Man With The Iron Fists, The

***

recensie  The Man With The Iron Fists

Aziatische kung fu zwaardfilm uit Hollywood

door Alfred Bos

Rapper, producer en liefhebber van Aziatische knokfilms RZA waagt zich met de zegen van Quentin Tarantino aan… een Aziatische knokfilm, maar dan uit Hollywood. Over zijn regiedebuut zijn de meningen sterk verdeeld.

Wie de loopbaan van RZA (Robert Diggs) de afgelopen twintig jaar, sinds Enter The Wu-Tang (36 Chambers) , het debuutalbum van het Newyorkse rap collectief Wu-Tang Clan uit 1993, een beetje heeft gevolgd, zal het niet verbazen dat de rapper, producer en acteur plaatsneemt op de regisseursstoel om zijn eigen, zelfgeschreven kung fu zwaardfilm naar het filmdoek te brengen. Over het resultaat kun je twisten, RZA’s liefde voor het genre is boven alle twijfel verheven.

Man With The Iron Fists

Al is Iron Fists zijn eerste werkstuk als regisseur, cinema is voor RZA geen onbekend terrein. Voor zijn debuut als acteur, in Ghost Dog: The Way Of The Samurai (1999) van Jim Jarmusch, bleef hij dicht bij zijn belangstelling. Bevriend met Jarmusch en Tarantino leverde RZA muziek aan voor filmsoundtracks van beide regisseurs. En de lijst films en tv-producties waarin hij acteerde heeft inmiddels de lengte van een (getatoueerde) arm overschreden. Je zou kunnen denken: de man is klaar voor het grote werk.

Filmische ‘exotica’
The Man With The Iron Fists is een krankzinnige film, of eigenlijk, een curiosum. Het genre van de kung fu zwaardfilm, wuxia in jargon, is een exclusief Aziatische bijdrage aan de wereldcinema. Dat een Afro-Amerikaan vanuit Hollywood zich nu aan het genre waagt, is op zijn minst opmerkelijk; de filmische pendant van wat in de populaire muziek ‘exotica’ wordt genoemd. Vergelijk het met de Duitse Winnetou-films van begin jaren ’60, waarmee regisseur Harald Reinl de rage van de Europese (spaghetti)western in gang zette. Of Iron Fists  een vergelijkbaar succes wordt, is twijfelachtig. RZA heeft in ieder geval twee nieuwe films in voorbereiding.

Liefhebbers van wuxia zullen zich met The Man With The Iron Fists niet vervelen. Het verhaal stelt, geheel in de traditie van het genre, niet veel voor. De plot ontbeert iedere logica. Personages zijn vleesgeworden clichés. Halverwege is er een film-in-een-film waarin de achtergrond van de hoofdpersoon nader uit de doeken wordt gedaan (want wat doet een Afro-Amerikaan in China?). Het is onduidelijk wie tegen wie vecht, want iedereen vecht tegen iedereen. En voor een beetje dialoog kun je beter naar Gooische Vrouwen kijken.

Man With The Iron Fists, The

Aziatische superheldenfilm
En ondanks al die bezwaren is The Man With The Iron Fists kostelijk vermaak. Visueel staat RZA’s regiedebuut als een (film)huis, de decors zijn rijk aan detail en de knokscènes vol acrobatiek. Voor nuchtere westerlingen zijn de bovennatuurlijke elementen wellicht ongeloofwaardig, maar wuxia is het Aziatische equivalent van de Amerikaanse superheldenfilm. Vervang technologie door magie en er is geen verschil tussen, zeg: The Avengers en Crouching Tiger, Hidden Dragon. Zo bekeken is de titelheld van The Man With The Iron Fists, gespeeld door RZA zelf, een soort kung fu Ironman.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat niet iedereen ter redactie van Indebioscoop drie sterren voor deze film over heeft. Sommige filmliefhebbers grijpen naar een teiltje wanneer Iron Fists ter sprake komt. Anderen, onder wie deze kijker, kunnen er de lol wel van inzien. Maar verwacht geen Kung Fu Panda. O ja, Russell Crowe en Lucy Liu doen ook mee.

