Odisea, La

***
recensie La odisea

De gewone man geeft nooit op

door Cor Oliemeulen

Onderhoudende zwarte komedie die speelt tegen de achtergrond van de economische crisis van begin deze eeuw in Argentinië over gewone dorpelingen die worden gedupeerd door een criminele bankmedewerker.

Veel Argentijnse films gaan over de militaire dictatuur van Jorge Videla van 1976 tot 1981 en de verdwijning van burgers. La odisea heeft een ander nationaal litteken als uitgangspunt: de Carralito. Dit is de naam van de economische maatregelen die in 2001 werden genomen toen het land in een zware recessie verkeerde en op het punt van faillissement stond. Burgers mochten nog maar 250 peso’s per week van hun bankrekening halen en velen konden naar hun spaargeld fluiten. Zo ook Fermín Perlassi (Ricardo Darín) en zijn vrouw Lidia (Verónica Llinas) die samen met een aantal andere dorpelingen hun zuurverdiende geld hadden ingezameld om een coöperatie te beginnen. Spijtig genoeg blijkt bankmedewerker Fortunato Manzi ermee vandoor te zijn gegaan. En of de misère nog niet genoeg is, maakt een tragisch verkeersongeluk een eind aan al Fermíns dromen.

La odisea

Avontuurlijke misdaadkomedie
Ondanks deze trieste premisse is deze film van Sebastián Borensztein geen drama, maar evolueert hij snel in een avontuurlijke misdaadkomedie, die is gebaseerd op het boek La noche de la Usina (De nacht van de energiecentrale) van Eduardo Sacheri. De odyssee begint in feite pas op het moment dat Fermín ontdekt dat de stelende bankmedewerker hun geld in een ondergrondse kluis heeft ondergebracht. Echter deze man kent psychopathische trekjes en heeft zijn op gewiekste wijze verworven bezittingen zeer goed beveiligd. Een plot is natuurlijk pas een plot als de gedupeerden proberen de kluis te kraken.

Tegen de achtergrond van de economische malaise met veel armoede, een hoge werkeloosheid en het bijbehorende cynisme maken we kennis met het gemêleerde gezelschap dat besluit de langdurige en moeitevolle tocht te ondernemen. Denk niet aan de gekunstelde samenstelling van verschillende karakters zoals bijvoorbeeld in al die Ocean-films, maar aan een mooie dwarsdoorsnede van de Argentijnse bevolking. Echte mensen van vlees en bloed, misschien in een enkel geval wat stereotiep, maar zonder overdrijvingen. Iedereen heeft zijn of haar eigen achtergronden, bezigheden, dromen en tekortkomingen. En dat maakt hen (bijna) zonder uitzondering sympathiek.

La odisea

Odyssee naar de verborgen schat
De dialogen tijdens het beramen van hun plan zijn fantastisch. Elk personage heeft een eigen manier van redeneren en het doen van suggesties, zonder dat hierbij noemenswaardige conflicten ontstaan. Die droogkomische interactie met het oog op het vinden van de buit doet soms denken aan de Roemeense komedie The Treasure (2016) van Corneliu Porumboiu waarin de protagonisten op een al even nuchtere manier met hulpmiddelen, zoals een metaaldetector, in de weer zijn. Echter La odisea is nauwelijks melig – buiten Fermíns zoon Rodrigo (tevens zoon van Ricardo Darín) die als zogenaamde plantendeskundige bij de bankmedewerker kennis moet vergaren – maar een vlot vertelde queeste, die uiteindelijk nog spannend wordt ook.

La odisea kan bogen op een sterke cast met Andrés Parra (hoofdrol in de populaire tv-serie Pablo Escobar: El Patrón del Mal, 2012) als de bankschurk en Rita Cortese (Wild Tales, 2014) als een van de gedupeerden. Het is geen verrassing dat de film drijft op het talent en de charismatische uitstraling van Ricardo Darín, die als voormalige soapacteur is uitgegroeid tot een toonaangevende Argentijnse filmacteur. Of het nu gaat om een getergde jurist in zijn doorbraakrol van El secreto de sus ojos (2009), een tobbende veertiger in Una Pistola en Cada Mano (2012), aandoenlijke hondenbezitter met terminale kanker in Truman (2015), treurende ouder in Todos lo saben (2018) of een man die opnieuw verliefd wordt op zijn ex in Un Unexpected Love (2019) – alleen al door zijn aanwezigheid wordt een film met Ricardo Darín automatisch naar een hoger niveau getild.

 

5 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Bacurau

**
recensie Bacurau

Camp verpakt als politiek

door Sjoerd van Wijk

Bacurau poogt van twee walletjes te eten door camp te verpakken in politieke boodschappen. De omgeving als hoofdpersonage intrigeert, maar raakt ondergesneeuwd in de eclectische genremix met cartoonesk kwaad.

Een paar jaar in de toekomst ligt ergens in een door iedereen vergeten stukje Brazilië het dorp Bacurau. Haar inwoners houden moedig stand ondanks een nijpend watertekort, veroorzaakt door een dam waaraan een op herverkiezing beluste burgemeester vals belooft iets te gaan doen. Vlak na de begrafenis van de iconische dorpsoudste beginnen zich vreemde dingen voor te doen in de omgeving ingeluid door twee flamboyant geklede motorrijders op toer door het platteland. Een of andere sinistere Amerikaanse organisatie, geleid door een ruige Udo Kier, heeft snode plannen met het dorp, getuige hun wapentuig en drone gebouwd als UFO. De dorpelingen denken daar in het nauw gedreven echter anders over.

