Last Movie, The

***
IFFR Unleashed – 1977: The Last Movie
De ellende van de filmindustrie

door Bob van der Sterre

Dennis Hopper heeft veel mooie, interessante filmmomenten meegemaakt. De acteur, die ons meer dan tien jaar geleden is ontvallen, acteerde in tal van legendarische films en regisseerde er vijf, waaronder Easy Rider, Colors en The Last Movie. Laatstgenoemde werd gemaakt in 1971 en kwam pas onder de Nederlanders via het IFFR van 1977.

In The Last Movie bekijken we hoe in Peru filmopnamen worden gemaakt. Amerikanen maken daar de western Pat Garrett & Billy the Kid. ‘Kansas’, een stuntman, manusje-van-alles, blijft na afloop van de opnamen in Peru hangen met zijn Peruaanse vriendin, Maria.

The Last Movie

Hij ontmoet een groep Amerikanen. Een bezemmagnaat, die net als zijn vrouw wel een verzetje nodig heeft. Zijn vrouw ziet de ‘cowboy’ Kansas wel zitten, de bezemmagnaat houdt van doorzakken. En dan is er nog een vriend, een lamstraal, die alsmaar zeurt over de kansen van een goudmijn.

Maria voelt zich steeds meer verloren in dit cynische gezelschap, maar met Kansas gaat het langzaam maar zeker ook steeds slechter. Hij zuipt en raakt verwilderd. Peruanen maken ondertussen gebruik van de achtergelaten locaties en kopiëren de westernfilm tijdens een feest. Het middelpunt is Kansas die gelooft dat hij Jezus is geworden.

Gewaagde film
Hopper schaamde zich niet voor zijn ambities en na lange smeekbedes (vijf jaar) bij studio’s om geld kreeg hij eindelijk een geld van studio Universal, en zelfs de vrijheid om te doen wat hij wilde. Hij maakte deze gewaagde, redelijk ontoegankelijke film die zeker niet ieders cup of tea zal zijn, en ook niet overal in slaagt, maar die wel voelt als iets bijzonders. Je krijgt in deze film:

  • een satire op het maken van westerns of de ‘Hollywooddroom’
  • een schets van westerse (Amerikaanse) nonchalance ten opzichte van andere culturen (in dit geval Peruaans)
  • Dennis Hoppers eigen getroebleerde denken als de ontsporende ‘Kansas’
  • een kruisigingsverhaal
  • talloze cinematografische verwijzingen
  • een parodie

En dat allemaal in krap twee uur – wat ook best de inhoud van een serie van tien afleveringen van een uur had kunnen zijn.

Ik wil de bontjas!
De filmindustrie staat hier voor een hoop ellende. Alleen al dat The Last Movie draait om een film in een film – en daarna om een kopie van een film in een film. Dat idee van de culture clash (Hollywood in Peru) was een ervaring die Dennis Hopper zelf in 1965 in Mexico had meegemaakt tijdens opnamen van de John Wayne-film The Sons of Katie Elder. Die inspireerde hem tot dit verhaal.

Als je essayisten zou loslaten op deze film, komen ze allemaal met iets anders terug. Let eens op hoe vaak kruisen terugkeren in de film. Of de opmerkelijke rol van muziek: dit is praktisch een lange soundtrack die scènes aan elkaar plakt. Of de momenten die Kansas’ troebelen weerspiegelen: interessante en experimentele shots. Je hebt als beginnend regisseur moed nodig om dit te durven.

The Last Movie

Wat The Last Movie niet biedt, is een coherent verhaal over een onderwerp. De Amerikanen in andere landen zijn alleen maar uit op drank, genot en seks en willen ook nog eens de grondstoffen stelen. Kansas is niet anders. En de armere culturen zijn evenmin geweldig. Zijn vriendin zegt letterlijk: ‘Omdat we geen elektriciteit en geen water hebben, betekent niet dat we geen leuke dingen willen hebben, gringo. Ik wil de bontjas van Mrs Anderson!’

De film is zo in zekere zin de antifilm van Hoppers toch redelijk te volgen debuut Easy Rider uit 1969. Je belandt soms van belachelijke passages (de goudmijnactie in drie minuten) in best sterke, speelfilmachtige scènes. De scène met Julie Adams als de naar ruige seks hunkerende Miss Anderson bijvoorbeeld. De dronken scène in de bar met prostituees. Ook mooi: hoe Kansas ineens te paard dwars door een scène huppelt.

Flashforwards, flashbacks en een vleugje Godard
De montage speelt een hoofdrol in The Last Movie. Naar hartenlust flashforwards, flashbacks, surrealisme – zelfs cowboy te paard tegen ondergaande zon. Een plotseling beeld van een volwassen man die gevoed wordt met melk uit een vrouwenborst? Check. Een seksscène onder een waterval? Ook check. Uit de lucht vallende waanzin à la Apocalypse Now? Inderdaad.

Je ziet vooral heel veel intuïtie – en dat is zonder twijfel ook de invloed van Alejandro Jodorowsky, die aanvankelijk hielp met de montage. Geen wonder die hulp, zou je zeggen. Hopper had destijds meer dan 40 uur materiaal om uit te kiezen en deed een jaar over de montage. Een nadeel hiervan is sowieso dat de film nu meer oogt als een reeks aan elkaar gelaste stukjes dan als een vloeiende speelfilm. Het noopte filmcriticus Roger Ebert in 1971 tot zijn wel erg botte conclusie: Dennis Hopper’s “The Last Movie” is a wasteland of cinematic wreckage.

The Last Movie komt ook wel over als een afspiegeling van de cinema die in 1971 in artistieke kringen populair was. Je ziet hier een soort blend van een Altmanesque satire (MASH, 1970), bizarre momenten à la Luis Buñuel (La Voie Lactée 1969, Tristana 1970), typische Werner Herzog-toestanden (Lebenszeichen, 1968). absurdisme van Jodorowsky (El Topo, 1970) en zelfs een vleugje Godard (het bordje Scene missing).