 

2 februari 2013

 
ALLE RECENSIES

Django Unchained

***

recensie  Django Unchained

Bloedfeest op de plantage

door Alfred Bos

Deze film van Quentin Tarantino is een bijna drie uur durende western, vol geweld, humor en het weinig politiek correcte woord ‘nigger’. Wie daar geen probleem mee heeft, wacht een avond ‘ouderwets’ filmgenot.

Na onder meer een blaxploitation film, een chanbara (zwaardvechtersfilm), horror en een oorlogsfilm, is Tarantino’s laatste een wild-westfilm. Zoals te verwachten van de man die graag stoeit met genres en conventies, heeft Django Unchained een atypische held. Django (Jamie Foxx) is een zwarte (ex)slaaf. Samen met een als rondreizende tandarts vermomde premiejager – een wederom voortreffelijke rol van de Oostenrijkse acteur Christoph Waltz, die met zijn bijdrage aan de vorige Tarantino, Inglourious Basterds, in Hollywood is doorgebroken – gaat hij op zoek naar zijn als slavin verkochte vrouw.

Django Unchained

Tarantino neemt ruim de tijd om het verhaal op te zetten, waardoor de kijker alle gelegenheid krijgt om de twee ongebruikelijke karakters beter te leren kennen. Alleen de introductie duurt al een uur en is een film op zich. Er zijn verrassingen, bijvoorbeeld Don Johnson als plantage-eigenaar. Er is gitzwarte humor, de scène met een bloeddorstige Ku Klux Klan-posse is hilarisch. En er is geweld dat zo over de top is, dat het cartoonesk wordt. Kort gezegd, typisch Tarantino.

Filmauteur van het oude stempel
Django en premiejager Dr. King Schultz (hij is Duitser, wat zijn accent verklaart) vinden Django’s vrouw, de zwarte slavin Broomhilda (Brünhilda, ze spreekt Duits!), op de plantage Candieland, eigendom van de verrukkelijk sinistere Calvin J. Candie (Leonardo DiCaprio). Diens peloton zwarte bedienden staat onder commando van een nauwelijks herkenbare, maar vertrouwd schmierende Samuel L. Jackson. We zijn dan zo’n twee uur verder en wie dan nog niet genoeg hoofden uiteen heeft zien spatten of misselijk makende wreedheden gezien, wees gerust. Er volgt een bloedfeest dat niet onderdoet voor de climax van Kill Bill. Candieland krijgt een nieuw verfje, van bloed.

Sinds hij in 1992 met Reservoir Dogs werd binnengehaald als het nieuwe wonderkind, geldt Tarantino als het summum van cool. In feite is hij evenwel een filmauteur van het oude stempel, zo een die zelf zijn scripts schrijft, met een vaste crew werkt en vertrouwt op zijn ambachtelijke techniek, niet op speciale effecten of computergraphics. Het ‘ouderwetse’ tempo van Django Unchained past bij dat van 1858, het jaar waarin de filmt begint. Er zijn spitse dialogen, uitzinnige karakters en verrassende, maar plausibele plotwendingen. Alles wat na Jaws en Star Wars uit de standaard Hollywood-film is verbannen.

Django Unchained

Lachspiegel
Tarantino is eigenlijk het bastaardkind van Jean-Luc Godard (nouvelle vague) en de Shaw Brothers (martial arts filmstudio uit Hong Kong), en Django Unchained een hommage aan de spaghettiwestern, de Europese variant van het Amerikaanste aller filmgenres. Franco Nero, die de titelrol vertolkte in de originele Django (uit 1966), is te zien in een cameo. Tarantino zelf speelt ook een rolletje en deinst er niet voor terug om—zichzelf te laten opblazen. Dat soort ironie is aan een Spielberg of een Lucas niet besteed.

Het is niet moeilijk om in Django Unchained een satire op de Amerikaanse cultuur te zien. De film toont een samenleving waarvan wantrouwen, geweld en wreedheid de basisingrediënten zijn. Alle blanke Amerikanen zijn of gewetenloze geldwolven of ongeletterde idioten, vaak beide; ze communiceren via list, intimidatie en geweld. Tarantino houdt zijn publiek een met bloed bespatte lachspiegel voor: officieel mag de slavernij zijn afgeschaft, maar zoveel is er sinds 1858 in Amerika ook weer niet veranderd.