Bacurau

Hallucinant
Het broeit in het dorpje van een voortdurende drang te overleven. Die toon zet de begrafenis als de inwoners op occulte wijze een laatste eer bewijzen aan de overleden dorpsoudste. Het regieduo Kleber Mendonça Filho en Juliano Dornelles (normaliter Mendonça Filho’s production designer) bouwt gestaag een vervreemdende dorpssfeer op, met ruimte voor de vrolijke noot getuige het afserveren van de slinkse politicus op verkiezingscampagne. Diens carnavalsmuziek wordt niet gewaardeerd. Een oudere die de motorrijders spottend toezingt op gitaar werkt aanstekelijker.

Het dorre landschap, de gloedvolle nachtval en de verlichte lege straten schetsen een verlaten plek waar iedereen op zichzelf is aangewezen. En daarmee op elkaar want samen staan ze sterk tegen de buitenwereld. De eerste tekenen van onheil voelen als een El Topo afgespeeld op halve snelheid maar met evenveel verwijzingen naar van alles en nog wat. Het broeierige blijkt zo hallucinant als de dorpelingen zelf na het nemen van psychotropische drugs in voorbereiding op de strijd.

Maatschappijkritiek
Het regieduo breekt de betovering te pas en te onpas om een flinke dosis maatschappijkritiek toe te voegen. Daar lijkt veel verborgen te zitten voor een Braziliaan met verwijzingen naar bijvoorbeeld de inheemse culturen, andere elementen drukken met de neus op de stempel – de geest van Bolsonaro waart rond. Het groepje Amerikanen als een soort doorgedraaide kolonisten kent weinig nuance op een van hun schietgrage gekken na (hij heeft principes: géén kinderen). Dat zij de tegenstand, geholpen door een teruggekeerde rebellenleider met New Kids-kapsel, onderschatten kent geen dramatische repercussies.

Bacurau

Het is de camp filmlogica van slechteriken die vanzelfsprekend een gruwelijk einde verdienen. De politieke dimensie geeft er nog iets doordachts aan, maar het naar hartenlust mixen van genres (van sciencefiction tot western en horror) getuigt van eenzelfde sadistisch plezier als Quentin Tarantino.

Conflict uit de weg
Zo is er dus lering bij het bloederige vermaak. Maar die twee elementen draaien om elkaar heen zonder raakvlak. De politieke dimensie blijft steken in een goed versus slecht-denken en daarmee een goedmakertje voor de geweldsfantasie. In de Verenigde Staten bouwt regisseur S. Craig Zahler op vergelijkbare wijze een surreële wereld op met camp verwijzingen. In bijvoorbeeld Brawl in Cell Block 99 leidt dat tot een hel passend bij het lot van kolos Vince Vaughn. Zulke eruditie en uitdieping van personages ontbreekt in Bacurau – het dorp blijft door randgebeuren onderbelicht. Een inheemse boer gaat ogenschijnlijk nietsvermoedend zijn huis binnen met twee Amerikanen op de loer, maar die spanning leidt tot een flauwe gotcha als de boer een grote shotgun blijkt te hebben. Dat is exemplarisch voor de film: conflicten uit de weg gaan voor toeters en bellen.

 

28 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Ema

***
recensie Ema

Losbandige adoptiemoeder

door Cor Oliemeulen

Een echtpaar van een experimentele dansgroep staat na een schokkend voorval adoptiezoontje Polo af, maar krijgt daarvan spijt. Ema is een audiovisueel spektakel over reggaeton en vuur, maar voelt afstandelijk door het wispelturige en losbandige gedrag van het titelpersonage.

De Chileense regisseur Pablo Larraín is zoekende. Bekend geworden door zijn trilogie over het erbarmelijke leven in de jarenzeventigdictatuur van Pinochet (Tony Manero, Post Mortem en NO), geliefd op filmfestivals met een vernietigend portret van seksueel misbruik door priesters in El Club en in 2016 bij het grote publiek doorgebroken met een intiem portret van de rouwende presidentsvrouw Jackie, probeert de talentvolle filmmaker met Ema een nieuwe vorm om een verhaal te vertellen. Zijn recht voor zijn raap-aanpak, niet vies van wat geweld en ordeloosheid, is gebleven.

Ema

Kameleon
Larraín maakt het zichzelf niet gemakkelijk. Zijn titelpersonage is niet iemand die veel sympathie opwekt. Ema (intrigerend speelfilmdebutant Mariana di Girolamo) danst in het experimentele dansgezelschap van haar twaalf jaar oudere man, choreograaf Gastón (Gael García Bernal). Larraín toont haar als moeder, dochter, zus, echtgenote, geliefde en leider tegelijk. Een veelzijdig karakter, zou je zeggen, maar teveel om echt dichtbij de mens achter het paradigma te komen. Ema is krachtig, vrouwelijk, individualistisch, egoïstisch, overspelig, pervers en manipulatief, maar als het gaat om oprechte gevoelens heeft ze het voordeel van de twijfel. Het meest geloofwaardig is haar liefde naar hun zevenjarige Colombiaanse adoptiezoontje Polo. Maar die is er niet meer.