Film over film dus. Regisseur Henry Hathaway komt langs (hier gespeeld door regisseur Sam Fuller), Walter Huston wordt genoemd (in de film) en Sam Peckinpah zou zelfs echt Pat Garrett & Billy the Kid maken in 1973.

The Last Movie

En dat is ook precies de kern van mijn kritiek: The Last Movie wil te veel. Dat is wat je vaak ziet bij acteurs die beginnen als regisseurs. Ook bij het regiedebuut van Ryan Gosling, George Clooney, Robert De Niro, Clint Eastwood; in feite praktisch al die ambitieuze acteurs die aan het filmen slaan, willen het te goed doen, te veel vakjes aanvinken. Een ‘gewone’ regisseur heeft ook wel ambities, maar offert niet het verhaal op om alle ideeën en kritieken die hij of zij maar heeft te verpanden aan het kijkerspubliek. Less is soms more voor je eigen stijl en ideeën.

Ontvangst in 1971: matig
De film werd slecht ontvangen. Proefscreenings waren onsuccesvol. Hopper kreeg zelfs klappen van vrouwelijke kijkers die niet gediend waren van het seksisme in de film (er wordt wel wat geslagen).

Dan hebben we het nog niet gehad over het drugs- en drankgebruik tijdens deze productie – een beetje ironisch gezien het thema van de film. (Er zijn anekdotes dat Dennis Hopper er alles aan deed om de junta toen in Peru te beledigen. En dat die regering op zijn beurt spionnen inhuurde om hem in de gaten te houden.)

Toch won The Last Movie in 1971 de prijs van de critici in Venetië. De grap in Woody Allens film Hollywood Ending (2002) dat de ‘mislukte’ film in Frankrijk als meesterwerk werd ontvangen, ging hier niet op, want de film was simpelweg niet in Europa te zien (Franse première volgde pas in 1988).

Hoe dat kwam? Studiobaas Lew Wasserman van Universal eiste een re-cut van Hopper, ook al had de film dus al toegeslagen in Venetië, anders zou hij de film op de plank laten liggen. Hopper weigerde dat en de rest is geschiedenis.

En is de cirkel van de kunst en de pulp op celluloid weer rond!

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

3 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Mole Agent, The

***
recensie The Mole Agent

Eenzaamheid, verveling en doelloosheid

door Ries Jacobs

De titel doet vermoeden dat de laatste film van regisseur Maite Alberdi een spionagefilm is in de trant van 007. Na het zien van de film blijkt dit in het geheel niet het geval te zijn, maar wat is het dan wel?

De drieëntachtigjarige Sergio Chamy beantwoordt een advertentie van een detectivebureau waarin ze zoeken naar een undercoveragent. In tegenstelling tot de meeste personeelsadvertenties is het ditmaal geen probleem dat de sollicitant op leeftijd is. Sterker nog, ze zoeken juist iemand van tachtig plus. Na een uitgebreide sollicitatieprocedure krijgt Sergio de opdracht.

The Mole Agent

De weduwnaar leert zo goed mogelijk om te gaan met een mobiele telefoon zodat hij kan communiceren met zijn opdrachtgever. Hij moet in een bejaardentehuis gaan wonen om uit te zoeken of het personeel steelt van de bewoners. De dochter van een van de bewoonsters vermoedt dat dit het geval is en nam daarom een detectivebureau in de hand.

Traliewerk
Een leuk detail is dat The Mole Agent een Nederlandse inbreng heeft. Vincent van Warmerdam, de broer van regisseur Alex van Warmerdam, componeerde de muziek voor de negende documentaire van Alberdi. Bijna altijd stelt deze regisseur sociale kwesties aan de kaak, zo ook in The Mole Agent. Eerder bracht ze de ouderen van haar thuisland Chili in beeld, in de films Yo no soy de aquí (2016) en La Once (2014).

Origineel is de regisseur ditmaal zeker, ze gaf de spion op leeftijd opdracht te infiltreren in het bejaardentehuis en deed tegelijkertijd alsof er gefilmd werd voor een documentaire. De kijker ziet voornamelijk de beelden die de filmcrew schoot. Door het verhalende karakter heb je als kijker vaak het idee dat je naar een speelfilm kijkt, maar The Mole Agent is wel degelijk een documentaire.

The Mole Agent

Sergio had er eveneens geen idee van dat hij de hoofdrolspeler van een documentaire was. Aanvankelijk vervult hij zijn opdracht voortvarend, maar gaandeweg trekt hij zich het lot van de bewoners steeds meer aan. De empathische man wint al snel de harten van de voornamelijk vrouwelijke bewoners en probeert hen zo goed als hij kan bij te staan en te helpen. Hierdoor lukt het de crew om de eenzaamheid, de verveling en de doelloosheid van de bewoners vast te leggen. Het meest aangrijpend zijn de bewoonsters die achter het traliewerk van de ijzeren poort bij de ingang staan en zich afvragen waarom ze de deur niet uit mogen.

Gissen
Tegelijkertijd verklaart de documentaire niets. Geen moment wordt duidelijk waarom de senioren in het tehuis zo eenzaam en verveeld zijn. Is de oorzaak een gebrek aan financiële middelen? De kijker kan alleen maar gissen dat dit wellicht de oorzaak is, maar weet dan nog niet waarom de Chilenen niet beter voor hun oudere landgenoten zorgen. Het Zuid-Amerikaanse land is immers allang geen ontwikkelingsland meer.

De unieke manier waarop Alberdi deze film gemaakt heeft, stelt haar in staat om dicht op de huid van de hoofdrolspelers te komen, maar is tegelijkertijd een valkuil. The Mole Agent mist de spanning en de plotontwikkelingen van een speelfilm, maar ook de diepgang van een documentaire. Dit maakt het laatste werk van de Chileense documentairemaakster tot iets dat vlees noch vis is.