 

11 januari 2013

 
ALLE RECENSIES
 

End of Watch

***

recensie  End of Watch

Eerbetoon aan politie in pakkend drama

door Cor Oliemeulen

In zogenaamde buddy cop films  zie je meestal een tegenstelling tussen de twee hoofdrolspelers. In End of Watch, dat zich laat kijken als semi-documentaire, draait alles om collegialiteit, motivatie en opoffering.

‘Ik ben de politie. Ik kom je arresteren, want je hebt de wet overtreden. Als je wegrent, achtervolg ik je. Als je met me vecht, dan vecht ik terug. Als je op me schiet, dan schiet ik terug. Ik ben je noodlot met een badge en een pistool. Maar achter mijn badge zit een hart, net als dat van jou. Achter mij staan duizenden broers en zussen die hetzelfde zijn als ik. Zij beschermen mij, zoals ik hen bescherm. Samen beschermen we de prooi tegen de roofdieren, de goeden tegen de kwaden. Wij zijn de politie.’

End of Watch

Routineklussen en gruwelijke strafbare feiten
De monoloog van agent Brian Taylor (Jake Gyllenhaal) zou zomaar uit een promotiefilm van de politie kunnen komen. Met zijn maatje Mike Zavala (Michael Peña) patrouilleert hij in een minder aantrekkelijk deel van Los Angeles. Tijdens een routineklus vinden ze geld en wapens die blijken te behoren tot leden van een berucht drugskartel. Aanvankelijk leidt dit niet tot enige paniek, maar later zal een verschrikkelijke confrontatie volgen. Tot die tijd houdt het duo zich bezig met het opsporen van, soms onvoorstelbaar gruwelijke, strafbare feiten en zijn ze zelfs niet te beroerd om kinderen uit een brandend huis te redden.

Achtervolgingen en schietpartijen zijn opgenomen met een surveillancecamera vanuit de politiewagen. Er zijn shots vanuit alle hoeken en gaten, maar ook van de videocamera van Taylor zelf. Tot ergernis van zijn superieuren heeft hij het apparaat namelijk altijd in de aanslag. Hij wil het dagelijkse leven als politieagent vastleggen. Of dat nu tijdens arrestaties, het invullen van papierwerk, in de kleedkamer of privé is. Net als in The Blair Witch Project (1999) en Cloverfield (2008) is het idee van een schokkerige cameravoering functioneel. Hoewel soms een tikkeltje overdreven, zet deze documentaireachtige aanpak je regelmatig op het puntje van je stoel.

End of Watch

Geloofwaardig
De boeven in LA South Central zijn wel wat stereotiep. Het zijn in het bijzonder Afro-Amerikanen en Spaanstaligen die zich bezighouden met drugshandel en overdadig gebruik van wapentuig. Vroeger kennelijk veel gespijbeld, want ze kennen alleen maar de krachtterm ‘fucking’ als bijvoeglijk naamwoord. Realistischer is de communicatie tussen Taylor en Zavala. Ze ogen volstrekt geloofwaardig als integere en gemotiveerde politieagenten, die het ook buiten het werk goed met elkaar kunnen vinden. Dat maakt End of Watch niet alleen een mooi eerbetoon aan de politie, maar bovenal een pakkend en soms bloedstollend filmdrama.

 

13 oktober 2012

 
ALLE RECENSIES
 

Resident Evil: Retribution

*

recensie  Resident Evil: Retribution

Uitgekauwde formule

door Cor Oliemeulen

Lara Croft moest het hebben van haar weelderige boezem, de vrouwelijke hoofdpersoon van Resident Evil zweert bij excessief geweld. Zelden werd zo zwak geacteerd als in deze platte, afgezaagde en tot film gemuteerde videogame.

In deel vijf van de Resident Evil-reeks biedt regisseur Paul W.S. Anderson zijn vrouw Milla Jovovich opnieuw een podium voor de onzachtzinnige praktijken van actieheldin Alice.
De vraag hierbij: Wat zou je allemaal kunnen doen met het astronomische budget van 65 miljoen dollar?
A) De nationale begroting van een arm Afrikaans land een flinke impuls geven;
B) 120.370 Foster-kinderen een jaar lang adopteren;
C) Liefhebbers van gewelddadige videogames een natte droom bezorgen;
D) Zorgen dat je twee weken na de première uit de kosten bent en gaan investeren in het onvermijdelijke zesde deel met dezelfde uitgekauwde formule.