Het drama begint nadat Ema heeft besloten Polo af te staan na een schokkende gebeurtenis. De dame van de Kinderbescherming is het daar volmondig mee eens, want zij vindt de adoptieouders absoluut ongeschikt om een kind op te voeden. Ema is volgens haar onverantwoordelijk en Gastón noemt ze bizar, gezien zijn experimentele fratsen in het dansgezelschap. Ema en Gastón zelf laveren tussen bijtende verwijten en diepe genegenheid, ook veroorzaakt door het feit dat Gastón onvruchtbaar is en zij samen geen kind kunnen krijgen. De crisis leidt bij Ema’s rebelse vriendinnenclubje tot anarchie en losbandigheid. In een compilatie met kunstzinnig blauw licht lijkt het alsof Ema met alles en iedereen seks heeft.

Onhoudbaar
Ondertussen ontdekken we waarom de gezinssituatie onhoudbaar was. De vondst van een bevroren kat in de diepvries bevestigt de gedachte dat Polo inderdaad dingen flikte die niet door de beugel kunnen. En zijn adoptiemoeder blijkt een opmerkelijke hobby te hebben. ’s Avonds laat begeeft Ema zich met haar meidenclubje op verlaten straten om daar met een vlammenwerper verkeerslichten, speeltoestellen, beelden, prullenbakken en auto’s in lichterlaaie te zetten. Als je rondloopt met een vlammenwerper moet je niet verbaasd opkijken als je kind ook weleens wat in de fik steekt.

Ema

Ema speelt zich enerzijds af in het experimentele danstheater van Gastón (de expressieve voorstelling met een groot geprojecteerde close-up van een vlammende zon symboliseert Ema) en anderzijds in videoclipachtige settings waarin Ema en haar vriendinnen zich uitleven in reggaetonmuziek. Deze populaire fusie van hiphop en dancehall is controversieel vanwege vrouwonvriendelijke teksten en gewelddadige filmpjes. Volgens Pablo Larraín is reggaeton een cultuur met zijn eigen ethische en esthetische bestaansrecht, volgens Gastón hypnotiserende gevangenismuziek met de illusie van vrijheid waarin vrouwen seks beluste wezens zijn, maar volgens een vriendin van Ema gaat het bij reggaeton simpelweg om de dansmoves waarbij je geil wordt van al die neukbewegingen.

Apotheose
Hoewel Larraín door middel van experimenteerdrift en improvisatie zijn best heeft gedaan om Ema´s zoektocht naar identiteit in een hedendaagse subcultuur gestalte te geven, smaakt zijn mooi vormgegeven drama (met hulp van vaste cinematograaf Sergio Armstrong) vooral naar nihilistisch hedonisme. Het plot wordt gered door een krankzinnige apotheose, waarmee Larraín bijvoorbeeld ook Post Mortem (2010) en El Club (2015) afsloot. Ook ditmaal laat hij het hoofdpersonage een deprimerend relaas relativeren in een verbijsterende finale met zwarte humor. Of de kleine Polo in die nieuwe situatie past, is zeer de vraag.

 

12 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Llorona, La

***
recensie La Llorona

Echo van een genocide

door Cor Oliemeulen

De nachtrust van een oud-generaal wordt verstoord door het huilen van een vrouw. Is het verbeelding of wordt hij geteisterd door de ziel van de oude horrorlegende La Llorona?

Het politieke drama La Llorona gaat over een generaal en zijn familie dertig jaar na de burgeroorlog in Guatemala. De pater familias Enrique Monteverde wordt door de rechtbank schuldig bevonden aan genocide, maar gaat door een vormfout (en druk van bevriende landen) tot frustratie van velen vrijuit. De rol van de inmiddels bejaarde generaal verwijst naar Efraín Ríos Montt, die in de jaren tachtig verantwoordelijk was voor de massamoorden onder met name de Maya-bevolking en (vermeende) communisten.

La Llorona

Wonden uit het verleden
De veroordeling van de generaal had ook als doel om de wonden uit het verleden te helen, maar splijt de bevolking in tweeën: de nabestaanden die nog steeds treuren om hun overleden dierbaren of nog op zoek zijn naar hun vermiste verliefden tegenover mensen die vinden dat het terugkijken op het verleden onderhand wel mag zijn afgelopen omdat het toenmalige leger slechts de ‘nationale eenheid creëerde’ en veel gewelddadigheden werden afgedaan met ‘linkse propaganda’. De Verenigde Staten, die in de jaren tachtig nog meer rechtse dictaturen in Latijns-Amerika hebben gesteund, boden in 1999 bij monde van president Bill Clinton hun excuses aan voor hun betrokkenheid.

Vanaf het moment dat in La Llorona de generaal en zijn familie terugkeren naar hun luxueuze onderkomen, beginnen buiten luidruchtige demonstraties, waarbij af en toe wat ruiten sneuvelen, en confronteren stille waken van nabestaanden de deels arrogante, wereldvreemde familieleden. Als vijf van de zes bedienden (allen van Indiaanse afkomst) uit angst zijn vertrokken, maakt het zwijgzame dienstmeisje Alma haar opwachting. Vanaf dat moment stapelen spanningen en mysterieuze voorvallen zich langzaam op.

Dolende ziel
Het feit dat Alma (letterlijke betekenis: ziel) voor iedereen een onbekende is (de beveiliging van de familie had kennelijk geen tijd of zin haar achtergrond te onderzoeken) en dat zij al snel is geliefd bij het kleindochtertje van de generaal, voorspelt weinig goeds. Enrique, wiens nachtrust al werd verstoord door het gehuil van La Llorona, maakt zich ook binnenshuis niet direct populairder als hij door echtgenoot, dochter en kleindochter in opgewonden staat wordt aangetroffen terwijl hij de badende Alma begluurt.

