaal belang.

Woorden zijn voor hem duidelijk als lucht in relatie tot de ideeën en ervaringen die zich alleen in beelden laten vangen. Woorden bedriegen ons en verdraaien de waarheden van de onbemiddelde expressie. We moeten zien om Nana’s woorden te geloven en te begrijpen hoe zij haar leven op geheel eigen wijze richting geeft. Zoals het een eerlijk verhaal betaamt blijft ieder moreel oordeel daarbij achterwege.

Het leven verslaan
Met zijn uitgesproken visuele benadering geeft Godard uitdrukking aan een streven naar filmisch realisme. Op momenten filmt de cineast zijn actrice als een geëngageerde documentairemaker, vastbesloten haar perspectief zo authentiek mogelijk te tonen. De laatste twee tableaux tonen hoe Nana’s grotendeels onuitgesproken escapisme finaal botst met Godards belofte de realiteit trouw te zijn. Misschien dat het ontroerende gesprek met de levenswijze vreemdeling daarom zo lang duurt: eindelijk mag Nana hier dromen, denken, spreken en hopen. Tot het noodlot toeslaat.
 

15 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Vazante

****

recensie Vazante

Het lot van een slavendrijver

door Cor Oliemeulen

Als je zowel geschiedenis als cinema hebt gestudeerd, ligt het maken van een historisch drama al snel op de loer. Vazante is een sfeervol en treffend verhaal over een bepalende periode uit de Braziliaanse geschiedenis met vergaande gevolgen.

Daniela Thomas is tien jaar bezig geweest met schrijven en produceren voordat haar persoonlijke kijk op de Braziliaanse geschiedenis een feit was. Zij liet zich uiteindelijk inspireren door een verhaal dat haar vader ooit vertelde. Diens 45-jarige oud-oudoom trouwde met een 12-jarig meisje, maar moest drie jaar wachten totdat zij menstrueerde en vruchtbaar was. Steeds als hij terugkwam van zijn vele reizen bracht hij poppen voor haar mee. In haar eerste soloregie, het historische drama Vazante, plaatst de Braziliaanse filmmaakster dit gegeven in de vroege negentiende eeuw van haar geboorteland waar slavenhandel een onuitwisbare stempel op de latere geschiedenis zou drukken.

Vazante

Authentieke atmosfeer
Vazante moet het niet zozeer hebben van de dialogen, maar vooral van het dramatische plot, ondersteund door de rijke atmosfeer. Door de aankleding en het grote oog voor detail waan je je snel in die tijd, kort voor de onafhankelijkheid, in een uithoek van Brazilië. António (Adriano Carvalho) is daar eigenaar van een landgoed dat zijn beste tijd heeft gehad en houdt zich bezig met de handel van slaven en runderen. Wanneer hij na een handelsmissie weer eens thuiskomt, blijkt zojuist zijn vrouw tijdens de bevalling te zijn overleden. Ook het kind is dood.

Na een korte rouwperiode trouwt hij met Beatriz (Luana Nastas), het 12-jarige nichtje van zijn overleden vrouw, zodat hij zijn dynastie levend kan houden. Maar net als de oud-oudoom van regisseur Thomas moet António geduld hebben voordat hij voor nageslacht kan zorgen. Gelukkig spaart hij haar als hij seks wil, want die haalt hij gewoon bij de zwarte slavin Feliciana. Terwijl António regelmatig nieuwe koopwaar gaat halen, vindt Beatriz aansluiting en vriendschap bij enkele kinderen van de slaven, die op het landgoed werken, gadegeslagen door de immer zwijgzame moeder van António.

Vazante

Rassenmenging
De film valt vooral op door de schitterende zwart-witfotografie: de wildernis, overweldigende wolkenluchten en het gezapige leven van alledag. Ook aan het sound design is veel aandacht besteed: de geketende slaven en de muildieren met koebellen hoor je al van verre aankomen en eenmaal dichtbij zakken de uitgeputte voeten en hoeven diep in de zompige modder. Om hen heen kwetterende vogels, zoemende insecten en soms de gesel van wind en regen.