Recensie Resident Evil: Retribution

Iedereen opblazen
In Resident Evil: Retribution doet Alice namelijk precies hetzelfde als in alle voorgaande delen. Ze draagt een strak zwart leren (of latex?) pakje en rust zich uit met allerhande wapentuig zodat ze iedereen kan opblazen die haar in de weg loopt. En dat zijn er nogal wat! Vooral oud-collega’s van de biologische wapens producerende Umbrella Corporation en mensen die zijn besmet met een virus en nu als ‘ondoden’ door het leven gaan.
Plaats van handeling: een onderwater laboratorium met virtuele werelden.
Doel: het menselijke ras voor uitsterven behoeden.
Resultaat: een onzinnig en warrig verhaal met de diepgang van een waterfiets.

Emotieloze actie en dialogen
Resident Evil: Retribution bestaat uit een aaneenschakeling van emotieloze actie en dialogen, gekunstelde vechtchoreografieën, overdonderend kabaal, opzwepende elektronische muziek, exploderende auto’s, crashende motoren, instortende gebouwen, neervallend puin, brekend glas, tot gedrochten gemuteerde monsters, reusachtige vleermuizen, klonen, klonen van klonen, rondvliegende taxi’s, botsende politieauto’s, overscherende helikopters, afgevuurde kogels in slow motion, extreme wapens, enorme vuurballen, plichtmatige achtervolgingen, alles verslindende waterstromen, vrouw-tot-vrouwgevechten, automatisch helende wonden en uitzonderlijk veel grommende en bloedbrakende zombies die maar niet dood willen gaan…
Denk de volgende keer eens aan de collectant die aanbelt.

 

1 oktober 2012

 
ALLE RECENSIES

Tropa de Elite 2

****

recensie  Tropa de Elite 2

Corruptie houdt geweld favela’s in stand

door Cor Oliemeulen

Tropa de Elite oogstte lof maar kreeg ook kritiek: verheerlijking van het politiegeweld in de favela’s. Tropa de Elite 2 zoomt in op corruptie. Het resultaat is minstens zo indrukwekkend.

Kolonel Nascimento is leider van een speciaal politiebataljon dat opereert onder de naam BOPE. Het embleem van deze beruchte eenheid is veelzeggend: een op een zwaard gespietste doodskop. Drugs- en wapenhandelaren in de krottenwijken van de Braziliaanse stad Rio de Janeiro zijn als de dood voor Nascimento en zijn mannen, die als het moet eerst schieten en dan pas ondervragen. De één vindt de methoden van BOPE fascistisch, de ander een noodzakelijk kwaad.

Tropa de Elite 2

Realistisch en verontrustend
Drie jaar na Tropa de Elite maakt regisseur José Padilha Tropa de Elite 2. Het vervolg op het wereldwijde succes (Gouden Beer in Berlijn) is even realistisch en mogelijk nog verontrustender. Destijds kon je uitgebreid kennismaken met kolonel Nascimento in zijn werk- en thuissituatie, ditmaal krijgt hij van doen met omvangrijke corruptie. Bovendien heeft zijn vrouw hem verlaten en hun zoon meegenomen. Ze blijkt getrouwd met Nascimento’s grootste criticaster, Diogo Fraga, mensenrechtenactivist.

Nascimento en Fraga staan opnieuw tegenover elkaar tijdens een gevangenisopstand die door BOPE-ingrijpen bloederig afloopt. De verantwoordelijk geachte Nascimento moet de militaire politie verlaten, maar onder druk van de publieke opinie wordt hij weggepromoveerd naar het ministerie van Veiligheid. Hier ontdekt hij nog meer corruptie dan hij bij de politie al gewend was. Ook politici, collega-ambtenaren, bestuurders en media hebben tentakels in de georganiseerde misdaad en houden bewust en onbewust het geweld en de armoede in de favela’s in stand.

Vechten tegen het systeem
Alle gebeurtenissen zien we door de ogen van Nascimento en horen we in zijn voice over. Met gevaar voor eigen leven gaat hij de strijd aan om de corruptie halt toe te roepen. Ondertussen probeert hij de band met zijn zoon te verbeteren. Al snel realiseert hij zich dat hij vecht tegen het systeem. Zijn frustratie wordt aan het eind van de film mooi verbeeld door een camera die uitstijgt boven Rio de Janeiro om te eindigen bij de overheidsgebouwen in de hoofdstad Brasilia.