La Llorona

Samen met de aanhoudende onrust buiten en het gevoel van te zijn opgesloten, blijkt deze gebeurtenis voor Enrique’s echtgenote katalysator van een heuse zenuwinzinking. Ze krijgt nachtmerries over de burgeroorlog waarin zij wordt opgejaagd als zij het leven van twee kinderen probeert te redden. Net als de legende La Llorona manifesteert zij zich als een verloren ziel die uit is op wraak. De magisch-realistische elementen in de finale maken vervolgens duidelijk dat de schuldigen hun lot van boetedoening niet zullen ontlopen.

Drieluik
Ook in dit derde deel van zijn drieluik over de problematische geschiedenis van zijn thuisland legt regisseur Jayro Bustamante de vinger op de zere plek. In Ixcanul (2015) behandelde hij de achterstelling van de Maya’s en in Temblores (2019) de discriminatie van homo’s. Bustamente (wiens roots deels in de Maya-cultuur liggen) bevestigt met La Llorona dat hij een veelbelovend cineast is.

De Midden-Amerikaanse republiek Guatemala kent in tegenstelling tot buurland Mexico nauwelijks een noemenswaardige filmcultuur. Maar met zulke oorspronkelijke voorbeelden, de oprichting van zowel zijn eigen productiebedrijf La Casa de Producción als een theater voor onafhankelijke films biedt Bustamante een hoopvol perspectief voor andere filmmakers.

La Llorona is vanaf 11 juni te zien op Picl en Cineville. Vanaf 2 juli is de film ook beschikbaar op andere Video on Demand-platforms.

 

7 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Cordillera de los sueños, La

***
recensie La cordillera de los sueños

Heimwee naar een verloren land

door Ries Jacobs

Chili is meer dan het geboorteland van regisseur Patricio Guzmán, het is zijn muze. Bijna al zijn werk gaat over de maatschappelijke situatie in het land dat hij midden jaren 70 om politieke redenen ontvluchtte. Voor zijn laatste film keert hij wederom naar terug maar Chili.

Guzmán, afgelopen najaar hoofdgast op het IDFA, begint La cordillera de los sueños (De bergketen van dromen) met beelden van de Andes, het gebergte dat in Latijns-Amerika ook wel la Cordillera wordt genoemd. Zijn lofzang aan de macht en de kracht van de Andes en de tradities van haar bewoners vormt een poëtische, maar ook wat langdradige introductie.

La cordillera de los sueños

Daarna draait het verhaal honderdtachtig graden wanneer Guzmán de politieke situatie in Chili belicht. Aan de hand van archiefbeelden uit de jaren 70 en 80 schetst de filmmaker kort de geschiedenis die iedereen kent: de machtsgreep van Pinochet in 1973, demonstraties, politieke gevangenen en verdwijningen. Enkele van deze beelden ‘leent’ Guzmán van filmmaker Pablo Salas. Hij is na de staatsgreep wel in Chili gebleven en bouwde decennialang aan zijn archief met beeldmateriaal van politieke bijeenkomsten, demonstraties en andere maatschappelijke manifestaties.

Latijns-Amerikaanse broer
Salas filmt nog steeds, want de maatschappelijke onrust in Chili duurt voort. Volgens Guzmán komt dit omdat de echo van het regime van Pinochet doordreunt tot in het hedendaagse Chili. De handlangers van de toenmalige president hebben nu nog de economische macht in handen en hebben de kopermijnen in het noorden van het land aan buitenlandse bedrijven verkocht. De ‘gewone man’ heeft het nakijken.

Hier heeft de regisseur een punt. De inkomensverdeling in Chili is nog minder gelijk dan bij zijn grote Latijns-Amerikaanse broer Brazilië, het land dat bekendstaat als het schoolvoorbeeld van economische ongelijkheid. Slechts een beperkt aantal inwoners profiteerde in de afgelopen jaren van de economische spurt die het land doormaakte.

La cordillera de los sueños

Ruïne
Deze maatschappijkritiek illustreert de ambivalente relatie die Guzmán heeft met zijn geboorteland. De filmmaker houdt van het Chili van zijn jeugd, waar oude gebruiken plaatshadden onder de goedkeurende blik van machtige Andestoppen. Maar dit Chili hield op elf september 1973 abrupt op te bestaan. De besneeuwde Andestoppen zijn nog steeds dezelfde, maar Chili is een ander land, een land waar Guzmán zich sindsdien ‘niet meer thuis voelt’.

Guzmán brengt dit op een persoonlijke manier in beeld (hij bezoekt bijvoorbeeld de ruïne van wat ooit zijn ouderlijke huis was), maar het geheel oogt wat rommelig. Hij springt nogal eens van de hak op de tak. La cordillera de los sueños – het slotstuk van Guzmáns trilogie over de erfenis van Pinochet (na Nostalgia de la luz in 2010) en El botón de nácar in 2015) – bestaat niet uit hapklare brokken. De kijker moet zijn best moet doen om zelf de puzzelstukken op de juiste plekken te leggen. Bovendien plaatst Guzmán het geïdealiseerde verleden van zijn jeugd wel erg gemakkelijk tegenover de rauwe realiteit van na 1973. De regisseur geeft de zaken nogal zwart-wit weer.

Anderzijds is dit typerend voor een gevluchte dissident als Guzmán. De regisseur belichaamt het probleem waarmee iedere migrant, iedere vluchteling en iedere ‘economische gelukszoeker’ op leeftijd worstelt. Het nieuwe vaderland voelt nooit helemaal als een thuis, terwijl het land van de jeugd niet meer bestaat.