Het tempo van Vazante ligt niet al te hoog. Daniela Thomas neemt uitgebreid de tijd om onthechting en eenzaamheid uit te beelden. De botsing van culturen en het gebrek aan communicatie tussen mensen: wit, zwart, gemengd, is weliswaar van alle tijden, maar vooral schrijnend in deze contreien waar bijna iedereen uit de eigen habitat is weggerukt. De regisseur, die afstamt van zowel zwarte Afrikanen als Portugese kolonisten, weet deze relevante geschiedenis van haar land in krap twee uur met enkele ferme lijnen neer te zetten, uitmondend in een finale die je niet snel ziet aankomen.

 

24 september 2017

 

Interview met regisseur Daniela Thomas
 
 
MEER RECENSIES

Valerian and the City of a Thousand Planets

*****

recensie Valerian and the City of a Thousand Planets

Luc Besson herijkt de acid sciencefictionfilm

door Alfred Bos

Verbluffend ruimtesprookje van Luc Besson, die zich met verve revancheert voor het matte Lucy. Een psychedelische trip door een denkbeeldige wereld waarin de fantasie geen grenzen lijkt te kennen.

Als je zelf minzaam van aard bent en iedere dag opstaat in een paradijs van schoonheid en overvloed, zijn er altijd nog anderen die het voor jou verpesten. Het overkomt de Pearls, de superslanke en boomlange bewoners – denk aan albino Masaï of een gebleekte variant van smurfblauwe Na’vi uit Avatar – van de planeet Mül. Dat is één groot subtropisch strand bezaaid met spectaculair getekende reuzenschelpen. Tot de apocalyps letterlijk uit de hemel komt vallen: Mül is ‘zijdelingse schade’ in een galactisch conflict.

Valerian and the City of a Thousand Planets

Twintig jaar na The Fifth Element komt de Franse regisseur Luc Besson opnieuw met een knotsgek, fantasierijk en visueel overladen sciencefictionepos, ditmaal in 3D. Net als zijn vermakelijke The Extraordinary Adventures of Adèle Blanc-Sec (2010) is dat de live-action verfilming van een populair Frans stripboek. De stripheld Valerian kennen we in Nederland als Ravian, die vanaf eind jaren zestig met zijn co-piloot (en love interest) Laureline een reeks surrealistische ruimteavonturen heeft beleefd.

Valerian and the City of a Thousand Planets is gebaseerd op aflevering 7, De ambassadeur der schaduwen uit 1975, dat draait rond een exotisch beestje, de ‘brommpt’, een soort egel die via zijn maagdarmkanaal objecten kan vermenigvuldigen. Hij is inheems op Mül en de bron van de weelde van de Pearls. Ze voeren de brommpt een parel, die vervolgens honderden parels uitpoept. Dat doet-ie spinnend van genoegen. Tot een burenruzie uit de hand loopt. Weg planeet, weg brommpt. Of toch niet?

Consumentisme gehekeld
En dat zijn nog maar de eerste 25 minuten van de 137 die Valerian and the City of a Thousand Planets telt en qua verbeelding en ideeënrijkdom doen de 112 die nog volgen geen spat onder voor de fontein van originele vondsten uit de introductie. Die weer vooraf wordt gegaan door een pre-introductie, waarin Alpha, de stad van de duizend planeten uit de filmtitel, een interplanetaire kunstmaan blijkt waar Bob Marley en de Bee Gees in de digitale jukebox zitten.

Onder de klanken van David Bowie’s Space Oddity zien we de Amerikaanse Apollo 18 in 1975 koppelen aan de Russische Sojoez 19 en daaruit groeit in de loop van decennia en eeuwen een vrij zwevende ruimtestad waarin aliens uit alle hoeken van de kosmos vreedzaam samenleven. Er is een cameo voor Rutger Hauer als president van de World State Federation.