Tropa de Elite 2

De rol van Nascimento wordt met veel charisma vertolkt door Wagner Moura. Voor de gewone Braziliaanse burger is hij een held in én buiten de film. Tropa de Elite 2 is net als zijn voorganger flitsend. Camerawerk, fotografie, montage en hiphopmuziek zijn vakkundig en houden je bij de les. Zulke originele, levensechte producties zie je niet vaak. Er gaan stemmen op om van Tropa de Elite een serie te maken. Overbodig, want in beide films is het belangrijkste al gezegd.

Het onovertroffen succes van Tropa de Elite in Brazilië komt door het realistische beeld van het gewelddadige en armoedige bestaan in de favela’s en het onvermogen van de corrupte overheid. Internationaal vaart het misschien nog mee op de succesgolven van het Braziliaanse meesterwerk Cidade de Deus (2002). Maar qua structuur, gelaagdheid en vernuft is het tweeluik nog altijd vele malen verheffender en subtieler dan de platgetreden paden van de doorsnee Amerikaanse actiefilm.

 

22 september 2011

 
ALLE RECENSIES

Fast & Furious 5: Fast Five

***

recensie  Fast  & Furious 5: Fast Five

Beste van de reeks

door Cor Oliemeulen

In Fast & Furious 5: Fast Five hebben autodieven Vin Diesel en Paul Walker hun zinnen gezet op honderd miljoen dollar van de maffiakoning van Rio. Daarvoor moeten ze wel eerst inbreken in een zwaar beveiligd politiebureau. Een onderhoudende film vol sensatie, stunts en vuurwerk. Bij voorkeur kijken met het verstand op nul.

Om het beoogde fortuin te kunnen binnenhalen, moeten specialisten uit alle hoeken van de wereld worden opgetrommeld. We zien een reünie van de partners in crime uit de vorige edities. Goed nieuws voor de volgers van de reeks, die deel 5 dan ook het beste vinden. Na de Amerikaanse première gaf de helft van de (vooral jeugdige) bioscoopbezoekers het rapportcijfer tien.

Fast & Furious 5: Fast Five

Echte diehards van Fast & Furious moeten wel een uurtje wachten op de ingrediënten waarmee het tien jaar geleden begon: jankende turbo’s, gierende banden in adembenemende wegraces en lekkere meiden in korte rokjes die bevallig op de motorkap leunen. Tot die tijd maakt regisseur Justin Lin ruimte voor het bevrijden van titelheld Dominic Toretto (Vin Diesel) uit een gevangenentransport en het stelen van exclusieve auto’s uit een rijdende trein.

Testosteron
In een mix van Ocean’s Eleven en Gone in Sixty Seconds en met een vleugje Jason Bourne gaat vervolgens het kat- en muisspel tussen Toretto’s team, de maffia en de politie in de hoogste versnelling. Prachtige en flitsende beelden tegen het decor van Rio de Janeiro en de favela’s, ondersteund door mooie soundeffecten. De teksten zijn no-nonsense met humor, de auto’s wreed en het testosteron druipt van het doek.

De nieuwe karakters in deze jongste uitgave zijn goed gekozen. Neem Dwayne ‘The Rock’ Johnson, levende legende als zevenvoudig wereldkampioen showworstelen. Hij speelt Hobbs, de FBI-agent die als een bloedhond iedere crimineel weet op te sporen. Acteren blijkt een vak apart, maar met zijn imposante gestalte oogst hij sympathie als superspeurder die geniet van elke scène. Hij is ultrastoer, gezegend met een scherp analytisch vermogen en mag vaak met one-liners strooien.

Fast & Furious 5: Fast Five

Schietpartijen en achtervolgingen
De filmkeuring acht Fast Five geschikt voor het grote publiek. Ondanks de vele schietpartijen en achtervolgingen moet je goed kijken om een druppel bloed te zien. Een typisch voorbeeld is de bevrijding van Toretto: de bus met gevangenen gaat wel tien keer over de kop waarna een tv-station vrolijk meldt dat er geen enkele gewonde is gevallen.