 

2 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2019 – Deel 4

IDFA 2019 – Deel 4:
Patricio Guzmán: het verleden onder ogen zien

door Michel Rensen

Chileense documentairemaker Patricio Guzmán is dit jaar hoofdgast op IDFA. Daarbij hoort natuurlijk een uitvoerig retrospectief van zijn werk, waarin de door de CIA gesteunde militaire coup in 1973 een rode draad vormt. 

Guzmáns drieluik The Battle of Chile (1975-79) vormt een kroniek van de aanloop naar de coup. Met een kleine crew en een net zo klein budget begon hij voor aanvang van de parlementsverkiezingen in maart 1973 te filmen. De socialistische president Salvador Allende was op dat moment twee jaar aan de macht en voor Guzmán voelde deze tijd als een gaande revolutie. Een hoopvol moment naar de toekomst waar hij bij moest zijn om het vast te leggen. Nadat Guzmán onder Pinochets regime gearresteerd was, vluchtte hij met zijn film het land uit, waarna hij vanuit Europa zijn trilogie afmaakte.

The Insurrection of the Bourgeoisie

De straat op
Het eerste deel, The Insurrection of the Bourgeoisie (1975), vertelt de aanloop naar de verkiezingen en de gespannen politieke situatie. De film begint hoopvol, met een optimistische blik vol jeugdig enthousiasme dat wellicht nog het meest doet denken aan Le joli mai van Chris Marker (ook als producer betrokken bij The Battle of Chile), één van de eerste documentaires die de gewone mens op straat filmde. Gedurende de film slaat de toon na de verkiezingen snel om. Nadat de oppositie Allende niet met democratische middelen kan verslaan, groeit de militaire aanwezigheid die uiteindelijk tot de coup zal leiden. De film eindigt met beelden van de Argentijnse journalist Leonardo Henrichsen, die tijdens zijn opnames werd doodgeschoten.

In de andere twee delen van de trilogie belicht Guzmán de twee kanten van de politieke strijd. The Coup d’État (1976) vertelt hoe de rechtse oppositiepartijen doelbewust de economie verstoren om de weerstand tegen Allendes presidentschap te vergroten. De oppositie ontketent met financiële steun van de CIA een staking van vrachtwagenchauffeurs die de hele Chileense economie lam legt. Zo ontstaat een draagvlak onder de bevolking waardoor de militaire coup kon plaatsvinden. In het derde deel, Popular Power (1979), richt Guzmán zijn blik op de arbeiderscollectieven die ondanks de penibele situatie voor hun rechten blijven vechten, zodat de revolutie wel gaan komen.

Pijnlijke geschiedenis
Na het aftreden van Pinochet bracht Guzmán zijn trilogie The Battle of Chile terug naar zijn vaderland, waar de film altijd verboden was geweest. In Chile, Obstinate Memory (1997) is deze terugreis het onderwerp. Guzmán laat de film zien aan studenten en scholieren, die de coup zelf nooit meegemaakt hebben, om hen over de geschiedenis te leren die door Pinochets regime onder het tapijt was geschoven. Ook interviewt hij voormalig activisten die bij de vele protesten aanwezig waren. Chile, Obstinate Memory is in vorm radicaal anders dan zijn eerdere werk, maar vormt een prachtige reflectie op het collectieve geheugen en manier waarop de geschiedenis zijn sporen achterlaat, ook als een dictatoriaal regime dit verleden hartgrondig probeert uit te wissen. Zijn vooruit kijkende blik in het derde deel van The Battle Of Chile heeft Guzmán niet verloren, maar met deze film houdt hij een pleidooi voor het terugkijken. Om vooruit te kunnen, moeten we eerst de geschiedenis onder ogen durven te zien.

The Cordillera of Dreams

Herhaling van de geschiedenis
In zijn recente werk reflecteert Guzmán op de geschiedenis via het Chileense landschap. Na Nostalgia de la luz (2010) en The Pearl Button (2015) gebruikt hij in zijn nieuwe film The Cordillera of Dreams (vanaf 6 februari in de Nederlandse bioscopen te zien) het Andesgebergte om te reflecteren op de rol van ooggetuigen, waarin hij verbanden legt tussen het heden, verleden en de schijnbare tijdloosheid van het Andesgebergte dat altijd over Chili uitkijkt. The Battle of Chile vormt een getuigenis van de aanloop naar de militaire coup, maar omdat Guzmán het land uit moest vluchten, heeft hij de gruwelijkheden van Pinochets dictatuur niet kunnen vastleggen. Guzmán gaat in gesprek met filmmakers en kunstenaars die tot op de dag van vandaag zoeken naar manieren om die ervaren geschiedenis in hun werk vorm te geven.

The Cordillera of Dreams legt een direct verband tussen de militaire coup en de huidige politieke situatie in Chili. Pinochet is in 1990 dan wel afgetreden, maar de constitutie die zijn regime geschreven heeft, houdt de huidige Chileense samenleving nog steeds in zijn greep. De film laat zien dat het een kwestie van tijd is voor het volk weer in opstand zal komen. Jorge Baradit, schrijver en activist, vormt als één van de protagonisten in de film het voorbeeld dat een herhaling van de geschiedenis aanstaande is, maar dat hopelijk dit keer de revolutie wel plaats zal vinden. De film ging eerder dit jaar in Cannes in première. Dat er sinds half oktober meer dan een miljoen Chilenen tegen het huidige regime de straat op zijn gegaan, laat zien dat Guzmáns voorspelling raak is.