 

8 december 2020

 

ALLE RECENSIES

Chili

***
recensie Chili

Veertig breedtegraden in vijftig minuten

door Paul Rübsaam

De duizenden kilometer lange sliert land die Chili heet, vormt wat betreft landschap, flora en fauna een dwarsdoorsnede van het zuidelijk halfrond. Kun je dat laten zien in een natuurdocumentaire van slechts vijftig minuten?

Na een afwezigheid van twintig jaar keerde de natuurdocumentarist Christian Muñoz-Donoso terug naar Chili om de ontzagwekkende en veelzijdige natuur van zijn geboorteland te vereeuwigen. Chile: A Wild Jouney werd een serie in acht delen. Het laatste deel vat de serie samen en fungeert nu als bioscoopfilm met dezelfde naam.

Chili

Die vijftig minuten durende documentaire begint en eindigt in het nationaal park Torres del Paine in het zuidelijke Patagonië. Tussendoor krijgen we onder andere de vijfduizend kilometer noordelijker gelegen Atacama-woestijn te zien. Er worden reuzensprongen gemaakt, maar wel met de nodige primeurs.

Walvisdialect
In het naar het Paine-bergmassief met zijn imposante torenspitsachtige bergen genoemde Torres del Paine bevolken grote kuddes guanaco’s (lama-achtigen) de lager gelegen heuvels en prairies. Zij vormen het voedsel voor de poema’s, die evenals de guanaco’s door de jacht lange tijd met uitsterven bedreigd zijn geweest. In het warme licht van de late middagzon zien we een moederpoema stoeien met haar welpen en deze later ook zogen. Nooit eerder werd dit laatste in het wild gefilmd.

Westwaarts, in de richting van de Grote Oceaan, verandert het Patagonische landschap. Tal van eilanden flankeren de grillige kustlijn. Nabij het Chiloë-eiland is de voedselrijke zee het domein van een ander mythisch dier: de blauwe vinvis. De Chileense variant van dit grootste dier op Aarde vormt een ondersoort en beschikt over een eigen ‘dialect’. Voor het eerst kunnen we dit geluid, dat doet denken aan het gepuf van een stoomschip, horen.

Niet ver van de wateren waar het grootste zeezoogdier op Aarde huist, bevindt zich de verblijfplaats van het kleinste: de zuidelijke zeeotter. Met aanstekelijk hedonisme nuttigt dit dier ruggelings op het water dobberend de schaaldieren die hij uit de zee heeft opgedoken. Evenals andere dieren die leven in dit deel van de oceaan wordt de otter in zijn voortbestaan bedreigd door de winning van zeewier en de toenemende huizenbouw aan de Chileense kust.

Chili

Bloemenzee
Veel noordelijker, op een eiland ter hoogte van de Atacama-woestijn, hangen vampiers met hun tenen aan de wanden van een grot. Deze vleermuissoort heeft een weinig aantrekkelijk snuitje, maar is ongevaarlijk voor mensen. Wél leeft de vampier van bloed, zoals Charles Darwin in de negentiende eeuw ontdekte. Maar dan alleen van dat van vogels en kleine zoogdieren.

In de open vlakte van de Atacama voltrekt zich nu en dan een merkwaardig verschijnsel. Onder invloed van het weerfenomeen El Niño valt er eens in de zoveel jaar een aanmerkelijke hoeveelheid regen. Die doet de woestijn geleidelijk aan groen kleuren, tot er uiteindelijk een veelkleurige bloemenzee ontluikt. Zelfs een hagedis, die zich normaal gesproken met insecten voedt, kunnen we dan naar bloemblaadjes zien happen. Ook dit werd volgens de makers nooit eerder met een camera vastgelegd.

Chili

Meer hoogtepunten
De kleinste katachtige van Amerika: de zogeheten Kodkod, de kleinste hertensoort: de Pudu en de rode Chileense klokbloem (de nationale bloem) passeren nog de revue. Alsmede de Degoe, een knaagdier dat veel weg heeft van een kruising tussen een rat en een konijn. In de hete zomers kan deze wekenlang rustig wachten tot de wind de peulen uit een meidoornboom blaast, waarna hij die buit vervolgens zo snel als hij kan naar zijn in de schaduw gelegen hol sleept.

Weer terug in Patagonië zien we dat niet alleen de poema zich te goed doet aan het vlees van de guanaco’s. De chilla, een grijze Zuid-Amerikaanse vos, doet dat eveneens, maar dan als aaseter. Evenals de condor, de koningsgier die met zijn voor het Guinness Book of Records in aanmerking komende spanwijdte in een Zuid-Amerikaanse natuurfilm niet mag ontbreken.

Chili is bijna voortdurend ademberovend. Er ontbreekt echter een narratieve structuur die de kijker het gevoel kan geven dat hij Chili in zijn eigen tempo mag ontsluieren. In plaats daarvan wordt hij meegesleept van het ene record naar het volgende extreem. Dat bevredigt niet helemaal, maar maakt wel benieuwd naar de gehele achtdelige serie.

 

21 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Three Summers

***
recensie Three Summers

Nevenschade in Braziliaanse samenleving

door Michel Rensen

Nadat haar baas na corruptieschandalen opgepakt is, neemt Madá de zaakjes in eigen handen. Three Summers biedt een sympathiek portret van een volhardend personage dat ondanks een opeenstapeling van tegenslagen door blijft gaan.

In drie episodes die zich afspelen over drie verschillende feestdagen, van 2015 tot en met 2017, vertelt Three Summers het verhaal van huishoudster Madá. Hoewel ze in dienst is van Edgar en zijn familie, is er duidelijk één iemand de baas in het vakantiehuis van de rijke familie. Met haar team verzorgt Madá de feestelijkheden en schept zij orde in de enorme chaos die de familiedrukte met zich meebrengt. Daarnaast neemt ze ook de zorg van Edgars vader Lira op zich en werkt ze hard aan het openen van haar eigen kiosk. De eerste episode laat vooral Madá’s ondernemende en oplossingsgerichte persoonlijkheid bloeien als zij Edgar overhaalt om voor haar de borg voor het land voor haar kiosk te betalen.