Fast Five heeft bijna twee uur nodig om te komen tot de uitsmijter die even spectaculair als ongeloofwaardig is. Een originele achtervolging die als gedenkwaardig in de geschiedenisboeken van de actiefilm kan. Ultiem popcornvermaak voor actie en autoraces minnende fans die halsreikend zullen uitzien naar deel 6.

5 mei 2011

ALLE RECENSIES
 

World Invasion: Battle Los Angeles

**

recensie World Invasion: Battle Los Angeles

Schietgrage aliens 

door Cor Oliemeulen

Eén aspect van World Invasion: Battle Los Angeles is duidelijk: de titel. Aliens bezetten de wereld en LA is het strijdtoneel. Verplichte kost voor de actieliefhebber. Tenminste als die het graatmagere verhaal, de tenenkrommende dialogen en het gebrek aan karakterontwikkeling op de koop toe neemt. 

Gissen naar de afloop hoeft niet. Stafsergeant Michael Nantz richt zich tot de overgebleven pelotonleden met de legendarische woorden: ‘Let those bastards know who they’re fucking with!’ Vloeken hoor je overigens nauwelijks in de film. Van een beetje commando zou je wat anders verwachten. Vooral nadat oorlogszuchtige, schietgrage aliens duizenden burgers doden, wereldsteden in de as leggen en je collega’s omleggen. Verder valt slechts één seksgerelateerde opmerking te noteren, ook niet al te realistisch in legerkringen.

World Invasion: Battle Los Angeles

Opdracht
Het verhaal. Enkele burgers hebben zich verschanst in een verlaten politiebureau in een door aliens veroverd gebied. Een peloton commando’s krijgt de opdracht hen te redden. De onverschrokken helden krijgen slechts drie uur de tijd, want hierna wil de luchtmacht het gebied plat bombarderen.

Tussen de aaneenschakeling van actiescènes doet regisseur Jonathan Liebesman (verantwoordelijk voor enkele matige horrorproducties) tevergeefs moeite om de kameraadschap tussen de commando’s een extra dimensie te geven. Pogingen om karakters te verdiepen blijven steken in overmatig gebruik van close-ups. De personages zijn stereotiep. Zo maken we kennis met de held die net voor zijn pensioen een laatste klus door de strot geduwd krijgt en de onervaren leider die van angst geen besluiten meer kan nemen. In hun kielzog de Afro-Amerikaan, de Aziaat, de boerenkinkel én de aantrekkelijke stoere meid die toevallig komt aanwaaien en uitstekend met vuurwapens overweg kan. Je identificeren met de meeste personages is uitgesloten; je vindt het niet eens erg als er iemand doodgaat.

Karakterloos
Ook nagenoeg karakterloos zijn de aliens, die de aarde bezetten omdat ze ons water nodig hebben. Helaas komen deze buitenaardse wezens pas duidelijk op het scherm als de commando’s uiteindelijk hun zwakke plek (waar bij mensen het hart zit!) hebben ontdekt. Door vijandelijk vuur getroffen, spatten ze met een beetje geluk uit elkaar om een veelkleurige smurrie achter te laten. Ze mogen dan wel een hogere technologische beschaving hebben met geavanceerde luchtvoertuigen, laserstralen en communicatiemiddelen, de aliens lijken volslagen blind. Ze schieten wel héél vaak mis.

World Invasion: Battle Los Angeles

Alleen de special effects in World Invasion: Battle Los Angeles scoren een voldoende. Er is veel spanning in de actiesequenties, soms nog meer in de aanloop ernaar toe. Het gebruik van handheld camera’s versterkt de nervositeit, echter de overmaat van schokkerige beelden doet Parkinson vermoeden. Bij een productie als Cloverfield (realistisch door ‘amateurvideo’) was dat ongefocuste functioneel, hier is het vaak storend.

Vergelijkingen met vorige invasiefilms als Independence Day en War of the Worlds (remake) gaan deels op. Ook dit keer geen gebrek aan Amerikaans patriottisme en superioriteit, een paar dozijn clichés, heroïsche acties onder begeleiding van nepviolen en een astronomisch budget. Wél een chronisch gebrek aan goed acteren, treffende dialogen, diepgang en humor.

 

21 april 2011

 

ALLE RECENSIES