 

1 december 2019

 

IDFA 2019 – Deel 1
IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 3
IDFA 2019 – Deel 5
IDFA 2019 – Deel 6
IDFA 2019 – Deel 7
IDFA 2019 – Deel 8
IDFA 2019 – Deel 9

 
MEER FILMFESTIVAL

Galápagos: Hope for the Future

**
recensie Galápagos: Hope for the Future

Symptoombestrijding op eilanden

door Sjoerd van Wijk

De titel geeft het al weg. Galápagos: Hope for the Future steekt de kop in het zand voor de ecologische catastrofe. In plaats daarvan speelt deze documentaire mooi weer met een tachtig minuten durende reclame voor producent de Charles Darwin Foundation.

Nu desastreuze klimaatverandering en biodiversiteitsverlies onafwendbaar zijn, heeft de mensheid geen hoop nodig maar moed. Om dapper te aanvaarden dat velen zullen sterven en talloos niet-menselijk leven wordt meegenomen in hun kielzog. Deze realiteit zouden natuurdocumentaires niet uit de weg moeten gaan, maar zien als een kans de resulterende rouw een plaats te geven. Hoe goed de bedoelingen ook mogen zijn, door te doen alsof er oplossingen mogelijk zijn terwijl het in werkelijkheid draait om schadebeperking bewijst Galápagos: Hope for the Future de bijzondere flora en fauna aldaar geen goede dienst.

Galápagos: Hope for the Future

Kermisattractie
Allereerst is er het gebruikelijke tonen van de pracht en praal, in dit geval van de Galápagos-eilanden. Onder begeleiding van onnozele deuntjes passeren alle bijzondere diersoorten van dit gebied de revue, alsof zij een soort kermisattractie zijn. En er dus geen vuiltje aan de lucht is. De secce close-ups hebben in ieder geval niet de Instagram-kwaliteit van cameraman Emmanuel Lubezki’s werk met Terrence Malick of het sturende gehalte van Baraka. Opeens zijn daar dan de anonieme helden van de Charles Darwin Foundation die hun best doen de al sterk teruggelopen populaties weer groot te maken.

Daarbij neemt de vertelster geen adempauze om elk beeld te duiden. Waar een documentaire als Sengiré sereen handelingen toont zonder er doorheen te praten, is dat bij Galápagos: Hope for the Future tegenovergesteld. Daarbij negeert het de olifant in de kamer waarom het slecht is gesteld met de eilanden. Of wat het eiland te wachten kan staan met rijzende zeespiegels en dergelijke. Door het zo optimistisch te hebben over het goede werk van de onderzoekers praat de documentaire eigenlijk de systemische oorzaken goed. In dat opzicht is het tekenend hoe de zeehonden die vis op de markt stelen vooral koddig zijn. Als de documentaire al een probleem benoemt, is het slechts aanstippen. Het opruimen van plastic in de omgeving is zo een clandestiene operatie, om blind optimisme aan te wakkeren.

Galápagos: Hope for the Future

Antropocentrisme
Deze onkritische viering van natuurbehoud etaleert dan ook de onderliggende denkwijze van het antropocentrisme. Het begrip natuur impliceert dat de mens hier buiten zou staan, wat ook naar voren komt in het dweilen met de kraan open van de conservatiepogingen. Galápagos: Hope for the Future bejubelt de technische oplossingen die qua denkwijze tevens de oorzaak zijn van de rampspoed. Galágapos ziet reden voor vreugde dat Ecuador als eerste land natuurrechten in de grondwet vastlegde. Daarmee kiest deze documentaire ongegeneerd partij voor de separatie tussen mens en ecosysteem.

Sociaal filosoof en natuuronderzoeker Thoreau beschreef hoe ronddwalen in het wilde de geest verruimt. Bij deze documentaire mist eenzelfde soort ontzag om de Galápagos oprecht te tonen. De vertelster is er à la de homevideoprogramma’s als de kippen bij om dieren als mensen te beschouwen als dat ook maar even kan. Dat komt kleinerend over. Als een toerist ziet Galápagos: Hope for the Future de eilandenpracht vooral als iets leuks voor de mens. Daarmee vertelt de film een oneerlijk verhaal.

 

29 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Unexpected Love, An

***
recensie An Unexpected Love

Leeg nest onderzoekt huwelijk

door Michel Rensen

Een gescheiden man en vrouw blijven na hun breuk rond elkaar cirkelen, onzeker over waar ze nou echt naar op zoek zijn. Het Argentijnse An Unexpected Love wisselt een voorspelbaar romantisch drama af met zeer sterke en originele komische scènes. 

Als hun 19-jarige zoon naar Europa vertrekt om te studeren, blijven Marcos (Ricardo Darín) en Ana (Mercedes Morán) in een leeg huis achter. Hoewel het hen voor de wind lijkt te gaan, worstelen ze met de stilte die hun zoon heeft achtergelaten. Wat hebben ze nog met elkaar gemeen nu ze de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun zoon achter zich moeten laten? Met plotseling veel tijd om handen, worstelt het tweetal met het ouder worden en vragen over wat ze nog met hun leven willen. Als ze tot de conclusie komen dat ze eigenlijk niet meer verliefd zijn op elkaar, besluiten ze na vijfentwintig jaar uit elkaar te gaan.