Three Summers

Met licht komische observaties legt regisseur Sandra Kogut de hedendaagse klassenproblematiek in Brazilië bloot. Madá wordt door Edgars vrouw Marta uitgefoeterd wanneer ze bijna een bijzonder dure vaas omstoot die meer waard is dan Madá´s jaarsalaris. Madá is niet op haar mondje gevallen en reageert op deze botsingen met scherpe en vooral geestige opmerkingen. De huishoudster en de familie hebben duidelijk al een lange geschiedenis waardoor ze de vrijheid heeft om op deze wijze te reageren, maar de kloof tussen de personages blijft gigantisch.

Zomerhuis
Een jaar later ziet het zomerhuis er heel anders uit. Niet alleen regent het flink, ook blijkt Edgar opgepakt te zijn op verdenking van corruptie. De politie doorzoekt de woningen en blokkeert de bouw van Madá’s kiosk vanwege de illegaal verkregen bouwvergunning. Het inkomen voor Madá en haar team is door Edgars arrestatie volledig verdwenen, terwijl Lira door werkzaamheden in zijn eigen huis nog steeds in het vakantiehuis verblijft. De arrestatie van Edgar leidt ook voor Madá en haar gelijken tot grote problemen. Ondanks dat zij binnen de lijnen van de wet werken, worden zij ook het slachtoffer van het oplossen van corruptie. De film laat zien dat corruptie zo verweven is in de structuur van de Braziliaanse samenleving, dat mensen uit lagere klassen ook zwaar geraakt worden als corruptie aangepakt wordt.

In de derde episode verliest Three Summers zijn stoom. In het vakantiehuis wordt een reclamespot opgenomen en nadat één van de actrices niet verschijnt, moet Madá haar plaats innemen. De inzichten die de film hier biedt in de klassenproblematiek zijn schrijnend opzichtig en voegen weinig toe aan wat de film eerder al had laten zien. Deze scènes lijken vooral vulling om naar een te optimistisch en gesloten einde te bouwen. Eind goed, al goed zou je zeggen, maar met de verkiezing van Bolsonaro is deze stap voorwaarts waarschijnlijk van zeer tijdelijke aard.

Three Summers

Volhardend personage
Ondanks dat Three Summers zijn vuur verliest in het derde deel, doet Madá dat nooit. Regina Casé (The Second Mother) zet met een fenomenale performance een ijzersterk personage neer dat met haar ondernemende karakter en doorzettingsvermogen blijft intrigeren. Door het verlies van hun inkomen en de onmogelijkheid haar kiosk te openen, moet Madá op zoek naar innovatieve manieren om toch rond te komen. De inboedel van het vakantiehuis wordt verkocht, in samenspraak met Lira wordt het vakantiehuis verhuurd als AirBnb en in de boot van de familie worden rondleidingen langs de nu verlaten vakantiehuizen gegeven.

De film werpt hier ook een nieuwe generatiekloof op als Lira berouw toont over de daden van zijn zoon. De vriendschap tussen Madá en de oude man laat een warmte zien die binnen Lira’s familie afwezig was in de eerste episode. Zonder de complexe dynamiek tussen de personages uit het oog te verliezen, biedt de film een alternatieve manier waarop deze ogenschijnlijk verschillende personages samen kunnen leven.

 

10 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Blanco en blanco

***
recensie Blanco en blanco

Leed op afstand

door Sjoerd van Wijk

Blanco en blanco houdt het leed op afstand. Met treffend lichtspel ontleedt de film systemisch onrecht, maar daarmee blijft verdere reflectie op de cynische conclusie over medeplichtigheid achterwege.

De fotograaf Pedro (Alfredo Castro: Rojo, El Club) reist af naar het onherbergzame Tierra del Fuego in het zuidelijkste puntje van huidig Chili en Argentinië om een trouwfoto te maken voor de rijke landeigenaar Mr. Porter. In die uithoek vindt een vergeten stuk geschiedenis plaats, de genocide van het Selk’nam volk. Als Pedro weken moet wachten op een boot zonder betaling voor zijn diensten komt die geschiedenis akelig dichtbij. Hoe je een houding te vinden als intens onrecht aan de orde van de dag, verweven in het systeem, is? Dit is niet slechts een historische curiositeit maar nog steeds razend actueel. Kijk bijvoorbeeld naar de gigantische schaal waarop China de Uighur uitroeit.

Blanco en blanco

Clair-obscur
Pedro doet dienst als een welhaast metaforische observator verscholen achter zijn fotocamera. Alfredo Castro onderstreept dat met stoïcijns spel, als hij op didactische wijze zijn subjecten dirigeert teneinde een moment van schoonheid in de ellende te creëren. Zo legt Blanco en blanco

terloops de calculerende wereld van Tierra del Fuego vast die de Selk’nam tot externaliteit reduceert. De foto’s van conquistador Julius Popper’s campagne aldaar vormden een inspiratie voor de film.

De vloeren van de interieurs kraken als bij Ingmar Bergman en zo is cinematograaf José Alayón dan ook de Sven Nykvist van regisseur Théo Court. Alayón schildert net zo geraffineerd met clair-obscur en krijgt daarvoor alle tijd van Court. Het spaarzame licht van achter een wapperend gordijn of de fakkels als dwaallichtjes in het bos tijdens een klopjacht benadrukken het desolate landschap waar mensen ondernemen ten koste van anderen.

Pessimisme
Mr. Porter als grote afwezige tijdens de gebeurtenissen typeert het verhaal en ook Pedro houdt het leed zo lang mogelijk op afstand. Het land heeft andere plannen en lastige keuzes komen met geldnood, geaccentueerd wanneer Court voor even de kilte verlaat tijdens een druk feestje voor de werkers. Hij stevent samen met co-scenarist Samuel M. Delgado af op een gitzwarte conclusie: uiteindelijk hanteert de artiest Pedro eenzelfde instrumenteel denken als de doorsneekolonist, maar dan met esthetische in plaats van monetaire overwegingen.