Valerian and the City of a Thousand Planets

Maar in de achtentwintigste eeuw is er onrust op de kolossale kunstmaan en die is gerelateerd aan het verdwijnen van planeet Mül, maar daar komen Valerian (Dane DeHaan, binnenkort ook als Gouden Eeuwse Amsterdammer te zien in Tulip Fever) en Laureline (het Britse fotomodel Cara Delevingne, voor Tulip Fever opnieuw gekoppeld aan DeHaan) pas gaandeweg achter. Eerst moeten ze met hun schip Astronef voor een geheime missie naar planeet Kyrian om een illegale transactie te saboteren.

Die actiescène grijpt Besson aan om het ongebreidelde consumentisme te hekelen, want Kyrian is een woestijnplaneet waar toeristen zich in virtual reality op een immense bazaar, de Big Market, te buiten gaan aan koopdrift. Om zijn Chinese co-producent niet voor het hoofd te stoten laat de regisseur de virtuele shopping mall (Ali Baba is de Chinese Amazon) managen door een Arabier. De technologie is verbazend: een apparaat waarmee je onzichtbaar in de virtuele werkelijkheid bent. De actie bloedstollend. En de ironie fijntjes.

Boordevol detail
En dan eindelijk, na een uur of daaromtrent, begint de plot zich uit te kristalliseren, maar dan hapt de kijker al een tijdje naar adem, overdonderd als hij is door deze roetsjbaan van ideeën en visuele panache. En het houdt niet op. In de stad van de duizend planeten moet opperbevelhebber Arun Filitt (Clive Owen) een terroristische aanslag onderzoeken, zadelt de defensieminister (Herbie Hancock) onze held en heldin wederom op met een speciale opdracht en speelt Rihanna, als de variété-artieste Bubble en lijfeigene van de gestoorde pooier Jolly (Ethan Hawke), een sleutelrol in de ontknoping. Voor de komische noot zorgt een alien ras van dommekrachten.

Valerian and the City of a Thousand Planets

Zoals de western zijn acid variant heeft, zo is Valerian and the City of a Thousand Planets acid sciencefiction, een psychedelische trip door de verbeeldingsrijke breinen van striptekenaar Jean-Claude Mézières, stripscenarist Pierre Christin en filmregisseur/scenarist Luc Besson. De film is eerder Barbarella dan Star Wars (dat de strip tot voorbeeld had), verwant aan de droomwerelden van Jodorowsky (The Holy Mountain), Enki Bilal (Immortel) en Moebius (De Incal). Mochten de personages van Valerian en Laureline schetsmatig overkomen – en dat doen ze, het zijn immers striphelden  – dan wordt dat bezwaar weggeblazen door de eindeloze reeks vondsten waarmee de op zich niet bijster originele intrige wordt verteld.

Zo telt de Big Market-episode meer ideeën dan de Wachowski-broers/zussen de afgelopen achttien jaar samen hebben gehad en is de visualisering van dit denkbeeldige universum overrompelend; hij slaat het in visueel opzicht toch echt niet kinderachtige Ghost in the Shell met straatlengtes. Het enige bezwaar wat je tegen dit ruimtesprookje zou kunnen inbrengen is dat de film dankzij de 3D-techniek en de computeranimaties zo boordevol details zit, dat je ogen te kort komt en na afloop uitgeput in de bioscoopstoel hangt. Intens voldaan, dat weer wel.
 

25 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Virgin Mountain

****

recensie  Virgin Mountain

Tanks en linedance

door Suzan Groothuis

Een heerlijke tragikomedie over een veertiger die nog bij zijn moeder woont, totdat het tijd wordt zijn vleugels uit te slaan.