An Unexpected Love

Emotionele leefwereld
Met Ricardo Darín (El secreto de sus ojos, Wild Tales) en Mercedes Morán (La ciénaga, Cordero de dias) heeft debuterend regisseur Juan Diaz twee van de grootste Argentijnse acteurs voor zijn camera gekregen. An Unexpected Love blijft ver weg van uitbundig drama. Met een afwisseling van komische scènes en intieme dialogen neemt de film de tijd om diep in de emotionele leefwereld van de personages te duiken. Hoewel hun worsteling nergens verrast, maken het sterke acteerwerk en de scherpe humor veel goed. Het meest opvallende stijlelement van de film is het direct aanspreken van de kijker door de personages. An Unexpected Love lijkt daarmee vooral een vorm van catharsis te willen zijn. Door het zien van de film, hoef je zelf dit pad niet meer te bewandelen.

Het gescheiden koppel probeert na de scheiding zijn leegte te vullen en beiden beginnen weer actief te daten. Hun seksleven bloeit op, maar serieus worden de relaties nooit. De scènes met hun dates evenmin. Meer dan één scène wordt aan de meeste affaires niet besteed. Zo wordt in de hilarische scène waarin Marcos en Celia net bij elkaar ingetrokken zijn pijnlijk duidelijk dat hun relatie niet lang stand zal houden. De breuk komt echter nergens in beeld, we krijgen de informatie slechts zijdelings te horen in een gesprek tussen Marcos en Ana. Het koppel lijkt na de scheiding sterker verbonden dan ooit tevoren. Hun levens blijven in elkaar knopen alsof ze niet zonder elkaar kunnen.

An Unexpected Love

Comedy of remarriage
An Unexpected Love lijkt een moderne versie van de comedy of remarriage. Dit subgenre van de komedie leefde op in de jaren 30 en 40 met klassiekers zoals It Happened One Night en The Awful Truth. Deze films zochten de grenzen van de censuur op en gaf het huwelijk een nieuwe betekenis voorbij religieuze en sociaal-economische factoren. Aangezien het paar gekozen heeft uit elkaar te gaan, kan alleen echte liefde hen weer samen brengen. Marcos en Ana begaan een soortgelijke ontwikkeling. Na hun splitsing zwerven ze van relatie naar relatie, maar geleidelijk ontdekken ze wat hun huwelijk hen waard was. De film deconstrueert hun huwelijk met het doel dezelfde relatie opnieuw sterker te reconstrueren, waardoor ze samen de toekomst vol hoop tegemoet kunnen gaan.

 

15 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Rojo

****
recensie Rojo

Warme kleuren, koude wereld

door Michel Rensen

Rojo toont een samenleving in verval waar men de scheuren ziet, maar vooral wil volhouden dat alles normaal is. De film werpt een kritische blik op de Argentijnse geschiedenis en de gevaren van maatschappelijke onverschilligheid.

1975. Het jaar voor de militaire coup in Argentinië. Advocaat Claudio (Darío Grandinetti) wacht in een volgeboekt restaurant op zijn vrouw. Hij krijgt ruzie met Diego die het absurd vindt dat de advocaat een tafel bezet houdt, terwijl hijzelf daardoor moet wachten tot er plaats is. De ruzie loopt volledig uit de hand en aan het eind van de avond belandt Diego levensgevaarlijk gewond op de achterbank van Claudio’s auto. In plaats van hem bij een ziekenhuis af te leveren, dumpt Claudio de man in de woestijn, wetende dat hij zal sterven. Diego is expliciet een buitenstaander, geen onderdeel van Claudio’s samenleving en zal dus door niemand gemist worden. Het dedain van Claudio is sterk voelbaar in deze zwart-humoristische openingsscène, die sterk doet denken aan Damián Szifróns Wild Tales, waarin Darío Grandinetti ook te zien is.

Rojo

Maatschappij in verval
Drie maanden later gaat het leven van de advocaat en zijn familie door alsof er niets aan de hand is. Uitbundige, elitaire feesten gaan hand in hand met onderhandse corruptie. Alles om de status quo in stand te houden. Het incident lijkt door iedereen vergeten te zijn, totdat privédetective en tv-persoonlijkheid Sinclair verschijnt, een wederom fenomenale Alfredo Castro (Tony Manero, Desde allá, El Club) die ondanks zijn geringe lengte in elke scène een dominante positie inneemt. Diego a.k.a ‘El hippie’ bleek familie van een goede kennis van de advocaat en die heeft op zijn beurt de detective ingeschakeld om erachter te komen wat er met zijn zwager gebeurd is. Plotseling blijkt de illusie van normaliteit waar de advocaat zich aan vasthoudt zeer fragiel. 

Rojo toont een maatschappij in verval. De film richt een kritische blik op de bourgeoise middenklasse die in het belang van stabiliteit gruwelijkheden accepteert en waar nodig uitvoert. Een politieke chaos is nadrukkelijk aanwezig, maar voor deze elite is het allemaal ver weg; en dat houdt ze graag zo. Wegkijken is de norm. Zolang je eigen leven, werk en familie het goed hebben, is er immers niks om je zorgen om te maken. Claudio’s medeplichtigheid aan de dood van ‘El hippie’ lijkt hem weinig te deren. Pas als zijn sociale status erdoor in het geding komt, breekt het zweet hem uit.

Rojo

Warme esthetiek
Rojo oogt als een film uit de jaren 70 met een nagemaakte korrelige celluloid-look vol verzadigde kleuren, met name de kleur rood (zoals de titel al doet vermoeden) die uiteraard ook symbolisch verwijst naar de (ongeziene) bloederige politieke crisis. Naast het nabootsen van analoge film, versterkt ook het gebruik van split-focus diopters, waarmee de camera op twee verschillende dieptes kan scherpstellen, het jaren 70-gevoel van de film. De prachtige visuele stijl van de film wordt gecomplementeerd met een even briljante soundtrack van de Nederlandse componist Vincent van Warmerdam (Borgman, De Noorderlingen).