Blanco en blanco

Het pessimisme snijdt zoals het zand voortraast in de wind. De verlatenheid van het vale landschap buiten doet denken aan het werk van een Theodor Kittelsen of Caspar David Friedrich. Daarmee roept de film soms qua mystiek een blackmetalsfeer op. Waar dat genre draait om een kosmisch pessimisme, blijft dat pessimisme in Blanco en blanco echter van een zakelijker, cynischer, aard. Platen als Burzums klassieker Filosofem en Bloem (2020) van de Gelderse band Fluisteraars blijven echter niet in de afgrond staren maar zwepen op met hun muzikale draaikolken. Zo geven zij treffender vorm aan de machteloosheid van het individu tegenover het onrecht in Tierra del Fuego (of China) en schenken in de confronterende duisternis een mentale houvast, het vertrouwen iets te kunnen maken van de toekomst.

Munt slaan
Blanco en blanco houdt het leed van de Selk’nam echter op afstand en geeft dat houvast en vertrouwen niet. Met zaken als verfijnde drieluikshots en een metaforisch scenario valt de film in dezelfde valkuil als Pedro zelf. Het brengt de zwaarmoedigheid op bestudeerde wijze zoals Pedro een Julius Popper-tableau dirigeert voor het mooiste uitzicht. De fraaie verstilde beelden van Alayón werken weliswaar in dankzij het feeërieke lichtspel, maar zijn juist daardoor ook een te cerebrale benadering van het systemische onrecht. De logica van het kolonialisme blijft hier een theoretische aangelegenheid, in plaats van dat deze invoelbaar wordt via de behandeling van de Selk’nam en het toekijken van de stille omstander. Het is eerder een mooi plaatje om in te lijsten. Daarmee slaat omstander Blanco en blanco er eerder esthetisch munt uit in plaats van te zwijgen.

 

2 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Odisea, La

***
recensie La odisea

De gewone man geeft nooit op

door Cor Oliemeulen

Onderhoudende zwarte komedie die speelt tegen de achtergrond van de economische crisis van begin deze eeuw in Argentinië over gewone dorpelingen die worden gedupeerd door een criminele bankmedewerker.

Veel Argentijnse films gaan over de militaire dictatuur van Jorge Videla van 1976 tot 1981 en de verdwijning van burgers. La odisea heeft een ander nationaal litteken als uitgangspunt: de Carralito. Dit is de naam van de economische maatregelen die in 2001 werden genomen toen het land in een zware recessie verkeerde en op het punt van faillissement stond. Burgers mochten nog maar 250 peso’s per week van hun bankrekening halen en velen konden naar hun spaargeld fluiten. Zo ook Fermín Perlassi (Ricardo Darín) en zijn vrouw Lidia (Verónica Llinas) die samen met een aantal andere dorpelingen hun zuurverdiende geld hadden ingezameld om een coöperatie te beginnen. Spijtig genoeg blijkt bankmedewerker Fortunato Manzi ermee vandoor te zijn gegaan. En of de misère nog niet genoeg is, maakt een tragisch verkeersongeluk een eind aan al Fermíns dromen.

La odisea

Avontuurlijke misdaadkomedie
Ondanks deze trieste premisse is deze film van Sebastián Borensztein geen drama, maar evolueert hij snel in een avontuurlijke misdaadkomedie, die is gebaseerd op het boek La noche de la Usina (De nacht van de energiecentrale) van Eduardo Sacheri. De odyssee begint in feite pas op het moment dat Fermín ontdekt dat de stelende bankmedewerker hun geld in een ondergrondse kluis heeft ondergebracht. Echter deze man kent psychopathische trekjes en heeft zijn op gewiekste wijze verworven bezittingen zeer goed beveiligd. Een plot is natuurlijk pas een plot als de gedupeerden proberen de kluis te kraken.

Tegen de achtergrond van de economische malaise met veel armoede, een hoge werkeloosheid en het bijbehorende cynisme maken we kennis met het gemêleerde gezelschap dat besluit de langdurige en moeitevolle tocht te ondernemen. Denk niet aan de gekunstelde samenstelling van verschillende karakters zoals bijvoorbeeld in al die Ocean-films, maar aan een mooie dwarsdoorsnede van de Argentijnse bevolking. Echte mensen van vlees en bloed, misschien in een enkel geval wat stereotiep, maar zonder overdrijvingen. Iedereen heeft zijn of haar eigen achtergronden, bezigheden, dromen en tekortkomingen. En dat maakt hen (bijna) zonder uitzondering sympathiek.

La odisea

Odyssee naar de verborgen schat
De dialogen tijdens het beramen van hun plan zijn fantastisch. Elk personage heeft een eigen manier van redeneren en het doen van suggesties, zonder dat hierbij noemenswaardige conflicten ontstaan. Die droogkomische interactie met het oog op het vinden van de buit doet soms denken aan de Roemeense komedie The Treasure (2016) van Corneliu Porumboiu waarin de protagonisten op een al even nuchtere manier met hulpmiddelen, zoals een metaaldetector, in de weer zijn. Echter La odisea is nauwelijks melig – buiten Fermíns zoon Rodrigo (tevens zoon van Ricardo Darín) die als zogenaamde plantendeskundige bij de bankmedewerker kennis moet vergaren – maar een vlot vertelde queeste, die uiteindelijk nog spannend wordt ook.

La odisea kan bogen op een sterke cast met Andrés Parra (hoofdrol in de populaire tv-serie Pablo Escobar: El Patrón del Mal, 2012) als de bankschurk en Rita Cortese (Wild Tales, 2014) als een van de gedupeerden. Het is geen verrassing dat de film drijft op het talent en de charismatische uitstraling van Ricardo Darín, die als voormalige soapacteur is uitgegroeid tot een toonaangevende Argentijnse filmacteur. Of het nu gaat om een getergde jurist in zijn doorbraakrol van El secreto de sus ojos (2009), een tobbende veertiger in Una Pistola en Cada Mano (2012), aandoenlijke hondenbezitter met terminale kanker in Truman (2015), treurende ouder in Todos lo saben (2018) of een man die opnieuw verliefd wordt op zijn ex in Un Unexpected Love (2019) – alleen al door zijn aanwezigheid wordt een film met Ricardo Darín automatisch naar een hoger niveau getild.

 

5 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Bacurau

**
recensie Bacurau

Camp verpakt als politiek

door Sjoerd van Wijk

Bacurau poogt van twee walletjes te eten door camp te verpakken in politieke boodschappen. De omgeving als hoofdpersonage intrigeert, maar raakt ondergesneeuwd in de eclectische genremix met cartoonesk kwaad.

Een paar jaar in de toekomst ligt ergens in een door iedereen vergeten stukje Brazilië het dorp Bacurau. Haar inwoners houden moedig stand ondanks een nijpend watertekort, veroorzaakt door een dam waaraan een op herverkiezing beluste burgemeester vals belooft iets te gaan doen. Vlak na de begrafenis van de iconische dorpsoudste beginnen zich vreemde dingen voor te doen in de omgeving ingeluid door twee flamboyant geklede motorrijders op toer door het platteland. Een of andere sinistere Amerikaanse organisatie, geleid door een ruige Udo Kier, heeft snode plannen met het dorp, getuige hun wapentuig en drone gebouwd als UFO. De dorpelingen denken daar in het nauw gedreven echter anders over.

Bacurau

Hallucinant
Het broeit in het dorpje van een voortdurende drang te overleven. Die toon zet de begrafenis als de inwoners op occulte wijze een laatste eer bewijzen aan de overleden dorpsoudste. Het regieduo Kleber Mendonça Filho en Juliano Dornelles (normaliter Mendonça Filho’s production designer) bouwt gestaag een vervreemdende dorpssfeer op, met ruimte voor de vrolijke noot getuige het afserveren van de slinkse politicus op verkiezingscampagne. Diens carnavalsmuziek wordt niet gewaardeerd. Een oudere die de motorrijders spottend toezingt op gitaar werkt aanstekelijker.

Het dorre landschap, de gloedvolle nachtval en de verlichte lege straten schetsen een verlaten plek waar iedereen op zichzelf is aangewezen. En daarmee op elkaar want samen staan ze sterk tegen de buitenwereld. De eerste tekenen van onheil voelen als een El Topo afgespeeld op halve snelheid maar met evenveel verwijzingen naar van alles en nog wat. Het broeierige blijkt zo hallucinant als de dorpelingen zelf na het nemen van psychotropische drugs in voorbereiding op de strijd.

Maatschappijkritiek
Het regieduo breekt de betovering te pas en te onpas om een flinke dosis maatschappijkritiek toe te voegen. Daar lijkt veel verborgen te zitten voor een Braziliaan met verwijzingen naar bijvoorbeeld de inheemse culturen, andere elementen drukken met de neus op de stempel – de geest van Bolsonaro waart rond. Het groepje Amerikanen als een soort doorgedraaide kolonisten kent weinig nuance op een van hun schietgrage gekken na (hij heeft principes: géén kinderen). Dat zij de tegenstand, geholpen door een teruggekeerde rebellenleider met New Kids-kapsel, onderschatten kent geen dramatische repercussies.

Bacurau

Het is de camp filmlogica van slechteriken die vanzelfsprekend een gruwelijk einde verdienen. De politieke dimensie geeft er nog iets doordachts aan, maar het naar hartenlust mixen van genres (van sciencefiction tot western en horror) getuigt van eenzelfde sadistisch plezier als Quentin Tarantino.

Conflict uit de weg
Zo is er dus lering bij het bloederige vermaak. Maar die twee elementen draaien om elkaar heen zonder raakvlak. De politieke dimensie blijft steken in een goed versus slecht-denken en daarmee een goedmakertje voor de geweldsfantasie. In de Verenigde Staten bouwt regisseur S. Craig Zahler op vergelijkbare wijze een surreële wereld op met camp verwijzingen. In bijvoorbeeld Brawl in Cell Block 99 leidt dat tot een hel passend bij het lot van kolos Vince Vaughn. Zulke eruditie en uitdieping van personages ontbreekt in Bacurau – het dorp blijft door randgebeuren onderbelicht. Een inheemse boer gaat ogenschijnlijk nietsvermoedend zijn huis binnen met twee Amerikanen op de loer, maar die spanning leidt tot een flauwe gotcha als de boer een grote shotgun blijkt te hebben. Dat is exemplarisch voor de film: conflicten uit de weg gaan voor toeters en bellen.

 

28 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Ema

***
recensie Ema

Losbandige adoptiemoeder

door Cor Oliemeulen

Een echtpaar van een experimentele dansgroep staat na een schokkend voorval adoptiezoontje Polo af, maar krijgt daarvan spijt. Ema is een audiovisueel spektakel over reggaeton en vuur, maar voelt afstandelijk door het wispelturige en losbandige gedrag van het titelpersonage.

De Chileense regisseur Pablo Larraín is zoekende. Bekend geworden door zijn trilogie over het erbarmelijke leven in de jarenzeventigdictatuur van Pinochet (Tony Manero, Post Mortem en NO), geliefd op filmfestivals met een vernietigend portret van seksueel misbruik door priesters in El Club en in 2016 bij het grote publiek doorgebroken met een intiem portret van de rouwende presidentsvrouw Jackie, probeert de talentvolle filmmaker met Ema een nieuwe vorm om een verhaal te vertellen. Zijn recht voor zijn raap-aanpak, niet vies van wat geweld en ordeloosheid, is gebleven.

Ema

Kameleon
Larraín maakt het zichzelf niet gemakkelijk. Zijn titelpersonage is niet iemand die veel sympathie opwekt. Ema (intrigerend speelfilmdebutant Mariana di Girolamo) danst in het experimentele dansgezelschap van haar twaalf jaar oudere man, choreograaf Gastón (Gael García Bernal). Larraín toont haar als moeder, dochter, zus, echtgenote, geliefde en leider tegelijk. Een veelzijdig karakter, zou je zeggen, maar teveel om echt dichtbij de mens achter het paradigma te komen. Ema is krachtig, vrouwelijk, individualistisch, egoïstisch, overspelig, pervers en manipulatief, maar als het gaat om oprechte gevoelens heeft ze het voordeel van de twijfel. Het meest geloofwaardig is haar liefde naar hun zevenjarige Colombiaanse adoptiezoontje Polo. Maar die is er niet meer.

Het drama begint nadat Ema heeft besloten Polo af te staan na een schokkende gebeurtenis. De dame van de Kinderbescherming is het daar volmondig mee eens, want zij vindt de adoptieouders absoluut ongeschikt om een kind op te voeden. Ema is volgens haar onverantwoordelijk en Gastón noemt ze bizar, gezien zijn experimentele fratsen in het dansgezelschap. Ema en Gastón zelf laveren tussen bijtende verwijten en diepe genegenheid, ook veroorzaakt door het feit dat Gastón onvruchtbaar is en zij samen geen kind kunnen krijgen. De crisis leidt bij Ema’s rebelse vriendinnenclubje tot anarchie en losbandigheid. In een compilatie met kunstzinnig blauw licht lijkt het alsof Ema met alles en iedereen seks heeft.

Onhoudbaar
Ondertussen ontdekken we waarom de gezinssituatie onhoudbaar was. De vondst van een bevroren kat in de diepvries bevestigt de gedachte dat Polo inderdaad dingen flikte die niet door de beugel kunnen. En zijn adoptiemoeder blijkt een opmerkelijke hobby te hebben. ’s Avonds laat begeeft Ema zich met haar meidenclubje op verlaten straten om daar met een vlammenwerper verkeerslichten, speeltoestellen, beelden, prullenbakken en auto’s in lichterlaaie te zetten. Als je rondloopt met een vlammenwerper moet je niet verbaasd opkijken als je kind ook weleens wat in de fik steekt.

Ema

Ema speelt zich enerzijds af in het experimentele danstheater van Gastón (de expressieve voorstelling met een groot geprojecteerde close-up van een vlammende zon symboliseert Ema) en anderzijds in videoclipachtige settings waarin Ema en haar vriendinnen zich uitleven in reggaetonmuziek. Deze populaire fusie van hiphop en dancehall is controversieel vanwege vrouwonvriendelijke teksten en gewelddadige filmpjes. Volgens Pablo Larraín is reggaeton een cultuur met zijn eigen ethische en esthetische bestaansrecht, volgens Gastón hypnotiserende gevangenismuziek met de illusie van vrijheid waarin vrouwen seks beluste wezens zijn, maar volgens een vriendin van Ema gaat het bij reggaeton simpelweg om de dansmoves waarbij je geil wordt van al die neukbewegingen.

Apotheose
Hoewel Larraín door middel van experimenteerdrift en improvisatie zijn best heeft gedaan om Ema´s zoektocht naar identiteit in een hedendaagse subcultuur gestalte te geven, smaakt zijn mooi vormgegeven drama (met hulp van vaste cinematograaf Sergio Armstrong) vooral naar nihilistisch hedonisme. Het plot wordt gered door een krankzinnige apotheose, waarmee Larraín bijvoorbeeld ook Post Mortem (2010) en El Club (2015) afsloot. Ook ditmaal laat hij het hoofdpersonage een deprimerend relaas relativeren in een verbijsterende finale met zwarte humor. Of de kleine Polo in die nieuwe situatie past, is zeer de vraag.

 

12 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Llorona, La

***
recensie La Llorona

Echo van een genocide

door Cor Oliemeulen

De nachtrust van een oud-generaal wordt verstoord door het huilen van een vrouw. Is het verbeelding of wordt hij geteisterd door de ziel van de oude horrorlegende La Llorona?

Het politieke drama La Llorona gaat over een generaal en zijn familie dertig jaar na de burgeroorlog in Guatemala. De pater familias Enrique Monteverde wordt door de rechtbank schuldig bevonden aan genocide, maar gaat door een vormfout (en druk van bevriende landen) tot frustratie van velen vrijuit. De rol van de inmiddels bejaarde generaal verwijst naar Efraín Ríos Montt, die in de jaren tachtig verantwoordelijk was voor de massamoorden onder met name de Maya-bevolking en (vermeende) communisten.

La Llorona

Wonden uit het verleden
De veroordeling van de generaal had ook als doel om de wonden uit het verleden te helen, maar splijt de bevolking in tweeën: de nabestaanden die nog steeds treuren om hun overleden dierbaren of nog op zoek zijn naar hun vermiste verliefden tegenover mensen die vinden dat het terugkijken op het verleden onderhand wel mag zijn afgelopen omdat het toenmalige leger slechts de ‘nationale eenheid creëerde’ en veel gewelddadigheden werden afgedaan met ‘linkse propaganda’. De Verenigde Staten, die in de jaren tachtig nog meer rechtse dictaturen in Latijns-Amerika hebben gesteund, boden in 1999 bij monde van president Bill Clinton hun excuses aan voor hun betrokkenheid.

Vanaf het moment dat in La Llorona de generaal en zijn familie terugkeren naar hun luxueuze onderkomen, beginnen buiten luidruchtige demonstraties, waarbij af en toe wat ruiten sneuvelen, en confronteren stille waken van nabestaanden de deels arrogante, wereldvreemde familieleden. Als vijf van de zes bedienden (allen van Indiaanse afkomst) uit angst zijn vertrokken, maakt het zwijgzame dienstmeisje Alma haar opwachting. Vanaf dat moment stapelen spanningen en mysterieuze voorvallen zich langzaam op.

Dolende ziel
Het feit dat Alma (letterlijke betekenis: ziel) voor iedereen een onbekende is (de beveiliging van de familie had kennelijk geen tijd of zin haar achtergrond te onderzoeken) en dat zij al snel is geliefd bij het kleindochtertje van de generaal, voorspelt weinig goeds. Enrique, wiens nachtrust al werd verstoord door het gehuil van La Llorona, maakt zich ook binnenshuis niet direct populairder als hij door echtgenoot, dochter en kleindochter in opgewonden staat wordt aangetroffen terwijl hij de badende Alma begluurt.

La Llorona

Samen met de aanhoudende onrust buiten en het gevoel van te zijn opgesloten, blijkt deze gebeurtenis voor Enrique’s echtgenote katalysator van een heuse zenuwinzinking. Ze krijgt nachtmerries over de burgeroorlog waarin zij wordt opgejaagd als zij het leven van twee kinderen probeert te redden. Net als de legende La Llorona manifesteert zij zich als een verloren ziel die uit is op wraak. De magisch-realistische elementen in de finale maken vervolgens duidelijk dat de schuldigen hun lot van boetedoening niet zullen ontlopen.

Drieluik
Ook in dit derde deel van zijn drieluik over de problematische geschiedenis van zijn thuisland legt regisseur Jayro Bustamante de vinger op de zere plek. In Ixcanul (2015) behandelde hij de achterstelling van de Maya’s en in Temblores (2019) de discriminatie van homo’s. Bustamente (wiens roots deels in de Maya-cultuur liggen) bevestigt met La Llorona dat hij een veelbelovend cineast is.

De Midden-Amerikaanse republiek Guatemala kent in tegenstelling tot buurland Mexico nauwelijks een noemenswaardige filmcultuur. Maar met zulke oorspronkelijke voorbeelden, de oprichting van zowel zijn eigen productiebedrijf La Casa de Producción als een theater voor onafhankelijke films biedt Bustamante een hoopvol perspectief voor andere filmmakers.

La Llorona is vanaf 11 juni te zien op Picl en Cineville. Vanaf 2 juli is de film ook beschikbaar op andere Video on Demand-platforms.

 

7 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Cordillera de los sueños, La

***
recensie La cordillera de los sueños

Heimwee naar een verloren land

door Ries Jacobs

Chili is meer dan het geboorteland van regisseur Patricio Guzmán, het is zijn muze. Bijna al zijn werk gaat over de maatschappelijke situatie in het land dat hij midden jaren 70 om politieke redenen ontvluchtte. Voor zijn laatste film keert hij wederom naar terug maar Chili.

Guzmán, afgelopen najaar hoofdgast op het IDFA, begint La cordillera de los sueños (De bergketen van dromen) met beelden van de Andes, het gebergte dat in Latijns-Amerika ook wel la Cordillera wordt genoemd. Zijn lofzang aan de macht en de kracht van de Andes en de tradities van haar bewoners vormt een poëtische, maar ook wat langdradige introductie.

La cordillera de los sueños

Daarna draait het verhaal honderdtachtig graden wanneer Guzmán de politieke situatie in Chili belicht. Aan de hand van archiefbeelden uit de jaren 70 en 80 schetst de filmmaker kort de geschiedenis die iedereen kent: de machtsgreep van Pinochet in 1973, demonstraties, politieke gevangenen en verdwijningen. Enkele van deze beelden ‘leent’ Guzmán van filmmaker Pablo Salas. Hij is na de staatsgreep wel in Chili gebleven en bouwde decennialang aan zijn archief met beeldmateriaal van politieke bijeenkomsten, demonstraties en andere maatschappelijke manifestaties.

Latijns-Amerikaanse broer
Salas filmt nog steeds, want de maatschappelijke onrust in Chili duurt voort. Volgens Guzmán komt dit omdat de echo van het regime van Pinochet doordreunt tot in het hedendaagse Chili. De handlangers van de toenmalige president hebben nu nog de economische macht in handen en hebben de kopermijnen in het noorden van het land aan buitenlandse bedrijven verkocht. De ‘gewone man’ heeft het nakijken.

Hier heeft de regisseur een punt. De inkomensverdeling in Chili is nog minder gelijk dan bij zijn grote Latijns-Amerikaanse broer Brazilië, het land dat bekendstaat als het schoolvoorbeeld van economische ongelijkheid. Slechts een beperkt aantal inwoners profiteerde in de afgelopen jaren van de economische spurt die het land doormaakte.

La cordillera de los sueños

Ruïne
Deze maatschappijkritiek illustreert de ambivalente relatie die Guzmán heeft met zijn geboorteland. De filmmaker houdt van het Chili van zijn jeugd, waar oude gebruiken plaatshadden onder de goedkeurende blik van machtige Andestoppen. Maar dit Chili hield op elf september 1973 abrupt op te bestaan. De besneeuwde Andestoppen zijn nog steeds dezelfde, maar Chili is een ander land, een land waar Guzmán zich sindsdien ‘niet meer thuis voelt’.

Guzmán brengt dit op een persoonlijke manier in beeld (hij bezoekt bijvoorbeeld de ruïne van wat ooit zijn ouderlijke huis was), maar het geheel oogt wat rommelig. Hij springt nogal eens van de hak op de tak. La cordillera de los sueños – het slotstuk van Guzmáns trilogie over de erfenis van Pinochet (na Nostalgia de la luz in 2010) en El botón de nácar in 2015) – bestaat niet uit hapklare brokken. De kijker moet zijn best moet doen om zelf de puzzelstukken op de juiste plekken te leggen. Bovendien plaatst Guzmán het geïdealiseerde verleden van zijn jeugd wel erg gemakkelijk tegenover de rauwe realiteit van na 1973. De regisseur geeft de zaken nogal zwart-wit weer.

Anderzijds is dit typerend voor een gevluchte dissident als Guzmán. De regisseur belichaamt het probleem waarmee iedere migrant, iedere vluchteling en iedere ‘economische gelukszoeker’ op leeftijd worstelt. Het nieuwe vaderland voelt nooit helemaal als een thuis, terwijl het land van de jeugd niet meer bestaat.

 

2 februari 2020

 

ALLE RECENSIES