Fúsi is drieënveertig jaar en woont nog steeds bij zijn moeder. Hij vult zijn dagen met zijn werk als bagageruimer bij een vliegveld, zijn vaste etentje bij een Thais restaurant op de vrijdag en zijn passie voor de Tweede Wereldoorlog. De slag om El Alamein staat in miniatuur uitgestald op tafel. Wanneer de vriend van zijn moeder nieuwsgierig een van zijn soldaatjes oppakt wijst Fúsi hem de deur. Wegwezen, dit is zijn territorium!

Virgin Mountain

Een gezonde situatie is het natuurlijk niet, op je drieënveertigste nog thuis wonen onder de beschermende vleugels van je moeder. Fúsi is dan ook net een groot klein kind. Melk en chocopops vormen zijn vaste ontbijtritueel en zijn moeder zorgt voor het avondeten en de was. Zijn buren vinden hem maar een rare snuiter, maar zijn jonge buurmeisje Hera mag Fúsi wel. Samen spelen ze met barbies, maar als het aan Fúsi ligt liever oorlogje.

Je moeder betrappen op seks
De film trapt af als droge komedie, waarin we met ongemakkelijke situaties te maken krijgen zoals Fúsi die zijn moeder betrapt als ze seks heeft. Maar Virgin Mountain (een verwijzing naar het enorme gewicht dat Fúsi met zich meedraagt) laat subtiel ook de tragiek zien in het leven van deze kolossale metal dude met een warm karakter. Ondanks zijn voorkomen is Fúsi een eenzame, onzekere man. Met zijn uiterlijk roept hij veel plagerijen op, zoals collega’s die hem pesten op het werk. En in de liefde heeft Fúsi ook al geen succes.

De omslag vindt plaats wanneer Fúsi jarig is en van moeder en haar vriend een cursus linedance cadeau krijgt. Wat, linedance voor iemand die van metal houdt? En zo gebeurt het, onder zichtbare tegenzin, dat Fúsi (gehesen in zwart pak met cowboyhoed!) op de cursus de open Sjöfn ontmoet. Er ontstaat een vriendschap en Fúsi besluit zijn leven een andere wending te geven.

Virgin Mountain

Coming of age van een veertiger
Het tweede deel van Virgin Mountain zou je een coming of age kunnen noemen, maar dan met een veertiger in de hoofdrol die zijn vleugels uitslaat. Niet dat Fúsi in zijn karakter veel verandert – hij blijft een goedhartige metal dude, al wil hij voor Sjöfn wel Dolly Parton aanvragen bij zijn favoriete radiozender. Door wat onvoorziene gebeurtenissen ontpopt Fúsi zich als iemand met een gouden hart, die er voor de ander is maar ook trouw blijft aan zichzelf. Gunnar Jónsson zet zijn rol van de introverte Fúsi prachtig neer – een man van weinig woorden die op subtiele wijze laat zien oog te hebben voor zijn medemens.

De IJslandse regisseur Dagur Kári is geen nieuwkomer: hij debuteerde met het goed ontvangen Noi The Albino (2003) en kwam in 2009 met The Good Heart (met acteurs Paul Dano en Brian Cox), films waarin de thematiek van buitenstaander ook terugkomt. Met Virgin Mountain zou Kári wel eens meer zieltjes kunnen winnen. De film balanceert perfect tussen die typische noordelijke droge humor en ontroerend drama en beschikt over een hoofdpersoon van wie je als kijker gaat houden.

 

16 november 2015

 

MEER RECENSIES

Visit, The

***

recensie  The Visit

Van je familie moet je het hebben

door Ashar Medina

Regisseur M. Night Shyamalan keert met The Visit terug naar zijn roots en creëert met minimale middelen een beklemmende atmosfeer die als een donkere wolk boven zijn jonge hoofdrolspelers hangt. Oh, en er is een verrassende twist op het einde. Maar dat hadden we niet anders verwacht. 

Puberende amateurregisseur Rebecca en haar broertje Tyler gaan een weekje op bezoek bij hun grootouders die ze nog nooit hebben ontmoet. Moeder Paula ontvluchtte als moeilijke tiener het ouderlijk huis om vervolgens nooit meer achterom te kijken en heeft al jaren geen contact meer met haar ouders. Tot opa en oma de kinderen uitnodigen om een weekje door te brengen op het platteland en elkaar beter te leren kennen.

Recensie The Visit

Rebecca grijpt de kans met beide handen aan om een documentaire te maken over de plek waar haar moeder opgroeide en erachter te komen waarom ze zo halsoverkop vertrok. Maar ze krijgt meer dan waar ze om vroeg. Nana en Pop Pop blijken namelijk nogal wereldvreemd en vertonen bizar gedrag waarmee ze de kinderen onbedoeld de stuipen op het lijf jagen. Rebecca en Tyler beginnen te vermoeden dat hun grootouders een donker geheim verbergen en gaan op onderzoek uit. Maar willen ze de waarheid wel echt weten..?

Less is more
Shyamalan gaf in interviews aan dat hij na grote, geflopte CG-blockbusters als The Last Airbender en After Earth bij zichzelf te rade ging. Hij besloot dat dergelijke gigantische studioproducties weinig ruimte overlaten voor spontaniteit en zag in dat hij zijn eigen stem aan het verliezen was. Die eigen stem vindt zijn oorsprong in geslaagde ingetogen thrillers als Unbreakable en natuurlijk The Sixth Sense, waarmee hij eind jaren negentig zowel publiek als critici voor zich wist te winnen. Dus schreef Shyamalan een kleine horrorkomedie over een broer en zus die op bezoek gaan bij de opa en oma from hell.

The Visit is gedraaid als een found footage documentaire en maakt dankbaar gebruik van de mogelijkheden die het genre biedt. De vaak statische camera blijft objectief toeschouwer van de angstaanjagende taferelen die de kinderen krijgen voorgeschoteld en creëert zo een gevoel van realisme. Anderzijds zorgen kinetische handheld  achtervolgingen ervoor dat de vaart er in blijft en dat de spanning wordt opgevoerd, het blijft tenslotte horror. Een echte vondst is het besluit Rebecca en Tyler allebei een eigen camera te geven, zo krijgen we niet alleen twee totaal verschillende perspectieven te zien, het biedt de filmmakers ook de mogelijkheid om in de montage te cross-cutten, wat vooral tijdens de actie-sequenties een grote plus is ten opzichte van andere mockumentaries.

The Visit

Horror of komedie?
De centrale vraag – of er nou wel of niet iets bovennatuurlijk aan de hand is –  houdt The Visit tot het einde spannend en de creepy grootouders zijn uitstekend nachtmerrievoer. Het komische gedeelte komt echter wat minder goed uit de verf. Zo ambieert Tyler een rapcarrière, maar werken zijn slechte vrouwonvriendelijke raps eerder op de zenuwen dan op de lachspieren. Rebecca’s flauwe grappen over het feit dat hij als dertienjarig blank jongetje zwart probeert te zijn slaan ook de plank mis en laten zien dat Shyamalan niet echt dicht bij de jeugd staat. De personages blijven daardoor een beetje vlak, ook al worden er verwoede pogingen gedaan om driedimensionale karakters neer te zetten.

Een van de plotlijnen richt zich bijvoorbeeld op het gemis van hun vader, die het gezin in de steek liet voor een andere vrouw. Via interviews leren we dat Rebecca en Tyler allebei op hun eigen destructieve manier omgaan met dit verlies. Hoewel een interessant gegeven, wordt dit vooral in vluchtige monologen duidelijk gemaakt, waardoor het jammer genoeg een beetje aanvoelt als psychologie van de koude grond.

Dit alles maakt The Visit een spannende, originele thriller die onvermijdelijk vergeleken zal worden met The Sixth Sense, maar die strijd helaas niet zal winnen. Het is echter wel Shyamalans beste film sinds jaren, en die leuke twist op het einde maakt het kijken meer dan waard.

 

8 september 2015

 

MEER RECENSIES