In tegenstelling tot de vele recente nostalgische verwijzingen naar het verleden – denk bijvoorbeeld aan Stranger Things – zet regisseur Benjamín Naishtat deze esthetiek kritisch in. Het warme kleurenpalet vormt een scherp contrast met de kille wereld waarin intermenselijke relaties verstoord zijn. Men leeft niet samen, maar langs elkaar heen. Rojo kijkt niet met sentiment naar het verleden terug, maar zet een kritische noot bij een beladen geschiedenis door zich te richten op de ‘gewone man’, de middenklasse die zich schuldig maakt aan gruwelijke daden voordat een totalitair regime deze institutionaliseert. Een boodschap die resoneert in het huidige politieke landschap.

 

10 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Tigers Are Not Afraid

***
recensie Tigers Are Not Afraid

Kinderlijke onschuld, volwassen reactie

door Cor Oliemeulen

Tijgers vergeten nooit iets, kunnen goed zien in het donker, hebben scherpe hoektanden om hun prooi te verscheuren en zijn nooit bang. De tijger is het symbool van kracht voor de vijf weeskinderen die proberen te overleven in een verlaten stadsdeel in Mexico waar een drugsbende mensen ontvoert.

De kinderen moeten vluchten als een van hen, Chino, de telefoon met een belastend filmpje van een drugsbendelid heeft gestolen. Het elfjarige meisje Estrella, wier moeder is verdwenen na een schietpartij bij school, heeft zich aangesloten bij de jochies, maar moet zich eerst op een extreme manier bewijzen. Gewapend met drie wensen (in de vorm van drie krijtjes, gekregen van de juf), gekweld door horrorbeelden van dode mensen en achtervolgd door een stroompje bloed, gaat zij op zoek naar haar moeder, terwijl zij haar kinderlijke onschuld probeert te bewaren door te vluchten in fantasie.

Tigers Are Not Afraid

Liever meeleven dan lachen
Volgens de Mexicaanse regisseur Issa López valt er in haar als donker sprookje vermomde drama soms best te lachen, maar de mate waarin is afhankelijk van het publiek. Mensen in Latijns-Amerika – gevormd door een gewelddadige geschiedenis waar de dood nooit ver weg was – zien eerder de lol door alle ellende om zich heen, met de bloedige drugsoorlog in Mexico als jongste treurige voorbeeld. In hun betrekkelijke onschuld zijn het vooral kinderen die overleven door de schoonheid van de menselijke geest. Eenzelfde soort relativerend vermogen ontdekte López in Belfast, in het verleden vaak ook niet bepaald een vrolijke boel, waar de zaal soms dubbel lag. In Nederland lachte niemand, maar desondanks werd Tigers Are Not Afraid vorig jaar gekozen als beste film op het Imagine Film Festival in Amsterdam.

Net als overal ter wereld zullen kijkers vooral worden geraakt door het emotionele component van de film. Het gevoel van medelijden voor het weinig hoopvolle perspectief van de kinderen is niet meer dan menselijk, maar net als zij wordt de kijker door het gebruik van magisch-realistische en fantasierijke elementen soms afgeschermd van de gruwel. Kinderen zijn immers kwetsbaarder dan volwassenen en kunnen onvoorwaardelijk rekenen op betrokkenheid van het publiek. Terwijl de kijker van de gemiddelde thriller of actiefilm is murw geslagen door de weinig benijdenswaardige bestemming van volwassenen die op al dan niet beestachtige wijze worden vermoord, kan het onheilspellende lot van kinderen gelukkig nog een potje breken.

Tigers Are Not Afraid

Ongelukkig happy end
Is Tigers Are Not Afraid dan wereldwijd overspoeld met waardering en filmprijzen omdat juist argeloze kinderen worden geteisterd door die irritante drugsoorlog? Zou het publiek schouderophalend reageren als slechts volwassenen onder al die gewelddadigheden gebukt gingen? En accepteren we het wanneer volwassenen diezelfde harde realiteit proberen te verzachten door te vluchten in fantasie, of verwijzen we die liever naar pillendraaiers?

Natuurlijk zijn er genoeg films over de greep van de Mexicaanse drugsoorlog op volwassenen, denk aan Heli (2014) waarin nota bene kinderen de meest verschrikkelijke capriolen (zoals marteling) uithalen. In plaats van het rauwe sociaalrealisme in dit deprimerende drama van Amat Escalante, of bijvoorbeeld het neorealisme van Luis Buñuels klassieker Los Olvidados (1950) waarin straatschoffies in Mexico-Stad morele grenzen overschrijden, kiest Issa López in Tigers Are Not Afraid voor een mooi uitgebalanceerde combinatie van drama, magisch-realisme en een vleugje horror. Qua motivatie en uitvoering afgekeken van haar landgenoot Guillermo del Toro in diens superieure Pan’s Labyrinth (2006), waarin een meisje tijdens een fascistisch regime vlucht in haar fantastische doolhof.

Lachen of niet, ook in Tigers Are Not Afraid zitten fragmenten van vrolijke speelsheid (die je bij de meeste volwassenen mist). Dat neemt niet weg dat Estrella’s verzuchting – ‘Elke keer als ik een wens doe, gebeurt er iets ergs’ – zal leiden tot een ongelukkig happy end. Ondanks de authentieke setting en het sterke acteren van de jonge cast beklijft dit donkere sprookje minder dan het eveneens met minimale middelen geschoten, beklemmende Russische oorlogsdrama Anna’s War.

 

23 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES